Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En de HEEREH3068sprakH1696totH413MozesH4872 en totH413AaronH175, zeggendeH559:En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
KJVAnd the LORD2spake1unto Moses4and unto Aaron,6saying,
2Neemt op de som der zonen van Kahath, uit het midden der zonen van Levi, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2NeemtH5375 op de somH7218 der zonenH1121 van KahathH6955, uit het middenH8432 der zonenH1121 van LeviH3878, naar hun geslachtenH4940, naar het huisH1004 hunner vaderenH1.Neemt op de som der zonen van Kahath, uit het midden der zonen van Levi, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen.
KJVTake1the sum3of the sons4of Kohath5from among6the sons7of Levi,8after their families,9by the house10of their fathers,
1נָשֹׂ֗אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3רֹאשׁ֙H7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top4בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5קְהָ֔תH6955Kahath, Kohath, KehathKohath6מִתּ֖וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)7בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8לֵוִ֑יH3878LeviLevi. See also H3879 (לֵוִי), H3881 (לֵוִיִּי)9לְמִשְׁפְּחֹתָ֖םH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)10לְבֵ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11אֲבֹתָֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
3Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud; al wie tot dezen strijd inkomt, om het werk in de tent der samenkomst te doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Van dertigH7970jarenH8141oudH1121 en daarboven, totH5704vijftigH2572jarenH8141oudH1121; alH3605 wie tot dezen strijdH6635inkomtH935, om het werkH4399 in de tentH168 der samenkomstH4150 te doenH6213.Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud; al wie tot dezen strijd inkomt, om het werk in de tent der samenkomst te doen.
KJVFrom thirty2years3old1and upward4even until fifty7years8old,6all that enter10into the host,11to do12the work13in the tabernacle14of the congregation.
1מִבֶּ֨ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2שְׁלֹשִׁ֤יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)3שָׁנָה֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4וָמַ֔עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very5וְעַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7חֲמִשִּׁ֣יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty8שָׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10בָּא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11לַצָּבָ֔אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)12לַעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13מְלָאכָ֖הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)14בְּאֹ֥הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent15מוֹעֵֽדH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
4Dit zal de dienst zijn der zonen van Kahath, in de tent der samenkomst, te weten de heiligheid der heiligheden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4DitH2063 zal de dienstH5656 zijn der zonenH1121 van KahathH6955, in de tentH168 der samenkomstH4150, te weten de heiligheidH6944 der heilighedenH6944.Dit zal de dienst zijn der zonen van Kahath, in de tent der samenkomst, te weten de heiligheid der heiligheden.
KJVThis shall be the service2of the sons3of Kohath4in the tabernacle5of the congregation,6about the most7holy things:
5In het optrekken des legers, zo zullen Aaron en zijn zonen komen, en den voorhang des deksels afnemen, en zullen daarmede de ark der getuigenis bedekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5In het optrekkenH5265 des legersH4264, zo zullen AaronH175 en zijn zonenH1121komenH935, en den voorhangH6532 des dekselsH4539afnemenH3381, en zullen daarmede de arkH727 der getuigenisH5715bedekkenH3680.In het optrekken des legers, zo zullen Aaron en zijn zonen komen, en den voorhang des deksels afnemen, en zullen daarmede de ark der getuigenis bedekken.
KJVAnd when the camp5setteth forward,4Aaron2shall come,1and his sons,3and they shall take down6the covering9vail,8and cover10the ark13of testimony
1וּבָ֨אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אַהֲרֹ֤ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron3וּבָנָיו֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4בִּנְסֹ֣עַH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way5הַֽמַּחֲנֶ֔הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents6וְהוֹרִ֕דוּH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down7אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8פָּרֹ֣כֶתH6532voorhang, voorhangsvail9הַמָּסָ֑ךְH4539deksel, dekselscovering, curtain, hanging10וְכִ֨סּוּH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)11בָ֔הּ12אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13אֲרֹ֥ןH727ark, kistark, chest, coffin14הָעֵדֻֽתH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness
6En zij zullen een deksel van dassenvellen daarop leggen, en een geheel kleed van hemelsblauw daar bovenop uitspreiden; en zij zullen derzelver handbomen aanleggen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En zij zullen een dekselH3681 van dassenvellenH8476 daarop leggenH5414, en een geheelH3632kleedH899 van hemelsblauwH8504 daar bovenopH4605uitspreidenH6566; en zij zullen derzelver handbomenH905aanleggenH7760.En zij zullen een deksel van dassenvellen daarop leggen, en een geheel kleed van hemelsblauw daar bovenop uitspreiden; en zij zullen derzelver handbomen aanleggen.
KJVAnd shall put1thereon the covering3of badgers'5skins,4and shall spread6over10it a cloth7wholly8of blue,9and shall put11in the staves
1וְנָתְנ֣וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2עָלָ֗יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3כְּסוּי֙H3681dekselcovering4ע֣וֹרH5785vel, huid, vellenhide, leather, skin5תַּ֔חַשׁH8476dassenvellenbadger6וּפָרְשׂ֧וּH6566uitbreiden, uitspreiden, breiddebreak, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out)7בֶֽגֶדH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe8כְּלִ֛ילH3632geheel, ganselijk, volmaaktall, every whit, flame, perfect(-ion), utterly, whole burnt offering (sacrifice), wholly9תְּכֵ֖לֶתH8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue10מִלְמָ֑עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very11וְשָׂמ֖וּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work12בַּדָּֽיוH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength
7Zij zullen ook op de toontafel een kleed van hemelsblauw uitspreiden, en zullen daarop zetten de schotels, en de reukschalen, en de kroezen, en de dekschotels; ook zal het gedurig brood daarop zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Zij zullen ook opH5921 de toontafelH7979 een kleedH899 van hemelsblauwH8504uitspreidenH6566, en zullen daarop zettenH5414 de schotelsH7086, en de reukschalenH3709, en de kroezenH4518, en de dekschotelsH7184; ook zal het gedurigH8548broodH3899 daarop zijnH1961.Zij zullen ook op de toontafel een kleed van hemelsblauw uitspreiden, en zullen daarop zetten de schotels, en de reukschalen, en de kroezen, en de dekschotels; ook zal het gedurig brood daarop zijn.
KJVAnd upon the table2of shewbread3they shall spread4a cloth5of blue,6and put7thereon the dishes,10and the spoons,12and the bowls,14and covers16to cover withal:17and the continual19bread
1וְעַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2שֻׁלְחַ֣ןH7979tafel, tafelen, tafelstable3הַפָּנִ֗יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4יִפְרְשׂוּ֮H6566uitbreiden, uitspreiden, breiddebreak, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out)5בֶּ֣גֶדH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe6תְּכֵלֶת֒H8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue7וְנָתְנ֣וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8עָ֠לָיוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הַקְּעָרֹ֤תH7086schotel, schotelen, schotelscharger, dish11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הַכַּפֹּת֙H3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon13וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַמְּנַקִּיֹּ֔תH4518kroezenbowl15וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16קְשׂ֣וֹתH7184platelen, dekschotels, schotelencover, cup17הַנָּ֑סֶךְH5262drankofferen, drankoffer, beeldcover, drink offering, molten image18וְלֶ֥חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals19הַתָּמִ֖ידH8548geduriglijk, gedurig, gedurigealway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual20עָלָ֥יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21יִהְיֶֽהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
8Daarna zullen zij een scharlaken kleed daarover uitspreiden, en zullen dat met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen derzelver handbomen aanleggen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Daarna zullen zij een scharlakenH8438kleedH899 daarover uitspreidenH6566, en zullen dat met een dekselH4372 van dassenvellenH8476bedekkenH3680; en zij zullen derzelver handbomenH905aanleggenH7760.Daarna zullen zij een scharlaken kleed daarover uitspreiden, en zullen dat met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen derzelver handbomen aanleggen.
KJVAnd they shall spread1upon them a cloth3of scarlet,4and cover6the same with a covering8of badgers'10skins,9and shall put11in the staves
1וּפָרְשׂ֣וּH6566uitbreiden, uitspreiden, breiddebreak, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out)2עֲלֵיהֶ֗םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3בֶּ֚גֶדH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe4תּוֹלַ֣עַתH8438scharlaken, worm, karmozijncrimson, scarlet, worm5שָׁנִ֔יH8144scharlaken, dubbele klederen, scharlakendraadcrimson, scarlet (thread)6וְכִסּ֣וּH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)7אֹת֔וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8בְּמִכְסֵ֖הH4372deksel, dassendekselcovering9ע֣וֹרH5785vel, huid, vellenhide, leather, skin10תָּ֑חַשׁH8476dassenvellenbadger11וְשָׂמ֖וּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13בַּדָּֽיוH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength
9Dan zullen zij een kleed van hemelsblauw nemen, en bedekken den kandelaar des luchters, en zijn lampen, en zijn snuiters, en zijn blusvaten, en al zijn olievaten, met welke zij aan denzelven dienen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Dan zullen zij een kleedH899 van hemelsblauwH8504nemenH3947, en bedekkenH3680 den kandelaarH4501 des luchtersH3974, en zijn lampenH5216, en zijn snuitersH4457, en zijn blusvatenH4289, en alH3605 zijn olievatenH8081, met welkeH834 zij aan denzelven dienenH8334.Dan zullen zij een kleed van hemelsblauw nemen, en bedekken den kandelaar des luchters, en zijn lampen, en zijn snuiters, en zijn blusvaten, en al zijn olievaten, met welke zij aan denzelven dienen.
KJVAnd they shall take1a cloth2of blue,3and cover4the candlestick6of the light,7and his lamps,9and his tongs,11and his snuffdishes,13and all the oil17vessels16thereof, wherewith they minister
1וְלָקְח֣וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2בֶּ֣גֶדH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe3תְּכֵ֗לֶתH8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue4וְכִסּ֞וּH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מְנֹרַ֤תH4501kandelaar, kandelaars, kandelarencandlestick7הַמָּאוֹר֙H3974licht, luchter, lichtenbright, light8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9נֵ֣רֹתֶ֔יהָH5216lampen, lamp, Lampcandle, lamp, light10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מַלְקָחֶ֖יהָH4457snuiters, tangsnuffers, tongs12וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מַחְתֹּתֶ֑יהָH4289wierookvaten, wierookvat, blusvatencenser, firepan, snuffdish14וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16כְּלֵ֣יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever17שַׁמְנָ֔הּH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine18אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19יְשָׁרְתוּH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on20לָ֖הּ21בָּהֶֽם
10Zij zullen ook denzelven, en al zijn gereedschap, in een deksel van dassenvellen doen, en zullen hem op den draagboom leggen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Zij zullen ook denzelven, en alH3605 zijn gereedschapH3627, in een dekselH4372 van dassenvellenH8476 doen, en zullen hem opH5921 den draagboomH4132leggenH5414.Zij zullen ook denzelven, en al zijn gereedschap, in een deksel van dassenvellen doen, en zullen hem op den draagboom leggen.
KJVAnd they shall put1it and all the vessels5thereof within a covering7of badgers'9skins,8and shall put10it upon a bar.
1וְנָתְנ֤וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אֹתָהּ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5כֵּלֶ֔יהָH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7מִכְסֵ֖הH4372deksel, dassendekselcovering8ע֣וֹרH5785vel, huid, vellenhide, leather, skin9תָּ֑חַשׁH8476dassenvellenbadger10וְנָתְנ֖וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12הַמּֽוֹטH4132draagboom, draagstok, jukbar, be moved, staff, yoke
11En over het gouden altaar zullen zij een kleed van hemelsblauw uitspreiden, en zullen dat met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen deszelfs handbomen aanleggen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En overH5921 het goudenH2091altaarH4196 zullen zij een kleedH899 van hemelsblauwH8504uitspreidenH6566, en zullen dat met een dekselH4372 van dassenvellenH8476bedekkenH3680; en zij zullen deszelfs handbomenH905aanleggenH7760.En over het gouden altaar zullen zij een kleed van hemelsblauw uitspreiden, en zullen dat met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen deszelfs handbomen aanleggen.
KJVAnd upon the golden3altar2they shall spread4a cloth5of blue,6and cover7it with a covering9of badgers'11skins,10and shall put12to the staves
1וְעַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2מִזְבַּ֣חH4196altaar, altaren, altaarsaltar3הַזָּהָ֗בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather4יִפְרְשׂוּ֙H6566uitbreiden, uitspreiden, breiddebreak, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out)5בֶּ֣גֶדH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe6תְּכֵ֔לֶתH8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue7וְכִסּ֣וּH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)8אֹת֔וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9בְּמִכְסֵ֖הH4372deksel, dassendekselcovering10ע֣וֹרH5785vel, huid, vellenhide, leather, skin11תָּ֑חַשׁH8476dassenvellenbadger12וְשָׂמ֖וּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14בַּדָּֽיוH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength
12Zij zullen ook nemen alle gereedschap van den dienst, met hetwelk zij in het heiligdom dienen, en zullen het leggen in een kleed van hemelsblauw, en zullen hetzelve met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen het op den draagboom leggen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Zij zullen ook nemenH3947alleH3605gereedschapH3627 van den dienstH8335, met hetwelkH834 zij in het heiligdomH6944dienenH8334, en zullen het leggenH5414 in een kleedH899 van hemelsblauwH8504, en zullen hetzelve met een dekselH4372 van dassenvellenH8476bedekkenH3680; en zij zullen het opH5921 den draagboomH4132leggenH5414.Zij zullen ook nemen alle gereedschap van den dienst, met hetwelk zij in het heiligdom dienen, en zullen het leggen in een kleed van hemelsblauw, en zullen hetzelve met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen het op den draagboom leggen.
KJVAnd they shall take1all the instruments4of ministry,5wherewith they minister7in the sanctuary,9and put10them in a cloth12of blue,13and cover14them with a covering16of badgers'18skins,17and shall put19them on a bar:
1וְלָקְחוּ֩H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4כְּלֵ֨יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever5הַשָּׁרֵ֜תH8335dienen, dienstminister(-ry)6אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7יְשָֽׁרְתוּH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on8בָ֣ם9בַּקֹּ֗דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary10וְנָֽתְנוּ֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12בֶּ֣גֶדH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe13תְּכֵ֔לֶתH8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue14וְכִסּ֣וּH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)15אוֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16בְּמִכְסֵ֖הH4372deksel, dassendekselcovering17ע֣וֹרH5785vel, huid, vellenhide, leather, skin18תָּ֑חַשׁH8476dassenvellenbadger19וְנָתְנ֖וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield20עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21הַמּֽוֹטH4132draagboom, draagstok, jukbar, be moved, staff, yoke
13En zij zullen de as van het altaar vegen, en zij zullen daarover een kleed van purper uitspreiden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En zij zullen de asH1878 van het altaarH4196vegenH1878, en zij zullen daarover een kleedH899 van purperH713uitspreidenH6566.En zij zullen de as van het altaar vegen, en zij zullen daarover een kleed van purper uitspreiden.
KJVAnd they shall take away the ashes1from the altar,3and spread4a purple7cloth
1וְדִשְּׁנ֖וּH1878vet, as, maaktaccept, anoint, take away the (receive) ashes (from), make (wax) fat2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַמִּזְבֵּ֑חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar4וּפָרְשׂ֣וּH6566uitbreiden, uitspreiden, breiddebreak, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out)5עָלָ֔יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6בֶּ֖גֶדH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe7אַרְגָּמָֽןH713purper, purperenpurple
14En zij zullen daarop leggen al zijn gereedschap, waarmede zij aan hetzelve dienen, de koolpannen, de krauwelen, en de schoffelen, en de sprengbekkens, al het gereedschap des altaars; en zij zullen daarover een deksel van dassenvellen uitspreiden, en zullen deszelfs handbomen aanleggen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En zij zullen daarop leggenH5414alH3605 zijn gereedschapH3627, waarmede zij aanH5921 hetzelve dienenH8334, de koolpannenH4289, de krauwelenH4207, en de schoffelenH3257, en de sprengbekkensH4219, alH3605 het gereedschapH3627 des altaarsH4196; en zij zullen daarover een dekselH3681 van dassenvellenH8476uitspreidenH6566, en zullen deszelfs handbomenH905aanleggenH7760.En zij zullen daarop leggen al zijn gereedschap, waarmede zij aan hetzelve dienen, de koolpannen, de krauwelen, en de schoffelen, en de sprengbekkens, al het gereedschap des altaars; en zij zullen daarover een deksel van dassenvellen uitspreiden, en zullen deszelfs handbomen aanleggen.
KJVAnd they shall put1upon it all the vessels5thereof, wherewith they minister7about it, even the censers,11the fleshhooks,13and the shovels,15and the basons,17all the vessels19of the altar;20and they shall spread21upon it a covering23of badgers'25skins,24and put26to the staves
1וְנָתְנ֣וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2עָ֠לָיוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5כֵּלָ֞יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7יְֽשָׁרְת֧וּH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on8עָלָ֣יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9בָּהֶ֗ם10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הַמַּחְתֹּ֤תH4289wierookvaten, wierookvat, blusvatencenser, firepan, snuffdish12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הַמִּזְלָגֹת֙H4207krauwelen, krauwelfleshhook14וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַיָּעִ֣יםH3257schoffelenshovel16וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17הַמִּזְרָקֹ֔תH4219sprengbekken, sprengbekkens, besprengbekkensbason, bowl18כֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19כְּלֵ֣יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever20הַמִּזְבֵּ֑חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar21וּפָרְשׂ֣וּH6566uitbreiden, uitspreiden, breiddebreak, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out)22עָלָ֗יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with23כְּס֛וּיH3681dekselcovering24ע֥וֹרH5785vel, huid, vellenhide, leather, skin25תַּ֖חַשׁH8476dassenvellenbadger26וְשָׂמ֥וּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work27בַדָּֽיוH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength
15Als nu Aaron en zijn zonen, het dekken van het heiligdom, en van alle gereedschap des heiligdoms, in het optrekken des legers, zullen voleind hebben, zo zullen daarna de zonen van Kahath komen om te dragen; maar zij zullen dat heilige niet aanroeren, dat zij niet sterven. Dit is de last der zonen van Kahath, in de tent der samenkomst.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Als nu AaronH175 en zijn zonenH1121, het dekkenH3680 van het heiligdomH6944, en van alleH3605gereedschapH3627 des heiligdomsH6944, in het optrekkenH5265 des legersH4264, zullen voleindH3615 hebben, zoH3651 zullen daarnaH310 de zonenH1121 van KahathH6955komenH935 om te dragenH5375; maar zij zullen dat heiligeH6944 niet aanroerenH5060, dat zij niet stervenH4191. DitH428 is de lastH4853 der zonenH1121 van KahathH6955, in de tentH168 der samenkomstH4150.Als nu Aaron en zijn zonen, het dekken van het heiligdom, en van alle gereedschap des heiligdoms, in het optrekken des legers, zullen voleind hebben, zo zullen daarna de zonen van Kahath komen om te dragen; maar zij zullen dat heilige niet aanroeren, dat zij niet sterven. Dit is de last der zonen van Kahath, in de tent der samenkomst.
KJVAnd when Aaron2and his sons3have made an end1of covering4the sanctuary,6and all the vessels9of the sanctuary,10as the camp12is to set forward;11after13that, the sons16of Kohath17shall come15to bear18it: but they shall not touch20any holy thing,22lest they die.23These things are the burden25of the sons26of Kohath27in the tabernacle28of the congregation.
1וְכִלָּ֣הH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste2אַֽהֲרֹןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron3וּ֠בָנָיוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4לְכַסֹּ֨תH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַקֹּ֜דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9כְּלֵ֣יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever10הַקֹּדֶשׁ֮H6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary11בִּנְסֹ֣עַH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way12הַֽמַּחֲנֶה֒H4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents13וְאַחֲרֵיH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with14כֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you15יָבֹ֤אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way16בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17קְהָת֙H6955Kahath, Kohath, KehathKohath18לָשֵׂ֔אתH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield19וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without20יִגְּע֥וּH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch21אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)22הַקֹּ֖דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary23וָמֵ֑תוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise24אֵ֛לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)25מַשָּׂ֥אH4853last, opheffen, bezwaarnisburden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute26בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth27קְהָ֖תH6955Kahath, Kohath, KehathKohath28בְּאֹ֥הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent29מוֹעֵֽדH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
16Het opzicht nu van Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, zal zijn over de olie des luchters, en het reukwerk der welriekende specerijen, en het gedurig spijsoffer, en de zalfolie; het opzicht des gansen tabernakels, en alles wat daarin is, aan het heiligdom en aan zijn gereedschap.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Het opzichtH6486 nu van EleazarH499, den zoonH1121 van AaronH175, den priesterH3548, zal zijn over de olieH8081 des luchtersH3974, en het reukwerkH7004 der welriekende specerijenH5561, en het gedurigH8548spijsofferH4503, en de zalfolieH4888; het opzichtH6486 des gansenH3605tabernakelsH4908, en allesH3605watH834 daarin is, aan het heiligdomH6944 en aan zijn gereedschapH3627.Het opzicht nu van Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, zal zijn over de olie des luchters, en het reukwerk der welriekende specerijen, en het gedurig spijsoffer, en de zalfolie; het opzicht des gansen tabernakels, en alles wat daarin is, aan het heiligdom en aan zijn gereedschap.
KJVAnd to the office1of Eleazar2the son3of Aaron4the priest5pertaineth the oil6for the light,7and the sweet9incense,8and the daily11meat offering,10and the anointing13oil,12and the oversight14of all the tabernacle,16and of all that therein is, in the sanctuary,20and in the vessels
1וּפְקֻדַּ֞תH6486bezoeking, opzicht, ambtaccount, (that have the) charge, custody, that which...laid up, numbers, office(-r), ordering, oversight, [phrase] prison, reckoning, visitation2אֶלְעָזָ֣רH499EleazarEleazar3בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4אַהֲרֹ֣ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron5הַכֹּהֵ֗ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer6שֶׁ֤מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine7הַמָּאוֹר֙H3974licht, luchter, lichtenbright, light8וּקְטֹ֣רֶתH7004reukwerk, reukwerks, reukaltaar(sweet) incense, perfume9הַסַּמִּ֔יםH5561specerijen, rokingsweet (spice)10וּמִנְחַ֥תH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice11הַתָּמִ֖ידH8548geduriglijk, gedurig, gedurigealway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual12וְשֶׁ֣מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine13הַמִּשְׁחָ֑הH4888zalfolie, zalving, zalve(to be) anointed(-ing), ointment14פְּקֻדַּ֗תH6486bezoeking, opzicht, ambtaccount, (that have the) charge, custody, that which...laid up, numbers, office(-r), ordering, oversight, [phrase] prison, reckoning, visitation15כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16הַמִּשְׁכָּן֙H4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent17וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19בּ֔וֹ20בְּקֹ֖דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary21וּבְכֵלָֽיוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever
17En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En de HEEREH3068sprakH1696totH413MozesH4872 en totH413AaronH175, zeggendeH559:En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
KJVAnd the LORD2spake1unto Moses4and unto Aaron,6saying,
18Gij zult den stam van de geslachten der Kahathieten niet laten uitgeroeid worden, uit het midden der Levieten;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Gij zult den stamH7626 van de geslachtenH4940 der KahathietenH6956nietH408 laten uitgeroeidH3772 worden, uit het middenH8432 der LevietenH3881;Gij zult den stam van de geslachten der Kahathieten niet laten uitgeroeid worden, uit het midden der Levieten;
KJVCut ye not off2the tribe4of the families5of the Kohathites6from among7the Levites:
1אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than2תַּכְרִ֕יתוּH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4שֵׁ֖בֶטH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe5מִשְׁפְּחֹ֣תH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)6הַקְּהָתִ֑יH6956Kahathieten, Kohathieten, staKohathites7מִתּ֖וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)8הַלְוִיִּֽםH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite
19Maar dit zult gij hun doen, opdat zij leven en niet sterven, als zij tot de heiligheid der heiligheden toetreden zullen: Aaron en zijn zonen zullen komen, en stellen hen een ieder over zijn dienst en aan zijn last.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Maar ditH2063 zult gij hun doenH6213, opdat zij levenH2421 en nietH3808stervenH4191, als zij totH413 de heiligheidH6944 der heilighedenH6944toetredenH5066 zullen: AaronH175 en zijn zonenH1121 zullen komenH935, en stellenH7760 hen een iederH376overH5921 zijn dienstH5656 en aan zijn lastH4853.Maar dit zult gij hun doen, opdat zij leven en niet sterven, als zij tot de heiligheid der heiligheden toetreden zullen: Aaron en zijn zonen zullen komen, en stellen hen een ieder over zijn dienst en aan zijn last.
KJVBut thus do2unto them, that they may live,4and not die,6when they approach7unto the most9holy things:10Aaron11and his sons12shall go in,13and appoint14them every16one17to his service19and to his burden:
1וְזֹ֣אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus2עֲשׂ֣וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3לָהֶ֗ם4וְחָיוּ֙H2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole5וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6יָמֻ֔תוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise7בְּגִשְׁתָּ֖םH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9קֹ֣דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary10הַקֳּדָשִׁ֑יםH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary11אַהֲרֹ֤ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron12וּבָנָיו֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13יָבֹ֔אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14וְשָׂמ֣וּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work15אוֹתָ֗םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)17אִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)18עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19עֲבֹדָת֖וֹH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought20וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)21מַשָּׂאֽוֹH4853last, opheffen, bezwaarnisburden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute
20Doch zij zullen niet inkomen om te zien, als men het heiligdom inwindt, opdat zij niet sterven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Doch zij zullen nietH3808inkomenH935 om te zienH7200, als men het heiligdomH6944inwindtH1104, opdat zij niet stervenH4191.Doch zij zullen niet inkomen om te zien, als men het heiligdom inwindt, opdat zij niet sterven.
KJVBut they shall not go in2to see3when the holy things6are covered,4lest they die.
1וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יָבֹ֧אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3לִרְא֛וֹתH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions4כְּבַלַּ֥עH1104verslonden, verslinden, verslondcover, destroy, devour, eat up, be at end, spend up, swallow down (up)5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַקֹּ֖דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary7וָמֵֽתוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En de HEEREH3068sprakH1696totH413MozesH4872, zeggendeH559:En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
22Neem ook op de som der zonen van Gerson, naar het huis hunner vaderen, naar hun geslachten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22NeemH5375ookH1571 op de somH7218 der zonenH1121 van GersonH1648, naar het huisH1004 hunner vaderenH1, naar hunH1992geslachtenH4940.Neem ook op de som der zonen van Gerson, naar het huis hunner vaderen, naar hun geslachten.
KJVTake1also the sum3of the sons4of Gershon,5throughout the houses8of their fathers,9by their families;
1נָשֹׂ֗אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3רֹ֛אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top4בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5גֵרְשׁ֖וֹןH1648GersonGershon, Gershom6גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea7הֵ֑םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye8לְבֵ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9אֲבֹתָ֖םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'10לְמִשְׁפְּחֹתָֽםH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)
23Gij zult hen tellen van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkomt om den strijd te strijden, opdat hij den dienst bediene in de tent der samenkomst.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Gij zult hen tellenH6485 van dertigH7970jarenH8141oudH1121 en daarboven, totH5704vijftigH2572jarenH8141oudH1121, alH3605 wie inkomtH935 om den strijdH6635 te strijdenH6633, opdat hij den dienstH5656bedieneH5647 in de tentH168 der samenkomstH4150.Gij zult hen tellen van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkomt om den strijd te strijden, opdat hij den dienst bediene in de tent der samenkomst.
KJVFrom thirty2years3old1and upward4until fifty7years8old6shalt thou number9them; all that enter in12to perform13the service,14to do15the work16in the tabernacle17of the congregation.
1מִבֶּן֩H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2שְׁלֹשִׁ֨יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)3שָׁנָ֜הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4וָמַ֗עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very5עַ֛דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7חֲמִשִּׁ֥יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty8שָׁנָ֖הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)9תִּפְקֹ֣דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want10אוֹתָ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הַבָּא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13לִצְבֹ֣אH6633strijden, oorlog opschreef, gestredenassemble, fight, perform, muster, wait upon, war14צָבָ֔אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)15לַעֲבֹ֥דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,16עֲבֹדָ֖הH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought17בְּאֹ֥הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent18מוֹעֵֽדH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
24Dit zal zijn de dienst der geslachten van de Gersonieten, in het dienen en in den last.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24DitH2063 zal zijn de dienstH5656 der geslachtenH4940 van de GersonietenH1649, in het dienenH5647 en in den lastH4853.Dit zal zijn de dienst der geslachten van de Gersonieten, in het dienen en in den last.
KJVThis is the service2of the families3of the Gershonites,4to serve,5and for burdens:
1זֹ֣אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus2עֲבֹדַ֔תH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought3מִשְׁפְּחֹ֖תH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)4הַגֵּרְשֻׁנִּ֑יH1649Gersonieten, GersonietGershonite, sons of Gershon5לַעֲבֹ֖דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,6וּלְמַשָּֽׂאH4853last, opheffen, bezwaarnisburden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute
25Zij zullen dan dragen de gordijnen des tabernakels, en de tent der samenkomst; te weten haar deksel, en het dassendeksel, dat er bovenop is, en het deksel der deur van de tent der samenkomst,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Zij zullen dan dragenH5375 de gordijnenH3407 des tabernakelsH4908, en de tentH168 der samenkomstH4150; te weten haar deksel, en het dassendekselH4372, datH834 er bovenopH4605 is, en het deksel der deurH6607 van de tentH168 der samenkomstH4150,Zij zullen dan dragen de gordijnen des tabernakels, en de tent der samenkomst; te weten haar deksel, en het dassendeksel, dat er bovenop is, en het deksel der deur van de tent der samenkomst,
Ook in dit vers
dekselH4372
dekselH4539
KJVAnd they shall bear1the curtains3of the tabernacle,4and the tabernacle6of the congregation,7his covering,8and the covering9of the badgers'10skins that is above13upon it, and the hanging15for the door16of the tabernacle17of the congregation,
1וְנָ֨שְׂא֜וּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3יְרִיעֹ֤תH3407gordijnen, gordijncurtain4הַמִּשְׁכָּן֙H4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent7מוֹעֵ֔דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)8מִכְסֵ֕הוּH4372deksel, dassendekselcovering9וּמִכְסֵ֛הH4372deksel, dassendekselcovering10הַתַּ֥חַשׁH8476dassenvellenbadger11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13מִלְמָ֑עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very14וְאֶ֨תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15מָסַ֔ךְH4539deksel, dekselscovering, curtain, hanging16פֶּ֖תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place17אֹ֥הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent18מוֹעֵֽדH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
26En de behangselen des voorhofs, en het deksel der deur van de poort des voorhofs, hetwelk is bij den tabernakel en bij het altaar rondom; en hun zelen, en al het gereedschap van hun dienst, mitsgaders al wat daarvoor bereid wordt, opdat zij dienen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En de behangselenH7050 des voorhofsH2691, en het dekselH4539 der deurH6607 van de poortH8179 des voorhofsH2691, hetwelkH834 is bijH5921 den tabernakelH4908 en bijH5921 het altaarH4196rondomH5439; en hun zelenH4340, en alH3605 het gereedschapH3627 van hun dienstH5656, mitsgaders alH3605watH834 daarvoor bereidH6213 wordt, opdat zij dienenH5647.En de behangselen des voorhofs, en het deksel der deur van de poort des voorhofs, hetwelk is bij den tabernakel en bij het altaar rondom; en hun zelen, en al het gereedschap van hun dienst, mitsgaders al wat daarvoor bereid wordt, opdat zij dienen.
KJVAnd the hangings2of the court,3and the hanging5for the door6of the gate7of the court,8which is by the tabernacle11and by the altar13round about,14and their cords,16and all the instruments19of their service,20and all that is made24for them: so shall they serve.
1וְאֵת֩H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2קַלְעֵ֨יH7050behangselen, slinger, slingerstenenhanging, leaf, sling3הֶֽחָצֵ֜רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5מָסַ֣ךְH4539deksel, dekselscovering, curtain, hanging6פֶּ֣תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place7שַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)8הֶחָצֵ֗רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village9אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הַמִּשְׁכָּ֤ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent12וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13הַמִּזְבֵּ֨חַ֙H4196altaar, altaren, altaarsaltar14סָבִ֔יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side15וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16מֵֽיתְרֵיהֶ֔םH4340zelen, koorden, pezencord, string17וְאֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19כְּלֵ֖יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever20עֲבֹדָתָ֑םH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought21וְאֵ֨תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)22כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)23אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection24יֵעָשֶׂ֛הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use25לָהֶ֖ם26וְעָבָֽדוּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,
27De gehele dienst van de zonen der Gersonieten, in al hun last, en in al hun dienst, zal zijn naar het bevel van Aaron en van zijn zonen; en gijlieden zult hun ter bewaring al hun last bevelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27De gehele dienstH5656 van de zonenH1121 der GersonietenH1649, in alH3605 hun lastH4853, en in alH3605 hun dienstH5656, zal zijn naar het bevelH6310 van AaronH175 en van zijn zonenH1121; en gijlieden zult hun ter bewaringH4931alH3605 hun lastH4853bevelenH6485.De gehele dienst van de zonen der Gersonieten, in al hun last, en in al hun dienst, zal zijn naar het bevel van Aaron en van zijn zonen; en gijlieden zult hun ter bewaring al hun last bevelen.
KJVAt the appointment2of Aaron3and his sons4shall be all the service7of the sons8of the Gershonites,9in all their burdens,11and in all their service:13and ye shall appoint14unto them in charge16all their burdens.
1עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2פִּי֩H6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word3אַהֲרֹ֨ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron4וּבָנָ֜יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5תִּהְיֶ֗הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7עֲבֹדַת֙H5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought8בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9הַגֵּרְשֻׁנִּ֔יH1649Gersonieten, GersonietGershonite, sons of Gershon10לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11מַשָּׂאָ֔םH4853last, opheffen, bezwaarnisburden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute12וּלְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13עֲבֹדָתָ֑םH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought14וּפְקַדְתֶּ֤םH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want15עֲלֵהֶם֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16בְּמִשְׁמֶ֔רֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch17אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19מַשָּׂאָֽםH4853last, opheffen, bezwaarnisburden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute
28Dit is de dienst van de geslachten der zonen van de Gersonieten, in de tent der samenkomst; en hun wacht zal zijn onder de hand van Ithamar, den zoon van Aaron, den priester.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28DitH2063 is de dienstH5656 van de geslachtenH4940 der zonenH1121 van de GersonietenH1649, in de tentH168 der samenkomstH4150; en hun wachtH4931 zal zijn onder de handH3027 van IthamarH385, den zoonH1121 van AaronH175, den priesterH3548.Dit is de dienst van de geslachten der zonen van de Gersonieten, in de tent der samenkomst; en hun wacht zal zijn onder de hand van Ithamar, den zoon van Aaron, den priester.
KJVThis is the service2of the families3of the sons4of Gershon5in the tabernacle6of the congregation:7and their charge8shall be under the hand9of Ithamar10the son11of Aaron12the priest.
1זֹ֣אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus2עֲבֹדַ֗תH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought3מִשְׁפְּחֹ֛תH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)4בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5הַגֵּרְשֻׁנִּ֖יH1649Gersonieten, GersonietGershonite, sons of Gershon6בְּאֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent7מוֹעֵ֑דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)8וּמִ֨שְׁמַרְתָּ֔םH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch9בְּיַד֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10אִֽיתָמָ֔רH385IthamarIthamar11בֶּֽןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12אַהֲרֹ֖ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron13הַכֹּהֵֽןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer
29Aangaande de zonen van Merari, die zult gij naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen tellen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Aangaande de zonenH1121 van MerariH4847, die zult gij naar hun geslachtenH4940, en naar het huisH1004 hunner vaderenH1tellenH6485.Aangaande de zonen van Merari, die zult gij naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen tellen.
KJVAs for the sons1of Merari,2thou shalt number6them after their families,3by the house4of their fathers;
1בְּנֵ֖יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2מְרָרִ֑יH4847MerariMerari. See also H4848 (מְרָרִי)3לְמִשְׁפְּחֹתָ֥םH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)4לְבֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5אֲבֹתָ֖םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'6תִּפְקֹ֥דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want7אֹתָֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
30Gij zult hen tellen van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkomt tot dezen strijd, om te bedienen den dienst van de tent der samenkomst.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Gij zult hen tellenH6485 van dertigH7970jarenH8141oudH1121 en daarboven, totH5704vijftigH2572jarenH8141oudH1121, alH3605 wie inkomtH935 tot dezen strijdH6635, om te bedienenH5647 den dienstH5656 van de tentH168 der samenkomstH4150.Gij zult hen tellen van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkomt tot dezen strijd, om te bedienen den dienst van de tent der samenkomst.
KJVFrom thirty2years3old1and upward4even unto fifty7years8old6shalt thou number9them, every one that entereth11into the service,12to do13the work15of the tabernacle16of the congregation.
1מִבֶּן֩H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2שְׁלֹשִׁ֨יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)3שָׁנָ֜הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4וָמַ֗עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very5וְעַ֛דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7חֲמִשִּׁ֥יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty8שָׁנָ֖הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)9תִּפְקְדֵ֑םH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11הַבָּא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12לַצָּבָ֔אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)13לַעֲבֹ֕דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15עֲבֹדַ֖תH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought16אֹ֥הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent17מוֹעֵֽדH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
31Dit zal nu zijn de onderhouding van hun last, naar al hun dienst, in de tent der samenkomst: de berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31DitH2063 zal nu zijn de onderhoudingH4931 van hun lastH4853, naar alH3605 hun dienstH5656, in de tentH168 der samenkomstH4150: de berderenH7175 des tabernakelsH4908, en zijn richelenH1280, en zijn pilarenH5982, en zijn voetenH134;Dit zal nu zijn de onderhouding van hun last, naar al hun dienst, in de tent der samenkomst: de berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten;
KJVAnd this is the charge2of their burden,3according to all their service5in the tabernacle6of the congregation;7the boards8of the tabernacle,9and the bars10thereof, and the pillars11thereof, and sockets
1וְזֹאת֙H2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus2מִשְׁמֶ֣רֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch3מַשָּׂאָ֔םH4853last, opheffen, bezwaarnisburden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute4לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5עֲבֹדָתָ֖םH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought6בְּאֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent7מוֹעֵ֑דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)8קַרְשֵׁי֙H7175berderen, berdbench, board9הַמִּשְׁכָּ֔ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent10וּבְרִיחָ֖יוH1280grendelen, richelen, grendelbar, fugitive11וְעַמּוּדָ֥יוH5982pilaren, pilaar, wolkkolom[idiom] apiece, pillar12וַאֲדָנָֽיוH134voeten, grondvesten, voetfoundation, socket
32Mitsgaders de pilaren des voorhofs rondom, hun voeten, en hun pennen, en hun zelen, met al hun gereedschap, en met al hun dienst; en het gereedschap van de waarneming van hun last zult gij bij namen tellen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Mitsgaders de pilarenH5982 des voorhofsH2691rondomH5439, hun voetenH134, en hun pennenH3489, en hun zelenH4340, met alH3605 hun gereedschapH3627, en met alH3605 hun dienstH5656; en het gereedschapH3627 van de waarnemingH4931 van hun lastH4853 zult gij bij namenH8034tellenH6485.Mitsgaders de pilaren des voorhofs rondom, hun voeten, en hun pennen, en hun zelen, met al hun gereedschap, en met al hun dienst; en het gereedschap van de waarneming van hun last zult gij bij namen tellen.
KJVAnd the pillars1of the court2round about,3and their sockets,4and their pins,5and their cords,6with all their instruments,8and with all their service:10and by name11ye shall reckon12the instruments14of the charge15of their burden.
1וְעַמּוּדֵי֩H5982pilaren, pilaar, wolkkolom[idiom] apiece, pillar2הֶחָצֵ֨רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village3סָבִ֜יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side4וְאַדְנֵיהֶ֗םH134voeten, grondvesten, voetfoundation, socket5וִֽיתֵדֹתָם֙H3489pennen, nagel, pinnail, paddle, pin, stake6וּמֵ֣יתְרֵיהֶ֔םH4340zelen, koorden, pezencord, string7לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8כְּלֵיהֶ֔םH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever9וּלְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10עֲבֹדָתָ֑םH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought11וּבְשֵׁמֹ֣תH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report12תִּפְקְד֔וּH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14כְּלֵ֖יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever15מִשְׁמֶ֥רֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch16מַשָּׂאָֽםH4853last, opheffen, bezwaarnisburden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute
33Dit is de dienst van de geslachten der zonen van Merari, naar hun gansen dienst, in de tent der samenkomst, onder de hand van Ithamar, den zoon van Aaron, den priester.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33DitH2063 is de dienstH5656 van de geslachtenH4940 der zonenH1121 van MerariH4847, naar hun gansenH3605dienstH5656, in de tentH168 der samenkomstH4150, onder de handH3027 van IthamarH385, den zoonH1121 van AaronH175, den priesterH3548.Dit is de dienst van de geslachten der zonen van Merari, naar hun gansen dienst, in de tent der samenkomst, onder de hand van Ithamar, den zoon van Aaron, den priester.
KJVThis is the service2of the families3of the sons4of Merari,5according to all their service,7in the tabernacle8of the congregation,9under the hand10of Ithamar11the son12of Aaron13the priest.
1זֹ֣אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus2עֲבֹדַ֗תH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought3מִשְׁפְּחֹת֙H4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)4בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5מְרָרִ֔יH4847MerariMerari. See also H4848 (מְרָרִי)6לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7עֲבֹדָתָ֖םH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought8בְּאֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent9מוֹעֵ֑דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)10בְּיַד֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11אִֽיתָמָ֔רH385IthamarIthamar12בֶּֽןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13אַהֲרֹ֖ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron14הַכֹּהֵֽןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer
34Mozes dan en Aaron, en de oversten der vergadering telden de zonen der Kahathieten, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34MozesH4872 dan en AaronH175, en de overstenH5387 der vergaderingH5712teldenH6485 de zonenH1121 der KahathietenH6956, naar hun geslachtenH4940, en naar het huisH1004 hunner vaderenH1:Mozes dan en Aaron, en de oversten der vergadering telden de zonen der Kahathieten, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen:
KJVAnd Moses2and Aaron3and the chief4of the congregation5numbered1the sons7of the Kohathites8after their families,9and after the house10of their fathers,
1וַיִּפְקֹ֨דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want2מֹשֶׁ֧הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3וְאַהֲרֹ֛ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron4וּנְשִׂיאֵ֥יH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour5הָעֵדָ֖הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8הַקְּהָתִ֑יH6956Kahathieten, Kohathieten, staKohathites9לְמִשְׁפְּחֹתָ֖םH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)10וּלְבֵ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11אֲבֹתָֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
35Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkwam tot dezen strijd, tot den dienst in de tent der samenkomst;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35Van dertigH7970jarenH8141oudH1121 en daarboven, totH5704vijftigH2572jarenH8141oudH1121, alH3605 wie inkwamH935 tot dezen strijdH6635, tot den dienstH5656 in de tentH168 der samenkomstH4150;Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkwam tot dezen strijd, tot den dienst in de tent der samenkomst;
KJVFrom thirty2years3old1and upward4even unto fifty7years8old,6every one that entereth10into the service,11for the work12in the tabernacle13of the congregation:
1מִבֶּ֨ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2שְׁלֹשִׁ֤יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)3שָׁנָה֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4וָמַ֔עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very5וְעַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7חֲמִשִּׁ֣יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty8שָׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הַבָּא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11לַצָּבָ֔אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)12לַעֲבֹדָ֖הH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought13בְּאֹ֥הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent14מוֹעֵֽדH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
36Hun getelden nu waren, naar hun geslachten, twee duizend zevenhonderd en vijftig.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36Hun geteldenH6485 nu warenH1961, naar hun geslachtenH4940, twee duizendH505zevenhonderdH7651 en vijftigH2572.Hun getelden nu waren, naar hun geslachten, twee duizend zevenhonderd en vijftig.
KJVAnd those that were numbered2of them by their families3were two thousand4seven5hundred6and fifty.
1וַיִּהְי֥וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2פְקֻדֵיהֶ֖םH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want3לְמִשְׁפְּחֹתָ֑םH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)4אַלְפַּ֕יִםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand5שְׁבַ֥עH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)6מֵא֖וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore7וַחֲמִשִּֽׁיםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty
37Dit zijn de getelden van de geslachten der Kahathieten, van al wie in de tent der samenkomst diende, welke Mozes en Aaron geteld hebben, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37DitH428 zijn de geteldenH6485 van de geslachtenH4940 der KahathietenH6956, van alH3605 wie in de tentH168 der samenkomstH4150diendeH5647, welkeH834MozesH4872 en AaronH175geteldH6485 hebben, naar het bevelH6310 des HEERENH3068, door de handH3027 van MozesH4872.Dit zijn de getelden van de geslachten der Kahathieten, van al wie in de tent der samenkomst diende, welke Mozes en Aaron geteld hebben, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes.
KJVThese were they that were numbered2of the families3of the Kohathites,4all that might do service6in the tabernacle7of the congregation,8which Moses11and Aaron12did number10according to the commandment14of the LORD15by the hand16of Moses.
1אֵ֤לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2פְקוּדֵי֙H6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want3מִשְׁפְּחֹ֣תH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)4הַקְּהָתִ֔יH6956Kahathieten, Kohathieten, staKohathites5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הָעֹבֵ֖דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,7בְּאֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent8מוֹעֵ֑דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)9אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10פָּקַ֤דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want11מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses12וְאַהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron13עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14פִּ֥יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word15יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves17מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
38Insgelijks de getelden der zonen van Gerson, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38Insgelijks de geteldenH6485 der zonenH1121 van GersonH1648, naar hun geslachtenH4940, en naar het huisH1004 hunner vaderenH1;Insgelijks de getelden der zonen van Gerson, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen;
KJVAnd those that were numbered1of the sons2of Gershon,3throughout their families,4and by the house5of their fathers,
1וּפְקוּדֵ֖יH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want2בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3גֵרְשׁ֑וֹןH1648GersonGershon, Gershom4לְמִשְׁפְּחוֹתָ֖םH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)5וּלְבֵ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6אֲבֹתָֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
39Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkwam tot dezen strijd, tot den dienst in de tent der samenkomst;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39Van dertigH7970jarenH8141oudH1121 en daarboven, totH5704vijftigH2572jarenH8141oudH1121, alH3605 wie inkwamH935 tot dezen strijdH6635, tot den dienstH5656 in de tentH168 der samenkomstH4150;Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkwam tot dezen strijd, tot den dienst in de tent der samenkomst;
KJVFrom thirty2years3old1and upward4even unto fifty7years8old,6every one that entereth10into the service,11for the work12in the tabernacle13of the congregation,
1מִבֶּ֨ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2שְׁלֹשִׁ֤יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)3שָׁנָה֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4וָמַ֔עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very5וְעַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7חֲמִשִּׁ֣יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty8שָׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הַבָּא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11לַצָּבָ֔אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)12לַעֲבֹדָ֖הH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought13בְּאֹ֥הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent14מוֹעֵֽדH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
40Hun getelden waren, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, twee duizend zeshonderd en dertig.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40Hun geteldenH6485warenH1961, naar hun geslachtenH4940, naar het huisH1004 hunner vaderenH1, twee duizendH505zeshonderdH8337 en dertigH7970.Hun getelden waren, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, twee duizend zeshonderd en dertig.
KJVEven those that were numbered2of them, throughout their families,3by the house4of their fathers,5were two thousand6and six7hundred8and thirty.
1וַיִּֽהְיוּ֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2פְּקֻ֣דֵיהֶ֔םH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want3לְמִשְׁפְּחֹתָ֖םH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)4לְבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5אֲבֹתָ֑םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'6אַלְפַּ֕יִםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand7וְשֵׁ֥שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth8מֵא֖וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore9וּשְׁלֹשִֽׁיםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)
41Dezen zijn de getelden van de geslachten der zonen van Gerson, van al wie in de tent der samenkomst diende, welke Mozes en Aaron telden, naar het bevel des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41DezenH428 zijn de geteldenH6485 van de geslachtenH4940 der zonenH1121 van GersonH1648, van alH3605 wie in de tentH168 der samenkomstH4150diendeH5647, welkeH834MozesH4872 en AaronH175teldenH6485, naar het bevelH6310 des HEERENH3068.Dezen zijn de getelden van de geslachten der zonen van Gerson, van al wie in de tent der samenkomst diende, welke Mozes en Aaron telden, naar het bevel des HEEREN.
KJVThese are they that were numbered2of the families3of the sons4of Gershon,5of all that might do service7in the tabernacle8of the congregation,9whom Moses12and Aaron13did number11according to the commandment15of the LORD.
1אֵ֣לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2פְקוּדֵ֗יH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want3מִשְׁפְּחֹת֙H4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)4בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5גֵרְשׁ֔וֹןH1648GersonGershon, Gershom6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הָעֹבֵ֖דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,8בְּאֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent9מוֹעֵ֑דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)10אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11פָּקַ֥דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want12מֹשֶׁ֛הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses13וְאַהֲרֹ֖ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15פִּ֥יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word16יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
42En de getelden van de geslachten der zonen van Merari, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42En de geteldenH6485 van de geslachtenH4940 der zonenH1121 van MerariH4847, naar hun geslachtenH4940, naar het huisH1004 hunner vaderenH1,En de getelden van de geslachten der zonen van Merari, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen,
KJVAnd those that were numbered1of the families2of the sons3of Merari,4throughout their families,5by the house6of their fathers,
1וּפְקוּדֵ֕יH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want2מִשְׁפְּחֹ֖תH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4מְרָרִ֑יH4847MerariMerari. See also H4848 (מְרָרִי)5לְמִשְׁפְּחֹתָ֖םH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)6לְבֵ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7אֲבֹתָֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
43Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkwam tot dezen strijd, tot den dienst in de tent der samenkomst;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43Van dertigH7970jarenH8141oudH1121 en daarboven, totH5704vijftigH2572jarenH8141oudH1121, alH3605 wie inkwamH935 tot dezen strijdH6635, tot den dienstH5656 in de tentH168 der samenkomstH4150;Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkwam tot dezen strijd, tot den dienst in de tent der samenkomst;
KJVFrom thirty2years3old1and upward4even unto fifty7years8old,6every one that entereth10into the service,11for the work12in the tabernacle13of the congregation,
1מִבֶּ֨ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2שְׁלֹשִׁ֤יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)3שָׁנָה֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4וָמַ֔עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very5וְעַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7חֲמִשִּׁ֣יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty8שָׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הַבָּא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11לַצָּבָ֔אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)12לַעֲבֹדָ֖הH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought13בְּאֹ֥הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent14מוֹעֵֽדH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
44Hun getelden nu waren, naar hun geslachten, drie duizend en tweehonderd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44Hun geteldenH6485 nu warenH1961, naar hun geslachtenH4940, drieH7969duizendH505 en tweehonderdH3967.Hun getelden nu waren, naar hun geslachten, drie duizend en tweehonderd.
KJVEven those that were numbered2of them after their families,3were three4thousand5and two hundred.
1וַיִּהְי֥וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2פְקֻדֵיהֶ֖םH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want3לְמִשְׁפְּחֹתָ֑םH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)4שְׁלֹ֥שֶׁתH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)5אֲלָפִ֖יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand6וּמָאתָֽיִםH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore
45Dezen zijn de getelden van de geslachten der zonen van Merari, welke Mozes en Aaron geteld hebben, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45DezenH428 zijn de geteldenH6485 van de geslachtenH4940 der zonenH1121 van MerariH4847, welkeH834MozesH4872 en AaronH175geteldH6485 hebben, naar het bevelH6310 des HEERENH3068, door de handH3027 van MozesH4872.Dezen zijn de getelden van de geslachten der zonen van Merari, welke Mozes en Aaron geteld hebben, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes.
KJVThese be those that were numbered2of the families3of the sons4of Merari,5whom Moses8and Aaron9numbered7according to the word11of the LORD12by the hand13of Moses.
1אֵ֣לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2פְקוּדֵ֔יH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want3מִשְׁפְּחֹ֖תH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)4בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5מְרָרִ֑יH4847MerariMerari. See also H4848 (מְרָרִי)6אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7פָּקַ֤דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want8מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses9וְאַהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11פִּ֥יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word12יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves14מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
46Al de getelden, welke Mozes en Aaron, en de oversten van Israel geteld hebben van de Levieten, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46AlH3605 de geteldenH6485, welkeH834MozesH4872 en AaronH175, en de overstenH5387 van IsraelH3478geteldH6485 hebben van de LevietenH3881, naar hun geslachtenH4940, en naar het huisH1004 hunner vaderenH1,Al de getelden, welke Mozes en Aaron, en de oversten van Israel geteld hebben van de Levieten, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen,
KJVAll those that were numbered2of the Levites,10whom Moses5and Aaron6and the chief7of Israel8numbered,4after their families,11and after the house12of their fathers,
1כָּֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַפְּקֻדִ֡יםH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want3אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4פָּקַ֨דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want5מֹשֶׁ֧הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses6וְאַהֲרֹ֛ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron7וּנְשִׂיאֵ֥יH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour8יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הַלְוִיִּ֑םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite11לְמִשְׁפְּחֹתָ֖םH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)12וּלְבֵ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)13אֲבֹתָֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
47Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkwam, om den dienst der bediening en den dienst van den last, in de tent der samenkomst, te bedienen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
47Van dertigH7970jarenH8141oudH1121 en daarboven, totH5704vijftigH2572jarenH8141oudH1121, alH3605 wie inkwamH935, om den dienstH5656 der bedieningH5656 en den dienst van den lastH4853, in de tentH168 der samenkomstH4150, te bedienenH5647;Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkwam, om den dienst der bediening en den dienst van den last, in de tent der samenkomst, te bedienen;
KJVFrom thirty2years3old1and upward4even unto fifty7years8old,6every one that came10to do11the service of the ministry,12and the service13of the burden15in the tabernacle16of the congregation,
1מִבֶּ֨ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2שְׁלֹשִׁ֤יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)3שָׁנָה֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4וָמַ֔עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very5וְעַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7חֲמִשִּׁ֣יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty8שָׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הַבָּ֗אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11לַעֲבֹ֨דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,12עֲבֹדַ֧תH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought13עֲבֹדָ֛הH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought14וַעֲבֹדַ֥תH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought15מַשָּׂ֖אH4853last, opheffen, bezwaarnisburden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute16בְּאֹ֥הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent17מוֹעֵֽדH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
48Hun getelden waren acht duizend vijfhonderd en tachtig.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
48Hun geteldenH6485warenH1961achtH8083duizendH505vijfhonderdH2568 en tachtigH8084.Hun getelden waren acht duizend vijfhonderd en tachtig.
KJVEven those that were numbered2of them, were eight3thousand4and five5hundred6and fourscore.
1וַיִּהְי֖וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2פְּקֻדֵיהֶ֑םH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want3שְׁמֹנַ֣תH8083acht, achttien, achthonderdeight(-een, -eenth), eighth4אֲלָפִ֔יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand5וַחֲמֵ֥שׁH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)6מֵא֖וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore7וּשְׁמֹנִֽיםH8084tachtig, tachtigste, tweehonderdeighty(-ieth), fourscore
49Men telde hen, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes, een ieder naar zijn dienst, en naar zijn last; en zijn getelden waren, die de HEERE Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
49Men teldeH6485 hen, naar het bevelH6310 des HEERENH3068, door de handH3027 van MozesH4872, een iederH376 naar zijn dienstH5656, en naar zijn lastH4853; en zijn geteldenH6485 waren, dieH834 de HEEREH3068MozesH4872gebodenH6680 had.Men telde hen, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes, een ieder naar zijn dienst, en naar zijn last; en zijn getelden waren, die de HEERE Mozes geboden had.
KJVAccording to the commandment2of the LORD3they were numbered4by the hand6of Moses,7every8one9according to his service,11and according to his burden:13thus were they numbered14of him, as the LORD17commanded16Moses.
1עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2פִּ֨יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word3יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4פָּקַ֤דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want5אוֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses8אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9אִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11עֲבֹדָת֖וֹH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought12וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13מַשָּׂא֑וֹH4853last, opheffen, bezwaarnisburden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute14וּפְקֻדָ֕יוH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want15אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order17יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Numeri 4:2— Neemt op de som der zonen van Kahath, uit het midden der zonen van Levi, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen.Numeri 3:19→Numeri 3:27→
Numeri 4:3— Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud; al wie tot dezen strijd inkomt, om het werk in de tent der samenkomst te doen.Numeri 4:23→1 Timotheüs 1:18→1 Kronieken 28:12→Ezra 3:8→2 Korinthe 10:3→1 Kronieken 6:48→1 Timotheüs 3:6→Numeri 3:7→
Numeri 4:4— Dit zal de dienst zijn der zonen van Kahath, in de tent der samenkomst, te weten de heiligheid der heiligheden.Numeri 4:19→Markus 13:34→Numeri 3:30→Numeri 4:24→Numeri 4:15→Numeri 4:30→
Numeri 4:5— In het optrekken des legers, zo zullen Aaron en zijn zonen komen, en den voorhang des deksels afnemen, en zullen daarmede de ark der getuigenis bedekken.Hebreeën 9:3→Mattheüs 27:51→Exodus 40:3→Numeri 2:16→Numeri 4:15→Hebreeën 10:20→Numeri 3:27→Exodus 26:31→
Numeri 4:6— En zij zullen een deksel van dassenvellen daarop leggen, en een geheel kleed van hemelsblauw daar bovenop uitspreiden; en zij zullen derzelver handbomen aanleggen.Exodus 25:13→Exodus 39:41→Exodus 35:19→1 Koningen 8:7→Exodus 39:1→Numeri 4:7→Numeri 4:11→
Numeri 4:7— Zij zullen ook op de toontafel een kleed van hemelsblauw uitspreiden, en zullen daarop zetten de schotels, en de reukschalen, en de kroezen, en de dekschotels; ook zal het gedurig brood daarop zijn.Leviticus 24:5→Exodus 37:10→Exodus 25:23→
Numeri 4:8— Daarna zullen zij een scharlaken kleed daarover uitspreiden, en zullen dat met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen derzelver handbomen aanleggen.Numeri 4:6→Numeri 4:11→Numeri 4:9→
Numeri 4:9— Dan zullen zij een kleed van hemelsblauw nemen, en bedekken den kandelaar des luchters, en zijn lampen, en zijn snuiters, en zijn blusvaten, en al zijn olievaten, met welke zij aan denzelven dienen.Exodus 25:31→Exodus 37:17→Openbaring 1:20→Psalmen 119:105→
Numeri 4:10— Zij zullen ook denzelven, en al zijn gereedschap, in een deksel van dassenvellen doen, en zullen hem op den draagboom leggen.Numeri 4:12→Numeri 4:6→
Numeri 4:11— En over het gouden altaar zullen zij een kleed van hemelsblauw uitspreiden, en zullen dat met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen deszelfs handbomen aanleggen.Exodus 40:5→Exodus 39:38→Exodus 30:1→Exodus 40:26→Exodus 37:25→
Numeri 4:12— Zij zullen ook nemen alle gereedschap van den dienst, met hetwelk zij in het heiligdom dienen, en zullen het leggen in een kleed van hemelsblauw, en zullen hetzelve met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen het op den draagboom leggen.1 Kronieken 9:29→2 Kronieken 4:19→2 Kronieken 4:16→Exodus 31:10→Numeri 4:9→2 Koningen 25:14→Numeri 4:7→Numeri 3:8→
Numeri 4:13— En zij zullen de as van het altaar vegen, en zij zullen daarover een kleed van purper uitspreiden.Exodus 27:1→Exodus 39:41→Exodus 39:1→Leviticus 6:12→Numeri 4:11→Numeri 4:6→
Numeri 4:14— En zij zullen daarop leggen al zijn gereedschap, waarmede zij aan hetzelve dienen, de koolpannen, de krauwelen, en de schoffelen, en de sprengbekkens, al het gereedschap des altaars; en zij zullen daarover een deksel van dassenvellen uitspreiden, en zullen deszelfs handbomen aanleggen.Exodus 38:1→2 Kronieken 4:19→
Numeri 4:15— Als nu Aaron en zijn zonen, het dekken van het heiligdom, en van alle gereedschap des heiligdoms, in het optrekken des legers, zullen voleind hebben, zo zullen daarna de zonen van Kahath komen om te dragen; maar zij zullen dat heilige niet aanroeren, dat zij niet sterven. Dit is de last der zonen van Kahath, in de tent der samenkomst.2 Samuël 6:6→Numeri 7:9→1 Kronieken 13:9→Numeri 10:21→Deuteronomium 31:9→Numeri 1:51→Hebreeën 12:18→1 Kronieken 15:2→
Numeri 4:16— Het opzicht nu van Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, zal zijn over de olie des luchters, en het reukwerk der welriekende specerijen, en het gedurig spijsoffer, en de zalfolie; het opzicht des gansen tabernakels, en alles wat daarin is, aan het heiligdom en aan zijn gereedschap.Exodus 25:6→Leviticus 24:2→Exodus 30:23→1 Korinthe 4:1→1 Petrus 5:2→Hebreeën 3:6→1 Petrus 2:25→Numeri 3:32→
Numeri 4:18— Gij zult den stam van de geslachten der Kahathieten niet laten uitgeroeid worden, uit het midden der Levieten;1 Samuël 6:19→Numeri 17:10→2 Samuël 6:6→Leviticus 10:1→Numeri 18:5→Exodus 19:21→Jeremia 38:23→Numeri 16:32→
Numeri 4:19— Maar dit zult gij hun doen, opdat zij leven en niet sterven, als zij tot de heiligheid der heiligheden toetreden zullen: Aaron en zijn zonen zullen komen, en stellen hen een ieder over zijn dienst en aan zijn last.Numeri 4:15→
Numeri 4:20— Doch zij zullen niet inkomen om te zien, als men het heiligdom inwindt, opdat zij niet sterven.1 Samuël 6:19→Exodus 19:21→Openbaring 11:19→Hebreeën 10:19→Leviticus 10:2→Numeri 4:15→Numeri 4:19→
Numeri 4:22— Neem ook op de som der zonen van Gerson, naar het huis hunner vaderen, naar hun geslachten.Numeri 3:21→Numeri 3:18→Numeri 3:24→
Numeri 4:23— Gij zult hen tellen van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkomt om den strijd te strijden, opdat hij den dienst bediene in de tent der samenkomst.Numeri 4:3→2 Timotheüs 4:7→Galaten 5:17→1 Kronieken 23:24→1 Kronieken 23:27→2 Korinthe 6:7→Romeinen 7:14→Efeze 6:10→
Numeri 4:24— Dit zal zijn de dienst der geslachten van de Gersonieten, in het dienen en in den last.Numeri 4:19→Numeri 4:31→Numeri 4:27→Numeri 4:15→Numeri 4:49→Numeri 4:47→
Numeri 4:25— Zij zullen dan dragen de gordijnen des tabernakels, en de tent der samenkomst; te weten haar deksel, en het dassendeksel, dat er bovenop is, en het deksel der deur van de tent der samenkomst,Exodus 26:14→Numeri 3:25→Numeri 7:5→
Numeri 4:26— En de behangselen des voorhofs, en het deksel der deur van de poort des voorhofs, hetwelk is bij den tabernakel en bij het altaar rondom; en hun zelen, en al het gereedschap van hun dienst, mitsgaders al wat daarvoor bereid wordt, opdat zij dienen.Exodus 35:18→Exodus 27:9→
Numeri 4:27— De gehele dienst van de zonen der Gersonieten, in al hun last, en in al hun dienst, zal zijn naar het bevel van Aaron en van zijn zonen; en gijlieden zult hun ter bewaring al hun last bevelen.1 Korinthe 11:2→Lukas 1:70→
Numeri 4:28— Dit is de dienst van de geslachten der zonen van de Gersonieten, in de tent der samenkomst; en hun wacht zal zijn onder de hand van Ithamar, den zoon van Aaron, den priester.Numeri 4:33→1 Korinthe 12:5→
Numeri 4:29— Aangaande de zonen van Merari, die zult gij naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen tellen.Numeri 3:33→
Numeri 4:30— Gij zult hen tellen van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkomt tot dezen strijd, om te bedienen den dienst van de tent der samenkomst.Numeri 4:23→Numeri 4:3→1 Timotheüs 6:11→Psalmen 110:1→2 Timotheüs 4:7→2 Timotheüs 2:4→
Numeri 4:31— Dit zal nu zijn de onderhouding van hun last, naar al hun dienst, in de tent der samenkomst: de berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten;Numeri 3:36→Numeri 7:8→Exodus 26:15→
Numeri 4:32— Mitsgaders de pilaren des voorhofs rondom, hun voeten, en hun pennen, en hun zelen, met al hun gereedschap, en met al hun dienst; en het gereedschap van de waarneming van hun last zult gij bij namen tellen.Exodus 38:21→Exodus 25:9→Exodus 38:17→Numeri 7:1→1 Kronieken 9:29→Numeri 3:8→
Numeri 4:33— Dit is de dienst van de geslachten der zonen van Merari, naar hun gansen dienst, in de tent der samenkomst, onder de hand van Ithamar, den zoon van Aaron, den priester.Numeri 4:28→Jesaja 3:6→Jozua 3:6→
Numeri 4:35— Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkwam tot dezen strijd, tot den dienst in de tent der samenkomst;1 Kronieken 23:24→Numeri 4:23→Numeri 4:30→1 Kronieken 23:3→Numeri 8:24→Numeri 4:47→1 Timotheüs 3:6→Numeri 4:3→
Numeri 4:40— Hun getelden waren, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, twee duizend zeshonderd en dertig.Numeri 3:32→
Numeri 4:44— Hun getelden nu waren, naar hun geslachten, drie duizend en tweehonderd.Numeri 3:34→2 Korinthe 12:9→1 Korinthe 12:8→1 Korinthe 10:13→Deuteronomium 33:25→
Numeri 4:45— Dezen zijn de getelden van de geslachten der zonen van Merari, welke Mozes en Aaron geteld hebben, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes.Numeri 4:29→
Numeri 4:47— Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkwam, om den dienst der bediening en den dienst van den last, in de tent der samenkomst, te bedienen;Numeri 4:3→Numeri 4:37→Numeri 4:15→Numeri 4:30→1 Kronieken 23:3→Numeri 4:23→Romeinen 12:6→1 Kronieken 23:27→
Numeri 4:48— Hun getelden waren acht duizend vijfhonderd en tachtig.Numeri 3:39→Mattheüs 20:16→Mattheüs 22:15→Mattheüs 7:14→
Numeri 4:49— Men telde hen, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes, een ieder naar zijn dienst, en naar zijn last; en zijn getelden waren, die de HEERE Mozes geboden had.Numeri 4:15→Numeri 4:24→Numeri 4:31→Numeri 4:21→Jesaja 42:1→Numeri 1:47→Numeri 4:37→Jesaja 11:2→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Numeri 4 vers 2— Neemt op de som der zonen van Kahath, uit het midden der zonen van Levi, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen.
som der zonen van Kahath,
Hebreeuws, het hoofd. Zie boven, Num. 1:2.
Hertaald:som der zonen van Kahath,
Hebreeuws: het hoofd. Zie hierboven, Num. 1:2.
Numeri 4 vers 3— Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud; al wie tot dezen strijd inkomt, om het werk in de tent der samenkomst te doen.
Van dertig jaren oud en daarboven,
Hebreeuws, van een zoon van dertig jaar. Alzo in het volgende. Zie boven, Num. 3:15.
Hertaald:Van dertig jaren oud en daarboven,
Hebreeuws: van een zoon van dertig jaar. Zo ook hierna. Zie hierboven, Num. 3:15.
dezen
Versta, een heiligen en kerkelijken strijd, waarin men den dienst des tabernakels naar de gestelde orde moest waarnemen. Gelijk de soldaten in den krijgshandel elk hun last naar orde moesten uitrichten, alzo wordt de kerkedienst een strijd of krijg genaamd, vs.3, en onder, vs.23, 30, 35, en Num. 8:24, omdat de bedienaars derzelve goede orde moesten houden, om geduriglijk te werken, te waken en te strijden tegen de vijanden van de zaligheid der mensen. Zie 1 Kor. 9:7; 2 Kor. 10:3; 1 Tim. 1:18; 2 Tim. 2:3,4.
Hertaald:dezen
Versta: een heilige en kerkelijke dienst, waarin men de dienst van de tabernakel naar de vastgestelde orde moest waarnemen. Zoals soldaten in de krijgsdienst elk hun taak volgens orde moesten uitvoeren, zo wordt de kerkdienst een strijd of oorlog genoemd, vers 3, en hieronder, vers 23, 30, 35, en Num. 8:24, omdat de bedienaars ervan goede orde moesten houden, om voortdurend te werken, te waken en te strijden tegen de vijanden van de zaligheid van de mensen. Zie 1 Kor. 9:7; 2 Kor. 10:3; 1 Tim. 1:18; 2 Tim. 2:3, 4.
strijd inkomt,
Anders, heir, heirschaar. Alzo in het volgende, vs.30, 43.
Hertaald:strijd inkomt,
Ook mogelijk: leger, legerschaar. Zo ook hierna, vers 30, 43.
Numeri 4 vers 4— Dit zal de dienst zijn der zonen van Kahath, in de tent der samenkomst, te weten de heiligheid der heiligheden.
heiligheid der heiligheden
Versta hierdoor de ark des verbonds, de tafel tot de toonbroden, den kandelaar, het reukaltaar, de vaten en het gereedschap des heiligdoms en het brandofferaltaar. Van welke stukken hier tevoren, Num. 3:31, iets gezegd is, maar nu breder verklaring wordt gedaan. Deze dingen moesten door de Kohathieten in het verreizen gedragen worden. Zie onder, vs.15.
Hertaald:heiligheid der heiligheden
Versta hieronder de ark van het verbond, de tafel voor de toonbroden, de kandelaar, het reukofferaltaar, de vaten en het gereedschap van het heiligdom en het brandofferaltaar. Waarover hiervoor, Num. 3:31, al iets gezegd is, maar nu uitgebreider uitleg wordt gegeven. Deze dingen moesten door de Kohathieten tijdens het reizen gedragen worden. Zie hieronder, vers 15.
Numeri 4 vers 5— In het optrekken des legers, zo zullen Aaron en zijn zonen komen, en den voorhang des deksels afnemen, en zullen daarmede de ark der getuigenis bedekken.
voorhang des deksels
Zie Ex. 26:31-33; Lev. 4:6, en Hebr. 9:3, waar hij genoemd wordt de tweede voorhang.
Hertaald:voorhang des deksels
Zie Ex. 26:31-33; Lev. 4:6, en Hebr. 9:3, waar het het tweede voorhangsel genoemd wordt.
Numeri 4 vers 6— En zij zullen een deksel van dassenvellen daarop leggen, en een geheel kleed van hemelsblauw daar bovenop uitspreiden; en zij zullen derzelver handbomen aanleggen.
dassenvellen
Zie van dezen Ex. 25:5.
Hertaald:dassenvellen
Zie hierover Ex. 25:5.
aanleggen
Dat is, recht toeschikken en passen, opdat zij bekwamelijk gedragen mochten worden, want de handbomen moesten altijd in de ringen der ark blijven, Ex. 25:15. Vergelijk 1 Kon. 8:8.
Hertaald:aanleggen
Dat is: goed inrichten en aanpassen, zodat zij gemakkelijk gedragen konden worden, want de draagstokken moesten altijd in de ringen van de ark blijven, Ex. 25:15. Vergelijk 1 Kon. 8:8.
Numeri 4 vers 7— Zij zullen ook op de toontafel een kleed van hemelsblauw uitspreiden, en zullen daarop zetten de schotels, en de reukschalen, en de kroezen, en de dekschotels; ook zal het gedurig brood daarop zijn.
toontafel
Hebreeuws, de tafel der aangezichten; te weten, de broden der aangezichten; anders genoemd toonbroden, die op deze tafel lagen. Zij worden zo geheten omdat zij altijd op deze tafel voor het aangezicht des Heeren als tentoongesteld werden, en van hier is de naam toontafel
Hertaald:toontafel
Hebreeuws: de tafel der aangezichten; namelijk de broden der aangezichten; ook wel toonbroden genoemd, die op deze tafel lagen. Zij worden zo genoemd omdat zij altijd op deze tafel voor het aangezicht van de HEERE als tentoongesteld werden, en daarvan komt de naam toontafel.
schotels,
In welke de toonbroden gelegd werden, [zie van deze Ex. 25:29 ] , en bleven daar de gehele week, totdat wederom andere nieuwe gemaakt en in de plaats der oude gelegd werden; Lev. 24:8.
Hertaald:schotels,
Waarin de toonbroden gelegd werden, [zie hierover Ex. 25:29], en die daar de hele week bleven, totdat er weer nieuwe gemaakt en in de plaats van de oude gelegd werden; Lev. 24:8.
reukschalen,
Welke met reukwerk boven op de toonbroden gesteld werden; Lev. 24:7.
Hertaald:reukschalen,
Die met reukwerk boven op de toonbroden geplaatst werden; Lev. 24:7.
kroezen,
Waaruit gesprengd en geschonken werd. Anders, bezems, waarmede de tafel afgeveegd en gereinigd werd.
Hertaald:kroezen,
Waaruit gesprenkeld en geschonken werd. Ook mogelijk: bezems, waarmee de tafel afgeveegd en gereinigd werd.
dekschotels;
Hebreeuws, de schotels der bedekking; waarmede de toonbroden bedekt werden. Deze waren twaalf, naar het getal van de toonbroden. Zie Ex. 25:29. Anders, de schotels der besprenging
Hertaald:dekschotels;
Hebreeuws: de schotels der bedekking; waarmee de toonbroden bedekt werden. Deze waren er twaalf, naar het aantal toonbroden. Zie Ex. 25:29. Ook mogelijk: de schotels der besprenkeling.
gedurig brood daarop zijn
Versta, de twaalf toonbroden, die op elken sabbatdag vernieuwd moesten worden; Lev. 24:8.
Hertaald:gedurig brood daarop zijn
Versta: de twaalf toonbroden, die elke sabbatdag vernieuwd moesten worden; Lev. 24:8.
Numeri 4 vers 9— Dan zullen zij een kleed van hemelsblauw nemen, en bedekken den kandelaar des luchters, en zijn lampen, en zijn snuiters, en zijn blusvaten, en al zijn olievaten, met welke zij aan denzelven dienen.
met welke zij
Zie van dit gereedschap tot den kandelaar en de lampen Ex. 25:38, en Ex. 35:14.
Hertaald:met welke zij
Zie voor dit gereedschap bij de kandelaar en de lampen Ex. 25:38 en Ex. 35:14.
denzelven dienen
Te weten, den kandelaar.
Hertaald:denzelven dienen
Namelijk: de kandelaar.
Numeri 4 vers 10— Zij zullen ook denzelven, en al zijn gereedschap, in een deksel van dassenvellen doen, en zullen hem op den draagboom leggen.
op den draagboom leggen
Versta, een instrument van stokken, waaraan iets gehangen werd, om van de ene plaats naar de andere verdragen te worden. Vergelijk onder, vs.12, en Num. 13:23. Anders, planken, of draagburriën.
Hertaald:op den draagboom leggen
Versta: een instrument van stokken, waaraan iets gehangen werd om van de ene plaats naar de andere gedragen te worden. Vergelijk hieronder, vers 12, en Num. 13:23. Ook mogelijk: planken, of draagbaren.
Numeri 4 vers 11— En over het gouden altaar zullen zij een kleed van hemelsblauw uitspreiden, en zullen dat met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen deszelfs handbomen aanleggen.
gouden altaar
Versta, het reukaltaar, dat in het heilige stond en met goud overtrokken was. Zie Ex. 30:3,4.
Hertaald:gouden altaar
Versta: het reukofferaltaar, dat in het heilige stond en met goud overtrokken was. Zie Ex. 30:3, 4.
Numeri 4 vers 12— Zij zullen ook nemen alle gereedschap van den dienst, met hetwelk zij in het heiligdom dienen, en zullen het leggen in een kleed van hemelsblauw, en zullen hetzelve met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen het op den draagboom leggen.
gereedschap van den dienst,
Versta hierdoor, alle heilige klederen, met welke de priesters hun dienst doen moesten. Van welke zie Ex. 31:10, en Ex. 35:19, en Ex. 39:1, Ex. 39:41, waar zij ook klederen van den dienst genoemd worden. Hieronder begrijpen ook enigen allerlei vaten en diensttuig van den tabernakel. Van welke zie Ex. 25:29, en Ex. 27:3; 2 Kon. 15:14-15.
Hertaald:gereedschap van den dienst,
Versta hieronder alle heilige klederen waarmee de priesters hun dienst moesten doen. Zie hierover Ex. 31:10, Ex. 35:19 en Ex. 39:1, Ex. 39:41, waar zij ook klederen van de dienst genoemd worden. Sommigen begrijpen hieronder ook allerlei vaten en gereedschap van de tabernakel. Zie hierover Ex. 25:29 en Ex. 27:3; 2 Kon. 15:14-15.
Numeri 4 vers 13— En zij zullen de as van het altaar vegen, en zij zullen daarover een kleed van purper uitspreiden.
van het altaar vegen,
Te weten, van het altaar des brandoffers.
Hertaald:van het altaar vegen,
Namelijk: van het brandofferaltaar.
Numeri 4 vers 14— En zij zullen daarop leggen al zijn gereedschap, waarmede zij aan hetzelve dienen, de koolpannen, de krauwelen, en de schoffelen, en de sprengbekkens, al het gereedschap des altaars; en zij zullen daarover een deksel van dassenvellen uitspreiden, en zullen deszelfs handbomen aanleggen.
zijn gereedschap,
Zie van dit Ex. 27:3, enz.
Hertaald:zijn gereedschap,
Zie hierover Ex. 27:3.
Numeri 4 vers 15— Als nu Aaron en zijn zonen, het dekken van het heiligdom, en van alle gereedschap des heiligdoms, in het optrekken des legers, zullen voleind hebben, zo zullen daarna de zonen van Kahath komen om te dragen; maar zij zullen dat heilige niet aanroeren, dat zij niet sterven. Dit is de last der zonen van Kahath, in de tent der samenkomst.
de zonen van Kahath
Naderhand hebben de priesters, vermenigvuldigd zijnde, deze dingen ook gedragen. Zie Deut. 31:9; Joz. 3:6, en Joz. 8:33; 1 Sam. 4:4; 1 Kron. 15:11-12. Hoewel het schijnt dat de Levieten niet geheel uitgesloten waren; 2 Kron. 5:5.
Hertaald:de zonen van Kahath
Later hebben de priesters, toen zij talrijker werden, deze dingen ook gedragen. Zie Deut. 31:9; Joz. 3:6 en Joz. 8:33; 1 Sam. 4:4; 1 Kron. 15:11-12. Hoewel het lijkt dat de Levieten niet helemaal uitgesloten waren; 2 Kron. 5:5.
om te dragen;
Te weten, op hun eigen schouders. Zie onder, Num. 7:9, en niet op wagens; welke orde de Israëlieten niet onderhouden hebben; 2 Sam. 6:3, 2 Sam. 6:6-7; 1 Kron. 13:7, en 1 Kron. 15:12-15.
Hertaald:om te dragen;
Namelijk: op hun eigen schouders. Zie hieronder, Num. 7:9, en niet op wagens; welke orde de Israëlieten niet altijd in acht genomen hebben; 2 Sam. 6:3, 2 Sam. 6:6-7; 1 Kron. 13:7 en 1 Kron. 15:12-15.
niet aanroeren,
Zie onder, vs.20.
Hertaald:niet aanroeren,
Zie hieronder, vers 20.
dat zij niet sterven
Zie 1 Sam. 6:19 welke straf den Bethsemieten wedervaren is, omdat zij in de ark des Heeren gezien hadden, en 2 Sam. 6:6-7, wat Uzza overkomen is, toen hij de ark des Heeren aanroerde.
Hertaald:dat zij niet sterven
Zie 1 Sam. 6:19, welke straf de inwoners van Beth-Semes trof, omdat zij in de ark van de HEERE gekeken hadden, en 2 Sam. 6:6-7, wat Uzza overkwam toen hij de ark van de HEERE aanraakte.
last der zonen van Kahath,
Dat is, hetgeen zij bezorgen en dragen moesten.
Hertaald:last der zonen van Kahath,
Dat is: wat zij moesten verzorgen en dragen.
Numeri 4 vers 16— Het opzicht nu van Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, zal zijn over de olie des luchters, en het reukwerk der welriekende specerijen, en het gedurig spijsoffer, en de zalfolie; het opzicht des gansen tabernakels, en alles wat daarin is, aan het heiligdom en aan zijn gereedschap.
Hertaald:gedurig spijsoffer,
Dat elke morgen en avond geofferd werd. Zie hierover Ex. 29:38-39.
Numeri 4 vers 18— Gij zult den stam van de geslachten der Kahathieten niet laten uitgeroeid worden, uit het midden der Levieten;
laten uitgeroeid worden,
Te weten, door mijn rechtvaardige straf, wanneer gij door onachtzaamheid en zorgeloosheid oorzaak zoudt zijn, dat de heilige dingen zouden ontdekt bevonden worden van de Kohathieten, die dezelve alzo ziende en aanroerende, door de hand des HEEREN zouden sterven.
Hertaald:laten uitgeroeid worden,
Namelijk: door Mijn rechtvaardige straf, wanneer u door achteloosheid en zorgeloosheid ervoor zou zorgen dat de heilige dingen ontdekt zouden worden door de Kohathieten, die ze dan, ziende en aanrakende, door de hand van de HEERE zouden sterven.
Numeri 4 vers 19— Maar dit zult gij hun doen, opdat zij leven en niet sterven, als zij tot de heiligheid der heiligheden toetreden zullen: Aaron en zijn zonen zullen komen, en stellen hen een ieder over zijn dienst en aan zijn last.
stellen hen
Te weten, ieder hunner aanwijzende en verordinerende wat hij dragen moest.
Hertaald:stellen hen
Namelijk: elk van hen aanwijzend en bepalend wat hij moest dragen.
een ieder over zijn dienst
Hebreeuws, man man; alzo onder, vs.49. Zie Lev. 15:2.
Hertaald:een ieder over zijn dienst
Hebreeuws: man man; zo ook hieronder, vers 49. Zie Lev. 15:2.
Numeri 4 vers 20— Doch zij zullen niet inkomen om te zien, als men het heiligdom inwindt, opdat zij niet sterven.
opdat zij niet sterven
Gelijk in een ander geval twee zonen van Aäron, Nadab en Abihu, wedervaren was, Lev. 10:1, en in een ander, Korach met zijn rot, onder, Num. 16:32-33, enz.
Hertaald:opdat zij niet sterven
Zoals in een ander geval twee zonen van Aäron, Nadab en Abihu, overkwam, Lev. 10:1, en in een ander geval Korach met zijn aanhang, hieronder, Num. 16:32-33.
Numeri 4 vers 23— Gij zult hen tellen van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkomt om den strijd te strijden, opdat hij den dienst bediene in de tent der samenkomst.
van dertig jaren oud en daarboven,
Hebreeuws, van een zoon van dertig jaar; zo in het volgende; zie ook van deze telling boven, Num. 3:15.
Hertaald:van dertig jaren oud en daarboven,
Hebreeuws: van een zoon van dertig jaar; zo ook hierna; zie ook deze telling hierboven, Num. 3:15.
om den strijd te strijden,
Zie boven, de aantekeningen vs.3. Anders, om in de heirscharen te verzamelen. Vergelijk Ex. 38:8.
Hertaald:om den strijd te strijden,
Zie hierboven de aantekeningen bij vers 3. Ook mogelijk: om zich in de legerscharen te verzamelen. Vergelijk Ex. 38:8.
Numeri 4 vers 24— Dit zal zijn de dienst der geslachten van de Gersonieten, in het dienen en in den last.
last
Zie boven, vs.15.
Hertaald:last
Zie hierboven, vers 15.
Numeri 4 vers 25— Zij zullen dan dragen de gordijnen des tabernakels, en de tent der samenkomst; te weten haar deksel, en het dassendeksel, dat er bovenop is, en het deksel der deur van de tent der samenkomst,
tent der samenkomst;
Versta, de gordijnen, die van geitenhaar gemaakt waren en de gehele tent bedekten. Want haar berderen en pilaren, enz. moesten de Merarieten dragen, onder, vs.31.
Hertaald:tent der samenkomst;
Versta: de gordijnen van geitenhaar, die de hele tent bedekten. Want de planken en pilaren moesten door de Merarieten gedragen worden, hieronder, vers 31.
dassendeksel,
Hebreeuws, het deksel van den das; dat is, der dassenvellen.
Hertaald:dassendeksel,
Hebreeuws: het dekkleed van de das; dat is: van de dassenvellen.
deksel der deur
Versta, het tapijt of behangsel, hetwelk hing aan de deur des tabernakels, tussen den voorhof en het heilige.
Hertaald:deksel der deur
Versta: het gordijn of behangsel dat aan de deur van de tabernakel hing, tussen de voorhof en het heilige.
Numeri 4 vers 27— De gehele dienst van de zonen der Gersonieten, in al hun last, en in al hun dienst, zal zijn naar het bevel van Aaron en van zijn zonen; en gijlieden zult hun ter bewaring al hun last bevelen.
het bevel van Aäron en van zijn zonen;
Hebreeuws, de mond. Zie Gen. 41:40; alzo hieronder, vs.37, 41, 45, 49.
Hertaald:het bevel van Aäron en van zijn zonen;
Hebreeuws: de mond. Zie Gen. 41:40; zo ook hieronder, vers 37, 41, 45, 49.
Numeri 4 vers 28— Dit is de dienst van de geslachten der zonen van de Gersonieten, in de tent der samenkomst; en hun wacht zal zijn onder de hand van Ithamar, den zoon van Aaron, den priester.
wacht zal zijn
Dat is, hun ambt en bediening, waarop zij wel achtgeven moeten, ten einde zij alle delen daarvan getrouwelijk uitvoeren.
Hertaald:wacht zal zijn
Dat is: hun ambt en taak, waarop zij goed moeten letten, zodat zij alle onderdelen ervan getrouw uitvoeren.
onder de hand van Ithamar,
Dat is, onder het beleid, opzicht en de regering van Ithamar, welke moest toezien dat een iegelijk zijn ambt recht bediende. Alzo ook onder, vs.33; idem Num. 31:49, en Lev. 8:36.
Hertaald:onder de hand van Ithamar,
Dat is: onder het beleid, toezicht en bestuur van Ithamar, die erop moest toezien dat ieder zijn ambt goed vervulde. Zo ook hieronder, vers 33; evenzo Num. 31:49 en Lev. 8:36.
Numeri 4 vers 30— Gij zult hen tellen van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkomt tot dezen strijd, om te bedienen den dienst van de tent der samenkomst.
wie inkomt tot dezen strijd,
Zie boven, vs.3.
Hertaald:wie inkomt tot dezen strijd,
Zie hierboven, vers 3.
Numeri 4 vers 31— Dit zal nu zijn de onderhouding van hun last, naar al hun dienst, in de tent der samenkomst: de berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten;
zijn voeten;
Te weten, op welke de pilaren stonden, en waren honderd in getal gemaakt, elk van een talent zilvers. Zie Ex. 38:27.
Hertaald:zijn voeten;
Namelijk: waarop de pilaren stonden; er waren er honderd, elk van een talent zilver. Zie Ex. 38:27.
Numeri 4 vers 32— Mitsgaders de pilaren des voorhofs rondom, hun voeten, en hun pennen, en hun zelen, met al hun gereedschap, en met al hun dienst; en het gereedschap van de waarneming van hun last zult gij bij namen tellen.
zelen,
Versta, de koorden van de pilaren des voorhofs. Gelijk de Gersonieten de zelen droegen, en de touwen van de behangselen des voorhofs, en het deksel der deur van de poort des voorhofs. Zie boven, vs.26, en Num. 3:26.
Hertaald:zelen,
Versta: de koorden van de pilaren van de voorhof. Zoals de Gersonieten de touwen droegen, en de touwen van de behangsels van de voorhof, en het gordijn van de poort van de voorhof. Zie hierboven, vers 26, en Num. 3:26.
bij namen tellen
Dat is, gij zult dat stuk voor stuk tellen en overleveren, met een register van hetzelve, opdat niets daarvan verloren worde.
Hertaald:bij namen tellen
Dat is: u zult dat stuk voor stuk tellen en overdragen, met een register ervan, zodat er niets van verloren gaat.
Numeri 4 vers 37— Dit zijn de getelden van de geslachten der Kahathieten, van al wie in de tent der samenkomst diende, welke Mozes en Aaron geteld hebben, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes.
door de hand van Mozes
Zie boven, vs.28, en alzo in het volgende.
Hertaald:door de hand van Mozes
Zie hierboven, vers 28, en zo ook hierna.
Numeri 4 vers 44— Hun getelden nu waren, naar hun geslachten, drie duizend en tweehonderd.
drie duizend en tweehonderd
Als men dit 44 vs. vergelijkt met de voorgaande vs.36, 40, dan ziet men dat onder de Levieten, die tot den dienst des tabernakels bekwaam waren, de Merarieten in getal de meesten geweest zijn, hoewel zij de minsten waren in hun algemeen en vol getal. Zie boven de aantekeningen, Num. 3:39, hetwelk alzo geschied is door de alwijze voorzichtigheid Gods, omdat de Merarieten de zwaarste lasten te dragen hadden, en daartoe meer sterke en middeljarige mannen behoefden dan de Kohathieten en Gersonieten. Vergelijk boven de aantekeningen Num. 3:36.
Hertaald:drie duizend en tweehonderd
Wanneer men dit vers 44 vergelijkt met de voorgaande verzen 36, 40, ziet men dat onder de Levieten die geschikt waren voor de dienst van de tabernakel, de Merarieten het grootste aantal vormden, hoewel zij het kleinste aantal waren in hun totale, volledige telling. Zie hierboven de aantekeningen, Num. 3:39, wat zo gebeurd is door de alwijze voorzienigheid van God, omdat de Merarieten de zwaarste lasten te dragen hadden, en daarvoor meer sterke mannen van middelbare leeftijd nodig hadden dan de Kohathieten en Gersonieten. Vergelijk hierboven de aantekeningen bij Num. 3:36.
Numeri 4 vers 47— Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkwam, om den dienst der bediening en den dienst van den last, in de tent der samenkomst, te bedienen;
om den dienst der bediening
Dat is, om dienst en hulp te bewijzen aan de priesters, die den dienst des tabernakels bedienden. Want de gemene Levieten moesten den priesters in hun ambt de hand bieden.
Hertaald:om den dienst der bediening
Dat is: om dienst en hulp te bieden aan de priesters, die de dienst van de tabernakel verzorgden. Want de gewone Levieten moesten de priesters in hun ambt bijstaan.
Numeri 4 vers 49— Men telde hen, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes, een ieder naar zijn dienst, en naar zijn last; en zijn getelden waren, die de HEERE Mozes geboden had.
die de HEERE Mozes geboden had
Of, gelijk de HEERE Mozes geboden had.
Hertaald:die de HEERE Mozes geboden had
Of: zoals de HEERE Mozes geboden had.
Numeri 4:1-2.KruisverwijzingenNumeri 3:19→Numeri 3:27→ — En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende: Neemt op de som der zonen van Kahath, uit het midden der zonen van Levi, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen. Er waren drie geslachten — die van Kahath, Gerson en Merari — en aan elk van deze geslachten werd een eigen dienst toebedeeld. Eerst moesten zij geteld worden. “De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn” (2 Tim. 2:19), en Hij houdt van al Zijn volk de telling bij.
Numeri 4:3.KruisverwijzingenNumeri 4:23→1 Timotheüs 1:18→1 Kronieken 28:12→Ezra 3:8→2 Korinthe 10:3→1 Kronieken 6:48→1 Timotheüs 3:6→Numeri 3:7→ — Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud; al wie tot dezen strijd inkomt, om het werk in de tent der samenkomst te doen. Zij moesten dit werk opnemen als een krijgsdienst; want al was het een vreedzaam werk, toch wordt het als een krijgsdienst beschreven. En wie de Heere dient, zal — ook al is die dienst volkomen vrede — Hem niet dienen zonder te bevinden dat het ook een strijd is.
Numeri 4:4.KruisverwijzingenNumeri 4:19→Markus 13:34→Numeri 3:30→Numeri 4:24→Numeri 4:15→Numeri 4:30→ — Dit zal de dienst zijn der zonen van Kahath, in de tent der samenkomst, te weten de heiligheid der heiligheden. Zij zouden te doen hebben met het heilige der heiligen: het dragen daarvan en het dragen van het gereedschap ervan — een heel eervolle plaats.
Numeri 4:5-6.KruisverwijzingenHebreeën 9:3→Mattheüs 27:51→Exodus 25:13→Exodus 40:3→Numeri 2:16→Numeri 4:15→Hebreeën 10:20→Numeri 3:27→ — In het optrekken des legers, zo zullen Aaron en zijn zonen komen, en den voorhang des deksels afnemen, en zullen daarmede de ark der getuigenis bedekken. En zij zullen een deksel van dassenvellen daarop leggen, en een geheel kleed van hemelsblauw daar bovenop uitspreiden; en zij zullen derzelver handbomen aanleggen. Deze Kahathieten mochten de ark niet zo opnemen dat zij haar aanraakten, en nog veel minder mochten zij haar ooit aanzien. Maar de priesters, de zonen van Aäron, gingen eerst binnen, en nadat zij het heilige zorgvuldig bedekt hadden, dekten zij de heilige ark toe met een kleed van hemelsblauw. Blauw was het teken van heiligheid, van afzondering. Daarom droeg iedere Israëliet een blauwe zoom aan zijn kleed — maar dit, wat het teken was van de goddelijke tegenwoordigheid, was “een geheel kleed van hemelsblauw”. Het is enkel heiligheid. Wij dragen, helaas, slechts een zoom van blauw; maar dit heilige ding was geheel van blauw.
Numeri 4:7.KruisverwijzingenLeviticus 24:5→Exodus 37:10→Exodus 25:23→ — Zij zullen ook op de toontafel een kleed van hemelsblauw uitspreiden, en zullen daarop zetten de schotels, en de reukschalen, en de kroezen, en de dekschotels; ook zal het gedurig brood daarop zijn. Wanneer zij de heilige tafel verplaatsten, was het brood er altijd op: twaalf koeken voor de twaalf stammen, want aan het brood van Gods huis ontbreekt het nooit.
Numeri 4:8-10.KruisverwijzingenExodus 25:31→Numeri 4:6→Numeri 4:11→Numeri 4:9→Exodus 37:17→Openbaring 1:20→Psalmen 119:105→Numeri 4:12→ — Daarna zullen zij een scharlaken kleed daarover uitspreiden, en zullen dat met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen derzelver handbomen aanleggen. Dan zullen zij een kleed van hemelsblauw nemen, en bedekken den kandelaar des luchters, en zijn lampen, en zijn snuiters, en zijn blusvaten, en al zijn olievaten, met welke zij aan denzelven dienen. Zij zullen ook denzelven, en al zijn gereedschap, in een deksel van dassenvellen doen, en zullen hem op den draagboom leggen. Er waren middelen om dit gereedschap te hanteren zonder het aan te raken. Ik bedoel: de ark had handbomen, en het gereedschap werd op een draagboom gelegd om het te vervoeren.
Numeri 4:11.KruisverwijzingenExodus 40:5→Exodus 39:38→Exodus 30:1→Exodus 40:26→Exodus 37:25→ — En over het gouden altaar zullen zij een kleed van hemelsblauw uitspreiden, en zullen dat met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen deszelfs handbomen aanleggen. Een beeld van de heiligheid die in de mensheid van onze Heere verborgen was. Het dassenvel maakte de eenvoud, de armoede en de nederigheid van onze Heere zichtbaar, terwijl het dat wonderlijke kleed van blauw altijd bedekte.
Numeri 4:12-13.Kruisverwijzingen1 Kronieken 9:29→2 Kronieken 4:19→2 Kronieken 4:16→Exodus 31:10→Numeri 4:9→2 Koningen 25:14→Numeri 4:7→Numeri 3:8→ — Zij zullen ook nemen alle gereedschap van den dienst, met hetwelk zij in het heiligdom dienen, en zullen het leggen in een kleed van hemelsblauw, en zullen hetzelve met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen het op den draagboom leggen. En zij zullen de as van het altaar vegen, en zij zullen daarover een kleed van purper uitspreiden. Dit is een koninklijk altaar, in onze ogen altijd groot en heerlijk, bedekt met een purperen kleed.
Numeri 4:14-20.Kruisverwijzingen2 Samuël 6:6→Exodus 25:6→Numeri 7:9→Leviticus 24:2→1 Kronieken 13:9→Numeri 10:21→Deuteronomium 31:9→Exodus 30:23→ — En zij zullen daarop leggen al zijn gereedschap, waarmede zij aan hetzelve dienen, de koolpannen, de krauwelen, en de schoffelen, en de sprengbekkens, al het gereedschap des altaars; en zij zullen daarover een deksel van dassenvellen uitspreiden, en zullen deszelfs handbomen aanleggen. Als nu Aaron en zijn zonen, het dekken van het heiligdom, en van alle gereedschap des heiligdoms, in het optrekken des legers, zullen voleind hebben, zo zullen daarna de zonen van Kahath komen om te dragen; maar zij zullen dat heilige niet aanroeren, dat zij niet sterven. Dit is de last der zonen van Kahath, in de tent der samenkomst. Het opzicht nu van Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, zal zijn over de olie des luchters, en het reukwerk der welriekende specerijen, en het gedurig spijsoffer, en de zalfolie; het opzicht des gansen tabernakels, en alles wat daarin is, aan het heiligdom en aan zijn gereedschap. En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende: Gij zult den stam van de geslachten der Kahathieten niet laten uitgeroeid worden, uit het midden der Levieten; Maar dit zult gij hun doen, opdat zij leven en niet sterven, als zij tot de heiligheid der heiligheden toetreden zullen: Aaron en zijn zonen zullen komen, en stellen hen een ieder over zijn dienst en aan zijn last. Doch zij zullen niet inkomen om te zien, als men het heiligdom inwindt, opdat zij niet sterven. Dit is een heel ontzagwekkende zaak; ik bedoel: iets dat een grote eerbied en ernst in ons hart behoort te wekken. Deze mannen waren uitverkoren om het gereedschap van het heilige der heiligen te dragen, en toch mochten zij het nooit aanzien. Het moest door de handen van de priester bedekt worden, en zij mochten het nooit aanraken. Zij moesten het bij de handbomen dragen, of op de draagboom waarop het gelegd was.
O, hoe ontzaglijk is het tot God te naderen. De HEERE onze God is een ijverig God. Hij wil met heilige eerbied gediend worden, of anders niet. Daarom zegt Hij tot Mozes en Aäron: “Zorg dat u deze mannen niet tot een misgreep verleidt. Gaat u eerst binnen en wijs ieder van hen aan wat hij te dragen heeft. Zie toe dat alles bedekt is, want als u dat niet doet, kunnen zij in hun werk sterven. Wees geen medeoorzaak van hun daad, en breng dit ontzettende oordeel niet over hen.”
Ik zou vaak wensen dat Gods volk er zorg voor had geen zonde te veroorzaken bij een van Zijn dienstknechten wanneer die in de heilige dienst bezig zijn. Misschien wordt er in de prediking of anderszins iets gedaan dat de Heilige Geest bedroeft en moeite en zonde teweegbrengt. En o, wie in de heilige plaats staat en het heiligste van het gereedschap draagt, heeft nodig voor God te vrezen en te beven; en hij heeft nodig zijn broeders te vragen erop toe te zien dat zij niets doen dat hem onbedoeld tot zonde zou brengen.
Numeri 4:21-24.KruisverwijzingenNumeri 4:3→Numeri 3:21→Numeri 3:18→Numeri 3:24→2 Timotheüs 4:7→Galaten 5:17→1 Kronieken 23:24→1 Kronieken 23:27→ — En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende: Neem ook op de som der zonen van Gerson, naar het huis hunner vaderen, naar hun geslachten. Gij zult hen tellen van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkomt om den strijd te strijden, opdat hij den dienst bediene in de tent der samenkomst. Dit zal zijn de dienst der geslachten van de Gersonieten, in het dienen en in den last. Zij moesten de buitenste bedekkingen van het heilige dragen. Het heilige der heiligen was aan de Kahathieten toevertrouwd; de Gersonieten hadden te dragen wat hier volgt.
Numeri 4:25-28.KruisverwijzingenExodus 26:14→Numeri 3:25→Numeri 4:33→Numeri 7:5→Exodus 35:18→Exodus 27:9→1 Korinthe 11:2→Lukas 1:70→ — Zij zullen dan dragen de gordijnen des tabernakels, en de tent der samenkomst; te weten haar deksel, en het dassendeksel, dat er bovenop is, en het deksel der deur van de tent der samenkomst, En de behangselen des voorhofs, en het deksel der deur van de poort des voorhofs, hetwelk is bij den tabernakel en bij het altaar rondom; en hun zelen, en al het gereedschap van hun dienst, mitsgaders al wat daarvoor bereid wordt, opdat zij dienen. De gehele dienst van de zonen der Gersonieten, in al hun last, en in al hun dienst, zal zijn naar het bevel van Aaron en van zijn zonen; en gijlieden zult hun ter bewaring al hun last bevelen. Dit is de dienst van de geslachten der zonen van de Gersonieten, in de tent der samenkomst; en hun wacht zal zijn onder de hand van Ithamar, den zoon van Aaron, den priester. Hier was een wijze verdeling van de arbeid. Ik zou wensen dat wij zoiets in elke gemeente hadden, en dat ieder lid zich bezighield met dat waartoe God hem gesteld heeft. Maar er zijn er die willen doen wat zij niet kunnen, en die er niets aan gelegen laten liggen te doen wat zij wél kunnen.
God is niet de God van eenvormigheid. Er is een wonderlijke eenheid van bestek en ontwerp in alles wat Hij doet, maar er is ook een even wonderlijke verscheidenheid. Hij gebood niet al deze zonen van Levi één bepaald voorwerp te dragen, en beval hun ook niet allen één bijzonder gordijn of bord van de tabernakel te dragen: de een had dit te doen, en de ander iets anders.
Sommige dienstknechten van de Heere verwekt Hij om te onderwijzen, te prediken, te vermanen en te leiden. Die zijn te vergelijken met de zonen van Aäron, al mag het beeld niet te ver worden doorgetrokken. Maar de Heere heeft ook een groot aantal van Zijn eigen dierbare kinderen die hun mond niet opendoen om in het openbaar voor Hem te spreken en die de plichten van een leidsman in Zijn gemeente niet zouden kunnen vervullen. Zullen zij dan zonder dienst blijven? Zij hebben maar één talent — zij hebben een schouder die sterk genoeg is om de lasten des Heeren te dragen — ook al hebben zij niet veel vermogen in hun hoofd om te denken, of een vloeiende tong om te spreken. Is er dan geen ambt voor hen te vervullen? Zal het hele lichaam een mond zijn? Wat zou er dan een leegte wezen! Zeker moeten er in een wel geordend lichaam ogen, voeten, handen en schouders zijn, zowel als de open mond en de sprekende tong.
Numeri 4:29-32.KruisverwijzingenNumeri 4:23→Numeri 4:3→Numeri 3:36→Exodus 38:21→Numeri 3:33→1 Timotheüs 6:11→Psalmen 110:1→2 Timotheüs 4:7→ — Aangaande de zonen van Merari, die zult gij naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen tellen. Gij zult hen tellen van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkomt tot dezen strijd, om te bedienen den dienst van de tent der samenkomst. Dit zal nu zijn de onderhouding van hun last, naar al hun dienst, in de tent der samenkomst: de berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten; Mitsgaders de pilaren des voorhofs rondom, hun voeten, en hun pennen, en hun zelen, met al hun gereedschap, en met al hun dienst; en het gereedschap van de waarneming van hun last zult gij bij namen tellen. Zij hadden de zwaarste last te dragen, maar zij waren ook de meesten in getal. Zij droegen de vaste pilaren waarop de bedekking van de tabernakel rustte. En let erop dat zij ook de pinnen moesten dragen. Soms hebben Gods dienstknechten er een afkeer van pinnen te dragen. Zij voelen zich daar te groot voor — maar gezegend is die dienstknecht die op zijn plaats tevreden kan zijn met het dragen van “hun voeten, en hun pennen, en hun zelen, met al hun gereedschap”.
Numeri 4:47.KruisverwijzingenNumeri 4:3→Numeri 4:37→Numeri 4:15→Numeri 4:30→1 Kronieken 23:3→Numeri 4:23→Romeinen 12:6→1 Kronieken 23:27→ — Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkwam, om den dienst der bediening en den dienst van den last, in de tent der samenkomst, te bedienen; Wij verheugen ons dat het onder ons, onder het Evangelie, niet zo is; want er is werk voor de jongeren en ook voor de ouden. Kleine kinderen en jonge mannen en jonge dochters mogen hun plaats innemen onder de dienstknechten van de Vredevorst. En wie op zijn staf leunt, zal zich niet ontslagen vinden uit de geliefde dienst van zijn Meester.
Er worden geen vrouwen genoemd als dragers van de tabernakel en zijn heilig gereedschap. Het was een werk waarvoor zij nauwelijks geschikt waren, en in die huishouding werden zij daartoe zelden gebruikt. En toch kunnen vrouwen nooit vergeten worden bij enige opsomming van de krachten van de gemeente. Wat zouden wij zonder hen kunnen doen? Laat het dan niet vergeten worden dat onze Heere Jezus Christus, het grote Hoofd van de gemeente, al Zijn verlosten tot Zijn dienst roept, en dat Hij ieder een last oplegt die niemand anders kan dragen. Ieder moet zijn leven lang “standvastig, onbewegelijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heeren” zijn (1 Kor. 15:58).
I. Vs. 1-49.KruisverwijzingenNumeri 4:19→Numeri 4:23→Hebreeën 9:3→Mattheüs 27:51→Exodus 25:13→Leviticus 24:5→Exodus 25:31→Numeri 3:19→ — En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende: Neemt op de som der zonen van Kahath, uit het midden der zonen van Levi, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen. Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud; al wie tot dezen strijd inkomt, om het werk in de tent der samenkomst te doen. Dit zal de dienst zijn der zonen van Kahath, in de tent der samenkomst, te weten de heiligheid der heiligheden. In het optrekken des legers, zo zullen Aaron en zijn zonen komen, en den voorhang des deksels afnemen, en zullen daarmede de ark der getuigenis bedekken. En zij zullen een deksel van dassenvellen daarop leggen, en een geheel kleed van hemelsblauw daar bovenop uitspreiden; en zij zullen derzelver handbomen aanleggen. Zij zullen ook op de toontafel een kleed van hemelsblauw uitspreiden, en zullen daarop zetten de schotels, en de reukschalen, en de kroezen, en de dekschotels; ook zal het gedurig brood daarop zijn. Daarna zullen zij een scharlaken kleed daarover uitspreiden, en zullen dat met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen derzelver handbomen aanleggen. Dan zullen zij een kleed van hemelsblauw nemen, en bedekken den kandelaar des luchters, en zijn lampen, en zijn snuiters, en zijn blusvaten, en al zijn olievaten, met welke zij aan denzelven dienen. Zij zullen ook denzelven, en al zijn gereedschap, in een deksel van dassenvellen doen, en zullen hem op den draagboom leggen. Dergelijke bepalingen, betreffende de legering en de optocht, als (hoofdstuk 2) voor de andere stammen gegeven zijn, worden nu ten aanzien van Levi in het bijzonder voorgeschreven. Deze stam heeft zich, zoals ook tevoren reeds gezegd is, in de naaste nabijheid van de tabernakel te legeren en trekt, met zijn voornaamste geslacht, dat van de Kahathieten namelijk, voorop, in het midden van de overige. Wat hem is opgedragen, verdeelt zich naar zijn drie geslachten (dat van de Kahathieten, Gersonieten en Merarieten), in dienst voor de gereedschappen, -dienst voor de dekkleden en-dienst voor de uitwendige bestanddelen van het heiligdom. De hoofdsom van alle tot de dienst geschikte Levieten bedraagt 8580 man.
— En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
En de HEERE, 1) die nu nader wilde bekend maken, welke diensten Hij door elk van de Levitische geslachten wilde bewezen hebben, sprak verder tot Mozes en tot Aäron, zeggende:
Zoals de stam van Levi uitverkoren was uit al de stammen van Israël, om het Heiligdom te bedienen, zo werd nu uit de stam van Levi weer uitverkoren, die de leeftijd van dertig jaar hadden bereikt.
KruisverwijzingenNumeri 3:19→Numeri 3:27→— Neemt op de som der zonen van Kahath, uit het midden der zonen van Levi, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen.
Neemt op de som van de zonen van Kahath, die tot de gewichtigste diensten geroepen zijn (hoofdstuk 3:31), en tel hen nog eens afzonderlijk, uit het midden van de zonen van Levi, naar hun geslachten, naar het huis van hun vaderen.
KruisverwijzingenNumeri 4:23→1 Timotheüs 1:18→1 Kronieken 28:12→Ezra 3:8→2 Korinthe 10:3→1 Kronieken 6:48→1 Timotheüs 3:6→Numeri 3:7→— Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud; al wie tot dezen strijd inkomt, om het werk in de tent der samenkomst te doen.
Van dertig jaar en ouder tot vijftig jaar; al wie tot deze strijd, tot deze heilige krijgsdienst, d.i. tot deze heilige arbeid inkomt, en niet door zwakheid of gebreken daarvoor ongeschikt is, maar die in staat is, om het werkin de tent der samenkomst te doen.
De dienst van de Levieten heeft vooreerst slechts betrekking op het uit elkaar nemen, wegdragen en weer opslaan van de tabernakel, gedurende de tocht door de woestijn (zie Nu 3.13). Tot deze werkzaamheden wordt de leeftijd van minstens 30 jaar vereist. Als daartegen (hoofdstuk 8:24) gezegd wordt, dat zij reeds van hun 25ste jaar af de tabernakel dienen kunnen, dan ziet dit op hun dienst bij de openbare godsdienstoefening na de intocht in het beloofde land.
KruisverwijzingenNumeri 4:19→Markus 13:34→Numeri 3:30→Numeri 4:24→Numeri 4:15→Numeri 4:30→— Dit zal de dienst zijn der zonen van Kahath, in de tent der samenkomst, te weten de heiligheid der heiligheden.
Dit 1) nu zal de dienst zijn van de zonen van Kahath, in de tent der samenkomst, te weten, de Heiligheid der Heiligheden, zij zullen voor de heiligsteaangelegenheden, als de Verbondsark, de toonbroden enz. te zorgen hebben.
Hij heeft de ambten onder de Levieten verdeeld, allereerst, opdat er geen wanorde zou ontstaan, door het werk door elkaar te verrichten; vervolgens, opdat geen ijverzucht de een voor de ander zou prikkelen, waaruit strijd en twist zou kunnen voortkomen. Want wij weten, hoe verkeerd vaak mensen hun best doen, indien niet een zekere regelmaat hun wordt voorgeschreven, opdat zij niet in tomeloze haast doorvloeien. Wanneer nu ieder begeert de ander voor te komen, ontstaat er een verkeerde naijver, welke daarna in twisten overgaat. Daarom, indien het hun niet was belet, zouden de Levieten al spoedig in het volbrengen van hun plichten aan het schermutselen zijn gegaan en onder elkaar hebben gestreden. God, Die krachtens Zijn autoriteit iedereen houdt binnen de juiste grenzen en de dwaze begeerlijkheden onderdrukt, treedt hier nu onpartijdig op.
KruisverwijzingenHebreeën 9:3→Mattheüs 27:51→Exodus 40:3→Numeri 2:16→Numeri 4:15→Hebreeën 10:20→Numeri 3:27→Exodus 26:31→— In het optrekken des legers, zo zullen Aaron en zijn zonen komen, en den voorhang des deksels afnemen, en zullen daarmede de ark der getuigenis bedekken.
In het optrekken van het leger, zo zullen Aäron en zijn zonen in de tabernakel komen en de voorhang van de deksel, d.i. het voorhangsel, dat het Heilige der Heiligen van het Heilige afscheidt, afnemen en zullen daarmee de Ark van de Getuigenis bedekken.
KruisverwijzingenExodus 25:13→Exodus 39:41→Exodus 35:19→1 Koningen 8:7→Exodus 39:1→Numeri 4:7→Numeri 4:11→— En zij zullen een deksel van dassenvellen daarop leggen, en een geheel kleed van hemelsblauw daar bovenop uitspreiden; en zij zullen derzelver handbomen aanleggen.
En zij zullen een deksel van dassenvellen of eekalfshuiden, dat tot dit doel vervaardigd is (zie “Ex 25.5) daarop, en de met het voorhangsel bedekte tabernakel, leggen en ter onderscheiding van de zetel van de heerlijkheid van de Heere, een geheel kleed van hemelsblauw (Exodus. 28:31) daarbovenop uitspreiden; en zij zullen de handbomen, waarmee de Verbondsark moest gedragen worden en die niet uit haar ringen mogen uitgetrokken worden(Exodus. 25:13 vv.) aanleggen, of met het omkleedsel tegen de ark vastbinden.
KruisverwijzingenLeviticus 24:5→Exodus 37:10→Exodus 25:23→— Zij zullen ook op de toontafel een kleed van hemelsblauw uitspreiden, en zullen daarop zetten de schotels, en de reukschalen, en de kroezen, en de dekschotels; ook zal het gedurig brood daarop zijn.
Zij zullen ook op de toontafel een kleed van hemelsblauw uitspreiden, en zullen daarop zetten de schotels van de toonbroden, en de reukschalen of wierookschalen, en de kroezen of wijnkannen, en de dekschotels, of de schalen bij het drankoffer gebruikelijk (Exodus. 25:29); ook zal het gedurig brood (Numeri. 24:5 vv.) daarop zijn.
KruisverwijzingenNumeri 4:6→Numeri 4:11→Numeri 4:9→— Daarna zullen zij een scharlaken kleed daarover uitspreiden, en zullen dat met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen derzelver handbomen aanleggen.
Daarna zullen zij een scharlaken kleed daarover, over deze vaatwerken en toonbroden uitspreiden, en zullen dat met een deksel van dassenvellen, of zeekalfshuiden, tegen de invloed van het weer bedekken; en zij zullen dehandbomen, waarmee de tafel van de toonbroden moet gedragen worden (Exodus. 25:27)), aanleggen (vs.6).
KruisverwijzingenExodus 25:31→Exodus 37:17→Openbaring 1:20→Psalmen 119:105→— Dan zullen zij een kleed van hemelsblauw nemen, en bedekken den kandelaar des luchters, en zijn lampen, en zijn snuiters, en zijn blusvaten, en al zijn olievaten, met welke zij aan denzelven dienen.
Dan zullen zij een kleed van hemelsblauw nemen, en bedekken de kandelaar van de luchter (Exodus. 25:31 vv.), en zijn lampen en zijn snuiters en zijn a) blusvaten of snuitselbakjes, en al zijn olievaten, waarmee zij aan deze kandelaar dienen.
Ex.25:38
KruisverwijzingenNumeri 4:12→Numeri 4:6→— Zij zullen ook denzelven, en al zijn gereedschap, in een deksel van dassenvellen doen, en zullen hem op den draagboom leggen.
Zij zullen ook deze en al zijn gereedschap in een deksel van dassenvellen, zeekalfshuiden, doen, en zullen hem met zijn toebehoren, op de draagboom of de draagbaar leggen.
KruisverwijzingenExodus 40:5→Exodus 39:38→Exodus 30:1→Exodus 40:26→Exodus 37:25→— En over het gouden altaar zullen zij een kleed van hemelsblauw uitspreiden, en zullen dat met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen deszelfs handbomen aanleggen.
En over het gouden reukaltaar zullen zij eveneens een kleed van hemelsblauw uitspreiden en zullen dat met een deksel van dassenvellen, zeekalfshuiden, bedekken; en zij zullen de handbomen, waarmee het altaar gedragen wordt aanleggen (vs.6).
Kruisverwijzingen1 Kronieken 9:29→2 Kronieken 4:19→2 Kronieken 4:16→Exodus 31:10→Numeri 4:9→2 Koningen 25:14→Numeri 4:7→Numeri 3:8→— Zij zullen ook nemen alle gereedschap van den dienst, met hetwelk zij in het heiligdom dienen, en zullen het leggen in een kleed van hemelsblauw, en zullen hetzelve met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen het op den draagboom leggen.
Zij zullen ook nemen alle overige gereedschap van de dienst, waarmee zij in het heiligdom dienen, waartoe men onder meer de dienstkleren van de priesters rekent, en zullen het leggen in een kleed van hemelsblauw, en zullen het met een deksel van dassenvellen, zeekalfshuiden, bedekken; en zij zullen het op de draagboom of de draagbaar leggen.
KruisverwijzingenExodus 27:1→Exodus 39:41→Exodus 39:1→Leviticus 6:12→Numeri 4:11→Numeri 4:6→— En zij zullen de as van het altaar vegen, en zij zullen daarover een kleed van purper uitspreiden.
En zij zullen de as van het brandofferaltaar vegen, en zij zullen, nadat het ontdaan is van de aarde en de stenen, waarmee het is aangevuld (Exodus. 27:1 vv.) daarover een kleed van purper uitspreiden.
KruisverwijzingenExodus 38:1→2 Kronieken 4:19→— En zij zullen daarop leggen al zijn gereedschap, waarmede zij aan hetzelve dienen, de koolpannen, de krauwelen, en de schoffelen, en de sprengbekkens, al het gereedschap des altaars; en zij zullen daarover een deksel van dassenvellen uitspreiden, en zullen deszelfs handbomen aanleggen.
En zij zullen daarop leggen al zijn gereedschap, waarmee zij hieraan dienen, de koolpannen of vuurpannen, de krauwelen d.w.z. de drietandige vorken en de schoffels of schoppen, en de sprengbekkens, waarin, bij het slachten van de offerdieren, het bloed wordt opgevangen; in één woord al het gereedschap van het altaar; en zij zullen daarover een deksel van dassenvellen, zeekalfshuiden, uitspreiden, en zullen de handbomen, waarmee het brandofferaltaar moet gedragen worden, aanleggen (vs.6).
Van het koperen wasvat (Exodus. 30:18) wordt hier geen melding gemaakt. Waarschijnlijk werd het als een minder heilig en voor beschadiging minder vatbaar voorwerp niet omwonden, maar onbedekt vervoerd. De vertaling van de “Zeventig” wil dit aanvullen en heeft hier dit vers ingeschoven: “En zij zullen een hemelsblauw dekkleed nemen en daarmee het wasvat en zijn voet bedekken, en zullen het dan in een deksel van dassenvellen hullen, en het op de draagbaar leggen.” Deze aanvulling is echter zonder enige twijfel niet echt.
Kruisverwijzingen2 Samuël 6:6→Numeri 7:9→1 Kronieken 13:9→Numeri 10:21→Deuteronomium 31:9→Numeri 1:51→Hebreeën 12:18→1 Kronieken 15:2→— Als nu Aaron en zijn zonen, het dekken van het heiligdom, en van alle gereedschap des heiligdoms, in het optrekken des legers, zullen voleind hebben, zo zullen daarna de zonen van Kahath komen om te dragen; maar zij zullen dat heilige niet aanroeren, dat zij niet sterven. Dit is de last der zonen van Kahath, in de tent der samenkomst.
Als nu Aäron en zijn zonen het dekken van het heiligdom en van alle gereedschap van het heiligdom, in (bij) gelegenheden van het optrekken van het leger, zullenvoleind hebben, zo zullen daarna de zonen van Kahath in de tabernakel komen, om de ingepakte voorwerpen te dragen; 1) maar zij zullen al dat heilige niet onmiddellijk aanraken, dat zij niet sterven, 2) (hoofdstuk 18:3 2 Samuel. 6:6 vv.). Dit is de last van de zonen van Kahath, in de tent der samenkomst.
Men zie hieruit, hoe de tekenen van Gods aanwezigheid in deze wereld bewegelijke dingen zijn; nochthans is het Koninkrijk, dat ons nu aangeboden wordt, een Hemels, een onbewegelijk Koninkrijk, en daarom heeft men dit met alle bereidwilligheid en dankzegging te ontvangen en de genade van God vast te houden, waardoor wij Hem welbehagelijk mogen dienen met eerbied en Godvruchtigheid.
Het priesterlijk karakter, dat aan Israël in zijn geheel, tegenover de natiën van de wereld, eigen is (Exodus. 19:4 vv.) drukt zich in hoge mate in Levi uit, welke God onder de stammen afgezonderd en in nadere betrekking tot Zich gesteld heeft, om te dienen aan Zijn heiligdom (hoofdstuk 16:9). Evenwel, ook hun dienst bepaalt zich tot het uitwendig heiligdom (hoofdstuk 3:28,32). In alle zaken van het altaar, daarentegen en binnen het voorhangsel (hoofdstuk 18:7) dienen alleen de priesters, waaronder wederom de Hogepriester de eerste plaats bekleedt, als de drager en vertegenwoordiger van alle persoonlijke rechten en plichten.
KruisverwijzingenExodus 25:6→Leviticus 24:2→Exodus 30:23→1 Korinthe 4:1→1 Petrus 5:2→Hebreeën 3:6→1 Petrus 2:25→Numeri 3:32→— Het opzicht nu van Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, zal zijn over de olie des luchters, en het reukwerk der welriekende specerijen, en het gedurig spijsoffer, en de zalfolie; het opzicht des gansen tabernakels, en alles wat daarin is, aan het heiligdom en aan zijn gereedschap.
Het opzicht nu van Eleazar, de zoon van Aäron, de Hogepriester (hoofdstuk 3:32) zal zijn over de olie van de luchter (Exodus. 27:20) en het reukwerk van de welriekende specerijen, of de specerijen, die tot reukwerk gebezigd worden (Exodus. 30:34) en het gedurig, het dagelijks, spijsoffer (Exodus. 29:40), en de zalfolie (Exodus. 30:23); het opzicht van de gehele tabernakel en alles, wat daarin is, aan het heiligdom en aan zijn gereedschap, zodat hij dus ook over de dienstverrichtingen van de Kahathieten toezicht te houden heeft, zoals zijn broeder Ithamar over die van de Gersonieten en van de Merarieten (vs.28,33).
— En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
En de HEERE, de voorschriften (vs.5-15) nogmaals de priesters tot zorgvuldige betrachting op het hart drukkend, opdat strafgerichten vermeden werden, sprak tot Mozes en Aäron, zeggende:
Kruisverwijzingen1 Samuël 6:19→Numeri 17:10→2 Samuël 6:6→Leviticus 10:1→Numeri 18:5→Exodus 19:21→Jeremia 38:23→Numeri 16:32→— Gij zult den stam van de geslachten der Kahathieten niet laten uitgeroeid worden, uit het midden der Levieten;
Gij zult de stam van de geslachten van de Kahathieten, die (vs.4) tot de heiligste diensten aan de tabernakel geroepen, maar juist daardoor aan het meeste gevaar onderhevig zijn, om Mijn toorn te verwekken, nietlaten uitgeroeid worden uit het midden van de Levieten; 1)
God dreigt met de dood, indien zij iets verbodens aanraken. Maar de priesters, de zonen van Aäron, vermaant Hij, om niet door hun zorgeloosheid hun broeders te verderven, omdat, indien zij iets onbedekt laten, zij de oorzaak van hun verderf zouden zijn.
Tot een hoge waardigheid had de Heere Aäron en zijn zonen verheven, maar die hoge waardigheid brengt ook een zware verantwoordelijkheid mee. Aäron wordt hier verantwoordelijk gesteld voor het leven van de Kahathieten.
KruisverwijzingenNumeri 4:15→— Maar dit zult gij hun doen, opdat zij leven en niet sterven, als zij tot de heiligheid der heiligheden toetreden zullen: Aaron en zijn zonen zullen komen, en stellen hen een ieder over zijn dienst en aan zijn last.
Maar dit zult gij hun doen, opdat zij leven en niet sterven, als zij tot de Heiligheid der Heiligheden toetreden zullen: Aäron en zijn zonen zullen als alle gereedschappen op de in vs.5 vv. voorgeschrevene wijze zullen ingewikkeld en bedekt zijn, komen, om tegelijk met de Kahathieten (vs.15) de tabernakel binnen te gaan, en stellen hen een ieder over zijn dienst en aan zijn last.
Kruisverwijzingen1 Samuël 6:19→Exodus 19:21→Openbaring 11:19→Hebreeën 10:19→Leviticus 10:2→Numeri 4:15→Numeri 4:19→— Doch zij zullen niet inkomen om te zien, als men het heiligdom inwindt, opdat zij niet sterven.
Doch zij, de Kahathieten, zullen niet, zonder door Aäron en zijn zonen vergezeld te zijn, inkomen, om te zien, als men het heiligdom inwindt, opdat zij niet ten straf hiervoor (1 Samuel 6:19) sterven.
— En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
En de HEERE, die nu ook omtrent de diensten van de beide andere Levitische geslachten nadere bepalingen geven wil, sprak tot Mozes, zeggende:
KruisverwijzingenNumeri 3:21→Numeri 3:18→Numeri 3:24→— Neem ook op de som der zonen van Gerson, naar het huis hunner vaderen, naar hun geslachten.
Neem ook op de som van de zonen van Gerson, gelijkerwijs gij het die van de zonen van Kahath (vs.2 vv.) gedaan hebt, naar het huis van hun vaderen, naar hun geslachten.
KruisverwijzingenNumeri 4:3→2 Timotheüs 4:7→Galaten 5:17→1 Kronieken 23:24→1 Kronieken 23:27→2 Korinthe 6:7→Romeinen 7:14→Efeze 6:10→— Gij zult hen tellen van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkomt om den strijd te strijden, opdat hij den dienst bediene in de tent der samenkomst.
Gij zult hen tellen van dertig jaar en ouder, tot vijftig jaar, al wie inkomt of geschikt is om de geestelijke strijd 1) te strijden, of die dienst te vervullen, opdat hij mede de dienst bedient in de tent dersamenkomst.
Telkens wordt de dienst ten behoeve van het Heilige een strijd genoemd. De Engelse vertaling geeft heerscharen. Het is de militia sacra, de heilige krijgsdienst, de strijd als zinnebeeld van de strijd de geestelijke strijd in de dienst van de Heere, door de Apostel van het geloof de goede strijd van het geloof genaamd.
KruisverwijzingenNumeri 4:19→Numeri 4:31→Numeri 4:27→Numeri 4:15→Numeri 4:49→Numeri 4:47→— Dit zal zijn de dienst der geslachten van de Gersonieten, in het dienen en in den last.
Dit 1) zal zijn de dienst van de geslachten van de Gersonieten, in het dienen en in het dragen van de last van de voorwerpen, die in hoofdstuk 3:25 vv. reeds genoemd zijn;
Gering in schijn en lastig was het werk, dat zowel aan de zonen van Gerson als aan die van Merari werd opgedragen. Want de vaten en de tent met haar gereedschappen te dragen, de tafel en de balken en de kolommen was een harde en niet minder een slaafse arbeid. Maar hieruit leren wij, dat in de dienst van God niets verachtelijk is, maar dat men vrolijk en wel zijn plicht heeft te vervullen, omdat het ons een overvloedige weldaad moet zijn, wanneer God zich verwaardigt, ons uit te kiezen tot bedienaars van Zijn heiligdom, opdat noch verdriet noch trots ons in het uitoefenen van ons ambt hinderlijk zij.
KruisverwijzingenExodus 26:14→Numeri 3:25→Numeri 7:5→— Zij zullen dan dragen de gordijnen des tabernakels, en de tent der samenkomst; te weten haar deksel, en het dassendeksel, dat er bovenop is, en het deksel der deur van de tent der samenkomst,
Zij zullen dan dragen de gordijnen van de tabernakel, de binnenste bekleedsels (Exodus. 26:1-6) en de tent der samenkomst, te weten haar tweede en derde deksel, (Exodus. 26:7-13), en het dassendeksel, of het dekkleed van zeekalfshuiden, dat als het vierde er bovenop is, (Exodus. 26:14) en het deksel van de deur van de tent der samenkomst (Exodus. 26:36 vv.);
KruisverwijzingenExodus 35:18→Exodus 27:9→— En de behangselen des voorhofs, en het deksel der deur van de poort des voorhofs, hetwelk is bij den tabernakel en bij het altaar rondom; en hun zelen, en al het gereedschap van hun dienst, mitsgaders al wat daarvoor bereid wordt, opdat zij dienen.
En de behangselen van de voorhof, waardoor dit afgesloten is (Exodus. 27:9 vv.), en het deksel van de deur van de poort van de voorhof, dat is bij de tabernakel en bij het brandofferaltaar, zodat het deze rondom omgeeft, (Exodus. 27:16); en hun, (namelijk van de reeds genoemde gordijnen, dekkleden en voorhangsels van de beide ingangen) hun touwen en al het gereedschap, dat zij tot uitoefening van hun dienst nodig hebben (Exodus. 27:19), bovendien al, wat daarvoor bereid wordt, opdat zij dienen.
De laatste woorden van dit vers worden ook aldus vertaald: en al, wat daaromtrent d.i. betreffende de in dit vers genoemde behangselen en kleden met hun toebehoren gedaan moet worden, behoort tot hun dienst.
Kruisverwijzingen1 Korinthe 11:2→Lukas 1:70→— De gehele dienst van de zonen der Gersonieten, in al hun last, en in al hun dienst, zal zijn naar het bevel van Aaron en van zijn zonen; en gijlieden zult hun ter bewaring al hun last bevelen.
De gehele dienst van de zonen van de Gersonieten in al hun lasten in al hun dienst, zal zijn of plaats hebben, naar het bevel 1) van Aäron en van zijn zonen, die aan ieder zijn bijzonder werk van hetgeen hij te dragen of te doen heeft, hebben aan te wijzen; en gij, Aäron en zijn zonen, zult hun, ter bewaring, al hun last bevelen, 2) en dus alles opzettelijk en nauwkeurig aanwijzen en opdragen, wat tot hun arbeid behoort.
In het Hebreeuws Al-phi, eigenlijk naar de mond van, d.i. hier: zoals Aäron en zijn zonen het zullen aanwijzen. Zij mochten niets uit eigen autoriteit doen.
Of, gij zult hun opdragen, al hun last, welke zij te bezorgen hebben. Aäron is het hoofd van de Levieten. Alle verantwoordelijkheid rust op Hem. Zij hebben alle bevelen stipt te gehoorzamen.
KruisverwijzingenNumeri 4:33→1 Korinthe 12:5→— Dit is de dienst van de geslachten der zonen van de Gersonieten, in de tent der samenkomst; en hun wacht zal zijn onder de hand van Ithamar, den zoon van Aaron, den priester.
Dit, wat zo-even is opgegeven, is de dienst van de geslachten van de zonen van de Gersonieten, in de tent der samenkomst; en hun wacht of hun dienstwerk zal zijn onder de hand d.i. onder het opzicht, bestuur en bevel van Ithamar, de tweede, nog levende zoon van Aäron, de Hogepriester.
KruisverwijzingenNumeri 3:33→— Aangaande de zonen van Merari, die zult gij naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen tellen.
Aangaande de zonen van Merari, die zult gij, naar hun geslachten en naar het huis van hun vaderen, tellen.
KruisverwijzingenNumeri 4:23→Numeri 4:3→1 Timotheüs 6:11→Psalmen 110:1→2 Timotheüs 4:7→2 Timotheüs 2:4→— Gij zult hen tellen van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkomt tot dezen strijd, om te bedienen den dienst van de tent der samenkomst.
Gij zult hen tellen van dertig jaar en ouder, tot vijftig jaar oud, al wie inkomt tot deze strijd (vs.3,23), om te bedienen de dienst van de tent der samenkomst.
KruisverwijzingenNumeri 3:36→Numeri 7:8→Exodus 26:15→— Dit zal nu zijn de onderhouding van hun last, naar al hun dienst, in de tent der samenkomst: de berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten;
Dit zal nu zijn de onderhouding van hun last, naar al hun dienst, in de tent der samenkomst: de stijlen van de tabernakel of de 48 planken, waaruit het geraamte van de tabernakel bestaat (Exodus. 26:15 vv.) en zijn3 x 5 richels, waarmee de planken bijeengehouden worden (Exodus. 26:26 vv.) en zijn 4 pilaren, waaraan het voorhangsel bevestigd is, dat het Heilige der Heiligen van het Heilige scheidt, alsook de 5 pilaren, die aan de ingang van het heiligdom staan, en zijn voeten of zijn onderlagen (Exodus. 26:32,37), alsook de voetstukken van de planken;
KruisverwijzingenExodus 38:21→Exodus 25:9→Exodus 38:17→Numeri 7:1→1 Kronieken 9:29→Numeri 3:8→— Mitsgaders de pilaren des voorhofs rondom, hun voeten, en hun pennen, en hun zelen, met al hun gereedschap, en met al hun dienst; en het gereedschap van de waarneming van hun last zult gij bij namen tellen.
Bovendien de zestig pilaren van de voorhof, die het rondom omgeven (Exodus. 27:9 vv.) en hun voeten of voetstukken, en hun pennen, en hun touwen met al hun gereedschap en met al hun dienst, die zij, bij het afbrekenen weer oprichten van het gebouw nodig hebben; en het gereedschap van de waarneming van hun last, het gereedschap, dat zij te dragen en waarvoor zij, naar hun bijzondere bestemming, te zorgen hebben, zult gij bij namen tellen, zodat gij nauwkeurig opneemt, hoeveel stuks en welke voorwerpen hun toevertrouwd zijn, opdat er niets verloren ga.
KruisverwijzingenNumeri 4:28→Jesaja 3:6→Jozua 3:6→— Dit is de dienst van de geslachten der zonen van Merari, naar hun gansen dienst, in de tent der samenkomst, onder de hand van Ithamar, den zoon van Aaron, den priester.
Dit is de dienst van de geslachten van de zonen van Merari, naar hun gehele dienst, die zij, evenals de Gersonieten (vs.28) in de tent der samenkomst, onder de hand van Ithamar, de zoon van Aäron, de Hogepriester, te verrichten hebben.
— Mozes dan en Aaron, en de oversten der vergadering telden de zonen der Kahathieten, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen:
Mozes dan en Aäron en de oversten van de vergadering, die hun tot helpers dienden, telden, overeenkomstig de goddelijke last (vs.2) de zonen van de Kahathieten, naar hun geslachten en naar het huis van hun vaderen:
Kruisverwijzingen1 Kronieken 23:24→Numeri 4:23→Numeri 4:30→1 Kronieken 23:3→Numeri 8:24→Numeri 4:47→1 Timotheüs 3:6→Numeri 4:3→— Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkwam tot dezen strijd, tot den dienst in de tent der samenkomst;
Van dertig jaar en ouder, tot vijftig jaar, al wil inkwam tot deze strijd (vs.3,23) tot de dienst in de tent der samenkomst.
— Hun getelden nu waren, naar hun geslachten, twee duizend zevenhonderd en vijftig.
Hun getelden nu waren, naar hun geslachten, tweeduizend zevenhonderd en vijftig (2750). Van de in hoofdstuk 3:28 opgegeven hoofdsom van de Kahathieten bleken daarom 5850 door hun jeugd of ouderdom, of ook anderszins niet tot de dienst geschikt te zijn.
— Dit zijn de getelden van de geslachten der Kahathieten, van al wie in de tent der samenkomst diende, welke Mozes en Aaron geteld hebben, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes.
Dit zijn de getelden van de geslachten van de Kahathieten, van al wie in de tent der samenkomst diende, welke Mozes en Aäron geteld hebben, naar het bevel van de HEERE, door de hand van Mozes.
— Insgelijks de getelden der zonen van Gerson, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen;
Evenzo de getelden van de zonen van Gerson, naar hun geslachten en naar het huis van hun vaderen:
— Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkwam tot dezen strijd, tot den dienst in de tent der samenkomst;
Van dertig jaar en ouder, tot vijftig jaar, al wie inkwam tot deze strijd (vs.3,23) tot de dienst in de tent der samenkomst.
KruisverwijzingenNumeri 3:32→— Hun getelden waren, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, twee duizend zeshonderd en dertig.
Hun getelden waren, naar hun geslachten, naar het huis van hun vaderen, tweeduizend zeshonderd en dertig (2630). Te jong of te oud of anderszins ongeschikt waren 4870 (hoofdstuk 3:22).
— Dezen zijn de getelden van de geslachten der zonen van Gerson, van al wie in de tent der samenkomst diende, welke Mozes en Aaron telden, naar het bevel des HEEREN.
Deze zijn de getelden van de geslachten van de zonen van Gerson, van al wie in de tent der samenkomst diende, welke Mozes en Aäron telden, naar het bevel van de HEERE.
— En de getelden van de geslachten der zonen van Merari, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen,
En de getelden van de geslachten van de zonen van Merari, naar hun geslachten, naar het huis van hun vaderen;
— Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkwam tot dezen strijd, tot den dienst in de tent der samenkomst;
Van dertig jaar en ouder, tot vijftig jaar, al wie inkwam tot deze strijd (vs.3,23), tot de dienst in de tent der samenkomst;
KruisverwijzingenNumeri 3:34→2 Korinthe 12:9→1 Korinthe 12:8→1 Korinthe 10:13→Deuteronomium 33:25→— Hun getelden nu waren, naar hun geslachten, drie duizend en tweehonderd.
Hun getelden nu waren naar hun geslachten, drieduizend en tweehonderd (3200), te jong dus of te oud of anderszins ongeschikt waren 3000 (hoofdstuk 3:34).
KruisverwijzingenNumeri 4:29→— Dezen zijn de getelden van de geslachten der zonen van Merari, welke Mozes en Aaron geteld hebben, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes.
Deze zijn de getelden van de geslachten van de zonen van Merari, 1) welke Mozes en Aäron geteld hebben, naar het bevel van de HEERE, door de hand van Mozes.
Dat de Merarieten in het geheel maar waren zesduizend tweehonderd, en dat er nochthans van deze waren drieduizend en tweehonderd, die dienst konden doen, hetgeen ruim de helft was, hebbe men wel op te merken. De zwaarste en grootste last lag op dat geslacht, n.l. de stijlen, de pilaren en de voeten van de tabernakel, en daarom had de Heere in Zijn Voorzienigheid het zo geschikt, dat, terwijl van de Kahathieten en Gersonieten, wiens werk licht was, slechts omtrent een derde gedeelte zich in staat bevond, om dienst te doen, de Merarieten daarentegen, alhoewel zij de minsten in getal waren, nochthans de meeste bekwame mannen uitleverden; want wat ook de dienst zijn mocht, waartoe de Heere de mensen roept, Hij zal hen nochthans genoegzame genade en sterkte verlenen naar de eis van het werk.
— Al de getelden, welke Mozes en Aaron, en de oversten van Israel geteld hebben van de Levieten, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen,
Al de getelden, welke Mozes en Aäron en de oversten van Israël geteld hebben van de Levieten, naar hun geslachten en naar het huis van hun vaderen.
KruisverwijzingenNumeri 4:3→Numeri 4:37→Numeri 4:15→Numeri 4:30→1 Kronieken 23:3→Numeri 4:23→Romeinen 12:6→1 Kronieken 23:27→— Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkwam, om den dienst der bediening en den dienst van den last, in de tent der samenkomst, te bedienen;
Van dertig jaar en ouder, tot vijftig jaar, al wie inkwam om de dienst van de bediening en de dienst van de last in de tent der samenkomst te bedienen, d.i. al, die in staat bevonden werden, om, hetzij door andere arbeid, of door het dragen van lasten zijn dienst ten aanzien van de tabernakel te bewijzen;
KruisverwijzingenNumeri 3:39→Mattheüs 20:16→Mattheüs 22:15→Mattheüs 7:14→— Hun getelden waren acht duizend vijfhonderd en tachtig.
Hun getelden waren achtduizend vijfhonderd en tachtig, (8580 = 2750 + 2630 + 3200).
KruisverwijzingenNumeri 4:15→Numeri 4:24→Numeri 4:31→Numeri 4:21→Jesaja 42:1→Numeri 1:47→Numeri 4:37→Jesaja 11:2→— Men telde hen, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes, een ieder naar zijn dienst, en naar zijn last; en zijn getelden waren, die de HEERE Mozes geboden had.
Men telde hen naar het bevel van de HEERE, door de hand van Mozes, een ieder naar zijn dienst en naar zijn last; en zijn (Mozes) getelden waren, die de HEERE Mozes geboden had.
Deze som staat in juiste verhouding tot de algemene som van dr Levieten, zoals die in hoofdstuk 3:39 is opgegeven. In België bijv. beleven op het land op een bevolking van 10.000 mannelijke personen, 8926 de eerste maand, 4572 bereiken de ouderdom van 30 en 3588 die van 50 jaren. Een bijzondere lichaamstoestand werd bij de Levieten niet gevorderd, zoals bij de priesters, die van gebreken vrij moesten zijn (Leviticus. 21:16 enz.); alzo waren slechts zij voor de dienst ongeschikt, die aan gebreken onderhevig waren, die hen van het praktische leven uitsloten. Hun wordt ook niet, zoals de priesters, (Leviticus. 21:1 enz.) een bijzondere levenswijze voorgeschreven, maar slechts hiervoor wordt gezorgd, dat zij door vrijdom van het gewone beroep, dat naar de theocratische bepaling in de landbouw bestaat, zich uitsluitend aan de dienst van het heiligdom wijden kunnen. Over de wijding van de Levieten (hoofdstuk 8:5); aangaande hun levensonderhoud, (hoofdstuk 18:21 vv.), en betreffende hun woonplaats in het land Kanaän (hoofdstuk 35:1 vv.).
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Numeri 4
Numeri 4:1-2.KruisverwijzingenNumeri 3:19→Numeri 3:27→
— En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende: Neemt op de som der zonen van Kahath, uit het midden der zonen van Levi, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen.
Er waren drie geslachten — die van Kahath, Gerson en Merari — en aan elk van deze geslachten werd een eigen dienst toebedeeld. Eerst moesten zij geteld worden. “De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn” (2 Tim. 2:19), en Hij houdt van al Zijn volk de telling bij.
Numeri 4:3.KruisverwijzingenNumeri 4:23→1 Timotheüs 1:18→1 Kronieken 28:12→Ezra 3:8→2 Korinthe 10:3→1 Kronieken 6:48→1 Timotheüs 3:6→Numeri 3:7→
— Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud; al wie tot dezen strijd inkomt, om het werk in de tent der samenkomst te doen.
Zij moesten dit werk opnemen als een krijgsdienst; want al was het een vreedzaam werk, toch wordt het als een krijgsdienst beschreven. En wie de Heere dient, zal — ook al is die dienst volkomen vrede — Hem niet dienen zonder te bevinden dat het ook een strijd is.
Numeri 4:4.KruisverwijzingenNumeri 4:19→Markus 13:34→Numeri 3:30→Numeri 4:24→Numeri 4:15→Numeri 4:30→
— Dit zal de dienst zijn der zonen van Kahath, in de tent der samenkomst, te weten de heiligheid der heiligheden.
Zij zouden te doen hebben met het heilige der heiligen: het dragen daarvan en het dragen van het gereedschap ervan — een heel eervolle plaats.
Numeri 4:5-6.KruisverwijzingenHebreeën 9:3→Mattheüs 27:51→Exodus 25:13→Exodus 40:3→Numeri 2:16→Numeri 4:15→Hebreeën 10:20→Numeri 3:27→
— In het optrekken des legers, zo zullen Aaron en zijn zonen komen, en den voorhang des deksels afnemen, en zullen daarmede de ark der getuigenis bedekken. En zij zullen een deksel van dassenvellen daarop leggen, en een geheel kleed van hemelsblauw daar bovenop uitspreiden; en zij zullen derzelver handbomen aanleggen.
Deze Kahathieten mochten de ark niet zo opnemen dat zij haar aanraakten, en nog veel minder mochten zij haar ooit aanzien. Maar de priesters, de zonen van Aäron, gingen eerst binnen, en nadat zij het heilige zorgvuldig bedekt hadden, dekten zij de heilige ark toe met een kleed van hemelsblauw. Blauw was het teken van heiligheid, van afzondering. Daarom droeg iedere Israëliet een blauwe zoom aan zijn kleed — maar dit, wat het teken was van de goddelijke tegenwoordigheid, was “een geheel kleed van hemelsblauw”. Het is enkel heiligheid. Wij dragen, helaas, slechts een zoom van blauw; maar dit heilige ding was geheel van blauw.
Numeri 4:7.KruisverwijzingenLeviticus 24:5→Exodus 37:10→Exodus 25:23→
— Zij zullen ook op de toontafel een kleed van hemelsblauw uitspreiden, en zullen daarop zetten de schotels, en de reukschalen, en de kroezen, en de dekschotels; ook zal het gedurig brood daarop zijn.
Wanneer zij de heilige tafel verplaatsten, was het brood er altijd op: twaalf koeken voor de twaalf stammen, want aan het brood van Gods huis ontbreekt het nooit.
Numeri 4:8-10.KruisverwijzingenExodus 25:31→Numeri 4:6→Numeri 4:11→Numeri 4:9→Exodus 37:17→Openbaring 1:20→Psalmen 119:105→Numeri 4:12→
— Daarna zullen zij een scharlaken kleed daarover uitspreiden, en zullen dat met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen derzelver handbomen aanleggen. Dan zullen zij een kleed van hemelsblauw nemen, en bedekken den kandelaar des luchters, en zijn lampen, en zijn snuiters, en zijn blusvaten, en al zijn olievaten, met welke zij aan denzelven dienen. Zij zullen ook denzelven, en al zijn gereedschap, in een deksel van dassenvellen doen, en zullen hem op den draagboom leggen.
Er waren middelen om dit gereedschap te hanteren zonder het aan te raken. Ik bedoel: de ark had handbomen, en het gereedschap werd op een draagboom gelegd om het te vervoeren.
Numeri 4:11.KruisverwijzingenExodus 40:5→Exodus 39:38→Exodus 30:1→Exodus 40:26→Exodus 37:25→
— En over het gouden altaar zullen zij een kleed van hemelsblauw uitspreiden, en zullen dat met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen deszelfs handbomen aanleggen.
Een beeld van de heiligheid die in de mensheid van onze Heere verborgen was. Het dassenvel maakte de eenvoud, de armoede en de nederigheid van onze Heere zichtbaar, terwijl het dat wonderlijke kleed van blauw altijd bedekte.
Numeri 4:12-13.Kruisverwijzingen1 Kronieken 9:29→2 Kronieken 4:19→2 Kronieken 4:16→Exodus 31:10→Numeri 4:9→2 Koningen 25:14→Numeri 4:7→Numeri 3:8→
— Zij zullen ook nemen alle gereedschap van den dienst, met hetwelk zij in het heiligdom dienen, en zullen het leggen in een kleed van hemelsblauw, en zullen hetzelve met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen het op den draagboom leggen. En zij zullen de as van het altaar vegen, en zij zullen daarover een kleed van purper uitspreiden.
Dit is een koninklijk altaar, in onze ogen altijd groot en heerlijk, bedekt met een purperen kleed.
Numeri 4:14-20.Kruisverwijzingen2 Samuël 6:6→Exodus 25:6→Numeri 7:9→Leviticus 24:2→1 Kronieken 13:9→Numeri 10:21→Deuteronomium 31:9→Exodus 30:23→
— En zij zullen daarop leggen al zijn gereedschap, waarmede zij aan hetzelve dienen, de koolpannen, de krauwelen, en de schoffelen, en de sprengbekkens, al het gereedschap des altaars; en zij zullen daarover een deksel van dassenvellen uitspreiden, en zullen deszelfs handbomen aanleggen. Als nu Aaron en zijn zonen, het dekken van het heiligdom, en van alle gereedschap des heiligdoms, in het optrekken des legers, zullen voleind hebben, zo zullen daarna de zonen van Kahath komen om te dragen; maar zij zullen dat heilige niet aanroeren, dat zij niet sterven. Dit is de last der zonen van Kahath, in de tent der samenkomst. Het opzicht nu van Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, zal zijn over de olie des luchters, en het reukwerk der welriekende specerijen, en het gedurig spijsoffer, en de zalfolie; het opzicht des gansen tabernakels, en alles wat daarin is, aan het heiligdom en aan zijn gereedschap. En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende: Gij zult den stam van de geslachten der Kahathieten niet laten uitgeroeid worden, uit het midden der Levieten; Maar dit zult gij hun doen, opdat zij leven en niet sterven, als zij tot de heiligheid der heiligheden toetreden zullen: Aaron en zijn zonen zullen komen, en stellen hen een ieder over zijn dienst en aan zijn last. Doch zij zullen niet inkomen om te zien, als men het heiligdom inwindt, opdat zij niet sterven.
Dit is een heel ontzagwekkende zaak; ik bedoel: iets dat een grote eerbied en ernst in ons hart behoort te wekken. Deze mannen waren uitverkoren om het gereedschap van het heilige der heiligen te dragen, en toch mochten zij het nooit aanzien. Het moest door de handen van de priester bedekt worden, en zij mochten het nooit aanraken. Zij moesten het bij de handbomen dragen, of op de draagboom waarop het gelegd was.
O, hoe ontzaglijk is het tot God te naderen. De HEERE onze God is een ijverig God. Hij wil met heilige eerbied gediend worden, of anders niet. Daarom zegt Hij tot Mozes en Aäron: “Zorg dat u deze mannen niet tot een misgreep verleidt. Gaat u eerst binnen en wijs ieder van hen aan wat hij te dragen heeft. Zie toe dat alles bedekt is, want als u dat niet doet, kunnen zij in hun werk sterven. Wees geen medeoorzaak van hun daad, en breng dit ontzettende oordeel niet over hen.”
Ik zou vaak wensen dat Gods volk er zorg voor had geen zonde te veroorzaken bij een van Zijn dienstknechten wanneer die in de heilige dienst bezig zijn. Misschien wordt er in de prediking of anderszins iets gedaan dat de Heilige Geest bedroeft en moeite en zonde teweegbrengt. En o, wie in de heilige plaats staat en het heiligste van het gereedschap draagt, heeft nodig voor God te vrezen en te beven; en hij heeft nodig zijn broeders te vragen erop toe te zien dat zij niets doen dat hem onbedoeld tot zonde zou brengen.
Numeri 4:21-24.KruisverwijzingenNumeri 4:3→Numeri 3:21→Numeri 3:18→Numeri 3:24→2 Timotheüs 4:7→Galaten 5:17→1 Kronieken 23:24→1 Kronieken 23:27→
— En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende: Neem ook op de som der zonen van Gerson, naar het huis hunner vaderen, naar hun geslachten. Gij zult hen tellen van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkomt om den strijd te strijden, opdat hij den dienst bediene in de tent der samenkomst. Dit zal zijn de dienst der geslachten van de Gersonieten, in het dienen en in den last.
Zij moesten de buitenste bedekkingen van het heilige dragen. Het heilige der heiligen was aan de Kahathieten toevertrouwd; de Gersonieten hadden te dragen wat hier volgt.
Numeri 4:25-28.KruisverwijzingenExodus 26:14→Numeri 3:25→Numeri 4:33→Numeri 7:5→Exodus 35:18→Exodus 27:9→1 Korinthe 11:2→Lukas 1:70→
— Zij zullen dan dragen de gordijnen des tabernakels, en de tent der samenkomst; te weten haar deksel, en het dassendeksel, dat er bovenop is, en het deksel der deur van de tent der samenkomst, En de behangselen des voorhofs, en het deksel der deur van de poort des voorhofs, hetwelk is bij den tabernakel en bij het altaar rondom; en hun zelen, en al het gereedschap van hun dienst, mitsgaders al wat daarvoor bereid wordt, opdat zij dienen. De gehele dienst van de zonen der Gersonieten, in al hun last, en in al hun dienst, zal zijn naar het bevel van Aaron en van zijn zonen; en gijlieden zult hun ter bewaring al hun last bevelen. Dit is de dienst van de geslachten der zonen van de Gersonieten, in de tent der samenkomst; en hun wacht zal zijn onder de hand van Ithamar, den zoon van Aaron, den priester.
Hier was een wijze verdeling van de arbeid. Ik zou wensen dat wij zoiets in elke gemeente hadden, en dat ieder lid zich bezighield met dat waartoe God hem gesteld heeft. Maar er zijn er die willen doen wat zij niet kunnen, en die er niets aan gelegen laten liggen te doen wat zij wél kunnen.
God is niet de God van eenvormigheid. Er is een wonderlijke eenheid van bestek en ontwerp in alles wat Hij doet, maar er is ook een even wonderlijke verscheidenheid. Hij gebood niet al deze zonen van Levi één bepaald voorwerp te dragen, en beval hun ook niet allen één bijzonder gordijn of bord van de tabernakel te dragen: de een had dit te doen, en de ander iets anders.
Sommige dienstknechten van de Heere verwekt Hij om te onderwijzen, te prediken, te vermanen en te leiden. Die zijn te vergelijken met de zonen van Aäron, al mag het beeld niet te ver worden doorgetrokken. Maar de Heere heeft ook een groot aantal van Zijn eigen dierbare kinderen die hun mond niet opendoen om in het openbaar voor Hem te spreken en die de plichten van een leidsman in Zijn gemeente niet zouden kunnen vervullen. Zullen zij dan zonder dienst blijven? Zij hebben maar één talent — zij hebben een schouder die sterk genoeg is om de lasten des Heeren te dragen — ook al hebben zij niet veel vermogen in hun hoofd om te denken, of een vloeiende tong om te spreken. Is er dan geen ambt voor hen te vervullen? Zal het hele lichaam een mond zijn? Wat zou er dan een leegte wezen! Zeker moeten er in een wel geordend lichaam ogen, voeten, handen en schouders zijn, zowel als de open mond en de sprekende tong.
Numeri 4:29-32.KruisverwijzingenNumeri 4:23→Numeri 4:3→Numeri 3:36→Exodus 38:21→Numeri 3:33→1 Timotheüs 6:11→Psalmen 110:1→2 Timotheüs 4:7→
— Aangaande de zonen van Merari, die zult gij naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen tellen. Gij zult hen tellen van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkomt tot dezen strijd, om te bedienen den dienst van de tent der samenkomst. Dit zal nu zijn de onderhouding van hun last, naar al hun dienst, in de tent der samenkomst: de berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten; Mitsgaders de pilaren des voorhofs rondom, hun voeten, en hun pennen, en hun zelen, met al hun gereedschap, en met al hun dienst; en het gereedschap van de waarneming van hun last zult gij bij namen tellen.
Zij hadden de zwaarste last te dragen, maar zij waren ook de meesten in getal. Zij droegen de vaste pilaren waarop de bedekking van de tabernakel rustte. En let erop dat zij ook de pinnen moesten dragen. Soms hebben Gods dienstknechten er een afkeer van pinnen te dragen. Zij voelen zich daar te groot voor — maar gezegend is die dienstknecht die op zijn plaats tevreden kan zijn met het dragen van “hun voeten, en hun pennen, en hun zelen, met al hun gereedschap”.
Numeri 4:47.KruisverwijzingenNumeri 4:3→Numeri 4:37→Numeri 4:15→Numeri 4:30→1 Kronieken 23:3→Numeri 4:23→Romeinen 12:6→1 Kronieken 23:27→
— Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud, al wie inkwam, om den dienst der bediening en den dienst van den last, in de tent der samenkomst, te bedienen;
Wij verheugen ons dat het onder ons, onder het Evangelie, niet zo is; want er is werk voor de jongeren en ook voor de ouden. Kleine kinderen en jonge mannen en jonge dochters mogen hun plaats innemen onder de dienstknechten van de Vredevorst. En wie op zijn staf leunt, zal zich niet ontslagen vinden uit de geliefde dienst van zijn Meester.
Er worden geen vrouwen genoemd als dragers van de tabernakel en zijn heilig gereedschap. Het was een werk waarvoor zij nauwelijks geschikt waren, en in die huishouding werden zij daartoe zelden gebruikt. En toch kunnen vrouwen nooit vergeten worden bij enige opsomming van de krachten van de gemeente. Wat zouden wij zonder hen kunnen doen? Laat het dan niet vergeten worden dat onze Heere Jezus Christus, het grote Hoofd van de gemeente, al Zijn verlosten tot Zijn dienst roept, en dat Hij ieder een last oplegt die niemand anders kan dragen. Ieder moet zijn leven lang “standvastig, onbewegelijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heeren” zijn (1 Kor. 15:58).
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-49.KruisverwijzingenNumeri 4:19→Numeri 4:23→Hebreeën 9:3→Mattheüs 27:51→Exodus 25:13→Leviticus 24:5→Exodus 25:31→Numeri 3:19→
— En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende: Neemt op de som der zonen van Kahath, uit het midden der zonen van Levi, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen. Van dertig jaren oud en daarboven, tot vijftig jaren oud; al wie tot dezen strijd inkomt, om het werk in de tent der samenkomst te doen. Dit zal de dienst zijn der zonen van Kahath, in de tent der samenkomst, te weten de heiligheid der heiligheden. In het optrekken des legers, zo zullen Aaron en zijn zonen komen, en den voorhang des deksels afnemen, en zullen daarmede de ark der getuigenis bedekken. En zij zullen een deksel van dassenvellen daarop leggen, en een geheel kleed van hemelsblauw daar bovenop uitspreiden; en zij zullen derzelver handbomen aanleggen. Zij zullen ook op de toontafel een kleed van hemelsblauw uitspreiden, en zullen daarop zetten de schotels, en de reukschalen, en de kroezen, en de dekschotels; ook zal het gedurig brood daarop zijn. Daarna zullen zij een scharlaken kleed daarover uitspreiden, en zullen dat met een deksel van dassenvellen bedekken; en zij zullen derzelver handbomen aanleggen. Dan zullen zij een kleed van hemelsblauw nemen, en bedekken den kandelaar des luchters, en zijn lampen, en zijn snuiters, en zijn blusvaten, en al zijn olievaten, met welke zij aan denzelven dienen. Zij zullen ook denzelven, en al zijn gereedschap, in een deksel van dassenvellen doen, en zullen hem op den draagboom leggen.
Dergelijke bepalingen, betreffende de legering en de optocht, als (hoofdstuk 2) voor de andere stammen gegeven zijn, worden nu ten aanzien van Levi in het bijzonder voorgeschreven. Deze stam heeft zich, zoals ook tevoren reeds gezegd is, in de naaste nabijheid van de tabernakel te legeren en trekt, met zijn voornaamste geslacht, dat van de Kahathieten namelijk, voorop, in het midden van de overige. Wat hem is opgedragen, verdeelt zich naar zijn drie geslachten (dat van de Kahathieten, Gersonieten en Merarieten), in dienst voor de gereedschappen, -dienst voor de dekkleden en-dienst voor de uitwendige bestanddelen van het heiligdom. De hoofdsom van alle tot de dienst geschikte Levieten bedraagt 8580 man.
En de HEERE, 1) die nu nader wilde bekend maken, welke diensten Hij door elk van de Levitische geslachten wilde bewezen hebben, sprak verder tot Mozes en tot Aäron, zeggende:
Zoals de stam van Levi uitverkoren was uit al de stammen van Israël, om het Heiligdom te bedienen, zo werd nu uit de stam van Levi weer uitverkoren, die de leeftijd van dertig jaar hadden bereikt.
Neemt op de som van de zonen van Kahath, die tot de gewichtigste diensten geroepen zijn (hoofdstuk 3:31), en tel hen nog eens afzonderlijk, uit het midden van de zonen van Levi, naar hun geslachten, naar het huis van hun vaderen.
Van dertig jaar en ouder tot vijftig jaar; al wie tot deze strijd, tot deze heilige krijgsdienst, d.i. tot deze heilige arbeid inkomt, en niet door zwakheid of gebreken daarvoor ongeschikt is, maar die in staat is, om het werkin de tent der samenkomst te doen.
De dienst van de Levieten heeft vooreerst slechts betrekking op het uit elkaar nemen, wegdragen en weer opslaan van de tabernakel, gedurende de tocht door de woestijn (zie Nu 3.13). Tot deze werkzaamheden wordt de leeftijd van minstens 30 jaar vereist. Als daartegen (hoofdstuk 8:24) gezegd wordt, dat zij reeds van hun 25ste jaar af de tabernakel dienen kunnen, dan ziet dit op hun dienst bij de openbare godsdienstoefening na de intocht in het beloofde land.
Dit 1) nu zal de dienst zijn van de zonen van Kahath, in de tent der samenkomst, te weten, de Heiligheid der Heiligheden, zij zullen voor de heiligsteaangelegenheden, als de Verbondsark, de toonbroden enz. te zorgen hebben.
Hij heeft de ambten onder de Levieten verdeeld, allereerst, opdat er geen wanorde zou ontstaan, door het werk door elkaar te verrichten; vervolgens, opdat geen ijverzucht de een voor de ander zou prikkelen, waaruit strijd en twist zou kunnen voortkomen. Want wij weten, hoe verkeerd vaak mensen hun best doen, indien niet een zekere regelmaat hun wordt voorgeschreven, opdat zij niet in tomeloze haast doorvloeien. Wanneer nu ieder begeert de ander voor te komen, ontstaat er een verkeerde naijver, welke daarna in twisten overgaat. Daarom, indien het hun niet was belet, zouden de Levieten al spoedig in het volbrengen van hun plichten aan het schermutselen zijn gegaan en onder elkaar hebben gestreden. God, Die krachtens Zijn autoriteit iedereen houdt binnen de juiste grenzen en de dwaze begeerlijkheden onderdrukt, treedt hier nu onpartijdig op.
In het optrekken van het leger, zo zullen Aäron en zijn zonen in de tabernakel komen en de voorhang van de deksel, d.i. het voorhangsel, dat het Heilige der Heiligen van het Heilige afscheidt, afnemen en zullen daarmee de Ark van de Getuigenis bedekken.
En zij zullen een deksel van dassenvellen of eekalfshuiden, dat tot dit doel vervaardigd is (zie “Ex 25.5) daarop, en de met het voorhangsel bedekte tabernakel, leggen en ter onderscheiding van de zetel van de heerlijkheid van de Heere, een geheel kleed van hemelsblauw (Exodus. 28:31) daarbovenop uitspreiden; en zij zullen de handbomen, waarmee de Verbondsark moest gedragen worden en die niet uit haar ringen mogen uitgetrokken worden(Exodus. 25:13 vv.) aanleggen, of met het omkleedsel tegen de ark vastbinden.
Zij zullen ook op de toontafel een kleed van hemelsblauw uitspreiden, en zullen daarop zetten de schotels van de toonbroden, en de reukschalen of wierookschalen, en de kroezen of wijnkannen, en de dekschotels, of de schalen bij het drankoffer gebruikelijk (Exodus. 25:29); ook zal het gedurig brood (Numeri. 24:5 vv.) daarop zijn.
Daarna zullen zij een scharlaken kleed daarover, over deze vaatwerken en toonbroden uitspreiden, en zullen dat met een deksel van dassenvellen, of zeekalfshuiden, tegen de invloed van het weer bedekken; en zij zullen dehandbomen, waarmee de tafel van de toonbroden moet gedragen worden (Exodus. 25:27)), aanleggen (vs.6).
Dan zullen zij een kleed van hemelsblauw nemen, en bedekken de kandelaar van de luchter (Exodus. 25:31 vv.), en zijn lampen en zijn snuiters en zijn a) blusvaten of snuitselbakjes, en al zijn olievaten, waarmee zij aan deze kandelaar dienen.
Ex.25:38
Zij zullen ook deze en al zijn gereedschap in een deksel van dassenvellen, zeekalfshuiden, doen, en zullen hem met zijn toebehoren, op de draagboom of de draagbaar leggen.
En over het gouden reukaltaar zullen zij eveneens een kleed van hemelsblauw uitspreiden en zullen dat met een deksel van dassenvellen, zeekalfshuiden, bedekken; en zij zullen de handbomen, waarmee het altaar gedragen wordt aanleggen (vs.6).
Zij zullen ook nemen alle overige gereedschap van de dienst, waarmee zij in het heiligdom dienen, waartoe men onder meer de dienstkleren van de priesters rekent, en zullen het leggen in een kleed van hemelsblauw, en zullen het met een deksel van dassenvellen, zeekalfshuiden, bedekken; en zij zullen het op de draagboom of de draagbaar leggen.
En zij zullen de as van het brandofferaltaar vegen, en zij zullen, nadat het ontdaan is van de aarde en de stenen, waarmee het is aangevuld (Exodus. 27:1 vv.) daarover een kleed van purper uitspreiden.
En zij zullen daarop leggen al zijn gereedschap, waarmee zij hieraan dienen, de koolpannen of vuurpannen, de krauwelen d.w.z. de drietandige vorken en de schoffels of schoppen, en de sprengbekkens, waarin, bij het slachten van de offerdieren, het bloed wordt opgevangen; in één woord al het gereedschap van het altaar; en zij zullen daarover een deksel van dassenvellen, zeekalfshuiden, uitspreiden, en zullen de handbomen, waarmee het brandofferaltaar moet gedragen worden, aanleggen (vs.6).
Van het koperen wasvat (Exodus. 30:18) wordt hier geen melding gemaakt. Waarschijnlijk werd het als een minder heilig en voor beschadiging minder vatbaar voorwerp niet omwonden, maar onbedekt vervoerd. De vertaling van de “Zeventig” wil dit aanvullen en heeft hier dit vers ingeschoven: “En zij zullen een hemelsblauw dekkleed nemen en daarmee het wasvat en zijn voet bedekken, en zullen het dan in een deksel van dassenvellen hullen, en het op de draagbaar leggen.” Deze aanvulling is echter zonder enige twijfel niet echt.
Als nu Aäron en zijn zonen het dekken van het heiligdom en van alle gereedschap van het heiligdom, in (bij) gelegenheden van het optrekken van het leger, zullenvoleind hebben, zo zullen daarna de zonen van Kahath in de tabernakel komen, om de ingepakte voorwerpen te dragen; 1) maar zij zullen al dat heilige niet onmiddellijk aanraken, dat zij niet sterven, 2) (hoofdstuk 18:3 2 Samuel. 6:6 vv.). Dit is de last van de zonen van Kahath, in de tent der samenkomst.
Men zie hieruit, hoe de tekenen van Gods aanwezigheid in deze wereld bewegelijke dingen zijn; nochthans is het Koninkrijk, dat ons nu aangeboden wordt, een Hemels, een onbewegelijk Koninkrijk, en daarom heeft men dit met alle bereidwilligheid en dankzegging te ontvangen en de genade van God vast te houden, waardoor wij Hem welbehagelijk mogen dienen met eerbied en Godvruchtigheid.
Het priesterlijk karakter, dat aan Israël in zijn geheel, tegenover de natiën van de wereld, eigen is (Exodus. 19:4 vv.) drukt zich in hoge mate in Levi uit, welke God onder de stammen afgezonderd en in nadere betrekking tot Zich gesteld heeft, om te dienen aan Zijn heiligdom (hoofdstuk 16:9). Evenwel, ook hun dienst bepaalt zich tot het uitwendig heiligdom (hoofdstuk 3:28,32). In alle zaken van het altaar, daarentegen en binnen het voorhangsel (hoofdstuk 18:7) dienen alleen de priesters, waaronder wederom de Hogepriester de eerste plaats bekleedt, als de drager en vertegenwoordiger van alle persoonlijke rechten en plichten.
Het opzicht nu van Eleazar, de zoon van Aäron, de Hogepriester (hoofdstuk 3:32) zal zijn over de olie van de luchter (Exodus. 27:20) en het reukwerk van de welriekende specerijen, of de specerijen, die tot reukwerk gebezigd worden (Exodus. 30:34) en het gedurig, het dagelijks, spijsoffer (Exodus. 29:40), en de zalfolie (Exodus. 30:23); het opzicht van de gehele tabernakel en alles, wat daarin is, aan het heiligdom en aan zijn gereedschap, zodat hij dus ook over de dienstverrichtingen van de Kahathieten toezicht te houden heeft, zoals zijn broeder Ithamar over die van de Gersonieten en van de Merarieten (vs.28,33).
En de HEERE, de voorschriften (vs.5-15) nogmaals de priesters tot zorgvuldige betrachting op het hart drukkend, opdat strafgerichten vermeden werden, sprak tot Mozes en Aäron, zeggende:
Gij zult de stam van de geslachten van de Kahathieten, die (vs.4) tot de heiligste diensten aan de tabernakel geroepen, maar juist daardoor aan het meeste gevaar onderhevig zijn, om Mijn toorn te verwekken, nietlaten uitgeroeid worden uit het midden van de Levieten; 1)
God dreigt met de dood, indien zij iets verbodens aanraken. Maar de priesters, de zonen van Aäron, vermaant Hij, om niet door hun zorgeloosheid hun broeders te verderven, omdat, indien zij iets onbedekt laten, zij de oorzaak van hun verderf zouden zijn.
Tot een hoge waardigheid had de Heere Aäron en zijn zonen verheven, maar die hoge waardigheid brengt ook een zware verantwoordelijkheid mee. Aäron wordt hier verantwoordelijk gesteld voor het leven van de Kahathieten.
Maar dit zult gij hun doen, opdat zij leven en niet sterven, als zij tot de Heiligheid der Heiligheden toetreden zullen: Aäron en zijn zonen zullen als alle gereedschappen op de in vs.5 vv. voorgeschrevene wijze zullen ingewikkeld en bedekt zijn, komen, om tegelijk met de Kahathieten (vs.15) de tabernakel binnen te gaan, en stellen hen een ieder over zijn dienst en aan zijn last.
Doch zij, de Kahathieten, zullen niet, zonder door Aäron en zijn zonen vergezeld te zijn, inkomen, om te zien, als men het heiligdom inwindt, opdat zij niet ten straf hiervoor (1 Samuel 6:19) sterven.
En de HEERE, die nu ook omtrent de diensten van de beide andere Levitische geslachten nadere bepalingen geven wil, sprak tot Mozes, zeggende:
Neem ook op de som van de zonen van Gerson, gelijkerwijs gij het die van de zonen van Kahath (vs.2 vv.) gedaan hebt, naar het huis van hun vaderen, naar hun geslachten.
Gij zult hen tellen van dertig jaar en ouder, tot vijftig jaar, al wie inkomt of geschikt is om de geestelijke strijd 1) te strijden, of die dienst te vervullen, opdat hij mede de dienst bedient in de tent dersamenkomst.
Telkens wordt de dienst ten behoeve van het Heilige een strijd genoemd. De Engelse vertaling geeft heerscharen. Het is de militia sacra, de heilige krijgsdienst, de strijd als zinnebeeld van de strijd de geestelijke strijd in de dienst van de Heere, door de Apostel van het geloof de goede strijd van het geloof genaamd.
Dit 1) zal zijn de dienst van de geslachten van de Gersonieten, in het dienen en in het dragen van de last van de voorwerpen, die in hoofdstuk 3:25 vv. reeds genoemd zijn;
Gering in schijn en lastig was het werk, dat zowel aan de zonen van Gerson als aan die van Merari werd opgedragen. Want de vaten en de tent met haar gereedschappen te dragen, de tafel en de balken en de kolommen was een harde en niet minder een slaafse arbeid. Maar hieruit leren wij, dat in de dienst van God niets verachtelijk is, maar dat men vrolijk en wel zijn plicht heeft te vervullen, omdat het ons een overvloedige weldaad moet zijn, wanneer God zich verwaardigt, ons uit te kiezen tot bedienaars van Zijn heiligdom, opdat noch verdriet noch trots ons in het uitoefenen van ons ambt hinderlijk zij.
Zij zullen dan dragen de gordijnen van de tabernakel, de binnenste bekleedsels (Exodus. 26:1-6) en de tent der samenkomst, te weten haar tweede en derde deksel, (Exodus. 26:7-13), en het dassendeksel, of het dekkleed van zeekalfshuiden, dat als het vierde er bovenop is, (Exodus. 26:14) en het deksel van de deur van de tent der samenkomst (Exodus. 26:36 vv.);
En de behangselen van de voorhof, waardoor dit afgesloten is (Exodus. 27:9 vv.), en het deksel van de deur van de poort van de voorhof, dat is bij de tabernakel en bij het brandofferaltaar, zodat het deze rondom omgeeft, (Exodus. 27:16); en hun, (namelijk van de reeds genoemde gordijnen, dekkleden en voorhangsels van de beide ingangen) hun touwen en al het gereedschap, dat zij tot uitoefening van hun dienst nodig hebben (Exodus. 27:19), bovendien al, wat daarvoor bereid wordt, opdat zij dienen.
De laatste woorden van dit vers worden ook aldus vertaald: en al, wat daaromtrent d.i. betreffende de in dit vers genoemde behangselen en kleden met hun toebehoren gedaan moet worden, behoort tot hun dienst.
De gehele dienst van de zonen van de Gersonieten in al hun lasten in al hun dienst, zal zijn of plaats hebben, naar het bevel 1) van Aäron en van zijn zonen, die aan ieder zijn bijzonder werk van hetgeen hij te dragen of te doen heeft, hebben aan te wijzen; en gij, Aäron en zijn zonen, zult hun, ter bewaring, al hun last bevelen, 2) en dus alles opzettelijk en nauwkeurig aanwijzen en opdragen, wat tot hun arbeid behoort.
In het Hebreeuws Al-phi, eigenlijk naar de mond van, d.i. hier: zoals Aäron en zijn zonen het zullen aanwijzen. Zij mochten niets uit eigen autoriteit doen.
Of, gij zult hun opdragen, al hun last, welke zij te bezorgen hebben. Aäron is het hoofd van de Levieten. Alle verantwoordelijkheid rust op Hem. Zij hebben alle bevelen stipt te gehoorzamen.
Dit, wat zo-even is opgegeven, is de dienst van de geslachten van de zonen van de Gersonieten, in de tent der samenkomst; en hun wacht of hun dienstwerk zal zijn onder de hand d.i. onder het opzicht, bestuur en bevel van Ithamar, de tweede, nog levende zoon van Aäron, de Hogepriester.
Aangaande de zonen van Merari, die zult gij, naar hun geslachten en naar het huis van hun vaderen, tellen.
Gij zult hen tellen van dertig jaar en ouder, tot vijftig jaar oud, al wie inkomt tot deze strijd (vs.3,23), om te bedienen de dienst van de tent der samenkomst.
Dit zal nu zijn de onderhouding van hun last, naar al hun dienst, in de tent der samenkomst: de stijlen van de tabernakel of de 48 planken, waaruit het geraamte van de tabernakel bestaat (Exodus. 26:15 vv.) en zijn3 x 5 richels, waarmee de planken bijeengehouden worden (Exodus. 26:26 vv.) en zijn 4 pilaren, waaraan het voorhangsel bevestigd is, dat het Heilige der Heiligen van het Heilige scheidt, alsook de 5 pilaren, die aan de ingang van het heiligdom staan, en zijn voeten of zijn onderlagen (Exodus. 26:32,37), alsook de voetstukken van de planken;
Bovendien de zestig pilaren van de voorhof, die het rondom omgeven (Exodus. 27:9 vv.) en hun voeten of voetstukken, en hun pennen, en hun touwen met al hun gereedschap en met al hun dienst, die zij, bij het afbrekenen weer oprichten van het gebouw nodig hebben; en het gereedschap van de waarneming van hun last, het gereedschap, dat zij te dragen en waarvoor zij, naar hun bijzondere bestemming, te zorgen hebben, zult gij bij namen tellen, zodat gij nauwkeurig opneemt, hoeveel stuks en welke voorwerpen hun toevertrouwd zijn, opdat er niets verloren ga.
Dit is de dienst van de geslachten van de zonen van Merari, naar hun gehele dienst, die zij, evenals de Gersonieten (vs.28) in de tent der samenkomst, onder de hand van Ithamar, de zoon van Aäron, de Hogepriester, te verrichten hebben.
Mozes dan en Aäron en de oversten van de vergadering, die hun tot helpers dienden, telden, overeenkomstig de goddelijke last (vs.2) de zonen van de Kahathieten, naar hun geslachten en naar het huis van hun vaderen:
Van dertig jaar en ouder, tot vijftig jaar, al wil inkwam tot deze strijd (vs.3,23) tot de dienst in de tent der samenkomst.
Hun getelden nu waren, naar hun geslachten, tweeduizend zevenhonderd en vijftig (2750). Van de in hoofdstuk 3:28 opgegeven hoofdsom van de Kahathieten bleken daarom 5850 door hun jeugd of ouderdom, of ook anderszins niet tot de dienst geschikt te zijn.
Dit zijn de getelden van de geslachten van de Kahathieten, van al wie in de tent der samenkomst diende, welke Mozes en Aäron geteld hebben, naar het bevel van de HEERE, door de hand van Mozes.
Evenzo de getelden van de zonen van Gerson, naar hun geslachten en naar het huis van hun vaderen:
Van dertig jaar en ouder, tot vijftig jaar, al wie inkwam tot deze strijd (vs.3,23) tot de dienst in de tent der samenkomst.
Hun getelden waren, naar hun geslachten, naar het huis van hun vaderen, tweeduizend zeshonderd en dertig (2630). Te jong of te oud of anderszins ongeschikt waren 4870 (hoofdstuk 3:22).
Deze zijn de getelden van de geslachten van de zonen van Gerson, van al wie in de tent der samenkomst diende, welke Mozes en Aäron telden, naar het bevel van de HEERE.
En de getelden van de geslachten van de zonen van Merari, naar hun geslachten, naar het huis van hun vaderen;
Van dertig jaar en ouder, tot vijftig jaar, al wie inkwam tot deze strijd (vs.3,23), tot de dienst in de tent der samenkomst;
Hun getelden nu waren naar hun geslachten, drieduizend en tweehonderd (3200), te jong dus of te oud of anderszins ongeschikt waren 3000 (hoofdstuk 3:34).
Deze zijn de getelden van de geslachten van de zonen van Merari, 1) welke Mozes en Aäron geteld hebben, naar het bevel van de HEERE, door de hand van Mozes.
Dat de Merarieten in het geheel maar waren zesduizend tweehonderd, en dat er nochthans van deze waren drieduizend en tweehonderd, die dienst konden doen, hetgeen ruim de helft was, hebbe men wel op te merken. De zwaarste en grootste last lag op dat geslacht, n.l. de stijlen, de pilaren en de voeten van de tabernakel, en daarom had de Heere in Zijn Voorzienigheid het zo geschikt, dat, terwijl van de Kahathieten en Gersonieten, wiens werk licht was, slechts omtrent een derde gedeelte zich in staat bevond, om dienst te doen, de Merarieten daarentegen, alhoewel zij de minsten in getal waren, nochthans de meeste bekwame mannen uitleverden; want wat ook de dienst zijn mocht, waartoe de Heere de mensen roept, Hij zal hen nochthans genoegzame genade en sterkte verlenen naar de eis van het werk.
Al de getelden, welke Mozes en Aäron en de oversten van Israël geteld hebben van de Levieten, naar hun geslachten en naar het huis van hun vaderen.
Van dertig jaar en ouder, tot vijftig jaar, al wie inkwam om de dienst van de bediening en de dienst van de last in de tent der samenkomst te bedienen, d.i. al, die in staat bevonden werden, om, hetzij door andere arbeid, of door het dragen van lasten zijn dienst ten aanzien van de tabernakel te bewijzen;
Hun getelden waren achtduizend vijfhonderd en tachtig, (8580 = 2750 + 2630 + 3200).
Men telde hen naar het bevel van de HEERE, door de hand van Mozes, een ieder naar zijn dienst en naar zijn last; en zijn (Mozes) getelden waren, die de HEERE Mozes geboden had.
Deze som staat in juiste verhouding tot de algemene som van dr Levieten, zoals die in hoofdstuk 3:39 is opgegeven. In België bijv. beleven op het land op een bevolking van 10.000 mannelijke personen, 8926 de eerste maand, 4572 bereiken de ouderdom van 30 en 3588 die van 50 jaren. Een bijzondere lichaamstoestand werd bij de Levieten niet gevorderd, zoals bij de priesters, die van gebreken vrij moesten zijn (Leviticus. 21:16 enz.); alzo waren slechts zij voor de dienst ongeschikt, die aan gebreken onderhevig waren, die hen van het praktische leven uitsloten. Hun wordt ook niet, zoals de priesters, (Leviticus. 21:1 enz.) een bijzondere levenswijze voorgeschreven, maar slechts hiervoor wordt gezorgd, dat zij door vrijdom van het gewone beroep, dat naar de theocratische bepaling in de landbouw bestaat, zich uitsluitend aan de dienst van het heiligdom wijden kunnen. Over de wijding van de Levieten (hoofdstuk 8:5); aangaande hun levensonderhoud, (hoofdstuk 18:21 vv.), en betreffende hun woonplaats in het land Kanaän (hoofdstuk 35:1 vv.).
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel