Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Prediker 4

1 Daarna wende ik mij, en zag aan al de onderdrukkingen, die onder de zon geschieden; en ziet, er waren de tranen der verdrukten, en dergenen, die geen trooster hadden; en aan de zijde hunner verdrukkers was macht, zij daarentegen hadden geen vertrooster.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Daarna wendeH7725 ik mijH589, en zagH7200 aan alH3605 de onderdrukkingenH6217, dieH834 onderH8478 de zonH8121 geschiedenH6213; en zietH2009, er waren de tranenH1832 der verdruktenH6231, en dergenen, die geen trooster hadden; en aan de zijde hunner verdrukkersH6231 was machtH3581, zij daarentegen hadden geen vertroosterH5162. Daarna wende ik mij, en zag aan al de onderdrukkingen, die onder de zon geschieden; en ziet, er waren de tranen der verdrukten, en dergenen, die geen trooster hadden; en aan de zijde hunner verdrukkers was macht, zij daarentegen hadden geen vertrooster.

KJV So I returned,1 and considered3 all the oppressions6 that are done8 under the sun:10 and behold the tears12 of such as were oppressed,18 and they had no comforter;16 and on the side17 of their oppressors there was power;19 but they had no comforter.

1 וְשַׁ֣בְתִּֽי H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 אֲנִ֗י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 וָאֶרְאֶה֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 הָ֣עֲשֻׁקִ֔ים H6217 onderdrukkingen, onderdrukten, verdrukten oppressed(-ion). (Doubtful.) 7 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 נַעֲשִׂ֖ים H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 תַּ֣חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 10 הַשָּׁ֑מֶשׁ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ) 11 וְהִנֵּ֣ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 12 דִּמְעַ֣ת H1832 tranen tears 13 הָעֲשֻׁקִ֗ים H6217 onderdrukkingen, onderdrukten, verdrukten oppressed(-ion). (Doubtful.) 14 וְאֵ֤ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 15 לָהֶם֙ 16 מְנַחֵ֔ם H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self) 17 וּמִיַּ֤ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 18 עֹֽשְׁקֵיהֶם֙ H6231 verdrukt, geweld, verdrukken get deceitfully, deceive, defraud, drink up, (use) oppress(-ion), -or), do violence (wrong) 19 כֹּ֔חַ H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth 20 וְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 21 לָהֶ֖ם 22 מְנַחֵֽם H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Dies prees ik de doden, die alrede gestorven waren, boven de levenden, die tot nog toe levend zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Dies preesH7623 ikH589 de dodenH4191, die alredeH3528 gestorvenH4191 waren, bovenH4480 de levendenH2416, die tot nog toe levendH2416 zijn. Dies prees ik de doden, die alrede gestorven waren, boven de levenden, die tot nog toe levend zijn.

KJV Wherefore I praised1 the dead4 which are already5 dead6 more than the living8 which are yet12 alive.

1 וְשַׁבֵּ֧חַ H7623 prees, roemen, stilt commend, glory, keep in, praise, still, triumph 2 אֲנִ֛י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַמֵּתִ֖ים H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 5 שֶׁכְּבָ֣ר H3528 alrede, aangezien, alreeds already, (seeing that which), now 6 מֵ֑תוּ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 7 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 8 הַ֣חַיִּ֔ים H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 9 אֲשֶׁ֛ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 הֵ֥מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 11 חַיִּ֖ים H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 12 עֲדֶֽנָה H5728 yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Ja, hij is beter dan die beiden, die nog niet geweest is, die niet gezien heeft het boze werk, dat onder de zon geschiedt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Ja, hij is beterH2896 dan die beidenH8147, die nog niet geweest is, dieH834 nietH3808 gezienH7200 heeft het bozeH7451 werkH4639, datH834 onderH8478 de zonH8121 geschiedtH6213. Ja, hij is beter dan die beiden, die nog niet geweest is, die niet gezien heeft het boze werk, dat onder de zon geschiedt.

KJV Yea, better1 is he than both2 they, which hath not yet5 been, who hath not seen10 the evil13 work12 that is done15 under the sun.

1 וְטוֹב֙ H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 2 מִשְּׁנֵיהֶ֔ם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 3 אֵ֥ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 עֲדֶ֖ן H5728 yet 6 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 הָיָ֑ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 רָאָה֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 הַמַּעֲשֶׂ֣ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 13 הָרָ֔ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 14 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 נַעֲשָׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 16 תַּ֥חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 17 הַשָּֽׁמֶשׁ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Verder zag ik al den arbeid en alle geschikkelijkheid des werks, dat het den mens nijd van zijn naaste aanbrengt. Dat is ook ijdelheid en kwelling des geestes.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Verder zagH7200 ikH589 al den arbeidH5999 en alleH3605 geschikkelijkheidH3788 des werksH4639, dat hetH1931 den mensH376 nijdH7068 van zijn naasteH7453 aanbrengt. Dat is ookH1571 ijdelheidH1892 en kwellingH7469 des geestesH7307. Verder zag ik al den arbeid en alle geschikkelijkheid des werks, dat het den mens nijd van zijn naaste aanbrengt. Dat is ook ijdelheid en kwelling des geestes.

KJV Again, I considered1 all travail,5 and every right8 work,9 that for this a man13 is envied12 of his neighbour.14 This is also vanity17 and vexation18 of spirit.

1 וְרָאִ֨יתִֽי H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 אֲנִ֜י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 עָמָ֗ל H5999 arbeid, moeite, kwelling grievance(-vousness), iniquity, labour, mischief, miserable(-sery), pain(-ful), perverseness, sorrow, toil, travail, trouble, wearisome, wickedness 6 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 כִּשְׁר֣וֹן H3788 geschikkelijkheid, geschiktheid, nuttigheid equity, good, right 9 הַֽמַּעֲשֶׂ֔ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 10 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 הִ֥יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 12 קִנְאַת H7068 ijver, ijveringen, ijvers envy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal 13 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 14 מֵרֵעֵ֑הוּ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other 15 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 16 זֶ֥ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 17 הֶ֖בֶל H1892 ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid [idiom] altogether, vain, vanity 18 וּרְע֥וּת H7469 kwelling vexation 19 רֽוּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 De zot vouwt zijn handen samen, en eet zijn eigen vlees.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 De zotH3684 vouwtH2263 zijn handenH3027 samenH2263, en eetH398 zijn eigen vleesH1320. De zot vouwt zijn handen samen, en eet zijn eigen vlees.

KJV The fool1 foldeth2 his hands4 together, and eateth5 his own flesh.

1 הַכְּסִיל֙ H3684 zot, zotten, zots fool(-ish) 2 חֹבֵ֣ק H2263 omhelzen, omhelsde, omhelze embrace, fold 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 יָדָ֔יו H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 5 וְאֹכֵ֖ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 בְּשָׂרֽוֹ H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Een hand vol met rust is beter, dan beide de vuisten vol met arbeid en kwelling des geestes.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Een hand volH3709 met rustH5183 is beterH2896, dan beide de vuistenH2651 volH4393 met arbeidH5999 en kwellingH7469 des geestesH7307. Een hand vol met rust is beter, dan beide de vuisten vol met arbeid en kwelling des geestes.

KJV Better1 is an handful3 with quietness,4 than both the hands6 full2 with travail7 and vexation8 of spirit.

1 ט֕וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 2 מְלֹ֥א H4393 volheid, vol, volle menigte [idiom] all along, [idiom] all that is (there-) in, fill, ([idiom] that whereof...was) full, fulness, (hand-) full, multitude 3 כַ֖ף H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 4 נָ֑חַת H5183 rust, gerecht, nederlating lighting down, quiet(-ness), to rest, be set on 5 מִמְּלֹ֥א H4393 volheid, vol, volle menigte [idiom] all along, [idiom] all that is (there-) in, fill, ([idiom] that whereof...was) full, fulness, (hand-) full, multitude 6 חָפְנַ֛יִם H2651 vuisten, handen fists, (both) hands, hand(-ful) 7 עָמָ֖ל H5999 arbeid, moeite, kwelling grievance(-vousness), iniquity, labour, mischief, miserable(-sery), pain(-ful), perverseness, sorrow, toil, travail, trouble, wearisome, wickedness 8 וּרְע֥וּת H7469 kwelling vexation 9 רֽוּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Ik wendde mij wederom, en ik zag een ijdelheid onder de zon;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Ik wenddeH7725 mij wederom, en ik zagH7200 een ijdelheidH1892 onderH8478 de zonH8121; Ik wendde mij wederom, en ik zag een ijdelheid onder de zon;

KJV Then I returned,1 and I saw3 vanity4 under the sun.

1 וְשַׁ֧בְתִּי H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 אֲנִ֛י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 וָאֶרְאֶ֥ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 4 הֶ֖בֶל H1892 ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid [idiom] altogether, vain, vanity 5 תַּ֥חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 6 הַשָּֽׁמֶשׁ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Daar is er een, en geen tweede; hij heeft ook geen kind, noch broeder; nochtans is van al zijn arbeid geen einde; ook wordt zijn oog niet verzadigd van den rijkdom, en zegt niet: Voor wien arbeide ik toch, en doe mijn ziel gebrek hebben van het goede? Dit is ook ijdelheid, en het is een moeilijke bezigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Daar is er eenH259, en geen tweedeH8145; hij heeft ookH1571 geen kindH1121, nochH3808 broederH251; nochtans is van alH3605 zijn arbeidH5999 geen eindeH7093; ookH1571 wordt zijn oogH5869 niet verzadigdH7646 van den rijkdomH6239, en zegt niet: Voor wienH4310 arbeideH6001 ikH589 toch, en doe mijn zielH5315 gebrekH2637 hebben van het goedeH2896? DitH2088 is ookH1571 ijdelheidH1892, en hetH1931 is een moeilijkeH7451 bezigheidH6045. Daar is er een, en geen tweede; hij heeft ook geen kind, noch broeder; nochtans is van al zijn arbeid geen einde; ook wordt zijn oog niet verzadigd van den rijkdom, en zegt niet: Voor wien arbeide ik toch, en doe mijn ziel gebrek hebben van het goede? Dit is ook ijdelheid, en het is een moeilijke bezigheid.

KJV There is1 one2 alone, and there is not a second;4 yea, he hath neither child6 nor brother:7 yet is there no end11 of all his labour;13 neither is his eye15 satisfied17 with riches;18 neither saith he, For whom do I labour,21 and bereave22 my soul24 of good?25 This is also vanity,28 yea, it is a sore30 travail.

1 יֵ֣שׁ H3426 ware, Hoe lang, Voorwaar (there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest 2 אֶחָד֩ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 3 וְאֵ֨ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 4 שֵׁנִ֜י H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 5 גַּ֣ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 6 בֵּ֧ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 וָאָ֣ח H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 8 אֵֽין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 9 ל֗וֹ 10 וְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 11 קֵץ֙ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 12 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 עֲמָל֔וֹ H5999 arbeid, moeite, kwelling grievance(-vousness), iniquity, labour, mischief, miserable(-sery), pain(-ful), perverseness, sorrow, toil, travail, trouble, wearisome, wickedness 14 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 15 עֵינ֖וֹ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 16 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 תִשְׂבַּ֣ע H7646 verzadigd, verzadigen, verzadigt have enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of 18 עֹ֑שֶׁר H6239 rijkdom, rijkdoms, Rijkdom [idiom] far (richer), riches 19 וּלְמִ֣י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 20 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 21 עָמֵ֗ל H6001 ellendigen, arbeide, arbeidslieden that laboureth, that is a misery, had taken (labour), wicked, workman 22 וּמְחַסֵּ֤ר H2637 ontbreken, gebrek, ontbreekt be abated, bereave, decrease, (cause to) fail, (have) lack, make lower, want 23 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 24 נַפְשִׁי֙ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 25 מִטּוֹבָ֔ה H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 26 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 27 זֶ֥ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 28 הֶ֛בֶל H1892 ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid [idiom] altogether, vain, vanity 29 וְעִנְיַ֥ן H6045 bezigheid business, travail 30 רָ֖ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 31 הֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Twee zijn beter dan een; want zij hebben een goede beloning van hun arbeid;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 TweeH8147 zijn beterH2896 danH4480 eenH259; want zij hebben een goedeH2896 beloningH7939 van hun arbeidH5999; Twee zijn beter dan een; want zij hebben een goede beloning van hun arbeid;

KJV Two2 are better1 than one;4 because they have6 a good9 reward8 for their labour.

1 טוֹבִ֥ים H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 2 הַשְּׁנַ֖יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 3 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 4 הָאֶחָ֑ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 5 אֲשֶׁ֧ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 יֵשׁ H3426 ware, Hoe lang, Voorwaar (there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest 7 לָהֶ֛ם 8 שָׂכָ֥ר H7939 loon, beloning, Loon hire, price, reward(-ed), wages, worth 9 ט֖וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 10 בַּעֲמָלָֽם H5999 arbeid, moeite, kwelling grievance(-vousness), iniquity, labour, mischief, miserable(-sery), pain(-ful), perverseness, sorrow, toil, travail, trouble, wearisome, wickedness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Want indien zij vallen, de een richt zijn metgezel op; maar wee den ene, die gevallen is, want er is geen tweede om hem op te helpen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Want indien zij vallenH5307, de eenH259 richtH6965 zijn metgezelH2270 op; maar weeH337 den eneH259, die gevallenH5307 is, want er is geenH369 tweedeH8145 om hem op te helpenH6965. Want indien zij vallen, de een richt zijn metgezel op; maar wee den ene, die gevallen is, want er is geen tweede om hem op te helpen.

KJV For if they fall,3 the one4 will lift up5 his fellow:7 but woe8 to him that is alone9 when he falleth;10 for he hath not another12 to help him up.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 3 יִפֹּ֔לוּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 4 הָאֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 5 יָקִ֣ים H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 חֲבֵר֑וֹ H2270 metgezellen, gezel, medegenoten companion, fellow, knit together 8 וְאִ֣יל֗וֹ H337 Wee, wee woe 9 הָֽאֶחָד֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 10 שֶׁיִּפּ֔וֹל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 11 וְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 12 שֵׁנִ֖י H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 13 לַהֲקִימֽוֹ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Ook, indien twee te zamen liggen, zo hebben zij warmte; maar hoe zou een alleen warm worden?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 OokH1571, indien tweeH8147 te zamen liggenH7901, zoH518 hebben zij warmteH2552; maar hoeH259 zou een alleen warmH3179 worden? Ook, indien twee te zamen liggen, zo hebben zij warmte; maar hoe zou een alleen warm worden?

KJV Again,1 if two4 lie together,3 then they have heat:5 but how can one7 be warm

1 גַּ֛ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 3 יִשְׁכְּב֥וּ H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 4 שְׁנַ֖יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 5 וְחַ֣ם H2552 warm, heet, warmt enflame self, get (have) heat, be (wax) hot, (be, wax) warm (self, at) 6 לָהֶ֑ם 7 וּלְאֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 8 אֵ֥יךְ H349 hoe how, what 9 יֵחָֽם H3179 verhit, hittig, heet get heat, be hot, conceive, be warm
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En indien iemand den een mocht overweldigen, zo zullen de twee tegen hem bestaan; en een drievoudig snoer wordt niet haast gebroken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En indien iemandH259 den een mocht overweldigenH8630, zoH518 zullen de tweeH8147 tegen hem bestaanH5975; en een drievoudigH8027 snoerH2339 wordt nietH3808 haastH4120 gebrokenH5423. En indien iemand den een mocht overweldigen, zo zullen de twee tegen hem bestaan; en een drievoudig snoer wordt niet haast gebroken.

KJV And if one3 prevail2 against him, two4 shall withstand5 him; and a threefold8 cord7 is not quickly10 broken.

1 וְאִֽם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 יִתְקְפוֹ֙ H8630 overweldigt, overweldigen prevail (against) 3 הָאֶחָ֔ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 4 הַשְּׁנַ֖יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 5 יַעַמְד֣וּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 6 נֶגְדּ֑וֹ H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 7 וְהַחוּט֙ H2339 draad, snoer cord, fillet, line, thread 8 הַֽמְשֻׁלָּ֔שׁ H8027 derden, drie, driejarige do the third time, (divide into, stay) three (days, -fold, parts, years old) 9 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 בִמְהֵרָ֖ה H4120 haastelijk, haast, Haast hastily, quickly, shortly, soon, make (with) speed(-ily), swiftly 11 יִנָּתֵֽק H5423 afgetrokken, verscheurd, verscheuren break (off), burst, draw (away), lift up, pluck (away, off), pull (out), root out
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Beter is een arm en wijs jongeling, dan een oud en zot koning, die niet weet van meer vermaand te worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 BeterH2896 is een armH4542 en wijsH2450 jongelingH3206, dan een oudH2205 en zotH3684 koningH4428, dieH834 nietH3808 weetH3045 van meerH5750 vermaandH2094 te worden. Beter is een arm en wijs jongeling, dan een oud en zot koning, die niet weet van meer vermaand te worden.

KJV Better1 is a poor3 and a wise4 child2 than an old6 and foolish7 king,5 who will10 no more be admonished.

1 ט֛וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 2 יֶ֥לֶד H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 3 מִסְכֵּ֖ן H4542 armen, arm poor (man) 4 וְחָכָ֑ם H2450 wijzen, wijs, wijze cunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man) 5 מִמֶּ֤לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 זָקֵן֙ H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 7 וּכְסִ֔יל H3684 zot, zotten, zots fool(-ish) 8 אֲשֶׁ֛ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 יָדַ֥ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 11 לְהִזָּהֵ֖ר H2094 waarschuwen, gewaarschuwd, waarschuwt admonish, shine, teach, (give) warn(-ing) 12 עֽוֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Want een komt uit het gevangenhuis, om koning te zijn; daar ook een, die in zijn koninkrijk geboren is, verarmt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 WantH3588 een komtH3318 uit het gevangenhuisH631, om koningH4427 te zijn; daar ookH1571 een, die in zijn koninkrijkH4438 geborenH3205 is, verarmtH7326. Want een komt uit het gevangenhuis, om koning te zijn; daar ook een, die in zijn koninkrijk geboren is, verarmt.

KJV For out of prison3 he cometh4 to reign;5 whereas also he that is born9 in his kingdom8 becometh poor.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 מִבֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 3 הָסוּרִ֖ים H631 gebonden, verbonden, binden bind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie 4 יָצָ֣א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 5 לִמְלֹ֑ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 6 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 גַּ֥ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 8 בְּמַלְכוּת֖וֹ H4438 koninkrijk, koninkrijks, koninklijke empire, kingdom, realm, reign, royal 9 נוֹלַ֥ד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 10 רָֽשׁ H7326 arme, armen, arm lack, needy, (make self) poor (man)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Ik zag al de levenden wandelen onder de zon, met de jongeling, den tweede, die in diens plaats staan zal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Ik zagH7200 alH3605 de levendenH2416 wandelenH1980 onderH8478 de zonH8121, metH5973 de jongelingH3206, den tweedeH8145, dieH834 in diens plaatsH5975 staan zal. Ik zag al de levenden wandelen onder de zon, met de jongeling, den tweede, die in diens plaats staan zal.

KJV I considered1 all the living4 which walk5 under the sun,7 with the second10 child9 that shall stand up

1 רָאִ֨יתִי֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הַ֣חַיִּ֔ים H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 5 הַֽמְהַלְּכִ֖ים H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 6 תַּ֣חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 7 הַשָּׁ֑מֶשׁ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ) 8 עִ֚ם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 9 הַיֶּ֣לֶד H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 10 הַשֵּׁנִ֔י H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 11 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 יַעֲמֹ֖ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 13 תַּחְתָּֽיו H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Er is geen einde van al het volk, van allen, die voor hen geweest zijn; de nakomelingen zullen zich ook over hem niet verblijden; gewisselijk, dat is ook ijdelheid en kwelling des geestes.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Er is geen eindeH7093 van alH3605 het volkH5971, van allenH3605, die voorH6440 hen geweest zijn; de nakomelingenH314 zullen zich ook over hem niet verblijdenH8055; gewisselijk, dat is ookH1571 ijdelheidH1892 en kwellingH7475 des geestesH7307. Er is geen einde van al het volk, van allen, die voor hen geweest zijn; de nakomelingen zullen zich ook over hem niet verblijden; gewisselijk, dat is ook ijdelheid en kwelling des geestes.

KJV There is no end2 of all the people,4 even of all that have been before8 them: they also that come after10 shall not rejoice12 in him. Surely this also is vanity17 and vexation18 of spirit.

1 אֵֽין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 2 קֵ֣ץ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 3 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הָעָ֗ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 לְכֹ֤ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 הָיָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 לִפְנֵיהֶ֔ם H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 9 גַּ֥ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 10 הָאַחֲרוֹנִ֖ים H314 laatste, achterste, navolgende after (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most 11 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 יִשְׂמְחוּ H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 13 ב֑וֹ 14 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 גַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 16 זֶ֥ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 17 הֶ֖בֶל H1892 ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid [idiom] altogether, vain, vanity 18 וְרַעְי֥וֹן H7475 kwelling, kwellingen vexation 19 רֽוּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Bewaar uw voet, als gij tot het huis Gods ingaat, en zijt liever nabij om te horen, dan om der zotten slachtoffer te geven; want zij weten niet, dat zij kwaad doen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 BewaarH8104 uw voetH7272, als gij totH413 het huisH1004 GodsH430 ingaat, en zijt liever nabijH7138 om te horenH8085, dan om der zottenH3684 slachtofferH2077 te gevenH5414; want zij wetenH3045 nietH369, dat zij kwaadH7451 doenH6213. Bewaar uw voet, als gij tot het huis Gods ingaat, en zijt liever nabij om te horen, dan om der zotten slachtoffer te geven; want zij weten niet, dat zij kwaad doen.

1 שְׁמֹ֣ר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 2 רַגְלְךָ֗ H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 3 כַּאֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 תֵּלֵךְ֙ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 הָאֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 8 וְקָר֣וֹב H7138 nabij, naaste, nabestaande allied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly) 9 לִשְׁמֹ֔עַ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 10 מִתֵּ֥ת H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 11 הַכְּסִילִ֖ים H3684 zot, zotten, zots fool(-ish) 12 זָ֑בַח H2077 slachtoffer, dankoffer, slachtofferen offer(-ing), sacrifice 13 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 אֵינָ֥ם H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 15 יוֹדְעִ֖ים H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 16 לַעֲשׂ֥וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 17 רָֽע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Prediker 4:1 Prediker 3:16 Prediker 5:8 Klaagliederen 1:2 Jesaja 5:7 Klaagliederen 1:9 Jesaja 59:13 Psalmen 102:8 Psalmen 10:9
Prediker 4:2 Prediker 2:17 Job 3:11 Prediker 9:4
Prediker 4:3 Lukas 23:29 Prediker 6:3 Mattheüs 24:19 Jeremia 9:2 Jeremia 20:17 Prediker 1:14 Job 3:10 Prediker 2:17
Prediker 4:4 Prediker 1:14 Prediker 2:21 1 Samuël 18:8 Prediker 6:11 Prediker 6:9 1 Johannes 3:12 Genesis 37:2 Genesis 4:4
Prediker 4:5 Jesaja 9:20 Spreuken 6:10 Job 13:14 Spreuken 12:27 Spreuken 13:4 Spreuken 11:17 Spreuken 20:4 Spreuken 24:33
Prediker 4:6 Spreuken 15:16 Spreuken 16:8 Spreuken 17:1 Psalmen 37:16
Prediker 4:7 Prediker 4:1 Psalmen 78:33 Zacharia 1:6
Prediker 4:8 Spreuken 27:20 Prediker 1:13 Prediker 1:8 Jesaja 5:8 Psalmen 39:6 Genesis 2:18 Prediker 5:10 1 Johannes 2:16
Prediker 4:9 Genesis 2:18 1 Korinthe 12:18 Spreuken 27:17 Numeri 11:14 Johannes 4:36 Handelingen 15:39 Handelingen 13:2 Hagai 1:14
Prediker 4:10 1 Thessalonicenzen 5:11 Galaten 6:1 1 Samuël 23:16 Exodus 32:2 1 Thessalonicenzen 4:18 Job 4:3 Galaten 2:11 Deuteronomium 9:19
Prediker 4:11 1 Koningen 1:1
Prediker 4:12 Efeze 4:3 Daniël 3:16
Prediker 4:13 Prediker 9:15 Spreuken 19:1 Spreuken 28:6 2 Kronieken 16:9 1 Koningen 22:8 2 Kronieken 25:16 Genesis 37:2 2 Kronieken 24:20
Prediker 4:14 Genesis 41:14 2 Koningen 24:12 2 Koningen 24:1 Daniël 4:31 2 Koningen 23:31 Psalmen 113:7 Genesis 41:33 Klaagliederen 4:20
Prediker 4:15 2 Samuël 15:6
Prediker 4:16 Prediker 1:14 1 Koningen 1:40 2 Samuël 15:12 Prediker 2:26 Prediker 2:11 1 Koningen 12:10 1 Koningen 1:5 2 Samuël 18:7
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Prediker 4 vers 1

dergenen, Of, en zij hadden genen vertrooster.

Hertaald: dergenen, Of: en zij hadden geen trooster.

aan de zijde Hebr. aan de hand. De zin is: Zij hebben een machtige partij tegen, die hen kan overweldigen en verdrukken.

Hertaald: aan de zijde Hebreeuws: aan de hand. De betekenis is: zij hebben een machtige tegenpartij tegenover zich, die hen kan overweldigen en verdrukken.

Prediker 4 vers 2

Dies prees ik de doden Te weten, omdat zij bevrijd zijn van al deze ellenden en zwarigheden. Zie Job 3:17 , enz.

Hertaald: Dies prees ik de doden Namelijk: omdat zij bevrijd zijn van al deze ellende en moeite. Zie Job 3:17, enzovoort.

Prediker 4 vers 3

nog niet geweest is, Dat is, die nooit geboren is. Dit spreekt Salomo ten aanzien van de ellendigheden des levens. Zie Job 3:11-13 , Job 3:16 , Job 3:21 .

Hertaald: nog niet geweest is, Dat is: die nooit geboren is. Salomo zegt dit met het oog op de ellende van het leven. Zie Job 3:11-13, Job 3:16, Job 3:21.

Prediker 4 vers 4

zag ik al den arbeid Dat is, betrachtte ik.

Hertaald: zag ik al den arbeid Dat is: overwoog ik.

dat het den mens De zin is, die zichzelven in hun beroep naarstiglijk kwijten en kloek in hunne handelingen en werken zijn, die zijn den nijd der bozen en onachtzamen onderworpen. Hetwelk dan de vrome zeer moeite en verdriet.

Hertaald: dat het den mens De betekenis is: zij die zich in hun beroep ijverig van hun taak kwijten en flink zijn in hun handel en werk, staan bloot aan de afgunst van de bozen en de nalatigen. En dat bezorgt de vrome veel moeite en verdriet.

Prediker 4 vers 5

De zot De schrift noemt zotheid, of dwaasheid, al hetgeen tegen Gods Woord strijdt; hier is een zot zoveel te zeggen als een luiaard; en hier wordt de aard der luiaards en der achtelozen, die de handen niet uitsteken tot de arbeid, van de Prediker gesteld tegen de aard der naarstigen en der kloeken, van wie hij vs.4 gesproken heeft; en hij wil te verstaan geven dat onaangezien het zeer verdrietig is de haat der bozen onderworpen te zijn vanwege zijne kloekheid en naarstigheid, het desniettemin grote dwaasheid is, luiledig zijn leven te verslijten.

Hertaald: De zot De Schrift noemt dwaasheid alles wat tegen Gods Woord ingaat; hier betekent een dwaas zoveel als een luiaard. Hier stelt de Prediker de aard van de luiaards en de nalatigen, die hun handen niet uitsteken naar het werk, tegenover de aard van de ijverigen en flinken over wie hij in vers 4 gesproken heeft. Hij wil te kennen geven dat het weliswaar zeer verdrietig is om vanwege je flinkheid en ijver aan de haat van de bozen blootgesteld te zijn, maar dat het niettemin grote dwaasheid is om zijn leven in luiheid en ledigheid te verslijten.

eet zijn eigen vlees Dat is gelijk wij gemeenlijk spreken de dwaas eet zichzelven op; dat is hij verteert al wat hij heeft en hij vervalt eindelijk in zulke armoede dat hij in hartzeer en armoede zijn vlees en bloed verteert.

Hertaald: eet zijn eigen vlees Dat is: zoals wij gewoonlijk zeggen: de dwaas eet zichzelf op; dat is: hij verteert alles wat hij heeft en vervalt ten slotte in zo'n armoede dat hij in hartzeer en armoede zijn vlees en bloed verteert.

Prediker 4 vers 6

Een hand vol Hebr. een palm vol. Sommigen nemen dit als woorden van den zot tot verschoning zijner luiheid, waarvan vs.5 te zien is. Alsof hij zeide: waartoe zal ik zulke moeite en arbeid doen, gelijk vele mensen doen? Ik heb aan een kleintje genoeg, ik wil het zachtjes opnemen. De woorden zijn goed, het is beter met matige rijkdom in gerustheid te leven dan grote rijkdom te bezitten met grote zorg en bekommernis. Zie Spr. 15:16-17 en Spr. 17:1 . Maar de luiaards misbruiken dezelve tot bedekking hunner luiheid. Zie Ef. 4:28 . Anderen verstaan deze woorden als woorden des Predikers, dienende tot vermaning des luiaards, dat hij vlijtig behoort te arbeiden, al zou hij maar een weinig daarvan bekomen om eerlijk te leven.

Hertaald: Een hand vol Hebreeuws: een handpalm vol. Sommigen vatten dit op als woorden van de dwaas ter verontschuldiging van zijn luiheid, waarover vers 5 gaat. Alsof hij zei: waarom zou ik mij zo inspannen en afmatten als zoveel mensen doen? Ik heb genoeg aan weinig; ik doe het rustig aan. De woorden op zichzelf zijn goed: het is beter met matige rijkdom in rust te leven dan grote rijkdom te bezitten met veel zorg en bekommering. Zie Spr. 15:16-17 en Spr. 17:1. Maar de luiaards misbruiken ze om hun luiheid te bedekken. Zie Ef. 4:28. Anderen vatten deze woorden op als woorden van de Prediker zelf, die dienen om de luiaard te vermanen dat hij ijverig behoort te werken, al zou hij er maar weinig van krijgen om eerbaar te leven.

Prediker 4 vers 8

Daar is er een, Dit wordt gesproken van de vrekkige gierigaards, die zich nimmermeer laten genoegen, maar altoos liggen wroeten, ofschoon zij niet weten wie hunne goederen zullen erven.

Hertaald: Daar is er een, Dit wordt gezegd over de vrekkige gierigaards, die zich nooit tevredenstellen maar altijd blijven zwoegen, ook al weten zij niet wie hun goederen zal erven.

kind, Bij de kinderen worden verstaan de afstammelingen [zo men die noemt] in de rechte lijn; en bij de broeders alle zijverwanten of vrienden, die ter zijde aankomen.

Hertaald: kind, Onder de kinderen worden de nakomelingen in de rechte lijn verstaan, en onder de broers alle zijverwanten of familieleden in de zijlijn.

broeder; Bij de kinderen worden verstaan de afstammelingen [zo men die noemt] in de rechte lijn; en bij de broeders alle zijverwanten of vrienden, die ter zijde aankomen.

Hertaald: broeder; Onder de kinderen worden de nakomelingen in de rechte lijn verstaan, en onder de broers alle zijverwanten of familieleden in de zijlijn.

niet verzadigd Dat is, al bezat hij al wat hij ziet, zo zou hij nog niet tevreden of verzadigd wezen.

Hertaald: niet verzadigd Dat is: al bezat hij alles wat hij ziet, dan zou hij nog niet tevreden of verzadigd zijn.

en zegt niet De zin is: Hij denkt niet bij zichzelven: Is het niet een grote dwaasheid, dat ik mijzelven geen goeddoe of gun; maar steeds voor vreemden slaaf? Zie Ps. 39:7 , enz.

Hertaald: en zegt niet De betekenis is: hij denkt niet bij zichzelf: is het geen grote dwaasheid dat ik mijzelf niets goeds doe of gun, maar aldoor voor vreemden zwoeg? Zie Ps. 39:7, enzovoort.

doe Alsof hij zeide: Waarom durf ik mijne nooddruft van mijn goed niet nemen? Of, waarom behelp ik mijzelven dus armelijk en bekommerlijk?

Hertaald: doe Alsof hij zei: waarom durf ik van mijn bezit niet te nemen wat ik nodig heb? Of: waarom behelp ik mijzelf zo armoedig en zorgelijk?

mijn ziel Dat is, mijzelven.

Hertaald: mijn ziel Dat is: mijzelf.

Prediker 4 vers 9

Twee zijn beter Dat is, de staat van twee, die samenleven, is beter dan een. Het schijnt dat de gierigen met deze woorden bestraft worden, die voor niemand dan voor zichzelven alleen zijn, en met gene mensen begeren gemeenschap te houden, uit vrees dat de vriendschap hun wat zou kosten, daar nochtans goede vriendschap beter is dan tijdelijke rijkdom.

Hertaald: Twee zijn beter Dat is: de toestand van twee die samenleven is beter dan die van één. Het lijkt erop dat met deze woorden de gierigen bestraft worden, die er alleen voor zichzelf zijn en met niemand omgang willen hebben uit vrees dat de vriendschap hun iets zou kosten, terwijl goede vriendschap toch beter is dan tijdelijke rijkdom.

zij hebben een goede beloning Te weten voorzoveel zij lichter hun voornemen kunnen volbrengen, dan dat zij alleen waren zonder iemands hulp; want dewijl zij elkander helpen, zo gaat hun arbeid beter voort, en hebben zij beter gewin.

Hertaald: zij hebben een goede beloning Namelijk: voor zover zij hun voornemen gemakkelijker kunnen uitvoeren dan wanneer zij alleen zouden zijn zonder iemands hulp; want doordat zij elkaar helpen vordert hun werk beter en hebben zij meer opbrengst.

Prediker 4 vers 10

zij Dat is, hunner een, of een van hen beiden. Zie Richt. 12:7 .

Hertaald: zij Dat is: een van hen, of een van hen beiden. Zie Richt. 12:7.

vallen, Te weten, in ziekte, of ellende, of zonde.

Hertaald: vallen, Namelijk: in ziekte, of ellende, of zonde.

Prediker 4 vers 11

liggen, Of, slapen.

Hertaald: liggen, Of: slapen.

Prediker 4 vers 12

een drievoudig snoer De zin is: Indien zij nog meer dan met hun tweeën zijn, ja zo zij velen met alkander verbonden zijn, zo zullen zij des te beter hun vijand, die hen wil beschadigen, kunnen weerstaan.

Hertaald: een drievoudig snoer De betekenis is: wanneer zij nog met meer dan twee zijn, ja wanneer velen met elkaar verbonden zijn, zullen zij des te beter de vijand kunnen weerstaan die hun schade wil doen.

Prediker 4 vers 13

Beter is een arm Alsof hij zeide: De koninklijke staat wordt wel zeer groot geacht in deze wereld, en die daartoe komen, achten wel zichzelven zeer gelukzalig boven andere mensen, maar daar is geen rechte gelukzaligheid in te vinden. Immers, als een koning geen noodzakelijke wijsheid heeft al is hij tot ouderdom gekomen om zichzelven en zijne onderzaten wel te regeren, en daarenboven van anderen, die wijzer zijn dan hij, niet wil bestuurd of vermaand zijn, zo is van een arm man, die verstandig is hoewel jong zijnde van jaren, meer te houden dan van zulk een koning. Van het woord jongeling, zie Gen. 44:20 .

Hertaald: Beter is een arm Alsof hij zei: de koninklijke staat wordt in deze wereld wel zeer hoog geacht, en wie daartoe komen achten zichzelf wel zeer gelukkig boven andere mensen, maar daarin is geen ware gelukzaligheid te vinden. Want wanneer een koning niet de wijsheid heeft die nodig is om zichzelf en zijn onderdanen goed te besturen — ook al is hij oud geworden — en zich bovendien niet wil laten leiden of vermanen door anderen die wijzer zijn dan hij, dan is een arm man die verstandig is meer waard dan zo'n koning, ook al is die arme jong van jaren. Over het woord jongeling, zie Gen. 44:20.

Prediker 4 vers 14

een komt Te weten een arm jongeling vs.13. Het schijnt dat de Prediker hier ziet op hetgeen Jozef is wedervaren, Gen. 41:14 , Gen. 41:39 , Gen. 41:43 , en Ps. 105:18-21 . Dit is ook aan Mordechai te zien; Est 6 , en aan veel anderen meer.

Hertaald: een komt Namelijk: een arme jongeling, vers 13. Het lijkt erop dat de Prediker hier ziet op wat Jozef overkomen is, Gen. 41:14, Gen. 41:39, Gen. 41:43, en Ps. 105:18-21. Dat is ook te zien bij Mordechai, Esth. 6, en bij veel anderen.

uit het gevangenhuis, Hebr. uit het huis der gebondenen.

Hertaald: uit het gevangenhuis, Hebreeuws: uit het huis van de gebondenen.

ook een, Dat is, die een geboren en erfkoning is, niet een verkoren koning.

Hertaald: ook een, Dat is: iemand die als koning geboren is en het rijk geërfd heeft, niet een gekozen koning.

verarmt Dit is den koning Zedekia overkomen, 2Ki 25 , en Nebukadnezar den koning te Babel. Dan. 4:30 , en anderen meer. Zodat het ijdelheid is, op de koninklijke hoogheid en macht zich te verhovaardigen of te verlaten, ten aanzien van de ongestadigheid en onvastheid derzelve.

Hertaald: verarmt Dit is koning Zedekia overkomen, 2 Kon. 25, en Nebukadnezar, de koning van Babel, Dan. 4:30, en nog anderen. Zodat het ijdelheid is zich op de koninklijke hoogheid en macht te beroemen of daarop te vertrouwen, gezien hun onbestendigheid en onvastheid.

Prediker 4 vers 15

Ik zag Dat is: ik merkte dat in het algemeen de wereld zich voegt aan de zijde des jongelings, dat is des konings, die zijnen vader in het koninkrijk zal navolgen, en dat de koning oud geworden zijnde, zozeer niet geacht wordt. Dit is mede ene ijdelheid en moeilijkheid in den koninklijken staat.

Hertaald: Ik zag Dat is: ik merkte dat de wereld zich in het algemeen schaart aan de kant van de jongeling, dat is: van de koning die zijn vader in het koninkrijk zal opvolgen, en dat de koning, wanneer hij oud geworden is, niet meer zo geacht wordt. Ook dat is een ijdelheid en moeilijkheid in de koninklijke staat.

al de levenden Versta hier door allen die allen, die in een koninkrijk of land wonen.

Hertaald: al de levenden Versta hier onder allen: allen die in een koninkrijk of land wonen.

wandelen Dat is openlijk converserende, of omgaande te weten om bijtijds zijn goede gratie of gunst te verwerven.

Hertaald: wandelen Dat is: openlijk met hem omgaan, namelijk om op tijd zijn gunst te verwerven.

den tweede, Dat is, die de tweede is, te weten van den vader af te rekenen, de vader zijnde de eerste, de oudste zoon de tweede.

Hertaald: den tweede, Dat is: die de tweede is, namelijk gerekend vanaf de vader: de vader is de eerste, de oudste zoon de tweede.

in diens plaats Te weten in de nu regerenden konings plaats.

Hertaald: in diens plaats Namelijk: in de plaats van de nu regerende koning.

staan zal Dat is, regeren zal. Hij wil zeggen dat er ten allen tijde meer geweest zijn, die de opgaande zon hebben geeerd of aangebeden hebben dan de ondergaande.

Hertaald: staan zal Dat is: regeren zal. Hij wil zeggen dat er in alle tijden meer mensen geweest zijn die de opgaande zon geëerd of aanbeden hebben dan de ondergaande.

Prediker 4 vers 16

Er is geen einde Dat is, van het volk is geen getal. De zin schijnt deze te zijn: Het ongestadige volk zal altoos naar verandering verlangen, en als hij koning zal geworden zijn, waar zij om gewenst hebben, dan zullen zij over hem niet vrolijk zijn, maar zij zullen haast weder naar een ander verlangen. Dit is een verdrietige zaak in het hart der koningen; en derhalve kan ook de ware gelukzaligheid in den koninklijken staat niet gevonden worden.

Hertaald: Er is geen einde Dat is: het volk is niet te tellen. De betekenis lijkt te zijn: het onbestendige volk zal altijd naar verandering verlangen, en wanneer hij eenmaal koning geworden is naar wie zij verlangd hebben, zullen zij niet blij met hem zijn, maar zullen zij spoedig weer naar een ander verlangen. Dat is een verdrietige zaak voor het hart van koningen; en daarom is ook in de koninklijke staat de ware gelukzaligheid niet te vinden.

voor hen geweest zijn Te weten voor den tegenwoordigen koning en zijn zoon, den toekomenden koning, van welke in vs.15 gesproken is.

Hertaald: voor hen geweest zijn Namelijk: voor de huidige koning en zijn zoon, de toekomstige koning, over wie in vers 15 gesproken is.

over hem Hebr. in hem; dat is over dezen. Hij wil zeggen, zij zullen ook geen tevredenheid aan de regering van des konings opvolger hebben, als hij oud zal geworden zijn.

Hertaald: over hem Hebreeuws: in hem; dat is: over deze. Hij wil zeggen: zij zullen ook geen voldoening vinden in de regering van de opvolger van de koning, wanneer die oud geworden zal zijn.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De tranen der verdrukten  — de zwaarste bladzijde van dit boek: onderdrukking waar geen trooster is (Pred. 4:1-3)

"Daarna wende ik mij, en zag aan al de onderdrukkingen, die onder de zon geschieden; en ziet, er waren de tranen der verdrukten, en dergenen, die geen trooster hadden" (Pred. 4:1). Twee keer staat er in dat ene vers dat er geen trooster was; dat is de nadruk van het hele gedeelte. Aan de kant van de verdrukkers was macht, en aan de andere kant niets. Wat daarop volgt is een uitroep van iemand die er geen weg mee weet: hij prees de doden boven de levenden, en wie nog niet geweest is boven hen beiden (Pred. 4:2-3).

Bijbelse betekenis: Deze woorden moeten gelezen worden zoals zij bedoeld zijn: als de eerlijke uitroep van iemand die onrecht ziet en er onder de zon geen antwoord op vindt. Het is een klacht en geen leer, en zeker geen raad. De Schrift laat zulke woorden staan, en dat is een troost op zichzelf; wie het leven zwaar vindt, hoeft dat voor God niet mooier te maken dan het is. Tegelijk staat dit gedeelte niet alleen. Het boek heeft even eerder gezegd dat God oordelen zal (Pred. 3:17), en het onrecht dat hier gezien wordt is dus niet het laatste woord. Wie zich in deze verzen herkent, doet er goed aan dat niet in zijn eentje te dragen maar er met iemand over te spreken. En let op wat er precies ontbrak: niet gelijk maar een trooster.

Typologie: Paulus noemt God met de naam die hier gemist wordt: Hij is Degene "Die ons vertroost in al onze verdrukking", en Hij doet dat opdat wij anderen zouden kunnen vertroosten (2 Kor. 1:4).

Pred. 4:1-3; Pred. 3:17; 2 Kor. 1:4

Het drievoudige snoer  — tegenover de eenzame die alleen voor zichzelf werkt, zet dit hoofdstuk het gezelschap (Pred. 4:9-12)

Eerst wordt een man getekend die geheel alleen staat: geen kind en geen broeder, en toch geen einde aan zijn arbeid, terwijl zijn oog niet verzadigd wordt (Pred. 4:8). Hij vraagt zelf: voor wie arbeid ik toch? Daarop volgt het antwoord van het gedeelte: "Twee zijn beter dan een; want zij hebben een goede beloning van hun arbeid" (Pred. 4:9). Er worden drie redenen bij gegeven. Als de een valt, richt de ander hem op, en wee de eenling die valt (Pred. 4:10). Twee die samen liggen, hebben warmte (Pred. 4:11). En als iemand de een overweldigt, houden de twee samen stand (Pred. 4:12). Het slot voegt er nog een derde aan toe: "een drievoudig snoer wordt niet haast gebroken" (Pred. 4:12).

Bijbelse betekenis: Dit gedeelte staat niet toevallig na de bladzijde over de eenzame werker. Wie alleen voor zichzelf werkt, houdt geen antwoord over op de vraag waarvoor hij het doet. Merk op dat de redenen alle drie heel gewoon zijn: opgeraapt worden, warm liggen, samen sterk staan. Er wordt niets verhevens over vriendschap gezegd; er wordt gezegd dat een mens het alleen niet redt. Let ook op het beeld van het snoer. Twee draden zijn al sterker dan één, maar met drie wordt het pas een koord dat niet gauw breekt. In een gemeente en in een huwelijk is dat vaak gelezen als een aanwijzing dat een derde nodig is die de twee bijeenhoudt, en die uitleg past bij wat dit boek elders over God zegt.

Typologie: De Heere Jezus zond Zijn discipelen twee aan twee uit (Luk. 10:1), en Hij belooft Zijn tegenwoordigheid juist waar er twee of drie samen zijn in Zijn Naam (Matt. 18:20).

Pred. 4:8-12; Luk. 10:1; Matt. 18:20

De gang naar het huis Gods  — het enige gedeelte van dit boek over de eredienst; het gaat over luisteren, spreken en beloven (Pred. 4:16-5:6)

"Bewaar uw voet, als gij tot het huis Gods ingaat, en zijt liever nabij om te horen, dan om der zotten slachtoffer te geven" (Pred. 4:16). Let op de versnummering. De Statenvertaling telt dit woord nog bij hoofdstuk 4, terwijl veel andere vertalingen het als Pred. 5:1 geven; in de tekst van deze module staat het aan het slot van Pred. 4:16. Wat volgt hoort er onmiddellijk bij: "Wees niet te snel met uw mond, en uw hart haaste niet een woord voort te brengen voor Gods aangezicht" (Pred. 5:1). De reden staat in dezelfde zin: God is in de hemel en de mens op de aarde, daarom moeten zijn woorden weinig zijn. Daarna gaat het over de gelofte. Wie iets beloofd heeft, moet niet uitstellen het te betalen (Pred. 5:3), en "Het is beter, dat gij niet belooft, dan dat gij belooft en niet betaalt" (Pred. 5:4). Het gedeelte sluit kort: "maar vrees gij God!" (Pred. 5:6).

Bijbelse betekenis: Het eerste wat gevraagd wordt is niet spreken maar horen. Dat bepaalt de toon van dit hele gedeelte: wie de kerk binnengaat, komt in de eerste plaats om te ontvangen. Merk op wat er over het offer van de zotten gezegd wordt. Zij brengen wel iets, maar zij weten niet dat zij kwaad doen; de vorm is er en het horen ontbreekt. Let ook op de grond onder het weinige spreken. Het is geen stijlvoorschrift maar een gevolg van Wie God is: Hij in de hemel, wij op de aarde. Wie dat beseft, praat vanzelf minder. En let op wat er over geloften staat. God houdt een mens aan zijn woord, ook aan een woord dat in een moeilijk uur gemakkelijk gegeven werd. Daarom is het beter niets te beloven dan te beloven en het te laten liggen.

Typologie: De Heere Jezus zegt over het bidden hetzelfde als Pred. 5:1: "gebruikt geen ijdel verhaal van woorden" (Matt. 6:7). En over het zweren en beloven geeft Hij deze regel: "laat zijn uw woord ja, ja; neen, neen" (Matt. 5:37).

Pred. 4:16; Pred. 5:1-6; Matt. 6:7; Matt. 5:37

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Prediker 4

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content