Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Numeri 5

1 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En de HEEREH3068 sprakH1696 totH413 MozesH4872, zeggendeH559: En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

KJV And the LORD2 spake1 unto Moses,4 saying,

1 וַיְדַבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֥ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 לֵּאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Gebied den kinderen Israels, dat zij uit het leger wegzenden alle melaatsen, en alle vloeienden, en allen, die onrein zijn van een dode.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 GebiedH6680 den kinderenH1121 IsraelsH3478, dat zij uitH4480 het legerH4264 wegzendenH7971 alleH3605 melaatsenH6879, en alleH3605 vloeiendenH2100, en allenH3605, die onreinH2931 zijn van een dodeH5315. Gebied den kinderen Israels, dat zij uit het leger wegzenden alle melaatsen, en alle vloeienden, en allen, die onrein zijn van een dode.

KJV Command1 the children3 of Israel,4 that they put out5 of the camp7 every leper,9 and every one that hath an issue,11 and whosoever is defiled13 by the dead:

1 צַ֚ו H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 וִֽישַׁלְּחוּ֙ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 6 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 7 הַֽמַּחֲנֶ֔ה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 8 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 צָר֖וּעַ H6879 melaats, melaatsen, melaatse leper, leprous 10 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 זָ֑ב H2100 vloeiende, vloed, vloeiden flow, gush out, have a (running) issue, pine away, run 12 וְכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 טָמֵ֥א H2931 onrein, onreine, onreins defiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean 14 לָנָֽפֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Van het mannelijke tot het vrouwelijke zult gij hen wegzenden; tot buiten het leger zult gij hen wegzenden; opdat zij niet verontreinigen hun legers, in welker midden Ik wone.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Van het mannelijkeH2145 tot het vrouwelijke zult gij hen wegzendenH7971; tot buitenH2351 het legerH4264 zult gij hen wegzendenH7971; opdat zij nietH3808 verontreinigenH2930 hun legersH4264, in welker middenH8432 IkH589 woneH7931. Van het mannelijke tot het vrouwelijke zult gij hen wegzenden; tot buiten het leger zult gij hen wegzenden; opdat zij niet verontreinigen hun legers, in welker midden Ik wone.

Ook in dit vers vrouwH5347

KJV Both male1 and female3 shall ye put out,4 without6 the camp7 shall ye put8 them; that they defile10 not their camps,12 in the midst16 whereof13 I dwell.

1 מִזָּכָ֤ר H2145 mannelijk, manspersonen, mannetje [idiom] him, male, man(child, -kind) 2 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 3 נְקֵבָה֙ H5347 vrouw, wijfje, meisje female 4 תְּשַׁלֵּ֔חוּ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 מִח֥וּץ H2351 buiten, straten, straat abroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without 7 לַֽמַּחֲנֶ֖ה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 8 תְּשַׁלְּח֑וּם H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 9 וְלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 יְטַמְּאוּ֙ H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 מַ֣חֲנֵיהֶ֔ם H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 13 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 אֲנִ֖י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 15 שֹׁכֵ֥ן H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 16 בְּתוֹכָֽם H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En de kinderen Israels deden alzo, en zonden hen tot buiten het leger; gelijk de HEERE tot Mozes gesproken had, alzo deden de kinderen Israels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En de kinderenH1121 IsraelsH3478 dedenH6213 alzoH3651, en zondenH7971 hen totH413 buitenH2351 het legerH4264; gelijk de HEEREH3068 totH413 MozesH4872 gesprokenH1696 had, alzoH3651 dedenH6213 de kinderenH1121 IsraelsH3478. En de kinderen Israels deden alzo, en zonden hen tot buiten het leger; gelijk de HEERE tot Mozes gesproken had, alzo deden de kinderen Israels.

KJV And the children3 of Israel4 did so,1 and put them out5 without8 the camp:9 as the LORD12 spake11 unto Moses,14 so did16 the children17 of Israel.

1 וַיַּֽעֲשׂוּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 כֵן֙ H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 3 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 וַיְשַׁלְּח֣וּ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 6 אוֹתָ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 מִח֖וּץ H2351 buiten, straten, straat abroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without 9 לַֽמַּחֲנֶ֑ה H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 10 כַּאֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 דִּבֶּ֤ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 12 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 מֹשֶׁ֔ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 15 כֵּ֥ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 16 עָשׂ֖וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 17 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 18 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Verder sprakH1696 de HEEREH3068 totH413 MozesH4872, zeggendeH559: Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

KJV And the LORD2 spake1 unto Moses,4 saying,

1 וַיְדַבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֥ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 לֵּאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Spreek tot de kinderen Israels: wanneer een man of een vrouw iets van enige menselijke zonden gedaan zullen hebben, overtreden hebbende door overtreding tegen den HEERE, zo is diezelve ziel schuldig.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 SpreekH1696 totH413 de kinderenH1121 IsraelsH3478: wanneer een manH376 ofH176 een vrouwH802 iets van enige menselijkeH120 zondenH2403 gedaanH6213 zullen hebben, overtredenH4603 hebbende door overtredingH4604 tegen den HEEREH3068, zo is diezelve zielH5315 schuldigH816. Spreek tot de kinderen Israels: wanneer een man of een vrouw iets van enige menselijke zonden gedaan zullen hebben, overtreden hebbende door overtreding tegen den HEERE, zo is diezelve ziel schuldig.

KJV Speak1 unto the children3 of Israel,4 When a man5 or woman7 shall commit9 any sin11 that men12 commit,13 to do a trespass14 against the LORD,15 and that person17 be guilty;

1 דַּבֵּר֮ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יִשְׂרָאֵל֒ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 6 אֽוֹ H176 of also, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether 7 אִשָּׁ֗ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 8 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 יַעֲשׂוּ֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 מִכָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 חַטֹּ֣את H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 12 הָֽאָדָ֔ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 13 לִמְעֹ֥ל H4603 overtreden, begaan, overtrad transgress, (commit, do a) trespass(-ing) 14 מַ֖עַל H4604 overtreding, overtreden, overtredingen falsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very 15 בַּיהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 וְאָֽשְׁמָ֖ה H816 schuldig, verwoest, schuld [idiom] certainly, be(-come, made) desolate, destroy, [idiom] greatly, be(-come, found, hold) guilty, offend (acknowledge offence), trespass 17 הַנֶּ֥פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 18 הַהִֽוא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En zij zullen hun zonde, welke zij gedaan hebben, belijden; daarna zal hij zijn schuld weder uitkeren, naar de hoofdsom daarvan, en derzelver vijfde deel zal hij daarboven toedoen, en zal het dien geven, aan wien hij zich verschuldigd heeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En zij zullen hun zondeH2403, welkeH834 zij gedaanH6213 hebben, belijdenH3034; daarna zal hij zijn schuldH817 weder uitkerenH7725, naar de hoofdsomH7218 daarvan, en derzelver vijfdeH2549 deel zal hij daarboven toedoenH3254, en zal het dienH834 gevenH5414, aanH5921 wien hij zich verschuldigdH816 heeft. En zij zullen hun zonde, welke zij gedaan hebben, belijden; daarna zal hij zijn schuld weder uitkeren, naar de hoofdsom daarvan, en derzelver vijfde deel zal hij daarboven toedoen, en zal het dien geven, aan wien hij zich verschuldigd heeft.

KJV Then they shall confess1 their sin3 which they have done:5 and he shall recompense6 his trespass8 with the principal9 thereof, and add11 unto it the fifth10 part thereof, and give13 it unto him against whom he hath trespassed.

1 וְהִתְוַדּ֗וּ H3034 loven, Looft, belijden cast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving) 2 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 חַטָּאתָם֮ H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 4 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 עָשׂוּ֒ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 וְהֵשִׁ֤יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 אֲשָׁמוֹ֙ H817 schuldoffer, schuldoffers, schuld guiltiness, (offering for) sin, trespass (offering) 9 בְּרֹאשׁ֔וֹ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 10 וַחֲמִישִׁת֖וֹ H2549 vijfde, vijfden, vijfde deel fifth (part) 11 יֹסֵ֣ף H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 12 עָלָ֑יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 וְנָתַ֕ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 14 לַאֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 אָשַׁ֥ם H816 schuldig, verwoest, schuld [idiom] certainly, be(-come, made) desolate, destroy, [idiom] greatly, be(-come, found, hold) guilty, offend (acknowledge offence), trespass 16 לֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Maar zo die man geen losser zal hebben, om de schuld aan hem weder uit te keren, zal die schuld, welken den HEERE weder uitgekeerd wordt, des priesters zijn; behalve den ram der verzoening, met welken hij voor hem verzoening doen zal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Maar zoH518 die manH376 geenH369 losserH1350 zal hebben, om de schuldH817 aan hem weder uit te kerenH7725, zal die schuldH817, welken den HEEREH3068 weder uitgekeerdH7725 wordt, des priestersH3548 zijn; behalve den ramH352 der verzoening, met welken hij voor hem verzoening doen zal. Maar zo die man geen losser zal hebben, om de schuld aan hem weder uit te keren, zal die schuld, welken den HEERE weder uitgekeerd wordt, des priesters zijn; behalve den ram der verzoening, met welken hij voor hem verzoening doen zal.

Ook in dit vers verzoeningH3722 verzoeningH3725

KJV But if the man3 have no kinsman4 to recompense5 the trespass6 unto, let the trespass8 be recompensed9 unto the LORD,10 even to the priest;11 beside the ram13 of the atonement,14 whereby an atonement shall be made

1 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 אֵ֨ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 3 לָאִ֜ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 גֹּאֵ֗ל H1350 Verlosser, lossen, verlost [idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger 5 לְהָשִׁ֤יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 6 הָאָשָׁם֙ H817 schuldoffer, schuldoffers, schuld guiltiness, (offering for) sin, trespass (offering) 7 אֵלָ֔יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 הָאָשָׁ֛ם H817 schuldoffer, schuldoffers, schuld guiltiness, (offering for) sin, trespass (offering) 9 הַמּוּשָׁ֥ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 10 לַיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 לַכֹּהֵ֑ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 12 מִלְּבַ֗ד H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 13 אֵ֚יל H352 ram, rammen, posten mighty (man), lintel, oak, post, ram, tree 14 הַכִּפֻּרִ֔ים H3725 verzoeningen, verzoening atonement 15 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 יְכַפֶּר H3722 verzoening, verzoenen, verzoend appease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation) 17 בּ֖וֹ 18 עָלָֽיו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Desgelijks zal alle heffing van alle geheiligde dingen der kinderen Israels, welke zij tot den priester brengen, zijne zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Desgelijks zal alle heffingH8641 van alleH3605 geheiligdeH6944 dingen der kinderenH1121 IsraelsH3478, welkeH834 zij tot den priesterH3548 brengenH7126, zijne zijn. Desgelijks zal alle heffing van alle geheiligde dingen der kinderen Israels, welke zij tot den priester brengen, zijne zijn.

KJV And every offering2 of all the holy things4 of the children5 of Israel,6 which they bring8 unto the priest,

1 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 תְּרוּמָ֞ה H8641 hefoffer, hefofferen, heffing gift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing) 3 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 קָדְשֵׁ֧י H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 5 בְנֵי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 יִשְׂרָאֵ֛ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 יַקְרִ֥יבוּ H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 9 לַכֹּהֵ֖ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 10 ל֥וֹ 11 יִהְיֶֽה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En een ieders geheiligde dingen zullen zijne zijn; wat iemand den priester zal gegeven hebben, zal zijne zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En een iedersH376 geheiligdeH6944 dingen zullen zijne zijnH1961; watH834 iemandH376 den priesterH3548 zal gegevenH5414 hebben, zal zijne zijnH1961. En een ieders geheiligde dingen zullen zijne zijn; wat iemand den priester zal gegeven hebben, zal zijne zijn.

KJV And every man's1 hallowed things3 shall be his: whatsoever any man6 giveth8 the priest,

1 וְאִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 קֳדָשָׁ֖יו H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 4 ל֣וֹ 5 יִהְי֑וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 אִ֛ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 יִתֵּ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 לַכֹּהֵ֖ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 10 ל֥וֹ 11 יִהְיֶֽה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Wijders sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Wijders sprakH1696 de HEEREH3068 totH413 MozesH4872, zeggendeH559: Wijders sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

KJV And the LORD2 spake1 unto Moses,4 saying,

1 וַיְדַבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֥ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 לֵּאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer van iemand zijn huisvrouw zal afgeweken zijn, en door overtreding tegen hem overtreden zal hebben;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 SpreekH1696 totH413 de kinderenH1121 IsraelsH3478, en zegH559 totH413 hen: Wanneer van iemandH376 zijn huisvrouwH802 zal afgewekenH7847 zijn, en door overtredingH4604 tegen hem overtredenH4603 zal hebben; Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer van iemand zijn huisvrouw zal afgeweken zijn, en door overtreding tegen hem overtreden zal hebben;

KJV Speak1 unto the children3 of Israel,4 and say5 unto them, If any7 man's8 wife11 go aside,10 and commit12 a trespass

1 דַּבֵּר֙ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 וְאָמַרְתָּ֖ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 אֲלֵהֶ֑ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 אִישׁ֙ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 תִשְׂטֶ֣ה H7847 afgeweken, wijk, wijken decline, go aside, turn 11 אִשְׁתּ֔וֹ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 12 וּמָעֲלָ֥ה H4603 overtreden, begaan, overtrad transgress, (commit, do a) trespass(-ing) 13 ב֖וֹ 14 מָֽעַל H4604 overtreding, overtreden, overtredingen falsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Dat een man bij haar door bijligging des zaads zal gelegen hebben, en het voor de ogen haars mans zal verborgen zijn, en zij zich verheeld zal hebben, zijnde nochtans onrein geworden; en geen getuige tegen haar is, en zij niet betrapt is;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Dat een manH376 bij haar door bijliggingH7902 des zaadsH2233 zal gelegenH7901 hebben, en het voor de ogenH5869 haars mansH376 zal verborgenH5956 zijn, en zij zich verheeldH5641 zal hebben, zijnde nochtans onreinH2930 geworden; en geen getuigeH5707 tegen haar is, en zijH1931 niet betraptH8610 is; Dat een man bij haar door bijligging des zaads zal gelegen hebben, en het voor de ogen haars mans zal verborgen zijn, en zij zich verheeld zal hebben, zijnde nochtans onrein geworden; en geen getuige tegen haar is, en zij niet betrapt is;

KJV And a man2 lie1 with her carnally,4 and it be hid6 from the eyes7 of her husband,8 and be kept close,9 and she be defiled,11 and there be no witness12 against her, neither she be taken

1 וְשָׁכַ֨ב H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 2 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 אֹתָהּ֮ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 שִׁכְבַת H7902 bijligging, bijliggens, lag [idiom] carnally, copulation, [idiom] lay, seed 5 זֶרַע֒ H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 6 וְנֶעְלַם֙ H5956 verborgen, verbergen, verbergt [idiom] any ways, blind, dissembler, hide (self), secret (thing) 7 מֵעֵינֵ֣י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 8 אִישָׁ֔הּ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 וְנִסְתְּרָ֖ה H5641 verborgen, verbergen, verbergt be absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely 10 וְהִ֣יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 11 נִטְמָ֑אָה H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 12 וְעֵד֙ H5707 getuige, getuigen, Getuige witness 13 אֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 14 בָּ֔הּ 15 וְהִ֖וא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 16 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 נִתְפָּֽשָׂה H8610 gegrepen, grepen, handelen catch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En de ijvergeest over hem gekomen is, dat hij ijvert over zijn huisvrouw, dewijl zij onrein geworden is; of dat over hem de ijvergeest gekomen is, dat hij over zijn huisvrouw ijvert, hoewel zij niet onrein geworden is;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En de ijvergeestH7307 overH5921 hem gekomen is, dat hij ijvertH7065 over zijn huisvrouwH802, dewijl zijH1931 onreinH2930 geworden is; ofH176 dat overH5921 hem de ijvergeestH7307 gekomen is, dat hij over zijn huisvrouwH802 ijvertH7065, hoewel zij nietH3808 onreinH2930 geworden is; En de ijvergeest over hem gekomen is, dat hij ijvert over zijn huisvrouw, dewijl zij onrein geworden is; of dat over hem de ijvergeest gekomen is, dat hij over zijn huisvrouw ijvert, hoewel zij niet onrein geworden is;

KJV And the spirit3 of jealousy4 come1 upon him, and he be jealous5 of his wife,7 and she be defiled:9 or if the spirit13 of jealousy14 come11 upon him, and he be jealous15 of his wife,17 and she be not defiled:

1 וְעָבַ֨ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 2 עָלָ֧יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 רֽוּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 4 קִנְאָ֛ה H7068 ijver, ijveringen, ijvers envy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal 5 וְקִנֵּ֥א H7065 geijverd, nijdig, benijdden (be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous) 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 אִשְׁתּ֖וֹ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 8 וְהִ֣וא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 9 נִטְמָ֑אָה H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 10 אוֹ H176 of also, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether 11 עָבַ֨ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 12 עָלָ֤יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 רֽוּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 14 קִנְאָה֙ H7068 ijver, ijveringen, ijvers envy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal 15 וְקִנֵּ֣א H7065 geijverd, nijdig, benijdden (be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous) 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 אִשְׁתּ֔וֹ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 18 וְהִ֖יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 19 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 20 נִטְמָֽאָה H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Dan zal die man zijn huisvrouw tot den priester brengen, en zal haar offerande voor haar medebrengen, een tiende deel van een efa gerstemeel; hij zal geen olie daarop gieten, noch wierook daarop leggen, dewijl het een spijsoffer der ijveringen is, een spijsoffer der gedachtenis, dat de ongerechtigheid in gedachtenis brengt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Dan zal die manH376 zijn huisvrouwH802 totH413 den priesterH3548 brengenH935, en zal haar offerandeH7133 voor haar medebrengenH935, een tiendeH6224 deel van een efaH374 gerstemeelH8184; hij zal geenH3808 olieH8081 daarop gietenH3332, nochH3808 wierookH3828 daarop leggenH5414, dewijlH3588 het een spijsofferH4503 der ijveringenH7068 is, een spijsofferH4503 der gedachtenis, dat de ongerechtigheidH5771 in gedachtenis brengt. Dan zal die man zijn huisvrouw tot den priester brengen, en zal haar offerande voor haar medebrengen, een tiende deel van een efa gerstemeel; hij zal geen olie daarop gieten, noch wierook daarop leggen, dewijl het een spijsoffer der ijveringen is, een spijsoffer der gedachtenis, dat de ongerechtigheid in gedachtenis brengt.

Ook in dit vers gedachtenisH2142 gedachtenisH2146

KJV Then shall the man2 bring1 his wife4 unto the priest,6 and he shall bring7 her offering9 for her, the tenth11 part of an ephah12 of barley14 meal;13 he shall pour16 no oil18 upon it, nor put20 frankincense22 thereon; for it is an offering24 of jealousy,25 an offering27 of memorial,28 bringing29 iniquity30 to remembrance.

1 וְהֵבִ֨יא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 הָאִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 אִשְׁתּוֹ֮ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 הַכֹּהֵן֒ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 7 וְהֵבִ֤יא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 קָרְבָּנָהּ֙ H7133 offerande, offeranden, offer oblation, that is offered, offering 10 עָלֶ֔יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 עֲשִׂירִ֥ת H6224 tiende, tienden tenth (part) 12 הָאֵיפָ֖ה H374 efa, tweeerlei ephah, (divers) measure(-s) 13 קֶ֣מַח H7058 meel, meels flour, meal 14 שְׂעֹרִ֑ים H8184 gerst, gersteoogst, gerstekoek barley 15 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 יִצֹ֨ק H3332 goot, gieten, gegoten cast, cleave fast, be (as) firm, grow, be hard, lay out, molten, overflow, pour (out), run out, set down, stedfast 17 עָלָ֜יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 שֶׁ֗מֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 19 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 20 יִתֵּ֤ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 21 עָלָיו֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 22 לְבֹנָ֔ה H3828 wierook (frank-) incense 23 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 24 מִנְחַ֤ת H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 25 קְנָאֹת֙ H7068 ijver, ijveringen, ijvers envy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal 26 ה֔וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 27 מִנְחַ֥ת H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 28 זִכָּר֖וֹן H2146 gedachtenis, gedachtenissen, gedenkteken memorial, record 29 מַזְכֶּ֥רֶת H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 30 עָוֺֽן H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En de priester zal haar doen naderen; hij zal haar stellen voor het aangezicht des HEEREN.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En de priesterH3548 zal haar doen naderenH7126; hij zal haar stellenH5975 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068. En de priester zal haar doen naderen; hij zal haar stellen voor het aangezicht des HEEREN.

KJV And the priest3 shall bring her near,1 and set4 her before5 the LORD:

1 וְהִקְרִ֥יב H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 2 אֹתָ֖הּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַכֹּהֵ֑ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 4 וְהֶֽעֱמִדָ֖הּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 5 לִפְנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En de priester zal heilig water in een aarden vat nemen; en van het stof, hetwelk op den vloer des tabernakels is, zal de priester nemen, en in het water doen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En de priesterH3548 zal heiligH6918 waterH4325 in een aardenH2789 vatH3627 nemenH3947; en vanH4480 het stofH6083, hetwelkH834 op den vloerH7172 des tabernakelsH4908 isH1961, zal de priesterH3548 nemenH3947, en in het waterH4325 doen. En de priester zal heilig water in een aarden vat nemen; en van het stof, hetwelk op den vloer des tabernakels is, zal de priester nemen, en in het water doen.

KJV And the priest2 shall take1 holy4 water3 in an earthen6 vessel;5 and of the dust8 that is in the floor11 of the tabernacle12 the priest14 shall take,13 and put15 it into the water:

1 וְלָקַ֧ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 הַכֹּהֵ֛ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 3 מַ֥יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 4 קְדֹשִׁ֖ים H6918 heilig, Heilige, heilige holy (One), saint 5 בִּכְלִי H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 6 חָ֑רֶשׂ H2789 aarden, potscherf, scherven earth(-en), (pot-) sherd, [phrase] stone 7 וּמִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 8 הֶֽעָפָ֗ר H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 9 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 יִהְיֶה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 בְּקַרְקַ֣ע H7172 vloer, grond bottom, ([idiom] one side of the) floor 12 הַמִּשְׁכָּ֔ן H4908 tabernakel, tabernakels, woningen dwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent 13 יִקַּ֥ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 14 הַכֹּהֵ֖ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 15 וְנָתַ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 16 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 17 הַמָּֽיִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Daarna zal de priester de vrouw voor het aangezicht des HEEREN stellen, en zal het hoofd van de vrouw ontbloten, en zal het spijsoffer der gedachtenis op haar handen leggen, hetwelk het spijsoffer der ijveringen is; en in de hand des priesters zal dat bitter water zijn, hetwelk den vloek medebrengt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Daarna zal de priesterH3548 de vrouwH802 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068 stellenH5975, en zal het hoofdH7218 van de vrouwH802 ontblotenH6544, en zal het spijsofferH4503 der gedachtenisH2146 opH5921 haar handenH3709 leggenH5414, hetwelk het spijsofferH4503 der ijveringenH7068 is; en in de handH3027 des priestersH3548 zal dat bitterH4751 waterH4325 zijn, hetwelk den vloek medebrengtH779. Daarna zal de priester de vrouw voor het aangezicht des HEEREN stellen, en zal het hoofd van de vrouw ontbloten, en zal het spijsoffer der gedachtenis op haar handen leggen, hetwelk het spijsoffer der ijveringen is; en in de hand des priesters zal dat bitter water zijn, hetwelk den vloek medebrengt.

KJV And the priest2 shall set1 the woman4 before5 the LORD,6 and uncover7 the woman's10 head,9 and put11 the offering15 of memorial16 in her hands,13 which is the jealousy18 offering:17 and the priest21 shall have in his hand20 the bitter24 water23 that causeth the curse:

1 וְהֶעֱמִ֨יד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 הַכֹּהֵ֥ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 3 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הָאִשָּׁה֮ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 5 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 יְהוָה֒ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 וּפָרַע֙ H6544 ontbloot, ontbloten, verwerpt avenge, avoid, bare, go back, let, (make) naked, set at nought, perish, refuse, uncover 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 רֹ֣אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 10 הָֽאִשָּׁ֔ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 11 וְנָתַ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 כַּפֶּ֗יהָ H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 14 אֵ֚ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 מִנְחַ֣ת H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 16 הַזִּכָּר֔וֹן H2146 gedachtenis, gedachtenissen, gedenkteken memorial, record 17 מִנְחַ֥ת H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 18 קְנָאֹ֖ת H7068 ijver, ijveringen, ijvers envy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal 19 הִ֑וא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 20 וּבְיַ֤ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 21 הַכֹּהֵן֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 22 יִהְי֔וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 23 מֵ֥י H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 24 הַמָּרִ֖ים H4751 bitter, bitterheid, bitterlijk [phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy 25 הַמְאָֽרֲרִֽים H779 Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt [idiom] bitterly curse
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En de priester zal haar beedigen, en zal tot die vrouw zeggen: Indien iemand bij u gelegen heeft, en indien gij, onder uw man zijnde, niet afgeweken zijt tot onreinigheid, wees vrij van dit bitter water, hetwelk den vloek medebrengt!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En de priesterH3548 zal haar beedigenH7650, en zal totH413 die vrouwH802 zeggenH559: IndienH518 iemandH376 bij u gelegenH7901 heeft, en indienH518 gij, onderH8478 uw manH376 zijnde, nietH3808 afgewekenH7847 zijt tot onreinigheidH2932, wees vrijH5352 van ditH428 bitterH4751 waterH4325, hetwelk den vloek medebrengtH779! En de priester zal haar beedigen, en zal tot die vrouw zeggen: Indien iemand bij u gelegen heeft, en indien gij, onder uw man zijnde, niet afgeweken zijt tot onreinigheid, wees vrij van dit bitter water, hetwelk den vloek medebrengt!

KJV And the priest3 shall charge her by an oath,1 and say4 unto the woman,6 If no man10 have lain9 with thee, and if thou hast not gone aside14 to uncleanness15 with another instead of thy husband,17 be thou free18 from this bitter20 water19 that causeth the curse:

1 וְהִשְׁבִּ֨יעַ H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 2 אֹתָ֜הּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַכֹּהֵ֗ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 4 וְאָמַ֤ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 הָֽאִשָּׁה֙ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 7 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 8 לֹ֨א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 שָׁכַ֥ב H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 10 אִישׁ֙ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 אֹתָ֔ךְ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 13 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 שָׂטִ֛ית H7847 afgeweken, wijk, wijken decline, go aside, turn 15 טֻמְאָ֖ה H2932 onreinigheid, onreinigheden, onreins filthiness, unclean(-ness) 16 תַּ֣חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 17 אִישֵׁ֑ךְ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 18 הִנָּקִ֕י H5352 onschuldig, onschuldig houden, rein acquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly 19 מִמֵּ֛י H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 20 הַמָּרִ֥ים H4751 bitter, bitterheid, bitterlijk [phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy 21 הַֽמְאָרֲרִ֖ים H779 Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt [idiom] bitterly curse 22 הָאֵֽלֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Maar zo gij, onder uw man zijnde, afgeweken zijt, en zo gij onrein geworden zijt, dat een man bij u gelegen heeft, behalve uw man:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Maar zo gij, onderH8478 uw manH376 zijnde, afgewekenH7847 zijt, en zo gij onreinH2930 geworden zijt, dat een manH376 bij u gelegen heeft, behalve uw manH376: Maar zo gij, onder uw man zijnde, afgeweken zijt, en zo gij onrein geworden zijt, dat een man bij u gelegen heeft, behalve uw man:

Ook in dit vers bijgelegenH7903

KJV But if thou hast gone aside3 to another instead of thy husband,5 and if thou be defiled,7 and some man9 have8 lain12 with thee beside13 thine husband:

1 וְאַ֗תְּ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 שָׂטִ֛ית H7847 afgeweken, wijk, wijken decline, go aside, turn 4 תַּ֥חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 5 אִישֵׁ֖ךְ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 6 וְכִ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 נִטְמֵ֑את H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 8 וַיִּתֵּ֨ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 10 בָּךְ֙ 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 שְׁכָבְתּ֔וֹ H7903 bijgelegen, liggen [idiom] lie 13 מִֽבַּלְעֲדֵ֖י H1107 zonder, behalve, buiten beside, not (in), save, without 14 אִישֵֽׁךְ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 (Dan zal de priester die vrouw met den eed der vervloeking beedigen, en de priester zal tot die vrouw zeggen:) De HEERE zette u tot een vloek, en tot een eed, in het midden uws volks, mits dat de HEERE uw heup vervallende, en uw buik zwellende make;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 (Dan zal de priesterH3548 die vrouwH802 met den eedH7621 der vervloeking beedigen, en de priester zal tot die vrouw zeggenH559:) De HEEREH3068 zetteH5414 u tot een vloekH423, en tot een eed, in het middenH8432 uws volksH5971, mits dat de HEEREH3068 uw heupH3409 vervallendeH5307, en uw buikH990 zwellendeH6639 makeH5414; (Dan zal de priester die vrouw met den eed der vervloeking beedigen, en de priester zal tot die vrouw zeggen:) De HEERE zette u tot een vloek, en tot een eed, in het midden uws volks, mits dat de HEERE uw heup vervallende, en uw buik zwellende make;

KJV Then the priest2 shall charge1 the woman4 with an oath5 of cursing,6 and the priest8 shall say7 unto the woman,9 The LORD11 make10 thee a curse13 and an oath14 among15 thy people,16 when the LORD18 doth make17 thy thigh20 to rot,21 and thy belly23 to swell;

1 וְהִשְׁבִּ֨יעַ H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 2 הַכֹּהֵ֥ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 3 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הָֽאִשָּׁה֮ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 5 בִּשְׁבֻעַ֣ת H7621 eed, eeds, eden curse, oath, [idiom] sworn 6 הָאָלָה֒ H423 vloek, eed, eed vloeks curse, cursing, execration, oath, swearing 7 וְאָמַ֤ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 הַכֹּהֵן֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 9 לָֽאִשָּׁ֔ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 10 יִתֵּ֨ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 11 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 אוֹתָ֛ךְ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 לְאָלָ֥ה H423 vloek, eed, eed vloeks curse, cursing, execration, oath, swearing 14 וְלִשְׁבֻעָ֖ה H7621 eed, eeds, eden curse, oath, [idiom] sworn 15 בְּת֣וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 16 עַמֵּ֑ךְ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 17 בְּתֵ֨ת H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 18 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 19 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 יְרֵכֵךְ֙ H3409 heup, schacht, dij [idiom] body, loins, shaft, side, thigh 21 נֹפֶ֔לֶת H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 22 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 23 בִּטְנֵ֖ךְ H990 buik, buiks, binnenste belly, body, [phrase] as they be born, [phrase] within, womb 24 צָבָֽה H6639 zwellende swell
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Dat ditzelve water, hetwelk de vervloeking medebrengt, in uw ingewand inga, om den buik te doen zwellen, en de heup te doen vervallen! Dan zal die vrouw zeggen: Amen, amen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Dat ditzelve waterH4325, hetwelk de vervloeking medebrengtH779, in uw ingewandH4578 ingaH935, om den buikH990 te doen zwellenH6638, en de heupH3409 te doen vervallenH5307! Dan zal dieH428 vrouwH802 zeggenH559: AmenH543, amenH543! Dat ditzelve water, hetwelk de vervloeking medebrengt, in uw ingewand inga, om den buik te doen zwellen, en de heup te doen vervallen! Dan zal die vrouw zeggen: Amen, amen!

KJV And this water2 that causeth the curse3 shall go1 into thy bowels,5 to make thy belly7 to swell,6 and thy thigh9 to rot:8 And the woman11 shall say,10 Amen,12 amen.

1 וּ֠בָאוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 הַמַּ֨יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 3 הַמְאָרְרִ֤ים H779 Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt [idiom] bitterly curse 4 הָאֵ֨לֶּה֙ H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 5 בְּֽמֵעַ֔יִךְ H4578 ingewand, ingewanden, lijf belly, bowels, [idiom] heart, womb 6 לַצְבּ֥וֹת H6638 zwellen, strijden fight swell 7 בֶּ֖טֶן H990 buik, buiks, binnenste belly, body, [phrase] as they be born, [phrase] within, womb 8 וְלַנְפִּ֣ל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 9 יָרֵ֑ךְ H3409 heup, schacht, dij [idiom] body, loins, shaft, side, thigh 10 וְאָמְרָ֥ה H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 הָאִשָּׁ֖ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 12 אָמֵ֥ן H543 Amen, amen, waarheid Amen, so be it, truth 13 אָמֵֽן H543 Amen, amen, waarheid Amen, so be it, truth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Daarna zal de priester deze zelfde vloeken op een cedeltje schrijven, en hij zal het met het bitter water uitdoen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Daarna zal de priesterH3548 dezeH428 zelfde vloekenH423 op een cedeltjeH5612 schrijvenH3789, en hij zal het met het bitterH4751 waterH4325 uitdoenH4229. Daarna zal de priester deze zelfde vloeken op een cedeltje schrijven, en hij zal het met het bitter water uitdoen.

KJV And the priest5 shall write1 these curses3 in a book,6 and he shall blot7 them out with the bitter10 water:

1 וְ֠כָתַב H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הָאָלֹ֥ת H423 vloek, eed, eed vloeks curse, cursing, execration, oath, swearing 4 הָאֵ֛לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 5 הַכֹּהֵ֖ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 6 בַּסֵּ֑פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 7 וּמָחָ֖ה H4229 uitgedelgd, delg, verdelgen abolish, blot out, destroy, full of marrow, put out, reach unto, [idiom] utterly, wipe (away, out) 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 מֵ֥י H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 10 הַמָּרִֽים H4751 bitter, bitterheid, bitterlijk [phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En hij zal die vrouw dat bitter water, hetwelk de vervloeking medebrengt, te drinken geven, dat het water, hetwelk de vervloeking medebrengt, in haar tot bitterheden inga.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En hij zal die vrouwH802 dat bitterH4751 waterH4325, hetwelk de vervloeking medebrengtH779, te drinkenH8248 geven, dat het waterH4325, hetwelk de vervloeking medebrengtH779, in haar tot bitterhedenH4751 ingaH935. En hij zal die vrouw dat bitter water, hetwelk de vervloeking medebrengt, te drinken geven, dat het water, hetwelk de vervloeking medebrengt, in haar tot bitterheden inga.

KJV And he shall cause the woman3 to drink1 the bitter6 water5 that causeth the curse:7 and the water10 that causeth the curse11 shall enter8 into her, and become bitter.

1 וְהִשְׁקָה֙ H8248 drinken, drenken, schenkers cause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הָ֣אִשָּׁ֔ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 מֵ֥י H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 6 הַמָּרִ֖ים H4751 bitter, bitterheid, bitterlijk [phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy 7 הַמְאָֽרֲרִ֑ים H779 Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt [idiom] bitterly curse 8 וּבָ֥אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 בָ֛הּ 10 הַמַּ֥יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 11 הַֽמְאָרֲרִ֖ים H779 Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt [idiom] bitterly curse 12 לְמָרִֽים H4751 bitter, bitterheid, bitterlijk [phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En de priester zal uit de hand van die vrouw het spijsoffer der ijveringen nemen, en hij zal datzelve spijsoffer voor het aangezicht des HEEREN bewegen, en zal dat op het altaar offeren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En de priesterH3548 zal uit de handH3027 van die vrouwH802 het spijsofferH4503 der ijveringenH7068 nemenH3947, en hij zal datzelve spijsofferH4503 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068 bewegenH5130, en zal dat op het altaarH4196 offerenH7126. En de priester zal uit de hand van die vrouw het spijsoffer der ijveringen nemen, en hij zal datzelve spijsoffer voor het aangezicht des HEEREN bewegen, en zal dat op het altaar offeren.

KJV Then the priest2 shall take1 the jealousy7 offering6 out of the woman's4 hand,3 and shall wave8 the offering10 before11 the LORD,12 and offer13 it upon the altar:

1 וְלָקַ֤ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 הַכֹּהֵן֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 3 מִיַּ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 4 הָֽאִשָּׁ֔ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 5 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 מִנְחַ֣ת H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 7 הַקְּנָאֹ֑ת H7068 ijver, ijveringen, ijvers envy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal 8 וְהֵנִ֤יף H5130 bewegen, bewoog, bewogen lift up, move, offer, perfume, send, shake, sift, strike, wave 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הַמִּנְחָה֙ H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 11 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 12 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 וְהִקְרִ֥יב H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 14 אֹתָ֖הּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 16 הַמִּזְבֵּֽחַ H4196 altaar, altaren, altaars altar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 De priester zal ook van dat spijsoffer, deszelfs gedenkoffer, een handvol grijpen, en zal het op het altaar aansteken; en daarna zal hij dat water die vrouw te drinken geven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 De priesterH3548 zal ook vanH4480 dat spijsofferH4503, deszelfs gedenkofferH234, een handvol grijpenH7061, en zal het op het altaarH4196 aanstekenH6999; en daarnaH310 zal hij dat waterH4325 die vrouwH802 te drinkenH8248 geven. De priester zal ook van dat spijsoffer, deszelfs gedenkoffer, een handvol grijpen, en zal het op het altaar aansteken; en daarna zal hij dat water die vrouw te drinken geven.

KJV And the priest2 shall take an handful1 of the offering,4 even the memorial6 thereof, and burn7 it upon the altar,8 and afterward9 shall cause the woman12 to drink10 the water.

1 וְקָמַ֨ץ H7061 grijpen, handvol grijpen take an handful 2 הַכֹּהֵ֤ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 3 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 4 הַמִּנְחָה֙ H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 אַזְכָּ֣רָתָ֔הּ H234 gedenkoffer, gedachtenis memorial 7 וְהִקְטִ֖יר H6999 aansteken, roken, gerookt burn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice) 8 הַמִּזְבֵּ֑חָה H4196 altaar, altaren, altaars altar 9 וְאַחַ֛ר H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 10 יַשְׁקֶ֥ה H8248 drinken, drenken, schenkers cause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה) 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 הָאִשָּׁ֖ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 הַמָּֽיִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Als hij haar nu dat water zal te drinken gegeven hebben, het zal geschieden, indien zij onrein geworden is, en tegen haar man door overtreding zal overtreden hebben, dat het water, hetwelk vervloeking medebrengt, tot bitterheid in haar ingaan zal, en haar buik zwellen, en haar heup vervallen zal; en die vrouw zal in het midden van haar volk tot een vloek zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Als hij haar nu dat waterH4325 zal te drinkenH8248 gegeven hebben, het zal geschieden, indienH518 zij onreinH2930 geworden is, en tegen haar manH376 door overtredingH4604 zal overtredenH4603 hebben, dat het waterH4325, hetwelk vervloeking medebrengtH779, tot bitterheidH4751 in haar ingaanH935 zal, en haar buikH990 zwellenH6638, en haar heupH3409 vervallenH5307 zal; en die vrouwH802 zal in het middenH7130 van haar volkH5971 tot een vloekH423 zijn. Als hij haar nu dat water zal te drinken gegeven hebben, het zal geschieden, indien zij onrein geworden is, en tegen haar man door overtreding zal overtreden hebben, dat het water, hetwelk vervloeking medebrengt, tot bitterheid in haar ingaan zal, en haar buik zwellen, en haar heup vervallen zal; en die vrouw zal in het midden van haar volk tot een vloek zijn.

KJV And when he hath made her to drink1 the water,3 then it shall come to pass, that, if she be defiled,6 and have done7 trespass8 against her husband,9 that the water12 that causeth the curse13 shall enter10 into her, and become bitter,14 and her belly16 shall swell,15 and her thigh18 shall rot:17 and the woman20 shall be a curse21 among22 her people.

1 וְהִשְׁקָ֣הּ H8248 drinken, drenken, schenkers cause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַמַּ֗יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 4 וְהָיְתָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 אִֽם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 6 נִטְמְאָה֮ H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 7 וַתִּמְעֹ֣ל H4603 overtreden, begaan, overtrad transgress, (commit, do a) trespass(-ing) 8 מַ֣עַל H4604 overtreding, overtreden, overtredingen falsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very 9 בְּאִישָׁהּ֒ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 10 וּבָ֨אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 בָ֜הּ 12 הַמַּ֤יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 13 הַמְאָֽרֲרִים֙ H779 Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt [idiom] bitterly curse 14 לְמָרִ֔ים H4751 bitter, bitterheid, bitterlijk [phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy 15 וְצָבְתָ֣ה H6638 zwellen, strijden fight swell 16 בִטְנָ֔הּ H990 buik, buiks, binnenste belly, body, [phrase] as they be born, [phrase] within, womb 17 וְנָפְלָ֖ה H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 18 יְרֵכָ֑הּ H3409 heup, schacht, dij [idiom] body, loins, shaft, side, thigh 19 וְהָיְתָ֧ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 20 הָאִשָּׁ֛ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 21 לְאָלָ֖ה H423 vloek, eed, eed vloeks curse, cursing, execration, oath, swearing 22 בְּקֶ֥רֶב H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 23 עַמָּֽהּ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Doch indien de vrouw niet onrein geworden is, maar rein is, zo zal zij vrij zijn, en zal met zaad bezadigd worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Doch indien de vrouwH802 nietH3808 onreinH2930 geworden is, maar reinH2889 is, zo zal zijH1931 vrijH5352 zijn, en zal met zaadH2233 bezadigdH2232 worden. Doch indien de vrouw niet onrein geworden is, maar rein is, zo zal zij vrij zijn, en zal met zaad bezadigd worden.

KJV And if the woman4 be not defiled,3 but be clean;5 then she shall be free,7 and shall conceive8 seed.

1 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 נִטְמְאָה֙ H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 4 הָֽאִשָּׁ֔ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 5 וּטְהֹרָ֖ה H2889 rein, louter, reine clean, fair, pure(-ness) 6 הִ֑וא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 7 וְנִקְּתָ֖ה H5352 onschuldig, onschuldig houden, rein acquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly 8 וְנִזְרְעָ֥ה H2232 zaaien, gezaaid, bezaaien bear, conceive seed, set with sow(-er), yield 9 זָֽרַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Dit is de wet der ijveringen, als een vrouw, onder haar man zijnde, zal afgeweken en onrein geworden zijn;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 DitH2063 is de wetH8451 der ijveringenH7068, als een vrouwH802, onderH8478 haar manH376 zijnde, zal afgewekenH7847 en onreinH2930 geworden zijn; Dit is de wet der ijveringen, als een vrouw, onder haar man zijnde, zal afgeweken en onrein geworden zijn;

KJV This is the law2 of jealousies,3 when a wife6 goeth aside5 to another instead of her husband,8 and is defiled;

1 זֹ֥את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 2 תּוֹרַ֖ת H8451 wet, wetten, leer law 3 הַקְּנָאֹ֑ת H7068 ijver, ijveringen, ijvers envy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal 4 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 תִּשְׂטֶ֥ה H7847 afgeweken, wijk, wijken decline, go aside, turn 6 אִשָּׁ֛ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 7 תַּ֥חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 8 אִישָׁ֖הּ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 וְנִטְמָֽאָה H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Of als over en man die ijvergeest zal gekomen zijn, en hij over zijn huisvrouw zal geijverd hebben, dat hij de vrouw voor het aangezicht des HEEREN stelle, en de priester aan haar deze ganse wet volbrenge.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 OfH176 als over en manH376 dieH834 ijvergeestH7307 zal gekomen zijn, en hij over zijn huisvrouwH802 zal geijverdH7065 hebben, dat hij de vrouwH802 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068 stelleH5975, en de priesterH3548 aan haar dezeH2063 ganseH3605 wetH8451 volbrengeH6213. Of als over en man die ijvergeest zal gekomen zijn, en hij over zijn huisvrouw zal geijverd hebben, dat hij de vrouw voor het aangezicht des HEEREN stelle, en de priester aan haar deze ganse wet volbrenge.

KJV Or when the spirit6 of jealousy7 cometh4 upon him,2 and he be jealous8 over his wife,10 and shall set11 the woman13 before14 the LORD,15 and the priest18 shall execute16 upon her all this law.

1 א֣וֹ H176 of also, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether 2 אִ֗ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 תַּעֲבֹ֥ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 5 עָלָ֛יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 ר֥וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 7 קִנְאָ֖ה H7068 ijver, ijveringen, ijvers envy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal 8 וְקִנֵּ֣א H7065 geijverd, nijdig, benijdden (be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous) 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 אִשְׁתּ֑וֹ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 11 וְהֶעֱמִ֤יד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 הָֽאִשָּׁה֙ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 14 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 15 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 וְעָ֤שָׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 17 לָהּ֙ 18 הַכֹּהֵ֔ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 19 אֵ֥ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 21 הַתּוֹרָ֖ה H8451 wet, wetten, leer law 22 הַזֹּֽאת H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En de man zal van de ongerechtigheid onschuldig zijn; maar diezelve vrouw zal haar ongerechtigheid dragen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 En de manH376 zal van de ongerechtigheidH5771 onschuldigH5352 zijn; maar diezelve vrouwH802 zal haar ongerechtigheidH5771 dragenH5375. En de man zal van de ongerechtigheid onschuldig zijn; maar diezelve vrouw zal haar ongerechtigheid dragen.

KJV Then shall the man2 be guiltless1 from iniquity,3 and this5 woman4 shall bear6 her iniquity.

1 וְנִקָּ֥ה H5352 onschuldig, onschuldig houden, rein acquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly 2 הָאִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 מֵעָוֺ֑ן H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 4 וְהָאִשָּׁ֣ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 5 הַהִ֔וא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 6 תִּשָּׂ֖א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 עֲוֺנָֽהּ H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Numeri 5:2 Leviticus 21:1 Leviticus 13:46 Numeri 12:14 Numeri 9:6 Numeri 31:19 Deuteronomium 24:8 Numeri 19:11 Leviticus 15:2
Numeri 5:3 Leviticus 26:11 Deuteronomium 23:14 Psalmen 68:18 Numeri 19:22 2 Johannes 1:10 2 Korinthe 6:16 2 Thessalonicenzen 3:6 1 Koningen 7:3
Numeri 5:6 Leviticus 5:1 Leviticus 5:14
Numeri 5:7 Leviticus 5:5 Leviticus 26:40 Jozua 7:19 Spreuken 28:13 Lukas 19:8 Job 33:27 1 Johannes 1:8 Psalmen 32:5
Numeri 5:8 Leviticus 6:6 Leviticus 7:7 Leviticus 25:25
Numeri 5:9 Exodus 29:28 Numeri 18:19 Leviticus 7:6 Deuteronomium 18:3 Leviticus 6:17 Ezechiël 44:29 Leviticus 22:2 Leviticus 6:26
Numeri 5:10 Leviticus 10:13
Numeri 5:12 Numeri 5:19 Spreuken 2:16
Numeri 5:13 Leviticus 18:20 Leviticus 20:10 Spreuken 30:20 Spreuken 7:18
Numeri 5:14 Hooglied 8:6 Spreuken 6:34 Numeri 5:30 1 Korinthe 10:22 Sefanja 3:8
Numeri 5:15 Ezechiël 29:16 1 Koningen 17:18 Leviticus 5:11 Leviticus 2:1 Hosea 3:2 Hebreeën 10:3
Numeri 5:16 Jeremia 17:10 Leviticus 1:3 Openbaring 2:22 Hebreeën 13:4
Numeri 5:17 Klaagliederen 3:29 Johannes 8:6 Jeremia 17:13 Numeri 19:2 Johannes 8:8 Exodus 30:18 Job 2:12
Numeri 5:18 Openbaring 10:9 Hebreeën 13:4 Jeremia 2:19 Jesaja 38:17 Numeri 5:17 1 Korinthe 11:6 Numeri 5:24 Prediker 7:26
Numeri 5:19 Mattheüs 26:63 Romeinen 7:2 Numeri 5:12
Numeri 5:20 Numeri 5:12
Numeri 5:21 1 Samuël 14:24 Jozua 6:26 Nehemia 10:29 Jeremia 29:22 Mattheüs 26:74 Jesaja 65:15 Spreuken 10:7 2 Kronieken 21:15
Numeri 5:22 Psalmen 109:18 Deuteronomium 27:15 Psalmen 41:13 Psalmen 72:19 Ezechiël 3:3 Spreuken 1:31 Psalmen 7:4 Job 31:39
Numeri 5:23 Handelingen 3:19 Jesaja 44:22 Jesaja 43:25 Openbaring 20:12 Job 31:35 Deuteronomium 31:19 2 Kronieken 34:24 Exodus 17:14
Numeri 5:24 Maleachi 3:5 Zacharia 5:3
Numeri 5:25 Leviticus 8:27 Numeri 5:18 Numeri 5:15 Exodus 29:24
Numeri 5:26 Leviticus 2:9 Leviticus 2:2 Leviticus 5:12 Leviticus 6:15
Numeri 5:27 Jeremia 29:18 Jeremia 42:18 Zacharia 8:13 Deuteronomium 28:37 Jeremia 24:9 Jeremia 29:22 Jeremia 44:12 Jesaja 65:15
Numeri 5:28 2 Korinthe 4:17 Numeri 5:19 Psalmen 113:9 1 Petrus 1:7 Micha 7:7
Numeri 5:29 Numeri 5:19 Numeri 5:12 Leviticus 14:54 Leviticus 7:11 Numeri 5:15 Leviticus 13:59 Jesaja 5:7 Leviticus 11:46
Numeri 5:31 Leviticus 20:10 Romeinen 2:8 Numeri 9:13 Ezechiël 18:4 Psalmen 37:6 Leviticus 20:17
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Numeri 5 vers 2

vloeienden, Vergelijk Lev. 15:2.

Hertaald: vloeienden, Vergelijk Lev. 15:2.

een dode Hebreeuws, ziel. Zie Lev. 19:28.

Hertaald: een dode Hebreeuws: ziel. Zie Lev. 19:28.

Numeri 5 vers 3

Van den man tot de vrouw toe Dat is, hetzij man of vrouw.

Hertaald: Van den man tot de vrouw toe Dat is: hetzij man of vrouw.

zij niet Te weten, de andere Israëlieten.

Hertaald: zij niet Namelijk: de andere Israëlieten.

verontreinigen Te weten, door enigen van zulke onreinen onder hen te laten wonen.

Hertaald: verontreinigen Namelijk: door enige van zulke onreinen onder hen te laten wonen.

hun legers, Er waren [naar de mening van sommigen] drie legers: het leger des Heeren, hetwelk was de tabernakel; het leger der Levieten; het leger der Israëlieten. De melaatsen werden uit allen gesloten, de vloeienden uit de twee eersten.

Hertaald: hun legers, Er waren [volgens sommigen] drie kampen: het kamp van de HEERE, dat de tabernakel was; het kamp van de Levieten; het kamp van de Israëlieten. De melaatsen werden uit alle drie gesloten, de mensen met een vloeiing uit de eerste twee.

in welker midden Ik wone Dat is, wie Ik door mijn genade bijblijve, door mijn speciale voorzienigheid bewaar en bescherm, mitsgaders door mijn Geest en woord regeer en ter eeuwige zaligheid geleid. Vergelijk Lev. 26:11-12, met de aantekeningen en Ezech. 37:28; 2 Kor. 6:16.

Hertaald: in welker midden Ik wone Dat is: bij wie Ik door Mijn genade blijf, door Mijn bijzondere voorzienigheid bewaar en bescherm, en door Mijn Geest en Woord regeer en tot eeuwige zaligheid leid. Vergelijk Lev. 26:11-12, met de aantekeningen, en Ezech. 37:28; 2 Kor. 6:16.

Numeri 5 vers 6

menselijke zonden Hebreeuws, zonden des mensen. Versta, de zonde, die de mensen begaan uit menselijke zwakheid, voortkomende uit de aanklevende verdorvenheid der natuur. Vergelijk Lev. 5:2-3; en wordt dit vergrijp gesteld tegen de zonde, die uit moedwil geschiedt en met opgeheven hand, onder, Num. 15:30; of, versta, de zonde, die geschiedt naar de wijze der mensen, die van nature zeer tot de zonde genegen zijn. Anders, zonden des mensen; dat is, tegen enig mens of den naaste begaan.

Hertaald: menselijke zonden Hebreeuws: zonden van de mens. Versta: de zonde die mensen begaan uit menselijke zwakheid, voortkomend uit de aanklevende verdorvenheid van de natuur. Vergelijk Lev. 5:2-3; en dit vergrijp wordt gesteld tegenover de zonde die met opzet en met opgeheven hand gebeurt, hieronder, Num. 15:30; of versta: de zonde die op de manier van de mensen gebeurt, die van nature sterk tot de zonde geneigd zijn. Ook mogelijk: zonden van de mens; dat is: begaan tegen een medemens of de naaste.

ziel schuldig Dat is, persoon. Zie Gen. 12:5.

Hertaald: ziel schuldig Dat is: persoon. Zie Gen. 12:5.

Numeri 5 vers 7

belijden; Te weten, voor den priester, als die de offerande doen moest en het goed van des Heeren wege mocht tot zich trekken, geen losser voorhanden zijnde, vs.8, en vergelijk Lev. 5:5-6, Lev. 5:10-13.

Hertaald: belijden; Namelijk: voor de priester, die het offer moest brengen en het goed namens de HEERE mocht ontvangen, als er geen losser voorhanden was, vers 8, en vergelijk Lev. 5:5-6, Lev. 5:10-13.

hij Te weten, de schuldige.

Hertaald: hij Namelijk: de schuldige.

schuld weder uitkeren, Dat is, hetgeen hij zijn naaste ontvreemd heeft, waarmede hij zich schuldig heeft gemaakt.

Hertaald: schuld weder uitkeren, Dat is: wat hij zijn naaste ontvreemd heeft, waarmee hij zich schuldig gemaakt heeft.

derzelver vijfde deel Te weten, om daarmede te vergelden de schade, die de eigenaar geleden heeft, zijnde beroofd geweest van het gebruik van zijn goed.

Hertaald: derzelver vijfde deel Namelijk: om daarmee de schade te vergoeden die de eigenaar geleden heeft door beroofd te zijn van het gebruik van zijn goed.

Numeri 5 vers 8

die man geen losser zal hebben, Te weten, aan welken het onrecht geschied is, zijnde dood, of geen bloedvriend, noch erfgenaam, noch iemand anders hebbende, die het goed zou mogen aanslaan, en wien men hetzelve zou wedergeven. In zulk een geval kwam het goed den Heere en in zijn plaats den priester toe.

Hertaald: die man geen losser zal hebben, Namelijk: aan wie het onrecht is aangedaan, zijnde overleden, of zonder bloedverwant, erfgenaam of iemand anders die het goed zou kunnen opeisen en aan wie het teruggegeven zou kunnen worden. In zo'n geval kwam het goed toe aan de HEERE en, in Zijn plaats, aan de priester.

Numeri 5 vers 9

heffing van alle geheiligde dingen Dit woord is hier niet in het bijzonder genomen, gesteld zijnde tegen beweegoffer, gelijk Ex. 29:27, maar in het algemeen voor de dingen, die door iemand den priester gegeven en alzo Gode toegeheiligd worden, en daarna niet tot enig ander gebruik mogen besteed worden dan gelijk bevolen is. Alzo Ex. 25:2; Num. 15:19; Neh. 10:39.

Hertaald: heffing van alle geheiligde dingen Dit woord wordt hier niet specifiek gebruikt, tegenover beweegoffer, zoals in Ex. 29:27, maar in het algemeen voor de dingen die door iemand aan de priester gegeven en zo aan God geheiligd worden, en die daarna voor geen ander gebruik mogen worden aangewend dan zoals bevolen is. Zo ook Ex. 25:2; Num. 15:19; Neh. 10:39.

zijne zijn Namelijk, van den priester; alzo in vs.10. Zie Lev. 6:16.

Hertaald: zijne zijn Namelijk: van de priester; zo ook in vers 10. Zie Lev. 6:16.

Numeri 5 vers 12

iemand zijn huisvrouw Hebreeuws, man man; boven Num. 4:19, enz.

Hertaald: iemand zijn huisvrouw Hebreeuws: man man; hierboven Num. 4:19.

zal afgeweken zijn, Te weten, naar het vermoeden en nadenken van haar man, die haar beschuldigt den band des huwelijks door overspel gebroken te hebben, en daarover met jaloersheid zo bevangen is, dat hij zich niet in zijn gemoed kan geruststellen.

Hertaald: zal afgeweken zijn, Namelijk: naar het vermoeden en de gedachten van haar man, die haar beschuldigt de huwelijksband door overspel gebroken te hebben, en daardoor zo door jaloezie bevangen is, dat hij innerlijk geen rust kan vinden.

Numeri 5 vers 13

door bijligging des zaads Zie deze zelfde manier van spreken Lev. 15:18, en Lev. 19:20.

Hertaald: door bijligging des zaads Zie dezelfde manier van spreken in Lev. 15:18 en Lev. 19:20.

onrein geworden; Te weten, door overspel.

Hertaald: onrein geworden; Namelijk: door overspel.

Numeri 5 vers 14

de ijvergeest over hem gekomen is, Hebreeuws, de geest der ijvering; en zo in het volgende. Versta, de beweging der jaloezie van een man, over de eerbaarheid van zijn vrouw, hebbende kwaad vermoeden van dezelve. Het woordje geest betekent dikwijls de affecten en bewegingen, waardoor de mensen tot enige, òf zonden en zwakheden, òf deugden en goede werken, inwendiglijk genegen zijn, of ook uiterlijk gedreven worden. Zie Jes. 19:14; Hos. 4:12; 1 Kor. 4:21; Gal. 6:1; 2 Tim. 1:7.

Hertaald: de ijvergeest over hem gekomen is, Hebreeuws: de geest der ijvering; en zo ook hierna. Versta: de opwelling van jaloezie van een man over de eerbaarheid van zijn vrouw, waarbij hij kwaad vermoeden tegen haar koestert. Het woordje geest betekent vaak de gemoedsbewegingen waardoor mensen innerlijk geneigd zijn tot bepaalde zonden of zwakheden, of deugden en goede werken, of ook uiterlijk daartoe gedreven worden. Zie Jes. 19:14; Hos. 4:12; 1 Kor. 4:21; Gal. 6:1; 2 Tim. 1:7.

Numeri 5 vers 15

een efa gerstemeel; Zie Ex. 16:36.

Hertaald: een efa gerstemeel; Zie Ex. 16:36.

geen olie daarop gieten, De reden is, naar sommiger mening, omdat de olie een teken was der genade en geestelijke gaven, en de wierook een teken van den aangenamen en lieflijken reuk, welke beiden in deze gelegenheid niet pasten.

Hertaald: geen olie daarop gieten, De reden is, volgens sommigen, dat de olie een teken was van genade en geestelijke gaven, en de wierook een teken van de aangename, liefelijke geur, die beide bij deze gelegenheid niet pasten.

Numeri 5 vers 16

voor het aangezicht des HEEREN Dat is, voor den tabernakel, in welken was de ark, als een teken van Gods tegenwoordigheid. Zie Lev. 1:3.

Hertaald: voor het aangezicht des HEEREN Dat is: vóór de tabernakel, waarin de ark stond, als teken van Gods tegenwoordigheid. Zie Lev. 1:3.

Numeri 5 vers 17

heilig water in een aarden vat nemen; Te weten, wat uit het heilige wasvat genomen werd, staande bij het brandofferaltaar, waarin het water was, hetwelk in den heiligen godsdienst gebruikt moest worden. Zie Ex. 30:18, en Ex. 40:30.

Hertaald: heilig water in een aarden vat nemen; Namelijk: wat genomen werd uit het heilige wasvat, dat bij het brandofferaltaar stond en waarin het water zat dat in de heilige eredienst gebruikt moest worden. Zie Ex. 30:18 en Ex. 40:30.

Numeri 5 vers 18

zal het hoofd van de vrouw ontbloten, Dit geschiedde:<i>I.</i> om te verklaren, dat de vrouw vrij en haar zelve was, hebbende de macht om een eed te doen; gelijk daarentegen de dekking haars hoofds een teken is, dat zij staat onder de macht van haar man, 1 Kor. 11:5, 1 Kor. 11:10;<i>II.</i> omdat zij bekwamelijk gezien en onderkend mocht worden, en alzo haar woorden en gebaren door de gehele vergadering te beter mochten waargenomen worden;<i>III.</i> opdat zij te meer schaamte en vrees zou hebben iets anders dan de rechte waarheid te verklaren, als staande ontdekt voor het aanschijn van God en de ganse vergadering.

Hertaald: zal het hoofd van de vrouw ontbloten, Dit gebeurde: I. om te verklaren dat de vrouw vrij en zelfstandig was, met de bevoegdheid om een eed af te leggen; terwijl de bedekking van haar hoofd juist een teken is dat zij onder het gezag van haar man staat, 1 Kor. 11:5, 1 Kor. 11:10; II. opdat zij goed gezien en herkend kon worden, zodat haar woorden en gebaren door de hele gemeente beter waargenomen konden worden; III. opdat zij des te meer schaamte en angst zou hebben om iets anders dan de zuivere waarheid te verklaren, terwijl zij ontdekt stond voor het aangezicht van God en de hele gemeente.

bitter water zijn, Het wordt zo genaamd, omdat de vrouw zichzelve, zich veel bittere smarten toebracht, indien zij schuldig was. Zie vs.24, 27. Vergelijk Ex. 32:20.

Hertaald: bitter water zijn, Het wordt zo genoemd, omdat de vrouw zichzelf veel bittere smart zou berokkenen, als zij schuldig was. Zie vers 24, 27. Vergelijk Ex. 32:20.

den vloek medebrengt Dat is, de straf van God, gemeld vs.22. Zie ook onder, vs.24.

Hertaald: den vloek medebrengt Dat is: de straf van God, genoemd in vers 22. Zie ook hieronder, vers 24.

Numeri 5 vers 19

beëdigen, Dat is, hij zal haar met ede doen verklaren, of zij overspel gedaan heeft of niet. Anders, bezweren

Hertaald: beëdigen, Dat is: hij zal haar onder ede laten verklaren of zij overspel gepleegd heeft of niet. Ook mogelijk: bezweren.

onder uw man zijnde, Anders, in stede uws mans; dat is, met hem in de plaats uws mans gelegen hebbende, alzo vs.20, 29.

Hertaald: onder uw man zijnde, Ook mogelijk: in plaats van uw man; dat is: met hem in plaats van uw man gelegen te hebben, zo ook vers 20, 29.

vrij van dit bitter water, Dat is, onschuldig en onstrafbaar, zodat dit water u niet zal beschadigen.

Hertaald: vrij van dit bitter water, Dat is: onschuldig en niet strafbaar, zodat dit water u geen kwaad zal doen.

Numeri 5 vers 20

bij u gelegen heeft, Zie van de Hebreeuwse manier van spreken Lev. 18:20, Lev. 18:23, en Lev. 20:15.

Hertaald: bij u gelegen heeft, Zie voor deze Hebreeuwse manier van spreken Lev. 18:20, Lev. 18:23 en Lev. 20:15.

Numeri 5 vers 21

der vervloeking beëdigen, De Heere heeft deze wet drieledig willen bevestigd hebben:<i>I.</i> Met een eed der vervloeking, die door de beschuldigde vrouw gedaan moest zijn, in dit vs. en het volgende;<i>II.</i> Met het beschrijven van dezen handel, hetwelk door den priester geschieden moest, hoewel alzo dat het briefje of perkament in het water gedoopt en afgespoeld werd, vs.23;<i>III.</i> Met het bittere water [in hetwelk de geschreven vloek als ingespoeld was] in te drinken, hetwelk de vrouwen ook doen moesten, vs.24.

Hertaald: der vervloeking beëdigen, De HEERE heeft deze regel op drie manieren willen laten bevestigen: I. met een eed van vervloeking, die door de beschuldigde vrouw afgelegd moest worden, in dit en het volgende vers; II. met het opschrijven van deze zaak, wat door de priester moest gebeuren, zo dat het briefje of perkament in het water gedoopt en afgespoeld werd, vers 23; III. met het drinken van het bittere water [waarin de geschreven vloek als het ware ingespoeld was], wat de vrouw ook moest doen, vers 24.

tot een vloek, Dat is, tot een formulier van den vloek en van den valsen eed, opdat andere mensen u zullen nemen tot een exempel van een vervloekt persoon, die niet alleen zulk een zonde begaan heeft, maar ook met een plechtigen eed stoutelijk heeft geloochend.

Hertaald: tot een vloek, Dat is: tot een formulier van vervloeking en valse eed, opdat andere mensen u zullen nemen als voorbeeld van een vervloekt persoon, die niet alleen zo'n zonde begaan heeft, maar die ook met een plechtige eed brutaal heeft ontkend.

Numeri 5 vers 22

Amen, amen Amen is een woord, hetwelk de Hebreëen gebruiken:<i>I.</i> In het toestemmen van enige zaken, Deut. 27:15-16; Neh. 8:7; Openb. 5:14;<i>II.</i> In het bevestigen en verzekeren van enig verhaal, Matt. 5:18, en Matt. 6:2, enz.;<i>III.</i> In het wensen van enig goed, Jer. 11:5, en Jer. 28:6; Openb. 22:20;<i>IV.</i> In het aannemen en verwachten van enig kwaad, wat bedreigd wordt, gelijk hier. Het wordt somtijds verdubbeld om de betekenis te vermeerderen en te versterken, gelijk vs.22 en Ps. 89:53; Joh. 3:3, Joh. 3:11, en Joh. 5:19, enz. Het woord betekent eigenlijk: het zij waar, of, het is waar of, het geschiede alzo.

Hertaald: Amen, amen Amen is een woord dat de Hebreeën gebruiken: I. bij het instemmen met iets, Deut. 27:15-16; Neh. 8:7; Openb. 5:14; II. bij het bevestigen en verzekeren van een verhaal, Matt. 5:18 en Matt. 6:2; III. bij het wensen van iets goeds, Jer. 11:5 en Jer. 28:6; Openb. 22:20; IV. bij het aanvaarden en verwachten van iets kwaads dat gedreigd wordt, zoals hier. Het wordt soms verdubbeld om de betekenis te versterken, zoals in vers 22 en Ps. 89:53; Joh. 3:3, Joh. 3:11 en Joh. 5:19. Het woord betekent eigenlijk: het zij waar, of: het is waar, of: het gebeure zo.

Numeri 5 vers 23

cedeltje schrijven, Of, briefje

Hertaald: cedeltje schrijven, Of: briefje.

uitdoen Of, uitwissen, afwissen.

Hertaald: uitdoen Of: uitwissen, afwassen.

Numeri 5 vers 24

de vervloeking medebrengt, Zie boven, vs.18.

Hertaald: de vervloeking medebrengt, Zie hierboven, vers 18.

tot bitterheden inga Dat is, opdat zij de bittere straf van God krijge, zo zij schuldig is.

Hertaald: tot bitterheden inga Dat is: opdat zij de bittere straf van God ontvangt, als zij schuldig is.

Numeri 5 vers 26

deszelfs gedenkoffer, Versta, een deel van dat offer, hetwelk moest aangestoken worden; vergelijk Lev. 2:2, en de aantekeningen.

Hertaald: deszelfs gedenkoffer, Versta: een deel van dat offer, dat aangestoken moest worden; vergelijk Lev. 2:2, en de aantekeningen.

Numeri 5 vers 27

het water, Dit water had deze werking niet uit zijn natuurlijke kracht, maar uit de ordinantie des Heeren, die door hetzelve, als door een teken, òf zijn rechtvaardig oordeel uitvoerde tegen de schuldige, òf zijn beloftenis aan de onschuldige.

Hertaald: het water, Dit water had deze werking niet uit zijn natuurlijke kracht, maar door de beschikking van de HEERE, Die daardoor, als door een teken, ofwel Zijn rechtvaardig oordeel tegen de schuldige uitvoerde, ofwel Zijn belofte aan de onschuldige.

tot een vloek zijn Zie boven, vs.21.

Hertaald: tot een vloek zijn Zie hierboven, vers 21.

Numeri 5 vers 28

met zaad bezadigd worden Dat is, zal vruchtbaar zijn.

Hertaald: met zaad bezadigd worden Dat is: zal vruchtbaar zijn.

Numeri 5 vers 30

voor het aangezicht des HEEREN stelle, Zie boven, vs.16.

Hertaald: voor het aangezicht des HEEREN stelle, Zie hierboven, vers 16.

Numeri 5 vers 31

onschuldig zijn; Dat is, ofschoon de man op een kwaad vermoeden zijn huisvrouw beschuldigd heeft, zo zal hij nochtans daarom niet gestraft worden; of, de man dit gedaan hebbende, zal onschuldig zijn aan het overspel zijner huisvrouw, daar hij anders zou schuldig zijn indien hij het door de vingers zag.

Hertaald: onschuldig zijn; Dat is: hoewel de man op een kwaad vermoeden zijn vrouw beschuldigd heeft, zal hij daarom toch niet gestraft worden; of: de man die dit gedaan heeft, zal onschuldig zijn aan het overspel van zijn vrouw, terwijl hij anders schuldig zou zijn als hij het door de vingers had gezien.

ongerechtigheid dragen Zie Lev. 5:1.

Hertaald: ongerechtigheid dragen Zie Lev. 5:1.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Numeri 5

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content