Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En de hoofden der vaderen van het geslacht de kinderen van Gilead, den zoon van Machir, den zoon van Manasse, uit de geslachten der kinderen van Jozef, traden toe, en spraken voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht der oversten, hoofden van de vaderen der kinderen Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En de hoofdenH7218 der vaderenH1 van het geslachtH4940 de kinderenH1121 van GileadH1568, den zoonH1121 van MachirH4353, den zoonH1121 van ManasseH4519, uit de geslachtenH4940 der kinderenH1121 van JozefH3130, tradenH7126 toe, en sprakenH1696 voor het aangezichtH6440 van MozesH4872, en voor het aangezichtH6440 der overstenH5387, hoofdenH7218 van de vaderenH1 der kinderenH1121IsraelsH3478.En de hoofden der vaderen van het geslacht de kinderen van Gilead, den zoon van Machir, den zoon van Manasse, uit de geslachten der kinderen van Jozef, traden toe, en spraken voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht der oversten, hoofden van de vaderen der kinderen Israels.
KJVAnd the chief2fathers3of the families4of the children5of Gilead,6the son7of Machir,8the son9of Manasseh,10of the families11of the sons12of Joseph,13came near,1and spake14before15Moses,16and before17the princes,18the chief19fathers20of the children21of Israel:
1וַֽיִּקְרְב֞וּH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2רָאשֵׁ֣יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top3הָֽאָב֗וֹתH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4לְמִשְׁפַּ֤חַתH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)5בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6גִלְעָד֙H1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8מָכִ֣ירH4353MachirMachir9בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10מְנַשֶּׁ֔הH4519ManasseManasseh11מִֽמִּשְׁפְּחֹ֖תH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)12בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13יוֹסֵ֑ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)14וַֽיְדַבְּר֞וּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work15לִפְנֵ֤יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses17וְלִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you18הַנְּשִׂאִ֔יםH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour19רָאשֵׁ֥יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top20אָב֖וֹתH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'21לִבְנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth22יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
2En zeiden: De HEERE heeft mijn heer geboden, dat land door het lot aan de kinderen Israels in erfenis te geven; en mijn heer is door den HEERE geboden, de erfenis van onzen broeder Zelafead te geven aan zijn dochteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En zeidenH559: De HEEREH3068 heeft mijn heerH113gebodenH6680, dat landH776 door het lotH1486 aan de kinderenH1121IsraelsH3478 in erfenisH5159 te geven; en mijn heerH113 is door den HEEREH3068gebodenH6680, de erfenisH5159 van onzen broederH251ZelafeadH6765 te geven aan zijn dochterenH1323.En zeiden: De HEERE heeft mijn heer geboden, dat land door het lot aan de kinderen Israels in erfenis te geven; en mijn heer is door den HEERE geboden, de erfenis van onzen broeder Zelafead te geven aan zijn dochteren.
KJVAnd they said,1The LORD5commanded4my lord3to give6the land8for an inheritance9by lot10to the children11of Israel:12and my lord13was commanded14by the LORD15to give16the inheritance18of Zelophehad19our brother20unto his daughters.
1וַיֹּאמְר֗וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֲדֹנִי֙H113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'4צִוָּ֣הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order5יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6לָתֵ֨תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הָאָ֧רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9בְּנַחֲלָ֛הH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)10בְּגוֹרָ֖לH1486lot, loten, lotslot11לִבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13וַֽאדֹנִי֙H113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'14צֻוָּ֣הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order15בַֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16לָתֵ֗תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield17אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18נַחֲלַ֛תH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)19צְלָפְחָ֥דH6765ZelafeadZelophehad20אָחִ֖ינוּH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'21לִבְנֹתָֽיוH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village
3Wanneer zij een van de zonen der andere stammen van de kinderen Israels tot vrouwen zouden worden, zo zou haar erfenis van de erfenis onzer vaderen afgetrokken worden, en toegedaan zijn tot de erfenis van dien stam, aan welken zij geworden zouden; alzo zou van het lot onzer erfenis worden afgetrokken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Wanneer zijH1961eenH259 van de zonenH1121 der andere stammenH7626 van de kinderenH1121IsraelsH3478 tot vrouwenH802 zouden worden, zo zou haar erfenisH5159 van de erfenisH5159 onzer vaderenH1afgetrokkenH1639 worden, en toegedaanH3254 zijn tot de erfenisH5159 van dien stamH4294, aanH5921welkenH834zijH1961 geworden zouden; alzo zou van het lotH1486 onzer erfenisH5159 worden afgetrokkenH1639.Wanneer zij een van de zonen der andere stammen van de kinderen Israels tot vrouwen zouden worden, zo zou haar erfenis van de erfenis onzer vaderen afgetrokken worden, en toegedaan zijn tot de erfenis van dien stam, aan welken zij geworden zouden; alzo zou van het lot onzer erfenis worden afgetrokken.
KJVAnd if they be married7to any2of the sons3of the other tribes4of the children5of Israel,6then shall their inheritance9be taken8from the inheritance10of our fathers,11and shall be put12to the inheritance14of the tribe15whereunto they are received: so shall it be taken21from the lot19of our inheritance.
1וְ֠הָיוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2לְאֶחָ֞דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,3מִבְּנֵ֨יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4שִׁבְטֵ֥יH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe5בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6יִשְׂרָאֵל֮H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7לְנָשִׁים֒H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8וְנִגְרְעָ֤הH1639afgetrokken, afdoen, verminderenabate, clip, (di-) minish, do (take) away, keep back, restrain, make small, withdraw9נַחֲלָתָן֙H5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)10מִנַּחֲלַ֣תH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)11אֲבֹתֵ֔ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'12וְנוֹסַ֕ףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield13עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14נַחֲלַ֣תH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)15הַמַּטֶּ֔הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe16אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17תִּהְיֶ֖ינָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use18לָהֶ֑ם19וּמִגֹּרַ֥לH1486lot, loten, lotslot20נַחֲלָתֵ֖נוּH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)21יִגָּרֵֽעַH1639afgetrokken, afdoen, verminderenabate, clip, (di-) minish, do (take) away, keep back, restrain, make small, withdraw
4Als ook de kinderen Israels een jubeljaar zullen hebben, zo zou haar erfenis toegedaan zijn tot de erfenis van dien stam, aan welken zij zouden geworden zijn; alzo zou haar erfenis van de erfenis van den stam onzer vaderen afgetrokken worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Als ook de kinderenH1121IsraelsH3478 een jubeljaarH3104 zullen hebben, zo zou haar erfenisH5159toegedaanH3254 zijn tot de erfenisH5159 van dien stamH4294, aanH5921 welken zij zouden geworden zijnH1961; alzo zou haar erfenisH5159 van de erfenisH5159 van den stamH4294 onzer vaderenH1afgetrokkenH1639 worden.Als ook de kinderen Israels een jubeljaar zullen hebben, zo zou haar erfenis toegedaan zijn tot de erfenis van dien stam, aan welken zij zouden geworden zijn; alzo zou haar erfenis van de erfenis van den stam onzer vaderen afgetrokken worden.
KJVAnd when the jubile3of the children4of Israel5shall be, then shall their inheritance7be put6unto the inheritance9of the tribe10whereunto they are received: so shall their inheritance14be taken away17from the inheritance18of the tribe15of our fathers.
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2יִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3הַיֹּבֵל֮H3104jubeljaar, ramshoornjubile, ram's horn, trumpet4לִבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יִשְׂרָאֵל֒H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6וְנֽוֹסְפָה֙H3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield7נַחֲלָתָ֔ןH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)8עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9נַחֲלַ֣תH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)10הַמַּטֶּ֔הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe11אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12תִּהְיֶ֖ינָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13לָהֶ֑ם14וּמִֽנַּחֲלַת֙H5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)15מַטֵּ֣הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe16אֲבֹתֵ֔ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'17יִגָּרַ֖עH1639afgetrokken, afdoen, verminderenabate, clip, (di-) minish, do (take) away, keep back, restrain, make small, withdraw18נַחֲלָתָֽןH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)
5Toen gebood Mozes den kinderen Israels, naar des HEEREN mond, zeggende: De stam der kinderen van Jozef spreekt recht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Toen geboodH6680MozesH4872 den kinderenH1121IsraelsH3478, naar des HEERENH3068mondH6310, zeggendeH559: De stamH4294 der kinderenH1121 van JozefH3130spreektH1696rechtH3651.Toen gebood Mozes den kinderen Israels, naar des HEEREN mond, zeggende: De stam der kinderen van Jozef spreekt recht.
KJVAnd Moses2commanded1the children4of Israel5according to the word7of the LORD,8saying,9The tribe11of the sons12of Joseph13hath said
1וַיְצַ֤וH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7פִּ֥יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word8יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10כֵּ֛ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you11מַטֵּ֥הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe12בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13יוֹסֵ֖ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)14דֹּבְרִֽיםH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
6Dit is het woord, dat de HEERE van de dochteren van Zelafead geboden heeft, zeggende: Laat zij dien tot vrouwen worden, die in haar ogen goed zal zijn; alleenlijk, dat zij aan het geslacht van haars vaders stam tot vrouwen worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6DitH2088 is het woordH1697, dat de HEEREH3068 van de dochterenH1323 van ZelafeadH6765gebodenH6680 heeft, zeggendeH559: Laat zij dien tot vrouwenH802 worden, die in haar ogenH2896goedH5869 zal zijn; alleenlijk, dat zij aan het geslachtH4940 van haars vadersH1stamH4294 tot vrouwenH802 worden.Dit is het woord, dat de HEERE van de dochteren van Zelafead geboden heeft, zeggende: Laat zij dien tot vrouwen worden, die in haar ogen goed zal zijn; alleenlijk, dat zij aan het geslacht van haars vaders stam tot vrouwen worden.
KJVThis is the thing2which the LORD5doth command4concerning the daughters6of Zelophehad,7saying,8Let them marry12to whom they think10best;9only to the family14of the tribe15of their father16shall they marry.
1זֶ֣הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)2הַדָּבָ֞רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4צִוָּ֣הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order5יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6לִבְנ֤וֹתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village7צְלָפְחָד֙H6765ZelafeadZelophehad8לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9לַטּ֥וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)10בְּעֵינֵיהֶ֖םH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)11תִּהְיֶ֣ינָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12לְנָשִׁ֑יםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English13אַ֗ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)14לְמִשְׁפַּ֛חַתH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)15מַטֵּ֥הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe16אֲבִיהֶ֖םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'17תִּהְיֶ֥ינָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use18לְנָשִֽׁיםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English
7Zo zal de erfenis van de kinderen Israels niet omgewend worden van stam tot stam; want de kinderen Israels zullen aanhangen, een ieder aan de erfenis van den stam zijner vaderen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Zo zal de erfenisH5159 van de kinderenH1121IsraelsH3478nietH3808omgewendH5437 worden van stamH4294totH413stamH4294; wantH3588 de kinderenH1121IsraelsH3478 zullen aanhangenH1692, een iederH376 aan de erfenisH5159 van den stamH4294 zijner vaderenH1.Zo zal de erfenis van de kinderen Israels niet omgewend worden van stam tot stam; want de kinderen Israels zullen aanhangen, een ieder aan de erfenis van den stam zijner vaderen.
