Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Numeri 9

1 En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, in het tweede jaar, nadat zij uit Egypteland uitgetogen waren, in de eerste maand, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En de HEEREH3068 sprakH1696 totH413 MozesH4872 in de woestijnH4057 van SinaiH5514, in het tweedeH8145 jaarH8141, nadat zij uit EgyptelandH776 uitgetogenH3318 waren, in de eersteH7223 maandH2320, zeggendeH559: En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, in het tweede jaar, nadat zij uit Egypteland uitgetogen waren, in de eerste maand, zeggende:

KJV And the LORD2 spake1 unto Moses4 in the wilderness5 of Sinai,6 in the first13 month12 of the second8 year7 after they were come out9 of the land10 of Egypt,11 saying,

1 וַיְדַבֵּ֣ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֣ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 בְמִדְבַּר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 6 סִ֠ינַי H5514 Sinai Sinai 7 בַּשָּׁנָ֨ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 8 הַשֵּׁנִ֜ית H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 9 לְצֵאתָ֨ם H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 10 מֵאֶ֧רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 מִצְרַ֛יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 12 בַּחֹ֥דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 13 הָרִאשׁ֖וֹן H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 14 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Dat de kinderen Israels het pascha houden zouden, op zijn gezetten tijd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Dat de kinderenH1121 IsraelsH3478 het paschaH6453 houdenH6213 zouden, op zijn gezetten tijdH4150. Dat de kinderen Israels het pascha houden zouden, op zijn gezetten tijd.

KJV Let the children2 of Israel3 also keep1 the passover5 at his appointed season.

1 וְיַעֲשׂ֧וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 בְנֵי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 יִשְׂרָאֵ֛ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 הַפָּ֖סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 6 בְּמוֹעֲדֽוֹ H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Op den veertienden dag in deze maand, tussen twee avonden zult gij dat houden, op zijn gezetten tijd; naar al zijn inzettingen, en naar al zijn rechten zult gij dat houden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Op den veertiendenH702 dagH3117 in deze maandH2320, tussenH996 twee avondenH6153 zult gij dat houdenH6213, op zijn gezetten tijdH4150; naar alH3605 zijn inzettingenH2708, en naar alH3605 zijn rechtenH4941 zult gij dat houdenH6213. Op den veertienden dag in deze maand, tussen twee avonden zult gij dat houden, op zijn gezetten tijd; naar al zijn inzettingen, en naar al zijn rechten zult gij dat houden.

KJV In the fourteenth1 day3 of this month,4 at even,7 ye shall keep8 it in his appointed season:10 according to all the rites12 of it, and according to all the ceremonies14 thereof, shall ye keep

1 בְּאַרְבָּעָ֣ה H702 vier, vierhonderd, veertien four 2 עָשָֽׂר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 3 י֠וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 בַּחֹ֨דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 5 הַזֶּ֜ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 6 בֵּ֧ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 7 הָֽעֲרְבַּ֛יִם H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night 8 תַּעֲשׂ֥וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 בְּמוֹעֲד֑וֹ H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 11 כְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 חֻקֹּתָ֥יו H2708 inzettingen, inzetting, ordinantien appointed, custom, manner, ordinance, site, statute 13 וּכְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 מִשְׁפָּטָ֖יו H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 15 תַּעֲשׂ֥וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 16 אֹתֽוֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Mozes dan sprak tot de kinderen Israels, dat zij het pascha zouden houden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 MozesH4872 dan sprakH1696 totH413 de kinderenH1121 IsraelsH3478, dat zij het paschaH6453 zouden houdenH6213. Mozes dan sprak tot de kinderen Israels, dat zij het pascha zouden houden.

KJV And Moses2 spake1 unto the children4 of Israel,5 that they should keep6 the passover.

1 וַיְדַבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 מֹשֶׁ֛ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 לַעֲשֹׂ֥ת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 הַפָּֽסַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En zij hielden het pascha op den veertienden dag der eerste maand, tussen de twee avonden, in de woestijn van Sinai; naar alles wat de HEERE Mozes geboden had, alzo deden de kinderen Israels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En zij hieldenH6213 het paschaH6453 op den veertiendenH702 dagH3117 der eersteH7223 maandH2320, tussenH996 de twee avondenH6153, in de woestijnH4057 van SinaiH5514; naar allesH3605 watH834 de HEEREH3068 MozesH4872 gebodenH6680 had, alzoH3651 deden de kinderenH1121 IsraelsH3478. En zij hielden het pascha op den veertienden dag der eerste maand, tussen de twee avonden, in de woestijn van Sinai; naar alles wat de HEERE Mozes geboden had, alzo deden de kinderen Israels.

KJV And they kept1 the passover3 on the fourteenth5 day7 of the first4 month8 at even10 in the wilderness11 of Sinai:12 according to all that the LORD16 commanded15 Moses,18 so did20 the children21 of Israel.

1 וַיַּעֲשׂ֣וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַפֶּ֡סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 4 בָּרִאשׁ֡וֹן H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 5 בְּאַרְבָּעָה֩ H702 vier, vierhonderd, veertien four 6 עָשָׂ֨ר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 7 י֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 8 לַחֹ֛דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 9 בֵּ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 10 הָעַרְבַּ֖יִם H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night 11 בְּמִדְבַּ֣ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 12 סִינָ֑י H5514 Sinai Sinai 13 כְּ֠כֹל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 צִוָּ֤ה H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 16 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 17 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 מֹשֶׁ֔ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 19 כֵּ֥ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 20 עָשׂ֖וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 21 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 22 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Toen waren er lieden geweest, die over het dode lichaam eens mensen onrein waren, en op denzelven dag het pascha niet hadden kunnen houden; daarom naderden zij voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht van Aaron op dienzelven dag.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Toen waren er liedenH582 geweest, die over het dode lichaamH5315 eens mensenH120 onreinH2931 warenH1961, en op denzelven dagH3117 het paschaH6453 niet hadden kunnen houdenH6213; daarom naderdenH7126 zij voor het aangezichtH6440 van MozesH4872, en voor het aangezichtH6440 van AaronH175 op dienzelven dagH3117. Toen waren er lieden geweest, die over het dode lichaam eens mensen onrein waren, en op denzelven dag het pascha niet hadden kunnen houden; daarom naderden zij voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht van Aaron op dienzelven dag.

KJV And there were certain men, who were defiled5 by the dead body6 of a man,7 that they could9 not keep10 the passover11 on that day:12 and they came14 before15 Moses16 and before17 Aaron18 on that day:

1 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 אֲנָשִׁ֗ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 הָי֤וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 טְמֵאִים֙ H2931 onrein, onreine, onreins defiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean 6 לְנֶ֣פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 7 אָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 8 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 יָכְל֥וּ H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 10 לַעֲשֹׂת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 11 הַפֶּ֖סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 12 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 13 הַה֑וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 14 וַֽיִּקְרְב֞וּ H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 15 לִפְנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 16 מֹשֶׁ֛ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 17 וְלִפְנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 18 אַהֲרֹ֖ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 19 בַּיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 20 הַהֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En diezelve lieden zeiden tot hem: Wij zijn onrein over het dode lichaam eens mensen; waarom zouden wij verkort worden, dat wij de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet zouden offeren, in het midden van de kinderen Israels?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En diezelve liedenH582 zeidenH559 totH413 hem: Wij zijn onreinH2931 over het dode lichaamH5315 eens mensenH120; waaromH4100 zouden wij verkortH1639 worden, dat wij de offerandeH7133 des HEERENH3068 op zijn gezetten tijdH4150 nietH1115 zouden offerenH7126, in het middenH8432 van de kinderenH1121 IsraelsH3478? En diezelve lieden zeiden tot hem: Wij zijn onrein over het dode lichaam eens mensen; waarom zouden wij verkort worden, dat wij de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet zouden offeren, in het midden van de kinderen Israels?

KJV And those3 men said1 unto him, We are defiled6 by the dead body7 of a man:8 wherefore are we kept back,10 that we may not offer12 an offering14 of the LORD15 in his appointed season16 among17 the children18 of Israel?

1 וַ֠יֹּאמְרוּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 הָאֲנָשִׁ֤ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 הָהֵ֨מָּה֙ H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 4 אֵלָ֔יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 אֲנַ֥חְנוּ H587 wij ourselves, us, we 6 טְמֵאִ֖ים H2931 onrein, onreine, onreins defiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean 7 לְנֶ֣פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 8 אָדָ֑ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 9 לָ֣מָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 10 נִגָּרַ֗ע H1639 afgetrokken, afdoen, verminderen abate, clip, (di-) minish, do (take) away, keep back, restrain, make small, withdraw 11 לְבִלְתִּ֨י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 12 הַקְרִ֜ב H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 קָרְבַּ֤ן H7133 offerande, offeranden, offer oblation, that is offered, offering 15 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 בְּמֹ֣עֲד֔וֹ H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 17 בְּת֖וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 18 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 19 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En Mozes zeide tot hen: Blijft staande, dat ik hoor, wat de HEERE u gebieden zal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En MozesH4872 zeideH559 totH413 hen: Blijft staandeH5975, dat ik hoorH8085, watH4100 de HEEREH3068 u gebiedenH6680 zal. En Mozes zeide tot hen: Blijft staande, dat ik hoor, wat de HEERE u gebieden zal.

KJV And Moses3 said1 unto them, Stand still,4 and I will hear5 what the LORD8 will command

1 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֲלֵהֶ֖ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 מֹשֶׁ֑ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 4 עִמְד֣וּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 5 וְאֶשְׁמְעָ֔ה H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 6 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 7 יְצַוֶּ֥ה H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 8 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 לָכֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Toen sprakH1696 de HEEREH3068 totH413 MozesH4872, zeggendeH559: Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

KJV And the LORD2 spake1 unto Moses,4 saying,

1 וַיְדַבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֥ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 לֵּאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Wanneer iemand onder u, of onder uw geslachten, over een dood lichaam onrein, of op een verren weg zal zijn, hij zal dan nog den HEERE het pascha houden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 SpreekH1696 totH413 de kinderenH1121 IsraelsH3478, zeggendeH559: Wanneer iemandH376 onder u, ofH176 onder uw geslachtenH1755, over een dood lichaamH5315 onreinH2931, ofH176 op een verrenH7350 wegH1870 zal zijnH1961, hij zal dan nog den HEEREH3068 het paschaH6453 houdenH6213. Spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Wanneer iemand onder u, of onder uw geslachten, over een dood lichaam onrein, of op een verren weg zal zijn, hij zal dan nog den HEERE het pascha houden.

KJV Speak1 unto the children3 of Israel,4 saying,5 If any6 man7 of you or of your posterity17 shall be unclean10 by reason of a dead body,11 or be in a journey13 afar off,14 yet he shall keep18 the passover19 unto the LORD.

1 דַּבֵּ֛ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 יִהְיֶֽה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 טָמֵ֣א H2931 onrein, onreine, onreins defiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean 11 לָנֶ֡פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 12 אוֹ֩ H176 of also, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether 13 בְדֶ֨רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 14 רְחֹקָ֜הׄ H7350 verre, verren, ver (a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come 15 לָכֶ֗ם 16 א֚וֹ H176 of also, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether 17 לְדֹרֹ֣תֵיכֶ֔ם H1755 geslacht, geslachten, Geslacht age, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity 18 וְעָ֥שָׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 19 פֶ֖סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 20 לַיהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 In de tweede maand, op den veertienden dag, tussen de twee avonden, zullen zij dat houden; met ongezuurde broden en bittere saus zullen zij dat eten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 In de tweedeH8145 maandH2320, opH5921 den veertiendenH702 dagH3117, tussenH996 de twee avondenH6153, zullen zij dat houdenH6213; met ongezuurdeH4682 broden en bittereH4844 saus zullen zij dat etenH398. In de tweede maand, op den veertienden dag, tussen de twee avonden, zullen zij dat houden; met ongezuurde broden en bittere saus zullen zij dat eten.

KJV The fourteenth3 day5 of the second2 month1 at even7 they shall keep8 it, and eat13 it with unleavened bread11 and bitter

1 בַּחֹ֨דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 2 הַשֵּׁנִ֜י H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 3 בְּאַרְבָּעָ֨ה H702 vier, vierhonderd, veertien four 4 עָשָׂ֥ר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 5 י֛וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 בֵּ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 7 הָעַרְבַּ֖יִם H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night 8 יַעֲשׂ֣וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 אֹת֑וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 מַצּ֥וֹת H4682 ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurd unleaved (bread, cake), without leaven 12 וּמְרֹרִ֖ים H4844 bittere, bitterheden bitter(-ness) 13 יֹאכְלֻֽהוּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Zij zullen daarvan niet overlaten tot den morgen, en zullen daaraan geen been breken; naar alle inzetting van het pascha zullen zij dat houden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Zij zullen daarvan nietH3808 overlatenH7604 totH5704 den morgenH1242, en zullen daaraan geenH3808 beenH6106 brekenH7665; naar alleH3605 inzettingH2708 vanH4480 het paschaH6453 zullen zij dat houdenH6213. Zij zullen daarvan niet overlaten tot den morgen, en zullen daaraan geen been breken; naar alle inzetting van het pascha zullen zij dat houden.

KJV They shall leave2 none of it unto the morning,5 nor break8 any bone6 of it: according to all the ordinances11 of the passover12 they shall keep

1 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 יַשְׁאִ֤ירוּ H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 3 מִמֶּ֨נּוּ֙ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 4 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 5 בֹּ֔קֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 6 וְעֶ֖צֶם H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 7 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 יִשְׁבְּרוּ H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 9 ב֑וֹ 10 כְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 חֻקַּ֥ת H2708 inzettingen, inzetting, ordinantien appointed, custom, manner, ordinance, site, statute 12 הַפֶּ֖סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 13 יַעֲשׂ֥וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 14 אֹתֽוֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Als een man, die rein is, en op den weg niet is, en nalaten zal het pascha te houden, zo zal diezelve ziel uit haar volken uitgeroeid worden; want hij heeft de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet geofferd, diezelve man zal zijn zonde dragen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Als een manH376, die reinH2889 is, en op den wegH1870 nietH3808 isH1961, en nalatenH2308 zal het paschaH6453 te houdenH6213, zo zal diezelve zielH5315 uit haar volkenH5971 uitgeroeidH3772 worden; wantH3588 hij heeft de offerandeH7133 des HEERENH3068 op zijn gezetten tijdH4150 nietH3808 geofferdH7126, diezelve manH376 zal zijn zondeH2399 dragenH5375. Als een man, die rein is, en op den weg niet is, en nalaten zal het pascha te houden, zo zal diezelve ziel uit haar volken uitgeroeid worden; want hij heeft de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet geofferd, diezelve man zal zijn zonde dragen.

KJV But the man1 that is clean,4 and is not in a journey,5 and forbeareth8 to keep9 the passover,10 even the same soul12 shall be cut off11 from among his people:14 because he brought19 not the offering16 of the LORD17 in his appointed season,20 that man23 shall bear22 his sin.

1 וְהָאִישׁ֩ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 2 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 ה֨וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 טָה֜וֹר H2889 rein, louter, reine clean, fair, pure(-ness) 5 וּבְדֶ֣רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 6 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 הָיָ֗ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 וְחָדַל֙ H2308 ophouden, hielden, nalaten cease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want 9 לַעֲשׂ֣וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 הַפֶּ֔סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 11 וְנִכְרְתָ֛ה H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 12 הַנֶּ֥פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 13 הַהִ֖וא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 14 מֵֽעַמֶּ֑יהָ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 15 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 קָרְבַּ֣ן H7133 offerande, offeranden, offer oblation, that is offered, offering 17 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 18 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 19 הִקְרִיב֙ H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 20 בְּמֹ֣עֲד֔וֹ H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 21 חֶטְא֥וֹ H2399 zonde, zonden, zwaarlijk fault, [idiom] grievously, offence, (punishment of) sin 22 יִשָּׂ֖א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 23 הָאִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 24 הַהֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En wanneer een vreemdeling bij u als vreemdeling verkeert, en hij het pascha den HEERE ook houden zal, naar de inzetting van het pascha, en naar zijn wijze, alzo zal hij het houden; het zal enerlei inzetting voor ulieden zijn, beiden den vreemdeling en den inboorling des lands.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En wanneer een vreemdelingH1616 bijH854 u alsH3588 vreemdeling verkeertH1481, en hij het paschaH6453 den HEEREH3068 ook houdenH6213 zal, naar de inzettingH2708 van het paschaH6453, en naar zijn wijzeH4941, alzoH3651 zal hij het houdenH6213; het zal enerleiH259 inzettingH2708 voor ulieden zijnH1961, beiden den vreemdelingH1616 en den inboorlingH249 des landsH776. En wanneer een vreemdeling bij u als vreemdeling verkeert, en hij het pascha den HEERE ook houden zal, naar de inzetting van het pascha, en naar zijn wijze, alzo zal hij het houden; het zal enerlei inzetting voor ulieden zijn, beiden den vreemdeling en den inboorling des lands.

KJV And if a stranger4 shall sojourn2 among you, and will keep5 the passover6 unto the LORD;7 according to the ordinance8 of the passover,9 and according to the manner10 thereof, so shall he do:12 ye shall have one14 ordinance,13 both for the stranger,17 and for him that was born18 in the land.

1 וְכִֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 יָג֨וּר H1481 vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeert abide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely 3 אִתְּכֶ֜ם H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 4 גֵּ֗ר H1616 vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelings alien, sojourner, stranger 5 וְעָ֤שָֽׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 פֶ֨סַח֙ H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 7 לַֽיהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 כְּחֻקַּ֥ת H2708 inzettingen, inzetting, ordinantien appointed, custom, manner, ordinance, site, statute 9 הַפֶּ֛סַח H6453 pascha, paasofferen, paaslammeren passover (offering) 10 וּכְמִשְׁפָּט֖וֹ H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 11 כֵּ֣ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 12 יַעֲשֶׂ֑ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 חֻקָּ֤ה H2708 inzettingen, inzetting, ordinantien appointed, custom, manner, ordinance, site, statute 14 אַחַת֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 15 יִהְיֶ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 16 לָכֶ֔ם 17 וְלַגֵּ֖ר H1616 vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelings alien, sojourner, stranger 18 וּלְאֶזְרַ֥ח H249 inboorling, inboorlingen, ingeborene bay tree, (home-) born (in the land), of the (one's own) country (nation) 19 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En op den dag van het oprichten des tabernakels bedekte de wolk den tabernakel, op de tent der getuigenis; en in den avond was over den tabernakel als een gedaante des vuurs, tot aan den morgen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En op den dagH3117 van het oprichtenH6965 des tabernakelsH4908 bedekteH3680 de wolkH6051 den tabernakelH4908, op de tentH168 der getuigenisH5715; en in den avondH6153 wasH1961 overH5921 den tabernakelH4908 als een gedaanteH4758 des vuursH784, totH5704 aan den morgenH1242. En op den dag van het oprichten des tabernakels bedekte de wolk den tabernakel, op de tent der getuigenis; en in den avond was over den tabernakel als een gedaante des vuurs, tot aan den morgen.

KJV And on the day1 that the tabernacle4 was reared up2 the cloud6 covered5 the tabernacle,8 namely, the tent9 of the testimony:10 and at even11 there was upon the tabernacle14 as it were the appearance15 of fire,16 until the morning.

1 וּבְיוֹם֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 הָקִ֣ים H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַמִּשְׁכָּ֔ן H4908 tabernakel, tabernakels, woningen dwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent 5 כִּסָּ֤ה H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 6 הֶֽעָנָן֙ H6051 wolk, wolken, wolkkolom cloud(-y) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַמִּשְׁכָּ֔ן H4908 tabernakel, tabernakels, woningen dwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent 9 לְאֹ֖הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 10 הָעֵדֻ֑ת H5715 getuigenis, getuigenissen testimony, witness 11 וּבָעֶ֜רֶב H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night 12 יִהְיֶ֧ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 עַֽל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 הַמִּשְׁכָּ֛ן H4908 tabernakel, tabernakels, woningen dwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent 15 כְּמַרְאֵה H4758 gedaante, aanzien, gezicht [idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision 16 אֵ֖שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 17 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 18 בֹּֽקֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Alzo geschiedde het geduriglijk; de wolk bedekte denzelven, en des nachts was er een gedaante des vuurs.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 AlzoH3651 geschieddeH1961 het geduriglijkH8548; de wolkH6051 bedekteH3680 denzelven, en des nachtsH3915 was er een gedaanteH4758 des vuursH784. Alzo geschiedde het geduriglijk; de wolk bedekte denzelven, en des nachts was er een gedaante des vuurs.

KJV So it was alway:3 the cloud4 covered5 it by day, and the appearance6 of fire7 by night.

1 כֵּ֚ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 יִהְיֶ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 תָמִ֔יד H8548 geduriglijk, gedurig, gedurige alway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual 4 הֶעָנָ֖ן H6051 wolk, wolken, wolkkolom cloud(-y) 5 יְכַסֶּ֑נּוּ H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 6 וּמַרְאֵה H4758 gedaante, aanzien, gezicht [idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision 7 אֵ֖שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 8 לָֽיְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Maar nadat de wolk opgeheven werd van boven de tent, zo verreisden ook daarna de kinderen Israels; en in de plaats, waar de wolk bleef, daar legerden zich de kinderen Israels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Maar nadatH6310 de wolkH6051 opgehevenH5927 werd van bovenH5921 de tentH168, zoH3651 verreisdenH5265 ook daarnaH310 de kinderenH1121 IsraelsH3478; en in de plaatsH4725, waar de wolkH6051 bleefH7931, daarH8033 legerdenH2583 zich de kinderenH1121 IsraelsH3478. Maar nadat de wolk opgeheven werd van boven de tent, zo verreisden ook daarna de kinderen Israels; en in de plaats, waar de wolk bleef, daar legerden zich de kinderen Israels.

KJV And when1 the cloud3 was taken up2 from the tabernacle,5 then after6 that the children9 of Israel10 journeyed:8 and in the place11 where the cloud15 abode,13 there the children18 of Israel19 pitched their tents.

1 וּלְפִ֞י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 2 הֵעָלֹ֤ת H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 3 הֶֽעָנָן֙ H6051 wolk, wolken, wolkkolom cloud(-y) 4 מֵעַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 הָאֹ֔הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 6 וְאַ֣חֲרֵי H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 7 כֵ֔ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 8 יִסְע֖וּ H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way 9 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 11 וּבִמְק֗וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 12 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 יִשְׁכָּן H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 14 שָׁם֙ H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 15 הֶֽעָנָ֔ן H6051 wolk, wolken, wolkkolom cloud(-y) 16 שָׁ֥ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 17 יַחֲנ֖וּ H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 18 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 19 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Naar den mond des HEEREN, verreisden de kinderen Israels, en naar des HEEREN mond legerden zij zich; al de dagen, in dewelke de wolk over den tabernakel bleef, legerden zij zich.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Naar den mondH6310 des HEERENH3068, verreisdenH5265 de kinderenH1121 IsraelsH3478, en naar des HEERENH3068 mondH6310 legerdenH2583 zij zich; alH3605 de dagenH3117, in dewelkeH834 de wolkH6051 overH5921 den tabernakelH4908 bleefH7931, legerdenH2583 zij zich. Naar den mond des HEEREN, verreisden de kinderen Israels, en naar des HEEREN mond legerden zij zich; al de dagen, in dewelke de wolk over den tabernakel bleef, legerden zij zich.

KJV At the commandment2 of the LORD3 the children5 of Israel6 journeyed,4 and at the commandment8 of the LORD9 they pitched:10 as long as12 the cloud15 abode14 upon the tabernacle17 they rested

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 פִּ֣י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 3 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 יִסְעוּ֙ H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way 5 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 פִּ֥י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 9 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 יַחֲנ֑וּ H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 יְמֵ֗י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 13 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 יִשְׁכֹּ֧ן H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 15 הֶעָנָ֛ן H6051 wolk, wolken, wolkkolom cloud(-y) 16 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 הַמִּשְׁכָּ֖ן H4908 tabernakel, tabernakels, woningen dwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent 18 יַחֲנֽוּ H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En als de wolk vele dagen over den tabernakel verbleef, zo namen de kinderen Israels de wacht des HEEREN waar, en verreisden niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En als de wolkH6051 veleH7227 dagenH3117 overH5921 den tabernakelH4908 verbleefH748, zo namenH8104 de kinderenH1121 IsraelsH3478 de wachtH4931 des HEERENH3068 waar, en verreisdenH5265 nietH3808. En als de wolk vele dagen over den tabernakel verbleef, zo namen de kinderen Israels de wacht des HEEREN waar, en verreisden niet.

KJV And when the cloud2 tarried long1 upon the tabernacle4 many6 days,5 then the children8 of Israel9 kept7 the charge11 of the LORD,12 and journeyed

1 וּבְהַאֲרִ֧יךְ H748 verlengen, verlengt, verlengd defer, draw out, lengthen, (be, become, make, pro-) long, [phrase] (out-, over-) live, tarry (long) 2 הֶֽעָנָ֛ן H6051 wolk, wolken, wolkkolom cloud(-y) 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 הַמִּשְׁכָּ֖ן H4908 tabernakel, tabernakels, woningen dwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent 5 יָמִ֣ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 רַבִּ֑ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 7 וְשָׁמְר֧וּ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 8 בְנֵי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 יִשְׂרָאֵ֛ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 מִשְׁמֶ֥רֶת H4931 wacht, wachten, bewaring charge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch 12 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 יִסָּֽעוּ H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Als het nu was, dat de wolk weinige dagen op den tabernakel was, naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Als het nu was, datH834 de wolkH6051 weinigeH4557 dagenH3117 opH5921 den tabernakelH4908 was, naar den mondH6310 des HEERENH3068 legerdenH2583 zij zich, en naar den mondH6310 des HEERENH3068 verreisdenH5265 zij. Als het nu was, dat de wolk weinige dagen op den tabernakel was, naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij.

KJV And so it was,1 when the cloud4 was a few6 days5 upon the tabernacle;8 according to the commandment10 of the LORD11 they abode12 in their tents, and according to the commandment14 of the LORD15 they journeyed.

1 וְיֵ֞שׁ H3426 ware, Hoe lang, Voorwaar (there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest 2 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 יִהְיֶ֧ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 הֶֽעָנָ֛ן H6051 wolk, wolken, wolkkolom cloud(-y) 5 יָמִ֥ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 מִסְפָּ֖ר H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 הַמִּשְׁכָּ֑ן H4908 tabernakel, tabernakels, woningen dwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 פִּ֤י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 11 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 יַחֲנ֔וּ H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 13 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 פִּ֥י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 15 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 יִסָּֽעוּ H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Maar was het, dat de wolk van den avond tot den morgen daar was, en de wolk in den morgen opgeheven werd, zo verreisden zij; of des daags, of des nachts, als de wolk opgeheven werd, zo verreisden zij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Maar was het, datH834 de wolkH6051 van den avondH6153 totH5704 den morgenH1242 daar was, en de wolkH6051 in den morgenH1242 opgehevenH5927 werd, zo verreisdenH5265 zij; ofH176 des daagsH3119, of des nachtsH3915, als de wolkH6051 opgehevenH5927 werd, zo verreisdenH5265 zij. Maar was het, dat de wolk van den avond tot den morgen daar was, en de wolk in den morgen opgeheven werd, zo verreisden zij; of des daags, of des nachts, als de wolk opgeheven werd, zo verreisden zij.

KJV And so it was,1 when the cloud4 abode from even5 unto the morning,7 and that the cloud9 was taken up8 in the morning,10 then they journeyed:11 whether it was by day13 or by night14 that the cloud16 was taken up,15 they journeyed.

1 וְיֵ֞שׁ H3426 ware, Hoe lang, Voorwaar (there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest 2 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 יִהְיֶ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 הֶֽעָנָן֙ H6051 wolk, wolken, wolkkolom cloud(-y) 5 מֵעֶ֣רֶב H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night 6 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 7 בֹּ֔קֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 8 וְנַעֲלָ֧ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 9 הֶֽעָנָ֛ן H6051 wolk, wolken, wolkkolom cloud(-y) 10 בַּבֹּ֖קֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 11 וְנָסָ֑עוּ H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way 12 א֚וֹ H176 of also, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether 13 יוֹמָ֣ם H3119 dag, daags, Dag daily, (by, in the) day(-time) 14 וָלַ֔יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 15 וְנַעֲלָ֥ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 16 הֶעָנָ֖ן H6051 wolk, wolken, wolkkolom cloud(-y) 17 וְנָסָֽעוּ H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Of als de wolk twee dagen, of een maand, of vele dagen vertoog op den tabernakel, blijvende daarop, zo legerden zich de kinderen Israels, en verreisden niet; en als zij verheven werd, verreisden zij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Of als de wolkH6051 twee dagenH3117, ofH176 een maandH2320, ofH176 vele dagenH3117 vertoogH748 opH5921 den tabernakelH4908, blijvendeH7931 daarop, zo legerdenH2583 zich de kinderenH1121 IsraelsH3478, en verreisdenH5265 nietH3808; en als zij verhevenH5927 werd, verreisdenH5265 zij. Of als de wolk twee dagen, of een maand, of vele dagen vertoog op den tabernakel, blijvende daarop, zo legerden zich de kinderen Israels, en verreisden niet; en als zij verheven werd, verreisden zij.

KJV Or whether it were two days,2 or a month,4 or a year,6 that the cloud8 tarried7 upon the tabernacle,10 remaining11 thereon, the children14 of Israel15 abode13 in their tents, and journeyed17 not: but when it was taken up,18 they journeyed.

1 אֽוֹ H176 of also, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether 2 יֹמַ֜יִם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 אוֹ H176 of also, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether 4 חֹ֣דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 5 אוֹ H176 of also, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether 6 יָמִ֗ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 בְּהַאֲרִ֨יךְ H748 verlengen, verlengt, verlengd defer, draw out, lengthen, (be, become, make, pro-) long, [phrase] (out-, over-) live, tarry (long) 8 הֶעָנָ֤ן H6051 wolk, wolken, wolkkolom cloud(-y) 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 הַמִּשְׁכָּן֙ H4908 tabernakel, tabernakels, woningen dwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent 11 לִשְׁכֹּ֣ן H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 12 עָלָ֔יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 יַחֲנ֥וּ H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 14 בְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 15 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 16 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 יִסָּ֑עוּ H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way 18 וּבְהֵעָלֹת֖וֹ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 19 יִסָּֽעוּ H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij; zij namen de wacht des HEEREN waar, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Naar den mondH6310 des HEERENH3068 legerdenH2583 zij zich, en naar den mondH6310 des HEERENH3068 verreisdenH5265 zij; zij namenH8104 de wachtH4931 des HEERENH3068 waar, naar den mondH6310 des HEERENH3068, door de handH3027 van MozesH4872. Naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij; zij namen de wacht des HEEREN waar, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes.

KJV At the commandment2 of the LORD3 they rested4 in the tents, and at the commandment6 of the LORD7 they journeyed:8 they kept12 the charge10 of the LORD,11 at the commandment14 of the LORD15 by the hand16 of Moses.

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 פִּ֤י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 3 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 יַחֲנ֔וּ H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 5 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 פִּ֥י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 7 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 יִסָּ֑עוּ H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 מִשְׁמֶ֤רֶת H4931 wacht, wachten, bewaring charge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch 11 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 שָׁמָ֔רוּ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 13 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 פִּ֥י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 15 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 בְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 17 מֹשֶֽׁה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Numeri 9:1 Numeri 1:1 Exodus 40:2
Numeri 9:2 Leviticus 23:5 Deuteronomium 16:1 Exodus 12:1 Ezra 6:19 Numeri 28:16 Jozua 5:10 Markus 14:12 2 Kronieken 35:1
Numeri 9:3 Exodus 12:6 2 Kronieken 30:15 Leviticus 23:5 Numeri 9:11 Hebreeën 9:26 2 Kronieken 30:2
Numeri 9:5 Jozua 5:10 Mattheüs 28:20 Genesis 6:22 Handelingen 26:19 Johannes 15:14 Exodus 39:42 Deuteronomium 4:5 Deuteronomium 1:3
Numeri 9:6 Numeri 27:2 Exodus 18:15 Numeri 19:11 Numeri 5:2 Numeri 19:16 Exodus 18:19 Exodus 18:26 Johannes 18:28
Numeri 9:7 Exodus 12:27 Numeri 9:2 1 Korinthe 5:7 2 Kronieken 30:17 Deuteronomium 16:2
Numeri 9:8 Psalmen 85:8 Numeri 27:5 Handelingen 20:27 Ezechiël 2:7 Spreuken 3:5 1 Korinthe 4:4 Hebreeën 3:5 Johannes 17:8
Numeri 9:10 Efeze 3:6 1 Korinthe 11:28 Romeinen 15:8 Numeri 9:6 Romeinen 16:25 Efeze 2:12 1 Korinthe 6:9 Mattheüs 5:24
Numeri 9:11 2 Kronieken 30:2 Exodus 12:43 Exodus 12:2 Numeri 9:3 Johannes 19:36 Deuteronomium 16:3
Numeri 9:12 Exodus 12:10 Exodus 12:46 Johannes 19:36 Exodus 12:43 Numeri 9:3
Numeri 9:13 Genesis 17:14 Exodus 12:15 Numeri 9:7 Numeri 5:31 Leviticus 17:10 Leviticus 20:20 Hebreeën 9:28 Numeri 15:30
Numeri 9:14 Exodus 12:48 Leviticus 24:22 Leviticus 25:15 Deuteronomium 29:11 Leviticus 22:25 Deuteronomium 31:12 Leviticus 19:10 Jesaja 56:3
Numeri 9:15 Exodus 13:21 Exodus 40:34 Nehemia 9:19 Psalmen 78:14 Exodus 40:17 Exodus 14:19 Exodus 33:9 Nehemia 9:12
Numeri 9:16 Nehemia 9:12 Exodus 13:21 Jesaja 4:5 Exodus 40:38 Nehemia 9:19 Numeri 9:18 Openbaring 21:3 Psalmen 105:39
Numeri 9:17 Exodus 40:36 Numeri 10:33 Psalmen 32:8 Johannes 10:9 Psalmen 73:24 Numeri 10:11 Exodus 33:14 Johannes 10:3
Numeri 9:18 1 Korinthe 10:1 Exodus 17:1 Numeri 10:13 2 Johannes 1:6 Numeri 9:20
Numeri 9:19 Numeri 3:8 Numeri 1:52 Zacharia 3:7
Numeri 9:21 Nehemia 9:12 Nehemia 9:19
Numeri 9:22 Exodus 40:36 Psalmen 32:8 Numeri 8:20 Numeri 23:21 Exodus 40:16 Spreuken 3:5 Psalmen 48:14 Numeri 1:54
Numeri 9:23 Numeri 9:19 Ezechiël 44:8 Zacharia 3:7 Jozua 22:3 Genesis 26:5
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Numeri 9 vers 1

sprak tot Mozes Anders, had gesproken; en alzo voorts in het vervolg van dezen tekst tot vs.7 toe, te weten, voor de telling der Israëlieten, boven, Num. 1:1 beschreven; welke geschiedde op de tweede maand des tweeden jaars: maar dit verhaal wordt nu hier achter ingevoegd uit oorzaak van de onreine en reizende lieden, die het pascha in de eerste maand niet konden houden, en daarom tot de tweede maand uitgesteld werden. Zie onder, vs.11.

Hertaald: sprak tot Mozes Ook mogelijk: had gesproken; en zo ook verder in dit gedeelte tot vers 7, namelijk vóór de telling van de Israëlieten, hierboven, Num. 1:1, beschreven; die plaatsvond in de tweede maand van het tweede jaar: maar dit verhaal wordt hier achteraf ingevoegd vanwege de onreine en reizende mensen, die het Pascha in de eerste maand niet konden houden, en daarom tot de tweede maand uitgesteld werden. Zie hieronder, vers 11.

in de eerste maand, Genaamd bij de Hebreën Nisan, Neh. 2:1; Est. 3:7. Anders, Abib. Zie Ex. 13:4, en Ex. 23:15, en kwam meest overeen met onzen Maart.

Hertaald: in de eerste maand, Genaamd bij de Hebreeën Nisan, Neh. 2:1; Est. 3:7. Ook wel Abib. Zie Ex. 13:4 en Ex. 23:15, en kwam grotendeels overeen met onze maart.

Numeri 9 vers 2

pascha houden zouden, Zie van dit woord Ex. 12:11, en Lev. 23:5.

Hertaald: pascha houden zouden, Zie voor dit woord Ex. 12:11 en Lev. 23:5.

gezetten tijd Zie Ex. 12:6.

Hertaald: gezetten tijd Zie Ex. 12:6.

Numeri 9 vers 3

tussen twee avonden Zie van deze manier van spreken Ex. 12:6.

Hertaald: tussen twee avonden Zie voor deze manier van spreken Ex. 12:6.

inzettingen, Zie van deze Exo 12, Exo 13, en Lev 23.

Hertaald: inzettingen, Zie hierover Ex. 12, Ex. 13 en Lev. 23.

Numeri 9 vers 6

lieden geweest, Onder het Hebreeuwse woord, eigenlijk betekenende mannen, zijn hier ook vrouwen begrepen, gelijk Gen. 39:11, Gen. 39:14.

Hertaald: lieden geweest, Onder het Hebreeuwse woord, dat eigenlijk mannen betekent, zijn hier ook vrouwen begrepen, zoals in Gen. 39:11, Gen. 39:14.

het dode lichaam eens mensen Hebreeuws, ziel. Zie Lev. 19:28, en alzo in het volgende vs.7.

Hertaald: het dode lichaam eens mensen Hebreeuws: ziel. Zie Lev. 19:28, en zo ook hierna in vers 7.

onrein waren, Te weten, naar de wet der ceremoniën betekenende de geestelijke onreinheid. Versta dan die onrein waren, omdat zij een dood lichaam aangeroerd hadden, ofin het huis, waarin een dode was, waren ingegaan of het lijk ten grave vergezelschapt hadden. Zie Lev. 21:1, Lev. 21:11.

Hertaald: onrein waren, Namelijk: volgens de ceremoniële wet, die de geestelijke onreinheid uitbeeldde. Versta dan hen die onrein waren, omdat zij een dood lichaam hadden aangeraakt, of in het huis waren geweest waarin een dode lag, of het lijk naar het graf hadden begeleid. Zie Lev. 21:1, Lev. 21:11.

op denzelven dag Dat is, op den ordinairen en gezetten dag.

Hertaald: op denzelven dag Dat is: op de gewone, vastgestelde dag.

kunnen houden; Zie Lev. 7:20, waar den onreinen verboden wordt van de dankoffers te eten.

Hertaald: kunnen houden; Zie Lev. 7:20, waar het de onreinen verboden wordt van de dankoffers te eten.

Numeri 9 vers 7

verkort worden, Of, achtergehouden, of afgehouden worden

Hertaald: verkort worden, Of: achtergehouden, of tegengehouden worden.

de offerande des HEEREN Versta, het paaslam, hetwelk zo genoemd wordt hier en onder, vs.13, en Ex. 12:27, eensdeels omdat het slachten daarvan naar het bevel Gods geschiedde, om de gedachtenis van hun verlossing uit Egypte te onderhouden, en daarvoor Gode dankzegging te offeren; Ex. 12:27; anderdeels, omdat die slachting een voorbeeld is geweest van de offerande onzes Heeren Jezus Christus; 1 Kor. 5:7.

Hertaald: de offerande des HEEREN Versta: het paaslam, dat hier en hieronder, vers 13, en Ex. 12:27 zo genoemd wordt, deels omdat het slachten ervan volgens Gods bevel gebeurde, om de herinnering aan hun verlossing uit Egypte levend te houden en daarvoor God dank te offeren; Ex. 12:27; deels omdat dat slachten een voorbeeld was van het offer van onze Heere Jezus Christus; 1 Kor. 5:7.

Numeri 9 vers 11

bittere saus Hebreeuws, bitterheden

Hertaald: bittere saus Hebreeuws: bitterheden.

dat eten Te weten, het pascha; dat is, voorbijgang. Zie ook deze manier van spreken Deut. 16:7; 2 Kron. 30:18; Joh. 18:28, en versta het paaslam, hetwelk een voorbijgang genoemd wordt, om de reden vermeld Lev. 23:5; dezelfde wijze van spreken is: het pascha slachten, Ex. 12:21; Deut. 16:2, Deut. 16:6; het pascha koken; Deut. 16:7.

Hertaald: dat eten Namelijk: het pascha; dat is: voorbijgang. Zie ook deze manier van spreken Deut. 16:7; 2 Kron. 30:18; Joh. 18:28, en versta het paaslam, dat een voorbijgang genoemd wordt, om de reden vermeld in Lev. 23:5; dezelfde manier van spreken is: het pascha slachten, Ex. 12:21; Deut. 16:2, Deut. 16:6; het pascha koken; Deut. 16:7.

Numeri 9 vers 13

uit haar volken uitgeroeid worden; Zie Gen. 17:14.

Hertaald: uit haar volken uitgeroeid worden; Zie Gen. 17:14.

diezelve man zal zijn zonde dragen Zie Lev. 5:1.

Hertaald: diezelve man zal zijn zonde dragen Zie Lev. 5:1.

Numeri 9 vers 14

zijn wijze, Zie Lev. 5:10.

Hertaald: zijn wijze, Zie Lev. 5:10.

Numeri 9 vers 15

wolk den tabernakel, Zie van deze Ex. 13:21.

Hertaald: wolk den tabernakel, Zie hierover Ex. 13:21.

op de tent Dat is, niet eigenlijk over den voorhof maar enigszins over het heilige, doch voornamelijk over het allerheiligste, waar de ark der getuigenis was.

Hertaald: op de tent Dat is: niet eigenlijk over de voorhof, maar enigszins over het heilige, en vooral over het allerheiligste, waar de ark der getuigenis was.

der getuigenis; Zie boven, Num. 1:50.

Hertaald: der getuigenis; Zie hierboven, Num. 1:50.

Numeri 9 vers 16

bedekte Te weten, op den dag, gelijk te zien is Ex. 13:21, en af te nemen uit vs.15.

Hertaald: bedekte Namelijk: overdag, zoals te zien is in Ex. 13:21, en af te leiden uit vers 15.

denzelven, Te weten, tabernakel.

Hertaald: denzelven, Namelijk: de tabernakel.

Numeri 9 vers 18

den mond des HEEREN, Dat is, naar het bevel of voorschrift des Heeren. Versta, naardat God door de wolk, die een teken zijner tegenwoordigheid was, te kennen gaf, hetzij zij verheven werd of stilstond. Want dat was den Israëlieten als een bevel des Heeren, hetwelk zij in het verreizen en in het blijven volgen moesten.

Hertaald: den mond des HEEREN, Dat is: naar het bevel of voorschrift van de HEERE. Versta: naardat God door de wolk, die een teken was van Zijn tegenwoordigheid, te kennen gaf, hetzij zij opsteeg of stilstond. Want dat gold voor de Israëlieten als een bevel van de HEERE, dat zij zowel bij het reizen als bij het blijven moesten volgen.

Numeri 9 vers 19

verbleef, Hebreeuws, verlengde

Hertaald: verbleef, Hebreeuws: verlengde.

namen de kinderen Israëls Dat is, zij onderhielden naarstiglijk in den tabernakel de oefening van allen godsdienst. Vergelijk Lev. 8:35, en boven, Num. 3:7; zij namen ook acht op hetgeen de Heere deed, namelijk of Hij de wolk deed verheffen of liet rusten, waarnaar zij òf verreizen, òf stil blijven moesten.

Hertaald: namen de kinderen Israëls Dat is: zij onderhielden ijverig in de tabernakel de beoefening van de eredienst. Vergelijk Lev. 8:35 en hierboven, Num. 3:7; zij letten ook op wat de HEERE deed, namelijk of Hij de wolk liet opstijgen of laten rusten, waarnaar zij ofwel moesten reizen, ofwel blijven staan.

Numeri 9 vers 20

weinige dagen op den tabernakel was, Hebreeuws, dagen des getals; dat is, weinige. Zie deze manier van spreken Gen. 34:30, en de aantekeningen.

Hertaald: weinige dagen op den tabernakel was, Hebreeuws: dagen van het getal; dat is: weinige. Zie deze manier van spreken Gen. 34:30, en de aantekeningen.

Numeri 9 vers 22

vele dagen Hebreeuws, dagen. Dit woord alleen gesteld zijnde, betekent somtijds enige of vele dagen. Zie Gen. 4:3, of een geheel jaar. Zie Lev. 25:29.

Hertaald: vele dagen Hebreeuws: dagen. Dit woord op zichzelf betekent soms enkele of vele dagen. Zie Gen. 4:3, of een heel jaar. Zie Lev. 25:29.

Numeri 9 vers 23

de hand van Mozes Dat is, door den dienst van Mozes. Zie Ex. 4:13, en Lev. 8:36.

Hertaald: de hand van Mozes Dat is: door de bemiddeling van Mozes. Zie Ex. 4:13 en Lev. 8:36.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Horeb/Sinaï  — zie voor naam, ligging en de volledige geschiedenis het artikel bij Exodus 3, waar de berg voor het eerst in de Schrift genoemd wordt

Ligging: Gelegen op het Sinaïtisch schiereiland; zie het artikel bij Exodus 3 voor de bespreking van de mogelijke locaties.

Geschiedenis: Het boek Numeri opent met de volkstelling die de HEERE aan Mozes gebood "in de woestijn Sinaï" (Num. 1:1), nog altijd op dezelfde plaats waar Israël sinds Ex. 19 gelegerd lag. Van hieruit trok het volk, na de instructies voor de legerorde, de dienst der Levieten en de wetten van dit begin van het boek, uiteindelijk weg richting het beloofde land (Num. 10:11-12).

Bijbelse betekenis: De laatste maanden die Israël, nog voluit geordend en toegerust naar Gods eigen aanwijzingen, bij de berg van de wetgeving doorbrengt, voordat de lange tocht door de woestijn — met al haar beproevingen en ontrouw — werkelijk begint.

Num. 1:1, 19; 3:1, 4, 14; 9:1, 5; 10:12

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Wolkkolom en vuurkolom  — Hebreeuws: ammoed anan en ammoed esj, "kolom van wolk" en "kolom van vuur"

Vanaf de uittocht ging de HEERE voor Israël uit, overdag in een wolkkolom en 's nachts in een vuurkolom, zodat zij dag en nacht konden reizen (Ex. 13:21-22). Bij de Rode Zee stelde de kolom zich tussen het leger van Egypte en dat van Israël (Ex. 14:19-20). Vanaf het oprichten van de tabernakel bedekte de wolk het heiligdom, en gold er een vaste regel. Zolang de wolk bleef, bleef Israël gelegerd; zodra zij zich verhief, braken zij op, soms na één nacht en soms na een jaar (Num. 9:15-23). De opdracht om te reizen of te blijven kwam dus niet uit menselijk beraad voort.

Bijbelse betekenis: De kolom was de zichtbare toezegging dat God Zelf met Zijn volk meetrok: leiding, beschutting tegen de hitte en licht in de nacht tegelijk. Numeri legt er tegelijk een zware nadruk op dat Israël niets zelf mocht uitmaken over de route en de duur — de reis was een oefening in het opvolgen van Gods bevel "door de hand van Mozes" (Num. 9:23).

Typologie: Paulus rekent de wolk uitdrukkelijk mee tot de weldaden die geheel Israël genoot: allen waren onder de wolk en allen gingen door de zee, "allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee". Daarna voegt hij eraan toe dat God in het merendeel van hen geen welgevallen had (1 Kor. 10:1-5). Uiterlijke deelname aan de tekenen is dus geen waarborg voor het hart. In de geest van Spurgeon is dat een dubbele boodschap: de wolk is werkelijk troost voor wie God volgt, en een ernstige waarschuwing voor wie zich met het teken tevredenstelt.

Ex. 13:21-22; Ex. 14:19-20; Num. 9:15-23; Neh. 9:12,19; Ps. 105:39; 1 Kor. 10:1-5

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

God bij Zijn volk niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen functie

De wolk die niet wegging — 9:15-23

Israël leert wat het is om geleid te worden. Er is geen kaart, geen route en geen reisschema — alleen een wolk boven een tent, en niemand weet hoelang die blijft liggen.

Dag en nacht staat God zichtbaar boven de tabernakel; als Hij optrekt trekt het volk op, en als Hij blijft blijven zij.

Overdag een wolk, 's nachts als een gedaante des vuurs, en er staat nadrukkelijk bij: alzo geschiedde het geduriglijk. Er was geen ogenblik dat het volk moest raden of God er nog was.

Het aangrijpende zit in het gehoorzamen. Soms bleef de wolk twee dagen liggen, soms een maand, soms een jaar — en dan bleven zij daar, hoe ongunstig de plaats ook was. En soms verhief zij zich midden in de nacht, en dan braken zij op, hoe ongelegen het ook kwam. Het volk bepaalde niets. Het enige wat het te doen had was kijken en volgen.

Deze wolk loopt door heel de Schrift. Zij vult de tempel van Salomo, zij wijkt in de dagen van Ezechiël als het oordeel komt, en zij keert terug op een berg in Galilea, waar zij de discipelen overschaduwt en er een stem uit klinkt: Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem. Bij de hemelvaart neemt een wolk Hem weg voor hun ogen, en de engelen zeggen dat Hij zo terugkomen zal als zij Hem hebben zien heengaan.

  1. Numeri 9:15 — Overdag een wolk, 's nachts als een gedaante des vuurs.
  2. Numeri 9:18 — Naar den mond des HEEREN reisden zij, en naar Zijn mond legerden zij zich.
  3. 1 Koningen 8:11 — Dezelfde wolk vervult later de tempel.
  4. Mattheüs 17:5 — Een wolk overschaduwt hen: Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem.
  5. Handelingen 1:9 — Een wolk neemt Hem weg voor hun ogen.

In het Nieuwe Testament: Mattheüs 17:5; Handelingen 1:9-11; Johannes 8:12; Openbaring 7:15

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Numeri 9

Numeri 9:1-2.KruisverwijzingenNumeri 1:1Exodus 40:2Leviticus 23:5Deuteronomium 16:1Exodus 12:1Ezra 6:19Numeri 28:16Jozua 5:10
— En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, in het tweede jaar, nadat zij uit Egypteland uitgetogen waren, in de eerste maand, zeggende: Dat de kinderen Israels het pascha houden zouden, op zijn gezetten tijd.
Ik zou bijna vrezen dat zij het houden van het pascha een jaar hadden nagelaten. Er was een eerste viering toen zij uit Egypte kwamen; maar toen was het niet zozeer een beeld als wel een werkelijkheid: het was de zaak zelf, niet de gedachtenis van de uitgang uit Egypte, maar het werkelijke uitgaan, de uittocht zelf. Uit dit gebod van de Heere zou men opmaken dat de kinderen Israëls op de eerste jaardag van dat gedenkwaardige tijdstip de viering hadden nagelaten, en dat Jehova daarom tot Mozes zei: “Dat de kinderen Israëls het pascha houden zouden, op zijn gezetten tijd.”

Is dit vermoeden juist, dan is het zeer betekenisvol dat een instelling die tot de wet behoorde en dus voorbijgaan zou, zo spoedig verwaarloosd werd — en zeker is zij daarna vele, vele jaren verwaarloosd. Terwijl de grote gedachtenisinstelling van de christelijke huishouding, het Avondmaal des Heeren, zelfs niet verwaarloosd werd toen de christenen onder felle vervolging van de Joden en van andere volken leefden. Toen het houden van die instelling onder de heidenen vrijwel zeker de dood betekende, kwamen de christenen toch op de eerste dag der week samen en braken zij voortdurend het brood tot gedachtenis van de dood van hun Heere, zoals wij dat tot op deze dag doen. Ik veronderstel dat het Avondmaal, dat de gedachtenis is van Christus ons Pascha, nooit in de hele wereld geheel verwaarloosd is, maar in de gemeente van Christus altijd onderhouden is gebleven — en dat zal blijven “totdat Hij komt”.

Numeri 9:3-7.KruisverwijzingenNumeri 27:2Exodus 18:15Jozua 5:10Numeri 19:11Numeri 5:2Numeri 19:16Exodus 12:6Exodus 18:19
— Op den veertienden dag in deze maand, tussen twee avonden zult gij dat houden, op zijn gezetten tijd; naar al zijn inzettingen, en naar al zijn rechten zult gij dat houden. Mozes dan sprak tot de kinderen Israels, dat zij het pascha zouden houden. En zij hielden het pascha op den veertienden dag der eerste maand, tussen de twee avonden, in de woestijn van Sinai; naar alles wat de HEERE Mozes geboden had, alzo deden de kinderen Israels. Toen waren er lieden geweest, die over het dode lichaam eens mensen onrein waren, en op denzelven dag het pascha niet hadden kunnen houden; daarom naderden zij voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht van Aaron op dienzelven dag. En diezelve lieden zeiden tot hem: Wij zijn onrein over het dode lichaam eens mensen; waarom zouden wij verkort worden, dat wij de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet zouden offeren, in het midden van de kinderen Israels?
Zij waren in grote verlegenheid. Hun was geboden tot het pascha te komen; kwamen zij niet, dan zondigden zij. Maar zij hadden zich verontreinigd, hetzij door een toeval hetzij uit noodzaak, en kwamen zij zó tot het pascha, dan zouden zij zonde doen — zodat zij het in beide gevallen verkeerd hadden.

Er moet iemand zijn om de doden te begraven. Ik veronderstel dat deze mensen dat noodzakelijke ambt hadden vervuld, en dat er geen tijd voor hen geweest was zich te reinigen van de wettische verontreiniging die het aanraken van een dode meebracht.

Numeri 9:8.KruisverwijzingenPsalmen 85:8Numeri 27:5Handelingen 20:27Ezechiël 2:7Spreuken 3:51 Korinthe 4:4Hebreeën 3:5Johannes 17:8
— En Mozes zeide tot hen: Blijft staande, dat ik hoor, wat de HEERE u gebieden zal.
O, hoe wijs zouden wij raad geven als wij nooit besloten voordat wij er over gebeden hadden! Mogelijk achten wij ons zo ervaren en zo goed bekend met de gedachten van God dat wij voor de hand kunnen antwoorden; of misschien menen wij dat wij de Heere in het geheel niet hoeven te raadplegen, maar dat onze eigen mening een voldoende leidsman is. Mozes was groter en wijzer dan wij zijn, en toch zei hij tot deze mannen: “Staat stil, en ik zal horen wat Jehova aangaande u gebieden zal.”

Numeri 9:9-12.KruisverwijzingenExodus 12:10Exodus 12:462 Kronieken 30:2Efeze 3:61 Korinthe 11:28Romeinen 15:8Numeri 9:6Romeinen 16:25
— Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Wanneer iemand onder u, of onder uw geslachten, over een dood lichaam onrein, of op een verren weg zal zijn, hij zal dan nog den HEERE het pascha houden. In de tweede maand, op den veertienden dag, tussen de twee avonden, zullen zij dat houden; met ongezuurde broden en bittere saus zullen zij dat eten. Zij zullen daarvan niet overlaten tot den morgen, en zullen daaraan geen been breken; naar alle inzetting van het pascha zullen zij dat houden.
Er werd dus voorzien in het houden van een tweede pascha, zodat wie bij de eerste viering verontreinigd waren, de gelegenheid hadden het feest een maand later te houden.

Hieruit maak ik, een les uit het beeld lerend, op dat wat de wegen ook zijn waarlangs wij tot de zaligheid komen, Christus altijd dezelfde is, en dat wij op dezelfde wijze aan Hem deel moeten hebben. Wij die zo verontreinigd zijn geweest dat wij, om zo te zeggen, van het tweede pascha moeten eten, zelfs in de elfde ure en lang nadat anderen zich met Christus gevoed hebben — ook voor ons is er dezelfde Christus als voor hen die op de rechte tijd komen, die de Heere vroeg zoeken en Hem vinden terwijl de dauw van hun jeugd nog op hen is.

Numeri 9:13.KruisverwijzingenGenesis 17:14Exodus 12:15Numeri 9:7Numeri 5:31Leviticus 17:10Leviticus 20:20Hebreeën 9:28Numeri 15:30
— Als een man, die rein is, en op den weg niet is, en nalaten zal het pascha te houden, zo zal diezelve ziel uit haar volken uitgeroeid worden; want hij heeft de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet geofferd, diezelve man zal zijn zonde dragen.
Welk een ernstig vonnis is dat! Laat mij het losgemaakt van zijn verband lezen: “want hij heeft de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet geofferd, diezelve man zal zijn zonde dragen.” Ziet u: de grote offerande des Heeren, het verzoenend offer van onze Heere Jezus Christus, is de enige weg waardoor de zonde kan worden weggedaan; en wil iemand die niet brengen — met andere woorden: wil hij niet in Jezus geloven — dan is hier zijn zeker vonnis: “diezelve man zal zijn zonde dragen”. Geen verschrikkelijker oordeel kan over een van ons uitgesproken worden. “Indien gij niet gelooft, dat Ik Die ben, gij zult in uw zonden sterven” (Joh. 8:24).

Numeri 9:15-16.KruisverwijzingenExodus 13:21Exodus 40:34Nehemia 9:19Psalmen 78:14Exodus 40:17Exodus 14:19Exodus 33:9Nehemia 9:12
— En op den dag van het oprichten des tabernakels bedekte de wolk den tabernakel, op de tent der getuigenis; en in den avond was over den tabernakel als een gedaante des vuurs, tot aan den morgen. Alzo geschiedde het geduriglijk; de wolk bedekte denzelven, en des nachts was er een gedaante des vuurs.
Dit was het teken van de tegenwoordigheid van God in het midden van die uitgestrekte tentenstad. Ik veronderstel dat de grote wolk opsteeg uit het heilige der heiligen en waarschijnlijk het hele leger van de stammen overdekte, zodat zij hen beschermde tegen de felheid van de zon, terwijl bij nacht heel het gebied door deze wonderlijke verlichting werd beschenen. Het uitverkoren volk had de wolkkolom bij dag tot een beschutting en de vuurkolom bij nacht tot een licht.

De tegenwoordigheid van God werkt op ons vrijwel op dezelfde wijze als de wolk- en vuurkolom op Israël werkte: wij krijgen beschutting tegen de felle hitte van de dag der wereld, en ook verlossing uit de duisternis van de nacht der wereld, door de genadige tegenwoordigheid van onze Heere.

Numeri 9:17-20.KruisverwijzingenExodus 40:36Numeri 10:331 Korinthe 10:1Psalmen 32:8Johannes 10:9Psalmen 73:24Numeri 10:11Exodus 33:14
— Maar nadat de wolk opgeheven werd van boven de tent, zo verreisden ook daarna de kinderen Israels; en in de plaats, waar de wolk bleef, daar legerden zich de kinderen Israels. Naar den mond des HEEREN, verreisden de kinderen Israels, en naar des HEEREN mond legerden zij zich; al de dagen, in dewelke de wolk over den tabernakel bleef, legerden zij zich. En als de wolk vele dagen over den tabernakel verbleef, zo namen de kinderen Israels de wacht des HEEREN waar, en verreisden niet. Als het nu was, dat de wolk weinige dagen op den tabernakel was, naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij.
Gelukkig volk, dat zo goddelijk geleid werd! Zij konden nooit zeggen wanneer zij weer op weg zouden moeten; zij hadden geen blijvende stad. Wanneer hun tenten opgeslagen waren en zij zich juist behoorlijk begonnen te schikken, verhief zich misschien diezelfde morgen de wolkkolom; en op andere tijden, wanneer zij graag wilden optrekken, stond zij stil. Zij konden er nooit zeker van zijn lang op één plaats te blijven.

Zo is het ook met u en met mij: onze Heere wil ons alles hier beneden met een losse hand doen vasthouden. Wij kunnen niet zeggen welke veranderingen een van ons overkomen; reken daarom op niets dat God niet duidelijk heeft toegezegd. Wees van niets zeker dan van de onzekerheid, en verwacht altijd het onverwachte. U kunt niet zeggen waar uw Leidsman u tussen hier en de hemel zal brengen; gelukkig zult u zijn als u naar waarheid kunt zeggen dat u altijd wilt volgen waar de Heere leidt.

Numeri 9:21-23.KruisverwijzingenExodus 40:36Psalmen 32:8Numeri 9:19Nehemia 9:12Nehemia 9:19Numeri 8:20Numeri 23:21Exodus 40:16
— Maar was het, dat de wolk van den avond tot den morgen daar was, en de wolk in den morgen opgeheven werd, zo verreisden zij; of des daags, of des nachts, als de wolk opgeheven werd, zo verreisden zij. Of als de wolk twee dagen, of een maand, of vele dagen vertoog op den tabernakel, blijvende daarop, zo legerden zich de kinderen Israels, en verreisden niet; en als zij verheven werd, verreisden zij. Naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij; zij namen de wacht des HEEREN waar, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes.
Zo mag ieder van ons altijd goddelijk geleid worden!

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Hoe wijs zouden wij raad geven als wij nooit besloten voordat wij er over gebeden hadden.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content