Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Prediker 1

1 De woorden van den prediker, den zoon van David, den koning te Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 De woordenH1697 van den predikerH6953, den zoonH1121 van DavidH1732, den koningH4428 te JeruzalemH3389. De woorden van den prediker, den zoon van David, den koning te Jeruzalem.

KJV The words1 of the Preacher,2 the son3 of David,4 king5 in Jerusalem.

1 דִּבְרֵי֙ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 2 קֹהֶ֣לֶת H6953 prediker preacher 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 דָּוִ֔ד H1732 David, Davids David 5 מֶ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 בִּירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Ijdelheid der ijdelheden, zegt de prediker; ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 IjdelheidH1892 der ijdelhedenH1892, zegtH559 de predikerH6953; ijdelheidH1892 der ijdelhedenH1892, het is alH3605 ijdelheidH1892. Ijdelheid der ijdelheden, zegt de prediker; ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid.

KJV Vanity1 of vanities,2 saith3 the Preacher,4 vanity5 of vanities;6 all is vanity.

1 הֲבֵ֤ל H1892 ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid [idiom] altogether, vain, vanity 2 הֲבָלִים֙ H1892 ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid [idiom] altogether, vain, vanity 3 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 קֹהֶ֔לֶת H6953 prediker preacher 5 הֲבֵ֥ל H1892 ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid [idiom] altogether, vain, vanity 6 הֲבָלִ֖ים H1892 ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid [idiom] altogether, vain, vanity 7 הַכֹּ֥ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 הָֽבֶל H1892 ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid [idiom] altogether, vain, vanity
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Wat voordeel heeft de mens van al zijn arbeid, dien hij arbeidt onder de zon?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 WatH4100 voordeelH3504 heeft de mensH120 van alH3605 zijn arbeidH5999, dien hij arbeidtH5998 onderH8478 de zonH8121? Wat voordeel heeft de mens van al zijn arbeid, dien hij arbeidt onder de zon?

KJV What profit2 hath a man3 of all his labour5 which he taketh6 under the sun?

1 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 2 יִּתְר֖וֹן H3504 voordeel, uitnemendheid, nuttigheid better, excellency(-leth), profit(-able) 3 לָֽאָדָ֑ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 4 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 עֲמָל֔וֹ H5999 arbeid, moeite, kwelling grievance(-vousness), iniquity, labour, mischief, miserable(-sery), pain(-ful), perverseness, sorrow, toil, travail, trouble, wearisome, wickedness 6 שֶֽׁיַּעֲמֹ֖ל H5998 gearbeid, arbeidt, bearbeid (take) labour (in) 7 תַּ֥חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 8 הַשָּֽׁמֶשׁ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Het ene geslacht gaat, en het andere geslacht komt; maar de aarde staat in der eeuwigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Het ene geslachtH1755 gaat, en het andere geslachtH1755 komtH935; maar de aardeH776 staatH5975 in der eeuwigheidH5769. Het ene geslacht gaat, en het andere geslacht komt; maar de aarde staat in der eeuwigheid.

KJV One generation1 passeth away,2 and another generation3 cometh:4 but the earth5 abideth7 for ever.

1 דּ֤וֹר H1755 geslacht, geslachten, Geslacht age, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity 2 הֹלֵךְ֙ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 3 וְד֣וֹר H1755 geslacht, geslachten, Geslacht age, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity 4 בָּ֔א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 וְהָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 לְעוֹלָ֥ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 7 עֹמָֽדֶת H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Ook rijst de zon op, en de zon gaat onder, en zij hijgt naar haar plaats, waar zij oprees.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Ook rijstH2224 de zon op, en de zon gaat onder, en zij hijgtH7602 naarH413 haar plaatsH4725, waarH8033 zijH1931 opreesH2224. Ook rijst de zon op, en de zon gaat onder, en zij hijgt naar haar plaats, waar zij oprees.

Ook in dit vers zonH935 zonH8121

KJV The sun2 also ariseth,1 and the sun4 goeth down,3 and hasteth7 to his place6 where he arose.

1 וְזָרַ֥ח H2224 opgaan, opgaat, oprees arise, rise (up), as soon as it is up 2 הַשֶּׁ֖מֶשׁ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ) 3 וּבָ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 הַשָּׁ֑מֶשׁ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ) 5 וְאֶ֨ל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 מְקוֹמ֔וֹ H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 7 שׁוֹאֵ֛ף H7602 slokken, hijgt, Haak desire (earnestly), devour, haste, pant, snuff up, swallow up 8 זוֹרֵ֥חַֽ H2224 opgaan, opgaat, oprees arise, rise (up), as soon as it is up 9 ה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 10 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Zij gaat naar het zuiden, en zij gaat om naar het noorden; de wind gaat steeds omgaande, en de wind keert weder tot zijn omgangen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Zij gaat naar het zuidenH1864, en zij gaat om naarH413 het noordenH6828; de windH7307 gaat steeds omgaande, en de windH7307 keert weder tot zijn omgangenH5439. Zij gaat naar het zuiden, en zij gaat om naar het noorden; de wind gaat steeds omgaande, en de wind keert weder tot zijn omgangen.

KJV The wind10 goeth1 toward the south,3 and turneth about4 unto the north;6 it whirleth about continually,9 and the wind14 returneth again13 according to his circuits.

1 הוֹלֵךְ֙ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 דָּר֔וֹם H1864 zuiden, zuiderpoort, zuidzijde south 4 וְסוֹבֵ֖ב H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 צָפ֑וֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 7 סוֹבֵ֤ב H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 8 סֹבֵב֙ H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 9 הוֹלֵ֣ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 10 הָר֔וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 11 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 סְבִיבֹתָ֖יו H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 13 שָׁ֥ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 14 הָרֽוּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Al de beken gaan in de zee, nochtans wordt de zee niet vol; naar de plaats, waar de beken heengaan, derwaarts gaande keren zij weder.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 AlH3605 de bekenH5158 gaan in de zeeH3220, nochtans wordt de zeeH3220 nietH369 volH4392; naarH413 de plaatsH4725, waar de bekenH5158 heengaanH1980, derwaartsH8033 gaandeH3212 kerenH7725 zijH1992 weder. Al de beken gaan in de zee, nochtans wordt de zee niet vol; naar de plaats, waar de beken heengaan, derwaarts gaande keren zij weder.

KJV All the rivers2 run3 into the sea;5 yet the sea6 is not full;8 unto the place10 from whence the rivers11 come,12 thither they return15 again.

1 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 הַנְּחָלִים֙ H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 3 הֹלְכִ֣ים H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 הַיָּ֔ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 6 וְהַיָּ֖ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 7 אֵינֶ֣נּוּ H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 8 מָלֵ֑א H4392 vol, volle, Vol [idiom] she that was with child, fill(-ed, -ed with), full(-ly), multitude, as is worth 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 מְק֗וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 11 שֶׁ֤הַנְּחָלִים֙ H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 12 הֹֽלְכִ֔ים H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 13 שָׁ֛ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 14 הֵ֥ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 15 שָׁבִ֖ים H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 16 לָלָֽכֶת H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Al deze dingen worden zo moede, dat het niemand zou kunnen uitspreken; het oog wordt niet verzadigd met zien; en het oor wordt niet vervuld van horen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 AlH3605 deze dingen worden zo moedeH3023, dat het niemandH376 zou kunnen uitsprekenH1696; het oogH5869 wordt niet verzadigdH7646 met zienH7200; en het oorH241 wordt niet vervuldH4390 van horenH8085. Al deze dingen worden zo moede, dat het niemand zou kunnen uitspreken; het oog wordt niet verzadigd met zien; en het oor wordt niet vervuld van horen.

KJV All things2 are full of labour;3 man6 cannot5 utter7 it: the eye10 is not satisfied9 with seeing,11 nor the ear14 filled13 with hearing.

1 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 הַדְּבָרִ֣ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְגֵעִ֔ים H3023 moede, mat full of labour, weary 4 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 יוּכַ֥ל H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 6 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 לְדַבֵּ֑ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 8 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 תִשְׂבַּ֥ע H7646 verzadigd, verzadigen, verzadigt have enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of 10 עַ֨יִן֙ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 11 לִרְא֔וֹת H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 12 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 תִמָּלֵ֥א H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 14 אֹ֖זֶן H241 oren, oor, Oren [phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show 15 מִשְּׁמֹֽעַ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Hetgeen er geweest is, hetzelve zal er zijn, en hetgeen er gedaan is, hetzelve zal er gedaan worden; zodat er niets nieuws is onder de zon.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Hetgeen er geweest is, hetzelve zal er zijn, en hetgeen er gedaan is, hetzelve zal er gedaan worden; zodat er nietsH369 nieuwsH2319 isH1961 onderH8478 de zonH8121. Hetgeen er geweest is, hetzelve zal er zijn, en hetgeen er gedaan is, hetzelve zal er gedaan worden; zodat er niets nieuws is onder de zon.

KJV The thing that hath been, it is that which shall be; and that which is done6 is that which shall be done:8 and there is no new11 thing under the sun.

1 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 2 שֶּֽׁהָיָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 ה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 שֶׁיִּהְיֶ֔ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 וּמַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 6 שֶׁנַּֽעֲשָׂ֔ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 ה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 8 שֶׁיֵּעָשֶׂ֑ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 וְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 10 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 חָדָ֖שׁ H2319 nieuwe, nieuw, nieuwen fresh, new thing 12 תַּ֥חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 13 הַשָּֽׁמֶשׁ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Is er enig ding, waarvan men zou kunnen zeggen: Ziet dat, het is nieuw? Het is alreeds geweest in de eeuwen, die voor ons geweest zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Is er enig dingH1697, waarvan men zou kunnen zeggenH559: ZietH7200 dat, het is nieuwH2319? HetH1931 is alreedsH3528 geweestH1961 in de eeuwenH5769, die voorH6440 ons geweest zijn. Is er enig ding, waarvan men zou kunnen zeggen: Ziet dat, het is nieuw? Het is alreeds geweest in de eeuwen, die voor ons geweest zijn.

KJV Is there1 any thing2 whereof it may be said,3 See,4 this is new?6 it hath been already8 of old time,10 which was before

1 יֵ֥שׁ H3426 ware, Hoe lang, Voorwaar (there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest 2 דָּבָ֛ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 שֶׁיֹּאמַ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 רְאֵה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 5 זֶ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 6 חָדָ֣שׁ H2319 nieuwe, nieuw, nieuwen fresh, new thing 7 ה֑וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 8 כְּבָר֙ H3528 alrede, aangezien, alreeds already, (seeing that which), now 9 הָיָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 לְעֹֽלָמִ֔ים H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 11 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 הָיָ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 מִלְּפָנֵֽנוּ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Er is geen gedachtenis van de voorgaande dingen; en van de navolgende dingen, die zijn zullen, van dezelve zal ook geen gedachtenis zijn bij degenen, die namaals wezen zullen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Er is geen gedachtenisH2146 van de voorgaandeH7223 dingen; en van de navolgendeH314 dingen, die zijnH1961 zullen, van dezelve zal ookH1571 geen gedachtenisH2146 zijn bijH5973 degenen, die namaalsH314 wezen zullen. Er is geen gedachtenis van de voorgaande dingen; en van de navolgende dingen, die zijn zullen, van dezelve zal ook geen gedachtenis zijn bij degenen, die namaals wezen zullen.

KJV There is no remembrance2 of former3 things; neither shall there be any remembrance10 of things that are to come5 with those that shall come after.

1 אֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 2 זִכְר֖וֹן H2146 gedachtenis, gedachtenissen, gedenkteken memorial, record 3 לָרִאשֹׁנִ֑ים H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 4 וְגַ֨ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 5 לָאַחֲרֹנִ֜ים H314 laatste, achterste, navolgende after (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most 6 שֶׁיִּהְי֗וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 יִהְיֶ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 לָהֶם֙ 10 זִכָּר֔וֹן H2146 gedachtenis, gedachtenissen, gedenkteken memorial, record 11 עִ֥ם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 12 שֶׁיִּהְי֖וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 לָאַחֲרֹנָֽה H314 laatste, achterste, navolgende after (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Ik, prediker, was koning over Israel te Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 IkH589, predikerH6953, wasH1961 koningH4428 overH5921 IsraelH3478 te JeruzalemH3389. Ik, prediker, was koning over Israel te Jeruzalem.

KJV I the Preacher2 was king4 over Israel6 in Jerusalem.

1 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 2 קֹהֶ֗לֶת H6953 prediker preacher 3 הָיִ֥יתִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 מֶ֛לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 בִּירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En ik begaf mijn hart om met wijsheid te onderzoeken, en na te speuren al wat er geschiedt onder den hemel. Deze moeilijke bezigheid heeft God den kinderen der mensen gegeven, om zich daarin te bekommeren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En ik begafH5414 mijn hartH3820 om met wijsheidH2451 te onderzoekenH1875, en na te speurenH8446 alH3605 watH834 er geschiedtH6213 onderH8478 den hemelH8064. Deze moeilijkeH7451 bezigheidH6045 heeft GodH430 den kinderenH1121 der mensenH120 gegevenH5414, om zich daarin te bekommerenH6031. En ik begaf mijn hart om met wijsheid te onderzoeken, en na te speuren al wat er geschiedt onder den hemel. Deze moeilijke bezigheid heeft God den kinderen der mensen gegeven, om zich daarin te bekommeren.

KJV And I gave1 my heart3 to seek4 and search out5 by wisdom6 concerning all things that are done10 under heaven:12 this sore15 travail14 hath God17 given16 to the sons18 of man19 to be exercised

1 וְנָתַ֣תִּי H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 לִבִּ֗י H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 4 לִדְר֤וֹשׁ H1875 zoeken, vragen, gezocht ask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely 5 וְלָתוּר֙ H8446 verspieden, verspied, speuren chap(-man), sent to descry, be excellent, merchant(-man), search (out), seek, (e-) spy (out) 6 בַּֽחָכְמָ֔ה H2451 wijsheid, Wijsheid, wijs skilful, wisdom, wisely, wit 7 עַ֛ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 נַעֲשָׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 11 תַּ֣חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 12 הַשָּׁמָ֑יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 13 ה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 14 עִנְיַ֣ן H6045 bezigheid business, travail 15 רָ֗ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 16 נָתַ֧ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 17 אֱלֹהִ֛ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 18 לִבְנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 19 הָאָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 20 לַעֲנ֥וֹת H6031 verootmoedigen, verdrukt, verkracht abase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise 21 בּֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Ik zag al de werken aan, die onder de zon geschieden; en ziet, het was al ijdelheid en kwelling des geestes.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Ik zagH7200 alH3605 de werkenH4639 aan, die onderH8478 de zonH8121 geschiedenH6213; en zietH2009, het was alH3605 ijdelheidH1892 en kwellingH7469 des geestesH7307. Ik zag al de werken aan, die onder de zon geschieden; en ziet, het was al ijdelheid en kwelling des geestes.

KJV I have seen1 all the works4 that are done5 under the sun;7 and, behold, all is vanity10 and vexation11 of spirit.

1 רָאִ֨יתִי֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הַֽמַּעֲשִׂ֔ים H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 5 שֶֽׁנַּעֲשׂ֖וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 תַּ֣חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 7 הַשָּׁ֑מֶשׁ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ) 8 וְהִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 9 הַכֹּ֛ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 הֶ֖בֶל H1892 ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid [idiom] altogether, vain, vanity 11 וּרְע֥וּת H7469 kwelling vexation 12 רֽוּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Het kromme kan niet recht gemaakt worden; en hetgeen ontbreekt, kan niet geteld worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Het krommeH5791 kanH3201 nietH3808 rechtH8626 gemaakt worden; en hetgeen ontbreektH2642, kanH3201 nietH3808 geteldH4487 worden. Het kromme kan niet recht gemaakt worden; en hetgeen ontbreekt, kan niet geteld worden.

KJV That which is crooked1 cannot3 be made straight:4 and that which is wanting5 cannot7 be numbered.

1 מְעֻוָּ֖ת H5791 verkeren, krom, kromme bow self, (make) crooked., falsifying, overthrow, deal perversely, pervert, subvert, turn upside down 2 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 יוּכַ֣ל H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 4 לִתְקֹ֑ן H8626 recht, orde, stelde set in order, make straight 5 וְחֶסְר֖וֹן H2642 ontbreekt wanting 6 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 יוּכַ֥ל H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 8 לְהִמָּנֽוֹת H4487 tellen, beschikte, geteld appoint, count, number, prepare, set, tell
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Ik sprak met mijn hart, zeggende: Zie, ik heb wijsheid vergroot en vermeerderd, boven allen, die voor mij te Jeruzalem geweest zijn; en mijn hart heeft veel wijsheid en wetenschap gezien.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 IkH589 sprakH1696 metH5973 mijn hartH3820, zeggendeH559: Zie, ikH589 heb wijsheidH2451 vergrootH1431 en vermeerderdH3254, bovenH5921 allenH3605, dieH834 voorH6440 mij te JeruzalemH3389 geweest zijn; en mijn hartH3820 heeft veelH7235 wijsheidH2451 en wetenschapH1847 gezienH7200. Ik sprak met mijn hart, zeggende: Zie, ik heb wijsheid vergroot en vermeerderd, boven allen, die voor mij te Jeruzalem geweest zijn; en mijn hart heeft veel wijsheid en wetenschap gezien.

KJV I communed1 with mine own heart,4 saying,5 Lo, I am come to great estate,8 and have gotten9 more wisdom10 than all they that have been before15 me in Jerusalem:17 yea, my heart18 had great20 experience19 of wisdom21 and knowledge.

1 דִּבַּ֨רְתִּי H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 אֲנִ֤י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 4 לִבִּי֙ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 5 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 אֲנִ֗י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 7 הִנֵּ֨ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 8 הִגְדַּ֤לְתִּי H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 9 וְהוֹסַ֨פְתִּי֙ H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 10 חָכְמָ֔ה H2451 wijsheid, Wijsheid, wijs skilful, wisdom, wisely, wit 11 עַ֛ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 הָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 15 לְפָנַ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 16 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 יְרוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 18 וְלִבִּ֛י H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 19 רָאָ֥ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 20 הַרְבֵּ֖ה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 21 חָכְמָ֥ה H2451 wijsheid, Wijsheid, wijs skilful, wisdom, wisely, wit 22 וָדָֽעַת H1847 wetenschap, kennis, kennen cunning, (ig-) norantly, know(-ledge), (un-) awares (wittingly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En ik begaf mijn hart om wijsheid en wetenschap te weten, onzinnigheden en dwaasheid; ik ben gewaar geworden, dat ook dit een kwelling des geestes is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En ik begafH5414 mijn hartH3820 om wijsheidH2451 en wetenschapH3045 te wetenH3045, onzinnighedenH1947 en dwaasheidH5531; ik ben gewaarH3045 geworden, dat ookH1571 ditH2088 een kwellingH7475 des geestesH7307 is. En ik begaf mijn hart om wijsheid en wetenschap te weten, onzinnigheden en dwaasheid; ik ben gewaar geworden, dat ook dit een kwelling des geestes is.

KJV And I gave1 my heart2 to know3 wisdom,4 and to know5 madness6 and folly:7 I perceived8 that this9 also is vexation12 of spirit.

1 וָאֶתְּנָ֤ה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 לִבִּי֙ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 3 לָדַ֣עַת H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 4 חָכְמָ֔ה H2451 wijsheid, Wijsheid, wijs skilful, wisdom, wisely, wit 5 וְדַ֥עַת H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 6 הוֹלֵל֖וֹת H1947 onzinnigheden madness 7 וְשִׂכְל֑וּת H5531 dwaasheid folly, foolishness 8 יָדַ֕עְתִּי H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 9 שֶׁגַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 10 זֶ֥ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 11 ה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 12 רַעְי֥וֹן H7475 kwelling, kwellingen vexation 13 רֽוּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Want in veel wijsheid is veel verdriet; en die wetenschap vermeerdert, vermeerdert smart.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 WantH3588 in veelH7230 wijsheidH2451 is veelH7230 verdrietH3708; en die wetenschapH1847 vermeerdertH3254, vermeerdertH3254 smartH4341. Want in veel wijsheid is veel verdriet; en die wetenschap vermeerdert, vermeerdert smart.

KJV For in much2 wisdom3 is much grief:5 and he that increaseth6 knowledge7 increaseth8 sorrow.

1 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 בְּרֹ֥ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 3 חָכְמָ֖ה H2451 wijsheid, Wijsheid, wijs skilful, wisdom, wisely, wit 4 רָב H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 5 כָּ֑עַס H3708 verdriet, toornigheid, terging anger, angry, grief, indignation, provocation, provoking, [idiom] sore, sorrow, spite, wrath 6 וְיוֹסִ֥יף H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 7 דַּ֖עַת H1847 wetenschap, kennis, kennen cunning, (ig-) norantly, know(-ledge), (un-) awares (wittingly) 8 יוֹסִ֥יף H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 9 מַכְאֽוֹב H4341 smart, smarten, pijn grief, pain, sorrow
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Prediker 1:1 Prediker 1:12 Prediker 7:27 Prediker 12:8 2 Kronieken 10:17 2 Petrus 2:5 1 Koningen 11:42 2 Kronieken 9:30 Nehemia 6:7
Prediker 1:2 Romeinen 8:20 Prediker 12:8 Psalmen 39:5 Psalmen 144:4 Psalmen 62:9 Prediker 3:19 Prediker 4:4 Prediker 11:10
Prediker 1:3 Prediker 3:9 Prediker 5:16 Prediker 2:22 Prediker 2:11 Markus 8:36 Johannes 6:27 Spreuken 23:4 Prediker 8:15
Prediker 1:4 Psalmen 104:5 Mattheüs 24:35 Zacharia 1:5 Prediker 6:12 2 Petrus 3:10 Psalmen 90:9 Psalmen 102:24 Psalmen 119:90
Prediker 1:5 Habakuk 3:11 Psalmen 19:4 Psalmen 89:36 Psalmen 104:19 Jozua 10:13 Jeremia 33:20 Psalmen 42:1 Genesis 8:22
Prediker 1:6 Johannes 3:8 Job 37:9 Jona 1:4 Prediker 11:5 Handelingen 27:13 Psalmen 107:29 Psalmen 107:25 Mattheüs 7:24
Prediker 1:7 Job 38:10 Psalmen 104:6
Prediker 1:8 Spreuken 27:20 Prediker 4:8 Mattheüs 11:28 Openbaring 7:16 Prediker 4:1 Prediker 5:10 Mattheüs 5:6 Spreuken 30:15
Prediker 1:9 Prediker 3:15 Jeremia 31:22 Openbaring 21:1 Jesaja 43:19 Prediker 6:10 Prediker 2:12 2 Petrus 2:1 Prediker 7:10
Prediker 1:10 Mattheüs 23:30 Mattheüs 5:12 Lukas 17:26 Handelingen 7:51 2 Timotheüs 3:8 1 Thessalonicenzen 2:14
Prediker 1:11 Prediker 2:16 Jesaja 42:9 Prediker 9:5 Psalmen 9:6 Jesaja 41:22
Prediker 1:12 Prediker 1:1 1 Koningen 4:1
Prediker 1:13 Prediker 3:10 Genesis 3:19 Prediker 1:17 Prediker 8:16 Prediker 7:25 Spreuken 4:7 Prediker 4:4 Psalmen 111:2
Prediker 1:14 Prediker 2:11 Prediker 2:17 Prediker 2:26 Prediker 6:9 Prediker 1:17 Prediker 4:4 1 Koningen 4:30 Psalmen 39:5
Prediker 1:15 Prediker 7:12 Jesaja 40:4 Prediker 3:14 Klaagliederen 3:37 Job 34:29 Daniël 4:35 Mattheüs 6:27 Job 11:6
Prediker 1:16 Prediker 2:9 1 Koningen 4:30 1 Koningen 10:7 1 Koningen 3:12 1 Koningen 10:23 Psalmen 77:6 Hebreeën 5:14 2 Koningen 5:20
Prediker 1:17 Prediker 2:3 1 Thessalonicenzen 5:21 Prediker 2:10 Prediker 1:13 Prediker 7:23
Prediker 1:18 Prediker 12:12 1 Korinthe 3:18 Prediker 7:16 Prediker 2:15 Job 28:28 Prediker 2:23 Jakobus 3:13
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Prediker 1 vers 1

te Jeruzalem Te Jeruzalem was de koninklijke zetel; doch Salomo is koning geweest over de twaalf stammen des volks van Israël. Zie onder vs.12.

Hertaald: te Jeruzalem In Jeruzalem stond de koninklijke troon; maar Salomo is koning geweest over de twaalf stammen van het volk Israël. Zie hieronder vers 12.

Prediker 1 vers 2

Ijdelheid der ijdelheden, Dat is, de allergrootste ijdelheid; gelijk men zegt koning der koningen, dat is de allergrootste koning; lied der liederen, dat is het allerhoogste lied, Zie Gen. 9:25 ; Lev. 2:3 ; en versta deze woorden alzo, dat Salomo te kennen geeft dat alle aardse dingen ons niet kunnen helpen om tot de ware gelukszaligheid te komen.

Hertaald: Ijdelheid der ijdelheden, Dat is: de allergrootste ijdelheid; zoals men zegt: koning der koningen, dat is: de allergrootste koning; lied der liederen, dat is: het allerhoogste lied. Zie Gen. 9:25; Lev. 2:3. En versta deze woorden zo, dat Salomo te kennen geeft dat alle aardse dingen ons niet kunnen helpen om tot de ware gelukzaligheid te komen.

al ijdelheid Te weten al wat onder de zon geschiedt, vs.3.

Hertaald: al ijdelheid Namelijk: alles wat onder de zon gebeurt, vers 3.

Prediker 1 vers 3

Wat Alsof hij zeide: geen, gans geen voordeel.

Hertaald: Wat Alsof hij zei: geen enkel, in het geheel geen voordeel.

voordeel Of, overschot, overblijfsel, profijt, gewin, te weten om gerustheid des gemoeds te bekomen, waarin eigenlijk de gelukzaligheid gelegen is.

Hertaald: voordeel Of: overschot, overblijfsel, profijt, gewin; namelijk om gerustheid van gemoed te krijgen, waarin de gelukzaligheid eigenlijk bestaat.

arbeid, Of moeilijken arbeid; te weten zo des geestes als des lichaams.

Hertaald: arbeid, Of: moeizame arbeid, namelijk zowel van de geest als van het lichaam.

onder de zon? Dat is, aangaande de vergankelijke dingen der tegenwoordige wereld.

Hertaald: onder de zon? Dat is: met betrekking tot de vergankelijke dingen van deze tegenwoordige wereld.

Prediker 1 vers 4

Het ene geslacht De zin dezer woorden is: de menigte der mensen, die nu leeft, vergaat; alzo zullen die ook vergaan, die van eeuw tot eeuw na hen komen zullen. Zie Ps. 12:8 ; Ja al wat in de wereld is, is vergankelijk en veranderlijk; derhalve kan het de mens geen bestendige gelukzaligheid aanbrengen.

Hertaald: Het ene geslacht De betekenis van deze woorden is: de menigte mensen die nu leeft vergaat, en zo zullen ook zij vergaan die van eeuw tot eeuw na hen zullen komen. Zie Ps. 12:8. Ja, alles wat in de wereld is, is vergankelijk en veranderlijk; daarom kan het de mens geen blijvende gelukzaligheid geven.

staat in eeuwigheid Of, is bestendig, zij vergaat niet, het is zoveel alsof hij zeide: De aarde, of de wereld vergaat alzo niet, gelijk die dingen vergaan, die daarop zijn, leven en zweven. Anderszins is het zeker dat de wereld ook eindelijk vergaan zal. Zie Ps. 102:27 , en Ps. 104:5 , en Ps. 119:90 ; 2 Petr. 3:10 .

Hertaald: staat in eeuwigheid Of: is bestendig, zij vergaat niet. Het is alsof hij zei: de aarde of de wereld vergaat niet zoals de dingen vergaan die daarop zijn, leven en bewegen. Overigens staat vast dat ook de wereld uiteindelijk zal vergaan. Zie Ps. 102:27, en Ps. 104:5, en Ps. 119:90; 2 Petr. 3:10.

Prediker 1 vers 5

Ook rijst de zon op De zin van dit en der naastvolgende verzen schijnt te zijn: Alle arbeid, zo des geestes en des lichaams, in de wereldse dingen, maakt den mens vol bekommernis en zorg, zodat hij gedurig in beweging en beroerte is, gelijk de zon, de lucht en de rivieren; zo maakt hij dan den mens niet gelukzalig.

Hertaald: Ook rijst de zon op De betekenis van dit en de volgende verzen lijkt te zijn: alle arbeid van geest en lichaam in de wereldse dingen maakt de mens vol bekommering en zorg, zodat hij voortdurend in beweging en onrust is, zoals de zon, de lucht en de rivieren; zo maakt die arbeid de mens dus niet gelukkig.

zij hijgt naar haar plaats Dat is bij gelijkenis gesproken, genomen van een mens, die zeer loopt alzo dat hij naar zijn adem hijgt om te komen ter plaatse waar hij begeert te wezen; zie Ps. 56:2 .

Hertaald: zij hijgt naar haar plaats Dat is bij wijze van vergelijking gesproken, ontleend aan een mens die zo hard loopt dat hij naar adem hijgt om te komen op de plaats waar hij wil zijn; zie Ps. 56:2.

Prediker 1 vers 6

Zij gaat naar het zuiden, Te weten van dien tijd af, dat zij in het hemelteken Cancer gaat, totdat zij in het teken Capricornus gaat, te weten in den zomer en herfst.

Hertaald: Zij gaat naar het zuiden, Namelijk: vanaf het moment dat zij in het hemelteken Kreeft komt totdat zij in het teken Steenbok komt, dat is: in de zomer en de herfst.

naar het Noorden; Te weten het andere halve jaar, van die dag af als zij uit Capricornus gaat, totdat zij in Cancer gaat, namelijk in de winter en lente.

Hertaald: naar het Noorden; Namelijk: het andere halfjaar, vanaf de dag dat zij uit de Steenbok gaat totdat zij in de Kreeft komt, dat is: in de winter en de lente.

steeds omgaande, Hebr. omgaande omgaande.

Hertaald: steeds omgaande, Hebreeuws: omgaande omgaande.

de wind keert weder Waaiende dan uit het ene, dan uit het andere gewest of kwartier.

Hertaald: de wind keert weder Terwijl hij nu eens uit de ene, dan weer uit de andere windstreek waait.

Prediker 1 vers 7

beken gaan in de zee Versta hieronder, ja inzonderheid ook de rivieren en waterstromen.

Hertaald: beken gaan in de zee Versta hieronder, ja vooral, ook de rivieren en waterstromen.

niet vol; Te weten, zo vol dat zij over het aardrijk heen lopen zou, maar zij blijft al in een staat. Zie Job 38:10-11 ; Ps. 104:9 .

Hertaald: niet vol; Namelijk: niet zo vol dat zij over de aarde heen zou stromen, maar zij blijft in dezelfde staat. Zie Job 38:10-11; Ps. 104:9.

waar de beken heengaan De Prediker wil zeggen dat de rivieren in gedurigen loop en weder kering zijn.

Hertaald: waar de beken heengaan De Prediker wil zeggen dat de rivieren voortdurend stromen en terugkeren.

gaande keren Te weten door de aderen, die onder de aarde lopen.

Hertaald: gaande keren Namelijk: door de aderen die onder de aarde lopen.

Prediker 1 vers 8

worden zo Of, zijn zo vol arbeids, of woeling.

Hertaald: worden zo Of: zijn zo vol arbeid of drukte.

zou kunnen uitspreken; Ja ook met zijn verstand of zinnen niet zou kunnen begrijpen. En volgens die kunnen die dingen, die men in de wereld ziet en hoort, den mensen geen recht genoegen of rust des gemoeds aanbrengen.

Hertaald: zou kunnen uitspreken; Ja, dat hij ze ook met zijn verstand of zinnen niet zou kunnen bevatten. En daarom kunnen de dingen die men in de wereld ziet en hoort de mensen geen werkelijke voldoening of rust van gemoed geven.

Prediker 1 vers 9

niets nieuws Te weten belangende die dingen, die op aarde geschieden naar den algemene loop der natuur; maar het heeft een andere gelegenheid met de buitengewone werken Gods.

Hertaald: niets nieuws Namelijk: met betrekking tot de dingen die op aarde gebeuren volgens de gewone loop van de natuur; maar met de buitengewone werken van God ligt het anders.

Prediker 1 vers 10

Het is alreeds geweest De zin is, er is niets, al schijnt het nieuw, of het is ook voor deze de ene tijd of de andere tijd geweest.

Hertaald: Het is alreeds geweest De betekenis is: er is niets — al lijkt het nieuw — of het is ook vroeger, op het ene of het andere moment, al geweest.

Prediker 1 vers 11

Er is geen gedachtenis Alsof hij zeide: dat er iets gevonden wordt, hetwelk de mensen nieuw heten te zijn, dat komt daaruit, dat zij niet wel weten al hetgeen in verleden tijden en eeuwen gebeurd is, vermits er gene gedachtenis van gehouden is.

Hertaald: Er is geen gedachtenis Alsof hij zei: dat er iets gevonden wordt wat de mensen nieuw noemen, komt doordat zij niet goed weten wat er in vroegere tijden en eeuwen allemaal gebeurd is, omdat daar geen gedachtenis van bewaard is.

Prediker 1 vers 12

ik, Prediker, Alsof hij zeide: Ik, een machtig koning zijnde, heb goede gelegenheid gehad om te doen hetgeen straks volgt, veel meer dan iemand anders, die de macht, rijkdom, gelegenheid en wetenschap niet gehad heeft om dit alles te doorgronden, gelijk ik gehad heb. Zie onder Pred. 2:5-8 , enz.

Hertaald: ik, Prediker, Alsof hij zei: omdat ik een machtig koning was, had ik veel meer dan wie ook gelegenheid om te doen wat hierna volgt; anderen hadden namelijk niet de macht, rijkdom, gelegenheid en kennis om dit alles te doorgronden, zoals ik die had. Zie hieronder Pred. 2:5-8, enzovoort.

Prediker 1 vers 13

al wat er geschiedt Zo hetgeen naar de orde der natuur voortkwam, 1Ki 3 en 1Ki 4 als hetgeen tegen den algemenen loop der natuur was geschiedende.

Hertaald: al wat er geschiedt Zowel wat volgens de orde van de natuur gebeurde, 1 Kon. 3 en 1 Kon. 4, als wat tegen de gewone loop van de natuur inging.

moeilijke bezigheid Hebr. kwade bezigheid, of moeite, of bekommernis, die boos, of moeilijk, genoemd wordt, omdat zich de mens daarin bezighoudt, en evenwel het rechte voordeel daarvan niet geniet, vermits men nimmermeer komen kan tot een volkomen kennis aller dingen, noch der oorzaken waar ze uit spruiten, gelijk ook omdat de tewerkstelling der menselijke wetenschap geheel zwaar is.

Hertaald: moeilijke bezigheid Hebreeuws: kwade bezigheid, of moeite, of bekommering, die kwaad of moeilijk genoemd wordt omdat de mens zich daarmee bezighoudt en er toch niet het echte voordeel van geniet, aangezien men nooit tot een volkomen kennis van alle dingen kan komen, noch van de oorzaken waaruit zij voortkomen, en ook omdat het uitoefenen van de menselijke wetenschap zeer zwaar is.

om zich daarin Of, om daarin, of daarmede bezig te zijn, of om hen daarin te kwellen, of om hen daardoor te vernederen.

Hertaald: om zich daarin Of: om zich daarin of daarmee bezig te houden, of om zich daarin te kwellen, of om hen daardoor te vernederen.

Prediker 1 vers 14

kwelling des geestes Dat is, niet een slechte hoofdbreking, maar ene kwelling, knaging, verbreking, of vertering des harten of des gemoeds. Anders: weiding, of voeding des winds; dat is ene zaak, waar de mens niet meer in gesterkt wordt in zijn gemoed, dan alsof hij zijn lichaam met wind wilde voeden, of onderhouden, Zie dergelijke manier van spreken, Jer. 22:22 ; Hos. 12:2 .

Hertaald: kwelling des geestes Dat is: niet een eenvoudig hoofdbreken, maar een kwelling, knaging, verbreking of vertering van het hart of gemoed. Anders: weiden of voeden van de wind; dat is: iets waardoor de mens in zijn gemoed niet meer gesterkt wordt dan wanneer hij zijn lichaam met wind zou willen voeden of onderhouden. Zie een dergelijke manier van spreken in Jer. 22:22; Hos. 12:2.

Prediker 1 vers 15

kan niet recht Te weten door eigen vernuft of menselijke kloekheid, maar God vermag alles; daarom bidt David: Heere, schep in mij een nieuwen geest. Zie onder Pred. 7:13 .

Hertaald: kan niet recht Namelijk: door eigen vernuft of menselijke kunde; maar God vermag alles. Daarom bidt David: Heere, schep in mij een nieuwe geest. Zie hieronder Pred. 7:13.

hetgeen ontbreekt, Dat is, daar zijn zoveel gebrekkelijkheden en onvolkomendheden in de zaken dezer wereld, dat zij niet te tellen zijn.

Hertaald: hetgeen ontbreekt, Dat is: er zijn zoveel gebreken en onvolkomenheden in de dingen van deze wereld, dat zij niet te tellen zijn.

Prediker 1 vers 16

ik heb wijsheid vergroot Of, ik ben groot en overvloediger geworden in wijsheid; te weten in de wetenschap der natuurlijke dingen en der zaken, die in de wereld geschieden. Zie 1 Kon. 3:12 , en 1 Kon. 4:29 , en 1 Kon. 10:7 , 1 Kon. 10:23 ; Pred. 2:9 .

Hertaald: ik heb wijsheid vergroot Of: ik ben groot en overvloedig geworden in wijsheid, namelijk in de kennis van de natuurlijke dingen en van de zaken die in de wereld gebeuren. Zie 1 Kon. 3:12, en 1 Kon. 4:29, en 1 Kon. 10:7, 1 Kon. 10:23; Pred. 2:9.

gezien Dat is, ervaren en ondervonden. Zie Job 7:7 .

Hertaald: gezien Dat is: ervaren en ondervonden. Zie Job 7:7.

Prediker 1 vers 17

ik begaf mijn hart Dat is, ik heb mij benaarstigd om nog beter te verstaan wat er van de uitnemendheid der wijsheid is mits daartegen stellende en als opwegende de dwaasheid, het tegendeel der wijsheid. Zie Pred. 2:12 .

Hertaald: ik begaf mijn hart Dat is: ik heb mij ingespannen om nog beter te begrijpen wat de voortreffelijkheid van de wijsheid inhoudt, door daartegenover de dwaasheid te stellen en als het ware af te wegen, die het tegendeel van de wijsheid is. Zie Pred. 2:12.

een kwelling Zie boven vs.14.

Hertaald: een kwelling Zie hierboven vers 14.

Prediker 1 vers 18

is veel Te weten. overmits degenen, die in wijsheid en verstand uitsteken, vele dingen bemerken, die tegen de wijsheid strijden en hun derhalve op het hoogste mishagen; of ook, omdat de geest des mensen ook der allerwijsten zijne bedenkingen niet kan uitvoeren.

Hertaald: is veel Namelijk: omdat zij die uitblinken in wijsheid en verstand veel dingen opmerken die tegen de wijsheid ingaan en hun daarom in de hoogste mate mishagen; of ook omdat de geest van de mens — ook van de allerwijste — zijn plannen niet kan uitvoeren.

verdriet; Of, toornigheid, onmoed, of onmoedigheid.

Hertaald: verdriet; Of: toornigheid, onlust of moedeloosheid.

die wetenschap Dat is, die veel weten wil, die heeft ook veel bekommernis.

Hertaald: die wetenschap Dat is: wie veel wil weten, heeft ook veel bekommering.

vermeerdert Hebr. toevoegt, of toedoet.

Hertaald: vermeerdert Hebreeuws: toevoegt of toedoet.

smart Of, pijn, kwaal, bekommernis.

Hertaald: smart Of: pijn, kwaal, bekommering.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De Prediker (de zoon van David, koning te Jeruzalem)  — Wie er in dit boek spreekt, en in welke hoedanigheid hij dat doet (Pred. 1:1)

Het boek opent met een opschrift: "De woorden van den prediker, den zoon van David, den koning te Jeruzalem" (Pred. 1:1). Hij noemt zichzelf verderop nog eenmaal zo: "Ik, prediker, was koning over Israel te Jeruzalem" (Pred. 1:12). Een eigennaam valt er niet; wat er valt is een ambt. Het Hebreeuwse woord dat met prediker vertaald is, wijst op iemand die een vergadering bijeenroept en toespreekt. Aan het slot wordt zijn werkwijze beschreven. Hij was wijs, leerde het volk kennis, onderzocht, en stelde vele spreuken in orde (Pred. 12:9). Hij zocht aangename woorden, en van het geschrevene wordt gezegd dat het recht is en woorden der waarheid (Pred. 12:10). Daarna volgt het vers dat zegt waar die woorden vandaan komen: "De woorden der wijzen zijn gelijk prikkelen, en gelijk nagelen, diep ingeslagen van de meesters der verzamelingen, die gegeven zijn van den enigen Herder" (Pred. 12:11).

Bijbelse betekenis: Twee dingen liggen hierin, en beide bepalen hoe dit boek gelezen wordt. Het eerste is dat wat volgt geen dagboek is maar prediking. De spreker roept een gemeente bijeen; hij denkt niet hardop voor zichzelf. Dat is van belang bij de donkere gedeelten: zij staan er om gehoord te worden, en zij lopen op iets uit. Het tweede is de aanduiding zoon van David en koning te Jeruzalem. De kerk heeft hierin van oudsher Salomo herkend, en het boek zelf wijst die kant op: de rijkdom, de bouwwerken en de wijsheid die in Pred. 2:4-9 beschreven worden, passen bij niemand anders in Israëls geschiedenis. Het boek noemt zijn naam echter niet, en het register gaat daarin niet verder dan de tekst. Wat de tekst wél uitdrukkelijk zegt, staat in Pred. 12:11: deze woorden zijn gegeven van de enige Herder. Zij zijn dus geen levenswijsheid van een teleurgestelde koning, maar Woord van God.

Typologie: De Heere Jezus noemt Salomo bij name, en Hij zegt er over de koningin van het zuiden bij hoe de verhouding ligt: "zij is gekomen van de einden der aarde, om te horen, de wijsheid van Salomo; en ziet, meer dan Salomo is hier!" (Matt. 12:42). En de enige Herder van Pred. 12:11 heeft Zichzelf in het Evangelie bekendgemaakt: "Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen" (Joh. 10:11).

Pred. 1:1; Pred. 1:12; Pred. 2:4-9; Pred. 12:9-11; Matt. 12:42; Joh. 10:11

IJdelheid der ijdelheden  — het kernwoord waarmee dit boek opent en sluit, en wat het wel en niet betekent (Pred. 1:2)

"Ijdelheid der ijdelheden, zegt de prediker; ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid" (Pred. 1:2). De vorm ijdelheid der ijdelheden is een Hebreeuwse manier om de hoogste graad aan te geven, zoals ook het heilige der heiligen gevormd is. Het woord dat met ijdelheid vertaald is, betekent letterlijk damp of adem: iets wat er werkelijk is, maar wat niet vast te houden valt. Het staat dus niet in de eerste plaats voor zinloos maar voor vluchtig. Meteen daarna volgt de vraag die het hele boek doortrekt: "Wat voordeel heeft de mens van al zijn arbeid, dien hij arbeidt onder de zon?" (Pred. 1:3).

Bijbelse betekenis: Er wordt hier niet gezegd dat het leven waardeloos is. Er wordt gezegd dat alles waar een mens zijn hand op legt, tussen zijn vingers door glipt. Wie damp probeert vast te pakken, houdt niets over, en dat is niet het gevolg van pech maar van de aard van de zaak. Merk op dat de prediker dit vaststelt en niet klaagt over anderen; hij heeft het over zijn eigen arbeid. En let op de vraag naar het voordeel. Het woord dat met voordeel vertaald is, hoort thuis in de handel: het is wat er onder de streep overblijft. Wie zo rekent, komt op nul uit. Dat is de bodem waarop dit boek zijn lezer wil zetten, en niet de conclusie waarbij het eindigt.

Typologie: De psalm gebruikt hetzelfde woord over de mens: "immers is een ieder mens, hoe vast hij staat, enkel ijdelheid" (Ps. 39:6). Paulus zegt dat dit niet toevallig zo is: "het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig" (Rom. 8:20).

Pred. 1:2-3; Ps. 39:6; Rom. 8:20

Onder de zon  — de uitdrukking die aangeeft vanuit welk gezichtspunt dit boek spreekt; wie haar overslaat, leest het verkeerd (Pred. 1:3)

De woorden onder de zon komen in dit boek telkens terug, van de eerste vraag af (Pred. 1:3). Zij worden gebruikt bij het onderzoek: "Ik zag al de werken aan, die onder de zon geschieden" (Pred. 1:14). Zij staan bij de arbeid (Pred. 2:11), bij het onrecht (Pred. 3:16) en bij de onderdrukking (Pred. 4:1). Telkens gaat het om wat een mens ziet binnen de grens van dit leven, zonder dat er van boven iets bij komt. Daarnaast staat in hetzelfde boek een andere uitdrukking, want er wordt ook gesproken over wat God doet en geeft (Pred. 2:24; Pred. 3:14).

Bijbelse betekenis: Dit is de sleutel van het boek. De prediker beschrijft eerlijk wat er te zien is wanneer men het leven neemt zoals het ligt: de kringloop, het vergeten worden, de dood die wijze en dwaas gelijk maakt. Wie die bladzijden leest alsof zij de laatste zijn, wordt wanhopig, en dat is niet de bedoeling. Merk op dat de uitdrukking een grens trekt en geen oordeel velt. Wat onder de zon niet klopt, kan boven de zon wel kloppen, en juist daar wijst dit boek telkens even heen. Let ten slotte op wat dit betekent voor de lezer van vandaag. Wie zijn leven inricht binnen die grens, komt op dezelfde uitkomst uit als de prediker, hoeveel meer hij ook tot zijn beschikking heeft.

Typologie: Paulus wijst de gemeente juist buiten die grens: "Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn" (Kol. 3:2). En daar krijgt de arbeid een ander antwoord dan onder de zon, want dan geldt "dat uw arbeid niet ijdel is in den Heere" (1 Kor. 15:58).

Pred. 1:3; Pred. 1:14; Pred. 2:11; Pred. 2:24; Pred. 3:14; Pred. 3:16; Pred. 4:1; Kol. 3:2; 1 Kor. 15:58

De kringloop der geslachten  — de kringloop van de natuur en van de geslachten, en het vergeten worden dat erbij hoort (Pred. 1:4-11)

"Het ene geslacht gaat, en het andere geslacht komt; maar de aarde staat in der eeuwigheid" (Pred. 1:4). Daarna volgen drie beelden uit de natuur: de zon die opgaat en weer terugkeert naar haar plaats (Pred. 1:5), de wind die rondgaat (Pred. 1:6), en de beken die naar de zee lopen zonder haar te vullen (Pred. 1:7). Alles beweegt en niets komt ergens aan. Zo is het ook met de mens: het oog wordt niet verzadigd met zien en het oor niet vervuld van horen (Pred. 1:8). Dan volgt de bekende slotsom: "zodat er niets nieuws is onder de zon" (Pred. 1:9). En het hoofdstuk eindigt met het vergeten: van de voorgaande dingen is geen gedachtenis, en van wat komt evenmin (Pred. 1:11).

Bijbelse betekenis: De prediker ontkent niet dat er uitvindingen zijn. Hij zegt dat er onder de zon niets werkelijk nieuws gebeurt met de mens zelf: hij wordt geboren, werkt, verlangt, sterft en wordt vergeten, en de volgende begint van voren af aan. Merk op hoe zwaar het vergeten weegt (Pred. 1:11). Wie zijn leven zin geeft door de herinnering die hij achterlaat, bouwt volgens dit hoofdstuk op zand. Let ook op Pred. 1:8. Het oog en het oor krijgen nooit genoeg, en dus lost meer zien en meer horen niets op. Dat is een scherpe waarschuwing in een tijd waarin er altijd nog iets te zien valt.

Typologie: De Schrift zet daar het werkelijk nieuwe tegenover, en dat komt niet van onder de zon maar van boven: God kondigt aan dat Hij alle dingen nieuw maakt (Op. 21:5).

Pred. 1:4-11; Op. 21:5

Het verdriet van de wijsheid  — de prediker onderzoekt met wijsheid alles wat er gebeurt, en zegt wat dat onderzoek hem kost (Pred. 1:12-18)

"Ik, prediker, was koning over Israel te Jeruzalem" (Pred. 1:12). Hij begaf zijn hart om met wijsheid te onderzoeken wat er onder de hemel geschiedt, en noemt dat een moeilijke bezigheid die God de mensen gegeven heeft (Pred. 1:13). De uitkomst van dat onderzoek is kort: het was al ijdelheid en kwelling van de geest (Pred. 1:14). Daarbij staat een nuchtere vaststelling: "Het kromme kan niet recht gemaakt worden; en hetgeen ontbreekt, kan niet geteld worden" (Pred. 1:15). En het hoofdstuk sluit met de prijs van het weten: "Want in veel wijsheid is veel verdriet; en die wetenschap vermeerdert, vermeerdert smart" (Pred. 1:18).

Bijbelse betekenis: Hier wordt iets gezegd wat men in een wijsheidsboek niet verwacht. Wijsheid is goed, en toch doet zij pijn: wie meer ziet, ziet ook meer wat er misgaat. Wie weinig begrijpt, heeft daar minder last van. Merk op dat dit geen aanbeveling van onwetendheid is. De prediker gaat door met onderzoeken, en het boek zelf is er de vrucht van. Let ook op Pred. 1:15. Er zijn dingen die een mens niet kan rechtzetten, hoe wijs hij ook is, en hoe eerder hij dat weet, hoe minder hij zich kapot werkt aan het onmogelijke. Dat is geen berusting maar bescheidenheid over wat in eigen hand ligt.

Typologie: Paulus komt langs een andere weg bij dezelfde grens: hij noemt de wijsheid van de wereld dwaasheid bij God (1 Kor. 3:19), en hij belijdt dat wij hier ten dele kennen (1 Kor. 13:12).

Pred. 1:12-18; 1 Kor. 3:19; 1 Kor. 13:12

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Prediker 1

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content