Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1De kinderen van Ruben nu hadden veel vee, en de kinderen van Gad hadden machtig veel; en zij bezagen het land Jaezer, en het land van Gilead, en ziet, deze plaats was een plaats voor vee.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1De kinderenH1121 van RubenH7205 nu hadden veel veeH4735, en de kinderenH1121 van GadH1410 hadden machtigH6099 veel; en zij bezagenH7200 het landH776JaezerH3270, en het landH776 van GileadH1568, en zietH2009, deze plaatsH4725 was een plaatsH4725 voor veeH4735.De kinderen van Ruben nu hadden veel vee, en de kinderen van Gad hadden machtig veel; en zij bezagen het land Jaezer, en het land van Gilead, en ziet, deze plaats was een plaats voor vee.
Ook in dit vers
veelH3966
veelH7227
KJVNow the children4of Reuben5and the children6of Gad7had a very9great8multitude2of cattle:1and when they saw10the land12of Jazer,13and the land15of Gilead,16that, behold, the place18was a place19for cattle;
1וּמִקְנֶ֣הH4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance2רַ֗בH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)3הָיָ֞הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4לִבְנֵ֧יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5רְאוּבֵ֛ןH7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben6וְלִבְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7גָ֖דH1410GadGad8עָצ֣וּםH6099machtig, machtiger, machtige[phrase] feeble, great, mighty, must, strong9מְאֹ֑דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well10וַיִּרְא֞וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12אֶ֤רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13יַעְזֵר֙H3270Jaezer, JaezersJaazer, Jazer14וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16גִּלְעָ֔דH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite17וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see18הַמָּק֖וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)19מְק֥וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)20מִקְנֶֽהH4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance
2Zo kwamen de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben, en spraken tot Mozes, en tot Eleazar, den priester, en tot de oversten der vergadering, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Zo kwamenH935 de kinderenH1121 van GadH1410 en de kinderenH1121 van RubenH7205, en sprakenH559totH413MozesH4872, en totH413EleazarH499, den priesterH3548, en totH413 de overstenH5387 der vergaderingH5712, zeggendeH559:Zo kwamen de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben, en spraken tot Mozes, en tot Eleazar, den priester, en tot de oversten der vergadering, zeggende:
KJVThe children2of Gad3and the children4of Reuben5came1and spake6unto Moses,8and to Eleazar10the priest,11and unto the princes13of the congregation,14saying,
1וַיָּבֹ֥אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3גָ֖דH1410GadGad4וּבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5רְאוּבֵ֑ןH7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben6וַיֹּאמְר֤וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses9וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10אֶלְעָזָ֣רH499EleazarEleazar11הַכֹּהֵ֔ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer12וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13נְשִׂיאֵ֥יH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour14הָעֵדָ֖הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)15לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
3Ataroth, en Dibon, en Jaezer, en Nimra, en Hesbon, en Eleale, en Schebam, en Nebo, en Behon;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3AtarothH5852, en DibonH1769, en JaezerH3270, en NimraH5247, en HesbonH2809, en ElealeH500, en SchebamH7643, en NeboH5015, en BehonH1194;Ataroth, en Dibon, en Jaezer, en Nimra, en Hesbon, en Eleale, en Schebam, en Nebo, en Behon;
4Dit land, hetwelk de HEERE voor het aangezicht der vergadering van Israel geslagen heeft, is een land voor vee; en uw knechten hebben vee.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Dit landH776, hetwelkH834 de HEEREH3068 voor hetH1931aangezichtH6440 der vergaderingH5712 van IsraelH3478geslagenH5221 heeft, is een landH776 voor veeH4735; en uw knechtenH5650 hebben veeH4735.Dit land, hetwelk de HEERE voor het aangezicht der vergadering van Israel geslagen heeft, is een land voor vee; en uw knechten hebben vee.
KJVEven the country1which the LORD4smote3before5the congregation6of Israel,7is a land8for cattle,9and thy servants11have cattle:
1הָאָ֗רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world2אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3הִכָּ֤הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound4יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5לִפְנֵי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6עֲדַ֣תH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)7יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9מִקְנֶ֖הH4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance10הִ֑ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who11וְלַֽעֲבָדֶ֖יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant12מִקְנֶֽהH4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance
5Voorts zeiden zij: Indien wij genade in uw ogen gevonden hebben, dat ditzelve land aan uw knechten gegeven worde tot een bezitting; en doe ons niet trekken over de Jordaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Voorts zeidenH559 zij: IndienH518 wij genadeH2580 in uw ogenH5869gevondenH4672 hebben, datH2063 ditzelve landH776 aan uw knechtenH5650gegevenH5414 worde tot een bezittingH272; en doe ons nietH408trekkenH5674 over de JordaanH3383.Voorts zeiden zij: Indien wij genade in uw ogen gevonden hebben, dat ditzelve land aan uw knechten gegeven worde tot een bezitting; en doe ons niet trekken over de Jordaan.
KJVWherefore, said1they, if we have found3grace4in thy sight,5let this land8be given6unto thy servants10for a possession,11and bring us not over13Jordan.
1וַיֹּאמְר֗וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3מָצָ֤אנוּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on4חֵן֙H2580genade, aangenaam, gunstfavour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured5בְּעֵינֶ֔יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)6יֻתַּ֞ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הָאָ֧רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9הַזֹּ֛אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus10לַעֲבָדֶ֖יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant11לַאֲחֻזָּ֑הH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession12אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than13תַּעֲבִרֵ֖נוּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַיַּרְדֵּֽןH3383JordaanJordan
6Maar Mozes zeide tot de kinderen van Gad en tot de kinderen van Ruben: Zullen uw broeders ten strijde gaan, en zult gijlieden hier blijven?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Maar MozesH4872zeideH559 tot de kinderenH1121 van GadH1410 en tot de kinderenH1121 van RubenH7205: Zullen uw broedersH251 ten strijdeH4421 gaan, en zult gijliedenH859 hier blijven?Maar Mozes zeide tot de kinderen van Gad en tot de kinderen van Ruben: Zullen uw broeders ten strijde gaan, en zult gijlieden hier blijven?
KJVAnd Moses2said1unto the children3of Gad4and to the children5of Reuben,6Shall your brethren7go8to war,9and shall ye sit
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3לִבְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4גָ֖דH1410GadGad5וְלִבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6רְאוּבֵ֑ןH7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben7הַאַֽחֵיכֶ֗םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'8יָבֹ֨אוּ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9לַמִּלְחָמָ֔הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)10וְאַתֶּ֖םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you11תֵּ֥שְׁבוּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry12פֹֽהH6311hier, hierheenhere, hither, the one (other, this, that) side
7Waarom toch zult gij het hart der kinderen Israels breken, dat zij niet overtrekken naar het land, dat de HEERE hun gegeven heeft?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7WaaromH4100 toch zult gij het hartH3820 der kinderenH1121IsraelsH3478brekenH5106, dat zij niet overtrekkenH5674naarH413 het landH776, datH834 de HEEREH3068 hun gegevenH5414 heeft?Waarom toch zult gij het hart der kinderen Israels breken, dat zij niet overtrekken naar het land, dat de HEERE hun gegeven heeft?
KJVAnd wherefore discourage ye2the heart4of the children5of Israel6from going over7into the land9which the LORD13hath given
1וְלָ֣מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why2תְנִיא֔וּןH5106breken, braken, breektbreak, disallow, discourage, make of none effect3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4לֵ֖בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom5בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7מֵֽעֲבֹר֙H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11נָתַ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12לָהֶ֖ם13יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
8Zo deden uw vaders, als ik hen van Kades-Barnea zond, om dit land te bezien.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8ZoH3541dedenH6213 uw vadersH1, als ik hen van Kades-BarneaH6947zondH7971, om dit landH776 te bezienH7200.Zo deden uw vaders, als ik hen van Kades-Barnea zond, om dit land te bezien.
KJVThus did2your fathers,3when I sent4them from Kadeshbarnea6to see8the land.
1כֹּ֥הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2עָשׂ֖וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3אֲבֹתֵיכֶ֑םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4בְּשָׁלְחִ֥יH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)5אֹתָ֛םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מִקָּדֵ֥שׁH6947Kades-barneaKadeshbarnea7בַּרְנֵ֖עַH6947Kades-barneaKadeshbarnea8לִרְא֥וֹתH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
9Als zij opgekomen waren tot aan het dal Eskol, en dit land bezagen, zo braken zij het hart der kinderen Israels, dat zij niet gingen naar het land, dat de HEERE hun gegeven had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Als zij opgekomenH5927 waren tot aan het dalH5158EskolH812, en dit landH776bezagenH7200, zo brakenH5106 zij het hartH3820 der kinderenH1121IsraelsH3478, dat zij nietH1115gingenH935naarH413 het landH776, datH834 de HEEREH3068 hun gegevenH5414 had.Als zij opgekomen waren tot aan het dal Eskol, en dit land bezagen, zo braken zij het hart der kinderen Israels, dat zij niet gingen naar het land, dat de HEERE hun gegeven had.
KJVFor when they went up1unto the valley3of Eshcol,4and saw5the land,7they discouraged8the heart10of the children11of Israel,12that they should not go14into the land16which the LORD20had given
1וַֽיַּעֲל֞וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet3נַ֣חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley4אֶשְׁכּ֗וֹלH812EskolEshcol5וַיִּרְאוּ֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8וַיָּנִ֕יאוּH5106breken, braken, breektbreak, disallow, discourage, make of none effect9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10לֵ֖בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom11בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13לְבִלְתִּיH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without14בֹא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way15אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18נָתַ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield19לָהֶ֖ם20יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
10Toen ontstak de toorn des HEEREN te dien dage, en Hij zwoer, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen ontstakH2734 de toornH639 des HEERENH3068 te dien dageH3117, en HijH1931zwoerH7650, zeggendeH559:Toen ontstak de toorn des HEEREN te dien dage, en Hij zwoer, zeggende:
KJVAnd the LORD'S3anger2was kindled1the same time,4and he sware,6saying,
1וַיִּֽחַרH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)2אַ֥ףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath3יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5הַה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6וַיִּשָּׁבַ֖עH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear7לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
11Indien deze mannen, die uit Egypte opgetogen zijn, van twintig jaren oud en daarboven, het land zullen zien, dat Ik Abraham, Izak en Jakob gezworen heb! Want zij hebben niet volhard Mij na te volgen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Indien deze mannenH582, dieH834 uit EgypteH4714opgetogenH5927 zijn, van twintigH6242jarenH8141oudH1121 en daarboven, het landH127 zullen zienH7200, dat Ik AbrahamH85, IzakH3327 en JakobH3290gezworenH7650 heb! WantH3588 zij hebben nietH3808volhardH4390 Mij naH310 te volgenH4390;Indien deze mannen, die uit Egypte opgetogen zijn, van twintig jaren oud en daarboven, het land zullen zien, dat Ik Abraham, Izak en Jakob gezworen heb! Want zij hebben niet volhard Mij na te volgen;
KJVSurely1none of the menthat came up4out of Egypt,5from twenty7years8old6and upward,9shall see2the land11which I sware13unto Abraham,14unto Isaac,15and unto Jacob;16because they have not wholly19followed
1אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2יִרְא֨וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions3הָאֲנָשִׁ֜יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4הָעֹלִ֣יםH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work5מִמִּצְרַ֗יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim6מִבֶּ֨ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7עֶשְׂרִ֤יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)8שָׁנָה֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)9וָמַ֔עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very10אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הָאֲדָמָ֔הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land12אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13נִשְׁבַּ֛עְתִּיH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear14לְאַבְרָהָ֥םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham15לְיִצְחָ֖קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)16וּֽלְיַעֲקֹ֑בH3290Jakob, JakobsJacob17כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19מִלְא֖וּH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly20אַחֲרָֽיH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
12Behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, den Keniziet, en Jozua, de zoon van Nun; want zij hebben volhard den HEERE na te volgen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Behalve KalebH3612, de zoonH1121 van JefunneH3312, den KenizietH7074, en JozuaH3091, de zoonH1121 van NunH5126; wantH3588 zij hebben volhardH4390 den HEEREH3068naH310 te volgenH4390.Behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, den Keniziet, en Jozua, de zoon van Nun; want zij hebben volhard den HEERE na te volgen.
KJVSave Caleb2the son3of Jephunneh4the Kenezite,5and Joshua6the son7of Nun:8for they have wholly10followed11the LORD.
1בִּלְתִּ֞יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without2כָּלֵ֤בH3612KalebCaleb3בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יְפֻנֶּה֙H3312JefunneJephunneh5הַקְּנִזִּ֔יH7074Keneziet, KenizietKenezite, Kenizzites6וִיהוֹשֻׁ֖עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)7בִּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8נ֑וּןH5126Nun, NonNon, Nun9כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10מִלְא֖וּH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly11אַחֲרֵ֥יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with12יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
13Alzo ontstak des HEEREN toorn tegen Israel, en Hij deed hen omzwerven in de woestijn, veertig jaren, totdat verteerd was het ganse geslacht, hetwelk gedaan had, wat kwaad was in de ogen des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Alzo ontstakH2734 des HEERENH3068toornH639 tegen IsraelH3478, en Hij deed hen omzwervenH5128 in de woestijnH4057, veertigH705jarenH8141, totdatH5704verteerdH8552 was het ganseH3605geslachtH1755, hetwelk gedaanH6213 had, wat kwaadH7451 was in de ogenH5869 des HEERENH3068.Alzo ontstak des HEEREN toorn tegen Israel, en Hij deed hen omzwerven in de woestijn, veertig jaren, totdat verteerd was het ganse geslacht, hetwelk gedaan had, wat kwaad was in de ogen des HEEREN.
KJVAnd the LORD'S3anger2was kindled1against Israel,4and he made them wander5in the wilderness6forty7years,8until all the generation,12that had done13evil14in the sight15of the LORD,16was consumed.
1וַיִּֽחַרH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)2אַ֤ףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath3יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4בְּיִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וַיְנִעֵם֙H5128schudden, omzwerven, bewogencontinually, fugitive, [idiom] make, to (go) up and down, be gone away, (be) move(-able, -d), be promoted, reel, remove, scatter, set, shake, sift, stagger, to and fro, be vagabond, wag, (make) wander (up and down)6בַּמִּדְבָּ֔רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness7אַרְבָּעִ֖יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty8שָׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)9עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10תֹּם֙H8552verteerd, verdaan, geeindigdaccomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הַדּ֔וֹרH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity13הָעֹשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14הָרַ֖עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)15בְּעֵינֵ֥יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)16יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
14En ziet, gijlieden zijt opgestaan in stede van uw vaderen, een menigte van zondige mensen, om de hittigheid van des HEEREN toorn tegen Israel te vermeerderen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En zietH2009, gijlieden zijt opgestaanH6965 in stedeH8478 van uw vaderenH1, een menigteH8635 van zondigeH2400mensenH582, om de hittigheidH2740 van des HEERENH3068toornH639 tegen IsraelH3478 te vermeerderenH5595.En ziet, gijlieden zijt opgestaan in stede van uw vaderen, een menigte van zondige mensen, om de hittigheid van des HEEREN toorn tegen Israel te vermeerderen.
KJVAnd, behold, ye are risen up2in your fathers'4stead, an increase5of sinful7men,to augment8yet the fierce11anger12of the LORD13toward Israel.
1וְהִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see2קַמְתֶּ֗םH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)3תַּ֚חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with4אֲבֹ֣תֵיכֶ֔םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5תַּרְבּ֖וּתH8635menigteincrease6אֲנָשִׁ֣יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7חַטָּאִ֑יםH2400zondaars, zondaren, gezondigdoffender, sinful, sinner8לִסְפּ֣וֹתH5595ombrengen, omkomen, omkomtadd, augment, consume, destroy, heap, join, perish, put9ע֗וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)10עַ֛לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11חֲר֥וֹןH2740hittigheid, hitte, brandende toornsore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful)12אַףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath13יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
15Wanneer gij van achter Hem u zult afkeren, zo zal Hij wijders voortvaren het te laten in de woestijn; en gij zult al dit volk verderven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Wanneer gij van achterH310 Hem u zult afkerenH7725, zo zal Hij wijders voortvarenH3254 het te latenH3240 in de woestijnH4057; en gij zult alH3605ditH2088volkH5971verdervenH7843.Wanneer gij van achter Hem u zult afkeren, zo zal Hij wijders voortvaren het te laten in de woestijn; en gij zult al dit volk verderven.
KJVFor if ye turn away2from after3him, he will yet again4leave6them in the wilderness;7and ye shall destroy8all this people.
1כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2תְשׁוּבֻן֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw3מֵֽאַחֲרָ֔יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with4וְיָסַ֣ףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield5ע֔וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)6לְהַנִּיח֖וֹH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)7בַּמִּדְבָּ֑רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness8וְשִֽׁחַתֶּ֖םH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)9לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הָעָ֥םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people11הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
16Toen traden zij toe tot hem, en zeiden: Wij zullen hier schaapskooien bouwen voor ons vee, en steden voor onze kinderen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Toen tradenH5066 zij toe totH413 hem, en zeidenH559: Wij zullen hier schaapskooienH1448bouwenH1129 voor ons veeH4735, en stedenH5892 voor onze kinderenH2945.Toen traden zij toe tot hem, en zeiden: Wij zullen hier schaapskooien bouwen voor ons vee, en steden voor onze kinderen.
KJVAnd they came near1unto him, and said,3We will build6sheepfolds4here for our cattle,7and cities9for our little ones:
1וַיִּגְּשׁ֤וּH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand2אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3וַ֣יֹּאמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4גִּדְרֹ֥תH1448schaapskooien, tuinen, betuiningen(sheep-) cote (fold) hedge, wall5צֹ֛אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)6נִבְנֶ֥הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely7לְמִקְנֵ֖נוּH4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance8פֹּ֑הH6311hier, hierheenhere, hither, the one (other, this, that) side9וְעָרִ֖יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10לְטַפֵּֽנוּH2945kinderkens, kinderen, kleine kinderen(little) children (ones), families
17Maar wij zelven zullen ons toerusten, haastende voor het aangezicht der kinderen Israels, totdat wij hen aan hun plaats zullen gebracht hebben; en onze kinderen zullen blijven in de vaste steden, vanwege de inwoners des lands.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Maar wij zelvenH587 zullen ons toerustenH2502, haastendeH2363 voor het aangezichtH6440 der kinderen IsraelsH3478, totdatH5704 wij hen aan hun plaatsH4725 zullen gebrachtH935 hebben; en onze kinderen zullen blijven in de vasteH4013stedenH5892, vanwege de inwonersH3427 des landsH776.Maar wij zelven zullen ons toerusten, haastende voor het aangezicht der kinderen Israels, totdat wij hen aan hun plaats zullen gebracht hebben; en onze kinderen zullen blijven in de vaste steden, vanwege de inwoners des lands.
Ook in dit vers
kinderenH1121
kinderenH2945
KJVBut we ourselves1will go ready3armed2before4the children5of Israel,6until we have brought10them unto their place:12and our little ones14shall dwell13in the fenced16cities15because17of the inhabitants18of the land.
1וַאֲנַ֜חְנוּH587wijourselves, us, we2נֵחָלֵ֣ץH2502toegerust, toegerusten, bevrijdarm (self), (go, ready) armed ([idiom] man, soldier), deliver, draw out, make fat, loose, (ready) prepared, put off, take away, withdraw self3חֻשִׁ֗יםH2363haast, haasten, Haast(make) haste(-n), ready4לִפְנֵי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7עַ֛דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet8אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet10הֲבִֽיאֹנֻ֖םH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12מְקוֹמָ֑םH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)13וְיָשַׁ֤בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry14טַפֵּ֨נוּ֙H2945kinderkens, kinderen, kleine kinderen(little) children (ones), families15בְּעָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town16הַמִּבְצָ֔רH4013vaste, vastigheden, vesting(de-, most) fenced, fortress, (most) strong (hold)17מִפְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you18יֹשְׁבֵ֥יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry19הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
18Wij zullen niet wederkeren tot onze huizen, totdat zich de kinderen Israels tot erfelijke bezitters zullen gesteld hebben, een ieder van zijn erfenis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Wij zullen nietH3808wederkerenH7725 tot onze huizenH1004, totdatH5704 zich de kinderenH1121IsraelsH3478 tot erfelijke bezittersH5157 zullen gesteld hebben, een iederH376 van zijn erfenisH5159.Wij zullen niet wederkeren tot onze huizen, totdat zich de kinderen Israels tot erfelijke bezitters zullen gesteld hebben, een ieder van zijn erfenis.
KJVWe will not return2unto our houses,4until the children7of Israel8have inherited6every man9his inheritance.
1לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2נָשׁ֖וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בָּתֵּ֑ינוּH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5עַ֗דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6הִתְנַחֵל֙H5157erven, erfelijk, ervedivide, have (inheritance), take as a heritage, (cause to, give to, make to) inherit, (distribute for, divide (for, for an, by), give for, have, leave for, take (for)) inheritance, (have in, cause to, be made to) possess(-ion)7בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10נַחֲלָתֽוֹH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)
19Want wij zullen met hen niet erven aan gene zijde van de Jordaan, en verder heen, als onze erfenis ons toegekomen zal zijn aan deze zijde van de Jordaan, tegen den opgang.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Want wij zullen met hen nietH3808ervenH5157 aan geneH5676 zijde van de JordaanH3383, en verder heen, alsH3588 onze erfenisH5159 ons toegekomenH935 zal zijn aanH413 deze zijde van de JordaanH3383, tegen den opgangH4217.Want wij zullen met hen niet erven aan gene zijde van de Jordaan, en verder heen, als onze erfenis ons toegekomen zal zijn aan deze zijde van de Jordaan, tegen den opgang.
KJVFor we will not inherit3with them on yonder side5Jordan,6or forward;7because our inheritance10is fallen9to us on this side12Jordan13eastward.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3נִנְחַל֙H5157erven, erfelijk, ervedivide, have (inheritance), take as a heritage, (cause to, give to, make to) inherit, (distribute for, divide (for, for an, by), give for, have, leave for, take (for)) inheritance, (have in, cause to, be made to) possess(-ion)4אִתָּ֔םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix5מֵעֵ֥בֶרH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight6לַיַּרְדֵּ֖ןH3383JordaanJordan7וָהָ֑לְאָהH1973voortaan, verre weg, geneback, beyond, (hence,-) forward, hitherto, thence, forth, yonder8כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9בָ֤אָהH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10נַחֲלָתֵ֨נוּ֙H5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)11אֵלֵ֔ינוּH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12מֵעֵ֥בֶרH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight13הַיַּרְדֵּ֖ןH3383JordaanJordan14מִזְרָֽחָהH4217oosten, opgang, oostwaartseast (side, -ward), (sun-) rising (of the sun)
20Toen zeide Mozes tot hen: Indien gij deze zaak doen zult, indien gij u voor het aangezicht des HEEREN zult toerusten ten strijde,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Toen zeideH559MozesH4872totH413 hen: IndienH518 gij dezeH2088zaakH1697doenH6213 zult, indienH518 gij u voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068 zult toerustenH2502 ten strijdeH4421,Toen zeide Mozes tot hen: Indien gij deze zaak doen zult, indien gij u voor het aangezicht des HEEREN zult toerusten ten strijde,
KJVAnd Moses3said1unto them, If ye will do5this thing,7if ye will go armed10before11the LORD12to war,
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵיהֶם֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses4אִֽםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet5תַּעֲשׂ֖וּןH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַדָּבָ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work8הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)9אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet10תֵּחָֽלְצ֛וּH2502toegerust, toegerusten, bevrijdarm (self), (go, ready) armed ([idiom] man, soldier), deliver, draw out, make fat, loose, (ready) prepared, put off, take away, withdraw self11לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13לַמִּלְחָמָֽהH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)
21En een ieder van u, die toegerust is, over de Jordaan zal trekken voor het aangezicht des HEEREN, totdat Hij Zijn vijanden voor Zijn aangezicht uit de bezitting zal verdreven hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En een iederH3605 van u, die toegerustH2502 is, over de JordaanH3383 zal trekkenH5674 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, totdatH5704 Hij Zijn vijandenH341 voor Zijn aangezichtH6440 uit de bezittingH3423 zal verdreven hebben.En een ieder van u, die toegerust is, over de Jordaan zal trekken voor het aangezicht des HEEREN, totdat Hij Zijn vijanden voor Zijn aangezicht uit de bezitting zal verdreven hebben.
KJVAnd will go1all of you armed4overJordan6before7the LORD,8until he hath driven out10his enemies12from before
1וְעָבַ֨רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath2לָכֶ֧ם3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4חָל֛וּץH2502toegerust, toegerusten, bevrijdarm (self), (go, ready) armed ([idiom] man, soldier), deliver, draw out, make fat, loose, (ready) prepared, put off, take away, withdraw self5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַיַּרְדֵּ֖ןH3383JordaanJordan7לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9עַ֧דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10הוֹרִישׁ֛וֹH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12אֹיְבָ֖יוH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe13מִפָּנָֽיוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
22En het land voor het aangezicht des HEEREN ten ondergebracht zij; zo zult gij daarna wederkeren, en onschuldig zijn voor den HEERE en voor Israel, en dit land zal u ter bezitting zijn voor het aangezicht des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En het landH776 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068 ten ondergebrachtH3533 zij; zo zult gij daarnaH310wederkerenH7725, en onschuldigH5355 zijn voor den HEEREH3068 en voor IsraelH3478, en ditH2063landH776 zal u ter bezittingH272 zijn voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068.En het land voor het aangezicht des HEEREN ten ondergebracht zij; zo zult gij daarna wederkeren, en onschuldig zijn voor den HEERE en voor Israel, en dit land zal u ter bezitting zijn voor het aangezicht des HEEREN.
KJVAnd the land2be subdued1before3the LORD:4then afterward5ye shall return,6and be guiltless8before the LORD,9and before Israel;10and this land12shall be your possession15before16the LORD.
1וְנִכְבְּשָׁ֨הH3533ondergebracht, onderworpen, onderwerpenbring into bondage, force, keep under, subdue, bring into subjection2הָאָ֜רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world3לִפְנֵ֤יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5וְאַחַ֣רH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with6תָּשֻׁ֔בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw7וִהְיִיתֶ֧םH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8נְקִיִּ֛יםH5355onschuldig, onschuldige, onschuldigenblameless, clean, clear, exempted, free, guiltless, innocent, quit9מֵיְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10וּמִיִּשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11וְ֠הָיְתָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12הָאָ֨רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13הַזֹּ֥אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus14לָכֶ֛ם15לַאֲחֻזָּ֖הH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession16לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you17יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
23Indien gij daarentegen alzo niet zult doen, ziet, zo hebt gij tegen den HEERE gezondigd; doch gij zult uw zonde gewaar worden, als zij u vinden zal!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Indien gij daarentegen alzoH3651nietH3808 zult doenH6213, zietH2009, zo hebt gij tegen den HEEREH3068gezondigdH2398; doch gij zult uw zondeH2403gewaarH3045 worden, als zij u vindenH4672 zal!Indien gij daarentegen alzo niet zult doen, ziet, zo hebt gij tegen den HEERE gezondigd; doch gij zult uw zonde gewaar worden, als zij u vinden zal!
KJVBut if ye will not do so,3behold, ye have sinned6against the LORD:7and be sure8your sin9will find you out.
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3תַעֲשׂוּן֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4כֵּ֔ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you5הִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see6חֲטָאתֶ֖םH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass7לַיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8וּדְעוּ֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot9חַטַּאתְכֶ֔םH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11תִּמְצָ֖אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on12אֶתְכֶֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
24Bouwt uw steden voor uw kinderen, en kooien voor uw schapen; en doet, wat uit uw mond uitgegaan is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24BouwtH1129 uw stedenH5892 voor uw kinderenH2945, en kooienH1448 voor uw schapenH6792; en doetH6213, wat uit uw mondH6310uitgegaanH3318 is.Bouwt uw steden voor uw kinderen, en kooien voor uw schapen; en doet, wat uit uw mond uitgegaan is.
KJVBuild1you cities3for your little ones,4and folds5for your sheep;6and do9that which hath proceeded7out of your mouth.
1בְּנֽוּH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely2לָכֶ֤ם3עָרִים֙H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4לְטַפְּכֶ֔םH2945kinderkens, kinderen, kleine kinderen(little) children (ones), families5וּגְדֵרֹ֖תH1448schaapskooien, tuinen, betuiningen(sheep-) cote (fold) hedge, wall6לְצֹנַאֲכֶ֑םH6792Schapen, schapensheep7וְהַיֹּצֵ֥אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter8מִפִּיכֶ֖םH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word9תַּעֲשֽׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
25Toen spraken de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben tot Mozes, zeggende: Uw knechten zullen doen, gelijk als mijn heer gebiedt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Toen sprakenH559 de kinderenH1121 van GadH1410 en de kinderenH1121 van RubenH7205totH413MozesH4872, zeggendeH559: Uw knechtenH5650 zullen doenH6213, gelijk als mijn heerH113gebiedtH6680.Toen spraken de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben tot Mozes, zeggende: Uw knechten zullen doen, gelijk als mijn heer gebiedt.
KJVAnd the children2of Gad3and the children4of Reuben5spake1unto Moses,7saying,8Thy servants9will do10as my lord12commandeth.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3גָד֙H1410GadGad4וּבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5רְאוּבֵ֔ןH7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses8לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9עֲבָדֶ֣יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant10יַעֲשׂ֔וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12אֲדֹנִ֖יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'13מְצַוֶּֽהH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order
26Onze kinderen, onze vrouwen, onze have en al onze beesten zullen aldaar zijn in de steden van Gilead;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Onze kinderenH2945, onze vrouwenH802, onze haveH4735 en alH3605 onze beestenH929 zullen aldaarH8033zijnH1961 in de stedenH5892 van GileadH1568;Onze kinderen, onze vrouwen, onze have en al onze beesten zullen aldaar zijn in de steden van Gilead;
KJVOur little ones,1our wives,2our flocks,3and all our cattle,5shall be there in the cities8of Gilead:
1טַפֵּ֣נוּH2945kinderkens, kinderen, kleine kinderen(little) children (ones), families2נָשֵׁ֔ינוּH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English3מִקְנֵ֖נוּH4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance4וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5בְּהֶמְתֵּ֑נוּH929beesten, vee, beestbeast, cattle6יִֽהְיוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither8בְּעָרֵ֥יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town9הַגִּלְעָֽדH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite
27Maar uw knechten zullen overtrekken, al wie ten heire toegerust is, voor het aangezicht des HEEREN tot den strijd, gelijk als mijn heer gesproken heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Maar uw knechtenH5650 zullen overtrekkenH5674, alH3605 wie ten heireH6635toegerustH2502 is, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068 tot den strijdH4421, gelijk als mijn heerH113gesprokenH1696 heeft.Maar uw knechten zullen overtrekken, al wie ten heire toegerust is, voor het aangezicht des HEEREN tot den strijd, gelijk als mijn heer gesproken heeft.
KJVBut thy servants1will pass over,2every man armed4for war,5before6the LORD7to battle,8as my lord10saith.
1וַעֲבָדֶ֨יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant2יַֽעַבְר֜וּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4חֲל֥וּץH2502toegerust, toegerusten, bevrijdarm (self), (go, ready) armed ([idiom] man, soldier), deliver, draw out, make fat, loose, (ready) prepared, put off, take away, withdraw self5צָבָ֛אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)6לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8לַמִּלְחָמָ֑הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)9כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10אֲדֹנִ֖יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'11דֹּבֵֽרH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
28Toen gebood Mozes, hunnenthalve, den priester Eleazar, en Jozua, den zoon van Nun, en den hoofden der vaderen van de stammen der kinderen Israels;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Toen geboodH6680MozesH4872, hunnenthalve, den priesterH3548EleazarH499, en JozuaH3091, den zoonH1121 van NunH5126, en den hoofdenH7218 der vaderenH1 van de stammenH4294 der kinderenH1121IsraelsH3478;Toen gebood Mozes, hunnenthalve, den priester Eleazar, en Jozua, den zoon van Nun, en den hoofden der vaderen van de stammen der kinderen Israels;
KJVSo concerning them Moses3commanded1Eleazar5the priest,6and Joshua8the son9of Nun,10and the chief12fathers13of the tribes14of the children15of Israel:
1וַיְצַ֤וH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2לָהֶם֙3מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses4אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אֶלְעָזָ֣רH499EleazarEleazar6הַכֹּהֵ֔ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer7וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8יְהוֹשֻׁ֣עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)9בִּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10נ֑וּןH5126Nun, NonNon, Nun11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12רָאשֵׁ֛יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top13אֲב֥וֹתH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'14הַמַּטּ֖וֹתH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe15לִבְנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
29En Mozes zeide tot hen: Indien de kinderen van Gad, en de kinderen van Ruben, met ulieden over de Jordaan zullen trekken, een ieder, die toegerust is ten oorlog, voor het aangezicht des HEEREN, als het land voor uw aangezicht zal ten ondergebracht zijn; zo zult gij hun het land Gilead ter bezitting geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En MozesH4872zeideH559 tot hen: Indien de kinderenH1121 van GadH1410, en de kinderenH1121 van RubenH7205, metH854 ulieden over de JordaanH3383 zullen trekkenH5674, een iederH3605, die toegerustH2502 is ten oorlogH4421, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, als het landH776 voor uw aangezichtH6440 zal ten ondergebrachtH3533 zijn; zo zult gij hun het landH776GileadH1568 ter bezittingH272gevenH5414.En Mozes zeide tot hen: Indien de kinderen van Gad, en de kinderen van Ruben, met ulieden over de Jordaan zullen trekken, een ieder, die toegerust is ten oorlog, voor het aangezicht des HEEREN, als het land voor uw aangezicht zal ten ondergebracht zijn; zo zult gij hun het land Gilead ter bezitting geven.
KJVAnd Moses2said1unto them, If the children6of Gad7and the children8of Reuben9will pass with you over5Jordan,12every man armed14to battle,15before16the LORD,17and the land19shall be subdued18before20you; then ye shall give21them the land24of Gilead25for a possession:
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁ֜הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֲלֵהֶ֗םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet5יַעַבְר֣וּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath6בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7גָ֣דH1410GadGad8וּבְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9רְאוּבֵ֣ןH7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben10אִ֠תְּכֶםH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix11אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הַיַּרְדֵּ֞ןH3383JordaanJordan13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14חָל֤וּץH2502toegerust, toegerusten, bevrijdarm (self), (go, ready) armed ([idiom] man, soldier), deliver, draw out, make fat, loose, (ready) prepared, put off, take away, withdraw self15לַמִּלְחָמָה֙H4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)16לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you17יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18וְנִכְבְּשָׁ֥הH3533ondergebracht, onderworpen, onderwerpenbring into bondage, force, keep under, subdue, bring into subjection19הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world20לִפְנֵיכֶ֑םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you21וּנְתַתֶּ֥םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield22לָהֶ֛ם23אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world25הַגִּלְעָ֖דH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite26לַאֲחֻזָּֽהH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession
30Maar indien zij niet toegerust met u zullen overtrekken, zo zullen zij tot bezitters gesteld worden in het midden van ulieden in het land Kanaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Maar indien zij nietH3808toegerustH2502 met u zullen overtrekkenH5674, zoH518 zullen zij tot bezittersH270 gesteld worden in het middenH8432 van ulieden in het landH776KanaanH3667.Maar indien zij niet toegerust met u zullen overtrekken, zo zullen zij tot bezitters gesteld worden in het midden van ulieden in het land Kanaan.
KJVBut if they will not pass over3with you armed,4they shall have possessions6among7you in the land8of Canaan.
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2לֹ֧אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3יַֽעַבְר֛וּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath4חֲלוּצִ֖יםH2502toegerust, toegerusten, bevrijdarm (self), (go, ready) armed ([idiom] man, soldier), deliver, draw out, make fat, loose, (ready) prepared, put off, take away, withdraw self5אִתְּכֶ֑םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix6וְנֹֽאחֲז֥וּH270bevangen, vast, bezitters[phrase] be affrighted, bar, (catch, lay, take) hold (back), come upon, fasten, handle, portion, (get, have or take) possess(-ion)7בְתֹכְכֶ֖םH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)8בְּאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9כְּנָֽעַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick
31En de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben antwoordden, zeggende: Wat de HEERE tot uw knechten gesproken heeft, zullen wij alzo doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En de kinderenH1121 van GadH1410 en de kinderenH1121 van RubenH7205antwoorddenH6030, zeggendeH559: WatH834 de HEEREH3068totH413 uw knechtenH5650gesprokenH1696 heeft, zullen wij alzoH3651doenH6213.En de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben antwoordden, zeggende: Wat de HEERE tot uw knechten gesproken heeft, zullen wij alzo doen.
KJVAnd the children2of Gad3and the children4of Reuben5answered,1saying,6As the LORD10hath said9unto thy servants,12so will we do.
1וַיַּֽעֲנ֧וּH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3גָ֛דH1410GadGad4וּבְנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5רְאוּבֵ֖ןH7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben6לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7אֵת֩H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9דִּבֶּ֧רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work10יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12עֲבָדֶ֖יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant13כֵּ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you14נַעֲשֶֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
32Wij zullen toegerust overtrekken voor het aangezicht des HEEREN naar het land Kanaan; en de bezitting onzer erfenis zullen wij hebben aan deze zijde van de Jordaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Wij zullen toegerustH2502overtrekkenH5674 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068 naar het landH776KanaanH3667; en de bezittingH272 onzer erfenisH5159 zullen wij hebben aan deze zijde vanH854 de JordaanH3383.Wij zullen toegerust overtrekken voor het aangezicht des HEEREN naar het land Kanaan; en de bezitting onzer erfenis zullen wij hebben aan deze zijde van de Jordaan.
KJVWe will1pass over2armed3before4the LORD5into the land6of Canaan,7that the possession9of our inheritance10on this side11Jordan
1נַ֣חְנוּH5168gemakkelijk overvallenwe2נַעֲבֹ֧רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath3חֲלוּצִ֛יםH2502toegerust, toegerusten, bevrijdarm (self), (go, ready) armed ([idiom] man, soldier), deliver, draw out, make fat, loose, (ready) prepared, put off, take away, withdraw self4לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7כְּנָ֑עַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick8וְאִתָּ֨נוּ֙H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix9אֲחֻזַּ֣תH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession10נַחֲלָתֵ֔נוּH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)11מֵעֵ֖בֶרH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight12לַיַּרְדֵּֽןH3383JordaanJordan
33Alzo gaf Mozes hunlieden, den kinderen van Gad, en de kinderen van Ruben, en den halven stam van Manasse, den zoon van Jozef, het koninkrijk van Sihon, koning der Amorieten, en het koninkrijk van Og, koning van Bazan; het land met de steden van hetzelve in de landpalen, de steden des lands rondom.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Alzo gafH5414MozesH4872 hunlieden, den kinderenH1121 van GadH1410, en de kinderenH1121 van RubenH7205, en den halvenH2677stamH7626 van ManasseH4519, den zoonH1121 van JozefH3130, het koninkrijkH4467 van SihonH5511, koningH4428 der AmorietenH567, en het koninkrijkH4467 van OgH5747, koningH4428 van BazanH1316; het landH776 met de stedenH5892 van hetzelve in de landpalenH1367, de stedenH5892 des landsH776rondomH5439.Alzo gaf Mozes hunlieden, den kinderen van Gad, en de kinderen van Ruben, en den halven stam van Manasse, den zoon van Jozef, het koninkrijk van Sihon, koning der Amorieten, en het koninkrijk van Og, koning van Bazan; het land met de steden van hetzelve in de landpalen, de steden des lands rondom.
KJVAnd Moses3gave1unto them, even to the children4of Gad,5and to the children6of Reuben,7and unto half8the tribe9of Manasseh10the son11of Joseph,12the kingdom14of Sihon15king16of the Amorites,17and the kingdom19of Og20king21of Bashan,22the land,23with the cities24thereof in the coasts,25even the cities26of the country27round about.
1וַיִּתֵּ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2לָהֶ֣ם3מֹשֶׁ֡הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses4לִבְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5גָד֩H1410GadGad6וְלִבְנֵ֨יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7רְאוּבֵ֜ןH7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben8וְלַחֲצִ֣יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts9שֵׁ֣בֶטH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe10מְנַשֶּׁ֣הH4519ManasseManasseh11בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12יוֹסֵ֗ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14מַמְלֶ֨כֶת֙H4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal15סִיחֹן֙H5511SihonSihon16מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal17הָֽאֱמֹרִ֔יH567Amorieten, Amoriet, AmorietischenAmorite18וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19מַמְלֶ֔כֶתH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal20ע֖וֹגH5747OgOg21מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal22הַבָּשָׁ֑ןH1316Bazan, BasanBashan23הָאָ֗רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world24לְעָרֶ֨יהָ֙H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town25בִּגְבֻלֹ֔תH1367landpalen, landpale, palenborder, bound, coast, landmark. place26עָרֵ֥יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town27הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world28סָבִֽיבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
34En de kinderen van Gad bouwden Dibon, en Ataroth, en Aroer,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34En de kinderenH1121 van GadH1410bouwdenH1129DibonH1769, en AtarothH5852, en AroerH6177,En de kinderen van Gad bouwden Dibon, en Ataroth, en Aroer,
KJVAnd the children2of Gad3built1Dibon,5and Ataroth,7and Aroer,
1וַיִּבְנ֣וּH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely2בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3גָ֔דH1410GadGad4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5דִּיבֹ֖ןH1769Dibon, Dibon-gadDibon. (Also, with H1410 (גָּד) added, Dibon-gad.)6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7עֲטָרֹ֑תH5852Ataroth, AtrothAtaroth8וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9עֲרֹעֵֽרH6177AroerAroer
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35En Atroth-SofanH5855, en JaezerH3270, en JogbehaH3011,En Atroth-Sofan, en Jaezer, en Jogbeha,
KJVAnd Atroth, Shophan,2and Jaazer,5and Jogbehah,
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2עַטְרֹ֥תH5855Atroth-sofanAtroth, Shophan (as if two places)3שׁוֹפָ֛ןH5855Atroth-sofanAtroth, Shophan (as if two places)4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5יַעְזֵ֖רH3270Jaezer, JaezersJaazer, Jazer6וְיָגְבֳּהָֽהH3011JogbehaJogbehah
36En Beth-Nimra, en Beth-Haran, vaste steden en schaapskooien.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36En Beth-NimraH1039, en Beth-HaranH1028, vasteH4013stedenH5892 en schaapskooienH1448.En Beth-Nimra, en Beth-Haran, vaste steden en schaapskooien.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2בֵּ֥יתH1039Beth-nimraBeth-Nimrah. Compare H5247 (נִמְרָה)3נִמְרָ֖הH1039Beth-nimraBeth-Nimrah. Compare H5247 (נִמְרָה)4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5בֵּ֣יתH1028Beth-haranBeth-haran6הָרָ֑ןH1028Beth-haranBeth-haran7עָרֵ֥יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town8מִבְצָ֖רH4013vaste, vastigheden, vesting(de-, most) fenced, fortress, (most) strong (hold)9וְגִדְרֹ֥תH1448schaapskooien, tuinen, betuiningen(sheep-) cote (fold) hedge, wall10צֹֽאןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)
37En de kinderen van Ruben bouwden Hezbon, en Eleale, en Kirjathaim,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37En de kinderenH1121 van RubenH7205bouwdenH1129HezbonH2809, en ElealeH500, en KirjathaimH7156,En de kinderen van Ruben bouwden Hezbon, en Eleale, en Kirjathaim,
KJVAnd the children1of Reuben2built3Heshbon,5and Elealeh,7and Kirjathaim,
1וּבְנֵ֤יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2רְאוּבֵן֙H7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben3בָּנ֔וּH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5חֶשְׁבּ֖וֹןH2809Hesbon, Hesbons, HezbonHeshbon6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אֶלְעָלֵ֑אH500ElealeElealeh8וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9קִרְיָתָֽיִםH7156Kirjathaim, KiriathaimKiriathaim, Kirjathaim
38En Nebo, en Baal-Meon, veranderd zijnde van naam, en Sibma; en zij noemden de namen der steden, die zij bouwden, met andere namen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38En NeboH5015, en Baal-MeonH1186, veranderdH4142 zijnde van naamH8034, en SibmaH7643; en zij noemdenH7121 de namenH8034 der stedenH5892, dieH834 zij bouwdenH1129, met andere namenH8034.En Nebo, en Baal-Meon, veranderd zijnde van naam, en Sibma; en zij noemden de namen der steden, die zij bouwden, met andere namen.
KJVAnd Nebo,2and Baalmeon,4(their names7being changed,)and Shibmah:9and gave10other names11unto the cities14which they builded.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2נְב֞וֹH5015NeboNebo3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בַּ֧עַלH1186Baal-meonBaal-meon5מְע֛וֹןH1186Baal-meonBaal-meon6מֽוּסַבֹּ֥תH5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)7שֵׁ֖םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9שִׂבְמָ֑הH7643Sibma, SchebamShebam, Shibmah, Sibmah10וַיִּקְרְא֣וּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say11בְשֵׁמֹ֔תH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13שְׁמ֥וֹתH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report14הֶעָרִ֖יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town15אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16בָּנֽוּH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
39En de kinderen van Machir, den zoon van Manasse, gingen naar Gilead, en namen dat in, en zij verdreven de Amorieten, die daarin waren, uit de bezitting.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39En de kinderenH1121 van MachirH4353, den zoonH1121 van ManasseH4519, gingenH3212 naar GileadH1568, en namenH3920 dat in, en zij verdrevenH3423 de AmorietenH567, dieH834 daarin waren, uit de bezitting.En de kinderen van Machir, den zoon van Manasse, gingen naar Gilead, en namen dat in, en zij verdreven de Amorieten, die daarin waren, uit de bezitting.
KJVAnd the children2of Machir3the son4of Manasseh5went1to Gilead,6and took7it, and dispossessed8the Amorite
1וַיֵּ֨לְכ֜וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2בְּנֵ֨יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3מָכִ֧ירH4353MachirMachir4בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5מְנַשֶּׁ֛הH4519ManasseManasseh6גִּלְעָ֖דָהH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite7וַֽיִּלְכְּדֻ֑הָH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take8וַיּ֖וֹרֶשׁH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הָאֱמֹרִ֥יH567Amorieten, Amoriet, AmorietischenAmorite11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12בָּֽהּ
40Zo gaf Mozes Gilead aan Machir, den zoon van Manasse; en hij woonde daarin.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40Zo gafH5414MozesH4872GileadH1568 aan MachirH4353, den zoonH1121 van ManasseH4519; en hij woondeH3427 daarin.Zo gaf Mozes Gilead aan Machir, den zoon van Manasse; en hij woonde daarin.
KJVAnd Moses2gave1Gilead4unto Machir5the son6of Manasseh;7and he dwelt
1וַיִּתֵּ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַגִּלְעָ֔דH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite5לְמָכִ֖ירH4353MachirMachir6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7מְנַשֶּׁ֑הH4519ManasseManasseh8וַיֵּ֖שֶׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry9בָּֽהּ
41Jair nu, de zoon van Manasse, ging heen en nam hunlieder dorpen in, en hij noemde die Havvoth-Jair.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41JairH2971 nu, de zoonH1121 van ManasseH4519, gingH1980 heen en namH3920 hunlieder dorpenH2333 in, en hij noemdeH7121 die Havvoth-JairH2334.Jair nu, de zoon van Manasse, ging heen en nam hunlieder dorpen in, en hij noemde die Havvoth-Jair.
KJVAnd Jair1the son2of Manasseh3went4and took5the small towns7thereof, and called8them Havothjair.
1וְיָאִ֤ירH2971JairJair2בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3מְנַשֶּׁה֙H4519ManasseManasseh4הָלַ֔ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl5וַיִּלְכֹּ֖דH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7חַוֺּתֵיהֶ֑םH2333dorpen, vlekken(small) town8וַיִּקְרָ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say9אֶתְהֶ֖ןH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10חַוֺּ֥תH2334Havvoth-jair(Bashan-) Havoth-jair11יָאִֽירH2334Havvoth-jair(Bashan-) Havoth-jair
42En Nobah ging heen, en nam Kenath in, met haar onderhorige plaatsen, en noemde ze Nobah naar zijn naam.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42En NobahH5025gingH1980 heen, en namH3920KenathH7079 in, met haar onderhorige plaatsenH1323, en noemdeH7121 ze NobahH5025 naar zijn naamH8034.En Nobah ging heen, en nam Kenath in, met haar onderhorige plaatsen, en noemde ze Nobah naar zijn naam.
KJVAnd Nobah1went2and took3Kenath,5and the villages7thereof, and called8it Nobah,10after his own name.
1וְנֹ֣בַחH5025NobahNobah2הָלַ֔ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl3וַיִּלְכֹּ֥דH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5קְנָ֖תH7079KenathKenath6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בְּנֹתֶ֑יהָH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village8וַיִּקְרָ֧אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say9לָ֦ה10נֹ֖בַחH5025NobahNobah11בִּשְׁמֽוֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Numeri 32:1— De kinderen van Ruben nu hadden veel vee, en de kinderen van Gad hadden machtig veel; en zij bezagen het land Jaezer, en het land van Gilead, en ziet, deze plaats was een plaats voor vee.Numeri 21:32→Numeri 32:35→Numeri 32:3→Numeri 32:26→Genesis 13:2→1 Johannes 2:16→Jozua 13:25→Genesis 30:10→
Numeri 32:3— Ataroth, en Dibon, en Jaezer, en Nimra, en Hesbon, en Eleale, en Schebam, en Nebo, en Behon;Jozua 13:17→Numeri 32:34→Jesaja 16:8→Jeremia 48:34→Jesaja 15:2→Jesaja 15:6→Jeremia 48:45→Richteren 11:26→
Numeri 32:4— Dit land, hetwelk de HEERE voor het aangezicht der vergadering van Israel geslagen heeft, is een land voor vee; en uw knechten hebben vee.Numeri 21:34→Numeri 21:24→Deuteronomium 2:24→
Numeri 32:5— Voorts zeiden zij: Indien wij genade in uw ogen gevonden hebben, dat ditzelve land aan uw knechten gegeven worde tot een bezitting; en doe ons niet trekken over de Jordaan.Ruth 2:10→1 Samuël 20:3→2 Samuël 14:22→Esther 5:2→Deuteronomium 1:37→Jozua 7:7→Jeremia 31:2→Deuteronomium 3:25→
Numeri 32:6— Maar Mozes zeide tot de kinderen van Gad en tot de kinderen van Ruben: Zullen uw broeders ten strijde gaan, en zult gijlieden hier blijven?2 Samuël 11:11→1 Korinthe 13:5→Filippenzen 2:4→
Numeri 32:7— Waarom toch zult gij het hart der kinderen Israels breken, dat zij niet overtrekken naar het land, dat de HEERE hun gegeven heeft?Numeri 13:27→Numeri 21:4→Numeri 32:9→Deuteronomium 1:28→Handelingen 21:13→
Numeri 32:8— Zo deden uw vaders, als ik hen van Kades-Barnea zond, om dit land te bezien.Jozua 14:6→Deuteronomium 1:19→Numeri 13:2→Numeri 14:2→
Numeri 32:9— Als zij opgekomen waren tot aan het dal Eskol, en dit land bezagen, zo braken zij het hart der kinderen Israels, dat zij niet gingen naar het land, dat de HEERE hun gegeven had.Deuteronomium 1:24→Numeri 13:23→
Numeri 32:10— Toen ontstak de toorn des HEEREN te dien dage, en Hij zwoer, zeggende:Numeri 14:11→Numeri 14:21→Numeri 14:29→Numeri 14:23→Ezechiël 20:15→Deuteronomium 1:34→Psalmen 95:11→Hebreeën 3:8→
Numeri 32:11— Indien deze mannen, die uit Egypte opgetogen zijn, van twintig jaren oud en daarboven, het land zullen zien, dat Ik Abraham, Izak en Jakob gezworen heb! Want zij hebben niet volhard Mij na te volgen;Numeri 14:28→Numeri 14:24→Deuteronomium 1:35→Numeri 26:64→Jozua 14:8→Deuteronomium 2:14→Numeri 26:2→
Numeri 32:12— Behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, den Keniziet, en Jozua, de zoon van Nun; want zij hebben volhard den HEERE na te volgen.Deuteronomium 1:36→Numeri 14:24→Jozua 14:8→Numeri 14:30→Numeri 26:65→
Numeri 32:13— Alzo ontstak des HEEREN toorn tegen Israel, en Hij deed hen omzwerven in de woestijn, veertig jaren, totdat verteerd was het ganse geslacht, hetwelk gedaan had, wat kwaad was in de ogen des HEEREN.Numeri 14:33→1 Korinthe 10:5→Numeri 26:64→Psalmen 78:33→Hebreeën 3:16→Deuteronomium 2:14→
Numeri 32:14— En ziet, gijlieden zijt opgestaan in stede van uw vaderen, een menigte van zondige mensen, om de hittigheid van des HEEREN toorn tegen Israel te vermeerderen.Genesis 8:21→Mattheüs 23:31→Jesaja 65:6→Ezra 9:13→Genesis 5:3→Handelingen 7:51→Psalmen 78:57→Jesaja 1:4→
Numeri 32:15— Wanneer gij van achter Hem u zult afkeren, zo zal Hij wijders voortvaren het te laten in de woestijn; en gij zult al dit volk verderven.2 Kronieken 15:2→Jeremia 38:23→Leviticus 26:14→Romeinen 14:20→1 Korinthe 8:11→Deuteronomium 28:15→Deuteronomium 30:17→Numeri 14:30→
Numeri 32:16— Toen traden zij toe tot hem, en zeiden: Wij zullen hier schaapskooien bouwen voor ons vee, en steden voor onze kinderen.Numeri 34:22→Genesis 33:17→
Numeri 32:17— Maar wij zelven zullen ons toerusten, haastende voor het aangezicht der kinderen Israels, totdat wij hen aan hun plaats zullen gebracht hebben; en onze kinderen zullen blijven in de vaste steden, vanwege de inwoners des lands.Jozua 4:12→Deuteronomium 3:18→Numeri 32:29→
Numeri 32:18— Wij zullen niet wederkeren tot onze huizen, totdat zich de kinderen Israels tot erfelijke bezitters zullen gesteld hebben, een ieder van zijn erfenis.Jozua 22:1→
Numeri 32:19— Want wij zullen met hen niet erven aan gene zijde van de Jordaan, en verder heen, als onze erfenis ons toegekomen zal zijn aan deze zijde van de Jordaan, tegen den opgang.Jozua 13:8→Genesis 13:10→Jozua 12:1→Spreuken 20:21→1 Kronieken 5:25→Numeri 34:15→Jozua 1:14→2 Koningen 15:29→
Numeri 32:20— Toen zeide Mozes tot hen: Indien gij deze zaak doen zult, indien gij u voor het aangezicht des HEEREN zult toerusten ten strijde,Jozua 4:12→Deuteronomium 3:18→Jozua 22:2→Jozua 1:13→
Numeri 32:22— En het land voor het aangezicht des HEEREN ten ondergebracht zij; zo zult gij daarna wederkeren, en onschuldig zijn voor den HEERE en voor Israel, en dit land zal u ter bezitting zijn voor het aangezicht des HEEREN.Jozua 22:9→Deuteronomium 3:20→Jozua 22:4→Jozua 13:8→Jozua 1:15→Jozua 18:1→Psalmen 44:1→Jozua 2:19→
Numeri 32:23— Indien gij daarentegen alzo niet zult doen, ziet, zo hebt gij tegen den HEERE gezondigd; doch gij zult uw zonde gewaar worden, als zij u vinden zal!Genesis 44:16→Jesaja 59:12→Genesis 4:7→Jesaja 3:11→Psalmen 140:11→1 Korinthe 4:5→Deuteronomium 28:15→Jesaja 59:1→
Numeri 32:24— Bouwt uw steden voor uw kinderen, en kooien voor uw schapen; en doet, wat uit uw mond uitgegaan is.Numeri 32:16→Numeri 32:34→Numeri 30:2→
Numeri 32:25— Toen spraken de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben tot Mozes, zeggende: Uw knechten zullen doen, gelijk als mijn heer gebiedt.Jozua 1:13→
Numeri 32:26— Onze kinderen, onze vrouwen, onze have en al onze beesten zullen aldaar zijn in de steden van Gilead;Jozua 1:14→
Numeri 32:27— Maar uw knechten zullen overtrekken, al wie ten heire toegerust is, voor het aangezicht des HEEREN tot den strijd, gelijk als mijn heer gesproken heeft.Jozua 4:12→2 Timotheüs 4:7→Numeri 36:2→Numeri 12:11→Numeri 11:28→Numeri 32:17→Efeze 6:10→2 Korinthe 10:4→
Numeri 32:28— Toen gebood Mozes, hunnenthalve, den priester Eleazar, en Jozua, den zoon van Nun, en den hoofden der vaderen van de stammen der kinderen Israels;Jozua 1:13→
Numeri 32:30— Maar indien zij niet toegerust met u zullen overtrekken, zo zullen zij tot bezitters gesteld worden in het midden van ulieden in het land Kanaan.Jozua 22:19→
Numeri 32:33— Alzo gaf Mozes hunlieden, den kinderen van Gad, en de kinderen van Ruben, en den halven stam van Manasse, den zoon van Jozef, het koninkrijk van Sihon, koning der Amorieten, en het koninkrijk van Og, koning van Bazan; het land met de steden van hetzelve in de landpalen, de steden des lands rondom.Jozua 12:6→Deuteronomium 29:8→Jozua 22:4→Deuteronomium 3:12→Numeri 34:14→1 Kronieken 26:32→1 Kronieken 5:18→Psalmen 136:18→
Numeri 32:34— En de kinderen van Gad bouwden Dibon, en Ataroth, en Aroer,Deuteronomium 2:36→Numeri 32:3→Numeri 33:45→Numeri 21:20→Jesaja 17:2→
Numeri 32:35— En Atroth-Sofan, en Jaezer, en Jogbeha,Numeri 32:3→Numeri 32:1→
Numeri 32:36— En Beth-Nimra, en Beth-Haran, vaste steden en schaapskooien.Numeri 32:3→
Numeri 32:37— En de kinderen van Ruben bouwden Hezbon, en Eleale, en Kirjathaim,Numeri 21:27→Numeri 32:3→Jesaja 15:4→
Numeri 32:38— En Nebo, en Baal-Meon, veranderd zijnde van naam, en Sibma; en zij noemden de namen der steden, die zij bouwden, met andere namen.Numeri 32:3→Jesaja 46:1→Exodus 23:13→Jozua 23:7→Numeri 22:41→Genesis 26:18→Psalmen 16:4→
Numeri 32:39— En de kinderen van Machir, den zoon van Manasse, gingen naar Gilead, en namen dat in, en zij verdreven de Amorieten, die daarin waren, uit de bezitting.Genesis 50:23→Numeri 26:29→Jozua 17:1→
Numeri 32:40— Zo gaf Mozes Gilead aan Machir, den zoon van Manasse; en hij woonde daarin.Jozua 17:1→Deuteronomium 3:13→Jozua 13:29→
Numeri 32:41— Jair nu, de zoon van Manasse, ging heen en nam hunlieder dorpen in, en hij noemde die Havvoth-Jair.Deuteronomium 3:14→Richteren 10:4→1 Kronieken 2:21→Jozua 13:30→1 Koningen 4:13→
Numeri 32:42— En Nobah ging heen, en nam Kenath in, met haar onderhorige plaatsen, en noemde ze Nobah naar zijn naam.2 Samuël 18:18→Psalmen 49:11→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Numeri 32 vers 1— De kinderen van Ruben nu hadden veel vee, en de kinderen van Gad hadden machtig veel; en zij bezagen het land Jaezer, en het land van Gilead, en ziet, deze plaats was een plaats voor vee.
machtig veel;
Hebreeuws, zeer machtig. De Israëlieten waren wel vast doorgaans omgaande met vee, gelijk te zien is Gen. 46:32, Gen. 46:34, en Gen. 47:3-4, enz., maar het schijnt dat deze twee stammen zich boven andere daartoe hadden begeven, hebbende misschien [gelijk sommigen menen] in Egypte bijzondere gelegenheid gehad van bekwame landouwen in hun woonplaatsen, en voorts in het veroveren der koninkrijken van Sihon en Og, en de grote nederlaag der Midianieten, daarop gelet, dat zij voor zichzelven veel vee mochten nemen, en van anderen kopen of verwisselen.
Hertaald:machtig veel;
Hebreeuws: zeer machtig. De Israëlieten hielden gewoonlijk wel vee, zoals te zien is in Gen. 46:32, Gen. 46:34, en Gen. 47:3-4, maar het lijkt erop dat deze twee stammen zich daar meer dan andere op hadden toegelegd, mogelijk [zoals sommigen menen] omdat zij in Egypte bijzondere gelegenheid hadden gehad voor geschikte weidegronden in hun woonplaatsen, en verder, na de verovering van de koninkrijken van Sihon en Og en de grote nederlaag van de Midianieten, gelet hebben op de kans om voor zichzelf veel vee te nemen, en van anderen te kopen of te ruilen.
voor vee
Hebreeuws, van vee; dat is, zij bemerkten en bevonden dat deze ganse omstreekt recht bekwaam en dienstig zou zijn voor hun vee.
Hertaald:voor vee
Hebreeuws: van vee; dat is: zij merkten en ontdekten dat dit hele gebied heel geschikt en dienstig zou zijn voor hun vee.
Numeri 32 vers 4— Dit land, hetwelk de HEERE voor het aangezicht der vergadering van Israel geslagen heeft, is een land voor vee; en uw knechten hebben vee.
hetwelk de HEERE
Dat is, welks inwoners.
Hertaald:hetwelk de HEERE
Dat is: wiens inwoners.
Numeri 32 vers 6— Maar Mozes zeide tot de kinderen van Gad en tot de kinderen van Ruben: Zullen uw broeders ten strijde gaan, en zult gijlieden hier blijven?
Zullen uw broeders ten strijde gaan,
Mozes weigert niet alleen dit land hun ten erve te geven, alzo het Israël van God ook ten erve gegeven was, Deut. 2:12, Deut. 2:31, maar bestraft hen scherpelijk, dat zij zich van hun broeders wilden afzonderen en tot rust begeven, latende die alleen ten strijde gaan; hetwelk hun niet betaamde, en ergernis, als ook versaagdheid, bij hun medebroeders veroorzaken, en het voltrekken van Gods beloften [zoveel in hen was] zou verachteren, gelijk in het volgende verklaard wordt.
Hertaald:Zullen uw broeders ten strijde gaan,
Mozes weigert niet alleen om hun dit land als erfdeel te geven, aangezien dat aan Israël als geheel door God als erfdeel gegeven was, Deut. 2:12, Deut. 2:31, maar berispt hen ook scherp, omdat zij zich van hun broeders wilden afzonderen en tot rust wilden komen, terwijl zij de anderen alleen ten strijde lieten trekken; wat hun niet betaamde, en ergernis en moedeloosheid bij hun medebroeders zou veroorzaken, en de vervulling van Gods beloften [voor zover het aan hen lag] zou vertragen, zoals in het vervolg wordt uitgelegd.
Numeri 32 vers 7— Waarom toch zult gij het hart der kinderen Israels breken, dat zij niet overtrekken naar het land, dat de HEERE hun gegeven heeft?
breken,
Dat is, uwe medebroeders met uw exempel onlustig of onwillig maken. Vergelijk Deut. 1:28; Hand. 21:13; alzo vs.9.
Hertaald:breken,
Dat is: uw medebroeders door uw voorbeeld ontmoedigen of onwillig maken. Vergelijk Deut. 1:28; Hand. 21:13; zo ook vers 9.
Numeri 32 vers 9— Als zij opgekomen waren tot aan het dal Eskol, en dit land bezagen, zo braken zij het hart der kinderen Israels, dat zij niet gingen naar het land, dat de HEERE hun gegeven had.
dal Eskol,
Anders, beek. Zie boven, Num. 13:24; Deut. 1:24.
Numeri 32 vers 11— Indien deze mannen, die uit Egypte opgetogen zijn, van twintig jaren oud en daarboven, het land zullen zien, dat Ik Abraham, Izak en Jakob gezworen heb! Want zij hebben niet volhard Mij na te volgen;
van twintig jaren oud
Hebreeuws, van een zoon van twintig jaar, enz.
Hertaald:van twintig jaren oud
Hebreeuws: van een zoon van twintig jaar.
Want zij hebben niet
Dit is een onvolkomen rede, in het eedzweren gebruikelijk. Zie boven, Num. 14:23, Num. 14:28, Num. 14:35; Deut. 1:35, en vergelijk Gen. 14:23.
Hertaald:Want zij hebben niet
Dit is een onvolledige zin, gebruikelijk bij het zweren van een eed. Zie hierboven, Num. 14:23, Num. 14:28, Num. 14:35; Deut. 1:35, en vergelijk Gen. 14:23.
volhard Mij na te volgen
Hebreeuws, zij hebben niet vervuld [te gaan] achter Mij. Met gelijke manier van spreken wordt het tegendeel van Jozua en Kaleb in Num. 31:12 gezegd. Zie Deut. 1:36, en boven, Num. 14:24.
Hertaald:volhard Mij na te volgen
Hebreeuws: zij hebben niet vervuld [te gaan] achter Mij. Met een vergelijkbare manier van spreken wordt het tegenovergestelde van Jozua en Kaleb gezegd in Num. 31:12. Zie Deut. 1:36 en hierboven, Num. 14:24.
Numeri 32 vers 12— Behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, den Keniziet, en Jozua, de zoon van Nun; want zij hebben volhard den HEERE na te volgen.
Hertaald:volhard den HEERE na te volgen
Zie bij vers 11.
Numeri 32 vers 13— Alzo ontstak des HEEREN toorn tegen Israel, en Hij deed hen omzwerven in de woestijn, veertig jaren, totdat verteerd was het ganse geslacht, hetwelk gedaan had, wat kwaad was in de ogen des HEEREN.
veertig jaren,
Zijnde, om de volheid des getals, er onder mede gerekend de twee jaren van den uittocht uit Egypte, tot het uitzenden der verspieders van Kades-Barnea.
Hertaald:veertig jaren,
Waarbij, om het aantal compleet te maken, ook de twee jaren van de uittocht uit Egypte tot het uitzenden van de verspieders vanuit Kades-Barnea meegerekend worden.
kwaad was in de ogen des HEEREN
Dat is, wat den HEERE kwalijk beviel.
Hertaald:kwaad was in de ogen des HEEREN
Dat is: wat de HEERE mishaagde.
Numeri 32 vers 14— En ziet, gijlieden zijt opgestaan in stede van uw vaderen, een menigte van zondige mensen, om de hittigheid van des HEEREN toorn tegen Israel te vermeerderen.
om de hittigheid van des HEEREN toorn
Hebreeuws, om nog of, verder toe te doen tot, of boven de hittigheid, enz.
Hertaald:om de hittigheid van des HEEREN toorn
Hebreeuws: om nog, of verder toe te doen aan, of boven de hitte, enzovoort.
Numeri 32 vers 15— Wanneer gij van achter Hem u zult afkeren, zo zal Hij wijders voortvaren het te laten in de woestijn; en gij zult al dit volk verderven.
Hem u zult afkeren,
Namelijk, den HEERE. De zin is: Indien gij den HEERE niet langer zult willen navolgen.
Hertaald:Hem u zult afkeren,
Namelijk: de HEERE. De betekenis is: als u de HEERE niet langer wilt volgen.
het te laten in de woestijn;
Te weten, Israël. De zin is: Hij zal hen weder laten omzwerven in de woestijn, gelijk hun vaderen gebeurd is, totdat zij ook, gelijk die, allen omkomen.
Hertaald:het te laten in de woestijn;
Namelijk: Israël. De betekenis is: Hij zal hen weer laten rondzwerven in de woestijn, zoals hun vaders overkomen is, totdat ook zij, net als die vaders, allemaal omkomen.
Numeri 32 vers 16— Toen traden zij toe tot hem, en zeiden: Wij zullen hier schaapskooien bouwen voor ons vee, en steden voor onze kinderen.
zij toe tot hem,
De Rubenieten en Gadieten kwamen daarna weder tot Mozes.
Hertaald:zij toe tot hem,
De Rubenieten en Gadieten kwamen daarna weer naar Mozes.
schaapskooien bouwen
Het Hebreeuwse woord betekent zulke perken of plaatsen voor het vee, die met heggen, staketsels of muren omtuind en verzekerd waren; alzo onder, vs.24.
Hertaald:schaapskooien bouwen
Het Hebreeuwse woord betekent zulke omheiningen of plaatsen voor het vee, die met heggen, hekken of muren omheind en beveiligd waren; zo ook hieronder, vers 24.
Numeri 32 vers 17— Maar wij zelven zullen ons toerusten, haastende voor het aangezicht der kinderen Israels, totdat wij hen aan hun plaats zullen gebracht hebben; en onze kinderen zullen blijven in de vaste steden, vanwege de inwoners des lands.
Hertaald:toerusten,
Of: haastig, of vlot aangorden, wapenen om te gaan voor, enzovoort.
haastende
Dat is, wakker heen marcherende voor onze broeders, in zulk een getal, als vereist zal worden om die in hunne bezitting met gewapende hand te brengen. Zie Joz. 4:12-13.
Hertaald:haastende
Dat is: vlot voortmarcherend vóór onze broeders, in zulk een aantal als nodig zal zijn om hen met gewapende hand in hun bezit te brengen. Zie Joz. 4:12-13.
vanwege de inwoners des lands
Opdat hun middelertijd geen leed overkome van de overige inwoners des lands.
Hertaald:vanwege de inwoners des lands
Opdat hun ondertussen geen kwaad overkomt van de overige inwoners van het land.
Numeri 32 vers 18— Wij zullen niet wederkeren tot onze huizen, totdat zich de kinderen Israels tot erfelijke bezitters zullen gesteld hebben, een ieder van zijn erfenis.
wederkeren tot onze huizen,
Zie Joz. 22:1-10.
Hertaald:wederkeren tot onze huizen,
Zie Joz. 22:1-10.
Numeri 32 vers 19— Want wij zullen met hen niet erven aan gene zijde van de Jordaan, en verder heen, als onze erfenis ons toegekomen zal zijn aan deze zijde van de Jordaan, tegen den opgang.
verder heen,
Dat is, tot aan de uiterste landpalen van Kanaän.
Hertaald:verder heen,
Dat is: tot aan de uiterste grenzen van Kanaän.
opgang
Te weten, der zon; dat is, oostwaarts, tegen het oosten van Kanaän, waar Gilead gelegen was.
Hertaald:opgang
Namelijk: van de zon; dat is: oostwaarts, ten oosten van Kanaän, waar Gilead lag.
Numeri 32 vers 20— Toen zeide Mozes tot hen: Indien gij deze zaak doen zult, indien gij u voor het aangezicht des HEEREN zult toerusten ten strijde,
toerusten ten strijde,
Of, wapenen, de wapenen aandoen, aangorden, vs.17, en in het volgende.
Hertaald:toerusten ten strijde,
Of: wapenen, de wapens aandoen, aangorden, vers 17, en hierna.
Numeri 32 vers 21— En een ieder van u, die toegerust is, over de Jordaan zal trekken voor het aangezicht des HEEREN, totdat Hij Zijn vijanden voor Zijn aangezicht uit de bezitting zal verdreven hebben.
voor het aangezicht des HEEREN,
Dat is, voor den HEERE, van wiens tegenwoordigheid de ark des verbonds een zichtbaar teken was. Zie Joz. 4:13.
Hertaald:voor het aangezicht des HEEREN,
Dat is: voor de HEERE, van Wiens tegenwoordigheid de ark van het verbond een zichtbaar teken was. Zie Joz. 4:13.
Numeri 32 vers 23— Indien gij daarentegen alzo niet zult doen, ziet, zo hebt gij tegen den HEERE gezondigd; doch gij zult uw zonde gewaar worden, als zij u vinden zal!
gij zult uw zonde gewaar worden,
Anders, weet dat uw zonde u vinden zal; dat is, de straf uwer zonde u treffen zal.
Hertaald:gij zult uw zonde gewaar worden,
Ook mogelijk: weet dat uw zonde u zal vinden; dat is: de straf voor uw zonde zal u treffen.
vinden zal
Dat is, wanneer gij daarom zult gestraft worden.
Hertaald:vinden zal
Dat is: wanneer u daarvoor gestraft zult worden.
Numeri 32 vers 24— Bouwt uw steden voor uw kinderen, en kooien voor uw schapen; en doet, wat uit uw mond uitgegaan is.
uit uw mond uitgegaan is
Dat is, wat gij beloofd hebt. Vergelijk boven, Num. 30:3, enz.; Deut. 23:23; Matt. 15:18.
Hertaald:uit uw mond uitgegaan is
Dat is: wat u beloofd hebt. Vergelijk hierboven, Num. 30:3; Deut. 23:23; Matt. 15:18.
Numeri 32 vers 25— Toen spraken de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben tot Mozes, zeggende: Uw knechten zullen doen, gelijk als mijn heer gebiedt.
spraken
Hebreeuws, zeide; dat is, zij zeiden allen, als één man, eendrachtiglijk, of, een van hen, uit aller naam.
Hertaald:spraken
Hebreeuws: zeiden; dat is: zij zeiden allen, als één man, eendrachtig, of één van hen, namens allen.
Numeri 32 vers 27— Maar uw knechten zullen overtrekken, al wie ten heire toegerust is, voor het aangezicht des HEEREN tot den strijd, gelijk als mijn heer gesproken heeft.
wie ten heire toegerust is,
Anders, een iegelijk ten heire gerust. Alzo vs.29.
Hertaald:wie ten heire toegerust is,
Ook mogelijk: ieder gewapend voor het leger. Zo ook vers 29.
Numeri 32 vers 30— Maar indien zij niet toegerust met u zullen overtrekken, zo zullen zij tot bezitters gesteld worden in het midden van ulieden in het land Kanaan.
toegerust met u zullen overtrekken,
Of, gewapend, aangegord, gelijk boven.
Hertaald:toegerust met u zullen overtrekken,
Of: gewapend, aangegord, zoals hierboven.
in het land Kanaän
Zij zullen Gilead moeten verlaten en, gelijk de anderen, in Kanaän hun deel en erve hebben.
Hertaald:in het land Kanaän
Zij zullen Gilead moeten verlaten en, net als de anderen, hun deel en erfenis in Kanaän hebben.
Numeri 32 vers 34— En de kinderen van Gad bouwden Dibon, en Ataroth, en Aroer,
bouwden Dibon, en Atarôth, en Aróër,
Dat is, zij verbouwden, zij bouwden weder op; alzo in het volgende. Al deze plaatsen waren gelegen aan de oostzijde van de Jordaan, tussen de rivier Arnon en de Jordaan.
Hertaald:bouwden Dibon, en Atarôth, en Aróër,
Dat is: zij bouwden herop, zij bouwden weer op; zo ook hierna. Al deze plaatsen lagen aan de oostzijde van de Jordaan, tussen de rivier Arnon en de Jordaan.
Numeri 32 vers 38— En Nebo, en Baal-Meon, veranderd zijnde van naam, en Sibma; en zij noemden de namen der steden, die zij bouwden, met andere namen.
Nebo, en Baäl-meon,
Zie van deze stad, Deut. 34:1; Jes. 15:2; Jer. 48:1. Anders was het ook de naam van een berg.
Hertaald:Nebo, en Baäl-meon,
Zie voor deze stad Deut. 34:1; Jes. 15:2; Jer. 48:1. Het was ook de naam van een berg.
veranderd zijnde van naam,
Zij gaven andere namen [gelijk volgt] omdat de vorige afgodisch waren; want Nebo en Baäl waren beide namen van afgoden, en ontwijfelijk zijn er zodanige meer geweest.
Hertaald:veranderd zijnde van naam,
Zij gaven andere namen [zoals volgt] omdat de vorige afgodisch waren; want Nebo en Baäl waren beide namen van afgoden, en ongetwijfeld zijn er nog meer zulke geweest.
Numeri 32 vers 39— En de kinderen van Machir, den zoon van Manasse, gingen naar Gilead, en namen dat in, en zij verdreven de Amorieten, die daarin waren, uit de bezitting.
gingen naar Gilead,
Of, waren gegaan, enz. en hadden dat ingenomen; en zo in vs.40.
Hertaald:gingen naar Gilead,
Of: waren gegaan en hadden dat ingenomen; zo ook in vers 40.
dat in,
Versta, een gedeelte van Gilead. Zie Deut. 3:12-13, en aldaar Deut. 3:15; idem Gen. 31:21. Dit deel van Gilead en Jaïrs plaatsen strekte noordwaarts van de beek Jabbok naar Syrië toe.
Hertaald:dat in,
Versta: een deel van Gilead. Zie Deut. 3:12-13, en aldaar Deut. 3:15; evenzo Gen. 31:21. Dit deel van Gilead en Jaïrs plaatsen strekte zich noordwaarts uit vanaf de beek Jabbok naar Syrië toe.
zij verdreven de Amorieten,
Hebreeuws, hij verdreef den Amorieter, enz.; hij, te weten Machir, dat is, zijn nakomelingen.
Hertaald:zij verdreven de Amorieten,
Hebreeuws: hij verdreef de Amoriet, enzovoort; hij, namelijk Machir, dat is: zijn nakomelingen.
Numeri 32 vers 41— Jair nu, de zoon van Manasse, ging heen en nam hunlieder dorpen in, en hij noemde die Havvoth-Jair.
Jaïr nu,
Deze wordt mede gerekend onder Manasse, omdat zijn grootvader gehuwd was aan Machirs dochter. Zie 1 Kron. 2:21-22.
Hertaald:Jaïr nu,
Deze wordt ook tot Manasse gerekend, omdat zijn grootvader getrouwd was met de dochter van Machir. Zie 1 Kron. 2:21-22.
hunlieder dorpen in,
Der Gileadieten.
Hertaald:hunlieder dorpen in,
Van de Gileadieten.
Havvôth-Jaïr
Dat is, Jaïrs dorpen, vlekken of hoeven. Zie Deut. 3:14.
Hertaald:Havvôth-Jaïr
Dat is: Jaïrs dorpen, gehuchten of hoeven. Zie Deut. 3:14.
Numeri 32 vers 42— En Nobah ging heen, en nam Kenath in, met haar onderhorige plaatsen, en noemde ze Nobah naar zijn naam.
onderhorige plaatsen,
Dat is, vlekken, dorpen, stadjes, die tot Kenath, als de hoofdstad, behoorden. Hebreeuws, dochters. Zie boven, Num. 21:25, en vergelijk 1 Kron. 2:23.
Hertaald:onderhorige plaatsen,
Dat is: gehuchten, dorpen, stadjes, die tot Kenath, als hoofdstad, behoorden. Hebreeuws: dochters. Zie hierboven, Num. 21:25, en vergelijk 1 Kron. 2:23.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Kaleb — hond, of: onstuimig, voortvarend
De zoon van Jefunne, die namens de stam Juda als een van de twaalf verspieders het land Kanaän verkende. Samen met Jozua alleen bracht hij een goed bericht en spoorde hij het volk aan het land in te nemen, in vertrouwen op de HEERE (Num. 13:30; 14:6-9). Om zijn geloof mocht hij, als een van de weinigen van zijn generatie, later toch het beloofde land binnengaan.
Sihon — neerslaand, of: verwoester
De koning van de Amorieten, die zetelde te Hesbon en heel het land tussen de Arnon en de Jabbok bezat. Toen hij de Israëlieten niet door zijn land wilde laten trekken en hen aanviel, versloeg Israël hem en nam zijn hele land in bezit (Num. 21:21-30).
Og — reus, of: lang van hals
De koning van Basan, de laatste van de reuzen (Rafaïeten), die het gebied tussen de Jabbok en de Hermon bezat. Ook hij trok tegen Israël ten strijde en werd, samen met zijn hele volk, door Israël verslagen; zijn land werd daarna aan de stammen Ruben, Gad en de halve stam Manasse gegeven (Num. 21:33-35).
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Jaser — Hebreeuws, mogelijk "Hij (God) helpt"
Ligging: Ten noorden van Hesbon, in het gebied dat later aan Gad werd toegewezen; de precieze locatie is onbekend, al wordt vaak aan Khirbet es-Sar of Khirbet Jazzir gedacht.
Geschiedenis: Door Israël verspied en op de Amorieten veroverd, kort na de inname van Hesbon (Num. 21:32). Later een Levietenstad in het gebied van Gad, en beroemd om zijn wijngaarden (Jes. 16:8-9; Jer. 48:32).
Bijbelse betekenis: Een verdere bevestiging dat de HEERE Israël stap voor stap heel het land van de Amorieten in handen gaf, zoals Hij beloofd had.
Gilead — zie voor naam, ligging en de volledige geschiedenis het artikel bij Genesis 31, waar het gebied voor het eerst in de Schrift genoemd wordt
Ligging: Zie het artikel bij Genesis 31.
Geschiedenis: De stammen Ruben en Gad, die veel vee bezaten, zagen dat dit land geschikt was voor vee, en verzochten Mozes hun dit gebied, samen met het reeds veroverde land van Sihon en Og, als erfdeel te geven in plaats van in Kanaän zelf. Mozes stemde toe, op voorwaarde dat hun strijdbare mannen eerst met de overige stammen zouden meetrekken om Kanaän te veroveren (Num. 32:1-32). Later kreeg ook de halve stam van Manasse hier zijn deel.
Bijbelse betekenis: Het eerste erfdeel van Israël dat daadwerkelijk in bezit genomen werd — nog vóór de Jordaan overgestoken was — en tegelijk een gebied dat, juist omdat het buiten Kanaän zelf lag, later herhaaldelijk aanleiding gaf tot spanningen over de eenheid van het volk (vgl. Joz. 22).
Num. 32:1-42; Joz. 13:24-31; 22
Dibon, Ataroth en Aroër — Dibon: mogelijk "kwijning"; Ataroth: "kronen"; Aroër: "naaktheid, kale plek" (van een blootgelegde rots of oever)
Ligging: Steden in het veroverde land van Sihon, ten noorden van de Arnon; Aroër lag direct aan de rand van het Arnondal, als markering van de zuidgrens van Rubens gebied.
Geschiedenis: Door de Gadieten en Rubenieten herbouwd (versterkt en van nieuwe namen voorzien) als onderdeel van hun vestiging in het Overjordaanse (Num. 32:34, 3, 37). Dibon werd zo bekend dat het ook wel "Dibon-Gad" heette (Num. 33:45-46); Aroër bleef door heel de rest van de Schrift heen de vaste aanduiding van de zuidgrens van het Israëlitische gebied in het oosten.
Bijbelse betekenis: Onderdeel van de nauwkeurige, met name genoemde grenzen en steden van het erfdeel dat de HEERE aan Ruben en Gad toewees — een teken dat Gods beloften niet in vage algemeenheden bleven steken, maar tot in de kleinste plaatsnaam concreet werden ingelost.
Archeologie: Dibon is met vrij grote zekerheid geïdentificeerd met Dhiban in Jordanië, waar in 1868 de beroemde Moabitische steen (Mesa-steen) werd gevonden, die de negende-eeuwse koning Mesa van Moab en zijn strijd tegen Israël beschrijft.
Numeri 32:23.KruisverwijzingenGenesis 44:16→Jesaja 59:12→Genesis 4:7→Jesaja 3:11→Psalmen 140:11→1 Korinthe 4:5→Deuteronomium 28:15→Jesaja 59:1→ — Indien gij daarentegen alzo niet zult doen, ziet, zo hebt gij tegen den HEERE gezondigd; doch gij zult uw zonde gewaar worden, als zij u vinden zal! De Israëlieten hadden het land veroverd dat toebehoorde aan Og, de koning van Basan, en aan Sihon, de koning van de Amorieten. De stammen van Ruben en Gad, die grote hoeveelheden vee hadden, meenden dat een land dat zo rijk aan weide was bij uitstek voor hen en voor hun kudden geschikt zou zijn. Daarom vroegen zij Mozes of zij dat land mochten hebben.
Maar Mozes maakte bezwaar. Waren zij van zin stil te zitten en dat land te genieten, en de overige stammen alleen de Jordaan te laten overtrekken en voor hun bezitting te laten strijden? Hij stelde voor dat zij, als zij dat veroverde land zouden hebben, met hun broeders de rivier zouden overtrekken en zouden blijven strijden totdat het land aan de andere zijde van de Jordaan van zijn oude inwoners gereinigd was. Had God hun niet allen geboden op te trekken en de verdoemde Kanaänieten uit te drijven? Hoe zouden zij hun plicht kunnen ontwijken zonder grote zonde? Zij stemden meteen met het voorstel in, en Mozes zei hun dat als zij hun verbond niet hielden en hun broeders niet alle behoorlijke hulp gaven, zij dan tegen God zouden zondigen en er zeker van mochten zijn dat hun zonde hen vinden zou.
De ongerechtigheid van niets-doen is een zonde waarover niet zo vaak gesproken wordt als zou moeten. Zij is, helaas, gewoon onder mensen die belijden christen te zijn, en zij moet aangepakt worden. Die zonde is: zijn eigen deel vergeten in de heilige krijg die voor God en voor Zijn gemeente gestreden moet worden.
Deze tekst veroordeelt luiheid en zelfbehagen. Op zondag hebben sommige kerkgangers alleen zorg om hun eigen ziel te voeden. Het behoud van zielen wordt op de achtergrond gedrongen. Schudden wij die verschrikkelijke eigenliefde niet af, en gevoelen wij niet dat het wezen van onze godsdienst in de liefde ligt en dat een van haar eerste vruchten is dat wij ons om de zaligheid van anderen bekommeren, dan bedreigt deze tekst ons op ernstige wijze.
I. Vs. 1-42.KruisverwijzingenNumeri 21:32→Numeri 21:34→Numeri 32:35→Numeri 32:3→Jozua 13:17→Numeri 32:34→Jesaja 16:8→Jeremia 48:34→ — De kinderen van Ruben nu hadden veel vee, en de kinderen van Gad hadden machtig veel; en zij bezagen het land Jaezer, en het land van Gilead, en ziet, deze plaats was een plaats voor vee. Zo kwamen de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben, en spraken tot Mozes, en tot Eleazar, den priester, en tot de oversten der vergadering, zeggende: Ataroth, en Dibon, en Jaezer, en Nimra, en Hesbon, en Eleale, en Schebam, en Nebo, en Behon; Dit land, hetwelk de HEERE voor het aangezicht der vergadering van Israel geslagen heeft, is een land voor vee; en uw knechten hebben vee. Voorts zeiden zij: Indien wij genade in uw ogen gevonden hebben, dat ditzelve land aan uw knechten gegeven worde tot een bezitting; en doe ons niet trekken over de Jordaan. Maar Mozes zeide tot de kinderen van Gad en tot de kinderen van Ruben: Zullen uw broeders ten strijde gaan, en zult gijlieden hier blijven? Waarom toch zult gij het hart der kinderen Israels breken, dat zij niet overtrekken naar het land, dat de HEERE hun gegeven heeft? Zo deden uw vaders, als ik hen van Kades-Barnea zond, om dit land te bezien. Als zij opgekomen waren tot aan het dal Eskol, en dit land bezagen, zo braken zij het hart der kinderen Israels, dat zij niet gingen naar het land, dat de HEERE hun gegeven had. Toen ontstak de toorn des HEEREN te dien dage, en Hij zwoer, zeggende: De beide stammen, Ruben en Gad, die zeer rijk waren aan kuddes vee, wensen, dat hun het land Jaëzer in Gilead gegeven wordt, dat de Amorieten ontnomen was en voortreffelijk in hun behoeften voorziet; als het hun toegestaan wordt, willen zij afzien van een erfenis in het eigenlijke Kanaän. Nadat Mozes hun het onbehoorlijke en gevaarlijke van hun begeerte nadrukkelijk heeft voorgehouden, en zij zich plechtig verbonden hebben, om niet hun weerbare mannen tot het laatste toe deel te nemen aan de verovering van het Westjordaanse, wordt hun verzoek ingewilligd, jegens drie geslachten van de Machirieten van de stam Manasse echter, die zich zeer ijverig betoont hebben bij het veroveren van het noordelijk gedeelte van het rijk de Amorieten, wordt een plicht van de gerechtigheid geoefend; Mozes geeft hun namelijk vrijwillig het noorden van Gilead met geheel Bazan in bezit. Hierdoor komt bij het eigenlijke Kanaän nog een district, dat oorspronkelijk niet aan Israël beloofd was, het land aan de overzijde van de Jordaan, en door wederopbouw van de verwoeste stad en het oprichten van schaapskooien wordt dit reeds dadelijk bewoonbaar gemaakt.
KruisverwijzingenNumeri 21:32→Numeri 32:35→Numeri 32:3→Numeri 32:26→Genesis 13:2→1 Johannes 2:16→Jozua 13:25→Genesis 30:10→— De kinderen van Ruben nu hadden veel vee, en de kinderen van Gad hadden machtig veel; en zij bezagen het land Jaezer, en het land van Gilead, en ziet, deze plaats was een plaats voor vee.
De kinderen van Ruben nu hadden veel vee, en de kinderen van Gad hadden machtig veel; in Egypte toch waar zij het oostelijk gedeelte van het land Gosen bewoonden, hadden zij het patriarchale herdersleven het meest bewaard (zie “Ex 1.7). En zij bezagen het land van Jaëzer, het landschap dat tot het gebied van Jaëzer behoorde (hoofdstuk 21:32), en het land van Gilead, dat aan de noord- en zuidzijde van de Jabbok gelegen was, en ziet, deze plaats was een plaats voor vee; deze gehele streek aan de overzijde van de Jordaan bood een voortreffelijke gelegenheid aan tot het weiden van vee door de overvloedige grasvelden, die daar waren.
— Zo kwamen de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben, en spraken tot Mozes, en tot Eleazar, den priester, en tot de oversten der vergadering, zeggende:
Zo kwamen de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben, vertegenwoordigd door hun oudsten, en spraken tot Mozes en tot Eleazar, de priester, en tot de oversten van devergadering, zeggende:
KruisverwijzingenJozua 13:17→Numeri 32:34→Jesaja 16:8→Jeremia 48:34→Jesaja 15:2→Jesaja 15:6→Jeremia 48:45→Richteren 11:26→— Ataroth, en Dibon, en Jaezer, en Nimra, en Hesbon, en Eleale, en Schebam, en Nebo, en Behon;
Atarôth en Dibon en Jaëzer en Nimra (Beth-Nimra) en Hesbon en Eleale en Schebam en Nebo en Behon (Baäl-Behon) (vs.4-38);
KruisverwijzingenNumeri 21:34→Numeri 21:24→Deuteronomium 2:24→— Dit land, hetwelk de HEERE voor het aangezicht der vergadering van Israel geslagen heeft, is een land voor vee; en uw knechten hebben vee.
Dit land, waarin deze steden liggen, dat de HEERE voor het aangezicht van de vergadering van Israël geslagen heeft, is een land voor vee; en uw knechten hebben zeerveel vee; het zou dus voor ons juist geschikt zijn.
KruisverwijzingenRuth 2:10→1 Samuël 20:3→2 Samuël 14:22→Esther 5:2→Deuteronomium 1:37→Jozua 7:7→Jeremia 31:2→Deuteronomium 3:25→— Voorts zeiden zij: Indien wij genade in uw ogen gevonden hebben, dat ditzelve land aan uw knechten gegeven worde tot een bezitting; en doe ons niet trekken over de Jordaan.
Voorts zeiden zij: indien wij genade in uw ogen gevonden hebben, dat dit land aan uw knechten gegeven wordt tot een bezitting; 1) en doe ons niet trekken over de Jordaan; 2) ten gunste van de andere stammen doen wij dan afstand van elk aandeel, dat ons in het eigenlijke Kanaän te beurt zou vallen.
Het grondbeginsel, volgens welke zij handelden, was geheel niet goed, omdat zij meer beoogden hun eigen afzonderlijk gemak, dan het algemeen welzijn.
De stam van Ruben, op een enkele uitzondering na, staat bekend als zeer gehecht aan zijn vee en bezittingen, en als weinig lust te bezitten, om de strijd van de Heere te strijden (Richteren. 5)
De landstreken, waarvan de kinderen van Ruben en Gad hier spreken, zijn de tegenwoordige landschappen Belka in het zuiden, tussen de beken Jabbok en Arnon, en Dschebel Adschlun ten noorden van de Jabbok tot aan Hieromax of Jarmuk (zie Nu 21.30). “Dschebel Adschlun,” (zegt Smith bij Robinson III) biedt het schoonste landschap aan, dat ik ergens in Syrië gezien heb. Een uitgestrekt woud van heerlijke bomen, hoofdzakelijk altijd groene eiken (sindiân), bedekt een groot gedeelte daarvan, terwijl de grond daartussen met weelderig gras bezaaid is, dat wij een voet hoog en nog hoger vonden, vol bomen van verschillende soort, die wild dooreen groeien. Belka is tegenwoordig geheel onbewoond; ten tijde van Burckhardt (1810-12) was Szalt (het vroegere Ramoth in Gilead) de enige bewoonde stad, en ook deze is in de laatste tijd verwoest en van haar inwoners beroofd. Slechts rondzwervende Bedoeïenen houden zich hier op en maken door hun roofzucht het reizen zeer gevaarlijk. Maar zelfs nu nog zeggen deze: men kan geen land vinden als Belka; het schijnt hun een aards paradijs toe. In alle beloften, welke aan het volk van Israël waren gedaan, is het eigenlijke beloofde land steeds Kanaän, aan deze zijde van de Jordaan: en al worden ook dikwijls de Eufraat en de Nijl als grenzen van het rijk aangegeven (Genesis 15:18), zo wordt daar toch niet bedoeld, dat Israël zelf zo ver zou wonen, maar die volksstammen, welke met het volk van God in de naaste betrekking staan, zijn daar tot een geheel met Israël samengevoegd (zie Nu 21.11). Daar intussen de Israëlieten de Moabieten en Ammonieten niet meer in het bezit van hun land vonden, maar alleen de Amorieten, wier verderf reeds bepaald was (Genesis 15:16), wie zij dan ook met behulp van hun God spoedig het gehele gebied ontnemen zouden, werden daardoor de grenzen van het beloofde land als vanzelf uitgebreid. Het verzoek van de beide stammen Ruben en Gad is daarom op zichzelf geheel tegen Gods wil; daarnaast ligt in hun verlangen een gebrek aan broederlijke liefde opgesloten, en een zorgeloosheid omtrent de belangen van het gehele volk; Mozes brengt hen dit dan ook in het volgende onder het oog: eerst nadat zij hun fout bekend en zich bereid verklaard hebben tot vervulling van hun plichten tegenover de overige stammen, kan hun verzoek ingewilligd worden.
Kruisverwijzingen2 Samuël 11:11→1 Korinthe 13:5→Filippenzen 2:4→— Maar Mozes zeide tot de kinderen van Gad en tot de kinderen van Ruben: Zullen uw broeders ten strijde gaan, en zult gijlieden hier blijven?
Maar Mozes, ontevreden over de zelfzucht, dat zij er nu reeds aan dachten zich rustig te vestigen, terwijl de anderen nog een jaren aangeven strijd te doorworstelenhadden, zei 1) tot de kinderen van Gad en tot de kinderen van Ruben: Zullen uw broeders ten strijde gaan, en zult gij hier blijven en slechts van uit de verte op uw gemak hun arbeid en hun moeite aanschouwen?
De woorden: Doe ons niet over de Jordaan trekken, kunnen zo verstaan worden, dat de sprekenden niet anders begeerden, dan hun erfdeel niet aan de westzijde van de Jordaan te verkrijgen, zonder de andere stammen hun hulp bij de verovering van Kanaän te willen onttrekken, zoals zij later (vs.16) verklaren, maar ook zo, dat zij zich zo dadelijk in het Oostjordaanse land willen vestigen, en de andere stammen de verovering van Kanaän alleen willen overlaten. Mozes verstaat het zo in de laatste zin en wellicht koesterden zij ook die gedachte.
KruisverwijzingenNumeri 13:27→Numeri 21:4→Numeri 32:9→Deuteronomium 1:28→Handelingen 21:13→— Waarom toch zult gij het hart der kinderen Israels breken, dat zij niet overtrekken naar het land, dat de HEERE hun gegeven heeft?
Waarom toch zult gij het hart van de kinderen van Israël breken, 1) bij wie het nu geldt alle kracht en inspanning aan te wenden, dat zij eveneens niet willen overtrekken naar het land, dat de HEERE hun gegeven heeft, maar zich liever hier zullen vestigen?
Het hart breken, wil hier zeggen, het hart afkerig maken van verder het land te veroveren. Mozes haalt de geschiedenis aan, die bij Kades-Barnéa heeft plaats gehad.
KruisverwijzingenJozua 14:6→Deuteronomium 1:19→Numeri 13:2→Numeri 14:2→— Zo deden uw vaders, als ik hen van Kades-Barnea zond, om dit land te bezien.
Zo deden uw vaders 38 jaar geleden, als ik hen van a) Kades-Barnéa zond, om dit land te bezien.
Numeri. 13:3 Deuteronomium. 1:22
KruisverwijzingenDeuteronomium 1:24→Numeri 13:23→— Als zij opgekomen waren tot aan het dal Eskol, en dit land bezagen, zo braken zij het hart der kinderen Israels, dat zij niet gingen naar het land, dat de HEERE hun gegeven had.
Als zij opgekomen waren tot aan het dal Eskol, en dit land bezagen, zo braken zij, door hun versaagdheid en lusteloosheid, het hart van de kinderen van Israël, dat zij niet gingen naar het land, dat de HEERE hun gegeven had.
KruisverwijzingenNumeri 14:11→Numeri 14:21→Numeri 14:29→Numeri 14:23→Ezechiël 20:15→Deuteronomium 1:34→Psalmen 95:11→Hebreeën 3:8→— Toen ontstak de toorn des HEEREN te dien dage, en Hij zwoer, zeggende:
Toen ontstak de toorn van de HEERE op dezelfde dag, en Hij zwoer, zeggende:
KruisverwijzingenNumeri 14:28→Numeri 14:24→Deuteronomium 1:35→Numeri 26:64→Jozua 14:8→Deuteronomium 2:14→Numeri 26:2→— Indien deze mannen, die uit Egypte opgetogen zijn, van twintig jaren oud en daarboven, het land zullen zien, dat Ik Abraham, Izak en Jakob gezworen heb! Want zij hebben niet volhard Mij na te volgen;
a) Indien deze mannen, die uit Egypte opgetrokken zijn, van twintig jaar en ouder, het land zullen zien, dat ik Abraham, Izak en Jakob gezworen heb! Want zij hebben niet volhard Mij na te volgen.
Numeri. 14:28 Deuteronomium. 1:35
KruisverwijzingenDeuteronomium 1:36→Numeri 14:24→Jozua 14:8→Numeri 14:30→Numeri 26:65→— Behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, den Keniziet, en Jozua, de zoon van Nun; want zij hebben volhard den HEERE na te volgen.
Behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, de Keniziet, en Jozua, de zoon van Nun (Jozua 14:6); want zij alleen hebben volhard de HEERE na te volgen.
KruisverwijzingenNumeri 14:33→1 Korinthe 10:5→Numeri 26:64→Psalmen 78:33→Hebreeën 3:16→Deuteronomium 2:14→— Alzo ontstak des HEEREN toorn tegen Israel, en Hij deed hen omzwerven in de woestijn, veertig jaren, totdat verteerd was het ganse geslacht, hetwelk gedaan had, wat kwaad was in de ogen des HEEREN.
Alzo ontstak de toorn van de HEERE tegen Israël, en Hij deed hen omzwerven in de woestijn, veertig jaar, de tijd van de uittocht uit Egypte tot het uitzenden van de verspieders meegerekend; totdat verteerd was het gehele geslacht, dat gedaan had, wat kwaad was in de ogen van de HEERE.
KruisverwijzingenGenesis 8:21→Mattheüs 23:31→Jesaja 65:6→Ezra 9:13→Genesis 5:3→Handelingen 7:51→Psalmen 78:57→Jesaja 1:4→— En ziet, gijlieden zijt opgestaan in stede van uw vaderen, een menigte van zondige mensen, om de hittigheid van des HEEREN toorn tegen Israel te vermeerderen.
En ziet, gij, die tot het jongere geslacht behoort, waarvan men daarom iets beters verwachten zou, zijt opgestaan 1) in plaats van uw vaderen, een menigte van zondige mensen, om de hitte van de toorn van de HEERE tegenIsraël te vermeerderen, alsof het niet genoeg is, dat het volk zolang met moeite en gevaren in de woestijn heeft rondgezworven.
Gij zijt opgestaan, d.i. gij neemt de plaats in van uw vaderen, gij doet precies hetzelfde. Mozes noemt hen hier een menigte, letterlijk, een aanwas van zondige mensen. Hij laat het hun geducht voelen, welke zonde zij op zich zullen laden, indien zij Israël zullen afhouden van het land Kanaän te veroveren.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 15:2→Jeremia 38:23→Leviticus 26:14→Romeinen 14:20→1 Korinthe 8:11→Deuteronomium 28:15→Deuteronomium 30:17→Numeri 14:30→— Wanneer gij van achter Hem u zult afkeren, zo zal Hij wijders voortvaren het te laten in de woestijn; en gij zult al dit volk verderven.
Wanneer gij van achter Hem u zult afkeren, wanneer gij u zelf verzet tegen de uitvoering van Zijn goddelijke wil en door uw tegenstreven allerlei zwarigheden in de weg stelt, zo zal Hij verder voortvaren het volk, uw broedseren, die zich maar al te spoedig aan uw zijde zullen scharen, te laten in de woestijn; en gij zult al dit volk verderven, evenals die vroegere verleiders het volk te gronde gericht hebben.
Op, christenen! op, ten strijd! op, ter overwinning! in deze wereld, in dit tijdelijke, is geen rust te vinden. Wie niet wil strijden zal ook de kroon van het eeuwige leven niet wegdragen; daarom kampt, worstelt, strijdt! de duivel komt met zijn listen, de wereld met pracht en praal, het vlees met zijn wellust, om u in hun strikken te vangen. Strijdt gij niet als een dapper held, dan zijt gij verloren.
Daarom nog eens: Worstelt en strijdt! De duivel is spoedig verdreven, de wereld wordt gemakkelijk uit uw hart verbannen; de begeerlijkheden van het vlees moeten eindelijk tenietgedaan worden. O, eeuwige schande, wanneer een held voor deze drie zaken terugbeeft. Strijdt dan moedig, opdat gij zult overwinnen; spant uw krachten, opdat gij het hoogste goed zult vinden. Wie niet wil strijden blijft eeuwig tot smaad en spot.
KruisverwijzingenNumeri 34:22→Genesis 33:17→— Toen traden zij toe tot hem, en zeiden: Wij zullen hier schaapskooien bouwen voor ons vee, en steden voor onze kinderen.
Toen traden zij, omdat zij ten gevolge van hetgeen Mozes hun voorhield het onbetamelijke van hun verzoek dadelijk inzagen, nader toe tot hem, om zich duidelijker te verklaren, onder welk beding toch aan hun verlangen voldaan zou kunnen worden, zonder te kort te doen aan het recht, dat zij tegenover de anderen schuldig waren, en zeiden: Wij zullen, ons niet van onze broeders terugtrekken, en hun alleen de strijd om het bezit van Kanaän overlaten, maar wij willen hier graag schaapskooien 1) bouwen voor ons vee, en de verwoeste steden van de Amorieten weer herstellen tot woonplaatsen voor onze kinderen, voor onze vrouwen en voor onze weerloze manschap;
Zulke schaapskooien, zoals de kinderen van Ruben en Gad voor hun vee wilden bouwen, bestaan thans nog in die streken uit stenen huisjes van een manshoogte. Zij dienen daartoe, dat de kudden gedurende de nacht zich niet verstrooien, en men aan het leven van de instortende steenlagen dadelijk kan horen, wanneer een wolf in de kooi wil breken. Van het weer opbouwen van de verwoeste steden zullen wij hierna (vs.34 vv.) verder horen; van de weerbare manschap gingen echter later onder Jozua van de beide stammen, behalve van de halve stam van Manasse omstreeks 40.000 mee over de Jordaan, de overigen bleven achter om de vrouwen, kinderen, enz. te beschermen Jozua 4:13)
KruisverwijzingenJozua 4:12→Deuteronomium 3:18→Numeri 32:29→— Maar wij zelven zullen ons toerusten, haastende voor het aangezicht der kinderen Israels, totdat wij hen aan hun plaats zullen gebracht hebben; en onze kinderen zullen blijven in de vaste steden, vanwege de inwoners des lands.
Maar wij zelf, weerbare mannen, zullen ons toerusten, haastende voor het aangezicht van de kinderen van Israël als voorvechters uit te trekken, totdat wij hen op hun plaats zullen gebracht hebben, en onze kinderen met de overige leden van onze gezinnen, die in de strijd niet deugen, zullen blijven in de vaste steden van dit land, vanwege de inwoners van het land, opdat hun, gedurende de tijd van onze afwezigheid, geen leed overkomt.
KruisverwijzingenJozua 22:1→— Wij zullen niet wederkeren tot onze huizen, totdat zich de kinderen Israels tot erfelijke bezitters zullen gesteld hebben, een ieder van zijn erfenis.
Wij zullen ook niet eerder uit de strijd en uit het land aan de overzijde van de Jordaan terugkeren tot onze huizen, totdat zich de kinderen van Israël tot erfelijke bezitters zullen gesteld hebben, een ieder van zijn erfenis, zonder ook maar de geringste aanspraak op het land te doen gelden.
KruisverwijzingenJozua 13:8→Genesis 13:10→Jozua 12:1→Spreuken 20:21→1 Kronieken 5:25→Numeri 34:15→Jozua 1:14→2 Koningen 15:29→— Want wij zullen met hen niet erven aan gene zijde van de Jordaan, en verder heen, als onze erfenis ons toegekomen zal zijn aan deze zijde van de Jordaan, tegen den opgang.
Want wij zullen met hen niet erven aan de overzijde van de Jordaan, en verder heen, als onze erfenis ons toegekomen zal zijn aan deze zijde van de Jordaan, tegen de opgang; 1) wij zullen ons volkomen tevreden stellen met het land, dat ten oosten van de Jordaan ligt, wanneer ons dit geschonken wordt.
Tegen de opgang, d.i. tegen de opgang van de zon, is nadere bepaling van, aan deze zijde van de Jordaan, om daarmee goed te doen uitkomen, dat bedoeld wordt, de overzijde van de Jordaan.
KruisverwijzingenJozua 4:12→Deuteronomium 3:18→Jozua 22:2→Jozua 1:13→— Toen zeide Mozes tot hen: Indien gij deze zaak doen zult, indien gij u voor het aangezicht des HEEREN zult toerusten ten strijde,
Toen zei Mozes, met deze verklaring tevreden en thans geneigd, hun bede in te willigen, tot hen: Indien gij deze zaak doen zult, indien gij u voor het aangezicht van de HEERE 1) zult toerusten ten strijde, indien gij in hetleger van de Heere, die nabij Zijn volk is, u tot de strijd wilt aangorden.
In het Hebreeuws Liphnee Javeh. Hier beter vertaald door, voor de Heere (vs.22a). Israël is het leger van de Heere. Waar Israël strijdt, daar strijdt hij niet zijn eigen strijd, maar die van de Heere.
— En een ieder van u, die toegerust is, over de Jordaan zal trekken voor het aangezicht des HEEREN, totdat Hij Zijn vijanden voor Zijn aangezicht uit de bezitting zal verdreven hebben.
En een ieder van u, die toegerust is, die onder de weerbare mannen gerekend wordt, over de Jordaan zal trekken voor het aangezicht van de HEERE, totdat Hij Zijn vijanden voor Zijn aangezicht uit de bezetting zal verdreven hebben.
KruisverwijzingenJozua 22:9→Deuteronomium 3:20→Jozua 22:4→Jozua 13:8→Jozua 1:15→Jozua 18:1→Psalmen 44:1→Jozua 2:19→— En het land voor het aangezicht des HEEREN ten ondergebracht zij; zo zult gij daarna wederkeren, en onschuldig zijn voor den HEERE en voor Israel, en dit land zal u ter bezitting zijn voor het aangezicht des HEEREN.
En het land voor het aangezicht van de HEERE ondergebracht zij, zo zult gij daarna terugkeren, en gij zult onschuldig zijn voor de HEERE en voor Israël; gij zult van alle verdere verbintenissen ontslagen zijn, en dit landzal u tot een bezitting zijn voor het aangezicht van de HEERE, 1) met vrijmoedigheid en een vrij geweten kunt gij u dan hier vestigen.
Hier betekent voor het aangezicht van de Heere, naar het oordeel van de Heere, onder Zijn goddelijke goedkeuring.
KruisverwijzingenGenesis 44:16→Jesaja 59:12→Genesis 4:7→Jesaja 3:11→Psalmen 140:11→1 Korinthe 4:5→Deuteronomium 28:15→Jesaja 59:1→— Indien gij daarentegen alzo niet zult doen, ziet, zo hebt gij tegen den HEERE gezondigd; doch gij zult uw zonde gewaar worden, als zij u vinden zal!
Indien gij daarentegen alzo niet zult doen, maar later weigeren zult uw beloften te houden, ziet, zo hebt gij tegen de HEERE gezondigd, doch gij zult uw zonde gewaar worden, boeten, als zij u vinden zal, als zij met al haar vervloekingen over u komen zal!
Hier begrijpen wij, wat het zegt: God bezoekt de misdaad (Exodus. 20:5). Eerst achtervolgt Hij haar alleen met Zijn toorn, zonder haar dadelijk te straffen. Dit achtervolgen bestaat namelijk daarin, dat Hij na iedere slechte daad ook dadelijk het geweten in de mens doet spreken en de boosdoener overgeeft in de dienstbaarheid van de zonde (zie Ge 3.8). Adam verbergt zich; dat is het boze geweten; hij liegt en werpt de schuld van zich af op zijn vrouw, ja, zelfs op God; dat is de dienstbaarheid van de zonde. Daarna echter, wanneer Zijn tijd en uur daar is, komt God om de zonde te straffen; thans vindt de zonde de zondaar, nadat zij tot hiertoe hem dreigend heeft achtervolgd en het strafgericht steeds nader heeft gebracht; hij kan al het kwaad, dat over hem besloten is, niet meer ontlopen (Genesis 44:16)
KruisverwijzingenNumeri 32:16→Numeri 32:34→Numeri 30:2→— Bouwt uw steden voor uw kinderen, en kooien voor uw schapen; en doet, wat uit uw mond uitgegaan is.
Bouwt u steden voor uw kinderen en kooien voor uw schapen; en doet, wat uit uw mond uitgegaan is.
KruisverwijzingenJozua 1:13→— Toen spraken de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben tot Mozes, zeggende: Uw knechten zullen doen, gelijk als mijn heer gebiedt.
Toen spraken de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben tot Mozes, zeggende: Uw knechten zullen doen zoals mijn heer (hoofdstuk 12:11 Exodus. 32:22) gebiedt.
KruisverwijzingenJozua 1:14→— Onze kinderen, onze vrouwen, onze have en al onze beesten zullen aldaar zijn in de steden van Gilead;
Onze kinderen, onze vrouwen, onze have en al onze beesten zullen daar zijn in de steden van Gilead;
KruisverwijzingenJozua 4:12→2 Timotheüs 4:7→Numeri 36:2→Numeri 12:11→Numeri 11:28→Numeri 32:17→Efeze 6:10→2 Korinthe 10:4→— Maar uw knechten zullen overtrekken, al wie ten heire toegerust is, voor het aangezicht des HEEREN tot den strijd, gelijk als mijn heer gesproken heeft.
Maar uw knechten zullen overtrekken, al wie ten strijde toegerust is, voor het aangezicht van de HEERE tot de strijd, zoals mijn heer gesproken heeft. 1)
Het blijkt niet, dat alle getelden van deze stammen werden gevorderd, om zich ten strijde toe te rusten, want van de honderdduizend, die zij ongeveer tezamen uitmaakten, trokken er niet meer dan veertigduizend over de Jordaan, om voor het aangezicht van de Heere te strijden (Jozua 4:13), het zij omdat men oordeelde, dat sommigen werden achtergelaten, om de akkerbouw waar te nemen en het land te bewonen, of wel, dat de Heere niet wilde, dat al hun strijdbare mannen tot de oorlog zouden uittrekken, opdat de overwinning zou blijken en bekend worden, van de Heere te wezen, zoals de Kerk naderhand tot Zijn verheerlijking erkent.
KruisverwijzingenJozua 1:13→— Toen gebood Mozes, hunnenthalve, den priester Eleazar, en Jozua, den zoon van Nun, en den hoofden der vaderen van de stammen der kinderen Israels;
Toen gebood Mozes de priester Eleazar en Jozua, de zoon van Nun, en de hoofden van de vaderen van de stammen van de kinderen van Israël (Jozua 1:13; 4:12).
— En Mozes zeide tot hen: Indien de kinderen van Gad, en de kinderen van Ruben, met ulieden over de Jordaan zullen trekken, een ieder, die toegerust is ten oorlog, voor het aangezicht des HEEREN, als het land voor uw aangezicht zal ten ondergebracht zijn; zo zult gij hun het land Gilead ter bezitting geven.
En Mozes zei tot hen: Indien de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben met u over de Jordaan zullen trekken, een ieder, die toegerust is tot de oorlog, voor het aangezicht van de HEERE, als het land voor uw aangezicht zal te ondergebracht zijn, zodat gij kunt ophouden oorlog te voeren om tot de verdeling over te gaan, zo zult gij hun het land Gilead tot bezitting geven (zie “Nu 21.30”; Deuteronomium. 34:1 Joz.22:9 Richteren. 5:17).
KruisverwijzingenJozua 22:19→— Maar indien zij niet toegerust met u zullen overtrekken, zo zullen zij tot bezitters gesteld worden in het midden van ulieden in het land Kanaan.
Maar indien zij niet toegerust met u zullen overtrekken, zo zullen zij zich dit gebied niet aanmatigen, maar tot bezitters gesteld worden in het midden van u in het land Kanaän.
Dit zal wel moeten betekenen, dat zij in dat geval in het geheel geen erfdeel zouden verkrijgen, maar na daaruit te zijn verdreven, onder de andere stammen zouden worden vermengd.
— En de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben antwoordden, zeggende: Wat de HEERE tot uw knechten gesproken heeft, zullen wij alzo doen.
En de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben antwoordden, zeggende: Wat de HEERE straks door uw mond tot uw knechten gesproken heeft, zullen wij alzo doen.
— Wij zullen toegerust overtrekken voor het aangezicht des HEEREN naar het land Kanaan; en de bezitting onzer erfenis zullen wij hebben aan deze zijde van de Jordaan.
Wij zullen toegerust overtrekken voor het aangezicht van de HEERE naar het land Kanaän; en de bezitting van onze erfenis zullen wij hebben aan deze zijde van de Jordaan.
Met alle nauwkeurigheid, alsof het een formeel contract was, wordt hier woord en antwoord gegeven, en de zaak, waarover onderhandeld wordt, meermalen herhaald, opdat naderhand geen uitvluchten kunnen gemaakt worden (zie Ge 23.11). Mozes spreekt en handelt hier als iemand, die zich volkomen van zijn naderend einde bewust is, en alles zodanig wil achterlaten, dat het nauwkeurig met de wil van de Heere overeenstemt.
KruisverwijzingenJozua 12:6→Deuteronomium 29:8→Jozua 22:4→Deuteronomium 3:12→Numeri 34:14→1 Kronieken 26:32→1 Kronieken 5:18→Psalmen 136:18→— Alzo gaf Mozes hunlieden, den kinderen van Gad, en de kinderen van Ruben, en den halven stam van Manasse, den zoon van Jozef, het koninkrijk van Sihon, koning der Amorieten, en het koninkrijk van Og, koning van Bazan; het land met de steden van hetzelve in de landpalen, de steden des lands rondom.
a) Alzo gaf Mozes hun, de kinderen van Gad, en de kinderen van Ruben, en de halve stam van Manasse, de zoon van Jozef, de geslachten van die stam, die zich bij de verovering van het noordelijk gedeelte van het land tenoosten van de Jordaan bijzonder verdienstelijk; gemaakt hadden (vs.39 vv.), het koninkrijk van Sihon, koning van de Amorieten (hoofdstuk 21:21-31), en het koninkrijk van Og, koning van Basan (hoofdstuk 21:32-35); het land met zijn steden in de gebieden, de steden van het land rondom; dus het gehele land met zijn steden en het gebied, dat bij de steden behoorde, zonder echter een verdeling aan ieder in het bijzonder te bewerkstelligen. Dit geschiedde waarschijnlijk eerst later, na de verovering van Kanaän en na de terugkeer van de weerbare mannen van deze twee en een halve stam, door de oversten van het volk.
Deuteronomium. 3:12 Jozua. 13:8; 22:5
Mozes nam dus bij de twee landschappen, die onder vs.5 beschreven zijn, ook het derde, dat ten noorden van de beide anderen lag: uit eigen beweging bedacht hij ook die geslachten van de stam Manasse, die zich billijke dank verworven hadden wegens de verovering van Bazan. Hij schonk hun een erfenis, die met hun levensbehoeften goed overeen kwam. Dit derde landschap dan, strekte zich uit van de Hermon in het noorden tot aan de Jarmuk in het zuiden; in het westen werd het begrensd door de Jordaan en in het oosten door het Haurangebergte. Het bestaat uit een groot hoogland, dat hier en daar wordt afgewisseld door een langzame rijzing van de grond, en door afzonderlijk staande heuvels en afgeknotte kegels. Thans draagt het de naam van die bergketen, die in het voorjaar van 1858 door de Pruisischen Consul Dr. Wetzstein te Damascus bezocht en nader beschreven is, de naam van Hauran. De grond om het gebergte is geheel vulkanisch; hier groeit ook de Sïhstruik, een plant, die overwintert en ongeveer een el hoog is. Zij wordt door de bewoners gebruikt als brandstof, en wegens haar brede omvang in het hete jaargetijde behoudt zij, wanneer alles reeds verdord is, in haar schaduw nog enkele planten in leven (Genesis 21:15 Job 30:4). De verdeling van het gehele land ten oosten van de Jordaan onder de 2« stammen vond daarna plaats op de wijze, die in Jozua. 13:15 vv. aangegeven is; thans echter bezaten Ruben en Gad hun gebied nog gemeenschappelijk, zodat Gad deze en gene stad verkreeg in het zuidelijk gedeelte, dat later alleen aan Ruben behoorde, en Ruben deze en gene stad in het noordelijk deel, dat naderhand slechts voor Gad bestemd was.
Wel had de stam van Manasse er niet om verzocht, zoals die van Ruben en Gad, maar hij de verdeling bleek, dat het Overjordaanse voor de beide stammen te groot was, en omdat (vs 35) uit de stam van Manasse, Machir zich zeer verdienstelijk had gemaakt, beloont Mozes de halve stam met het overgebleven gedeelte. De verdeling zelf liet Mozes over aan hen, die, na de overwinning van geheel Kanaän, daarmee zouden belast worden.
KruisverwijzingenDeuteronomium 2:36→Numeri 32:3→Numeri 33:45→Numeri 21:20→Jesaja 17:2→— En de kinderen van Gad bouwden Dibon, en Ataroth, en Aroer,
En de kinderen van Gad herbouwden Dibon, een uur ten noorden van de middelste Arnon, Atarôth, bij de berg Attarus, en Aroër, van Ruben, aan de noordzijde van de middelste Arnon.
KruisverwijzingenNumeri 32:3→Numeri 32:1→— En Atroth-Sofan, en Jaezer, en Jogbeha,
En Atroth-Sofan, waarvan de ligging niet meer aan te wijzen is, en Jaëzer, drie duitse mijl ten noorden van Hesbon (hoofdstuk 21:32), en Jógbeha of Jagbeha (Richteren. 8:11), twee uren ten noordwesten van Rabbath-Ammon.
KruisverwijzingenNumeri 32:3→— En Beth-Nimra, en Beth-Haran, vaste steden en schaapskooien.
En Beth-Nimra (plaats van het heldere water) in de velden van Moab, en Beth-Haran, 1 duitse mijl zuidwaarts van Beth-Nimra, tot vaste steden en schaapskooien, zij versterkten deze steden, en richtten daarbij schaapskooien op (vs.1,6).
KruisverwijzingenNumeri 21:27→Numeri 32:3→Jesaja 15:4→— En de kinderen van Ruben bouwden Hezbon, en Eleale, en Kirjathaim,
En de kinderen van Ruben bouwden Hesbon, de voormalige Residentie van koning Sihon (hoofdstuk 21:26), midden tussen de beken Jabbok en Arnon gelegen, 4 duitse mijl ten oosten van de Jordaan, en Eleale, een half uur ten noordoosten van Hesbon, en Kirjathaïm (Genesis 14:15 Jozua. 13:19).
KruisverwijzingenNumeri 32:3→Jesaja 46:1→Exodus 23:13→Jozua 23:7→Numeri 22:41→Genesis 26:18→Psalmen 16:4→— En Nebo, en Baal-Meon, veranderd zijnde van naam, en Sibma; en zij noemden de namen der steden, die zij bouwden, met andere namen.
En Nebo, bij de berg van deze naam (hoofdstuk 27:12 Deuteronomium. 32:49 vv.), en Baäl-Meon, volledig Beth-Baäl-Meon, een uur ten zuidwesten van Hesbon, veranderd zijnde van naam, en Sibma, dat zijn naam behield, slechts 500 schreden van Hesbon verwijderd; en zij noemden de namen van de steden, die zij bouwden, met andere namen; soms echter traden de oude namen in de plaats van de nieuwe.
KruisverwijzingenGenesis 50:23→Numeri 26:29→Jozua 17:1→— En de kinderen van Machir, den zoon van Manasse, gingen naar Gilead, en namen dat in, en zij verdreven de Amorieten, die daarin waren, uit de bezitting.
a) En de kinderen van Machir, de zoon van Manasse, de geslachten van het huis van Machir (hoofdstuk 26:29), die tot de stam van Manasse behoorden, gingen naar Gilead, zij waren na de hoofdslag tegen Og, de koning van Bazan, die aan diens heerschappij een einde maakte (hoofdstuk 21:33), naar het zuiden getrokken, in dat gedeelte, dat gelegen was ten zuiden van Jarmuk of Hieromax, het tegenwoordige Dschebel Adschlun, en namen dat in, en zij verdreven de Amorieten, die daarin waren, uit de bezitting.
Genesis 50:23
KruisverwijzingenJozua 17:1→Deuteronomium 3:13→Jozua 13:29→— Zo gaf Mozes Gilead aan Machir, den zoon van Manasse; en hij woonde daarin.
Zo gaf Mozes, nadat hij het verzoek van de kinderen van Gad en Ruben had vervuld, en hun het land had overgelaten, dat zij koning Sihon ontnomen hadden (vs.33) Gilead, 1) het district tussen de Jarmuk en de Jabbok, aan Machir, de zoon van Manasse, juist aan die geslachten, die zich zo bijzonder verdienstelijk gedragen hadden bij de verovering van het noordelijk gedeelte van het rijk van de Amorieten, en hij woondedaarin; hier brachten zij hun families in vaste steden, en hun kudden in schaapskooien, terwijl zij zelf, de strijdbare mannen, onder Jozua aan de veroveringstochten deel namen, evenals de Rubenieten en de Gadieten.
De naam Gilead in eigenlijke zin behoort aan het gehele gebergte, dat ten noorden en zuiden van de Jabbok ligt, maar wordt ook wel nu eens van het noordelijk gedeelte, dan weer van het zuidelijk gedeelte van dit gebergte gebruikt; de naam van het land zelf wordt ook in uitgebreider zin gebezigd, en wel op twee wijzen: hij omvat òf het hoogland, dat ten zuiden van het gebergte ligt in het tegenwoordige Belka, òf het gehele land aan de overzijde van de Jordaan, daarom zowel de noordelijke hoogvlakte (Basan), als de zuidelijke tot aan de Arnon (Belka). De naam is van die berg oorspronkelijk uitgegaan, die aan de noordzijde van de Jabbok gelegen was, waar Laban Jakob tegemoet snelde en beide een verbond met elkaar sloten (Genesis 31:23,44-47)
KruisverwijzingenDeuteronomium 3:14→Richteren 10:4→1 Kronieken 2:21→Jozua 13:30→1 Koningen 4:13→— Jair nu, de zoon van Manasse, ging heen en nam hunlieder dorpen in, en hij noemde die Havvoth-Jair.
Jaïr 1) (verlichte) nu, de zoon d.i. een nakomeling van Manasse, die eveneens tot het huis van Machir behoorde, ging heen en nam hun dorpen in, hij had, evenals in het algemeen de Machirieten, zich met zijn onderhorige families in het bijzonder daardoor verdienstelijk gemaakt, dat hij in de plaatsen van West-Bazan of Argob, zestig in getal had ingenomen (Deuteronomium. 3:4,14); deze verkreeg hij nu en dan ook tot een bezitting, en hij noemde die Havvôth-Jaïr (= leven van Jaïr).
Uit 1 Kronieken 2:21 vv. vernemen wij iets naders van de afkomst van deze Jaïr; hij was een zoon van Segub, en deze weer een onechte zoon van Hezron (kleinzoon van Juda), die hij verwekt had bij de dochter van Machir (kleinzoon van Jozef); op zijn zestigste jaar nam hij de moeder tot zijn vrouw. Wegens de onechte geboorte van zijn vader wordt Jaïr hier mee onder de Machirieten geteld, en verkrijgt hij zijn erfenis in Oost-Manasse; dit grenst in het noorden aan het gebied van de Maächieten en Gesurieten, welke beiden van Syrische oorsprong zijn en tot de Arameërs behoren (de eerste zijn wellicht nakomelingen van Maächa, die in Genesis 22:24 vermeld wordt. Zij woonden volgens de opgave van Hiëronymus aan de zuidwestelijke helling van de grote Hermon, terwijl de laatsten hun zetel hadden aan de oostzijde van de berg, in het latere Iturea, en zich uitstrekten tot Damascus toe), en omvatten hoofdzakelijk het latere Ganlanitis. Daar echter Hezron, zijn grootvader van vaders zijde, tot de stam van Juda behoort, zo werd Jaïrs erfenis feitelijk ook tot deze stam gerekend en zij wordt in Jozua. 19:34 dan ook “Juda aan de Jordaan” genoemd. De zo-even aangehaalde plaats heeft vroeger de uitleggers moeite gekost, daar men zich de uitdrukking volstrekt niet verklaren kon, zodat men reeds voorstelde, om het woord: “Juda” maar uit de tekst te werpen en te lezen: “aan de Jordaan tegen de opgang van de zon,” totdat het eindelijk de schriftonderzoekers van latere tijd gelukt is, deze “duistere en onzekere zaak” op te klaren.
Segub was met zijn nakomelingschap, tegen de regel in, in de moederlijken stam overgegaan, vermoedelijk omdat Machir zijn dochter een rijke bruidsschat, zoals een erfdochter, had medegegeven.
Kruisverwijzingen2 Samuël 18:18→Psalmen 49:11→— En Nobah ging heen, en nam Kenath in, met haar onderhorige plaatsen, en noemde ze Nobah naar zijn naam.
En Nobah, de stamvorst van een ander geslacht van de Machirieten ging heen; hij was eveneens na de overwinning op Og, de koning van Bazan heengegaan, en wel naar het oostelijk gedeelte van zijn rijk, en nam Kenath in met haaronderhorige plaatsen; deze kreeg hij nu dan ook tot zijn erfdeel, en noemde ze Nobah naar zijn naam.
Men moet zich inderdaad verwonderen, zegt Wetzstein (zie Nu 32.33) in zijn reisverhaal, dat de Bijbel ons uit Basan en Noord-Gilead nauwelijks 8 of 10 namen heeft overgeleverd, terwijl hij in het land aan de andere zijde van de Jordaan en in het zuiden van het land aan deze zijde honderden van plaatsnamen kent. Toen Mozes het land veroverde, vond hij in Argob alleen, behalve de dorpen, 60 bemuurde steden, en mogen wij uit de bloei van deze provincie besluiten tot die van het gehele land, dan moet, toen de Amorieten nog bezitters waren van het land, de gehele Hauran met een verbazend grote menigte van steden en dorpen bedekt zijn geweest. En toch horen wij daarvan in het vervolg niets, zelfs van de voornaamste steden van het land, zoals Astheroth, Edreï, Kenath, Golan en Salcha weet de latere geschiedenis van Israël niets meer. Van den andere kant zien wij in de oorlogen van de Israëlieten met de koningen van Damascus en Assyrië, hoe de vijand altijd zonder tegenstand aan deze zijde in het land is gevallen. Waar waren toen die sterkten? Het is zeer waarschijnlijk, dat die 60 steden later in de 60 “tentdorpen van Jaïr” (Havvoth-Jaïr) veranderd zijn; dat de Israëlieten te Bazan door de nabijheid der Bedoeïenen nomaden geworden of gebleven zijn, dat zij zich niet aan steden en dorpen binden konden, om te allen tijde gereed te zijn hun van weide tot weide rondtrekkende kudden in bescherming te nemen; daarom stonden deze verlaten en eindelijk verdwenen zij. Zo wordt het ook verklaarbaar, dat het wegvoeren van de drie stammen aan de overzijde van de Jordaan door Pul zo gemakkelijk was (1 Kronieken 5:26). Daardoor wordt ook opgehelderd, waarom behalve enige burchten, die onder de Herodianen ontstaan zijn, van geen enkele van de duizend ruïnes, die tegenwoordig Perae bedekken, beweerd kan worden dat zij van Israëlitische oorsprong zijn.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Numeri 32
Numeri 32:23.KruisverwijzingenGenesis 44:16→Jesaja 59:12→Genesis 4:7→Jesaja 3:11→Psalmen 140:11→1 Korinthe 4:5→Deuteronomium 28:15→Jesaja 59:1→
— Indien gij daarentegen alzo niet zult doen, ziet, zo hebt gij tegen den HEERE gezondigd; doch gij zult uw zonde gewaar worden, als zij u vinden zal!
De Israëlieten hadden het land veroverd dat toebehoorde aan Og, de koning van Basan, en aan Sihon, de koning van de Amorieten. De stammen van Ruben en Gad, die grote hoeveelheden vee hadden, meenden dat een land dat zo rijk aan weide was bij uitstek voor hen en voor hun kudden geschikt zou zijn. Daarom vroegen zij Mozes of zij dat land mochten hebben.
Maar Mozes maakte bezwaar. Waren zij van zin stil te zitten en dat land te genieten, en de overige stammen alleen de Jordaan te laten overtrekken en voor hun bezitting te laten strijden? Hij stelde voor dat zij, als zij dat veroverde land zouden hebben, met hun broeders de rivier zouden overtrekken en zouden blijven strijden totdat het land aan de andere zijde van de Jordaan van zijn oude inwoners gereinigd was. Had God hun niet allen geboden op te trekken en de verdoemde Kanaänieten uit te drijven? Hoe zouden zij hun plicht kunnen ontwijken zonder grote zonde? Zij stemden meteen met het voorstel in, en Mozes zei hun dat als zij hun verbond niet hielden en hun broeders niet alle behoorlijke hulp gaven, zij dan tegen God zouden zondigen en er zeker van mochten zijn dat hun zonde hen vinden zou.
De ongerechtigheid van niets-doen is een zonde waarover niet zo vaak gesproken wordt als zou moeten. Zij is, helaas, gewoon onder mensen die belijden christen te zijn, en zij moet aangepakt worden. Die zonde is: zijn eigen deel vergeten in de heilige krijg die voor God en voor Zijn gemeente gestreden moet worden.
Deze tekst veroordeelt luiheid en zelfbehagen. Op zondag hebben sommige kerkgangers alleen zorg om hun eigen ziel te voeden. Het behoud van zielen wordt op de achtergrond gedrongen. Schudden wij die verschrikkelijke eigenliefde niet af, en gevoelen wij niet dat het wezen van onze godsdienst in de liefde ligt en dat een van haar eerste vruchten is dat wij ons om de zaligheid van anderen bekommeren, dan bedreigt deze tekst ons op ernstige wijze.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-42.KruisverwijzingenNumeri 21:32→Numeri 21:34→Numeri 32:35→Numeri 32:3→Jozua 13:17→Numeri 32:34→Jesaja 16:8→Jeremia 48:34→
— De kinderen van Ruben nu hadden veel vee, en de kinderen van Gad hadden machtig veel; en zij bezagen het land Jaezer, en het land van Gilead, en ziet, deze plaats was een plaats voor vee. Zo kwamen de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben, en spraken tot Mozes, en tot Eleazar, den priester, en tot de oversten der vergadering, zeggende: Ataroth, en Dibon, en Jaezer, en Nimra, en Hesbon, en Eleale, en Schebam, en Nebo, en Behon; Dit land, hetwelk de HEERE voor het aangezicht der vergadering van Israel geslagen heeft, is een land voor vee; en uw knechten hebben vee. Voorts zeiden zij: Indien wij genade in uw ogen gevonden hebben, dat ditzelve land aan uw knechten gegeven worde tot een bezitting; en doe ons niet trekken over de Jordaan. Maar Mozes zeide tot de kinderen van Gad en tot de kinderen van Ruben: Zullen uw broeders ten strijde gaan, en zult gijlieden hier blijven? Waarom toch zult gij het hart der kinderen Israels breken, dat zij niet overtrekken naar het land, dat de HEERE hun gegeven heeft? Zo deden uw vaders, als ik hen van Kades-Barnea zond, om dit land te bezien. Als zij opgekomen waren tot aan het dal Eskol, en dit land bezagen, zo braken zij het hart der kinderen Israels, dat zij niet gingen naar het land, dat de HEERE hun gegeven had. Toen ontstak de toorn des HEEREN te dien dage, en Hij zwoer, zeggende:
De beide stammen, Ruben en Gad, die zeer rijk waren aan kuddes vee, wensen, dat hun het land Jaëzer in Gilead gegeven wordt, dat de Amorieten ontnomen was en voortreffelijk in hun behoeften voorziet; als het hun toegestaan wordt, willen zij afzien van een erfenis in het eigenlijke Kanaän. Nadat Mozes hun het onbehoorlijke en gevaarlijke van hun begeerte nadrukkelijk heeft voorgehouden, en zij zich plechtig verbonden hebben, om niet hun weerbare mannen tot het laatste toe deel te nemen aan de verovering van het Westjordaanse, wordt hun verzoek ingewilligd, jegens drie geslachten van de Machirieten van de stam Manasse echter, die zich zeer ijverig betoont hebben bij het veroveren van het noordelijk gedeelte van het rijk de Amorieten, wordt een plicht van de gerechtigheid geoefend; Mozes geeft hun namelijk vrijwillig het noorden van Gilead met geheel Bazan in bezit. Hierdoor komt bij het eigenlijke Kanaän nog een district, dat oorspronkelijk niet aan Israël beloofd was, het land aan de overzijde van de Jordaan, en door wederopbouw van de verwoeste stad en het oprichten van schaapskooien wordt dit reeds dadelijk bewoonbaar gemaakt.
De kinderen van Ruben nu hadden veel vee, en de kinderen van Gad hadden machtig veel; in Egypte toch waar zij het oostelijk gedeelte van het land Gosen bewoonden, hadden zij het patriarchale herdersleven het meest bewaard (zie “Ex 1.7). En zij bezagen het land van Jaëzer, het landschap dat tot het gebied van Jaëzer behoorde (hoofdstuk 21:32), en het land van Gilead, dat aan de noord- en zuidzijde van de Jabbok gelegen was, en ziet, deze plaats was een plaats voor vee; deze gehele streek aan de overzijde van de Jordaan bood een voortreffelijke gelegenheid aan tot het weiden van vee door de overvloedige grasvelden, die daar waren.
Zo kwamen de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben, vertegenwoordigd door hun oudsten, en spraken tot Mozes en tot Eleazar, de priester, en tot de oversten van devergadering, zeggende:
Atarôth en Dibon en Jaëzer en Nimra (Beth-Nimra) en Hesbon en Eleale en Schebam en Nebo en Behon (Baäl-Behon) (vs.4-38);
Dit land, waarin deze steden liggen, dat de HEERE voor het aangezicht van de vergadering van Israël geslagen heeft, is een land voor vee; en uw knechten hebben zeerveel vee; het zou dus voor ons juist geschikt zijn.
Voorts zeiden zij: indien wij genade in uw ogen gevonden hebben, dat dit land aan uw knechten gegeven wordt tot een bezitting; 1) en doe ons niet trekken over de Jordaan; 2) ten gunste van de andere stammen doen wij dan afstand van elk aandeel, dat ons in het eigenlijke Kanaän te beurt zou vallen.
Het grondbeginsel, volgens welke zij handelden, was geheel niet goed, omdat zij meer beoogden hun eigen afzonderlijk gemak, dan het algemeen welzijn.
De stam van Ruben, op een enkele uitzondering na, staat bekend als zeer gehecht aan zijn vee en bezittingen, en als weinig lust te bezitten, om de strijd van de Heere te strijden (Richteren. 5)
De landstreken, waarvan de kinderen van Ruben en Gad hier spreken, zijn de tegenwoordige landschappen Belka in het zuiden, tussen de beken Jabbok en Arnon, en Dschebel Adschlun ten noorden van de Jabbok tot aan Hieromax of Jarmuk (zie Nu 21.30). “Dschebel Adschlun,” (zegt Smith bij Robinson III) biedt het schoonste landschap aan, dat ik ergens in Syrië gezien heb. Een uitgestrekt woud van heerlijke bomen, hoofdzakelijk altijd groene eiken (sindiân), bedekt een groot gedeelte daarvan, terwijl de grond daartussen met weelderig gras bezaaid is, dat wij een voet hoog en nog hoger vonden, vol bomen van verschillende soort, die wild dooreen groeien. Belka is tegenwoordig geheel onbewoond; ten tijde van Burckhardt (1810-12) was Szalt (het vroegere Ramoth in Gilead) de enige bewoonde stad, en ook deze is in de laatste tijd verwoest en van haar inwoners beroofd. Slechts rondzwervende Bedoeïenen houden zich hier op en maken door hun roofzucht het reizen zeer gevaarlijk. Maar zelfs nu nog zeggen deze: men kan geen land vinden als Belka; het schijnt hun een aards paradijs toe. In alle beloften, welke aan het volk van Israël waren gedaan, is het eigenlijke beloofde land steeds Kanaän, aan deze zijde van de Jordaan: en al worden ook dikwijls de Eufraat en de Nijl als grenzen van het rijk aangegeven (Genesis 15:18), zo wordt daar toch niet bedoeld, dat Israël zelf zo ver zou wonen, maar die volksstammen, welke met het volk van God in de naaste betrekking staan, zijn daar tot een geheel met Israël samengevoegd (zie Nu 21.11). Daar intussen de Israëlieten de Moabieten en Ammonieten niet meer in het bezit van hun land vonden, maar alleen de Amorieten, wier verderf reeds bepaald was (Genesis 15:16), wie zij dan ook met behulp van hun God spoedig het gehele gebied ontnemen zouden, werden daardoor de grenzen van het beloofde land als vanzelf uitgebreid. Het verzoek van de beide stammen Ruben en Gad is daarom op zichzelf geheel tegen Gods wil; daarnaast ligt in hun verlangen een gebrek aan broederlijke liefde opgesloten, en een zorgeloosheid omtrent de belangen van het gehele volk; Mozes brengt hen dit dan ook in het volgende onder het oog: eerst nadat zij hun fout bekend en zich bereid verklaard hebben tot vervulling van hun plichten tegenover de overige stammen, kan hun verzoek ingewilligd worden.
Maar Mozes, ontevreden over de zelfzucht, dat zij er nu reeds aan dachten zich rustig te vestigen, terwijl de anderen nog een jaren aangeven strijd te doorworstelenhadden, zei 1) tot de kinderen van Gad en tot de kinderen van Ruben: Zullen uw broeders ten strijde gaan, en zult gij hier blijven en slechts van uit de verte op uw gemak hun arbeid en hun moeite aanschouwen?
De woorden: Doe ons niet over de Jordaan trekken, kunnen zo verstaan worden, dat de sprekenden niet anders begeerden, dan hun erfdeel niet aan de westzijde van de Jordaan te verkrijgen, zonder de andere stammen hun hulp bij de verovering van Kanaän te willen onttrekken, zoals zij later (vs.16) verklaren, maar ook zo, dat zij zich zo dadelijk in het Oostjordaanse land willen vestigen, en de andere stammen de verovering van Kanaän alleen willen overlaten. Mozes verstaat het zo in de laatste zin en wellicht koesterden zij ook die gedachte.
Waarom toch zult gij het hart van de kinderen van Israël breken, 1) bij wie het nu geldt alle kracht en inspanning aan te wenden, dat zij eveneens niet willen overtrekken naar het land, dat de HEERE hun gegeven heeft, maar zich liever hier zullen vestigen?
Het hart breken, wil hier zeggen, het hart afkerig maken van verder het land te veroveren. Mozes haalt de geschiedenis aan, die bij Kades-Barnéa heeft plaats gehad.
Zo deden uw vaders 38 jaar geleden, als ik hen van a) Kades-Barnéa zond, om dit land te bezien.
Numeri. 13:3 Deuteronomium. 1:22
Als zij opgekomen waren tot aan het dal Eskol, en dit land bezagen, zo braken zij, door hun versaagdheid en lusteloosheid, het hart van de kinderen van Israël, dat zij niet gingen naar het land, dat de HEERE hun gegeven had.
Toen ontstak de toorn van de HEERE op dezelfde dag, en Hij zwoer, zeggende:
a) Indien deze mannen, die uit Egypte opgetrokken zijn, van twintig jaar en ouder, het land zullen zien, dat ik Abraham, Izak en Jakob gezworen heb! Want zij hebben niet volhard Mij na te volgen.
Numeri. 14:28 Deuteronomium. 1:35
Behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, de Keniziet, en Jozua, de zoon van Nun (Jozua 14:6); want zij alleen hebben volhard de HEERE na te volgen.
Alzo ontstak de toorn van de HEERE tegen Israël, en Hij deed hen omzwerven in de woestijn, veertig jaar, de tijd van de uittocht uit Egypte tot het uitzenden van de verspieders meegerekend; totdat verteerd was het gehele geslacht, dat gedaan had, wat kwaad was in de ogen van de HEERE.
En ziet, gij, die tot het jongere geslacht behoort, waarvan men daarom iets beters verwachten zou, zijt opgestaan 1) in plaats van uw vaderen, een menigte van zondige mensen, om de hitte van de toorn van de HEERE tegenIsraël te vermeerderen, alsof het niet genoeg is, dat het volk zolang met moeite en gevaren in de woestijn heeft rondgezworven.
Gij zijt opgestaan, d.i. gij neemt de plaats in van uw vaderen, gij doet precies hetzelfde. Mozes noemt hen hier een menigte, letterlijk, een aanwas van zondige mensen. Hij laat het hun geducht voelen, welke zonde zij op zich zullen laden, indien zij Israël zullen afhouden van het land Kanaän te veroveren.
Wanneer gij van achter Hem u zult afkeren, wanneer gij u zelf verzet tegen de uitvoering van Zijn goddelijke wil en door uw tegenstreven allerlei zwarigheden in de weg stelt, zo zal Hij verder voortvaren het volk, uw broedseren, die zich maar al te spoedig aan uw zijde zullen scharen, te laten in de woestijn; en gij zult al dit volk verderven, evenals die vroegere verleiders het volk te gronde gericht hebben.
Op, christenen! op, ten strijd! op, ter overwinning! in deze wereld, in dit tijdelijke, is geen rust te vinden. Wie niet wil strijden zal ook de kroon van het eeuwige leven niet wegdragen; daarom kampt, worstelt, strijdt! de duivel komt met zijn listen, de wereld met pracht en praal, het vlees met zijn wellust, om u in hun strikken te vangen. Strijdt gij niet als een dapper held, dan zijt gij verloren.
Daarom nog eens: Worstelt en strijdt! De duivel is spoedig verdreven, de wereld wordt gemakkelijk uit uw hart verbannen; de begeerlijkheden van het vlees moeten eindelijk tenietgedaan worden. O, eeuwige schande, wanneer een held voor deze drie zaken terugbeeft. Strijdt dan moedig, opdat gij zult overwinnen; spant uw krachten, opdat gij het hoogste goed zult vinden. Wie niet wil strijden blijft eeuwig tot smaad en spot.
Toen traden zij, omdat zij ten gevolge van hetgeen Mozes hun voorhield het onbetamelijke van hun verzoek dadelijk inzagen, nader toe tot hem, om zich duidelijker te verklaren, onder welk beding toch aan hun verlangen voldaan zou kunnen worden, zonder te kort te doen aan het recht, dat zij tegenover de anderen schuldig waren, en zeiden: Wij zullen, ons niet van onze broeders terugtrekken, en hun alleen de strijd om het bezit van Kanaän overlaten, maar wij willen hier graag schaapskooien 1) bouwen voor ons vee, en de verwoeste steden van de Amorieten weer herstellen tot woonplaatsen voor onze kinderen, voor onze vrouwen en voor onze weerloze manschap;
Zulke schaapskooien, zoals de kinderen van Ruben en Gad voor hun vee wilden bouwen, bestaan thans nog in die streken uit stenen huisjes van een manshoogte. Zij dienen daartoe, dat de kudden gedurende de nacht zich niet verstrooien, en men aan het leven van de instortende steenlagen dadelijk kan horen, wanneer een wolf in de kooi wil breken. Van het weer opbouwen van de verwoeste steden zullen wij hierna (vs.34 vv.) verder horen; van de weerbare manschap gingen echter later onder Jozua van de beide stammen, behalve van de halve stam van Manasse omstreeks 40.000 mee over de Jordaan, de overigen bleven achter om de vrouwen, kinderen, enz. te beschermen Jozua 4:13)
Maar wij zelf, weerbare mannen, zullen ons toerusten, haastende voor het aangezicht van de kinderen van Israël als voorvechters uit te trekken, totdat wij hen op hun plaats zullen gebracht hebben, en onze kinderen met de overige leden van onze gezinnen, die in de strijd niet deugen, zullen blijven in de vaste steden van dit land, vanwege de inwoners van het land, opdat hun, gedurende de tijd van onze afwezigheid, geen leed overkomt.
Wij zullen ook niet eerder uit de strijd en uit het land aan de overzijde van de Jordaan terugkeren tot onze huizen, totdat zich de kinderen van Israël tot erfelijke bezitters zullen gesteld hebben, een ieder van zijn erfenis, zonder ook maar de geringste aanspraak op het land te doen gelden.
Want wij zullen met hen niet erven aan de overzijde van de Jordaan, en verder heen, als onze erfenis ons toegekomen zal zijn aan deze zijde van de Jordaan, tegen de opgang; 1) wij zullen ons volkomen tevreden stellen met het land, dat ten oosten van de Jordaan ligt, wanneer ons dit geschonken wordt.
Tegen de opgang, d.i. tegen de opgang van de zon, is nadere bepaling van, aan deze zijde van de Jordaan, om daarmee goed te doen uitkomen, dat bedoeld wordt, de overzijde van de Jordaan.
Toen zei Mozes, met deze verklaring tevreden en thans geneigd, hun bede in te willigen, tot hen: Indien gij deze zaak doen zult, indien gij u voor het aangezicht van de HEERE 1) zult toerusten ten strijde, indien gij in hetleger van de Heere, die nabij Zijn volk is, u tot de strijd wilt aangorden.
In het Hebreeuws Liphnee Javeh. Hier beter vertaald door, voor de Heere (vs.22a). Israël is het leger van de Heere. Waar Israël strijdt, daar strijdt hij niet zijn eigen strijd, maar die van de Heere.
En een ieder van u, die toegerust is, die onder de weerbare mannen gerekend wordt, over de Jordaan zal trekken voor het aangezicht van de HEERE, totdat Hij Zijn vijanden voor Zijn aangezicht uit de bezetting zal verdreven hebben.
En het land voor het aangezicht van de HEERE ondergebracht zij, zo zult gij daarna terugkeren, en gij zult onschuldig zijn voor de HEERE en voor Israël; gij zult van alle verdere verbintenissen ontslagen zijn, en dit landzal u tot een bezitting zijn voor het aangezicht van de HEERE, 1) met vrijmoedigheid en een vrij geweten kunt gij u dan hier vestigen.
Hier betekent voor het aangezicht van de Heere, naar het oordeel van de Heere, onder Zijn goddelijke goedkeuring.
Indien gij daarentegen alzo niet zult doen, maar later weigeren zult uw beloften te houden, ziet, zo hebt gij tegen de HEERE gezondigd, doch gij zult uw zonde gewaar worden, boeten, als zij u vinden zal, als zij met al haar vervloekingen over u komen zal!
Hier begrijpen wij, wat het zegt: God bezoekt de misdaad (Exodus. 20:5). Eerst achtervolgt Hij haar alleen met Zijn toorn, zonder haar dadelijk te straffen. Dit achtervolgen bestaat namelijk daarin, dat Hij na iedere slechte daad ook dadelijk het geweten in de mens doet spreken en de boosdoener overgeeft in de dienstbaarheid van de zonde (zie Ge 3.8). Adam verbergt zich; dat is het boze geweten; hij liegt en werpt de schuld van zich af op zijn vrouw, ja, zelfs op God; dat is de dienstbaarheid van de zonde. Daarna echter, wanneer Zijn tijd en uur daar is, komt God om de zonde te straffen; thans vindt de zonde de zondaar, nadat zij tot hiertoe hem dreigend heeft achtervolgd en het strafgericht steeds nader heeft gebracht; hij kan al het kwaad, dat over hem besloten is, niet meer ontlopen (Genesis 44:16)
Bouwt u steden voor uw kinderen en kooien voor uw schapen; en doet, wat uit uw mond uitgegaan is.
Toen spraken de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben tot Mozes, zeggende: Uw knechten zullen doen zoals mijn heer (hoofdstuk 12:11 Exodus. 32:22) gebiedt.
Onze kinderen, onze vrouwen, onze have en al onze beesten zullen daar zijn in de steden van Gilead;
Maar uw knechten zullen overtrekken, al wie ten strijde toegerust is, voor het aangezicht van de HEERE tot de strijd, zoals mijn heer gesproken heeft. 1)
Het blijkt niet, dat alle getelden van deze stammen werden gevorderd, om zich ten strijde toe te rusten, want van de honderdduizend, die zij ongeveer tezamen uitmaakten, trokken er niet meer dan veertigduizend over de Jordaan, om voor het aangezicht van de Heere te strijden (Jozua 4:13), het zij omdat men oordeelde, dat sommigen werden achtergelaten, om de akkerbouw waar te nemen en het land te bewonen, of wel, dat de Heere niet wilde, dat al hun strijdbare mannen tot de oorlog zouden uittrekken, opdat de overwinning zou blijken en bekend worden, van de Heere te wezen, zoals de Kerk naderhand tot Zijn verheerlijking erkent.
Toen gebood Mozes de priester Eleazar en Jozua, de zoon van Nun, en de hoofden van de vaderen van de stammen van de kinderen van Israël (Jozua 1:13; 4:12).
En Mozes zei tot hen: Indien de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben met u over de Jordaan zullen trekken, een ieder, die toegerust is tot de oorlog, voor het aangezicht van de HEERE, als het land voor uw aangezicht zal te ondergebracht zijn, zodat gij kunt ophouden oorlog te voeren om tot de verdeling over te gaan, zo zult gij hun het land Gilead tot bezitting geven (zie “Nu 21.30”; Deuteronomium. 34:1 Joz.22:9 Richteren. 5:17).
Maar indien zij niet toegerust met u zullen overtrekken, zo zullen zij zich dit gebied niet aanmatigen, maar tot bezitters gesteld worden in het midden van u in het land Kanaän.
Dit zal wel moeten betekenen, dat zij in dat geval in het geheel geen erfdeel zouden verkrijgen, maar na daaruit te zijn verdreven, onder de andere stammen zouden worden vermengd.
En de kinderen van Gad en de kinderen van Ruben antwoordden, zeggende: Wat de HEERE straks door uw mond tot uw knechten gesproken heeft, zullen wij alzo doen.
Wij zullen toegerust overtrekken voor het aangezicht van de HEERE naar het land Kanaän; en de bezitting van onze erfenis zullen wij hebben aan deze zijde van de Jordaan.
Met alle nauwkeurigheid, alsof het een formeel contract was, wordt hier woord en antwoord gegeven, en de zaak, waarover onderhandeld wordt, meermalen herhaald, opdat naderhand geen uitvluchten kunnen gemaakt worden (zie Ge 23.11). Mozes spreekt en handelt hier als iemand, die zich volkomen van zijn naderend einde bewust is, en alles zodanig wil achterlaten, dat het nauwkeurig met de wil van de Heere overeenstemt.
a) Alzo gaf Mozes hun, de kinderen van Gad, en de kinderen van Ruben, en de halve stam van Manasse, de zoon van Jozef, de geslachten van die stam, die zich bij de verovering van het noordelijk gedeelte van het land tenoosten van de Jordaan bijzonder verdienstelijk; gemaakt hadden (vs.39 vv.), het koninkrijk van Sihon, koning van de Amorieten (hoofdstuk 21:21-31), en het koninkrijk van Og, koning van Basan (hoofdstuk 21:32-35); het land met zijn steden in de gebieden, de steden van het land rondom; dus het gehele land met zijn steden en het gebied, dat bij de steden behoorde, zonder echter een verdeling aan ieder in het bijzonder te bewerkstelligen. Dit geschiedde waarschijnlijk eerst later, na de verovering van Kanaän en na de terugkeer van de weerbare mannen van deze twee en een halve stam, door de oversten van het volk.
Deuteronomium. 3:12 Jozua. 13:8; 22:5
Mozes nam dus bij de twee landschappen, die onder vs.5 beschreven zijn, ook het derde, dat ten noorden van de beide anderen lag: uit eigen beweging bedacht hij ook die geslachten van de stam Manasse, die zich billijke dank verworven hadden wegens de verovering van Bazan. Hij schonk hun een erfenis, die met hun levensbehoeften goed overeen kwam. Dit derde landschap dan, strekte zich uit van de Hermon in het noorden tot aan de Jarmuk in het zuiden; in het westen werd het begrensd door de Jordaan en in het oosten door het Haurangebergte. Het bestaat uit een groot hoogland, dat hier en daar wordt afgewisseld door een langzame rijzing van de grond, en door afzonderlijk staande heuvels en afgeknotte kegels. Thans draagt het de naam van die bergketen, die in het voorjaar van 1858 door de Pruisischen Consul Dr. Wetzstein te Damascus bezocht en nader beschreven is, de naam van Hauran. De grond om het gebergte is geheel vulkanisch; hier groeit ook de Sïhstruik, een plant, die overwintert en ongeveer een el hoog is. Zij wordt door de bewoners gebruikt als brandstof, en wegens haar brede omvang in het hete jaargetijde behoudt zij, wanneer alles reeds verdord is, in haar schaduw nog enkele planten in leven (Genesis 21:15 Job 30:4). De verdeling van het gehele land ten oosten van de Jordaan onder de 2« stammen vond daarna plaats op de wijze, die in Jozua. 13:15 vv. aangegeven is; thans echter bezaten Ruben en Gad hun gebied nog gemeenschappelijk, zodat Gad deze en gene stad verkreeg in het zuidelijk gedeelte, dat later alleen aan Ruben behoorde, en Ruben deze en gene stad in het noordelijk deel, dat naderhand slechts voor Gad bestemd was.
Wel had de stam van Manasse er niet om verzocht, zoals die van Ruben en Gad, maar hij de verdeling bleek, dat het Overjordaanse voor de beide stammen te groot was, en omdat (vs 35) uit de stam van Manasse, Machir zich zeer verdienstelijk had gemaakt, beloont Mozes de halve stam met het overgebleven gedeelte. De verdeling zelf liet Mozes over aan hen, die, na de overwinning van geheel Kanaän, daarmee zouden belast worden.
En de kinderen van Gad herbouwden Dibon, een uur ten noorden van de middelste Arnon, Atarôth, bij de berg Attarus, en Aroër, van Ruben, aan de noordzijde van de middelste Arnon.
En Atroth-Sofan, waarvan de ligging niet meer aan te wijzen is, en Jaëzer, drie duitse mijl ten noorden van Hesbon (hoofdstuk 21:32), en Jógbeha of Jagbeha (Richteren. 8:11), twee uren ten noordwesten van Rabbath-Ammon.
En Beth-Nimra (plaats van het heldere water) in de velden van Moab, en Beth-Haran, 1 duitse mijl zuidwaarts van Beth-Nimra, tot vaste steden en schaapskooien, zij versterkten deze steden, en richtten daarbij schaapskooien op (vs.1,6).
En de kinderen van Ruben bouwden Hesbon, de voormalige Residentie van koning Sihon (hoofdstuk 21:26), midden tussen de beken Jabbok en Arnon gelegen, 4 duitse mijl ten oosten van de Jordaan, en Eleale, een half uur ten noordoosten van Hesbon, en Kirjathaïm (Genesis 14:15 Jozua. 13:19).
En Nebo, bij de berg van deze naam (hoofdstuk 27:12 Deuteronomium. 32:49 vv.), en Baäl-Meon, volledig Beth-Baäl-Meon, een uur ten zuidwesten van Hesbon, veranderd zijnde van naam, en Sibma, dat zijn naam behield, slechts 500 schreden van Hesbon verwijderd; en zij noemden de namen van de steden, die zij bouwden, met andere namen; soms echter traden de oude namen in de plaats van de nieuwe.
a) En de kinderen van Machir, de zoon van Manasse, de geslachten van het huis van Machir (hoofdstuk 26:29), die tot de stam van Manasse behoorden, gingen naar Gilead, zij waren na de hoofdslag tegen Og, de koning van Bazan, die aan diens heerschappij een einde maakte (hoofdstuk 21:33), naar het zuiden getrokken, in dat gedeelte, dat gelegen was ten zuiden van Jarmuk of Hieromax, het tegenwoordige Dschebel Adschlun, en namen dat in, en zij verdreven de Amorieten, die daarin waren, uit de bezitting.
Genesis 50:23
Zo gaf Mozes, nadat hij het verzoek van de kinderen van Gad en Ruben had vervuld, en hun het land had overgelaten, dat zij koning Sihon ontnomen hadden (vs.33) Gilead, 1) het district tussen de Jarmuk en de Jabbok, aan Machir, de zoon van Manasse, juist aan die geslachten, die zich zo bijzonder verdienstelijk gedragen hadden bij de verovering van het noordelijk gedeelte van het rijk van de Amorieten, en hij woondedaarin; hier brachten zij hun families in vaste steden, en hun kudden in schaapskooien, terwijl zij zelf, de strijdbare mannen, onder Jozua aan de veroveringstochten deel namen, evenals de Rubenieten en de Gadieten.
De naam Gilead in eigenlijke zin behoort aan het gehele gebergte, dat ten noorden en zuiden van de Jabbok ligt, maar wordt ook wel nu eens van het noordelijk gedeelte, dan weer van het zuidelijk gedeelte van dit gebergte gebruikt; de naam van het land zelf wordt ook in uitgebreider zin gebezigd, en wel op twee wijzen: hij omvat òf het hoogland, dat ten zuiden van het gebergte ligt in het tegenwoordige Belka, òf het gehele land aan de overzijde van de Jordaan, daarom zowel de noordelijke hoogvlakte (Basan), als de zuidelijke tot aan de Arnon (Belka). De naam is van die berg oorspronkelijk uitgegaan, die aan de noordzijde van de Jabbok gelegen was, waar Laban Jakob tegemoet snelde en beide een verbond met elkaar sloten (Genesis 31:23,44-47)
Jaïr 1) (verlichte) nu, de zoon d.i. een nakomeling van Manasse, die eveneens tot het huis van Machir behoorde, ging heen en nam hun dorpen in, hij had, evenals in het algemeen de Machirieten, zich met zijn onderhorige families in het bijzonder daardoor verdienstelijk gemaakt, dat hij in de plaatsen van West-Bazan of Argob, zestig in getal had ingenomen (Deuteronomium. 3:4,14); deze verkreeg hij nu en dan ook tot een bezitting, en hij noemde die Havvôth-Jaïr (= leven van Jaïr).
Uit 1 Kronieken 2:21 vv. vernemen wij iets naders van de afkomst van deze Jaïr; hij was een zoon van Segub, en deze weer een onechte zoon van Hezron (kleinzoon van Juda), die hij verwekt had bij de dochter van Machir (kleinzoon van Jozef); op zijn zestigste jaar nam hij de moeder tot zijn vrouw. Wegens de onechte geboorte van zijn vader wordt Jaïr hier mee onder de Machirieten geteld, en verkrijgt hij zijn erfenis in Oost-Manasse; dit grenst in het noorden aan het gebied van de Maächieten en Gesurieten, welke beiden van Syrische oorsprong zijn en tot de Arameërs behoren (de eerste zijn wellicht nakomelingen van Maächa, die in Genesis 22:24 vermeld wordt. Zij woonden volgens de opgave van Hiëronymus aan de zuidwestelijke helling van de grote Hermon, terwijl de laatsten hun zetel hadden aan de oostzijde van de berg, in het latere Iturea, en zich uitstrekten tot Damascus toe), en omvatten hoofdzakelijk het latere Ganlanitis. Daar echter Hezron, zijn grootvader van vaders zijde, tot de stam van Juda behoort, zo werd Jaïrs erfenis feitelijk ook tot deze stam gerekend en zij wordt in Jozua. 19:34 dan ook “Juda aan de Jordaan” genoemd. De zo-even aangehaalde plaats heeft vroeger de uitleggers moeite gekost, daar men zich de uitdrukking volstrekt niet verklaren kon, zodat men reeds voorstelde, om het woord: “Juda” maar uit de tekst te werpen en te lezen: “aan de Jordaan tegen de opgang van de zon,” totdat het eindelijk de schriftonderzoekers van latere tijd gelukt is, deze “duistere en onzekere zaak” op te klaren.
Segub was met zijn nakomelingschap, tegen de regel in, in de moederlijken stam overgegaan, vermoedelijk omdat Machir zijn dochter een rijke bruidsschat, zoals een erfdochter, had medegegeven.
En Nobah, de stamvorst van een ander geslacht van de Machirieten ging heen; hij was eveneens na de overwinning op Og, de koning van Bazan heengegaan, en wel naar het oostelijk gedeelte van zijn rijk, en nam Kenath in met haaronderhorige plaatsen; deze kreeg hij nu dan ook tot zijn erfdeel, en noemde ze Nobah naar zijn naam.
Men moet zich inderdaad verwonderen, zegt Wetzstein (zie Nu 32.33) in zijn reisverhaal, dat de Bijbel ons uit Basan en Noord-Gilead nauwelijks 8 of 10 namen heeft overgeleverd, terwijl hij in het land aan de andere zijde van de Jordaan en in het zuiden van het land aan deze zijde honderden van plaatsnamen kent. Toen Mozes het land veroverde, vond hij in Argob alleen, behalve de dorpen, 60 bemuurde steden, en mogen wij uit de bloei van deze provincie besluiten tot die van het gehele land, dan moet, toen de Amorieten nog bezitters waren van het land, de gehele Hauran met een verbazend grote menigte van steden en dorpen bedekt zijn geweest. En toch horen wij daarvan in het vervolg niets, zelfs van de voornaamste steden van het land, zoals Astheroth, Edreï, Kenath, Golan en Salcha weet de latere geschiedenis van Israël niets meer. Van den andere kant zien wij in de oorlogen van de Israëlieten met de koningen van Damascus en Assyrië, hoe de vijand altijd zonder tegenstand aan deze zijde in het land is gevallen. Waar waren toen die sterkten? Het is zeer waarschijnlijk, dat die 60 steden later in de 60 “tentdorpen van Jaïr” (Havvoth-Jaïr) veranderd zijn; dat de Israëlieten te Bazan door de nabijheid der Bedoeïenen nomaden geworden of gebleven zijn, dat zij zich niet aan steden en dorpen binden konden, om te allen tijde gereed te zijn hun van weide tot weide rondtrekkende kudden in bescherming te nemen; daarom stonden deze verlaten en eindelijk verdwenen zij. Zo wordt het ook verklaarbaar, dat het wegvoeren van de drie stammen aan de overzijde van de Jordaan door Pul zo gemakkelijk was (1 Kronieken 5:26). Daardoor wordt ook opgehelderd, waarom behalve enige burchten, die onder de Herodianen ontstaan zijn, van geen enkele van de duizend ruïnes, die tegenwoordig Perae bedekken, beweerd kan worden dat zij van Israëlitische oorsprong zijn.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel