Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1De woorden van den prediker, den zoon van David, den koning te Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1De woordenH1697 van den predikerH6953, den zoonH1121 van DavidH1732, den koningH4428 te JeruzalemH3389.De woorden van den prediker, den zoon van David, den koning te Jeruzalem.
KJVThe words1of the Preacher,2the son3of David,4king5in Jerusalem.
2Ijdelheid der ijdelheden, zegt de prediker; ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2IjdelheidH1892 der ijdelhedenH1892, zegtH559 de predikerH6953; ijdelheidH1892 der ijdelhedenH1892, het is alH3605ijdelheidH1892.Ijdelheid der ijdelheden, zegt de prediker; ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid.
KJVVanity1of vanities,2saith3the Preacher,4vanity5of vanities;6all is vanity.
1הֲבֵ֤לH1892ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid[idiom] altogether, vain, vanity2הֲבָלִים֙H1892ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid[idiom] altogether, vain, vanity3אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4קֹהֶ֔לֶתH6953predikerpreacher5הֲבֵ֥לH1892ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid[idiom] altogether, vain, vanity6הֲבָלִ֖יםH1892ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid[idiom] altogether, vain, vanity7הַכֹּ֥לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8הָֽבֶלH1892ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid[idiom] altogether, vain, vanity
3Wat voordeel heeft de mens van al zijn arbeid, dien hij arbeidt onder de zon?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3WatH4100voordeelH3504 heeft de mensH120 van alH3605 zijn arbeidH5999, dien hij arbeidtH5998onderH8478 de zonH8121?Wat voordeel heeft de mens van al zijn arbeid, dien hij arbeidt onder de zon?
KJVWhat profit2hath a man3of all his labour5which he taketh6under the sun?
1מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why2יִּתְר֖וֹןH3504voordeel, uitnemendheid, nuttigheidbetter, excellency(-leth), profit(-able)3לָֽאָדָ֑םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person4בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5עֲמָל֔וֹH5999arbeid, moeite, kwellinggrievance(-vousness), iniquity, labour, mischief, miserable(-sery), pain(-ful), perverseness, sorrow, toil, travail, trouble, wearisome, wickedness6שֶֽׁיַּעֲמֹ֖לH5998gearbeid, arbeidt, bearbeid(take) labour (in)7תַּ֥חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with8הַשָּֽׁמֶשׁH8121zon, Zon, glasvensters[phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)
4Het ene geslacht gaat, en het andere geslacht komt; maar de aarde staat in der eeuwigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Het ene geslachtH1755 gaat, en het andere geslachtH1755komtH935; maar de aardeH776staatH5975 in der eeuwigheidH5769.Het ene geslacht gaat, en het andere geslacht komt; maar de aarde staat in der eeuwigheid.
KJVOne generation1passeth away,2and another generation3cometh:4but the earth5abideth7for ever.
1דּ֤וֹרH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity2הֹלֵךְ֙H1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl3וְד֣וֹרH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity4בָּ֔אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5וְהָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6לְעוֹלָ֥םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)7עֹמָֽדֶתH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry
5Ook rijst de zon op, en de zon gaat onder, en zij hijgt naar haar plaats, waar zij oprees.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Ook rijstH2224 de zon op, en de zon gaat onder, en zij hijgtH7602naarH413 haar plaatsH4725, waarH8033zijH1931opreesH2224.Ook rijst de zon op, en de zon gaat onder, en zij hijgt naar haar plaats, waar zij oprees.
Ook in dit vers
zonH935
zonH8121
KJVThe sun2also ariseth,1and the sun4goeth down,3and hasteth7to his place6where he arose.
1וְזָרַ֥חH2224opgaan, opgaat, opreesarise, rise (up), as soon as it is up2הַשֶּׁ֖מֶשׁH8121zon, Zon, glasvensters[phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)3וּבָ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4הַשָּׁ֑מֶשׁH8121zon, Zon, glasvensters[phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)5וְאֶ֨לH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6מְקוֹמ֔וֹH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)7שׁוֹאֵ֛ףH7602slokken, hijgt, Haakdesire (earnestly), devour, haste, pant, snuff up, swallow up8זוֹרֵ֥חַֽH2224opgaan, opgaat, opreesarise, rise (up), as soon as it is up9ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10שָֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
6Zij gaat naar het zuiden, en zij gaat om naar het noorden; de wind gaat steeds omgaande, en de wind keert weder tot zijn omgangen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Zij gaat naar het zuidenH1864, en zij gaat om naarH413 het noordenH6828; de windH7307 gaat steeds omgaande, en de windH7307 keert weder tot zijn omgangenH5439.Zij gaat naar het zuiden, en zij gaat om naar het noorden; de wind gaat steeds omgaande, en de wind keert weder tot zijn omgangen.
KJVThe wind10goeth1toward the south,3and turneth about4unto the north;6it whirleth about continually,9and the wind14returneth again13according to his circuits.
1הוֹלֵךְ֙H1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3דָּר֔וֹםH1864zuiden, zuiderpoort, zuidzijdesouth4וְסוֹבֵ֖בH5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6צָפ֑וֹןH6828noorden, noordwaarts, Noordennorth(-ern, side, -ward, wind)7סוֹבֵ֤בH5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)8סֹבֵב֙H5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)9הוֹלֵ֣ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl10הָר֔וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)11וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12סְבִיבֹתָ֖יוH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side13שָׁ֥בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw14הָרֽוּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)
7Al de beken gaan in de zee, nochtans wordt de zee niet vol; naar de plaats, waar de beken heengaan, derwaarts gaande keren zij weder.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7AlH3605 de bekenH5158 gaan in de zeeH3220, nochtans wordt de zeeH3220nietH369volH4392; naarH413 de plaatsH4725, waar de bekenH5158heengaanH1980, derwaartsH8033gaandeH3212kerenH7725zijH1992 weder.Al de beken gaan in de zee, nochtans wordt de zee niet vol; naar de plaats, waar de beken heengaan, derwaarts gaande keren zij weder.
KJVAll the rivers2run3into the sea;5yet the sea6is not full;8unto the place10from whence the rivers11come,12thither they return15again.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַנְּחָלִים֙H5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley3הֹלְכִ֣יםH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5הַיָּ֔םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)6וְהַיָּ֖םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)7אֵינֶ֣נּוּH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)8מָלֵ֑אH4392vol, volle, Vol[idiom] she that was with child, fill(-ed, -ed with), full(-ly), multitude, as is worth9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10מְק֗וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)11שֶׁ֤הַנְּחָלִים֙H5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley12הֹֽלְכִ֔יםH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl13שָׁ֛םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither14הֵ֥םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye15שָׁבִ֖יםH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw16לָלָֽכֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak
8Al deze dingen worden zo moede, dat het niemand zou kunnen uitspreken; het oog wordt niet verzadigd met zien; en het oor wordt niet vervuld van horen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8AlH3605 deze dingen worden zo moedeH3023, dat het niemandH376 zou kunnen uitsprekenH1696; het oogH5869 wordt niet verzadigdH7646 met zienH7200; en het oorH241 wordt niet vervuldH4390 van horenH8085.Al deze dingen worden zo moede, dat het niemand zou kunnen uitspreken; het oog wordt niet verzadigd met zien; en het oor wordt niet vervuld van horen.
KJVAll things2are full of labour;3man6cannot5utter7it: the eye10is not satisfied9with seeing,11nor the ear14filled13with hearing.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַדְּבָרִ֣יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3יְגֵעִ֔יםH3023moede, matfull of labour, weary4לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5יוּכַ֥לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer6אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7לְדַבֵּ֑רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work8לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תִשְׂבַּ֥עH7646verzadigd, verzadigen, verzadigthave enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of10עַ֨יִן֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)11לִרְא֔וֹתH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions12וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13תִמָּלֵ֥אH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly14אֹ֖זֶןH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show15מִשְּׁמֹֽעַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
9Hetgeen er geweest is, hetzelve zal er zijn, en hetgeen er gedaan is, hetzelve zal er gedaan worden; zodat er niets nieuws is onder de zon.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Hetgeen er geweest is, hetzelve zal er zijn, en hetgeen er gedaan is, hetzelve zal er gedaan worden; zodat er nietsH369nieuwsH2319isH1961onderH8478 de zonH8121.Hetgeen er geweest is, hetzelve zal er zijn, en hetgeen er gedaan is, hetzelve zal er gedaan worden; zodat er niets nieuws is onder de zon.
KJVThe thing that hath been, it is that which shall be; and that which is done6is that which shall be done:8and there is no new11thing under the sun.
1מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why2שֶּֽׁהָיָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4שֶׁיִּהְיֶ֔הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5וּמַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why6שֶׁנַּֽעֲשָׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8שֶׁיֵּעָשֶׂ֑הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9וְאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11חָדָ֖שׁH2319nieuwe, nieuw, nieuwenfresh, new thing12תַּ֥חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with13הַשָּֽׁמֶשׁH8121zon, Zon, glasvensters[phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)
10Is er enig ding, waarvan men zou kunnen zeggen: Ziet dat, het is nieuw? Het is alreeds geweest in de eeuwen, die voor ons geweest zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Is er enig dingH1697, waarvan men zou kunnen zeggenH559: ZietH7200 dat, het is nieuwH2319? HetH1931 is alreedsH3528geweestH1961 in de eeuwenH5769, die voorH6440 ons geweest zijn.Is er enig ding, waarvan men zou kunnen zeggen: Ziet dat, het is nieuw? Het is alreeds geweest in de eeuwen, die voor ons geweest zijn.
KJVIs there1any thing2whereof it may be said,3See,4this is new?6it hath been already8of old time,10which was before
1יֵ֥שׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest2דָּבָ֛רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3שֶׁיֹּאמַ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4רְאֵהH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5זֶ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6חָדָ֣שׁH2319nieuwe, nieuw, nieuwenfresh, new thing7ה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8כְּבָר֙H3528alrede, aangezien, alreedsalready, (seeing that which), now9הָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10לְעֹֽלָמִ֔יםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)11אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12הָיָ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13מִלְּפָנֵֽנוּH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
11Er is geen gedachtenis van de voorgaande dingen; en van de navolgende dingen, die zijn zullen, van dezelve zal ook geen gedachtenis zijn bij degenen, die namaals wezen zullen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Er is geen gedachtenisH2146 van de voorgaandeH7223 dingen; en van de navolgendeH314 dingen, die zijnH1961 zullen, van dezelve zal ookH1571 geen gedachtenisH2146 zijn bijH5973 degenen, die namaalsH314 wezen zullen.Er is geen gedachtenis van de voorgaande dingen; en van de navolgende dingen, die zijn zullen, van dezelve zal ook geen gedachtenis zijn bij degenen, die namaals wezen zullen.
KJVThere is no remembrance2of former3things; neither shall there be any remembrance10of things that are to come5with those that shall come after.
1אֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)2זִכְר֖וֹןH2146gedachtenis, gedachtenissen, gedenktekenmemorial, record3לָרִאשֹׁנִ֑יםH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past4וְגַ֨םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea5לָאַחֲרֹנִ֜יםH314laatste, achterste, navolgendeafter (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most6שֶׁיִּהְי֗וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8יִהְיֶ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9לָהֶם֙10זִכָּר֔וֹןH2146gedachtenis, gedachtenissen, gedenktekenmemorial, record11עִ֥םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)12שֶׁיִּהְי֖וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13לָאַחֲרֹנָֽהH314laatste, achterste, navolgendeafter (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most
12Ik, prediker, was koning over Israel te Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12IkH589, predikerH6953, wasH1961koningH4428overH5921IsraelH3478 te JeruzalemH3389.Ik, prediker, was koning over Israel te Jeruzalem.
KJVI the Preacher2was king4over Israel6in Jerusalem.
1אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who2קֹהֶ֗לֶתH6953predikerpreacher3הָיִ֥יתִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4מֶ֛לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7בִּירוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
13En ik begaf mijn hart om met wijsheid te onderzoeken, en na te speuren al wat er geschiedt onder den hemel. Deze moeilijke bezigheid heeft God den kinderen der mensen gegeven, om zich daarin te bekommeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En ik begafH5414 mijn hartH3820 om met wijsheidH2451 te onderzoekenH1875, en na te speurenH8446alH3605watH834 er geschiedtH6213onderH8478 den hemelH8064. Deze moeilijkeH7451bezigheidH6045 heeft GodH430 den kinderenH1121 der mensenH120gegevenH5414, om zich daarin te bekommerenH6031.En ik begaf mijn hart om met wijsheid te onderzoeken, en na te speuren al wat er geschiedt onder den hemel. Deze moeilijke bezigheid heeft God den kinderen der mensen gegeven, om zich daarin te bekommeren.
KJVAnd I gave1my heart3to seek4and search out5by wisdom6concerning all things that are done10under heaven:12this sore15travail14hath God17given16to the sons18of man19to be exercised
1וְנָתַ֣תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3לִבִּ֗יH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom4לִדְר֤וֹשׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely5וְלָתוּר֙H8446verspieden, verspied, speurenchap(-man), sent to descry, be excellent, merchant(-man), search (out), seek, (e-) spy (out)6בַּֽחָכְמָ֔הH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit7עַ֛לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10נַעֲשָׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11תַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with12הַשָּׁמָ֑יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)13ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who14עִנְיַ֣ןH6045bezigheidbusiness, travail15רָ֗עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)16נָתַ֧ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield17אֱלֹהִ֛יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18לִבְנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19הָאָדָ֖םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person20לַעֲנ֥וֹתH6031verootmoedigen, verdrukt, verkrachtabase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise21בּֽוֹ
14Ik zag al de werken aan, die onder de zon geschieden; en ziet, het was al ijdelheid en kwelling des geestes.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Ik zagH7200alH3605 de werkenH4639 aan, die onderH8478 de zonH8121geschiedenH6213; en zietH2009, het was alH3605ijdelheidH1892 en kwellingH7469 des geestesH7307.Ik zag al de werken aan, die onder de zon geschieden; en ziet, het was al ijdelheid en kwelling des geestes.
KJVI have seen1all the works4that are done5under the sun;7and, behold, all is vanity10and vexation11of spirit.
1רָאִ֨יתִי֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הַֽמַּעֲשִׂ֔יםH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought5שֶֽׁנַּעֲשׂ֖וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6תַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with7הַשָּׁ֑מֶשׁH8121zon, Zon, glasvensters[phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)8וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see9הַכֹּ֛לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הֶ֖בֶלH1892ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid[idiom] altogether, vain, vanity11וּרְע֥וּתH7469kwellingvexation12רֽוּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)
15Het kromme kan niet recht gemaakt worden; en hetgeen ontbreekt, kan niet geteld worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Het krommeH5791kanH3201nietH3808rechtH8626 gemaakt worden; en hetgeen ontbreektH2642, kanH3201nietH3808geteldH4487 worden.Het kromme kan niet recht gemaakt worden; en hetgeen ontbreekt, kan niet geteld worden.
KJVThat which is crooked1cannot3be made straight:4and that which is wanting5cannot7be numbered.
1מְעֻוָּ֖תH5791verkeren, krom, krommebow self, (make) crooked., falsifying, overthrow, deal perversely, pervert, subvert, turn upside down2לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3יוּכַ֣לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer4לִתְקֹ֑ןH8626recht, orde, steldeset in order, make straight5וְחֶסְר֖וֹןH2642ontbreektwanting6לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יוּכַ֥לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer8לְהִמָּנֽוֹתH4487tellen, beschikte, geteldappoint, count, number, prepare, set, tell
16Ik sprak met mijn hart, zeggende: Zie, ik heb wijsheid vergroot en vermeerderd, boven allen, die voor mij te Jeruzalem geweest zijn; en mijn hart heeft veel wijsheid en wetenschap gezien.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16IkH589sprakH1696metH5973 mijn hartH3820, zeggendeH559: Zie, ikH589 heb wijsheidH2451vergrootH1431 en vermeerderdH3254, bovenH5921allenH3605, dieH834voorH6440 mij te JeruzalemH3389 geweest zijn; en mijn hartH3820 heeft veelH7235wijsheidH2451 en wetenschapH1847gezienH7200.Ik sprak met mijn hart, zeggende: Zie, ik heb wijsheid vergroot en vermeerderd, boven allen, die voor mij te Jeruzalem geweest zijn; en mijn hart heeft veel wijsheid en wetenschap gezien.
KJVI communed1with mine own heart,4saying,5Lo, I am come to great estate,8and have gotten9more wisdom10than all they that have been before15me in Jerusalem:17yea, my heart18had great20experience19of wisdom21and knowledge.
1דִּבַּ֨רְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֲנִ֤יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4לִבִּי֙H3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom5לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֲנִ֗יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who7הִנֵּ֨הH2009ziet, ziebehold, lo, see8הִגְדַּ֤לְתִּיH1431groot, groter, maaktadvance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower9וְהוֹסַ֨פְתִּי֙H3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield10חָכְמָ֔הH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit11עַ֛לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14הָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15לְפָנַ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17יְרוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem18וְלִבִּ֛יH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom19רָאָ֥הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions20הַרְבֵּ֖הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very21חָכְמָ֥הH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit22וָדָֽעַתH1847wetenschap, kennis, kennencunning, (ig-) norantly, know(-ledge), (un-) awares (wittingly)
17En ik begaf mijn hart om wijsheid en wetenschap te weten, onzinnigheden en dwaasheid; ik ben gewaar geworden, dat ook dit een kwelling des geestes is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En ik begafH5414 mijn hartH3820 om wijsheidH2451 en wetenschapH3045 te wetenH3045, onzinnighedenH1947 en dwaasheidH5531; ik ben gewaarH3045 geworden, dat ookH1571ditH2088 een kwellingH7475 des geestesH7307 is.En ik begaf mijn hart om wijsheid en wetenschap te weten, onzinnigheden en dwaasheid; ik ben gewaar geworden, dat ook dit een kwelling des geestes is.
KJVAnd I gave1my heart2to know3wisdom,4and to know5madness6and folly:7I perceived8that this9also is vexation12of spirit.
1וָאֶתְּנָ֤הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2לִבִּי֙H3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom3לָדַ֣עַתH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot4חָכְמָ֔הH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit5וְדַ֥עַתH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot6הוֹלֵל֖וֹתH1947onzinnighedenmadness7וְשִׂכְל֑וּתH5531dwaasheidfolly, foolishness8יָדַ֕עְתִּיH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot9שֶׁגַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea10זֶ֥הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)11ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who12רַעְי֥וֹןH7475kwelling, kwellingenvexation13רֽוּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)
18Want in veel wijsheid is veel verdriet; en die wetenschap vermeerdert, vermeerdert smart.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18WantH3588 in veelH7230wijsheidH2451 is veelH7230verdrietH3708; en die wetenschapH1847vermeerdertH3254, vermeerdertH3254smartH4341.Want in veel wijsheid is veel verdriet; en die wetenschap vermeerdert, vermeerdert smart.
KJVFor in much2wisdom3is muchgrief:5and he that increaseth6knowledge7increaseth8sorrow.
1כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2בְּרֹ֥בH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)3חָכְמָ֖הH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit4רָבH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)5כָּ֑עַסH3708verdriet, toornigheid, terginganger, angry, grief, indignation, provocation, provoking, [idiom] sore, sorrow, spite, wrath6וְיוֹסִ֥יףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield7דַּ֖עַתH1847wetenschap, kennis, kennencunning, (ig-) norantly, know(-ledge), (un-) awares (wittingly)8יוֹסִ֥יףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield9מַכְאֽוֹבH4341smart, smarten, pijngrief, pain, sorrow
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Prediker 1:1— De woorden van den prediker, den zoon van David, den koning te Jeruzalem.Prediker 1:12→Prediker 7:27→Prediker 12:8→2 Kronieken 10:17→2 Petrus 2:5→1 Koningen 11:42→2 Kronieken 9:30→Nehemia 6:7→
Prediker 1:2— Ijdelheid der ijdelheden, zegt de prediker; ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid.Romeinen 8:20→Prediker 12:8→Psalmen 39:5→Psalmen 144:4→Psalmen 62:9→Prediker 3:19→Prediker 4:4→Prediker 11:10→
Prediker 1:3— Wat voordeel heeft de mens van al zijn arbeid, dien hij arbeidt onder de zon?Prediker 3:9→Prediker 5:16→Prediker 2:22→Prediker 2:11→Markus 8:36→Johannes 6:27→Spreuken 23:4→Prediker 8:15→
Prediker 1:4— Het ene geslacht gaat, en het andere geslacht komt; maar de aarde staat in der eeuwigheid.Psalmen 104:5→Mattheüs 24:35→Zacharia 1:5→Prediker 6:12→2 Petrus 3:10→Psalmen 90:9→Psalmen 102:24→Psalmen 119:90→
Prediker 1:5— Ook rijst de zon op, en de zon gaat onder, en zij hijgt naar haar plaats, waar zij oprees.Habakuk 3:11→Psalmen 19:4→Psalmen 89:36→Psalmen 104:19→Jozua 10:13→Jeremia 33:20→Psalmen 42:1→Genesis 8:22→
Prediker 1:6— Zij gaat naar het zuiden, en zij gaat om naar het noorden; de wind gaat steeds omgaande, en de wind keert weder tot zijn omgangen.Johannes 3:8→Job 37:9→Jona 1:4→Prediker 11:5→Handelingen 27:13→Psalmen 107:29→Psalmen 107:25→Mattheüs 7:24→
Prediker 1:7— Al de beken gaan in de zee, nochtans wordt de zee niet vol; naar de plaats, waar de beken heengaan, derwaarts gaande keren zij weder.Job 38:10→Psalmen 104:6→
Prediker 1:8— Al deze dingen worden zo moede, dat het niemand zou kunnen uitspreken; het oog wordt niet verzadigd met zien; en het oor wordt niet vervuld van horen.Spreuken 27:20→Prediker 4:8→Mattheüs 11:28→Openbaring 7:16→Prediker 4:1→Prediker 5:10→Mattheüs 5:6→Spreuken 30:15→
Prediker 1:9— Hetgeen er geweest is, hetzelve zal er zijn, en hetgeen er gedaan is, hetzelve zal er gedaan worden; zodat er niets nieuws is onder de zon.Prediker 3:15→Jeremia 31:22→Openbaring 21:1→Jesaja 43:19→Prediker 6:10→Prediker 2:12→2 Petrus 2:1→Prediker 7:10→
Prediker 1:10— Is er enig ding, waarvan men zou kunnen zeggen: Ziet dat, het is nieuw? Het is alreeds geweest in de eeuwen, die voor ons geweest zijn.Mattheüs 23:30→Mattheüs 5:12→Lukas 17:26→Handelingen 7:51→2 Timotheüs 3:8→1 Thessalonicenzen 2:14→
Prediker 1:11— Er is geen gedachtenis van de voorgaande dingen; en van de navolgende dingen, die zijn zullen, van dezelve zal ook geen gedachtenis zijn bij degenen, die namaals wezen zullen.Prediker 2:16→Jesaja 42:9→Prediker 9:5→Psalmen 9:6→Jesaja 41:22→
Prediker 1:12— Ik, prediker, was koning over Israel te Jeruzalem.Prediker 1:1→1 Koningen 4:1→
Prediker 1:13— En ik begaf mijn hart om met wijsheid te onderzoeken, en na te speuren al wat er geschiedt onder den hemel. Deze moeilijke bezigheid heeft God den kinderen der mensen gegeven, om zich daarin te bekommeren.Prediker 3:10→Genesis 3:19→Prediker 1:17→Prediker 8:16→Prediker 7:25→Spreuken 4:7→Prediker 4:4→Psalmen 111:2→
Prediker 1:14— Ik zag al de werken aan, die onder de zon geschieden; en ziet, het was al ijdelheid en kwelling des geestes.Prediker 2:11→Prediker 2:17→Prediker 2:26→Prediker 6:9→Prediker 1:17→Prediker 4:4→1 Koningen 4:30→Psalmen 39:5→
Prediker 1:15— Het kromme kan niet recht gemaakt worden; en hetgeen ontbreekt, kan niet geteld worden.Prediker 7:12→Jesaja 40:4→Prediker 3:14→Klaagliederen 3:37→Job 34:29→Daniël 4:35→Mattheüs 6:27→Job 11:6→
Prediker 1:16— Ik sprak met mijn hart, zeggende: Zie, ik heb wijsheid vergroot en vermeerderd, boven allen, die voor mij te Jeruzalem geweest zijn; en mijn hart heeft veel wijsheid en wetenschap gezien.Prediker 2:9→1 Koningen 4:30→1 Koningen 10:7→1 Koningen 3:12→1 Koningen 10:23→Psalmen 77:6→Hebreeën 5:14→2 Koningen 5:20→
Prediker 1:17— En ik begaf mijn hart om wijsheid en wetenschap te weten, onzinnigheden en dwaasheid; ik ben gewaar geworden, dat ook dit een kwelling des geestes is.Prediker 2:3→1 Thessalonicenzen 5:21→Prediker 2:10→Prediker 1:13→Prediker 7:23→
Prediker 1:18— Want in veel wijsheid is veel verdriet; en die wetenschap vermeerdert, vermeerdert smart.Prediker 12:12→1 Korinthe 3:18→Prediker 7:16→Prediker 2:15→Job 28:28→Prediker 2:23→Jakobus 3:13→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Prediker 1 vers 1— De woorden van den prediker, den zoon van David, den koning te Jeruzalem.
te Jeruzalem
Te Jeruzalem was de koninklijke zetel; doch Salomo is koning geweest over de twaalf stammen des volks van Israël. Zie onder vs.12.
Hertaald:te Jeruzalem
In Jeruzalem stond de koninklijke troon; maar Salomo is koning geweest over de twaalf stammen van het volk Israël. Zie hieronder vers 12.
Prediker 1 vers 2— Ijdelheid der ijdelheden, zegt de prediker; ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid.
Ijdelheid der ijdelheden,
Dat is, de allergrootste ijdelheid; gelijk men zegt koning der koningen, dat is de allergrootste koning; lied der liederen, dat is het allerhoogste lied, Zie Gen. 9:25 ; Lev. 2:3 ; en versta deze woorden alzo, dat Salomo te kennen geeft dat alle aardse dingen ons niet kunnen helpen om tot de ware gelukszaligheid te komen.
Hertaald:Ijdelheid der ijdelheden,
Dat is: de allergrootste ijdelheid; zoals men zegt: koning der koningen, dat is: de allergrootste koning; lied der liederen, dat is: het allerhoogste lied. Zie Gen. 9:25; Lev. 2:3. En versta deze woorden zo, dat Salomo te kennen geeft dat alle aardse dingen ons niet kunnen helpen om tot de ware gelukzaligheid te komen.
al ijdelheid
Te weten al wat onder de zon geschiedt, vs.3.
Hertaald:al ijdelheid
Namelijk: alles wat onder de zon gebeurt, vers 3.
Prediker 1 vers 3— Wat voordeel heeft de mens van al zijn arbeid, dien hij arbeidt onder de zon?
Wat
Alsof hij zeide: geen, gans geen voordeel.
Hertaald:Wat
Alsof hij zei: geen enkel, in het geheel geen voordeel.
voordeel
Of, overschot, overblijfsel, profijt, gewin, te weten om gerustheid des gemoeds te bekomen, waarin eigenlijk de gelukzaligheid gelegen is.
Hertaald:voordeel
Of: overschot, overblijfsel, profijt, gewin; namelijk om gerustheid van gemoed te krijgen, waarin de gelukzaligheid eigenlijk bestaat.
arbeid,
Of moeilijken arbeid; te weten zo des geestes als des lichaams.
Hertaald:arbeid,
Of: moeizame arbeid, namelijk zowel van de geest als van het lichaam.
onder de zon?
Dat is, aangaande de vergankelijke dingen der tegenwoordige wereld.
Hertaald:onder de zon?
Dat is: met betrekking tot de vergankelijke dingen van deze tegenwoordige wereld.
Prediker 1 vers 4— Het ene geslacht gaat, en het andere geslacht komt; maar de aarde staat in der eeuwigheid.
Het ene geslacht
De zin dezer woorden is: de menigte der mensen, die nu leeft, vergaat; alzo zullen die ook vergaan, die van eeuw tot eeuw na hen komen zullen. Zie Ps. 12:8 ; Ja al wat in de wereld is, is vergankelijk en veranderlijk; derhalve kan het de mens geen bestendige gelukzaligheid aanbrengen.
Hertaald:Het ene geslacht
De betekenis van deze woorden is: de menigte mensen die nu leeft vergaat, en zo zullen ook zij vergaan die van eeuw tot eeuw na hen zullen komen. Zie Ps. 12:8. Ja, alles wat in de wereld is, is vergankelijk en veranderlijk; daarom kan het de mens geen blijvende gelukzaligheid geven.
staat in eeuwigheid
Of, is bestendig, zij vergaat niet, het is zoveel alsof hij zeide: De aarde, of de wereld vergaat alzo niet, gelijk die dingen vergaan, die daarop zijn, leven en zweven. Anderszins is het zeker dat de wereld ook eindelijk vergaan zal. Zie Ps. 102:27 , en Ps. 104:5 , en Ps. 119:90 ; 2 Petr. 3:10 .
Hertaald:staat in eeuwigheid
Of: is bestendig, zij vergaat niet. Het is alsof hij zei: de aarde of de wereld vergaat niet zoals de dingen vergaan die daarop zijn, leven en bewegen. Overigens staat vast dat ook de wereld uiteindelijk zal vergaan. Zie Ps. 102:27, en Ps. 104:5, en Ps. 119:90; 2 Petr. 3:10.
Prediker 1 vers 5— Ook rijst de zon op, en de zon gaat onder, en zij hijgt naar haar plaats, waar zij oprees.
Ook rijst de zon op
De zin van dit en der naastvolgende verzen schijnt te zijn: Alle arbeid, zo des geestes en des lichaams, in de wereldse dingen, maakt den mens vol bekommernis en zorg, zodat hij gedurig in beweging en beroerte is, gelijk de zon, de lucht en de rivieren; zo maakt hij dan den mens niet gelukzalig.
Hertaald:Ook rijst de zon op
De betekenis van dit en de volgende verzen lijkt te zijn: alle arbeid van geest en lichaam in de wereldse dingen maakt de mens vol bekommering en zorg, zodat hij voortdurend in beweging en onrust is, zoals de zon, de lucht en de rivieren; zo maakt die arbeid de mens dus niet gelukkig.
zij hijgt naar haar plaats
Dat is bij gelijkenis gesproken, genomen van een mens, die zeer loopt alzo dat hij naar zijn adem hijgt om te komen ter plaatse waar hij begeert te wezen; zie Ps. 56:2 .
Hertaald:zij hijgt naar haar plaats
Dat is bij wijze van vergelijking gesproken, ontleend aan een mens die zo hard loopt dat hij naar adem hijgt om te komen op de plaats waar hij wil zijn; zie Ps. 56:2.
Prediker 1 vers 6— Zij gaat naar het zuiden, en zij gaat om naar het noorden; de wind gaat steeds omgaande, en de wind keert weder tot zijn omgangen.
Zij gaat naar het zuiden,
Te weten van dien tijd af, dat zij in het hemelteken Cancer gaat, totdat zij in het teken Capricornus gaat, te weten in den zomer en herfst.
Hertaald:Zij gaat naar het zuiden,
Namelijk: vanaf het moment dat zij in het hemelteken Kreeft komt totdat zij in het teken Steenbok komt, dat is: in de zomer en de herfst.
naar het Noorden;
Te weten het andere halve jaar, van die dag af als zij uit Capricornus gaat, totdat zij in Cancer gaat, namelijk in de winter en lente.
Hertaald:naar het Noorden;
Namelijk: het andere halfjaar, vanaf de dag dat zij uit de Steenbok gaat totdat zij in de Kreeft komt, dat is: in de winter en de lente.
de wind keert weder
Waaiende dan uit het ene, dan uit het andere gewest of kwartier.
Hertaald:de wind keert weder
Terwijl hij nu eens uit de ene, dan weer uit de andere windstreek waait.
Prediker 1 vers 7— Al de beken gaan in de zee, nochtans wordt de zee niet vol; naar de plaats, waar de beken heengaan, derwaarts gaande keren zij weder.
beken gaan in de zee
Versta hieronder, ja inzonderheid ook de rivieren en waterstromen.
Hertaald:beken gaan in de zee
Versta hieronder, ja vooral, ook de rivieren en waterstromen.
niet vol;
Te weten, zo vol dat zij over het aardrijk heen lopen zou, maar zij blijft al in een staat. Zie Job 38:10-11 ; Ps. 104:9 .
Hertaald:niet vol;
Namelijk: niet zo vol dat zij over de aarde heen zou stromen, maar zij blijft in dezelfde staat. Zie Job 38:10-11; Ps. 104:9.
waar de beken heengaan
De Prediker wil zeggen dat de rivieren in gedurigen loop en weder kering zijn.
Hertaald:waar de beken heengaan
De Prediker wil zeggen dat de rivieren voortdurend stromen en terugkeren.
gaande keren
Te weten door de aderen, die onder de aarde lopen.
Hertaald:gaande keren
Namelijk: door de aderen die onder de aarde lopen.
Prediker 1 vers 8— Al deze dingen worden zo moede, dat het niemand zou kunnen uitspreken; het oog wordt niet verzadigd met zien; en het oor wordt niet vervuld van horen.
worden zo
Of, zijn zo vol arbeids, of woeling.
Hertaald:worden zo
Of: zijn zo vol arbeid of drukte.
zou kunnen uitspreken;
Ja ook met zijn verstand of zinnen niet zou kunnen begrijpen. En volgens die kunnen die dingen, die men in de wereld ziet en hoort, den mensen geen recht genoegen of rust des gemoeds aanbrengen.
Hertaald:zou kunnen uitspreken;
Ja, dat hij ze ook met zijn verstand of zinnen niet zou kunnen bevatten. En daarom kunnen de dingen die men in de wereld ziet en hoort de mensen geen werkelijke voldoening of rust van gemoed geven.
Prediker 1 vers 9— Hetgeen er geweest is, hetzelve zal er zijn, en hetgeen er gedaan is, hetzelve zal er gedaan worden; zodat er niets nieuws is onder de zon.
niets nieuws
Te weten belangende die dingen, die op aarde geschieden naar den algemene loop der natuur; maar het heeft een andere gelegenheid met de buitengewone werken Gods.
Hertaald:niets nieuws
Namelijk: met betrekking tot de dingen die op aarde gebeuren volgens de gewone loop van de natuur; maar met de buitengewone werken van God ligt het anders.
Prediker 1 vers 10— Is er enig ding, waarvan men zou kunnen zeggen: Ziet dat, het is nieuw? Het is alreeds geweest in de eeuwen, die voor ons geweest zijn.
Het is alreeds geweest
De zin is, er is niets, al schijnt het nieuw, of het is ook voor deze de ene tijd of de andere tijd geweest.
Hertaald:Het is alreeds geweest
De betekenis is: er is niets — al lijkt het nieuw — of het is ook vroeger, op het ene of het andere moment, al geweest.
Prediker 1 vers 11— Er is geen gedachtenis van de voorgaande dingen; en van de navolgende dingen, die zijn zullen, van dezelve zal ook geen gedachtenis zijn bij degenen, die namaals wezen zullen.
Er is geen gedachtenis
Alsof hij zeide: dat er iets gevonden wordt, hetwelk de mensen nieuw heten te zijn, dat komt daaruit, dat zij niet wel weten al hetgeen in verleden tijden en eeuwen gebeurd is, vermits er gene gedachtenis van gehouden is.
Hertaald:Er is geen gedachtenis
Alsof hij zei: dat er iets gevonden wordt wat de mensen nieuw noemen, komt doordat zij niet goed weten wat er in vroegere tijden en eeuwen allemaal gebeurd is, omdat daar geen gedachtenis van bewaard is.
Prediker 1 vers 12— Ik, prediker, was koning over Israel te Jeruzalem.
ik, Prediker,
Alsof hij zeide: Ik, een machtig koning zijnde, heb goede gelegenheid gehad om te doen hetgeen straks volgt, veel meer dan iemand anders, die de macht, rijkdom, gelegenheid en wetenschap niet gehad heeft om dit alles te doorgronden, gelijk ik gehad heb. Zie onder Pred. 2:5-8 , enz.
Hertaald:ik, Prediker,
Alsof hij zei: omdat ik een machtig koning was, had ik veel meer dan wie ook gelegenheid om te doen wat hierna volgt; anderen hadden namelijk niet de macht, rijkdom, gelegenheid en kennis om dit alles te doorgronden, zoals ik die had. Zie hieronder Pred. 2:5-8, enzovoort.
Prediker 1 vers 13— En ik begaf mijn hart om met wijsheid te onderzoeken, en na te speuren al wat er geschiedt onder den hemel. Deze moeilijke bezigheid heeft God den kinderen der mensen gegeven, om zich daarin te bekommeren.
al wat er geschiedt
Zo hetgeen naar de orde der natuur voortkwam, 1Ki 3 en 1Ki 4 als hetgeen tegen den algemenen loop der natuur was geschiedende.
Hertaald:al wat er geschiedt
Zowel wat volgens de orde van de natuur gebeurde, 1 Kon. 3 en 1 Kon. 4, als wat tegen de gewone loop van de natuur inging.
moeilijke bezigheid
Hebr. kwade bezigheid, of moeite, of bekommernis, die boos, of moeilijk, genoemd wordt, omdat zich de mens daarin bezighoudt, en evenwel het rechte voordeel daarvan niet geniet, vermits men nimmermeer komen kan tot een volkomen kennis aller dingen, noch der oorzaken waar ze uit spruiten, gelijk ook omdat de tewerkstelling der menselijke wetenschap geheel zwaar is.
Hertaald:moeilijke bezigheid
Hebreeuws: kwade bezigheid, of moeite, of bekommering, die kwaad of moeilijk genoemd wordt omdat de mens zich daarmee bezighoudt en er toch niet het echte voordeel van geniet, aangezien men nooit tot een volkomen kennis van alle dingen kan komen, noch van de oorzaken waaruit zij voortkomen, en ook omdat het uitoefenen van de menselijke wetenschap zeer zwaar is.
om zich daarin
Of, om daarin, of daarmede bezig te zijn, of om hen daarin te kwellen, of om hen daardoor te vernederen.
Hertaald:om zich daarin
Of: om zich daarin of daarmee bezig te houden, of om zich daarin te kwellen, of om hen daardoor te vernederen.
Prediker 1 vers 14— Ik zag al de werken aan, die onder de zon geschieden; en ziet, het was al ijdelheid en kwelling des geestes.
kwelling des geestes
Dat is, niet een slechte hoofdbreking, maar ene kwelling, knaging, verbreking, of vertering des harten of des gemoeds. Anders: weiding, of voeding des winds; dat is ene zaak, waar de mens niet meer in gesterkt wordt in zijn gemoed, dan alsof hij zijn lichaam met wind wilde voeden, of onderhouden, Zie dergelijke manier van spreken, Jer. 22:22 ; Hos. 12:2 .
Hertaald:kwelling des geestes
Dat is: niet een eenvoudig hoofdbreken, maar een kwelling, knaging, verbreking of vertering van het hart of gemoed. Anders: weiden of voeden van de wind; dat is: iets waardoor de mens in zijn gemoed niet meer gesterkt wordt dan wanneer hij zijn lichaam met wind zou willen voeden of onderhouden. Zie een dergelijke manier van spreken in Jer. 22:22; Hos. 12:2.
Prediker 1 vers 15— Het kromme kan niet recht gemaakt worden; en hetgeen ontbreekt, kan niet geteld worden.
kan niet recht
Te weten door eigen vernuft of menselijke kloekheid, maar God vermag alles; daarom bidt David: Heere, schep in mij een nieuwen geest. Zie onder Pred. 7:13 .
Hertaald:kan niet recht
Namelijk: door eigen vernuft of menselijke kunde; maar God vermag alles. Daarom bidt David: Heere, schep in mij een nieuwe geest. Zie hieronder Pred. 7:13.
hetgeen ontbreekt,
Dat is, daar zijn zoveel gebrekkelijkheden en onvolkomendheden in de zaken dezer wereld, dat zij niet te tellen zijn.
Hertaald:hetgeen ontbreekt,
Dat is: er zijn zoveel gebreken en onvolkomenheden in de dingen van deze wereld, dat zij niet te tellen zijn.
Prediker 1 vers 16— Ik sprak met mijn hart, zeggende: Zie, ik heb wijsheid vergroot en vermeerderd, boven allen, die voor mij te Jeruzalem geweest zijn; en mijn hart heeft veel wijsheid en wetenschap gezien.
ik heb wijsheid vergroot
Of, ik ben groot en overvloediger geworden in wijsheid; te weten in de wetenschap der natuurlijke dingen en der zaken, die in de wereld geschieden. Zie 1 Kon. 3:12 , en 1 Kon. 4:29 , en 1 Kon. 10:7 , 1 Kon. 10:23 ; Pred. 2:9 .
Hertaald:ik heb wijsheid vergroot
Of: ik ben groot en overvloedig geworden in wijsheid, namelijk in de kennis van de natuurlijke dingen en van de zaken die in de wereld gebeuren. Zie 1 Kon. 3:12, en 1 Kon. 4:29, en 1 Kon. 10:7, 1 Kon. 10:23; Pred. 2:9.
gezien
Dat is, ervaren en ondervonden. Zie Job 7:7 .
Hertaald:gezien
Dat is: ervaren en ondervonden. Zie Job 7:7.
Prediker 1 vers 17— En ik begaf mijn hart om wijsheid en wetenschap te weten, onzinnigheden en dwaasheid; ik ben gewaar geworden, dat ook dit een kwelling des geestes is.
ik begaf mijn hart
Dat is, ik heb mij benaarstigd om nog beter te verstaan wat er van de uitnemendheid der wijsheid is mits daartegen stellende en als opwegende de dwaasheid, het tegendeel der wijsheid. Zie Pred. 2:12 .
Hertaald:ik begaf mijn hart
Dat is: ik heb mij ingespannen om nog beter te begrijpen wat de voortreffelijkheid van de wijsheid inhoudt, door daartegenover de dwaasheid te stellen en als het ware af te wegen, die het tegendeel van de wijsheid is. Zie Pred. 2:12.
een kwelling
Zie boven vs.14.
Hertaald:een kwelling
Zie hierboven vers 14.
Prediker 1 vers 18— Want in veel wijsheid is veel verdriet; en die wetenschap vermeerdert, vermeerdert smart.
is veel
Te weten. overmits degenen, die in wijsheid en verstand uitsteken, vele dingen bemerken, die tegen de wijsheid strijden en hun derhalve op het hoogste mishagen; of ook, omdat de geest des mensen ook der allerwijsten zijne bedenkingen niet kan uitvoeren.
Hertaald:is veel
Namelijk: omdat zij die uitblinken in wijsheid en verstand veel dingen opmerken die tegen de wijsheid ingaan en hun daarom in de hoogste mate mishagen; of ook omdat de geest van de mens — ook van de allerwijste — zijn plannen niet kan uitvoeren.
verdriet;
Of, toornigheid, onmoed, of onmoedigheid.
Hertaald:verdriet;
Of: toornigheid, onlust of moedeloosheid.
die wetenschap
Dat is, die veel weten wil, die heeft ook veel bekommernis.
Hertaald:die wetenschap
Dat is: wie veel wil weten, heeft ook veel bekommering.
vermeerdert
Hebr. toevoegt, of toedoet.
Hertaald:vermeerdert
Hebreeuws: toevoegt of toedoet.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De Prediker (de zoon van David, koning te Jeruzalem) — Wie er in dit boek spreekt, en in welke hoedanigheid hij dat doet (Pred. 1:1)
Het boek opent met een opschrift: "De woorden van den prediker, den zoon van David, den koning te Jeruzalem" (Pred. 1:1). Hij noemt zichzelf verderop nog eenmaal zo: "Ik, prediker, was koning over Israel te Jeruzalem" (Pred. 1:12). Een eigennaam valt er niet; wat er valt is een ambt. Het Hebreeuwse woord dat met prediker vertaald is, wijst op iemand die een vergadering bijeenroept en toespreekt. Aan het slot wordt zijn werkwijze beschreven. Hij was wijs, leerde het volk kennis, onderzocht, en stelde vele spreuken in orde (Pred. 12:9). Hij zocht aangename woorden, en van het geschrevene wordt gezegd dat het recht is en woorden der waarheid (Pred. 12:10). Daarna volgt het vers dat zegt waar die woorden vandaan komen: "De woorden der wijzen zijn gelijk prikkelen, en gelijk nagelen, diep ingeslagen van de meesters der verzamelingen, die gegeven zijn van den enigen Herder" (Pred. 12:11).
Bijbelse betekenis: Twee dingen liggen hierin, en beide bepalen hoe dit boek gelezen wordt. Het eerste is dat wat volgt geen dagboek is maar prediking. De spreker roept een gemeente bijeen; hij denkt niet hardop voor zichzelf. Dat is van belang bij de donkere gedeelten: zij staan er om gehoord te worden, en zij lopen op iets uit. Het tweede is de aanduiding zoon van David en koning te Jeruzalem. De kerk heeft hierin van oudsher Salomo herkend, en het boek zelf wijst die kant op: de rijkdom, de bouwwerken en de wijsheid die in Pred. 2:4-9 beschreven worden, passen bij niemand anders in Israëls geschiedenis. Het boek noemt zijn naam echter niet, en het register gaat daarin niet verder dan de tekst. Wat de tekst wél uitdrukkelijk zegt, staat in Pred. 12:11: deze woorden zijn gegeven van de enige Herder. Zij zijn dus geen levenswijsheid van een teleurgestelde koning, maar Woord van God.
Typologie: De Heere Jezus noemt Salomo bij name, en Hij zegt er over de koningin van het zuiden bij hoe de verhouding ligt: "zij is gekomen van de einden der aarde, om te horen, de wijsheid van Salomo; en ziet, meer dan Salomo is hier!" (Matt. 12:42). En de enige Herder van Pred. 12:11 heeft Zichzelf in het Evangelie bekendgemaakt: "Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen" (Joh. 10:11).
IJdelheid der ijdelheden — het kernwoord waarmee dit boek opent en sluit, en wat het wel en niet betekent (Pred. 1:2)
"Ijdelheid der ijdelheden, zegt de prediker; ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid" (Pred. 1:2). De vorm ijdelheid der ijdelheden is een Hebreeuwse manier om de hoogste graad aan te geven, zoals ook het heilige der heiligen gevormd is. Het woord dat met ijdelheid vertaald is, betekent letterlijk damp of adem: iets wat er werkelijk is, maar wat niet vast te houden valt. Het staat dus niet in de eerste plaats voor zinloos maar voor vluchtig. Meteen daarna volgt de vraag die het hele boek doortrekt: "Wat voordeel heeft de mens van al zijn arbeid, dien hij arbeidt onder de zon?" (Pred. 1:3).
Bijbelse betekenis: Er wordt hier niet gezegd dat het leven waardeloos is. Er wordt gezegd dat alles waar een mens zijn hand op legt, tussen zijn vingers door glipt. Wie damp probeert vast te pakken, houdt niets over, en dat is niet het gevolg van pech maar van de aard van de zaak. Merk op dat de prediker dit vaststelt en niet klaagt over anderen; hij heeft het over zijn eigen arbeid. En let op de vraag naar het voordeel. Het woord dat met voordeel vertaald is, hoort thuis in de handel: het is wat er onder de streep overblijft. Wie zo rekent, komt op nul uit. Dat is de bodem waarop dit boek zijn lezer wil zetten, en niet de conclusie waarbij het eindigt.
Typologie: De psalm gebruikt hetzelfde woord over de mens: "immers is een ieder mens, hoe vast hij staat, enkel ijdelheid" (Ps. 39:6). Paulus zegt dat dit niet toevallig zo is: "het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig" (Rom. 8:20).
Pred. 1:2-3; Ps. 39:6; Rom. 8:20
Onder de zon — de uitdrukking die aangeeft vanuit welk gezichtspunt dit boek spreekt; wie haar overslaat, leest het verkeerd (Pred. 1:3)
De woorden onder de zon komen in dit boek telkens terug, van de eerste vraag af (Pred. 1:3). Zij worden gebruikt bij het onderzoek: "Ik zag al de werken aan, die onder de zon geschieden" (Pred. 1:14). Zij staan bij de arbeid (Pred. 2:11), bij het onrecht (Pred. 3:16) en bij de onderdrukking (Pred. 4:1). Telkens gaat het om wat een mens ziet binnen de grens van dit leven, zonder dat er van boven iets bij komt. Daarnaast staat in hetzelfde boek een andere uitdrukking, want er wordt ook gesproken over wat God doet en geeft (Pred. 2:24; Pred. 3:14).
Bijbelse betekenis: Dit is de sleutel van het boek. De prediker beschrijft eerlijk wat er te zien is wanneer men het leven neemt zoals het ligt: de kringloop, het vergeten worden, de dood die wijze en dwaas gelijk maakt. Wie die bladzijden leest alsof zij de laatste zijn, wordt wanhopig, en dat is niet de bedoeling. Merk op dat de uitdrukking een grens trekt en geen oordeel velt. Wat onder de zon niet klopt, kan boven de zon wel kloppen, en juist daar wijst dit boek telkens even heen. Let ten slotte op wat dit betekent voor de lezer van vandaag. Wie zijn leven inricht binnen die grens, komt op dezelfde uitkomst uit als de prediker, hoeveel meer hij ook tot zijn beschikking heeft.
Typologie: Paulus wijst de gemeente juist buiten die grens: "Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn" (Kol. 3:2). En daar krijgt de arbeid een ander antwoord dan onder de zon, want dan geldt "dat uw arbeid niet ijdel is in den Heere" (1 Kor. 15:58).
De kringloop der geslachten — de kringloop van de natuur en van de geslachten, en het vergeten worden dat erbij hoort (Pred. 1:4-11)
"Het ene geslacht gaat, en het andere geslacht komt; maar de aarde staat in der eeuwigheid" (Pred. 1:4). Daarna volgen drie beelden uit de natuur: de zon die opgaat en weer terugkeert naar haar plaats (Pred. 1:5), de wind die rondgaat (Pred. 1:6), en de beken die naar de zee lopen zonder haar te vullen (Pred. 1:7). Alles beweegt en niets komt ergens aan. Zo is het ook met de mens: het oog wordt niet verzadigd met zien en het oor niet vervuld van horen (Pred. 1:8). Dan volgt de bekende slotsom: "zodat er niets nieuws is onder de zon" (Pred. 1:9). En het hoofdstuk eindigt met het vergeten: van de voorgaande dingen is geen gedachtenis, en van wat komt evenmin (Pred. 1:11).
Bijbelse betekenis: De prediker ontkent niet dat er uitvindingen zijn. Hij zegt dat er onder de zon niets werkelijk nieuws gebeurt met de mens zelf: hij wordt geboren, werkt, verlangt, sterft en wordt vergeten, en de volgende begint van voren af aan. Merk op hoe zwaar het vergeten weegt (Pred. 1:11). Wie zijn leven zin geeft door de herinnering die hij achterlaat, bouwt volgens dit hoofdstuk op zand. Let ook op Pred. 1:8. Het oog en het oor krijgen nooit genoeg, en dus lost meer zien en meer horen niets op. Dat is een scherpe waarschuwing in een tijd waarin er altijd nog iets te zien valt.
Typologie: De Schrift zet daar het werkelijk nieuwe tegenover, en dat komt niet van onder de zon maar van boven: God kondigt aan dat Hij alle dingen nieuw maakt (Op. 21:5).
Pred. 1:4-11; Op. 21:5
Het verdriet van de wijsheid — de prediker onderzoekt met wijsheid alles wat er gebeurt, en zegt wat dat onderzoek hem kost (Pred. 1:12-18)
"Ik, prediker, was koning over Israel te Jeruzalem" (Pred. 1:12). Hij begaf zijn hart om met wijsheid te onderzoeken wat er onder de hemel geschiedt, en noemt dat een moeilijke bezigheid die God de mensen gegeven heeft (Pred. 1:13). De uitkomst van dat onderzoek is kort: het was al ijdelheid en kwelling van de geest (Pred. 1:14). Daarbij staat een nuchtere vaststelling: "Het kromme kan niet recht gemaakt worden; en hetgeen ontbreekt, kan niet geteld worden" (Pred. 1:15). En het hoofdstuk sluit met de prijs van het weten: "Want in veel wijsheid is veel verdriet; en die wetenschap vermeerdert, vermeerdert smart" (Pred. 1:18).
Bijbelse betekenis: Hier wordt iets gezegd wat men in een wijsheidsboek niet verwacht. Wijsheid is goed, en toch doet zij pijn: wie meer ziet, ziet ook meer wat er misgaat. Wie weinig begrijpt, heeft daar minder last van. Merk op dat dit geen aanbeveling van onwetendheid is. De prediker gaat door met onderzoeken, en het boek zelf is er de vrucht van. Let ook op Pred. 1:15. Er zijn dingen die een mens niet kan rechtzetten, hoe wijs hij ook is, en hoe eerder hij dat weet, hoe minder hij zich kapot werkt aan het onmogelijke. Dat is geen berusting maar bescheidenheid over wat in eigen hand ligt.
Typologie: Paulus komt langs een andere weg bij dezelfde grens: hij noemt de wijsheid van de wereld dwaasheid bij God (1 Kor. 3:19), en hij belijdt dat wij hier ten dele kennen (1 Kor. 13:12).
KruisverwijzingenPrediker 1:12→Prediker 7:27→Prediker 12:8→2 Kronieken 10:17→2 Petrus 2:5→1 Koningen 11:42→2 Kronieken 9:30→Nehemia 6:7→— De woorden van den prediker, den zoon van David, den koning te Jeruzalem.
De woorden van den prediker 1), den zoon van David, den koning te Jeruzalem.
Alle andere voortbrengselen van Salomo dragen zijnen gewonen naam, zo als de Spreuken, welker opschrift luidt: Spreuken van Salomo, den zoon van David, den koning van Israël; verder het Hooglied, Psalm 72 en Psalm 127, zo als het dan ook natuurlijk is, dat hij, die zich als den vervaardiger wil laten gelden genen anderen naam noemt, dan dien, onder welken hij reeds bekend is. Het raadselachtige, het zich verborgen houden, zou daar weinig te pas komen. Als nu Salomo hier Kohèleth, d.i. Prediker genoemd wordt, dan wijst de vervaardiger niet onduidelijk daarop, dat, waar hij als schrijver van het Boek aangevoerd wordt, hij slechts als vertegenwoordiger der wijsheid in aanmerking komt. De naam, die eigenlijk geen persoonsnaam is, duidt daarop, dat de persoon, aan wien hij gegeven wordt, tot de poëzie en niet tot de werkelijkheid behoort.
Het Boek spreekt niet alleen van de vergankelijkheid van al het aardse, noch op abstracte wijze, zo als de schrijvers van het latere antieke heidendom, noch op concrete wijze, zo als in de Psalmen, Job en de Spreuken, zodat Gods eeuwig blijvende daden tegenover zuiver aardse, zondige en daarom nietige dingen en werken zouden moeten gesteld worden. De Prediker spreekt veeleer van de ijdelheid en vergankelijkheid ook van die dingen en daden, welke volbracht zouden mogen zijn en nog ondernomen worden met betrekking tot algemene resultaten voor het rijk Gods op aarde, of met betrekking tot het wereldbestuur; die alzo volvoerd konden zijn, of ondernomen mochten worden ook door dienaars van den levenden God, ook door hen, die Gods gebod gehoorzamen en wijs zijn in God. Ook deze dingen en werken, ook deze bemoeiingen van zulke personen, zegt de Prediker, zijn ijdel en worden door den tijd vernietigd, en het is spoedig alles weer, zoals het te voren was. Daarom-zo luiden nu de praktische regelen van den Prediker, moet men wel is waar, om Zijns zelfs wil Gods gebod houden, naar wijsheid streven en de wijsheid beoefenen in den levenskring, waarin men geplaatst is, gelijk men omgekeerd de zonde mijden en de dwaasheid ontvlieden moet, omdat men ter wille van zijn eigen persoon de verantwoording voor Gods gericht niet zal ontgaan; maar men moet niet hopen, dat men met dat al buiten den kring zijner persoonlijkheid iets zou kunnen bereiken, derhalve moet men zich niet door een te vergeefs hopen op onmogelijkheden, zo als b.v. op ene duurzame en algemene in het tegenwoordige voor ons bereikbare zegepraal der gerechtigheid, het leven moeilijk maken en de bovendien geringe mogelijkheid, om in den beperkten kring van het kortstondige eigen leven nog iets te doen, niet geringer maken, of zich die zelfs geheel benemen.
Na deze volstrekt noodzakelijke uiteenzetting der hoofdgedachten en gezichtspunten, waaruit het Boek moet beschouwd worden, kunnen wij meer tot de bijzondere delen overgaan. De Prediker zet zijn onderwerp over de nietigheid van alle menselijke betrekkingen, en elk menselijk streven in 4 redenen van ongeveer gelijke lengte uiteen. Hij ontwikkelt deze gedachten trapsgewijze en verspreidt er van alle zijden een helder licht over; terwijl hij eigenlijke zedespreuken afwisselt door langere of kortere schilderingen van toestanden, verhalen tot lering en voorbeeld, opmerkingen over doorleefde toestanden, en beschouwingen over meer of min belangrijke waarheden, waarbij hij zich nu eens van het dichterlijk proza, dan weer van den gebonden stijl bedient, maar overal ene hoge vlucht aan zijne gedachten geeft en ene verhevene taal bezigt.
A. De eerste rede vormt de inleiding tot het geheel, en omvat de beide eerste hoofdstukken. Daarin verklaart de dichter vooreerst zijne hoofdgedachte over de ijdelheid van alle dingen buiten God, en spreekt daarna, als eigen levenservaring in een kort maar zeer ernstig overzicht uit, wat hij aan het einde van zijn leven over zijne verschillende bemoeiingen te zeggen heeft. De voordracht is hier het meest roerend, deels omdat deze rede al dadelijk alles zo mogelijk tracht uit te putten, deels omdat men als het ware getuige gemaakt wordt van de diepe smart des redenaars bij den terugblik op zijn ganse leven, en op al zijne bemoeiingen en teleurstellingen.
I. Vs. 2-18.KruisverwijzingenPsalmen 104:5→Romeinen 8:20→Prediker 12:8→Prediker 3:9→Prediker 5:16→Prediker 2:22→Psalmen 39:5→Psalmen 144:4→ — Ijdelheid der ijdelheden, zegt de prediker; ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid. Wat voordeel heeft de mens van al zijn arbeid, dien hij arbeidt onder de zon? Het ene geslacht gaat, en het andere geslacht komt; maar de aarde staat in der eeuwigheid. Ook rijst de zon op, en de zon gaat onder, en zij hijgt naar haar plaats, waar zij oprees. Zij gaat naar het zuiden, en zij gaat om naar het noorden; de wind gaat steeds omgaande, en de wind keert weder tot zijn omgangen. Al de beken gaan in de zee, nochtans wordt de zee niet vol; naar de plaats, waar de beken heengaan, derwaarts gaande keren zij weder. Al deze dingen worden zo moede, dat het niemand zou kunnen uitspreken; het oog wordt niet verzadigd met zien; en het oor wordt niet vervuld van horen. Hetgeen er geweest is, hetzelve zal er zijn, en hetgeen er gedaan is, hetzelve zal er gedaan worden; zodat er niets nieuws is onder de zon. Is er enig ding, waarvan men zou kunnen zeggen: Ziet dat, het is nieuw? Het is alreeds geweest in de eeuwen, die voor ons geweest zijn. Er is geen gedachtenis van de voorgaande dingen; en van de navolgende dingen, die zijn zullen, van dezelve zal ook geen gedachtenis zijn bij degenen, die namaals wezen zullen. Terwijl de Prediker in het volgende aanwijzen wil, hoe alle menselijke wijsheid nietig is en onvermogend om iets in den gewonen loop der dingen te veranderen en een duurzaam geluk te verschaffen, toont hij vooreerst aan, hoe de menselijke wijsheid, welke alleen naar de kennis van de dingen dezer aarde uitgaat, ijdel is. Hij begint met de hoofdgedachte zijner eerste rede op te geven, waarin over de volslagen ijdelheid der menselijke dingen, en de onmogelijkheid, om iets blijvends tot stand te brengen gesproken wordt (vs. 2-3); dan toont hij aan, hoe reeds de beschouwing van het voortdurend ontstaan en vergaan van de geslachten der mensen, van den gestadigen cirkelloop in de natuur, zo als dit bij de zon, den wind en het water het geval is tot de overtuiging moet brengen, dat de menselijke kennis van de natuurlijke dingen zeer nietig is (vs. 4-7); daarna ontwikkelt hij de gedachte, dat deze natuurlijke dingen, die zich aan de menselijke kennis aanbieden, noch het oog, noch het oor kunnen verzadigen of bevredigen, evenmin als de gebeurtenissen in de geschiedenis der mensheid, die elkaar met rusteloze snelheid en eindeloze herhaling verdringen in waarheid nieuwe kennis aanbrengen, of ook slechts aanmoedigen kunnen, om het verledene in het geheugen te bewaren (vs. 8-11); maar het menselijk weten en kunnen is ook in zich zelf ijdel, want alles wat een mens zou kunnen ondernemen, of na veel inspanning bereiken, is ijdel en te vergeefs en brengt geen blijvend nut aan (vs. 12-15); zo is zelfs die wijsheid de mensen, welke degelijke, bepaalde kennis tracht te verkrijgen, ijdel en brengt niets duurzaams tot stand, maar bereidt, naar mate zij groter wordt, slechts te meer smart en mismoedigheid (vs. 16-18).
KruisverwijzingenRomeinen 8:20→Prediker 12:8→Psalmen 39:5→Psalmen 144:4→Psalmen 62:9→Prediker 3:19→Prediker 4:4→Prediker 11:10→— Ijdelheid der ijdelheden, zegt de prediker; ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid.
IJdelheid der ijdelheden, zegt op grond van langdurige ervaring en van een rijp nadenken over de droevige toestanden van zijnen tijd, de bovengenoemde Prediker, die uit kracht van de plaats, die hij op de wereld innam en van zijn groot verstand meer dan enig ander geroepen was, dit aan de navolgende geslachten te verkondigen; ijdelheid der ijdelheden, a) het is al ijdelheid, vergankelijk en daarom zonder waarde, wat op de wereld bestaat, geschiedt en met inspanning van krachten verkregen wordt.
Psalm 62: 10; 144: 4
Het voor ijdelheid gebruikte woord “hebel” betekent oorspronkelijk “adem” en komt overeen met het later dikwijls voorkomende jagen naar wind. Het duidt het zo snel mogelijk voorbijgaan aan, dat geen spoor achterlaat. Gelijk ene zeepbel, met haren schonen vorm en schitterende kleuren uiteenspat en verdwijnt, zo ontglipt den zinnelijken mens hetgeen geschied is, ondanks alle inspanning, en vergaat. Zijne wijsheid eindigt, zo als ons Boek aanwijzen zal in klachten, wanhoop en versagen, wanneer zij zich niet aan de geboden der goddelijke wijsheid onderwerpt en aan hare beloften zich vastklemt. Ook de wereld is vol klachten over de vergankelijkheid en vluchtigheid van al het aardse.” Maar zij wil het niet weten, waardoor zij uit den toestand, van welken God in den beginne zei, dat het alles zeer goed was, tot deze ijdelheid gekomen is. Wij weten, dat de zonde dood en verderf in de natuur en de mensheid te weeg gebracht heeft; daarom is dan ook elke klacht, die niet met bewustzijn van eigene schuld gepaard gaat, ongepast en niets anders dan ene beschuldiging tegen God. -Het is van groot belang, dat deze toestand van al het aardse, zo als die op zo treffende wijze in liederen; “Ach, hoe nietig, ach, hoe vluchtig” (door Michel Frank) en: “Ach, wat is toch onze tijd” (door J. Gigas) geschilderd wordt, voor den mens tot volle bewustzijn komt, opdat hij de ellende niet met zijne ijdele droombeelden vergulde. Slechts op die wijze kan de ijdelheid, waaraan wij ten prooi geworden zijn, hare rechte werking doen en hare zending vervullen, die gene andere is, dan dat wij er door gedrongen worden, tot dien God de toevlucht te nemen, dien wij verlaten hebben, opdat het: “Slechts Gij, Heer, blijft voor mij hetgeen Gij zijt, op U vertrouw ik,” met volle waarheid gezegd zou kunnen worden. Het hoofddoel van het buitengewone lijden, dat God den zijnen en de gehele gemeente opgelegd heeft, is dit, dat Hij hen tot volkomen bewustzijn van de nietigheid van al het aardse wil brengen. Het valt den mens echter moeilijk deze les te leren. Over het algemeen kan hij zich niet gemakkelijk in die nietigheid van het aardse schikken, hij meent spoedig, dat hem een bijzonder hard lot ten deel is gevallen, en spant al zijne krachten in, om aan dezen exceptionelen toestand een einde te maken. Kan hij dit doel niet bereiken, zo vervalt hij tot wanhoop.
IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid, behalve God lief te hebben en Hem alleen te dienen. IJdelheid is het, naar vergankelijken rijkdom te jagen, en daarop zijn vertrouwen te stellen. IJdelheid is het ook, om naar ereplaatsen te streven, en zich hoog in de maatschappij te verheffen. IJdelheid is het den vleselijken lust op te volgen en datgene te begeren, wat daarna in ons moet gestraft worden. IJdelheid is het, een lang leven te wensen en zich om een waarlijk goed leven te weinig te bekommeren. IJdelheid is het, alleen voor het tegenwoordige leven te zorgen, en het toekomende te vergeten. IJdelheid is het, datgene lief te hebben, wat zo snel voorbijgaat, en zich niet daarheen te spoeden, waar ene eeuwige vreugde gesmaakt wordt.
KruisverwijzingenPrediker 3:9→Prediker 5:16→Prediker 2:22→Prediker 2:11→Markus 8:36→Johannes 6:27→Spreuken 23:4→Prediker 8:15→— Wat voordeel heeft de mens van al zijn arbeid, dien hij arbeidt onder de zon?
Om nu in de eerste plaats den inhoud zijner beschouwingen en volgende ophelderingen kortelijk zamen te vatten, zegt de Prediker: Wat a) voordeel heeft de mens, die naar het ware geluk dorst en onophoudelijk er naar streeft, om het deelachtig te worden, van al zijnen arbeid, dien hij arbeidt onder de zon; kan hij ook ene blijvende, goede uitkomst verkrijgen, die hem hoop zou kunnen geven, dat een betere toestand op aarde daardoor zou geboren worden?
Prediker 2: 22; 3: 9.
Die doorgedrongen is tot de kennis van het wezen dezer wereld krijgt enen zeldzamen, tragisch-komischen indruk door de waarneming van het jagen en woelen der mensen, die elkaar den buit afhandig zoeken te maken. Het resultaat is ten slotte even nietig, als dat aan het gewemel in een mierenhoop. En dan die pralende woorden van vooruitgang, beschaving, verlichting. Een commentaar op ons vers bezitten wij in het heerlijk lied van A. Gryphius: “De heerlijkheid der aarde moet tot stof en as worden enz.,” terwijl hij in vs. 4, 5 en 10 het uitspreekt, hoe alles zal vergaan, wat met moeite en vlijt en in het zweet des aangezichts verworven is. Wat mensen hier bezitten, kan voor den dood niet beschermen; het ontzinkt ons allen bij den dood. Is er een genot, dat niet door een innerlijk gevoel van smart vergald wordt? Waarmee pralen wij toch? Welke eer verandert niet in smaad en hoon? Laat dan varen de wereld met hare eer, alle vrees, alle ijdele hoop en gunst van mensen, en hang den Heere aan, die altijd Koning blijft en eeuwig zalig kan maken.
KruisverwijzingenPsalmen 104:5→Mattheüs 24:35→Zacharia 1:5→Prediker 6:12→2 Petrus 3:10→Psalmen 90:9→Psalmen 102:24→Psalmen 119:90→— Het ene geslacht gaat, en het andere geslacht komt; maar de aarde staat in der eeuwigheid.
Het ene geslacht van mensen gaat, en het andere geslacht komt, even als de bladeren der bomen telken jare afvallen, waarvoor andere in het volgende voorjaar weer uitspruiten a) maar de aarde, over welke volgens Genesis 3: 17-19 de vloek uitgesproken is, waarop men daarom geen waar geluk verwerven kan, staat in der eeuwigheid, als een tranendal, ondanks al het streven der zondige mensheid, om er een paradijs van te maken.
Psalm 104: 5.
KruisverwijzingenHabakuk 3:11→Psalmen 19:4→Psalmen 89:36→Psalmen 104:19→Jozua 10:13→Jeremia 33:20→Psalmen 42:1→Genesis 8:22→— Ook rijst de zon op, en de zon gaat onder, en zij hijgt naar haar plaats, waar zij oprees.
Ook rijst de zon dagelijks op, en de zon gaatdagelijks weer onder, en zij hijgt als het ware naar hare plaats (Psalm 19: 6), waar zij oprees; ook zij loopt even als de geslachten der mensen rusteloos in enen cirkel rond.
KruisverwijzingenJohannes 3:8→Job 37:9→Jona 1:4→Prediker 11:5→Handelingen 27:13→Psalmen 107:29→Psalmen 107:25→Mattheüs 7:24→— Zij gaat naar het zuiden, en zij gaat om naar het noorden; de wind gaat steeds omgaande, en de wind keert weder tot zijn omgangen.
Zij, 1) of hij, de wind gaat naar het zuiden, en zij, of hij, de wind gaat om naar het noorden; de wind gaat steeds omgaande, en de wind keert weer tot zijne omgangen; ook hij beschrijft in zijne voortdurende afwisseling altijd dezelfde bogen, welker waarneming vermoeiing des ogen en des geestes is.
Beter is het te vertalen door hij en het op den wind te laten slaan, dewijl alleen de bewoners der keerkringgewesten, waarin Palestina niet ligt, de zon in het noorden en het zuiden zien kunnen gedurende den loop van het jaar.
De Prediker wil hier verder aanduiden, niet alleen dat er niets bestendigs is, maar ook, dat het oude altijd weer nieuw wordt, dat er niets geen nieuws is onder de zon.
Ook Luther vertaalt door hij.
KruisverwijzingenJob 38:10→Psalmen 104:6→— Al de beken gaan in de zee, nochtans wordt de zee niet vol; naar de plaats, waar de beken heengaan, derwaarts gaande keren zij weder.
Evenzo a) al de beken gaan in de zee, nochtans wordt de zee, ondanks de ontzaglijke massa’s water, die zij opneemt, niet vol, zij blijft binnen de perken, die de Heere haar gesteld heeft; naar de plaats, waar de beken en rivieren heengaan, derwaarts gaande keren zij weer, 1) om dan den cirkelloop van voren aan te hervatten; want in den vorm van damp stijgen zij uit de zee op, vormen de wolken en keren als regen en sneeuw, tot de bronnen in het inwendige der aarde weer; ook dit is een beeld van het zich steeds vernieuwende, maar ook steeds tot het verderf wederkerende mensengeslacht.
Job 38: 8,9,10 en 11. Psalm 104: 9,10.
Dus is en blijft ook de mens, na alle moeite, welke hij neemt, om genoegen en geluk te vinden in het schepsel, slechts ter plaatse, waar hij was en is er steeds zo verre van verwijderd als toen hij er eerst naar begon te zoeken. Zijn geest is zo rusteloos in deszelfs nastrevingen, als de zon, de winden, de rivieren, maar nooit vergenoegd, nooit voldaan; hoe meer hij van de wereld heeft, hoe meer hij er van hebben wil.
KruisverwijzingenSpreuken 27:20→Prediker 4:8→Mattheüs 11:28→Openbaring 7:16→Prediker 4:1→Prediker 5:10→Mattheüs 5:6→Spreuken 30:15→— Al deze dingen worden zo moede, dat het niemand zou kunnen uitspreken; het oog wordt niet verzadigd met zien; en het oor wordt niet vervuld van horen.
Al deze dingen worden zo moede, 1) dat het niemand zou kunnen uitspreken 2); het oog wordt niet verzadigd met zien, het komt nooit aan een punt, waar het niets meer vinden zou, dat niet aan zulk ene voortdurende, onveranderlijk dezelfde blijvende afwisseling onderworpen zou zijn, en evenzo het oor wordt niet vervuld van horen; aldus is ook het woord eens mensen niet in staat, den gehelen, den geest afmattenden cirkelloop van de dingen dezer wereld te beschrijven (Spreuken 27: 20).
Dit moede is op te vatten in den zin rusteloos, zonder tot rust te komen, zich voortbewegend. De zon heeft geen rust, de wind niet, het water niet. Altijd weer gaat de zon op en onder en keert de wind zich van het noorden naar het zuiden, altijd door blijft het water vloeien. Zonder einde gaat alles rusteloos, voort. En dit deelt zich ook mede aan oor en oog. Gelijk er geen rust is in de onbezielde schepselen, zo ook geen rust in de bezielde. Van de ene onrust gaat het tot de andere.
Het oog staat in verband met het verstand, met het inzien, het oor met het willen.
De ellende en ijdelheid is op aarde groter dan men zeggen kan, en toch moet ik hiervan in dit Boek spreken.
KruisverwijzingenPrediker 3:15→Jeremia 31:22→Openbaring 21:1→Jesaja 43:19→Prediker 6:10→Prediker 2:12→2 Petrus 2:1→Prediker 7:10→— Hetgeen er geweest is, hetzelve zal er zijn, en hetgeen er gedaan is, hetzelve zal er gedaan worden; zodat er niets nieuws is onder de zon.
Ook in de geschiedenis der mensheid openbaart zich dezelfde rusteloosheid, hetzelfde wederkeren van dezelfde dingen en toestanden; want a) hetgeen er geweest is, hetzelve zal er zijn, en hetgeen er gedaan is, hetzelve zal er gedaan worden; zodat er niets nieuws is onder de zon.
Prediker 3: 15.
Het bovenstaande betreft niet Gods werken, want God maakt en werkt altijd iets nieuws, slechts wij mensen en Adamskinderen werken en doen altijd hetzelfde. Onze voorvaderen hebben de dingen misbruikt, gelijk wij ze misbruiken. Door denzelfden hartstocht, waardoor een Alexander beheerst werd, werd ook een Julius Cesar en worden nog keizers en koningen, gelijk ook wij beheerst.
De Schrijver wil aantonen, wat het kost de talloze aardse en menselijke illusies, waaraan de natuurlijke mens zich zo gaarne overgeeft, en waardoor hij het doel van het Goddelijk oordeel (Genesis 3) verijdelt, met wortel en tak uit te roeien. De ijdelheid der aardse dingen kan ons alleen dan tot God voeren, wanneer zij door ons volkomen erkend wordt. Tegenover het “er is niets nieuws onder de zon,” staat als een licht schijnende in de duisternis, het: “ziet Ik heb wat nieuws op de aarde geschapen” (Jer. 31: 22) en het: “ziet Ik schep nieuwe hemelen en ene nieuwe aarde; en de vorige, dingen zullen niet meer gedacht worden, en zullen in het hart niet opkomen.” (Jes. 65: 17; 66: 22); verder: Matth 19: 28. 2 Petrus 3: 13 en Openb. 21: 1-5. Al deze plaatsen hebben de stilzwijgende voorwaarde tot grondslag, dat er niets nieuws onder de zon is. Zij gaan daar enkel van uit, dat de oude aarde ene plaats der ijdelheid is, dat alle op haar zelf steunende pogingen, om haar te veranderen, geheel te vergeefs zijn, dat ene waarachtige omkering niet van onderen, maar slechts van boven uit bewerkt kan worden, en vertroosten ons in de ellende, waarin wij verkeren met de verzekering, dat de omkering inderdaad volgen zal.
KruisverwijzingenMattheüs 23:30→Mattheüs 5:12→Lukas 17:26→Handelingen 7:51→2 Timotheüs 3:8→1 Thessalonicenzen 2:14→— Is er enig ding, waarvan men zou kunnen zeggen: Ziet dat, het is nieuw? Het is alreeds geweest in de eeuwen, die voor ons geweest zijn.
Is er ooit enig ding op deze aarde, waarvan men zou kunnen zeggen: Ziet dat, het is nieuw? 1) Nooit! want het is alrede geweest in de eeuwen, die vóór ons geweest zijn. 2)
Zo was het b.v. met het geluk ten tijde van Salomo, waarbij het verval op den achtergrond stond en het einde den noodkreet afperste: “Heere, ontferm U.” en: “Ach, dat Gij den hemel scheurdet en nederdaaldet.” Het blijft waarheid: “Hier is geen waar goed te vinden, wat de wereld heeft moet in een ogenblik verdwijnen.
Wat nieuw schijnt is er reeds geweest, maar in vergetelheid geraakt, want geslachten komen en geslachten vergaan en het een vergaat na het ander.
De nieuwe ontdekkingen en uitvindingen van deze en andere eeuwen kunnen ook niet voor nieuwigheden gehouden worden. Hoe veel hebben de ouden geweten, waarvan wij nu geen begrip altoos hebben, hoeveel kundigheden en kunsten, werktuigen en bestanddelen in velerlei wetenschappen zijn er verloren geraakt, van welke wij nog enige, maar duistere denkbeelden kunnen maken. Hoevele zijn er slechts wat meer beschaafd en verbeterd, die derhalve niet nieuw kunnen geheten worden, en al kunnen sommigen al niet goed recht nieuw heten, deze zijn er echter zo luttel in getal, dat de algemeenheid der stelling van den Prediker hierdoor niets van haar kracht verliest.
KruisverwijzingenPrediker 2:16→Jesaja 42:9→Prediker 9:5→Psalmen 9:6→Jesaja 41:22→— Er is geen gedachtenis van de voorgaande dingen; en van de navolgende dingen, die zijn zullen, van dezelve zal ook geen gedachtenis zijn bij degenen, die namaals wezen zullen.
Er is gene gedachtenis van de voorgaande dingen; enmocht men soms menen, dat het later beter worden zal, de Prediker leert ons het tegendeel; want van de navolgende dingen, die zijn zullen, van dezelve zal ook gene gedachtenis zijn bij degenen, die namaals wezen zullen.
Al blijven ook de namen en daden van enkele personen uit het verledene bij de nakomelingschap bewaard, zo maakt toch de snelle afwisseling der geslachten het ten enen male onmogelijk de gedachtenis der voorgaande geslachten in haar geheel te bewaren. Het ene geslacht voor, het andere na gaat voorbij, en men kan in waarheid zeggen: uit het oog uit het hart; de wereld vergeet ons spoedig, hetzij wij oud of jong, geëerd of niet geëerd waren. (Joh. Poppus: Ik heb mijne zaak aan God opgedragen v. 7). De roem, waarnaar wij streven, dien wij onsterflijk achten, is slechts een valse waan. Nauw is de geest geweken, en deze wond gesloten, zo vraagt niemand meer naar onze daden.
KruisverwijzingenPrediker 1:1→1 Koningen 4:1→— Ik, prediker, was koning over Israel te Jeruzalem.
Maar ook de ondernemingen van enkele zelf hoogbegaafde en hooggeplaatste personen hebben geen blijven gevolg; want ik, Prediker, was koning over Israël te Jeruzalem, 1) en juist deze hoge standplaats vergunde mij meer dan enig ander enen ruimen blik op het streven en werken der mensen, zodat ik velerlei ervaring en menschenkennis verkreeg.
Duidelijk wijst de Schrift den persoon van Salomo als auteur aan, ook uit hetgeen volgt. Er wordt gesproken van koning te zijn over Israël te Jeruzalem. Dit wijst dus op den tijd vóór de scheiding des rijks, maar ook op een hoogstgelukkigen toestand. Jeruzalem was toen een stad bij uitnemendheid, de rijke, gelukkige hoofdstad van een rijk gezegend en welvarend volk. Hij wijst juist daarom op dit geluk, om de tegenstelling met hetgeen volgt des te scherper voor te stellen.
KruisverwijzingenPrediker 3:10→Genesis 3:19→Prediker 1:17→Prediker 8:16→Prediker 7:25→Spreuken 4:7→Prediker 4:4→Psalmen 111:2→— En ik begaf mijn hart om met wijsheid te onderzoeken, en na te speuren al wat er geschiedt onder den hemel. Deze moeilijke bezigheid heeft God den kinderen der mensen gegeven, om zich daarin te bekommeren.
En ik begaf mijn hart om met wijsheid te onderzoeken, en na te speuren al wat er geschiedt onder den hemel. 1) Deze moeilijke en zonder gevolg blijvende bezigheid, om naar wijsheid te zoeken, heeft God denzondigen kinderen der mensen gegeven en diep in het hart geplant, om zich daarin of, daarmee als een deel van den goddelijken vloek, die sedert den zondeval op hen rust te bekommeren 2), opdat zij ook daardoor tot kennis van hun zonde, en den toorn Gods over dezelve zouden komen en bij hen een verlangen naar verlossing zou opgewekt worden.
Alles wat onder de zon geschiedt, beweegt zich op het gebied, dat door den zondeval ontstaan is, en waarop de vloek der zonde met al zijne schrikkelijke gevolgen van lijden en straf rust. Overal en in alles kenmerkt de aarde zich als ene plaats der ijdelheid. Ach, hoe nietig, ach, hoe vluchtig zijn de dagen der mensen! Gelijk een stroom begint te vloeien, en in zijne vaart niet gestuit wordt, zo snelt onze tijd daarheen. Ach, hoe nietig, ach, hoe vluchtig is de vreugde der mensen! gelijk het ene uur het andere vervangt, licht en duisternis, vrede en strijd met elkaar afwisselen, zo zijn onze genietingen.
Ontegenzeglijk is hier sprake van wat geschiedt onder den hemel in de mensenwereld. De historie der mensheid wordt bedoeld, en niet wat in de dierenwereld plaats vindt, zoals sommigen menen. De dierenwereld heeft geen historie, zoals de wereld der mensen die heeft. En van dit navorsen en najagen van de historie der mensheid, zegt de Prediker, dat het een moeilijk beroep is, dewijl het de historie van een mensheid is, die tegen haar God inging, en daarom van nature onder Gods vloek en toorn ligt.
De wijsheid kan ook nog van andere zijde beschouwd worden, dan die, welke hier op den voorgrond gesteld is. Maar al bevat ook het hier genoemde slechts ene eenzijdige waarheid, zo is die zijde toch de gewichtigste; dit staat ten minste vast: daar de wijsheid zulk een droevig resultaat oplevert, zo kan zij niet het hoogste goed zijn, niet datgene, wat in het arme mensenhart bevrediging van zijne behoeften vindt. De aardse dingen moeten anders zijn, dan wanneer de wijsheid de ziel verkwikken en verfrissen zal.
Er bestaat echter gene reden, dat men hier en op andere plaatsen van dit Boek, waar van het niet bevredigd kunnen worden des harten door het streven naar wijsheid, sprake is, door wijsheid in den grond iets anders zou moeten verstaan dan die wijsheid, welke in de Spreuken van Salomo en in het boek Job bedoeld wordt. (Zie Spreuken 8: 3 ; Job 28: 12 ). De Schrijver heeft hier minder de in het hart wonende wijsheid op het oog, waardoor de begenadigde ziel God recht leert kennen en Zijn wereldbestuur leert verstaan, dan wel de ingespannen werkzaamheid van hen door goddelijke wijsheid voorgelichten en bestuurden menselijken geest, waardoor deze de toestanden van het hart en de gebeurtenissen van het menselijk leven naspeurt en dezelve, benevens de resultaten dezer werkzaamheid, naar Gods woord beoordeelt; zij bevredigen niet alleen het hart niet, maar veroorzaken het bovendien smart.
KruisverwijzingenPrediker 2:11→Prediker 2:17→Prediker 2:26→Prediker 6:9→Prediker 1:17→Prediker 4:4→1 Koningen 4:30→Psalmen 39:5→— Ik zag al de werken aan, die onder de zon geschieden; en ziet, het was al ijdelheid en kwelling des geestes.
Ik zag al de werken aan, die onder de zon geschieden; en ziet, het was al ijdelheid en kwelling des geestes; niets was in staat om voldoening te geven, en het hart te bevredigen, want het was, zo als er woordelijk staat, een jagen naar wind, en derhalve zonder blijvend gevolg.
15. Het gaat met de wereld in haar geheel, juist zo als men in het gewone leven pleegt te zeggen: Het kromme kan niet recht gemaakt worden; en hetgeen ontbreekt, kan niet geteld, niet volledig gemaakt of aangevuld worden (Hoofdstuk 7: 13); de mens is nimmer met al zijne inspanning in staat, om iets aan den toestand te veranderen, dien God tot zijne heilzame kastijding verordend heeft, evenmin vermag hij de schijnbare verkeerdheden en gebreken in Gods wereldordening uit den weg te ruimen.
God alleen kan zowel in het geestelijke, als in het lichamelijke het kromme recht en effen maken.
Cicero schrijft uit zijne eigene ervaring: Ach, wat gebeurt het toch dikwijls, dat hetgeen op de beste wijze en met de grootste vlijt bedacht en uitgevoerd is, geheel verkeerd uitvalt! God handelt evenwel wijs en goed daarin, dat Hij alles, wat een mens bedenkt en zich voorneemt, wegblaast en te niet doet. Want zodra ons mensen iets enigermate gelukt, willen wij er terstond de eer van hebben. Terstond wordt de eerzucht opgewekt, en wij denken: dat heb ik gedaan, dat heeft land en volk mij te danken, en wij eigenen ons alzo de ere toe, die aan God alleen toekomt. Daarom, waar God, de Heere, en Zijn eerste gebod van kracht zal blijven, daar moet Hij ons het geringste gedeelte van onze pogingen doen gelukken; en ook in de raadsvergaderingen der koningen, even als in alle andere zaken, moet ook, nadat de besluiten reeds genomen zijn, dit woord in gedachtenis gehouden worden: zo de Heere wil; zodat heidenen en goddelozen, die menen, dat het genoeg is, wanneer zij iets besloten hebben, de ervaring moeten opdoen, dat er in den raad Eén ontbroken had, wien billijkerwijze ook ene stem toekwam, namelijk God.
Daarom is het best en de hoogste wijsheid, alles aan God over te laten en over te geven, zich met eigene gedachten niet te zeer te kwellen en te pijnigen, maar den wijzen man te volgen, die door de ervaring geleid ten laatste moest zegen: laat het gaan, zo als het gaat; want het wil toch gaan, zo als het gaat.
Daarom zien wij, dat dikwijls zeer verstandige regenten en wijze lieden, die de zaak met allen ernst ter harte nemen, en met veel onrust, moeite en vlijt er naar streven, om alles goed te maken, dikwijls de grootste schade aanrichten. Want het kan op aarde niet zó goed toegaan, dat er toch niet veel gebreken overblijven. Daarom is het best, dat men van ganser hart op God vertrouwe, Hem het bestuur overlate, en gelovig bidde: “Uw koninkrijk kome; ” verdraag intussen het onrecht, u door de goddelozen aangedaan, en draag uwe zaak den groten Rechter op. Wanneer gij nu niet alleen wijs, maar ook heilig en vroom zijt, zo bemerkt gij ook wel, dat niet alle dingen recht toegaan; maar dewijl gij toch niet al het kromme recht kunt maken, zo verricht het werk, dat u op de hand gesteld is, en doe dat het al uwe macht; het andere, dat niet goed gaan wil, beveel dat Hem aan, die wijzer en sterker is, dan gij, namelijk den Heere in den Hemel, die kerk, land en volk, huis en hof, vrouw en kind beter kan regeren dan gij.
KruisverwijzingenPrediker 2:9→1 Koningen 4:30→1 Koningen 10:7→1 Koningen 3:12→1 Koningen 10:23→Psalmen 77:6→Hebreeën 5:14→2 Koningen 5:20→— Ik sprak met mijn hart, zeggende: Zie, ik heb wijsheid vergroot en vermeerderd, boven allen, die voor mij te Jeruzalem geweest zijn; en mijn hart heeft veel wijsheid en wetenschap gezien.
Ik sprak verder met mijn hart, zeggende: Ziet, ik heb wijsheid vergroot en vermeerderd, boven allen, die voor mij te Jeruzalem 1) geweest zijn (Hoofdstuk. 2: 7. 1 Koningen 3: 12 vv.; 5: 9 vv.; 10: 8. 12: 42); en mijn hart heeft veel wijsheid en wetenschap gezien, die tot mijn eigendom gemaakt, en er mij in verblijd.
Sommige handschriften lezen in Jeruzalem. Dan kun het ook gelden van de wijzen, die in Jeruzalem zijn geweest, aleer Salomo de wijsheid beoefende. Anders is het een meer dichterlijke uitdrukking, dewijl alleen David over Israël vóór hem had geregeerd te Jeruzalem.
Wij voor ons laten het liever op de wijzen slaan, dewijl hier sprake is van de wijsheid.
KruisverwijzingenPrediker 2:3→1 Thessalonicenzen 5:21→Prediker 2:10→Prediker 1:13→Prediker 7:23→— En ik begaf mijn hart om wijsheid en wetenschap te weten, onzinnigheden en dwaasheid; ik ben gewaar geworden, dat ook dit een kwelling des geestes is.
En ik begaf mijn hart om het grote, inderdaad tussen wijsheid en wetenschap te weten, 1) en onzinnigheden en dwaasheid, opdat ik haren aard en scherpe tegenstelling zou leren kennen; maar ik ben gewaar geworden, dat ook dit streven ene kwelling des geestes is, en niets blijvends uitwerkt.
Weten is hier op te vatten in den zin van, in te dringen tot het diepste wezen er van. Het was er hem om te doen geweest, om het grote onderscheid te weten tussen wijsheid en wetenschap aan de ene zijne er onzinnigheid en dwaasheid aan de andere zijde, daar ook daarbij had hij geen rust kunnen vinden. Hij was voor vele raadselen blijven staan, die hij niet had kunnen oplossen.
KruisverwijzingenPrediker 12:12→1 Korinthe 3:18→Prediker 7:16→Prediker 2:15→Job 28:28→Prediker 2:23→Jakobus 3:13→— Want in veel wijsheid is veel verdriet; en die wetenschap vermeerdert, vermeerdert smart.
Want in veel wijsheid is veel verdriets, omdat men de geestelijke armoede der wereld slechts te beter inziet en erkent, menige illusie laat varen en het vertrouwen op de innerlijke waarde van vele mensen verliest; en die wetenschap vermeerdert, vermeerdert smart; kortom, ik zag, dat ook langs dezen weg geen waar geluk, geen blijvend gewin voor de ziel te verkrijgen was.
Die met vollen ernst wijsheid zocht en werkelijk wijs is, heeft smarten, waarvan anderen nooit iets ondervinden. In zulke uren der smart staat men bloot voor de verzoeking om de dwazen wegens hun schijnbaar geluk, hun onkunde en zorgeloosheid te benijden.
Het voorwerp der wijsheid, de aardse dingen, is nietig, en deze nietigheid komt des te sterker uit, naar mate die dingen dieper nagespeurd worden. De wijsheid vernietigt de droombeelden. Het bezit der wijsheid kan alzo slechts kommer en smart bereiden. Hoe wijzer, des te ongelukkiger. Indien de wereld niets is, dan kan ook de wereldwijsheid (de wijsbegeerte) niets waard zijn.
Alle menselijke wijsheid werkt en heeft zorg en verdriet tot loon; hoe verder het vernuft doordringt des te groter is het doolhof, waarin het zich verliest. Het gaat met het vernuft, zo als het de ogen met een vergrootglas gaat, waarbij de tederste huid walgelijk, de smakelijkste spijze tot een hoop wormen, en het fijnste kunstwerk, broddelwerk wordt. Wij zien de onmogelijkheid in, om al het kromme in de menselijke zamenleving weg te nemen, in welke het aantal gebreken geheel de overhand heeft.
Mensen, die veel verstand hebben en verder zien dan anderen; mensen van veel ervaring kunnen dikwijls niet nalaten gramstorig te worden, en in zich zelven te denken: Ach, hoe ellendig en schandelijk gaat het toch dikwijls toe in de wereld! Van waar komt het echter, dat dezulken in hun ongeduld zo toornig worden? Omdat, waar veel verstand en wijsheid is, daar is ook veel mismoedigheid. Want zulke mensen zien en denken veel na, en vinden alzo in de wereld allerlei gebreken, boosheid en ongerechtigheid, waarvoor andere mensen geen oog hebben, en dit doet pijn. Anderen, die niet zover zien en denken gaat het niet ter harte; daarom doet het hun ook geen pijn, en smart het hun niet zeer. -Daarom wie een Christen zijn wil, die lere lijden, aan God het bestuur overlaten, en in waarheid bidden: “Uw wil geschiede; ” anders zal hij zich te vergeefs kwellen, zich het leven zuur maken, en er zijn tijd en alles bij verliezen.
Men moet vele moeiten aanwenden, om dezelve te verkrijgen en veel zorg besteden, om ze te behouden en hoe meer wij weten, hoe meer wij zien, dat er nog aan onze kennis ontbreekt en gevoegelijk zien wij, dat ons werk nooit volbracht is, en hoe meer wij onze vorige misslagen en verkeerde redeneringen bespeuren, hoe meer smart en droefenis ons dit veroorzaakt.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Prediker 1
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
De woorden van den prediker 1), den zoon van David, den koning te Jeruzalem.
Alle andere voortbrengselen van Salomo dragen zijnen gewonen naam, zo als de Spreuken, welker opschrift luidt: Spreuken van Salomo, den zoon van David, den koning van Israël; verder het Hooglied, Psalm 72 en Psalm 127, zo als het dan ook natuurlijk is, dat hij, die zich als den vervaardiger wil laten gelden genen anderen naam noemt, dan dien, onder welken hij reeds bekend is. Het raadselachtige, het zich verborgen houden, zou daar weinig te pas komen. Als nu Salomo hier Kohèleth, d.i. Prediker genoemd wordt, dan wijst de vervaardiger niet onduidelijk daarop, dat, waar hij als schrijver van het Boek aangevoerd wordt, hij slechts als vertegenwoordiger der wijsheid in aanmerking komt. De naam, die eigenlijk geen persoonsnaam is, duidt daarop, dat de persoon, aan wien hij gegeven wordt, tot de poëzie en niet tot de werkelijkheid behoort.
Het Boek spreekt niet alleen van de vergankelijkheid van al het aardse, noch op abstracte wijze, zo als de schrijvers van het latere antieke heidendom, noch op concrete wijze, zo als in de Psalmen, Job en de Spreuken, zodat Gods eeuwig blijvende daden tegenover zuiver aardse, zondige en daarom nietige dingen en werken zouden moeten gesteld worden. De Prediker spreekt veeleer van de ijdelheid en vergankelijkheid ook van die dingen en daden, welke volbracht zouden mogen zijn en nog ondernomen worden met betrekking tot algemene resultaten voor het rijk Gods op aarde, of met betrekking tot het wereldbestuur; die alzo volvoerd konden zijn, of ondernomen mochten worden ook door dienaars van den levenden God, ook door hen, die Gods gebod gehoorzamen en wijs zijn in God. Ook deze dingen en werken, ook deze bemoeiingen van zulke personen, zegt de Prediker, zijn ijdel en worden door den tijd vernietigd, en het is spoedig alles weer, zoals het te voren was. Daarom-zo luiden nu de praktische regelen van den Prediker, moet men wel is waar, om Zijns zelfs wil Gods gebod houden, naar wijsheid streven en de wijsheid beoefenen in den levenskring, waarin men geplaatst is, gelijk men omgekeerd de zonde mijden en de dwaasheid ontvlieden moet, omdat men ter wille van zijn eigen persoon de verantwoording voor Gods gericht niet zal ontgaan; maar men moet niet hopen, dat men met dat al buiten den kring zijner persoonlijkheid iets zou kunnen bereiken, derhalve moet men zich niet door een te vergeefs hopen op onmogelijkheden, zo als b.v. op ene duurzame en algemene in het tegenwoordige voor ons bereikbare zegepraal der gerechtigheid, het leven moeilijk maken en de bovendien geringe mogelijkheid, om in den beperkten kring van het kortstondige eigen leven nog iets te doen, niet geringer maken, of zich die zelfs geheel benemen.
Na deze volstrekt noodzakelijke uiteenzetting der hoofdgedachten en gezichtspunten, waaruit het Boek moet beschouwd worden, kunnen wij meer tot de bijzondere delen overgaan. De Prediker zet zijn onderwerp over de nietigheid van alle menselijke betrekkingen, en elk menselijk streven in 4 redenen van ongeveer gelijke lengte uiteen. Hij ontwikkelt deze gedachten trapsgewijze en verspreidt er van alle zijden een helder licht over; terwijl hij eigenlijke zedespreuken afwisselt door langere of kortere schilderingen van toestanden, verhalen tot lering en voorbeeld, opmerkingen over doorleefde toestanden, en beschouwingen over meer of min belangrijke waarheden, waarbij hij zich nu eens van het dichterlijk proza, dan weer van den gebonden stijl bedient, maar overal ene hoge vlucht aan zijne gedachten geeft en ene verhevene taal bezigt.
A. De eerste rede vormt de inleiding tot het geheel, en omvat de beide eerste hoofdstukken. Daarin verklaart de dichter vooreerst zijne hoofdgedachte over de ijdelheid van alle dingen buiten God, en spreekt daarna, als eigen levenservaring in een kort maar zeer ernstig overzicht uit, wat hij aan het einde van zijn leven over zijne verschillende bemoeiingen te zeggen heeft. De voordracht is hier het meest roerend, deels omdat deze rede al dadelijk alles zo mogelijk tracht uit te putten, deels omdat men als het ware getuige gemaakt wordt van de diepe smart des redenaars bij den terugblik op zijn ganse leven, en op al zijne bemoeiingen en teleurstellingen.
I. Vs. 2-18.KruisverwijzingenPsalmen 104:5→Romeinen 8:20→Prediker 12:8→Prediker 3:9→Prediker 5:16→Prediker 2:22→Psalmen 39:5→Psalmen 144:4→
— Ijdelheid der ijdelheden, zegt de prediker; ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid. Wat voordeel heeft de mens van al zijn arbeid, dien hij arbeidt onder de zon? Het ene geslacht gaat, en het andere geslacht komt; maar de aarde staat in der eeuwigheid. Ook rijst de zon op, en de zon gaat onder, en zij hijgt naar haar plaats, waar zij oprees. Zij gaat naar het zuiden, en zij gaat om naar het noorden; de wind gaat steeds omgaande, en de wind keert weder tot zijn omgangen. Al de beken gaan in de zee, nochtans wordt de zee niet vol; naar de plaats, waar de beken heengaan, derwaarts gaande keren zij weder. Al deze dingen worden zo moede, dat het niemand zou kunnen uitspreken; het oog wordt niet verzadigd met zien; en het oor wordt niet vervuld van horen. Hetgeen er geweest is, hetzelve zal er zijn, en hetgeen er gedaan is, hetzelve zal er gedaan worden; zodat er niets nieuws is onder de zon. Is er enig ding, waarvan men zou kunnen zeggen: Ziet dat, het is nieuw? Het is alreeds geweest in de eeuwen, die voor ons geweest zijn. Er is geen gedachtenis van de voorgaande dingen; en van de navolgende dingen, die zijn zullen, van dezelve zal ook geen gedachtenis zijn bij degenen, die namaals wezen zullen.
Terwijl de Prediker in het volgende aanwijzen wil, hoe alle menselijke wijsheid nietig is en onvermogend om iets in den gewonen loop der dingen te veranderen en een duurzaam geluk te verschaffen, toont hij vooreerst aan, hoe de menselijke wijsheid, welke alleen naar de kennis van de dingen dezer aarde uitgaat, ijdel is. Hij begint met de hoofdgedachte zijner eerste rede op te geven, waarin over de volslagen ijdelheid der menselijke dingen, en de onmogelijkheid, om iets blijvends tot stand te brengen gesproken wordt (vs. 2-3); dan toont hij aan, hoe reeds de beschouwing van het voortdurend ontstaan en vergaan van de geslachten der mensen, van den gestadigen cirkelloop in de natuur, zo als dit bij de zon, den wind en het water het geval is tot de overtuiging moet brengen, dat de menselijke kennis van de natuurlijke dingen zeer nietig is (vs. 4-7); daarna ontwikkelt hij de gedachte, dat deze natuurlijke dingen, die zich aan de menselijke kennis aanbieden, noch het oog, noch het oor kunnen verzadigen of bevredigen, evenmin als de gebeurtenissen in de geschiedenis der mensheid, die elkaar met rusteloze snelheid en eindeloze herhaling verdringen in waarheid nieuwe kennis aanbrengen, of ook slechts aanmoedigen kunnen, om het verledene in het geheugen te bewaren (vs. 8-11); maar het menselijk weten en kunnen is ook in zich zelf ijdel, want alles wat een mens zou kunnen ondernemen, of na veel inspanning bereiken, is ijdel en te vergeefs en brengt geen blijvend nut aan (vs. 12-15); zo is zelfs die wijsheid de mensen, welke degelijke, bepaalde kennis tracht te verkrijgen, ijdel en brengt niets duurzaams tot stand, maar bereidt, naar mate zij groter wordt, slechts te meer smart en mismoedigheid (vs. 16-18).
IJdelheid der ijdelheden, zegt op grond van langdurige ervaring en van een rijp nadenken over de droevige toestanden van zijnen tijd, de bovengenoemde Prediker, die uit kracht van de plaats, die hij op de wereld innam en van zijn groot verstand meer dan enig ander geroepen was, dit aan de navolgende geslachten te verkondigen; ijdelheid der ijdelheden, a) het is al ijdelheid, vergankelijk en daarom zonder waarde, wat op de wereld bestaat, geschiedt en met inspanning van krachten verkregen wordt.
Psalm 62: 10; 144: 4
Het voor ijdelheid gebruikte woord “hebel” betekent oorspronkelijk “adem” en komt overeen met het later dikwijls voorkomende jagen naar wind. Het duidt het zo snel mogelijk voorbijgaan aan, dat geen spoor achterlaat. Gelijk ene zeepbel, met haren schonen vorm en schitterende kleuren uiteenspat en verdwijnt, zo ontglipt den zinnelijken mens hetgeen geschied is, ondanks alle inspanning, en vergaat. Zijne wijsheid eindigt, zo als ons Boek aanwijzen zal in klachten, wanhoop en versagen, wanneer zij zich niet aan de geboden der goddelijke wijsheid onderwerpt en aan hare beloften zich vastklemt. Ook de wereld is vol klachten over de vergankelijkheid en vluchtigheid van al het aardse.” Maar zij wil het niet weten, waardoor zij uit den toestand, van welken God in den beginne zei, dat het alles zeer goed was, tot deze ijdelheid gekomen is. Wij weten, dat de zonde dood en verderf in de natuur en de mensheid te weeg gebracht heeft; daarom is dan ook elke klacht, die niet met bewustzijn van eigene schuld gepaard gaat, ongepast en niets anders dan ene beschuldiging tegen God. -Het is van groot belang, dat deze toestand van al het aardse, zo als die op zo treffende wijze in liederen; “Ach, hoe nietig, ach, hoe vluchtig” (door Michel Frank) en: “Ach, wat is toch onze tijd” (door J. Gigas) geschilderd wordt, voor den mens tot volle bewustzijn komt, opdat hij de ellende niet met zijne ijdele droombeelden vergulde. Slechts op die wijze kan de ijdelheid, waaraan wij ten prooi geworden zijn, hare rechte werking doen en hare zending vervullen, die gene andere is, dan dat wij er door gedrongen worden, tot dien God de toevlucht te nemen, dien wij verlaten hebben, opdat het: “Slechts Gij, Heer, blijft voor mij hetgeen Gij zijt, op U vertrouw ik,” met volle waarheid gezegd zou kunnen worden. Het hoofddoel van het buitengewone lijden, dat God den zijnen en de gehele gemeente opgelegd heeft, is dit, dat Hij hen tot volkomen bewustzijn van de nietigheid van al het aardse wil brengen. Het valt den mens echter moeilijk deze les te leren. Over het algemeen kan hij zich niet gemakkelijk in die nietigheid van het aardse schikken, hij meent spoedig, dat hem een bijzonder hard lot ten deel is gevallen, en spant al zijne krachten in, om aan dezen exceptionelen toestand een einde te maken. Kan hij dit doel niet bereiken, zo vervalt hij tot wanhoop.
IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid, behalve God lief te hebben en Hem alleen te dienen. IJdelheid is het, naar vergankelijken rijkdom te jagen, en daarop zijn vertrouwen te stellen. IJdelheid is het ook, om naar ereplaatsen te streven, en zich hoog in de maatschappij te verheffen. IJdelheid is het den vleselijken lust op te volgen en datgene te begeren, wat daarna in ons moet gestraft worden. IJdelheid is het, een lang leven te wensen en zich om een waarlijk goed leven te weinig te bekommeren. IJdelheid is het, alleen voor het tegenwoordige leven te zorgen, en het toekomende te vergeten. IJdelheid is het, datgene lief te hebben, wat zo snel voorbijgaat, en zich niet daarheen te spoeden, waar ene eeuwige vreugde gesmaakt wordt.
Om nu in de eerste plaats den inhoud zijner beschouwingen en volgende ophelderingen kortelijk zamen te vatten, zegt de Prediker: Wat a) voordeel heeft de mens, die naar het ware geluk dorst en onophoudelijk er naar streeft, om het deelachtig te worden, van al zijnen arbeid, dien hij arbeidt onder de zon; kan hij ook ene blijvende, goede uitkomst verkrijgen, die hem hoop zou kunnen geven, dat een betere toestand op aarde daardoor zou geboren worden?
Prediker 2: 22; 3: 9.
Die doorgedrongen is tot de kennis van het wezen dezer wereld krijgt enen zeldzamen, tragisch-komischen indruk door de waarneming van het jagen en woelen der mensen, die elkaar den buit afhandig zoeken te maken. Het resultaat is ten slotte even nietig, als dat aan het gewemel in een mierenhoop. En dan die pralende woorden van vooruitgang, beschaving, verlichting. Een commentaar op ons vers bezitten wij in het heerlijk lied van A. Gryphius: “De heerlijkheid der aarde moet tot stof en as worden enz.,” terwijl hij in vs. 4, 5 en 10 het uitspreekt, hoe alles zal vergaan, wat met moeite en vlijt en in het zweet des aangezichts verworven is. Wat mensen hier bezitten, kan voor den dood niet beschermen; het ontzinkt ons allen bij den dood. Is er een genot, dat niet door een innerlijk gevoel van smart vergald wordt? Waarmee pralen wij toch? Welke eer verandert niet in smaad en hoon? Laat dan varen de wereld met hare eer, alle vrees, alle ijdele hoop en gunst van mensen, en hang den Heere aan, die altijd Koning blijft en eeuwig zalig kan maken.
Het ene geslacht van mensen gaat, en het andere geslacht komt, even als de bladeren der bomen telken jare afvallen, waarvoor andere in het volgende voorjaar weer uitspruiten a) maar de aarde, over welke volgens Genesis 3: 17-19 de vloek uitgesproken is, waarop men daarom geen waar geluk verwerven kan, staat in der eeuwigheid, als een tranendal, ondanks al het streven der zondige mensheid, om er een paradijs van te maken.
Psalm 104: 5.
Ook rijst de zon dagelijks op, en de zon gaatdagelijks weer onder, en zij hijgt als het ware naar hare plaats (Psalm 19: 6), waar zij oprees; ook zij loopt even als de geslachten der mensen rusteloos in enen cirkel rond.
Zij, 1) of hij, de wind gaat naar het zuiden, en zij, of hij, de wind gaat om naar het noorden; de wind gaat steeds omgaande, en de wind keert weer tot zijne omgangen; ook hij beschrijft in zijne voortdurende afwisseling altijd dezelfde bogen, welker waarneming vermoeiing des ogen en des geestes is.
Beter is het te vertalen door hij en het op den wind te laten slaan, dewijl alleen de bewoners der keerkringgewesten, waarin Palestina niet ligt, de zon in het noorden en het zuiden zien kunnen gedurende den loop van het jaar.
De Prediker wil hier verder aanduiden, niet alleen dat er niets bestendigs is, maar ook, dat het oude altijd weer nieuw wordt, dat er niets geen nieuws is onder de zon.
Ook Luther vertaalt door hij.
Evenzo a) al de beken gaan in de zee, nochtans wordt de zee, ondanks de ontzaglijke massa’s water, die zij opneemt, niet vol, zij blijft binnen de perken, die de Heere haar gesteld heeft; naar de plaats, waar de beken en rivieren heengaan, derwaarts gaande keren zij weer, 1) om dan den cirkelloop van voren aan te hervatten; want in den vorm van damp stijgen zij uit de zee op, vormen de wolken en keren als regen en sneeuw, tot de bronnen in het inwendige der aarde weer; ook dit is een beeld van het zich steeds vernieuwende, maar ook steeds tot het verderf wederkerende mensengeslacht.
Job 38: 8,9,10 en 11. Psalm 104: 9,10.
Dus is en blijft ook de mens, na alle moeite, welke hij neemt, om genoegen en geluk te vinden in het schepsel, slechts ter plaatse, waar hij was en is er steeds zo verre van verwijderd als toen hij er eerst naar begon te zoeken. Zijn geest is zo rusteloos in deszelfs nastrevingen, als de zon, de winden, de rivieren, maar nooit vergenoegd, nooit voldaan; hoe meer hij van de wereld heeft, hoe meer hij er van hebben wil.
Al deze dingen worden zo moede, 1) dat het niemand zou kunnen uitspreken 2); het oog wordt niet verzadigd met zien, het komt nooit aan een punt, waar het niets meer vinden zou, dat niet aan zulk ene voortdurende, onveranderlijk dezelfde blijvende afwisseling onderworpen zou zijn, en evenzo het oor wordt niet vervuld van horen; aldus is ook het woord eens mensen niet in staat, den gehelen, den geest afmattenden cirkelloop van de dingen dezer wereld te beschrijven (Spreuken 27: 20).
Dit moede is op te vatten in den zin rusteloos, zonder tot rust te komen, zich voortbewegend. De zon heeft geen rust, de wind niet, het water niet. Altijd weer gaat de zon op en onder en keert de wind zich van het noorden naar het zuiden, altijd door blijft het water vloeien. Zonder einde gaat alles rusteloos, voort. En dit deelt zich ook mede aan oor en oog. Gelijk er geen rust is in de onbezielde schepselen, zo ook geen rust in de bezielde. Van de ene onrust gaat het tot de andere.
Het oog staat in verband met het verstand, met het inzien, het oor met het willen.
De ellende en ijdelheid is op aarde groter dan men zeggen kan, en toch moet ik hiervan in dit Boek spreken.
Ook in de geschiedenis der mensheid openbaart zich dezelfde rusteloosheid, hetzelfde wederkeren van dezelfde dingen en toestanden; want a) hetgeen er geweest is, hetzelve zal er zijn, en hetgeen er gedaan is, hetzelve zal er gedaan worden; zodat er niets nieuws is onder de zon.
Prediker 3: 15.
Het bovenstaande betreft niet Gods werken, want God maakt en werkt altijd iets nieuws, slechts wij mensen en Adamskinderen werken en doen altijd hetzelfde. Onze voorvaderen hebben de dingen misbruikt, gelijk wij ze misbruiken. Door denzelfden hartstocht, waardoor een Alexander beheerst werd, werd ook een Julius Cesar en worden nog keizers en koningen, gelijk ook wij beheerst.
De Schrijver wil aantonen, wat het kost de talloze aardse en menselijke illusies, waaraan de natuurlijke mens zich zo gaarne overgeeft, en waardoor hij het doel van het Goddelijk oordeel (Genesis 3) verijdelt, met wortel en tak uit te roeien. De ijdelheid der aardse dingen kan ons alleen dan tot God voeren, wanneer zij door ons volkomen erkend wordt. Tegenover het “er is niets nieuws onder de zon,” staat als een licht schijnende in de duisternis, het: “ziet Ik heb wat nieuws op de aarde geschapen” (Jer. 31: 22) en het: “ziet Ik schep nieuwe hemelen en ene nieuwe aarde; en de vorige, dingen zullen niet meer gedacht worden, en zullen in het hart niet opkomen.” (Jes. 65: 17; 66: 22); verder: Matth 19: 28. 2 Petrus 3: 13 en Openb. 21: 1-5. Al deze plaatsen hebben de stilzwijgende voorwaarde tot grondslag, dat er niets nieuws onder de zon is. Zij gaan daar enkel van uit, dat de oude aarde ene plaats der ijdelheid is, dat alle op haar zelf steunende pogingen, om haar te veranderen, geheel te vergeefs zijn, dat ene waarachtige omkering niet van onderen, maar slechts van boven uit bewerkt kan worden, en vertroosten ons in de ellende, waarin wij verkeren met de verzekering, dat de omkering inderdaad volgen zal.
Is er ooit enig ding op deze aarde, waarvan men zou kunnen zeggen: Ziet dat, het is nieuw? 1) Nooit! want het is alrede geweest in de eeuwen, die vóór ons geweest zijn. 2)
Zo was het b.v. met het geluk ten tijde van Salomo, waarbij het verval op den achtergrond stond en het einde den noodkreet afperste: “Heere, ontferm U.” en: “Ach, dat Gij den hemel scheurdet en nederdaaldet.” Het blijft waarheid: “Hier is geen waar goed te vinden, wat de wereld heeft moet in een ogenblik verdwijnen.
Wat nieuw schijnt is er reeds geweest, maar in vergetelheid geraakt, want geslachten komen en geslachten vergaan en het een vergaat na het ander.
De nieuwe ontdekkingen en uitvindingen van deze en andere eeuwen kunnen ook niet voor nieuwigheden gehouden worden. Hoe veel hebben de ouden geweten, waarvan wij nu geen begrip altoos hebben, hoeveel kundigheden en kunsten, werktuigen en bestanddelen in velerlei wetenschappen zijn er verloren geraakt, van welke wij nog enige, maar duistere denkbeelden kunnen maken. Hoevele zijn er slechts wat meer beschaafd en verbeterd, die derhalve niet nieuw kunnen geheten worden, en al kunnen sommigen al niet goed recht nieuw heten, deze zijn er echter zo luttel in getal, dat de algemeenheid der stelling van den Prediker hierdoor niets van haar kracht verliest.
Er is gene gedachtenis van de voorgaande dingen; enmocht men soms menen, dat het later beter worden zal, de Prediker leert ons het tegendeel; want van de navolgende dingen, die zijn zullen, van dezelve zal ook gene gedachtenis zijn bij degenen, die namaals wezen zullen.
Al blijven ook de namen en daden van enkele personen uit het verledene bij de nakomelingschap bewaard, zo maakt toch de snelle afwisseling der geslachten het ten enen male onmogelijk de gedachtenis der voorgaande geslachten in haar geheel te bewaren. Het ene geslacht voor, het andere na gaat voorbij, en men kan in waarheid zeggen: uit het oog uit het hart; de wereld vergeet ons spoedig, hetzij wij oud of jong, geëerd of niet geëerd waren. (Joh. Poppus: Ik heb mijne zaak aan God opgedragen v. 7). De roem, waarnaar wij streven, dien wij onsterflijk achten, is slechts een valse waan. Nauw is de geest geweken, en deze wond gesloten, zo vraagt niemand meer naar onze daden.
Maar ook de ondernemingen van enkele zelf hoogbegaafde en hooggeplaatste personen hebben geen blijven gevolg; want ik, Prediker, was koning over Israël te Jeruzalem, 1) en juist deze hoge standplaats vergunde mij meer dan enig ander enen ruimen blik op het streven en werken der mensen, zodat ik velerlei ervaring en menschenkennis verkreeg.
Duidelijk wijst de Schrift den persoon van Salomo als auteur aan, ook uit hetgeen volgt. Er wordt gesproken van koning te zijn over Israël te Jeruzalem. Dit wijst dus op den tijd vóór de scheiding des rijks, maar ook op een hoogstgelukkigen toestand. Jeruzalem was toen een stad bij uitnemendheid, de rijke, gelukkige hoofdstad van een rijk gezegend en welvarend volk. Hij wijst juist daarom op dit geluk, om de tegenstelling met hetgeen volgt des te scherper voor te stellen.
En ik begaf mijn hart om met wijsheid te onderzoeken, en na te speuren al wat er geschiedt onder den hemel. 1) Deze moeilijke en zonder gevolg blijvende bezigheid, om naar wijsheid te zoeken, heeft God denzondigen kinderen der mensen gegeven en diep in het hart geplant, om zich daarin of, daarmee als een deel van den goddelijken vloek, die sedert den zondeval op hen rust te bekommeren 2), opdat zij ook daardoor tot kennis van hun zonde, en den toorn Gods over dezelve zouden komen en bij hen een verlangen naar verlossing zou opgewekt worden.
Alles wat onder de zon geschiedt, beweegt zich op het gebied, dat door den zondeval ontstaan is, en waarop de vloek der zonde met al zijne schrikkelijke gevolgen van lijden en straf rust. Overal en in alles kenmerkt de aarde zich als ene plaats der ijdelheid. Ach, hoe nietig, ach, hoe vluchtig zijn de dagen der mensen! Gelijk een stroom begint te vloeien, en in zijne vaart niet gestuit wordt, zo snelt onze tijd daarheen. Ach, hoe nietig, ach, hoe vluchtig is de vreugde der mensen! gelijk het ene uur het andere vervangt, licht en duisternis, vrede en strijd met elkaar afwisselen, zo zijn onze genietingen.
Ontegenzeglijk is hier sprake van wat geschiedt onder den hemel in de mensenwereld. De historie der mensheid wordt bedoeld, en niet wat in de dierenwereld plaats vindt, zoals sommigen menen. De dierenwereld heeft geen historie, zoals de wereld der mensen die heeft. En van dit navorsen en najagen van de historie der mensheid, zegt de Prediker, dat het een moeilijk beroep is, dewijl het de historie van een mensheid is, die tegen haar God inging, en daarom van nature onder Gods vloek en toorn ligt.
De wijsheid kan ook nog van andere zijde beschouwd worden, dan die, welke hier op den voorgrond gesteld is. Maar al bevat ook het hier genoemde slechts ene eenzijdige waarheid, zo is die zijde toch de gewichtigste; dit staat ten minste vast: daar de wijsheid zulk een droevig resultaat oplevert, zo kan zij niet het hoogste goed zijn, niet datgene, wat in het arme mensenhart bevrediging van zijne behoeften vindt. De aardse dingen moeten anders zijn, dan wanneer de wijsheid de ziel verkwikken en verfrissen zal.
Er bestaat echter gene reden, dat men hier en op andere plaatsen van dit Boek, waar van het niet bevredigd kunnen worden des harten door het streven naar wijsheid, sprake is, door wijsheid in den grond iets anders zou moeten verstaan dan die wijsheid, welke in de Spreuken van Salomo en in het boek Job bedoeld wordt. (Zie Spreuken 8: 3 ; Job 28: 12 ). De Schrijver heeft hier minder de in het hart wonende wijsheid op het oog, waardoor de begenadigde ziel God recht leert kennen en Zijn wereldbestuur leert verstaan, dan wel de ingespannen werkzaamheid van hen door goddelijke wijsheid voorgelichten en bestuurden menselijken geest, waardoor deze de toestanden van het hart en de gebeurtenissen van het menselijk leven naspeurt en dezelve, benevens de resultaten dezer werkzaamheid, naar Gods woord beoordeelt; zij bevredigen niet alleen het hart niet, maar veroorzaken het bovendien smart.
Ik zag al de werken aan, die onder de zon geschieden; en ziet, het was al ijdelheid en kwelling des geestes; niets was in staat om voldoening te geven, en het hart te bevredigen, want het was, zo als er woordelijk staat, een jagen naar wind, en derhalve zonder blijvend gevolg.
15. Het gaat met de wereld in haar geheel, juist zo als men in het gewone leven pleegt te zeggen: Het kromme kan niet recht gemaakt worden; en hetgeen ontbreekt, kan niet geteld, niet volledig gemaakt of aangevuld worden (Hoofdstuk 7: 13); de mens is nimmer met al zijne inspanning in staat, om iets aan den toestand te veranderen, dien God tot zijne heilzame kastijding verordend heeft, evenmin vermag hij de schijnbare verkeerdheden en gebreken in Gods wereldordening uit den weg te ruimen.
God alleen kan zowel in het geestelijke, als in het lichamelijke het kromme recht en effen maken.
Cicero schrijft uit zijne eigene ervaring: Ach, wat gebeurt het toch dikwijls, dat hetgeen op de beste wijze en met de grootste vlijt bedacht en uitgevoerd is, geheel verkeerd uitvalt! God handelt evenwel wijs en goed daarin, dat Hij alles, wat een mens bedenkt en zich voorneemt, wegblaast en te niet doet. Want zodra ons mensen iets enigermate gelukt, willen wij er terstond de eer van hebben. Terstond wordt de eerzucht opgewekt, en wij denken: dat heb ik gedaan, dat heeft land en volk mij te danken, en wij eigenen ons alzo de ere toe, die aan God alleen toekomt. Daarom, waar God, de Heere, en Zijn eerste gebod van kracht zal blijven, daar moet Hij ons het geringste gedeelte van onze pogingen doen gelukken; en ook in de raadsvergaderingen der koningen, even als in alle andere zaken, moet ook, nadat de besluiten reeds genomen zijn, dit woord in gedachtenis gehouden worden: zo de Heere wil; zodat heidenen en goddelozen, die menen, dat het genoeg is, wanneer zij iets besloten hebben, de ervaring moeten opdoen, dat er in den raad Eén ontbroken had, wien billijkerwijze ook ene stem toekwam, namelijk God.
Daarom is het best en de hoogste wijsheid, alles aan God over te laten en over te geven, zich met eigene gedachten niet te zeer te kwellen en te pijnigen, maar den wijzen man te volgen, die door de ervaring geleid ten laatste moest zegen: laat het gaan, zo als het gaat; want het wil toch gaan, zo als het gaat.
Daarom zien wij, dat dikwijls zeer verstandige regenten en wijze lieden, die de zaak met allen ernst ter harte nemen, en met veel onrust, moeite en vlijt er naar streven, om alles goed te maken, dikwijls de grootste schade aanrichten. Want het kan op aarde niet zó goed toegaan, dat er toch niet veel gebreken overblijven. Daarom is het best, dat men van ganser hart op God vertrouwe, Hem het bestuur overlate, en gelovig bidde: “Uw koninkrijk kome; ” verdraag intussen het onrecht, u door de goddelozen aangedaan, en draag uwe zaak den groten Rechter op. Wanneer gij nu niet alleen wijs, maar ook heilig en vroom zijt, zo bemerkt gij ook wel, dat niet alle dingen recht toegaan; maar dewijl gij toch niet al het kromme recht kunt maken, zo verricht het werk, dat u op de hand gesteld is, en doe dat het al uwe macht; het andere, dat niet goed gaan wil, beveel dat Hem aan, die wijzer en sterker is, dan gij, namelijk den Heere in den Hemel, die kerk, land en volk, huis en hof, vrouw en kind beter kan regeren dan gij.
Ik sprak verder met mijn hart, zeggende: Ziet, ik heb wijsheid vergroot en vermeerderd, boven allen, die voor mij te Jeruzalem 1) geweest zijn (Hoofdstuk. 2: 7. 1 Koningen 3: 12 vv.; 5: 9 vv.; 10: 8. 12: 42); en mijn hart heeft veel wijsheid en wetenschap gezien, die tot mijn eigendom gemaakt, en er mij in verblijd.
Sommige handschriften lezen in Jeruzalem. Dan kun het ook gelden van de wijzen, die in Jeruzalem zijn geweest, aleer Salomo de wijsheid beoefende. Anders is het een meer dichterlijke uitdrukking, dewijl alleen David over Israël vóór hem had geregeerd te Jeruzalem.
Wij voor ons laten het liever op de wijzen slaan, dewijl hier sprake is van de wijsheid.
En ik begaf mijn hart om het grote, inderdaad tussen wijsheid en wetenschap te weten, 1) en onzinnigheden en dwaasheid, opdat ik haren aard en scherpe tegenstelling zou leren kennen; maar ik ben gewaar geworden, dat ook dit streven ene kwelling des geestes is, en niets blijvends uitwerkt.
Weten is hier op te vatten in den zin van, in te dringen tot het diepste wezen er van. Het was er hem om te doen geweest, om het grote onderscheid te weten tussen wijsheid en wetenschap aan de ene zijne er onzinnigheid en dwaasheid aan de andere zijde, daar ook daarbij had hij geen rust kunnen vinden. Hij was voor vele raadselen blijven staan, die hij niet had kunnen oplossen.
Want in veel wijsheid is veel verdriets, omdat men de geestelijke armoede der wereld slechts te beter inziet en erkent, menige illusie laat varen en het vertrouwen op de innerlijke waarde van vele mensen verliest; en die wetenschap vermeerdert, vermeerdert smart; kortom, ik zag, dat ook langs dezen weg geen waar geluk, geen blijvend gewin voor de ziel te verkrijgen was.
Die met vollen ernst wijsheid zocht en werkelijk wijs is, heeft smarten, waarvan anderen nooit iets ondervinden. In zulke uren der smart staat men bloot voor de verzoeking om de dwazen wegens hun schijnbaar geluk, hun onkunde en zorgeloosheid te benijden.
Het voorwerp der wijsheid, de aardse dingen, is nietig, en deze nietigheid komt des te sterker uit, naar mate die dingen dieper nagespeurd worden. De wijsheid vernietigt de droombeelden. Het bezit der wijsheid kan alzo slechts kommer en smart bereiden. Hoe wijzer, des te ongelukkiger. Indien de wereld niets is, dan kan ook de wereldwijsheid (de wijsbegeerte) niets waard zijn.
Alle menselijke wijsheid werkt en heeft zorg en verdriet tot loon; hoe verder het vernuft doordringt des te groter is het doolhof, waarin het zich verliest. Het gaat met het vernuft, zo als het de ogen met een vergrootglas gaat, waarbij de tederste huid walgelijk, de smakelijkste spijze tot een hoop wormen, en het fijnste kunstwerk, broddelwerk wordt. Wij zien de onmogelijkheid in, om al het kromme in de menselijke zamenleving weg te nemen, in welke het aantal gebreken geheel de overhand heeft.
Mensen, die veel verstand hebben en verder zien dan anderen; mensen van veel ervaring kunnen dikwijls niet nalaten gramstorig te worden, en in zich zelven te denken: Ach, hoe ellendig en schandelijk gaat het toch dikwijls toe in de wereld! Van waar komt het echter, dat dezulken in hun ongeduld zo toornig worden? Omdat, waar veel verstand en wijsheid is, daar is ook veel mismoedigheid. Want zulke mensen zien en denken veel na, en vinden alzo in de wereld allerlei gebreken, boosheid en ongerechtigheid, waarvoor andere mensen geen oog hebben, en dit doet pijn. Anderen, die niet zover zien en denken gaat het niet ter harte; daarom doet het hun ook geen pijn, en smart het hun niet zeer. -Daarom wie een Christen zijn wil, die lere lijden, aan God het bestuur overlaten, en in waarheid bidden: “Uw wil geschiede; ” anders zal hij zich te vergeefs kwellen, zich het leven zuur maken, en er zijn tijd en alles bij verliezen.
Men moet vele moeiten aanwenden, om dezelve te verkrijgen en veel zorg besteden, om ze te behouden en hoe meer wij weten, hoe meer wij zien, dat er nog aan onze kennis ontbreekt en gevoegelijk zien wij, dat ons werk nooit volbracht is, en hoe meer wij onze vorige misslagen en verkeerde redeneringen bespeuren, hoe meer smart en droefenis ons dit veroorzaakt.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel