Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En de HEERE sprak tot Mozes, in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En de HEEREH3068sprakH1696totH413MozesH4872, in de vlakke veldenH6160 der MoabietenH4124, aan de JordaanH3383 van JerichoH3405, zeggendeH559:En de HEERE sprak tot Mozes, in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho, zeggende:
KJVAnd the LORD2spake1unto Moses4in the plains5of Moab6by Jordan8near Jericho,9saying,
1וַיְדַבֵּ֧רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5בְּעַֽרְבֹ֣תH6160vlakke velden, vlakke veld, wildernisArabah, champaign, desert, evening, heaven, plain, wilderness. See also H1026 (בֵּית הָעֲרָבָה)6מוֹאָ֑בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8יַרְדֵּ֥ןH3383JordaanJordan9יְרֵח֖וֹH3405JerichoJericho10לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
2Gebied den kinderen Israels, dat zij van de erfenis hunner bezitting aan de Levieten steden zullen geven om te bewonen; daartoe zult gijlieden aan de Levieten voorsteden geven, aan de steden rondom dezelve.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2GebiedH6680 den kinderenH1121IsraelsH3478, dat zij van de erfenisH5159 hunner bezittingH272 aan de LevietenH3881stedenH5892 zullen geven om te bewonenH3427; daartoe zult gijlieden aan de LevietenH3881voorstedenH4054gevenH5414, aan de stedenH5892rondomH5439 dezelve.Gebied den kinderen Israels, dat zij van de erfenis hunner bezitting aan de Levieten steden zullen geven om te bewonen; daartoe zult gijlieden aan de Levieten voorsteden geven, aan de steden rondom dezelve.
KJVCommand1the children3of Israel,4that they give5unto the Levites6of the inheritance7of their possession8cities9to dwell in;10and ye shall give14also unto the Levites15suburbs11for the cities12round about
1צַו֮H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵל֒H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וְנָתְנ֣וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6לַלְוִיִּ֗םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite7מִֽנַּחֲלַ֛תH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)8אֲחֻזָּתָ֖םH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession9עָרִ֣יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10לָשָׁ֑בֶתH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry11וּמִגְרָ֗שׁH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb12לֶֽעָרִים֙H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town13סְבִיבֹ֣תֵיהֶ֔םH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side14תִּתְּנ֖וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15לַלְוִיִּֽםH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite
3En die steden zullen zij hebben om te bewonen; maar hun voorsteden zullen zijn voor hun beesten, en voor hun have, en voor al hun gedierte,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En die stedenH5892 zullen zijH1961 hebben om te bewonenH3427; maar hun voorstedenH4054 zullen zijnH1961 voor hun beestenH929, en voor hun haveH7399, en voor alH3605 hun gedierteH2416,En die steden zullen zij hebben om te bewonen; maar hun voorsteden zullen zijn voor hun beesten, en voor hun have, en voor al hun gedierte,
KJVAnd the cities2shall they have to dwell in;4and the suburbs5of them shall be for their cattle,7and for their goods,8and for all their beasts.
4En de voorsteden der steden, die gij aan de Levieten zult geven, zullen van den stadsmuur af, en naar buiten, van duizend ellen zijn rondom.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En de voorstedenH4054 der stedenH5892, dieH834 gij aan de LevietenH3881 zult gevenH5414, zullen van den stadsmuurH7023 af, en naar buitenH2351, van duizendH505ellenH520 zijn rondomH5439.En de voorsteden der steden, die gij aan de Levieten zult geven, zullen van den stadsmuur af, en naar buiten, van duizend ellen zijn rondom.
KJVAnd the suburbs1of the cities,2which ye shall give4unto the Levites,5shall reach from the wall6of the city7and outward8a thousand9cubits10round about.
1וּמִגְרְשֵׁי֙H4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb2הֶֽעָרִ֔יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town3אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4תִּתְּנ֖וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5לַלְוִיִּ֑םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite6מִקִּ֤ירH7023wand, wanden, metselaars[phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall7הָעִיר֙H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town8וָח֔וּצָהH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without9אֶ֥לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand10אַמָּ֖הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post11סָבִֽיבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
5En gij zult meten van buiten de stad, aan den hoek tegen het oosten, twee duizend ellen, en aan den hoek van het zuiden, twee duizend ellen, en aan den hoek van het westen, twee duizend ellen, en aan den hoek van het noorden, twee duizend ellen; dat de stad in het midden zij. Dit zullen zij hebben tot voorsteden van de steden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En gij zult metenH4058 van buitenH2351 de stadH5892, aan den hoekH6285 tegen het oostenH6924, twee duizendH505ellenH520, en aan den hoekH6285 van het zuidenH5045, twee duizendH505ellenH520, en aan den hoekH6285 van het westenH3220, twee duizendH505ellenH520, en aan den hoekH6285 van het noordenH6828, twee duizendH505ellenH520; dat de stadH5892 in het middenH8432 zij. DitH2088 zullen zijH1961 hebben tot voorstedenH4054 van de stedenH5892.En gij zult meten van buiten de stad, aan den hoek tegen het oosten, twee duizend ellen, en aan den hoek van het zuiden, twee duizend ellen, en aan den hoek van het westen, twee duizend ellen, en aan den hoek van het noorden, twee duizend ellen; dat de stad in het midden zij. Dit zullen zij hebben tot voorsteden van de steden.
KJVAnd ye shall measure1from without2the city3on the east6side5two thousand7cubits,8and on the south11side10two thousand12cubits,13and on the west16side15two thousand17cubits,18and on the north21side20two thousand22cubits;23and the city24shall be in the midst:25this shall be to them the suburbs29of the cities.
1וּמַדֹּתֶ֞םH4058mat, meten, gemetenmeasure, mete, stretch self2מִח֣וּץH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without3לָעִ֗ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5פְּאַתH6285hoek, hoeken, palencorner, end, quarter, side6קֵ֣דְמָהH6924oosten, ouds, oostwaartsaforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה)7אַלְפַּ֪יִםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand8בָּֽאַמָּ֟הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10פְּאַתH6285hoek, hoeken, palencorner, end, quarter, side11נֶגֶב֩H5045zuiden, zuidwaarts, Zuidensouth (country, side, -ward)12אַלְפַּ֨יִםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand13בָּאַמָּ֜הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post14וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15פְּאַתH6285hoek, hoeken, palencorner, end, quarter, side16יָ֣םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)17אַלְפַּ֣יִםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand18בָּֽאַמָּ֗הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post19וְאֵ֨תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20פְּאַ֥תH6285hoek, hoeken, palencorner, end, quarter, side21צָפ֛וֹןH6828noorden, noordwaarts, Noordennorth(-ern, side, -ward, wind)22אַלְפַּ֥יִםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand23בָּאַמָּ֖הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post24וְהָעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town25בַּתָּ֑וֶךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)26זֶ֚הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)27יִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use28לָהֶ֔ם29מִגְרְשֵׁ֖יH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb30הֶעָרִֽיםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town
6De steden nu, die gij aan de Levieten zult geven, zullen zijn zes vrijsteden, die gij geven zult, opdat de doodslager daarheen vliede; en boven dezelve zult gij hun twee en veertig steden geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6De stedenH5892 nu, dieH834 gij aan de LevietenH3881 zult gevenH5414, zullen zijn zesH8337vrijstedenH5892, dieH834 gij geven zult, opdat de doodslagerH7523 daarheen vliedeH5127; en bovenH5921 dezelve zult gij hun tweeH8147 en veertigH705stedenH5892 geven.De steden nu, die gij aan de Levieten zult geven, zullen zijn zes vrijsteden, die gij geven zult, opdat de doodslager daarheen vliede; en boven dezelve zult gij hun twee en veertig steden geven.
KJVAnd among the cities2which ye shall give4unto the Levites5there shall be six7cities8for refuge,9which ye shall appoint11for the manslayer,14that he may flee12thither: and to them ye shall add16forty17and two18cities.
1וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2הֶֽעָרִ֗יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town3אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4תִּתְּנוּ֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5לַלְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite6אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7שֵׁשׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth8עָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town9הַמִּקְלָ֔טH4733toevlucht, vrijstadrefuge10אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11תִּתְּנ֔וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12לָנֻ֥סH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard13שָׁ֖מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither14הָרֹצֵ֑חַH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)15וַעֲלֵיהֶ֣םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16תִּתְּנ֔וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield17אַרְבָּעִ֥יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty18וּשְׁתַּ֖יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two19עִֽירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town
7Al de steden, die gij aan de Levieten geven zult, zullen zijn acht en veertig steden, deze met haar voorsteden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7AlH3605 de stedenH5892, dieH834 gij aan de LevietenH3881gevenH5414 zult, zullen zijn achtH8083 en veertigH705stedenH5892, deze met haar voorstedenH4054.Al de steden, die gij aan de Levieten geven zult, zullen zijn acht en veertig steden, deze met haar voorsteden.
KJVSo all the cities2which ye shall give4to the Levites5shall be forty6and eight7cities:8them shall ye give with their suburbs.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הֶעָרִ֗יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town3אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4תִּתְּנוּ֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5לַלְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite6אַרְבָּעִ֥יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty7וּשְׁמֹנֶ֖הH8083acht, achttien, achthonderdeight(-een, -eenth), eighth8עִ֑ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town9אֶתְהֶ֖ןH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מִגְרְשֵׁיהֶֽןH4054voorsteden, buitenruim, landerijcast out, suburb
8De steden, die gij van de bezitting der kinderen Israels geven zult, zult gij van dien, die vele heeft, vele nemen, en van dien, die weinig heeft, weinige nemen; een ieder zal naar zijn erfenis, die zij zullen erven, van zijn steden aan de Levieten geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8De stedenH5892, dieH834 gij van de bezittingH272 der kinderenH1121IsraelsH3478gevenH5414 zult, zult gij vanH854 dien, die veleH7227 heeft, vele nemenH7235, en van dien, die weinigH4592 heeft, weinige nemenH4591; een iederH376 zal naar zijn erfenisH5159, dieH834 zij zullen ervenH5157, van zijn stedenH5892 aan de LevietenH3881gevenH5414.De steden, die gij van de bezitting der kinderen Israels geven zult, zult gij van dien, die vele heeft, vele nemen, en van dien, die weinig heeft, weinige nemen; een ieder zal naar zijn erfenis, die zij zullen erven, van zijn steden aan de Levieten geven.
KJVAnd the cities1which ye shall give3shall be of the possession4of the children5of Israel:6from them that have many8ye shall give many;9but from them that have few11ye shall give few:12every one13shall give18of his cities19unto the Levites20according14to his inheritance15which he inheriteth.
1וְהֶֽעָרִ֗יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town2אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3תִּתְּנוּ֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4מֵאֲחֻזַּ֣תH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession5בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7מֵאֵ֤תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix8הָרַב֙H7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)9תַּרְבּ֔וּH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very10וּמֵאֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הַמְעַ֖טH4592weinig, weinige, bijnaalmost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very12תַּמְעִ֑יטוּH4591verminderen, minder, verminderdsuffer to decrease, diminish, (be, [idiom] borrow a, give, make) few (in number, -ness), gather least (little), be (seem) little, ([idiom] give the) less, be minished, bring to nothing13אִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)14כְּפִ֤יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word15נַחֲלָתוֹ֙H5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)16אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17יִנְחָ֔לוּH5157erven, erfelijk, ervedivide, have (inheritance), take as a heritage, (cause to, give to, make to) inherit, (distribute for, divide (for, for an, by), give for, have, leave for, take (for)) inheritance, (have in, cause to, be made to) possess(-ion)18יִתֵּ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield19מֵעָרָ֖יוH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town20לַלְוִיִּֽםH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Voorts sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, zeggendeH559:Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
10Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer gij over de Jordaan gaat naar het land Kanaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10SpreekH1696totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478, en zegH559totH413 hen: Wanneer gijH859 over de JordaanH3383 gaat naar het landH776KanaanH3667.Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer gij over de Jordaan gaat naar het land Kanaan.
KJVSpeak1unto the children3of Israel,4and say5unto them, When ye be come over9Jordan11into the land12of Canaan;
1דַּבֵּר֙H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וְאָמַרְתָּ֖H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֲלֵהֶ֑םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8אַתֶּ֛םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you9עֹבְרִ֥יםH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הַיַּרְדֵּ֖ןH3383JordaanJordan12אַ֥רְצָהH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13כְּנָֽעַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick
11Zo zult gij maken, dat u steden tegemoet liggen, die u tot vrijsteden zullen zijn; opdat de doodslager daarheen vliede, die een ziel onwetend geslagen heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Zo zult gij maken, dat u stedenH5892tegemoet liggenH7136, die u tot vrijstedenH5892 zullen zijnH1961; opdat de doodslagerH7523 daarheen vliedeH5127, die een zielH5315onwetendH7684geslagenH5221 heeft.Zo zult gij maken, dat u steden tegemoet liggen, die u tot vrijsteden zullen zijn; opdat de doodslager daarheen vliede, die een ziel onwetend geslagen heeft.
KJVThen ye shall appoint1you cities3to be cities4of refuge5for you; that the slayer10may flee8thither, which killeth11any person12at unawares.
1וְהִקְרִיתֶ֤םH7136wedervaren, ontmoet, ontmoetenappoint, lay (make) beams, befall, bring, come (to pass unto), floor, (hap) was, happen (unto), meet, send good speed2לָכֶם֙3עָרִ֔יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4עָרֵ֥יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town5מִקְלָ֖טH4733toevlucht, vrijstadrefuge6תִּהְיֶ֣ינָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7לָכֶ֑ם8וְנָ֥סH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard9שָׁ֨מָּה֙H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither10רֹצֵ֔חַH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)11מַכֵּהH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound12נֶ֖פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it13בִּשְׁגָגָֽהH7684afdwaling, dwaling, onvoorzienserror, ignorance, at unawares; unwittingly
12En deze steden zullen u tot een toevlucht zijn voor den bloed wreker; opdat de doodslager niet sterve, totdat hij voor de vergadering aan het gericht gestaan hebbe.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En deze stedenH5892 zullen u tot een toevluchtH4733zijnH1961 voor den bloed wrekerH1350; opdat de doodslagerH7523nietH3808sterveH4191, totdat hij voorH6440 de vergaderingH5712 aan het gerichtH4941gestaanH5975 hebbe.En deze steden zullen u tot een toevlucht zijn voor den bloed wreker; opdat de doodslager niet sterve, totdat hij voor de vergadering aan het gericht gestaan hebbe.
KJVAnd they shall be unto you cities3for refuge4from the avenger;5that the manslayer8die7not, until he stand10before11the congregation12in judgment.
1וְהָי֨וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2לָכֶ֧ם3הֶעָרִ֛יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4לְמִקְלָ֖טH4733toevlucht, vrijstadrefuge5מִגֹּאֵ֑לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger6וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יָמוּת֙H4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise8הָרֹצֵ֔חַH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)9עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10עָמְד֛וֹH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry11לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12הָעֵדָ֖הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)13לַמִּשְׁפָּֽטH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong
13En deze steden, die gij geven zult, zullen zes vrijsteden voor u zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En deze stedenH5892, dieH834 gij gevenH5414 zult, zullen zesH8337vrijstedenH5892 voor u zijnH1961.En deze steden, die gij geven zult, zullen zes vrijsteden voor u zijn.
KJVAnd of these cities1which ye shall give3six4cities5shall ye have for refuge.
1וְהֶעָרִ֖יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town2אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3תִּתֵּ֑נוּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4שֵׁשׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth5עָרֵ֥יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town6מִקְלָ֖טH4733toevlucht, vrijstadrefuge7תִּהְיֶ֥ינָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8לָכֶֽם
14Drie dezer vrijsteden zult gij geven op deze zijde van de Jordaan, en drie dezer steden zult gij geven in het land Kanaan; vrijsteden zullen het zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14DrieH7969 dezer vrijstedenH5892 zult gij gevenH5414 op deze zijde van de JordaanH3383, en drieH7969 dezer stedenH5892 zult gij gevenH5414 in het landH776KanaanH3667; vrijstedenH5892 zullen het zijnH1961.Drie dezer vrijsteden zult gij geven op deze zijde van de Jordaan, en drie dezer steden zult gij geven in het land Kanaan; vrijsteden zullen het zijn.
KJVYe shall give4three2cities3on this side5Jordan,6and three8cities9shall ye give10in the land11of Canaan,12which shall be cities13of refuge.
1אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2שְׁלֹ֣שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)3הֶעָרִ֗יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4תִּתְּנוּ֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5מֵעֵ֣בֶרH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight6לַיַּרְדֵּ֔ןH3383JordaanJordan7וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8שְׁלֹ֣שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)9הֶֽעָרִ֔יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10תִּתְּנ֖וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12כְּנָ֑עַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick13עָרֵ֥יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town14מִקְלָ֖טH4733toevlucht, vrijstadrefuge15תִּהְיֶֽינָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
15Die zes steden zullen voor de kinderen Israels, en voor den vreemdeling, en den bijwoner in het midden van hen, tot een toevlucht zijn; opdat daarheen vliede, wie een ziel onvoorziens slaat.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15DieH428zesH8337stedenH5892 zullen voor de kinderenH1121IsraelsH3478, en voor den vreemdelingH1616, en den bijwonerH8453 in het middenH8432 van hen, tot een toevluchtH4733zijnH1961; opdat daarheen vliedeH5127, wie een zielH5315onvoorziensH7684slaatH5221.Die zes steden zullen voor de kinderen Israels, en voor den vreemdeling, en den bijwoner in het midden van hen, tot een toevlucht zijn; opdat daarheen vliede, wie een ziel onvoorziens slaat.
KJVThese six7cities8shall be a refuge,10both for the children1of Israel,2and for the stranger,3and for the sojourner4among5them: that every one that killeth14any person15unawares16may flee
1לִבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael3וְלַגֵּ֤רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger4וְלַתּוֹשָׁב֙H8453bijwoner, bijwoners, inwonerforeigner, inhabitant, sojourner, stranger5בְּתוֹכָ֔םH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)6תִּהְיֶ֛ינָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7שֵׁשׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth8הֶעָרִ֥יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town9הָאֵ֖לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)10לְמִקְלָ֑טH4733toevlucht, vrijstadrefuge11לָנ֣וּסH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard12שָׁ֔מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14מַכֵּהH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound15נֶ֖פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it16בִּשְׁגָגָֽהH7684afdwaling, dwaling, onvoorzienserror, ignorance, at unawares; unwittingly
16Maar indien hij hem met een ijzeren instrument geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij; deze doodslager zal zekerlijk gedood worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Maar indienH518 hij hem met een ijzerenH1270instrumentH3627geslagenH5221 heeft, dat hij gestorvenH4191 zij, een doodslagerH7523 is hijH1931; deze doodslagerH7523 zal zekerlijkH4191gedoodH4191 worden.Maar indien hij hem met een ijzeren instrument geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij; deze doodslager zal zekerlijk gedood worden.
KJVAnd if he smite4him with an instrument2of iron,3so that he die,5he is a murderer:6the murderer10shall surely8be put to death.
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2בִּכְלִ֨יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever3בַרְזֶ֧לH1270ijzer, ijzeren, ijzers(ax) head, iron4הִכָּ֛הוּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound5וַיָּמֹ֖תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise6רֹצֵ֣חַֽH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)7ה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8מ֥וֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise9יוּמַ֖תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise10הָרֹצֵֽחַH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)
17Of indien hij hem met een handsteen, waarvan met zoude kunnen sterven, geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij; deze doodslager zal zekerlijk gedood worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Of indien hij hem met een handsteenH3027, waarvan met zoude kunnen stervenH4191, geslagenH5221 heeft, dat hij gestorvenH4191 zij, een doodslagerH7523 is hijH1931; deze doodslagerH7523 zal zekerlijkH4191gedoodH4191 worden.Of indien hij hem met een handsteen, waarvan met zoude kunnen sterven, geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij; deze doodslager zal zekerlijk gedood worden.
KJVAnd if he smite7him with throwing3a stone,2wherewith he may die,5and he die,8he is a murderer:9the murderer13shall surely11be put to death.
1וְאִ֡םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2בְּאֶ֣בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)3יָד֩H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5יָמ֨וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise6בָּ֥הּ7הִכָּ֛הוּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound8וַיָּמֹ֖תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise9רֹצֵ֣חַֽH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)10ה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who11מ֥וֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise12יוּמַ֖תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise13הָרֹצֵֽחַH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)
18Of indien hij hem met een houten handinstrument, waarvan men zoude kunnen sterven, geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij; deze doodslager zal zekerlijk gedood worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18OfH176 indien hij hem met een houtenH6086handinstrumentH3027, waarvan men zoude kunnen stervenH4191, geslagenH5221 heeft, dat hij gestorvenH4191 zij, een doodslagerH7523 is hijH1931; deze doodslagerH7523 zal zekerlijkH4191gedoodH4191 worden.Of indien hij hem met een houten handinstrument, waarvan men zoude kunnen sterven, geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij; deze doodslager zal zekerlijk gedood worden.
KJVOr if he smite8him with an hand4weapon2of wood,3wherewith he may die,6and he die,9he is a murderer:10the murderer14shall surely12be put to death.
1א֡וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether2בִּכְלִ֣יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever3עֵֽץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood4יָד֩H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6יָמ֨וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise7בּ֥וֹ8הִכָּ֛הוּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound9וַיָּמֹ֖תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise10רֹצֵ֣חַֽH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)11ה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who12מ֥וֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise13יוּמַ֖תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise14הָרֹצֵֽחַH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)
19De wreker des bloeds, die zal den doodslager doden; als hij hem ontmoet, zal hij hem doden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19De wrekerH1350 des bloedsH1818, die zal den doodslagerH7523dodenH4191; als hij hem ontmoetH6293, zal hijH1931 hem dodenH4191.De wreker des bloeds, die zal den doodslager doden; als hij hem ontmoet, zal hij hem doden.
KJVThe revenger1of blood2himself shall slay4the murderer:6when he meeteth7him, he3shall slay
1גֹּאֵ֣לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger2הַדָּ֔םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent3ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4יָמִ֖יתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הָרֹצֵ֑חַH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)7בְּפִגְעוֹH6293reikt, val, ontmoetcome (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run8ב֖וֹ9ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10יְמִיתֶֽנּוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
20Indien hij hem ook door haat zal gestoten hebben, of met opzet op hem geworpen heeft, dat hij gestorven zij;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20IndienH518 hij hem ook door haatH8135 zal gestotenH1920 hebben, of met opzetH6660opH5921 hem geworpenH7993 heeft, dat hij gestorvenH4191 zij;Indien hij hem ook door haat zal gestoten hebben, of met opzet op hem geworpen heeft, dat hij gestorven zij;
KJVBut if he thrust3him of hatred,2or hurl5at him by laying of wait,7that he die;
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2בְּשִׂנְאָ֖הH8135haat, Haat, haatte[phrase] exceedingly, hate(-ful, -red)3יֶהְדָּפֶ֑נּוּH1920gestoten, stoten, afstotencast away (out), drive, expel, thrust (away)4אֽוֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether5הִשְׁלִ֥יךְH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw6עָלָ֛יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7בִּצְדִיָּ֖הH6660opzetlying in wait8וַיָּמֹֽתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
21Of hem door vijandschap met zijn hand geslagen heeft, dat hij gestorven zij; de slager zal zekerlijk gedood worden, een doodslager is hij; de bloedwreker zal dezen doodslager doden, als hij hem ontmoet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21OfH176 hem door vijandschapH342 met zijn handH3027geslagenH5221 heeft, dat hij gestorvenH4191 zij; de slagerH5221 zal zekerlijkH4191gedoodH4191 worden, een doodslagerH7523 is hijH1931; de bloedwrekerH1350 zal dezen doodslagerH7523dodenH4191, als hij hem ontmoetH6293.Of hem door vijandschap met zijn hand geslagen heeft, dat hij gestorven zij; de slager zal zekerlijk gedood worden, een doodslager is hij; de bloedwreker zal dezen doodslager doden, als hij hem ontmoet.
KJVOr in enmity2smite3him with his hand,4that he die:5he that smote8him shall surely6be put to death;7for he is a murderer:9the revenger11of blood12shall slay13the murderer,15when he meeteth
1א֣וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether2בְאֵיבָ֞הH342vijandschapemnity, hatred3הִכָּ֤הוּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound4בְיָדוֹ֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5וַיָּמֹ֔תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise6מֽוֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise7יוּמַ֥תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise8הַמַּכֶּ֖הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound9רֹצֵ֣חַֽH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)10ה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who11גֹּאֵ֣לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger12הַדָּ֗םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent13יָמִ֛יתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הָרֹצֵ֖חַH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)16בְּפִגְעוֹH6293reikt, val, ontmoetcome (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run17בֽוֹ
22Maar indien hij hem met der haast, zonder vijandschap gestoten heeft, of enig instrument zonder opzet op hem geworpen heeft;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Maar indienH518 hij hem met der haastH6621, zonderH3808vijandschapH342gestotenH1920 heeft, of enigH3605instrumentH3627zonderH3808opzetH6660opH5921 hem geworpenH7993 heeft;Maar indien hij hem met der haast, zonder vijandschap gestoten heeft, of enig instrument zonder opzet op hem geworpen heeft;
KJVBut if he thrust5him suddenly2without3enmity,4or have cast7upon him any thing10without laying of wait,
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2בְּפֶ֥תַעH6621ogenblik, onvoorziens, schielijkat an instant, suddenly, [idiom] very3בְּלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4אֵיבָ֖הH342vijandschapemnity, hatred5הֲדָפ֑וֹH1920gestoten, stoten, afstotencast away (out), drive, expel, thrust (away)6אוֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether7הִשְׁלִ֥יךְH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw8עָלָ֛יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10כְּלִ֖יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever11בְּלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12צְדִיָּֽהH6660opzetlying in wait
23Of onvoorziens met enigen steen, waarvan men zoude kunnen sterven, en hij dien op hem heeft doen vallen, dat hij gestorven zij, zo hij hem toch geen vijand was, noch zijn kwaad zoekende;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23OfH176onvoorziensH7200 met enigen steenH68, waarvan men zoude kunnen stervenH4191, en hij dien opH5921 hem heeft doen vallenH5307, dat hij gestorvenH4191 zij, zo hij hem toch geenH3808vijandH341 was, nochH3808 zijn kwaadH7451zoekendeH1245;Of onvoorziens met enigen steen, waarvan men zoude kunnen sterven, en hij dien op hem heeft doen vallen, dat hij gestorven zij, zo hij hem toch geen vijand was, noch zijn kwaad zoekende;
KJVOr with any stone,3wherewith a man may die,5seeing8him not,7and cast9it upon him, that he die,11and was not his enemy,14neither sought17his harm:
1א֣וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether2בְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3אֶ֜בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5יָמ֥וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise6בָּהּ֙7בְּלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8רְא֔וֹתH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions9וַיַּפֵּ֥לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down10עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11וַיָּמֹ֑תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise12וְהוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14אוֹיֵ֣בH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe15ל֔וֹ16וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17מְבַקֵּ֖שׁH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)18רָעָתֽוֹH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
24Zo zal de vergadering richten tussen den slager, en tussen den bloedwreker, naar deze zelve rechten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Zo zal de vergaderingH5712richtenH8199tussenH996 den slagerH5221, en tussenH996 den bloedwrekerH1350, naar dezeH428 zelve rechtenH4941.Zo zal de vergadering richten tussen den slager, en tussen den bloedwreker, naar deze zelve rechten.
KJVThen the congregation2shall judge1between the slayer4and the revenger6of blood7according to these judgments:
1וְשָֽׁפְטוּ֙H8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule2הָֽעֵדָ֔הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)3בֵּ֚יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within4הַמַּכֶּ֔הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound5וּבֵ֖יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within6גֹּאֵ֣לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger7הַדָּ֑םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent8עַ֥לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הַמִּשְׁפָּטִ֖יםH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong10הָאֵֽלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
25En de vergadering zal den doodslager redden uit den hand des bloedwrekers, en de vergadering zal hem doen wederkeren tot zijn vrijstad, waarheen hij gevloden was; en hij zal daarin blijven tot den dood des hogepriesters, dien men met de heilige olie gezalfd heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En de vergaderingH5712 zal den doodslagerH7523reddenH5337 uit den handH3027 des bloedwrekersH1350, en de vergaderingH5712 zal hem doen wederkerenH7725 tot zijn vrijstadH5892, waarheen hij gevlodenH5127 was; en hij zal daarin blijven tot den doodH4194 des hogepriestersH1419, dienH834 men met de heiligeH6944olieH8081gezalfdH4886 heeft.En de vergadering zal den doodslager redden uit den hand des bloedwrekers, en de vergadering zal hem doen wederkeren tot zijn vrijstad, waarheen hij gevloden was; en hij zal daarin blijven tot den dood des hogepriesters, dien men met de heilige olie gezalfd heeft.
KJVAnd the congregation2shall deliver1the slayer4out of the hand5of the revenger6of blood,7and the congregation10shall restore8him to the city12of his refuge,13whither he was fled:15and he shall abide17in it unto the death20of the high22priest,21which was anointed24with the holy27oil.
1וְהִצִּ֨ילוּH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)2הָעֵדָ֜הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָרֹצֵ֗חַH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)5מִיַּד֮H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves6גֹּאֵ֣לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger7הַדָּם֒H1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent8וְהֵשִׁ֤יבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw9אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הָֽעֵדָ֔הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12עִ֥ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town13מִקְלָט֖וֹH4733toevlucht, vrijstadrefuge14אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15נָ֣סH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard16שָׁ֑מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither17וְיָ֣שַׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry18בָּ֗הּ19עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet20מוֹת֙H4194dood, doods, stierf(be) dead(-ly), death, die(-d)21הַכֹּהֵ֣ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer22הַגָּדֹ֔לH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very23אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection24מָשַׁ֥חH4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint25אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)26בְּשֶׁ֥מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine27הַקֹּֽדֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
26Doch indien de doodslager enigzins zal gaan uit de palen zijner vrijstad, waarheen hij gevloden was,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Doch indienH518 de doodslagerH7523 enigzins zal gaan uit de palenH1366 zijner vrijstadH5892, waarheen hij gevlodenH5127 was,Doch indien de doodslager enigzins zal gaan uit de palen zijner vrijstad, waarheen hij gevloden was,
Ook in dit vers
enigszinsH3318
KJVBut if the slayer4shall at any time2come3without the border6of the city7of his refuge,8whither he was fled;
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2יָצֹ֥אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter3יֵצֵ֖אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter4הָרֹצֵ֑חַH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6גְּבוּל֙H1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space7עִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town8מִקְלָט֔וֹH4733toevlucht, vrijstadrefuge9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10יָנ֖וּסH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard11שָֽׁמָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
27En de bloedwreker hem zal vinden buiten de palen zijner vrijstad; zo de bloedwreker den doodslager zal doden, het zal hem geen bloedschuld zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En de bloedwrekerH1350 hem zal vindenH4672buitenH2351 de palenH1366 zijner vrijstadH5892; zo de bloedwrekerH1350 den doodslagerH7523 zal dodenH7523, het zal hem geenH369bloedschuldH1818 zijn.En de bloedwreker hem zal vinden buiten de palen zijner vrijstad; zo de bloedwreker den doodslager zal doden, het zal hem geen bloedschuld zijn.
KJVAnd the revenger3of blood4find1him without5the borders6of the city7of his refuge,8and the revenger10of blood11kill9the slayer;13he shall not be guilty of blood:
1וּמָצָ֤אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on2אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3גֹּאֵ֣לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger4הַדָּ֔םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent5מִח֕וּץH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without6לִגְב֖וּלH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space7עִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town8מִקְלָט֑וֹH4733toevlucht, vrijstadrefuge9וְרָצַ֞חH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)10גֹּאֵ֤לH1350Verlosser, lossen, verlost[idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger11הַדָּם֙H1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הָ֣רֹצֵ֔חַH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)14אֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)15ל֖וֹ16דָּֽםH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent
28Want hij zou in zijn vrijstad gebleven zijn tot den dood des hogepriesters; maar na de dood des hogepriesters zal de doodslager wederkeren tot het land zijner bezitting.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Want hij zou in zijn vrijstadH5892geblevenH3427 zijn tot den doodH4194 des hogepriestersH1419; maar naH310 de doodH4194 des hogepriestersH1419 zal de doodslagerH7523wederkerenH7725 tot het landH776 zijner bezittingH272.Want hij zou in zijn vrijstad gebleven zijn tot den dood des hogepriesters; maar na de dood des hogepriesters zal de doodslager wederkeren tot het land zijner bezitting.
KJVBecause he should have remained4in the city2of his refuge3until the death6of the high8priest:7but after9the death10of the high12priest11the slayer14shall return13into the land16of his possession.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2בְעִ֤ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town3מִקְלָטוֹ֙H4733toevlucht, vrijstadrefuge4יֵשֵׁ֔בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry5עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6מ֖וֹתH4194dood, doods, stierf(be) dead(-ly), death, die(-d)7הַכֹּהֵ֣ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer8הַגָּדֹ֑לH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very9וְאַחֲרֵ֥יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with10מוֹת֙H4194dood, doods, stierf(be) dead(-ly), death, die(-d)11הַכֹּהֵ֣ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer12הַגָּדֹ֔לH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very13יָשׁוּב֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw14הָרֹצֵ֔חַH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)15אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16אֶ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17אֲחֻזָּתֽוֹH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession
29En deze dingen zullen ulieden zijn tot een inzetting van recht, bij uw geslachten, in al uw woningen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En dezeH428 dingen zullen ulieden zijnH1961 tot een inzettingH2708 van rechtH4941, bij uw geslachtenH1755, in alH3605 uw woningenH4186.En deze dingen zullen ulieden zijn tot een inzetting van recht, bij uw geslachten, in al uw woningen.
KJVSo these things shall be for a statute4of judgment5unto you throughout your generations6in all your dwellings.
30Al wie de ziel slaat, naar den mond der getuige zal men den doodslager doden, maar een enig getuige zal niet getuigen tegen een ziel, dat zij sterve.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30AlH3605 wie de zielH5315slaatH5221, naar den mondH6310 der getuigeH5707 zal men den doodslagerH7523dodenH7523, maar een enigH259 getuige zal nietH3808 getuigen tegen een zielH5315, dat zij sterveH4191.Al wie de ziel slaat, naar den mond der getuige zal men den doodslager doden, maar een enig getuige zal niet getuigen tegen een ziel, dat zij sterve.
Ook in dit vers
getuigenH5707
getuigenH6030
KJVWhoso killeth2any person,3the murderer6shall be put to death8by the mouth4of witnesses:5but one10witness9shall not testify12against any person13to cause him to die.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2מַ֨כֵּהH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound3נֶ֔פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it4לְפִ֣יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word5עֵדִ֔יםH5707getuige, getuigen, Getuigewitness6יִרְצַ֖חH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הָרֹצֵ֑חַH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)9וְעֵ֣דH5707getuige, getuigen, Getuigewitness10אֶחָ֔דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,11לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12יַעֲנֶ֥הH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)13בְנֶ֖פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it14לָמֽוּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
31En gij zult geen verzoening nemen voor de ziel des doodslagers, die schuldig is te sterven; want hij zal zekerlijk gedood worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En gij zult geenH3808verzoeningH3724nemenH3947 voor de zielH5315 des doodslagersH7523, die schuldigH7563 is te stervenH4191; wantH3588hijH1931 zal zekerlijkH4191gedoodH4191 worden.En gij zult geen verzoening nemen voor de ziel des doodslagers, die schuldig is te sterven; want hij zal zekerlijk gedood worden.
KJVMoreover ye shall take2no satisfaction3for the life4of a murderer,5which is guilty8of death:9but he shall be surely11put to death.
1וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תִקְח֥וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win3כֹ֨פֶר֙H3724verzoening, rantsoen, losgeldbribe, camphire, pitch, ransom, satisfaction, sum of money, village4לְנֶ֣פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it5רֹצֵ֔חַH7523doodslager, doodslagers, doodslaanput to death, kill, (man-) slay(-er), murder(-er)6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8רָשָׁ֖עH7563goddelozen, goddeloze, goddeloos[phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong9לָמ֑וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise10כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11מ֖וֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise12יוּמָֽתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
32Ook zult gij geen verzoening nemen voor dien, die gevlucht is naar zijn vrijstad, dat hij zou wederkeren, om te wonen in het land, tot den dood des hoge priesters.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Ook zult gij geenH3808verzoeningH3724nemenH3947 voor dien, die gevluchtH5127 is naarH413 zijn vrijstadH5892, dat hij zou wederkerenH7725, om te wonenH3427 in het landH776, tot den doodH4194 des hoge priestersH3548.Ook zult gij geen verzoening nemen voor dien, die gevlucht is naar zijn vrijstad, dat hij zou wederkeren, om te wonen in het land, tot den dood des hoge priesters.
KJVAnd ye shall take2no satisfaction3for him that is fled4to the city6of his refuge,7that he should come again8to dwell9in the land,10until the death12of the priest.
1וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תִקְח֣וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win3כֹ֔פֶרH3724verzoening, rantsoen, losgeldbribe, camphire, pitch, ransom, satisfaction, sum of money, village4לָנ֖וּסH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6עִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7מִקְלָט֑וֹH4733toevlucht, vrijstadrefuge8לָשׁוּב֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw9לָשֶׁ֣בֶתH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry10בָּאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet12מ֖וֹתH4194dood, doods, stierf(be) dead(-ly), death, die(-d)13הַכֹּהֵֽןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer
33Zo zult gij niet ontheiligen het land, waarin gij zijt; want het bloed ontheiligt het land; en voor het land zal geen verzoening gedaan worden over het bloed, dat daarin vergoten is, dan door het bloed desgenen, die dat vergoten heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33ZoH518 zult gij nietH3808ontheiligenH2610 het landH776, waarin gijH859 zijt; wantH3588 het bloedH1818ontheiligtH2610 het landH776; en voor het landH776 zal geenH3808verzoeningH3722 gedaan worden over het bloedH1818, dat daarin vergotenH8210 is, dan door het bloedH1818 desgenen, die dat vergotenH8210 heeft.Zo zult gij niet ontheiligen het land, waarin gij zijt; want het bloed ontheiligt het land; en voor het land zal geen verzoening gedaan worden over het bloed, dat daarin vergoten is, dan door het bloed desgenen, die dat vergoten heeft.
KJVSo ye shall not pollute2the land4wherein ye are: for blood9it defileth11the land:13and the land14cannot be cleansed16of the blood17that is shed19therein, but by the blood23of him that shed
1וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תַחֲנִ֣יפוּH2610ontheiligd, bevlekt, huichelaarscorrupt, defile, [idiom] greatly, pollute, profane3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָאָ֗רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6אַתֶּם֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you7בָּ֔הּ8כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9הַדָּ֔םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent10ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who11יַחֲנִ֖יףH2610ontheiligd, bevlekt, huichelaarscorrupt, defile, [idiom] greatly, pollute, profane12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14וְלָאָ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16יְכֻפַּ֗רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)17לַדָּם֙H1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent18אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19שֻׁפַּךְH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip20בָּ֔הּ21כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet22אִ֖םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet23בְּדַ֥םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent24שֹׁפְכֽוֹH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip
34Verontreinigt dan het land niet, waarin gij gaat wonen, in welks midden Ik wonen zal; want Ik ben de HEERE, wonende in het midden der kinderen Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34VerontreinigtH2930 dan het landH776nietH3808, waarin gijH859 gaat wonen, in welks middenH8432IkH589 wonen zal; wantH3588IkH589 ben de HEEREH3068, wonendeH7931 in het middenH8432 der kinderenH1121IsraelsH3478.Verontreinigt dan het land niet, waarin gij gaat wonen, in welks midden Ik wonen zal; want Ik ben de HEERE, wonende in het midden der kinderen Israels.
Ook in dit vers
wonenH3427
wonenH7931
KJVDefile2not therefore the land4which ye shall inhabit,7wherein12I dwell:11for I the LORD15dwell16among17the children18of Israel.
1וְלֹ֧אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תְטַמֵּ֣אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָאָ֗רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6אַתֶּם֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you7יֹשְׁבִ֣יםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry8בָּ֔הּ9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who11שֹׁכֵ֣ןH7931wonen, woont, woneabide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up)12בְּתוֹכָ֑הּH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)13כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who15יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16שֹׁכֵ֕ןH7931wonen, woont, woneabide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up)17בְּת֖וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)18בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Numeri 35:1— En de HEERE sprak tot Mozes, in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho, zeggende:Numeri 22:1→Numeri 36:13→Numeri 31:12→Numeri 26:63→Numeri 33:50→
Numeri 35:2— Gebied den kinderen Israels, dat zij van de erfenis hunner bezitting aan de Levieten steden zullen geven om te bewonen; daartoe zult gijlieden aan de Levieten voorsteden geven, aan de steden rondom dezelve.Jozua 14:3→Ezechiël 48:8→Leviticus 25:32→Ezechiël 45:1→1 Korinthe 9:10→Ezechiël 48:22→Jozua 21:2→
Numeri 35:3— En die steden zullen zij hebben om te bewonen; maar hun voorsteden zullen zijn voor hun beesten, en voor hun have, en voor al hun gedierte,Ezechiël 45:2→2 Kronieken 11:14→Jozua 21:11→
Numeri 35:6— De steden nu, die gij aan de Levieten zult geven, zullen zijn zes vrijsteden, die gij geven zult, opdat de doodslager daarheen vliede; en boven dezelve zult gij hun twee en veertig steden geven.Jozua 21:3→Jozua 21:13→Psalmen 9:9→Jozua 21:27→Jozua 21:21→Jozua 21:32→Jozua 21:36→Jozua 21:38→
Numeri 35:7— Al de steden, die gij aan de Levieten geven zult, zullen zijn acht en veertig steden, deze met haar voorsteden.Jozua 21:3→1 Kronieken 6:54→
Numeri 35:8— De steden, die gij van de bezitting der kinderen Israels geven zult, zult gij van dien, die vele heeft, vele nemen, en van dien, die weinig heeft, weinige nemen; een ieder zal naar zijn erfenis, die zij zullen erven, van zijn steden aan de Levieten geven.Numeri 26:54→Numeri 33:54→Genesis 49:7→Deuteronomium 33:8→Exodus 16:18→2 Korinthe 8:13→Jozua 21:1→Exodus 32:28→
Numeri 35:10— Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer gij over de Jordaan gaat naar het land Kanaan.Deuteronomium 12:9→Jozua 20:2→Leviticus 14:34→Deuteronomium 19:1→Numeri 34:2→Leviticus 25:2→
Numeri 35:11— Zo zult gij maken, dat u steden tegemoet liggen, die u tot vrijsteden zullen zijn; opdat de doodslager daarheen vliede, die een ziel onwetend geslagen heeft.Exodus 21:13→Jozua 20:2→Numeri 35:22→Deuteronomium 4:42→Deuteronomium 19:1→Numeri 35:6→
Numeri 35:12— En deze steden zullen u tot een toevlucht zijn voor den bloed wreker; opdat de doodslager niet sterve, totdat hij voor de vergadering aan het gericht gestaan hebbe.Jozua 20:3→Deuteronomium 19:6→Jozua 20:9→Numeri 35:19→2 Samuël 14:7→Deuteronomium 19:11→Numeri 35:24→
Numeri 35:14— Drie dezer vrijsteden zult gij geven op deze zijde van de Jordaan, en drie dezer steden zult gij geven in het land Kanaan; vrijsteden zullen het zijn.Deuteronomium 4:41→Jozua 20:7→Deuteronomium 19:8→
Numeri 35:15— Die zes steden zullen voor de kinderen Israels, en voor den vreemdeling, en den bijwoner in het midden van hen, tot een toevlucht zijn; opdat daarheen vliede, wie een ziel onvoorziens slaat.Numeri 15:16→Galaten 3:28→Romeinen 3:29→Leviticus 24:22→Exodus 12:49→
Numeri 35:16— Maar indien hij hem met een ijzeren instrument geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij; deze doodslager zal zekerlijk gedood worden.Leviticus 24:17→Numeri 35:30→Genesis 9:5→Numeri 35:22→Deuteronomium 19:11→Exodus 21:12→
Numeri 35:17— Of indien hij hem met een handsteen, waarvan met zoude kunnen sterven, geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij; deze doodslager zal zekerlijk gedood worden.Exodus 21:18→
Numeri 35:19— De wreker des bloeds, die zal den doodslager doden; als hij hem ontmoet, zal hij hem doden.Deuteronomium 19:12→Jozua 20:3→Deuteronomium 19:6→Numeri 35:21→Jozua 20:5→Numeri 35:12→Numeri 35:24→Numeri 35:27→
Numeri 35:20— Indien hij hem ook door haat zal gestoten hebben, of met opzet op hem geworpen heeft, dat hij gestorven zij;Deuteronomium 19:11→Exodus 21:14→2 Samuël 3:27→2 Samuël 20:10→Genesis 4:8→1 Samuël 24:11→Psalmen 35:7→Psalmen 57:4→
Numeri 35:22— Maar indien hij hem met der haast, zonder vijandschap gestoten heeft, of enig instrument zonder opzet op hem geworpen heeft;Exodus 21:13→Numeri 35:11→Deuteronomium 19:5→Jozua 20:3→Jozua 20:5→
Numeri 35:24— Zo zal de vergadering richten tussen den slager, en tussen den bloedwreker, naar deze zelve rechten.Jozua 20:6→Numeri 35:12→
Numeri 35:25— En de vergadering zal den doodslager redden uit den hand des bloedwrekers, en de vergadering zal hem doen wederkeren tot zijn vrijstad, waarheen hij gevloden was; en hij zal daarin blijven tot den dood des hogepriesters, dien men met de heilige olie gezalfd heeft.Exodus 29:7→Leviticus 4:3→Jozua 20:6→Leviticus 21:10→Hebreeën 10:19→Hebreeën 4:14→Efeze 2:16→Hebreeën 7:25→
Numeri 35:27— En de bloedwreker hem zal vinden buiten de palen zijner vrijstad; zo de bloedwreker den doodslager zal doden, het zal hem geen bloedschuld zijn.Deuteronomium 19:6→Exodus 22:2→Deuteronomium 19:10→
Numeri 35:28— Want hij zou in zijn vrijstad gebleven zijn tot den dood des hogepriesters; maar na de dood des hogepriesters zal de doodslager wederkeren tot het land zijner bezitting.Handelingen 27:31→Hebreeën 10:39→Hebreeën 9:11→Hebreeën 6:4→Hebreeën 10:26→Hebreeën 3:14→Johannes 15:4→Hebreeën 9:15→
Numeri 35:29— En deze dingen zullen ulieden zijn tot een inzetting van recht, bij uw geslachten, in al uw woningen.Numeri 27:11→Numeri 27:1→
Numeri 35:30— Al wie de ziel slaat, naar den mond der getuige zal men den doodslager doden, maar een enig getuige zal niet getuigen tegen een ziel, dat zij sterve.Deuteronomium 19:15→Mattheüs 18:16→Hebreeën 10:28→2 Korinthe 13:1→Johannes 8:17→1 Timotheüs 5:19→Numeri 35:16→Openbaring 11:3→
Numeri 35:31— En gij zult geen verzoening nemen voor de ziel des doodslagers, die schuldig is te sterven; want hij zal zekerlijk gedood worden.Deuteronomium 19:11→Exodus 21:14→2 Samuël 12:13→Psalmen 51:14→1 Koningen 2:28→Genesis 9:5→
Numeri 35:32— Ook zult gij geen verzoening nemen voor dien, die gevlucht is naar zijn vrijstad, dat hij zou wederkeren, om te wonen in het land, tot den dood des hoge priesters.Handelingen 4:12→Openbaring 5:9→Galaten 3:22→Galaten 3:10→Galaten 2:21→
Numeri 35:33— Zo zult gij niet ontheiligen het land, waarin gij zijt; want het bloed ontheiligt het land; en voor het land zal geen verzoening gedaan worden over het bloed, dat daarin vergoten is, dan door het bloed desgenen, die dat vergoten heeft.Micha 4:11→Psalmen 106:38→Genesis 9:6→Mattheüs 23:31→Deuteronomium 21:1→2 Koningen 24:4→Lukas 11:50→2 Koningen 23:26→
Numeri 35:34— Verontreinigt dan het land niet, waarin gij gaat wonen, in welks midden Ik wonen zal; want Ik ben de HEERE, wonende in het midden der kinderen Israels.Numeri 5:3→1 Koningen 6:13→Hosea 9:3→2 Korinthe 6:16→Psalmen 132:14→Leviticus 20:24→Jesaja 57:15→Jesaja 8:12→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Numeri 35 vers 2— Gebied den kinderen Israels, dat zij van de erfenis hunner bezitting aan de Levieten steden zullen geven om te bewonen; daartoe zult gijlieden aan de Levieten voorsteden geven, aan de steden rondom dezelve.
erfenis hunner bezitting
Alhoewel God den Levieten geen erfenis, als aan de andere stammen, in Kanaän heeft toegelegd, zo heeft Hij nochtans gewild dat zij alom in het land hun woonsteden zouden hebben, om het volk te bekwamer met Gods woord te bedienen, en op de bewaring van den reinen godsdienst acht en toezicht te nemen.
Hertaald:erfenis hunner bezitting
Hoewel God de Levieten geen erfdeel gegeven heeft zoals aan de andere stammen in Kanaän, heeft Hij toch gewild dat zij overal in het land woonplaatsen zouden hebben, om het volk beter met Gods woord te kunnen dienen, en toezicht te houden op de instandhouding van de zuivere godsdienst.
voorsteden geven,
Hierdoor worden verstaan de naast omliggende landen of velden, die den Levieten zouden dienen, niet alleen tot schuren en stalling voor koren en beesten, enz., maar ook, naar sommiger gevoelen, tot bouwland en weiland. Zie Jer. 32:7.
Hertaald:voorsteden geven,
Hiermee worden de nabijgelegen landen of velden bedoeld, die de Levieten zouden dienen, niet alleen als schuren en stallen voor koren en vee, maar ook, volgens sommigen, als bouwland en weiland. Zie Jer. 32:7.
Numeri 35 vers 5— En gij zult meten van buiten de stad, aan den hoek tegen het oosten, twee duizend ellen, en aan den hoek van het zuiden, twee duizend ellen, en aan den hoek van het westen, twee duizend ellen, en aan den hoek van het noorden, twee duizend ellen; dat de stad in het midden zij. Dit zullen zij hebben tot voorsteden van de steden.
twee duizend ellen,
Boven de duizend ellen, die in vs.4 vermeld zijn, nog een duizend, of, zoals anderen menen, nog twee andere duizend ellen, dienende tot weiden en akkerbouw, naar sommiger gevoelen. Anderen verstaan dat in dit vs. verklaard wordt de manier van de voorzegde duizend ellen rondom de stad te meten van het ene kwartier tot het andere, zo rechtuit als in het rond; of, dat hier nu gemene burgerlijke ellen verstaan worden, welker twee duizend maar een duizend heilige ellen maakten, gelijk de sikkel des heiligdoms dubbel zoveel deed als de gemene of burgerlijke sikkel; waarvan het oordeel den verstandigen lezer bevolen wordt.
Hertaald:twee duizend ellen,
Boven de duizend el die in vers 4 vermeld zijn, nog duizend, of, zoals anderen menen, nog tweeduizend el, dienend voor weide en akkerbouw, volgens sommigen. Anderen verstaan dat in dit vers verklaard wordt hoe men de eerder genoemde duizend el rondom de stad moet meten, van het ene kwartier naar het andere, zowel recht als in het rond; of dat hier gewone burgerlijke ellen bedoeld worden, waarvan tweeduizend gelijk waren aan duizend heilige ellen, zoals de sikkel van het heiligdom dubbel zoveel woog als de gewone of burgerlijke sikkel; waarover het oordeel aan de verstandige lezer wordt overgelaten.
westen,
Hebreeuws, van de zee.
Hertaald:westen,
Hebreeuws: van de zee.
Numeri 35 vers 6— De steden nu, die gij aan de Levieten zult geven, zullen zijn zes vrijsteden, die gij geven zult, opdat de doodslager daarheen vliede; en boven dezelve zult gij hun twee en veertig steden geven.
vrijsteden,
Of, steden van toevlucht, toeloop. Zie Joz. 20:2.
Hertaald:vrijsteden,
Of: steden van toevlucht, toeloop. Zie Joz. 20:2.
doodslager daarheen vliede;
Versta, die onwetend en onwillens een doodslag gedaan heeft, gelijk onder, vs.11, vs.15, 22,23.
Hertaald:doodslager daarheen vliede;
Versta: wie onopzettelijk en onbedoeld iemand gedood heeft, zoals hieronder, vers 11, vers 15, 22, 23.
Numeri 35 vers 8— De steden, die gij van de bezitting der kinderen Israels geven zult, zult gij van dien, die vele heeft, vele nemen, en van dien, die weinig heeft, weinige nemen; een ieder zal naar zijn erfenis, die zij zullen erven, van zijn steden aan de Levieten geven.
vele heeft,
Vergelijk boven, Num. 33:54, en zie Joz. 21:9, Joz. 21:16.
vele nemen,
Hebreeuws, vermenigvuldigen; dat is, vele steden nemen, of den Levieten geven.
Hertaald:vele nemen,
Hebreeuws: vermenigvuldigen; dat is: veel steden nemen, of aan de Levieten geven.
Numeri 35 vers 10— Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer gij over de Jordaan gaat naar het land Kanaan.
Wanneer gij over de Jordaan gaat
Of, als gij over de Jordaan zult gekomen zijn, enz.
Hertaald:Wanneer gij over de Jordaan gaat
Of: wanneer u over de Jordaan gekomen zult zijn.
Numeri 35 vers 11— Zo zult gij maken, dat u steden tegemoet liggen, die u tot vrijsteden zullen zijn; opdat de doodslager daarheen vliede, die een ziel onwetend geslagen heeft.
maken,
Hebreeuws, gij zult u steden doen ontmoeten, of, maken te bejegenen; dat is, de vrijsteden alzo ordineren dat zij bij de hand en niet ver af gelegen zijn, opdat de onschuldige doodslager op het spoedigst daarheen moge vlieden, en niet vervalle in de hand des bloedwrekers. Vergelijk Deut. 19:3, en aantekeningen aldaar.
Hertaald:maken,
Hebreeuws: u zult u steden doen ontmoeten, of maken te bejegenen; dat is: de vrijsteden zo regelen dat zij dichtbij en niet ver weg liggen, zodat de onschuldige doodslager zo snel mogelijk daarheen kan vluchten, en niet in de handen van de bloedwreker valt. Vergelijk Deut. 19:3 en de aantekeningen daarbij.
ziel
Dat is, een mens doodgeslagen heeft.
Hertaald:ziel
Dat is: een mens doodgeslagen heeft.
onwetend geslagen heeft
Hebreeuws, door dwaling; dat is, onwetend, gelijk Deut. 19:4-5; alzo onder, vs.15, 22,23.
Hertaald:onwetend geslagen heeft
Hebreeuws: door dwaling; dat is: onopzettelijk, zoals Deut. 19:4-5; zo ook hieronder, vers 15, 22, 23.
Numeri 35 vers 12— En deze steden zullen u tot een toevlucht zijn voor den bloed wreker; opdat de doodslager niet sterve, totdat hij voor de vergadering aan het gericht gestaan hebbe.
bloed wreker;
Zie vs.19, 21, 24, 27, waar hij bloedwreker genoemd wordt.
Hertaald:bloed wreker;
Zie vers 19, 21, 24, 27, waar hij bloedwreker genoemd wordt.
sterve,
Van de hand des bloedwrekers. Zie Deut. 16:6.
Hertaald:sterve,
Van de hand van de bloedwreker. Zie Deut. 16:6.
Numeri 35 vers 14— Drie dezer vrijsteden zult gij geven op deze zijde van de Jordaan, en drie dezer steden zult gij geven in het land Kanaan; vrijsteden zullen het zijn.
Kanaän;
Over de Jordaan. Vergelijk Deut. 19:8-10.
Hertaald:Kanaän;
Over de Jordaan. Vergelijk Deut. 19:8-10.
Numeri 35 vers 16— Maar indien hij hem met een ijzeren instrument geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij; deze doodslager zal zekerlijk gedood worden.
geslagen heeft,
Versta, niet onvoorziens of onwetend, maar wetens en willens.
Hertaald:geslagen heeft,
Versta: niet onopzettelijk of onbedoeld, maar willens en wetens.
zekerlijk
Hebreeuws, zal stervende, of, met den dood gedood worden; en alzo vs.17,18, 21.
Hertaald:zekerlijk
Hebreeuws: zal stervend, of met de dood gedood worden; en zo ook vers 17, 18, 21.
gedood worden
Ofschoon hij in een vrijstad mocht gevlucht zijn. Zie Deut. 19:11-12.
Hertaald:gedood worden
Ook al mocht hij naar een vrijstad gevlucht zijn. Zie Deut. 19:11-12.
Numeri 35 vers 17— Of indien hij hem met een handsteen, waarvan met zoude kunnen sterven, geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij; deze doodslager zal zekerlijk gedood worden.
handsteen,
Hebreeuws, steen der hand; dat is, met de hand geworpen.
Hertaald:handsteen,
Hebreeuws: steen der hand; dat is: met de hand geworpen.
Numeri 35 vers 19— De wreker des bloeds, die zal den doodslager doden; als hij hem ontmoet, zal hij hem doden.
doden;
Vergelijk Deut. 19:12, en boven, vs.12, en onder, vs.30.
Hertaald:doden;
Vergelijk Deut. 19:12, en hierboven, vers 12, en hieronder, vers 30.
Numeri 35 vers 21— Of hem door vijandschap met zijn hand geslagen heeft, dat hij gestorven zij; de slager zal zekerlijk gedood worden, een doodslager is hij; de bloedwreker zal dezen doodslager doden, als hij hem ontmoet.
doden,
Anders, [mogen] doden.
Hertaald:doden,
Ook mogelijk: [mogen] doden.
Numeri 35 vers 23— Of onvoorziens met enigen steen, waarvan men zoude kunnen sterven, en hij dien op hem heeft doen vallen, dat hij gestorven zij, zo hij hem toch geen vijand was, noch zijn kwaad zoekende;
onvoorziens met enigen steen,
Hebreeuws, zonder te zien. Anders, zonder [hem] te zien
Hertaald:onvoorziens met enigen steen,
Hebreeuws: zonder te zien. Ook mogelijk: zonder [hem] te zien.
kwaad zoekende;
Dat is, ongeluk, schade, kwetsing, veelmin zijn dood.
Hertaald:kwaad zoekende;
Dat is: ongeluk, schade, letsel, laat staan zijn dood.
Numeri 35 vers 25— En de vergadering zal den doodslager redden uit den hand des bloedwrekers, en de vergadering zal hem doen wederkeren tot zijn vrijstad, waarheen hij gevloden was; en hij zal daarin blijven tot den dood des hogepriesters, dien men met de heilige olie gezalfd heeft.
doodslager redden
Versta, die onwillens en onwetend zijnen naaste geslagen heeft, gelijk vs.23.
Hertaald:doodslager redden
Versta: wie zijn naaste onbedoeld en onopzettelijk geslagen heeft, zoals vers 23.
dood des hogepriesters,
Of, het sterven, en zo in het volgende.
Hertaald:dood des hogepriesters,
Of: het sterven; en zo ook hierna.
heilige olie gezalfd heeft
Zijnde alzo een voorbeeld van den Messias, van onzen Hogepriester en Zaligmaker Jezus Christus, die door zijn dood het handschrift onzer zonden uitgewist en ons met God verzoend heeft. Zie ook Lev. 21:10, en vergelijk Ps. 45:8; Ef. 2:16-17; Kol. 2:14; Hebr. 1:9.
Hertaald:heilige olie gezalfd heeft
Zo is hij een voorafbeelding van de Messias, van onze Hogepriester en Zaligmaker Jezus Christus, Die door Zijn dood het handschrift van onze zonden heeft uitgewist en ons met God verzoend heeft. Zie ook Lev. 21:10, en vergelijk Ps. 45:8; Ef. 2:16-17; Kol. 2:14; Hebr. 1:9.
Numeri 35 vers 26— Doch indien de doodslager enigzins zal gaan uit de palen zijner vrijstad, waarheen hij gevloden was,
enigszins zal gaan
Hebreeuws, uitgaande uitgaan.
Hertaald:enigszins zal gaan
Hebreeuws: uitgaand uitgaat.
Numeri 35 vers 27— En de bloedwreker hem zal vinden buiten de palen zijner vrijstad; zo de bloedwreker den doodslager zal doden, het zal hem geen bloedschuld zijn.
bloedschuld zijn
Hebreeuws, bloed; dat is, bloedschuld, of, doodslag zijn. De zin is: het zal hem bij de rechters voor geen doodslag toegerekend worden. Zie Gen. 37:26.
Hertaald:bloedschuld zijn
Hebreeuws: bloed; dat is: bloedschuld, of doodslag. De betekenis is: het zal hem bij de rechters niet als doodslag worden toegerekend. Zie Gen. 37:26.
Numeri 35 vers 28— Want hij zou in zijn vrijstad gebleven zijn tot den dood des hogepriesters; maar na de dood des hogepriesters zal de doodslager wederkeren tot het land zijner bezitting.
wederkeren
Dat is, mogen wederkeren tot zijn vorige eigen woonplaats.
Hertaald:wederkeren
Dat is: mag terugkeren naar zijn vroegere, eigen woonplaats.
Numeri 35 vers 30— Al wie de ziel slaat, naar den mond der getuige zal men den doodslager doden, maar een enig getuige zal niet getuigen tegen een ziel, dat zij sterve.
de ziel slaat,
Dat is, een mens of persoon het leven beneemt; hetwelk sommigen hier verstaan van het straffen des doodslagers.
Hertaald:de ziel slaat,
Dat is: een mens of persoon het leven ontneemt; wat sommigen hier verstaan als het straffen van de doodslager.
zal men den doodslager doden,
Dit ziet op den rechter, of bloedwreker, die een doodslager niet mocht doden zonder vorafgaande wettelijke overtuiging.
Hertaald:zal men den doodslager doden,
Dit heeft betrekking op de rechter, of bloedwreker, die een doodslager niet mocht doden zonder voorafgaande wettelijke overtuiging.
dat zij sterve
Hebreeuws, om te sterven; dat is, men zal niemand doden op eens mensen getuigenis alleen.
Hertaald:dat zij sterve
Hebreeuws: om te sterven; dat is: men zal niemand doden op het getuigenis van slechts één mens.
Numeri 35 vers 31— En gij zult geen verzoening nemen voor de ziel des doodslagers, die schuldig is te sterven; want hij zal zekerlijk gedood worden.
verzoening nemen
Dat is, geen verzoengeld, of enig geschenk, om het leven des doodslagers te verschonen, of hem [gelijk men zegt] pardon geven.
Hertaald:verzoening nemen
Dat is: geen losgeld, of enig geschenk, om het leven van de doodslager te sparen, of hem [zoals men zegt] gratie te verlenen.
schuldig is te sterven;
Wie bevonden wordt den dood verdiend te hebben. Het Hebreeuwse woord betekent een ongerechtige, of een, die onrecht en schuld heeft; en wordt tegengesteld aan de gerechtige, rechtvaardige of onschuldige in zaken van gericht. VergelijK Deut. 25:1. Anderszins wordt het ook in het algemeen genomen voor een goddeloze, ongoddelijke, boze, onvrome, die geduriglijk onrustig en woelende is in het kwade, gelijk Jes. 57:20 geschreven staat. Vergelijk Job 9:20.
Hertaald:schuldig is te sterven;
Wie bevonden wordt de dood verdiend te hebben. Het Hebreeuwse woord betekent iemand die onrechtvaardig is, of onrecht en schuld heeft; en wordt tegenovergesteld aan de rechtvaardige of onschuldige in gerechtszaken. Vergelijk Deut. 25:1. Verder wordt het ook in het algemeen gebruikt voor een goddeloze, ongodsdienstige, boze, onvrome, die voortdurend onrustig is en zich met kwaad bezighoudt, zoals in Jes. 57:20 geschreven staat. Vergelijk Job 9:20.
Numeri 35 vers 32— Ook zult gij geen verzoening nemen voor dien, die gevlucht is naar zijn vrijstad, dat hij zou wederkeren, om te wonen in het land, tot den dood des hoge priesters.
voor dien,
Anders, voor het vlieden; om hem te vergunnen, dat hij niet behoefde te vlieden naar een vrijstad, of dat hij, daarin gevloden zijnde, vandaar vrijelijk tot zijn woonplaats zou mogen wederkeren, vóór den dood des hogepriesters.
Hertaald:voor dien,
Ook mogelijk: voor het vluchten; om hem toe te staan dat hij niet naar een vrijstad hoefde te vluchten, of dat hij, daarheen gevlucht, vandaar vrij naar zijn woonplaats zou mogen terugkeren, vóór de dood van de hogepriester.
land,
Zijn bezitting, gelijk boven, vs.28; dat is, zijn vorige eigen woonplaats.
Hertaald:land,
Zijn bezitting, zoals hierboven, vers 28; dat is: zijn vroegere, eigen woonplaats.
Numeri 35 vers 34— Verontreinigt dan het land niet, waarin gij gaat wonen, in welks midden Ik wonen zal; want Ik ben de HEERE, wonende in het midden der kinderen Israels.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Vrijsteden — Hebreeuws: are miklat, "steden der toevlucht"
Van de achtenveertig Levietensteden werden er zes aangewezen als vrijsteden, drie aan elke zijde van de Jordaan (Num. 35:6,9-15; Deut. 4:41-43; Joz. 20:7-8). Wie een ander onopzettelijk gedood had, kon daarheen vluchten en was daar veilig voor de bloedwreker totdat hij voor de vergadering terechtgestaan had (Num. 35:12). Bleek het inderdaad zonder voorbedachten rade te zijn gebeurd, dan moest hij in de vrijstad blijven wonen tot de dood van de hogepriester; daarna mocht hij vrij naar zijn eigen bezitting terugkeren (Num. 35:25-28). Voor de moedwillige doodslager gold deze bescherming uitdrukkelijk niet (Num. 35:16-21,31). De regeling stond ook open voor de vreemdeling en de bijwoner in Israëls midden (Num. 35:15).
Bijbelse betekenis: De vrijsteden hielden twee dingen tegelijk overeind die gemakkelijk uit elkaar vallen: het bloed van de gedode werd niet weggewuifd — er was een gericht — maar de onschuldige werd ook niet aan de wraak overgeleverd. De toevlucht was bovendien alleen werkzaam binnen de muren: buiten de stad viel de bescherming weg (Num. 35:26-27). En veelzeggend is dat de vrijheid uiteindelijk kwam door een sterfgeval — de dood van de hogepriester.
Typologie: De Hebreeënbrief gebruikt precies dit beeld voor de gelovige: wij zijn het die "de toevlucht genomen hebben, om de voorgestelde hoop vast te houden" (Hebr. 6:18). Die hoop is een anker van de ziel, ingaande in het binnenste van het voorhangsel, waar Jezus als Voorloper is ingegaan, een Hogepriester geworden in eeuwigheid (Hebr. 6:19-20). Waar in Israël de dood van de hogepriester de vluchteling vrijmaakte, maakt hier de dood van de Hogepriester Zelf vrij — en dat blijvend, want Hij is opgestaan en blijft in eeuwigheid.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Profeet, priester en koningniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindingambt
De vrijstad en de dood van de hogepriester — 35:9-34
Wetten voor een land dat nog veroverd moet worden. God weet dat er ongelukken zullen gebeuren en dat bloedwraak een keten wordt die niet vanzelf stopt, en Hij bouwt er vooraf een uitweg in.
Wie zonder opzet gedood heeft mag vluchten naar een vrijstad, en hij blijft daar tot de hogepriester sterft — dan is hij vrij.
Zes steden, verspreid over het land zodat er altijd één binnen bereik was. Wie een ander per ongeluk had gedood, rende daarheen met de bloedwreker achter zich aan. Binnen de poort was hij veilig; erbuiten niet.
Maar veilig is niet hetzelfde als vrij. Hij bleef in die stad, weg van zijn akker en zijn familie. Er was hem nadrukkelijk verboden zich vrij te kopen; geen enkel bedrag hielp. Er was maar één zaak die hem aan zijn eigen bezitting kon teruggeven, en dat was de dood van de hogepriester. Stierf die, dan mocht hij naar huis.
Daar zit iets in waar geen prediker omheen kan. De vrijheid van de schuldige hing aan het sterven van de man die voor het volk verscheen. Zolang die leefde bleef de balling waar hij was; zodra hij stierf viel de schuld weg.
De Schrift legt dat verband niet uitdrukkelijk, en het moet dus met terughoudendheid gezegd worden. Maar zij zegt wél dat Christus onze Hogepriester is, dat wij bij Hem de toevlucht nemen, en dat door een dood wat gebonden was is vrijgekomen. Wie dat weet en dan Numeri 35 leest, hoort een bekende klank.
Numeri 35:11 — Zes steden, zodat er altijd één binnen bereik is.
Numeri 35:31 — Vrijkopen mag niet: geen bedrag helpt.
Numeri 35:25 — Hij blijft daar tot de dood van de hogepriester.
Hebreeën 6:18 — Wij hebben de toevlucht genomen tot de voorgestelde hoop.
Romeinen 7:4 — Door een dood is wat gebonden was vrijgekomen.
In het Nieuwe Testament: Hebreeën 6:18-20; Romeinen 7:4; Hebreeën 9:15-17
Hoever dit reikt: Niveau 3, en niet hoger. Het Nieuwe Testament haalt de vrijsteden nergens aan. Wel spreekt de Hebreeënbrief van de toevlucht nemen tot de hoop die ons voorgesteld is, en dat is dezelfde beweging.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Numeri 35:11.KruisverwijzingenExodus 21:13→Jozua 20:2→Numeri 35:22→Deuteronomium 4:42→Deuteronomium 19:1→Numeri 35:6→ — Zo zult gij maken, dat u steden tegemoet liggen, die u tot vrijsteden zullen zijn; opdat de doodslager daarheen vliede, die een ziel onwetend geslagen heeft. Toen de Heere de Joden deze wet gaf, maakte Hij gebruik van hun diep ingewortelde liefde voor de bloedwraak. Er zijn in de Schrift twee zaken vermeld die God nooit goedgekeurd heeft, maar die Hij — toen Hij bevond dat zij diep ingeworteld waren — de Joden niet verbood. De ene was de veelwijverij. Al had God er een afkeer van, Hij liet haar de Joden toe omdat Hij voorzag dat zij het gebod onvermijdelijk zouden overtreden als Hij een inzetting maakte dat zij maar één vrouw mochten hebben. Zo was het ook met deze zaak van de bloedwraak.
In plaats van de Joden te weigeren wat zij als het recht op wraak over hun naasten beschouwden, gaf God een wet die het vrijwel onmogelijk maakte dat iemand gedood werd tenzij hij werkelijk een moordenaar was. God stelde zes steden aan, op gemakkelijke afstanden, zodat wie een ander bij ongeluk doodde, meteen naar een van die steden kon vluchten. Al moest hij daar misschien zijn leven lang blijven, toch kon de bloedwreker hem nooit aanraken als hij onschuldig was. Hij zou een eerlijk verhoor krijgen, en werd hij onschuldig bevonden, dan moest hij binnen de stad blijven waar de bloedwreker niet komen kon. Ging hij de stad uit, dan mocht de wreker hem doden. Hij moest dus een eeuwige verbanning ondergaan, zelfs voor een dood die hij bij ongeluk veroorzaakt had — opdat men zou zien hoe ontzettend een zaak het is iemand op welke wijze ook ter dood te brengen.
De wet van God is de bloedwreker die de zondaar op het spoor is. Hij heeft moedwillig overtreden; hij heeft, om zo te zeggen, Gods geboden gedood; hij heeft ze onder zijn voeten getreden. De wet is achter hem, en zij zal hem eerlang in haar greep hebben. De verdoemenis hangt boven zijn hoofd, en zij zal hem zeker inhalen. Al bereikt zij hem in dit leven niet, toch zal in de wereld die komt de bloedwreker, de wet des Heeren, wraak aan hem oefenen, en hij zal geheel verdorven worden.
Maar er was onder de wet van God een vrijstad verzorgd — zes vrijsteden — opdat er één van hen op een gemakkelijke afstand van elk deel van het land zou zijn. Er zijn geen zes Christussen; er is er maar één, maar er is overal een Christus. Onze Heere Jezus Christus is de van God verordende weg der zaligheid. Wie van ons ook van zijn zonden tot Christus vlucht, overtuigd van zijn schuld en door Gods Geest geholpen om die weg in te gaan, zal een volstrekte en eeuwige veiligheid vinden. De vloek van de wet van God zal ons niet raken, de satan zal ons niet schaden, de wraak zal ons niet bereiken; want de goddelijke beschikking, sterker dan poorten van ijzer of koper, beschut ieder van ons “die de toevlucht genomen hebben, om de voorgestelde hoop vast te houden” (Hebr. 6:18).
I. Vs. 1-34.KruisverwijzingenNumeri 26:54→Numeri 33:54→Jozua 14:3→Jozua 21:3→Jozua 21:13→Numeri 22:1→Ezechiël 48:8→Psalmen 9:9→ — En de HEERE sprak tot Mozes, in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho, zeggende: Gebied den kinderen Israels, dat zij van de erfenis hunner bezitting aan de Levieten steden zullen geven om te bewonen; daartoe zult gijlieden aan de Levieten voorsteden geven, aan de steden rondom dezelve. En die steden zullen zij hebben om te bewonen; maar hun voorsteden zullen zijn voor hun beesten, en voor hun have, en voor al hun gedierte, En de voorsteden der steden, die gij aan de Levieten zult geven, zullen van den stadsmuur af, en naar buiten, van duizend ellen zijn rondom. En gij zult meten van buiten de stad, aan den hoek tegen het oosten, twee duizend ellen, en aan den hoek van het zuiden, twee duizend ellen, en aan den hoek van het westen, twee duizend ellen, en aan den hoek van het noorden, twee duizend ellen; dat de stad in het midden zij. Dit zullen zij hebben tot voorsteden van de steden. De steden nu, die gij aan de Levieten zult geven, zullen zijn zes vrijsteden, die gij geven zult, opdat de doodslager daarheen vliede; en boven dezelve zult gij hun twee en veertig steden geven. Al de steden, die gij aan de Levieten geven zult, zullen zijn acht en veertig steden, deze met haar voorsteden. De steden, die gij van de bezitting der kinderen Israels geven zult, zult gij van dien, die vele heeft, vele nemen, en van dien, die weinig heeft, weinige nemen; een ieder zal naar zijn erfenis, die zij zullen erven, van zijn steden aan de Levieten geven. Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer gij over de Jordaan gaat naar het land Kanaan. Hier volgen verdere bepalingen over de steden, die in het gehele land met de daarbij behorende voorsteden, of de weide voor het vee aan de Levieten werden afgestaan. In het geheel waren er achtenveertig, waarvan er zes tevens tot vrijsteden werden verklaard voor hen, die zonder voorbedachte rade iemand hadden verslagen en een schuilplaats moesten zoeken voor de hen vervolgende bloedwreker.
KruisverwijzingenNumeri 22:1→Numeri 36:13→Numeri 31:12→Numeri 26:63→Numeri 33:50→— En de HEERE sprak tot Mozes, in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho, zeggende:
En de HEERE sprak tot Mozes, in de vlakke velden van de Moabieten, aan de Jordaan van Jericho (hoofdstuk 33:50), zeggende:
KruisverwijzingenJozua 14:3→Ezechiël 48:8→Leviticus 25:32→Ezechiël 45:1→1 Korinthe 9:10→Ezechiël 48:22→Jozua 21:2→— Gebied den kinderen Israels, dat zij van de erfenis hunner bezitting aan de Levieten steden zullen geven om te bewonen; daartoe zult gijlieden aan de Levieten voorsteden geven, aan de steden rondom dezelve.
a) Gebied de kinderen van Israël, dat zij van de erfenis van hunr bezitting aan de Levieten, die toch naar hoofdstuk 18:20,23 geen eigen stamgebied ontvangen zouden, een bepaald aantal steden zullen geven om te bewonen; 1) daartoe zult gij aan de Levieten voorsteden, of eigenlijk weiden voor het vee, of landerijen geven aan de steden rondom deze. Wanneer de Levieten de hun afgestane huizen in deze steden uit nood moesten verkopen, konden zij die weer lossen en wanneer dit niet geschied was, moest in het Jubeljaar het eigendom voor niets aan de vroegere verkoper teruggegeven worden.
Jozua. 21:2
Dit was, opdat de Levieten niet verstrooid, maar zoveel mogelijk bij elkaar zouden wonen, én ten nut en voordeel voor zichzelf, én ten behoeve van het volk.
KruisverwijzingenEzechiël 45:2→2 Kronieken 11:14→Jozua 21:11→— En die steden zullen zij hebben om te bewonen; maar hun voorsteden zullen zijn voor hun beesten, en voor hun have, en voor al hun gedierte,
En die steden zullen zij hebben om te bewonen, maar hun voorsteden of weiden zullen zijn voor hun beesten, en voor hun have, en voor al hun gedierte, dat hun uit de wettige tienden (hoofdstuk 18:21 vv.) tot hun onderhoud ten deel valt. Deze weiden zullen echter niet, zoals de woonhuizen, door hen mogen vervreemd worden (Leviticus. 25:34).
— En de voorsteden der steden, die gij aan de Levieten zult geven, zullen van den stadsmuur af, en naar buiten, van duizend ellen zijn rondom.
En de voorsteden van de steden, die gij aan de Levieten geven zult, zullen van de stadsmuur af en naar buiten, naar alle zijden heen, van duizend el zijn, rondom.
— En gij zult meten van buiten de stad, aan den hoek tegen het oosten, twee duizend ellen, en aan den hoek van het zuiden, twee duizend ellen, en aan den hoek van het westen, twee duizend ellen, en aan den hoek van het noorden, twee duizend ellen; dat de stad in het midden zij. Dit zullen zij hebben tot voorsteden van de steden.
En gij zult, om een steeds vaststaande breedte aan elk van de vier buitenzijden (c1-c2) te krijgen, meten van buiten de stad 1000 el van de muur verwijderd, aan de hoektegen het oosten, aan beide hoeken tegen de oostzijde (zowel van c1 tot d1 als van c2 tot d2) elk 1000 el, dat is tezamen tweeduizend el, en aan de hoek van het zuiden, ook tweeduizend el, en aan de hoek van het westen, tweeduizend el, en aan de hoek van het noorden, tweeduizend el; dat de stad in het midden, en de afstand van de middelste linie (d1-d2) zoals de lengte van de stadsmuur (a-b) zij. Dit zullen zij, de Levieten, hebben tot voorsteden van de steden.
Deze beide verzen hebben aan de uitleggers veel moeite gekost, en zijn door de ene zo en de andere weer anders uitgelegd, totdat men eindelijk zich heeft neergelegd bij de verklaring van J.D. Michaelsi (overl. in 1791 als hoogleraar in de Oosterse talen te Göttingen).
Men heeft zich de eigenlijke stad voor te stellen als een vierkant. Wanneer men nu alle zijden aan beide kanten 1000 el verlengd voorstelt, dan krijgt men een groot vierkant voor de stad met de door de Levieten bewoonde voorsteden erbij, waarvan dan elke zijde 2000 el is vermeerderd met de lengte van de stad zelf. Was nu deze stad b.v. 800 ellen in het vierkant, dan was de buitenste zijde van het gehele stadgebied 2000 + 800, dat is 2800 el lang. Luther nam het anders op, en meende, dat de breedte van de voorsteden afhankelijk was van de grootte van de eigenlijke stad, en dat de zijden van het binnenste vierkant slechts aan beide zijden tot op de helft van de breedte van de stad verlengd moest worden. Was b.v. de stad 2000 voet lang en breed, dan moest er aan de zijde een verlenging komen van « x 2000 el, dat is 1000 el aan elke zijde. Dus was dan de stad met het buitengebied 2000 + 1000 + 1000 dat is 4000 el. Was daarentegen de stad 3000 el lang en breed, dan zou er, volgens Luther, aan iedere zijde een verlenging komen van 1500 el, dus 3000 + 1500 + 1500 = 6000 el. Men heeft wel eens gezegd, dat deze steden alleen door Levieten mochten bewoond worden; dat dit echter het geval niet was, en dat veeleer de Levieten in de hun aangewezen steden slechts zo vele huizen bewoonden als zij nodig hadden, en dat zij die niet als vruchtgebruikers bewoonden, maar als werkelijke bezitters blijkt uit Leviticus. 25:32 vv.; 1 Samuel. 6:12 en meer andere plaatsen.
KruisverwijzingenJozua 21:3→Jozua 21:13→Psalmen 9:9→Jozua 21:27→Jozua 21:21→Jozua 21:32→Jozua 21:36→Jozua 21:38→— De steden nu, die gij aan de Levieten zult geven, zullen zijn zes vrijsteden, die gij geven zult, opdat de doodslager daarheen vliede; en boven dezelve zult gij hun twee en veertig steden geven.
a) Onder de steden nu, die gij aan de Levieten zult geven, zullen zijn zes vrijsteden, die gij geven zult, opdat de doodslager, die zonder opzet een doodslag begaan heeft, daarheen vlucht, om de bloedwreker te ontgaan. En boven deze zult gij hun tweeënveertig steden geven, die echter geen vrijsteden zullen zijn.
Jozua. 21:21
KruisverwijzingenJozua 21:3→1 Kronieken 6:54→— Al de steden, die gij aan de Levieten geven zult, zullen zijn acht en veertig steden, deze met haar voorsteden.
Al de steden, die gij aan de Levieten geven zult in het gehele land, zullen zijn achtenveertig steden, 1) deze met haar, volgens de bepalingen in vs.4 en 5 nauwkeurig afgepaalde voorsteden.
Achtenveertig steden. 48 = 4 x 12. Vier maal zoveel steden daarom, als er stammen van Israël zijn. Vier is het getal, dat het rijk van God in de wereld afbeeldt. Uitdrukkelijk wordt Israël door deze achtenveertig steden op het rijk van God, in hun midden gevestigd, gewezen.
KruisverwijzingenNumeri 26:54→Numeri 33:54→Genesis 49:7→Deuteronomium 33:8→Exodus 16:18→2 Korinthe 8:13→Jozua 21:1→Exodus 32:28→— De steden, die gij van de bezitting der kinderen Israels geven zult, zult gij van dien, die vele heeft, vele nemen, en van dien, die weinig heeft, weinige nemen; een ieder zal naar zijn erfenis, die zij zullen erven, van zijn steden aan de Levieten geven.
De steden, 1) die gij van de bezitting van de kinderen van Israël geven zult, zult gij van hem, die vele landerijen heeft, velen nemen, en van hem, die weinige heeft, weinige nemen; een iedere stam zal naar zijn erfenis, die zij zullen erven, van zijn steden aan de Levieten geven.
Volgens Jozua. 21 kregen de Levieten in de stammen van Juda en Simeon negen, in ieder van de overige stammen vier, en in de stam van Nafthali drie steden; alzo 10 in het Overjordaanse, en 38 in het eigenlijke Kanaän, waarvan de 13 steden in Juda, Simeon en Benjamin voor de priestergeslachten waren, en de overige 35 voor de drie geslachten van de Levieten waren bestemd. Door deze verdeling van de Levieten onder alle stammen werd de vloek, die Jakob in zijn stervensuur (Genesis 49) over Levi had uitgesproken, dat zij verdeeld en verstrooid zouden zijn in Israël, voor de Levieten zowel als voor geheel Israël in een zegen veranderd. Doordat zij niet in alle steden en dorpen van de overige stammen verstrooid, maar in bepaalde steden in alle stammen verenigd leefden, waren zij niet in gevaar om geheel verstrooid en versnipperd te worden, en alzo werden zij behoed tegen een mogelijk geestelijk en zedelijk verval. Het wonen van Levi in 48 steden onder de twaalf stammen had geen ander doel, dan om het getuigenis van Jehova in het Woord onder het volk te bewaren en te verbreiden, zodat datgene, wat de woning van Jehova in de engste betekenis was, ook was de samenwoning van de heilige stam, namelijk een grote, maar verdeelde plaats van de getuigenis.
Jakobs vloek, over Levi, wegens zijn toorn en wraakzucht, jegens de Levieten uitgesproken, bestond hierin. Ik zal hen verdelen onder Jakob en zal hen verstrooien onder Israël (Genesis 49:7). Maar de vloek van deze verstrooiing schijnt van zijn nazaten afgenomen te zijn geweest, om die doorluchtige dienst, die zij verrichten in de aanvallen op de dienaars van het gouden kalf, waardoor zij zich de Heere heiligden (Exodus. 32:26), en om die van Pinehas, uit de stam van Levi, in zijn ijver voor de Heere, tegen de overste uit Simeon (Numeri. 15:11,14), om welke reden Mozes de stam van Levi ook zegent, een weinig voor zijn dood (Deuteronomium. 33:8), terwijl de stam van Simeon, die Levi’s metgezel in het nemen van de bewuste wraak was geweest, en daarom ook door de aartsvader vervloekt was, in de zegen werd voorbijgegaan. Immers, de verstrooiing van de Levieten verstrekte hen tot geen vloek, want zij werden daardoor in staat gesteld, om des te meer goed te doen. Het is een groot geluk voor een land, in al zijn gedeelten van goede leraren voorzien te zijn.
— Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Voorts sprak de HEERE tot Mozes, hem nauwkeuriger aanwijzingen doende over de bestemming van de in vs.6 genoemde vrijsteden, daarmee de vroeger in Exodus. 21:23 gedane beloften vervullende, zeggende:
KruisverwijzingenDeuteronomium 12:9→Jozua 20:2→Leviticus 14:34→Deuteronomium 19:1→Numeri 34:2→Leviticus 25:2→— Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer gij over de Jordaan gaat naar het land Kanaan.
Spreek 1) tot de kinderen van Israël en zeg tot hen: a) Wanneer gij over de Jordaan gaat naar het land Kanaän;
Deuteronomium. 19:2 Jozua. 20:2
God stelt de vrijsteden in, niet slechts om onderscheid te maken tussen misdaad en doodslag, maar ook, opdat niet ondoordacht onschuldig bloed zou worden vergoten. Tot hiertoe hebben wij gezien, hoe streng Hij wilde, dat de moord zou worden gestraft. Maar omdat het volstrekt niet billijk zou zijn, dat wie niet met eigen wil, maar bij toeval de naaste had gedood, aan dezelfde straf zou worden overgegeven, als zij, die vrijwillig een moord hadden begaan, wordt er met een uitzondering bijgevoegd, opdat hij buiten wraak zou zijn, die onwetend en tegen zijn wil iemand had gedood. Evenwel, God heeft hier verder opgelet, opdat de ene moord niet boven de andere zou worden geschat, en de aarde alzo bezoedeld worden. Wij zullen nu, volgens de rij af, de zaken een voor een behandelen. Want, ofschoon Hij eerst slechts over de steden, over de Jordaan gelegen, spreekt, uit het vervolg echter kan opgemaakt worden dat Hij zes tot dat gebruik heeft uitgekozen, waarvan drie waren gelegen aan deze zijde van de Jordaan. Hij wil daarom, dat zij zo gelegen zijn, dat iedere landstreek één van haar in haar nabijheid heeft, opdat voor de ellendigen, die buiten schuld zijn, de plaats van de ballingschap, wegens de afstand van de reis, niet al te treurig zou zijn. Verder, dat die steden zouden zijn in het aandeel van de stam van de Levieten, opdat de waardigheid van het Hogepriesterschap de ballingen des te beter zou beschermen; vervolgens, omdat het waarschijnlijker was, dat er bij de Levieten meer voorzichtigheid en ernst zou zijn, opdat het toevluchtsoord, aan onschuldigen toegekend, niet ook misdadigers zou ontvangen.
KruisverwijzingenExodus 21:13→Jozua 20:2→Numeri 35:22→Deuteronomium 4:42→Deuteronomium 19:1→Numeri 35:6→— Zo zult gij maken, dat u steden tegemoet liggen, die u tot vrijsteden zullen zijn; opdat de doodslager daarheen vliede, die een ziel onwetend geslagen heeft.
Zo zult gij maken, dat u een bepaald aantal (vs.13) steden tegemoet liggen, die u tot vrijsteden zullen zijn, opdat de doodslager daarheen vlucht, die een ziel onwetend, zonder opzet, geslagen heeft.
KruisverwijzingenJozua 20:3→Deuteronomium 19:6→Jozua 20:9→Numeri 35:19→2 Samuël 14:7→Deuteronomium 19:11→Numeri 35:24→— En deze steden zullen u tot een toevlucht zijn voor den bloed wreker; opdat de doodslager niet sterve, totdat hij voor de vergadering aan het gericht gestaan hebbe.
En deze steden zullen u tot een toevlucht zijn, u tijdelijk in veiligheid stellen, voor de bloedwreker, opdat de doodslager zonder vrees zij voor de hem vervolgende bloedwreker, en niet sterft, totdat hij voor de vergaderingvan de gemeente, waartoe hij behoort, aan het gericht gestaan hebbe, en het door deze zij uitgemaakt, of hij met of zonder opzet heeft gehandeld.
Wanneer naar de oudste beschouwing van de Grieken de moordenaar als zodanig net zo min tegen de Godheid als tegen de burgerlijke maatschappij een misdaad begaat, maar alleen het familierecht schendt, ziet daarentegen de Mozaïsche wet, de mens als het evenbeeld van God beschouwende, in de moord boven alles een zonde tegen de heilige God, de Schepper en Heer van het leven van de mens (Genesis 9:5 vv.), welke zonde moet geboet worden door de uitroeiing van de schuldige uit de door bloedschuld ontheiligde Godsstaat (vs.33). God is alzo zelf de eigenlijke bloedwreker (Psalm. 9:13 2 Kron.24:22); omdat echter door de moord de familie wordt aangetast, waarvan het theocratisch recht heeft geboden de onschendbaarheid te beschermen, wordt de uitvoering van de bloedwraak aan die bloedverwant toegelaten, aan wie in het algemeen het herstel van de verloren onschendbaarheid van de familie tot plicht is gesteld. Zo’n lid van de familie heeft niet alleen te zorgen, dat een stuk land, dat verloren is gegaan, wordt teruggekocht, dat een lid van de familie, dat in lijfeigenschap geraakt is, daarvan weer bevrijd wordt, maar ook om het verloren bloed van de familie te lossen, en heet daarom Goël, dat is losser. Over de uitvoering van de bloedwraak zelf bevat de wet op een andere plaats (Deuteronomium. 19:1-15 Jozua. 20:1-6) de volgende bepalingen:
1. Zij was alleen geboden voor opzettelijke doodslag; om echter degenen, die zonder opzet of door vergissing een mens gedood had voor de bloedwraak te beschermen, werd de bijzondere inrichting van de vrijsteden verordend, waarheen de doodslager moest vluchten, om door de oudsten van die stad voorlopig een onderzoek te doen instellen. Naar bevind van zaken werd hij, óf aan de bloedwreker uitgeleverd, óf aan de gemeente, waartoe hij behoorde tot verder onderzoek overgegeven. Erkende ook deze na nauwkeurige kennisneming van de zaak dat de doodslag onvoorzien was, dan bracht zij de dader terug naar de vrijstad, waar dan de doodslager altijd moest blijven, met de dood van de op die tijd dienstdoende Hogepriester. Dan echter kon hij zonder gevaar naar zijn eigen woonplaats terugkeren.
2. Voor opzettelijke doodslag was geen andere verzoening dan het bloed van de doodslager; het recht van de vergelding moest hier streng aan hem volbracht worden, en elke aanbieding om zich voor geld of iets anders er vanaf te maken, moest worden geweigerd. Ook de doodslager zonder opzet werd het niet toegelaten de vrijstad te verlaten, of zich daaruit te kopen en naar zijn woonplaats terug te keren, dan voor de dood van de Hogepriester. Hoe lang de bloedwraak bij het Israëlitische volk bestond, kan men niet met zekerheid bepalen; dat zij in gebruik was te tijde van koning David, blijkt uit 2 Samuel. 14:6-11
Reeds in Exodus. 21 had God beloofd, een vrijplaats te zullen stellen voor degene, die onwillig zijn naaste verslagen had. Hier vervult God Zijn belofte. In Deuteronomium. 19 wordt dit gebod nog eens herhaald. Dat die steden tevens Levietensteden waren, daarin ligt vooral het idee, omdat deze in het bijzonder het eigendom van de Heere waren, en Zijn onmiddellijke dienaren ze bezaten, dat de onwillige doodslager zich stelde onder de schutshoede van de goddelijke genade. In het vluchten naar de vrijsteden en in het aangrijpen van de hoornen van het altaar lag hetzelfde idee.
— En deze steden, die gij geven zult, zullen zes vrijsteden voor u zijn.
En deze steden, die gij volgens vs.2-8 aan de Levieten geven zult, zullen zes vrijsteden voor u zijn (vs.6).
KruisverwijzingenDeuteronomium 4:41→Jozua 20:7→Deuteronomium 19:8→— Drie dezer vrijsteden zult gij geven op deze zijde van de Jordaan, en drie dezer steden zult gij geven in het land Kanaan; vrijsteden zullen het zijn.
Drie van deze steden zult gij geven op deze zijde van de Jordaan, Bezer in de stam Ruben, Ramoth in Gilead in de stam Gad, en Godan in oostelijk Manasse (Deuteronomium. 4:43), en drie van deze steden zult gij geven in het land Kanaän: Kedes op het gebergte Nafthali, Sichem op het gebergte Efraïm en Hebron op het gebergte Juda Jozua 20:7); vrijsteden zullen het zijn.
KruisverwijzingenNumeri 15:16→Galaten 3:28→Romeinen 3:29→Leviticus 24:22→Exodus 12:49→— Die zes steden zullen voor de kinderen Israels, en voor den vreemdeling, en den bijwoner in het midden van hen, tot een toevlucht zijn; opdat daarheen vliede, wie een ziel onvoorziens slaat.
Die zes steden zullen voor de kinderen van Israël en voor de vreemdeling, en de bijwoner in het midden van hen, en al de huisgenoten, daar zowel deze als gene het recht hadden (zie “Le 17.9) tot een toevlucht zijn; de wegen daarheen moeten altijd goed in stand gehouden worden, opdat daarheen vlucht, wie een ziel onvoorzien slaat, opdat de vluchtelingen niet kunnen worden opgehouden en alzo de bloedwreker in handen vallen (Deuteronomium. 19:3).
In de volgende verzen hebben wij terstond nadere bepaling daaromtrent, welke soort van doodslag met voorbedachte rade (vs.16-21) en welke voor onopzettelijk te houden is (vs.22-24); daarnaar wordt het handelen in beide gevallen wettelijk geregeld (vs.25-34).
KruisverwijzingenLeviticus 24:17→Numeri 35:30→Genesis 9:5→Numeri 35:22→Deuteronomium 19:11→Exodus 21:12→— Maar indien hij hem met een ijzeren instrument geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij; deze doodslager zal zekerlijk gedood worden.
Maar indien hij hem met een ijzeren instrument, 1) een ax, een bijl, een hamer of iets dergelijks geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij; deze doodslager zal zeker gedood worden.
Kort hierop schijnt God met zichzelf in strijd te zijn, waar hij de moord, niet vrijwillig begaan, vrijspreekt, ofschoon met een ijzer of met een steen de wond is toegebracht, terwijl Hij hier eenvoudig verklaart, aan de dood schuldig te zijn, wie ook met een hout of met een stuk ijzer of met een steen hebben geslagen. Maar de oplossing is gemakkelijk, indien men let op het plan God. Want nadat Hij de dwaling vergiffenis schenkt, opdat niemand het als een bewijs van vrijwaring van straf op de misdaad zou uitleggen, komt Hij dit tijdig tegen en scherpt nog eens in, wat tevoren gezien is. Doch dat er sprake is van een stuk ijzer, hout en steen, met deze onderscheiding, verklaart hij nu des te duidelijker, dat de vrijwillige moord niet mag vergeven worden. Maar, zoals men gewoon is de wetten door verschillende drogredenen krachteloos te maken, zouden ook zij beproefd hebben het tot één geval te beperken, wat over de straf op de moord gezegd is, nl. indien men iemand met het zwaard had doorboord. Niet zonder oorzaak daarom stelt God de dood vast op de bewerker van de moord, op welke wijze die ook volbracht is, hetzij hij met een pijl, hetzij hij met een weggeworpen steen, hetzij hij met een knuppel heeft geslagen, omdat, om te straffen, voldoende is, dat de misdaad bedreven is. Wie een pijl zou hebben geworpen, om een mens te doden, was, volgens de lex Cornelia, zeker schuldig, en Martianus citeert het antwoord van Adrianus: “Wie een mens gedood heeft, indien hij dit gedaan heeft niet met de bedoeling om te doden, kan hij vrijgesproken worden, en wie een mens niet gedood heeft, maar hem zo gewond, dat hij stierf, moet wegens moord veroordeeld worden,” zoals ook Paulus leert volgens dezelfde lex Cornelia, dat de bedoeling voor de daad zelf moet genomen worden.” En dit antwoord van Adrianus is zeer waar, dat bij de misdaden de bedoeling niet buiten rekening moet worden gelaten. Daarom was dit de mening van Ulpianus, dat het niets betekent, indien men iemand beticht van moord, indien men de oorzaak van de dood niet kan aanwijzen. Hier was daarom het plan van God ook niet anders, dan de moordenaars elke gelegenheid af te snijden, van zich in allerlei bochten te wringen, indien zij overtuigd waren van boze wil, voornamelijk wanneer deze tot zijn doel was gekomen, omdat het van geen belang was, of de moord met een zwaard of met een knuppel of met een steen was gepleegd.
KruisverwijzingenExodus 21:18→— Of indien hij hem met een handsteen, waarvan met zoude kunnen sterven, geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij; deze doodslager zal zekerlijk gedood worden.
Of indien hij hem met een handsteen, waarvan men zou kunnen sterven, geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij; deze doodslager zal zeker gedood worden.
— Of indien hij hem met een houten handinstrument, waarvan men zoude kunnen sterven, geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij; deze doodslager zal zekerlijk gedood worden.
Of indien hij hem met een houten handinstrument, met een dikke stok, of een ander zwaar stuk hout, waarvan men zou kunnen sterven, geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij; deze doodslager zal zeker gedoodworden.
KruisverwijzingenDeuteronomium 19:12→Jozua 20:3→Deuteronomium 19:6→Numeri 35:21→Jozua 20:5→Numeri 35:12→Numeri 35:24→Numeri 35:27→— De wreker des bloeds, die zal den doodslager doden; als hij hem ontmoet, zal hij hem doden.
De wreker van het bloed, 1) de naaste bloedverwant, die zal de doodslager, die op een van de drie genoemde wijzen een ander om het leven gebracht heeft, doden; als hij hem ontmoet, zal hij hem doden; naar een andere vertaling: wanneer en waar hij hem vindt mag hij hen doden; want van iemand, die een werktuig bij zich heeft, waarmee het gevaarlijk is te slaan, waarvan de slagen dodelijk zijn, kam men terecht denken, dat hij het op het leven van iemand toelegt.
Waar Hij bevolen heeft, dat de doodslagers zouden sterven, daar wilde Hij ook, dat zij door de rechters, nadat de zaak bekend was, zouden veroordeeld worden. Doch, dat Hij nu de nabestaanden van de gestorvene aanzet om wraak te nemen, schijnt naar barbaarsheid te rieken, omdat het diende tot een zeer slecht voorbeeld, bijzondere personen het recht over leven en dood te verlenen, en dit in een eigen zaak. Want wel werd eertijds toegestaan de nachtelijke dieven te doden; ook de echtbreker, op heterdaad betrapt, mocht de man of de vader van de onteerde vrouw doden, maar dat iemand de dood van zijn broeder mocht wreken, is ongerijmd om bij de wet toe te staan. Men moet den ook niet menen, dat deze vrijheid ook door God zou zijn goedgekeurd, dat iemand, wie ook, met terzijdestelling van de publieke autoriteit, aan de moordenaar van zijn broeder straf zou oefenen, waar hij hem ook ontmoette, want zo zou een vrije teugel gegeven zijn aan plotseling opkomende toornigheid, zodat het bloedvergieten, bloedvergieten ten gevolge had. Waarom de veronderstelling waarschijnlijk is, dat hier de deur meer gesloten werd voor bijzondere wraak, dan geopend, alsof er zou gezegd zijn, dat, indien niet voor de onschuldigen gezorgd werd, de woede nauwelijks kon beteugeld worden van hen, wier bekende was gedood, niet omdat het hun zelf geoorloofd was, het recht uit te oefenen, maar omdat zij het niet voor een misdaad hielden en de vrijwaring van straf hen zou aanzetten, tot dat, wat aan een rechtmatige smart zou kunnen worden vergeven. Het is daarom ervoor te houden, dat, wanneer iemand uit louter misdaad een moord had gepleegd en door de nabestaande uit wraak de moord door een moord was gewroken, hij wel niet strafbaar was, omdat het hard was, dat hij als voor een halsdaad veroordeeld werd, die, als het ware gedreven door de liefde voor zijn bloed, welke van nature allen is ingeboezemd, de moordenaar, die toch schuldig stond aan de doodstraf, had gedood. Maar dat dit geschiedde bij toelating, en niet werd goedgekeurd, omdat de straffen niet volgens een privaat oordeel, maar volgens een publiek oordeel moesten uitgesproken worden. Maar omdat deze inwilliging, wegens de kinderlijke toestand van het volk, werd toegestaan, herinnert God hier, hoe noodzakelijk het is, een asiel aan onschuldigen te geven, omdat overigens, evenals bij moordenaars de aanval op hen, zonder onderscheid zon plaats hebben. Kortom, een vergelijking tussen misdadigers en onschuldigen, heeft hier plaats, omdat, indien er niet een juist onderscheid werd aangegeven, allen ter dood zonden worden gebracht.
KruisverwijzingenDeuteronomium 19:11→Exodus 21:14→2 Samuël 3:27→2 Samuël 20:10→Genesis 4:8→1 Samuël 24:11→Psalmen 35:7→Psalmen 57:4→— Indien hij hem ook door haat zal gestoten hebben, of met opzet op hem geworpen heeft, dat hij gestorven zij;
a) Indien hij hem ook door haat zal gestoten hebben, of met opzet op hem geworpen heeft, hem listig lagen gelegd heeft, dat hij gestorven zij;
Deuteronomium. 19:11
KruisverwijzingenExodus 21:13→Numeri 35:11→Deuteronomium 19:5→Jozua 20:3→Jozua 20:5→— Maar indien hij hem met der haast, zonder vijandschap gestoten heeft, of enig instrument zonder opzet op hem geworpen heeft;
Maar indien hij hem met de haast, woordelijk, op het ogenblik of plotseling, zodat hij het niet vooraf had kunnen voorzien (hoofdstuk 6:9) zonder vijandschap gestoten heeft, of enig instrument zonder opzet op hem geworpen heeft, zoals b.v. het in Deuteronomium. 19:5 aangevoerde geval;
— Of onvoorziens met enigen steen, waarvan men zoude kunnen sterven, en hij dien op hem heeft doen vallen, dat hij gestorven zij, zo hij hem toch geen vijand was, noch zijn kwaad zoekende;
Of onvoorzien met enige steen, waarvan men zou kunnen sterven, en hij die op hem heeft doen vallen, dat hij gestorven zij, zo hij hem toch geen vijand was, noch zijn kwaad zoekende, omdat daaruit blijkt, dat hij tevoren in vriendschap met hem verkeerde;
KruisverwijzingenJozua 20:6→Numeri 35:12→— Zo zal de vergadering richten tussen den slager, en tussen den bloedwreker, naar deze zelve rechten.
Zo zal de vergadering van de gemeente waar de daad geschied is, als scheidsrechter tussenbeide komen, en richten tussen de slager en tussen de bloedwreker, naar dezelfde rechten, naar de in het bovenstaande aangegeven rechtsgronden.
KruisverwijzingenExodus 29:7→Leviticus 4:3→Jozua 20:6→Leviticus 21:10→Hebreeën 10:19→Hebreeën 4:14→Efeze 2:16→Hebreeën 7:25→— En de vergadering zal den doodslager redden uit den hand des bloedwrekers, en de vergadering zal hem doen wederkeren tot zijn vrijstad, waarheen hij gevloden was; en hij zal daarin blijven tot den dood des hogepriesters, dien men met de heilige olie gezalfd heeft.
En de vergadering zal de doodslager, waarvan blijkt, dat hij het niet met voordachte rade gedaan heeft, redden uit de hand van de bloedwreker, zodat deze hem niet dode, en de vergadering zal hem beschermen en doen terugkeren tot zijn vrijstad, waarheen hij gevlucht was, en hij zal daarin blijven tot de dood van de Hogepriester, die op de tijd, dat de doodslag plaatsvindt, dat ambt bekleedt, die men met de heilige olie 1) gezalfd heeft (Leviticus. 8:13).
In deze bestemmingen openbaart zich de gehele ernst van de goddelijke gerechtigheid in de schoonste overeenstemming met de erbarmende genade. Door de doodslag, al had deze onvoorzien plaatsgehad, was mensenbloed vergoten, dat verzoening eiste. Deze verzoening kon niet bestaan in de dood van de zondaar, omdat deze niet met voorbedachte rade had gezondigd. Daarom werd hem in de vrijstad een asiel geopend, waarheen hij kon vluchten en waar hij was geborgen. Het verblijf in de vrijstad is niet als een verbanning te beschouwen, ofschoon het mijden van geboorteplaats, vaderhuis en familie ook een straf was, maar zij was een verberging onder de schuts van de goddelijke genade, welke in de vrijsteden toevluchtsplaatsen voor de vleselijke ijver van de bloedwrekers opende, waar de doodslager geborgen bleef, tot zijn zonde door de dood van de Hogepriester verzoend was. Want dat hierbij de dood van de Hogepriester, zoals verscheidene Rabbijnen en vele Kerkvaders en oude theologen hebben erkend, als verzoenend is te beschouwen, dat blijkt duidelijk uit de tussenzin: “die men met de heilige zalfolie gezalfd heeft,” die bij iedere andere opvatting, als betekenloos en overbodig is.
De heilige zalfolie was het symbool van de Heilige Geest. Welnu, zoals Christus Jezus, de grote Hogepriester van het Nieuwe Verbond, zich door de eeuwige Geest heeft opgeofferd, onstraffelijk en daardoor de oorzaak is geworden van de verlossing van al Zijn gelovigen, zo werd ook de Hogepriester van het Oude Verbond, die met de heilige zalfolie gezalfd was, door zijn dood de oorzaak van de vrijlating en verlossing van allen, die tot de vrijstad, omwille van hun leven, waren gevlucht.
— Doch indien de doodslager enigzins zal gaan uit de palen zijner vrijstad, waarheen hij gevloden was,
Doch indien de doodslager nog vóór de dood van de dienstdoende Hogepriester enigszins zal gaan uit de grenzen van zijn vrijstad, waarheen hij gevlucht was;
KruisverwijzingenDeuteronomium 19:6→Exodus 22:2→Deuteronomium 19:10→— En de bloedwreker hem zal vinden buiten de palen zijner vrijstad; zo de bloedwreker den doodslager zal doden, het zal hem geen bloedschuld zijn.
En de bloedwreker hem zal vinden ergens buiten de grenzen van zijn vrijstad; dan de bloedwreker de doodslager zal doden, het zal hem geen bloedschuld zijn; voor deze daad zal hij niet verantwoordelijk gesteld worden.
KruisverwijzingenHandelingen 27:31→Hebreeën 10:39→Hebreeën 9:11→Hebreeën 6:4→Hebreeën 10:26→Hebreeën 3:14→Johannes 15:4→Hebreeën 9:15→— Want hij zou in zijn vrijstad gebleven zijn tot den dood des hogepriesters; maar na de dood des hogepriesters zal de doodslager wederkeren tot het land zijner bezitting.
Want hij (de doodslager) zou naar vs.25 in zijn vrijstad gebleven 1) zijn tot de dood van de Hogepriester: maar na de dood van de Hogepriester, zal de doodslager terugkeren tot het land van zijn bezitting, 2) zonder dat de bloedwreker hem verder vervolgen mag. Wanneer hij nu willekeurig de plaats, waar de goddelijke genade hem wilde beschermen, verlaat, dan is het zijn eigen schuld, wanneer hij de straf ontvangt voor zijn doodslag.
De tijd van de ballingschap wordt verbonden met de dood van de Hogepriester, omdat het volstrekt niet menslievend was, bij den arme balling alle hoop op terugkeer af te snijden. Doch wanneer een nieuwe Hogepriester optrad, om het volk met God te verzoenen, moest deze vernieuwing van de genade alle haat verzoenen. Waarom God niet zonder oorzaak hen in hun eer herstelt, wie slechts straf wegens een dwaling hadden geleden.
Deze wet aangaande de vrijsteden, voor onmoedwillige doodslagen, die aldaar tegen alle aanklachten en vervolgingen gedekt waren, en door de tussenkomst van de dood van de Hogepriester hun verloren vrijheid terugkregen en volkomen ontslagen werden, is een levendig en aangenaam schilderij van de genade van God in Jezus Christus, waardoor Hij de uitverkorenen, ofschoon doodschuldige zondaren van nature, nochthans op een Hem zo betamelijke wijze, dat zijn haat en afkeer van de zonde en de vlekkeloze heiligheid van Zijn natuur in de verlossing zelf van doodschuldige luisterrijk komt door te stralen, bevrijd van de eeuwige dood en de rampzalige verdoemenis, voor zoverre zij door boetvaardigheid, geloof en bekering tot Gods barmhartigheid in Christus hun toevlucht nemen, want voor zodanigen is de Naam van de Heere een sterke toren, daar zij als in een hoog vertrek gesteld worden (Spreuken. 17:10); en zo velen als in Christus door het geloof bevonden worden (Filip.3:9,10), die zijn bevrijd en beveiligd tegen de beschuldigingen van de Wet en tegen de verdoemenis, terwijl Hij ook een ieder, die tot Hem komt, niet zal uitwerpen, maar rust geven voor zijn vermoeide ziel.
Ook de doodslag zonder opzet is op zichzelf een daad, die verzoening eist door het bloed van hem, die eraan schuldig is; daarom is de bloedwreker onschuldig, wanneer hij de doodslager doodt nog vóór hij de vrijstad bereikt heeft, of buiten de grenzen daarvan gegaan is zolang de dan fungerende Hogepriester leeft. Daar het hier echter een onvoorbedachtelijke misdaad geldt, neemt de goddelijke genade de onvoorbedachtelijke doodslager onder haar bescherming tegen de enkel vleselijke ijver van de bloedwreker. Daar de Levietensteden als het ware kunnen beschouwd worden als heiligdommen, verenigende in zich en vertegenwoordigende zichtbaar het wonen van God onder Zijn volk op verschillende plaatsen en op bijna even grote afstanden van elkaar, zo zijn de vrijsteden, die daaruit genomen zijn, als zo vele altaren, die vooral in het land toegankelijk gemaakt zijn, en het enige grote altaar vertegenwoordigende, dat de hoogste vrijstad uitmaakte (Ex.21:14; 1 Kon.1:50 vv.; 2:28 vv.). Onder zo’n bescherming door Zijn genade behoedt dan de Heere de doodslager zolang totdat zijn misdrijf, dat verzoenbaar is, en verzoening behoeft, werkelijk verzoend is, namelijk door de dood van de tot die tijd toe dienstdoende Hogepriester. Alzo voegt de Hogepriester bij de verzoenende daad, die hij jaarlijks op de Verzoendag verricht, nog een allergewichtigste hoofdomstandigheid, die hem tot nog toe ontbroken heeft, om geheel de type (voorbeelding) van Christus te zijn, zijn sterven, dat omwille van de zalving, die op zijn hoofd is, van het sterven van alle andere mensenkinderen onderscheiden is (Johannes 10:18; 17:19). “Niemand neemt Mijn leven van Mij, maar Ik leg het van Mij zelf af; Ik heilig Mij zelf voor hen,” en profeteert alzo geheel van de Hogepriester van de toekomende goederen, wiens bloed krachtiger is dan dat van de stieren en bokken (Hebr.9:11 vv.)
KruisverwijzingenNumeri 27:11→Numeri 27:1→— En deze dingen zullen ulieden zijn tot een inzetting van recht, bij uw geslachten, in al uw woningen.
En deze dingen, die Ik in het vervolg over de behandeling van de eigenlijke doodslag zal verordenen, zullen u zijn tot een instelling van recht, tot eenonverbrekelijke wet, bij uw geslachten in al uw woningen, op alle tijden en op alle plaatsen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 19:11→Exodus 21:14→2 Samuël 12:13→Psalmen 51:14→1 Koningen 2:28→Genesis 9:5→— En gij zult geen verzoening nemen voor de ziel des doodslagers, die schuldig is te sterven; want hij zal zekerlijk gedood worden.
En gij zult ook daarentegen wanneer iemand eens voor een opzettelijke doodslager is erkend geworden, geen verzoening, geen losgeld nemen voor de ziel van de doodslager, die schuldig is te sterven; want hij zal zeker gedood worden.
KruisverwijzingenHandelingen 4:12→Openbaring 5:9→Galaten 3:22→Galaten 3:10→Galaten 2:21→— Ook zult gij geen verzoening nemen voor dien, die gevlucht is naar zijn vrijstad, dat hij zou wederkeren, om te wonen in het land, tot den dood des hoge priesters.
Ook zult gij geen verzoening nemen 1) voor hem, die na een onopzettelijke doodslag gevlucht is naar zijn vrijstad, dat hij, zoals eerder in vs.25 is gezegd, zou terugkeren om te wonen in het land, maar hij zal daar blijven tot de dood van de Hogepriester, dan pas mag hij straffeloos naar zijn woonplaats terugkeren.
God had eens gesproken, dat, wie andermans bloed vergiet, diens bloed vergoten zou worden. Daarvan mocht niet worden afgeweken. Niet anders werd aan de geschonden gerechtigheid genoeggedaan, dan wanneer bloed voor bloed werd gegeven. Daarom hier het verbod van een losprijs aan te nemen, voor welke moord of doodslag ook.
KruisverwijzingenMicha 4:11→Psalmen 106:38→Genesis 9:6→Mattheüs 23:31→Deuteronomium 21:1→2 Koningen 24:4→Lukas 11:50→2 Koningen 23:26→— Zo zult gij niet ontheiligen het land, waarin gij zijt; want het bloed ontheiligt het land; en voor het land zal geen verzoening gedaan worden over het bloed, dat daarin vergoten is, dan door het bloed desgenen, die dat vergoten heeft.
Zo zult gij dan niet ontheiligen 1) het land, waarin gij zijt, door op de een of andere wijze de doodslager te sparen; want het storten van bloed door een moord ontheiligt het land; en voor het land zal geenverzoening gedaan worden over het bloed, dat daarin vergoten is, dan door het bloed van hem, die dat vergoten heeft. 2)
Deze clausule herinnert wederom, dat, indien zij geen strenge oordelen oefenden tegen de moordenaars, zij schuldig zouden staan aan heiligschennis, omdat het land door het uitgestorte bloed van de mens ontheiligd werd, en aan de vloek werd blootgesteld, totdat er verzoening voor had plaatsgehad. Vervolgens, omdat God in het land Kanaän woonde, die zich een woonplaats onder de kinderen van Israël had uitgekozen, werd tegelijk Zijn heiligheid geschonden. Slotsom is, dat Hij op allerlei wijze wilde verhinderen, dat het land, dat aan God gewijd was, door doodslag werd bezoedeld.
Het wordt bij de tegenwoordige Arabieren voor schandelijk geacht, wanneer de bloedwreker geld aanneemt van de verwanten van de moordenaar. Ook bij hen laat zich het denkbeeld gelden, dat de straffeloosheid van de moordenaar iets ontzettends is. Hoeveel temeer moest dit het geval zijn bij de Israëliet, bij wie de reden van dit afgrijzen daarin gelegen was, dat hij door een moord het goddelijk evenbeeld zag aantasten (Genesis 9:6).
KruisverwijzingenNumeri 5:3→1 Koningen 6:13→Hosea 9:3→2 Korinthe 6:16→Psalmen 132:14→Leviticus 20:24→Jesaja 57:15→Jesaja 8:12→— Verontreinigt dan het land niet, waarin gij gaat wonen, in welks midden Ik wonen zal; want Ik ben de HEERE, wonende in het midden der kinderen Israels.
Verontreinigt dan het land niet, waarin gij gaat wonen, in wiens midden Ik, krachtens het in uw midden opgerichte heiligdom, wonen zal (Ex.29:45 Lev.26:11 vv. Numeri. 5:3); gijzou het echter verontreinigen door de moordenaars onder u te laten wonen; want Ik ben de HEERE, wonende in het midden van de kinderen van Israël, een heilig en rechtvaardig God, en alleen wanneer rechtvaardigheid onder u woont, kan ik Mijn woning bij u houden; aan een verontreinigd, met bloedschulden bevlekt land moet Ik Mijn aanwezigheidonttrekken.
Vergelijk hiermee de verordening in Deuteronomium. 21:1-9 voor het geval, dat men een verslagene op het veld vindt en niet weet, wie hem verslagen heeft.
Is de gehele dienst onder Israël een voorafschaduwing van de tijd van de genade, zo zijn het vooral de vrijsteden, die aan het rijk van Christus herinneren. Deze waren gesteld voor de doodslagers zonder opzet, dus voor die, welke met berouw over hun daad vervuld waren en niet voor hen, die alleen de straf wilden ontgaan voor ene misdaad, welke zij met vreugde hadden gepleegd. Zo is het koninkrijk van de hemelen niet voor hen die van de straf, maar voor hen, die van de zonde begeren verlost te worden, en wordt hij uitgeworpen die geen bruiloftskleed, het kleed van ootmoed, heeft aangetrokken (Matth.22:11 vv.). Over de weg tot die vrijsteden, zie Deuteronomium. 19:3. De schuldige moest binnen de stad blijven totdat de Hogepriester gestorven was, dan mocht hij vrij gaan, waarheen hij wilde. Dit leert ons, dat, wie tot Christus gevlucht is, zich niet als Petrus moet wagen te midden van de vijanden van Christus, maar zich aan de gelovige gemeente moet houden, omdat hem overal elders de door bedreigt; eerst dan, als hij recht heeft leren inzien het geheim van de dood van de Enige Hogepriester, en weet dat deze voor zijn zonden gestorven is, zal hij door Gods genade kracht bezitten om de wereld in te gaan en zijn Redder te prediken. Ach, menige ziel, de ijdelheid van de wereld ontvlucht, wordt weer in deze ingewikkeld, omdat zij niet in de vrijstad blijft, totdat zij de dood van de Heere heeft verstaan.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Numeri 35
Numeri 35:11.KruisverwijzingenExodus 21:13→Jozua 20:2→Numeri 35:22→Deuteronomium 4:42→Deuteronomium 19:1→Numeri 35:6→
— Zo zult gij maken, dat u steden tegemoet liggen, die u tot vrijsteden zullen zijn; opdat de doodslager daarheen vliede, die een ziel onwetend geslagen heeft.
Toen de Heere de Joden deze wet gaf, maakte Hij gebruik van hun diep ingewortelde liefde voor de bloedwraak. Er zijn in de Schrift twee zaken vermeld die God nooit goedgekeurd heeft, maar die Hij — toen Hij bevond dat zij diep ingeworteld waren — de Joden niet verbood. De ene was de veelwijverij. Al had God er een afkeer van, Hij liet haar de Joden toe omdat Hij voorzag dat zij het gebod onvermijdelijk zouden overtreden als Hij een inzetting maakte dat zij maar één vrouw mochten hebben. Zo was het ook met deze zaak van de bloedwraak.
In plaats van de Joden te weigeren wat zij als het recht op wraak over hun naasten beschouwden, gaf God een wet die het vrijwel onmogelijk maakte dat iemand gedood werd tenzij hij werkelijk een moordenaar was. God stelde zes steden aan, op gemakkelijke afstanden, zodat wie een ander bij ongeluk doodde, meteen naar een van die steden kon vluchten. Al moest hij daar misschien zijn leven lang blijven, toch kon de bloedwreker hem nooit aanraken als hij onschuldig was. Hij zou een eerlijk verhoor krijgen, en werd hij onschuldig bevonden, dan moest hij binnen de stad blijven waar de bloedwreker niet komen kon. Ging hij de stad uit, dan mocht de wreker hem doden. Hij moest dus een eeuwige verbanning ondergaan, zelfs voor een dood die hij bij ongeluk veroorzaakt had — opdat men zou zien hoe ontzettend een zaak het is iemand op welke wijze ook ter dood te brengen.
De wet van God is de bloedwreker die de zondaar op het spoor is. Hij heeft moedwillig overtreden; hij heeft, om zo te zeggen, Gods geboden gedood; hij heeft ze onder zijn voeten getreden. De wet is achter hem, en zij zal hem eerlang in haar greep hebben. De verdoemenis hangt boven zijn hoofd, en zij zal hem zeker inhalen. Al bereikt zij hem in dit leven niet, toch zal in de wereld die komt de bloedwreker, de wet des Heeren, wraak aan hem oefenen, en hij zal geheel verdorven worden.
Maar er was onder de wet van God een vrijstad verzorgd — zes vrijsteden — opdat er één van hen op een gemakkelijke afstand van elk deel van het land zou zijn. Er zijn geen zes Christussen; er is er maar één, maar er is overal een Christus. Onze Heere Jezus Christus is de van God verordende weg der zaligheid. Wie van ons ook van zijn zonden tot Christus vlucht, overtuigd van zijn schuld en door Gods Geest geholpen om die weg in te gaan, zal een volstrekte en eeuwige veiligheid vinden. De vloek van de wet van God zal ons niet raken, de satan zal ons niet schaden, de wraak zal ons niet bereiken; want de goddelijke beschikking, sterker dan poorten van ijzer of koper, beschut ieder van ons “die de toevlucht genomen hebben, om de voorgestelde hoop vast te houden” (Hebr. 6:18).
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-34.KruisverwijzingenNumeri 26:54→Numeri 33:54→Jozua 14:3→Jozua 21:3→Jozua 21:13→Numeri 22:1→Ezechiël 48:8→Psalmen 9:9→
— En de HEERE sprak tot Mozes, in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho, zeggende: Gebied den kinderen Israels, dat zij van de erfenis hunner bezitting aan de Levieten steden zullen geven om te bewonen; daartoe zult gijlieden aan de Levieten voorsteden geven, aan de steden rondom dezelve. En die steden zullen zij hebben om te bewonen; maar hun voorsteden zullen zijn voor hun beesten, en voor hun have, en voor al hun gedierte, En de voorsteden der steden, die gij aan de Levieten zult geven, zullen van den stadsmuur af, en naar buiten, van duizend ellen zijn rondom. En gij zult meten van buiten de stad, aan den hoek tegen het oosten, twee duizend ellen, en aan den hoek van het zuiden, twee duizend ellen, en aan den hoek van het westen, twee duizend ellen, en aan den hoek van het noorden, twee duizend ellen; dat de stad in het midden zij. Dit zullen zij hebben tot voorsteden van de steden. De steden nu, die gij aan de Levieten zult geven, zullen zijn zes vrijsteden, die gij geven zult, opdat de doodslager daarheen vliede; en boven dezelve zult gij hun twee en veertig steden geven. Al de steden, die gij aan de Levieten geven zult, zullen zijn acht en veertig steden, deze met haar voorsteden. De steden, die gij van de bezitting der kinderen Israels geven zult, zult gij van dien, die vele heeft, vele nemen, en van dien, die weinig heeft, weinige nemen; een ieder zal naar zijn erfenis, die zij zullen erven, van zijn steden aan de Levieten geven. Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer gij over de Jordaan gaat naar het land Kanaan.
Hier volgen verdere bepalingen over de steden, die in het gehele land met de daarbij behorende voorsteden, of de weide voor het vee aan de Levieten werden afgestaan. In het geheel waren er achtenveertig, waarvan er zes tevens tot vrijsteden werden verklaard voor hen, die zonder voorbedachte rade iemand hadden verslagen en een schuilplaats moesten zoeken voor de hen vervolgende bloedwreker.
En de HEERE sprak tot Mozes, in de vlakke velden van de Moabieten, aan de Jordaan van Jericho (hoofdstuk 33:50), zeggende:
a) Gebied de kinderen van Israël, dat zij van de erfenis van hunr bezitting aan de Levieten, die toch naar hoofdstuk 18:20,23 geen eigen stamgebied ontvangen zouden, een bepaald aantal steden zullen geven om te bewonen; 1) daartoe zult gij aan de Levieten voorsteden, of eigenlijk weiden voor het vee, of landerijen geven aan de steden rondom deze. Wanneer de Levieten de hun afgestane huizen in deze steden uit nood moesten verkopen, konden zij die weer lossen en wanneer dit niet geschied was, moest in het Jubeljaar het eigendom voor niets aan de vroegere verkoper teruggegeven worden.
Jozua. 21:2
Dit was, opdat de Levieten niet verstrooid, maar zoveel mogelijk bij elkaar zouden wonen, én ten nut en voordeel voor zichzelf, én ten behoeve van het volk.
En die steden zullen zij hebben om te bewonen, maar hun voorsteden of weiden zullen zijn voor hun beesten, en voor hun have, en voor al hun gedierte, dat hun uit de wettige tienden (hoofdstuk 18:21 vv.) tot hun onderhoud ten deel valt. Deze weiden zullen echter niet, zoals de woonhuizen, door hen mogen vervreemd worden (Leviticus. 25:34).
En de voorsteden van de steden, die gij aan de Levieten geven zult, zullen van de stadsmuur af en naar buiten, naar alle zijden heen, van duizend el zijn, rondom.
En gij zult, om een steeds vaststaande breedte aan elk van de vier buitenzijden (c1-c2) te krijgen, meten van buiten de stad 1000 el van de muur verwijderd, aan de hoektegen het oosten, aan beide hoeken tegen de oostzijde (zowel van c1 tot d1 als van c2 tot d2) elk 1000 el, dat is tezamen tweeduizend el, en aan de hoek van het zuiden, ook tweeduizend el, en aan de hoek van het westen, tweeduizend el, en aan de hoek van het noorden, tweeduizend el; dat de stad in het midden, en de afstand van de middelste linie (d1-d2) zoals de lengte van de stadsmuur (a-b) zij. Dit zullen zij, de Levieten, hebben tot voorsteden van de steden.
Deze beide verzen hebben aan de uitleggers veel moeite gekost, en zijn door de ene zo en de andere weer anders uitgelegd, totdat men eindelijk zich heeft neergelegd bij de verklaring van J.D. Michaelsi (overl. in 1791 als hoogleraar in de Oosterse talen te Göttingen).
Men heeft zich de eigenlijke stad voor te stellen als een vierkant. Wanneer men nu alle zijden aan beide kanten 1000 el verlengd voorstelt, dan krijgt men een groot vierkant voor de stad met de door de Levieten bewoonde voorsteden erbij, waarvan dan elke zijde 2000 el is vermeerderd met de lengte van de stad zelf. Was nu deze stad b.v. 800 ellen in het vierkant, dan was de buitenste zijde van het gehele stadgebied 2000 + 800, dat is 2800 el lang. Luther nam het anders op, en meende, dat de breedte van de voorsteden afhankelijk was van de grootte van de eigenlijke stad, en dat de zijden van het binnenste vierkant slechts aan beide zijden tot op de helft van de breedte van de stad verlengd moest worden. Was b.v. de stad 2000 voet lang en breed, dan moest er aan de zijde een verlenging komen van « x 2000 el, dat is 1000 el aan elke zijde. Dus was dan de stad met het buitengebied 2000 + 1000 + 1000 dat is 4000 el. Was daarentegen de stad 3000 el lang en breed, dan zou er, volgens Luther, aan iedere zijde een verlenging komen van 1500 el, dus 3000 + 1500 + 1500 = 6000 el. Men heeft wel eens gezegd, dat deze steden alleen door Levieten mochten bewoond worden; dat dit echter het geval niet was, en dat veeleer de Levieten in de hun aangewezen steden slechts zo vele huizen bewoonden als zij nodig hadden, en dat zij die niet als vruchtgebruikers bewoonden, maar als werkelijke bezitters blijkt uit Leviticus. 25:32 vv.; 1 Samuel. 6:12 en meer andere plaatsen.
a) Onder de steden nu, die gij aan de Levieten zult geven, zullen zijn zes vrijsteden, die gij geven zult, opdat de doodslager, die zonder opzet een doodslag begaan heeft, daarheen vlucht, om de bloedwreker te ontgaan. En boven deze zult gij hun tweeënveertig steden geven, die echter geen vrijsteden zullen zijn.
Jozua. 21:21
Al de steden, die gij aan de Levieten geven zult in het gehele land, zullen zijn achtenveertig steden, 1) deze met haar, volgens de bepalingen in vs.4 en 5 nauwkeurig afgepaalde voorsteden.
Achtenveertig steden. 48 = 4 x 12. Vier maal zoveel steden daarom, als er stammen van Israël zijn. Vier is het getal, dat het rijk van God in de wereld afbeeldt. Uitdrukkelijk wordt Israël door deze achtenveertig steden op het rijk van God, in hun midden gevestigd, gewezen.
De steden, 1) die gij van de bezitting van de kinderen van Israël geven zult, zult gij van hem, die vele landerijen heeft, velen nemen, en van hem, die weinige heeft, weinige nemen; een iedere stam zal naar zijn erfenis, die zij zullen erven, van zijn steden aan de Levieten geven.
Volgens Jozua. 21 kregen de Levieten in de stammen van Juda en Simeon negen, in ieder van de overige stammen vier, en in de stam van Nafthali drie steden; alzo 10 in het Overjordaanse, en 38 in het eigenlijke Kanaän, waarvan de 13 steden in Juda, Simeon en Benjamin voor de priestergeslachten waren, en de overige 35 voor de drie geslachten van de Levieten waren bestemd. Door deze verdeling van de Levieten onder alle stammen werd de vloek, die Jakob in zijn stervensuur (Genesis 49) over Levi had uitgesproken, dat zij verdeeld en verstrooid zouden zijn in Israël, voor de Levieten zowel als voor geheel Israël in een zegen veranderd. Doordat zij niet in alle steden en dorpen van de overige stammen verstrooid, maar in bepaalde steden in alle stammen verenigd leefden, waren zij niet in gevaar om geheel verstrooid en versnipperd te worden, en alzo werden zij behoed tegen een mogelijk geestelijk en zedelijk verval. Het wonen van Levi in 48 steden onder de twaalf stammen had geen ander doel, dan om het getuigenis van Jehova in het Woord onder het volk te bewaren en te verbreiden, zodat datgene, wat de woning van Jehova in de engste betekenis was, ook was de samenwoning van de heilige stam, namelijk een grote, maar verdeelde plaats van de getuigenis.
Jakobs vloek, over Levi, wegens zijn toorn en wraakzucht, jegens de Levieten uitgesproken, bestond hierin. Ik zal hen verdelen onder Jakob en zal hen verstrooien onder Israël (Genesis 49:7). Maar de vloek van deze verstrooiing schijnt van zijn nazaten afgenomen te zijn geweest, om die doorluchtige dienst, die zij verrichten in de aanvallen op de dienaars van het gouden kalf, waardoor zij zich de Heere heiligden (Exodus. 32:26), en om die van Pinehas, uit de stam van Levi, in zijn ijver voor de Heere, tegen de overste uit Simeon (Numeri. 15:11,14), om welke reden Mozes de stam van Levi ook zegent, een weinig voor zijn dood (Deuteronomium. 33:8), terwijl de stam van Simeon, die Levi’s metgezel in het nemen van de bewuste wraak was geweest, en daarom ook door de aartsvader vervloekt was, in de zegen werd voorbijgegaan. Immers, de verstrooiing van de Levieten verstrekte hen tot geen vloek, want zij werden daardoor in staat gesteld, om des te meer goed te doen. Het is een groot geluk voor een land, in al zijn gedeelten van goede leraren voorzien te zijn.
Voorts sprak de HEERE tot Mozes, hem nauwkeuriger aanwijzingen doende over de bestemming van de in vs.6 genoemde vrijsteden, daarmee de vroeger in Exodus. 21:23 gedane beloften vervullende, zeggende:
Spreek 1) tot de kinderen van Israël en zeg tot hen: a) Wanneer gij over de Jordaan gaat naar het land Kanaän;
Deuteronomium. 19:2 Jozua. 20:2
God stelt de vrijsteden in, niet slechts om onderscheid te maken tussen misdaad en doodslag, maar ook, opdat niet ondoordacht onschuldig bloed zou worden vergoten. Tot hiertoe hebben wij gezien, hoe streng Hij wilde, dat de moord zou worden gestraft. Maar omdat het volstrekt niet billijk zou zijn, dat wie niet met eigen wil, maar bij toeval de naaste had gedood, aan dezelfde straf zou worden overgegeven, als zij, die vrijwillig een moord hadden begaan, wordt er met een uitzondering bijgevoegd, opdat hij buiten wraak zou zijn, die onwetend en tegen zijn wil iemand had gedood. Evenwel, God heeft hier verder opgelet, opdat de ene moord niet boven de andere zou worden geschat, en de aarde alzo bezoedeld worden. Wij zullen nu, volgens de rij af, de zaken een voor een behandelen. Want, ofschoon Hij eerst slechts over de steden, over de Jordaan gelegen, spreekt, uit het vervolg echter kan opgemaakt worden dat Hij zes tot dat gebruik heeft uitgekozen, waarvan drie waren gelegen aan deze zijde van de Jordaan. Hij wil daarom, dat zij zo gelegen zijn, dat iedere landstreek één van haar in haar nabijheid heeft, opdat voor de ellendigen, die buiten schuld zijn, de plaats van de ballingschap, wegens de afstand van de reis, niet al te treurig zou zijn. Verder, dat die steden zouden zijn in het aandeel van de stam van de Levieten, opdat de waardigheid van het Hogepriesterschap de ballingen des te beter zou beschermen; vervolgens, omdat het waarschijnlijker was, dat er bij de Levieten meer voorzichtigheid en ernst zou zijn, opdat het toevluchtsoord, aan onschuldigen toegekend, niet ook misdadigers zou ontvangen.
Zo zult gij maken, dat u een bepaald aantal (vs.13) steden tegemoet liggen, die u tot vrijsteden zullen zijn, opdat de doodslager daarheen vlucht, die een ziel onwetend, zonder opzet, geslagen heeft.
En deze steden zullen u tot een toevlucht zijn, u tijdelijk in veiligheid stellen, voor de bloedwreker, opdat de doodslager zonder vrees zij voor de hem vervolgende bloedwreker, en niet sterft, totdat hij voor de vergaderingvan de gemeente, waartoe hij behoort, aan het gericht gestaan hebbe, en het door deze zij uitgemaakt, of hij met of zonder opzet heeft gehandeld.
Wanneer naar de oudste beschouwing van de Grieken de moordenaar als zodanig net zo min tegen de Godheid als tegen de burgerlijke maatschappij een misdaad begaat, maar alleen het familierecht schendt, ziet daarentegen de Mozaïsche wet, de mens als het evenbeeld van God beschouwende, in de moord boven alles een zonde tegen de heilige God, de Schepper en Heer van het leven van de mens (Genesis 9:5 vv.), welke zonde moet geboet worden door de uitroeiing van de schuldige uit de door bloedschuld ontheiligde Godsstaat (vs.33). God is alzo zelf de eigenlijke bloedwreker (Psalm. 9:13 2 Kron.24:22); omdat echter door de moord de familie wordt aangetast, waarvan het theocratisch recht heeft geboden de onschendbaarheid te beschermen, wordt de uitvoering van de bloedwraak aan die bloedverwant toegelaten, aan wie in het algemeen het herstel van de verloren onschendbaarheid van de familie tot plicht is gesteld. Zo’n lid van de familie heeft niet alleen te zorgen, dat een stuk land, dat verloren is gegaan, wordt teruggekocht, dat een lid van de familie, dat in lijfeigenschap geraakt is, daarvan weer bevrijd wordt, maar ook om het verloren bloed van de familie te lossen, en heet daarom Goël, dat is losser. Over de uitvoering van de bloedwraak zelf bevat de wet op een andere plaats (Deuteronomium. 19:1-15 Jozua. 20:1-6) de volgende bepalingen:
1. Zij was alleen geboden voor opzettelijke doodslag; om echter degenen, die zonder opzet of door vergissing een mens gedood had voor de bloedwraak te beschermen, werd de bijzondere inrichting van de vrijsteden verordend, waarheen de doodslager moest vluchten, om door de oudsten van die stad voorlopig een onderzoek te doen instellen. Naar bevind van zaken werd hij, óf aan de bloedwreker uitgeleverd, óf aan de gemeente, waartoe hij behoorde tot verder onderzoek overgegeven. Erkende ook deze na nauwkeurige kennisneming van de zaak dat de doodslag onvoorzien was, dan bracht zij de dader terug naar de vrijstad, waar dan de doodslager altijd moest blijven, met de dood van de op die tijd dienstdoende Hogepriester. Dan echter kon hij zonder gevaar naar zijn eigen woonplaats terugkeren.
2. Voor opzettelijke doodslag was geen andere verzoening dan het bloed van de doodslager; het recht van de vergelding moest hier streng aan hem volbracht worden, en elke aanbieding om zich voor geld of iets anders er vanaf te maken, moest worden geweigerd. Ook de doodslager zonder opzet werd het niet toegelaten de vrijstad te verlaten, of zich daaruit te kopen en naar zijn woonplaats terug te keren, dan voor de dood van de Hogepriester. Hoe lang de bloedwraak bij het Israëlitische volk bestond, kan men niet met zekerheid bepalen; dat zij in gebruik was te tijde van koning David, blijkt uit 2 Samuel. 14:6-11
Reeds in Exodus. 21 had God beloofd, een vrijplaats te zullen stellen voor degene, die onwillig zijn naaste verslagen had. Hier vervult God Zijn belofte. In Deuteronomium. 19 wordt dit gebod nog eens herhaald. Dat die steden tevens Levietensteden waren, daarin ligt vooral het idee, omdat deze in het bijzonder het eigendom van de Heere waren, en Zijn onmiddellijke dienaren ze bezaten, dat de onwillige doodslager zich stelde onder de schutshoede van de goddelijke genade. In het vluchten naar de vrijsteden en in het aangrijpen van de hoornen van het altaar lag hetzelfde idee.
En deze steden, die gij volgens vs.2-8 aan de Levieten geven zult, zullen zes vrijsteden voor u zijn (vs.6).
Drie van deze steden zult gij geven op deze zijde van de Jordaan, Bezer in de stam Ruben, Ramoth in Gilead in de stam Gad, en Godan in oostelijk Manasse (Deuteronomium. 4:43), en drie van deze steden zult gij geven in het land Kanaän: Kedes op het gebergte Nafthali, Sichem op het gebergte Efraïm en Hebron op het gebergte Juda Jozua 20:7); vrijsteden zullen het zijn.
Die zes steden zullen voor de kinderen van Israël en voor de vreemdeling, en de bijwoner in het midden van hen, en al de huisgenoten, daar zowel deze als gene het recht hadden (zie “Le 17.9) tot een toevlucht zijn; de wegen daarheen moeten altijd goed in stand gehouden worden, opdat daarheen vlucht, wie een ziel onvoorzien slaat, opdat de vluchtelingen niet kunnen worden opgehouden en alzo de bloedwreker in handen vallen (Deuteronomium. 19:3).
In de volgende verzen hebben wij terstond nadere bepaling daaromtrent, welke soort van doodslag met voorbedachte rade (vs.16-21) en welke voor onopzettelijk te houden is (vs.22-24); daarnaar wordt het handelen in beide gevallen wettelijk geregeld (vs.25-34).
Maar indien hij hem met een ijzeren instrument, 1) een ax, een bijl, een hamer of iets dergelijks geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij; deze doodslager zal zeker gedood worden.
Kort hierop schijnt God met zichzelf in strijd te zijn, waar hij de moord, niet vrijwillig begaan, vrijspreekt, ofschoon met een ijzer of met een steen de wond is toegebracht, terwijl Hij hier eenvoudig verklaart, aan de dood schuldig te zijn, wie ook met een hout of met een stuk ijzer of met een steen hebben geslagen. Maar de oplossing is gemakkelijk, indien men let op het plan God. Want nadat Hij de dwaling vergiffenis schenkt, opdat niemand het als een bewijs van vrijwaring van straf op de misdaad zou uitleggen, komt Hij dit tijdig tegen en scherpt nog eens in, wat tevoren gezien is. Doch dat er sprake is van een stuk ijzer, hout en steen, met deze onderscheiding, verklaart hij nu des te duidelijker, dat de vrijwillige moord niet mag vergeven worden. Maar, zoals men gewoon is de wetten door verschillende drogredenen krachteloos te maken, zouden ook zij beproefd hebben het tot één geval te beperken, wat over de straf op de moord gezegd is, nl. indien men iemand met het zwaard had doorboord. Niet zonder oorzaak daarom stelt God de dood vast op de bewerker van de moord, op welke wijze die ook volbracht is, hetzij hij met een pijl, hetzij hij met een weggeworpen steen, hetzij hij met een knuppel heeft geslagen, omdat, om te straffen, voldoende is, dat de misdaad bedreven is. Wie een pijl zou hebben geworpen, om een mens te doden, was, volgens de lex Cornelia, zeker schuldig, en Martianus citeert het antwoord van Adrianus: “Wie een mens gedood heeft, indien hij dit gedaan heeft niet met de bedoeling om te doden, kan hij vrijgesproken worden, en wie een mens niet gedood heeft, maar hem zo gewond, dat hij stierf, moet wegens moord veroordeeld worden,” zoals ook Paulus leert volgens dezelfde lex Cornelia, dat de bedoeling voor de daad zelf moet genomen worden.” En dit antwoord van Adrianus is zeer waar, dat bij de misdaden de bedoeling niet buiten rekening moet worden gelaten. Daarom was dit de mening van Ulpianus, dat het niets betekent, indien men iemand beticht van moord, indien men de oorzaak van de dood niet kan aanwijzen. Hier was daarom het plan van God ook niet anders, dan de moordenaars elke gelegenheid af te snijden, van zich in allerlei bochten te wringen, indien zij overtuigd waren van boze wil, voornamelijk wanneer deze tot zijn doel was gekomen, omdat het van geen belang was, of de moord met een zwaard of met een knuppel of met een steen was gepleegd.
Of indien hij hem met een handsteen, waarvan men zou kunnen sterven, geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij; deze doodslager zal zeker gedood worden.
Of indien hij hem met een houten handinstrument, met een dikke stok, of een ander zwaar stuk hout, waarvan men zou kunnen sterven, geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij; deze doodslager zal zeker gedoodworden.
De wreker van het bloed, 1) de naaste bloedverwant, die zal de doodslager, die op een van de drie genoemde wijzen een ander om het leven gebracht heeft, doden; als hij hem ontmoet, zal hij hem doden; naar een andere vertaling: wanneer en waar hij hem vindt mag hij hen doden; want van iemand, die een werktuig bij zich heeft, waarmee het gevaarlijk is te slaan, waarvan de slagen dodelijk zijn, kam men terecht denken, dat hij het op het leven van iemand toelegt.
Waar Hij bevolen heeft, dat de doodslagers zouden sterven, daar wilde Hij ook, dat zij door de rechters, nadat de zaak bekend was, zouden veroordeeld worden. Doch, dat Hij nu de nabestaanden van de gestorvene aanzet om wraak te nemen, schijnt naar barbaarsheid te rieken, omdat het diende tot een zeer slecht voorbeeld, bijzondere personen het recht over leven en dood te verlenen, en dit in een eigen zaak. Want wel werd eertijds toegestaan de nachtelijke dieven te doden; ook de echtbreker, op heterdaad betrapt, mocht de man of de vader van de onteerde vrouw doden, maar dat iemand de dood van zijn broeder mocht wreken, is ongerijmd om bij de wet toe te staan. Men moet den ook niet menen, dat deze vrijheid ook door God zou zijn goedgekeurd, dat iemand, wie ook, met terzijdestelling van de publieke autoriteit, aan de moordenaar van zijn broeder straf zou oefenen, waar hij hem ook ontmoette, want zo zou een vrije teugel gegeven zijn aan plotseling opkomende toornigheid, zodat het bloedvergieten, bloedvergieten ten gevolge had. Waarom de veronderstelling waarschijnlijk is, dat hier de deur meer gesloten werd voor bijzondere wraak, dan geopend, alsof er zou gezegd zijn, dat, indien niet voor de onschuldigen gezorgd werd, de woede nauwelijks kon beteugeld worden van hen, wier bekende was gedood, niet omdat het hun zelf geoorloofd was, het recht uit te oefenen, maar omdat zij het niet voor een misdaad hielden en de vrijwaring van straf hen zou aanzetten, tot dat, wat aan een rechtmatige smart zou kunnen worden vergeven. Het is daarom ervoor te houden, dat, wanneer iemand uit louter misdaad een moord had gepleegd en door de nabestaande uit wraak de moord door een moord was gewroken, hij wel niet strafbaar was, omdat het hard was, dat hij als voor een halsdaad veroordeeld werd, die, als het ware gedreven door de liefde voor zijn bloed, welke van nature allen is ingeboezemd, de moordenaar, die toch schuldig stond aan de doodstraf, had gedood. Maar dat dit geschiedde bij toelating, en niet werd goedgekeurd, omdat de straffen niet volgens een privaat oordeel, maar volgens een publiek oordeel moesten uitgesproken worden. Maar omdat deze inwilliging, wegens de kinderlijke toestand van het volk, werd toegestaan, herinnert God hier, hoe noodzakelijk het is, een asiel aan onschuldigen te geven, omdat overigens, evenals bij moordenaars de aanval op hen, zonder onderscheid zon plaats hebben. Kortom, een vergelijking tussen misdadigers en onschuldigen, heeft hier plaats, omdat, indien er niet een juist onderscheid werd aangegeven, allen ter dood zonden worden gebracht.
a) Indien hij hem ook door haat zal gestoten hebben, of met opzet op hem geworpen heeft, hem listig lagen gelegd heeft, dat hij gestorven zij;
Deuteronomium. 19:11
Maar indien hij hem met de haast, woordelijk, op het ogenblik of plotseling, zodat hij het niet vooraf had kunnen voorzien (hoofdstuk 6:9) zonder vijandschap gestoten heeft, of enig instrument zonder opzet op hem geworpen heeft, zoals b.v. het in Deuteronomium. 19:5 aangevoerde geval;
Of onvoorzien met enige steen, waarvan men zou kunnen sterven, en hij die op hem heeft doen vallen, dat hij gestorven zij, zo hij hem toch geen vijand was, noch zijn kwaad zoekende, omdat daaruit blijkt, dat hij tevoren in vriendschap met hem verkeerde;
Zo zal de vergadering van de gemeente waar de daad geschied is, als scheidsrechter tussenbeide komen, en richten tussen de slager en tussen de bloedwreker, naar dezelfde rechten, naar de in het bovenstaande aangegeven rechtsgronden.
En de vergadering zal de doodslager, waarvan blijkt, dat hij het niet met voordachte rade gedaan heeft, redden uit de hand van de bloedwreker, zodat deze hem niet dode, en de vergadering zal hem beschermen en doen terugkeren tot zijn vrijstad, waarheen hij gevlucht was, en hij zal daarin blijven tot de dood van de Hogepriester, die op de tijd, dat de doodslag plaatsvindt, dat ambt bekleedt, die men met de heilige olie 1) gezalfd heeft (Leviticus. 8:13).
In deze bestemmingen openbaart zich de gehele ernst van de goddelijke gerechtigheid in de schoonste overeenstemming met de erbarmende genade. Door de doodslag, al had deze onvoorzien plaatsgehad, was mensenbloed vergoten, dat verzoening eiste. Deze verzoening kon niet bestaan in de dood van de zondaar, omdat deze niet met voorbedachte rade had gezondigd. Daarom werd hem in de vrijstad een asiel geopend, waarheen hij kon vluchten en waar hij was geborgen. Het verblijf in de vrijstad is niet als een verbanning te beschouwen, ofschoon het mijden van geboorteplaats, vaderhuis en familie ook een straf was, maar zij was een verberging onder de schuts van de goddelijke genade, welke in de vrijsteden toevluchtsplaatsen voor de vleselijke ijver van de bloedwrekers opende, waar de doodslager geborgen bleef, tot zijn zonde door de dood van de Hogepriester verzoend was. Want dat hierbij de dood van de Hogepriester, zoals verscheidene Rabbijnen en vele Kerkvaders en oude theologen hebben erkend, als verzoenend is te beschouwen, dat blijkt duidelijk uit de tussenzin: “die men met de heilige zalfolie gezalfd heeft,” die bij iedere andere opvatting, als betekenloos en overbodig is.
De heilige zalfolie was het symbool van de Heilige Geest. Welnu, zoals Christus Jezus, de grote Hogepriester van het Nieuwe Verbond, zich door de eeuwige Geest heeft opgeofferd, onstraffelijk en daardoor de oorzaak is geworden van de verlossing van al Zijn gelovigen, zo werd ook de Hogepriester van het Oude Verbond, die met de heilige zalfolie gezalfd was, door zijn dood de oorzaak van de vrijlating en verlossing van allen, die tot de vrijstad, omwille van hun leven, waren gevlucht.
Doch indien de doodslager nog vóór de dood van de dienstdoende Hogepriester enigszins zal gaan uit de grenzen van zijn vrijstad, waarheen hij gevlucht was;
En de bloedwreker hem zal vinden ergens buiten de grenzen van zijn vrijstad; dan de bloedwreker de doodslager zal doden, het zal hem geen bloedschuld zijn; voor deze daad zal hij niet verantwoordelijk gesteld worden.
Want hij (de doodslager) zou naar vs.25 in zijn vrijstad gebleven 1) zijn tot de dood van de Hogepriester: maar na de dood van de Hogepriester, zal de doodslager terugkeren tot het land van zijn bezitting, 2) zonder dat de bloedwreker hem verder vervolgen mag. Wanneer hij nu willekeurig de plaats, waar de goddelijke genade hem wilde beschermen, verlaat, dan is het zijn eigen schuld, wanneer hij de straf ontvangt voor zijn doodslag.
De tijd van de ballingschap wordt verbonden met de dood van de Hogepriester, omdat het volstrekt niet menslievend was, bij den arme balling alle hoop op terugkeer af te snijden. Doch wanneer een nieuwe Hogepriester optrad, om het volk met God te verzoenen, moest deze vernieuwing van de genade alle haat verzoenen. Waarom God niet zonder oorzaak hen in hun eer herstelt, wie slechts straf wegens een dwaling hadden geleden.
Deze wet aangaande de vrijsteden, voor onmoedwillige doodslagen, die aldaar tegen alle aanklachten en vervolgingen gedekt waren, en door de tussenkomst van de dood van de Hogepriester hun verloren vrijheid terugkregen en volkomen ontslagen werden, is een levendig en aangenaam schilderij van de genade van God in Jezus Christus, waardoor Hij de uitverkorenen, ofschoon doodschuldige zondaren van nature, nochthans op een Hem zo betamelijke wijze, dat zijn haat en afkeer van de zonde en de vlekkeloze heiligheid van Zijn natuur in de verlossing zelf van doodschuldige luisterrijk komt door te stralen, bevrijd van de eeuwige dood en de rampzalige verdoemenis, voor zoverre zij door boetvaardigheid, geloof en bekering tot Gods barmhartigheid in Christus hun toevlucht nemen, want voor zodanigen is de Naam van de Heere een sterke toren, daar zij als in een hoog vertrek gesteld worden (Spreuken. 17:10); en zo velen als in Christus door het geloof bevonden worden (Filip.3:9,10), die zijn bevrijd en beveiligd tegen de beschuldigingen van de Wet en tegen de verdoemenis, terwijl Hij ook een ieder, die tot Hem komt, niet zal uitwerpen, maar rust geven voor zijn vermoeide ziel.
Ook de doodslag zonder opzet is op zichzelf een daad, die verzoening eist door het bloed van hem, die eraan schuldig is; daarom is de bloedwreker onschuldig, wanneer hij de doodslager doodt nog vóór hij de vrijstad bereikt heeft, of buiten de grenzen daarvan gegaan is zolang de dan fungerende Hogepriester leeft. Daar het hier echter een onvoorbedachtelijke misdaad geldt, neemt de goddelijke genade de onvoorbedachtelijke doodslager onder haar bescherming tegen de enkel vleselijke ijver van de bloedwreker. Daar de Levietensteden als het ware kunnen beschouwd worden als heiligdommen, verenigende in zich en vertegenwoordigende zichtbaar het wonen van God onder Zijn volk op verschillende plaatsen en op bijna even grote afstanden van elkaar, zo zijn de vrijsteden, die daaruit genomen zijn, als zo vele altaren, die vooral in het land toegankelijk gemaakt zijn, en het enige grote altaar vertegenwoordigende, dat de hoogste vrijstad uitmaakte (Ex.21:14; 1 Kon.1:50 vv.; 2:28 vv.). Onder zo’n bescherming door Zijn genade behoedt dan de Heere de doodslager zolang totdat zijn misdrijf, dat verzoenbaar is, en verzoening behoeft, werkelijk verzoend is, namelijk door de dood van de tot die tijd toe dienstdoende Hogepriester. Alzo voegt de Hogepriester bij de verzoenende daad, die hij jaarlijks op de Verzoendag verricht, nog een allergewichtigste hoofdomstandigheid, die hem tot nog toe ontbroken heeft, om geheel de type (voorbeelding) van Christus te zijn, zijn sterven, dat omwille van de zalving, die op zijn hoofd is, van het sterven van alle andere mensenkinderen onderscheiden is (Johannes 10:18; 17:19). “Niemand neemt Mijn leven van Mij, maar Ik leg het van Mij zelf af; Ik heilig Mij zelf voor hen,” en profeteert alzo geheel van de Hogepriester van de toekomende goederen, wiens bloed krachtiger is dan dat van de stieren en bokken (Hebr.9:11 vv.)
En deze dingen, die Ik in het vervolg over de behandeling van de eigenlijke doodslag zal verordenen, zullen u zijn tot een instelling van recht, tot eenonverbrekelijke wet, bij uw geslachten in al uw woningen, op alle tijden en op alle plaatsen.
En gij zult ook daarentegen wanneer iemand eens voor een opzettelijke doodslager is erkend geworden, geen verzoening, geen losgeld nemen voor de ziel van de doodslager, die schuldig is te sterven; want hij zal zeker gedood worden.
Ook zult gij geen verzoening nemen 1) voor hem, die na een onopzettelijke doodslag gevlucht is naar zijn vrijstad, dat hij, zoals eerder in vs.25 is gezegd, zou terugkeren om te wonen in het land, maar hij zal daar blijven tot de dood van de Hogepriester, dan pas mag hij straffeloos naar zijn woonplaats terugkeren.
God had eens gesproken, dat, wie andermans bloed vergiet, diens bloed vergoten zou worden. Daarvan mocht niet worden afgeweken. Niet anders werd aan de geschonden gerechtigheid genoeggedaan, dan wanneer bloed voor bloed werd gegeven. Daarom hier het verbod van een losprijs aan te nemen, voor welke moord of doodslag ook.
Zo zult gij dan niet ontheiligen 1) het land, waarin gij zijt, door op de een of andere wijze de doodslager te sparen; want het storten van bloed door een moord ontheiligt het land; en voor het land zal geenverzoening gedaan worden over het bloed, dat daarin vergoten is, dan door het bloed van hem, die dat vergoten heeft. 2)
Deze clausule herinnert wederom, dat, indien zij geen strenge oordelen oefenden tegen de moordenaars, zij schuldig zouden staan aan heiligschennis, omdat het land door het uitgestorte bloed van de mens ontheiligd werd, en aan de vloek werd blootgesteld, totdat er verzoening voor had plaatsgehad. Vervolgens, omdat God in het land Kanaän woonde, die zich een woonplaats onder de kinderen van Israël had uitgekozen, werd tegelijk Zijn heiligheid geschonden. Slotsom is, dat Hij op allerlei wijze wilde verhinderen, dat het land, dat aan God gewijd was, door doodslag werd bezoedeld.
Het wordt bij de tegenwoordige Arabieren voor schandelijk geacht, wanneer de bloedwreker geld aanneemt van de verwanten van de moordenaar. Ook bij hen laat zich het denkbeeld gelden, dat de straffeloosheid van de moordenaar iets ontzettends is. Hoeveel temeer moest dit het geval zijn bij de Israëliet, bij wie de reden van dit afgrijzen daarin gelegen was, dat hij door een moord het goddelijk evenbeeld zag aantasten (Genesis 9:6).
Verontreinigt dan het land niet, waarin gij gaat wonen, in wiens midden Ik, krachtens het in uw midden opgerichte heiligdom, wonen zal (Ex.29:45 Lev.26:11 vv. Numeri. 5:3); gijzou het echter verontreinigen door de moordenaars onder u te laten wonen; want Ik ben de HEERE, wonende in het midden van de kinderen van Israël, een heilig en rechtvaardig God, en alleen wanneer rechtvaardigheid onder u woont, kan ik Mijn woning bij u houden; aan een verontreinigd, met bloedschulden bevlekt land moet Ik Mijn aanwezigheidonttrekken.
Vergelijk hiermee de verordening in Deuteronomium. 21:1-9 voor het geval, dat men een verslagene op het veld vindt en niet weet, wie hem verslagen heeft.
Is de gehele dienst onder Israël een voorafschaduwing van de tijd van de genade, zo zijn het vooral de vrijsteden, die aan het rijk van Christus herinneren. Deze waren gesteld voor de doodslagers zonder opzet, dus voor die, welke met berouw over hun daad vervuld waren en niet voor hen, die alleen de straf wilden ontgaan voor ene misdaad, welke zij met vreugde hadden gepleegd. Zo is het koninkrijk van de hemelen niet voor hen die van de straf, maar voor hen, die van de zonde begeren verlost te worden, en wordt hij uitgeworpen die geen bruiloftskleed, het kleed van ootmoed, heeft aangetrokken (Matth.22:11 vv.). Over de weg tot die vrijsteden, zie Deuteronomium. 19:3. De schuldige moest binnen de stad blijven totdat de Hogepriester gestorven was, dan mocht hij vrij gaan, waarheen hij wilde. Dit leert ons, dat, wie tot Christus gevlucht is, zich niet als Petrus moet wagen te midden van de vijanden van Christus, maar zich aan de gelovige gemeente moet houden, omdat hem overal elders de door bedreigt; eerst dan, als hij recht heeft leren inzien het geheim van de dood van de Enige Hogepriester, en weet dat deze voor zijn zonden gestorven is, zal hij door Gods genade kracht bezitten om de wereld in te gaan en zijn Redder te prediken. Ach, menige ziel, de ijdelheid van de wereld ontvlucht, wordt weer in deze ingewikkeld, omdat zij niet in de vrijstad blijft, totdat zij de dood van de Heere heeft verstaan.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel