Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Toen zeide Bileam tot Balak: Bouw mij hier zeven altaren, en bereid mij hier zeven varren en zeven rammen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen zeideH559BileamH1109totH413BalakH1111: BouwH1129 mij hierH2088zevenH7651altarenH4196, en bereidH3559 mij hierH2088zevenH7651varrenH6499 en zevenH7651rammenH352.Toen zeide Bileam tot Balak: Bouw mij hier zeven altaren, en bereid mij hier zeven varren en zeven rammen.
KJVAnd Balaam2said1unto Balak,4Build5me here seven8altars,9and prepare10me here seven13oxen14and seven15rams.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2בִּלְעָם֙H1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בָּלָ֔קH1111BalakBalak5בְּנֵהH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely6לִ֥י7בָזֶ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8שִׁבְעָ֣הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)9מִזְבְּחֹ֑תH4196altaar, altaren, altaarsaltar10וְהָכֵ֥ןH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed11לִי֙12בָּזֶ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)13שִׁבְעָ֥הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)14פָרִ֖יםH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox15וְשִׁבְעָ֥הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)16אֵילִֽיםH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree
2Balak nu deed, gelijk als Bileam gesproken had; en Balak en Bileam offerden een var en een ram, op elk altaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2BalakH1111 nu deedH6213, gelijk als BileamH1109gesprokenH1696 had; en BalakH1111 en BileamH1109offerdenH5927 een varH6499 en een ramH352, op elk altaarH4196.Balak nu deed, gelijk als Bileam gesproken had; en Balak en Bileam offerden een var en een ram, op elk altaar.
KJVAnd Balak2did1as Balaam5had spoken;4and Balak7and Balaam8offered6on every altar11a bullock9and a ram.
1וַיַּ֣עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2בָּלָ֔קH1111BalakBalak3כַּאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4דִּבֶּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work5בִּלְעָ֑םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam6וַיַּ֨עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work7בָּלָ֧קH1111BalakBalak8וּבִלְעָ֛םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam9פָּ֥רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox10וָאַ֖יִלH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree11בַּמִּזְבֵּֽחַH4196altaar, altaren, altaarsaltar
3Toen zeide Bileam tot Balak: Blijf staan bij uw brandoffer, en ik zal heengaan; misschien zal de HEERE mij tegemoet komen; en hetgeen Hij wijzen zal, dat zal ik u bekend maken. Toen ging hij op de hoogte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Toen zeideH559BileamH1109 tot BalakH1111: Blijf staanH3320bijH5921 uw brandofferH5930, en ik zal heengaanH3212; misschien zal de HEEREH3068 mij tegemoetH7125komenH7136; en hetgeen Hij wijzenH7200 zal, dat zal ik u bekendH5046 maken. Toen ging hij op de hoogteH8205.Toen zeide Bileam tot Balak: Blijf staan bij uw brandoffer, en ik zal heengaan; misschien zal de HEERE mij tegemoet komen; en hetgeen Hij wijzen zal, dat zal ik u bekend maken. Toen ging hij op de hoogte.
KJVAnd Balaam2said1unto Balak,3Stand4by thy burnt offering,6and I will go:7peradventure the LORD10will come9to meet11me: and whatsoever12he sheweth14me I will tell15thee. And he went17to an high place.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2בִּלְעָ֜םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam3לְבָלָ֗קH1111BalakBalak4הִתְיַצֵּב֮H3320stelde, stellen, steltpresent selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up)5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6עֹלָתֶךָ֒H5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)7וְאֵֽלְכָ֗הH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak8אוּלַ֞יH194misschien, mogelijkif so be, may be, peradventure, unless9יִקָּרֵ֤הH7136wedervaren, ontmoet, ontmoetenappoint, lay (make) beams, befall, bring, come (to pass unto), floor, (hap) was, happen (unto), meet, send good speed10יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11לִקְרָאתִ֔יH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way12וּדְבַ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work13מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why14יַּרְאֵ֖נִיH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions15וְהִגַּ֣דְתִּיH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter16לָ֑ךְ17וַיֵּ֖לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak18שֶֽׁפִיH8205hoge plaatsen, hoogtehigh place, stick out
4Als God Bileam ontmoet was, zo zeide hij tot Hem: Zeven altaren heb ik toegericht, en heb een var en een ram op elk altaar geofferd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Als GodH430BileamH1109ontmoetH7136 was, zo zeideH559 hij totH413 Hem: ZevenH7651altarenH4196 heb ik toegerichtH6186, en heb een varH6499 en een ramH352 op elk altaarH4196geofferdH5927.Als God Bileam ontmoet was, zo zeide hij tot Hem: Zeven altaren heb ik toegericht, en heb een var en een ram op elk altaar geofferd.
KJVAnd God2met1Balaam:4and he said5unto him, I have prepared10seven8altars,9and I have offered11upon every altar14a bullock12and a ram.
1וַיִּקָּ֥רH7136wedervaren, ontmoet, ontmoetenappoint, lay (make) beams, befall, bring, come (to pass unto), floor, (hap) was, happen (unto), meet, send good speed2אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בִּלְעָ֑םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam5וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֵלָ֗יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8שִׁבְעַ֤תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)9הַֽמִּזְבְּחֹת֙H4196altaar, altaren, altaarsaltar10עָרַ֔כְתִּיH6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value11וָאַ֛עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work12פָּ֥רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox13וָאַ֖יִלH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree14בַּמִּזְבֵּֽחַH4196altaar, altaren, altaarsaltar
5Toen legde de HEERE het woord in den mond van Bileam, en zeide: Keer weder tot Balak, en spreek aldus.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Toen legde de HEEREH3068 het woordH1697 in den mondH6310 van BileamH1109, en zeideH559: Keer weder totH413BalakH1111, en spreekH1696aldusH3541.Toen legde de HEERE het woord in den mond van Bileam, en zeide: Keer weder tot Balak, en spreek aldus.
6Als hij nu tot hem wederkeerde, ziet, zo stond hij bij zijn brandoffer, hij en al de vorsten der Moabieten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Als hij nu totH413 hem wederkeerdeH7725, zietH2009, zo stondH5324 hij bijH5921 zijn brandofferH5930, hijH1931 en alH3605 de vorstenH8269 der MoabietenH4124.Als hij nu tot hem wederkeerde, ziet, zo stond hij bij zijn brandoffer, hij en al de vorsten der Moabieten.
KJVAnd he returned1unto him, and, lo, he stood4by his burnt sacrifice,6he, and all the princes9of Moab.
1וַיָּ֣שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see4נִצָּ֖בH5324gesteld, stonden, stondappointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6עֹלָת֑וֹH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)7ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9שָׂרֵ֥יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward10מוֹאָֽבH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab
7Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Uit Syrie heeft mij Balak, de koning der Moabieten, laten halen, van het gebergte tegen het oosten, zeggende: Kom, vervloek mij Jakob, en kom, scheld Israel!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Toen hiefH5375 hij zijn spreukH4912 op, en zeideH559: UitH4480SyrieH758 heeft mij BalakH1111, de koningH4428 der MoabietenH4124, laten halenH5148, van het gebergteH2042 tegen het oostenH6924, zeggende: KomH3212, vervloekH779 mij JakobH3290, en komH3212, scheldH2194IsraelH3478!Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Uit Syrie heeft mij Balak, de koning der Moabieten, laten halen, van het gebergte tegen het oosten, zeggende: Kom, vervloek mij Jakob, en kom, scheld Israel!
KJVAnd he took up1his parable,2and said,3Balak7the king8of Moab9hath brought6me from Aram,5out of the mountains10of the east,11saying, Come,12curse13me Jacob,15and come,16defy17Israel.
1וַיִּשָּׂ֥אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield2מְשָׁל֖וֹH4912spreekwoord, spreuk, spreukenbyword, like, parable, proverb3וַיֹּאמַ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with5אֲ֠רָםH758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians6יַנְחֵ֨נִיH5148leiden, geleid, leidbestow, bring, govern, guide, lead (forth), put, straiten7בָלָ֤קH1111BalakBalak8מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal9מוֹאָב֙H4124Moab, Moabieten, MoabsMoab10מֵֽהַרְרֵיH2042bergen, berg, gebergtehill, mount(-ain)11קֶ֔דֶםH6924oosten, ouds, oostwaartsaforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה)12לְכָה֙H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak13אָֽרָהH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse14לִּ֣י15יַעֲקֹ֔בH3290Jakob, JakobsJacob16וּלְכָ֖הH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak17זֹעֲמָ֥הH2194gram, vergramd, scheldabhor, abominable, (be) angry, defy, (have) indignation18יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
8Wat zal ik vloeken, dien God niet vloekt; en wat zal ik schelden, waar de HEERE niet scheldt?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Wat zal ik vloekenH5344, dien GodH410nietH3808vloektH6895; en watH4100 zal ik scheldenH2194, waar de HEEREH3068nietH3808scheldtH2194?Wat zal ik vloeken, dien God niet vloekt; en wat zal ik schelden, waar de HEERE niet scheldt?
KJVHow1shall I curse,2whom God5hath not cursed?4or how shall I defy,7whom the LORD10hath not defied?
1מָ֣הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why2אֶקֹּ֔בH5344uitgedrukt, doorboren, gelasterdappoint, blaspheme, bore, curse, express, with holes, name, pierce, strike through3לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4קַבֹּ֖הH6895vervloek, vloeken, ganselijk[idiom] at all, curse5אֵ֑לH410God, Gods, godGod (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.'6וּמָ֣הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why7אֶזְעֹ֔םH2194gram, vergramd, scheldabhor, abominable, (be) angry, defy, (have) indignation8לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9זָעַ֖םH2194gram, vergramd, scheldabhor, abominable, (be) angry, defy, (have) indignation10יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
9Want van de hoogte der steenrotsen zie ik hem, en van de heuvelen aanschouw ik hem; ziet, dat volk zal alleen wonen, en het zal onder de heidenen niet gerekend worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9WantH3588 van de hoogteH7218 der steenrotsenH6697zieH7200 ik hem, en van de heuvelenH1389aanschouwH7789 ik hem; zietH2005, dat volkH5971 zal alleen wonenH7931, en het zal onder de heidenenH1471nietH3808gerekendH2803 worden.Want van de hoogte der steenrotsen zie ik hem, en van de heuvelen aanschouw ik hem; ziet, dat volk zal alleen wonen, en het zal onder de heidenen niet gerekend worden.
KJVFor from the top2of the rocks3I see4him, and from the hills5I behold6him: lo, the people8shall dwell10alone,9and shall not be reckoned13among the nations.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2מֵרֹ֤אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top3צֻרִים֙H6697Rotssteen, rotssteen, rotsedge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר)4אֶרְאֶ֔נּוּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5וּמִגְּבָע֖וֹתH1389heuvelen, heuvel, heuvelshill, little hill6אֲשׁוּרֶ֑נּוּH7789aanschouwen, zien, aanschouwbehold, lay wait, look, observe, perceive, regard, see7הֶןH2005ziet, ziebehold, if, lo, though8עָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9לְבָדָ֣דH910eenzaamalone, desolate, only, solitary10יִשְׁכֹּ֔ןH7931wonen, woont, woneabide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up)11וּבַגּוֹיִ֖םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people12לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13יִתְחַשָּֽׁבH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think
10Wie zal het stof van Jakob tellen, en het getal, ja, het vierde deel van Israel? Mijn ziel sterve den dood der oprechten, en mijn uiterste zij gelijk het zijne!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10WieH4310 zal het stofH6083 van JakobH3290tellenH4487, en het getalH4557, ja, het vierdeH7255 deel van IsraelH3478? Mijn zielH5315sterveH4191 den doodH4194 der oprechtenH3477, en mijn uitersteH319zijH1961 gelijk het zijne!Wie zal het stof van Jakob tellen, en het getal, ja, het vierde deel van Israel? Mijn ziel sterve den dood der oprechten, en mijn uiterste zij gelijk het zijne!
KJVWho can count2the dust3of Jacob,4and the number5of the fourth7part of Israel?8Let me die9the death11of the righteous,12and let my last
1מִ֤יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God2מָנָה֙H4487tellen, beschikte, geteldappoint, count, number, prepare, set, tell3עֲפַ֣רH6083stof, stofs, aardeashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish4יַעֲקֹ֔בH3290Jakob, JakobsJacob5וּמִסְפָּ֖רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7רֹ֣בַעH7255vierde, vierendeelfourth participle8יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9תָּמֹ֤תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise10נַפְשִׁי֙H5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it11מ֣וֹתH4194dood, doods, stierf(be) dead(-ly), death, die(-d)12יְשָׁרִ֔יםH3477recht, oprechten, oprechteconvenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness)13וּתְהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14אַחֲרִיתִ֖יH319laatste, einde, nakomelingen(last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward15כָּמֹֽהוּH3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth
11Toen zeide Balak tot Bileam: Wat hebt gij mij gedaan? Ik heb u genomen, om mijn vijanden te vloeken; maar zie, gij hebt hen doorgaans gezegend!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Toen zeideH559BalakH1111totH413BileamH1109: WatH4100 hebt gij mij gedaanH6213? Ik heb u genomenH3947, om mijn vijandenH341 te vloekenH6895; maar zieH2009, gij hebt hen doorgaansH1288gezegendH1288!Toen zeide Balak tot Bileam: Wat hebt gij mij gedaan? Ik heb u genomen, om mijn vijanden te vloeken; maar zie, gij hebt hen doorgaans gezegend!
KJVAnd Balak2said1unto Balaam,4What hast thou done6unto me? I took10thee to curse8mine enemies,9and, behold, thou hast blessed12them altogether.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2בָּלָק֙H1111BalakBalak3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בִּלְעָ֔םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam5מֶ֥הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why6עָשִׂ֖יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7לִ֑י8לָקֹ֤בH6895vervloek, vloeken, ganselijk[idiom] at all, curse9אֹיְבַי֙H341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe10לְקַחְתִּ֔יךָH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win11וְהִנֵּ֖הH2009ziet, ziebehold, lo, see12בֵּרַ֥כְתָּH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank13בָרֵֽךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank
12Hij nu antwoordde en zeide: Zal ik dat niet waarnemen te spreken, wat de HEERE in mijn mond gelegd heeft?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Hij nu antwoorddeH6030 en zeideH559: Zal ik dat nietH3808waarnemenH8104 te sprekenH1696, watH834 de HEEREH3068 in mijn mondH6310gelegdH7760 heeft?Hij nu antwoordde en zeide: Zal ik dat niet waarnemen te spreken, wat de HEERE in mijn mond gelegd heeft?
KJVAnd he answered1and said,2Must I not take heed10to speak11that which the LORD7hath put6in my mouth?
1וַיַּ֖עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2וַיֹּאמַ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3הֲלֹ֗אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4אֵת֩H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6יָשִׂ֤יםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work7יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8בְּפִ֔יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word9אֹת֥וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10אֶשְׁמֹ֖רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)11לְדַבֵּֽרH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
13Toen zeide Balak tot hem: Kom toch met mij aan een andere plaats, van waar gij hem zult zien; gij zult niet dan zijn einde zien, maar hem niet ganselijk zien; en vervloek hem mij van daar!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Toen zeideH559BalakH1111 tot hem: KomH3212 toch metH854 mij aanH413 een andere plaatsH4725, van waar gij hem zult zienH7200; gij zult niet dan zijn eindeH7097zienH7200, maar hem nietH3808 ganselijk zienH7200; en vervloekH6895 hem mij van daarH8033!Toen zeide Balak tot hem: Kom toch met mij aan een andere plaats, van waar gij hem zult zien; gij zult niet dan zijn einde zien, maar hem niet ganselijk zien; en vervloek hem mij van daar!
KJVAnd Balak3said1unto him, Come,5I pray thee, with me unto another9place,8from whence thou mayest see11them: thou shalt see15but13the utmost14part of them, and shalt not see18them all: and curse
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָ֜יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בָּלָ֗קH1111BalakBalak4לְכָהH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl5נָּ֨אH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6אִתִּ֜יH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8מָק֤וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)9אַחֵר֙H312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange10אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11תִּרְאֶ֣נּוּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions12מִשָּׁ֔םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither13אֶ֚פֶסH657einden, niets, niemandankle, but (only), end, howbeit, less than nothing, nevertheless (where), no, none (beside), not (any, -withstanding), thing of nought, save(-ing), there, uttermost part, want, without (cause)14קָצֵ֣הוּH7097einde, uiterste, deel[idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part)15תִרְאֶ֔הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions16וְכֻלּ֖וֹH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18תִרְאֶ֑הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions19וְקָבְנוֹH6895vervloek, vloeken, ganselijk[idiom] at all, curse20לִ֖י21מִשָּֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
14Alzo nam hij hem mede tot het veld Zofim, op de hoogte van Pisga; en hij bouwde zeven altaren, en hij offerde een var en een ram op elk altaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Alzo nam hij hem medeH3947totH413 het veldH7704ZofimH6839, op de hoogteH7218 van PisgaH6449; en hij bouwdeH1129zevenH7651altarenH4196, en hij offerdeH5927 een varH6499 en een ramH352 op elk altaarH4196.Alzo nam hij hem mede tot het veld Zofim, op de hoogte van Pisga; en hij bouwde zeven altaren, en hij offerde een var en een ram op elk altaar.
KJVAnd he brought1him into the field2of Zophim,3to the top5of Pisgah,6and built7seven8altars,9and offered10a bullock11and a ram12on every altar.
1וַיִּקָּחֵ֨הוּ֙H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2שְׂדֵ֣הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild3צֹפִ֔יםH6839ZofimZophim4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5רֹ֖אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top6הַפִּסְגָּ֑הH6449PisgaPisgah7וַיִּ֨בֶן֙H1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely8שִׁבְעָ֣הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)9מִזְבְּחֹ֔תH4196altaar, altaren, altaarsaltar10וַיַּ֛עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work11פָּ֥רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox12וָאַ֖יִלH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree13בַּמִּזְבֵּֽחַH4196altaar, altaren, altaarsaltar
15Toen zeide hij tot Balak: Blijf hier staan bij uw brandoffer, en ik zal Hem aldaar ontmoeten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Toen zeideH559 hij totH413BalakH1111: BlijfH3541 hier staanH3320bijH5921 uw brandofferH5930, en ikH595 zal Hem aldaar ontmoetenH7136.Toen zeide hij tot Balak: Blijf hier staan bij uw brandoffer, en ik zal Hem aldaar ontmoeten.
KJVAnd he said1unto Balak,3Stand4here5by thy burnt offering,7while I meet9the LORD yonder.
1וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בָּלָ֔קH1111BalakBalak4הִתְיַצֵּ֥בH3320stelde, stellen, steltpresent selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up)5כֹּ֖הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7עֹלָתֶ֑ךָH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)8וְאָנֹכִ֖יH595ik, mijI, me, [idiom] which9אִקָּ֥רֶהH7136wedervaren, ontmoet, ontmoetenappoint, lay (make) beams, befall, bring, come (to pass unto), floor, (hap) was, happen (unto), meet, send good speed10כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder
16Als de HEERE Bileam ontmoet was, zo legde Hij het woord in zijn mond, en Hij zeide: Keer weder tot Balak, en spreek alzo.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Als de HEEREH3068BileamH1109ontmoetH7136 was, zo legde Hij het woordH1697 in zijn mondH6310, en Hij zeideH559: Keer weder totH413BalakH1111, en spreekH1696alzoH3541.Als de HEERE Bileam ontmoet was, zo legde Hij het woord in zijn mond, en Hij zeide: Keer weder tot Balak, en spreek alzo.
Ook in dit vers
leideH7760
KJVAnd the LORD2met1Balaam,4and put5a word6in his mouth,7and said,8Go again9unto Balak,11and say
1וַיִּקָּ֤רH7136wedervaren, ontmoet, ontmoetenappoint, lay (make) beams, befall, bring, come (to pass unto), floor, (hap) was, happen (unto), meet, send good speed2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בִּלְעָ֔םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam5וַיָּ֥שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work6דָּבָ֖רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7בְּפִ֑יוH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word8וַיֹּ֛אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9שׁ֥וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11בָּלָ֖קH1111BalakBalak12וְכֹ֥הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder13תְדַבֵּֽרH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
17Toen hij tot hem kwam, ziet, zo stond hij bij zijn brandoffer, en de vorsten der Moabieten bij hem. Balak nu zeide tot hem: Wat heeft de HEERE gesproken?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Toen hij tot hem kwamH935, zietH2009, zo stondH5324 hij bij zijn brandofferH5930, en de vorstenH8269 der MoabietenH4124 bij hem. BalakH1111 nu zeideH559 tot hem: WatH4100 heeft de HEEREH3068gesprokenH1696?Toen hij tot hem kwam, ziet, zo stond hij bij zijn brandoffer, en de vorsten der Moabieten bij hem. Balak nu zeide tot hem: Wat heeft de HEERE gesproken?
KJVAnd when he came1to him, behold, he stood4by his burnt offering,6and the princes7of Moab8with him. And Balak12said10unto him, What hath the LORD15spoken?
1וַיָּבֹ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֵלָ֗יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3וְהִנּ֤וֹH2009ziet, ziebehold, lo, see4נִצָּב֙H5324gesteld, stonden, stondappointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6עֹ֣לָת֔וֹH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)7וְשָׂרֵ֥יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward8מוֹאָ֖בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab9אִתּ֑וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix10וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11לוֹ֙12בָּלָ֔קH1111BalakBalak13מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why14דִּבֶּ֖רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work15יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
18Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Sta op, Balak, en hoor! Neig uw oren tot mij, gij, zoon van Zippor!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Toen hiefH5375 hij zijn spreukH4912 op, en zeideH559: StaH6965 op, BalakH1111, en hoorH8085! Neig uw orenH238totH5704 mij, gij, zoonH1121 van ZipporH6834!Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Sta op, Balak, en hoor! Neig uw oren tot mij, gij, zoon van Zippor!
KJVAnd he took up1his parable,2and said,3Rise up,4Balak,5and hear;6hearken7unto me, thou son9of Zippor:
1וַיִּשָּׂ֥אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield2מְשָׁל֖וֹH4912spreekwoord, spreuk, spreukenbyword, like, parable, proverb3וַיֹּאמַ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4ק֤וּםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)5בָּלָק֙H1111BalakBalak6וּֽשֲׁמָ֔עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness7הַאֲזִ֥ינָהH238ore, neem, neemt oregive (perceive by the) ear, hear(-ken). See H239 (אָזַן)8עָדַ֖יH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet9בְּנ֥וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10צִפֹּֽרH6834ZipporZippor
19God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19GodH410 is geenH3808manH376, dat Hij liegenH3576 zou, noch eens mensenH120kindH1121, dat het Hem berouwenH5162 zou; zou Hij het zeggenH559, en nietH3808doenH6213, of sprekenH1696, en nietH3808bestendigH6965 maken?God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken?
KJVGod3is not a man,2that he should lie;4neither the son5of man,6that he should repent:7hath he said,9and shall he not do11it? or hath he spoken,12and shall he not make it good?
1לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3אֵל֙H410God, Gods, godGod (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.'4וִֽיכַזֵּ֔בH3576liegen, leugenachtig, liegefail, (be found a, make a) liar, lie, lying, be in vain5וּבֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6אָדָ֖םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person7וְיִתְנֶחָ֑םH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)8הַה֤וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who9אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11יַעֲשֶׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12וְדִבֶּ֖רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work13וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14יְקִימֶֽנָּהH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)
20Zie, ik heb ontvangen te zegenen; dewijl Hij zegent, zo zal ik het niet keren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20ZieH2009, ik heb ontvangenH3947 te zegenenH1288; dewijl Hij zegentH1288, zo zal ik het nietH3808kerenH7725.Zie, ik heb ontvangen te zegenen; dewijl Hij zegent, zo zal ik het niet keren.
KJVBehold, I have received3commandment to bless:2and he hath blessed;4and I cannot reverse
1הִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see2בָרֵ֖ךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank3לָקָ֑חְתִּיH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win4וּבֵרֵ֖ךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank5וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6אֲשִׁיבֶֽנָּהH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw
21Hij schouwt niet aan de ongerechtigheid in Jakob; ook ziet Hij niet aan de boosheid in Israel. De HEERE, zijn God, is met hem, en het geklank des Konings is bij hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Hij schouwtH5027nietH3808 aan de ongerechtigheidH205 in JakobH3290; ook zietH7200 Hij nietH3808 aan de boosheidH5999 in IsraelH3478. De HEEREH3068, zijn GodH430, is metH5973 hem, en het geklankH8643 des KoningsH4428 is bij hem.Hij schouwt niet aan de ongerechtigheid in Jakob; ook ziet Hij niet aan de boosheid in Israel. De HEERE, zijn God, is met hem, en het geklank des Konings is bij hem.
KJVHe hath not beheld2iniquity3in Jacob,4neither hath he seen6perverseness7in Israel:8the LORD9his God10is with him, and the shout12of a king
1לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2הִבִּ֥יטH5027aanschouwen, aanschouwt, zag(cause to) behold, consider, look (down), regard, have respect, see3אָ֨וֶן֙H205ongerechtigheid, ijdelheid, ongerechtigeaffliction, evil, false, idol, iniquity, mischief, mourners(-ing), naught, sorrow, unjust, unrighteous, vain, vanity, wicked(-ness). Compare H369 (אַיִן)4בְּיַעֲקֹ֔בH3290Jakob, JakobsJacob5וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6רָאָ֥הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions7עָמָ֖לH5999arbeid, moeite, kwellinggrievance(-vousness), iniquity, labour, mischief, miserable(-sery), pain(-ful), perverseness, sorrow, toil, travail, trouble, wearisome, wickedness8בְּיִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10אֱלֹהָיו֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11עִמּ֔וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)12וּתְרוּעַ֥תH8643gejuich, geklanks, gebroken klankalarm, blow(-ing) (of, the) (trumpets), joy, jubile, loud noise, rejoicing, shout(-ing), (high, joyful) sound(-ing)13מֶ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal14בּֽוֹ
22God heeft hen uit Egypte uitgevoerd; zijn krachten zijn als van een eenhoorn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22GodH410 heeft hen uit EgypteH4714uitgevoerdH3318; zijn krachtenH8443 zijn als van een eenhoornH7214.God heeft hen uit Egypte uitgevoerd; zijn krachten zijn als van een eenhoorn.
KJVGod1brought them out2of Egypt;3he hath as it were the strength4of an unicorn.
1אֵ֖לH410God, Gods, godGod (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.'2מוֹצִיאָ֣םH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter3מִמִּצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim4כְּתוֹעֲפֹ֥תH8443krachten, hoogten, krachtigplenty, strength5רְאֵ֖םH7214eenhoorn, eenhoornen, eenhoornsunicorn6לֽוֹ
23Want er is geen toverij tegen Jakob noch waarzeggerij tegen Israel. Te dezer tijd zal van Jakob gezegd worden, en van Israel, wat God gewrocht heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23WantH3588 er is geen toverijH5173 tegen JakobH3290nochH3808waarzeggerijH7081 tegen IsraelH3478. Te dezer tijdH6256 zal van JakobH3290gezegdH559 worden, en van IsraelH3478, watH4100GodH410gewrochtH6466 heeft.Want er is geen toverij tegen Jakob noch waarzeggerij tegen Israel. Te dezer tijd zal van Jakob gezegd worden, en van Israel, wat God gewrocht heeft.
KJVSurely there is no enchantment3against Jacob,4neither is there any divination6against Israel:7according to this time8it shall be said9of Jacob10and of Israel,11What hath God14wrought!
1כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3נַ֨חַשׁ֙H5173toverij, toverijenenchantment4בְּיַעֲקֹ֔בH3290Jakob, JakobsJacob5וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6קֶ֖סֶםH7081waarzegging, waarzeggerijen, Waarzegging(reward of) divination, divine sentence, witchcraft7בְּיִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8כָּעֵ֗תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when9יֵאָמֵ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10לְיַעֲקֹב֙H3290Jakob, JakobsJacob11וּלְיִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why13פָּ֖עַלH6466werkers, gewrocht, werkencommit, (evil-) do(-er), make(-r), ordain, work(-er)14אֵֽלH410God, Gods, godGod (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.'
24Zie, het volk zal opstaan als een oude leeuw, en het zal zich verheffen als een leeuw; het zal zich niet neerleggen, totdat het den roof gegeten, en het bloed der verslagenen gedronken zal hebben!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24ZieH2005, het volkH5971 zal opstaanH6965 als een oude leeuwH738, en het zal zich verheffenH5375 als een leeuw; het zal zich nietH3808neerleggenH7901, totdatH5704 het den roofH2964gegetenH398, en het bloedH1818 der verslagenenH2491gedronkenH8354 zal hebben!Zie, het volk zal opstaan als een oude leeuw, en het zal zich verheffen als een leeuw; het zal zich niet neerleggen, totdat het den roof gegeten, en het bloed der verslagenen gedronken zal hebben!
Ook in dit vers
oude leeuwH3833
KJVBehold, the people2shall rise up4as a great lion,3and lift up6himself as a young lion:5he shall not lie down8until he eat10of the prey,11and drink14the blood12of the slain.
1הֶןH2005ziet, ziebehold, if, lo, though2עָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3כְּלָבִ֣יאH3833oude leeuw, ouden leeuw, leeuwen(great, old, stout) lion, lioness, young (lion)4יָק֔וּםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)5וְכַאֲרִ֖יH738leeuw, leeuwen, leeuws(young) lion, [phrase] pierce (from the margin)6יִתְנַשָּׂ֑אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield7לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8יִשְׁכַּב֙H7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay9עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10יֹ֣אכַלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite11טֶ֔רֶףH2964roof, spijze, bladerenleaf, meat, prey, spoil12וְדַםH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent13חֲלָלִ֖יםH2491verslagenen, verslagen, verslagenekill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded14יִשְׁתֶּֽהH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)
25Toen zeide Balak tot Bileam: Gij zult het ganselijk noch vloeken, noch geenszins zegenen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Toen zeideH559BalakH1111totH413BileamH1109: Gij zult het ganselijkH6895nochH3808vloekenH5344, nochH3808geenszinsH1288zegenenH1288.Toen zeide Balak tot Bileam: Gij zult het ganselijk noch vloeken, noch geenszins zegenen.
KJVAnd Balak2said1unto Balaam,4Neither curse8them at all,6nor bless10them at all.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2בָּלָק֙H1111BalakBalak3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בִּלְעָ֔םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam5גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea6קֹ֖בH6895vervloek, vloeken, ganselijk[idiom] at all, curse7לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8תִקֳּבֶ֑נּוּH5344uitgedrukt, doorboren, gelasterdappoint, blaspheme, bore, curse, express, with holes, name, pierce, strike through9גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea10בָּרֵ֖ךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank11לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12תְבָרֲכֶֽנּוּH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank
26Doch Bileam antwoordde en zeide tot Balak: Heb ik niet tot u gesproken, zeggende: Al wat de HEERE spreken zal, dat zal ik doen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Doch BileamH1109antwoorddeH6030 en zeideH559totH413BalakH1111: Heb ik nietH3808totH413 u gesprokenH1696, zeggendeH559: AlH3605watH834 de HEEREH3068sprekenH1696 zal, dat zal ik doenH6213?Doch Bileam antwoordde en zeide tot Balak: Heb ik niet tot u gesproken, zeggende: Al wat de HEERE spreken zal, dat zal ik doen?
KJVBut Balaam2answered1and said3unto Balak,5Told7not I thee, saying,9All that the LORD13speaketh,12that I must do?
1וַיַּ֣עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2בִּלְעָ֔םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam3וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5בָּלָ֑קH1111BalakBalak6הֲלֹ֗אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7דִּבַּ֤רְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work8אֵלֶ֨יךָ֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10כֹּ֛לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12יְדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work13יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֹת֥וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15אֶֽעֱשֶֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
27Verder zeide Balak tot Bileam: Kom toch, ik zal u aan een ander plaats medenemen; misschien zal het recht zijn in de ogen van dien God, dat gij het mij van daar vervloekt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Verder zeideH559BalakH1111totH413BileamH1109: KomH3212tochH4994, ik zal u aanH413 een anderH312plaatsH4725medenemenH3947; misschien zal het rechtH3474 zijn in de ogenH5869 van dien GodH430, dat gij het mij van daarH8033vervloektH6895.Verder zeide Balak tot Bileam: Kom toch, ik zal u aan een ander plaats medenemen; misschien zal het recht zijn in de ogen van dien God, dat gij het mij van daar vervloekt.
KJVAnd Balak2said1unto Balaam,4Come,5I pray thee, I will bring7thee unto another10place;9peradventure it will please12God14that thou mayest curse
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2בָּלָק֙H1111BalakBalak3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בִּלְעָ֔םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam5לְכָהH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6נָּא֙H4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh7אֶקָּ֣חֲךָ֔H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9מָק֖וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)10אַחֵ֑רH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange11אוּלַ֤יH194misschien, mogelijkif so be, may be, peradventure, unless12יִישַׁר֙H3474recht, bevallig, bevieldirect, fit, seem good (meet), [phrase] please (will), be (esteem, go) right (on), bring (look, make, take the) straight (way), be upright(-ly)13בְּעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)14הָאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15וְקַבֹּ֥תוֹH6895vervloek, vloeken, ganselijk[idiom] at all, curse16לִ֖י17מִשָּֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
28Toen nam Balak Bileam mede tot de hoogte van Peor, die tegen de woestijn ziet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Toen namH3947BalakH1111BileamH1109 mede tot de hoogteH7218 van PeorH6465, die tegenH5921 de woestijnH3452 ziet.Toen nam Balak Bileam mede tot de hoogte van Peor, die tegen de woestijn ziet.
KJVAnd Balak2brought1Balaam4unto the top5of Peor,6that looketh7toward9Jeshimon.
1וַיִּקַּ֥חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2בָּלָ֖קH1111BalakBalak3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בִּלְעָ֑םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam5רֹ֣אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top6הַפְּע֔וֹרH6465PeorPeor. See also H1047 (בֵּית פְּעוֹר)7הַנִּשְׁקָ֖ףH8259keek, zag, nedergezienappear, look (down, forth, out)8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10הַיְשִׁימֹֽןH3452wildernis, woestijndesert, Jeshimon, solitary, wilderness
29En Bileam zeide tot Balak: Bouw mij hier zeven altaren, en bereid mij hier zeven varren en zeven rammen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En BileamH1109zeideH559totH413BalakH1111: BouwH1129 mij hierH2088zevenH7651altarenH4196, en bereidH3559 mij hierH2088zevenH7651varrenH6499 en zevenH7651rammenH352.En Bileam zeide tot Balak: Bouw mij hier zeven altaren, en bereid mij hier zeven varren en zeven rammen.
KJVAnd Balaam2said1unto Balak,4Build5me here seven8altars,9and prepare10me here seven13bullocks14and seven15rams.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2בִּלְעָם֙H1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בָּלָ֔קH1111BalakBalak5בְּנֵהH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely6לִ֥י7בָזֶ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8שִׁבְעָ֣הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)9מִזְבְּחֹ֑תH4196altaar, altaren, altaarsaltar10וְהָכֵ֥ןH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed11לִי֙12בָּזֶ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)13שִׁבְעָ֥הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)14פָרִ֖יםH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox15וְשִׁבְעָ֥הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)16אֵילִֽיםH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree
30Balak nu deed, gelijk als Bileam gezegd had; en hij offerde een var en een ram op elk altaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30BalakH1111 nu deedH6213, gelijk als BileamH1109gezegdH559 had; en hij offerdeH5927 een varH6499 en een ramH352 op elk altaarH4196.Balak nu deed, gelijk als Bileam gezegd had; en hij offerde een var en een ram op elk altaar.
KJVAnd Balak2did1as Balaam5had said,4and offered6a bullock7and a ram8on every altar.
1וַיַּ֣עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2בָּלָ֔קH1111BalakBalak3כַּאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5בִּלְעָ֑םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam6וַיַּ֛עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work7פָּ֥רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox8וָאַ֖יִלH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree9בַּמִּזְבֵּֽחַH4196altaar, altaren, altaarsaltar
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Numeri 23:1— Toen zeide Bileam tot Balak: Bouw mij hier zeven altaren, en bereid mij hier zeven varren en zeven rammen.Numeri 23:29→1 Samuël 15:22→Psalmen 50:8→1 Kronieken 15:26→Exodus 27:1→2 Kronieken 29:21→Mattheüs 23:13→Spreuken 15:8→
Numeri 23:2— Balak nu deed, gelijk als Bileam gesproken had; en Balak en Bileam offerden een var en een ram, op elk altaar.Numeri 23:30→Numeri 23:14→
Numeri 23:3— Toen zeide Bileam tot Balak: Blijf staan bij uw brandoffer, en ik zal heengaan; misschien zal de HEERE mij tegemoet komen; en hetgeen Hij wijzen zal, dat zal ik u bekend maken. Toen ging hij op de hoogte.Numeri 23:15→Numeri 24:1→Leviticus 1:1→Genesis 22:7→Genesis 22:2→Genesis 8:20→Numeri 22:8→Numeri 22:31→
Numeri 23:4— Als God Bileam ontmoet was, zo zeide hij tot Hem: Zeven altaren heb ik toegericht, en heb een var en een ram op elk altaar geofferd.Numeri 23:16→Johannes 16:2→Numeri 22:20→Jesaja 58:3→Romeinen 3:27→Numeri 22:9→Efeze 2:9→Numeri 23:1→
Numeri 23:5— Toen legde de HEERE het woord in den mond van Bileam, en zeide: Keer weder tot Balak, en spreek aldus.Jeremia 1:9→Deuteronomium 18:18→Jesaja 59:21→Jesaja 51:16→Numeri 23:16→Lukas 12:12→Johannes 11:51→Spreuken 16:1→
Numeri 23:7— Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Uit Syrie heeft mij Balak, de koning der Moabieten, laten halen, van het gebergte tegen het oosten, zeggende: Kom, vervloek mij Jakob, en kom, scheld Israel!Numeri 22:5→Deuteronomium 23:4→Numeri 24:3→Numeri 23:18→Job 29:1→Micha 2:4→Job 27:1→Numeri 24:23→
Numeri 23:8— Wat zal ik vloeken, dien God niet vloekt; en wat zal ik schelden, waar de HEERE niet scheldt?Numeri 23:20→Numeri 23:23→Jesaja 47:12→Jesaja 44:25→Numeri 22:12→
Numeri 23:9— Want van de hoogte der steenrotsen zie ik hem, en van de heuvelen aanschouw ik hem; ziet, dat volk zal alleen wonen, en het zal onder de heidenen niet gerekend worden.Deuteronomium 33:28→Deuteronomium 32:8→Exodus 33:16→Esther 3:8→Ezra 9:2→Titus 2:14→Efeze 2:12→2 Korinthe 6:17→
Numeri 23:10— Wie zal het stof van Jakob tellen, en het getal, ja, het vierde deel van Israel? Mijn ziel sterve den dood der oprechten, en mijn uiterste zij gelijk het zijne!Genesis 13:16→Psalmen 37:37→Psalmen 116:15→Genesis 28:14→Openbaring 14:13→2 Korinthe 5:1→1 Korinthe 15:53→2 Petrus 1:13→
Numeri 23:11— Toen zeide Balak tot Bileam: Wat hebt gij mij gedaan? Ik heb u genomen, om mijn vijanden te vloeken; maar zie, gij hebt hen doorgaans gezegend!Numeri 24:10→Numeri 22:11→Nehemia 13:2→Numeri 22:17→Psalmen 109:17→Numeri 23:7→
Numeri 23:12— Hij nu antwoordde en zeide: Zal ik dat niet waarnemen te spreken, wat de HEERE in mijn mond gelegd heeft?Numeri 22:38→Spreuken 26:25→Titus 1:16→Numeri 24:13→Numeri 23:20→Numeri 23:26→Numeri 22:20→Romeinen 16:18→
Numeri 23:13— Toen zeide Balak tot hem: Kom toch met mij aan een andere plaats, van waar gij hem zult zien; gij zult niet dan zijn einde zien, maar hem niet ganselijk zien; en vervloek hem mij van daar!1 Koningen 20:28→Psalmen 109:17→Jozua 24:9→Numeri 22:41→Micha 6:5→1 Koningen 20:23→Jakobus 3:9→
Numeri 23:14— Alzo nam hij hem mede tot het veld Zofim, op de hoogte van Pisga; en hij bouwde zeven altaren, en hij offerde een var en een ram op elk altaar.Numeri 23:1→Jesaja 1:10→Deuteronomium 3:27→Numeri 21:20→Hosea 12:11→Deuteronomium 34:1→Numeri 23:29→Jesaja 46:6→
Numeri 23:15— Toen zeide hij tot Balak: Blijf hier staan bij uw brandoffer, en ik zal Hem aldaar ontmoeten.Numeri 23:3→Numeri 22:8→
Numeri 23:16— Als de HEERE Bileam ontmoet was, zo legde Hij het woord in zijn mond, en Hij zeide: Keer weder tot Balak, en spreek alzo.Numeri 23:5→Numeri 22:35→Numeri 24:1→
Numeri 23:17— Toen hij tot hem kwam, ziet, zo stond hij bij zijn brandoffer, en de vorsten der Moabieten bij hem. Balak nu zeide tot hem: Wat heeft de HEERE gesproken?1 Samuël 3:17→Numeri 23:26→Jeremia 37:17→
Numeri 23:18— Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Sta op, Balak, en hoor! Neig uw oren tot mij, gij, zoon van Zippor!Richteren 3:20→
Numeri 23:19— God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken?Hebreeën 6:18→Romeinen 11:29→1 Samuël 15:29→Maleachi 3:6→Titus 1:2→Jakobus 1:17→Habakuk 2:3→Lukas 21:33→
Numeri 23:20— Zie, ik heb ontvangen te zegenen; dewijl Hij zegent, zo zal ik het niet keren.Genesis 22:17→Numeri 22:12→Genesis 12:2→Romeinen 8:38→Jesaja 43:13→Numeri 22:18→1 Petrus 1:5→Johannes 10:27→
Numeri 23:21— Hij schouwt niet aan de ongerechtigheid in Jakob; ook ziet Hij niet aan de boosheid in Israel. De HEERE, zijn God, is met hem, en het geklank des Konings is bij hem.Jeremia 50:20→Exodus 29:45→Romeinen 4:7→Romeinen 8:1→Jesaja 41:10→Psalmen 46:7→Psalmen 32:5→Mattheüs 1:23→
Numeri 23:22— God heeft hen uit Egypte uitgevoerd; zijn krachten zijn als van een eenhoorn.Numeri 24:8→Deuteronomium 33:17→Psalmen 22:21→Job 39:9→Psalmen 68:35→Psalmen 92:10→Exodus 20:2→Numeri 22:5→
Numeri 23:23— Want er is geen toverij tegen Jakob noch waarzeggerij tegen Israel. Te dezer tijd zal van Jakob gezegd worden, en van Israel, wat God gewrocht heeft.Jozua 13:22→Numeri 22:6→Mattheüs 12:27→Numeri 24:1→Lukas 10:18→Micha 6:4→Handelingen 15:12→Handelingen 4:16→
Numeri 23:24— Zie, het volk zal opstaan als een oude leeuw, en het zal zich verheffen als een leeuw; het zal zich niet neerleggen, totdat het den roof gegeten, en het bloed der verslagenen gedronken zal hebben!Genesis 49:9→Genesis 49:27→Amos 3:8→Micha 5:8→Spreuken 30:30→Zacharia 10:4→Nahum 2:11→Openbaring 19:11→
Numeri 23:25— Toen zeide Balak tot Bileam: Gij zult het ganselijk noch vloeken, noch geenszins zegenen.Psalmen 2:1→
Numeri 23:26— Doch Bileam antwoordde en zeide tot Balak: Heb ik niet tot u gesproken, zeggende: Al wat de HEERE spreken zal, dat zal ik doen?Numeri 22:18→Numeri 23:12→1 Koningen 22:14→Numeri 24:12→Numeri 22:38→Handelingen 5:29→Handelingen 4:19→2 Kronieken 18:13→
Numeri 23:27— Verder zeide Balak tot Bileam: Kom toch, ik zal u aan een ander plaats medenemen; misschien zal het recht zijn in de ogen van dien God, dat gij het mij van daar vervloekt.Jesaja 14:27→Numeri 23:19→Romeinen 11:29→Jesaja 46:10→Spreuken 21:30→Maleachi 3:6→Spreuken 19:21→Numeri 23:13→
Numeri 23:28— Toen nam Balak Bileam mede tot de hoogte van Peor, die tegen de woestijn ziet.Numeri 21:20→Psalmen 106:28→
Numeri 23:29— En Bileam zeide tot Balak: Bouw mij hier zeven altaren, en bereid mij hier zeven varren en zeven rammen.Numeri 23:1→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Numeri 23 vers 3— Toen zeide Bileam tot Balak: Blijf staan bij uw brandoffer, en ik zal heengaan; misschien zal de HEERE mij tegemoet komen; en hetgeen Hij wijzen zal, dat zal ik u bekend maken. Toen ging hij op de hoogte.
en ik zal heengaan;
Te weten, om God te vragen, maar dit deed hij door onbehoorlijke wijze van doen, gelijk blijkt Num. 24:1.
Hertaald:en ik zal heengaan;
Namelijk: om God te vragen, maar dit deed hij op een ongepaste manier, zoals blijkt uit Num. 24:1.
Numeri 23 vers 7— Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Uit Syrie heeft mij Balak, de koning der Moabieten, laten halen, van het gebergte tegen het oosten, zeggende: Kom, vervloek mij Jakob, en kom, scheld Israel!
hief hij zijn spreuk op,
Door het woord opheffen wordt hier te kennen gegeven, dat Bileam zijn stem verheven en overluid gesproken heeft.
Hertaald:hief hij zijn spreuk op,
Met het woord opheffen wordt hier bedoeld dat Bileam zijn stem verheven en luid gesproken heeft.
Syrië
Te weten, Mesopotamië, hetwelk in Syrië gelegen is, Deut. 23:4. Hebreeuws, Aram
Hertaald:Syrië
Namelijk: Mesopotamië, dat in Syrië ligt, Deut. 23:4. Hebreeuws: Aram.
Jakob, en kom, scheld Israël
Dat is, de nakomelingen van Jakob. Alzo straks Israël, dat is, de Israëlieten.
Hertaald:Jakob, en kom, scheld Israël
Dat is: de nakomelingen van Jakob. Zo ook verderop Israël, dat is: de Israëlieten.
Numeri 23 vers 9— Want van de hoogte der steenrotsen zie ik hem, en van de heuvelen aanschouw ik hem; ziet, dat volk zal alleen wonen, en het zal onder de heidenen niet gerekend worden.
alleen wonen,
Te weten, van andere natiën afgezonderd, zo in kerkelijke als politieke zaken. Vergelijk Mi. 7:14, met de aantekeningen.
Hertaald:alleen wonen,
Namelijk: afgezonderd van andere volken, zowel in kerkelijke als politieke zaken. Vergelijk Mi. 7:14, met de aantekeningen.
Numeri 23 vers 10— Wie zal het stof van Jakob tellen, en het getal, ja, het vierde deel van Israel? Mijn ziel sterve den dood der oprechten, en mijn uiterste zij gelijk het zijne!
stof Jakobs tellen,
Dat is, de kinderen of het zaad. Zie Gen. 13:16, en Gen. 28:14.
Hertaald:stof Jakobs tellen,
Dat is: de kinderen of het nageslacht. Zie Gen. 13:16 en Gen. 28:14.
het vierde deel van Israël?
Anders, van een kwartier. Het schijnt dat Bileam gezien heeft op het leger der Israëlieten, dat in vier kwartieren gedeeld was rondom den tabernakel; Num 2.
Hertaald:het vierde deel van Israël?
Ook mogelijk: van een kwartier. Het lijkt erop dat Bileam gekeken heeft naar het kamp van de Israëlieten, dat in vier kwartieren verdeeld was rondom de tabernakel; Num. 2.
Mijn ziel sterve den dood
Dat is, laat mij sterven den dood der gerechtigen, maar Bileam is onder de vijanden Gods omgekomen; onder, Num. 31:8; Joz. 13:22. Zie ook 2 Kor. 11:15.
Hertaald:Mijn ziel sterve den dood
Dat is: laat mij de dood van de rechtvaardigen sterven, maar Bileam is onder de vijanden van God omgekomen; hieronder, Num. 31:8; Joz. 13:22. Zie ook 2 Kor. 11:15.
oprechten,
Of, dergenen die recht zijn
Hertaald:oprechten,
Of: van hen die oprecht zijn.
het zijne
Te weten, van Israël.
Hertaald:het zijne
Namelijk: van Israël.
Numeri 23 vers 11— Toen zeide Balak tot Bileam: Wat hebt gij mij gedaan? Ik heb u genomen, om mijn vijanden te vloeken; maar zie, gij hebt hen doorgaans gezegend!
gij hebt hen doorgaans gezegend
Hebreeuws, gij hebt hen gezegend zegenende.
Hertaald:gij hebt hen doorgaans gezegend
Hebreeuws: u hebt hen voortdurend gezegend.
Numeri 23 vers 13— Toen zeide Balak tot hem: Kom toch met mij aan een andere plaats, van waar gij hem zult zien; gij zult niet dan zijn einde zien, maar hem niet ganselijk zien; en vervloek hem mij van daar!
vanwaar gij hem zult zien;
Alsof hij zeide: Of gij misschien door de grote menigte verschrikt moogt worden en daarom hem niet durven vloeken. Anders, vanwaar gij hem zien zult [gij hebt alleenlijk zijn einde gezien, maar gij hebt hem niet ganselijk gezien] en vervloekt, enz.
Hertaald:vanwaar gij hem zult zien;
Alsof hij zei: of u misschien door de grote menigte geschrokken bent en hem daarom niet durft te vervloeken. Ook mogelijk: vanwaar u hem zult zien [u hebt alleen zijn uiteinde gezien, maar u hebt hem niet volledig gezien] en vervloekt, enzovoort.
Numeri 23 vers 15— Toen zeide hij tot Balak: Blijf hier staan bij uw brandoffer, en ik zal Hem aldaar ontmoeten.
Hem aldaar ontmoeten
Te weten, den HEERE, om raad te vragen.
Hertaald:Hem aldaar ontmoeten
Namelijk: de HEERE, om raad te vragen.
Numeri 23 vers 18— Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Sta op, Balak, en hoor! Neig uw oren tot mij, gij, zoon van Zippor!
Sta op, Balak, en hoor
Te weten, om het woord des HEEREN met eerbied aan te horen. Zie Richt. 3:20.
Hertaald:Sta op, Balak, en hoor
Namelijk: om het woord van de HEERE met eerbied aan te horen. Zie Richt. 3:20.
Numeri 23 vers 19— God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken?
bestendig maken?
Hebreeuws, doen staan.
Hertaald:bestendig maken?
Hebreeuws: doen staan.
Numeri 23 vers 20— Zie, ik heb ontvangen te zegenen; dewijl Hij zegent, zo zal ik het niet keren.
ontvangen
Te weten, last van den HEERE. De zin is: God heeft mij bevolen Israël te zegenen, ik moet hem gehoorzaam zijn.
Hertaald:ontvangen
Namelijk: opdracht van de HEERE. De betekenis is: God heeft mij bevolen Israël te zegenen, ik moet Hem gehoorzamen.
zegenen;
Te weten, dit volk van Israël.
Hertaald:zegenen;
Namelijk: dit volk Israël.
Hij zegent,
Te weten, de HEERE.
Hertaald:Hij zegent,
Namelijk: de HEERE.
Numeri 23 vers 21— Hij schouwt niet aan de ongerechtigheid in Jakob; ook ziet Hij niet aan de boosheid in Israel. De HEERE, zijn God, is met hem, en het geklank des Konings is bij hem.
Hij
Dat is, God de HEERE is zo goedertieren over de Israëlieten, dat Hij hun zonden als niet ziet, noch toerekent.
Hertaald:Hij
Dat is: God de HEERE is zo goedertieren over de Israëlieten, dat Hij hun zonden als niets beschouwt, noch toerekent.
schouwt niet aan de ongerechtigheid
Anders, Hij ziet geen afgoderij, enz. en geen moeite, enz.; dat is, de woeling, die de afgodendienaars bedrijven.
Hertaald:schouwt niet aan de ongerechtigheid
Ook mogelijk: Hij ziet geen afgoderij, enzovoort, en geen moeite, enzovoort; dat is: de onrust die de afgodendienaars veroorzaken.
boosheid in Israël
Of, verkeerdheid; anders, moeite, arbeid
Hertaald:boosheid in Israël
Of: verkeerdheid; ook mogelijk: moeite, inspanning.
geklank
Te weten, der trompetten. Hij ziet op de zilveren trompetten, van welke zie boven, Num. 10:9; Joz. 6:16, Joz. 6:20; Richt. 7:20; 2 Kron. 13:12.
Hertaald:geklank
Namelijk: van de trompetten. Hij doelt op de zilveren trompetten, waarover zie hierboven, Num. 10:9; Joz. 6:16, Joz. 6:20; Richt. 7:20; 2 Kron. 13:12.
des Konings
Dat is, van God, de Koning der koningen. Dit kan men duiden op de predikatie des goddelijken woords.
Hertaald:des Konings
Dat is: van God, de Koning der koningen. Dit kan men opvatten als de prediking van het goddelijke woord.
hem
Te weten, bij Jakob, of bij Israël.
Hertaald:hem
Namelijk: bij Jakob, of bij Israël.
Numeri 23 vers 22— God heeft hen uit Egypte uitgevoerd; zijn krachten zijn als van een eenhoorn.
eenhoorn
De eenhoorn wordt in de Heilige Schrift geroemd vanwege zijn kracht, onder, Num. 24:8; Deut. 33:17; Job 39:12; Ps. 22:22, en Ps. 92:11. Dit beest is te dien tijde bekend geweest, maar wat het eigenlijk is weet men nu niet.
Hertaald:eenhoorn
De eenhoorn wordt in de Heilige Schrift geroemd om zijn kracht, hieronder, Num. 24:8; Deut. 33:17; Job 39:12; Ps. 22:22 en Ps. 92:11. Dit dier was in die tijd bekend, maar wat het precies was, weet men nu niet meer.
Numeri 23 vers 23— Want er is geen toverij tegen Jakob noch waarzeggerij tegen Israel. Te dezer tijd zal van Jakob gezegd worden, en van Israel, wat God gewrocht heeft.
er is geen toverij tegen Jakob
Dat is, de toverij vermag niet tegen de Israëlieten. Anders, in Jakob, enz.
Hertaald:er is geen toverij tegen Jakob
Dat is: de toverij heeft geen macht tegen de Israëlieten. Ook mogelijk: in Jakob, enzovoort.
Te dezer tijd
Hij wil zeggen: Men zal niet alleen in toekomende tijden vertellen de wonderwerken, die God onder dit volk gedaan heeft, maar ook nu.
Hertaald:Te dezer tijd
Hij bedoelt: men zal niet alleen in toekomstige tijden vertellen over de wonderwerken die God onder dit volk gedaan heeft, maar ook nu al.
wat God gewrocht heeft
Anders, wat is het, dat God gedaan heeft?
Hertaald:wat God gewrocht heeft
Ook mogelijk: wat is het, dat God gedaan heeft?
Numeri 23 vers 25— Toen zeide Balak tot Bileam: Gij zult het ganselijk noch vloeken, noch geenszins zegenen.
Gij zult het ganselijk noch vloeken,
Hebreeuws, vloekende niet vloeken, en zegenende niet zegenen.
Hertaald:Gij zult het ganselijk noch vloeken,
Hebreeuws: vloekend niet vloeken, en zegenend niet zegenen.
Numeri 23 vers 27— Verder zeide Balak tot Bileam: Kom toch, ik zal u aan een ander plaats medenemen; misschien zal het recht zijn in de ogen van dien God, dat gij het mij van daar vervloekt.
het mij van daar vervloekt
Te weten, het volk van Israël.
Hertaald:het mij van daar vervloekt
Namelijk: het volk Israël.
Numeri 23 vers 28— Toen nam Balak Bileam mede tot de hoogte van Peor, die tegen de woestijn ziet.
Peor,
De naam van een berg, bij de Grieken Phogor genoemd, op welken de Moabieten hun afgod, genoemd Baäl-Peor, plachten offerande te doen; onder, Num. 25:3, Num. 25:5, Num. 25:18; aldaar hadden zij een tempel, geheten Beth-Peor, Deut. 3:29; ook was er een stad alzo genoemd, die naderhand den Rubenieten is toegevallen, Joz. 13:15, Joz. 13:20.
Hertaald:Peor,
De naam van een berg, bij de Grieken Phogor genoemd, waarop de Moabieten offers plachten te brengen aan hun afgod, Baäl-Peor genoemd; hieronder, Num. 25:3, Num. 25:5, Num. 25:18; daar hadden zij een tempel, Beth-Peor genoemd, Deut. 3:29; er was ook een stad met die naam, die later aan de Rubenieten toeviel, Joz. 13:15, Joz. 13:20.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Balak — verwoester, of: ledigmaker
De koning van Moab, die, doodsbang voor de talrijke Israëlieten, de ziener Bileam liet komen om hen te vervloeken (Num. 22:2-6). Ondanks alle pogingen kon hij Bileam niet zover krijgen Israël te vervloeken; in plaats daarvan zegende Bileam het volk tot driemaal toe.
Bileam — niet van het volk, of: verslinder van het volk
Een ziener uit Pethor in Mesopotamië, die door koning Balak van Moab ontboden werd om Israël te vervloeken. Onderweg werd hij door de Engel des HEEREN tegengehouden, waarbij zijn ezelin tot hem sprak (Num. 22:21-35). Telkens wanneer hij zijn mond opende om te vervloeken, legde de HEERE hem in plaats daarvan een zegen over Israël in de mond (Num. 23-24), waaronder de bekende profetie over de ster uit Jakob. Later gaf hij Balak echter de listige raad om Israël door de Moabitische en Midianitische vrouwen tot afgoderij en hoererij te verleiden (Num. 31:16), en kwam hij zelf om toen Israël de Midianieten versloeg (Num. 31:8).
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Pisga (de hoogte van Pisga) — Hebreeuws, mogelijk "gespleten (bergkam)"
Ligging: Een bergrug in het Abarimgebergte ten oosten van de Jordaan/Dode Zee, waarvan de berg Nebo een van de toppen is; ligt tegenover Jericho.
Geschiedenis: Voor het eerst genoemd als het punt vanwaar het dal in het veld van Moab overzien werd (Num. 21:20). Later, aan het einde van de woestijnreis, beklom Bileam een van de toppen van Pisga om Israël te vervloeken — en zegende in plaats daarvan (Num. 23:14). Uiteindelijk was het ook de top van Pisga (de Nebo) vanwaar Mozes, vlak voor zijn dood, het hele beloofde land mocht aanschouwen dat hijzelf niet zou binnengaan (Deut. 34:1).
Bijbelse betekenis: Een plaats die zowel een mislukte vervloeking in een onvermijdelijke zegen ziet omslaan (Bileam), als de aangrijpende plek wordt waar Mozes het land van de belofte mag zien, maar niet betreden — een diep symbool van de wet die wel naar het land wijst, maar er zelf niet in kan brengen.
Num. 21:20; 23:14; Deut. 3:27; 34:1
Peor (Baäl-Peor) — Peor: Hebreeuws, mogelijk "opening, kloof"; Baäl-Peor: "heer/bezitter van Peor", de plaatselijke Moabitische afgod
Ligging: Een berg in het Abarimgebergte, onderdeel van of grenzend aan het Pisga-massief, uitzicht biedend over de woestijn ("Jesimon"); ligging overigens onbekend in precieze zin.
Geschiedenis: Balak bracht Bileam naar de top van Peor in een derde, wederom vergeefse poging Israël te laten vervloeken; Bileam zegende in plaats daarvan opnieuw (Num. 23:28-24:9). Kort daarna, terug in de vlakke velden van Moab, liet Israël zich juist wél verleiden: het volk hoereerde met de dochters van Moab en boog zich neder voor Baäl-Peor, waarop de HEERE een zware plaag zond die pas door Pinehas' ingrijpen gestuit werd (Num. 25).
Bijbelse betekenis: Een van de aangrijpendste contrasten in de Schrift: dezelfde berg vanwaar geen vervloeking Israël kon deren, wordt kort daarop het toneel van Israëls eigen, zelf gezochte val in afgoderij en hoererij — een blijvende les dat de grootste dreiging voor Gods volk zelden van buitenaf komt, maar van de eigen ontrouw. Baäl-Peor wordt in de rest van de Schrift herhaaldelijk als waarschuwend voorbeeld aangehaald (Deut. 4:3; Ps. 106:28; Hos. 9:10).
De velden van Zofim — Hebreeuws "Zofim" betekent "wachters, uitkijkers"
Ligging: Een uitzichtpunt op de top van Pisga; zie het artikel bij Numeri 21.
Geschiedenis: Hierheen bracht Balak Bileam voor zijn tweede poging Israël te vervloeken — opnieuw zonder succes, want Bileam zegende het volk in plaats daarvan (Num. 23:14).
Bijbelse betekenis: Onderdeel van dezelfde reeks vergeefse vervloekingspogingen die stuk voor stuk in zegen omslaan — een sterk getuigenis dat de HEERE Zijn voornemen aangaande Israël door geen mens laat ombuigen (Num. 23:19-20).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Wat God gezegend heeft, kan niemand vervloeken — Bileam wordt gehuurd om Israël te vervloeken en kan het niet, hoe vaak hij het ook probeert (Num. 23:8,20)
Balak laat Bileam halen om Israël te vervloeken, en telkens komt er een zegen uit. De eerste keer zegt Bileam waarom: "Wat zal ik vloeken, dien God niet vloekt; en wat zal ik schelden, waar de HEERE niet scheldt?" (Num. 23:8). De tweede keer voegt hij eraan toe dat hij het niet keren kan: "Zie, ik heb ontvangen te zegenen; dewijl Hij zegent, zo zal ik het niet keren" (Num. 23:20). Bij de derde poging staakt hij zelfs de middelen die hij gewend was te gebruiken, want hij zag dat het goed was in de ogen van de HEERE dat hij Israël zegende (Num. 24:1). Het volk zelf merkt van dit alles niets; het staat gelegerd in de vlakte en weet niet wat er boven zijn hoofd gebeurt.
Bijbelse betekenis: De geschiedenis zegt iets over de zegen en iets over de vloek. Over de zegen: die berust op Gods eigen woord en is daarom niet door een ander terug te draaien. Over de vloek: het register gaat hier niet verder dan de tekst en behandelt de waarzeggerij van Bileam niet als een zelfstandig onderwerp; wat de Schrift laat zien, is juist de onmacht ervan. Twee dingen blijven staan. Het eerste is dat het volk hier niets doet en niets weet; het wordt bewaard buiten zijn medeweten om. Het tweede is dat Bileam later toch schade aanricht, niet met een vloek maar met een raad die Israël tot zonde bracht (Num. 31:16). Wat van buiten niet lukte, lukte van binnen wel — en dat is de waarschuwing die eraan vastzit.
Typologie: Paulus stelt dezelfde vraag over de gemeente en beantwoordt haar op dezelfde grond: wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods, daar God het is Die rechtvaardig maakt (Rom. 8:33, reeds behandeld). En het slot van dat hoofdstuk zegt dat geen schepsel ons kan scheiden van de liefde Gods in Christus Jezus (Rom. 8:39).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
God is geen man dat Hij liegen zou — 23:19-24
Het verbondniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenuitwerking
Balak heeft Bileam ingehuurd om Israël te vervloeken, en betaalt goed. Er worden altaren gebouwd, offers gebracht, en de ziener gaat opzij om te horen wat hij zeggen mag. Wat hij terugbrengt is elke keer het tegendeel van waarvoor hij betaald is.
Een gehuurde waarzegger moet zeggen dat God Zijn woord niet terugneemt, en dat Israël daarom niet te vervloeken is.
**De zin waarop alles rust.** “God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken?”
Dat is de grond onder het hele verbond. Een verbond is zo betrouwbaar als degene die het sluit, en hier wordt gezegd dat Hij niet van gedachten verandert.
**Wat dat betekent voor de opdrachtgever.** Bileam kan niet leveren: “Zie, ik heb ontvangen te zegenen; dewijl Hij zegent, zo zal ik het niet keren.” De vloek is uitverkocht. Er is geen prijs voor.
**De zin die het meest verbaast.** “Hij schouwt niet aan de ongerechtigheid in Jakob; ook ziet Hij niet aan de boosheid in Israel.”
En dat terwijl er in het legerkamp beneden van alles mis is; twee hoofdstukken verder loopt het volk achter de dochters van Moab aan. De kanttekening zegt hoe dit te verstaan is: God is zo goedertieren over de Israëlieten dat Hij hun zonden als niet ziet, en ze hun niet toerekent.
Dat is precies het woord dat Paulus later gebruikt: zalig de man wie de HEERE de zonde niet toerekent.
**Wat hij nog meer ziet.** “De HEERE, zijn God, is met hem, en het geklank des Konings is bij hem.” De kanttekening denkt daarbij aan de zilveren trompetten. Maar het woord staat er: er is een Koning bij dit volk, terwijl er nog geen koning is.
Een hoofdstuk verder komt daar de bekendste regel van dit gedeelte bij: er zal een Ster voortkomen uit Jakob, en een Scepter zal opkomen in Israël.
**Waar dit vandaan komt.** Uit de mond van een man die er niet in geloofde en die er later voor gedood is. De zegen over het volk was blijkbaar zo vast dat God hem in de mond van zijn vijand legde.
Genesis 12:3 — Wie u zegent, zal gezegend zijn; wie u vloekt, vervloekt.
Numeri 23:19 — God is geen man dat Hij liegen zou.
Numeri 23:20 — Dewijl Hij zegent, kan de gehuurde ziener het niet keren.
Numeri 23:21 — Hij ziet de ongerechtigheid in Jakob niet aan.
Romeinen 4:8 — Zalig de man wie de Heere de zonde niet toerekent.
Numeri 24:17 — En er zal een Ster voortkomen uit Jakob.
In het Nieuwe Testament: Numeri 24:17; Romeinen 4:8; Psalm 32:2; 1 Samuël 15:29; Hebreeën 6:17-18; 2 Petrus 2:15
Hoever dit reikt: Deze post volgt de lijn van het verbond: dat Gods zegen niet te keren is en dat Hij Zijn woord niet terugneemt. Dat de zonde niet toegerekend wordt, verklaart de kanttekening uit Gods goedertierenheid; hoe dat samengaat met de tuchtiging die in de volgende hoofdstukken volgt, wordt hier niet uitgewerkt. Het geklank des Konings wordt door de kanttekening op de trompetten betrokken.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Numeri 23:10.KruisverwijzingenGenesis 13:16→Psalmen 37:37→Psalmen 116:15→Genesis 28:14→Openbaring 14:13→2 Korinthe 5:1→1 Korinthe 15:53→2 Petrus 1:13→ — Wie zal het stof van Jakob tellen, en het getal, ja, het vierde deel van Israel? Mijn ziel sterve den dood der oprechten, en mijn uiterste zij gelijk het zijne! Wij die geen zinnelozen zijn, weten dat al onze kronkelende paden naar het graf leiden. Een zeker koning van Frankrijk die wel in de dood geloofde, verbood dat er in zijn tegenwoordigheid ooit over gesproken werd. “En als ik er ooit bleek uitzie”, zei hij, “dan mag geen hoveling het wagen er, op straffe van mijn ongenoegen, in mijn tegenwoordigheid van te spreken.” Zo volgde hij de dwaze struisvogel na, die naar men zegt zijn kop in het zand verbergt en meent dat hij veilig is voor de vijand die hij niet ziet.
Verstandige mensen, die vooruitzien dat ziel en lichaam op het ogenblik van de dood moeten scheiden, behoren bereid te zijn die gebeurtenis te bedenken, opdat zij erop voorbereid mogen zijn. Wie een lange reis zou ondernemen en voor elke moeilijkheid op de weg zorgde behalve voor één, zou de reis waarschijnlijk zien mislukken. Hebben wij voor het leven gezorgd maar ons niet ook op de dood voorbereid, zijn wij dan geen dwaze reizigers?
Wie van het leven wil genieten en toch de rekenschap over zijn verantwoordelijkheden wil ontwijken waarmee het toneel moet sluiten, is dwaas of arglistig, of beide. Aangezien ieder mens toch als opgeroepene in het leger van de dood moet dienen — of het morgen is of overmorgen of over enkele jaren — behoort het ons daarmee te rekenen, en naarstig te zijn in het vooruit tegemoetkomen van wat hij eist.
Bileam, hoewel een eerloos man, was geen dwaas. Hij had gedachten over de dood. Hij sloot zijn ogen niet voor wat hem niet beviel. Hij geloofde dat hij sterven zou en hij had er begeerten over; en al werden die begeerten nooit verwezenlijkt, hij had genoeg verstand om op de tenten van Gods uitverkoren Israël te staren en uit zijn hart te zeggen: “Mijn ziel sterve den dood der oprechten, en mijn uiterste zij gelijk het zijne!”
Numeri 23:13.Kruisverwijzingen1 Koningen 20:28→Psalmen 109:17→Jozua 24:9→Numeri 22:41→Micha 6:5→1 Koningen 20:23→Jakobus 3:9→ — Toen zeide Balak tot hem: Kom toch met mij aan een andere plaats, van waar gij hem zult zien; gij zult niet dan zijn einde zien, maar hem niet ganselijk zien; en vervloek hem mij van daar! Het zou een merkwaardig schouwspel zijn de koning van Moab en zijn vorsten met de profeet Bileam de toppen van de steile rotsen te zien beklimmen. Wij zien hen van de bergen neerstaren op het leger in de woestijn, als gieren die uit de hoogte hun prooi bespieden. Daar lagen de stammen in de vallei, onbewust dat er onheil gebrouwen werd en niet in staat het duistere ontwerp te keren, ook al hadden zij het geweten.
De ogen des Heeren zijn gericht op Bileam de huurling en op Balak de zoon van Zippor: zij zullen geheel beschaamd en verward worden. Zij werden in hun listen verijdeld en in hun plannen volkomen verslagen, en dat om één enkele reden: er staat geschreven: “De HEERE is aldaar” (Ez. 48:35). Gods tegenwoordigheid in het midden van Zijn volk is als een vurige muur rondom hen en een heerlijkheid in hun midden. De Heere is hun licht en hun heil; voor wie zouden zij vrezen?
Ook nu heeft God een volk, een overblijfsel naar de verkiezing der genade, dat nog als schapen te midden van wolven woont. Wanneer wij als een deel van de gemeente des Heeren naar onze omgeving zien, dan zien wij veel dat ons zou kunnen verontrusten, want nooit is de satan stil, bij dag noch bij nacht. Als een briesende leeuw gaat hij rond en zoekt wie hij verslinden mag. Ware het mogelijk, hij zou de uitverkorenen verleiden.
Wat dan? Zijn wij verslagen? Volstrekt niet, want diezelfde God die in het midden van de gemeente in de woestijn was, is in de gemeente van deze laatste dagen. Opnieuw zullen haar tegenstanders verslagen worden. Nog zal Hij haar verdedigen, want de Heere heeft Zijn gemeente op een steenrots gebouwd, en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.
KruisverwijzingenNumeri 23:29→1 Samuël 15:22→Psalmen 50:8→1 Kronieken 15:26→Exodus 27:1→2 Kronieken 29:21→Mattheüs 23:13→Spreuken 15:8→— Toen zeide Bileam tot Balak: Bouw mij hier zeven altaren, en bereid mij hier zeven varren en zeven rammen.
Toen zei Bileam tot Balak, om alles te doen, wat volgens de godsdienstige begrippen van de koning van de Moabieten tot het succes van zijn bedoelingen bevorderlijk kon zijn: Bouw mij hier zeven altaren, en bereid mij hier zeven varren en zeven rammen, 1) die wij de God van Israël ten brandoffer kunnen brengen.
Aan alle gewichtige ondernemingen in de oudheid gingen zekere offers vooraf, in het bijzonder echter werden bezweringen door deze ingeleid; dat nu Bileam juist zeven altaren laat oprichten en even zo veel offers verordent, heeft zijn reden in de heiligheid van dit getal (Genesis 35:26)
KruisverwijzingenNumeri 23:30→Numeri 23:14→— Balak nu deed, gelijk als Bileam gesproken had; en Balak en Bileam offerden een var en een ram, op elk altaar.
Balak nu deed, zoals Bileam gesproken had; en Balak en Bileam offerden een var en een ram op elk altaar. 1)
In oude tijden waren de koningen ook priesters, zoals uit het voorbeeld van Melchizédek blijkt. Doch misschien heeft Balak hier alleen de offeranden aangeboden en Bileam de bediening van priester waargenomen. Het is de vraag, aan wie deze geofferd zijn. Ik onderstel, dat elk van deze twee daarmee een bijzonder inzicht gehad heeft, Balak zijn heer aanroepende en Bileam de Heere biddende, doch waarschijnlijk met zulke bijgelovige plechtigheden, als in gebruik waren onder de dienaars van Baäl. Men kan ook onderstellen, dat Bileam tot Balak gezegd heeft, dat hij niets zonder de Heere, de God van Israël, doen kon, en die koning overreed heeft, om zich bij hem te voegen en de dienst van God, opdat deze mocht bewogen worden, van Israël te wijken. Er is toch geen reden, om te denken, dat Bileam zou gegaan zijn, om de Heere te vragen, wanneer hij aan andere goden geofferd had. Ook uit vs.4 blijkt duidelijk, dat hij God geofferd had, anders zou hij zeker dit niet tot de Heere hebben durven zeggen.
KruisverwijzingenNumeri 23:15→Numeri 24:1→Leviticus 1:1→Genesis 22:7→Genesis 22:2→Genesis 8:20→Numeri 22:8→Numeri 22:31→— Toen zeide Bileam tot Balak: Blijf staan bij uw brandoffer, en ik zal heengaan; misschien zal de HEERE mij tegemoet komen; en hetgeen Hij wijzen zal, dat zal ik u bekend maken. Toen ging hij op de hoogte.
Toen de offeranden op de zeven altaren brandden, zei Bileam tot Balak: Blijf staan bij uw brandoffer en wacht totdat ik terugkom, en ik zal heengaan naar een geschikte plaats, om daar naar tekenen uit te zien: misschien zal deHEERE mij tegemoet komen, misschien zal Hij mij gunstige tekenen geven; en hetgeen Hij wijzen zal, 1) wat Hij mij door die tekenen te verstaan geeft, dat zal ik u bekend maken. Toen ging hij op de hoogte, 2) naar een kale plaats, waar hij een vrij uitzicht had.
Daar het heidendom geen vast profetisch woord had, waardoor men de wil van God duidelijk kon leren kennen, zocht men de wil van zijn goden en de gebeurtenissen van de toekomst langs andere wegen te leren kennen. Men nam zijn toevlucht tot de Auguriën, of tot allerlei vermeende tekenen en gewone natuurverschijningen, gaf acht op de vlucht van de vogels, wachtte op onweer, zag naar een regenboog enz., en de Augurs of waarzeggers, die deze tekenen beschouwden, verklaarden ze naar bepaalde regels van hun kunst (Leviticus. 19:31; 20:6,27); want daar de goden, volgens de voorstellingen van de heidenen, niet buiten de wereld en van haar gescheiden leefden, maar het tijdelijke en begrensde met hun wezen vervuld was, zo lag het voor de hand, de zichtbare en hoorbare gebeurtenissen van de levende en levenloze natuur voor een teken van hun aanwezigheid, en overal, waar men op een bekendmaking van hun wil hoopte, voor een openbaring van deze aan te zien. De handelwijze nu, welke bv. de Romeinse Augurs pleegden te volgen bij het achtgeven op dergelijke tekenen, waarvoor zij zich een verheven plaats kozen, die een vrij uitzicht had en verwijderd was van de menselijke omgeving, was de volgende: “De Augur had het hoofd bedekt, hield zijn kromme staf in de rechterhand en wendde het gezicht naar het Oosten; daarop bad hij, met de blik naar die stad of landstreek gericht, over welke hij wilde waarzeggen, tot de goden en mat met het oog de landstreek af van het Oosten naar het Westen, terwijl hij zich van een voorwerp, recht tegen hem over aan den horizon, bij voorbeeld een boom, een lijn tot zich getrokken dacht. Wat noordelijk van deze in lag, noemde hij de linkerzijde, wat ten zuiden was, de rechter. Dan bad hij tot Jupiter, de oppersten van de goden, dat deze, in zo verre hem datgene, wat men voor had, aangenaam was, binnen de bepaalde grenzen bepaalde tekenen, die de Augur noemde, zou laten verschijnen.” Zoals wij vroeger opmerkten, wil Bileam de Heere dienen onder vele heidense vormen; en zoekt hij ook door middelen als deze te verkrijgen, wat hij nodig heeft, om zijn loon te verdienen; door goochelarijen zoekt hij, wat de Heere niet wil, maar hij heeft zich zeer bedrogen; niet alleen, dat hij niet zeggen kan, wat de Heere hem verbiedt, hij moet ook positief zeggen, wat hem zal worden ingegeven, en hij moet het zeggen, al wilde hij zijn mond sluiten en de tanden samenbijten; dat hij dit moet doen is hem reeds vooraf door de sprekende ezelin verkondigd, zoals wij bij de verklaring van de plaats (hoofdstuk 22:23) gezien hebben.
De zin der woorden: ik zal heengaan, misschien zal de Heere mij tegemoet komen, verklaart zich uit hoofdstuk 24:1: en hij ging niet heen, zoals meermalen, tot de toverijen (Auguriën). Bileam rekende op een openbaring van de Heere, door middel van duidelijke tekenen en natuurverschijningen. Het Woord, dat Jehova hem zou laten zien, zal hij Balak aanwijzen. Hierin wordt dan de voor Bileams godsdienstig standpunt evenzo karakteristieke, als voor het echt geschiedkundig karakter van het verhaal betekenisvolle vermenging van Israëlitische en heidense voorstellingen duidelijk, als Bileam in een natuurlijk teken een openbaring van Jehova te verkrijgen, of te ontdekken hoopt. Omdat het heidendom geen “vast profetisch woord” heeft, zo zoekt het de kennis van de goddelijke Wil en Zijn Raad; die in de menselijke lotsbedeling openbaar wordt in veelvuldige, in de natuur waarneembare tekenen.
In het Hebreeuws Wajelek schèphi. En hij ging op een kale heuvel. Het woord in de grondtekst geeft duidelijk aan, een heuvel, waarop niets het gezicht belemmerde, waarop men een vrij gezicht had. De heidense waarzeggers zochten juist zulke plaatsen uit, om daarop hun toverijen te plegen.
KruisverwijzingenNumeri 23:16→Johannes 16:2→Numeri 22:20→Jesaja 58:3→Romeinen 3:27→Numeri 22:9→Efeze 2:9→Numeri 23:1→— Als God Bileam ontmoet was, zo zeide hij tot Hem: Zeven altaren heb ik toegericht, en heb een var en een ram op elk altaar geofferd.
Als God Bileam werkelijk ontmoet was, niet in enig teken van de natuur, dat hij naar welgevallen zou hebben kunnen verklaren, maar in geestelijke werkelijkheid, evenals aan Jakob (Genesis 32:24), zo zei hij tot Hem: Zeven altaren heb ik toegericht en heb een var en een ram op elk altaar geofferd; 1) gij ziet dus, dat ik mijn werk godsdienstig wil volbrengen.
Toen God Bileam ontmoette-want zo is de vertaling duidelijker-maakte hij de Heere opmerkzaam op de altaren met hun brandoffers. Hij achtte dit nodig. De Heere verscheen hem echter niet in een natuurlijk teken, maar op geheel goddelijke wijze.
KruisverwijzingenJeremia 1:9→Deuteronomium 18:18→Jesaja 59:21→Jesaja 51:16→Numeri 23:16→Lukas 12:12→Johannes 11:51→Spreuken 16:1→— Toen legde de HEERE het woord in den mond van Bileam, en zeide: Keer weder tot Balak, en spreek aldus.
Toen legde de HEERE het woord, dat hij spreken moest: Wat zal ik vervloeken, die God niet vervloekt enz. (vs.7-10) in de mond van Bileam en zei: Keer terug tot Balak, en spreek aldus voor hem, zoals Ik u thans gezegd heb.
— Als hij nu tot hem wederkeerde, ziet, zo stond hij bij zijn brandoffer, hij en al de vorsten der Moabieten.
Als hij nu tot hem, tot Balak, tuergkeerde, ziet, zo stond hij nog bij zijn brandoffer, waar Bileam hem (vs.3) geplaatst had, hij en al de vorsten van de Moabieten die hij als getuigen bij het uittrekken uitKiriath Huzzoth (hoofdstuk 22:41) met zich genomen had.
Kennelijk is het zijn doel, om de vloekwoorden van Bileam met offeranden en gebeden te vergezellen, opdat zij een goede uitwerking zullen hebben.
KruisverwijzingenNumeri 22:5→Deuteronomium 23:4→Numeri 24:3→Numeri 23:18→Job 29:1→Micha 2:4→Job 27:1→Numeri 24:23→— Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Uit Syrie heeft mij Balak, de koning der Moabieten, laten halen, van het gebergte tegen het oosten, zeggende: Kom, vervloek mij Jakob, en kom, scheld Israel!
Toen hief hij, aangegrepen door de Geest van de Heere en geheel in diens macht overgegeven, zijn spreuk 1) op, welke de Heere hem (vs.5) opgedragen had, en zei, na een korte inleiding het woord van de Heeresprekende: Uit Syrië 2) heeft mij Balak, de koning van de Moabieten, laten halen, van het gebergte tegen het oosten en zijn bevel is tot mij gekomen, zeggende: Kom, vervloek mij Jakob! en kom, scheld Israël; leg de ban op dat volk, opdat ik het versla en uit mijn land verdrijf.
Spreuk. Dit woord wordt nooit gebruikt voor de voorzeggingen van de ware profeten.
In de grondtekst staat Aram. Het is beter de naam onvertaald te laten blijven, omdat hieronder niet alleen het meer westelijk gelegen Syrië wordt begrepen, maar die landstreek, waaronder ook Mesopotamië wordt begrepen (Syria interamnis). Het gebergte tegen het oosten wil dan ook zeggen: de bergen van Mesopotamië. Het oosten is hier Mesopotamië. Bileam wijst er hier op, hoe hij van de bergen van Mesopotamië geroepen is naar de bergen van Moab, om Jakob te vervloeken en Israël te schelden. Maar in het volgende vers spreekt hij het duidelijk uit, dat de plannen van Balak moeten mislukken, want Jehova heeft hem geen vloekwoord in de mond gegeven, heeft hem geen verlof gegeven, om aan Balaks wensen te voldoen. Integendeel Israël is een volk, dat op bijzondere wijze door de Heere gezegend is.
KruisverwijzingenNumeri 23:20→Numeri 23:23→Jesaja 47:12→Jesaja 44:25→Numeri 22:12→— Wat zal ik vloeken, dien God niet vloekt; en wat zal ik schelden, waar de HEERE niet scheldt?
Wat zal ik vervloeken, die God niet vervloekt? en wat zal ik schelden, waar de HEERE niet scheldt?
KruisverwijzingenDeuteronomium 33:28→Deuteronomium 32:8→Exodus 33:16→Esther 3:8→Ezra 9:2→Titus 2:14→Efeze 2:12→2 Korinthe 6:17→— Want van de hoogte der steenrotsen zie ik hem, en van de heuvelen aanschouw ik hem; ziet, dat volk zal alleen wonen, en het zal onder de heidenen niet gerekend worden.
Want van de hoogte van de steenrotsen, waarop ik sta, zie ik hem, zie ik hoe talrijk Jakob geworden is, en van de heuvels aanschouw ik hem, hoe hij reeds een sprekend bewijs is van de belofte, die aan de vaderen gegeven is: Ik zal u tot een groot volk maken (Genesis 12:2; 26:4; 28:14); ziet, a) dat volk zal alleen wonen, 1)afgescheiden van de andere volken, en het zal onder de heidenen niet gerekend worden, 2) ook inwendig zal het met de andere volken niets gemeen hebben, maar zijn eigen God en zijn eigen wetten en instellingen hebben (Deut.4:7,8).
Deuteronomium. 33:28
Beter: Dat volk woont alleen. Bileam heeft het oog op het afgezonderd verkeren, het afgescheiden zijn van alle andere volken, maar daarmee ook, dat het een eigen en verkregen volk van de Heere is en blijft.
Deze bestemming is, nadat het vleselijk Israël de raad van God had uitgediend, op het geestelijk Israël, op het volk van het Nieuwe Verbond overgegaan. De gemeente van de Heere is een rijk op zichzelf te midden van de rijken van deze wereld, en zal nog blijven voortduren, wanneer al de overige reeds zijn te gronde gegaan. Maar zoals Israël zich dikwijls met de heidenen gelijkstelde en zijn zelfstandigheid verloor, zo heeft de Christelijke Kerk door uit-en inwendige verdorvenheid meermalen het voorrecht verloren, dat haar hier beloofd wordt en dat daarom evenzeer een vermaning als een profetie is.
KruisverwijzingenGenesis 13:16→Psalmen 37:37→Psalmen 116:15→Genesis 28:14→Openbaring 14:13→2 Korinthe 5:1→1 Korinthe 15:53→2 Petrus 1:13→— Wie zal het stof van Jakob tellen, en het getal, ja, het vierde deel van Israel? Mijn ziel sterve den dood der oprechten, en mijn uiterste zij gelijk het zijne!
Wie zal het stof van Jakob tellen; wie kan, nadat Abrahams nakomelingschap werkelijk geworden is, als het stof van de aarde (Genesis 13:16; 28:14), er nog aan denken het getal van dit volk te bepalen, hoewel het nu van deze hoogte tenminste nog te overzien is? en wie zou het mogelijk zijn het getal, ja, ook slechts het vierde deel van Israël 1) aan te geven? Mijn ziel sterft, wanneer mijn levenstijd is voorbijgegaan, de dood van de oprechten, zo’n dood, als deze rechtvaardigen, de leden van dit door God gezegende volk die kunnen hebben, en mijn uiterste zij zoals het zijne, 2) zoals dat van Israël, dat na een leven in het bezit van de openbaringen van God, in het genot van de vergeving van zonden, onder de tucht van de in zijn midden werkende Heilige Geest, en in het uitzicht op een heerlijke, zalige toekomst zijn ogen in vrede kan sluiten en zich graag tot zijn vaderen laat verzamelen.
Bileam wijst verder op de vervulling van de belofte aan de aartsvaderen gedaan, om daarmee te wijzen op de zegen, die het van God ontvangt. Dat hij hier spreekt van een vierde deel, komt, omdat Israël in vier delen was ingedeeld.
Bij deze woorden heeft wel een voorgevoel van het einde, dat hij daarna nam (hoofdstuk 31:8), en dat de Engel met het zwaard (hoofdstuk 22:22 vv.) hem reeds dreigend voor de geest gesteld had, het hart van de ziener vervuld. Dat zijn verlangen naar een zalig einde, zoals de krachtige werking van de Heilige Geest op dat ogenblik hij hem opwekte, niet de vrucht gehad heeft, dat hij van zijn valse wegen terugkeerde en van zijn onreinheid gezuiverd werd, kan ons, na de ervaringen, die wij ook elders kunnen maken, niet bevreemden. Men vindt dikwijls grote tegenspraak, men vindt dienaren van het Woord, die met bijzondere gaven toegerust zijn en de rechte leer verkondigen, maar wier wandel niet die van de gelovigen, soms zelfs zeer ergerlijk is. Men verklaart dit in de regel, door zulke mannen huichelaars te noemen, en wanneer het bij hen tot een diepe val en tot een verschrikkelijk einde komt, veroordeelt men hun vroegere zo krachtige en indringende predikaties als leugen en huichelarij, alsof hun getuigenissen van de genade van God in Christus en van de zaligheid van Zijn gemeenschap niets dan holle woorden waren zonder enige ervaring. Deze opvatting is meestal vals. Zij hebben wel aan hun hart ervaren, welke de werkingen van de Heilige Geest zijn en iets gevoeld van de gemeenschap van de Heere; de trek naar God, de begeerte Hem geheel toe te behoren, is hun geen vreemde zaak geweest; ja zij waren misschien op de weg tot het hemelrijk reeds verre voortgegaan; maar zij hebben hun vlees niet gekruisigd, hun lievelingszonde niet opgeofferd, hun zwakke plaatsen niet bevestigd, en zo zijn zij uit hun eigen vastigheid uitgevallen (2 Petr.3:17 Hebr.6:4 vv.). Dergelijke zaken ontmoeten wij ook bij anderen, die geen dienaars van het Goddelijk woord zijn; het is opmerkelijk, hoe nabij menigeen aan de kennis van de waarheid en aan het geloof in Christus geweest is, die wij nu slechts als een loochenaar en spotter kennen; het is merkwaardig, hoe vaders en moeders, die voor zichzelf aan het geloof schipbreuk geleden hebben, toch hun kinderen tot gebedsoefeningen en tot waarneming van de godsdienst dringen, en hen het liefst door mannen of vrouwen laten opvoeden, waarvan zij weten, dat hun opvoeding een beslist Christelijke is. Bij karakters als van deze laatsten openbaart zich het ongeloof met een zekere weemoedigheid gepaard; zij hebben voor zichzelf alle hoop op de zaligheid en de vrede van het eenvoudig kinderlijk geloof verloren, en houden zich op grond van het woord (2 Thess.3:2), om zo te zeggen voor gepredestineerd tot ongeloof; toch beklagen zij hun lot, dat nu, zoals zij menen, niet meer te veranderen is. Iets van deze weemoed zien wij hier in Bileam. Later toch is hij geheel iemand van die soort, die, daar zij zelf niet zalig worden, ook anderen niet willen laten zalig worden en hen trachten op duivelse wijze te verleiden en te verderven (zie Nu 24.25)
Menigeen wenst, evenals Bileam, de dood van de oprechten te sterven, wenst voor zich de dood, zoals die van Gods volk, maar men wil niet leven met hen. Hoe zult gij in geloof sterven, als gij in werelddienst blijft leven, hoe de hemel beërven, gij, die als een kind van de hel hebt geleefd? Kiest u heden, wie gij dienen wilt!
Duidelijk blijkt hieruit, dat hij Israël een volk van oprechte, in de zin van rechtvaardige noemt en schat. Bileam weet, dat het een volk is, wiens God recht is en heilig, en die daarom ook Zijn volk tot een rechtvaardig en heilig volk wil maken. Het is waar, dit kon niet van geheel Israël gezegd worden, maar toch te allen tijde heeft de Heere onder Israël, onder hen, die tot het volk van de Heere, in uitwendige zin, behoorden, Zijn volk, in geestelijke zin, gehad. Dat volk weet hij dus zó gezegend, dat hij graag met hen sterven wil, delen wil in de zalige gevolgen van hun leven hier en hier namaals, in de zalige gevolgen van tot het volk van God te behoren. Bileam is hier het beeld van hen, die wel met Gods volk willen sterven, maar niet met dat volk willen leven.
I. Vs. 11-24.KruisverwijzingenHebreeën 6:18→Romeinen 11:29→1 Samuël 15:29→Maleachi 3:6→Titus 1:2→Jakobus 1:17→Habakuk 2:3→Lukas 21:33→ — Toen zeide Balak tot Bileam: Wat hebt gij mij gedaan? Ik heb u genomen, om mijn vijanden te vloeken; maar zie, gij hebt hen doorgaans gezegend! Hij nu antwoordde en zeide: Zal ik dat niet waarnemen te spreken, wat de HEERE in mijn mond gelegd heeft? Toen zeide Balak tot hem: Kom toch met mij aan een andere plaats, van waar gij hem zult zien; gij zult niet dan zijn einde zien, maar hem niet ganselijk zien; en vervloek hem mij van daar! Alzo nam hij hem mede tot het veld Zofim, op de hoogte van Pisga; en hij bouwde zeven altaren, en hij offerde een var en een ram op elk altaar. Toen zeide hij tot Balak: Blijf hier staan bij uw brandoffer, en ik zal Hem aldaar ontmoeten. Als de HEERE Bileam ontmoet was, zo legde Hij het woord in zijn mond, en Hij zeide: Keer weder tot Balak, en spreek alzo. Toen hij tot hem kwam, ziet, zo stond hij bij zijn brandoffer, en de vorsten der Moabieten bij hem. Balak nu zeide tot hem: Wat heeft de HEERE gesproken? Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Sta op, Balak, en hoor! Neig uw oren tot mij, gij, zoon van Zippor! God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken? Zie, ik heb ontvangen te zegenen; dewijl Hij zegent, zo zal ik het niet keren. Balak, zeer ontevreden over het woord van de ziener wil beproeven of het hem lukken zal, door verandering van plaats, een Godswoord te verkrijgen, dat meer overeenkomstig zijn wensen is; hij voert daarom Bileam op het zogenaamde dal van de wachters boven op de hoogte van Pisga, van waar men slechts een gedeelte van het Israëlitische leger kan zien. Na dezelfde offeranden als vroeger, gaat Bileam weer op tekenen uit. De Heere ontmoet hem weer en legt hem Zijn woord in de mond. De tweede voorzegging, welke hij daarop verkondigt, prijst de genade, waarin Israël staat en zijn onbedwingbare macht; het is een volk, dat tot heiligheid geroepen is, en niet, zoals de andere volken, een dat voor het gericht wordt bewaard; want de Heere, zijn God regeert als Koning over hem, en zijn vertrouwen op het erfelijk bezit van het beloofde land berust niet op waarzeggerij of verklaring van natuurtekenen, maar op een vast profetisch woord; daarom is ook zijn vreugde zo groot en het vertrouwen op de overwinning zo onwankelbaar; in deze kracht zal het met leeuwensterkte al zijn vijanden bedwingen.
KruisverwijzingenNumeri 24:10→Numeri 22:11→Nehemia 13:2→Numeri 22:17→Psalmen 109:17→Numeri 23:7→— Toen zeide Balak tot Bileam: Wat hebt gij mij gedaan? Ik heb u genomen, om mijn vijanden te vloeken; maar zie, gij hebt hen doorgaans gezegend!
Toen zei Balak verdrietig tot Bileam: Wat hebt gij mij gedaan? Ik heb u genomen om mijn vijanden te vervloeken, maar zie, gij hebt hen doorgaans voortdurend gezegend, zodat ik niets anders gehoord heb.
KruisverwijzingenNumeri 22:38→Spreuken 26:25→Titus 1:16→Numeri 24:13→Numeri 23:20→Numeri 23:26→Numeri 22:20→Romeinen 16:18→— Hij nu antwoordde en zeide: Zal ik dat niet waarnemen te spreken, wat de HEERE in mijn mond gelegd heeft?
Hij nu antwoordde en zei: Zal Ik hoe graag ik ook aan uw wensen voldeed, dat niet waarnemen te spreken, wat de HEERE in mijn mond gelegd heeft? Ik kan niet anders, daar ik sta onder de macht van de Geest van God.
Kruisverwijzingen1 Koningen 20:28→Psalmen 109:17→Jozua 24:9→Numeri 22:41→Micha 6:5→1 Koningen 20:23→Jakobus 3:9→— Toen zeide Balak tot hem: Kom toch met mij aan een andere plaats, van waar gij hem zult zien; gij zult niet dan zijn einde zien, maar hem niet ganselijk zien; en vervloek hem mij van daar!
Toen zei Balak tot hem, niet begrijpende, wat die macht van de Geest was, maar menende, dat Bileam te zeer getroffen was door de menigte volk, die hij zag, dan dateen vloek zou durven uitspreken: Kom toch met mij op een andere plaats, van waar gij hem zien zult; gij zult niet dan zijn einde, het uiterste van het leger zien, 1) maar hem niet geheel in zijn gehele uitgebreidheid zien, 2) en vervloek hem mij van daar.
Beter: Gij ziet niet dan het einde. Dit slaat terug op het laatste vers van het vorige hoofdstuk. Balak was van mening, dat, omdat Bileam wel een gedeelte van het volk zag, maar niet het gehele volk, hij het volk ook niet had kunnen vloeken. Daarom brengt hij hem naar een andere plaats, waar hij Israël in zijn geheel, zonder enige beperking, kan zien, in de hoop, dat dan de vloek zal kunnen worden uitgesproken.
Dit moet dan ook zijn: maar gij ziet hem niet geheel.
KruisverwijzingenNumeri 23:1→Jesaja 1:10→Deuteronomium 3:27→Numeri 21:20→Hosea 12:11→Deuteronomium 34:1→Numeri 23:29→Jesaja 46:6→— Alzo nam hij hem mede tot het veld Zofim, op de hoogte van Pisga; en hij bouwde zeven altaren, en hij offerde een var en een ram op elk altaar.
Alzo nam hij hem mee tot het veld Zofim (= van de wachters), zo genoemd naar de wachters, die men in tijden van gevaar daar plaatste, op de hoogte van Pisga, 1) dezelfde hoge vlakte, waar de kinderen van Israël aankwamen, toen zij van Ramoth waren vertrokken (hoofdstuk 21:20 33:47) een weinig ten westen van de Nebo, en hij bouwde hier, evenals vroeger op de hoogte van Baäl (vs.1 vv.) zeven altaren en hij offerde een var en een ram op elk altaar.
Van hier had men een ruime blik op de velden van Moab, zodat Israël als voor hem lag, en hij zijn tenten kon aanschouwen.
KruisverwijzingenNumeri 23:3→Numeri 22:8→— Toen zeide hij tot Balak: Blijf hier staan bij uw brandoffer, en ik zal Hem aldaar ontmoeten.
Toen zei hij, Bileam, tot Balak: Blijf hier staan bij uw brandoffer, en ik zal heengaan naar een eenzame plaats, en ik zal Hem aldaar ontmoeten; 1) ik zal de Heere ondervragen en Hij zal mij Zijn antwoord niet onthouden.
Dit woord wordt in het bijzonder gebruikt door de waarzeggers, wanneer zij bedoelen dat zij uitgaan op een openbaring van God, of van de afgoden.
KruisverwijzingenNumeri 23:5→Numeri 22:35→Numeri 24:1→— Als de HEERE Bileam ontmoet was, zo legde Hij het woord in zijn mond, en Hij zeide: Keer weder tot Balak, en spreek alzo.
Als de HEERE Bileam ook nu weer ontmoet was (vs.4), zo legde Hij het woord in zijn mond, dat hij voor Balak spreken moest (vs.19 vv.), en Hij zei: Keer terug tot Balak en spreek, zoals Ik u thans bevolen heb.
Kruisverwijzingen1 Samuël 3:17→Numeri 23:26→Jeremia 37:17→— Toen hij tot hem kwam, ziet, zo stond hij bij zijn brandoffer, en de vorsten der Moabieten bij hem. Balak nu zeide tot hem: Wat heeft de HEERE gesproken?
Toen hij, Bileam, tot hem, tot Balak, kwam, ziet, zo stond hij bij zijn brandoffer, en de vorsten van de Moabieten bij hem; zo nauwkeurig nam hij alle vormen inacht, om een gewenste uitslag te verkrijgen (vs.6). Balak nu, vol van gespannen verwachting, zei tot hem: Wat heeft de HEERE gesproken? Is Zijn antwoord ditmaal geweest, zoals ik het van u verlang?
KruisverwijzingenRichteren 3:20→— Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Sta op, Balak, en hoor! Neig uw oren tot mij, gij, zoon van Zippor!
Toen hief hij, de ziener, zijn spreuk op en zei, de woorden van God plechtig inleidende: Sta op, Balak, om opmerkzaam te luisteren, en hoor! neig uw oren tot mij, gij zoon van Zippor!
KruisverwijzingenHebreeën 6:18→Romeinen 11:29→1 Samuël 15:29→Maleachi 3:6→Titus 1:2→Jakobus 1:17→Habakuk 2:3→Lukas 21:33→— God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken?
Wat verwacht gij, dat mijn woord anders dan tevoren luiden zou? a) God is geen man, dat Hij liegen zou, noch een mensenkind, dat het Hem berouwen zou! 1) Zou Hij het zeggen en niet doen? of spreken en niet bestendig maken? Geef daarom alle hoop op, dat Zijn raadsbesluiten zouden veranderd worden.
1 Samuel. 15:29 Jak.1:17
Hiermee wordt Balaks verwachting terstond de bodem ingeslagen. Hij had gehoopt, dat de Heere Zijn zegen van zo-even zou terugnemen, en nu hoort hij dat God onveranderlijk is van raad. Dat Hij niet is als het mensenkind, maar dat Hij, wat Hij eenmaal gesproken heeft, ook bevestigt. Duidelijk doet Bileam hier uitkomen, dat de onveranderlijkheid van Gods raadsbesluit ligt in de onveranderlijkheid van Zijn Wezen.
De Heere is niet als Bileam, die eerst weigert mee te gaan en zich daarna door aanbieding van eer en geld laat meetrekken.
KruisverwijzingenGenesis 22:17→Numeri 22:12→Genesis 12:2→Romeinen 8:38→Jesaja 43:13→Numeri 22:18→1 Petrus 1:5→Johannes 10:27→— Zie, ik heb ontvangen te zegenen; dewijl Hij zegent, zo zal ik het niet keren.
Zie, ik heb ontvangen te zegenen; God heeft mij zo’n woord in de mond gelegd; omdat Hij zegent, zo zal, zo kan ik het niet keren, want ik sta onder de macht van deze onveranderlijke, waarachtige en getrouwe God.
KruisverwijzingenJeremia 50:20→Exodus 29:45→Romeinen 4:7→Romeinen 8:1→Jesaja 41:10→Psalmen 46:7→Psalmen 32:5→Mattheüs 1:23→— Hij schouwt niet aan de ongerechtigheid in Jakob; ook ziet Hij niet aan de boosheid in Israel. De HEERE, zijn God, is met hem, en het geklank des Konings is bij hem.
Hij schouwt niet aan, Hij bemerkt niet de ongerechtigheid in Jakob, ook ziet hij niet aan, wordt Hij niet gewaar de boosheid in Israël, 1) de ellende van de zonde als overal elders op de aarde. Dat heeft daarin zijn reden, dat een heilig God in Jakob woont, die de zonde door Zijn genademiddelen uitroeit. De HEERE, zijn God is met hem, de Heere heeft Zich aan dit volk ten eigendom gegeven, dat Hij hun God wil zijn, en het geklank, het trompetgeschal van de koning is bij hem; niet alleen heeft de Heere Zich aan dit volk tot God, maar ook tot Koning gegeven, die het met groter vreugde tegenjuicht, dan enig volk zijn zichtbare koning heeft tegengejubeld.
Hiermee geeft Hij Bileam de reden aan, waarom hij Israël moet zegenen, waarom God geen vloek op zijn lippen kan leggen, nl. Hij schouwt geen ongerechtigheid in Jakob, ook ziet hij geen boosheid in Israël. Dit betekent niet, dat hij in de enkele persoon van Israëls volk geen ongerechtigheid of boosheid ziet, maar in Israël als volk gedacht, uitverkoren uit alle andere volken door de Heere, om Zijn Naam te bewaren, en met het Heiligdom in Zijn midden, waarbij en waarin de ongerechtigheid van het volk werd uitgedelgd. Dit wordt duidelijk gezegd in het tweede gedeelte van dit vers, waar het luidt: De Heere, zijn God, is met hem, en het geklank van de koning, d.i. het geklank hierover, dat de Heere zijn Koning is, is bij hem.
Onder de “andere geschriften,” waarvan in 2 Petr.3:16 gesproken wordt, zou ook wel deze tekst genoemd kunnen worden. De Heere heeft nooit de zonden van Zijn volk gering geacht, maar die integendeel zwaar gestraft. Juist deze woorden getuigen tegen hen, die met dit “er staat geschreven” hun kwaad verontschuldigen en hun geweten in slaap wiegen. De woordschikking in onze vertaling geeft enige aanleiding tot zo’n verkeerde opvatting. De woorden jybh en har betekenen beide “zien, opmerken”; Nna “ijdelheid,” “afgoderij” terwijl lme “harde arbeid”, “ellende” betekent, zodat de woordelijke vertaling is: “Men aanschouwt geen afgoderij in Jakob, en men ziet geen ellende in Israël.” Die woorden hebben deze zin: Israël heeft zich niet, zoals vroeger, aan ongerechtigheden schuldig gemaakt, zodat de Heere het in de hand van Zijn vijanden zou overgeven; het is niet te zien, er is geen enkel teken op te merken, dat Jehovah het aan ellende zou overgeven als straf voor de zonde.” Hiermee geeft Bileam de reden aan, waarom hij het volk niet vloeken kan, terwijl de oorzaak van die tegenwoordige reinheid in de volgende woorden wordt aangegeven: “De Heere, zijn God is met hem”.
KruisverwijzingenNumeri 24:8→Deuteronomium 33:17→Psalmen 22:21→Job 39:9→Psalmen 68:35→Psalmen 92:10→Exodus 20:2→Numeri 22:5→— God heeft hen uit Egypte uitgevoerd; zijn krachten zijn als van een eenhoorn.
God, de sterke en almachtige God, tegen Wie de wereld niets vermag, heeft hen uit Egypte ugevoerd, en zal, net zo min als Farao met zijn ruiters Hem kon terughouden, door enige menselijke tegenstand van Zijn voornemen wordenafgebracht, om Israël in het beloofde land te leiden. Zijn, Israëls, krachten zijn, daar het op zo’n leidsman vertrouwt, als de krachten van een eenhoorn, 1) van een wild dier, dat met zijn hoornen alles neerstoot (zie “De 33.17). Laat daarom, o Balak! de gedachte varen, alsof gij dat volk zou kunnen slaan en uit het land verdrijven.
Hebreeuws Mak is de naam van een slang, vlug, gehoornd eut.33:7 Psalm. 92:11), wild en woest (Psalm. 22) dier, dat tegelijk met de os (Jesaja 34:7 Job 39:9,10) en met kalveren (Psalm. 29) genoemd wordt. Het is twijfelachtig welk dier het geweest is. Er zijn voornamelijk drie meningen: 1. LXX en Vulgata vertalen mosokerwv, unicornis, eenhoorn.” Plinius en vele van de lateren, die in het oosten gereisd hebben, getuigen, dat er zo’n dier was gelijk aan een paard en aan het voorhoofd een hoorn dragende. Dit was echter reeds oudtijds in Egypte en andere Palestina aangrenzende landen zeldzaam. 2. Bochart (Hieroz.II.335) en Rosenmuller menen, dat hier de wilde en ontembare gazel of antilope genoemd is. Van deze mening zijn bijna alle nieuwere uitleggers, in navolging van Schultens, afgegaan. 3. Anderen hebben gemeend, dat hier de buffel bedoeld is, vooral omdat Job 39:13 gezegd wordt, dat de Mak niet met de ploeg als een os kan verbonden worden, en hij toch op andere plaatsen tezamen met de os genoemd wordt.
KruisverwijzingenJozua 13:22→Numeri 22:6→Mattheüs 12:27→Numeri 24:1→Lukas 10:18→Micha 6:4→Handelingen 15:12→Handelingen 4:16→— Want er is geen toverij tegen Jakob noch waarzeggerij tegen Israel. Te dezer tijd zal van Jakob gezegd worden, en van Israel, wat God gewrocht heeft.
Want er is geen toverij tegen Jakob, noch waarzeggerij tegen Israël. In deze tijd, in deze dagen zal van Jakob gezegd worden en van Israël wat God gewrocht heeft. 1) De Heere zal zo grote wonderen doen in deze dagen, om Zijn volk te zegenen, dat men deze overal verhalen zal, evenals de wonderen die God deed bij de uitleiding uit Egypte.
Of: Want er is geen toverij in Jakob, noch waarzeggerij in Israël-met zulke bedrieglijke zaken houdt zich dit volk niet op-ter rechter tijd wordt aan Jakob gezegd en aan Israël, wat God doet. De betekenis is dan, dat Israël niet door waarzeggerij of toverij komt te weten, wat Gods wil is, maar door onmiddellijke openbaring, uit kracht van de betrekking tussen de Heere en Zijn volk. Tussen toverij en waarzeggerij (augurium en divinatio) is dit verschil, dat onder het eerste verstaan wordt, het zoeken naar de wil van de goden, door acht te geven op natuurverschijningen, vogelgeschrei enz.; onder het tweede, het doen voorkomen, alsof de Godheid uit en door degene, die zich voor waarzegger uitgeeft, spreekt.
KruisverwijzingenGenesis 49:9→Genesis 49:27→Amos 3:8→Micha 5:8→Spreuken 30:30→Zacharia 10:4→Nahum 2:11→Openbaring 19:11→— Zie, het volk zal opstaan als een oude leeuw, en het zal zich verheffen als een leeuw; het zal zich niet neerleggen, totdat het den roof gegeten, en het bloed der verslagenen gedronken zal hebben!
Zie, daarom zal het ook geschieden, zoals voorzegd is (Genesis 49:9): het volk zal, terwijl het nu spoedig Kanaän intrekt, opstaan als een oude leeuw, 1) die aan oorlogen en overwinnen gewoon is, en het zal zich verheffen als een leeuw, die met jeugdige moed uitgaat op de buit; het zal zich niet neerleggen, totdat het de roof gegeten en het bloed van de verslagenen gedronken zal hebben, 2) het zal niet eerder rust nemen in het beloofde land, totdat het de volken aldaar zal vernietigd hebben, en niet eerder aan het doel van zijn geschiedeniszijn, voordat alle geslachten van de aardbodem hem ingelijfd zijn.
Ook: zie Ge 49.9. Wat Jakob van Juda heeft voorspeld, dat past Bileam hier op heel Israël toe. Niet onduidelijk straalt hierin voor de stam van Juda tevens een profetie door, dat de zaak van geheel Israël Zijn zaak is en zal zijn. Moab weet nu tevens, dat het niets zal vermogen tegen het volk van de Heere.
Dat Bileam in deze voorzeggingen, hoewel niet naar de gesteldheid van zijn hart, onder de profeten te rekenen is, die door Gods Geest geïnspireerd werden, bewijst niet alleen de wijze, waarop de profeten van Israël zijn woord als onmiddellijk Gods Woord gebruiken, en zich daarop beroepen (1 Samuel 15:22 Hab.1:13 ), maar ook de goddelijke waarheid en ondoorgrondelijke diepte van de door hem uitgesproken gedachten; in zijn zegenen van Israël, prijst hij nog heden de heerlijkheid van de gemeente van het Nieuwe Verbond; het vindt in deze eerst zijn volle verklaring. “Wat in vs.23 van Israël gezegd wordt, dat geldt voor de kerk van alle tijden; dat geldt ook voor ieder gelovige in het bijzonder. De gemeente van God weet uit Zijn Woord, wat God doet en wat zij dien ten gevolge te doen heeft. De toverij en waarzegging heeft betrekking op de wijsheid van deze wereld, welke de gemeente van God niet nodig heeft, daar zij Zijn Woord bezit, terwijl deze wijsheid haar eigen vrienden in de afgrond voert, daar zij niet in staat is, de wil van God te begrijpen. Deze duidelijk en zeker te kennen is het grote voorrecht waarover de gemeente van God zich verheugt.
Wie staan daar met onheilspellende blik op een eenzame rots, om als een roofdier op zijn slapende prooi, op dat leger neer te zien? Het is Balak, die van een vervloeking meer hulp dan van een geheel leger verwacht; het is Bileam, voor geld tot alles bereid, wat Israël tot verderf kan slepen. De kinderen van Moab en Midian over u Israël! maar nee, de Wachter van Israël slaapt niet en sluimert niet! Daar stijgt reeds de altaarvlam op, waarbij de vloekprofeet bidt, dat God zijn wens zal verhoren; daar ontsluit hij de mond, om naar Balaks hart te spreken; maar hoe, Beors zoon, wat is dit? Werkelijk begint de stroom van de profetische rede te vloeien, maar al wat hij kan spreken is-zegen. In de heerlijkste orakelspreuken verheft hij zijns ondanks de roem, de afkomst, de talrijkheid, het geluk van Israëls volk. Merkt het op, hoe hij, niet omdat hij wil, maar omdat hij moet, zegening op zegening stapelt. O, wel mocht een betere dan deze profeet, van het volk van de Heere getuigen (Jesaja 54:17): “elk instrument, dat tegen u bereid wordt, zal niet gelukken;” en wederom zegt een ander profeet (Hos.14:6): “Ik zal Israël zijn als de dauw, hij zal bloeien als de lelie, en zijn wortels zoals de Libanon uitslaan.” Indien de zoon van Beor uit zijn onbekende grafplaats kon opstaan, gelooft gij ook niet, dat hij van verbazing buiten zichzelf zou wezen, indien hij over heel de aarde nog altijd datzelfde kroost van Abraham terugvond, na eeuwenlange en weergaloze vervolgingen nu nog talrijker dan in zijn dagen geworden, en waarvan zelfs een ongelovige koning uit de vorige eeuw, Frederik de Grote, moest verklaren: “de geschiedenis heeft mij geleerd, dat men dit volk nooit kan verdrukken, zonder dat men zelf vroeg of laat weer verdrukt wordt?” Ja, welgelukzalig zijt gij, Israël, wie is u gelijk, gij zijt een volk, verlost van de Heere. Maar geldt dat woord ook u en mij niet, zo velen wij door het geloof in de Heere behoren tot het volk van Gods eigendom? Immers, het valt u weer vanzelf in het oog, wat Bileam van Israël zegt, het is ten volle op de gemeenten van de verlosten toepasselijk, die Gods eigen Zoon zich tot prijs van Zijn eigen bloed heeft gekocht. Hebt gij u door die Heere laten leiden uit het harde diensthuis van de zonde, gij zijt dan met hoger weldaden dan Bileam roemde, met Gods geestelijke en eeuwige zegeningen in de Zoon van Zijn liefde bevoorrecht. Nog woont dat volk van de Heere, als Israël, in zeker opzicht, alleen, schoon overal verspreid in de wereld, en het wordt niet met enig ander vermengd. Maar nog geldt het ook van hen (Numeri. 24:5): “zoals de beken breiden zij zich uit, als de hoven aan de rivieren geplant.” Ja, leven, blijdschap en vruchtbaarheid is het deel van allen, die in waarheid Gods kinderen zijn, en evenals de ceder, door Bileam mede vermeld, blijft groenen in het barste seizoen, zonder dat zelfs zijn hout is blootgesteld aan de tand van het vraatzuchtig gewormte, zo draagt de Christen het beginsel in zich van een hoger, onverderfelijk leven. Geen wonder ook, hij is als Gods kind en erfgenaam aangenomen. “Welgelukzalig het volk, wiens God de Heere is, het volk, dat hij zich tot erfgoed verkoren heeft”
II. Vs. 25KruisverwijzingenPsalmen 2:1→ — Toen zeide Balak tot Bileam: Gij zult het ganselijk noch vloeken, noch geenszins zegenen. -Hoofdstuk 24:9. Na deze tweede zegeningen staat Balak reeds gereed met Bileam te breken; doch bedenkt hij spoedig iets anders; hij leidt de ziener op een derde punt, op de hoogte van de berg Peor. Hier worden dezelfde offers als op de beide vorige plaatsen gebracht, doch Bileam gaat niet weer op Auguriën uit. De Geest van God komt nu met zo grote kracht over hem, dat hij, in een toestand van verrukking en op zijn knieën neergezonken, de derde voorzegging doet met een blik, waarin Israëls toekomt zich opent als de inhoud van een opengeslagen boek. Hij getuigt van de zich ver uitbreidende, liefelijke woningen van dit door God gezegend volk in het land van zijn erfenis en van de volheid van zegeningen, die het geniet, maar ook van het machtige en heerlijke koninkrijk, waartoe het zich ontwikkelen zal, van de roemrijke overwinningen, die het onder zijn koningen over de heidenen zal behalen en van de heerlijke vrede en de veilige rust, die het daarna genieten zal.
KruisverwijzingenPsalmen 2:1→— Toen zeide Balak tot Bileam: Gij zult het ganselijk noch vloeken, noch geenszins zegenen.
Toen zei Balak, zeer teleurgesteld en vertoornd, tot Bileam: Gij zult in het geheel noch vloeken, noch geenszins zegenen. 1)
Hiermee, dit komt in de grondtekst duidelijk uit, legt Balak Bileam het zwijgen op. Hij zal het volk noch vloeken, noch zegenen.
KruisverwijzingenNumeri 22:18→Numeri 23:12→1 Koningen 22:14→Numeri 24:12→Numeri 22:38→Handelingen 5:29→Handelingen 4:19→2 Kronieken 18:13→— Doch Bileam antwoordde en zeide tot Balak: Heb ik niet tot u gesproken, zeggende: Al wat de HEERE spreken zal, dat zal ik doen?
Doch Bileam antwoorde en zei tot Balak: Heb ik niet tot u gesproken, dadelijk bij onze ontmoeting (hoofdstuk 22:38) zeggende: Al wat de HEERE spreken zal, dat zal ik doen? Wat God mij ingeeft, zal ik uitspreken (hoofdstuk 22:20).
KruisverwijzingenJesaja 14:27→Numeri 23:19→Romeinen 11:29→Jesaja 46:10→Spreuken 21:30→Maleachi 3:6→Spreuken 19:21→Numeri 23:13→— Verder zeide Balak tot Bileam: Kom toch, ik zal u aan een ander plaats medenemen; misschien zal het recht zijn in de ogen van dien God, dat gij het mij van daar vervloekt.
Verder zei Balak tot Bileam, zijn toorn stillende en nog iets anders bezinnende, dan hij eerst (vs.25) gezegd had: Kom toch, ik zal u aan een andere plaats meenemen; misschien zal het recht zijn in de ogen van die God, dat gij het mij van daar vervloekt, wanneer ik voor de derde maal offers zal gebracht hebben. 1)
De heidenen geloofden van hun goden, dat zij door voortgezette offeranden en godsdienstige oefeningen tot andere gedachten konden gebracht worden en tot meer gunstige tekenen en uitspraken bewogen; wat van andere goden gold, meende Balak, zou ook met de God van Israël het geval zijn.
KruisverwijzingenNumeri 21:20→Psalmen 106:28→— Toen nam Balak Bileam mede tot de hoogte van Peor, die tegen de woestijn ziet.
Toen nam Balak Bileam mee in noordwestelijke richting, tot de hoogte van Peor 1) (hoofdstuk 25:3), die tegen de woestijn ziet, die een vrij uitzicht op het veld van Moab, waar de kinderen van Israël gelegerd waren, verschaft (hoofdstuk 22:1).
Peor is een van de toppen van het noordelijk gedeelte van het Abarimgebergte. Van hier had Bileam een nog ruimere blik op het leger van Israël en was het ook dichterbij. Voor de derde maal zal hij het nu beproeven, maar even beschaamd uitkomen, omdat alle vijandelijke machten tegen Israël niets zullen kunnen doen.
KruisverwijzingenNumeri 23:1→— En Bileam zeide tot Balak: Bouw mij hier zeven altaren, en bereid mij hier zeven varren en zeven rammen.
En Bileam zei tot Balak, om ook hier de koning te bewijzen, dat hij van zijn zijde niets verzuimde, wat volgens zijn mening tot het doel kon leiden. Bouw mij hier zeven altaren, zoals op de beide andere plaatsen (vs.1,14), en bereid mij hier zeven varren en zeven rammen.
— Balak nu deed, gelijk als Bileam gezegd had; en hij offerde een var en een ram op elk altaar.
Balak nu deed zoals Bileam gezegd had; en hij offerde een var en een ram op elk altaar (vs.2,14).
Nog meende Balak, volgens het bijgeloof van die dagen, dat er mogelijk iets ongelukkigs was in de plaats, dat Bileams gebeden vruchteloos maakte, die misschien ergens anders gunstiger zouden verhoord worden. Zo meenden de Syriërs (1 Kon.20:23,28), dat sommige goden machtig waren in het gebergte, terwijl zij op het vlakke veld niets konden doen. Zo schijnt Balaks verbeelding geweest te zijn, dat sommige goden meer behagen schepten in de ene heuvel dan in de andere. Ook in de Roomse kerk heerst nog hetzelfde bijgeloof, daar de lieve vrouw (= Maria) en het kruisbeeld van de ene plaats voor meer vermogend gehouden wordt en daarom ook meer bezocht is dan van de andere. De bijgelovige mensen waren niet minder zorgvuldig, om een gelukkige dag, dan om ene gelukkige plaats te verkiezen. Daar van de tijd van de offeranden niet gemeld is, en het niet waarschijnlijk is, dat deze allen op één dag plaatsgehad zullen hebben, heeft Balak zeker ook dag en uur gekozen, die hij voor gelukkiger hield dan de vorige.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Numeri 23
Numeri 23:10.KruisverwijzingenGenesis 13:16→Psalmen 37:37→Psalmen 116:15→Genesis 28:14→Openbaring 14:13→2 Korinthe 5:1→1 Korinthe 15:53→2 Petrus 1:13→
— Wie zal het stof van Jakob tellen, en het getal, ja, het vierde deel van Israel? Mijn ziel sterve den dood der oprechten, en mijn uiterste zij gelijk het zijne!
Wij die geen zinnelozen zijn, weten dat al onze kronkelende paden naar het graf leiden. Een zeker koning van Frankrijk die wel in de dood geloofde, verbood dat er in zijn tegenwoordigheid ooit over gesproken werd. “En als ik er ooit bleek uitzie”, zei hij, “dan mag geen hoveling het wagen er, op straffe van mijn ongenoegen, in mijn tegenwoordigheid van te spreken.” Zo volgde hij de dwaze struisvogel na, die naar men zegt zijn kop in het zand verbergt en meent dat hij veilig is voor de vijand die hij niet ziet.
Verstandige mensen, die vooruitzien dat ziel en lichaam op het ogenblik van de dood moeten scheiden, behoren bereid te zijn die gebeurtenis te bedenken, opdat zij erop voorbereid mogen zijn. Wie een lange reis zou ondernemen en voor elke moeilijkheid op de weg zorgde behalve voor één, zou de reis waarschijnlijk zien mislukken. Hebben wij voor het leven gezorgd maar ons niet ook op de dood voorbereid, zijn wij dan geen dwaze reizigers?
Wie van het leven wil genieten en toch de rekenschap over zijn verantwoordelijkheden wil ontwijken waarmee het toneel moet sluiten, is dwaas of arglistig, of beide. Aangezien ieder mens toch als opgeroepene in het leger van de dood moet dienen — of het morgen is of overmorgen of over enkele jaren — behoort het ons daarmee te rekenen, en naarstig te zijn in het vooruit tegemoetkomen van wat hij eist.
Bileam, hoewel een eerloos man, was geen dwaas. Hij had gedachten over de dood. Hij sloot zijn ogen niet voor wat hem niet beviel. Hij geloofde dat hij sterven zou en hij had er begeerten over; en al werden die begeerten nooit verwezenlijkt, hij had genoeg verstand om op de tenten van Gods uitverkoren Israël te staren en uit zijn hart te zeggen: “Mijn ziel sterve den dood der oprechten, en mijn uiterste zij gelijk het zijne!”
Numeri 23:13.Kruisverwijzingen1 Koningen 20:28→Psalmen 109:17→Jozua 24:9→Numeri 22:41→Micha 6:5→1 Koningen 20:23→Jakobus 3:9→
— Toen zeide Balak tot hem: Kom toch met mij aan een andere plaats, van waar gij hem zult zien; gij zult niet dan zijn einde zien, maar hem niet ganselijk zien; en vervloek hem mij van daar!
Het zou een merkwaardig schouwspel zijn de koning van Moab en zijn vorsten met de profeet Bileam de toppen van de steile rotsen te zien beklimmen. Wij zien hen van de bergen neerstaren op het leger in de woestijn, als gieren die uit de hoogte hun prooi bespieden. Daar lagen de stammen in de vallei, onbewust dat er onheil gebrouwen werd en niet in staat het duistere ontwerp te keren, ook al hadden zij het geweten.
De ogen des Heeren zijn gericht op Bileam de huurling en op Balak de zoon van Zippor: zij zullen geheel beschaamd en verward worden. Zij werden in hun listen verijdeld en in hun plannen volkomen verslagen, en dat om één enkele reden: er staat geschreven: “De HEERE is aldaar” (Ez. 48:35). Gods tegenwoordigheid in het midden van Zijn volk is als een vurige muur rondom hen en een heerlijkheid in hun midden. De Heere is hun licht en hun heil; voor wie zouden zij vrezen?
Ook nu heeft God een volk, een overblijfsel naar de verkiezing der genade, dat nog als schapen te midden van wolven woont. Wanneer wij als een deel van de gemeente des Heeren naar onze omgeving zien, dan zien wij veel dat ons zou kunnen verontrusten, want nooit is de satan stil, bij dag noch bij nacht. Als een briesende leeuw gaat hij rond en zoekt wie hij verslinden mag. Ware het mogelijk, hij zou de uitverkorenen verleiden.
Wat dan? Zijn wij verslagen? Volstrekt niet, want diezelfde God die in het midden van de gemeente in de woestijn was, is in de gemeente van deze laatste dagen. Opnieuw zullen haar tegenstanders verslagen worden. Nog zal Hij haar verdedigen, want de Heere heeft Zijn gemeente op een steenrots gebouwd, en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Toen zei Bileam tot Balak, om alles te doen, wat volgens de godsdienstige begrippen van de koning van de Moabieten tot het succes van zijn bedoelingen bevorderlijk kon zijn: Bouw mij hier zeven altaren, en bereid mij hier zeven varren en zeven rammen, 1) die wij de God van Israël ten brandoffer kunnen brengen.
Aan alle gewichtige ondernemingen in de oudheid gingen zekere offers vooraf, in het bijzonder echter werden bezweringen door deze ingeleid; dat nu Bileam juist zeven altaren laat oprichten en even zo veel offers verordent, heeft zijn reden in de heiligheid van dit getal (Genesis 35:26)
Balak nu deed, zoals Bileam gesproken had; en Balak en Bileam offerden een var en een ram op elk altaar. 1)
In oude tijden waren de koningen ook priesters, zoals uit het voorbeeld van Melchizédek blijkt. Doch misschien heeft Balak hier alleen de offeranden aangeboden en Bileam de bediening van priester waargenomen. Het is de vraag, aan wie deze geofferd zijn. Ik onderstel, dat elk van deze twee daarmee een bijzonder inzicht gehad heeft, Balak zijn heer aanroepende en Bileam de Heere biddende, doch waarschijnlijk met zulke bijgelovige plechtigheden, als in gebruik waren onder de dienaars van Baäl. Men kan ook onderstellen, dat Bileam tot Balak gezegd heeft, dat hij niets zonder de Heere, de God van Israël, doen kon, en die koning overreed heeft, om zich bij hem te voegen en de dienst van God, opdat deze mocht bewogen worden, van Israël te wijken. Er is toch geen reden, om te denken, dat Bileam zou gegaan zijn, om de Heere te vragen, wanneer hij aan andere goden geofferd had. Ook uit vs.4 blijkt duidelijk, dat hij God geofferd had, anders zou hij zeker dit niet tot de Heere hebben durven zeggen.
Toen de offeranden op de zeven altaren brandden, zei Bileam tot Balak: Blijf staan bij uw brandoffer en wacht totdat ik terugkom, en ik zal heengaan naar een geschikte plaats, om daar naar tekenen uit te zien: misschien zal deHEERE mij tegemoet komen, misschien zal Hij mij gunstige tekenen geven; en hetgeen Hij wijzen zal, 1) wat Hij mij door die tekenen te verstaan geeft, dat zal ik u bekend maken. Toen ging hij op de hoogte, 2) naar een kale plaats, waar hij een vrij uitzicht had.
Daar het heidendom geen vast profetisch woord had, waardoor men de wil van God duidelijk kon leren kennen, zocht men de wil van zijn goden en de gebeurtenissen van de toekomst langs andere wegen te leren kennen. Men nam zijn toevlucht tot de Auguriën, of tot allerlei vermeende tekenen en gewone natuurverschijningen, gaf acht op de vlucht van de vogels, wachtte op onweer, zag naar een regenboog enz., en de Augurs of waarzeggers, die deze tekenen beschouwden, verklaarden ze naar bepaalde regels van hun kunst (Leviticus. 19:31; 20:6,27); want daar de goden, volgens de voorstellingen van de heidenen, niet buiten de wereld en van haar gescheiden leefden, maar het tijdelijke en begrensde met hun wezen vervuld was, zo lag het voor de hand, de zichtbare en hoorbare gebeurtenissen van de levende en levenloze natuur voor een teken van hun aanwezigheid, en overal, waar men op een bekendmaking van hun wil hoopte, voor een openbaring van deze aan te zien. De handelwijze nu, welke bv. de Romeinse Augurs pleegden te volgen bij het achtgeven op dergelijke tekenen, waarvoor zij zich een verheven plaats kozen, die een vrij uitzicht had en verwijderd was van de menselijke omgeving, was de volgende: “De Augur had het hoofd bedekt, hield zijn kromme staf in de rechterhand en wendde het gezicht naar het Oosten; daarop bad hij, met de blik naar die stad of landstreek gericht, over welke hij wilde waarzeggen, tot de goden en mat met het oog de landstreek af van het Oosten naar het Westen, terwijl hij zich van een voorwerp, recht tegen hem over aan den horizon, bij voorbeeld een boom, een lijn tot zich getrokken dacht. Wat noordelijk van deze in lag, noemde hij de linkerzijde, wat ten zuiden was, de rechter. Dan bad hij tot Jupiter, de oppersten van de goden, dat deze, in zo verre hem datgene, wat men voor had, aangenaam was, binnen de bepaalde grenzen bepaalde tekenen, die de Augur noemde, zou laten verschijnen.” Zoals wij vroeger opmerkten, wil Bileam de Heere dienen onder vele heidense vormen; en zoekt hij ook door middelen als deze te verkrijgen, wat hij nodig heeft, om zijn loon te verdienen; door goochelarijen zoekt hij, wat de Heere niet wil, maar hij heeft zich zeer bedrogen; niet alleen, dat hij niet zeggen kan, wat de Heere hem verbiedt, hij moet ook positief zeggen, wat hem zal worden ingegeven, en hij moet het zeggen, al wilde hij zijn mond sluiten en de tanden samenbijten; dat hij dit moet doen is hem reeds vooraf door de sprekende ezelin verkondigd, zoals wij bij de verklaring van de plaats (hoofdstuk 22:23) gezien hebben.
De zin der woorden: ik zal heengaan, misschien zal de Heere mij tegemoet komen, verklaart zich uit hoofdstuk 24:1: en hij ging niet heen, zoals meermalen, tot de toverijen (Auguriën). Bileam rekende op een openbaring van de Heere, door middel van duidelijke tekenen en natuurverschijningen. Het Woord, dat Jehova hem zou laten zien, zal hij Balak aanwijzen. Hierin wordt dan de voor Bileams godsdienstig standpunt evenzo karakteristieke, als voor het echt geschiedkundig karakter van het verhaal betekenisvolle vermenging van Israëlitische en heidense voorstellingen duidelijk, als Bileam in een natuurlijk teken een openbaring van Jehova te verkrijgen, of te ontdekken hoopt. Omdat het heidendom geen “vast profetisch woord” heeft, zo zoekt het de kennis van de goddelijke Wil en Zijn Raad; die in de menselijke lotsbedeling openbaar wordt in veelvuldige, in de natuur waarneembare tekenen.
In het Hebreeuws Wajelek schèphi. En hij ging op een kale heuvel. Het woord in de grondtekst geeft duidelijk aan, een heuvel, waarop niets het gezicht belemmerde, waarop men een vrij gezicht had. De heidense waarzeggers zochten juist zulke plaatsen uit, om daarop hun toverijen te plegen.
Als God Bileam werkelijk ontmoet was, niet in enig teken van de natuur, dat hij naar welgevallen zou hebben kunnen verklaren, maar in geestelijke werkelijkheid, evenals aan Jakob (Genesis 32:24), zo zei hij tot Hem: Zeven altaren heb ik toegericht en heb een var en een ram op elk altaar geofferd; 1) gij ziet dus, dat ik mijn werk godsdienstig wil volbrengen.
Toen God Bileam ontmoette-want zo is de vertaling duidelijker-maakte hij de Heere opmerkzaam op de altaren met hun brandoffers. Hij achtte dit nodig. De Heere verscheen hem echter niet in een natuurlijk teken, maar op geheel goddelijke wijze.
Toen legde de HEERE het woord, dat hij spreken moest: Wat zal ik vervloeken, die God niet vervloekt enz. (vs.7-10) in de mond van Bileam en zei: Keer terug tot Balak, en spreek aldus voor hem, zoals Ik u thans gezegd heb.
Als hij nu tot hem, tot Balak, tuergkeerde, ziet, zo stond hij nog bij zijn brandoffer, waar Bileam hem (vs.3) geplaatst had, hij en al de vorsten van de Moabieten die hij als getuigen bij het uittrekken uitKiriath Huzzoth (hoofdstuk 22:41) met zich genomen had.
Kennelijk is het zijn doel, om de vloekwoorden van Bileam met offeranden en gebeden te vergezellen, opdat zij een goede uitwerking zullen hebben.
Toen hief hij, aangegrepen door de Geest van de Heere en geheel in diens macht overgegeven, zijn spreuk 1) op, welke de Heere hem (vs.5) opgedragen had, en zei, na een korte inleiding het woord van de Heeresprekende: Uit Syrië 2) heeft mij Balak, de koning van de Moabieten, laten halen, van het gebergte tegen het oosten en zijn bevel is tot mij gekomen, zeggende: Kom, vervloek mij Jakob! en kom, scheld Israël; leg de ban op dat volk, opdat ik het versla en uit mijn land verdrijf.
Spreuk. Dit woord wordt nooit gebruikt voor de voorzeggingen van de ware profeten.
In de grondtekst staat Aram. Het is beter de naam onvertaald te laten blijven, omdat hieronder niet alleen het meer westelijk gelegen Syrië wordt begrepen, maar die landstreek, waaronder ook Mesopotamië wordt begrepen (Syria interamnis). Het gebergte tegen het oosten wil dan ook zeggen: de bergen van Mesopotamië. Het oosten is hier Mesopotamië. Bileam wijst er hier op, hoe hij van de bergen van Mesopotamië geroepen is naar de bergen van Moab, om Jakob te vervloeken en Israël te schelden. Maar in het volgende vers spreekt hij het duidelijk uit, dat de plannen van Balak moeten mislukken, want Jehova heeft hem geen vloekwoord in de mond gegeven, heeft hem geen verlof gegeven, om aan Balaks wensen te voldoen. Integendeel Israël is een volk, dat op bijzondere wijze door de Heere gezegend is.
Wat zal ik vervloeken, die God niet vervloekt? en wat zal ik schelden, waar de HEERE niet scheldt?
Want van de hoogte van de steenrotsen, waarop ik sta, zie ik hem, zie ik hoe talrijk Jakob geworden is, en van de heuvels aanschouw ik hem, hoe hij reeds een sprekend bewijs is van de belofte, die aan de vaderen gegeven is: Ik zal u tot een groot volk maken (Genesis 12:2; 26:4; 28:14); ziet, a) dat volk zal alleen wonen, 1)afgescheiden van de andere volken, en het zal onder de heidenen niet gerekend worden, 2) ook inwendig zal het met de andere volken niets gemeen hebben, maar zijn eigen God en zijn eigen wetten en instellingen hebben (Deut.4:7,8).
Deuteronomium. 33:28
Beter: Dat volk woont alleen. Bileam heeft het oog op het afgezonderd verkeren, het afgescheiden zijn van alle andere volken, maar daarmee ook, dat het een eigen en verkregen volk van de Heere is en blijft.
Deze bestemming is, nadat het vleselijk Israël de raad van God had uitgediend, op het geestelijk Israël, op het volk van het Nieuwe Verbond overgegaan. De gemeente van de Heere is een rijk op zichzelf te midden van de rijken van deze wereld, en zal nog blijven voortduren, wanneer al de overige reeds zijn te gronde gegaan. Maar zoals Israël zich dikwijls met de heidenen gelijkstelde en zijn zelfstandigheid verloor, zo heeft de Christelijke Kerk door uit-en inwendige verdorvenheid meermalen het voorrecht verloren, dat haar hier beloofd wordt en dat daarom evenzeer een vermaning als een profetie is.
Wie zal het stof van Jakob tellen; wie kan, nadat Abrahams nakomelingschap werkelijk geworden is, als het stof van de aarde (Genesis 13:16; 28:14), er nog aan denken het getal van dit volk te bepalen, hoewel het nu van deze hoogte tenminste nog te overzien is? en wie zou het mogelijk zijn het getal, ja, ook slechts het vierde deel van Israël 1) aan te geven? Mijn ziel sterft, wanneer mijn levenstijd is voorbijgegaan, de dood van de oprechten, zo’n dood, als deze rechtvaardigen, de leden van dit door God gezegende volk die kunnen hebben, en mijn uiterste zij zoals het zijne, 2) zoals dat van Israël, dat na een leven in het bezit van de openbaringen van God, in het genot van de vergeving van zonden, onder de tucht van de in zijn midden werkende Heilige Geest, en in het uitzicht op een heerlijke, zalige toekomst zijn ogen in vrede kan sluiten en zich graag tot zijn vaderen laat verzamelen.
Bileam wijst verder op de vervulling van de belofte aan de aartsvaderen gedaan, om daarmee te wijzen op de zegen, die het van God ontvangt. Dat hij hier spreekt van een vierde deel, komt, omdat Israël in vier delen was ingedeeld.
Bij deze woorden heeft wel een voorgevoel van het einde, dat hij daarna nam (hoofdstuk 31:8), en dat de Engel met het zwaard (hoofdstuk 22:22 vv.) hem reeds dreigend voor de geest gesteld had, het hart van de ziener vervuld. Dat zijn verlangen naar een zalig einde, zoals de krachtige werking van de Heilige Geest op dat ogenblik hij hem opwekte, niet de vrucht gehad heeft, dat hij van zijn valse wegen terugkeerde en van zijn onreinheid gezuiverd werd, kan ons, na de ervaringen, die wij ook elders kunnen maken, niet bevreemden. Men vindt dikwijls grote tegenspraak, men vindt dienaren van het Woord, die met bijzondere gaven toegerust zijn en de rechte leer verkondigen, maar wier wandel niet die van de gelovigen, soms zelfs zeer ergerlijk is. Men verklaart dit in de regel, door zulke mannen huichelaars te noemen, en wanneer het bij hen tot een diepe val en tot een verschrikkelijk einde komt, veroordeelt men hun vroegere zo krachtige en indringende predikaties als leugen en huichelarij, alsof hun getuigenissen van de genade van God in Christus en van de zaligheid van Zijn gemeenschap niets dan holle woorden waren zonder enige ervaring. Deze opvatting is meestal vals. Zij hebben wel aan hun hart ervaren, welke de werkingen van de Heilige Geest zijn en iets gevoeld van de gemeenschap van de Heere; de trek naar God, de begeerte Hem geheel toe te behoren, is hun geen vreemde zaak geweest; ja zij waren misschien op de weg tot het hemelrijk reeds verre voortgegaan; maar zij hebben hun vlees niet gekruisigd, hun lievelingszonde niet opgeofferd, hun zwakke plaatsen niet bevestigd, en zo zijn zij uit hun eigen vastigheid uitgevallen (2 Petr.3:17 Hebr.6:4 vv.). Dergelijke zaken ontmoeten wij ook bij anderen, die geen dienaars van het Goddelijk woord zijn; het is opmerkelijk, hoe nabij menigeen aan de kennis van de waarheid en aan het geloof in Christus geweest is, die wij nu slechts als een loochenaar en spotter kennen; het is merkwaardig, hoe vaders en moeders, die voor zichzelf aan het geloof schipbreuk geleden hebben, toch hun kinderen tot gebedsoefeningen en tot waarneming van de godsdienst dringen, en hen het liefst door mannen of vrouwen laten opvoeden, waarvan zij weten, dat hun opvoeding een beslist Christelijke is. Bij karakters als van deze laatsten openbaart zich het ongeloof met een zekere weemoedigheid gepaard; zij hebben voor zichzelf alle hoop op de zaligheid en de vrede van het eenvoudig kinderlijk geloof verloren, en houden zich op grond van het woord (2 Thess.3:2), om zo te zeggen voor gepredestineerd tot ongeloof; toch beklagen zij hun lot, dat nu, zoals zij menen, niet meer te veranderen is. Iets van deze weemoed zien wij hier in Bileam. Later toch is hij geheel iemand van die soort, die, daar zij zelf niet zalig worden, ook anderen niet willen laten zalig worden en hen trachten op duivelse wijze te verleiden en te verderven (zie Nu 24.25)
Menigeen wenst, evenals Bileam, de dood van de oprechten te sterven, wenst voor zich de dood, zoals die van Gods volk, maar men wil niet leven met hen. Hoe zult gij in geloof sterven, als gij in werelddienst blijft leven, hoe de hemel beërven, gij, die als een kind van de hel hebt geleefd? Kiest u heden, wie gij dienen wilt!
Duidelijk blijkt hieruit, dat hij Israël een volk van oprechte, in de zin van rechtvaardige noemt en schat. Bileam weet, dat het een volk is, wiens God recht is en heilig, en die daarom ook Zijn volk tot een rechtvaardig en heilig volk wil maken. Het is waar, dit kon niet van geheel Israël gezegd worden, maar toch te allen tijde heeft de Heere onder Israël, onder hen, die tot het volk van de Heere, in uitwendige zin, behoorden, Zijn volk, in geestelijke zin, gehad. Dat volk weet hij dus zó gezegend, dat hij graag met hen sterven wil, delen wil in de zalige gevolgen van hun leven hier en hier namaals, in de zalige gevolgen van tot het volk van God te behoren. Bileam is hier het beeld van hen, die wel met Gods volk willen sterven, maar niet met dat volk willen leven.
I. Vs. 11-24.KruisverwijzingenHebreeën 6:18→Romeinen 11:29→1 Samuël 15:29→Maleachi 3:6→Titus 1:2→Jakobus 1:17→Habakuk 2:3→Lukas 21:33→
— Toen zeide Balak tot Bileam: Wat hebt gij mij gedaan? Ik heb u genomen, om mijn vijanden te vloeken; maar zie, gij hebt hen doorgaans gezegend! Hij nu antwoordde en zeide: Zal ik dat niet waarnemen te spreken, wat de HEERE in mijn mond gelegd heeft? Toen zeide Balak tot hem: Kom toch met mij aan een andere plaats, van waar gij hem zult zien; gij zult niet dan zijn einde zien, maar hem niet ganselijk zien; en vervloek hem mij van daar! Alzo nam hij hem mede tot het veld Zofim, op de hoogte van Pisga; en hij bouwde zeven altaren, en hij offerde een var en een ram op elk altaar. Toen zeide hij tot Balak: Blijf hier staan bij uw brandoffer, en ik zal Hem aldaar ontmoeten. Als de HEERE Bileam ontmoet was, zo legde Hij het woord in zijn mond, en Hij zeide: Keer weder tot Balak, en spreek alzo. Toen hij tot hem kwam, ziet, zo stond hij bij zijn brandoffer, en de vorsten der Moabieten bij hem. Balak nu zeide tot hem: Wat heeft de HEERE gesproken? Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Sta op, Balak, en hoor! Neig uw oren tot mij, gij, zoon van Zippor! God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken? Zie, ik heb ontvangen te zegenen; dewijl Hij zegent, zo zal ik het niet keren.
Balak, zeer ontevreden over het woord van de ziener wil beproeven of het hem lukken zal, door verandering van plaats, een Godswoord te verkrijgen, dat meer overeenkomstig zijn wensen is; hij voert daarom Bileam op het zogenaamde dal van de wachters boven op de hoogte van Pisga, van waar men slechts een gedeelte van het Israëlitische leger kan zien. Na dezelfde offeranden als vroeger, gaat Bileam weer op tekenen uit. De Heere ontmoet hem weer en legt hem Zijn woord in de mond. De tweede voorzegging, welke hij daarop verkondigt, prijst de genade, waarin Israël staat en zijn onbedwingbare macht; het is een volk, dat tot heiligheid geroepen is, en niet, zoals de andere volken, een dat voor het gericht wordt bewaard; want de Heere, zijn God regeert als Koning over hem, en zijn vertrouwen op het erfelijk bezit van het beloofde land berust niet op waarzeggerij of verklaring van natuurtekenen, maar op een vast profetisch woord; daarom is ook zijn vreugde zo groot en het vertrouwen op de overwinning zo onwankelbaar; in deze kracht zal het met leeuwensterkte al zijn vijanden bedwingen.
Toen zei Balak verdrietig tot Bileam: Wat hebt gij mij gedaan? Ik heb u genomen om mijn vijanden te vervloeken, maar zie, gij hebt hen doorgaans voortdurend gezegend, zodat ik niets anders gehoord heb.
Hij nu antwoordde en zei: Zal Ik hoe graag ik ook aan uw wensen voldeed, dat niet waarnemen te spreken, wat de HEERE in mijn mond gelegd heeft? Ik kan niet anders, daar ik sta onder de macht van de Geest van God.
Toen zei Balak tot hem, niet begrijpende, wat die macht van de Geest was, maar menende, dat Bileam te zeer getroffen was door de menigte volk, die hij zag, dan dateen vloek zou durven uitspreken: Kom toch met mij op een andere plaats, van waar gij hem zien zult; gij zult niet dan zijn einde, het uiterste van het leger zien, 1) maar hem niet geheel in zijn gehele uitgebreidheid zien, 2) en vervloek hem mij van daar.
Beter: Gij ziet niet dan het einde. Dit slaat terug op het laatste vers van het vorige hoofdstuk. Balak was van mening, dat, omdat Bileam wel een gedeelte van het volk zag, maar niet het gehele volk, hij het volk ook niet had kunnen vloeken. Daarom brengt hij hem naar een andere plaats, waar hij Israël in zijn geheel, zonder enige beperking, kan zien, in de hoop, dat dan de vloek zal kunnen worden uitgesproken.
Dit moet dan ook zijn: maar gij ziet hem niet geheel.
Alzo nam hij hem mee tot het veld Zofim (= van de wachters), zo genoemd naar de wachters, die men in tijden van gevaar daar plaatste, op de hoogte van Pisga, 1) dezelfde hoge vlakte, waar de kinderen van Israël aankwamen, toen zij van Ramoth waren vertrokken (hoofdstuk 21:20 33:47) een weinig ten westen van de Nebo, en hij bouwde hier, evenals vroeger op de hoogte van Baäl (vs.1 vv.) zeven altaren en hij offerde een var en een ram op elk altaar.
Van hier had men een ruime blik op de velden van Moab, zodat Israël als voor hem lag, en hij zijn tenten kon aanschouwen.
Toen zei hij, Bileam, tot Balak: Blijf hier staan bij uw brandoffer, en ik zal heengaan naar een eenzame plaats, en ik zal Hem aldaar ontmoeten; 1) ik zal de Heere ondervragen en Hij zal mij Zijn antwoord niet onthouden.
Dit woord wordt in het bijzonder gebruikt door de waarzeggers, wanneer zij bedoelen dat zij uitgaan op een openbaring van God, of van de afgoden.
Als de HEERE Bileam ook nu weer ontmoet was (vs.4), zo legde Hij het woord in zijn mond, dat hij voor Balak spreken moest (vs.19 vv.), en Hij zei: Keer terug tot Balak en spreek, zoals Ik u thans bevolen heb.
Toen hij, Bileam, tot hem, tot Balak, kwam, ziet, zo stond hij bij zijn brandoffer, en de vorsten van de Moabieten bij hem; zo nauwkeurig nam hij alle vormen inacht, om een gewenste uitslag te verkrijgen (vs.6). Balak nu, vol van gespannen verwachting, zei tot hem: Wat heeft de HEERE gesproken? Is Zijn antwoord ditmaal geweest, zoals ik het van u verlang?
Toen hief hij, de ziener, zijn spreuk op en zei, de woorden van God plechtig inleidende: Sta op, Balak, om opmerkzaam te luisteren, en hoor! neig uw oren tot mij, gij zoon van Zippor!
Wat verwacht gij, dat mijn woord anders dan tevoren luiden zou? a) God is geen man, dat Hij liegen zou, noch een mensenkind, dat het Hem berouwen zou! 1) Zou Hij het zeggen en niet doen? of spreken en niet bestendig maken? Geef daarom alle hoop op, dat Zijn raadsbesluiten zouden veranderd worden.
1 Samuel. 15:29 Jak.1:17
Hiermee wordt Balaks verwachting terstond de bodem ingeslagen. Hij had gehoopt, dat de Heere Zijn zegen van zo-even zou terugnemen, en nu hoort hij dat God onveranderlijk is van raad. Dat Hij niet is als het mensenkind, maar dat Hij, wat Hij eenmaal gesproken heeft, ook bevestigt. Duidelijk doet Bileam hier uitkomen, dat de onveranderlijkheid van Gods raadsbesluit ligt in de onveranderlijkheid van Zijn Wezen.
De Heere is niet als Bileam, die eerst weigert mee te gaan en zich daarna door aanbieding van eer en geld laat meetrekken.
Zie, ik heb ontvangen te zegenen; God heeft mij zo’n woord in de mond gelegd; omdat Hij zegent, zo zal, zo kan ik het niet keren, want ik sta onder de macht van deze onveranderlijke, waarachtige en getrouwe God.
Hij schouwt niet aan, Hij bemerkt niet de ongerechtigheid in Jakob, ook ziet hij niet aan, wordt Hij niet gewaar de boosheid in Israël, 1) de ellende van de zonde als overal elders op de aarde. Dat heeft daarin zijn reden, dat een heilig God in Jakob woont, die de zonde door Zijn genademiddelen uitroeit. De HEERE, zijn God is met hem, de Heere heeft Zich aan dit volk ten eigendom gegeven, dat Hij hun God wil zijn, en het geklank, het trompetgeschal van de koning is bij hem; niet alleen heeft de Heere Zich aan dit volk tot God, maar ook tot Koning gegeven, die het met groter vreugde tegenjuicht, dan enig volk zijn zichtbare koning heeft tegengejubeld.
Hiermee geeft Hij Bileam de reden aan, waarom hij Israël moet zegenen, waarom God geen vloek op zijn lippen kan leggen, nl. Hij schouwt geen ongerechtigheid in Jakob, ook ziet hij geen boosheid in Israël. Dit betekent niet, dat hij in de enkele persoon van Israëls volk geen ongerechtigheid of boosheid ziet, maar in Israël als volk gedacht, uitverkoren uit alle andere volken door de Heere, om Zijn Naam te bewaren, en met het Heiligdom in Zijn midden, waarbij en waarin de ongerechtigheid van het volk werd uitgedelgd. Dit wordt duidelijk gezegd in het tweede gedeelte van dit vers, waar het luidt: De Heere, zijn God, is met hem, en het geklank van de koning, d.i. het geklank hierover, dat de Heere zijn Koning is, is bij hem.
Onder de “andere geschriften,” waarvan in 2 Petr.3:16 gesproken wordt, zou ook wel deze tekst genoemd kunnen worden. De Heere heeft nooit de zonden van Zijn volk gering geacht, maar die integendeel zwaar gestraft. Juist deze woorden getuigen tegen hen, die met dit “er staat geschreven” hun kwaad verontschuldigen en hun geweten in slaap wiegen. De woordschikking in onze vertaling geeft enige aanleiding tot zo’n verkeerde opvatting. De woorden jybh en har betekenen beide “zien, opmerken”; Nna “ijdelheid,” “afgoderij” terwijl lme “harde arbeid”, “ellende” betekent, zodat de woordelijke vertaling is: “Men aanschouwt geen afgoderij in Jakob, en men ziet geen ellende in Israël.” Die woorden hebben deze zin: Israël heeft zich niet, zoals vroeger, aan ongerechtigheden schuldig gemaakt, zodat de Heere het in de hand van Zijn vijanden zou overgeven; het is niet te zien, er is geen enkel teken op te merken, dat Jehovah het aan ellende zou overgeven als straf voor de zonde.” Hiermee geeft Bileam de reden aan, waarom hij het volk niet vloeken kan, terwijl de oorzaak van die tegenwoordige reinheid in de volgende woorden wordt aangegeven: “De Heere, zijn God is met hem”.
God, de sterke en almachtige God, tegen Wie de wereld niets vermag, heeft hen uit Egypte ugevoerd, en zal, net zo min als Farao met zijn ruiters Hem kon terughouden, door enige menselijke tegenstand van Zijn voornemen wordenafgebracht, om Israël in het beloofde land te leiden. Zijn, Israëls, krachten zijn, daar het op zo’n leidsman vertrouwt, als de krachten van een eenhoorn, 1) van een wild dier, dat met zijn hoornen alles neerstoot (zie “De 33.17). Laat daarom, o Balak! de gedachte varen, alsof gij dat volk zou kunnen slaan en uit het land verdrijven.
Hebreeuws Mak is de naam van een slang, vlug, gehoornd eut.33:7 Psalm. 92:11), wild en woest (Psalm. 22) dier, dat tegelijk met de os (Jesaja 34:7 Job 39:9,10) en met kalveren (Psalm. 29) genoemd wordt. Het is twijfelachtig welk dier het geweest is. Er zijn voornamelijk drie meningen: 1. LXX en Vulgata vertalen mosokerwv, unicornis, eenhoorn.” Plinius en vele van de lateren, die in het oosten gereisd hebben, getuigen, dat er zo’n dier was gelijk aan een paard en aan het voorhoofd een hoorn dragende. Dit was echter reeds oudtijds in Egypte en andere Palestina aangrenzende landen zeldzaam. 2. Bochart (Hieroz.II.335) en Rosenmuller menen, dat hier de wilde en ontembare gazel of antilope genoemd is. Van deze mening zijn bijna alle nieuwere uitleggers, in navolging van Schultens, afgegaan. 3. Anderen hebben gemeend, dat hier de buffel bedoeld is, vooral omdat Job 39:13 gezegd wordt, dat de Mak niet met de ploeg als een os kan verbonden worden, en hij toch op andere plaatsen tezamen met de os genoemd wordt.
Want er is geen toverij tegen Jakob, noch waarzeggerij tegen Israël. In deze tijd, in deze dagen zal van Jakob gezegd worden en van Israël wat God gewrocht heeft. 1) De Heere zal zo grote wonderen doen in deze dagen, om Zijn volk te zegenen, dat men deze overal verhalen zal, evenals de wonderen die God deed bij de uitleiding uit Egypte.
Of: Want er is geen toverij in Jakob, noch waarzeggerij in Israël-met zulke bedrieglijke zaken houdt zich dit volk niet op-ter rechter tijd wordt aan Jakob gezegd en aan Israël, wat God doet. De betekenis is dan, dat Israël niet door waarzeggerij of toverij komt te weten, wat Gods wil is, maar door onmiddellijke openbaring, uit kracht van de betrekking tussen de Heere en Zijn volk. Tussen toverij en waarzeggerij (augurium en divinatio) is dit verschil, dat onder het eerste verstaan wordt, het zoeken naar de wil van de goden, door acht te geven op natuurverschijningen, vogelgeschrei enz.; onder het tweede, het doen voorkomen, alsof de Godheid uit en door degene, die zich voor waarzegger uitgeeft, spreekt.
Zie, daarom zal het ook geschieden, zoals voorzegd is (Genesis 49:9): het volk zal, terwijl het nu spoedig Kanaän intrekt, opstaan als een oude leeuw, 1) die aan oorlogen en overwinnen gewoon is, en het zal zich verheffen als een leeuw, die met jeugdige moed uitgaat op de buit; het zal zich niet neerleggen, totdat het de roof gegeten en het bloed van de verslagenen gedronken zal hebben, 2) het zal niet eerder rust nemen in het beloofde land, totdat het de volken aldaar zal vernietigd hebben, en niet eerder aan het doel van zijn geschiedeniszijn, voordat alle geslachten van de aardbodem hem ingelijfd zijn.
Ook: zie Ge 49.9. Wat Jakob van Juda heeft voorspeld, dat past Bileam hier op heel Israël toe. Niet onduidelijk straalt hierin voor de stam van Juda tevens een profetie door, dat de zaak van geheel Israël Zijn zaak is en zal zijn. Moab weet nu tevens, dat het niets zal vermogen tegen het volk van de Heere.
Dat Bileam in deze voorzeggingen, hoewel niet naar de gesteldheid van zijn hart, onder de profeten te rekenen is, die door Gods Geest geïnspireerd werden, bewijst niet alleen de wijze, waarop de profeten van Israël zijn woord als onmiddellijk Gods Woord gebruiken, en zich daarop beroepen (1 Samuel 15:22 Hab.1:13 ), maar ook de goddelijke waarheid en ondoorgrondelijke diepte van de door hem uitgesproken gedachten; in zijn zegenen van Israël, prijst hij nog heden de heerlijkheid van de gemeente van het Nieuwe Verbond; het vindt in deze eerst zijn volle verklaring. “Wat in vs.23 van Israël gezegd wordt, dat geldt voor de kerk van alle tijden; dat geldt ook voor ieder gelovige in het bijzonder. De gemeente van God weet uit Zijn Woord, wat God doet en wat zij dien ten gevolge te doen heeft. De toverij en waarzegging heeft betrekking op de wijsheid van deze wereld, welke de gemeente van God niet nodig heeft, daar zij Zijn Woord bezit, terwijl deze wijsheid haar eigen vrienden in de afgrond voert, daar zij niet in staat is, de wil van God te begrijpen. Deze duidelijk en zeker te kennen is het grote voorrecht waarover de gemeente van God zich verheugt.
Wie staan daar met onheilspellende blik op een eenzame rots, om als een roofdier op zijn slapende prooi, op dat leger neer te zien? Het is Balak, die van een vervloeking meer hulp dan van een geheel leger verwacht; het is Bileam, voor geld tot alles bereid, wat Israël tot verderf kan slepen. De kinderen van Moab en Midian over u Israël! maar nee, de Wachter van Israël slaapt niet en sluimert niet! Daar stijgt reeds de altaarvlam op, waarbij de vloekprofeet bidt, dat God zijn wens zal verhoren; daar ontsluit hij de mond, om naar Balaks hart te spreken; maar hoe, Beors zoon, wat is dit? Werkelijk begint de stroom van de profetische rede te vloeien, maar al wat hij kan spreken is-zegen. In de heerlijkste orakelspreuken verheft hij zijns ondanks de roem, de afkomst, de talrijkheid, het geluk van Israëls volk. Merkt het op, hoe hij, niet omdat hij wil, maar omdat hij moet, zegening op zegening stapelt. O, wel mocht een betere dan deze profeet, van het volk van de Heere getuigen (Jesaja 54:17): “elk instrument, dat tegen u bereid wordt, zal niet gelukken;” en wederom zegt een ander profeet (Hos.14:6): “Ik zal Israël zijn als de dauw, hij zal bloeien als de lelie, en zijn wortels zoals de Libanon uitslaan.” Indien de zoon van Beor uit zijn onbekende grafplaats kon opstaan, gelooft gij ook niet, dat hij van verbazing buiten zichzelf zou wezen, indien hij over heel de aarde nog altijd datzelfde kroost van Abraham terugvond, na eeuwenlange en weergaloze vervolgingen nu nog talrijker dan in zijn dagen geworden, en waarvan zelfs een ongelovige koning uit de vorige eeuw, Frederik de Grote, moest verklaren: “de geschiedenis heeft mij geleerd, dat men dit volk nooit kan verdrukken, zonder dat men zelf vroeg of laat weer verdrukt wordt?” Ja, welgelukzalig zijt gij, Israël, wie is u gelijk, gij zijt een volk, verlost van de Heere. Maar geldt dat woord ook u en mij niet, zo velen wij door het geloof in de Heere behoren tot het volk van Gods eigendom? Immers, het valt u weer vanzelf in het oog, wat Bileam van Israël zegt, het is ten volle op de gemeenten van de verlosten toepasselijk, die Gods eigen Zoon zich tot prijs van Zijn eigen bloed heeft gekocht. Hebt gij u door die Heere laten leiden uit het harde diensthuis van de zonde, gij zijt dan met hoger weldaden dan Bileam roemde, met Gods geestelijke en eeuwige zegeningen in de Zoon van Zijn liefde bevoorrecht. Nog woont dat volk van de Heere, als Israël, in zeker opzicht, alleen, schoon overal verspreid in de wereld, en het wordt niet met enig ander vermengd. Maar nog geldt het ook van hen (Numeri. 24:5): “zoals de beken breiden zij zich uit, als de hoven aan de rivieren geplant.” Ja, leven, blijdschap en vruchtbaarheid is het deel van allen, die in waarheid Gods kinderen zijn, en evenals de ceder, door Bileam mede vermeld, blijft groenen in het barste seizoen, zonder dat zelfs zijn hout is blootgesteld aan de tand van het vraatzuchtig gewormte, zo draagt de Christen het beginsel in zich van een hoger, onverderfelijk leven. Geen wonder ook, hij is als Gods kind en erfgenaam aangenomen. “Welgelukzalig het volk, wiens God de Heere is, het volk, dat hij zich tot erfgoed verkoren heeft”
II. Vs. 25KruisverwijzingenPsalmen 2:1→
— Toen zeide Balak tot Bileam: Gij zult het ganselijk noch vloeken, noch geenszins zegenen.
-Hoofdstuk 24:9. Na deze tweede zegeningen staat Balak reeds gereed met Bileam te breken; doch bedenkt hij spoedig iets anders; hij leidt de ziener op een derde punt, op de hoogte van de berg Peor. Hier worden dezelfde offers als op de beide vorige plaatsen gebracht, doch Bileam gaat niet weer op Auguriën uit. De Geest van God komt nu met zo grote kracht over hem, dat hij, in een toestand van verrukking en op zijn knieën neergezonken, de derde voorzegging doet met een blik, waarin Israëls toekomt zich opent als de inhoud van een opengeslagen boek. Hij getuigt van de zich ver uitbreidende, liefelijke woningen van dit door God gezegend volk in het land van zijn erfenis en van de volheid van zegeningen, die het geniet, maar ook van het machtige en heerlijke koninkrijk, waartoe het zich ontwikkelen zal, van de roemrijke overwinningen, die het onder zijn koningen over de heidenen zal behalen en van de heerlijke vrede en de veilige rust, die het daarna genieten zal.
Toen zei Balak, zeer teleurgesteld en vertoornd, tot Bileam: Gij zult in het geheel noch vloeken, noch geenszins zegenen. 1)
Hiermee, dit komt in de grondtekst duidelijk uit, legt Balak Bileam het zwijgen op. Hij zal het volk noch vloeken, noch zegenen.
Doch Bileam antwoorde en zei tot Balak: Heb ik niet tot u gesproken, dadelijk bij onze ontmoeting (hoofdstuk 22:38) zeggende: Al wat de HEERE spreken zal, dat zal ik doen? Wat God mij ingeeft, zal ik uitspreken (hoofdstuk 22:20).
Verder zei Balak tot Bileam, zijn toorn stillende en nog iets anders bezinnende, dan hij eerst (vs.25) gezegd had: Kom toch, ik zal u aan een andere plaats meenemen; misschien zal het recht zijn in de ogen van die God, dat gij het mij van daar vervloekt, wanneer ik voor de derde maal offers zal gebracht hebben. 1)
De heidenen geloofden van hun goden, dat zij door voortgezette offeranden en godsdienstige oefeningen tot andere gedachten konden gebracht worden en tot meer gunstige tekenen en uitspraken bewogen; wat van andere goden gold, meende Balak, zou ook met de God van Israël het geval zijn.
Toen nam Balak Bileam mee in noordwestelijke richting, tot de hoogte van Peor 1) (hoofdstuk 25:3), die tegen de woestijn ziet, die een vrij uitzicht op het veld van Moab, waar de kinderen van Israël gelegerd waren, verschaft (hoofdstuk 22:1).
Peor is een van de toppen van het noordelijk gedeelte van het Abarimgebergte. Van hier had Bileam een nog ruimere blik op het leger van Israël en was het ook dichterbij. Voor de derde maal zal hij het nu beproeven, maar even beschaamd uitkomen, omdat alle vijandelijke machten tegen Israël niets zullen kunnen doen.
En Bileam zei tot Balak, om ook hier de koning te bewijzen, dat hij van zijn zijde niets verzuimde, wat volgens zijn mening tot het doel kon leiden. Bouw mij hier zeven altaren, zoals op de beide andere plaatsen (vs.1,14), en bereid mij hier zeven varren en zeven rammen.
Balak nu deed zoals Bileam gezegd had; en hij offerde een var en een ram op elk altaar (vs.2,14).
Nog meende Balak, volgens het bijgeloof van die dagen, dat er mogelijk iets ongelukkigs was in de plaats, dat Bileams gebeden vruchteloos maakte, die misschien ergens anders gunstiger zouden verhoord worden. Zo meenden de Syriërs (1 Kon.20:23,28), dat sommige goden machtig waren in het gebergte, terwijl zij op het vlakke veld niets konden doen. Zo schijnt Balaks verbeelding geweest te zijn, dat sommige goden meer behagen schepten in de ene heuvel dan in de andere. Ook in de Roomse kerk heerst nog hetzelfde bijgeloof, daar de lieve vrouw (= Maria) en het kruisbeeld van de ene plaats voor meer vermogend gehouden wordt en daarom ook meer bezocht is dan van de andere. De bijgelovige mensen waren niet minder zorgvuldig, om een gelukkige dag, dan om ene gelukkige plaats te verkiezen. Daar van de tijd van de offeranden niet gemeld is, en het niet waarschijnlijk is, dat deze allen op één dag plaatsgehad zullen hebben, heeft Balak zeker ook dag en uur gekozen, die hij voor gelukkiger hield dan de vorige.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel