Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, in het tweede jaar, nadat zij uit Egypteland uitgetogen waren, in de eerste maand, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En de HEEREH3068sprakH1696totH413MozesH4872 in de woestijnH4057 van SinaiH5514, in het tweedeH8145jaarH8141, nadat zij uit EgyptelandH776uitgetogenH3318 waren, in de eersteH7223maandH2320, zeggendeH559:En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, in het tweede jaar, nadat zij uit Egypteland uitgetogen waren, in de eerste maand, zeggende:
KJVAnd the LORD2spake1unto Moses4in the wilderness5of Sinai,6in the first13month12of the second8year7after they were come out9of the land10of Egypt,11saying,
1וַיְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֣הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5בְמִדְבַּרH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness6סִ֠ינַיH5514SinaiSinai7בַּשָּׁנָ֨הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)8הַשֵּׁנִ֜יתH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)9לְצֵאתָ֨םH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter10מֵאֶ֧רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11מִצְרַ֛יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim12בַּחֹ֥דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon13הָרִאשׁ֖וֹןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past14לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
2Dat de kinderen Israels het pascha houden zouden, op zijn gezetten tijd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Dat de kinderenH1121IsraelsH3478 het paschaH6453houdenH6213 zouden, op zijn gezetten tijdH4150.Dat de kinderen Israels het pascha houden zouden, op zijn gezetten tijd.
KJVLet the children2of Israel3also keep1the passover5at his appointed season.
1וְיַעֲשׂ֧וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַפָּ֖סַחH6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)6בְּמוֹעֲדֽוֹH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
3Op den veertienden dag in deze maand, tussen twee avonden zult gij dat houden, op zijn gezetten tijd; naar al zijn inzettingen, en naar al zijn rechten zult gij dat houden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Op den veertiendenH702dagH3117 in deze maandH2320, tussenH996 twee avondenH6153 zult gij dat houdenH6213, op zijn gezetten tijdH4150; naar alH3605 zijn inzettingenH2708, en naar alH3605 zijn rechtenH4941 zult gij dat houdenH6213.Op den veertienden dag in deze maand, tussen twee avonden zult gij dat houden, op zijn gezetten tijd; naar al zijn inzettingen, en naar al zijn rechten zult gij dat houden.
KJVIn the fourteenth1day3of this month,4at even,7ye shall keep8it in his appointed season:10according to all the rites12of it, and according to all the ceremonies14thereof, shall ye keep
1בְּאַרְבָּעָ֣הH702vier, vierhonderd, veertienfour2עָשָֽׂרH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)3י֠וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4בַּחֹ֨דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon5הַזֶּ֜הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6בֵּ֧יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within7הָֽעֲרְבַּ֛יִםH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night8תַּעֲשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10בְּמוֹעֲד֑וֹH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)11כְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12חֻקֹּתָ֥יוH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute13וּכְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14מִשְׁפָּטָ֖יוH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong15תַּעֲשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use16אֹתֽוֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
4Mozes dan sprak tot de kinderen Israels, dat zij het pascha zouden houden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4MozesH4872 dan sprakH1696totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478, dat zij het paschaH6453 zouden houdenH6213.Mozes dan sprak tot de kinderen Israels, dat zij het pascha zouden houden.
KJVAnd Moses2spake1unto the children4of Israel,5that they should keep6the passover.
1וַיְדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2מֹשֶׁ֛הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6לַעֲשֹׂ֥תH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7הַפָּֽסַחH6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)
5En zij hielden het pascha op den veertienden dag der eerste maand, tussen de twee avonden, in de woestijn van Sinai; naar alles wat de HEERE Mozes geboden had, alzo deden de kinderen Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En zij hieldenH6213 het paschaH6453 op den veertiendenH702dagH3117 der eersteH7223maandH2320, tussenH996 de twee avondenH6153, in de woestijnH4057 van SinaiH5514; naar allesH3605watH834 de HEEREH3068MozesH4872gebodenH6680 had, alzoH3651 deden de kinderenH1121IsraelsH3478.En zij hielden het pascha op den veertienden dag der eerste maand, tussen de twee avonden, in de woestijn van Sinai; naar alles wat de HEERE Mozes geboden had, alzo deden de kinderen Israels.
KJVAnd they kept1the passover3on the fourteenth5day7of the first4month8at even10in the wilderness11of Sinai:12according to all that the LORD16commanded15Moses,18so did20the children21of Israel.
1וַיַּעֲשׂ֣וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַפֶּ֡סַחH6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)4בָּרִאשׁ֡וֹןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past5בְּאַרְבָּעָה֩H702vier, vierhonderd, veertienfour6עָשָׂ֨רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)7י֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8לַחֹ֛דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon9בֵּ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within10הָעַרְבַּ֖יִםH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night11בְּמִדְבַּ֣רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness12סִינָ֑יH5514SinaiSinai13כְּ֠כֹלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15צִוָּ֤הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order16יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses19כֵּ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you20עָשׂ֖וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use21בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth22יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
6Toen waren er lieden geweest, die over het dode lichaam eens mensen onrein waren, en op denzelven dag het pascha niet hadden kunnen houden; daarom naderden zij voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht van Aaron op dienzelven dag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Toen waren er liedenH582 geweest, die over het dode lichaamH5315 eens mensenH120onreinH2931warenH1961, en op denzelven dagH3117 het paschaH6453 niet hadden kunnen houdenH6213; daarom naderdenH7126 zij voor het aangezichtH6440 van MozesH4872, en voor het aangezichtH6440 van AaronH175 op dienzelven dagH3117.Toen waren er lieden geweest, die over het dode lichaam eens mensen onrein waren, en op denzelven dag het pascha niet hadden kunnen houden; daarom naderden zij voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht van Aaron op dienzelven dag.
KJVAnd there were certain men,who were defiled5by the dead body6of a man,7that they could9not keep10the passover11on that day:12and they came14before15Moses16and before17Aaron18on that day:
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2אֲנָשִׁ֗יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4הָי֤וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5טְמֵאִים֙H2931onrein, onreine, onreinsdefiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean6לְנֶ֣פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it7אָדָ֔םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person8וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9יָכְל֥וּH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer10לַעֲשֹׂתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11הַפֶּ֖סַחH6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)12בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger13הַה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who14וַֽיִּקְרְב֞וּH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take15לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16מֹשֶׁ֛הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses17וְלִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you18אַהֲרֹ֖ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron19בַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger20הַהֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
7En diezelve lieden zeiden tot hem: Wij zijn onrein over het dode lichaam eens mensen; waarom zouden wij verkort worden, dat wij de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet zouden offeren, in het midden van de kinderen Israels?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En diezelve liedenH582zeidenH559totH413 hem: Wij zijn onreinH2931 over het dode lichaamH5315 eens mensenH120; waaromH4100 zouden wij verkortH1639 worden, dat wij de offerandeH7133 des HEERENH3068 op zijn gezetten tijdH4150nietH1115 zouden offerenH7126, in het middenH8432 van de kinderenH1121IsraelsH3478?En diezelve lieden zeiden tot hem: Wij zijn onrein over het dode lichaam eens mensen; waarom zouden wij verkort worden, dat wij de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet zouden offeren, in het midden van de kinderen Israels?
KJVAnd those3mensaid1unto him, We are defiled6by the dead body7of a man:8wherefore are we kept back,10that we may not offer12an offering14of the LORD15in his appointed season16among17the children18of Israel?
1וַ֠יֹּאמְרוּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הָאֲנָשִׁ֤יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3הָהֵ֨מָּה֙H1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye4אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5אֲנַ֥חְנוּH587wijourselves, us, we6טְמֵאִ֖יםH2931onrein, onreine, onreinsdefiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean7לְנֶ֣פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it8אָדָ֑םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person9לָ֣מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why10נִגָּרַ֗עH1639afgetrokken, afdoen, verminderenabate, clip, (di-) minish, do (take) away, keep back, restrain, make small, withdraw11לְבִלְתִּ֨יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without12הַקְרִ֜בH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14קָרְבַּ֤ןH7133offerande, offeranden, offeroblation, that is offered, offering15יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16בְּמֹ֣עֲד֔וֹH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)17בְּת֖וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)18בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
8En Mozes zeide tot hen: Blijft staande, dat ik hoor, wat de HEERE u gebieden zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En MozesH4872zeideH559totH413 hen: Blijft staandeH5975, dat ik hoorH8085, watH4100 de HEEREH3068 u gebiedenH6680 zal.En Mozes zeide tot hen: Blijft staande, dat ik hoor, wat de HEERE u gebieden zal.
KJVAnd Moses3said1unto them, Stand still,4and I will hear5what the LORD8will command
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵהֶ֖םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3מֹשֶׁ֑הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses4עִמְד֣וּH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry5וְאֶשְׁמְעָ֔הH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness6מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why7יְצַוֶּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order8יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9לָכֶֽם
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Toen sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, zeggendeH559:Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
10Spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Wanneer iemand onder u, of onder uw geslachten, over een dood lichaam onrein, of op een verren weg zal zijn, hij zal dan nog den HEERE het pascha houden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10SpreekH1696totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478, zeggendeH559: Wanneer iemandH376 onder u, ofH176 onder uw geslachtenH1755, over een dood lichaamH5315onreinH2931, ofH176 op een verrenH7350wegH1870 zal zijnH1961, hij zal dan nog den HEEREH3068 het paschaH6453houdenH6213.Spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Wanneer iemand onder u, of onder uw geslachten, over een dood lichaam onrein, of op een verren weg zal zijn, hij zal dan nog den HEERE het pascha houden.
KJVSpeak1unto the children3of Israel,4saying,5If any6man7of you or of your posterity17shall be unclean10by reason of a dead body,11or be in a journey13afar off,14yet he shall keep18the passover19unto the LORD.
1דַּבֵּ֛רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9יִהְיֶֽהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10טָמֵ֣אH2931onrein, onreine, onreinsdefiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean11לָנֶ֡פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it12אוֹ֩H176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether13בְדֶ֨רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)14רְחֹקָ֜הׄH7350verre, verren, ver(a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come15לָכֶ֗ם16א֚וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether17לְדֹרֹ֣תֵיכֶ֔םH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity18וְעָ֥שָׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use19פֶ֖סַחH6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)20לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
11In de tweede maand, op den veertienden dag, tussen de twee avonden, zullen zij dat houden; met ongezuurde broden en bittere saus zullen zij dat eten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11In de tweedeH8145maandH2320, opH5921 den veertiendenH702dagH3117, tussenH996 de twee avondenH6153, zullen zij dat houdenH6213; met ongezuurdeH4682 broden en bittereH4844 saus zullen zij dat etenH398.In de tweede maand, op den veertienden dag, tussen de twee avonden, zullen zij dat houden; met ongezuurde broden en bittere saus zullen zij dat eten.
KJVThe fourteenth3day5of the second2month1at even7they shall keep8it, and eat13it with unleavened bread11and bitter
1בַּחֹ֨דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon2הַשֵּׁנִ֜יH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)3בְּאַרְבָּעָ֨הH702vier, vierhonderd, veertienfour4עָשָׂ֥רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)5י֛וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6בֵּ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within7הָעַרְבַּ֖יִםH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night8יַעֲשׂ֣וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9אֹת֑וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11מַצּ֥וֹתH4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven12וּמְרֹרִ֖יםH4844bittere, bitterhedenbitter(-ness)13יֹאכְלֻֽהוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
12Zij zullen daarvan niet overlaten tot den morgen, en zullen daaraan geen been breken; naar alle inzetting van het pascha zullen zij dat houden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Zij zullen daarvan nietH3808overlatenH7604totH5704 den morgenH1242, en zullen daaraan geenH3808beenH6106brekenH7665; naar alleH3605inzettingH2708vanH4480 het paschaH6453 zullen zij dat houdenH6213.Zij zullen daarvan niet overlaten tot den morgen, en zullen daaraan geen been breken; naar alle inzetting van het pascha zullen zij dat houden.
KJVThey shall leave2none of it unto the morning,5nor break8any bone6of it: according to all the ordinances11of the passover12they shall keep
1לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יַשְׁאִ֤ירוּH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest3מִמֶּ֨נּוּ֙H4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet5בֹּ֔קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow6וְעֶ֖צֶםH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very7לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8יִשְׁבְּרוּH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))9ב֑וֹ10כְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11חֻקַּ֥תH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute12הַפֶּ֖סַחH6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)13יַעֲשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14אֹתֽוֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
13Als een man, die rein is, en op den weg niet is, en nalaten zal het pascha te houden, zo zal diezelve ziel uit haar volken uitgeroeid worden; want hij heeft de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet geofferd, diezelve man zal zijn zonde dragen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Als een manH376, die reinH2889 is, en op den wegH1870nietH3808isH1961, en nalatenH2308 zal het paschaH6453 te houdenH6213, zo zal diezelve zielH5315 uit haar volkenH5971uitgeroeidH3772 worden; wantH3588 hij heeft de offerandeH7133 des HEERENH3068 op zijn gezetten tijdH4150nietH3808geofferdH7126, diezelve manH376 zal zijn zondeH2399dragenH5375.Als een man, die rein is, en op den weg niet is, en nalaten zal het pascha te houden, zo zal diezelve ziel uit haar volken uitgeroeid worden; want hij heeft de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet geofferd, diezelve man zal zijn zonde dragen.
KJVBut the man1that is clean,4and is not in a journey,5and forbeareth8to keep9the passover,10even the same soul12shall be cut off11from among his people:14because he brought19not the offering16of the LORD17in his appointed season,20that man23shall bear22his sin.
1וְהָאִישׁ֩H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3ה֨וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4טָה֜וֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)5וּבְדֶ֣רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)6לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7הָיָ֗הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8וְחָדַל֙H2308ophouden, hielden, nalatencease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want9לַעֲשׂ֣וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10הַפֶּ֔סַחH6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)11וְנִכְרְתָ֛הH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want12הַנֶּ֥פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it13הַהִ֖ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who14מֵֽעַמֶּ֑יהָH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people15כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16קָרְבַּ֣ןH7133offerande, offeranden, offeroblation, that is offered, offering17יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19הִקְרִיב֙H7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take20בְּמֹ֣עֲד֔וֹH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)21חֶטְא֥וֹH2399zonde, zonden, zwaarlijkfault, [idiom] grievously, offence, (punishment of) sin22יִשָּׂ֖אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield23הָאִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)24הַהֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
14En wanneer een vreemdeling bij u als vreemdeling verkeert, en hij het pascha den HEERE ook houden zal, naar de inzetting van het pascha, en naar zijn wijze, alzo zal hij het houden; het zal enerlei inzetting voor ulieden zijn, beiden den vreemdeling en den inboorling des lands.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En wanneer een vreemdelingH1616bijH854 u alsH3588vreemdeling verkeertH1481, en hij het paschaH6453 den HEEREH3068 ook houdenH6213 zal, naar de inzettingH2708 van het paschaH6453, en naar zijn wijzeH4941, alzoH3651 zal hij het houdenH6213; het zal enerleiH259inzettingH2708 voor ulieden zijnH1961, beiden den vreemdelingH1616 en den inboorlingH249 des landsH776.En wanneer een vreemdeling bij u als vreemdeling verkeert, en hij het pascha den HEERE ook houden zal, naar de inzetting van het pascha, en naar zijn wijze, alzo zal hij het houden; het zal enerlei inzetting voor ulieden zijn, beiden den vreemdeling en den inboorling des lands.
KJVAnd if a stranger4shall sojourn2among you, and will keep5the passover6unto the LORD;7according to the ordinance8of the passover,9and according to the manner10thereof, so shall he do:12ye shall have one14ordinance,13both for the stranger,17and for him that was born18in the land.
1וְכִֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יָג֨וּרH1481vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeertabide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely3אִתְּכֶ֜םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix4גֵּ֗רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger5וְעָ֤שָֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6פֶ֨סַח֙H6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)7לַֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8כְּחֻקַּ֥תH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute9הַפֶּ֛סַחH6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)10וּכְמִשְׁפָּט֖וֹH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong11כֵּ֣ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you12יַעֲשֶׂ֑הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13חֻקָּ֤הH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute14אַחַת֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,15יִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use16לָכֶ֔ם17וְלַגֵּ֖רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger18וּלְאֶזְרַ֥חH249inboorling, inboorlingen, ingeborenebay tree, (home-) born (in the land), of the (one's own) country (nation)19הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
15En op den dag van het oprichten des tabernakels bedekte de wolk den tabernakel, op de tent der getuigenis; en in den avond was over den tabernakel als een gedaante des vuurs, tot aan den morgen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En op den dagH3117 van het oprichtenH6965 des tabernakelsH4908bedekteH3680 de wolkH6051 den tabernakelH4908, op de tentH168 der getuigenisH5715; en in den avondH6153wasH1961overH5921 den tabernakelH4908 als een gedaanteH4758 des vuursH784, totH5704 aan den morgenH1242.En op den dag van het oprichten des tabernakels bedekte de wolk den tabernakel, op de tent der getuigenis; en in den avond was over den tabernakel als een gedaante des vuurs, tot aan den morgen.
KJVAnd on the day1that the tabernacle4was reared up2the cloud6covered5the tabernacle,8namely, the tent9of the testimony:10and at even11there was upon the tabernacle14as it were the appearance15of fire,16until the morning.
1וּבְיוֹם֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הָקִ֣יםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַמִּשְׁכָּ֔ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent5כִּסָּ֤הH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)6הֶֽעָנָן֙H6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַמִּשְׁכָּ֔ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent9לְאֹ֖הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent10הָעֵדֻ֑תH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness11וּבָעֶ֜רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night12יִהְיֶ֧הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14הַמִּשְׁכָּ֛ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent15כְּמַרְאֵהH4758gedaante, aanzien, gezicht[idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision16אֵ֖שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot17עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet18בֹּֽקֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow
16Alzo geschiedde het geduriglijk; de wolk bedekte denzelven, en des nachts was er een gedaante des vuurs.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16AlzoH3651geschieddeH1961 het geduriglijkH8548; de wolkH6051bedekteH3680 denzelven, en des nachtsH3915 was er een gedaanteH4758 des vuursH784.Alzo geschiedde het geduriglijk; de wolk bedekte denzelven, en des nachts was er een gedaante des vuurs.
KJVSo it was alway:3the cloud4covered5it by day, and the appearance6of fire7by night.
1כֵּ֚ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2יִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3תָמִ֔ידH8548geduriglijk, gedurig, gedurigealway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual4הֶעָנָ֖ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)5יְכַסֶּ֑נּוּH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)6וּמַרְאֵהH4758gedaante, aanzien, gezicht[idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision7אֵ֖שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot8לָֽיְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)
17Maar nadat de wolk opgeheven werd van boven de tent, zo verreisden ook daarna de kinderen Israels; en in de plaats, waar de wolk bleef, daar legerden zich de kinderen Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Maar nadatH6310 de wolkH6051opgehevenH5927 werd van bovenH5921 de tentH168, zoH3651verreisdenH5265 ook daarnaH310 de kinderenH1121IsraelsH3478; en in de plaatsH4725, waar de wolkH6051bleefH7931, daarH8033legerdenH2583 zich de kinderenH1121IsraelsH3478.Maar nadat de wolk opgeheven werd van boven de tent, zo verreisden ook daarna de kinderen Israels; en in de plaats, waar de wolk bleef, daar legerden zich de kinderen Israels.
KJVAnd when1the cloud3was taken up2from the tabernacle,5then after6that the children9of Israel10journeyed:8and in the place11where the cloud15abode,13there the children18of Israel19pitched their tents.
1וּלְפִ֞יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word2הֵעָלֹ֤תH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work3הֶֽעָנָן֙H6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)4מֵעַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5הָאֹ֔הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent6וְאַ֣חֲרֵיH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with7כֵ֔ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you8יִסְע֖וּH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way9בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11וּבִמְק֗וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)12אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13יִשְׁכָּןH7931wonen, woont, woneabide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up)14שָׁם֙H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither15הֶֽעָנָ֔ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)16שָׁ֥םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither17יַחֲנ֖וּH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent18בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
18Naar den mond des HEEREN, verreisden de kinderen Israels, en naar des HEEREN mond legerden zij zich; al de dagen, in dewelke de wolk over den tabernakel bleef, legerden zij zich.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Naar den mondH6310 des HEERENH3068, verreisdenH5265 de kinderenH1121IsraelsH3478, en naar des HEERENH3068mondH6310legerdenH2583 zij zich; alH3605 de dagenH3117, in dewelkeH834 de wolkH6051overH5921 den tabernakelH4908bleefH7931, legerdenH2583 zij zich.Naar den mond des HEEREN, verreisden de kinderen Israels, en naar des HEEREN mond legerden zij zich; al de dagen, in dewelke de wolk over den tabernakel bleef, legerden zij zich.
KJVAt the commandment2of the LORD3the children5of Israel6journeyed,4and at the commandment8of the LORD9they pitched:10as long as12the cloud15abode14upon the tabernacle17they rested
1עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2פִּ֣יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word3יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4יִסְעוּ֙H5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way5בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8פִּ֥יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word9יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10יַחֲנ֑וּH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12יְמֵ֗יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger13אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14יִשְׁכֹּ֧ןH7931wonen, woont, woneabide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up)15הֶעָנָ֛ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17הַמִּשְׁכָּ֖ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent18יַחֲנֽוּH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent
19En als de wolk vele dagen over den tabernakel verbleef, zo namen de kinderen Israels de wacht des HEEREN waar, en verreisden niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En als de wolkH6051veleH7227dagenH3117overH5921 den tabernakelH4908verbleefH748, zo namenH8104 de kinderenH1121IsraelsH3478 de wachtH4931 des HEERENH3068 waar, en verreisdenH5265nietH3808.En als de wolk vele dagen over den tabernakel verbleef, zo namen de kinderen Israels de wacht des HEEREN waar, en verreisden niet.
KJVAnd when the cloud2tarried long1upon the tabernacle4many6days,5then the children8of Israel9kept7the charge11of the LORD,12and journeyed
1וּבְהַאֲרִ֧יךְH748verlengen, verlengt, verlengddefer, draw out, lengthen, (be, become, make, pro-) long, [phrase] (out-, over-) live, tarry (long)2הֶֽעָנָ֛ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4הַמִּשְׁכָּ֖ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent5יָמִ֣יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6רַבִּ֑יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)7וְשָׁמְר֧וּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)8בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מִשְׁמֶ֥רֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch12יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14יִסָּֽעוּH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way
20Als het nu was, dat de wolk weinige dagen op den tabernakel was, naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Als het nu was, datH834 de wolkH6051weinigeH4557dagenH3117opH5921 den tabernakelH4908 was, naar den mondH6310 des HEERENH3068legerdenH2583 zij zich, en naar den mondH6310 des HEERENH3068verreisdenH5265 zij.Als het nu was, dat de wolk weinige dagen op den tabernakel was, naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij.
KJVAnd so it was,1when the cloud4was a few6days5upon the tabernacle;8according to the commandment10of the LORD11they abode12in their tents, and according to the commandment14of the LORD15they journeyed.
1וְיֵ֞שׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest2אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3יִהְיֶ֧הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4הֶֽעָנָ֛ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)5יָמִ֥יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6מִסְפָּ֖רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הַמִּשְׁכָּ֑ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10פִּ֤יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word11יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12יַחֲנ֔וּH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent13וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14פִּ֥יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word15יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16יִסָּֽעוּH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way
21Maar was het, dat de wolk van den avond tot den morgen daar was, en de wolk in den morgen opgeheven werd, zo verreisden zij; of des daags, of des nachts, als de wolk opgeheven werd, zo verreisden zij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Maar was het, datH834 de wolkH6051 van den avondH6153totH5704 den morgenH1242 daar was, en de wolkH6051 in den morgenH1242opgehevenH5927 werd, zo verreisdenH5265 zij; ofH176 des daagsH3119, of des nachtsH3915, als de wolkH6051opgehevenH5927 werd, zo verreisdenH5265 zij.Maar was het, dat de wolk van den avond tot den morgen daar was, en de wolk in den morgen opgeheven werd, zo verreisden zij; of des daags, of des nachts, als de wolk opgeheven werd, zo verreisden zij.
KJVAnd so it was,1when the cloud4abode from even5unto the morning,7and that the cloud9was taken up8in the morning,10then they journeyed:11whether it was by day13or by night14that the cloud16was taken up,15they journeyed.
1וְיֵ֞שׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3יִהְיֶ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4הֶֽעָנָן֙H6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)5מֵעֶ֣רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night6עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet7בֹּ֔קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow8וְנַעֲלָ֧הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work9הֶֽעָנָ֛ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)10בַּבֹּ֖קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow11וְנָסָ֑עוּH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way12א֚וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether13יוֹמָ֣םH3119dag, daags, Dagdaily, (by, in the) day(-time)14וָלַ֔יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)15וְנַעֲלָ֥הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work16הֶעָנָ֖ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)17וְנָסָֽעוּH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way
22Of als de wolk twee dagen, of een maand, of vele dagen vertoog op den tabernakel, blijvende daarop, zo legerden zich de kinderen Israels, en verreisden niet; en als zij verheven werd, verreisden zij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Of als de wolkH6051 twee dagenH3117, ofH176 een maandH2320, ofH176 vele dagenH3117vertoogH748opH5921 den tabernakelH4908, blijvendeH7931 daarop, zo legerdenH2583 zich de kinderenH1121IsraelsH3478, en verreisdenH5265nietH3808; en als zij verhevenH5927 werd, verreisdenH5265 zij.Of als de wolk twee dagen, of een maand, of vele dagen vertoog op den tabernakel, blijvende daarop, zo legerden zich de kinderen Israels, en verreisden niet; en als zij verheven werd, verreisden zij.
KJVOr whether it were two days,2or a month,4or a year,6that the cloud8tarried7upon the tabernacle,10remaining11thereon, the children14of Israel15abode13in their tents, and journeyed17not: but when it was taken up,18they journeyed.
1אֽוֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether2יֹמַ֜יִםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3אוֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether4חֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon5אוֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether6יָמִ֗יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7בְּהַאֲרִ֨יךְH748verlengen, verlengt, verlengddefer, draw out, lengthen, (be, become, make, pro-) long, [phrase] (out-, over-) live, tarry (long)8הֶעָנָ֤ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10הַמִּשְׁכָּן֙H4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent11לִשְׁכֹּ֣ןH7931wonen, woont, woneabide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up)12עָלָ֔יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13יַחֲנ֥וּH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent14בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael16וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17יִסָּ֑עוּH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way18וּבְהֵעָלֹת֖וֹH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work19יִסָּֽעוּH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way
23Naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij; zij namen de wacht des HEEREN waar, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Naar den mondH6310 des HEERENH3068legerdenH2583 zij zich, en naar den mondH6310 des HEERENH3068verreisdenH5265 zij; zij namenH8104 de wachtH4931 des HEERENH3068 waar, naar den mondH6310 des HEERENH3068, door de handH3027 van MozesH4872.Naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij; zij namen de wacht des HEEREN waar, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes.
KJVAt the commandment2of the LORD3they rested4in the tents, and at the commandment6of the LORD7they journeyed:8they kept12the charge10of the LORD,11at the commandment14of the LORD15by the hand16of Moses.
1עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2פִּ֤יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word3יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4יַחֲנ֔וּH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent5וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6פִּ֥יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word7יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8יִסָּ֑עוּH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10מִשְׁמֶ֤רֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch11יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12שָׁמָ֔רוּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)13עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14פִּ֥יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word15יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves17מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Numeri 9:1— En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, in het tweede jaar, nadat zij uit Egypteland uitgetogen waren, in de eerste maand, zeggende:Numeri 1:1→Exodus 40:2→
Numeri 9:2— Dat de kinderen Israels het pascha houden zouden, op zijn gezetten tijd.Leviticus 23:5→Deuteronomium 16:1→Exodus 12:1→Ezra 6:19→Numeri 28:16→Jozua 5:10→Markus 14:12→2 Kronieken 35:1→
Numeri 9:3— Op den veertienden dag in deze maand, tussen twee avonden zult gij dat houden, op zijn gezetten tijd; naar al zijn inzettingen, en naar al zijn rechten zult gij dat houden.Exodus 12:6→2 Kronieken 30:15→Leviticus 23:5→Numeri 9:11→Hebreeën 9:26→2 Kronieken 30:2→
Numeri 9:5— En zij hielden het pascha op den veertienden dag der eerste maand, tussen de twee avonden, in de woestijn van Sinai; naar alles wat de HEERE Mozes geboden had, alzo deden de kinderen Israels.Jozua 5:10→Mattheüs 28:20→Genesis 6:22→Handelingen 26:19→Johannes 15:14→Exodus 39:42→Deuteronomium 4:5→Deuteronomium 1:3→
Numeri 9:6— Toen waren er lieden geweest, die over het dode lichaam eens mensen onrein waren, en op denzelven dag het pascha niet hadden kunnen houden; daarom naderden zij voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht van Aaron op dienzelven dag.Numeri 27:2→Exodus 18:15→Numeri 19:11→Numeri 5:2→Numeri 19:16→Exodus 18:19→Exodus 18:26→Johannes 18:28→
Numeri 9:7— En diezelve lieden zeiden tot hem: Wij zijn onrein over het dode lichaam eens mensen; waarom zouden wij verkort worden, dat wij de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet zouden offeren, in het midden van de kinderen Israels?Exodus 12:27→Numeri 9:2→1 Korinthe 5:7→2 Kronieken 30:17→Deuteronomium 16:2→
Numeri 9:8— En Mozes zeide tot hen: Blijft staande, dat ik hoor, wat de HEERE u gebieden zal.Psalmen 85:8→Numeri 27:5→Handelingen 20:27→Ezechiël 2:7→Spreuken 3:5→1 Korinthe 4:4→Hebreeën 3:5→Johannes 17:8→
Numeri 9:10— Spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Wanneer iemand onder u, of onder uw geslachten, over een dood lichaam onrein, of op een verren weg zal zijn, hij zal dan nog den HEERE het pascha houden.Efeze 3:6→1 Korinthe 11:28→Romeinen 15:8→Numeri 9:6→Romeinen 16:25→Efeze 2:12→1 Korinthe 6:9→Mattheüs 5:24→
Numeri 9:11— In de tweede maand, op den veertienden dag, tussen de twee avonden, zullen zij dat houden; met ongezuurde broden en bittere saus zullen zij dat eten.2 Kronieken 30:2→Exodus 12:43→Exodus 12:2→Numeri 9:3→Johannes 19:36→Deuteronomium 16:3→
Numeri 9:12— Zij zullen daarvan niet overlaten tot den morgen, en zullen daaraan geen been breken; naar alle inzetting van het pascha zullen zij dat houden.Exodus 12:10→Exodus 12:46→Johannes 19:36→Exodus 12:43→Numeri 9:3→
Numeri 9:13— Als een man, die rein is, en op den weg niet is, en nalaten zal het pascha te houden, zo zal diezelve ziel uit haar volken uitgeroeid worden; want hij heeft de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet geofferd, diezelve man zal zijn zonde dragen.Genesis 17:14→Exodus 12:15→Numeri 9:7→Numeri 5:31→Leviticus 17:10→Leviticus 20:20→Hebreeën 9:28→Numeri 15:30→
Numeri 9:14— En wanneer een vreemdeling bij u als vreemdeling verkeert, en hij het pascha den HEERE ook houden zal, naar de inzetting van het pascha, en naar zijn wijze, alzo zal hij het houden; het zal enerlei inzetting voor ulieden zijn, beiden den vreemdeling en den inboorling des lands.Exodus 12:48→Leviticus 24:22→Leviticus 25:15→Deuteronomium 29:11→Leviticus 22:25→Deuteronomium 31:12→Leviticus 19:10→Jesaja 56:3→
Numeri 9:15— En op den dag van het oprichten des tabernakels bedekte de wolk den tabernakel, op de tent der getuigenis; en in den avond was over den tabernakel als een gedaante des vuurs, tot aan den morgen.Exodus 13:21→Exodus 40:34→Nehemia 9:19→Psalmen 78:14→Exodus 40:17→Exodus 14:19→Exodus 33:9→Nehemia 9:12→
Numeri 9:16— Alzo geschiedde het geduriglijk; de wolk bedekte denzelven, en des nachts was er een gedaante des vuurs.Nehemia 9:12→Exodus 13:21→Jesaja 4:5→Exodus 40:38→Nehemia 9:19→Numeri 9:18→Openbaring 21:3→Psalmen 105:39→
Numeri 9:17— Maar nadat de wolk opgeheven werd van boven de tent, zo verreisden ook daarna de kinderen Israels; en in de plaats, waar de wolk bleef, daar legerden zich de kinderen Israels.Exodus 40:36→Numeri 10:33→Psalmen 32:8→Johannes 10:9→Psalmen 73:24→Numeri 10:11→Exodus 33:14→Johannes 10:3→
Numeri 9:18— Naar den mond des HEEREN, verreisden de kinderen Israels, en naar des HEEREN mond legerden zij zich; al de dagen, in dewelke de wolk over den tabernakel bleef, legerden zij zich.1 Korinthe 10:1→Exodus 17:1→Numeri 10:13→2 Johannes 1:6→Numeri 9:20→
Numeri 9:19— En als de wolk vele dagen over den tabernakel verbleef, zo namen de kinderen Israels de wacht des HEEREN waar, en verreisden niet.Numeri 3:8→Numeri 1:52→Zacharia 3:7→
Numeri 9:21— Maar was het, dat de wolk van den avond tot den morgen daar was, en de wolk in den morgen opgeheven werd, zo verreisden zij; of des daags, of des nachts, als de wolk opgeheven werd, zo verreisden zij.Nehemia 9:12→Nehemia 9:19→
Numeri 9:22— Of als de wolk twee dagen, of een maand, of vele dagen vertoog op den tabernakel, blijvende daarop, zo legerden zich de kinderen Israels, en verreisden niet; en als zij verheven werd, verreisden zij.Exodus 40:36→Psalmen 32:8→Numeri 8:20→Numeri 23:21→Exodus 40:16→Spreuken 3:5→Psalmen 48:14→Numeri 1:54→
Numeri 9:23— Naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij; zij namen de wacht des HEEREN waar, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes.Numeri 9:19→Ezechiël 44:8→Zacharia 3:7→Jozua 22:3→Genesis 26:5→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Numeri 9 vers 1— En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, in het tweede jaar, nadat zij uit Egypteland uitgetogen waren, in de eerste maand, zeggende:
sprak tot Mozes
Anders, had gesproken; en alzo voorts in het vervolg van dezen tekst tot vs.7 toe, te weten, voor de telling der Israëlieten, boven, Num. 1:1 beschreven; welke geschiedde op de tweede maand des tweeden jaars: maar dit verhaal wordt nu hier achter ingevoegd uit oorzaak van de onreine en reizende lieden, die het pascha in de eerste maand niet konden houden, en daarom tot de tweede maand uitgesteld werden. Zie onder, vs.11.
Hertaald:sprak tot Mozes
Ook mogelijk: had gesproken; en zo ook verder in dit gedeelte tot vers 7, namelijk vóór de telling van de Israëlieten, hierboven, Num. 1:1, beschreven; die plaatsvond in de tweede maand van het tweede jaar: maar dit verhaal wordt hier achteraf ingevoegd vanwege de onreine en reizende mensen, die het Pascha in de eerste maand niet konden houden, en daarom tot de tweede maand uitgesteld werden. Zie hieronder, vers 11.
in de eerste maand,
Genaamd bij de Hebreën Nisan, Neh. 2:1; Est. 3:7. Anders, Abib. Zie Ex. 13:4, en Ex. 23:15, en kwam meest overeen met onzen Maart.
Hertaald:in de eerste maand,
Genaamd bij de Hebreeën Nisan, Neh. 2:1; Est. 3:7. Ook wel Abib. Zie Ex. 13:4 en Ex. 23:15, en kwam grotendeels overeen met onze maart.
Numeri 9 vers 2— Dat de kinderen Israels het pascha houden zouden, op zijn gezetten tijd.
pascha houden zouden,
Zie van dit woord Ex. 12:11, en Lev. 23:5.
Hertaald:pascha houden zouden,
Zie voor dit woord Ex. 12:11 en Lev. 23:5.
gezetten tijd
Zie Ex. 12:6.
Hertaald:gezetten tijd
Zie Ex. 12:6.
Numeri 9 vers 3— Op den veertienden dag in deze maand, tussen twee avonden zult gij dat houden, op zijn gezetten tijd; naar al zijn inzettingen, en naar al zijn rechten zult gij dat houden.
tussen twee avonden
Zie van deze manier van spreken Ex. 12:6.
Hertaald:tussen twee avonden
Zie voor deze manier van spreken Ex. 12:6.
inzettingen,
Zie van deze Exo 12, Exo 13, en Lev 23.
Hertaald:inzettingen,
Zie hierover Ex. 12, Ex. 13 en Lev. 23.
Numeri 9 vers 6— Toen waren er lieden geweest, die over het dode lichaam eens mensen onrein waren, en op denzelven dag het pascha niet hadden kunnen houden; daarom naderden zij voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht van Aaron op dienzelven dag.
lieden geweest,
Onder het Hebreeuwse woord, eigenlijk betekenende mannen, zijn hier ook vrouwen begrepen, gelijk Gen. 39:11, Gen. 39:14.
Hertaald:lieden geweest,
Onder het Hebreeuwse woord, dat eigenlijk mannen betekent, zijn hier ook vrouwen begrepen, zoals in Gen. 39:11, Gen. 39:14.
het dode lichaam eens mensen
Hebreeuws, ziel. Zie Lev. 19:28, en alzo in het volgende vs.7.
Hertaald:het dode lichaam eens mensen
Hebreeuws: ziel. Zie Lev. 19:28, en zo ook hierna in vers 7.
onrein waren,
Te weten, naar de wet der ceremoniën betekenende de geestelijke onreinheid. Versta dan die onrein waren, omdat zij een dood lichaam aangeroerd hadden, ofin het huis, waarin een dode was, waren ingegaan of het lijk ten grave vergezelschapt hadden. Zie Lev. 21:1, Lev. 21:11.
Hertaald:onrein waren,
Namelijk: volgens de ceremoniële wet, die de geestelijke onreinheid uitbeeldde. Versta dan hen die onrein waren, omdat zij een dood lichaam hadden aangeraakt, of in het huis waren geweest waarin een dode lag, of het lijk naar het graf hadden begeleid. Zie Lev. 21:1, Lev. 21:11.
op denzelven dag
Dat is, op den ordinairen en gezetten dag.
Hertaald:op denzelven dag
Dat is: op de gewone, vastgestelde dag.
kunnen houden;
Zie Lev. 7:20, waar den onreinen verboden wordt van de dankoffers te eten.
Hertaald:kunnen houden;
Zie Lev. 7:20, waar het de onreinen verboden wordt van de dankoffers te eten.
Numeri 9 vers 7— En diezelve lieden zeiden tot hem: Wij zijn onrein over het dode lichaam eens mensen; waarom zouden wij verkort worden, dat wij de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet zouden offeren, in het midden van de kinderen Israels?
verkort worden,
Of, achtergehouden, of afgehouden worden
Hertaald:verkort worden,
Of: achtergehouden, of tegengehouden worden.
de offerande des HEEREN
Versta, het paaslam, hetwelk zo genoemd wordt hier en onder, vs.13, en Ex. 12:27, eensdeels omdat het slachten daarvan naar het bevel Gods geschiedde, om de gedachtenis van hun verlossing uit Egypte te onderhouden, en daarvoor Gode dankzegging te offeren; Ex. 12:27; anderdeels, omdat die slachting een voorbeeld is geweest van de offerande onzes Heeren Jezus Christus; 1 Kor. 5:7.
Hertaald:de offerande des HEEREN
Versta: het paaslam, dat hier en hieronder, vers 13, en Ex. 12:27 zo genoemd wordt, deels omdat het slachten ervan volgens Gods bevel gebeurde, om de herinnering aan hun verlossing uit Egypte levend te houden en daarvoor God dank te offeren; Ex. 12:27; deels omdat dat slachten een voorbeeld was van het offer van onze Heere Jezus Christus; 1 Kor. 5:7.
Numeri 9 vers 11— In de tweede maand, op den veertienden dag, tussen de twee avonden, zullen zij dat houden; met ongezuurde broden en bittere saus zullen zij dat eten.
bittere saus
Hebreeuws, bitterheden
Hertaald:bittere saus
Hebreeuws: bitterheden.
dat eten
Te weten, het pascha; dat is, voorbijgang. Zie ook deze manier van spreken Deut. 16:7; 2 Kron. 30:18; Joh. 18:28, en versta het paaslam, hetwelk een voorbijgang genoemd wordt, om de reden vermeld Lev. 23:5; dezelfde wijze van spreken is: het pascha slachten, Ex. 12:21; Deut. 16:2, Deut. 16:6; het pascha koken; Deut. 16:7.
Hertaald:dat eten
Namelijk: het pascha; dat is: voorbijgang. Zie ook deze manier van spreken Deut. 16:7; 2 Kron. 30:18; Joh. 18:28, en versta het paaslam, dat een voorbijgang genoemd wordt, om de reden vermeld in Lev. 23:5; dezelfde manier van spreken is: het pascha slachten, Ex. 12:21; Deut. 16:2, Deut. 16:6; het pascha koken; Deut. 16:7.
Numeri 9 vers 13— Als een man, die rein is, en op den weg niet is, en nalaten zal het pascha te houden, zo zal diezelve ziel uit haar volken uitgeroeid worden; want hij heeft de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet geofferd, diezelve man zal zijn zonde dragen.
uit haar volken uitgeroeid worden;
Zie Gen. 17:14.
Hertaald:uit haar volken uitgeroeid worden;
Zie Gen. 17:14.
diezelve man zal zijn zonde dragen
Zie Lev. 5:1.
Hertaald:diezelve man zal zijn zonde dragen
Zie Lev. 5:1.
Numeri 9 vers 14— En wanneer een vreemdeling bij u als vreemdeling verkeert, en hij het pascha den HEERE ook houden zal, naar de inzetting van het pascha, en naar zijn wijze, alzo zal hij het houden; het zal enerlei inzetting voor ulieden zijn, beiden den vreemdeling en den inboorling des lands.
zijn wijze,
Zie Lev. 5:10.
Hertaald:zijn wijze,
Zie Lev. 5:10.
Numeri 9 vers 15— En op den dag van het oprichten des tabernakels bedekte de wolk den tabernakel, op de tent der getuigenis; en in den avond was over den tabernakel als een gedaante des vuurs, tot aan den morgen.
wolk den tabernakel,
Zie van deze Ex. 13:21.
Hertaald:wolk den tabernakel,
Zie hierover Ex. 13:21.
op de tent
Dat is, niet eigenlijk over den voorhof maar enigszins over het heilige, doch voornamelijk over het allerheiligste, waar de ark der getuigenis was.
Hertaald:op de tent
Dat is: niet eigenlijk over de voorhof, maar enigszins over het heilige, en vooral over het allerheiligste, waar de ark der getuigenis was.
Numeri 9 vers 16— Alzo geschiedde het geduriglijk; de wolk bedekte denzelven, en des nachts was er een gedaante des vuurs.
bedekte
Te weten, op den dag, gelijk te zien is Ex. 13:21, en af te nemen uit vs.15.
Hertaald:bedekte
Namelijk: overdag, zoals te zien is in Ex. 13:21, en af te leiden uit vers 15.
denzelven,
Te weten, tabernakel.
Hertaald:denzelven,
Namelijk: de tabernakel.
Numeri 9 vers 18— Naar den mond des HEEREN, verreisden de kinderen Israels, en naar des HEEREN mond legerden zij zich; al de dagen, in dewelke de wolk over den tabernakel bleef, legerden zij zich.
den mond des HEEREN,
Dat is, naar het bevel of voorschrift des Heeren. Versta, naardat God door de wolk, die een teken zijner tegenwoordigheid was, te kennen gaf, hetzij zij verheven werd of stilstond. Want dat was den Israëlieten als een bevel des Heeren, hetwelk zij in het verreizen en in het blijven volgen moesten.
Hertaald:den mond des HEEREN,
Dat is: naar het bevel of voorschrift van de HEERE. Versta: naardat God door de wolk, die een teken was van Zijn tegenwoordigheid, te kennen gaf, hetzij zij opsteeg of stilstond. Want dat gold voor de Israëlieten als een bevel van de HEERE, dat zij zowel bij het reizen als bij het blijven moesten volgen.
Numeri 9 vers 19— En als de wolk vele dagen over den tabernakel verbleef, zo namen de kinderen Israels de wacht des HEEREN waar, en verreisden niet.
verbleef,
Hebreeuws, verlengde
Hertaald:verbleef,
Hebreeuws: verlengde.
namen de kinderen Israëls
Dat is, zij onderhielden naarstiglijk in den tabernakel de oefening van allen godsdienst. Vergelijk Lev. 8:35, en boven, Num. 3:7; zij namen ook acht op hetgeen de Heere deed, namelijk of Hij de wolk deed verheffen of liet rusten, waarnaar zij òf verreizen, òf stil blijven moesten.
Hertaald:namen de kinderen Israëls
Dat is: zij onderhielden ijverig in de tabernakel de beoefening van de eredienst. Vergelijk Lev. 8:35 en hierboven, Num. 3:7; zij letten ook op wat de HEERE deed, namelijk of Hij de wolk liet opstijgen of laten rusten, waarnaar zij ofwel moesten reizen, ofwel blijven staan.
Numeri 9 vers 20— Als het nu was, dat de wolk weinige dagen op den tabernakel was, naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij.
weinige dagen op den tabernakel was,
Hebreeuws, dagen des getals; dat is, weinige. Zie deze manier van spreken Gen. 34:30, en de aantekeningen.
Hertaald:weinige dagen op den tabernakel was,
Hebreeuws: dagen van het getal; dat is: weinige. Zie deze manier van spreken Gen. 34:30, en de aantekeningen.
Numeri 9 vers 22— Of als de wolk twee dagen, of een maand, of vele dagen vertoog op den tabernakel, blijvende daarop, zo legerden zich de kinderen Israels, en verreisden niet; en als zij verheven werd, verreisden zij.
vele dagen
Hebreeuws, dagen. Dit woord alleen gesteld zijnde, betekent somtijds enige of vele dagen. Zie Gen. 4:3, of een geheel jaar. Zie Lev. 25:29.
Hertaald:vele dagen
Hebreeuws: dagen. Dit woord op zichzelf betekent soms enkele of vele dagen. Zie Gen. 4:3, of een heel jaar. Zie Lev. 25:29.
Numeri 9 vers 23— Naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij; zij namen de wacht des HEEREN waar, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes.
de hand van Mozes
Dat is, door den dienst van Mozes. Zie Ex. 4:13, en Lev. 8:36.
Hertaald:de hand van Mozes
Dat is: door de bemiddeling van Mozes. Zie Ex. 4:13 en Lev. 8:36.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Horeb/Sinaï — zie voor naam, ligging en de volledige geschiedenis het artikel bij Exodus 3, waar de berg voor het eerst in de Schrift genoemd wordt
Ligging: Gelegen op het Sinaïtisch schiereiland; zie het artikel bij Exodus 3 voor de bespreking van de mogelijke locaties.
Geschiedenis: Het boek Numeri opent met de volkstelling die de HEERE aan Mozes gebood "in de woestijn Sinaï" (Num. 1:1), nog altijd op dezelfde plaats waar Israël sinds Ex. 19 gelegerd lag. Van hieruit trok het volk, na de instructies voor de legerorde, de dienst der Levieten en de wetten van dit begin van het boek, uiteindelijk weg richting het beloofde land (Num. 10:11-12).
Bijbelse betekenis: De laatste maanden die Israël, nog voluit geordend en toegerust naar Gods eigen aanwijzingen, bij de berg van de wetgeving doorbrengt, voordat de lange tocht door de woestijn — met al haar beproevingen en ontrouw — werkelijk begint.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Wolkkolom en vuurkolom — Hebreeuws: ammoed anan en ammoed esj, "kolom van wolk" en "kolom van vuur"
Vanaf de uittocht ging de HEERE voor Israël uit, overdag in een wolkkolom en 's nachts in een vuurkolom, zodat zij dag en nacht konden reizen (Ex. 13:21-22). Bij de Rode Zee stelde de kolom zich tussen het leger van Egypte en dat van Israël (Ex. 14:19-20). Vanaf het oprichten van de tabernakel bedekte de wolk het heiligdom, en gold er een vaste regel. Zolang de wolk bleef, bleef Israël gelegerd; zodra zij zich verhief, braken zij op, soms na één nacht en soms na een jaar (Num. 9:15-23). De opdracht om te reizen of te blijven kwam dus niet uit menselijk beraad voort.
Bijbelse betekenis: De kolom was de zichtbare toezegging dat God Zelf met Zijn volk meetrok: leiding, beschutting tegen de hitte en licht in de nacht tegelijk. Numeri legt er tegelijk een zware nadruk op dat Israël niets zelf mocht uitmaken over de route en de duur — de reis was een oefening in het opvolgen van Gods bevel "door de hand van Mozes" (Num. 9:23).
Typologie: Paulus rekent de wolk uitdrukkelijk mee tot de weldaden die geheel Israël genoot: allen waren onder de wolk en allen gingen door de zee, "allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee". Daarna voegt hij eraan toe dat God in het merendeel van hen geen welgevallen had (1 Kor. 10:1-5). Uiterlijke deelname aan de tekenen is dus geen waarborg voor het hart. In de geest van Spurgeon is dat een dubbele boodschap: de wolk is werkelijk troost voor wie God volgt, en een ernstige waarschuwing voor wie zich met het teken tevredenstelt.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
God bij Zijn volkniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenfunctie
De wolk die niet wegging — 9:15-23
Israël leert wat het is om geleid te worden. Er is geen kaart, geen route en geen reisschema — alleen een wolk boven een tent, en niemand weet hoelang die blijft liggen.
Dag en nacht staat God zichtbaar boven de tabernakel; als Hij optrekt trekt het volk op, en als Hij blijft blijven zij.
Overdag een wolk, 's nachts als een gedaante des vuurs, en er staat nadrukkelijk bij: alzo geschiedde het geduriglijk. Er was geen ogenblik dat het volk moest raden of God er nog was.
Het aangrijpende zit in het gehoorzamen. Soms bleef de wolk twee dagen liggen, soms een maand, soms een jaar — en dan bleven zij daar, hoe ongunstig de plaats ook was. En soms verhief zij zich midden in de nacht, en dan braken zij op, hoe ongelegen het ook kwam. Het volk bepaalde niets. Het enige wat het te doen had was kijken en volgen.
Deze wolk loopt door heel de Schrift. Zij vult de tempel van Salomo, zij wijkt in de dagen van Ezechiël als het oordeel komt, en zij keert terug op een berg in Galilea, waar zij de discipelen overschaduwt en er een stem uit klinkt: Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem. Bij de hemelvaart neemt een wolk Hem weg voor hun ogen, en de engelen zeggen dat Hij zo terugkomen zal als zij Hem hebben zien heengaan.
Numeri 9:15 — Overdag een wolk, 's nachts als een gedaante des vuurs.
Numeri 9:18 — Naar den mond des HEEREN reisden zij, en naar Zijn mond legerden zij zich.
1 Koningen 8:11 — Dezelfde wolk vervult later de tempel.
Mattheüs 17:5 — Een wolk overschaduwt hen: Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem.
Handelingen 1:9 — Een wolk neemt Hem weg voor hun ogen.
In het Nieuwe Testament: Mattheüs 17:5; Handelingen 1:9-11; Johannes 8:12; Openbaring 7:15
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Numeri 9:1-2.KruisverwijzingenNumeri 1:1→Exodus 40:2→Leviticus 23:5→Deuteronomium 16:1→Exodus 12:1→Ezra 6:19→Numeri 28:16→Jozua 5:10→ — En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, in het tweede jaar, nadat zij uit Egypteland uitgetogen waren, in de eerste maand, zeggende: Dat de kinderen Israels het pascha houden zouden, op zijn gezetten tijd. Ik zou bijna vrezen dat zij het houden van het pascha een jaar hadden nagelaten. Er was een eerste viering toen zij uit Egypte kwamen; maar toen was het niet zozeer een beeld als wel een werkelijkheid: het was de zaak zelf, niet de gedachtenis van de uitgang uit Egypte, maar het werkelijke uitgaan, de uittocht zelf. Uit dit gebod van de Heere zou men opmaken dat de kinderen Israëls op de eerste jaardag van dat gedenkwaardige tijdstip de viering hadden nagelaten, en dat Jehova daarom tot Mozes zei: “Dat de kinderen Israëls het pascha houden zouden, op zijn gezetten tijd.”
Is dit vermoeden juist, dan is het zeer betekenisvol dat een instelling die tot de wet behoorde en dus voorbijgaan zou, zo spoedig verwaarloosd werd — en zeker is zij daarna vele, vele jaren verwaarloosd. Terwijl de grote gedachtenisinstelling van de christelijke huishouding, het Avondmaal des Heeren, zelfs niet verwaarloosd werd toen de christenen onder felle vervolging van de Joden en van andere volken leefden. Toen het houden van die instelling onder de heidenen vrijwel zeker de dood betekende, kwamen de christenen toch op de eerste dag der week samen en braken zij voortdurend het brood tot gedachtenis van de dood van hun Heere, zoals wij dat tot op deze dag doen. Ik veronderstel dat het Avondmaal, dat de gedachtenis is van Christus ons Pascha, nooit in de hele wereld geheel verwaarloosd is, maar in de gemeente van Christus altijd onderhouden is gebleven — en dat zal blijven “totdat Hij komt”.
Numeri 9:3-7.KruisverwijzingenNumeri 27:2→Exodus 18:15→Jozua 5:10→Numeri 19:11→Numeri 5:2→Numeri 19:16→Exodus 12:6→Exodus 18:19→ — Op den veertienden dag in deze maand, tussen twee avonden zult gij dat houden, op zijn gezetten tijd; naar al zijn inzettingen, en naar al zijn rechten zult gij dat houden. Mozes dan sprak tot de kinderen Israels, dat zij het pascha zouden houden. En zij hielden het pascha op den veertienden dag der eerste maand, tussen de twee avonden, in de woestijn van Sinai; naar alles wat de HEERE Mozes geboden had, alzo deden de kinderen Israels. Toen waren er lieden geweest, die over het dode lichaam eens mensen onrein waren, en op denzelven dag het pascha niet hadden kunnen houden; daarom naderden zij voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht van Aaron op dienzelven dag. En diezelve lieden zeiden tot hem: Wij zijn onrein over het dode lichaam eens mensen; waarom zouden wij verkort worden, dat wij de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet zouden offeren, in het midden van de kinderen Israels? Zij waren in grote verlegenheid. Hun was geboden tot het pascha te komen; kwamen zij niet, dan zondigden zij. Maar zij hadden zich verontreinigd, hetzij door een toeval hetzij uit noodzaak, en kwamen zij zó tot het pascha, dan zouden zij zonde doen — zodat zij het in beide gevallen verkeerd hadden.
Er moet iemand zijn om de doden te begraven. Ik veronderstel dat deze mensen dat noodzakelijke ambt hadden vervuld, en dat er geen tijd voor hen geweest was zich te reinigen van de wettische verontreiniging die het aanraken van een dode meebracht.
Numeri 9:8.KruisverwijzingenPsalmen 85:8→Numeri 27:5→Handelingen 20:27→Ezechiël 2:7→Spreuken 3:5→1 Korinthe 4:4→Hebreeën 3:5→Johannes 17:8→ — En Mozes zeide tot hen: Blijft staande, dat ik hoor, wat de HEERE u gebieden zal. O, hoe wijs zouden wij raad geven als wij nooit besloten voordat wij er over gebeden hadden! Mogelijk achten wij ons zo ervaren en zo goed bekend met de gedachten van God dat wij voor de hand kunnen antwoorden; of misschien menen wij dat wij de Heere in het geheel niet hoeven te raadplegen, maar dat onze eigen mening een voldoende leidsman is. Mozes was groter en wijzer dan wij zijn, en toch zei hij tot deze mannen: “Staat stil, en ik zal horen wat Jehova aangaande u gebieden zal.”
Numeri 9:9-12.KruisverwijzingenExodus 12:10→Exodus 12:46→2 Kronieken 30:2→Efeze 3:6→1 Korinthe 11:28→Romeinen 15:8→Numeri 9:6→Romeinen 16:25→ — Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Wanneer iemand onder u, of onder uw geslachten, over een dood lichaam onrein, of op een verren weg zal zijn, hij zal dan nog den HEERE het pascha houden. In de tweede maand, op den veertienden dag, tussen de twee avonden, zullen zij dat houden; met ongezuurde broden en bittere saus zullen zij dat eten. Zij zullen daarvan niet overlaten tot den morgen, en zullen daaraan geen been breken; naar alle inzetting van het pascha zullen zij dat houden. Er werd dus voorzien in het houden van een tweede pascha, zodat wie bij de eerste viering verontreinigd waren, de gelegenheid hadden het feest een maand later te houden.
Hieruit maak ik, een les uit het beeld lerend, op dat wat de wegen ook zijn waarlangs wij tot de zaligheid komen, Christus altijd dezelfde is, en dat wij op dezelfde wijze aan Hem deel moeten hebben. Wij die zo verontreinigd zijn geweest dat wij, om zo te zeggen, van het tweede pascha moeten eten, zelfs in de elfde ure en lang nadat anderen zich met Christus gevoed hebben — ook voor ons is er dezelfde Christus als voor hen die op de rechte tijd komen, die de Heere vroeg zoeken en Hem vinden terwijl de dauw van hun jeugd nog op hen is.
Numeri 9:13.KruisverwijzingenGenesis 17:14→Exodus 12:15→Numeri 9:7→Numeri 5:31→Leviticus 17:10→Leviticus 20:20→Hebreeën 9:28→Numeri 15:30→ — Als een man, die rein is, en op den weg niet is, en nalaten zal het pascha te houden, zo zal diezelve ziel uit haar volken uitgeroeid worden; want hij heeft de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet geofferd, diezelve man zal zijn zonde dragen. Welk een ernstig vonnis is dat! Laat mij het losgemaakt van zijn verband lezen: “want hij heeft de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet geofferd, diezelve man zal zijn zonde dragen.” Ziet u: de grote offerande des Heeren, het verzoenend offer van onze Heere Jezus Christus, is de enige weg waardoor de zonde kan worden weggedaan; en wil iemand die niet brengen — met andere woorden: wil hij niet in Jezus geloven — dan is hier zijn zeker vonnis: “diezelve man zal zijn zonde dragen”. Geen verschrikkelijker oordeel kan over een van ons uitgesproken worden. “Indien gij niet gelooft, dat Ik Die ben, gij zult in uw zonden sterven” (Joh. 8:24).
Numeri 9:15-16.KruisverwijzingenExodus 13:21→Exodus 40:34→Nehemia 9:19→Psalmen 78:14→Exodus 40:17→Exodus 14:19→Exodus 33:9→Nehemia 9:12→ — En op den dag van het oprichten des tabernakels bedekte de wolk den tabernakel, op de tent der getuigenis; en in den avond was over den tabernakel als een gedaante des vuurs, tot aan den morgen. Alzo geschiedde het geduriglijk; de wolk bedekte denzelven, en des nachts was er een gedaante des vuurs. Dit was het teken van de tegenwoordigheid van God in het midden van die uitgestrekte tentenstad. Ik veronderstel dat de grote wolk opsteeg uit het heilige der heiligen en waarschijnlijk het hele leger van de stammen overdekte, zodat zij hen beschermde tegen de felheid van de zon, terwijl bij nacht heel het gebied door deze wonderlijke verlichting werd beschenen. Het uitverkoren volk had de wolkkolom bij dag tot een beschutting en de vuurkolom bij nacht tot een licht.
De tegenwoordigheid van God werkt op ons vrijwel op dezelfde wijze als de wolk- en vuurkolom op Israël werkte: wij krijgen beschutting tegen de felle hitte van de dag der wereld, en ook verlossing uit de duisternis van de nacht der wereld, door de genadige tegenwoordigheid van onze Heere.
Numeri 9:17-20.KruisverwijzingenExodus 40:36→Numeri 10:33→1 Korinthe 10:1→Psalmen 32:8→Johannes 10:9→Psalmen 73:24→Numeri 10:11→Exodus 33:14→ — Maar nadat de wolk opgeheven werd van boven de tent, zo verreisden ook daarna de kinderen Israels; en in de plaats, waar de wolk bleef, daar legerden zich de kinderen Israels. Naar den mond des HEEREN, verreisden de kinderen Israels, en naar des HEEREN mond legerden zij zich; al de dagen, in dewelke de wolk over den tabernakel bleef, legerden zij zich. En als de wolk vele dagen over den tabernakel verbleef, zo namen de kinderen Israels de wacht des HEEREN waar, en verreisden niet. Als het nu was, dat de wolk weinige dagen op den tabernakel was, naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij. Gelukkig volk, dat zo goddelijk geleid werd! Zij konden nooit zeggen wanneer zij weer op weg zouden moeten; zij hadden geen blijvende stad. Wanneer hun tenten opgeslagen waren en zij zich juist behoorlijk begonnen te schikken, verhief zich misschien diezelfde morgen de wolkkolom; en op andere tijden, wanneer zij graag wilden optrekken, stond zij stil. Zij konden er nooit zeker van zijn lang op één plaats te blijven.
Zo is het ook met u en met mij: onze Heere wil ons alles hier beneden met een losse hand doen vasthouden. Wij kunnen niet zeggen welke veranderingen een van ons overkomen; reken daarom op niets dat God niet duidelijk heeft toegezegd. Wees van niets zeker dan van de onzekerheid, en verwacht altijd het onverwachte. U kunt niet zeggen waar uw Leidsman u tussen hier en de hemel zal brengen; gelukkig zult u zijn als u naar waarheid kunt zeggen dat u altijd wilt volgen waar de Heere leidt.
Numeri 9:21-23.KruisverwijzingenExodus 40:36→Psalmen 32:8→Numeri 9:19→Nehemia 9:12→Nehemia 9:19→Numeri 8:20→Numeri 23:21→Exodus 40:16→ — Maar was het, dat de wolk van den avond tot den morgen daar was, en de wolk in den morgen opgeheven werd, zo verreisden zij; of des daags, of des nachts, als de wolk opgeheven werd, zo verreisden zij. Of als de wolk twee dagen, of een maand, of vele dagen vertoog op den tabernakel, blijvende daarop, zo legerden zich de kinderen Israels, en verreisden niet; en als zij verheven werd, verreisden zij. Naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij; zij namen de wacht des HEEREN waar, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes. Zo mag ieder van ons altijd goddelijk geleid worden!
I. Vs. 1-14.KruisverwijzingenNumeri 1:1→Numeri 27:2→Exodus 18:15→Numeri 19:11→Numeri 5:2→Numeri 19:16→Psalmen 85:8→Numeri 27:5→ — En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, in het tweede jaar, nadat zij uit Egypteland uitgetogen waren, in de eerste maand, zeggende: Dat de kinderen Israels het pascha houden zouden, op zijn gezetten tijd. Op den veertienden dag in deze maand, tussen twee avonden zult gij dat houden, op zijn gezetten tijd; naar al zijn inzettingen, en naar al zijn rechten zult gij dat houden. Mozes dan sprak tot de kinderen Israels, dat zij het pascha zouden houden. En zij hielden het pascha op den veertienden dag der eerste maand, tussen de twee avonden, in de woestijn van Sinai; naar alles wat de HEERE Mozes geboden had, alzo deden de kinderen Israels. Toen waren er lieden geweest, die over het dode lichaam eens mensen onrein waren, en op denzelven dag het pascha niet hadden kunnen houden; daarom naderden zij voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht van Aaron op dienzelven dag. En diezelve lieden zeiden tot hem: Wij zijn onrein over het dode lichaam eens mensen; waarom zouden wij verkort worden, dat wij de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet zouden offeren, in het midden van de kinderen Israels? En Mozes zeide tot hen: Blijft staande, dat ik hoor, wat de HEERE u gebieden zal. Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Wanneer iemand onder u, of onder uw geslachten, over een dood lichaam onrein, of op een verren weg zal zijn, hij zal dan nog den HEERE het pascha houden. Het derde van de laatste bijzonderheden bij de Sinaï is de terugkeer van het Paasfeest.
KruisverwijzingenNumeri 1:1→Exodus 40:2→— En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, in het tweede jaar, nadat zij uit Egypteland uitgetogen waren, in de eerste maand, zeggende:
En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinaï in het tweede jaar, nadat zij uit Egypte getrokken waren, in de eerste maand, 1) waarschijnlijk op de morgen van de 10de dag van de maand Abib, of van de laatste van de zevendagen van de priesterwijding (zie “Le 8.36), zeggende:
Dat God, voor er een jaar om was, het volk de viering van het Pascha in het geheugen terugroept, hoe grote zorgeloosheid van het volk kan daaruit opgemerkt worden, een zorgeloosheid, die ook ondankbaarheid verried. Want wat zouden zij na vijftig jaar gedaan hebben, wanneer er gevaar bestond, dat na zo groot verloop van tijd hun de vergeetachtigheid was overvallen. Want, indien zij uit eigen beweging ijverig in hun plichtsbetrachting zouden geweest zijn, was het overbodig, voor de tweede maal te herhalen, hetgeen Hij hen zo gestreng en met bijvoeging van bedreigingen had opgelegd. Nu vermaant God hun, dat, wanneer het jaar ten einde spoedde, zich bij de dag te houden, welke Hij voor het Pascha had vastgesteld, opdat de Israëlieten des te zekerder zouden leren, dat deze plechtige, heilige offerande jaarlijks terugkeerde en zij alzo haar niet mochten nalaten. Vervolgens beveelt Hij, dat alle ceremoniën ijverig zouden waargenomen worden, opdat zij niet door enige vreemde zuurdesem de zuivere instelling zouden bederven. Eindelijk wordt hun gehoorzaamheid geprezen, omdat zij aan het bevel niets toededen, noch er iets afdeden.
KruisverwijzingenLeviticus 23:5→Deuteronomium 16:1→Exodus 12:1→Ezra 6:19→Numeri 28:16→Jozua 5:10→Markus 14:12→2 Kronieken 35:1→— Dat de kinderen Israels het pascha houden zouden, op zijn gezetten tijd.
Dat de kinderen van Israël het pascha houden zouden, op zijn gezette tijd; 1)
Om de Israëlieten alle gedachte te ontnemen, dat men eerst bij het komen in Kanaän het Paasfeest behoefde te vieren en om hen erop te wijzen, dat het elk jaar, ook in de woestijn, moest gehouden worden, gebruikt de Heere hier de uitdrukking: op zijn gezette tijd.
KruisverwijzingenExodus 12:6→2 Kronieken 30:15→Leviticus 23:5→Numeri 9:11→Hebreeën 9:26→2 Kronieken 30:2→— Op den veertienden dag in deze maand, tussen twee avonden zult gij dat houden, op zijn gezetten tijd; naar al zijn inzettingen, en naar al zijn rechten zult gij dat houden.
Op de veertiende dag-zei de Heere-op de veertiende dag in deze maand, tussen de twee avonden, of op de tijd van de avondschemering, zult gij dat, met het slachten, toebereiden en eten van een lam houden, op zijn reeds in Exodus. 12:6 bepaalde, of gezette tijd; naar al zijn instellingen en naar al zijn rechten, die de Heere, bij de instelling daarvan (Exodus. 12) verordend heeft, zult gij dat houden.
— Mozes dan sprak tot de kinderen Israels, dat zij het pascha zouden houden.
Mozes dan sprak tot de kinderen van Israël, dat zij het pascha zouden houden.
KruisverwijzingenJozua 5:10→Mattheüs 28:20→Genesis 6:22→Handelingen 26:19→Johannes 15:14→Exodus 39:42→Deuteronomium 4:5→Deuteronomium 1:3→— En zij hielden het pascha op den veertienden dag der eerste maand, tussen de twee avonden, in de woestijn van Sinai; naar alles wat de HEERE Mozes geboden had, alzo deden de kinderen Israels.
En zij hielden het pascha op de veertiende dag van de eerste maand, tussen de twee avonden, in de woestijn van Sinaï; de onderscheidene vaders van de gezinnen slachten, op de bepaalde dag tegen de avond, hun lam, sprenkelden zijn bloed op het altaar van de voorhof, waarna het gebraden en ‘s avonds met bittere kruiden en ongezuurde broden, onder lofgezangen (Boek der Wijsheid 18:9) gegeten werd; naar alles, wat de HEERE Mozes geboden had, zo deden de kinderen van Israël.
De bepaling om de maaltijd in de houding van reisvaardigen te nuttigen, gold slechts voor de eerste viering in Egypte; alwaar deze houding, door de omstandigheden zelf aangegeven, de spoed moest aanduiden, waarmee aanstonds na de maaltijd moest vertrokken worden (zie Ex 12.11). Naar de overlevering van de rabbijnen betrof ook het uitkiezen van het Paaslam op de 10de dag van de maand en de bewaring daarvan tot de 14de slechts die eerste viering. Het is evenwel niet onwaarschijnlijk, dat, zoals wij boven aangenomen hebben, de Heere ook nu de opwekking om zich nu weer ten Paasfeest te bereiden, op de 10de dag tot Israël komen liet. Ook de bestrijking van de deurposten met het bloed van het lam verviel nu natuurlijk; in de plaats daarvan kwam thans het sprenkelen van het bloed op het altaar, hetgeen nog ieder vader in eigen persoon schijnt verricht te hebben, terwijl zij later door de priesters, met hulp van de Levieten, gebeurde en slechts het slachten van de lammeren aan de vaders overgelaten bleef (2 Kron.30:16). Of het laatstgenoemde reeds nu, zoals later (Deuteronomium. 16:2 vv.) bepaald werd, bij het heiligdom moest voltrokken worden, is onzeker; in elk geval gebeurde het ook thans tussen 3-6 uur na de middag (zie Ex 12.6), daar anders de tijd om het bloed op het altaar te sprenkelen, bij het grote aantal van Paaslammeren, niet toereikend zou geweest zijn. Bij het gebruik van het Paasmaal ging alles voorzeker nog eenvoudig toe; na verloop van tijd echter kwamen daarbij meer en meer vaste gebruiken in zwang, die uit het volgende bestonden: nadat de lampen ontstoken waren en de disgenoten zich verenigd hadden, werd de eerste beker wijn, (gewoonlijk rode, hoewel ook witte gebruikt worden kon) ingeschonken, door de vader met deze dankzegging: “wees geloofd o, Heer, onze Koning van het heelal, die de vrucht van de wijnstok geschapen hebt!” gezegend en door de aanwezigen naar de rij gedronken. Nadat nu nog vooraf de handen gewassen waren, werd vervolgens de maaltijd hiermee geopend, dat ieder iets van de bittere kruiden nam en at, waarop het lezen van de Hagada, d.i. de voor deze dag bepaalde en uit verschillende gedeelten van het wetboek bestaande herinneringen, aanving, een tweede beker ingeschonken werd en de oudste zoon des huizes tot de vader de vraag richtte: wat toch dit alles beduidde (zie Ex 12.27). Als nu deze zijn antwoord besloot met de woorden: “zo laat ons nu spreken Halleluja, looft gij Zijn knechten de Heere!” was daarmee het Hallel of het lofgezang ingeleid, waartoe intussen alleen Psalm. 113 en 114 uitgesproken of gezongen werden. Dan ledigde men de, tevoren ingeschonken, tweede beker, en hield hierna de eigenlijke maaltijd. Was deze geëindigd, dan waste men de handen weer, de vader deed het dankgebed, zegende de derde beker, die bij uitnemendheid “de gezegende beker” 1 Corinthiers. 10:16) genoemd werd, en dronk hem met de disgenoten uit, waarop dan nog een vierde ingeschonken, maar niet eerder genuttigd werd, dan ook het tweede gedeelte van de lofzang (Psalm. 115-118) geëindigd was of tenminste gebracht was tot de woorden (Psalm. 118:26): “Geloofd zij Hij, die daar komt in de naam des Heeren!” Op nog enkele gebruiken en gewoonten bij deze feestviering komen wij in het Nieuwe Testament, bij de geschiedenis van de instelling van het Heilig Avondmaal, terug.
KruisverwijzingenNumeri 27:2→Exodus 18:15→Numeri 19:11→Numeri 5:2→Numeri 19:16→Exodus 18:19→Exodus 18:26→Johannes 18:28→— Toen waren er lieden geweest, die over het dode lichaam eens mensen onrein waren, en op denzelven dag het pascha niet hadden kunnen houden; daarom naderden zij voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht van Aaron op dienzelven dag.
Toen, ten tijde, dat heel Israël zich tot het vieren van het paasfeest bereidde, waren er lieden geweest, die naar de wet, 1) over het dode lichaam van een mens, 2) die zij begraven hadden, onrein waren, en op dezelfde daghet pascha niet hadden kunnen houden, daar toch volgens Leviticus. 7:21, slechts Levitisch reine personen aan een offermaal mochten deelnemen; daarom naderden zij voor het aangezicht van Mozes en voor het aangezicht van Aäron, op deze dag.
Naar de latere bepaling (hoofdstuk 19:11) waren zij, die een dode mens aangeraakt hadden, zeven dagen onrein. Deze bepaling is nu nog niet uitgevaardigd; wel echter erkennen de mannen, van wie hier sprake is, op grond van Leviticus. 11:24 vv.; 21:1,11 tenminste hun onreinheid voor de lopende dag, en dat zij hierdoor van de Paasviering zijn uitgesloten. Het antwoord, dat Jehova (vs.10 vv.), aan Mozes op zijn vraag gaf, is zo ingericht, dat de bestaande bepaling daarbij ten volle tot haar recht komt.
Deze verontreiniging kon plaats hebben, óf door het aanraken van een lijk, óf door het vertoeven in een sterfhuis, óf door het bijwonen van een begrafenis. Waren zij Levitisch of ceremonieel onrein, dan mochten zij geen offerande bijwonen, noch van de offermaaltijd genieten. Duidelijk blijkt hier, dat het Paaslam wel degelijk een offerande was, dat het als zodanig door Israël werd beschouwd. Het is daarom dan ook, dat de Apostel van het geloof Christus noemt: Ons Pascha, voor ons geslacht.
KruisverwijzingenExodus 12:27→Numeri 9:2→1 Korinthe 5:7→2 Kronieken 30:17→Deuteronomium 16:2→— En diezelve lieden zeiden tot hem: Wij zijn onrein over het dode lichaam eens mensen; waarom zouden wij verkort worden, dat wij de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet zouden offeren, in het midden van de kinderen Israels?
En deze lieden zeiden tot hem: wij zijn onrein over het dode lichaam van een mens; waarom zouden wij omwille van zo’n zaak, die ons buiten onze schuld getroffen heeft, verkort worden en bij anderen achterstaan, die daarvan zijn verschoond gebleven, zodat wij de offerande van de HEERE, d.i. het paasoffer (zie “Ex 12.7) op zijn gezette tijd niet zouden offeren, in het midden van de kinderen van Israël? 1) Wij wensten zowel pascha te houden als onze broeders, maar mogen niet! Wat raad en hulpis er in dezen?
Wij merken aan, dat hier veroordeeld wordt, het gedrag van zodanige Christenen, die, wanneer zij op de onderzoeking van zichzelf merken, dat zij de bewijzen en blijken van een waar bondgenoot, zoals deze in Gods Woord worden opgegeven, niet in zich hebben, dan zichzelf van het Evangelische Pascha, te weten, het Verbondsteken van het Heilig Avondmaal, onthouden, en daarop dan volkomen gerust zijn. Zij zouden zich, menen zij, wanneer zij zich van het Avondmaal van de Heere onthouden, geen oordeel eten en drinken, hetgeen in zo verre wel waar is, maar dus doende, werpen zij zich aan de andere zijde onder Gods oordeel, want Zijn woord zegt duidelijk: De mens beproeve zichzelf en ete alzo (1 Corinthiers. 11:28). Die zichzelf dan niet beproeft, of die zich beproefd hebben, bevindt, dat hij nog in zijn natuurlijke en geestelijke onreinheid, geen waar gelovige, geen bondgenoot van God is, en daarom niet eet van het Avondmaal van de Heere, die begaat een verschrikkelijke ongehoorzaamheid, versmaadt Gods instelling en dierbare gemeenschap, en is bloot gesteld aan Zijn toorn (Johannes 3:36)
KruisverwijzingenPsalmen 85:8→Numeri 27:5→Handelingen 20:27→Ezechiël 2:7→Spreuken 3:5→1 Korinthe 4:4→Hebreeën 3:5→Johannes 17:8→— En Mozes zeide tot hen: Blijft staande, dat ik hoor, wat de HEERE u gebieden zal.
En Mozes zei tot hen: Blijft hier staan, dat ik hoor, wat de HEERE, die ik aanstonds in de tabernakel zal gaan raadplegen, U gebieden zal. 1)
Mozes beleed dat hij in deze zaak niet kon beslissen, waarom hij een ogenblik vraagt, om God te raadplegen. Waaruit de zorgvuldige bescheidenheid van de profeet blijkt, omdat hij omtrent een twijfelachtige zaak niet durfde beslissen, hoewel hij de wetgever was. Maar op die wijze toont hij het duidelijk, dat hij volstrekt niet de Wet, waarvan hij zelf niet de uitlegger durfde zijn, tenzij na het ontvangen van een nadere verklaring, uit zijn eigen brein heeft voortgebracht.
— Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Toen sprak de HEERE, van de Verbondsark, tot Mozes, zeggende: terwijl Hij niet alleen voor het tegenwoordige geval antwoordde, maar van het bestaande voorschrift tevens een algemene, op alle gelijksoortige gevallen toepasselijke verklaring gaf:
KruisverwijzingenEfeze 3:6→1 Korinthe 11:28→Romeinen 15:8→Numeri 9:6→Romeinen 16:25→Efeze 2:12→1 Korinthe 6:9→Mattheüs 5:24→— Spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Wanneer iemand onder u, of onder uw geslachten, over een dood lichaam onrein, of op een verren weg zal zijn, hij zal dan nog den HEERE het pascha houden.
Spreek tot de kinderen van Israël, zeggende: Wanneer iemand onder u, of onder uw geslachten, tijdens het eigenlijke paasfeest, over een dood lichaam onrein, of op een verre weg; 1) van huis afwezig, zal zijn, zodat hij op paasavond niet teruggekomen zijn kan, hij zal dan nog deHEERE het pascha houden, al is het dan ook niet op dezelfde tijd als het gehele volk, de 14de dag van de eerste maand.
Niet alleen zij, die ceremonieel onrein waren, maar ook, die op reis waren geweest, moesten het Pascha in de tweede maand houden. De Heere wil, dat het Pascha gehouden wordt. Israël moest het jaar uit, jaar in herinnerd worden, dat God het met een sterke arm uit Egypte had verlost.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 30:2→Exodus 12:43→Exodus 12:2→Numeri 9:3→Johannes 19:36→Deuteronomium 16:3→— In de tweede maand, op den veertienden dag, tussen de twee avonden, zullen zij dat houden; met ongezuurde broden en bittere saus zullen zij dat eten.
In de tweede maand, Sif of Ijar, op de veertiende dag, tussen de twee avonden, zullen zij dat alsnog houden; met ongezuurde broden en bittere saus (Exodus. 12:8) zullen zij dat dan eten.
KruisverwijzingenExodus 12:10→Exodus 12:46→Johannes 19:36→Exodus 12:43→Numeri 9:3→— Zij zullen daarvan niet overlaten tot den morgen, en zullen daaraan geen been breken; naar alle inzetting van het pascha zullen zij dat houden.
Zij, die alzo de naviering houden, zullen daarvan niet overlaten tot de volgende morgen, en zullen, bij het bereiden van het lam, daaraan geen been breken; naar alle instellingen van het pascha (Exodus. 12:10,46) zullen zij dat houden, behalve dat zij niet nog 7 dagen daarna ongezuurd brood moeten eten; bij deze naviering is veel meer het feest met het houden van het paasmaal als zodanig, geëindigd.
KruisverwijzingenGenesis 17:14→Exodus 12:15→Numeri 9:7→Numeri 5:31→Leviticus 17:10→Leviticus 20:20→Hebreeën 9:28→Numeri 15:30→— Als een man, die rein is, en op den weg niet is, en nalaten zal het pascha te houden, zo zal diezelve ziel uit haar volken uitgeroeid worden; want hij heeft de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet geofferd, diezelve man zal zijn zonde dragen.
Als echter een man, die rein is en op de weg niet is, en daarom geen rechtmatige verontschuldiging heeft, nalaten zal het pascha op de bepaalde tijd, de 14de dag van Nisan, te houden, daar hij meent, dat hij de viering immers een maand later, en dan met een enkele dag, inhalen en zijn huidig verzuim vergoeden kan, zo zal deze ziel uit haar volken uitgeroeid worden; want hij heeft de offerande van de HEERE (vs.7) op zijn door de Heere bepaalde of gezette tijd niet geofferd, en daarmee Mijn Verbond geschonden; deze man zal zijn zonde dragen en de verdiende straf niet ontgaan (Genesis 17:14).
Was nu aan beide sacramenten van het Oude Verbond zo veel gelegen, dat hij, die ze naliet en niet naar de instelling van de Heere gebruikte, de straf van de lijflijke dood zeker te wachten had; wat meent gij dan, gij spotters en verachters van de sacramenten van het Nieuwe Testament die door Christus zo wijs en heilzaam tot zegels van de gerechtigheid ingesteld zijn. Hoe zal het u gaan, die daar in het bijzonder het Heilig Avondmaal versmaadt, waarin u niet slechts ongezuurd brood, niet slechts lamsvlees, maar het lichaam en bloed van Christus, als van een onberispelijk en onbesmet Lam, tot verzekering van Gods genade en het eeuwige leven, geestelijk door het geloof, te eten en te drinken geboden wordt.
Opdat niemand uit achteloosheid, of onverschilligheid, of gemakzucht zich aan de viering op de bestemde tijd zou onttrekken, indien hij niet onrein was, komt de Heere hier met de aankondiging van Zijn oordelen, en dreigt hem uit te roeien, die het Pascha op die wijze veracht.
KruisverwijzingenExodus 12:48→Leviticus 24:22→Leviticus 25:15→Deuteronomium 29:11→Leviticus 22:25→Deuteronomium 31:12→Leviticus 19:10→Jesaja 56:3→— En wanneer een vreemdeling bij u als vreemdeling verkeert, en hij het pascha den HEERE ook houden zal, naar de inzetting van het pascha, en naar zijn wijze, alzo zal hij het houden; het zal enerlei inzetting voor ulieden zijn, beiden den vreemdeling en den inboorling des lands.
En wanneer een vreemdeling, die door het ondergaan van de besnijdenis zich geheel bij uw volk aangesloten heeft (Exodus. 12:48), bij u als vreemdeling verkeert, en hij-wat niet van zijn willekeur afhangt, daar hij, tot ingelijfd, aan dezelfde wetten onderworpen is als gij-het pascha voor de HEERE ook houden zal; naar de instelling van het pascha en naar zijn, door Mij voorgeschreven wijze, alzo zal hij het houden; hetgeen eerder betreffende het pascha bepaald en hier (vs.10-13) aangevuld is, het zal enerlei en evenzeer verbindende instelling voor u zijn, voor u beide, de vreemdeling, de proseliet van de gerechtigheid (zie “Le 17.9) en de inwoner van het land; gij zult daarom daaraan niets veranderen, uit aanmerking b.v. van de inzichten van de vreemden en diens genegenheden, maar deze moeten, zo ze er dan deel aan willen hebben, zich naar de vastgestelde voorschriften gedragen.
Zoals er toen een genadige wet was, zo zou er in de dagen van de Messias een genadig en zaligmakend Evangelie zijn, zowel ten behoeve van de vreemdelingen, als de inwoners; ja, de Heere zou dan een vreemde in Zijn huis en binnen Zijn muren een plaats en een naam geven, beter dan de zonen en de dochters Jesaja 56:5)
II. Vs. 15-23.KruisverwijzingenExodus 13:21→Exodus 40:34→Exodus 40:36→Numeri 10:33→1 Korinthe 10:1→Nehemia 9:19→Psalmen 78:14→Psalmen 32:8→ — En op den dag van het oprichten des tabernakels bedekte de wolk den tabernakel, op de tent der getuigenis; en in den avond was over den tabernakel als een gedaante des vuurs, tot aan den morgen. Alzo geschiedde het geduriglijk; de wolk bedekte denzelven, en des nachts was er een gedaante des vuurs. Maar nadat de wolk opgeheven werd van boven de tent, zo verreisden ook daarna de kinderen Israels; en in de plaats, waar de wolk bleef, daar legerden zich de kinderen Israels. Naar den mond des HEEREN, verreisden de kinderen Israels, en naar des HEEREN mond legerden zij zich; al de dagen, in dewelke de wolk over den tabernakel bleef, legerden zij zich. En als de wolk vele dagen over den tabernakel verbleef, zo namen de kinderen Israels de wacht des HEEREN waar, en verreisden niet. Als het nu was, dat de wolk weinige dagen op den tabernakel was, naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij. Maar was het, dat de wolk van den avond tot den morgen daar was, en de wolk in den morgen opgeheven werd, zo verreisden zij; of des daags, of des nachts, als de wolk opgeheven werd, zo verreisden zij. Of als de wolk twee dagen, of een maand, of vele dagen vertoog op den tabernakel, blijvende daarop, zo legerden zich de kinderen Israels, en verreisden niet; en als zij verheven werd, verreisden zij. Naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij; zij namen de wacht des HEEREN waar, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes. Met de viering van het Paasfeest is de tijd gekomen, om van de Sinaï op te breken. Terwijl het geschiedverhaal tot dit vertrek overgaat, geeft het, zich aan het bericht aansluitend van hetgeen met de wolk, die Israël uit Egypte naar de berg van de wetgeving geleidde (Exodus. 13:21) op de dag van de oprichting van de tabernakel gebeurd was (Exodus. 40:34 vv.), allereerst een overzicht van heel de wijze, waarop de Heere, door middel van deze wolk Zijn volk op de verdere tochten naar het beloofde land placht te leiden, en breidt het hiermee de vroegere, hoofdzakelijke opgaven (Exodus. 40:36 vv.), verder uit.
KruisverwijzingenExodus 13:21→Exodus 40:34→Nehemia 9:19→Psalmen 78:14→Exodus 40:17→Exodus 14:19→Exodus 33:9→Nehemia 9:12→— En op den dag van het oprichten des tabernakels bedekte de wolk den tabernakel, op de tent der getuigenis; en in den avond was over den tabernakel als een gedaante des vuurs, tot aan den morgen.
En op de dag van het oprichten van de tabernakel, hetgeen gebeurde op de eerste dag van de eerste maand van het tweede jaar, na de uittocht uit Egypte (Exodus. 40:17), bedekte dezelfde wolk, waarin de Heere tot hiertoe bij Zijn volk aanwezig geweest was en het de weg gewezen had, de tabernakel, zoals reeds in Exodus. 40:34 vv. verhaald is, en legde zij zich neer op de tent van de getuigenis ter plaatse, alwaar daarbinnen, in het Heilige der Heiligen, de Verbondsark stond met de tafelen van de wet en het Verzoendeksel; en in de avond wasvan nu af, over de tabernakel als een gedaante van vuur, want de wolk lichtte in vurige glans (Exodus. 40:30), ten teken, dat de Heere ook bij nacht over Zijn volk waakte, en deze gedaante als van vuur bleef tot aan de morgen.
KruisverwijzingenNehemia 9:12→Exodus 13:21→Jesaja 4:5→Exodus 40:38→Nehemia 9:19→Numeri 9:18→Openbaring 21:3→Psalmen 105:39→— Alzo geschiedde het geduriglijk; de wolk bedekte denzelven, en des nachts was er een gedaante des vuurs.
Alzo geschiedde het van nu voortaan gedurig: de wolk bedekte deze tabernakel bij dag en bij nacht, en ‘s nachts bepaald was er hieraan een gedaante van vuur eigen.
Het verschijnsel, dat zich op de dag van de oprichting van het heiligdom vertoonde, verdween niet soms, maar bleef bestendig.
KruisverwijzingenExodus 40:36→Numeri 10:33→Psalmen 32:8→Johannes 10:9→Psalmen 73:24→Numeri 10:11→Exodus 33:14→Johannes 10:3→— Maar nadat de wolk opgeheven werd van boven de tent, zo verreisden ook daarna de kinderen Israels; en in de plaats, waar de wolk bleef, daar legerden zich de kinderen Israels.
Maar nadat de wolk, ten teken dat men opbreken en vertrekken moest, opgeheven werd van boven de tent, zodat zij niet meer daarop rustte, maar daarboven omhoog ging, zo verreisden ook daarna de kinderen van Israël; en in de plaats, waar de wolk, die zij als hun gids volgden, staan bleef, daar legerden zich de kinderen van Israël.
Daar de tabernakel gedurende de tocht uit elkaar genomen was, moet men het blijven, of rusten of zich neerlaten van de wolk in deze of gene plaats, zich zo voorstellen, dat ze uit de hoogte, op welke zij boven de, het leger vooruitgedragen, Verbondsark zwevend voortging, zich op duidelijke waarneembare wijze, nu eens hier, dan eens daar nederliet, ten teken dat op deze plaats stilgehouden en de tabernakel wederom opgeslagen worden moest; waarna zij haar plaats boven deze tabernakel en bepaaldelijk boven het Heilige der Heiligen weer innam, zoals (vs.15) voorgesteld is.
Kruisverwijzingen1 Korinthe 10:1→Exodus 17:1→Numeri 10:13→2 Johannes 1:6→Numeri 9:20→— Naar den mond des HEEREN, verreisden de kinderen Israels, en naar des HEEREN mond legerden zij zich; al de dagen, in dewelke de wolk over den tabernakel bleef, legerden zij zich.
Naar de mond 1) van de HEERE, die in de beweging van de wolk tot hen sprak, verreisden de kinderen van Israël, en naar de mond van de HEERE legerden zij zich; al de dagen waarop de wolk over de tabernakel staan bleef en geen teken van vertrekken gaf, legerden zij zich, d.i. bleven zij op die plaats, waar zij waren, gelegerd.
Naar de mond, wil ook hier zeggen, naar het bevel van de Heere. Door de wolk maakte de Heere aan Israël Zijn bevelen bekend, omtrent het verreizen van de ene plaats naar de andere.
KruisverwijzingenNumeri 3:8→Numeri 1:52→Zacharia 3:7→— En als de wolk vele dagen over den tabernakel verbleef, zo namen de kinderen Israels de wacht des HEEREN waar, en verreisden niet.
En als de wolk, zonder zich omhoog te verheffen, vele dagen over de tabernakel verbleef, zo namen de kinderen van Israël de wachts van de HEERE waar, 1) en verreisden niet.
Zij namen waar de waarneming van de Heere. De zin schijnt door het volgende: “en verreisden niet,” bepaald te worden; zodat de uitdrukking zal te kennen geven: dat de Israëlieten zonder vooruitlopen, de tijd afwachtten, die de Heere hen hier wilde doen verblijven, om eerst dan weer op te breken, als zij aan de wolk waarnamen, dat de Heere een opbreken van het leger verlangde. Anderen denken, dat de wacht of de waarneming van de Heere waarnemen hier zoveel betekent als: zij namen de tabernakeldienst weer waar, zij verrichtten weer, zoals hun voorgeschreven was, de dienst van de offeranden, waarin het opbreken enige stoornis had teweeggebracht.
— Als het nu was, dat de wolk weinige dagen op den tabernakel was, naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij.
Als het nu het geval was, dat de wolk slechts weinige dagen op de tabernakel was, naar de mond van de HEERE, die door het rusten van de wolk tot hen sprak, legerden zij zich dan ook slechts die weinige dagen, zonder langer dande Heere het wilde, op die plaats gelegerd te blijven, en naar de mond van de HEERE die, in dit geval na slechts weinige dagen toeven, door de beweging van de wolk van vertrekken sprak, verreisden zij, na niet meer dan dat korte oponthoud.
KruisverwijzingenNehemia 9:12→Nehemia 9:19→— Maar was het, dat de wolk van den avond tot den morgen daar was, en de wolk in den morgen opgeheven werd, zo verreisden zij; of des daags, of des nachts, als de wolk opgeheven werd, zo verreisden zij.
Maar was het, dat de wolk slechts van de avond tot de morgen, en dus maar een enkele nacht daar, d.i. op de een of andere plaats, stil was, en de wolk in de morgenopgeheven werd, zo verreisden zij, zonder langer op die plaats te willen blijven; of verhief zich de wolk overdag, terwijl men ergens had stil gehouden, of verhief zij zich ’ s nachts, dan werd de nacht niet als een verhindering tot vertrek aangemerkt, maar in elk geval, en op welk uur van dag of van nacht het dan ook was, als de wolk opgehevenwerd, zo verreisden zij.
Men vindt, met uitzondering van de tocht door de Rode Zee (Exodus. 13), wel geen zeker bericht, dat de Israëlieten ook bij nacht in de woestijn zijn voortgetrokken; God kan evenwel Zijn verborgen reden gehad hebben, waarom Hij soms wilde, dat het Israëlitische leger ook bij nacht waakzaam en vaardig zijn zou, tot een voorbeeld voor allen, die niet weten, wanneer God hen tot de reis naar de hemel oproepen wil, opdat zij te allen tijde bereid mogen zijn, om op Zijn wenk die reis te aanvaarden, zoals de maagden met haar lampen (Matth.25)
KruisverwijzingenExodus 40:36→Psalmen 32:8→Numeri 8:20→Numeri 23:21→Exodus 40:16→Spreuken 3:5→Psalmen 48:14→Numeri 1:54→— Of als de wolk twee dagen, of een maand, of vele dagen vertoog op den tabernakel, blijvende daarop, zo legerden zich de kinderen Israels, en verreisden niet; en als zij verheven werd, verreisden zij.
Of als de wolk twee of meer dagen, of een maand, of in het algemeen vele dagen verbleef op de tabernakel, blijvende daarop, zo legerden zich de kinderen van Israël, en verreisden niet; en als zij verheven werd, of: zich omhoog hief, dan verreisden zij.
KruisverwijzingenNumeri 9:19→Ezechiël 44:8→Zacharia 3:7→Jozua 22:3→Genesis 26:5→— Naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij; zij namen de wacht des HEEREN waar, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes.
Naar de mond van de HEERE legerden zij zich, en naar de mond van de HEERE verreisden zij, al naar dat Hij hun dus door de wolk het een of het ander als Zijn wil kenbaar maakte; zij namen de wacht van de HEERE waar (zie “Nu 9.19) naar de mond van de HEERE, zodat zij handelden overeenkomstig hetgeen de Heere hun in deze aanwees en dat Hij hun door de dienst, of de tussenkomst, of door de hand van Mozes nader bekend maakte.
Deze volstrekte afhankelijkheid van het volk van de wolk en de zich daarin betonende onmiddellijke en speciale voorzorgen van de Heere, hun God, is de hoofdzaak, waarvan de voorstelling de heilige schrijver op deze plaatse vooral bedoelt. Daarom heeft hij ook met zo grote nauwkeurigheid en uitvoerigheid alles opgegeven, wat ten aanzien van het rusten en het zich bewegen van de wolk maar denkbaar is.
Twee zaken vooral had Israël hierdoor te leren. Allereerst, dat het God, de Heere was, die hen tot Leidsman en Gids strekte en dat zij daarom altijd vol goede moed konden zijn, en ten tweede dat, daar God, de Heere hun Leidsman was, zij ook gewillig zich aan Zijn leiding moesten overgeven. Een verkregen volk was het, een gewillig volk moest het worden.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Hoe wijs zouden wij raad geven als wij nooit besloten voordat wij er over gebeden hadden.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Numeri 9
Numeri 9:1-2.KruisverwijzingenNumeri 1:1→Exodus 40:2→Leviticus 23:5→Deuteronomium 16:1→Exodus 12:1→Ezra 6:19→Numeri 28:16→Jozua 5:10→
— En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, in het tweede jaar, nadat zij uit Egypteland uitgetogen waren, in de eerste maand, zeggende: Dat de kinderen Israels het pascha houden zouden, op zijn gezetten tijd.
Ik zou bijna vrezen dat zij het houden van het pascha een jaar hadden nagelaten. Er was een eerste viering toen zij uit Egypte kwamen; maar toen was het niet zozeer een beeld als wel een werkelijkheid: het was de zaak zelf, niet de gedachtenis van de uitgang uit Egypte, maar het werkelijke uitgaan, de uittocht zelf. Uit dit gebod van de Heere zou men opmaken dat de kinderen Israëls op de eerste jaardag van dat gedenkwaardige tijdstip de viering hadden nagelaten, en dat Jehova daarom tot Mozes zei: “Dat de kinderen Israëls het pascha houden zouden, op zijn gezetten tijd.”
Is dit vermoeden juist, dan is het zeer betekenisvol dat een instelling die tot de wet behoorde en dus voorbijgaan zou, zo spoedig verwaarloosd werd — en zeker is zij daarna vele, vele jaren verwaarloosd. Terwijl de grote gedachtenisinstelling van de christelijke huishouding, het Avondmaal des Heeren, zelfs niet verwaarloosd werd toen de christenen onder felle vervolging van de Joden en van andere volken leefden. Toen het houden van die instelling onder de heidenen vrijwel zeker de dood betekende, kwamen de christenen toch op de eerste dag der week samen en braken zij voortdurend het brood tot gedachtenis van de dood van hun Heere, zoals wij dat tot op deze dag doen. Ik veronderstel dat het Avondmaal, dat de gedachtenis is van Christus ons Pascha, nooit in de hele wereld geheel verwaarloosd is, maar in de gemeente van Christus altijd onderhouden is gebleven — en dat zal blijven “totdat Hij komt”.
Numeri 9:3-7.KruisverwijzingenNumeri 27:2→Exodus 18:15→Jozua 5:10→Numeri 19:11→Numeri 5:2→Numeri 19:16→Exodus 12:6→Exodus 18:19→
— Op den veertienden dag in deze maand, tussen twee avonden zult gij dat houden, op zijn gezetten tijd; naar al zijn inzettingen, en naar al zijn rechten zult gij dat houden. Mozes dan sprak tot de kinderen Israels, dat zij het pascha zouden houden. En zij hielden het pascha op den veertienden dag der eerste maand, tussen de twee avonden, in de woestijn van Sinai; naar alles wat de HEERE Mozes geboden had, alzo deden de kinderen Israels. Toen waren er lieden geweest, die over het dode lichaam eens mensen onrein waren, en op denzelven dag het pascha niet hadden kunnen houden; daarom naderden zij voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht van Aaron op dienzelven dag. En diezelve lieden zeiden tot hem: Wij zijn onrein over het dode lichaam eens mensen; waarom zouden wij verkort worden, dat wij de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet zouden offeren, in het midden van de kinderen Israels?
Zij waren in grote verlegenheid. Hun was geboden tot het pascha te komen; kwamen zij niet, dan zondigden zij. Maar zij hadden zich verontreinigd, hetzij door een toeval hetzij uit noodzaak, en kwamen zij zó tot het pascha, dan zouden zij zonde doen — zodat zij het in beide gevallen verkeerd hadden.
Er moet iemand zijn om de doden te begraven. Ik veronderstel dat deze mensen dat noodzakelijke ambt hadden vervuld, en dat er geen tijd voor hen geweest was zich te reinigen van de wettische verontreiniging die het aanraken van een dode meebracht.
Numeri 9:8.KruisverwijzingenPsalmen 85:8→Numeri 27:5→Handelingen 20:27→Ezechiël 2:7→Spreuken 3:5→1 Korinthe 4:4→Hebreeën 3:5→Johannes 17:8→
— En Mozes zeide tot hen: Blijft staande, dat ik hoor, wat de HEERE u gebieden zal.
O, hoe wijs zouden wij raad geven als wij nooit besloten voordat wij er over gebeden hadden! Mogelijk achten wij ons zo ervaren en zo goed bekend met de gedachten van God dat wij voor de hand kunnen antwoorden; of misschien menen wij dat wij de Heere in het geheel niet hoeven te raadplegen, maar dat onze eigen mening een voldoende leidsman is. Mozes was groter en wijzer dan wij zijn, en toch zei hij tot deze mannen: “Staat stil, en ik zal horen wat Jehova aangaande u gebieden zal.”
Numeri 9:9-12.KruisverwijzingenExodus 12:10→Exodus 12:46→2 Kronieken 30:2→Efeze 3:6→1 Korinthe 11:28→Romeinen 15:8→Numeri 9:6→Romeinen 16:25→
— Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Wanneer iemand onder u, of onder uw geslachten, over een dood lichaam onrein, of op een verren weg zal zijn, hij zal dan nog den HEERE het pascha houden. In de tweede maand, op den veertienden dag, tussen de twee avonden, zullen zij dat houden; met ongezuurde broden en bittere saus zullen zij dat eten. Zij zullen daarvan niet overlaten tot den morgen, en zullen daaraan geen been breken; naar alle inzetting van het pascha zullen zij dat houden.
Er werd dus voorzien in het houden van een tweede pascha, zodat wie bij de eerste viering verontreinigd waren, de gelegenheid hadden het feest een maand later te houden.
Hieruit maak ik, een les uit het beeld lerend, op dat wat de wegen ook zijn waarlangs wij tot de zaligheid komen, Christus altijd dezelfde is, en dat wij op dezelfde wijze aan Hem deel moeten hebben. Wij die zo verontreinigd zijn geweest dat wij, om zo te zeggen, van het tweede pascha moeten eten, zelfs in de elfde ure en lang nadat anderen zich met Christus gevoed hebben — ook voor ons is er dezelfde Christus als voor hen die op de rechte tijd komen, die de Heere vroeg zoeken en Hem vinden terwijl de dauw van hun jeugd nog op hen is.
Numeri 9:13.KruisverwijzingenGenesis 17:14→Exodus 12:15→Numeri 9:7→Numeri 5:31→Leviticus 17:10→Leviticus 20:20→Hebreeën 9:28→Numeri 15:30→
— Als een man, die rein is, en op den weg niet is, en nalaten zal het pascha te houden, zo zal diezelve ziel uit haar volken uitgeroeid worden; want hij heeft de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet geofferd, diezelve man zal zijn zonde dragen.
Welk een ernstig vonnis is dat! Laat mij het losgemaakt van zijn verband lezen: “want hij heeft de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet geofferd, diezelve man zal zijn zonde dragen.” Ziet u: de grote offerande des Heeren, het verzoenend offer van onze Heere Jezus Christus, is de enige weg waardoor de zonde kan worden weggedaan; en wil iemand die niet brengen — met andere woorden: wil hij niet in Jezus geloven — dan is hier zijn zeker vonnis: “diezelve man zal zijn zonde dragen”. Geen verschrikkelijker oordeel kan over een van ons uitgesproken worden. “Indien gij niet gelooft, dat Ik Die ben, gij zult in uw zonden sterven” (Joh. 8:24).
Numeri 9:15-16.KruisverwijzingenExodus 13:21→Exodus 40:34→Nehemia 9:19→Psalmen 78:14→Exodus 40:17→Exodus 14:19→Exodus 33:9→Nehemia 9:12→
— En op den dag van het oprichten des tabernakels bedekte de wolk den tabernakel, op de tent der getuigenis; en in den avond was over den tabernakel als een gedaante des vuurs, tot aan den morgen. Alzo geschiedde het geduriglijk; de wolk bedekte denzelven, en des nachts was er een gedaante des vuurs.
Dit was het teken van de tegenwoordigheid van God in het midden van die uitgestrekte tentenstad. Ik veronderstel dat de grote wolk opsteeg uit het heilige der heiligen en waarschijnlijk het hele leger van de stammen overdekte, zodat zij hen beschermde tegen de felheid van de zon, terwijl bij nacht heel het gebied door deze wonderlijke verlichting werd beschenen. Het uitverkoren volk had de wolkkolom bij dag tot een beschutting en de vuurkolom bij nacht tot een licht.
De tegenwoordigheid van God werkt op ons vrijwel op dezelfde wijze als de wolk- en vuurkolom op Israël werkte: wij krijgen beschutting tegen de felle hitte van de dag der wereld, en ook verlossing uit de duisternis van de nacht der wereld, door de genadige tegenwoordigheid van onze Heere.
Numeri 9:17-20.KruisverwijzingenExodus 40:36→Numeri 10:33→1 Korinthe 10:1→Psalmen 32:8→Johannes 10:9→Psalmen 73:24→Numeri 10:11→Exodus 33:14→
— Maar nadat de wolk opgeheven werd van boven de tent, zo verreisden ook daarna de kinderen Israels; en in de plaats, waar de wolk bleef, daar legerden zich de kinderen Israels. Naar den mond des HEEREN, verreisden de kinderen Israels, en naar des HEEREN mond legerden zij zich; al de dagen, in dewelke de wolk over den tabernakel bleef, legerden zij zich. En als de wolk vele dagen over den tabernakel verbleef, zo namen de kinderen Israels de wacht des HEEREN waar, en verreisden niet. Als het nu was, dat de wolk weinige dagen op den tabernakel was, naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij.
Gelukkig volk, dat zo goddelijk geleid werd! Zij konden nooit zeggen wanneer zij weer op weg zouden moeten; zij hadden geen blijvende stad. Wanneer hun tenten opgeslagen waren en zij zich juist behoorlijk begonnen te schikken, verhief zich misschien diezelfde morgen de wolkkolom; en op andere tijden, wanneer zij graag wilden optrekken, stond zij stil. Zij konden er nooit zeker van zijn lang op één plaats te blijven.
Zo is het ook met u en met mij: onze Heere wil ons alles hier beneden met een losse hand doen vasthouden. Wij kunnen niet zeggen welke veranderingen een van ons overkomen; reken daarom op niets dat God niet duidelijk heeft toegezegd. Wees van niets zeker dan van de onzekerheid, en verwacht altijd het onverwachte. U kunt niet zeggen waar uw Leidsman u tussen hier en de hemel zal brengen; gelukkig zult u zijn als u naar waarheid kunt zeggen dat u altijd wilt volgen waar de Heere leidt.
Numeri 9:21-23.KruisverwijzingenExodus 40:36→Psalmen 32:8→Numeri 9:19→Nehemia 9:12→Nehemia 9:19→Numeri 8:20→Numeri 23:21→Exodus 40:16→
— Maar was het, dat de wolk van den avond tot den morgen daar was, en de wolk in den morgen opgeheven werd, zo verreisden zij; of des daags, of des nachts, als de wolk opgeheven werd, zo verreisden zij. Of als de wolk twee dagen, of een maand, of vele dagen vertoog op den tabernakel, blijvende daarop, zo legerden zich de kinderen Israels, en verreisden niet; en als zij verheven werd, verreisden zij. Naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij; zij namen de wacht des HEEREN waar, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes.
Zo mag ieder van ons altijd goddelijk geleid worden!
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-14.KruisverwijzingenNumeri 1:1→Numeri 27:2→Exodus 18:15→Numeri 19:11→Numeri 5:2→Numeri 19:16→Psalmen 85:8→Numeri 27:5→
— En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, in het tweede jaar, nadat zij uit Egypteland uitgetogen waren, in de eerste maand, zeggende: Dat de kinderen Israels het pascha houden zouden, op zijn gezetten tijd. Op den veertienden dag in deze maand, tussen twee avonden zult gij dat houden, op zijn gezetten tijd; naar al zijn inzettingen, en naar al zijn rechten zult gij dat houden. Mozes dan sprak tot de kinderen Israels, dat zij het pascha zouden houden. En zij hielden het pascha op den veertienden dag der eerste maand, tussen de twee avonden, in de woestijn van Sinai; naar alles wat de HEERE Mozes geboden had, alzo deden de kinderen Israels. Toen waren er lieden geweest, die over het dode lichaam eens mensen onrein waren, en op denzelven dag het pascha niet hadden kunnen houden; daarom naderden zij voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht van Aaron op dienzelven dag. En diezelve lieden zeiden tot hem: Wij zijn onrein over het dode lichaam eens mensen; waarom zouden wij verkort worden, dat wij de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet zouden offeren, in het midden van de kinderen Israels? En Mozes zeide tot hen: Blijft staande, dat ik hoor, wat de HEERE u gebieden zal. Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Wanneer iemand onder u, of onder uw geslachten, over een dood lichaam onrein, of op een verren weg zal zijn, hij zal dan nog den HEERE het pascha houden.
Het derde van de laatste bijzonderheden bij de Sinaï is de terugkeer van het Paasfeest.
En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinaï in het tweede jaar, nadat zij uit Egypte getrokken waren, in de eerste maand, 1) waarschijnlijk op de morgen van de 10de dag van de maand Abib, of van de laatste van de zevendagen van de priesterwijding (zie “Le 8.36), zeggende:
Dat God, voor er een jaar om was, het volk de viering van het Pascha in het geheugen terugroept, hoe grote zorgeloosheid van het volk kan daaruit opgemerkt worden, een zorgeloosheid, die ook ondankbaarheid verried. Want wat zouden zij na vijftig jaar gedaan hebben, wanneer er gevaar bestond, dat na zo groot verloop van tijd hun de vergeetachtigheid was overvallen. Want, indien zij uit eigen beweging ijverig in hun plichtsbetrachting zouden geweest zijn, was het overbodig, voor de tweede maal te herhalen, hetgeen Hij hen zo gestreng en met bijvoeging van bedreigingen had opgelegd. Nu vermaant God hun, dat, wanneer het jaar ten einde spoedde, zich bij de dag te houden, welke Hij voor het Pascha had vastgesteld, opdat de Israëlieten des te zekerder zouden leren, dat deze plechtige, heilige offerande jaarlijks terugkeerde en zij alzo haar niet mochten nalaten. Vervolgens beveelt Hij, dat alle ceremoniën ijverig zouden waargenomen worden, opdat zij niet door enige vreemde zuurdesem de zuivere instelling zouden bederven. Eindelijk wordt hun gehoorzaamheid geprezen, omdat zij aan het bevel niets toededen, noch er iets afdeden.
Dat de kinderen van Israël het pascha houden zouden, op zijn gezette tijd; 1)
Om de Israëlieten alle gedachte te ontnemen, dat men eerst bij het komen in Kanaän het Paasfeest behoefde te vieren en om hen erop te wijzen, dat het elk jaar, ook in de woestijn, moest gehouden worden, gebruikt de Heere hier de uitdrukking: op zijn gezette tijd.
Op de veertiende dag-zei de Heere-op de veertiende dag in deze maand, tussen de twee avonden, of op de tijd van de avondschemering, zult gij dat, met het slachten, toebereiden en eten van een lam houden, op zijn reeds in Exodus. 12:6 bepaalde, of gezette tijd; naar al zijn instellingen en naar al zijn rechten, die de Heere, bij de instelling daarvan (Exodus. 12) verordend heeft, zult gij dat houden.
Mozes dan sprak tot de kinderen van Israël, dat zij het pascha zouden houden.
En zij hielden het pascha op de veertiende dag van de eerste maand, tussen de twee avonden, in de woestijn van Sinaï; de onderscheidene vaders van de gezinnen slachten, op de bepaalde dag tegen de avond, hun lam, sprenkelden zijn bloed op het altaar van de voorhof, waarna het gebraden en ‘s avonds met bittere kruiden en ongezuurde broden, onder lofgezangen (Boek der Wijsheid 18:9) gegeten werd; naar alles, wat de HEERE Mozes geboden had, zo deden de kinderen van Israël.
De bepaling om de maaltijd in de houding van reisvaardigen te nuttigen, gold slechts voor de eerste viering in Egypte; alwaar deze houding, door de omstandigheden zelf aangegeven, de spoed moest aanduiden, waarmee aanstonds na de maaltijd moest vertrokken worden (zie Ex 12.11). Naar de overlevering van de rabbijnen betrof ook het uitkiezen van het Paaslam op de 10de dag van de maand en de bewaring daarvan tot de 14de slechts die eerste viering. Het is evenwel niet onwaarschijnlijk, dat, zoals wij boven aangenomen hebben, de Heere ook nu de opwekking om zich nu weer ten Paasfeest te bereiden, op de 10de dag tot Israël komen liet. Ook de bestrijking van de deurposten met het bloed van het lam verviel nu natuurlijk; in de plaats daarvan kwam thans het sprenkelen van het bloed op het altaar, hetgeen nog ieder vader in eigen persoon schijnt verricht te hebben, terwijl zij later door de priesters, met hulp van de Levieten, gebeurde en slechts het slachten van de lammeren aan de vaders overgelaten bleef (2 Kron.30:16). Of het laatstgenoemde reeds nu, zoals later (Deuteronomium. 16:2 vv.) bepaald werd, bij het heiligdom moest voltrokken worden, is onzeker; in elk geval gebeurde het ook thans tussen 3-6 uur na de middag (zie Ex 12.6), daar anders de tijd om het bloed op het altaar te sprenkelen, bij het grote aantal van Paaslammeren, niet toereikend zou geweest zijn. Bij het gebruik van het Paasmaal ging alles voorzeker nog eenvoudig toe; na verloop van tijd echter kwamen daarbij meer en meer vaste gebruiken in zwang, die uit het volgende bestonden: nadat de lampen ontstoken waren en de disgenoten zich verenigd hadden, werd de eerste beker wijn, (gewoonlijk rode, hoewel ook witte gebruikt worden kon) ingeschonken, door de vader met deze dankzegging: “wees geloofd o, Heer, onze Koning van het heelal, die de vrucht van de wijnstok geschapen hebt!” gezegend en door de aanwezigen naar de rij gedronken. Nadat nu nog vooraf de handen gewassen waren, werd vervolgens de maaltijd hiermee geopend, dat ieder iets van de bittere kruiden nam en at, waarop het lezen van de Hagada, d.i. de voor deze dag bepaalde en uit verschillende gedeelten van het wetboek bestaande herinneringen, aanving, een tweede beker ingeschonken werd en de oudste zoon des huizes tot de vader de vraag richtte: wat toch dit alles beduidde (zie Ex 12.27). Als nu deze zijn antwoord besloot met de woorden: “zo laat ons nu spreken Halleluja, looft gij Zijn knechten de Heere!” was daarmee het Hallel of het lofgezang ingeleid, waartoe intussen alleen Psalm. 113 en 114 uitgesproken of gezongen werden. Dan ledigde men de, tevoren ingeschonken, tweede beker, en hield hierna de eigenlijke maaltijd. Was deze geëindigd, dan waste men de handen weer, de vader deed het dankgebed, zegende de derde beker, die bij uitnemendheid “de gezegende beker” 1 Corinthiers. 10:16) genoemd werd, en dronk hem met de disgenoten uit, waarop dan nog een vierde ingeschonken, maar niet eerder genuttigd werd, dan ook het tweede gedeelte van de lofzang (Psalm. 115-118) geëindigd was of tenminste gebracht was tot de woorden (Psalm. 118:26): “Geloofd zij Hij, die daar komt in de naam des Heeren!” Op nog enkele gebruiken en gewoonten bij deze feestviering komen wij in het Nieuwe Testament, bij de geschiedenis van de instelling van het Heilig Avondmaal, terug.
Toen, ten tijde, dat heel Israël zich tot het vieren van het paasfeest bereidde, waren er lieden geweest, die naar de wet, 1) over het dode lichaam van een mens, 2) die zij begraven hadden, onrein waren, en op dezelfde daghet pascha niet hadden kunnen houden, daar toch volgens Leviticus. 7:21, slechts Levitisch reine personen aan een offermaal mochten deelnemen; daarom naderden zij voor het aangezicht van Mozes en voor het aangezicht van Aäron, op deze dag.
Naar de latere bepaling (hoofdstuk 19:11) waren zij, die een dode mens aangeraakt hadden, zeven dagen onrein. Deze bepaling is nu nog niet uitgevaardigd; wel echter erkennen de mannen, van wie hier sprake is, op grond van Leviticus. 11:24 vv.; 21:1,11 tenminste hun onreinheid voor de lopende dag, en dat zij hierdoor van de Paasviering zijn uitgesloten. Het antwoord, dat Jehova (vs.10 vv.), aan Mozes op zijn vraag gaf, is zo ingericht, dat de bestaande bepaling daarbij ten volle tot haar recht komt.
Deze verontreiniging kon plaats hebben, óf door het aanraken van een lijk, óf door het vertoeven in een sterfhuis, óf door het bijwonen van een begrafenis. Waren zij Levitisch of ceremonieel onrein, dan mochten zij geen offerande bijwonen, noch van de offermaaltijd genieten. Duidelijk blijkt hier, dat het Paaslam wel degelijk een offerande was, dat het als zodanig door Israël werd beschouwd. Het is daarom dan ook, dat de Apostel van het geloof Christus noemt: Ons Pascha, voor ons geslacht.
En deze lieden zeiden tot hem: wij zijn onrein over het dode lichaam van een mens; waarom zouden wij omwille van zo’n zaak, die ons buiten onze schuld getroffen heeft, verkort worden en bij anderen achterstaan, die daarvan zijn verschoond gebleven, zodat wij de offerande van de HEERE, d.i. het paasoffer (zie “Ex 12.7) op zijn gezette tijd niet zouden offeren, in het midden van de kinderen van Israël? 1) Wij wensten zowel pascha te houden als onze broeders, maar mogen niet! Wat raad en hulpis er in dezen?
Wij merken aan, dat hier veroordeeld wordt, het gedrag van zodanige Christenen, die, wanneer zij op de onderzoeking van zichzelf merken, dat zij de bewijzen en blijken van een waar bondgenoot, zoals deze in Gods Woord worden opgegeven, niet in zich hebben, dan zichzelf van het Evangelische Pascha, te weten, het Verbondsteken van het Heilig Avondmaal, onthouden, en daarop dan volkomen gerust zijn. Zij zouden zich, menen zij, wanneer zij zich van het Avondmaal van de Heere onthouden, geen oordeel eten en drinken, hetgeen in zo verre wel waar is, maar dus doende, werpen zij zich aan de andere zijde onder Gods oordeel, want Zijn woord zegt duidelijk: De mens beproeve zichzelf en ete alzo (1 Corinthiers. 11:28). Die zichzelf dan niet beproeft, of die zich beproefd hebben, bevindt, dat hij nog in zijn natuurlijke en geestelijke onreinheid, geen waar gelovige, geen bondgenoot van God is, en daarom niet eet van het Avondmaal van de Heere, die begaat een verschrikkelijke ongehoorzaamheid, versmaadt Gods instelling en dierbare gemeenschap, en is bloot gesteld aan Zijn toorn (Johannes 3:36)
En Mozes zei tot hen: Blijft hier staan, dat ik hoor, wat de HEERE, die ik aanstonds in de tabernakel zal gaan raadplegen, U gebieden zal. 1)
Mozes beleed dat hij in deze zaak niet kon beslissen, waarom hij een ogenblik vraagt, om God te raadplegen. Waaruit de zorgvuldige bescheidenheid van de profeet blijkt, omdat hij omtrent een twijfelachtige zaak niet durfde beslissen, hoewel hij de wetgever was. Maar op die wijze toont hij het duidelijk, dat hij volstrekt niet de Wet, waarvan hij zelf niet de uitlegger durfde zijn, tenzij na het ontvangen van een nadere verklaring, uit zijn eigen brein heeft voortgebracht.
Toen sprak de HEERE, van de Verbondsark, tot Mozes, zeggende: terwijl Hij niet alleen voor het tegenwoordige geval antwoordde, maar van het bestaande voorschrift tevens een algemene, op alle gelijksoortige gevallen toepasselijke verklaring gaf:
Spreek tot de kinderen van Israël, zeggende: Wanneer iemand onder u, of onder uw geslachten, tijdens het eigenlijke paasfeest, over een dood lichaam onrein, of op een verre weg; 1) van huis afwezig, zal zijn, zodat hij op paasavond niet teruggekomen zijn kan, hij zal dan nog deHEERE het pascha houden, al is het dan ook niet op dezelfde tijd als het gehele volk, de 14de dag van de eerste maand.
Niet alleen zij, die ceremonieel onrein waren, maar ook, die op reis waren geweest, moesten het Pascha in de tweede maand houden. De Heere wil, dat het Pascha gehouden wordt. Israël moest het jaar uit, jaar in herinnerd worden, dat God het met een sterke arm uit Egypte had verlost.
In de tweede maand, Sif of Ijar, op de veertiende dag, tussen de twee avonden, zullen zij dat alsnog houden; met ongezuurde broden en bittere saus (Exodus. 12:8) zullen zij dat dan eten.
Zij, die alzo de naviering houden, zullen daarvan niet overlaten tot de volgende morgen, en zullen, bij het bereiden van het lam, daaraan geen been breken; naar alle instellingen van het pascha (Exodus. 12:10,46) zullen zij dat houden, behalve dat zij niet nog 7 dagen daarna ongezuurd brood moeten eten; bij deze naviering is veel meer het feest met het houden van het paasmaal als zodanig, geëindigd.
Als echter een man, die rein is en op de weg niet is, en daarom geen rechtmatige verontschuldiging heeft, nalaten zal het pascha op de bepaalde tijd, de 14de dag van Nisan, te houden, daar hij meent, dat hij de viering immers een maand later, en dan met een enkele dag, inhalen en zijn huidig verzuim vergoeden kan, zo zal deze ziel uit haar volken uitgeroeid worden; want hij heeft de offerande van de HEERE (vs.7) op zijn door de Heere bepaalde of gezette tijd niet geofferd, en daarmee Mijn Verbond geschonden; deze man zal zijn zonde dragen en de verdiende straf niet ontgaan (Genesis 17:14).
Was nu aan beide sacramenten van het Oude Verbond zo veel gelegen, dat hij, die ze naliet en niet naar de instelling van de Heere gebruikte, de straf van de lijflijke dood zeker te wachten had; wat meent gij dan, gij spotters en verachters van de sacramenten van het Nieuwe Testament die door Christus zo wijs en heilzaam tot zegels van de gerechtigheid ingesteld zijn. Hoe zal het u gaan, die daar in het bijzonder het Heilig Avondmaal versmaadt, waarin u niet slechts ongezuurd brood, niet slechts lamsvlees, maar het lichaam en bloed van Christus, als van een onberispelijk en onbesmet Lam, tot verzekering van Gods genade en het eeuwige leven, geestelijk door het geloof, te eten en te drinken geboden wordt.
Opdat niemand uit achteloosheid, of onverschilligheid, of gemakzucht zich aan de viering op de bestemde tijd zou onttrekken, indien hij niet onrein was, komt de Heere hier met de aankondiging van Zijn oordelen, en dreigt hem uit te roeien, die het Pascha op die wijze veracht.
En wanneer een vreemdeling, die door het ondergaan van de besnijdenis zich geheel bij uw volk aangesloten heeft (Exodus. 12:48), bij u als vreemdeling verkeert, en hij-wat niet van zijn willekeur afhangt, daar hij, tot ingelijfd, aan dezelfde wetten onderworpen is als gij-het pascha voor de HEERE ook houden zal; naar de instelling van het pascha en naar zijn, door Mij voorgeschreven wijze, alzo zal hij het houden; hetgeen eerder betreffende het pascha bepaald en hier (vs.10-13) aangevuld is, het zal enerlei en evenzeer verbindende instelling voor u zijn, voor u beide, de vreemdeling, de proseliet van de gerechtigheid (zie “Le 17.9) en de inwoner van het land; gij zult daarom daaraan niets veranderen, uit aanmerking b.v. van de inzichten van de vreemden en diens genegenheden, maar deze moeten, zo ze er dan deel aan willen hebben, zich naar de vastgestelde voorschriften gedragen.
Zoals er toen een genadige wet was, zo zou er in de dagen van de Messias een genadig en zaligmakend Evangelie zijn, zowel ten behoeve van de vreemdelingen, als de inwoners; ja, de Heere zou dan een vreemde in Zijn huis en binnen Zijn muren een plaats en een naam geven, beter dan de zonen en de dochters Jesaja 56:5)
II. Vs. 15-23.KruisverwijzingenExodus 13:21→Exodus 40:34→Exodus 40:36→Numeri 10:33→1 Korinthe 10:1→Nehemia 9:19→Psalmen 78:14→Psalmen 32:8→
— En op den dag van het oprichten des tabernakels bedekte de wolk den tabernakel, op de tent der getuigenis; en in den avond was over den tabernakel als een gedaante des vuurs, tot aan den morgen. Alzo geschiedde het geduriglijk; de wolk bedekte denzelven, en des nachts was er een gedaante des vuurs. Maar nadat de wolk opgeheven werd van boven de tent, zo verreisden ook daarna de kinderen Israels; en in de plaats, waar de wolk bleef, daar legerden zich de kinderen Israels. Naar den mond des HEEREN, verreisden de kinderen Israels, en naar des HEEREN mond legerden zij zich; al de dagen, in dewelke de wolk over den tabernakel bleef, legerden zij zich. En als de wolk vele dagen over den tabernakel verbleef, zo namen de kinderen Israels de wacht des HEEREN waar, en verreisden niet. Als het nu was, dat de wolk weinige dagen op den tabernakel was, naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij. Maar was het, dat de wolk van den avond tot den morgen daar was, en de wolk in den morgen opgeheven werd, zo verreisden zij; of des daags, of des nachts, als de wolk opgeheven werd, zo verreisden zij. Of als de wolk twee dagen, of een maand, of vele dagen vertoog op den tabernakel, blijvende daarop, zo legerden zich de kinderen Israels, en verreisden niet; en als zij verheven werd, verreisden zij. Naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij; zij namen de wacht des HEEREN waar, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes.
Met de viering van het Paasfeest is de tijd gekomen, om van de Sinaï op te breken. Terwijl het geschiedverhaal tot dit vertrek overgaat, geeft het, zich aan het bericht aansluitend van hetgeen met de wolk, die Israël uit Egypte naar de berg van de wetgeving geleidde (Exodus. 13:21) op de dag van de oprichting van de tabernakel gebeurd was (Exodus. 40:34 vv.), allereerst een overzicht van heel de wijze, waarop de Heere, door middel van deze wolk Zijn volk op de verdere tochten naar het beloofde land placht te leiden, en breidt het hiermee de vroegere, hoofdzakelijke opgaven (Exodus. 40:36 vv.), verder uit.
En op de dag van het oprichten van de tabernakel, hetgeen gebeurde op de eerste dag van de eerste maand van het tweede jaar, na de uittocht uit Egypte (Exodus. 40:17), bedekte dezelfde wolk, waarin de Heere tot hiertoe bij Zijn volk aanwezig geweest was en het de weg gewezen had, de tabernakel, zoals reeds in Exodus. 40:34 vv. verhaald is, en legde zij zich neer op de tent van de getuigenis ter plaatse, alwaar daarbinnen, in het Heilige der Heiligen, de Verbondsark stond met de tafelen van de wet en het Verzoendeksel; en in de avond wasvan nu af, over de tabernakel als een gedaante van vuur, want de wolk lichtte in vurige glans (Exodus. 40:30), ten teken, dat de Heere ook bij nacht over Zijn volk waakte, en deze gedaante als van vuur bleef tot aan de morgen.
Alzo geschiedde het van nu voortaan gedurig: de wolk bedekte deze tabernakel bij dag en bij nacht, en ‘s nachts bepaald was er hieraan een gedaante van vuur eigen.
Het verschijnsel, dat zich op de dag van de oprichting van het heiligdom vertoonde, verdween niet soms, maar bleef bestendig.
Maar nadat de wolk, ten teken dat men opbreken en vertrekken moest, opgeheven werd van boven de tent, zodat zij niet meer daarop rustte, maar daarboven omhoog ging, zo verreisden ook daarna de kinderen van Israël; en in de plaats, waar de wolk, die zij als hun gids volgden, staan bleef, daar legerden zich de kinderen van Israël.
Daar de tabernakel gedurende de tocht uit elkaar genomen was, moet men het blijven, of rusten of zich neerlaten van de wolk in deze of gene plaats, zich zo voorstellen, dat ze uit de hoogte, op welke zij boven de, het leger vooruitgedragen, Verbondsark zwevend voortging, zich op duidelijke waarneembare wijze, nu eens hier, dan eens daar nederliet, ten teken dat op deze plaats stilgehouden en de tabernakel wederom opgeslagen worden moest; waarna zij haar plaats boven deze tabernakel en bepaaldelijk boven het Heilige der Heiligen weer innam, zoals (vs.15) voorgesteld is.
Naar de mond 1) van de HEERE, die in de beweging van de wolk tot hen sprak, verreisden de kinderen van Israël, en naar de mond van de HEERE legerden zij zich; al de dagen waarop de wolk over de tabernakel staan bleef en geen teken van vertrekken gaf, legerden zij zich, d.i. bleven zij op die plaats, waar zij waren, gelegerd.
Naar de mond, wil ook hier zeggen, naar het bevel van de Heere. Door de wolk maakte de Heere aan Israël Zijn bevelen bekend, omtrent het verreizen van de ene plaats naar de andere.
En als de wolk, zonder zich omhoog te verheffen, vele dagen over de tabernakel verbleef, zo namen de kinderen van Israël de wachts van de HEERE waar, 1) en verreisden niet.
Zij namen waar de waarneming van de Heere. De zin schijnt door het volgende: “en verreisden niet,” bepaald te worden; zodat de uitdrukking zal te kennen geven: dat de Israëlieten zonder vooruitlopen, de tijd afwachtten, die de Heere hen hier wilde doen verblijven, om eerst dan weer op te breken, als zij aan de wolk waarnamen, dat de Heere een opbreken van het leger verlangde. Anderen denken, dat de wacht of de waarneming van de Heere waarnemen hier zoveel betekent als: zij namen de tabernakeldienst weer waar, zij verrichtten weer, zoals hun voorgeschreven was, de dienst van de offeranden, waarin het opbreken enige stoornis had teweeggebracht.
Als het nu het geval was, dat de wolk slechts weinige dagen op de tabernakel was, naar de mond van de HEERE, die door het rusten van de wolk tot hen sprak, legerden zij zich dan ook slechts die weinige dagen, zonder langer dande Heere het wilde, op die plaats gelegerd te blijven, en naar de mond van de HEERE die, in dit geval na slechts weinige dagen toeven, door de beweging van de wolk van vertrekken sprak, verreisden zij, na niet meer dan dat korte oponthoud.
Maar was het, dat de wolk slechts van de avond tot de morgen, en dus maar een enkele nacht daar, d.i. op de een of andere plaats, stil was, en de wolk in de morgenopgeheven werd, zo verreisden zij, zonder langer op die plaats te willen blijven; of verhief zich de wolk overdag, terwijl men ergens had stil gehouden, of verhief zij zich ’ s nachts, dan werd de nacht niet als een verhindering tot vertrek aangemerkt, maar in elk geval, en op welk uur van dag of van nacht het dan ook was, als de wolk opgehevenwerd, zo verreisden zij.
Men vindt, met uitzondering van de tocht door de Rode Zee (Exodus. 13), wel geen zeker bericht, dat de Israëlieten ook bij nacht in de woestijn zijn voortgetrokken; God kan evenwel Zijn verborgen reden gehad hebben, waarom Hij soms wilde, dat het Israëlitische leger ook bij nacht waakzaam en vaardig zijn zou, tot een voorbeeld voor allen, die niet weten, wanneer God hen tot de reis naar de hemel oproepen wil, opdat zij te allen tijde bereid mogen zijn, om op Zijn wenk die reis te aanvaarden, zoals de maagden met haar lampen (Matth.25)
Of als de wolk twee of meer dagen, of een maand, of in het algemeen vele dagen verbleef op de tabernakel, blijvende daarop, zo legerden zich de kinderen van Israël, en verreisden niet; en als zij verheven werd, of: zich omhoog hief, dan verreisden zij.
Naar de mond van de HEERE legerden zij zich, en naar de mond van de HEERE verreisden zij, al naar dat Hij hun dus door de wolk het een of het ander als Zijn wil kenbaar maakte; zij namen de wacht van de HEERE waar (zie “Nu 9.19) naar de mond van de HEERE, zodat zij handelden overeenkomstig hetgeen de Heere hun in deze aanwees en dat Hij hun door de dienst, of de tussenkomst, of door de hand van Mozes nader bekend maakte.
Deze volstrekte afhankelijkheid van het volk van de wolk en de zich daarin betonende onmiddellijke en speciale voorzorgen van de Heere, hun God, is de hoofdzaak, waarvan de voorstelling de heilige schrijver op deze plaatse vooral bedoelt. Daarom heeft hij ook met zo grote nauwkeurigheid en uitvoerigheid alles opgegeven, wat ten aanzien van het rusten en het zich bewegen van de wolk maar denkbaar is.
Twee zaken vooral had Israël hierdoor te leren. Allereerst, dat het God, de Heere was, die hen tot Leidsman en Gids strekte en dat zij daarom altijd vol goede moed konden zijn, en ten tweede dat, daar God, de Heere hun Leidsman was, zij ook gewillig zich aan Zijn leiding moesten overgeven. Een verkregen volk was het, een gewillig volk moest het worden.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel