Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Numeri 3

1 Dit nu zijn de geboorten van Aaron en Mozes; ten dage als de HEERE met Mozes gesproken heeft op den berg Sinai.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 DitH428 nu zijn de geboortenH8435 van AaronH175 en MozesH4872; ten dageH3117 als de HEEREH3068 metH854 MozesH4872 gesprokenH1696 heeft op den bergH2022 SinaiH5514. Dit nu zijn de geboorten van Aaron en Mozes; ten dage als de HEERE met Mozes gesproken heeft op den berg Sinai.

KJV These also are the generations2 of Aaron3 and Moses4 in the day5 that the LORD7 spake6 with Moses9 in mount10 Sinai.

1 וְאֵ֛לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 2 תּוֹלְדֹ֥ת H8435 geboorten, geslachten, geschiedenissen birth, generations 3 אַהֲרֹ֖ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 4 וּמֹשֶׁ֑ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 בְּי֗וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 דִּבֶּ֧ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 7 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 9 מֹשֶׁ֖ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 10 בְּהַ֥ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 11 סִינָֽי H5514 Sinai Sinai
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En dit zijn de namen der zonen van Aaron: de eerstgeborene, Nadab, daarna Abihu, Eleazar, en Ithamar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En ditH428 zijn de namenH8034 der zonenH1121 van AaronH175: de eerstgeboreneH1060, NadabH5070, daarna AbihuH30, EleazarH499, en IthamarH385. En dit zijn de namen der zonen van Aaron: de eerstgeborene, Nadab, daarna Abihu, Eleazar, en Ithamar.

KJV And these are the names2 of the sons3 of Aaron;4 Nadab6 the firstborn,5 and Abihu,7 Eleazar,8 and Ithamar.

1 וְאֵ֛לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 2 שְׁמ֥וֹת H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 3 בְּֽנֵי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 אַהֲרֹ֖ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 5 הַבְּכ֣וֹר H1060 eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboren eldest (son), firstborn(-ling) 6 נָדָ֑ב H5070 Nadab Nadab 7 וַאֲבִיה֕וּא H30 Abihu Abihu 8 אֶלְעָזָ֖ר H499 Eleazar Eleazar 9 וְאִיתָמָֽר H385 Ithamar Ithamar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Dit zijn de namen der zonen van Aaron, der priesteren, die gezalfd waren, welker hand men gevuld had, om het priesterambt te bedienen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 DitH428 zijn de namenH8034 der zonenH1121 van AaronH175, der priesterenH3548, die gezalfdH4886 waren, welker handH3027 men gevuldH4390 had, om het priesterambt te bedienen. Dit zijn de namen der zonen van Aaron, der priesteren, die gezalfd waren, welker hand men gevuld had, om het priesterambt te bedienen.

Ook in dit vers priesterambt bedienenH3547

KJV These are the names2 of the sons3 of Aaron,4 the priests5 which were anointed,6 whom he consecrated8 to minister in the priest's office.

1 אֵ֗לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 2 שְׁמוֹת֙ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 3 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 אַהֲרֹ֔ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 5 הַכֹּהֲנִ֖ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 6 הַמְּשֻׁחִ֑ים H4886 gezalfd, zalven, zalfde anoint, paint 7 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 מִלֵּ֥א H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 9 יָדָ֖ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 10 לְכַהֵֽן H3547 priesterambt bedienen, priesterambt, bedienen deck, be (do the office of a, execute the, minister in the) priest('s office)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Maar Nadab en Abihu stierven voor het aangezicht des HEEREN, als zij vreemd vuur voor het aangezicht des HEEREN in de woestijn van Sinai brachten, en hadden geen kinderen, doch Eleazar en Ithamar bedienden het priesterambt voor het aangezicht van hun vader Aaron.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Maar NadabH5070 en AbihuH30 stiervenH4191 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, als zijH1961 vreemdH2114 vuurH784 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068 in de woestijnH4057 van SinaiH5514 brachtenH7126, en hadden geenH3808 kinderenH1121, doch EleazarH499 en IthamarH385 bedienden het priesterambtH3547 voor het aangezichtH6440 van hun vaderH1 AaronH175. Maar Nadab en Abihu stierven voor het aangezicht des HEEREN, als zij vreemd vuur voor het aangezicht des HEEREN in de woestijn van Sinai brachten, en hadden geen kinderen, doch Eleazar en Ithamar bedienden het priesterambt voor het aangezicht van hun vader Aaron.

KJV And Nadab2 and Abihu3 died1 before4 the LORD,5 when they offered6 strange8 fire7 before9 the LORD,10 in the wilderness11 of Sinai,12 and they had no children:13 and Eleazar18 and Ithamar19 ministered in the priest's office17 in the sight21 of Aaron22 their father.

1 וַיָּ֣מָת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 2 נָדָ֣ב H5070 Nadab Nadab 3 וַאֲבִיה֣וּא H30 Abihu Abihu 4 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 5 יְהוָ֡ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 בְּֽהַקְרִבָם֩ H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 7 אֵ֨שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 8 זָרָ֜ה H2114 vreemde, vreemden, vreemd (come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman) 9 לִפְנֵ֤י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 10 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 בְּמִדְבַּ֣ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 12 סִינַ֔י H5514 Sinai Sinai 13 וּבָנִ֖ים H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 הָי֣וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 16 לָהֶ֑ם 17 וַיְכַהֵ֤ן H3547 priesterambt bedienen, priesterambt, bedienen deck, be (do the office of a, execute the, minister in the) priest('s office) 18 אֶלְעָזָר֙ H499 Eleazar Eleazar 19 וְאִ֣יתָמָ֔ר H385 Ithamar Ithamar 20 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 21 פְּנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 22 אַהֲרֹ֥ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 23 אֲבִיהֶֽם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En de HEEREH3068 sprakH1696 totH413 MozesH4872, zeggendeH559: En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

KJV And the LORD2 spake1 unto Moses,4 saying,

1 וַיְדַבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֥ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 לֵּאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Doe den stam van Levi naderen, en stel hem voor het aangezicht van den priester Aaron, opdat zij hem dienen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Doe den stamH4294 van LeviH3878 naderenH7126, en stelH5975 hem voor het aangezichtH6440 van den priesterH3548 AaronH175, opdat zij hem dienenH8334; Doe den stam van Levi naderen, en stel hem voor het aangezicht van den priester Aaron, opdat zij hem dienen;

KJV Bring1 the tribe3 of Levi4 near, and present5 them before7 Aaron8 the priest,9 that they may minister

1 הַקְרֵב֙ H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 מַטֵּ֣ה H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 4 לֵוִ֔י H3878 Levi Levi. See also H3879 (לֵוִי), H3881 (לֵוִיִּי) 5 וְֽהַעֲמַדְתָּ֣ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 6 אֹת֔וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 לִפְנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 8 אַהֲרֹ֣ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 9 הַכֹּהֵ֑ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 10 וְשֵׁרְת֖וּ H8334 dienen, dienaars, diende minister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on 11 אֹתֽוֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En dat zij waarnemen zijn wacht, en de wacht der gehele vergadering, voor de tent der samenkomst, om den dienst des tabernakels te bedienen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En dat zij waarnemenH8104 zijn wachtH4931, en de wachtH4931 der geheleH3605 vergaderingH5712, voorH6440 de tentH168 der samenkomstH4150, om den dienstH5656 des tabernakelsH4908 te bedienenH5647; En dat zij waarnemen zijn wacht, en de wacht der gehele vergadering, voor de tent der samenkomst, om den dienst des tabernakels te bedienen;

KJV And they shall keep1 his charge,3 and the charge5 of the whole congregation7 before8 the tabernacle9 of the congregation,10 to do11 the service13 of the tabernacle.

1 וְשָׁמְר֣וּ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 מִשְׁמַרְתּ֗וֹ H4931 wacht, wachten, bewaring charge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch 4 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 מִשְׁמֶ֨רֶת֙ H4931 wacht, wachten, bewaring charge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 הָ֣עֵדָ֔ה H5712 vergadering, gemeente, bijenzwerm assembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה) 8 לִפְנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 9 אֹ֣הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 10 מוֹעֵ֑ד H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 11 לַעֲבֹ֖ד H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 עֲבֹדַ֥ת H5656 dienst, dienstwerk, dienstbaarheid act, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought 14 הַמִּשְׁכָּֽן H4908 tabernakel, tabernakels, woningen dwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En dat zij al het gereedschap van de tent der samenkomst, en de wacht der kinderen Israels waarnemen, om den dienst des tabernakels te bedienen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En dat zij alH3605 het gereedschapH3627 van de tentH168 der samenkomstH4150, en de wachtH4931 der kinderenH1121 IsraelsH3478 waarnemenH8104, om den dienstH5656 des tabernakelsH4908 te bedienenH5647. En dat zij al het gereedschap van de tent der samenkomst, en de wacht der kinderen Israels waarnemen, om den dienst des tabernakels te bedienen.

KJV And they shall keep1 all the instruments4 of the tabernacle5 of the congregation,6 and the charge8 of the children9 of Israel,10 to do11 the service13 of the tabernacle.

1 וְשָׁמְר֗וּ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 2 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 כְּלֵי֙ H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 5 אֹ֣הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 6 מוֹעֵ֔ד H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 מִשְׁמֶ֖רֶת H4931 wacht, wachten, bewaring charge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch 9 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 11 לַעֲבֹ֖ד H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 עֲבֹדַ֥ת H5656 dienst, dienstwerk, dienstbaarheid act, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought 14 הַמִּשְׁכָּֽן H4908 tabernakel, tabernakels, woningen dwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Gij zult dan, aan Aaron en aan zijn zonen, de Levieten geven; zij zijn gegeven, zij zijn hem gegeven uit de kinderen Israels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Gij zult dan, aan AaronH175 en aan zijn zonenH1121, de LevietenH3881 geven; zij zijn gegevenH5414, zij zijn hem gegevenH5414 uit de kinderenH1121 IsraelsH3478. Gij zult dan, aan Aaron en aan zijn zonen, de Levieten geven; zij zijn gegeven, zij zijn hem gegeven uit de kinderen Israels.

KJV And thou shalt give1 the Levites3 unto Aaron4 and to his sons:5 they are wholly given6 unto him out of the children11 of Israel.

1 וְנָתַתָּה֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַלְוִיִּ֔ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 4 לְאַהֲרֹ֖ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 5 וּלְבָנָ֑יו H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 נְתוּנִ֨ם H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 נְתוּנִ֥ם H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 הֵ֨מָּה֙ H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 9 ל֔וֹ 10 מֵאֵ֖ת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 11 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Maar Aaron en zijn zonen zult gij stellen, dat zij hun priesterambt waarnemen; en de vreemde, die nadert, zal gedood worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Maar AaronH175 en zijn zonenH1121 zult gij stellenH6485, dat zij hun priesterambtH3550 waarnemenH8104; en de vreemdeH2114, die nadertH7131, zal gedoodH4191 worden. Maar Aaron en zijn zonen zult gij stellen, dat zij hun priesterambt waarnemen; en de vreemde, die nadert, zal gedood worden.

KJV And thou shalt appoint5 Aaron2 and his sons,4 and they shall wait on6 their priest's office:8 and the stranger9 that cometh nigh shall be put to death.

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 אַהֲרֹ֤ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 3 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 בָּנָיו֙ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 תִּפְקֹ֔ד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 6 וְשָׁמְר֖וּ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 כְּהֻנָּתָ֑ם H3550 priesterambt, priesterdom, priesterdoms priesthood, priest's office 9 וְהַזָּ֥ר H2114 vreemde, vreemden, vreemd (come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman) 10 הַקָּרֵ֖ב H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 11 יוּמָֽת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En de HEEREH3068 sprakH1696 totH413 MozesH4872, zeggendeH559: En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

KJV And the LORD2 spake1 unto Moses,4 saying,

1 וַיְדַבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֥ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 לֵּאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En Ik, zie, Ik heb de Levieten uit het midden van de kinderen Israels genomen, in plaats van allen eerstgeborene, die de baarmoeder opent, uit de kinderen Israels; en de Levieten zullen Mijne zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En Ik, zieH2009, Ik heb de LevietenH3881 uit het middenH8432 van de kinderenH1121 IsraelsH3478 genomenH3947, in plaatsH8478 van allenH3605 eerstgeboreneH1060, die de baarmoederH7358 opentH6363, uit de kinderenH1121 IsraelsH3478; en de LevietenH3881 zullen Mijne zijnH1961. En Ik, zie, Ik heb de Levieten uit het midden van de kinderen Israels genomen, in plaats van allen eerstgeborene, die de baarmoeder opent, uit de kinderen Israels; en de Levieten zullen Mijne zijn.

KJV And I, behold, I have taken3 the Levites5 from among6 the children7 of Israel8 instead of all the firstborn11 that openeth12 the matrix13 among the children14 of Israel:15 therefore the Levites

1 וַאֲנִ֞י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 2 הִנֵּ֧ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 לָקַ֣חְתִּי H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 הַלְוִיִּ֗ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 6 מִתּוֹךְ֙ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 7 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 תַּ֧חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 10 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 בְּכ֛וֹר H1060 eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboren eldest (son), firstborn(-ling) 12 פֶּ֥טֶר H6363 opent, geboren, opening firstling, openeth, such as open 13 רֶ֖חֶם H7358 baarmoeder, baarmoeders, lijf matrix, womb 14 מִבְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 15 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 16 וְהָ֥יוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 17 לִ֖י 18 הַלְוִיִּֽם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Want alle eerstgeborene is Mijn; van den dag, dat Ik alle eerstgeborenen in Egypteland sloeg, heb Ik Mij geheiligd alle eerstgeborenen in Israel, van de mensen tot de beesten; zij zullen Mijn zijn; Ik ben de HEERE!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Want alleH3605 eerstgeboreneH1060 is Mijn; van den dagH3117, dat Ik alle eerstgeborenenH1060 in EgyptelandH776 sloegH5221, heb Ik Mij geheiligdH6942 alleH3605 eerstgeborenenH1060 in IsraelH3478, van de mensenH120 totH5704 de beestenH929; zij zullen Mijn zijn; IkH589 ben de HEEREH3068! Want alle eerstgeborene is Mijn; van den dag, dat Ik alle eerstgeborenen in Egypteland sloeg, heb Ik Mij geheiligd alle eerstgeborenen in Israel, van de mensen tot de beesten; zij zullen Mijn zijn; Ik ben de HEERE!

KJV Because all the firstborn4 are mine; for on the day5 that I smote6 all the firstborn8 in the land9 of Egypt10 I hallowed11 unto me all the firstborn14 in Israel,15 both man16 and beast:18 mine shall they be: I am the LORD.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 לִי֮ 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 בְּכוֹר֒ H1060 eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboren eldest (son), firstborn(-ling) 5 בְּיוֹם֩ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 הַכֹּתִ֨י H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 7 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 בְּכ֜וֹר H1060 eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboren eldest (son), firstborn(-ling) 9 בְּאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 מִצְרַ֗יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 11 הִקְדַּ֨שְׁתִּי H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 12 לִ֤י 13 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 בְּכוֹר֙ H1060 eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboren eldest (son), firstborn(-ling) 15 בְּיִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 16 מֵאָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 17 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 18 בְּהֵמָ֑ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 19 לִ֥י 20 יִהְי֖וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 21 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 22 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En de HEEREH3068 sprakH1696 totH413 MozesH4872 in de woestijnH4057 van SinaiH5514, zeggendeH559: En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, zeggende:

KJV And the LORD2 spake1 unto Moses4 in the wilderness5 of Sinai,6 saying,

1 וַיְדַבֵּ֤ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֔ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 בְּמִדְבַּ֥ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 6 סִינַ֖י H5514 Sinai Sinai 7 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Tel de zonen van Levi naar het huis hunner vaderen, naar hun geslachten, al wat mannelijk is, van een maand oud en daarboven, die zult gij tellen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 TelH6485 de zonenH1121 van LeviH3878 naar het huisH1004 hunner vaderenH1, naar hun geslachtenH4940, alH3605 wat mannelijkH2145 is, van een maandH2320 oudH1121 en daarboven, die zult gij tellenH6485. Tel de zonen van Levi naar het huis hunner vaderen, naar hun geslachten, al wat mannelijk is, van een maand oud en daarboven, die zult gij tellen.

KJV Number1 the children3 of Levi4 after the house5 of their fathers,6 by their families:7 every male9 from a month11 old10 and upward12 shalt thou number

1 פְּקֹד֙ H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 לֵוִ֔י H3878 Levi Levi. See also H3879 (לֵוִי), H3881 (לֵוִיִּי) 5 לְבֵ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 אֲבֹתָ֖ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 7 לְמִשְׁפְּחֹתָ֑ם H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 8 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 זָכָ֛ר H2145 mannelijk, manspersonen, mannetje [idiom] him, male, man(child, -kind) 10 מִבֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 חֹ֥דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 12 וָמַ֖עְלָה H4605 opwaarts, hoogste, omhoog above, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very 13 תִּפְקְדֵֽם H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En Mozes telde hen naar het bevel des HEEREN, gelijk hem geboden was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En MozesH4872 teldeH6485 hen naar het bevelH6310 des HEERENH3068, gelijk hem gebodenH6680 was. En Mozes telde hen naar het bevel des HEEREN, gelijk hem geboden was.

KJV And Moses3 numbered1 them according to the word5 of the LORD,6 as he was commanded.

1 וַיִּפְקֹ֥ד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 2 אֹתָ֛ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 מֹשֶׁ֖ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 פִּ֣י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 6 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 כַּאֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 צֻוָּֽה H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 DitH428 nu warenH1961 de zonenH1121 van LeviH3878 met hun namenH8034: GersonH1648, en KahathH6955, en MerariH4847. Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari.

KJV And these were the sons3 of Levi4 by their names;5 Gershon,6 and Kohath,7 and Merari.

1 וַיִּֽהְיוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 אֵ֥לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 3 בְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 לֵוִ֖י H3878 Levi Levi. See also H3879 (לֵוִי), H3881 (לֵוִיִּי) 5 בִּשְׁמֹתָ֑ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 6 גֵּרְשׁ֕וֹן H1648 Gerson Gershon, Gershom 7 וּקְהָ֖ת H6955 Kahath, Kohath, Kehath Kohath 8 וּמְרָרִֽי H4847 Merari Merari. See also H4848 (מְרָרִי)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En dit zijn de namen der zonen van Gerson, naar hun geslachten: Libni en Simei.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En ditH428 zijn de namenH8034 der zonenH1121 van GersonH1648, naar hun geslachtenH4940: LibniH3845 en SimeiH8096. En dit zijn de namen der zonen van Gerson, naar hun geslachten: Libni en Simei.

KJV And these are the names2 of the sons3 of Gershon4 by their families;5 Libni,6 and Shimei.

1 וְאֵ֛לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 2 שְׁמ֥וֹת H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 3 בְּֽנֵי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 גֵרְשׁ֖וֹן H1648 Gerson Gershon, Gershom 5 לְמִשְׁפְּחֹתָ֑ם H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 6 לִבְנִ֖י H3845 Libni Libni 7 וְשִׁמְעִֽי H8096 Simei Shimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En de zonen van Kahath, naar hun geslachten; Amram en Izhar, Hebron en Uzziel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En de zonenH1121 van KahathH6955, naar hun geslachtenH4940; AmramH6019 en IzharH3324, HebronH2275 en UzzielH5816. En de zonen van Kahath, naar hun geslachten; Amram en Izhar, Hebron en Uzziel.

KJV And the sons1 of Kohath2 by their families;3 Amram,4 and Izehar,5 Hebron,6 and Uzziel.

1 וּבְנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 קְהָ֖ת H6955 Kahath, Kohath, Kehath Kohath 3 לְמִשְׁפְּחֹתָ֑ם H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 4 עַמְרָ֣ם H6019 Amram Amram 5 וְיִצְהָ֔ר H3324 Jizhar, Izhar Izhar 6 חֶבְר֖וֹן H2275 Hebron Hebron 7 וְעֻזִּיאֵֽל H5816 Uzziel Uzziel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En de zonen van Merari, naar hun geslachten: Maheli en Musi; dit zijn de geslachten der Levieten, naar het huis hunner vaderen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En de zonenH1121 van MerariH4847, naar hunH1992 geslachtenH4940: MaheliH4249 en MusiH4187; ditH428 zijn de geslachtenH4940 der LevietenH3881, naar het huisH1004 hunner vaderenH1. En de zonen van Merari, naar hun geslachten: Maheli en Musi; dit zijn de geslachten der Levieten, naar het huis hunner vaderen.

KJV And the sons1 of Merari2 by their families;3 Mahli,4 and Mushi.5 These are7 the families8 of the Levites9 according to the house10 of their fathers.

1 וּבְנֵ֧י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 מְרָרִ֛י H4847 Merari Merari. See also H4848 (מְרָרִי) 3 לְמִשְׁפְּחֹתָ֖ם H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 4 מַחְלִ֣י H4249 Maheli, Machli, Mahli Mahli 5 וּמוּשִׁ֑י H4187 Musi Mushi 6 אֵ֥לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 7 הֵ֛ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 8 מִשְׁפְּחֹ֥ת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 9 הַלֵּוִ֖י H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 10 לְבֵ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 11 אֲבֹתָֽם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Van Gerson was het geslacht der Libnieten, en het geslacht der Simeieten; dit zijn de geslachten der Gersonieten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Van GersonH1648 was het geslachtH4940 der LibnietenH3846, en het geslachtH4940 der SimeietenH8097; ditH428 zijn de geslachtenH4940 der GersonietenH1649. Van Gerson was het geslacht der Libnieten, en het geslacht der Simeieten; dit zijn de geslachten der Gersonieten.

KJV Of Gershon1 was the family2 of the Libnites,3 and the family4 of the Shimites:5 these are the families8 of the Gershonites.

1 לְגֵ֣רְשׁ֔וֹן H1648 Gerson Gershon, Gershom 2 מִשְׁפַּ֨חַת֙ H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 3 הַלִּבְנִ֔י H3846 Libnieten Libnites 4 וּמִשְׁפַּ֖חַת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 5 הַשִּׁמְעִ֑י H8097 Simei, Simeieten of Shimi, Shimites 6 אֵ֣לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 7 הֵ֔ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 8 מִשְׁפְּחֹ֖ת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 9 הַגֵּרְשֻׁנִּֽי H1649 Gersonieten, Gersoniet Gershonite, sons of Gershon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Hun getelden in getal waren van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven; hun getelden waren zeven duizend en vijfhonderd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Hun geteldenH6485 in getalH4557 waren van alH3605 wat mannelijkH2145 was, van een maandH2320 oudH1121 en daarboven; hun geteldenH6485 waren zevenH7651 duizendH505 en vijfhonderdH2568. Hun getelden in getal waren van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven; hun getelden waren zeven duizend en vijfhonderd.

KJV Those that were numbered1 of them, according to the number2 of all the males,4 from a month6 old5 and upward,7 even those that were numbered8 of them were seven9 thousand10 and five11 hundred.

1 פְּקֻדֵיהֶם֙ H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 2 בְּמִסְפַּ֣ר H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 זָכָ֔ר H2145 mannelijk, manspersonen, mannetje [idiom] him, male, man(child, -kind) 5 מִבֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 חֹ֖דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 7 וָמָ֑עְלָה H4605 opwaarts, hoogste, omhoog above, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very 8 פְּקֻ֣דֵיהֶ֔ם H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 9 שִׁבְעַ֥ת H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 10 אֲלָפִ֖ים H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 11 וַחֲמֵ֥שׁ H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 12 מֵאֽוֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 De geslachten der Gersonieten zullen zich legeren achter den tabernakel, westwaarts.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 De geslachtenH4940 der GersonietenH1649 zullen zich legerenH2583 achterH310 den tabernakelH4908, westwaartsH3220. De geslachten der Gersonieten zullen zich legeren achter den tabernakel, westwaarts.

KJV The families1 of the Gershonites2 shall pitch5 behind3 the tabernacle4 westward.

1 מִשְׁפְּחֹ֖ת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 2 הַגֵּרְשֻׁנִּ֑י H1649 Gersonieten, Gersoniet Gershonite, sons of Gershon 3 אַחֲרֵ֧י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 4 הַמִּשְׁכָּ֛ן H4908 tabernakel, tabernakels, woningen dwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent 5 יַחֲנ֖וּ H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 6 יָֽמָּה H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 De overste nu van het vaderlijke huis der Gersonieten zal zijn Eljasaf, de zoon van Lael.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 De oversteH5387 nu van het vaderlijkeH1 huisH1004 der GersonietenH1649 zal zijn EljasafH460, de zoonH1121 van LaelH3815. De overste nu van het vaderlijke huis der Gersonieten zal zijn Eljasaf, de zoon van Lael.

KJV And the chief1 of the house2 of the father3 of the Gershonites4 shall be Eliasaph5 the son6 of Lael.

1 וּנְשִׂ֥יא H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 2 בֵֽית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 3 אָ֖ב H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 4 לַגֵּרְשֻׁנִּ֑י H1649 Gersonieten, Gersoniet Gershonite, sons of Gershon 5 אֶלְיָסָ֖ף H460 Eljasaf Eliasaph 6 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 לָאֵֽל H3815 Lael Lael
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En de wacht der zonen van Gerson in de tent der samenkomst zal zijn de tabernakel en de tent, haar deksel, en het deksel aan de deur van de tent der samenkomst;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En de wachtH4931 der zonenH1121 van GersonH1648 in de tentH168 der samenkomstH4150 zal zijn de tabernakelH4908 en de tentH168, haar deksel, en het deksel aan de deurH6607 van de tentH168 der samenkomstH4150; En de wacht der zonen van Gerson in de tent der samenkomst zal zijn de tabernakel en de tent, haar deksel, en het deksel aan de deur van de tent der samenkomst;

Ook in dit vers dekselH4372 dekselH4539

KJV And the charge1 of the sons2 of Gershon3 in the tabernacle4 of the congregation5 shall be the tabernacle,6 and the tent,7 the covering8 thereof, and the hanging9 for the door10 of the tabernacle11 of the congregation,

1 וּמִשְׁמֶ֤רֶת H4931 wacht, wachten, bewaring charge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch 2 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 גֵרְשׁוֹן֙ H1648 Gerson Gershon, Gershom 4 בְּאֹ֣הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 5 מוֹעֵ֔ד H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 6 הַמִּשְׁכָּ֖ן H4908 tabernakel, tabernakels, woningen dwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent 7 וְהָאֹ֑הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 8 מִכְסֵ֕הוּ H4372 deksel, dassendeksel covering 9 וּמָסַ֕ךְ H4539 deksel, deksels covering, curtain, hanging 10 פֶּ֖תַח H6607 deur, deuren, ingang door, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place 11 אֹ֥הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 12 מוֹעֵֽד H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En de behangselen des voorhofs, en het deksel van de deur des voorhofs, welke bij den tabernakel en bij het altaar rondom zijn; mitsgaders de zelen, tot zijn gansen dienst.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En de behangselenH7050 des voorhofsH2691, en het dekselH4539 van de deurH6607 des voorhofsH2691, welkeH834 bijH5921 den tabernakelH4908 en bijH5921 het altaarH4196 rondomH5439 zijn; mitsgaders de zelenH4340, tot zijn gansenH3605 dienstH5656. En de behangselen des voorhofs, en het deksel van de deur des voorhofs, welke bij den tabernakel en bij het altaar rondom zijn; mitsgaders de zelen, tot zijn gansen dienst.

KJV And the hangings1 of the court,2 and the curtain4 for the door5 of the court,6 which is by the tabernacle,9 and by the altar11 round about,12 and the cords14 of it for all the service

1 וְקַלְעֵ֣י H7050 behangselen, slinger, slingerstenen hanging, leaf, sling 2 הֶֽחָצֵ֗ר H2691 voorhof, dorpen, voorhofs court, tower, village 3 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 מָסַךְ֙ H4539 deksel, deksels covering, curtain, hanging 5 פֶּ֣תַח H6607 deur, deuren, ingang door, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place 6 הֶֽחָצֵ֔ר H2691 voorhof, dorpen, voorhofs court, tower, village 7 אֲשֶׁ֧ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 הַמִּשְׁכָּ֛ן H4908 tabernakel, tabernakels, woningen dwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent 10 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 הַמִּזְבֵּ֖חַ H4196 altaar, altaren, altaars altar 12 סָבִ֑יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 13 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 מֵֽיתָרָ֔יו H4340 zelen, koorden, pezen cord, string 15 לְכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 עֲבֹדָתֽוֹ H5656 dienst, dienstwerk, dienstbaarheid act, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En van Kahath is het geslacht der Amramieten, en het geslacht der Izharieten, en het geslacht der Hebronieten, en het geslacht der Uzzielieten; dit zijn de geslachten der Kahathieten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En van KahathH6955 is het geslachtH4940 der AmramietenH6020, en het geslachtH4940 der IzharietenH3325, en het geslachtH4940 der HebronietenH2276, en het geslachtH4940 der UzzielietenH5817; ditH428 zijn de geslachtenH4940 der KahathietenH6956. En van Kahath is het geslacht der Amramieten, en het geslacht der Izharieten, en het geslacht der Hebronieten, en het geslacht der Uzzielieten; dit zijn de geslachten der Kahathieten.

KJV And of Kohath1 was the family2 of the Amramites,3 and the family4 of the Izeharites,5 and the family6 of the Hebronites,7 and the family8 of the Uzzielites:9 these are the families12 of the Kohathites.

1 וְלִקְהָ֗ת H6955 Kahath, Kohath, Kehath Kohath 2 מִשְׁפַּ֤חַת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 3 הַֽעַמְרָמִי֙ H6020 Amramieten Amramite 4 וּמִשְׁפַּ֣חַת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 5 הַיִּצְהָרִ֔י H3325 Jizharieten, Izharieten Izeharites, Izharites 6 וּמִשְׁפַּ֨חַת֙ H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 7 הַֽחֶבְרֹנִ֔י H2276 Hebronieten Hebronites 8 וּמִשְׁפַּ֖חַת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 9 הָֽעָזִּיאֵלִ֑י H5817 Uzzielieten Uzzielites 10 אֵ֥לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 11 הֵ֖ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 12 מִשְׁפְּחֹ֥ת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 13 הַקְּהָתִֽי H6956 Kahathieten, Kohathieten, sta Kohathites
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 In getal van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren acht duizend en zeshonderd, waarnemende de wacht des heiligdoms.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 In getalH4557 van alH3605 wat mannelijkH2145 was, van een maandH2320 oudH1121 en daarboven, waren achtH8083 duizendH505 en zeshonderdH8337, waarnemendeH8104 de wachtH4931 des heiligdomsH6944. In getal van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren acht duizend en zeshonderd, waarnemende de wacht des heiligdoms.

KJV In the number1 of all the males,3 from a month5 old4 and upward,6 were eight7 thousand8 and six9 hundred,10 keeping11 the charge12 of the sanctuary.

1 בְּמִסְפַּר֙ H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 זָכָ֔ר H2145 mannelijk, manspersonen, mannetje [idiom] him, male, man(child, -kind) 4 מִבֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 חֹ֖דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 6 וָמָ֑עְלָה H4605 opwaarts, hoogste, omhoog above, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very 7 שְׁמֹנַ֤ת H8083 acht, achttien, achthonderd eight(-een, -eenth), eighth 8 אֲלָפִים֙ H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 9 וְשֵׁ֣שׁ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 10 מֵא֔וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 11 שֹׁמְרֵ֖י H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 12 מִשְׁמֶ֥רֶת H4931 wacht, wachten, bewaring charge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch 13 הַקֹּֽדֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 De geslachten der zonen van Kahath zullen zich legeren aan de zijde des tabernakels, zuidwaarts.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 De geslachtenH4940 der zonenH1121 van KahathH6955 zullen zich legerenH2583 aanH5921 de zijde des tabernakelsH4908, zuidwaartsH8486. De geslachten der zonen van Kahath zullen zich legeren aan de zijde des tabernakels, zuidwaarts.

KJV The families1 of the sons2 of Kohath3 shall pitch4 on the side6 of the tabernacle7 southward.

1 מִשְׁפְּחֹ֥ת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 2 בְּנֵי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 קְהָ֖ת H6955 Kahath, Kohath, Kehath Kohath 4 יַחֲנ֑וּ H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 5 עַ֛ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 יֶ֥רֶךְ H3409 heup, schacht, dij [idiom] body, loins, shaft, side, thigh 7 הַמִּשְׁכָּ֖ן H4908 tabernakel, tabernakels, woningen dwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent 8 תֵּימָֽנָה H8486 zuiden, zuidwaarts, zuidenwind south (side, -ward, wind)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van de Kahathieten, zal zijn Elisafan, de zoon van Uzziel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 De oversteH5387 nu van het vaderlijkeH1 huisH1004 der geslachtenH4940 van de KahathietenH6956, zal zijn ElisafanH469, de zoonH1121 van UzzielH5816. De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van de Kahathieten, zal zijn Elisafan, de zoon van Uzziel.

KJV And the chief1 of the house2 of the father3 of the families4 of the Kohathites5 shall be Elizaphan6 the son7 of Uzziel.

1 וּנְשִׂ֥יא H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 2 בֵֽית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 3 אָ֖ב H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 4 לְמִשְׁפְּחֹ֣ת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 5 הַקְּהָתִ֑י H6956 Kahathieten, Kohathieten, sta Kohathites 6 אֶלִיצָפָ֖ן H469 Elizafan, Elzafan, Elisafan Elizaphan, Elzaphan 7 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 עֻזִּיאֵֽל H5816 Uzziel Uzziel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Hun wacht nu zal zijn de ark, en de tafel, en de kandelaar, en de altaren en het gereedschap des heiligdoms, met hetwelk zij dienst doen, en het deksel, en al wat tot zijn dienst behoort.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 Hun wachtH4931 nu zal zijn de arkH727, en de tafelH7979, en de kandelaarH4501, en de altarenH4196 en het gereedschapH3627 des heiligdomsH6944, met hetwelkH834 zij dienst doen, en het dekselH4539, en alH3605 wat tot zijn dienst behoort. Hun wacht nu zal zijn de ark, en de tafel, en de kandelaar, en de altaren en het gereedschap des heiligdoms, met hetwelk zij dienst doen, en het deksel, en al wat tot zijn dienst behoort.

Ook in dit vers dienstH5656 dienstH8334

KJV And their charge1 shall be the ark,2 and the table,3 and the candlestick,4 and the altars,5 and the vessels6 of the sanctuary7 wherewith they minister,9 and the hanging,11 and all the service

1 וּמִשְׁמַרְתָּ֗ם H4931 wacht, wachten, bewaring charge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch 2 הָאָרֹ֤ן H727 ark, kist ark, chest, coffin 3 וְהַשֻּׁלְחָן֙ H7979 tafel, tafelen, tafels table 4 וְהַמְּנֹרָ֣ה H4501 kandelaar, kandelaars, kandelaren candlestick 5 וְהַֽמִּזְבְּחֹ֔ת H4196 altaar, altaren, altaars altar 6 וּכְלֵ֣י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 7 הַקֹּ֔דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 8 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 יְשָׁרְת֖וּ H8334 dienen, dienaars, diende minister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on 10 בָּהֶ֑ם 11 וְהַ֨מָּסָ֔ךְ H4539 deksel, deksels covering, curtain, hanging 12 וְכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 עֲבֹדָתֽוֹ H5656 dienst, dienstwerk, dienstbaarheid act, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 De overste nu der oversten van Levi zal zijn Eleazar, de zoon van Aaron, den priester; zijn opzicht zal zijn over degenen, die de wacht des heiligdoms waarnemen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 De oversteH5387 nu der overstenH5387 van LeviH3881 zal zijn EleazarH499, de zoonH1121 van AaronH175, den priesterH3548; zijn opzichtH6486 zal zijn over degenen, die de wachtH4931 des heiligdomsH6944 waarnemenH8104. De overste nu der oversten van Levi zal zijn Eleazar, de zoon van Aaron, den priester; zijn opzicht zal zijn over degenen, die de wacht des heiligdoms waarnemen.

KJV And Eleazar4 the son5 of Aaron6 the priest7 shall be chief1 over the chief2 of the Levites,3 and have the oversight8 of them that keep9 the charge10 of the sanctuary.

1 וּנְשִׂיא֙ H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 2 נְשִׂיאֵ֣י H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 3 הַלֵּוִ֔י H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 4 אֶלְעָזָ֖ר H499 Eleazar Eleazar 5 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 אַהֲרֹ֣ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 7 הַכֹּהֵ֑ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 8 פְּקֻדַּ֕ת H6486 bezoeking, opzicht, ambt account, (that have the) charge, custody, that which...laid up, numbers, office(-r), ordering, oversight, [phrase] prison, reckoning, visitation 9 שֹׁמְרֵ֖י H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 10 מִשְׁמֶ֥רֶת H4931 wacht, wachten, bewaring charge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch 11 הַקֹּֽדֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Van Merari is het geslacht der Mahelieten, en het geslacht der Musieten; dit zijn de geslachten van Merari.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 Van MerariH4847 is het geslachtH4940 der MahelietenH4250, en het geslachtH4940 der MusietenH4188; ditH428 zijn de geslachtenH4940 van MerariH4847. Van Merari is het geslacht der Mahelieten, en het geslacht der Musieten; dit zijn de geslachten van Merari.

KJV Of Merari1 was the family2 of the Mahlites,3 and the family4 of the Mushites:5 these are the families8 of Merari.

1 לִמְרָרִ֕י H4847 Merari Merari. See also H4848 (מְרָרִי) 2 מִשְׁפַּ֨חַת֙ H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 3 הַמַּחְלִ֔י H4250 Machlieten, Mahelieten Mahlites 4 וּמִשְׁפַּ֖חַת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 5 הַמּוּשִׁ֑י H4188 Musieten, Muzieten Mushites 6 אֵ֥לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 7 הֵ֖ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 8 מִשְׁפְּחֹ֥ת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 9 מְרָרִֽי H4847 Merari Merari. See also H4848 (מְרָרִי)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En hun getelden in getal van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren zes duizend en tweehonderd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 En hun geteldenH6485 in getalH4557 van alH3605 wat mannelijkH2145 was, van een maandH2320 oudH1121 en daarboven, waren zesH8337 duizendH505 en tweehonderdH3967. En hun getelden in getal van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren zes duizend en tweehonderd.

KJV And those that were numbered1 of them, according to the number2 of all the males,4 from a month6 old5 and upward,7 were six8 thousand9 and two hundred.

1 וּפְקֻדֵיהֶם֙ H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 2 בְּמִסְפַּ֣ר H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 זָכָ֔ר H2145 mannelijk, manspersonen, mannetje [idiom] him, male, man(child, -kind) 5 מִבֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 חֹ֖דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 7 וָמָ֑עְלָה H4605 opwaarts, hoogste, omhoog above, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very 8 שֵׁ֥שֶׁת H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 9 אֲלָפִ֖ים H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 10 וּמָאתָֽיִם H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van Merari zal zijn Zuriel, de zoon van Abihail; zij zullen zich legeren aan de zijde des tabernakels, noordwaarts.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 De oversteH5387 nu van het vaderlijkeH1 huisH1004 der geslachtenH4940 van MerariH4847 zal zijn ZurielH6700, de zoonH1121 van AbihailH32; zij zullen zich legerenH2583 aanH5921 de zijde des tabernakelsH4908, noordwaartsH6828. De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van Merari zal zijn Zuriel, de zoon van Abihail; zij zullen zich legeren aan de zijde des tabernakels, noordwaarts.

KJV And the chief1 of the house2 of the father3 of the families4 of Merari5 was Zuriel6 the son7 of Abihail:8 these shall pitch12 on the side10 of the tabernacle11 northward.

1 וּנְשִׂ֤יא H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 2 בֵֽית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 3 אָב֙ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 4 לְמִשְׁפְּחֹ֣ת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 5 מְרָרִ֔י H4847 Merari Merari. See also H4848 (מְרָרִי) 6 צוּרִיאֵ֖ל H6700 Zuriel Zuriel 7 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 אֲבִיחָ֑יִל H32 Abihail, Abichail Abihail 9 עַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 יֶ֧רֶךְ H3409 heup, schacht, dij [idiom] body, loins, shaft, side, thigh 11 הַמִּשְׁכָּ֛ן H4908 tabernakel, tabernakels, woningen dwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent 12 יַחֲנ֖וּ H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 13 צָפֹֽנָה H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 En het opzicht der wachten van de zonen van Merari zal zijn over de berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten, en al zijn gereedschap, en al wat tot zijn dienst behoort;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 En het opzichtH6486 der wachtenH4931 van de zonenH1121 van MerariH4847 zal zijn over de berderenH7175 des tabernakelsH4908, en zijn richelenH1280, en zijn pilarenH5982, en zijn voetenH134, en alH3605 zijn gereedschapH3627, en alH3605 wat tot zijn dienstH5656 behoort; En het opzicht der wachten van de zonen van Merari zal zijn over de berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten, en al zijn gereedschap, en al wat tot zijn dienst behoort;

KJV And under the custody1 and charge2 of the sons3 of Merari4 shall be the boards5 of the tabernacle,6 and the bars7 thereof, and the pillars8 thereof, and the sockets9 thereof, and all the vessels11 thereof, and all that serveth

1 וּפְקֻדַּ֣ת H6486 bezoeking, opzicht, ambt account, (that have the) charge, custody, that which...laid up, numbers, office(-r), ordering, oversight, [phrase] prison, reckoning, visitation 2 מִשְׁמֶרֶת֮ H4931 wacht, wachten, bewaring charge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch 3 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 מְרָרִי֒ H4847 Merari Merari. See also H4848 (מְרָרִי) 5 קַרְשֵׁי֙ H7175 berderen, berd bench, board 6 הַמִּשְׁכָּ֔ן H4908 tabernakel, tabernakels, woningen dwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent 7 וּבְרִיחָ֖יו H1280 grendelen, richelen, grendel bar, fugitive 8 וְעַמֻּדָ֣יו H5982 pilaren, pilaar, wolkkolom [idiom] apiece, pillar 9 וַאֲדָנָ֑יו H134 voeten, grondvesten, voet foundation, socket 10 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 כֵּלָ֔יו H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 12 וְכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 עֲבֹדָתֽוֹ H5656 dienst, dienstwerk, dienstbaarheid act, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 En de pilaren des voorhofs rondom, en hun voeten, en hun pennen, en hun zelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 En de pilarenH5982 des voorhofsH2691 rondomH5439, en hun voetenH134, en hun pennenH3489, en hun zelenH4340. En de pilaren des voorhofs rondom, en hun voeten, en hun pennen, en hun zelen.

KJV And the pillars1 of the court2 round about,3 and their sockets,4 and their pins,5 and their cords.

1 וְעַמֻּדֵ֧י H5982 pilaren, pilaar, wolkkolom [idiom] apiece, pillar 2 הֶחָצֵ֛ר H2691 voorhof, dorpen, voorhofs court, tower, village 3 סָבִ֖יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 4 וְאַדְנֵיהֶ֑ם H134 voeten, grondvesten, voet foundation, socket 5 וִיתֵדֹתָ֖ם H3489 pennen, nagel, pin nail, paddle, pin, stake 6 וּמֵֽיתְרֵיהֶֽם H4340 zelen, koorden, pezen cord, string
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Die nu zich legeren zullen voor den tabernakel oostwaarts, voor de tent der samenkomst, tegen den opgang, zullen zijn Mozes, en Aaron met zijn zonen, waarnemende de wacht des heiligdoms, voor de wacht der kinderen Israels; en de vreemde die nadert, zal gedood worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 Die nu zich legerenH2583 zullen voorH6440 den tabernakelH4908 oostwaartsH6924, voorH6440 de tentH168 der samenkomstH4150, tegen den opgangH4217, zullen zijn MozesH4872, en AaronH175 met zijn zonenH1121, waarnemendeH8104 de wachtH4931 des heiligdomsH4720, voor de wachtH4931 der kinderenH1121 IsraelsH3478; en de vreemdeH2114 die nadertH7131, zal gedoodH4191 worden. Die nu zich legeren zullen voor den tabernakel oostwaarts, voor de tent der samenkomst, tegen den opgang, zullen zijn Mozes, en Aaron met zijn zonen, waarnemende de wacht des heiligdoms, voor de wacht der kinderen Israels; en de vreemde die nadert, zal gedood worden.

KJV But those that encamp1 before2 the tabernacle3 toward the east,4 even before5 the tabernacle6 of the congregation7 eastward,8 shall be Moses,9 and Aaron10 and his sons,11 keeping12 the charge13 of the sanctuary14 for the charge15 of the children16 of Israel;17 and the stranger18 that cometh nigh shall be put to death.

1 וְהַחֹנִ֣ים H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 2 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 3 הַמִּשְׁכָּ֡ן H4908 tabernakel, tabernakels, woningen dwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent 4 קֵ֣דְמָה H6924 oosten, ouds, oostwaarts aforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה) 5 לִפְנֵי֩ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 אֹֽהֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 7 מוֹעֵ֨ד H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 8 מִזְרָ֜חָה H4217 oosten, opgang, oostwaarts east (side, -ward), (sun-) rising (of the sun) 9 מֹשֶׁ֣ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 10 וְאַהֲרֹ֣ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 11 וּבָנָ֗יו H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 שֹֽׁמְרִים֙ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 13 מִשְׁמֶ֣רֶת H4931 wacht, wachten, bewaring charge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch 14 הַמִּקְדָּ֔שׁ H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary 15 לְמִשְׁמֶ֖רֶת H4931 wacht, wachten, bewaring charge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch 16 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 17 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 18 וְהַזָּ֥ר H2114 vreemde, vreemden, vreemd (come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman) 19 הַקָּרֵ֖ב H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 20 יוּמָֽת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 Alle getelden der Levieten, welke Mozes en Aaron, op het bevel des HEEREN, naar hun geslachten, geteld hebben, al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren twee en twintig duizend.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 AlleH3605 geteldenH6485 der LevietenH3881, welke MozesH4872 en AaronH175, opH5921 het bevelH6310 des HEERENH3068, naar hun geslachtenH4940, geteldH6485 hebben, alH3605 wat mannelijkH2145 was, van een maandH2320 oudH1121 en daarboven, waren tweeH8147 en twintigH6242 duizendH505. Alle getelden der Levieten, welke Mozes en Aaron, op het bevel des HEEREN, naar hun geslachten, geteld hebben, al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren twee en twintig duizend.

KJV All that were numbered2 of the Levites,3 which Moses6 and Aaron7 numbered5 at the commandment9 of the LORD,10 throughout their families,11 all the males13 from a month15 old14 and upward,16 were twenty18 and two17 thousand.

1 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 פְּקוּדֵ֨י H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 3 הַלְוִיִּ֜ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 4 אֲשֶׁר֩ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 פָּקַ֨ד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 6 מֹשֶׁ֧ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 7 וְׄאַׄהֲׄרֹ֛ׄןׄ H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 פִּ֥י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 10 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 לְמִשְׁפְּחֹתָ֑ם H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 12 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 זָכָר֙ H2145 mannelijk, manspersonen, mannetje [idiom] him, male, man(child, -kind) 14 מִבֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 15 חֹ֣דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 16 וָמַ֔עְלָה H4605 opwaarts, hoogste, omhoog above, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very 17 שְׁנַ֥יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 18 וְעֶשְׂרִ֖ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 19 אָֽלֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 En de HEERE zeide tot Mozes: Tel alle eerstgeborenen, wat mannelijk is onder de kinderen Israels, van een maand oud en daarboven; en neem het getal hunner namen op.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 En de HEEREH3068 zeideH559 totH413 MozesH4872: TelH6485 alleH3605 eerstgeborenenH1060, wat mannelijkH2145 is onder de kinderenH1121 IsraelsH3478, van een maandH2320 oudH1121 en daarboven; en neemH5375 het getalH4557 hunner namenH8034 op. En de HEERE zeide tot Mozes: Tel alle eerstgeborenen, wat mannelijk is onder de kinderen Israels, van een maand oud en daarboven; en neem het getal hunner namen op.

KJV And the LORD2 said1 unto Moses,4 Number5 all the firstborn7 of the males8 of the children9 of Israel10 from a month12 old11 and upward,13 and take14 the number16 of their names.

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֗ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 פְּקֹ֨ד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 בְּכֹ֤ר H1060 eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboren eldest (son), firstborn(-ling) 8 זָכָר֙ H2145 mannelijk, manspersonen, mannetje [idiom] him, male, man(child, -kind) 9 לִבְנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 11 מִבֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 חֹ֖דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 13 וָמָ֑עְלָה H4605 opwaarts, hoogste, omhoog above, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very 14 וְשָׂ֕א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 15 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 מִסְפַּ֥ר H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 17 שְׁמֹתָֽם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 En gij zult voor Mij de Levieten nemen (Ik ben de HEERE!), in plaats van alle eerstgeborenen onder de kinderen Israels, en de beesten der Levieten, in plaats van alle eerstgeborenen onder de beesten der kinderen Israels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 En gij zult voor Mij de LevietenH3881 nemenH3947 (IkH589 ben de HEEREH3068!), in plaatsH8478 van alleH3605 eerstgeborenenH1060 onder de kinderenH1121 IsraelsH3478, en de beestenH929 der LevietenH3881, in plaatsH8478 van alleH3605 eerstgeborenenH1060 onder de beestenH929 der kinderenH1121 IsraelsH3478. En gij zult voor Mij de Levieten nemen (Ik ben de HEERE!), in plaats van alle eerstgeborenen onder de kinderen Israels, en de beesten der Levieten, in plaats van alle eerstgeborenen onder de beesten der kinderen Israels.

KJV And thou shalt take1 the Levites3 for me (I am the LORD)6 instead of all the firstborn9 among the children10 of Israel;11 and the cattle13 of the Levites14 instead of all the firstlings17 among the cattle18 of the children19 of Israel.

1 וְלָקַחְתָּ֨ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַלְוִיִּ֥ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 4 לִי֙ 5 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 6 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 תַּ֥חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 8 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 בְּכֹ֖ר H1060 eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboren eldest (son), firstborn(-ling) 10 בִּבְנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 בֶּהֱמַ֣ת H929 beesten, vee, beest beast, cattle 14 הַלְוִיִּ֔ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 15 תַּ֣חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 16 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 בְּכ֔וֹר H1060 eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboren eldest (son), firstborn(-ling) 18 בְּבֶהֱמַ֖ת H929 beesten, vee, beest beast, cattle 19 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 20 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 Mozes dan telde, gelijk als de HEERE hem geboden had, alle eerstgeborenen onder de kinderen Israels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 MozesH4872 dan teldeH6485, gelijk als de HEEREH3068 hem gebodenH6680 had, alleH3605 eerstgeborenenH1060 onder de kinderenH1121 IsraelsH3478. Mozes dan telde, gelijk als de HEERE hem geboden had, alle eerstgeborenen onder de kinderen Israels.

KJV And Moses2 numbered,1 as the LORD5 commanded4 him, all the firstborn9 among the children10 of Israel.

1 וַיִּפְקֹ֣ד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 2 מֹשֶׁ֔ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 3 כַּאֲשֶׁ֛ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 צִוָּ֥ה H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 5 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 אֹת֑וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 בְּכֹ֖ר H1060 eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboren eldest (son), firstborn(-ling) 10 בִּבְנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 En alle eerstgeborenen, die mannelijk waren, in het getal der namen, van een maand oud en daarboven, naar hun getelden, waren twee en twintig duizend tweehonderd en drie en zeventig.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 En alleH3605 eerstgeborenenH1060, die mannelijkH2145 warenH1961, in het getalH4557 der namenH8034, van een maandH2320 oudH1121 en daarboven, naar hun geteldenH6485, waren tweeH8147 en twintigH6242 duizendH505 tweehonderdH3967 en drieH7969 en zeventigH7657. En alle eerstgeborenen, die mannelijk waren, in het getal der namen, van een maand oud en daarboven, naar hun getelden, waren twee en twintig duizend tweehonderd en drie en zeventig.

KJV And all the firstborn3 males4 by the number5 of names,6 from a month8 old7 and upward,9 of those that were numbered10 of them, were twenty12 and two11 thousand13 two hundred16 and threescore and thirteen.15

1 וַיְהִי֩ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 בְּכ֨וֹר H1060 eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboren eldest (son), firstborn(-ling) 4 זָכָ֜ר H2145 mannelijk, manspersonen, mannetje [idiom] him, male, man(child, -kind) 5 בְּמִסְפַּ֥ר H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 6 שֵׁמ֛וֹת H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 7 מִבֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 חֹ֥דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 9 וָמַ֖עְלָה H4605 opwaarts, hoogste, omhoog above, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very 10 לִפְקֻדֵיהֶ֑ם H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 11 שְׁנַ֤יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 12 וְעֶשְׂרִים֙ H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 13 אֶ֔לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 14 שְׁלֹשָׁ֥ה H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 15 וְשִׁבְעִ֖ים H7657 zeventig, Zeventig, duizend zeventig seventy, threescore and ten ([phrase] -teen) 16 וּמָאתָֽיִם H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 En de HEEREH3068 sprakH1696 totH413 MozesH4872, zeggendeH559: En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

KJV And the LORD2 spake1 unto Moses,4 saying,

1 וַיְדַבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֥ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 לֵּאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 Neem de Levieten, in plaats van alle eerstgeboorte onder de kinderen Israels, en de beesten der Levieten, in plaats van hun beesten; want de Levieten zullen Mijn zijn; Ik ben de HEERE!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 NeemH3947 de LevietenH3881, in plaatsH8478 van alleH3605 eerstgeboorteH1060 onder de kinderenH1121 IsraelsH3478, en de beestenH929 der LevietenH3881, in plaatsH8478 van hun beestenH929; want de LevietenH3881 zullen Mijn zijnH1961; IkH589 ben de HEEREH3068! Neem de Levieten, in plaats van alle eerstgeboorte onder de kinderen Israels, en de beesten der Levieten, in plaats van hun beesten; want de Levieten zullen Mijn zijn; Ik ben de HEERE!

KJV Take1 the Levites3 instead of all the firstborn6 among the children7 of Israel,8 and the cattle10 of the Levites11 instead of their cattle;13 and the Levites16 shall be mine: I am the LORD.

1 קַ֣ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַלְוִיִּ֗ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 4 תַּ֤חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 בְּכוֹר֙ H1060 eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboren eldest (son), firstborn(-ling) 7 בִּבְנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 בֶּהֱמַ֥ת H929 beesten, vee, beest beast, cattle 11 הַלְוִיִּ֖ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 12 תַּ֣חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 13 בְּהֶמְתָּ֑ם H929 beesten, vee, beest beast, cattle 14 וְהָיוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 15 לִ֥י 16 הַלְוִיִּ֖ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 17 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 18 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 Aangaande de tweehonderd drie en zeventig, die gelost zullen worden, die overschieten, boven de Levieten, van de eerstgeborenen van de kinderen Israels;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 Aangaande de tweehonderdH3967 drieH7969 en zeventigH7657, die gelostH6302 zullen worden, die overschietenH5736, bovenH5921 de LevietenH3881, van de eerstgeborenenH1060 van de kinderenH1121 IsraelsH3478; Aangaande de tweehonderd drie en zeventig, die gelost zullen worden, die overschieten, boven de Levieten, van de eerstgeborenen van de kinderen Israels;

KJV And for those that are to be redeemed2 of the two hundred5 and threescore and thirteen4 of the firstborn9 of the children10 of Israel,11 which are more6 than7 the Levites;

1 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 פְּדוּיֵ֣י H6302 gelosten, gelost (that are) to be (that were) redeemed 3 הַשְּׁלֹשָׁ֔ה H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 4 וְהַשִּׁבְעִ֖ים H7657 zeventig, Zeventig, duizend zeventig seventy, threescore and ten ([phrase] -teen) 5 וְהַמָּאתָ֑יִם H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 6 הָעֹֽדְפִים֙ H5736 overschiet, overschieten, blijft be more, odd number, be (have) over (and above), overplus, remain 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 הַלְוִיִּ֔ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 9 מִבְּכ֖וֹר H1060 eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboren eldest (son), firstborn(-ling) 10 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
47 Gij zult voor elk hoofd vijf sikkels nemen; naar den sikkel des heiligdoms zult gij ze nemen; die sikkel is twintig gera.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

47 Gij zult voor elk hoofdH1538 vijfH2568 sikkelsH8255 nemenH3947; naar den sikkelH8255 des heiligdomsH6944 zult gij ze nemenH3947; die sikkelH8255 is twintigH6242 geraH1626. Gij zult voor elk hoofd vijf sikkels nemen; naar den sikkel des heiligdoms zult gij ze nemen; die sikkel is twintig gera.

KJV Thou shalt even take1 five2 shekels4 apiece by the poll,5 after the shekel6 of the sanctuary7 shalt thou take8 them: (the shekel11 is twenty9 gerahs:)

1 וְלָקַחְתָּ֗ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 חֲמֵ֧שֶׁת H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 3 חֲמֵ֛שֶׁת H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 4 שְׁקָלִ֖ים H8255 sikkelen, sikkel, sikkels shekel 5 לַגֻּלְגֹּ֑לֶת H1538 hoofd, hoofd hoofd, hoofden head, every man, poll, skull 6 בְּשֶׁ֤קֶל H8255 sikkelen, sikkel, sikkels shekel 7 הַקֹּ֨דֶשׁ֙ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 8 תִּקָּ֔ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 9 עֶשְׂרִ֥ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 10 גֵּרָ֖ה H1626 gera gerah 11 הַשָּֽׁקֶל H8255 sikkelen, sikkel, sikkels shekel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
48 En gij zult dat geld aan Aaron en zijn zonen geven, het geld der gelosten die onder hen overschieten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

48 En gij zult dat geldH3701 aan AaronH175 en zijn zonenH1121 gevenH5414, het geld der gelostenH6302 die onder hen overschietenH5736. En gij zult dat geld aan Aaron en zijn zonen geven, het geld der gelosten die onder hen overschieten.

KJV And thou shalt give1 the money,2 wherewith the odd number6 of them is to be redeemed,5 unto Aaron3 and to his sons.

1 וְנָתַתָּ֣ה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 הַכֶּ֔סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 3 לְאַהֲרֹ֖ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 4 וּלְבָנָ֑יו H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 פְּדוּיֵ֕י H6302 gelosten, gelost (that are) to be (that were) redeemed 6 הָעֹדְפִ֖ים H5736 overschiet, overschieten, blijft be more, odd number, be (have) over (and above), overplus, remain 7 בָּהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
49 Toen nam Mozes dat losgeld van degenen, die overschoten boven de gelosten door de Levieten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

49 Toen namH3947 MozesH4872 dat losgeldH6306 vanH854 degenen, die overschotenH5736 bovenH5921 de gelostenH6302 door de LevietenH3881. Toen nam Mozes dat losgeld van degenen, die overschoten boven de gelosten door de Levieten.

KJV And Moses2 took1 the redemption5 money4 of them that were over7 and above them that were redeemed9 by the Levites:

1 וַיִּקַּ֣ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 מֹשֶׁ֔ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 3 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 כֶּ֣סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 5 הַפִּדְי֑וֹם H6306 losgeld, lossing ransom, that were redeemed, redemption 6 מֵאֵת֙ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 7 הָעֹ֣דְפִ֔ים H5736 overschiet, overschieten, blijft be more, odd number, be (have) over (and above), overplus, remain 8 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 פְּדוּיֵ֥י H6302 gelosten, gelost (that are) to be (that were) redeemed 10 הַלְוִיִּֽם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
50 Van de eerstgeborenen van de kinderen Israels nam hij dat geld, duizend driehonderd vijf en zestig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

50 Van de eerstgeborenenH1060 van de kinderenH1121 IsraelsH3478 namH3947 hij dat geldH3701, duizendH505 driehonderdH7969 vijfH2568 en zestigH8346 sikkelen, naar den sikkelH8255 des heiligdomsH6944. Van de eerstgeborenen van de kinderen Israels nam hij dat geld, duizend driehonderd vijf en zestig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms.

KJV Of the firstborn2 of the children3 of Israel4 took5 he the money;7 a thousand12 three10 hundred11 and threescore9 and five8 shekels, after the shekel13 of the sanctuary:

1 מֵאֵ֗ת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 2 בְּכ֛וֹר H1060 eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboren eldest (son), firstborn(-ling) 3 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 לָקַ֣ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 הַכָּ֑סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 8 חֲמִשָּׁ֨ה H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 9 וְשִׁשִּׁ֜ים H8346 zestig sixty, three score 10 וּשְׁלֹ֥שׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 11 מֵא֛וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 12 וָאֶ֖לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 13 בְּשֶׁ֥קֶל H8255 sikkelen, sikkel, sikkels shekel 14 הַקֹּֽדֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
51 En Mozes gaf dat geld der gelosten aan Aaron en aan zijn zonen, naar het bevel des HEEREN, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

51 En MozesH4872 gafH5414 datH834 geldH3701 der gelostenH6302 aan AaronH175 en aan zijn zonenH1121, naar het bevelH6310 des HEERENH3068, gelijk als de HEEREH3068 MozesH4872 gebodenH6680 had. En Mozes gaf dat geld der gelosten aan Aaron en aan zijn zonen, naar het bevel des HEEREN, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.

KJV And Moses2 gave1 the money4 of them that were redeemed5 unto Aaron6 and to his sons,7 according to the word9 of the LORD,10 as the LORD13 commanded12 Moses.

1 וַיִּתֵּ֨ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 מֹשֶׁ֜ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 כֶּ֧סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 5 הַפְּדֻיִ֛ם H6302 gelosten, gelost (that are) to be (that were) redeemed 6 לְאַהֲרֹ֥ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 7 וּלְבָנָ֖יו H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 פִּ֣י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 10 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 כַּאֲשֶׁ֛ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 צִוָּ֥ה H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 13 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 מֹשֶֽׁה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Numeri 3:1 Exodus 6:20 Mattheüs 1:1 Exodus 6:27 Genesis 10:1 Genesis 2:4 Genesis 5:1 Leviticus 25:1 Exodus 6:16
Numeri 3:2 Exodus 6:23 Numeri 26:60 1 Kronieken 24:1 1 Kronieken 6:3 Exodus 28:1
Numeri 3:3 Exodus 28:41 Leviticus 8:1 Leviticus 8:12 Leviticus 8:30 Hebreeën 7:28 Exodus 29:1 Exodus 40:15 Exodus 40:13
Numeri 3:4 Leviticus 10:1 Numeri 26:61
Numeri 3:6 Numeri 8:6 Maleachi 2:4 Deuteronomium 10:8 Numeri 1:49 Deuteronomium 33:8 Numeri 18:1 Numeri 2:33 Numeri 2:17
Numeri 3:7 Numeri 1:50 Numeri 8:15 Numeri 8:11 1 Kronieken 23:28 Numeri 3:32 Numeri 31:30 1 Kronieken 26:20 1 Kronieken 26:26
Numeri 3:8 Numeri 4:15 Jesaja 52:11 Numeri 10:21 Numeri 10:17 1 Kronieken 26:20 Numeri 4:33 Numeri 4:28 Ezra 8:24
Numeri 3:9 Numeri 8:19 Efeze 4:8 Efeze 4:11 Numeri 18:6
Numeri 3:10 Numeri 1:51 Numeri 18:7 Numeri 3:38 Romeinen 12:7 Handelingen 6:3 1 Kronieken 6:32 Numeri 16:40 Numeri 16:35
Numeri 3:12 Numeri 3:41 Numeri 8:16 Numeri 8:18 Numeri 3:45 Numeri 18:6 Exodus 13:2
Numeri 3:13 Exodus 13:2 Exodus 13:12 Exodus 13:15 Leviticus 27:26 Numeri 8:16 Numeri 18:15 Exodus 12:29 Ezechiël 44:30
Numeri 3:15 Numeri 26:62 Markus 10:14 Numeri 3:39 Numeri 3:28 Spreuken 8:17 Numeri 3:22 Numeri 3:43 Numeri 18:15
Numeri 3:16 Numeri 3:39 Numeri 4:37 Deuteronomium 21:5 Genesis 45:21 Numeri 4:27 Numeri 4:41 Numeri 3:51 Numeri 4:45
Numeri 3:17 Genesis 46:11 Exodus 6:16 Numeri 26:57 Numeri 23:6 1 Kronieken 6:1 Jozua 21:1 Numeri 24:1 Numeri 15:5
Numeri 3:18 1 Kronieken 6:17 Exodus 6:17 Nehemia 12:1 1 Kronieken 26:1 Numeri 3:21 1 Kronieken 6:20 1 Kronieken 23:7 1 Kronieken 25:4
Numeri 3:19 Exodus 6:18 1 Kronieken 6:18 1 Kronieken 26:1 1 Kronieken 25:4 1 Kronieken 15:5 Numeri 3:27 Exodus 6:20 Nehemia 12:1
Numeri 3:20 Exodus 6:19 1 Kronieken 6:19 1 Kronieken 24:27 1 Kronieken 6:29 Numeri 3:33 1 Kronieken 6:44 1 Kronieken 23:21 1 Kronieken 15:6
Numeri 3:22 Numeri 4:38
Numeri 3:23 Numeri 1:53 Numeri 2:17
Numeri 3:25 Exodus 25:9 1 Kronieken 9:14 1 Kronieken 26:21 2 Kronieken 31:2 Exodus 40:28 Numeri 3:7 Exodus 36:8 Exodus 36:37
Numeri 3:26 Exodus 35:18 Exodus 27:9 Exodus 38:9
Numeri 3:27 1 Kronieken 26:23 1 Kronieken 23:12 Numeri 3:19
Numeri 3:28 Numeri 4:35 Numeri 3:31 Numeri 3:7
Numeri 3:29 Numeri 1:53 Numeri 2:10 Numeri 3:23
Numeri 3:31 Exodus 31:1 Exodus 40:2 Exodus 40:30 Numeri 4:4 Exodus 36:35 Exodus 26:31 Exodus 39:33 Exodus 25:10
Numeri 3:32 2 Koningen 25:18 1 Kronieken 9:14 Numeri 4:16 Numeri 4:27 1 Kronieken 26:20 Numeri 20:25
Numeri 3:33 1 Kronieken 6:19 Numeri 3:20 1 Kronieken 23:21
Numeri 3:34 Numeri 1:21 Numeri 2:11 Numeri 2:9
Numeri 3:35 Numeri 2:25 Numeri 1:53 Numeri 3:28
Numeri 3:36 Exodus 26:32 Exodus 26:37 Exodus 39:33 Exodus 35:11 Exodus 26:15 Exodus 38:17 Exodus 36:36 Exodus 35:18
Numeri 3:38 Numeri 3:10 Numeri 1:53 Numeri 2:3 Numeri 3:23 Numeri 1:51 1 Kronieken 6:48 Numeri 18:1 Numeri 3:29
Numeri 3:39 Numeri 26:62 Mattheüs 7:14 Numeri 4:47
Numeri 3:40 Numeri 3:15 Numeri 3:45 Exodus 32:26 Numeri 3:12 Openbaring 3:5 Openbaring 14:4 Hebreeën 12:23 Psalmen 87:6
Numeri 3:41 Numeri 3:12 Numeri 3:45 Mattheüs 20:28 Exodus 24:5 Numeri 18:15 Exodus 32:26 Numeri 8:16 1 Timotheüs 2:6
Numeri 3:43 Numeri 3:39
Numeri 3:45 Numeri 3:12 Numeri 3:40
Numeri 3:46 Exodus 13:13 Numeri 18:15
Numeri 3:47 Exodus 30:13 Leviticus 27:6 Numeri 18:16 Leviticus 27:25 Ezechiël 45:12 Numeri 3:50
Numeri 3:50 Numeri 3:46 Mattheüs 20:28 1 Petrus 3:18 Titus 2:14 Hebreeën 9:12 1 Timotheüs 2:5 1 Petrus 1:18
Numeri 3:51 Numeri 3:48 1 Samuël 12:3 Maleachi 4:4 Handelingen 20:33 Numeri 16:15 1 Petrus 5:2 1 Korinthe 9:12
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Numeri 3 vers 1

geboorten van Aäron en Mozes; Versta door geboorten, het verhaal, niet alleen van enige personen, als van Mozes en Aäron, mitsgaders zijn zonen en de Levieten, maar ook van hetgeen onder hen door Gods ordinantie zich toegedragen heeft. Alzo is dit woord genomen Gen. 6:9, en Gen. 25:19; zie ook Gen. 37:2, met de aantekeningen daarop.

Hertaald: geboorten van Aäron en Mozes; Versta onder geboorten het verhaal, niet alleen van bepaalde personen, zoals Mozes en Aäron, met zijn zonen en de Levieten, maar ook van wat er onder hen gebeurd is door Gods beschikking. Zo wordt dit woord ook gebruikt in Gen. 6:9 en Gen. 25:19; zie ook Gen. 37:2, met de aantekeningen daarbij.

Numeri 3 vers 3

welker hand men Dat is, die men gewijd had tot de bediening des priesterdoms. Zie de verklaring van deze manier van spreken Lev. 7:37, idem zie Ex. 28:41, en Ex. 29:9.

Hertaald: welker hand men Dat is: die men gewijd had voor de bediening van het priesterschap. Zie de uitleg van deze manier van spreken bij Lev. 7:37, en zie Ex. 28:41 en Ex. 29:9.

Numeri 3 vers 4

voor het aangezicht des HEEREN, Zie Lev. 10:2.

Hertaald: voor het aangezicht des HEEREN, Zie Lev. 10:2.

vreemd vuur Zie Lev. 10:1.

Hertaald: vreemd vuur Zie Lev. 10:1.

voor het aangezicht van hun vader Aäron Dat is, terwijl hun vader nog in het leven was. Zie gelijke manier van spreken Gen. 11:28.

Hertaald: voor het aangezicht van hun vader Aäron Dat is: terwijl hun vader nog leefde. Zie een vergelijkbare manier van spreken in Gen. 11:28.

Numeri 3 vers 7

waarnemen zijn wacht, Of, zijn bevel en last onderhouden. Hebreeuws, onderhouden zijn onderhouding. Zie dezelfde manier van spreken, onder, vs.8, 28, 32, 38, en Num. 9:19, idem, zie Lev. 8:35.

Hertaald: waarnemen zijn wacht, Of: zijn bevel en opdracht naleven. Hebreeuws: onderhouden hun onderhouding. Zie dezelfde manier van spreken hieronder, vers 8, 28, 32, 38, en Num. 9:19; zie ook Lev. 8:35.

gehele vergadering, Dat is, die de gehele vergadering moesten waarnemen, in wier naam de eerstgeborenen der Israëlieten tevoren de bezorging hadden, gelijk Ex. 19:22 te zien is. Maar nu voortaan wordt dit ambt den Levieten opgelegd. Zie boven, Num. 1:53, en vergelijk onder, vs.38, en Num. 16:9.

Hertaald: gehele vergadering, Dat is: die de hele gemeente moesten dienen, wier taak eerder bij de eerstgeborenen van de Israëlieten lag, zoals te zien is in Ex. 19:22. Maar voortaan wordt dit ambt aan de Levieten toevertrouwd. Zie hierboven, Num. 1:53, en vergelijk hieronder, vers 38, en Num. 16:9.

Numeri 3 vers 8

der kinderen Israëls waarnemen, Dat is, die de kinderen Israëls tevoren zelf door hun eerstgeborenen te bewaren toestond.

Hertaald: der kinderen Israëls waarnemen, Dat is: wat de Israëlieten eerder zelf door hun eerstgeborenen lieten bewaren.

Numeri 3 vers 10

vreemde, die nadert, Dat is, die niet is van het priesterlijke huis, denwelken het niet geoorloofd was het priesterambt te bedienen. Zie ook onder, vs.38, en Num. 16:40, idem, vergelijk Lev. 22:10.

Hertaald: vreemde, die nadert, Dat is: die niet van het priesterlijke huis is, aan wie het niet was toegestaan het priesterambt te bedienen. Zie ook hieronder, vers 38, en Num. 16:40; vergelijk ook Lev. 22:10.

Numeri 3 vers 12

die de baarmoeder opent, Hebreeuws, opening der baarmoeder; zo worden genaamd de mensen en beesten, die het eerst uit hunne moeder geboren worden; Ex. 13:2, en Ex. 34:19, en onder, Num. 18:15.

Hertaald: die de baarmoeder opent, Hebreeuws: opening van de baarmoeder; zo worden mensen en dieren genoemd die als eerste uit hun moeder geboren worden; Ex. 13:2 en Ex. 34:19, en hieronder, Num. 18:15.

Numeri 3 vers 15

een maand oud en daarboven, Hebreeuws, van een zoon der maand. De telling der Levieten was drieërlei:<i>I.</i> Van een maand oud en daarboven, wanneer zij den Heere toegeheiligd werden, van welke gesproken wordt vs.15, en onder vs.40;<i>II.</i> Van vijf en twintig jaren oud en daarboven, toen zij gesteld werden om het gemene werk des tabernakels als nieuwe aankomelingen te bedienen; zie van dezen onder, Num. 8:24;<i>III.</i> Van dertig jaren oud en daarboven, welke waren de voornaamsten, niet alleen in de bediening des tabernakels, maar ook in het verdragen van denzelven en zijn gereedschap. Zie van dezen onder, Num. 4:3, welke, tot vijftig jaren gekomen zijnde, vrij waren van hun dienst, hoewel zij de anderen met hun autoriteit, opzicht, beleid en raad moesten bijstand doen; onder, Num. 8:25-26.

Hertaald: een maand oud en daarboven, Hebreeuws: van een zoon van de maand. De telling van de Levieten was drieledig: I. van een maand oud en ouder, wanneer zij aan de HEERE geheiligd werden, waarover gesproken wordt in vers 15 en hieronder in vers 40; II. van vijfentwintig jaar oud en ouder, toen zij aangesteld werden om als nieuwkomers het gewone werk van de tabernakel te doen; zie hierover hieronder, Num. 8:24; III. van dertig jaar oud en ouder, die de belangrijksten waren, niet alleen in de bediening van de tabernakel, maar ook in het dragen ervan en het gereedschap. Zie hierover hieronder, Num. 4:3; zij waren, wanneer zij vijftig jaar bereikt hadden, vrij van hun dienst, hoewel zij de anderen met hun gezag, toezicht, beleid en raad moesten bijstaan; hieronder, Num. 8:25-26.

Numeri 3 vers 16

bevel des HEEREN, Hebreeuws, mond. Zie Gen. 41:40; Ex. 17:1, en onder, vs.39.

Hertaald: bevel des HEEREN, Hebreeuws: mond. Zie Gen. 41:40; Ex. 17:1, en hieronder, vers 39.

Numeri 3 vers 17

Kahath, Hebreeuws, Kehath. Anders ook genoemd Kohath, gelijk in het volgende vs.29, enz.

Hertaald: Kahath, Hebreeuws: Kehath. Ook wel Kohath genoemd, zoals verderop in vers 29.

Numeri 3 vers 22

een maand oud en daarboven; Hebreeuws, van een zoon der maand, en zo in het volgende.

Hertaald: een maand oud en daarboven; Hebreeuws: van een zoon van de maand, en zo ook hierna.

Numeri 3 vers 23

westwaarts Hebreeuws, ter zeewaarts. Zie boven, Num. 2:18.

Hertaald: westwaarts Hebreeuws: ter zeewaarts. Zie hierboven, Num. 2:18.

Numeri 3 vers 25

wacht Hebreeuws, bewaring, of waarneming; dat is, hetgeen zij bewaren of waarnemen moesten.

Hertaald: wacht Hebreeuws: bewaring, of waarneming; dat is: wat zij moesten bewaren of waarnemen.

der zonen van Gerson De last van deze en der andere Levieten wordt in dit hoofdstuk kortelijk aangewezen, maar in het volgende breder beschreven.

Hertaald: der zonen van Gerson De taak van deze en de andere Levieten wordt in dit hoofdstuk kort aangeduid, maar in het volgende uitgebreider beschreven.

de tabernakel en de tent, Versta door den namen tabernakel en tent al de gordijnen, behangselen en bedekselen, tot denzelven beneden en boven behorende, die van de Gersonieten gedragen moesten worden.

Hertaald: de tabernakel en de tent, Versta onder de namen tabernakel en tent alle gordijnen, behangsels en dekkleden, boven en beneden, die door de Gersonieten gedragen moesten worden.

Numeri 3 vers 28

waarnemende de wacht Zie boven, vs.17.

Hertaald: waarnemende de wacht Zie hierboven, vers 17.

Numeri 3 vers 29

zuidwaarts Het zuiden heeft bij de Hebreën zijn naam van de rechterhand, omdat degenen, die zich met het aangezicht wenden naar het oosten, het zuiden aan de rechterhand hebben.

Hertaald: zuidwaarts Het zuiden heeft bij de Hebreeën zijn naam ontleend aan de rechterhand, omdat wie zich naar het oosten keert, het zuiden aan de rechterhand heeft.

Numeri 3 vers 31

altaren Versta, het reukaltaar en het brandofferaltaar, gelijk te zien is onder, Num. 4:11, Num. 4:13, waarvan het ene in den voorhof en het andere in het heilige stond.

Hertaald: altaren Versta: het reukofferaltaar en het brandofferaltaar, zoals te zien is hieronder, Num. 4:11, Num. 4:13, waarvan het ene in de voorhof en het andere in het heilige stond.

zij dienst doen, Namelijk, de priesters.

Hertaald: zij dienst doen, Namelijk: de priesters.

deksel, Versta hiermede het voorhangsel, onderscheidende het heilige van het allerheiligste, mitsgaders de dekselen van welke wij lezen onder, Num. 4:5-7, enz.

Hertaald: deksel, Versta hiermee het voorhangsel, dat het heilige van het allerheiligste scheidt, evenals de dekkleden waarover wij lezen hieronder, Num. 4:5-7.

zijn dienst behoort. Hebreeuws, zijn dienst; dat is, zijn gereedschap, tuig, vaten en wat er toe behoort. Vergelijk onder, Num. 4:26.

Hertaald: zijn dienst behoort. Hebreeuws: zijn dienst; dat is: zijn gereedschap, tuig, vaten en wat daarbij hoort. Vergelijk hieronder, Num. 4:26.

Numeri 3 vers 32

De overste Deze was gesteld over de oversten der Levieten, en was de voornaamste naast den hogepriester, die in tijd van nood zijn plaats bewaarde. Zie 1 Kon. 4:4; zijnde hierom genaamd de tweede priester; 2 Kon. 25:18.

Hertaald: De overste Deze was aangesteld over de oversten van de Levieten, en was de voornaamste na de hogepriester, wiens plaats hij in tijd van nood innam. Zie 1 Kon. 4:4; hij wordt daarom de tweede priester genoemd; 2 Kon. 25:18.

der oversten van Levi Van dezen waren er drie, uit elk geslacht van Levi een: namelijk, Eljasaf, uit het geslacht van Gerson, boven, vs.24, en Elisafan uit het geslacht van Kohath, vs.30, en Zuriël, uit het geslacht van Merari, vs.35.

Hertaald: der oversten van Levi Van hen waren er drie, één uit elk geslacht van Levi: namelijk Eljasaf, uit het geslacht van Gerson, hierboven, vers 24, Elisafan uit het geslacht van Kohath, vers 30, en Zuriël, uit het geslacht van Merari, vers 35.

zijn opzicht Namelijk, van Eleazar, die de overste der oversten van de Levieten was. Anders, dit is het ambt dergenen, die de wacht des heiligdoms waarnemen; houdende deze woorden een besluit te zijn van het verhaal des ambts der Kohathieten.

Hertaald: zijn opzicht Namelijk: van Eleazar, die de overste van de oversten van de Levieten was. Ook mogelijk: dit is het ambt van hen die de wacht van het heiligdom waarnemen; deze woorden vormen dan een besluit van het verhaal over het ambt van de Kohathieten.

die de wacht des heiligdoms Dat is, die in den godsdienst enig ambt of last hebben.

Hertaald: die de wacht des heiligdoms Dat is: die in de eredienst enig ambt of taak hebben.

Numeri 3 vers 36

de berderen des tabernakels, Dewijl de Merarieten meerder last te dragen hadden dan de Gersonieten, gelijk af te nemen is uit de vergelijking van dit en het volgende vs. Met de voorgaande verz.25,26, zo zijn aan de Merarieten tot uitvoering van hun dienst vier wagens en acht runderen gegeven, maar den Gersonieten niet meer dan twee wagens met vier runderen. Zie onder, Num. 7:7-8.

Hertaald: de berderen des tabernakels, Omdat de Merarieten meer te dragen hadden dan de Gersonieten, zoals blijkt uit een vergelijking van dit en het volgende vers met de voorgaande verzen 25, 26, zijn aan de Merarieten voor hun dienst vier wagens en acht runderen gegeven, maar aan de Gersonieten niet meer dan twee wagens met vier runderen. Zie hieronder, Num. 7:7-8.

Numeri 3 vers 38

voor de wacht der kinderen Israëls; Dat is, de plaats van de wacht, die de kinderen Israëls anders hadden moeten waarnemen. Zie boven, vs.7.

Hertaald: voor de wacht der kinderen Israëls; Dat is: de plaats van de wacht, die de Israëlieten anders hadden moeten waarnemen. Zie hierboven, vers 7.

en de vreemde die nadert, Zie boven, vs.10.

Hertaald: en de vreemde die nadert, Zie hierboven, vers 10.

Numeri 3 vers 39

twee en twintig duizend Zo men vs.22, 28, 34 inziet, zal men bevinden dat het getal der Gersonieten is geweest 7500, der Kohathieten 8600, en der Merarieten 6200, makende samen het getal van 22.300, even 300 meer dan hier in dit vs. vermeld worden; maar men moet weten dat bij het getal van 22.000 de priesters, zijnde uit het geslacht van Kohath, en daarna de eerstgeborenen der Levieten mede bijgevoegd moeten worden, die, overmits zij [samen 300 zijnde] den priesters niet gegeven waren, als Gode op een bijzondere wijze eigen blijvende, Ex. 13:2; en de andere eerstgeborenen niet kunnende lossen dewijl zij zelf eerstgeborenen waren, zo worden terecht maar 22.000 hier in rekening gebracht, als niet meer den priesters gegeven zijnde.

Hertaald: twee en twintig duizend Als men vers 22, 28, 34 bekijkt, blijkt dat het aantal Gersonieten 7500 was, dat van de Kohathieten 8600, en dat van de Merarieten 6200, samen 22.300, precies 300 meer dan hier in dit vers genoemd wordt; maar men moet weten dat bij het getal van 22.000 de priesters, afkomstig uit het geslacht van Kohath, en daarna de eerstgeborenen van de Levieten, meegerekend moeten worden, die, omdat zij [samen 300 in aantal] niet aan de priesters gegeven waren, als op bijzondere wijze aan God toebehorend, Ex. 13:2, en de overige eerstgeborenen niet konden loskopen omdat zij zelf eerstgeborenen waren, zo worden hier terecht slechts 22.000 in rekening gebracht, als niet meer aan de priesters gegeven.

Numeri 3 vers 45

Levieten, Namelijk, die 22.000 getelden, van welke men zie boven, vs.39.

Hertaald: Levieten, Namelijk: die 22.000 getelden, waarover men hierboven, vers 39, zie.

Numeri 3 vers 46

overschieten, Want het getal der Levieten was maar 22.000, vs.39, en der eerstgeborenen was twee en twintig duizend, twee honderd drie en zeventig, vs.43.

Hertaald: overschieten, Want het aantal Levieten was slechts 22.000, vers 39, en dat van de eerstgeborenen was tweeëntwintigduizend tweehonderddrieënzeventig, vers 43.

Numeri 3 vers 47

voor elk hoofd Hebreeuws, vijf vijf sikkelen; naar den kop, of het bekkeneel

Hertaald: voor elk hoofd Hebreeuws: vijf, vijf sikkels; naar de kop, of de schedel.

naar den sikkel des heiligdoms Zie Gen. 20:16, en Gen. 23:15.

Hertaald: naar den sikkel des heiligdoms Zie Gen. 20:16 en Gen. 23:15.

gera Zie Lev. 27:25.

Hertaald: gera Zie Lev. 27:25.

Numeri 3 vers 49

die overschoten Welke waren in getal twee honderd drie en zeventig, gelijk in het voorgaande gemeld wordt, en dienvolgens moesten zoveel eerstgeborenen met geld gelost worden. Vergelijk de aantekeningen vs.46.

Hertaald: die overschoten Die er tweehonderddrieënzeventig in aantal waren, zoals hiervoor vermeld, en dus moesten evenveel eerstgeborenen met geld worden losgekocht. Vergelijk de aantekeningen bij vers 46.

Numeri 3 vers 50

de eerstgeborenen Te weten, die overig waren boven het getal der Levieten.

Hertaald: de eerstgeborenen Namelijk: die overbleven boven het aantal Levieten.

duizend driehonderd vijf en zestig sikkelen, Elk hoofd der twee honderd drie en zeventig eerstgeborenen, die boven de Levieten overig waren, moest tot zijn lossing vijf sikkelen geven, boven, vs.47, waarom het voorgemelde getal, met vijf vermenigvuldigd zijnde, deze som uitbrengt.

Hertaald: duizend driehonderd vijf en zestig sikkelen, Elk hoofd van de tweehonderddrieënzeventig eerstgeborenen, die boven de Levieten overbleven, moest voor zijn loskoop vijf sikkels geven, hierboven, vers 47, waardoor het genoemde aantal, vermenigvuldigd met vijf, deze som oplevert.

Numeri 3 vers 51

bevel des HEEREN, Hebreeuws, mond.

Hertaald: bevel des HEEREN, Hebreeuws: mond.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Horeb/Sinaï  — zie voor naam, ligging en de volledige geschiedenis het artikel bij Exodus 3, waar de berg voor het eerst in de Schrift genoemd wordt

Ligging: Gelegen op het Sinaïtisch schiereiland; zie het artikel bij Exodus 3 voor de bespreking van de mogelijke locaties.

Geschiedenis: Het boek Numeri opent met de volkstelling die de HEERE aan Mozes gebood "in de woestijn Sinaï" (Num. 1:1), nog altijd op dezelfde plaats waar Israël sinds Ex. 19 gelegerd lag. Van hieruit trok het volk, na de instructies voor de legerorde, de dienst der Levieten en de wetten van dit begin van het boek, uiteindelijk weg richting het beloofde land (Num. 10:11-12).

Bijbelse betekenis: De laatste maanden die Israël, nog voluit geordend en toegerust naar Gods eigen aanwijzingen, bij de berg van de wetgeving doorbrengt, voordat de lange tocht door de woestijn — met al haar beproevingen en ontrouw — werkelijk begint.

Num. 1:1, 19; 3:1, 4, 14; 9:1, 5; 10:12

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Levieten  — Naar Levi, de derde zoon van Jakob — de stam die tot de dienst van het heiligdom werd afgezonderd

Bij de telling in de woestijn werd de stam Levi niet onder de weerbare mannen geteld, maar afzonderlijk gemonsterd en aan Aäron en zijn zonen toegevoegd voor de dienst van de tabernakel (Num. 1:47-53; 3:5-10). De drie geslachten — Gersonieten, Kahathieten en Merarieten — kregen elk hun deel in het afbreken, dragen en opbouwen van het heiligdom (Num. 3:14-37; 4:1-33). Zij ontvingen geen eigen erfdeel in het land, maar achtenveertig steden met hun weiden en de tienden van Israël (Num. 18:20-24; 35:1-8). Het priesterschap zelf bleef beperkt tot het huis van Aäron; de overige Levieten dienden hén.

Bijbelse betekenis: De HEERE nam de Levieten uitdrukkelijk in de plaats van alle eerstgeborenen van Israël, die Hem sinds de nacht van de uittocht toebehoorden (Num. 3:11-13,44-51). Daarmee is de hele stam één grote plaatsvervanging: God nam een deel en liet het geheel vrij. Dat zij geen erfdeel kregen was geen achterstelling maar een voorrecht — de HEERE Zelf was hun erfdeel (Num. 18:20).

Typologie: De Hebreeënbrief redeneert juist vanuit de Levitische ordening naar Christus toe: was er volmaking door het Levitische priesterschap, dan zou er geen andere priester naar de ordening van Melchizedek nodig geweest zijn (Hebr. 7:11-14). Het gebrek lag niet in de instelling maar in de sterfelijkheid van de dienaars: zij waren velen, omdat de dood hen belette te blijven, maar Christus heeft een onvergankelijk priesterschap (Hebr. 7:23-25).

Num. 1:47-53; Num. 3:5-13,44-51; Num. 18:20-24; Num. 35:1-8; Deut. 10:8-9; Hebr. 7:11-14,23-25

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding ambt

De Levieten in plaats van de eerstgeborenen — 3:11-13, 40-51

In Egypte is elk eerstgeboren kind van Israël gespaard omdat er bloed aan de deurpost stond. Sindsdien heeft God een recht op elke eerstgeborene in Israël. In dit hoofdstuk wordt geregeld hoe dat recht wordt uitgeoefend, en de regeling is een ruil.

God neemt een hele stam in plaats van alle eerstgeborenen van Israël, en de paar honderd die overblijven worden met geld gelost.

De grond van het geheel wordt in één zin gegeven: “Want alle eerstgeborene is Mijn; van den dag, dat Ik alle eerstgeborenen in Egypteland sloeg, heb Ik Mij geheiligd alle eerstgeborenen in Israël.” Waar de dood voorbijging, is een eigendomsrecht ontstaan. Elke oudste zoon in Israël had die nacht moeten sterven en is blijven leven; sindsdien is hij van God.

En dan volgt de ruil, en er wordt geen woord verspild aan waarom God zoiets zou doen: “En Ik, zie, Ik heb de Levieten uit het midden van de kinderen Israëls genomen, in plaats van allen eerstgeborene, die de baarmoeder opent; en de Levieten zullen Mijne zijn.” Twee keer staat er in plaats van, en dat is het woord waar dit hoofdstuk om draait. Iemand komt te staan waar een ander stond.

Wat er dan gebeurt is bijna boekhouding, en juist daarom treffend. Er wordt geteld. Alle eerstgeborenen van Israël, van een maand oud en daarboven: tweeëntwintigduizend tweehonderd drieënzeventig. Alle Levieten: tweeëntwintigduizend. De ruil gaat dus niet helemaal op — er blijven er tweehonderd drieënzeventig over voor wie geen Leviet is.

En ook daarvoor is een regeling. Voor elk van die overgebleven hoofden moeten vijf sikkels betaald worden, naar de sikkel van het heiligdom, en dat geld gaat naar Aäron en zijn zonen. Zo wordt de rekening precies vereffend. Er wordt niemand vergeten en niemand valt buiten de telling.

Dat is de reden dat dit hoofdstuk hier staat. In de wet is plaatsvervanging geen uitzondering maar de gewone gang van zaken, en zij wordt tot op de eenheid nauwkeurig bijgehouden. Wie erbuiten valt, wordt gelost met een prijs.

Het Nieuwe Testament gebruikt beide begrippen zonder ze uit te leggen, omdat zij door hoofdstukken als dit al bekend waren. Petrus schrijft dat de gelovigen niet verlost zijn met vergankelijke dingen, zilver of goud, maar met het dierbaar bloed van Christus. Paulus schrijft dat wij duur gekocht zijn. En van Christus Zelf wordt gezegd dat Hij de Eerstgeborene is onder vele broederen, en dat Hij gekomen is om Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.

Zo komen de twee helften van dit hoofdstuk in Hem samen. Hij is de Eerstgeborene Die aan God toekomt, en Hij is tegelijk Degene Die in de plaats treedt van hen die er niet buiten kunnen. Wat hier over tweeëntwintigduizend Levieten en tweehonderd drieënzeventig sikkels gaat, gaat daar over Eén.

  1. Exodus 12:12-13 — In Egypte gaat de dood voorbij waar bloed aan de deurpost is.
  2. Numeri 3:13 — Daarom is sindsdien elke eerstgeborene van God.
  3. Numeri 3:12 — De Levieten worden genomen in plaats van alle eerstgeborenen.
  4. Numeri 3:46-48 — De tweehonderd drieënzeventig die overblijven worden met vijf sikkels gelost.
  5. Markus 10:45 — De Zoon des mensen kwam om Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.
  6. 1 Petrus 1:18-19 — Niet verlost met zilver of goud, maar met het dierbaar bloed van Christus.

In het Nieuwe Testament: 1 Petrus 1:18-19; Markus 10:45; Romeinen 8:29; Kolossenzen 1:15-18; Lukas 2:22-24

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Numeri 3 niet aan. Wat hier gelegd wordt rust op wat de wet zelf regelt: het recht van God op de eerstgeborenen, de ruil met een hele stam, en het lossen van de overgeblevenen met een vaste prijs. De begrippen plaatsvervanging en losprijs komen in het Nieuwe Testament terug en worden daar op Christus toegepast, maar niet met een verwijzing naar dit hoofdstuk. Dat de Levieten een afbeelding van Christus zouden zijn, wordt hier dan ook niet beweerd; het gaat om de zaak, niet om de personen.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Numeri 3

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content