Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
En gedenkH2142 aanH5704 de SchepperH1254 in de dagenH3117 uwer jongelingschapH979, eer datH834 de kwadeH7451 dagenH3117 komenH935, en de jarenH8141 naderenH5060, van dewelkeH834 gij zeggenH559 zult: Ik heb geen lustH2656 in dezelve.
En gedenk aan de Schepper in de dagen uwer jongelingschap, eer dat de kwade dagen komen, en de jaren naderen, van dewelke gij zeggen zult: Ik heb geen lust in dezelve.
KJV
Remember1
now thy Creator3
in the days4
of thy youth,5
while the evil11
days10
come9
not, nor the years13
draw nigh,12
when thou shalt say,15
I have no pleasure
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Eer dan de zonH8121, en het lichtH216, en de maanH3394, en de sterrenH3556 verduisterdH2821 worden, en de wolkenH5645 wederkomenH7725 naH310 den regenH1653.
Eer dan de zon, en het licht, en de maan, en de sterren verduisterd worden, en de wolken wederkomen na den regen.
KJV
While the sun,5
or the light,6
or the moon,7
or the stars,8
be not darkened,4
nor the clouds10
return9
after11
the rain:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
In den dagH3117, wanneer de wachtersH8104 des huizesH1004 zullen bevenH2111, en de sterkeH2428 mannenH582 zichzelven zullen krommenH5791, en de maalstersH2912 zullen stilstaanH988, omdatH3588 zij minderH4591 geworden zijn, en die door de vensterenH699 zienH7200, verduisterdH2821 zullen worden;
In den dag, wanneer de wachters des huizes zullen beven, en de sterke mannen zichzelven zullen krommen, en de maalsters zullen stilstaan, omdat zij minder geworden zijn, en die door de vensteren zien, verduisterd zullen worden;
KJV
In the day1
when the keepers3
of the house4
shall tremble,2
and the strong7
men
shall bow5
themselves, and the grinders9
cease8
because they are few,11
and those that look out13
of the windows14
be darkened,
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
En de twee deurenH1817 naar de straatH7784 zullen geslotenH5462 worden, als er is een nederigH8217 geluidH6963 der malingH2913, en hij opstaatH6965 op de stemH6963 van het vogeltjeH6833, en alH3605 de zangeressenH1323 nedergebogenH7817 zullen worden.
En de twee deuren naar de straat zullen gesloten worden, als er is een nederig geluid der maling, en hij opstaat op de stem van het vogeltje, en al de zangeressen nedergebogen zullen worden.
KJV
And the doors2
shall be shut1
in the streets,3
when the sound5
of the grinding6
is low,4
and he shall rise up7
at the voice8
of the bird,9
and all the daughters12
of musick13
shall be brought low;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
OokH1571 wanneer zij voor de hoogteH1364 zullen vrezenH3372, en dat er verschrikkingenH2849 zullen zijn op den wegH1870, en de amandelboomH8247 zal bloeienH5006, en dat de sprinkhaanH2284 zichzelven een lastH5445 zal wezen, en dat de lustH35 zal vergaanH6565; want de mensH120 gaat naarH413 zijn eeuwigH5769 huisH1004, en de rouwklagersH5594 zullen in de straatH7784 omgaanH5437.
Ook wanneer zij voor de hoogte zullen vrezen, en dat er verschrikkingen zullen zijn op den weg, en de amandelboom zal bloeien, en dat de sprinkhaan zichzelven een last zal wezen, en dat de lust zal vergaan; want de mens gaat naar zijn eeuwig huis, en de rouwklagers zullen in de straat omgaan.
KJV
Also when they shall be afraid3
of that which is high,2
and fears4
shall be in the way,5
and the almond tree7
shall flourish,6
and the grasshopper9
shall be a burden,8
and desire11
shall fail:10
because man14
goeth13
to his long17
home,16
and the mourners20
go about18
the streets:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
EerH5704 datH834 het zilverenH3701 koordH2256 ontketendH7576 wordt, en de guldenH2091 schaalH1543 in stukken gestotenH7533 wordt, en de kruikH3537 aan de springaderH4002 gebrokenH7665 wordt, en het radH1534 aan den bornputH953 in stukken gestotenH7533 wordt;
Eer dat het zilveren koord ontketend wordt, en de gulden schaal in stukken gestoten wordt, en de kruik aan de springader gebroken wordt, en het rad aan den bornput in stukken gestoten wordt;
KJV
Or ever3
the silver6
cord5
be loosed,4
or the golden9
bowl8
be broken,7
or the pitcher11
be broken10
at the fountain,13
or the wheel15
broken14
at the cistern.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
En dat het stofH6083 wederomH7725 tot aardeH776 keert, als het geweestH1961 is; en de geestH7307 weder totH413 GodH430 keert, DieH834 hem gegevenH5414 heeft.
En dat het stof wederom tot aarde keert, als het geweest is; en de geest weder tot God keert, Die hem gegeven heeft.
KJV
Then shall the dust2
return1
to the earth4
as it was: and the spirit6
shall return7
unto God9
who gave
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
IjdelheidH1892 der ijdelhedenH1892, zegtH559 de predikerH6953; het is alH3605 ijdelheidH1892!
Ijdelheid der ijdelheden, zegt de prediker; het is al ijdelheid!
KJV
Vanity1
of vanities,2
saith3
the preacher;4
all is vanity.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
En voorts, dewijl de predikerH6953 wijsH2450 geweest is, zo leerdeH3925 hij het volkH5971 nogH5750 wetenschapH1847, en merkteH239 op, en onderzochtH2713; hij steldeH8626 veleH7235 spreukenH4912 in ordeH8626.
En voorts, dewijl de prediker wijs geweest is, zo leerde hij het volk nog wetenschap, en merkte op, en onderzocht; hij stelde vele spreuken in orde.
KJV
And moreover,1
because the preacher3
was wise,4
he still taught6
the people9
knowledge;7
yea, he gave good heed,10
and sought out,11
and set in order12
many14
proverbs.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
De predikerH6953 zochtH1245 aangenameH2656 woordenH1697 uit te vindenH4672, en het geschreveneH3789 is rechtH3476, woordenH1697 der waarheidH571.
De prediker zocht aangename woorden uit te vinden, en het geschrevene is recht, woorden der waarheid.
KJV
The preacher2
sought1
to find out3
acceptable5
words:4
and that which was written6
was upright,7
even words8
of truth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
De woordenH1697 der wijzenH2450 zijn gelijk prikkelenH1861, en gelijk nagelenH4930, diep ingeslagenH5193 van de meestersH1167 der verzamelingenH627, die gegevenH5414 zijn van den enigenH259 HerderH7462.
De woorden der wijzen zijn gelijk prikkelen, en gelijk nagelen, diep ingeslagen van de meesters der verzamelingen, die gegeven zijn van den enigen Herder.
KJV
The words1
of the wise2
are as goads,3
and as nails4
fastened5
by the masters6
of assemblies,7
which are given8
from one10
shepherd.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
En wat boven dezelveH1992 is, mijn zoonH1121! wees gewaarschuwdH2094; van veleH7235 boekenH5612 te makenH6213 is geenH369 eindeH7093, en veelH7235 lezensH3854 is vermoeiingH3024 des vlesesH1320.
En wat boven dezelve is, mijn zoon! wees gewaarschuwd; van vele boeken te maken is geen einde, en veel lezens is vermoeiing des vleses.
KJV
And further,1
by these,2
my son,3
be admonished:4
of making5
many7
books6
there is no end;9
and much11
study10
is a weariness12
of the flesh.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Van alles, wat gehoordH8085 is, is het eindeH5490 van de zaakH1697: VreesH3372 GodH430, en houdH8104 Zijn gebodenH4687, wantH3588 ditH2088 betaamt allenH3605 mensenH120.
Van alles, wat gehoord is, is het einde van de zaak: Vrees God, en houd Zijn geboden, want dit betaamt allen mensen.
KJV
Let us hear4
the conclusion1
of the whole matter:2
Fear7
God,6
and keep10
his commandments:9
for this is the whole duty of man.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
WantH3588 GodH430 zal iederH3605 werkH4639 in het gerichtH4941 brengenH935, met alH3605 wat verborgenH5956 is, hetzij goedH2896, ofH518 hetzij kwaadH7451.
Want God zal ieder werk in het gericht brengen, met al wat verborgen is, hetzij goed, of hetzij kwaad.
KJV
For God5
shall bring6
every work4
into judgment,7
with every secret thing,10
whether it be good,12
or whether it be evil.
gedenk aan
Dat is, schik u tot de vreze des Heeren en tot het onderhouden zijner geboden.
Hertaald:
gedenk aan
Dat is: schik u naar de vreze des HEEREN en naar het onderhouden van Zijn geboden.
uw Schepper
Het Hebreeuwse woord staat in het getal van velen. Verg. de aantekening bij Gen. 1:26 .
Hertaald:
uw Schepper
Het Hebreeuwse woord staat in het meervoud. Vergelijk de aantekening bij Gen. 1:26.
de kwade dagen
Dat is, de dagen des ouderdoms, die veel ongemak medebrengen, want de ouderdom is als een gedurige ziekte.
Hertaald:
de kwade dagen
Dat is: de dagen van de ouderdom, die veel ongemak meebrengen; want de ouderdom is als een voortdurende ziekte.
Eer dan de zon,
Dit vers en enige der naastvolgende bevatten een beschrijving des ouderdoms naar de wijze des dichters; en het is een gedurige beeldspraak tot het zevende vers toe.
Hertaald:
Eer dan de zon,
Dit vers en enkele van de volgende bevatten een beschrijving van de ouderdom op de manier van een dichter; het is één doorlopende beeldspraak tot en met het zevende vers.
verduisterd worden
Niet inderdaad, maar de oude halfblinde dunkt het zo te zijn.
Hertaald:
verduisterd worden
Niet werkelijk, maar de halfblinde oude man vindt dat het zo is.
de wolken wederkomen
Dat is, de ene ellende na de andere, gelijk het ene onweer na het andere komt.
Hertaald:
de wolken wederkomen
Dat is: de ene ellende na de andere, zoals het ene onweer na het andere komt.
de wachters des huizes
Dat is, de armen met de handen, die het lichaam waarin de ziel als in een huis woont bewaren, dienende om het kwaad af te weren en het goede aan te nemen.
Hertaald:
de wachters des huizes
Dat is: de armen met de handen, die het lichaam bewaken waarin de ziel als in een huis woont; zij dienen om het kwaad af te weren en het goede aan te nemen.
de sterke mannen
Dat is, de benen of schenkels, die het lichaam dragen als twee sterke mannen.
Hertaald:
de sterke mannen
Dat is: de benen of de schenkels, die het lichaam dragen als twee sterke mannen.
de maalsters
Dat is, de tanden, die de spijs als vermalen, die kauwende en in stukken bijtende.
Hertaald:
de maalsters
Dat is: de tanden, die het voedsel als het ware vermalen door het te kauwen en in stukken te bijten.
stilstaan, omdat
Te weten van malen, dat is van kauwen. De zin is: Als de tanden zo gauw niet zijn zullen om de spijs te kauwen.
Hertaald:
stilstaan, omdat
Namelijk: met malen, dat is met kauwen. De betekenis is: wanneer de tanden niet meer zo vlot zijn om het voedsel te kauwen.
minder geworden zijn
Te weten minder in getal.
Hertaald:
minder geworden zijn
Namelijk: minder in aantal.
die door de vensteren zien
Dat is, de ogen, die van tussen de oogleden zien.
Hertaald:
die door de vensteren zien
Dat is: de ogen, die van tussen de oogleden uit kijken.
de twee deuren
Dat is, de twee lippen, door welke de spijs doorgaat als tussen twee deuren. Verg. Job 41:5 . Anderen verstaan hier door de deuren de gorgel of strot, waar de spijs en drank door passeren.
Hertaald:
de twee deuren
Dat is: de twee lippen, waar het voedsel doorheen gaat als tussen twee deuren. Vergelijk Job 41:5. Anderen verstaan hier onder de deuren de keel of de strot, waar het eten en drinken doorheen gaan.
naar de straat
Dat is, die men uiterlijk aan het lichaam ziet. Daar zijn ook deuren inwendig, die men niet ziet, als het deksel der keel en het deksel van het blaasje der Gal.
Hertaald:
naar de straat
Dat is: de deuren die men aan de buitenkant van het lichaam ziet. Er zijn ook inwendige deuren die men niet ziet, zoals het strotklepje en het klepje van het galblaasje.
zullen gesloten worden,
Te weten, inplaats van die te openen, als zij harde spijs zouden innemen. Enigen verstaan dit alzo: als de deuren, dat is de lippen, zullen gesloten worden, omdat de oude personen belemmerd spreken, niet zowel hun woorden kunnende vormen of voortbrengen als de jonge lieden.
Hertaald:
zullen gesloten worden,
Namelijk: in plaats van dat zij zich openen om harde spijs binnen te laten. Sommigen vatten het zo op: wanneer de deuren, dat is de lippen, gesloten zullen worden omdat oude mensen moeizaam spreken en hun woorden niet zo goed kunnen vormen of voortbrengen als jonge mensen.
als er is een nederig geluid
Of, vanwege; dat is, terwijl de tanden zwaarlijk kauwen, alzo dat men er niet tussen of onder hoort kraken noch breken, gelijk men wel hoort als de jonge lieden harden kost kauwen en in stukken bijten, hebbende goed gebit, hetwelk de oude personen zelden of niet hebben.
Hertaald:
als er is een nederig geluid
Of: vanwege. Dat is: terwijl de tanden moeizaam kauwen, zodat men er niets tussen of onder hoort kraken of breken, zoals men wel hoort wanneer jonge mensen harde kost kauwen en in stukken bijten met een goed gebit, dat oude mensen zelden of nooit hebben.
der maling
Te weten als de tanden de spijs vermalen.
Hertaald:
der maling
Namelijk: wanneer de tanden het voedsel vermalen.
hij
Te weten de oude man.
Hertaald:
hij
Namelijk: de oude man.
opstaat
Te weten van zijn bed.
Hertaald:
opstaat
Namelijk: uit zijn bed.
op de stem van het vogeltje
Dat is, des morgens vroeg, als de vogels beginnen te zingen, want slapen kan hij niet.
Hertaald:
op de stem van het vogeltje
Dat is: 's morgens vroeg, wanneer de vogels beginnen te zingen; want slapen kan hij niet.
de zangeressen
Hebr. de dochters des lieds; dat is, de zangeressen. Versta hierbij, ook de zangers of muzikanten. Anders: alle dochters des gezangs; dat is, al de delen of leden van het lichaam, die de stem vormen.
Hertaald:
de zangeressen
Hebreeuws: de dochters van het lied — dat is: de zangeressen. Versta hierbij ook de zangers of muzikanten. Anders: alle dochters van het gezang — dat is: alle delen of leden van het lichaam die de stem vormen.
nedergebogen
Of, bukken zullen; dat is vergaan, afnemen, hare kracht verliezen; of klein geacht en van gene waarde zijn zullen, dewijl de oude man daar geen werk van maakt, als geen genoegen meer in de muziek nemende. Zie hiervan een voorbeeld in Barzillai; 2 Sam. 19:35 .
Hertaald:
nedergebogen
Of: zullen buigen — dat is: vergaan, afnemen, hun kracht verliezen; of: weinig geacht en van geen waarde meer zijn, omdat de oude man er geen werk meer van maakt en geen genoegen meer in de muziek heeft. Zie hiervan een voorbeeld bij Barzillai; 2 Sam. 19:35.
zij
Te weten de oude personen.
Hertaald:
zij
Namelijk: de oude mensen.
voor de hoogte
Of, voor de hoge plaatsen; dat is, voor hoogverheven of oneffen plaatsen, die de oude personen niet gaarne betreden, vanwege de zwakheid hunner benen, vrezende zich daaraan te stoten, of daarvan te zullen vallen. Of, omdat het hun zuur valt de hoge trappen of heuvels op te klimmen.
Hertaald:
voor de hoogte
Of: voor de hoge plaatsen — dat is: voor hoogverheven of oneffen plaatsen, die oude mensen niet graag betreden vanwege de zwakheid van hun benen, uit vrees dat zij zich eraan zullen stoten of ervan zullen vallen. Of: omdat het hun zwaar valt de hoge trappen of heuvels op te klimmen.
verschrikkingen
Of, verslagenheden; te weten grote of vele; vrezende dat zij ergens hun voeten of tenen aan stoten mochten.
Hertaald:
verschrikkingen
Of: verslagenheden, namelijk grote of vele; uit vrees dat zij hun voeten of tenen ergens tegen zullen stoten.
en de amandelboom zal bloeien
Als de grijze of grauwe haren daar zijn.
Hertaald:
en de amandelboom zal bloeien
Wanneer de grijze of grauwe haren er zijn.
en dat de sprinkhaan
Dat is, de oude man, die zo mager, krom en dor geworden is als een sprinkhaan; anderen: en hem een sprinkhaan; dat is een licht ding als een sprinkhaan, lastig valt.
Hertaald:
en dat de sprinkhaan
Dat is: de oude man, die zo mager, krom en dor geworden is als een sprinkhaan. Anderen: en hem een sprinkhaan — dat is: een licht ding als een sprinkhaan valt hem al zwaar.
de lust zal vergaan
Te weten der lichamelijk geneugten en wellusten. Ook de lust tot eten, drinken, enz.
Hertaald:
de lust zal vergaan
Namelijk: de lust tot de lichamelijke genoegens en wellusten. Ook de lust tot eten, drinken, enzovoort.
want de mens
Alsof hij zeide: Als de mens al de ongemakken gevoelt, zo mag hij wel denken dat hij nabij de dood is, ja, alreeds de ene voet in het graf heeft.
Hertaald:
want de mens
Alsof hij zei: wanneer de mens al deze ongemakken voelt, mag hij wel bedenken dat hij dicht bij de dood is, ja al met de ene voet in het graf staat.
naar zijn eeuwig huis,
Dat is, naar het graf, want daar zal de mens lang blijven.
Hertaald:
naar zijn eeuwig huis,
Dat is: naar het graf, want daar zal de mens lang blijven.
de rouwklagers
Dat is, die lieden, die de verstorvene ten grave bestellen, beschreien en beklagen, waartoe men lieden pleegt te huren. Zie de aantekening bij Jer. 9:17 .
Hertaald:
de rouwklagers
Dat is: de mensen die de overledene naar het graf brengen, bewenen en beklagen, waarvoor men gewoonlijk mensen inhuurt. Zie de aantekening bij Jer. 9:17.
Eer dan het zilveren koord
Dat is, eer het merg of pit in de ruggestreng los wordt. Dit merg is wit als zilver, en het gaat van de hersenen af langs de ruggestreng, gelijk een zeel of touw. Anderen verstaan hier door het zilveren koord de polsaderen; anders, weggedaan; anders geketend, of gebonden; dat is verdroogd, verstijfd.
Hertaald:
Eer dan het zilveren koord
Dat is: voordat het merg of de pit in de ruggengraat losraakt. Dit merg is wit als zilver en loopt van de hersenen af langs de ruggengraat, als een koord of touw. Anderen verstaan hier onder het zilveren koord de polsslagaders. Anders: weggedaan; anders: geketend of gebonden — dat is: verdroogd, verstijfd.
de gulden schaal
Dat is, dat dunne huifje of velletje, waar de hersenen in liggen, hetwelk goudverwig is. Anderen verstaan hier door de gouden schaal het bekkeneel waar de hersenen in besloten liggen; hetwelk mede door de dood vergaat en als gebroken wordt.
Hertaald:
de gulden schaal
Dat is: dat dunne vlies of velletje waarin de hersenen liggen, dat goudkleurig is. Anderen verstaan hier onder de gouden schaal de schedel waarin de hersenen besloten liggen, die eveneens door de dood vergaat en als het ware gebroken wordt.
de kruik
Dat is de voornaamste bloedader aan de lever.
Hertaald:
de kruik
Dat is: de voornaamste bloedader bij de lever.
het rad aan den bornput
Dat is de long, die door haar gedurige beweging de adem dan van zich stoot en dan wederom tot zich trekt, gelijk het rad aan een waterput nu de emmer tot zich optrekt dan van zich in de put nederlaat.
Hertaald:
het rad aan den bornput
Dat is: de long, die door haar voortdurende beweging de adem nu eens uitstoot en dan weer naar zich toe trekt, zoals het rad bij een waterput de emmer nu eens omhoogtrekt en dan weer in de put laat zakken.
het stof wederom
Dat is het lichaam, hetwelk in de beginne van aarde genomen en gemaakt is; Gen. 3:19 . Zie Job 7:5 .
Hertaald:
het stof wederom
Dat is: het lichaam, dat in het begin uit aarde genomen en gemaakt is; Gen. 3:19. Zie Job 7:5.
de geest weder
Dat is de ziel. Zie Num. 16:22 , en Num. 27:16 .
Hertaald:
de geest weder
Dat is: de ziel. Zie Num. 16:22 en Num. 27:16.
tot God keert,
Te weten in de hemel, verstaande dat Salomo hier het volk Gods alleen aanspreekt. Sommigen verstaan het van de zielen, zowel der ongelovigen als der gelovigen, die beide van God als rechter, terstond als de mens sterft, gewezen worden elk aan hunne plaats: de gelovige ten hemel, de ongelovige ter hel. Verg. Luc. 16:22 .
Hertaald:
tot God keert,
Namelijk: in de hemel; hierbij wordt aangenomen dat Salomo hier alleen het volk van God aanspreekt. Sommigen betrekken het op de zielen van zowel de ongelovigen als de gelovigen, die beide door God als Rechter, zodra de mens sterft, elk naar hun eigen plaats worden gewezen: de gelovige naar de hemel, de ongelovige naar de hel. Vergelijk Luk. 16:22.
Die hem gegeven heeft
Zie Gen. 2:7 .
Hertaald:
Die hem gegeven heeft
Zie Gen. 2:7.
Ijdelheid der ijdelheden,
Zie boven Pred. 1:2 .
Hertaald:
Ijdelheid der ijdelheden,
Zie hierboven Pred. 1:2.
zo leerde hij
Nadat hij bekeerd was, bekeerde en leerde hij ook anderen.
Hertaald:
zo leerde hij
Nadat hij bekeerd was, bekeerde en onderwees hij ook anderen.
wetenschap,
Dat is goede leerlingen.
Hertaald:
wetenschap,
Dat is: goede leerlingen.
merkte op,
Anders: hij heeft gewogen; te weten met de schaal der wijsheid.
Hertaald:
merkte op,
Anders: hij heeft gewogen, namelijk met de weegschaal van de wijsheid.
onderzocht;
Anders, ondervraagde.
Hertaald:
onderzocht;
Anders: ondervroeg.
hij stelde vele
Salomo heeft vele spreuken gesproken 1 Kon. 4:32 , waarvan alleen het boek der Spreuken en dit boek de Prediker tot ons gekomen zijn; en versta hier, onder de naam van spreuken, deftige, wijze zinspreuken, handelende van het leven en de zeden der mensen en van de loop der wereld; zie de aantekening bij 1 Kon. 4:32 .
Hertaald:
hij stelde vele
Salomo heeft veel spreuken gesproken, 1 Kon. 4:32, waarvan alleen het boek Spreuken en dit boek, de Prediker, tot ons gekomen zijn. Versta hier onder de naam spreuken deftige, wijze zinspreuken over het leven en de zeden van de mensen en over de loop van de wereld. Zie de aantekening bij 1 Kon. 4:32.
woorden uit te vinden,
Of, zaken.
Hertaald:
woorden uit te vinden,
Of: zaken.
recht,
Of, rechtmatig; dat is, zodanig, op hetwelk niemand met reden te spreken had.
Hertaald:
recht,
Of: rechtmatig — dat is: zo dat niemand er met reden iets tegen in kon brengen.
De woorden der wijzen
Hij wil zeggen, dat, gelijk de ossen tot het ploegen met het steken van prikkels of scherpe pennen worden voortgedreven, ook alzo de mensen door scherpe en ernstige vermaningen moeten aangespoord worden tot vroomheid en godzaligheid, en tot afkeer van de wereldse ijdelheid.
Hertaald:
De woorden der wijzen
Hij wil zeggen dat, zoals de ossen bij het ploegen met prikkels of scherpe pennen worden voortgedreven, zo ook de mensen door scherpe en ernstige vermaningen aangespoord moeten worden tot vroomheid en godzaligheid en tot afkeer van de wereldse ijdelheid.
ingeslagen
Hebr. ingeplant.
Hertaald:
ingeslagen
Hebreeuws: ingeplant.
verzamelingen,
Of, der gemeente; dat is van de leraars der gemeente.
Hertaald:
verzamelingen,
Of: van de gemeente — dat is: van de leraars van de gemeente.
die gegeven zijn
Die, of welke; te weten woorden der wijzen, of die; te weten nagelen.
Hertaald:
die gegeven zijn
Die, of welke, namelijk de woorden van de wijzen; of: die, namelijk de nagels.
van den enigen Herder
Hebr. van een herder; te weten, van God, die zijns volks herder en hoeder is, Psa 23 en die zijn profeten en dienaren uitzendende, hen met zijn geest verlicht en bekrachtigt. Zie Joh. 10:11 ; 1 Petr. 2:25 , en 1 Petr. 5:4 Anders: van de eerste herder.
Hertaald:
van den enigen Herder
Hebreeuws: van een herder, namelijk van God, Die de Herder en Hoeder van Zijn volk is, Ps. 23, en Die Zijn profeten en dienaren uitzendt en hen met Zijn Geest verlicht en sterkt. Zie Joh. 10:11, 1 Petr. 2:25 en 1 Petr. 5:4. Anders: van de eerste Herder.
dezelve is,
Te weten de woorden der wijzen en des enige herders. Anders: voorts, mijn zoon, wees hieruit vermaand, of gewaarschuwd. Hebr. eigenlijk: wees verlicht; te weten, uit de spreuken, die in dit boek staan, en inzonderheid ook in het boek mijner spreuken en andere boeken meer. Gij hebt hieraan genoeg, bewaar dit maar wel, en wacht u van aan te nemen hetgeen de filosofen of wereldwijzen geschreven hebben van het opperste goed en de gelukzaligheid der mensen; want dezen zijn van de Geest Gods niet geregeerd geweest, daarom zijn zij wijd van de rechten weg afgetreden.
Hertaald:
dezelve is,
Namelijk: de woorden van de wijzen en van de enige Herder. Anders: voorts, mijn zoon, wees hierdoor vermaand of gewaarschuwd. Hebreeuws eigenlijk: wees verlicht, namelijk door de spreuken die in dit boek staan, en vooral ook in het boek van mijn spreuken en in nog andere boeken. Hieraan hebt u genoeg; bewaar dit maar goed, en pas op dat u niet aanneemt wat de filosofen of wereldwijzen geschreven hebben over het hoogste goed en het geluk van de mensen. Want zij werden niet door de Geest van God geleid en zijn daarom ver van de rechte weg afgeweken.
van vele boeken
Te weten, gelijk de wereldwijze filosofen gedaan hebben.
Hertaald:
van vele boeken
Namelijk: zoals de wereldwijze filosofen gedaan hebben.
veel lezens
Of, te veel lezen. Anders, te veel studeren.
Hertaald:
veel lezens
Of: te veel lezen. Anders: te veel studeren.
is vermoeiing
Dat is, het maakt het hoofd en de hersenen moede.
Hertaald:
is vermoeiing
Dat is: het maakt het hoofd en de hersenen moe.
des vleses
Dat is, des mensen.
Hertaald:
des vleses
Dat is: van de mens.
alles,
Dat is, al hetgeen waartoe deze predikatie gericht is, aangaande het opperste goed.
Hertaald:
alles,
Dat is: alles waarop deze prediking gericht is, wat het hoogste goed betreft.
het einde van de zaak
Dat is, het besluit, of de som.
Hertaald:
het einde van de zaak
Dat is: de slotsom, of de samenvatting.
Vrees God,
Vrees God; door wie gij alleen het hoogste goed en zaligheid kunt verkrijgen, maar niet door enig aards of vergankelijk ding.
Hertaald:
Vrees God,
Vrees God, door Wie u alleen het hoogste goed en de zaligheid kunt verkrijgen, en niet door enig aards of vergankelijk ding.
dit betaamt
Anders; want dit is het ganse werk, of ambt des mensen; dat is, daar behoorde hij zijn ganse werk van te maken, dit is het voornaamste doel van des mensen leven; of dit is het geheel des mensen; dat is de volkomen gelukzaligheid; of hierin bestaat zijn welvaren en zaligheid. Anders: des gehele mensen.
Hertaald:
dit betaamt
Anders: want dit is het hele werk of ambt van de mens — dat is: daarvan behoorde hij zijn hele werk te maken, dit is het voornaamste doel van het leven van de mens. Of: dit is de hele mens — dat is: het volkomen geluk; of: hierin bestaat zijn welzijn en zaligheid. Anders: van de hele mens.
ieder werk
Of, elke daad; dat is, alle daden en werken der mensen.
Hertaald:
ieder werk
Of: elke daad — dat is: alle daden en werken van de mensen.
in het gericht brengen
Want ten jongste dage zal God zelf de verborgen gedachten oordelen; Rom. 2:16 ; Hebr. 13:4 .
Hertaald:
in het gericht brengen
Want op de jongste dag zal God Zelf de verborgen gedachten oordelen; Rom. 2:16, Hebr. 13:4. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "En gedenk aan de Schepper in de dagen uwer jongelingschap, eer dat de kwade dagen komen" (Pred. 12:1). Daarna volgt een reeks beelden voor de ouderdom. De zon, het licht, de maan en de sterren worden verduisterd (Pred. 12:2). De wachters van het huis beven en de sterke mannen krommen zich; de maalsters staan stil omdat zij minder geworden zijn, en wie door de vensters zien worden verduisterd (Pred. 12:3). Van oudsher zijn deze beelden gelezen als een beschrijving van het lichaam dat afneemt: de handen die beven, de benen die buigen, de tanden die minder worden, de ogen die dof worden. Het gehoor gaat achteruit, terwijl men toch vroeg wakker is (Pred. 12:4). Hoogten worden gevreesd, en de amandelboom bloeit wit (Pred. 12:5). Dan komen de beelden van het einde: het zilveren koord, de gouden schaal, de kruik bij de bron, het rad bij de put (Pred. 12:6). En het slot is nuchter en groot tegelijk: "dat het stof wederom tot aarde keert, als het geweest is; en de geest weder tot God keert, Die hem gegeven heeft" (Pred. 12:7). Bijbelse betekenis: Het opvallende is aan wie dit gezegd wordt: aan een jong mens. Niet omdat de ouderdom somber is, maar omdat men zijn Schepper het beste gedenkt zolang men krachten heeft. Merk op dat er niet staat: denk aan uw einde, maar: gedenk aan uw Schepper. Het gaat niet om de dood maar om Degene aan Wie het leven te danken is. De beelden worden hier niet gebruikt om af te schrikken; zij tekenen eerlijk wat er gebeurt, en de Schrift doet dat zonder de ouderdom te verachten — elders heet het grijze haar juist een kroon. Let ten slotte op Pred. 12:7. Hier komt het boek boven zijn eigen grens uit. Onder de zon was van de dode niets meer te merken; hier wordt gezegd dat de geest wederkeert tot God, Die hem gaf. Daarmee is het laatste woord niet aan het stof. Typologie: Het eerste deel van dat vers staat al in de hof: "gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren" (Gen. 3:19). Het tweede deel wijst verder, en de Heere Jezus heeft het Zelf zo gebeden toen Hij stierf: "Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest" (Luk. 23:46). Pred. 12:1-7; Gen. 3:19; Luk. 23:46 Het boek keert eerst terug naar zijn begin: "Ijdelheid der ijdelheden, zegt de prediker; het is al ijdelheid!" (Pred. 12:8, reeds behandeld bij Pred. 1:2). Daarna volgt een nawoord over de prediker zelf: hij leerde het volk wetenschap, onderzocht en stelde vele spreuken in orde (Pred. 12:9), en wat hij schreef is recht, woorden van waarheid (Pred. 12:10). Van alle wijze woorden wordt gezegd dat zij zijn als prikkels en als ingeslagen nagels, "die gegeven zijn van den enigen Herder" (Pred. 12:11). Er komt zelfs een waarschuwing tegen eindeloos studeren: van vele boeken te maken is geen einde (Pred. 12:12). En dan de slotsom: "Van alles, wat gehoord is, is het einde van de zaak: Vrees God, en houd Zijn geboden, want dit betaamt allen mensen" (Pred. 12:13). Met de reden erbij: "Want God zal ieder werk in het gericht brengen, met al wat verborgen is" (Pred. 12:14). Bijbelse betekenis: Na alle bladzijden over vluchtigheid blijkt het slot verrassend eenvoudig. Er komt geen sluitende verklaring van het onrecht en geen formule waarmee het leven te overzien is; er komt een opdracht. Vrees God en houd Zijn geboden, en dat geldt allen mensen, dus niet alleen de wijzen. Merk op dat dit precies is waar Spreuken mee begon (reeds behandeld bij Spr. 1:7). De twee wijsheidsboeken raken elkaar hier: wat daar het beginsel van de kennis heet, is hier het einde van de zaak. Let ook op Pred. 12:14. Het gericht maakt het verschil dat onder de zon niet te zien was. Wat verborgen bleef, komt daar aan het licht, en daarmee is de klacht van Pred. 8:14 niet weggeredeneerd maar beantwoord. En let op Pred. 12:11. De woorden van de wijzen prikken, en dat is hun bedoeling; zij komen van één Herder. Typologie: Paulus noemt dezelfde dag: "wanneer God de verborgene dingen der mensen zal oordelen door Jezus Christus" (Rom. 2:16). En de enige Herder van Pred. 12:11 heeft Zichzelf zo genoemd: "Ik ben de goede Herder" (Joh. 10:11). Pred. 12:8-14; Pred. 1:2; Pred. 8:14; Spr. 1:7; Rom. 2:16; Joh. 10:11 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Het koninkrijk niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking Twaalf hoofdstukken lang heeft de Prediker alles onderzocht wat een mens onder de zon zoeken kan: wijsheid, arbeid, bezit, genot, gerechtigheid. Telkens komt hij op hetzelfde uit — het is ijdelheid. Nu maakt hij de balans op. Het boek dat alles onder de zon ijdel noemt, eindigt bij twee dingen die niet ijdel zijn: God vrezen, en het oordeel. Het slot begint met de ouderdom, in een reeks beelden die iedereen herkent: de wachters van het huis beven, de sterke mannen krommen zich, de maalsters houden op omdat zij weinigen geworden zijn, en de mens gaat naar zijn eeuwig huis. En dan komt de slotsom. De kanttekening noemt vers 13 zo: de samenvatting, alles waarop deze prediking gericht is, wat het hoogste goed betreft. Vrees God, en houd Zijn geboden, want dit betaamt allen mensen. En zij vult aan waarom: vrees God, door Wie u alleen het hoogste goed en de zaligheid kunt verkrijgen, en niet door enig aards of vergankelijk ding. Het laatste vers is geen vrome afronding maar een dagvaarding: God zal ieder werk in het gericht brengen, met al wat verborgen is, hetzij goed of hetzij kwaad. Ook het verborgene. Daarmee sluit het boek zonder uitweg. Want wie eerlijk is, weet dat hij dat gericht niet doorstaat. Prediker zelf heeft eerder geschreven dat er geen rechtvaardig mens op aarde is die goed doet en niet zondigt. Hier houdt het Oude Testament de mens dus vast bij twee waarheden tegelijk: er komt een oordeel over alles, en niemand houdt daarin stand. Paulus zegt hetzelfde in Romeinen — allen hebben gezondigd — en geeft dan het antwoord dat Prediker nog niet had: gerechtvaardigd om niet, uit Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. Wie het gericht van Prediker 12 werkelijk hoort, luistert anders naar het woord dat er geen verdoemenis is voor hen die in Christus Jezus zijn. In het Nieuwe Testament: Romeinen 3:23-24; Romeinen 8:1; 2 Korinthe 5:10; Handelingen 17:31 Hoever dit reikt: Niveau 3. Prediker noemt Christus niet; wat naar Hem wijst is de onoplosbaarheid waarmee het boek eindigt — een gericht over alles, en geen mens die bestaat.
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Prediker 12
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het einde van de zaak — 12:1-14
Wat betekenen de niveaus?


Prediker 12
Prediker 12:1.KruisverwijzingenPrediker 11:8→Klaagliederen 3:27→Psalmen 90:10→Spreuken 22:6→Psalmen 34:11→Lukas 18:16→Psalmen 71:17→Spreuken 8:17→
— En gedenk aan de Schepper in de dagen uwer jongelingschap, eer dat de kwade dagen komen, en de jaren naderen, van dewelke gij zeggen zult: Ik heb geen lust in dezelve.
Nu komen wij op vaste grond. Er zit een ironie in de raad om zich in de jeugd te verblijden en in de wegen van het eigen hart te wandelen. Hier is géén ironie; hier is vaste, gezonde raad: gedenk aan uw Schepper in de dagen van uw jeugd. Moge iedere jongeman die raad aannemen en er naar handelen!
Prediker 12:3.KruisverwijzingenPsalmen 102:23→Genesis 48:10→Genesis 27:1→Zacharia 8:4→Psalmen 90:9→2 Samuël 21:15→1 Samuël 3:2→
— In den dag, wanneer de wachters des huizes zullen beven, en de sterke mannen zichzelven zullen krommen, en de maalsters zullen stilstaan, omdat zij minder geworden zijn, en die door de vensteren zien, verduisterd zullen worden;
Deze armen en handen van ons beven vanwege de zwakheid. Deze ledematen, deze benen van ons beginnen te buigen onder het gewicht dat zij moeten dragen. De tanden zijn heen. Het gezichtsvermogen begint te falen.
Prediker 12:4.Kruisverwijzingen2 Samuël 19:35→Jeremia 25:10→Openbaring 18:22→
— En de twee deuren naar de straat zullen gesloten worden, als er is een nederig geluid der maling, en hij opstaat op de stem van het vogeltje, en al de zangeressen nedergebogen zullen worden.
De oude man slaapt heel licht; alles maakt hem wakker. Hij verbergt zich voor de openbare zaken; de deuren op de straat worden gesloten.
Prediker 12:5.KruisverwijzingenJob 17:13→Job 30:23→Spreuken 16:31→Jeremia 9:17→Job 15:10→Psalmen 71:18→Genesis 50:3→Spreuken 20:29→
— Ook wanneer zij voor de hoogte zullen vrezen, en dat er verschrikkingen zullen zijn op den weg, en de amandelboom zal bloeien, en dat de sprinkhaan zichzelven een last zal wezen, en dat de lust zal vergaan; want de mens gaat naar zijn eeuwig huis, en de rouwklagers zullen in de straat omgaan.
Er is niets meer over van de moed van de jeugd. De durf is heen; de voorzichtigheid, om niet te zeggen de lafheid, zit op de troon.
Het haar is wit en grijs, als de vroege perzik- of amandelboom aan het begin van het jaar. Een kleine moeite drukt de oude man neer; hij heeft nu geen kracht meer: de sprinkhaan is hem een last.
En dat alles vóórdat het ruggemerg breekt of de schedel ledig wordt van de levende bewoners.
Prediker 12:6.KruisverwijzingenZacharia 4:2→
— Eer dat het zilveren koord ontketend wordt, en de gulden schaal in stukken gestoten wordt, en de kruik aan de springader gebroken wordt, en het rad aan den bornput in stukken gestoten wordt;
De omloop van het bloed begint te falen, het hart wordt zwak, het zal spoedig stilstaan. De loopbaan van de mens is haast voorbij.
Prediker 12:7.KruisverwijzingenGenesis 3:19→Psalmen 146:4→Genesis 2:7→Jesaja 57:16→Daniël 12:2→Prediker 3:20→Zacharia 12:1→Job 34:14→
— En dat het stof wederom tot aarde keert, als het geweest is; en de geest weder tot God keert, Die hem gegeven heeft.
Dit zal ons alle overkomen: óf tot stof terugkeren, óf tot God terugkeren. Of wij sterven en tot stof terugkeren, of leven tot de komst van Christus — onze geest zal terugkeren tot God die hem gegeven heeft. Moge die terugkeer voor ieder van ons een blijde zijn!
Prediker 12:9.Kruisverwijzingen1 Koningen 4:32→Spreuken 1:1→Spreuken 25:1→1 Koningen 10:8→Spreuken 10:1→1 Koningen 8:12→
— En voorts, dewijl de prediker wijs geweest is, zo leerde hij het volk nog wetenschap, en merkte op, en onderzocht; hij stelde vele spreuken in orde.
Ja, hij gaf goed acht en zocht uit en stelde vele spreuken in orde. De prediker zocht aangename woorden te vinden, en wat geschreven werd was oprecht: woorden van waarheid.
Prediker 12:11.KruisverwijzingenJohannes 10:14→Psalmen 80:1→Handelingen 2:37→Jesaja 22:23→Ezechiël 34:23→Jesaja 40:11→Hebreeën 4:12→Spreuken 1:6→
— De woorden der wijzen zijn gelijk prikkelen, en gelijk nagelen, diep ingeslagen van de meesters der verzamelingen, die gegeven zijn van den enigen Herder.
De woorden van de wijzen zijn als prikkels — zij prikken ons voorwaarts, zoals de prikkel het rund doet wanneer het probeert stil te staan in plaats van in de voor te ploegen. En de woorden van de wijzen worden ingedreven als nagels en omgeklonken. Er is één Herder die door de woorden van Zijn knechten Zijn kudde leidt waar Hij haar hebben wil.
Prediker 12:13.KruisverwijzingenDeuteronomium 10:12→Deuteronomium 6:2→Prediker 5:7→Micha 6:8→Prediker 8:12→Psalmen 147:11→Psalmen 145:19→Spreuken 19:23→
— Van alles, wat gehoord is, is het einde van de zaak: Vrees God, en houd Zijn geboden, want dit betaamt allen mensen.
Laten wij het einde van de hele zaak horen: vrees God en houd Zijn geboden, want dit betaamt allen mensen. Of: dit is de hele mens. Het máákt een mens van hem wanneer hij God vreest en Zijn geboden houdt; hij heeft dan wat hem tot de hele mens maakt.
Prediker 12:14.Kruisverwijzingen1 Korinthe 4:5→Romeinen 2:16→Prediker 11:9→Mattheüs 12:36→Prediker 3:17→Romeinen 14:10→2 Korinthe 5:10→Handelingen 17:30→
— Want God zal ieder werk in het gericht brengen, met al wat verborgen is, hetzij goed, of hetzij kwaad.
Reken erop dat het zo zal zijn. Op de laatste grote dag zal er een openbaring van alles zijn, of het goed is of kwaad. En de rechtvaardigen hoeven die openbaring niet te vrezen, want zij zullen op die dag alleen maar de verbazende genade van God grootmaken die al hun ongerechtigheden weggedaan heeft. En dan zullen alle mensen weten hoe groot de genade van God was in het voorbijgaan van ongerechtigheid, overtreding en zonde.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
En wilt gij nu ware vreugde in uw hart smaken, zo kunt gij dit slechts in gemeenschap met Hem, die de bron van alle vreugde is: gedenkdaarom steeds met gebed, lof en dankzegging aan uwen Schepper 1) reeds in de dagen uwer jongelingschap 2), eer dat de kwade dagen komen, waarin gij wellicht niet meer zo gemakkelijk tot de kennis en vreze Gods komen zult, en de jaren naderen, van welke gij zeggen zult: Ik heb geen lust in deze.
Door dit woord wordt hier meer uitgedrukt, dan wanneer de Prediker het woord God gebruikt had. Want hierdoor wordt duidelijk aangewezen, dat God recht op den mens heeft, die daarom en om de weldaden, die hij van God ontvangen heeft, geheel van Hem afhankelijk is en zich ook als zodanig moet gevoelen. Wend u daarom reeds in den schonen tijd uwer jeugd tot God, en besteed niet uwe beste krachten in den dienst des duivels, om daarna als gij oud en krachteloos geworden zult zijn, u te bekeren en in den dienst van God over te gaan.
In de jeugd heeft de mens frisse krachten naar lichaam en geest; indien hij in zijne jeugd rein leeft en zich onbesmet bewaart, dan zullen hem de latere kwalen des levens niet zo nederdrukken. Zich eerst op hogen leeftijd tot God te wenden, betekent zoveel als het leven verloren te hebben. Hoe kan men met een bevlekt en met schulden beladen leven voor den Rechter verschijnen?.
De bekering tot den ouderdom te verschuiven is gevaarlijk. Gij weet niet of gij vele jaren leven zult, en gesteld, dat gij oud wordt, dan verlaat gij de zonde niet, maar de zonde verlaat u. Is dit echter ene ware bekering te noemen?
Het woord Schepper staat in het oorspronkelijke, in het meervoudige, om dus de hoge majesteit en geduchte grootheid en heerlijkheid van het Wezen Gods diep in onze zielen in te drukken, welke zich zo laag heeft willen vernederen, om ons arme aardwormen uit het stof op te trekken en met een vonk Zijner Godheid te bezielen, dus ons ene redelijke ziele in te blazen.
Als de Prediker hier het woord gedenken gebruikt, dan bedoelt hij daarmee niet een bloot zich herinneren, maar een heilig besef te hebben van zijne Rechtvaardigheid en heiligheid, gelijk als van Zijne barmhartigheid en genade, hetwelk zich uitspreekt in al ons doen en laten en zich openbaart in een Gode geheiligden wandel. Een gedenken derhalve, wat alleen mogelijk is in den weg van waarachtige bekering, in een aflaten van de zonde en een betrachten van wat de Heere eist in Zijn Woord en Getuigenis.
Ja, gedenk reeds in uwe jeugd, den morgen uws levens aan uwen Schepper! eer dan de zon van onbekommerde levensvreugde, en het lichthet vrolijke van den levenslust, en de maan en de sterren, 1) als beelden van een ongestoord levensgeluk, verduisterd worden, en dedonkere wolken van ramp en droefenis altijd wederkomen na den zo even gevallen regen, 2) zo als dit in den herfst en den winter gewoonlijk het geval is.
De H.S. noemt troost en geluk licht, en droefenis nacht of duisternis. De Prediker wil dus zeggen: Eer dan de ouderdom komt, wanneer de wolken wederkomen na den regen, d.i. wanneer de ene droefenis de andere opvolgt. Wanneer men knaap of jongeling is, of den volkomen mannelijken leeftijd bereikt heeft, dan kan men nog enig genot smaken, dan kan men nog zeggen: Na regen komt zonneschijn; d.i. komt er al eens rampspoed en droefenis, er volgt ook weer een tijd van blijdschap en vertroosting. Maar de ouderdom kent gene vreugde, dan komen de wolken weer na den regen, het ene ongeluk volgt op het andere, de ene storm is slechts de voorbode van den anderen.
Dewijl de Prediker in de volgende verzen meer tot bijzonderheden afdaalt, is het niet onwaarschijnlijk, dat Hij in vs. 2 den algemenen toestand van den oude van dagen aangeeft. Alsdan hebben wij onder zon, zijne vermogens des geestes te verstaan en onder maan en sterren de vermogens van zijn natuurlijk leven. In de Spreuken wordt ook de geest van den mens met een licht, of het licht vergeleken.
Bij de Oosterse volken werden de vijf zinnen vergeleken bij de vijf planeten.
Gelijk in nat, koud en vochtig weer de ene bui de andere jaagt en volgt, zo gaat het ook in den ouderdom met vele lieden, die zodra niet van de ene pijn of zwakheid ontkomen zijn, of zij worden door ene andere aangetast, zodat hun kwalen wel te recht bij het gedurig druipen ener goot, op ene regenachtige dag mogen vergeleken worden en de afgrond als tot den afgrond roept, om het ophouden of verminderen van de smarten, die dus onophoudelijk blijven duren, totdat het gans verzwakt lijf geheel en al verzwakt is en vergaan.
Ach, wat wordt dan het leven hoe langer hoe meer moeilijk en bezwarend! In den dag, wanneer de wachters des huizes, namelijk de armen en handen, welker taak het is, het lichaam voor beschadiging te bewaren, zullen beven, en de sterke mannen, namelijk de benen, de krachtige steunpilaren van het lichaam, die eenmaal als marmeren zuilen vaststonden (Hoogl. 5: 15), zich zelven uit zwakheid zullen krommen, totdat zij eindelijk het lichaam niet meer kunnen dragen, en de maalsters, de tanden, die aan dienende maagden gelijk, de spijzen vermalen, zullen stilstaan, omdat zij minder geworden zijn, en die door de vensteren zien, de ogen langzamerhand verduisterd zullen worden;
En de twee deuren naar de straat, namelijk de mond, die met de beide lippen gelijkt op ene zich openende en sluitende deur, waardoor de mens zich door middel van de spraak met de buitenwereld in gemeenschap stelt, langzamerhand zullen gesloten worden 1), als er is een nederig geluid der maling, wanneer namelijk de stem hare welluidendheid en kracht verliest, omdat de maalsters, de tanden minder geworden zijn, die voor de stem als het ware een natuurlijk klankbord vormden, en hij ?s morgens vroeg ontwaakt en opstaat op de stem van het vogeltje, dat in den vroegen ochtendstond zijn lied zingt, en al de zangeressen, letterlijk de dochteren 2) des gezangs nedergebogen zullen worden, of zich moeten buigen, d.i. zich moeten inhouden.
Volgens Z?ckler moet hier met het oog op het volgende de mond beschouwd worden als het middel, waardoor men de spijzen opneemt, zodat het gesloten worden der beide deuren naar de straat ziet op den geringen eetlust van den grijsaard.
Schrikt de grijsaard reeds wakker van het zingen van den vogel, hoeveel te minder is hem aangenaam het gezang der zangeressen. Ook deze moeten zich inhouden. De grijsaard kan haar gezang niet verdragen. Al wat zijn oor en zinnen streelde in de dagen der jonkheid is hem nu tot een last geworden. Hij heeft er geen genot meer in.
Ook wanneer zij voor de hoogte zullen vrezen, om die te bestijgen, omdat de benen hunnen dienst beginnen te weigeren, en de borst verzwakt is, en dat er verschrikkingen zullen zijn op den weg, allerlei hinderpalen, waarvoor zij vrezen, omdat zij gene kracht en vlugheid meer hebben, om die te ontwijken of te voorkomen, en de amandelboom zal bloeien; dewijl de amandelboom midden in den winter, als hij geheel van zijne bladeren beroofd is, bloeit, en dewijl deze vroeger roodachtige vleeskleurige bloesems, vooral in den tijd dat zij afvallen, er geheel als de witte sneeuwvlokken uitzien, zo is de amandelbloesem een gepast beeld van den grijsaard met zijne uitvallende zilverwitte haren; en dat de sprinkhaan zich zelven een last zal wezen, 1) namelijk, dat het lichaam slechts met moeite voortgesleept wordt,en dat in het algemeen de lust 2) tot spijze zal vergaan; want de mens gaat dan spoedig naar zijn eeuwig huis, wat zijn lichaam betreft, naar het graf, uit hetwelk hij niet wederkeert tot dit aardse leven, en de rouwklagers, die den stervende met hun treurzangen naar het graf moeten geleiden, maken zich gereed en zullen spoedig in de straat omgaan. 3)
Luther, Vaihinger en anderen vertalen: en dat de sprinkhaan beladen wordt, en denken daarbij aan den ruggegraat, of het gehele geraamte van den mens, welke in hogen ouderdom gekromd worden. -D?chsel vertaalt: en dat de krekel met haar eentonig gezang tot last wordt. In elk geval wordt hier bedoeld wat men noemt het bekken, of ook wel het kruis. De grijsaard staat moeilijk, lastig op als hij zich verplaatsen wil.
In het Hebr. Ha?bijonah. Eigenlijk, de kapperboom, en hier beeld van de eetlust. Als het leven wordt uitgeblust, wordt ook de eetlust minder. Daarom volgt er ook onmiddellijk, dat de mens naar zijn eeuwig huis gaat.
Hij is vertrokken naar zijn eeuwig huis, want in het graf blijft hij, wat het lichaam betreft, nog vele dagen liggen.
Hij is gegaan naar het huis der eeuwigheid, niet alleen naar dat huis of verblijf, vanwaar hij nooit in deze wereld zal wederkeren, maar naar het huis, waarin hij voor altijd moet blijven liggen. Dit moest ons bereidvaardig maken, om den dood te ondergaan, die ons doorgang verschaft naar ons Vaderhuis en naar ons eeuwig verblijf aldaar bij Hem, welke de lust en het uitzicht aller vromen is.
Ja, gedenk aan uwen Schepper! Eer dan de zilveren koord, waaraan de gouden olielamp als het beeld van uw kostbaar leven hangt, ontketend wordt en alzo de gulden schaal uwer levenslamp in stukken gestoten wordt 1), en de kruik, de longen, die de emmer zijn, waarmee gij de levenslucht schept, van droogte en ouderdom aan de springader der lucht gebroken wordt, en het rad, waarmee gij tot hiertoe den levensadem tot u getrokken hebt, aan den bornput op eens door Gods almachtige hand in stukken gestoten wordt, en alzo uw leven wordt afgebroken;
Het menselijk lichaam wordt hier vergeleken met ene schaal, waarin even als de olie in ene lamp, het bloed, de drager der ziel of des levens, vervat is (Leviticus 17: 14). Met de kostbare olie van de kandelaars, waarvan in Zacharia sprake is, welke daar “goud, gouden vloeistof” genoemd wordt (Zach. 4: 12), kan ook het bloed, die edele, kostbare vloeistof in het menselijk organismus vergeleken worden, en dewijl nu het bloed de levensvoorwaarde voor dat organismus is, zo wordt dit zelf als goud aangeduid.
Wanneer de zilveren koord van de lamp ontketend wordt, dan wordt de lamp vol goud verbrijzeld. Het lichaam wordt een aas en het licht van het leven des geestes, waarvan het lichaam de bewaarder, de drager was, gaat voor hetzelve verloren.
Misschien is de emmer (de kruik) een symbool van het hart, en het rad van den bornput symbool van de organen, waarmee wij ademhalen. Want rks (verbreken) is een woord, dat dikwijls in de Schrift gebruikt wordt van het hart, dat in den toestand des doods of in doodsgevaar gekomen is. Het hart kan dan ook werkelijk met een emmer worden vergeleken, wat betreft het bloed, dat het lichaam doorstroomt.
Springader en bornput doelen zeker op hetzelfde, even als kruik en rad, of men moest door kruik de longen, door het rad het hart willen verstaan.
a) En dat het stof van het aardse gebrekkige lichaam wederom tot de aarde keert, zo als het van den beginne geweest is, en de geest, de redelijke, onsterflijke ziel weer tot God keert, b) die hem gegeven heeft, om door Hem geoordeeld te worden (Genesis 2: 7. Psalm 104: 29,30).
Genesis 3: 19. b) Genesis 2: 17. Numeri 16: 22.
De ziel moet na haar verscheiden voor Hem verschijnen, uit wien zij haren oorsprong heeft, om door Hem geoordeeld te worden. Dat de ziel tot God als haren Rechter moet wederkeren, daarop wijst de Prediker, om de vermaning: “Gedenk aan uwen Schepper” ingang bij de mensen te doen vinden: Gedenk aan uwen Schepper, opdat gij niet eerst een verloren leven te betreuren hebt en daarna na den dood onder het oordeel komt.
Juist daarom mag de mens er wel ernstig over nadenken, hoe hij leefde en handelde, omdat hij het toch niet zal kunnen ontgaan, eenmaal voor God te verschijnen. De zielen komen uit de eeuwigheid op deze aarde aan, als op een toneel. Daar presenteren zij dan hare personen, neigingen en hartstochten, en wat er goeds en kwaads in is. Als zij nu als het ware lang genoeg hare rol gespeeld hebben, moeten zij weer aftreden, en hare personen, die zij gepresenteerd hebben, weer afleggen, om zo als zij zijn, voor Gods gericht te verschijnen. Men ziet het ook bij stervenden, dat juist daarom de angsten des doods zo groot bij hen zijn, omdat zij op den weg zijn, waarop zij God zullen ontmoeten. Hoe siddert dan de ganse mens! tenzij dan dat hij van zijne verzoening met God verzekerd is. -Hoe algemeen de uitspraak ook zij, dat alle mensen tot God moeten wederkeren, zo is er toch ook een groot onderscheid tussen hen. De meesten keren tot God weer als tot hunnen beledigden Heer; enkelen echter als tot hunnen genadigen ontfermer, Vriend en Vader. -Dewijl nu het komen tot God niet uit kan blijven, zo mocht het wel onze eerste zorg zijn te bedenken, hoe wij op de rechte wijze tot God zullen komen.
In den strijd over den oorsprong der ziel heeft dit vers ene belangrijke rol gespeeld. Keert de ziel tot God terug, zo zeiden de verdedigers van het Creatianismus, dan moet zij ook uit God haren oorsprong hebben en niet uit de aardse ouders. De verdedigers van het Traducianismus antwoorden: De terugkeer van den geest tot God heeft betrekking op de schepping van den eersten mens. Dit antwoord zal men nauwelijks voldoende kunnen achten. De terugkeer van elke ziel in het bijzonder tot God vindt alleen daarin enen voldoenden grond, dat zij ook onmiddellijk uit God haren oorsprong heeft.
Elke verdenking van epicurismus (de leer, dat het aardse geluk slechts bestaat in het vrolijke genot van het leven), of van ene lichtzinnig, twijfelzuchtige en materialistische gezindheid als achtergrond voor de voorafgaande aanmaning tot levensvreugde, moet met het oog op den vreselijken ernst, waarmee hij aan het eind op dood en eeuwigheid wijst, verdwijnen, en dit te meer, dewijl ook reeds hetgeen elke vermaning tot vrolijk levensgenot voorafgaat, de duidelijke blijken draagt van den diepen levensrust en van de degelijke zedelijke wereldbeschouwing des schrijvers.
De ziel, dat straalsel van het hemelse Licht, keert weer tot God, Wiens adem derzelve bij onze vorming in ons stoffelijk lichaam heeft ingeblazen, opdat wij tot een levende ziel zouden worden. Zij keert weer tot de wereld der geesten, met wien zij verbonden is.
Zij gaat tot God, evenals een Rechter, voor Wien zij zich moet verantwoorden. Dit maakt den dood verschrikkelijk voor de goddelozen, wier zielen tot God, als tot een straf- en wraakoefenenden handhaver Zijner wetten, gaan, om het eeuwig doodvonnis uit Zijn mond te horen, terwijl hij troostlijk is voor de godzaligen, wier zielen dus wederkeren tot haren Vader.
E. In het slot van ons Boek (vs. 8-14), slaat de Prediker nog eenmaal een korten terugblik op het geheel en geeft hij de dringende vermaning, de uitgesproken waarheden goed ter harte te nemen. Opzettelijk heft de Prediker denzelfden klaagtoon aan over de ijdelheid van al het aardse, waarmee hij ook zijn Boek ingeleid heeft, en die hij als ene hoofdwaarheid gelijk ene veelvoudige echo door het ganse Boek heeft laten horen. Nog eenmaal wil hij daarmee bij den lezer het levendige bewustzijn opwekken, dat wie vertroost wil worden, boven alles de nietigheid en vergankelijkheid van alle aardse en menselijke toestanden moet erkennen en ter harte nemen. De waarheid van dit resultaat zijner beschouwingen en ondervindingen bevestigt hij eerst, door op den voorgrond te stellen, dat hij, die dit zegt, niet onbevoegd daar toe is, maar dat hij zelf die goddelijke wijsheid bezit, en die aan anderen kan leren (vs. 8-11), daarna door te wijzen op den hogen ernst en het ongemeen belangrijke en behartenswaardige van hetgeen hij leert. Hier herhaalt hij ook in korte woorden de andere, meer troostrijke zijde zijner redenen, namelijk, dat hij, die gelukkig leven en zalig sterven wil, niettegenstaande de algemene ijdelheid, God moet vrezen, totdat eenmaal in den dag des oordeels alle raadsels en schijnstrijdigheden van dit aardse leven opgelost zullen worden (vs. 12 14). Zo toont hij aan, waardoor en wanneer eenmaal de beide tegenover elkaar staande resultaten zijner redenen met elkaar zullen verzoend worden en geeft daarmee den sleutel tot recht verstand van dit Boek aan.
a) IJdelheid der IJdelheden, zegt de Prediker; het is al ijdelheid!
Psalm 62: 10; 144: 4. Prediker 1: 2.
En voorts blijft dit nog te zeggen overig; dewijl de Prediker wijs geweest is uit God, zo leerde hij het volk nog wetenschap, en merkte op, overwoog het werken en streven der mensen, en onderzocht, of hij het wijs en rechtvaardig bestuur Gods in de wereld zou kunnen begrijpen; hij stelde daarna vele wijze a) spreuken in orde, 1) waarin hij zijne beschouwingen en ondervindingen mededeelde.
1 Koningen 4: 32.
Hiermede wil Salomo niet op zich zelven roemen, maar daarmee verklaart hij, dat, wat hij schreef, niet was dan na ernstig onderzoek en rijp overleg, en in dien vorm, die naar zijne beschouwing voor zijn volk het meest de voorkeur verdiende. Hij erkent daarmee tevens juist door te zeggen, dat hij wijs is geweest, dat hij niet de wijsheid van een ander, maar die van Boven was deelachtig geworden.
De Prediker zocht aangename en verkwikkende woordenvoor de oprechte zielen, die God liefhadden, uit te vinden; en het geschrevene is recht en vertrouwbaar, woorden der goddelijke, zaligmakende waarheid en alzo der ware wijsheid van boven.
De woorden der wijzen, zo als die voornamelijk in de Spreuken en in deze mijne redenen, neergelegd zijn, zijn gelijk prikkelen1), die diep in het hart doordringen en den ouden mens wonden, om hem voor eeuwig te genezen, en gelijk nagelen, diep ingeslagen van de meesters der verzamelingen dezer wijze Spreuken, die gegeven zijn van den enigen Herder, 2) den God Isra?ls, die de Bron is van alle wijsheid.
De woorden der wijzen, in het algemeen alle woorden Gods, blijven als diep ingeslagen nagelen zo vast zitten, dat zij nauwelijks weer uit het gemoed kunnen uitgerukt worden. Hun eerste uitwerking is niet alleen krachtig, zodat zij de ziel ontroeren, maar zij dringen ook daarna door merg en been heen en laten zich niet gemakkelijk weer verdrijven. (Hebr. 4: 12).
Deze eigenschap der H. Schrift moet ook op de prediking kunnen toegepast worden; zij is niets waard, wanneer zij de vergelijking met prikkelen en nagelen moet schromen; maar ook de toehoorders moeten niet verdrietig of toornig worden, wanneer haar prikkel in hun hart dringt.
Hiermede verklaart de Prediker het nog duidelijker, dat, wat Hij den volke verkondigde en wat de wijzen, de ware wijzen hadden gesproken, niet was van menselijke uitvinding, maar ingegeven van den enigen en waarachtigen God. Gelijk de Heere God door David in zijne Psalmen de Herder wordt genoemd, zo wordt Hij ook alzo door den Prediker met dien naam aangeduid.
En wat boven dezelve, of overigens is, mijngeestelijke zoon, dien ik zo gaarne in het bezit der hemelse wijsheid zou zien, wees gewaarschuwd voor de vele andere boeken, die zich als gidsen bij het zoeken naar wijsheid aanprijzen; zoek echter alleen de ware wijsheid, die gij slechts in de verzamelingen der heilige Spreuken der wijsheid aantreft; want van vele boeken te maken, is tegenwoordig geen einde, 1) talrijke boeken uit de handen van hen, die uit hun eigen geest valse wereldwijsheid voortbrengen, overstromen de wereld en worden een ieder aangeboden; en veel lezens, bestudering van zulke boeken is vermoeiing des vleses, het mat lichaam en geest af, maar het verkwikt niet het hart, noch verfrist het verstand; veel beter is het, ??n boek vol ware wijsheid met nadenken te onderzoeken en zich aan zijne waterbronnen te verfrissen.
Van alles, wat gehoord is, is het einde van de zaak, waar het boven alles op aankomt, en waarmee de Prediker daarom zijn boek op praktische wijze besluit: a) Vrees God, en houd als een getuigenis daarvan Zijne geboden te midden en niettegenstaande de ijdelheid van de dingen dezer wereld, want dit betaamt allen mensen, 1) het is hun heiligste en eerste plicht.
Deuteronomium 6: 2; 10: 12. Spreuken 3: 7.
De waarheid, de echte grond van allen godsdienst, is de vreze Gods, heersende in ons hart, een diepe eerbied voor Zijne hoge Majesteit nevens ene nederige afhankelijkheid van Zijn macht, gezag en bestiering, en ene vreze voor Zijne toorn en verontwaardiging. Vreest God, dit is, aanbidt en dient Hem, brengt de verschuldigde ere aan Zijnen heiligen Naam toe, en offert uw hart in allen uit- en inwendigen godsdienst vervolgens ootmoediglijk aan Hem op.
De Prediker komt na al wat hij geschreven heeft tot dit resultaat. Echter niet in dien zin, dat hij er eerst nu toe komt, want aan zijn gehele Boek ligt deze vermaning ten grondslag, maar in den zin, dat bij al wat er op aarde raadselachtigs gevonden wordt het mensenkind hierbij alleen rust en vrede heeft. Alleen wie God vreest en Zijne geboden houdt zal bewaard blijven voor een droevig pessimisme en een vals optimisme. Hij zal het ervaren, dat de godzaligheid alleen een groot gewin is met vergenoeging, dat zij heeft de belofte des toekomenden en des tegenwoordigen levens.
a) Want het moet niet uitsluitend te doen zijn om een gelukkig leven in deze wereld, maar om het welbehagen Gods in den dag des oordeels: God zal eenmaal ieder werk in het gericht brengen, met al wat nu nog verborgen is, hetzij goed, of hetzij kwaad.
1 Kor. 4: 5. 2 Kor. 5: 10.
Men kan het geloof aan een persoonlijk gericht, tot hetwelk de Prediker zich voelt opgeheven, als op enen zonnigen bergtop, van waar hij alle schaduwen en nog slechts langzaam doorbrekende lichtstralen zijner beschouwingen zegepralend overziet, uit zijn Boek niet wegnemen. Hij zegt dat elke daad geoordeeld zal worden, wat toch volgens zijne verklaring niet hier beneden geschiedt; hij beweert, dat zelfs het verborgene, dus ook de gedachten in het gericht zullen komen, wat nog meer bepaald slechts van de toekomst kan verwacht worden.
In dit laatste vers wijst de Prediker op het eindgericht tot vreze van de goddelozen, maar ook tot troost voor de godvrezenden.
Het kind van God ontdekt, als Asaf, hier zo vele raadselen voor het kortzichtig verstand. Hij kan de oplossing van veel niet vinden.
De goddeloze wandelt daarheen op rozen en vleit er zich mede, dat de God van Jakob het niet ziet, maar ook de Prediker weet het, dat er eenmaal zal komen een eindgericht.
En in dat eindgericht zal alles, wat nu nog verborgen is, geopenbaard worden.
Ieder werk zal in dit gericht komen en wat daarmee in verband staat, wat ook de Prediker weet, is: de rechtvaardige zal er ontvangen het eeuwig genadeloon op al wat hij door de gunste Gods mocht verrichten ter ere van zijn Verbonds-God, en de goddeloze zal ontvangen het loon der straf, dewijl hij zich in dit leven tegen den Heere en Zijn volk en de komst van Zijn Rijk heeft gekeerd.
SLOTWOORD OP HET BOEK DE PREDIKER.
Zoals we reeds in ons inleidend woord op dit Boek der Heilige Schrift schreven, is het evenals de Spreuken, wat den inhoud betreft, van Salomo, den zoon van David, den wijzen koning Isra?ls, al geven we toe, dat het eerst later is uitgegeven, in de dagen na de Babylonische ballingschap.
Wat den inhoud betreft sluit het zich geheel aan de Spreuken aan, al klinkt er ogenschijnlijk een somberder toon ons uit tegen.
Dit laatste is niet te verwonderen en zeer goed te verklaren, indien wij aannemen dat het vervaardigd is door den Schrijver in zijn ouderdom, toen hij, op zo vele glibberige paden der zonde, had ervaren, dat de wereld een onbevredigde consci?ntie achterlaat.
Maar naast dien somberen toon kunnen we, gelijk in de verklaring uitkomt, ook een anderen toon vernemen: het is die, welke door het weer opdoemend en opluikend geloof wordt verwekt.
De toon van een hoopvol vertrouwen op de leiding Gods, de verzekering, dat God, den Heere, te dienen, Zijn Naam te vrezen, verre weg het beste en het verkiezelijkste is.
Tegenover het ijdele van het ondermaanse, tegenover het onvoldoende en onbevredigende van wat deze wereld aanbiedt, stelt ook de Prediker de ware wijsheid, de vreze Gods en het onderhouden van Zijne geboden.
En daarom wijst ook de Prediker aan alle lijdenden den waren weg des heils.
Hij rukt hun weg van de paden van ongeloof en moedeloosheid en zet hunnen voet op den Rotssteen des heils, op den weg des geloofs en des ootmoedigen vertrouwens op God.
Hij leert hun, dat hij, die waarlijk den dienst van God heeft lief gekregen, veilig gaat.
Juist zijn slotwoord zegt het ons zo duidelijk, dat hij is een kind van God, die, ja, diepe wegen heeft doorgemaakt, aan den rand van diepe afgronden heeft gewandeld, maar door zijn God weer is gered, en nu ook aan zijn geestelijk zaad, als leraar der wijsheid, kan toeroepen, dat in God te vrezen het al gelegen is.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel