Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een liedH7892 HammaalothH4609, van DavidH1732. Ten wareH3884 de HEEREH3068, Die bij ons geweest is, zeggeH559 nu IsraelH3478,
Een lied Hammaaloth, van David. Ten ware de HEERE, Die bij ons geweest is, zegge nu Israel,
KJV
[[A Song1
of degrees2
of David.]]3
If4
it had not been the LORD5
who was on our side, now may Israel10
say;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Ten wareH3884 de HEEREH3068, Die bij ons geweest is, als de mensenH120 tegenH5921 ons opstondenH6965;
Ten ware de HEERE, Die bij ons geweest is, als de mensen tegen ons opstonden;
KJV
If1
it had not been the LORD2
who was on our side, when men7
rose up
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Toen zouden zij ons levendH2416 verslondenH1104 hebben, als hun toornH639 tegen ons ontstakH2734.
Toen zouden zij ons levend verslonden hebben, als hun toorn tegen ons ontstak.
KJV
Then1
they had swallowed us up3
quick,2
when their wrath5
was kindled
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Toen zouden ons de waterenH4325 overlopenH7857 hebben; een stroomH5158 zou overH5921 onze zielH5315 gegaanH5674 zijn.
Toen zouden ons de wateren overlopen hebben; een stroom zou over onze ziel gegaan zijn.
KJV
Then1
the waters2
had overwhelmed3
us, the stream4
had gone over5
our soul:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Toen zouden de stouteH2121 waterenH4325 overH5921 onze zielH5315 gegaanH5674 zijn.
Toen zouden de stoute wateren over onze ziel gegaan zijn.
KJV
Then1
the proud6
waters5
had gone over2
our soul.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
De HEEREH3068 zij geloofdH1288, Die ons in hun tandenH8127 nietH3808 heeft overgegevenH5414 tot een roofH2964.
De HEERE zij geloofd, Die ons in hun tanden niet heeft overgegeven tot een roof.
KJV
Blessed1
be the LORD,2
who hath not given4
us as a prey5
to their teeth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Onze zielH5315 is ontkomenH4422, als een vogelH6833 uit den strikH6341 der vogelvangersH3369; de strikH6341 is gebrokenH7665, en wij zijn ontkomenH4422.
Onze ziel is ontkomen, als een vogel uit den strik der vogelvangers; de strik is gebroken, en wij zijn ontkomen.
KJV
Our soul1
is escaped3
as a bird2
out of the snare4
of the fowlers:5
the snare6
is broken,7
and we are escaped.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Onze hulpH5828 is in den NaamH8034 des HEERENH3068, Die hemelH8064 en aardeH776 gemaaktH6213 heeft.
Onze hulp is in den Naam des HEEREN, Die hemel en aarde gemaakt heeft.
KJV
Our help1
is in the name2
of the LORD,3
who made4
heaven5
and earth.
lied Hamaälòth,
Zie Ps. 120:1 .
Hertaald:
lied Hamaälòth,
Zie Ps. 120:1.
zegge nu Israël,
Versta, het gedaan, of verhoed, of belet hadden. Alzo in vs.2.
Hertaald:
zegge nu Israël,
Versta: het gedaan, of verhoed, of belet hadden. Zo ook in vers 2.
wateren overlopen
Zie de aantekening bij 2 Sam. 22:17 .
Hertaald:
wateren overlopen
Zie de aantekening bij 2 Sam. 22:17.
over onze ziel
Dat is, over onze personen.
Hertaald:
over onze ziel
Dat is: over onze personen.
gegaan zijn
Te weten, tot beneming van ons leven.
Hertaald:
gegaan zijn
Namelijk: om ons het leven te benemen.
de stoute wateren
Dat is, grote, machtige, onstuimige, gelijk Job 38:11 .
Hertaald:
de stoute wateren
Dat is: grote, machtige, onstuimige wateren, zoals Job 38:11.
de strik is gebroken,
Dat is, God heeft hun listige aanslagen, door welke zij ons meenden te vangen, te schande gemaakt.
Hertaald:
de strik is gebroken,
Dat is: God heeft hun listige aanslagen, waarmee zij ons meenden te vangen, te schande gemaakt.
is
Of, zij.
Hertaald:
is
Of: zij.
in den Naam des
Dat is, in, of op de Heere.
Hertaald:
in den Naam des
Dat is: in of op de Heere. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Ten ware de HEERE, Die bij ons geweest is, zegge nu Israel" (Ps. 124:1). De psalm begint met een onvoltooide zin, die in het volgende vers herhaald en dan pas afgemaakt wordt: als de HEERE er niet geweest was, dan zouden de vijanden hen levend verslonden hebben (Ps. 124:3). Twee beelden volgen: het water dat over de ziel gaat (Ps. 124:4-5), en de tanden van een roofdier (Ps. 124:6). Dan het beeld van de ontkoming: "Onze ziel is ontkomen, als een vogel uit den strik der vogelvangers; de strik is gebroken, en wij zijn ontkomen" (Ps. 124:7). En het slot is de bekendste regel: "Onze hulp is in den Naam des HEEREN, Die hemel en aarde gemaakt heeft" (Ps. 124:8). Bijbelse betekenis: De psalm rekent achteraf uit wat er gebeurd zou zijn. Dat is een gezonde oefening: wie zijn redding beschrijft zonder te bedenken wat er zonder God gebeurd was, dankt te licht. Merk op dat de vogel niet zelf de strik stukbeet. Er staat dat de strik gebroken is; het ontkomen is een gevolg en geen prestatie. Let ten slotte op het slotvers. Deze woorden zijn in de kerk het vaste begin van de eredienst geworden, en zij passen daar: wie samenkomt, begint bij het erkennen waar de hulp vandaan komt. Typologie: Paulus zegt hetzelfde in de vorm van een vraag: "Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?" (Rom. 8:31). Ps. 124:1-8; Rom. 8:31 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas 6 De HEERE zij geloofd, Die ons in hun tanden niet heeft overgegeven tot een roof. 7 Onze ziel is ontkomen, als een vogel uit den strik der vogelvangers;… 1 Een lied Hammaaloth, van David. Ten ware de HEERE, Die bij ons geweest is, zegge nu Israël, 2 Ten ware de HEERE, Die bij ons geweest is, als… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 124
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
Psalm 124:6-8
Psalm 124:1-5


Psalmen 124
Psalmen 124:1-3.KruisverwijzingenPsalmen 129:1→Psalmen 120:1→Psalmen 54:4→Romeinen 8:31→Psalmen 27:1→Psalmen 56:9→Psalmen 94:17→Psalmen 118:6→
— Een lied Hammaaloth, van David. Ten ware de HEERE, Die bij ons geweest is, zegge nu Israel, Ten ware de HEERE, Die bij ons geweest is, als de mensen tegen ons opstonden; Toen zouden zij ons levend verslonden hebben, als hun toorn tegen ons ontstak.
Was het niet de HEERE geweest die Zich verbonden had voor Zijn volk te zorgen, dan waren zij alle omgekomen. En die God moet Jehova zijn. Ik wenste dat onze overzetters zich niet hadden laten meevoeren door het bijgeloof van de Joden en dat zij het woord Jehova gebruikt hadden waar het in de grondtekst staat.
Psalmen 124:4-5.KruisverwijzingenJob 38:11→Psalmen 32:6→Psalmen 69:2→Psalmen 42:7→Jeremia 46:7→Psalmen 18:4→Jesaja 28:2→Openbaring 17:1→
— Toen zouden ons de wateren overlopen hebben; een stroom zou over onze ziel gegaan zijn. Toen zouden de stoute wateren over onze ziel gegaan zijn.
Het beeld wisselt. Wij worden eerst vergeleken met het lam dat gevaar loopt door de leeuw verslonden te worden, en vervolgens met iemand die gevaar loopt door een verslindende vloed weggevoerd te worden, die niemand ontziet maar alles voor zich uit naar het verderf veegt.
Psalmen 124:6.KruisverwijzingenRichteren 5:30→Psalmen 118:13→Jesaja 10:14→1 Samuël 26:20→Psalmen 17:9→Psalmen 145:5→Exodus 15:9→
— De HEERE zij geloofd, Die ons in hun tanden niet heeft overgegeven tot een roof.
Noch aan de satan en zijn legioenen, noch aan boze mensen heeft God ons overgegeven. Wij zijn niet hun buit, want God eist ons als Zijn eigendom op.
Psalmen 124:7.KruisverwijzingenPsalmen 91:3→Spreuken 6:5→Psalmen 25:15→Jeremia 18:22→1 Samuël 25:29→1 Samuël 23:26→2 Timotheüs 2:26→2 Samuël 17:2→
— Onze ziel is ontkomen, als een vogel uit den strik der vogelvangers; de strik is gebroken, en wij zijn ontkomen.
Wat een blij lied is dat voor de ontkomen ziel om te zingen! Wanneer een christen door niet oprecht te wandelen in moeilijkheden geraakt is, wanneer hij van het rechte pad afgedwaald is en in het net van de vogelvanger gevangen is en zo in de knel zit dat hij niet weet wat te doen — en dan komt God en snijdt het net door, misschien met de scherpte van de verdrukking: wat een lied is dat!
Psalmen 124:8.KruisverwijzingenPsalmen 121:2→Psalmen 134:3→Genesis 1:1→Psalmen 146:5→Jeremia 32:17→Jesaja 37:16→Psalmen 115:15→Handelingen 4:24→
— Onze hulp is in den Naam des HEEREN, Die hemel en aarde gemaakt heeft.
Dit is een goede les voor ons om uit de vroegere ondervinding van ‘s HEEREN volk te leren. God, en God alleen, heeft Zijn knechten in het verleden verlost; en daarin ligt ons vertrouwen voor het heden en de toekomst. Onze hulp is in de Naam — het geopenbaarde en betoonde karakter — van Jehova, de Schepper van hemel en aarde.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Een lied Hammaälôth (Psalm 120: 1 ), van David, uit het laatste tiental jaren van zijne regering (2 Samuel 24: 25 ). Evenals de vorige Psalm dadelijk bij den aanvang met Psalm 121: 1 overeenkomst had, zo sluit zich de voor ons liggende in zijn einde aan Psalm 121: 2 aan; evenals de vorige Psalm zich in Zijne wijze van uitdrukking als een werk van den maken van Psalm 120 en 121 openbaar maakte, zo wijst ons de nu te behandelen Psalm op dezelfden maken als Psalm 122. Dat deze een Psalm van David is, bewijst vooreerst de verhevene Theologische geest des geloofs, vervolgens ook de aard der woorden, ten tweede ook de eigenschap der woorden, die hij hier gebruikt, want in deze twee stukken overtreft hij allen, die Psalmen geschreven hebben. De geschiedkundige gebeurtenis, welke tot het maken van zien Psalm aanleiding gaf, is zeker het gevaar van den Syrisch-Edomietischen strijd, dat wij in Psalm 44 en 60 nader hebben leren kennen, maar reeds meer dan een tiental jaren lag sedert dien tijd en zijne angsten achter David, toen hij het lied dichtte, en zo is het niet zozeer het geschiedkundig terugzien in het verledene, dat hem de woorden dicteert, als wel het profetisch vooruitzien in die toekomst der gemeente, die tot werkelijkheid werd, toen zij den tempelbouw, die gestaakt was, weer in vrede konden aanvangen (Ezra 5: 1-6: 15.
I. Vs. 1-5.KruisverwijzingenPsalmen 129:1→Psalmen 120:1→Psalmen 54:4→Romeinen 8:31→Psalmen 27:1→Psalmen 56:9→Psalmen 94:17→Psalmen 118:6→
— Een lied Hammaaloth, van David. Ten ware de HEERE, Die bij ons geweest is, zegge nu Israel, Ten ware de HEERE, Die bij ons geweest is, als de mensen tegen ons opstonden; Toen zouden zij ons levend verslonden hebben, als hun toorn tegen ons ontstak. Toen zouden ons de wateren overlopen hebben; een stroom zou over onze ziel gegaan zijn. Toen zouden de stoute wateren over onze ziel gegaan zijn.
Ook hier, in het eerste deel van den Psalm, wordt eerst ene enkele stem vernomen; zij erkent het met een dankbaar hart, dat alleen ‘s Heren bijstand het volk voor den ondergang, die het bedreigde, bewaard had. Ten ware de HEERE, die bij ons geweest 1) is, om ons te verlossen, Zijnen alvermogenden bijstand geschonken had, zegge nu Israël, nu het weer ene redding heeft ondervonden, en het Hem de ere wil geven, die Hem toekomt:
Of: Ten ware de Heere niet voor ons geweest. Zo ook in het 2de vers. Het woord toen in vs. 3, 4 en 5 moet dan vervangen worden door dan. De betekenis is natuurlijk dezelfde. De dichter geeft hier de eer der uitredding en verlossing aan den Heere God en aan Hem alleen. Hij en zijn volk waren aan een gewis verderf ten prooi, dewijl machtige, roofzuchtige vijanden hem besprongen, vijanden, die hem levend trachtten te verslinden, maar ziet, de Heere was voor hem in de bres getreden. Hij had Zijn machtigen arm over Zijn volk uitgespreid en daarom kan in het tweede gedeelte van den Psalm, het “geloofd zij de Heere,” worden gehoord.
Ten ware de HEERE, die bij ons geweest is, ons had gered, als de mensen tegen ons opstonden, om ons geheel te vernietigen (Psalm 137: 7)
Toen zouden zij ons levend verslonden hebben 1), gelijk wilde dieren hun buit verslinden, als hun toorn tegen ons ontstak, tegen het door de wereld gehate hoopje van Gods volk, dat zo machteloos tegenover hen is.
Deze gelijkenis is ontleend aan roofdieren, die hunnen buit zo haastig en gretig verslinden, dat hij nog levend door hun keel schijnt te gaan, gelijk Jona nederdaalde in den buik van den groten vis (Jona 1: 17).
Toen zouden ons de wateren, die zij achter ons henenwierpen (Openbaring 12: 15), overlopen hebben; een stroom zou over onze ziel gegaan zijn, om haar te begraven. Waterstromen zijn dikwijls het beeld van de onstuimige vijanden van het Godsrijk (bijv. Psalm 18: 5; 29: 3; 32: 6).
Toen zouden de stoute wateren over onze ziel gegaan zijn, zodat zij zou hebben moeten bezwijken. De wereld is niet weinig machtig maar veel erger dan velen denken.
De kunst van dit lied bestaat minder in zijn strofischen vorm dan daarin, dat om enen stap voorwaarts te doen, steeds een halve schrede wordt teruggegaan.
Israël moet dit tot eer van ‘s Heren naam openlijk belijden, zij werden er toe geroepen; ook het nageslacht moet die grote daden des Heren gedenken, omdat zij delen in de gezegende vrucht van de redding des Heren, hun vaderen bewezen.
6.
II. Vs. 6-8.KruisverwijzingenPsalmen 91:3→Spreuken 6:5→Psalmen 121:2→Psalmen 134:3→Genesis 1:1→Psalmen 25:15→Jeremia 18:22→Richteren 5:30→
— De HEERE zij geloofd, Die ons in hun tanden niet heeft overgegeven tot een roof. Onze ziel is ontkomen, als een vogel uit den strik der vogelvangers; de strik is gebroken, en wij zijn ontkomen. Onze hulp is in den Naam des HEEREN, Die hemel en aarde gemaakt heeft.
Ene enkele stem lost nu het gehele koor af; deze prijst den Heere voor Zijne redding uit het gevaar, jubelt over de vrijheid, die Hij aan Zijne gemeente gegeven heeft, en erkent in Hem enen Koning te hebben, voor wie alle vijanden der aarde te gering zijn, dat zij enigen tegenstand zouden kunnen bieden.
De HEERE zij geloofd 1), die ons in hun tanden niet heeft overgegeven tot enen door, zodat zij ons zouden vernielen en vernietigen.
Nadat het feit der Goddelijke hulp is vervuld, volgt in vs. 6 de dank, daarna in vs. 7 het gejuich der geredden. De vijanden worden in vs. 6 om hun bloeddorst voorgesteld als roofdieren, evenals de wereldrijken in het boek Daniël, in vs. 7 om hun arglistigheid als vogelaars.
Slotsom is, dat het weerloze volk van God, arm aan beleid, beroofd van kracht, niet slechts met wilde en woeste beesten te doen had, maar ook door listen en lagen werd verstrikt, zodat het, zowel van krijgslist als van dapperheid ontbloot, voor de vijanden verre moest onderdoen, door vele doden werd belaagd. Vandaar dat het gemakkelijk is op te maken, dat het op een verwonderlijke wijze is bewaard gebleven.
Onze ziel is, aan hun arglistige vervolgingen ontkomen, als een vogel uit den strik der vogelvangers, dien deze naar haar hadden geworpen (Psalm 91: 3. Spreuken 6: 5. Hos. 9: 8), de strik, die reeds over hen gekomen was, is gebroken, en wij, wij zijn ontkomen.
Onze hulp, dat is weer bewezen en het zal ons ene bestendige vertroosting en dankzegging zijn-onze hulp is in den naam des HEREN, die hemel en aarde gemaakt heeft (Psalm 121: 2; 134: 3). Zo plaatst Hij hier weer tegenover het grote gevaar en de aanvechtingen, God, den Almachtige, deze verslindt met een ademtocht alle boosheid der gehele wereld en der hel, gelijk een groot vuur een klein droppeltje water verteert.
Laat ons Hem prijzen, indien de strikken des Satans over ons gebroken en wij bevrijd zijn. Laat ons ons verheugen, dat onze hulpe is van den Heere, die aarde en hemel gemaakt heeft.
Zal niet de kerk van onzen Heere vele en dringende reden hebben, om God zo te prijzen, zo dikwijls Hij haar uit den klauw der helse vijanden redt, en ene zeer grote en wonderbare uitkomst geeft.
Aan het slot spreekt de dichter het uit, dat hij niet alleen de hulpe Gods inderdaad heeft, maar dat ook voortaan in alle omstandigheden hij de hulpe van zijn God zal inroepen, tot die hulpe zijn toevlucht nemen en op die hulpe zijn vertrouwen stellen. Het is de hulpe van Hem, die het oppergezag heeft, maar ook van den Almachtige, die spreekt en het is er, die gebiedt en het staat er.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel