Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Het geschiedde nu na die plaagH4046, dat de HEEREH3068 sprakH559 totH413 MozesH4872, en totH413 EleazarH499, den zoonH1121 van AaronH175, den priesterH3548, zeggendeH559:
Het geschiedde nu na die plaag, dat de HEERE sprak tot Mozes, en tot Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, zeggende:
KJV
And it came to pass after
the plague,
that the LORD2
spake1
unto Moses4
and unto Eleazar6
the son7
of Aaron8
the priest,9
saying,
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
NeemH5375 de somH7218 van de geheleH3605 vergaderingH5712 der kinderenH1121 IsraelsH3478 op, van twintigH6242 jarenH8141 oudH1121 en daarboven, naar het huisH1004 hunner vaderenH1, alH3605 wie ten heireH6635 in IsraelH3478 uittrektH3318.
Neem de som van de gehele vergadering der kinderen Israels op, van twintig jaren oud en daarboven, naar het huis hunner vaderen, al wie ten heire in Israel uittrekt.
KJV
Take1
the sum3
of all the congregation5
of the children6
of Israel,7
from twenty9
years10
old8
and upward,11
throughout their fathers'13
house,12
all that are able to go15
to war16
in Israel.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
MozesH4872 dan en EleazarH499, de priesterH3548, sprakenH1696 hen aan, in de vlakke veldenH6160 van MoabH4124, aanH5921 de JordaanH3383 van JerichoH3405, zeggendeH559:
Mozes dan en Eleazar, de priester, spraken hen aan, in de vlakke velden van Moab, aan de Jordaan van Jericho, zeggende:
KJV
And Moses2
and Eleazar3
the priest4
spake1
with them in the plains6
of Moab7
by Jordan9
near Jericho,10
saying,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Dat men opneme van twintigH6242 jarenH8141 oudH1121 en daarboven; gelijk als de HEEREH3068 MozesH4872 gebodenH6680 had, en den kinderenH1121 IsraelsH3478, die uit EgyptelandH776 uitgetogenH3318 waren.
Dat men opneme van twintig jaren oud en daarboven; gelijk als de HEERE Mozes geboden had, en den kinderen Israels, die uit Egypteland uitgetogen waren.
KJV
Take the sum of the people, from twenty2
years3
old1
and upward;4
as the LORD7
commanded6
Moses9
and the children10
of Israel,11
which went forth12
out of the land13
of Egypt.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
RubenH7205 was de eerstgeboreneH1060 van IsraelH3478. De zonenH1121 van RubenH7205 waren: HanochH2585, van welken was het geslachtH4940 der HanochietenH2599; van PalluH6396 het geslachtH4940 der PalluietenH6384;
Ruben was de eerstgeborene van Israel. De zonen van Ruben waren: Hanoch, van welken was het geslacht der Hanochieten; van Pallu het geslacht der Palluieten;
KJV
Reuben,1
the eldest2
son of Israel:3
the children4
of Reuben;5
Hanoch,6
of whom cometh the family7
of the Hanochites:8
of Pallu,9
the family10
of the Palluites:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Van HezronH2696 het geslachtH4940 der HezronietenH2697; van KarmiH3756 het geslachtH4940 der KarmietenH3757.
Van Hezron het geslacht der Hezronieten; van Karmi het geslacht der Karmieten.
KJV
Of Hezron,1
the family2
of the Hezronites:3
of Carmi,4
the family5
of the Carmites.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
DitH428 zijn de geslachtenH4940 der RubenietenH7206; en hun geteldenH6485 waren drieH7969 en veertigH705 duizendH505 zevenhonderdH7651 en dertigH7970.
Dit zijn de geslachten der Rubenieten; en hun getelden waren drie en veertig duizend zevenhonderd en dertig.
KJV
These are the families2
of the Reubenites:3
and they that were numbered5
of them were forty7
and three6
thousand8
and seven9
hundred10
and thirty.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
En de zonenH1121 van PalluH6396 waren EliabH446.
En de zonen van Pallu waren Eliab.
KJV
And the sons1
of Pallu;2
Eliab.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
En de zonenH1121 van EliabH446 waren NemuelH5241, en DathanH1885, en AbiramH48; deze DathanH1885 en AbiramH48 waren de geroepenenH7148 der vergaderingH5712, die gekijfH5327 maaktenH5327 tegenH5921 MozesH4872 en tegenH5921 AaronH175, in de vergaderingH5712 van KorachH7141, als zijH1931 gekijfH5327 tegenH5921 den HEEREH3068 maakten.
En de zonen van Eliab waren Nemuel, en Dathan, en Abiram; deze Dathan en Abiram waren de geroepenen der vergadering, die gekijf maakten tegen Mozes en tegen Aaron, in de vergadering van Korach, als zij gekijf tegen den HEERE maakten.
KJV
And the sons1
of Eliab;2
Nemuel,3
and Dathan,4
and Abiram.5
This is that Dathan7
and Abiram,8
which were famous9
in the congregation,10
who strove12
against Moses14
and against Aaron16
in the company17
of Korah,18
when they strove19
against the LORD:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
En de aardeH776 haar mondH6310 opendeedH6605, en verslondH1104 hen met KorachH7141, als die vergaderingH5712 stierfH4194, toen het vuurH784 tweehonderdH3967 en vijftigH2572 mannenH376 verteerdeH398, en werdenH1961 tot een tekenH5251.
En de aarde haar mond opendeed, en verslond hen met Korach, als die vergadering stierf, toen het vuur tweehonderd en vijftig mannen verteerde, en werden tot een teken.
KJV
And the earth2
opened1
her mouth,4
and swallowed them up5
together with Korah,8
when that company10
died,9
what time the fire12
devoured11
two hundred15
and fifty14
men:16
and they became a sign.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Maar de kinderenH1121 van KorachH7141 stiervenH4191 nietH3808.
Maar de kinderen van Korach stierven niet.
KJV
Notwithstanding the children1
of Korah2
died
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
De zonenH1121 van SimeonH8095, naar hun geslachtenH4940: van NemuelH5241, het geslachtH4940 der NemuelietenH5242; van JaminH3226 het geslachtH4940 der JaminietenH3228; van JachinH3199 het geslachtH4940 der JachinietenH3200;
De zonen van Simeon, naar hun geslachten: van Nemuel, het geslacht der Nemuelieten; van Jamin het geslacht der Jaminieten; van Jachin het geslacht der Jachinieten;
KJV
The sons1
of Simeon2
after their families:3
of Nemuel,4
the family5
of the Nemuelites:6
of Jamin,7
the family8
of the Jaminites:9
of Jachin,10
the family11
of the Jachinites:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Van ZerahH2226 het geslachtH4940 der ZerahietenH2227; van SaulH7586 het geslachtH4940 der SaulietenH7587.
Van Zerah het geslacht der Zerahieten; van Saul het geslacht der Saulieten.
KJV
Of Zerah,1
the family2
of the Zarhites:3
of Shaul,4
the family5
of the Shaulites.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Dat zijn de geslachtenH4940 der SimeonietenH8099: tweeH8147 en twintigH6242 duizendH505 en tweehonderdH3967.
Dat zijn de geslachten der Simeonieten: twee en twintig duizend en tweehonderd.
KJV
These are the families2
of the Simeonites,3
twenty5
and two4
thousand6
and two hundred.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
De zonenH1121 van GadH1410, naar hun geslachtenH4940: van ZefonH6827 het geslachtH4940 der ZefonietenH6831; van HaggiH2291 het geslachtH4940 der HaggietenH2291; van SuniH7764 het geslachtH4940 der SunietenH7765.
De zonen van Gad, naar hun geslachten: van Zefon het geslacht der Zefonieten; van Haggi het geslacht der Haggieten; van Suni het geslacht der Sunieten.
KJV
The children1
of Gad2
after their families:3
of Zephon,4
the family5
of the Zephonites:6
of Haggi,7
the family8
of the Haggites:9
of Shuni,10
the family11
of the Shunites:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Van OzniH244 het geslachtH4940 der OznietenH244; van HeriH6179 het geslachtH4940 der HerietenH6180;
Van Ozni het geslacht der Oznieten; van Heri het geslacht der Herieten;
KJV
Of Ozni,1
the family2
of the Oznites:3
of Eri,4
the family5
of the Erites:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
Van ArodH720 het geslachtH4940 der ArodietenH722; van AreliH692 het geslachtH4940 der ArelietenH692.
Van Arod het geslacht der Arodieten; van Areli het geslacht der Arelieten.
KJV
Of Arod,1
the family2
of the Arodites:3
of Areli,4
the family5
of the Arelites.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Dat zijn de geslachtenH4940 der zonenH1121 van GadH1410, naar hun geteldenH6485: veertigH705 duizendH505 en vijfhonderdH2568.
Dat zijn de geslachten der zonen van Gad, naar hun getelden: veertig duizend en vijfhonderd.
KJV
These are the families2
of the children3
of Gad4
according to those that were numbered5
of them, forty6
thousand7
and five8
hundred.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
De zonenH1121 van JudaH3063 waren Er en OnanH209; maar Er en OnanH209 stiervenH4191 in het landH776 KanaanH3667.
De zonen van Juda waren Er en Onan; maar Er en Onan stierven in het land Kanaan.
KJV
The sons1
of Judah2
were Er3
and Onan:4
and Er6
and Onan7
died5
in the land8
of Canaan.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
Alzo warenH1961 de zonenH1121 van JudaH3063 naar hun geslachtenH4940: van SelaH7956 het geslachtH4940 der SelanietenH8024; van PerezH6557 het geslachtH4940 der PerezietenH6558; van ZerahH2226 het geslachtH4940 der ZerahietenH2227.
Alzo waren de zonen van Juda naar hun geslachten: van Sela het geslacht der Selanieten; van Perez het geslacht der Perezieten; van Zerah het geslacht der Zerahieten.
KJV
And the sons2
of Judah3
after their families4
were; of Shelah,5
the family6
of the Shelanites:7
of Pharez,8
the family9
of the Pharzites:10
of Zerah,11
the family12
of the Zarhites.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
En de zonenH1121 van PerezH6557 warenH1961: van HezronH2696 het geslachtH4940 der HezronietenH2697; van HamulH2538 het geslachtH4940 der HamulietenH2539.
En de zonen van Perez waren: van Hezron het geslacht der Hezronieten; van Hamul het geslacht der Hamulieten.
KJV
And the sons2
of Pharez3
were; of Hezron,4
the family5
of the Hezronites:6
of Hamul,7
the family8
of the Hamulites.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
Dat zijn de geslachtenH4940 van JudaH3063, naar hun geteldenH6485: zesH8337 en zeventigH7657 duizendH505 en vijfhonderdH2568.
Dat zijn de geslachten van Juda, naar hun getelden: zes en zeventig duizend en vijfhonderd.
KJV
These are the families2
of Judah3
according to those that were numbered4
of them, threescore and sixteen6
thousand7
and five8
hundred.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
De zonenH1121 van IssascharH3485, naar hun geslachtenH4940, waren: van TolaH8439 het geslachtH4940 der TolaietenH8440; van PuvaH6312 het geslachtH4940 der PunietenH6324;
De zonen van Issaschar, naar hun geslachten, waren: van Tola het geslacht der Tolaieten; van Puva het geslacht der Punieten;
KJV
Of the sons1
of Issachar2
after their families:3
of Tola,4
the family5
of the Tolaites:6
of Pua,7
the family8
of the Punites:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
Van JasubH3437 het geslachtH4940 der JasubietenH3432; van SimronH8110 het geslachtH4940 der SimronietenH8117.
Van Jasub het geslacht der Jasubieten; van Simron het geslacht der Simronieten.
KJV
Of Jashub,1
the family2
of the Jashubites:3
of Shimron,4
the family5
of the Shimronites.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
Dat zijn de geslachtenH4940 van IssascharH3485, naar hun geteldenH6485: vierH702 en zestigH8346 duizendH505 en driehonderdH7969.
Dat zijn de geslachten van Issaschar, naar hun getelden: vier en zestig duizend en driehonderd.
KJV
These are the families2
of Issachar3
according to those that were numbered4
of them, threescore6
and four5
thousand7
and three8
hundred.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
De zonenH1121 van ZebulonH2074, naar hun geslachtenH4940, waren: van SeredH5624 het geslachtH4940 der SeredietenH5625; van ElonH356 het geslachtH4940 der ElonietenH440; van JahleelH3177 het geslachtH4940 der JahleelietenH3178.
De zonen van Zebulon, naar hun geslachten, waren: van Sered het geslacht der Seredieten; van Elon het geslacht der Elonieten; van Jahleel het geslacht der Jahleelieten.
KJV
Of the sons1
of Zebulun2
after their families:3
of Sered,4
the family5
of the Sardites:6
of Elon,7
the family8
of the Elonites:9
of Jahleel,10
the family11
of the Jahleelites.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
Dat zijn de geslachtenH4940 der ZebulonietenH2075, naar hun geteldenH6485: zestigH8346 duizendH505 en vijfhonderdH2568.
Dat zijn de geslachten der Zebulonieten, naar hun getelden: zestig duizend en vijfhonderd.
KJV
These are the families2
of the Zebulunites3
according to those that were numbered4
of them, threescore5
thousand6
and five7
hundred.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28
De zonenH1121 van JozefH3130, naar hun geslachtenH4940, waren ManasseH4519 en EfraimH669.
De zonen van Jozef, naar hun geslachten, waren Manasse en Efraim.
KJV
The sons1
of Joseph2
after their families3
were Manasseh4
and Ephraim.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29
De zonenH1121 van ManasseH4519 waren: van MachirH4353 het geslachtH4940 der MachirietenH4354; MachirH4353 nu gewonH3205 GileadH1568; van GileadH1568 was het geslachtH4940 der GileadietenH1569.
De zonen van Manasse waren: van Machir het geslacht der Machirieten; Machir nu gewon Gilead; van Gilead was het geslacht der Gileadieten.
KJV
Of the sons1
of Manasseh:2
of Machir,3
the family4
of the Machirites:5
and Machir6
begat7
Gilead:9
of Gilead10
come the family11
of the Gileadites.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30
DitH428 zijn de zonenH1121 van GileadH1568: van JezerH372 het geslachtH4940 der JezerietenH373; van HelekH2507 het geslachtH4940 der HelekietenH2516.
Dit zijn de zonen van Gilead: van Jezer het geslacht der Jezerieten; van Helek het geslacht der Helekieten.
KJV
These are the sons2
of Gilead:3
of Jeezer,4
the family5
of the Jeezerites:6
of Helek,7
the family8
of the Helekites:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31
En van AsrielH844 het geslachtH4940 der Alrielieten; en van SechemH7928 het geslachtH4940 der SechemietenH7930;
En van Asriel het geslacht der Alrielieten; en van Sechem het geslacht der Sechemieten;
Ook in dit vers
AsrielietenH845
KJV
And of Asriel,1
the family2
of the Asrielites:3
and of Shechem,4
the family5
of the Shechemites:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32
En van SemidaH8061 het geslachtH4940 der SemidaietenH8062; en van HeferH2660 het geslachtH4940 der HeferietenH2662.
En van Semida het geslacht der Semidaieten; en van Hefer het geslacht der Heferieten.
KJV
And of Shemida,1
the family2
of the Shemidaites:3
and of Hepher,4
the family5
of the Hepherites.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33
Doch ZelafeadH6765, de zoonH1121 van HeferH2660, had geenH3808 zonenH1121, maarH3588 dochtersH1323; en de namenH8034 der dochterenH1323 van ZelafeadH6765 warenH1961: MachlaH4244 en NoaH5270, HoglaH2295, MilkaH4435 en TirzaH8656.
Doch Zelafead, de zoon van Hefer, had geen zonen, maar dochters; en de namen der dochteren van Zelafead waren: Machla en Noa, Hogla, Milka en Tirza.
KJV
And Zelophehad1
the son2
of Hepher3
had no sons,7
but daughters:10
and the names11
of the daughters12
of Zelophehad13
were Mahlah,14
and Noah,15
Hoglah,16
Milcah,17
and Tirzah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34
Dat zijn de geslachtenH4940 van ManasseH4519: en hun geteldenH6485 waren tweeH8147 en vijftigH2572 duizendH505 en zevenhonderdH7651.
Dat zijn de geslachten van Manasse: en hun getelden waren twee en vijftig duizend en zevenhonderd.
KJV
These are the families2
of Manasseh,3
and those that were numbered4
of them, fifty6
and two5
thousand7
and seven8
hundred.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35
DitH428 zijn de zonenH1121 van EfraimH669, naar hun geslachtenH4940: van SutelahH7803 het geslachtH4940 der SutelahietenH8364; van BecherH1071 het geslachtH4940 der BecherietenH1076; van TahanH8465 het geslachtH4940 der TahanietenH8470.
Dit zijn de zonen van Efraim, naar hun geslachten: van Sutelah het geslacht der Sutelahieten; van Becher het geslacht der Becherieten; van Tahan het geslacht der Tahanieten.
KJV
These are the sons2
of Ephraim3
after their families:4
of Shuthelah,5
the family6
of the Shuthalhites:7
of Becher,8
the family9
of the Bachrites:10
of Tahan,11
the family12
of the Tahanites.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36
En ditH428 zijn de zonenH1121 van SutelahH7803; van EranH6197 het geslachtH4940 der EranietenH6198.
En dit zijn de zonen van Sutelah; van Eran het geslacht der Eranieten.
KJV
And these are the sons2
of Shuthelah:3
of Eran,4
the family5
of the Eranites.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37
Dat zijn de geslachtenH4940 der zonenH1121 van EfraimH669, naar hun geteldenH6485: tweeH8147 en dertigH7970 duizendH505 en vijfhonderdH2568. Dat zijn de zonenH1121 van JozefH3130, naar hun geslachtenH4940.
Dat zijn de geslachten der zonen van Efraim, naar hun getelden: twee en dertig duizend en vijfhonderd. Dat zijn de zonen van Jozef, naar hun geslachten.
KJV
These are the families2
of the sons3
of Ephraim4
according to those that were numbered5
of them, thirty7
and two6
thousand8
and five9
hundred.10
These are the sons12
of Joseph13
after their families.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38
De zonenH1121 van BenjaminH1144, naar hun geslachtenH4940: van BelaH1106 het geslachtH4940 der BelaietenH1108; van AsbelH788 het geslachtH4940 der AsbelietenH789; van AhiramH297 het geslachtH4940 der Ahirmieten;
De zonen van Benjamin, naar hun geslachten: van Bela het geslacht der Belaieten; van Asbel het geslacht der Asbelieten; van Ahiram het geslacht der Ahirmieten;
Ook in dit vers
AhiramietenH298
KJV
The sons1
of Benjamin2
after their families:3
of Bela,4
the family5
of the Belaites:6
of Ashbel,7
the family8
of the Ashbelites:9
of Ahiram,10
the family11
of the Ahiramites:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39
Van SefufamH8197 het geslachtH4940 der SufamietenH7781; van HufamH2349 het geslachtH4940 der HufamietenH2350.
Van Sefufam het geslacht der Sufamieten; van Hufam het geslacht der Hufamieten.
KJV
Of Shupham,1
the family2
of the Shuphamites:3
of Hupham,4
the family5
of the Huphamites.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40
En de zonenH1121 van BelaH1106 warenH1961 ArdH714 en NaamanH5283; van Ard het geslachtH4940 der ArdietenH716; van NaamanH5283 het geslachtH4940 der NaamietenH5280.
En de zonen van Bela waren Ard en Naaman; van Ard het geslacht der Ardieten; van Naaman het geslacht der Naamieten.
KJV
And the sons2
of Bela3
were Ard4
and Naaman:5
of Ard, the family6
of the Ardites:7
and of Naaman,8
the family9
of the Naamites.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41
Dat zijn de zonenH1121 van BenjaminH1144, naar hun geslachtenH4940; en hun geteldenH6485 waren vijfH2568 en veertigH705 duizendH505 en zeshonderdH8337.
Dat zijn de zonen van Benjamin, naar hun geslachten; en hun getelden waren vijf en veertig duizend en zeshonderd.
KJV
These are the sons2
of Benjamin3
after their families:4
and they that were numbered5
of them were forty7
and five6
thousand8
and six9
hundred.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42
DitH428 zijn de zonenH1121 van Dan, naar hun geslachtenH4940: van SuhamH7748 het geslachtH4940 der SuhamietenH7749; dat zijn de geslachtenH4940 van Dan, naar hun geslachtenH4940.
Dit zijn de zonen van Dan, naar hun geslachten: van Suham het geslacht der Suhamieten; dat zijn de geslachten van Dan, naar hun geslachten.
KJV
These are the sons2
of Dan3
after their families:4
of Shuham,5
the family6
of the Shuhamites.7
These are the families9
of Dan10
after their families.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43
AlH3605 de geslachtenH4940 der SuhamietenH7749, naar hun geteldenH6485, waren vierH702 en zestigH8346 duizendH505 en vierhonderdH702.
Al de geslachten der Suhamieten, naar hun getelden, waren vier en zestig duizend en vierhonderd.
KJV
All the families2
of the Shuhamites,3
according to those that were numbered4
of them, were threescore6
and four5
thousand7
and four8
hundred.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44
De zonenH1121 van AserH836, naar hun geslachtenH4940, waren: van ImnaH3232 het geslachtH4940 der ImnaietenH3232; van IsviH3440 het geslachtH4940 der IsvietenH3441; van BeriaH1283 het geslachtH4940 der BeriietenH1284.
De zonen van Aser, naar hun geslachten, waren: van Imna het geslacht der Imnaieten; van Isvi het geslacht der Isvieten; van Beria het geslacht der Beriieten.
KJV
Of the children1
of Asher2
after their families:3
of Jimna,4
the family5
of the Jimnites:6
of Jesui,7
the family8
of the Jesuites:9
of Beriah,10
the family11
of the Beriites.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45
Van de zonenH1121 van BeriaH1283 waren: van HeberH2268 het geslachtH4940 der HeberietenH2277; van MalchielH4439 het geslachtH4940 der MalchielietenH4440.
Van de zonen van Beria waren: van Heber het geslacht der Heberieten; van Malchiel het geslacht der Malchielieten.
KJV
Of the sons1
of Beriah:2
of Heber,3
the family4
of the Heberites:5
of Malchiel,6
the family7
of the Malchielites.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46
En de naamH8034 der dochterH1323 van AserH836 was SerahH8294.
En de naam der dochter van Aser was Serah.
KJV
And the name1
of the daughter2
of Asher3
was Sarah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
47
Dat zijn de geslachtenH4940 der zonenH1121 van AserH836, naar hun geteldenH6485: drieH7969 en vijftigH2572 duizendH505 en vierhonderdH702.
Dat zijn de geslachten der zonen van Aser, naar hun getelden: drie en vijftig duizend en vierhonderd.
KJV
These are the families2
of the sons3
of Asher4
according to those that were numbered5
of them; who were fifty7
and three6
thousand8
and four9
hundred.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
48
De zonenH1121 van NafthaliH5321, naar hun geslachtenH4940: van JahzeelH3183 het geslachtH4940 der JahzeelietenH3184; van GuniH1476 het geslachtH4940 der GunietenH1477;
De zonen van Nafthali, naar hun geslachten: van Jahzeel het geslacht der Jahzeelieten; van Guni het geslacht der Gunieten;
KJV
Of the sons1
of Naphtali2
after their families:3
of Jahzeel,4
the family5
of the Jahzeelites:6
of Guni,7
the family8
of the Gunites:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
49
Van JezerH3337 het geslachtH4940 der JezerietenH3340; van SillemH8006 het geslachtH4940 der SillemietenH8016.
Van Jezer het geslacht der Jezerieten; van Sillem het geslacht der Sillemieten.
KJV
Of Jezer,1
the family2
of the Jezerites:3
of Shillem,4
the family5
of the Shillemites.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
50
Dat zijn de geslachtenH4940 van NafthaliH5321, naar hun geslachtenH4940; en hun geteldenH6485 waren vijfH2568 en veertigH705 duizendH505 en vierhonderdH702.
Dat zijn de geslachten van Nafthali, naar hun geslachten; en hun getelden waren vijf en veertig duizend en vierhonderd.
KJV
These are the families2
of Naphtali3
according to their families:4
and they that were numbered5
of them were forty7
and five6
thousand8
and four9
hundred.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
51
Dat zijn de geteldenH6485 van de zonenH1121 IsraelsH3478: zeshonderdH8337 een duizendH505 zevenhonderdH7651 en dertigH7970.
Dat zijn de getelden van de zonen Israels: zeshonderd een duizend zevenhonderd en dertig.
KJV
These were the numbered2
of the children3
of Israel,4
six5
hundred6
thousand7
and a thousand8
seven9
hundred10
and thirty.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
52
En de HEEREH3068 sprakH1696 totH413 MozesH4872, zeggendeH559:
En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
KJV
And the LORD2
spake1
unto Moses,4
saying,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
53
Aan dezenH428 zal het landH776 uitgedeeldH2505 worden ter erfenisH5159, naar het getalH4557 der namenH8034.
Aan dezen zal het land uitgedeeld worden ter erfenis, naar het getal der namen.
KJV
Unto these the land3
shall be divided2
for an inheritance4
according to the number5
of names.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
54
Aan degenen, die veelH7227 zijn, zult gij hun erfenisH5159 meerderH7235 maken, en aan hen, die weinigH4592 zijn, zult gij hun erfenisH5159 minderH4591 maken; aan een iegelijkH376 zal, naar zijn geteldenH6485, zijn erfenisH5159 gegevenH5414 worden.
Aan degenen, die veel zijn, zult gij hun erfenis meerder maken, en aan hen, die weinig zijn, zult gij hun erfenis minder maken; aan een iegelijk zal, naar zijn getelden, zijn erfenis gegeven worden.
KJV
To many1
thou shalt give the more2
inheritance,3
and to few4
thou shalt give the less5
inheritance:6
to every one7
shall his inheritance11
be given10
according8
to those that were numbered
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
55
Het landH776 nochtans zal door het lotH1486 gedeeldH2505 worden; naar de namenH8034 der stammenH4294 hunner vaderenH1 zullen zij ervenH5157.
Het land nochtans zal door het lot gedeeld worden; naar de namen der stammen hunner vaderen zullen zij erven.
KJV
Notwithstanding the land5
shall be divided3
by lot:2
according to the names6
of the tribes7
of their fathers8
they shall inherit.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
56
Naar het lotH1486 zal elks erfenisH5159 gedeeldH2505 worden tussenH996 de velenH7227, en de weinigenH4592.
Naar het lot zal elks erfenis gedeeld worden tussen de velen, en de weinigen.
KJV
According2
to the lot3
shall the possession5
thereof be divided4
between many7
and few.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
57
DitH428 zijn nu de geteldenH6485 van LeviH3881, naar hun geslachtenH4940: van GersonH1648 het geslachtH4940 der GersonietenH1649; van KohathH6955 het geslachtH4940 der KohathietenH6956; van MerariH4847 het geslachtH4940 der MerarietenH4848.
Dit zijn nu de getelden van Levi, naar hun geslachten: van Gerson het geslacht der Gersonieten; van Kohath het geslacht der Kohathieten; van Merari het geslacht der Merarieten.
KJV
And these are they that were numbered2
of the Levites3
after their families:4
of Gershon,5
the family6
of the Gershonites:7
of Kohath,8
the family9
of the Kohathites:10
of Merari,11
the family12
of the Merarites.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
58
DitH428 zijn de geslachtenH4940 van LeviH3881: het geslachtH4940 der LibnietenH3846, het geslachtH4940 der HebronietenH2276, het geslachtH4940 der MachlietenH4250, het geslachtH4940 der MuzietenH4188, het geslachtH4940 der KorachietenH7145. En KohathH6955 gewonH3205 AmramH6019.
Dit zijn de geslachten van Levi: het geslacht der Libnieten, het geslacht der Hebronieten, het geslacht der Machlieten, het geslacht der Muzieten, het geslacht der Korachieten. En Kohath gewon Amram.
KJV
These are the families2
of the Levites:3
the family4
of the Libnites,5
the family6
of the Hebronites,7
the family8
of the Mahlites,9
the family10
of the Mushites,11
the family12
of the Korathites.13
And Kohath14
begat15
Amram.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
59
En de naamH8034 der huisvrouwH802 van AmramH6019 was JochebedH3115, de dochterH1323 van LeviH3878, welkeH834 de huisvrouw van LeviH3878 baardeH3205 in EgypteH4714; en deze baardeH3205 aan AmramH6019, AaronH175, en MozesH4872, en MirjamH4813, hun zusterH269.
En de naam der huisvrouw van Amram was Jochebed, de dochter van Levi, welke de huisvrouw van Levi baarde in Egypte; en deze baarde aan Amram, Aaron, en Mozes, en Mirjam, hun zuster.
KJV
And the name1
of Amram's3
wife2
was Jochebed,4
the daughter5
of Levi,6
whom her mother bare8
to Levi10
in Egypt:11
and she bare12
unto Amram13
Aaron15
and Moses,17
and Miriam19
their sister.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
60
En aan AaronH175 werden geborenH3205 NadabH5070 en AbihuH30, EleazarH499 en IthamarH385.
En aan Aaron werden geboren Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar.
KJV
And unto Aaron2
was born1
Nadab,4
and Abihu,6
Eleazar,8
and Ithamar.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
61
NadabH5070 nu en AbihuH30 waren gestorvenH4191, toen zij vreemdH2114 vuurH784 brachtenH7126 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068.
Nadab nu en Abihu waren gestorven, toen zij vreemd vuur brachten voor het aangezicht des HEEREN.
KJV
And Nadab2
and Abihu3
died,1
when they offered4
strange6
fire5
before7
the LORD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
62
En hun geteldenH6485 warenH1961 drieH7969 en twintigH6242 duizendH505, alH3605 wat mannelijkH2145 is, van een maandH2320 oudH1121 en daarboven; wantH3588 dezen werden nietH3808 geteldH6485 onder de kinderenH1121 IsraelsH3478, omdatH3588 hun geenH3808 erfenisH5159 gegevenH5414 werd onder de kinderenH1121 IsraelsH3478.
En hun getelden waren drie en twintig duizend, al wat mannelijk is, van een maand oud en daarboven; want dezen werden niet geteld onder de kinderen Israels, omdat hun geen erfenis gegeven werd onder de kinderen Israels.
KJV
And those that were numbered2
of them were twenty4
and three3
thousand,5
all males7
from a month9
old8
and upward:10
for they were not numbered13
among14
the children15
of Israel,16
because there was no inheritance21
given19
them among22
the children23
of Israel.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
63
DatH834 zijn de geteldenH6485 van MozesH4872 en EleazarH499, den priesterH3548, die de kinderenH1121 IsraelsH3478 teldenH6485 in de vlakke veldenH6160 van MoabH4124, aanH5921 de JordaanH3383 van JerichoH3405.
Dat zijn de getelden van Mozes en Eleazar, den priester, die de kinderen Israels telden in de vlakke velden van Moab, aan de Jordaan van Jericho.
KJV
These are they that were numbered2
by Moses3
and Eleazar4
the priest,5
who numbered7
the children9
of Israel10
in the plains11
of Moab12
by Jordan14
near Jericho.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
64
En onder dezenH428 wasH1961 niemandH376 uit de geteldenH6485 van MozesH4872 en AaronH175, den priesterH3548, als zij de kinderenH1121 IsraelsH3478 teldenH6485 in de woestijnH4057 van SinaiH5514.
En onder dezen was niemand uit de getelden van Mozes en Aaron, den priester, als zij de kinderen Israels telden in de woestijn van Sinai.
KJV
But among these there was not a man4
of them whom Moses6
and Aaron7
the priest8
numbered,5
when they numbered10
the children12
of Israel13
in the wilderness14
of Sinai.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
65
WantH3588 de HEEREH3068 had van die gezegdH559, datH3588 zij in de woestijnH4057 gewisselijkH4191 zouden stervenH4191; en er was niemandH376 van hen overgeblevenH3498, dan KalebH3612, de zoonH1121 van JefunneH3312, en JozuaH3091, de zoonH1121 van NunH5126.
Want de HEERE had van die gezegd, dat zij in de woestijn gewisselijk zouden sterven; en er was niemand van hen overgebleven, dan Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua, de zoon van Nun.
KJV
For the LORD3
had said2
of them, They shall surely5
die6
in the wilderness.7
And there was not left9
a man11
of them, save Caleb14
the son15
of Jephunneh,16
and Joshua17
the son18
of Nun.
na die plaag,
Versta, de plaag vermeld in het voorgaande hoofdstuk Num 25, door welke vier en twintig duizend Israëlieten omgekomen zijn, ter oorzaak van hun hoererij met de Moabietische vrouwen en afgoderij met Baäl-Peor bedreven. Na deze plagen waren er geen meer [dan Jozua en Kaleb] overig van degenen, die, boven de twintig jaren oud zijnde, om hun murmurering, waren veroordeeld in de woestijn te moeten sterven, eer de kinderen Israëls in het bezit des beloofden lands treden zouden. Zie boven, Num. 14:33-35; zie in vs.63,64,65; Deut. 2:14.
Hertaald:
na die plaag,
Versta: de plaag vermeld in het voorgaande hoofdstuk, Num. 25, waardoor vierentwintigduizend Israëlieten omgekomen zijn, vanwege hun hoererij met de Moabitische vrouwen en de afgoderij met Baäl-Peor die zij bedreven hadden. Na deze plaag waren er, behalve Jozua en Kaleb, niemand meer over van wie boven de twintig jaar oud waren en vanwege hun morren veroordeeld waren om in de woestijn te sterven, vóórdat de Israëlieten het beloofde land in bezit zouden nemen. Zie hierboven, Num. 14:33-35; zie vers 63, 64, 65; Deut. 2:14.
Neem de som
Deze telling van de kinderen Israëls wordt gehouden voor de derde, nadat zij uit Egypte gescheiden waren. De eerste was in hetzelfde jaar toen zij uitlogen, Ex. 30:12, enz. De tweede was in het begin des tweeden jaars, Num. 1:2. De derde deze, van welke vs.2 gesproken wordt.
Hertaald:
Neem de som
Deze telling van de Israëlieten is de derde, sinds zij uit Egypte vertrokken waren. De eerste was in hetzelfde jaar dat zij uittrokken, Ex. 30:12. De tweede was aan het begin van het tweede jaar, Num. 1:2. Dit is de derde, waarover in vers 2 gesproken wordt.
jaren oud en daarboven,
Hebreeuws, een zoon van twintig jaren oud. Alzo in het volgende.
Hertaald:
jaren oud en daarboven,
Hebreeuws: een zoon van twintig jaar oud. Zo ook hierna.
al wie ten heire in Israël uittrekt
Zie boven, Num. 1:3.
Hertaald:
al wie ten heire in Israël uittrekt
Zie hierboven, Num. 1:3.
vlakke velden van Moab,
Zie boven, Num. 22:1, en onder in vs.63, en Num. 33:48.
Hertaald:
vlakke velden van Moab,
Zie hierboven, Num. 22:1, en hieronder in vers 63, en Num. 33:48.
de Jordaan van Jericho,
Waar deze rivier zich nabij de stad Jericho wendt. Alzo boven, Num. 22:1, en onder, vs.63.
Hertaald:
de Jordaan van Jericho,
Waar deze rivier dichtbij de stad Jericho langsstroomt. Zo ook hierboven, Num. 22:1, en hieronder, vers 63.
Dat men opneme
Dit woord is hier tot aanvulling ingevoegd uit vs.2. Evenwel, het kan nagelaten woren, de overzetting aldus gesteld zijnde: Van twintig jaren oud, en daarboven, enz., zodat dit het begin zou zijn van de rol, de Mozes gemaakt en het volk voorgelezen heeft.
Hertaald:
Dat men opneme
Dit woord is hier ter aanvulling toegevoegd op basis van vers 2. Het kan echter ook weggelaten worden, waarbij de vertaling dan luidt: van twintig jaar oud en ouder, enzovoort, zodat dit het begin zou zijn van de lijst die Mozes gemaakt en aan het volk voorgelezen heeft.
die uit Egypteland uitgetogen waren
Zie boven, Num. 1:2, en vergelijk Ex. 30:12.
Hertaald:
die uit Egypteland uitgetogen waren
Zie hierboven, Num. 1:2, en vergelijk Ex. 30:12.
van welken was
Het woordje van is hier ingevoegd, naar gelijkheid der volgende manier van spreken. Alzo ook onder, vs.23, enz. Het andere moet dikwijls, naar de eigenschap der Hebreeuwse taal, tot aanvulling van den zin, als een bijvoegsel, er in gelaten worden.
Hertaald:
van welken was
Het woordje van is hier toegevoegd, naar analogie van de volgende manier van spreken. Zo ook hieronder, vers 23. Zoiets moet vaak, gezien de eigenheid van de Hebreeuwse taal, ter aanvulling van de zin worden toegevoegd.
Hezron het geslacht der Hezronieten;
Hebreeuws, Chetsron.
Hertaald:
Hezron het geslacht der Hezronieten;
Hebreeuws: Chetsron.
zonen van Pallu waren Eliab
Het getal van velen, voor het getal van een. Zie Gen. 21:7, en Gen. 46:7.
Hertaald:
zonen van Pallu waren Eliab
Het meervoud voor het enkelvoud. Zie Gen. 21:7 en Gen. 46:7.
geroepenen der vergadering,
Zie boven, Num. 1:16, en Num. 16:2.
Hertaald:
geroepenen der vergadering,
Zie hierboven, Num. 1:16 en Num. 16:2.
in de vergadering van Korach,
Versta, die muitige en oproerige samenrotting, waarvan Korach het hoofd geweest was. Zie boven, Num. 16:1-3.
Hertaald:
in de vergadering van Korach,
Versta: die oproerige en muitzuchtige samenzwering, waarvan Korach het hoofd was geweest. Zie hierboven, Num. 16:1-3.
opendeed,
Dat is, openspleet, zeer wijde en diepe kloven makende.
Hertaald:
opendeed,
Dat is: openspleet, zeer wijde en diepe kloven makend.
met Korach,
Versta, met Korachs huisgezin, wat toen bij hem was; boven, Num. 16:32. Want Korach zelf was met de twee honderd vijftig mannen verbrand; in hetzelfde hoofdstuk, Num. 16:35.
Hertaald:
met Korach,
Versta: met Korachs huisgezin, dat toen bij hem was; hierboven, Num. 16:32. Want Korach zelf is met de tweehonderdvijftig mannen verbrand; in hetzelfde hoofdstuk, Num. 16:35.
tot een teken
Hebreeuws, tot een banier; dat is, tot een opmerkelijk exempel van een rechtvaardige straf Gods over degenen, die oproer en scheuring aanrichten tegen de orde, die God in zijn kerk en de republiek gesteld heeft.
Hertaald:
tot een teken
Hebreeuws: tot een banier; dat is: tot een opmerkelijk voorbeeld van een rechtvaardige straf van God over wie oproer en scheuring veroorzaken tegen de orde die God in Zijn kerk en de gemeenschap heeft ingesteld.
stierven niet
Te weten, noch door het vuur, dat hun vader en zijn rot verteerd had, noch door de verzinking in de aarde, met het huisgezin huns vaders. Hetwelk geschied is omdat zij in die muiterij niet hadden bewilligd, en in den dienst des tabernakels mochten bezig zijn.
Hertaald:
stierven niet
Namelijk: noch door het vuur dat hun vader en zijn aanhang verteerd had, noch door de verzinking in de aarde, samen met het huisgezin van hun vader. Dit is gebeurd omdat zij niet met dat oproer hadden ingestemd, en werkzaam mochten blijven in de dienst van de tabernakel.
Nemuël,
Anders genoemd Jemuel; Gen. 46:10.
Hertaald:
Nemuël,
Ook wel Jemuel genoemd; Gen. 46:10.
Zerah
Die ook Zochar genoemd wordt, Gen. 46:10.
Hertaald:
Zerah
Die ook Zochar genoemd wordt, Gen. 46:10.
twee en twintig duizend en tweehonderd
Merk op, dat hun getal zeer verminderd was van hetgeen verhaald wordt boven, Num. 1:23; mogelijk omdat zij Zimri, den zoon van Salu, die een overste der Simeonieten was, in het stukje zijner boze daad, vermeld boven, Num. 25:14, waren toegedaan geweest, ja daarin hem nagevolgd hadden.
Hertaald:
twee en twintig duizend en tweehonderd
Merk op dat hun aantal sterk verminderd was ten opzichte van wat hierboven verteld wordt, Num. 1:23; mogelijk omdat zij Zimri, de zoon van Salu, die een overste van de Simeonieten was, in zijn kwade daad, vermeld hierboven, Num. 25:14, gesteund hadden, ja, hem daarin nagevolgd hadden.
Zefon
Hebreeuws, Tsephon; die ook Ziphjon genoemd wordt, Gen. 46:16. Vergelijk verder deze namen met het voorgemelde Gen 46; idem, met 1Ch 1, 1Ch 2, 1Ch 3, 1Ch 4, 1Ch 5, 1Ch 6, 1Ch 7, 1Ch 8, enz.
Hertaald:
Zefon
Hebreeuws: Tsephon; die ook Ziphjon genoemd wordt, Gen. 46:16. Vergelijk deze namen verder met het eerder genoemde Gen. 46; evenzo met 1 Kron. 1 tot en met 8.
Ozni
Die ook Ezbon schijnt genaamd te zijn, Gen. 46:16.
Hertaald:
Ozni
Die ook Ezbon lijkt te heten, Gen. 46:16.
Arod
Genaamd Arodi; Gen. 46:16.
Hertaald:
Arod
Genaamd Arodi; Gen. 46:16.
stierven in het land Kanaän
Te weten, door een rechtvaardig oordeel Gods, hetwelk ging over hun grote en grove zonden. Zie Gen. 38:7.
Hertaald:
stierven in het land Kanaän
Namelijk: door een rechtvaardig oordeel van God, dat hun grote en grove zonden trof. Zie Gen. 38:7.
Perez
Hebreeuws, Perets.
Hertaald:
Perez
Hebreeuws: Perets.
van Tola
Zie boven, vs.5.
Hertaald:
van Tola
Zie hierboven, vers 5.
Jasub
Ook Job-genaamd ; Gen. 46:13.
Hertaald:
Jasub
Ook Job genoemd; Gen. 46:13.
van
Dit woordje is hier en in de twee volgende verzen bijgevoegd uit de voorgaande en navolgende manier van spreken in dit hfdst. Zie boven, vs.5.
Hertaald:
van
Dit woordje is hier en in de twee volgende verzen toegevoegd naar de voorafgaande en volgende manier van spreken in dit hoofdstuk. Zie hierboven, vers 5.
Jezer
Anders genoemd Abiëzer, Joz. 17:2, en elders.
Hertaald:
Jezer
Ook wel Abiëzer genoemd, Joz. 17:2, en elders.
Zeláfead,
Hebreeuws, Tselophchad.
Hertaald:
Zeláfead,
Hebreeuws: Tselophchad.
Ahiram
Die ook Ehi schijnt genaamd te zijn, Gen. 46:21, en Achrach, 1 Kron. 8:1.
Hertaald:
Ahiram
Die ook Ehi lijkt te heten, Gen. 46:21, en Achrach, 1 Kron. 8:1.
Suham
Die ook Chuschim schijnt genoemd te zijn; Gen. 46:23.
Hertaald:
Suham
Die ook Chuschim lijkt te heten; Gen. 46:23.
Heber
Hebreeuws, Cheber, met de letter Chet.
Hertaald:
Heber
Hebreeuws: Cheber, met de letter chet.
Jáhzeël
Hebreeuws, Jachtseël, of Jachtsiël, gelijk 1 Kron. 7:13.
Hertaald:
Jáhzeël
Hebreeuws: Jachtseël, of Jachtsiël, zoals in 1 Kron. 7:13.
Sillem
Die ook Schallum genoemd wordt, 1 Kron. 7:13.
Hertaald:
Sillem
Die ook Schallum genoemd wordt, 1 Kron. 7:13.
de getelden van de zonen Israëls
Merk hier op de gewisse waarheid en almogende kracht Gods, in de beloofde vermenigvuldiging van Abrahams zaad. Want alzo in 38 jaren meer dan zes honderd duizend en drie duizend Israëlieten gestorven waren, zo heeft nochtans God teweeggebracht, dat hetzelfde getal hetwelk verhaald wordt boven, Num. 1:46, gebleven is, uitgenomen een duizend en enige honderden.
Hertaald:
de getelden van de zonen Israëls
Merk hier de zekere waarheid en almachtige kracht van God op, in de beloofde vermenigvuldiging van Abrahams nageslacht. Want hoewel er in 38 jaar meer dan zeshonderddrieduizend Israëlieten gestorven waren, heeft God er toch voor gezorgd dat hetzelfde aantal dat hierboven vermeld wordt, Num. 1:46, gehandhaafd bleef, op een duizend en enkele honderden na.
Aan dezen zal het land
Te weten, geslachten der stammen.
Hertaald:
Aan dezen zal het land
Namelijk: geslachten van de stammen.
naar het getal der namen
Dat is, naardat een geslacht klein of groot is; dat is, uit weinige of uit veel mensen bestaande, wier namen in een register waren opgetekend. Vergelijk vs.54.
Hertaald:
naar het getal der namen
Dat is: naargelang een geslacht klein of groot is; dat is: uit weinig of veel mensen bestaat, wier namen in een register waren opgetekend. Vergelijk vers 54.
gij hun erfenis meerder maken,
Hetwelk door Mozes geschied is op deze zijde van de Jordaan, onder de stammen van Ruben en Gad en den halven stam van Manasse, onder, Num. 32:33, maar door Jozua, naar het bevel van Mozes, onder de andere stammen, en den anderen halven stam van Manasse; Jos 14, enz.
Hertaald:
gij hun erfenis meerder maken,
Wat door Mozes gedaan is aan deze zijde van de Jordaan, onder de stammen van Ruben en Gad en de halve stam van Manasse, hieronder, Num. 32:33, maar door Jozua, op bevel van Mozes, onder de andere stammen en de andere halve stam van Manasse; Joz. 14.
lot gedeeld worden;
Het land werd eerst door het lot gedeeld in twaalf stammen, en de stammen daarna in huisgezinnen, en dat door het oordeel der oversten en des hogepriesters.
Hertaald:
lot gedeeld worden;
Het land werd eerst door het lot verdeeld onder de twaalf stammen, en de stammen daarna onder de huisgezinnen, en dat door het oordeel van de oversten en de hogepriester.
zij erven
Te weten, de huisgezinnen van elken stam zullen naar de wijze in vs.54 voorgeschreven, in hun erf treden.
Hertaald:
zij erven
Namelijk: de huisgezinnen van elke stam zullen, op de manier voorgeschreven in vers 54, hun erfdeel ontvangen.
het lot zal
Hebreeuws, naar den mond des lots. Want het lot is des HEEREN, verklarende zijn wil.
Hertaald:
het lot zal
Hebreeuws: naar de mond van het lot. Want het lot behoort de HEERE toe, en verklaart Zijn wil.
erfenis gedeeld worden
Versta, ten aanzien van de deling der stammen.
Hertaald:
erfenis gedeeld worden
Versta: wat betreft de verdeling van de stammen.
Libnieten,
Die van Gerson afkomstig waren. Zie boven, Num. 3:18.
Hertaald:
Libnieten,
Die van Gerson afstamden. Zie hierboven, Num. 3:18.
Hebronieten,
Van Kahath afkomstig, boven Num. 3:19.
Hertaald:
Hebronieten,
Van Kahath afstammend, hierboven, Num. 3:19.
Machlieten,
Dezen en de Musieten hadden hun afkomst van Merari; boven, Num. 3:20.
Hertaald:
Machlieten,
Dezen en de Musieten stamden af van Merari; hierboven, Num. 3:20.
Korachieten
De nakomelingen Kahaths; boven, Num. 16:1.
Hertaald:
Korachieten
De nakomelingen van Kahath; hierboven, Num. 16:1.
de huisvrouw van Levi
Hebreeuws, welke zij den Levi baarde. Versta door deze barende, niet Jochebed [die de geboren persoon is], maar de huisvrouw van Levi, de moeder van Jochebed en de moei van Amram, wiens grootvader Levi was.
Hertaald:
de huisvrouw van Levi
Hebreeuws: die zij Levi baarde. Versta onder deze barende niet Jochebed [die de geboren persoon is], maar de vrouw van Levi, de moeder van Jochebed en de tante van Amram, wiens grootvader Levi was.
van een maand oud en daarboven;
Hebreeuws, zonen ener maagd
Hertaald:
van een maand oud en daarboven;
Hebreeuws: zonen van een maand.
onder de kinderen Israëls,
Hebreeuws, in het midden; alzo in het volgende van dit vers.
Hertaald:
onder de kinderen Israëls,
Hebreeuws: in het midden; zo ook verderop in dit vers.
telden
Zie boven, Num. 1:1-2, enz.
Hertaald:
telden
Zie hierboven, Num. 1:1-2.
als zij de kinderen Israëls
Zie van deze telling, Ex. 30:12-14.
Hertaald:
als zij de kinderen Israëls
Zie voor deze telling Ex. 30:12-14.
gewisselijk zouden sterven;
Hebreeuws, stervende sterven; dat is, zekerlijk sterven; te weten, òf door plagen, òf hun natuurlijken dood, en dat vanwege hun wederspannigheid. Zie boven, Num. 14:28-30, en onder, Num. 27:3.
Hertaald:
gewisselijk zouden sterven;
Hebreeuws: stervend sterven; dat is: zeker sterven; namelijk hetzij door plagen, hetzij door hun natuurlijke dood, en dat vanwege hun opstandigheid. Zie hierboven, Num. 14:28-30, en hieronder, Num. 27:3.
Kaleb,
Deze twee waren God getrouw gebleven, en hadden het volk mede daartoe vermaand; boven, Num. 14:6, enz.
Hertaald:
Kaleb,
Deze twee waren God trouw gebleven, en hadden het volk mede daartoe aangespoord; hierboven, Num. 14:6. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas De zoon van Jefunne, die namens de stam Juda als een van de twaalf verspieders het land Kanaän verkende. Samen met Jozua alleen bracht hij een goed bericht en spoorde hij het volk aan het land in te nemen, in vertrouwen op de HEERE (Num. 13:30; 14:6-9). Om zijn geloof mocht hij, als een van de weinigen van zijn generatie, later toch het beloofde land binnengaan. Een Leviet, zoon van Jizhar, achterneef van Mozes en Aäron, die de leiding nam in het oproer tegen hen: 'gij neemt teveel op u, dewijl de ganse vergadering, zij allen, heilig zijn'. Samen met zijn tweehonderdvijftig aanhangers werd hij door vuur van de HEERE verteerd (Num. 16:1-3, 35). Een Rubeniet, zoon van Eliab, die zich met zijn broer Abiram bij het oproer van Korach aansloot. Samen met hun huisgezinnen werden zij, toen zij zich openlijk tegen Mozes verzetten, door de aarde verzwolgen die zich onder hen opende (Num. 16:1, 12-14, 25-33). De broer van Dathan, zoon van Eliab, die met hem en Korach tegen Mozes en Aäron in opstand kwam en, met zijn hele huisgezin, levend door de aarde verzwolgen werd (Num. 16:1, 25-33). Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Numeri 26
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Namen
Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden


Numeri 26
Numeri 26:65.KruisverwijzingenNumeri 14:38→Numeri 14:28→Psalmen 90:3→Numeri 14:35→Deuteronomium 32:49→Exodus 12:37→Numeri 14:23→1 Korinthe 10:5→
— Want de HEERE had van die gezegd, dat zij in de woestijn gewisselijk zouden sterven; en er was niemand van hen overgebleven, dan Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua, de zoon van Nun.
Wij zijn tot een tweede telling gekomen, een gewichtig rustpunt in de opmars van de geschiedenis van een volk. Twee jaar nadat zij Egypte verlaten hadden, werd er in de woestijn een telling van de stammen van Israël gehouden. Zij gold alleen de mannen boven de twintig jaar — de mannen die bekwaam waren tot de krijgsdienst. Door zo een telling van Zijn volk te houden, toonde de Heere dat Hij ieder van hen waardeerde.
Er was goede reden om het getal van het volk op te nemen juist toen het volk in wording was, zodat zij in de woestijn geschikt, geordend en getucht konden worden voor de strijd die voor hen lag. Achtendertig jaar zijn nu verlopen sinds die eerste telling bij Sinaï, en het volk is aan de grenzen van het beloofde land gekomen. De tijd was gekomen voor een tweede telling. Dit zou aantonen dat Hij hen niet minder waardeerde dan in vroegere jaren.
Toen de tweede telling gehouden werd, bevond men dat het volk vrijwel hetzelfde in getal was als bij de eerste. Was het niet om de straf geweest die hun opgelegd was, dan zouden zij sterk vermeerderd zijn, zoals zij in Egypte deden. Dit werd gedurende de veertig woestijnjaren anders, want al de volwassen mannen die uit de dienstbaarheid gekomen waren, werden om hun ongeloof onbekwaam verklaard om in het beloofde land in te gaan.
Het is Gods werk een volk of een gemeente te vermeerderen. Wij mogen geen groei in ons getal verwachten wanneer wij de Geest van God bedroeven en wanneer wij Hem door ons ongeloof brengen tot de verklaring dat het ons niet zal welgaan. De groei van Israël hield veertig jaar op; moge het met ons als gemeente nooit zo zijn.
En al moest het volk wegvallen, toch zou de hand des Heeren in elk sterfgeval en in al zijn omstandigheden zijn. Valt geen spreeuw ter aarde zonder de kennis van onze Vader, dan mogen wij verzekerd zijn dat niemand sterft dan naar de wil van God. Een wijze en liefhebbende God bepaalt de tijd en de plaats van onze dood, want “kostelijk is in de ogen des HEEREN de dood Zijner gunstgenoten” (Ps. 116:15). De Heere regeert nog, en niets gebeurt dan zoals Hij het beschikt.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-65.KruisverwijzingenNumeri 16:38→Exodus 38:25→Numeri 22:1→Numeri 1:16→Numeri 25:9→Numeri 1:2→Numeri 33:48→1 Kronieken 5:3→
— Het geschiedde nu na die plaag, dat de HEERE sprak tot Mozes, en tot Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, zeggende: Neem de som van de gehele vergadering der kinderen Israels op, van twintig jaren oud en daarboven, naar het huis hunner vaderen, al wie ten heire in Israel uittrekt. Mozes dan en Eleazar, de priester, spraken hen aan, in de vlakke velden van Moab, aan de Jordaan van Jericho, zeggende: Dat men opneme van twintig jaren oud en daarboven; gelijk als de HEERE Mozes geboden had, en den kinderen Israels, die uit Egypteland uitgetogen waren. Ruben was de eerstgeborene van Israel. De zonen van Ruben waren: Hanoch, van welken was het geslacht der Hanochieten; van Pallu het geslacht der Palluieten; Van Hezron het geslacht der Hezronieten; van Karmi het geslacht der Karmieten. Dit zijn de geslachten der Rubenieten; en hun getelden waren drie en veertig duizend zevenhonderd en dertig. En de zonen van Pallu waren Eliab. En de zonen van Eliab waren Nemuel, en Dathan, en Abiram; deze Dathan en Abiram waren de geroepenen der vergadering, die gekijf maakten tegen Mozes en tegen Aaron, in de vergadering van Korach, als zij gekijf tegen den HEERE maakten. En de aarde haar mond opendeed, en verslond hen met Korach, als die vergadering stierf, toen het vuur tweehonderd en vijftig mannen verteerde, en werden tot een teken.
Voordat Israël tot de heilige tocht tegen de Midianieten uittrekken kan, moet het in zijn gewapende manschap weer tot een leger van de Heere worden, evenals vroeger bij Sinaï (vgl.inl.hoofdstuk 1); want zij die toen gemonsterd werden, zijn intussen in de woestijn gestorven. Daarom wordt nu een nieuwe telling ondernomen van hen, die twintig jaar en ouder zijn; de stam van Levi wordt ook ditmaal bijzonder geteld, des te meer, daar deze nieuwe monstering in nauwe betrekking staat tot de aanstaande verdeling van het beloofde land, waarbij Levi niet onmiddellijk zijn deel krijgt. De monstering levert aan beide zijden bijna dezelfde uitkomst op als vroeger. Van hen die vroeger gemonsterd werden, zijn echter Jozua en Kaleb alleen in het leven gebleven.
Het geschiedde nu na die plaag, 1) dat de HEERE sprak tot Mozes en tot Eleazar, de zoon van Aäron, de priester; die nu in de plaats van zijn vader het Hogepriesterlijk ambt bekleedde (hoofdstuk 20:28), zeggende:
Neemt de som van de gehele vergadering van de kinderen van Israël op, zoals Gij reeds eenmaal op Mijn bevel, bij de berg Sinaï gedaan hebt (hoofdstuk 1:1), van twintig jaar en ouder, naar het huis van hun vaderen, naar de verschillende families, waarin zij door hun afstamming verdeeld zijn, al wie ten strijde in Israël uittrekt.
Voor de voltrekking van de hem bevolen wraak op de Midianieten moest Israël door een nieuwe telling, als leger van Jehova, gemonsterd worden, omdat het bij Sinaï (hoofdstuk 1-4) gemonsterde geslacht, op Kaleb en Jozua na, in het oordeel van de dood, in de woestijn waren gevallen. Hierom kwam het goddelijk bevel tot een nieuwe telling en monstering, “na de plaag”. Want daarmee waren de laatste van de uit Egypte getrokkenen, die niet in Kanaän mochten komen, weggehaald, en daarmee was dat gericht voleindigd.
Deze telling had in het bijzonder tot doel, om de straks volgende verdeling van het land te bevorderen. Daarom worden ook nu de geslachten van de enkele stammen opgesomd, hetgeen bij de telling bij Sinaï niet heeft plaatsgehad.
Mozes dan en Eleazar, de priester, nadat zij de oversten van de stammen ontboden hadden, spraken hen aan, en door deze het volk, in de vlakke velden van Moab, aan de Jordaan van Jericho, zeggende:
Dat men neme van twintig jaar en ouder; zoals de HEERE Mozes reeds bij de eerste monstering (hoofdstuk 1:1-3) geboden had, en de kinderen van Israël, die uit Egypte vertrokken waren. Deze hadden zich toen tot monstering geschaard; nu kwam het jongere geslacht aan de beurt.
Ruben was de eerstgeborene van Israël, en maakte als zodanig wederom het begin. De zonen van Ruben waren (Genesis 46:9): Hanoch, van wie was het geslacht van de Hanochieten; van Pallu het geslacht van de Palluïeten (Exodus. 6:16; 1 Kronieken 5:1).
Van Hezron het geslacht van de Hezronieten; van Karmi het geslacht van de Karmieten.
Dit zijn de geslachten van de Rubenieten; en hun getelden waren drieënveertig duizend zevenhonderd en dertig; bij de eerste telling 46.500 (hoofdstuk 1:21).
Het getal van de Rubenieten komt hier voor als zijnde 2770 minder dan bij de vorige telling, waarschijnlijk omdat deze stam bovenal deel had genomen aan de opstand van zijn vorsten Dathan en Abiram.
En de zonen van Pallu waren Eliab.
En de zonen van Eliab waren Nemuël (= besnijdenis van God) en Dathan en Abiram: a) deze Dathan en Abiram waren de geroepenen van de vergadering, die gekijf maakten tegen Mozes en tegen Aäron; in de vergadering van Korach, als zij gekijf tegen de HEERE maakten.
Numeri. 16:2
En de aarde haar mond opendeed, en hen verslond met Korach, als die vergadering stierf; toen het vuur tweehonderd en vijftig mannen verteerde, en werden tot eenteken, tot waarschuwing voor anderen, tot een gedenkteken van de goddelijke gerechtigheid.
Maar de kinderen van Korach stierven niet.
Ook: zie Nu 16.1 -zie Nu 16.35.
Hier worden de geslachten van de verschillende stammen afzonderlijk opgeteld, wat in hoofdstuk 1 niet gebeurde; dit komt daarvandaan, omdat deze telling ook voorlopig dienen moet bij de verdeling van het land onder de stammen en de geslachten van Israël, wanneer straks het land Kanaän in bezit genomen is.
De zonen van Simeon naar hun geslachten: van Nemuël, of Jemuël 1) (Genesis 46:10), het geslacht van de Nemuëlieten; van Jamin het geslacht van de Jaminieten; van Jachin het geslacht van de Jachinieten;
De N en de J wisselen dikwijls met elkaar.
Van Zerah (opgang van licht) of Zohar (Genesis 46:10) het geslacht van de Zerahieten; van Saul het geslacht van de Saulieten.
De derde zoon van Simeon, Gad (Genesis 46:10), liet geen geslacht na.
Dat zijn de geslachten van de Simeonieten: tweeëntwintig duizend en tweehonderd, bij de eerste telling 59.300 (hoofdstuk 1:23).
Deze grote vermindering van de stam van Simeon (37.100 man) heeft haar grond wellicht daarin, omdat deze stam bij de dienst van Baäl-Peor het meest schuldig was geweest, en een groot aantal strijdbare mannen van haar in de plaag (hoofdstuk 16) omkwam: ook die Israëliet, die Pinehas, wegens zijn gruweldaad doorstak, behoorde tot de Simeonieten.
De zonen van Gad naar hun geslachten: Van Zefon (= noorden) of Zifjon (Genesis 46:6) het geslacht van de Zefonieten; van Haggi het geslacht van de Haggieten; van Suni het geslacht van de Sunieten;
Van Ozni (= gehoor), of Ezbor (zie “Ge 46.13), het geslacht van de Oznieten; van Heri het geslacht van de Herieten;
Van Arod (Arodi) het geslacht van de Arodieten; van Aréli het geslacht van de Arélieten.
Dat zijn de geslachten van de zonen van Gad, naar hun getelden: veertigduizend en vijfhonderd, bij de eerste telling 45.650 (hoofdstuk 1:25).
De zonen van Juda waren Er en Onan, de beide oudste; maar Er en Onan stierven kinderloos in het land Kanaän (Genesis 38) en moesten daarom niet gerekend worden (Genesis 46:12).
Alzo waren de zonen van Juda, naar hun geslachten, diegenen, waarnaar de geslachten van deze stam gerekend werden: van Sela het geslacht van de Selanieten; van Perez het geslacht van de Perezieten; van Zerah het geslacht van de Zerahieten; de beide laatste werden Juda als tweelingen bij Thamar, zijn schoondochter, geboren (Genesis 38).
In Genesis 46:12 wordt Perez daarom van de beide anderen, die ook zonen nalieten, afgezonderd, omdat hij, volgens de wetten van het huwelijk, in de plaats van Er trad, en alzo voor de eerstgeborene gold, of, naar onze maatstaf, de eerste erfgenaam werd. Tot zijn geslacht behoorden ook David en Christus, want de geslachtslinie ging door hem (Matth.1:1-3)
En de zonen van a) Perez waren: van Hezron het geslacht van de Hezronieten; van Hamul het geslacht van de Hamulieten.
Genesis 46:12
Dat zijn de geslachten van Juda, naar hun getelden; zesenzeventigduizend en vijfhonderd, bij de eerste telling 74.600 (hoofdstuk 1:27); de stam, die reeds toen het talrijkste was, had zich dus niet alleen op zijn hoogte gehouden, maar was zelfs met 1900 man toegenomen.
De zonen van Issaschar, naar hun geslachten waren (Genesis 46:13): van Tola het geslacht van de Tolaïeten; van Puva (Pua) het geslacht van de Punieten;
Van Jasub (= hij zal terugkeren) het geslacht van de Jasubieten; van Simron het geslacht van de Simronieten.
Dat zijn de geslachten van Issaschar naar hun getelden: vierenzestigduizend en driehonderd, bij de eerste telling 54.400 (hoofdstuk 1:29).
De zonen van Zebulon, naar hun geslachten, waren (Genesis 46:14): van Sered het geslacht van de Seredieten; van Elon het geslacht van de Elonieten; van Jahleël het geslacht van de Jahleëlieten.
Dat zijn de geslachten van de Zebulonieten, naar hun getelden: zestigduizend en vijfhonderd; bij de eerste telling 57.400 (hoofdstuk 1:31).
De zonen van Jozef naar hun geslachten waren, terwijl Jozef zelf geen eigen stam vormde, maar in zijn beide zonen zich in twee stammen verdeelde (Genesis 48:5) Manasse en Efraïm
De zonen van Manasse, Jozefs oudste zoon (Genesis 41:51), waren:a) van Machir (= verkocht) het geslacht van de Machirieten: Machir nu gewon Gilead, (= hoop van de getuigenis); van Gilead was het geslacht van de Gileadieten (zie “Nu 36.4).
Jozua. 17:1
Dit zijn de zonen van Gilead: van Jezer (= plan) of Abiezer Jozua 17:2) het geslacht van de Jezerieten; van Helek (= deel) het geslacht van deHelekieten;
En van Asriël (= gelofte van God) het geslacht van de Asriëlieten; en van Sechem (= schouder) het geslacht van de Sechemieten;
En van Semida (= roem van kennis) het geslacht van de Semidaïeten; en van Hefer (= put) het geslacht van de Heferieten Jozua 17:2).
a) Doch Zelafead (= doorbraak), de zoon van Hefer, had geen zonen, maar dochters; en de namen van de dochters van Zelafead waren: Machla (= ziekte) en Noa (= zwerving), Hogla (= patrijs), Milka (= koningin) en Tirza (= aangenaam).
Numeri. 27:1
Dat zijn de geslachten van Manasse; en hun getelden waren tweeënvijftigduizend en zevenhonderd, bij de eerste telling 32.200 (hoofdstuk 1:35).
Dit zijn de zonen van Efraïm, naar hun geslachten: van Sutélah (= gekraak van scheuren) het geslacht van de Sutélahieten; van Becher (= eerstgeborene) het geslacht van de Becherieten; van Tahan (= smeking) het geslacht van de Tahanieten.
En dit zijn de zonen van Sutélah: van Eran (= waakzaam) het geslacht van de Eranieten.
Dat zijn de geslachten van de zonen van Efraïm, naar hun getelden, tweeëndertigduizend en vijfhonderd, bij de eerste telling 40.500 (hoofdstuk 1:33)).1) Dat, van vs.29 tot hiertoe, zijn de zonen van Jozef, die, wanneer de stam van Levi mee geteld wordt, tezamen slechts één stam uitmaken, naar hun geslachten.
De stam was dus na de eerste telling 8000 in getal afgenomen, terwijl Manasse het meest was toegenomen, en wel ten getale van 20.500; pas later zou Efraïm de voorrang verkrijgen, die in de zegen van Jakob was beloofd.
De zonen van Benjamin, naar hun geslachten (Genesis 46:21): van Bela het geslacht van de Belaïten; van Asbel het geslacht van de Asbelieten; van Ahiram, verkort Ehi, het geslacht van de Ahiramieten;
Deze opgaven verschillen enigermate van die, welke in Genesis 46:21 opgetekend zijn. Misschien is dit daaraan te wijten, dat enige geslachten van deze stam zijn uitgestorven, of zó in getal afgenomen, dat zij met anderen tot een geheel werden samengesmolten.
Van Sefúfam (= slang) of Mugim, het geslacht van de Súfamieten; van Hufam (= bewoner van de zeekust) of Hupim, het geslacht van de Hufamieten;
En de zonen van Bela waren Ard en Naäman; van Ard het geslacht van de Ardieten; van Naäman het geslacht van de Naämieten;
Dat zijn de zonen van Benjamin, naar hun geslachten: en hun getelden waren vijfenveertigduizend en zeshonderd, bij de eerste telling 35.400 (hoofdstuk 1:37).
Dit zijn de zonen van Dan, naar hun geslachten (Genesis 46:23): van Suham, (= kuilgraver) of Chusim, het geslacht van de Suhamieten; dat zijn de geslachten van Dan, naar hun geslachten.
Al de geslachten van de Suhamieten, naar hun getelden, waren vierenzestigduizend en vierhonderd, bij de eerste telling 62.700 (hoofdstuk 1:39).
De zonen van Aser, naar hun geslachten (Genesis 46), waren: van Imna het geslacht van de Imnaïeten; van Isvie, of Jisvi, het geslacht van de Isvieten; van Beria het geslacht van de Beriïeten;
Van de zonen van Beria waren van Heber het geslacht van de Heberieten; van Malchiël het geslacht van de Malchiëlieten;
En de naam van de dochter van Aser was Serah.
Dat zijn de geslachten van de zonen van Aser, naar hun getelden: drieënvijftigduizend en vierhonderd, bij de eerste telling 41.500 (hoofdstuk 1:41).
De zonen van Nafthali, naar hun geslachten (Genesis 46:24): van Jahzeël het geslacht van de Jahzeëlieten; van Guni het geslacht van de Gunieten;
Van Jezer het geslacht van de Jezerieten; van Sillem het geslacht van de Sillemieten;
Dat zijn de geslachten van Nafthali, naar hun geslachten; en hun getelden waren vijfenveertigduizend en vierhonderd, bij de eerste telling 53.400 (hoofdstuk 1:43).
Dat zijn de getelden van de zonen van Israël; zeshonderdeenduizend zevenhonderd en dertig, bij de eerste telling 603.550 (hoofdstuk 1:46).
Het gehele volk had dus ongeveer 1820 weerbare mannen verloren en was daarom nagenoeg op dezelfde hoogte gebleven. Nadat zovele verdelgende oordelen het hadden getroffen, had zich de kracht van Gods beloften aan Israël betoond in de steeds plaatshebbende vermeerdering van het volk.
En de HEERE sprak tot Mozes, toen deze de monstering van de twaalf stammen, die tevens tot grondslag van de aanstaande verdeling van het land Kanaän moest strekken, volbracht had, zeggende:
Aan deze zal het land uitgedeeld worden tot erfenis: tot een blijvend bezit, naar het getal van de namen, naar het getal van de personen, die in iedere stam geteld zijn.
Aan degenen, die veel zijn, zult gij hun erfenis groter maken, en aan hen, die weinig zijn, zult gij hun erfenis minder maken; aan een ieder zal naar zijn getelden, zijn erfenis gegeven worden (Numeri. 33:54).
Het land nochthans zal door het lot gedeeld worden, 1) opdat iedere stam het deel, dat hij verkrijgt, beschouwt als een erfdeel hem van de Heere geschonken, en opdat er geen nijd en twist onder de verschillende stammen ontsta (Spreuken. 16:33; 18:18) naar de namen van de stammen van hun vaderen, Ruben, Simeon, enz. met uitzondering van Levi, in wiens plaats Efraïm en Manasse treden, zullen zij erven, iedere stam zal een gedeelte ter erfenis verkrijgen, dat altijd zijn naam zal dragen, en dathem door het lot zal toegewezen worden (Numeri. 33:54 Jozua. 11:23; 14:2).
Hiermee wordt niet bedoeld, de grootte van het stuk land, dat aan iedere stam zal te beurt vallen, maar de plaats in het beloofde land.
Zoals overal in de leiding en besturing van het volk van God, zo is het ook hier het geval, dat de bepaling van de zijde van God en de vrijheid van de mensen tezamen werken tot één doel.
Naar het lot zal ieders erfenis gedeeld worden, tussen de velen en de weinigen;
Dit zijn nu de getelden van Levi, want na de telling van de overige stammen wordt deze nog bijzonder gemonsterd (vs.62 hoofdstuk 3:14), naar hun geslachten: van Gerson het geslacht van de Gersonieten; van Kahath het geslacht van de Kahathieten; van Merari hetgeslacht van de Merarieten; deze drie vormden de hoofdgeslachten (Ex.6:16-19).
Dit zijn dan verder de volgende voornaamste geslachten van Levi, in welke deze drie hoofdgeslachten zich splitsten: het geslacht van de Libnieten, een tak van de Gersonieten (hoofdstuk 3:21), het geslacht van de Hebronieten, een tak van de Kahathieten (hoofdstuk 3:27), het geslacht van de Machlieten, het geslacht van de Musieten, beide takken van de Merarieten (hoofdstuk 3:33), het geslacht van de Korachieten, eveneens van de Kahathieten, en wel van de Izharieten, een zijtak van dit geslacht, (hoofdstuk 3:27 hoofdstuk 16:3). Een derde tak van de Kahathieten, met name de Amramieten, vormde een afdeling op zichzelf, namelijk de stand van de priesters, en zijn geslachtsregister is het volgende: en Kahath gewon Amram.
En de naam van de vrouw van Amram was Jochebed, de dochter van Levi, welke de vrouw van Levi baarde in Egypte; en deze baarde aan Amram, die haar neef was en vervolgens haar echtgenoot was geworden, Aäron en Mozes, en Mirjam, hun zuster (Exodus. 2:1,2; 6:19).
En aan Aäron werden geboren Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar (Exodus. 6:23).
Nadab nu en Abihu waren gestorven toen zij vreemd vuur brachten voor het aangezicht van de HEERE (Leviticus. 10:2 Numeri. 3:4; 1 Kronieken 24:2.
En hun getelden, namelijk van al de zonen van Levi, waren drieëntwintigduizend, al wat mannelijk is, van een maand en ouder (hoofdstuk 3:15), bij de eerste telling 22.000; of volgens een andere opvatting 22.300(hoofdstuk 1:39); want deze werden niet geteld onder de kinderen van Israël, met de overige stammen tegelijk; omdat hun geen erfenis gegeven werd onder de kinderen van Israël; maar zij zouden slechts enige steden verkrijgen in de verschillende stammen; hun monstering had daarom plaats uit een ander gezichtspunt, dan die van deoverige stammen, die in betrekking stond tot de aanstaande verdeling van het land.
De telling is niet volledig, omdat bij Aäron, als de voornaamste van allen, het geslachtsregister afbreekt.
Dat, zowel het getal, in vs.51 als in vs.62 aangewezen, zijn de getelden van Mozes en Eleazar, de priester, die de kinderen van Israël telden in de vlakke velden van Moab, aan de Jordaan van Jericho;
En onder deze was niemand uit de getelden van Mozes en Aäron, de priester, als zij de kinderen van Israël telden in de woestijn van Sinaï, want het oude geslacht was reeds geheel in de woestijn weggehaald (hoofdstuk 21:12).
Want de HEERE had van die gezegd, dat zij in de woestijn gewis zouden sterven (hoofdstuk 14:22); en er was niemand van hen overgebleven dan Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua, de zoon van Nun1) (Numeri. 14:28,29,34,35; 1 Kor.10:5,6).
Hiermee wil de Schrijver wijzen op het feit, dat de waarheid en rechtvaardigheid van de Heere, zowel ten opzichte van Zijn bedreigingen als van Zijn beloften, volkomen vervuld zijn.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel