Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En Israel verbleef te Sittim, en het volk begon te hoereren met de dochteren der Moabieten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En IsraelH3478verbleefH3427 te SittimH7851, en het volkH5971begonH2490 te hoererenH2181 met de dochterenH1323 der MoabietenH4124.En Israel verbleef te Sittim, en het volk begon te hoereren met de dochteren der Moabieten.
KJVAnd Israel2abode1in Shittim,3and the people5began4to commit whoredom6with the daughters8of Moab.
1וַיֵּ֥שֶׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry2יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael3בַּשִּׁטִּ֑יםH7851SittimShittim4וַיָּ֣חֶלH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound5הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6לִזְנ֖וֹתH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8בְּנ֥וֹתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village9מוֹאָֽבH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab
2En zij nodigden het volk tot de slachtofferen harer goden; en het volk at, en boog zich voor haar goden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En zij nodigdenH7121 het volkH5971 tot de slachtofferenH2077 harer godenH430; en het volkH5971atH398, en boogH7812 zich voor haar godenH430.En zij nodigden het volk tot de slachtofferen harer goden; en het volk at, en boog zich voor haar goden.
KJVAnd they called1the people2unto the sacrifices3of their gods:4and the people6did eat,5and bowed down7to their gods.
1וַתִּקְרֶ֣אןָH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2לָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3לְזִבְחֵ֖יH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice4אֱלֹהֵיהֶ֑ןH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5וַיֹּ֣אכַלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite6הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7וַיִּֽשְׁתַּחֲוּ֖וּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship8לֵֽאלֹהֵיהֶֽןH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
3Als nu Israel zich koppelde aan Baal-Peor, ontstak de toorn des HEEREN tegen Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Als nu IsraelH3478 zich koppeldeH6775 aan Baal-PeorH1187, ontstakH2734 de toornH639 des HEERENH3068 tegen IsraelH3478.Als nu Israel zich koppelde aan Baal-Peor, ontstak de toorn des HEEREN tegen Israel.
KJVAnd Israel2joined1himself unto Baalpeor:3and the anger6of the LORD7was kindled5against Israel.
1וַיִּצָּ֥מֶדH6775gekoppeld, koppelde, koppeltfasten, frame, join (self)2יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael3לְבַ֣עַלH1187Baal-peorBaal-peor4פְּע֑וֹרH1187Baal-peorBaal-peor5וַיִּֽחַרH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)6אַ֥ףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath7יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8בְּיִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
4En de HEERE zeide tot Mozes: Neem alle hoofden des volks, en hang ze den HEERE tegen de zon, zo zal de hittigheid van des HEEREN toorn gekeerd worden van Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En de HEEREH3068zeideH559totH413MozesH4872: NeemH3947alleH3605hoofdenH7218 des volksH5971, en hangH3363 ze den HEEREH3068 tegen de zonH8121, zo zal de hittigheidH2740 van des HEERENH3068toornH639gekeerdH7725 worden van IsraelH3478.En de HEERE zeide tot Mozes: Neem alle hoofden des volks, en hang ze den HEERE tegen de zon, zo zal de hittigheid van des HEEREN toorn gekeerd worden van Israel.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4Take5all the heads8of the people,9and hang them up10before13the LORD12against the sun,14that the fierce16anger17of the LORD18may be turned away15from Israel.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5קַ֚חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8רָאשֵׁ֣יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top9הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10וְהוֹקַ֥עH3363afgetrokken, gehangenen, hangbe alienated, depart, hang (up), be out of joint11אוֹתָ֛םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13נֶ֣גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view14הַשָּׁ֑מֶשׁH8121zon, Zon, glasvensters[phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)15וְיָשֹׁ֛בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw16חֲר֥וֹןH2740hittigheid, hitte, brandende toornsore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful)17אַףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath18יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19מִיִּשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
5Toen zeide Mozes tot de rechters van Israel: Een iedere dode zijn mannen, die zich aan Baal-Peor gekoppeld hebben!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Toen zeideH559MozesH4872totH413 de rechtersH8199 van IsraelH3478: Een iedereH376dodeH2026 zijn mannenH582, die zich aan Baal-PeorH1187gekoppeldH6775 hebben!Toen zeide Mozes tot de rechters van Israel: Een iedere dode zijn mannen, die zich aan Baal-Peor gekoppeld hebben!
KJVAnd Moses2said1unto the judges4of Israel,5Slay6ye every7one8his menthat were joined9unto Baalpeor.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4שֹׁפְטֵ֖יH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule5יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6הִרְגוּ֙H2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely7אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8אֲנָשָׁ֔יוH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9הַנִּצְמָדִ֖יםH6775gekoppeld, koppelde, koppeltfasten, frame, join (self)10לְבַ֥עַלH1187Baal-peorBaal-peor11פְּעֽוֹרH1187Baal-peorBaal-peor
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
6En ziet, een man uit de kinderen Israels kwam, en bracht een Midianietin tot zijn broederen voor de ogen van Mozes, en voor de ogen van de ganse vergadering der kinderen Israels, toen zij weenden voor de deur van de tent der samenkomst.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En zietH2009, een manH376 uit de kinderenH1121IsraelsH3478kwamH935, en brachtH7126 een MidianietinH4084totH413 zijn broederenH251 voor de ogenH5869 van MozesH4872, en voor de ogenH5869 van de ganseH3605vergaderingH5712 der kinderenH1121IsraelsH3478, toen zijH1992weendenH1058 voor de deurH6607 van de tentH168 der samenkomstH4150.En ziet, een man uit de kinderen Israels kwam, en bracht een Midianietin tot zijn broederen voor de ogen van Mozes, en voor de ogen van de ganse vergadering der kinderen Israels, toen zij weenden voor de deur van de tent der samenkomst.
KJVAnd, behold, one2of the children3of Israel4came5and brought6unto his brethren8a Midianitish woman10in the sight11of Moses,12and in the sight13of all the congregation15of the children16of Israel,17who were weeping19before the door20of the tabernacle21of the congregation.
1וְהִנֵּ֡הH2009ziet, ziebehold, lo, see2אִישׁ֩H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3מִבְּנֵ֨יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֜לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5בָּ֗אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6וַיַּקְרֵ֤בH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8אֶחָיו֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הַמִּדְיָנִ֔יתH4084Midianieten, Midianietin, MidianietischeMidianite. Compare H4092 (מְדָנִי)11לְעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)12מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses13וּלְעֵינֵ֖יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15עֲדַ֣תH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)16בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael18וְהֵ֣מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye19בֹכִ֔יםH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep20פֶּ֖תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place21אֹ֥הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent22מוֹעֵֽדH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
7Toen Pinehas, de zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, dat zag, zo stond hij op uit het midden der vergadering, en nam een spies in zijn hand;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Toen PinehasH6372, de zoonH1121 van EleazarH499, den zoonH1121 van AaronH175, den priesterH3548, dat zagH7200, zo stondH6965 hij op uit het middenH8432 der vergaderingH5712, en namH3947 een spiesH7420 in zijn handH3027;Toen Pinehas, de zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, dat zag, zo stond hij op uit het midden der vergadering, en nam een spies in zijn hand;
KJVAnd when Phinehas,2the son3of Eleazar,4the son5of Aaron6the priest,7saw1it, he rose up8from among9the congregation,10and took11a javelin12in his hand;
1וַיַּ֗רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2פִּֽינְחָס֙H6372PinehasPhinehas3בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4אֶלְעָזָ֔רH499EleazarEleazar5בֶּֽןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6אַהֲרֹ֖ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron7הַכֹּהֵ֑ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer8וַיָּ֨קָם֙H6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)9מִתּ֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)10הָֽעֵדָ֔הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)11וַיִּקַּ֥חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win12רֹ֖מַחH7420spiesen, spies, priemenbuckler, javelin, lancet, spear13בְּיָדֽוֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
8En hij ging den Israelietischen man na in de hoerenwinkel, en doorstak hen beiden, den Israelietischen man en de vrouw, door hun buik. Toen werd de plaag van over de kinderen Israels opgehouden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En hij ging den IsraelietischenH3478manH376naH310 in de hoerenwinkelH6898, en doorstakH1856 hen beidenH8147, den IsraelietischenH3478manH376 en de vrouwH802, door hun buikH6897. Toen werd de plaagH4046 van overH5921 de kinderenH1121IsraelsH3478opgehoudenH6113.En hij ging den Israelietischen man na in de hoerenwinkel, en doorstak hen beiden, den Israelietischen man en de vrouw, door hun buik. Toen werd de plaag van over de kinderen Israels opgehouden.
KJVAnd he went1after2the man3of Israel4into the tent,6and thrust7both9of them through, the man11of Israel,12and the woman14through5her belly.16So the plague18was stayed17from the children20of Israel.
1וַ֠יָּבֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אַחַ֨רH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with3אִֽישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4יִשְׂרָאֵ֜לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6הַקֻּבָּ֗הH6898hoerenwinkeltent7וַיִּדְקֹר֙H1856doorstoken, doorstak, doorsteekpierce, strike (thrust) through, wound8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9שְׁנֵיהֶ֔םH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two10אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הָאִשָּׁ֖הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English15אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16קֳבָתָ֑הּH6897buikbelly17וַתֵּֽעָצַר֙H6113opgehouden, besloten, beslotene[idiom] be able, close up, detain, fast, keep (self close, still), prevail, recover, refrain, [idiom] reign, restrain, retain, shut (up), slack, stay, stop, withhold (self)18הַמַּגֵּפָ֔הH4046plaag, plage, slag([idiom] be) plague(-d), slaughter, stroke19מֵעַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth21יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
9Degenen nu, die aan de plaag stierven, waren vier en twintig duizend.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Degenen nu, die aan de plaagH4046stiervenH4191, warenH1961vierH702 en twintigH6242duizendH505.Degenen nu, die aan de plaag stierven, waren vier en twintig duizend.
KJVAnd those that died2in the plague3were twenty5and four4thousand.
1וַיִּהְי֕וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2הַמֵּתִ֖יםH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise3בַּמַּגֵּפָ֑הH4046plaag, plage, slag([idiom] be) plague(-d), slaughter, stroke4אַרְבָּעָ֥הH702vier, vierhonderd, veertienfour5וְעֶשְׂרִ֖יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)6אָֽלֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, zeggendeH559:Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
11Pinehas, de zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, heeft Mijn grimmigheid van over de kinderen Israels afgewend, dewijl hij Mijn ijver geijverd heeft in het midden derzelve, zodat Ik de kinderen Israels in Mijn ijver niet vernield heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11PinehasH6372, de zoonH1121 van EleazarH499, den zoonH1121 van AaronH175, den priesterH3548, heeft Mijn grimmigheidH2534 van overH5921 de kinderenH1121IsraelsH3478afgewendH7725, dewijl hij Mijn ijverH7068geijverdH7065 heeft in het middenH8432 derzelve, zodat Ik de kinderenH1121IsraelsH3478 in Mijn ijverH7068nietH3808vernieldH3615 heb.Pinehas, de zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, heeft Mijn grimmigheid van over de kinderen Israels afgewend, dewijl hij Mijn ijver geijverd heeft in het midden derzelve, zodat Ik de kinderen Israels in Mijn ijver niet vernield heb.
KJVPhinehas,1the son2of Eleazar,3the son4of Aaron5the priest,6hath turned7my wrath9awayfrom the children11of Israel,12while he was zealous13for my sake15among16them, that I consumed18not the children20of Israel21in my jealousy.
1פִּֽינְחָ֨סH6372PinehasPhinehas2בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3אֶלְעָזָ֜רH499EleazarEleazar4בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5אַהֲרֹ֣ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron6הַכֹּהֵ֗ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer7הֵשִׁ֤יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9חֲמָתִי֙H2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)10מֵעַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13בְּקַנְא֥וֹH7065geijverd, nijdig, benijdden(be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15קִנְאָתִ֖יH7068ijver, ijveringen, ijversenvy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal16בְּתוֹכָ֑םH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)17וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18כִלִּ֥יתִיH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth21יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael22בְּקִנְאָתִֽיH7068ijver, ijveringen, ijversenvy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal
12Daarom spreek: Zie, Ik geef hem Mijn verbond des vredes.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12DaaromH3651spreekH559: ZieH2005, Ik geefH5414 hem Mijn verbondH1285 des vredesH7965.Daarom spreek: Zie, Ik geef hem Mijn verbond des vredes.
KJVWherefore say,2Behold, I give4unto him my covenant7of peace:
1לָכֵ֖ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2אֱמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3הִנְנִ֨יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though4נֹתֵ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5ל֛וֹ6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בְּרִיתִ֖יH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league8שָׁלֽוֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly
13En hij zal hebben, en zijn zaad na hem, het verbond des eeuwigen priesterdoms, daarom dat hij voor zijn God geijverd, en verzoening gedaan heeft voor de kinderen Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En hij zal hebben, en zijnH1961zaadH2233naH310 hem, het verbondH1285 des eeuwigenH5769priesterdomsH3550, daarom datH834 hij voorH8478 zijn GodH430geijverdH7065, en verzoeningH3722 gedaan heeft voor de kinderenH1121IsraelsH3478.En hij zal hebben, en zijn zaad na hem, het verbond des eeuwigen priesterdoms, daarom dat hij voor zijn God geijverd, en verzoening gedaan heeft voor de kinderen Israels.
KJVAnd he shall have it, and his seed3after4him, even the covenant5of an everlasting7priesthood;6because9he was zealous10for his God,11and made an atonement12for the children14of Israel.
1וְהָ֤יְתָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2לּוֹ֙3וּלְזַרְע֣וֹH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time4אַחֲרָ֔יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with5בְּרִ֖יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league6כְּהֻנַּ֣תH3550priesterambt, priesterdom, priesterdomspriesthood, priest's office7עוֹלָ֑םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)8תַּ֗חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with9אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10קִנֵּא֙H7065geijverd, nijdig, benijdden(be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous)11לֵֽאלֹהָ֔יוH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12וַיְכַפֵּ֖רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)13עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
14De naam nu des verslagenen Israelietischen mans, die verslagen was met de Midianietin, was Zimri, de zoon van Salu, een overste van een vaderlijk huis der Simeonieten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14De naamH8034 nu des verslagenenH5221IsraelietischenH3478mansH376, dieH834verslagenH5221 was metH854 de MidianietinH4084, was ZimriH2174, de zoonH1121 van SaluH5543, een oversteH5387 van een vaderlijkH1huisH1004 der SimeonietenH8099.De naam nu des verslagenen Israelietischen mans, die verslagen was met de Midianietin, was Zimri, de zoon van Salu, een overste van een vaderlijk huis der Simeonieten.
KJVNow the name1of the Israelite2that was slain,4even that was slain6with the Midianitish woman,8was Zimri,9the son10of Salu,11a prince12of a chief14house13among the Simeonites.
1וְשֵׁם֩H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report2אִ֨ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3יִשְׂרָאֵ֜לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4הַמֻּכֶּ֗הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound5אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6הֻכָּה֙H5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound7אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix8הַמִּדְיָנִ֔יתH4084Midianieten, Midianietin, MidianietischeMidianite. Compare H4092 (מְדָנִי)9זִמְרִ֖יH2174ZimriZimri10בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11סָל֑וּאH5543Sallu, Sallai, SaluSallai, Sallu, Salu12נְשִׂ֥יאH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour13בֵֽיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)14אָ֖בH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'15לַשִּׁמְעֹנִֽיH8099Simeonieten, Simeontribe of Simeon, Simeonites
15En de naam der verslagene Midianietische vrouw was Kozbi, een dochter van Zur, die een hoofd was der volken van een vaderlijk huis onder de Midianieten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En de naamH8034 der verslageneH5221MidianietischeH4084vrouwH802 was KozbiH3579, een dochterH1323 van ZurH6698, dieH1931 een hoofdH7218 was der volkenH523 van een vaderlijkH1huisH1004 onder de MidianietenH4080.En de naam der verslagene Midianietische vrouw was Kozbi, een dochter van Zur, die een hoofd was der volken van een vaderlijk huis onder de Midianieten.
KJVAnd the name1of the Midianitish4woman2that was slain3was Cozbi,5the daughter6of Zur;7he was head8over a people,9and of a chief11house10in Midian.
1וְשֵׁ֨םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report2הָֽאִשָּׁ֧הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English3הַמֻּכָּ֛הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound4הַמִּדְיָנִ֖יתH4084Midianieten, Midianietin, MidianietischeMidianite. Compare H4092 (מְדָנִי)5כָּזְבִּ֣יH3579KozbiCozbi6בַתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village7צ֑וּרH6698ZurZur8רֹ֣אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top9אֻמּ֥וֹתH523volken, natiennation, people10בֵּֽיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11אָ֛בH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'12בְּמִדְיָ֖ןH4080Midianieten, MidianMidian, Midianite13הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Verder sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, zeggendeH559:Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
17Handel vijandelijk met de Midianieten, en versla hen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Handel vijandelijkH6887 met de MidianietenH4084, en verslaH5221 hen;Handel vijandelijk met de Midianieten, en versla hen;
KJVVex1the Midianites,3and smite
1צָר֖וֹרH6887bange, benauwen, benauwdadversary, (be in) afflict(-ion), beseige, bind (up), (be in, bring) distress, enemy, narrower, oppress, pangs, shut up, be in a strait (trouble), vex2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַמִּדְיָנִ֑יםH4084Midianieten, Midianietin, MidianietischeMidianite. Compare H4092 (מְדָנִי)4וְהִכִּיתֶ֖םH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound5אוֹתָֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
18Want zij hebben vijandelijk tegen ulieden gehandeld door hun listen, die zij listig tegen u bedacht hebben in de zaak van Peor, en in de zaak van Kozbi, de dochter van den overste der Midianieten, hun zuster, die verslagen is, ten dage der plaag, om de zaak van Peor.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18WantH3588 zij hebben vijandelijkH6887tegenH5921 ulieden gehandeld door hun listenH5231, die zij listig tegenH5921 u bedacht hebben in de zaakH1697 van PeorH6465, en in de zaakH1697 van KozbiH3579, de dochterH1323 van den oversteH5387 der MidianietenH4080, hun zusterH269, die verslagenH5221 is, ten dageH3117 der plaagH4046, om de zaakH1697 van PeorH6465.Want zij hebben vijandelijk tegen ulieden gehandeld door hun listen, die zij listig tegen u bedacht hebben in de zaak van Peor, en in de zaak van Kozbi, de dochter van den overste der Midianieten, hun zuster, die verslagen is, ten dage der plaag, om de zaak van Peor.
Ook in dit vers
listig tegenbedachtH5230
KJVFor they vex2you with their wiles,5wherewith they have beguiled7you in the matter10of Peor,11and in the matter13of Cozbi,14the daughter15of a prince16of Midian,17their sister,18which was slain19in the day20of the plague21for Peor's24sake.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2צֹרְרִ֥יםH6887bange, benauwen, benauwdadversary, (be in) afflict(-ion), beseige, bind (up), (be in, bring) distress, enemy, narrower, oppress, pangs, shut up, be in a strait (trouble), vex3הֵם֙H1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye4לָכֶ֔ם5בְּנִכְלֵיהֶ֛םH5231listenwile6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7נִכְּל֥וּH5230bedrieger, listig tegenbedacht, listigen raadbeguile, conspire, deceiver, deal subtilly8לָכֶ֖ם9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work11פְּע֑וֹרH6465PeorPeor. See also H1047 (בֵּית פְּעוֹר)12וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13דְּבַ֞רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work14כָּזְבִּ֨יH3579KozbiCozbi15בַתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village16נְשִׂ֤יאH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour17מִדְיָן֙H4080Midianieten, MidianMidian, Midianite18אֲחֹתָ֔םH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together19הַמֻּכָּ֥הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound20בְיוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger21הַמַּגֵּפָ֖הH4046plaag, plage, slag([idiom] be) plague(-d), slaughter, stroke22עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with23דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work24פְּעֽוֹרH6465PeorPeor. See also H1047 (בֵּית פְּעוֹר)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Numeri 25:1— En Israel verbleef te Sittim, en het volk begon te hoereren met de dochteren der Moabieten.Jozua 2:1→Micha 6:5→Numeri 33:49→1 Korinthe 10:8→Numeri 31:15→Jozua 3:1→Prediker 7:26→Openbaring 2:14→
Numeri 25:2— En zij nodigden het volk tot de slachtofferen harer goden; en het volk at, en boog zich voor haar goden.1 Korinthe 10:20→Exodus 20:5→Exodus 34:15→Jozua 22:17→1 Koningen 11:1→Hosea 9:10→Psalmen 106:28→Deuteronomium 32:38→
Numeri 25:3— Als nu Israel zich koppelde aan Baal-Peor, ontstak de toorn des HEEREN tegen Israel.Hosea 9:10→Jozua 22:17→Psalmen 106:28→Psalmen 90:11→Jeremia 17:4→Richteren 2:14→Numeri 25:5→Deuteronomium 4:3→
Numeri 25:4— En de HEERE zeide tot Mozes: Neem alle hoofden des volks, en hang ze den HEERE tegen de zon, zo zal de hittigheid van des HEEREN toorn gekeerd worden van Israel.Deuteronomium 13:17→Deuteronomium 4:3→2 Samuël 21:6→Deuteronomium 21:23→Numeri 25:11→Jozua 7:25→2 Samuël 21:9→Exodus 18:25→
Numeri 25:5— Toen zeide Mozes tot de rechters van Israel: Een iedere dode zijn mannen, die zich aan Baal-Peor gekoppeld hebben!Exodus 18:21→Deuteronomium 17:3→Deuteronomium 13:6→Deuteronomium 13:9→1 Koningen 18:40→Exodus 32:27→Exodus 18:25→Exodus 22:20→
Numeri 25:6— En ziet, een man uit de kinderen Israels kwam, en bracht een Midianietin tot zijn broederen voor de ogen van Mozes, en voor de ogen van de ganse vergadering der kinderen Israels, toen zij weenden voor de deur van de tent der samenkomst.Joël 2:17→Numeri 22:4→Ezechiël 9:4→Jeremia 44:16→Jeremia 42:15→Judas 1:13→2 Petrus 2:13→Jeremia 43:4→
Numeri 25:7— Toen Pinehas, de zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, dat zag, zo stond hij op uit het midden der vergadering, en nam een spies in zijn hand;Exodus 6:25→1 Samuël 19:9→1 Samuël 18:10→Jozua 22:30→Psalmen 106:30→Richteren 20:28→
Numeri 25:8— En hij ging den Israelietischen man na in de hoerenwinkel, en doorstak hen beiden, den Israelietischen man en de vrouw, door hun buik. Toen werd de plaag van over de kinderen Israels opgehouden.Numeri 16:46→Numeri 25:5→2 Samuël 24:25→1 Kronieken 21:22→Psalmen 106:29→Numeri 25:11→
Numeri 25:9— Degenen nu, die aan de plaag stierven, waren vier en twintig duizend.1 Korinthe 10:8→Numeri 16:49→Numeri 25:4→Numeri 14:37→Numeri 31:16→Deuteronomium 4:3→
Numeri 25:11— Pinehas, de zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, heeft Mijn grimmigheid van over de kinderen Israels afgewend, dewijl hij Mijn ijver geijverd heeft in het midden derzelve, zodat Ik de kinderen Israels in Mijn ijver niet vernield heb.Deuteronomium 32:21→Psalmen 78:58→Deuteronomium 32:16→1 Korinthe 10:22→Sefanja 3:8→1 Koningen 14:22→Sefanja 1:18→2 Korinthe 11:2→
Numeri 25:12— Daarom spreek: Zie, Ik geef hem Mijn verbond des vredes.Maleachi 2:4→Maleachi 3:1→Ezechiël 34:25→Numeri 13:29→Jesaja 54:10→
Numeri 25:13— En hij zal hebben, en zijn zaad na hem, het verbond des eeuwigen priesterdoms, daarom dat hij voor zijn God geijverd, en verzoening gedaan heeft voor de kinderen Israels.Jeremia 33:18→Jeremia 33:22→Exodus 40:15→1 Kronieken 6:4→Psalmen 106:31→Hebreeën 7:17→Handelingen 22:3→Exodus 32:30→
Numeri 25:14— De naam nu des verslagenen Israelietischen mans, die verslagen was met de Midianietin, was Zimri, de zoon van Salu, een overste van een vaderlijk huis der Simeonieten.Numeri 26:14→Numeri 1:23→2 Kronieken 19:7→Numeri 25:4→
Numeri 25:15— En de naam der verslagene Midianietische vrouw was Kozbi, een dochter van Zur, die een hoofd was der volken van een vaderlijk huis onder de Midianieten.Numeri 31:8→Jozua 13:21→Numeri 25:18→
Numeri 25:17— Handel vijandelijk met de Midianieten, en versla hen;Openbaring 18:6→Numeri 31:1→
Numeri 25:18— Want zij hebben vijandelijk tegen ulieden gehandeld door hun listen, die zij listig tegen u bedacht hebben in de zaak van Peor, en in de zaak van Kozbi, de dochter van den overste der Midianieten, hun zuster, die verslagen is, ten dage der plaag, om de zaak van Peor.Openbaring 2:14→2 Petrus 2:14→Exodus 32:21→Numeri 31:15→2 Korinthe 11:3→Genesis 26:10→Genesis 3:13→Exodus 32:35→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Numeri 25 vers 1— En Israel verbleef te Sittim, en het volk begon te hoereren met de dochteren der Moabieten.
Sittim,
Een plaats in de woestijn, in de lage landen der Moabieten, bij de Jordaan. Num. 33:48-49 wordt deze genoemd Abel Sittim; hier bleef Israël tot na den dood van Mozes; toen heeft Jozua het vandaar gebracht tot aan de Jordaan, waar zij te Gilgal over passeerden; Joz. 2:1, en Joz. 3:1.
Hertaald:Sittim,
Een plaats in de woestijn, in het laagland van de Moabieten, bij de Jordaan. In Num. 33:48-49 wordt deze Abel-Sittim genoemd; hier bleef Israël tot na de dood van Mozes; toen heeft Jozua het volk vandaar naar de Jordaan gebracht, waar zij bij Gilgal overstaken; Joz. 2:1 en Joz. 3:1.
het volk begon te hoereren
Te weten, velen onder de Israëlieten 1 Kor. 10:8, want al wie deze zonde begingen, zijn omgekomen, maar wie den HEERE aanhingen, bleven in het leven; Deut. 4:3,4.
Hertaald:het volk begon te hoereren
Namelijk: velen onder de Israëlieten, 1 Kor. 10:8, want ieder die deze zonde beging, is omgekomen, maar wie de HEERE aanhingen, bleven in leven; Deut. 4:3, 4.
Moabieten
Versta hierbij, ook der Midianieten, gelijk blijkt uit vs.6, 17,18.
Hertaald:Moabieten
Versta hierbij ook de Midianieten, zoals blijkt uit vers 6, 17, 18.
Numeri 25 vers 2— En zij nodigden het volk tot de slachtofferen harer goden; en het volk at, en boog zich voor haar goden.
zij nodigden het volk
Te weten, de dochters der Moabieten.
Hertaald:zij nodigden het volk
Namelijk: de dochters van de Moabieten.
harer goden;
Anders, van haren God; te weten, Baäl-Peor.
Hertaald:harer goden;
Ook mogelijk: van hun god; namelijk Baäl-Peor.
het volk
Te weten, een deel des Israëlietischen volks.
Hertaald:het volk
Namelijk: een deel van het Israëlietische volk.
at,
Alzo gemeenschap hebbende met hare afgoderij, 1 Kor. 10:18, hiervoor had God de HEERE hen gewaarschuwd; Ex. 34:14.
Hertaald:at,
Zo gemeenschap hebbend met hun afgoderij, 1 Kor. 10:18; hiervoor had God de HEERE hen gewaarschuwd; Ex. 34:14.
Numeri 25 vers 4— En de HEERE zeide tot Mozes: Neem alle hoofden des volks, en hang ze den HEERE tegen de zon, zo zal de hittigheid van des HEEREN toorn gekeerd worden van Israel.
alle hoofden des volks,
Te weten, wie aan deze zonde schuld hebben. Zie een exempel vs.14. Sommigen verstaan dat deze hoofden des volks genomen zijn geweest als rechters, om de schuldigen op te hangen.
Hertaald:alle hoofden des volks,
Namelijk: wie schuldig zijn aan deze zonde. Zie een voorbeeld in vers 14. Sommigen menen dat deze hoofden van het volk als rechters optraden, om de schuldigen op te hangen.
den HEERE
Anders, voor den HEERE. [Den HEERE]; dat is, ter ere Gods, den rechtvaardige, die de zonden haat en straft.
Hertaald:den HEERE
Ook mogelijk: voor de HEERE. [De HEERE]; dat is: tot eer van God, de rechtvaardige, Die de zonde haat en straft.
zon,
Dat is, in het openbaar, voor allemans ogen, zolang de zon deze dag schijnen zal.
Hertaald:zon,
Dat is: in het openbaar, voor ieders ogen, zolang de zon die dag zal schijnen.
Numeri 25 vers 5— Toen zeide Mozes tot de rechters van Israel: Een iedere dode zijn mannen, die zich aan Baal-Peor gekoppeld hebben!
zijn mannen,
Die onder hem behoren, naar de order daarvan gegeven Ex. 18:25.
Hertaald:zijn mannen,
Die onder hem vielen, volgens de regeling daarvoor gegeven in Ex. 18:25.
Numeri 25 vers 6— En ziet, een man uit de kinderen Israels kwam, en bracht een Midianietin tot zijn broederen voor de ogen van Mozes, en voor de ogen van de ganse vergadering der kinderen Israels, toen zij weenden voor de deur van de tent der samenkomst.
zijn broederen
Te weten, tot de Israëlieten, die in het leger waren.
Hertaald:zijn broederen
Namelijk: tot de Israëlieten die in het kamp waren.
Numeri 25 vers 9— Degenen nu, die aan de plaag stierven, waren vier en twintig duizend.
vier en twintig duizend
De apostel, 1 Kor. 10:8, zegt drie en twintig duizend. Het is te vermoeden dat de rechters er een duizend gestraft hebben, 1 Kor. 10:5, en dat God er drie en twintig duizend geslagen heeft, of, een duizend is er gehangen, de rest is door Gods hand geslagen.
Hertaald:vier en twintig duizend
De apostel zegt in 1 Kor. 10:8 drieëntwintigduizend. Men vermoedt dat de rechters er duizend gestraft hebben, 1 Kor. 10:5, en dat God er drieëntwintigduizend geslagen heeft; of dat er duizend opgehangen zijn, en de rest door Gods hand geslagen.
Numeri 25 vers 12— Daarom spreek: Zie, Ik geef hem Mijn verbond des vredes.
Ik geef hem
Dat is, Ik geef hem het priesterdom, dat hij dat vrediglijk en voorspoediglijk erve en bezitte, hij en zijn nakomelingen, omdat hij Mij door zijn ijver heeft tevreden gesteld.
Hertaald:Ik geef hem
Dat is: Ik geef hem het priesterschap, opdat hij dat in vrede en voorspoed zal erven en bezitten, hij en zijn nakomelingen, omdat hij Mij door zijn ijver tevredengesteld heeft.
des vredes
Of, [te weten] den vrede.
Hertaald:des vredes
Of: [namelijk] de vrede.
Numeri 25 vers 13— En hij zal hebben, en zijn zaad na hem, het verbond des eeuwigen priesterdoms, daarom dat hij voor zijn God geijverd, en verzoening gedaan heeft voor de kinderen Israels.
verbond des eeuwigen priesterdoms,
Dat is, een eeuwig priesterdom, met een eeuwig verbond bevestigd. Doch versta door eeuwig, totdat de Messias komt. Zie Hebr. 7:11.
Hertaald:verbond des eeuwigen priesterdoms,
Dat is: een eeuwig priesterschap, bevestigd met een eeuwig verbond. Versta echter onder eeuwig: totdat de Messias komt. Zie Hebr. 7:11.
Numeri 25 vers 15— En de naam der verslagene Midianietische vrouw was Kozbi, een dochter van Zur, die een hoofd was der volken van een vaderlijk huis onder de Midianieten.
hoofd was der volken
Ja, hij wordt onder de koningen der Midianieten gesteld, Num. 31:8.
Hertaald:hoofd was der volken
Ja, hij wordt onder de koningen van de Midianieten gerekend, Num. 31:8.
Numeri 25 vers 18— Want zij hebben vijandelijk tegen ulieden gehandeld door hun listen, die zij listig tegen u bedacht hebben in de zaak van Peor, en in de zaak van Kozbi, de dochter van den overste der Midianieten, hun zuster, die verslagen is, ten dage der plaag, om de zaak van Peor.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Zimri — mijn lofzang, of: beroemd
Een vorst van een vaderlijk huis onder de Simeonieten, die openlijk, voor de ogen van Mozes en de hele gemeente, een Midianitische vrouw in zijn tent bracht terwijl het volk weende vanwege de plaag. Pinehas doorstak hen beiden met een speer, waarmee de plaag tot staan gebracht werd (Num. 25:6-8, 14).
Kozbi — mijn leugen, of: bedrieglijk
De dochter van Zur, een vorst van een Midianitisch volk, die door Zimri in zijn tent gebracht werd en samen met hem door Pinehas gedood werd (Num. 25:6-8, 15, 18).
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Peor (Baäl-Peor) — Peor: Hebreeuws, mogelijk "opening, kloof"; Baäl-Peor: "heer/bezitter van Peor", de plaatselijke Moabitische afgod
Ligging: Een berg in het Abarimgebergte, onderdeel van of grenzend aan het Pisga-massief, uitzicht biedend over de woestijn ("Jesimon"); ligging overigens onbekend in precieze zin.
Geschiedenis: Balak bracht Bileam naar de top van Peor in een derde, wederom vergeefse poging Israël te laten vervloeken; Bileam zegende in plaats daarvan opnieuw (Num. 23:28-24:9). Kort daarna, terug in de vlakke velden van Moab, liet Israël zich juist wél verleiden: het volk hoereerde met de dochters van Moab en boog zich neder voor Baäl-Peor, waarop de HEERE een zware plaag zond die pas door Pinehas' ingrijpen gestuit werd (Num. 25).
Bijbelse betekenis: Een van de aangrijpendste contrasten in de Schrift: dezelfde berg vanwaar geen vervloeking Israël kon deren, wordt kort daarop het toneel van Israëls eigen, zelf gezochte val in afgoderij en hoererij — een blijvende les dat de grootste dreiging voor Gods volk zelden van buitenaf komt, maar van de eigen ontrouw. Baäl-Peor wordt in de rest van de Schrift herhaaldelijk als waarschuwend voorbeeld aangehaald (Deut. 4:3; Ps. 106:28; Hos. 9:10).
Ligging: Een plaats in de vlakke velden van Moab, waarschijnlijk dezelfde legerplaats als de "vlakke velden van Moab" van Num. 22:1, of een deel daarvan.
Geschiedenis: Hier verbleef Israël toen het volk zich liet verleiden tot hoererij met de dochters van Moab en tot afgoderij met Baäl-Peor, waarop de HEERE een plaag zond waaraan vierentwintigduizend man stierven, totdat Pinehas door zijn ijver voor de HEERE de plaag deed ophouden (Num. 25:1-9). Van hieruit werd later ook, tegen het einde van Mozes' leven, de tocht naar de Jordaan en de intocht in Kanaän begonnen (Joz. 2:1; 3:1; Micha 6:5).
Bijbelse betekenis: Het toneel van een van de zwaarste geloofsvallen van Israël in de hele woestijnreis, vlak voordat het volk het beloofde land zou binnengaan — een ernstige waarschuwing, door Paulus uitdrukkelijk aan de gemeente voorgehouden als voorbeeld om niet te hoereren zoals sommigen van hen deden (1 Kor. 10:8).
I. Vs. 1-18.Kruisverwijzingen1 Korinthe 10:20→Jozua 2:1→Exodus 20:5→Deuteronomium 13:17→Numeri 16:46→Micha 6:5→Numeri 33:49→1 Korinthe 10:8→ — En Israel verbleef te Sittim, en het volk begon te hoereren met de dochteren der Moabieten. En zij nodigden het volk tot de slachtofferen harer goden; en het volk at, en boog zich voor haar goden. Als nu Israel zich koppelde aan Baal-Peor, ontstak de toorn des HEEREN tegen Israel. En de HEERE zeide tot Mozes: Neem alle hoofden des volks, en hang ze den HEERE tegen de zon, zo zal de hittigheid van des HEEREN toorn gekeerd worden van Israel. Toen zeide Mozes tot de rechters van Israel: Een iedere dode zijn mannen, die zich aan Baal-Peor gekoppeld hebben! En ziet, een man uit de kinderen Israels kwam, en bracht een Midianietin tot zijn broederen voor de ogen van Mozes, en voor de ogen van de ganse vergadering der kinderen Israels, toen zij weenden voor de deur van de tent der samenkomst. Toen Pinehas, de zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, dat zag, zo stond hij op uit het midden der vergadering, en nam een spies in zijn hand; En hij ging den Israelietischen man na in de hoerenwinkel, en doorstak hen beiden, den Israelietischen man en de vrouw, door hun buik. Toen werd de plaag van over de kinderen Israels opgehouden. Degenen nu, die aan de plaag stierven, waren vier en twintig duizend. Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Nauwelijks is Israël door de macht van de Heere voor Bileams vloek bewaard en als het gezegendste van alle volken geprezen, of het vergeet het verbond van Zijn God, in de strikken van de verleiding tot het heidendom; het neemt aan de offerfeesten van Baäl-Peor deel en bevlekt zich door gruwelijke zonden van ontucht. Reeds is daarover de toorn van de Heere ontbrand en het gericht begonnen, toen de vorst van een geslacht van de Simeonieten de verachting van God en de schaamteloosheid tot het uiterste dreef. Pinehas, de zoon van de hogepriester Eleazar, doorboort hem en zijn Midianitische overspelige met de spies en doet daardoor de verdere voortgang van het dubbel, over het volk besloten strafgericht ophouden. Nog heeft heel Israël de heilige ijver van Pinehas metterdaad zich toe te eigenen, het wordt hem daarom geboden, een vernietigingsoorlog tegen de Midianieten te ondernemen, die het onheil op raad van Bileam en met hulp van de Moabieten teweeggebracht hadden.
KruisverwijzingenJozua 2:1→Micha 6:5→Numeri 33:49→1 Korinthe 10:8→Numeri 31:15→Jozua 3:1→Prediker 7:26→Openbaring 2:14→— En Israel verbleef te Sittim, en het volk begon te hoereren met de dochteren der Moabieten.
En a) Israël verbleef na zijn veertigjarig omzwerven nog in de velden van Moab te Sittim, tot welke plaats zich het leger van Beth-Jesimoth uitstrekte, en het volk, niets vermoedende van hetgeen Balak gedaan had, om het met hulp van Bileam ten onder te brengen, noch van de duivelse raad, die Bileam aan de oudsten van de Midianieten gegeven had (hoofdstuk 22:2; 24:25), viel in de hem gespannen netten en begon te hoereren met de dochters van de Moabieten.
Deuteronomium. 4:3 Jozua. 22:17
Kruisverwijzingen1 Korinthe 10:20→Exodus 20:5→Exodus 34:15→Jozua 22:17→1 Koningen 11:1→Hosea 9:10→Psalmen 106:28→Deuteronomium 32:38→— En zij nodigden het volk tot de slachtofferen harer goden; en het volk at, en boog zich voor haar goden.
En zij nodigden het volk tot de slachtoffers van haar goden: bij deze gelegenheid zouden zij dan, zo gaven zij de genodigden te kennen, zich aan hen overgeven; want deze overgave van de maagden aan de mannen behoorde mede tot de wijze, waarop men bij die offerfeesten de goden diende; en het volk, de uitnodiging volgende, nam deel aan de offermaaltijden van de Moabieten en at, en boog zich voor haar goden, en werd tot de daaraan verbonden werken van ontucht toegelaten.
KruisverwijzingenHosea 9:10→Jozua 22:17→Psalmen 106:28→Psalmen 90:11→Jeremia 17:4→Richteren 2:14→Numeri 25:5→Deuteronomium 4:3→— Als nu Israel zich koppelde aan Baal-Peor, ontstak de toorn des HEEREN tegen Israel.
Als nu Israël zich koppelde aan Baäl-Peor, 1) toen die dienst hun zo wel beviel, dat zij geneigd waren zich geheel aan de dienst van de Heere te onttrekken en zich aan die van de zonde over te geven, toen a) ontstak de toorn van de HEERE tegen Israël 2) en Hij liet een plaag komen, welke plotseling velen van hen wegnam (vs.8 vv. hoofdstuk 14:37; 17:11).
Psalm. 106:29
Baäl-Peor, d.i. Baäl, die te Peor vereerd wordt. Het was dezelfde afgod, die elders Kamos heet, maar onder die naam als krijgsgod werd vereerd.
Het was een grote verzwaring van de zonde, dat Israël deze bedreef te Sittim, daar zij het land Kanaän voor zich hadden, en, om zo te spreken, op het punt stonden, om daarin te trekken. Het was de hoogste trap van verraad en ondankbaarheid onoprecht te handelen omtrent God, die zij zo trouw bevonden hadden jegens hen, van de afgodische slachtoffers te eten, wanneer zij eerlang op de gunst van de Heere onthaald en vergast stonden te worden.
KruisverwijzingenDeuteronomium 13:17→Deuteronomium 4:3→2 Samuël 21:6→Deuteronomium 21:23→Numeri 25:11→Jozua 7:25→2 Samuël 21:9→Exodus 18:25→— En de HEERE zeide tot Mozes: Neem alle hoofden des volks, en hang ze den HEERE tegen de zon, zo zal de hittigheid van des HEEREN toorn gekeerd worden van Israel.
En de HEERE zei tot Mozes, toen de plaag het hevigst woedde: a) Neem al de hoofden van het volk, opdat gij hun in Mijn naam bekend maakt, wat gebeuren moet met hen, die zich zo zwaar tegen Mij verzondigd hebben; en hang allenog overige schuldigen, die niet reeds door de plaag omgekomen zijn, na ze 1) te hebben gedood, voor de HEERE 2) tegen de zon aan een hout, waaraan zij als vervloekten van de Heere tot zonsondergang moeten blijven hangen eut.21:22 vv.). Zo zal door dit ernstig ingrijpen van de zijde van de oversten de hitte vande toorn van de HEERE gekeerd worden van Israël en de plaag van het volk kunnen teruggenomen worden, opdat niet het gehele volk verteerd wordt.
Deuteronomium. 4:3 Jozua. 22:17
Hiermee worden niet bedoeld de hoofden vna het volk, maar degenen, die zich aan de koppelarij met Baäl-Peor schuldig hadden gemaakt. De hoofden van het volk moesten samengeroepen worden, om recht te spreken over de schuldigen, om hen ter dood te veroordelen. De doodstraf, welke tegen hen moest worden uitgesproken, was de straf door ophanging of kruisiging. Aan deze ging die van steniging vooraf, waarna ze werden opgehangen, de Heere tot een vloek. Deze straf is wel te onderscheiden van de latere kruisstraf van de Romeinen. Deze werd bij levenden toegepast.
In het Hebreeuws Lajaveh, voor de Heere, d.i. de Heere tot een vloek, om Hem genoegdoening te schenken, opdat Zijn toorn tegen het volk zou ophouden.
KruisverwijzingenExodus 18:21→Deuteronomium 17:3→Deuteronomium 13:6→Deuteronomium 13:9→1 Koningen 18:40→Exodus 32:27→Exodus 18:25→Exodus 22:20→— Toen zeide Mozes tot de rechters van Israel: Een iedere dode zijn mannen, die zich aan Baal-Peor gekoppeld hebben!
Toen de oversten zich verzameld hadden en hun Gods gebod bekend gemaakt was, zei Mozes tot de rechters 1) van Israël (Exodus. 18:13 vv.): Een ieder dode zijn mannen, die van de onder hun rechtsgebied staandemannen (Deuteronomium. 1:15 vv.), die zich aan Baäl-Peor gekoppeld hebben 2) en om wier misdaad de plaag het volk getroffen heeft.
De nieuwe geschiedenis verhaalt, als met de grootste gemakkelijkheid, met inkt op papier; de oude geschiedenis spreekt alsof zij haar woorden moeilijk en langzaam met koperen griffel in rotsen gehouwen had, die vertelt daarom met overvloed van woorden en grote uitvoerigheid, deze geeft slechts aanwijzingen en kiest en telt woorden en lettergrepen. Eenvoudigheid en kortheid is het karakter van de oude geschiedenis. In haar eenvoud zou zij de praal van vele woorden vrijwillig versmaad hebben, wanneer zij ook niet reeds door de moeiten en bezwaren van het op schrift stellen was gedwongen.
Dit groot onderscheid van oude en nieuwe geschiedenis zien wij vooral in het voor ons liggend verhaal; tot recht begrip is het nodig veel tussen de regels in te lezen; het nodigste willen wij thans opmerken. Bileam had, nadat hij door Balak weggezonden was, zich tot de Midianieten begeven (zie Nu 24.25). Aan deze had hij de raad gegeven, om de kinderen van Israël door verleiding tot de heidense afgodendienst, ontrouw aan Jehova te maken, om zo hun verwerping te kunnen verkrijgen. Daar de Midianieten met de Moabieten verenigd waren, was het even goed, als had Bileam zijn raad aan de laatsten gegeven; zij zijn het dan ook die deze tezamen (vs.1,6) ten uitvoer brengen. De hoogte van de berg Peor, waarop de vloekprofeet ten laatste gestaan had (hoofdstuk 23:28), was aan Baäl-Peor gewijd en lag in de nabijheid van het Israëlitische leger; daarheen nodigden nu de Moabitische meisjes de Israëlitische mannen tot een offerfeest. Terwijl de Kamoz- of Molochdienst in offeranden van kinderen bestond (zie Le 18.21), werd die van Baäl-Peor in afschuwelijke ontucht bedreven (volgens de Rabbijnen hangt de naam Peor met pha’ar gel. “aperire”, scil. “hymenem virgmeum” tezamen)
Dat van doodstraffen in de Mozaïsche wet slechts twee, de doding door het zwaard en de steniging verordend zijn en tot verzwaring van deze in bijzondere gevallen ook het verbranden van het lijk of het ophangen aan een boom of paal, werd reeds bij Leviticus. 20:2 en 14 opgemerkt. Het laatste is een soort van kruisiging, met dit onderscheid, dat deze niet in levende lijve gebeurde maar na de dood. De kruisiging van Christus was daarentegen geheel een Romeinse doodstraf, die voor de smartelijkste en schandelijkste gehouden werd (infelix lignum, infames stipes, Liv.1:26. Minut. fel. Oct. cp.9). Deze straf werd alleen op zware en lage misdadigers, als straatrovers, sluipmoordenaars, bedriegers, dieven, oproermakers, in het bijzonder ook op slaven toegepast (servile supplicium. Hor.Sat.1,3,80 en 83. Cic in Verr.5:66) en op derderlei wijze ten uitvoer gebracht (zie daarover bij Matth.27:31
Tot de rechters. Hiermee worden dezelfde bedoeld, die in vs.4 hoofden van het volk worden genoemd. Daaruit blijkt dan ook wel duidelijk, dat onder ze in vs.4 de schuldigen aan afgoderij moeten verstaan worden.
KruisverwijzingenJoël 2:17→Numeri 22:4→Ezechiël 9:4→Jeremia 44:16→Jeremia 42:15→Judas 1:13→2 Petrus 2:13→Jeremia 43:4→— En ziet, een man uit de kinderen Israels kwam, en bracht een Midianietin tot zijn broederen voor de ogen van Mozes, en voor de ogen van de ganse vergadering der kinderen Israels, toen zij weenden voor de deur van de tent der samenkomst.
En ziet, een man uit de kinderen van Israël, en wel een van de vorsten, met de naam Zimri (vs.14), noch God noch mensen vrezende, kwam, en bracht een Midianitische, de vorstendochter Kozbi (vs.15), tot zijn broeders 1) in het leger van Israël, haar voor de ogen van Mozes, die zich bij de tabernakel in het midden van het volk bevond, naar zijn tent leidende, en voor de ogen van de gehele vergadering van de kinderen van Israël, toen zij vol schrik over de aangekondigde gerichten van God tezamen gekomen waren en weenden voor de deur van de tent der samenkomst en baden, dat de Heere Zijn straffende hand zou terugtrekken en genade voor recht laten gaan.
Met ongehoorde vermetelheid en misdadige verachting van de Heere in zijn gemeente, waagde hij dus die gruwel van de heidense afgodendienst in het leger zelf in te brengen, en alzo de plaats, waar God in Zijn heiligdom woonde, op het schandelijkst te verontreinigen; de zonde van de anderen was nog buiten het leger bij de Moabieten gebeurd.
KruisverwijzingenExodus 6:25→1 Samuël 19:9→1 Samuël 18:10→Jozua 22:30→Psalmen 106:30→Richteren 20:28→— Toen Pinehas, de zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, dat zag, zo stond hij op uit het midden der vergadering, en nam een spies in zijn hand;
Toen Pinehas, de zoon van Eleazar, de zoon van Aäron, de priester (hoofdstuk 20:28), in wie nu de door de Levieten aan de Sinaï betoonde geest van ijver (Exodus. 32:25 vv.) ontwaakte, dat zag, zo stond hij op uit het midden van de vergadering, die voor de deur van de tent wenende was, en nam een spies uit zijn tent in zijn hand.
KruisverwijzingenNumeri 16:46→Numeri 25:5→2 Samuël 24:25→1 Kronieken 21:22→Psalmen 106:29→Numeri 25:11→— En hij ging den Israelietischen man na in de hoerenwinkel, en doorstak hen beiden, den Israelietischen man en de vrouw, door hun buik. Toen werd de plaag van over de kinderen Israels opgehouden.
En hij ging de Israëlietische man achterna in diens tent, in de hoerenwinkel, 1) in de achterste kamer, waarheen hij gegaan was, om zijn goddeloosheid tevolbrengen, en hij doorstak hen beiden, de Israëlietische man en de vrouw, door hun buik. 2) Toen werd de plaag over de kinderen van Israël opgehouden. 3)
In het Hebreeuws Hakkubba. In het Arabisch, Alkobba, waarvan het woord alkoof afkomstig is. In het Spaans alcova. Hier betekent het, de achterste afdeling van de tent, welke ingericht was tot slaapplaats, nu echter door Zimri ontheiligd, en daarom hier hoerenwinkel genoemd.
In het Hebreeuws El-Kòbathah. De LXX vertaalt terecht: dia thv mht rav. De Vulgata, in locis genitalibus. Vandaar dat de toorn van de Heere, na deze ijverdaad van Pinehas, wordt opgeheven. De geschonden eer van God, ten opzichte van het volk, was door deze daad, op deze wijze verricht, gewroken.
De heilige ijver van Pinehas, de toekomstige hogepriester, werkte dus evenzo bedekkend en verzoenend als in hoofdstuk 16:47 het roken van Aäron; nu mochten dan ook de rechters (vs.5) met het neerhouwen en ophangen ophouden, zodat de overigen verschoond werden, die anders nog zouden zijn omgekomen. De ijver van Pinehas is de verhoring van de gebeden van het volk. Och, dat Nederlands Christenen, die geen gemeenschap willen met het moderne heidendom als één man Gods genadetroon aanliepen, er zou ook onder ons een Pinehas opstaan, en Nederlands Jehovah keerde gunstig en zegenend terug.
Op deze daad van Pinehas, zoals op die welke Samuël en Mattathias (1 Samuel 15:33; 1 Makk.2:24 vv.) verrichtten, beriep zich ten tijde van het Nieuwe Testament bij de joden bestaande sekte van de Zeloten of ijveraars. Zij beweerden het recht te bezitten om de aandrang van hun ijver te volgen en wrekend tussenbeide te treden, wanneer door verachting en verloochening van theocratische instellingen de ere van de Heere in gevaar scheen gebracht te zijn. Tot deze partij behoorde oorspronkelijk Simon van Kana (Matth.10:4) of Simon de Zeloot (Luk.6:15 Hand.1:13); evenzo was de steniging van Stéfanus en het deel dat Paulus daaraan had, evenals wat deze met de Christenen te Damascus voor had (Hand.7:56 vv.; 9:1,2) Zelotisme (een Zelotendaad)
Kruisverwijzingen1 Korinthe 10:8→Numeri 16:49→Numeri 25:4→Numeri 14:37→Numeri 31:16→Deuteronomium 4:3→— Degenen nu, die aan de plaag stierven, waren vier en twintig duizend.
Degenen nu, die aan de plaag stierven, waren vierentwintig duizend; 23.000 nam de plaag zelf weg 1 Corinthiers. 10:8), een duizend vielen door het zwaard van de rechters.
— Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Toen de plaag alzo gestuit was, sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
KruisverwijzingenDeuteronomium 32:21→Psalmen 78:58→Deuteronomium 32:16→1 Korinthe 10:22→Sefanja 3:8→1 Koningen 14:22→Sefanja 1:18→2 Korinthe 11:2→— Pinehas, de zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, heeft Mijn grimmigheid van over de kinderen Israels afgewend, dewijl hij Mijn ijver geijverd heeft in het midden derzelve, zodat Ik de kinderen Israels in Mijn ijver niet vernield heb.
Pinehas, de zoon van Eleazar, de zoon van Aäron, de priester, heeft Mijn grimmigheid van over de kinderen van Israël afgewend, omdat hij a) Mijn ijver1) geijverd heeft in het midden van hen, zodat Ik de kinderen van Israël in Mijn ijver, die reeds ontbrand was, niet geheel vernield heb.
2 Kor.11:2
Mijn ijver, is niet de ijver voor de Heere, maar de ijver van de Heere, waardoor Pinehas gedreven werd, om Zimri en de Midianitische te doden. De ijver van de Heere had hem aangegrepen. Hij voerde het oordeel van de Heere uit, zodat de Heere zelf in en door Pinehas aan die man Zijn gerechtigheid oefende.
KruisverwijzingenMaleachi 2:4→Maleachi 3:1→Ezechiël 34:25→Numeri 13:29→Jesaja 54:10→— Daarom spreek: Zie, Ik geef hem Mijn verbond des vredes.
Daarom spreek, maak hem en het gehele volk in Mijn naam bekend: Zie, Ik a) geef hem Mijn verbond van vrede: 1)
Psalm. 106:31
Dit betekent, dat de Heere aan Pinehas de belofte van het Verbonds zou vervullen, waardoor zijn priesterschap een eeuwig priesterschap zou zijn (vs.13), d.w.z. zolang het joodse volk als natie zou bestaan. Deze belofte is vervuld (zie Nu 25.13). In Psalm. 106:31 wordt gezegd, dat de Heere hem deze daad tot gerechtigheid heeft gerekend.
KruisverwijzingenJeremia 33:18→Jeremia 33:22→Exodus 40:15→1 Kronieken 6:4→Psalmen 106:31→Hebreeën 7:17→Handelingen 22:3→Exodus 32:30→— En hij zal hebben, en zijn zaad na hem, het verbond des eeuwigen priesterdoms, daarom dat hij voor zijn God geijverd, en verzoening gedaan heeft voor de kinderen Israels.
En hij zal hebben en zijn nageslacht na hem het Verbond, de toezegging van het eeuwige priesterschap, 1) zodat deze waardigheid bij zijn stam te allen tijde blijven zal, totdat een ander Hogepriester opstaat naar de ordening van Melchizédek (Hebr.5). Dit zal zijn loon zijn, daarom dat hij voor zijn God geijverd, en verzoening gedaan heeft voor de kinderen van Israël, en daardoor duidelijk getoond heeft, hoe levendig in hem het bewustzijn is van het wezen en de roeping van het Hogepriesterlijk ambt (zie “Ex 28.1).
Pinehas zelf zien wij later (Richteren. 20:28) in de Hogepriesterlijke waardigheid; deze bleef bij zijn nakomelingen werkelijk tot op Eli, in wie zij om ons onbekende redenen op de lijn Ithamar overging (zie Jud 8.27). Sedert vervolgens door de scheiding van de Ark van het Verbond van de tent der samenkomst twee heiligdommen bestonden, waren er ook twee Hogepriesters (zie Jozua 18.1): daaraan maakte Salomo een einde door de afzetting van Abjathar, zodat Zadok, uit het geslacht van Eleazar, alleen Hogepriester werd (1 Kon.2:26,35). De nakomelingen van de laatsten behielden de waardigheid tot na de Babylonische ballingschap, en zelfs de rij van uit de Makkabeïsche periode vermelde Hogepriesters behoorden tot de lijn Eleazar, hoewel reeds onder Judas Makkabi de Syriër gepoogd hadden de wettige opvolging te verbreken (1 Makk.7:5 vv). Eerst de tirannie van Herodes de Grote, vernietigde de wettige orde, daar hij het ambt ook aan gewone priesters opdroeg en naar willekeur Hogepriesters af- en aanstelde. Nu moest ook het oudtestamentische Hogepriesterschap een einde nemen.
KruisverwijzingenNumeri 26:14→Numeri 1:23→2 Kronieken 19:7→Numeri 25:4→— De naam nu des verslagenen Israelietischen mans, die verslagen was met de Midianietin, was Zimri, de zoon van Salu, een overste van een vaderlijk huis der Simeonieten.
De naam nu van de verslagen Israëlietische man, die verslagen was met de Midianietin, was Zimri (= lied van Jehova), de zoon van Salu (= verheven) een overste van een vaderlijk huis van de Simeonieten (Exodus. 6:14).
KruisverwijzingenNumeri 31:8→Jozua 13:21→Numeri 25:18→— En de naam der verslagene Midianietische vrouw was Kozbi, een dochter van Zur, die een hoofd was der volken van een vaderlijk huis onder de Midianieten.
En de naam van de verslagen Midianitische vrouw was Kozbi (= liegende), een dochter van Zur (= steen), die een hoer was van de volken van een vaderlijk huis onder de Midianieten, en later met de andere vier koningen van dit volk ontkwam (hoofdstuk 31:8).
— Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
KruisverwijzingenOpenbaring 18:6→Numeri 31:1→— Handel vijandelijk met de Midianieten, en versla hen;
Handel a) vijandelijk met de Midianieten, en versla hen. Pinehas’ijver, die de plaag deed ophouden, moet door het gehele volk als een pantser worden aangetrokken Jesaja 59:17).
Numeri. 31:2
KruisverwijzingenOpenbaring 2:14→2 Petrus 2:14→Exodus 32:21→Numeri 31:15→2 Korinthe 11:3→Genesis 26:10→Genesis 3:13→Exodus 32:35→— Want zij hebben vijandelijk tegen ulieden gehandeld door hun listen, die zij listig tegen u bedacht hebben in de zaak van Peor, en in de zaak van Kozbi, de dochter van den overste der Midianieten, hun zuster, die verslagen is, ten dage der plaag, om de zaak van Peor.
Want zij hebben a) vijandelijk tegen u gehandeld door hun listen, die zij listig tegen u bedacht hebben in de zaak van Baäl-Peor, en in de zaak van Kozbi, de dochter van de overste van de Midianieten, hun zuster, die verslagen is, ten dage van de plaag, die over u kwam om dezaak van Peor. 1)
Openb.18:2
Waarom alleen tegen de Midianieten en niet tevens tegen de Moabieten een wraak- en verdelgingsoorlog moest ondernomen worden, hoewel de dochters van de laatsten ook bij de verleiding van Israël tot de dienst van Peor het hunne hadden gedaan, heeft daarin een reden, dat de eersten de aanleiding tot de gehele boze handel gegeven hadden en die in de schaamteloze boosheid van hun vorstendochter ten toppunt gevoerd hadden; de Moabieten werden in die tijd nog om de verwantschap met Israël gespaard.
De daad van Kozbi wordt hier voorgesteld als het toppunt van schaamteloosheid. Daarin bereikt de vermetelheid van de Midianieten zijn hoogste punt.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Numeri 25
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-18.Kruisverwijzingen1 Korinthe 10:20→Jozua 2:1→Exodus 20:5→Deuteronomium 13:17→Numeri 16:46→Micha 6:5→Numeri 33:49→1 Korinthe 10:8→
— En Israel verbleef te Sittim, en het volk begon te hoereren met de dochteren der Moabieten. En zij nodigden het volk tot de slachtofferen harer goden; en het volk at, en boog zich voor haar goden. Als nu Israel zich koppelde aan Baal-Peor, ontstak de toorn des HEEREN tegen Israel. En de HEERE zeide tot Mozes: Neem alle hoofden des volks, en hang ze den HEERE tegen de zon, zo zal de hittigheid van des HEEREN toorn gekeerd worden van Israel. Toen zeide Mozes tot de rechters van Israel: Een iedere dode zijn mannen, die zich aan Baal-Peor gekoppeld hebben! En ziet, een man uit de kinderen Israels kwam, en bracht een Midianietin tot zijn broederen voor de ogen van Mozes, en voor de ogen van de ganse vergadering der kinderen Israels, toen zij weenden voor de deur van de tent der samenkomst. Toen Pinehas, de zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, dat zag, zo stond hij op uit het midden der vergadering, en nam een spies in zijn hand; En hij ging den Israelietischen man na in de hoerenwinkel, en doorstak hen beiden, den Israelietischen man en de vrouw, door hun buik. Toen werd de plaag van over de kinderen Israels opgehouden. Degenen nu, die aan de plaag stierven, waren vier en twintig duizend. Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Nauwelijks is Israël door de macht van de Heere voor Bileams vloek bewaard en als het gezegendste van alle volken geprezen, of het vergeet het verbond van Zijn God, in de strikken van de verleiding tot het heidendom; het neemt aan de offerfeesten van Baäl-Peor deel en bevlekt zich door gruwelijke zonden van ontucht. Reeds is daarover de toorn van de Heere ontbrand en het gericht begonnen, toen de vorst van een geslacht van de Simeonieten de verachting van God en de schaamteloosheid tot het uiterste dreef. Pinehas, de zoon van de hogepriester Eleazar, doorboort hem en zijn Midianitische overspelige met de spies en doet daardoor de verdere voortgang van het dubbel, over het volk besloten strafgericht ophouden. Nog heeft heel Israël de heilige ijver van Pinehas metterdaad zich toe te eigenen, het wordt hem daarom geboden, een vernietigingsoorlog tegen de Midianieten te ondernemen, die het onheil op raad van Bileam en met hulp van de Moabieten teweeggebracht hadden.
En a) Israël verbleef na zijn veertigjarig omzwerven nog in de velden van Moab te Sittim, tot welke plaats zich het leger van Beth-Jesimoth uitstrekte, en het volk, niets vermoedende van hetgeen Balak gedaan had, om het met hulp van Bileam ten onder te brengen, noch van de duivelse raad, die Bileam aan de oudsten van de Midianieten gegeven had (hoofdstuk 22:2; 24:25), viel in de hem gespannen netten en begon te hoereren met de dochters van de Moabieten.
Deuteronomium. 4:3 Jozua. 22:17
En zij nodigden het volk tot de slachtoffers van haar goden: bij deze gelegenheid zouden zij dan, zo gaven zij de genodigden te kennen, zich aan hen overgeven; want deze overgave van de maagden aan de mannen behoorde mede tot de wijze, waarop men bij die offerfeesten de goden diende; en het volk, de uitnodiging volgende, nam deel aan de offermaaltijden van de Moabieten en at, en boog zich voor haar goden, en werd tot de daaraan verbonden werken van ontucht toegelaten.
Als nu Israël zich koppelde aan Baäl-Peor, 1) toen die dienst hun zo wel beviel, dat zij geneigd waren zich geheel aan de dienst van de Heere te onttrekken en zich aan die van de zonde over te geven, toen a) ontstak de toorn van de HEERE tegen Israël 2) en Hij liet een plaag komen, welke plotseling velen van hen wegnam (vs.8 vv. hoofdstuk 14:37; 17:11).
Psalm. 106:29
Baäl-Peor, d.i. Baäl, die te Peor vereerd wordt. Het was dezelfde afgod, die elders Kamos heet, maar onder die naam als krijgsgod werd vereerd.
Het was een grote verzwaring van de zonde, dat Israël deze bedreef te Sittim, daar zij het land Kanaän voor zich hadden, en, om zo te spreken, op het punt stonden, om daarin te trekken. Het was de hoogste trap van verraad en ondankbaarheid onoprecht te handelen omtrent God, die zij zo trouw bevonden hadden jegens hen, van de afgodische slachtoffers te eten, wanneer zij eerlang op de gunst van de Heere onthaald en vergast stonden te worden.
En de HEERE zei tot Mozes, toen de plaag het hevigst woedde: a) Neem al de hoofden van het volk, opdat gij hun in Mijn naam bekend maakt, wat gebeuren moet met hen, die zich zo zwaar tegen Mij verzondigd hebben; en hang allenog overige schuldigen, die niet reeds door de plaag omgekomen zijn, na ze 1) te hebben gedood, voor de HEERE 2) tegen de zon aan een hout, waaraan zij als vervloekten van de Heere tot zonsondergang moeten blijven hangen eut.21:22 vv.). Zo zal door dit ernstig ingrijpen van de zijde van de oversten de hitte vande toorn van de HEERE gekeerd worden van Israël en de plaag van het volk kunnen teruggenomen worden, opdat niet het gehele volk verteerd wordt.
Deuteronomium. 4:3 Jozua. 22:17
Hiermee worden niet bedoeld de hoofden vna het volk, maar degenen, die zich aan de koppelarij met Baäl-Peor schuldig hadden gemaakt. De hoofden van het volk moesten samengeroepen worden, om recht te spreken over de schuldigen, om hen ter dood te veroordelen. De doodstraf, welke tegen hen moest worden uitgesproken, was de straf door ophanging of kruisiging. Aan deze ging die van steniging vooraf, waarna ze werden opgehangen, de Heere tot een vloek. Deze straf is wel te onderscheiden van de latere kruisstraf van de Romeinen. Deze werd bij levenden toegepast.
In het Hebreeuws Lajaveh, voor de Heere, d.i. de Heere tot een vloek, om Hem genoegdoening te schenken, opdat Zijn toorn tegen het volk zou ophouden.
Toen de oversten zich verzameld hadden en hun Gods gebod bekend gemaakt was, zei Mozes tot de rechters 1) van Israël (Exodus. 18:13 vv.): Een ieder dode zijn mannen, die van de onder hun rechtsgebied staandemannen (Deuteronomium. 1:15 vv.), die zich aan Baäl-Peor gekoppeld hebben 2) en om wier misdaad de plaag het volk getroffen heeft.
De nieuwe geschiedenis verhaalt, als met de grootste gemakkelijkheid, met inkt op papier; de oude geschiedenis spreekt alsof zij haar woorden moeilijk en langzaam met koperen griffel in rotsen gehouwen had, die vertelt daarom met overvloed van woorden en grote uitvoerigheid, deze geeft slechts aanwijzingen en kiest en telt woorden en lettergrepen. Eenvoudigheid en kortheid is het karakter van de oude geschiedenis. In haar eenvoud zou zij de praal van vele woorden vrijwillig versmaad hebben, wanneer zij ook niet reeds door de moeiten en bezwaren van het op schrift stellen was gedwongen.
Dit groot onderscheid van oude en nieuwe geschiedenis zien wij vooral in het voor ons liggend verhaal; tot recht begrip is het nodig veel tussen de regels in te lezen; het nodigste willen wij thans opmerken. Bileam had, nadat hij door Balak weggezonden was, zich tot de Midianieten begeven (zie Nu 24.25). Aan deze had hij de raad gegeven, om de kinderen van Israël door verleiding tot de heidense afgodendienst, ontrouw aan Jehova te maken, om zo hun verwerping te kunnen verkrijgen. Daar de Midianieten met de Moabieten verenigd waren, was het even goed, als had Bileam zijn raad aan de laatsten gegeven; zij zijn het dan ook die deze tezamen (vs.1,6) ten uitvoer brengen. De hoogte van de berg Peor, waarop de vloekprofeet ten laatste gestaan had (hoofdstuk 23:28), was aan Baäl-Peor gewijd en lag in de nabijheid van het Israëlitische leger; daarheen nodigden nu de Moabitische meisjes de Israëlitische mannen tot een offerfeest. Terwijl de Kamoz- of Molochdienst in offeranden van kinderen bestond (zie Le 18.21), werd die van Baäl-Peor in afschuwelijke ontucht bedreven (volgens de Rabbijnen hangt de naam Peor met pha’ar gel. “aperire”, scil. “hymenem virgmeum” tezamen)
Dat van doodstraffen in de Mozaïsche wet slechts twee, de doding door het zwaard en de steniging verordend zijn en tot verzwaring van deze in bijzondere gevallen ook het verbranden van het lijk of het ophangen aan een boom of paal, werd reeds bij Leviticus. 20:2 en 14 opgemerkt. Het laatste is een soort van kruisiging, met dit onderscheid, dat deze niet in levende lijve gebeurde maar na de dood. De kruisiging van Christus was daarentegen geheel een Romeinse doodstraf, die voor de smartelijkste en schandelijkste gehouden werd (infelix lignum, infames stipes, Liv.1:26. Minut. fel. Oct. cp.9). Deze straf werd alleen op zware en lage misdadigers, als straatrovers, sluipmoordenaars, bedriegers, dieven, oproermakers, in het bijzonder ook op slaven toegepast (servile supplicium. Hor.Sat.1,3,80 en 83. Cic in Verr.5:66) en op derderlei wijze ten uitvoer gebracht (zie daarover bij Matth.27:31
Tot de rechters. Hiermee worden dezelfde bedoeld, die in vs.4 hoofden van het volk worden genoemd. Daaruit blijkt dan ook wel duidelijk, dat onder ze in vs.4 de schuldigen aan afgoderij moeten verstaan worden.
En ziet, een man uit de kinderen van Israël, en wel een van de vorsten, met de naam Zimri (vs.14), noch God noch mensen vrezende, kwam, en bracht een Midianitische, de vorstendochter Kozbi (vs.15), tot zijn broeders 1) in het leger van Israël, haar voor de ogen van Mozes, die zich bij de tabernakel in het midden van het volk bevond, naar zijn tent leidende, en voor de ogen van de gehele vergadering van de kinderen van Israël, toen zij vol schrik over de aangekondigde gerichten van God tezamen gekomen waren en weenden voor de deur van de tent der samenkomst en baden, dat de Heere Zijn straffende hand zou terugtrekken en genade voor recht laten gaan.
Met ongehoorde vermetelheid en misdadige verachting van de Heere in zijn gemeente, waagde hij dus die gruwel van de heidense afgodendienst in het leger zelf in te brengen, en alzo de plaats, waar God in Zijn heiligdom woonde, op het schandelijkst te verontreinigen; de zonde van de anderen was nog buiten het leger bij de Moabieten gebeurd.
Toen Pinehas, de zoon van Eleazar, de zoon van Aäron, de priester (hoofdstuk 20:28), in wie nu de door de Levieten aan de Sinaï betoonde geest van ijver (Exodus. 32:25 vv.) ontwaakte, dat zag, zo stond hij op uit het midden van de vergadering, die voor de deur van de tent wenende was, en nam een spies uit zijn tent in zijn hand.
En hij ging de Israëlietische man achterna in diens tent, in de hoerenwinkel, 1) in de achterste kamer, waarheen hij gegaan was, om zijn goddeloosheid tevolbrengen, en hij doorstak hen beiden, de Israëlietische man en de vrouw, door hun buik. 2) Toen werd de plaag over de kinderen van Israël opgehouden. 3)
In het Hebreeuws Hakkubba. In het Arabisch, Alkobba, waarvan het woord alkoof afkomstig is. In het Spaans alcova. Hier betekent het, de achterste afdeling van de tent, welke ingericht was tot slaapplaats, nu echter door Zimri ontheiligd, en daarom hier hoerenwinkel genoemd.
In het Hebreeuws El-Kòbathah. De LXX vertaalt terecht: dia thv mht rav. De Vulgata, in locis genitalibus. Vandaar dat de toorn van de Heere, na deze ijverdaad van Pinehas, wordt opgeheven. De geschonden eer van God, ten opzichte van het volk, was door deze daad, op deze wijze verricht, gewroken.
De heilige ijver van Pinehas, de toekomstige hogepriester, werkte dus evenzo bedekkend en verzoenend als in hoofdstuk 16:47 het roken van Aäron; nu mochten dan ook de rechters (vs.5) met het neerhouwen en ophangen ophouden, zodat de overigen verschoond werden, die anders nog zouden zijn omgekomen. De ijver van Pinehas is de verhoring van de gebeden van het volk. Och, dat Nederlands Christenen, die geen gemeenschap willen met het moderne heidendom als één man Gods genadetroon aanliepen, er zou ook onder ons een Pinehas opstaan, en Nederlands Jehovah keerde gunstig en zegenend terug.
Op deze daad van Pinehas, zoals op die welke Samuël en Mattathias (1 Samuel 15:33; 1 Makk.2:24 vv.) verrichtten, beriep zich ten tijde van het Nieuwe Testament bij de joden bestaande sekte van de Zeloten of ijveraars. Zij beweerden het recht te bezitten om de aandrang van hun ijver te volgen en wrekend tussenbeide te treden, wanneer door verachting en verloochening van theocratische instellingen de ere van de Heere in gevaar scheen gebracht te zijn. Tot deze partij behoorde oorspronkelijk Simon van Kana (Matth.10:4) of Simon de Zeloot (Luk.6:15 Hand.1:13); evenzo was de steniging van Stéfanus en het deel dat Paulus daaraan had, evenals wat deze met de Christenen te Damascus voor had (Hand.7:56 vv.; 9:1,2) Zelotisme (een Zelotendaad)
Degenen nu, die aan de plaag stierven, waren vierentwintig duizend; 23.000 nam de plaag zelf weg 1 Corinthiers. 10:8), een duizend vielen door het zwaard van de rechters.
Toen de plaag alzo gestuit was, sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Pinehas, de zoon van Eleazar, de zoon van Aäron, de priester, heeft Mijn grimmigheid van over de kinderen van Israël afgewend, omdat hij a) Mijn ijver1) geijverd heeft in het midden van hen, zodat Ik de kinderen van Israël in Mijn ijver, die reeds ontbrand was, niet geheel vernield heb.
2 Kor.11:2
Mijn ijver, is niet de ijver voor de Heere, maar de ijver van de Heere, waardoor Pinehas gedreven werd, om Zimri en de Midianitische te doden. De ijver van de Heere had hem aangegrepen. Hij voerde het oordeel van de Heere uit, zodat de Heere zelf in en door Pinehas aan die man Zijn gerechtigheid oefende.
Daarom spreek, maak hem en het gehele volk in Mijn naam bekend: Zie, Ik a) geef hem Mijn verbond van vrede: 1)
Psalm. 106:31
Dit betekent, dat de Heere aan Pinehas de belofte van het Verbonds zou vervullen, waardoor zijn priesterschap een eeuwig priesterschap zou zijn (vs.13), d.w.z. zolang het joodse volk als natie zou bestaan. Deze belofte is vervuld (zie Nu 25.13). In Psalm. 106:31 wordt gezegd, dat de Heere hem deze daad tot gerechtigheid heeft gerekend.
En hij zal hebben en zijn nageslacht na hem het Verbond, de toezegging van het eeuwige priesterschap, 1) zodat deze waardigheid bij zijn stam te allen tijde blijven zal, totdat een ander Hogepriester opstaat naar de ordening van Melchizédek (Hebr.5). Dit zal zijn loon zijn, daarom dat hij voor zijn God geijverd, en verzoening gedaan heeft voor de kinderen van Israël, en daardoor duidelijk getoond heeft, hoe levendig in hem het bewustzijn is van het wezen en de roeping van het Hogepriesterlijk ambt (zie “Ex 28.1).
Pinehas zelf zien wij later (Richteren. 20:28) in de Hogepriesterlijke waardigheid; deze bleef bij zijn nakomelingen werkelijk tot op Eli, in wie zij om ons onbekende redenen op de lijn Ithamar overging (zie Jud 8.27). Sedert vervolgens door de scheiding van de Ark van het Verbond van de tent der samenkomst twee heiligdommen bestonden, waren er ook twee Hogepriesters (zie Jozua 18.1): daaraan maakte Salomo een einde door de afzetting van Abjathar, zodat Zadok, uit het geslacht van Eleazar, alleen Hogepriester werd (1 Kon.2:26,35). De nakomelingen van de laatsten behielden de waardigheid tot na de Babylonische ballingschap, en zelfs de rij van uit de Makkabeïsche periode vermelde Hogepriesters behoorden tot de lijn Eleazar, hoewel reeds onder Judas Makkabi de Syriër gepoogd hadden de wettige opvolging te verbreken (1 Makk.7:5 vv). Eerst de tirannie van Herodes de Grote, vernietigde de wettige orde, daar hij het ambt ook aan gewone priesters opdroeg en naar willekeur Hogepriesters af- en aanstelde. Nu moest ook het oudtestamentische Hogepriesterschap een einde nemen.
De naam nu van de verslagen Israëlietische man, die verslagen was met de Midianietin, was Zimri (= lied van Jehova), de zoon van Salu (= verheven) een overste van een vaderlijk huis van de Simeonieten (Exodus. 6:14).
En de naam van de verslagen Midianitische vrouw was Kozbi (= liegende), een dochter van Zur (= steen), die een hoer was van de volken van een vaderlijk huis onder de Midianieten, en later met de andere vier koningen van dit volk ontkwam (hoofdstuk 31:8).
Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Handel a) vijandelijk met de Midianieten, en versla hen. Pinehas’ijver, die de plaag deed ophouden, moet door het gehele volk als een pantser worden aangetrokken Jesaja 59:17).
Numeri. 31:2
Want zij hebben a) vijandelijk tegen u gehandeld door hun listen, die zij listig tegen u bedacht hebben in de zaak van Baäl-Peor, en in de zaak van Kozbi, de dochter van de overste van de Midianieten, hun zuster, die verslagen is, ten dage van de plaag, die over u kwam om dezaak van Peor. 1)
Openb.18:2
Waarom alleen tegen de Midianieten en niet tevens tegen de Moabieten een wraak- en verdelgingsoorlog moest ondernomen worden, hoewel de dochters van de laatsten ook bij de verleiding van Israël tot de dienst van Peor het hunne hadden gedaan, heeft daarin een reden, dat de eersten de aanleiding tot de gehele boze handel gegeven hadden en die in de schaamteloze boosheid van hun vorstendochter ten toppunt gevoerd hadden; de Moabieten werden in die tijd nog om de verwantschap met Israël gespaard.
De daad van Kozbi wordt hier voorgesteld als het toppunt van schaamteloosheid. Daarin bereikt de vermetelheid van de Midianieten zijn hoogste punt.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel