Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Daarna wende ik mij, en zag aan al de onderdrukkingen, die onder de zon geschieden; en ziet, er waren de tranen der verdrukten, en dergenen, die geen trooster hadden; en aan de zijde hunner verdrukkers was macht, zij daarentegen hadden geen vertrooster.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Daarna wendeH7725 ik mijH589, en zagH7200 aan alH3605 de onderdrukkingenH6217, dieH834onderH8478 de zonH8121geschiedenH6213; en zietH2009, er waren de tranenH1832 der verdruktenH6231, en dergenen, die geen trooster hadden; en aan de zijde hunner verdrukkersH6231 was machtH3581, zij daarentegen hadden geen vertroosterH5162.Daarna wende ik mij, en zag aan al de onderdrukkingen, die onder de zon geschieden; en ziet, er waren de tranen der verdrukten, en dergenen, die geen trooster hadden; en aan de zijde hunner verdrukkers was macht, zij daarentegen hadden geen vertrooster.
KJVSo I returned,1and considered3all the oppressions6that are done8under the sun:10and behold the tears12of such as were oppressed,18and they had no comforter;16and on the side17of their oppressorsthere was power;19but they had no comforter.
1וְשַׁ֣בְתִּֽיH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2אֲנִ֗יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3וָאֶרְאֶה֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הָ֣עֲשֻׁקִ֔יםH6217onderdrukkingen, onderdrukten, verdruktenoppressed(-ion). (Doubtful.)7אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8נַעֲשִׂ֖יםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9תַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with10הַשָּׁ֑מֶשׁH8121zon, Zon, glasvensters[phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)11וְהִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see12דִּמְעַ֣תH1832tranentears13הָעֲשֻׁקִ֗יםH6217onderdrukkingen, onderdrukten, verdruktenoppressed(-ion). (Doubtful.)14וְאֵ֤יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)15לָהֶם֙16מְנַחֵ֔םH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)17וּמִיַּ֤דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves18עֹֽשְׁקֵיהֶם֙H6231verdrukt, geweld, verdrukkenget deceitfully, deceive, defraud, drink up, (use) oppress(-ion), -or), do violence (wrong)19כֹּ֔חַH3581kracht, macht, vermogenability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth20וְאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)21לָהֶ֖ם22מְנַחֵֽםH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)
2Dies prees ik de doden, die alrede gestorven waren, boven de levenden, die tot nog toe levend zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Dies preesH7623ikH589 de dodenH4191, die alredeH3528gestorvenH4191 waren, bovenH4480 de levendenH2416, die tot nog toe levendH2416 zijn.Dies prees ik de doden, die alrede gestorven waren, boven de levenden, die tot nog toe levend zijn.
KJVWherefore I praised1the dead4which are already5dead6more than the living8which are yet12alive.
1וְשַׁבֵּ֧חַH7623prees, roemen, stiltcommend, glory, keep in, praise, still, triumph2אֲנִ֛יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַמֵּתִ֖יםH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise5שֶׁכְּבָ֣רH3528alrede, aangezien, alreedsalready, (seeing that which), now6מֵ֑תוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise7מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8הַ֣חַיִּ֔יםH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop9אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10הֵ֥מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye11חַיִּ֖יםH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop12עֲדֶֽנָהH5728yet
3Ja, hij is beter dan die beiden, die nog niet geweest is, die niet gezien heeft het boze werk, dat onder de zon geschiedt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Ja, hij is beterH2896 dan die beidenH8147, die nog niet geweest is, dieH834nietH3808gezienH7200 heeft het bozeH7451werkH4639, datH834onderH8478 de zonH8121geschiedtH6213.Ja, hij is beter dan die beiden, die nog niet geweest is, die niet gezien heeft het boze werk, dat onder de zon geschiedt.
KJVYea, better1is he than both2they, which hath not yet5been, who hath not seen10the evil13work12that is done15under the sun.
1וְטוֹב֙H2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)2מִשְּׁנֵיהֶ֔םH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two3אֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5עֲדֶ֖ןH5728yet6לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7הָיָ֑הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10רָאָה֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הַמַּעֲשֶׂ֣הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought13הָרָ֔עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)14אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15נַעֲשָׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use16תַּ֥חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with17הַשָּֽׁמֶשׁH8121zon, Zon, glasvensters[phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)
4Verder zag ik al den arbeid en alle geschikkelijkheid des werks, dat het den mens nijd van zijn naaste aanbrengt. Dat is ook ijdelheid en kwelling des geestes.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Verder zagH7200ikH589 al den arbeidH5999 en alleH3605geschikkelijkheidH3788 des werksH4639, dat hetH1931 den mensH376nijdH7068 van zijn naasteH7453 aanbrengt. Dat is ookH1571ijdelheidH1892 en kwellingH7469 des geestesH7307.Verder zag ik al den arbeid en alle geschikkelijkheid des werks, dat het den mens nijd van zijn naaste aanbrengt. Dat is ook ijdelheid en kwelling des geestes.
KJVAgain, I considered1all travail,5and every right8work,9that for this a man13is envied12of his neighbour.14This is also vanity17and vexation18of spirit.
1וְרָאִ֨יתִֽיH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2אֲנִ֜יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5עָמָ֗לH5999arbeid, moeite, kwellinggrievance(-vousness), iniquity, labour, mischief, miserable(-sery), pain(-ful), perverseness, sorrow, toil, travail, trouble, wearisome, wickedness6וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8כִּשְׁר֣וֹןH3788geschikkelijkheid, geschiktheid, nuttigheidequity, good, right9הַֽמַּעֲשֶׂ֔הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought10כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11הִ֥יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who12קִנְאַתH7068ijver, ijveringen, ijversenvy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal13אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)14מֵרֵעֵ֑הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other15גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea16זֶ֥הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)17הֶ֖בֶלH1892ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid[idiom] altogether, vain, vanity18וּרְע֥וּתH7469kwellingvexation19רֽוּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)
5De zot vouwt zijn handen samen, en eet zijn eigen vlees.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5De zotH3684vouwtH2263 zijn handenH3027samenH2263, en eetH398 zijn eigen vleesH1320.De zot vouwt zijn handen samen, en eet zijn eigen vlees.
KJVThe fool1foldeth2his hands4together,and eateth5his own flesh.
1הַכְּסִיל֙H3684zot, zotten, zotsfool(-ish)2חֹבֵ֣קH2263omhelzen, omhelsde, omhelzeembrace, fold3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יָדָ֔יוH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5וְאֹכֵ֖לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בְּשָׂרֽוֹH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin
6Een hand vol met rust is beter, dan beide de vuisten vol met arbeid en kwelling des geestes.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Een hand volH3709 met rustH5183 is beterH2896, dan beide de vuistenH2651volH4393 met arbeidH5999 en kwellingH7469 des geestesH7307.Een hand vol met rust is beter, dan beide de vuisten vol met arbeid en kwelling des geestes.
KJVBetter1is an handful3with quietness,4than both the hands6full2with travail7and vexation8of spirit.
1ט֕וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)2מְלֹ֥אH4393volheid, vol, volle menigte[idiom] all along, [idiom] all that is (there-) in, fill, ([idiom] that whereof...was) full, fulness, (hand-) full, multitude3כַ֖ףH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon4נָ֑חַתH5183rust, gerecht, nederlatinglighting down, quiet(-ness), to rest, be set on5מִמְּלֹ֥אH4393volheid, vol, volle menigte[idiom] all along, [idiom] all that is (there-) in, fill, ([idiom] that whereof...was) full, fulness, (hand-) full, multitude6חָפְנַ֛יִםH2651vuisten, handenfists, (both) hands, hand(-ful)7עָמָ֖לH5999arbeid, moeite, kwellinggrievance(-vousness), iniquity, labour, mischief, miserable(-sery), pain(-ful), perverseness, sorrow, toil, travail, trouble, wearisome, wickedness8וּרְע֥וּתH7469kwellingvexation9רֽוּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)
7Ik wendde mij wederom, en ik zag een ijdelheid onder de zon;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Ik wenddeH7725 mij wederom, en ik zagH7200 een ijdelheidH1892onderH8478 de zonH8121;Ik wendde mij wederom, en ik zag een ijdelheid onder de zon;
KJVThen I returned,1and I saw3vanity4under the sun.
1וְשַׁ֧בְתִּיH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2אֲנִ֛יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3וָאֶרְאֶ֥הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions4הֶ֖בֶלH1892ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid[idiom] altogether, vain, vanity5תַּ֥חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with6הַשָּֽׁמֶשׁH8121zon, Zon, glasvensters[phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)
8Daar is er een, en geen tweede; hij heeft ook geen kind, noch broeder; nochtans is van al zijn arbeid geen einde; ook wordt zijn oog niet verzadigd van den rijkdom, en zegt niet: Voor wien arbeide ik toch, en doe mijn ziel gebrek hebben van het goede? Dit is ook ijdelheid, en het is een moeilijke bezigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Daar is er eenH259, en geen tweedeH8145; hij heeft ookH1571 geen kindH1121, nochH3808broederH251; nochtans is van alH3605 zijn arbeidH5999 geen eindeH7093; ookH1571 wordt zijn oogH5869 niet verzadigdH7646 van den rijkdomH6239, en zegt niet: Voor wienH4310arbeideH6001ikH589 toch, en doe mijn zielH5315gebrekH2637 hebben van het goedeH2896? DitH2088 is ookH1571ijdelheidH1892, en hetH1931 is een moeilijkeH7451bezigheidH6045.Daar is er een, en geen tweede; hij heeft ook geen kind, noch broeder; nochtans is van al zijn arbeid geen einde; ook wordt zijn oog niet verzadigd van den rijkdom, en zegt niet: Voor wien arbeide ik toch, en doe mijn ziel gebrek hebben van het goede? Dit is ook ijdelheid, en het is een moeilijke bezigheid.
KJVThere is1one2alone, and there is not a second;4yea, he hath neither child6nor brother:7yet is there no end11of all his labour;13neither is his eye15satisfied17with riches;18neither saith he, For whom do I labour,21and bereave22my soul24of good?25This is also vanity,28yea, it is a sore30travail.
1יֵ֣שׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest2אֶחָד֩H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,3וְאֵ֨יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)4שֵׁנִ֜יH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)5גַּ֣םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea6בֵּ֧ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7וָאָ֣חH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'8אֵֽיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)9ל֗וֹ10וְאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)11קֵץ֙H7093einde, uiterste[phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process12לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13עֲמָל֔וֹH5999arbeid, moeite, kwellinggrievance(-vousness), iniquity, labour, mischief, miserable(-sery), pain(-ful), perverseness, sorrow, toil, travail, trouble, wearisome, wickedness14גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea15עֵינ֖וֹH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)16לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17תִשְׂבַּ֣עH7646verzadigd, verzadigen, verzadigthave enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of18עֹ֑שֶׁרH6239rijkdom, rijkdoms, Rijkdom[idiom] far (richer), riches19וּלְמִ֣יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God20אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who21עָמֵ֗לH6001ellendigen, arbeide, arbeidsliedenthat laboureth, that is a misery, had taken (labour), wicked, workman22וּמְחַסֵּ֤רH2637ontbreken, gebrek, ontbreektbe abated, bereave, decrease, (cause to) fail, (have) lack, make lower, want23אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24נַפְשִׁי֙H5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it25מִטּוֹבָ֔הH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)26גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea27זֶ֥הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)28הֶ֛בֶלH1892ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid[idiom] altogether, vain, vanity29וְעִנְיַ֥ןH6045bezigheidbusiness, travail30רָ֖עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)31הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
9Twee zijn beter dan een; want zij hebben een goede beloning van hun arbeid;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9TweeH8147 zijn beterH2896danH4480eenH259; want zij hebben een goedeH2896beloningH7939 van hun arbeidH5999;Twee zijn beter dan een; want zij hebben een goede beloning van hun arbeid;
KJVTwo2are better1than one;4because they have6a good9reward8for their labour.
1טוֹבִ֥יםH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)2הַשְּׁנַ֖יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two3מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4הָאֶחָ֑דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,5אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6יֵשׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest7לָהֶ֛ם8שָׂכָ֥רH7939loon, beloning, Loonhire, price, reward(-ed), wages, worth9ט֖וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)10בַּעֲמָלָֽםH5999arbeid, moeite, kwellinggrievance(-vousness), iniquity, labour, mischief, miserable(-sery), pain(-ful), perverseness, sorrow, toil, travail, trouble, wearisome, wickedness
10Want indien zij vallen, de een richt zijn metgezel op; maar wee den ene, die gevallen is, want er is geen tweede om hem op te helpen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Want indien zij vallenH5307, de eenH259richtH6965 zijn metgezelH2270 op; maar weeH337 den eneH259, die gevallenH5307 is, want er is geenH369tweedeH8145 om hem op te helpenH6965.Want indien zij vallen, de een richt zijn metgezel op; maar wee den ene, die gevallen is, want er is geen tweede om hem op te helpen.
KJVFor if they fall,3the one4will lift up5his fellow:7but woe8to him that is alone9when he falleth;10for he hath not another12to help him up.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3יִפֹּ֔לוּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down4הָאֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,5יָקִ֣יםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7חֲבֵר֑וֹH2270metgezellen, gezel, medegenotencompanion, fellow, knit together8וְאִ֣יל֗וֹH337Wee, weewoe9הָֽאֶחָד֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,10שֶׁיִּפּ֔וֹלH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down11וְאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)12שֵׁנִ֖יH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)13לַהֲקִימֽוֹH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)
11Ook, indien twee te zamen liggen, zo hebben zij warmte; maar hoe zou een alleen warm worden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11OokH1571, indien tweeH8147 te zamen liggenH7901, zoH518 hebben zij warmteH2552; maar hoeH259 zou een alleen warmH3179 worden?Ook, indien twee te zamen liggen, zo hebben zij warmte; maar hoe zou een alleen warm worden?
KJVAgain,1if two4lie together,3then they have heat:5but how can one7be warm
1גַּ֛םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3יִשְׁכְּב֥וּH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay4שְׁנַ֖יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two5וְחַ֣םH2552warm, heet, warmtenflame self, get (have) heat, be (wax) hot, (be, wax) warm (self, at)6לָהֶ֑ם7וּלְאֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,8אֵ֥יךְH349hoehow, what9יֵחָֽםH3179verhit, hittig, heetget heat, be hot, conceive, be warm
12En indien iemand den een mocht overweldigen, zo zullen de twee tegen hem bestaan; en een drievoudig snoer wordt niet haast gebroken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En indien iemandH259 den een mocht overweldigenH8630, zoH518 zullen de tweeH8147 tegen hem bestaanH5975; en een drievoudigH8027snoerH2339 wordt nietH3808haastH4120gebrokenH5423.En indien iemand den een mocht overweldigen, zo zullen de twee tegen hem bestaan; en een drievoudig snoer wordt niet haast gebroken.
KJVAnd if one3prevail2against him, two4shall withstand5him; and a threefold8cord7is not quickly10broken.
1וְאִֽםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2יִתְקְפוֹ֙H8630overweldigt, overweldigenprevail (against)3הָאֶחָ֔דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,4הַשְּׁנַ֖יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two5יַעַמְד֣וּH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry6נֶגְדּ֑וֹH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view7וְהַחוּט֙H2339draad, snoercord, fillet, line, thread8הַֽמְשֻׁלָּ֔שׁH8027derden, drie, driejarigedo the third time, (divide into, stay) three (days, -fold, parts, years old)9לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10בִמְהֵרָ֖הH4120haastelijk, haast, Haasthastily, quickly, shortly, soon, make (with) speed(-ily), swiftly11יִנָּתֵֽקH5423afgetrokken, verscheurd, verscheurenbreak (off), burst, draw (away), lift up, pluck (away, off), pull (out), root out
13Beter is een arm en wijs jongeling, dan een oud en zot koning, die niet weet van meer vermaand te worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13BeterH2896 is een armH4542 en wijsH2450jongelingH3206, dan een oudH2205 en zotH3684koningH4428, dieH834nietH3808weetH3045 van meerH5750vermaandH2094 te worden.Beter is een arm en wijs jongeling, dan een oud en zot koning, die niet weet van meer vermaand te worden.
KJVBetter1is a poor3and a wise4child2than an old6and foolish7king,5who will10no more be admonished.
1ט֛וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)2יֶ֥לֶדH3206kinderen, kind, jongelingenboy, child, fruit, son, young man (one)3מִסְכֵּ֖ןH4542armen, armpoor (man)4וְחָכָ֑םH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)5מִמֶּ֤לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6זָקֵן֙H2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator7וּכְסִ֔ילH3684zot, zotten, zotsfool(-ish)8אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יָדַ֥עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot11לְהִזָּהֵ֖רH2094waarschuwen, gewaarschuwd, waarschuwtadmonish, shine, teach, (give) warn(-ing)12עֽוֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)
14Want een komt uit het gevangenhuis, om koning te zijn; daar ook een, die in zijn koninkrijk geboren is, verarmt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14WantH3588 een komtH3318 uit het gevangenhuisH631, om koningH4427 te zijn; daar ookH1571 een, die in zijn koninkrijkH4438geborenH3205 is, verarmtH7326.Want een komt uit het gevangenhuis, om koning te zijn; daar ook een, die in zijn koninkrijk geboren is, verarmt.
KJVFor out of prison3he cometh4to reign;5whereas also he that is born9in his kingdom8becometh poor.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2מִבֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)3הָסוּרִ֖יםH631gebonden, verbonden, bindenbind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie4יָצָ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter5לִמְלֹ֑ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely6כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7גַּ֥םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea8בְּמַלְכוּת֖וֹH4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal9נוֹלַ֥דH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)10רָֽשׁH7326arme, armen, armlack, needy, (make self) poor (man)
15Ik zag al de levenden wandelen onder de zon, met de jongeling, den tweede, die in diens plaats staan zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Ik zagH7200alH3605 de levendenH2416wandelenH1980onderH8478 de zonH8121, metH5973 de jongelingH3206, den tweedeH8145, dieH834 in diens plaatsH5975 staan zal.Ik zag al de levenden wandelen onder de zon, met de jongeling, den tweede, die in diens plaats staan zal.
KJVI considered1all the living4which walk5under the sun,7with the second10child9that shall stand up
1רָאִ֨יתִי֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הַ֣חַיִּ֔יםH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop5הַֽמְהַלְּכִ֖יםH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl6תַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with7הַשָּׁ֑מֶשׁH8121zon, Zon, glasvensters[phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)8עִ֚םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)9הַיֶּ֣לֶדH3206kinderen, kind, jongelingenboy, child, fruit, son, young man (one)10הַשֵּׁנִ֔יH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)11אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12יַעֲמֹ֖דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry13תַּחְתָּֽיוH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
16Er is geen einde van al het volk, van allen, die voor hen geweest zijn; de nakomelingen zullen zich ook over hem niet verblijden; gewisselijk, dat is ook ijdelheid en kwelling des geestes.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Er is geen eindeH7093 van alH3605 het volkH5971, van allenH3605, die voorH6440 hen geweest zijn; de nakomelingenH314 zullen zich ook over hem niet verblijdenH8055; gewisselijk, dat is ookH1571ijdelheidH1892 en kwellingH7475 des geestesH7307.Er is geen einde van al het volk, van allen, die voor hen geweest zijn; de nakomelingen zullen zich ook over hem niet verblijden; gewisselijk, dat is ook ijdelheid en kwelling des geestes.
KJVThere is no end2of all the people,4even of all that have been before8them: they also that come after10shall not rejoice12in him. Surely this also is vanity17and vexation18of spirit.
1אֵֽיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)2קֵ֣ץH7093einde, uiterste[phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process3לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הָעָ֗םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5לְכֹ֤לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7הָיָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8לִפְנֵיהֶ֔םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9גַּ֥םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea10הָאַחֲרוֹנִ֖יםH314laatste, achterste, navolgendeafter (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most11לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12יִשְׂמְחוּH8055verblijd, verblijden, vrolijkcheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very13ב֑וֹ14כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15גַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea16זֶ֥הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)17הֶ֖בֶלH1892ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid[idiom] altogether, vain, vanity18וְרַעְי֥וֹןH7475kwelling, kwellingenvexation19רֽוּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)
17Bewaar uw voet, als gij tot het huis Gods ingaat, en zijt liever nabij om te horen, dan om der zotten slachtoffer te geven; want zij weten niet, dat zij kwaad doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17BewaarH8104 uw voetH7272, als gij totH413 het huisH1004GodsH430 ingaat, en zijt liever nabijH7138 om te horenH8085, dan om der zottenH3684slachtofferH2077 te gevenH5414; want zij wetenH3045nietH369, dat zij kwaadH7451doenH6213.Bewaar uw voet, als gij tot het huis Gods ingaat, en zijt liever nabij om te horen, dan om der zotten slachtoffer te geven; want zij weten niet, dat zij kwaad doen.
1שְׁמֹ֣רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)2רַגְלְךָ֗H7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time3כַּאֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4תֵּלֵךְ֙H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7הָאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8וְקָר֣וֹבH7138nabij, naaste, nabestaandeallied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly)9לִשְׁמֹ֔עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness10מִתֵּ֥תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11הַכְּסִילִ֖יםH3684zot, zotten, zotsfool(-ish)12זָ֑בַחH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice13כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14אֵינָ֥םH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)15יוֹדְעִ֖יםH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot16לַעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17רָֽעH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Prediker 4:1— Daarna wende ik mij, en zag aan al de onderdrukkingen, die onder de zon geschieden; en ziet, er waren de tranen der verdrukten, en dergenen, die geen trooster hadden; en aan de zijde hunner verdrukkers was macht, zij daarentegen hadden geen vertrooster.Prediker 3:16→Prediker 5:8→Klaagliederen 1:2→Jesaja 5:7→Klaagliederen 1:9→Jesaja 59:13→Psalmen 102:8→Psalmen 10:9→
Prediker 4:2— Dies prees ik de doden, die alrede gestorven waren, boven de levenden, die tot nog toe levend zijn.Prediker 2:17→Job 3:11→Prediker 9:4→
Prediker 4:3— Ja, hij is beter dan die beiden, die nog niet geweest is, die niet gezien heeft het boze werk, dat onder de zon geschiedt.Lukas 23:29→Prediker 6:3→Mattheüs 24:19→Jeremia 9:2→Jeremia 20:17→Prediker 1:14→Job 3:10→Prediker 2:17→
Prediker 4:4— Verder zag ik al den arbeid en alle geschikkelijkheid des werks, dat het den mens nijd van zijn naaste aanbrengt. Dat is ook ijdelheid en kwelling des geestes.Prediker 1:14→Prediker 2:21→1 Samuël 18:8→Prediker 6:11→Prediker 6:9→1 Johannes 3:12→Genesis 37:2→Genesis 4:4→
Prediker 4:5— De zot vouwt zijn handen samen, en eet zijn eigen vlees.Jesaja 9:20→Spreuken 6:10→Job 13:14→Spreuken 12:27→Spreuken 13:4→Spreuken 11:17→Spreuken 20:4→Spreuken 24:33→
Prediker 4:6— Een hand vol met rust is beter, dan beide de vuisten vol met arbeid en kwelling des geestes.Spreuken 15:16→Spreuken 16:8→Spreuken 17:1→Psalmen 37:16→
Prediker 4:7— Ik wendde mij wederom, en ik zag een ijdelheid onder de zon;Prediker 4:1→Psalmen 78:33→Zacharia 1:6→
Prediker 4:8— Daar is er een, en geen tweede; hij heeft ook geen kind, noch broeder; nochtans is van al zijn arbeid geen einde; ook wordt zijn oog niet verzadigd van den rijkdom, en zegt niet: Voor wien arbeide ik toch, en doe mijn ziel gebrek hebben van het goede? Dit is ook ijdelheid, en het is een moeilijke bezigheid.Spreuken 27:20→Prediker 1:13→Prediker 1:8→Jesaja 5:8→Psalmen 39:6→Genesis 2:18→Prediker 5:10→1 Johannes 2:16→
Prediker 4:9— Twee zijn beter dan een; want zij hebben een goede beloning van hun arbeid;Genesis 2:18→1 Korinthe 12:18→Spreuken 27:17→Numeri 11:14→Johannes 4:36→Handelingen 15:39→Handelingen 13:2→Hagai 1:14→
Prediker 4:10— Want indien zij vallen, de een richt zijn metgezel op; maar wee den ene, die gevallen is, want er is geen tweede om hem op te helpen.1 Thessalonicenzen 5:11→Galaten 6:1→1 Samuël 23:16→Exodus 32:2→1 Thessalonicenzen 4:18→Job 4:3→Galaten 2:11→Deuteronomium 9:19→
Prediker 4:11— Ook, indien twee te zamen liggen, zo hebben zij warmte; maar hoe zou een alleen warm worden?1 Koningen 1:1→
Prediker 4:12— En indien iemand den een mocht overweldigen, zo zullen de twee tegen hem bestaan; en een drievoudig snoer wordt niet haast gebroken.Efeze 4:3→Daniël 3:16→
Prediker 4:13— Beter is een arm en wijs jongeling, dan een oud en zot koning, die niet weet van meer vermaand te worden.Prediker 9:15→Spreuken 19:1→Spreuken 28:6→2 Kronieken 16:9→1 Koningen 22:8→2 Kronieken 25:16→Genesis 37:2→2 Kronieken 24:20→
Prediker 4:14— Want een komt uit het gevangenhuis, om koning te zijn; daar ook een, die in zijn koninkrijk geboren is, verarmt.Genesis 41:14→2 Koningen 24:12→2 Koningen 24:1→Daniël 4:31→2 Koningen 23:31→Psalmen 113:7→Genesis 41:33→Klaagliederen 4:20→
Prediker 4:15— Ik zag al de levenden wandelen onder de zon, met de jongeling, den tweede, die in diens plaats staan zal.2 Samuël 15:6→
Prediker 4:16— Er is geen einde van al het volk, van allen, die voor hen geweest zijn; de nakomelingen zullen zich ook over hem niet verblijden; gewisselijk, dat is ook ijdelheid en kwelling des geestes.Prediker 1:14→1 Koningen 1:40→2 Samuël 15:12→Prediker 2:26→Prediker 2:11→1 Koningen 12:10→1 Koningen 1:5→2 Samuël 18:7→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Prediker 4 vers 1— Daarna wende ik mij, en zag aan al de onderdrukkingen, die onder de zon geschieden; en ziet, er waren de tranen der verdrukten, en dergenen, die geen trooster hadden; en aan de zijde hunner verdrukkers was macht, zij daarentegen hadden geen vertrooster.
dergenen,
Of, en zij hadden genen vertrooster.
Hertaald:dergenen,
Of: en zij hadden geen trooster.
aan de zijde
Hebr. aan de hand. De zin is: Zij hebben een machtige partij tegen, die hen kan overweldigen en verdrukken.
Hertaald:aan de zijde
Hebreeuws: aan de hand. De betekenis is: zij hebben een machtige tegenpartij tegenover zich, die hen kan overweldigen en verdrukken.
Prediker 4 vers 2— Dies prees ik de doden, die alrede gestorven waren, boven de levenden, die tot nog toe levend zijn.
Dies prees ik de doden
Te weten, omdat zij bevrijd zijn van al deze ellenden en zwarigheden. Zie Job 3:17 , enz.
Hertaald:Dies prees ik de doden
Namelijk: omdat zij bevrijd zijn van al deze ellende en moeite. Zie Job 3:17, enzovoort.
Prediker 4 vers 3— Ja, hij is beter dan die beiden, die nog niet geweest is, die niet gezien heeft het boze werk, dat onder de zon geschiedt.
nog niet geweest is,
Dat is, die nooit geboren is. Dit spreekt Salomo ten aanzien van de ellendigheden des levens. Zie Job 3:11-13 , Job 3:16 , Job 3:21 .
Hertaald:nog niet geweest is,
Dat is: die nooit geboren is. Salomo zegt dit met het oog op de ellende van het leven. Zie Job 3:11-13, Job 3:16, Job 3:21.
Prediker 4 vers 4— Verder zag ik al den arbeid en alle geschikkelijkheid des werks, dat het den mens nijd van zijn naaste aanbrengt. Dat is ook ijdelheid en kwelling des geestes.
zag ik al den arbeid
Dat is, betrachtte ik.
Hertaald:zag ik al den arbeid
Dat is: overwoog ik.
dat het den mens
De zin is, die zichzelven in hun beroep naarstiglijk kwijten en kloek in hunne handelingen en werken zijn, die zijn den nijd der bozen en onachtzamen onderworpen. Hetwelk dan de vrome zeer moeite en verdriet.
Hertaald:dat het den mens
De betekenis is: zij die zich in hun beroep ijverig van hun taak kwijten en flink zijn in hun handel en werk, staan bloot aan de afgunst van de bozen en de nalatigen. En dat bezorgt de vrome veel moeite en verdriet.
Prediker 4 vers 5— De zot vouwt zijn handen samen, en eet zijn eigen vlees.
De zot
De schrift noemt zotheid, of dwaasheid, al hetgeen tegen Gods Woord strijdt; hier is een zot zoveel te zeggen als een luiaard; en hier wordt de aard der luiaards en der achtelozen, die de handen niet uitsteken tot de arbeid, van de Prediker gesteld tegen de aard der naarstigen en der kloeken, van wie hij vs.4 gesproken heeft; en hij wil te verstaan geven dat onaangezien het zeer verdrietig is de haat der bozen onderworpen te zijn vanwege zijne kloekheid en naarstigheid, het desniettemin grote dwaasheid is, luiledig zijn leven te verslijten.
Hertaald:De zot
De Schrift noemt dwaasheid alles wat tegen Gods Woord ingaat; hier betekent een dwaas zoveel als een luiaard. Hier stelt de Prediker de aard van de luiaards en de nalatigen, die hun handen niet uitsteken naar het werk, tegenover de aard van de ijverigen en flinken over wie hij in vers 4 gesproken heeft. Hij wil te kennen geven dat het weliswaar zeer verdrietig is om vanwege je flinkheid en ijver aan de haat van de bozen blootgesteld te zijn, maar dat het niettemin grote dwaasheid is om zijn leven in luiheid en ledigheid te verslijten.
eet zijn eigen vlees
Dat is gelijk wij gemeenlijk spreken de dwaas eet zichzelven op; dat is hij verteert al wat hij heeft en hij vervalt eindelijk in zulke armoede dat hij in hartzeer en armoede zijn vlees en bloed verteert.
Hertaald:eet zijn eigen vlees
Dat is: zoals wij gewoonlijk zeggen: de dwaas eet zichzelf op; dat is: hij verteert alles wat hij heeft en vervalt ten slotte in zo'n armoede dat hij in hartzeer en armoede zijn vlees en bloed verteert.
Prediker 4 vers 6— Een hand vol met rust is beter, dan beide de vuisten vol met arbeid en kwelling des geestes.
Een hand vol
Hebr. een palm vol. Sommigen nemen dit als woorden van den zot tot verschoning zijner luiheid, waarvan vs.5 te zien is. Alsof hij zeide: waartoe zal ik zulke moeite en arbeid doen, gelijk vele mensen doen? Ik heb aan een kleintje genoeg, ik wil het zachtjes opnemen. De woorden zijn goed, het is beter met matige rijkdom in gerustheid te leven dan grote rijkdom te bezitten met grote zorg en bekommernis. Zie Spr. 15:16-17 en Spr. 17:1 . Maar de luiaards misbruiken dezelve tot bedekking hunner luiheid. Zie Ef. 4:28 . Anderen verstaan deze woorden als woorden des Predikers, dienende tot vermaning des luiaards, dat hij vlijtig behoort te arbeiden, al zou hij maar een weinig daarvan bekomen om eerlijk te leven.
Hertaald:Een hand vol
Hebreeuws: een handpalm vol. Sommigen vatten dit op als woorden van de dwaas ter verontschuldiging van zijn luiheid, waarover vers 5 gaat. Alsof hij zei: waarom zou ik mij zo inspannen en afmatten als zoveel mensen doen? Ik heb genoeg aan weinig; ik doe het rustig aan. De woorden op zichzelf zijn goed: het is beter met matige rijkdom in rust te leven dan grote rijkdom te bezitten met veel zorg en bekommering. Zie Spr. 15:16-17 en Spr. 17:1. Maar de luiaards misbruiken ze om hun luiheid te bedekken. Zie Ef. 4:28. Anderen vatten deze woorden op als woorden van de Prediker zelf, die dienen om de luiaard te vermanen dat hij ijverig behoort te werken, al zou hij er maar weinig van krijgen om eerbaar te leven.
Prediker 4 vers 8— Daar is er een, en geen tweede; hij heeft ook geen kind, noch broeder; nochtans is van al zijn arbeid geen einde; ook wordt zijn oog niet verzadigd van den rijkdom, en zegt niet: Voor wien arbeide ik toch, en doe mijn ziel gebrek hebben van het goede? Dit is ook ijdelheid, en het is een moeilijke bezigheid.
Daar is er een,
Dit wordt gesproken van de vrekkige gierigaards, die zich nimmermeer laten genoegen, maar altoos liggen wroeten, ofschoon zij niet weten wie hunne goederen zullen erven.
Hertaald:Daar is er een,
Dit wordt gezegd over de vrekkige gierigaards, die zich nooit tevredenstellen maar altijd blijven zwoegen, ook al weten zij niet wie hun goederen zal erven.
kind,
Bij de kinderen worden verstaan de afstammelingen [zo men die noemt] in de rechte lijn; en bij de broeders alle zijverwanten of vrienden, die ter zijde aankomen.
Hertaald:kind,
Onder de kinderen worden de nakomelingen in de rechte lijn verstaan, en onder de broers alle zijverwanten of familieleden in de zijlijn.
broeder;
Bij de kinderen worden verstaan de afstammelingen [zo men die noemt] in de rechte lijn; en bij de broeders alle zijverwanten of vrienden, die ter zijde aankomen.
Hertaald:broeder;
Onder de kinderen worden de nakomelingen in de rechte lijn verstaan, en onder de broers alle zijverwanten of familieleden in de zijlijn.
niet verzadigd
Dat is, al bezat hij al wat hij ziet, zo zou hij nog niet tevreden of verzadigd wezen.
Hertaald:niet verzadigd
Dat is: al bezat hij alles wat hij ziet, dan zou hij nog niet tevreden of verzadigd zijn.
en zegt niet
De zin is: Hij denkt niet bij zichzelven: Is het niet een grote dwaasheid, dat ik mijzelven geen goeddoe of gun; maar steeds voor vreemden slaaf? Zie Ps. 39:7 , enz.
Hertaald:en zegt niet
De betekenis is: hij denkt niet bij zichzelf: is het geen grote dwaasheid dat ik mijzelf niets goeds doe of gun, maar aldoor voor vreemden zwoeg? Zie Ps. 39:7, enzovoort.
doe
Alsof hij zeide: Waarom durf ik mijne nooddruft van mijn goed niet nemen? Of, waarom behelp ik mijzelven dus armelijk en bekommerlijk?
Hertaald:doe
Alsof hij zei: waarom durf ik van mijn bezit niet te nemen wat ik nodig heb? Of: waarom behelp ik mijzelf zo armoedig en zorgelijk?
mijn ziel
Dat is, mijzelven.
Hertaald:mijn ziel
Dat is: mijzelf.
Prediker 4 vers 9— Twee zijn beter dan een; want zij hebben een goede beloning van hun arbeid;
Twee zijn beter
Dat is, de staat van twee, die samenleven, is beter dan een. Het schijnt dat de gierigen met deze woorden bestraft worden, die voor niemand dan voor zichzelven alleen zijn, en met gene mensen begeren gemeenschap te houden, uit vrees dat de vriendschap hun wat zou kosten, daar nochtans goede vriendschap beter is dan tijdelijke rijkdom.
Hertaald:Twee zijn beter
Dat is: de toestand van twee die samenleven is beter dan die van één. Het lijkt erop dat met deze woorden de gierigen bestraft worden, die er alleen voor zichzelf zijn en met niemand omgang willen hebben uit vrees dat de vriendschap hun iets zou kosten, terwijl goede vriendschap toch beter is dan tijdelijke rijkdom.
zij hebben een goede beloning
Te weten voorzoveel zij lichter hun voornemen kunnen volbrengen, dan dat zij alleen waren zonder iemands hulp; want dewijl zij elkander helpen, zo gaat hun arbeid beter voort, en hebben zij beter gewin.
Hertaald:zij hebben een goede beloning
Namelijk: voor zover zij hun voornemen gemakkelijker kunnen uitvoeren dan wanneer zij alleen zouden zijn zonder iemands hulp; want doordat zij elkaar helpen vordert hun werk beter en hebben zij meer opbrengst.
Prediker 4 vers 10— Want indien zij vallen, de een richt zijn metgezel op; maar wee den ene, die gevallen is, want er is geen tweede om hem op te helpen.
zij
Dat is, hunner een, of een van hen beiden. Zie Richt. 12:7 .
Hertaald:zij
Dat is: een van hen, of een van hen beiden. Zie Richt. 12:7.
vallen,
Te weten, in ziekte, of ellende, of zonde.
Hertaald:vallen,
Namelijk: in ziekte, of ellende, of zonde.
Prediker 4 vers 11— Ook, indien twee te zamen liggen, zo hebben zij warmte; maar hoe zou een alleen warm worden?
liggen,
Of, slapen.
Hertaald:liggen,
Of: slapen.
Prediker 4 vers 12— En indien iemand den een mocht overweldigen, zo zullen de twee tegen hem bestaan; en een drievoudig snoer wordt niet haast gebroken.
een drievoudig snoer
De zin is: Indien zij nog meer dan met hun tweeën zijn, ja zo zij velen met alkander verbonden zijn, zo zullen zij des te beter hun vijand, die hen wil beschadigen, kunnen weerstaan.
Hertaald:een drievoudig snoer
De betekenis is: wanneer zij nog met meer dan twee zijn, ja wanneer velen met elkaar verbonden zijn, zullen zij des te beter de vijand kunnen weerstaan die hun schade wil doen.
Prediker 4 vers 13— Beter is een arm en wijs jongeling, dan een oud en zot koning, die niet weet van meer vermaand te worden.
Beter is een arm
Alsof hij zeide: De koninklijke staat wordt wel zeer groot geacht in deze wereld, en die daartoe komen, achten wel zichzelven zeer gelukzalig boven andere mensen, maar daar is geen rechte gelukzaligheid in te vinden. Immers, als een koning geen noodzakelijke wijsheid heeft al is hij tot ouderdom gekomen om zichzelven en zijne onderzaten wel te regeren, en daarenboven van anderen, die wijzer zijn dan hij, niet wil bestuurd of vermaand zijn, zo is van een arm man, die verstandig is hoewel jong zijnde van jaren, meer te houden dan van zulk een koning. Van het woord jongeling, zie Gen. 44:20 .
Hertaald:Beter is een arm
Alsof hij zei: de koninklijke staat wordt in deze wereld wel zeer hoog geacht, en wie daartoe komen achten zichzelf wel zeer gelukkig boven andere mensen, maar daarin is geen ware gelukzaligheid te vinden. Want wanneer een koning niet de wijsheid heeft die nodig is om zichzelf en zijn onderdanen goed te besturen — ook al is hij oud geworden — en zich bovendien niet wil laten leiden of vermanen door anderen die wijzer zijn dan hij, dan is een arm man die verstandig is meer waard dan zo'n koning, ook al is die arme jong van jaren. Over het woord jongeling, zie Gen. 44:20.
Prediker 4 vers 14— Want een komt uit het gevangenhuis, om koning te zijn; daar ook een, die in zijn koninkrijk geboren is, verarmt.
een komt
Te weten een arm jongeling vs.13. Het schijnt dat de Prediker hier ziet op hetgeen Jozef is wedervaren, Gen. 41:14 , Gen. 41:39 , Gen. 41:43 , en Ps. 105:18-21 . Dit is ook aan Mordechai te zien; Est 6 , en aan veel anderen meer.
Hertaald:een komt
Namelijk: een arme jongeling, vers 13. Het lijkt erop dat de Prediker hier ziet op wat Jozef overkomen is, Gen. 41:14, Gen. 41:39, Gen. 41:43, en Ps. 105:18-21. Dat is ook te zien bij Mordechai, Esth. 6, en bij veel anderen.
uit het gevangenhuis,
Hebr. uit het huis der gebondenen.
Hertaald:uit het gevangenhuis,
Hebreeuws: uit het huis van de gebondenen.
ook een,
Dat is, die een geboren en erfkoning is, niet een verkoren koning.
Hertaald:ook een,
Dat is: iemand die als koning geboren is en het rijk geërfd heeft, niet een gekozen koning.
verarmt
Dit is den koning Zedekia overkomen, 2Ki 25 , en Nebukadnezar den koning te Babel. Dan. 4:30 , en anderen meer. Zodat het ijdelheid is, op de koninklijke hoogheid en macht zich te verhovaardigen of te verlaten, ten aanzien van de ongestadigheid en onvastheid derzelve.
Hertaald:verarmt
Dit is koning Zedekia overkomen, 2 Kon. 25, en Nebukadnezar, de koning van Babel, Dan. 4:30, en nog anderen. Zodat het ijdelheid is zich op de koninklijke hoogheid en macht te beroemen of daarop te vertrouwen, gezien hun onbestendigheid en onvastheid.
Prediker 4 vers 15— Ik zag al de levenden wandelen onder de zon, met de jongeling, den tweede, die in diens plaats staan zal.
Ik zag
Dat is: ik merkte dat in het algemeen de wereld zich voegt aan de zijde des jongelings, dat is des konings, die zijnen vader in het koninkrijk zal navolgen, en dat de koning oud geworden zijnde, zozeer niet geacht wordt. Dit is mede ene ijdelheid en moeilijkheid in den koninklijken staat.
Hertaald:Ik zag
Dat is: ik merkte dat de wereld zich in het algemeen schaart aan de kant van de jongeling, dat is: van de koning die zijn vader in het koninkrijk zal opvolgen, en dat de koning, wanneer hij oud geworden is, niet meer zo geacht wordt. Ook dat is een ijdelheid en moeilijkheid in de koninklijke staat.
al de levenden
Versta hier door allen die allen, die in een koninkrijk of land wonen.
Hertaald:al de levenden
Versta hier onder allen: allen die in een koninkrijk of land wonen.
wandelen
Dat is openlijk converserende, of omgaande te weten om bijtijds zijn goede gratie of gunst te verwerven.
Hertaald:wandelen
Dat is: openlijk met hem omgaan, namelijk om op tijd zijn gunst te verwerven.
den tweede,
Dat is, die de tweede is, te weten van den vader af te rekenen, de vader zijnde de eerste, de oudste zoon de tweede.
Hertaald:den tweede,
Dat is: die de tweede is, namelijk gerekend vanaf de vader: de vader is de eerste, de oudste zoon de tweede.
in diens plaats
Te weten in de nu regerenden konings plaats.
Hertaald:in diens plaats
Namelijk: in de plaats van de nu regerende koning.
staan zal
Dat is, regeren zal. Hij wil zeggen dat er ten allen tijde meer geweest zijn, die de opgaande zon hebben geeerd of aangebeden hebben dan de ondergaande.
Hertaald:staan zal
Dat is: regeren zal. Hij wil zeggen dat er in alle tijden meer mensen geweest zijn die de opgaande zon geëerd of aanbeden hebben dan de ondergaande.
Prediker 4 vers 16— Er is geen einde van al het volk, van allen, die voor hen geweest zijn; de nakomelingen zullen zich ook over hem niet verblijden; gewisselijk, dat is ook ijdelheid en kwelling des geestes.
Er is geen einde
Dat is, van het volk is geen getal. De zin schijnt deze te zijn: Het ongestadige volk zal altoos naar verandering verlangen, en als hij koning zal geworden zijn, waar zij om gewenst hebben, dan zullen zij over hem niet vrolijk zijn, maar zij zullen haast weder naar een ander verlangen. Dit is een verdrietige zaak in het hart der koningen; en derhalve kan ook de ware gelukzaligheid in den koninklijken staat niet gevonden worden.
Hertaald:Er is geen einde
Dat is: het volk is niet te tellen. De betekenis lijkt te zijn: het onbestendige volk zal altijd naar verandering verlangen, en wanneer hij eenmaal koning geworden is naar wie zij verlangd hebben, zullen zij niet blij met hem zijn, maar zullen zij spoedig weer naar een ander verlangen. Dat is een verdrietige zaak voor het hart van koningen; en daarom is ook in de koninklijke staat de ware gelukzaligheid niet te vinden.
voor hen geweest zijn
Te weten voor den tegenwoordigen koning en zijn zoon, den toekomenden koning, van welke in vs.15 gesproken is.
Hertaald:voor hen geweest zijn
Namelijk: voor de huidige koning en zijn zoon, de toekomstige koning, over wie in vers 15 gesproken is.
over hem
Hebr. in hem; dat is over dezen. Hij wil zeggen, zij zullen ook geen tevredenheid aan de regering van des konings opvolger hebben, als hij oud zal geworden zijn.
Hertaald:over hem
Hebreeuws: in hem; dat is: over deze. Hij wil zeggen: zij zullen ook geen voldoening vinden in de regering van de opvolger van de koning, wanneer die oud geworden zal zijn.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De tranen der verdrukten — de zwaarste bladzijde van dit boek: onderdrukking waar geen trooster is (Pred. 4:1-3)
"Daarna wende ik mij, en zag aan al de onderdrukkingen, die onder de zon geschieden; en ziet, er waren de tranen der verdrukten, en dergenen, die geen trooster hadden" (Pred. 4:1). Twee keer staat er in dat ene vers dat er geen trooster was; dat is de nadruk van het hele gedeelte. Aan de kant van de verdrukkers was macht, en aan de andere kant niets. Wat daarop volgt is een uitroep van iemand die er geen weg mee weet: hij prees de doden boven de levenden, en wie nog niet geweest is boven hen beiden (Pred. 4:2-3).
Bijbelse betekenis: Deze woorden moeten gelezen worden zoals zij bedoeld zijn: als de eerlijke uitroep van iemand die onrecht ziet en er onder de zon geen antwoord op vindt. Het is een klacht en geen leer, en zeker geen raad. De Schrift laat zulke woorden staan, en dat is een troost op zichzelf; wie het leven zwaar vindt, hoeft dat voor God niet mooier te maken dan het is. Tegelijk staat dit gedeelte niet alleen. Het boek heeft even eerder gezegd dat God oordelen zal (Pred. 3:17), en het onrecht dat hier gezien wordt is dus niet het laatste woord. Wie zich in deze verzen herkent, doet er goed aan dat niet in zijn eentje te dragen maar er met iemand over te spreken. En let op wat er precies ontbrak: niet gelijk maar een trooster.
Typologie: Paulus noemt God met de naam die hier gemist wordt: Hij is Degene "Die ons vertroost in al onze verdrukking", en Hij doet dat opdat wij anderen zouden kunnen vertroosten (2 Kor. 1:4).
Pred. 4:1-3; Pred. 3:17; 2 Kor. 1:4
Het drievoudige snoer — tegenover de eenzame die alleen voor zichzelf werkt, zet dit hoofdstuk het gezelschap (Pred. 4:9-12)
Eerst wordt een man getekend die geheel alleen staat: geen kind en geen broeder, en toch geen einde aan zijn arbeid, terwijl zijn oog niet verzadigd wordt (Pred. 4:8). Hij vraagt zelf: voor wie arbeid ik toch? Daarop volgt het antwoord van het gedeelte: "Twee zijn beter dan een; want zij hebben een goede beloning van hun arbeid" (Pred. 4:9). Er worden drie redenen bij gegeven. Als de een valt, richt de ander hem op, en wee de eenling die valt (Pred. 4:10). Twee die samen liggen, hebben warmte (Pred. 4:11). En als iemand de een overweldigt, houden de twee samen stand (Pred. 4:12). Het slot voegt er nog een derde aan toe: "een drievoudig snoer wordt niet haast gebroken" (Pred. 4:12).
Bijbelse betekenis: Dit gedeelte staat niet toevallig na de bladzijde over de eenzame werker. Wie alleen voor zichzelf werkt, houdt geen antwoord over op de vraag waarvoor hij het doet. Merk op dat de redenen alle drie heel gewoon zijn: opgeraapt worden, warm liggen, samen sterk staan. Er wordt niets verhevens over vriendschap gezegd; er wordt gezegd dat een mens het alleen niet redt. Let ook op het beeld van het snoer. Twee draden zijn al sterker dan één, maar met drie wordt het pas een koord dat niet gauw breekt. In een gemeente en in een huwelijk is dat vaak gelezen als een aanwijzing dat een derde nodig is die de twee bijeenhoudt, en die uitleg past bij wat dit boek elders over God zegt.
Typologie: De Heere Jezus zond Zijn discipelen twee aan twee uit (Luk. 10:1), en Hij belooft Zijn tegenwoordigheid juist waar er twee of drie samen zijn in Zijn Naam (Matt. 18:20).
Pred. 4:8-12; Luk. 10:1; Matt. 18:20
De gang naar het huis Gods — het enige gedeelte van dit boek over de eredienst; het gaat over luisteren, spreken en beloven (Pred. 4:16-5:6)
"Bewaar uw voet, als gij tot het huis Gods ingaat, en zijt liever nabij om te horen, dan om der zotten slachtoffer te geven" (Pred. 4:16). Let op de versnummering. De Statenvertaling telt dit woord nog bij hoofdstuk 4, terwijl veel andere vertalingen het als Pred. 5:1 geven; in de tekst van deze module staat het aan het slot van Pred. 4:16. Wat volgt hoort er onmiddellijk bij: "Wees niet te snel met uw mond, en uw hart haaste niet een woord voort te brengen voor Gods aangezicht" (Pred. 5:1). De reden staat in dezelfde zin: God is in de hemel en de mens op de aarde, daarom moeten zijn woorden weinig zijn. Daarna gaat het over de gelofte. Wie iets beloofd heeft, moet niet uitstellen het te betalen (Pred. 5:3), en "Het is beter, dat gij niet belooft, dan dat gij belooft en niet betaalt" (Pred. 5:4). Het gedeelte sluit kort: "maar vrees gij God!" (Pred. 5:6).
Bijbelse betekenis: Het eerste wat gevraagd wordt is niet spreken maar horen. Dat bepaalt de toon van dit hele gedeelte: wie de kerk binnengaat, komt in de eerste plaats om te ontvangen. Merk op wat er over het offer van de zotten gezegd wordt. Zij brengen wel iets, maar zij weten niet dat zij kwaad doen; de vorm is er en het horen ontbreekt. Let ook op de grond onder het weinige spreken. Het is geen stijlvoorschrift maar een gevolg van Wie God is: Hij in de hemel, wij op de aarde. Wie dat beseft, praat vanzelf minder. En let op wat er over geloften staat. God houdt een mens aan zijn woord, ook aan een woord dat in een moeilijk uur gemakkelijk gegeven werd. Daarom is het beter niets te beloven dan te beloven en het te laten liggen.
Typologie: De Heere Jezus zegt over het bidden hetzelfde als Pred. 5:1: "gebruikt geen ijdel verhaal van woorden" (Matt. 6:7). En over het zweren en beloven geeft Hij deze regel: "laat zijn uw woord ja, ja; neen, neen" (Matt. 5:37).
II. Vs. 1-16.KruisverwijzingenPrediker 3:16→Spreuken 27:20→Spreuken 15:16→Spreuken 16:8→1 Korinthe 12:18→1 Thessalonicenzen 5:11→Prediker 5:8→Jesaja 9:20→ — Daarna wende ik mij, en zag aan al de onderdrukkingen, die onder de zon geschieden; en ziet, er waren de tranen der verdrukten, en dergenen, die geen trooster hadden; en aan de zijde hunner verdrukkers was macht, zij daarentegen hadden geen vertrooster. Dies prees ik de doden, die alrede gestorven waren, boven de levenden, die tot nog toe levend zijn. Ja, hij is beter dan die beiden, die nog niet geweest is, die niet gezien heeft het boze werk, dat onder de zon geschiedt. Verder zag ik al den arbeid en alle geschikkelijkheid des werks, dat het den mens nijd van zijn naaste aanbrengt. Dat is ook ijdelheid en kwelling des geestes. De zot vouwt zijn handen samen, en eet zijn eigen vlees. Een hand vol met rust is beter, dan beide de vuisten vol met arbeid en kwelling des geestes. Ik wendde mij wederom, en ik zag een ijdelheid onder de zon; Daar is er een, en geen tweede; hij heeft ook geen kind, noch broeder; nochtans is van al zijn arbeid geen einde; ook wordt zijn oog niet verzadigd van den rijkdom, en zegt niet: Voor wien arbeide ik toch, en doe mijn ziel gebrek hebben van het goede? Dit is ook ijdelheid, en het is een moeilijke bezigheid. Twee zijn beter dan een; want zij hebben een goede beloning van hun arbeid; Want indien zij vallen, de een richt zijn metgezel op; maar wee den ene, die gevallen is, want er is geen tweede om hem op te helpen. Nadat de Prediker in de voorgaande afdeling uiteengezet heeft, waarin alleen het beperkte geluk van den mens op aarde bestaat, ontwikkelt hij in deze afdeling, waardoor ook dit door God bescheiden “deel” in 3: 22 nog veelvuldig verstoord wordt, namelijk door allerlei tegenspoed, die bijzondere personen treft, door ongevallen in het maatschappelijk leven, en door treurige gebeurtenissen in de staatkundige wereld, zodat het geheel de gedachte uitspreekt: “Er is geen blijvend en volkomen geluk hier beneden te vinden, noch bij aanzienlijken, noch bij geringen”. De geschiedkundige achtergrond bij deze beschouwingen over den nood van het menselijk leven is ook hier, even als bij de vorige afdelingen, de toestand van het volk Gods onder de Perzische wereldheerschappij, zoals wij dien b.v. uit den profeet Maleachi leren kennen. Er kunnen duidelijk drie delen onderscheiden worden: a). Er zijn vele ongelukkige mensen, die onder verdrukking en geweldenarij van allerlei aard zuchten; vele anderen, die gelukkiger zijn, maar wien door de afgunst van anderen, of omdat zij zelven den waren zielevrede missen, de levensvreugde vergald wordt, (vs 1-6). b). Er zijn er velen, die door gierigheid hun vrienden van zich verwijderen, en daardoor in de zamenleving op zich zelven komen te staan, waardoor zij zich niet alleen het leven verbitteren, maar zich ook den bijstand hunner vrienden tegen hun vijanden ontroven (vs. 7-12). c). Zelfs de machtigsten op aarde bezitten geen blijvend en volkomen geluk, want dikwijls wordt een oude, ongeschikte koning, door enen jongeren verdrongen, en ook deze, al werd hij een tijd lang door het volk bemind, wordt door de navolgende geslachten even als de anderen vergeten (vs. 13-16).
KruisverwijzingenPrediker 3:16→Prediker 5:8→Klaagliederen 1:2→Jesaja 5:7→Klaagliederen 1:9→Jesaja 59:13→Psalmen 102:8→Psalmen 10:9→— Daarna wende ik mij, en zag aan al de onderdrukkingen, die onder de zon geschieden; en ziet, er waren de tranen der verdrukten, en dergenen, die geen trooster hadden; en aan de zijde hunner verdrukkers was macht, zij daarentegen hadden geen vertrooster.
Daarna wendde ik mij, en zag aan al de onderdrukkingen, 1) die onder de zon geschieden; en ziet, er waren de tranen der verdrukten, en dergenen, die genen trooster hadden; en aan de zijde hunner verdrukkers was macht, zodat niemand zich tegen hen durfde verzetten, zij daarentegen hadden genen vertrooster 2) en genen uithelper.
Onder de onderdrukkingen hebben wij die van allerlei aard te verstaan. De onderdrukking van den onderdaan door de Overheid, van de weduwen en wezen door degenen, die haar beschermen moesten, van de werklieden, door degenen voor wie zij arbeiden, van de pachters door de landheren, met één woord, die dergenen, welke van anderen min of meer afhankelijk waren.
KruisverwijzingenPrediker 2:17→Job 3:11→Prediker 9:4→— Dies prees ik de doden, die alrede gestorven waren, boven de levenden, die tot nog toe levend zijn.
De Prediker herhaalt deze uitdrukking om den troostelozen toestand van zulke ongelukkigen des te sterker doen uitkomen.
God zendt Zijne kinderen, somwijlen geen trooster, ten einde om hun geloof, vertrouwen, geduld en standvastigheid te beproeven, ten anderen, om hen van de liefde tot deze wereld te spenen, ten derde, om hen op een toekomenden beteren toestand te doen hopen, en in God zich te getroosten, en eindelijk, om met des te groter begeerte naar God en Zijne ontfermende goedheid uit te zien.
Dies prees ik de doden, die alrede gestorven en dus uit hun aardse verdrukking bevrijd waren, gelukkig boven de levenden, die tot nog toe levend zijn, en nog onder den druk van menselijke ongerechtigheid zuchten.
KruisverwijzingenLukas 23:29→Prediker 6:3→Mattheüs 24:19→Jeremia 9:2→Jeremia 20:17→Prediker 1:14→Job 3:10→Prediker 2:17→— Ja, hij is beter dan die beiden, die nog niet geweest is, die niet gezien heeft het boze werk, dat onder de zon geschiedt.
Ja, hij is beter, onder zulke ongelukkige omstandigheden gelukkiger dan die beiden, die nog niet geweest is, nog niet geboren is en ook nimmer zal geboren worden, die niet gezien heeft het boze werk, dat onder de zon geschiedt, en daardoor ook geen lichamelijk en zielelijden gekend heeft (Spreuken 11: 19).
De wens, om liever dood te zijn, dan het leven langer te genieten, even als de gedachte, dat het zelfs beter is in het geheel niet geboren te zijn, komt juist het gemakkelijkst in de harten der vroomsten in ongelukkige levenstoestanden op, waarin het den schijn heeft, dat de Heere de Zijnen vergeten en Zijn volk verlaten heeft, dat Hij Zijn volk verlaten heeft, dat Hij Zijn Rijk niet langer opbouwen en Zijne beloften vervullen wil. Luther zegt hiervan: Wanneer men eens recht al het zielelijden, al dezen jammer en de ellende op deze aarde, al de boosheid in de wereld, die het rijk des satans is, nagaat, dan moet de gedachte wel eens opkomen, dat het maar beter ware te sterven, dan zoveel en zo grote ellende aan te zien. -De natuurlijke mens meent, dat hij recht heeft, dit te wensen, waarom wij dan ook bij heidense schrijvers, zoals Herodotus, Theognis, Ovidius, Sophokles, Euripides, dergelijke uitspraken als in vs. 2 en 3 voorkomende, aantreffen. Maar bij dezulken, die in het vaste geloof aan Gods beloften staan, bij Job, Elia, Jona, Jeremia of bij onzen Prediker, is deze wens steeds het teken van ene verzoeking, die het hart ter neer drukt en de zon der genade Gods verduistert, en van een gevoel van God verlatenheid (Job 1: 14 ; 3: 19 Aanm). dat zich vooral na den terugkeer uit de babylonische ballingschap van de besten meester maakte, toen de profetie verstomde, het volk zuchtte onder de dienstbaarheid van ene heidense wereldheerschappij, het huis van David, dat door God verkoren was, en dat zo vele beloften ontvangen had, niet meer heerste, en toen al de grote verwachtingen der gelovigen aangaande ene eindelijke vervulling van al de beloften, in het bijzonder met betrekking tot de komst van den Messias, niet vervuld werden, toen er integendeel stilstand, ja zelfs teruggang in den opbouw, van het rijk Gods scheen plaats te vinden. Ook onze Prediker had zeker de verzoeking, waarom men door de tijdsomstandigheden blootgesteld was doorleefd, en hij spreekt er van in dit Boek, maar niet dan nadat hij ook den sleutel, de overwinning der verzoeking in het licht en de kracht Gods, gevonden had tot oplossing van het raadsel, dat hem en vele anderen verlegen maakte, en nadat hij in God troost en rust gevonden had, opdat hij zowel voor de gelovigen van zijn tijd, als voor allen, die in latere gelijksoortige tijden van het rijk Gods door zulk ene verzoeking mochten getroffen worden, een gids tot vrede en rust en geloof aan Gods trouw zou kunnen worden.
De Prediker roemt hier de ongeborenen boven degenen, die het leven hebben aanschouwd. Hij komt tot deze betuiging voor zover hij alles beschouwt van de zijde van het ondermaanse. Indien men, wil hij zeggen, geen verwachting heeft op hetgeen hier namaals zijn zal, indien met dit leven alles uit is, dan is het geen zegen geboren te zijn geweest. In zeker opzicht spreekt de Apostel hetzelfde uit als hij zegt: Indien Christus niet is opgestaan, zijn wij de ellendigsten van alle mensen.
KruisverwijzingenPrediker 1:14→Prediker 2:21→1 Samuël 18:8→Prediker 6:11→Prediker 6:9→1 Johannes 3:12→Genesis 37:2→Genesis 4:4→— Verder zag ik al den arbeid en alle geschikkelijkheid des werks, dat het den mens nijd van zijn naaste aanbrengt. Dat is ook ijdelheid en kwelling des geestes.
Verder zag ik al den arbeid en alle geschikkelijkheid, kunstvaardigheid, des werks van degenen, die met vlijt en overleg hun werk verrichten, en zich daardoor meer levensgeluk verschaften, maar hoe beijveren zich de mensen om dat geluk te vernietigen! Want ik zag, dat het den mens nijd van zijnen naaste aanbrengt. Dat, namelijk, dat de een het uit nijd en afgunst, in vlijt en degelijkheid van den ander wil winnen, is ook ijdelheid en kwelling des geestes, waardoor men nimmer een duurzaam geluk kan bereiken.
KruisverwijzingenJesaja 9:20→Spreuken 6:10→Job 13:14→Spreuken 12:27→Spreuken 13:4→Spreuken 11:17→Spreuken 20:4→Spreuken 24:33→— De zot vouwt zijn handen samen, en eet zijn eigen vlees.
Wel is waar konden dezulken, die uit nijd en ijverzucht anderen trachtten te overvleugelen, daartegen inbrengen, om hun geweten, dat de boosheid huns harten aanklaagt, te stillen: Wat anders dan vlijt en geschikkelijkheid moet ons dat geluk aanbrengen? Want het spreekwoord zegt terecht van den luiaard: a) De zot, gelijk een luiaard er een is, vouwt zijne handen zamen, slaapt en eet intussen zijn eigen vlees, totdat hij ten laatste tot den bedelstaf gebracht wordt.
Spreuken 6: 10; 24: 33
KruisverwijzingenSpreuken 15:16→Spreuken 16:8→Spreuken 17:1→Psalmen 37:16→— Een hand vol met rust is beter, dan beide de vuisten vol met arbeid en kwelling des geestes.
Zulk enen antwoord ik echter: ééne hand vol have en goed, zodat men zijn dagelijks brood heeft, met rust daarbij, zodat men tevreden is met zijn deel, en anderen, hetgeen zij meer bezitten, niet benijdt,is beter dan beide de vuisten vol met arbeid en kwelling des geestes, zodat men ten gevolge van zijne inspanning wel is waar overvloed aan alles verkregen heeft, maar aan den anderen kant ook weer door nieuwe zorgen over de beste wijze, om zijnen verkregen schat te bewaren en nog te vermeerderen, gekweld wordt.
De wereld faalt hierin zeer, dat zij altijd slechts overvloed van de goederen en schatten dezer aarde tot hare bevrediging verlangt, ene middelmatige bezitting daarentegen als gelijkluidend met ellende en ontbering beschouwt. En toch kan men een goed met weinig als met veel vergenoegd en tevreden leven, als men slechts op de rechte wijze naar tevredenheid streeft, namelijk zo, dat men God, den Heere tot zijn hoogste goed stelt.
Men behoeft enen rijke om zijne vele goederen niet gelukkiger te achten dan enen arme. Die veel heeft, heeft ook veel onrust en zorg, en is bovendien blootgesteld aan den nijd van anderen.
Dit laatste vers zou door enen luiaard kunnen gebruikt worden om zichzelven te rechtvaardigen; maar hij zou slechts ene waarheid misbruiken, ten einde zijn luiheid te bedekken. Integendeel geeft Salomo ons hier den raad, den middelweg te bewandelen. Laat ons namelijk door eerlijken vlijt zoveel trachten te verkrijgen, dat wij aan het nodige voedsel en deksel geen gebrek hebben maar niet de beide vuisten vol trachten te verkrijgen, waardoor wij ons slechts kwelling zullen bereiden. Matige arbeid en matige winst zijn het best.
Het streven van een mens, welke zich afwerkend, enig en alleen zich zelf zoekt en in rusteloosheid zich zelven verliest, is wezenlijk een streven, hetwelk wind tot onderwerp en den aard van den wind heeft.
Delitzsch vertaalt: “Als beide vuisten vol van arbeid en winderig streven.” Onder hand hebben we te verstaan, de opene hand; onder vuist, de gebalde vuist.
KruisverwijzingenPrediker 4:1→Psalmen 78:33→Zacharia 1:6→— Ik wendde mij wederom, en ik zag een ijdelheid onder de zon;
Ik wendde mij wederom, en ik zag nog ene andere soort van ijdelheid onder de zon, waardoor de mensen ook eigenhandig hun geluk verwoesten.
KruisverwijzingenSpreuken 27:20→Prediker 1:13→Prediker 1:8→Jesaja 5:8→Psalmen 39:6→Genesis 2:18→Prediker 5:10→1 Johannes 2:16→— Daar is er een, en geen tweede; hij heeft ook geen kind, noch broeder; nochtans is van al zijn arbeid geen einde; ook wordt zijn oog niet verzadigd van den rijkdom, en zegt niet: Voor wien arbeide ik toch, en doe mijn ziel gebrek hebben van het goede? Dit is ook ijdelheid, en het is een moeilijke bezigheid.
Daar is er b.v. een, en geen tweede, die daar zijne vrienden zich van hem verwijderd hebben, thans alleen staat; hij heeft ook geen kind, noch broeder, voor wie hij te zorgen heeft, nochtans is van al zijnen arbeid geen einde, ook wordt zijn oog niet verzadigd van den rijkdom, en zegt niet: Voor wien arbeide ik toch, (Hoofdstuk 2: 18-21. Luk. 12: 16-21) en doe mijne ziel gebrek hebben van het goede, zodat zij ter wille van mijnen dwazen zucht naar rijkdom het blijmoedig en vrolijk genot van de gaven Gods moet missen, en in treurige verlatenheid van vrienden leven moet? Dit is, gelijk ieder erkennen moet, ook ijdelheid, en het is ene moeilijke bezigheid.
De mens, die hier beschreven wordt is zeker een van de beklagenswaardigste voorwerpen op aarde. Van hetgeen hij bezit, geniet hij zelf niet, en gebruikt het ook niet, om anderen wel te doen; hij laat het na aan verre bloedverwanten of geheel vreemden, die er hem nimmer voor zullen danken, omdat zij wel weten, dat hij het hun niet overgelaten zou hebben, indien hij het langer had kunnen houden; hij is een van de dwaasten, want zijne handelwijze is met alle gezond verstand in strijd en zijne verontschuldiging, dat de zorg noodzakelijk is, en men zich voor buitensporigheden moet wachten is geheel ijdel. Boven dit alles doet hij zijne ziel geweld aan, want de schat, dien hij vergaderd heeft, sluit zijn oog en zijn hart voor die parel van grote waarde, om welker bezit een mens verkoopt al wat hij heeft.
Salomo geeft hier weer een ander voorbeeld van de ijdelheid der wereld op, daarin bestaande, dat de mensen veeltijds, hoe meer zij hebben, hoe meer zij ook hebben willen, schrapende en wroetende daar zozeer om dat zij zich den tijd en het deel niet gunnen, hetwelk hun daarvan toekomt.
KruisverwijzingenGenesis 2:18→1 Korinthe 12:18→Spreuken 27:17→Numeri 11:14→Johannes 4:36→Handelingen 15:39→Handelingen 13:2→Hagai 1:14→— Twee zijn beter dan een; want zij hebben een goede beloning van hun arbeid;
Het is daarom beter en meer geschikt om het levensgeluk te bevorderen, dat twee mensen in onbaatzuchtige en zich overgevende liefde als vrienden nauw met elkaar verbonden, leven, dan dat een door gierigheid, hebzucht en dergelijke ondeugden, die de liefde verstikken, zich van zijne medemensen scheidt en ze van zich verwijdert; daarom zegt de Prediker: Twee zijn beter dan één; want zij hebben ene goede beloning van hunnen arbeid, zodat zij tevreden en zo gelukkig, als mogelijk is, kunnen leven;
Een mens zonder metgezel in gelijk aan de linkerhand, die de rechterhand mist. Genesis 2: 18.
Kruisverwijzingen1 Thessalonicenzen 5:11→Galaten 6:1→1 Samuël 23:16→Exodus 32:2→1 Thessalonicenzen 4:18→Job 4:3→Galaten 2:11→Deuteronomium 9:19→— Want indien zij vallen, de een richt zijn metgezel op; maar wee den ene, die gevallen is, want er is geen tweede om hem op te helpen.
Want indien zij b.v. vallen, hetzij in ene zware zonde, of in de handen van geweldenaars, de een richt zijnen metgezel op; maar wee den ene, die gevallen is! want er is geen tweede, om hem op te helpen, en hij moet de ondervinding opdoen, dat zijne gierigheid hem niet alleen van enen metgezel, maar ook van enen beschermer beroofd heeft.
Kruisverwijzingen1 Koningen 1:1→— Ook, indien twee te zamen liggen, zo hebben zij warmte; maar hoe zou een alleen warm worden?
Ook, indien twee te zamen liggen, zo hebben zij warmte; maar hoe zou één alleen warm worden? 1) Leert ons alzo niet reeds de natuur, de gemeenschap der zielen en de vriendschap hoog te waarderen.
De Prediker heeft hier niet alleen of in de eerste plaats de echtelijke verhoudingen op het oog, maar meer den vriendschapsband tussen twee vrienden, hoewel het eerste niet is uitgesloten.
KruisverwijzingenEfeze 4:3→Daniël 3:16→— En indien iemand den een mocht overweldigen, zo zullen de twee tegen hem bestaan; en een drievoudig snoer wordt niet haast gebroken.
En indien iemand, een vijand, den ene, die alleen staat, mocht overweldigen, zo zullen de twee, vast verbonden, tegen hem bestaan, zich met goed gevolg verdedigen en hem misschien ten onder brengen; en nog beter is het, zo er drie in vriendschap nauw verbonden zijn, want een drievoudig snoer wordt niet haast, niet gemakkelijk gebroken.
Gedeelde vreugde is dubbele vreugde, gedeelde smart is halve smart.
Men achte daarom de geloofsgemeenschap niet gering, waarin ook zelfs de vromen dikwijls veel te kort komen, daar men dikwijls uit eigene kans, geestelijken overmoed en grote inbeelding van zich zelven, of ook uit gemakzucht liever alleen staat, om zich, zo het heet, aan God en Christus alleen vast te houden, en zich alleen door den Heere te laten leiden en raden. Maar men ziet maar te dikwijls, hoe bij zulke mensen hun eigen geest het grootste aandeel in die leiding heeft.
Salomo toont hier aan, hoe noodwendig de maatschappelijke band voor het menselijk leven is, om de uitoefening van handwerken en kunsten te bevorderen. Alle standen hebben elkaar nodig, moeten elkaar helpen, en hunnen arbeid ten nutte van de gehele maatschappij verrichten, daarentegen alle scheuring en afzondering vermijden en trachten te voorkomen.
Het is niet alleen een heilig verlangen, waardoor de ene mens zich door den anderen aangetrokken gevoelt, omdat zij gelijkelijk gezind en hun harten verwant zijn; maar wij kunnen ons ook niet over ons geluk verblijden, noch de beproevingen, die ons treffen met vasten moed verdragen, noch op den weg der heiligmaking vrolijk voortgaan, wanneer wij gene trouwe vrienden bezitten. Hoe heilig is daarom de band tussen echtgenoten, tussen ouders en kinderen, tussen bloedverwanten en vrienden enz.
Twee wel verenigde echtelieden of gemeenzame vrienden worden hij een drievoudig snoer vergeleken. Want waar twee in heilige liefde en gemeenzame vereniging vastelijk verbonden zijn aan elkaar, daar zal de Geest van Christus, als den derden persoon uitmaken, gelijk Hij zich bij de Emmaüsgangers voegde. En zij, die dus in de liefde bijeen wonen, die wonen in God en God woont in hun lieden.
KruisverwijzingenPrediker 9:15→Spreuken 19:1→Spreuken 28:6→2 Kronieken 16:9→1 Koningen 22:8→2 Kronieken 25:16→Genesis 37:2→2 Kronieken 24:20→— Beter is een arm en wijs jongeling, dan een oud en zot koning, die niet weet van meer vermaand te worden.
Maar ook in het leven der aanzienlijksten en machtigsten is geen duurzaam en volkomen geluk te vinden; ja beter is een arm en wijs jongeling, die van de omstandigheden een nuttig gebruik weet te maken, dan een oud en zot koning, wien alzo het beste, wat de arme jongeling bezat, namelijk wijsheid, ontbreekt; die, omdat de dwaasheid in zijn hart woont, niet weet van meer vermaand 1) te worden.
Dwaasheid en moedwilligheid of vermetelheid gaan gemeenlijk te zamen, en zij, die het meest de vermaning van node hebben, kunnen ze het minst verdragen. En niemands eer, titel of gave zullen hem den eerbied, daaraan behorende, doen genieten, zo hij geen ware deugd en wijsheid bezit, om ze aan te prijzen, terwijl deze alleen den armoedigen mens ene ere bijzetten, die zijne ware grootheid aan alle verstandigen ten toon stelt.
KruisverwijzingenGenesis 41:14→2 Koningen 24:12→2 Koningen 24:1→Daniël 4:31→2 Koningen 23:31→Psalmen 113:7→Genesis 41:33→Klaagliederen 4:20→— Want een komt uit het gevangenhuis, om koning te zijn; daar ook een, die in zijn koninkrijk geboren is, verarmt.
Want het gebeurt dikwijls in de wereld, dat zulk eenarm, maar wijs jongeling komt uit het gevangenhuis, 1) alzo uit den laagsten en meest verachten levenstoestand, om koning te zijn, terwijl hij, gelijk Jozef, op rechte, door God zelven gebaande wegen, de macht in handen krijgt; daar ook een die als de zoon van den vorigen koning in zijn koninkrijk geboren is, en dus volgens menselijke berekening het zekerst op duurzaamheid van dit zijn levensgeluk kon rekenen, verarmt, omdat hij uit zijnen schitterenden levenskring verdrongen is.
Dat de Prediker hier bepaalde gebeurtenissen uit zijne eigene ervaring, of uit de geschiedenis der naburige staten op het oog heeft, lijdt wel geen twijfel, omdat ook zijne overige beschouwingen berusten op de treurige geschiedenis van zijn eigen tijd. Maar van de ons bekende veranderingen van dynastie past gene enkele volkomen op het voorgaande; men zal er van moeten afzien, ene bepaalde gebeurtenis op te zoeken, waarop de Schrijver van dit boek gedoeld heeft.
Dat hier van het gevangenhuis gesproken wordt, is om te kennen te geven, dat hij uit den laagsten stand is voortgekomen, zodat hij door zijn wijsheid en voortreflijkheid zich de liefde van het volk heeft gewonnen.
Kruisverwijzingen2 Samuël 15:6→— Ik zag al de levenden wandelen onder de zon, met de jongeling, den tweede, die in diens plaats staan zal.
Ik zag al de levenden, de voormalige onderdanen van den verdrongen koning, wandelen onder de zon, met den jongeling, den tweede, den anderen, die in diens plaats, in de plaats van den vorigen koning staan zal; bijna allen voegden zich bij den jeugdigen, begaafden jongeling, om hem als hunnen koning te huldigen.
Er is in het hart des volks van nature ene vermoeiing, van lang te leven onder denzelfden vorst, en een geest van morren en klagen over alles, wat hun enigzins moeilijk valt; hierop volgt de lust, om van heerser te veranderen, niet zozeer uit verkiezing van den opvolger, of uit verzekering, dat hij beter wezen zal, als wel uit natuurlijke wuftheid en onbestendigheid, gelijk de zieken van kamer of van legerstede veranderen, maar niettemin hun ziekte met zich dragen, en dus alleen naar verandering haken uit lust tot verandering.
KruisverwijzingenPrediker 1:14→1 Koningen 1:40→2 Samuël 15:12→Prediker 2:26→Prediker 2:11→1 Koningen 12:10→1 Koningen 1:5→2 Samuël 18:7→— Er is geen einde van al het volk, van allen, die voor hen geweest zijn; de nakomelingen zullen zich ook over hem niet verblijden; gewisselijk, dat is ook ijdelheid en kwelling des geestes.
Er is geen einde van al het volk, van die grote menigte, die ontevreden met den tegenwoordigen staat van zaken, naar verandering haakt, van allen, die voor hen geweest zijn, 1) de nakomelingen zullen zich evenwel ook over hem niet verblijden, 2) zij zullen den jongeling, al is hij ook een braaf en wakker vorst, even spoedig moede wezen, als dit met den voorgaanden koning het geval was; gewis, dat is ook ijdelheid en kwelling des geestes, een bewijs van de onvolkomenheid en onbestendigheid van het geluk ook van vorsten, die voortdurend aan het gevaar bloot staan, van uit hun plaats verdrongen te worden.
In het Hebr: Mhynpl hyh-rva lkl (Lekool ascher-hajah liphnahem) Beter aan allen, aan wier hoofd hij zal staan. De Prediker wijst hier op den bijval, dien zulk een wijs jongeling zal ervaren. Geen einde zal er zijn aan al het volk, geen einde aan hen, aan wier hoofd hij zou staan. Zijne onderdanen, vooral dergenen, die voor hem streden, zou een grote schare zijn.
Evenwel volgt er dat het weer anders zou zijn met hun nakomelingen. Deze zullen zich niet over hem verblijden. De liefde tot hem zou bij de nakomelingen, bij het volgende geslacht, verkoelen.
Volgens den grondtekst worden hier eigenlijk niet diegenen bedoeld, die den nieuwen koning het eerst begunstigden, maar hun nakomelingen. Woordelijk luidt het vers: Daar was geen einde van al het volk, van allen, aan wier hoofd hij stond; -doch de nakomelingen verblijden zich niet over hem. Alzo vindt men in de geschiedboeken opgetekend, dat zich in het eerst velen over Nero verblijdden en hoopten, dat hij een goed en nuttig heer zou zijn. In de eerste vijf jaren liet zich dan ook alles goed aanzien en hij werd geprezen; maar in de volgende jaren was hij een dwingeland en maakte hij het zo erg mogelijk. Evenzo is er ook hoop geweest op Heliogabalus en Commodus, dat zij goede vorsten zouden zijn, maar in die verwachting werd men teleurgesteld; de eerste gaf zich aan allerlei dierlijken wellust over; den anderen had men Incommodus, dat is landplaag, liever dan Commodus moeten noemen.
Met vs. 16 eindigt het overzicht en de mededeling van wat de Prediker opgemerkt en ondervonden heeft. Dat hij echter niet behoort tot de vertwijfelende zielen, die den troost van den waren godsdienst missen, blijkt wèl uit hetgeen hij onmiddellijk laat volgen. Waar hij een blik heeft gegeven op wat van deze aarde is en het troosteloze van deze aarde heeft doen zien, daar vestigt hij nu de aandacht op datgene, wat in waarheid vrede geeft aan het harte.
— Bewaar uw voet, als gij tot het huis Gods ingaat, en zijt liever nabij om te horen, dan om der zotten slachtoffer te geven; want zij weten niet, dat zij kwaad doen.
Bewaar uwen voet, als gij tot het huis Gods ingaat, 1) opdat gij in heilige gemoedsstemming komt en alles achterlaat, wat uwe aandacht zou kunnen storen, en zijt liever nabij om te horen de stem Gods, die daar meer in het bijzonder tot uw hart doordringt, opdat gij daarna Gods wil gaarne zoudt doen (1 Samuel 15: 22), dan 2) om der zotten slachtoffer te geven, waarmee zij, die noch Gods heiligheid, noch hun eigene zonde recht erkennen, den heiligen God menen te verzoenen en hun geweten te bevredigen (Spreuken 21: 3. Jes. 1: 11 vv. Hos. 6: 6). Volg hen niet na, want zij weten niet, dat hun offer, dat zij met een goddeloos hart brengen, een gruwel is voor God (Spreuken 21: 27), en dat zij met zulke offeranden God niet dienen, maar kwaad doen.
Bewaart zegt hij, dat is, let op den gang uws voets, laat die voorzichtig zijn, overdenk uwen gang, uwe treden, opdat gij geen misstap doet, loop niet haastig en onbezonnen derwaarts, maar met bedachtzaamheid, met overleg, en ziet toe, dat uwe gedachten noch in het derwaarts gaan, noch in het aldaar vertoeven niet los en wuft heen zwerven en als van tak op tak huppelen, of nu op dit dan op dat werelds voorwerp blijven peinzen. Neen, de godsdienst eist den gehelen mens.
Beter: dan dat de zotten slachtoffers geven, want hun onwetendheid doet hun zondigen. De Prediker maakt hier onderscheid tussen het gaan naar Gods huis, om daar waarlijk te vernemen, wat de Heere God te zeggen heeft, en het vormelijk naar Gods huis gaan, of door een slachtoffer de zonde weer willen goed maken. Wezen en vorm wordt hier tegenover elkaar gesteld.
Zie ook over dit vers de inleiding van het volgende Hoofdstuk, waartoe het naar zijnen inhoud behoort.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Prediker 4
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
II. Vs. 1-16.KruisverwijzingenPrediker 3:16→Spreuken 27:20→Spreuken 15:16→Spreuken 16:8→1 Korinthe 12:18→1 Thessalonicenzen 5:11→Prediker 5:8→Jesaja 9:20→
— Daarna wende ik mij, en zag aan al de onderdrukkingen, die onder de zon geschieden; en ziet, er waren de tranen der verdrukten, en dergenen, die geen trooster hadden; en aan de zijde hunner verdrukkers was macht, zij daarentegen hadden geen vertrooster. Dies prees ik de doden, die alrede gestorven waren, boven de levenden, die tot nog toe levend zijn. Ja, hij is beter dan die beiden, die nog niet geweest is, die niet gezien heeft het boze werk, dat onder de zon geschiedt. Verder zag ik al den arbeid en alle geschikkelijkheid des werks, dat het den mens nijd van zijn naaste aanbrengt. Dat is ook ijdelheid en kwelling des geestes. De zot vouwt zijn handen samen, en eet zijn eigen vlees. Een hand vol met rust is beter, dan beide de vuisten vol met arbeid en kwelling des geestes. Ik wendde mij wederom, en ik zag een ijdelheid onder de zon; Daar is er een, en geen tweede; hij heeft ook geen kind, noch broeder; nochtans is van al zijn arbeid geen einde; ook wordt zijn oog niet verzadigd van den rijkdom, en zegt niet: Voor wien arbeide ik toch, en doe mijn ziel gebrek hebben van het goede? Dit is ook ijdelheid, en het is een moeilijke bezigheid. Twee zijn beter dan een; want zij hebben een goede beloning van hun arbeid; Want indien zij vallen, de een richt zijn metgezel op; maar wee den ene, die gevallen is, want er is geen tweede om hem op te helpen.
Nadat de Prediker in de voorgaande afdeling uiteengezet heeft, waarin alleen het beperkte geluk van den mens op aarde bestaat, ontwikkelt hij in deze afdeling, waardoor ook dit door God bescheiden “deel” in 3: 22 nog veelvuldig verstoord wordt, namelijk door allerlei tegenspoed, die bijzondere personen treft, door ongevallen in het maatschappelijk leven, en door treurige gebeurtenissen in de staatkundige wereld, zodat het geheel de gedachte uitspreekt: “Er is geen blijvend en volkomen geluk hier beneden te vinden, noch bij aanzienlijken, noch bij geringen”. De geschiedkundige achtergrond bij deze beschouwingen over den nood van het menselijk leven is ook hier, even als bij de vorige afdelingen, de toestand van het volk Gods onder de Perzische wereldheerschappij, zoals wij dien b.v. uit den profeet Maleachi leren kennen. Er kunnen duidelijk drie delen onderscheiden worden: a). Er zijn vele ongelukkige mensen, die onder verdrukking en geweldenarij van allerlei aard zuchten; vele anderen, die gelukkiger zijn, maar wien door de afgunst van anderen, of omdat zij zelven den waren zielevrede missen, de levensvreugde vergald wordt, (vs 1-6). b). Er zijn er velen, die door gierigheid hun vrienden van zich verwijderen, en daardoor in de zamenleving op zich zelven komen te staan, waardoor zij zich niet alleen het leven verbitteren, maar zich ook den bijstand hunner vrienden tegen hun vijanden ontroven (vs. 7-12). c). Zelfs de machtigsten op aarde bezitten geen blijvend en volkomen geluk, want dikwijls wordt een oude, ongeschikte koning, door enen jongeren verdrongen, en ook deze, al werd hij een tijd lang door het volk bemind, wordt door de navolgende geslachten even als de anderen vergeten (vs. 13-16).
Daarna wendde ik mij, en zag aan al de onderdrukkingen, 1) die onder de zon geschieden; en ziet, er waren de tranen der verdrukten, en dergenen, die genen trooster hadden; en aan de zijde hunner verdrukkers was macht, zodat niemand zich tegen hen durfde verzetten, zij daarentegen hadden genen vertrooster 2) en genen uithelper.
Onder de onderdrukkingen hebben wij die van allerlei aard te verstaan. De onderdrukking van den onderdaan door de Overheid, van de weduwen en wezen door degenen, die haar beschermen moesten, van de werklieden, door degenen voor wie zij arbeiden, van de pachters door de landheren, met één woord, die dergenen, welke van anderen min of meer afhankelijk waren.
De Prediker herhaalt deze uitdrukking om den troostelozen toestand van zulke ongelukkigen des te sterker doen uitkomen.
God zendt Zijne kinderen, somwijlen geen trooster, ten einde om hun geloof, vertrouwen, geduld en standvastigheid te beproeven, ten anderen, om hen van de liefde tot deze wereld te spenen, ten derde, om hen op een toekomenden beteren toestand te doen hopen, en in God zich te getroosten, en eindelijk, om met des te groter begeerte naar God en Zijne ontfermende goedheid uit te zien.
Dies prees ik de doden, die alrede gestorven en dus uit hun aardse verdrukking bevrijd waren, gelukkig boven de levenden, die tot nog toe levend zijn, en nog onder den druk van menselijke ongerechtigheid zuchten.
Ja, hij is beter, onder zulke ongelukkige omstandigheden gelukkiger dan die beiden, die nog niet geweest is, nog niet geboren is en ook nimmer zal geboren worden, die niet gezien heeft het boze werk, dat onder de zon geschiedt, en daardoor ook geen lichamelijk en zielelijden gekend heeft (Spreuken 11: 19).
De wens, om liever dood te zijn, dan het leven langer te genieten, even als de gedachte, dat het zelfs beter is in het geheel niet geboren te zijn, komt juist het gemakkelijkst in de harten der vroomsten in ongelukkige levenstoestanden op, waarin het den schijn heeft, dat de Heere de Zijnen vergeten en Zijn volk verlaten heeft, dat Hij Zijn volk verlaten heeft, dat Hij Zijn Rijk niet langer opbouwen en Zijne beloften vervullen wil. Luther zegt hiervan: Wanneer men eens recht al het zielelijden, al dezen jammer en de ellende op deze aarde, al de boosheid in de wereld, die het rijk des satans is, nagaat, dan moet de gedachte wel eens opkomen, dat het maar beter ware te sterven, dan zoveel en zo grote ellende aan te zien. -De natuurlijke mens meent, dat hij recht heeft, dit te wensen, waarom wij dan ook bij heidense schrijvers, zoals Herodotus, Theognis, Ovidius, Sophokles, Euripides, dergelijke uitspraken als in vs. 2 en 3 voorkomende, aantreffen. Maar bij dezulken, die in het vaste geloof aan Gods beloften staan, bij Job, Elia, Jona, Jeremia of bij onzen Prediker, is deze wens steeds het teken van ene verzoeking, die het hart ter neer drukt en de zon der genade Gods verduistert, en van een gevoel van God verlatenheid (Job 1: 14 ; 3: 19 Aanm). dat zich vooral na den terugkeer uit de babylonische ballingschap van de besten meester maakte, toen de profetie verstomde, het volk zuchtte onder de dienstbaarheid van ene heidense wereldheerschappij, het huis van David, dat door God verkoren was, en dat zo vele beloften ontvangen had, niet meer heerste, en toen al de grote verwachtingen der gelovigen aangaande ene eindelijke vervulling van al de beloften, in het bijzonder met betrekking tot de komst van den Messias, niet vervuld werden, toen er integendeel stilstand, ja zelfs teruggang in den opbouw, van het rijk Gods scheen plaats te vinden. Ook onze Prediker had zeker de verzoeking, waarom men door de tijdsomstandigheden blootgesteld was doorleefd, en hij spreekt er van in dit Boek, maar niet dan nadat hij ook den sleutel, de overwinning der verzoeking in het licht en de kracht Gods, gevonden had tot oplossing van het raadsel, dat hem en vele anderen verlegen maakte, en nadat hij in God troost en rust gevonden had, opdat hij zowel voor de gelovigen van zijn tijd, als voor allen, die in latere gelijksoortige tijden van het rijk Gods door zulk ene verzoeking mochten getroffen worden, een gids tot vrede en rust en geloof aan Gods trouw zou kunnen worden.
De Prediker roemt hier de ongeborenen boven degenen, die het leven hebben aanschouwd. Hij komt tot deze betuiging voor zover hij alles beschouwt van de zijde van het ondermaanse. Indien men, wil hij zeggen, geen verwachting heeft op hetgeen hier namaals zijn zal, indien met dit leven alles uit is, dan is het geen zegen geboren te zijn geweest. In zeker opzicht spreekt de Apostel hetzelfde uit als hij zegt: Indien Christus niet is opgestaan, zijn wij de ellendigsten van alle mensen.
Verder zag ik al den arbeid en alle geschikkelijkheid, kunstvaardigheid, des werks van degenen, die met vlijt en overleg hun werk verrichten, en zich daardoor meer levensgeluk verschaften, maar hoe beijveren zich de mensen om dat geluk te vernietigen! Want ik zag, dat het den mens nijd van zijnen naaste aanbrengt. Dat, namelijk, dat de een het uit nijd en afgunst, in vlijt en degelijkheid van den ander wil winnen, is ook ijdelheid en kwelling des geestes, waardoor men nimmer een duurzaam geluk kan bereiken.
Wel is waar konden dezulken, die uit nijd en ijverzucht anderen trachtten te overvleugelen, daartegen inbrengen, om hun geweten, dat de boosheid huns harten aanklaagt, te stillen: Wat anders dan vlijt en geschikkelijkheid moet ons dat geluk aanbrengen? Want het spreekwoord zegt terecht van den luiaard: a) De zot, gelijk een luiaard er een is, vouwt zijne handen zamen, slaapt en eet intussen zijn eigen vlees, totdat hij ten laatste tot den bedelstaf gebracht wordt.
Spreuken 6: 10; 24: 33
Zulk enen antwoord ik echter: ééne hand vol have en goed, zodat men zijn dagelijks brood heeft, met rust daarbij, zodat men tevreden is met zijn deel, en anderen, hetgeen zij meer bezitten, niet benijdt,is beter dan beide de vuisten vol met arbeid en kwelling des geestes, zodat men ten gevolge van zijne inspanning wel is waar overvloed aan alles verkregen heeft, maar aan den anderen kant ook weer door nieuwe zorgen over de beste wijze, om zijnen verkregen schat te bewaren en nog te vermeerderen, gekweld wordt.
De wereld faalt hierin zeer, dat zij altijd slechts overvloed van de goederen en schatten dezer aarde tot hare bevrediging verlangt, ene middelmatige bezitting daarentegen als gelijkluidend met ellende en ontbering beschouwt. En toch kan men een goed met weinig als met veel vergenoegd en tevreden leven, als men slechts op de rechte wijze naar tevredenheid streeft, namelijk zo, dat men God, den Heere tot zijn hoogste goed stelt.
Men behoeft enen rijke om zijne vele goederen niet gelukkiger te achten dan enen arme. Die veel heeft, heeft ook veel onrust en zorg, en is bovendien blootgesteld aan den nijd van anderen.
Dit laatste vers zou door enen luiaard kunnen gebruikt worden om zichzelven te rechtvaardigen; maar hij zou slechts ene waarheid misbruiken, ten einde zijn luiheid te bedekken. Integendeel geeft Salomo ons hier den raad, den middelweg te bewandelen. Laat ons namelijk door eerlijken vlijt zoveel trachten te verkrijgen, dat wij aan het nodige voedsel en deksel geen gebrek hebben maar niet de beide vuisten vol trachten te verkrijgen, waardoor wij ons slechts kwelling zullen bereiden. Matige arbeid en matige winst zijn het best.
Het streven van een mens, welke zich afwerkend, enig en alleen zich zelf zoekt en in rusteloosheid zich zelven verliest, is wezenlijk een streven, hetwelk wind tot onderwerp en den aard van den wind heeft.
Delitzsch vertaalt: “Als beide vuisten vol van arbeid en winderig streven.” Onder hand hebben we te verstaan, de opene hand; onder vuist, de gebalde vuist.
Ik wendde mij wederom, en ik zag nog ene andere soort van ijdelheid onder de zon, waardoor de mensen ook eigenhandig hun geluk verwoesten.
Daar is er b.v. een, en geen tweede, die daar zijne vrienden zich van hem verwijderd hebben, thans alleen staat; hij heeft ook geen kind, noch broeder, voor wie hij te zorgen heeft, nochtans is van al zijnen arbeid geen einde, ook wordt zijn oog niet verzadigd van den rijkdom, en zegt niet: Voor wien arbeide ik toch, (Hoofdstuk 2: 18-21. Luk. 12: 16-21) en doe mijne ziel gebrek hebben van het goede, zodat zij ter wille van mijnen dwazen zucht naar rijkdom het blijmoedig en vrolijk genot van de gaven Gods moet missen, en in treurige verlatenheid van vrienden leven moet? Dit is, gelijk ieder erkennen moet, ook ijdelheid, en het is ene moeilijke bezigheid.
De mens, die hier beschreven wordt is zeker een van de beklagenswaardigste voorwerpen op aarde. Van hetgeen hij bezit, geniet hij zelf niet, en gebruikt het ook niet, om anderen wel te doen; hij laat het na aan verre bloedverwanten of geheel vreemden, die er hem nimmer voor zullen danken, omdat zij wel weten, dat hij het hun niet overgelaten zou hebben, indien hij het langer had kunnen houden; hij is een van de dwaasten, want zijne handelwijze is met alle gezond verstand in strijd en zijne verontschuldiging, dat de zorg noodzakelijk is, en men zich voor buitensporigheden moet wachten is geheel ijdel. Boven dit alles doet hij zijne ziel geweld aan, want de schat, dien hij vergaderd heeft, sluit zijn oog en zijn hart voor die parel van grote waarde, om welker bezit een mens verkoopt al wat hij heeft.
Salomo geeft hier weer een ander voorbeeld van de ijdelheid der wereld op, daarin bestaande, dat de mensen veeltijds, hoe meer zij hebben, hoe meer zij ook hebben willen, schrapende en wroetende daar zozeer om dat zij zich den tijd en het deel niet gunnen, hetwelk hun daarvan toekomt.
Het is daarom beter en meer geschikt om het levensgeluk te bevorderen, dat twee mensen in onbaatzuchtige en zich overgevende liefde als vrienden nauw met elkaar verbonden, leven, dan dat een door gierigheid, hebzucht en dergelijke ondeugden, die de liefde verstikken, zich van zijne medemensen scheidt en ze van zich verwijdert; daarom zegt de Prediker: Twee zijn beter dan één; want zij hebben ene goede beloning van hunnen arbeid, zodat zij tevreden en zo gelukkig, als mogelijk is, kunnen leven;
Een mens zonder metgezel in gelijk aan de linkerhand, die de rechterhand mist. Genesis 2: 18.
Want indien zij b.v. vallen, hetzij in ene zware zonde, of in de handen van geweldenaars, de een richt zijnen metgezel op; maar wee den ene, die gevallen is! want er is geen tweede, om hem op te helpen, en hij moet de ondervinding opdoen, dat zijne gierigheid hem niet alleen van enen metgezel, maar ook van enen beschermer beroofd heeft.
Ook, indien twee te zamen liggen, zo hebben zij warmte; maar hoe zou één alleen warm worden? 1) Leert ons alzo niet reeds de natuur, de gemeenschap der zielen en de vriendschap hoog te waarderen.
De Prediker heeft hier niet alleen of in de eerste plaats de echtelijke verhoudingen op het oog, maar meer den vriendschapsband tussen twee vrienden, hoewel het eerste niet is uitgesloten.
En indien iemand, een vijand, den ene, die alleen staat, mocht overweldigen, zo zullen de twee, vast verbonden, tegen hem bestaan, zich met goed gevolg verdedigen en hem misschien ten onder brengen; en nog beter is het, zo er drie in vriendschap nauw verbonden zijn, want een drievoudig snoer wordt niet haast, niet gemakkelijk gebroken.
Gedeelde vreugde is dubbele vreugde, gedeelde smart is halve smart.
Men achte daarom de geloofsgemeenschap niet gering, waarin ook zelfs de vromen dikwijls veel te kort komen, daar men dikwijls uit eigene kans, geestelijken overmoed en grote inbeelding van zich zelven, of ook uit gemakzucht liever alleen staat, om zich, zo het heet, aan God en Christus alleen vast te houden, en zich alleen door den Heere te laten leiden en raden. Maar men ziet maar te dikwijls, hoe bij zulke mensen hun eigen geest het grootste aandeel in die leiding heeft.
Salomo toont hier aan, hoe noodwendig de maatschappelijke band voor het menselijk leven is, om de uitoefening van handwerken en kunsten te bevorderen. Alle standen hebben elkaar nodig, moeten elkaar helpen, en hunnen arbeid ten nutte van de gehele maatschappij verrichten, daarentegen alle scheuring en afzondering vermijden en trachten te voorkomen.
Het is niet alleen een heilig verlangen, waardoor de ene mens zich door den anderen aangetrokken gevoelt, omdat zij gelijkelijk gezind en hun harten verwant zijn; maar wij kunnen ons ook niet over ons geluk verblijden, noch de beproevingen, die ons treffen met vasten moed verdragen, noch op den weg der heiligmaking vrolijk voortgaan, wanneer wij gene trouwe vrienden bezitten. Hoe heilig is daarom de band tussen echtgenoten, tussen ouders en kinderen, tussen bloedverwanten en vrienden enz.
Twee wel verenigde echtelieden of gemeenzame vrienden worden hij een drievoudig snoer vergeleken. Want waar twee in heilige liefde en gemeenzame vereniging vastelijk verbonden zijn aan elkaar, daar zal de Geest van Christus, als den derden persoon uitmaken, gelijk Hij zich bij de Emmaüsgangers voegde. En zij, die dus in de liefde bijeen wonen, die wonen in God en God woont in hun lieden.
Maar ook in het leven der aanzienlijksten en machtigsten is geen duurzaam en volkomen geluk te vinden; ja beter is een arm en wijs jongeling, die van de omstandigheden een nuttig gebruik weet te maken, dan een oud en zot koning, wien alzo het beste, wat de arme jongeling bezat, namelijk wijsheid, ontbreekt; die, omdat de dwaasheid in zijn hart woont, niet weet van meer vermaand 1) te worden.
Dwaasheid en moedwilligheid of vermetelheid gaan gemeenlijk te zamen, en zij, die het meest de vermaning van node hebben, kunnen ze het minst verdragen. En niemands eer, titel of gave zullen hem den eerbied, daaraan behorende, doen genieten, zo hij geen ware deugd en wijsheid bezit, om ze aan te prijzen, terwijl deze alleen den armoedigen mens ene ere bijzetten, die zijne ware grootheid aan alle verstandigen ten toon stelt.
Want het gebeurt dikwijls in de wereld, dat zulk eenarm, maar wijs jongeling komt uit het gevangenhuis, 1) alzo uit den laagsten en meest verachten levenstoestand, om koning te zijn, terwijl hij, gelijk Jozef, op rechte, door God zelven gebaande wegen, de macht in handen krijgt; daar ook een die als de zoon van den vorigen koning in zijn koninkrijk geboren is, en dus volgens menselijke berekening het zekerst op duurzaamheid van dit zijn levensgeluk kon rekenen, verarmt, omdat hij uit zijnen schitterenden levenskring verdrongen is.
Dat de Prediker hier bepaalde gebeurtenissen uit zijne eigene ervaring, of uit de geschiedenis der naburige staten op het oog heeft, lijdt wel geen twijfel, omdat ook zijne overige beschouwingen berusten op de treurige geschiedenis van zijn eigen tijd. Maar van de ons bekende veranderingen van dynastie past gene enkele volkomen op het voorgaande; men zal er van moeten afzien, ene bepaalde gebeurtenis op te zoeken, waarop de Schrijver van dit boek gedoeld heeft.
Dat hier van het gevangenhuis gesproken wordt, is om te kennen te geven, dat hij uit den laagsten stand is voortgekomen, zodat hij door zijn wijsheid en voortreflijkheid zich de liefde van het volk heeft gewonnen.
Ik zag al de levenden, de voormalige onderdanen van den verdrongen koning, wandelen onder de zon, met den jongeling, den tweede, den anderen, die in diens plaats, in de plaats van den vorigen koning staan zal; bijna allen voegden zich bij den jeugdigen, begaafden jongeling, om hem als hunnen koning te huldigen.
Er is in het hart des volks van nature ene vermoeiing, van lang te leven onder denzelfden vorst, en een geest van morren en klagen over alles, wat hun enigzins moeilijk valt; hierop volgt de lust, om van heerser te veranderen, niet zozeer uit verkiezing van den opvolger, of uit verzekering, dat hij beter wezen zal, als wel uit natuurlijke wuftheid en onbestendigheid, gelijk de zieken van kamer of van legerstede veranderen, maar niettemin hun ziekte met zich dragen, en dus alleen naar verandering haken uit lust tot verandering.
Er is geen einde van al het volk, van die grote menigte, die ontevreden met den tegenwoordigen staat van zaken, naar verandering haakt, van allen, die voor hen geweest zijn, 1) de nakomelingen zullen zich evenwel ook over hem niet verblijden, 2) zij zullen den jongeling, al is hij ook een braaf en wakker vorst, even spoedig moede wezen, als dit met den voorgaanden koning het geval was; gewis, dat is ook ijdelheid en kwelling des geestes, een bewijs van de onvolkomenheid en onbestendigheid van het geluk ook van vorsten, die voortdurend aan het gevaar bloot staan, van uit hun plaats verdrongen te worden.
In het Hebr: Mhynpl hyh-rva lkl (Lekool ascher-hajah liphnahem) Beter aan allen, aan wier hoofd hij zal staan. De Prediker wijst hier op den bijval, dien zulk een wijs jongeling zal ervaren. Geen einde zal er zijn aan al het volk, geen einde aan hen, aan wier hoofd hij zou staan. Zijne onderdanen, vooral dergenen, die voor hem streden, zou een grote schare zijn.
Evenwel volgt er dat het weer anders zou zijn met hun nakomelingen. Deze zullen zich niet over hem verblijden. De liefde tot hem zou bij de nakomelingen, bij het volgende geslacht, verkoelen.
Volgens den grondtekst worden hier eigenlijk niet diegenen bedoeld, die den nieuwen koning het eerst begunstigden, maar hun nakomelingen. Woordelijk luidt het vers: Daar was geen einde van al het volk, van allen, aan wier hoofd hij stond; -doch de nakomelingen verblijden zich niet over hem. Alzo vindt men in de geschiedboeken opgetekend, dat zich in het eerst velen over Nero verblijdden en hoopten, dat hij een goed en nuttig heer zou zijn. In de eerste vijf jaren liet zich dan ook alles goed aanzien en hij werd geprezen; maar in de volgende jaren was hij een dwingeland en maakte hij het zo erg mogelijk. Evenzo is er ook hoop geweest op Heliogabalus en Commodus, dat zij goede vorsten zouden zijn, maar in die verwachting werd men teleurgesteld; de eerste gaf zich aan allerlei dierlijken wellust over; den anderen had men Incommodus, dat is landplaag, liever dan Commodus moeten noemen.
Met vs. 16 eindigt het overzicht en de mededeling van wat de Prediker opgemerkt en ondervonden heeft. Dat hij echter niet behoort tot de vertwijfelende zielen, die den troost van den waren godsdienst missen, blijkt wèl uit hetgeen hij onmiddellijk laat volgen. Waar hij een blik heeft gegeven op wat van deze aarde is en het troosteloze van deze aarde heeft doen zien, daar vestigt hij nu de aandacht op datgene, wat in waarheid vrede geeft aan het harte.
Bewaar uwen voet, als gij tot het huis Gods ingaat, 1) opdat gij in heilige gemoedsstemming komt en alles achterlaat, wat uwe aandacht zou kunnen storen, en zijt liever nabij om te horen de stem Gods, die daar meer in het bijzonder tot uw hart doordringt, opdat gij daarna Gods wil gaarne zoudt doen (1 Samuel 15: 22), dan 2) om der zotten slachtoffer te geven, waarmee zij, die noch Gods heiligheid, noch hun eigene zonde recht erkennen, den heiligen God menen te verzoenen en hun geweten te bevredigen (Spreuken 21: 3. Jes. 1: 11 vv. Hos. 6: 6). Volg hen niet na, want zij weten niet, dat hun offer, dat zij met een goddeloos hart brengen, een gruwel is voor God (Spreuken 21: 27), en dat zij met zulke offeranden God niet dienen, maar kwaad doen.
Bewaart zegt hij, dat is, let op den gang uws voets, laat die voorzichtig zijn, overdenk uwen gang, uwe treden, opdat gij geen misstap doet, loop niet haastig en onbezonnen derwaarts, maar met bedachtzaamheid, met overleg, en ziet toe, dat uwe gedachten noch in het derwaarts gaan, noch in het aldaar vertoeven niet los en wuft heen zwerven en als van tak op tak huppelen, of nu op dit dan op dat werelds voorwerp blijven peinzen. Neen, de godsdienst eist den gehelen mens.
Beter: dan dat de zotten slachtoffers geven, want hun onwetendheid doet hun zondigen. De Prediker maakt hier onderscheid tussen het gaan naar Gods huis, om daar waarlijk te vernemen, wat de Heere God te zeggen heeft, en het vormelijk naar Gods huis gaan, of door een slachtoffer de zonde weer willen goed maken. Wezen en vorm wordt hier tegenover elkaar gesteld.
Zie ook over dit vers de inleiding van het volgende Hoofdstuk, waartoe het naar zijnen inhoud behoort.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel