Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Daarna reisden de kinderen van Israel, en legerden zich in de vlakken velden van Moab, aan deze zijde van de Jordaan van Jericho.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Daarna reisdenH5265 de kinderenH1121 van IsraelH3478, en legerdenH2583 zich in de vlakken veldenH6160 van MoabH4124, aan deze zijde van de JordaanH3383 van JerichoH3405.Daarna reisden de kinderen van Israel, en legerden zich in de vlakken velden van Moab, aan deze zijde van de Jordaan van Jericho.
KJVAnd the children2of Israel3set forward,1and pitched4in the plains5of Moab6on this side7Jordan8by Jericho.
1וַיִּסְע֖וּH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way2בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4וַֽיַּחֲנוּ֙H2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent5בְּעַֽרְב֣וֹתH6160vlakke velden, vlakke veld, wildernisArabah, champaign, desert, evening, heaven, plain, wilderness. See also H1026 (בֵּית הָעֲרָבָה)6מוֹאָ֔בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab7מֵעֵ֖בֶרH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight8לְיַרְדֵּ֥ןH3383JordaanJordan9יְרֵחֽוֹH3405JerichoJericho
2Toen Balak, de zoon van Zippor, zag al wat Israel aan de Amorieten gedaan had;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Toen BalakH1111, de zoonH1121 van ZipporH6834, zagH7200alH3605watH834IsraelH3478 aan de AmorietenH567gedaanH6213 had;Toen Balak, de zoon van Zippor, zag al wat Israel aan de Amorieten gedaan had;
KJVAnd Balak2the son3of Zippor4saw1all that Israel9had done8to the Amorites.
1וַיַּ֥רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2בָּלָ֖קH1111BalakBalak3בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4צִפּ֑וֹרH6834ZipporZippor5אֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8עָשָׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10לָֽאֱמֹרִֽיH567Amorieten, Amoriet, AmorietischenAmorite
3Zo vreesde Moab zeer voor het aangezicht dezes volks, want het was veel; en Moab was beangstigd voor het aangezicht van de kinderen Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Zo vreesdeH1481MoabH4124zeerH3966 voor het aangezichtH6440 dezes volksH5971, wantH3588 het was veelH7227; en MoabH4124 was beangstigdH6973 voor het aangezichtH6440 van de kinderenH1121IsraelsH3478.Zo vreesde Moab zeer voor het aangezicht dezes volks, want het was veel; en Moab was beangstigd voor het aangezicht van de kinderen Israels.
KJVAnd Moab2was sore5afraid1of3the people,4because they were many:7and Moab10was distressed9because of11the children12of Israel.
1וַיָּ֨גָרH1481vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeertabide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely2מוֹאָ֜בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab3מִפְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4הָעָ֛םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5מְאֹ֖דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well6כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7רַבH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)8ה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who9וַיָּ֣קָץH6973verdrietig, afkeer, beangstigdabhor, be distressed, be grieved, loathe, vex, be weary10מוֹאָ֔בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab11מִפְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
4Derhalve zeide Moab tot de oudsten der Midianieten: Nu zal deze gemeente oplikken al wat rondom ons is, gelijk de os de groente des velds oplikt. Te dier tijd nu was Balak, de zoon van Zippor, koning der Moabieten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Derhalve zeideH559MoabH4124totH413 de oudstenH2205 der MidianietenH4080: NuH6258 zal deze gemeenteH6951oplikkenH3897alH3605 wat rondomH5439 ons is, gelijk de osH7794 de groenteH3418 des veldsH7704opliktH3897. Te dier tijdH6256 nu was BalakH1111, de zoonH1121 van ZipporH6834, koningH4428 der MoabietenH4124.Derhalve zeide Moab tot de oudsten der Midianieten: Nu zal deze gemeente oplikken al wat rondom ons is, gelijk de os de groente des velds oplikt. Te dier tijd nu was Balak, de zoon van Zippor, koning der Moabieten.
KJVAnd Moab2said1unto the elders4of Midian,5Now shall this company8lick up7all that are round about11us, as the ox13licketh up12the grass15of the field.16And Balak17the son18of Zippor19was king20of the Moabites21at that time.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מוֹאָ֜בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4זִקְנֵ֣יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator5מִדְיָ֗ןH4080Midianieten, MidianMidian, Midianite6עַתָּ֞הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas7יְלַחֲכ֤וּH3897lekken, lekte, oplikkenlick (up)8הַקָּהָל֙H6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11סְבִ֣יבֹתֵ֔ינוּH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side12כִּלְחֹ֣ךְH3897lekken, lekte, oplikkenlick (up)13הַשּׁ֔וֹרH7794os, ossen, ossesbull(-ock), cow, ox, wall (by mistake for H7791 (שׁוּר))14אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15יֶ֣רֶקH3418groene, groente, groensgrass, green (thing)16הַשָּׂדֶ֑הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild17וּבָלָ֧קH1111BalakBalak18בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19צִפּ֛וֹרH6834ZipporZippor20מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal21לְמוֹאָ֖בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab22בָּעֵ֥תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when23הַהִֽואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
5Die zond boden aan Bileam, den zoon van Beor, te Pethor, hetwelk aan de rivier is, in het land der kinderen zijns volks, om hem te roepen, zeggende: Zie, er is een volk uit Egypte getogen; zie, het heeft het gezicht des lands bedekt, en het blijft liggen recht tegenover mij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Die zondH7971bodenH4397 aan BileamH1109, den zoonH1121 van BeorH1160, te PethorH6604, hetwelkH834 aan de rivierH5104 is, in het landH776 der kinderenH1121 zijns volksH5971, om hem te roepenH7121, zeggendeH559: ZieH2009, er is een volkH5971 uit EgypteH4714getogenH3318; zieH2009, het heeft het gezichtH5869 des landsH776bedektH3680, en hetH1931blijftH3427 liggen recht tegenoverH4136 mij.Die zond boden aan Bileam, den zoon van Beor, te Pethor, hetwelk aan de rivier is, in het land der kinderen zijns volks, om hem te roepen, zeggende: Zie, er is een volk uit Egypte getogen; zie, het heeft het gezicht des lands bedekt, en het blijft liggen recht tegenover mij.
KJVHe sent1messengers2therefore unto Balaam4the son5of Beor6to Pethor,7which is by the river10of the land11of the children12of his people,13to call14him, saying,16Behold, there is a people18come out19from Egypt:20behold, they cover22the face24of the earth,25and they abide27over against
1וַיִּשְׁלַ֨חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2מַלְאָכִ֜יםH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בִּלְעָ֣םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam5בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6בְּע֗וֹרH1160BeorBeor7פְּ֠תוֹרָהH6604PethorPethor8אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10הַנָּהָ֛רH5104rivier, rivieren, stromenflood, river11אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13עַמּ֖וֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14לִקְרֹאH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say15ל֑וֹ16לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet17הִ֠נֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see18עַ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people19יָצָ֤אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter20מִמִּצְרַ֨יִם֙H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim21הִנֵּ֤הH2009ziet, ziebehold, lo, see22כִסָּה֙H3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)23אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24עֵ֣יןH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)25הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world26וְה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who27יֹשֵׁ֖בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry28מִמֻּלִֽיH4136tegenover, voorste, nagel(over) against, before, (fore-) front, from, (God-) ward, toward, with
6En nu, kom toch, vervloek mij dit volk, want het is machtiger dan ik; misschien zal ik het kunnen slaan, of het uit het land verdrijven; want ik weet, dat, wien gij zegent, die zal gezegend zijn, en wien gij vervloekt, die zal vervloekt zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En nuH6258, komH3212tochH4994, vervloekH779 mij ditH2088volkH5971, wantH3588 het is machtigerH6099 dan ik; misschien zal ik het kunnen slaanH5221, of het uitH4480 het landH776verdrijvenH1644; wantH3588 ik weetH3045, dat, wien gij zegentH1288, die zal gezegendH1288 zijn, en wien gij vervloektH779, die zal vervloektH779 zijn.En nu, kom toch, vervloek mij dit volk, want het is machtiger dan ik; misschien zal ik het kunnen slaan, of het uit het land verdrijven; want ik weet, dat, wien gij zegent, die zal gezegend zijn, en wien gij vervloekt, die zal vervloekt zijn.
KJVCome2now therefore, I pray thee, curse4me this people;7for they are too mighty10for me: peradventure I shall prevail,14that we may smite15them, and that I may drive them out17of the land:19for I wot21that he whom thou blessest24is blessed,25and he whom thou cursest27is cursed.
1וְעַתָּה֩H6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2לְכָהH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak3נָּ֨אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh4אָֽרָהH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse5לִּ֜י6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הָעָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8הַזֶּ֗הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)9כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10עָצ֥וּםH6099machtig, machtiger, machtige[phrase] feeble, great, mighty, must, strong11הוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who12מִמֶּ֔נִּיH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with13אוּלַ֤יH194misschien, mogelijkif so be, may be, peradventure, unless14אוּכַל֙H3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer15נַכֶּהH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound16בּ֔וֹ17וַאֲגָרְשֶׁ֖נּוּH1644uitdrijven, verstotene, dreefcast up (out), divorced (woman), drive away (forth, out), expel, [idiom] surely put away, trouble, thrust out18מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with19הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world20כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet21יָדַ֗עְתִּיH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot22אֵ֤תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection24תְּבָרֵךְ֙H1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank25מְבֹרָ֔ךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank26וַאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection27תָּאֹ֖רH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse28יוּאָֽרH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse
7Toen gingen de oudsten der Moabieten, en de oudsten der Midianieten, en hadden het loon der waarzeggingen in hun hand; alzo kwamen zij tot Bileam, en spraken tot hem de woorden van Balak.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Toen gingenH3212 de oudstenH2205 der MoabietenH4124, en de oudstenH2205 der MidianietenH4080, en hadden het loon der waarzeggingenH7081 in hun handH3027; alzo kwamenH935 zij totH413BileamH1109, en sprakenH1696totH413 hem de woordenH1697 van BalakH1111.Toen gingen de oudsten der Moabieten, en de oudsten der Midianieten, en hadden het loon der waarzeggingen in hun hand; alzo kwamen zij tot Bileam, en spraken tot hem de woorden van Balak.
KJVAnd the elders2of Moab3and the elders4of Midian5departed1with the rewards of divination6in their hand;7and they came8unto Balaam,10and spake11unto him the words13of Balak.
1וַיֵּ֨לְכ֜וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2זִקְנֵ֤יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator3מוֹאָב֙H4124Moab, Moabieten, MoabsMoab4וְזִקְנֵ֣יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator5מִדְיָ֔ןH4080Midianieten, MidianMidian, Midianite6וּקְסָמִ֖יםH7081waarzegging, waarzeggerijen, Waarzegging(reward of) divination, divine sentence, witchcraft7בְּיָדָ֑םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8וַיָּבֹ֨אוּ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10בִּלְעָ֔םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam11וַיְדַבְּר֥וּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work12אֵלָ֖יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13דִּבְרֵ֥יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work14בָלָֽקH1111BalakBalak
8Hij dan zeide tot hen: Vernacht hier dezen nacht, zo zal ik ulieden een antwoord wederbrengen, gelijk als de HEERE tot mij zal gesproken hebben. Toen bleven de vorsten der Moabieten bij Bileam.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Hij dan zeideH559totH413 hen: VernachtH3885 hier dezen nachtH3915, zo zal ik ulieden een antwoordH1697wederbrengenH7725, gelijk als de HEEREH3068totH413 mij zal gesprokenH1696 hebben. Toen blevenH3427 de vorstenH8269 der MoabietenH4124bijH5973BileamH1109.Hij dan zeide tot hen: Vernacht hier dezen nacht, zo zal ik ulieden een antwoord wederbrengen, gelijk als de HEERE tot mij zal gesproken hebben. Toen bleven de vorsten der Moabieten bij Bileam.
KJVAnd he said1unto them, Lodge3here this night,5and I will bring6you word8again,as the LORD11shall speak10unto me: and the princes14of Moab15abode13with Balaam.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵיהֶ֗םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3לִ֤ינוּH3885vernachten, vernacht, vernachttenabide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night)4פֹה֙H6311hier, hierheenhere, hither, the one (other, this, that) side5הַלַּ֔יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)6וַהֲשִׁבֹתִ֤יH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw7אֶתְכֶם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8דָּבָ֔רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work9כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10יְדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work11יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12אֵלָ֑יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13וַיֵּשְׁב֥וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry14שָׂרֵֽיH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward15מוֹאָ֖בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab16עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)17בִּלְעָֽםH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam
9En God kwam tot Bileam en zeide: Wie zijn die mannen, die bij u zijn?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En GodH430kwamH935totH413BileamH1109 en zeideH559: WieH4310 zijn die mannenH582, die bijH5973 u zijn?En God kwam tot Bileam en zeide: Wie zijn die mannen, die bij u zijn?
KJVAnd God2came1unto Balaam,4and said,5What men
1וַיָּבֹ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בִּלְעָ֑םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam5וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6מִ֛יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God7הָאֲנָשִׁ֥יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8הָאֵ֖לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)9עִמָּֽךְH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
10Toen zeide Bileam tot God: Balak, de zoon van Zippor, de koning der Moabieten, heeft hen tot mij gezonden, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen zeideH559BileamH1109totH413GodH430: BalakH1111, de zoonH1121 van ZipporH6834, de koningH4428 der MoabietenH4124, heeft hen totH413 mij gezondenH7971, zeggende:Toen zeide Bileam tot God: Balak, de zoon van Zippor, de koning der Moabieten, heeft hen tot mij gezonden, zeggende:
KJVAnd Balaam2said1unto God,4Balak5the son6of Zippor,7king8of Moab,9hath sent
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2בִּלְעָ֖םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הָאֱלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5בָּלָ֧קH1111BalakBalak6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7צִפֹּ֛רH6834ZipporZippor8מֶ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal9מוֹאָ֖בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab10שָׁלַ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)11אֵלָֽיH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
11Zie, er is een volk uit Egypte getogen, en het heeft het gezicht des lands bedekt; kom nu, vervloek het mij; misschien zal ik tegen hetzelve kunnen strijden, of het uitdrijven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11ZieH2009, er is een volkH5971 uit EgypteH4714getogenH3318, en het heeft het gezichtH5869 des landsH776bedektH3680; komH3212nuH6258, vervloekH6895 het mij; misschien zal ik tegen hetzelve kunnen strijdenH3898, of het uitdrijvenH1644.Zie, er is een volk uit Egypte getogen, en het heeft het gezicht des lands bedekt; kom nu, vervloek het mij; misschien zal ik tegen hetzelve kunnen strijden, of het uitdrijven.
KJVBehold, there is a people2come out3of Egypt,4which covereth5the face7of the earth:8come10now, curse11me them; peradventure I shall be able15to overcome16them, and drive them out.
1הִנֵּ֤הH2009ziet, ziebehold, lo, see2הָעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3הַיֹּצֵ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter4מִמִּצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim5וַיְכַ֖סH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7עֵ֣יןH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)8הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9עַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas10לְכָ֤הH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak11קָֽבָהH6895vervloek, vloeken, ganselijk[idiom] at all, curse12לִּי֙13אֹת֔וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14אוּלַ֥יH194misschien, mogelijkif so be, may be, peradventure, unless15אוּכַ֛לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer16לְהִלָּ֥חֶםH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)17בּ֖וֹ18וְגֵרַשְׁתִּֽיוH1644uitdrijven, verstotene, dreefcast up (out), divorced (woman), drive away (forth, out), expel, [idiom] surely put away, trouble, thrust out
12Toen zeide God tot Bileam: Gij zult met hen niet trekken; gij zult dat volk niet vloeken, want het is gezegend.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Toen zeideH559GodH430totH413BileamH1109: Gij zult metH5973 hen nietH3808trekkenH3212; gij zult dat volkH5971nietH3808vloekenH779, wantH3588hetH1931 is gezegendH1288.Toen zeide God tot Bileam: Gij zult met hen niet trekken; gij zult dat volk niet vloeken, want het is gezegend.
KJVAnd God2said1unto Balaam,4Thou shalt not go6with them; thou shalt not curse9the people:11for they are blessed.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בִּלְעָ֔םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam5לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6תֵלֵ֖ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7עִמָּהֶ֑םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)8לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תָאֹר֙H779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13בָר֖וּךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank14הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
13Toen stond Bileam des morgens op, en zeide tot de vorsten van Balak: Gaat naar uw land; want de HEERE weigert mij toe te laten met ulieden te gaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Toen stondH6965BileamH1109 des morgensH1242 op, en zeideH559totH413 de vorstenH8269 van BalakH1111: GaatH3212naarH413 uw landH776; wantH3588 de HEEREH3068weigertH3985 mij toe te latenH5414metH5973 ulieden te gaan.Toen stond Bileam des morgens op, en zeide tot de vorsten van Balak: Gaat naar uw land; want de HEERE weigert mij toe te laten met ulieden te gaan.
KJVAnd Balaam2rose up1in the morning,3and said4unto the princes6of Balak,7Get8you into your land:10for the LORD13refuseth12to give me leave14to go
1וַיָּ֤קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2בִּלְעָם֙H1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam3בַּבֹּ֔קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow4וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6שָׂרֵ֣יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward7בָלָ֔קH1111BalakBalak8לְכ֖וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak9אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10אַרְצְכֶ֑םH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12מֵאֵ֣ןH3985weigerde, weigert, geweigerdrefuse, [idiom] utterly13יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14לְתִתִּ֖יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15לַהֲלֹ֥ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl16עִמָּכֶֽםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
14Zo stonden dan de vorsten der Moabieten op, en kwamen tot Balak, en zij zeiden: Bileam heeft geweigerd met ons te gaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Zo stondenH6965 dan de vorstenH8269 der MoabietenH4124 op, en kwamenH935totH413BalakH1111, en zij zeidenH559: BileamH1109 heeft geweigerdH3985metH5973 ons te gaanH1980.Zo stonden dan de vorsten der Moabieten op, en kwamen tot Balak, en zij zeiden: Bileam heeft geweigerd met ons te gaan.
KJVAnd the princes2of Moab3rose up,1and they went4unto Balak,6and said,7Balaam9refuseth8to come
1וַיָּק֨וּמוּ֙H6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2שָׂרֵ֣יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward3מוֹאָ֔בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab4וַיָּבֹ֖אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6בָּלָ֑קH1111BalakBalak7וַיֹּ֣אמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8מֵאֵ֥ןH3985weigerde, weigert, geweigerdrefuse, [idiom] utterly9בִּלְעָ֖םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam10הֲלֹ֥ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl11עִמָּֽנוּH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
15Doch Balak voer nog voort vorsten te zenden, meer en eerlijker, dan die waren;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Doch BalakH1111 voer nogH5750 voort vorstenH8269 te zendenH7971, meer en eerlijkerH3513, dan dieH428 waren;Doch Balak voer nog voort vorsten te zenden, meer en eerlijker, dan die waren;
Ook in dit vers
voer voortH3254
KJVAnd Balak3sent4yet again1princes,5more,6and more honourable
1וַיֹּ֥סֶףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield2ע֖וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)3בָּלָ֑קH1111BalakBalak4שְׁלֹ֣חַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)5שָׂרִ֔יםH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward6רַבִּ֥יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)7וְנִכְבָּדִ֖יםH3513zwaar, eren, verheerlijktabounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop8מֵאֵֽלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
16Die tot Bileam kwamen, en hem zeiden: Alzo zegt Balak, de zoon van Zippor: Laat u toch niet beletten tot mij te komen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Die totH413BileamH1109kwamenH935, en hem zeidenH559: AlzoH3541zegtH559BalakH1111, de zoonH1121 van ZipporH6834: Laat u tochH4994nietH408belettenH4513totH413 mij te komenH1980!Die tot Bileam kwamen, en hem zeiden: Alzo zegt Balak, de zoon van Zippor: Laat u toch niet beletten tot mij te komen!
KJVAnd they came1to Balaam,3and said4to him, Thus saith7Balak8the son9of Zippor,10Let nothing, I pray thee, hinder13thee from coming
1וַיָּבֹ֖אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בִּלְעָ֑םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam4וַיֹּ֣אמְרוּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5ל֗וֹ6כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder7אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8בָּלָ֣קH1111BalakBalak9בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10צִפּ֔וֹרH6834ZipporZippor11אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than12נָ֥אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh13תִמָּנַ֖עH4513geweerd, onthouden, Bedwingdeny, keep (back), refrain, restrain, withhold14מֵהֲלֹ֥ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl15אֵלָֽיH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
17Want ik zal u zeer hoog vereren, en al wat gij tot mij zeggen zult, dat zal ik doen; zo kom toch, vervloek mij dit volk!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17WantH3588 ik zal u zeerH3966hoogH3513vererenH3513, en alH3605watH834 gij totH413 mij zeggenH559 zult, dat zal ik doenH6213; zo komH3212tochH4994, vervloekH6895 mij ditH2088volkH5971!Want ik zal u zeer hoog vereren, en al wat gij tot mij zeggen zult, dat zal ik doen; zo kom toch, vervloek mij dit volk!
KJVFor I will promote2thee unto very4great3honour,and I will do9whatsoever thou sayest7unto me: come10therefore, I pray thee, curse12me this people.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כַבֵּ֤דH3513zwaar, eren, verheerlijktabounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop3אֲכַבֶּדְךָ֙H3513zwaar, eren, verheerlijktabounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop4מְאֹ֔דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well5וְכֹ֛לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7תֹּאמַ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8אֵלַ֖יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9אֶֽעֱשֶׂ֑הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10וּלְכָהH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak11נָּא֙H4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh12קָֽבָהH6895vervloek, vloeken, ganselijk[idiom] at all, curse13לִּ֔י14אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הָעָ֥םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people16הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
18Toen antwoordde Bileam, en zeide tot de dienaren van Balak: Wanneer Balak mij zijn huis vol zilver en goud gave, zo vermocht ik niet het bevel des HEEREN mijns Gods te overtreden, om te doen klein of groot.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Toen antwoorddeH6030BileamH1109, en zeideH559totH413 de dienarenH5650 van BalakH1111: Wanneer BalakH1111 mij zijn huisH1004volH4393zilverH3701 en goudH2091gaveH5414, zoH518vermochtH3201 ik nietH3808 het bevelH6310 des HEERENH3068 mijns GodsH430 te overtredenH5674, om te doenH6213kleinH6996 of grootH1419.Toen antwoordde Bileam, en zeide tot de dienaren van Balak: Wanneer Balak mij zijn huis vol zilver en goud gave, zo vermocht ik niet het bevel des HEEREN mijns Gods te overtreden, om te doen klein of groot.
KJVAnd Balaam2answered1and said3unto the servants5of Balak,6If Balak10would give8me his house12full11of silver13and gold,14I cannot16go beyond17the word19of the LORD20my God,21to do22less23or more.
1וַיַּ֣עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2בִּלְעָ֗םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam3וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5עַבְדֵ֣יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant6בָלָ֔קH1111BalakBalak7אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet8יִתֶּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9לִ֥י10בָלָ֛קH1111BalakBalak11מְלֹ֥אH4393volheid, vol, volle menigte[idiom] all along, [idiom] all that is (there-) in, fill, ([idiom] that whereof...was) full, fulness, (hand-) full, multitude12בֵית֖וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)13כֶּ֣סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)14וְזָהָ֑בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather15לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16אוּכַ֗לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer17לַעֲבֹר֙H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19פִּי֙H6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word20יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)21אֱלֹהָ֔יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty22לַעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use23קְטַנָּ֖הH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)24א֥וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether25גְדוֹלָֽהH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very
19En nu, blijft gijlieden toch ook hier dezen nacht, opdat ik wete, wat de HEERE tot mij verder spreken zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En nuH6258, blijftH3427gijliedenH859tochH4994ookH1571 hier dezen nachtH3915, opdat ik weteH3045, watH4100 de HEEREH3068 tot mij verder sprekenH1696 zal.En nu, blijft gijlieden toch ook hier dezen nacht, opdat ik wete, wat de HEERE tot mij verder spreken zal.
KJVNow therefore, I pray you, tarry2ye also here this night,7that I may know8what the LORD11will say12unto me more.
1וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2שְׁב֨וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry3נָ֥אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh4בָזֶ֛הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)5גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea6אַתֶּ֖םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you7הַלָּ֑יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)8וְאֵ֣דְעָ֔הH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot9מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why10יֹּסֵ֥ףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield11יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12דַּבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work13עִמִּֽיH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
20God nu kwam tot Bileam des nachts, en zeide tot hem: Dewijl die mannen gekomen zijn, om u te roepen, sta op, ga met hen; en nochtans zult gij dat doen, hetwelk Ik tot u spreken zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20GodH430 nu kwamH935 tot BileamH1109 des nachtsH3915, en zeideH559 tot hem: Dewijl die mannenH582gekomenH935 zijn, om u te roepenH7121, staH6965 op, gaH3212metH854 hen; en nochtans zult gij dat doenH6213, hetwelk Ik tot u sprekenH1696 zal.God nu kwam tot Bileam des nachts, en zeide tot hem: Dewijl die mannen gekomen zijn, om u te roepen, sta op, ga met hen; en nochtans zult gij dat doen, hetwelk Ik tot u spreken zal.
KJVAnd God2came1unto Balaam4at night,5and said6unto him, If the mencome11to call9thee, rise up,13and go14with them; but yet16the word18which I shall say20unto thee, that shalt thou do.
1וַיָּבֹ֨אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֱלֹהִ֥יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בִּלְעָם֮H1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam5לַיְלָה֒H3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)6וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7ל֗וֹ8אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet9לִקְרֹ֤אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say10לְךָ֙11בָּ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12הָאֲנָשִׁ֔יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13ק֖וּםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)14לֵ֣ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak15אִתָּ֑םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix16וְאַ֗ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18הַדָּבָ֛רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work19אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20אֲדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work21אֵלֶ֖יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)22אֹת֥וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23תַעֲשֶֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
21Toen stond Bileam des morgens op, en zadelde zijn ezelin, en hij trok heen met de vorsten van Moab.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Toen stondH6965BileamH1109 des morgensH1242 op, en zadeldeH2280 zijn ezelinH860, en hij trokH3212 heen metH5973 de vorstenH8269 van MoabH4124.Toen stond Bileam des morgens op, en zadelde zijn ezelin, en hij trok heen met de vorsten van Moab.
KJVAnd Balaam2rose up1in the morning,3and saddled4his ass,6and went7with the princes9of Moab.
1וַיָּ֤קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2בִּלְעָם֙H1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam3בַּבֹּ֔קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow4וַֽיַּחֲבֹ֖שׁH2280verbinden, zadelde, verbindtbind (up), gird about, govern, healer, put, saddle, wrap about5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אֲתֹנ֑וֹH860ezelinnen, ezelin, ezelen(she) ass7וַיֵּ֖לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak8עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)9שָׂרֵ֥יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward10מוֹאָֽבH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab
22Doch de toorn des HEEREN werd ontstoken, omdat hij heentoog; en de Engel des HEEREN stelde Zich in den weg, hem tot een tegenpartij; hij nu reed op zijn ezelin, en twee zijner jongeren waren bij hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Doch de toornH639 des HEERENH3068 werd ontstokenH2734, omdatH3588 hij heentoogH1980; en de EngelH4397 des HEEREN steldeH3320 Zich in den wegH1870, hem tot een tegenpartijH7854; hijH1931 nu reedH7392opH5921 zijn ezelinH860, en tweeH8147 zijner jongerenH5288 waren bij hem.Doch de toorn des HEEREN werd ontstoken, omdat hij heentoog; en de Engel des HEEREN stelde Zich in den weg, hem tot een tegenpartij; hij nu reed op zijn ezelin, en twee zijner jongeren waren bij hem.
Ook in dit vers
GodH430
KJVAnd God's3anger2was kindled1because he went:5and the angel8of the LORD9stood7in the way10for an adversary11against him. Now he was riding14upon his ass,16and his two17servants
1וַיִּֽחַרH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)2אַ֣ףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath3אֱלֹהִים֮H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5הוֹלֵ֣ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl6הוּא֒H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7וַיִּתְיַצֵּ֞בH3320stelde, stellen, steltpresent selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up)8מַלְאַ֧ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger9יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10בַּדֶּ֖רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)11לְשָׂטָ֣ןH7854satan, tegenpartijder, tegenpartijadversary, Satan, withstand12ל֑וֹ13וְהוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who14רֹכֵ֣בH7392rijden, rijdende, reedbring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16אֲתֹנ֔וֹH860ezelinnen, ezelin, ezelen(she) ass17וּשְׁנֵ֥יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two18נְעָרָ֖יוH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)19עִמּֽוֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
23De ezelin nu zag den Engel des HEEREN staande in den weg, met Zijn uitgetrokken zwaard in Zijn hand; daarom week de ezelin uit den weg, en ging in het veld. Toen sloeg Bileam de ezelin, om dezelve naar den weg te doen wenden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23De ezelinH860 nu zagH7200 den EngelH4397 des HEERENH3068staandeH5324 in den wegH1870, met Zijn uitgetrokkenH8025zwaardH2719 in Zijn handH3027; daarom weekH5186 de ezelinH860uitH4480 den wegH1870, en gingH3212 in het veldH7704. Toen sloegH5221BileamH1109 de ezelinH860, om dezelve naar den wegH1870 te doen wendenH5186.De ezelin nu zag den Engel des HEEREN staande in den weg, met Zijn uitgetrokken zwaard in Zijn hand; daarom week de ezelin uit den weg, en ging in het veld. Toen sloeg Bileam de ezelin, om dezelve naar den weg te doen wenden.
KJVAnd the ass2saw1the angel4of the LORD5standing6in the way,7and his sword8drawn9in his hand:10and the ass12turned aside11out of the way,14and went15into the field:16and Balaam18smote17the ass,20to turn21her into the way.
1וַתֵּ֣רֶאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2הָאָתוֹן֩H860ezelinnen, ezelin, ezelen(she) ass3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מַלְאַ֨ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger5יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6נִצָּ֣בH5324gesteld, stonden, stondappointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state7בַּדֶּ֗רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)8וְחַרְבּ֤וֹH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool9שְׁלוּפָה֙H8025uittrokken, trok, Trekdraw (off), grow up, pluck off10בְּיָד֔וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11וַתֵּ֤טH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield12הָֽאָתוֹן֙H860ezelinnen, ezelin, ezelen(she) ass13מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with14הַדֶּ֔רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)15וַתֵּ֖לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak16בַּשָּׂדֶ֑הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild17וַיַּ֤ךְH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound18בִּלְעָם֙H1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20הָ֣אָת֔וֹןH860ezelinnen, ezelin, ezelen(she) ass21לְהַטֹּתָ֖הּH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield22הַדָּֽרֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)
24Maar de Engel des HEEREN stond in een pad der wijngaarden, zijnde een muur aan deze, en een muur aan gene zijde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Maar de EngelH4397 des HEERENH3068stondH5975 in een padH4934 der wijngaardenH3754, zijnde een muurH1447 aan dezeH2088, en een muurH1447 aan gene zijde.Maar de Engel des HEEREN stond in een pad der wijngaarden, zijnde een muur aan deze, en een muur aan gene zijde.
KJVBut the angel2of the LORD3stood1in a path4of the vineyards,5a wall6being on this side, and a wall
1וַֽיַּעֲמֹד֙H5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry2מַלְאַ֣ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger3יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4בְּמִשְׁע֖וֹלH4934padpath5הַכְּרָמִ֑יםH3754wijngaarden, wijngaard, wijngaardsvines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם)6גָּדֵ֥רH1447muur, muren, heiningmuurfence, hedge, wall7מִזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8וְגָדֵ֥רH1447muur, muren, heiningmuurfence, hedge, wall9מִזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
25Toen de ezelin den Engel des HEEREN zag, zo klemde hij zichzelve aan den wand, en klemde Bileams voet aan den wand; daarom voer hij voort haar te slaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Toen de ezelinH860 den EngelH4397 des HEERENH3068zagH7200, zo klemdeH3905 hij zichzelve aanH413 den wandH7023, en klemdeH3905BileamsH1109voetH7272aanH413 den wandH7023; daarom voer hij voort haar te slaanH5221.Toen de ezelin den Engel des HEEREN zag, zo klemde hij zichzelve aan den wand, en klemde Bileams voet aan den wand; daarom voer hij voort haar te slaan.
Ook in dit vers
voer voortH3254
KJVAnd when the ass2saw1the angel4of the LORD,5she thrust6herself unto the wall,8and crushed9Balaam's12foot11against the wall:14and he smote16her again.
1וַתֵּ֨רֶאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2הָאָת֜וֹןH860ezelinnen, ezelin, ezelen(she) ass3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מַלְאַ֣ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger5יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וַתִּלָּחֵץ֙H3905dringt, drongen, klemdeafflict, crush, force, hold fast, oppress(-or), thrust self7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8הַקִּ֔ירH7023wand, wanden, metselaars[phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall9וַתִּלְחַ֛ץH3905dringt, drongen, klemdeafflict, crush, force, hold fast, oppress(-or), thrust self10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11רֶ֥גֶלH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time12בִּלְעָ֖םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14הַקִּ֑ירH7023wand, wanden, metselaars[phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall15וַיֹּ֖סֶףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield16לְהַכֹּתָֽהּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound
26Toen ging de Engel des HEEREN noch verder, en Hij stond in een enge plaats, waar geen weg was om te wijken ter rechterhand noch ter linkerhand.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Toen gingH5674 de EngelH4397 des HEERENH3068 noch verder, en Hij stondH5975 in een engeH6862plaatsH4725, waarH834geenH369wegH1870 was om te wijkenH5186 ter rechterhandH3225 noch ter linkerhandH8040.Toen ging de Engel des HEEREN noch verder, en Hij stond in een enge plaats, waar geen weg was om te wijken ter rechterhand noch ter linkerhand.
KJVAnd the angel2of the LORD3went4further,1and stood5in a narrow7place,6where was no way10to turn11either to the right hand12or to the left.
1וַיּ֥וֹסֶףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield2מַלְאַךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger3יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4עֲב֑וֹרH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath5וַֽיַּעֲמֹד֙H5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry6בְּמָק֣וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)7צָ֔רH6862wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijdersadversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble8אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9אֵֽיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)10דֶּ֥רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)11לִנְט֖וֹתH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield12יָמִ֥יןH3225rechterhand, rechter, rechterschouder[phrase] left-handed, right (hand, side), south13וּשְׂמֹֽאולH8040linkerhand, linkerzijde, linkerleft (hand, side)
27Als de ezelin den Engel des HEEREN zag, zo legde zij zich neder onder Bileam; en de toorn van Bileam ontstak, en hij sloeg de ezelin met een stok.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Als de ezelinH860 den EngelH4397 des HEERENH3068zagH7200, zo legde zij zich neder onderH8478BileamH1109; en de toornH639 van BileamH1109ontstakH2734, en hij sloegH5221 de ezelinH860 met een stokH4731.Als de ezelin den Engel des HEEREN zag, zo legde zij zich neder onder Bileam; en de toorn van Bileam ontstak, en hij sloeg de ezelin met een stok.
Ook in dit vers
leideH7257
KJVAnd when the ass2saw1the angel4of the LORD,5she fell down6under Balaam:8and Balaam's11anger10was kindled,9and he smote12the ass14with a staff.
1וַתֵּ֤רֶאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2הָֽאָתוֹן֙H860ezelinnen, ezelin, ezelen(she) ass3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מַלְאַ֣ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger5יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וַתִּרְבַּ֖ץH7257nederliggen, legeren, ligtcrouch (down), fall down, make a fold, lay, (cause to, make to) lie (down), make to rest, sit7תַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with8בִּלְעָ֑םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam9וַיִּֽחַרH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)10אַ֣ףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath11בִּלְעָ֔םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam12וַיַּ֥ךְH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הָאָת֖וֹןH860ezelinnen, ezelin, ezelen(she) ass15בַּמַּקֵּֽלH4731roeden, stok, stafrod, (hand-)staff
28De HEERE nu opende den mond der ezelin, die tot Bileam zeide: Wat heb ik u gedaan, dat gij mij nu driemaal geslagen hebt?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28De HEEREH3068 nu opendeH6605 den mondH6310 der ezelinH860, dieH2088 tot BileamH1109zeideH559: WatH4100 heb ik u gedaanH6213, dat gij mij nu driemaalH7969geslagenH5221 hebt?De HEERE nu opende den mond der ezelin, die tot Bileam zeide: Wat heb ik u gedaan, dat gij mij nu driemaal geslagen hebt?
KJVAnd the LORD2opened1the mouth4of the ass,5and she said6unto Balaam,7What have I done9unto thee, that thou hast smitten12me these three14times?
1וַיִּפְתַּ֥חH6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent2יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4פִּ֣יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word5הָאָת֑וֹןH860ezelinnen, ezelin, ezelen(she) ass6וַתֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7לְבִלְעָם֙H1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam8מֶהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why9עָשִׂ֣יתִֽיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10לְךָ֔11כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12הִכִּיתַ֔נִיH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound13זֶ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)14שָׁלֹ֥שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)15רְגָלִֽיםH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time
29Toen zeide Bileam tot de ezelin: Omdat gij mij bespot hebt; och, of ik een zwaard in mijn hand had! want ik zoude u nu doden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Toen zeideH559BileamH1109 tot de ezelinH860: OmdatH3588 gij mij bespotH5953 hebt; ochH3863, of ik een zwaardH2719 in mijn handH3027 had! wantH3588 ik zoude u nuH6258dodenH2026.Toen zeide Bileam tot de ezelin: Omdat gij mij bespot hebt; och, of ik een zwaard in mijn hand had! want ik zoude u nu doden.
KJVAnd Balaam2said1unto the ass,3Because thou hast mocked5me: I would7there were8a sword9in mine hand,10for now would I kill
30De ezelin nu zeide tot Bileam: Ben ik niet uw ezelin, op welke gij gereden hebt van toen af, dat gij mijn heer geweest zijt, tot op dezen dag? Ben ik ooit gewend geweest u alzo te doen? Hij dan zeide: Neen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30De ezelinH860 nu zeideH559 tot BileamH1109: Ben ikH595nietH3808 uw ezelinH860, op welkeH834 gij geredenH7392 hebt van toen afH5704, dat gij mijn heer geweest zijt, tot op dezenH2088dagH3117? Ben ik ooitH5532gewendH5532 geweest u alzoH3541 te doenH6213? Hij dan zeideH559: Neen!De ezelin nu zeide tot Bileam: Ben ik niet uw ezelin, op welke gij gereden hebt van toen af, dat gij mijn heer geweest zijt, tot op dezen dag? Ben ik ooit gewend geweest u alzo te doen? Hij dan zeide: Neen!
KJVAnd the ass2said1unto Balaam,4Am not I thine ass,7upon which thou hast ridden9ever since I was thine unto this day?13was I ever15wont16to do so17unto thee? And he said,
1וַתֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הָאָת֜וֹןH860ezelinnen, ezelin, ezelen(she) ass3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בִּלְעָ֗םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam5הֲלוֹא֩H3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6אָנֹכִ֨יH595ik, mijI, me, [idiom] which7אֲתֹֽנְךָ֜H860ezelinnen, ezelin, ezelen(she) ass8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9רָכַ֣בְתָּH7392rijden, rijdende, reedbring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set10עָלַ֗יH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11מֵעֽוֹדְךָ֙H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)12עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet13הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)15הַֽהַסְכֵּ֣ןH5532baten, gewend, voordeligacquaint (self), be advantage, [idiom] ever, (be, (un-)) profit(-able), treasurer, be wont16הִסְכַּ֔נְתִּיH5532baten, gewend, voordeligacquaint (self), be advantage, [idiom] ever, (be, (un-)) profit(-able), treasurer, be wont17לַעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use18לְךָ֖19כֹּ֑הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder20וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet21לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without
31Toen ontdekte de HEERE de ogen van Bileam, zodat hij den Engel des HEEREN zag, staande in den weg, en Zijn uitgetrokken zwaard in Zijn hand; daarom neigde hij het hoofd en boog zich op zijn aangezicht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Toen ontdekteH1540 de HEEREH3068 de ogenH5869 van BileamH1109, zodat hij den EngelH4397 des HEERENH3068zagH7200, staandeH5324 in den wegH1870, en Zijn uitgetrokkenH8025zwaardH2719 in Zijn handH3027; daarom neigdeH6915 hij het hoofd en boogH7812 zich op zijn aangezichtH639.Toen ontdekte de HEERE de ogen van Bileam, zodat hij den Engel des HEEREN zag, staande in den weg, en Zijn uitgetrokken zwaard in Zijn hand; daarom neigde hij het hoofd en boog zich op zijn aangezicht.
KJVThen the LORD2opened1the eyes4of Balaam,5and he saw6the angel8of the LORD9standing10in the way,11and his sword12drawn13in his hand:14and he bowed down15his head, and fell flat16on his face.
1וַיְגַ֣לH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover2יְהוָה֮H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4עֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)5בִלְעָם֒H1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam6וַיַּ֞רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מַלְאַ֤ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger9יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10נִצָּ֣בH5324gesteld, stonden, stondappointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state11בַּדֶּ֔רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)12וְחַרְבּ֥וֹH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool13שְׁלֻפָ֖הH8025uittrokken, trok, Trekdraw (off), grow up, pluck off14בְּיָד֑וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves15וַיִּקֹּ֥דH6915neigde, neigde hoofd, boogbow (down) (the) head, stoop16וַיִּשְׁתַּ֖חוּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship17לְאַפָּֽיוH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath
32Toen zeide de Engel des HEEREN tot hem: Waarom hebt gij uw ezelin nu driemaal geslagen? Zie, Ik ben uitgegaan u tot een tegenpartij, dewijl deze weg van Mij afwijkt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Toen zeideH559 de EngelH4397 des HEERENH3068totH413 hem: WaaromH4100 hebt gij uw ezelinH860 nu driemaalH7969geslagenH5221? ZieH2009, IkH595 ben uitgegaanH3318 u tot een tegenpartijH7854, dewijlH3588dezeH2088wegH1870 van Mij afwijktH3399.Toen zeide de Engel des HEEREN tot hem: Waarom hebt gij uw ezelin nu driemaal geslagen? Zie, Ik ben uitgegaan u tot een tegenpartij, dewijl deze weg van Mij afwijkt.
KJVAnd the angel3of the LORD4said1unto him, Wherefore hast thou smitten7thine ass9these three11times?12behold, I went out15to withstand16thee, because thy way19is perverse
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3מַלְאַ֣ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6מָ֗הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why7הִכִּ֨יתָ֙H5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9אֲתֹ֣נְךָ֔H860ezelinnen, ezelin, ezelen(she) ass10זֶ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)11שָׁל֣וֹשׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)12רְגָלִ֑יםH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time13הִנֵּ֤הH2009ziet, ziebehold, lo, see14אָנֹכִי֙H595ik, mijI, me, [idiom] which15יָצָ֣אתִיH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter16לְשָׂטָ֔ןH7854satan, tegenpartijder, tegenpartijadversary, Satan, withstand17כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18יָרַ֥טH3399afgewend, afwijktbe perverse, turn over19הַדֶּ֖רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)20לְנֶגְדִּֽיH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view
33Maar de ezelin heeft Mij gezien, en zij is nu driemaal voor Mijn aangezicht geweken; indien zij voor Mijn aangezicht niet geweken ware, zekerlijk Ik zoude u nu ook gedood, en haar bij het leven behouden hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Maar de ezelinH860 heeft Mij gezienH7200, en zij is nu driemaalH7969 voor Mijn aangezichtH6440gewekenH5186; indienH3588 zij voor Mijn aangezichtH6440 niet gewekenH5186 ware, zekerlijk Ik zoude u nuH6258ookH1571gedoodH2026, en haar bij het leven behoudenH2421 hebben.Maar de ezelin heeft Mij gezien, en zij is nu driemaal voor Mijn aangezicht geweken; indien zij voor Mijn aangezicht niet geweken ware, zekerlijk Ik zoude u nu ook gedood, en haar bij het leven behouden hebben.
KJVAnd the ass2saw1me, and turned3from me4these three6times:7unless8she had turned9from me,10surely now also I had slain15thee, and saved her alive.
1וַתִּרְאַ֨נִי֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2הָֽאָת֔וֹןH860ezelinnen, ezelin, ezelen(she) ass3וַתֵּ֣טH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield4לְפָנַ֔יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5זֶ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6שָׁלֹ֣שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)7רְגָלִ֑יםH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time8אוּלַי֙H194misschien, mogelijkif so be, may be, peradventure, unless9נָטְתָ֣הH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield10מִפָּנַ֔יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12עַתָּ֛הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas13גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea14אֹתְכָ֥הH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הָרַ֖גְתִּיH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely16וְאוֹתָ֥הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17הֶחֱיֵֽיתִיH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
34Toen zeide Bileam tot den Engel des HEEREN: Ik heb gezondigd, want ik heb niet geweten, dat Gij mij tegemoet op dezen weg stondt en nu, is het kwaad in Uw ogen, ik zal wederkeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Toen zeideH559BileamH1109totH413 den EngelH4397 des HEERENH3068: Ik heb gezondigdH2398, wantH3588 ik heb nietH3808gewetenH3045, datH3588GijH859 mij tegemoetH7125 op dezen wegH1870 stondt en nuH6258, is het kwaadH7489 in Uw ogenH5869, ik zal wederkerenH7725.Toen zeide Bileam tot den Engel des HEEREN: Ik heb gezondigd, want ik heb niet geweten, dat Gij mij tegemoet op dezen weg stondt en nu, is het kwaad in Uw ogen, ik zal wederkeren.
Ook in dit vers
stondH5324
KJVAnd Balaam2said1unto the angel4of the LORD,5I have sinned;6for I knew9not that thou stoodest12in the way14against13me: now therefore, if it displease thee,17I will get me back again.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2בִּלְעָ֜םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מַלְאַ֤ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger5יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6חָטָ֔אתִיH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass7כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9יָדַ֔עְתִּיH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot10כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11אַתָּ֛הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you12נִצָּ֥בH5324gesteld, stonden, stondappointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state13לִקְרָאתִ֖יH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way14בַּדָּ֑רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)15וְעַתָּ֛הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas16אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet17רַ֥עH7489kwaad, boosdoeners, kwalijkafflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse18בְּעֵינֶ֖יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)19אָשׁ֥וּבָהH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw20לִּֽי
35De Engel des HEEREN nu zeide tot Bileam: Ga heen met deze mannen; maar alleenlijk dat woord, wat Ik tot u spreken zal, dat zult gij spreken. Alzo toog Bileam met de vorsten van Balak.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35De EngelH4397 des HEERENH3068 nu zeideH559totH413BileamH1109: Ga heen metH5973 deze mannenH582; maar alleenlijk dat woordH1697, watH834 Ik totH413 u sprekenH1696 zal, dat zult gij sprekenH1696. Alzo toogH3212BileamH1109metH5973 de vorstenH8269 van BalakH1111.De Engel des HEEREN nu zeide tot Bileam: Ga heen met deze mannen; maar alleenlijk dat woord, wat Ik tot u spreken zal, dat zult gij spreken. Alzo toog Bileam met de vorsten van Balak.
KJVAnd the angel2of the LORD3said1unto Balaam,5Go6with the men:but only9the word11that I shall speak13unto thee, that thou shalt speak.16So Balaam18went17with the princes20of Balak.
1וַיֹּאמֶר֩H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מַלְאַ֨ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger3יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5בִּלְעָ֗םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam6לֵ֚ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)8הָ֣אֲנָשִׁ֔יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9וְאֶ֗פֶסH657einden, niets, niemandankle, but (only), end, howbeit, less than nothing, nevertheless (where), no, none (beside), not (any, -withstanding), thing of nought, save(-ing), there, uttermost part, want, without (cause)10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הַדָּבָ֛רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13אֲדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work14אֵלֶ֖יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15אֹת֣וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16תְדַבֵּ֑רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work17וַיֵּ֥לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak18בִּלְעָ֖םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam19עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)20שָׂרֵ֥יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward21בָלָֽקH1111BalakBalak
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
36Als Balak hoorde, dat Bileam kwam, zo ging hij uit, hem tegemoet, tot de stad der Moabieten, welke aan de landpale van de Arnon ligt, die aan het uiterste der landpale is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36AlsH3588BalakH1111hoordeH8085, dat BileamH1109kwamH935, zo ging hij uit, hem tegemoetH7125, totH413 de stadH5892 der MoabietenH4124, welkeH834 aan de landpaleH1366 van de ArnonH769 ligt, dieH834 aan het uitersteH7097 der landpaleH1366 is.Als Balak hoorde, dat Bileam kwam, zo ging hij uit, hem tegemoet, tot de stad der Moabieten, welke aan de landpale van de Arnon ligt, die aan het uiterste der landpale is.
KJVAnd when Balak2heard1that Balaam5was come,4he went out6to meet7him unto a city9of Moab,10which is in the border13of Arnon,14which is in the utmost16coast.
1וַיִּשְׁמַ֥עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2בָּלָ֖קH1111BalakBalak3כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4בָ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5בִלְעָ֑םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam6וַיֵּצֵ֨אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter7לִקְרָאת֜וֹH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9עִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10מוֹאָ֗בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab11אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13גְּב֣וּלH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space14אַרְנֹ֔ןH769ArnonArnon15אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16בִּקְצֵ֥הH7097einde, uiterste, deel[idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part)17הַגְּבֽוּלH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space
37En Balak zeide tot Bileam: Heb ik niet ernstiglijk tot u gezonden, om u te roepen? Waarom zijt gij niet tot mij gekomen? Kan ik u niet te recht vereren?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37En BalakH1111zeideH559totH413BileamH1109: Heb ik nietH3808ernstiglijkH7971 tot u gezondenH7971, om u te roepenH7121? WaaromH4100 zijt gij nietH3808totH413 mij gekomen? KanH3201 ik u nietH3808 te rechtH552vererenH3513?En Balak zeide tot Bileam: Heb ik niet ernstiglijk tot u gezonden, om u te roepen? Waarom zijt gij niet tot mij gekomen? Kan ik u niet te recht vereren?
KJVAnd Balak2said1unto Balaam,4Did I not earnestly6send7unto thee to call9thee? wherefore camest13thou not unto me? am I not able17indeed15to promote thee to honour?
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2בָּלָ֜קH1111BalakBalak3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בִּלְעָ֗םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam5הֲלֹא֩H3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6שָׁלֹ֨חַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)7שָׁלַ֤חְתִּיH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)8אֵלֶ֨יךָ֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9לִקְרֹאH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say10לָ֔ךְ11לָ֥מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why12לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13הָלַ֖כְתָּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl14אֵלָ֑יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15הַֽאֻמְנָ֔םH552waarlijk, rechtin (very) deed; of a surety16לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17אוּכַ֖לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer18כַּבְּדֶֽךָH3513zwaar, eren, verheerlijktabounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop
38Toen zeide Bileam tot Balak: Zie, ik ben tot u gekomen; zal ik nu enigzins iets kunnen spreken? Het woord, hetwelk God in mijn mond leggen zal, dat zal ik spreken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38Toen zeideH559BileamH1109totH413BalakH1111: ZieH935, ik ben totH413 u gekomen; zal ik nuH6258 enigzins ietsH3972 kunnen sprekenH1696? Het woordH1697, hetwelkH834GodH430 in mijn mondH6310leggenH7760 zal, dat zal ik sprekenH1696.Toen zeide Bileam tot Balak: Zie, ik ben tot u gekomen; zal ik nu enigzins iets kunnen spreken? Het woord, hetwelk God in mijn mond leggen zal, dat zal ik spreken.
Ook in dit vers
enigszinsH3201
KJVAnd Balaam2said1unto Balak,4Lo, I am come6unto thee: have I now any power9at all10to say11any thing?12the word13that God16putteth15in my mouth,17that shall I speak.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2בִּלְעָ֜םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בָּלָ֗קH1111BalakBalak5הִֽנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see6בָ֨אתִי֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7אֵלֶ֔יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8עַתָּ֕הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas9הֲיָכ֥וֹלH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer10אוּכַ֖לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer11דַּבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work12מְא֑וּמָהH3972iets, ding, nietsfault, [phrase] no(-ught), ought, somewhat, any (no-)thing13הַדָּבָ֗רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work14אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15יָשִׂ֧יםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work16אֱלֹהִ֛יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty17בְּפִ֖יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word18אֹת֥וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19אֲדַבֵּֽרH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
39En Bileam ging met Balak; en zij kwamen te Kirjath-Huzzoth.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39En BileamH1109gingH3212metH5973BalakH1111; en zij kwamenH935 te Kirjath-HuzzothH2351.En Bileam ging met Balak; en zij kwamen te Kirjath-Huzzoth.
KJVAnd Balaam2went1with Balak,4and they came5unto Kirjathhuzoth.
1וַיֵּ֥לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2בִּלְעָ֖םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam3עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4בָּלָ֑קH1111BalakBalak5וַיָּבֹ֖אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6קִרְיַ֥תH7155Kirjath-huzoth7חֻצֽוֹתH7155Kirjath-huzoth
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
40Toen slachtte Balak runderen en schapen; en hij zond aan Bileam, en aan de vorsten, die bij hem waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40Toen slachtteH2076BalakH1111runderenH1241 en schapenH6629; en hij zondH7971 aan BileamH1109, en aan de vorstenH8269, dieH834bijH854 hem waren.Toen slachtte Balak runderen en schapen; en hij zond aan Bileam, en aan de vorsten, die bij hem waren.
KJVAnd Balak2offered1oxen3and sheep,4and sent5to Balaam,6and to the princes
1וַיִּזְבַּ֥חH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay2בָּלָ֖קH1111BalakBalak3בָּקָ֣רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox4וָצֹ֑אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)5וַיְשַׁלַּ֣חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)6לְבִלְעָ֔םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam7וְלַשָּׂרִ֖יםH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward8אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9אִתּֽוֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
41En het geschiedde des morgens, dat Balak Bileam nam, en voerde hem op de hoogten van Baal, dat hij van daar zag het uiterste des volks.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41En het geschieddeH1961 des morgensH1242, dat BalakH1111BileamH1109namH3947, en voerdeH5927 hem op de hoogtenH1116 van BaalH1120, dat hij van daarH8033zagH7200 het uitersteH7097 des volksH5971.En het geschiedde des morgens, dat Balak Bileam nam, en voerde hem op de hoogten van Baal, dat hij van daar zag het uiterste des volks.
KJVAnd it came to pass on the morrow,2that Balak4took3Balaam,6and brought him up7into the high placesof Baal,8that thence he might see10the utmost12part of the people.
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַבֹּ֔קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow3וַיִּקַּ֤חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win4בָּלָק֙H1111BalakBalak5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6בִּלְעָ֔םH1109Bileam, BileamsBalaam, Bileam7וַֽיַּעֲלֵ֖הוּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work8בָּמ֣וֹתH1120Bamoth, Baal, Bamoth-baalBamoth, Bamoth-baal9בָּ֑עַלH1120Bamoth, Baal, Bamoth-baalBamoth, Bamoth-baal10וַיַּ֥רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions11מִשָּׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither12קְצֵ֥הH7097einde, uiterste, deel[idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part)13הָעָֽםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Numeri 22:1— Daarna reisden de kinderen van Israel, en legerden zich in de vlakken velden van Moab, aan deze zijde van de Jordaan van Jericho.Numeri 21:20→Jozua 3:16→Numeri 33:48→Numeri 32:19→Deuteronomium 1:5→Deuteronomium 3:8→Numeri 36:13→Deuteronomium 34:8→
Numeri 22:2— Toen Balak, de zoon van Zippor, zag al wat Israel aan de Amorieten gedaan had;Richteren 11:25→Numeri 21:20→Numeri 21:3→
Numeri 22:3— Zo vreesde Moab zeer voor het aangezicht dezes volks, want het was veel; en Moab was beangstigd voor het aangezicht van de kinderen Israels.Exodus 15:15→Deuteronomium 2:25→Psalmen 53:5→Jozua 2:10→Jozua 9:24→Jesaja 23:5→Jozua 2:24→
Numeri 22:4— Derhalve zeide Moab tot de oudsten der Midianieten: Nu zal deze gemeente oplikken al wat rondom ons is, gelijk de os de groente des velds oplikt. Te dier tijd nu was Balak, de zoon van Zippor, koning der Moabieten.Numeri 31:8→Numeri 25:15→Jeremia 48:38→Numeri 22:7→Numeri 22:2→Jozua 13:21→Numeri 24:17→Richteren 11:25→
Numeri 22:5— Die zond boden aan Bileam, den zoon van Beor, te Pethor, hetwelk aan de rivier is, in het land der kinderen zijns volks, om hem te roepen, zeggende: Zie, er is een volk uit Egypte getogen; zie, het heeft het gezicht des lands bedekt, en het blijft liggen recht tegenover mij.Deuteronomium 23:4→Jozua 24:9→Judas 1:11→Micha 6:5→Numeri 23:7→Openbaring 2:14→Jozua 13:22→Nehemia 13:1→
Numeri 22:6— En nu, kom toch, vervloek mij dit volk, want het is machtiger dan ik; misschien zal ik het kunnen slaan, of het uit het land verdrijven; want ik weet, dat, wien gij zegent, die zal gezegend zijn, en wien gij vervloekt, die zal vervloekt zijn.Numeri 24:9→Numeri 23:7→Jesaja 47:12→1 Koningen 22:8→Handelingen 8:9→Jozua 24:9→1 Koningen 22:13→Deuteronomium 23:4→
Numeri 22:7— Toen gingen de oudsten der Moabieten, en de oudsten der Midianieten, en hadden het loon der waarzeggingen in hun hand; alzo kwamen zij tot Bileam, en spraken tot hem de woorden van Balak.Micha 3:11→1 Samuël 9:7→Jesaja 56:11→2 Petrus 2:15→Numeri 24:1→Titus 1:11→1 Timotheüs 6:9→Ezechiël 13:19→
Numeri 22:8— Hij dan zeide tot hen: Vernacht hier dezen nacht, zo zal ik ulieden een antwoord wederbrengen, gelijk als de HEERE tot mij zal gesproken hebben. Toen bleven de vorsten der Moabieten bij Bileam.Numeri 22:19→Numeri 23:12→Numeri 12:6→Jeremia 12:2→Ezechiël 33:31→
Numeri 22:9— En God kwam tot Bileam en zeide: Wie zijn die mannen, die bij u zijn?Genesis 20:3→Numeri 22:20→2 Koningen 20:14→Genesis 16:8→Johannes 11:51→Daniël 4:31→Mattheüs 7:22→Genesis 4:9→
Numeri 22:12— Toen zeide God tot Bileam: Gij zult met hen niet trekken; gij zult dat volk niet vloeken, want het is gezegend.Genesis 12:2→Deuteronomium 23:5→Efeze 1:3→Mattheüs 27:19→Psalmen 144:15→Micha 6:5→Numeri 22:19→Romeinen 4:6→
Numeri 22:13— Toen stond Bileam des morgens op, en zeide tot de vorsten van Balak: Gaat naar uw land; want de HEERE weigert mij toe te laten met ulieden te gaan.Numeri 22:14→Deuteronomium 23:5→
Numeri 22:14— Zo stonden dan de vorsten der Moabieten op, en kwamen tot Balak, en zij zeiden: Bileam heeft geweigerd met ons te gaan.Numeri 22:37→Numeri 22:13→
Numeri 22:15— Doch Balak voer nog voort vorsten te zenden, meer en eerlijker, dan die waren;Handelingen 10:7→Numeri 22:7→
Numeri 22:17— Want ik zal u zeer hoog vereren, en al wat gij tot mij zeggen zult, dat zal ik doen; zo kom toch, vervloek mij dit volk!Numeri 24:11→Mattheüs 16:26→Numeri 22:37→Esther 5:11→Mattheüs 4:8→Numeri 22:6→Numeri 23:29→Numeri 23:2→
Numeri 22:18— Toen antwoordde Bileam, en zeide tot de dienaren van Balak: Wanneer Balak mij zijn huis vol zilver en goud gave, zo vermocht ik niet het bevel des HEEREN mijns Gods te overtreden, om te doen klein of groot.Numeri 24:13→2 Kronieken 18:13→1 Koningen 22:14→Numeri 23:26→Numeri 22:38→Daniël 5:17→Handelingen 8:20→Titus 1:16→
Numeri 22:19— En nu, blijft gijlieden toch ook hier dezen nacht, opdat ik wete, wat de HEERE tot mij verder spreken zal.1 Timotheüs 6:9→2 Petrus 2:3→2 Petrus 2:15→Judas 1:11→Numeri 22:7→
Numeri 22:20— God nu kwam tot Bileam des nachts, en zeide tot hem: Dewijl die mannen gekomen zijn, om u te roepen, sta op, ga met hen; en nochtans zult gij dat doen, hetwelk Ik tot u spreken zal.Numeri 24:13→Numeri 23:12→Numeri 23:26→Numeri 22:35→Ezechiël 14:2→1 Samuël 8:5→2 Thessalonicenzen 2:9→Psalmen 78:30→
Numeri 22:21— Toen stond Bileam des morgens op, en zadelde zijn ezelin, en hij trok heen met de vorsten van Moab.Spreuken 1:15→
Numeri 22:22— Doch de toorn des HEEREN werd ontstoken, omdat hij heentoog; en de Engel des HEEREN stelde Zich in den weg, hem tot een tegenpartij; hij nu reed op zijn ezelin, en twee zijner jongeren waren bij hem.Exodus 4:24→Numeri 22:32→Exodus 3:2→2 Koningen 10:20→Genesis 48:15→Klaagliederen 2:4→Hosea 1:4→Hosea 12:4→
Numeri 22:23— De ezelin nu zag den Engel des HEEREN staande in den weg, met Zijn uitgetrokken zwaard in Zijn hand; daarom week de ezelin uit den weg, en ging in het veld. Toen sloeg Bileam de ezelin, om dezelve naar den weg te doen wenden.Daniël 10:7→1 Korinthe 1:27→Jeremia 8:7→1 Kronieken 21:16→2 Petrus 2:16→2 Koningen 6:17→Judas 1:11→Handelingen 22:9→
Numeri 22:25— Toen de ezelin den Engel des HEEREN zag, zo klemde hij zichzelve aan den wand, en klemde Bileams voet aan den wand; daarom voer hij voort haar te slaan.Jesaja 47:12→Job 5:13→
Numeri 22:26— Toen ging de Engel des HEEREN noch verder, en Hij stond in een enge plaats, waar geen weg was om te wijken ter rechterhand noch ter linkerhand.Jesaja 26:11→Hosea 2:6→
Numeri 22:27— Als de ezelin den Engel des HEEREN zag, zo legde zij zich neder onder Bileam; en de toorn van Bileam ontstak, en hij sloeg de ezelin met een stok.Spreuken 27:3→Spreuken 14:16→Jakobus 1:19→
Numeri 22:28— De HEERE nu opende den mond der ezelin, die tot Bileam zeide: Wat heb ik u gedaan, dat gij mij nu driemaal geslagen hebt?2 Petrus 2:16→1 Korinthe 1:19→Exodus 4:11→Lukas 1:37→Romeinen 8:22→
Numeri 22:29— Toen zeide Bileam tot de ezelin: Omdat gij mij bespot hebt; och, of ik een zwaard in mijn hand had! want ik zoude u nu doden.Spreuken 12:10→Mattheüs 15:19→Spreuken 12:16→Prediker 9:3→
Numeri 22:30— De ezelin nu zeide tot Bileam: Ben ik niet uw ezelin, op welke gij gereden hebt van toen af, dat gij mijn heer geweest zijt, tot op dezen dag? Ben ik ooit gewend geweest u alzo te doen? Hij dan zeide: Neen!2 Petrus 2:16→1 Korinthe 1:27→
Numeri 22:31— Toen ontdekte de HEERE de ogen van Bileam, zodat hij den Engel des HEEREN zag, staande in den weg, en Zijn uitgetrokken zwaard in Zijn hand; daarom neigde hij het hoofd en boog zich op zijn aangezicht.Genesis 21:19→Lukas 24:31→Lukas 24:16→Numeri 24:16→Johannes 18:6→Numeri 24:4→Handelingen 26:18→2 Koningen 6:17→
Numeri 22:32— Toen zeide de Engel des HEEREN tot hem: Waarom hebt gij uw ezelin nu driemaal geslagen? Zie, Ik ben uitgegaan u tot een tegenpartij, dewijl deze weg van Mij afwijkt.Numeri 22:22→Deuteronomium 25:4→Jona 4:11→Psalmen 145:9→Deuteronomium 23:4→Psalmen 147:9→Spreuken 28:18→Numeri 22:28→
Numeri 22:33— Maar de ezelin heeft Mij gezien, en zij is nu driemaal voor Mijn aangezicht geweken; indien zij voor Mijn aangezicht niet geweken ware, zekerlijk Ik zoude u nu ook gedood, en haar bij het leven behouden hebben.Numeri 14:37→1 Koningen 13:24→Numeri 16:33→
Numeri 22:34— Toen zeide Bileam tot den Engel des HEEREN: Ik heb gezondigd, want ik heb niet geweten, dat Gij mij tegemoet op dezen weg stondt en nu, is het kwaad in Uw ogen, ik zal wederkeren.Job 34:31→1 Samuël 15:24→2 Samuël 12:13→1 Samuël 15:30→1 Samuël 26:21→Numeri 14:40→Exodus 10:16→Exodus 9:27→
Numeri 22:35— De Engel des HEEREN nu zeide tot Bileam: Ga heen met deze mannen; maar alleenlijk dat woord, wat Ik tot u spreken zal, dat zult gij spreken. Alzo toog Bileam met de vorsten van Balak.Numeri 22:20→Jesaja 37:26→2 Thessalonicenzen 2:9→Psalmen 81:12→
Numeri 22:36— Als Balak hoorde, dat Bileam kwam, zo ging hij uit, hem tegemoet, tot de stad der Moabieten, welke aan de landpale van de Arnon ligt, die aan het uiterste der landpale is.Genesis 14:17→Genesis 46:29→Numeri 21:13→Jeremia 48:20→Exodus 18:7→Genesis 18:2→Deuteronomium 3:8→Handelingen 28:15→
Numeri 22:37— En Balak zeide tot Bileam: Heb ik niet ernstiglijk tot u gezonden, om u te roepen? Waarom zijt gij niet tot mij gekomen? Kan ik u niet te recht vereren?Numeri 24:11→Psalmen 75:6→Lukas 4:6→Mattheüs 4:8→Numeri 22:16→Johannes 5:44→
Numeri 22:38— Toen zeide Bileam tot Balak: Zie, ik ben tot u gekomen; zal ik nu enigzins iets kunnen spreken? Het woord, hetwelk God in mijn mond leggen zal, dat zal ik spreken.Numeri 22:18→Numeri 23:26→Numeri 23:16→Jesaja 46:10→Psalmen 33:10→2 Kronieken 18:13→Jesaja 47:12→Psalmen 76:10→
Numeri 22:40— Toen slachtte Balak runderen en schapen; en hij zond aan Bileam, en aan de vorsten, die bij hem waren.Numeri 23:14→Genesis 31:54→Numeri 23:2→Numeri 23:30→Spreuken 1:16→
Numeri 22:41— En het geschiedde des morgens, dat Balak Bileam nam, en voerde hem op de hoogten van Baal, dat hij van daar zag het uiterste des volks.Numeri 23:13→Numeri 21:28→Jeremia 48:35→Deuteronomium 12:2→Numeri 25:2→2 Kronieken 11:15→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Numeri 22 vers 1— Daarna reisden de kinderen van Israel, en legerden zich in de vlakken velden van Moab, aan deze zijde van de Jordaan van Jericho.
Jordaan van Jericho
Der Jordaan van Jericho; dat is, die nabij Jericho passeert of, die een veer bij Jericho had.
Hertaald:Jordaan van Jericho
De Jordaan van Jericho; dat is: die dichtbij Jericho stroomt, of die een doorwaadbare plaats bij Jericho had.
Numeri 22 vers 2— Toen Balak, de zoon van Zippor, zag al wat Israel aan de Amorieten gedaan had;
Balak,
Deze Balak was in dezen tijd koning der Moabieten, vs.4. Zie van hem breder Richt. 11:25, en Mi. 6:5.
Hertaald:Balak,
Deze Balak was in deze tijd koning van de Moabieten, vers 4. Zie hierover uitgebreider Richt. 11:25 en Mi. 6:5.
Numeri 22 vers 3— Zo vreesde Moab zeer voor het aangezicht dezes volks, want het was veel; en Moab was beangstigd voor het aangezicht van de kinderen Israels.
Zo vreesde Moab zeer
Hier wordt vervuld wat Ex. 15:15 voorzegd is.
Hertaald:Zo vreesde Moab zeer
Hier wordt vervuld wat in Ex. 15:15 voorzegd is.
was beangstigd
Of, werd verdrietig, gelijk Ex. 1:12.
Hertaald:was beangstigd
Of: werd bang, zoals Ex. 1:12.
Numeri 22 vers 4— Derhalve zeide Moab tot de oudsten der Midianieten: Nu zal deze gemeente oplikken al wat rondom ons is, gelijk de os de groente des velds oplikt. Te dier tijd nu was Balak, de zoon van Zippor, koning der Moabieten.
de oudsten der Midianieten
Zij worden vorsten genaamd vs.8.
Hertaald:de oudsten der Midianieten
Zij worden vorsten genoemd in vers 8.
oplikken
Dat is, opeten en verteren.
Hertaald:oplikken
Dat is: opeten en verteren.
al wat rondom ons is,
Hebreeuws, al onze rondommen, of, onze rondommigheden.
Hertaald:al wat rondom ons is,
Hebreeuws: al onze omgeving, of onze omringende gebieden.
Numeri 22 vers 5— Die zond boden aan Bileam, den zoon van Beor, te Pethor, hetwelk aan de rivier is, in het land der kinderen zijns volks, om hem te roepen, zeggende: Zie, er is een volk uit Egypte getogen; zie, het heeft het gezicht des lands bedekt, en het blijft liggen recht tegenover mij.
Bileam,
Hij wordt Joz. 13:22 genoemd een voorzegger. Zie onder, Num. 24:1. De apostel Petrus noemt hem een profeet, 2 Petr. 2:16.
Hertaald:Bileam,
Hij wordt in Joz. 13:22 een voorzegger genoemd. Zie hieronder, Num. 24:1. De apostel Petrus noemt hem een profeet, 2 Petr. 2:16.
Pethor,
Een stad in Mesopotamië, onder, Num. 23:7; Deut. 23:4.
Hertaald:Pethor,
Een stad in Mesopotamië, hieronder, Num. 23:7; Deut. 23:4.
rivier is,
Te weten, de Eufraat
Hertaald:rivier is,
Namelijk: de Eufraat.
in het land der kinderen zijns volks,
Dat is, in zijn, te weten Bileams vaderland, hetwelk was Mesopotamië, gelijk blijkt onder, Num. 23:7.
Hertaald:in het land der kinderen zijns volks,
Dat is: in zijn, namelijk Bileams, vaderland, dat Mesopotamië was, zoals blijkt uit Num. 23:7.
Hertaald:gezicht des lands bedekt,
Hebreeuws: oog. Zie Ex. 10:5, Ex. 10:15; zo ook vers 11.
Numeri 22 vers 7— Toen gingen de oudsten der Moabieten, en de oudsten der Midianieten, en hadden het loon der waarzeggingen in hun hand; alzo kwamen zij tot Bileam, en spraken tot hem de woorden van Balak.
het loon der waarzeggingen
2 Petr. 2:15, wordt het genoemd het loon der ongerechtigheid. Zie Jer. 22:13.
Hertaald:het loon der waarzeggingen
In 2 Petr. 2:15 wordt het het loon der ongerechtigheid genoemd. Zie Jer. 22:13.
Numeri 22 vers 9— En God kwam tot Bileam en zeide: Wie zijn die mannen, die bij u zijn?
kwam tot Bileam
Te weten, in den nacht.
Hertaald:kwam tot Bileam
Namelijk: in de nacht.
Numeri 22 vers 14— Zo stonden dan de vorsten der Moabieten op, en kwamen tot Balak, en zij zeiden: Bileam heeft geweigerd met ons te gaan.
Bileam heeft geweigerd met ons te gaan
Gelijk Bileam den Moabietischen vorsten minder zeide dan God tot hem gesproken had, alzo boodschappen zij hunnen heer Balak minder dan Bileam hun gezegd had.
Hertaald:Bileam heeft geweigerd met ons te gaan
Zoals Bileam de Moabitische vorsten minder vertelde dan God hem gezegd had, zo brengen zij hun heer Balak minder over dan Bileam hun gezegd had.
Numeri 22 vers 15— Doch Balak voer nog voort vorsten te zenden, meer en eerlijker, dan die waren;
die waren;
Te weten, dan de eerstgezondenen.
Hertaald:die waren;
Namelijk: dan de eerder gezondenen.
Numeri 22 vers 17— Want ik zal u zeer hoog vereren, en al wat gij tot mij zeggen zult, dat zal ik doen; zo kom toch, vervloek mij dit volk!
zeer hoog vereren,
Hebreeuws, erende zal ik u eren.
Hertaald:zeer hoog vereren,
Hebreeuws: erend zal ik u eren.
Numeri 22 vers 18— Toen antwoordde Bileam, en zeide tot de dienaren van Balak: Wanneer Balak mij zijn huis vol zilver en goud gave, zo vermocht ik niet het bevel des HEEREN mijns Gods te overtreden, om te doen klein of groot.
zijn huis vol zilver en goud gave,
Hebreeuws, de volheid van zijn huis
Hertaald:zijn huis vol zilver en goud gave,
Hebreeuws: de volheid van zijn huis.
het bevel
Hebreeuws, den mond
Hertaald:het bevel
Hebreeuws: de mond.
HEEREN mijns Gods te overtreden,
Hieruit blijkt dat Bileam enigermate den waren God gekend heeft ten aanzien van deze handeling, doch niet geheel noch oprechtelijk.
Hertaald:HEEREN mijns Gods te overtreden,
Hieruit blijkt dat Bileam de ware God in zekere mate gekend heeft wat deze zaak betreft, maar niet volledig of oprecht.
Numeri 22 vers 19— En nu, blijft gijlieden toch ook hier dezen nacht, opdat ik wete, wat de HEERE tot mij verder spreken zal.
ook hier dezen nacht,
Ook; te weten, gelijk de vorige gezanten hebben gedaan.
Hertaald:ook hier dezen nacht,
Ook; namelijk zoals de vorige gezanten gedaan hebben.
opdat ik wete,
Bileam geliet zich, dat hij niet anders in deze zaak doen zou, dan wat God behagen zou, daar hij toch wel wist dat God hem reeds verboden had de Israëlieten te vloeken.
Hertaald:opdat ik wete,
Bileam deed alsof hij niets anders in deze zaak zou doen dan wat God behaagde, terwijl hij toch heel goed wist dat God hem al verboden had de Israëlieten te vloeken.
Numeri 22 vers 20— God nu kwam tot Bileam des nachts, en zeide tot hem: Dewijl die mannen gekomen zijn, om u te roepen, sta op, ga met hen; en nochtans zult gij dat doen, hetwelk Ik tot u spreken zal.
sta op, ga met hen;
God de HEERE laat Bileam eindelijk toe, dat hij met de gezanten van Balak gaan zal; niet dat het hem aangenaam was, gelijk blijkt vs.22, maar om de boosheid van Bileam des te meer te ontdekken en zijn heerlijkheid er in te openbaren, dat Hij Bileam gedwongen heeft het volk te zeggen, hetwelk deze voorgenomen had te vloeken.
Hertaald:sta op, ga met hen;
God de HEERE staat Bileam uiteindelijk toe met de gezanten van Balak mee te gaan; niet dat het Hem aangenaam was, zoals blijkt uit vers 22, maar om de boosheid van Bileam des te meer aan het licht te brengen en Zijn eigen heerlijkheid daarin te openbaren, doordat Hij Bileam gedwongen heeft het volk te zegenen dat deze van plan was te vervloeken.
Numeri 22 vers 22— Doch de toorn des HEEREN werd ontstoken, omdat hij heentoog; en de Engel des HEEREN stelde Zich in den weg, hem tot een tegenpartij; hij nu reed op zijn ezelin, en twee zijner jongeren waren bij hem.
omdat hij heentoog;
Te weten, met zulk een voornemen, om het volk Gods te vloeken. Anders, als
Hertaald:omdat hij heentoog;
Namelijk: met zo'n voornemen, om het volk van God te vervloeken. Ook mogelijk: toen.
tegenpartij;
Hebreeuws, Satan.
Hertaald:tegenpartij;
Hebreeuws: satan.
Numeri 22 vers 23— De ezelin nu zag den Engel des HEEREN staande in den weg, met Zijn uitgetrokken zwaard in Zijn hand; daarom week de ezelin uit den weg, en ging in het veld. Toen sloeg Bileam de ezelin, om dezelve naar den weg te doen wenden.
uitgetrokken zwaard in Zijn hand;
Dat was een teken des toorns en der wraak, gelijk Joz. 5:13, en 1 Kron. 21:16.
Hertaald:uitgetrokken zwaard in Zijn hand;
Dat was een teken van toorn en wraak, zoals Joz. 5:13 en 1 Kron. 21:16.
sloeg Bileam de ezelin,
Te weten, met zijn stok, vs.27.
Hertaald:sloeg Bileam de ezelin,
Namelijk: met zijn stok, vers 27.
Numeri 22 vers 30— De ezelin nu zeide tot Bileam: Ben ik niet uw ezelin, op welke gij gereden hebt van toen af, dat gij mijn heer geweest zijt, tot op dezen dag? Ben ik ooit gewend geweest u alzo te doen? Hij dan zeide: Neen!
Ben ik ooit gewend geweest
Hebreeuws, heb ik, de wijze hebbende, de wijze gehad?
Hertaald:Ben ik ooit gewend geweest
Hebreeuws: heb ik, gewoonte hebbend, gewoonte gehad?
Numeri 22 vers 32— Toen zeide de Engel des HEEREN tot hem: Waarom hebt gij uw ezelin nu driemaal geslagen? Zie, Ik ben uitgegaan u tot een tegenpartij, dewijl deze weg van Mij afwijkt.
dewijl
Dat is, want gij gaat den weg niet in, dien ik wil dat gij zult ingaan.
Hertaald:dewijl
Dat is: want u gaat niet de weg die Ik wil dat u gaat.
deze weg
Te weten, dien gij voor hebt.
Hertaald:deze weg
Namelijk: die u van plan bent.
van Mij afwijkt
Hebreeuws, tegenover mij; dat is, onder mijn ogen, in mijn tegenwoordigheid.
Hertaald:van Mij afwijkt
Hebreeuws: tegenover mij; dat is: onder Mijn ogen, in Mijn tegenwoordigheid.
Numeri 22 vers 34— Toen zeide Bileam tot den Engel des HEEREN: Ik heb gezondigd, want ik heb niet geweten, dat Gij mij tegemoet op dezen weg stondt en nu, is het kwaad in Uw ogen, ik zal wederkeren.
is het kwaad in Uw ogen,
Dat is, behaagt het u niet.
Hertaald:is het kwaad in Uw ogen,
Dat is: behaagt het u niet.
ik zal wederkeren
Hebreeuws, ik zal mij wederkeren.
Hertaald:ik zal wederkeren
Hebreeuws: ik zal mij omkeren.
Numeri 22 vers 37— En Balak zeide tot Bileam: Heb ik niet ernstiglijk tot u gezonden, om u te roepen? Waarom zijt gij niet tot mij gekomen? Kan ik u niet te recht vereren?
ernstiglijk tot u gezonden,
Hebreeuws, zendende gezonden.
Hertaald:ernstiglijk tot u gezonden,
Hebreeuws: zendend gezonden.
Numeri 22 vers 38— Toen zeide Bileam tot Balak: Zie, ik ben tot u gekomen; zal ik nu enigzins iets kunnen spreken? Het woord, hetwelk God in mijn mond leggen zal, dat zal ik spreken.
zal ik nu enigszins
Hebreeuws, zal ik, kunnende kunnen, iets spreken?
Hertaald:zal ik nu enigszins
Hebreeuws: zal ik, kunnend kunnen, iets spreken?
iets kunnen spreken?
Te weten, wat ik wil, en God niet wil.
Hertaald:iets kunnen spreken?
Namelijk: wat ik wil, en God niet wil.
Numeri 22 vers 39— En Bileam ging met Balak; en zij kwamen te Kirjath-Huzzoth.
Kirjath-huzzôth
Anders, de stad der straten, of, in de stad, die buiten gelegen is.
Hertaald:Kirjath-huzzôth
Ook mogelijk: de stad der straten, of: in de stad die buiten ligt.
Numeri 22 vers 40— Toen slachtte Balak runderen en schapen; en hij zond aan Bileam, en aan de vorsten, die bij hem waren.
slachtte Balak runderen en schapen;
Te weten, tot ene offerande; en de overgebleven stukken aten zij in een maaltijd. Zie onder, Num. 25:2.
Hertaald:slachtte Balak runderen en schapen;
Namelijk: als offer; en de overgebleven stukken aten zij tijdens een maaltijd. Zie hieronder, Num. 25:2.
Numeri 22 vers 41— En het geschiedde des morgens, dat Balak Bileam nam, en voerde hem op de hoogten van Baal, dat hij van daar zag het uiterste des volks.
des morgens,
Te weten, des anderen daags, na het feest der offerande.
Hertaald:des morgens,
Namelijk: de volgende dag, na het offerfeest.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Balak — verwoester, of: ledigmaker
De koning van Moab, die, doodsbang voor de talrijke Israëlieten, de ziener Bileam liet komen om hen te vervloeken (Num. 22:2-6). Ondanks alle pogingen kon hij Bileam niet zover krijgen Israël te vervloeken; in plaats daarvan zegende Bileam het volk tot driemaal toe.
Bileam — niet van het volk, of: verslinder van het volk
Een ziener uit Pethor in Mesopotamië, die door koning Balak van Moab ontboden werd om Israël te vervloeken. Onderweg werd hij door de Engel des HEEREN tegengehouden, waarbij zijn ezelin tot hem sprak (Num. 22:21-35). Telkens wanneer hij zijn mond opende om te vervloeken, legde de HEERE hem in plaats daarvan een zegen over Israël in de mond (Num. 23-24), waaronder de bekende profetie over de ster uit Jakob. Later gaf hij Balak echter de listige raad om Israël door de Moabitische en Midianitische vrouwen tot afgoderij en hoererij te verleiden (Num. 31:16), en kwam hij zelf om toen Israël de Midianieten versloeg (Num. 31:8).
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mattana, Nahaliël en Bamoth — Mattana: Hebreeuws "geschenk"; Nahaliël: "beekdal van God"; Bamoth: "hoogten" (verwant aan het latere Bamoth-Baal)
Ligging: Opeenvolgende pleisterplaatsen tussen "de put" en het veld van Moab; de precieze locaties zijn onbekend.
Geschiedenis: Kort na elkaar genoemde haltes op de laatste etappe voor Israël het veld van Moab bereikte, tegenover de berg Nebo/Pisga (Num. 21:18-20).
Bijbelse betekenis: Ook deze bondig genoemde haltes onderstrepen dat elke stap van de woestijnreis, tot in de kleinste bijzonderheden, onder de leiding van de HEERE stond.
Num. 21:18-20
De vlakke velden van Moab (Arboth-Moab) — Hebreeuws "Arboth" betekent "vlakten, steppen"
Ligging: De brede, vruchtbare vlakte aan de oostelijke Jordaanoever, tegenover Jericho, tussen de bergen van Moab en de rivier.
Geschiedenis: Hier legerde Israël zich na de overwinningen op Sihon en Og, en bleef hier gedurende de rest van het boek Numeri, heel het boek Deuteronomium, en tot aan het begin van Jozua (Num. 22:1). Hier vonden de Bileam-geschiedenis, de zonde bij Baäl-Peor, de tweede volkstelling en de laatste toespraken van Mozes plaats, en van hieruit trok Israël uiteindelijk de Jordaan over.
Bijbelse betekenis: De laatste, langdurige legerplaats van de veertigjarige woestijnreis — de plek waar Israël, letterlijk op de drempel van de belofte, zowel Gods zegen door Bileams monden ontving als, kort daarop, diep in zonde viel bij Baäl-Peor. Een plaats van zowel voorbereiding als beproeving vlak vóór de intocht.
Pethor — van onzekere afleiding, mogelijk verwant aan een woord voor "droomuitlegger" of aan de plaatsnaam Pitru uit Assyrische bronnen
Ligging: Een stad "aan de rivier" — dat is de Eufraat — "in het land der kinderen zijns volks", dus in het gebied van Aram-Naharaim/Mesopotamië.
Geschiedenis: De woonplaats van Bileam, de ziener die Balak, koning van Moab, liet halen om Israël te vervloeken (Num. 22:5; Deut. 23:4).
Bijbelse betekenis: Toont dat de HEERE zelfs een heidense waarzegger uit een ver land kan gebruiken om, tegen diens eigen bedoeling in, uitsluitend zegen over Zijn volk te laten uitspreken — een sterk bewijs dat geen vervloeking iets tegen Gods voornemen vermag (Num. 23:8, 20).
Archeologie: Mogelijk te identificeren met Pitru, een plaats die in Assyrische bronnen bij de samenvloeiing van de Eufraat en de Sajoer genoemd wordt.
Num. 22:5; Deut. 23:4
Kirjath-Huzoth — Hebreeuws voor "stad der straten"
Ligging: Een stad in Moab; de precieze locatie is onbekend.
Geschiedenis: Hier bracht Balak Bileam heen en offerde runderen en schapen, waarvan hij Bileam en de vorsten die bij hem waren, deel gaf (Num. 22:39).
Bijbelse betekenis: Onderdeel van Balaks vergeefse pogingen om Bileam gunstig te stemmen voor een vervloeking van Israël, die telkens weer op niets uitliep.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De Engel des HEERENniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenfunctie
De Engel als tegenpartij op de weg — 22:21-35
Balak, de koning van Moab, heeft een waarzegger uit het oosten laten halen om Israël te vervloeken. Bileam heeft twee keer gevraagd of hij mag gaan, en de tweede keer krijgt hij toestemming — met een voorwaarde erbij. Dan zadelt hij zijn ezelin en gaat.
De Engel des HEEREN gaat op de weg staan om een man tegen te houden die Gods volk komt vervloeken, en het dier ziet Hem eerder dan de ziener.
Het tafereel is bijna komisch als het niet zo ernstig was. Een man die zijn brood verdient met zien, rijdt op een ezelin die wél ziet. Drie keer wijkt het dier voor iets dat de ruiter niet waarneemt, en drie keer krijgt het slaag. Pas als God zijn ogen opent, ziet Bileam wat er de hele tijd voor hem stond: “Toen ontdekte de HEERE de ogen van Bileam, zodat hij den Engel des HEEREN zag, staande in den weg, en Zijn uitgetrokken zwaard in Zijn hand.”
Dat uitgetrokken zwaard komt maar een paar keer in het Oude Testament voor, en telkens gaat het om Dezelfde. Bij Jericho stond er ook Iemand met een zwaard in de hand, Die Zich de Vorst van het heir des HEEREN noemde. Hier staat Hij niet vóór Gods volk maar tegenover iemand die hun kwaad wil.
Wat de Engel zegt maakt duidelijk hoe dicht Bileam bij zijn einde is geweest: had de ezelin niet geweken, zekerlijk Ik zou u nu ook gedood hebben, en haar bij het leven behouden. De ziener werd gered door een dier dat beter keek dan hij.
Drie dingen in dit gedeelte wijzen dezelfde kant op als alle andere plaatsen waar deze Engel optreedt. Bileam buigt zich voor Hem op zijn aangezicht, en de Engel weert dat niet af. Bileam belijdt tegen Hem: ik heb gezondigd — en men belijdt geen zonde aan een schepsel. En de Engel spreekt in de eerste persoon over de woorden die Bileam zal moeten uitspreken: alleenlijk dat woord wat Ik tot u spreken zal, dat zult gij spreken.
Deze Engel doet hier wat Hij door heel het Oude Testament doet: Hij leidt Gods volk en Hij verdedigt het. In Egypte ging Hij voor het leger uit en stelde Zich vervolgens áchter hen, tussen het volk en de Egyptenaren in. Bij Jericho kwam Hij met instructies voor de strijd. Hier gaat Hij op een bergpad staan om een vloek tegen te houden voordat die is uitgesproken.
Wat er daarna gebeurt, is de bevestiging ervan. Bileam mag meegaan, maar hij komt geen woord verder dan wat hem in de mond gelegd wordt, en driemaal komt er een zegen uit waar een vloek besteld was. Petrus noemt hem later een man die het loon der ongerechtigheid heeft liefgehad, en die bestraft werd door een lastdier dat sprak met een mensenstem. De vloek die niet mocht komen, kwam niet.
Numeri 22:22 — De Engel des HEEREN gaat op de weg staan, als tegenpartij.
Numeri 22:31 — Pas als God zijn ogen opent, ziet de ziener wat het dier al zag.
Numeri 22:34 — Bileam belijdt Hem zijn zonde — dat doet men niet tegen een schepsel.
Jozua 5:13-15 — Bij Jericho stond dezelfde Gestalte met een uitgetrokken zwaard.
Exodus 14:19-20 — Bij de Rode Zee ging Hij achter het volk staan, als een muur ertussen.
2 Petrus 2:15-16 — Petrus herinnert aan het stomme lastdier dat de profeet bestrafte.
In het Nieuwe Testament: 2 Petrus 2:15-16; Judas 1:11; Jozua 5:13-15; Exodus 14:19-20; Numeri 23:8
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt dit gedeelte aan in 2 Petrus 2 en in Judas, maar alleen om Bileam als waarschuwend voorbeeld te noemen; over de Engel zegt het niets. Wat in de tekst zelf staat is dat de Engel aanbidding aanvaardt, dat Bileam Hem zijn zonde belijdt, en dat Hij in de eerste persoon spreekt over wat Hij zeggen zal. Dat Hij daarom de Zoon van God is vóór Zijn menswording, is de gevolgtrekking die uitleggers uit alle plaatsen van deze Engel samen maken.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
I. Vs. 1-20.KruisverwijzingenDeuteronomium 23:4→Richteren 11:25→Exodus 15:15→Jozua 24:9→Genesis 20:3→Judas 1:11→Micha 6:5→Numeri 24:9→ — Daarna reisden de kinderen van Israel, en legerden zich in de vlakken velden van Moab, aan deze zijde van de Jordaan van Jericho. Toen Balak, de zoon van Zippor, zag al wat Israel aan de Amorieten gedaan had; Zo vreesde Moab zeer voor het aangezicht dezes volks, want het was veel; en Moab was beangstigd voor het aangezicht van de kinderen Israels. Derhalve zeide Moab tot de oudsten der Midianieten: Nu zal deze gemeente oplikken al wat rondom ons is, gelijk de os de groente des velds oplikt. Te dier tijd nu was Balak, de zoon van Zippor, koning der Moabieten. Die zond boden aan Bileam, den zoon van Beor, te Pethor, hetwelk aan de rivier is, in het land der kinderen zijns volks, om hem te roepen, zeggende: Zie, er is een volk uit Egypte getogen; zie, het heeft het gezicht des lands bedekt, en het blijft liggen recht tegenover mij. En nu, kom toch, vervloek mij dit volk, want het is machtiger dan ik; misschien zal ik het kunnen slaan, of het uit het land verdrijven; want ik weet, dat, wien gij zegent, die zal gezegend zijn, en wien gij vervloekt, die zal vervloekt zijn. Toen gingen de oudsten der Moabieten, en de oudsten der Midianieten, en hadden het loon der waarzeggingen in hun hand; alzo kwamen zij tot Bileam, en spraken tot hem de woorden van Balak. Hij dan zeide tot hen: Vernacht hier dezen nacht, zo zal ik ulieden een antwoord wederbrengen, gelijk als de HEERE tot mij zal gesproken hebben. Toen bleven de vorsten der Moabieten bij Bileam. En God kwam tot Bileam en zeide: Wie zijn die mannen, die bij u zijn? Toen zeide Bileam tot God: Balak, de zoon van Zippor, de koning der Moabieten, heeft hen tot mij gezonden, zeggende: Israël rukt verder tot aan de Jordaan, en plaatst zich in de velden van Moab tegenover Jericho. Balak, de koning van het aan de overzijde van de Arnon in het zuiden gelegen rijk van de Moabieten, ziet dan ook voor zich gevaar. In vereniging met de oudsten van Midian wendt hij zich tot Bileam, een man, die beroemd is door de daden, welke hij verricht in de naam van dezelfde God, die Israël dient, opdat deze het gevreesde volk vervloekt; eerst bij het tweede gezantschap, en onder uitdrukkelijke voorwaarde, dat hij slechts zal spreken, wat hem zal ingegeven worden, wordt aan Bileam toegestaan, de roeping op te volgen.
KruisverwijzingenNumeri 21:20→Jozua 3:16→Numeri 33:48→Numeri 32:19→Deuteronomium 1:5→Deuteronomium 3:8→Numeri 36:13→Deuteronomium 34:8→— Daarna reisden de kinderen van Israel, en legerden zich in de vlakken velden van Moab, aan deze zijde van de Jordaan van Jericho.
Daarna, nadat het rijk van Og te Basan onderworpen, en het van het gebergte Pisga uitgezonden krijgsvolk (vs.32) zegevierend teruggekeerd was (vs.32), reisden de kinderen van Israël van destandplaats, die zij (vs.20) ingenomen hadden, verder, en legerden zich in de vlakke velden van Moab, van Jesimoth aan de noordoostelijke zijde van de Dode Zee tot aan Abel-Sittim (hoofdstuk 33:49), aan deze zijde van de Jordaan van (tegenover) Jericho. 1)
Daar zijn zij juist aangekomen als Bileam, 20 dagreizen ver uit Pethor aan de Eufraat door het tweede gezantschap van Balak geroepen, hen vervloeken zou; de geschiedenis (vs.2-36) valt dus, wat de aanvang betreft, in de tijd van de gebeurtenissen van hoofdstuk 21:31-35.
KruisverwijzingenRichteren 11:25→Numeri 21:20→Numeri 21:3→— Toen Balak, de zoon van Zippor, zag al wat Israel aan de Amorieten gedaan had;
Toen Balak (= verwoester), de zoon van Zippor (= kleine vogel): de toen regerende koning over Moab, zag al wat Israël aan de Amorieten gedaan had, hoe het deze met descherpte van het zwaard geslagen en hun land ingenomen had (hoofdstuk 21:24 vv.).
KruisverwijzingenExodus 15:15→Deuteronomium 2:25→Psalmen 53:5→Jozua 2:10→Jozua 9:24→Jesaja 23:5→Jozua 2:24→— Zo vreesde Moab zeer voor het aangezicht dezes volks, want het was veel; en Moab was beangstigd voor het aangezicht van de kinderen Israels.
Zo vreesde Moab zeer voor het aangezicht van dit volk, dat in zijn nabijheid gelegerd was, want het was veel, het was zeer talrijk en zichtbaar; en Moab was beangstigd voor het aangezicht van de kinderen van Israël. Zo bemerkteBalak, dat hij met zijn volk in deze omstandigheden weinig kon ondernemen. Hij raadpleegde nu met zijn vorsten omtrent de maatregelen, die konden genomen worden, om de gevreesde vijand te overwinnen en men besloot de hulp van anderen in te roepen.
KruisverwijzingenNumeri 31:8→Numeri 25:15→Jeremia 48:38→Numeri 22:7→Numeri 22:2→Jozua 13:21→Numeri 24:17→Richteren 11:25→— Derhalve zeide Moab tot de oudsten der Midianieten: Nu zal deze gemeente oplikken al wat rondom ons is, gelijk de os de groente des velds oplikt. Te dier tijd nu was Balak, de zoon van Zippor, koning der Moabieten.
Daarom zei Moab door zijn gezanten tot de oudsten van de Midianieten, die aan hun oostzijde woonden: Nu zal deze gemeente, die in ons gebied is ingedrongen en zich met haar kuddes in onze onmiddellijke nabijheid gevestigd heeft, oplikken al wat rondom ons is, zij zal ons verslinden en al onze bezittingen roven, zoals de os de groente van het veld oplikt. 1) Laat ons met elkaar verbonden het tegentrekken, opdat wij die indringers verdrijven. In die tijd nu was Balak, de zoon van Zippor, koning van deMoabieten, in de plaats van zijn vader, aan wie de Amorieten, die ook de Midianieten schatplichtig gemaakt hadden Jozua 13:21), een gedeelte van zijn land ontnomen hadden (hoofdstuk 21:26).
Met deze woorden wijst Balak, de koning van Moab de Midianieten, die aan de oostzijde van zijn gebied woonden, op het gevaar, dat hen van de zijde van de Israëlieten dreigde. Hij deelt hun zijn vrees mee, dat zij, de Israëlieten namelijk, niets zullen sparen, maar alles zullen wegnemen. Hij overlegt nu met hen, wat hun te doen staat en het gevolg van hun beraadslaging is, dat zij gemeenschappelijk zullen gaan naar Bileam, de zoon van Beor, te Pethor. Uit het vervolg van de geschiedenis blijkt toch, dat zowel de oudsten van de Midianieten als die van de Moabieten naar Bileam trekken.
KruisverwijzingenDeuteronomium 23:4→Jozua 24:9→Judas 1:11→Micha 6:5→Numeri 23:7→Openbaring 2:14→Jozua 13:22→Nehemia 13:1→— Die zond boden aan Bileam, den zoon van Beor, te Pethor, hetwelk aan de rivier is, in het land der kinderen zijns volks, om hem te roepen, zeggende: Zie, er is een volk uit Egypte getogen; zie, het heeft het gezicht des lands bedekt, en het blijft liggen recht tegenover mij.
Die Balak nu zond, volgens overeenkomst met de Midianieten (vs.7), boden aan a) Bileam, 1) (= verwoesting van het volk), de zoon van Beor (= lamp), te Pethor (= droomuitlegging), misschien Pathusae, enkele dagreizen ten zuiden aan Circesium, dat aan de rivier, de grote stroom, de Eufraat is, in het land van de kinderenvan zijn volk, van de Chaldeeën, om hem te roepen, zeggende: Zie, er is een volk uit Egypte getrokken; zie, het heeft het gezicht van het land bedekt, zo groot is zijn menigte, dat men het land niet meer zien kan (Exodus. 10:5), en het blijft liggen recht tegenover mij, zodat ik met mijn rijk in groot gevaar ben.
Wie is Bileam? Zijn naam betekent verderver, en zelfs de naam van zijn vader, Beor, wil zeggen, de verderfaanbrengende. Over hem zijn van oude tijden af, de meningen verschillend geweest. Onder de Kerkvaders waren het Ambrosius en Augustinus, die hem geheel voor een valse profeet hielden, terwijl Tertullianus en Hiëronymus hem hebben beschouwd als een ware profeet, die echter door eerzucht en geldgierigheid gevallen is. Onder onze oude godgeleerden is het Witsius geweest, die aangetoond heeft, dat beide meningen niet houdbaar zijn, dat hij wel aan ijdele en heidense waarzeggingen zich schuldig maakte, maar dat het hem ook niet ontbrak aan een zekere mate van kennis van de enige en ware God, en aan een zekere ontvankelijkheid voor openbaringen van de levende God.
Dit is zeker, nergens in de Heilige Schrift wordt Bileam genoemd met de naam, waarmee de ware profeten worden aangeduid, d.i. de naam van Nebi, maar hij wordt aangeduid met de naam van Kozeen (Jozua 13:22). Een naam, die zelfs een enkele maal Jesaja 3:2) wordt gebruikt, om juist het tegenovergestelde van hetgeen de Nebi, de ware profeet doet, aan te duiden. Bileam is een man, die niet geheel verstoken is geweest van de ware Godskennis. Geboren in Chaldea, waarschijnlijk afstammende van Nahor, wier nakomelingen hun woonplaats naar de Eufraat verlegden, had hij door zijn familie nog een gering overblijfsel behouden van het licht van de ware Godskennis. Hij was begaafd met een schrander oordeel en een grote vatbaarheid, om uit andere godsdiensten over te nemen, wat hem nuttig en voordelig kon zijn, met het oog op zijn waarzeggerij en toverij.
Het gerucht van Israëls volk, van zijn verlossing uit Egypte en van zijn wonderbare omwandeling door de woestijn, is ook tot hem gekomen. Hij heeft het gehoord, dat het Jehova is, die Israël op zo’n wonderbare wijze heeft geleid en zich geopenbaard heeft, als de God van de krachten. Welnu, die God zal hij ook dienen, niet om Hem daarmee te behagen, niet, omdat hij inziet, dat Jehova de enige ware God is, maar, omwille van het voordeel, zowel om daarmee zijn roem groter te maken, als ook om stoffelijke voordelen daarmee te verwerven. Vandaar dat hij in vs.8 zich aan de gezanten van Balak bekend maakt als een profeet van Jehova, en zegt, dat hij eerst moet weten, wat Jehova tot hem zal zeggen. Dat God zich met zo’n man wil inlaten, ja, hem zelfs tenslotte woorden in de mond legt, zo schoon en heerlijk als nauwelijks door Mozes hadden kunnen geuit worden, moet ons niet verwonderen, omdat de Heere dit niet deed omwille van Bileam, maar omwille van Zijn volk. Ook de vijanden van het volk van de Heere, moeten, al is het tegen hun wil en bedoeling meewerken aan het heil van Gods volk en aan de komst van het Koninkrijk.
Wij lezen dan ook niet, dat Bileam tot God ging, om Hem raad te vragen, hoe hij doen moest, maar dat God tot hem kwam, geheel op dezelfde wijze als in de geschiedenis van Laban, waar God aan Laban verschijnt, om hem te verhinderen Jakob kwaad te doen. Bij Bileam vinden wij daarom een vermenging van heidense afgoderij en enige kennis van de ware God. In hem zien wij de man, wiens subjectieve neiging, om de macht en kennis, die hij bezit, aan te wenden tot nadeel van het volk van de Heere, beheerst wordt door de objectieve macht van God. Bij wie het vlees geheel en al predomineert, en die slechts voor een ogenblik, wanneer de Heere met Zijn geest over hem komt, zich kan verheffen boven het vlees, maar die tenslotte in en met het vlees eindigt. Vandaar, dat hij immer genoemd wordt, als een type van de vijanden van de Kerk, en alle eeuwen door, als een van de gevaarlijkste vijanden en tegenstanders staat aangetekend.
KruisverwijzingenNumeri 24:9→Numeri 23:7→Jesaja 47:12→1 Koningen 22:8→Handelingen 8:9→Jozua 24:9→1 Koningen 22:13→Deuteronomium 23:4→— En nu, kom toch, vervloek mij dit volk, want het is machtiger dan ik; misschien zal ik het kunnen slaan, of het uit het land verdrijven; want ik weet, dat, wien gij zegent, die zal gezegend zijn, en wien gij vervloekt, die zal vervloekt zijn.
En nu, kom toch, vervloek mij dit volk, geef het met uw banvloeken aan het verderf over, want het is machtiger dan ik; misschien zal ik het kunnen slaan, of zal het uit het land verdrijven, wanneer gij het vloekt; 1) want ik weet, naar hetgeen ik gehoord heb van mijn vrienden en bondgenoten, de Midianieten, die op hun handelsreizen (zie “Ge 37.25) overal komen, dat, wie gij zegent, die zal gezegend zijn, en wie gij vervloekt, die zal vervloekt zijn.
Balak had met zijn Moabieten volstrekt geen reden, om voor de kinderen van Israël te vrezen; deze hadden op hun tocht iedere schending van het Moabitisch grondgebied met angstige zorgvuldigheid vermeden, en wat zij in spijs en water nodig hadden, slechts tegen gerede betaling verlangd (Deut.2:9,26 vv.); de Moabieten hadden integendeel, het vroeger door Sihon genomen en nu door Israël weer veroverde gebied, tussen de Jabbok en de Arnon weer in bezit kunnen nemen, daar de Heere voor Zijn volk slechts het land aan de andere zijde van de Jordaan bestemd had, en Moab tot die volken behoorde, van wier roeping ten opzichte van het rijk van God wij boven gesproken hebben. Het is echter een teken, hoe ver de Moabieten in hun afgoderij van de God van Israël, die hun stamvader Lot gediend had, afgeweken zijn, daar zij voor Zijn volk een zelfde angst voelen als vroeger (Exodus. 1:12) de Egyptenaars; eigenlijk is het alleen de vrees voor het gericht van God, tegen wie zij zich schuldig voelen, wanneer zij de Israëlieten, hun broeders voor een onwelkome macht aanzien, met wie zij in het begin zich niet willen bemoeien (zie Nu 20.21), en die zij nu uit hun nabijheid willen verdrijven. Daar zij in een openlijke strijd zich niet met hen durven meten, grijpt Balak, hun koning, volgens de raad van de Midianieten, (want ook deze waren geen zeer strijdbaar volk) een echt heidens middel aan, om de vermeende vijanden meester te worden. Door de gehele oudheid heen was namelijk de mening verbreid, dat diegenen, welke in nauwe betrekking tot de goden stonden, met behulp van toverformules, macht over deze konden uitoefenen en hun bijstand afdwingen. Zelfs de Romeinen kenden aan de geheime vloeken van hun Augurs of waarzeggers zo’n kracht toe, dat niemand, op wie deze gelegd waren, ze kon ontgaan; zij zochten daarom bij bestorming van steden voor alles de beschermgoden door hun priesters te bezweren en hielden van hun zijde de naam van de beschermgod van Rome zeer geheim, opdat door hun vijanden niet iets dergelijks kon beproefd worden.
Ten opzichte van het godsdienstige kan men aannemen, dat Bileam met zijn vaderen, hoewel uitwendig voor waarzegger van de gewone soort aangezien, toch niet van dezelfde aard als die van de heidense tovenaars geweest is; veeleer zullen zij zich met hun kunst in de dienst van de levende God hebben willen stellen, voor zover dit bij de weinige rechte kennis mogelijk was. God nu, die de vlammende vlaswiek niet uitdooft, verwerpt haar niet, maar verwekt zich in zo’n familie een man, die Hij met bijzondere geestesgaven toerust, voor wie Hij middelen en wegen opent, om tot een diepere, grondigere kennis des Heeren te komen, en, omdat hij Zijn besliste belijder wordt, een gemeenschap laat ondervinden, waarbij het tot een volkomen geloofsovergave en tot het ware profetische ambt gekomen zou zijn, wanneer de man niet op de weg daarheen schipbreuk geleden had. De middelen en wegen, die de Heere aan Bileam tot uitgebreider Godskennis gaf, waren nu wel geen buitengewone en bijzondere; zij bestonden in de kennis van de grote daden, die Hij aan Israël bij de Schelfzee gedaan had, en waarvan in het lied van Mozes (Ex.15:1-18) uitdrukkelijk gezegd wordt, dat de roep daarvan tot alle omliggende volken zou doordringen en een grote indruk op hen maken zou. Dat het vernemen van die daden wel in staat was opmerkzame en gevoelige harten nader tot God de Heere te brengen, daarvan zijn zowel Jethro, de priester in Midian, als Rachel, de hoer te Jericho, het bewijs. (Ex.18:10 vv. Jozua. 2:9 vv.) Ook Bileam mogen wij tot die opmerkzame en gevoelige zielen rekenen. Toen bij zijn voortreffelijke begaafdheid die grootse gebeurtenissen hem ter ore kwamen, zullen zij zeker in hoge mate zijn belangstelling hebben gewekt; de overleveringen van zijn familie bij het belang van zij stand, moesten hem niet weinig tot een God aantrekken, die hij als de God van zijn vaderen, als de Heer, die niemand onder de goden gelijk is, in die gebeurtenissen herkende. Van toen af, reeds sedert de jaren van zijn jeugd, heeft hij de God van Israël gediend; toch is het een dienst meer van het verstand dan van het hart, meer met kennis dan met geloof geweest. Balak wendt zich nu het liefst met zijn vraag tot hem, omdat hij dezelfde God belijdt, die Israël zijn God noemt, want Balak meent niet, dat de ziener moet spreken, wat de Heere hem te spreken gfeeft, maar Jehovah moet doen wat zijn dienaar onder aanwending van de nodige bezweringen zeggen zal. Zo is naar zijn inzien het gevreesde volk zeker in zijn macht, wanneer hij de waarzegger tot vervloeking winnen kan. Voor Bileam is met deze uitnodiging het gewichtigste uur van zijn leven geslagen, het uur, waarin hij met zijn hart moet beslissen, óf voor God, die hij tot hiertoe met de mond beleden heeft en met zijn verstand voor de enige ware God erkend heeft, of voor hem, die door het Balaks gezantschap tot hem spreekt: “Ik zal u al deze dingen geven, zodat gij neervallende mij zult aanbidden”.
KruisverwijzingenMicha 3:11→1 Samuël 9:7→Jesaja 56:11→2 Petrus 2:15→Numeri 24:1→Titus 1:11→1 Timotheüs 6:9→Ezechiël 13:19→— Toen gingen de oudsten der Moabieten, en de oudsten der Midianieten, en hadden het loon der waarzeggingen in hun hand; alzo kwamen zij tot Bileam, en spraken tot hem de woorden van Balak.
Toen gingen de oudsten van de Moabieten en de oudsten van de Midianieten naar Pethor, en zij hadden het loon van de waarzeggingen in hun hand; 1) alzo kwamen zij tot Bileam, en spraken tot hem de woorden van Balak (vs.5 vv.).
De waarzeggers waren gewoon zich voor hun diensten te laten betalen. Ook bij de Israëlieten was het later het gebruik, dat de zieners een geschenk werd gegeven (1 Samuel 9:7). Het woord “waarzegger” wordt steeds van Bileam gebezigd. Jozua. 13:22 toont reeds, dat hij geen waarachtig profeet van de Allerhoogste was.
KruisverwijzingenNumeri 22:19→Numeri 23:12→Numeri 12:6→Jeremia 12:2→Ezechiël 33:31→— Hij dan zeide tot hen: Vernacht hier dezen nacht, zo zal ik ulieden een antwoord wederbrengen, gelijk als de HEERE tot mij zal gesproken hebben. Toen bleven de vorsten der Moabieten bij Bileam.
Hij dan, wel voelende, dat hij het volk, waaraan de Heere zo grote dingen gedaan had, niet mocht vervloeken, en toch begerig naar het hem voorgestelde loon, wees de boden niet aanstonds af, maar zei tot hen: Blijf hier dezen nacht, opdat Ik naar de wil van God vraag; zo zal ik u een antwoord terugbrengen, zoals de HEERE tot mij zal gesproken hebben. Toen bleven de vorsten van de Moabieten met die van de Midianieten, bij Bileam. 1)
Hieruit blijkt duidelijk, dat het Bileam ontbrak aan een juiste kennis van de betrekking tussen Jehova en het volk. Van de Verbondsbetrekking had hij niet het flauwste begrip. Hij had wel gehoord, dat Jehova het had gedaan, maar hoe Deze stond tegenover het volk vermoedde hij niet. Anders toch had hij kunnen weten, hoe God nooit zou toelaten, dat Zijn Verbondsvolk vervloekt werd door zijn onheilige lippen.
KruisverwijzingenGenesis 20:3→Numeri 22:20→2 Koningen 20:14→Genesis 16:8→Johannes 11:51→Daniël 4:31→Mattheüs 7:22→Genesis 4:9→— En God kwam tot Bileam en zeide: Wie zijn die mannen, die bij u zijn?
En God 1) kwam tot Bileam, ‘s nachts in een gezicht (Genesis 15:1 vv.) of in een droom (Genesis 20:3; 31:24), en zei tot hem op ernstige, bestraffende toon, om de macht te breken van die zondige neiging, die hem verleid had niet aanstonds Balaks verzoek van de hand te wijzen: Wie zijn die mannen, die bij u zijn, en wat willen zij van u?
God (Elohim) kwam tot Bileam, lezen wij, niet de Heere (Jehova). De betrekking tussen Bileam en de Eeuwige was niet als de betrekking tussen Israël en God. Voor Bileam is Hij de Schepper van hemel en aarde, aan Wiens wil ook een Bileam onderworpen is.
— Toen zeide Bileam tot God: Balak, de zoon van Zippor, de koning der Moabieten, heeft hen tot mij gezonden, zeggende:
Toen zei Bileam tot God: Balak, de zoon van Zippor, de koning van de Moabieten, heeft hen tot mij gezonden, zeggende:
— Zie, er is een volk uit Egypte getogen, en het heeft het gezicht des lands bedekt; kom nu, vervloek het mij; misschien zal ik tegen hetzelve kunnen strijden, of het uitdrijven.
Zie er is een volk 1) uit Egypte getrokken en het heeft het gezicht van het land bedekt; kom nu, vervloek het voor mij; misschien zal ik hiertegen kunnen strijden, of het uitdrijven.
Niet zonder doel verzwijgt Bileam de naam van het volk, hoewel hij die kent en spreekt hij evenzo in het algemeen en zo onbepaald, als Balak dit gedaan heeft want hier is de knoop, waardoor hij met zijn gedachten, die hem aanklagen of verontschuldigen, niet heen kan, dat hij hier niet met een heidens volk te doen heeft, dat op onrechtvaardige wijze een ander overvalt en voor Gods gericht rijp is, maar met het eigendom van de Heere.
Gelukte het hem op enige wijze Israëls roeping en verkiezing, die hem duidelijk voor ogen stond, voor zichzelf te verduisteren, kon hij het volk in één en dezelfde klasse brengen met de overige volken, zo zou ook niets meer zijn geweten terughouden, om de roeping van de Moabieten-koning te volgen. Wellicht is hij op het punt, dat zijn geweten door de overredingskunsten van ijdelheid en hebzucht tot zwijgen gebracht, tot rust begint te komen; als de Heere hem in een gezicht of droom verschijnt en door een kort apodiktisch (geen tegenspraak toelatend) de strijd van geest en vlees, die reeds met de zegepraal van het vlees begon te eindigen, ten gunste van de geest beslist.
KruisverwijzingenGenesis 12:2→Deuteronomium 23:5→Efeze 1:3→Mattheüs 27:19→Psalmen 144:15→Micha 6:5→Numeri 22:19→Romeinen 4:6→— Toen zeide God tot Bileam: Gij zult met hen niet trekken; gij zult dat volk niet vloeken, want het is gezegend.
Toen zei God tot Bileam: Gij zult met hen niet meegaan; gij zult dat volk niet vervloeken, want het is door Mij gezegend. 1)
De Heere stelt hier Zijn zegen tegenover het vloeken van Bileam, en wijst daarmee op de grote reden, waarom Bileam het volk niet vervloeken mocht.
KruisverwijzingenNumeri 22:14→Deuteronomium 23:5→— Toen stond Bileam des morgens op, en zeide tot de vorsten van Balak: Gaat naar uw land; want de HEERE weigert mij toe te laten met ulieden te gaan.
Toen stond Bileam ‘s morgens op, en zei tot de vorsten van Balak: Gaat zonder mij naar uw land, want de HEERE weigert mij toe te laten met u te gaan. 1)
Men hoort het aan deze woorden duidelijk, dat de begeerte naar Balaks goud geenszins in het hart van Bileam overwonnen is, maar slechts met geweld door het woord van de Heere is teruggedrongen, daarom betreurt hij het juist, met de vorsten van de Moabieten niet te kunnen vertrekken; hij geeft ook het goddelijk antwoord, dat hij ontvangen heeft, niet volledig in zijn gehele scherpte weer, maar in een vorm, die aan Balak aanleiding geeft, om een tweede nog veel sterkere aanval op zijn hart te wagen. Hier leren wij, hoe gevaarlijk het is, in de strijd tegen de verleider zich niet geheel met vrolijk geloof en blijde gehoorzaamheid aan het woord van God over te geven, dit zwaard van de Geest, dat ons tot verwering tegen alle ongoddelijke aandrijvingen gegeven is, af te stompen en God de ene hand te reiken, terwijl men de duivel de andere geeft.
Hiermee spreekt Bileam het in bedekte vorm uit, dat het niet aan hem hapert, maar dat hij eigenlijk tegen zijn zin thuis blijft. Hij heeft zich nu eenmaal aan de dienst van Jehova verbonden, en deze verbinding brengt de eis van gehoorzaamheid mee.
KruisverwijzingenNumeri 22:37→Numeri 22:13→— Zo stonden dan de vorsten der Moabieten op, en kwamen tot Balak, en zij zeiden: Bileam heeft geweigerd met ons te gaan.
Zo stonden dan de vorsten van de Moabieten op, en kwamen onverrichter zake tot Balak, en zij zeiden: Bileam heeft geweigerd met ons te gaan.
KruisverwijzingenHandelingen 10:7→Numeri 22:7→— Doch Balak voer nog voort vorsten te zenden, meer en eerlijker, dan die waren;
Doch Balak voer nog voort vorsten te zenden, meer en eerlijker, aanzienlijker dan die waren, die voor de eerste maal gekomen waren. 1)
Daar de wereld zich niet kan voorstellen, dat een godvruchtig geweten aan Gods woord gebonden is, hield Balak het ervoor, dat de ijdele en hebzuchtige man meer geëerd en rijker beloond wilde zijn. Daarom zond hij hem een tweede gezantschap, dat door de personen, waaruit het bestond, meer indruk op zijn eerzuchtig hart kon maken, en met aanbiedingen, die ook aan zijn geldgierigheid konden voldoen.
— Die tot Bileam kwamen, en hem zeiden: Alzo zegt Balak, de zoon van Zippor: Laat u toch niet beletten tot mij te komen!
Die tot Bileam kwamen, en hem zeiden: Alzo zegt Balak de zoon van Zippor: Laat u toch niet beletten tot mij te komen!
KruisverwijzingenNumeri 24:11→Mattheüs 16:26→Numeri 22:37→Esther 5:11→Mattheüs 4:8→Numeri 22:6→Numeri 23:29→Numeri 23:2→— Want ik zal u zeer hoog vereren, en al wat gij tot mij zeggen zult, dat zal ik doen; zo kom toch, vervloek mij dit volk!
Want ik zal u zeer hoog vereren, zoals gij reeds in dit gezantschap ziet, en al wat gij tot mij zeggen zult, dat zal ik doen, 1) wat gij in goud en zilver begeert zal ik u geven: zo kom toch, vervloek mij dit volk.
Als een echte heiden, die in de God van Israël slechts een nationalen God ziet, meent hij door schitterende eerbewijzen en rijke geschenken niet slechts mensen, maar ook God gunstig voor zich te kunnen stemmen.
KruisverwijzingenNumeri 24:13→2 Kronieken 18:13→1 Koningen 22:14→Numeri 23:26→Numeri 22:38→Daniël 5:17→Handelingen 8:20→Titus 1:16→— Toen antwoordde Bileam, en zeide tot de dienaren van Balak: Wanneer Balak mij zijn huis vol zilver en goud gave, zo vermocht ik niet het bevel des HEEREN mijns Gods te overtreden, om te doen klein of groot.
Toen antwoordde Bileam en zei tot de dienaren van Balak: Wanneer Balak mij aanstonds zijn huis vol zilver en goud gaf, alles wat zijn schatkamer bezit, zo kon ik niet het bevel van de HEERE mijn God te overtreden, om te doenklein of groot. 1) Niets kan ik tegen Zijn wil, hoe gering het schijnt.
Voor Bileam staat, van het begin tot het einde toe, dit ene vast, dat hij in het werk, dat Balak van hem eist, niets kan, behalve door de Heere. Dit weet hij en deze kennis is hem, uit kracht van zijn natuurlijke zienersgave en van zijn ervaring tot nu toe, tot zijn eigendom geworden. Maar deze zuivere verstandelijke kennis van Jehova wordt bij hem, door zijn liefde tot het loon, welke in zijn hart de boventoon heeft, wederom geheel en al verdonkerd. Omdat hij, omwille van het loon, Balak, de vijand van Israël, bemint, Jehova daarentegen Israël, omwille van Zijn Naam liefheeft, zo is Bileam, naar zijn innerlijk wezen en willen, in tegenspraak met Jehova, met Wie hij, naar zijn natuurlijke gaven één is. Daardoor valt hij in dezelfde blindheid van de tegenstrijdigheid waarin Balak gevangen is.
Dat Bileam zegt, dat hij niets kan tegen het bevel van God, kwam niet voort uit liefde en gehoorzaamheid jegens Zijn wil, maar uit vrees voor de gevolgen. Zo veel weet hij wel van Jehova, dat Deze niet ongestraft laat, al wat tegen Zijn wil gebeurt.
Kruisverwijzingen1 Timotheüs 6:9→2 Petrus 2:3→2 Petrus 2:15→Judas 1:11→Numeri 22:7→— En nu, blijft gijlieden toch ook hier dezen nacht, opdat ik wete, wat de HEERE tot mij verder spreken zal.
En nu, blijft gij toch ook hier deze nacht, zoals ook de vorige gezanten een nacht bij mij gebleven zijn (vs.8), opdat ik weet, wat de HEERE tot mij verder spreken zal; ik zal alles aanwenden om een voor Balak gunstig antwoord van Hem te verkrijgen.
Na Bileams woorden in vs.18: “Wanneer Balak mij enz.,” staat een punt. Hoe zouden wij ons verheugen, wanneer het bij dit punt had kunnen blijven! Hoe zouden wij dan van de zegen spreken, die zelfs een gehoorzaamheid, welke in Gods gebod geen behagen heelt, zoals wij in vs.13 bij Bileam opmerkten, onder de tucht van de Heilige Geest ten gevolge kan hebben, wanneer slechts dat hart zich werkelijk aan deze tucht onderwerpt en zich eindelijk aan haar gevangen geeft. Zeker heeft de man onder zo’n tucht gestaan, gedurende de 40 of 50 dagen, die sedert het vertrek van de eerste gezanten tot aan de aankomst van de tweede verlopen zijn, want het woord, dat hij eerst spreekt, is geheel uit de geest geboren. O, worstel met alle ijver tegen de begeerlijkheid, en laat u door de gehele wereld niet van God aftrekken; zoek in het verborgen zo met Hem te leven, dat niets u bevlekken kan. En hebt gij de parel verkregen, denk toch niet, dat al het kwaad geweken is. Vrees voor uw ziel, want hier zijt gij dagelijks in gevaar, en wel het meest dan, wanneer gij God uw hand wilt reiken, omdat op datzelfde ogenblik de duivel achter u staat en naar de andere grijpt. Bileam reikt ze hem, niet daar hij de eerste weer van God terugtrekt, maar daar hij met God in onderhandeling wil treden, of deze van Zijn apodictisch woord (vs.12): “Gij zult met hen niet trekken, enz.,” niet iets zal laten afdingen.
KruisverwijzingenNumeri 24:13→Numeri 23:12→Numeri 23:26→Numeri 22:35→Ezechiël 14:2→1 Samuël 8:5→2 Thessalonicenzen 2:9→Psalmen 78:30→— God nu kwam tot Bileam des nachts, en zeide tot hem: Dewijl die mannen gekomen zijn, om u te roepen, sta op, ga met hen; en nochtans zult gij dat doen, hetwelk Ik tot u spreken zal.
God nu kwam voor de tweede maal tot Bileam ‘s nachts, en zei tot hem: Daar die mannen gekomen zijn, om u te roepen, en het uw lust is hen te volgen, hoewel Ik het u uitdrukkelijk verboden heb, sta op, ga met hen; 1) Ik zal u niet met geweld terughouden; en nochthans, meen niet, dat gij zult kunnen zeggen, wat Balak wil, nochthans zult gij dat doen, wat Ik door Mijn Geest tot u spreken zal over Mijn volk.
Zo heeft God dan werkelijk van Zijn eerste bevel iets ingetrokken, namelijk de voorzin: “Gij zult met hen niet meegaan.” De mens dwingt soms iets van God af, en God laat het toe. Maar de hoofdzaak bleef: “gij zult dat volk niet vloeken, want het is gezegend.” Of Bileam met die toelating iets gewonnen heeft? Integendeel, hij heeft daarmee veel verloren; het gevaar, waarin hij verkeert, is veel groter dan vroeger; voor het vlees zijn de teugels losser gelaten, en dat zal niet nalaten, zoals wij in het volgend gedeelte zullen zien, van die vrijheid gebruik te maken. Wachten wij ons, van Gods woord en gebod iets ten gunste van ons vlees af te dingen, of in Gods leiding met onze eigen wil te willen ingrijpen! “Wanneer wij als onverbeterlijke kinderen dwingen, staat de vader wel meer ons iets toe, niet in gunst, maar in boosheid”.
De Heere kwam tot hem en zei tot hem, dat hij, als hij wilde, met Balaks boden kon gaan; gevende hem dus over aan de begeerlijkheden van zijn hart; alsof de Heere zei: “Omdat gij zo’n grote lust hebt om te gaan, gaat: maar weet nochthans, dat de reis, die gij staat te ondernemen, naar uw wens, noch tot uw ere zal uitvallen; want, ofschoon gij verlof hebt, om te gaan, gij zult nochthans, hoe lief u ook het loon moge zijn, de macht niet hebben, om Israël te vervloeken, want gij zult doen, wat Ik tot u spreken zal.” Dus gaat het altijd met de vijanden van Gods volk, die, ofschoon zij verderfelijke aanslagen mogen smeden, om het te verdrukken en te benauwen, nochthans geketend zijn aan de almacht van God, zodat zij niets, het allerminste zonder Zijn toelating kunnen uitrichten, ja, dikwijls gedwongen worden, om Zijn gunstgenoten, in plaats van hen kwaad te doen, zoals hun voornemen was, integendeel vriendschap te betonen. Het was in verbolgenheid, dat de Heere tot Bileam zei: gaat met hen; en wij hebben reden, om te denken, dat Bileam zelf het dus begreep; want wij lezen niet, dat hij zich op die inwilliging of toelating beroepen heeft, toen de Heere hem, wegens zijn heentrekken, bestrafte. Men ziet hieruit, dat, zoals de Heere soms de gebeden van Zijn volk in liefde afslaat, Hij dus ook soms de begeerte van de goddelozen in boosheid inwilligt.
De vergunning, die God Bileam tenslotte verleent, om met de gezanten van Moab te trekken, is zijn straf. Wie Jehova niet met bereidwilligheid dient, moge zich naar de begeerte van zijn hart aan andere heren verbinden, ook op deze wijze dient hij onwetend en onwillig het raadsbesluit van God, maar zonder, óf het loon te ontvangen, dat de wereld hem voorhield, óf dat, hetgeen God uit genade wilde schenken.
De schijnbare tegenstrijdigheid, dat God eerst Bileam weigerde, om mee te gaann, en het later toestond, en dat, als Bileam, ten gevolge van het verlof, zich op weg had begeven, de toorn van God tegen hem ontbrandt, veronderstelt geen veranderlijkheid in het raadsbesluit van God, maar verdwijnt volkomen, zo spoedig men slechts het pedagogisch doel van de inwilliging in ogenschouw neemt.
II. Vs. 21-35.KruisverwijzingenSpreuken 12:10→Exodus 4:24→Numeri 22:32→Spreuken 1:15→Exodus 3:2→2 Koningen 10:20→Genesis 48:15→Klaagliederen 2:4→ — Toen stond Bileam des morgens op, en zadelde zijn ezelin, en hij trok heen met de vorsten van Moab. Doch de toorn des HEEREN werd ontstoken, omdat hij heentoog; en de Engel des HEEREN stelde Zich in den weg, hem tot een tegenpartij; hij nu reed op zijn ezelin, en twee zijner jongeren waren bij hem. De ezelin nu zag den Engel des HEEREN staande in den weg, met Zijn uitgetrokken zwaard in Zijn hand; daarom week de ezelin uit den weg, en ging in het veld. Toen sloeg Bileam de ezelin, om dezelve naar den weg te doen wenden. Maar de Engel des HEEREN stond in een pad der wijngaarden, zijnde een muur aan deze, en een muur aan gene zijde. Toen de ezelin den Engel des HEEREN zag, zo klemde hij zichzelve aan den wand, en klemde Bileams voet aan den wand; daarom voer hij voort haar te slaan. Toen ging de Engel des HEEREN noch verder, en Hij stond in een enge plaats, waar geen weg was om te wijken ter rechterhand noch ter linkerhand. Als de ezelin den Engel des HEEREN zag, zo legde zij zich neder onder Bileam; en de toorn van Bileam ontstak, en hij sloeg de ezelin met een stok. De HEERE nu opende den mond der ezelin, die tot Bileam zeide: Wat heb ik u gedaan, dat gij mij nu driemaal geslagen hebt? Toen zeide Bileam tot de ezelin: Omdat gij mij bespot hebt; och, of ik een zwaard in mijn hand had! want ik zoude u nu doden. De ezelin nu zeide tot Bileam: Ben ik niet uw ezelin, op welke gij gereden hebt van toen af, dat gij mijn heer geweest zijt, tot op dezen dag? Ben ik ooit gewend geweest u alzo te doen? Hij dan zeide: Neen! Op de reis naar Moab, als Bileam steeds heviger van begeerte brandt naar het hem voorgehouden loon, en meer en meer de voorwaarde vergeet, die de Heere hem gesteld heeft, treedt Deze hem op drie plaatsen van zijn weg tegemoet. Hij zelf merkt de Engel met uitgetrokken zwaard niet op: wel ziet het de ezelin, waarop hij rijdt. Op de beide eerste plaatsen is zij nog in staat langs de dreigende verschijning heen te gaan, op de derde kan zij het niet en zinkt zij neer. Als Bileam haar hier nog erger mishandelt dan tevoren, opent de Heere het trouwe dier de mond, dat met mensenstem en met verstandige woorden hem zijn handelwijze verwijt. Als Bileam op haar vraag, of zij zich ooit weerspannig aan hem getoond heeft, een goed getuigenis geven moet, valt hem de blinddoek van de ogen, zodat hij de Heere ziet. Opnieuw ontvangt hij aanwijzing om niets anders bij Balak te spreken, dan wat God hem zeggen zal.
KruisverwijzingenSpreuken 1:15→— Toen stond Bileam des morgens op, en zadelde zijn ezelin, en hij trok heen met de vorsten van Moab.
Toen stond Bileam ‘s morgens vroeg op, verheugd, dat hem tenminste was toegestaan mee te reizen, en hij zadelde zijn ezelin, van welke hij zich gewoonlijk bij zijn tochten bediende, en hij vertrok met de vorsten van Moab.
KruisverwijzingenExodus 4:24→Numeri 22:32→Exodus 3:2→2 Koningen 10:20→Genesis 48:15→Klaagliederen 2:4→Hosea 1:4→Hosea 12:4→— Doch de toorn des HEEREN werd ontstoken, omdat hij heentoog; en de Engel des HEEREN stelde Zich in den weg, hem tot een tegenpartij; hij nu reed op zijn ezelin, en twee zijner jongeren waren bij hem.
Doch de toorn van God werd ontstoken, omdat hij vertrok; 1) en de Engel van de HEERE, Israëls herder en helper (Exodus. 23:20), stelde zich in de weg, waarop Bileam voorttrok, hem tot een tegenpartij, 2) om hem nogmaals te weerhouden, dat hij in zijn opstand tegen God voortging; hij nu reed op zijn ezelin, en twee van zijn jongeren, van zijn knechten (Genesis 18:7; 22:3) 18.7 waren bij hem, terwijl de Moabitische vorsten reeds vooruit waren gegaan, om hun koning de aankomst van de vloekprofeet bekend te maken (vs.36).
Hieruit blijkt, dat in het hart van Bileam meer en meer de neiging zich openbaarde, om het aangeboden loon te verdienen. Het was dan ook vooral de gemoedsgesteldheid van de man, waarover de toorn van de Heere ontbrandde. De Heere had hem toegelaten te vertrekken, maar onder voorwaarde, dat hij alleen moest spreken wat Hij zou zeggen, en nu, zoals op te maken valt uit Deuteronomium. 33:5 Jozua. 24:10, overdenkt Bileam en begeert hij de wil van Balak te volbrengen. Dit doet de toorn van de Heere over hem ontbranden en dit veroorzaakt, dat de Heere een tegenpartij van hem wordt.
In het Hebreeuws Lesatan lo, tot een tegenstander, om hem af te houden van de weg, die hij zou bewandelen.
KruisverwijzingenDaniël 10:7→1 Korinthe 1:27→Jeremia 8:7→1 Kronieken 21:16→2 Petrus 2:16→2 Koningen 6:17→Judas 1:11→Handelingen 22:9→— De ezelin nu zag den Engel des HEEREN staande in den weg, met Zijn uitgetrokken zwaard in Zijn hand; daarom week de ezelin uit den weg, en ging in het veld. Toen sloeg Bileam de ezelin, om dezelve naar den weg te doen wenden.
a) De ezelin nu zag de Engel van de HEERE staande op de weg, 1) met zijn uitgetrokken zwaard 2) in zijn hand; daarom week de ezelin, terugschrikkende voor de verschijning, uit de weg en ging in het veld. Toen sloeg Bileam, die niet vermoedde, waarom zij week, de ezelin, omdeze naar de weg te doen wenden; 3) dit gelukte hem daar de verschijning plotseling weer verdwenen was.
2 Petr.2:16 Judas 1:11
Reden en doel van deze verschijning zijn in de verklaring reeds aangewezen; de Heere doet hier datgene, wat Hij later meermalen als een bijzondere genade laat voorhouden eut.23:5. Jozua. 24:10. Nehemiah. 13:2. Micha.6:5); Hij wil Bileam niet horen, zoals deze zich voorneemt voor Balak te spreken, maar de door hem bedoelde vloek in des te rijkere zegen omkeren. Nu is de vraag, of dan Bileams vloek, wanneer God het daartoe had laten komen, goddelijke kracht gehad en een werkelijke vloek op Israël gelegd zou hebben, of dat de in zich krachteloze ban van de vloekprofeet slechts in zoverre schade zou doen, dat de Israëlieten, wanneer zij daarvan vernamen, erdoor ontmoedigd zouden worden, terwijl daarentegen de vijanden in plaats van de vorige vrees weer moed verkregen zouden hebben.
Wilden wij het laatste aannemen, zo zou de Heere iets aan Israël hebben moeten doen, om aan Zijn volk het valse geloof aan de macht van de profeet te ontnemen, en het in het geloof aan zijn goddelijke roeping te sterken, bijv. dat Hij de waarzegger op hetzelfde ogenblik door een bliksemstraal van Zijn toorn vernietigde, toen deze de mond tot de vloek opende. Daarentegen zien wij, dat God alles aan Bileam beproeft, om hem van zijn gedachten af te brengen, en omdat dit hem bij zijn zieletoestand niet lukt, maakt Hij hem later (Hoofdstuk 23 en 24) tot een machine, die spreken moet, wat haar ingegeven wordt. Deze omstandigheid noodzaakt ons, ons voor het gevoel te verklaren en in Bileam een man te zien, die met dezelfde macht van het goddelijke woord bekleed was, als Noach, Izak, jakob en anderen, toen zij over het lot van gehele volgende geslachten en volken te beschikken hadden (Genesis 9:24,27,49 vv.). Eveneens, als van de hem hierna ingegeven zegeningen niet in de lucht gesproken was, en haar vervulling niet gemist heeft, zou omgekeerd zijn vloek van Israëls roeping en verkiezing vernietigd hebben, wanneer de Heere hem de vloek had toegelaten. Wij kunnen wel niet op alle vragen, die hierbij gedaan zouden kunnen worden, uitvoerig antwoorden: in goddelijke zaken staan wij niet zelden voor een gesloten deur, die ons het indringen in de binnenste werkplaats van de gedachten en raadsbesluiten van God verhindert. Op één zaak moeten wij echter wijzen, hierop, dat Israëls gedrag tot heden reden genoeg gaf, om het van een door God gezegend tot een door God verworpen volk te maken, en zijn roeping en verkiezing achterwaarts te doen gaan. Alleen Gods liefde en trouw jegens het volk van Zijn keuze heeft de arm van de gestrenge rechtvaardigheid tegengehouden en de draad van de genaderijke leidingen, die het vorige geslacht door zijn hardnekkige ongeloof met geweld verscheurd had, opnieuw met het tegenwoordige geslacht aangeknoopt. Deze weder-aanknoping mocht Bilem niet verstoren, zoals hij volgens zijn eer- en geldgierig hart graag wilde; de liefde en de trouw van God wil de overhand behouden en het pas begonnen werk op een van menselijke waardigheid of onwaardigheid onafhankelijke wijze glorierijk ten einde brengen.
Een tweede vraag, waarvan de juiste beantwoording het verstaan van het voor ons liggend gedeelte, hier en in de volgende verzen, afhangt, betreft de vorm en de aard van deze Engelenverschijning; was zij een lichamelijk-materiële, een die geheel tot de zichtbare wereld behoorde en door Bileam noodzakelijk had moeten waargenomen worden, als de Heere zijn ogen niet gesloten en hem niet met blindheid geslagen had (Genesis 19:11; 2 Kor.6:18) of was zij een verschijning uit de geestenwereld, die alleen met geestelijk oog kon gezien worden, en daarom door de ziener niet bemerkt werd, omdat zijn ziel op dit ogenblik zo geheel met gedachten van eigen voordeel bezig is, dat hij voor geestelijke dingen in het geheel geen waarnemingsvermogen meer had? Omdat de ezelin de engel met het zwaard ziet, geloven wij, dat de engel zich op lichamelijk zichtbare wijze vertoonde. Zoals nu de God voor deze wereld Bileams oog zo verblind heeft, dat hij inwendig niet meer waarneemt, op wat voor weg van verderf hij zich begeven heeft, zo verblindt de God van de hemel, die zich met het zwaard tegenover hem plaatst, zijn lichamelijk oog, zodat hij recht in het zwaard zou lopen, wanneer aan zijn ezelin niet de gezonde ogen waren gebleven en zij door haar uitwijken hem het leven niet gered had. Het is een openbare straf en een diepe verootmoediging voor de ziener, die zich overigens mocht beroemen; dat hem de ogen van de geest geopend werden, toen hij neerknielde (hoofdstuk 24:4,16), dat hem een dier met zijn ogen en zijn natuurlijk instinct te hulp moet komen. Tot zo’n verootmoediging moet ook hetgeen vervolgens gebeurt, dienen; want de ezelin moet daarna ook met mensenstem, welke de Heere haar op wonderlijke wijze verleent, te hulp komen, terwijl hij zelf geen verstand meer bezit, om te vernemen, wat de Godsstem hem te zeggen heeft.
Het uitgetrokken zwaard in de hand van de Engel is teken en zinnebeeld van Gods toorn. Bileam zag het echter niet, zo was hij verblind door gierigheid. Treffend voorbeeld van het feit, dat, zoals Gods kinderen, hoewel vaak onzichtbaar voor hun ogen, de hulp en bescherming van Gods Engelen genieten, Zijn vijanden, hoewel zij het ook niet zien, de hand van God tegen zich hebben.
Bileam behoorde daardoor tot inkeer gekomen te zijn en overwogen te hebben, of hij mogelijk niet van zijn plichtweg af was, maar hij sloeg de ezelin, om deze naar de weg te doen wenden. Zij die door moedwillig zondigen in hun verderf lopen, zijn dus toornig op degene, die hun verderf trachten te voorkomen.
— Maar de Engel des HEEREN stond in een pad der wijngaarden, zijnde een muur aan deze, en een muur aan gene zijde.
Maar de Engel van de HEERE stond weer op een andere verder gelegen plaats van de weg, waarlangs Bileam ging, in een pad van de wijngaarden, in een pad dat tussen wijnbergen heenliep, zijnde een muur aan deze en een muur aan de andere zijde, die het wijken van de weg af onmogelijk maakte.
KruisverwijzingenJesaja 47:12→Job 5:13→— Toen de ezelin den Engel des HEEREN zag, zo klemde hij zichzelve aan den wand, en klemde Bileams voet aan den wand; daarom voer hij voort haar te slaan.
Toen de ezelin ook hier weer de Engel van de HEERE zag, terwijl Bileam van deze verschijning niets bemerkte, zo klemde zij zichzelf aan de wand, waaraan de Engel eensmalle ruimte gelaten had, om zich daar doorheen te dringen, en zij klemde Bileams voet aan den wand; 1) daarom voer hij voort haar te slaan, daar zijn toorn ontbrandde tegen het dier, dat hij voor eigenzinnig en weerspannig hield.
Dit was wel een pijnlijke gewaarwording voor Bileam, maar toch een zaak, die hem tot nadenken had moeten stemmen, tot overweging hiervan, of zijn weg wel de goede weg was. In plaats dat deze zaak hem tot nadenken brengt, doet zij hem in toorn ontbranden, tot zijn eigen schande en nadeel.
KruisverwijzingenJesaja 26:11→Hosea 2:6→— Toen ging de Engel des HEEREN noch verder, en Hij stond in een enge plaats, waar geen weg was om te wijken ter rechterhand noch ter linkerhand.
Toen ging de Engel van de HEERE nog verder, en hij stond in een enge plaats, waar geen weg was om te wijken ter rechter- noch ter linkerhand. 1)
Tot driemaal toe beproeft de Engel van de Heere, om Bileam terug te houden van zijn boze weg, van de weg van het verderf, om hem terug te houden van het loon van de ongerechtigheid te willen verdienen. En dit voornamelijk om Zijn volk, omwille van Israël. Dit volk is gezegend en mag niet door Bileam vervloekt worden. De derde maal zal de Engel het Bileam onmogelijk maken, om ongestoord te vertrekken.
KruisverwijzingenSpreuken 27:3→Spreuken 14:16→Jakobus 1:19→— Als de ezelin den Engel des HEEREN zag, zo legde zij zich neder onder Bileam; en de toorn van Bileam ontstak, en hij sloeg de ezelin met een stok.
Toen de ezelin de Engel van de HEERE zag, en er geen plaats was, waardoor zij zich heendringen kon, zo legde zij zich neer onder Bileam, in angst over haar gevaarlijketoestand daar zij met haar berijder niet in het zwaard van de Engel lopen kon; en de toorn van Bileam, die nog niets bemerkte, ontstak nu nog heviger dan tevoren, en hij sloeg de ezelin op onbarmhartige wijze met een stok, die hij als een man van stand met zich droeg (Genesis 38:18).
Bileams weg is de weg van het verderf, die in het begin breed is en gemakkelijk, maar hoe langer hoe nauwer wordt, totdat geen ontkomen meer mogelijk is en men in het gericht van God neerstort. Wie op deze weg gaat, heeft in zijn hart wel een waarschuwer, zoals Bileam aan zijn ezelin, die hem niet in het verderf wil laten lopen; deze is het geweten, dat zich inspant, om van de baan van de zonde af te brengen, en de mens dringt, zich om te wenden, maar door de blinde zondaar niet gehoord of verstaan wordt, integendeel wegens zijn trouw waarschuwen mishandeld wordt. Ten laatste, wanneer het reeds lang verwachtte gericht van God daar is, wordt het inwendig gebroken en verkrijgt een spraak, waarbij de misdadiger eindelijk de ogen opengaan, zoals men aan Judas, de verrader zien kan (Matth.27:3 vv.). Het pad van de deugd daarentegen is steil, men ziet niets dan moeite, maar het leidt tot zegen en zaligheid. Denkt slechts aan Abrahams reis naar Moria (Genesis 22), die op merkwaardige wijze met precies dezelfde woorden als Bileams reis verhaald wordt. “Toen stond Abraham ‘s morgens vroeg op, en zadelde zijn ezel, en nam twee van zijn jongens met zich.” Opmerkingswaardig in betrekking tot het drie maal tegemoet treden van de Engel is verder nog dit, dat Balak Bileam later naar drie verschillende plaatsen leidt, op de hoogte van Baäl (vs.41), op de vrije plaats op de hoogte Pisga (hoofdstuk 23:14) en op de hoogte van de berg Peor (hoofdstuk 23:28); op deze drie plaatsen treedt hem de Heere op onzichtbare wijze tegemoet, zodat hij niet kan zeggen, wat hij wil, maar moet zeggen wat God wil; op de derde hoogte komt de Geest van God op zo’n krachtig wijze over hem, dat ook hij op de knieën valt, zoals vroeger de ezelin voor de hemelse verschijning. Juist hier wordt hem de mond geopend tot een dubbele voorspelling, die zich op het heerlijkst als Gods woord openbaart, terwijl Bileam slechts het orgaan is, waarvan de Heere zich bedient.
Kruisverwijzingen2 Petrus 2:16→1 Korinthe 1:19→Exodus 4:11→Lukas 1:37→Romeinen 8:22→— De HEERE nu opende den mond der ezelin, die tot Bileam zeide: Wat heb ik u gedaan, dat gij mij nu driemaal geslagen hebt?
De HEERE nu, die zich in die Engel geopenbaard had, opende door Zijn Goddelijke almacht de mond van de ezelin, zodat het dier met mensenstem sprak (2 Petr.2:16), die tot Bileam zei: Wat heb ik u gedaan, dat gij mij nu driemaal geslagen hebt?
KruisverwijzingenSpreuken 12:10→Mattheüs 15:19→Spreuken 12:16→Prediker 9:3→— Toen zeide Bileam tot de ezelin: Omdat gij mij bespot hebt; och, of ik een zwaard in mijn hand had! want ik zoude u nu doden.
Toen zei Bileam, nog niet tot nadenken gebracht door dit grote wonder, waaruit hij wel dadelijk kon weten, met Wie hij te doen had, tot de ezelin: Omdat gij mij bespot hebt, mij zoveel moeite hebt aangedaan, als had gij het erop toegelegd, om mij op verkeerde wegen te leiden; och als ik een zwaard in mijn hand had, ik zou u nu doden. 1)
Door zo grote begeerlijkheid werd hij vervoerd, dat hij nog niet door zo’n groot buitengewoon mirakel verschrikt werd en antwoordde, alsof hij tot een mens sprak, terwijl God toch niet de ziel van de ezelin in een redelijke geest veranderde, maar haar slechts, zoals het hem behaagde, klanken deed voortbrengen, om zijn onzinnigheid te verhinderen.
Kruisverwijzingen2 Petrus 2:16→1 Korinthe 1:27→— De ezelin nu zeide tot Bileam: Ben ik niet uw ezelin, op welke gij gereden hebt van toen af, dat gij mijn heer geweest zijt, tot op dezen dag? Ben ik ooit gewend geweest u alzo te doen? Hij dan zeide: Neen!
De ezelin nu zei tot Bileam: Ben ik niet uw ezelin, waarop gij gereden hebt van toen af, dat gij mijn heer geweest zijt tot op deze dag? Ben ik ooit gewend geweest u zo te doen? Hij dan zei: Neen. 1)
God had hem terstond door de woorden van de Engel kunnen kastijden, maar, omdat de berisping zonder ernstige beschimping niet streng genoeg zou geweest zijn, geeft Hij hem een beest tot leermeesteres.
De ezelin moet hem leren, én dat het “stomme dier” eerder een ziener kan worden, dan de ongehoorzame, wie de begeerlijkheid verblindt, én dat ook die ongehoorzame machteloos is in de hand van die God, die Zijn woorden ook in de mond van het dier weet te leggen.
Bileam ontvangt uit de mond van de ezelin een geduchte terechtwijzing. Een terechtwijzing, die hierin bestond, dat hij, de man, die zich voor een geestenziener uitgaf, voor iemand, die vertrouwd was met de dingen van een hoge wereld, op dit ogenblik beneden haar, het redeloze dier, stond, omdat hij niet en zij wel de Engel met het uitgetrokken zwaard had gezien. Die terechtwijzing moest Bileam diep in zijn hart snijden en zijn hoogmoed op het diepst terneerbuigen. En waar dit gebeurd is, daar is het ogenblik daar, waarop de Heere hem de ogen zal openen.
KruisverwijzingenGenesis 21:19→Lukas 24:31→Lukas 24:16→Numeri 24:16→Johannes 18:6→Numeri 24:4→Handelingen 26:18→2 Koningen 6:17→— Toen ontdekte de HEERE de ogen van Bileam, zodat hij den Engel des HEEREN zag, staande in den weg, en Zijn uitgetrokken zwaard in Zijn hand; daarom neigde hij het hoofd en boog zich op zijn aangezicht.
Toen 1) opende de HEERE de ogen van Bileam, zodat hij de Engel van de HEERE zag, van wie hij tot hiertoe niets bemerkt had, staande in de weg, en zijn uitgetrokken zwaard in zijn hand; daarom sprong hij van zijn rijdier af,neigde hij het hoofd en boog zich op zijn aangezicht ter aarde, om de Engel zijn eerbied te betonen (Genesis 24:64 Jozua. 15:18).
Niet zonder grote schade voor de profeet wordt de heerlijkheid van de Engel eerder aan de ezelin geopenbaard. Te voren pochte hij op buitengewone visioenen; nu ontvlucht hem, wat aan de ogen van een beest verschijnt. Vanwaar anders deze blindheid, dan ten gevolge van de gierigheid, waarmee hij zo bevangen is, dat hij het loon van de ongerechtigheid de voorkeur geeft boven de heilige roeping van God.
KruisverwijzingenNumeri 22:22→Deuteronomium 25:4→Jona 4:11→Psalmen 145:9→Deuteronomium 23:4→Psalmen 147:9→Spreuken 28:18→Numeri 22:28→— Toen zeide de Engel des HEEREN tot hem: Waarom hebt gij uw ezelin nu driemaal geslagen? Zie, Ik ben uitgegaan u tot een tegenpartij, dewijl deze weg van Mij afwijkt.
Toen zei de Engel van de HEERE tot hem: Waarom hebt gij uw ezelin nu driemaal geslagen, en niet bedacht, dat haar ongewoon gedrag iets bijzonders betekenen moest? Zie, Ik ben uitgegaan u tot een tegenpartij, om u de weg te versperren,a) omdat deze weg van mij afwijkt, 1) omdat gij, door naar Balak te gaan, tegen Mijn wil handelt, en uzelf in het verderf stort, hoewel gij meent, dat u eer en rijkdom wacht.
2 Petr.2:15
Hebreeuws: “waar de weg voor Mij steil was”, hetgeen Van der Palm verklaart in de zin van: “waar de steilte van de weg niet toeliet Mij te ontwijken”.
KruisverwijzingenNumeri 14:37→1 Koningen 13:24→Numeri 16:33→— Maar de ezelin heeft Mij gezien, en zij is nu driemaal voor Mijn aangezicht geweken; indien zij voor Mijn aangezicht niet geweken ware, zekerlijk Ik zoude u nu ook gedood, en haar bij het leven behouden hebben.
Maar de ezelin heeft Mij gezien, en zij is nu driemaal voor Mijn aangezicht geweken, tot uw welzijn, want gij wist in uw blinde hartstocht niet, waar gij tegenin liep; indien zij voor Mijn aangezicht niet geweken was, zeker Ik zou unu ook gedood, en haar bij het leven behouden hebben.
Er is geen geschiedenis in de Bijbel, die zoveel twijfel en spot heeft opgewekt, als die van de sprekende ezelin. “Wat de van de duivel bezetenen met de zwijnen nabij Gadara zijn in de Schriften van het Nieuwe Verbond, dat is Bileam met zijn ezelin in het Oude, een dwaasheid voor velen, een ergernis voor niet weinig anderen”.
En toch wordt hier juist bevestigd, wat Baco van Verula (een voortreffelijk theoloog van de bisschoppelijk Engelse kerk, geb. 1561, overl. 1626 n. C.) zegt: “Een oppervlakkig weten leidt van de Heilige schrift af, een grondig weten tot haar terug.” Wie het doel van God met Bileam uit onze opmerkingen leerde verstaan, voor die zal het wonder van de sprekende ezelin minder moeite baren, dan dat van de sprekende slang in het Paradijs, want daar is het de duivel, die uit de slang spreekt, hier is het de Heere, die de mond van de ezelin opent. De Heere toch heeft oneindig grotere macht, dan de in macht begrensde vorst van de duisternis. Evenmin als wij daar zouden beweren, dat Eva niet in werkelijkheid, maar slechts in extatische toestand de slang had horen spreken, zo kunnen wij ook hier de mening van hen niet beamen, die de gebeurtenis voor een zuiver inwendige daadzaak aanzien, zodat de ezelin niet zou gesproken, maar alleen haar dierlijk klaaggeluid zou voortgebracht hebben, dat dan door de besturing van de Heere in Bileams oor tot een verstaanbaar menselijke rede zou geworden zijn. Afgezien van het gehele karakter van ons verhaal, dat in niets op een visioen of gezicht wijst, wordt deze mening tegengesproken door de zielstoestand van Bileam op dat ogenblik; hij is zo geheel in Balaks wensen en beloften weggezonken, dat de Heere hem eerst door de sprekende ezelin tot zichzelf brengen moet, en wel door hetgeen deze zegt, niet door haar spreken zelf. Maar juist de omstandigheid, dat Bileam, in plaats van grotelijks verwonderd te zijn, zich in een gesprek met haar inlaat, alsof hij met een mens te doen had, heeft de verdedigers van bovengenoemde opvatting een wapen in de hand gegeven. Hierbij moeten wij opmerken, dat er toestanden van het hart zijn, ook in wakende toestand, dat de duidelijkste wonderen niets op de mens vermogen, hem niet eens tot verwondering brengen; wij zien dat bv. aan de Farizeeën en Schriftgeleerden, die door de wonderwerken van Christus in het geheel niet bewogen werden, maar deze als dagelijkse zaken behandelden en alleen de indruk, die deze op anderen gemaakt hadden, zochten te verwoesten. Wanneer de mens eens begonnen is aan God en Zijn woord weerstand te bieden, verdraagt hij alles, en zou hij ook niet geloven, al stond er iemand van de doden op. Bovendien was Bileam een man, die in de gezichten en dromen, die hij gehad had, reeds vele buitengewone dingen ondervonden had, en die in zijn huidige door geldzucht verblinde toestand niet aanstonds in staat was, om zich te verwonderen over hetgeen bewonderenswaardig genoeg was. Eerst bij het “Nee,” dat hij de ezelin ten antwoord geeft, komt hij weer tot zichzelf; daarom kan ook nu de Heere hem de ogen openen, zodat de schellen daar afvallen. Hoe men zich stoten kan aan dit wonder, terwijl er zovele grotere wonderen zijn, begrijpen wij niet.
De ezelin werd in staat gesteld, om die klanken voort te brengen, waarschijnlijk zoals de papegaaien, zonder ze te verstaan; en men moge zeggen wat men wil van de mond van de ezelin, of de vorming van haar tong en kaken, als tot spreken ongeschikt, er wordt nochthans een daaraan evenredige oorzaak voor deze wonderbare uitkomst aangewezen, want er is uitdrukkelijk gezegd: “de Heere opende de mond van de ezelin,” en niemand, die in een God gelooft, zal aan Zijn macht, om dit, en nog oneindig veel meer te doen, kunnen twijfelen.”
Het wonder is bovendien God waardig. Het spreken juist van het domste dier moest tot Bileams diepste beschaming dienen, die zo dwaas en door gouddorst verblind was, dat een ezel meer zag dan hij. Bileam moest bovendien zien, wat de Heere over hem kon. Volgens diezelfde macht, waarmee Hij aan de ezelin menselijke taal verleende, zonder dat het dier daarom ophield een dier te zijn en tot mens werd, kon de Heere ook Bileam tot een werktuig van Zijn grootste en zaligste zegenspreuken over Israël maken, kond Hij hem dwingen goddelijke woorden te spreken, hem de zo diep in het zondige zich indringende man. God heeft zijn hart willen reinigen en heiligen; zo hij de genade in zich had laten werken, zo zou hij tot een waar profeet geworden zijn, wiens eigen ziel deelt in hetgeen de Heere spreekt. Nu hij echter Gods Woord verworpen en zich aan de god van deze wereld overgegeven heeft, zal hij nog wel eens als voorzegger optreden en de grootste profetieën uitspreken, die God in zijn mond kon leggen, maar om daarna zelf verworpen en ter zijde gesteld te worden. Deze geschiedenis heeft een bijzondere betekenis voor de dienaren van het goddelijke woord. Deze, de verootmoedigden, aan hun eigene kracht wanhopende zielen, die hun predikingen voor armzalig en zwak houden, verstrekt zij tot grote troost; zij weten, dat de Heere ook uit hun arm woord iets kan maken tot lof van Zijn heerlijkheid. De anderen daarentegen, de rijk begaafden geesten, die schijnbaar veel verrichten en zeer geroemd en graag gehoord worden, maar daarbij onrein van hart zijn en met hun gaven eigen eer en voordeel zoeken, dient zij tot ernstige waarschuwing; dat zij hier leren, hoe de Heere hen wel een tijdlang gebruikt, maar hoe het opeens met hen ten einde is en zij jammerlijk tot schande worden. Het redeloze dier erkent en ontwijkt de tegenstand van boven; wat een diepe beschaming voor de man, die zich een ongewone kennis van het goddelijke toeschrijft, maar de vinger van God niet ziet, noch zien wil. Dat is de grote onderwijzing van dit wonder. Wie zich tegen Gods wil verzet, is redelozer dan het dier. Ja, hij is geheel zonder gevoel en leven, een klinkend metaal en luidende schel, zelfs indien hij, zoals Bileam, de taal van de Engelen spreekt, profeteert en wetenschap geeft 1 Corinthiers. 13). Wij horen dikwijls mensen prijzen als schitterende vernuften, redenaars, aangenaam in de omgang, geestig, beschaafd, geleerd. Dit zijn gaven, die niet klein te achten zijn, maar hoeveel waarde zij voor God hebben, wanneer de liefde en een eenvoudig hart, dat bereid is, om Gods wil te doen, ontbreken, toont het voorbeeld van dit schitterend talent, van deze Bileam.
KruisverwijzingenJob 34:31→1 Samuël 15:24→2 Samuël 12:13→1 Samuël 15:30→1 Samuël 26:21→Numeri 14:40→Exodus 10:16→Exodus 9:27→— Toen zeide Bileam tot den Engel des HEEREN: Ik heb gezondigd, want ik heb niet geweten, dat Gij mij tegemoet op dezen weg stondt en nu, is het kwaad in Uw ogen, ik zal wederkeren.
Toen zei Bileam tot de Engel van de HEERE: Ik heb gezondigd, dat ik onder zulke omstandigheden mijn dier mishandeld heb; reken mij dat niet toe, want ik heb niet geweten, 1) dat Gij mij tegemoet op deze weg stondt; ennu is het kwaad in uw ogen, dat ik naar Balak ga, ik zal wederkeren.
Bileam scheen toen tot rede te komen. Ik heb gezondigd, gezondigd, door mij op die reis te begeven, gezondigd, door met zoveel geweld voort te drijven; doch hij verschoonde zich daarmee, dat hij de Engel niet gezien had, maar nu hij hem zag, toonde hij zich bereid, om weer te keren. Datgene, wat de Heere mishaagde, was niet zo zeer deze reis, maar wel zijn boosaardig opzet en voornemen tegen Israël, en een heimelijke hoop, die hij voedde, dat, niettegenstaande Gods waarschuwing, die hem bij het geven van verlof gedaan was, hij nochthans middel zou vinden, om hen te vervloeken, en dus Balak te believen, teneinde door hem hoog vereerd te worden. Het blijkt niet, dat hij van die snoodheid van zijn hart bewust, of gewillig was deze te bekennen; maar, wanneer hij zag, dat hij de weg niet zou kunnen vervolgen, onderwierp hij zich, als best met zijn veiligheid overeenkomende, en betoonde zich gewillig, om terug te keren; en zoals hij niet aangedaan was over het kwaad, dat in zijn hart huisvestte, zo was ook alles, waartoe zijn benauwdheid hem bewoog, een belofte van te zullen afstaan van de uitwendige daad.
Bileam begreep nog niet, dat niet zo zeer het gaan naar Moab de Heere mishaagde, als wel de overlegging van zijn hart. Om hem dat duidelijk te maken, verbiedt de Heere hem (in het volgende vers) niet met de gezanten van de Moabieten mee te gaan.
KruisverwijzingenNumeri 22:20→Jesaja 37:26→2 Thessalonicenzen 2:9→Psalmen 81:12→— De Engel des HEEREN nu zeide tot Bileam: Ga heen met deze mannen; maar alleenlijk dat woord, wat Ik tot u spreken zal, dat zult gij spreken. Alzo toog Bileam met de vorsten van Balak.
De Engel van de HEERE nu zei tot Bileam: Ga heen met deze mannen; 1) maar alleen dat woord, wat Ik tot u spreken zal, dat zult gij spreken. Alzo toog Bileam, terwijl de Engel van de Heere van hem verdween, met de vorsten van Balak, hij ging deze achterna, zijn reis tot de koning van de Moabieten vervolgende.
Bileams belijdenis is zeer oppervlakkig en zijn bereidwilligheid, om terug te keren zonder betekenis. Ware het hem werkelijk ernst geweest nu aan God gehoorzaam te worden, zo zou hij niet eerst gezegd hebben: “is het kwaad in Uw ogen.” Want reeds lang wist hij, dat zijn reis de Heere mishaagde. Daarom wordt ook zijn aanbieding, om terug te keren, niet aangenomen, zoals nu de zaken met hem staan moet hij voortreizen, opdat het met hem tot beslissing komt, of tot innerlijke omkering, of tot hetgeen hem de Engel met het zwaard gedreigd heeft (hoofdstuk 31:8), dat hij met zijn hart zich plaatsen zal tot het woord: “Wat Ik tot u spreken zal, dat zult gij spreken”.
III. Vs. 36KruisverwijzingenGenesis 14:17→Genesis 46:29→Numeri 21:13→Jeremia 48:20→Exodus 18:7→Genesis 18:2→Deuteronomium 3:8→Handelingen 28:15→ — Als Balak hoorde, dat Bileam kwam, zo ging hij uit, hem tegemoet, tot de stad der Moabieten, welke aan de landpale van de Arnon ligt, die aan het uiterste der landpale is. -Hoofstuk 23:10. Bileam, door Balak aan de grenzen van zijn rijk op eervolle wijze ontvangen, wordt door hem op de hoogte van Baäl gevoerd, waar hij het Israëlitische leger met één blik overzien kan. Nadat daar zeven altaren gebouwd zijn en op ieder een dubbel brandoffer gebracht is, begeeft hij zich op een afgelegen verheven plaats, om volgens de wijze van de heidense waarzeggers en bezweerders op Auguriën of hemeltekenen te wachten; de Heere echter ontmoet hem in werkelijkheid en legt hem de eerste van zijn profetieën in de mond, die hij dan ook voor Balak en diens vorsten uitspreekt. Zij prijst Israël als een uit de menigte van de heidenen afgezonderd, tot gemeenschap met God geroepen volk, aan wie reeds nu de belofte, dat het tot een talloze menigte zou groeien, begon vervuld te worden, en verder nog heerlijker zou vervuld worden, en waaraan het voorrecht is een gerust sterven te hebben na een leven in de overvloed van de goddelijke genadegoederen.
KruisverwijzingenGenesis 14:17→Genesis 46:29→Numeri 21:13→Jeremia 48:20→Exodus 18:7→Genesis 18:2→Deuteronomium 3:8→Handelingen 28:15→— Als Balak hoorde, dat Bileam kwam, zo ging hij uit, hem tegemoet, tot de stad der Moabieten, welke aan de landpale van de Arnon ligt, die aan het uiterste der landpale is.
Als Balak van zijn vorsten, die vooruit getrokken waren, hoorde dat Bileam kwam, zo ging hij van Rabbat Moab uit hem tegemoet, om hem eervol te ontvangen, tot Ar Moab, de stad van de Moabieten, 1) die aan de grens van de Arnon ligt, die aan het uiterste van het gebied, de grens van het Moabitische rijk aan de noordzijde is.
Vroeger was zij de hoofdstad geweest en lag midden in het land, daar het Moabitische gebied zich toen veel verder naar het noorden uitstrekte (zie Nu 21.30); na de stichting van de beide rijken van de Amorieten was ze tot een gewone grensstad en Rabbat Moab tot Residentie geworden.
KruisverwijzingenNumeri 24:11→Psalmen 75:6→Lukas 4:6→Mattheüs 4:8→Numeri 22:16→Johannes 5:44→— En Balak zeide tot Bileam: Heb ik niet ernstiglijk tot u gezonden, om u te roepen? Waarom zijt gij niet tot mij gekomen? Kan ik u niet te recht vereren?
En Balak zei tot Bileam, toen deze tegenover hem stond; Heb ik niet ernstig tot u gezonden (vs.5 vv.) om u te roepen? Waarom zijt gij nietaanstonds de eerste maal tot mij gekomen, maar hebt gij u eerst nog ten tweede male (vs.15 vv.) laten roepen? Meent gij, dat ik een zo nietig en arm vorst ben? Kan ik u niet terecht, niet naar uw verdienste vereren?
KruisverwijzingenNumeri 22:18→Numeri 23:26→Numeri 23:16→Jesaja 46:10→Psalmen 33:10→2 Kronieken 18:13→Jesaja 47:12→Psalmen 76:10→— Toen zeide Bileam tot Balak: Zie, ik ben tot u gekomen; zal ik nu enigzins iets kunnen spreken? Het woord, hetwelk God in mijn mond leggen zal, dat zal ik spreken.
Toen zei Bileam, nog vol van de indruk, die de gebeurtenis in vs.22-35 vermeld, op zijn geweten gemaakt had, tot Balak: Zie ik ben tot u gekomen overeenkomstig uw verlangen, maar het is twijfelachtig of ik zal kunnen doen, wat gij verlangt; zal ik nu enigszins iets kunnen spreken, iets anders dan mij ingegeven wordt? Het woord, dat God in mijn mond leggen zal, dat zal ik spreken; 1) ik zal niet anders kunnen.
Met dit antwoord zoekt hij reeds tevoren de verwachtingen van Balak iets lager te stemmen, omdat uit zijn komen tot hem, zonder enige twijfel, zijn bereidwilligheid, om te vervloeken, volgde.
Bileam handelt met Balak zoals hij met diens gezanten gehandeld heeft. De volle waarheid verzwijgt hij ook hem. Deze, dat de Heere hem strikt verboden heeft, het volk van Israël te vervloeken. Daardoor berokkent hij zichzelf ook nu een valse positie.
— En Bileam ging met Balak; en zij kwamen te Kirjath-Huzzoth.
En Bileam ging met Balak van Ar Moab naar de berg Attarus, en zij kwamen te Kirjath-Huzzôth (= stad van straten), waarschijnlijk dezelfde als Kerioth (Jeremia. 48:24,41 Amos 2:2) op de zuidelijke hoogte van Attarus.
KruisverwijzingenNumeri 23:14→Genesis 31:54→Numeri 23:2→Numeri 23:30→Spreuken 1:16→— Toen slachtte Balak runderen en schapen; en hij zond aan Bileam, en aan de vorsten, die bij hem waren.
Toen slachtte Balak daar runderen en schapen, 1) om de God van Israël tot zijn wens over te halen (zie “Le 3.2), en hij zond offervlees daarvan aan Bileam en aan de Moabitische vorsten, die als zijn geleide bij hem waren, om zo zijn woord: Ik zal u zeer hoogvereren, te vervullen en de profeet tot het gemeenschappelijk werk vaster aan zich te verbinden (Genesis 31:54).
De mening, dat Balak hier een dankoffer offerde aan zijn goden, is verkeerd. Integendeel, hij offerde een offer aan de Heere, de God van Israël, met Wie-dit wist hij- Bileam in betrekking stond, om op deze wijze te bewerken, dat de liefde van God tot Israël overging op Moab. Dit offer toch werd gebracht aan de vooravond van de dag, waarop Bileam het volk van Israël zou moeten vervloeken.
KruisverwijzingenNumeri 23:13→Numeri 21:28→Jeremia 48:35→Deuteronomium 12:2→Numeri 25:2→2 Kronieken 11:15→— En het geschiedde des morgens, dat Balak Bileam nam, en voerde hem op de hoogten van Baal, dat hij van daar zag het uiterste des volks.
En het geschiedde de volgende dag ‘s morgens, dat Balak Bileam nam, en voerde hem op de hoogten van de Attarus, 1) die aan Baäl geheiligd waren, dus naar de (Numeri. 21:9) reeds vermelde plaats Ramoth, het hoogste punt van deze gehele landstreek, dat hij vandaar zag het uiterste van het volk, 2) het leger van Israël tussen Jesimoth en Sittim (vs.1), van het ene einde tot het ander.
De Attarus is een lange bergrug, die aan de zuidzijde van de Zerka Maein voortgaat. Ten onrechte zoekt Burckhardt op deze de Nebo (Deut.32:49; 34:1); deze moet veel noordelijker gelegen hebben; wel lag op zijn westelijke top een van alle zijden moeilijk te bereiken vesting met een prachtvol paleis, dat Herodes daar liet bouwen. Dat is dat Machaerus, waar Johannes de Doper gevangen gehouden en onthoofd werd.
Balak ging van de veronderstelling uit, dat Bileam noodzakelijk Israël voor ogen moest hebben, wanneer zijn vloek van kracht zou zijn.
Banot-Baäl was de eerste hoogte, die Bileam ontmoette op zijn reis naar Moab, vanwaar hij het leger van Israël kon zien, alhoewel niet in zijn geheel.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Numeri 22
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-20.KruisverwijzingenDeuteronomium 23:4→Richteren 11:25→Exodus 15:15→Jozua 24:9→Genesis 20:3→Judas 1:11→Micha 6:5→Numeri 24:9→
— Daarna reisden de kinderen van Israel, en legerden zich in de vlakken velden van Moab, aan deze zijde van de Jordaan van Jericho. Toen Balak, de zoon van Zippor, zag al wat Israel aan de Amorieten gedaan had; Zo vreesde Moab zeer voor het aangezicht dezes volks, want het was veel; en Moab was beangstigd voor het aangezicht van de kinderen Israels. Derhalve zeide Moab tot de oudsten der Midianieten: Nu zal deze gemeente oplikken al wat rondom ons is, gelijk de os de groente des velds oplikt. Te dier tijd nu was Balak, de zoon van Zippor, koning der Moabieten. Die zond boden aan Bileam, den zoon van Beor, te Pethor, hetwelk aan de rivier is, in het land der kinderen zijns volks, om hem te roepen, zeggende: Zie, er is een volk uit Egypte getogen; zie, het heeft het gezicht des lands bedekt, en het blijft liggen recht tegenover mij. En nu, kom toch, vervloek mij dit volk, want het is machtiger dan ik; misschien zal ik het kunnen slaan, of het uit het land verdrijven; want ik weet, dat, wien gij zegent, die zal gezegend zijn, en wien gij vervloekt, die zal vervloekt zijn. Toen gingen de oudsten der Moabieten, en de oudsten der Midianieten, en hadden het loon der waarzeggingen in hun hand; alzo kwamen zij tot Bileam, en spraken tot hem de woorden van Balak. Hij dan zeide tot hen: Vernacht hier dezen nacht, zo zal ik ulieden een antwoord wederbrengen, gelijk als de HEERE tot mij zal gesproken hebben. Toen bleven de vorsten der Moabieten bij Bileam. En God kwam tot Bileam en zeide: Wie zijn die mannen, die bij u zijn? Toen zeide Bileam tot God: Balak, de zoon van Zippor, de koning der Moabieten, heeft hen tot mij gezonden, zeggende:
Israël rukt verder tot aan de Jordaan, en plaatst zich in de velden van Moab tegenover Jericho. Balak, de koning van het aan de overzijde van de Arnon in het zuiden gelegen rijk van de Moabieten, ziet dan ook voor zich gevaar. In vereniging met de oudsten van Midian wendt hij zich tot Bileam, een man, die beroemd is door de daden, welke hij verricht in de naam van dezelfde God, die Israël dient, opdat deze het gevreesde volk vervloekt; eerst bij het tweede gezantschap, en onder uitdrukkelijke voorwaarde, dat hij slechts zal spreken, wat hem zal ingegeven worden, wordt aan Bileam toegestaan, de roeping op te volgen.
Daarna, nadat het rijk van Og te Basan onderworpen, en het van het gebergte Pisga uitgezonden krijgsvolk (vs.32) zegevierend teruggekeerd was (vs.32), reisden de kinderen van Israël van destandplaats, die zij (vs.20) ingenomen hadden, verder, en legerden zich in de vlakke velden van Moab, van Jesimoth aan de noordoostelijke zijde van de Dode Zee tot aan Abel-Sittim (hoofdstuk 33:49), aan deze zijde van de Jordaan van (tegenover) Jericho. 1)
Daar zijn zij juist aangekomen als Bileam, 20 dagreizen ver uit Pethor aan de Eufraat door het tweede gezantschap van Balak geroepen, hen vervloeken zou; de geschiedenis (vs.2-36) valt dus, wat de aanvang betreft, in de tijd van de gebeurtenissen van hoofdstuk 21:31-35.
Toen Balak (= verwoester), de zoon van Zippor (= kleine vogel): de toen regerende koning over Moab, zag al wat Israël aan de Amorieten gedaan had, hoe het deze met descherpte van het zwaard geslagen en hun land ingenomen had (hoofdstuk 21:24 vv.).
Zo vreesde Moab zeer voor het aangezicht van dit volk, dat in zijn nabijheid gelegerd was, want het was veel, het was zeer talrijk en zichtbaar; en Moab was beangstigd voor het aangezicht van de kinderen van Israël. Zo bemerkteBalak, dat hij met zijn volk in deze omstandigheden weinig kon ondernemen. Hij raadpleegde nu met zijn vorsten omtrent de maatregelen, die konden genomen worden, om de gevreesde vijand te overwinnen en men besloot de hulp van anderen in te roepen.
Daarom zei Moab door zijn gezanten tot de oudsten van de Midianieten, die aan hun oostzijde woonden: Nu zal deze gemeente, die in ons gebied is ingedrongen en zich met haar kuddes in onze onmiddellijke nabijheid gevestigd heeft, oplikken al wat rondom ons is, zij zal ons verslinden en al onze bezittingen roven, zoals de os de groente van het veld oplikt. 1) Laat ons met elkaar verbonden het tegentrekken, opdat wij die indringers verdrijven. In die tijd nu was Balak, de zoon van Zippor, koning van deMoabieten, in de plaats van zijn vader, aan wie de Amorieten, die ook de Midianieten schatplichtig gemaakt hadden Jozua 13:21), een gedeelte van zijn land ontnomen hadden (hoofdstuk 21:26).
Met deze woorden wijst Balak, de koning van Moab de Midianieten, die aan de oostzijde van zijn gebied woonden, op het gevaar, dat hen van de zijde van de Israëlieten dreigde. Hij deelt hun zijn vrees mee, dat zij, de Israëlieten namelijk, niets zullen sparen, maar alles zullen wegnemen. Hij overlegt nu met hen, wat hun te doen staat en het gevolg van hun beraadslaging is, dat zij gemeenschappelijk zullen gaan naar Bileam, de zoon van Beor, te Pethor. Uit het vervolg van de geschiedenis blijkt toch, dat zowel de oudsten van de Midianieten als die van de Moabieten naar Bileam trekken.
Die Balak nu zond, volgens overeenkomst met de Midianieten (vs.7), boden aan a) Bileam, 1) (= verwoesting van het volk), de zoon van Beor (= lamp), te Pethor (= droomuitlegging), misschien Pathusae, enkele dagreizen ten zuiden aan Circesium, dat aan de rivier, de grote stroom, de Eufraat is, in het land van de kinderenvan zijn volk, van de Chaldeeën, om hem te roepen, zeggende: Zie, er is een volk uit Egypte getrokken; zie, het heeft het gezicht van het land bedekt, zo groot is zijn menigte, dat men het land niet meer zien kan (Exodus. 10:5), en het blijft liggen recht tegenover mij, zodat ik met mijn rijk in groot gevaar ben.
Jozua. 24:9 Nehemiah. 13:2 Micha 6:5; 2 Petr.2:15 Judas 1:11 Openb.2:14
Wie is Bileam? Zijn naam betekent verderver, en zelfs de naam van zijn vader, Beor, wil zeggen, de verderfaanbrengende. Over hem zijn van oude tijden af, de meningen verschillend geweest. Onder de Kerkvaders waren het Ambrosius en Augustinus, die hem geheel voor een valse profeet hielden, terwijl Tertullianus en Hiëronymus hem hebben beschouwd als een ware profeet, die echter door eerzucht en geldgierigheid gevallen is. Onder onze oude godgeleerden is het Witsius geweest, die aangetoond heeft, dat beide meningen niet houdbaar zijn, dat hij wel aan ijdele en heidense waarzeggingen zich schuldig maakte, maar dat het hem ook niet ontbrak aan een zekere mate van kennis van de enige en ware God, en aan een zekere ontvankelijkheid voor openbaringen van de levende God.
Dit is zeker, nergens in de Heilige Schrift wordt Bileam genoemd met de naam, waarmee de ware profeten worden aangeduid, d.i. de naam van Nebi, maar hij wordt aangeduid met de naam van Kozeen (Jozua 13:22). Een naam, die zelfs een enkele maal Jesaja 3:2) wordt gebruikt, om juist het tegenovergestelde van hetgeen de Nebi, de ware profeet doet, aan te duiden. Bileam is een man, die niet geheel verstoken is geweest van de ware Godskennis. Geboren in Chaldea, waarschijnlijk afstammende van Nahor, wier nakomelingen hun woonplaats naar de Eufraat verlegden, had hij door zijn familie nog een gering overblijfsel behouden van het licht van de ware Godskennis. Hij was begaafd met een schrander oordeel en een grote vatbaarheid, om uit andere godsdiensten over te nemen, wat hem nuttig en voordelig kon zijn, met het oog op zijn waarzeggerij en toverij.
Het gerucht van Israëls volk, van zijn verlossing uit Egypte en van zijn wonderbare omwandeling door de woestijn, is ook tot hem gekomen. Hij heeft het gehoord, dat het Jehova is, die Israël op zo’n wonderbare wijze heeft geleid en zich geopenbaard heeft, als de God van de krachten. Welnu, die God zal hij ook dienen, niet om Hem daarmee te behagen, niet, omdat hij inziet, dat Jehova de enige ware God is, maar, omwille van het voordeel, zowel om daarmee zijn roem groter te maken, als ook om stoffelijke voordelen daarmee te verwerven. Vandaar dat hij in vs.8 zich aan de gezanten van Balak bekend maakt als een profeet van Jehova, en zegt, dat hij eerst moet weten, wat Jehova tot hem zal zeggen. Dat God zich met zo’n man wil inlaten, ja, hem zelfs tenslotte woorden in de mond legt, zo schoon en heerlijk als nauwelijks door Mozes hadden kunnen geuit worden, moet ons niet verwonderen, omdat de Heere dit niet deed omwille van Bileam, maar omwille van Zijn volk. Ook de vijanden van het volk van de Heere, moeten, al is het tegen hun wil en bedoeling meewerken aan het heil van Gods volk en aan de komst van het Koninkrijk.
Wij lezen dan ook niet, dat Bileam tot God ging, om Hem raad te vragen, hoe hij doen moest, maar dat God tot hem kwam, geheel op dezelfde wijze als in de geschiedenis van Laban, waar God aan Laban verschijnt, om hem te verhinderen Jakob kwaad te doen. Bij Bileam vinden wij daarom een vermenging van heidense afgoderij en enige kennis van de ware God. In hem zien wij de man, wiens subjectieve neiging, om de macht en kennis, die hij bezit, aan te wenden tot nadeel van het volk van de Heere, beheerst wordt door de objectieve macht van God. Bij wie het vlees geheel en al predomineert, en die slechts voor een ogenblik, wanneer de Heere met Zijn geest over hem komt, zich kan verheffen boven het vlees, maar die tenslotte in en met het vlees eindigt. Vandaar, dat hij immer genoemd wordt, als een type van de vijanden van de Kerk, en alle eeuwen door, als een van de gevaarlijkste vijanden en tegenstanders staat aangetekend.
En nu, kom toch, vervloek mij dit volk, geef het met uw banvloeken aan het verderf over, want het is machtiger dan ik; misschien zal ik het kunnen slaan, of zal het uit het land verdrijven, wanneer gij het vloekt; 1) want ik weet, naar hetgeen ik gehoord heb van mijn vrienden en bondgenoten, de Midianieten, die op hun handelsreizen (zie “Ge 37.25) overal komen, dat, wie gij zegent, die zal gezegend zijn, en wie gij vervloekt, die zal vervloekt zijn.
Balak had met zijn Moabieten volstrekt geen reden, om voor de kinderen van Israël te vrezen; deze hadden op hun tocht iedere schending van het Moabitisch grondgebied met angstige zorgvuldigheid vermeden, en wat zij in spijs en water nodig hadden, slechts tegen gerede betaling verlangd (Deut.2:9,26 vv.); de Moabieten hadden integendeel, het vroeger door Sihon genomen en nu door Israël weer veroverde gebied, tussen de Jabbok en de Arnon weer in bezit kunnen nemen, daar de Heere voor Zijn volk slechts het land aan de andere zijde van de Jordaan bestemd had, en Moab tot die volken behoorde, van wier roeping ten opzichte van het rijk van God wij boven gesproken hebben. Het is echter een teken, hoe ver de Moabieten in hun afgoderij van de God van Israël, die hun stamvader Lot gediend had, afgeweken zijn, daar zij voor Zijn volk een zelfde angst voelen als vroeger (Exodus. 1:12) de Egyptenaars; eigenlijk is het alleen de vrees voor het gericht van God, tegen wie zij zich schuldig voelen, wanneer zij de Israëlieten, hun broeders voor een onwelkome macht aanzien, met wie zij in het begin zich niet willen bemoeien (zie Nu 20.21), en die zij nu uit hun nabijheid willen verdrijven. Daar zij in een openlijke strijd zich niet met hen durven meten, grijpt Balak, hun koning, volgens de raad van de Midianieten, (want ook deze waren geen zeer strijdbaar volk) een echt heidens middel aan, om de vermeende vijanden meester te worden. Door de gehele oudheid heen was namelijk de mening verbreid, dat diegenen, welke in nauwe betrekking tot de goden stonden, met behulp van toverformules, macht over deze konden uitoefenen en hun bijstand afdwingen. Zelfs de Romeinen kenden aan de geheime vloeken van hun Augurs of waarzeggers zo’n kracht toe, dat niemand, op wie deze gelegd waren, ze kon ontgaan; zij zochten daarom bij bestorming van steden voor alles de beschermgoden door hun priesters te bezweren en hielden van hun zijde de naam van de beschermgod van Rome zeer geheim, opdat door hun vijanden niet iets dergelijks kon beproefd worden.
Ten opzichte van het godsdienstige kan men aannemen, dat Bileam met zijn vaderen, hoewel uitwendig voor waarzegger van de gewone soort aangezien, toch niet van dezelfde aard als die van de heidense tovenaars geweest is; veeleer zullen zij zich met hun kunst in de dienst van de levende God hebben willen stellen, voor zover dit bij de weinige rechte kennis mogelijk was. God nu, die de vlammende vlaswiek niet uitdooft, verwerpt haar niet, maar verwekt zich in zo’n familie een man, die Hij met bijzondere geestesgaven toerust, voor wie Hij middelen en wegen opent, om tot een diepere, grondigere kennis des Heeren te komen, en, omdat hij Zijn besliste belijder wordt, een gemeenschap laat ondervinden, waarbij het tot een volkomen geloofsovergave en tot het ware profetische ambt gekomen zou zijn, wanneer de man niet op de weg daarheen schipbreuk geleden had. De middelen en wegen, die de Heere aan Bileam tot uitgebreider Godskennis gaf, waren nu wel geen buitengewone en bijzondere; zij bestonden in de kennis van de grote daden, die Hij aan Israël bij de Schelfzee gedaan had, en waarvan in het lied van Mozes (Ex.15:1-18) uitdrukkelijk gezegd wordt, dat de roep daarvan tot alle omliggende volken zou doordringen en een grote indruk op hen maken zou. Dat het vernemen van die daden wel in staat was opmerkzame en gevoelige harten nader tot God de Heere te brengen, daarvan zijn zowel Jethro, de priester in Midian, als Rachel, de hoer te Jericho, het bewijs. (Ex.18:10 vv. Jozua. 2:9 vv.) Ook Bileam mogen wij tot die opmerkzame en gevoelige zielen rekenen. Toen bij zijn voortreffelijke begaafdheid die grootse gebeurtenissen hem ter ore kwamen, zullen zij zeker in hoge mate zijn belangstelling hebben gewekt; de overleveringen van zijn familie bij het belang van zij stand, moesten hem niet weinig tot een God aantrekken, die hij als de God van zijn vaderen, als de Heer, die niemand onder de goden gelijk is, in die gebeurtenissen herkende. Van toen af, reeds sedert de jaren van zijn jeugd, heeft hij de God van Israël gediend; toch is het een dienst meer van het verstand dan van het hart, meer met kennis dan met geloof geweest. Balak wendt zich nu het liefst met zijn vraag tot hem, omdat hij dezelfde God belijdt, die Israël zijn God noemt, want Balak meent niet, dat de ziener moet spreken, wat de Heere hem te spreken gfeeft, maar Jehovah moet doen wat zijn dienaar onder aanwending van de nodige bezweringen zeggen zal. Zo is naar zijn inzien het gevreesde volk zeker in zijn macht, wanneer hij de waarzegger tot vervloeking winnen kan. Voor Bileam is met deze uitnodiging het gewichtigste uur van zijn leven geslagen, het uur, waarin hij met zijn hart moet beslissen, óf voor God, die hij tot hiertoe met de mond beleden heeft en met zijn verstand voor de enige ware God erkend heeft, of voor hem, die door het Balaks gezantschap tot hem spreekt: “Ik zal u al deze dingen geven, zodat gij neervallende mij zult aanbidden”.
Toen gingen de oudsten van de Moabieten en de oudsten van de Midianieten naar Pethor, en zij hadden het loon van de waarzeggingen in hun hand; 1) alzo kwamen zij tot Bileam, en spraken tot hem de woorden van Balak (vs.5 vv.).
De waarzeggers waren gewoon zich voor hun diensten te laten betalen. Ook bij de Israëlieten was het later het gebruik, dat de zieners een geschenk werd gegeven (1 Samuel 9:7). Het woord “waarzegger” wordt steeds van Bileam gebezigd. Jozua. 13:22 toont reeds, dat hij geen waarachtig profeet van de Allerhoogste was.
Hij dan, wel voelende, dat hij het volk, waaraan de Heere zo grote dingen gedaan had, niet mocht vervloeken, en toch begerig naar het hem voorgestelde loon, wees de boden niet aanstonds af, maar zei tot hen: Blijf hier dezen nacht, opdat Ik naar de wil van God vraag; zo zal ik u een antwoord terugbrengen, zoals de HEERE tot mij zal gesproken hebben. Toen bleven de vorsten van de Moabieten met die van de Midianieten, bij Bileam. 1)
Hieruit blijkt duidelijk, dat het Bileam ontbrak aan een juiste kennis van de betrekking tussen Jehova en het volk. Van de Verbondsbetrekking had hij niet het flauwste begrip. Hij had wel gehoord, dat Jehova het had gedaan, maar hoe Deze stond tegenover het volk vermoedde hij niet. Anders toch had hij kunnen weten, hoe God nooit zou toelaten, dat Zijn Verbondsvolk vervloekt werd door zijn onheilige lippen.
En God 1) kwam tot Bileam, ‘s nachts in een gezicht (Genesis 15:1 vv.) of in een droom (Genesis 20:3; 31:24), en zei tot hem op ernstige, bestraffende toon, om de macht te breken van die zondige neiging, die hem verleid had niet aanstonds Balaks verzoek van de hand te wijzen: Wie zijn die mannen, die bij u zijn, en wat willen zij van u?
God (Elohim) kwam tot Bileam, lezen wij, niet de Heere (Jehova). De betrekking tussen Bileam en de Eeuwige was niet als de betrekking tussen Israël en God. Voor Bileam is Hij de Schepper van hemel en aarde, aan Wiens wil ook een Bileam onderworpen is.
Toen zei Bileam tot God: Balak, de zoon van Zippor, de koning van de Moabieten, heeft hen tot mij gezonden, zeggende:
Zie er is een volk 1) uit Egypte getrokken en het heeft het gezicht van het land bedekt; kom nu, vervloek het voor mij; misschien zal ik hiertegen kunnen strijden, of het uitdrijven.
Niet zonder doel verzwijgt Bileam de naam van het volk, hoewel hij die kent en spreekt hij evenzo in het algemeen en zo onbepaald, als Balak dit gedaan heeft want hier is de knoop, waardoor hij met zijn gedachten, die hem aanklagen of verontschuldigen, niet heen kan, dat hij hier niet met een heidens volk te doen heeft, dat op onrechtvaardige wijze een ander overvalt en voor Gods gericht rijp is, maar met het eigendom van de Heere.
Gelukte het hem op enige wijze Israëls roeping en verkiezing, die hem duidelijk voor ogen stond, voor zichzelf te verduisteren, kon hij het volk in één en dezelfde klasse brengen met de overige volken, zo zou ook niets meer zijn geweten terughouden, om de roeping van de Moabieten-koning te volgen. Wellicht is hij op het punt, dat zijn geweten door de overredingskunsten van ijdelheid en hebzucht tot zwijgen gebracht, tot rust begint te komen; als de Heere hem in een gezicht of droom verschijnt en door een kort apodiktisch (geen tegenspraak toelatend) de strijd van geest en vlees, die reeds met de zegepraal van het vlees begon te eindigen, ten gunste van de geest beslist.
Toen zei God tot Bileam: Gij zult met hen niet meegaan; gij zult dat volk niet vervloeken, want het is door Mij gezegend. 1)
De Heere stelt hier Zijn zegen tegenover het vloeken van Bileam, en wijst daarmee op de grote reden, waarom Bileam het volk niet vervloeken mocht.
Toen stond Bileam ‘s morgens op, en zei tot de vorsten van Balak: Gaat zonder mij naar uw land, want de HEERE weigert mij toe te laten met u te gaan. 1)
Men hoort het aan deze woorden duidelijk, dat de begeerte naar Balaks goud geenszins in het hart van Bileam overwonnen is, maar slechts met geweld door het woord van de Heere is teruggedrongen, daarom betreurt hij het juist, met de vorsten van de Moabieten niet te kunnen vertrekken; hij geeft ook het goddelijk antwoord, dat hij ontvangen heeft, niet volledig in zijn gehele scherpte weer, maar in een vorm, die aan Balak aanleiding geeft, om een tweede nog veel sterkere aanval op zijn hart te wagen. Hier leren wij, hoe gevaarlijk het is, in de strijd tegen de verleider zich niet geheel met vrolijk geloof en blijde gehoorzaamheid aan het woord van God over te geven, dit zwaard van de Geest, dat ons tot verwering tegen alle ongoddelijke aandrijvingen gegeven is, af te stompen en God de ene hand te reiken, terwijl men de duivel de andere geeft.
Hiermee spreekt Bileam het in bedekte vorm uit, dat het niet aan hem hapert, maar dat hij eigenlijk tegen zijn zin thuis blijft. Hij heeft zich nu eenmaal aan de dienst van Jehova verbonden, en deze verbinding brengt de eis van gehoorzaamheid mee.
Zo stonden dan de vorsten van de Moabieten op, en kwamen onverrichter zake tot Balak, en zij zeiden: Bileam heeft geweigerd met ons te gaan.
Doch Balak voer nog voort vorsten te zenden, meer en eerlijker, aanzienlijker dan die waren, die voor de eerste maal gekomen waren. 1)
Daar de wereld zich niet kan voorstellen, dat een godvruchtig geweten aan Gods woord gebonden is, hield Balak het ervoor, dat de ijdele en hebzuchtige man meer geëerd en rijker beloond wilde zijn. Daarom zond hij hem een tweede gezantschap, dat door de personen, waaruit het bestond, meer indruk op zijn eerzuchtig hart kon maken, en met aanbiedingen, die ook aan zijn geldgierigheid konden voldoen.
Die tot Bileam kwamen, en hem zeiden: Alzo zegt Balak de zoon van Zippor: Laat u toch niet beletten tot mij te komen!
Want ik zal u zeer hoog vereren, zoals gij reeds in dit gezantschap ziet, en al wat gij tot mij zeggen zult, dat zal ik doen, 1) wat gij in goud en zilver begeert zal ik u geven: zo kom toch, vervloek mij dit volk.
Als een echte heiden, die in de God van Israël slechts een nationalen God ziet, meent hij door schitterende eerbewijzen en rijke geschenken niet slechts mensen, maar ook God gunstig voor zich te kunnen stemmen.
Toen antwoordde Bileam en zei tot de dienaren van Balak: Wanneer Balak mij aanstonds zijn huis vol zilver en goud gaf, alles wat zijn schatkamer bezit, zo kon ik niet het bevel van de HEERE mijn God te overtreden, om te doenklein of groot. 1) Niets kan ik tegen Zijn wil, hoe gering het schijnt.
Voor Bileam staat, van het begin tot het einde toe, dit ene vast, dat hij in het werk, dat Balak van hem eist, niets kan, behalve door de Heere. Dit weet hij en deze kennis is hem, uit kracht van zijn natuurlijke zienersgave en van zijn ervaring tot nu toe, tot zijn eigendom geworden. Maar deze zuivere verstandelijke kennis van Jehova wordt bij hem, door zijn liefde tot het loon, welke in zijn hart de boventoon heeft, wederom geheel en al verdonkerd. Omdat hij, omwille van het loon, Balak, de vijand van Israël, bemint, Jehova daarentegen Israël, omwille van Zijn Naam liefheeft, zo is Bileam, naar zijn innerlijk wezen en willen, in tegenspraak met Jehova, met Wie hij, naar zijn natuurlijke gaven één is. Daardoor valt hij in dezelfde blindheid van de tegenstrijdigheid waarin Balak gevangen is.
Dat Bileam zegt, dat hij niets kan tegen het bevel van God, kwam niet voort uit liefde en gehoorzaamheid jegens Zijn wil, maar uit vrees voor de gevolgen. Zo veel weet hij wel van Jehova, dat Deze niet ongestraft laat, al wat tegen Zijn wil gebeurt.
En nu, blijft gij toch ook hier deze nacht, zoals ook de vorige gezanten een nacht bij mij gebleven zijn (vs.8), opdat ik weet, wat de HEERE tot mij verder spreken zal; ik zal alles aanwenden om een voor Balak gunstig antwoord van Hem te verkrijgen.
Na Bileams woorden in vs.18: “Wanneer Balak mij enz.,” staat een punt. Hoe zouden wij ons verheugen, wanneer het bij dit punt had kunnen blijven! Hoe zouden wij dan van de zegen spreken, die zelfs een gehoorzaamheid, welke in Gods gebod geen behagen heelt, zoals wij in vs.13 bij Bileam opmerkten, onder de tucht van de Heilige Geest ten gevolge kan hebben, wanneer slechts dat hart zich werkelijk aan deze tucht onderwerpt en zich eindelijk aan haar gevangen geeft. Zeker heeft de man onder zo’n tucht gestaan, gedurende de 40 of 50 dagen, die sedert het vertrek van de eerste gezanten tot aan de aankomst van de tweede verlopen zijn, want het woord, dat hij eerst spreekt, is geheel uit de geest geboren. O, worstel met alle ijver tegen de begeerlijkheid, en laat u door de gehele wereld niet van God aftrekken; zoek in het verborgen zo met Hem te leven, dat niets u bevlekken kan. En hebt gij de parel verkregen, denk toch niet, dat al het kwaad geweken is. Vrees voor uw ziel, want hier zijt gij dagelijks in gevaar, en wel het meest dan, wanneer gij God uw hand wilt reiken, omdat op datzelfde ogenblik de duivel achter u staat en naar de andere grijpt. Bileam reikt ze hem, niet daar hij de eerste weer van God terugtrekt, maar daar hij met God in onderhandeling wil treden, of deze van Zijn apodictisch woord (vs.12): “Gij zult met hen niet trekken, enz.,” niet iets zal laten afdingen.
God nu kwam voor de tweede maal tot Bileam ‘s nachts, en zei tot hem: Daar die mannen gekomen zijn, om u te roepen, en het uw lust is hen te volgen, hoewel Ik het u uitdrukkelijk verboden heb, sta op, ga met hen; 1) Ik zal u niet met geweld terughouden; en nochthans, meen niet, dat gij zult kunnen zeggen, wat Balak wil, nochthans zult gij dat doen, wat Ik door Mijn Geest tot u spreken zal over Mijn volk.
Zo heeft God dan werkelijk van Zijn eerste bevel iets ingetrokken, namelijk de voorzin: “Gij zult met hen niet meegaan.” De mens dwingt soms iets van God af, en God laat het toe. Maar de hoofdzaak bleef: “gij zult dat volk niet vloeken, want het is gezegend.” Of Bileam met die toelating iets gewonnen heeft? Integendeel, hij heeft daarmee veel verloren; het gevaar, waarin hij verkeert, is veel groter dan vroeger; voor het vlees zijn de teugels losser gelaten, en dat zal niet nalaten, zoals wij in het volgend gedeelte zullen zien, van die vrijheid gebruik te maken. Wachten wij ons, van Gods woord en gebod iets ten gunste van ons vlees af te dingen, of in Gods leiding met onze eigen wil te willen ingrijpen! “Wanneer wij als onverbeterlijke kinderen dwingen, staat de vader wel meer ons iets toe, niet in gunst, maar in boosheid”.
De Heere kwam tot hem en zei tot hem, dat hij, als hij wilde, met Balaks boden kon gaan; gevende hem dus over aan de begeerlijkheden van zijn hart; alsof de Heere zei: “Omdat gij zo’n grote lust hebt om te gaan, gaat: maar weet nochthans, dat de reis, die gij staat te ondernemen, naar uw wens, noch tot uw ere zal uitvallen; want, ofschoon gij verlof hebt, om te gaan, gij zult nochthans, hoe lief u ook het loon moge zijn, de macht niet hebben, om Israël te vervloeken, want gij zult doen, wat Ik tot u spreken zal.” Dus gaat het altijd met de vijanden van Gods volk, die, ofschoon zij verderfelijke aanslagen mogen smeden, om het te verdrukken en te benauwen, nochthans geketend zijn aan de almacht van God, zodat zij niets, het allerminste zonder Zijn toelating kunnen uitrichten, ja, dikwijls gedwongen worden, om Zijn gunstgenoten, in plaats van hen kwaad te doen, zoals hun voornemen was, integendeel vriendschap te betonen. Het was in verbolgenheid, dat de Heere tot Bileam zei: gaat met hen; en wij hebben reden, om te denken, dat Bileam zelf het dus begreep; want wij lezen niet, dat hij zich op die inwilliging of toelating beroepen heeft, toen de Heere hem, wegens zijn heentrekken, bestrafte. Men ziet hieruit, dat, zoals de Heere soms de gebeden van Zijn volk in liefde afslaat, Hij dus ook soms de begeerte van de goddelozen in boosheid inwilligt.
De vergunning, die God Bileam tenslotte verleent, om met de gezanten van Moab te trekken, is zijn straf. Wie Jehova niet met bereidwilligheid dient, moge zich naar de begeerte van zijn hart aan andere heren verbinden, ook op deze wijze dient hij onwetend en onwillig het raadsbesluit van God, maar zonder, óf het loon te ontvangen, dat de wereld hem voorhield, óf dat, hetgeen God uit genade wilde schenken.
De schijnbare tegenstrijdigheid, dat God eerst Bileam weigerde, om mee te gaann, en het later toestond, en dat, als Bileam, ten gevolge van het verlof, zich op weg had begeven, de toorn van God tegen hem ontbrandt, veronderstelt geen veranderlijkheid in het raadsbesluit van God, maar verdwijnt volkomen, zo spoedig men slechts het pedagogisch doel van de inwilliging in ogenschouw neemt.
II. Vs. 21-35.KruisverwijzingenSpreuken 12:10→Exodus 4:24→Numeri 22:32→Spreuken 1:15→Exodus 3:2→2 Koningen 10:20→Genesis 48:15→Klaagliederen 2:4→
— Toen stond Bileam des morgens op, en zadelde zijn ezelin, en hij trok heen met de vorsten van Moab. Doch de toorn des HEEREN werd ontstoken, omdat hij heentoog; en de Engel des HEEREN stelde Zich in den weg, hem tot een tegenpartij; hij nu reed op zijn ezelin, en twee zijner jongeren waren bij hem. De ezelin nu zag den Engel des HEEREN staande in den weg, met Zijn uitgetrokken zwaard in Zijn hand; daarom week de ezelin uit den weg, en ging in het veld. Toen sloeg Bileam de ezelin, om dezelve naar den weg te doen wenden. Maar de Engel des HEEREN stond in een pad der wijngaarden, zijnde een muur aan deze, en een muur aan gene zijde. Toen de ezelin den Engel des HEEREN zag, zo klemde hij zichzelve aan den wand, en klemde Bileams voet aan den wand; daarom voer hij voort haar te slaan. Toen ging de Engel des HEEREN noch verder, en Hij stond in een enge plaats, waar geen weg was om te wijken ter rechterhand noch ter linkerhand. Als de ezelin den Engel des HEEREN zag, zo legde zij zich neder onder Bileam; en de toorn van Bileam ontstak, en hij sloeg de ezelin met een stok. De HEERE nu opende den mond der ezelin, die tot Bileam zeide: Wat heb ik u gedaan, dat gij mij nu driemaal geslagen hebt? Toen zeide Bileam tot de ezelin: Omdat gij mij bespot hebt; och, of ik een zwaard in mijn hand had! want ik zoude u nu doden. De ezelin nu zeide tot Bileam: Ben ik niet uw ezelin, op welke gij gereden hebt van toen af, dat gij mijn heer geweest zijt, tot op dezen dag? Ben ik ooit gewend geweest u alzo te doen? Hij dan zeide: Neen!
Op de reis naar Moab, als Bileam steeds heviger van begeerte brandt naar het hem voorgehouden loon, en meer en meer de voorwaarde vergeet, die de Heere hem gesteld heeft, treedt Deze hem op drie plaatsen van zijn weg tegemoet. Hij zelf merkt de Engel met uitgetrokken zwaard niet op: wel ziet het de ezelin, waarop hij rijdt. Op de beide eerste plaatsen is zij nog in staat langs de dreigende verschijning heen te gaan, op de derde kan zij het niet en zinkt zij neer. Als Bileam haar hier nog erger mishandelt dan tevoren, opent de Heere het trouwe dier de mond, dat met mensenstem en met verstandige woorden hem zijn handelwijze verwijt. Als Bileam op haar vraag, of zij zich ooit weerspannig aan hem getoond heeft, een goed getuigenis geven moet, valt hem de blinddoek van de ogen, zodat hij de Heere ziet. Opnieuw ontvangt hij aanwijzing om niets anders bij Balak te spreken, dan wat God hem zeggen zal.
Toen stond Bileam ‘s morgens vroeg op, verheugd, dat hem tenminste was toegestaan mee te reizen, en hij zadelde zijn ezelin, van welke hij zich gewoonlijk bij zijn tochten bediende, en hij vertrok met de vorsten van Moab.
Doch de toorn van God werd ontstoken, omdat hij vertrok; 1) en de Engel van de HEERE, Israëls herder en helper (Exodus. 23:20), stelde zich in de weg, waarop Bileam voorttrok, hem tot een tegenpartij, 2) om hem nogmaals te weerhouden, dat hij in zijn opstand tegen God voortging; hij nu reed op zijn ezelin, en twee van zijn jongeren, van zijn knechten (Genesis 18:7; 22:3) 18.7 waren bij hem, terwijl de Moabitische vorsten reeds vooruit waren gegaan, om hun koning de aankomst van de vloekprofeet bekend te maken (vs.36).
Hieruit blijkt, dat in het hart van Bileam meer en meer de neiging zich openbaarde, om het aangeboden loon te verdienen. Het was dan ook vooral de gemoedsgesteldheid van de man, waarover de toorn van de Heere ontbrandde. De Heere had hem toegelaten te vertrekken, maar onder voorwaarde, dat hij alleen moest spreken wat Hij zou zeggen, en nu, zoals op te maken valt uit Deuteronomium. 33:5 Jozua. 24:10, overdenkt Bileam en begeert hij de wil van Balak te volbrengen. Dit doet de toorn van de Heere over hem ontbranden en dit veroorzaakt, dat de Heere een tegenpartij van hem wordt.
In het Hebreeuws Lesatan lo, tot een tegenstander, om hem af te houden van de weg, die hij zou bewandelen.
a) De ezelin nu zag de Engel van de HEERE staande op de weg, 1) met zijn uitgetrokken zwaard 2) in zijn hand; daarom week de ezelin, terugschrikkende voor de verschijning, uit de weg en ging in het veld. Toen sloeg Bileam, die niet vermoedde, waarom zij week, de ezelin, omdeze naar de weg te doen wenden; 3) dit gelukte hem daar de verschijning plotseling weer verdwenen was.
2 Petr.2:16 Judas 1:11
Reden en doel van deze verschijning zijn in de verklaring reeds aangewezen; de Heere doet hier datgene, wat Hij later meermalen als een bijzondere genade laat voorhouden eut.23:5. Jozua. 24:10. Nehemiah. 13:2. Micha.6:5); Hij wil Bileam niet horen, zoals deze zich voorneemt voor Balak te spreken, maar de door hem bedoelde vloek in des te rijkere zegen omkeren. Nu is de vraag, of dan Bileams vloek, wanneer God het daartoe had laten komen, goddelijke kracht gehad en een werkelijke vloek op Israël gelegd zou hebben, of dat de in zich krachteloze ban van de vloekprofeet slechts in zoverre schade zou doen, dat de Israëlieten, wanneer zij daarvan vernamen, erdoor ontmoedigd zouden worden, terwijl daarentegen de vijanden in plaats van de vorige vrees weer moed verkregen zouden hebben.
Wilden wij het laatste aannemen, zo zou de Heere iets aan Israël hebben moeten doen, om aan Zijn volk het valse geloof aan de macht van de profeet te ontnemen, en het in het geloof aan zijn goddelijke roeping te sterken, bijv. dat Hij de waarzegger op hetzelfde ogenblik door een bliksemstraal van Zijn toorn vernietigde, toen deze de mond tot de vloek opende. Daarentegen zien wij, dat God alles aan Bileam beproeft, om hem van zijn gedachten af te brengen, en omdat dit hem bij zijn zieletoestand niet lukt, maakt Hij hem later (Hoofdstuk 23 en 24) tot een machine, die spreken moet, wat haar ingegeven wordt. Deze omstandigheid noodzaakt ons, ons voor het gevoel te verklaren en in Bileam een man te zien, die met dezelfde macht van het goddelijke woord bekleed was, als Noach, Izak, jakob en anderen, toen zij over het lot van gehele volgende geslachten en volken te beschikken hadden (Genesis 9:24,27,49 vv.). Eveneens, als van de hem hierna ingegeven zegeningen niet in de lucht gesproken was, en haar vervulling niet gemist heeft, zou omgekeerd zijn vloek van Israëls roeping en verkiezing vernietigd hebben, wanneer de Heere hem de vloek had toegelaten. Wij kunnen wel niet op alle vragen, die hierbij gedaan zouden kunnen worden, uitvoerig antwoorden: in goddelijke zaken staan wij niet zelden voor een gesloten deur, die ons het indringen in de binnenste werkplaats van de gedachten en raadsbesluiten van God verhindert. Op één zaak moeten wij echter wijzen, hierop, dat Israëls gedrag tot heden reden genoeg gaf, om het van een door God gezegend tot een door God verworpen volk te maken, en zijn roeping en verkiezing achterwaarts te doen gaan. Alleen Gods liefde en trouw jegens het volk van Zijn keuze heeft de arm van de gestrenge rechtvaardigheid tegengehouden en de draad van de genaderijke leidingen, die het vorige geslacht door zijn hardnekkige ongeloof met geweld verscheurd had, opnieuw met het tegenwoordige geslacht aangeknoopt. Deze weder-aanknoping mocht Bilem niet verstoren, zoals hij volgens zijn eer- en geldgierig hart graag wilde; de liefde en de trouw van God wil de overhand behouden en het pas begonnen werk op een van menselijke waardigheid of onwaardigheid onafhankelijke wijze glorierijk ten einde brengen.
Een tweede vraag, waarvan de juiste beantwoording het verstaan van het voor ons liggend gedeelte, hier en in de volgende verzen, afhangt, betreft de vorm en de aard van deze Engelenverschijning; was zij een lichamelijk-materiële, een die geheel tot de zichtbare wereld behoorde en door Bileam noodzakelijk had moeten waargenomen worden, als de Heere zijn ogen niet gesloten en hem niet met blindheid geslagen had (Genesis 19:11; 2 Kor.6:18) of was zij een verschijning uit de geestenwereld, die alleen met geestelijk oog kon gezien worden, en daarom door de ziener niet bemerkt werd, omdat zijn ziel op dit ogenblik zo geheel met gedachten van eigen voordeel bezig is, dat hij voor geestelijke dingen in het geheel geen waarnemingsvermogen meer had? Omdat de ezelin de engel met het zwaard ziet, geloven wij, dat de engel zich op lichamelijk zichtbare wijze vertoonde. Zoals nu de God voor deze wereld Bileams oog zo verblind heeft, dat hij inwendig niet meer waarneemt, op wat voor weg van verderf hij zich begeven heeft, zo verblindt de God van de hemel, die zich met het zwaard tegenover hem plaatst, zijn lichamelijk oog, zodat hij recht in het zwaard zou lopen, wanneer aan zijn ezelin niet de gezonde ogen waren gebleven en zij door haar uitwijken hem het leven niet gered had. Het is een openbare straf en een diepe verootmoediging voor de ziener, die zich overigens mocht beroemen; dat hem de ogen van de geest geopend werden, toen hij neerknielde (hoofdstuk 24:4,16), dat hem een dier met zijn ogen en zijn natuurlijk instinct te hulp moet komen. Tot zo’n verootmoediging moet ook hetgeen vervolgens gebeurt, dienen; want de ezelin moet daarna ook met mensenstem, welke de Heere haar op wonderlijke wijze verleent, te hulp komen, terwijl hij zelf geen verstand meer bezit, om te vernemen, wat de Godsstem hem te zeggen heeft.
Het uitgetrokken zwaard in de hand van de Engel is teken en zinnebeeld van Gods toorn. Bileam zag het echter niet, zo was hij verblind door gierigheid. Treffend voorbeeld van het feit, dat, zoals Gods kinderen, hoewel vaak onzichtbaar voor hun ogen, de hulp en bescherming van Gods Engelen genieten, Zijn vijanden, hoewel zij het ook niet zien, de hand van God tegen zich hebben.
Bileam behoorde daardoor tot inkeer gekomen te zijn en overwogen te hebben, of hij mogelijk niet van zijn plichtweg af was, maar hij sloeg de ezelin, om deze naar de weg te doen wenden. Zij die door moedwillig zondigen in hun verderf lopen, zijn dus toornig op degene, die hun verderf trachten te voorkomen.
Maar de Engel van de HEERE stond weer op een andere verder gelegen plaats van de weg, waarlangs Bileam ging, in een pad van de wijngaarden, in een pad dat tussen wijnbergen heenliep, zijnde een muur aan deze en een muur aan de andere zijde, die het wijken van de weg af onmogelijk maakte.
Toen de ezelin ook hier weer de Engel van de HEERE zag, terwijl Bileam van deze verschijning niets bemerkte, zo klemde zij zichzelf aan de wand, waaraan de Engel eensmalle ruimte gelaten had, om zich daar doorheen te dringen, en zij klemde Bileams voet aan den wand; 1) daarom voer hij voort haar te slaan, daar zijn toorn ontbrandde tegen het dier, dat hij voor eigenzinnig en weerspannig hield.
Dit was wel een pijnlijke gewaarwording voor Bileam, maar toch een zaak, die hem tot nadenken had moeten stemmen, tot overweging hiervan, of zijn weg wel de goede weg was. In plaats dat deze zaak hem tot nadenken brengt, doet zij hem in toorn ontbranden, tot zijn eigen schande en nadeel.
Toen ging de Engel van de HEERE nog verder, en hij stond in een enge plaats, waar geen weg was om te wijken ter rechter- noch ter linkerhand. 1)
Tot driemaal toe beproeft de Engel van de Heere, om Bileam terug te houden van zijn boze weg, van de weg van het verderf, om hem terug te houden van het loon van de ongerechtigheid te willen verdienen. En dit voornamelijk om Zijn volk, omwille van Israël. Dit volk is gezegend en mag niet door Bileam vervloekt worden. De derde maal zal de Engel het Bileam onmogelijk maken, om ongestoord te vertrekken.
Toen de ezelin de Engel van de HEERE zag, en er geen plaats was, waardoor zij zich heendringen kon, zo legde zij zich neer onder Bileam, in angst over haar gevaarlijketoestand daar zij met haar berijder niet in het zwaard van de Engel lopen kon; en de toorn van Bileam, die nog niets bemerkte, ontstak nu nog heviger dan tevoren, en hij sloeg de ezelin op onbarmhartige wijze met een stok, die hij als een man van stand met zich droeg (Genesis 38:18).
Bileams weg is de weg van het verderf, die in het begin breed is en gemakkelijk, maar hoe langer hoe nauwer wordt, totdat geen ontkomen meer mogelijk is en men in het gericht van God neerstort. Wie op deze weg gaat, heeft in zijn hart wel een waarschuwer, zoals Bileam aan zijn ezelin, die hem niet in het verderf wil laten lopen; deze is het geweten, dat zich inspant, om van de baan van de zonde af te brengen, en de mens dringt, zich om te wenden, maar door de blinde zondaar niet gehoord of verstaan wordt, integendeel wegens zijn trouw waarschuwen mishandeld wordt. Ten laatste, wanneer het reeds lang verwachtte gericht van God daar is, wordt het inwendig gebroken en verkrijgt een spraak, waarbij de misdadiger eindelijk de ogen opengaan, zoals men aan Judas, de verrader zien kan (Matth.27:3 vv.). Het pad van de deugd daarentegen is steil, men ziet niets dan moeite, maar het leidt tot zegen en zaligheid. Denkt slechts aan Abrahams reis naar Moria (Genesis 22), die op merkwaardige wijze met precies dezelfde woorden als Bileams reis verhaald wordt. “Toen stond Abraham ‘s morgens vroeg op, en zadelde zijn ezel, en nam twee van zijn jongens met zich.” Opmerkingswaardig in betrekking tot het drie maal tegemoet treden van de Engel is verder nog dit, dat Balak Bileam later naar drie verschillende plaatsen leidt, op de hoogte van Baäl (vs.41), op de vrije plaats op de hoogte Pisga (hoofdstuk 23:14) en op de hoogte van de berg Peor (hoofdstuk 23:28); op deze drie plaatsen treedt hem de Heere op onzichtbare wijze tegemoet, zodat hij niet kan zeggen, wat hij wil, maar moet zeggen wat God wil; op de derde hoogte komt de Geest van God op zo’n krachtig wijze over hem, dat ook hij op de knieën valt, zoals vroeger de ezelin voor de hemelse verschijning. Juist hier wordt hem de mond geopend tot een dubbele voorspelling, die zich op het heerlijkst als Gods woord openbaart, terwijl Bileam slechts het orgaan is, waarvan de Heere zich bedient.
De HEERE nu, die zich in die Engel geopenbaard had, opende door Zijn Goddelijke almacht de mond van de ezelin, zodat het dier met mensenstem sprak (2 Petr.2:16), die tot Bileam zei: Wat heb ik u gedaan, dat gij mij nu driemaal geslagen hebt?
Toen zei Bileam, nog niet tot nadenken gebracht door dit grote wonder, waaruit hij wel dadelijk kon weten, met Wie hij te doen had, tot de ezelin: Omdat gij mij bespot hebt, mij zoveel moeite hebt aangedaan, als had gij het erop toegelegd, om mij op verkeerde wegen te leiden; och als ik een zwaard in mijn hand had, ik zou u nu doden. 1)
Door zo grote begeerlijkheid werd hij vervoerd, dat hij nog niet door zo’n groot buitengewoon mirakel verschrikt werd en antwoordde, alsof hij tot een mens sprak, terwijl God toch niet de ziel van de ezelin in een redelijke geest veranderde, maar haar slechts, zoals het hem behaagde, klanken deed voortbrengen, om zijn onzinnigheid te verhinderen.
De ezelin nu zei tot Bileam: Ben ik niet uw ezelin, waarop gij gereden hebt van toen af, dat gij mijn heer geweest zijt tot op deze dag? Ben ik ooit gewend geweest u zo te doen? Hij dan zei: Neen. 1)
God had hem terstond door de woorden van de Engel kunnen kastijden, maar, omdat de berisping zonder ernstige beschimping niet streng genoeg zou geweest zijn, geeft Hij hem een beest tot leermeesteres.
De ezelin moet hem leren, én dat het “stomme dier” eerder een ziener kan worden, dan de ongehoorzame, wie de begeerlijkheid verblindt, én dat ook die ongehoorzame machteloos is in de hand van die God, die Zijn woorden ook in de mond van het dier weet te leggen.
Bileam ontvangt uit de mond van de ezelin een geduchte terechtwijzing. Een terechtwijzing, die hierin bestond, dat hij, de man, die zich voor een geestenziener uitgaf, voor iemand, die vertrouwd was met de dingen van een hoge wereld, op dit ogenblik beneden haar, het redeloze dier, stond, omdat hij niet en zij wel de Engel met het uitgetrokken zwaard had gezien. Die terechtwijzing moest Bileam diep in zijn hart snijden en zijn hoogmoed op het diepst terneerbuigen. En waar dit gebeurd is, daar is het ogenblik daar, waarop de Heere hem de ogen zal openen.
Toen 1) opende de HEERE de ogen van Bileam, zodat hij de Engel van de HEERE zag, van wie hij tot hiertoe niets bemerkt had, staande in de weg, en zijn uitgetrokken zwaard in zijn hand; daarom sprong hij van zijn rijdier af,neigde hij het hoofd en boog zich op zijn aangezicht ter aarde, om de Engel zijn eerbied te betonen (Genesis 24:64 Jozua. 15:18).
Niet zonder grote schade voor de profeet wordt de heerlijkheid van de Engel eerder aan de ezelin geopenbaard. Te voren pochte hij op buitengewone visioenen; nu ontvlucht hem, wat aan de ogen van een beest verschijnt. Vanwaar anders deze blindheid, dan ten gevolge van de gierigheid, waarmee hij zo bevangen is, dat hij het loon van de ongerechtigheid de voorkeur geeft boven de heilige roeping van God.
Toen zei de Engel van de HEERE tot hem: Waarom hebt gij uw ezelin nu driemaal geslagen, en niet bedacht, dat haar ongewoon gedrag iets bijzonders betekenen moest? Zie, Ik ben uitgegaan u tot een tegenpartij, om u de weg te versperren,a) omdat deze weg van mij afwijkt, 1) omdat gij, door naar Balak te gaan, tegen Mijn wil handelt, en uzelf in het verderf stort, hoewel gij meent, dat u eer en rijkdom wacht.
2 Petr.2:15
Hebreeuws: “waar de weg voor Mij steil was”, hetgeen Van der Palm verklaart in de zin van: “waar de steilte van de weg niet toeliet Mij te ontwijken”.
Maar de ezelin heeft Mij gezien, en zij is nu driemaal voor Mijn aangezicht geweken, tot uw welzijn, want gij wist in uw blinde hartstocht niet, waar gij tegenin liep; indien zij voor Mijn aangezicht niet geweken was, zeker Ik zou unu ook gedood, en haar bij het leven behouden hebben.
Er is geen geschiedenis in de Bijbel, die zoveel twijfel en spot heeft opgewekt, als die van de sprekende ezelin. “Wat de van de duivel bezetenen met de zwijnen nabij Gadara zijn in de Schriften van het Nieuwe Verbond, dat is Bileam met zijn ezelin in het Oude, een dwaasheid voor velen, een ergernis voor niet weinig anderen”.
En toch wordt hier juist bevestigd, wat Baco van Verula (een voortreffelijk theoloog van de bisschoppelijk Engelse kerk, geb. 1561, overl. 1626 n. C.) zegt: “Een oppervlakkig weten leidt van de Heilige schrift af, een grondig weten tot haar terug.” Wie het doel van God met Bileam uit onze opmerkingen leerde verstaan, voor die zal het wonder van de sprekende ezelin minder moeite baren, dan dat van de sprekende slang in het Paradijs, want daar is het de duivel, die uit de slang spreekt, hier is het de Heere, die de mond van de ezelin opent. De Heere toch heeft oneindig grotere macht, dan de in macht begrensde vorst van de duisternis. Evenmin als wij daar zouden beweren, dat Eva niet in werkelijkheid, maar slechts in extatische toestand de slang had horen spreken, zo kunnen wij ook hier de mening van hen niet beamen, die de gebeurtenis voor een zuiver inwendige daadzaak aanzien, zodat de ezelin niet zou gesproken, maar alleen haar dierlijk klaaggeluid zou voortgebracht hebben, dat dan door de besturing van de Heere in Bileams oor tot een verstaanbaar menselijke rede zou geworden zijn. Afgezien van het gehele karakter van ons verhaal, dat in niets op een visioen of gezicht wijst, wordt deze mening tegengesproken door de zielstoestand van Bileam op dat ogenblik; hij is zo geheel in Balaks wensen en beloften weggezonken, dat de Heere hem eerst door de sprekende ezelin tot zichzelf brengen moet, en wel door hetgeen deze zegt, niet door haar spreken zelf. Maar juist de omstandigheid, dat Bileam, in plaats van grotelijks verwonderd te zijn, zich in een gesprek met haar inlaat, alsof hij met een mens te doen had, heeft de verdedigers van bovengenoemde opvatting een wapen in de hand gegeven. Hierbij moeten wij opmerken, dat er toestanden van het hart zijn, ook in wakende toestand, dat de duidelijkste wonderen niets op de mens vermogen, hem niet eens tot verwondering brengen; wij zien dat bv. aan de Farizeeën en Schriftgeleerden, die door de wonderwerken van Christus in het geheel niet bewogen werden, maar deze als dagelijkse zaken behandelden en alleen de indruk, die deze op anderen gemaakt hadden, zochten te verwoesten. Wanneer de mens eens begonnen is aan God en Zijn woord weerstand te bieden, verdraagt hij alles, en zou hij ook niet geloven, al stond er iemand van de doden op. Bovendien was Bileam een man, die in de gezichten en dromen, die hij gehad had, reeds vele buitengewone dingen ondervonden had, en die in zijn huidige door geldzucht verblinde toestand niet aanstonds in staat was, om zich te verwonderen over hetgeen bewonderenswaardig genoeg was. Eerst bij het “Nee,” dat hij de ezelin ten antwoord geeft, komt hij weer tot zichzelf; daarom kan ook nu de Heere hem de ogen openen, zodat de schellen daar afvallen. Hoe men zich stoten kan aan dit wonder, terwijl er zovele grotere wonderen zijn, begrijpen wij niet.
De ezelin werd in staat gesteld, om die klanken voort te brengen, waarschijnlijk zoals de papegaaien, zonder ze te verstaan; en men moge zeggen wat men wil van de mond van de ezelin, of de vorming van haar tong en kaken, als tot spreken ongeschikt, er wordt nochthans een daaraan evenredige oorzaak voor deze wonderbare uitkomst aangewezen, want er is uitdrukkelijk gezegd: “de Heere opende de mond van de ezelin,” en niemand, die in een God gelooft, zal aan Zijn macht, om dit, en nog oneindig veel meer te doen, kunnen twijfelen.”
Het wonder is bovendien God waardig. Het spreken juist van het domste dier moest tot Bileams diepste beschaming dienen, die zo dwaas en door gouddorst verblind was, dat een ezel meer zag dan hij. Bileam moest bovendien zien, wat de Heere over hem kon. Volgens diezelfde macht, waarmee Hij aan de ezelin menselijke taal verleende, zonder dat het dier daarom ophield een dier te zijn en tot mens werd, kon de Heere ook Bileam tot een werktuig van Zijn grootste en zaligste zegenspreuken over Israël maken, kond Hij hem dwingen goddelijke woorden te spreken, hem de zo diep in het zondige zich indringende man. God heeft zijn hart willen reinigen en heiligen; zo hij de genade in zich had laten werken, zo zou hij tot een waar profeet geworden zijn, wiens eigen ziel deelt in hetgeen de Heere spreekt. Nu hij echter Gods Woord verworpen en zich aan de god van deze wereld overgegeven heeft, zal hij nog wel eens als voorzegger optreden en de grootste profetieën uitspreken, die God in zijn mond kon leggen, maar om daarna zelf verworpen en ter zijde gesteld te worden. Deze geschiedenis heeft een bijzondere betekenis voor de dienaren van het goddelijke woord. Deze, de verootmoedigden, aan hun eigene kracht wanhopende zielen, die hun predikingen voor armzalig en zwak houden, verstrekt zij tot grote troost; zij weten, dat de Heere ook uit hun arm woord iets kan maken tot lof van Zijn heerlijkheid. De anderen daarentegen, de rijk begaafden geesten, die schijnbaar veel verrichten en zeer geroemd en graag gehoord worden, maar daarbij onrein van hart zijn en met hun gaven eigen eer en voordeel zoeken, dient zij tot ernstige waarschuwing; dat zij hier leren, hoe de Heere hen wel een tijdlang gebruikt, maar hoe het opeens met hen ten einde is en zij jammerlijk tot schande worden. Het redeloze dier erkent en ontwijkt de tegenstand van boven; wat een diepe beschaming voor de man, die zich een ongewone kennis van het goddelijke toeschrijft, maar de vinger van God niet ziet, noch zien wil. Dat is de grote onderwijzing van dit wonder. Wie zich tegen Gods wil verzet, is redelozer dan het dier. Ja, hij is geheel zonder gevoel en leven, een klinkend metaal en luidende schel, zelfs indien hij, zoals Bileam, de taal van de Engelen spreekt, profeteert en wetenschap geeft 1 Corinthiers. 13). Wij horen dikwijls mensen prijzen als schitterende vernuften, redenaars, aangenaam in de omgang, geestig, beschaafd, geleerd. Dit zijn gaven, die niet klein te achten zijn, maar hoeveel waarde zij voor God hebben, wanneer de liefde en een eenvoudig hart, dat bereid is, om Gods wil te doen, ontbreken, toont het voorbeeld van dit schitterend talent, van deze Bileam.
Toen zei Bileam tot de Engel van de HEERE: Ik heb gezondigd, dat ik onder zulke omstandigheden mijn dier mishandeld heb; reken mij dat niet toe, want ik heb niet geweten, 1) dat Gij mij tegemoet op deze weg stondt; ennu is het kwaad in uw ogen, dat ik naar Balak ga, ik zal wederkeren.
Bileam scheen toen tot rede te komen. Ik heb gezondigd, gezondigd, door mij op die reis te begeven, gezondigd, door met zoveel geweld voort te drijven; doch hij verschoonde zich daarmee, dat hij de Engel niet gezien had, maar nu hij hem zag, toonde hij zich bereid, om weer te keren. Datgene, wat de Heere mishaagde, was niet zo zeer deze reis, maar wel zijn boosaardig opzet en voornemen tegen Israël, en een heimelijke hoop, die hij voedde, dat, niettegenstaande Gods waarschuwing, die hem bij het geven van verlof gedaan was, hij nochthans middel zou vinden, om hen te vervloeken, en dus Balak te believen, teneinde door hem hoog vereerd te worden. Het blijkt niet, dat hij van die snoodheid van zijn hart bewust, of gewillig was deze te bekennen; maar, wanneer hij zag, dat hij de weg niet zou kunnen vervolgen, onderwierp hij zich, als best met zijn veiligheid overeenkomende, en betoonde zich gewillig, om terug te keren; en zoals hij niet aangedaan was over het kwaad, dat in zijn hart huisvestte, zo was ook alles, waartoe zijn benauwdheid hem bewoog, een belofte van te zullen afstaan van de uitwendige daad.
Bileam begreep nog niet, dat niet zo zeer het gaan naar Moab de Heere mishaagde, als wel de overlegging van zijn hart. Om hem dat duidelijk te maken, verbiedt de Heere hem (in het volgende vers) niet met de gezanten van de Moabieten mee te gaan.
De Engel van de HEERE nu zei tot Bileam: Ga heen met deze mannen; 1) maar alleen dat woord, wat Ik tot u spreken zal, dat zult gij spreken. Alzo toog Bileam, terwijl de Engel van de Heere van hem verdween, met de vorsten van Balak, hij ging deze achterna, zijn reis tot de koning van de Moabieten vervolgende.
Bileams belijdenis is zeer oppervlakkig en zijn bereidwilligheid, om terug te keren zonder betekenis. Ware het hem werkelijk ernst geweest nu aan God gehoorzaam te worden, zo zou hij niet eerst gezegd hebben: “is het kwaad in Uw ogen.” Want reeds lang wist hij, dat zijn reis de Heere mishaagde. Daarom wordt ook zijn aanbieding, om terug te keren, niet aangenomen, zoals nu de zaken met hem staan moet hij voortreizen, opdat het met hem tot beslissing komt, of tot innerlijke omkering, of tot hetgeen hem de Engel met het zwaard gedreigd heeft (hoofdstuk 31:8), dat hij met zijn hart zich plaatsen zal tot het woord: “Wat Ik tot u spreken zal, dat zult gij spreken”.
III. Vs. 36KruisverwijzingenGenesis 14:17→Genesis 46:29→Numeri 21:13→Jeremia 48:20→Exodus 18:7→Genesis 18:2→Deuteronomium 3:8→Handelingen 28:15→
— Als Balak hoorde, dat Bileam kwam, zo ging hij uit, hem tegemoet, tot de stad der Moabieten, welke aan de landpale van de Arnon ligt, die aan het uiterste der landpale is.
-Hoofstuk 23:10. Bileam, door Balak aan de grenzen van zijn rijk op eervolle wijze ontvangen, wordt door hem op de hoogte van Baäl gevoerd, waar hij het Israëlitische leger met één blik overzien kan. Nadat daar zeven altaren gebouwd zijn en op ieder een dubbel brandoffer gebracht is, begeeft hij zich op een afgelegen verheven plaats, om volgens de wijze van de heidense waarzeggers en bezweerders op Auguriën of hemeltekenen te wachten; de Heere echter ontmoet hem in werkelijkheid en legt hem de eerste van zijn profetieën in de mond, die hij dan ook voor Balak en diens vorsten uitspreekt. Zij prijst Israël als een uit de menigte van de heidenen afgezonderd, tot gemeenschap met God geroepen volk, aan wie reeds nu de belofte, dat het tot een talloze menigte zou groeien, begon vervuld te worden, en verder nog heerlijker zou vervuld worden, en waaraan het voorrecht is een gerust sterven te hebben na een leven in de overvloed van de goddelijke genadegoederen.
Als Balak van zijn vorsten, die vooruit getrokken waren, hoorde dat Bileam kwam, zo ging hij van Rabbat Moab uit hem tegemoet, om hem eervol te ontvangen, tot Ar Moab, de stad van de Moabieten, 1) die aan de grens van de Arnon ligt, die aan het uiterste van het gebied, de grens van het Moabitische rijk aan de noordzijde is.
Vroeger was zij de hoofdstad geweest en lag midden in het land, daar het Moabitische gebied zich toen veel verder naar het noorden uitstrekte (zie Nu 21.30); na de stichting van de beide rijken van de Amorieten was ze tot een gewone grensstad en Rabbat Moab tot Residentie geworden.
En Balak zei tot Bileam, toen deze tegenover hem stond; Heb ik niet ernstig tot u gezonden (vs.5 vv.) om u te roepen? Waarom zijt gij nietaanstonds de eerste maal tot mij gekomen, maar hebt gij u eerst nog ten tweede male (vs.15 vv.) laten roepen? Meent gij, dat ik een zo nietig en arm vorst ben? Kan ik u niet terecht, niet naar uw verdienste vereren?
Toen zei Bileam, nog vol van de indruk, die de gebeurtenis in vs.22-35 vermeld, op zijn geweten gemaakt had, tot Balak: Zie ik ben tot u gekomen overeenkomstig uw verlangen, maar het is twijfelachtig of ik zal kunnen doen, wat gij verlangt; zal ik nu enigszins iets kunnen spreken, iets anders dan mij ingegeven wordt? Het woord, dat God in mijn mond leggen zal, dat zal ik spreken; 1) ik zal niet anders kunnen.
Met dit antwoord zoekt hij reeds tevoren de verwachtingen van Balak iets lager te stemmen, omdat uit zijn komen tot hem, zonder enige twijfel, zijn bereidwilligheid, om te vervloeken, volgde.
Bileam handelt met Balak zoals hij met diens gezanten gehandeld heeft. De volle waarheid verzwijgt hij ook hem. Deze, dat de Heere hem strikt verboden heeft, het volk van Israël te vervloeken. Daardoor berokkent hij zichzelf ook nu een valse positie.
En Bileam ging met Balak van Ar Moab naar de berg Attarus, en zij kwamen te Kirjath-Huzzôth (= stad van straten), waarschijnlijk dezelfde als Kerioth (Jeremia. 48:24,41 Amos 2:2) op de zuidelijke hoogte van Attarus.
Toen slachtte Balak daar runderen en schapen, 1) om de God van Israël tot zijn wens over te halen (zie “Le 3.2), en hij zond offervlees daarvan aan Bileam en aan de Moabitische vorsten, die als zijn geleide bij hem waren, om zo zijn woord: Ik zal u zeer hoogvereren, te vervullen en de profeet tot het gemeenschappelijk werk vaster aan zich te verbinden (Genesis 31:54).
De mening, dat Balak hier een dankoffer offerde aan zijn goden, is verkeerd. Integendeel, hij offerde een offer aan de Heere, de God van Israël, met Wie-dit wist hij- Bileam in betrekking stond, om op deze wijze te bewerken, dat de liefde van God tot Israël overging op Moab. Dit offer toch werd gebracht aan de vooravond van de dag, waarop Bileam het volk van Israël zou moeten vervloeken.
En het geschiedde de volgende dag ‘s morgens, dat Balak Bileam nam, en voerde hem op de hoogten van de Attarus, 1) die aan Baäl geheiligd waren, dus naar de (Numeri. 21:9) reeds vermelde plaats Ramoth, het hoogste punt van deze gehele landstreek, dat hij vandaar zag het uiterste van het volk, 2) het leger van Israël tussen Jesimoth en Sittim (vs.1), van het ene einde tot het ander.
De Attarus is een lange bergrug, die aan de zuidzijde van de Zerka Maein voortgaat. Ten onrechte zoekt Burckhardt op deze de Nebo (Deut.32:49; 34:1); deze moet veel noordelijker gelegen hebben; wel lag op zijn westelijke top een van alle zijden moeilijk te bereiken vesting met een prachtvol paleis, dat Herodes daar liet bouwen. Dat is dat Machaerus, waar Johannes de Doper gevangen gehouden en onthoofd werd.
Balak ging van de veronderstelling uit, dat Bileam noodzakelijk Israël voor ogen moest hebben, wanneer zijn vloek van kracht zou zijn.
Banot-Baäl was de eerste hoogte, die Bileam ontmoette op zijn reis naar Moab, vanwaar hij het leger van Israël kon zien, alhoewel niet in zijn geheel.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel