Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En de HEEREH3068sprakH1696totH413MozesH4872, zeggendeH559:En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
2Gebied den kinderen Israels, dat zij uit het leger wegzenden alle melaatsen, en alle vloeienden, en allen, die onrein zijn van een dode.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2GebiedH6680 den kinderenH1121IsraelsH3478, dat zij uitH4480 het legerH4264wegzendenH7971alleH3605melaatsenH6879, en alleH3605vloeiendenH2100, en allenH3605, die onreinH2931 zijn van een dodeH5315.Gebied den kinderen Israels, dat zij uit het leger wegzenden alle melaatsen, en alle vloeienden, en allen, die onrein zijn van een dode.
KJVCommand1the children3of Israel,4that they put out5of the camp7every leper,9and every one that hath an issue,11and whosoever is defiled13by the dead:
1צַ֚וH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וִֽישַׁלְּחוּ֙H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)6מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with7הַֽמַּחֲנֶ֔הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9צָר֖וּעַH6879melaats, melaatsen, melaatseleper, leprous10וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11זָ֑בH2100vloeiende, vloed, vloeidenflow, gush out, have a (running) issue, pine away, run12וְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13טָמֵ֥אH2931onrein, onreine, onreinsdefiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean14לָנָֽפֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
3Van het mannelijke tot het vrouwelijke zult gij hen wegzenden; tot buiten het leger zult gij hen wegzenden; opdat zij niet verontreinigen hun legers, in welker midden Ik wone.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Van het mannelijkeH2145 tot het vrouwelijke zult gij hen wegzendenH7971; tot buitenH2351 het legerH4264 zult gij hen wegzendenH7971; opdat zij nietH3808verontreinigenH2930 hun legersH4264, in welker middenH8432IkH589woneH7931.Van het mannelijke tot het vrouwelijke zult gij hen wegzenden; tot buiten het leger zult gij hen wegzenden; opdat zij niet verontreinigen hun legers, in welker midden Ik wone.
Ook in dit vers
vrouwH5347
KJVBoth male1and female3shall ye put out,4without6the camp7shall ye put8them; that they defile10not their camps,12in the midst16whereof13I dwell.
1מִזָּכָ֤רH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)2עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet3נְקֵבָה֙H5347vrouw, wijfje, meisjefemale4תְּשַׁלֵּ֔חוּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6מִח֥וּץH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without7לַֽמַּחֲנֶ֖הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents8תְּשַׁלְּח֑וּםH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)9וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יְטַמְּאוּ֙H2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12מַ֣חֲנֵיהֶ֔םH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents13אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who15שֹׁכֵ֥ןH7931wonen, woont, woneabide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up)16בְּתוֹכָֽםH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
4En de kinderen Israels deden alzo, en zonden hen tot buiten het leger; gelijk de HEERE tot Mozes gesproken had, alzo deden de kinderen Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En de kinderenH1121IsraelsH3478dedenH6213alzoH3651, en zondenH7971 hen totH413buitenH2351 het legerH4264; gelijk de HEEREH3068totH413MozesH4872gesprokenH1696 had, alzoH3651dedenH6213 de kinderenH1121IsraelsH3478.En de kinderen Israels deden alzo, en zonden hen tot buiten het leger; gelijk de HEERE tot Mozes gesproken had, alzo deden de kinderen Israels.
KJVAnd the children3of Israel4did so,1and put them out5without8the camp:9as the LORD12spake11unto Moses,14so did16the children17of Israel.
1וַיַּֽעֲשׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2כֵן֙H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וַיְשַׁלְּח֣וּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)6אוֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8מִח֖וּץH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without9לַֽמַּחֲנֶ֑הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents10כַּאֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11דִּבֶּ֤רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work12יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses15כֵּ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you16עָשׂ֖וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth18יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Verder sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, zeggendeH559:Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
6Spreek tot de kinderen Israels: wanneer een man of een vrouw iets van enige menselijke zonden gedaan zullen hebben, overtreden hebbende door overtreding tegen den HEERE, zo is diezelve ziel schuldig.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6SpreekH1696totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478: wanneer een manH376ofH176 een vrouwH802 iets van enige menselijkeH120zondenH2403gedaanH6213 zullen hebben, overtredenH4603 hebbende door overtredingH4604 tegen den HEEREH3068, zo is diezelve zielH5315schuldigH816.Spreek tot de kinderen Israels: wanneer een man of een vrouw iets van enige menselijke zonden gedaan zullen hebben, overtreden hebbende door overtreding tegen den HEERE, zo is diezelve ziel schuldig.
KJVSpeak1unto the children3of Israel,4When a man5or woman7shall commit9any sin11that men12commit,13to do a trespass14against the LORD,15and that person17be guilty;
1דַּבֵּר֮H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵל֒H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6אֽוֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether7אִשָּׁ֗הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9יַעֲשׂוּ֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11חַטֹּ֣אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)12הָֽאָדָ֔םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person13לִמְעֹ֥לH4603overtreden, begaan, overtradtransgress, (commit, do a) trespass(-ing)14מַ֖עַלH4604overtreding, overtreden, overtredingenfalsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very15בַּיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16וְאָֽשְׁמָ֖הH816schuldig, verwoest, schuld[idiom] certainly, be(-come, made) desolate, destroy, [idiom] greatly, be(-come, found, hold) guilty, offend (acknowledge offence), trespass17הַנֶּ֥פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it18הַהִֽואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
7En zij zullen hun zonde, welke zij gedaan hebben, belijden; daarna zal hij zijn schuld weder uitkeren, naar de hoofdsom daarvan, en derzelver vijfde deel zal hij daarboven toedoen, en zal het dien geven, aan wien hij zich verschuldigd heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En zij zullen hun zondeH2403, welkeH834 zij gedaanH6213 hebben, belijdenH3034; daarna zal hij zijn schuldH817 weder uitkerenH7725, naar de hoofdsomH7218 daarvan, en derzelver vijfdeH2549 deel zal hij daarboven toedoenH3254, en zal het dienH834gevenH5414, aanH5921 wien hij zich verschuldigdH816 heeft.En zij zullen hun zonde, welke zij gedaan hebben, belijden; daarna zal hij zijn schuld weder uitkeren, naar de hoofdsom daarvan, en derzelver vijfde deel zal hij daarboven toedoen, en zal het dien geven, aan wien hij zich verschuldigd heeft.
KJVThen they shall confess1their sin3which they have done:5and he shall recompense6his trespass8with the principal9thereof, and add11unto it the fifth10part thereof, and give13it unto him against whom he hath trespassed.
1וְהִתְוַדּ֗וּH3034loven, Looft, belijdencast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving)2אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3חַטָּאתָם֮H2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5עָשׂוּ֒H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6וְהֵשִׁ֤יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8אֲשָׁמוֹ֙H817schuldoffer, schuldoffers, schuldguiltiness, (offering for) sin, trespass (offering)9בְּרֹאשׁ֔וֹH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top10וַחֲמִישִׁת֖וֹH2549vijfde, vijfden, vijfde deelfifth (part)11יֹסֵ֣ףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield12עָלָ֑יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13וְנָתַ֕ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14לַאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15אָשַׁ֥םH816schuldig, verwoest, schuld[idiom] certainly, be(-come, made) desolate, destroy, [idiom] greatly, be(-come, found, hold) guilty, offend (acknowledge offence), trespass16לֽוֹ
8Maar zo die man geen losser zal hebben, om de schuld aan hem weder uit te keren, zal die schuld, welken den HEERE weder uitgekeerd wordt, des priesters zijn; behalve den ram der verzoening, met welken hij voor hem verzoening doen zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Maar zoH518 die manH376geenH369losserH1350 zal hebben, om de schuldH817 aan hem weder uit te kerenH7725, zal die schuldH817, welken den HEEREH3068 weder uitgekeerdH7725 wordt, des priestersH3548 zijn; behalve den ramH352 der verzoening, met welken hij voor hem verzoening doen zal.Maar zo die man geen losser zal hebben, om de schuld aan hem weder uit te keren, zal die schuld, welken den HEERE weder uitgekeerd wordt, des priesters zijn; behalve den ram der verzoening, met welken hij voor hem verzoening doen zal.
Ook in dit vers
verzoeningH3722
verzoeningH3725
KJVBut if the man3have no kinsman4to recompense5the trespass6unto, let the trespass8be recompensed9unto the LORD,10even to the priest;11beside the ram13of the atonement,14whereby an atonement shall be made
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2אֵ֨יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)3לָאִ֜ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4גֹּאֵ֗לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger5לְהָשִׁ֤יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw6הָאָשָׁם֙H817schuldoffer, schuldoffers, schuldguiltiness, (offering for) sin, trespass (offering)7אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8הָאָשָׁ֛םH817schuldoffer, schuldoffers, schuldguiltiness, (offering for) sin, trespass (offering)9הַמּוּשָׁ֥בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw10לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11לַכֹּהֵ֑ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer12מִלְּבַ֗דH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength13אֵ֚ילH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree14הַכִּפֻּרִ֔יםH3725verzoeningen, verzoeningatonement15אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16יְכַפֶּרH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)17בּ֖וֹ18עָלָֽיוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
9Desgelijks zal alle heffing van alle geheiligde dingen der kinderen Israels, welke zij tot den priester brengen, zijne zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Desgelijks zal alle heffingH8641 van alleH3605geheiligdeH6944 dingen der kinderenH1121IsraelsH3478, welkeH834 zij tot den priesterH3548brengenH7126, zijne zijn.Desgelijks zal alle heffing van alle geheiligde dingen der kinderen Israels, welke zij tot den priester brengen, zijne zijn.
KJVAnd every offering2of all the holy things4of the children5of Israel,6which they bring8unto the priest,
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2תְּרוּמָ֞הH8641hefoffer, hefofferen, heffinggift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing)3לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4קָדְשֵׁ֧יH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary5בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8יַקְרִ֥יבוּH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take9לַכֹּהֵ֖ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer10ל֥וֹ11יִהְיֶֽהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
10En een ieders geheiligde dingen zullen zijne zijn; wat iemand den priester zal gegeven hebben, zal zijne zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En een iedersH376geheiligdeH6944 dingen zullen zijne zijnH1961; watH834iemandH376 den priesterH3548 zal gegevenH5414 hebben, zal zijne zijnH1961.En een ieders geheiligde dingen zullen zijne zijn; wat iemand den priester zal gegeven hebben, zal zijne zijn.
KJVAnd every man's1hallowed things3shall be his: whatsoever any man6giveth8the priest,
1וְאִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3קֳדָשָׁ֖יוH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary4ל֣וֹ5יִהְי֑וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6אִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8יִתֵּ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9לַכֹּהֵ֖ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer10ל֥וֹ11יִהְיֶֽהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Wijders sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, zeggendeH559:Wijders sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
12Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer van iemand zijn huisvrouw zal afgeweken zijn, en door overtreding tegen hem overtreden zal hebben;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12SpreekH1696totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478, en zegH559totH413 hen: Wanneer van iemandH376 zijn huisvrouwH802 zal afgewekenH7847 zijn, en door overtredingH4604 tegen hem overtredenH4603 zal hebben;Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer van iemand zijn huisvrouw zal afgeweken zijn, en door overtreding tegen hem overtreden zal hebben;
KJVSpeak1unto the children3of Israel,4and say5unto them, If any7man's8wife11go aside,10and commit12a trespass
1דַּבֵּר֙H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וְאָמַרְתָּ֖H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֲלֵהֶ֑םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8אִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10תִשְׂטֶ֣הH7847afgeweken, wijk, wijkendecline, go aside, turn11אִשְׁתּ֔וֹH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English12וּמָעֲלָ֥הH4603overtreden, begaan, overtradtransgress, (commit, do a) trespass(-ing)13ב֖וֹ14מָֽעַלH4604overtreding, overtreden, overtredingenfalsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very
13Dat een man bij haar door bijligging des zaads zal gelegen hebben, en het voor de ogen haars mans zal verborgen zijn, en zij zich verheeld zal hebben, zijnde nochtans onrein geworden; en geen getuige tegen haar is, en zij niet betrapt is;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Dat een manH376 bij haar door bijliggingH7902 des zaadsH2233 zal gelegenH7901 hebben, en het voor de ogenH5869 haars mansH376 zal verborgenH5956 zijn, en zij zich verheeldH5641 zal hebben, zijnde nochtans onreinH2930 geworden; en geen getuigeH5707 tegen haar is, en zijH1931 niet betraptH8610 is;Dat een man bij haar door bijligging des zaads zal gelegen hebben, en het voor de ogen haars mans zal verborgen zijn, en zij zich verheeld zal hebben, zijnde nochtans onrein geworden; en geen getuige tegen haar is, en zij niet betrapt is;
KJVAnd a man2lie1with her carnally,4and it be hid6from the eyes7of her husband,8and be kept close,9and she be defiled,11and there be no witness12against her, neither she be taken
1וְשָׁכַ֨בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay2אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3אֹתָהּ֮H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4שִׁכְבַתH7902bijligging, bijliggens, lag[idiom] carnally, copulation, [idiom] lay, seed5זֶרַע֒H2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time6וְנֶעְלַם֙H5956verborgen, verbergen, verbergt[idiom] any ways, blind, dissembler, hide (self), secret (thing)7מֵעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)8אִישָׁ֔הּH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9וְנִסְתְּרָ֖הH5641verborgen, verbergen, verbergtbe absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely10וְהִ֣יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who11נִטְמָ֑אָהH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly12וְעֵד֙H5707getuige, getuigen, Getuigewitness13אֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)14בָּ֔הּ15וְהִ֖ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who16לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17נִתְפָּֽשָׂהH8610gegrepen, grepen, handelencatch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take
14En de ijvergeest over hem gekomen is, dat hij ijvert over zijn huisvrouw, dewijl zij onrein geworden is; of dat over hem de ijvergeest gekomen is, dat hij over zijn huisvrouw ijvert, hoewel zij niet onrein geworden is;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En de ijvergeestH7307overH5921 hem gekomen is, dat hij ijvertH7065 over zijn huisvrouwH802, dewijl zijH1931onreinH2930 geworden is; ofH176 dat overH5921 hem de ijvergeestH7307 gekomen is, dat hij over zijn huisvrouwH802ijvertH7065, hoewel zij nietH3808onreinH2930 geworden is;En de ijvergeest over hem gekomen is, dat hij ijvert over zijn huisvrouw, dewijl zij onrein geworden is; of dat over hem de ijvergeest gekomen is, dat hij over zijn huisvrouw ijvert, hoewel zij niet onrein geworden is;
KJVAnd the spirit3of jealousy4come1upon him, and he be jealous5of his wife,7and she be defiled:9or if the spirit13of jealousy14come11upon him, and he be jealous15of his wife,17and she be not defiled:
1וְעָבַ֨רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath2עָלָ֧יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3רֽוּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)4קִנְאָ֛הH7068ijver, ijveringen, ijversenvy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal5וְקִנֵּ֥אH7065geijverd, nijdig, benijdden(be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אִשְׁתּ֖וֹH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8וְהִ֣ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who9נִטְמָ֑אָהH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly10אוֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether11עָבַ֨רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath12עָלָ֤יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13רֽוּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)14קִנְאָה֙H7068ijver, ijveringen, ijversenvy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal15וְקִנֵּ֣אH7065geijverd, nijdig, benijdden(be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous)16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17אִשְׁתּ֔וֹH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English18וְהִ֖יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who19לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without20נִטְמָֽאָהH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly
15Dan zal die man zijn huisvrouw tot den priester brengen, en zal haar offerande voor haar medebrengen, een tiende deel van een efa gerstemeel; hij zal geen olie daarop gieten, noch wierook daarop leggen, dewijl het een spijsoffer der ijveringen is, een spijsoffer der gedachtenis, dat de ongerechtigheid in gedachtenis brengt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Dan zal die manH376 zijn huisvrouwH802totH413 den priesterH3548brengenH935, en zal haar offerandeH7133 voor haar medebrengenH935, een tiendeH6224 deel van een efaH374gerstemeelH8184; hij zal geenH3808olieH8081 daarop gietenH3332, nochH3808wierookH3828 daarop leggenH5414, dewijlH3588 het een spijsofferH4503 der ijveringenH7068 is, een spijsofferH4503 der gedachtenis, dat de ongerechtigheidH5771 in gedachtenis brengt.Dan zal die man zijn huisvrouw tot den priester brengen, en zal haar offerande voor haar medebrengen, een tiende deel van een efa gerstemeel; hij zal geen olie daarop gieten, noch wierook daarop leggen, dewijl het een spijsoffer der ijveringen is, een spijsoffer der gedachtenis, dat de ongerechtigheid in gedachtenis brengt.
Ook in dit vers
gedachtenisH2142
gedachtenisH2146
KJVThen shall the man2bring1his wife4unto the priest,6and he shall bring7her offering9for her, the tenth11part of an ephah12of barley14meal;13he shall pour16no oil18upon it, nor put20frankincense22thereon; for it is an offering24of jealousy,25an offering27of memorial,28bringing29iniquity30to remembrance.
1וְהֵבִ֨יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2הָאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אִשְׁתּוֹ֮H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6הַכֹּהֵן֒H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer7וְהֵבִ֤יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9קָרְבָּנָהּ֙H7133offerande, offeranden, offeroblation, that is offered, offering10עָלֶ֔יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11עֲשִׂירִ֥תH6224tiende, tiendententh (part)12הָאֵיפָ֖הH374efa, tweeerleiephah, (divers) measure(-s)13קֶ֣מַחH7058meel, meelsflour, meal14שְׂעֹרִ֑יםH8184gerst, gersteoogst, gerstekoekbarley15לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16יִצֹ֨קH3332goot, gieten, gegotencast, cleave fast, be (as) firm, grow, be hard, lay out, molten, overflow, pour (out), run out, set down, stedfast17עָלָ֜יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18שֶׁ֗מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine19וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without20יִתֵּ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield21עָלָיו֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22לְבֹנָ֔הH3828wierook(frank-) incense23כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet24מִנְחַ֤תH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice25קְנָאֹת֙H7068ijver, ijveringen, ijversenvy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal26ה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who27מִנְחַ֥תH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice28זִכָּר֖וֹןH2146gedachtenis, gedachtenissen, gedenktekenmemorial, record29מַזְכֶּ֥רֶתH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well30עָוֺֽןH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin
16En de priester zal haar doen naderen; hij zal haar stellen voor het aangezicht des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En de priesterH3548 zal haar doen naderenH7126; hij zal haar stellenH5975 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068.En de priester zal haar doen naderen; hij zal haar stellen voor het aangezicht des HEEREN.
KJVAnd the priest3shall bring her near,1and set4her before5the LORD:
1וְהִקְרִ֥יבH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2אֹתָ֖הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַכֹּהֵ֑ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4וְהֶֽעֱמִדָ֖הּH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry5לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
17En de priester zal heilig water in een aarden vat nemen; en van het stof, hetwelk op den vloer des tabernakels is, zal de priester nemen, en in het water doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En de priesterH3548 zal heiligH6918waterH4325 in een aardenH2789vatH3627nemenH3947; en vanH4480 het stofH6083, hetwelkH834 op den vloerH7172 des tabernakelsH4908isH1961, zal de priesterH3548nemenH3947, en in het waterH4325 doen.En de priester zal heilig water in een aarden vat nemen; en van het stof, hetwelk op den vloer des tabernakels is, zal de priester nemen, en in het water doen.
KJVAnd the priest2shall take1holy4water3in an earthen6vessel;5and of the dust8that is in the floor11of the tabernacle12the priest14shall take,13and put15it into the water:
1וְלָקַ֧חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2הַכֹּהֵ֛ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer3מַ֥יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))4קְדֹשִׁ֖יםH6918heilig, Heilige, heiligeholy (One), saint5בִּכְלִיH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever6חָ֑רֶשׂH2789aarden, potscherf, schervenearth(-en), (pot-) sherd, [phrase] stone7וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8הֶֽעָפָ֗רH6083stof, stofs, aardeashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish9אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10יִהְיֶה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11בְּקַרְקַ֣עH7172vloer, grondbottom, ([idiom] one side of the) floor12הַמִּשְׁכָּ֔ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent13יִקַּ֥חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win14הַכֹּהֵ֖ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer15וְנָתַ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield16אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17הַמָּֽיִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
18Daarna zal de priester de vrouw voor het aangezicht des HEEREN stellen, en zal het hoofd van de vrouw ontbloten, en zal het spijsoffer der gedachtenis op haar handen leggen, hetwelk het spijsoffer der ijveringen is; en in de hand des priesters zal dat bitter water zijn, hetwelk den vloek medebrengt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Daarna zal de priesterH3548 de vrouwH802 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068stellenH5975, en zal het hoofdH7218 van de vrouwH802ontblotenH6544, en zal het spijsofferH4503 der gedachtenisH2146opH5921 haar handenH3709leggenH5414, hetwelk het spijsofferH4503 der ijveringenH7068 is; en in de handH3027 des priestersH3548 zal dat bitterH4751waterH4325 zijn, hetwelk den vloek medebrengtH779.Daarna zal de priester de vrouw voor het aangezicht des HEEREN stellen, en zal het hoofd van de vrouw ontbloten, en zal het spijsoffer der gedachtenis op haar handen leggen, hetwelk het spijsoffer der ijveringen is; en in de hand des priesters zal dat bitter water zijn, hetwelk den vloek medebrengt.
KJVAnd the priest2shall set1the woman4before5the LORD,6and uncover7the woman's10head,9and put11the offering15of memorial16in her hands,13which is the jealousy18offering:17and the priest21shall have in his hand20the bitter24water23that causeth the curse:
1וְהֶעֱמִ֨ידH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry2הַכֹּהֵ֥ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer3אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָאִשָּׁה֮H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English5לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6יְהוָה֒H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7וּפָרַע֙H6544ontbloot, ontbloten, verwerptavenge, avoid, bare, go back, let, (make) naked, set at nought, perish, refuse, uncover8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9רֹ֣אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top10הָֽאִשָּׁ֔הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English11וְנָתַ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13כַּפֶּ֗יהָH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon14אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15מִנְחַ֣תH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice16הַזִּכָּר֔וֹןH2146gedachtenis, gedachtenissen, gedenktekenmemorial, record17מִנְחַ֥תH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice18קְנָאֹ֖תH7068ijver, ijveringen, ijversenvy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal19הִ֑ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who20וּבְיַ֤דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves21הַכֹּהֵן֙H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer22יִהְי֔וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use23מֵ֥יH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))24הַמָּרִ֖יםH4751bitter, bitterheid, bitterlijk[phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy25הַמְאָֽרֲרִֽיםH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse
19En de priester zal haar beedigen, en zal tot die vrouw zeggen: Indien iemand bij u gelegen heeft, en indien gij, onder uw man zijnde, niet afgeweken zijt tot onreinigheid, wees vrij van dit bitter water, hetwelk den vloek medebrengt!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En de priesterH3548 zal haar beedigenH7650, en zal totH413 die vrouwH802zeggenH559: IndienH518iemandH376 bij u gelegenH7901 heeft, en indienH518 gij, onderH8478 uw manH376 zijnde, nietH3808afgewekenH7847 zijt tot onreinigheidH2932, wees vrijH5352 van ditH428bitterH4751waterH4325, hetwelk den vloek medebrengtH779!En de priester zal haar beedigen, en zal tot die vrouw zeggen: Indien iemand bij u gelegen heeft, en indien gij, onder uw man zijnde, niet afgeweken zijt tot onreinigheid, wees vrij van dit bitter water, hetwelk den vloek medebrengt!
KJVAnd the priest3shall charge her by an oath,1and say4unto the woman,6If no man10have lain9with thee, and if thou hast not gone aside14to uncleanness15with another instead of thy husband,17be thou free18from this bitter20water19that causeth the curse:
1וְהִשְׁבִּ֨יעַH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear2אֹתָ֜הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַכֹּהֵ֗ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4וְאָמַ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6הָֽאִשָּׁה֙H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English7אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet8לֹ֨אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9שָׁכַ֥בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay10אִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11אֹתָ֔ךְH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet13לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14שָׂטִ֛יתH7847afgeweken, wijk, wijkendecline, go aside, turn15טֻמְאָ֖הH2932onreinigheid, onreinigheden, onreinsfilthiness, unclean(-ness)16תַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with17אִישֵׁ֑ךְH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)18הִנָּקִ֕יH5352onschuldig, onschuldig houden, reinacquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly19מִמֵּ֛יH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))20הַמָּרִ֥יםH4751bitter, bitterheid, bitterlijk[phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy21הַֽמְאָרֲרִ֖יםH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse22הָאֵֽלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
20Maar zo gij, onder uw man zijnde, afgeweken zijt, en zo gij onrein geworden zijt, dat een man bij u gelegen heeft, behalve uw man:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Maar zo gij, onderH8478 uw manH376 zijnde, afgewekenH7847 zijt, en zo gij onreinH2930 geworden zijt, dat een manH376 bij u gelegen heeft, behalve uw manH376:Maar zo gij, onder uw man zijnde, afgeweken zijt, en zo gij onrein geworden zijt, dat een man bij u gelegen heeft, behalve uw man:
Ook in dit vers
bijgelegenH7903
KJVBut if thou hast gone aside3to another instead of thy husband,5and if thou be defiled,7and some man9have8lain12with thee beside13thine husband:
1וְאַ֗תְּH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3שָׂטִ֛יתH7847afgeweken, wijk, wijkendecline, go aside, turn4תַּ֥חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with5אִישֵׁ֖ךְH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6וְכִ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7נִטְמֵ֑אתH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly8וַיִּתֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10בָּךְ֙11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12שְׁכָבְתּ֔וֹH7903bijgelegen, liggen[idiom] lie13מִֽבַּלְעֲדֵ֖יH1107zonder, behalve, buitenbeside, not (in), save, without14אִישֵֽׁךְH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
21(Dan zal de priester die vrouw met den eed der vervloeking beedigen, en de priester zal tot die vrouw zeggen:) De HEERE zette u tot een vloek, en tot een eed, in het midden uws volks, mits dat de HEERE uw heup vervallende, en uw buik zwellende make;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21(Dan zal de priesterH3548 die vrouwH802 met den eedH7621 der vervloeking beedigen, en de priester zal tot die vrouw zeggenH559:) De HEEREH3068zetteH5414 u tot een vloekH423, en tot een eed, in het middenH8432 uws volksH5971, mits dat de HEEREH3068 uw heupH3409vervallendeH5307, en uw buikH990zwellendeH6639makeH5414;(Dan zal de priester die vrouw met den eed der vervloeking beedigen, en de priester zal tot die vrouw zeggen:) De HEERE zette u tot een vloek, en tot een eed, in het midden uws volks, mits dat de HEERE uw heup vervallende, en uw buik zwellende make;
KJVThen the priest2shall charge1the woman4with an oath5of cursing,6and the priest8shall say7unto the woman,9The LORD11make10thee a curse13and an oath14among15thy people,16when the LORD18doth make17thy thigh20to rot,21and thy belly23to swell;
1וְהִשְׁבִּ֨יעַH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear2הַכֹּהֵ֥ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer3אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָֽאִשָּׁה֮H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English5בִּשְׁבֻעַ֣תH7621eed, eeds, edencurse, oath, [idiom] sworn6הָאָלָה֒H423vloek, eed, eed vloekscurse, cursing, execration, oath, swearing7וְאָמַ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8הַכֹּהֵן֙H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer9לָֽאִשָּׁ֔הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English10יִתֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12אוֹתָ֛ךְH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13לְאָלָ֥הH423vloek, eed, eed vloekscurse, cursing, execration, oath, swearing14וְלִשְׁבֻעָ֖הH7621eed, eeds, edencurse, oath, [idiom] sworn15בְּת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)16עַמֵּ֑ךְH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people17בְּתֵ֨תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield18יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20יְרֵכֵךְ֙H3409heup, schacht, dij[idiom] body, loins, shaft, side, thigh21נֹפֶ֔לֶתH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down22וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23בִּטְנֵ֖ךְH990buik, buiks, binnenstebelly, body, [phrase] as they be born, [phrase] within, womb24צָבָֽהH6639zwellendeswell
22Dat ditzelve water, hetwelk de vervloeking medebrengt, in uw ingewand inga, om den buik te doen zwellen, en de heup te doen vervallen! Dan zal die vrouw zeggen: Amen, amen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Dat ditzelve waterH4325, hetwelk de vervloeking medebrengtH779, in uw ingewandH4578ingaH935, om den buikH990 te doen zwellenH6638, en de heupH3409 te doen vervallenH5307! Dan zal dieH428vrouwH802zeggenH559: AmenH543, amenH543!Dat ditzelve water, hetwelk de vervloeking medebrengt, in uw ingewand inga, om den buik te doen zwellen, en de heup te doen vervallen! Dan zal die vrouw zeggen: Amen, amen!
KJVAnd this water2that causeth the curse3shall go1into thy bowels,5to make thy belly7to swell,6and thy thigh9to rot:8And the woman11shall say,10Amen,12amen.
1וּ֠בָאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2הַמַּ֨יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))3הַמְאָרְרִ֤יםH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse4הָאֵ֨לֶּה֙H428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)5בְּֽמֵעַ֔יִךְH4578ingewand, ingewanden, lijfbelly, bowels, [idiom] heart, womb6לַצְבּ֥וֹתH6638zwellen, strijdenfight swell7בֶּ֖טֶןH990buik, buiks, binnenstebelly, body, [phrase] as they be born, [phrase] within, womb8וְלַנְפִּ֣לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down9יָרֵ֑ךְH3409heup, schacht, dij[idiom] body, loins, shaft, side, thigh10וְאָמְרָ֥הH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11הָאִשָּׁ֖הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English12אָמֵ֥ןH543Amen, amen, waarheidAmen, so be it, truth13אָמֵֽןH543Amen, amen, waarheidAmen, so be it, truth
23Daarna zal de priester deze zelfde vloeken op een cedeltje schrijven, en hij zal het met het bitter water uitdoen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Daarna zal de priesterH3548dezeH428 zelfde vloekenH423 op een cedeltjeH5612schrijvenH3789, en hij zal het met het bitterH4751waterH4325uitdoenH4229.Daarna zal de priester deze zelfde vloeken op een cedeltje schrijven, en hij zal het met het bitter water uitdoen.
KJVAnd the priest5shall write1these curses3in a book,6and he shall blot7them out with the bitter10water:
1וְ֠כָתַבH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הָאָלֹ֥תH423vloek, eed, eed vloekscurse, cursing, execration, oath, swearing4הָאֵ֛לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)5הַכֹּהֵ֖ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer6בַּסֵּ֑פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll7וּמָחָ֖הH4229uitgedelgd, delg, verdelgenabolish, blot out, destroy, full of marrow, put out, reach unto, [idiom] utterly, wipe (away, out)8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9מֵ֥יH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))10הַמָּרִֽיםH4751bitter, bitterheid, bitterlijk[phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy
24En hij zal die vrouw dat bitter water, hetwelk de vervloeking medebrengt, te drinken geven, dat het water, hetwelk de vervloeking medebrengt, in haar tot bitterheden inga.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En hij zal die vrouwH802 dat bitterH4751waterH4325, hetwelk de vervloeking medebrengtH779, te drinkenH8248 geven, dat het waterH4325, hetwelk de vervloeking medebrengtH779, in haar tot bitterhedenH4751ingaH935.En hij zal die vrouw dat bitter water, hetwelk de vervloeking medebrengt, te drinken geven, dat het water, hetwelk de vervloeking medebrengt, in haar tot bitterheden inga.
KJVAnd he shall cause the woman3to drink1the bitter6water5that causeth the curse:7and the water10that causeth the curse11shall enter8into her, and become bitter.
1וְהִשְׁקָה֙H8248drinken, drenken, schenkerscause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הָ֣אִשָּׁ֔הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5מֵ֥יH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))6הַמָּרִ֖יםH4751bitter, bitterheid, bitterlijk[phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy7הַמְאָֽרֲרִ֑יםH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse8וּבָ֥אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9בָ֛הּ10הַמַּ֥יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))11הַֽמְאָרֲרִ֖יםH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse12לְמָרִֽיםH4751bitter, bitterheid, bitterlijk[phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy
25En de priester zal uit de hand van die vrouw het spijsoffer der ijveringen nemen, en hij zal datzelve spijsoffer voor het aangezicht des HEEREN bewegen, en zal dat op het altaar offeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En de priesterH3548 zal uit de handH3027 van die vrouwH802 het spijsofferH4503 der ijveringenH7068nemenH3947, en hij zal datzelve spijsofferH4503 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068bewegenH5130, en zal dat op het altaarH4196offerenH7126.En de priester zal uit de hand van die vrouw het spijsoffer der ijveringen nemen, en hij zal datzelve spijsoffer voor het aangezicht des HEEREN bewegen, en zal dat op het altaar offeren.
KJVThen the priest2shall take1the jealousy7offering6out of the woman's4hand,3and shall wave8the offering10before11the LORD,12and offer13it upon the altar:
1וְלָקַ֤חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2הַכֹּהֵן֙H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer3מִיַּ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves4הָֽאִשָּׁ֔הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English5אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מִנְחַ֣תH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice7הַקְּנָאֹ֑תH7068ijver, ijveringen, ijversenvy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal8וְהֵנִ֤יףH5130bewegen, bewoog, bewogenlift up, move, offer, perfume, send, shake, sift, strike, wave9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הַמִּנְחָה֙H4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice11לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13וְהִקְרִ֥יבH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take14אֹתָ֖הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16הַמִּזְבֵּֽחַH4196altaar, altaren, altaarsaltar
26De priester zal ook van dat spijsoffer, deszelfs gedenkoffer, een handvol grijpen, en zal het op het altaar aansteken; en daarna zal hij dat water die vrouw te drinken geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26De priesterH3548 zal ook vanH4480 dat spijsofferH4503, deszelfs gedenkofferH234, een handvol grijpenH7061, en zal het op het altaarH4196aanstekenH6999; en daarnaH310 zal hij dat waterH4325 die vrouwH802 te drinkenH8248 geven.De priester zal ook van dat spijsoffer, deszelfs gedenkoffer, een handvol grijpen, en zal het op het altaar aansteken; en daarna zal hij dat water die vrouw te drinken geven.
KJVAnd the priest2shall take an handful1of the offering,4even the memorial6thereof, and burn7it upon the altar,8and afterward9shall cause the woman12to drink10the water.
1וְקָמַ֨ץH7061grijpen, handvol grijpentake an handful2הַכֹּהֵ֤ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer3מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4הַמִּנְחָה֙H4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אַזְכָּ֣רָתָ֔הּH234gedenkoffer, gedachtenismemorial7וְהִקְטִ֖ירH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)8הַמִּזְבֵּ֑חָהH4196altaar, altaren, altaarsaltar9וְאַחַ֛רH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with10יַשְׁקֶ֥הH8248drinken, drenken, schenkerscause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה)11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הָאִשָּׁ֖הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַמָּֽיִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
27Als hij haar nu dat water zal te drinken gegeven hebben, het zal geschieden, indien zij onrein geworden is, en tegen haar man door overtreding zal overtreden hebben, dat het water, hetwelk vervloeking medebrengt, tot bitterheid in haar ingaan zal, en haar buik zwellen, en haar heup vervallen zal; en die vrouw zal in het midden van haar volk tot een vloek zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Als hij haar nu dat waterH4325 zal te drinkenH8248 gegeven hebben, het zal geschieden, indienH518 zij onreinH2930 geworden is, en tegen haar manH376 door overtredingH4604 zal overtredenH4603 hebben, dat het waterH4325, hetwelk vervloeking medebrengtH779, tot bitterheidH4751 in haar ingaanH935 zal, en haar buikH990zwellenH6638, en haar heupH3409vervallenH5307 zal; en die vrouwH802 zal in het middenH7130 van haar volkH5971 tot een vloekH423 zijn.Als hij haar nu dat water zal te drinken gegeven hebben, het zal geschieden, indien zij onrein geworden is, en tegen haar man door overtreding zal overtreden hebben, dat het water, hetwelk vervloeking medebrengt, tot bitterheid in haar ingaan zal, en haar buik zwellen, en haar heup vervallen zal; en die vrouw zal in het midden van haar volk tot een vloek zijn.
KJVAnd when he hath made her to drink1the water,3then it shall come to pass, that, if she be defiled,6and have done7trespass8against her husband,9that the water12that causeth the curse13shall enter10into her, and become bitter,14and her belly16shall swell,15and her thigh18shall rot:17and the woman20shall be a curse21among22her people.
1וְהִשְׁקָ֣הּH8248drinken, drenken, schenkerscause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַמַּ֗יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))4וְהָיְתָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5אִֽםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet6נִטְמְאָה֮H2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly7וַתִּמְעֹ֣לH4603overtreden, begaan, overtradtransgress, (commit, do a) trespass(-ing)8מַ֣עַלH4604overtreding, overtreden, overtredingenfalsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very9בְּאִישָׁהּ֒H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10וּבָ֨אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11בָ֜הּ12הַמַּ֤יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))13הַמְאָֽרֲרִים֙H779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse14לְמָרִ֔יםH4751bitter, bitterheid, bitterlijk[phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy15וְצָבְתָ֣הH6638zwellen, strijdenfight swell16בִטְנָ֔הּH990buik, buiks, binnenstebelly, body, [phrase] as they be born, [phrase] within, womb17וְנָפְלָ֖הH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down18יְרֵכָ֑הּH3409heup, schacht, dij[idiom] body, loins, shaft, side, thigh19וְהָיְתָ֧הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use20הָאִשָּׁ֛הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English21לְאָלָ֖הH423vloek, eed, eed vloekscurse, cursing, execration, oath, swearing22בְּקֶ֥רֶבH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self23עַמָּֽהּH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
28Doch indien de vrouw niet onrein geworden is, maar rein is, zo zal zij vrij zijn, en zal met zaad bezadigd worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Doch indien de vrouwH802nietH3808onreinH2930 geworden is, maar reinH2889 is, zo zal zijH1931vrijH5352 zijn, en zal met zaadH2233bezadigdH2232 worden.Doch indien de vrouw niet onrein geworden is, maar rein is, zo zal zij vrij zijn, en zal met zaad bezadigd worden.
KJVAnd if the woman4be not defiled,3but be clean;5then she shall be free,7and shall conceive8seed.
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3נִטְמְאָה֙H2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly4הָֽאִשָּׁ֔הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English5וּטְהֹרָ֖הH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)6הִ֑ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7וְנִקְּתָ֖הH5352onschuldig, onschuldig houden, reinacquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly8וְנִזְרְעָ֥הH2232zaaien, gezaaid, bezaaienbear, conceive seed, set with sow(-er), yield9זָֽרַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time
29Dit is de wet der ijveringen, als een vrouw, onder haar man zijnde, zal afgeweken en onrein geworden zijn;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29DitH2063 is de wetH8451 der ijveringenH7068, als een vrouwH802, onderH8478 haar manH376 zijnde, zal afgewekenH7847 en onreinH2930 geworden zijn;Dit is de wet der ijveringen, als een vrouw, onder haar man zijnde, zal afgeweken en onrein geworden zijn;
KJVThis is the law2of jealousies,3when a wife6goeth aside5to another instead of her husband,8and is defiled;
1זֹ֥אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus2תּוֹרַ֖תH8451wet, wetten, leerlaw3הַקְּנָאֹ֑תH7068ijver, ijveringen, ijversenvy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal4אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5תִּשְׂטֶ֥הH7847afgeweken, wijk, wijkendecline, go aside, turn6אִשָּׁ֛הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English7תַּ֥חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with8אִישָׁ֖הּH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9וְנִטְמָֽאָהH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly
30Of als over en man die ijvergeest zal gekomen zijn, en hij over zijn huisvrouw zal geijverd hebben, dat hij de vrouw voor het aangezicht des HEEREN stelle, en de priester aan haar deze ganse wet volbrenge.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30OfH176 als over en manH376dieH834ijvergeestH7307 zal gekomen zijn, en hij over zijn huisvrouwH802 zal geijverdH7065 hebben, dat hij de vrouwH802 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068stelleH5975, en de priesterH3548 aan haar dezeH2063ganseH3605wetH8451volbrengeH6213.Of als over en man die ijvergeest zal gekomen zijn, en hij over zijn huisvrouw zal geijverd hebben, dat hij de vrouw voor het aangezicht des HEEREN stelle, en de priester aan haar deze ganse wet volbrenge.
KJVOr when the spirit6of jealousy7cometh4upon him,2and he be jealous8over his wife,10and shall set11the woman13before14the LORD,15and the priest18shall execute16upon her all this law.
1א֣וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether2אִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4תַּעֲבֹ֥רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath5עָלָ֛יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6ר֥וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)7קִנְאָ֖הH7068ijver, ijveringen, ijversenvy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal8וְקִנֵּ֣אH7065geijverd, nijdig, benijdden(be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous)9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10אִשְׁתּ֑וֹH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English11וְהֶעֱמִ֤ידH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הָֽאִשָּׁה֙H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English14לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16וְעָ֤שָׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17לָהּ֙18הַכֹּהֵ֔ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer19אֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21הַתּוֹרָ֖הH8451wet, wetten, leerlaw22הַזֹּֽאתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
31En de man zal van de ongerechtigheid onschuldig zijn; maar diezelve vrouw zal haar ongerechtigheid dragen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En de manH376 zal van de ongerechtigheidH5771onschuldigH5352 zijn; maar diezelve vrouwH802 zal haar ongerechtigheidH5771dragenH5375.En de man zal van de ongerechtigheid onschuldig zijn; maar diezelve vrouw zal haar ongerechtigheid dragen.
KJVThen shall the man2be guiltless1from iniquity,3and this5woman4shall bear6her iniquity.
1וְנִקָּ֥הH5352onschuldig, onschuldig houden, reinacquit [idiom] at all, [idiom] altogether, be blameless, cleanse, (be) clear(-ing), cut off, be desolate, be free, be (hold) guiltless, be (hold) innocent, [idiom] by no means, be quit, be (leave) unpunished, [idiom] utterly, [idiom] wholly2הָאִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3מֵעָוֺ֑ןH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin4וְהָאִשָּׁ֣הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English5הַהִ֔ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6תִּשָּׂ֖אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8עֲוֺנָֽהּH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Numeri 5:2— Gebied den kinderen Israels, dat zij uit het leger wegzenden alle melaatsen, en alle vloeienden, en allen, die onrein zijn van een dode.Leviticus 21:1→Leviticus 13:46→Numeri 12:14→Numeri 9:6→Numeri 31:19→Deuteronomium 24:8→Numeri 19:11→Leviticus 15:2→
Numeri 5:3— Van het mannelijke tot het vrouwelijke zult gij hen wegzenden; tot buiten het leger zult gij hen wegzenden; opdat zij niet verontreinigen hun legers, in welker midden Ik wone.Leviticus 26:11→Deuteronomium 23:14→Psalmen 68:18→Numeri 19:22→2 Johannes 1:10→2 Korinthe 6:16→2 Thessalonicenzen 3:6→1 Koningen 7:3→
Numeri 5:6— Spreek tot de kinderen Israels: wanneer een man of een vrouw iets van enige menselijke zonden gedaan zullen hebben, overtreden hebbende door overtreding tegen den HEERE, zo is diezelve ziel schuldig.Leviticus 5:1→Leviticus 5:14→
Numeri 5:7— En zij zullen hun zonde, welke zij gedaan hebben, belijden; daarna zal hij zijn schuld weder uitkeren, naar de hoofdsom daarvan, en derzelver vijfde deel zal hij daarboven toedoen, en zal het dien geven, aan wien hij zich verschuldigd heeft.Leviticus 5:5→Leviticus 26:40→Jozua 7:19→Spreuken 28:13→Lukas 19:8→Job 33:27→1 Johannes 1:8→Psalmen 32:5→
Numeri 5:8— Maar zo die man geen losser zal hebben, om de schuld aan hem weder uit te keren, zal die schuld, welken den HEERE weder uitgekeerd wordt, des priesters zijn; behalve den ram der verzoening, met welken hij voor hem verzoening doen zal.Leviticus 6:6→Leviticus 7:7→Leviticus 25:25→
Numeri 5:9— Desgelijks zal alle heffing van alle geheiligde dingen der kinderen Israels, welke zij tot den priester brengen, zijne zijn.Exodus 29:28→Numeri 18:19→Leviticus 7:6→Deuteronomium 18:3→Leviticus 6:17→Ezechiël 44:29→Leviticus 22:2→Leviticus 6:26→
Numeri 5:10— En een ieders geheiligde dingen zullen zijne zijn; wat iemand den priester zal gegeven hebben, zal zijne zijn.Leviticus 10:13→
Numeri 5:12— Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer van iemand zijn huisvrouw zal afgeweken zijn, en door overtreding tegen hem overtreden zal hebben;Numeri 5:19→Spreuken 2:16→
Numeri 5:13— Dat een man bij haar door bijligging des zaads zal gelegen hebben, en het voor de ogen haars mans zal verborgen zijn, en zij zich verheeld zal hebben, zijnde nochtans onrein geworden; en geen getuige tegen haar is, en zij niet betrapt is;Leviticus 18:20→Leviticus 20:10→Spreuken 30:20→Spreuken 7:18→
Numeri 5:14— En de ijvergeest over hem gekomen is, dat hij ijvert over zijn huisvrouw, dewijl zij onrein geworden is; of dat over hem de ijvergeest gekomen is, dat hij over zijn huisvrouw ijvert, hoewel zij niet onrein geworden is;Hooglied 8:6→Spreuken 6:34→Numeri 5:30→1 Korinthe 10:22→Sefanja 3:8→
Numeri 5:15— Dan zal die man zijn huisvrouw tot den priester brengen, en zal haar offerande voor haar medebrengen, een tiende deel van een efa gerstemeel; hij zal geen olie daarop gieten, noch wierook daarop leggen, dewijl het een spijsoffer der ijveringen is, een spijsoffer der gedachtenis, dat de ongerechtigheid in gedachtenis brengt.Ezechiël 29:16→1 Koningen 17:18→Leviticus 5:11→Leviticus 2:1→Hosea 3:2→Hebreeën 10:3→
Numeri 5:16— En de priester zal haar doen naderen; hij zal haar stellen voor het aangezicht des HEEREN.Jeremia 17:10→Leviticus 1:3→Openbaring 2:22→Hebreeën 13:4→
Numeri 5:17— En de priester zal heilig water in een aarden vat nemen; en van het stof, hetwelk op den vloer des tabernakels is, zal de priester nemen, en in het water doen.Klaagliederen 3:29→Johannes 8:6→Jeremia 17:13→Numeri 19:2→Johannes 8:8→Exodus 30:18→Job 2:12→
Numeri 5:18— Daarna zal de priester de vrouw voor het aangezicht des HEEREN stellen, en zal het hoofd van de vrouw ontbloten, en zal het spijsoffer der gedachtenis op haar handen leggen, hetwelk het spijsoffer der ijveringen is; en in de hand des priesters zal dat bitter water zijn, hetwelk den vloek medebrengt.Openbaring 10:9→Hebreeën 13:4→Jeremia 2:19→Jesaja 38:17→Numeri 5:17→1 Korinthe 11:6→Numeri 5:24→Prediker 7:26→
Numeri 5:19— En de priester zal haar beedigen, en zal tot die vrouw zeggen: Indien iemand bij u gelegen heeft, en indien gij, onder uw man zijnde, niet afgeweken zijt tot onreinigheid, wees vrij van dit bitter water, hetwelk den vloek medebrengt!Mattheüs 26:63→Romeinen 7:2→Numeri 5:12→
Numeri 5:20— Maar zo gij, onder uw man zijnde, afgeweken zijt, en zo gij onrein geworden zijt, dat een man bij u gelegen heeft, behalve uw man:Numeri 5:12→
Numeri 5:21— (Dan zal de priester die vrouw met den eed der vervloeking beedigen, en de priester zal tot die vrouw zeggen:) De HEERE zette u tot een vloek, en tot een eed, in het midden uws volks, mits dat de HEERE uw heup vervallende, en uw buik zwellende make;1 Samuël 14:24→Jozua 6:26→Nehemia 10:29→Jeremia 29:22→Mattheüs 26:74→Jesaja 65:15→Spreuken 10:7→2 Kronieken 21:15→
Numeri 5:22— Dat ditzelve water, hetwelk de vervloeking medebrengt, in uw ingewand inga, om den buik te doen zwellen, en de heup te doen vervallen! Dan zal die vrouw zeggen: Amen, amen!Psalmen 109:18→Deuteronomium 27:15→Psalmen 41:13→Psalmen 72:19→Ezechiël 3:3→Spreuken 1:31→Psalmen 7:4→Job 31:39→
Numeri 5:23— Daarna zal de priester deze zelfde vloeken op een cedeltje schrijven, en hij zal het met het bitter water uitdoen.Handelingen 3:19→Jesaja 44:22→Jesaja 43:25→Openbaring 20:12→Job 31:35→Deuteronomium 31:19→2 Kronieken 34:24→Exodus 17:14→
Numeri 5:24— En hij zal die vrouw dat bitter water, hetwelk de vervloeking medebrengt, te drinken geven, dat het water, hetwelk de vervloeking medebrengt, in haar tot bitterheden inga.Maleachi 3:5→Zacharia 5:3→
Numeri 5:25— En de priester zal uit de hand van die vrouw het spijsoffer der ijveringen nemen, en hij zal datzelve spijsoffer voor het aangezicht des HEEREN bewegen, en zal dat op het altaar offeren.Leviticus 8:27→Numeri 5:18→Numeri 5:15→Exodus 29:24→
Numeri 5:26— De priester zal ook van dat spijsoffer, deszelfs gedenkoffer, een handvol grijpen, en zal het op het altaar aansteken; en daarna zal hij dat water die vrouw te drinken geven.Leviticus 2:9→Leviticus 2:2→Leviticus 5:12→Leviticus 6:15→
Numeri 5:27— Als hij haar nu dat water zal te drinken gegeven hebben, het zal geschieden, indien zij onrein geworden is, en tegen haar man door overtreding zal overtreden hebben, dat het water, hetwelk vervloeking medebrengt, tot bitterheid in haar ingaan zal, en haar buik zwellen, en haar heup vervallen zal; en die vrouw zal in het midden van haar volk tot een vloek zijn.Jeremia 29:18→Jeremia 42:18→Zacharia 8:13→Deuteronomium 28:37→Jeremia 24:9→Jeremia 29:22→Jeremia 44:12→Jesaja 65:15→
Numeri 5:28— Doch indien de vrouw niet onrein geworden is, maar rein is, zo zal zij vrij zijn, en zal met zaad bezadigd worden.2 Korinthe 4:17→Numeri 5:19→Psalmen 113:9→1 Petrus 1:7→Micha 7:7→
Numeri 5:29— Dit is de wet der ijveringen, als een vrouw, onder haar man zijnde, zal afgeweken en onrein geworden zijn;Numeri 5:19→Numeri 5:12→Leviticus 14:54→Leviticus 7:11→Numeri 5:15→Leviticus 13:59→Jesaja 5:7→Leviticus 11:46→
Numeri 5:31— En de man zal van de ongerechtigheid onschuldig zijn; maar diezelve vrouw zal haar ongerechtigheid dragen.Leviticus 20:10→Romeinen 2:8→Numeri 9:13→Ezechiël 18:4→Psalmen 37:6→Leviticus 20:17→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Numeri 5 vers 2— Gebied den kinderen Israels, dat zij uit het leger wegzenden alle melaatsen, en alle vloeienden, en allen, die onrein zijn van een dode.
Numeri 5 vers 3— Van het mannelijke tot het vrouwelijke zult gij hen wegzenden; tot buiten het leger zult gij hen wegzenden; opdat zij niet verontreinigen hun legers, in welker midden Ik wone.
Van den man tot de vrouw toe
Dat is, hetzij man of vrouw.
Hertaald:Van den man tot de vrouw toe
Dat is: hetzij man of vrouw.
zij niet
Te weten, de andere Israëlieten.
Hertaald:zij niet
Namelijk: de andere Israëlieten.
verontreinigen
Te weten, door enigen van zulke onreinen onder hen te laten wonen.
Hertaald:verontreinigen
Namelijk: door enige van zulke onreinen onder hen te laten wonen.
hun legers,
Er waren [naar de mening van sommigen] drie legers: het leger des Heeren, hetwelk was de tabernakel; het leger der Levieten; het leger der Israëlieten. De melaatsen werden uit allen gesloten, de vloeienden uit de twee eersten.
Hertaald:hun legers,
Er waren [volgens sommigen] drie kampen: het kamp van de HEERE, dat de tabernakel was; het kamp van de Levieten; het kamp van de Israëlieten. De melaatsen werden uit alle drie gesloten, de mensen met een vloeiing uit de eerste twee.
in welker midden Ik wone
Dat is, wie Ik door mijn genade bijblijve, door mijn speciale voorzienigheid bewaar en bescherm, mitsgaders door mijn Geest en woord regeer en ter eeuwige zaligheid geleid. Vergelijk Lev. 26:11-12, met de aantekeningen en Ezech. 37:28; 2 Kor. 6:16.
Hertaald:in welker midden Ik wone
Dat is: bij wie Ik door Mijn genade blijf, door Mijn bijzondere voorzienigheid bewaar en bescherm, en door Mijn Geest en Woord regeer en tot eeuwige zaligheid leid. Vergelijk Lev. 26:11-12, met de aantekeningen, en Ezech. 37:28; 2 Kor. 6:16.
Numeri 5 vers 6— Spreek tot de kinderen Israels: wanneer een man of een vrouw iets van enige menselijke zonden gedaan zullen hebben, overtreden hebbende door overtreding tegen den HEERE, zo is diezelve ziel schuldig.
menselijke zonden
Hebreeuws, zonden des mensen. Versta, de zonde, die de mensen begaan uit menselijke zwakheid, voortkomende uit de aanklevende verdorvenheid der natuur. Vergelijk Lev. 5:2-3; en wordt dit vergrijp gesteld tegen de zonde, die uit moedwil geschiedt en met opgeheven hand, onder, Num. 15:30; of, versta, de zonde, die geschiedt naar de wijze der mensen, die van nature zeer tot de zonde genegen zijn. Anders, zonden des mensen; dat is, tegen enig mens of den naaste begaan.
Hertaald:menselijke zonden
Hebreeuws: zonden van de mens. Versta: de zonde die mensen begaan uit menselijke zwakheid, voortkomend uit de aanklevende verdorvenheid van de natuur. Vergelijk Lev. 5:2-3; en dit vergrijp wordt gesteld tegenover de zonde die met opzet en met opgeheven hand gebeurt, hieronder, Num. 15:30; of versta: de zonde die op de manier van de mensen gebeurt, die van nature sterk tot de zonde geneigd zijn. Ook mogelijk: zonden van de mens; dat is: begaan tegen een medemens of de naaste.
ziel schuldig
Dat is, persoon. Zie Gen. 12:5.
Hertaald:ziel schuldig
Dat is: persoon. Zie Gen. 12:5.
Numeri 5 vers 7— En zij zullen hun zonde, welke zij gedaan hebben, belijden; daarna zal hij zijn schuld weder uitkeren, naar de hoofdsom daarvan, en derzelver vijfde deel zal hij daarboven toedoen, en zal het dien geven, aan wien hij zich verschuldigd heeft.
belijden;
Te weten, voor den priester, als die de offerande doen moest en het goed van des Heeren wege mocht tot zich trekken, geen losser voorhanden zijnde, vs.8, en vergelijk Lev. 5:5-6, Lev. 5:10-13.
Hertaald:belijden;
Namelijk: voor de priester, die het offer moest brengen en het goed namens de HEERE mocht ontvangen, als er geen losser voorhanden was, vers 8, en vergelijk Lev. 5:5-6, Lev. 5:10-13.
hij
Te weten, de schuldige.
Hertaald:hij
Namelijk: de schuldige.
schuld weder uitkeren,
Dat is, hetgeen hij zijn naaste ontvreemd heeft, waarmede hij zich schuldig heeft gemaakt.
Hertaald:schuld weder uitkeren,
Dat is: wat hij zijn naaste ontvreemd heeft, waarmee hij zich schuldig gemaakt heeft.
derzelver vijfde deel
Te weten, om daarmede te vergelden de schade, die de eigenaar geleden heeft, zijnde beroofd geweest van het gebruik van zijn goed.
Hertaald:derzelver vijfde deel
Namelijk: om daarmee de schade te vergoeden die de eigenaar geleden heeft door beroofd te zijn van het gebruik van zijn goed.
Numeri 5 vers 8— Maar zo die man geen losser zal hebben, om de schuld aan hem weder uit te keren, zal die schuld, welken den HEERE weder uitgekeerd wordt, des priesters zijn; behalve den ram der verzoening, met welken hij voor hem verzoening doen zal.
die man geen losser zal hebben,
Te weten, aan welken het onrecht geschied is, zijnde dood, of geen bloedvriend, noch erfgenaam, noch iemand anders hebbende, die het goed zou mogen aanslaan, en wien men hetzelve zou wedergeven. In zulk een geval kwam het goed den Heere en in zijn plaats den priester toe.
Hertaald:die man geen losser zal hebben,
Namelijk: aan wie het onrecht is aangedaan, zijnde overleden, of zonder bloedverwant, erfgenaam of iemand anders die het goed zou kunnen opeisen en aan wie het teruggegeven zou kunnen worden. In zo'n geval kwam het goed toe aan de HEERE en, in Zijn plaats, aan de priester.
Numeri 5 vers 9— Desgelijks zal alle heffing van alle geheiligde dingen der kinderen Israels, welke zij tot den priester brengen, zijne zijn.
heffing van alle geheiligde dingen
Dit woord is hier niet in het bijzonder genomen, gesteld zijnde tegen beweegoffer, gelijk Ex. 29:27, maar in het algemeen voor de dingen, die door iemand den priester gegeven en alzo Gode toegeheiligd worden, en daarna niet tot enig ander gebruik mogen besteed worden dan gelijk bevolen is. Alzo Ex. 25:2; Num. 15:19; Neh. 10:39.
Hertaald:heffing van alle geheiligde dingen
Dit woord wordt hier niet specifiek gebruikt, tegenover beweegoffer, zoals in Ex. 29:27, maar in het algemeen voor de dingen die door iemand aan de priester gegeven en zo aan God geheiligd worden, en die daarna voor geen ander gebruik mogen worden aangewend dan zoals bevolen is. Zo ook Ex. 25:2; Num. 15:19; Neh. 10:39.
zijne zijn
Namelijk, van den priester; alzo in vs.10. Zie Lev. 6:16.
Hertaald:zijne zijn
Namelijk: van de priester; zo ook in vers 10. Zie Lev. 6:16.
Numeri 5 vers 12— Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer van iemand zijn huisvrouw zal afgeweken zijn, en door overtreding tegen hem overtreden zal hebben;
iemand zijn huisvrouw
Hebreeuws, man man; boven Num. 4:19, enz.
Hertaald:iemand zijn huisvrouw
Hebreeuws: man man; hierboven Num. 4:19.
zal afgeweken zijn,
Te weten, naar het vermoeden en nadenken van haar man, die haar beschuldigt den band des huwelijks door overspel gebroken te hebben, en daarover met jaloersheid zo bevangen is, dat hij zich niet in zijn gemoed kan geruststellen.
Hertaald:zal afgeweken zijn,
Namelijk: naar het vermoeden en de gedachten van haar man, die haar beschuldigt de huwelijksband door overspel gebroken te hebben, en daardoor zo door jaloezie bevangen is, dat hij innerlijk geen rust kan vinden.
Numeri 5 vers 13— Dat een man bij haar door bijligging des zaads zal gelegen hebben, en het voor de ogen haars mans zal verborgen zijn, en zij zich verheeld zal hebben, zijnde nochtans onrein geworden; en geen getuige tegen haar is, en zij niet betrapt is;
door bijligging des zaads
Zie deze zelfde manier van spreken Lev. 15:18, en Lev. 19:20.
Hertaald:door bijligging des zaads
Zie dezelfde manier van spreken in Lev. 15:18 en Lev. 19:20.
onrein geworden;
Te weten, door overspel.
Hertaald:onrein geworden;
Namelijk: door overspel.
Numeri 5 vers 14— En de ijvergeest over hem gekomen is, dat hij ijvert over zijn huisvrouw, dewijl zij onrein geworden is; of dat over hem de ijvergeest gekomen is, dat hij over zijn huisvrouw ijvert, hoewel zij niet onrein geworden is;
de ijvergeest over hem gekomen is,
Hebreeuws, de geest der ijvering; en zo in het volgende. Versta, de beweging der jaloezie van een man, over de eerbaarheid van zijn vrouw, hebbende kwaad vermoeden van dezelve. Het woordje geest betekent dikwijls de affecten en bewegingen, waardoor de mensen tot enige, òf zonden en zwakheden, òf deugden en goede werken, inwendiglijk genegen zijn, of ook uiterlijk gedreven worden. Zie Jes. 19:14; Hos. 4:12; 1 Kor. 4:21; Gal. 6:1; 2 Tim. 1:7.
Hertaald:de ijvergeest over hem gekomen is,
Hebreeuws: de geest der ijvering; en zo ook hierna. Versta: de opwelling van jaloezie van een man over de eerbaarheid van zijn vrouw, waarbij hij kwaad vermoeden tegen haar koestert. Het woordje geest betekent vaak de gemoedsbewegingen waardoor mensen innerlijk geneigd zijn tot bepaalde zonden of zwakheden, of deugden en goede werken, of ook uiterlijk daartoe gedreven worden. Zie Jes. 19:14; Hos. 4:12; 1 Kor. 4:21; Gal. 6:1; 2 Tim. 1:7.
Numeri 5 vers 15— Dan zal die man zijn huisvrouw tot den priester brengen, en zal haar offerande voor haar medebrengen, een tiende deel van een efa gerstemeel; hij zal geen olie daarop gieten, noch wierook daarop leggen, dewijl het een spijsoffer der ijveringen is, een spijsoffer der gedachtenis, dat de ongerechtigheid in gedachtenis brengt.
een efa gerstemeel;
Zie Ex. 16:36.
Hertaald:een efa gerstemeel;
Zie Ex. 16:36.
geen olie daarop gieten,
De reden is, naar sommiger mening, omdat de olie een teken was der genade en geestelijke gaven, en de wierook een teken van den aangenamen en lieflijken reuk, welke beiden in deze gelegenheid niet pasten.
Hertaald:geen olie daarop gieten,
De reden is, volgens sommigen, dat de olie een teken was van genade en geestelijke gaven, en de wierook een teken van de aangename, liefelijke geur, die beide bij deze gelegenheid niet pasten.
Numeri 5 vers 16— En de priester zal haar doen naderen; hij zal haar stellen voor het aangezicht des HEEREN.
voor het aangezicht des HEEREN
Dat is, voor den tabernakel, in welken was de ark, als een teken van Gods tegenwoordigheid. Zie Lev. 1:3.
Hertaald:voor het aangezicht des HEEREN
Dat is: vóór de tabernakel, waarin de ark stond, als teken van Gods tegenwoordigheid. Zie Lev. 1:3.
Numeri 5 vers 17— En de priester zal heilig water in een aarden vat nemen; en van het stof, hetwelk op den vloer des tabernakels is, zal de priester nemen, en in het water doen.
heilig water in een aarden vat nemen;
Te weten, wat uit het heilige wasvat genomen werd, staande bij het brandofferaltaar, waarin het water was, hetwelk in den heiligen godsdienst gebruikt moest worden. Zie Ex. 30:18, en Ex. 40:30.
Hertaald:heilig water in een aarden vat nemen;
Namelijk: wat genomen werd uit het heilige wasvat, dat bij het brandofferaltaar stond en waarin het water zat dat in de heilige eredienst gebruikt moest worden. Zie Ex. 30:18 en Ex. 40:30.
Numeri 5 vers 18— Daarna zal de priester de vrouw voor het aangezicht des HEEREN stellen, en zal het hoofd van de vrouw ontbloten, en zal het spijsoffer der gedachtenis op haar handen leggen, hetwelk het spijsoffer der ijveringen is; en in de hand des priesters zal dat bitter water zijn, hetwelk den vloek medebrengt.
zal het hoofd van de vrouw ontbloten,
Dit geschiedde:<i>I.</i> om te verklaren, dat de vrouw vrij en haar zelve was, hebbende de macht om een eed te doen; gelijk daarentegen de dekking haars hoofds een teken is, dat zij staat onder de macht van haar man, 1 Kor. 11:5, 1 Kor. 11:10;<i>II.</i> omdat zij bekwamelijk gezien en onderkend mocht worden, en alzo haar woorden en gebaren door de gehele vergadering te beter mochten waargenomen worden;<i>III.</i> opdat zij te meer schaamte en vrees zou hebben iets anders dan de rechte waarheid te verklaren, als staande ontdekt voor het aanschijn van God en de ganse vergadering.
Hertaald:zal het hoofd van de vrouw ontbloten,
Dit gebeurde: I. om te verklaren dat de vrouw vrij en zelfstandig was, met de bevoegdheid om een eed af te leggen; terwijl de bedekking van haar hoofd juist een teken is dat zij onder het gezag van haar man staat, 1 Kor. 11:5, 1 Kor. 11:10; II. opdat zij goed gezien en herkend kon worden, zodat haar woorden en gebaren door de hele gemeente beter waargenomen konden worden; III. opdat zij des te meer schaamte en angst zou hebben om iets anders dan de zuivere waarheid te verklaren, terwijl zij ontdekt stond voor het aangezicht van God en de hele gemeente.
bitter water zijn,
Het wordt zo genaamd, omdat de vrouw zichzelve, zich veel bittere smarten toebracht, indien zij schuldig was. Zie vs.24, 27. Vergelijk Ex. 32:20.
Hertaald:bitter water zijn,
Het wordt zo genoemd, omdat de vrouw zichzelf veel bittere smart zou berokkenen, als zij schuldig was. Zie vers 24, 27. Vergelijk Ex. 32:20.
den vloek medebrengt
Dat is, de straf van God, gemeld vs.22. Zie ook onder, vs.24.
Hertaald:den vloek medebrengt
Dat is: de straf van God, genoemd in vers 22. Zie ook hieronder, vers 24.
Numeri 5 vers 19— En de priester zal haar beedigen, en zal tot die vrouw zeggen: Indien iemand bij u gelegen heeft, en indien gij, onder uw man zijnde, niet afgeweken zijt tot onreinigheid, wees vrij van dit bitter water, hetwelk den vloek medebrengt!
beëdigen,
Dat is, hij zal haar met ede doen verklaren, of zij overspel gedaan heeft of niet. Anders, bezweren
Hertaald:beëdigen,
Dat is: hij zal haar onder ede laten verklaren of zij overspel gepleegd heeft of niet. Ook mogelijk: bezweren.
onder uw man zijnde,
Anders, in stede uws mans; dat is, met hem in de plaats uws mans gelegen hebbende, alzo vs.20, 29.
Hertaald:onder uw man zijnde,
Ook mogelijk: in plaats van uw man; dat is: met hem in plaats van uw man gelegen te hebben, zo ook vers 20, 29.
vrij van dit bitter water,
Dat is, onschuldig en onstrafbaar, zodat dit water u niet zal beschadigen.
Hertaald:vrij van dit bitter water,
Dat is: onschuldig en niet strafbaar, zodat dit water u geen kwaad zal doen.
Numeri 5 vers 20— Maar zo gij, onder uw man zijnde, afgeweken zijt, en zo gij onrein geworden zijt, dat een man bij u gelegen heeft, behalve uw man:
bij u gelegen heeft,
Zie van de Hebreeuwse manier van spreken Lev. 18:20, Lev. 18:23, en Lev. 20:15.
Hertaald:bij u gelegen heeft,
Zie voor deze Hebreeuwse manier van spreken Lev. 18:20, Lev. 18:23 en Lev. 20:15.
Numeri 5 vers 21— (Dan zal de priester die vrouw met den eed der vervloeking beedigen, en de priester zal tot die vrouw zeggen:) De HEERE zette u tot een vloek, en tot een eed, in het midden uws volks, mits dat de HEERE uw heup vervallende, en uw buik zwellende make;
der vervloeking beëdigen,
De Heere heeft deze wet drieledig willen bevestigd hebben:<i>I.</i> Met een eed der vervloeking, die door de beschuldigde vrouw gedaan moest zijn, in dit vs. en het volgende;<i>II.</i> Met het beschrijven van dezen handel, hetwelk door den priester geschieden moest, hoewel alzo dat het briefje of perkament in het water gedoopt en afgespoeld werd, vs.23;<i>III.</i> Met het bittere water [in hetwelk de geschreven vloek als ingespoeld was] in te drinken, hetwelk de vrouwen ook doen moesten, vs.24.
Hertaald:der vervloeking beëdigen,
De HEERE heeft deze regel op drie manieren willen laten bevestigen: I. met een eed van vervloeking, die door de beschuldigde vrouw afgelegd moest worden, in dit en het volgende vers; II. met het opschrijven van deze zaak, wat door de priester moest gebeuren, zo dat het briefje of perkament in het water gedoopt en afgespoeld werd, vers 23; III. met het drinken van het bittere water [waarin de geschreven vloek als het ware ingespoeld was], wat de vrouw ook moest doen, vers 24.
tot een vloek,
Dat is, tot een formulier van den vloek en van den valsen eed, opdat andere mensen u zullen nemen tot een exempel van een vervloekt persoon, die niet alleen zulk een zonde begaan heeft, maar ook met een plechtigen eed stoutelijk heeft geloochend.
Hertaald:tot een vloek,
Dat is: tot een formulier van vervloeking en valse eed, opdat andere mensen u zullen nemen als voorbeeld van een vervloekt persoon, die niet alleen zo'n zonde begaan heeft, maar die ook met een plechtige eed brutaal heeft ontkend.
Numeri 5 vers 22— Dat ditzelve water, hetwelk de vervloeking medebrengt, in uw ingewand inga, om den buik te doen zwellen, en de heup te doen vervallen! Dan zal die vrouw zeggen: Amen, amen!
Amen, amen
Amen is een woord, hetwelk de Hebreëen gebruiken:<i>I.</i> In het toestemmen van enige zaken, Deut. 27:15-16; Neh. 8:7; Openb. 5:14;<i>II.</i> In het bevestigen en verzekeren van enig verhaal, Matt. 5:18, en Matt. 6:2, enz.;<i>III.</i> In het wensen van enig goed, Jer. 11:5, en Jer. 28:6; Openb. 22:20;<i>IV.</i> In het aannemen en verwachten van enig kwaad, wat bedreigd wordt, gelijk hier. Het wordt somtijds verdubbeld om de betekenis te vermeerderen en te versterken, gelijk vs.22 en Ps. 89:53; Joh. 3:3, Joh. 3:11, en Joh. 5:19, enz. Het woord betekent eigenlijk: het zij waar, of, het is waar of, het geschiede alzo.
Hertaald:Amen, amen
Amen is een woord dat de Hebreeën gebruiken: I. bij het instemmen met iets, Deut. 27:15-16; Neh. 8:7; Openb. 5:14; II. bij het bevestigen en verzekeren van een verhaal, Matt. 5:18 en Matt. 6:2; III. bij het wensen van iets goeds, Jer. 11:5 en Jer. 28:6; Openb. 22:20; IV. bij het aanvaarden en verwachten van iets kwaads dat gedreigd wordt, zoals hier. Het wordt soms verdubbeld om de betekenis te versterken, zoals in vers 22 en Ps. 89:53; Joh. 3:3, Joh. 3:11 en Joh. 5:19. Het woord betekent eigenlijk: het zij waar, of: het is waar, of: het gebeure zo.
Numeri 5 vers 23— Daarna zal de priester deze zelfde vloeken op een cedeltje schrijven, en hij zal het met het bitter water uitdoen.
cedeltje schrijven,
Of, briefje
Hertaald:cedeltje schrijven,
Of: briefje.
uitdoen
Of, uitwissen, afwissen.
Hertaald:uitdoen
Of: uitwissen, afwassen.
Numeri 5 vers 24— En hij zal die vrouw dat bitter water, hetwelk de vervloeking medebrengt, te drinken geven, dat het water, hetwelk de vervloeking medebrengt, in haar tot bitterheden inga.
de vervloeking medebrengt,
Zie boven, vs.18.
Hertaald:de vervloeking medebrengt,
Zie hierboven, vers 18.
tot bitterheden inga
Dat is, opdat zij de bittere straf van God krijge, zo zij schuldig is.
Hertaald:tot bitterheden inga
Dat is: opdat zij de bittere straf van God ontvangt, als zij schuldig is.
Numeri 5 vers 26— De priester zal ook van dat spijsoffer, deszelfs gedenkoffer, een handvol grijpen, en zal het op het altaar aansteken; en daarna zal hij dat water die vrouw te drinken geven.
deszelfs gedenkoffer,
Versta, een deel van dat offer, hetwelk moest aangestoken worden; vergelijk Lev. 2:2, en de aantekeningen.
Hertaald:deszelfs gedenkoffer,
Versta: een deel van dat offer, dat aangestoken moest worden; vergelijk Lev. 2:2, en de aantekeningen.
Numeri 5 vers 27— Als hij haar nu dat water zal te drinken gegeven hebben, het zal geschieden, indien zij onrein geworden is, en tegen haar man door overtreding zal overtreden hebben, dat het water, hetwelk vervloeking medebrengt, tot bitterheid in haar ingaan zal, en haar buik zwellen, en haar heup vervallen zal; en die vrouw zal in het midden van haar volk tot een vloek zijn.
het water,
Dit water had deze werking niet uit zijn natuurlijke kracht, maar uit de ordinantie des Heeren, die door hetzelve, als door een teken, òf zijn rechtvaardig oordeel uitvoerde tegen de schuldige, òf zijn beloftenis aan de onschuldige.
Hertaald:het water,
Dit water had deze werking niet uit zijn natuurlijke kracht, maar door de beschikking van de HEERE, Die daardoor, als door een teken, ofwel Zijn rechtvaardig oordeel tegen de schuldige uitvoerde, ofwel Zijn belofte aan de onschuldige.
tot een vloek zijn
Zie boven, vs.21.
Hertaald:tot een vloek zijn
Zie hierboven, vers 21.
Numeri 5 vers 28— Doch indien de vrouw niet onrein geworden is, maar rein is, zo zal zij vrij zijn, en zal met zaad bezadigd worden.
met zaad bezadigd worden
Dat is, zal vruchtbaar zijn.
Hertaald:met zaad bezadigd worden
Dat is: zal vruchtbaar zijn.
Numeri 5 vers 30— Of als over en man die ijvergeest zal gekomen zijn, en hij over zijn huisvrouw zal geijverd hebben, dat hij de vrouw voor het aangezicht des HEEREN stelle, en de priester aan haar deze ganse wet volbrenge.
voor het aangezicht des HEEREN stelle,
Zie boven, vs.16.
Hertaald:voor het aangezicht des HEEREN stelle,
Zie hierboven, vers 16.
Numeri 5 vers 31— En de man zal van de ongerechtigheid onschuldig zijn; maar diezelve vrouw zal haar ongerechtigheid dragen.
onschuldig zijn;
Dat is, ofschoon de man op een kwaad vermoeden zijn huisvrouw beschuldigd heeft, zo zal hij nochtans daarom niet gestraft worden; of, de man dit gedaan hebbende, zal onschuldig zijn aan het overspel zijner huisvrouw, daar hij anders zou schuldig zijn indien hij het door de vingers zag.
Hertaald:onschuldig zijn;
Dat is: hoewel de man op een kwaad vermoeden zijn vrouw beschuldigd heeft, zal hij daarom toch niet gestraft worden; of: de man die dit gedaan heeft, zal onschuldig zijn aan het overspel van zijn vrouw, terwijl hij anders schuldig zou zijn als hij het door de vingers had gezien.
I. Vs. 1-4.KruisverwijzingenLeviticus 21:1→Leviticus 13:46→Numeri 12:14→Numeri 9:6→Numeri 31:19→Leviticus 26:11→Deuteronomium 23:14→Deuteronomium 24:8→ — En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende: Gebied den kinderen Israels, dat zij uit het leger wegzenden alle melaatsen, en alle vloeienden, en allen, die onrein zijn van een dode. Van het mannelijke tot het vrouwelijke zult gij hen wegzenden; tot buiten het leger zult gij hen wegzenden; opdat zij niet verontreinigen hun legers, in welker midden Ik wone. En de kinderen Israels deden alzo, en zonden hen tot buiten het leger; gelijk de HEERE tot Mozes gesproken had, alzo deden de kinderen Israels. Nadat Israël uiterlijk tot een krijgsleger van de Heere georganiseerd is, om het voorgestelde doel, waartoe het geroepen is, tegemoet te kunnen trekken, volgt nu ook de innerlijke of geestelijke organisatie. Daarom krijgt Mozes nu allereerst bevel, om allen, die volgens Leviticus. 13-15 en Numeri. 19:11 vv. Levitisch onrein zijn, uit het leger te verwijderen; want daar de heilige God in het midden van Zijn volk optrekt, mag Israëls legerplaats door niets, van welke aard ook, verontreinigd zijn.
— En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
KruisverwijzingenLeviticus 21:1→Leviticus 13:46→Numeri 12:14→Numeri 9:6→Numeri 31:19→Deuteronomium 24:8→Numeri 19:11→Leviticus 15:2→— Gebied den kinderen Israels, dat zij uit het leger wegzenden alle melaatsen, en alle vloeienden, en allen, die onrein zijn van een dode.
Gebied 1) de kinderen van Israël, dat zij uit het leger wegzenden alle melaatsen (Leviticus. 13:45 vv.) en alle vloeienden (Leviticus. 15:2,19) en allen, die onrein zijn door aanraking van een dode (Numeri. 19:11 vv.).
Helder toont deze plaats, dat God volstrekt niet het ambt van medicus uitoefende, om de gezondheid van het volk te bevorderen, als Hij wilde, dat de melaatsen uit de legerplaats zouden verdreven worden; maar dat Hij, door deze uiterlijke rituelen en ceremoniën, het volk in ijver voor reinheid heeft geoefend, omdat Hij de zaadvloeiende en de onreine met de melaatse in één adem verbindende, eenvoudig het volk beveelt, zich van alle onreinheid ver te houden. Hetzelfde bevestigt, wat onmiddellijk volgt: Opdat zij de legerplaats, waar God woont, niet bezoedelen. Ja, het is, alsof Hij zei, dat alle verblijven van het uitverkoren volk, delen waren van Zijn heiligdom, welke het ongerechtigd zou zijn door eigen verontreiniging, te bezoedelen. Wij nu weten, hoe gemakkelijk de mensen zich veroorloven, de dienst van God te bevlekken, als zij de heilige zaken vermengen met de onheilige (profane), zoals men in het algemeen zegt. Wij zien alzo, dat de meest slechte, die zich niet het laatst begeven onder de dienaren van God, niet aarzelen, hun bezoedelde handen op te dringen, hoe ook God hen gestrengelijk van de hand wijst. Daarom ware het nuttig, dat dit door een zichtbaar teken, het oude volk herinnerd werd, dat zij allen, die bezoedeld waren, God niet naar recht konden dienen, of liever, dat zij door hun onreinheden bedierven, wat overigens rein was, en daarom valselijk de oefeningen van de godsvrucht misbruikten; vervolgens, dat zij niet moesten geduld worden in de heilige samenkomst, opdat zij niet op anderen de besmetting zouden overdragen.
Door gemeenzame verkering met de goddelozen, worden de godzaligen zelf besmet. Een weinig zuurdesem maakt het gehele deeg zuur 1 Corinthiers. 5:6,7,11). Het toelaten van openbare ergernissen is een middel, om de zonde in een ieder gedeelte van de Kerk zodanig uit te breiden, dat het gehele lichaam eindelijk onrein of afschuwelijk wordt.
KruisverwijzingenLeviticus 26:11→Deuteronomium 23:14→Psalmen 68:18→Numeri 19:22→2 Johannes 1:10→2 Korinthe 6:16→2 Thessalonicenzen 3:6→1 Koningen 7:3→— Van het mannelijke tot het vrouwelijke zult gij hen wegzenden; tot buiten het leger zult gij hen wegzenden; opdat zij niet verontreinigen hun legers, in welker midden Ik wone.
Van de man tot de vrouw toe, en dus allen, zonder onderscheid, zult gij hen wegzenden; tot buiten het leger zult gij hen wegzenden: opdat zij niet verontreinigen hun legers of die afdelingen van het leger, waartoe zij, volgens hun stam, behoren, in wiens midden Ik woon (hoofdstuk 35:34).
— En de kinderen Israels deden alzo, en zonden hen tot buiten het leger; gelijk de HEERE tot Mozes gesproken had, alzo deden de kinderen Israels.
En de kinderen van Israël deden alzo en zonden hen, die niet slechts voor één dag naar de wet, maar Levitisch onrein waren, tot buiten het leger; zoals de HEERE totMozes gesproken had, zo deden de kinderen van Israël.
Dit voorschrift werd later, tijdens de inwoning in Kanaän in dier voege onderhouden, dat men tenminste de melaatsen buiten de steden in afgezonderde woningen plaatste (2 Kron.26:21). Zie voor de nog strengere voorschriften om het krijgsleger, in wiens midden de Heere door de Verbondsark onmiddellijk tegenwoordig was, rein te houden Deuteronomium. 23:9-14
Daar het Heiligdom des Heeren nu opgericht was onder Israël, moest ook alles uit Israël verwijderd worden, wat Levitisch onrein was. Wat hier vermeld wordt, behoorde niet zozeer tot de roeping van de Overheid, als wel tot die van Aäron en zijn zonen, als hoofden van de kerkelijke gemeente.
II. Vs. 5-10.KruisverwijzingenLeviticus 5:5→Leviticus 26:40→Jozua 7:19→Leviticus 6:6→Spreuken 28:13→Lukas 19:8→Leviticus 7:7→Exodus 29:28→ — Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels: wanneer een man of een vrouw iets van enige menselijke zonden gedaan zullen hebben, overtreden hebbende door overtreding tegen den HEERE, zo is diezelve ziel schuldig. En zij zullen hun zonde, welke zij gedaan hebben, belijden; daarna zal hij zijn schuld weder uitkeren, naar de hoofdsom daarvan, en derzelver vijfde deel zal hij daarboven toedoen, en zal het dien geven, aan wien hij zich verschuldigd heeft. Maar zo die man geen losser zal hebben, om de schuld aan hem weder uit te keren, zal die schuld, welken den HEERE weder uitgekeerd wordt, des priesters zijn; behalve den ram der verzoening, met welken hij voor hem verzoening doen zal. Desgelijks zal alle heffing van alle geheiligde dingen der kinderen Israels, welke zij tot den priester brengen, zijne zijn. En een ieders geheiligde dingen zullen zijne zijn; wat iemand den priester zal gegeven hebben, zal zijne zijn. In de gemeente, waarin de Heere woont, zal verder geen vergrijp tegen het eigendom van de naaste onverzoend en geen roof, aan iemand gepleegd, onvergolden blijven. Veelmeer moet er in deze gemeente volkomen eendracht en strenge orde heersen. Zelfs wanneer het de benadeelde niet meer kan ten goede komen, moet er vergoeding van een gepleegd onrecht plaats hebben.
— Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
KruisverwijzingenLeviticus 5:1→Leviticus 5:14→— Spreek tot de kinderen Israels: wanneer een man of een vrouw iets van enige menselijke zonden gedaan zullen hebben, overtreden hebbende door overtreding tegen den HEERE, zo is diezelve ziel schuldig.
Spreek tot de kinderen van Israël: wanneer een man of een vrouw iets van enige menselijke zonde, 1) of liever: tegen enig mens een of andere zonde, door hem in zijn goed te benadelen, gedaan zullen hebben, op zodanige wijze als (Leviticus. 6:2 vv.) gezegd is, overtreden hebbende door overtreding tegen de HEERE, d.i. zich daarmee tevens zwaar bezondigd hebbende tegen de Heere, die de grondlegger en de beschermer is van alle onder de leden van Zijn volk bestaande rechtsbetrekkingen, zo is deze ziel, die man of vrouw schuldig. 2)
Enige menselijke zonde, niet alleen, omdat deze zonden onder de mensen veelvuldig voorkomen, als wel, omdat zij in de eerste plaats tegen de mensen begaan worden. Zij moesten echter ook als tegen de Heere begaan beschouwd worden, omdat Israël zijn instellingen en rechten op bijzondere wijze van de Heere ontvangen had.
Gemeend is een zonde, waarmee men een overtreding tegen de Heere begaat, d.i. een van de in Leviticus. 5:1 opgenoemde soort van benadeling van de naaste aan zijn eigendommen, waardoor men een schuld op zich laadt, tot wier verzoening daadwerkelijke overgave, met bijvoeging van een vijfde deel van zijn waarde en een schuldoffer voorgeschreven is (Leviticus. 5:13-16). Om de uit deze overtredingen voortvloeiende verstoring van de gemeenschap en om de vrede in de gemeente terug te brengen, wordt het reeds gegeven gebod hier vernieuwd, en door deze nieuwe toevoeging versterkt, dat, wanneer de man, van wie iets van zijn eigendommen onrechtmatig onttrokken is, geen Goël heeft, aan wie de schuld kan overgedragen worden, het te vergoedene aan Jehova, voor de priester, ten deel zal vallen.
Leviticus. 6:1-6
KruisverwijzingenLeviticus 5:5→Leviticus 26:40→Jozua 7:19→Spreuken 28:13→Lukas 19:8→Job 33:27→1 Johannes 1:8→Psalmen 32:5→— En zij zullen hun zonde, welke zij gedaan hebben, belijden; daarna zal hij zijn schuld weder uitkeren, naar de hoofdsom daarvan, en derzelver vijfde deel zal hij daarboven toedoen, en zal het dien geven, aan wien hij zich verschuldigd heeft.
En zij, hetzij dan man, hetzij vrouw, zullen hun zonde, welke zij gedaan hebben, belijden; daarna zal hij, de persoon, die de naaste benadeeld heeft, zijn schuld, die hij door oneerlijkheid bij een ander gemaakt heeft, weer uitkeren, naar de hoofdsom of de volle waarde daarvan en een vijfde deel zal hij daarenboven toedoen; behalve de volle waarde zal hij nog een vijfde gedeelte van die waarde als boete betalen, en zal het gezamenlijk bedrag die geven, aan wie hij zich verschuldigd heeft (Leviticus. 6:4 vv.).
KruisverwijzingenLeviticus 6:6→Leviticus 7:7→Leviticus 25:25→— Maar zo die man geen losser zal hebben, om de schuld aan hem weder uit te keren, zal die schuld, welken den HEERE weder uitgekeerd wordt, des priesters zijn; behalve den ram der verzoening, met welken hij voor hem verzoening doen zal.
Maar zo die man, intussen gestorven zijnde en geen aanverwanten nalatende, die tot het ontvangen van de schadevergoeding gerechtigd zijn, geen losser zal hebben, om de schuld aan hem weer uit te keren, of: aan wie de schuld weer kan uitgekeerd worden, dan zal die schuld, die in elk geval afgedaan moet worden, de Heere betaald worden, en deze schuld, welke de HEERE weer uitgekeerd wordt, zal van de priester zijn, omdat aan hem de Heere haar als een gave toewijst (Leviticus. 23:20), behalve nog de ram van de verzoening, waarmee hij, de priester, voor hem, die zich schuldig gemaakt heeft, verzoening doen zal. 1)
Volgens Leviticus. 6:6 vv. moet ook een ram als schuldoffer tot de priester gebracht worden, waarmee deze de schuldige te verzoenen heeft, en welks vlees de priester, voor zijn dienst ten deel valt (Leviticus. 7:7).
Deze ordening diende, om degene, welke bovengenoemde zonde had bedreven, elke reden tot verschoning te ontnemen. Nimmer zou hij het wederrechtelijk genomene mogen behouden. Was de wettige bezitter gestorven en had hij geen naaste bloedverwanten, dan werd het aan de priester gegeven. Behouden mocht hij het in geen enkel geval.
KruisverwijzingenExodus 29:28→Numeri 18:19→Leviticus 7:6→Deuteronomium 18:3→Leviticus 6:17→Ezechiël 44:29→Leviticus 22:2→Leviticus 6:26→— Desgelijks zal alle heffing van alle geheiligde dingen der kinderen Israels, welke zij tot den priester brengen, zijne zijn.
Evenals zal alle heffing, 1) van alle geheiligde dingen, van de kinderen van Israël, welke zij tot de priester brengen, het zijne zijn, en alzo aan de dienstdoende priester, tot wie het gebracht wordt, toebehoren, zonder dat iemand anders daarop enige aanspraak maken kan.
Hiermee worden niet bedoeld de eigenlijke offeranden, maar de heilige gaven van de kinderen van Israël, zoals de geloften, de eerstelingen enz. Zij zullen van de priester zijn. Dit vers en het volgende staan in nauw verband met het vorige, omdat men, wanneer de gelofte of de eerstelingen de priesters onthield, men ze hun wederrechtelijk onthield en men daarom schuldig stond tegenover God en tegenover de priesters.
KruisverwijzingenLeviticus 10:13→— En een ieders geheiligde dingen zullen zijne zijn; wat iemand den priester zal gegeven hebben, zal zijne zijn.
En een ieders geheiligde dingen zullen het zijne zijn; 1) wat iemand de priester zal gegeven hebben, zal het zijne zijn. 2)
Werd in het vorige vers van de heilige gaven van het volk, als volk gesproken, in vs.10 is van die van de enkele persoon sprake.
Het eerste lid van dit vers betekent óf: dat, hetgeen iemand in Israël uit eigen, vrije beweging, tot heilig gebruik afzonderde, van hem bleef, zodat hij, zonder het juist te moeten offeren, daarover de verdere beschikking bleef houden, óf in het algemeen dat, wat men als heilige gave eenmaal tot de priester gebracht had, verder in de hand van deze berustte, om daarmee, zonder dat het teruggevraagd kon worden, naar de voorschriften van de wet te handelen.
Hij, welke die dingen aan hen gaf, zou zijn gaven niet mogen terugnemen, onder wat voorwendsel het ook wezen mocht. Deze wet bekrachtigt en bevestigt alle godvruchtige liefdegiften, het zij in levende lijve, hetzij bij laatste wil geschonken of toegezegd.
III. Vs. 11-31.KruisverwijzingenLeviticus 18:20→Hooglied 8:6→Spreuken 6:34→Ezechiël 29:16→Leviticus 20:10→1 Koningen 17:18→Leviticus 5:11→Numeri 5:19→ — Wijders sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer van iemand zijn huisvrouw zal afgeweken zijn, en door overtreding tegen hem overtreden zal hebben; Dat een man bij haar door bijligging des zaads zal gelegen hebben, en het voor de ogen haars mans zal verborgen zijn, en zij zich verheeld zal hebben, zijnde nochtans onrein geworden; en geen getuige tegen haar is, en zij niet betrapt is; En de ijvergeest over hem gekomen is, dat hij ijvert over zijn huisvrouw, dewijl zij onrein geworden is; of dat over hem de ijvergeest gekomen is, dat hij over zijn huisvrouw ijvert, hoewel zij niet onrein geworden is; Dan zal die man zijn huisvrouw tot den priester brengen, en zal haar offerande voor haar medebrengen, een tiende deel van een efa gerstemeel; hij zal geen olie daarop gieten, noch wierook daarop leggen, dewijl het een spijsoffer der ijveringen is, een spijsoffer der gedachtenis, dat de ongerechtigheid in gedachtenis brengt. En de priester zal haar doen naderen; hij zal haar stellen voor het aangezicht des HEEREN. En de priester zal heilig water in een aarden vat nemen; en van het stof, hetwelk op den vloer des tabernakels is, zal de priester nemen, en in het water doen. Daarna zal de priester de vrouw voor het aangezicht des HEEREN stellen, en zal het hoofd van de vrouw ontbloten, en zal het spijsoffer der gedachtenis op haar handen leggen, hetwelk het spijsoffer der ijveringen is; en in de hand des priesters zal dat bitter water zijn, hetwelk den vloek medebrengt. En de priester zal haar beedigen, en zal tot die vrouw zeggen: Indien iemand bij u gelegen heeft, en indien gij, onder uw man zijnde, niet afgeweken zijt tot onreinigheid, wees vrij van dit bitter water, hetwelk den vloek medebrengt! Maar zo gij, onder uw man zijnde, afgeweken zijt, en zo gij onrein geworden zijt, dat een man bij u gelegen heeft, behalve uw man: Vooral van het huwelijk en van het huiselijk leven, op welks welzijn de welvaart van geheel de burgerstaat rust, moet alle stoornis van vrede en alle besmetting zo ver mogelijk geweerd worden. Is dus een vrouw bij haar echtgenoot verdacht de echtelijke trouw te hebben geschonden, dan moet hij haar met het ijver- of wraakoffer tot de priester brengen, die haar vervolgens een eed afneemt en het vloekwater te drinken geeft, in geval van schuld zal dit laaste niet zonder uitwerking bij haar blijven en haar de rechtvaardige straf veroorzaken.
— Wijders sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: 1)
Doel van deze ceremonie is, dat de vrouwen geenszins door vertrouwen op straffeloosheid zich aan schaamteloosheid zouden wagen, of opdat geen jaloersheid onenigheid zou veroorzaken en, door de ziel van de man van de vrouw te vervreemden, de band van de reine liefde zou verbreken, omdat op die wijze de deur aan vele misdaden werd geopend. Verder heeft God door dit ritueel getuigd, dat Hij de beschermer en wreker was van de echtelijke trouw. Waaruit blijkt, hoe de reinheid van de gehuwde vrouwen voor haarzelf een offer is van welriekende reuk, waarvoor Hij zich verwaardigt als bewaker op te treden. Waarom het geen kleine troost is voor de mannen, wanneer God naar het bedrog, in het verborgen gepleegd, een onderzoek instelt, indien soms de vrouwen zich trouweloos hebben gedragen.
KruisverwijzingenNumeri 5:19→Spreuken 2:16→— Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer van iemand zijn huisvrouw zal afgeweken zijn, en door overtreding tegen hem overtreden zal hebben;
Spreek tot de kinderen van Israël, en zeg tot hen: wanneer van iemand zijn vrouw zal afgeweken zijn, de rechte weg inzake het huwelijk verlatende, en door overtreding tegen hem overtreden zal hebben,
KruisverwijzingenLeviticus 18:20→Leviticus 20:10→Spreuken 30:20→Spreuken 7:18→— Dat een man bij haar door bijligging des zaads zal gelegen hebben, en het voor de ogen haars mans zal verborgen zijn, en zij zich verheeld zal hebben, zijnde nochtans onrein geworden; en geen getuige tegen haar is, en zij niet betrapt is;
Daardoor, dat een ander man bij haar, door bijligging van het zaad, zal gelegen hebben, en het voor de ogen van haar man zal verborgen zijn, en zij zich verheeld, of haar misdaad verborgen gehouden zal hebben, zijnde nochthans onrein geworden, en er, terwijl de man reeds kwaad vermoeden gekregen heeft, evenwel geen getuige tegen haar is, en zij niet betrapt is.
KruisverwijzingenHooglied 8:6→Spreuken 6:34→Numeri 5:30→1 Korinthe 10:22→Sefanja 3:8→— En de ijvergeest over hem gekomen is, dat hij ijvert over zijn huisvrouw, dewijl zij onrein geworden is; of dat over hem de ijvergeest gekomen is, dat hij over zijn huisvrouw ijvert, hoewel zij niet onrein geworden is;
En de ijvergeest, 1) die in deze betrekking geen mededinger of deelgenoot duldt, over hem gekomen is, en hij in billijke verontwaardiging is ontstoken, zodat hij ijvert over zijn vrouw, omdat zij onrein, inderdaad schuldig en misdadig geworden is; of dat over hem de ijvergeest gekomenis, dat hij over zijn vrouw ijvert, hoewel zij niet onrein, misdadig en schuldig geworden is, zodat hij haar dus ten onrechte verdenkt.
IJveren, in de taal van de zeventiende eeuw, betekent, iemand van ontrouw in zijn liefde verdenken en daarover zijn misnoegen tonen. IJvergeest heeft daarom ruimere betekenis dan geest van jaloersheid.
KruisverwijzingenEzechiël 29:16→1 Koningen 17:18→Leviticus 5:11→Leviticus 2:1→Hosea 3:2→Hebreeën 10:3→— Dan zal die man zijn huisvrouw tot den priester brengen, en zal haar offerande voor haar medebrengen, een tiende deel van een efa gerstemeel; hij zal geen olie daarop gieten, noch wierook daarop leggen, dewijl het een spijsoffer der ijveringen is, een spijsoffer der gedachtenis, dat de ongerechtigheid in gedachtenis brengt.
Dan zal die man zijn vrouw tot de priester brengen om haar, door tussenkomst van deze aan een Godsgericht te onderwerpen, en hij zal, daar zij als gehuwde vrouw geen bijzonder eigendom heeft, waarvan zij een offer zou kunnen brengen, haar offerande, 1) die zij bij zulk een gelegenheid schuldig is, voor haar meebrengen, namelijk: een tiende deel van een efa 2) gerstemeel; hij zal geen olie daarop gieten, noch wierook daarop leggen, 3) watanders bij spijsoffers van meel gebeurde (Leviticus. 2:1 vv.), omdat het een spijsoffer van de ijveringen is, een spijsoffer van de gedachtenis, dat de ijvergeest van de man daardoor bevredigen moet, dat het de ongerechtigheid van de vrouw, indien zij zich werkelijk zozeer vergeten heeft, in gedachtenis brengt, 4) bij de Heere en Hem tot straf daarover oproept.
Deze offerande verschilt van de vorige, waarvan eerder sprake is geweest, omdat het een soort van medegetuigenis is, waardoor de vrouw zich aan de vloek onderwerpt. Enkel meel zonder wierook en olie werd aangeboden, omdat bij de vloek geen ritueel van een blije offerande paste. Nu, opdat de vrouw des te meer voor een meineed zou beven, werd zij geplaatst als voor het aangezicht van God en wel met ontbloot hoofd, alsof de priester haar uit de duisternis tevoorschijn trok. Want dat sommigen menen, dat het bedeksel van haar hoofd werd weggenomen om de oneer, schijnt mij niet gevoegelijk toe, omdat zij op deze wijze reeds veroordeeld werd, voordat de zaak bekend was geworden. Met ontbloot hoofd werd zij daarom voor Gods aangezicht gebracht, opdat zij in ernst beducht zou wezen.
Een maat bevattende omstreeks 50 Ned. ponden (?) (Exodus. 29:40).
Het spijsoffer komt hier zelfstandig voor, zonder dat er een bloedig offer voorafgaat. Het is in dit geval, waarvan hier sprake is, ook volstrekt niet om een verzoening te doen, daar de schuld van de vrouw, indien zij inderdaad echtbreuk gepleegd had, niet voor verzoening vatbaar was, en er, was zij onschuldig, geen reden tot verzoening bestond. Wel is hier een spijsoffer op zijn plaats; want het betreft hier het gedrag en de wandel van de levenswijze van de vrouw. (zie Le 2.3 en zie Le 2.7). Deze is de man in een twijfelachtig licht voorgekomen; daarom wordt tot het offer slechts tarwe van de geringste soort gebruikt; daarom mag er ook geen olie noch wierook bij gedaan worden, welke bestemd zijn om daden te kenmerken, als uit de Geest van God voortgevloeid en onder gebeden volbracht.
De onbloting van het haar, wat de priester vervolgens (vs.11) de vrouw aandoet, dient eveneens ter verootmoediging van de aangeklaagde; want de bedekking van het hoofd was voor de vrouw een zinnebeeld van huwelijkstrouw en zedigheid. Dit geldt al mede voor het aarden vat van luttele waarde en voor het stof, dat aan de vloek doet denken, die in het paradijs (Genesis 3:14) over de slang werd uitgesproken (vs.17)
Het spijsoffer wordt genoemd een spijsoffer van de ijveringen en een spijsoffer van de gedachtenis, omdat het offer gebracht werd door de vrouw, opdat haar zaak tot de troon van de Heere zou opklimmen, bij de Heere in gedachtenis zou komen, Hij zou richten, tussen haar en haar man, in wie de ijvergeest was ontwaakt.
Volgens Lightfoot, was bij de nadering van het Nieuwe Testament, bedeling, het overspel zo groot bij de Joden, dat het Sanhedrin een besluit uitvaardigde, waarbij dit Godsoordeel werd afgeschaft. Een van de Joodse regels was dan ook: Toen de overspelingen vermenigvuldigden, hielden de bittere wateren op.
KruisverwijzingenJeremia 17:10→Leviticus 1:3→Openbaring 2:22→Hebreeën 13:4→— En de priester zal haar doen naderen; hij zal haar stellen voor het aangezicht des HEEREN.
En de priester zal haar van de ingang van de voorhof, tot waartoe de man haar gebracht heeft, doen naderen tot het altaar; hij zal haar stellen voor het aangezicht van de HEERE, die aldaar aanwezig is; om haar alzo aan Hem voor te stellen als een, die geheel en al in Zijn macht is, en van wie Hij al wat in het verborgen schuilt aan het licht brengen kan.
KruisverwijzingenKlaagliederen 3:29→Johannes 8:6→Jeremia 17:13→Numeri 19:2→Johannes 8:8→Exodus 30:18→Job 2:12→— En de priester zal heilig water in een aarden vat nemen; en van het stof, hetwelk op den vloer des tabernakels is, zal de priester nemen, en in het water doen.
En de priester zal het heilig water, 1) uit het koperen wasvat, in een aarde vat nemen; en van het stof, dat op de vloer van de tabernakel is, zal de priester nemen en in het water doen. 2)
Dit water wordt heilig water genoemd, omdat het geschept werd uit het koperen wasvat, niet omdat in het water op zichzelf heiligheid was. Als dan ook de vrouw bekende, dat zij werkelijk gezondigd had, moest zij het uitgieten, juist omdat er geen heiligheid in was. Onkelos heeft in plaats van, heilig water, water van het wasvat.
En het aarden vat, èn de vermenging van het water met het stof van de vloer, duiden de vernederende toestand van de vrouw aan. Bovendien was het stof nog een zinnebeeld van verachting (Genesis 3:15 Job 2:12 Psalm. 22:16 Klaagl.3:29).
KruisverwijzingenOpenbaring 10:9→Hebreeën 13:4→Jeremia 2:19→Jesaja 38:17→Numeri 5:17→1 Korinthe 11:6→Numeri 5:24→Prediker 7:26→— Daarna zal de priester de vrouw voor het aangezicht des HEEREN stellen, en zal het hoofd van de vrouw ontbloten, en zal het spijsoffer der gedachtenis op haar handen leggen, hetwelk het spijsoffer der ijveringen is; en in de hand des priesters zal dat bitter water zijn, hetwelk den vloek medebrengt.
Daarna zal de priester de vrouw, tegenover de ingang van de tabernakel, voor het aangezicht van de HEERE stellen, en zal het hoofd van de vrouw ontbloten, door deband van het haar los te maken, zodat dit naar beneden hangt, en zal het spijsoffer van de gedachtenis (vs.15) op haar handen leggen, dat het spijsoffer van de ijveringen is; en in de hand van de priester zal dat water, dat hij met stof vermengd heeft, en dat een bitter 1) water is zijn, dat in geval van schuld de vloek meebrengt.
Bitter water. Eigenlijk water van bitterheid. Er wordt niet zozeer op een bittere smaak van dit water gedoeld, als wel op de bittere gevolgen, die het drinken daarvan, in geval van meineed, na zich sleepte.
Bij de eedzwering wordt haar het offer op de handen gezet, opdat zij de vrucht van haar wandel voor God zou brengen en zich overgeven aan Zijn heilig gericht. De priester echter houdt als middelaar van God in zijn hand het vat met water, dat “water van bitterheden, het vloekbrengende” heet, in zoverre het de vrouw, wanneer het vermoedelijke misdrijf een goede grond heeft, bitter lijden, als goddelijke vloek zal brengen.
KruisverwijzingenMattheüs 26:63→Romeinen 7:2→Numeri 5:12→— En de priester zal haar beedigen, en zal tot die vrouw zeggen: Indien iemand bij u gelegen heeft, en indien gij, onder uw man zijnde, niet afgeweken zijt tot onreinigheid, wees vrij van dit bitter water, hetwelk den vloek medebrengt!
En de priester zal haar beëedigen, 1) door haar een plechtige eed voor te zeggen, die zij herhalen en als haar getuigenis voor God uitspreken moet; en hij zal tot die vrouw zeggen: indien niemand bij u gelegen heeft, en indien gij, onder uw man zijnde, of: terwijl gij met hem gehuwd zijt, niet afgeweken zijt tot onreinheid, en alzo ten onrechte zijt verdacht gehouden, zo wees vrij van alle bittere gevolgen die dit bitter water (vs.18), dat voor de schuldige de vloek meebrengt, u anders berokkenen zal!
De eed heet in vs.21 de eed van de vervloeking, of de verwensing, (%H%) maar zet het geval voorop, dat de vrouw onschuldig kon zijn. In dit geval zouden de wateren van bitterheid haar geen schade doen.
KruisverwijzingenNumeri 5:12→— Maar zo gij, onder uw man zijnde, afgeweken zijt, en zo gij onrein geworden zijt, dat een man bij u gelegen heeft, behalve uw man:
Maar zo gij onder uw man zijnde, of tijdens uw huwelijk, afgeweken zijt, en zo gij onrein geworden zijt, doordat een man bij u gelegen heeft, behalve uw man.
Kruisverwijzingen1 Samuël 14:24→Jozua 6:26→Nehemia 10:29→Jeremia 29:22→Mattheüs 26:74→Jesaja 65:15→Spreuken 10:7→2 Kronieken 21:15→— (Dan zal de priester die vrouw met den eed der vervloeking beedigen, en de priester zal tot die vrouw zeggen:) De HEERE zette u tot een vloek, en tot een eed, in het midden uws volks, mits dat de HEERE uw heup vervallende, en uw buik zwellende make;
Dan 1) zal de priester die vrouw met de eed van de vervloeking beëedigen, en de priester zal tot de vrouw zeggen: de HEERE zette u tot een voorbeeld van vervulde vloek en tot een eed in het midden van uw volk, Hij stelt utot een voorbeeld, waarop zwerende zich in het vervolg zullen kunnen beroepen, mits dat de HEERE uw heup vervallende en uw buik zwellende make;
Beter: aldus zal de priester die vrouw met de eed van de vervloeking beëedigen en aldus zal de priester tot deze vrouw zeggen: zo zal de Heere U zetten tot enz.
KruisverwijzingenPsalmen 109:18→Deuteronomium 27:15→Psalmen 41:13→Psalmen 72:19→Ezechiël 3:3→Spreuken 1:31→Psalmen 7:4→Job 31:39→— Dat ditzelve water, hetwelk de vervloeking medebrengt, in uw ingewand inga, om den buik te doen zwellen, en de heup te doen vervallen! Dan zal die vrouw zeggen: Amen, amen!
Dat dit water, dat, zo gij schuldig zijt en valselijk de eed aanvaardt, de vervloeking meebrengt, in uw ingewanden inga, om door Gods bestuur de buik te doenzwellen en de heup te doen vervallen! Dan zal die vrouw, indien zij een goed geweten heeft, zeggen: Amen, amen! d.i.: Waarlijk, waarlijk! of: Voorwaar, voorwaar! of: Ja, ja, het zal geschieden, zoals gij gezegd hebt; maar zo zij zich van misdaad bewust is, zal zij haar misdaad belijden en met hem, die haar onteerd heeft, haar straf ondergaan (Leviticus. 20:10).
KruisverwijzingenHandelingen 3:19→Jesaja 44:22→Jesaja 43:25→Openbaring 20:12→Job 31:35→Deuteronomium 31:19→2 Kronieken 34:24→Exodus 17:14→— Daarna zal de priester deze zelfde vloeken op een cedeltje schrijven, en hij zal het met het bitter water uitdoen.
Daarna, nadat de eed op deze wijze is afgelegd, 1) zal de priester dezelfde vloeken, die hij zo-even uitsprak, op een tafwltje schrijven, 2) en hij zal het nog verse schrift met het bittere water (vs.18) uitdoen, 3) of: uitwissen, zodat zich dat schrift en daarmee ook de geschreven vloek aan het water meedeelt.
Slechts in het gewone leven sprak de zwerende de eed uit (1 Samuel 3:17; 20:3,13; 25:22 vv.). Het afleggen van een eed voor het gericht bestond, naar het schijnt, daarentegen altijd alleen in het beantwoorden van een, met beroep op God en Zijn gericht, aan de beschuldigde voorgelegde vraag. Deze beantwoordde haar dan met waarlijk of amen, of met: gij hebt het gezegd (1 Kon.22:16 Matth.26:63). Kon de bezworene dit antwoord niet geven, dan moest hij zijn schuld bekennen Jozua 7:19 vv.) of zijn zwijgen zelf gold reeds als schuldbelijdenis.
De uitvinding en het eerste gebruik van de schrijfkunst dateert minstens uit de tijden van Abraham, en het is bewezen, dat de Indiërs hun schrift aan de Semieten ontleend hebben. Tijdens hun verblijf in Egypte hebben de Israëlieten zich de schrijfkunst ten volle eigen gemaakt, want de (Ex.5:6 vv.) vermelde ambtslieden dragen in het Hebreeuws de naam van schrijvers. Als materiaal gebruikte men toebereide huiden van schapen of geiten (perkament), of het Egyptische vlas- op papyrusblad (papier). Wij hebben hier aan perkament te denken. Dat men ook al vroeg inkt gehad heeft, blijkt uit de hier voorkomende verordening, en men schreef wel waarschijnlijk met een schrijfpen (veder), die met een pennemes werd aangescherpt. 2 Johannes 1:13 Jer.36:23).
De priester moest de vloek van woord tot woord, zoals hij hem had uitgesproken, schrijven op een tafeltje of strookje perkament en dan het geschrevene met het bitter water uitdoen, om daardoor te kennen te geven, dat de vloek met het water vermengd was en hieraan de kracht gaf, om de uitwerking te doen, die men daarmee beoogde. Het betekende, dat, indien zij onschuldig was, de vloek alsdan uitgewist en tot niet komen zou.
KruisverwijzingenMaleachi 3:5→Zacharia 5:3→— En hij zal die vrouw dat bitter water, hetwelk de vervloeking medebrengt, te drinken geven, dat het water, hetwelk de vervloeking medebrengt, in haar tot bitterheden inga.
En hij zal die vrouw, nadat het offer (vs.26) gebracht is, dat bitter water, dat de vervloeking meebrengt, te drinken geven, opdat het water, dat voor de schuldige de vervloeking meebrengt, in haar tot bitterheden inga, d.i. om bittere gevolgen te veroorzaken, indien zij schuldig is.
KruisverwijzingenLeviticus 8:27→Numeri 5:18→Numeri 5:15→Exodus 29:24→— En de priester zal uit de hand van die vrouw het spijsoffer der ijveringen nemen, en hij zal datzelve spijsoffer voor het aangezicht des HEEREN bewegen, en zal dat op het altaar offeren.
En de priester zal, onmiddellijk na het uitwissen van het schrift van het tafeltje, uit de hand van die vrouw het spijsoffer van de ijveringen (vs.18) nemen, en hij zal dat spijsoffer voor het aangezicht van de HEERE bewegen, voorwaarts en achterwaarts (zie “Ex 29.24), en zal dat dan op het altaar offeren, op de volgende wijze:
KruisverwijzingenLeviticus 2:9→Leviticus 2:2→Leviticus 5:12→Leviticus 6:15→— De priester zal ook van dat spijsoffer, deszelfs gedenkoffer, een handvol grijpen, en zal het op het altaar aansteken; en daarna zal hij dat water die vrouw te drinken geven.
De priester zal ook, namelijk of van dat uit meel bestaand spijsoffer, dit gedenkoffer (Leviticus. 2:2,9), ten bedrage van een handvol grijpen, en zal hetgeen hij van het spijsoffer ten gedenkoffer afgenomen heeft, op het altaar aansteken, zoals elk ander spijsoffer; en daarna zal hij dat water die vrouw te drinken geven. 1)
Wel wordt in vs.24 eerst gezegd, dat de priester na het uitwissen van de vloek met het water, dit aan de vrouw te drinken geeft, maar uit vs.26 blijkt duidelijk, dat dit in het algemeen gezegd wordt, omdat, eer dit plaatsvond, eerst nog de offerande plaats greep en het bewegen van het spijsoffer. Deze laatste handelingen duidden aan, dat de Heere een alwetend God was, voor Wie niets verborgen is. Was het de vrouw van een priester zelf, dan werd het spijsoffer met de as van het gedenkoffer weggeworpen. In alle andere gevallen werd het spijsoffer door de priester gegeten. Men moet niet voorbijzien, dat dit offer eerst werd gebracht, nadat zij de eed had gedaan en daarmee zichzelf van het misdrijf had vrijgesproken.
KruisverwijzingenJeremia 29:18→Jeremia 42:18→Zacharia 8:13→Deuteronomium 28:37→Jeremia 24:9→Jeremia 29:22→Jeremia 44:12→Jesaja 65:15→— Als hij haar nu dat water zal te drinken gegeven hebben, het zal geschieden, indien zij onrein geworden is, en tegen haar man door overtreding zal overtreden hebben, dat het water, hetwelk vervloeking medebrengt, tot bitterheid in haar ingaan zal, en haar buik zwellen, en haar heup vervallen zal; en die vrouw zal in het midden van haar volk tot een vloek zijn.
Als hij haar nu dat water zal te drinken gegeven hebben, dan zal het weldra blijken of zij schuldig of onschuldig is; het zal namelijk geschieden, indien zijonrein geworden is, en tegen haar man door overtreding zal overtreden hebben, dat het water, dat voor de schuldige (de) vervloeking meebrengt, tot bitterheid in haar ingaan zal, en haar buik zwellen en haar heup vervallen zal; en die vrouw zal in het midden van haar volk tot een vloek zijn.
Kruisverwijzingen2 Korinthe 4:17→Numeri 5:19→Psalmen 113:9→1 Petrus 1:7→Micha 7:7→— Doch indien de vrouw niet onrein geworden is, maar rein is, zo zal zij vrij zijn, en zal met zaad bezadigd worden.
Doch indien de vrouw, die het water gedronken heeft, niet onrein geworden is, maar rein is, zo zal zij vrij zijn van schadelijke uitwerkingen van het water, en zal met zaad bezadigd worden. 1)
Met zaad bezadigd worden, d.i. geschiktheid en kracht verkrijgen als gunst van God, om te ontvangen en aan kinderen het leven te schenken. Aan de vloek ligt de gedachte ten grondslag, zoals Theodoretus het uitdrukt: di wn gar h amartia dia toutwn h timwria d.i. waarmee gezondigd is, dat zal de vloek dragen. Over het weigeren van het water wordt niet gesproken, omdat dit een bekentenis van schuld zou zijn en zij dan met de dood moest worden gestraft.
KruisverwijzingenNumeri 5:19→Numeri 5:12→Leviticus 14:54→Leviticus 7:11→Numeri 5:15→Leviticus 13:59→Jesaja 5:7→Leviticus 11:46→— Dit is de wet der ijveringen, als een vrouw, onder haar man zijnde, zal afgeweken en onrein geworden zijn;
Dit is de wet van de ijveringen, als een vrouw, onder haar man zijnde (vs.19), zal afgeweken en onrein geworden zijn, zodat de man wel uit verscheidene bijzonderheden een vermoeden koestert, maar toch bij gemisvan getuigen, haar misdaad niet bewijzen kan;
— Of als over en man die ijvergeest zal gekomen zijn, en hij over zijn huisvrouw zal geijverd hebben, dat hij de vrouw voor het aangezicht des HEEREN stelle, en de priester aan haar deze ganse wet volbrenge.
Of als over een man, ook zonder zekere uitwendige gronden, de ijvergeest zal gekomen zijn, en hij over zijn vrouw zal geijverd hebben, deze wetsbepaling geeft hem, zo in het ene als in het andere geval, volle vrijheid, dat hij de vrouw voor het aangezicht van de HEERE stelt, en de priester aan haar, tot verzekering van de huiselijke eer en vrede, deze gehele wet volbrengt.
KruisverwijzingenLeviticus 20:10→Romeinen 2:8→Numeri 9:13→Ezechiël 18:4→Psalmen 37:6→Leviticus 20:17→— En de man zal van de ongerechtigheid onschuldig zijn; maar diezelve vrouw zal haar ongerechtigheid dragen.
En de man zal, ook wanneer zijn ijveren bij de uitkomst blijken mocht ongegrond te zijn, van de ongerechtigheid onschuldig zijn, zodat hem hierover geen leed of verwijt mag worden aangedaan; maar deze vrouw zal, in geval van schuld, haar ongerechtigheid dragen, en de in de vloek van de priester aangekondigde straf ondergaan.
Een en hetzelve woord is voor sommigen een recht van het leven te leren en voor anderen een recht van de dood te doden, evenals het water van de ijveringen, gedronken zijnde, van een verschillende uitwerking was, de een tot een vloek, de ander tot een zegen.
Wat de Heere hier bepaalt zou geenszins een van het eigen goeddunken van de man afhankelijk middel zijn, om van het gegronde of ongegronde van zijn verdenking overtuigd te worden; zodat het hem, wanneer hij zich van dat middel niet bedienen wilde, ook vrijstond om de vrouw, zonder meer, te verstoten. Veelmeer wil God door deze ijverwet deels echtscheiding voorkomen, maar ook deels de man tot rust en vrede brengen, die anders door voortdurende argwaan en kwaad vermoeden zou gekweld worden, waardoor het huiselijk leven met allerlei bitterheid zou worden vervuld. Het voorschrift nu is zo ingericht, dat de ijvergeest volle speelruimte heeft. Ook zonder dat hij bepaalde redenen kan aanvoeren, is het de man geoorloofd over zijn vrouw te ijveren; ja, het is zelfs de uitdrukkelijke wil van God, dat hij met alle strengheid over de eer van zijn huis waakt en van de vrouw volstrekt geen zodanige betrekking veroorlooft, die ook slechts in de verte enige twijfel aan haar trouw teweeg zou kunnen brengen. Dit heeft zijn grond ook wel hierin, dat het bij Israël, voor het “volk van de geslachtstafelen,” waarvan de gehele inrichting, zowel wat het innerlijke als wat het uiterlijke aangaat, wezenlijk door de zuiverheid en de zekerheid van de lichamelijke afstamming bepaald is, veel op de onvervalstheid van de afstamming en het afweren van vreemd zaad, dat in de huizen en families zou kunnen indringen, aankomt; maar het heeft zijn grond evenwel veel meer nog daarin, dat in Israël het huwelijk als een afbeelding gesteld is van het Verbond, dat Jehova met Zijn uitverkoren volk gesloten heeft (zie Ex 34.16). Door zijn eigen voorbeeld zal de Israëlitische man gedurig herinnerd worden, dat de Heere, zijn God, in betrekking tot hem eveneens een ijverig God is, die geen mededinger naast zich gedoogt (Exodus. 20:5 Jesaja. 42:8). Het voorschrift is dien ten gevolge zo ingericht, dat het werkelijk tot zijn doel leidt, en al naar gelang het met de zaak gesteld is, of de eer van de vrouw redt of haar rechtvaardige straf aanvoert.
Wij kunnen dus niet, met zo vele uitleggers, het afleggen van de eed voor de hoofdzaak houden van de gehele handeling bij de priester en het drinken van de vloekdrank voor een blote ceremonie aanzien, die zou moeten dienen om af te schrikken van een valse eed; veelmeer zien wij in dit drinken de eigenlijke hoofdzaak en kennen aan de vloekdrank ongetwijfeld die kracht toe, welke de Heere zelf (vs.27 vv.) in volle duidelijkheid daaraan toeschrijft. Verplaatsen wij ons slechts levendig in de samenhang, dan kan onze overtuiging geen andere dan van deze zijn: Echtbreuk is een zonde, die in het verborgen gepleegd wordt. Kan de vrouw in ongehuwde staat zich minder aan ontucht schuldig maken zonder zich bloot te stellen aan het gevaar, dat haar schande openbaar worden zal, na haar huwelijk is zij door het huwelijksbed zelf des te meer tegen ontdekking beveiligd en heeft zij slechts een betrapt worden op de daad zelf te vrezen. In welke schromelijke mate had dus de trouweloosheid bij Israëlitische vrouwen kunnen om zich grijpen, als men bedenkt, dat zij de liefde van haar mannen met andere van haar geslacht delen moesten; daar het toch de mannen volkomen vrijstond om verscheidene vrouwen te hebben of hun slavinnen tot bijvrouwen aan te nemen. Deze ontrouw nu wordt door de Heere met alle strengheid geweerd, alzo Hij op openbaar geworden echtbreuk de straf van de steniging door het gehele volk bepaalt en de verborgen echtbreuk aan het licht brengt en met Zijn geduchte straf achtervolgt. Bij de handeling, die de ijverwet voorschrijft, treedt de priester als zaakbezorger van de klager op; deze kan zijn zaak niet voor het burgerlijk gerecht brengen, daar hij geen bewijzen kan aanvoeren; daarom neemt hij zijn toevlucht tot een gericht van de Heere bij de persoon, die tot een middelaar tussen de Heere en Zijn volk gesteld is. De priester neemt de vrouw, die de schuld ontkent, een plechtige eed af. Maar nadat zij de haar opgelegde reinigingseed in haar amen, amen! heeft overgenomen, en alzo eerst als onschuldig moet worden aangemerkt, verandert de priester van rol en wordt hij de zaakbezorger van de aangeklaagde, alzo hij haar offer op het altaar ontsteekt en haar daarmee bij God in gedachtenis brengt, opdat Hij zich als de handhaver van haar onschuld betoont. Deze dubbele verhouding van de priester moet zich intussen weldra in een hogere eenheid oplossen, wanneer hij straks als zaakbezorger van God optreedt, en aan de vrouw het te voren bereide en nu met de uitgesproken vloek vermengde water te drinken geeft. Hierbij handelt hij met dezelfde goddelijke volmacht, als wanneer een dienaar van Christus het ambt van de sleutels uitoefent, slechts met dit onderscheid, dat vergeven of houden van zonden door laatstgenoemde van kracht is in de hemel, terwijl het woord van de priester (vs.19) zich van kracht bewijzen zal reeds hier op aarde (vs.27 vv.). Het zal spoedig aan het licht komen, of de vrouw schuldig of onschuldig is, of zij naar waarheid of vals gezworen heeft.
Is het eerste het geval, dan wil de Heere haar een zwangerschap verlenen, die juist in staat is om haar in haar eer te herstellen en haar de liefde van haar man weer te verwerven. In het tweede getal echter zal Hij werkelijk haar buik laten opzwellen en haar heup laten vervallen, en alzo aan die delen van haar lichaam haar straffen, waarmee zij zich bezondigd heeft. Naar veel waarschijnlijkheid wordt die kwaal bedoeld, die de geneesheren hydrops ovarii (waterzucht van de eierstok) noemen. In de plaats hiervan vormt zich bij deze kwaal een gezwel, dat zo groot worden kan, dat het bij de 100 pond vocht inhoudt. Zo zwelt de buik tot een ongewone dikte op; de zieke wordt daarbij doodmager, staat onuitsprekelijke pijnen uit en moet, na korter of langer tijd, bezwijken. De vraag, wat de vrouw harerzijds ten aanzien van de man doen kon, wanneer zij hem van ontrouw verdacht, kan op het standpunt van het Oude Testament zelfs niet gedaan worden; de man toch is hier aan de vrouw volstrekt niet die trouw schuldig, die hij haar naar de Nieuwe bedeling verplicht is. Hij kan, zoals we reeds opmerkten, meer dan één vrouw houden, of een van zijn dienstmaagden tot bijvrouw nemen (Exodus. 21:11). Begeeft hij zich daarentegen in verboden omgang met andermans echtgenoot, zo heeft hij in deze zijn wreker, daar toch deze, door middel van de ijverwet, achter de ontrouw van zijn vrouw komen kan, ook al was die tot hiertoe voor de ogen van mensen verborgen gebleven, en dan ook het recht heeft, om aan de onteerder bloedwraak te voltrekken. De vraag, die hier overigens in aanmerking komt, is: of een christelijk echtgenoot, bij verdachte omgang van de wederhelft, al of niet tot echtscheiding gebruik maken mag van de vrijheid, die door de burgerlijke wetgeving aangeboden wordt? Bij een oppervlakkige beschouwing schijnt het, als mocht deze vraag, op grond van de hier behandelde wet, bevestigend worden beantwoord; een dieper indenken leert evenwel, dat de Heere zelf te Zijner tijd die huwelijksbetrekking zal weten te ontbinden, en dat het de Christen alleen betaamt op Zijn gericht zich te beroepen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Numeri 5
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-4.KruisverwijzingenLeviticus 21:1→Leviticus 13:46→Numeri 12:14→Numeri 9:6→Numeri 31:19→Leviticus 26:11→Deuteronomium 23:14→Deuteronomium 24:8→
— En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende: Gebied den kinderen Israels, dat zij uit het leger wegzenden alle melaatsen, en alle vloeienden, en allen, die onrein zijn van een dode. Van het mannelijke tot het vrouwelijke zult gij hen wegzenden; tot buiten het leger zult gij hen wegzenden; opdat zij niet verontreinigen hun legers, in welker midden Ik wone. En de kinderen Israels deden alzo, en zonden hen tot buiten het leger; gelijk de HEERE tot Mozes gesproken had, alzo deden de kinderen Israels.
Nadat Israël uiterlijk tot een krijgsleger van de Heere georganiseerd is, om het voorgestelde doel, waartoe het geroepen is, tegemoet te kunnen trekken, volgt nu ook de innerlijke of geestelijke organisatie. Daarom krijgt Mozes nu allereerst bevel, om allen, die volgens Leviticus. 13-15 en Numeri. 19:11 vv. Levitisch onrein zijn, uit het leger te verwijderen; want daar de heilige God in het midden van Zijn volk optrekt, mag Israëls legerplaats door niets, van welke aard ook, verontreinigd zijn.
En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
Gebied 1) de kinderen van Israël, dat zij uit het leger wegzenden alle melaatsen (Leviticus. 13:45 vv.) en alle vloeienden (Leviticus. 15:2,19) en allen, die onrein zijn door aanraking van een dode (Numeri. 19:11 vv.).
Helder toont deze plaats, dat God volstrekt niet het ambt van medicus uitoefende, om de gezondheid van het volk te bevorderen, als Hij wilde, dat de melaatsen uit de legerplaats zouden verdreven worden; maar dat Hij, door deze uiterlijke rituelen en ceremoniën, het volk in ijver voor reinheid heeft geoefend, omdat Hij de zaadvloeiende en de onreine met de melaatse in één adem verbindende, eenvoudig het volk beveelt, zich van alle onreinheid ver te houden. Hetzelfde bevestigt, wat onmiddellijk volgt: Opdat zij de legerplaats, waar God woont, niet bezoedelen. Ja, het is, alsof Hij zei, dat alle verblijven van het uitverkoren volk, delen waren van Zijn heiligdom, welke het ongerechtigd zou zijn door eigen verontreiniging, te bezoedelen. Wij nu weten, hoe gemakkelijk de mensen zich veroorloven, de dienst van God te bevlekken, als zij de heilige zaken vermengen met de onheilige (profane), zoals men in het algemeen zegt. Wij zien alzo, dat de meest slechte, die zich niet het laatst begeven onder de dienaren van God, niet aarzelen, hun bezoedelde handen op te dringen, hoe ook God hen gestrengelijk van de hand wijst. Daarom ware het nuttig, dat dit door een zichtbaar teken, het oude volk herinnerd werd, dat zij allen, die bezoedeld waren, God niet naar recht konden dienen, of liever, dat zij door hun onreinheden bedierven, wat overigens rein was, en daarom valselijk de oefeningen van de godsvrucht misbruikten; vervolgens, dat zij niet moesten geduld worden in de heilige samenkomst, opdat zij niet op anderen de besmetting zouden overdragen.
Door gemeenzame verkering met de goddelozen, worden de godzaligen zelf besmet. Een weinig zuurdesem maakt het gehele deeg zuur 1 Corinthiers. 5:6,7,11). Het toelaten van openbare ergernissen is een middel, om de zonde in een ieder gedeelte van de Kerk zodanig uit te breiden, dat het gehele lichaam eindelijk onrein of afschuwelijk wordt.
Van de man tot de vrouw toe, en dus allen, zonder onderscheid, zult gij hen wegzenden; tot buiten het leger zult gij hen wegzenden: opdat zij niet verontreinigen hun legers of die afdelingen van het leger, waartoe zij, volgens hun stam, behoren, in wiens midden Ik woon (hoofdstuk 35:34).
En de kinderen van Israël deden alzo en zonden hen, die niet slechts voor één dag naar de wet, maar Levitisch onrein waren, tot buiten het leger; zoals de HEERE totMozes gesproken had, zo deden de kinderen van Israël.
Dit voorschrift werd later, tijdens de inwoning in Kanaän in dier voege onderhouden, dat men tenminste de melaatsen buiten de steden in afgezonderde woningen plaatste (2 Kron.26:21). Zie voor de nog strengere voorschriften om het krijgsleger, in wiens midden de Heere door de Verbondsark onmiddellijk tegenwoordig was, rein te houden Deuteronomium. 23:9-14
Daar het Heiligdom des Heeren nu opgericht was onder Israël, moest ook alles uit Israël verwijderd worden, wat Levitisch onrein was. Wat hier vermeld wordt, behoorde niet zozeer tot de roeping van de Overheid, als wel tot die van Aäron en zijn zonen, als hoofden van de kerkelijke gemeente.
II. Vs. 5-10.KruisverwijzingenLeviticus 5:5→Leviticus 26:40→Jozua 7:19→Leviticus 6:6→Spreuken 28:13→Lukas 19:8→Leviticus 7:7→Exodus 29:28→
— Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels: wanneer een man of een vrouw iets van enige menselijke zonden gedaan zullen hebben, overtreden hebbende door overtreding tegen den HEERE, zo is diezelve ziel schuldig. En zij zullen hun zonde, welke zij gedaan hebben, belijden; daarna zal hij zijn schuld weder uitkeren, naar de hoofdsom daarvan, en derzelver vijfde deel zal hij daarboven toedoen, en zal het dien geven, aan wien hij zich verschuldigd heeft. Maar zo die man geen losser zal hebben, om de schuld aan hem weder uit te keren, zal die schuld, welken den HEERE weder uitgekeerd wordt, des priesters zijn; behalve den ram der verzoening, met welken hij voor hem verzoening doen zal. Desgelijks zal alle heffing van alle geheiligde dingen der kinderen Israels, welke zij tot den priester brengen, zijne zijn. En een ieders geheiligde dingen zullen zijne zijn; wat iemand den priester zal gegeven hebben, zal zijne zijn.
In de gemeente, waarin de Heere woont, zal verder geen vergrijp tegen het eigendom van de naaste onverzoend en geen roof, aan iemand gepleegd, onvergolden blijven. Veelmeer moet er in deze gemeente volkomen eendracht en strenge orde heersen. Zelfs wanneer het de benadeelde niet meer kan ten goede komen, moet er vergoeding van een gepleegd onrecht plaats hebben.
Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Spreek tot de kinderen van Israël: wanneer een man of een vrouw iets van enige menselijke zonde, 1) of liever: tegen enig mens een of andere zonde, door hem in zijn goed te benadelen, gedaan zullen hebben, op zodanige wijze als (Leviticus. 6:2 vv.) gezegd is, overtreden hebbende door overtreding tegen de HEERE, d.i. zich daarmee tevens zwaar bezondigd hebbende tegen de Heere, die de grondlegger en de beschermer is van alle onder de leden van Zijn volk bestaande rechtsbetrekkingen, zo is deze ziel, die man of vrouw schuldig. 2)
Enige menselijke zonde, niet alleen, omdat deze zonden onder de mensen veelvuldig voorkomen, als wel, omdat zij in de eerste plaats tegen de mensen begaan worden. Zij moesten echter ook als tegen de Heere begaan beschouwd worden, omdat Israël zijn instellingen en rechten op bijzondere wijze van de Heere ontvangen had.
Gemeend is een zonde, waarmee men een overtreding tegen de Heere begaat, d.i. een van de in Leviticus. 5:1 opgenoemde soort van benadeling van de naaste aan zijn eigendommen, waardoor men een schuld op zich laadt, tot wier verzoening daadwerkelijke overgave, met bijvoeging van een vijfde deel van zijn waarde en een schuldoffer voorgeschreven is (Leviticus. 5:13-16). Om de uit deze overtredingen voortvloeiende verstoring van de gemeenschap en om de vrede in de gemeente terug te brengen, wordt het reeds gegeven gebod hier vernieuwd, en door deze nieuwe toevoeging versterkt, dat, wanneer de man, van wie iets van zijn eigendommen onrechtmatig onttrokken is, geen Goël heeft, aan wie de schuld kan overgedragen worden, het te vergoedene aan Jehova, voor de priester, ten deel zal vallen.
Leviticus. 6:1-6
En zij, hetzij dan man, hetzij vrouw, zullen hun zonde, welke zij gedaan hebben, belijden; daarna zal hij, de persoon, die de naaste benadeeld heeft, zijn schuld, die hij door oneerlijkheid bij een ander gemaakt heeft, weer uitkeren, naar de hoofdsom of de volle waarde daarvan en een vijfde deel zal hij daarenboven toedoen; behalve de volle waarde zal hij nog een vijfde gedeelte van die waarde als boete betalen, en zal het gezamenlijk bedrag die geven, aan wie hij zich verschuldigd heeft (Leviticus. 6:4 vv.).
Maar zo die man, intussen gestorven zijnde en geen aanverwanten nalatende, die tot het ontvangen van de schadevergoeding gerechtigd zijn, geen losser zal hebben, om de schuld aan hem weer uit te keren, of: aan wie de schuld weer kan uitgekeerd worden, dan zal die schuld, die in elk geval afgedaan moet worden, de Heere betaald worden, en deze schuld, welke de HEERE weer uitgekeerd wordt, zal van de priester zijn, omdat aan hem de Heere haar als een gave toewijst (Leviticus. 23:20), behalve nog de ram van de verzoening, waarmee hij, de priester, voor hem, die zich schuldig gemaakt heeft, verzoening doen zal. 1)
Volgens Leviticus. 6:6 vv. moet ook een ram als schuldoffer tot de priester gebracht worden, waarmee deze de schuldige te verzoenen heeft, en welks vlees de priester, voor zijn dienst ten deel valt (Leviticus. 7:7).
Deze ordening diende, om degene, welke bovengenoemde zonde had bedreven, elke reden tot verschoning te ontnemen. Nimmer zou hij het wederrechtelijk genomene mogen behouden. Was de wettige bezitter gestorven en had hij geen naaste bloedverwanten, dan werd het aan de priester gegeven. Behouden mocht hij het in geen enkel geval.
Evenals zal alle heffing, 1) van alle geheiligde dingen, van de kinderen van Israël, welke zij tot de priester brengen, het zijne zijn, en alzo aan de dienstdoende priester, tot wie het gebracht wordt, toebehoren, zonder dat iemand anders daarop enige aanspraak maken kan.
Hiermee worden niet bedoeld de eigenlijke offeranden, maar de heilige gaven van de kinderen van Israël, zoals de geloften, de eerstelingen enz. Zij zullen van de priester zijn. Dit vers en het volgende staan in nauw verband met het vorige, omdat men, wanneer de gelofte of de eerstelingen de priesters onthield, men ze hun wederrechtelijk onthield en men daarom schuldig stond tegenover God en tegenover de priesters.
En een ieders geheiligde dingen zullen het zijne zijn; 1) wat iemand de priester zal gegeven hebben, zal het zijne zijn. 2)
Werd in het vorige vers van de heilige gaven van het volk, als volk gesproken, in vs.10 is van die van de enkele persoon sprake.
Het eerste lid van dit vers betekent óf: dat, hetgeen iemand in Israël uit eigen, vrije beweging, tot heilig gebruik afzonderde, van hem bleef, zodat hij, zonder het juist te moeten offeren, daarover de verdere beschikking bleef houden, óf in het algemeen dat, wat men als heilige gave eenmaal tot de priester gebracht had, verder in de hand van deze berustte, om daarmee, zonder dat het teruggevraagd kon worden, naar de voorschriften van de wet te handelen.
Hij, welke die dingen aan hen gaf, zou zijn gaven niet mogen terugnemen, onder wat voorwendsel het ook wezen mocht. Deze wet bekrachtigt en bevestigt alle godvruchtige liefdegiften, het zij in levende lijve, hetzij bij laatste wil geschonken of toegezegd.
III. Vs. 11-31.KruisverwijzingenLeviticus 18:20→Hooglied 8:6→Spreuken 6:34→Ezechiël 29:16→Leviticus 20:10→1 Koningen 17:18→Leviticus 5:11→Numeri 5:19→
— Wijders sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer van iemand zijn huisvrouw zal afgeweken zijn, en door overtreding tegen hem overtreden zal hebben; Dat een man bij haar door bijligging des zaads zal gelegen hebben, en het voor de ogen haars mans zal verborgen zijn, en zij zich verheeld zal hebben, zijnde nochtans onrein geworden; en geen getuige tegen haar is, en zij niet betrapt is; En de ijvergeest over hem gekomen is, dat hij ijvert over zijn huisvrouw, dewijl zij onrein geworden is; of dat over hem de ijvergeest gekomen is, dat hij over zijn huisvrouw ijvert, hoewel zij niet onrein geworden is; Dan zal die man zijn huisvrouw tot den priester brengen, en zal haar offerande voor haar medebrengen, een tiende deel van een efa gerstemeel; hij zal geen olie daarop gieten, noch wierook daarop leggen, dewijl het een spijsoffer der ijveringen is, een spijsoffer der gedachtenis, dat de ongerechtigheid in gedachtenis brengt. En de priester zal haar doen naderen; hij zal haar stellen voor het aangezicht des HEEREN. En de priester zal heilig water in een aarden vat nemen; en van het stof, hetwelk op den vloer des tabernakels is, zal de priester nemen, en in het water doen. Daarna zal de priester de vrouw voor het aangezicht des HEEREN stellen, en zal het hoofd van de vrouw ontbloten, en zal het spijsoffer der gedachtenis op haar handen leggen, hetwelk het spijsoffer der ijveringen is; en in de hand des priesters zal dat bitter water zijn, hetwelk den vloek medebrengt. En de priester zal haar beedigen, en zal tot die vrouw zeggen: Indien iemand bij u gelegen heeft, en indien gij, onder uw man zijnde, niet afgeweken zijt tot onreinigheid, wees vrij van dit bitter water, hetwelk den vloek medebrengt! Maar zo gij, onder uw man zijnde, afgeweken zijt, en zo gij onrein geworden zijt, dat een man bij u gelegen heeft, behalve uw man:
Vooral van het huwelijk en van het huiselijk leven, op welks welzijn de welvaart van geheel de burgerstaat rust, moet alle stoornis van vrede en alle besmetting zo ver mogelijk geweerd worden. Is dus een vrouw bij haar echtgenoot verdacht de echtelijke trouw te hebben geschonden, dan moet hij haar met het ijver- of wraakoffer tot de priester brengen, die haar vervolgens een eed afneemt en het vloekwater te drinken geeft, in geval van schuld zal dit laaste niet zonder uitwerking bij haar blijven en haar de rechtvaardige straf veroorzaken.
Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: 1)
Doel van deze ceremonie is, dat de vrouwen geenszins door vertrouwen op straffeloosheid zich aan schaamteloosheid zouden wagen, of opdat geen jaloersheid onenigheid zou veroorzaken en, door de ziel van de man van de vrouw te vervreemden, de band van de reine liefde zou verbreken, omdat op die wijze de deur aan vele misdaden werd geopend. Verder heeft God door dit ritueel getuigd, dat Hij de beschermer en wreker was van de echtelijke trouw. Waaruit blijkt, hoe de reinheid van de gehuwde vrouwen voor haarzelf een offer is van welriekende reuk, waarvoor Hij zich verwaardigt als bewaker op te treden. Waarom het geen kleine troost is voor de mannen, wanneer God naar het bedrog, in het verborgen gepleegd, een onderzoek instelt, indien soms de vrouwen zich trouweloos hebben gedragen.
Spreek tot de kinderen van Israël, en zeg tot hen: wanneer van iemand zijn vrouw zal afgeweken zijn, de rechte weg inzake het huwelijk verlatende, en door overtreding tegen hem overtreden zal hebben,
Daardoor, dat een ander man bij haar, door bijligging van het zaad, zal gelegen hebben, en het voor de ogen van haar man zal verborgen zijn, en zij zich verheeld, of haar misdaad verborgen gehouden zal hebben, zijnde nochthans onrein geworden, en er, terwijl de man reeds kwaad vermoeden gekregen heeft, evenwel geen getuige tegen haar is, en zij niet betrapt is.
En de ijvergeest, 1) die in deze betrekking geen mededinger of deelgenoot duldt, over hem gekomen is, en hij in billijke verontwaardiging is ontstoken, zodat hij ijvert over zijn vrouw, omdat zij onrein, inderdaad schuldig en misdadig geworden is; of dat over hem de ijvergeest gekomenis, dat hij over zijn vrouw ijvert, hoewel zij niet onrein, misdadig en schuldig geworden is, zodat hij haar dus ten onrechte verdenkt.
IJveren, in de taal van de zeventiende eeuw, betekent, iemand van ontrouw in zijn liefde verdenken en daarover zijn misnoegen tonen. IJvergeest heeft daarom ruimere betekenis dan geest van jaloersheid.
Dan zal die man zijn vrouw tot de priester brengen om haar, door tussenkomst van deze aan een Godsgericht te onderwerpen, en hij zal, daar zij als gehuwde vrouw geen bijzonder eigendom heeft, waarvan zij een offer zou kunnen brengen, haar offerande, 1) die zij bij zulk een gelegenheid schuldig is, voor haar meebrengen, namelijk: een tiende deel van een efa 2) gerstemeel; hij zal geen olie daarop gieten, noch wierook daarop leggen, 3) watanders bij spijsoffers van meel gebeurde (Leviticus. 2:1 vv.), omdat het een spijsoffer van de ijveringen is, een spijsoffer van de gedachtenis, dat de ijvergeest van de man daardoor bevredigen moet, dat het de ongerechtigheid van de vrouw, indien zij zich werkelijk zozeer vergeten heeft, in gedachtenis brengt, 4) bij de Heere en Hem tot straf daarover oproept.
Deze offerande verschilt van de vorige, waarvan eerder sprake is geweest, omdat het een soort van medegetuigenis is, waardoor de vrouw zich aan de vloek onderwerpt. Enkel meel zonder wierook en olie werd aangeboden, omdat bij de vloek geen ritueel van een blije offerande paste. Nu, opdat de vrouw des te meer voor een meineed zou beven, werd zij geplaatst als voor het aangezicht van God en wel met ontbloot hoofd, alsof de priester haar uit de duisternis tevoorschijn trok. Want dat sommigen menen, dat het bedeksel van haar hoofd werd weggenomen om de oneer, schijnt mij niet gevoegelijk toe, omdat zij op deze wijze reeds veroordeeld werd, voordat de zaak bekend was geworden. Met ontbloot hoofd werd zij daarom voor Gods aangezicht gebracht, opdat zij in ernst beducht zou wezen.
Een maat bevattende omstreeks 50 Ned. ponden (?) (Exodus. 29:40).
Het spijsoffer komt hier zelfstandig voor, zonder dat er een bloedig offer voorafgaat. Het is in dit geval, waarvan hier sprake is, ook volstrekt niet om een verzoening te doen, daar de schuld van de vrouw, indien zij inderdaad echtbreuk gepleegd had, niet voor verzoening vatbaar was, en er, was zij onschuldig, geen reden tot verzoening bestond. Wel is hier een spijsoffer op zijn plaats; want het betreft hier het gedrag en de wandel van de levenswijze van de vrouw. (zie Le 2.3 en zie Le 2.7). Deze is de man in een twijfelachtig licht voorgekomen; daarom wordt tot het offer slechts tarwe van de geringste soort gebruikt; daarom mag er ook geen olie noch wierook bij gedaan worden, welke bestemd zijn om daden te kenmerken, als uit de Geest van God voortgevloeid en onder gebeden volbracht.
De onbloting van het haar, wat de priester vervolgens (vs.11) de vrouw aandoet, dient eveneens ter verootmoediging van de aangeklaagde; want de bedekking van het hoofd was voor de vrouw een zinnebeeld van huwelijkstrouw en zedigheid. Dit geldt al mede voor het aarden vat van luttele waarde en voor het stof, dat aan de vloek doet denken, die in het paradijs (Genesis 3:14) over de slang werd uitgesproken (vs.17)
Het spijsoffer wordt genoemd een spijsoffer van de ijveringen en een spijsoffer van de gedachtenis, omdat het offer gebracht werd door de vrouw, opdat haar zaak tot de troon van de Heere zou opklimmen, bij de Heere in gedachtenis zou komen, Hij zou richten, tussen haar en haar man, in wie de ijvergeest was ontwaakt.
Volgens Lightfoot, was bij de nadering van het Nieuwe Testament, bedeling, het overspel zo groot bij de Joden, dat het Sanhedrin een besluit uitvaardigde, waarbij dit Godsoordeel werd afgeschaft. Een van de Joodse regels was dan ook: Toen de overspelingen vermenigvuldigden, hielden de bittere wateren op.
En de priester zal haar van de ingang van de voorhof, tot waartoe de man haar gebracht heeft, doen naderen tot het altaar; hij zal haar stellen voor het aangezicht van de HEERE, die aldaar aanwezig is; om haar alzo aan Hem voor te stellen als een, die geheel en al in Zijn macht is, en van wie Hij al wat in het verborgen schuilt aan het licht brengen kan.
En de priester zal het heilig water, 1) uit het koperen wasvat, in een aarde vat nemen; en van het stof, dat op de vloer van de tabernakel is, zal de priester nemen en in het water doen. 2)
Dit water wordt heilig water genoemd, omdat het geschept werd uit het koperen wasvat, niet omdat in het water op zichzelf heiligheid was. Als dan ook de vrouw bekende, dat zij werkelijk gezondigd had, moest zij het uitgieten, juist omdat er geen heiligheid in was. Onkelos heeft in plaats van, heilig water, water van het wasvat.
En het aarden vat, èn de vermenging van het water met het stof van de vloer, duiden de vernederende toestand van de vrouw aan. Bovendien was het stof nog een zinnebeeld van verachting (Genesis 3:15 Job 2:12 Psalm. 22:16 Klaagl.3:29).
Daarna zal de priester de vrouw, tegenover de ingang van de tabernakel, voor het aangezicht van de HEERE stellen, en zal het hoofd van de vrouw ontbloten, door deband van het haar los te maken, zodat dit naar beneden hangt, en zal het spijsoffer van de gedachtenis (vs.15) op haar handen leggen, dat het spijsoffer van de ijveringen is; en in de hand van de priester zal dat water, dat hij met stof vermengd heeft, en dat een bitter 1) water is zijn, dat in geval van schuld de vloek meebrengt.
Bitter water. Eigenlijk water van bitterheid. Er wordt niet zozeer op een bittere smaak van dit water gedoeld, als wel op de bittere gevolgen, die het drinken daarvan, in geval van meineed, na zich sleepte.
Bij de eedzwering wordt haar het offer op de handen gezet, opdat zij de vrucht van haar wandel voor God zou brengen en zich overgeven aan Zijn heilig gericht. De priester echter houdt als middelaar van God in zijn hand het vat met water, dat “water van bitterheden, het vloekbrengende” heet, in zoverre het de vrouw, wanneer het vermoedelijke misdrijf een goede grond heeft, bitter lijden, als goddelijke vloek zal brengen.
En de priester zal haar beëedigen, 1) door haar een plechtige eed voor te zeggen, die zij herhalen en als haar getuigenis voor God uitspreken moet; en hij zal tot die vrouw zeggen: indien niemand bij u gelegen heeft, en indien gij, onder uw man zijnde, of: terwijl gij met hem gehuwd zijt, niet afgeweken zijt tot onreinheid, en alzo ten onrechte zijt verdacht gehouden, zo wees vrij van alle bittere gevolgen die dit bitter water (vs.18), dat voor de schuldige de vloek meebrengt, u anders berokkenen zal!
De eed heet in vs.21 de eed van de vervloeking, of de verwensing, (%H%) maar zet het geval voorop, dat de vrouw onschuldig kon zijn. In dit geval zouden de wateren van bitterheid haar geen schade doen.
Maar zo gij onder uw man zijnde, of tijdens uw huwelijk, afgeweken zijt, en zo gij onrein geworden zijt, doordat een man bij u gelegen heeft, behalve uw man.
Dan 1) zal de priester die vrouw met de eed van de vervloeking beëedigen, en de priester zal tot de vrouw zeggen: de HEERE zette u tot een voorbeeld van vervulde vloek en tot een eed in het midden van uw volk, Hij stelt utot een voorbeeld, waarop zwerende zich in het vervolg zullen kunnen beroepen, mits dat de HEERE uw heup vervallende en uw buik zwellende make;
Beter: aldus zal de priester die vrouw met de eed van de vervloeking beëedigen en aldus zal de priester tot deze vrouw zeggen: zo zal de Heere U zetten tot enz.
Dat dit water, dat, zo gij schuldig zijt en valselijk de eed aanvaardt, de vervloeking meebrengt, in uw ingewanden inga, om door Gods bestuur de buik te doenzwellen en de heup te doen vervallen! Dan zal die vrouw, indien zij een goed geweten heeft, zeggen: Amen, amen! d.i.: Waarlijk, waarlijk! of: Voorwaar, voorwaar! of: Ja, ja, het zal geschieden, zoals gij gezegd hebt; maar zo zij zich van misdaad bewust is, zal zij haar misdaad belijden en met hem, die haar onteerd heeft, haar straf ondergaan (Leviticus. 20:10).
Daarna, nadat de eed op deze wijze is afgelegd, 1) zal de priester dezelfde vloeken, die hij zo-even uitsprak, op een tafwltje schrijven, 2) en hij zal het nog verse schrift met het bittere water (vs.18) uitdoen, 3) of: uitwissen, zodat zich dat schrift en daarmee ook de geschreven vloek aan het water meedeelt.
Slechts in het gewone leven sprak de zwerende de eed uit (1 Samuel 3:17; 20:3,13; 25:22 vv.). Het afleggen van een eed voor het gericht bestond, naar het schijnt, daarentegen altijd alleen in het beantwoorden van een, met beroep op God en Zijn gericht, aan de beschuldigde voorgelegde vraag. Deze beantwoordde haar dan met waarlijk of amen, of met: gij hebt het gezegd (1 Kon.22:16 Matth.26:63). Kon de bezworene dit antwoord niet geven, dan moest hij zijn schuld bekennen Jozua 7:19 vv.) of zijn zwijgen zelf gold reeds als schuldbelijdenis.
De uitvinding en het eerste gebruik van de schrijfkunst dateert minstens uit de tijden van Abraham, en het is bewezen, dat de Indiërs hun schrift aan de Semieten ontleend hebben. Tijdens hun verblijf in Egypte hebben de Israëlieten zich de schrijfkunst ten volle eigen gemaakt, want de (Ex.5:6 vv.) vermelde ambtslieden dragen in het Hebreeuws de naam van schrijvers. Als materiaal gebruikte men toebereide huiden van schapen of geiten (perkament), of het Egyptische vlas- op papyrusblad (papier). Wij hebben hier aan perkament te denken. Dat men ook al vroeg inkt gehad heeft, blijkt uit de hier voorkomende verordening, en men schreef wel waarschijnlijk met een schrijfpen (veder), die met een pennemes werd aangescherpt. 2 Johannes 1:13 Jer.36:23).
De priester moest de vloek van woord tot woord, zoals hij hem had uitgesproken, schrijven op een tafeltje of strookje perkament en dan het geschrevene met het bitter water uitdoen, om daardoor te kennen te geven, dat de vloek met het water vermengd was en hieraan de kracht gaf, om de uitwerking te doen, die men daarmee beoogde. Het betekende, dat, indien zij onschuldig was, de vloek alsdan uitgewist en tot niet komen zou.
En hij zal die vrouw, nadat het offer (vs.26) gebracht is, dat bitter water, dat de vervloeking meebrengt, te drinken geven, opdat het water, dat voor de schuldige de vervloeking meebrengt, in haar tot bitterheden inga, d.i. om bittere gevolgen te veroorzaken, indien zij schuldig is.
En de priester zal, onmiddellijk na het uitwissen van het schrift van het tafeltje, uit de hand van die vrouw het spijsoffer van de ijveringen (vs.18) nemen, en hij zal dat spijsoffer voor het aangezicht van de HEERE bewegen, voorwaarts en achterwaarts (zie “Ex 29.24), en zal dat dan op het altaar offeren, op de volgende wijze:
De priester zal ook, namelijk of van dat uit meel bestaand spijsoffer, dit gedenkoffer (Leviticus. 2:2,9), ten bedrage van een handvol grijpen, en zal hetgeen hij van het spijsoffer ten gedenkoffer afgenomen heeft, op het altaar aansteken, zoals elk ander spijsoffer; en daarna zal hij dat water die vrouw te drinken geven. 1)
Wel wordt in vs.24 eerst gezegd, dat de priester na het uitwissen van de vloek met het water, dit aan de vrouw te drinken geeft, maar uit vs.26 blijkt duidelijk, dat dit in het algemeen gezegd wordt, omdat, eer dit plaatsvond, eerst nog de offerande plaats greep en het bewegen van het spijsoffer. Deze laatste handelingen duidden aan, dat de Heere een alwetend God was, voor Wie niets verborgen is. Was het de vrouw van een priester zelf, dan werd het spijsoffer met de as van het gedenkoffer weggeworpen. In alle andere gevallen werd het spijsoffer door de priester gegeten. Men moet niet voorbijzien, dat dit offer eerst werd gebracht, nadat zij de eed had gedaan en daarmee zichzelf van het misdrijf had vrijgesproken.
Als hij haar nu dat water zal te drinken gegeven hebben, dan zal het weldra blijken of zij schuldig of onschuldig is; het zal namelijk geschieden, indien zijonrein geworden is, en tegen haar man door overtreding zal overtreden hebben, dat het water, dat voor de schuldige (de) vervloeking meebrengt, tot bitterheid in haar ingaan zal, en haar buik zwellen en haar heup vervallen zal; en die vrouw zal in het midden van haar volk tot een vloek zijn.
Doch indien de vrouw, die het water gedronken heeft, niet onrein geworden is, maar rein is, zo zal zij vrij zijn van schadelijke uitwerkingen van het water, en zal met zaad bezadigd worden. 1)
Met zaad bezadigd worden, d.i. geschiktheid en kracht verkrijgen als gunst van God, om te ontvangen en aan kinderen het leven te schenken. Aan de vloek ligt de gedachte ten grondslag, zoals Theodoretus het uitdrukt: di wn gar h amartia dia toutwn h timwria d.i. waarmee gezondigd is, dat zal de vloek dragen. Over het weigeren van het water wordt niet gesproken, omdat dit een bekentenis van schuld zou zijn en zij dan met de dood moest worden gestraft.
Dit is de wet van de ijveringen, als een vrouw, onder haar man zijnde (vs.19), zal afgeweken en onrein geworden zijn, zodat de man wel uit verscheidene bijzonderheden een vermoeden koestert, maar toch bij gemisvan getuigen, haar misdaad niet bewijzen kan;
Of als over een man, ook zonder zekere uitwendige gronden, de ijvergeest zal gekomen zijn, en hij over zijn vrouw zal geijverd hebben, deze wetsbepaling geeft hem, zo in het ene als in het andere geval, volle vrijheid, dat hij de vrouw voor het aangezicht van de HEERE stelt, en de priester aan haar, tot verzekering van de huiselijke eer en vrede, deze gehele wet volbrengt.
En de man zal, ook wanneer zijn ijveren bij de uitkomst blijken mocht ongegrond te zijn, van de ongerechtigheid onschuldig zijn, zodat hem hierover geen leed of verwijt mag worden aangedaan; maar deze vrouw zal, in geval van schuld, haar ongerechtigheid dragen, en de in de vloek van de priester aangekondigde straf ondergaan.
Een en hetzelve woord is voor sommigen een recht van het leven te leren en voor anderen een recht van de dood te doden, evenals het water van de ijveringen, gedronken zijnde, van een verschillende uitwerking was, de een tot een vloek, de ander tot een zegen.
Wat de Heere hier bepaalt zou geenszins een van het eigen goeddunken van de man afhankelijk middel zijn, om van het gegronde of ongegronde van zijn verdenking overtuigd te worden; zodat het hem, wanneer hij zich van dat middel niet bedienen wilde, ook vrijstond om de vrouw, zonder meer, te verstoten. Veelmeer wil God door deze ijverwet deels echtscheiding voorkomen, maar ook deels de man tot rust en vrede brengen, die anders door voortdurende argwaan en kwaad vermoeden zou gekweld worden, waardoor het huiselijk leven met allerlei bitterheid zou worden vervuld. Het voorschrift nu is zo ingericht, dat de ijvergeest volle speelruimte heeft. Ook zonder dat hij bepaalde redenen kan aanvoeren, is het de man geoorloofd over zijn vrouw te ijveren; ja, het is zelfs de uitdrukkelijke wil van God, dat hij met alle strengheid over de eer van zijn huis waakt en van de vrouw volstrekt geen zodanige betrekking veroorlooft, die ook slechts in de verte enige twijfel aan haar trouw teweeg zou kunnen brengen. Dit heeft zijn grond ook wel hierin, dat het bij Israël, voor het “volk van de geslachtstafelen,” waarvan de gehele inrichting, zowel wat het innerlijke als wat het uiterlijke aangaat, wezenlijk door de zuiverheid en de zekerheid van de lichamelijke afstamming bepaald is, veel op de onvervalstheid van de afstamming en het afweren van vreemd zaad, dat in de huizen en families zou kunnen indringen, aankomt; maar het heeft zijn grond evenwel veel meer nog daarin, dat in Israël het huwelijk als een afbeelding gesteld is van het Verbond, dat Jehova met Zijn uitverkoren volk gesloten heeft (zie Ex 34.16). Door zijn eigen voorbeeld zal de Israëlitische man gedurig herinnerd worden, dat de Heere, zijn God, in betrekking tot hem eveneens een ijverig God is, die geen mededinger naast zich gedoogt (Exodus. 20:5 Jesaja. 42:8). Het voorschrift is dien ten gevolge zo ingericht, dat het werkelijk tot zijn doel leidt, en al naar gelang het met de zaak gesteld is, of de eer van de vrouw redt of haar rechtvaardige straf aanvoert.
Wij kunnen dus niet, met zo vele uitleggers, het afleggen van de eed voor de hoofdzaak houden van de gehele handeling bij de priester en het drinken van de vloekdrank voor een blote ceremonie aanzien, die zou moeten dienen om af te schrikken van een valse eed; veelmeer zien wij in dit drinken de eigenlijke hoofdzaak en kennen aan de vloekdrank ongetwijfeld die kracht toe, welke de Heere zelf (vs.27 vv.) in volle duidelijkheid daaraan toeschrijft. Verplaatsen wij ons slechts levendig in de samenhang, dan kan onze overtuiging geen andere dan van deze zijn: Echtbreuk is een zonde, die in het verborgen gepleegd wordt. Kan de vrouw in ongehuwde staat zich minder aan ontucht schuldig maken zonder zich bloot te stellen aan het gevaar, dat haar schande openbaar worden zal, na haar huwelijk is zij door het huwelijksbed zelf des te meer tegen ontdekking beveiligd en heeft zij slechts een betrapt worden op de daad zelf te vrezen. In welke schromelijke mate had dus de trouweloosheid bij Israëlitische vrouwen kunnen om zich grijpen, als men bedenkt, dat zij de liefde van haar mannen met andere van haar geslacht delen moesten; daar het toch de mannen volkomen vrijstond om verscheidene vrouwen te hebben of hun slavinnen tot bijvrouwen aan te nemen. Deze ontrouw nu wordt door de Heere met alle strengheid geweerd, alzo Hij op openbaar geworden echtbreuk de straf van de steniging door het gehele volk bepaalt en de verborgen echtbreuk aan het licht brengt en met Zijn geduchte straf achtervolgt. Bij de handeling, die de ijverwet voorschrijft, treedt de priester als zaakbezorger van de klager op; deze kan zijn zaak niet voor het burgerlijk gerecht brengen, daar hij geen bewijzen kan aanvoeren; daarom neemt hij zijn toevlucht tot een gericht van de Heere bij de persoon, die tot een middelaar tussen de Heere en Zijn volk gesteld is. De priester neemt de vrouw, die de schuld ontkent, een plechtige eed af. Maar nadat zij de haar opgelegde reinigingseed in haar amen, amen! heeft overgenomen, en alzo eerst als onschuldig moet worden aangemerkt, verandert de priester van rol en wordt hij de zaakbezorger van de aangeklaagde, alzo hij haar offer op het altaar ontsteekt en haar daarmee bij God in gedachtenis brengt, opdat Hij zich als de handhaver van haar onschuld betoont. Deze dubbele verhouding van de priester moet zich intussen weldra in een hogere eenheid oplossen, wanneer hij straks als zaakbezorger van God optreedt, en aan de vrouw het te voren bereide en nu met de uitgesproken vloek vermengde water te drinken geeft. Hierbij handelt hij met dezelfde goddelijke volmacht, als wanneer een dienaar van Christus het ambt van de sleutels uitoefent, slechts met dit onderscheid, dat vergeven of houden van zonden door laatstgenoemde van kracht is in de hemel, terwijl het woord van de priester (vs.19) zich van kracht bewijzen zal reeds hier op aarde (vs.27 vv.). Het zal spoedig aan het licht komen, of de vrouw schuldig of onschuldig is, of zij naar waarheid of vals gezworen heeft.
Is het eerste het geval, dan wil de Heere haar een zwangerschap verlenen, die juist in staat is om haar in haar eer te herstellen en haar de liefde van haar man weer te verwerven. In het tweede getal echter zal Hij werkelijk haar buik laten opzwellen en haar heup laten vervallen, en alzo aan die delen van haar lichaam haar straffen, waarmee zij zich bezondigd heeft. Naar veel waarschijnlijkheid wordt die kwaal bedoeld, die de geneesheren hydrops ovarii (waterzucht van de eierstok) noemen. In de plaats hiervan vormt zich bij deze kwaal een gezwel, dat zo groot worden kan, dat het bij de 100 pond vocht inhoudt. Zo zwelt de buik tot een ongewone dikte op; de zieke wordt daarbij doodmager, staat onuitsprekelijke pijnen uit en moet, na korter of langer tijd, bezwijken. De vraag, wat de vrouw harerzijds ten aanzien van de man doen kon, wanneer zij hem van ontrouw verdacht, kan op het standpunt van het Oude Testament zelfs niet gedaan worden; de man toch is hier aan de vrouw volstrekt niet die trouw schuldig, die hij haar naar de Nieuwe bedeling verplicht is. Hij kan, zoals we reeds opmerkten, meer dan één vrouw houden, of een van zijn dienstmaagden tot bijvrouw nemen (Exodus. 21:11). Begeeft hij zich daarentegen in verboden omgang met andermans echtgenoot, zo heeft hij in deze zijn wreker, daar toch deze, door middel van de ijverwet, achter de ontrouw van zijn vrouw komen kan, ook al was die tot hiertoe voor de ogen van mensen verborgen gebleven, en dan ook het recht heeft, om aan de onteerder bloedwraak te voltrekken. De vraag, die hier overigens in aanmerking komt, is: of een christelijk echtgenoot, bij verdachte omgang van de wederhelft, al of niet tot echtscheiding gebruik maken mag van de vrijheid, die door de burgerlijke wetgeving aangeboden wordt? Bij een oppervlakkige beschouwing schijnt het, als mocht deze vraag, op grond van de hier behandelde wet, bevestigend worden beantwoord; een dieper indenken leert evenwel, dat de Heere zelf te Zijner tijd die huwelijksbetrekking zal weten te ontbinden, en dat het de Christen alleen betaamt op Zijn gericht zich te beroepen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel