Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Voorts sprakH1696 de HEEREH3068 totH413 MozesH4872, zeggendeH559:
Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
KJV
And the LORD2
spake1
unto Moses,4
saying,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
GebiedH6680 den kinderenH1121 IsraelsH3478, en zegH559 totH413 hen: Wanneer gijH859 in het landH776 KanaanH3667 ingaatH935, zo zal ditH2063 landH776 zijn, dat u ter erfenisH5159 vallenH5307 zal, het landH776 KanaanH3667, naarH413 zijn landpalenH1367.
Gebied den kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer gij in het land Kanaan ingaat, zo zal dit land zijn, dat u ter erfenis vallen zal, het land Kanaan, naar zijn landpalen.
KJV
Command1
the children3
of Israel,4
and say5
unto them, When ye come9
into the land11
of Canaan;12
(this is the land14
that shall fall16
unto you for an inheritance,18
even the land19
of Canaan20
with the coasts
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
De zuiderhoekH5045 nu zal u zijnH1961 van de woestijnH4057 ZinH6790, aanH5921 de zijdenH3027 van EdomH123; en de zuiderH5045 landpaleH1366 zal u zijnH1961 van het eindeH7097 der ZoutzeeH4417 tegen het oostenH6924;
De zuiderhoek nu zal u zijn van de woestijn Zin, aan de zijden van Edom; en de zuider landpale zal u zijn van het einde der Zoutzee tegen het oosten;
KJV
Then your south4
quarter3
shall be from the wilderness5
of Zin6
along by the coast8
of Edom,9
and your south13
border12
shall be the outmost coast14
of the salt16
sea15
eastward:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
En deze landpaleH1366 zal u omgaanH5437 van het zuidenH5045 naar den opgangH4608 van AkrabbimH4610, en doorgaanH5674 naar ZinH6790; en haar uitgangenH8444 zullen zijn, van het zuidenH5045 naar Kades-BarneaH6947; en zij zal uitgaanH3318 naar Hazar-AddarH2692, en doorgaanH5674 naar AzmonH6111.
En deze landpale zal u omgaan van het zuiden naar den opgang van Akrabbim, en doorgaan naar Zin; en haar uitgangen zullen zijn, van het zuiden naar Kades-Barnea; en zij zal uitgaan naar Hazar-Addar, en doorgaan naar Azmon.
KJV
And your border3
shall turn1
from the south4
to the ascent
of Akrabbim,5
and pass on7
to Zin:8
and the going forth10
thereof shall be from the south11
to Kadeshbarnea,12
and shall go on14
to Hazaraddar,15
and pass on17
to Azmon:
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Voorts zal deze landpaleH1366 omgaanH5437 van AzmonH6111 naar de rivierH5158 van EgypteH4714, en haar uitgangenH8444 zullen zijnH1961 naar de zeeH3220.
Voorts zal deze landpale omgaan van Azmon naar de rivier van Egypte, en haar uitgangen zullen zijn naar de zee.
KJV
And the border2
shall fetch a compass1
from Azmon3
unto the river4
of Egypt,5
and the goings out7
of it shall be at the sea.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Aangaande de landpaleH1366 van het westenH3220, daar zal u de groteH1419 zeeH3220 de landpaleH1366 zijn; ditH2088 zal uw landpaleH1366 van het westenH3220 zijn.
Aangaande de landpale van het westen, daar zal u de grote zee de landpale zijn; dit zal uw landpale van het westen zijn.
KJV
And as for the western2
border,1
ye shall even have the great6
sea5
for a border:7
this shall be your west12
border.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Voorts zal u de landpaleH1366 van het noordenH6828 dezeH2088 zijnH1961: vanH4480 de groteH1419 zeeH3220 af zult gij u den bergH2022 HorH2023 aftekenenH8376.
Voorts zal u de landpale van het noorden deze zijn: van de grote zee af zult gij u den berg Hor aftekenen.
KJV
And this shall be your north5
border:4
from the great8
sea7
ye shall point out9
for you mount12
Hor:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Van den bergH2022 HorH2023 zult gij aftekenenH8376 tot daar men komtH935 te HamathH2574; en de uitgangenH8444 dezer landpaleH1366 zullen zijnH1961 naar ZedadH6657.
Van den berg Hor zult gij aftekenen tot daar men komt te Hamath; en de uitgangen dezer landpale zullen zijn naar Zedad.
KJV
From mount2
Hor1
ye shall point out3
your border unto the entrance4
of Hamath;5
and the goings forth7
of the border8
shall be to Zedad:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
En deze landpaleH1366 zal uitgaanH3318 naar ZifronH2202, en haar uitgangenH8444 zullen zijnH1961 te Hazar-EnanH2704; ditH2088 zal u de noorderH6828 landpaleH1366 zijnH1961.
En deze landpale zal uitgaan naar Zifron, en haar uitgangen zullen zijn te Hazar-Enan; dit zal u de noorder landpale zijn.
KJV
And the border2
shall go on1
to Ziphron,3
and the goings out5
of it shall be at Hazarenan:6
this shall be your north12
border.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Voorts zult gij u tot een landpaleH1366 tegen het oostenH6924 aftekenenH184 van Hazar-EnanH2704 naar SefamH8221.
Voorts zult gij u tot een landpale tegen het oosten aftekenen van Hazar-Enan naar Sefam.
KJV
And ye shall point out1
your east4
border3
from Hazarenan5
to Shepham:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
En deze landpaleH1366 zal afgaanH3381 van SefamH8221 naar RiblaH7247, tegenH5921 het oostenH6924 van AinH5871; daarna zal deze landpaleH1366 afgaanH3381 en strekkenH4229 langs den oeverH3802 van de zeeH3220 CinnerethH3672 oostwaartsH6924.
En deze landpale zal afgaan van Sefam naar Ribla, tegen het oosten van Ain; daarna zal deze landpale afgaan en strekken langs den oever van de zee Cinnereth oostwaarts.
KJV
And the coast2
shall go down1
from Shepham3
to Riblah,4
on the east side5
of Ain;6
and the border8
shall descend,7
and shall reach9
unto the side11
of the sea12
of Chinnereth13
eastward:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Voorts zal deze landpale afgaanH3381 langs de JordaanH3383, en haar uitgangenH8444 zullen zijn aan de ZoutzeeH4417. DitH2063 zal u zijnH1961 het landH776 naar zijn landpale rondomH5439.
Voorts zal deze landpale afgaan langs de Jordaan, en haar uitgangen zullen zijn aan de Zoutzee. Dit zal u zijn het land naar zijn landpale rondom.
Ook in dit vers
landpaleH1366
landpaleH1367
KJV
And the border2
shall go down1
to Jordan,3
and the goings out5
of it shall be at the salt7
sea:6
this shall be your land11
with the coasts12
thereof round about.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
En MozesH4872 geboodH6680 den kinderenH1121 IsraelsH3478, zeggendeH559: DitH2063 is het landH776, dat gij door het lotH1486 ten erveH5157 innemen zult, hetwelkH834 de HEEREH3068 aan de negenH8672 stammenH4294 en den halvenH2677 stamH4294 van Manasse te gevenH5414 gebodenH6680 heeft.
En Mozes gebood den kinderen Israels, zeggende: Dit is het land, dat gij door het lot ten erve innemen zult, hetwelk de HEERE aan de negen stammen en den halven stam van Manasse te geven geboden heeft.
KJV
And Moses2
commanded1
the children4
of Israel,5
saying,6
This is the land8
which ye shall inherit10
by lot,12
which the LORD15
commanded14
to give16
unto the nine17
tribes,18
and to the half19
tribe:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
WantH3588 de stamH4294 van de kinderenH1121 der RubenietenH7206, naar het huisH1004 hunner vaderenH1, en de stamH4294 van de kinderenH1121 der GadietenH1425, naar het huisH1004 hunner vaderenH1, hebben ontvangenH3947; mitsgaders de halveH2677 stamH4294 van ManasseH4519 heeft zijn erfenisH5159 ontvangenH3947.
Want de stam van de kinderen der Rubenieten, naar het huis hunner vaderen, en de stam van de kinderen der Gadieten, naar het huis hunner vaderen, hebben ontvangen; mitsgaders de halve stam van Manasse heeft zijn erfenis ontvangen.
KJV
For the tribe3
of the children4
of Reuben5
according to the house6
of their fathers,7
and the tribe8
of the children9
of Gad10
according to the house11
of their fathers,12
have received2
their inheritance; and half13
the tribe14
of Manasseh15
have received16
their inheritance:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
TweeH8147 stammenH4294 en een halveH2677 stamH4294 hebben hun erfenisH5159 ontvangenH3947 aan deze zijde van de JordaanH3383, van JerichoH3405 oostwaartsH6924 tegen den opgangH4217.
Twee stammen en een halve stam hebben hun erfenis ontvangen aan deze zijde van de Jordaan, van Jericho oostwaarts tegen den opgang.
KJV
The two1
tribes2
and the half3
tribe4
have received5
their inheritance6
on this side7
Jordan8
near Jericho9
eastward,10
toward the sunrising.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Voorts sprakH1696 de HEEREH3068 totH413 MozesH4872, zeggendeH559:
Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
KJV
And the LORD2
spake1
unto Moses,4
saying,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
DitH428 zijn de namenH8034 der mannenH582, die ulieden het landH776 ten erveH5157 zullen uitdelen: EleazarH499, de priesterH3548, en JozuaH3091, de zoonH1121 van NunH5126.
Dit zijn de namen der mannen, die ulieden het land ten erve zullen uitdelen: Eleazar, de priester, en Jozua, de zoon van Nun.
KJV
These are the names2
of the men
which shall divide5
the land8
unto you: Eleazar9
the priest,10
and Joshua11
the son12
of Nun.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Daartoe zult gij uit elken stamH4294 eenH259 oversteH5387 nemenH3947, om het landH776 ten erveH5157 uit te delen.
Daartoe zult gij uit elken stam een overste nemen, om het land ten erve uit te delen.
KJV
And ye shall take6
one2
prince1
of every tribe,5
to divide7
the land9
by inheritance.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
En ditH428 zijn de namenH8034 dezer mannenH582: van de stamH4294 van JudaH3063, KalebH3612, de zoonH1121 van JefunneH3312;
En dit zijn de namen dezer mannen: van de stam van Juda, Kaleb, de zoon van Jefunne;
KJV
And the names2
of the men
are these: Of the tribe4
of Judah,5
Caleb6
the son7
of Jephunneh.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
En van den stamH4294 der kinderenH1121 van SimeonH8095, SemuelH8050, zoonH1121 van AmmihudH5989;
En van den stam der kinderen van Simeon, Semuel, zoon van Ammihud;
KJV
And of the tribe1
of the children2
of Simeon,3
Shemuel4
the son5
of Ammihud.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
Van den stamH4294 van BenjaminH1144, ElidadH449, zoonH1121 van ChislonH3692;
Van den stam van Benjamin, Elidad, zoon van Chislon;
KJV
Of the tribe1
of Benjamin,2
Elidad3
the son4
of Chislon.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
En van den stamH4294 der kinderenH1121 van Dan, de oversteH5387 BukkiH1231, zoonH1121 van JogliH3020;
En van den stam der kinderen van Dan, de overste Bukki, zoon van Jogli;
KJV
And the prince4
of the tribe1
of the children2
of Dan,3
Bukki5
the son6
of Jogli.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
Van de kinderenH1121 van JozefH3130: van den stamH4294 der kinderenH1121 van ManasseH4519, de oversteH5387 HannielH2592, zoonH1121 van EfodH641;
Van de kinderen van Jozef: van den stam der kinderen van Manasse, de overste Hanniel, zoon van Efod;
KJV
The prince6
of the children1
of Joseph,2
for the tribe3
of the children4
of Manasseh,5
Hanniel7
the son8
of Ephod.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
En van den stamH4294 der kinderenH1121 van EfraimH669, de oversteH5387 KemuelH7055, zoonH1121 van SiftanH8204;
En van den stam der kinderen van Efraim, de overste Kemuel, zoon van Siftan;
KJV
And the prince4
of the tribe1
of the children2
of Ephraim,3
Kemuel5
the son6
of Shiphtan.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
En van den stamH4294 der kinderenH1121 van ZebulonH2074, de oversteH5387 ElizafanH469, zoonH1121 van ParnachH6535;
En van den stam der kinderen van Zebulon, de overste Elizafan, zoon van Parnach;
KJV
And the prince4
of the tribe1
of the children2
of Zebulun,3
Elizaphan5
the son6
of Parnach.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
En van den stamH4294 der kinderenH1121 van IssascharH3485, de oversteH5387 PaltielH6409, zoonH1121 van AzzanH5821;
En van den stam der kinderen van Issaschar, de overste Paltiel, zoon van Azzan;
KJV
And the prince4
of the tribe1
of the children2
of Issachar,3
Paltiel5
the son6
of Azzan.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
En van den stamH4294 der kinderenH1121 van AserH836, de oversteH5387 AchihudH282, zoonH1121 van SelomiH8015;
En van den stam der kinderen van Aser, de overste Achihud, zoon van Selomi;
KJV
And the prince4
of the tribe1
of the children2
of Asher,3
Ahihud5
the son6
of Shelomi.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28
En van den stamH4294 der kinderenH1121 van NafthaliH5321, de oversteH5387 PedaelH6300, zoonH1121 van AmmihudH5989.
En van den stam der kinderen van Nafthali, de overste Pedael, zoon van Ammihud.
KJV
And the prince4
of the tribe1
of the children2
of Naphtali,3
Pedahel5
the son6
of Ammihud.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29
DitH428 zijn ze, dienH834 de HEEREH3068 gebodenH6680 heeft, den kinderenH1121 IsraelsH3478 de erfenissenH5157 uit te delen, in het landH776 KanaanH3667.
Dit zijn ze, dien de HEERE geboden heeft, den kinderen Israels de erfenissen uit te delen, in het land Kanaan.
KJV
These are they whom the LORD4
commanded3
to divide the inheritance5
unto the children7
of Israel8
in the land9
of Canaan.
vallen zal,
Door loting ten deel zal vallen, of uitgedeeld worden.
Hertaald:
vallen zal,
Door loting zal toevallen, of uitgedeeld worden.
landpalen
Die in het volgende beschreven worden; vergelijk hiermede Gen. 10:19, en Gen. 15:18; Ex. 23:31; Deut. 1:7, en Deut. 11:24; Joz. 1:4.
Hertaald:
landpalen
Die hierna beschreven worden; vergelijk hiermee Gen. 10:19 en Gen. 15:18; Ex. 23:31; Deut. 1:7 en Deut. 11:24; Joz. 1:4.
aan de zijden van Edom;
Dat is, langs de landpalen of grenzen der Edomieten. Zie Joz. 15:1.
Hertaald:
aan de zijden van Edom;
Dat is: langs de grenzen van de Edomieten. Zie Joz. 15:1.
Zoutzee tegen het oosten;
Anders genoemd de Dode zee. Zie Gen. 14:3.
Hertaald:
Zoutzee tegen het oosten;
Ook wel de Dode Zee genoemd. Zie Gen. 14:3.
Akrábbim,
Dat is, der scorpioenen, waarvan deze plaats den naam kan hebben ontvangen; zie Deut. 8:15. Dit was aan de zuidelijke einde van de Zoutzee en het oostelijke einde van het gebergte van Edom.
Hertaald:
Akrábbim,
Dat is: der schorpioenen, waar deze plaats haar naam mogelijk aan ontleend heeft; zie Deut. 8:15. Dit lag aan het zuidelijke uiteinde van de Zoutzee en het oostelijke uiteinde van het Edomitische gebergte.
haar uitgangen zullen zijn,
Dat is uitgangen dezer landpale.
Hertaald:
haar uitgangen zullen zijn,
Dat is: uiteinden van deze grens.
van het zuiden naar Kades-barnéa;
Anders, tegen
Hertaald:
van het zuiden naar Kades-barnéa;
Ook mogelijk: tegen.
Hazar-addar,
Deze twee plaatsen worden hier samengevoegd, als nabij elkander gelegen. Vergelijk Joz. 15:3, waar zij van elkander worden afgescheiden, en de eerste genoemd Hezron. De kaarten stellen haar beiden aan de noordelijke zijde van het gebergte van Edom, niet ver van Azmon.
Hertaald:
Hazar-addar,
Deze twee plaatsen worden hier samengevoegd, als dicht bij elkaar gelegen. Vergelijk Joz. 15:3, waar zij van elkaar onderscheiden worden, en de eerste Hezron genoemd wordt. De kaarten plaatsen ze beide aan de noordzijde van het Edomitische gebergte, niet ver van Azmon.
Azmon
Gelegen aan het westeinde van het gebergte van Edom, niet ver van Gerar.
Hertaald:
Azmon
Gelegen aan het westelijke uiteinde van het Edomitische gebergte, niet ver van Gerar.
van Egypte,
Die Egypte van het Joodse land afscheidt. Vergelijk Gen. 15:18. Anders, naar het dal, of, vallei van Egypte, want aldaar waren moerassige laagten.
Hertaald:
van Egypte,
Die Egypte van het Joodse land scheidt. Vergelijk Gen. 15:18. Ook mogelijk: naar het dal, of de vallei van Egypte, want daar waren moerassige laagten.
naar de zee
Dat is, naar het westen. Zie Gen. 12:8.
Hertaald:
naar de zee
Dat is: naar het westen. Zie Gen. 12:8.
westen,
Hebreeuws, zee; en zo in het volgende.
Hertaald:
westen,
Hebreeuws: zee; zo ook hierna.
grote zee de landpale zijn;
Versta, de Middellandse zee, genoemd de Grote zee, in vergelijking der andere wateren en zeeën of meren, die omtrent het Joodse land zijn.
Hertaald:
grote zee de landpale zijn;
Versta: de Middellandse Zee, de Grote Zee genoemd, in vergelijking met de andere wateren en zeeën of meren die rond het Joodse land liggen.
Hor aftekenen
Dit is niet geweest de berg Hor, op welken Aäron gestorven is, boven, Num. 33:38, maar een andere, ook genoemd Hermon, aan het westeinde van het gebergte Libanon. Uit vergelijking van Joz. 13:5, met dit en vs.8. Dat de berg Hermon verscheidene namen gehad heeft, blijkt uit Deut. 3:9, en Deut. 4:48. Sommigen nemen het voor een berg aan de zee gelegen, die als een hoofd, of kaap [gelijk wij nu spreken] uitstak.
Hertaald:
Hor aftekenen
Dit was niet de berg Hor, waarop Aäron gestorven is, hierboven, Num. 33:38, maar een andere, ook Hermon genoemd, aan het westelijke uiteinde van het Libanongebergte. Uit vergelijking van Joz. 13:5 met dit vers en vers 8 blijkt dat de berg Hermon verschillende namen heeft gehad, zoals te zien is in Deut. 3:9 en Deut. 4:48. Sommigen nemen het voor een berg bij de zee, die als een kop, of kaap [zoals wij nu zeggen] naar voren stak.
Hamath;
Een vermaarde koninklijke stad, aan den voet van het gebergte Libanon. Zie Gen. 10:18; boven, Num. 13:21; Joz. 13:5; Richt. 3:3; 2 Sam. 8:9; 1 Kon. 8:65; 2 Kon. 14:25, 2 Kon. 14:28, en 2 Kon. 17:24, 2 Kon. 17:30, en 2 Kon. 23:33; Jer. 49:23; Ezech. 47:16-17, en Ezech. 48:1; Am. 6:2; Zach. 9:2.
Hertaald:
Hamath;
Een beroemde koninklijke stad, aan de voet van het Libanongebergte. Zie Gen. 10:18; hierboven, Num. 13:21; Joz. 13:5; Richt. 3:3; 2 Sam. 8:9; 1 Kon. 8:65; 2 Kon. 14:25, 2 Kon. 14:28, en 2 Kon. 17:24, 2 Kon. 17:30, en 2 Kon. 23:33; Jer. 49:23; Ezech. 47:16-17 en Ezech. 48:1; Am. 6:2; Zach. 9:2.
Zedad
Deze en de volgende plaatsen strekten langs het gebergte Libanon van Hamath af, voorts aan de westzijde van de Jordaan, waar die begint, tot aan de zee Cinnereth of Gennesareth.
Hertaald:
Zedad
Deze en de volgende plaatsen liepen langs het Libanongebergte, vanaf Hamath, verder aan de westzijde van de Jordaan, waar die begint, tot aan de zee Cinnereth of Gennesareth.
Sefam
Ook, naar sommiger gevoelen, genoemd Sifamoth; 1 Sam. 30:28.
Hertaald:
Sefam
Ook wel, volgens sommigen, Sifamoth genoemd; 1 Sam. 30:28.
oever van de zee
Hebreeuws, schouder
Hertaald:
oever van de zee
Hebreeuws: schouder.
Cinnereth
Naderhand genoemd Gennesareth, bekend in de Evangelische historie. Zie ook Deut. 3:17.
Hertaald:
Cinnereth
Later Gennesareth genoemd, bekend uit de evangelische geschiedenis. Zie ook Deut. 3:17.
langs de Jordaan,
Hebreeuws, naar de Jordaan; te weten, daar en zo als deze rivier van de zee Cinnereth voortloopt en ten laatste valt in de Zoutzee.
Hertaald:
langs de Jordaan,
Hebreeuws: naar de Jordaan; namelijk daar en zoals deze rivier vanaf de zee Cinnereth stroomt en uiteindelijk in de Zoutzee uitmondt.
heeft zijn erfenis ontvangen
Hebreeuws, hebben.
Hertaald:
heeft zijn erfenis ontvangen
Hebreeuws: hebben.
opgang
Te weten, der zon.
Hertaald:
opgang
Namelijk: van de zon.
uit elken stam een overste nemen,
Hebreeuws, een overste, of vorst, een overste uit een stam.
Hertaald:
uit elken stam een overste nemen,
Hebreeuws: een overste, of vorst, een overste uit een stam.
van den stam der kinderen van Dan,
Of, van den stam der kinderen Dans, een overste: [te weten], Bukki, enz. en alzo in het volgende.
Hertaald:
van den stam der kinderen van Dan,
Of: van de stam van de Danieten, een overste: [namelijk] Bukki, enzovoort; en zo ook hierna.
geboden heeft,
Of, gesteld, verordineerd heeft, om enz.; vergelijk 2 Sam. 6:21, en 2 Sam. 7:11, enz.
Hertaald:
geboden heeft,
Of: bepaald, verordend heeft; vergelijk 2 Sam. 6:21 en 2 Sam. 7:11. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas De zoon van Jefunne, die namens de stam Juda als een van de twaalf verspieders het land Kanaän verkende. Samen met Jozua alleen bracht hij een goed bericht en spoorde hij het volk aan het land in te nemen, in vertrouwen op de HEERE (Num. 13:30; 14:6-9). Om zijn geloof mocht hij, als een van de weinigen van zijn generatie, later toch het beloofde land binnengaan. Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas Ligging: Gelegen aan de zuidgrens van Kanaän, aan de rand van de woestijn Paran/Zin, vermoedelijk te identificeren met het bronnengebied van Ain el-Qudeirat, zo'n 80 km ten zuiden van Beër-Seba (naast, enkele kilometers verderop, het eveneens genoemde Ain Qedeis). Geschiedenis: Reeds terloops genoemd in Gen. 14:7 (als En-Mispat) en Gen. 16:14 en 20:1, maar hier voor het eerst het toneel van een beslissende gebeurtenis: van hieruit werden de twaalf verspieders uitgezonden (Num. 13:26), en hier weigerde het volk, na hun ontmoedigend verslag, in geloof het land in te trekken — waarop de HEERE zwoer dat heel die generatie (op Jozua en Kaleb na) in de woestijn zou sterven (Num. 14). Israël verbleef vervolgens "vele dagen" in en om Kades (Deut. 1:46), en keerde er tegen het einde van de veertig jaar opnieuw naartoe (Num. 20). Bijbelse betekenis: De plaats van Israëls grootste geloofscrisis in de woestijn: hier werd, op de drempel van de belofte, het ongeloof van een hele generatie beslissend — een aangrijpende les die Psalm 95 en Hebreeën 3-4 gebruiken als blijvende waarschuwing om, zo men Zijn stem hoort, het hart niet te verharden. Archeologie: Bij Ain el-Qudeirat (in de Negev, nabij de Egyptische grens) zijn resten van een Israëlitische vesting uit de koningstijd opgegraven; sporen uit de tijd van de uittocht zelf zijn, zoals bij vrijwel alle woestijnkampementen, niet met zekerheid aangetroffen. Recente inzichten: De precieze identificatie van Kades blijft onder geleerden voorwerp van bespreking; dit raakt uitsluitend de exacte plaatsbepaling, niet de historiciteit van de gebeurtenissen zelf. Gen. 14:7; 16:14; 20:1; Num. 13:26; 14; 20:1, 14, 16, 22; 32:8; 33:36-37; Deut. 1:2, 19, 46; Ps. 95:8-11; Hebr. 3:7-4:11 Ligging: Een bergpas ten zuidwesten van de Dode Zee, op de zuidgrens van het beloofde land. Geschiedenis: Genoemd als vast punt op de zuidgrens van het land dat Israël in bezit zou nemen (Num. 34:4), en later herhaald als de zuidgrens van het gebied van de Amorieten/het rijk van Juda (Joz. 15:3; Richt. 1:36). Bijbelse betekenis: Onderdeel van de nauwkeurig omschreven grenzen van het beloofde land — een teken dat de belofte aan de aartsvaders niet in het vage bleef, maar door de HEERE Zelf tot in de kleinste bijzonderheden werd vastgelegd. Num. 34:4; Joz. 15:3; Richt. 1:36 Ligging: Doorgaans geïdentificeerd met de huidige Wadi el-Arish, die in de Middellandse Zee uitmondt en van oudsher de natuurlijke grens tussen Kanaän/Israël en Egypte vormde. Geschiedenis: Vastgelegd als het zuidwestelijke eindpunt van de zuidgrens van het beloofde land, tot aan de Grote Zee (Num. 34:5). Later herhaaldelijk als vaste grensaanduiding gebruikt, onder meer voor de omvang van Salomo's rijk (1 Kon. 8:65) en in de profetische beschrijving van het toekomstige land (Ez. 47:19; 48:28). Bijbelse betekenis: Een van de vaste geografische ijkpunten die door de hele Schrift heen de grenzen van het land aanduiden dat de HEERE aan Israël beloofd had, van de "beek van Egypte" tot de Eufraat (vgl. Gen. 15:18). Num. 34:5; Joz. 15:4, 47; 1 Kon. 8:65; 2 Kon. 24:7; 2 Kron. 7:8; Jes. 27:12; Ez. 47:19; 48:28 Ligging: Verspreid langs de noord- en oostgrens van het beloofde land, zoals in Num. 34 omschreven; geen van deze plaatsen is met zekerheid te identificeren. Geschiedenis: Na de zuid- en westgrens (zie de artikelen bij de opgang van Akrabbim en de beek van Egypte) beschrijft Num. 34 ook de noord- en oostgrens van het land, met een reeks grenspunten die verder nergens in de Schrift terugkeren: op de noordgrens (34:7-9) een berg Hor — een andere dan de berg Hor waar Aäron stierf (Num. 20), gelegen bij "de ingang van Hamath" (vgl. het eerdere artikel bij Rehob, Num. 13:21) — met Zedad, Zifron en Hazar-Enan; op de oostgrens (34:10-12) Sefam, met Ribla "aan de oostzijde van Ain" (eveneens een andere Ribla dan de bekende latere legerplaats van Nebukadnezar in het land Hamath, 2 Kon. 25:6, 20-21), aflopend naar de zee Cinnereth (het latere meer van Galilea) en vandaar de Jordaan af tot de Zoutzee. Bijbelse betekenis: Ook deze verder onbekende grenspunten onderstrepen hoe zorgvuldig en concreet de HEERE de omvang van het beloofde land aan Zijn volk vastlegde, tot in details die voor de latere lezer nauwelijks nog te herleiden zijn. Num. 34:7-12 © Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Numeri 34
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Namen
Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Bijbelse Plaatsen
Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden


Numeri 34
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Gebied de kinderen van Israël, en zeg tot hen: Wanneer gij in het land Kanaän ingaat, zo zal dit het land zijn, dat u tot erfenis vallen zal, het land Kanaän, naar zijn grenen. Het land, dat u ten erfdeel zal gegeven worden, zal zijn grenzen hebben, zoals die in hetgeen Ik verder tot u zal spreken, nauwkeurig zullen omschreven worden.
De zuiderhoek nu zal u zijn van de woestijn Zin, aan de zijden van Edom (het huidig gebergteland van de Azazimeh, zie “Nu 13.1); en de zuiderlandgrens zal u zijn van het einde van de Zoutzee, tegen het oosten; van de zuidelijke punt van de Dode Zee, die in een zoutmoerasuitloopt (Jozua 15:2).
En deze grens zal u omgaan van het zuiden naar de opgang van Akrabbim, 1) van het zuiden van de Dode Zee, zuidwaarts op, en doorgaan naar Zin, de brede dalkloof wady murreh (zie “Nu 13.1); en haar uitgangen zullen zijn, van het zuiden naar Kades-Barnéa, en strekken zich verder zuidwaarts uit tot aan Kades-Barnéa aan het westelijke einde van de woestijn Zin, en zij zal uitgaan naar Hazar-Addar, een dorp alzo genoemd naar de bij elkaar liggende dorpen Hezron en Adar Jozua 15:3) en doorgaan naar Karkau en Azmon.
De “hoogte Akrabbim,” waarnaar de streek later Akrabattinh, Akrabathnh heet (1 Makk.5:3) is veelmeer hoogstwaarschijnlijk de op een afstand van circa 8 Engelse mijl beneden de Dode Zee, zich schuin over de Araba heenstrekkende, in 60-80 voet hoge rij van witte klippen, die, van de zuidwestkant van de Dode Zee gezien, het Ghor schijnen te sluiten, en de scheidingslinie tussen de beide zijden van het grote dal vormen, dat aan de ene zijde el-Ghor en aan de andere zijde el-Araba heet.
Voorts zal deze grens omgaan van Azmon naar de rivier van Egypte 1) en haar uitgangen zullen zijn naar de grote of Middellandse Zee. 2)
De rivier, of eigenlijk zoals er staat, de beek van Egypte is hier de z.g. Wady-el-Arisch, die op verschillende plaatsen als de zuidelijke grens van het land wordt genoemd, o.a. 1 Kon.8:65; 2 Koningen. 24:7 Jesaja. 27:12
Zuidelijk van de Dode Zee gaat terstond het Ghor of de laagte tussen bergketens ter rechter- en ter linkerzijde voort, waarin de Jordaan van het meer van Genézareth af zijn loop heeft (zie Jozua 3.1); daarop volgt een rij witachtige klippen van 60-80 voet hoog, die van de zuidwestelijke punt van de Rode Zee gezien, het Ghor schijnen te sluiten en de Schorpioentrap of Akrabbim genoemd worden. Aan de andere zijde sluit zich de Arabah (zie Nu 20.1) daar onmiddellijk aan, in het begin zich enigszins verheffende, maar die langzamerhand tot de hoogte van de watervlakte van de Dode Zee afdaalt, en eindelijk in de golf van Elan te niet loopt. Bijzonder opmerkenswaardig is het, hoe nauwkeurig de hier beschreven zuidelijke grens van het beloofde land met de gesteldheid van de grond samenhangt; zij is de grensscheiding tussen de geelachtige woestijn in het zuiden en de groene steppen of grasvlakten in het noorden; de natuur van Arabië eindigt hier; het rijk van de dood heeft een einde, en een nieuw leven waait de reiziger, die van het zuiden komt uit de met groen bedekte vlakten tegen.
Aangaande de grens van het westen, daar zal u de grote zee de grens zijn, van de uitwatering van de rivier of beek van Egypte (vs.5) tot in het noorden aan de overzijde van Gebal (vs.7). Dit zal uw westgrens zijn.
Voorts zal u de grens van het noorden deze zijn: van de grote zee af, noordelijk van Byblus of Gebal zult gij u de berg Hor aftekenen. Waarschijnlijk wordt hier detegenwoordige Dschebel-Makmel, die de hoogste spits van het gebergte Libanon is, bedoeld, zodat alzo de noordelijke grenslijn door het cederwoud Bscherreh heenloopt (zie “Nu 24.6),
Van den berg Hor zult gij aftekenen tot waar men komt te Hamath, tot aan het gebied van de stad Hamath in Syrië; en de uitgangen van dit gebied zullen zijn naar Zedad, dat is, de grenzen worden dan verder doorgetrokken tot aan Zedad.
En deze grens zal uitgaan naar Zifron; op de weg die daarheen leidt en haar uitgangen zullen zijn te Hazar-Enan, (bronnenhof) (Ezechiel. 47:17; 48:1). Dit zal u de noordgrens zijn.
De stad Hamath (het tegenwoordige Hama, hetzelfde als het Epiphania van de Grieken en Romeinen) lag aan de Orontes, omstreeks 8 mijl verder noordwaarts; nooit, zelfs niet onder David en Salomo, heeft het aan het Israëlitische rijk behoord, maar Salomo bouwde in dit gebied schatsteden (2 Kron.8:4). De uitdrukking “totdaar men komt te Hamath” wordt dikwijls gebruikt om de aanraking met dit gebied, of de noordelijke grenzen van Palestina aan te duiden (hoofdstuk 13:21 Jozua. 13:5 Richteren. 3:3). De beide volgende punten Zadad, niet Zadada, zoals Luther schrijft, daar de a of ah achter de naam slechts de richting naar ene plaats aanduidt en Zifron kan men niet nader aanwijzen. Onder het dorp Enan (Hazer-Enan, d.i. bronnenhof) verstaat men zeker de bron Lebweh aan de westelijke helling van de Anti-Libanon. Zij vormt in het dal El-Bukâa de waterscheiding tussen de Orontes, die noordwaarts stroomt en de Leontes, die zijn richting zuidwestwaarts neemt. Hier behoeft men slechts in het zand te graven, om zo veel bronnen te vinden als men wil, die helder fris water geven, dat op verscheidene plaatsen uit een hoop grof kiezelzand komt opborrelen. Wij zien hier, evenals in het zuiden (zie Nu 34.5), hoe ook hier de grenzen juist met de gesteldheid van de grond overeenkomen.
Voorts zult gij u tot een grens tegen het oosten aftekenen van Hazar-Enan van de bovengenoemde bronplaats Enan naar Sefam, ook een onbekende plaats.
En deze grens zal afgaan aan de westelijke helling van de Anti-Libanon verder zuidwaarts, van Sefam naar Ribla, tegen het oosten van Ain, de tegenwoordige bronplaatsAndschar, wel te onderscheiden van Riblath, gelegen in het land Hamath (2 Koningen. 23:33; 25:21), daarna zal deze grens afgaan over Hasbeya en Baäl Hermon, en strekken langs de bergen, die de wateren van Merom, aan de oostzijde begrenzen, langs de oever, eigenlijk aan de schouder van de zee Cinnereth, of van Genézarethoostwaarts, langs het noordoostelijke strand van dit meer.
Hierdoor behoorde ook de grote Hermon (zie De 3.9) niet aan het land van Israël.
Voorts zal deze grens afgaan langs de Jordaan, zuidwaarts, en haar uitgangen zullen zijn aan de Zoutzee of Dode Zee. Dit zal u zijn het land naar zijn grenzen rondom. In het zuiden vs.3-5; in het westen vs.6; in het noorden vs.7-9; en in het oosten vs.10-12.
Wat een klein gedeelte van de wereld de Heere dikwijls aan Zijn eigen volk geeft. Zij, die hun erfdeel hebben in de hemel, hebben overvloedige redenen, om met een klein gedeelte van deze wereld vergenoegd te zijn, maar, hetgeen hier ontbrak aan de veelheid, werd vergoed door de hoedanigheid. Het weinige, dat de rechtvaardige heeft, als hij het heeft in Gods gunst en met Zijn zegen, is beter en vertroostelijker dan de overvloed van vele goddelozen.
En Mozes gebood de kinderen van Israël, toen hij hun dit bevel van de Heere betreffende het land, dat zij zouden in bezit nemen en daarna door het lot verdelen, meedeelde (hoofdstuk 33:50-34:12) zeggende: Dit is het land, dat gij door het lot tot een erfgoed innemen zult, dat de HEERE aan de negen stammen, Juda, Simeon, Dan, Benjamin, Efraïm, Issaschar, Zebulon, Aser, Nafthali en aan de halve stam van Manasse te geven, geboden heeft.
Want de stam van de kinderen van de Rubenieten, naar het huis van hun vaderen, naar de verschillende tot deze stam behorende geslachten, en de stam van de kinderen van de Gadieten, naar het huis van hun vaderen hebben ontvangen, bovendien de andere halve stam van Manasse heeft reeds in hoofdstuk 32 zijn erfenis ontvangen.
Twee stammen, Ruben en Gad, en een halve stam, Manasse, hebben hun erfenis ontvangen aan deze zijde van de Jordaan, van Jericho oostwaarts tegen de opgang; en zullen bij de verdeling van het land ten westen van de Jordaan niet mee mogen delen, ofschoon zij moeten meehelpen bij de verovering daarvan (hoofdstuk 32:6-32).
Van het bovengenoemde land, tussen 31 en 34¬ graad noorderbreedte hebben later de kinderen van Israël aan de westelijke grens (vs.6) niet veroverd: 1. het gebied van de Filistijnen in het zuiden; 2. de smalle streek land ten noordwesten langs de zee gelegen, Fenicië genoemd. Echter werden ook deze landstreken hun bij de verdeling Jozua 13:1-17) toegewezen; daardoor wordt het land in de regel opgegeven: van 31-33« graad noorderbreedte, en van 52-53¬ graad (of het oost Jordaanland meegerekend, tot 54« graad) oosterlengte. De grootste lengte van het noorden naar het zuiden bedraagt 33 mijl, die van het westen naar het oosten, van de grote Zee tot aan de Jordaan, gemiddeld 15 mijl, en ook 15 mijl van de Jordaan tot aan de uiterste grenzen ten oosten. Dit geeft een oppervlakte van 495 vierkante mijl voor het eigenlijke Kanaän, alzo bijna half zo groot als Zwitserland en 3/5 maal zo groot als Nederland. Als Cicero zegt: “de God van de Joden moet een kleine God zijn, omdat hij voor Zijn volk zo’n klein land heeft ingeruimd,” dan antwoorden wij daarop met von Raumer: “Hoe kleiner het land is, hoe roemrijker de macht van de Heere uitkomt, die het kleine zaadkorreltje tot een grote boom doet opgroeien; maar de natuurlijke mens heeft geen oog om de Almacht te zien, wanneer zij zich in het onaanzienlijke kleed van de nederigheid vertoont.” Wat de naam van het land betekent, wordt verschillend verklaard. Sommigen menen, dat Kanaän Laagland betekent, het land naar de laagte aan de Middellandse Zee, waar de intrekkende Kanaänieten (Genesis 10:15-19) zich het eerst vestigden, totdat zij dan verder naar het binnenland trokken, en zich soms vestigden in de bergachtige streken. Anderen daarentegen leiden de naam met meer recht af van Kanaän, de vierde zoon van Cham (Genesis 10:6). Onder de andere naam “Palestina” werd oorspronkelijk slechts de kustvlakte verstaan, die door de aankomende Filistijnen bewoond werd, welke naam later door de Romeinen aan het gehele land werd gegeven, en nu ook door de Christenen en de latere Joden in die zin werdt gebruikt. Nog andere Bijbelse benamingen zijn; Het land van de Heere (Hosea 9:3); het land van de kinderen van Israël of land van Israël Jozua 11:22; 1 Samuel. 13:19); het heilige land (Zach.2:12); het beloofde land (Hebr.11:9)
Over de oorspronkelijke bewoners van het land, en waarvan zij zijn afgestamd heeft men veel gesproken, en zijn vele onderzoekingen gedaan. Reeds bij Genesis 14:18 hebben wij onze mening daarover te kennen gegeven, en tevens bij Genesis 12:7 twee oordelen over de geschiktheid van dit land voor het grote doel, dat de Heere met Israël had, bijeen geplaatst. Wij voegen nu hier de tweede gedachte van een verdere verklaring van Kurtz bij, die tot een juist begrip van de volgende geschiedenis van Israël in het voor hem bestemde land een duidelijke aanwijzing geeft. Er is wel bijna geen land op aarde, zegt deze schrijver in zijn geschiedenis van het Oude Verbond, dat met zo’n gevoeligheid of vatbaarheid voor zegen of vloek begiftigd was, en in zijn kleine ruimte zo vele bronnen van zegen en tevens van vloek aanbiedt. Nergens wisselt vruchtbaarheid en onvruchtbaarheid zo spoedig en zo eensklaps af; nergens gaat de eerste zo spoedig in de andere over; nergens wordt het bloeiende veld van zegen zo onmiddellijk in een van vloek beladen woestijn veranderd. Het dal van Sittim b.v., die hof van de Heere wordt in één nacht een poel des verderfs, dat door al wat leeft ontvlucht wordt, dat aan alle volgende geslachten van de strengheid van de goddelijke gerichten predikt en daarentegen in het noorden ligt weer een meer, waarvan de oevers alle bekoorlijkheden van de natuur tentoon spreiden, dat te allen tijde de goedertierenheid en liefde van God predikt. En evenals de natuur, de luchtstreek en de bodem van het land naast de rijkste bronnen van zegen ook zo vele straf- en tuchtmiddelen in zich verenigd hadden, in onvruchtbaarheid en misoogst, in gevaarlijke gloeiende winden en in aardbevingen, in zwermen van sprinkhanen en verwoestende ziekten, in pest en melaatsheid enz., zo lokten ook de bijzonder gunstige gesteldheid van het land, en zijn verhouding tot de staatkundige wereld, met talrijke voordelen voor de bewoners, de machtige naburige volken om het land onder hun juk te brengen en zijn bewoners te onderdrukken. En al waren de toegangen tot het land als door de natuur onoverkomelijke hinderpalen om het land te bereiken, toch wisten de roofhorden van vijandelijke volkstammen en de legers van de grote wereldmachten, zodra zij als door God gezonden waren, de goddelijke strafgerichten uit te voeren, en door zeeën en woestijnen, over bergen en door diepe dalen wegen te vinden tot in het binnenste van het land (Ezech.5:5 Ezech.38:11-12)
Voorts sprak de HEERE tot Mozes, hem nog nader aanwijzing gevende van de verdeling van het rijk door het lot, zoals in hoofdstuk 33:54 en 34:13 geboden was, opdat de kinderen van Israël des te zekerder konden zijn, dat deze wijze van verdeling werkelijk van Godwas (hoofdstuk 26:55 vv.), zeggende:
Dit zijn de namen van de mannen, die u dat land tot een erfgoed zullen uitdelen: Eleazar, de priester, en Jozua, de zoon van Nun, die ook tot aanvoerder van het leger bestemd was. In hun betrekking tot elkaar, aangewezen in hoofdstuk 27:21, zouden zij dit werk ten uitvoer brengen.
Daartoe zult gij uit elke stam een overste nemen, uit elk van de 9« stam, die het eigenlijke Kanaän moesten delen volgens vs.13, de vorst van een geslacht, om het land tot een erfgoed uit te delen; 1) door hun hand zal het lot getrokken worden.
Dit bevel werd gegeven, opdat de zaken van het land naar alle billijkheid en volgens het strikste recht zouden uitgevoerd en behartigd worden. Wij lezen dan ook nergens, dat later enig misnoegen over de verdeling werd getoond, dat iemand zich verongelijkt waande.
En dit zijn de namen van deze mannen: van de stammen van Juda, Kaleb, zoon van Jefunne (hoofdstuk 13:7,31; 14:6,24,30; 26:65);
En van de stam van de kinderen van Simeon, Semuël, zoon van Ammihud;
Van de stam van Benjamin, Elidad, zoon van Chislon.
En van de stam van de kinderen van Dan, de overste Bukki, zoon van Jogli;
Van de kinderen van Jozef, van de stam van de kinderen van Manasse, de overste Hanniël, zoon van Efod;
En van de stam van de kinderen van Efraïm, de overste Kemuël, zoon van Siftan;
En van de stam van de kinderen van Zebulon, de overste Elizafan, zoon van Parnach;
En van de stam van de kinderen van Issaschar, de overste Paltiël, zoon van Azzan;
En van de stam van de kinderen van Aser, de overste Achihud, zoon van Selómi;
En van de stam van de kinderen van Nafthali, de overste Pedaël, zoon van Ammihud, niet dezelfde als in vs.20.
Dit zijn ze, die de HEERE, door het in vs.16 vv. gegeven bevel, geboden heeft de kinderen van Israël de erfenissen uit te delen, in het land Kanaän.
Wanneer wij zien hoe later de orde was, waarin de kinderen van Israël van de 9« stam naar het lot hun woonplaatsen innamen dan vinden wij in de orde, waarin de stammen hier voorgesteld worden, reeds een vrij nauwkeurige aanvulling van die onderlinge ligging van het zuiden naar het noorden (Juda Simeon, Benjamin, Dan, Manasse, Efraïm, Zebulon, Issaschar, Aser, Nafthali). Dat die orde niet juist overeenkomt, weerlegt geheel de mening van hen, die dit gedeelte van de Bijbels, niet aan Mozes toeschrijven, maar aan een schrijver, die veel later geleefd heeft. Dat zij echter bijna overeenkomt, berust daarop, dat God, wiens eigen woord wij hier voor ons hebben, al Zijn werken, van de grondlegging van de wereld af tot de voleinding voor ogen heeft, met al de veranderingen, die daarin plaats hebben; daarom was ook de uitkomst van het lot, dat later getrokken werd, geenszins toevallig, zoals wij dat gewoonlijk uitdrukken, maar overeenkomstig de aanwijzing in Genesis 49 aan iedere stam Zijn bepaald deel toewees. Ook ten opzichte van de andere volken heeft immers de Heere een perk gesteld, te voren verordend, de tijd afgemeten, en de plaats van hun woning bepaald (Hand.17:26). Hoe zou Hij dan bij Zijn uitverkoren volk, dat in alle opzichten een bijzondere bestemming had, dit nog niet in bijzondere mate hebben gedaan. Over het loten, als een middel om de wil van God te vernemen, spreken wij bij Jozua. 7:18
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel