Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Prediker 3

1 Alles heeft een bestemden tijd, en alle voornemen onder den hemel heeft zijn tijd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 AllesH3605 heeft een bestemden tijd, en alleH3605 voornemenH2656 onderH8478 den hemelH8064 heeft zijn tijd. Alles heeft een bestemden tijd, en alle voornemen onder den hemel heeft zijn tijd.

Ook in dit vers tijdH2165 tijdH6256

KJV To every thing there is a season,2 and a time3 to every purpose5 under the heaven:

1 לַכֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 זְמָ֑ן H2165 tijd, tijden, zekeren tijd season, time 3 וְעֵ֥ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 4 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 חֵ֖פֶץ H2656 lust, voornemen, welbehagen acceptable, delight(-some), desire, things desired, matter, pleasant(-ure), purpose, willingly 6 תַּ֥חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 7 הַשָּׁמָֽיִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Er is een tijd om geboren te worden, en een tijd om te sterven; een tijd om te planten, en een tijd om het geplante uit te roeien;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Er is een tijdH6256 om geborenH3205 te worden, en een tijdH6256 om te stervenH4191; een tijdH6256 om te plantenH5193, en een tijdH6256 om het geplanteH5193 uit te roeienH6131; Er is een tijd om geboren te worden, en een tijd om te sterven; een tijd om te planten, en een tijd om het geplante uit te roeien;

KJV A time1 to be born,2 and a time3 to die;4 a time5 to plant,6 and a time7 to pluck up8 that which is planted;

1 עֵ֥ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 2 לָלֶ֖דֶת H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 3 וְעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 4 לָמ֑וּת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 5 עֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 6 לָטַ֔עַת H5193 planten, geplant, plant fastened, plant(-er) 7 וְעֵ֖ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 8 לַעֲק֥וֹר H6131 ontzenuwde, roeien, uitgeworteld dig down, hough, pluck up, root up 9 נָטֽוּעַ H5193 planten, geplant, plant fastened, plant(-er)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Een tijd om om te doden, en een tijd om te genezen; een tijd om af te breken, en een tijd om te bouwen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Een tijdH6256 om om te dodenH2026, en een tijdH6256 om te genezenH7495; een tijdH6256 om af te brekenH6555, en een tijdH6256 om te bouwenH1129; Een tijd om om te doden, en een tijd om te genezen; een tijd om af te breken, en een tijd om te bouwen;

KJV A time1 to kill,2 and a time3 to heal;4 a time5 to break down,6 and a time7 to build up;

1 עֵ֤ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 2 לַהֲרוֹג֙ H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 3 וְעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 4 לִרְפּ֔וֹא H7495 genezen, gezond, helen cure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה) 5 עֵ֥ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 6 לִפְר֖וֹץ H6555 gescheurd, brak, doorgebroken [idiom] abroad, (make a) breach, break (away, down, -er, forth, in, up), burst out, come (spread) abroad, compel, disperse, grow, increase, open, press, scatter, urge 7 וְעֵ֥ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 8 לִבְנֽוֹת H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Een tijd om te wenen, en een tijd om te lachen; een tijd om te kermen, en een tijd om op te springen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Een tijdH6256 om te wenenH1058, en een tijdH6256 om te lachenH7832; een tijdH6256 om te kermenH5594, en een tijdH6256 om op te springenH7540; Een tijd om te wenen, en een tijd om te lachen; een tijd om te kermen, en een tijd om op te springen;

KJV A time1 to weep,2 and a time3 to laugh;4 a time5 to mourn,6 and a time7 to dance;

1 עֵ֤ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 2 לִבְכּוֹת֙ H1058 weende, weenden, wenen [idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep 3 וְעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 4 לִשְׂח֔וֹק H7832 lachen, belacht, spelen deride, have in derision, laugh, make merry, mock(-er), play, rejoice, (laugh to) scorn, be in (make) sport 5 עֵ֥ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 6 סְפ֖וֹד H5594 beklagen, rouwklagen, misbaar lament, mourn(-er), wail 7 וְעֵ֥ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 8 רְקֽוֹד H7540 huppelen, springen, opsprongt dance, jump, leap, skip
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Een tijd om stenen weg te werpen, en een tijd om stenen te vergaderen; een tijd om te omhelzen, en een tijd om verre te zijn van omhelzen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Een tijdH6256 om stenenH68 weg te werpen, en een tijdH6256 om stenenH68 te vergaderenH3664; een tijdH6256 om te omhelzenH2263, en een tijdH6256 om verreH7368 te zijn van omhelzenH2263; Een tijd om stenen weg te werpen, en een tijd om stenen te vergaderen; een tijd om te omhelzen, en een tijd om verre te zijn van omhelzen;

Ook in dit vers weg werpenH7993

KJV A time1 to cast away2 stones,3 and a time4 to gather5 stones6 together; a time7 to embrace,8 and a time9 to refrain10 from embracing;

1 עֵ֚ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 2 לְהַשְׁלִ֣יךְ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 3 אֲבָנִ֔ים H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 4 וְעֵ֖ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 5 כְּנ֣וֹס H3664 vergaderen, vergadert, bijeenbrengen gather (together), heap up, wrap self 6 אֲבָנִ֑ים H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 7 עֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 8 לַחֲב֔וֹק H2263 omhelzen, omhelsde, omhelze embrace, fold 9 וְעֵ֖ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 10 לִרְחֹ֥ק H7368 verre, wees verre, ver (a-, be, cast, drive, get, go, keep (self), put, remove, be too, (wander), withdraw) far (away, off), loose, [idiom] refrain, very, (be) a good way (off) 11 מֵחַבֵּֽק H2263 omhelzen, omhelsde, omhelze embrace, fold
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Een tijd om te zoeken, en een tijd om verloren te laten gaan; een tijd om te bewaren, en een tijd om weg te werpen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Een tijdH6256 om te zoekenH1245, en een tijdH6256 om verlorenH6 te laten gaan; een tijdH6256 om te bewarenH8104, en een tijdH6256 om weg te werpen; Een tijd om te zoeken, en een tijd om verloren te laten gaan; een tijd om te bewaren, en een tijd om weg te werpen;

Ook in dit vers weg werpenH7993

KJV A time1 to get,2 and a time3 to lose;4 a time5 to keep,6 and a time7 to cast away;

1 עֵ֤ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 2 לְבַקֵּשׁ֙ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 3 וְעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 4 לְאַבֵּ֔ד H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 5 עֵ֥ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 6 לִשְׁמ֖וֹר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 7 וְעֵ֥ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 8 לְהַשְׁלִֽיךְ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Een tijd om te scheuren, en een tijd om toe te naaien; een tijd om te zwijgen, en een tijd om te spreken;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Een tijdH6256 om te scheurenH7167, en een tijdH6256 om toe te naaienH8609; een tijdH6256 om te zwijgenH2814, en een tijdH6256 om te sprekenH1696; Een tijd om te scheuren, en een tijd om toe te naaien; een tijd om te zwijgen, en een tijd om te spreken;

KJV A time1 to rend,2 and a time3 to sew;4 a time5 to keep silence,6 and a time7 to speak;

1 עֵ֤ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 2 לִקְר֨וֹעַ֙ H7167 scheurde, gescheurd, scheurden cut out, rend, [idiom] surely, tear 3 וְעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 4 לִתְפּ֔וֹר H8609 naaien, genaaid, hechtten (women that) sew (together) 5 עֵ֥ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 6 לַחֲשׁ֖וֹת H2814 zwijgen, stil, stilzwijgen hold peace, keep silence, be silent, (be) still 7 וְעֵ֥ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 8 לְדַבֵּֽר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Een tijd om lief te hebben, en een tijd om te haten; een tijd van oorlog, en een tijd van vrede.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Een tijdH6256 om liefH157 te hebben, en een tijdH6256 om te hatenH8130; een tijdH6256 van oorlogH4421, en een tijdH6256 van vredeH7965. Een tijd om lief te hebben, en een tijd om te haten; een tijd van oorlog, en een tijd van vrede.

KJV A time1 to love,2 and a time3 to hate;4 a time5 of war,6 and a time7 of peace.

1 עֵ֤ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 2 לֶֽאֱהֹב֙ H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 3 וְעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 4 לִשְׂנֹ֔א H8130 haat, haten, haters enemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly 5 עֵ֥ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 6 מִלְחָמָ֖ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 7 וְעֵ֥ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 8 שָׁלֽוֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Wat voordeel heeft hij, die werkt, van hetgeen hij arbeidt?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Wat voordeelH3504 heeft hij, die werktH6213, van hetgeenH834 hij arbeidtH6001? Wat voordeel heeft hij, die werkt, van hetgeen hij arbeidt?

KJV What profit2 hath he that worketh3 in that wherein4 he laboureth?

1 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 2 יִּתְרוֹן֙ H3504 voordeel, uitnemendheid, nuttigheid better, excellency(-leth), profit(-able) 3 הָֽעוֹשֶׂ֔ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 4 בַּאֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 ה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 6 עָמֵֽל H6001 ellendigen, arbeide, arbeidslieden that laboureth, that is a misery, had taken (labour), wicked, workman
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Ik heb gezien de bezigheid, die God den kinderen der mensen gegeven heeft, om zichzelven daarmede te bekommeren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Ik heb gezienH7200 de bezigheidH6045, dieH834 GodH430 den kinderenH1121 der mensenH120 gegevenH5414 heeft, om zichzelven daarmede te bekommerenH6031. Ik heb gezien de bezigheid, die God den kinderen der mensen gegeven heeft, om zichzelven daarmede te bekommeren.

KJV I have seen1 the travail,3 which God6 hath given5 to the sons7 of men8 to be exercised

1 רָאִ֣יתִי H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הָֽעִנְיָ֗ן H6045 bezigheid business, travail 4 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 נָתַ֧ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 אֱלֹהִ֛ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 לִבְנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 הָאָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 9 לַעֲנ֥וֹת H6031 verootmoedigen, verdrukt, verkracht abase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise 10 בּֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Hij heeft ieder ding schoon gemaakt op zijn tijd; ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder dat een mens het werk, dat God gemaakt heeft, kan uitvinden, van het begin tot het einde toe.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Hij heeft iederH3605 ding schoonH3303 gemaaktH6213 op zijn tijdH6256; ookH1571 heeft Hij de eeuwH5769 in hun hartH3820 gelegdH5414, zonderH3808 dat een mensH120 het werkH4639, datH834 GodH430 gemaaktH6213 heeft, kan uitvindenH4672, van het beginH7218 totH5704 het eindeH5490 toe. Hij heeft ieder ding schoon gemaakt op zijn tijd; ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder dat een mens het werk, dat God gemaakt heeft, kan uitvinden, van het begin tot het einde toe.

KJV He hath made3 every thing beautiful4 in his time:5 also he hath set9 the world8 in their heart,10 so that11 no man15 can find out14 the work17 that God20 maketh19 from the beginning21 to the end.

1 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 הַכֹּ֥ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 עָשָׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 4 יָפֶ֣ה H3303 schoon, schone, schoonste [phrase] beautiful, beauty, comely, fair(-est, one), [phrase] goodly, pleasant, well 5 בְעִתּ֑וֹ H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 6 גַּ֤ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הָעֹלָם֙ H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 9 נָתַ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 בְּלִבָּ֔ם H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 11 מִבְּלִ֞י H1097 iemand, alsof, onwetende corruption, ig(norantly), for lack of, where no...is, so that no, none, not, un(awares), without 12 אֲשֶׁ֧ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 יִמְצָ֣א H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 15 הָאָדָ֗ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 הַֽמַּעֲשֶׂ֛ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 18 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 19 עָשָׂ֥ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 20 הָאֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 21 מֵרֹ֥אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 22 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 23 סֽוֹף H5490 einde conclusion, end, hinder participle
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Ik heb gemerkt, dat er niets beters voor henlieden is, dan zich te verblijden, en goed te doen in zijn leven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Ik heb gemerktH3045, datH3588 er nietsH369 betersH2896 voor henlieden is, dan zich te verblijdenH8055, en goedH2896 te doenH6213 in zijn levenH2416. Ik heb gemerkt, dat er niets beters voor henlieden is, dan zich te verblijden, en goed te doen in zijn leven.

KJV I know1 that there is no good4 in them, but for a man to rejoice,8 and to do9 good10 in his life.

1 יָדַ֕עְתִּי H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 2 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 אֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 4 ט֖וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 5 בָּ֑ם 6 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 8 לִשְׂמ֔וֹחַ H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 9 וְלַעֲשׂ֥וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 ט֖וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 11 בְּחַיָּֽיו H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Ja ook, dat ieder mens ete en drinke, en het goede geniete van al zijn arbeid, Dit is een gave Gods.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Ja ook, dat iederH3605 mensH120 eteH398 en drinkeH8354, en het goedeH2896 genieteH7200 van alH3605 zijn arbeidH5999, Dit is een gaveH4991 GodsH430. Ja ook, dat ieder mens ete en drinke, en het goede geniete van al zijn arbeid, Dit is een gave Gods.

KJV And also that every man3 should eat4 and drink,5 and enjoy6 the good7 of all his labour,9 it is the gift10 of God.

1 וְגַ֤ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 הָאָדָם֙ H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 4 שֶׁיֹּאכַ֣ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 5 וְשָׁתָ֔ה H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 6 וְרָאָ֥ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 7 ט֖וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 8 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 עֲמָל֑וֹ H5999 arbeid, moeite, kwelling grievance(-vousness), iniquity, labour, mischief, miserable(-sery), pain(-ful), perverseness, sorrow, toil, travail, trouble, wearisome, wickedness 10 מַתַּ֥ת H4991 gave, geschenk, gift gift 11 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 12 הִֽיא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Ik weet, dat al wat God doet, dat zal in der eeuwigheid zijn, en er is niet toe te doen, noch is er af te doen; en God doet dat, opdat men vreze voor Zijn aangezicht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Ik weetH3045, dat alH3605 watH834 GodH430 doetH6213, dat zal in der eeuwigheidH5769 zijn, en er is niet toe te doen, noch is er afH4480 te doen; en GodH430 doet dat, opdat men vrezeH3372 voor Zijn aangezichtH6440. Ik weet, dat al wat God doet, dat zal in der eeuwigheid zijn, en er is niet toe te doen, noch is er af te doen; en God doet dat, opdat men vreze voor Zijn aangezicht.

KJV I know1 that, whatsoever God6 doeth,5 it shall be for ever:9 nothing11 can be put12 to it, nor any thing taken15 from it: and God16 doeth17 it, that men should fear18 before

1 יָדַ֗עְתִּי H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 2 כִּ֠י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 יַעֲשֶׂ֤ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 הָאֱלֹהִים֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 ה֚וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 8 יִהְיֶ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 לְעוֹלָ֔ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 10 עָלָיו֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 אֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 12 לְהוֹסִ֔יף H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 13 וּמִמֶּ֖נּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 14 אֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 15 לִגְרֹ֑עַ H1639 afgetrokken, afdoen, verminderen abate, clip, (di-) minish, do (take) away, keep back, restrain, make small, withdraw 16 וְהָאֱלֹהִ֣ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 17 עָשָׂ֔ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 18 שֶׁיִּֽרְא֖וּ H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 19 מִלְּפָנָֽיו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Hetgeen geweest is, dat is nu, en wat wezen zal, dat is alrede geweest; en God zoekt het weggedrevene.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 HetgeenH834 geweest is, dat is nu, en wat wezen zal, dat is alredeH3528 geweestH1961; en GodH430 zoektH1245 hetH1931 weggedreveneH7291. Hetgeen geweest is, dat is nu, en wat wezen zal, dat is alrede geweest; en God zoekt het weggedrevene.

KJV That which hath been is now;3 and that which is to be hath already7 been; and God9 requireth10 that which is past.

1 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 2 שֶּֽׁהָיָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 כְּבָ֣ר H3528 alrede, aangezien, alreeds already, (seeing that which), now 4 ה֔וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 וַאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 לִהְי֖וֹת H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 כְּבָ֣ר H3528 alrede, aangezien, alreeds already, (seeing that which), now 8 הָיָ֑ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 וְהָאֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 10 יְבַקֵּ֥שׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 נִרְדָּֽף H7291 vervolgen, vervolgers, jaagde chase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Verder heb ik ook gezien onder de zon, ter plaatse des gerichts, aldaar was goddeloosheid; en ter plaatse der gerechtigheid, aldaar was goddeloosheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Verder heb ik ook gezienH7200 onderH8478 de zonH8121, ter plaatseH4725 des gerichtsH4941, aldaarH8033 was goddeloosheidH7562; en ter plaatseH4725 der gerechtigheidH6664, aldaarH8033 was goddeloosheidH7562. Verder heb ik ook gezien onder de zon, ter plaatse des gerichts, aldaar was goddeloosheid; en ter plaatse der gerechtigheid, aldaar was goddeloosheid.

KJV And moreover I saw2 under the sun4 the place5 of judgment,6 that wickedness8 was there; and the place9 of righteousness,10 that iniquity

1 וְע֥וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 2 רָאִ֖יתִי H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 3 תַּ֣חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 4 הַשָּׁ֑מֶשׁ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ) 5 מְק֤וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 6 הַמִּשְׁפָּט֙ H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 7 שָׁ֣מָּה H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 8 הָרֶ֔שַׁע H7562 goddeloosheid, goddeloze, goddelooslijk iniquity, wicked(-ness) 9 וּמְק֥וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 10 הַצֶּ֖דֶק H6664 gerechtigheid, rechte, rechtvaardige [idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness) 11 שָׁ֥מָּה H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 12 הָרָֽשַׁע H7562 goddeloosheid, goddeloze, goddelooslijk iniquity, wicked(-ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Ik zeide in mijn hart: God zal den rechtvaardige en den goddeloze oordelen; want aldaar is de tijd voor alle voornemen, en over alle werk.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 IkH589 zeideH559 in mijn hartH3820: GodH430 zal den rechtvaardigeH6662 en den goddelozeH7563 oordelenH8199; wantH3588 aldaarH8033 is de tijdH6256 voor alleH3605 voornemenH2656, en overH5921 alleH3605 werkH4639. Ik zeide in mijn hart: God zal den rechtvaardige en den goddeloze oordelen; want aldaar is de tijd voor alle voornemen, en over alle werk.

KJV I said1 in mine heart,3 God9 shall judge8 the righteous5 and the wicked:7 for there is a time11 there for every purpose13 and for every work.

1 אָמַ֤רְתִּֽי H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 בְּלִבִּ֔י H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 הַצַּדִּיק֙ H6662 rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardig just, lawful, righteous (man) 6 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 הָ֣רָשָׁ֔ע H7563 goddelozen, goddeloze, goddeloos [phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong 8 יִשְׁפֹּ֖ט H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 9 הָאֱלֹהִ֑ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 10 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 עֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 12 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 חֵ֔פֶץ H2656 lust, voornemen, welbehagen acceptable, delight(-some), desire, things desired, matter, pleasant(-ure), purpose, willingly 14 וְעַ֥ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 הַֽמַּעֲשֶׂ֖ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 17 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Ik zeide in mijn hart van de positie der mensenkinderen, dat God hen zal verklaren, en dat zij zullen zien, dat zij als de beesten zijn aan zichzelven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 IkH589 zeideH559 in mijn hartH3820 van de positie der mensenkinderenH1121, dat GodH430 hen zal verklarenH1305, en dat zij zullen zienH7200, dat zijH1992 als de beestenH929 zijn aanH5921 zichzelven. Ik zeide in mijn hart van de positie der mensenkinderen, dat God hen zal verklaren, en dat zij zullen zien, dat zij als de beesten zijn aan zichzelven.

Ook in dit vers gelegenheidH1700

KJV I said1 in mine heart3 concerning the estate5 of the sons6 of men,7 that God9 might manifest8 them, and that they might see10 that they11 themselves are beasts.

1 אָמַ֤רְתִּֽי H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 בְּלִבִּ֔י H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 דִּבְרַת֙ H1700 gelegenheid, aanspraak, oorzake cause, end, estate, order, regard 6 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 הָאָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 8 לְבָרָ֖ם H1305 reine, uitgelezen, zuiveren make bright, choice, chosen, cleanse (be clean), clearly, polished, (shew self) pure(-ify), purge (out) 9 הָאֱלֹהִ֑ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 10 וְלִרְא֕וֹת H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 11 שְׁהֶם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 12 בְּהֵמָ֥ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 13 הֵ֖מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 14 לָהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Want wat den kinderen der mensen wedervaart, dat wedervaart ook den beesten; en enerlei wedervaart hun beiden; gelijk die sterft, alzo sterft deze, en zij allen hebben enerlei adem, en de uitnemendheid der mensen boven de beesten is geen; want allen zijn zij ijdelheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 WantH3588 wat den kinderenH1121 der mensenH120 wedervaartH4745, dat wedervaartH4745 ook den beestenH929; en enerleiH259 wedervaartH4745 hun beiden; gelijk die sterftH4194, alzoH3651 sterftH4194 deze, en zij allen hebben enerleiH259 ademH7307, en de uitnemendheidH4195 der mensenH120 bovenH4480 de beestenH929 is geenH369; wantH3588 allenH3605 zijn zij ijdelheidH1892. Want wat den kinderen der mensen wedervaart, dat wedervaart ook den beesten; en enerlei wedervaart hun beiden; gelijk die sterft, alzo sterft deze, en zij allen hebben enerlei adem, en de uitnemendheid der mensen boven de beesten is geen; want allen zijn zij ijdelheid.

KJV For that which befalleth2 the sons3 of men4 befalleth5 beasts;6 even one thing8 befalleth7 them: as the one dieth,10 so dieth13 the other;11 yea, they have all one16 breath;15 so that a man19 hath no preeminence18 above a beast:21 for all is vanity.

1 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 מִקְרֶ֨ה H4745 wedervaart, geval, bejegent something befallen, befalleth, chance, event, hap(-peneth) 3 בְֽנֵי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 הָאָדָ֜ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 5 וּמִקְרֶ֣ה H4745 wedervaart, geval, bejegent something befallen, befalleth, chance, event, hap(-peneth) 6 הַבְּהֵמָ֗ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 7 וּמִקְרֶ֤ה H4745 wedervaart, geval, bejegent something befallen, befalleth, chance, event, hap(-peneth) 8 אֶחָד֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 9 לָהֶ֔ם 10 כְּמ֥וֹת H4194 dood, doods, stierf (be) dead(-ly), death, die(-d) 11 זֶה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 12 כֵּ֣ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 13 מ֣וֹת H4194 dood, doods, stierf (be) dead(-ly), death, die(-d) 14 זֶ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 15 וְר֥וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 16 אֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 17 לַכֹּ֑ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 18 וּמוֹתַ֨ר H4195 overschot, uitnemendheid plenteousness, preeminence, profit 19 הָאָדָ֤ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 20 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 21 הַבְּהֵמָה֙ H929 beesten, vee, beest beast, cattle 22 אָ֔יִן H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 23 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 24 הַכֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 25 הָֽבֶל H1892 ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid [idiom] altogether, vain, vanity
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Zij gaan allen naar een plaats; zij zijn allen uit het stof, en zij keren allen weder tot het stof.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Zij gaanH1980 allen naarH413 eenH259 plaatsH4725; zij zijn allenH3605 uitH4480 het stofH6083, en zij kerenH7725 allenH3605 weder totH413 het stofH6083. Zij gaan allen naar een plaats; zij zijn allen uit het stof, en zij keren allen weder tot het stof.

KJV All go2 unto one5 place;4 all are of the dust,9 and all turn11 to dust13 again.

1 הַכֹּ֥ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 הוֹלֵ֖ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מָק֣וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 5 אֶחָ֑ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 6 הַכֹּל֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 הָיָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 9 הֶֽעָפָ֔ר H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 10 וְהַכֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 שָׁ֥ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 הֶעָפָֽר H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Wie merkt, dat de adem van de kinderen der mensen opvaart naar boven, en de adem der beesten nederwaarts vaart in de aarde?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 WieH4310 merktH3045, datH1931 de ademH7307 van de kinderenH1121 der mensenH120 opvaartH5927 naar boven, en de ademH7307 der beestenH929 nederwaartsH4295 vaartH3381 in de aardeH776? Wie merkt, dat de adem van de kinderen der mensen opvaart naar boven, en de adem der beesten nederwaarts vaart in de aarde?

KJV Who knoweth2 the spirit3 of man4 that goeth6 upward,8 and the spirit9 of the beast10 that goeth11 downward13 to the earth?

1 מִ֣י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 2 יוֹדֵ֗עַ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 3 ר֚וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 4 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 הָאָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 6 הָעֹלָ֥ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 7 הִ֖יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 8 לְמָ֑עְלָה H4605 opwaarts, hoogste, omhoog above, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very 9 וְר֨וּחַ֙ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 10 הַבְּהֵמָ֔ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 11 הַיֹּרֶ֥דֶת H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 12 הִ֖יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 13 לְמַ֥טָּה H4295 beneden, nederwaarts, laag beneath, down(-ward), less, very low, under(-neath) 14 לָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Dies ik gezien heb, dat er niets beters is, dan dat de mens zich verblijde in zijn werken, want dat is zijn deel; want wie zal hem daarhenen brengen, dat hij ziet, hetgeen na hem geschieden zal?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Dies ik gezienH7200 heb, dat er nietsH369 betersH2896 is, dan dat de mensH120 zich verblijdeH8055 in zijn werkenH4639, wantH3588 dat is zijn deelH2506; wantH3588 wieH4310 zal hem daarhenen brengenH935, dat hij zietH7200, hetgeenH834 naH310 hem geschieden zal? Dies ik gezien heb, dat er niets beters is, dan dat de mens zich verblijde in zijn werken, want dat is zijn deel; want wie zal hem daarhenen brengen, dat hij ziet, hetgeen na hem geschieden zal?

KJV Wherefore I perceive1 that there is nothing better,4 than that a man7 should rejoice6 in his own works;8 for that is his portion:11 for who shall bring14 him to see15 what shall be after

1 וְרָאִ֗יתִי H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 אֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 4 טוֹב֙ H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 5 מֵאֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 יִשְׂמַ֤ח H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 7 הָאָדָם֙ H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 8 בְּֽמַעֲשָׂ֔יו H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 9 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 ה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 11 חֶלְק֑וֹ H2506 deel, delen, stuk flattery, inheritance, part, [idiom] partake, portion 12 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 מִ֤י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 14 יְבִיאֶ֨נּוּ֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 15 לִרְא֔וֹת H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 16 בְּמֶ֖ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 17 שֶׁיִּהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 18 אַחֲרָֽיו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Prediker 3:1 Prediker 3:17 Prediker 8:5 Prediker 2:3 2 Koningen 5:26 Mattheüs 16:3 2 Kronieken 33:12 Spreuken 15:23
Prediker 3:2 Hebreeën 9:27 Job 14:5 Galaten 4:4 Handelingen 7:20 Mattheüs 13:41 Mattheüs 15:13 1 Samuël 2:5 Jesaja 5:2
Prediker 3:3 1 Samuël 2:6 Hosea 6:1 Jeremia 33:6 Zacharia 1:12 Jeremia 45:4 Daniël 9:25 Jesaja 5:5 Deuteronomium 32:39
Prediker 3:4 Exodus 15:20 Romeinen 12:15 Johannes 16:20 Psalmen 30:5 Psalmen 126:5 Jakobus 4:9 2 Korinthe 7:10 Jesaja 22:12
Prediker 3:5 2 Koningen 3:25 Joël 2:16 Jozua 4:3 Exodus 19:15 2 Samuël 18:17 Hooglied 2:6 1 Samuël 21:4 1 Korinthe 7:5
Prediker 3:6 Markus 8:35 Filippenzen 3:7 Mattheüs 16:25 Lukas 9:24 2 Koningen 7:15 Psalmen 112:9 Prediker 11:1 Deuteronomium 8:17
Prediker 3:7 Amos 5:13 Genesis 37:29 Genesis 44:18 1 Samuël 19:4 2 Koningen 5:7 2 Koningen 6:30 Handelingen 9:39 Amos 8:3
Prediker 3:8 Lukas 14:26 Efeze 5:25 Efeze 5:28 2 Kronieken 20:1 2 Kronieken 19:2 Efeze 3:19 Genesis 14:14 Openbaring 2:2
Prediker 3:9 Prediker 1:3 Mattheüs 16:26 Prediker 2:11 Spreuken 14:23 Prediker 5:16 Prediker 2:22
Prediker 3:10 Prediker 1:13 Prediker 2:26 Genesis 3:19 1 Thessalonicenzen 2:9 2 Thessalonicenzen 3:8
Prediker 3:11 Romeinen 11:33 Prediker 8:17 Romeinen 1:19 Genesis 1:31 Deuteronomium 32:4 Job 11:7 Job 5:9 Romeinen 1:28
Prediker 3:12 Prediker 3:22 Psalmen 37:3 Handelingen 20:35 Prediker 9:7 Filippenzen 4:4 Deuteronomium 28:63 1 Thessalonicenzen 5:15 1 Timotheüs 6:18
Prediker 3:13 Prediker 2:24 Psalmen 128:2 Prediker 5:18 Prediker 9:7 Jesaja 65:21 Deuteronomium 28:30 Deuteronomium 28:47 Prediker 6:2
Prediker 3:14 Jakobus 1:17 Psalmen 33:11 Romeinen 11:36 Spreuken 21:30 Titus 1:2 Openbaring 15:4 Johannes 19:10 Handelingen 2:23
Prediker 3:15 Prediker 1:9 Prediker 6:10
Prediker 3:16 Prediker 4:1 Prediker 5:8 Handelingen 23:3 Micha 2:2 Jesaja 59:14 Micha 7:3 Jakobus 2:6 1 Koningen 21:9
Prediker 3:17 Mattheüs 16:27 Prediker 3:1 2 Korinthe 5:10 Romeinen 2:5 2 Thessalonicenzen 1:6 Prediker 12:14 Genesis 18:25 Psalmen 98:9
Prediker 3:18 Psalmen 73:22 Genesis 3:17 1 Petrus 1:24 Romeinen 9:23 Psalmen 51:4 2 Petrus 2:12 Psalmen 90:5 Job 14:1
Prediker 3:19 Psalmen 49:12 Psalmen 49:20 Psalmen 39:5 2 Samuël 14:14 Job 14:10 Psalmen 89:47 Prediker 2:20 Psalmen 104:29
Prediker 3:20 Genesis 3:19 Job 34:15 Prediker 9:10 Prediker 12:7 Prediker 6:6 Job 10:9 Job 7:9 Psalmen 104:29
Prediker 3:21 Prediker 12:7 Filippenzen 1:23 Lukas 16:22 Johannes 14:3 2 Korinthe 5:1 Handelingen 1:25 2 Korinthe 5:8
Prediker 3:22 Prediker 2:24 Prediker 10:14 Prediker 6:12 Prediker 3:11 Prediker 8:7 Prediker 11:9 Filippenzen 4:4 Job 14:21
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Prediker 3 vers 1

heeft een bestemden tijd, Dat is, alle zaken en handelingen dezer wereld zijn veranderlijk en aan verscheidene verwisselingen over en weder onderworpen, die God alleen regeert en die van geen mens vervroegd of verhaast kunnen worden. Uit deze veranderlijkheid blijkt klaarlijk dat men in dit wankelbare leven de ware gelukzaligheid niet zoeken moet.

Hertaald: heeft een bestemden tijd, Dat is: alle zaken en handelingen van deze wereld zijn veranderlijk en aan allerlei wisselingen over en weer onderworpen, die God alleen bestuurt en die door geen mens vervroegd of verhaast kunnen worden. Uit deze veranderlijkheid blijkt duidelijk dat men in dit wankele leven de ware gelukzaligheid niet moet zoeken.

voornemen Hebr, behagen, of wil, begeerte, te weten der mensen. Zie Ps. 27:12 .

Hertaald: voornemen Hebreeuws: behagen, of wil, begeerte, namelijk van de mensen. Zie Ps. 27:12.

Prediker 3 vers 3

om te doden, Hetzij door den wil of beschikking Gods. Ex. 21:13 , of bij last of bevel der overheid. Anders: om te kwetsen.

Hertaald: om te doden, Hetzij door de wil of beschikking van God, Ex. 21:13, hetzij op last of bevel van de overheid. Anders: om te verwonden.

te genezen; Te weten, den gekwetste.

Hertaald: te genezen; Namelijk: de gewonde.

af te breken, Hebr. in te breken, of te scheuren.

Hertaald: af te breken, Hebreeuws: in te breken, of te scheuren.

Prediker 3 vers 4

om te lachen; Zie boven Pred. 2:2 .

Hertaald: om te lachen; Zie hierboven Pred. 2:2.

om te kermen, Of, om misbaar te maken, of om leed te dragen.

Hertaald: om te kermen, Of: om misbaar te maken, of om rouw te bedrijven.

om op te springen; Of, om te huppelen, te weten van vreugde en van blijdschap. Zie 1 Kron. 15:29 , en Hand. 3:8 .

Hertaald: om op te springen; Of: om te huppelen, namelijk van vreugde en blijdschap. Zie 1 Kron. 15:29, en Hand. 3:8.

Prediker 3 vers 5

om stenen weg te werpen, Te weten, gelijk men den hof of akker zuivert, of een huis afbreekt.

Hertaald: om stenen weg te werpen, Namelijk: zoals men de tuin of de akker schoonmaakt, of een huis afbreekt.

tijd om stenen te vergaderen; Te weten, als men een huis of ander gebouw maken wil.

Hertaald: tijd om stenen te vergaderen; Namelijk: wanneer men een huis of ander gebouw wil bouwen.

Prediker 3 vers 6

om te zoeken, Om te bezorgen, of te behouden. Anders: om te zoeken; te weten, wijsheid of rijkdom, of iets dat men verloren heeft. Versta hierbij, en om te vinden, GELIJK Jes. 65:1 .

Hertaald: om te zoeken, Om te bezorgen of te behouden. Anders: om te zoeken, namelijk wijsheid of rijkdom, of iets wat men verloren heeft. Versta daarbij: en om te vinden, zoals Jes. 65:1.

verloren te laten gaan; Anders: om te verliezen; te weten, ten tijde als men daardoor zou komen in gevaar der ziel of des levens.

Hertaald: verloren te laten gaan; Anders: om te verliezen, namelijk op het moment dat men daardoor in gevaar voor ziel of leven zou komen.

weg te werpen; Als bijvoorbeeld, wanneer men is in gevaar van schipbreuk op de zee; Jona 1:5 ; Hand. 27:18-19 .

Hertaald: weg te werpen; Bijvoorbeeld wanneer men op zee in gevaar van schipbreuk verkeert; Jona 1:5; Hand. 27:18-19.

Prediker 3 vers 7

om te scheuren, Te weten, de klederen, gelijk bij de Joden zeer gebruikelijk was, om te betonen de bedroefdheid des harten.

Hertaald: om te scheuren, Namelijk: de kleren, zoals bij de Joden zeer gebruikelijk was om de droefheid van het hart te tonen.

Prediker 3 vers 9

Wat voordeel De zin is, men doe wat men wil, men zal niets kunnen uitrichten.

Hertaald: Wat voordeel De betekenis is: men doe wat men wil, men zal niets kunnen bereiken.

hetgeen hij arbeidt? Versta hierbij: Geen.

Hertaald: hetgeen hij arbeidt? Versta hierbij: geen.

Prediker 3 vers 11

Hij heeft ieder ding Te weten, God; die maakte alle dingen alzo, dat het schoon en fraai is en alles ter bekwamer tijd geschiedt, alhoewel bij de mensen grote veranderingen vallen.

Hertaald: Hij heeft ieder ding Namelijk: God; Hij maakte alle dingen zo dat het schoon en fraai is en alles op de juiste tijd gebeurt, hoewel er bij de mensen grote veranderingen plaatsvinden.

schoon gemaakt Of, fijn, hups, fraai, welgemaakt.

Hertaald: schoon gemaakt Of: fijn, keurig, fraai, welgemaakt.

de eeuw Dat is, een natuurlijke genegenheid tot de onderzoeking der eeuwen en tijden en wat daarin geschied is. Anders: de eeuwigheid; dat is een genegenheid, strekkende tot onderzoeking van hetgeen eeuwig en oneindig is; of een genegenheid, strekkende tot de eeuwigheid.

Hertaald: de eeuw Dat is: een natuurlijke neiging tot het onderzoeken van de eeuwen en tijden en van wat daarin gebeurd is. Anders: de eeuwigheid; dat is: een neiging die gericht is op het onderzoeken van wat eeuwig en oneindig is, of een neiging die zich uitstrekt tot de eeuwigheid.

in hun hart Te weten, in het hart der mensen.

Hertaald: in hun hart Namelijk: in het hart van de mensen.

kan uitvinden, Te weten, volkomenlijk en door ijn eigen vernuft en verstand.

Hertaald: kan uitvinden, Namelijk: volkomen en door zijn eigen vernuft en verstand.

van het begin Hebr. van het hoofd tot het einde.

Hertaald: van het begin Hebreeuws: van het hoofd tot het einde.

Prediker 3 vers 12

voor henlieden is, Te weten, de mensen. Of, in die, te weten, dingen.

Hertaald: voor henlieden is, Namelijk: de mensen. Of: in die, namelijk dingen.

goed te doen Dat is, vroom en godzalig te leven. Zie onder Pred. 12:13 .

Hertaald: goed te doen Dat is: vroom en godvruchtig te leven. Zie hieronder Pred. 12:13.

Prediker 3 vers 13

ete en drinke, Te weten, met geneugte en vrolijkheid.

Hertaald: ete en drinke, Namelijk: met genoegen en blijdschap.

geniete Hebr. zie.

Hertaald: geniete Hebreeuws: zie.

Prediker 3 vers 14

zijn, Dat is, bestaan; dat is, het zal altijd geschieden gelijk Hij besloten en verordineerd heeft; want het besluit Gods is onveranderlijk. Kon het schepsel de minste verandering maken in hetgeen God doen wil; kon het schepsel den zegen verminderen of vermeerderen, het kruis verlichten of verzwaren; zo zouden de mensen het schepsel eren en vrezen en niet den Schepper; daarom heeft God alles wat Hij over ons wil brengen, of wat Hij van ons wil weren, hetzij goed of kwaad, alzo bepaald, dat de schepselen niet de minste verandering daarin maken kunnen, opdat wij ons alleen voor het aangezicht des Scheppers vrezen en in alle ootmoedigheid alleen aan zijne voorzienigheid hangen zouden.

Hertaald: zijn, Dat is: bestaan; dat is: het zal altijd gebeuren zoals Hij besloten en verordend heeft, want het besluit van God is onveranderlijk. Als het schepsel de geringste verandering kon aanbrengen in wat God wil doen, als het schepsel de zegen kon verminderen of vermeerderen, het kruis kon verlichten of verzwaren, dan zouden de mensen het schepsel eren en vrezen en niet de Schepper. Daarom heeft God alles wat Hij over ons wil brengen of van ons wil weren, of het nu goed of kwaad is, zo vastgesteld dat de schepselen daarin niet de minste verandering kunnen aanbrengen. Dat is zo, opdat wij alleen voor het aangezicht van de Schepper zouden vrezen en in alle ootmoed alleen van Zijn voorzienigheid afhankelijk zouden zijn.

Prediker 3 vers 15

God zoekt Versta hierbij , en Hij brengt weder tevoorschijn hetgeen gepasseerd of voorbij of vergaan is, vernieuwende door zijne almogendheid en voorzienige regering de soorten der gedierten en andere schepselen; Hij doet lente, zomer, herfst en winter, elk op hun seizoen wederkomen; desgelijks de bloemen, kruiden en vruchten, zo der bomen als des aardrijks; als er mensen en beesten sterven en vergaan, zo laat Hij anderen wederom in derzelver plaats geboren worden en opwassen, enz.

Hertaald: God zoekt Versta hierbij: en Hij brengt weer tevoorschijn wat voorbij of vergaan is, doordat Hij door Zijn almacht en voorzienige regering de soorten van de dieren en andere schepselen vernieuwt. Hij laat lente, zomer, herfst en winter elk op hun tijd terugkeren; evenzo de bloemen, kruiden en vruchten, zowel van de bomen als van de aarde. Wanneer mensen en dieren sterven en vergaan, laat Hij anderen in hun plaats geboren worden en opgroeien, enzovoort.

Prediker 3 vers 16

heb ik ook Te weten, een andere ijdelheid.

Hertaald: heb ik ook Namelijk: een andere ijdelheid.

ter plaatse Dat is, in het rechthuis, of de rechtbank, waar men het recht en de rechtsoefening behoorde te handhaven, daar ging het geheel tegenovergesteld toe.

Hertaald: ter plaatse Dat is: in het rechthuis of de rechtbank, waar men het recht en de rechtspraak behoorde te handhaven, ging het juist andersom toe.

Prediker 3 vers 17

den rechtvaardige Dat is, den onschuldige en den schuldige. De zin is: Als ik de ongerechtigheid aanzag, die onder de mensen regeerde om het uitspreken der oordelen, zo troostte ik mij hiermede, gedenke dat God, de opperste en rechtvaardigste Rechter, alle mensen te zijner tijd rechtvaardig zal oordelen, een ieder vergeldende naar zijne werken.

Hertaald: den rechtvaardige Dat is: de onschuldige en de schuldige. De betekenis is: wanneer ik de ongerechtigheid zag die onder de mensen heerste bij het uitspreken van de vonnissen, troostte ik mij hiermee, dat ik bedacht dat God, de hoogste en rechtvaardigste Rechter, alle mensen te Zijner tijd rechtvaardig zal oordelen en ieder zal vergelden naar zijn werken.

want Anders, maar; alsof hij zeide: De goddelozen hebben een tijd alhier, maar God zal ook een tijd hebben aldaar.

Hertaald: want Anders: maar; alsof hij zei: de goddelozen hebben hier een tijd, maar God zal daar ook een tijd hebben.

aldaar is de tijd Te weten waar God zijn rechterstoel ten jongsten dage zal oprichten, waar alle menselijke daden zullen geoordeeld worden.

Hertaald: aldaar is de tijd Namelijk: waar God op de jongste dag Zijn rechterstoel zal oprichten, waar alle menselijke daden geoordeeld zullen worden.

Prediker 3 vers 18

van de positie Dat is aangaande of belangende het wezen, de gelegenheid, of staat. handel en wandel der mensen; te weten als ik hetzelve terdeeg aanzie en doorgrond.

Hertaald: van de positie Dat is: aangaande het wezen, de aard of de staat, de handel en wandel van de mensen, namelijk wanneer ik dat terdege bekijk en doorgrond.

zal verklaren, Of klarigheid geven zal. Hij wil zeggen: Overmits de ijdelheden der mensen zo veel en zo groot zijn, en zulk een menigte en verscheidenheid van bekommeringen, waarin zij zich zo diep en met zulk behagen steken, alsof het met hen eeuwig werk wezen zou, zo heb ik mij laten voorstaan dat God hen klaarlijk en ogenschijnlijk wil te zien en te verstaan geven wat zij in zichzelven en naar de gelegenheid van deze benedenwereld zijn; te weten, als de beesten. Ps. 49:13 , Ps. 49:21 .

Hertaald: zal verklaren, Of: helderheid zal geven. Hij wil zeggen: omdat de ijdelheden van de mensen zo talrijk en zo groot zijn, en er zo'n menigte en verscheidenheid aan bekommernissen is waarin zij zich zo diep en met zoveel welbehagen storten alsof het voor hen eeuwig werk zou zijn, heb ik mij voorgesteld dat God hun duidelijk en zichtbaar wil laten zien en begrijpen wat zij in zichzelf en naar de aard van deze wereld beneden zijn, namelijk als de dieren. Ps. 49:13, Ps. 49:21.

Prediker 3 vers 19

enerlei wedervaart Te weten wanneer men op niets anders ziet, dan op hetgeen den mensen en den beesten uiterlijk wedervaart; want de mensen ademen, zij eten, drinken, slapen; zij zijn ook aan ziekten en pijnen, ja ook eindelijk den dood zelf onderworpen, niet anders dan de beesten. Maar anderszins is de voortreffelijkheid der mensen groot boven de beesten.

Hertaald: enerlei wedervaart Namelijk: wanneer men op niets anders let dan op wat de mensen en de dieren uiterlijk overkomt; want de mensen ademen, zij eten, drinken en slapen, en zij zijn ook aan ziekten en pijnen en ten slotte zelfs aan de dood onderworpen, net als de dieren. Maar overigens is de voortreffelijkheid van de mensen boven de dieren groot.

die sterft, Te weten, beest.

Hertaald: die sterft, Namelijk: het dier.

deze, Te weten, mens.

Hertaald: deze, Namelijk: de mens.

zij allen Dat is, zij beiden; te weten zo de mensen als de beesten.

Hertaald: zij allen Dat is: zij beiden, namelijk zowel de mensen als de dieren.

enerlei adem, Versta hier door den adem den geest des levens.

Hertaald: enerlei adem, Versta hier onder de adem de geest van het leven.

is geen; Te weten zoveel men aan het uiterlijke merken kan, of zoveel het sterven aangaat.

Hertaald: is geen; Namelijk: voor zover men aan het uiterlijke kan zien, of voor zover dit het sterven betreft.

allen zijn zij ijdelheid Te weten zo de mensen als de beesten. Anders: het is al ijdelheid.

Hertaald: allen zijn zij ijdelheid Namelijk: zowel de mensen als de dieren. Anders: het is alles ijdelheid.

Prediker 3 vers 20

naar een plaats; Te weten in de aarde. Dit is te verstaan van het lichaam, gelijk uit het volgende is blijkende. Hebr. een ieder, of alles gaat, enz.

Hertaald: naar een plaats; Namelijk: in de aarde. Dit moet van het lichaam verstaan worden, zoals uit het vervolg blijkt. Hebreeuws: ieder, of alles gaat, enzovoort.

zij zijn allen uit het stof Zie Gen. 1:24 en Gen. 2:7 .

Hertaald: zij zijn allen uit het stof Zie Gen. 1:24 en Gen. 2:7.

Prediker 3 vers 21

de adem Dat is hier te zeggen de ziel, gelijk Luc. 23:46 . De zin is; Wie kan dit merken of weten, uit de gemene uiterlijke toevallige gelegenheden dergenen, die sterven?

Hertaald: de adem Dat is hier: de ziel, zoals Luk. 23:46. De betekenis is: wie kan dit opmerken of weten uit de gewone uiterlijke omstandigheden van hen die sterven?

opvaart naar boven, En volgens dien in wezen blijft, nadat hij uit het lichaam gescheiden is. Zie hiervan breder onder Pred. 12:7 . Daar zegt Salomo duidelijk dat de ziel wederkeert tot God, die haar gegeven heeft. Zodat men Salomo niet kan toedichten dat hij hier wil leren dat de ziel sterflijk is.

Hertaald: opvaart naar boven, En dat zij dus blijft bestaan nadat zij van het lichaam gescheiden is. Zie hierover uitvoeriger hieronder Pred. 12:7. Daar zegt Salomo duidelijk dat de ziel terugkeert tot God, Die haar gegeven heeft. Men kan Salomo dus niet toeschrijven dat hij hier zou willen leren dat de ziel sterfelijk is.

nederwaarts vaart Daar hij tenietgaat, niets meer zijnde, nadat hij uit het lichaam gevaren is.

Hertaald: nederwaarts vaart Waar hij tenietgaat en niets meer is, nadat hij uit het lichaam gegaan is.

Prediker 3 vers 22

in zijn werken, Dat is, met hetgeen hij met zijnen arbeid verdient.

Hertaald: in zijn werken, Dat is: met wat hij met zijn arbeid verdient.

dat is zijn deel; Dat is, zijn aandeel dat hij genieten zal; Pred. 2:24 , en vs.12, en, Pred. 5:18 . Alsof hij zeide: De mens stervende zal niets met zich nemen; hij zal ook na zijnen dood niet weten wat hier op aarde omgaat. Daarom is het best dat hij zichzelf niet kwelle met onnutte zorg, hoe het na hem zal gaan, welken erfgenaam hij hebben zal, of hoe zij het met zijne goederen maken zullen; of hoe zij hun leven aanstellen zullen; maar dat hij met een gerust en vrolijk hart [in de vreze Gods] gebruike hetgeen hij bezit, want hij zal daarvan niets anders hebben. Zie boven Pred. 2:3 .

Hertaald: dat is zijn deel; Dat is: zijn aandeel dat hij zal genieten; Pred. 2:24, en vers 12, en Pred. 5:18. Alsof hij zei: wanneer de mens sterft zal hij niets meenemen; hij zal na zijn dood ook niet weten wat hier op aarde gebeurt. Daarom kan hij zichzelf het beste niet kwellen met nutteloze zorg over hoe het na hem zal gaan, wie zijn erfgenaam zal zijn, wat zij met zijn goederen zullen doen of hoe zij hun leven zullen inrichten; maar dat hij met een gerust en blij hart, in de vreze van God, gebruikt wat hij bezit, want hij zal er niets anders van hebben. Zie hierboven Pred. 2:3.

wie zal hem Alsof hij zeide: Niemand.

Hertaald: wie zal hem Alsof hij zei: niemand.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Eten en drinken en het goede genieten  — een korte zin die in dit boek telkens terugkeert en het tegenwicht vormt tegen alle ijdelheid (Pred. 2:24)

"Is het dan niet goed voor den mens, dat hij ete en drinke, en dat hij zijn ziel het goede doe genieten in zijn arbeid?" (Pred. 2:24). Er staat meteen bij waar dat vandaan komt: "Ik heb ook gezien, dat zulks van de hand Gods is". Dezelfde zin komt telkens terug. In het derde hoofdstuk heet het een gave Gods dat ieder mens eet en drinkt en het goede geniet van al zijn arbeid (Pred. 3:13). In het vijfde hoofdstuk wordt het een goede zaak genoemd, en er wordt bij gezegd dat dit het deel van de mens is (Pred. 5:17-18). En God geeft niet alleen het bezit maar ook de macht om ervan te eten (Pred. 5:18).

Bijbelse betekenis: Deze verzen zijn de tegenstem in dit boek. Na alle bladzijden over vluchtigheid wordt niet gezegd dat een mens dan maar niets moet ondernemen, en evenmin dat hij er het beste maar van moet zien te pakken. Er wordt iets anders gezegd. Het gewone leven — de maaltijd, het werk, de vreugde daarin — is een gave uit Gods hand, en juist als gave mag het genoten worden. Merk op wat dat verandert. Wie zijn werk als grond onder zijn leven neemt, houdt niets over; wie het uit Gods hand aanneemt, hoeft het niet te dragen. Let ten slotte op Pred. 5:18. Bezit en de macht om ervan te genieten zijn twee verschillende gaven, en de eerste zonder de tweede maakt niemand rijk.

Typologie: Paulus schrijft in dezelfde geest: "alle schepsel Gods is goed, en er is niets verwerpelijk, met dankzegging genomen zijnde" (1 Tim. 4:4). En in Lystre zegt hij van God dat Hij Zichzelf niet onbetuigd liet, "vervullende onze harten met spijs en vrolijkheid" (Hand. 14:17).

Pred. 2:24-26; Pred. 3:13; Pred. 5:17-18; 1 Tim. 4:4; Hand. 14:17

De bestemde tijden  — het bekendste gedicht van dit boek: veertien paren die samen een heel mensenleven bestrijken (Pred. 3:1-8)

"Alles heeft een bestemden tijd, en alle voornemen onder den hemel heeft zijn tijd" (Pred. 3:1). Daarna volgen veertien paren, telkens een zaak en haar tegendeel. Zij beginnen bij het begin en het einde van het leven: "Er is een tijd om geboren te worden, en een tijd om te sterven" (Pred. 3:2). Dan komen het planten en uitroeien, het afbreken en bouwen, het wenen en lachen (Pred. 3:3-4). Ook het omhelzen en het verre zijn van omhelzen staan erbij (Pred. 3:5), en het zwijgen en het spreken (Pred. 3:7). Het gedicht sluit met liefhebben en haten, oorlog en vrede (Pred. 3:8). Daarna komt de vraag die er telkens op volgt: wat voordeel heeft hij die werkt (Pred. 3:9)?

Bijbelse betekenis: Het gedicht zegt twee dingen tegelijk. Het eerste is dat een mensenleven uit tegendelen bestaat en dat die er alle bij horen; er is niet alleen een tijd om te lachen. Het tweede is dat die tijden niet door de mens gekozen worden. Ze zijn bestemd, en dat woord staat er niet toevallig. Merk op dat de reeks bij de geboorte en de dood begint, want juist dat zijn de twee dingen waarover niemand zeggenschap heeft. Let ook op wat er niet gezegd wordt. Er staat niet welke tijd het nu is, en dat is precies wat een mens graag wil weten; wijsheid is hier onderscheiden wat het uur vraagt. En let op Pred. 3:9. Het gedicht is geen troostrijk lied op zichzelf maar loopt uit op dezelfde vraag naar het voordeel.

Typologie: Het Nieuwe Testament zegt dat er één tijd is die God Zelf gezet heeft: "wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden" (Gal. 4:4).

Pred. 3:1-9; Gal. 4:4

De eeuw in het hart  — één zin die verklaart waarom de mens zich niet neerlegt bij wat hij ziet (Pred. 3:11)

"Hij heeft ieder ding schoon gemaakt op zijn tijd; ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder dat een mens het werk, dat God gemaakt heeft, kan uitvinden, van het begin tot het einde toe" (Pred. 3:11). Het woord dat met eeuw vertaald is, ziet op wat altijd duurt. God heeft dus in het hart van de mens iets gelegd dat verder reikt dan zijn eigen jaren. Tegelijk staat erbij wat hij niet kan: het werk van God overzien van begin tot einde. Even verder klinkt waartoe dit alles dient: God doet het "opdat men vreze voor Zijn aangezicht" (Pred. 3:14).

Bijbelse betekenis: Hier staat waarom de mens onrustig is. Hij is gemaakt met een besef van eeuwigheid en leeft in een wereld die vergaat; daarom voldoet niets hem helemaal. Dat verlangen is geen fout in zijn samenstelling maar door God er in gelegd. Merk op dat het tweede deel van het vers er onmiddellijk bij hoort. Hij verlangt naar het geheel en kan het niet overzien, en juist die twee samen maken hem tot een zoeker. Wie dit vers kent, begrijpt zijn eigen ontevredenheid beter: zij komt niet doordat hij te weinig heeft, maar doordat het aardse te klein is voor wat in hem gelegd is. En let op Pred. 3:14. Het doel is niet dat de mens alles doorgrondt maar dat hij God vreest.

Typologie: Paulus zegt in Athene dat God de mensen hun tijden en woonplaatsen bepaald heeft, "Opdat zij den Heere zouden zoeken, of zij Hem immers tasten en vinden mochten" (Hand. 17:27).

Pred. 3:11; Pred. 3:14; Hand. 17:27

Het onrecht in de rechtszaal  — de prediker ziet onrecht op de plaats waar recht hoort te zijn, en geeft daar één antwoord op (Pred. 3:16-17)

"Verder heb ik ook gezien onder de zon, ter plaatse des gerichts, aldaar was goddeloosheid; en ter plaatse der gerechtigheid, aldaar was goddeloosheid" (Pred. 3:16). Het onrecht staat dus niet aan de rand maar in de rechtszaal zelf. Daarop volgt geen verklaring maar een verwachting: "Ik zeide in mijn hart: God zal den rechtvaardige en den goddeloze oordelen; want aldaar is de tijd voor alle voornemen, en over alle werk" (Pred. 3:17). Daarna gaat het gedeelte over tot iets anders. Van mens en dier wordt gezegd dat zij sterven en tot stof terugkeren (Pred. 3:19-20), en er wordt gevraagd wie merkt dat de adem van de mens opwaarts vaart (Pred. 3:21).

Bijbelse betekenis: Let goed op de volgorde. Eerst wordt het onrecht benoemd zonder het te verzachten, en pas daarna komt het antwoord, en dat antwoord ligt niet in dit leven. Er staat niet dat het onrecht wel meevalt of dat het zichzelf oplost; er staat dat er een gericht komt. Dat is de enige troost die dit boek hier biedt, en het is er ook genoeg mee. Merk op hoe de verzen daarna klinken. Onder de zon is aan mens en dier hetzelfde te zien: beide sterven en keren tot stof. De prediker ontkent daarmee niet dat er verschil is; hij zegt dat het niet te zien is, en dat is iets anders. De vraagvorm van Pred. 3:21 laat dat open.

Typologie: Paulus verkondigt in Athene wat de prediker verwachtte: "Daarom dat Hij een dag gesteld heeft, op welken Hij den aardbodem rechtvaardiglijk zal oordelen" (Hand. 17:31).

Pred. 3:16-21; Hand. 17:31

Het deel van de mens  — Wat God een mens binnen zijn leven toemeet om te genieten; een woord dat in dit boek vier keer op dezelfde plaats terugkeert (Pred. 3:22)

Het woord deel keert in dit boek telkens terug op het punt waar de prediker zijn slotsom trekt. Na de vraag wie de mens laat zien wat er na hem komt, staat: "dat er niets beters is, dan dat de mens zich verblijde in zijn werken, want dat is zijn deel" (Pred. 3:22). Eerder had hij het al van zijn eigen arbeid gezegd (Pred. 2:10). In het vijfde hoofdstuk komt het tweemaal. Eerst bij het eten en drinken en het genieten van de arbeid, gedurende het getal van de dagen die God geeft: "want dat is zijn deel" (Pred. 5:17). Daarna bij de rijke: wie bezit ontvangt én de macht om ervan te eten, heeft daarin een gave van God (Pred. 5:18). De laatste keer klinkt het bij het huisgezin: het leven genieten met de vrouw die men liefheeft, "want dit is uw deel in dit leven, en van uw arbeid" (Pred. 9:9).

Bijbelse betekenis: Het gaat hier niet om wat een mens verdient maar om wat hem toegemeten wordt, en dat verschil draagt het hele boek. De prediker heeft juist aangetoond dat niemand de uitkomst van zijn arbeid in de hand heeft. Wat overblijft is het vandaag: het brood, het werk, het huis, de vrouw. Dat is klein tegenover wat de mens zoekt, en tegelijk is het echt, want het wordt gegeven. Twee begrenzingen horen erbij. Het deel is uitdrukkelijk een gave en geen loon (Pred. 5:18); wie het pakken wil, houdt het niet vast. En het is een deel binnen dit leven, niet het hoogste goed; het boek zelf loopt uit op iets anders, namelijk het vrezen van God (Pred. 12:13, reeds behandeld). Wie deze verzen uit hun verband trekt, houdt een levensles over die zegt dat men er maar het beste van moet maken. In hun verband zeggen zij iets anders: neem uit Gods hand aan wat Hij vandaag geeft, en reken het niet uit.

Typologie: De Schrift kent ook een ander gebruik van hetzelfde woord, en daar is het deel niet een gave maar de Gever Zelf. David zingt: "De HEERE is het deel mijner erve, en mijns bekers" (Ps. 16:5), en in de klaagliederen zegt de ziel het midden in de puinhopen: "De HEERE is mijn Deel, zegt mijn ziel, daarom zal ik op Hem hopen" (Klaagl. 3:24). Wat de prediker onder de zon vindt, blijft dus het kleinere deel; het grotere deel valt buiten zijn gezichtsveld en wordt elders in de Schrift genoemd.

Pred. 3:22; Pred. 2:10; Pred. 5:17-18; Pred. 9:9; Pred. 12:13; Ps. 16:5; Klaagl. 3:24

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

De eeuw in hun hart gelegd — 3:1-15

De Prediker heeft alles onder de zon nagegaan en niets gevonden dat blijft. Dan zet hij veertien tegenstellingen achter elkaar: een tijd om geboren te worden en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om uit te roeien.

Alles heeft zijn tijd — en juist daarom klemt de zin die erop volgt: God heeft de eeuw in het hart van de mens gelegd.

De veertien paren staan er zonder klacht. Zij beschrijven geen chaos maar een orde: er is een tijd om te huilen en een tijd om te lachen, een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken. Wie leeft, komt ze alle tegen.

Wat de Prediker daaruit besluit is eerst positief: Hij heeft ieder ding schoon gemaakt op zijn tijd. De kanttekening geeft dat woord ook als fijn, keurig, welgemaakt, en zij voegt eraan toe: God maakte alle dingen zo dat het schoon is en alles op de juiste tijd gebeurt, hoewel er bij de mensen grote veranderingen plaatsvinden.

Dan komt de zin waar dit hoofdstuk om bekend staat: ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder dat een mens het werk dat God gemaakt heeft kan uitvinden, van het begin tot het einde toe.

De kanttekening werkt dat uit met twee lezingen. De eerste: een natuurlijke neiging tot het onderzoeken van de eeuwen en tijden en van wat daarin gebeurd is. En de tweede, die verder reikt: de eeuwigheid — dat is een neiging die gericht is op het onderzoeken van wat eeuwig en oneindig is, of een neiging die zich uitstrekt tot de eeuwigheid.

Daar staat de spanning van heel dit boek in één vers. De mens leeft in tijden die komen en gaan, en er is iets in hem gelegd dat verder reikt dan die tijden. Hij kan het niet overzien en hij kan het ook niet laten.

Wat er dan volgt is nuchter: er is niets beters voor een mens dan te eten, te drinken en zich goed te doen in zijn arbeid — dat is een gave Gods. Geen vlucht, maar het aanvaarden van wat gegeven wordt.

De Prediker noemt Christus niet, en het Nieuwe Testament haalt dit gedeelte niet aan. Maar de honger die hier benoemd wordt, wordt daar wel gestild. Christus zegt dat wie van Hem drinkt in eeuwigheid niet dorsten zal, en Paulus schrijft dat God ons de Geest gegeven heeft als onderpand — iets uit die eeuwigheid, nu al in handen.

  1. Prediker 3:1 — Alles heeft een bestemden tijd.
  2. Prediker 3:11 — Hij heeft de eeuw in hun hart gelegd.
  3. Prediker 3:11 — En toch kan geen mens Gods werk overzien.
  4. Prediker 3:14 — Al wat God doet, dat zal in der eeuwigheid zijn.
  5. Johannes 4:14 — Wie van Mij drinkt, zal in eeuwigheid niet dorsten.
  6. 2 Korinthe 5:5 — Die ons ook den Geest tot een onderpand gegeven heeft.

In het Nieuwe Testament: Johannes 4:13-14; 2 Korinthe 5:1-5; Romeinen 8:23; Hebreeën 11:16

Hoever dit reikt: Niveau 3. De Prediker noemt Christus niet en dit gedeelte wordt in het Nieuwe Testament niet aangehaald. De lijn loopt over de zaak: een verlangen naar het eeuwige dat in de mens gelegd is en dat hij onder de zon niet stillen kan.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Prediker 3

Prediker 3:8.KruisverwijzingenLukas 14:26Efeze 5:25Efeze 5:282 Kronieken 20:12 Kronieken 19:2Efeze 3:19Genesis 14:14Openbaring 2:2
— Een tijd om lief te hebben, en een tijd om te haten; een tijd van oorlog, en een tijd van vrede.
Dit hoofdstuk geeft een nauwkeurige samenvatting van hoe de meeste van onze levens doorgebracht worden. Het onze is een geschakeerd leven. Wij zijn nooit lang in één staat, en wij wisselen snel van de ene toestand naar de andere — die soms beter is, maar soms slechter.

Maar laten wij nooit die eeuwige raadzaal vergeten waar Christus het op Zich nam onze Borg en Plaatsvervanger te zijn en te zijner tijd voor ons te sterven. Bij Christus was het toen een tijd om lief te hebben.

Laten onze gedachten nu voortvliegen naar dat tijdstip waarop de volheid van de tijd voor de geboorte van Christus gekomen was. Zou Christus Zijn troon verlaten, het huis van Zijn Vader, het gezelschap van de heilige engelen en van “de geesten der volmaakte rechtvaardigen”? Ja — want het was bij Hem opnieuw een tijd om lief te hebben.

En nadat Hij vlees geworden was en op aarde kwam wonen, was het volstrekt nodig dat er een volkomen gerechtigheid ten behoeve van Zijn volk uitgewerkt werd. Maar in zo’n boze wereld als deze kon dat alleen tot stand komen door schande, smaad, bestraffing en de gruwelijkste laster. Heeft Hij dat alles verdragen? Ja, dat heeft Hij — want het was bij Hem een tijd om lief te hebben.

Maar is Christus nu ophouden ons lief te hebben? O nee, want elke dag en elk ogenblik is bij Hem een tijd om lief te hebben. En te zijner tijd zal de opstanding komen, en ook dan zal het bij Hem een tijd zijn om lief te hebben.

Kom, Heilige Geest, geef ons jeneverkolen! Nee, geef ons van Uw eigen goddelijke, heilige vuur. Dan zal het ook bij óns waarlijk een tijd zijn om lief te hebben.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Ik kan niet begrijpen hoe het komt dat sommigen van ons zo koud staan tegenover de Heere Jezus Christus. Hoe komt het dat wij, al is het maar voor een ogenblik, die boze, duivelse Laodiceïsche lauwheid tegenover Hem kunnen dulden, wiens liefde is als een vlammend vuur?

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content