KJVSo shall not the inheritance3of the children4of Israel5remove2from tribe6to tribe:8for every one10of the children15of Israel16shall keep14himself to the inheritance11of the tribe12of his fathers.
1וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תִסֹּ֤בH5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)3נַחֲלָה֙H5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)4לִבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6מִמַּטֶּ֖הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8מַטֶּ֑הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe9כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10אִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11בְּנַחֲלַת֙H5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)12מַטֵּ֣הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe13אֲבֹתָ֔יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'14יִדְבְּק֖וּH1692kleeft, kleven, aanhangenabide fast, cleave (fast together), follow close (hard after), be joined (together), keep (fast), overtake, pursue hard, stick, take15בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
8Voorts zal elke dochter, die een erfenis erft, van de stammen der kinderen Israels, ter vrouw worden aan een van het geslacht van den stam haars vaders; opdat de kinderen Israels erfelijk bezitten, een ieder de erfenis zijner vaderen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Voorts zal elke dochterH1323, die een erfenisH5159erftH3423, van de stammenH4294 der kinderenH1121IsraelsH3478, ter vrouwH802 worden aan eenH259 van het geslachtH4940 van den stamH4294 haars vadersH1; opdatH4616 de kinderenH1121IsraelsH3478erfelijkH3423 bezitten, een ieder de erfenisH5159 zijner vaderenH1.Voorts zal elke dochter, die een erfenis erft, van de stammen der kinderen Israels, ter vrouw worden aan een van het geslacht van den stam haars vaders; opdat de kinderen Israels erfelijk bezitten, een ieder de erfenis zijner vaderen.
KJVAnd every daughter,2that possesseth3an inheritance4in any tribe5of the children6of Israel,7shall be wife13unto one8of the family9of the tribe10of her father,11that the children16of Israel17may enjoy15every man18the inheritance19of his fathers.
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2בַּ֞תH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village3יֹרֶ֣שֶׁתH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly4נַחֲלָ֗הH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)5מִמַּטּוֹת֮H4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe6בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7יִשְׂרָאֵל֒H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8לְאֶחָ֗דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,9מִמִּשְׁפַּ֛חַתH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)10מַטֵּ֥הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe11אָבִ֖יהָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'12תִּהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13לְאִשָּׁ֑הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English14לְמַ֗עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to15יִֽירְשׁוּ֙H3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly16בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael18אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)19נַחֲלַ֥תH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)20אֲבֹתָֽיוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
9Zo zal de erfenis niet omgewend worden van den enen stam tot den anderen; want de stammen der kinderen Israels zullen aanhangen, een ieder aan zijn erfenis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Zo zal de erfenisH5159nietH3808omgewendH5437 worden van den enen stamH4294 tot den anderen; wantH3588 de stammenH4294 der kinderenH1121IsraelsH3478 zullen aanhangenH1692, een iederH376 aan zijn erfenisH5159.Zo zal de erfenis niet omgewend worden van den enen stam tot den anderen; want de stammen der kinderen Israels zullen aanhangen, een ieder aan zijn erfenis.
KJVNeither shall the inheritance3remove2from one tribe4to another6tribe;5but every one8of the tribes11of the children12of Israel13shall keep10himself to his own inheritance.
1וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תִסֹּ֧בH5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)3נַחֲלָ֛הH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)4מִמַּטֶּ֖הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe5לְמַטֶּ֣הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe6אַחֵ֑רH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange7כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8אִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9בְּנַ֣חֲלָת֔וֹH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)10יִדְבְּק֕וּH1692kleeft, kleven, aanhangenabide fast, cleave (fast together), follow close (hard after), be joined (together), keep (fast), overtake, pursue hard, stick, take11מַטּ֖וֹתH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe12בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
10Gelijk als de HEERE Mozes geboden had, alzo deden de dochteren van Zelafead;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Gelijk als de HEEREH3068MozesH4872gebodenH6680 had, alzoH3651dedenH6213 de dochterenH1323 van ZelafeadH6765;Gelijk als de HEERE Mozes geboden had, alzo deden de dochteren van Zelafead;
KJVEven as the LORD3commanded2Moses,5so did7the daughters8of Zelophehad:
1כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order3יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5מֹשֶׁ֑הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses6כֵּ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you7עָשׂ֖וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8בְּנ֥וֹתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village9צְלָפְחָֽדH6765ZelafeadZelophehad
11Want Machla, Thirza, en Hogla, en Milka, en Noa, dochteren van Zelafead, zijn den zonen harer ooms tot vrouwen geworden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Want MachlaH4244, ThirzaH8656, en HoglaH2295, en MilkaH4435, en NoaH5270, dochterenH1323 van ZelafeadH6765, zijnH1961 den zonenH1121 harer oomsH1730 tot vrouwenH802 geworden.Want Machla, Thirza, en Hogla, en Milka, en Noa, dochteren van Zelafead, zijn den zonen harer ooms tot vrouwen geworden.
12Onder de geslachten van de kinderen van Manasse, den zoon van Jozef, zijn zij tot vrouwen geworden; alzo bleef haar erfenis aan den stam van het geslacht haars vaders.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Onder de geslachtenH4940 van de kinderenH1121 van ManasseH4519, den zoonH1121 van JozefH3130, zijnH1961zijH1961 tot vrouwenH802 geworden; alzo bleef haar erfenisH5159aanH5921 den stamH4294 van het geslachtH4940 haars vadersH1.Onder de geslachten van de kinderen van Manasse, den zoon van Jozef, zijn zij tot vrouwen geworden; alzo bleef haar erfenis aan den stam van het geslacht haars vaders.
KJVAnd they were married7into the families1of the sons2of Manasseh3the son4of Joseph,5and their inheritance9remained in the tribe11of the family12of their father.
1מִֽמִּשְׁפְּחֹ֛תH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)2בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3מְנַשֶּׁ֥הH4519ManasseManasseh4בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יוֹסֵ֖ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)6הָי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7לְנָשִׁ֑יםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8וַתְּהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9נַחֲלָתָ֔ןH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11מַטֵּ֖הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe12מִשְׁפַּ֥חַתH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)13אֲבִיהֶֽןH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
13Dat zijn de geboden en de rechten, die de HEERE door de dienst van Mozes aan de kinderen Israels geboden heeft, in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13DatH834 zijn de geboden en de rechtenH4941, die de HEEREH3068 door de dienstH3027 van MozesH4872 aan de kinderenH1121IsraelsH3478 geboden heeft, in de vlakke veldenH6160 der MoabietenH4124, aan de JordaanH3383 van JerichoH3405.Dat zijn de geboden en de rechten, die de HEERE door de dienst van Mozes aan de kinderen Israels geboden heeft, in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho.
Ook in dit vers
gebodenH4687
gebodenH6680
KJVThese are the commandments2and the judgments,3which the LORD6commanded5by the hand7of Moses8unto the children10of Israel11in the plains12of Moab13by Jordan15near Jericho.
1אֵ֣לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2הַמִּצְוֺ֞תH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept3וְהַמִּשְׁפָּטִ֗יםH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong4אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5צִוָּ֧הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order6יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12בְּעַֽרְבֹ֣תH6160vlakke velden, vlakke veld, wildernisArabah, champaign, desert, evening, heaven, plain, wilderness. See also H1026 (בֵּית הָעֲרָבָה)13מוֹאָ֔בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab14עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15יַרְדֵּ֥ןH3383JordaanJordan16יְרֵחֽוֹH3405JerichoJericho
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Numeri 36:1— En de hoofden der vaderen van het geslacht de kinderen van Gilead, den zoon van Machir, den zoon van Manasse, uit de geslachten der kinderen van Jozef, traden toe, en spraken voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht der oversten, hoofden van de vaderen der kinderen Israels.Numeri 27:1→1 Kronieken 7:14→Jozua 17:2→Numeri 26:29→
Numeri 36:2— En zeiden: De HEERE heeft mijn heer geboden, dat land door het lot aan de kinderen Israels in erfenis te geven; en mijn heer is door den HEERE geboden, de erfenis van onzen broeder Zelafead te geven aan zijn dochteren.Numeri 33:54→Numeri 27:1→Jozua 14:1→Jozua 13:6→Jozua 17:3→Job 42:15→Numeri 26:55→
Numeri 36:4— Als ook de kinderen Israels een jubeljaar zullen hebben, zo zou haar erfenis toegedaan zijn tot de erfenis van dien stam, aan welken zij zouden geworden zijn; alzo zou haar erfenis van de erfenis van den stam onzer vaderen afgetrokken worden.Jesaja 61:2→Leviticus 25:10→Leviticus 25:23→Lukas 4:18→
Numeri 36:5— Toen gebood Mozes den kinderen Israels, naar des HEEREN mond, zeggende: De stam der kinderen van Jozef spreekt recht.Numeri 27:7→Deuteronomium 5:28→
Numeri 36:6— Dit is het woord, dat de HEERE van de dochteren van Zelafead geboden heeft, zeggende: Laat zij dien tot vrouwen worden, die in haar ogen goed zal zijn; alleenlijk, dat zij aan het geslacht van haars vaders stam tot vrouwen worden.Genesis 24:57→Numeri 36:12→Genesis 24:3→2 Korinthe 6:14→
Numeri 36:7— Zo zal de erfenis van de kinderen Israels niet omgewend worden van stam tot stam; want de kinderen Israels zullen aanhangen, een ieder aan de erfenis van den stam zijner vaderen.1 Koningen 21:3→Numeri 36:9→
Numeri 36:8— Voorts zal elke dochter, die een erfenis erft, van de stammen der kinderen Israels, ter vrouw worden aan een van het geslacht van den stam haars vaders; opdat de kinderen Israels erfelijk bezitten, een ieder de erfenis zijner vaderen.1 Kronieken 23:22→
Numeri 36:10— Gelijk als de HEERE Mozes geboden had, alzo deden de dochteren van Zelafead;Mattheüs 28:20→Leviticus 24:23→2 Kronieken 30:12→Exodus 39:42→
Numeri 36:11— Want Machla, Thirza, en Hogla, en Milka, en Noa, dochteren van Zelafead, zijn den zonen harer ooms tot vrouwen geworden.Numeri 27:1→Numeri 26:33→
Numeri 36:13— Dat zijn de geboden en de rechten, die de HEERE door de dienst van Mozes aan de kinderen Israels geboden heeft, in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho.Leviticus 27:34→Numeri 22:1→Leviticus 11:46→Numeri 26:3→Leviticus 13:59→Leviticus 7:37→Numeri 33:50→Leviticus 14:54→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Numeri 36 vers 1— En de hoofden der vaderen van het geslacht de kinderen van Gilead, den zoon van Machir, den zoon van Manasse, uit de geslachten der kinderen van Jozef, traden toe, en spraken voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht der oversten, hoofden van de vaderen der kinderen Israels.
hoofden der vaderen
Wien het toekwam te letten op de zaken, die de algemene welvaart van den gansen stam waren aangaande.
Hertaald:hoofden der vaderen
Aan wie het toekwam om te letten op zaken die het algemeen welzijn van de hele stam betroffen.
hoofden van de vaderen
Van de instelling dezer vergadering, zie boven, Num 11.
Hertaald:hoofden van de vaderen
Zie voor de instelling van deze vergadering hierboven, Num. 11.
Numeri 36 vers 2— En zeiden: De HEERE heeft mijn heer geboden, dat land door het lot aan de kinderen Israels in erfenis te geven; en mijn heer is door den HEERE geboden, de erfenis van onzen broeder Zelafead te geven aan zijn dochteren.
mijn heer
Dat is, u Mozes.
Hertaald:mijn heer
Dat is: u, Mozes.
geboden,
Zie boven, Num. 26:55-56, en Num. 33:54.
Hertaald:geboden,
Zie hierboven, Num. 26:55-56, en Num. 33:54.
geboden,
Zie boven, Num. 27:7. Zij willen zeggen dat het voorgaande gebod, van de erfenissen bij loting uit te delen, hiermede niet wel zou accorderen indien de dochters door het huwelijk de erfenissen aan andere stammen zouden overbrengen, gelijk in het volgende blijkt.
Hertaald:geboden,
Zie hierboven, Num. 27:7. Zij bedoelen dat het voorgaande gebod, om de erfenissen door het lot te verdelen, hier niet goed mee zou overeenkomen als de dochters door hun huwelijk de erfenissen naar andere stammen zouden overbrengen, zoals in het vervolg blijkt.
broeder
Dat is, bloedverwant, zijnde van onzen stam.
Hertaald:broeder
Dat is: bloedverwant, van onze eigen stam.
Zeláfead te geven
Hebreeuws, Tselophchad.
Hertaald:Zeláfead te geven
Hebreeuws: Tselophchad.
Numeri 36 vers 3— Wanneer zij een van de zonen der andere stammen van de kinderen Israels tot vrouwen zouden worden, zo zou haar erfenis van de erfenis onzer vaderen afgetrokken worden, en toegedaan zijn tot de erfenis van dien stam, aan welken zij geworden zouden; alzo zou van het lot onzer erfenis worden afgetrokken.
tot vrouwen zouden worden,
Dat is, trouwen; alzo in het volgende.
Hertaald:tot vrouwen zouden worden,
Dat is: trouwen; zo ook hierna.
Numeri 36 vers 4— Als ook de kinderen Israels een jubeljaar zullen hebben, zo zou haar erfenis toegedaan zijn tot de erfenis van dien stam, aan welken zij zouden geworden zijn; alzo zou haar erfenis van de erfenis van den stam onzer vaderen afgetrokken worden.
jubeljaar zullen hebben,
Waarin een ieder wederkeerde tot zijne bezitting. Zie Lev. 25:13, welke wet door zulke huwelijken zou teniet gedaan worden.
Hertaald:jubeljaar zullen hebben,
Waarin ieder terugkeerde naar zijn bezitting. Zie Lev. 25:13, welke wet door zulke huwelijken teniet zou worden gedaan.
Numeri 36 vers 5— Toen gebood Mozes den kinderen Israels, naar des HEEREN mond, zeggende: De stam der kinderen van Jozef spreekt recht.
mond,
Dat is, bevel; waarmede te kennen wordt gegeven dat Mozes den HEERE hierover eerst raad heeft gevraagd.
Hertaald:mond,
Dat is: bevel; waarmee wordt aangegeven dat Mozes de HEERE hierover eerst om raad heeft gevraagd.
Numeri 36 vers 6— Dit is het woord, dat de HEERE van de dochteren van Zelafead geboden heeft, zeggende: Laat zij dien tot vrouwen worden, die in haar ogen goed zal zijn; alleenlijk, dat zij aan het geslacht van haars vaders stam tot vrouwen worden.
ogen goed zal zijn;
Dat is, die haar zal mogen bevallen; aan welken het haar zal goeddunken.
Hertaald:ogen goed zal zijn;
Dat is: wie haar zal bevallen; aan wie zij zelf de voorkeur geeft.
Numeri 36 vers 8— Voorts zal elke dochter, die een erfenis erft, van de stammen der kinderen Israels, ter vrouw worden aan een van het geslacht van den stam haars vaders; opdat de kinderen Israels erfelijk bezitten, een ieder de erfenis zijner vaderen.
Voorts zal elke dochter,
Dit is nu een generale wet, die het God geliefd heeft bij deze occasie te geven voor den staat van Israël, aangaande de dochters, die bij gebreke van mannelijke erven zouden komen te erven in haar vaderlijk huis.
Hertaald:Voorts zal elke dochter,
Dit is nu een algemene wet, die God bij deze gelegenheid heeft willen geven voor de staat van Israël, over de dochters die bij gebrek aan mannelijke erfgenamen zouden erven in het huis van hun vader.
Numeri 36 vers 12— Onder de geslachten van de kinderen van Manasse, den zoon van Jozef, zijn zij tot vrouwen geworden; alzo bleef haar erfenis aan den stam van het geslacht haars vaders.
bleef haar erfenis
Hebreeuws, was, of is geweest. Zie Ps. 37:18.
Hertaald:bleef haar erfenis
Hebreeuws: was, of is geweest. Zie Ps. 37:18.
Numeri 36 vers 13— Dat zijn de geboden en de rechten, die de HEERE door de dienst van Mozes aan de kinderen Israels geboden heeft, in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Machla — ziekte, of: zwakheid
De oudste van de vijf dochters van Zelafead, uit de stam Manasse, die met haar zusters bij Mozes kwam om het erfrecht van hun overleden vader op te eisen, aangezien hij geen zonen had (Num. 27:1-7). Op Gods bevel werd hun verzoek ingewilligd, en werd de wet vastgesteld dat een erfenis ook op dochters kan overgaan wanneer er geen zonen zijn.
Noa — beweging
Een van de vijf dochters van Zelafead die samen met haar zusters om hun vaderlijk erfdeel vroeg (Num. 27:1-7).
Hogla — patrijs
Een van de vijf dochters van Zelafead die samen met haar zusters om hun vaderlijk erfdeel vroeg (Num. 27:1-7).
Milka — koningin
Een van de vijf dochters van Zelafead die samen met haar zusters om hun vaderlijk erfdeel vroeg (Num. 27:1-7).
I. Vs. 1-13.Kruisverwijzingen1 Koningen 21:3→1 Kronieken 23:22→Numeri 27:1→Numeri 33:54→Numeri 27:7→Genesis 24:57→Numeri 36:12→1 Kronieken 7:14→ — En de hoofden der vaderen van het geslacht de kinderen van Gilead, den zoon van Machir, den zoon van Manasse, uit de geslachten der kinderen van Jozef, traden toe, en spraken voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht der oversten, hoofden van de vaderen der kinderen Israels. En zeiden: De HEERE heeft mijn heer geboden, dat land door het lot aan de kinderen Israels in erfenis te geven; en mijn heer is door den HEERE geboden, de erfenis van onzen broeder Zelafead te geven aan zijn dochteren. Wanneer zij een van de zonen der andere stammen van de kinderen Israels tot vrouwen zouden worden, zo zou haar erfenis van de erfenis onzer vaderen afgetrokken worden, en toegedaan zijn tot de erfenis van dien stam, aan welken zij geworden zouden; alzo zou van het lot onzer erfenis worden afgetrokken. Als ook de kinderen Israels een jubeljaar zullen hebben, zo zou haar erfenis toegedaan zijn tot de erfenis van dien stam, aan welken zij zouden geworden zijn; alzo zou haar erfenis van de erfenis van den stam onzer vaderen afgetrokken worden. Toen gebood Mozes den kinderen Israels, naar des HEEREN mond, zeggende: De stam der kinderen van Jozef spreekt recht. Dit is het woord, dat de HEERE van de dochteren van Zelafead geboden heeft, zeggende: Laat zij dien tot vrouwen worden, die in haar ogen goed zal zijn; alleenlijk, dat zij aan het geslacht van haars vaders stam tot vrouwen worden. Zo zal de erfenis van de kinderen Israels niet omgewend worden van stam tot stam; want de kinderen Israels zullen aanhangen, een ieder aan de erfenis van den stam zijner vaderen. Voorts zal elke dochter, die een erfenis erft, van de stammen der kinderen Israels, ter vrouw worden aan een van het geslacht van den stam haars vaders; opdat de kinderen Israels erfelijk bezitten, een ieder de erfenis zijner vaderen. Zo zal de erfenis niet omgewend worden van den enen stam tot den anderen; want de stammen der kinderen Israels zullen aanhangen, een ieder aan zijn erfenis. Gelijk als de HEERE Mozes geboden had, alzo deden de dochteren van Zelafead; Eindelijk roepen de familiehoofden van het geslacht van de Gileadieten uit de stam van Manasse een verordening van de Heere in aanzijn, welke niet alleen betrekking heeft op het voor ons liggende geval, maar ook later op dergelijke gevallen van toepassing is. Zij meenden, dat door het recht, dat aan de dochters van Zeláfead gegeven was, er inbreuk was gemaakt op het erfgoed van hun vader. Naar deze verordening zijn erfdochters verplicht met geen anderen man te huwen, dan uit haar eigen stam, opdat niet door een huwelijk in een andere stam de erfenis daarin overging, en het oorspronkelijke stamgebied geschonden werd.
KruisverwijzingenNumeri 27:1→1 Kronieken 7:14→Jozua 17:2→Numeri 26:29→— En de hoofden der vaderen van het geslacht de kinderen van Gilead, den zoon van Machir, den zoon van Manasse, uit de geslachten der kinderen van Jozef, traden toe, en spraken voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht der oversten, hoofden van de vaderen der kinderen Israels.
En de hoofden van de vaderen, de hoofden van de vaderhuizen van het geslacht van de kinderen van Gilead, de zoon van Machir, de zoon van Manasse (Genesis 50:23) uit de geslachten van de kinderen van Jozef traden, toen de verordeningen over de uitdeling van het land over de Jordaan (hoofdstuk 3:50-34:29) openbaar werden, toe, en spraken voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht van de oversten, hoofden van de vaderen van de kinderen van Israël, om nog een bedenking te maken op eenaangelegenheid, waarop zij meenden dat moest worden teruggekomen. Het betrof de zaak van de dochters van hun stamgenoot Zeláfead, die in de woestijn gestorven was zonder zonen na te laten, waarbij er een beschikking gemaakt was, dat de erfenis van de vader op de dochters zouovergaan, al huwden zij ook met mannen uit andere stammen. Dit laatste keurden de kinderen van Gilead niet goed, omdat er dan verwarring in de stammen zou komen.
KruisverwijzingenNumeri 33:54→Numeri 27:1→Jozua 14:1→Jozua 13:6→Jozua 17:3→Job 42:15→Numeri 26:55→— En zeiden: De HEERE heeft mijn heer geboden, dat land door het lot aan de kinderen Israels in erfenis te geven; en mijn heer is door den HEERE geboden, de erfenis van onzen broeder Zelafead te geven aan zijn dochteren.
En zeiden: a) de HEERE heeft deels door uw mond, zoals wij zojuist hoorden (hoofdstuk 33:54) mijn heer geboden, dat land door het lot aan de kinderen van Israël in erfenis te geven, b) waardoor toch duidelijk gezegd is, dat iedere stam de hem ten deel wordende erfenis ten eeuwigen dage onverdeeld moge behouden, en mijn heer is deels door de HEERE geboden, in de opgedragen boodschap, de erfenis van onze broeder Zeláfead, die hem zou ten deel gevallen zijn, indien hijnog leefde, te geven aan zijn dochters, opdat zijn naam niet te niet zou gaan in zijn geslacht.
Numeri. 26:55,56 b) Numeri. 27:7 Jozua. 17:3,4
— Wanneer zij een van de zonen der andere stammen van de kinderen Israels tot vrouwen zouden worden, zo zou haar erfenis van de erfenis onzer vaderen afgetrokken worden, en toegedaan zijn tot de erfenis van dien stam, aan welken zij geworden zouden; alzo zou van het lot onzer erfenis worden afgetrokken.
Wanneer, 1) zoals zeer licht geschieden kan, zij een van de zonen van de 11? andere stammen van de kinderen van Israël tot vrouwen zouden worden, zo zou haar erfenis van de erfenis van onze vaderen (Gilead) afgetrokken worden, en toegedaan tot de erfenis van die stam, aan welke zij, doorhaar huwelijk geworden zouden; alzo zou van het lot van onze erfenis worden afgetrokken.
Zij zijn bereid, volkomen bereid, om die dochters mee te laten erven, maar zij komen tevens op voor de onschendbaarheid van hun stamgebied. De mogelijkheid, dat een gedeelte van hun stamgebied in het bezit komt van een andere stam, wensen zij te voorkomen.
KruisverwijzingenJesaja 61:2→Leviticus 25:10→Leviticus 25:23→Lukas 4:18→— Als ook de kinderen Israels een jubeljaar zullen hebben, zo zou haar erfenis toegedaan zijn tot de erfenis van dien stam, aan welken zij zouden geworden zijn; alzo zou haar erfenis van de erfenis van den stam onzer vaderen afgetrokken worden.
Als ook de kinderen van Israël een Jubeljaar zullen hebben, waarin ieder weer tot zijn bezitting en de zijnen komen zal (Leviticus. 25:10-13), zo brengt ons dat in ons geval ook geen herstel van het oorspronkelijkgrondbezit, veeleer zou dan haar erfenis voor altijd toegedaan zijn tot de erfenis van die stam, aan welke zij zou geworden zijn, 1) terwijl, wanneer er ondertussen iets verkocht is geworden, het niet aan ons, maar aan de vroegere bezitter uit die andere stam of aan zijn erfgenamen komt; alzo zou haar erfenis van de erfenis van de stam van onze vaderen afgetrokken worden, 2) en wel zoveel als zij ontvangen en aan de mannen, die zij hebben zullen aanbrengen.
Eigenlijk ging het erfbezit tegelijk bij het huwelijk op de stam over, wanneer de erfdochters trouwden, niet eerst met het Jubeljaar. Maar tot op het Jubeljaar was, in het geval van een kinderloze echt, of van de verkoop van het erfbezit, het terugvallen op de stam van Manasse mogelijk, en stond dit open. In het Jubeljaar echter moest ieder vervreemd grondbezit aan zijn oorspronkelijke eigenaar of diens erfgenamen terugvallen (Leviticus. 25:23 vv.). Daardoor werd de bij een huwelijk plaats gehad hebbende overgang van een erfbezit van de ene stam in de andere voor de toekomst een daadzaak. In deze zin menen de oudsten van de stam van Manasse, dat met het Jubeljaar hun stam een deel van de door het lot hun toegevallen bezittingen ontnomen kon worden.
De vertakking van de geslachten van Manasse was deze: 1. De Machirieten, d.i. alle nakomelingen van Machir, de zoon van Manasse, met uitzondering van de nakomelingen van zijn zoon Gilead, die het hoofd was van een eigen geslacht. 2. De Gileadieten, of de nakomelingen van de voornaamste onder de zonen van Machir, Gilead geheten. Die vormden de halve stam aan de overzijde van de Jordaan (oostelijk Manasse), en bestonden uit 7 gezinnen; tot hen behoorden ook de in hoofdstuk 32:41 vv. genoemde beide hoofden van gezinnen Jair en Nobah. Deze daarentegen vormden de andere halve stam van Manasse, die westelijk van de Jordaan naast Efraim zijn erfdeel ontving. Het laatste was vertakt in 6 geslachten (hoofdstuk 26:30 vv. Jozua. 17:2 ); een van deze geslachten, dat van de Hepherieten, werd door Zeláfead Hephers vermoedelijke eerstgeboren zoon vertegenwoordigd, en moet nu door de vijf dochters van deze voortgeplant worden, daar Hepher geen zonen meer heeft nagelaten.
KruisverwijzingenNumeri 27:7→Deuteronomium 5:28→— Toen gebood Mozes den kinderen Israels, naar des HEEREN mond, zeggende: De stam der kinderen van Jozef spreekt recht.
Toen gebood Mozes de kinderen van Israël, naar de mond van de HEERE, aan wie hij raad had gevraagd in deze omstandigheid, zeggende: De stam van de kinderen van Jozef spreekt recht, wanneer hij aanvoert, dat het recht, dat de erfdochters in hoofdstuk 27:7 vv. verkregen hebben, op de erfenis van de vader niet in tegenspraak mag zijn met het recht van iedere stam op de onverdeelbaarheid van zijn gebied.
KruisverwijzingenGenesis 24:57→Numeri 36:12→Genesis 24:3→2 Korinthe 6:14→— Dit is het woord, dat de HEERE van de dochteren van Zelafead geboden heeft, zeggende: Laat zij dien tot vrouwen worden, die in haar ogen goed zal zijn; alleenlijk, dat zij aan het geslacht van haars vaders stam tot vrouwen worden.
Dit is het woord, dat de HEERE, tot beslissing van het gerezen geschil en ter voltooiing van de vroegere verordening van de dochters van Zeláfead geboden heeft, zeggende: Laat zij die tot vrouwen worden, die in haar ogen goed zal zijn; alleen dat zij aan het geslacht van haar vaders stam tot vrouwen worden, alzo een uit het geslacht van de Heferieten (hoofdstuk 26:32,33).
Kruisverwijzingen1 Koningen 21:3→Numeri 36:9→— Zo zal de erfenis van de kinderen Israels niet omgewend worden van stam tot stam; want de kinderen Israels zullen aanhangen, een ieder aan de erfenis van den stam zijner vaderen.
Zo zal de erfenis van de kinderen van Israël niet omgewend worden van stam tot stam; want de kinderen van Israël zullen aanhangen, een ieder aan de erfenis van de stam van zijn vaderen.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 23:22→— Voorts zal elke dochter, die een erfenis erft, van de stammen der kinderen Israels, ter vrouw worden aan een van het geslacht van den stam haars vaders; opdat de kinderen Israels erfelijk bezitten, een ieder de erfenis zijner vaderen.
Voorts, zoals in het bovengenoemde geval, zo moet ook voortaan in alle andere gevallen op deze wijze gehandeld worden, en zal elke dochter, die naar de wet in hoofdstuk 27:8 een erfenis erft, van de stammen van de kinderen van Israël, tot vrouw worden aan een van het geslacht van de stam haar vaders; opdat de kinderen van Israël erfelijk bezitten, een ieder de erfenis van zijn vaderen.
— Zo zal de erfenis niet omgewend worden van den enen stam tot den anderen; want de stammen der kinderen Israels zullen aanhangen, een ieder aan zijn erfenis.
Zo zal de erfenis niet omgewend worden van de ene stam tot de andere: want de stammen van de kinderen van Israël zullen aanhangen, een ieder aan zijn erfenis.
Het doel van deze bepalingen is duidelijk: ieder gezin moet zonder schending van het stamgebied en zonder vermenging van het eigendom, de bezitting bewaren, zoals die van de Heere ontvangen is, zolang het in mannelijke of vrouwelijke nakomelingen voortleeft. Eerst dan, als het geheel uitsterft, terwijl het huwelijk kinderloos is gebleven, of de daaruit voortspruitende kinderen op minderjarige leeftijd voor de ouders gestorven zijn, zal dit bezit aan de zijlijnen van vaders zijde als erfenis toekomen. Na deze blik in het Mozaische erfrecht moeten wij ook de vraag beantwoorden, die niet rechtstreeks door de wet beslist is: Wanneer wordt een gezin voor uitgestorven gehouden, of wanneer worden de broeders, ooms enz. erfgenamen? Of eerst bij de dood van de kinderloze echtgenoot, of eerst na de dood van zijn vrouw? Wij antwoorden: bij het overlijden van een kinderloze erfbezitter. Ging zijn erfgoed eerst aan zijn broeders of de bloedverwanten van zijn geslacht over, wanneer de weduwe van de gestorven man reeds overleden, of zo ver in jaren gevorderd was, dat zij niet voor de tweede maal in de echt kon treden, met het uitzicht om nog kinderen te krijgen, of niet meer in staat was de bezitting te besturen. Was daarentegen de overblijvende weduwe nog jong genoeg om weer te kunnen trouwen en kinderen te krijgen, dan was naar een oud gebruik de broeder van de gestorven man verplicht het Leviraats-huwelijk (zie Ge 38.8) met haar aan te gaan, in welk geval het onbezeten erfgoed op de eerste zoon, die uit deze echt voortkwam, en die de naam en het geslacht van de overledene moet voortzetten, overging. In elk geval echter, dat er geen broeder van de overledene leefde, of de bestaande broeder weigerde de aangehuwde zuster te huwen, dan kon deze, nadat de broeder zich in aanwezigheid van het gericht aan deze liefdeplicht jegens zijn gestorven broeder had onttrokken, een man buiten de familie huwen, in welk geval haar vermogen of dat van haar overleden man, evenals bij de erfdochters in het bezit van deze tweede man kwam, en geerfd werd door de kinderen, die in dit tweede huwelijk verwekt werden.
Daar de wet zeer bepaald de Instetaat- of natuurlijke erfopvolging vaststelt, waren eigenlijke testamenten geheel overbodig; daarom heeft ook de oudere Hebreeuwse taal niet eens een woord voor een “testament.” Dit veranderde, toen de joden hun vaderland verloren hadden en onder de heidenen verstrooid leefden, toen verscheidene bepalingen van de wet b.v. over de erfakkers vanzelf wegvielen, of belangrijke veranderingen nodig werden. Toen kwamen niet alleen in vorstelijke huizen, maar ook bij bijzondere personen testamenten,yqytyd (Dijeathiki = diayhkn) voor (Galaten. 3:15 Hebr.9:17).
KruisverwijzingenMattheüs 28:20→Leviticus 24:23→2 Kronieken 30:12→Exodus 39:42→— Gelijk als de HEERE Mozes geboden had, alzo deden de dochteren van Zelafead;
Zoals de HEERE aan Mozes in de voorgaande verzen geboden had, alzo deden de dochters van Zeláfead.
KruisverwijzingenNumeri 27:1→Numeri 26:33→— Want Machla, Thirza, en Hogla, en Milka, en Noa, dochteren van Zelafead, zijn den zonen harer ooms tot vrouwen geworden.
Want Machla, Thirza en Hogla en Milka en Noha (hoofdstuk 26:33; 27:1), dochters van Zeláfead zijn de zonen van hun ooms, de broeders van hun vader, tot vrouwen geworden.
— Onder de geslachten van de kinderen van Manasse, den zoon van Jozef, zijn zij tot vrouwen geworden; alzo bleef haar erfenis aan den stam van het geslacht haars vaders.
Onder de geslachten van de kinderen van Manasse, de zoon van Jozef, zijn zij tot vrouwen geworden; alzo bleef haar erfenis, die haar later ten deel viel (Jozua 17:3-6) aan de stam van het geslacht van haar vader, terwijl die zonen van haar ooms, die haar mannen werden, thans de hoofden van het geslacht van de Heferieten uitmaakten.
Het huwelijk, of tenminste de verloving volgde zonder twijfel reeds terstond, en nog gedurende het leven van Mozes; daarmee was dus haar erfdeel aan de halve stam van Manasse in het eigenlijke Kanaan verzekerd, hoewel dit erfdeel haar eerst veel later werkelijk werd gegeven onder Jozua’s bestuur. Er is dus hier geen bewijs te vinden, zoals sommigen willen, voor het beweren, dat al de vijf boeken van Mozes niet door hem zouden geschreven zijn, maar dat deze verzen een bijvoegsel van latere tijd zijn.
KruisverwijzingenLeviticus 27:34→Numeri 22:1→Leviticus 11:46→Numeri 26:3→Leviticus 13:59→Leviticus 7:37→Numeri 33:50→Leviticus 14:54→— Dat zijn de geboden en de rechten, die de HEERE door de dienst van Mozes aan de kinderen Israels geboden heeft, in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho.
Dat, wat van hoofdstuk 25 en bijzonder van hoofdstuk 33:50 af bericht is geworden, zijn de geboden en de rechten, 1) die de HEERE door de dienst van Mozes aan de kinderen van Israël geboden heeft in de vlakkevelden van de Moabieten, aan de Jordaan van Jericho, om de vroegere wetgeving aan de berg Sinai nu voor het intrekken in het eigenlijke Kanaan te voltooien en af te sluiten.
Door deze geboden en rechten werd Israël van alle andere volken onderscheiden. Ook andere oude volken, als Grieken, Romeinen, Feniciers, Indiers hebben op wetten en wetgevers te wijzen; maar geen wetgeving heeft zo diepe en blijvende wortels geslagen, als die, welke Mozes aan het volk van Israël bekend maakte. Wanneer er daarom van God als van de Wetgever gesproken wordt, zo heeft dit een geheel andere betekenis, dan wat van Menes bij de Egyptenaren (Diod.Sic.1.94), van Minos bij de Kretenzers (Odyss.19.179), van Lykurgus bij de Spartanen (Strabo 16.762), van Numa Pompilius bij de Romeinen, van Zoroaster bij de Arimaspers (Dio.Chrysost.Or. 36.93), van Zamolxis bij de Geten (Exodus 1.94), van Zaleukus bij de Locriers (Plut. Numeri 1.11), van Mohammed en andere wetgevers verhaald wordt. De Mozaische wetgeving rust op werkelijke openbaring van God en kan, zonder dat dit in het oog gehouden wordt, net zo min verstaan worden, als de uittocht uit Egypte en de veertigjarige woestijnreis, zo wij daarin de hand van God willen voorbijzien. De wet steunt op hetgeen, waartoe in de aartsvaderlijke tijd de grond gelegd was, en is de verdere ontwikkeling van die grondtrekken, welke reeds in het verbond van God met Abraham gelegd zijn. Zoals God reeds deze aartsvader uit de gemeenschap van de afgodendienst genomen heeft (Jozua 24:2,3), opdat hij de ware en onzichtbare God alleen zou dienen (Genesis 14:22; 17:1), zo is van het volk, zijn nakomelingen, die hij eveneens uit de afgodische gemeenschap van Egypte uitgeleid heeft (Leviticus. 17:7 Amos 5:26 Ezech.20:7,8), Jehova uitsluitend als de ene God en de onzichtbare Koning van het volk (Richteren. 8:23; 1 Samuel. 8:7 Jesaja. 33:22), te vereren en elke afgodendienst te verafschuwen. Daar God verder dit volk reeds in zijn vaderen op zo bijzondere wijze aangenomen had (Psalm. 105:14,15), en Hij ze uit Egypte met een machtige arm onder wonderen en tekenen uitgevoerd heeft, zo is dit volk Zijn eigendom (Ex.19:4,5 Leviticus. 26:12 Deuteronomium. 29:12), en heeft het zich dit door onthouding van alle onreinheid en vermenging met andere volken waardig te maken.
Israël voelde, dat er meer dan de wet nodig was, maar het sloeg de rechte weg niet in. Het meende de wet aan te vullen, door zich bezig te houden met allerlei nietigheden en beuzelarijen, in plaats van door de gehele dienst geleid te worden tot het geloof in Hem, die de wet vervullen zou. Toen de hoogste van de profeten, de Christus, opstond, en de inzettingen des Heeren door werk en leer volmaakte en vervulde, verwierp het Hem en daarmee wat alleen de vloek van de wet in een zegen verkeren kan.
De hoofdsom van alle godsdienstige en zedelijke of burgerlijke, maatschappelijke plichten had God tevoren in een grondwet, de zogenaamde wet van de tien geboden ingescherpt, en deze bij onderscheidene tussenpozen in bijzondere instellingen uitgebreid en vermeerderd. Zo zijn de geboden van de eerste tafel duidelijk in het licht gesteld door veelvuldige voorschriften en bijzondere instellingen, welke alle in de eerste plaats strekten, om dit gedeelte van de zedelijke verplichtingen aan te wijzen, welke wij onmiddellijk aan God verschuldigd zijn, of die uit bijzondere eerbied jegens Hem moeten onderhouden worden. De burgerlijke wetten aan Israël gegeven, hebben wij als nadere uitbreidingen en toepassingen op bijzondere gevallen van het tweede gedeelte, of de tweede tafel van de grondwet aan te merken. Zij hebben alle op het maatschappelijk leven betrekking, en betreffen de plichten, die de ene burger aan de andere, of liever, de ene mens aan de andere verschuldigd is; want de burgermaatschappij wordt in deze wetgeving niet als een gedwongen staatkundige vereniging van aan elkaar vreemde wezens, maar als een vereniging van mensen en broeders aangemerkt. Daarom hebben dan ook deze burgerlijke wetten dit bijzondere en van alle andere, bloot staatkundige, wetgeving onderscheiden, dat zij niet op het grondbeginsel van uitwendige welvaart, maar geheel en al op dat van de zedelijke welvaart rusten, en daaruit onmiddellijk zijn afgeleid, hoewel een volk, waarbij deze nauwkeurig gevolgd werden, de hoogste welvaart genieten moest.
Deze wetten waren door God gegeven, om verdere ontwikkeling te ontvangen (Hos.8:12), zoals wij bij de profeten kunnen opmerken, en vooral bij Jezus Christus zelf (Matth.5). Toen echter na het terugkeren uit de Babylonische ballingschap, de profetische geest begon te versterven, daar met de nu doorgedrongen afkeer van de afgodendienst, men op het uitwendige van de wet zijn gehele hart vestigde, ontstond een gedeeltelijk reine en levendig diepe, gedeeltelijk ook overdreven achting voor de geschreven wet. Er vormde zich nu een bijzondere stand van wetgeleerden, welke openlijk scholen hielden en in groot aanzien stonden. Van toen af trachtten ook de leken naar kennis van de wet, voor welke door vervaardiging van vele geschriften gezegd werd. Afschriften van de wet bevonden zich nu spoedig niet meer alleen in handen van priesters en Levieten en de uit hen voortkomende schriftgeleerden, maar ook in het bezit van welvarenden en belangstellenden onder het volk. Aan de wetgeving kende men evenals aan de wet (Rom.7:12), het heilig zijn toe (2 Makk.6:23,29), beschouwde die als de bron van alle wijsheid (Sir.24:33vv.), als onvergankelijk licht (Wijsh.18:4), hield die voor eeuwig en onvergankelijk (Baruch 4:1, Philo 2.656), en strafte iedere overtreding zeer hard (Jozefus Antig. 20:4,5). Voordrachten werden in de synagogen aan de voorlezing van de wet verbonden.
Met deze geboden en rechten worden al de geboden bedoeld, welke op bevel van God door Mozes in de vlakke velden van Moab zijn gegeven, en welke moesten dienen, om de bij Sinai gegeven aan te vullen en te verduidelijken.
SLOTWOORD
Zoals wij in ons voorwoord voor dit boek reeds opmerkten, wordt ons in Numeri meegedeeld, hoe Israël in het tijdvak, hierin beschreven, wordt voorbereid, om in Kanaän op eigen erf gesteld te worden. Alles wat daarmee middellijk of onmiddellijk in verband staat, wordt ons nauwkeurig meegedeeld. Werd in Leviticus ons bericht, hoe alles, wat God aan Israël gaf, namelijk Zijn instellingen en rechten, tot doel had de heiligheid van het onheilige volk, in Numeri worden we meer gewezen op de inrichting van Israël tot een welgeordende burgerstaat. Daarom die herhaalde bevelen, omtrent de telling van het volk, en de verordeningen, omtrent de inwoning in Kanaän, als een volk wel afgezonderd van de heidenen, als een volk, wiens roeping het wel was, om geheel voor de Heere en Zijn dienst te leven, maar dat daarom niet de rechten en de plichten, die op het burgerlijk leven betrekking hebben, mocht verwaarlozen, maar ook in zijn burgerlijke samenstelling het moest openbaren, dat het een verkregen volk van God was, wiens opperste Koning en Souverein, de Heere God zelf was. Het recht wil God dan ook zo stipt mogelijk gehandhaafd hebben, zoals duidelijk blijkt uit Numeri. 27 in vergelijking met Numeri. 36. Ook de geschiedkundige bijzonderheden wijzen hierop, dat Israël moest worden voorbereid op het wonen in Kanaän, als eigen en verkregen volk des Heeren. Vandaar die straf van zo veel jaren omzwerven in de woestijn, omdat het niet als volk, door de Heere geroepen en door Hem gesterkt, wilde optrekken naar Kanaän. Vandaar de vreselijke geschiedenis bij de “Lustgraven,” omdat het niet als uit Gods eigen hand gevoed wilde zijn. Vandaar het oordeel van de giftige slangen en de plagen, na de afgoderij en hoererij met Baäl-Peor, omdat het ?f terug verlangde naar Egypte, het land van de slavernij, of de dienst van de afgoderij verkoos boven de dienst van hun Verbonds-God. En zowel Aärons dood als Mozes? bestraffing en aankondiging van zijn dood, moest Israël leren en erop voorbereiden, dat God, de Heere, alleen en volkomen gediend wilde worden, en dat, zou het hen in het beloofde land goed gaan, zij altijd hadden te vragen naar de wil van de Heere, terwijl de wegneming van de plagen en de vervulling van de behoeften, hen wees op een God, Die aan de ene zijde rechtvaardig en heilig is, maar aan de andere zijde ook barmhartig en genadig; Die de zonde niet ongestraft kan laten, maar ook voor de berouwhebbende zondaar, uit vrije gunst en goedertierenheid, een God van genade en barmhartigheid is. Wat op Gods bevel door Mozes veranderd werd, omtrent de waarneming en bediening van de Godsdienst en van het Heiligdom, had evenzeer betrekking op hun wonen in Kanaän. Deze wetten werden gegeven met het oog op de straks veranderde toestanden van het volk, en vulden aan, wat reeds vroeger door de Heere was bevolen. En zo blijkt dan ook uit dit boek, hoe de Heere God Israël vaderlijk heeft geleid, terwijl al de omstandigheden de bijzondere beschikkingen van Zijn straffende en zegenende hand rechtvaardigen.
Onder de opmerkelijke gebeurtenissen, die dit boek bevat, merkt men op: 1. De wonderbaarlijke wijze, waarop de Israëlieten veertig jaren lang in de woestijn gevoed en gedrenkt werden, voorafschaduwende de zegeningen, die het Evangelie van Christus over de gelovige gedurende hun aardse pelgrimsreis uitstort. (Vergel. Ex.16:34. 2. De herhaalde murmureringen van het ongelovige volk. 3. De verschrikkelijk oordelen van God over hen, als straf voor hun oproerigheden en tot voorbeeld voor ons. 4. De wonderdadige genezing van de door slangen dodelijk gebeten Israëlieten, die op het zien naar de van God verordende koperen slang genezen werden. (hoofdstuk 21). 5. De vergeefse pogingen van Balak, koning van de Moabieten, om Israël te doen vloeken door de goddeloze profeet Bileam (hoofdstuk 22-24). De meest opmerkelijk personen, die in Numeri genoemd worden, zijn behalve Mozes: zijn godvruchtige en trouwe staatsdienaar, die bij de dood van Mozes door God verkoren werd, om het volk van Israël in het beloofde land Kanaän te brengen; -Korach, Dathan en Abiram, die met hun bendes levend in de aarde verzwolgen werden, vanwege hun opstand tegen God, en Bileam, de slechte profeet, die uit geldliefde het volk Israël wilde vervloeken, om de bijgelovige koning van Moab te believen. In het boek Numeri openbaart God zich door een reeks van wondervolle tussenkomsten van Zijn voorzienigheid; tevens rechtvaardigen al de omstandigheden de buitengewone beschikkingen van Zijn straffende en genaderijke hand, en tonen in ieder opzicht de bestaanbaarheid van deze met Zijn goddelijke bedoelingen en met de wet, die Hij heeft in gesteld.
Niemand legt het boek ongelezen neer, wanneer hij verneemt, dat het zijn naam draagt naar twee tellingen van Israël, of uit de opschriften hier en daar bemerkt, dat hierin bijzondere instellingen van God voor Zijn volk zijn opgetekend. Ook in die tellingen, ook in die wetten is de bijzondere zorg van Israëls Koning en Wetgever te zien, terwijl de Heilige Schrift ons overal de liefelijkste afwisselingen schenkt. Naast de velden, waarop gij de afgemaaide voorgeslachten ziet, liggen de groene weiden, en na de optelling van de rustplaatsen in de woestijn, ontmoet gij Kanaän met zijn vrijsteden, die u zondaar dringen tot de enige vrijstad Jezus Christus. De geschiedenissen van het water uit de rots, van A?rons dood, van de koperen slang, van Bileam en anderen, behoren tot de schoonste en treffendste van de Heilige Schrift.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Numeri 36
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-13.Kruisverwijzingen1 Koningen 21:3→1 Kronieken 23:22→Numeri 27:1→Numeri 33:54→Numeri 27:7→Genesis 24:57→Numeri 36:12→1 Kronieken 7:14→
— En de hoofden der vaderen van het geslacht de kinderen van Gilead, den zoon van Machir, den zoon van Manasse, uit de geslachten der kinderen van Jozef, traden toe, en spraken voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht der oversten, hoofden van de vaderen der kinderen Israels. En zeiden: De HEERE heeft mijn heer geboden, dat land door het lot aan de kinderen Israels in erfenis te geven; en mijn heer is door den HEERE geboden, de erfenis van onzen broeder Zelafead te geven aan zijn dochteren. Wanneer zij een van de zonen der andere stammen van de kinderen Israels tot vrouwen zouden worden, zo zou haar erfenis van de erfenis onzer vaderen afgetrokken worden, en toegedaan zijn tot de erfenis van dien stam, aan welken zij geworden zouden; alzo zou van het lot onzer erfenis worden afgetrokken. Als ook de kinderen Israels een jubeljaar zullen hebben, zo zou haar erfenis toegedaan zijn tot de erfenis van dien stam, aan welken zij zouden geworden zijn; alzo zou haar erfenis van de erfenis van den stam onzer vaderen afgetrokken worden. Toen gebood Mozes den kinderen Israels, naar des HEEREN mond, zeggende: De stam der kinderen van Jozef spreekt recht. Dit is het woord, dat de HEERE van de dochteren van Zelafead geboden heeft, zeggende: Laat zij dien tot vrouwen worden, die in haar ogen goed zal zijn; alleenlijk, dat zij aan het geslacht van haars vaders stam tot vrouwen worden. Zo zal de erfenis van de kinderen Israels niet omgewend worden van stam tot stam; want de kinderen Israels zullen aanhangen, een ieder aan de erfenis van den stam zijner vaderen. Voorts zal elke dochter, die een erfenis erft, van de stammen der kinderen Israels, ter vrouw worden aan een van het geslacht van den stam haars vaders; opdat de kinderen Israels erfelijk bezitten, een ieder de erfenis zijner vaderen. Zo zal de erfenis niet omgewend worden van den enen stam tot den anderen; want de stammen der kinderen Israels zullen aanhangen, een ieder aan zijn erfenis. Gelijk als de HEERE Mozes geboden had, alzo deden de dochteren van Zelafead;
Eindelijk roepen de familiehoofden van het geslacht van de Gileadieten uit de stam van Manasse een verordening van de Heere in aanzijn, welke niet alleen betrekking heeft op het voor ons liggende geval, maar ook later op dergelijke gevallen van toepassing is. Zij meenden, dat door het recht, dat aan de dochters van Zeláfead gegeven was, er inbreuk was gemaakt op het erfgoed van hun vader. Naar deze verordening zijn erfdochters verplicht met geen anderen man te huwen, dan uit haar eigen stam, opdat niet door een huwelijk in een andere stam de erfenis daarin overging, en het oorspronkelijke stamgebied geschonden werd.
En de hoofden van de vaderen, de hoofden van de vaderhuizen van het geslacht van de kinderen van Gilead, de zoon van Machir, de zoon van Manasse (Genesis 50:23) uit de geslachten van de kinderen van Jozef traden, toen de verordeningen over de uitdeling van het land over de Jordaan (hoofdstuk 3:50-34:29) openbaar werden, toe, en spraken voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht van de oversten, hoofden van de vaderen van de kinderen van Israël, om nog een bedenking te maken op eenaangelegenheid, waarop zij meenden dat moest worden teruggekomen. Het betrof de zaak van de dochters van hun stamgenoot Zeláfead, die in de woestijn gestorven was zonder zonen na te laten, waarbij er een beschikking gemaakt was, dat de erfenis van de vader op de dochters zouovergaan, al huwden zij ook met mannen uit andere stammen. Dit laatste keurden de kinderen van Gilead niet goed, omdat er dan verwarring in de stammen zou komen.
En zeiden: a) de HEERE heeft deels door uw mond, zoals wij zojuist hoorden (hoofdstuk 33:54) mijn heer geboden, dat land door het lot aan de kinderen van Israël in erfenis te geven, b) waardoor toch duidelijk gezegd is, dat iedere stam de hem ten deel wordende erfenis ten eeuwigen dage onverdeeld moge behouden, en mijn heer is deels door de HEERE geboden, in de opgedragen boodschap, de erfenis van onze broeder Zeláfead, die hem zou ten deel gevallen zijn, indien hijnog leefde, te geven aan zijn dochters, opdat zijn naam niet te niet zou gaan in zijn geslacht.
Numeri. 26:55,56 b) Numeri. 27:7 Jozua. 17:3,4
Wanneer, 1) zoals zeer licht geschieden kan, zij een van de zonen van de 11? andere stammen van de kinderen van Israël tot vrouwen zouden worden, zo zou haar erfenis van de erfenis van onze vaderen (Gilead) afgetrokken worden, en toegedaan tot de erfenis van die stam, aan welke zij, doorhaar huwelijk geworden zouden; alzo zou van het lot van onze erfenis worden afgetrokken.
Zij zijn bereid, volkomen bereid, om die dochters mee te laten erven, maar zij komen tevens op voor de onschendbaarheid van hun stamgebied. De mogelijkheid, dat een gedeelte van hun stamgebied in het bezit komt van een andere stam, wensen zij te voorkomen.
Als ook de kinderen van Israël een Jubeljaar zullen hebben, waarin ieder weer tot zijn bezitting en de zijnen komen zal (Leviticus. 25:10-13), zo brengt ons dat in ons geval ook geen herstel van het oorspronkelijkgrondbezit, veeleer zou dan haar erfenis voor altijd toegedaan zijn tot de erfenis van die stam, aan welke zij zou geworden zijn, 1) terwijl, wanneer er ondertussen iets verkocht is geworden, het niet aan ons, maar aan de vroegere bezitter uit die andere stam of aan zijn erfgenamen komt; alzo zou haar erfenis van de erfenis van de stam van onze vaderen afgetrokken worden, 2) en wel zoveel als zij ontvangen en aan de mannen, die zij hebben zullen aanbrengen.
Eigenlijk ging het erfbezit tegelijk bij het huwelijk op de stam over, wanneer de erfdochters trouwden, niet eerst met het Jubeljaar. Maar tot op het Jubeljaar was, in het geval van een kinderloze echt, of van de verkoop van het erfbezit, het terugvallen op de stam van Manasse mogelijk, en stond dit open. In het Jubeljaar echter moest ieder vervreemd grondbezit aan zijn oorspronkelijke eigenaar of diens erfgenamen terugvallen (Leviticus. 25:23 vv.). Daardoor werd de bij een huwelijk plaats gehad hebbende overgang van een erfbezit van de ene stam in de andere voor de toekomst een daadzaak. In deze zin menen de oudsten van de stam van Manasse, dat met het Jubeljaar hun stam een deel van de door het lot hun toegevallen bezittingen ontnomen kon worden.
De vertakking van de geslachten van Manasse was deze: 1. De Machirieten, d.i. alle nakomelingen van Machir, de zoon van Manasse, met uitzondering van de nakomelingen van zijn zoon Gilead, die het hoofd was van een eigen geslacht. 2. De Gileadieten, of de nakomelingen van de voornaamste onder de zonen van Machir, Gilead geheten. Die vormden de halve stam aan de overzijde van de Jordaan (oostelijk Manasse), en bestonden uit 7 gezinnen; tot hen behoorden ook de in hoofdstuk 32:41 vv. genoemde beide hoofden van gezinnen Jair en Nobah. Deze daarentegen vormden de andere halve stam van Manasse, die westelijk van de Jordaan naast Efraim zijn erfdeel ontving. Het laatste was vertakt in 6 geslachten (hoofdstuk 26:30 vv. Jozua. 17:2 ); een van deze geslachten, dat van de Hepherieten, werd door Zeláfead Hephers vermoedelijke eerstgeboren zoon vertegenwoordigd, en moet nu door de vijf dochters van deze voortgeplant worden, daar Hepher geen zonen meer heeft nagelaten.
Toen gebood Mozes de kinderen van Israël, naar de mond van de HEERE, aan wie hij raad had gevraagd in deze omstandigheid, zeggende: De stam van de kinderen van Jozef spreekt recht, wanneer hij aanvoert, dat het recht, dat de erfdochters in hoofdstuk 27:7 vv. verkregen hebben, op de erfenis van de vader niet in tegenspraak mag zijn met het recht van iedere stam op de onverdeelbaarheid van zijn gebied.
Dit is het woord, dat de HEERE, tot beslissing van het gerezen geschil en ter voltooiing van de vroegere verordening van de dochters van Zeláfead geboden heeft, zeggende: Laat zij die tot vrouwen worden, die in haar ogen goed zal zijn; alleen dat zij aan het geslacht van haar vaders stam tot vrouwen worden, alzo een uit het geslacht van de Heferieten (hoofdstuk 26:32,33).
Zo zal de erfenis van de kinderen van Israël niet omgewend worden van stam tot stam; want de kinderen van Israël zullen aanhangen, een ieder aan de erfenis van de stam van zijn vaderen.
Voorts, zoals in het bovengenoemde geval, zo moet ook voortaan in alle andere gevallen op deze wijze gehandeld worden, en zal elke dochter, die naar de wet in hoofdstuk 27:8 een erfenis erft, van de stammen van de kinderen van Israël, tot vrouw worden aan een van het geslacht van de stam haar vaders; opdat de kinderen van Israël erfelijk bezitten, een ieder de erfenis van zijn vaderen.
Zo zal de erfenis niet omgewend worden van de ene stam tot de andere: want de stammen van de kinderen van Israël zullen aanhangen, een ieder aan zijn erfenis.
Het doel van deze bepalingen is duidelijk: ieder gezin moet zonder schending van het stamgebied en zonder vermenging van het eigendom, de bezitting bewaren, zoals die van de Heere ontvangen is, zolang het in mannelijke of vrouwelijke nakomelingen voortleeft. Eerst dan, als het geheel uitsterft, terwijl het huwelijk kinderloos is gebleven, of de daaruit voortspruitende kinderen op minderjarige leeftijd voor de ouders gestorven zijn, zal dit bezit aan de zijlijnen van vaders zijde als erfenis toekomen. Na deze blik in het Mozaische erfrecht moeten wij ook de vraag beantwoorden, die niet rechtstreeks door de wet beslist is: Wanneer wordt een gezin voor uitgestorven gehouden, of wanneer worden de broeders, ooms enz. erfgenamen? Of eerst bij de dood van de kinderloze echtgenoot, of eerst na de dood van zijn vrouw? Wij antwoorden: bij het overlijden van een kinderloze erfbezitter. Ging zijn erfgoed eerst aan zijn broeders of de bloedverwanten van zijn geslacht over, wanneer de weduwe van de gestorven man reeds overleden, of zo ver in jaren gevorderd was, dat zij niet voor de tweede maal in de echt kon treden, met het uitzicht om nog kinderen te krijgen, of niet meer in staat was de bezitting te besturen. Was daarentegen de overblijvende weduwe nog jong genoeg om weer te kunnen trouwen en kinderen te krijgen, dan was naar een oud gebruik de broeder van de gestorven man verplicht het Leviraats-huwelijk (zie Ge 38.8) met haar aan te gaan, in welk geval het onbezeten erfgoed op de eerste zoon, die uit deze echt voortkwam, en die de naam en het geslacht van de overledene moet voortzetten, overging. In elk geval echter, dat er geen broeder van de overledene leefde, of de bestaande broeder weigerde de aangehuwde zuster te huwen, dan kon deze, nadat de broeder zich in aanwezigheid van het gericht aan deze liefdeplicht jegens zijn gestorven broeder had onttrokken, een man buiten de familie huwen, in welk geval haar vermogen of dat van haar overleden man, evenals bij de erfdochters in het bezit van deze tweede man kwam, en geerfd werd door de kinderen, die in dit tweede huwelijk verwekt werden.
Daar de wet zeer bepaald de Instetaat- of natuurlijke erfopvolging vaststelt, waren eigenlijke testamenten geheel overbodig; daarom heeft ook de oudere Hebreeuwse taal niet eens een woord voor een “testament.” Dit veranderde, toen de joden hun vaderland verloren hadden en onder de heidenen verstrooid leefden, toen verscheidene bepalingen van de wet b.v. over de erfakkers vanzelf wegvielen, of belangrijke veranderingen nodig werden. Toen kwamen niet alleen in vorstelijke huizen, maar ook bij bijzondere personen testamenten,yqytyd (Dijeathiki = diayhkn) voor (Galaten. 3:15 Hebr.9:17).
Zoals de HEERE aan Mozes in de voorgaande verzen geboden had, alzo deden de dochters van Zeláfead.
Want Machla, Thirza en Hogla en Milka en Noha (hoofdstuk 26:33; 27:1), dochters van Zeláfead zijn de zonen van hun ooms, de broeders van hun vader, tot vrouwen geworden.
Onder de geslachten van de kinderen van Manasse, de zoon van Jozef, zijn zij tot vrouwen geworden; alzo bleef haar erfenis, die haar later ten deel viel (Jozua 17:3-6) aan de stam van het geslacht van haar vader, terwijl die zonen van haar ooms, die haar mannen werden, thans de hoofden van het geslacht van de Heferieten uitmaakten.
Het huwelijk, of tenminste de verloving volgde zonder twijfel reeds terstond, en nog gedurende het leven van Mozes; daarmee was dus haar erfdeel aan de halve stam van Manasse in het eigenlijke Kanaan verzekerd, hoewel dit erfdeel haar eerst veel later werkelijk werd gegeven onder Jozua’s bestuur. Er is dus hier geen bewijs te vinden, zoals sommigen willen, voor het beweren, dat al de vijf boeken van Mozes niet door hem zouden geschreven zijn, maar dat deze verzen een bijvoegsel van latere tijd zijn.
Dat, wat van hoofdstuk 25 en bijzonder van hoofdstuk 33:50 af bericht is geworden, zijn de geboden en de rechten, 1) die de HEERE door de dienst van Mozes aan de kinderen van Israël geboden heeft in de vlakkevelden van de Moabieten, aan de Jordaan van Jericho, om de vroegere wetgeving aan de berg Sinai nu voor het intrekken in het eigenlijke Kanaan te voltooien en af te sluiten.
Door deze geboden en rechten werd Israël van alle andere volken onderscheiden. Ook andere oude volken, als Grieken, Romeinen, Feniciers, Indiers hebben op wetten en wetgevers te wijzen; maar geen wetgeving heeft zo diepe en blijvende wortels geslagen, als die, welke Mozes aan het volk van Israël bekend maakte. Wanneer er daarom van God als van de Wetgever gesproken wordt, zo heeft dit een geheel andere betekenis, dan wat van Menes bij de Egyptenaren (Diod.Sic.1.94), van Minos bij de Kretenzers (Odyss.19.179), van Lykurgus bij de Spartanen (Strabo 16.762), van Numa Pompilius bij de Romeinen, van Zoroaster bij de Arimaspers (Dio.Chrysost.Or. 36.93), van Zamolxis bij de Geten (Exodus 1.94), van Zaleukus bij de Locriers (Plut. Numeri 1.11), van Mohammed en andere wetgevers verhaald wordt. De Mozaische wetgeving rust op werkelijke openbaring van God en kan, zonder dat dit in het oog gehouden wordt, net zo min verstaan worden, als de uittocht uit Egypte en de veertigjarige woestijnreis, zo wij daarin de hand van God willen voorbijzien. De wet steunt op hetgeen, waartoe in de aartsvaderlijke tijd de grond gelegd was, en is de verdere ontwikkeling van die grondtrekken, welke reeds in het verbond van God met Abraham gelegd zijn. Zoals God reeds deze aartsvader uit de gemeenschap van de afgodendienst genomen heeft (Jozua 24:2,3), opdat hij de ware en onzichtbare God alleen zou dienen (Genesis 14:22; 17:1), zo is van het volk, zijn nakomelingen, die hij eveneens uit de afgodische gemeenschap van Egypte uitgeleid heeft (Leviticus. 17:7 Amos 5:26 Ezech.20:7,8), Jehova uitsluitend als de ene God en de onzichtbare Koning van het volk (Richteren. 8:23; 1 Samuel. 8:7 Jesaja. 33:22), te vereren en elke afgodendienst te verafschuwen. Daar God verder dit volk reeds in zijn vaderen op zo bijzondere wijze aangenomen had (Psalm. 105:14,15), en Hij ze uit Egypte met een machtige arm onder wonderen en tekenen uitgevoerd heeft, zo is dit volk Zijn eigendom (Ex.19:4,5 Leviticus. 26:12 Deuteronomium. 29:12), en heeft het zich dit door onthouding van alle onreinheid en vermenging met andere volken waardig te maken.
Israël voelde, dat er meer dan de wet nodig was, maar het sloeg de rechte weg niet in. Het meende de wet aan te vullen, door zich bezig te houden met allerlei nietigheden en beuzelarijen, in plaats van door de gehele dienst geleid te worden tot het geloof in Hem, die de wet vervullen zou. Toen de hoogste van de profeten, de Christus, opstond, en de inzettingen des Heeren door werk en leer volmaakte en vervulde, verwierp het Hem en daarmee wat alleen de vloek van de wet in een zegen verkeren kan.
De hoofdsom van alle godsdienstige en zedelijke of burgerlijke, maatschappelijke plichten had God tevoren in een grondwet, de zogenaamde wet van de tien geboden ingescherpt, en deze bij onderscheidene tussenpozen in bijzondere instellingen uitgebreid en vermeerderd. Zo zijn de geboden van de eerste tafel duidelijk in het licht gesteld door veelvuldige voorschriften en bijzondere instellingen, welke alle in de eerste plaats strekten, om dit gedeelte van de zedelijke verplichtingen aan te wijzen, welke wij onmiddellijk aan God verschuldigd zijn, of die uit bijzondere eerbied jegens Hem moeten onderhouden worden. De burgerlijke wetten aan Israël gegeven, hebben wij als nadere uitbreidingen en toepassingen op bijzondere gevallen van het tweede gedeelte, of de tweede tafel van de grondwet aan te merken. Zij hebben alle op het maatschappelijk leven betrekking, en betreffen de plichten, die de ene burger aan de andere, of liever, de ene mens aan de andere verschuldigd is; want de burgermaatschappij wordt in deze wetgeving niet als een gedwongen staatkundige vereniging van aan elkaar vreemde wezens, maar als een vereniging van mensen en broeders aangemerkt. Daarom hebben dan ook deze burgerlijke wetten dit bijzondere en van alle andere, bloot staatkundige, wetgeving onderscheiden, dat zij niet op het grondbeginsel van uitwendige welvaart, maar geheel en al op dat van de zedelijke welvaart rusten, en daaruit onmiddellijk zijn afgeleid, hoewel een volk, waarbij deze nauwkeurig gevolgd werden, de hoogste welvaart genieten moest.
Deze wetten waren door God gegeven, om verdere ontwikkeling te ontvangen (Hos.8:12), zoals wij bij de profeten kunnen opmerken, en vooral bij Jezus Christus zelf (Matth.5). Toen echter na het terugkeren uit de Babylonische ballingschap, de profetische geest begon te versterven, daar met de nu doorgedrongen afkeer van de afgodendienst, men op het uitwendige van de wet zijn gehele hart vestigde, ontstond een gedeeltelijk reine en levendig diepe, gedeeltelijk ook overdreven achting voor de geschreven wet. Er vormde zich nu een bijzondere stand van wetgeleerden, welke openlijk scholen hielden en in groot aanzien stonden. Van toen af trachtten ook de leken naar kennis van de wet, voor welke door vervaardiging van vele geschriften gezegd werd. Afschriften van de wet bevonden zich nu spoedig niet meer alleen in handen van priesters en Levieten en de uit hen voortkomende schriftgeleerden, maar ook in het bezit van welvarenden en belangstellenden onder het volk. Aan de wetgeving kende men evenals aan de wet (Rom.7:12), het heilig zijn toe (2 Makk.6:23,29), beschouwde die als de bron van alle wijsheid (Sir.24:33vv.), als onvergankelijk licht (Wijsh.18:4), hield die voor eeuwig en onvergankelijk (Baruch 4:1, Philo 2.656), en strafte iedere overtreding zeer hard (Jozefus Antig. 20:4,5). Voordrachten werden in de synagogen aan de voorlezing van de wet verbonden.
Met deze geboden en rechten worden al de geboden bedoeld, welke op bevel van God door Mozes in de vlakke velden van Moab zijn gegeven, en welke moesten dienen, om de bij Sinai gegeven aan te vullen en te verduidelijken.
SLOTWOORD
Zoals wij in ons voorwoord voor dit boek reeds opmerkten, wordt ons in Numeri meegedeeld, hoe Israël in het tijdvak, hierin beschreven, wordt voorbereid, om in Kanaän op eigen erf gesteld te worden. Alles wat daarmee middellijk of onmiddellijk in verband staat, wordt ons nauwkeurig meegedeeld. Werd in Leviticus ons bericht, hoe alles, wat God aan Israël gaf, namelijk Zijn instellingen en rechten, tot doel had de heiligheid van het onheilige volk, in Numeri worden we meer gewezen op de inrichting van Israël tot een welgeordende burgerstaat. Daarom die herhaalde bevelen, omtrent de telling van het volk, en de verordeningen, omtrent de inwoning in Kanaän, als een volk wel afgezonderd van de heidenen, als een volk, wiens roeping het wel was, om geheel voor de Heere en Zijn dienst te leven, maar dat daarom niet de rechten en de plichten, die op het burgerlijk leven betrekking hebben, mocht verwaarlozen, maar ook in zijn burgerlijke samenstelling het moest openbaren, dat het een verkregen volk van God was, wiens opperste Koning en Souverein, de Heere God zelf was. Het recht wil God dan ook zo stipt mogelijk gehandhaafd hebben, zoals duidelijk blijkt uit Numeri. 27 in vergelijking met Numeri. 36. Ook de geschiedkundige bijzonderheden wijzen hierop, dat Israël moest worden voorbereid op het wonen in Kanaän, als eigen en verkregen volk des Heeren. Vandaar die straf van zo veel jaren omzwerven in de woestijn, omdat het niet als volk, door de Heere geroepen en door Hem gesterkt, wilde optrekken naar Kanaän. Vandaar de vreselijke geschiedenis bij de “Lustgraven,” omdat het niet als uit Gods eigen hand gevoed wilde zijn. Vandaar het oordeel van de giftige slangen en de plagen, na de afgoderij en hoererij met Baäl-Peor, omdat het ?f terug verlangde naar Egypte, het land van de slavernij, of de dienst van de afgoderij verkoos boven de dienst van hun Verbonds-God. En zowel Aärons dood als Mozes? bestraffing en aankondiging van zijn dood, moest Israël leren en erop voorbereiden, dat God, de Heere, alleen en volkomen gediend wilde worden, en dat, zou het hen in het beloofde land goed gaan, zij altijd hadden te vragen naar de wil van de Heere, terwijl de wegneming van de plagen en de vervulling van de behoeften, hen wees op een God, Die aan de ene zijde rechtvaardig en heilig is, maar aan de andere zijde ook barmhartig en genadig; Die de zonde niet ongestraft kan laten, maar ook voor de berouwhebbende zondaar, uit vrije gunst en goedertierenheid, een God van genade en barmhartigheid is. Wat op Gods bevel door Mozes veranderd werd, omtrent de waarneming en bediening van de Godsdienst en van het Heiligdom, had evenzeer betrekking op hun wonen in Kanaän. Deze wetten werden gegeven met het oog op de straks veranderde toestanden van het volk, en vulden aan, wat reeds vroeger door de Heere was bevolen. En zo blijkt dan ook uit dit boek, hoe de Heere God Israël vaderlijk heeft geleid, terwijl al de omstandigheden de bijzondere beschikkingen van Zijn straffende en zegenende hand rechtvaardigen.
Onder de opmerkelijke gebeurtenissen, die dit boek bevat, merkt men op: 1. De wonderbaarlijke wijze, waarop de Israëlieten veertig jaren lang in de woestijn gevoed en gedrenkt werden, voorafschaduwende de zegeningen, die het Evangelie van Christus over de gelovige gedurende hun aardse pelgrimsreis uitstort. (Vergel. Ex.16:34. 2. De herhaalde murmureringen van het ongelovige volk. 3. De verschrikkelijk oordelen van God over hen, als straf voor hun oproerigheden en tot voorbeeld voor ons. 4. De wonderdadige genezing van de door slangen dodelijk gebeten Israëlieten, die op het zien naar de van God verordende koperen slang genezen werden. (hoofdstuk 21). 5. De vergeefse pogingen van Balak, koning van de Moabieten, om Israël te doen vloeken door de goddeloze profeet Bileam (hoofdstuk 22-24). De meest opmerkelijk personen, die in Numeri genoemd worden, zijn behalve Mozes: zijn godvruchtige en trouwe staatsdienaar, die bij de dood van Mozes door God verkoren werd, om het volk van Israël in het beloofde land Kanaän te brengen; -Korach, Dathan en Abiram, die met hun bendes levend in de aarde verzwolgen werden, vanwege hun opstand tegen God, en Bileam, de slechte profeet, die uit geldliefde het volk Israël wilde vervloeken, om de bijgelovige koning van Moab te believen. In het boek Numeri openbaart God zich door een reeks van wondervolle tussenkomsten van Zijn voorzienigheid; tevens rechtvaardigen al de omstandigheden de buitengewone beschikkingen van Zijn straffende en genaderijke hand, en tonen in ieder opzicht de bestaanbaarheid van deze met Zijn goddelijke bedoelingen en met de wet, die Hij heeft in gesteld.
Niemand legt het boek ongelezen neer, wanneer hij verneemt, dat het zijn naam draagt naar twee tellingen van Israël, of uit de opschriften hier en daar bemerkt, dat hierin bijzondere instellingen van God voor Zijn volk zijn opgetekend. Ook in die tellingen, ook in die wetten is de bijzondere zorg van Israëls Koning en Wetgever te zien, terwijl de Heilige Schrift ons overal de liefelijkste afwisselingen schenkt. Naast de velden, waarop gij de afgemaaide voorgeslachten ziet, liggen de groene weiden, en na de optelling van de rustplaatsen in de woestijn, ontmoet gij Kanaän met zijn vrijsteden, die u zondaar dringen tot de enige vrijstad Jezus Christus. De geschiedenissen van het water uit de rots, van A?rons dood, van de koperen slang, van Bileam en anderen, behoren tot de schoonste en treffendste van de Heilige Schrift.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel