Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Dit nu zijn de geboorten van Aaron en Mozes; ten dage als de HEERE met Mozes gesproken heeft op den berg Sinai.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1DitH428 nu zijn de geboortenH8435 van AaronH175 en MozesH4872; ten dageH3117 als de HEEREH3068metH854MozesH4872gesprokenH1696 heeft op den bergH2022SinaiH5514.Dit nu zijn de geboorten van Aaron en Mozes; ten dage als de HEERE met Mozes gesproken heeft op den berg Sinai.
KJVThese also are the generations2of Aaron3and Moses4in the day5that the LORD7spake6with Moses9in mount10Sinai.
1וְאֵ֛לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2תּוֹלְדֹ֥תH8435geboorten, geslachten, geschiedenissenbirth, generations3אַהֲרֹ֖ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron4וּמֹשֶׁ֑הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5בְּי֗וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6דִּבֶּ֧רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work7יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix9מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses10בְּהַ֥רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion11סִינָֽיH5514SinaiSinai
2En dit zijn de namen der zonen van Aaron: de eerstgeborene, Nadab, daarna Abihu, Eleazar, en Ithamar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En ditH428 zijn de namenH8034 der zonenH1121 van AaronH175: de eerstgeboreneH1060, NadabH5070, daarna AbihuH30, EleazarH499, en IthamarH385.En dit zijn de namen der zonen van Aaron: de eerstgeborene, Nadab, daarna Abihu, Eleazar, en Ithamar.
KJVAnd these are the names2of the sons3of Aaron;4Nadab6the firstborn,5and Abihu,7Eleazar,8and Ithamar.
1וְאֵ֛לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2שְׁמ֥וֹתH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report3בְּֽנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4אַהֲרֹ֖ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron5הַבְּכ֣וֹרH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)6נָדָ֑בH5070NadabNadab7וַאֲבִיה֕וּאH30AbihuAbihu8אֶלְעָזָ֖רH499EleazarEleazar9וְאִיתָמָֽרH385IthamarIthamar
3Dit zijn de namen der zonen van Aaron, der priesteren, die gezalfd waren, welker hand men gevuld had, om het priesterambt te bedienen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3DitH428 zijn de namenH8034 der zonenH1121 van AaronH175, der priesterenH3548, die gezalfdH4886 waren, welker handH3027 men gevuldH4390 had, om het priesterambt te bedienen.Dit zijn de namen der zonen van Aaron, der priesteren, die gezalfd waren, welker hand men gevuld had, om het priesterambt te bedienen.
Ook in dit vers
priesterambt bedienenH3547
KJVThese are the names2of the sons3of Aaron,4the priests5which were anointed,6whom he consecrated8to minister in the priest's office.
1אֵ֗לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2שְׁמוֹת֙H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4אַהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron5הַכֹּהֲנִ֖יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer6הַמְּשֻׁחִ֑יםH4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8מִלֵּ֥אH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly9יָדָ֖םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10לְכַהֵֽןH3547priesterambt bedienen, priesterambt, bedienendeck, be (do the office of a, execute the, minister in the) priest('s office)
4Maar Nadab en Abihu stierven voor het aangezicht des HEEREN, als zij vreemd vuur voor het aangezicht des HEEREN in de woestijn van Sinai brachten, en hadden geen kinderen, doch Eleazar en Ithamar bedienden het priesterambt voor het aangezicht van hun vader Aaron.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Maar NadabH5070 en AbihuH30stiervenH4191 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, als zijH1961vreemdH2114vuurH784 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068 in de woestijnH4057 van SinaiH5514brachtenH7126, en hadden geenH3808kinderenH1121, doch EleazarH499 en IthamarH385 bedienden het priesterambtH3547 voor het aangezichtH6440 van hun vaderH1AaronH175.Maar Nadab en Abihu stierven voor het aangezicht des HEEREN, als zij vreemd vuur voor het aangezicht des HEEREN in de woestijn van Sinai brachten, en hadden geen kinderen, doch Eleazar en Ithamar bedienden het priesterambt voor het aangezicht van hun vader Aaron.
KJVAnd Nadab2and Abihu3died1before4the LORD,5when they offered6strange8fire7before9the LORD,10in the wilderness11of Sinai,12and they had no children:13and Eleazar18and Ithamar19ministered in the priest's office17in the sight21of Aaron22their father.
1וַיָּ֣מָתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise2נָדָ֣בH5070NadabNadab3וַאֲבִיה֣וּאH30AbihuAbihu4לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5יְהוָ֡הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6בְּֽהַקְרִבָם֩H7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take7אֵ֨שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot8זָרָ֜הH2114vreemde, vreemden, vreemd(come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman)9לִפְנֵ֤יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11בְּמִדְבַּ֣רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness12סִינַ֔יH5514SinaiSinai13וּבָנִ֖יםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15הָי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use16לָהֶ֑ם17וַיְכַהֵ֤ןH3547priesterambt bedienen, priesterambt, bedienendeck, be (do the office of a, execute the, minister in the) priest('s office)18אֶלְעָזָר֙H499EleazarEleazar19וְאִ֣יתָמָ֔רH385IthamarIthamar20עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21פְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you22אַהֲרֹ֥ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron23אֲבִיהֶֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En de HEEREH3068sprakH1696totH413MozesH4872, zeggendeH559:En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
6Doe den stam van Levi naderen, en stel hem voor het aangezicht van den priester Aaron, opdat zij hem dienen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Doe den stamH4294 van LeviH3878naderenH7126, en stelH5975 hem voor het aangezichtH6440 van den priesterH3548AaronH175, opdat zij hem dienenH8334;Doe den stam van Levi naderen, en stel hem voor het aangezicht van den priester Aaron, opdat zij hem dienen;
KJVBring1the tribe3of Levi4near,and present5them before7Aaron8the priest,9that they may minister
1הַקְרֵב֙H7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מַטֵּ֣הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe4לֵוִ֔יH3878LeviLevi. See also H3879 (לֵוִי), H3881 (לֵוִיִּי)5וְֽהַעֲמַדְתָּ֣H5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry6אֹת֔וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7לִפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8אַהֲרֹ֣ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron9הַכֹּהֵ֑ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer10וְשֵׁרְת֖וּH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on11אֹתֽוֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
7En dat zij waarnemen zijn wacht, en de wacht der gehele vergadering, voor de tent der samenkomst, om den dienst des tabernakels te bedienen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En dat zij waarnemenH8104 zijn wachtH4931, en de wachtH4931 der geheleH3605vergaderingH5712, voorH6440 de tentH168 der samenkomstH4150, om den dienstH5656 des tabernakelsH4908 te bedienenH5647;En dat zij waarnemen zijn wacht, en de wacht der gehele vergadering, voor de tent der samenkomst, om den dienst des tabernakels te bedienen;
KJVAnd they shall keep1his charge,3and the charge5of the whole congregation7before8the tabernacle9of the congregation,10to do11the service13of the tabernacle.
1וְשָׁמְר֣וּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מִשְׁמַרְתּ֗וֹH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5מִשְׁמֶ֨רֶת֙H4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הָ֣עֵדָ֔הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)8לִפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9אֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent10מוֹעֵ֑דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)11לַעֲבֹ֖דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13עֲבֹדַ֥תH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought14הַמִּשְׁכָּֽןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent
8En dat zij al het gereedschap van de tent der samenkomst, en de wacht der kinderen Israels waarnemen, om den dienst des tabernakels te bedienen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En dat zij alH3605 het gereedschapH3627 van de tentH168 der samenkomstH4150, en de wachtH4931 der kinderenH1121IsraelsH3478waarnemenH8104, om den dienstH5656 des tabernakelsH4908 te bedienenH5647.En dat zij al het gereedschap van de tent der samenkomst, en de wacht der kinderen Israels waarnemen, om den dienst des tabernakels te bedienen.
KJVAnd they shall keep1all the instruments4of the tabernacle5of the congregation,6and the charge8of the children9of Israel,10to do11the service13of the tabernacle.
1וְשָׁמְר֗וּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)2אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4כְּלֵי֙H3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever5אֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent6מוֹעֵ֔דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מִשְׁמֶ֖רֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch9בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11לַעֲבֹ֖דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13עֲבֹדַ֥תH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought14הַמִּשְׁכָּֽןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent
9Gij zult dan, aan Aaron en aan zijn zonen, de Levieten geven; zij zijn gegeven, zij zijn hem gegeven uit de kinderen Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Gij zult dan, aan AaronH175 en aan zijn zonenH1121, de LevietenH3881 geven; zij zijn gegevenH5414, zij zijn hem gegevenH5414 uit de kinderenH1121IsraelsH3478.Gij zult dan, aan Aaron en aan zijn zonen, de Levieten geven; zij zijn gegeven, zij zijn hem gegeven uit de kinderen Israels.
KJVAnd thou shalt give1the Levites3unto Aaron4and to his sons:5they are wholly given6unto him out of the children11of Israel.
1וְנָתַתָּה֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַלְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite4לְאַהֲרֹ֖ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron5וּלְבָנָ֑יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6נְתוּנִ֨םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7נְתוּנִ֥םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8הֵ֨מָּה֙H1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye9ל֔וֹ10מֵאֵ֖תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix11בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
10Maar Aaron en zijn zonen zult gij stellen, dat zij hun priesterambt waarnemen; en de vreemde, die nadert, zal gedood worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Maar AaronH175 en zijn zonenH1121 zult gij stellenH6485, dat zij hun priesterambtH3550waarnemenH8104; en de vreemdeH2114, die nadertH7131, zal gedoodH4191 worden.Maar Aaron en zijn zonen zult gij stellen, dat zij hun priesterambt waarnemen; en de vreemde, die nadert, zal gedood worden.
KJVAnd thou shalt appoint5Aaron2and his sons,4and they shall wait on6their priest's office:8and the stranger9that cometh nighshall be put to death.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2אַהֲרֹ֤ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בָּנָיו֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5תִּפְקֹ֔דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want6וְשָׁמְר֖וּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8כְּהֻנָּתָ֑םH3550priesterambt, priesterdom, priesterdomspriesthood, priest's office9וְהַזָּ֥רH2114vreemde, vreemden, vreemd(come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman)10הַקָּרֵ֖בH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take11יוּמָֽתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En de HEEREH3068sprakH1696totH413MozesH4872, zeggendeH559:En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
12En Ik, zie, Ik heb de Levieten uit het midden van de kinderen Israels genomen, in plaats van allen eerstgeborene, die de baarmoeder opent, uit de kinderen Israels; en de Levieten zullen Mijne zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En Ik, zieH2009, Ik heb de LevietenH3881 uit het middenH8432 van de kinderenH1121IsraelsH3478genomenH3947, in plaatsH8478 van allenH3605eerstgeboreneH1060, die de baarmoederH7358opentH6363, uit de kinderenH1121IsraelsH3478; en de LevietenH3881 zullen Mijne zijnH1961.En Ik, zie, Ik heb de Levieten uit het midden van de kinderen Israels genomen, in plaats van allen eerstgeborene, die de baarmoeder opent, uit de kinderen Israels; en de Levieten zullen Mijne zijn.
KJVAnd I, behold, I have taken3the Levites5from among6the children7of Israel8instead of all the firstborn11that openeth12the matrix13among the children14of Israel:15therefore the Levites
1וַאֲנִ֞יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who2הִנֵּ֧הH2009ziet, ziebehold, lo, see3לָקַ֣חְתִּיH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַלְוִיִּ֗םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite6מִתּוֹךְ֙H8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)7בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9תַּ֧חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11בְּכ֛וֹרH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)12פֶּ֥טֶרH6363opent, geboren, openingfirstling, openeth, such as open13רֶ֖חֶםH7358baarmoeder, baarmoeders, lijfmatrix, womb14מִבְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael16וְהָ֥יוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use17לִ֖י18הַלְוִיִּֽםH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite
13Want alle eerstgeborene is Mijn; van den dag, dat Ik alle eerstgeborenen in Egypteland sloeg, heb Ik Mij geheiligd alle eerstgeborenen in Israel, van de mensen tot de beesten; zij zullen Mijn zijn; Ik ben de HEERE!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Want alleH3605eerstgeboreneH1060 is Mijn; van den dagH3117, dat Ik alle eerstgeborenenH1060 in EgyptelandH776sloegH5221, heb Ik Mij geheiligdH6942alleH3605eerstgeborenenH1060 in IsraelH3478, van de mensenH120totH5704 de beestenH929; zij zullen Mijn zijn; IkH589 ben de HEEREH3068!Want alle eerstgeborene is Mijn; van den dag, dat Ik alle eerstgeborenen in Egypteland sloeg, heb Ik Mij geheiligd alle eerstgeborenen in Israel, van de mensen tot de beesten; zij zullen Mijn zijn; Ik ben de HEERE!
KJVBecause all the firstborn4are mine; for on the day5that I smote6all the firstborn8in the land9of Egypt10I hallowed11unto me all the firstborn14in Israel,15both man16and beast:18mine shall they be: I am the LORD.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2לִי֮3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4בְּכוֹר֒H1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)5בְּיוֹם֩H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6הַכֹּתִ֨יH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound7כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8בְּכ֜וֹרH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)9בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10מִצְרַ֗יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim11הִקְדַּ֨שְׁתִּיH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly12לִ֤י13כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14בְּכוֹר֙H1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)15בְּיִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael16מֵאָדָ֖םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person17עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet18בְּהֵמָ֑הH929beesten, vee, beestbeast, cattle19לִ֥י20יִהְי֖וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use21אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who22יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
14En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En de HEEREH3068sprakH1696totH413MozesH4872 in de woestijnH4057 van SinaiH5514, zeggendeH559:En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, zeggende:
KJVAnd the LORD2spake1unto Moses4in the wilderness5of Sinai,6saying,
15Tel de zonen van Levi naar het huis hunner vaderen, naar hun geslachten, al wat mannelijk is, van een maand oud en daarboven, die zult gij tellen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15TelH6485 de zonenH1121 van LeviH3878 naar het huisH1004 hunner vaderenH1, naar hun geslachtenH4940, alH3605 wat mannelijkH2145 is, van een maandH2320oudH1121 en daarboven, die zult gij tellenH6485.Tel de zonen van Levi naar het huis hunner vaderen, naar hun geslachten, al wat mannelijk is, van een maand oud en daarboven, die zult gij tellen.
KJVNumber1the children3of Levi4after the house5of their fathers,6by their families:7every male9from a month11old10and upward12shalt thou number
1פְּקֹד֙H6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4לֵוִ֔יH3878LeviLevi. See also H3879 (לֵוִי), H3881 (לֵוִיִּי)5לְבֵ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6אֲבֹתָ֖םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7לְמִשְׁפְּחֹתָ֑םH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9זָכָ֛רH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)10מִבֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11חֹ֥דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon12וָמַ֖עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very13תִּפְקְדֵֽםH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want
16En Mozes telde hen naar het bevel des HEEREN, gelijk hem geboden was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En MozesH4872teldeH6485 hen naar het bevelH6310 des HEERENH3068, gelijk hem gebodenH6680 was.En Mozes telde hen naar het bevel des HEEREN, gelijk hem geboden was.
KJVAnd Moses3numbered1them according to the word5of the LORD,6as he was commanded.
1וַיִּפְקֹ֥דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want2אֹתָ֛םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5פִּ֣יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word6יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7כַּאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8צֻוָּֽהH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order
17Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17DitH428 nu warenH1961 de zonenH1121 van LeviH3878 met hun namenH8034: GersonH1648, en KahathH6955, en MerariH4847.Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari.
KJVAnd these were the sons3of Levi4by their names;5Gershon,6and Kohath,7and Merari.
1וַיִּֽהְיוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2אֵ֥לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)3בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4לֵוִ֖יH3878LeviLevi. See also H3879 (לֵוִי), H3881 (לֵוִיִּי)5בִּשְׁמֹתָ֑םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report6גֵּרְשׁ֕וֹןH1648GersonGershon, Gershom7וּקְהָ֖תH6955Kahath, Kohath, KehathKohath8וּמְרָרִֽיH4847MerariMerari. See also H4848 (מְרָרִי)
18En dit zijn de namen der zonen van Gerson, naar hun geslachten: Libni en Simei.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En ditH428 zijn de namenH8034 der zonenH1121 van GersonH1648, naar hun geslachtenH4940: LibniH3845 en SimeiH8096.En dit zijn de namen der zonen van Gerson, naar hun geslachten: Libni en Simei.
KJVAnd these are the names2of the sons3of Gershon4by their families;5Libni,6and Shimei.
1וְאֵ֛לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2שְׁמ֥וֹתH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report3בְּֽנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4גֵרְשׁ֖וֹןH1648GersonGershon, Gershom5לְמִשְׁפְּחֹתָ֑םH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)6לִבְנִ֖יH3845LibniLibni7וְשִׁמְעִֽיH8096SimeiShimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi
19En de zonen van Kahath, naar hun geslachten; Amram en Izhar, Hebron en Uzziel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En de zonenH1121 van KahathH6955, naar hun geslachtenH4940; AmramH6019 en IzharH3324, HebronH2275 en UzzielH5816.En de zonen van Kahath, naar hun geslachten; Amram en Izhar, Hebron en Uzziel.
KJVAnd the sons1of Kohath2by their families;3Amram,4and Izehar,5Hebron,6and Uzziel.
1וּבְנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2קְהָ֖תH6955Kahath, Kohath, KehathKohath3לְמִשְׁפְּחֹתָ֑םH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)4עַמְרָ֣םH6019AmramAmram5וְיִצְהָ֔רH3324Jizhar, IzharIzhar6חֶבְר֖וֹןH2275HebronHebron7וְעֻזִּיאֵֽלH5816UzzielUzziel
20En de zonen van Merari, naar hun geslachten: Maheli en Musi; dit zijn de geslachten der Levieten, naar het huis hunner vaderen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En de zonenH1121 van MerariH4847, naar hunH1992geslachtenH4940: MaheliH4249 en MusiH4187; ditH428 zijn de geslachtenH4940 der LevietenH3881, naar het huisH1004 hunner vaderenH1.En de zonen van Merari, naar hun geslachten: Maheli en Musi; dit zijn de geslachten der Levieten, naar het huis hunner vaderen.
KJVAnd the sons1of Merari2by their families;3Mahli,4and Mushi.5These are7the families8of the Levites9according to the house10of their fathers.
1וּבְנֵ֧יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2מְרָרִ֛יH4847MerariMerari. See also H4848 (מְרָרִי)3לְמִשְׁפְּחֹתָ֖םH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)4מַחְלִ֣יH4249Maheli, Machli, MahliMahli5וּמוּשִׁ֑יH4187MusiMushi6אֵ֥לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)7הֵ֛םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye8מִשְׁפְּחֹ֥תH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)9הַלֵּוִ֖יH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite10לְבֵ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11אֲבֹתָֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
21Van Gerson was het geslacht der Libnieten, en het geslacht der Simeieten; dit zijn de geslachten der Gersonieten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Van GersonH1648 was het geslachtH4940 der LibnietenH3846, en het geslachtH4940 der SimeietenH8097; ditH428 zijn de geslachtenH4940 der GersonietenH1649.Van Gerson was het geslacht der Libnieten, en het geslacht der Simeieten; dit zijn de geslachten der Gersonieten.
KJVOf Gershon1was the family2of the Libnites,3and the family4of the Shimites:5these are the families8of the Gershonites.
1לְגֵ֣רְשׁ֔וֹןH1648GersonGershon, Gershom2מִשְׁפַּ֨חַת֙H4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)3הַלִּבְנִ֔יH3846LibnietenLibnites4וּמִשְׁפַּ֖חַתH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)5הַשִּׁמְעִ֑יH8097Simei, Simeietenof Shimi, Shimites6אֵ֣לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)7הֵ֔םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye8מִשְׁפְּחֹ֖תH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)9הַגֵּרְשֻׁנִּֽיH1649Gersonieten, GersonietGershonite, sons of Gershon
22Hun getelden in getal waren van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven; hun getelden waren zeven duizend en vijfhonderd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Hun geteldenH6485 in getalH4557 waren van alH3605 wat mannelijkH2145 was, van een maandH2320oudH1121 en daarboven; hun geteldenH6485 waren zevenH7651duizendH505 en vijfhonderdH2568.Hun getelden in getal waren van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven; hun getelden waren zeven duizend en vijfhonderd.
KJVThose that were numbered1of them, according to the number2of all the males,4from a month6old5and upward,7even those that were numbered8of them were seven9thousand10and five11hundred.
1פְּקֻדֵיהֶם֙H6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want2בְּמִסְפַּ֣רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4זָכָ֔רH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)5מִבֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6חֹ֖דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon7וָמָ֑עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very8פְּקֻ֣דֵיהֶ֔םH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want9שִׁבְעַ֥תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)10אֲלָפִ֖יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand11וַחֲמֵ֥שׁH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)12מֵאֽוֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore
23De geslachten der Gersonieten zullen zich legeren achter den tabernakel, westwaarts.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23De geslachtenH4940 der GersonietenH1649 zullen zich legerenH2583achterH310 den tabernakelH4908, westwaartsH3220.De geslachten der Gersonieten zullen zich legeren achter den tabernakel, westwaarts.
KJVThe families1of the Gershonites2shall pitch5behind3the tabernacle4westward.
1מִשְׁפְּחֹ֖תH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)2הַגֵּרְשֻׁנִּ֑יH1649Gersonieten, GersonietGershonite, sons of Gershon3אַחֲרֵ֧יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with4הַמִּשְׁכָּ֛ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent5יַחֲנ֖וּH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent6יָֽמָּהH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)
24De overste nu van het vaderlijke huis der Gersonieten zal zijn Eljasaf, de zoon van Lael.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24De oversteH5387 nu van het vaderlijkeH1huisH1004 der GersonietenH1649 zal zijn EljasafH460, de zoonH1121 van LaelH3815.De overste nu van het vaderlijke huis der Gersonieten zal zijn Eljasaf, de zoon van Lael.
KJVAnd the chief1of the house2of the father3of the Gershonites4shall be Eliasaph5the son6of Lael.
1וּנְשִׂ֥יאH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour2בֵֽיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)3אָ֖בH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4לַגֵּרְשֻׁנִּ֑יH1649Gersonieten, GersonietGershonite, sons of Gershon5אֶלְיָסָ֖ףH460EljasafEliasaph6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7לָאֵֽלH3815LaelLael
25En de wacht der zonen van Gerson in de tent der samenkomst zal zijn de tabernakel en de tent, haar deksel, en het deksel aan de deur van de tent der samenkomst;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En de wachtH4931 der zonenH1121 van GersonH1648 in de tentH168 der samenkomstH4150 zal zijn de tabernakelH4908 en de tentH168, haar deksel, en het deksel aan de deurH6607 van de tentH168 der samenkomstH4150;En de wacht der zonen van Gerson in de tent der samenkomst zal zijn de tabernakel en de tent, haar deksel, en het deksel aan de deur van de tent der samenkomst;
Ook in dit vers
dekselH4372
dekselH4539
KJVAnd the charge1of the sons2of Gershon3in the tabernacle4of the congregation5shall be the tabernacle,6and the tent,7the covering8thereof, and the hanging9for the door10of the tabernacle11of the congregation,
26En de behangselen des voorhofs, en het deksel van de deur des voorhofs, welke bij den tabernakel en bij het altaar rondom zijn; mitsgaders de zelen, tot zijn gansen dienst.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En de behangselenH7050 des voorhofsH2691, en het dekselH4539 van de deurH6607 des voorhofsH2691, welkeH834bijH5921 den tabernakelH4908 en bijH5921 het altaarH4196rondomH5439 zijn; mitsgaders de zelenH4340, tot zijn gansenH3605dienstH5656.En de behangselen des voorhofs, en het deksel van de deur des voorhofs, welke bij den tabernakel en bij het altaar rondom zijn; mitsgaders de zelen, tot zijn gansen dienst.
KJVAnd the hangings1of the court,2and the curtain4for the door5of the court,6which is by the tabernacle,9and by the altar11round about,12and the cords14of it for all the service
1וְקַלְעֵ֣יH7050behangselen, slinger, slingerstenenhanging, leaf, sling2הֶֽחָצֵ֗רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מָסַךְ֙H4539deksel, dekselscovering, curtain, hanging5פֶּ֣תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place6הֶֽחָצֵ֔רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village7אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הַמִּשְׁכָּ֛ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent10וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הַמִּזְבֵּ֖חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar12סָבִ֑יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side13וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14מֵֽיתָרָ֔יוH4340zelen, koorden, pezencord, string15לְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16עֲבֹדָתֽוֹH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought
27En van Kahath is het geslacht der Amramieten, en het geslacht der Izharieten, en het geslacht der Hebronieten, en het geslacht der Uzzielieten; dit zijn de geslachten der Kahathieten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En van KahathH6955 is het geslachtH4940 der AmramietenH6020, en het geslachtH4940 der IzharietenH3325, en het geslachtH4940 der HebronietenH2276, en het geslachtH4940 der UzzielietenH5817; ditH428 zijn de geslachtenH4940 der KahathietenH6956.En van Kahath is het geslacht der Amramieten, en het geslacht der Izharieten, en het geslacht der Hebronieten, en het geslacht der Uzzielieten; dit zijn de geslachten der Kahathieten.
KJVAnd of Kohath1was the family2of the Amramites,3and the family4of the Izeharites,5and the family6of the Hebronites,7and the family8of the Uzzielites:9these are the families12of the Kohathites.
1וְלִקְהָ֗תH6955Kahath, Kohath, KehathKohath2מִשְׁפַּ֤חַתH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)3הַֽעַמְרָמִי֙H6020AmramietenAmramite4וּמִשְׁפַּ֣חַתH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)5הַיִּצְהָרִ֔יH3325Jizharieten, IzharietenIzeharites, Izharites6וּמִשְׁפַּ֨חַת֙H4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)7הַֽחֶבְרֹנִ֔יH2276HebronietenHebronites8וּמִשְׁפַּ֖חַתH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)9הָֽעָזִּיאֵלִ֑יH5817UzzielietenUzzielites10אֵ֥לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)11הֵ֖םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye12מִשְׁפְּחֹ֥תH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)13הַקְּהָתִֽיH6956Kahathieten, Kohathieten, staKohathites
28In getal van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren acht duizend en zeshonderd, waarnemende de wacht des heiligdoms.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28In getalH4557 van alH3605 wat mannelijkH2145 was, van een maandH2320oudH1121 en daarboven, waren achtH8083duizendH505 en zeshonderdH8337, waarnemendeH8104 de wachtH4931 des heiligdomsH6944.In getal van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren acht duizend en zeshonderd, waarnemende de wacht des heiligdoms.
KJVIn the number1of all the males,3from a month5old4and upward,6were eight7thousand8and six9hundred,10keeping11the charge12of the sanctuary.
1בְּמִסְפַּר֙H4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3זָכָ֔רH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)4מִבֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5חֹ֖דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon6וָמָ֑עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very7שְׁמֹנַ֤תH8083acht, achttien, achthonderdeight(-een, -eenth), eighth8אֲלָפִים֙H505duizend, duizenden, twee duizendthousand9וְשֵׁ֣שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth10מֵא֔וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore11שֹׁמְרֵ֖יH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)12מִשְׁמֶ֥רֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch13הַקֹּֽדֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
29De geslachten der zonen van Kahath zullen zich legeren aan de zijde des tabernakels, zuidwaarts.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29De geslachtenH4940 der zonenH1121 van KahathH6955 zullen zich legerenH2583aanH5921 de zijde des tabernakelsH4908, zuidwaartsH8486.De geslachten der zonen van Kahath zullen zich legeren aan de zijde des tabernakels, zuidwaarts.
KJVThe families1of the sons2of Kohath3shall pitch4on the side6of the tabernacle7southward.
1מִשְׁפְּחֹ֥תH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)2בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3קְהָ֖תH6955Kahath, Kohath, KehathKohath4יַחֲנ֑וּH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent5עַ֛לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6יֶ֥רֶךְH3409heup, schacht, dij[idiom] body, loins, shaft, side, thigh7הַמִּשְׁכָּ֖ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent8תֵּימָֽנָהH8486zuiden, zuidwaarts, zuidenwindsouth (side, -ward, wind)
30De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van de Kahathieten, zal zijn Elisafan, de zoon van Uzziel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30De oversteH5387 nu van het vaderlijkeH1huisH1004 der geslachtenH4940 van de KahathietenH6956, zal zijn ElisafanH469, de zoonH1121 van UzzielH5816.De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van de Kahathieten, zal zijn Elisafan, de zoon van Uzziel.
KJVAnd the chief1of the house2of the father3of the families4of the Kohathites5shall be Elizaphan6the son7of Uzziel.
1וּנְשִׂ֥יאH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour2בֵֽיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)3אָ֖בH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4לְמִשְׁפְּחֹ֣תH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)5הַקְּהָתִ֑יH6956Kahathieten, Kohathieten, staKohathites6אֶלִיצָפָ֖ןH469Elizafan, Elzafan, ElisafanElizaphan, Elzaphan7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8עֻזִּיאֵֽלH5816UzzielUzziel
31Hun wacht nu zal zijn de ark, en de tafel, en de kandelaar, en de altaren en het gereedschap des heiligdoms, met hetwelk zij dienst doen, en het deksel, en al wat tot zijn dienst behoort.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Hun wachtH4931 nu zal zijn de arkH727, en de tafelH7979, en de kandelaarH4501, en de altarenH4196 en het gereedschapH3627 des heiligdomsH6944, met hetwelkH834 zij dienst doen, en het dekselH4539, en alH3605 wat tot zijn dienst behoort.Hun wacht nu zal zijn de ark, en de tafel, en de kandelaar, en de altaren en het gereedschap des heiligdoms, met hetwelk zij dienst doen, en het deksel, en al wat tot zijn dienst behoort.
Ook in dit vers
dienstH5656
dienstH8334
KJVAnd their charge1shall be the ark,2and the table,3and the candlestick,4and the altars,5and the vessels6of the sanctuary7wherewith they minister,9and the hanging,11and all the service
1וּמִשְׁמַרְתָּ֗םH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch2הָאָרֹ֤ןH727ark, kistark, chest, coffin3וְהַשֻּׁלְחָן֙H7979tafel, tafelen, tafelstable4וְהַמְּנֹרָ֣הH4501kandelaar, kandelaars, kandelarencandlestick5וְהַֽמִּזְבְּחֹ֔תH4196altaar, altaren, altaarsaltar6וּכְלֵ֣יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever7הַקֹּ֔דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary8אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9יְשָׁרְת֖וּH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on10בָּהֶ֑ם11וְהַ֨מָּסָ֔ךְH4539deksel, dekselscovering, curtain, hanging12וְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13עֲבֹדָתֽוֹH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought
32De overste nu der oversten van Levi zal zijn Eleazar, de zoon van Aaron, den priester; zijn opzicht zal zijn over degenen, die de wacht des heiligdoms waarnemen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32De oversteH5387 nu der overstenH5387 van LeviH3881 zal zijn EleazarH499, de zoonH1121 van AaronH175, den priesterH3548; zijn opzichtH6486 zal zijn over degenen, die de wachtH4931 des heiligdomsH6944waarnemenH8104.De overste nu der oversten van Levi zal zijn Eleazar, de zoon van Aaron, den priester; zijn opzicht zal zijn over degenen, die de wacht des heiligdoms waarnemen.
KJVAnd Eleazar4the son5of Aaron6the priest7shall be chief1over the chief2of the Levites,3and have the oversight8of them that keep9the charge10of the sanctuary.
1וּנְשִׂיא֙H5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour2נְשִׂיאֵ֣יH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour3הַלֵּוִ֔יH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite4אֶלְעָזָ֖רH499EleazarEleazar5בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6אַהֲרֹ֣ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron7הַכֹּהֵ֑ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer8פְּקֻדַּ֕תH6486bezoeking, opzicht, ambtaccount, (that have the) charge, custody, that which...laid up, numbers, office(-r), ordering, oversight, [phrase] prison, reckoning, visitation9שֹׁמְרֵ֖יH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)10מִשְׁמֶ֥רֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch11הַקֹּֽדֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
33Van Merari is het geslacht der Mahelieten, en het geslacht der Musieten; dit zijn de geslachten van Merari.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Van MerariH4847 is het geslachtH4940 der MahelietenH4250, en het geslachtH4940 der MusietenH4188; ditH428 zijn de geslachtenH4940 van MerariH4847.Van Merari is het geslacht der Mahelieten, en het geslacht der Musieten; dit zijn de geslachten van Merari.
KJVOf Merari1was the family2of the Mahlites,3and the family4of the Mushites:5these are the families8of Merari.
1לִמְרָרִ֕יH4847MerariMerari. See also H4848 (מְרָרִי)2מִשְׁפַּ֨חַת֙H4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)3הַמַּחְלִ֔יH4250Machlieten, MahelietenMahlites4וּמִשְׁפַּ֖חַתH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)5הַמּוּשִׁ֑יH4188Musieten, MuzietenMushites6אֵ֥לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)7הֵ֖םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye8מִשְׁפְּחֹ֥תH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)9מְרָרִֽיH4847MerariMerari. See also H4848 (מְרָרִי)
34En hun getelden in getal van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren zes duizend en tweehonderd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34En hun geteldenH6485 in getalH4557 van alH3605 wat mannelijkH2145 was, van een maandH2320oudH1121 en daarboven, waren zesH8337duizendH505 en tweehonderdH3967.En hun getelden in getal van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren zes duizend en tweehonderd.
KJVAnd those that were numbered1of them, according to the number2of all the males,4from a month6old5and upward,7were six8thousand9and two hundred.
1וּפְקֻדֵיהֶם֙H6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want2בְּמִסְפַּ֣רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4זָכָ֔רH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)5מִבֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6חֹ֖דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon7וָמָ֑עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very8שֵׁ֥שֶׁתH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth9אֲלָפִ֖יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand10וּמָאתָֽיִםH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore
35De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van Merari zal zijn Zuriel, de zoon van Abihail; zij zullen zich legeren aan de zijde des tabernakels, noordwaarts.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35De oversteH5387 nu van het vaderlijkeH1huisH1004 der geslachtenH4940 van MerariH4847 zal zijn ZurielH6700, de zoonH1121 van AbihailH32; zij zullen zich legerenH2583aanH5921 de zijde des tabernakelsH4908, noordwaartsH6828.De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van Merari zal zijn Zuriel, de zoon van Abihail; zij zullen zich legeren aan de zijde des tabernakels, noordwaarts.
KJVAnd the chief1of the house2of the father3of the families4of Merari5was Zuriel6the son7of Abihail:8these shall pitch12on the side10of the tabernacle11northward.
1וּנְשִׂ֤יאH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour2בֵֽיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)3אָב֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4לְמִשְׁפְּחֹ֣תH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)5מְרָרִ֔יH4847MerariMerari. See also H4848 (מְרָרִי)6צוּרִיאֵ֖לH6700ZurielZuriel7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8אֲבִיחָ֑יִלH32Abihail, AbichailAbihail9עַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10יֶ֧רֶךְH3409heup, schacht, dij[idiom] body, loins, shaft, side, thigh11הַמִּשְׁכָּ֛ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent12יַחֲנ֖וּH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent13צָפֹֽנָהH6828noorden, noordwaarts, Noordennorth(-ern, side, -ward, wind)
36En het opzicht der wachten van de zonen van Merari zal zijn over de berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten, en al zijn gereedschap, en al wat tot zijn dienst behoort;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36En het opzichtH6486 der wachtenH4931 van de zonenH1121 van MerariH4847 zal zijn over de berderenH7175 des tabernakelsH4908, en zijn richelenH1280, en zijn pilarenH5982, en zijn voetenH134, en alH3605 zijn gereedschapH3627, en alH3605 wat tot zijn dienstH5656 behoort;En het opzicht der wachten van de zonen van Merari zal zijn over de berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten, en al zijn gereedschap, en al wat tot zijn dienst behoort;
KJVAnd under the custody1and charge2of the sons3of Merari4shall be the boards5of the tabernacle,6and the bars7thereof, and the pillars8thereof, and the sockets9thereof, and all the vessels11thereof, and all that serveth
1וּפְקֻדַּ֣תH6486bezoeking, opzicht, ambtaccount, (that have the) charge, custody, that which...laid up, numbers, office(-r), ordering, oversight, [phrase] prison, reckoning, visitation2מִשְׁמֶרֶת֮H4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4מְרָרִי֒H4847MerariMerari. See also H4848 (מְרָרִי)5קַרְשֵׁי֙H7175berderen, berdbench, board6הַמִּשְׁכָּ֔ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent7וּבְרִיחָ֖יוH1280grendelen, richelen, grendelbar, fugitive8וְעַמֻּדָ֣יוH5982pilaren, pilaar, wolkkolom[idiom] apiece, pillar9וַאֲדָנָ֑יוH134voeten, grondvesten, voetfoundation, socket10וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11כֵּלָ֔יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever12וְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13עֲבֹדָתֽוֹH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought
37En de pilaren des voorhofs rondom, en hun voeten, en hun pennen, en hun zelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37En de pilarenH5982 des voorhofsH2691rondomH5439, en hun voetenH134, en hun pennenH3489, en hun zelenH4340.En de pilaren des voorhofs rondom, en hun voeten, en hun pennen, en hun zelen.
KJVAnd the pillars1of the court2round about,3and their sockets,4and their pins,5and their cords.
38Die nu zich legeren zullen voor den tabernakel oostwaarts, voor de tent der samenkomst, tegen den opgang, zullen zijn Mozes, en Aaron met zijn zonen, waarnemende de wacht des heiligdoms, voor de wacht der kinderen Israels; en de vreemde die nadert, zal gedood worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38Die nu zich legerenH2583 zullen voorH6440 den tabernakelH4908oostwaartsH6924, voorH6440 de tentH168 der samenkomstH4150, tegen den opgangH4217, zullen zijn MozesH4872, en AaronH175 met zijn zonenH1121, waarnemendeH8104 de wachtH4931 des heiligdomsH4720, voor de wachtH4931 der kinderenH1121IsraelsH3478; en de vreemdeH2114 die nadertH7131, zal gedoodH4191 worden.Die nu zich legeren zullen voor den tabernakel oostwaarts, voor de tent der samenkomst, tegen den opgang, zullen zijn Mozes, en Aaron met zijn zonen, waarnemende de wacht des heiligdoms, voor de wacht der kinderen Israels; en de vreemde die nadert, zal gedood worden.
KJVBut those that encamp1before2the tabernacle3toward the east,4even before5the tabernacle6of the congregation7eastward,8shall be Moses,9and Aaron10and his sons,11keeping12the charge13of the sanctuary14for the charge15of the children16of Israel;17and the stranger18that cometh nighshall be put to death.
1וְהַחֹנִ֣יםH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent2לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you3הַמִּשְׁכָּ֡ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent4קֵ֣דְמָהH6924oosten, ouds, oostwaartsaforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה)5לִפְנֵי֩H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6אֹֽהֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent7מוֹעֵ֨דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)8מִזְרָ֜חָהH4217oosten, opgang, oostwaartseast (side, -ward), (sun-) rising (of the sun)9מֹשֶׁ֣הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses10וְאַהֲרֹ֣ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron11וּבָנָ֗יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12שֹֽׁמְרִים֙H8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)13מִשְׁמֶ֣רֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch14הַמִּקְדָּ֔שׁH4720heiligdom, heiligdoms, heiligdommenchapel, hallowed part, holy place, sanctuary15לְמִשְׁמֶ֖רֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch16בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael18וְהַזָּ֥רH2114vreemde, vreemden, vreemd(come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman)19הַקָּרֵ֖בH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take20יוּמָֽתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
39Alle getelden der Levieten, welke Mozes en Aaron, op het bevel des HEEREN, naar hun geslachten, geteld hebben, al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren twee en twintig duizend.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39AlleH3605geteldenH6485 der LevietenH3881, welke MozesH4872 en AaronH175, opH5921 het bevelH6310 des HEERENH3068, naar hun geslachtenH4940, geteldH6485 hebben, alH3605 wat mannelijkH2145 was, van een maandH2320oudH1121 en daarboven, waren tweeH8147 en twintigH6242duizendH505.Alle getelden der Levieten, welke Mozes en Aaron, op het bevel des HEEREN, naar hun geslachten, geteld hebben, al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren twee en twintig duizend.
KJVAll that were numbered2of the Levites,3which Moses6and Aaron7numbered5at the commandment9of the LORD,10throughout their families,11all the males13from a month15old14and upward,16were twenty18and two17thousand.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2פְּקוּדֵ֨יH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want3הַלְוִיִּ֜םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite4אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5פָּקַ֨דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want6מֹשֶׁ֧הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses7וְׄאַׄהֲׄרֹ֛ׄןׄH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9פִּ֥יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word10יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11לְמִשְׁפְּחֹתָ֑םH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13זָכָר֙H2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)14מִבֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15חֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon16וָמַ֔עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very17שְׁנַ֥יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two18וְעֶשְׂרִ֖יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)19אָֽלֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand
40En de HEERE zeide tot Mozes: Tel alle eerstgeborenen, wat mannelijk is onder de kinderen Israels, van een maand oud en daarboven; en neem het getal hunner namen op.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40En de HEEREH3068zeideH559totH413MozesH4872: TelH6485alleH3605eerstgeborenenH1060, wat mannelijkH2145 is onder de kinderenH1121IsraelsH3478, van een maandH2320oudH1121 en daarboven; en neemH5375 het getalH4557 hunner namenH8034 op.En de HEERE zeide tot Mozes: Tel alle eerstgeborenen, wat mannelijk is onder de kinderen Israels, van een maand oud en daarboven; en neem het getal hunner namen op.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4Number5all the firstborn7of the males8of the children9of Israel10from a month12old11and upward,13and take14the number16of their names.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5פְּקֹ֨דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7בְּכֹ֤רH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)8זָכָר֙H2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)9לִבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11מִבֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12חֹ֖דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon13וָמָ֑עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very14וְשָׂ֕אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield15אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16מִסְפַּ֥רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time17שְׁמֹתָֽםH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report
41En gij zult voor Mij de Levieten nemen (Ik ben de HEERE!), in plaats van alle eerstgeborenen onder de kinderen Israels, en de beesten der Levieten, in plaats van alle eerstgeborenen onder de beesten der kinderen Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41En gij zult voor Mij de LevietenH3881nemenH3947 (IkH589 ben de HEEREH3068!), in plaatsH8478 van alleH3605eerstgeborenenH1060 onder de kinderenH1121IsraelsH3478, en de beestenH929 der LevietenH3881, in plaatsH8478 van alleH3605eerstgeborenenH1060 onder de beestenH929 der kinderenH1121IsraelsH3478.En gij zult voor Mij de Levieten nemen (Ik ben de HEERE!), in plaats van alle eerstgeborenen onder de kinderen Israels, en de beesten der Levieten, in plaats van alle eerstgeborenen onder de beesten der kinderen Israels.
KJVAnd thou shalt take1the Levites3for me (I am the LORD)6instead of all the firstborn9among the children10of Israel;11and the cattle13of the Levites14instead of all the firstlings17among the cattle18of the children19of Israel.
1וְלָקַחְתָּ֨H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַלְוִיִּ֥םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite4לִי֙5אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who6יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7תַּ֥חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9בְּכֹ֖רH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)10בִּבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13בֶּהֱמַ֣תH929beesten, vee, beestbeast, cattle14הַלְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite15תַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17בְּכ֔וֹרH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)18בְּבֶהֱמַ֖תH929beesten, vee, beestbeast, cattle19בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth20יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
42Mozes dan telde, gelijk als de HEERE hem geboden had, alle eerstgeborenen onder de kinderen Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42MozesH4872 dan teldeH6485, gelijk als de HEEREH3068 hem gebodenH6680 had, alleH3605eerstgeborenenH1060 onder de kinderenH1121IsraelsH3478.Mozes dan telde, gelijk als de HEERE hem geboden had, alle eerstgeborenen onder de kinderen Israels.
KJVAnd Moses2numbered,1as the LORD5commanded4him, all the firstborn9among the children10of Israel.
1וַיִּפְקֹ֣דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want2מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order5יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֹת֑וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9בְּכֹ֖רH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)10בִּבְנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
43En alle eerstgeborenen, die mannelijk waren, in het getal der namen, van een maand oud en daarboven, naar hun getelden, waren twee en twintig duizend tweehonderd en drie en zeventig.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43En alleH3605eerstgeborenenH1060, die mannelijkH2145warenH1961, in het getalH4557 der namenH8034, van een maandH2320oudH1121 en daarboven, naar hun geteldenH6485, waren tweeH8147 en twintigH6242duizendH505tweehonderdH3967 en drieH7969 en zeventigH7657.En alle eerstgeborenen, die mannelijk waren, in het getal der namen, van een maand oud en daarboven, naar hun getelden, waren twee en twintig duizend tweehonderd en drie en zeventig.
KJVAnd all the firstborn3males4by the number5of names,6from a month8old7and upward,9of those that were numbered10of them, were twenty12and two11thousand13two hundred16and threescore and thirteen.15
1וַיְהִי֩H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3בְּכ֨וֹרH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)4זָכָ֜רH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)5בְּמִסְפַּ֥רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time6שֵׁמ֛וֹתH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report7מִבֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8חֹ֥דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon9וָמַ֖עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very10לִפְקֻדֵיהֶ֑םH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want11שְׁנַ֤יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two12וְעֶשְׂרִים֙H6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)13אֶ֔לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand14שְׁלֹשָׁ֥הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)15וְשִׁבְעִ֖יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)16וּמָאתָֽיִםH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44En de HEEREH3068sprakH1696totH413MozesH4872, zeggendeH559:En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
45Neem de Levieten, in plaats van alle eerstgeboorte onder de kinderen Israels, en de beesten der Levieten, in plaats van hun beesten; want de Levieten zullen Mijn zijn; Ik ben de HEERE!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45NeemH3947 de LevietenH3881, in plaatsH8478 van alleH3605eerstgeboorteH1060 onder de kinderenH1121IsraelsH3478, en de beestenH929 der LevietenH3881, in plaatsH8478 van hun beestenH929; want de LevietenH3881 zullen Mijn zijnH1961; IkH589 ben de HEEREH3068!Neem de Levieten, in plaats van alle eerstgeboorte onder de kinderen Israels, en de beesten der Levieten, in plaats van hun beesten; want de Levieten zullen Mijn zijn; Ik ben de HEERE!
KJVTake1the Levites3instead of all the firstborn6among the children7of Israel,8and the cattle10of the Levites11instead of their cattle;13and the Levites16shall be mine: I am the LORD.
1קַ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַלְוִיִּ֗םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite4תַּ֤חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6בְּכוֹר֙H1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)7בִּבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10בֶּהֱמַ֥תH929beesten, vee, beestbeast, cattle11הַלְוִיִּ֖םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite12תַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with13בְּהֶמְתָּ֑םH929beesten, vee, beestbeast, cattle14וְהָיוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15לִ֥י16הַלְוִיִּ֖םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite17אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who18יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
46Aangaande de tweehonderd drie en zeventig, die gelost zullen worden, die overschieten, boven de Levieten, van de eerstgeborenen van de kinderen Israels;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46Aangaande de tweehonderdH3967drieH7969 en zeventigH7657, die gelostH6302 zullen worden, die overschietenH5736, bovenH5921 de LevietenH3881, van de eerstgeborenenH1060 van de kinderenH1121IsraelsH3478;Aangaande de tweehonderd drie en zeventig, die gelost zullen worden, die overschieten, boven de Levieten, van de eerstgeborenen van de kinderen Israels;
KJVAnd for those that are to be redeemed2of the two hundred5and threescore and thirteen4of the firstborn9of the children10of Israel,11which are more6than7the Levites;
1וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2פְּדוּיֵ֣יH6302gelosten, gelost(that are) to be (that were) redeemed3הַשְּׁלֹשָׁ֔הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)4וְהַשִּׁבְעִ֖יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)5וְהַמָּאתָ֑יִםH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore6הָעֹֽדְפִים֙H5736overschiet, overschieten, blijftbe more, odd number, be (have) over (and above), overplus, remain7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הַלְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite9מִבְּכ֖וֹרH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)10בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
47Gij zult voor elk hoofd vijf sikkels nemen; naar den sikkel des heiligdoms zult gij ze nemen; die sikkel is twintig gera.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
47Gij zult voor elk hoofdH1538vijfH2568sikkelsH8255nemenH3947; naar den sikkelH8255 des heiligdomsH6944 zult gij ze nemenH3947; die sikkelH8255 is twintigH6242geraH1626.Gij zult voor elk hoofd vijf sikkels nemen; naar den sikkel des heiligdoms zult gij ze nemen; die sikkel is twintig gera.
KJVThou shalt even take1five2shekels4apiece by the poll,5after the shekel6of the sanctuary7shalt thou take8them: (the shekel11is twenty9gerahs:)
48En gij zult dat geld aan Aaron en zijn zonen geven, het geld der gelosten die onder hen overschieten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
48En gij zult dat geldH3701 aan AaronH175 en zijn zonenH1121gevenH5414, het geld der gelostenH6302 die onder hen overschietenH5736.En gij zult dat geld aan Aaron en zijn zonen geven, het geld der gelosten die onder hen overschieten.
KJVAnd thou shalt give1the money,2wherewith the odd number6of them is to be redeemed,5unto Aaron3and to his sons.
1וְנָתַתָּ֣הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2הַכֶּ֔סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)3לְאַהֲרֹ֖ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron4וּלְבָנָ֑יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5פְּדוּיֵ֕יH6302gelosten, gelost(that are) to be (that were) redeemed6הָעֹדְפִ֖יםH5736overschiet, overschieten, blijftbe more, odd number, be (have) over (and above), overplus, remain7בָּהֶֽם
49Toen nam Mozes dat losgeld van degenen, die overschoten boven de gelosten door de Levieten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
49Toen namH3947MozesH4872 dat losgeldH6306vanH854 degenen, die overschotenH5736bovenH5921 de gelostenH6302 door de LevietenH3881.Toen nam Mozes dat losgeld van degenen, die overschoten boven de gelosten door de Levieten.
KJVAnd Moses2took1the redemption5money4of them that were over7and above them that were redeemed9by the Levites:
1וַיִּקַּ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כֶּ֣סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)5הַפִּדְי֑וֹםH6306losgeld, lossingransom, that were redeemed, redemption6מֵאֵת֙H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix7הָעֹ֣דְפִ֔יםH5736overschiet, overschieten, blijftbe more, odd number, be (have) over (and above), overplus, remain8עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9פְּדוּיֵ֥יH6302gelosten, gelost(that are) to be (that were) redeemed10הַלְוִיִּֽםH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite
50Van de eerstgeborenen van de kinderen Israels nam hij dat geld, duizend driehonderd vijf en zestig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
50Van de eerstgeborenenH1060 van de kinderenH1121IsraelsH3478namH3947 hij dat geldH3701, duizendH505driehonderdH7969vijfH2568 en zestigH8346 sikkelen, naar den sikkelH8255 des heiligdomsH6944.Van de eerstgeborenen van de kinderen Israels nam hij dat geld, duizend driehonderd vijf en zestig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms.
KJVOf the firstborn2of the children3of Israel4took5he the money;7a thousand12three10hundred11and threescore9and five8shekels, after the shekel13of the sanctuary:
1מֵאֵ֗תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix2בְּכ֛וֹרH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)3בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5לָקַ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַכָּ֑סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)8חֲמִשָּׁ֨הH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)9וְשִׁשִּׁ֜יםH8346zestigsixty, three score10וּשְׁלֹ֥שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)11מֵא֛וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore12וָאֶ֖לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand13בְּשֶׁ֥קֶלH8255sikkelen, sikkel, sikkelsshekel14הַקֹּֽדֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
51En Mozes gaf dat geld der gelosten aan Aaron en aan zijn zonen, naar het bevel des HEEREN, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
51En MozesH4872gafH5414datH834geldH3701 der gelostenH6302 aan AaronH175 en aan zijn zonenH1121, naar het bevelH6310 des HEERENH3068, gelijk als de HEEREH3068MozesH4872gebodenH6680 had.En Mozes gaf dat geld der gelosten aan Aaron en aan zijn zonen, naar het bevel des HEEREN, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
KJVAnd Moses2gave1the money4of them that were redeemed5unto Aaron6and to his sons,7according to the word9of the LORD,10as the LORD13commanded12Moses.
1וַיִּתֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2מֹשֶׁ֜הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כֶּ֧סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)5הַפְּדֻיִ֛םH6302gelosten, gelost(that are) to be (that were) redeemed6לְאַהֲרֹ֥ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron7וּלְבָנָ֖יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9פִּ֣יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word10יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order13יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Numeri 3:1— Dit nu zijn de geboorten van Aaron en Mozes; ten dage als de HEERE met Mozes gesproken heeft op den berg Sinai.Exodus 6:20→Mattheüs 1:1→Exodus 6:27→Genesis 10:1→Genesis 2:4→Genesis 5:1→Leviticus 25:1→Exodus 6:16→
Numeri 3:2— En dit zijn de namen der zonen van Aaron: de eerstgeborene, Nadab, daarna Abihu, Eleazar, en Ithamar.Exodus 6:23→Numeri 26:60→1 Kronieken 24:1→1 Kronieken 6:3→Exodus 28:1→
Numeri 3:3— Dit zijn de namen der zonen van Aaron, der priesteren, die gezalfd waren, welker hand men gevuld had, om het priesterambt te bedienen.Exodus 28:41→Leviticus 8:1→Leviticus 8:12→Leviticus 8:30→Hebreeën 7:28→Exodus 29:1→Exodus 40:15→Exodus 40:13→
Numeri 3:4— Maar Nadab en Abihu stierven voor het aangezicht des HEEREN, als zij vreemd vuur voor het aangezicht des HEEREN in de woestijn van Sinai brachten, en hadden geen kinderen, doch Eleazar en Ithamar bedienden het priesterambt voor het aangezicht van hun vader Aaron.Leviticus 10:1→Numeri 26:61→
Numeri 3:6— Doe den stam van Levi naderen, en stel hem voor het aangezicht van den priester Aaron, opdat zij hem dienen;Numeri 8:6→Maleachi 2:4→Deuteronomium 10:8→Numeri 1:49→Deuteronomium 33:8→Numeri 18:1→Numeri 2:33→Numeri 2:17→
Numeri 3:7— En dat zij waarnemen zijn wacht, en de wacht der gehele vergadering, voor de tent der samenkomst, om den dienst des tabernakels te bedienen;Numeri 1:50→Numeri 8:15→Numeri 8:11→1 Kronieken 23:28→Numeri 3:32→Numeri 31:30→1 Kronieken 26:20→1 Kronieken 26:26→
Numeri 3:8— En dat zij al het gereedschap van de tent der samenkomst, en de wacht der kinderen Israels waarnemen, om den dienst des tabernakels te bedienen.Numeri 4:15→Jesaja 52:11→Numeri 10:21→Numeri 10:17→1 Kronieken 26:20→Numeri 4:33→Numeri 4:28→Ezra 8:24→
Numeri 3:9— Gij zult dan, aan Aaron en aan zijn zonen, de Levieten geven; zij zijn gegeven, zij zijn hem gegeven uit de kinderen Israels.Numeri 8:19→Efeze 4:8→Efeze 4:11→Numeri 18:6→
Numeri 3:10— Maar Aaron en zijn zonen zult gij stellen, dat zij hun priesterambt waarnemen; en de vreemde, die nadert, zal gedood worden.Numeri 1:51→Numeri 18:7→Numeri 3:38→Romeinen 12:7→Handelingen 6:3→1 Kronieken 6:32→Numeri 16:40→Numeri 16:35→
Numeri 3:12— En Ik, zie, Ik heb de Levieten uit het midden van de kinderen Israels genomen, in plaats van allen eerstgeborene, die de baarmoeder opent, uit de kinderen Israels; en de Levieten zullen Mijne zijn.Numeri 3:41→Numeri 8:16→Numeri 8:18→Numeri 3:45→Numeri 18:6→Exodus 13:2→
Numeri 3:13— Want alle eerstgeborene is Mijn; van den dag, dat Ik alle eerstgeborenen in Egypteland sloeg, heb Ik Mij geheiligd alle eerstgeborenen in Israel, van de mensen tot de beesten; zij zullen Mijn zijn; Ik ben de HEERE!Exodus 13:2→Exodus 13:12→Exodus 13:15→Leviticus 27:26→Numeri 8:16→Numeri 18:15→Exodus 12:29→Ezechiël 44:30→
Numeri 3:15— Tel de zonen van Levi naar het huis hunner vaderen, naar hun geslachten, al wat mannelijk is, van een maand oud en daarboven, die zult gij tellen.Numeri 26:62→Markus 10:14→Numeri 3:39→Numeri 3:28→Spreuken 8:17→Numeri 3:22→Numeri 3:43→Numeri 18:15→
Numeri 3:16— En Mozes telde hen naar het bevel des HEEREN, gelijk hem geboden was.Numeri 3:39→Numeri 4:37→Deuteronomium 21:5→Genesis 45:21→Numeri 4:27→Numeri 4:41→Numeri 3:51→Numeri 4:45→
Numeri 3:17— Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari.Genesis 46:11→Exodus 6:16→Numeri 26:57→Numeri 23:6→1 Kronieken 6:1→Jozua 21:1→Numeri 24:1→Numeri 15:5→
Numeri 3:18— En dit zijn de namen der zonen van Gerson, naar hun geslachten: Libni en Simei.1 Kronieken 6:17→Exodus 6:17→Nehemia 12:1→1 Kronieken 26:1→Numeri 3:21→1 Kronieken 6:20→1 Kronieken 23:7→1 Kronieken 25:4→
Numeri 3:19— En de zonen van Kahath, naar hun geslachten; Amram en Izhar, Hebron en Uzziel.Exodus 6:18→1 Kronieken 6:18→1 Kronieken 26:1→1 Kronieken 25:4→1 Kronieken 15:5→Numeri 3:27→Exodus 6:20→Nehemia 12:1→
Numeri 3:20— En de zonen van Merari, naar hun geslachten: Maheli en Musi; dit zijn de geslachten der Levieten, naar het huis hunner vaderen.Exodus 6:19→1 Kronieken 6:19→1 Kronieken 24:27→1 Kronieken 6:29→Numeri 3:33→1 Kronieken 6:44→1 Kronieken 23:21→1 Kronieken 15:6→
Numeri 3:22— Hun getelden in getal waren van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven; hun getelden waren zeven duizend en vijfhonderd.Numeri 4:38→
Numeri 3:23— De geslachten der Gersonieten zullen zich legeren achter den tabernakel, westwaarts.Numeri 1:53→Numeri 2:17→
Numeri 3:25— En de wacht der zonen van Gerson in de tent der samenkomst zal zijn de tabernakel en de tent, haar deksel, en het deksel aan de deur van de tent der samenkomst;Exodus 25:9→1 Kronieken 9:14→1 Kronieken 26:21→2 Kronieken 31:2→Exodus 40:28→Numeri 3:7→Exodus 36:8→Exodus 36:37→
Numeri 3:26— En de behangselen des voorhofs, en het deksel van de deur des voorhofs, welke bij den tabernakel en bij het altaar rondom zijn; mitsgaders de zelen, tot zijn gansen dienst.Exodus 35:18→Exodus 27:9→Exodus 38:9→
Numeri 3:27— En van Kahath is het geslacht der Amramieten, en het geslacht der Izharieten, en het geslacht der Hebronieten, en het geslacht der Uzzielieten; dit zijn de geslachten der Kahathieten.1 Kronieken 26:23→1 Kronieken 23:12→Numeri 3:19→
Numeri 3:28— In getal van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren acht duizend en zeshonderd, waarnemende de wacht des heiligdoms.Numeri 4:35→Numeri 3:31→Numeri 3:7→
Numeri 3:29— De geslachten der zonen van Kahath zullen zich legeren aan de zijde des tabernakels, zuidwaarts.Numeri 1:53→Numeri 2:10→Numeri 3:23→
Numeri 3:31— Hun wacht nu zal zijn de ark, en de tafel, en de kandelaar, en de altaren en het gereedschap des heiligdoms, met hetwelk zij dienst doen, en het deksel, en al wat tot zijn dienst behoort.Exodus 31:1→Exodus 40:2→Exodus 40:30→Numeri 4:4→Exodus 36:35→Exodus 26:31→Exodus 39:33→Exodus 25:10→
Numeri 3:32— De overste nu der oversten van Levi zal zijn Eleazar, de zoon van Aaron, den priester; zijn opzicht zal zijn over degenen, die de wacht des heiligdoms waarnemen.2 Koningen 25:18→1 Kronieken 9:14→Numeri 4:16→Numeri 4:27→1 Kronieken 26:20→Numeri 20:25→
Numeri 3:33— Van Merari is het geslacht der Mahelieten, en het geslacht der Musieten; dit zijn de geslachten van Merari.1 Kronieken 6:19→Numeri 3:20→1 Kronieken 23:21→
Numeri 3:34— En hun getelden in getal van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren zes duizend en tweehonderd.Numeri 1:21→Numeri 2:11→Numeri 2:9→
Numeri 3:35— De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van Merari zal zijn Zuriel, de zoon van Abihail; zij zullen zich legeren aan de zijde des tabernakels, noordwaarts.Numeri 2:25→Numeri 1:53→Numeri 3:28→
Numeri 3:36— En het opzicht der wachten van de zonen van Merari zal zijn over de berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten, en al zijn gereedschap, en al wat tot zijn dienst behoort;Exodus 26:32→Exodus 26:37→Exodus 39:33→Exodus 35:11→Exodus 26:15→Exodus 38:17→Exodus 36:36→Exodus 35:18→
Numeri 3:38— Die nu zich legeren zullen voor den tabernakel oostwaarts, voor de tent der samenkomst, tegen den opgang, zullen zijn Mozes, en Aaron met zijn zonen, waarnemende de wacht des heiligdoms, voor de wacht der kinderen Israels; en de vreemde die nadert, zal gedood worden.Numeri 3:10→Numeri 1:53→Numeri 2:3→Numeri 3:23→Numeri 1:51→1 Kronieken 6:48→Numeri 18:1→Numeri 3:29→
Numeri 3:39— Alle getelden der Levieten, welke Mozes en Aaron, op het bevel des HEEREN, naar hun geslachten, geteld hebben, al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren twee en twintig duizend.Numeri 26:62→Mattheüs 7:14→Numeri 4:47→
Numeri 3:40— En de HEERE zeide tot Mozes: Tel alle eerstgeborenen, wat mannelijk is onder de kinderen Israels, van een maand oud en daarboven; en neem het getal hunner namen op.Numeri 3:15→Numeri 3:45→Exodus 32:26→Numeri 3:12→Openbaring 3:5→Openbaring 14:4→Hebreeën 12:23→Psalmen 87:6→
Numeri 3:41— En gij zult voor Mij de Levieten nemen (Ik ben de HEERE!), in plaats van alle eerstgeborenen onder de kinderen Israels, en de beesten der Levieten, in plaats van alle eerstgeborenen onder de beesten der kinderen Israels.Numeri 3:12→Numeri 3:45→Mattheüs 20:28→Exodus 24:5→Numeri 18:15→Exodus 32:26→Numeri 8:16→1 Timotheüs 2:6→
Numeri 3:43— En alle eerstgeborenen, die mannelijk waren, in het getal der namen, van een maand oud en daarboven, naar hun getelden, waren twee en twintig duizend tweehonderd en drie en zeventig.Numeri 3:39→
Numeri 3:45— Neem de Levieten, in plaats van alle eerstgeboorte onder de kinderen Israels, en de beesten der Levieten, in plaats van hun beesten; want de Levieten zullen Mijn zijn; Ik ben de HEERE!Numeri 3:12→Numeri 3:40→
Numeri 3:46— Aangaande de tweehonderd drie en zeventig, die gelost zullen worden, die overschieten, boven de Levieten, van de eerstgeborenen van de kinderen Israels;Exodus 13:13→Numeri 18:15→
Numeri 3:47— Gij zult voor elk hoofd vijf sikkels nemen; naar den sikkel des heiligdoms zult gij ze nemen; die sikkel is twintig gera.Exodus 30:13→Leviticus 27:6→Numeri 18:16→Leviticus 27:25→Ezechiël 45:12→Numeri 3:50→
Numeri 3:50— Van de eerstgeborenen van de kinderen Israels nam hij dat geld, duizend driehonderd vijf en zestig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms.Numeri 3:46→Mattheüs 20:28→1 Petrus 3:18→Titus 2:14→Hebreeën 9:12→1 Timotheüs 2:5→1 Petrus 1:18→
Numeri 3:51— En Mozes gaf dat geld der gelosten aan Aaron en aan zijn zonen, naar het bevel des HEEREN, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.Numeri 3:48→1 Samuël 12:3→Maleachi 4:4→Handelingen 20:33→Numeri 16:15→1 Petrus 5:2→1 Korinthe 9:12→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Numeri 3 vers 1— Dit nu zijn de geboorten van Aaron en Mozes; ten dage als de HEERE met Mozes gesproken heeft op den berg Sinai.
geboorten van Aäron en Mozes;
Versta door geboorten, het verhaal, niet alleen van enige personen, als van Mozes en Aäron, mitsgaders zijn zonen en de Levieten, maar ook van hetgeen onder hen door Gods ordinantie zich toegedragen heeft. Alzo is dit woord genomen Gen. 6:9, en Gen. 25:19; zie ook Gen. 37:2, met de aantekeningen daarop.
Hertaald:geboorten van Aäron en Mozes;
Versta onder geboorten het verhaal, niet alleen van bepaalde personen, zoals Mozes en Aäron, met zijn zonen en de Levieten, maar ook van wat er onder hen gebeurd is door Gods beschikking. Zo wordt dit woord ook gebruikt in Gen. 6:9 en Gen. 25:19; zie ook Gen. 37:2, met de aantekeningen daarbij.
Numeri 3 vers 3— Dit zijn de namen der zonen van Aaron, der priesteren, die gezalfd waren, welker hand men gevuld had, om het priesterambt te bedienen.
welker hand men
Dat is, die men gewijd had tot de bediening des priesterdoms. Zie de verklaring van deze manier van spreken Lev. 7:37, idem zie Ex. 28:41, en Ex. 29:9.
Hertaald:welker hand men
Dat is: die men gewijd had voor de bediening van het priesterschap. Zie de uitleg van deze manier van spreken bij Lev. 7:37, en zie Ex. 28:41 en Ex. 29:9.
Numeri 3 vers 4— Maar Nadab en Abihu stierven voor het aangezicht des HEEREN, als zij vreemd vuur voor het aangezicht des HEEREN in de woestijn van Sinai brachten, en hadden geen kinderen, doch Eleazar en Ithamar bedienden het priesterambt voor het aangezicht van hun vader Aaron.
voor het aangezicht des HEEREN,
Zie Lev. 10:2.
Hertaald:voor het aangezicht des HEEREN,
Zie Lev. 10:2.
vreemd vuur
Zie Lev. 10:1.
Hertaald:vreemd vuur
Zie Lev. 10:1.
voor het aangezicht van hun vader Aäron
Dat is, terwijl hun vader nog in het leven was. Zie gelijke manier van spreken Gen. 11:28.
Hertaald:voor het aangezicht van hun vader Aäron
Dat is: terwijl hun vader nog leefde. Zie een vergelijkbare manier van spreken in Gen. 11:28.
Numeri 3 vers 7— En dat zij waarnemen zijn wacht, en de wacht der gehele vergadering, voor de tent der samenkomst, om den dienst des tabernakels te bedienen;
waarnemen zijn wacht,
Of, zijn bevel en last onderhouden. Hebreeuws, onderhouden zijn onderhouding. Zie dezelfde manier van spreken, onder, vs.8, 28, 32, 38, en Num. 9:19, idem, zie Lev. 8:35.
Hertaald:waarnemen zijn wacht,
Of: zijn bevel en opdracht naleven. Hebreeuws: onderhouden hun onderhouding. Zie dezelfde manier van spreken hieronder, vers 8, 28, 32, 38, en Num. 9:19; zie ook Lev. 8:35.
gehele vergadering,
Dat is, die de gehele vergadering moesten waarnemen, in wier naam de eerstgeborenen der Israëlieten tevoren de bezorging hadden, gelijk Ex. 19:22 te zien is. Maar nu voortaan wordt dit ambt den Levieten opgelegd. Zie boven, Num. 1:53, en vergelijk onder, vs.38, en Num. 16:9.
Hertaald:gehele vergadering,
Dat is: die de hele gemeente moesten dienen, wier taak eerder bij de eerstgeborenen van de Israëlieten lag, zoals te zien is in Ex. 19:22. Maar voortaan wordt dit ambt aan de Levieten toevertrouwd. Zie hierboven, Num. 1:53, en vergelijk hieronder, vers 38, en Num. 16:9.
Numeri 3 vers 8— En dat zij al het gereedschap van de tent der samenkomst, en de wacht der kinderen Israels waarnemen, om den dienst des tabernakels te bedienen.
der kinderen Israëls waarnemen,
Dat is, die de kinderen Israëls tevoren zelf door hun eerstgeborenen te bewaren toestond.
Hertaald:der kinderen Israëls waarnemen,
Dat is: wat de Israëlieten eerder zelf door hun eerstgeborenen lieten bewaren.
Numeri 3 vers 10— Maar Aaron en zijn zonen zult gij stellen, dat zij hun priesterambt waarnemen; en de vreemde, die nadert, zal gedood worden.
vreemde, die nadert,
Dat is, die niet is van het priesterlijke huis, denwelken het niet geoorloofd was het priesterambt te bedienen. Zie ook onder, vs.38, en Num. 16:40, idem, vergelijk Lev. 22:10.
Hertaald:vreemde, die nadert,
Dat is: die niet van het priesterlijke huis is, aan wie het niet was toegestaan het priesterambt te bedienen. Zie ook hieronder, vers 38, en Num. 16:40; vergelijk ook Lev. 22:10.
Numeri 3 vers 12— En Ik, zie, Ik heb de Levieten uit het midden van de kinderen Israels genomen, in plaats van allen eerstgeborene, die de baarmoeder opent, uit de kinderen Israels; en de Levieten zullen Mijne zijn.
die de baarmoeder opent,
Hebreeuws, opening der baarmoeder; zo worden genaamd de mensen en beesten, die het eerst uit hunne moeder geboren worden; Ex. 13:2, en Ex. 34:19, en onder, Num. 18:15.
Hertaald:die de baarmoeder opent,
Hebreeuws: opening van de baarmoeder; zo worden mensen en dieren genoemd die als eerste uit hun moeder geboren worden; Ex. 13:2 en Ex. 34:19, en hieronder, Num. 18:15.
Numeri 3 vers 15— Tel de zonen van Levi naar het huis hunner vaderen, naar hun geslachten, al wat mannelijk is, van een maand oud en daarboven, die zult gij tellen.
een maand oud en daarboven,
Hebreeuws, van een zoon der maand. De telling der Levieten was drieërlei:<i>I.</i> Van een maand oud en daarboven, wanneer zij den Heere toegeheiligd werden, van welke gesproken wordt vs.15, en onder vs.40;<i>II.</i> Van vijf en twintig jaren oud en daarboven, toen zij gesteld werden om het gemene werk des tabernakels als nieuwe aankomelingen te bedienen; zie van dezen onder, Num. 8:24;<i>III.</i> Van dertig jaren oud en daarboven, welke waren de voornaamsten, niet alleen in de bediening des tabernakels, maar ook in het verdragen van denzelven en zijn gereedschap. Zie van dezen onder, Num. 4:3, welke, tot vijftig jaren gekomen zijnde, vrij waren van hun dienst, hoewel zij de anderen met hun autoriteit, opzicht, beleid en raad moesten bijstand doen; onder, Num. 8:25-26.
Hertaald:een maand oud en daarboven,
Hebreeuws: van een zoon van de maand. De telling van de Levieten was drieledig: I. van een maand oud en ouder, wanneer zij aan de HEERE geheiligd werden, waarover gesproken wordt in vers 15 en hieronder in vers 40; II. van vijfentwintig jaar oud en ouder, toen zij aangesteld werden om als nieuwkomers het gewone werk van de tabernakel te doen; zie hierover hieronder, Num. 8:24; III. van dertig jaar oud en ouder, die de belangrijksten waren, niet alleen in de bediening van de tabernakel, maar ook in het dragen ervan en het gereedschap. Zie hierover hieronder, Num. 4:3; zij waren, wanneer zij vijftig jaar bereikt hadden, vrij van hun dienst, hoewel zij de anderen met hun gezag, toezicht, beleid en raad moesten bijstaan; hieronder, Num. 8:25-26.
Numeri 3 vers 16— En Mozes telde hen naar het bevel des HEEREN, gelijk hem geboden was.
bevel des HEEREN,
Hebreeuws, mond. Zie Gen. 41:40; Ex. 17:1, en onder, vs.39.
Hertaald:bevel des HEEREN,
Hebreeuws: mond. Zie Gen. 41:40; Ex. 17:1, en hieronder, vers 39.
Numeri 3 vers 17— Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari.
Kahath,
Hebreeuws, Kehath. Anders ook genoemd Kohath, gelijk in het volgende vs.29, enz.
Hertaald:Kahath,
Hebreeuws: Kehath. Ook wel Kohath genoemd, zoals verderop in vers 29.
Numeri 3 vers 22— Hun getelden in getal waren van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven; hun getelden waren zeven duizend en vijfhonderd.
een maand oud en daarboven;
Hebreeuws, van een zoon der maand, en zo in het volgende.
Hertaald:een maand oud en daarboven;
Hebreeuws: van een zoon van de maand, en zo ook hierna.
Numeri 3 vers 23— De geslachten der Gersonieten zullen zich legeren achter den tabernakel, westwaarts.
westwaarts
Hebreeuws, ter zeewaarts. Zie boven, Num. 2:18.
Hertaald:westwaarts
Hebreeuws: ter zeewaarts. Zie hierboven, Num. 2:18.
Numeri 3 vers 25— En de wacht der zonen van Gerson in de tent der samenkomst zal zijn de tabernakel en de tent, haar deksel, en het deksel aan de deur van de tent der samenkomst;
wacht
Hebreeuws, bewaring, of waarneming; dat is, hetgeen zij bewaren of waarnemen moesten.
Hertaald:wacht
Hebreeuws: bewaring, of waarneming; dat is: wat zij moesten bewaren of waarnemen.
der zonen van Gerson
De last van deze en der andere Levieten wordt in dit hoofdstuk kortelijk aangewezen, maar in het volgende breder beschreven.
Hertaald:der zonen van Gerson
De taak van deze en de andere Levieten wordt in dit hoofdstuk kort aangeduid, maar in het volgende uitgebreider beschreven.
de tabernakel en de tent,
Versta door den namen tabernakel en tent al de gordijnen, behangselen en bedekselen, tot denzelven beneden en boven behorende, die van de Gersonieten gedragen moesten worden.
Hertaald:de tabernakel en de tent,
Versta onder de namen tabernakel en tent alle gordijnen, behangsels en dekkleden, boven en beneden, die door de Gersonieten gedragen moesten worden.
Numeri 3 vers 28— In getal van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren acht duizend en zeshonderd, waarnemende de wacht des heiligdoms.
waarnemende de wacht
Zie boven, vs.17.
Hertaald:waarnemende de wacht
Zie hierboven, vers 17.
Numeri 3 vers 29— De geslachten der zonen van Kahath zullen zich legeren aan de zijde des tabernakels, zuidwaarts.
zuidwaarts
Het zuiden heeft bij de Hebreën zijn naam van de rechterhand, omdat degenen, die zich met het aangezicht wenden naar het oosten, het zuiden aan de rechterhand hebben.
Hertaald:zuidwaarts
Het zuiden heeft bij de Hebreeën zijn naam ontleend aan de rechterhand, omdat wie zich naar het oosten keert, het zuiden aan de rechterhand heeft.
Numeri 3 vers 31— Hun wacht nu zal zijn de ark, en de tafel, en de kandelaar, en de altaren en het gereedschap des heiligdoms, met hetwelk zij dienst doen, en het deksel, en al wat tot zijn dienst behoort.
altaren
Versta, het reukaltaar en het brandofferaltaar, gelijk te zien is onder, Num. 4:11, Num. 4:13, waarvan het ene in den voorhof en het andere in het heilige stond.
Hertaald:altaren
Versta: het reukofferaltaar en het brandofferaltaar, zoals te zien is hieronder, Num. 4:11, Num. 4:13, waarvan het ene in de voorhof en het andere in het heilige stond.
zij dienst doen,
Namelijk, de priesters.
Hertaald:zij dienst doen,
Namelijk: de priesters.
deksel,
Versta hiermede het voorhangsel, onderscheidende het heilige van het allerheiligste, mitsgaders de dekselen van welke wij lezen onder, Num. 4:5-7, enz.
Hertaald:deksel,
Versta hiermee het voorhangsel, dat het heilige van het allerheiligste scheidt, evenals de dekkleden waarover wij lezen hieronder, Num. 4:5-7.
zijn dienst behoort.
Hebreeuws, zijn dienst; dat is, zijn gereedschap, tuig, vaten en wat er toe behoort. Vergelijk onder, Num. 4:26.
Hertaald:zijn dienst behoort.
Hebreeuws: zijn dienst; dat is: zijn gereedschap, tuig, vaten en wat daarbij hoort. Vergelijk hieronder, Num. 4:26.
Numeri 3 vers 32— De overste nu der oversten van Levi zal zijn Eleazar, de zoon van Aaron, den priester; zijn opzicht zal zijn over degenen, die de wacht des heiligdoms waarnemen.
De overste
Deze was gesteld over de oversten der Levieten, en was de voornaamste naast den hogepriester, die in tijd van nood zijn plaats bewaarde. Zie 1 Kon. 4:4; zijnde hierom genaamd de tweede priester; 2 Kon. 25:18.
Hertaald:De overste
Deze was aangesteld over de oversten van de Levieten, en was de voornaamste na de hogepriester, wiens plaats hij in tijd van nood innam. Zie 1 Kon. 4:4; hij wordt daarom de tweede priester genoemd; 2 Kon. 25:18.
der oversten van Levi
Van dezen waren er drie, uit elk geslacht van Levi een: namelijk, Eljasaf, uit het geslacht van Gerson, boven, vs.24, en Elisafan uit het geslacht van Kohath, vs.30, en Zuriël, uit het geslacht van Merari, vs.35.
Hertaald:der oversten van Levi
Van hen waren er drie, één uit elk geslacht van Levi: namelijk Eljasaf, uit het geslacht van Gerson, hierboven, vers 24, Elisafan uit het geslacht van Kohath, vers 30, en Zuriël, uit het geslacht van Merari, vers 35.
zijn opzicht
Namelijk, van Eleazar, die de overste der oversten van de Levieten was. Anders, dit is het ambt dergenen, die de wacht des heiligdoms waarnemen; houdende deze woorden een besluit te zijn van het verhaal des ambts der Kohathieten.
Hertaald:zijn opzicht
Namelijk: van Eleazar, die de overste van de oversten van de Levieten was. Ook mogelijk: dit is het ambt van hen die de wacht van het heiligdom waarnemen; deze woorden vormen dan een besluit van het verhaal over het ambt van de Kohathieten.
die de wacht des heiligdoms
Dat is, die in den godsdienst enig ambt of last hebben.
Hertaald:die de wacht des heiligdoms
Dat is: die in de eredienst enig ambt of taak hebben.
Numeri 3 vers 36— En het opzicht der wachten van de zonen van Merari zal zijn over de berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten, en al zijn gereedschap, en al wat tot zijn dienst behoort;
de berderen des tabernakels,
Dewijl de Merarieten meerder last te dragen hadden dan de Gersonieten, gelijk af te nemen is uit de vergelijking van dit en het volgende vs. Met de voorgaande verz.25,26, zo zijn aan de Merarieten tot uitvoering van hun dienst vier wagens en acht runderen gegeven, maar den Gersonieten niet meer dan twee wagens met vier runderen. Zie onder, Num. 7:7-8.
Hertaald:de berderen des tabernakels,
Omdat de Merarieten meer te dragen hadden dan de Gersonieten, zoals blijkt uit een vergelijking van dit en het volgende vers met de voorgaande verzen 25, 26, zijn aan de Merarieten voor hun dienst vier wagens en acht runderen gegeven, maar aan de Gersonieten niet meer dan twee wagens met vier runderen. Zie hieronder, Num. 7:7-8.
Numeri 3 vers 38— Die nu zich legeren zullen voor den tabernakel oostwaarts, voor de tent der samenkomst, tegen den opgang, zullen zijn Mozes, en Aaron met zijn zonen, waarnemende de wacht des heiligdoms, voor de wacht der kinderen Israels; en de vreemde die nadert, zal gedood worden.
voor de wacht der kinderen Israëls;
Dat is, de plaats van de wacht, die de kinderen Israëls anders hadden moeten waarnemen. Zie boven, vs.7.
Hertaald:voor de wacht der kinderen Israëls;
Dat is: de plaats van de wacht, die de Israëlieten anders hadden moeten waarnemen. Zie hierboven, vers 7.
en de vreemde die nadert,
Zie boven, vs.10.
Hertaald:en de vreemde die nadert,
Zie hierboven, vers 10.
Numeri 3 vers 39— Alle getelden der Levieten, welke Mozes en Aaron, op het bevel des HEEREN, naar hun geslachten, geteld hebben, al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren twee en twintig duizend.
twee en twintig duizend
Zo men vs.22, 28, 34 inziet, zal men bevinden dat het getal der Gersonieten is geweest 7500, der Kohathieten 8600, en der Merarieten 6200, makende samen het getal van 22.300, even 300 meer dan hier in dit vs. vermeld worden; maar men moet weten dat bij het getal van 22.000 de priesters, zijnde uit het geslacht van Kohath, en daarna de eerstgeborenen der Levieten mede bijgevoegd moeten worden, die, overmits zij [samen 300 zijnde] den priesters niet gegeven waren, als Gode op een bijzondere wijze eigen blijvende, Ex. 13:2; en de andere eerstgeborenen niet kunnende lossen dewijl zij zelf eerstgeborenen waren, zo worden terecht maar 22.000 hier in rekening gebracht, als niet meer den priesters gegeven zijnde.
Hertaald:twee en twintig duizend
Als men vers 22, 28, 34 bekijkt, blijkt dat het aantal Gersonieten 7500 was, dat van de Kohathieten 8600, en dat van de Merarieten 6200, samen 22.300, precies 300 meer dan hier in dit vers genoemd wordt; maar men moet weten dat bij het getal van 22.000 de priesters, afkomstig uit het geslacht van Kohath, en daarna de eerstgeborenen van de Levieten, meegerekend moeten worden, die, omdat zij [samen 300 in aantal] niet aan de priesters gegeven waren, als op bijzondere wijze aan God toebehorend, Ex. 13:2, en de overige eerstgeborenen niet konden loskopen omdat zij zelf eerstgeborenen waren, zo worden hier terecht slechts 22.000 in rekening gebracht, als niet meer aan de priesters gegeven.
Numeri 3 vers 45— Neem de Levieten, in plaats van alle eerstgeboorte onder de kinderen Israels, en de beesten der Levieten, in plaats van hun beesten; want de Levieten zullen Mijn zijn; Ik ben de HEERE!
Levieten,
Namelijk, die 22.000 getelden, van welke men zie boven, vs.39.
Hertaald:Levieten,
Namelijk: die 22.000 getelden, waarover men hierboven, vers 39, zie.
Numeri 3 vers 46— Aangaande de tweehonderd drie en zeventig, die gelost zullen worden, die overschieten, boven de Levieten, van de eerstgeborenen van de kinderen Israels;
overschieten,
Want het getal der Levieten was maar 22.000, vs.39, en der eerstgeborenen was twee en twintig duizend, twee honderd drie en zeventig, vs.43.
Hertaald:overschieten,
Want het aantal Levieten was slechts 22.000, vers 39, en dat van de eerstgeborenen was tweeëntwintigduizend tweehonderddrieënzeventig, vers 43.
Numeri 3 vers 47— Gij zult voor elk hoofd vijf sikkels nemen; naar den sikkel des heiligdoms zult gij ze nemen; die sikkel is twintig gera.
voor elk hoofd
Hebreeuws, vijf vijf sikkelen; naar den kop, of het bekkeneel
Hertaald:voor elk hoofd
Hebreeuws: vijf, vijf sikkels; naar de kop, of de schedel.
naar den sikkel des heiligdoms
Zie Gen. 20:16, en Gen. 23:15.
Hertaald:naar den sikkel des heiligdoms
Zie Gen. 20:16 en Gen. 23:15.
gera
Zie Lev. 27:25.
Hertaald:gera
Zie Lev. 27:25.
Numeri 3 vers 49— Toen nam Mozes dat losgeld van degenen, die overschoten boven de gelosten door de Levieten.
die overschoten
Welke waren in getal twee honderd drie en zeventig, gelijk in het voorgaande gemeld wordt, en dienvolgens moesten zoveel eerstgeborenen met geld gelost worden. Vergelijk de aantekeningen vs.46.
Hertaald:die overschoten
Die er tweehonderddrieënzeventig in aantal waren, zoals hiervoor vermeld, en dus moesten evenveel eerstgeborenen met geld worden losgekocht. Vergelijk de aantekeningen bij vers 46.
Numeri 3 vers 50— Van de eerstgeborenen van de kinderen Israels nam hij dat geld, duizend driehonderd vijf en zestig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms.
de eerstgeborenen
Te weten, die overig waren boven het getal der Levieten.
Hertaald:de eerstgeborenen
Namelijk: die overbleven boven het aantal Levieten.
duizend driehonderd vijf en zestig sikkelen,
Elk hoofd der twee honderd drie en zeventig eerstgeborenen, die boven de Levieten overig waren, moest tot zijn lossing vijf sikkelen geven, boven, vs.47, waarom het voorgemelde getal, met vijf vermenigvuldigd zijnde, deze som uitbrengt.
Hertaald:duizend driehonderd vijf en zestig sikkelen,
Elk hoofd van de tweehonderddrieënzeventig eerstgeborenen, die boven de Levieten overbleven, moest voor zijn loskoop vijf sikkels geven, hierboven, vers 47, waardoor het genoemde aantal, vermenigvuldigd met vijf, deze som oplevert.
Numeri 3 vers 51— En Mozes gaf dat geld der gelosten aan Aaron en aan zijn zonen, naar het bevel des HEEREN, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Horeb/Sinaï — zie voor naam, ligging en de volledige geschiedenis het artikel bij Exodus 3, waar de berg voor het eerst in de Schrift genoemd wordt
Ligging: Gelegen op het Sinaïtisch schiereiland; zie het artikel bij Exodus 3 voor de bespreking van de mogelijke locaties.
Geschiedenis: Het boek Numeri opent met de volkstelling die de HEERE aan Mozes gebood "in de woestijn Sinaï" (Num. 1:1), nog altijd op dezelfde plaats waar Israël sinds Ex. 19 gelegerd lag. Van hieruit trok het volk, na de instructies voor de legerorde, de dienst der Levieten en de wetten van dit begin van het boek, uiteindelijk weg richting het beloofde land (Num. 10:11-12).
Bijbelse betekenis: De laatste maanden die Israël, nog voluit geordend en toegerust naar Gods eigen aanwijzingen, bij de berg van de wetgeving doorbrengt, voordat de lange tocht door de woestijn — met al haar beproevingen en ontrouw — werkelijk begint.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Levieten — Naar Levi, de derde zoon van Jakob — de stam die tot de dienst van het heiligdom werd afgezonderd
Bij de telling in de woestijn werd de stam Levi niet onder de weerbare mannen geteld, maar afzonderlijk gemonsterd en aan Aäron en zijn zonen toegevoegd voor de dienst van de tabernakel (Num. 1:47-53; 3:5-10). De drie geslachten — Gersonieten, Kahathieten en Merarieten — kregen elk hun deel in het afbreken, dragen en opbouwen van het heiligdom (Num. 3:14-37; 4:1-33). Zij ontvingen geen eigen erfdeel in het land, maar achtenveertig steden met hun weiden en de tienden van Israël (Num. 18:20-24; 35:1-8). Het priesterschap zelf bleef beperkt tot het huis van Aäron; de overige Levieten dienden hén.
Bijbelse betekenis: De HEERE nam de Levieten uitdrukkelijk in de plaats van alle eerstgeborenen van Israël, die Hem sinds de nacht van de uittocht toebehoorden (Num. 3:11-13,44-51). Daarmee is de hele stam één grote plaatsvervanging: God nam een deel en liet het geheel vrij. Dat zij geen erfdeel kregen was geen achterstelling maar een voorrecht — de HEERE Zelf was hun erfdeel (Num. 18:20).
Typologie: De Hebreeënbrief redeneert juist vanuit de Levitische ordening naar Christus toe: was er volmaking door het Levitische priesterschap, dan zou er geen andere priester naar de ordening van Melchizedek nodig geweest zijn (Hebr. 7:11-14). Het gebrek lag niet in de instelling maar in de sterfelijkheid van de dienaars: zij waren velen, omdat de dood hen belette te blijven, maar Christus heeft een onvergankelijk priesterschap (Hebr. 7:23-25).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindingambt
De Levieten in plaats van de eerstgeborenen — 3:11-13, 40-51
In Egypte is elk eerstgeboren kind van Israël gespaard omdat er bloed aan de deurpost stond. Sindsdien heeft God een recht op elke eerstgeborene in Israël. In dit hoofdstuk wordt geregeld hoe dat recht wordt uitgeoefend, en de regeling is een ruil.
God neemt een hele stam in plaats van alle eerstgeborenen van Israël, en de paar honderd die overblijven worden met geld gelost.
De grond van het geheel wordt in één zin gegeven: “Want alle eerstgeborene is Mijn; van den dag, dat Ik alle eerstgeborenen in Egypteland sloeg, heb Ik Mij geheiligd alle eerstgeborenen in Israël.” Waar de dood voorbijging, is een eigendomsrecht ontstaan. Elke oudste zoon in Israël had die nacht moeten sterven en is blijven leven; sindsdien is hij van God.
En dan volgt de ruil, en er wordt geen woord verspild aan waarom God zoiets zou doen: “En Ik, zie, Ik heb de Levieten uit het midden van de kinderen Israëls genomen, in plaats van allen eerstgeborene, die de baarmoeder opent; en de Levieten zullen Mijne zijn.” Twee keer staat er in plaats van, en dat is het woord waar dit hoofdstuk om draait. Iemand komt te staan waar een ander stond.
Wat er dan gebeurt is bijna boekhouding, en juist daarom treffend. Er wordt geteld. Alle eerstgeborenen van Israël, van een maand oud en daarboven: tweeëntwintigduizend tweehonderd drieënzeventig. Alle Levieten: tweeëntwintigduizend. De ruil gaat dus niet helemaal op — er blijven er tweehonderd drieënzeventig over voor wie geen Leviet is.
En ook daarvoor is een regeling. Voor elk van die overgebleven hoofden moeten vijf sikkels betaald worden, naar de sikkel van het heiligdom, en dat geld gaat naar Aäron en zijn zonen. Zo wordt de rekening precies vereffend. Er wordt niemand vergeten en niemand valt buiten de telling.
Dat is de reden dat dit hoofdstuk hier staat. In de wet is plaatsvervanging geen uitzondering maar de gewone gang van zaken, en zij wordt tot op de eenheid nauwkeurig bijgehouden. Wie erbuiten valt, wordt gelost met een prijs.
Het Nieuwe Testament gebruikt beide begrippen zonder ze uit te leggen, omdat zij door hoofdstukken als dit al bekend waren. Petrus schrijft dat de gelovigen niet verlost zijn met vergankelijke dingen, zilver of goud, maar met het dierbaar bloed van Christus. Paulus schrijft dat wij duur gekocht zijn. En van Christus Zelf wordt gezegd dat Hij de Eerstgeborene is onder vele broederen, en dat Hij gekomen is om Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.
Zo komen de twee helften van dit hoofdstuk in Hem samen. Hij is de Eerstgeborene Die aan God toekomt, en Hij is tegelijk Degene Die in de plaats treedt van hen die er niet buiten kunnen. Wat hier over tweeëntwintigduizend Levieten en tweehonderd drieënzeventig sikkels gaat, gaat daar over Eén.
Exodus 12:12-13 — In Egypte gaat de dood voorbij waar bloed aan de deurpost is.
Numeri 3:13 — Daarom is sindsdien elke eerstgeborene van God.
Numeri 3:12 — De Levieten worden genomen in plaats van alle eerstgeborenen.
Numeri 3:46-48 — De tweehonderd drieënzeventig die overblijven worden met vijf sikkels gelost.
Markus 10:45 — De Zoon des mensen kwam om Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.
1 Petrus 1:18-19 — Niet verlost met zilver of goud, maar met het dierbaar bloed van Christus.
In het Nieuwe Testament: 1 Petrus 1:18-19; Markus 10:45; Romeinen 8:29; Kolossenzen 1:15-18; Lukas 2:22-24
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Numeri 3 niet aan. Wat hier gelegd wordt rust op wat de wet zelf regelt: het recht van God op de eerstgeborenen, de ruil met een hele stam, en het lossen van de overgeblevenen met een vaste prijs. De begrippen plaatsvervanging en losprijs komen in het Nieuwe Testament terug en worden daar op Christus toegepast, maar niet met een verwijzing naar dit hoofdstuk. Dat de Levieten een afbeelding van Christus zouden zijn, wordt hier dan ook niet beweerd; het gaat om de zaak, niet om de personen.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
I. Vs. 1-51.KruisverwijzingenExodus 6:23→Exodus 28:41→Leviticus 10:1→Numeri 1:51→Numeri 26:60→Numeri 26:61→Numeri 1:50→Numeri 8:19→ — Dit nu zijn de geboorten van Aaron en Mozes; ten dage als de HEERE met Mozes gesproken heeft op den berg Sinai. En dit zijn de namen der zonen van Aaron: de eerstgeborene, Nadab, daarna Abihu, Eleazar, en Ithamar. Dit zijn de namen der zonen van Aaron, der priesteren, die gezalfd waren, welker hand men gevuld had, om het priesterambt te bedienen. Maar Nadab en Abihu stierven voor het aangezicht des HEEREN, als zij vreemd vuur voor het aangezicht des HEEREN in de woestijn van Sinai brachten, en hadden geen kinderen, doch Eleazar en Ithamar bedienden het priesterambt voor het aangezicht van hun vader Aaron. En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende: Doe den stam van Levi naderen, en stel hem voor het aangezicht van den priester Aaron, opdat zij hem dienen; En dat zij waarnemen zijn wacht, en de wacht der gehele vergadering, voor de tent der samenkomst, om den dienst des tabernakels te bedienen; En dat zij al het gereedschap van de tent der samenkomst, en de wacht der kinderen Israels waarnemen, om den dienst des tabernakels te bedienen. Gij zult dan, aan Aaron en aan zijn zonen, de Levieten geven; zij zijn gegeven, zij zijn hem gegeven uit de kinderen Israels. Maar Aaron en zijn zonen zult gij stellen, dat zij hun priesterambt waarnemen; en de vreemde, die nadert, zal gedood worden. Zoals er een telling van de andere stammen heeft plaatsgehad, wordt nu, op goddelijk bevel, ook de stam van Levi geteld. Deze zullen namelijk in de plaats treden van de eerstgeborenen, op welke de Heere, door hen, bij de laatste plaag, welke Hij over Egypte bracht, te verschonen, een bijzonder recht heeft, en de uitwendige dienst van het heiligdom waarnemen. Ook de eerstgeborenen worden geteld en hun getal wordt groter bevonden dan dat van de Levieten. Omtrent dit meerder getal van oudste zonen wordt de bepaling gemaakt, dat zij voor een losgeld van 5 sikkels van de dienst van de tabernakel zullen vrijgekocht worden; zo vangt hier de voor alle volgende tijden wettelijk bepaalde lossing aan.
KruisverwijzingenExodus 6:20→Mattheüs 1:1→Exodus 6:27→Genesis 10:1→Genesis 2:4→Genesis 5:1→Leviticus 25:1→Exodus 6:16→— Dit nu zijn de geboorten van Aaron en Mozes; ten dage als de HEERE met Mozes gesproken heeft op den berg Sinai.
Dit nu zijn de geboorten 1) van Aäron en Mozes, met wier roeping, -de een tot bevrijder en wetgever en de ander tot priester van Israël-de Heere reeds begonnen was, aan de stam van Levi een bijzondere plaats onder het volk toe te wijzen, en die vroeger wel, zoals Exodus. 6:14 vv., als delen van het groot geheel van het volk en als daarin meegerekend, voorgesteld werden, maar ten dage dat, of sedert de tijd, dat de HEERE met Mozes gesproken heeft op de berg Sinaï, beiden met hun geslacht van de menigte.
Of, stamboeken, geslachtsregisters. In het bijzonder worden hier de geslachtsregisters van Aärons en Mozes’ nakomelingen geboekt, omdat zij beiden de vaders zijn geworden van het Levitische geslacht, dat de tabernakel en de tempel zou bedienen. Aäron wordt eerst genoemd, omdat zijn nakomelingen in het bijzonder tot Priesters werden gezalfd en Mozes’ nakomelingen slechts gewone Levieten zouden zijn.
KruisverwijzingenExodus 6:23→Numeri 26:60→1 Kronieken 24:1→1 Kronieken 6:3→Exodus 28:1→— En dit zijn de namen der zonen van Aaron: de eerstgeborene, Nadab, daarna Abihu, Eleazar, en Ithamar.
En dit zijn de namen van de zonen van Aäron, die aan de bijzondere verhouding van hun vader tot het volk deelhadden, terwijl zich het bijzonder beroep van Mozes totzijn eigen persoon bepaalde, zodat de zonen van deze hier niet verder in aanmerking komen: de eerstgeborene, Nadab, daarna Abíhu, daarna Eleazar, en de vierde Ithamar (Exodus. 6:23; 28:1).
KruisverwijzingenExodus 28:41→Leviticus 8:1→Leviticus 8:12→Leviticus 8:30→Hebreeën 7:28→Exodus 29:1→Exodus 40:15→Exodus 40:13→— Dit zijn de namen der zonen van Aaron, der priesteren, die gezalfd waren, welker hand men gevuld had, om het priesterambt te bedienen.
Dit zijn de namen van de zonen van Aäron, van de priesters, die, ten tijde, waarvan wij nu spreken, reeds tot priesters gezalfd waren, wiens hand men gevuld had, om het priesterambt te bedienen; waarom de Heere omtrent hun plaats in Israël verder niets te verordenen heeft, daar zij reeds volkomen bepaald is.
KruisverwijzingenLeviticus 10:1→Numeri 26:61→— Maar Nadab en Abihu stierven voor het aangezicht des HEEREN, als zij vreemd vuur voor het aangezicht des HEEREN in de woestijn van Sinai brachten, en hadden geen kinderen, doch Eleazar en Ithamar bedienden het priesterambt voor het aangezicht van hun vader Aaron.
a) Maar Nadab en Abihu stierven voor het aangezicht van de HEERE, als zij vreemd vuur voor het aangezicht van de HEERE in de woestijn van Sinaï brachten (Leviticus. 10:1 vv.) en hadden geen kinderen, zodat deze tak van Aärons geslacht reeds was afgebroken; doch Eleazar en Ithamar, uit wie voorts het priesterschap afstamde, bedienden het priesterambt voor het aangezicht 1) van hun vader Aäron, die aan het hoofd van het priesterschap stond. a)
Numeri. 26:61; 1 Kronieken 24:2
Voor het aangezicht, in de zin van, gedurende zijn leven (Genesis 11:28)
— En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
En de HEERE, die de plaats, welke de overige geslachten van Levi’s stam zouden bekleden, wel reeds meermalen aangeduid en ook reeds voorbereid, maar nog niet voor allen kenbaar aangewezen had en haar thans nader bepalen wilde, sprak tot Mozes, zeggende:
KruisverwijzingenNumeri 8:6→Maleachi 2:4→Deuteronomium 10:8→Numeri 1:49→Deuteronomium 33:8→Numeri 18:1→Numeri 2:33→Numeri 2:17→— Doe den stam van Levi naderen, en stel hem voor het aangezicht van den priester Aaron, opdat zij hem dienen;
a) Doe de stam Levi naderen, en stel hem voor het aangezicht 1) van de priester Aäron, opdat zij hem dienen;
Numeri. 16:9; 18:2
In het Hebreeuws Ha’amadtha otho liphnee. Eigenlijk, doe hem staan voor het aangezicht enz. Deze uitdrukking wordt dikwijls gebezigd, om daarmee de stelling van iemand aan te duiden, die wacht op de bevelen van zijn heer. De stam Levi wordt hiermee verklaard ten dienste te staan van het priesterschap in het behartigen van de zaken, de tabernakel betreffende. Waarin zij Aäron en de gehele vergadering zullen dienen, wordt in de volgende verzen nader aangeduid.
KruisverwijzingenNumeri 1:50→Numeri 8:15→Numeri 8:11→1 Kronieken 23:28→Numeri 3:32→Numeri 31:30→1 Kronieken 26:20→1 Kronieken 26:26→— En dat zij waarnemen zijn wacht, en de wacht der gehele vergadering, voor de tent der samenkomst, om den dienst des tabernakels te bedienen;
En dat zij waarnemen zijn, Aärons, wacht en de wacht van de gehele vergadering, 1) voor de tent der samenkomst, en alzo die zorg tot bewaking, reiniging en vervoering van de tabernakel dragen, welke wel in de eerste plaats Aäron, maar ook de gehele gemeente is aanbevolen, om in deze en dergelijke uitwendige aangelegenheden, de dienst van de tabernakels te bedienen.
Het ambt, dat aan de bedienaars van het Evangelie is toevertrouwd, is niet alleen ter ere van Christus, maar ook ten welzijn van Zijn Kerk, zodat zij niet alleen de wacht moeten waarnemen van de Hogepriester, maar ook getrouw zijn, omtrent de zielen, over wie hen de wacht mede bevolen is.
KruisverwijzingenNumeri 4:15→Jesaja 52:11→Numeri 10:21→Numeri 10:17→1 Kronieken 26:20→Numeri 4:33→Numeri 4:28→Ezra 8:24→— En dat zij al het gereedschap van de tent der samenkomst, en de wacht der kinderen Israels waarnemen, om den dienst des tabernakels te bedienen.
En dat zij al het gereedschap van de tent der samenkomst en de wacht van de kinderen van Israël, die eigenlijk allen schuldig zijn, om het heiligdom te bewaken en daarvoor te zorgen, waarnemen, om in hun plaats de dienst van de tabernakel te bedienen.
KruisverwijzingenNumeri 8:19→Efeze 4:8→Efeze 4:11→Numeri 18:6→— Gij zult dan, aan Aaron en aan zijn zonen, de Levieten geven; zij zijn gegeven, zij zijn hem gegeven uit de kinderen Israels.
Gij zult dan aan Aäron en aan zijn zonen, de Levieten, tot helpers geven; zij zijn gegeven; zij zijn hem hiertoe dan toch gegeven uit de kinderen van Israël. 1)
Zij zijn gegeven, zij zijn hem gegeven uit de kinderen van Israël. Letterlijk: Gegeven, gegevenen zijn zij hem van uit de kinderen van Israël. De herhaling van het woord gegevenen dient, om daarmee de volkomen overgave aan te duiden, om daarmee te verzekeren, dat de Heere God hen inderdaad en in waarheid aan Aäron en aan de vergadering had gegeven. De Levieten heten hier Nethoenim. Later werden voor de geringste diensten hun nog mensen toegevoegd (de Gibeonieten), die niet uit Israël waren. Deze werden Nethinim genoemd.
KruisverwijzingenNumeri 1:51→Numeri 18:7→Numeri 3:38→Romeinen 12:7→Handelingen 6:3→1 Kronieken 6:32→Numeri 16:40→Numeri 16:35→— Maar Aaron en zijn zonen zult gij stellen, dat zij hun priesterambt waarnemen; en de vreemde, die nadert, zal gedood worden.
Maar Aäron en zijn zonen, die ook wel Levieten zijn, maar reeds vroeger door Mij, uit hun stam tot een bijzondere bediening bestemd zijn (Exodus. 28:1), zult gij deze bijzondere betrekking laten behouden en stellen, dat zij het hun opgedragen priesterambt waarnemen; en de vreemde, ieder, die niet van het priesterlijk geslacht is, die zich iets van het priesterschap aanmatigt en tot de verrichtingen van deze bediening nadert, zal gedood worden (hoofdstuk 16:1 vv.).
— En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
En de HEERE, zich nader willende verklaren over de grond en het doel van de bestemming van de Levieten tot de dienst van de tabernakel, sprak tot Mozes, zeggende:
KruisverwijzingenNumeri 3:41→Numeri 8:16→Numeri 8:18→Numeri 3:45→Numeri 18:6→Exodus 13:2→— En Ik, zie, Ik heb de Levieten uit het midden van de kinderen Israels genomen, in plaats van allen eerstgeborene, die de baarmoeder opent, uit de kinderen Israels; en de Levieten zullen Mijne zijn.
En Ik, zie, Ik, die de macht en het recht heb, om met Mijn volk te doen wat Mij behaagt in Mijn wijsheid, en wiens bestellingen ieder, als werken van de hoogstewijsheid en goedheid, te eerbiedigen heeft, Ik heb de Levieten uit het midden van de kinderen van Israël genomen, in plaats van alle eerstgeborene, a) die de baarmoeder opent, uit de kinderen van Israël; en de Levieten zullen van Mij zijn, 1) in de plaats van al de eerstgeborenen van de moeders in Israël, op wie Ik rechtmatige aanspraak heb;
Exodus. 13:2
Uitdrukkelijk, dit geeft de grondtekst aan, wil de Heere zeggen, dat hij een verkregen recht heeft op alle eerstgeborenen, niet alleen uit kracht van schepping, maar ook uit kracht van de verlossing uit Egypte. Het recht op de gelovigen door de verlossing, bekrachtigt het recht en bevestigt het recht, dat Hij door de schepping op hen heeft.
KruisverwijzingenExodus 13:2→Exodus 13:12→Exodus 13:15→Leviticus 27:26→Numeri 8:16→Numeri 18:15→Exodus 12:29→Ezechiël 44:30→— Want alle eerstgeborene is Mijn; van den dag, dat Ik alle eerstgeborenen in Egypteland sloeg, heb Ik Mij geheiligd alle eerstgeborenen in Israel, van de mensen tot de beesten; zij zullen Mijn zijn; Ik ben de HEERE!
Want alle eerstgeborene zijn van Mij; van de dag, dat Ik alle eerstgeborenen in Egypte sloeg, a) heb Ik Mij geheiligd alle eerstgeborenen in Israël, van de mensen tot de beesten, 1) zij zullen van Mij zijn, zij zijn van Mij en zullen door ieder als de Mijnen erkend worden, zodatniemand Mijn recht op hen te na kome; Ik ben de HEERE! 2)
Thans, terwijl de voorbereidingen plaats hebben, om van de Sinaï verder voort te trekken, treedt ook de behoefte aan een aanmerkelijke vermeerdering van het in de godsdienstige aangelegenheden werkzame personeel duidelijk in het licht; want de tabernakel moet afgebroken, naar zijn afzonderlijke bestanddelen en gereedschappen weggeborgen en op elke nieuwe legeringsplaats weer opgezet worden; waartoe een groter tal van uitverkoren en gewijde handen dan tot nog toe was aangewezen, vereist werd. Sedert nu alle eerstgeborenen van Israël in Egypte waren gespaard gebleven (Exodus. 11:4-7; 12:21-29) waren deze eigenlijk de Heere tot lijfeigenen geworden (Exodus. 13:2; 22:29; 34:19); zodat zij tot een levenslange dienst bij de tabernakel hadden kunnen opgeroepen worden. Daar echter het volk wel tot een koninkrijk van priesters geroepen (Exodus. 19:6) maar voor de vervulling van deze roeping nog niet rijp is (Exodus. 20:19), en alzo de Heere en Zijn heiligdom niet onmiddellijk naderen mag, kan het ook niet zo rechtstreeks uit zijn midden de dienaren voor het heiligdom opleveren, maar moet veelmeer de Heere zelf Zijn dienaren verkiezen en hun personen een bepaald en aan de heiligheid van hun beroep beantwoordend karakter van heiligheid toedelen; zoals Hij dit reeds met de priesters gedaan heeft. Deze verkiezing heeft dan nu alzó plaats, dat God, na afzondering eerst van Aärons geslacht, het overige gedeelte van de stam Levi voor altijd aan de werkzaamheden van het gewone leven onttrekt en in een nadere betrekking tot Zich plaatst; waarna de opdracht of toedeling van het karakter van heiligheid in die mate, als de bediening van de Levieten het vereiste, in de later (hoofdstuk 8:5 vv.) voorgeschreven wijding van de Levieten voltrokken werd. Zijn de Levieten aldus voor de eerstgeborenen in plaats gesteld en is deze verplichting hun opgedragen, zo kan voorts een lossing of vrijkoping van de eerstgeborenen plaats hebben, die wel reeds eerder (Exodus. 13:3) aangeduid, maar in haar rechtmatigheid nog niet nader verklaard is; die lossing moet echter ook plaatshebben, opdat Israël in dit lossen van zijn, het gehele volk vertegenwoordigende, eerstgeborenen betuige: alles wat het is, en alles wat het heeft, alleen aan de verschonende en reddende genade van zijn God verschuldigd te zijn. Dien ten gevolge bekleedden de Levieten in het groot geheel van de theocratie deze plaats, dat Zij deels, in tegenstelling met de andere stammen, tot op zekere hoogte aan het priesterlijk middelaarschap van Aäron en zijn zonen deel hebben, alzo de Heere ook hen verkozen en tot Zijn bijzondere dienst gebracht heeft, terwijl zij alzo Israël tevens tot bedekking (hoofdstuk 8:19) dienen, opdat er geen toorn over de gemeente kome (hoofdstuk 1:53) en hierom zich, met de priesters in de naaste nabijheid van de tabernakel moeten legeren; en dat zij deels, als plaatsvervangers van de eerstgeborenen, de personen zijn, in wie Israël zijn verplichting jegens de Heere en diens heiligdom nakomt. Zij zijn toch een geschenk of een offer van het volk aan de Heere (hoofdstuk 8:6): en in zo verre Deze hen, evenals alle offers van de eerstelingen (hoofdstuk 8:19) de priesters toelegt, ook een geschenk van het volk aan de priesters, om hen te dienen, maar niet om aan de eigenlijke priesterlijke bediening deel te nemen; want zo ver reikt het hun toegedeelde karakter van heiligheid niet. Ten aanzien van de priesterlijke bediening staan zij veel meer met het overige volk op één lijn, zodat zij ook de heilige dienst, op straffe van de dood, niet mochten verrichten (hoofdstuk 3:10 hoofdstuk 4:4-15), maar wel zullen zij, ter vervulling van hetgeen de naam van hun stamvader betekent (zie Ex 4.14), zich aan de priesters aansluiten (Numeri. 18:2,4) en hen in uiterlijke zaken helpen. Allereerst heeft de dienst van de Levieten nog slechts betrekking op het afbreken, wegdragen en weer opslaan van de tabernakel, waarvan de Verbondsark slechts bij bijzondere plechtige gelegenheden Jozua 3:3; 6:6; 1 Kon.8:3), door de priesters zelf gedragen werd; maar later, in het land Kanaän, rustte op hen ook de verplichting, om het heiligdom te bewaken, te sluiten en te openen, om het met zijn gereedschappen rein te houden, en voor de bereiding van de toonbroden en de overige offerkoeken te zorgen, als ook om, in vereniging met de priesters, het opzicht te houden over de benodigdheden van de tempel en de melaatsen te onderzoeken enz. (2 Kron.29:16,34; 30:16 vv.; 34:12; 35:11 Nehemiah. 10:34; 13:13) totdat David hun de uitvoering van de heilige liederen en de muziek bij de openbare godsdienstoefeningen opdroeg (1 Kronieken 16:19; 26:1; 2 Kron.5:12 Ezra 3:10 Nehemiah. 12:27), uit hen rechters en ambtslieden koos (1 Kronieken 24:4; 2 Kron.19:11), en later koning Jozafat hen door het land zond, om het volk te onderrichten (2 Kron.17:8).
Zij zullen van Mij zijn, Ik ben de Heere. Beter, van Mij, de Heere, zullen zij zijn. De Souvereine God spreekt hier, die nimmer van Zijn recht kan en wil en mag afstand doen.
— En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, zeggende:
En de HEERE, uitvoering willende geven aan het reeds (hoofdstuk 1:48) te kennen gegeven voornemen, sprak tot Mozes in de woestijn van Sinaï, zeggende:
KruisverwijzingenNumeri 26:62→Markus 10:14→Numeri 3:39→Numeri 3:28→Spreuken 8:17→Numeri 3:22→Numeri 3:43→Numeri 18:15→— Tel de zonen van Levi naar het huis hunner vaderen, naar hun geslachten, al wat mannelijk is, van een maand oud en daarboven, die zult gij tellen.
Tel de zonen van Levi naar het huis van hun vaderen, naar hun geslachten, en wel niet slechts zoals bij de andere stammen (hoofdstuk 1:13) degenen, die 20 jaar en ouder zijn, maar, omdat het bij de Levieten om de in de plaatstreding voor alle eerstgeborenen te doen is, al wat mannelijk is van één maand en ouder, die zult gij tellen; 1) want op deze leeftijd werden de eerstgeborenen losbaar (hoofdstuk 18:16).
Daar de Levieten kwamen in de plaats van de eerstgeborenen, moesten allen geteld van een maand en daarboven. Met een maand werden de eerstgeborenen gelost. Bovendien hadden nu de ouders de schuldige verplichting, om hun kinderen reeds vroeg, van hun eerste jeugd af aan, bekend te maken met de heerlijke roeping, waartoe zij geroepen waren. Allen moesten geteld worden, ook de zwakken en ongeschikten, opdat allen zouden weten, dat zij, omdat zij uit de stam van Levi waren, Aäron waren gegeven, om hem te helpen in het bedien van het Heiligdom. Dat zij één maand oud moesten zijn, om op de lijst van de getelden geplaatst te kunnen worden, moest hun aantonen, dat het vrije genade van God was, dat zij tot deze dienst geroepen werden, omdat ook zij, evenals alle andere Israëlieten, deelden in de onreine geboorte.
KruisverwijzingenNumeri 3:39→Numeri 4:37→Deuteronomium 21:5→Genesis 45:21→Numeri 4:27→Numeri 4:41→Numeri 3:51→Numeri 4:45→— En Mozes telde hen naar het bevel des HEEREN, gelijk hem geboden was.
En Mozes telde hen naar het bevel van de HEERE, zoals hem geboden was.
KruisverwijzingenGenesis 46:11→Exodus 6:16→Numeri 26:57→Numeri 23:6→1 Kronieken 6:1→Jozua 21:1→Numeri 24:1→Numeri 15:5→— Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari.
a) Dit nu waren de zonen van Levi, de stamvaders van de drie Levitische geslachten (vs.23,27,33); met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari (Exodus. 6:16).
Numeri. 26:57; 1 Kronieken 6:1; 23:6
Kruisverwijzingen1 Kronieken 6:17→Exodus 6:17→Nehemia 12:1→1 Kronieken 26:1→Numeri 3:21→1 Kronieken 6:20→1 Kronieken 23:7→1 Kronieken 25:4→— En dit zijn de namen der zonen van Gerson, naar hun geslachten: Libni en Simei.
En dit zijn de namen van de zonen van Gerson naar hun geslachten, d.i. van welke verdere geslachten afstamden (vs.21): Libni en Simeï (Exodus. 6:17).
KruisverwijzingenExodus 6:18→1 Kronieken 6:18→1 Kronieken 26:1→1 Kronieken 25:4→1 Kronieken 15:5→Numeri 3:27→Exodus 6:20→Nehemia 12:1→— En de zonen van Kahath, naar hun geslachten; Amram en Izhar, Hebron en Uzziel.
En de zonen van Kahath, naar hun geslachten (vs.27): Amram en Izhar, Hebron en Uzziël (Exodus. 6:18).
KruisverwijzingenExodus 6:19→1 Kronieken 6:19→1 Kronieken 24:27→1 Kronieken 6:29→Numeri 3:33→1 Kronieken 6:44→1 Kronieken 23:21→1 Kronieken 15:6→— En de zonen van Merari, naar hun geslachten: Maheli en Musi; dit zijn de geslachten der Levieten, naar het huis hunner vaderen.
En de zonen van Merari, naar hun geslachten, (vs.33) Maheli en Mûsi (Exodus. 6:19); dit zijn de geslachten van de Levieten, Gerson, Kahath en Merari, naar het huis van hun vaderen, die in de volgende verzen nogmaals afzonderlijk vermeld worden.
— Van Gerson was het geslacht der Libnieten, en het geslacht der Simeieten; dit zijn de geslachten der Gersonieten.
Van Gerson, vooreerst, was het geslacht van de Libnieten en het geslacht van de Semeïeten; dit zijn de geslachten van de Gersonieten.
KruisverwijzingenNumeri 4:38→— Hun getelden in getal waren van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven; hun getelden waren zeven duizend en vijfhonderd.
Hun, namelijk van de leden van de beide uit Gerson afstammende geslachten, getelden in getal waren van al wat mannelijk was, van één maand en ouder; hun getelden waren zevenduizend en vijfhonderd (7500).
KruisverwijzingenNumeri 1:53→Numeri 2:17→— De geslachten der Gersonieten zullen zich legeren achter den tabernakel, westwaarts.
De geslachten van de Gersonieten zullen zich legeren achter de tabernakel westwaarts (zie Nu 2.2).
— De overste nu van het vaderlijke huis der Gersonieten zal zijn Eljasaf, de zoon van Lael.
De overste nu van het vaderlijke huis van de Gersonieten zal zijn Eljasaf, de zoon van Laël.
KruisverwijzingenExodus 25:9→1 Kronieken 9:14→1 Kronieken 26:21→2 Kronieken 31:2→Exodus 40:28→Numeri 3:7→Exodus 36:8→Exodus 36:37→— En de wacht der zonen van Gerson in de tent der samenkomst zal zijn de tabernakel en de tent, haar deksel, en het deksel aan de deur van de tent der samenkomst;
En de wacht, de bijzondere zorg, van de zonen van Gerson in de tent der samenkomst, waaraan zij, in vereniging met de beide andere Levitische geslachten, hun dienst bewijzen zullen, zal zijn, zoals dit (hoofdstuk 4:24) nader bepaald wordt, de tabernakel, het binnenste zeer prachtige bekleedsel (Exodus. 26:1 vv.), en de tent, het tweede, uit fijn geitehaar geweven dekkleed (Exodus. 26:7 vv.), haar deksel zowel het uit rood ramsleder bestaande, derde, als het vierde, uit de huiden van zeekalveren vervaardigde kleed (Exodus. 26:14 vv.), en het deksel, het voorhangsel, aan de deur van de tent der samenkomst (Exodus. 26:36 vv.).
KruisverwijzingenExodus 35:18→Exodus 27:9→Exodus 38:9→— En de behangselen des voorhofs, en het deksel van de deur des voorhofs, welke bij den tabernakel en bij het altaar rondom zijn; mitsgaders de zelen, tot zijn gansen dienst.
En de behangselen van de voorhof (Exodus. 27:9 vv.) en het deksel van de deur van de voorhof (Exodus. 27:16); welke bij de tabernakel en bij het altaar rondom zijn, welke behangselen en welk deksel de tabernakel en het voor de tabernakel staande brandofferaltaar omringen; bovendien zijn de touwen van de tabernakel, die tot zijn gehele dienst behoren, of die bij de verschillende bestanddelen van het heiligdom met zijn omgeving nodig zijn en gebruikt worden.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 26:23→1 Kronieken 23:12→Numeri 3:19→— En van Kahath is het geslacht der Amramieten, en het geslacht der Izharieten, en het geslacht der Hebronieten, en het geslacht der Uzzielieten; dit zijn de geslachten der Kahathieten.
En ten tweede van Kahath is het geslacht van de Amramieten, en het geslacht van de Izharieten en het geslacht van de Hebronieten en het geslacht van deUzziëlieten; dit zijn de geslachten van de Kahathieten.
KruisverwijzingenNumeri 4:35→Numeri 3:31→Numeri 3:7→— In getal van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren acht duizend en zeshonderd, waarnemende de wacht des heiligdoms.
In getal van al wat mannelijk was, van een maand en ouder, waren achtduizend en zeshonderd (8.600), waarnemende de wacht van het heiligdom.
KruisverwijzingenNumeri 1:53→Numeri 2:10→Numeri 3:23→— De geslachten der zonen van Kahath zullen zich legeren aan de zijde des tabernakels, zuidwaarts.
De geslachten van de zonen van Kahath zullen zich legeren aan de zijde van de tabernakel, zuidwaarts.
— De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van de Kahathieten, zal zijn Elisafan, de zoon van Uzziel.
De overste nu van het vaderlijke huis van de geslachten van de Kahathieten zal zijn Elisafan, de zoon van Uzziël (vs.19 Exodus. 6:22).
KruisverwijzingenExodus 31:1→Exodus 40:2→Exodus 40:30→Numeri 4:4→Exodus 36:35→Exodus 26:31→Exodus 39:33→Exodus 25:10→— Hun wacht nu zal zijn de ark, en de tafel, en de kandelaar, en de altaren en het gereedschap des heiligdoms, met hetwelk zij dienst doen, en het deksel, en al wat tot zijn dienst behoort.
Hun wacht, hetgeen aan hun bijzondere zorg aanbevolen is, nu zal zijn de Ark van het Verbond en de tafel van de toonbroden en de gouden kandelaar, en de altaren, zowel het rook-als het brandofferaltaar, en al het gereedschap van het heiligsdom, waarmee zij dienst doen, en het deksel, dat tussen het Heilige en het Heilige der Heiligen hangt, en deze delen van de tabernakel van elkaar scheidt, en al wat tot zijn (namelijk van het voorhangsel) dienst behoort (hoofdstuk 4:4 vv.); zodat dus de Kahathieten, als het voornaamste van de drie Levietische geslachten uitmakende, waartoe ook Mozes en Aäron met zijn zonen zelfbehoren, de voornaamste voorwerpen van het heiligdom te verzorgen hebben.
Kruisverwijzingen2 Koningen 25:18→1 Kronieken 9:14→Numeri 4:16→Numeri 4:27→1 Kronieken 26:20→Numeri 20:25→— De overste nu der oversten van Levi zal zijn Eleazar, de zoon van Aaron, den priester; zijn opzicht zal zijn over degenen, die de wacht des heiligdoms waarnemen.
De overste nu van de drie oversten van Levi, die dus zal gesteld zijn over Eljazaf, de overste van de Gersonieten (vs.24), en over Elisafan, de overste van de Kahathieten (vs.30), en over Zûriël, de overste van de Merarieten (vs.35), zal zijn Eleazar, de oudste zoon van Aäron, de priester; zijn opzicht zal zijn over degenen, die de wacht van het heiligdom waarnemen.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 6:19→Numeri 3:20→1 Kronieken 23:21→— Van Merari is het geslacht der Mahelieten, en het geslacht der Musieten; dit zijn de geslachten van Merari.
Van Merari, ten derde, is het geslacht van de Mahelieten en het geslacht van de Musieten; dit zijn de geslachten van Merari.
KruisverwijzingenNumeri 1:21→Numeri 2:11→Numeri 2:9→— En hun getelden in getal van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren zes duizend en tweehonderd.
En hun getelden in getal van al, wat mannelijk was, van een maand en ouder, waren zesduizend en tweehonderd (6200).
KruisverwijzingenNumeri 2:25→Numeri 1:53→Numeri 3:28→— De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van Merari zal zijn Zuriel, de zoon van Abihail; zij zullen zich legeren aan de zijde des tabernakels, noordwaarts.
De overste nu van het vaderlijke huis van de geslachten van Merari zal zijn Zûriël, de zoon van Abihaïl; zij zullen zich legeren aan de zijde van de tabernakel, noordwaarts.
KruisverwijzingenExodus 26:32→Exodus 26:37→Exodus 39:33→Exodus 35:11→Exodus 26:15→Exodus 38:17→Exodus 36:36→Exodus 35:18→— En het opzicht der wachten van de zonen van Merari zal zijn over de berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten, en al zijn gereedschap, en al wat tot zijn dienst behoort;
En het opzicht van de wachten (hoofdstuk 4:29 vv.), van de zonen van Merari zal zijn over de planken (of stijlen) van de tabernakel (Exodus. 26:15 vv.), en zijn richels (Exodus. 26:26 vv.), en zijn pilaren (Exodus. 26:32,37), en zijn voeten (Exodus. 26:19,32,37), en al zijn gereedschap en al, wat tot zijn dienst behoort, als pinnen en wat er verder nodig was om het uitwendig lichaam van de tabernakel op te richten en vast te zetten.
— En de pilaren des voorhofs rondom, en hun voeten, en hun pennen, en hun zelen.
En de pilaren, waaraan de gordijnen van de voorhof hangen, die de tabernakel rondom omgeven, en hun voeten, en hun pennen, en hun touwen (Exodus. 27:10,19; 35:18).
KruisverwijzingenNumeri 3:10→Numeri 1:53→Numeri 2:3→Numeri 3:23→Numeri 1:51→1 Kronieken 6:48→Numeri 18:1→Numeri 3:29→— Die nu zich legeren zullen voor den tabernakel oostwaarts, voor de tent der samenkomst, tegen den opgang, zullen zijn Mozes, en Aaron met zijn zonen, waarnemende de wacht des heiligdoms, voor de wacht der kinderen Israels; en de vreemde die nadert, zal gedood worden.
Die nu zich legeren zullen vóór en dus tegenover de ingang van de tabernakel oostwaarts, voor de tent der samenkomst, tegen de opgang van de zon, zullen zijn Mozes en Aäron met zijn zonen, in de hoogste rang waarnemende de wacht, d.i. de algemene verzorging van het heiligdom, voor of in plaats van de wacht, die aan het heiligdom verschuldigd is door de gehele vergadering van de kinderen van Israël; en de a) vreemde, al wie geen priester is, die nadert tot iets van hetgeen tot de priesterlijke bediening behoort, zal gedood worden.
Vs.10 Numeri. 16:40
KruisverwijzingenNumeri 26:62→Mattheüs 7:14→Numeri 4:47→— Alle getelden der Levieten, welke Mozes en Aaron, op het bevel des HEEREN, naar hun geslachten, geteld hebben, al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren twee en twintig duizend.
Alle getelden van de Levieten, welke Mozes en Aäron, op het bevel van de HEERE (vs.15), naar hun geslachten geteld hebben (vs.22,28,34), al wat mannelijk was, van een maand en ouder, waren 7500 + 8600 + 6200, en dus tezamen 22.300, waarvan echter 300 Levieten, die zelf eerstgeborenen waren en daarom niet als plaatsvervangers van eerstgeborenen uit andere stammen aangemerkt konden worden, worden afgetrokken (vs.43), zodat er overblijven tweeëntwintigduizend (22.000).
Wij hebben de zwarigheid, die de gehele opgave van dit vers bevat, op de weg, die door de meeste Joodse leraren gevolgd is, opgelost. Andere verklaarders echter nemen aan, dat in vs.28 een schrijffout is ingeslopen. Daar namelijk bij de Hebreeën de letters van het Alfabet ook tot cijfers dienden, is het goed mogelijk, dat in plaats van ss (8.600) oorspronkelijk sls (8.300) in de tekst gestaan heeft en zo zou de rekening 7.500 + 8.300 + 6200 = 22.000 volkomen juist zijn. Door verwisselingen van veel op elkaar lijkende, of bijna geheel gelijkvormige letters, of ook door het overzien van een als cijferteken gebezigde letter, zijn in de getalsopgaven van het Oude Testament hier en daar mistellingen ontstaan, zoals wij ter plaatse zullen opmerken. Het getal van de Levieten komt in vergelijking met dat van de overige stammen nog des te meer als klein voor, doordat bij hen reeds de kinderen van een maand en ouder meegeteld werden, terwijl bij de overige de telling eerst van de twintigjarigen af begon; wilde men toch bv. de stam Manasse (32.200 mannen boven de 20 jaar) (hoofdstuk 1:34 vv.) naar de maatstaf begroten, volgens welke Levi geteld werd, dan zou het getal van de mannelijke zielen van Manasse 50.000 bedragen. De aanwas intussen van Levi’s stam hield ook later, tot in Davids tijden toe, met die van de overige op verre na geen gelijke gang, maar bleef bij deze opvallend veel achter (2 Kron.24:3)
De betekenis van deze stam ligt niet in zijn uitwendig bestaan, maar in zijn innerlijke aard.
KruisverwijzingenNumeri 3:15→Numeri 3:45→Exodus 32:26→Numeri 3:12→Openbaring 3:5→Openbaring 14:4→Hebreeën 12:23→Psalmen 87:6→— En de HEERE zeide tot Mozes: Tel alle eerstgeborenen, wat mannelijk is onder de kinderen Israels, van een maand oud en daarboven; en neem het getal hunner namen op.
En de HEERE zei, nadat alzo Zijn eerste bevel (vs.14) was ten uitvoer gelegd, tot Mozes: Tel nu verder ook alle eerstgeborenen, wat mannelijk is onder de kinderen van Israël, van een maand en ouder; en neem het getal van hun namen op, om dit met dat van de Levieten te vergelijken.
KruisverwijzingenNumeri 3:12→Numeri 3:45→Mattheüs 20:28→Exodus 24:5→Numeri 18:15→Exodus 32:26→Numeri 8:16→1 Timotheüs 2:6→— En gij zult voor Mij de Levieten nemen (Ik ben de HEERE!), in plaats van alle eerstgeborenen onder de kinderen Israels, en de beesten der Levieten, in plaats van alle eerstgeborenen onder de beesten der kinderen Israels.
En gij zult, zoals Ik reeds te kennen gaf in vs.12 vv., voor Mij de Levieten nemen, om (Ik ben de HEERE!) te dienen bij Mijn heiligdom, in plaats van alle eerstgeborenen onder de kinderen van Israël, en de beesten van de Levieten in plaats van alle eerstgeborenen onder de beesten van de kinderen van Israël.
De beesten van beide zijden behoefden niet eerst geteld te worden. Hier geschiedt de ruil zonder dat het getal in bijzondere aanmerking genomen wordt.
— Mozes dan telde, gelijk als de HEERE hem geboden had, alle eerstgeborenen onder de kinderen Israels.
Mozes dan telde, zoals de HEERE hem geboden had, alle eerstgeborenen onder de kinderen van Israël.
KruisverwijzingenNumeri 3:39→— En alle eerstgeborenen, die mannelijk waren, in het getal der namen, van een maand oud en daarboven, naar hun getelden, waren twee en twintig duizend tweehonderd en drie en zeventig.
En alle eerstgeborenen, die mannelijk waren, in het getal van de namen van een maand en ouder, naar hun getelden waren, de eerstgeborenen van Levi meegerekend, tweeëntwintigduizend tweehonderd en drieënzeventig (22.273), en alzo 273 meer in getal dan bij de Levieten de hoofdsom van de getelden van één maand en ouder (vs.39).
Men heeft die som van 22.273 eerstgeborenen op een getal van 603.550 strijdbare mannen (hoofdstuk 1:46; 2:32) dat is op een hoofdsom van ongeveer een miljoen mannelijke personen, voor veel te gering gehouden, daar alzo op elke 43 à 45 zielen slechts één eerstgeborene zou voorkomen. Men kan intussen van alle andere pogingen om de zaak te verklaren, afzien, zo men slechts opmerkt, dat het gebod (Exodus. 13:2) geen terugwerkende kracht heeft gehad, en hier van die eerstgeborenen alleen sprake is, welke na de uittocht uit Egypte, en dus gedurende de laatstverlopen 10 à 11 maanden geboren werden. Nu schijnt weliswaar het getal naar evenredigheid weer te groot te zijn, maar men bedenke, dat de aanwas van het volk in de woestijn, nog veel meer dan reeds in Egypte, buitengewoon voorspoedig moet geweest zijn, alzo na de 40 jaar omzwerven het nieuwe geslacht slechts weinig minder talrijk was dan het oude (hoofdstuk 26:51). Wellicht zijn er, in de tijd, die de uittocht naast voorafging, toen er voor het volk een zeker uitzicht op spoedige verlossing uit de Egyptische slavernij verrees, vele nieuwe huwelijken gesloten; terwijl het tevoren geenszins raadzaam was, zich in het huwelijk te begeven (Exodus. 1:22)
— En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
En de HEERE sprak verder tot Mozes, om hem nader in te lichten, omtrent de wijze, waarop de inplaatstreding van de Levieten, voor al de eerstgeborenen, geschieden moest, zeggende:
KruisverwijzingenNumeri 3:12→Numeri 3:40→— Neem de Levieten, in plaats van alle eerstgeboorte onder de kinderen Israels, en de beesten der Levieten, in plaats van hun beesten; want de Levieten zullen Mijn zijn; Ik ben de HEERE!
Neem de Levieten, in plaats van alle eerstgeboorte onder de kinderen van Israël, welke van Mij is en Mij eigenlijk dienen moest bij Mijn heiligdom, en de beesten van de Levieten, in plaats van de eerstgeboorten van hun beesten; want de Levieten zullen van Mij zijn, en ook hun vee zal Mij als een bijzonder eigendom toebehoren (vs.41); Ik ben de HEERE!
KruisverwijzingenExodus 13:13→Numeri 18:15→— Aangaande de tweehonderd drie en zeventig, die gelost zullen worden, die overschieten, boven de Levieten, van de eerstgeborenen van de kinderen Israels;
Aangaande de tweehonderd drieënzeventig (273), die gelost zullen worden, die overschieten boven de Levieten (vs.43) van de eerstgeborenen van de kinderen van Israël;
KruisverwijzingenExodus 30:13→Leviticus 27:6→Numeri 18:16→Leviticus 27:25→Ezechiël 45:12→Numeri 3:50→— Gij zult voor elk hoofd vijf sikkels nemen; naar den sikkel des heiligdoms zult gij ze nemen; die sikkel is twintig gera.
Gij zult voor elk hoofd vijf sikkels van de ouders nemen; naar de waarde van de sikkel van het heiligdom zult gij ze nemen; a) die sikkel is twintig gera.
— En gij zult dat geld aan Aaron en zijn zonen geven, het geld der gelosten die onder hen overschieten.
En gij zult dat geld, die 273 maal 5 = 1365 sikkels, aan Aäron en zijn zonen geven, die het als vergoeding voor hen, welke als eerstgeborenen eigenlijk aan de Heeretoebehoorden en tot de dienst van de priester verplicht waren, in de kas van de tabernakel storten en ten dienste van het heiligdom besteden zullen, het geld van de gelosten, die onder hen overschieten.
Deze losprijs voor de overschietende eerstgeborenen werd vervolgens maatstaf voor de lossing van alle volgende eerstgeborenen (hoofdstuk 18:16). Het bedrag komt met de prijs van die mannelijke kinderen overeen, welke men de Heere in gelofte toegezegd had, zolang zij nog niet boven de 5 jaar oud geworden waren (Leviticus. 27:6)
— Toen nam Mozes dat losgeld van degenen, die overschoten boven de gelosten door de Levieten.
Toen nam Mozes dat losgeld van degenen, die overschoten boven de gelosten, die door de Levieten vervangen waren.
KruisverwijzingenNumeri 3:46→Mattheüs 20:28→1 Petrus 3:18→Titus 2:14→Hebreeën 9:12→1 Timotheüs 2:5→1 Petrus 1:18→— Van de eerstgeborenen van de kinderen Israels nam hij dat geld, duizend driehonderd vijf en zestig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms.
Van de eerstgeborenen van de kinderen van Israël nam hij dat geld, duizend driehonderd vijfenzestig (1365) sikkels naar de sikkel van het heiligdom.
KruisverwijzingenNumeri 3:48→1 Samuël 12:3→Maleachi 4:4→Handelingen 20:33→Numeri 16:15→1 Petrus 5:2→1 Korinthe 9:12→— En Mozes gaf dat geld der gelosten aan Aaron en aan zijn zonen, naar het bevel des HEEREN, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
En Mozes gaf dat geld van de gelosten aan Aäron en aan zijn zonen, naar het bevel van de HEERE, zoals de HEERE (vs.48) Mozes geboden had.
De Kerk is genaamd de gemeente van de eerstgeborenen (Hebr.12:23), die gerantsoeneerd of gelost is, niet zoals de eerstgeborenen van de Israëlieten, met zilver of goud, maar door het dierbaar bloed van Christus, het onbestraffelijke en onbevlekte Lam van God (1 Petr.1:18,19).
De stam van Levi, die zich, door de geest van het ootmoed en door het bloed van het zwaard, ten tijde dat het volk zich aan de afgoderij met het gouden kalf schuldig maakte, de Heere had geheiligd (Exodus. 32:25 vv.), wil Hij als Israëls eerstgeboorte aanzien, en hun dienst bij Zijn heiligdom zal Hij aanmerken als een toewijding van alle eerstgeborenen van Israël aan Zich. Zo als nu in de eerstgeboorte onder Israël alle daarna geborenen begrepen en in de heiliging van hen ook deze geheiligd zijn (Rom.11:16), zo is ook in de geheiligde stam van Levi geheel Israël heilig.
Beschouwt, Christenouders, ook uw kinderen als hen, die in hun levensbetrekking met u de Heere heilig zijn, en met bijzondere roeping tot Zijn verheerlijking van Hem geroepen worden 1 Corinthiers. 7:14). Bewaakt uw kinderen als zodanigen, op wie de Heere een bijzondere aanspraak heeft. Houdt bij hun opvoeding boven alles uw en hun Heer voor ogen. Bedenkt dit, hoe gij hen voor Hem moogt opvoeden. Laat uw wandel waardig de roeping, waarmee gij geroepen zijt, voor hen het zegel drukken op de woorden van uw lering, vermaning en bestraffing. Houdt dat woord in gedachtenis: “Geloof in de Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis!” (Hand.16:31). Stelt, eerstgeborenen des huizes, niets op hoger prijs, dan voor uw jongere broeders en zusters een voorbeeld te mogen wezen in alles, wat de Heere welbehaaglijk is en waardoor Zijn naam verheerlijkt wordt. Kinderen, dient allen de Heere, die God, wiens ondoorgrondelijke liefde Zijn eigen Zoon deed in de plaats treden voor zondaars, opdat Hij lijdend en stervend alles volbracht, wat er nodig is tot onze eeuwige zaligheid. Al het vertrouwen, al de liefde, al de gehoorzaamheid van onze harten komt Hem eeuwig toe. Eeuwig Zijn naam tot ere, als Zijn kinderen in Christus te leven, dat zij ons aller vurige bede.
Aan Aäron en zijn zonen kwam dat geld toe, omdat de Levieten hun in de plaats van alle eerstgeborenen van de kinderen van Israël waren gegeven, en dit de som was voor het ontbrekende getal aan de hoofdsom van de getelde Levieten.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Numeri 3
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-51.KruisverwijzingenExodus 6:23→Exodus 28:41→Leviticus 10:1→Numeri 1:51→Numeri 26:60→Numeri 26:61→Numeri 1:50→Numeri 8:19→
— Dit nu zijn de geboorten van Aaron en Mozes; ten dage als de HEERE met Mozes gesproken heeft op den berg Sinai. En dit zijn de namen der zonen van Aaron: de eerstgeborene, Nadab, daarna Abihu, Eleazar, en Ithamar. Dit zijn de namen der zonen van Aaron, der priesteren, die gezalfd waren, welker hand men gevuld had, om het priesterambt te bedienen. Maar Nadab en Abihu stierven voor het aangezicht des HEEREN, als zij vreemd vuur voor het aangezicht des HEEREN in de woestijn van Sinai brachten, en hadden geen kinderen, doch Eleazar en Ithamar bedienden het priesterambt voor het aangezicht van hun vader Aaron. En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende: Doe den stam van Levi naderen, en stel hem voor het aangezicht van den priester Aaron, opdat zij hem dienen; En dat zij waarnemen zijn wacht, en de wacht der gehele vergadering, voor de tent der samenkomst, om den dienst des tabernakels te bedienen; En dat zij al het gereedschap van de tent der samenkomst, en de wacht der kinderen Israels waarnemen, om den dienst des tabernakels te bedienen. Gij zult dan, aan Aaron en aan zijn zonen, de Levieten geven; zij zijn gegeven, zij zijn hem gegeven uit de kinderen Israels. Maar Aaron en zijn zonen zult gij stellen, dat zij hun priesterambt waarnemen; en de vreemde, die nadert, zal gedood worden.
Zoals er een telling van de andere stammen heeft plaatsgehad, wordt nu, op goddelijk bevel, ook de stam van Levi geteld. Deze zullen namelijk in de plaats treden van de eerstgeborenen, op welke de Heere, door hen, bij de laatste plaag, welke Hij over Egypte bracht, te verschonen, een bijzonder recht heeft, en de uitwendige dienst van het heiligdom waarnemen. Ook de eerstgeborenen worden geteld en hun getal wordt groter bevonden dan dat van de Levieten. Omtrent dit meerder getal van oudste zonen wordt de bepaling gemaakt, dat zij voor een losgeld van 5 sikkels van de dienst van de tabernakel zullen vrijgekocht worden; zo vangt hier de voor alle volgende tijden wettelijk bepaalde lossing aan.
Dit nu zijn de geboorten 1) van Aäron en Mozes, met wier roeping, -de een tot bevrijder en wetgever en de ander tot priester van Israël-de Heere reeds begonnen was, aan de stam van Levi een bijzondere plaats onder het volk toe te wijzen, en die vroeger wel, zoals Exodus. 6:14 vv., als delen van het groot geheel van het volk en als daarin meegerekend, voorgesteld werden, maar ten dage dat, of sedert de tijd, dat de HEERE met Mozes gesproken heeft op de berg Sinaï, beiden met hun geslacht van de menigte.
Of, stamboeken, geslachtsregisters. In het bijzonder worden hier de geslachtsregisters van Aärons en Mozes’ nakomelingen geboekt, omdat zij beiden de vaders zijn geworden van het Levitische geslacht, dat de tabernakel en de tempel zou bedienen. Aäron wordt eerst genoemd, omdat zijn nakomelingen in het bijzonder tot Priesters werden gezalfd en Mozes’ nakomelingen slechts gewone Levieten zouden zijn.
En dit zijn de namen van de zonen van Aäron, die aan de bijzondere verhouding van hun vader tot het volk deelhadden, terwijl zich het bijzonder beroep van Mozes totzijn eigen persoon bepaalde, zodat de zonen van deze hier niet verder in aanmerking komen: de eerstgeborene, Nadab, daarna Abíhu, daarna Eleazar, en de vierde Ithamar (Exodus. 6:23; 28:1).
Dit zijn de namen van de zonen van Aäron, van de priesters, die, ten tijde, waarvan wij nu spreken, reeds tot priesters gezalfd waren, wiens hand men gevuld had, om het priesterambt te bedienen; waarom de Heere omtrent hun plaats in Israël verder niets te verordenen heeft, daar zij reeds volkomen bepaald is.
a) Maar Nadab en Abihu stierven voor het aangezicht van de HEERE, als zij vreemd vuur voor het aangezicht van de HEERE in de woestijn van Sinaï brachten (Leviticus. 10:1 vv.) en hadden geen kinderen, zodat deze tak van Aärons geslacht reeds was afgebroken; doch Eleazar en Ithamar, uit wie voorts het priesterschap afstamde, bedienden het priesterambt voor het aangezicht 1) van hun vader Aäron, die aan het hoofd van het priesterschap stond. a)
Numeri. 26:61; 1 Kronieken 24:2
Voor het aangezicht, in de zin van, gedurende zijn leven (Genesis 11:28)
En de HEERE, die de plaats, welke de overige geslachten van Levi’s stam zouden bekleden, wel reeds meermalen aangeduid en ook reeds voorbereid, maar nog niet voor allen kenbaar aangewezen had en haar thans nader bepalen wilde, sprak tot Mozes, zeggende:
a) Doe de stam Levi naderen, en stel hem voor het aangezicht 1) van de priester Aäron, opdat zij hem dienen;
Numeri. 16:9; 18:2
In het Hebreeuws Ha’amadtha otho liphnee. Eigenlijk, doe hem staan voor het aangezicht enz. Deze uitdrukking wordt dikwijls gebezigd, om daarmee de stelling van iemand aan te duiden, die wacht op de bevelen van zijn heer. De stam Levi wordt hiermee verklaard ten dienste te staan van het priesterschap in het behartigen van de zaken, de tabernakel betreffende. Waarin zij Aäron en de gehele vergadering zullen dienen, wordt in de volgende verzen nader aangeduid.
En dat zij waarnemen zijn, Aärons, wacht en de wacht van de gehele vergadering, 1) voor de tent der samenkomst, en alzo die zorg tot bewaking, reiniging en vervoering van de tabernakel dragen, welke wel in de eerste plaats Aäron, maar ook de gehele gemeente is aanbevolen, om in deze en dergelijke uitwendige aangelegenheden, de dienst van de tabernakels te bedienen.
Het ambt, dat aan de bedienaars van het Evangelie is toevertrouwd, is niet alleen ter ere van Christus, maar ook ten welzijn van Zijn Kerk, zodat zij niet alleen de wacht moeten waarnemen van de Hogepriester, maar ook getrouw zijn, omtrent de zielen, over wie hen de wacht mede bevolen is.
En dat zij al het gereedschap van de tent der samenkomst en de wacht van de kinderen van Israël, die eigenlijk allen schuldig zijn, om het heiligdom te bewaken en daarvoor te zorgen, waarnemen, om in hun plaats de dienst van de tabernakel te bedienen.
Gij zult dan aan Aäron en aan zijn zonen, de Levieten, tot helpers geven; zij zijn gegeven; zij zijn hem hiertoe dan toch gegeven uit de kinderen van Israël. 1)
Zij zijn gegeven, zij zijn hem gegeven uit de kinderen van Israël. Letterlijk: Gegeven, gegevenen zijn zij hem van uit de kinderen van Israël. De herhaling van het woord gegevenen dient, om daarmee de volkomen overgave aan te duiden, om daarmee te verzekeren, dat de Heere God hen inderdaad en in waarheid aan Aäron en aan de vergadering had gegeven. De Levieten heten hier Nethoenim. Later werden voor de geringste diensten hun nog mensen toegevoegd (de Gibeonieten), die niet uit Israël waren. Deze werden Nethinim genoemd.
Maar Aäron en zijn zonen, die ook wel Levieten zijn, maar reeds vroeger door Mij, uit hun stam tot een bijzondere bediening bestemd zijn (Exodus. 28:1), zult gij deze bijzondere betrekking laten behouden en stellen, dat zij het hun opgedragen priesterambt waarnemen; en de vreemde, ieder, die niet van het priesterlijk geslacht is, die zich iets van het priesterschap aanmatigt en tot de verrichtingen van deze bediening nadert, zal gedood worden (hoofdstuk 16:1 vv.).
En de HEERE, zich nader willende verklaren over de grond en het doel van de bestemming van de Levieten tot de dienst van de tabernakel, sprak tot Mozes, zeggende:
En Ik, zie, Ik, die de macht en het recht heb, om met Mijn volk te doen wat Mij behaagt in Mijn wijsheid, en wiens bestellingen ieder, als werken van de hoogstewijsheid en goedheid, te eerbiedigen heeft, Ik heb de Levieten uit het midden van de kinderen van Israël genomen, in plaats van alle eerstgeborene, a) die de baarmoeder opent, uit de kinderen van Israël; en de Levieten zullen van Mij zijn, 1) in de plaats van al de eerstgeborenen van de moeders in Israël, op wie Ik rechtmatige aanspraak heb;
Exodus. 13:2
Uitdrukkelijk, dit geeft de grondtekst aan, wil de Heere zeggen, dat hij een verkregen recht heeft op alle eerstgeborenen, niet alleen uit kracht van schepping, maar ook uit kracht van de verlossing uit Egypte. Het recht op de gelovigen door de verlossing, bekrachtigt het recht en bevestigt het recht, dat Hij door de schepping op hen heeft.
Want alle eerstgeborene zijn van Mij; van de dag, dat Ik alle eerstgeborenen in Egypte sloeg, a) heb Ik Mij geheiligd alle eerstgeborenen in Israël, van de mensen tot de beesten, 1) zij zullen van Mij zijn, zij zijn van Mij en zullen door ieder als de Mijnen erkend worden, zodatniemand Mijn recht op hen te na kome; Ik ben de HEERE! 2)
Exodus. 13:2; 22:29; 34:19 Leviticus. 27:26 Numeri. 8:16 Luk.2:23
Thans, terwijl de voorbereidingen plaats hebben, om van de Sinaï verder voort te trekken, treedt ook de behoefte aan een aanmerkelijke vermeerdering van het in de godsdienstige aangelegenheden werkzame personeel duidelijk in het licht; want de tabernakel moet afgebroken, naar zijn afzonderlijke bestanddelen en gereedschappen weggeborgen en op elke nieuwe legeringsplaats weer opgezet worden; waartoe een groter tal van uitverkoren en gewijde handen dan tot nog toe was aangewezen, vereist werd. Sedert nu alle eerstgeborenen van Israël in Egypte waren gespaard gebleven (Exodus. 11:4-7; 12:21-29) waren deze eigenlijk de Heere tot lijfeigenen geworden (Exodus. 13:2; 22:29; 34:19); zodat zij tot een levenslange dienst bij de tabernakel hadden kunnen opgeroepen worden. Daar echter het volk wel tot een koninkrijk van priesters geroepen (Exodus. 19:6) maar voor de vervulling van deze roeping nog niet rijp is (Exodus. 20:19), en alzo de Heere en Zijn heiligdom niet onmiddellijk naderen mag, kan het ook niet zo rechtstreeks uit zijn midden de dienaren voor het heiligdom opleveren, maar moet veelmeer de Heere zelf Zijn dienaren verkiezen en hun personen een bepaald en aan de heiligheid van hun beroep beantwoordend karakter van heiligheid toedelen; zoals Hij dit reeds met de priesters gedaan heeft. Deze verkiezing heeft dan nu alzó plaats, dat God, na afzondering eerst van Aärons geslacht, het overige gedeelte van de stam Levi voor altijd aan de werkzaamheden van het gewone leven onttrekt en in een nadere betrekking tot Zich plaatst; waarna de opdracht of toedeling van het karakter van heiligheid in die mate, als de bediening van de Levieten het vereiste, in de later (hoofdstuk 8:5 vv.) voorgeschreven wijding van de Levieten voltrokken werd. Zijn de Levieten aldus voor de eerstgeborenen in plaats gesteld en is deze verplichting hun opgedragen, zo kan voorts een lossing of vrijkoping van de eerstgeborenen plaats hebben, die wel reeds eerder (Exodus. 13:3) aangeduid, maar in haar rechtmatigheid nog niet nader verklaard is; die lossing moet echter ook plaatshebben, opdat Israël in dit lossen van zijn, het gehele volk vertegenwoordigende, eerstgeborenen betuige: alles wat het is, en alles wat het heeft, alleen aan de verschonende en reddende genade van zijn God verschuldigd te zijn. Dien ten gevolge bekleedden de Levieten in het groot geheel van de theocratie deze plaats, dat Zij deels, in tegenstelling met de andere stammen, tot op zekere hoogte aan het priesterlijk middelaarschap van Aäron en zijn zonen deel hebben, alzo de Heere ook hen verkozen en tot Zijn bijzondere dienst gebracht heeft, terwijl zij alzo Israël tevens tot bedekking (hoofdstuk 8:19) dienen, opdat er geen toorn over de gemeente kome (hoofdstuk 1:53) en hierom zich, met de priesters in de naaste nabijheid van de tabernakel moeten legeren; en dat zij deels, als plaatsvervangers van de eerstgeborenen, de personen zijn, in wie Israël zijn verplichting jegens de Heere en diens heiligdom nakomt. Zij zijn toch een geschenk of een offer van het volk aan de Heere (hoofdstuk 8:6): en in zo verre Deze hen, evenals alle offers van de eerstelingen (hoofdstuk 8:19) de priesters toelegt, ook een geschenk van het volk aan de priesters, om hen te dienen, maar niet om aan de eigenlijke priesterlijke bediening deel te nemen; want zo ver reikt het hun toegedeelde karakter van heiligheid niet. Ten aanzien van de priesterlijke bediening staan zij veel meer met het overige volk op één lijn, zodat zij ook de heilige dienst, op straffe van de dood, niet mochten verrichten (hoofdstuk 3:10 hoofdstuk 4:4-15), maar wel zullen zij, ter vervulling van hetgeen de naam van hun stamvader betekent (zie Ex 4.14), zich aan de priesters aansluiten (Numeri. 18:2,4) en hen in uiterlijke zaken helpen. Allereerst heeft de dienst van de Levieten nog slechts betrekking op het afbreken, wegdragen en weer opslaan van de tabernakel, waarvan de Verbondsark slechts bij bijzondere plechtige gelegenheden Jozua 3:3; 6:6; 1 Kon.8:3), door de priesters zelf gedragen werd; maar later, in het land Kanaän, rustte op hen ook de verplichting, om het heiligdom te bewaken, te sluiten en te openen, om het met zijn gereedschappen rein te houden, en voor de bereiding van de toonbroden en de overige offerkoeken te zorgen, als ook om, in vereniging met de priesters, het opzicht te houden over de benodigdheden van de tempel en de melaatsen te onderzoeken enz. (2 Kron.29:16,34; 30:16 vv.; 34:12; 35:11 Nehemiah. 10:34; 13:13) totdat David hun de uitvoering van de heilige liederen en de muziek bij de openbare godsdienstoefeningen opdroeg (1 Kronieken 16:19; 26:1; 2 Kron.5:12 Ezra 3:10 Nehemiah. 12:27), uit hen rechters en ambtslieden koos (1 Kronieken 24:4; 2 Kron.19:11), en later koning Jozafat hen door het land zond, om het volk te onderrichten (2 Kron.17:8).
Zij zullen van Mij zijn, Ik ben de Heere. Beter, van Mij, de Heere, zullen zij zijn. De Souvereine God spreekt hier, die nimmer van Zijn recht kan en wil en mag afstand doen.
En de HEERE, uitvoering willende geven aan het reeds (hoofdstuk 1:48) te kennen gegeven voornemen, sprak tot Mozes in de woestijn van Sinaï, zeggende:
Tel de zonen van Levi naar het huis van hun vaderen, naar hun geslachten, en wel niet slechts zoals bij de andere stammen (hoofdstuk 1:13) degenen, die 20 jaar en ouder zijn, maar, omdat het bij de Levieten om de in de plaatstreding voor alle eerstgeborenen te doen is, al wat mannelijk is van één maand en ouder, die zult gij tellen; 1) want op deze leeftijd werden de eerstgeborenen losbaar (hoofdstuk 18:16).
Daar de Levieten kwamen in de plaats van de eerstgeborenen, moesten allen geteld van een maand en daarboven. Met een maand werden de eerstgeborenen gelost. Bovendien hadden nu de ouders de schuldige verplichting, om hun kinderen reeds vroeg, van hun eerste jeugd af aan, bekend te maken met de heerlijke roeping, waartoe zij geroepen waren. Allen moesten geteld worden, ook de zwakken en ongeschikten, opdat allen zouden weten, dat zij, omdat zij uit de stam van Levi waren, Aäron waren gegeven, om hem te helpen in het bedien van het Heiligdom. Dat zij één maand oud moesten zijn, om op de lijst van de getelden geplaatst te kunnen worden, moest hun aantonen, dat het vrije genade van God was, dat zij tot deze dienst geroepen werden, omdat ook zij, evenals alle andere Israëlieten, deelden in de onreine geboorte.
En Mozes telde hen naar het bevel van de HEERE, zoals hem geboden was.
a) Dit nu waren de zonen van Levi, de stamvaders van de drie Levitische geslachten (vs.23,27,33); met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari (Exodus. 6:16).
Numeri. 26:57; 1 Kronieken 6:1; 23:6
En dit zijn de namen van de zonen van Gerson naar hun geslachten, d.i. van welke verdere geslachten afstamden (vs.21): Libni en Simeï (Exodus. 6:17).
En de zonen van Kahath, naar hun geslachten (vs.27): Amram en Izhar, Hebron en Uzziël (Exodus. 6:18).
En de zonen van Merari, naar hun geslachten, (vs.33) Maheli en Mûsi (Exodus. 6:19); dit zijn de geslachten van de Levieten, Gerson, Kahath en Merari, naar het huis van hun vaderen, die in de volgende verzen nogmaals afzonderlijk vermeld worden.
Van Gerson, vooreerst, was het geslacht van de Libnieten en het geslacht van de Semeïeten; dit zijn de geslachten van de Gersonieten.
Hun, namelijk van de leden van de beide uit Gerson afstammende geslachten, getelden in getal waren van al wat mannelijk was, van één maand en ouder; hun getelden waren zevenduizend en vijfhonderd (7500).
De geslachten van de Gersonieten zullen zich legeren achter de tabernakel westwaarts (zie Nu 2.2).
De overste nu van het vaderlijke huis van de Gersonieten zal zijn Eljasaf, de zoon van Laël.
En de wacht, de bijzondere zorg, van de zonen van Gerson in de tent der samenkomst, waaraan zij, in vereniging met de beide andere Levitische geslachten, hun dienst bewijzen zullen, zal zijn, zoals dit (hoofdstuk 4:24) nader bepaald wordt, de tabernakel, het binnenste zeer prachtige bekleedsel (Exodus. 26:1 vv.), en de tent, het tweede, uit fijn geitehaar geweven dekkleed (Exodus. 26:7 vv.), haar deksel zowel het uit rood ramsleder bestaande, derde, als het vierde, uit de huiden van zeekalveren vervaardigde kleed (Exodus. 26:14 vv.), en het deksel, het voorhangsel, aan de deur van de tent der samenkomst (Exodus. 26:36 vv.).
En de behangselen van de voorhof (Exodus. 27:9 vv.) en het deksel van de deur van de voorhof (Exodus. 27:16); welke bij de tabernakel en bij het altaar rondom zijn, welke behangselen en welk deksel de tabernakel en het voor de tabernakel staande brandofferaltaar omringen; bovendien zijn de touwen van de tabernakel, die tot zijn gehele dienst behoren, of die bij de verschillende bestanddelen van het heiligdom met zijn omgeving nodig zijn en gebruikt worden.
En ten tweede van Kahath is het geslacht van de Amramieten, en het geslacht van de Izharieten en het geslacht van de Hebronieten en het geslacht van deUzziëlieten; dit zijn de geslachten van de Kahathieten.
In getal van al wat mannelijk was, van een maand en ouder, waren achtduizend en zeshonderd (8.600), waarnemende de wacht van het heiligdom.
De geslachten van de zonen van Kahath zullen zich legeren aan de zijde van de tabernakel, zuidwaarts.
De overste nu van het vaderlijke huis van de geslachten van de Kahathieten zal zijn Elisafan, de zoon van Uzziël (vs.19 Exodus. 6:22).
Hun wacht, hetgeen aan hun bijzondere zorg aanbevolen is, nu zal zijn de Ark van het Verbond en de tafel van de toonbroden en de gouden kandelaar, en de altaren, zowel het rook-als het brandofferaltaar, en al het gereedschap van het heiligsdom, waarmee zij dienst doen, en het deksel, dat tussen het Heilige en het Heilige der Heiligen hangt, en deze delen van de tabernakel van elkaar scheidt, en al wat tot zijn (namelijk van het voorhangsel) dienst behoort (hoofdstuk 4:4 vv.); zodat dus de Kahathieten, als het voornaamste van de drie Levietische geslachten uitmakende, waartoe ook Mozes en Aäron met zijn zonen zelfbehoren, de voornaamste voorwerpen van het heiligdom te verzorgen hebben.
De overste nu van de drie oversten van Levi, die dus zal gesteld zijn over Eljazaf, de overste van de Gersonieten (vs.24), en over Elisafan, de overste van de Kahathieten (vs.30), en over Zûriël, de overste van de Merarieten (vs.35), zal zijn Eleazar, de oudste zoon van Aäron, de priester; zijn opzicht zal zijn over degenen, die de wacht van het heiligdom waarnemen.
Van Merari, ten derde, is het geslacht van de Mahelieten en het geslacht van de Musieten; dit zijn de geslachten van Merari.
En hun getelden in getal van al, wat mannelijk was, van een maand en ouder, waren zesduizend en tweehonderd (6200).
De overste nu van het vaderlijke huis van de geslachten van Merari zal zijn Zûriël, de zoon van Abihaïl; zij zullen zich legeren aan de zijde van de tabernakel, noordwaarts.
En het opzicht van de wachten (hoofdstuk 4:29 vv.), van de zonen van Merari zal zijn over de planken (of stijlen) van de tabernakel (Exodus. 26:15 vv.), en zijn richels (Exodus. 26:26 vv.), en zijn pilaren (Exodus. 26:32,37), en zijn voeten (Exodus. 26:19,32,37), en al zijn gereedschap en al, wat tot zijn dienst behoort, als pinnen en wat er verder nodig was om het uitwendig lichaam van de tabernakel op te richten en vast te zetten.
En de pilaren, waaraan de gordijnen van de voorhof hangen, die de tabernakel rondom omgeven, en hun voeten, en hun pennen, en hun touwen (Exodus. 27:10,19; 35:18).
Die nu zich legeren zullen vóór en dus tegenover de ingang van de tabernakel oostwaarts, voor de tent der samenkomst, tegen de opgang van de zon, zullen zijn Mozes en Aäron met zijn zonen, in de hoogste rang waarnemende de wacht, d.i. de algemene verzorging van het heiligdom, voor of in plaats van de wacht, die aan het heiligdom verschuldigd is door de gehele vergadering van de kinderen van Israël; en de a) vreemde, al wie geen priester is, die nadert tot iets van hetgeen tot de priesterlijke bediening behoort, zal gedood worden.
Vs.10 Numeri. 16:40
Alle getelden van de Levieten, welke Mozes en Aäron, op het bevel van de HEERE (vs.15), naar hun geslachten geteld hebben (vs.22,28,34), al wat mannelijk was, van een maand en ouder, waren 7500 + 8600 + 6200, en dus tezamen 22.300, waarvan echter 300 Levieten, die zelf eerstgeborenen waren en daarom niet als plaatsvervangers van eerstgeborenen uit andere stammen aangemerkt konden worden, worden afgetrokken (vs.43), zodat er overblijven tweeëntwintigduizend (22.000).
Wij hebben de zwarigheid, die de gehele opgave van dit vers bevat, op de weg, die door de meeste Joodse leraren gevolgd is, opgelost. Andere verklaarders echter nemen aan, dat in vs.28 een schrijffout is ingeslopen. Daar namelijk bij de Hebreeën de letters van het Alfabet ook tot cijfers dienden, is het goed mogelijk, dat in plaats van ss (8.600) oorspronkelijk sls (8.300) in de tekst gestaan heeft en zo zou de rekening 7.500 + 8.300 + 6200 = 22.000 volkomen juist zijn. Door verwisselingen van veel op elkaar lijkende, of bijna geheel gelijkvormige letters, of ook door het overzien van een als cijferteken gebezigde letter, zijn in de getalsopgaven van het Oude Testament hier en daar mistellingen ontstaan, zoals wij ter plaatse zullen opmerken. Het getal van de Levieten komt in vergelijking met dat van de overige stammen nog des te meer als klein voor, doordat bij hen reeds de kinderen van een maand en ouder meegeteld werden, terwijl bij de overige de telling eerst van de twintigjarigen af begon; wilde men toch bv. de stam Manasse (32.200 mannen boven de 20 jaar) (hoofdstuk 1:34 vv.) naar de maatstaf begroten, volgens welke Levi geteld werd, dan zou het getal van de mannelijke zielen van Manasse 50.000 bedragen. De aanwas intussen van Levi’s stam hield ook later, tot in Davids tijden toe, met die van de overige op verre na geen gelijke gang, maar bleef bij deze opvallend veel achter (2 Kron.24:3)
De betekenis van deze stam ligt niet in zijn uitwendig bestaan, maar in zijn innerlijke aard.
En de HEERE zei, nadat alzo Zijn eerste bevel (vs.14) was ten uitvoer gelegd, tot Mozes: Tel nu verder ook alle eerstgeborenen, wat mannelijk is onder de kinderen van Israël, van een maand en ouder; en neem het getal van hun namen op, om dit met dat van de Levieten te vergelijken.
En gij zult, zoals Ik reeds te kennen gaf in vs.12 vv., voor Mij de Levieten nemen, om (Ik ben de HEERE!) te dienen bij Mijn heiligdom, in plaats van alle eerstgeborenen onder de kinderen van Israël, en de beesten van de Levieten in plaats van alle eerstgeborenen onder de beesten van de kinderen van Israël.
De beesten van beide zijden behoefden niet eerst geteld te worden. Hier geschiedt de ruil zonder dat het getal in bijzondere aanmerking genomen wordt.
Mozes dan telde, zoals de HEERE hem geboden had, alle eerstgeborenen onder de kinderen van Israël.
En alle eerstgeborenen, die mannelijk waren, in het getal van de namen van een maand en ouder, naar hun getelden waren, de eerstgeborenen van Levi meegerekend, tweeëntwintigduizend tweehonderd en drieënzeventig (22.273), en alzo 273 meer in getal dan bij de Levieten de hoofdsom van de getelden van één maand en ouder (vs.39).
Men heeft die som van 22.273 eerstgeborenen op een getal van 603.550 strijdbare mannen (hoofdstuk 1:46; 2:32) dat is op een hoofdsom van ongeveer een miljoen mannelijke personen, voor veel te gering gehouden, daar alzo op elke 43 à 45 zielen slechts één eerstgeborene zou voorkomen. Men kan intussen van alle andere pogingen om de zaak te verklaren, afzien, zo men slechts opmerkt, dat het gebod (Exodus. 13:2) geen terugwerkende kracht heeft gehad, en hier van die eerstgeborenen alleen sprake is, welke na de uittocht uit Egypte, en dus gedurende de laatstverlopen 10 à 11 maanden geboren werden. Nu schijnt weliswaar het getal naar evenredigheid weer te groot te zijn, maar men bedenke, dat de aanwas van het volk in de woestijn, nog veel meer dan reeds in Egypte, buitengewoon voorspoedig moet geweest zijn, alzo na de 40 jaar omzwerven het nieuwe geslacht slechts weinig minder talrijk was dan het oude (hoofdstuk 26:51). Wellicht zijn er, in de tijd, die de uittocht naast voorafging, toen er voor het volk een zeker uitzicht op spoedige verlossing uit de Egyptische slavernij verrees, vele nieuwe huwelijken gesloten; terwijl het tevoren geenszins raadzaam was, zich in het huwelijk te begeven (Exodus. 1:22)
En de HEERE sprak verder tot Mozes, om hem nader in te lichten, omtrent de wijze, waarop de inplaatstreding van de Levieten, voor al de eerstgeborenen, geschieden moest, zeggende:
Neem de Levieten, in plaats van alle eerstgeboorte onder de kinderen van Israël, welke van Mij is en Mij eigenlijk dienen moest bij Mijn heiligdom, en de beesten van de Levieten, in plaats van de eerstgeboorten van hun beesten; want de Levieten zullen van Mij zijn, en ook hun vee zal Mij als een bijzonder eigendom toebehoren (vs.41); Ik ben de HEERE!
Aangaande de tweehonderd drieënzeventig (273), die gelost zullen worden, die overschieten boven de Levieten (vs.43) van de eerstgeborenen van de kinderen van Israël;
Gij zult voor elk hoofd vijf sikkels van de ouders nemen; naar de waarde van de sikkel van het heiligdom zult gij ze nemen; a) die sikkel is twintig gera.
Exodus. 30:13 Leviticus. 27:25 Numeri. 18:16 Ezech.45:12
En gij zult dat geld, die 273 maal 5 = 1365 sikkels, aan Aäron en zijn zonen geven, die het als vergoeding voor hen, welke als eerstgeborenen eigenlijk aan de Heeretoebehoorden en tot de dienst van de priester verplicht waren, in de kas van de tabernakel storten en ten dienste van het heiligdom besteden zullen, het geld van de gelosten, die onder hen overschieten.
Deze losprijs voor de overschietende eerstgeborenen werd vervolgens maatstaf voor de lossing van alle volgende eerstgeborenen (hoofdstuk 18:16). Het bedrag komt met de prijs van die mannelijke kinderen overeen, welke men de Heere in gelofte toegezegd had, zolang zij nog niet boven de 5 jaar oud geworden waren (Leviticus. 27:6)
Toen nam Mozes dat losgeld van degenen, die overschoten boven de gelosten, die door de Levieten vervangen waren.
Van de eerstgeborenen van de kinderen van Israël nam hij dat geld, duizend driehonderd vijfenzestig (1365) sikkels naar de sikkel van het heiligdom.
En Mozes gaf dat geld van de gelosten aan Aäron en aan zijn zonen, naar het bevel van de HEERE, zoals de HEERE (vs.48) Mozes geboden had.
De Kerk is genaamd de gemeente van de eerstgeborenen (Hebr.12:23), die gerantsoeneerd of gelost is, niet zoals de eerstgeborenen van de Israëlieten, met zilver of goud, maar door het dierbaar bloed van Christus, het onbestraffelijke en onbevlekte Lam van God (1 Petr.1:18,19).
De stam van Levi, die zich, door de geest van het ootmoed en door het bloed van het zwaard, ten tijde dat het volk zich aan de afgoderij met het gouden kalf schuldig maakte, de Heere had geheiligd (Exodus. 32:25 vv.), wil Hij als Israëls eerstgeboorte aanzien, en hun dienst bij Zijn heiligdom zal Hij aanmerken als een toewijding van alle eerstgeborenen van Israël aan Zich. Zo als nu in de eerstgeboorte onder Israël alle daarna geborenen begrepen en in de heiliging van hen ook deze geheiligd zijn (Rom.11:16), zo is ook in de geheiligde stam van Levi geheel Israël heilig.
Beschouwt, Christenouders, ook uw kinderen als hen, die in hun levensbetrekking met u de Heere heilig zijn, en met bijzondere roeping tot Zijn verheerlijking van Hem geroepen worden 1 Corinthiers. 7:14). Bewaakt uw kinderen als zodanigen, op wie de Heere een bijzondere aanspraak heeft. Houdt bij hun opvoeding boven alles uw en hun Heer voor ogen. Bedenkt dit, hoe gij hen voor Hem moogt opvoeden. Laat uw wandel waardig de roeping, waarmee gij geroepen zijt, voor hen het zegel drukken op de woorden van uw lering, vermaning en bestraffing. Houdt dat woord in gedachtenis: “Geloof in de Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis!” (Hand.16:31). Stelt, eerstgeborenen des huizes, niets op hoger prijs, dan voor uw jongere broeders en zusters een voorbeeld te mogen wezen in alles, wat de Heere welbehaaglijk is en waardoor Zijn naam verheerlijkt wordt. Kinderen, dient allen de Heere, die God, wiens ondoorgrondelijke liefde Zijn eigen Zoon deed in de plaats treden voor zondaars, opdat Hij lijdend en stervend alles volbracht, wat er nodig is tot onze eeuwige zaligheid. Al het vertrouwen, al de liefde, al de gehoorzaamheid van onze harten komt Hem eeuwig toe. Eeuwig Zijn naam tot ere, als Zijn kinderen in Christus te leven, dat zij ons aller vurige bede.
Aan Aäron en zijn zonen kwam dat geld toe, omdat de Levieten hun in de plaats van alle eerstgeborenen van de kinderen van Israël waren gegeven, en dit de som was voor het ontbrekende getal aan de hoofdsom van de getelde Levieten.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel