Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Obadja 1

1 Het gezicht van Obadja. Alzo zegt de Heere HEERE van Edom: Wij hebben een gerucht gehoord van den HEERE, en er is een gezant geschikt onder de heidenen: Staat op, en laat ons opstaan tegen hen ten strijde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Het gezichtH2377 van ObadjaH5662. AlzoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069 van EdomH123: Wij hebben een geruchtH8052 gehoordH8085 vanH854 den HEEREH3068, en er is een gezantH6735 geschiktH7971 onder de heidenenH1471: StaatH6965 op, en laat ons opstaanH6965 tegenH5921 hen ten strijdeH4421. Het gezicht van Obadja. Alzo zegt de Heere HEERE van Edom: Wij hebben een gerucht gehoord van den HEERE, en er is een gezant geschikt onder de heidenen: Staat op, en laat ons opstaan tegen hen ten strijde.

KJV The vision1 of Obadiah.2 Thus saith4 the Lord5 GOD6 concerning Edom;7 We have heard9 a rumour8 from the LORD,11 and an ambassador12 is sent14 among the heathen,13 Arise15 ye, and let us rise up16 against her in battle.

1 חֲז֖וֹן H2377 gezicht, gezichten, gezichts vision 2 עֹֽבַדְיָ֑ה H5662 Obadja Obadiah 3 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 4 אָמַר֩ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 אֲדֹנָ֨י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 6 יְהוִ֜ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 7 לֶאֱד֗וֹם H123 Edom, Edomieten, Edoms Edom, Edomites, Idumea 8 שְׁמוּעָ֨ה H8052 gerucht, tijding, gehoord bruit, doctrine, fame, mentioned, news, report, rumor, tidings 9 שָׁמַ֜עְנוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 10 מֵאֵ֤ת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 11 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 וְצִיר֙ H6735 gezant, weeen, gezanten ambassador, hinge, messenger, pain, pang, sorrow. Compare H6736 (צִיר) 13 בַּגּוֹיִ֣ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 14 שֻׁלָּ֔ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 15 ק֛וּמוּ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 16 וְנָק֥וּמָה H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 17 עָלֶיהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 לַמִּלְחָמָֽה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Ziet, Ik heb u klein gemaakt onder de heidenen, gij zijt zeer veracht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 ZietH2009, Ik heb u kleinH6996 gemaakt onder de heidenenH1471, gijH859 zijt zeerH3966 verachtH959. Ziet, Ik heb u klein gemaakt onder de heidenen, gij zijt zeer veracht.

KJV Behold, I have made3 thee small2 among the heathen:4 thou art greatly7 despised.

1 הִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 קָטֹ֛ן H6996 kleinste, kleine, klein least, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est) 3 נְתַתִּ֖יךָ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 4 בַּגּוֹיִ֑ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 5 בָּז֥וּי H959 veracht, verachtte, verachten despise, disdain, contemn(-ptible), [phrase] think to scorn, vile person 6 אַתָּ֖ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 7 מְאֹֽד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 De trotsheid uws harten heeft u bedrogen; hij, die daar woont in de kloven der steenrotsen, in zijn hoge woning; die in zijn hart zegt: Wie zou mij ter aarde nederstoten?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 De trotsheidH2087 uws hartenH3820 heeft u bedrogenH5377; hij, die daar woontH7931 in de klovenH2288 der steenrotsenH5553, in zijn hogeH4791 woningH3427; die in zijn hartH3820 zegtH559: WieH4310 zou mij ter aardeH776 nederstotenH3381? De trotsheid uws harten heeft u bedrogen; hij, die daar woont in de kloven der steenrotsen, in zijn hoge woning; die in zijn hart zegt: Wie zou mij ter aarde nederstoten?

KJV The pride1 of thine heart2 hath deceived3 thee, thou that dwellest4 in the clefts5 of the rock,6 whose habitation is high;7 that saith9 in his heart,10 Who shall bring me down12 to the ground?

1 זְד֤וֹן H2087 trotsheid, hovaardigheid, trotse presumptuously, pride, proud (man) 2 לִבְּךָ֙ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 3 הִשִּׁיאֶ֔ךָ H5377 bedrogen, bedriege, bedriegen beguile, deceive, [idiom] greatly, [idiom] utterly 4 שֹׁכְנִ֥י H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 5 בְחַגְוֵי H2288 kloven cleft 6 סֶּ֖לַע H5553 steenrots, rotssteen, steenrotsen (ragged) rock, stone(-ny), strong hold 7 מְר֣וֹם H4791 hoogte, hoogten, omhoog (far) above, dignity, haughty, height, (most, on) high (one, place), loftily, upward 8 שִׁבְתּ֑וֹ H7675 Baschebeth, plaats, stoel place, seat. Compare H3429 (יֹשֵׁב בַּשֶּׁבֶת) 9 אֹמֵ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 בְּלִבּ֔וֹ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 11 מִ֥י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 12 יוֹרִדֵ֖נִי H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 13 אָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Al verhieft gij u gelijk de arend, en al steldet gij uw nest tussen de sterren, zo zal Ik u van daar nederstoten, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Al verhieftH1361 gij u gelijk de arendH5404, en al steldetH7760 gij uw nestH7064 tussenH996 de sterrenH3556, zoH518 zal Ik u van daarH8033 nederstotenH3381, spreektH5002 de HEEREH3068. Al verhieft gij u gelijk de arend, en al steldet gij uw nest tussen de sterren, zo zal Ik u van daar nederstoten, spreekt de HEERE.

KJV Though thou exalt2 thyself as the eagle,3 and though thou set7 thy nest8 among the stars,6 thence will I bring thee down,10 saith11 the LORD.

1 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 תַּגְבִּ֣יהַּ H1361 hoger, hoog, verheffen exalt, be haughty, be (make) high(-er), lift up, mount up, be proud, raise up great height, upward 3 כַּנֶּ֔שֶׁר H5404 arend, arenden, arends eagle 4 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 5 בֵּ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 6 כּֽוֹכָבִ֖ים H3556 sterren, ster star(-gazer) 7 שִׂ֣ים H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 8 קִנֶּ֑ךָ H7064 nest, kameren nest, room 9 מִשָּׁ֥ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 10 אוֹרִֽידְךָ֖ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 11 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 12 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Zo er dieven, zo er nachtrovers tot u gekomen waren (hoe zijt gij uitgeroeid!), zouden zij niet gestolen hebben zoveel hun genoeg ware? Zo er wijnlezers tot u gekomen waren, zouden zij niet een nalezing hebben overgelaten?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Zo er dievenH1590, zo er nachtroversH7703 tot u gekomenH935 waren (hoeH349 zijt gij uitgeroeidH1820!), zouden zij nietH3808 gestolenH1589 hebben zoveel hun genoegH1767 wareH518? Zo er wijnlezersH1219 tot u gekomenH935 waren, zouden zij nietH3808 een nalezingH5955 hebben overgelatenH7604? Zo er dieven, zo er nachtrovers tot u gekomen waren (hoe zijt gij uitgeroeid!), zouden zij niet gestolen hebben zoveel hun genoeg ware? Zo er wijnlezers tot u gekomen waren, zouden zij niet een nalezing hebben overgelaten?

KJV If thieves2 came3 to thee, if robbers6 by night,7 (how art thou cut off!)9 would they not have stolen11 till they had enough?12 if the grapegatherers14 came15 to thee, would they not leave18 some grapes?

1 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 גַּנָּבִ֤ים H1590 dief, dieven thief 3 בָּאֽוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 לְךָ֙ 5 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 6 שׁ֣וֹדְדֵי H7703 verwoest, verstoord, verstoorder dead, destroy(-er), oppress, robber, spoil(-er), [idiom] utterly, (lay) waste 7 לַ֔יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 8 אֵ֣יךְ H349 hoe how, what 9 נִדְמֵ֔יתָה H1820 uitgeroeid, ophouden, vergaan cease, be cut down (off), destroy, be brought to silence, be undone, [idiom] utterly 10 הֲל֥וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 יִגְנְב֖וּ H1589 gestolen, stelen, steelt carry away, [idiom] indeed, secretly bring, steal (away), get by stealth 12 דַּיָּ֑ם H1767 genoeg, genoegzaam, sinds able, according to, after (ability), among, as (oft as), (more than) enough, from, in, since, (much as is) sufficient(-ly), too much, very, when 13 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 14 בֹּֽצְרִים֙ H1219 vaste, gesterkt, vast cut off, (de-) fenced, fortify, (grape) gather(-er), mighty things, restrain, strong, wall (up), withhold 15 בָּ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 16 לָ֔ךְ 17 הֲל֖וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 יַשְׁאִ֥ירוּ H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 19 עֹלֵלֽוֹת H5955 nalezing, nalezingen (gleaning) (of the) grapes, grapegleanings
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Hoe zijn Ezau's goederen nagespeurd, zijn verborgen schatten opgezocht!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 HoeH349 zijn EzauH6215's goederen nagespeurdH2664, zijn verborgenH4710 schatten opgezochtH1158! Hoe zijn Ezau's goederen nagespeurd, zijn verborgen schatten opgezocht!

KJV How are the things of Esau3 searched out!2 how are his hidden5 things sought up!

1 אֵ֚יךְ H349 hoe how, what 2 נֶחְפְּשׂ֣וּ H2664 verstelde, doorzoeken, doorzocht change, (make) diligent (search), disquise self, hide, search (for, out) 3 עֵשָׂ֔ו H6215 Ezau Esau 4 נִבְע֖וּ H1158 opbobbelen, opgezocht, uitwaarts gebogen cause, inquire, seek up, swell out 5 מַצְפֻּנָֽיו H4710 verborgen hidden thing
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Al uw bondgenoten hebben u tot aan de landpale uitgeleid; uw vredegenoten hebben u bedrogen, zij hebben u overmocht; die uw brood eten zullen een gezwel onder u zetten, er is geen verstand in hem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 AlH3605 uw bondgenotenH582 hebben u tot aan de landpaleH1366 uitgeleidH7971; uw vredegenotenH582 hebben u bedrogenH5377, zij hebben u overmochtH3201; die uw broodH3899 eten zullen een gezwelH4204 onderH8478 u zettenH7760, er is geenH369 verstandH8394 in hem. Al uw bondgenoten hebben u tot aan de landpale uitgeleid; uw vredegenoten hebben u bedrogen, zij hebben u overmocht; die uw brood eten zullen een gezwel onder u zetten, er is geen verstand in hem.

KJV All the men of thy confederacy6 have brought3 thee even to the border:2 the men that were at peace11 with thee have deceived7 thee, and prevailed8 against thee; they that eat thy bread12 have laid13 a wound14 under thee: there is none understanding

1 עַֽד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 2 הַגְּב֣וּל H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space 3 שִׁלְּח֗וּךָ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 4 כֹּ֚ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 אַנְשֵׁ֣י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 6 בְרִיתֶ֔ךָ H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 7 הִשִּׁיא֛וּךָ H5377 bedrogen, bedriege, bedriegen beguile, deceive, [idiom] greatly, [idiom] utterly 8 יָכְל֥וּ H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 9 לְךָ֖ 10 אַנְשֵׁ֣י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 שְׁלֹמֶ֑ךָ H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 12 לַחְמְךָ֗ H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 13 יָשִׂ֤ימוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 14 מָזוֹר֙ H4204 gezwel wound 15 תַּחְתֶּ֔יךָ H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 16 אֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 17 תְּבוּנָ֖ה H8394 verstand, verstandigheid, verstands discretion, reason, skilfulness, understanding, wisdom 18 בּֽוֹ

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Zal het niet te dien dage zijn, spreekt de HEERE, dat Ik de wijzen uit Edom, en het verstand uit Ezau's gebergte zal doen vergaan?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Zal het nietH3808 te dien dageH3117 zijn, spreektH5002 de HEEREH3068, dat Ik de wijzenH2450 uit EdomH123, en het verstandH8394 uit EzauH6215's gebergteH2022 zal doen vergaanH6? Zal het niet te dien dage zijn, spreekt de HEERE, dat Ik de wijzen uit Edom, en het verstand uit Ezau's gebergte zal doen vergaan?

KJV Shall I not in that day,2 saith4 the LORD,5 even destroy6 the wise7 men out of Edom,8 and understanding9 out of the mount10 of Esau?

1 הֲל֛וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 בַּיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 הַה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וְהַאֲבַדְתִּ֤י H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 7 חֲכָמִים֙ H2450 wijzen, wijs, wijze cunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man) 8 מֵֽאֱד֔וֹם H123 Edom, Edomieten, Edoms Edom, Edomites, Idumea 9 וּתְבוּנָ֖ה H8394 verstand, verstandigheid, verstands discretion, reason, skilfulness, understanding, wisdom 10 מֵהַ֥ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 11 עֵשָֽׂו H6215 Ezau Esau
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Ook zullen uw helden, o Theman! versaagd zijn; opdat een ieder uit Ezau's gebergte door den moord worde uitgeroeid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Ook zullen uw heldenH1368, o ThemanH8487! versaagdH2865 zijn; opdatH4616 een iederH376 uit EzauH6215's gebergteH2022 door den moordH6993 worde uitgeroeidH3772. Ook zullen uw helden, o Theman! versaagd zijn; opdat een ieder uit Ezau's gebergte door den moord worde uitgeroeid.

KJV And thy mighty2 men, O Teman,3 shall be dismayed,1 to the end that every one6 of the mount7 of Esau8 may be cut off5 by slaughter.

1 וְחַתּ֥וּ H2865 ontzet, verbroken, verschrikt abolish, affright, be (make) afraid, amaze, beat down, discourage, (cause to) dismay, go down, scare, terrify 2 גִבּוֹרֶ֖יךָ H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 3 תֵּימָ֑ן H8487 Theman, Teman south, Teman 4 לְמַ֧עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 5 יִכָּֽרֶת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 6 אִ֛ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 מֵהַ֥ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 8 עֵשָׂ֖ו H6215 Ezau Esau 9 מִקָּֽטֶל H6993 moord slaughter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Om het geweld, begaan aan uw broeder Jakob, zal schaamte u bedekken; en gij zult uitgeroeid worden in eeuwigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Om het geweldH2555, begaan aan uw broederH251 JakobH3290, zal schaamteH955 u bedekkenH3680; en gij zult uitgeroeidH3772 worden in eeuwigheidH5769. Om het geweld, begaan aan uw broeder Jakob, zal schaamte u bedekken; en gij zult uitgeroeid worden in eeuwigheid.

KJV For thy violence1 against thy brother2 Jacob3 shame5 shall cover4 thee, and thou shalt be cut off6 for ever.

1 מֵחֲמַ֛ס H2555 geweld, gewelds, wrevel cruel(-ty), damage, false, injustice, [idiom] oppressor, unrighteous, violence (against, done), violent (dealing), wrong 2 אָחִ֥יךָ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 3 יַעֲקֹ֖ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 4 תְּכַסְּךָ֣ H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 5 בוּשָׁ֑ה H955 schaamte shame 6 וְנִכְרַ֖תָּ H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 7 לְעוֹלָֽם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Ten dage als gij tegenover stondt, ten dage als de uitlanders zijn heir gevangen voerden, en de vreemden tot zijn poorten introkken, en over Jeruzalem het lot wierpen, waart gij ook als een van hen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Ten dageH3117 als gij tegenoverH4480 stondtH5975, ten dageH3117 als de uitlandersH2114 zijn heirH2428 gevangenH7617 voerden, en de vreemdenH5237 tot zijn poortenH8179 introkkenH935, en overH5921 JeruzalemH3389 het lotH1486 wierpenH3032, waartH859 gij ookH1571 als eenH259 van hen. Ten dage als gij tegenover stondt, ten dage als de uitlanders zijn heir gevangen voerden, en de vreemden tot zijn poorten introkken, en over Jeruzalem het lot wierpen, waart gij ook als een van hen.

KJV In the day1 that thou stoodest2 on the other side, in the day4 that the strangers6 carried away captive5 his forces,7 and foreigners8 entered9 into his gates,10 and cast13 lots14 upon Jerusalem,12 even thou wast as one

1 בְּיוֹם֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 עֲמָֽדְךָ֣ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 3 מִנֶּ֔גֶד H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 4 בְּי֛וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 5 שְׁב֥וֹת H7617 gevankelijk, gevangen, voerden (bring away, carry, carry away, lead, lead away, take) captive(-s), drive (take) away 6 זָרִ֖ים H2114 vreemde, vreemden, vreemd (come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman) 7 חֵיל֑וֹ H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 8 וְנָכְרִ֞ים H5237 vreemde, vreemd, onbekende alien, foreigner, outlandish, strange(-r, woman) 9 בָּ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 שְׁעָרָ֗יו H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 11 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 יְרוּשָׁלִַ֨ם֙ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 13 יַדּ֣וּ H3032 geworpen, wierpen cast 14 גוֹרָ֔ל H1486 lot, loten, lots lot 15 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 16 אַתָּ֖ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 17 כְּאַחַ֥ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 18 מֵהֶֽם

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Toen zoudt gij niet gezien hebben op den dag uws broeders, den dag zijner vervreemding; noch u verblijd hebben over de kinderen van Juda, ten dage huns ondergangs; noch uw mond groot gemaakt hebben, ten dage der benauwdheid;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Toen zoudt gij nietH408 gezienH7200 hebben op den dagH3117 uws broedersH251, den dagH3117 zijner vervreemdingH5235; noch u verblijdH8055 hebben over de kinderenH1121 van JudaH3063, ten dageH3117 huns ondergangsH6; noch uw mondH6310 grootH1431 gemaakt hebben, ten dageH3117 der benauwdheidH6869; Toen zoudt gij niet gezien hebben op den dag uws broeders, den dag zijner vervreemding; noch u verblijd hebben over de kinderen van Juda, ten dage huns ondergangs; noch uw mond groot gemaakt hebben, ten dage der benauwdheid;

KJV But thou shouldest not have looked2 on the day3 of thy brother4 in the day5 that he became a stranger;6 neither shouldest thou have rejoiced8 over the children9 of Judah10 in the day11 of their destruction;12 neither shouldest thou have spoken15 proudly14 in the day16 of distress.

1 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 2 תֵּ֤רֶא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 3 בְיוֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 אָחִ֨יךָ֙ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 5 בְּי֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 נָכְר֔וֹ H5235 vervreemding, vreemds strange 7 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 8 תִּשְׂמַ֥ח H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 9 לִבְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 11 בְּי֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 12 אָבְדָ֑ם H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 13 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 14 תַּגְדֵּ֥ל H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 15 פִּ֖יךָ H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 16 בְּי֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 17 צָרָֽה H6869 benauwdheid, benauwdheden, nood adversary, adversity, affliction, anguish, distress, tribulation, trouble
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Noch ter poorte Mijns volks ingegaan zijn, ten dage huns verderfs; noch gezien hebben, ook gij, op zijn kwaad, ten dage zijns verderfs; noch uw handen uitgestrekt hebben aan zijn heir, ten dage zijns verderfs;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Noch ter poorteH8179 Mijns volksH5971 ingegaanH935 zijn, ten dageH3117 huns verderfsH343; noch gezienH7200 hebben, ookH1571 gijH859, op zijn kwaadH7451, ten dageH3117 zijns verderfsH343; noch uw handen uitgestrektH7971 hebben aan zijn heirH2428, ten dageH3117 zijns verderfsH343; Noch ter poorte Mijns volks ingegaan zijn, ten dage huns verderfs; noch gezien hebben, ook gij, op zijn kwaad, ten dage zijns verderfs; noch uw handen uitgestrekt hebben aan zijn heir, ten dage zijns verderfs;

KJV Thou shouldest not have entered2 into the gate3 of my people4 in the day5 of their calamity;6 yea, thou shouldest not have looked8 on their affliction11 in the day12 of their calamity,13 nor have laid15 hands on their substance16 in the day17 of their calamity;

1 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 2 תָּב֤וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 בְשַֽׁעַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 4 עַמִּי֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 בְּי֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 אֵידָ֔ם H343 verderf, verderfs, ongevals calamity, destruction 7 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 8 תֵּ֧רֶא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 9 גַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 10 אַתָּ֛ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 11 בְּרָעָת֖וֹ H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 12 בְּי֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 13 אֵיד֑וֹ H343 verderf, verderfs, ongevals calamity, destruction 14 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 15 תִּשְׁלַ֥חְנָה H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 16 בְחֵיל֖וֹ H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 17 בְּי֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 18 אֵידֽוֹ H343 verderf, verderfs, ongevals calamity, destruction
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Noch gestaan hebben op de wegscheiding, om zijn ontkomenen uit te roeien; noch zijn overgeblevenen overgeleverd hebben, ten dage der benauwdheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Noch gestaanH5975 hebben opH5921 de wegscheidingH6563, om zijn ontkomenenH6412 uit te roeienH3772; noch zijn overgeblevenenH8300 overgeleverdH5462 hebben, ten dageH3117 der benauwdheidH6869. Noch gestaan hebben op de wegscheiding, om zijn ontkomenen uit te roeien; noch zijn overgeblevenen overgeleverd hebben, ten dage der benauwdheid.

KJV Neither shouldest thou have stood2 in the crossway,4 to cut off5 those of his that did escape;7 neither shouldest thou have delivered up9 those of his that did remain10 in the day11 of distress.

1 וְאַֽל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 2 תַּעֲמֹד֙ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 הַפֶּ֔רֶק H6563 verscheuring, wegscheiding crossway, robbery 5 לְהַכְרִ֖ית H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 פְּלִיטָ֑יו H6412 ontkomen, ontkome, ontkomene (that have) escape(-d, -th), fugitive 8 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 9 תַּסְגֵּ֥ר H5462 gesloten, sloot, toegesloten close up, deliver (up), give over (up), inclose, [idiom] pure, repair, shut (in, self, out, up, up together), stop, [idiom] straitly 10 שְׂרִידָ֖יו H8300 overigen, overgeblevenen, niemand [idiom] alive, left, remain(-ing), remnant, rest 11 בְּי֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 12 צָרָֽה H6869 benauwdheid, benauwdheden, nood adversary, adversity, affliction, anguish, distress, tribulation, trouble
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Want de dag des HEEREN is nabij, over al de heidenen; gelijk als gij gedaan hebt, zal u gedaan worden; uw vergelding zal op uw hoofd wederkeren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Want de dagH3117 des HEERENH3068 is nabijH7138, overH5921 alH3605 de heidenenH1471; gelijk als gij gedaanH6213 hebt, zal u gedaan worden; uw vergeldingH1576 zal op uw hoofdH7218 wederkerenH7725. Want de dag des HEEREN is nabij, over al de heidenen; gelijk als gij gedaan hebt, zal u gedaan worden; uw vergelding zal op uw hoofd wederkeren.

KJV For the day3 of the LORD4 is near2 upon all the heathen:7 as thou hast done,9 it shall be done10 unto thee: thy reward12 shall return13 upon thine own head.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 קָר֥וֹב H7138 nabij, naaste, nabestaande allied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly) 3 יוֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 הַגּוֹיִ֑ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 8 כַּאֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 עָשִׂ֨יתָ֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 יֵעָ֣שֶׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 11 לָּ֔ךְ 12 גְּמֻלְךָ֖ H1576 vergelding, verdienste, weldaad [phrase] as hast served, benefit, desert, deserving, that which he hath given, recompense, reward 13 יָשׁ֥וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 14 בְּרֹאשֶֽׁךָ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Want gelijk gijlieden gedronken hebt op den berg Mijner heiligheid, zo zullen al de heidenen geduriglijk drinken; ja, zij zullen drinken en inzwelgen, en zullen zijn alsof zij er niet geweest waren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 WantH3588 gelijk gijlieden gedronkenH8354 hebt opH5921 den bergH2022 Mijner heiligheidH6944, zo zullen alH3605 de heidenenH1471 geduriglijkH8548 drinkenH8354; ja, zij zullen drinkenH8354 en inzwelgenH3886, en zullen zijn alsof zij er nietH3808 geweest waren. Want gelijk gijlieden gedronken hebt op den berg Mijner heiligheid, zo zullen al de heidenen geduriglijk drinken; ja, zij zullen drinken en inzwelgen, en zullen zijn alsof zij er niet geweest waren.

KJV For as ye have drunk3 upon my holy6 mountain,5 so shall all the heathen9 drink7 continually,10 yea, they shall drink,11 and they shall swallow down,12 and they shall be as though they had not

1 כִּ֗י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כַּֽאֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 שְׁתִיתֶם֙ H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 הַ֣ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 6 קָדְשִׁ֔י H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 7 יִשְׁתּ֥וּ H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 8 כָֽל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 הַגּוֹיִ֖ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 10 תָּמִ֑יד H8548 geduriglijk, gedurig, gedurige alway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual 11 וְשָׁת֣וּ H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 12 וְלָע֔וּ H3886 inzwelgen, opgezwolgen swallow down (up) 13 וְהָי֖וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 כְּל֥וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 הָיֽוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Maar op den berg Sions zal ontkoming zijn, en hij zal een heiligheid zijn; en die van het huis Jakobs zullen hun erfgoederen erfelijk bezitten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Maar op den bergH2022 SionsH6726 zal ontkomingH6413 zijnH1961, en hij zal een heiligheidH6944 zijnH1961; en die van het huisH1004 JakobsH3290 zullen hun erfgoederenH4180 erfelijkH3423 bezitten. Maar op den berg Sions zal ontkoming zijn, en hij zal een heiligheid zijn; en die van het huis Jakobs zullen hun erfgoederen erfelijk bezitten.

KJV But upon mount1 Zion2 shall be deliverance,4 and there shall be holiness;6 and the house8 of Jacob9 shall possess7 their possessions.

1 וּבְהַ֥ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 2 צִיּ֛וֹן H6726 Sion, Sions Zion 3 תִּהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 פְלֵיטָ֖ה H6413 ontkomen, ontkoming, ontkomenen deliverance, (that is) escape(-d), remnant 5 וְהָ֣יָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 קֹ֑דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 7 וְיָֽרְשׁוּ֙ H3423 erfelijk, erven, bezitting cast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly 8 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 יַֽעֲקֹ֔ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 10 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 מוֹרָֽשֵׁיהֶם H4180 bezittingen, erfgoederen, erve possession, thought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En Jakobs huis zal een vuur zijn, en Jozefs huis een vlam, en Ezau's huis tot een stoppel; en zij zullen tegen hen ontbranden, en zullen ze verteren, zodat Ezau's huis geen overgeblevene zal hebben; want de HEERE heeft het gesproken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En JakobsH3290 huisH1004 zal een vuurH784 zijnH1961, en JozefsH3130 huisH1004 een vlamH3852, en EzauH6215's huisH1004 tot een stoppelH7179; en zijH1961 zullen tegen hen ontbrandenH1814, en zullen ze verterenH398, zodat EzauH6215's huisH1004 geenH3808 overgebleveneH8300 zal hebben; wantH3588 de HEEREH3068 heeft het gesprokenH1696. En Jakobs huis zal een vuur zijn, en Jozefs huis een vlam, en Ezau's huis tot een stoppel; en zij zullen tegen hen ontbranden, en zullen ze verteren, zodat Ezau's huis geen overgeblevene zal hebben; want de HEERE heeft het gesproken.

KJV And the house2 of Jacob3 shall be a fire,4 and the house5 of Joseph6 a flame,7 and the house8 of Esau9 for stubble,10 and they shall kindle11 in them, and devour13 them; and there shall not be any remaining16 of the house17 of Esau;18 for the LORD20 hath spoken

1 וְהָיָה֩ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בֵית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 3 יַעֲקֹ֨ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 4 אֵ֜שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 5 וּבֵ֧ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 יוֹסֵ֣ף H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 7 לֶהָבָ֗ה H3852 vlam, vlammend, vlammig flame(-ming), head (of a spear) 8 וּבֵ֤ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 עֵשָׂו֙ H6215 Ezau Esau 10 לְקַ֔שׁ H7179 stoppel, stoppelen stubble 11 וְדָלְק֥וּ H1814 Brandende, hittiglijk, nagejaagd burning, chase, inflame, kindle, persecute(-or), pursue hotly 12 בָהֶ֖ם 13 וַאֲכָל֑וּם H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 14 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 יִֽהְיֶ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 16 שָׂרִיד֙ H8300 overigen, overgeblevenen, niemand [idiom] alive, left, remain(-ing), remnant, rest 17 לְבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 18 עֵשָׂ֔ו H6215 Ezau Esau 19 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 20 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 21 דִּבֵּֽר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En die van het zuiden zullen Ezau's gebergte, en die van de laagte zullen de Filistijnen erfelijk bezitten; ja, zij zullen het veld van Efraim en het veld van Samaria erfelijk bezitten; en Benjamin Gilead.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En die van het zuidenH5045 zullen EzauH6215's gebergteH2022, en die van de laagteH8219 zullen de FilistijnenH6430 erfelijkH3423 bezitten; ja, zij zullen het veldH7704 van EfraimH669 en het veldH7704 van SamariaH8111 erfelijkH3423 bezitten; en BenjaminH1144 GileadH1568. En die van het zuiden zullen Ezau's gebergte, en die van de laagte zullen de Filistijnen erfelijk bezitten; ja, zij zullen het veld van Efraim en het veld van Samaria erfelijk bezitten; en Benjamin Gilead.

KJV And they of the south2 shall possess1 the mount4 of Esau;5 and they of the plain6 the Philistines:8 and they shall possess9 the fields11 of Ephraim,12 and the fields14 of Samaria:15 and Benjamin16 shall possess Gilead.

1 וְיָרְשׁ֨וּ H3423 erfelijk, erven, bezitting cast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly 2 הַנֶּ֜גֶב H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַ֣ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 5 עֵשָׂ֗ו H6215 Ezau Esau 6 וְהַשְּׁפֵלָה֙ H8219 laagte, laagten low country, (low) plain, vale(-ley) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 פְּלִשְׁתִּ֔ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 9 וְיָרְשׁוּ֙ H3423 erfelijk, erven, bezitting cast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 שְׂדֵ֣ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 12 אֶפְרַ֔יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 13 וְאֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 שְׂדֵ֣ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 15 שֹׁמְר֑וֹן H8111 Samaria Samaria 16 וּבִנְיָמִ֖ן H1144 Benjamin, Benjamins, Benjaminieten Benjamin 17 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 הַגִּלְעָֽד H1568 Gilead, Gileadieten, Gileads Gilead, Gileadite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En de gevankelijk weggevoerden van dit heir der kinderen Israels, hetgeen der Kanaanieten was, tot Zarfath toe; en de gevankelijk weggevoerden van Jeruzalem, hetgeen in Sefarad is, zij zullen de steden van het zuiden erfelijk bezitten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En de gevankelijkH1546 weggevoerden van ditH2088 heirH2426 der kinderenH1121 IsraelsH3478, hetgeenH834 der KanaanietenH3669 was, totH5704 ZarfathH6886 toe; en de gevankelijkH1546 weggevoerden van JeruzalemH3389, hetgeenH834 in SefaradH5614 is, zij zullen de stedenH5892 van het zuidenH5045 erfelijkH3423 bezitten. En de gevankelijk weggevoerden van dit heir der kinderen Israels, hetgeen der Kanaanieten was, tot Zarfath toe; en de gevankelijk weggevoerden van Jeruzalem, hetgeen in Sefarad is, zij zullen de steden van het zuiden erfelijk bezitten.

KJV And the captivity1 of this host2 of the children4 of Israel5 shall possess that of the Canaanites,7 even unto Zarephath;9 and the captivity10 of Jerusalem,11 which is in Sepharad,13 shall possess14 the cities16 of the south.

1 וְגָלֻ֣ת H1546 gevankelijk, wegvoering, gevankelijke wegvoering (they that are carried away) captives(-ity) 2 הַֽחֵל H2426 heir, voormuur, buitenmuur army, bulwark, host, [phrase] poor, rampart, trench, wall 3 הַ֠זֶּה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 4 לִבְנֵ֨י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 יִשְׂרָאֵ֤ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 אֲשֶֽׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 כְּנַעֲנִים֙ H3669 Kanaanieten, Kanaaniet, Kanaanietische Canaanite, merchant, trafficker 8 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 9 צָ֣רְפַ֔ת H6886 Zarfath Zarephath 10 וְגָלֻ֥ת H1546 gevankelijk, wegvoering, gevankelijke wegvoering (they that are carried away) captives(-ity) 11 יְרוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 12 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 בִּסְפָרַ֑ד H5614 Sefarad Sepharad 14 יִֽרְשׁ֕וּ H3423 erfelijk, erven, bezitting cast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly 15 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 עָרֵ֥י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 17 הַנֶּֽגֶב H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En er zullen heilanden op den berg Sions opkomen, om Ezau's gebergte te richten; en het koninkrijk zal des HEEREN zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En er zullen heilandenH3467 op den bergH2022 SionsH6726 opkomenH5927, om EzauH6215's gebergteH2022 te richtenH8199; en het koninkrijkH4410 zal des HEERENH3068 zijnH1961. En er zullen heilanden op den berg Sions opkomen, om Ezau's gebergte te richten; en het koninkrijk zal des HEEREN zijn.

KJV And saviours2 shall come up1 on mount3 Zion4 to judge5 the mount7 of Esau;8 and the kingdom11 shall be the LORD'S.

1 וְעָל֤וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 מֽוֹשִׁעִים֙ H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 3 בְּהַ֣ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 4 צִיּ֔וֹן H6726 Sion, Sions Zion 5 לִשְׁפֹּ֖ט H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 הַ֣ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 8 עֵשָׂ֑ו H6215 Ezau Esau 9 וְהָיְתָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 לַֽיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 הַמְּלוּכָֽה H4410 koninkrijk, koninklijk, koninkrijks kingsom, king's, [idiom] royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Obadja 1:1 Amos 1:11 Ezechiël 25:12 Jesaja 63:1 Jesaja 34:1 Jeremia 6:4 Psalmen 137:7 Maleachi 1:3 Jesaja 30:4
Obadja 1:2 Jesaja 23:9 Numeri 24:18 Job 34:25 Micha 7:10 1 Samuël 2:7 Lukas 1:51 Ezechiël 29:15 Psalmen 107:39
Obadja 1:3 Jesaja 14:13 Jesaja 16:6 Spreuken 29:23 2 Koningen 14:7 Jeremia 49:16 Jeremia 48:29 Maleachi 1:4 Spreuken 18:12
Obadja 1:4 Jesaja 14:12 Habakuk 2:9 Job 20:6 Jeremia 49:16 Jeremia 51:53 Job 39:27 Amos 9:2
Obadja 1:5 Jeremia 49:9 Deuteronomium 24:21 Jesaja 17:6 Jesaja 14:12 Openbaring 18:10 2 Samuël 1:19 Jeremia 50:23 Sefanja 2:15
Obadja 1:6 Jeremia 49:10 Jesaja 45:3 Jeremia 50:37 Jesaja 10:13 Psalmen 139:1 Mattheüs 6:19 Daniël 2:22
Obadja 1:7 Psalmen 41:9 Jeremia 30:14 Jeremia 49:7 Ezechiël 23:22 Psalmen 55:12 Hosea 13:13 Jeremia 38:22 Jeremia 20:10
Obadja 1:8 Jesaja 29:14 Job 5:12 Jesaja 19:3 1 Korinthe 3:19 Jesaja 19:13 Psalmen 33:10
Obadja 1:9 Genesis 36:11 Amos 1:12 Jesaja 34:5 Ezechiël 25:13 Jesaja 63:1 Jeremia 49:22 Job 2:11 Jeremia 49:7
Obadja 1:10 Amos 1:11 Ezechiël 35:9 Psalmen 89:45 Numeri 20:14 Genesis 27:41 Psalmen 137:7 Joël 3:19 Psalmen 83:5
Obadja 1:11 Joël 3:3 Nahum 3:10 Psalmen 137:7 2 Koningen 25:11 Jeremia 52:28 Psalmen 50:18 2 Koningen 24:10
Obadja 1:12 Spreuken 17:5 Micha 4:11 Ezechiël 35:15 Psalmen 31:18 1 Samuël 2:3 Psalmen 22:17 Psalmen 92:11 Psalmen 59:10
Obadja 1:13 Psalmen 22:17 Ezechiël 35:5 Zacharia 1:15 2 Samuël 16:12 Ezechiël 35:10
Obadja 1:14 Amos 1:6 Jeremia 30:7 Genesis 35:3 Jesaja 37:3 Amos 1:9 Psalmen 31:8 Obadja 1:12
Obadja 1:15 Habakuk 2:8 Ezechiël 30:3 Ezechiël 35:15 Jeremia 50:29 Psalmen 137:8 Joël 1:15 Jeremia 25:15 Richteren 1:7
Obadja 1:16 Joël 3:17 Jeremia 49:12 Jesaja 51:22 Jeremia 25:15 1 Petrus 4:17 Jesaja 8:9 Psalmen 75:8 Jesaja 49:25
Obadja 1:17 Amos 9:11 Joël 2:32 Jesaja 14:1 Amos 9:8 Jesaja 4:3 Openbaring 21:27 Jeremia 46:28 Zacharia 8:3
Obadja 1:18 Zacharia 12:6 Jesaja 10:17 Jesaja 5:24 Joël 2:5 Amos 6:6 Ezechiël 37:16 Obadja 1:16 Nahum 1:10
Obadja 1:19 Amos 9:12 Sefanja 2:4 Jeremia 32:44 Richteren 1:18 Numeri 24:18 Ezechiël 25:16 Zacharia 9:5 Psalmen 69:35
Obadja 1:20 Lukas 4:26 Jeremia 33:13 1 Koningen 17:9 Jeremia 32:44 Hosea 1:10 Ezechiël 34:12 Zacharia 10:6 Amos 9:14
Obadja 1:21 Psalmen 22:28 Openbaring 11:15 Zacharia 14:9 Daniël 7:27 Daniël 2:44 Jesaja 19:20 2 Koningen 13:5 Jakobus 5:20
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Obadja 1 vers 1

gezicht Zie Jes. 1:1 .

Hertaald: gezicht Zie Jes. 1:1.

Obadja Te onderscheiden van dien Obadja, die bij Achabs tijd geleefd heeft. Zie 1 Kon. 18:3 , en onder vs.11.

Hertaald: Obadja Te onderscheiden van de Obadja die in de tijd van Achab geleefd heeft. Zie 1 Kon. 18:3 en vers 11.

van Edom Of, tegen, tot.

Hertaald: van Edom Of: tegen, tot.

Wij hebben een gerucht gehoord Ik en andere profeten, mijne mededienaars. Hiervoor staat Jer. 49:14 :Ik heb, enz., alwaar een gelijke profetie over Edom verhaald wordt, bijkans met dezelfde woorden. Zie de aantekening aldaar en wijders Ezech. 25:12 , enz. en Ezech. 35:2 , enz., en Am. 1:11-12 .

Hertaald: Wij hebben een gerucht gehoord Ik en de andere profeten, mijn mededienaars. In Jer. 49:14 staat hiervoor: Ik heb, enzovoort, waar een soortgelijke profetie over Edom verteld wordt, bijna met dezelfde woorden. Zie de aantekening daar, en verder Ezech. 25:12, enzovoort, en Ezech. 35:2, enzovoort, en Amos 1:11-12.

hem ten strijde Idumea.

Hertaald: hem ten strijde Namelijk Idumea.

Obadja 1 vers 3

De trotsheid uws harten Verg. Jer. 49:16 .

Hertaald: De trotsheid uws harten Vergelijk Jer. 49:16.

hij, Dat is, gij die, enz. gelijk Jer. 49:16 , of, hen die daar, enz.

Hertaald: hij, Dat is: u die, enzovoort, zoals Jer. 49:16; of: hen die daar, enzovoort.

in zijn hoge woning; Of, [zijnde] [te weten de voorzeide steenrotsen] zijn hoge woning, of, zitplaats. Hebr. de hoogte zijner woning.

Hertaald: in zijn hoge woning; Of: terwijl de genoemde steenrotsen zijn hoge woning of zetel zijn. Hebreeuws: de hoogte van zijn woning.

zegt Dat is, denkt, zich inbeeldt, gelijk Ps. 10:6 , enz.

Hertaald: zegt Dat is: denkt, zich inbeeldt, zoals Ps. 10:6, enzovoort.

Obadja 1 vers 4

Al verhieft gij u gelijk de arend, Verg. Jer. 49:16 ; Am. 9:2-4 .

Hertaald: Al verhieft gij u gelijk de arend, Vergelijk Jer. 49:16; Amos 9:2-4.

Obadja 1 vers 5

Zo er dieven, Verg. Jer. 49:9 .

Hertaald: Zo er dieven, Vergelijk Jer. 49:9.

zoveel hun genoeg ware? Hebr. hunne genoegzaamheid.

Hertaald: zoveel hun genoeg ware? Hebreeuws: hun genoegzaamheid.

Obadja 1 vers 6

Ezau's goederen nagespeurd, Of, die van Ezau's, dat is, Ezau's nakomelingen, of Ezau's [plaatsen] doorgespreurd. Verg. Jer. 49:10 .

Hertaald: Ezau's goederen nagespeurd, Of: hoe zijn die van Ezau, dat is: Ezau's nakomelingen, of Ezau's plaatsen, doorzocht. Vergelijk Jer. 49:10.

schatten opgezocht Of, verborgen [plaatsen]. Het Hebr. woord wordt alleenlijk hier alzo gevonden en kan worden vergeleken met een ander, dat van dezelfden oorsprong komt; Ps. 17:14 .

Hertaald: schatten opgezocht Of: verborgen plaatsen. Het Hebreeuwse woord komt alleen hier in deze betekenis voor en kan vergeleken worden met een ander woord van dezelfde oorsprong; Ps. 17:14.

Obadja 1 vers 7

bondgenoten Hebr. lieden, of mannen van uw verbond; alzo in het volgende: lieden van uwen vrede; dat is, met wie gij vrede hadt. Zie Ps. 41:10 ; Jes. 41:11-12 ; Jer. 20:10 , en Jer. 38:22 met de aantekening.

Hertaald: bondgenoten Hebreeuws: lieden of mannen van uw verbond; zo ook in het vervolg: lieden van uw vrede, dat is: met wie u vrede had. Zie Ps. 41:10; Jes. 41:11-12; Jer. 20:10 en Jer. 38:22 met de aantekening.

uitgeleid; Bewijzende uwen gezanten grote eer, alsof zij het getrouwelijk met u meenden en uwe zaken wilden behartigen, maar zij hebben u [gelijk volgt] bedrogen; of, zij zijn met u opgetogen ten strijde, maar hebben u aan de landpale verlaten. Anders: hebben u uitgedreven, dat is, hel;pen uitstoten, zijnde van vrienden vijanden geworden.

Hertaald: uitgeleid; Terwijl zij uw gezanten grote eer bewezen, alsof zij het trouw met u meenden en uw zaken wilden behartigen — maar zij hebben u bedrogen, zoals volgt. Of: zij zijn met u ten strijde opgetrokken, maar hebben u aan de grens in de steek gelaten. Anders: zij hebben u uitgedreven, dat is: helpen uitstoten, terwijl zij van vrienden vijanden geworden zijn.

overmocht; Met hun bedriegelijke aanrading; verg. Jer. 38:22 .

Hertaald: overmocht; Met hun bedrieglijke raad; vergelijk Jer. 38:22.

die uw brood eten Verg. Ps. 41:10 . Hebr. [uit het voorgaande] [lieden, of mannen] van uw brood; dat is, uwe gasten, uw gemeenzaamste vrienden.

Hertaald: die uw brood eten Vergelijk Ps. 41:10. In het Hebreeuws staat er, uit het voorgaande: lieden of mannen van uw brood; dat is: uw gasten, uw vertrouwdste vrienden.

zullen Hier en in het volgende blijkt dat dit ene profetie is van het toekomende, hoewel in het voorgaande gesproken is in den verleden tijd, naar der profeten wijze, vermits de zekerheid der zaak.

Hertaald: zullen Hier en in het vervolg blijkt dat dit een profetie over de toekomst is, hoewel in het voorgaande in de verleden tijd gesproken is — naar de gewoonte van de profeten, vanwege de zekerheid van de zaak.

een gezwel onder u zetten, Gelijk schalken of vijanden heimelijk iets verbergen ter plaatse, waar iemand gewoon is te zitten, liggen, staan, gaan, of verkeren, omhem buiten zijn weten te kwetesen, verwonden en in het verdriet te brengen. Hierdoor kan men verstaan enig verraad, of bedriegelijke handelingen tot verwarring van hunnen staat. Anders aldus: Zij hebben uw brood [tot] een gezwel onder u gezet; dta is, uwe maaltijden, met welke gij hen ontvangen hebt, hebben zij tot uw verderf gekeerd.

Hertaald: een gezwel onder u zetten, Zoals bedriegers of vijanden heimelijk iets verbergen op de plaats waar iemand gewoonlijk zit, ligt, staat of loopt, om hem buiten zijn weten te kwetsen, te verwonden en in het verdriet te brengen. Hieronder kan men verraad of bedrieglijke handelingen verstaan die hun staat in verwarring brengen. Anders aldus: zij hebben uw brood tot een gezwel onder u gemaakt; dat is: de maaltijden waarmee u hen onthaald hebt, hebben zij tot uw verderf gekeerd.

er is geen verstand in hem Te weten, in Edom. Anders: waarvan [gij] geen verstand [zult hebben]. En dienvolgens zult dij daarvan niet kunnen genezen worden, of daartegen voorzien, hoe kloek gij ook meent te wezen; uw verstand zal u te dien tijde benomen zijn, gelijk in het volgende vers gezegd wordt.

Hertaald: er is geen verstand in hem Namelijk in Edom. Anders: waarvan u geen inzicht zult hebben, en daardoor zult u er niet van kunnen genezen en er niets tegen kunnen ondernemen, hoe knap u ook meent te zijn; uw verstand zal u in die tijd ontnomen zijn, zoals in het volgende vers gezegd wordt.

Obadja 1 vers 8

wijzen uit Edom, Regenten of raadslieden. Verg. Jer. 49:7 .

Hertaald: wijzen uit Edom, Bestuurders of raadslieden. Vergelijk Jer. 49:7.

Obadja 1 vers 9

helden, Gelijk bij u alsdan geen verstand noch raad, alzo zal er ook geen moed zijn.

Hertaald: helden, Zoals er bij u dan geen inzicht en geen raad zal zijn, zo zal er ook geen moed zijn.

Theman Zie Jer. 40:7 .

Hertaald: Theman Zie Jer. 49:7.

opdat een ieder uit Ezau's gebergte Want als de helden versagen, zo wordt alles verslagen en nedergehouwen, zonder tegenstand.

Hertaald: opdat een ieder uit Ezau's gebergte Want wanneer de helden bezwijken, wordt alles verslagen en neergehouwen, zonder tegenstand.

Obadja 1 vers 10

begaan aan uw broeder Jakob, Hebr. om, of vanwege het geweld van uwen broeder Jakob; dat is, hetwelk gij aan hem, [dat is, zijnen nakomelingen, uwen bloedverwanten] gepleegd hebt. Verg. de manier van spreken met Jer. 2:2 ; Hab. 2:8 , Hab. 2:17 , en zie de aantekening aldaar, en wijders Ps. 137:7 ; Ezech. 25:12 , en Ezech. 35:5 .

Hertaald: begaan aan uw broeder Jakob, Hebreeuws: om of vanwege het geweld van uw broer Jakob; dat is: het geweld dat u hem — dat is: zijn nakomelingen, uw bloedverwanten — aangedaan hebt. Vergelijk de manier van spreken met Jer. 2:2; Hab. 2:8, Hab. 2:17, en zie de aantekening daar, en verder Ps. 137:7; Ezech. 25:12 en Ezech. 35:5.

bedekken; Verg. Job 8:22 met de aantekening.

Hertaald: bedekken; Vergelijk Job 8:22 met de aantekening.

Obadja 1 vers 11

stondt, Om uwe lust te scheppen in het aanschouwen van de ellende uwer broeders.

Hertaald: stondt, Om uw genoegen te scheppen in het aanzien van de ellende van uw broeders.

de uitlander De Babyloniërs met hun krijgsvolk; waaruit men afnemen kan dat Obadja dit geprofeteerd heeft omtrent of na de inneming van Jeruzalem en de wegvoering van het volk naar Babel, ten tijde als Jeremia te Jeruzalem, òf onder de overgebleven Joden in Juda òf in Egypte, en Ezechiel in Babel, onder de gevangen Joden profeteerden.

Hertaald: de uitlander De Babyloniërs met hun krijgsvolk. Daaruit kan men afleiden dat Obadja dit geprofeteerd heeft rond of na de inname van Jeruzalem en de wegvoering van het volk naar Babel. Dat was de tijd waarin Jeremia profeteerde, onder de overgebleven Joden in Juda of in Egypte, en Ezechiël in Babel onder de gevangen Joden.

heir gevangen voerden, Of, vermogen, te weten van Jakob; verg. vs.13, 20.

Hertaald: heir gevangen voerden, Of: vermogen, namelijk van Jakob; vergelijk vers 13 en 20.

Jeruzalem het lot wierpen, Dat is, den buit en de gevangenschap. Zie Joël 3:3 .

Hertaald: Jeruzalem het lot wierpen, Dat is: over de buit en de gevangenen. Zie Joël 3:3.

van hen Als een Chaldeër, vreemde en vijand.

Hertaald: van hen Als een Chaldeeër, vreemdeling en vijand.

Obadja 1 vers 12

gezien hebben Anders: Maar ziet niet, enz. en zo achtervolgens, te weten, met lust en vermaak. Alzo vs.13, zie ook Ps. 22:18 . Alsof God zeide: Verlustig u dus niet over de ellende uwer broeders, wacht wat; de uwe, die veel zwaarder zal vallen, is voor de deur, gelijk volgt in vs.15; het is een verwijtende aanspraak en voorwerping van hun bedreven boosheid, die God zwaarlijk wilde straffen, maar zijn volk daarna genade bewijzen.

Hertaald: gezien hebben Anders: maar zie niet, enzovoort, en zo ook in het vervolg — namelijk met genoegen en vermaak. Zo ook vers 13; zie ook Ps. 22:18. Alsof God zei: verlustig u zo niet in de ellende van uw broeders, wacht maar af: uw eigen ellende, die veel zwaarder zal uitvallen, staat voor de deur, zoals volgt in vers 15. Het is een verwijtende aanspraak en een voorhouden van hun bedreven boosheid, die God zwaar wilde straffen — waarna Hij Zijn volk genade zou bewijzen.

dag uws broeders, De tijd zijner bezoeking, of straf, gelijk in het volgende verklaard wordt. Verg. Ps. 37:13 .

Hertaald: dag uws broeders, De tijd van zijn bezoeking of straf, zoals in het vervolg verklaard wordt. Vergelijk Ps. 37:13.

vervreemding; Waarin hij in de hand der vreemden is overgeleverd en uit zijn land in een vreemd land vervoerd, zodat God zelf zich als vreemd tegen hem hield.

Hertaald: vervreemding; Waarin hij aan de vreemden overgeleverd is en uit zijn land naar een vreemd land weggevoerd, zodat God Zelf Zich als een vreemde tegenover hem hield.

uw mond groot gemaakt hebben, Dat is, gij zoudt den mond zo wijd niet opengesperd en zo niet getrotst hebben met spijt en spot. Verg. Ezech. 35:12-13 ; Ps. 22:14 , en Ps. 35:26 met de aantekening aldaar.

Hertaald: uw mond groot gemaakt hebben, Dat is: u had uw mond niet zo wijd moeten opensperren en zo niet moeten opscheppen met spijt en spot. Vergelijk Ezech. 35:12-13; Ps. 22:14 en Ps. 35:26 met de aantekening daar.

Obadja 1 vers 13

gij, Wien het, als bloedverwant, niet betaamt te doen wat de vreemden en vijanden doen.

Hertaald: gij, U, aan wie het als bloedverwant niet betaamt te doen wat de vreemden en vijanden doen.

kwaad, Dat is, ellende, kwaad der straf. Zie Gen. 19:10 .

Hertaald: kwaad, Dat is: de ellende, het kwaad van de straf. Zie Gen. 19:10.

aan zijn heir, Jakobs heir, of vermogen, gelijk vs.11. Zij hebben ongetwijfeld beide gedaan, slaande hunne handen aan hunne personen, gelijk volgt, en aan hunne goederen; verg. Gen. 37:22 met de aantekening aldaar.

Hertaald: aan zijn heir, Namelijk het leger of het vermogen van Jakob, zoals vers 11. Zij hebben ongetwijfeld allebei gedaan: hun handen geslagen aan hun personen, zoals volgt, en aan hun goederen; vergelijk Gen. 37:22 met de aantekening daar.

Obadja 1 vers 14

wegscheiding, Anders: verscheuring, doorbreking, te weten, der stad, om te beletten dat er niemand ontkwam.

Hertaald: wegscheiding, Anders: verscheuring, doorbraak, namelijk van de stad, om te verhinderen dat er iemand ontkwam.

ontkomenen uit te roeien; Om den Joden, die door den een of anderen weg voor den vijand zochten te vluchten, of al ontkomen waren, den weg te onderscheppen, of den pas te stoppen en hen te vermoorden.

Hertaald: ontkomenen uit te roeien; Om de Joden die langs de ene of andere weg voor de vijand probeerden te vluchten of al ontkomen waren, de weg af te snijden of de pas af te sluiten en hen te vermoorden.

overgeblevenen Die de vijand mag hebben overgezien, of overgelaten, en dien gij het leven niet gunt.

Hertaald: overgeblevenen Die de vijand over het hoofd gezien of gespaard kan hebben en aan wie u het leven niet gunt.

overgeleverd hebben, In de hand van den vijand.

Hertaald: overgeleverd hebben, In de hand van de vijand.

Obadja 1 vers 15

dag des HEEREN is nabij, Dat is, de bestemder tijd hunner straf. Zie Joël 1:15 ; Ps. 37:13 met de aantekening aldaar.

Hertaald: dag des HEEREN is nabij, Dat is: de vastgestelde tijd van hun straf. Zie Joël 1:15; Ps. 37:13 met de aantekening daar.

vergelding Zie van het Hebr. woord 2 Kron. 20:11 ; Ps. 13:6 ; alzo Richt. 9:16 , enz.

Hertaald: vergelding Zie over het Hebreeuwse woord 2 Kron. 20:11; Ps. 13:6; zo ook Richt. 9:16, enzovoort.

Obadja 1 vers 16

gijlieden Gij Joden, zijnde mijn volk en kerk.

Hertaald: gijlieden U, Joden, Mijn volk en Mijn kerk.

gedronken hebt Uit den beker mijns toorn zal op hen rusten en blijven liggen.

Hertaald: gedronken hebt Namelijk uit de beker van Mijn toorn.

berg Mijner heiligheid, Zion, afbeeldende Gods kerk. Zie Ps. 2:6 .

Hertaald: berg Mijner heiligheid, Sion, dat Gods kerk afbeeldt. Zie Ps. 2:6.

geduriglijk drinken; Zonder ophouden, mijn toorn zal op hen rusten en blijven liggen.

Hertaald: geduriglijk drinken; Zonder ophouden; Mijn toorn zal op hen rusten en blijven liggen.

inzwelgen, Het ganse grondsop. Zie Ps. 75:9 .

Hertaald: inzwelgen, Namelijk het hele bezinksel. Zie Ps. 75:9.

alsof zij er niet geweest waren Zij zullen zo drinken, dat zij door mijnen toorn en plagen gans vernield worden. Maar bij mijne kerk zal Ik doen als volgt. Sommigen verstaan dit vers als alzo: Gelijk gij [Edomieten] van vreugde gedronken hebt over mijn heilige berg, als die verwoest werd, alzo zullen de heidenen weder over u drinken, ja u inzwelgen en verslinden, dat het zal zijn alsof er nooit een Edomiet geweest ware.

Hertaald: alsof zij er niet geweest waren Zij zullen zo drinken dat zij door Mijn toorn en plagen geheel vernietigd worden. Maar met Mijn kerk zal Ik doen wat volgt. Sommigen verstaan dit vers zo: zoals u, Edomieten, van vreugde gedronken hebt over Mijn heilige berg toen die verwoest werd, zo zullen de heidenen op hun beurt over u drinken, ja u inzwelgen en verslinden, zodat het zal zijn alsof er nooit een Edomiet geweest was.

Obadja 1 vers 17

ontkoming zijn, De verstoring van mijn volk zal niet algemeen zij, maar Ik zal mijn uitverkoren overblijfsel behouden, en mijn kerk daaruit herstellen en heiligen, enz. onder de Messias.

Hertaald: ontkoming zijn, De verwoesting van Mijn volk zal niet algemeen zijn, maar Ik zal Mijn uitverkoren overblijfsel behouden en Mijn kerk daaruit herstellen en heiligen, enzovoort, onder de Messias.

hij zal een heiligheid zijn; De berg, dat is, die daarop wonen, Ps. 15:1 . Te weten, de kerk zal zeer heilig zijn. Zie Ezech. 43:12 ; Joël 3:17 met de aantekening aldaar.

Hertaald: hij zal een heiligheid zijn; Namelijk de berg, dat is: zij die daarop wonen, Ps. 15:1. Versta: de kerk zal zeer heilig zijn. Zie Ezech. 43:12; Joël 3:17 met de aantekening daar.

die van het huis Jakobs Hebr. het huis van Jokob zullen, enz.

Hertaald: die van het huis Jakobs Hebreeuws: het huis van Jakob zal, enzovoort.

hun erfgoederen erfelijk bezitten Te weten, hunne eigene, die hun van God in den Messias beloofd zijn, den zegen van het verbond, waartoe mede behoort de bezitting hunner vijanden, der voorzeide volken. Zie Am. 9:12 met de aantekening aldaar.

Hertaald: hun erfgoederen erfelijk bezitten Namelijk hun eigen erfgoederen, die hun door God in de Messias beloofd zijn: de zegen van het verbond, waartoe ook het bezit van hun vijanden behoort, de genoemde volken. Zie Amos 9:12 met de aantekening daar.

Obadja 1 vers 18

Jakobs huis zal een vuur zijn, De kerk zal, door de kracht van haar Hoofd Jezus Christus, al hare vijanden, door de Edomieten afgebeeld, verteren. Verg. de manier van spreken met Richt. 9:15 , Richt. 9:20 ; Jes. 29:6 .

Hertaald: Jakobs huis zal een vuur zijn, De kerk zal door de kracht van haar Hoofd Jezus Christus al haar vijanden verteren, die door de Edomieten afgebeeld worden. Vergelijk de manier van spreken met Richt. 9:15, Richt. 9:20; Jes. 29:6.

zij zullen Die van het huis van Jakob en JoZEf.

Hertaald: zij zullen Namelijk die van het huis van Jakob en van Jozef.

hen ontbranden, De Edomieten. Verg. Ps. 7:14 , en Ps. 10:2 .

Hertaald: hen ontbranden, Namelijk de Edomieten. Vergelijk Ps. 7:14 en Ps. 10:2.

Obadja 1 vers 19

die van het zuiden Hebr. het zuiden zullen, enz. Juda strekte zich in het zuiden van Kanaän tot aan het gebergte van Ezau. De Joden, die in de laagte woonden, grensden aan het land der Filistijnen, gelegen westwaarts langs de Middelandse zee. Anders aldus: en zij zullen erfelijk bezitten het zuiden [namelijk] het gebergte van Ezau, en de laagte [namelijk] de Filistijnen, enz. Verg. Deut. 1:7 ; Joz. 10:40 ; Richt. 1:9 ; 2 Kron. 28:18 . Het is ene profetie [naar de stijl en staat van het Oude Testament] van de uitbreiding van het Evangelie van Christus onder de vijandelijke heidenen. Verg. Am. 9:12 ; Sef. 2:7 , Sef. 2:9 , enz. met de aantekening aldaar.

Hertaald: die van het zuiden Hebreeuws: het zuiden zal, enzovoort. Juda strekte zich in het zuiden van Kanaän uit tot aan het gebergte van Ezau. De Joden die in de laagte woonden grensden aan het land van de Filistijnen, dat westwaarts langs de Middellandse Zee lag. Anders aldus: en zij zullen erfelijk bezitten het zuiden, namelijk het gebergte van Ezau, en de laagte, namelijk de Filistijnen, enzovoort. Vergelijk Deut. 1:7; Joz. 10:40; Richt. 1:9; 2 Kron. 28:18. Het is een profetie, naar de stijl en de staat van het Oude Testament, over de uitbreiding van het Evangelie van Christus onder de vijandige heidenen. Vergelijk Amos 9:12; Zef. 2:7, Zef. 2:9, enzovoort, met de aantekening daar.

veld van Efraïm Dat is, land, gelijk Hos. 12:13 . Dat is, de voornaamste der tien stammen, welke Efraïm was, een verleider van de rest en Samaria de hoofdstad daarvan.

Hertaald: veld van Efraïm Dat is: land, zoals Hos. 12:13. Efraïm was de voornaamste van de tien stammen, een verleider van de rest, met Samaria als hoofdstad.

Gilead Versta, zal Gilead bezitten, gelegen over de Jordaan, toebehorende Ruben, den halven stam van Manasse en Gad.

Hertaald: Gilead Versta: zal Gilead bezitten, dat aan de overzijde van de Jordaan lag en toebehoorde aan Ruben, de halve stam van Manasse en Gad.

Obadja 1 vers 20

gevankelijk weggevoerden Hebr. gevankelijke wegvoering, vervoering, ballingschap, gelijk dikwijls. Alzo in het volgende; dat is, dit weggevoerde heir.

Hertaald: gevankelijk weggevoerden Hebreeuws: gevankelijke wegvoering, ballingschap, zoals vaker; zo ook in het vervolg. Dat is: dit weggevoerde leger.

heir der kinderen Israëls, Gelijk boven vs.11, 13.

Hertaald: heir der kinderen Israëls, Zoals vers 11 en 13.

hetgeen Versta, zullen erfelijk bezitten hetgeen, enz.

Hertaald: hetgeen Versta: zullen erfelijk bezitten wat, enzovoort.

Kanaänieten was, Der afgodische en vijandelijke volken.

Hertaald: Kanaänieten was, Namelijk van de afgodische en vijandige volken.

Zarfath toe; Zie 1 Kon. 17:9 .

Hertaald: Zarfath toe; Zie 1 Kon. 17:9.

hetgeen Versta, zullen bezitten, hetgeen enz. Anders: die in Sefarad [zijn] zullen de steden, enz.

Hertaald: hetgeen Versta: zullen bezitten wat, enzovoort. Anders: die in Sefarad zijn zullen de steden, enzovoort.

Sefárad is, Wat door Sefarad te verstaan is, daarvan is verscheiden gevoelen, enz.

Hertaald: Sefárad is, Wat men onder Sefarad moet verstaan, daarover verschilt men van mening.

Obadja 1 vers 21

heilanden op den berg Sions opkomen, Die enige, grote en volkomen Heiland, Verlosser en Zaligmaker der ker, Jezus Christus, die daarvan den naam Jezus draagt, afgebeeld door Jozua en de andere helden, de richters die God zijn volk gaf. Zie Matt. 1:21 ; Richt. 2:16 , en Hebr. 4:8 . Alzo wordt het veelvoudig getal somtijds genomen voor iets groots en bijzonders. Zie Job 40:10 ; Spr. 1:20 ; Ps. 73:22 , met de aantekening aldaar, enz. Ondertussen is het waar dat deze Heiland zijne dienstknechten gebruikt om zijn heil den mensen te verkondigen tot hunne behoudenis, waarvan hun dan, als bedienaars des heils en instrumenten van den Heilige Geest, wordt toegeschreven dat zij de mensen behouden. Zie 1 Tim. 4:16 ; Jak. 5:20 , en verg. Jer. 1:10 ; Ezech. 3:18 ; gelijk deze Heiland zijn volk ook dikwijls lichamelijke helden, heilanden en verlossers geeft, die hen uit nood en verdrukking der tirannen verlossen. Verg. Mi. 5:4 .

Hertaald: heilanden op den berg Sions opkomen, Namelijk die enige, grote en volkomen Heiland, Verlosser en Zaligmaker van de kerk, Jezus Christus, Die daarnaar de naam Jezus draagt, afgebeeld door Jozua en de andere helden, de richters die God Zijn volk gaf. Zie Matth. 1:21; Richt. 2:16 en Hebr. 4:8. Zo wordt het meervoud soms gebruikt voor iets groots en bijzonders. Zie Job 40:10; Spr. 1:20; Ps. 73:22 met de aantekening daar, enzovoort. Intussen is het waar dat deze Heiland Zijn dienstknechten gebruikt om Zijn heil aan de mensen te verkondigen tot hun behoud; als bedienaars van het heil en werktuigen van de Heilige Geest wordt hun dan toegeschreven dat zij de mensen behouden. Zie 1 Tim. 4:16; Jak. 5:20, en vergelijk Jer. 1:10; Ezech. 3:18. Zo geeft deze Heiland Zijn volk ook vaak lichamelijke helden, redders en verlossers, die hen uit de nood en de verdrukking van de tirannen bevrijden. Vergelijk Micha 5:4.

richten; De vijanden der kerk naar hunne verdiensten te straffen, en Gods volk uit hunne hand te verlossen, gelijk de richters van het Oude Testamentlichamelijk deden. Zie Gen. 15:14 ; Richt. 2:16 , en versta wijders het geestelijk bestraffen en overtuigen der wereld, enz.; zie Joh. 16:8 , enz.

Hertaald: richten; Namelijk om de vijanden van de kerk naar hun verdiensten te straffen en Gods volk uit hun hand te verlossen, zoals de richters van het Oude Testament lichamelijk deden. Zie Gen. 15:14; Richt. 2:16. Versta verder het geestelijk bestraffen en overtuigen van de wereld, enzovoort; zie Joh. 16:8, enzovoort.

des HEEREN zijn Of, den HEERE toebehoren, de HEERE zal het koninkrijk hebben; dat is, Hij zal Koning en Regeerder zijn, te weten, de Heere Christus, die van zijnen Vader tot een eeuwigen Koning zijner kerk en der ganse wereld gesteld is; Ps. 2:6 , Ps. 2:8 ; Luc. 1:33 , enz.

Hertaald: des HEEREN zijn Of: aan de HEERE toebehoren; de HEERE zal het koningschap hebben, dat is: Hij zal Koning en Regeerder zijn, namelijk de Heere Christus, Die door Zijn Vader tot een eeuwige Koning van Zijn kerk en van de hele wereld aangesteld is; Ps. 2:6, Ps. 2:8; Luk. 1:33, enzovoort.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Obadja (de profeet)  — dienstknecht des HEEREN

Een profeet, verder onbekend qua afkomst, wiens korte profetie (het kortste boek van het Oude Testament) het oordeel aankondigt over Edom vanwege diens vijandschap tegen Jakob (Israël) op de dag van Jeruzalems ondergang; hij besluit met de belofte van herstel voor Sion (Obadja 1). Niet dezelfde persoon als Obadja, de hofmeester van Achab (1 Kon. 18).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Sefarad  — van onzekere afleiding — de identificatie van deze plaats is al eeuwenlang onderwerp van geleerde discussie

Ligging: Onbekend met zekerheid; door oude uitleggers doorgaans gezocht in Sardis, de hoofdstad van het Lydische rijk in Klein-Azië; door latere Joodse (met name Spaans-Joodse) overlevering geïdentificeerd met Spanje, vanwaar de traditionele naam "Sefardische Joden" voor de Joden van het Iberisch schiereiland afkomstig is.

Geschiedenis: Obadja noemt Sefarad als een van de verre plaatsen waarheen een deel van de weggevoerden van Jeruzalem verstrooid was — en profeteert dat juist deze ballingen ooit de steden van het Zuiderland (Edom, reeds bestaand) in bezit zullen nemen (Obadja 1:20).

Bijbelse betekenis: Ongeacht de precieze, omstreden identificatie onderstreept de vermelding van deze verre, voor Israël nagenoeg onbekende plaats hoe wijd verstrooid Gods volk destijds reeds was — en hoe de HEERE, ondanks die verstrooiing, hen niet vergeet en hun uiteindelijke herstel en overwinning belooft.

Recente inzichten: De identificatie blijft onopgelost; deze onzekerheid raakt uitsluitend de exacte aardrijkskundige plaatsbepaling, niet de betrouwbaarheid van de profetische belofte zelf. De naam leeft, ongeacht de oorspronkelijke locatie, voort in het Hebreeuwse woord voor Spanje ("Sefarad") en in de aanduiding "Sefardische Joden".

Obadja 1:20

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De trotsheid uws harten heeft u bedrogen  — Edoms vertrouwen op zijn onneembare rotsen, en waarom dat vertrouwen faalt (Ob. 1:3-4)

"De trotsheid uws harten heeft u bedrogen; hij, die daar woont in de kloven der steenrotsen, in zijn hoge woning; die in zijn hart zegt: Wie zou mij ter aarde nederstoten?" (Ob. 1:3). Het antwoord op die eigen vraag komt onmiddellijk: "Al verhieft gij u gelijk de arend, en al steldet gij uw nest tussen de sterren, zo zal Ik u van daar nederstoten, spreekt de HEERE" (Ob. 1:4).

Bijbelse betekenis: Merk op waar Edoms vertrouwen op rust: niet op een leger of een verbond, maar op de plaats zelf — rotsen met kloven, een hoge woning die niemand leek te kunnen bereiken. Wie in de bergen van Edom is geweest, begrijpt waarom dit volk zich onaantastbaar waande. Let vervolgens op de vraag die Edom zichzelf stelt: "Wie zou mij ter aarde nederstoten?" Dat is geen onschuldige vraag maar een uitdaging, en de rest van het vers is Gods antwoord erop. Let ten slotte op het beeld van de arend in Ob. 1:4. Zelfs een nest tussen de sterren — de hoogst denkbare plaats — biedt geen ontkoming, want het is God Die neerhaalt, niet de mens die hoog genoeg klimt.

Typologie: Dezelfde les klinkt telkens terug in de Schrift: "God wederstaat de hovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade" (Jak. 4:6). Hoogte die op zichzelf vertrouwt, wordt in de Schrift keer op keer neergehaald.

Ob. 1:3-4; Jak. 4:6

Ezau's goederen nagespeurd  — een verwoesting die grondiger is dan die van een gewone rover (Ob. 1:5-6)

"Zo er dieven, zo er nachtrovers tot u gekomen waren (hoe zijt gij uitgeroeid!), zouden zij niet gestolen hebben zoveel hun genoeg ware? Zo er wijnlezers tot u gekomen waren, zouden zij niet een nalezing hebben overgelaten?" (Ob. 1:5). Dan volgt de vaststelling die dit alles overtreft: "Hoe zijn Ezau's goederen nagespeurd, zijn verborgen schatten opgezocht!" (Ob. 1:6).

Bijbelse betekenis: Merk op de twee vergelijkingen die hier gebruikt worden: dieven die stelen wat hun genoeg is, en wijnlezers die een nalezing overlaten. Beide plegen normaal gesproken geen totale plundering; er blijft altijd iets over. Let vervolgens op het woordje hoe, tweemaal herhaald (Ob. 1:5-6). Het is geen vraag maar een verzuchting over een verwoesting die zelfs de gewoonten van rovers te boven gaat. Let ten slotte op wat er precies gebeurt: niet alleen het zichtbare wordt geroofd, maar de verborgen schatten worden opgezocht. Niets blijft achter, ook niet wat men had proberen te verbergen.

Typologie: Wat hier over Edom gezegd wordt, is één van de vele oordelen over de volken die de Schrift optekent; hetzelfde oordeel over Edom komt breder aan de orde bij Ezechiël (reeds behandeld bij Ezech. 25:12-14, en bij Ezech. 35).

Ob. 1:5-6; Ezech. 25:12-14; Ezech. 35

Gij ook als een van hen  — de kern van de aanklacht: Edom stond erbij, keek toe en deed mee (Ob. 1:11-14)

"Ten dage als gij tegenover stondt, ten dage als de uitlanders zijn heir gevangen voerden, en de vreemden tot zijn poorten introkken, en over Jeruzalem het lot wierpen, waart gij ook als een van hen" (Ob. 1:11). Dan volgt een reeks van wat Edom had moeten laten: "Toen zoudt gij niet gezien hebben op den dag uws broeders, den dag zijner vervreemding" (Ob. 1:12), "noch ter poorte Mijns volks ingegaan zijn, ten dage huns verderfs" (Ob. 1:13), "noch gestaan hebben op de wegscheiding, om zijn ontkomenen uit te roeien" (Ob. 1:14).

Bijbelse betekenis: Merk op de opklimming in deze aanklacht. Eerst toekijken (Ob. 1:11-12), dan meedoen aan de plundering (Ob. 1:13), en ten slotte actief de vluchtenden uitleveren aan de vijand (Ob. 1:14). Edom begon als toeschouwer en eindigde als handlanger. Let vervolgens op het woord broeder in Ob. 1:12. Edom stamde af van Ezau, de broer van Jakob; wat hier gebeurt, is geen vreemde die een vreemde treft, maar een broeder die zijn broeder in de rug valt. Let ten slotte op wat er allemaal níet gedaan had moeten worden — vier keer "noch". Er wordt Edom geen daad ten laste gelegd die het niet zelf begaan heeft; de aanklacht is precies aangepast aan wat er werkelijk gebeurde.

Typologie: Dat een broedervolk zich zo tegen zijn broeder keerde, is elders in het register al vastgesteld als een blijvende vijandschap (reeds behandeld bij Ezech. 35).

Ob. 1:11-14; Ezech. 35

Gelijk als gij gedaan hebt, zal u gedaan worden  — het kernvers over vergeldend recht, midden in de profetie tegen Edom (Ob. 1:15-16)

"Want de dag des HEEREN is nabij, over al de heidenen; gelijk als gij gedaan hebt, zal u gedaan worden; uw vergelding zal op uw hoofd wederkeren" (Ob. 1:15). Het vers erna zet dat om in het beeld van een beker: "Want gelijk gijlieden gedronken hebt op den berg Mijner heiligheid, zo zullen al de heidenen geduriglijk drinken" (Ob. 1:16).

Bijbelse betekenis: Merk op wat hier de maatstaf van het oordeel is: niet een willekeurige straf, maar precies wat Edom zelf gedaan heeft. Dat is geen wraakzucht maar recht: de dader ontvangt terug wat hij de ander aandeed. Let vervolgens op de verbreding in Ob. 1:15: de dag des HEEREN is nabij, over al de heidenen. Wat met Edom begon, wordt hier een uitspraak over alle volken. Let ten slotte op het beeld van drinken in Ob. 1:16. Edom vierde feest op Gods heilige berg terwijl Jeruzalem viel; het beeld van de beker die rondgaat, keert die vreugde om in een oordeel dat iedereen zal treffen.

Typologie: De Heere Jezus spreekt dezelfde maatstaf uit: "met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met welke mate gij meet, zal u wedergemeten worden" (Matt. 7:2). En Paulus vat het samen: "zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien" (Gal. 6:7, reeds behandeld).

Ob. 1:15-16; Matt. 7:2; Gal. 6:7

Er zullen heilanden op den berg Sions opkomen  — het boek sluit met een ontkoming voor Sion en een koninkrijk dat des HEEREN is (Ob. 1:17-21)

Tegenover het oordeel over Edom staat een belofte: "Maar op den berg Sions zal ontkoming zijn, en hij zal een heiligheid zijn; en die van het huis Jakobs zullen hun erfgoederen erfelijk bezitten" (Ob. 1:17). Het boek werkt dit uit in een reeks gebiedsuitbreidingen (Ob. 1:18-20) en sluit met de kortste en breedste uitspraak van het geheel: "En er zullen heilanden op den berg Sions opkomen, om Ezau's gebergte te richten; en het koninkrijk zal des HEEREN zijn" (Ob. 1:21).

Bijbelse betekenis: Merk op de tegenstelling tussen dit slot en het begin van het boek. Edom vertrouwde op zijn eigen hoge rotsen (Ob. 1:3-4); hier is het de berg Sions die overeind blijft, niet door eigen hoogte maar omdat de HEERE hem tot een heiligheid maakt. Let vervolgens op het woord heilanden in Ob. 1:21. Het register spreekt zich niet uit over de precieze identiteit of het tijdstip van deze verlossers — de tekst zelf werkt dat niet verder uit, en dezelfde terughoudendheid geldt hier als bij andere toekomstbeloften in de Schrift. Let ten slotte op de laatste woorden van het boek: het koninkrijk zal des HEEREN zijn. Een profetie die begon met het oordeel over één trotse natie eindigt bij de heerschappij van God over alles.

Typologie: Wat hier in het kleinst mogelijke boek van het Oude Testament wordt aangekondigd, klinkt in het laatste boek van de Schrift in zijn volle omvang: "De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid" (Op. 11:15, reeds behandeld).

Ob. 1:17-21; Op. 11:15

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het koninkrijk niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen

Er zullen heilanden op den berg Sions opkomen — 1:15-21

Het kortste boek van het Oude Testament gaat over Edom, het volk van Ezau, dat toekeek en meedeed toen Jeruzalem viel. Obadja zegt hun aan dat wie in de rotsen woont niet zo hoog zit als hij denkt.

Het boek eindigt niet bij het oordeel over Edom maar bij een koninkrijk, en het laatste woord is: des HEEREN.

De aanklacht is scherp en concreet. Gij zult niet zien op den dag uws broeders, den dag zijner vervreemding; en gij zult u niet verblijden over de kinderen van Juda ten dage huns ondergangs. Edom stond erbij en keek ernaar, en dat wordt hem aangerekend als daad.

Dan komt de omslag: maar op den berg Sions zal ontkoming zijn, en hij zal een heiligheid zijn. De kanttekening legt dat uit: de verwoesting van Mijn volk zal niet algemeen zijn, maar Ik zal Mijn uitverkoren overblijfsel behouden en Mijn kerk daaruit herstellen en heiligen, onder de Messias.

Het slotvers is het merkwaardigste van het boek: en er zullen heilanden op den berg Sions opkomen om Ezau's gebergte te richten; en het koninkrijk zal des HEEREN zijn.

De kanttekening werkt dat woord heilanden uit, en zij doet dat verrassend breed. Zij noemt eerst die enige, grote en volkomen Heiland en Zaligmaker van de kerk: Jezus Christus, Die daarnaar de naam Jezus draagt. Hij is afgebeeld door Jozua en door de richters die God Zijn volk gaf. Zij verwijst daarbij naar Mattheüs 1, waar de engel zegt dat Hij Zijn volk zalig maken zal, en naar Hebreeën 4, waar over Jozua gesproken wordt.

En bij het koninkrijk schrijft zij: de HEERE zal Koning en Regeerder zijn, namelijk de Heere Christus, Die door Zijn Vader tot een eeuwige Koning van Zijn kerk en van de hele wereld aangesteld is.

Zo eindigt dit kleine boek waar heel de Schrift op uitloopt. De laatste woorden van Obadja zijn bijna dezelfde als de stemmen die Johannes hoort: de koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus.

  1. Obadja 1:11 — Edom stond erbij en keek toe op den dag zijns broeders.
  2. Obadja 1:17 — Op den berg Sions zal ontkoming zijn.
  3. Obadja 1:21 — Er zullen heilanden opkomen; en het koninkrijk zal des HEEREN zijn.
  4. Richteren 2:16 — God verwekte richters die hen verlosten.
  5. Mattheüs 1:21 — Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.
  6. Openbaring 11:15 — De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus.

In het Nieuwe Testament: Mattheüs 1:21; Hebreeën 4:8; Openbaring 11:15; Lukas 1:33

Hoever dit reikt: Niveau 2. Het Nieuwe Testament haalt Obadja niet aan. De kanttekenaars betrekken de heilanden en het koninkrijk wel uitdrukkelijk op Christus.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Obadja 1

Spurgeon heeft dit hoofdstuk niet doorlopend uitgelegd. Wel liet hij bij vers 17 een overdenking en bij vers 15 een uitspraak na.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Wanneer Hij komt, zal er zeker een vloek ter linkerhand zijn zoals er een zegen ter rechterhand is, en beide zullen eeuwig wezen. De hel is even diep als de hemel hoog is; want God, Die lust heeft aan barmhartigheid, haat ook de ongerechtigheid en zal de goddelozen van de aarde wegdoen als afval.

Ter overdenking

Dit is een opmerkelijke plaats, en de bewoording ervan is bijzonder. Zij begint met een “maar”, omdat de voorgaande verzen oordelen over Edom aankondigen. Wanneer God komt om Zijn vijanden te straffen, komt Hij ook om Zijn vrienden te zegenen. Wordt Farao in de Schelfzee omgekeerd, dan is het opdat Israël naar Kanaän voort kan trekken. Wordt Amalek overwonnen, dan is het opdat Israël rust zal hebben. Er is een zwarte wolk zowel als een zilveren regen. Het aangename jaar van de HEERE is de dag van de wraak van onze God. Die samenvoeging komt zo bestendig voor dat de psalmdichter zei: “Ik zal van goedertierenheid en recht zingen.” Het zwaard van de wraak wordt vertoond op hetzelfde ogenblik als de scepter van de goddelijke genade. Op die laatste grote dag — die komst van de HEERE die de blijdschap en de verwachting van Zijn volk is — zal er verwarring zijn voor Zijn tegenstanders. God geve ons te weten aan welke kant wij staan, en dat wij in Christus gevonden mogen worden, bekleed met Zijn gerechtigheid, opdat Hij ons gunstig gezind is wanneer de HEERE ook met plagen voor Zijn tegenstanders komt. Ik twijfel er niet aan dat deze belofte al vervuld is, en dat er een tijd geweest is waarin het huis van Israël, uit de gevangenschap hersteld, naar Sion terugkeerde en Edom volkomen verteerd werd. Maar de eerdere vervulling van een belofte maakt haar niet onbruikbaar, zoals een verzilverde cheque. De belofte mag opnieuw aangeboden worden, en zij zal opnieuw gehonoreerd worden. Gods regels van handelen zijn onveranderlijk, en wat Hij aan het ene gezelschap van Zijn volk gedaan heeft, zal Hij aan andere doen. Het tijdelijke herstel van de ballingen naar Jeruzalem kan de belofte slechts op kleine schaal vervuld hebben; zij heeft een wijdere betekenis dan zo’n gebeurtenis kan uitputten. De HEERE staat gereed hetzelfde op groter schaal te doen voor allen die hun vertrouwen op Hem stellen.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content