Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Openbaring 11

1 En mij werd een rietstok gegeven, een meetroede gelijk; en de engel stond en zeide: Sta op, en meet den tempel Gods en het altaar, en degenen, die daarin aanbidden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En mijG1473 werd een rietstokG2563 gegevenG1325, een meetroede gelijk; en de engelG32 stondG2476 en zeideG3004: StaG1453 opG1722, enG2532 meetG3354 den tempelG3485 GodsG2316 enG2532 het altaarG2379, enG2532 degenen, die daarin aanbiddenG4352. En mij werd een rietstok gegeven, een meetroede gelijk; en de engel stond en zeide: Sta op, en meet den tempel Gods en het altaar, en degenen, die daarin aanbidden.

Ook in dit vers roedeG4464

KJV And1 there was given2 me a reed4 like5 unto a rod:6 and9 the angel11 stood,12 saying,14 Rise,15 and16 measure17 the temple19 of God,21 and22 the altar,24 and25 them that worship27 therein.28

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εδοθη G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 3 μοι G1473 mij, ik I, me 4 καλαμος G2563 rietstok, riet, pen pen, reed 5 ομοιος G3664 hoornen, gelijke like, + manner 6 ραβδω G4464 staf, roede, schepter rod, sceptre, staff 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 αγγελος G32 engel, engelen, engels angel, messenger 12 ειστηκει G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 14 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 εγειραι G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 μετρησον G3354 meet, mat, meten figuratively, to estimate:--measure, mete 18 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ναον G3485 tempel, tempels, tempelen shrine, temple 20 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 θυσιαστηριον G2379 altaar, altaars, altaren altar 25 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 26 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 προσκυνουντας G4352 aanbidden, aanbaden, aanbad worship 28 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 29 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En laat het voorhof uit, dat van buiten den tempel is, en meet dat niet, want het is den heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden twee en veertig maanden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En laat het voorhofG833 uit, dat van buitenG1855 den tempelG3485 is, enG2532 meetG3354 dat nietG3361, want het is den heidenenG1484 gegevenG1325; enG2532 zijG846 zullen de heiligeG40 stadG4172 vertredenG3961 tweeG1417 en veertigG5062 maandenG3376. En laat het voorhof uit, dat van buiten den tempel is, en meet dat niet, want het is den heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden twee en veertig maanden.

KJV But1 the court3 which2 is without8 the temple11 leave12 out,13 and14 measure17 it16 not;15 for18 it is given19 unto the Gentiles:21 and22 the holy26 city24 shall they tread under foot27 forty29 and two30 months.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 αυλην G833 zaal, stal, voorhof court, (sheep-)fold, hall, palace 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 εσωθεν G2081 binnen, binnenste, inwendige inward(-ly), (from) within, without 8 εξωθεν G1855 buiten, buitenste, uiterlijk out(-side, -ward, - wardly), (from) without 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ναου G3485 tempel, tempels, tempelen shrine, temple 12 εκβαλε G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 13 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 16 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 μετρησης G3354 meet, mat, meten figuratively, to estimate:--measure, mete 18 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 19 εδοθη G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 20 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 εθνεσιν G1484 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 πολιν G4172 stad, steden city 25 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 αγιαν G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 27 πατησουσιν G3961 vertreden, getreden, treden tread (down, under foot) 28 μηνας G3376 maanden, maand month 29 τεσσαρακοντα G5062 veertig forty 30 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen profeteren duizend tweehonderd zestig dagen, met zakken bekleed.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En IkG1473 zal MijnG3450 tweeG1417 getuigenG3144 macht geven, enG2532 zij zullen profeterenG4395 duizendG5507 tweehonderdG1250 zestigG1835 dagenG2250, met zakkenG4526 bekleedG4016. En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen profeteren duizend tweehonderd zestig dagen, met zakken bekleed.

Ook in dit vers [macht]G1325

KJV And1 I will give2 power unto my two4 witnesses,5 and7 they shall prophesy8 a thousand10 two hundred11 and threescore12 days,9 clothed in13 sackcloth.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 δωσω G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 3 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 δυσιν G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 5 μαρτυσιν G3144 getuigen, getuige, Getuige martyr, record, witness 6 μου G1473 mij, ik I, me 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 προφητευσουσιν G4395 profeteren, geprofeteerd, profeteert prophesy 9 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 10 χιλιας G5507 duizend thousand 11 διακοσιας G1250 tweehonderd two hundred 12 εξηκοντα G1835 zestig, zestig- sixty(-fold), threescore 13 περιβεβλημενοι G4016 bekleed, gekleed, Werp array, cast about, clothe(-d me), put on 14 σακκους G4526 zak, zakken sackcloth

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Dezen zijn de twee olijfbomen, en de twee kandelaren, die voor den God der aarde staan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 DezenG3778 zijnG1510 de tweeG1417 olijfbomenG1636, enG2532 de tweeG1417 kandelarenG3087, die voor den GodG2316 der aardeG1093 staanG2476. Dezen zijn de twee olijfbomen, en de twee kandelaren, die voor den God der aarde staan.

KJV These1 are the two4 olive5 trees, and6 the two11 candlesticks12 standing19 before14 the God16 of the earth.

1 ουτοι G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 5 ελαιαι G1636 Olijf, Olijfberg, olijfbomen olive (berry, tree) 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 12 λυχνιαι G3087 kandelaar, kandelaren candlestick 13 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ενωπιον G1799 voor het aangezicht van, in tegenwoordigheid van before, in the presence (sight) of, to 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 17 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 19 εστωσαι G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En zo iemand die wil beschadigen, een vuur zal uit hun mond uitgaan, en zal hun vijanden verslinden; en zo iemand hen wil beschadigen, die moet alzo gedood worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En zo iemandG1536 die wilG2309 beschadigenG91, een vuurG4442 zal uitG1537 hun mondG4750 uitgaanG1607, en zal hun vijandenG2190 verslindenG2719; enG2532 zo iemandG1536 henG846 wilG2309 beschadigenG91, die moetG1163 alzoG3779 gedoodG615 worden. En zo iemand die wil beschadigen, een vuur zal uit hun mond uitgaan, en zal hun vijanden verslinden; en zo iemand hen wil beschadigen, die moet alzo gedood worden.

KJV And1 if any man4 will5 hurt6 them,12 fire7 proceedeth8 out of9 their17 mouth,11 and13 devoureth14 their21 enemies:16 and18 if any man will22 hurt23 them,26 he must25 in this manner24 be killed.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 3 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 θελη G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 6 αδικησαι G91 onrecht, beschadigen, ongelijk hurt, injure, be an offender, be unjust, (do, suffer, take) wrong 7 πυρ G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire 8 εκπορευεται G1607 uitgaan, uitgaat, uitging come (forth, out of), depart, go (forth, out), issue, proceed (out of) 9 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 στοματος G4750 mond, monde, monden edge, face, mouth 12 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 κατεσθιει G2719 aten, eet, opeten devour 15 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 εχθρους G2190 vijanden, vijand, vijandig enemy, foe 17 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 20 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 21 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 θελη G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 23 αδικησαι G91 onrecht, beschadigen, ongelijk hurt, injure, be an offender, be unjust, (do, suffer, take) wrong 24 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 25 δει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 26 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 27 αποκτανθηναι G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Dezen hebben macht den hemel te sluiten, opdat geen regen regene in de dagen hunner profetering; en zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te verkeren, en de aarde te slaan met allerlei plage, zo menigmaal als zij zullen willen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 DezenG3778 hebbenG2192 machtG1849 den hemelG3772 te sluitenG2808, opdatG2443 geenG3361 regen regeneG1026 in de dagenG2250 hunner profeteringG4394; enG2532 zijG846 hebbenG2192 machtG1849 overG1909 de waterenG5204, omG1519 die in bloedG129 te verkerenG4762, enG2532 de aardeG1093 te slaanG3960 metG1722 allerleiG3956 plageG4127, zoG1437 menigmaalG3740 als zijG846 zullen willenG2309; Dezen hebben macht den hemel te sluiten, opdat geen regen regene in de dagen hunner profetering; en zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te verkeren, en de aarde te slaan met allerlei plage, zo menigmaal als zij zullen willen;

KJV These1 have2 power3 to shut4 heaven,6 that it rain9 not in11 the days12 of their13 prophecy:15 and16 have18 power17 over19 waters21 to turn22 them23 to24 blood,25 and26 to smite27 the earth29 with all30 plagues,31 as often32 as33 they will.

1 ουτοι G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 εχουσιν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 3 εξουσιαν G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 4 κλεισαι G2808 gesloten, sluit, sluiten shut (up) 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ουρανον G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 7 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 8 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 9 βρεχη G1026 nat, regende, regen regene (send) rain, wash 10 υετος G5205 regen rain 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 ημεραις G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 13 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 προφητειας G4394 profetie, profetieen, profetering prophecy, prophesying 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 εξουσιαν G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 18 εχουσιν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 19 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 20 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 υδατων G5204 water, wateren, waters water 22 στρεφειν G4762 omkerende, keerde, kerende convert, turn (again, back again, self, self about) 23 αυτα G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 24 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 25 αιμα G129 bloed, bloeds, bloede blood 26 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 27 παταξαι G3960 slaan, slaande, sloeg smite, strike 28 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 30 παση G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 31 πληγη G4127 plagen, slagen, plage plague, stripe, wound(-ed) 32 οσακις G3740 dikwijls, menigmaal as oft(-en) as 33 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 34 θελησωσιν G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En als zij hun getuigenis zullen geeindigd hebben, zal het beest, dat uit den afgrond opkomt, hun krijg aandoen, en het zal hen overwinnen, en zal hen doden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En als zij hun getuigenisG3141 zullen geeindigdG5055 hebben, zal het beestG2342, dat uitG1537 den afgrondG12 opkomtG305, hun krijgG4171 aandoenG4160, en het zal hen overwinnenG3528, enG2532 zal henG846 dodenG615. En als zij hun getuigenis zullen geeindigd hebben, zal het beest, dat uit den afgrond opkomt, hun krijg aandoen, en het zal hen overwinnen, en zal hen doden.

KJV And1 when2 they shall have finished3 their6 testimony,5 the beast8 that ascendeth10 out of11 the bottomless pit13 shall make14 war15 against16 them,17 and18 shall overcome19 them,20 and21 kill22 them.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 3 τελεσωσιν G5055 geeindigd, volbracht, volbrengt accomplish, make an end, expire, fill up, finish, go over, pay, perform 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μαρτυριαν G3141 getuigenis, getuigenissen record, report, testimony, witness 6 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 θηριον G2342 beest, wilde, beesten (venomous, wild) beast 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αναβαινον G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 11 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 12 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αβυσσου G12 afgrond, afgronds deep, (bottomless) pit 14 ποιησει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 15 πολεμον G4171 krijg, oorlogen, krijgen battle, fight, war 16 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 17 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 νικησει G3528 overwint, overwonnen, overwinnen conquer, overcome, prevail, get the victory 20 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 αποκτενει G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 23 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En hun dode lichamen zullen liggen op de straat der grote stad, die geestelijk genoemd wordt Sodoma en Egypte, alwaar ook onze Heere gekruist is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 EnG2532 hunG846 dode lichamenG4430 zullen liggen opG1909 de straatG4113 der groteG3173 stadG4172, die geestelijkG4153 genoemdG2564 wordt SodomaG4670 enG2532 EgypteG125, alwaar ookG2532 onze HeereG2962 gekruistG4717 is. En hun dode lichamen zullen liggen op de straat der grote stad, die geestelijk genoemd wordt Sodoma en Egypte, alwaar ook onze Heere gekruist is.

KJV And1 their4 dead bodies3 shall lie in5 the street7 of the great10 city,8 which11 spiritually13 is called12 Sodom14 and15 Egypt,16 where17 also18 our Lord20 was crucified.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 πτωματα G4430 dode lichamen, dode lichaam, dood lichaam dead body, carcase, corpse 4 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πλατειας G4113 straten, straat street 8 πολεως G4172 stad, steden city 9 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 μεγαλης G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 11 ητις G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 12 καλειται G2564 genaamd, geroepen, genood bid, call (forth), (whose, whose sur-)name (was (called)) 13 πνευματικως G4153 geestelijk spiritually 14 σοδομα G4670 Sodom, Sodoma Sodom 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 αιγυπτος G125 Egypte, Egypteland Egypt 17 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 21 ημων G1473 mij, ik I, me 22 εσταυρωθη G4717 gekruist, gekruisigd, kruisigen crucify
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En de mensen uit de volken, en geslachten, en talen, en natien, zullen hun dode lichamen zien drie dagen en een halven, en zullen niet toelaten, dat hun dode lichamen in graven gelegd worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En de mensen uitG1537 de volkenG2992, enG2532 geslachtenG5443, enG2532 talenG1100, enG2532 natienG1484, zullen hunG846 dode lichamenG4430 zienG991 drieG5140 dagenG2250 enG2532 een halvenG2255, enG2532 zullen nietG3756 toelatenG863, dat hunG846 dode lichamenG4430 inG1519 gravenG3418 gelegdG5087 worden. En de mensen uit de volken, en geslachten, en talen, en natien, zullen hun dode lichamen zien drie dagen en een halven, en zullen niet toelaten, dat hun dode lichamen in graven gelegd worden.

KJV And1 they2 of3 the people5 and6 kindreds7 and8 tongues9 and10 nations11 shall see their14 dead bodies13 three16 days15 and17 an half,18 and19 shall24 not23 suffer their22 dead bodies21 to be put25 in26 graves.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 βλεψουσιν G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 3 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 λαων G2992 volk, volks, volke people 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 φυλων G5443 geslacht, geslachten, stam kindred, tribe 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 γλωσσων G1100 talen, tong, taal tongue 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 εθνων G1484 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 12 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 πτωματα G4430 dode lichamen, dode lichaam, dood lichaam dead body, carcase, corpse 14 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 16 τρεις G5140 drie, Drie three 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 ημισυ G2255 halven, helft half 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 πτωματα G4430 dode lichamen, dode lichaam, dood lichaam dead body, carcase, corpse 22 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 24 αφησουσιν G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 25 τεθηναι G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 26 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 27 μνηματα G3418 graf, graven grave, sepulchre, tomb
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En die op de aarde wonen, die zullen verblijd zijn over hen, en zullen vreugde bedrijven, en zullen elkander geschenken zenden; omdat deze twee profeten degenen, die op de aarde wonen, gepijnigd hadden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En die op de aardeG1093 wonenG2730, die zullen verblijdG5463 zijn overG1909 henG846, en zullen vreugde bedrijvenG2165, enG2532 zullen elkanderG240 geschenkenG1435 zendenG3992; omdatG3754 dezeG3778 tweeG1417 profetenG4396 degenen, die opG1909 de aardeG1093 wonenG2730, gepijnigdG928 hadden. En die op de aarde wonen, die zullen verblijd zijn over hen, en zullen vreugde bedrijven, en zullen elkander geschenken zenden; omdat deze twee profeten degenen, die op de aarde wonen, gepijnigd hadden.

KJV And1 they that dwell3 upon4 the earth6 shall rejoice7 over8 them,9 and10 make merry,11 and12 shall send14 gifts13 one to another;15 because16 these17 two19 prophets20 tormented21 them that dwelt23 on24 the earth.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 κατοικουντες G2730 wonen, woont, woonden dwell(-er), inhabitant(-ter) 4 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 5 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 7 χαρουσιν G5463 verblijd, verblijden, verblijdt farewell, be glad, God speed, greeting, hall, joy(- fully), rejoice 8 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 9 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ευφρανθησονται G2165 vrolijk, vreugde, Wees vrolijk fare, make glad, be (make) merry, rejoice 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 δωρα G1435 gave, gaven, geschenken gift, offering 14 πεμψουσιν G3992 gezonden, zenden, zond send, thrust in 15 αλληλοις G240 elkander, ander, onderlinge each other, mutual, one another, (the other), (them-, your-)selves, (selves) together (sometimes with G3326 (μετά) or G4314 (πρός)) 16 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 17 ουτοι G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 18 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 20 προφηται G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 21 εβασανισαν G928 gepijnigd, pijnigt, gekweld pain, toil, torment, toss, vex 22 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 κατοικουντας G2730 wonen, woont, woonden dwell(-er), inhabitant(-ter) 24 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 25 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En na die drie dagen en een halven, is een geest des levens uit God in hen gegaan; en zij stonden op hun voeten; en er is grote vrees gevallen op degenen, die hen aanschouwden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En naG3326 die drieG5140 dagenG2250 enG2532 een halvenG2255, is een geestG4151 des levensG2222 uitG1537 GodG2316 in hen gegaanG1525; enG2532 zijG846 stondenG2476 opG1909 hunG846 voetenG4228; enG2532 er is groteG3173 vreesG5401 gevallenG4098 opG1909 degenen, die henG846 aanschouwdenG2334. En na die drie dagen en een halven, is een geest des levens uit God in hen gegaan; en zij stonden op hun voeten; en er is grote vrees gevallen op degenen, die hen aanschouwden.

KJV And1 after2 three4 days5 and6 an half7 the Spirit8 of life9 from10 God12 entered13 into14 them,15 and16 they stood17 upon18 their21 feet;20 and22 great24 fear23 fell25 upon26 them which saw28 them.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 3 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 τρεις G5140 drie, Drie three 5 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ημισυ G2255 halven, helft half 8 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 9 ζωης G2222 leven, levens, Leven life(-time) 10 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 13 εισηλθεν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 14 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 15 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 εστησαν G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 18 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 19 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 21 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 φοβος G5401 vreze, vrees, schrik be afraid, + exceedingly, fear, terror 24 μεγας G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 25 επεσεν G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 26 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 27 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 θεωρουντας G2334 zien, zag, zagen behold, consider, look on, perceive, see 29 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En zij hoorden een grote stem uit den hemel, die tot hen zeide: Komt herwaarts op. En zij voeren op naar den hemel in de wolk; en hun vijanden aanschouwden hen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 EnG2532 zij hoordenG191 een groteG3173 stemG5456 uitG1537 den hemelG3772, die tot henG846 zeideG3004: KomtG305 herwaarts op. EnG2532 zij voerenG305 op naarG1519 den hemelG3772 in de wolkG3507; enG2532 hunG846 vijandenG2190 aanschouwdenG2334 hen. En zij hoorden een grote stem uit den hemel, die tot hen zeide: Komt herwaarts op. En zij voeren op naar den hemel in de wolk; en hun vijanden aanschouwden hen.

KJV And1 they heard2 a great4 voice3 from5 heaven7 saying8 unto them,9 Come up10 hither.11 And12 they ascended up13 to14 heaven16 in17 a cloud;19 and20 their22 enemies24 beheld21 them.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηκουσαν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 3 φωνην G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 4 μεγαλην G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 5 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 8 λεγουσαν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 αναβητε G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 11 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ανεβησαν G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 14 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 15 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ουρανον G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 17 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 18 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 νεφελη G3507 wolk, wolken cloud 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 εθεωρησαν G2334 zien, zag, zagen behold, consider, look on, perceive, see 22 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 εχθροι G2190 vijanden, vijand, vijandig enemy, foe 25 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En in diezelfde ure geschiedde een grote aardbeving, en het tiende deel der stad is gevallen, en er zijn in de aardbeving gedood zeven duizend namen van mensen, en de overigen zijn zeer bevreesd geworden, en hebben den God des hemels heerlijkheid gegeven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 EnG2532 inG1722 diezelfdeG1565 ureG5610 geschieddeG1096 een groteG3173 aardbevingG4578, enG2532 het tiendeG1182 deel der stadG4172 is gevallenG4098, enG2532 er zijn inG1722 de aardbevingG4578 gedoodG615 zevenG2033 duizendG5505 namenG3686 van mensenG444, enG2532 de overigenG3062 zijn zeer bevreesdG1719 gewordenG1096, enG2532 hebben den GodG2316 des hemelsG3772 heerlijkheidG1391 gegevenG1325. En in diezelfde ure geschiedde een grote aardbeving, en het tiende deel der stad is gevallen, en er zijn in de aardbeving gedood zeven duizend namen van mensen, en de overigen zijn zeer bevreesd geworden, en hebben den God des hemels heerlijkheid gegeven.

KJV And1 the same2 hour5 was there6 a great8 earthquake,7 and9 the tenth part11 of the city13 fell,14 and15 in17 the earthquake19 were slain16 of men21 seven23 thousand:22 and24 the remnant26 were28 affrighted,27 and29 gave30 glory31 to the God33 of heaven.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 3 εκεινη G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 4 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ωρα G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 6 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 7 σεισμος G4578 aardbeving, aardbevingen, onstuimigheid earthquake, tempest 8 μεγας G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 δεκατον G1182 tiende tenth 12 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 πολεως G4172 stad, steden city 14 επεσεν G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 απεκτανθησαν G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 17 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 18 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 σεισμω G4578 aardbeving, aardbevingen, onstuimigheid earthquake, tempest 20 ονοματα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 21 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man 22 χιλιαδες G5505 duizend, duizenden, duizendmaal thousand 23 επτα G2033 zeven, Zeven, zevende seven 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 λοιποι G3062 anderen, andere, overige other, which remain, remnant, residue, rest 27 εμφοβοι G1719 bevreesd affrighted, afraid, tremble 28 εγενοντο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 29 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 30 εδωκαν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 31 δοξαν G1391 heerlijkheid, eer, heerlijkheden dignity, glory(-ious), honour, praise, worship 32 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 33 θεω G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 34 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 35 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Het tweede wee is weggegaan; ziet, het derde wee komt haast.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Het tweedeG1208 weeG3759 is weggegaanG565; zietG3708, het derdeG5154 weeG3759 komtG2064 haastG5035. Het tweede wee is weggegaan; ziet, het derde wee komt haast.

KJV The second4 woe2 is past;5 and,8 behold, the third14 woe12 cometh15 quickly.

1 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 ουαι G3759 Wee, wee, weeen alas, woe 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 δευτερα G1208 tweede, tweeden, tweeden male afterward, again, second(-arily, time) 5 απηλθεν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 11 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ουαι G3759 Wee, wee, weeen alas, woe 13 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 τριτη G5154 derde, derden third(-ly) 15 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 16 ταχυ G5035 haastelijk, haastiglijk, haast lightly, quickly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 EnG2532 de zevendeG1442 engelG32 heeft gebazuindG4537, enG2532 er geschieddenG1096 groteG3173 stemmenG5456 in den hemelG3772, zeggendeG3004: De koninkrijkenG932 der wereldG2889 zijn geworden onzes HeerenG2962 enG2532 van Zijn ChristusG5547, enG2532 HijG846 zal als Koning heersenG936 in alle eeuwigheidG165. En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.

KJV And1 the seventh3 angel4 sounded;5 and6 there were7 great9 voices8 in10 heaven,12 saying,13 The kingdoms16 of this world18 are become14 the kingdoms of our Lord,20 and22 of his25 Christ;24 and26 he shall reign27 for28 ever30 and ever.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 εβδομος G1442 zevende, zevenden, zeven seventh 4 αγγελος G32 engel, engelen, engels angel, messenger 5 εσαλπισεν G4537 gebazuind, bazuinen, bazuin (which are yet to) sound (a trumpet) 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 εγενοντο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 8 φωναι G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 9 μεγαλαι G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ουρανω G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 13 λεγουσαι G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 εγενοντο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 15 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 βασιλειαι G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 κοσμου G2889 wereld, versiersel adorning, world 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 21 ημων G1473 mij, ik I, me 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 χριστου G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 25 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 26 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 27 βασιλευσει G936 geheerst, koning, koningen heersen king, reign 28 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 29 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 αιωνας G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end) 31 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 32 αιωνων G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En de vier en twintig ouderlingen, die voor God zitten op hun tronen, vielen neder op hun aangezichten, en aanbaden God,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 EnG2532 de vierG5064 enG2532 twintigG1501 ouderlingenG4245, die voor GodG2316 zittenG2521 opG1909 hun tronenG2362, vielenG4098 neder op hunG846 aangezichtenG4383, enG2532 aanbadenG4352 GodG2316, En de vier en twintig ouderlingen, die voor God zitten op hun tronen, vielen neder op hun aangezichten, en aanbaden God,

KJV And1 the four5 and4 twenty3 elders,6 which2 sat11 before8 God10 on12 their15 seats,14 fell16 upon17 their20 faces,19 and21 worshipped22 God,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 εικοσι G1501 twintig twenty 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 τεσσαρες G5064 vier four 6 πρεσβυτεροι G4245 ouderlingen, ouden, ouderling elder(-est), old 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ενωπιον G1799 voor het aangezicht van, in tegenwoordigheid van before, in the presence (sight) of, to 9 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 11 καθημενοι G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 12 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 13 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 θρονους G2362 troon, tronen, troons seat, throne 15 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 επεσαν G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 17 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 18 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 προσωπα G4383 aangezicht, aangezichten, aangezichts (outward) appearance, X before, countenance, face, fashion, (men's) person, presence 20 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 προσεκυνησαν G4352 aanbidden, aanbaden, aanbad worship 23 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 θεω G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Zeggende: Wij danken U, Heere God almachtig, Die is, en Die was, en Die komen zal, dat Gij Uw grote kracht hebt aangenomen, en als Koning hebt geheerst;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 ZeggendeG3004: Wij dankenG2168 UG4771, HeereG2962 GodG2316 almachtigG3841, Die isG1510, enG2532 Die wasG1510, enG2532 Die komenG2064 zal, datG3754 GijG4771 Uw groteG3173 krachtG1411 hebt aangenomenG2983, enG2532 als Koning hebt geheerst; Zeggende: Wij danken U, Heere God almachtig, Die is, en Die was, en Die komen zal, dat Gij Uw grote kracht hebt aangenomen, en als Koning hebt geheerst;

Ook in dit vers Koning geheerstG936

KJV Saying,1 We give2 thee thanks, O Lord4 God6 Almighty,8 which5 art, and11 wast, and14 art to come;16 because17 thou hast taken to thee18 thy great23 power,20 and24 hast reigned.

1 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 ευχαριστουμεν G2168 gedankt, dank, danken (give) thank(-ful, -s) 3 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 4 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 παντοκρατωρ G3841 almachtige, Almachtige, almachtigen Almighty, Omnipotent 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ων G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ερχομενος G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 17 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 18 ειληφας G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 19 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 δυναμιν G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 21 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 22 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 μεγαλην G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 εβασιλευσας G936 geheerst, koning, koningen heersen king, reign
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En de volken waren toornig geworden, en Uw toorn is gekomen, en de tijd der doden, om geoordeeld te worden, en om het loon te geven Uw dienstknechten, den profeten, en den heiligen, en dengenen, die Uw Naam vrezen, den kleinen en den groten; en om te verderven degenen, die de aarde verdierven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 EnG2532 de volkenG1484 waren toornigG3710 geworden, enG2532 Uw toornG3709 is gekomenG2064, enG2532 de tijdG2540 der dodenG3498, om geoordeeldG2919 te worden, enG2532 om het loonG3408 te gevenG1325 Uw dienstknechtenG1401, den profetenG4396, enG2532 den heiligenG40, enG2532 dengenen, die Uw NaamG3686 vrezenG5399, den kleinenG3398 enG2532 den grotenG3173; enG2532 om te verdervenG1311 degenen, die de aardeG1093 verdiervenG1311. En de volken waren toornig geworden, en Uw toorn is gekomen, en de tijd der doden, om geoordeeld te worden, en om het loon te geven Uw dienstknechten, den profeten, en den heiligen, en dengenen, die Uw Naam vrezen, den kleinen en den groten; en om te verderven degenen, die de aarde verdierven.

KJV And1 the nations3 were angry,4 and5 thy wrath8 is come,6 and10 the time12 of the dead,14 that they should be judged,15 and16 that thou shouldest give17 reward19 unto thy servants21 the prophets,24 and25 to the saints,27 and28 them that fear30 thy name,32 small35 and36 great;38 and39 shouldest destroy40 them which destroy42 the earth.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 εθνη G1484 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 4 ωργισθησαν G3710 toornig, vergrimde, vertoornd be angry (wroth) 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 7 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 οργη G3709 toorn, toorns, gramschap anger, indignation, vengeance, wrath 9 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 καιρος G2540 tijd, tijden, gelegenheden X always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while 13 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 νεκρων G3498 doden, dood, dode dead 15 κριθηναι G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 δουναι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 18 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 μισθον G3408 loon hire, reward, wages 20 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 δουλοις G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 22 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 23 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 προφηταις G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 25 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 26 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 αγιοις G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 28 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 29 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 φοβουμενοις G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 31 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 32 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 33 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 34 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 35 μικροις G3398 kleinen, klein, minste least, less, little, small 36 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 37 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 38 μεγαλοις G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 39 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 40 διαφθειραι G1311 verdorven, verderft, verderven corrupt, destroy, perish 41 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 42 διαφθειροντας G1311 verdorven, verderft, verderven corrupt, destroy, perish 43 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 44 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En de tempel Gods in de hemel is geopend geworden, en de ark Zijns verbonds is gezien in Zijn tempel; en er werden bliksemen, en stemmen, en donderslagen, en aardbeving, en grote hagel.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En de tempelG3485 GodsG2316 inG1722 de hemelG3772 is geopendG455 geworden, en de arkG2787 Zijns verbondsG1242 is gezienG3708 inG1722 Zijn tempelG3485; enG2532 er werdenG1096 bliksemenG796, enG2532 stemmenG5456, enG2532 donderslagenG1027, enG2532 aardbevingG4578, enG2532 groteG3173 hagelG5464. En de tempel Gods in de hemel is geopend geworden, en de ark Zijns verbonds is gezien in Zijn tempel; en er werden bliksemen, en stemmen, en donderslagen, en aardbeving, en grote hagel.

KJV And1 the temple4 of God6 was opened2 in7 heaven,9 and10 there was seen in17 his16 temple19 the ark13 of his20 testament:15 and21 there were22 lightnings,23 and24 voices,25 and26 thunderings,27 and28 an earthquake,29 and30 great32 hail.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηνοιγη G455 geopend, open, openen open 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ναος G3485 tempel, tempels, tempelen shrine, temple 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ουρανω G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ωφθη G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 12 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 κιβωτος G2787 ark ark 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 διαθηκης G1242 verbond, testaments, verbonds covenant, testament 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 18 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ναω G3485 tempel, tempels, tempelen shrine, temple 20 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 εγενοντο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 23 αστραπαι G796 bliksem, bliksemen, schijnsel lightning, bright shining 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 φωναι G5456 stem, stemmen, stemme noise, sound, voice 26 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 27 βρονται G1027 donderslagen, donderslag, donders thunder(-ing) 28 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 29 σεισμος G4578 aardbeving, aardbevingen, onstuimigheid earthquake, tempest 30 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 31 χαλαζα G5464 hagel, hagels hail 32 μεγαλη G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Openbaring 11:1 Openbaring 21:15 Ezechiël 42:15 Zacharia 2:1 Ezechiël 40:1 1 Petrus 2:5 Efeze 2:20 Galaten 6:14 2 Korinthe 6:16
Openbaring 11:2 Openbaring 12:6 Lukas 21:24 Daniël 7:25 Daniël 12:7 Openbaring 11:3 Openbaring 21:2 Openbaring 13:1 Mattheüs 27:53
Openbaring 11:3 Openbaring 12:6 Openbaring 11:2 Genesis 37:34 Deuteronomium 19:15 2 Korinthe 13:1 Mattheüs 18:16 Klaagliederen 2:10 Openbaring 1:5
Openbaring 11:4 Jeremia 11:16 Psalmen 52:8 Zacharia 4:11 Zacharia 4:2 Mattheüs 5:14 Lukas 11:33 Romeinen 11:17 Jesaja 54:5
Openbaring 11:5 Jeremia 5:14 2 Koningen 1:10 Ezechiël 43:3 Jesaja 11:4 Hosea 6:5 Psalmen 18:8 Handelingen 9:4 Zacharia 2:8
Openbaring 11:6 1 Koningen 17:1 Lukas 4:25 Ezechiël 7:1 Psalmen 105:26 Exodus 7:17 Jakobus 5:16 1 Samuël 4:8
Openbaring 11:7 Openbaring 13:7 Daniël 7:25 Daniël 8:23 Daniël 7:21 Openbaring 13:11 Lukas 13:32 Zacharia 14:2 Johannes 17:4
Openbaring 11:8 Openbaring 18:10 Openbaring 18:21 Openbaring 18:18 Hebreeën 13:12 Jeremia 23:14 Openbaring 18:2 Openbaring 16:19 Openbaring 14:8
Openbaring 11:9 Psalmen 79:2 Openbaring 10:11 Prediker 6:3 Openbaring 11:2 Openbaring 17:15 Mattheüs 7:2 Jesaja 33:1 Jeremia 7:33
Openbaring 11:10 Openbaring 3:10 1 Koningen 18:17 Johannes 16:20 Richteren 16:23 Handelingen 17:5 1 Koningen 22:8 Psalmen 35:24 1 Koningen 22:18
Openbaring 11:11 Genesis 2:7 Handelingen 5:5 Handelingen 5:11 Romeinen 8:2 Openbaring 11:13 Ezechiël 37:5 Jeremia 33:9 Openbaring 11:9
Openbaring 11:12 Handelingen 1:9 Openbaring 4:1 2 Koningen 2:11 1 Thessalonicenzen 4:17 Openbaring 12:5 Psalmen 86:17 Jesaja 14:13 Efeze 2:5
Openbaring 11:13 Openbaring 14:7 Openbaring 6:12 Openbaring 8:5 Openbaring 11:19 Openbaring 16:18 Jozua 7:19 Openbaring 11:11 Handelingen 1:15
Openbaring 11:14 Openbaring 8:13 Openbaring 9:12 Openbaring 15:1 Openbaring 16:1
Openbaring 11:15 Openbaring 12:10 Daniël 7:27 Daniël 7:14 Openbaring 10:7 Openbaring 16:17 Daniël 7:18 Zacharia 14:9 Openbaring 19:1
Openbaring 11:16 Openbaring 4:4 Openbaring 4:10 Openbaring 5:5 Openbaring 5:14 Openbaring 7:11 Openbaring 19:4
Openbaring 11:17 Openbaring 1:8 Openbaring 19:6 Openbaring 16:5 Openbaring 1:4 Openbaring 4:8 Openbaring 19:11 Psalmen 98:1 Lukas 10:21
Openbaring 11:18 Openbaring 19:5 Openbaring 20:12 Openbaring 6:10 Openbaring 15:7 Mattheüs 5:12 Openbaring 20:15 Openbaring 11:2 Psalmen 2:1
Openbaring 11:19 Openbaring 16:21 Openbaring 8:5 Openbaring 4:5 Exodus 25:21 Openbaring 15:5 Openbaring 16:18 Openbaring 14:15 Jesaja 30:30
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Openbaring 11 vers 1

een rietstok gegeven, In dit gezicht wordt door de herbouwing van den tempel, de wederoprichting van den vervallen godsdienst in de gemeente van Christus, hoewel tussen nauwere bepaling, te kennen gegeven, nadat die door de tirannie van den antichrist, waarvan in Rev 9 begonnen is te voorzeggen, onder den voet was gebracht; en dit gezicht is genomen uit Ezech. 40:3, en vervolgens, waardoor dergelijke afmetingen, en dat in meerdere breedte dan de tempel tevoren was, de wederoprichting der gemeente, die tevoren vervallen was, wederom door Christus in meerdere ruimte door de gehele wereld zou opgericht worden.

Hertaald: een rietstok gegeven, In dit gezicht wordt met de herbouw van de tempel de wederoprichting van de vervallen godsdienst in de gemeente van Christus te kennen gegeven, hoewel binnen nauwere grenzen, nadat die door de tirannie van de antichrist onder de voet gebracht was; daarover is in Openb. 9 begonnen te profeteren. Dit gezicht is genomen uit Ezech. 40:3 en verder, waar met dergelijke afmetingen — en dat in grotere omvang dan de tempel eerder was — te kennen gegeven wordt dat de gemeente die eerder vervallen was door Christus weer in grotere ruimte over de hele wereld opgericht zou worden.

meet den tempel Gods Dat is, paal af de ware Kerk, waarin God recht gediend wordt, en onderscheid ze van de andere, die de grootste menigte zijn, en die, hoewel zij den titel daarvan voeren, nochtans de daad niet hebben.

Hertaald: meet den tempel Gods Dat is: baken de ware kerk af waarin God op de juiste wijze gediend wordt, en onderscheid haar van de andere, die de grootste menigte is en die de titel daarvan wel draagt, maar de daad niet heeft.

het altaar, Deze was tweeërlei in den tempel, namelijk het reukaltaar, dat in het heilige stond, en waarop het reukwerk met de gebeden der heiligen werd geofferd, en het brandofferaltaar, dat voor den tempel in den voorhof der priesters stond, waar de offeranden der verzoening en der dankbaarheid geschiedden. Deze met de aanbidders worden hier ook gemeten, om weder op te richten, overmits deze twee fondamentele hoofdstukken van het christelijk geloof, onder het rijk van den antichrist, meest verduisterd en ten onder zijn gebracht; te weten, eerstelijk de oorzaak van de verzoening onder zonden voor God, die de Heilige Schrift ons n Christus en Zijn offerande alleen stelt, waar deze in eigene verdiensten, aflaten, vagevuur, bedevaarten tot heiligen en dergelijke bijgelovigheden onder het rijk van den antichrist gezocht wordt; ten tweede, de ware aanroeping van den enigen God door den enigen Middelaar Christus, daar deze aanroeping in het rijk van den antichrist wordt verdeeld onder vele meesters en meesteressen, gelijk bekend is. Deze zijn dan hier alleen de ware aanbidders voor God, die zich alleen aan God en Christus in dit heiligdom

Hertaald: het altaar, Dat waren er twee in de tempel, namelijk het reukaltaar dat in het heilige stond en waarop het reukwerk met de gebeden van de heiligen geofferd werd, en het brandofferaltaar dat voor de tempel in de voorhof van de priesters stond, waar de offers van de verzoening en van de dankbaarheid gebracht werden. Die worden hier met de aanbidders ook gemeten om weer opgericht te worden, omdat deze twee grondleggende hoofdpunten van het christelijke geloof onder het rijk van de antichrist het meest verduisterd en ten onder gebracht zijn. In de eerste plaats de oorzaak van de verzoening van de zonden voor God, die de Heilige Schrift ons alleen in Christus en Zijn offer stelt, terwijl die onder het rijk van de antichrist gezocht wordt in eigen verdiensten, aflaten, vagevuur, bedevaarten naar heiligen en dergelijke bijgelovigheden. In de tweede plaats de ware aanroeping van de enige God door de enige Middelaar Christus, terwijl die aanroeping in het rijk van de antichrist verdeeld wordt onder veel meesters en meesteressen, zoals bekend is. Hier zijn dus alleen zij de ware aanbidders voor God die zich in dit heiligdom alleen aan God en Christus

het altaar, houden; en deze zijn ook alleen de ware priesters van het Nieuwe Testament, al zijn zij minder in getal, en wat meer verborgen voor het gezicht der wereld, en niet degenen, die in de openlijke voorhoven hun bijgelovigen godsdienst met grote menigte oefenen.

Hertaald: het altaar, houden. En zij zijn ook alleen de ware priesters van het Nieuwe Testament, al zijn zij kleiner in aantal en wat meer verborgen voor het oog van de wereld — en niet zij die in de openbare voorhoven met een grote menigte hun bijgelovige godsdienst beoefenen.

Openbaring 11 vers 2

het voorhof uit, Eenige boeken hebben: die van binnen den tempel is; namelijk ten opzichte van den buitensten muur des tempels.

Hertaald: het voorhof uit, Enkele handschriften hebben: die van binnen de tempel is; namelijk met het oog op de buitenste muur van de tempel.

en meet dat niet, Grieks werp uit buiten.

Hertaald: en meet dat niet, Grieks: werp dat naar buiten.

den heidenen gegeven; Zo worden genoemd, al degenen die heidense manieren, met het plegen van afgoderij in hun godsdienst gebruikten. Hoewel het Griekse woord ook volken in het algemeen betekent.

Hertaald: den heidenen gegeven; Zo worden allen genoemd die heidense gebruiken met het beoefenen van afgodendienst in hun godsdienst gebruikten. Toch betekent het Griekse woord ook volken in het algemeen.

de heilige stad vertreden Dat is, de zichtbare kerk, die door Jeruzalem was afgebeeld, welke door de afgodendienaars nu ingenomen en vertreden wordt, daar zij met den titel van den tempel Gods en van de heilige Kerk zouden roemen, en de ware Kerk verdrukken. Zo dat door den uitersten voorhof verstaan worden degenen, die de meeste achting en aanzien hebben onder het rijk van den antichrist of hunne geestelijkheid, zoals zij spreken; en door de heilige stad, de gehele menigte die daaronder behoort, en van dezen titel ook roemt, niet anders dan die van Jeruzalem eertijds plachten, zelfs als zij Christus en Zijn ware leden vervolgden.

Hertaald: de heilige stad vertreden Dat is: de zichtbare kerk, die door Jeruzalem afgebeeld werd. Die wordt nu door de afgodendienaars ingenomen en vertreden, omdat zij zouden roemen op de titel van de tempel van God en van de heilige kerk terwijl zij de ware kerk verdrukken. Zo worden met de buitenste voorhof zij bedoeld die de grootste achting en het grootste aanzien hebben onder het rijk van de antichrist, of hun geestelijkheid zoals zij dat noemen; en met de heilige stad de hele menigte die daaronder behoort en die ook op deze titel roemt, niet anders dan de inwoners van Jeruzalem vroeger plachten te doen, zelfs toen zij Christus en Zijn ware leden vervolgden.

twee en veertig maanden Hierdoor wordt de gehele tijd van de heerschappij van den antichrist verstaan. Doch de rekening van het begin en einde van dezen tijd wordt verschillend genomen, gelijk op vs.3 zal aangetekend worden. Maar het allerzekerst is, dat wij de vervulling daarvan met lijdzaamheid verwachten.

Hertaald: twee en veertig maanden Hiermee wordt de hele tijd van de heerschappij van de antichrist bedoeld. Maar de berekening van het begin en het einde van die tijd wordt verschillend opgevat, zoals bij vers 3 aangetekend zal worden. Het allerzekerste is dat wij de vervulling daarvan met volharding verwachten.

Openbaring 11 vers 3

Mijn twee getuigen Eenigen menen dat door deze twee getuigen Henoch en Elias zouden worden verstaan, die den tijd van twee en veertig maanden, of van twaalf honderd zestig dagen, dat is omtrent drie jaren en een half, voor het einde van de wereld, tegen den antichrist zouden profeteren, en daarna door hem gedood worden, en wie naar de letter alles zou overkomen, wat hier in den tekst verhaald wordt. En dit gevoelen wordt door enigen heden gedreven, om den antichrist en zijn rijk, hetwelk nu langen tijd in de wereld bekend is, te verduisteren. Doch behalve dat het ongerijmd is, dat de Heilige Geest in deze openbaring de dingen, die voorts moeten geschieden, zo vele eeuwen zou voorbijgaan, in welke de Kerk van Christus zo vele veranderingen heeft ondergaan, en terstond komen tot de vier laatste jaren der wereld; zo is het ook niet mogelijk, dat het rijk van den antichrist binnen drie jaren en een half zou opgericht worden, en alles door de gehele wereld teweegbrengen, wat in Gods Woord van hem en zijn rijk is voorzegd. Het strijdt ook met Gods Woord, dat de heiligen uit den hemel met hun hemelse lichamen zouden dalen, om

Hertaald: Mijn twee getuigen Sommigen menen dat met deze twee getuigen Henoch en Elia bedoeld zouden worden. Die zouden in de tijd van tweeënveertig maanden, of van twaalfhonderdzestig dagen, dat is: ongeveer drie en een half jaar voor het einde van de wereld, tegen de antichrist profeteren en daarna door hem gedood worden; en hun zou naar de letter alles overkomen wat hier in de tekst verteld wordt. Die opvatting wordt door sommigen vandaag naar voren gebracht om de antichrist en zijn rijk, dat nu al lange tijd in de wereld bekend is, te verduisteren. Maar het is ongerijmd dat de Heilige Geest in deze openbaring, waarin de dingen die nog moeten gebeuren voorgesteld worden, zo veel eeuwen zou voorbijgaan waarin de kerk van Christus zo veel veranderingen doorgemaakt heeft, en meteen tot de vier laatste jaren van de wereld zou komen. Bovendien is het niet mogelijk dat het rijk van de antichrist binnen drie en een half jaar opgericht zou worden en over de hele wereld alles tot stand zou brengen wat in Gods Woord over hem en zijn rijk voorzegd is. Het strijdt ook met Gods Woord dat de heiligen met hun hemelse lichamen uit de hemel zouden neerdalen om

Mijn twee getuigen hier gedood te worden, of dat zij op deze wereld weder zouden komen prediken, gelijk Abraham getuigt, Luc. 16:29, of ook dat zij in drie jaren en een half onder alle volken zouden profeteren, of dat hunne lichamen binnen drie eigenlijk genoemde dagen en een half door de volken, geslachten en talen, zo zouden gezien worden, en dat die op aarde wonen zich daarover zouden verblijden, en elkander geschenken zenden, gelijk hier vs.3 in den tekst staat. Daarom moet beide, de zaak zelf en de tijd hier noodzakelijk profetischerwijze en figuurlijk verstaan worden, namelijk van de dagen die gehele jaren betekenen, gelijk Ezech. 4:5, en Dan. 9:24; welke jaren door enigen worden begonnen van het jaar 606 toen de bisschop van Rome allereerst den titel van bisschop der gehele christelijke Kerk [die Christus alleen toekomt] heeft aangenomen, en de afgoderij onder de christenen meest is begonnen door te breken. Hoewel anderen deze jaren wat vroeger beginnen, namelijk van de verwoesting van het Oude Rome, en van zijn overheersching door de Gothen, omtrent het jaar 412. Doch dit in zijn geheel gelaten zijnde, gelijk vs.2 gezegd

Hertaald: Mijn twee getuigen hier gedood te worden, of dat zij op deze wereld weer zouden komen prediken, zoals Abraham betuigt in Luk. 16:29; en ook dat zij in drie en een half jaar onder alle volken zouden profeteren, of dat hun lichamen binnen drie en een halve dag in eigenlijke zin door de volken, geslachten en talen zo gezien zouden worden en dat zij die op de aarde wonen zich daarover zouden verheugen en elkaar geschenken zouden zenden, zoals hier in de tekst van vers 3 staat. Daarom moeten hier zowel de zaak zelf als de tijd noodzakelijk op profetische en beeldende wijze verstaan worden, namelijk van dagen die hele jaren betekenen, zoals in Ezech. 4:5 en Dan. 9:24. Die jaren laten sommigen beginnen in het jaar 606. Toen heeft de bisschop van Rome voor het eerst de titel van bisschop van de hele christelijke kerk aangenomen, die alleen Christus toekomt, en toen begon de afgodendienst onder de christenen vooral door te breken. Anderen laten deze jaren wat eerder beginnen, namelijk bij de verwoesting van het oude Rome en bij zijn overheersing door de Goten, omstreeks het jaar 412. Maar terwijl dat in het onzekere gelaten wordt, zoals bij vers 2 gezegd

Mijn twee getuigen is, zo wordt het opwekken van deze twee getuigen geschikt verstaan van enige voortreffelijke leraars, die God binnen dien tijd van het rijk van den antichrist, hier en daar op verschillende tijden in Zijn gemeente heeft verwekt, om deze heerschappij en afgoderij te ontdekken en wederstaan; die daarom als met zakken bekleed gezegd worden, omdat zij in slechte klederen en met een treurig gelaat zich tegen de pracht en hoogmoed van het antichristendom hebben gesteld. En daarom ook twee genoemd worden, omdat er wel weinigen zouden zijn, maar evenwel genoeg om de waarheid den mensen te betuigen, daar alle waarheid bestaat in twee of drie getuigen, Deut. 19:15; en omdat God gewoonlijk twee zodanige voortreffelijke getuigen tot wederoprichting der vervallen leer pleegt te gebruiken gelijk hier in de volgende woorden eerst wordt gezien op Jozua en Zerubbabel, die den godsdienst na de gevangenschap van Babel hebben opgericht in vs.4, en op Mozes en Aäron, die zulks gedaan hebben in de woestijn; en op Elia en Elisa, die zulks gedaan hebben onder Achab en ander dienaars van Baäl, waarop hier wordt gezien

Hertaald: Mijn twee getuigen is, wordt het opwekken van deze twee getuigen terecht verstaan van enkele voortreffelijke leraars. Die heeft God binnen die tijd van het rijk van de antichrist hier en daar op verschillende tijden in Zijn gemeente verwekt om deze heerschappij en afgodendienst te ontdekken en te weerstaan. Van hen wordt daarom gezegd dat zij met zakken bekleed zijn, omdat zij zich in armoedige kleren en met een treurig gelaat tegen de pracht en de hoogmoed van het antichristendom gesteld hebben. Zij worden ook twee genoemd omdat het er wel weinigen zouden zijn, maar toch genoeg om de mensen de waarheid te betuigen, aangezien alle waarheid op twee of drie getuigen berust, Deut. 19:15; en omdat God gewoonlijk twee zulke voortreffelijke getuigen gebruikt tot de wederoprichting van de vervallen leer. Zo wordt hier in de volgende woorden eerst gezien op Jozua en Zerubbabel, die de godsdienst na de Babylonische gevangenschap opgericht hebben, vers 4; en op Mozes en Aäron, die dat in de woestijn gedaan hebben; en op Elia en Elisa, die dat gedaan hebben onder Achab en de andere dienaars van Baäl, waarop hier gezien wordt

Mijn twee getuigen in vs.5,6, die ook daarom twee kunnen genoemd worden, omdat zij de leer van het Oude en het Nieuwe Testament alleen tot wederlegging van het antichristendom, als getuigen dezer waarheid, hebben voortgebracht, en anderen daardoor krachtig overwonnen. Zodanigen zijn geweest Waldus en Petrus Bruys in Frankrijk, Wiclef en Pourneüs in Engeland, Johannes Hus en Hieronymus van Praag in Bohemen en Duitsland, die ook daarover op het Concilie van Constanz, gedood en met blijdschap door al dien hoop, uit verscheidene volken en tongen vergaderd, verbrand zijn; totdat het God daarna heeft beliefd Luther en Melanchton in Duitsland, Zwingli en Oecolampadius in Zwitserland, Farel en Calvijn in Frankrijk, met meer anderen in hun plaats te verwekken, die met meerdere kracht hun getuigenis volbracht hebben, en een groot deel van dat grote Babel hebben doen vallen, van welks gehelen val en vernietiging hier zal worden geprofeteerd.

Hertaald: Mijn twee getuigen in vers 5 en 6. Zij kunnen ook daarom twee genoemd worden omdat zij als getuigen van deze waarheid alleen de leer van het Oude en het Nieuwe Testament aangevoerd hebben tot weerlegging van het antichristendom en anderen daardoor krachtig overwonnen hebben. Zulke getuigen zijn geweest Waldus en Petrus de Bruys in Frankrijk, Wiclef en Pourneüs in Engeland, Johannes Hus en Hiëronymus van Praag in Bohemen en Duitsland. Die zijn daarover ook op het Concilie van Konstanz gedood en met blijdschap verbrand door heel die menigte die uit verschillende volken en talen bijeengekomen was. Daarna heeft het God behaagd Luther en Melanchthon in Duitsland, Zwingli en Oecolampadius in Zwitserland, Farel en Calvijn in Frankrijk, met meer anderen in hun plaats te verwekken. Die hebben met meer kracht hun getuigenis volbracht en een groot deel van dat grote Babel doen vallen; van de gehele val en de vernietiging daarvan zal hier geprofeteerd worden.

Openbaring 11 vers 4

de twee olijfbomen, Dit voorbeeld is genomen uit het gezicht van Zacharias, Zach. 4:2-3, Zach. 4:14, waar Jozua de hogepriester en Zerubbabel de vorst zo worden afgebeeld, omdat zij instrumenten waren waardoor de olie der gaven van den Heiligen Geest, en het licht van Zijn woord krachtig waren, om den vervallen tempel en godsdienst na de gevangenschap van Babel in Israël weder op te richten.

Hertaald: de twee olijfbomen, Dit beeld is genomen uit het gezicht van Zacharia, Zach. 4:2-3, Zach. 4:14, waar Jozua de hogepriester en Zerubbabel de vorst zo afgebeeld worden. Zij waren werktuigen waardoor de olie van de gaven van de Heilige Geest en het licht van Zijn Woord krachtig waren om de vervallen tempel en de vervallen godsdienst in Israël na de Babylonische gevangenschap weer op te richten.

Openbaring 11 vers 5

een vuur zal uit Dit ziet op het exempel van Mozes in den opstand van Korach met de zijnen, Num. 15:35, en op het exempel van Elias tegen de krijgsknechten, die kwamen om hem te vangen, 2 Kon. 1:10, waardoor allerlei plagen verstaan worden, die God den vijanden zijner profeten heeft toegezonden. Het kan ook verstaan worden van het vuur der dreigementen van God tegen de halsstarrigen, gelijk te zien is Jer. 5:14.

Hertaald: een vuur zal uit Dit ziet op het voorbeeld van Mozes bij de opstand van Korach met zijn aanhang, Num. 15:35, en op het voorbeeld van Elia tegen de soldaten die kwamen om hem te vangen, 2 Kon. 1:10. Daarmee worden allerlei plagen bedoeld die God de vijanden van Zijn profeten toegezonden heeft. Het kan ook verstaan worden van het vuur van Gods dreigingen tegen de halsstarrigen, zoals te zien is in Jer. 5:14.

Openbaring 11 vers 6

den hemel te sluiten, Dit ziet insgelijks op het exempel van Elia, 1Ki 17, waardoor òf de uiterlijke plagen van droogten en hongersnoden kunnen verstaan worden, òf ook het inhouden van de werkingen van Gods Geest, om der mensen ondankbaarheid wil; gelijk Paulus 2 Thess. 2:11 getuigt, dat God hun zal zenden een kracht der dwaling, opdat zij de leugen geloven, omdat zij de liefde der waarheid niet hebben aangenomen om zalig te worden.

Hertaald: den hemel te sluiten, Dit ziet eveneens op het voorbeeld van Elia, 1 Kon. 17. Daarmee kunnen óf de uiterlijke plagen van droogte en hongersnood bedoeld worden, óf ook het inhouden van de werkingen van Gods Geest vanwege de ondankbaarheid van de mensen; zoals Paulus in 2 Thess. 2:11 betuigt dat God hun een kracht van de dwaling zal zenden opdat zij de leugen geloven, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden.

om die in bloed te Dit ziet ook op het exempel van Mozes en Aäron, die de Egyptenaars, die zich tegen hun vermaningen zetten, met deze en andere plagen hebben gestraft; gelijk God ook verschillende ongevallen en plagen om zodanige oorzaken over de halsstarrige christenheid heeft gezonden.

Hertaald: om die in bloed te Dit ziet ook op het voorbeeld van Mozes en Aäron, die de Egyptenaars die zich tegen hun aansporingen verzetten met deze en andere plagen gestraft hebben; zo heeft God ook verschillende ongevallen en plagen om zulke oorzaken over de halsstarrige christenheid gezonden.

Openbaring 11 vers 7

als zij hun getuigenis Namelijk elk het zijne, in zijn bestemden tijd, gedurende deze heerschappij van den antichrist.

Hertaald: als zij hun getuigenis Namelijk ieder het zijne, in zijn bestemde tijd, gedurende deze heerschappij van de antichrist.

het beest, dat Dat is, de antichrist, met zijn geestelijke heerschappij, welk Openb. 9:11 Abaddon of Verderver genoemd is, waarvan de nadere beschrijving in Rev 13 zal volgen.

Hertaald: het beest, dat Dat is: de antichrist met zijn geestelijke heerschappij, die in Openb. 9:11 Abaddon of Verderver genoemd is; de nadere beschrijving daarvan zal in Openb. 13 volgen.

Openbaring 11 vers 8

op de straat Of op de ruimte. Dit is ook een eigenschap van deze Roomse hierarchie, of geestelijke heerschappij, dat zij de zodanigen, die zij voor ketters schelden op galgen en raderen zetten, en door al hun gebied de begrafenis weigeren, inzonderheid op hun gewijde plaatsen, en hun naam allerlei versmaadheid aandoen na hun dood.

Hertaald: op de straat Of: op de open ruimte. Dit is ook een eigenschap van deze Roomse hiërarchie of geestelijke heerschappij: dat zij hen die zij voor ketters uitmaken op galgen en raderen zet, hun in heel haar gebied de begrafenis weigert, in het bijzonder op hun gewijde plaatsen, en hun naam na hun dood allerlei versmading aandoet.

der grote stad, Hierdoor wordt de stad Rome met hare heerschappij verstaan, gelijk de engel zelf genoeg verklaart, Openb. 17:9, Openb. 17:18, die geestelijk Sodom genoemd wordt, om de ontucht, die daar zetelt: en Egypte, vanwege de verdrukking van Gods volk, en waar onze Heere ook geestelijk wordt gezegd gekruisigd te zijn, omdat gelijk Christus zelf door den Romeinsen stadhouder gekruisigd is, Hij ook zo in Zijn leden door de Roomse heerschappij nog dagelijks gekruisigd wordt.

Hertaald: der grote stad, Hiermee wordt de stad Rome met haar heerschappij bedoeld, zoals de engel zelf genoeg verklaart in Openb. 17:9, Openb. 17:18. Zij wordt geestelijk Sodom genoemd om de ontucht die daar zetelt, en Egypte vanwege de verdrukking van Gods volk; en van haar wordt ook geestelijk gezegd dat onze Heere daar gekruisigd is, omdat, zoals Christus Zelf door de Romeinse stadhouder gekruisigd is, Hij ook zo in Zijn leden door de Roomse heerschappij nog dagelijks gekruisigd wordt.

Openbaring 11 vers 10

die op de aarde wonen, Dat is, de aardse mense, die zich tot aardsen godsdienst begeven.

Hertaald: die op de aarde wonen, Dat is: de aardse mensen, die zich aan een aardse godsdienst overgeven.

geschenken zenden; Namelijk tot een teken van blijdschap, gelijk Est. 9:19, Est. 9:22.

Hertaald: geschenken zenden; Namelijk tot een teken van blijdschap, zoals in Esth. 9:19, Esth. 9:22.

gepijnigd hadden Dat is, met hun prediking, schriften en vermaningen hun geweten hadden geroerd, en kwelling aangedaan, om zo gerust in hun bijgelovigheden en zonden niet voort te kunnen gaan, waarvan zij door den dood van dezen nu schenen ontslagen te zijn.

Hertaald: gepijnigd hadden Dat is: met hun prediking, hun geschriften en hun aansporingen hun geweten geraakt en kwelling aangedaan hadden, zodat zij niet zo rustig in hun bijgelovigheden en zonden konden voortgaan; daarvan leken zij door de dood van deze getuigen nu ontslagen te zijn.

Openbaring 11 vers 11

na die drie dagen Dat is na een korten tijd, dat deze getuigen gedood waren, en door het geweld en publiek oordeel van den antichrist en van de zijnen, hun aanzien onder de mensen schenen verloren te hebben, heeft God weder anderen in hun plaats verwekt, die door denzelfden Geest zijn gedreven geweest, gelijk Johannes de Doper in den geest en kracht van Elisa wordt gezegd gekomen te zijn; Luc. 1:17.

Hertaald: na die drie dagen Dat is: na een korte tijd waarin deze getuigen gedood waren en door het geweld en het openbare oordeel van de antichrist en van zijn aanhang hun aanzien onder de mensen leken te hebben verloren, heeft God weer anderen in hun plaats verwekt die door dezelfde Geest gedreven zijn; zoals van Johannes de Doper gezegd wordt dat hij gekomen is in de geest en de kracht van Elia, Luk. 1:17.

Openbaring 11 vers 12

zij voeren op naar Sommigen verstaan dit van de zaligheid der profeten of getuigen van Christus, die gelijk Christus, hun hoofd, door een wolk is opgenomen in den hemel, en gelijk Lazarus' ziel door de engelen is gedragen in Abrahams schoot, zo ook uit vele ontering en verdrukking door den dood ten hemel zijn opgenomen, om daar vertroost en verheerlijkt te worden, totdat zij ten uitersten dage in het gezicht van hun vervolgers, naar het lichaam en ziel, Christus tegemoet in de wolken ten hemel opgenomen zijn; 1 Thess. 4:17. Anderen verstaan het van de meerdere kracht en verheerlijking dezer getuigen, door degenen, die in hun plaats zullen komen, gelijk zulke wijze van spreken Jes. 14:13, Jes. 14:19, en elders ook gebruikt wordt. Hetwelk door anderen, die hen gevolgd zijn, en die ook met den burgerlijken arm zijn gesterkt geweest in Duitsland, Frankrijk, Engeland, Schotland, Zwitserland, Nederland en andere delen der wereld, niettegenstaande al het geweld van den antichrist, geschied en volbracht is en nog volbracht wordt.

Hertaald: zij voeren op naar Sommigen verstaan dit van de zaligheid van de profeten of getuigen van Christus. Zoals Christus, hun Hoofd, door een wolk in de hemel opgenomen is en zoals de ziel van Lazarus door de engelen in de schoot van Abraham gedragen is, zo zijn ook zij uit veel onteer en verdrukking door de dood ten hemel opgenomen om daar getroost en verheerlijkt te worden, totdat zij op de laatste dag in het gezicht van hun vervolgers naar lichaam en ziel Christus tegemoet in de wolken ten hemel opgenomen zijn; 1 Thess. 4:17. Anderen verstaan het van de grotere kracht en verheerlijking van deze getuigen door hen die in hun plaats zouden komen; zulke manieren van spreken worden ook in Jes. 14:13, Jes. 14:19 en elders gebruikt. Dat is gebeurd en volbracht door anderen die hen gevolgd zijn en die ook door de burgerlijke overheid gesterkt zijn in Duitsland, Frankrijk, Engeland, Schotland, Zwitserland, Nederland en andere delen van de wereld, ondanks al het geweld van de antichrist; en het wordt nog volbracht.

Openbaring 11 vers 13

een grote aardbeving, Dat is, een grote beroering en beweging in de wereld, zo door den antichrist en degenen, die zich tegen deze getuigen stelden, als de anderen, die deze getuigenissen aannamen en voorstonden; gelijk de ervaring in de voorgaande eeuwen heeft getuigd en nog in deze eeuw getuigt.

Hertaald: een grote aardbeving, Dat is: een grote beroering en beweging in de wereld, zowel door de antichrist en zij die zich tegen deze getuigen stelden, als door de anderen die deze getuigenissen aannamen en voorstonden; zoals de ervaring in de voorgaande eeuwen betuigd heeft en in deze eeuw nog betuigt.

het tiende deel Dat is, een groot deel der Roomse en antichristische hierarchie is van den antichrist afgevallen.

Hertaald: het tiende deel Dat is: een groot deel van de Roomse en antichristische hiërarchie is van de antichrist afgevallen.

zeven duizend namen Dit verstaan enigen voor mensen van naam en aanzien, als daar zijn koningen, vorsten, prelaten, leraars en dergelijke, die in verscheidene krijgen die zij voor den antichrist gevoerd hebben, zijn omgekomen.

Hertaald: zeven duizend namen Dit vatten sommigen op als mensen van naam en aanzien, zoals koningen, vorsten, prelaten, leraars en dergelijke, die omgekomen zijn in de verschillende oorlogen die zij voor de antichrist gevoerd hebben.

de overigen zijn Dat is, een groot deel der volken, die onder zijn heerschappij stonden, zijn van hem afgeweken, en hebben zich tot de zuiverheid van het Evangelie, naar dit voorbeeld, meer en meer bekeerd, totdat eindelijk de val van deze grote stad met zeven bergen en haar valsen profeet zal volgen; waarvan in de volgende hoofdstukken zal geprofeteerd worden.

Hertaald: de overigen zijn Dat is: een groot deel van de volken die onder zijn heerschappij stonden zijn van hem afgeweken. Zij hebben zich naar dit voorbeeld meer en meer tot de zuiverheid van het Evangelie bekeerd, totdat ten slotte de val van deze grote stad met zeven bergen en van haar valse profeet zal volgen; daarover zal in de volgende hoofdstukken geprofeteerd worden.

Openbaring 11 vers 15

de zevende engel Hetgeen op deze bazuin is gevolgd, wordt het best verstaan van de oprichting van het rijk Gods en van zijn Christus in den hemel, na de voleinding der wereld, hetwelk met de laatste woorden van vs.15, en met vs.18,19 wel overeenkomt, en met de orde, die in deze gezichten wordt gehouden, dat elk bijzonder gezicht met het einde der wereld in zijn voorzegging eindigt, gelijk hiervoor Openb. 10:7, ook is betuigd.

Hertaald: de zevende engel Wat op deze bazuin gevolgd is, wordt het best verstaan van de oprichting van het rijk van God en van Zijn Christus in de hemel, na de voleinding van de wereld. Dat komt goed overeen met de laatste woorden van vers 15 en met vers 18 en 19, en met de orde die in deze gezichten aangehouden wordt: dat elk afzonderlijk gezicht in zijn voorzegging eindigt met het einde van de wereld, zoals hiervoor in Openb. 10:7 ook betuigd is.

grote stemmen Namelijk van blijdschap, die onder de heilige geesten in den hemel was, gelijk volgt.

Hertaald: grote stemmen Namelijk stemmen van blijdschap die er onder de heilige geesten in de hemel was, zoals volgt.

zijn geworden onzes Dat is, staan nu allen onder zijn regering, nadat onder den voet zijn gebracht al degenen die zich daartegen stelden. Zie 1 Kor. 15:24.

Hertaald: zijn geworden onzes Dat is: zij staan nu allen onder Zijn regering, nadat allen die zich daartegen stelden onder de voet gebracht zijn. Zie 1 Kor. 15:24.

Openbaring 11 vers 18

de volken waren Namelijk tevoren tegen Christus en Zijn rijk; maar nu is de tijd gekomen, dat gij uwe straf, in uw rechtvaardigen toorn, tegen zodanigen zult uitvoeren.

Hertaald: de volken waren Namelijk eerder toornig tegen Christus en Zijn rijk; maar nu is de tijd gekomen dat U Uw straf in Uw rechtvaardige toorn tegen zulke mensen zult uitvoeren.

den profeten, en Waaronder de apostelen en Evangelisten van het Nieuwe Testament ook worden begrepen.

Hertaald: den profeten, en Daaronder worden ook de apostelen en evangelisten van het Nieuwe Testament begrepen.

den heiligen, Waaronder alle trouwe leraars en martelaars ook worden begrepen.

Hertaald: den heiligen, Daaronder worden ook alle trouwe leraars en martelaren begrepen.

die Uw Naam vrezen, Hierdoor worden al de andere gelovigen verstaan.

Hertaald: die Uw Naam vrezen, Hiermee worden al de andere gelovigen bedoeld.

die de aarde verdierven Namelijk met geweld en vervolging, met valse leringen en slechte voorbeelden. Zie Openb. 19:2.

Hertaald: die de aarde verdierven Namelijk met geweld en vervolging, met valse leringen en slechte voorbeelden. Zie Openb. 19:2.

Openbaring 11 vers 19

de tempel Gods Door de opening des tempels in den hemel wordt allergevoegelijkst verstaan de verheerlijking der gemeente zelf in den hemel, en dor de ark zijns verbonds het heerlijk aanschouwen van Christus onzen middelaar in deze, waarvan de ark een voorbeeld was, en door den donder en bliksem, enz. de tekenen Zijns toorns tegen de ongelovigen.

Hertaald: de tempel Gods Met het openen van de tempel in de hemel wordt heel passend de verheerlijking van de gemeente zelf in de hemel bedoeld; met de ark van Zijn verbond het heerlijk aanschouwen van Christus, onze Middelaar, daarin, waarvan de ark een voorbeeld was; en met de donder en de bliksem, enzovoort, de tekenen van Zijn toorn tegen de ongelovigen.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De twee getuigen  — twee profeten die duizend tweehonderd zestig dagen profeteren, met macht als Mozes en Elia, gedood door het beest, na drie en een halve dag weer levend en opgenomen ten hemel (Op. 11:3-12)

Terwijl de heidenen de heilige stad tweeënveertig maanden vertreden, geeft Christus macht aan "Mijn twee getuigen", die profeteren "met zakken bekleed" (Op. 11:1-3). Zij worden "de twee olijfbomen, en de twee kandelaren" genoemd (Op. 11:4). Zij dragen kenmerken van twee grote oudtestamentische profeten. Zij hebben macht om de hemel te sluiten zodat het niet regent, zoals Elia deed (Op. 11:6; 1 Kon. 17:1). En zij hebben macht om water in bloed te veranderen en de aarde met plagen te slaan, zoals Mozes deed in Egypte (Op. 11:6; Ex. 7:17,20). Aan het einde van hun getuigenis overwint het beest uit de afgrond hen en doodt hen; hun lichamen liggen onbegraven op straat, terwijl de volken feestvieren (Op. 11:7-10). Na drie en een halve dag komt de geest des levens weer in hen, en een stem uit de hemel roept hen op: "Komt herwaarts op" — zij varen op in een wolk, voor de ogen van hun vijanden (Op. 11:11-12).

Bijbelse betekenis: Het register houdt zich hier aan wat de tekst zelf met zekerheid zegt en waagt zich niet aan een eigen identificatie van deze twee getuigen. Gaat het om twee met name genoemde personen? Om ambtsdragers die de wet en de profeten vertegenwoordigen? Of om de getuigende gemeente in de gedaante van twee getuigen — het minimum dat de wet voor een geldige getuigenis eiste (Deut. 19:15)? Ook hier lopen oprechte uitleggers uiteen, evenals bij de identiteit van de eerste ruiter (Op. 6:1-2). Vast staat de zaak zelf: getrouwe getuigenis wordt door de wereld gehaat, lijkt uiteindelijk verslagen, en wordt juist dan door God opgewekt en verhoogd, voor de ogen van diezelfde vijanden.

Typologie: Elia werd zonder de dood te zien ten hemel opgenomen, "met een onweder" (2 Kon. 2:11); van Henoch wordt hetzelfde zonder omhaal gezegd: "hij was niet meer; want God nam hem weg" (Gen. 5:24). En op de berg der verheerlijking verschijnen Mozes en Elia beiden aan Christus (Matt. 17:3, niet apart aangehaald) — dezelfde twee wier kracht in deze twee getuigen weerklinkt. Jakobus en Johannes, die eens vuur van de hemel wilden laten neerdalen "gelijk ook Elias gedaan heeft", werden door Christus daarvoor juist bestraft (Luk. 9:54-55) — een waarschuwing dat de macht van deze getuigen niet lichtvaardig nagevolgd mag worden.

Op. 11:1-12; 1 Kon. 17:1; Ex. 7:17,20; 2 Kon. 2:11; Gen. 5:24; Luk. 9:54-55

De koninkrijken dezer wereld zijn geworden  — de lofzang bij de zevende bazuin: "De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid" (Op. 11:15)

Zodra de zevende engel bazuint, klinken grote stemmen in de hemel met deze aankondiging (Op. 11:15). De vierentwintig ouderlingen vallen op hun aangezicht en danken God dat Hij Zijn grote kracht heeft aangenomen en als Koning heeft geheerst (Op. 11:16-17). Zij noemen in één adem het oordeel over de doden, het loon voor Gods dienstknechten, en het verderf voor wie de aarde te gronde richten (Op. 11:18). Het hoofdstuk sluit met de tempel Gods die in de hemel geopend wordt, met de ark van Zijn verbond daarin zichtbaar (Op. 11:19).

Bijbelse betekenis: De werkwoordsvorm is opvallend: niet zullen worden, maar "zijn geworden" — de overwinning wordt hier bezongen als een voltooid feit, hoewel de geschiedenis van Openbaring op dit punt nog allerminst ten einde is. Zo bezingt de hemel Gods heerschappij als een zekerheid die vaststaat, ook al moet de aarde nog door verdere oordelen heen. Het Koninkrijk waarvoor Christus Zijn discipelen leerde bidden — "Uw Koninkrijk kome" (Matt. 6:10, reeds behandeld bij Koninkrijk der hemelen) — wordt hier alvast gevierd als gekomen.

Typologie: Daniël had ditzelfde uitzicht al gezien: de God des hemels zal een Koninkrijk oprichten dat in eeuwigheid niet verstoord zal worden (Dan. 2:44, reeds behandeld bij Koninkrijk der hemelen). En dezelfde lofzang die hier bij de zevende bazuin klinkt, weerklinkt straks weer, voller nog, bij de val van Babylon en de bruiloft des Lams (Op. 19:6-9, reeds behandeld bij Huwelijk als beeld van Christus en de Gemeente).

Op. 11:15-19; Matt. 6:10; Dan. 2:44; Op. 19:6-9

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het koninkrijk niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren — 11:15-19

Zes bazuinen hebben geklonken en telkens ging het over oordeel en ramp. Dan klinkt de zevende, en wat er volgt is geen ramp maar een aankondiging — de zin waar heel het boek naartoe werkt.

Wat sinds de hof betwist gebied was, wordt in één zin overgedragen: de koninkrijken der wereld zijn van de Heere en van Zijn Christus geworden.

De zevende bazuin brengt geen plaag maar stemmen: “De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.”

De kanttekening legt uit wat dat geworden inhoudt: zij staan nu allen onder Zijn regering, nadat allen die zich daartegen stelden onder de voet zijn gebracht.

Daarmee komt hier een lange lijn tot rust. De mens werd als heerser over de schepping gesteld en verloor die kroon. Israël vroeg een koning en kreeg er één naar Gods hart, en ook diens huis faalde. In de woestijn werden Christus al de koninkrijken der wereld aangeboden voor één ogenblik knielen, en Hij weigerde. Hier krijgt Hij ze, en niet uit die hand.

Daniël had de woorden er al voor. Hij zag hoe de God des hemels een koninkrijk zou verwekken dat in der eeuwigheid niet verstoord zal worden, dat alle andere koninkrijken vermaalt en zelf in alle eeuwigheid bestaat. Wat Johannes hoort, is de aankondiging dat het zover is.

En de vierentwintig ouderlingen danken met een naam die net iets anders klinkt dan eerder in dit boek. Er staat: “Die is, en Die was, en Die komen zal.” Alleen zeggen zij dan: Gij hebt Uw grote kracht aangenomen, en als Koning geheerst. De verwachting is voorbij.

Het slotvers is het merkwaardigste van het hoofdstuk: “En de tempel Gods in de hemel is geopend geworden, en de ark Zijns verbonds is gezien in Zijn tempel.”

Die ark was in Israël het meest verborgen voorwerp dat er bestond. Zij stond achter het voorhangsel, waar één man één keer per jaar mocht komen, en boven het verzoendeksel had God gezegd bij Zijn volk te zullen komen en te spreken. Sinds de wegvoering naar Babel was zij verdwenen. En hier gaat de tempel open en staat zij in het volle zicht.

De kanttekening leest die opening als de verheerlijking van de gemeente zelf, en de ark als het heerlijk aanschouwen van Christus, onze Middelaar, van Wie de ark een voorbeeld was.

Zo staan in vijf verzen beide helften van Zijn ambt bij elkaar. De koninkrijken worden van Hem — dat is de Koning. En het voorwerp waarop het bloed gesprengd werd, staat open en bloot in het licht — dat is de Priester. Wat in Israël nooit tegelijk kon, staat hier in één gezicht.

  1. Genesis 1:28 — De mens wordt over de schepping gesteld, en verliest die kroon.
  2. Daniël 2:44 — Er wordt een Koninkrijk beloofd dat in eeuwigheid niet verstoord wordt.
  3. Mattheüs 4:9 — In de woestijn worden de koninkrijken aangeboden, en geweigerd.
  4. Openbaring 11:15 — Hier worden zij Hem gegeven, en niet uit die hand.
  5. Exodus 25:22 — Boven het verzoendeksel sprak God met Zijn volk, achter het voorhangsel.
  6. Openbaring 11:19 — En nu staat de ark van Zijn verbond open en bloot in het licht.

In het Nieuwe Testament: Daniël 2:44; Daniël 7:14; Psalm 2:8; Exodus 25:22; Hebreeën 9:4; Mattheüs 4:8-9

Hoever dit reikt: Over de plaats van dit gezicht in de volgorde van het boek verschillen de uitleggers. De kanttekening houdt het erop dat wat op de zevende bazuin volgt, het best verstaan wordt van de oprichting van Gods rijk na de voleinding der wereld. Elk gezicht in dit boek komt immers bij het einde uit. Dat de ark hier op Christus als Middelaar ziet, is de uitleg van de kanttekening bij vers 19.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Openbaringen 11

Openbaring 11:12. KruisverwijzingenHandelingen 1:9Openbaring 4:12 Koningen 2:111 Thessalonicenzen 4:17Openbaring 12:5Psalmen 86:17Jesaja 14:13Efeze 2:5
— En zij hoorden een grote stem uit den hemel, die tot hen zeide: Komt herwaarts op. En zij voeren op naar den hemel in de wolk; en hun vijanden aanschouwden hen.
Als wij in Christus zijn, behoort dit voor ons een bron van blijde verwachting te zijn. In plaats van de dag te vrezen waarop wij deze wereld verlaten om tot de Vader te gaan, behoren wij naar dat uur te verlangen.

Met welke vreugde zal die stem uit de hemel klinken in de oren van hen die vermoeid zijn door hun arbeid. Dan zal ons werk voltooid zijn en zal het loon volgen. Onze Zaligmaker zal zeggen: “Komt herwaarts op”, en wij zullen de heerlijkheid aanschouwen waarin wij hier op aarde hebben geloofd. Misschien zal ons aardse leven niet worden gekenmerkt door langdurige ziekte, diepe armoede, zware arbeid of de marteldood. Toch mogen wij ervan verzekerd zijn dat, als wij ware navolgers van Christus zijn, het uur waarop de dood komt – of liever, waarop het eeuwige leven en de onsterfelijkheid aanbreken – voor ons een vreugdevol en gezegend ogenblik zal zijn.

Laten wij de Allerhoogste niet vragen dat uur uit te stellen waarop Hij ons tot Zich roept, maar laten wij iedere morgen uitzien naar de koninklijke boodschap die zegt: “Komt herwaarts op.”

Openbaring 11:19.KruisverwijzingenOpenbaring 16:21Openbaring 8:5Openbaring 4:5Exodus 25:21Openbaring 15:5Openbaring 16:18Openbaring 14:15Jesaja 30:30
— En de tempel Gods in de hemel is geopend geworden, en de ark Zijns verbonds is gezien in Zijn tempel; en er werden bliksemen, en stemmen, en donderslagen, en aardbeving, en grote hagel.
Als wij op dit ogenblik in de hemel konden zien, zouden wij misschien verwachten een vertoornd God te aanschouwen. Maar wat wij zouden zien, is “de ark Zijns verbonds”. De Heere heeft immers van Zijn volk gezegd dat Hij een eeuwig verbond met hen zal oprichten.

Als God een verbond met ons heeft gesloten, geldt dat niet slechts voor vandaag of morgen, en ook niet alleen voor dit tijdelijke leven, maar voor eeuwig. Christus, het grote Offer waardoor dit verbond is bekrachtigd, blijft voor eeuwig Dezelfde. Hij heeft Zich borg gesteld voor Zijn volk en zal nooit nalaten te vervullen wat Hij heeft beloofd. De Borg van het nieuwe verbond is de Zoon van God. Evenals Zijn Vader faalt Hij nooit en verandert Hij nooit. Het verbond is altijd voor Gods aangezicht, omdat Christus altijd daar is.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content