Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Openbaring 6

1 En ik zag, toen het Lam een van de zegelen geopend had, en ik hoorde een uit de vier dieren zeggen, als een stem van een donderslag: Kom en zie!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En ik zagG1492, toen het LamG721 een van de zegelenG4973 geopendG455 had, enG2532 ik hoordeG191 eenG1520 uitG1537 de vierG5064 dierenG2226 zeggenG3004, alsG5613 een stemG5456 van een donderslagG1027: KomG2064 enG2532 zieG991! En ik zag, toen het Lam een van de zegelen geopend had, en ik hoorde een uit de vier dieren zeggen, als een stem van een donderslag: Kom en zie!

Ook in dit vers uit/metG1537

KJV And1 I saw when3 the Lamb6 opened4 one of8 the seals,10 and11 I heard,12 as it were19 the noise20 of thunder,21 one7 of14 the four16 beasts17 saying,18 Come22 and23 see.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειδον G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 4 ηνοιξεν G455 geopend, open, openen open 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αρνιον G721 Lam, Lams, lammeren lamb 7 μιαν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 8 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 σφραγιδων G4973 zegel, zegelen seal 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ηκουσα G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 13 ενος G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 14 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 15 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 τεσσαρων G5064 vier four 17 ζωων G2226 dieren beast 18 λεγοντος G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 19 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 20 φωνης G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 21 βροντης G1027 donderslagen, donderslag, donders thunder(-ing) 22 ερχου G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 βλεπε G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En ik zag, en ziet, een wit paard, en Die daarop zat, had een boog; en Hem is een kroon gegeven, en Hij ging uit overwinnende, en opdat Hij overwonne!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En ik zagG1492, en zietG3708, een witG3022 paardG2462, enG2532 Die daarop zat, hadG2192 een boogG5115; en Hem is een kroonG4735 gegevenG1325, enG2532 Hij ging uit overwinnendeG3528, enG2532 opdatG2443 Hij overwonneG3528! En ik zag, en ziet, een wit paard, en Die daarop zat, had een boog; en Hem is een kroon gegeven, en Hij ging uit overwinnende, en opdat Hij overwonne!

KJV And1 I saw, and3 behold a white6 horse:5 and7 he that sat9 on10 him11 had12 a bow;13 and14 a crown17 was given15 unto him:16 and18 he went forth19 conquering,20 and21 to22 conquer.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειδον G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 5 ιππος G2462 paarden, paard horse 6 λευκος G3022 witte, wit, witten white 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 καθημενος G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 10 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 11 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 13 τοξον G5115 boog bow 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 εδοθη G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 16 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 στεφανος G4735 kroon, kronen, doornenkroon crown 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 20 νικων G3528 overwint, overwonnen, overwinnen conquer, overcome, prevail, get the victory 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 23 νικηση G3528 overwint, overwonnen, overwinnen conquer, overcome, prevail, get the victory

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En toen Het het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En toen Het het tweedeG1208 zegelG4973 geopendG455 had, hoordeG191 ik het tweedeG1208 dier zeggenG3004: KomG2064 enG2532 zieG991! En toen Het het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie!

KJV And1 when2 he had opened3 the second5 seal,6 I heard7 the second9 beast10 say,11 Come12 and13 see.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 3 ηνοιξεν G455 geopend, open, openen open 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 δευτεραν G1208 tweede, tweeden, tweeden male afterward, again, second(-arily, time) 6 σφραγιδα G4973 zegel, zegelen seal 7 ηκουσα G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 δευτερου G1208 tweede, tweeden, tweeden male afterward, again, second(-arily, time) 10 ζωου G2226 dieren beast 11 λεγοντος G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 ερχου G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 βλεπε G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En een ander paard ging uit, dat rood was; en dien, die daarop zat, werd macht gegeven den vrede te nemen van de aarde; en dat zij elkander zouden doden; en hem werd een groot zwaard gegeven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 EnG2532 een anderG243 paardG2462 ging uit, dat roodG4450 was; enG2532 dien, die daarop zat, werd macht gegevenG1325 den vredeG1515 te nemenG2983 vanG575 de aardeG1093; enG2532 datG2443 zij elkanderG240 zouden dodenG4969; enG2532 hem werd een grootG3173 zwaardG3162 gegevenG1325. En een ander paard ging uit, dat rood was; en dien, die daarop zat, werd macht gegeven den vrede te nemen van de aarde; en dat zij elkander zouden doden; en hem werd een groot zwaard gegeven.

KJV And1 there went out2 another3 horse4 that was red:5 and6 power was given11 to him10 that sat8 thereon9 to take13 peace15 from16 the earth,18 and19 that20 they should kill22 one another:21 and23 there was given24 unto him12 a great27 sword.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 3 αλλος G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 4 ιππος G2462 paarden, paard horse 5 πυρρος G4450 rode, rood red 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 καθημενω G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 9 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 10 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 εδοθη G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 12 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 λαβειν G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 14 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ειρηνην G1515 vrede, vredes, Vrede one, peace, quietness, rest, + set at one again 16 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 17 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 21 αλληλους G240 elkander, ander, onderlinge each other, mutual, one another, (the other), (them-, your-)selves, (selves) together (sometimes with G3326 (μετά) or G4314 (πρός)) 22 σφαξωσιν G4969 geslacht, doden, dood kill, slay, wound 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 εδοθη G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 25 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 26 μαχαιρα G3162 zwaard, zwaarden, zwaards sword 27 μεγαλη G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En toen Het het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag, en ziet, een zwart paard, en die daarop zat, had een weegschaal in zijn hand.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En toen Het het derdeG5154 zegelG4973 geopendG455 had, hoordeG191 ik het derdeG5154 dier zeggenG3004: KomG2064 enG2532 zieG991! EnG2532 ik zagG1492, enG2532 zietG3708, een zwartG3189 paardG2462, enG2532 die daarop zat, hadG2192 een weegschaalG2218 inG1722 zijn handG5495. En toen Het het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag, en ziet, een zwart paard, en die daarop zat, had een weegschaal in zijn hand.

KJV And1 when2 he had opened3 the third5 seal,6 I heard7 the third9 beast10 say,11 Come12 and13 see.14 And15 I beheld, and17 lo a black20 horse;19 and21 he that sat23 on24 him25 had26 a pair of balances27 in28 his31 hand.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 3 ηνοιξεν G455 geopend, open, openen open 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 τριτην G5154 derde, derden third(-ly) 6 σφραγιδα G4973 zegel, zegelen seal 7 ηκουσα G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 τριτου G5154 derde, derden third(-ly) 10 ζωου G2226 dieren beast 11 λεγοντος G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 ερχου G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 βλεπε G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 ειδον G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 19 ιππος G2462 paarden, paard horse 20 μελας G3189 zwart black 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 καθημενος G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 24 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 25 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 26 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 27 ζυγον G2218 juk, weegschaal pair of balances, yoke 28 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 29 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 χειρι G5495 handen, hand hand 31 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En ik hoorde een stem in het midden van de vier dieren, die zeide: Een maatje tarwe voor een penning, en drie maatjes gerst voor een penning; en beschadig de olie en den wijn niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 EnG2532 ik hoordeG191 een stemG5456 inG1722 het middenG3319 van de vierG5064 dierenG2226, die zeideG3004: Een maatjeG5518 tarweG4621 voor een penningG1220, enG2532 drieG5140 maatjesG5518 gerstG2915 voor een penningG1220; enG2532 beschadigG91 de olieG1637 enG2532 den wijnG3631 nietG3361. En ik hoorde een stem in het midden van de vier dieren, die zeide: Een maatje tarwe voor een penning, en drie maatjes gerst voor een penning; en beschadig de olie en den wijn niet.

KJV And1 I heard2 a voice3 in4 the midst5 of the four7 beasts8 say,9 A measure10 of wheat11 for a penny,12 and13 three14 measures15 of barley16 for a penny;17 and18 see thou hurt25 not24 the oil20 and21 the wine.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηκουσα G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 3 φωνην G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 μεσω G3319 midden, middernacht among, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 τεσσαρων G5064 vier four 8 ζωων G2226 dieren beast 9 λεγουσαν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 χοινιξ G5518 maatje, maatjes measure 11 σιτου G4621 tarwe, koren corn, wheat 12 δηναριου G1220 penning, penningen pence, penny(-worth) 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 τρεις G5140 drie, Drie three 15 χοινικες G5518 maatje, maatjes measure 16 κριθης G2915 gerst barley 17 δηναριου G1220 penning, penningen pence, penny(-worth) 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ελαιον G1637 olie oil 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 οινον G3631 wijn, wijns wine 24 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 25 αδικησης G91 onrecht, beschadigen, ongelijk hurt, injure, be an offender, be unjust, (do, suffer, take) wrong
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En toen Het het vierde zegel geopend had, hoorde ik een stem van het vierde dier, die zeide: Kom en zie!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En toen Het het vierdeG5067 zegelG4973 geopendG455 had, hoordeG191 ik een stemG5456 van het vierdeG5067 dier, die zeideG3004: KomG2064 enG2532 zieG991! En toen Het het vierde zegel geopend had, hoorde ik een stem van het vierde dier, die zeide: Kom en zie!

KJV And1 when2 he had opened3 the fourth7 seal,5 I heard8 the voice9 of the fourth11 beast12 say,13 Come14 and15 see.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 3 ηνοιξεν G455 geopend, open, openen open 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 σφραγιδα G4973 zegel, zegelen seal 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 τεταρτην G5067 vierde, vier four(-th) 8 ηκουσα G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 9 φωνην G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 τεταρτου G5067 vierde, vier four(-th) 12 ζωου G2226 dieren beast 13 λεγουσαν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 ερχου G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 βλεπε G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En ik zag, en ziet, een vaal paard, en die daarop zat, zijn naam was de dood; en de hel volgde hem na. En hun werd macht gegeven om te doden tot het vierde deel der aarde, met zwaard, en met honger, en met den dood, en door de wilde beesten der aarde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En ik zagG1492, en zietG3708, een vaalG5515 paardG2462, enG2532 die daarop zat, zijn naamG3686 was de doodG2288; enG2532 de helG86 volgdeG190 hemG846 naG3326. EnG2532 hunG846 werd machtG1849 gegevenG1325 om te dodenG615 totG1909 het vierdeG5067 deel der aardeG1093, met zwaardG4501, enG2532 met hongerG3042, enG2532 met den doodG2288, enG2532 door de wilde beestenG2342 der aardeG1093. En ik zag, en ziet, een vaal paard, en die daarop zat, zijn naam was de dood; en de hel volgde hem na. En hun werd macht gegeven om te doden tot het vierde deel der aarde, met zwaard, en met honger, en met den dood, en door de wilde beesten der aarde.

KJV And1 I looked, and3 behold a pale6 horse:5 and7 his11 name12 that sat9 on10 him13 was Death,15 and16 Hell18 followed19 with20 him.21 And22 power25 was given23 unto them24 over27 the fourth part29 of the earth,31 to kill26 with32 sword,33 and34 with35 hunger,36 and37 with38 death,39 and40 with41 the beasts43 of the earth.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειδον G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 5 ιππος G2462 paarden, paard horse 6 χλωρος G5515 groene, groente, vaal green, pale 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 καθημενος G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 10 επανω G1883 boven, op above, more than, (up-)on, over 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 13 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 θανατος G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 αδης G86 hel grave, hell 19 ακολουθει G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 20 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 21 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 εδοθη G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 24 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 25 εξουσια G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 26 αποκτειναι G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 27 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 28 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 τεταρτον G5067 vierde, vier four(-th) 30 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 31 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 32 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 33 ρομφαια G4501 zwaard sword 34 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 35 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 36 λιμω G3042 honger, hongersnood, hongersnoden dearth, famine, hunger 37 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 38 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 39 θανατω G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 40 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 41 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 42 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 43 θηριων G2342 beest, wilde, beesten (venomous, wild) beast 44 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 45 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En toen Het het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen dergenen, die gedood waren om het Woord Gods, en om de getuigenis, die zij hadden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En toen Het het vijfdeG3991 zegelG4973 geopendG455 had, zagG1492 ik onder het altaarG2379 de zielenG5590 dergenen, die gedood waren omG1223 het WoordG3056 GodsG2316, enG2532 omG1223 de getuigenisG3141, dieG3739 zij haddenG2192. En toen Het het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen dergenen, die gedood waren om het Woord Gods, en om de getuigenis, die zij hadden.

KJV And1 when2 he had opened3 the fifth5 seal,6 I saw under8 the altar10 the souls12 of them that were slain14 for15 the word17 of God,19 and20 for21 the testimony23 which24 they held:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 3 ηνοιξεν G455 geopend, open, openen open 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πεμπτην G3991 vijfde fifth 6 σφραγιδα G4973 zegel, zegelen seal 7 ειδον G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 8 υποκατω G5270 onder under 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 θυσιαστηριου G2379 altaar, altaars, altaren altar 11 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ψυχας G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 13 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 εσφαγμενων G4969 geslacht, doden, dood kill, slay, wound 15 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 16 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 22 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 μαρτυριαν G3141 getuigenis, getuigenissen record, report, testimony, witness 24 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 25 ειχον G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En zij riepen met grote stem, zeggende: Hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet van degenen, die op de aarde wonen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 EnG2532 zij riepenG2896 met groteG3173 stemG5456, zeggendeG3004: HoelangG2193, o heiligeG40 enG2532 waarachtigeG228 HeerserG1203, oordeeltG2919 enG2532 wreektG1556 Gij ons bloedG129 nietG3756 vanG575 degenen, die opG1909 de aardeG1093 wonenG2730? En zij riepen met grote stem, zeggende: Hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet van degenen, die op de aarde wonen?

KJV And1 they cried2 with a loud4 voice,3 saying,5 How6 long,7 O Lord,9 holy11 and12 true,14 dost thou16 not15 judge and17 avenge18 our blood20 on22 them that dwell24 on25 the earth?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εκραζον G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 3 φωνη G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 4 μεγαλη G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 5 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 7 ποτε G4219 wanneer?, hoe lang? + how long, when 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 δεσποτης G1203 heren, Heere, Heerser Lord, master 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 αγιος G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αληθινος G228 waarachtig, waarachtige, ware true 15 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 κρινεις G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 εκδικεις G1556 recht, Wreekt, gewroken a (re-)venge 19 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 αιμα G129 bloed, bloeds, bloede blood 21 ημων G1473 mij, ik I, me 22 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 23 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 κατοικουντων G2730 wonen, woont, woonden dwell(-er), inhabitant(-ter) 25 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 26 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En aan een iegelijk werden lange witte klederen gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een kleinen tijd rusten zouden, totdat ook hun mededienstknechten en hun broeders zouden vervuld zijn, die gedood zouden worden, gelijk als zij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En aan een iegelijkG1538 werden lange witteG3022 klederenG4749 gegevenG1325, enG2532 hun werd gezegdG4483, dat zijG846 nogG2089 een kleinenG3398 tijdG5550 rustenG373 zouden, totdat ook hun mededienstknechtenG4889 enG2532 hun broedersG80 zouden vervuldG4137 zijn, dieG3739 gedoodG615 zouden worden, gelijk als zij. En aan een iegelijk werden lange witte klederen gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een kleinen tijd rusten zouden, totdat ook hun mededienstknechten en hun broeders zouden vervuld zijn, die gedood zouden worden, gelijk als zij.

KJV And1 white5 robes4 were given2 unto every one of them;3 and6 it was said unto them,8 that9 they should rest10 yet11 for a little13 season,12 until14 their20 fellowservants19 also17 and21 their24 brethren,23 that should26 be killed27 as28 they30 were, should15 be fulfilled.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εδοθησαν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 3 εκαστοις G1538 iegelijk, elk, iegelijks any, both, each (one), every (man, one, woman), particularly 4 στολαι G4749 lange klederen, klederen, kleed long clothing (garment), (long) robe 5 λευκαι G3022 witte, wit, witten white 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ερρεθη G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 8 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 10 αναπαυσωνται G373 rust, verkwikt, rusten take ease, refresh, (give, take) rest 11 ετι G2089 nog, verder after that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet 12 χρονον G5550 tijd, tijden, tijds + years old, season, space, (X often-)time(-s), (a) while 13 μικρον G3398 kleinen, klein, minste least, less, little, small 14 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 15 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 16 πληρωσονται G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 συνδουλοι G4889 mededienstknecht, mededienstknechten fellowservant 20 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 24 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 25 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 μελλοντες G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 27 αποκτεινεσθαι G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 28 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 29 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 30 αυτοι G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En ik zag, toen Het het zesde zegel geopend had, en ziet, er werd een grote aardbeving; en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En ik zagG1492, toen Het het zesdeG1623 zegelG4973 geopendG455 had, enG2532 zietG3708, er werd een groteG3173 aardbevingG4578; enG2532 de zonG2246 werdG1096 zwartG3189 alsG5613 een harenG5155 zakG4526, enG2532 de maanG4582 werdG1096 alsG5613 bloedG129. En ik zag, toen Het het zesde zegel geopend had, en ziet, er werd een grote aardbeving; en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed.

KJV And1 I beheld when3 he had opened4 the sixth8 seal,6 and,9 lo, there was13 a great12 earthquake;11 and14 the sun16 became17 black18 as19 sackcloth20 of hair,21 and22 the moon24 became25 as26 blood;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειδον G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 4 ηνοιξεν G455 geopend, open, openen open 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 σφραγιδα G4973 zegel, zegelen seal 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 εκτην G1623 zesde, zesden sixth 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 11 σεισμος G4578 aardbeving, aardbevingen, onstuimigheid earthquake, tempest 12 μεγας G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 13 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ηλιος G2246 zon + east, sun 17 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 18 μελας G3189 zwart black 19 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 20 σακκος G4526 zak, zakken sackcloth 21 τριχινος G5155 haren of hair 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 σεληνη G4582 maan moon 25 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 26 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 27 αιμα G129 bloed, bloeds, bloede blood

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn onrijpe vijgen afwerpt, als hij van een groten wind geschud wordt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 EnG2532 de sterrenG792 des hemelsG3772 vielenG4098 opG1519 de aardeG1093, gelijkG5613 een vijgeboomG4808 zijn onrijpe vijgenG3653 afwerptG906, als hijG846 vanG5259 een grotenG3173 windG417 geschudG4579 wordt. En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn onrijpe vijgen afwerpt, als hij van een groten wind geschud wordt.

KJV And1 the stars3 of heaven5 fell6 unto7 the earth,9 even as10 a fig tree11 casteth12 her15 untimely figs,14 when she is shaken19 of16 a mighty17 wind.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 αστερες G792 sterren, ster star 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 6 επεσαν G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 10 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 11 συκη G4808 vijgeboom fig tree 12 βαλλει G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 13 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ολυνθους G3653 onrijpe vijgen untimely fig 15 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 17 μεγαλου G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 18 ανεμου G417 wind, winden wind 19 σειομενη G4579 beefde, beroerd, bewegen move, quake, shake
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En de hemel is weggeweken, als een boek, dat toegerold wordt; en alle bergen en eilanden zijn bewogen uit hun plaatsen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 EnG2532 de hemelG3772 is weggewekenG673, alsG5613 een boekG975, dat toegeroldG1507 wordt; enG2532 alleG3956 bergenG3735 enG2532 eilandenG3520 zijn bewogenG2795 uitG1537 hunG846 plaatsenG5117. En de hemel is weggeweken, als een boek, dat toegerold wordt; en alle bergen en eilanden zijn bewogen uit hun plaatsen.

KJV And1 the heaven2 departed3 as4 a scroll5 when it is rolled together;6 and7 every8 mountain9 and10 island11 were moved16 out of12 their15 places.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ουρανος G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 3 απεχωρισθη G673 gescheiden, weggeweken depart (asunder) 4 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 5 βιβλιον G975 boek, boeken, boeks bill, book, scroll, writing 6 ειλισσομενον G1507 toegerold roll together 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 παν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 9 ορος G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 νησος G3520 eiland, eilanden island, isle 12 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 13 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 τοπων G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 15 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 εκινηθησαν G2795 schuddende, bewegen, bewogen (re-)move(-r), way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En de koningen der aarde, en de groten, en de rijken, en de oversten over duizend, en de machtigen, en alle dienstknechten, en alle vrijen, verborgen zichzelven in de spelonken, en in de steenrotsen der bergen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En de koningenG935 der aardeG1093, enG2532 de groten, enG2532 de rijkenG4145, enG2532 de overstenG5506 over duizend, enG2532 de machtigenG1415, enG2532 alleG3956 dienstknechtenG1401, enG2532 alleG3956 vrijenG1658, verborgenG2928 zichzelvenG1438 inG1519 de spelonkenG4693, enG2532 inG1519 de steenrotsenG4073 der bergenG3735; En de koningen der aarde, en de groten, en de rijken, en de oversten over duizend, en de machtigen, en alle dienstknechten, en alle vrijen, verborgen zichzelven in de spelonken, en in de steenrotsen der bergen;

KJV And1 the kings3 of the earth,5 and6 the great men,8 and9 the rich men,11 and12 the chief captains,14 and15 the mighty men,17 and18 every19 bondman,20 and21 every22 free man,23 hid24 themselves25 in26 the dens28 and29 in30 the rocks32 of the mountains;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 βασιλεις G935 koning, Koning, koningen king 4 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 μεγιστανες G3175 great men, lords 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πλουσιοι G4145 rijk, rijken, rijke rich 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 χιλιαρχοι G5506 overste, oversten duizend, overste duizend (chief, high) captain 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 δυνατοι G1415 machtig, mogelijk, krachtig able, could, (that is) mighty (man), possible, power, strong 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 20 δουλος G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 23 ελευθερος G1658 vrij, vrije, vrijen free (man, woman), at liberty 24 εκρυψαν G2928 verborgen, verborg, bedekt hide (self), keep secret, secret(-ly) 25 εαυτους G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 26 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 27 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 σπηλαια G4693 kuil, spelonken, spelonk cave, den 29 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 30 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 31 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 32 πετρας G4073 steenrots, steenrotsen, rots rock 33 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 34 ορεων G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En zeiden tot de bergen en tot de steenrotsen: Valt op ons, en verbergt ons van het aangezicht Desgenen, Die op den troon zit, en van den toorn des Lams.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 EnG2532 zeidenG3004 tot de bergenG3735 enG2532 tot de steenrotsenG4073: ValtG4098 opG1909 ons, enG2532 verbergtG2928 ons vanG575 het aangezichtG4383 Desgenen, Die opG1909 den troonG2362 zitG2521, enG2532 vanG575 den toornG3709 des LamsG721. En zeiden tot de bergen en tot de steenrotsen: Valt op ons, en verbergt ons van het aangezicht Desgenen, Die op den troon zit, en van den toorn des Lams.

KJV And1 said2 to the mountains4 and5 rocks,7 Fall8 on9 us, and11 hide12 us from14 the face15 of him that sitteth17 on18 the throne,20 and21 from22 the wrath24 of the Lamb:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ορεσιν G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πετραις G4073 steenrots, steenrotsen, rots rock 8 πεσετε G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 9 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 10 ημας G1473 mij, ik I, me 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 κρυψατε G2928 verborgen, verborg, bedekt hide (self), keep secret, secret(-ly) 13 ημας G1473 mij, ik I, me 14 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 15 προσωπου G4383 aangezicht, aangezichten, aangezichts (outward) appearance, X before, countenance, face, fashion, (men's) person, presence 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 καθημενου G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 18 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 θρονου G2362 troon, tronen, troons seat, throne 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 23 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 οργης G3709 toorn, toorns, gramschap anger, indignation, vengeance, wrath 25 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 αρνιου G721 Lam, Lams, lammeren lamb
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Want de grote dag Zijns toorns is gekomen, en wie kan bestaan?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 WantG3754 de groteG3173 dagG2250 Zijns toornsG3709 is gekomenG2064, enG2532 wieG5101 kanG1410 bestaanG2476? Want de grote dag Zijns toorns is gekomen, en wie kan bestaan?

KJV For1 the great6 day4 of his9 wrath8 is come;2 and10 who11 shall be able12 to stand?

1 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 2 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 5 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μεγαλη G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 7 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 οργης G3709 toorn, toorns, gramschap anger, indignation, vengeance, wrath 9 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 12 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 13 σταθηναι G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Openbaring 6:1 Openbaring 14:2 Openbaring 19:6 Openbaring 6:7 Openbaring 5:5 Openbaring 5:1 Openbaring 6:5 Handelingen 4:20 Openbaring 11:19
Openbaring 6:2 Openbaring 14:14 Openbaring 19:11 Zacharia 6:3 Zacharia 1:8 1 Korinthe 15:55 Mattheüs 28:18 Romeinen 15:18 Zacharia 6:11
Openbaring 6:3 Openbaring 4:7 Openbaring 6:1
Openbaring 6:4 Zacharia 6:2 Zacharia 1:8 Mattheüs 10:34 Openbaring 17:3 Ezechiël 29:18 Openbaring 12:3 Johannes 19:11 Daniël 2:37
Openbaring 6:5 Zacharia 6:2 Ezechiël 4:16 Zacharia 6:6 Leviticus 26:26 Openbaring 4:6 Ezechiël 4:10 Openbaring 6:1 Klaagliederen 5:10
Openbaring 6:6 Openbaring 9:4 Openbaring 4:6 Psalmen 76:10 Openbaring 7:3
Openbaring 6:7 Openbaring 4:7 Openbaring 6:3 Openbaring 6:1 Openbaring 6:5
Openbaring 6:8 Hosea 13:14 Zacharia 6:3 Jeremia 15:2 Openbaring 9:18 Jeremia 43:11 Ezechiël 5:12 1 Korinthe 15:55 Jesaja 25:8
Openbaring 6:9 Openbaring 20:4 Openbaring 14:18 Openbaring 1:9 Johannes 16:2 Openbaring 16:7 Leviticus 4:7 Openbaring 11:3 Openbaring 19:10
Openbaring 6:10 Openbaring 19:2 Openbaring 3:7 Zacharia 1:12 2 Thessalonicenzen 1:6 Openbaring 16:5 Lukas 21:22 Romeinen 12:19 Openbaring 15:3
Openbaring 6:11 Openbaring 7:9 Hebreeën 11:40 Openbaring 7:14 Openbaring 14:13 Jesaja 26:20 Openbaring 3:4 Openbaring 13:15 Johannes 16:2
Openbaring 6:12 Mattheüs 24:29 Joël 2:10 Handelingen 2:19 Joël 3:15 Joël 2:30 Markus 13:24 Openbaring 11:13 Openbaring 16:18
Openbaring 6:13 Openbaring 9:1 Mattheüs 24:29 Jesaja 34:4 Nahum 3:12 Daniël 8:10 Jesaja 7:2 Jesaja 33:9 Lukas 21:25
Openbaring 6:14 Openbaring 16:20 Jesaja 34:4 2 Petrus 3:10 Psalmen 102:26 Jeremia 4:23 Jesaja 2:14 Hebreeën 1:11 Openbaring 21:1
Openbaring 6:15 Jesaja 2:19 Jesaja 2:10 Jesaja 2:21 Jesaja 24:21 1 Samuël 13:6 Micha 7:17 Psalmen 49:1 Jozua 10:16
Openbaring 6:16 Lukas 23:30 Hosea 10:8 Openbaring 4:9 Openbaring 4:2 Openbaring 4:5 Openbaring 19:15 Zacharia 1:14 Openbaring 6:10
Openbaring 6:17 Psalmen 76:7 Joël 2:31 Joël 2:11 Openbaring 16:14 Jeremia 30:7 Maleachi 3:2 Jesaja 13:6 Judas 1:6
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Openbaring 6 vers 1

toen het Lam Grieks hote; dat is, toen, waarvoor anderen lezen hori; dat is, dat, en past de zin dan ook wel.

Hertaald: toen het Lam Grieks: hote, dat is: toen. Anderen lezen daarvoor hoti, dat is: dat; en dan past de betekenis ook wel.

één van de zegelen geopend had, Dat is, het eerste van de zegelen, gelijk terstond daarna een uit de dieren; dat is, het eerste, gelijk blijkt uit vs.3, 5, 7; ene Hebreeuwse wijze van spreken; zie Gen. 1:5; Matt. 28:1.

Hertaald: één van de zegelen geopend had, Dat is: het eerste van de zegels, zoals meteen daarna een uit de dieren, dat is: het eerste, zoals blijkt uit vers 3, 5 en 7. Dit is een Hebreeuwse manier van spreken; zie Gen. 1:5; Matth. 28:1.

Kom en zie Gelijk een van de vier en twintig ouderlingen, Openb. 5:5, den apostel vertroost heeft, als hij weende, omdat niemand werd gevonden, die dit boek met zijn zegelen kon openen, zo komt nu een ander van de vier dieren, en vermaant den apostel tot naarstige opmerking van hetgeen na de opening der zegelen zal volgen, gelijk ook de andere drie elk op hun beurt zullen doen; opdat alles met orde en vrucht in deze verschijningen, die hier in de hemelen worden vertoond, mocht voortgaan.

Hertaald: Kom en zie Zoals een van de vierentwintig ouderlingen de apostel getroost heeft in Openb. 5:5 toen hij weende omdat er niemand gevonden werd die dit boek met zijn zegels kon openen, zo komt nu een ander van de vier dieren en spoort hij de apostel aan tot nauwgezette oplettendheid op wat na het openen van de zegels zal volgen. Dat zullen ook de andere drie ieder op hun beurt doen, opdat alles met orde en met vrucht zou voortgaan in deze verschijningen die hier in de hemel voorgesteld worden.

Openbaring 6 vers 2

En ik zag, en ziet, Sommigen verstaan, bij de gezichten, die op de opening van de vier eerste zegelen volgen, de vier heerschappijen, waarvan Daniël heeft geprofeteerd. Doch dit gevoelen wordt wederlegd uit hetgeen in Openb. 1:1, en Openb. 4:1, is gezegd, namelijk dat hier vertoond worden dingen die na dezen geschieden moesten, niet dan zodanige dingen die nu lang tevoren geschied waren. Die het nu van toekomende dingen verklaren, zijn ook van tweeërlei mening. Eenigen verstaan door de verschijningen die op de opening dezer zegelen vertoond worden, de veranderingen en zwarigheden, die het Romeinse rijk, van dezen tijd af tot de tijden van keizer Constantijn toe, die de eerste christen-keizer is geweest, zijn overkomen; zo namelijk, dat het witte paard met zijn overwinnende ruiter Christus zou betekenen, die gelijk hij nu reeds door zijn apostelen had begonnen, zo ook voortaan door andere getrouwe leraars de heidense afgoderij en andere ijdele godsdiensten zou onder den voet brengen, en het Romeinse rijk in dit stuk alzo in een geheel anderen staat herstellen. Het rode paard, de bloedstortingen en

Hertaald: En ik zag, en ziet, Sommigen verstaan onder de gezichten die op het openen van de vier eerste zegels volgen de vier rijken waarover Daniël geprofeteerd heeft. Maar die opvatting wordt weerlegd door wat in Openb. 1:1 en Openb. 4:1 gezegd is, namelijk dat hier dingen voorgesteld worden die na deze tijd moesten gebeuren, en niet dingen die al lang tevoren gebeurd waren. Zij die het van toekomende dingen verklaren, zijn ook van twee meningen. Sommigen verstaan onder de verschijningen die bij het openen van deze zegels voorgesteld worden de veranderingen en moeilijkheden die het Romeinse rijk overkomen zijn van deze tijd af tot de tijden van keizer Constantijn, die de eerste christenkeizer geweest is. Het witte paard met zijn overwinnende ruiter zou dan Christus betekenen, Die, zoals Hij al door Zijn apostelen begonnen was, ook voortaan door andere trouwe leraars de heidense afgodendienst en andere ijdele godsdiensten onder de voet zou brengen en zo het Romeinse rijk in dit opzicht in een geheel andere staat zou herstellen. Het rode paard zou de bloedvergietingen en de

En ik zag, en ziet, burgerlijke tweedracht, die in dit rijk onder verscheidene keizers zouden ontstaan. Het zwarte paard, de hongersnoden en dure tijden, die God tot een straf onder hen tot verscheidene malen heeft gezonden. Het vale paard, de zware pesten en andere vurige ziekten en sterften, die in dit rijk zouden voorkomen; en dat alles vanwege de vervolgingen, die zij tegen de christenen tot tien malen toe hebben verwekt. Waarop na de opening van het vijfde zegel, de zielen der gedode christenen voor God om wraak zouden roepen, die na de opening van het zesde zegel verhoord zijn voor God; na welken Constantijn is verwekt, die de tirannische keizers en vervolgers der gemeente Maxintius, Maximianus, Licinius en andere van huns gelijken heeft ten onder gebracht, den heidensen afgoden al hun aanzien benomen, en al hun dienaars tot de uiterste wanhoop gebracht. Dit gevoelen over dit hoofdstuk komt met de eigenschappen van deze gezichten, en met de geschiedenis van dien tijd, niet kwalijk overeen. Doch aleer hier eigenlijk van Christus, als een Lam dat geslacht is, wordt gesproken, dat met Zijn bloed Zijn gemeente heeft gekocht, en

Hertaald: En ik zag, en ziet, burgerlijke tweedracht betekenen die in dit rijk onder verschillende keizers zouden ontstaan. Het zwarte paard de hongersnoden en dure tijden die God verschillende malen tot een straf onder hen gezonden heeft. Het vale paard de zware pestziekten en andere brandende ziekten en sterfgevallen die in dit rijk zouden voorkomen; en dat alles vanwege de vervolgingen die zij tot tien maal toe tegen de christenen verwekt hebben. Daarop zouden na het openen van het vijfde zegel de zielen van de gedode christenen voor God om wraak roepen; die zijn na het openen van het zesde zegel voor God verhoord. Daarna is Constantijn verwekt, die de tirannieke keizers en vervolgers van de gemeente Maxentius, Maximianus, Licinius en anderen van hun soort ten onder gebracht heeft, die de heidense goden al hun aanzien ontnomen heeft en al hun dienaars tot de uiterste wanhoop gebracht heeft. Deze opvatting over dit hoofdstuk komt niet slecht overeen met de eigenschappen van deze gezichten en met de geschiedenis van die tijd. Maar hier wordt eigenlijk over Christus gesproken als een Lam dat geslacht is en dat met Zijn bloed Zijn gemeente gekocht heeft, en

En ik zag, en ziet, alleen gewag gemaakt wordt van vier dieren en vier en twintig ouderlingen, die alle voorgangers der gemeente van Christus zijn, gelijk in het voorgaande hoofdstuk verklaard is, zo is het wel zo gelofelijk, dat in deze en alle andere komende gezichten, gezien wordt op de veranderingen en zwarigheden, als ook vertroostingen, die de Kerk van Christus al de wereld door zouden overkomen, gelijk in het vervolg zal worden aangetekend.

Hertaald: En ik zag, en ziet, er wordt alleen gewag gemaakt van vier dieren en vierentwintig ouderlingen, die alle voorgangers van de gemeente van Christus zijn, zoals in het voorgaande hoofdstuk verklaard is. Daarom is het minstens zo aannemelijk dat in dit en in alle andere komende gezichten gezien wordt op de veranderingen en moeilijkheden, en ook op de troost, die de kerk van Christus over de hele wereld zouden overkomen, zoals in het vervolg aangetekend zal worden.

een wit paard, en Die Hierdoor wordt de zuivere prediking van het Evangelie verstaan, welke Christus de koning der koningen, die dit paard regeert [gelijk hierna verklaard wordt Openb. 19:11, enz.], door de gehele wereld met de kracht van Zijn Geest, als met Zijn boog, gewapend zijnde, heeft verbreid, en allen tegenstand door Zijn dienaren heeft overwonnen, zo dat Hij, niettegenstaande de vervolgingen van de heidense en andere barbaarse of ketterse koningen in Oosten en Westen daarin de overhand heeft behouden.

Hertaald: een wit paard, en Die Hiermee wordt de zuivere prediking van het Evangelie bedoeld. Christus, de Koning der koningen, Die dit paard regeert — zoals hierna verklaard wordt in Openb. 19:11, enzovoort — heeft die over de hele wereld verbreid, gewapend met de kracht van Zijn Geest als met Zijn boog, en Hij heeft alle tegenstand door Zijn dienaars overwonnen. Zo heeft Hij daarin de overhand behouden, ondanks de vervolgingen van de heidense en andere barbaarse of ketterse koningen in het Oosten en het Westen.

Openbaring 6 vers 4

dat rood was; en dien, Of ros. Grieks vurig rood. Hierdoor wordt geschikt verstaan de satan met zijn instrumenten; namelijk de heidense en Ariaanse keizers en koningen, die de gemeente van Christus met vervolgingen en bloedstortingen hebben vervuld. In welke tijden vele duizenden martelaren de waarheid van de leer van Christus met hun bloed hebben bezegeld, waarvan in vs.9 melding zal worden gemaakt.

Hertaald: dat rood was; en dien, Of: ros. Grieks: vuurrood. Hiermee wordt terecht de satan met zijn werktuigen bedoeld, namelijk de heidense en ariaanse keizers en koningen, die de gemeente van Christus met vervolgingen en bloedvergieten gevuld hebben. In die tijden hebben veel duizenden martelaren de waarheid van de leer van Christus met hun bloed bezegeld; daarvan zal in vers 9 melding gemaakt worden.

doden; en hem werd Grieks slachten.

Hertaald: doden; en hem werd Grieks: slachten.

een groot zwaard gegeven Namelijk om daarmee de rechtzinnige christenen te doden of te onthalzen.

Hertaald: een groot zwaard gegeven Namelijk om daarmee de rechtzinnige christenen te doden of te onthoofden.

Openbaring 6 vers 5

een zwart paard, Hierdoor worden geschikt verstaan de valse leringen en ketterijen, die de satan met zijn instrumenten tegen de zuivere leer van het heilig Evangelie van dezen tijd aan heeft zoeken in te voeren, als daar zijn geweest de Cerinthianen, Ebionieten, Marcionieten, Manicheën, Samosatenianen, Arianen, Pelagianen en dergelijke anderen, die nochtans allen eindelijk door de getrouwe leraars en rechtzinnige synoden ten onder zijn gebracht.

Hertaald: een zwart paard, Hiermee worden terecht de valse leringen en ketterijen bedoeld die de satan met zijn werktuigen van deze tijd af heeft proberen in te voeren tegen de zuivere leer van het heilige Evangelie. Dat zijn de Cerinthianen, Ebionieten, Marcionieten, Manicheeërs, Samosatenianen, arianen, pelagianen en dergelijke anderen geweest, die toch allen ten slotte door de trouwe leraars en de rechtzinnige synoden ten onder gebracht zijn.

een weegschaal in zijn hand Hierdoor verstaan velen de heilige Schrift, die deze ketters wel hebben voorgewend, maar tot hun verderf hebben verkeerd, en naar hun menselijk vernuft hebben willen doen buigen; 2 Petr. 3:16.

Hertaald: een weegschaal in zijn hand Hieronder verstaan velen de Heilige Schrift, die deze ketters wel voorwendden maar tot hun verderf verdraaid hebben en naar hun menselijk verstand hebben willen buigen; 2 Petr. 3:16.

Openbaring 6 vers 6

Een maatje tarwe voor Het Griekse woord Choenix betekent een maat, die een mens nodig had om een dag te kunnen leven, en werd den slaven hun spijs daarmee uitgedeeld.

Hertaald: Een maatje tarwe voor Het Griekse woord choinix duidt een maat aan die een mens nodig had om een dag te kunnen leven; daarmee werd aan de slaven hun voedsel uitgedeeld.

een penning, en drie maatjes gerst Dit was de daghuur van een arbeider, gelijk te zien is Matt. 20:2, Matt. 20:9-10; zodat daarmee geprofeteerd wordt, dat er zulk een duurte van granen zou komen, dat een man, om te kunnen leven, al zijn winst dagelijks daaraan zou moeten besteden. Waar hier nu eigenlijk van geestelijke spijs wordt gesproken, zo wordt hierdoor verstaan, de duurte van Gods zuiver woord, die in enige van deze tijden zou komen door de vervalsing en tirannie van enige dezer ketterijen, en door de slapheid en vreesachtigheid van vele leraars. Zie dergelijke figuurlijke wijze van spreken Am. 8:11.

Hertaald: een penning, en drie maatjes gerst Dit was het dagloon van een arbeider, zoals te zien is in Matth. 20:2, Matth. 20:9-10. Daarmee wordt dus geprofeteerd dat er zulk een duurte van het graan zou komen dat een man om te kunnen leven al zijn dagelijkse verdiensten daaraan zou moeten besteden. Maar omdat hier eigenlijk over geestelijk voedsel gesproken wordt, wordt hiermee de duurte van Gods zuivere Woord bedoeld, die in enkele van deze tijden zou komen door de vervalsing en de tirannie van sommige van deze ketterijen en door de slapheid en de vreesachtigheid van veel leraars. Zie een dergelijke beeldende manier van spreken in Amos 8:11.

beschadig Grieks verongelijkt.

Hertaald: beschadig Grieks: doe geen onrecht aan.

de olie en den wijn niet Hierdoor wordt verstaan de grondleer der zaligheid, die de harten verkwikt en versterkt. En hiermee wordt te kennen gegeven, dat God nochtans altijd enige trouwe leraars, zelfs in deze duurte van Zijn woord zou verwekken, die de grondleer der zaligheid zouden verstaan, en de harten der uitverkorenen daarmee verkwikken en versterken, gelijk de kerkelijke historiën getuigen, dat in de zware tijden ook doorgaans is geschied.

Hertaald: de olie en den wijn niet Hiermee wordt de grondleer van de zaligheid bedoeld, die de harten verkwikt en versterkt. Daarmee wordt te kennen gegeven dat God toch altijd enkele trouwe leraars zou verwekken, zelfs in deze duurte van Zijn Woord, die de grondleer van de zaligheid zouden begrijpen en die de harten van de uitverkorenen daarmee zouden verkwikken en versterken; de kerkelijke geschiedverhalen betuigen dat het in de zware tijden telkens ook gebeurd is.

Openbaring 6 vers 8

een vaal paard, en die daarop zat, Of bleekgroen, gelijk de bladeren zijn die verdorren. Waardoor verstaan worden de menselijke inzettingen en bijgelovigheden, waardoor de aangezichten worden versteld; Matt. 6:16, en de Kerk van Christus van haar gezonde leer allengskens beroofd, en de mensen van Christus' verdiensten tot hun eigene verdiensten, en tot andere middelaars en gronden der zaligheid, en hun verderf, worden vervoerd. Zie Matt. 15:8-9, en Matt. 23:14; Gal. 5:4; Kol. 2:18. Welke superstitiën en menselijke inzettingen na deze ketterijen in de Kerk van Christus zijn ingebroken, en hebben den weg allengskens tot het anti-christendom geopend.

Hertaald: een vaal paard, en die daarop zat, Of: bleekgroen, zoals de bladeren die verdorren. Daarmee worden de menselijke inzettingen en de bijgelovigheden bedoeld, waardoor de gezichten ontsteld worden, Matth. 6:16, en waardoor de kerk van Christus geleidelijk van haar gezonde leer beroofd wordt en de mensen van de verdiensten van Christus tot hun eigen verdiensten en tot andere middelaars en gronden van de zaligheid weggevoerd worden, tot hun verderf. Zie Matth. 15:8-9 en Matth. 23:14; Gal. 5:4; Kol. 2:18. Deze bijgelovigheden en menselijke inzettingen zijn na deze ketterijen in de kerk van Christus ingebroken en hebben geleidelijk de weg naar het antichristendom geopend.

de hel volgde hem na Of het graf.

Hertaald: de hel volgde hem na Of: het graf.

met zwaard, en met honger, Deze vier plagen zijn het, waarmee God de Israelieten dreigt; Ezech. 14:21. Zie ook Lev. 26:22, enz., die hier van de geestelijke plagen, die de satan door de superstitiën de zielen en het geweten der mensen aandoet, kunnen verstaan worden.

Hertaald: met zwaard, en met honger, Dat zijn de vier plagen waarmee God de Israëlieten dreigt; Ezech. 14:21. Zie ook Lev. 26:22, enzovoort. Zij kunnen hier verstaan worden van de geestelijke plagen die de satan door de bijgelovigheden aan de zielen en de gewetens van de mensen aandoet.

Openbaring 6 vers 9

onder het altaar de zielen Namelijk die in het heilige in den tempel des hemels voor den troon Gods stond; gelijk Openb. 8:3, en Openb. 16:17 wordt uitgedrukt. Welk altaar Christus is, Hebr. 13:10; die zo genaamd wordt, omdat onze gebeden Gode niet aangenaam zijn, dan als die in Zijn naam gedaan worden, Joh. 16:23, en door Hem Gode geofferd; Hebr. 13:15. In de tegenwoordigheid van Christus dan, en als onder Zijn schaduw, gelijk David van den tabernakel spreekt, Ps. 27:5, en Johannes hierna, Openb. 7:16-17, hebben zich deze heilige zielen vertoond, welker lichamen tevoren gemarteld waren door de ongelovige Joden, heidenen en valse christenen; en dat deze heilige zielen bij Christus hun woning en troost hebben, blijkt klaarlijk uit 2 Kor. 5:8, en Fil. 1:23, en hierna uit Openb. 7:15-16, enz.

Hertaald: onder het altaar de zielen Namelijk het altaar dat in het heilige in de tempel van de hemel voor de troon van God stond, zoals in Openb. 8:3 en Openb. 16:17 uitgedrukt wordt. Dat altaar is Christus, Hebr. 13:10; Hij wordt zo genoemd omdat onze gebeden God niet aangenaam zijn dan wanneer zij in Zijn naam gedaan worden, Joh. 16:23, en door Hem aan God geofferd worden; Hebr. 13:15. In de aanwezigheid van Christus dus, en als onder Zijn schaduw — zoals David over de tabernakel spreekt, Ps. 27:5, en Johannes hierna in Openb. 7:16-17 — hebben deze heilige zielen zich vertoond, wier lichamen eerder door de ongelovige Joden, heidenen en valse christenen gemarteld waren. Dat deze heilige zielen bij Christus hun woning en hun troost hebben, blijkt duidelijk uit 2 Kor. 5:8 en Filipp. 1:23, en hierna uit Openb. 7:15-16, enzovoort.

gedood waren om het Woord Gods, Grieks geslacht.

Hertaald: gedood waren om het Woord Gods, Grieks: geslacht.

Openbaring 6 vers 10

Hoelang, o heilige en Grieks tot wanneer toe. Dit gebed komt niet voort uit enige wraakgierigheid, maar uit een heiligen ijver, die deze heilige Geesten tot de bevordering van Gods eer, en een begeerte, dat God Zijn rechtvaardigheid en hun goede zaak bekend make onder de mensen, gelijk David ook spreekt tot Saul, 1 Sam. 24:13, en Paulus van een vijand der Kerk van Christus, 2 Tim. 4:14, en wij allen tezamen, als wij bidden: verlos ons van den boze.

Hertaald: Hoelang, o heilige en Grieks: tot wanneer toe. Dit gebed komt niet voort uit enige wraakzucht, maar uit een heilige ijver die deze heilige geesten hebben tot bevordering van Gods eer, en uit een verlangen dat God Zijn rechtvaardigheid en hun goede zaak onder de mensen bekend zou maken. Zo spreekt David ook tegen Saul, 1 Sam. 24:13, en Paulus over een vijand van de kerk van Christus, 2 Tim. 4:14, en wij allen samen wanneer wij bidden: verlos ons van de boze.

Openbaring 6 vers 11

lange witte klederen gegeven, Grieks Stolia; zie de aantekeningen daarvan Marc. 12:38. Namelijk die gewassen en wit gemaakt waren in het bloed des Lams, gelijk betuigd wordt Openb. 7:14; waardoor verstaan wordt de volkomene heiligmaking en overwinning dezer zielen door het bloed van Christus, en ook te kennen gegeven wordt hun heerlijkheid, die zij reeds in den hemel bezitten. Zie 2 Kor. 5:2-3.

Hertaald: lange witte klederen gegeven, Grieks: stolia; zie de aantekeningen daarover bij Mark. 12:38. Namelijk kleren die gewassen en wit gemaakt waren in het bloed van het Lam, zoals betuigd wordt in Openb. 7:14. Daarmee wordt de volkomen heiligmaking en overwinning van deze zielen door het bloed van Christus bedoeld, en ook hun heerlijkheid die zij al in de hemel bezitten. Zie 2 Kor. 5:2-3.

gedood zouden worden, gelijk als zij Namelijk door den antichrist en zijn dienaars, die kort daarna in de Kerk van Christus zouden opstaan, en door hun geestelijke heerschappij de gemeente van Christus verdrukken, en Zijn getrouwe getuigen vervolgen en doden, gelijk de heidenen, Joden en valse christenen tevoren hadden gedaan.

Hertaald: gedood zouden worden, gelijk als zij Namelijk gedood door de antichrist en zijn dienaars, die kort daarna in de kerk van Christus zouden opstaan en door hun geestelijke heerschappij de gemeente van Christus zouden verdrukken en Zijn trouwe getuigen zouden vervolgen en doden, zoals de heidenen, Joden en valse christenen eerder gedaan hadden.

Openbaring 6 vers 12

het zesde zegel geopend had, Waarop gevolgd is de opkomst in het Oosten, niet alleen der Mohammedanen, maar vooral van den Roomsen antichrist in het Westen, die met een geestelijke tirannie zichzelf verheft boven al wat God genoemd wordt, en zichzelf in den tempel Gods voor een God op aarde uitgeeft; onder wie deze grote en verschrikkelijke veranderingen in de Kerk van Christus zijn geschied; namelijk dat de gehele stand derzelve als van zijn plaats is bewogen; dat Christus de Zon der gerechtigheid door den zak der menselijke inzettingen is verduisterd, de Kerk van Christus, die als de maan van Hem alleen haar licht ontvangt, met bloedige vervolgingen is vervuld en roodvervig geworden; dat de sterren, dat is, de herders en leraars, [gelijk Openb. 1:20 is verklaard] zijn van de hemel, dat is, van de hemelse en geestelijke zorg, tot aardse en wereldse vervallen; dat de hemel als in een rol zou wijken; dat is, dat de heilige Schrift en de hemelse leer van Christus, als een gesloten boek is geworden, en den lidmaten der gemeente verboden en ontnomen; dat eindelijk alle bergen en eilanden, dat is alle prinsen en volken voor zijn heerschappij zouden

Hertaald: het zesde zegel geopend had, Daarop is de opkomst gevolgd van niet alleen de mohammedanen in het Oosten, maar vooral van de Roomse antichrist in het Westen. Die verheft zich met een geestelijke tirannie boven al wat God genoemd wordt en geeft zich in de tempel van God uit voor een god op aarde. Onder hem zijn deze grote en verschrikkelijke veranderingen in de kerk van Christus gebeurd: dat de hele staat daarvan als van haar plaats bewogen is; dat Christus, de Zon van de gerechtigheid, door de zak van de menselijke inzettingen verduisterd is; dat de kerk van Christus, die als de maan haar licht alleen van Hem ontvangt, met bloedige vervolgingen gevuld en roodkleurig geworden is; dat de sterren, dat is: de herders en leraars — zoals bij Openb. 1:20 verklaard is — van de hemel gevallen zijn, dat is: van de hemelse en geestelijke zorg tot aardse en wereldse zorg vervallen zijn; dat de hemel als een boekrol zou wijken, dat is: dat de Heilige Schrift en de hemelse leer van Christus als een gesloten boek geworden is en aan de leden van de gemeente verboden en ontnomen is; en dat ten slotte alle bergen en eilanden, dat is: alle vorsten en volken, voor zijn heerschappij zouden

het zesde zegel geopend had, schrikken. Welke verklaring met de ervaring der geschiedenis wel overeenkomt, en dat dergelijke veranderingen in de Kerk en in de wereld door zulke figuurlijke wijze van spreken in de Schrift dikwijls verstaan worden, blijkt door de vergelijking van verscheidene plaatsen in het Oude Testament, waaruit deze plaats schijnt ontleend te zijn. Zie Jes. 13:10, en Jes. 34:4; Jer. 4:23; Ezech. 32:7; Joël 2:10. Anderen nochtans, die wat nader bij de letter blijven, voegen deze drie verzen bij de drie volgende, die over de zware straffen handelen, welke den vervolgers en verdrukkers ten uitersten dage zullen overkomen, gesteld tegen den troost, dien de martelaars reeds genieten, van welke straffen deze tekenen in hemel en aarde ook als voorboden door Christus worden gesteld; Matt. 24:29; Marc. 13:24; Luc. 21:25, enz.

Hertaald: het zesde zegel geopend had, schrikken. Die verklaring komt goed overeen met wat de geschiedenis leert. Dat dergelijke veranderingen in de kerk en in de wereld in de Schrift dikwijls met zulke beeldende manieren van spreken bedoeld worden, blijkt uit de vergelijking van verschillende plaatsen in het Oude Testament, waaraan deze plaats ontleend lijkt te zijn. Zie Jes. 13:10 en Jes. 34:4; Jer. 4:23; Ezech. 32:7; Joël 2:10. Anderen echter, die wat dichter bij de letter blijven, voegen deze drie verzen bij de drie volgende, die handelen over de zware straffen die de vervolgers en verdrukkers op de laatste dag zullen overkomen. Die worden gesteld tegenover de troost die de martelaars al genieten; en deze tekenen in hemel en aarde worden door Christus ook als voorboden van die straffen gesteld; Matth. 24:29; Mark. 13:24; Luk. 21:25, enzovoort.

Openbaring 6 vers 15

de koningen der aarde, Namelijk die met hun aanhangers de gelovigen hier hebben verdrukt; zonder dat iemand, groot of klein, dienstbaar of vrij, van deze straffen zal vrij zijn, of verschoond worden. Want, gelijk in vs.14 de martelaars zijn vertroost, en belofte hebben ontvangen van nadere vergelding, als het getal van hun medebroeders zal zijn vervuld, van welken algemenen troost in Rev 7 breder zal gesproken worden, zo worden hier ook hun verdrukkers in het algemeen gewaarschuwd omtrent de zware en ellendige straffen, die zij hebben te verwachten, indien zij zich niet bekeren.

Hertaald: de koningen der aarde, Namelijk de koningen die met hun aanhangers de gelovigen hier verdrukt hebben; en niemand, groot of klein, dienstbaar of vrij, zal van deze straffen vrij zijn of verschoond worden. Want zoals in vers 14 de martelaars getroost zijn en de belofte van nadere vergelding ontvangen hebben wanneer het getal van hun medebroeders vervuld zal zijn — over die algemene troost zal in Openb. 7 uitvoeriger gesproken worden — zo worden hier ook hun verdrukkers in het algemeen gewaarschuwd voor de zware en ellendige straffen die zij te verwachten hebben als zij zich niet bekeren.

Openbaring 6 vers 17

de grote dag Zijns toorns Dat is, van de zwaardere straf, die God in Zijn rechtvaardigen toorn over hen zal brengen.

Hertaald: de grote dag Zijns toorns Dat is: van de zwaardere straf die God in Zijn rechtvaardige toorn over hen zal brengen.

bestaan? Grieks staan ; gelijk Ps. 1:5.

Hertaald: bestaan? Grieks: staan, zoals in Ps. 1:5.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De vier ruiters (de zegels geopend)  — de vier paarden en hun ruiters die tevoorschijn komen bij het openen van de eerste vier zegels: wit, rood, zwart en vaal (Op. 6:1-8)

Telkens wanneer het Lam een van de eerste vier zegels opent, roept een van de vier dieren: "Kom en zie!" (Op. 6:1,3,5,7). Een wit paard verschijnt eerst, met een ruiter die een boog heeft, een kroon ontvangt, en "ging uit overwinnende, en opdat hij overwonne" (Op. 6:2). Een rood paard volgt, waaraan macht gegeven wordt "den vrede te nemen van de aarde" (Op. 6:4). Een zwart paard draagt een ruiter met een weegschaal, terwijl een stem waarschuwt tegen het verkwisten van olie en wijn te midden van schaarste (Op. 6:5-6). En een vaal paard sluit de reeks, met de dood als ruiter en de hel die hem navolgt, met macht om te doden "tot het vierde deel der aarde" (Op. 6:8).

Bijbelse betekenis: De vier ruiters tekenen samen een wereld die op weg is naar het einde: verovering, oorlog, honger en dood volgen elkaar op zoals zij door heel de geschiedenis heen ook werkelijk voorkomen. Bij de eerste ruiter past terughoudendheid. Hoezeer de kroon en de overwinning ook aan het Lam Zelf doen denken, dit witte paard staat niet naast, maar vóór de andere drie, in een reeks van oordeel. Dat is een andere plaats dan het witte paard waarop Christus Zelf later rijdt, genoemd "Getrouw en Waarachtig" (Op. 19:11). Velen verstaan deze eerste ruiter daarom als een macht van verovering en niet als Christus Zelf. Het register spreekt hier met opzet niet verder over de identiteit van de ruiters uit dan de tekst zelf toelaat.

Typologie: Christus had Zijn discipelen al voorbereid: "gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen; ziet toe, wordt niet verschrikt; want al die dingen moeten geschieden, maar nog is het einde niet" (Matt. 24:6). En wat daarop volgt is even herkenbaar: "het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen zijn hongersnoden, en pestilentien, en aardbevingen in verscheidene plaatsen" (Matt. 24:6-7). Zulke dingen zijn, zegt Hij daarbij, nog niet het einde maar "een beginsel der smarten" (Matt. 24:8). Wat Openbaring in beeld brengt, is dus geen nieuwe openbaring maar de uitwerking van wat de Heere Zelf al had aangekondigd.

Op. 6:1-8; Op. 19:11; Matt. 24:6-8

Zielen onder het altaar (het gebed der martelaren)  — de zielen van hen die om het Woord van God gedood zijn, gezien onder het altaar bij het openen van het vijfde zegel, roepende: "Hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet" (Op. 6:10)

Bij het vijfde zegel ziet Johannes "onder het altaar de zielen dergenen, die gedood waren om het Woord Gods, en om de getuigenis, die zij hadden" (Op. 6:9). Zij roepen met grote stem om gericht en wraak over hun bloed (Op. 6:10). Het antwoord dat zij ontvangen, is geen directe voldoening maar twee dingen tegelijk: witte klederen, en de opdracht "dat zij nog een kleinen tijd rusten zouden", totdat ook hun mededienstknechten en broeders, die nog gedood zouden worden, hun getal vervuld hebben (Op. 6:11).

Bijbelse betekenis: Dit is geen roep om persoonlijke wraakzucht, maar een roep om Gods eigen recht, gegrond op Zijn eigen namen: "heilige en waarachtige Heerser". De rust die hun gegeven wordt, is een bevestiging dat hun zaak niet vergeten is, maar tegelijk een oproep tot geduld: het getal van hen die nog lijden zullen, moet eerst vol worden. Zo staat er geen onrecht onopgemerkt, en toch komt de vervulling pas op Gods eigen tijd.

Typologie: Ditzelfde gebed klinkt al in de Psalmen: "laat de wraak des vergoten bloeds Uwer knechten onder de heidenen voor onze ogen bekend worden" (Ps. 79:10). Paulus leert de gemeente intussen niet zelf te wreken, "maar geeft den toorn plaats; want er is geschreven: Mij komt de wraak toe; Ik zal het vergelden, zegt de Heere" (Rom. 12:19). De roep van de martelaren onder het altaar is dus geen tegenspraak van dat gebod, maar de vervulling ervan: het oordeel wordt aan God overgelaten, en tot Hem alleen geroepen.

Op. 6:9-11; Ps. 79:10; Rom. 12:19

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De toorn des Lams — 6:12-17

Het offer en de plaatsvervanging niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking

In het vorige hoofdstuk is er geween omdat niemand het boek kan openen, tot er Eén blijkt te zijn Die het waardig is. Hier begint Hij de zegels te verbreken, en bij het zesde beeft de aarde.

De mensen zoeken een schuilplaats voor iets wat in de hele Schrift nergens anders zo genoemd wordt: de toorn van een Lam.

Wat de mensen roepen, staat er woordelijk: “Valt op ons, en verbergt ons van het aangezicht Desgenen, Die op den troon zit, en van den toorn des Lams.”

Zet die drie woorden eens naast elkaar. Een lam is in de Schrift het beeld van weerloosheid: het dier dat men draagt, dat zwijgt voor zijn scheerders, dat geslacht wordt zonder zich te verzetten. En hier zoeken koningen, groten, rijken, oversten en machtigen een hol in de rots om er niet mee in aanraking te komen.

Dat is geen tegenstrijdigheid maar de kern van de offerlijn. Johannes had Hem in het vorige hoofdstuk zo gezien: een Lam, staande als geslacht. De wonden zijn er nog. Wie zich hier verbergt, verbergt zich voor Iemand Die geleden heeft — en juist dát maakt de zaak zo zwaar. Van al de vormen die Gods toorn in de Schrift aanneemt, is dit de laatste: de toorn van Wie Zelf de prijs betaald heeft en verworpen werd.

Het roepen zelf is ook geen nieuwe taal. Hosea had het al opgeschreven over Israël: zij zullen zeggen tot de bergen, bedekt ons, en tot de heuvelen, valt op ons. Jesaja zag mensen de spelonken der rotsen ingaan vanwege de schrik des HEEREN. En op de weg naar Golgotha zei Hij het Zelf tegen de wenende vrouwen: dan zullen zij beginnen te zeggen tot de bergen, valt op ons.

Drie keer dus dezelfde zin, en de derde keer uit Zijn eigen mond, over mensen die Hem zagen weglopen naar het kruis.

En dan de slotvraag van het hoofdstuk, die als een grendel dichtvalt: “Want de grote dag Zijns toorns is gekomen, en wie kan bestaan?”

Daarop wordt hier geen antwoord gegeven. Het staat er als een vraag, en de volgende hoofdstukken geven het antwoord in beelden: een schare die niemand tellen kan, met lange klederen die gewassen zijn in het bloed des Lams. Wie kan bestaan — degenen die zich niet vóór het Lam verbergen maar áchter Hem.

Daarmee staat dit hoofdstuk in de lijn die bij de rokken van vellen begon. De schuldige leeft doordat een ander in zijn plaats sterft. Het Lam dat daarvoor werd aangewezen, is hier Degene voor Wie men vlucht. Er zijn maar twee plaatsen: onder Zijn bloed, of onder de bergen.

  1. Genesis 3:21 — De eerste bedekking kost een leven dat niet het hunne is.
  2. Jesaja 53:7 — Als een lam werd Hij ter slachting geleid, en deed Zijn mond niet open.
  3. Openbaring 5:6 — Johannes ziet Hem in het midden van de troon, als geslacht.
  4. Hosea 10:8 — Bedekt ons, zeggen zij tot de bergen — de oude roep om te schuilen.
  5. Openbaring 6:16 — Hier geldt die roep de toorn van het Lam.
  6. Openbaring 7:14 — En wie bestaan, zijn gewassen in het bloed van datzelfde Lam.

In het Nieuwe Testament: Hosea 10:8; Jesaja 2:19; Lukas 23:30; Openbaring 5:6; Openbaring 7:14; Jesaja 53:7

Hoever dit reikt: Wanneer dit zesde zegel geopend wordt en hoe de gezichten van dit boek zich in de tijd verhouden, wordt hier niet uitgemaakt. De kanttekening verklaart de grote dag van Zijn toorn als de zwaardere straf die God in Zijn rechtvaardige toorn brengen zal. Dat de roep om de bergen bewust naar Hosea en Jesaja teruggrijpt, blijkt uit de gelijke bewoording; het staat er niet als aanhaling bij.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Openbaringen 6

Openbaring 6:12–16. KruisverwijzingenMattheüs 24:29Joël 2:10Openbaring 16:20Handelingen 2:19Openbaring 9:1Lukas 23:30Joël 3:15Joël 2:30
— En ik zag, toen Het het zesde zegel geopend had, en ziet, er werd een grote aardbeving; en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed. En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn onrijpe vijgen afwerpt, als hij van een groten wind geschud wordt. En de hemel is weggeweken, als een boek, dat toegerold wordt; en alle bergen en eilanden zijn bewogen uit hun plaatsen. En de koningen der aarde, en de groten, en de rijken, en de oversten over duizend, en de machtigen, en alle dienstknechten, en alle vrijen, verborgen zichzelven in de spelonken, en in de steenrotsen der bergen; En zeiden tot de bergen en tot de steenrotsen: Valt op ons, en verbergt ons van het aangezicht Desgenen, Die op den troon zit, en van den toorn des Lams.
“En ik zag, toen Het het zesde zegel geopend had, en ziet, er werd een grote aardbeving; en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed. En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn onrijpe vijgen afwerpt, als hij van een groten wind geschud wordt. En de hemel is weggeweken, als een boek, dat toegerold wordt; en alle bergen en eilanden zijn bewogen uit hun plaatsen. En de koningen der aarde, en de groten, en de rijken, en de oversten over duizend, en de machtigen, en alle dienstknechten, en alle vrijen, verborgen zichzelven in de spelonken en in de steenrotsen der bergen; en zeiden tot de bergen en tot de steenrotsen: Valt op ons, en verbergt ons van het aangezicht Desgenen, Die op den troon zit, en van den toorn des Lams.”

Sta eens stil bij het aangrijpende contrast tussen deze ontzettende noodkreet en de woorden die wij eerder in het Evangelie lezen: „Toen spogen zij in Zijn aangezicht.” Degene Wiens aangezicht zij toen met verachting bespuwden, is nu Degene voor Wiens aangezicht zij wanhopig proberen te vluchten. Daarom roepen zij: “Valt op ons, en verbergt ons van het aangezicht Desgenen, Die op den troon zit, en van den toorn des Lams.” Wat een aangrijpend verschil is er ook tussen de angstkreet van de goddelozen en de verwachting van Gods kinderen: “Terwijl zondaars in wanhoop zullen roepen: ‘Rotsen, verberg ons; bergen, valt op ons!’ zullen de heiligen, opstaande uit het graf, met blijdschap zingen: ‘De Heere is gekomen!’”

Openbaring 6:17. KruisverwijzingenPsalmen 76:7Joël 2:31Joël 2:11Openbaring 16:14Jeremia 30:7Maleachi 3:2Jesaja 13:6Judas 1:6
— Want de grote dag Zijns toorns is gekomen, en wie kan bestaan?
“Want de grote dag Zijns toorns is gekomen, en wie kan bestaan?” Deze vraag klinkt met een heilige ernst door de eeuwen heen. Wanneer de dag van Gods rechtvaardige toorn aanbreekt, wie zal dan kunnen standhouden? Laten wij het antwoord zoeken door verder te lezen in hetzelfde Boek, waar de heerlijkheid en de overwinning van de Koning der koningen worden geopenbaard (zie Openbaring 19:11–16).

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content