Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Wijders sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Wijders sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872 en totH413AaronH175, zeggendeH559:Wijders sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
KJVAnd the LORD2spake1unto Moses4and unto Aaron,6saying,
2Dit is de inzetting van de wet, die de HEERE geboden heeft, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, dat zij tot u brengen een rode volkomen vaars, in welke geen gebrek is, op welke geen juk gekomen is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2DitH2063 is de inzettingH2708 van de wetH8451, dieH834 de HEEREH3068gebodenH6680 heeft, zeggendeH559: SpreekH1696totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478, dat zij totH413 u brengenH3947 een rodeH122volkomenH8549vaarsH6510, in welkeH834 geen gebrekH3971 is, opH5921welkeH834 geen jukH5923 gekomen is.Dit is de inzetting van de wet, die de HEERE geboden heeft, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, dat zij tot u brengen een rode volkomen vaars, in welke geen gebrek is, op welke geen juk gekomen is.
KJVThis is the ordinance2of the law3which the LORD6hath commanded,5saying,7Speak8unto the children10of Israel,11that they bring12thee a red15heifer14without spot,16wherein is no blemish,20and upon which never22came23yoke:
1זֹ֚אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus2חֻקַּ֣תH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute3הַתּוֹרָ֔הH8451wet, wetten, leerlaw4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order6יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8דַּבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12וְיִקְח֣וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win13אֵלֶיךָ֩H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14פָרָ֨הH6510koeien, vaars, koecow, heifer, kine15אֲדֻמָּ֜הH122rode, roodred, ruddy16תְּמִימָ֗הH8549volkomen, oprechten, oprechtwithout blemish, complete, full, perfect, sincerely (-ity), sound, without spot, undefiled, upright(-ly), whole17אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18אֵֽיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)19בָּהּ֙20מ֔וּםH3971gebrek, schandvlek, gebrekenblemish, blot, spot21אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection22לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without23עָלָ֥הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work24עָלֶ֖יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with25עֹֽלH5923juk, juks, maaktet jukyoke
3En gij zult die geven aan Eleazar, den priester; en hij zal haar uitbrengen tot buiten het leger, en men zal haar voor zijn aangezicht slachten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En gij zult die gevenH5414aanH413EleazarH499, den priesterH3548; en hij zal haar uitbrengenH3318totH413buitenH2351 het legerH4264, en men zal haar voor zijn aangezichtH6440slachtenH7819.En gij zult die geven aan Eleazar, den priester; en hij zal haar uitbrengen tot buiten het leger, en men zal haar voor zijn aangezicht slachten.
KJVAnd ye shall give1her unto Eleazar4the priest,5that he may bring her forth6without9the camp,10and one shall slay11her before
1וּנְתַתֶּ֣םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אֹתָ֔הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אֶלְעָזָ֖רH499EleazarEleazar5הַכֹּהֵ֑ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer6וְהוֹצִ֤יאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter7אֹתָהּ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9מִח֣וּץH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without10לַֽמַּחֲנֶ֔הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents11וְשָׁחַ֥טH7819slachten, slachtte, slachttenkill, offer, shoot out, slay, slaughter12אֹתָ֖הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13לְפָנָֽיוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
4En Eleazar, den priester, zal van haar bloed met zijn vinger nemen, en hij zal van haar bloed recht tegenover de tent der samenkomst zevenmaal sprengen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En EleazarH499, den priesterH3548, zal van haar bloedH1818 met zijn vingerH676nemenH3947, en hij zal van haar bloedH1818rechtH5227tegenoverH6440 de tentH168 der samenkomstH4150zevenmaalH7651sprengenH5137.En Eleazar, den priester, zal van haar bloed met zijn vinger nemen, en hij zal van haar bloed recht tegenover de tent der samenkomst zevenmaal sprengen.
KJVAnd Eleazar2the priest3shall take1of her blood4with his finger,5and sprinkle6of her blood12directly8before9the tabernacle10of the congregation11seven13times:
1וְלָקַ֞חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶלְעָזָ֧רH499EleazarEleazar3הַכֹּהֵ֛ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4מִדָּמָ֖הּH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent5בְּאֶצְבָּע֑וֹH676vinger, vingeren, vingersfinger, toe6וְהִזָּ֞הH5137sprengen, gesprengd, besprengensprinkle7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8נֹ֨כַחH5227tegenover, recht, recht tegenover(over) against, before, direct(-ly), for, right (on)9פְּנֵ֧יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10אֹֽהֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent11מוֹעֵ֛דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)12מִדָּמָ֖הּH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent13שֶׁ֥בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)14פְּעָמִֽיםH6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel
5Voorts zal men deze vaars voor zijn ogen verbranden; haar vel, en haar vlees, en haar bloed, met haar mest, zal men verbranden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Voorts zal men deze vaarsH6510 voor zijn ogenH5869verbrandenH8313; haar velH5785, en haar vleesH1320, en haar bloedH1818, met haar mestH6569, zal men verbrandenH8313.Voorts zal men deze vaars voor zijn ogen verbranden; haar vel, en haar vlees, en haar bloed, met haar mest, zal men verbranden.
KJVAnd one shall burn1the heifer3in his sight;4her skin,6and her flesh,8and her blood,10with her dung,12shall he burn:
1וְשָׂרַ֥ףH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַפָּרָ֖הH6510koeien, vaars, koecow, heifer, kine4לְעֵינָ֑יוH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6עֹרָ֤הּH5785vel, huid, vellenhide, leather, skin7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8בְּשָׂרָהּ֙H1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10דָּמָ֔הּH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12פִּרְשָׁ֖הּH6569mest, drekdung13יִשְׂרֹֽףH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly
6En de priester zal nemen cederhout, en hysop, en scharlaken, en werpen ze in het midden van den brand dezer vaars.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En de priesterH3548 zal nemenH3947cederhoutH730, en hysopH231, en scharlakenH8438, en werpenH7993 ze in het middenH8432 van den brandH8316 dezer vaarsH6510.En de priester zal nemen cederhout, en hysop, en scharlaken, en werpen ze in het midden van den brand dezer vaars.
KJVAnd the priest2shall take1cedar4wood,3and hyssop,5and scarlet,7and cast8it into the midst10of the burning11of the heifer.
7Dan zal de priester zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden, en daarna in het leger gaan; en de priester zal onrein zijn tot aan den avond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Dan zal de priesterH3548 zijn klederenH899wassenH3526, en zijn vleesH1320 met waterH4325badenH7364, en daarnaH310 in het legerH4264 gaan; en de priesterH3548 zal onreinH2930 zijn tot aan den avondH6153.Dan zal de priester zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden, en daarna in het leger gaan; en de priester zal onrein zijn tot aan den avond.
KJVThen the priest3shall wash1his clothes,2and he shall bathe4his flesh5in water,6and afterward7he shall come8into the camp,10and the priest12shall be unclean11until the even.
1וְכִבֶּ֨סH3526wassen, gewassen, vollersfuller, wash(-ing)2בְּגָדָ֜יוH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe3הַכֹּהֵ֗ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4וְרָחַ֤ץH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)5בְּשָׂרוֹ֙H1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin6בַּמַּ֔יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))7וְאַחַ֖רH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with8יָב֣וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10הַֽמַּחֲנֶ֑הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents11וְטָמֵ֥אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly12הַכֹּהֵ֖ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer13עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet14הָעָֽרֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night
8Ook die haar verbrand heeft, zal zijn klederen met water wassen, en zijn vlees met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Ook die haar verbrandH8313 heeft, zal zijn klederenH899 met waterH4325wassenH3526, en zijn vleesH1320 met waterH4325badenH7364, en onreinH2930 zijn tot aan den avondH6153.Ook die haar verbrand heeft, zal zijn klederen met water wassen, en zijn vlees met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
KJVAnd he that burneth1her shall wash3his clothes4in water,5and bathe6his flesh7in water,8and shall be unclean9until the even.
1וְהַשֹּׂרֵ֣ףH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly2אֹתָ֔הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3יְכַבֵּ֤סH3526wassen, gewassen, vollersfuller, wash(-ing)4בְּגָדָיו֙H899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe5בַּמַּ֔יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))6וְרָחַ֥ץH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)7בְּשָׂר֖וֹH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin8בַּמָּ֑יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))9וְטָמֵ֖אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly10עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11הָעָֽרֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night
9En een rein man zal de as dezer vaars verzamelen, en buiten het leger in een reine plaats wegleggen; en het zal zijn ter bewaring voor de vergadering van de kinderen Israels, tot het water der afzondering; het is ontzondiging.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En een reinH2889manH376 zal de asH665 dezer vaarsH6510verzamelenH622, en buitenH2351 het legerH4264 in een reineH2889plaatsH4725wegleggenH3240; en het zal zijnH1961 ter bewaringH4931 voor de vergaderingH5712 van de kinderenH1121IsraelsH3478, tot het waterH4325 der afzonderingH5079; hetH1931 is ontzondigingH2403.En een rein man zal de as dezer vaars verzamelen, en buiten het leger in een reine plaats wegleggen; en het zal zijn ter bewaring voor de vergadering van de kinderen Israels, tot het water der afzondering; het is ontzondiging.
KJVAnd a man2that is clean3shall gather1up the ashes5of the heifer,6and lay them up7without8the camp9in a clean11place,10and it shall be kept16for the congregation13of the children14of Israel15for a water17of separation:18it is a purification for sin.
1וְאָסַ֣ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw2אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3טָה֗וֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)4אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אֵ֣פֶרH665asashes6הַפָּרָ֔הH6510koeien, vaars, koecow, heifer, kine7וְהִנִּ֛יחַH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)8מִח֥וּץH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without9לַֽמַּחֲנֶ֖הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents10בְּמָק֣וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)11טָה֑וֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)12וְ֠הָיְתָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13לַעֲדַ֨תH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)14בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15יִשְׂרָאֵ֧לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael16לְמִשְׁמֶ֛רֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch17לְמֵ֥יH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))18נִדָּ֖הH5079afzondering, onreinigheid, afgezonderde[idiom] far, filthiness, [idiom] flowers, menstruous (woman), put apart, [idiom] removed (woman), separation, set apart, unclean(-ness, thing, with filthiness)19חַטָּ֥אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)20הִֽואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
10En die de as dezer vaars verzameld heeft, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond. Dit zal den kinderen Israels, en den vreemdeling, die in het midden van henlieden als vreemdeling verkeert, tot een eeuwige inzetting zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En die de asH665 dezer vaarsH6510verzameldH622 heeft, zal zijn klederenH899wassenH3526, en onreinH2930 zijn tot aan den avondH6153. Dit zal den kinderenH1121IsraelsH3478, en den vreemdelingH1616, die in het middenH8432 van henlieden als vreemdeling verkeertH1481, tot een eeuwigeH5769inzettingH2708 zijn.En die de as dezer vaars verzameld heeft, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond. Dit zal den kinderen Israels, en den vreemdeling, die in het midden van henlieden als vreemdeling verkeert, tot een eeuwige inzetting zijn.
KJVAnd he that gathereth2the ashes4of the heifer5shall wash1his clothes,7and be unclean8until the even:10and it shall be unto the children12of Israel,13and unto the stranger14that sojourneth15among16them, for a statute17for ever.
1וְ֠כִבֶּסH3526wassen, gewassen, vollersfuller, wash(-ing)2הָאֹסֵ֨ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אֵ֤פֶרH665asashes5הַפָּרָה֙H6510koeien, vaars, koecow, heifer, kine6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בְּגָדָ֔יוH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe8וְטָמֵ֖אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly9עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10הָעָ֑רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night11וְֽהָיְתָ֞הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12לִבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael14וְלַגֵּ֛רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger15הַגָּ֥רH1481vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeertabide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely16בְּתוֹכָ֖םH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)17לְחֻקַּ֥תH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute18עוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
11Wie een dode, enig dood lichaam van een mens, aanroert, die zal zeven dagen onrein zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Wie een dodeH4191, enigH3605dood lichaamH5315 van een mensH120, aanroertH5060, die zal zevenH7651dagenH3117onreinH2930 zijn.Wie een dode, enig dood lichaam van een mens, aanroert, die zal zeven dagen onrein zijn.
KJVHe that toucheth1the dead2body4of any man5shall be unclean6seven7days.
1הַנֹּגֵ֥עַH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch2בְּמֵ֖תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise3לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4נֶ֣פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it5אָדָ֑םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person6וְטָמֵ֖אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly7שִׁבְעַ֥תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)8יָמִֽיםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
12Op den derden dag zal hij zich daarmede ontzondigen, zo zal hij op den zevenden dag rein zijn; maar indien hij zich op den derden dag niet ontzondigt, zo zal hij op den zevenden dag niet rein zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Op den derdenH7992dagH3117 zal hij zich daarmede ontzondigenH2398, zo zal hij op den zevendenH7637dagH3117reinH2891 zijn; maar indienH518 hij zich op den derdenH7992dagH3117nietH3808ontzondigtH2398, zo zal hij op den zevendenH7637dagH3117nietH3808reinH2891 zijn.Op den derden dag zal hij zich daarmede ontzondigen, zo zal hij op den zevenden dag rein zijn; maar indien hij zich op den derden dag niet ontzondigt, zo zal hij op den zevenden dag niet rein zijn.
KJVHe shall purify2himself with it on the third5day,4and on the seventh7day6he shall be clean:8but if he purify11not himself the third13day,12then the seventh15day14he shall not be clean.
1ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who2יִתְחַטָּאH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass3ב֞וֹ4בַּיּ֧וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5הַשְּׁלִישִׁ֛יH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)6וּבַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7הַשְּׁבִיעִ֖יH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)8יִטְהָ֑רH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)9וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet10לֹ֨אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11יִתְחַטָּ֜אH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass12בַּיּ֧וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger13הַשְּׁלִישִׁ֛יH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)14וּבַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger15הַשְּׁבִיעִ֖יH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)16לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17יִטְהָֽרH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)
13Al wie een dode, het dode lichaam eens mensen, die gestorven zal zijn, aanroert, en zich niet ontzondigd zal hebben, die verontreinigt den tabernakel des HEEREN; daarom zal die ziel uitgeroeid worden uit Israel; omdat het water der afzondering op hem niet gesprengd is, zal hij onrein zijn; zijn onreinigheid is nog in hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13AlH3605 wie een dode, het dode lichaamH5315 eens mensenH120, die gestorvenH4191 zal zijn, aanroertH5060, en zich nietH3808ontzondigdH2398 zal hebben, die verontreinigtH2930 den tabernakelH4908 des HEERENH3068; daarom zal die zielH5315uitgeroeidH3772 worden uit IsraelH3478; omdatH3588 het waterH4325 der afzonderingH5079opH5921 hem nietH3808gesprengdH2236 is, zal hij onreinH2931zijnH1961; zijn onreinigheidH2932 is nogH5750 in hem.Al wie een dode, het dode lichaam eens mensen, die gestorven zal zijn, aanroert, en zich niet ontzondigd zal hebben, die verontreinigt den tabernakel des HEEREN; daarom zal die ziel uitgeroeid worden uit Israel; omdat het water der afzondering op hem niet gesprengd is, zal hij onrein zijn; zijn onreinigheid is nog in hem.
KJVWhosoever toucheth2the dead3body4of any man5that is dead,7and purifieth9not himself, defileth13the tabernacle11of the LORD;12and that soul15shall be cut off14from Israel:17because the water19of separation20was not sprinkled22upon him, he shall be unclean;24his uncleanness
1כָּֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַנֹּגֵ֡עַH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch3בְּמֵ֣תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise4בְּנֶפֶשׁ֩H5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it5הָאָדָ֨םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7יָמ֜וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise8וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9יִתְחַטָּ֗אH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מִשְׁכַּ֤ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent12יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13טִמֵּ֔אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly14וְנִכְרְתָ֛הH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want15הַנֶּ֥פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it16הַהִ֖ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who17מִיִּשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael18כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet19מֵ֨יH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))20נִדָּ֜הH5079afzondering, onreinigheid, afgezonderde[idiom] far, filthiness, [idiom] flowers, menstruous (woman), put apart, [idiom] removed (woman), separation, set apart, unclean(-ness, thing, with filthiness)21לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without22זֹרַ֤קH2236sprengen, sprengde, sprengdenbe here and there, scatter, sprinkle, strew23עָלָיו֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with24טָמֵ֣אH2931onrein, onreine, onreinsdefiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean25יִהְיֶ֔הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use26ע֖וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)27טֻמְאָת֥וֹH2932onreinigheid, onreinigheden, onreinsfilthiness, unclean(-ness)28בֽוֹ
14Dit is de wet, wanneer een mens zal gestorven zijn in een tent: al wie in die tent ingaat, en al wie in die tent is, zal zeven dagen onrein zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14DitH2063 is de wetH8451, wanneer een mensH120 zal gestorvenH4191 zijn in een tentH168: al wie in die tentH168ingaatH935, en alH3605 wie in dieH834tentH168 is, zal zevenH7651dagenH3117onreinH2930 zijn.Dit is de wet, wanneer een mens zal gestorven zijn in een tent: al wie in die tent ingaat, en al wie in die tent is, zal zeven dagen onrein zijn.
KJVThis is the law,2when a man3dieth5in a tent:6all that come8into the tent,10and all that is in the tent,13shall be unclean14seven15days.
1זֹ֚אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus2הַתּוֹרָ֔הH8451wet, wetten, leerlaw3אָדָ֖םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person4כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5יָמ֣וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise6בְּאֹ֑הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8הַבָּ֤אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10הָאֹ֨הֶל֙H168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent11וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13בָּאֹ֔הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent14יִטְמָ֖אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly15שִׁבְעַ֥תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)16יָמִֽיםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
15Ook alle open gereedschap, waarop geen deksel gebonden is, dat is onrein.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Ook alleH3605openH6605gereedschapH3627, waarop geenH369dekselH6781gebondenH6616 is, dat is onreinH2931.Ook alle open gereedschap, waarop geen deksel gebonden is, dat is onrein.
KJVAnd every open3vessel,2which hath no covering6bound7upon it, is unclean.
1וְכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2כְּלִ֣יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever3פָת֔וּחַH6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent4אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5אֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)6צָמִ֥ידH6781armringen, armring, dekselbracelet, covering7פָּתִ֖ילH6616snoer, draad, dradenbound, bracelet, lace, line, ribband, thread, wire8עָלָ֑יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9טָמֵ֖אH2931onrein, onreine, onreinsdefiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean10הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
16En al wie in het open veld een, die met het zwaard verslagen is, of een dode, of het gebeente eens mensen, of een graf zal aangeroerd hebben, zal zeven dagen onrein zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En alH3605 wie in het openH6440veldH7704 een, dieH834 met het zwaardH2719verslagenH2491 is, ofH176 een dodeH4191, ofH176 het gebeenteH6106 eens mensenH120, ofH176 een grafH6913 zal aangeroerdH5060 hebben, zal zevenH7651dagenH3117onreinH2930 zijn.En al wie in het open veld een, die met het zwaard verslagen is, of een dode, of het gebeente eens mensen, of een graf zal aangeroerd hebben, zal zeven dagen onrein zijn.
KJVAnd whosoever toucheth3one that is slain7with a sword8in the open5fields,6or a dead body,10or a bone12of a man,13or a grave,15shall be unclean16seven17days.
1וְכֹ֨לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3יִגַּ֜עH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6הַשָּׂדֶ֗הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild7בַּֽחֲלַלH2491verslagenen, verslagen, verslagenekill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded8חֶ֨רֶב֙H2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool9א֣וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether10בְמֵ֔תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise11אֽוֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether12בְעֶ֥צֶםH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very13אָדָ֖םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person14א֣וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether15בְקָ֑בֶרH6913graf, graven, begrafenissenburying place, grave, sepulchre16יִטְמָ֖אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly17שִׁבְעַ֥תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)18יָמִֽיםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
17Voor een onreine nu zullen zij nemen van het stof des brands der ontzondiging, en daarop levend water doen in een vat.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Voor een onreineH2931 nu zullen zij nemenH3947 van het stofH6083 des brandsH8316 der ontzondigingH2403, en daarop levendH2416waterH4325 doen in een vatH3627.Voor een onreine nu zullen zij nemen van het stof des brands der ontzondiging, en daarop levend water doen in een vat.
KJVAnd for an unclean2person they shall take1of the ashes3of the burnt heifer4of purification for sin,5and running9water8shall be put6thereto in a vessel:
1וְלָֽקְחוּ֙H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2לַטָּמֵ֔אH2931onrein, onreine, onreinsdefiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean3מֵעֲפַ֖רH6083stof, stofs, aardeashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish4שְׂרֵפַ֣תH8316brand, branding, brandsburning5הַֽחַטָּ֑אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)6וְנָתַ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7עָלָ֛יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8מַ֥יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))9חַיִּ֖יםH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11כֶּֽלִיH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever
18En een rein man zal hysop nemen, en in dat water dopen, en sprengen het aan die tent, en op al het gereedschap, en aan de zielen, die daar geweest zijn; insgelijks aan dengene, die een gebeente, of een verslagene, of een dode, of een graf aangeroerd heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En een reinH2889manH376 zal hysopH231nemenH3947, en in dat waterH4325dopenH2881, en sprengenH5137 het aanH5921 die tentH168, en opH5921alH3605 het gereedschapH3627, en aanH5921 de zielenH5315, die daarH8033 geweest zijn; insgelijks aanH5921 dengene, die een gebeenteH6106, ofH176 een verslageneH2491, ofH176 een dodeH4191, ofH176 een grafH6913aangeroerdH5060 heeft.En een rein man zal hysop nemen, en in dat water dopen, en sprengen het aan die tent, en op al het gereedschap, en aan de zielen, die daar geweest zijn; insgelijks aan dengene, die een gebeente, of een verslagene, of een dode, of een graf aangeroerd heeft.
KJVAnd a clean6person5shall take1hyssop,2and dip3it in the water,4and sprinkle7it upon the tent,9and upon all the vessels,12and upon the persons14that were there, and upon him that touched19a bone,20or one slain,22or one dead,24or a grave:
1וְלָקַ֨חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֵז֜וֹבH231hysophyssop3וְטָבַ֣לH2881doopte, dopen, indopendip, plunge4בַּמַּיִם֮H4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))5אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6טָהוֹר֒H2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)7וְהִזָּ֤הH5137sprengen, gesprengd, besprengensprinkle8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הָאֹ֨הֶל֙H168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent10וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הַכֵּלִ֔יםH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever13וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14הַנְּפָשׁ֖וֹתH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it15אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16הָֽיוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use17שָׁ֑םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither18וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19הַנֹּגֵ֗עַH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch20בַּעֶ֨צֶם֙H6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very21א֣וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether22בֶֽחָלָ֔לH2491verslagenen, verslagen, verslagenekill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded23א֥וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether24בַמֵּ֖תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise25א֥וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether26בַקָּֽבֶרH6913graf, graven, begrafenissenburying place, grave, sepulchre
19En de reine zal den onreine op den derden dag, en op den zevenden dag besprengen; en op den zevenden dag zal hij hem ontzondigen; en hij zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en op den avond rein zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En de reineH2889 zal den onreineH2931 op den derdenH7992dagH3117, en op den zevendenH7637dagH3117besprengenH5137; en op den zevendenH7637dagH3117 zal hij hem ontzondigenH2398; en hij zal zijn klederenH899wassenH3526, en zich met waterH4325badenH7364, en op den avondH6153reinH2891 zijn.En de reine zal den onreine op den derden dag, en op den zevenden dag besprengen; en op den zevenden dag zal hij hem ontzondigen; en hij zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en op den avond rein zijn.
KJVAnd the clean2person shall sprinkle1upon the unclean4on the third6day,5and on the seventh8day:7and on the seventh11day10he shall purify9himself, and wash12his clothes,13and bathe14himself in water,15and shall be clean16at even.
1וְהִזָּ֤הH5137sprengen, gesprengd, besprengensprinkle2הַטָּהֹר֙H2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4הַטָּמֵ֔אH2931onrein, onreine, onreinsdefiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean5בַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6הַשְּׁלִישִׁ֖יH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)7וּבַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8הַשְּׁבִיעִ֑יH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)9וְחִטְּאוֹ֙H2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass10בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11הַשְּׁבִיעִ֔יH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)12וְכִבֶּ֧סH3526wassen, gewassen, vollersfuller, wash(-ing)13בְּגָדָ֛יוH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe14וְרָחַ֥ץH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)15בַּמַּ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))16וְטָהֵ֥רH2891reinigen, rein, gereinigdbe (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self)17בָּעָֽרֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night
20Wie daarentegen onrein zal zijn, en zich niet zal ontzondigen, die ziel zal uit het midden der gemeente uitgeroeid worden; want hij heeft het heiligdom des HEEREN verontreinigd, het water der afzondering is op hem niet gesprengd, hij is onrein.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Wie daarentegen onrein zal zijn, en zich niet zal ontzondigenH2398, die zielH5315 zal uit hetH1931middenH8432 der gemeenteH6951uitgeroeidH3772 worden; wantH3588 hij heeft het heiligdomH4720 des HEERENH3068verontreinigdH2930, het waterH4325 der afzonderingH5079 is opH5921 hem nietH3808gesprengdH2236, hij is onrein.Wie daarentegen onrein zal zijn, en zich niet zal ontzondigen, die ziel zal uit het midden der gemeente uitgeroeid worden; want hij heeft het heiligdom des HEEREN verontreinigd, het water der afzondering is op hem niet gesprengd, hij is onrein.
Ook in dit vers
onreinH2930
onreinH2931
KJVBut the man1that shall be unclean,3and shall not purify5himself, that soul7shall be cut off6from among9the congregation,10because he hath defiled15the sanctuary13of the LORD:14the water16of separation17hath not been sprinkled19upon him; he is unclean.
1וְאִ֤ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3יִטְמָא֙H2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly4וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5יִתְחַטָּ֔אH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass6וְנִכְרְתָ֛הH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want7הַנֶּ֥פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it8הַהִ֖ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who9מִתּ֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)10הַקָּהָ֑לH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude11כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מִקְדַּ֨שׁH4720heiligdom, heiligdoms, heiligdommenchapel, hallowed part, holy place, sanctuary14יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15טִמֵּ֗אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly16מֵ֥יH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))17נִדָּ֛הH5079afzondering, onreinigheid, afgezonderde[idiom] far, filthiness, [idiom] flowers, menstruous (woman), put apart, [idiom] removed (woman), separation, set apart, unclean(-ness, thing, with filthiness)18לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19זֹרַ֥קH2236sprengen, sprengde, sprengdenbe here and there, scatter, sprinkle, strew20עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21טָמֵ֥אH2931onrein, onreine, onreinsdefiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean22הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
21Dit zal hunlieden zijn tot een eeuwige inzetting. En die het water der afzondering sprengt, zal zijn klederen wassen; ook wie het water der afzondering aanroert, die zal onrein zijn tot aan den avond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Dit zal hunlieden zijn tot een eeuwigeH5769inzettingH2708. En die het waterH4325 der afzonderingH5079sprengtH5137, zal zijn klederenH899wassenH3526; ook wie het waterH4325 der afzonderingH5079aanroertH5060, die zal onreinH2930 zijn tot aan den avondH6153.Dit zal hunlieden zijn tot een eeuwige inzetting. En die het water der afzondering sprengt, zal zijn klederen wassen; ook wie het water der afzondering aanroert, die zal onrein zijn tot aan den avond.
KJVAnd it shall be a perpetual4statute3unto them, that he that sprinkleth5the water6of separation7shall wash8his clothes;9and he that toucheth10the water11of separation12shall be unclean13until even.
1וְהָיְתָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2לָּהֶ֖ם3לְחֻקַּ֣תH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute4עוֹלָ֑םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)5וּמַזֵּ֤הH5137sprengen, gesprengd, besprengensprinkle6מֵֽיH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))7הַנִּדָּה֙H5079afzondering, onreinigheid, afgezonderde[idiom] far, filthiness, [idiom] flowers, menstruous (woman), put apart, [idiom] removed (woman), separation, set apart, unclean(-ness, thing, with filthiness)8יְכַבֵּ֣סH3526wassen, gewassen, vollersfuller, wash(-ing)9בְּגָדָ֔יוH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe10וְהַנֹּגֵ֨עַ֙H5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch11בְּמֵ֣יH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))12הַנִּדָּ֔הH5079afzondering, onreinigheid, afgezonderde[idiom] far, filthiness, [idiom] flowers, menstruous (woman), put apart, [idiom] removed (woman), separation, set apart, unclean(-ness, thing, with filthiness)13יִטְמָ֖אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly14עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet15הָעָֽרֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night
22Ja, al wat die onreine aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn; en de ziel, die dat aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn tot aan den avond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Ja, alH3605 wat die onreineH2931aangeroerdH5060 zal hebben, zal onreinH2930 zijn; en de zielH5315, die dat aangeroerdH5060 zal hebben, zal onreinH2930 zijn tot aan den avondH6153.Ja, al wat die onreine aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn; en de ziel, die dat aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn tot aan den avond.
KJVAnd whatsoever the unclean5person toucheth3shall be unclean;6and the soul7that toucheth8it shall be unclean9until even.
1וְכֹ֛לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3יִגַּעH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch4בּ֥וֹ5הַטָּמֵ֖אH2931onrein, onreine, onreinsdefiled, [phrase] infamous, polluted(-tion), unclean6יִטְמָ֑אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly7וְהַנֶּ֥פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it8הַנֹּגַ֖עַתH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch9תִּטְמָ֥אH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly10עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11הָעָֽרֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Numeri 19:2— Dit is de inzetting van de wet, die de HEERE geboden heeft, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, dat zij tot u brengen een rode volkomen vaars, in welke geen gebrek is, op welke geen juk gekomen is.Deuteronomium 21:3→Leviticus 22:20→1 Samuël 6:7→Leviticus 14:6→1 Petrus 1:19→Maleachi 1:13→Numeri 19:6→Lukas 1:35→
Numeri 19:3— En gij zult die geven aan Eleazar, den priester; en hij zal haar uitbrengen tot buiten het leger, en men zal haar voor zijn aangezicht slachten.Leviticus 4:12→Leviticus 4:21→Leviticus 13:45→Numeri 3:4→Numeri 15:36→Leviticus 24:14→Hebreeën 13:11→Leviticus 16:27→
Numeri 19:4— En Eleazar, den priester, zal van haar bloed met zijn vinger nemen, en hij zal van haar bloed recht tegenover de tent der samenkomst zevenmaal sprengen.Leviticus 4:17→Leviticus 16:14→Leviticus 4:6→Leviticus 16:19→Hebreeën 9:13→Hebreeën 12:24→1 Petrus 1:2→
Numeri 19:5— Voorts zal men deze vaars voor zijn ogen verbranden; haar vel, en haar vlees, en haar bloed, met haar mest, zal men verbranden.Exodus 29:14→Leviticus 4:11→Jesaja 53:10→Leviticus 4:21→Psalmen 22:14→
Numeri 19:6— En de priester zal nemen cederhout, en hysop, en scharlaken, en werpen ze in het midden van den brand dezer vaars.Leviticus 14:4→Leviticus 14:49→Leviticus 14:6→Psalmen 51:7→Hebreeën 9:19→Jesaja 1:18→
Numeri 19:7— Dan zal de priester zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden, en daarna in het leger gaan; en de priester zal onrein zijn tot aan den avond.Leviticus 11:25→Leviticus 11:40→Leviticus 16:26→Numeri 19:19→Leviticus 14:8→Leviticus 22:6→Numeri 19:8→Leviticus 15:5→
Numeri 19:9— En een rein man zal de as dezer vaars verzamelen, en buiten het leger in een reine plaats wegleggen; en het zal zijn ter bewaring voor de vergadering van de kinderen Israels, tot het water der afzondering; het is ontzondiging.Hebreeën 9:13→Numeri 19:13→Numeri 19:20→Hebreeën 7:26→Numeri 8:7→Leviticus 15:20→Numeri 31:23→2 Korinthe 7:1→
Numeri 19:10— En die de as dezer vaars verzameld heeft, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond. Dit zal den kinderen Israels, en den vreemdeling, die in het midden van henlieden als vreemdeling verkeert, tot een eeuwige inzetting zijn.Exodus 12:49→Numeri 19:7→Numeri 19:19→Romeinen 3:29→Numeri 15:15→Kolossenzen 3:11→
Numeri 19:11— Wie een dode, enig dood lichaam van een mens, aanroert, die zal zeven dagen onrein zijn.Numeri 5:2→Numeri 31:19→Leviticus 21:1→Numeri 9:6→Numeri 9:10→Numeri 19:16→Leviticus 21:11→Efeze 2:1→
Numeri 19:12— Op den derden dag zal hij zich daarmede ontzondigen, zo zal hij op den zevenden dag rein zijn; maar indien hij zich op den derden dag niet ontzondigt, zo zal hij op den zevenden dag niet rein zijn.Numeri 31:19→Ezechiël 36:25→Psalmen 51:7→Numeri 19:17→1 Korinthe 15:3→Openbaring 7:14→Handelingen 15:9→Exodus 19:15→
Numeri 19:13— Al wie een dode, het dode lichaam eens mensen, die gestorven zal zijn, aanroert, en zich niet ontzondigd zal hebben, die verontreinigt den tabernakel des HEEREN; daarom zal die ziel uitgeroeid worden uit Israel; omdat het water der afzondering op hem niet gesprengd is, zal hij onrein zijn; zijn onreinigheid is nog in hem.Leviticus 15:31→Leviticus 22:3→Leviticus 7:20→Numeri 19:18→Leviticus 20:3→Leviticus 5:6→Spreuken 14:32→Leviticus 5:17→
Numeri 19:15— Ook alle open gereedschap, waarop geen deksel gebonden is, dat is onrein.Numeri 31:20→Leviticus 11:32→Leviticus 14:36→
Numeri 19:16— En al wie in het open veld een, die met het zwaard verslagen is, of een dode, of het gebeente eens mensen, of een graf zal aangeroerd hebben, zal zeven dagen onrein zijn.Numeri 31:19→Mattheüs 23:27→Lukas 11:44→Numeri 19:11→Ezechiël 39:11→
Numeri 19:17— Voor een onreine nu zullen zij nemen van het stof des brands der ontzondiging, en daarop levend water doen in een vat.Genesis 26:19→Johannes 4:10→Hooglied 4:15→Numeri 19:9→Openbaring 7:17→Johannes 7:38→
Numeri 19:18— En een rein man zal hysop nemen, en in dat water dopen, en sprengen het aan die tent, en op al het gereedschap, en aan de zielen, die daar geweest zijn; insgelijks aan dengene, die een gebeente, of een verslagene, of een dode, of een graf aangeroerd heeft.Ezechiël 36:25→1 Korinthe 1:30→Numeri 19:9→Johannes 15:2→Johannes 17:17→Johannes 17:19→Psalmen 51:7→Hebreeën 9:14→
Numeri 19:19— En de reine zal den onreine op den derden dag, en op den zevenden dag besprengen; en op den zevenden dag zal hij hem ontzondigen; en hij zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en op den avond rein zijn.Numeri 19:12→Leviticus 14:9→Titus 3:3→1 Johannes 1:7→Openbaring 1:5→Genesis 2:2→Hebreeën 10:22→Numeri 31:19→
Numeri 19:20— Wie daarentegen onrein zal zijn, en zich niet zal ontzondigen, die ziel zal uit het midden der gemeente uitgeroeid worden; want hij heeft het heiligdom des HEEREN verontreinigd, het water der afzondering is op hem niet gesprengd, hij is onrein.Genesis 17:14→Numeri 19:13→Openbaring 22:11→Markus 16:16→Romeinen 2:4→2 Petrus 3:14→Handelingen 13:39→Numeri 15:30→
Numeri 19:21— Dit zal hunlieden zijn tot een eeuwige inzetting. En die het water der afzondering sprengt, zal zijn klederen wassen; ook wie het water der afzondering aanroert, die zal onrein zijn tot aan den avond.Leviticus 11:25→Hebreeën 9:13→Leviticus 16:26→Leviticus 11:40→Hebreeën 10:4→Hebreeën 9:10→Hebreeën 7:19→
Numeri 19:22— Ja, al wat die onreine aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn; en de ziel, die dat aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn tot aan den avond.Hagai 2:13→Markus 7:21→Mattheüs 15:19→Leviticus 15:5→Leviticus 7:19→Leviticus 5:2→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Numeri 19 vers 2— Dit is de inzetting van de wet, die de HEERE geboden heeft, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, dat zij tot u brengen een rode volkomen vaars, in welke geen gebrek is, op welke geen juk gekomen is.
tot u brengen een rode volkomen vaars,
Hebreeuws, nemen tot u; dat is, nemen en brengen tot u. Zie van zulk een gebruik van sommige woorden Gen. 12:15.
Hertaald:tot u brengen een rode volkomen vaars,
Hebreeuws: nemen tot u; dat is: nemen en brengen tot u. Zie voor zulk een gebruik van sommige woorden Gen. 12:15.
geen gebrek is,
Vergelijk Hebr. 7:26; 1 Petr. 1:19, enz.
Hertaald:geen gebrek is,
Vergelijk Hebr. 7:26; 1 Petr. 1:19.
gekomen is
Hebreeuws, opgekomen opgegaan, of, opgeklommen; dat is, die nimmer juk gedragen, nimmer onder het juk gegaan heeft.
Hertaald:gekomen is
Hebreeuws: opgekomen opgegaan, of opgeklommen; dat is: die nooit een juk gedragen heeft, nooit onder het juk gegaan is.
Numeri 19 vers 3— En gij zult die geven aan Eleazar, den priester; en hij zal haar uitbrengen tot buiten het leger, en men zal haar voor zijn aangezicht slachten.
buiten het leger,
Zie de beduiding Hebr. 13:11-12.
Hertaald:buiten het leger,
Zie voor de betekenis Hebr. 13:11-12.
Numeri 19 vers 9— En een rein man zal de as dezer vaars verzamelen, en buiten het leger in een reine plaats wegleggen; en het zal zijn ter bewaring voor de vergadering van de kinderen Israels, tot het water der afzondering; het is ontzondiging.
ter bewaring
Dat is, zij [namelijk deze as] zal bewaard worden.
Hertaald:ter bewaring
Dat is: zij [namelijk deze as] zal bewaard worden.
water der afzondering;
Waarmede besprengd zouden worden degenen, die om enige ceremoniëele onreinheid van den tabernakel des Heeren of van de bijeenkomsten der gemeente waren afgezonderd, tot een teken hunner reiniging.
Hertaald:water der afzondering;
Waarmee besprenkeld zouden worden wie vanwege enige ceremoniële onreinheid van de tabernakel van de HEERE of van de samenkomsten van de gemeente waren afgezonderd, tot een teken van hun reiniging.
ontzondiging
Hebreeuws, zonde; dat is, ontzondiging, of reiniging van zonden. Zie vs.12,13, 19,20. De zin is: dat water en de besprenging daarmede zal een teken zijn der reiniging van zonden, die alleen geschiedt door het bloed van den Messias en Zaligmaker, onzen HEERE Jezus Christus, mits gesprengd [dat is, toegeëigend] zijnde aan de zielen van alle ware kinderen Gods, waarvan deze ganse ceremonie een voorbeeld was. Zie Hebr. 9:12-14, en Hebr. 10:1-4, Hebr. 10:12, Hebr. 10:14; 1 Petr. 1:2; 1 Joh. 1:7, enz. Alzo wordt het woord zonde ook zeer dikwijls genomen voor offerande voor de zonde, of zondoffer. Zie en vergelijk boven, Num. 8:7 waar dit water genoemd wordt water der zonde, en onder, vs.17 hebt gij brand der zonde.
Hertaald:ontzondiging
Hebreeuws: zonde; dat is: ontzondiging, of reiniging van zonden. Zie vers 12, 13, 19, 20. De betekenis is: dat water en de besprenkeling ermee zal een teken zijn van de reiniging van zonden, die alleen tot stand komt door het bloed van de Messias en Zaligmaker, onze Heere Jezus Christus, mits gesprenkeld [dat is: toegeëigend] aan de zielen van alle ware kinderen van God, waarvan deze hele ceremonie een voorbeeld was. Zie Hebr. 9:12-14, Hebr. 10:1-4, Hebr. 10:12, Hebr. 10:14; 1 Petr. 1:2; 1 Joh. 1:7. Zo wordt het woord zonde ook heel vaak gebruikt voor offer voor de zonde, of zondoffer. Zie en vergelijk hierboven, Num. 8:7, waar dit water water der zonde genoemd wordt, en hieronder, vers 17, waar staat: brand der zonde.
Numeri 19 vers 11— Wie een dode, enig dood lichaam van een mens, aanroert, die zal zeven dagen onrein zijn.
enig dood lichaam van een mens,
Hetzij van een Jood, of van een vreemdeling. Hebreeuws, ziel. Zie Lev. 19:28.
Hertaald:enig dood lichaam van een mens,
Hetzij van een Jood, of van een vreemdeling. Hebreeuws: ziel. Zie Lev. 19:28.
Numeri 19 vers 12— Op den derden dag zal hij zich daarmede ontzondigen, zo zal hij op den zevenden dag rein zijn; maar indien hij zich op den derden dag niet ontzondigt, zo zal hij op den zevenden dag niet rein zijn.
daarmede ontzondigen,
Met het water der afzondering.
Hertaald:daarmede ontzondigen,
Met het water der afzondering.
Numeri 19 vers 13— Al wie een dode, het dode lichaam eens mensen, die gestorven zal zijn, aanroert, en zich niet ontzondigd zal hebben, die verontreinigt den tabernakel des HEEREN; daarom zal die ziel uitgeroeid worden uit Israel; omdat het water der afzondering op hem niet gesprengd is, zal hij onrein zijn; zijn onreinigheid is nog in hem.
verontreinigt den tabernakel
Wanneer hij, nog onrein zijnde, evenwel niet schroomt tegen Gods uitgedrukt bevel in den voorhof van zijn heilige woning te verschijnen.
Hertaald:verontreinigt den tabernakel
Wanneer hij, terwijl hij nog onrein is, er toch niet voor terugschrikt om, tegen Gods uitdrukkelijke bevel in, in de voorhof van Zijn heilige woning te verschijnen.
die ziel
Dat is, mens, persoon.
Hertaald:die ziel
Dat is: mens, persoon.
uitgeroeid worden uit Israël;
Als hebbende moedwilliglijk veracht, niet alleen dit ceremoniëel gebod des HEEREN, maar ook de betekende zaak, te weten, de reiniging door het bloed van den Messias, gelijk de volgende woorden uitwijzen; vergelijk met boven, vs.9. Vergelijk ook Hebr. 10:26-29. Zie wijders Gen. 17:14; alzo onder, vs.20.
Hertaald:uitgeroeid worden uit Israël;
Omdat hij moedwillig niet alleen dit ceremoniële gebod van de HEERE veracht heeft, maar ook wat het betekende, namelijk de reiniging door het bloed van de Messias, zoals de volgende woorden aangeven; vergelijk met hierboven, vers 9. Vergelijk ook Hebr. 10:26-29. Zie verder Gen. 17:14; zo ook hieronder, vers 20.
is nog in hem
Of, zal voortaan in hem zijn, of, blijft in hem.
Hertaald:is nog in hem
Of: zal voortaan in hem zijn, of: blijft in hem.
Numeri 19 vers 14— Dit is de wet, wanneer een mens zal gestorven zijn in een tent: al wie in die tent ingaat, en al wie in die tent is, zal zeven dagen onrein zijn.
in een tent
Dat is, in het leger, in zijn woning.
Hertaald:in een tent
Dat is: in het kamp, in zijn woning.
Numeri 19 vers 15— Ook alle open gereedschap, waarop geen deksel gebonden is, dat is onrein.
deksel
Hebreeuws, gewrongen doek, of stuk laken, of snoer, waarmede men iets bindt.
Hertaald:deksel
Hebreeuws: gewrongen doek, of stuk laken, of koord, waarmee men iets vastbindt.
gebonden is,
Hebreeuws, aangevoegd, samengevoegd, gekoppeld. De zin is, dat nergens mede toegedekt, bestopt of bewonden is.
Hertaald:gebonden is,
Hebreeuws: aangevoegd, samengevoegd, gekoppeld. De betekenis is dat het nergens mee toegedekt, dichtgestopt of omwonden is.
Numeri 19 vers 16— En al wie in het open veld een, die met het zwaard verslagen is, of een dode, of het gebeente eens mensen, of een graf zal aangeroerd hebben, zal zeven dagen onrein zijn.
mensen,
Die gestorven is.
Hertaald:mensen,
Die gestorven is.
Numeri 19 vers 17— Voor een onreine nu zullen zij nemen van het stof des brands der ontzondiging, en daarop levend water doen in een vat.
Voor een onreine
Hier beveelt nu God de wijze aan van het water der afzondering te bereiden en te gebruiken.
Hertaald:Voor een onreine
Hier geeft God nu de manier aan om het water der afzondering te bereiden en te gebruiken.
stof des brands
Dat is, van de bewaarde as der verbrande rode vaars. Zie boven, vs.9.
Hertaald:stof des brands
Dat is: van de bewaarde as van de verbrande rode vaars. Zie hierboven, vers 9.
ontzondiging,
Hebreeuws, der zonde; dat is, dienende tot ontzondiging of reiniging van zonde. Zie boven, vs.9.
Hertaald:ontzondiging,
Hebreeuws: der zonde; dat is: dienend tot ontzondiging of reiniging van zonde. Zie hierboven, vers 9.
levend water doen
Dat is, springende, lopende of vlietende, genomen uit een fontein of rivier. Zie Gen. 26:19; Lev. 14:5.
Hertaald:levend water doen
Dat is: opborrelend, stromend of vlietend, genomen uit een bron of rivier. Zie Gen. 26:19; Lev. 14:5.
Numeri 19 vers 20— Wie daarentegen onrein zal zijn, en zich niet zal ontzondigen, die ziel zal uit het midden der gemeente uitgeroeid worden; want hij heeft het heiligdom des HEEREN verontreinigd, het water der afzondering is op hem niet gesprengd, hij is onrein.
die ziel zal uit het midden der gemeente
Dat is, die persoon, of, mens.
Hertaald:die ziel zal uit het midden der gemeente
Dat is: die persoon, of mens.
heiligdom des HEEREN verontreinigd,
Zie boven, vs.13.
Hertaald:heiligdom des HEEREN verontreinigd,
Zie hierboven, vers 13.
Numeri 19 vers 22— Ja, al wat die onreine aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn; en de ziel, die dat aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn tot aan den avond.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Rode vaars (water der afzondering) — Hebreeuws: parah adoemmah, "rode koe"; het water heet mee niddah, "water der afzondering, reinigingswater"
Een rode vaars zonder gebrek, waarop nooit een juk gekomen was, werd buiten het leger geslacht en geheel verbrand — huid, vlees, bloed en mest — terwijl de priester cederhout, hysop en scharlaken in het vuur wierp (Num. 19:1-6). De as werd door een rein man verzameld en buiten de legerplaats op een reine plaats bewaard. Daarvan werd het water der afzondering bereid, waarmee ieder besprengd werd die zich aan een dode verontreinigd had, op de derde en de zevende dag (Num. 19:9-19). Opvallend is dat allen die met de asbereiding te maken hadden — de priester, de verbrander, de verzamelaar — daardoor zelf onrein werden tot de avond.
Bijbelse betekenis: De dood was in Israël de sterkste bron van onreinheid, en juist daarvoor gaf God een reiniging die altijd voorhanden was: één enkel offer, waarvan de as jarenlang toereikend bleef. Het was een gedurige onderwijzing dat de dood de mens aankleeft en dat men er niet zonder besprenging vanaf komt.
Typologie: De Hebreeënbrief noemt deze inzetting bij name en redeneert er van het mindere naar het meerdere. Als de as der jonge koe, op de onreinen gesprengd, al heiligt tot de reinheid van het vlees, hoeveel te meer zal dan het bloed van Christus het geweten reinigen van dode werken om de levende God te dienen. Hij heeft Zichzelf door de eeuwige Geest smetteloos aan God geofferd (Hebr. 9:13-14). Dat de vaars buiten het leger verbrand werd, past dezelfde brief toe op Jezus, Die buiten de poort geleden heeft (Hebr. 13:11-13).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het offer en de plaatsvervangingniveau 1Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toefunctie
De as van de rode vaars — 19:1-10
Een volk dat veertig jaar door de woestijn trekt, begraaft onderweg een hele generatie. Wie een dode aanraakte werd onrein — en dat overkwam vrijwel iedereen, telkens weer. Daar moest iets voor komen dat niet elke keer een nieuw offer vroeg.
Eén dier wordt buiten het leger verbrand, en de as ervan wordt bewaard om er jarenlang water van reiniging mee te maken.
De eisen zijn streng en merkwaardig. Een rode volkomen vaars, in welke geen gebrek is, op welke geen juk gekomen is — een dier dat nooit gewerkt heeft, nooit onder een juk gebogen is. Zij wordt buiten het leger gebracht en daar geheel verbrand: huid, vlees en bloed.
En dan gebeurt er iets dat in heel de offerdienst uniek is. De as wordt niet weggegooid maar verzameld en op een reine plaats gelegd, buiten het leger, ter bewaring voor de vergadering. Van die as werd water gemaakt, en met dat water werd gereinigd wie een dode had aangeraakt. Eén offer, jarenlang toereikend voor een heel volk.
De Hebreeënbrief noemt deze inzetting met name en bouwt er een redenering op die je moet horen om te voelen. Als de as van een jonge koe al reinigt tot de reinheid van het vlees — hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die Zichzelf onstraffelijk aan God opgeofferd heeft, het geweten reinigen van dode werken. Het uiterlijke werd schoon door as; het geweten wordt schoon door bloed. En dezelfde brief merkt enkele hoofdstukken later op dat ook Christus buiten de poort geleden heeft.
Numeri 19:2 — Een rode volkomen vaars, op welke geen juk gekomen is.
Numeri 19:3 — Zij wordt buiten het leger gebracht en daar geslacht.
Numeri 19:9 — De as wordt bewaard, jarenlang, voor het water der afzondering.
Hebreeën 9:13-14 — Hoeveel te meer zal het bloed van Christus het geweten reinigen.
Hebreeën 13:12 — Ook Jezus heeft buiten de poort geleden.
In het Nieuwe Testament: Hebreeën 9:13-14; Hebreeën 13:11-13; 1 Johannes 1:7
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Numeri 19:1. — Wijders sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende: Deze inzetting werd Mozes niet op de berg Sinaï gegeven, maar in de woestijn Paran, nadat het volk zijn verbond met God had verbroken en tot sterven veroordeeld was. Ons wordt gezegd dat Mozes Psalm 90 schreef, dat treurige klaaglied dat wij bij begrafenissen lezen: “Aangaande de dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren, of, zo wij zeer sterk zijn, tachtig jaren; en het uitnemendste van die is moeite en verdriet… Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen” (Ps. 90:10-12).
Wel mocht hij die psalm schrijven, want hij leefde onder een geslacht van mensen die allen binnen korte tijd moesten sterven, en sterven in de woestijn. Deze inzetting was in het bijzonder gegeven voor het geval van hen die onrein werden door de veelvuldige sterfgevallen die voorkwamen. Er moest een eenvoudige en gemakkelijke weg van reiniging voor hen zijn; en wat dit hoofdstuk ons leert is dit: dat er, aangezien wij in een zondige wereld wonen, een eenvoudige en steeds gereed liggende wijze moet zijn om ons te reinigen, opdat wij tot God kunnen naderen.
Numeri 19:2-3.KruisverwijzingenDeuteronomium 21:3→Leviticus 4:12→Leviticus 22:20→1 Samuël 6:7→Leviticus 4:21→Leviticus 14:6→1 Petrus 1:19→Maleachi 1:13→ — Dit is de inzetting van de wet, die de HEERE geboden heeft, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, dat zij tot u brengen een rode volkomen vaars, in welke geen gebrek is, op welke geen juk gekomen is. En gij zult die geven aan Eleazar, den priester; en hij zal haar uitbrengen tot buiten het leger, en men zal haar voor zijn aangezicht slachten. Dit was geen gewoon offer, want de dieren die geofferd werden waren in de regel mannelijk; maar dit moest een bijzonder offer zijn. Het mocht ook niet door de priester geslacht worden, zoals andere offers, maar de Heere zei: “men zal haar voor zijn aangezicht slachten.”
Numeri 19:4.KruisverwijzingenLeviticus 4:17→Leviticus 16:14→Leviticus 4:6→Leviticus 16:19→Hebreeën 9:13→Hebreeën 12:24→1 Petrus 1:2→ — En Eleazar, den priester, zal van haar bloed met zijn vinger nemen, en hij zal van haar bloed recht tegenover de tent der samenkomst zevenmaal sprengen. Dit maakt het tot een offer; anders verdient het die naam nauwelijks.
Numeri 19:5-6.KruisverwijzingenExodus 29:14→Leviticus 14:4→Leviticus 4:11→Leviticus 14:49→Leviticus 14:6→Psalmen 51:7→Jesaja 53:10→Leviticus 4:21→ — Voorts zal men deze vaars voor zijn ogen verbranden; haar vel, en haar vlees, en haar bloed, met haar mest, zal men verbranden. En de priester zal nemen cederhout, en hysop, en scharlaken, en werpen ze in het midden van den brand dezer vaars. Alles moest verbrand worden, en dan moest de as — het wezen en de opbrengst ervan — bewaard worden om het water der reiniging te maken dat nodig was om die voortdurende verontreinigingen weg te nemen die het volk van het leger overkwamen. Zo worden ook de verdiensten van onze Heere Jezus Christus, die het eigenlijke wezen van Hem zijn, altijd bewaard voor het wegnemen van onze dagelijkse besmetting.
Er was ook het wezen van cederhout, en dat is het teken van welriekende onverderfelijkheid, want ceder was een hout dat niet verrotte. “En hysop, en scharlaken.” De nederige hysop moest gebruikt worden, en toch moest er iets koninklijks aan het offer zijn, zoals de scharlaken kleur aanduidde; en dit alles wordt vermengd met het bloed en het vlees en de huid van het dier, om de as der reiniging te maken.
Numeri 19:7.KruisverwijzingenLeviticus 11:25→Leviticus 11:40→Leviticus 16:26→Numeri 19:19→Leviticus 14:8→Leviticus 22:6→Numeri 19:8→Leviticus 15:5→ — Dan zal de priester zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden, en daarna in het leger gaan; en de priester zal onrein zijn tot aan den avond. Wat een vreemd offer was dit, want zelfs terwijl het geofferd werd, scheen het allen onrein te maken die er iets mee te doen hadden!
Numeri 19:8-9.KruisverwijzingenHebreeën 9:13→Numeri 19:13→Numeri 19:20→Hebreeën 7:26→Numeri 8:7→Leviticus 15:20→Numeri 31:23→2 Korinthe 7:1→ — Ook die haar verbrand heeft, zal zijn klederen met water wassen, en zijn vlees met water baden, en onrein zijn tot aan den avond. En een rein man zal de as dezer vaars verzamelen, en buiten het leger in een reine plaats wegleggen; en het zal zijn ter bewaring voor de vergadering van de kinderen Israels, tot het water der afzondering; het is ontzondiging. Nu komen wij tot de verdienste van Christus, want wie is rein dan Christus alleen?
Numeri 19:9.KruisverwijzingenHebreeën 9:13→Numeri 19:13→Numeri 19:20→Hebreeën 7:26→Numeri 8:7→Leviticus 15:20→Numeri 31:23→2 Korinthe 7:1→ — En een rein man zal de as dezer vaars verzamelen, en buiten het leger in een reine plaats wegleggen; en het zal zijn ter bewaring voor de vergadering van de kinderen Israels, tot het water der afzondering; het is ontzondiging. Deze plechtigheid stelt niet het wegdoen van de zonde voor — dat werd voorgesteld in het slachten van de offerdieren — maar zij stelt die dagelijkse reiniging voor die de kinderen van God nodig hebben, de blijvende kracht van de verdienste van Christus. Want deze rode vaars werd waarschijnlijk maar één keer in de woestijn gedood. Naar de Joodse overlevering zijn er nooit meer dan zes gedood.
Ik kan niet zeggen of dat waar is of niet; maar zeker zou de as van één enkel dier lang toereikend zijn, wanneer zij alleen met water gemengd moest worden en dat water dan op de onreinen gesprengd. Zo is deze inzetting bedoeld om de blijvende verdienste voor te stellen, de altijd voortgaande reiniging van de gelovigen door het offer van Christus, waardoor zij tot de dienst van God kunnen komen en zich onder heilige mensen en zelfs onder heilige engelen kunnen begeven zonder hen te verontreinigen. In de volste zin mag van het verzoenend offer van onze Heere gezegd worden: “het is een reiniging voor de zonde”.
Numeri 19:10.KruisverwijzingenExodus 12:49→Numeri 19:7→Numeri 19:19→Romeinen 3:29→Numeri 15:15→Kolossenzen 3:11→ — En die de as dezer vaars verzameld heeft, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond. Dit zal den kinderen Israels, en den vreemdeling, die in het midden van henlieden als vreemdeling verkeert, tot een eeuwige inzetting zijn. Dat was het middel dat de Heere verordend had om de verontreinigde te reinigen; let nu op wat dit middel zo noodzakelijk maakte.
Numeri 19:11-12.KruisverwijzingenNumeri 5:2→Numeri 31:19→Leviticus 21:1→Numeri 9:6→Numeri 9:10→Numeri 19:16→Leviticus 21:11→Efeze 2:1→ — Wie een dode, enig dood lichaam van een mens, aanroert, die zal zeven dagen onrein zijn. Op den derden dag zal hij zich daarmede ontzondigen, zo zal hij op den zevenden dag rein zijn; maar indien hij zich op den derden dag niet ontzondigt, zo zal hij op den zevenden dag niet rein zijn. Ik vraag mij af of hierin een openbaring ligt van onze rechtvaardigmaking door de opstanding van Christus, die op de derde dag na Zijn sterven plaatsvond.
Numeri 19:13-14.KruisverwijzingenLeviticus 15:31→Leviticus 22:3→Leviticus 7:20→Numeri 19:18→Leviticus 20:3→Leviticus 5:6→Spreuken 14:32→Leviticus 5:17→ — Al wie een dode, het dode lichaam eens mensen, die gestorven zal zijn, aanroert, en zich niet ontzondigd zal hebben, die verontreinigt den tabernakel des HEEREN; daarom zal die ziel uitgeroeid worden uit Israel; omdat het water der afzondering op hem niet gesprengd is, zal hij onrein zijn; zijn onreinigheid is nog in hem. Dit is de wet, wanneer een mens zal gestorven zijn in een tent: al wie in die tent ingaat, en al wie in die tent is, zal zeven dagen onrein zijn. Bedenk, geliefden, welk een ernstige en tegelijk welk een lastige inzetting dit moet zijn geweest! Naar deze regel zou Jozef zijn vader Jakob niet hebben kunnen bezoeken en bij zijn sterven aanwezig zijn zonder onrein te worden. U zou niet over uw teringachtige kind hebben kunnen waken, of uw stervende moeder hebben kunnen verzorgen, zonder onrein te worden, als u onder deze wet had gestaan; en alles wat in de tent of in het huis was, werd eveneens onrein.
Numeri 19:15-16.KruisverwijzingenNumeri 31:19→Mattheüs 23:27→Numeri 31:20→Leviticus 11:32→Lukas 11:44→Numeri 19:11→Leviticus 14:36→Ezechiël 39:11→ — Ook alle open gereedschap, waarop geen deksel gebonden is, dat is onrein. En al wie in het open veld een, die met het zwaard verslagen is, of een dode, of het gebeente eens mensen, of een graf zal aangeroerd hebben, zal zeven dagen onrein zijn. Deze wet was inderdaad een juk der dienstbaarheid dat onze vaderen niet konden dragen. Zij was bedoeld om ons te leren hoe gemakkelijk wij verontreinigd kunnen worden. Waar zij ook gingen, konden deze mensen een been of een graf aanraken, en dan waren zij onrein. En u en ik, hoe zorgvuldig wij ook waken, zullen bevinden dat wij enige van de dode werken der zonde aanraken en verontreinigd worden. Het is een gelukkige omstandigheid voor ons dat het middel der reiniging altijd bij de hand is: wij mogen altijd tot het dierbare bloed van Jezus gaan en mogen opnieuw rein gewassen en bekwaam gemaakt worden om op te gaan naar het huis des Heeren.
Numeri 19:17-22.KruisverwijzingenHagai 2:13→Numeri 19:12→Leviticus 14:9→Genesis 17:14→Numeri 19:13→Genesis 26:19→Johannes 4:10→Hooglied 4:15→ — Voor een onreine nu zullen zij nemen van het stof des brands der ontzondiging, en daarop levend water doen in een vat. En een rein man zal hysop nemen, en in dat water dopen, en sprengen het aan die tent, en op al het gereedschap, en aan de zielen, die daar geweest zijn; insgelijks aan dengene, die een gebeente, of een verslagene, of een dode, of een graf aangeroerd heeft. En de reine zal den onreine op den derden dag, en op den zevenden dag besprengen; en op den zevenden dag zal hij hem ontzondigen; en hij zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en op den avond rein zijn. Wie daarentegen onrein zal zijn, en zich niet zal ontzondigen, die ziel zal uit het midden der gemeente uitgeroeid worden; want hij heeft het heiligdom des HEEREN verontreinigd, het water der afzondering is op hem niet gesprengd, hij is onrein. Dit zal hunlieden zijn tot een eeuwige inzetting. En die het water der afzondering sprengt, zal zijn klederen wassen; ook wie het water der afzondering aanroert, die zal onrein zijn tot aan den avond. Ja, al wat die onreine aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn; en de ziel, die dat aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn tot aan den avond. Deze inzetting had ook een gezondheidkundige kant. De Egyptenaren waren gewoon hun doden in hun huizen te bewaren, als mummiën verduurzaamd. Geen Jood kon dat doen, want hij zou onrein zijn. Andere volken waren gewoon hun doden binnen de stadsmuren te begraven, of rondom hun eigen plaatsen van godsdienst, zoals wij dat vroeger ook deden — alsof zij de dood zo dicht bij zich wilden brengen als zij konden. Geen Jood kon dit doen, want hij was onrein wanneer hij ook maar over een graf ging; zo werden zij gedreven tot wat God bedoeld had dat zij zouden hebben: begraafplaatsen buiten de muren, en het kerkhof zo ver als zij konden weg van de woningen der levenden.
De geestelijke betekenis van deze regel is dat wij met grote zorg moeten waken tegen elke gelegenheid tot zonde; en aangezien die gelegenheden er zullen zijn en wij verontreinigd zullen worden, moeten wij voortdurend tot de Heere gaan met een gebed als dat van David in Psalm 51.
I. Vs. 1-22.KruisverwijzingenDeuteronomium 21:3→Leviticus 4:12→Leviticus 4:17→Exodus 29:14→Leviticus 14:4→Leviticus 22:20→1 Samuël 6:7→Leviticus 4:21→ — Wijders sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende: Dit is de inzetting van de wet, die de HEERE geboden heeft, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, dat zij tot u brengen een rode volkomen vaars, in welke geen gebrek is, op welke geen juk gekomen is. En gij zult die geven aan Eleazar, den priester; en hij zal haar uitbrengen tot buiten het leger, en men zal haar voor zijn aangezicht slachten. En Eleazar, den priester, zal van haar bloed met zijn vinger nemen, en hij zal van haar bloed recht tegenover de tent der samenkomst zevenmaal sprengen. Voorts zal men deze vaars voor zijn ogen verbranden; haar vel, en haar vlees, en haar bloed, met haar mest, zal men verbranden. En de priester zal nemen cederhout, en hysop, en scharlaken, en werpen ze in het midden van den brand dezer vaars. Dan zal de priester zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden, en daarna in het leger gaan; en de priester zal onrein zijn tot aan den avond. Ook die haar verbrand heeft, zal zijn klederen met water wassen, en zijn vlees met water baden, en onrein zijn tot aan den avond. En een rein man zal de as dezer vaars verzamelen, en buiten het leger in een reine plaats wegleggen; en het zal zijn ter bewaring voor de vergadering van de kinderen Israels, tot het water der afzondering; het is ontzondiging. En die de as dezer vaars verzameld heeft, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond. Dit zal den kinderen Israels, en den vreemdeling, die in het midden van henlieden als vreemdeling verkeert, tot een eeuwige inzetting zijn. In ander opzicht was de rede van het volk (Numeri. 17:13): “Zullen wij dan geheel en al te gronde gaan?” volkomen waar. Zij zouden toch inderdaad, zo velen als er namelijk tot het oude geslacht behoorden, allen verdelgd worden en in de woestijn omkomen (hoofdstuk 14:20 vv.). Maar nu hierdoor de gevallen, dat men zich aan lijken van mensen verontreinigde, zo veelvuldig werden en deze soort van verontreiniging de ergste was van alle (zie Le 11.40) zo is het nu ook juist tijdig, dat de Heere een krachtig reinigingsmiddel verordene dan dat eenvoudig water, dat bij andere verontreinigingen (Leviticus. 11-15) moest aangewend worden en, ook bij verontreiniging door doden (Leviticus. 5:1-4) tot hiertoe in gebruik geweest was; opdat Israël te midden van de dood, die zijn geweld op geheel het huidige geslacht uitoefende, niet van zijn gemeenschap met God afgetrokken werd en niet twijfelde aan de belofte, dat in hem de macht van de dood eenmaal de sterkere macht van het leven volkomen zou overwonnen worden. Zo volgt dan nu de verordening van zo’n reinigingsmiddel, bestaande in water, dat door de as van een zondoffer versterkt en tot een eigenlijk loog toebereid is. Eerst wordt (vs.1-10) de wijze van de toebereiding, en vervolgens (vs.11-22) de wijze van het gebruik nader bepaald.
— Wijders sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
Verder sprak de HEERE, die in het vorige hoofdstuk nu eens tot de een en dan tot de ander afzonderlijk gesproken had, tot Mozes en tot Aäron, tezamen, zeggende:
KruisverwijzingenDeuteronomium 21:3→Leviticus 22:20→1 Samuël 6:7→Leviticus 14:6→1 Petrus 1:19→Maleachi 1:13→Numeri 19:6→Lukas 1:35→— Dit is de inzetting van de wet, die de HEERE geboden heeft, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, dat zij tot u brengen een rode volkomen vaars, in welke geen gebrek is, op welke geen juk gekomen is.
Dit is de instelling 1) tot vervollediging van de wet, betreffende de wijze van reiniging, nadat iemand van een lijk ontreinigd is, van welke bijzondere verordening, die de HEERE geboden heeft, Hij gesproken heeft, zeggende: Spreek tot de kinderen van Israël, dat zij tot u brengen een over haar gehele lichaam rode, volkomen vaars, waarin geen gebrek is, a) waarop geen juk gekomen is, 2) zodat haar levenskracht nog op geen enkele wijze gebruikt of verzwakt zij.
Leviticus. 1:13; 22:22 vv.
Daar het niet anders kan, of de gelovigen trekken, zolang zij op de wereld verkeren, enige besmetting door de aanraking met vele onreinheden, naar zich toe, zo wordt hier de toebereiding van het water beschreven, met de besprenkeling waarvan zij zich moeten reinigen en hun onreinheid kunnen verzoenen. Vervolgens, worden hier zekere soorten van verontreinigingen aangeduid, waarvan de zuivering vereist wordt. God beveelt, een rode koe te slachten, welke nog nooit een juk gedragen heeft, en haar te verbranden buiten de legerplaats, met huid en uitwerpselen tegelijk, de as door een rein mens te laten verzamelen en buiten de legerplaats tot algemeen gebruik van het volk te brengen. Maar, opdat het water, hetwelk met deze as gemengd werd, kracht om te verzoenen zou hebben, beveelt God tevens, dat het bloed met de vingers van de priesters zevenmaal voor het altaar moest gesprenkeld worden. Verder, had deze ceremonie een dubbel doel. God nu wilde het volk opmerkzaam erop maken, om hun onreinheden nauwkeuriger gade te slaan. Maar, opdat zij inwendig zuiver zouden zijn, wil Hij echter, dat zij ijverig zouden oppassen, om zich nergens te verontreinigen. Vervolgens, zo dikwijls zij besmet waren met enige onreinheid, leert Hij hen, ergens anders de verzoening te zoeken, nl. bij het zondoffer en de besprenkeling. En hij vermaant hen alzo, dat zij het middel, om zich te reinigen, in het geheel niet bij zichzelf zoeken, omdat geen reinheid, dan bij het heiligdom, kan verkregen worden.
Een rode, volkomen vaars, waarin geen gebrek is, waarop geen juk gekomen is. Het dier was daarom niet van het mannelijk geslacht, zoals bij de zondoffers, maar van het vrouwelijke, omdat het vrouwelijk geslacht het leven voortbrengt. Over de kleur zijn de meingen verschillend. Waar Calvijn het vermoeden uit, dat de kleur genomen is, omdat zij algemeen voorkwam, en wit of zwart iets opzichtigs zou geweest zijn, zijn er anderen, zoals Felix, in navolging van de Kerkvaders, die het verklaren, als zou zij op Christus zien, die rood was van bloed, als de drager van Gods toorn, terwijl Bähr en meerderen van oordeel zijn, dat zij zag op het innerlijke leven, dat in het bloed zijn zetel heeft en in de rode kleur van het gezicht, van de wangen en lippen tevoorschijn treedt. Daar de andere vereisten, nl. volkomen, zonder gebrek, en onder geen juk gebracht, dus vrij, zien op de plaatsbekleding, moet ook o.i. de kleur daarop zien en daarom de rode kleur, de kleur van het bloed, dat in de plaats komt en uitgestort wordt voor het leven van de mens, dat gezondigd heeft, daarop betrekking hebben. In zoverre ziet het gehele dier, wat kleur, geslacht en gesteldheid van het lichaam aangaat, op de Christus Gods, die Zijn bloed heeft uitgestort voor het leven van de mensen, die zonder gebrek, zonder zonde en vrij van de wet, zichzelf onder de wet heeft gesteld, om Zijn kinderen te verlossen van de vloek van de wet.
KruisverwijzingenLeviticus 4:12→Leviticus 4:21→Leviticus 13:45→Numeri 3:4→Numeri 15:36→Leviticus 24:14→Hebreeën 13:11→Leviticus 16:27→— En gij zult die geven aan Eleazar, den priester; en hij zal haar uitbrengen tot buiten het leger, en men zal haar voor zijn aangezicht slachten.
a) En gij zult die geven aan Aärons oudste zoon, Eleazar, de priester, 1)de toekomstige opvolger van zijn vader in de hogepriesterlijke waardigheid; en hij zal ze, door de dienst van een reine man, uitbrengena) tot buiten het leger, aan de oostzijde, en men zal haar aldaarvoor zijn aangezicht slachten.
Hebr.13:11,12
Hier wordt duidelijk het onderscheid aangegeven tussen de beide offeranden (nl. het zondoffer en deze), omdat aan het volk niet toegestaan wordt, de vaars te slachten, maar dit tot het ambt blijft van de priesters. Zo brengt het volk hem door de hand van de priester, waarom ook heden, ofschoon wij, om God te verzoenen, voor Zijn aangezicht Christus stellen, het noodzakelijk is, dat Hij zelf tussenbeide komt en de rol van priester vervult. Verder moest de vaars uit de legerplaats geleid worden, als een teken van verdoemlijkheid, omdat hij een zoenoffer was. Om welke reden ook de offerdieren ten zoenoffer, wiens bloed in het Heilige der Heiligen werd ingebracht, buiten de legerplaats verbrand werden. Welk tegenbeeld in Christus waarheid is geworden, die daarom buiten de poort van de stad heeft geleden, volgens de getuigenis van de Apostel (Hebr.13:11). Daar dit een soort van verwerping was, toonde God toch-opdat de vaars niet minder werd geschat, noch de Israëliet haar zou beschouwen als bezoedeld door de vloek-dat haar bloed heilig en Hem tot een lieflijke reuk was, door te bevelen, dat het zevenmaal voor het altaar zou gesprenkeld worden, wat niet mocht, indien het met enige verontreiniging was bezoedeld. Dit is wel in Christus zeer duidelijk aanschouwelijk gemaakt. Want ofschoon Hij een vloek voor ons is geworden en zonde genoemd werd, omdat hij, door onze zonden op het vloekhout te dragen, een offer tot verzoening was, heeft Hij echter niets van Zijn heiligheid verloren, terwijl juist Zijn heiligheid de oorzaak van de heiligheid werd van de gehele wereld. Hij heeft zichzelf door de Geest geofferd en is met Zijn eigen bloed het heiligdom binnengegaan (Hebr.10:14) en Zijn dood wordt ergens door Paulus genoemd een offer van een zeer lieflijke reuk (Efe.5:2 Fil.4:8)
KruisverwijzingenLeviticus 4:17→Leviticus 16:14→Leviticus 4:6→Leviticus 16:19→Hebreeën 9:13→Hebreeën 12:24→1 Petrus 1:2→— En Eleazar, den priester, zal van haar bloed met zijn vinger nemen, en hij zal van haar bloed recht tegenover de tent der samenkomst zevenmaal sprengen.
En Eleazar, de priester, zal een beetje van haar bloed met zijn vinger nemen, en hij zal, zich naar het westen kerende, van haar bloed naar die zijden heen, die recht tegenover de tent der samenkomst is, zevenmaal sprenkelen. 1)
Het sprenkelen van het bloed diende hierom vooral, omdat het offer daardoor in betrekking werd gebracht tot de Heere; dat het leven, dat in het bloed was, daarom tot verzoening en reiniging van de zonde werd overgegeven. Predikte die vaars, dat Israël de dood had verdiend, naar ziel en lichaam, werd daarom alles verbrand: het bloed gesprenkeld voor het altaar, duidde aan dat het leven, door de dood van het dier, zinnebeeldig was aangebracht. Daarom ook de verordening in het volgende vers.
KruisverwijzingenExodus 29:14→Leviticus 4:11→Jesaja 53:10→Leviticus 4:21→Psalmen 22:14→— Voorts zal men deze vaars voor zijn ogen verbranden; haar vel, en haar vlees, en haar bloed, met haar mest, zal men verbranden.
Voorts zal men deze vaars voor zijn ogen verbranden; haar vel en haar vlees, en a) haar niet tot sprenkelen gebruikt bloed met haar mest 1) zal men verbranden.
Exodus. 29:14 Leviticus. 4:11,12
De zin is: zonder iets uit haar weg te nemen; geheel zoals zij is.
KruisverwijzingenLeviticus 14:4→Leviticus 14:49→Leviticus 14:6→Psalmen 51:7→Hebreeën 9:19→Jesaja 1:18→— En de priester zal nemen cederhout, en hysop, en scharlaken, en werpen ze in het midden van den brand dezer vaars.
En de priester zal nemen een stuk cederhout en een bundel hysop en een scharlaken draad, en werpt ze in het midden van de brand van deze vaars, 1) opdat ze tegelijk met haar verteren.
Cederhout verspreidt een aangename geur, hysop heeft de kracht om te reinigen en de scharlaken draad gaf aan, de innerlijk werkzame kracht van het leven. Allemaal zinnebeelden van de kracht van de offerande, om verzoening en leven aan te brengen; dat de as, vermengd met het water van de afzondering, de kracht van het nieuwe leven in zich had.
KruisverwijzingenLeviticus 11:25→Leviticus 11:40→Leviticus 16:26→Numeri 19:19→Leviticus 14:8→Leviticus 22:6→Numeri 19:8→Leviticus 15:5→— Dan zal de priester zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden, en daarna in het leger gaan; en de priester zal onrein zijn tot aan den avond.
Dan, als hij dit werk, dat, daar het op onreinheid betrekking heeft, hem zelf verontreinigde, heeft verricht, dan zal de priester zijn kleren wassen en zijn vlees met water baden, a) en daarna, als nu ten dele weer rein geworden, in het leger gaan; en de priester zal onrein zijntot aan de avond, 1) en zich dus nog de rest van de dag van het heiligdom en de godsdienstige verrichtingen onthouden; eerst op de volgende dag, die aan de avond begint, wordt hij weer geheel rein (Leviticus. 14:8 vv.).
Leviticus. 16:24
Dit schijnt met het eerst vermelde inzicht te strijden, dat de vaars God heilig en rein was en toch de priester door zijn aanraking bezoedelde, wat toch zeer goed met elkaar overeenstemt. Want, dat zowel de priester als de bezorger van de verbranding onrein was tot aan de avond, moest het volk niet licht treffen, opdat het leerde, de zonde meer en meer te verafschuwen.
Maar, wanneer niemand anders dan een rein man de as mocht verzamelen en deze niet anders dan op een reine plaats moest weggelegd worden, dan werd door dit symbool aangetoond, dat niet een enkele vlek in het offer zelf aanwezig was, maar dat het door een van buiten bijkomende bezoedeling als onrein moest beschouwd worden, omdat het bestemd was om de onreinheden weg te nemen. Waarom het water, waarin de as moest gestort worden, zowel het water van de afzondering als van de ontzondiging werd genoemd.
Onrein was zowel de priester als degene, die de vaars had verbrand, als ook wie de as verzamelde, niet omdat het offerdier op zichzelf onrein was, maar omdat zij tot zonde gemaakt was, of liever, omdat zonde en dood op haar waren gelegd.
— Ook die haar verbrand heeft, zal zijn klederen met water wassen, en zijn vlees met water baden, en onrein zijn tot aan den avond.
Ook de eerste reine man, die haar uitgeleid en geslacht (vs.3), en vervolgens (vs.5) haar verbrand heeft, zal, daar hij eveneens, door een onreine bezigheid onrein geworden is, zijn kleren met water wassen en zijn vlees met water baden, en onrein zijn tot aan de avond (Leviticus. 16:26).
KruisverwijzingenHebreeën 9:13→Numeri 19:13→Numeri 19:20→Hebreeën 7:26→Numeri 8:7→Leviticus 15:20→Numeri 31:23→2 Korinthe 7:1→— En een rein man zal de as dezer vaars verzamelen, en buiten het leger in een reine plaats wegleggen; en het zal zijn ter bewaring voor de vergadering van de kinderen Israels, tot het water der afzondering; het is ontzondiging.
En een ander rein man zal de as van deze vaars verzamelen en buiten het leger in een reine plaats wegleggen; en het zal zijn tot bewaring, d.i. die as zaldaar worden weggelegd om bewaard te worden voor de vergadering van de kinderen van Israël, 1) opdat zij haar bij voorkomende gelegenheden op de vs.11-22 nader beschreven wijze, gebruiken, tot het water van de afzondering, 2) het is ontzondiging. 3)
Wat de as van de rode koe van Israël afschaduwde, was dus niets anders dan de zonde wegnemende en de van alle zonden reinigende kracht van Christus’ dood. Evenwel de as reinigde niet, dan door de besprenkeling. Het middel van de besprenkeling was het water. Dit is het badwater van het Woord. De as (of wil men liever het bloed) van Jezus is gemengd met en opgelost in de waarheid en in de beloften van het Evangelie. Door het gelovig aannemen van die waarheid en van die beloften, worden wij zelf en al het onze gereinigd voor God: terwijl zonder het geloof in het Woord de besprenkeling van onze zielen onmogelijk is. En als God beval, dat die besprenkeling met hysop zou gebeuren, dan leerde Hij hierdoor, dat de kleinste, armste en nederigste hier op aarde in staat is, dat Woord van de getuigenis te prediken, zodat het dient tot reiniging voor anderen; of wel, dat de bedienaren van het Woord, aan wie de besprenkeling is opgedragen, niets dan hysop, lage, niets beduidende planten zijn, en dat de reinigmaking niet voortvloeit uit enige kracht in hen (de hysop), maar uit de as van Jezus, die met het water van hun prediking gemengd is.
In het Hebreeuws Lemee niddah. Eigenlijk tot wateren van onreinheid, d.i. tot wateren, die dienen, om de onreinheid weg te nemen, d.i. tot water van de ontzondiging, waarvan in hoofdstuk 8:7 sprake is.
In het Hebreeuws Chataâth hi. Beter is de vertaling: Het is een zondoffer. De bedoeling is, die as, welke, vermengd met water, dient tot ontzondiging, is alleen te verkrijgen door een zondoffer, door een offer, dat bijna zoals een zondoffer moet behandeld worden.
KruisverwijzingenExodus 12:49→Numeri 19:7→Numeri 19:19→Romeinen 3:29→Numeri 15:15→Kolossenzen 3:11→— En die de as dezer vaars verzameld heeft, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond. Dit zal den kinderen Israels, en den vreemdeling, die in het midden van henlieden als vreemdeling verkeert, tot een eeuwige inzetting zijn.
En hij, die de as van deze vaars verzameld heeft, zal evenals de man, die haar uitleidde, slachte en verbrande (vs.8), zijn kleren wassen en onrein zijn tot aan de avond. a) Dit nu, wat in vs.11-22 over het gebruik van de as in het sprengwater, bij verontreiniging door een lijk, bepaald wordt, zal de kinderen van Israël en de vreemdeling, 1) die in het midden van hen als vreemdeling verkeert, tot een eeuwige instelling zijn.
Leviticus. 16:27 vv.
Men kan vragen, waarom dit statuut in het algemeen gezegd wordt, zowel voor de vreemdelingen, die in Israël verkeren, als voor de inwoners van kracht te zijn, omdat het toch volstrekt niet aan te nemen was, dat de onbesnedenen rein konden worden. De oplossing is gemakkelijk. Onder vreemdelingen worden hier begrepen, niet die volstrekt vreemd waren aan het volk, maar die geboren uit de heidenen, de wet hadden omhelsd. Zij, die ten opzichte van de offeranden en den overigen dienst van God gelijk stonden met het nageslacht van Abraham. En dit, opdat, indien er verschil zou zijn, de Kerk niet zou verscheurd worden, in wier schoot zij waren opgenomen.
Het tweede gedeelte verbindt het voorgaande met het volgende gedeelte van dit hoofdstuk, en geeft aan, in welke gevallen het water van de ontzondiging moest worden gebruikt.
Luther heeft het laatste gedeelte van dit vs. op de voorafgaande bepalingen betrokken, zodat daarmee het slachten en verbranden van een nieuwe vaars, zodra de as van de vorige gebruikt was, bevolen zou zijn. Bij deze opvatting past echter niet, dat hier ook van de vreemdeling sprake is. De vermelding van deze duidt aan, dat de laatste zin van vs.10 de overgang is tot het volgende. Naar de opgave van de rabbijnen overigens zouden er in het geheel slechts 9 vaarsen op de voorgeschreven wijze gebruikt zijn en wel, wat nog ongelooflijker is, tot aan de Babylonische ballingschap toe slechts één enkele.
KruisverwijzingenNumeri 5:2→Numeri 31:19→Leviticus 21:1→Numeri 9:6→Numeri 9:10→Numeri 19:16→Leviticus 21:11→Efeze 2:1→— Wie een dode, enig dood lichaam van een mens, aanroert, die zal zeven dagen onrein zijn.
Wie een dode, enig dood lichaam namelijk van een mens, 1) van welk geslacht of van welke leeftijd deze ook zij, aanraakt, die zal zeven dagen in wettelijke zin onrein zijn, en met het heiligdom en de heilige dingen in geen enkele aanraking treden.
Alsnu worden enige soorten van verontreiniging aangehaald, waarvoor de wassing noodzakelijk was. Allen hebben zij betrekking op één hoofdzaak, nl. op de aanraking met een lijk, van zijn gebeente, van zijn graf, welke de mensen bezoedelt. Hier wordt geen onderscheid gemaakt tussen een lijk van een verslagen mens en van hem, die op het bed is gestorven. Waaruit volgt, dat de dood hier wordt voorgesteld als een bewijs van Gods vloek. En zeker is dit zo, indien men let op zijn oorsprong en oorzaak, hoe in ieder gestorven mens de bedorven natuur, waarin het beeld van God was gefundeerd, zich vertoont, omdat, indien wij niet geheel bedorven waren, wij niet zouden geboren worden om te sterven. Maar ook, om nog iets anders aan te wijzen, heeft God het volk geleerd, nl. dat zij zich een besmetting op de hals halen, wanneer zij gemeenschap hebben met de onvruchtbare werken van de duisternis. Want zonden noemt de Apostel (Hebr.6) de dode werken, of vanwege haar gevolgen, of omdat, zoals het geloof het leven is van de ziel, het ongeloof alzo haar in de dood gevangen houdt. Wanneer daarom een lijk, een geraamte of een graf aanwijst wat wij uit de moederschoot meebrengen; omdat wij, totdat wij wedergeboren zijn en God ons door Zijn Geest en het geloof heeft levend gemaakt, levend dood zijn, is het niet twijfelachtig, of de kinderen van Israël werden gewaarschuwd, opdat zij zich rein voor God bewaarden, om zich van alle bederf ver verwijderd te houden. Kortom, op niets anders ziet deze ceremonie, dan opdat zij vrij van alle besmetting van het vlees, God rein zouden dienen, en zich zouden oefenen in aanhoudende overdenking van waar berouw. Indien zij van de reinheid waren afgeweken, moesten zij zich beijveren, met God, door de ingestelde offeranden en de reiniging, weer in verzoende betrekking te geraken.
KruisverwijzingenNumeri 31:19→Ezechiël 36:25→Psalmen 51:7→Numeri 19:17→1 Korinthe 15:3→Openbaring 7:14→Handelingen 15:9→Exodus 19:15→— Op den derden dag zal hij zich daarmede ontzondigen, zo zal hij op den zevenden dag rein zijn; maar indien hij zich op den derden dag niet ontzondigt, zo zal hij op den zevenden dag niet rein zijn.
Op de derde dag zal hij zich, op de in vs.17 voor te stellen wijze, daarmee, met de as namelijk van die vaars, ontzondigen, zo zal hij op de zevende dag rein zijn, en op de achtste dag weer tot het heiligdom mogen naderen; maar indien hij zich op de derde dag niet ontzondigt, zo zal hij op de zevende dag niet rein zijn. 1)
Beter is de vertaling, en het tweede gedeelte van dit vers eist het gebiedend: Hij zal zich op de derde dag en op de zevende dag daarmee ontzondigen, zo zal hij rein zijn; en indien hij op de derde dag en op de zevende dag zich niet ontzondigt, zo zal hij niet rein zijn. Hieruit blijkt dan, dat hij én op de derde dag, én op de zevende dag zich met dit water, waarin de as van de rode koe gemengd was, moest ontzondigen.
KruisverwijzingenLeviticus 15:31→Leviticus 22:3→Leviticus 7:20→Numeri 19:18→Leviticus 20:3→Leviticus 5:6→Spreuken 14:32→Leviticus 5:17→— Al wie een dode, het dode lichaam eens mensen, die gestorven zal zijn, aanroert, en zich niet ontzondigd zal hebben, die verontreinigt den tabernakel des HEEREN; daarom zal die ziel uitgeroeid worden uit Israel; omdat het water der afzondering op hem niet gesprengd is, zal hij onrein zijn; zijn onreinigheid is nog in hem.
Al wie een dode, het dode lichaam van een mens, namelijk die gestorven zal zijn, aanraakt en zich niet ontzondigd zal hebben, voordat hij zich in het heiligdom in betrekking stelt, die verontreinigt de tabernakel van deHEERE (Leviticus. 15:31); ja, de aanwezigheid van een onreine in het leger, die zijn reiniging verzuimt, is ook, afgezien van het naderen tot het heiligdom, reeds op zichzelf een ontwijding hiervan, daar de Heere slechts bij reinen wonen wil; daarom zal die ziel uitgeroeid worden uit Israël, 1) omdat het water van de afzondering, of het reinigingswater op hem niet gesprenkeld is, zal hij onrein zijn en blijven; zijn onreinheid is nog steeds in hem.
De doodstraf moest op zo iemand worden toegepast, niet omdat de zonde van de ontreiniging op zichzelf beschouwd, zo zwaar was, maar, omdat zij zinnebeeld was van de verontreiniging en besmetting van de ziel, en de Heere hen hiermee wilde leren dat geen ziel, die niet gereinigd was door het door Hem verordende middel, in en bij Zijn Heiligdom kon verkeren. Vooral daarom, om de geestelijke betekenis van de zaak, wordt zo’n zware straf op het nalaten van de ontzondiging toegepast.
— Dit is de wet, wanneer een mens zal gestorven zijn in een tent: al wie in die tent ingaat, en al wie in die tent is, zal zeven dagen onrein zijn.
Dit, wat nu volgt, is de wet, betreffende personen en zaken, die onrein zullen geacht worden; wanneer een mens zal gestorven zijn in een tent, zoals gij thans bewoont (Leviticus. 23:43), en later in een huis, zoals gij, na de verovering van Kanaän bewonen zult; al wie na het overlijden van die persoon, in die tent, of dat huis, ingaat, en al wie in die tent, of dat huis is, tijdens het overlijden, die zal zeven dagen onrein zijn.
KruisverwijzingenNumeri 31:20→Leviticus 11:32→Leviticus 14:36→— Ook alle open gereedschap, waarop geen deksel gebonden is, dat is onrein.
Ook al het open gereedschap, of vaatwerk, waarop geen deksel is, die daaraan door een band gebonden is, dat is onrein, omdat de lijklucht daarin gedrongen is; het mag dus óf in het geheel niet meer, óf eerst na bijzondere reiniging weer gebruikt worden (Leviticus. 11:32-35).
KruisverwijzingenNumeri 31:19→Mattheüs 23:27→Lukas 11:44→Numeri 19:11→Ezechiël 39:11→— En al wie in het open veld een, die met het zwaard verslagen is, of een dode, of het gebeente eens mensen, of een graf zal aangeroerd hebben, zal zeven dagen onrein zijn.
En al wie in het open veld een, die met het zwaard verslagen is, of een op andere wijze gestorven dode, die hij vindt, of ook maar het gebeente van een mens, of zelfs maar een graf zal aangeraakt hebben, die zal zeven dagen onrein zijn, omdat hij met dood en verderf is in aanraking gekomen.
KruisverwijzingenGenesis 26:19→Johannes 4:10→Hooglied 4:15→Numeri 19:9→Openbaring 7:17→Johannes 7:38→— Voor een onreine nu zullen zij nemen van het stof des brands der ontzondiging, en daarop levend water doen in een vat.
Voor zo’n onreine nu zullen zij, d.i. anderen, die zelf in de toestand van reinheid verkeren, iets nemen van het stof van de brand van de ontzondiging, d.i. van de as van de vaars, die om ter ontzondiging te dienen, verbrand is, en daarop levend water 1) doen in een vat.
Levend water is vloeiend water uit een bron of een beek (zie Le 14.5)
Zoals de as van de vaars betekende Christus verdienste, zo betekende het levend water, de kracht en de genade van de Heilige Geest welke menigmaal met water wordt vergeleken en het is door Zijn werking dat de gerechtigheid van Christus, de gelovige tot hun reiniging wordt deelachtig gemaakt en toegepast, waarom zij dan ook worden gezegd, te zijn afgewassen, en gerechtvaardigd, en geheiligd in de Naam van de Heere Jezus en door de Geest van onze God.
KruisverwijzingenEzechiël 36:25→1 Korinthe 1:30→Numeri 19:9→Johannes 15:2→Johannes 17:17→Johannes 17:19→Psalmen 51:7→Hebreeën 9:14→— En een rein man zal hysop nemen, en in dat water dopen, en sprengen het aan die tent, en op al het gereedschap, en aan de zielen, die daar geweest zijn; insgelijks aan dengene, die een gebeente, of een verslagene, of een dode, of een graf aangeroerd heeft.
En een eveneens rein man zal een bundel hysop nemen, a) en in dat met de asvermengde water dopen en het sprenkelen, bij het in vs.14 genoemde geval, aan die tent, of aan dat huis, en op al het gereedschap en aan de zielen d.i. personen die daar in geweest zijn; evenzo in het geval van vs.16, aan hen, die een gebeente, of een verslagene, of een dode, die op een andere wijze gestorven is, of een graf aangeraakt heeft. 1)
Exodus. 12:22 Psalm. 51:9
Het leven van de wet kan in ons geweten niet gedood worden dan door de overtuiging, dat er genade voor de grootsten van de zondaren bij God is, omdat God rechtvaardig is, daar waar Hij in het bloed van Zijn Zoon goddelozen, die niet werken, rechtvaardigt. Die overtuiging nu is de inhoud van het geloof, hetgeen een bewijs is van de zaken die wij niet zien; waaruit tevens blijkt, dat de besprenkeling onder het Oude Testament wel reinigde voor de ceremoniewet, maar het hart voor God niet reinigen kon, tenzij er bij de offeraars een oprecht geloof was onder de waarneming van deze symbolische instelling.
KruisverwijzingenNumeri 19:12→Leviticus 14:9→Titus 3:3→1 Johannes 1:7→Openbaring 1:5→Genesis 2:2→Hebreeën 10:22→Numeri 31:19→— En de reine zal den onreine op den derden dag, en op den zevenden dag besprengen; en op den zevenden dag zal hij hem ontzondigen; en hij zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en op den avond rein zijn.
En de reine zal de onreine op de derde en op de zevende dag besprenkelen, daar de verontreiniging door het lijk van een mens zo sterk is, dat zij eerst langzamerhand en niet in een keer weer kan weggenomen worden; en op de zevende dag zal hij hem met de besprenkeling ontzondigen, 1) zodat op die dag de onreinheid, na het voltrekken van deze plechtigheid werkelijk een einde zal nemen; en hij, die verontreinigd was, zal zijn kleren wassen en zich met water baden, en op de avond rein zijn, zodat er nu verder niets meer hoeft plaats te hebben.
Evenals de onreinheid door bepaling van haar duur op 7 dagen, d.i. een gehele week, als de hoogste graad van de verontreiniging wordt vastgesteld, zo wijst ook de vaststelling van een tweevoudige reiniging met het water van de besprenkeling op de klacht van de weg te nemen onreinheid, waarbij de keuze van de derde en de zevende dag in verband staat met de betekenis van deze getallen.
KruisverwijzingenGenesis 17:14→Numeri 19:13→Openbaring 22:11→Markus 16:16→Romeinen 2:4→2 Petrus 3:14→Handelingen 13:39→Numeri 15:30→— Wie daarentegen onrein zal zijn, en zich niet zal ontzondigen, die ziel zal uit het midden der gemeente uitgeroeid worden; want hij heeft het heiligdom des HEEREN verontreinigd, het water der afzondering is op hem niet gesprengd, hij is onrein.
Wie daarentegen-Ik herhaal nogmaals wat Ik reeds zei (vs.13), opdat gij de zaak met de vereiste ernst opneemt-wie daarentegen door een van de in vs.14-17 vermelde voorvallen uit het dagelijks leven wettelijk onrein zal zijn, en zich niettegenstaandeIk u het middel hiertoe heb in handen gegeven, niet zal ontzondigen, die zal uit het midden van de gemeente uitgeroeid worden; want hij heeft het heiligdom van de HEERE verontreinigd, het water van de afzondering, het reinigingswater, dat in zulke gevallen het enige zuiveringsmiddel is, is op hem niet gesprenkeld; hij is moedwillig onrein, en behoort dus niet te leven onder Israël, dat een voor de Heere rein volk moet wezen.
KruisverwijzingenLeviticus 11:25→Hebreeën 9:13→Leviticus 16:26→Leviticus 11:40→Hebreeën 10:4→Hebreeën 9:10→Hebreeën 7:19→— Dit zal hunlieden zijn tot een eeuwige inzetting. En die het water der afzondering sprengt, zal zijn klederen wassen; ook wie het water der afzondering aanroert, die zal onrein zijn tot aan den avond.
Dit zal hun zijn tot een eeuwige instelling, waaraan zij al de tijd van de oudtestamentische huishouding gebonden zijn. En ook hij, die het water van de afzondering, of het reinigingswater, sprenkelt (vs.18), zal zijn kleren wassen, want hij is, hoewel in mindere mate, ook onrein geworden (vs.7,8,10), ook wie het water van de afzondering, het reinigingswater, aanraakt, die zal onrein zijn tot aan de avond.
KruisverwijzingenHagai 2:13→Markus 7:21→Mattheüs 15:19→Leviticus 15:5→Leviticus 7:19→Leviticus 5:2→— Ja, al wat die onreine aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn; en de ziel, die dat aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn tot aan den avond.
Ja, al wat, 1) of al wie, die onreine aangeraakt zal hebben, zal, gedurende die dag, onrein zijn, en de ziel, die dat, wat die onreine aangeraakt heeft, en ook die onreine zelf, aangeraakt zal hebben, zal onrein zijn tot aan de avond. 2)
Beter is de vertaling: Hij, wie de onreine zal aanraken en de ziel (d.i. de persoon), die hem zal aangeraakt hebben. De bedoeling is deze, dat wie met een onreine, op welke manier ook, in aanraking zal komen, hetzij dat de onreine hem, of hij de onreine aanroert, zal onrein zijn tot aan de avond. Dit zou voor Israël een eeuwige instelling zijn.
De Rabbijnen hebben eraan gewanhoopt, dat deze wetsbepalingen op bevredigende wijze zouden kunnen verklaard worden, en de eerste woorden van het tweede vers zo uitgelegd, als zou in het volgende een gebod gegeven worden, dat geen aanwijsbare grond heeft, maar alleen op de onbepaalde macht van de wetgever berust, en men, ook zonder zijn bedoeling te begrijpen, op het woord alleen zich te onderwerpen heeft. Zelfs Salomo, die anders alle geboden van God zo grondig verstond, zou, volgens hen, de hier voorkomende bepalingen niet hebben kunnen verstaan hetgeen hij zelf getuigen zou (Prediker. 7:24 vv.). Ja, evenals Mozes op de berg gekomen zijnde, zou hij God zelf in gepeins over dit geheim hebben gevonden. De Joden zijn intussen de zin dicht genoeg nabij geweest; had nu slechts niet, omwille van hun ongeloof, zich het deksel op hun aangezicht gelegd waarvan de Heilige Apostel spreekt (2 Corinthiers. 3:12 vv.). Zij zeggen namelijk, in de dagen van de Messias zal men de as van de rode koe niet meer nodig hebben, zoals geschreven is (Jesaja 25:8). Hij zal de dood verslinden voor eeuwig. Het is niet te miskennen, dat de rode vaars, die als zondoffer buiten het leger gevoerd en daar geslacht zou worden, in een nauwe verbintenis staat met het, uit twee geitenbokken bestaande, maar evenwel slechts één offer uitmakende, zoenoffer van den grote Verzoendag (Leviticus. 16:5,7-10,15 vv.). Het is een wederopname daarvan, en stelt beknopt een voorbeelding van Christus’ offer, die ook uitgeleid werd buiten de poorten, om het volk door Zijn eigen bloed te heiligen. Dit, dat Hij de nog onverzoende zonde van Zijn volk draagt, wordt voorafgeschaduwd door die vaars van gehele rode kleur; want de gemeente wordt dikwijls genoeg onder het beeld van een vrouw voorgesteld en in de vaars hebben we hier het vrouwelijk geslacht voor ons, en van de bloedrode zonden wordt bijv. in Jesaja. 1:18 gesproken.
Intussen heeft Christus niet alleen voor Israël maar voor de zonde van de gehele wereld (Johannes 11:51 vv. 1 Joh.2:2) de dood ondergaan. Ook dit wordt door de rode vaars afgebeeld; want het Hebreeuwse woord voor vaars (hangt met parah (vruchtbaar zijn) samen) en het woord voor rood (adom) heeft dezelfde stam met het woord adam of mens (Genesis 2:7; 5:2), en de vruchtbare, waarvan alle mensen afstammen is de stammoeder Eva (Genesis 3:20). Wat het verbranden van de vaars betreft, nadat zij geofferd was, dit herinnert aan Christus’ begrafenis. Hierin heeft de dood al zijn macht aan hem bewezen, maar daarin ook heeft Hij, krachtens Zijn leven, de dood verslonden, tot overwinning; want het graf was niet in staat Hem vast te houden. Hier wordt het wederom van betekenis, dat juist een vaars en wel een geheel en al rode, die nog geen juk gedragen heeft, ten voorbeeld gekozen is. Is toch de vaars, als de vruchtbare, op zichzelf reeds een symbool van levensmacht, meer nog is dit een rode vaars, want rood is de kleur van het innigste of krachtigste leven, en allermeest is dat een nog ongebruikte, rode vaars, van wie de natuurlijke levenskracht nog op geen enkele wijze door de mensen verzwakt is. In de as van de vaars nu is ook haar bloed in het vuur opgegaan; zo is het Christus bloed, hetgeen ons geweten reinigt van dode werken. (Hebr.9:12). Terwijl wij hiermee, met als het ware reinigingswater (Hebr.12:24), besprengt worden, worden wij tevens de kracht van Zijn opstanding deelachtig (Filipp.3:10); wat voor nieuw leven ons daarmee nu verstrekt wordt, dit beduiden de drie dingen, die door de priester Eleazar op de brandende vaars geworpen moeten worden; het cederhout, de hysop en de scharlakendraad zijn zinnebeelden van een onvergankelijk, gezond en krachtig leven. (zie Le 14.7). De Joden hebben volkomen gelijk, wanneer zij zeggen: “in de dagen van de Messias zal men de as van de rode vaars niet meer nodig hebben.” Wij, die onder het nieuwe verbond leven en de naam van Hem dragen, die de vloek van de zonde weggenomen en de macht van de dood overwonnen heeft, dragen ook het leven van de Geest in ons en zijn geworden tot woonsteden van God in de Geest, zo we namelijk geloofd hebben in de naam van Gods Zoon, en overwinnen daarmee de doodsmacht, die ons overal in het dagelijks leven omringt. (zie Le 11.40). Israël echter, dat de tijd van de verbetering (Hebr.9:10) d.i. de tijd, toen hem, voor de blote schaduwbeelden van het Oude Testament, iets beters en wel de vervulling in Jezus Christus gegeven werd, verzuimde, is dus maar al te zeer onder het juk van dode werken gekomen en uit de gemeenschap aan lichamelijk doden tot de gemeenschap van geestelijke doden vervallen.
Van hier af begint nu de tijd, dat de kinderen van Israël naar het bevel van de Heere (hoofdstuk 14:25), zich omwendden en terugkeerden naar de woestijn, langs de weg naar de Schelfzee (Deuteronomium. 2:1). Hij beslaat, met inbegrip van de “aangeven tijd, die zij na hun uitsluiting van het bezit van het beloofde land, nog in Kades doorbrachten (Deuteronomium. 1:46 zie Nu 14.45) een tijdruimte van 37 jaar. De tocht, waarop de wolkkolom hun voorging, liep in menigte van bochten en met grote omwegen, van Kades naar het noordelijk einde van de Elanitische golf. De onderscheiden legeringsplaatsen, waar zij kortere of langere tijd vertoefden, waren, volgens hoofdstuk 33:19-35: Rimmon-Perez, Libna, Rissa, Kehelatha, gebergte van Safer, Harada, Makheloth, Tachath, Tharah, Mithka Hasmona, Moseroth, Bene-Jaäkan, Horgïdgad, Jotbatha, Abrona, Ezeon-Geber. Deze tocht op een kaart te willen aanwijzen, blijft ondoenlijk, zolang als er omtrent de ligging van die plaatsen nog zo weinig bekend is, als tegenwoordig. Het oponthoud van Israël op elk van die plaatsen duurde waarschijnlijk niet slechts weken of maanden, maar gehele jaren, tenminste op die, welke genoegzaam van water en van weiden voorzien waren. Als men op een nieuwe legeringsplaats aangekomen was, werd de tabernakel met het hoofdleger aldaar opgeslagen, maar het volk, in zo ver het voor zich geen ruimte en voor het vee geen voer vinden mocht, verspreidde zich naar alle zijden in de omtrek, totdat de daardoor opgeleverde voedingsmiddelen verbruikt waren. Er wordt ons omtrent geheel dit, ongeveer zesendertigjarig leven van omzwerving volstrekt niets bericht; welk stilzwijgen zich vanzelf verklaart; want, zoals Baumgarten treffend opmerkt, “de strijdbare manschappen onder Israël zijn aan Jehova’s gerichtsoefening ten prooi geworden en in zoverre geen voorwerp van de heilige geschiedenis; maar de jeugd, waarin het leven en de hoop van Israël onderhouden wordt, heeft nog geen geschiedenis.” Slechts dit weten wij betreffende deze tijd: “het was een tijd van opvoeding en beproeving, van verootmoediging en genadebewijzing, van de natuurlijke nood en de bovennatuurlijke uitredding. De Heere bleef, na het besluit om het huidige geslacht van Kanaäns bezit uit te sluiten, overigens dezelfde in Zijn betrekking tot Zijn volk, die Hij tevoren was en het volk bleef eveneens, wat het wezen van de zaak betreft, in Zijn verhouding tot Jehova, hetzelfde licht verschrikte, licht morrende, licht oproerige volk van vroeger, maar dat zich ook na zijn val steeds weer oprichtte en zich boetvaardig toonde, na zijn afdwaling.” Wij weten dit uit de getuigenissen van de Heilige Schrift (Deuteronomium. 8:2 vv. Ezech.20:10 vv. ). Daarbij werd de besnijdenis aan het in de woestijn geboren nageslacht en dien ten gevolge ook de viering van het Pascha, om nabij liggende redenen, die bij Jozua 5:7) nader zullen voorgesteld worden, nagelaten. Mozes echter, de man Gods, die het ene geslacht na het andere zag wegsterven, vervaardigde omtrent het einde van deze tijd, wellicht te Ezeon-Geber, waar de morgen van nieuwe genade reeds van verre aanlichtte, de 90ste Psalm (Psalm. 90:13 vv.): Keer terug tot Heere! Tot hoe lang? En het berouwe U over Uw knechten. Enz.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Wij mogen altijd tot het dierbare bloed van Jezus gaan en mogen opnieuw rein gewassen en bekwaam gemaakt worden om op te gaan naar het huis des Heeren.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Numeri 19
Numeri 19:1.
— Wijders sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
Deze inzetting werd Mozes niet op de berg Sinaï gegeven, maar in de woestijn Paran, nadat het volk zijn verbond met God had verbroken en tot sterven veroordeeld was. Ons wordt gezegd dat Mozes Psalm 90 schreef, dat treurige klaaglied dat wij bij begrafenissen lezen: “Aangaande de dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren, of, zo wij zeer sterk zijn, tachtig jaren; en het uitnemendste van die is moeite en verdriet… Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen” (Ps. 90:10-12).
Wel mocht hij die psalm schrijven, want hij leefde onder een geslacht van mensen die allen binnen korte tijd moesten sterven, en sterven in de woestijn. Deze inzetting was in het bijzonder gegeven voor het geval van hen die onrein werden door de veelvuldige sterfgevallen die voorkwamen. Er moest een eenvoudige en gemakkelijke weg van reiniging voor hen zijn; en wat dit hoofdstuk ons leert is dit: dat er, aangezien wij in een zondige wereld wonen, een eenvoudige en steeds gereed liggende wijze moet zijn om ons te reinigen, opdat wij tot God kunnen naderen.
Numeri 19:2-3.KruisverwijzingenDeuteronomium 21:3→Leviticus 4:12→Leviticus 22:20→1 Samuël 6:7→Leviticus 4:21→Leviticus 14:6→1 Petrus 1:19→Maleachi 1:13→
— Dit is de inzetting van de wet, die de HEERE geboden heeft, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, dat zij tot u brengen een rode volkomen vaars, in welke geen gebrek is, op welke geen juk gekomen is. En gij zult die geven aan Eleazar, den priester; en hij zal haar uitbrengen tot buiten het leger, en men zal haar voor zijn aangezicht slachten.
Dit was geen gewoon offer, want de dieren die geofferd werden waren in de regel mannelijk; maar dit moest een bijzonder offer zijn. Het mocht ook niet door de priester geslacht worden, zoals andere offers, maar de Heere zei: “men zal haar voor zijn aangezicht slachten.”
Numeri 19:4.KruisverwijzingenLeviticus 4:17→Leviticus 16:14→Leviticus 4:6→Leviticus 16:19→Hebreeën 9:13→Hebreeën 12:24→1 Petrus 1:2→
— En Eleazar, den priester, zal van haar bloed met zijn vinger nemen, en hij zal van haar bloed recht tegenover de tent der samenkomst zevenmaal sprengen.
Dit maakt het tot een offer; anders verdient het die naam nauwelijks.
Numeri 19:5-6.KruisverwijzingenExodus 29:14→Leviticus 14:4→Leviticus 4:11→Leviticus 14:49→Leviticus 14:6→Psalmen 51:7→Jesaja 53:10→Leviticus 4:21→
— Voorts zal men deze vaars voor zijn ogen verbranden; haar vel, en haar vlees, en haar bloed, met haar mest, zal men verbranden. En de priester zal nemen cederhout, en hysop, en scharlaken, en werpen ze in het midden van den brand dezer vaars.
Alles moest verbrand worden, en dan moest de as — het wezen en de opbrengst ervan — bewaard worden om het water der reiniging te maken dat nodig was om die voortdurende verontreinigingen weg te nemen die het volk van het leger overkwamen. Zo worden ook de verdiensten van onze Heere Jezus Christus, die het eigenlijke wezen van Hem zijn, altijd bewaard voor het wegnemen van onze dagelijkse besmetting.
Er was ook het wezen van cederhout, en dat is het teken van welriekende onverderfelijkheid, want ceder was een hout dat niet verrotte. “En hysop, en scharlaken.” De nederige hysop moest gebruikt worden, en toch moest er iets koninklijks aan het offer zijn, zoals de scharlaken kleur aanduidde; en dit alles wordt vermengd met het bloed en het vlees en de huid van het dier, om de as der reiniging te maken.
Numeri 19:7.KruisverwijzingenLeviticus 11:25→Leviticus 11:40→Leviticus 16:26→Numeri 19:19→Leviticus 14:8→Leviticus 22:6→Numeri 19:8→Leviticus 15:5→
— Dan zal de priester zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden, en daarna in het leger gaan; en de priester zal onrein zijn tot aan den avond.
Wat een vreemd offer was dit, want zelfs terwijl het geofferd werd, scheen het allen onrein te maken die er iets mee te doen hadden!
Numeri 19:8-9.KruisverwijzingenHebreeën 9:13→Numeri 19:13→Numeri 19:20→Hebreeën 7:26→Numeri 8:7→Leviticus 15:20→Numeri 31:23→2 Korinthe 7:1→
— Ook die haar verbrand heeft, zal zijn klederen met water wassen, en zijn vlees met water baden, en onrein zijn tot aan den avond. En een rein man zal de as dezer vaars verzamelen, en buiten het leger in een reine plaats wegleggen; en het zal zijn ter bewaring voor de vergadering van de kinderen Israels, tot het water der afzondering; het is ontzondiging.
Nu komen wij tot de verdienste van Christus, want wie is rein dan Christus alleen?
Numeri 19:9.KruisverwijzingenHebreeën 9:13→Numeri 19:13→Numeri 19:20→Hebreeën 7:26→Numeri 8:7→Leviticus 15:20→Numeri 31:23→2 Korinthe 7:1→
— En een rein man zal de as dezer vaars verzamelen, en buiten het leger in een reine plaats wegleggen; en het zal zijn ter bewaring voor de vergadering van de kinderen Israels, tot het water der afzondering; het is ontzondiging.
Deze plechtigheid stelt niet het wegdoen van de zonde voor — dat werd voorgesteld in het slachten van de offerdieren — maar zij stelt die dagelijkse reiniging voor die de kinderen van God nodig hebben, de blijvende kracht van de verdienste van Christus. Want deze rode vaars werd waarschijnlijk maar één keer in de woestijn gedood. Naar de Joodse overlevering zijn er nooit meer dan zes gedood.
Ik kan niet zeggen of dat waar is of niet; maar zeker zou de as van één enkel dier lang toereikend zijn, wanneer zij alleen met water gemengd moest worden en dat water dan op de onreinen gesprengd. Zo is deze inzetting bedoeld om de blijvende verdienste voor te stellen, de altijd voortgaande reiniging van de gelovigen door het offer van Christus, waardoor zij tot de dienst van God kunnen komen en zich onder heilige mensen en zelfs onder heilige engelen kunnen begeven zonder hen te verontreinigen. In de volste zin mag van het verzoenend offer van onze Heere gezegd worden: “het is een reiniging voor de zonde”.
Numeri 19:10.KruisverwijzingenExodus 12:49→Numeri 19:7→Numeri 19:19→Romeinen 3:29→Numeri 15:15→Kolossenzen 3:11→
— En die de as dezer vaars verzameld heeft, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond. Dit zal den kinderen Israels, en den vreemdeling, die in het midden van henlieden als vreemdeling verkeert, tot een eeuwige inzetting zijn.
Dat was het middel dat de Heere verordend had om de verontreinigde te reinigen; let nu op wat dit middel zo noodzakelijk maakte.
Numeri 19:11-12.KruisverwijzingenNumeri 5:2→Numeri 31:19→Leviticus 21:1→Numeri 9:6→Numeri 9:10→Numeri 19:16→Leviticus 21:11→Efeze 2:1→
— Wie een dode, enig dood lichaam van een mens, aanroert, die zal zeven dagen onrein zijn. Op den derden dag zal hij zich daarmede ontzondigen, zo zal hij op den zevenden dag rein zijn; maar indien hij zich op den derden dag niet ontzondigt, zo zal hij op den zevenden dag niet rein zijn.
Ik vraag mij af of hierin een openbaring ligt van onze rechtvaardigmaking door de opstanding van Christus, die op de derde dag na Zijn sterven plaatsvond.
Numeri 19:13-14.KruisverwijzingenLeviticus 15:31→Leviticus 22:3→Leviticus 7:20→Numeri 19:18→Leviticus 20:3→Leviticus 5:6→Spreuken 14:32→Leviticus 5:17→
— Al wie een dode, het dode lichaam eens mensen, die gestorven zal zijn, aanroert, en zich niet ontzondigd zal hebben, die verontreinigt den tabernakel des HEEREN; daarom zal die ziel uitgeroeid worden uit Israel; omdat het water der afzondering op hem niet gesprengd is, zal hij onrein zijn; zijn onreinigheid is nog in hem. Dit is de wet, wanneer een mens zal gestorven zijn in een tent: al wie in die tent ingaat, en al wie in die tent is, zal zeven dagen onrein zijn.
Bedenk, geliefden, welk een ernstige en tegelijk welk een lastige inzetting dit moet zijn geweest! Naar deze regel zou Jozef zijn vader Jakob niet hebben kunnen bezoeken en bij zijn sterven aanwezig zijn zonder onrein te worden. U zou niet over uw teringachtige kind hebben kunnen waken, of uw stervende moeder hebben kunnen verzorgen, zonder onrein te worden, als u onder deze wet had gestaan; en alles wat in de tent of in het huis was, werd eveneens onrein.
Numeri 19:15-16.KruisverwijzingenNumeri 31:19→Mattheüs 23:27→Numeri 31:20→Leviticus 11:32→Lukas 11:44→Numeri 19:11→Leviticus 14:36→Ezechiël 39:11→
— Ook alle open gereedschap, waarop geen deksel gebonden is, dat is onrein. En al wie in het open veld een, die met het zwaard verslagen is, of een dode, of het gebeente eens mensen, of een graf zal aangeroerd hebben, zal zeven dagen onrein zijn.
Deze wet was inderdaad een juk der dienstbaarheid dat onze vaderen niet konden dragen. Zij was bedoeld om ons te leren hoe gemakkelijk wij verontreinigd kunnen worden. Waar zij ook gingen, konden deze mensen een been of een graf aanraken, en dan waren zij onrein. En u en ik, hoe zorgvuldig wij ook waken, zullen bevinden dat wij enige van de dode werken der zonde aanraken en verontreinigd worden. Het is een gelukkige omstandigheid voor ons dat het middel der reiniging altijd bij de hand is: wij mogen altijd tot het dierbare bloed van Jezus gaan en mogen opnieuw rein gewassen en bekwaam gemaakt worden om op te gaan naar het huis des Heeren.
Numeri 19:17-22.KruisverwijzingenHagai 2:13→Numeri 19:12→Leviticus 14:9→Genesis 17:14→Numeri 19:13→Genesis 26:19→Johannes 4:10→Hooglied 4:15→
— Voor een onreine nu zullen zij nemen van het stof des brands der ontzondiging, en daarop levend water doen in een vat. En een rein man zal hysop nemen, en in dat water dopen, en sprengen het aan die tent, en op al het gereedschap, en aan de zielen, die daar geweest zijn; insgelijks aan dengene, die een gebeente, of een verslagene, of een dode, of een graf aangeroerd heeft. En de reine zal den onreine op den derden dag, en op den zevenden dag besprengen; en op den zevenden dag zal hij hem ontzondigen; en hij zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en op den avond rein zijn. Wie daarentegen onrein zal zijn, en zich niet zal ontzondigen, die ziel zal uit het midden der gemeente uitgeroeid worden; want hij heeft het heiligdom des HEEREN verontreinigd, het water der afzondering is op hem niet gesprengd, hij is onrein. Dit zal hunlieden zijn tot een eeuwige inzetting. En die het water der afzondering sprengt, zal zijn klederen wassen; ook wie het water der afzondering aanroert, die zal onrein zijn tot aan den avond. Ja, al wat die onreine aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn; en de ziel, die dat aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn tot aan den avond.
Deze inzetting had ook een gezondheidkundige kant. De Egyptenaren waren gewoon hun doden in hun huizen te bewaren, als mummiën verduurzaamd. Geen Jood kon dat doen, want hij zou onrein zijn. Andere volken waren gewoon hun doden binnen de stadsmuren te begraven, of rondom hun eigen plaatsen van godsdienst, zoals wij dat vroeger ook deden — alsof zij de dood zo dicht bij zich wilden brengen als zij konden. Geen Jood kon dit doen, want hij was onrein wanneer hij ook maar over een graf ging; zo werden zij gedreven tot wat God bedoeld had dat zij zouden hebben: begraafplaatsen buiten de muren, en het kerkhof zo ver als zij konden weg van de woningen der levenden.
De geestelijke betekenis van deze regel is dat wij met grote zorg moeten waken tegen elke gelegenheid tot zonde; en aangezien die gelegenheden er zullen zijn en wij verontreinigd zullen worden, moeten wij voortdurend tot de Heere gaan met een gebed als dat van David in Psalm 51.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-22.KruisverwijzingenDeuteronomium 21:3→Leviticus 4:12→Leviticus 4:17→Exodus 29:14→Leviticus 14:4→Leviticus 22:20→1 Samuël 6:7→Leviticus 4:21→
— Wijders sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende: Dit is de inzetting van de wet, die de HEERE geboden heeft, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, dat zij tot u brengen een rode volkomen vaars, in welke geen gebrek is, op welke geen juk gekomen is. En gij zult die geven aan Eleazar, den priester; en hij zal haar uitbrengen tot buiten het leger, en men zal haar voor zijn aangezicht slachten. En Eleazar, den priester, zal van haar bloed met zijn vinger nemen, en hij zal van haar bloed recht tegenover de tent der samenkomst zevenmaal sprengen. Voorts zal men deze vaars voor zijn ogen verbranden; haar vel, en haar vlees, en haar bloed, met haar mest, zal men verbranden. En de priester zal nemen cederhout, en hysop, en scharlaken, en werpen ze in het midden van den brand dezer vaars. Dan zal de priester zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden, en daarna in het leger gaan; en de priester zal onrein zijn tot aan den avond. Ook die haar verbrand heeft, zal zijn klederen met water wassen, en zijn vlees met water baden, en onrein zijn tot aan den avond. En een rein man zal de as dezer vaars verzamelen, en buiten het leger in een reine plaats wegleggen; en het zal zijn ter bewaring voor de vergadering van de kinderen Israels, tot het water der afzondering; het is ontzondiging. En die de as dezer vaars verzameld heeft, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond. Dit zal den kinderen Israels, en den vreemdeling, die in het midden van henlieden als vreemdeling verkeert, tot een eeuwige inzetting zijn.
In ander opzicht was de rede van het volk (Numeri. 17:13): “Zullen wij dan geheel en al te gronde gaan?” volkomen waar. Zij zouden toch inderdaad, zo velen als er namelijk tot het oude geslacht behoorden, allen verdelgd worden en in de woestijn omkomen (hoofdstuk 14:20 vv.). Maar nu hierdoor de gevallen, dat men zich aan lijken van mensen verontreinigde, zo veelvuldig werden en deze soort van verontreiniging de ergste was van alle (zie Le 11.40) zo is het nu ook juist tijdig, dat de Heere een krachtig reinigingsmiddel verordene dan dat eenvoudig water, dat bij andere verontreinigingen (Leviticus. 11-15) moest aangewend worden en, ook bij verontreiniging door doden (Leviticus. 5:1-4) tot hiertoe in gebruik geweest was; opdat Israël te midden van de dood, die zijn geweld op geheel het huidige geslacht uitoefende, niet van zijn gemeenschap met God afgetrokken werd en niet twijfelde aan de belofte, dat in hem de macht van de dood eenmaal de sterkere macht van het leven volkomen zou overwonnen worden. Zo volgt dan nu de verordening van zo’n reinigingsmiddel, bestaande in water, dat door de as van een zondoffer versterkt en tot een eigenlijk loog toebereid is. Eerst wordt (vs.1-10) de wijze van de toebereiding, en vervolgens (vs.11-22) de wijze van het gebruik nader bepaald.
Verder sprak de HEERE, die in het vorige hoofdstuk nu eens tot de een en dan tot de ander afzonderlijk gesproken had, tot Mozes en tot Aäron, tezamen, zeggende:
Dit is de instelling 1) tot vervollediging van de wet, betreffende de wijze van reiniging, nadat iemand van een lijk ontreinigd is, van welke bijzondere verordening, die de HEERE geboden heeft, Hij gesproken heeft, zeggende: Spreek tot de kinderen van Israël, dat zij tot u brengen een over haar gehele lichaam rode, volkomen vaars, waarin geen gebrek is, a) waarop geen juk gekomen is, 2) zodat haar levenskracht nog op geen enkele wijze gebruikt of verzwakt zij.
Leviticus. 1:13; 22:22 vv.
Daar het niet anders kan, of de gelovigen trekken, zolang zij op de wereld verkeren, enige besmetting door de aanraking met vele onreinheden, naar zich toe, zo wordt hier de toebereiding van het water beschreven, met de besprenkeling waarvan zij zich moeten reinigen en hun onreinheid kunnen verzoenen. Vervolgens, worden hier zekere soorten van verontreinigingen aangeduid, waarvan de zuivering vereist wordt. God beveelt, een rode koe te slachten, welke nog nooit een juk gedragen heeft, en haar te verbranden buiten de legerplaats, met huid en uitwerpselen tegelijk, de as door een rein mens te laten verzamelen en buiten de legerplaats tot algemeen gebruik van het volk te brengen. Maar, opdat het water, hetwelk met deze as gemengd werd, kracht om te verzoenen zou hebben, beveelt God tevens, dat het bloed met de vingers van de priesters zevenmaal voor het altaar moest gesprenkeld worden. Verder, had deze ceremonie een dubbel doel. God nu wilde het volk opmerkzaam erop maken, om hun onreinheden nauwkeuriger gade te slaan. Maar, opdat zij inwendig zuiver zouden zijn, wil Hij echter, dat zij ijverig zouden oppassen, om zich nergens te verontreinigen. Vervolgens, zo dikwijls zij besmet waren met enige onreinheid, leert Hij hen, ergens anders de verzoening te zoeken, nl. bij het zondoffer en de besprenkeling. En hij vermaant hen alzo, dat zij het middel, om zich te reinigen, in het geheel niet bij zichzelf zoeken, omdat geen reinheid, dan bij het heiligdom, kan verkregen worden.
Een rode, volkomen vaars, waarin geen gebrek is, waarop geen juk gekomen is. Het dier was daarom niet van het mannelijk geslacht, zoals bij de zondoffers, maar van het vrouwelijke, omdat het vrouwelijk geslacht het leven voortbrengt. Over de kleur zijn de meingen verschillend. Waar Calvijn het vermoeden uit, dat de kleur genomen is, omdat zij algemeen voorkwam, en wit of zwart iets opzichtigs zou geweest zijn, zijn er anderen, zoals Felix, in navolging van de Kerkvaders, die het verklaren, als zou zij op Christus zien, die rood was van bloed, als de drager van Gods toorn, terwijl Bähr en meerderen van oordeel zijn, dat zij zag op het innerlijke leven, dat in het bloed zijn zetel heeft en in de rode kleur van het gezicht, van de wangen en lippen tevoorschijn treedt. Daar de andere vereisten, nl. volkomen, zonder gebrek, en onder geen juk gebracht, dus vrij, zien op de plaatsbekleding, moet ook o.i. de kleur daarop zien en daarom de rode kleur, de kleur van het bloed, dat in de plaats komt en uitgestort wordt voor het leven van de mens, dat gezondigd heeft, daarop betrekking hebben. In zoverre ziet het gehele dier, wat kleur, geslacht en gesteldheid van het lichaam aangaat, op de Christus Gods, die Zijn bloed heeft uitgestort voor het leven van de mensen, die zonder gebrek, zonder zonde en vrij van de wet, zichzelf onder de wet heeft gesteld, om Zijn kinderen te verlossen van de vloek van de wet.
a) En gij zult die geven aan Aärons oudste zoon, Eleazar, de priester, 1)de toekomstige opvolger van zijn vader in de hogepriesterlijke waardigheid; en hij zal ze, door de dienst van een reine man, uitbrengena) tot buiten het leger, aan de oostzijde, en men zal haar aldaarvoor zijn aangezicht slachten.
Hebr.13:11,12
Hier wordt duidelijk het onderscheid aangegeven tussen de beide offeranden (nl. het zondoffer en deze), omdat aan het volk niet toegestaan wordt, de vaars te slachten, maar dit tot het ambt blijft van de priesters. Zo brengt het volk hem door de hand van de priester, waarom ook heden, ofschoon wij, om God te verzoenen, voor Zijn aangezicht Christus stellen, het noodzakelijk is, dat Hij zelf tussenbeide komt en de rol van priester vervult. Verder moest de vaars uit de legerplaats geleid worden, als een teken van verdoemlijkheid, omdat hij een zoenoffer was. Om welke reden ook de offerdieren ten zoenoffer, wiens bloed in het Heilige der Heiligen werd ingebracht, buiten de legerplaats verbrand werden. Welk tegenbeeld in Christus waarheid is geworden, die daarom buiten de poort van de stad heeft geleden, volgens de getuigenis van de Apostel (Hebr.13:11). Daar dit een soort van verwerping was, toonde God toch-opdat de vaars niet minder werd geschat, noch de Israëliet haar zou beschouwen als bezoedeld door de vloek-dat haar bloed heilig en Hem tot een lieflijke reuk was, door te bevelen, dat het zevenmaal voor het altaar zou gesprenkeld worden, wat niet mocht, indien het met enige verontreiniging was bezoedeld. Dit is wel in Christus zeer duidelijk aanschouwelijk gemaakt. Want ofschoon Hij een vloek voor ons is geworden en zonde genoemd werd, omdat hij, door onze zonden op het vloekhout te dragen, een offer tot verzoening was, heeft Hij echter niets van Zijn heiligheid verloren, terwijl juist Zijn heiligheid de oorzaak van de heiligheid werd van de gehele wereld. Hij heeft zichzelf door de Geest geofferd en is met Zijn eigen bloed het heiligdom binnengegaan (Hebr.10:14) en Zijn dood wordt ergens door Paulus genoemd een offer van een zeer lieflijke reuk (Efe.5:2 Fil.4:8)
En Eleazar, de priester, zal een beetje van haar bloed met zijn vinger nemen, en hij zal, zich naar het westen kerende, van haar bloed naar die zijden heen, die recht tegenover de tent der samenkomst is, zevenmaal sprenkelen. 1)
Het sprenkelen van het bloed diende hierom vooral, omdat het offer daardoor in betrekking werd gebracht tot de Heere; dat het leven, dat in het bloed was, daarom tot verzoening en reiniging van de zonde werd overgegeven. Predikte die vaars, dat Israël de dood had verdiend, naar ziel en lichaam, werd daarom alles verbrand: het bloed gesprenkeld voor het altaar, duidde aan dat het leven, door de dood van het dier, zinnebeeldig was aangebracht. Daarom ook de verordening in het volgende vers.
Voorts zal men deze vaars voor zijn ogen verbranden; haar vel en haar vlees, en a) haar niet tot sprenkelen gebruikt bloed met haar mest 1) zal men verbranden.
Exodus. 29:14 Leviticus. 4:11,12
De zin is: zonder iets uit haar weg te nemen; geheel zoals zij is.
En de priester zal nemen een stuk cederhout en een bundel hysop en een scharlaken draad, en werpt ze in het midden van de brand van deze vaars, 1) opdat ze tegelijk met haar verteren.
Cederhout verspreidt een aangename geur, hysop heeft de kracht om te reinigen en de scharlaken draad gaf aan, de innerlijk werkzame kracht van het leven. Allemaal zinnebeelden van de kracht van de offerande, om verzoening en leven aan te brengen; dat de as, vermengd met het water van de afzondering, de kracht van het nieuwe leven in zich had.
Dan, als hij dit werk, dat, daar het op onreinheid betrekking heeft, hem zelf verontreinigde, heeft verricht, dan zal de priester zijn kleren wassen en zijn vlees met water baden, a) en daarna, als nu ten dele weer rein geworden, in het leger gaan; en de priester zal onrein zijntot aan de avond, 1) en zich dus nog de rest van de dag van het heiligdom en de godsdienstige verrichtingen onthouden; eerst op de volgende dag, die aan de avond begint, wordt hij weer geheel rein (Leviticus. 14:8 vv.).
Leviticus. 16:24
Dit schijnt met het eerst vermelde inzicht te strijden, dat de vaars God heilig en rein was en toch de priester door zijn aanraking bezoedelde, wat toch zeer goed met elkaar overeenstemt. Want, dat zowel de priester als de bezorger van de verbranding onrein was tot aan de avond, moest het volk niet licht treffen, opdat het leerde, de zonde meer en meer te verafschuwen.
Maar, wanneer niemand anders dan een rein man de as mocht verzamelen en deze niet anders dan op een reine plaats moest weggelegd worden, dan werd door dit symbool aangetoond, dat niet een enkele vlek in het offer zelf aanwezig was, maar dat het door een van buiten bijkomende bezoedeling als onrein moest beschouwd worden, omdat het bestemd was om de onreinheden weg te nemen. Waarom het water, waarin de as moest gestort worden, zowel het water van de afzondering als van de ontzondiging werd genoemd.
Onrein was zowel de priester als degene, die de vaars had verbrand, als ook wie de as verzamelde, niet omdat het offerdier op zichzelf onrein was, maar omdat zij tot zonde gemaakt was, of liever, omdat zonde en dood op haar waren gelegd.
Ook de eerste reine man, die haar uitgeleid en geslacht (vs.3), en vervolgens (vs.5) haar verbrand heeft, zal, daar hij eveneens, door een onreine bezigheid onrein geworden is, zijn kleren met water wassen en zijn vlees met water baden, en onrein zijn tot aan de avond (Leviticus. 16:26).
En een ander rein man zal de as van deze vaars verzamelen en buiten het leger in een reine plaats wegleggen; en het zal zijn tot bewaring, d.i. die as zaldaar worden weggelegd om bewaard te worden voor de vergadering van de kinderen van Israël, 1) opdat zij haar bij voorkomende gelegenheden op de vs.11-22 nader beschreven wijze, gebruiken, tot het water van de afzondering, 2) het is ontzondiging. 3)
Wat de as van de rode koe van Israël afschaduwde, was dus niets anders dan de zonde wegnemende en de van alle zonden reinigende kracht van Christus’ dood. Evenwel de as reinigde niet, dan door de besprenkeling. Het middel van de besprenkeling was het water. Dit is het badwater van het Woord. De as (of wil men liever het bloed) van Jezus is gemengd met en opgelost in de waarheid en in de beloften van het Evangelie. Door het gelovig aannemen van die waarheid en van die beloften, worden wij zelf en al het onze gereinigd voor God: terwijl zonder het geloof in het Woord de besprenkeling van onze zielen onmogelijk is. En als God beval, dat die besprenkeling met hysop zou gebeuren, dan leerde Hij hierdoor, dat de kleinste, armste en nederigste hier op aarde in staat is, dat Woord van de getuigenis te prediken, zodat het dient tot reiniging voor anderen; of wel, dat de bedienaren van het Woord, aan wie de besprenkeling is opgedragen, niets dan hysop, lage, niets beduidende planten zijn, en dat de reinigmaking niet voortvloeit uit enige kracht in hen (de hysop), maar uit de as van Jezus, die met het water van hun prediking gemengd is.
In het Hebreeuws Lemee niddah. Eigenlijk tot wateren van onreinheid, d.i. tot wateren, die dienen, om de onreinheid weg te nemen, d.i. tot water van de ontzondiging, waarvan in hoofdstuk 8:7 sprake is.
In het Hebreeuws Chataâth hi. Beter is de vertaling: Het is een zondoffer. De bedoeling is, die as, welke, vermengd met water, dient tot ontzondiging, is alleen te verkrijgen door een zondoffer, door een offer, dat bijna zoals een zondoffer moet behandeld worden.
En hij, die de as van deze vaars verzameld heeft, zal evenals de man, die haar uitleidde, slachte en verbrande (vs.8), zijn kleren wassen en onrein zijn tot aan de avond. a) Dit nu, wat in vs.11-22 over het gebruik van de as in het sprengwater, bij verontreiniging door een lijk, bepaald wordt, zal de kinderen van Israël en de vreemdeling, 1) die in het midden van hen als vreemdeling verkeert, tot een eeuwige instelling zijn.
Leviticus. 16:27 vv.
Men kan vragen, waarom dit statuut in het algemeen gezegd wordt, zowel voor de vreemdelingen, die in Israël verkeren, als voor de inwoners van kracht te zijn, omdat het toch volstrekt niet aan te nemen was, dat de onbesnedenen rein konden worden. De oplossing is gemakkelijk. Onder vreemdelingen worden hier begrepen, niet die volstrekt vreemd waren aan het volk, maar die geboren uit de heidenen, de wet hadden omhelsd. Zij, die ten opzichte van de offeranden en den overigen dienst van God gelijk stonden met het nageslacht van Abraham. En dit, opdat, indien er verschil zou zijn, de Kerk niet zou verscheurd worden, in wier schoot zij waren opgenomen.
Het tweede gedeelte verbindt het voorgaande met het volgende gedeelte van dit hoofdstuk, en geeft aan, in welke gevallen het water van de ontzondiging moest worden gebruikt.
Luther heeft het laatste gedeelte van dit vs. op de voorafgaande bepalingen betrokken, zodat daarmee het slachten en verbranden van een nieuwe vaars, zodra de as van de vorige gebruikt was, bevolen zou zijn. Bij deze opvatting past echter niet, dat hier ook van de vreemdeling sprake is. De vermelding van deze duidt aan, dat de laatste zin van vs.10 de overgang is tot het volgende. Naar de opgave van de rabbijnen overigens zouden er in het geheel slechts 9 vaarsen op de voorgeschreven wijze gebruikt zijn en wel, wat nog ongelooflijker is, tot aan de Babylonische ballingschap toe slechts één enkele.
Wie een dode, enig dood lichaam namelijk van een mens, 1) van welk geslacht of van welke leeftijd deze ook zij, aanraakt, die zal zeven dagen in wettelijke zin onrein zijn, en met het heiligdom en de heilige dingen in geen enkele aanraking treden.
Alsnu worden enige soorten van verontreiniging aangehaald, waarvoor de wassing noodzakelijk was. Allen hebben zij betrekking op één hoofdzaak, nl. op de aanraking met een lijk, van zijn gebeente, van zijn graf, welke de mensen bezoedelt. Hier wordt geen onderscheid gemaakt tussen een lijk van een verslagen mens en van hem, die op het bed is gestorven. Waaruit volgt, dat de dood hier wordt voorgesteld als een bewijs van Gods vloek. En zeker is dit zo, indien men let op zijn oorsprong en oorzaak, hoe in ieder gestorven mens de bedorven natuur, waarin het beeld van God was gefundeerd, zich vertoont, omdat, indien wij niet geheel bedorven waren, wij niet zouden geboren worden om te sterven. Maar ook, om nog iets anders aan te wijzen, heeft God het volk geleerd, nl. dat zij zich een besmetting op de hals halen, wanneer zij gemeenschap hebben met de onvruchtbare werken van de duisternis. Want zonden noemt de Apostel (Hebr.6) de dode werken, of vanwege haar gevolgen, of omdat, zoals het geloof het leven is van de ziel, het ongeloof alzo haar in de dood gevangen houdt. Wanneer daarom een lijk, een geraamte of een graf aanwijst wat wij uit de moederschoot meebrengen; omdat wij, totdat wij wedergeboren zijn en God ons door Zijn Geest en het geloof heeft levend gemaakt, levend dood zijn, is het niet twijfelachtig, of de kinderen van Israël werden gewaarschuwd, opdat zij zich rein voor God bewaarden, om zich van alle bederf ver verwijderd te houden. Kortom, op niets anders ziet deze ceremonie, dan opdat zij vrij van alle besmetting van het vlees, God rein zouden dienen, en zich zouden oefenen in aanhoudende overdenking van waar berouw. Indien zij van de reinheid waren afgeweken, moesten zij zich beijveren, met God, door de ingestelde offeranden en de reiniging, weer in verzoende betrekking te geraken.
Op de derde dag zal hij zich, op de in vs.17 voor te stellen wijze, daarmee, met de as namelijk van die vaars, ontzondigen, zo zal hij op de zevende dag rein zijn, en op de achtste dag weer tot het heiligdom mogen naderen; maar indien hij zich op de derde dag niet ontzondigt, zo zal hij op de zevende dag niet rein zijn. 1)
Beter is de vertaling, en het tweede gedeelte van dit vers eist het gebiedend: Hij zal zich op de derde dag en op de zevende dag daarmee ontzondigen, zo zal hij rein zijn; en indien hij op de derde dag en op de zevende dag zich niet ontzondigt, zo zal hij niet rein zijn. Hieruit blijkt dan, dat hij én op de derde dag, én op de zevende dag zich met dit water, waarin de as van de rode koe gemengd was, moest ontzondigen.
Al wie een dode, het dode lichaam van een mens, namelijk die gestorven zal zijn, aanraakt en zich niet ontzondigd zal hebben, voordat hij zich in het heiligdom in betrekking stelt, die verontreinigt de tabernakel van deHEERE (Leviticus. 15:31); ja, de aanwezigheid van een onreine in het leger, die zijn reiniging verzuimt, is ook, afgezien van het naderen tot het heiligdom, reeds op zichzelf een ontwijding hiervan, daar de Heere slechts bij reinen wonen wil; daarom zal die ziel uitgeroeid worden uit Israël, 1) omdat het water van de afzondering, of het reinigingswater op hem niet gesprenkeld is, zal hij onrein zijn en blijven; zijn onreinheid is nog steeds in hem.
De doodstraf moest op zo iemand worden toegepast, niet omdat de zonde van de ontreiniging op zichzelf beschouwd, zo zwaar was, maar, omdat zij zinnebeeld was van de verontreiniging en besmetting van de ziel, en de Heere hen hiermee wilde leren dat geen ziel, die niet gereinigd was door het door Hem verordende middel, in en bij Zijn Heiligdom kon verkeren. Vooral daarom, om de geestelijke betekenis van de zaak, wordt zo’n zware straf op het nalaten van de ontzondiging toegepast.
Dit, wat nu volgt, is de wet, betreffende personen en zaken, die onrein zullen geacht worden; wanneer een mens zal gestorven zijn in een tent, zoals gij thans bewoont (Leviticus. 23:43), en later in een huis, zoals gij, na de verovering van Kanaän bewonen zult; al wie na het overlijden van die persoon, in die tent, of dat huis, ingaat, en al wie in die tent, of dat huis is, tijdens het overlijden, die zal zeven dagen onrein zijn.
Ook al het open gereedschap, of vaatwerk, waarop geen deksel is, die daaraan door een band gebonden is, dat is onrein, omdat de lijklucht daarin gedrongen is; het mag dus óf in het geheel niet meer, óf eerst na bijzondere reiniging weer gebruikt worden (Leviticus. 11:32-35).
En al wie in het open veld een, die met het zwaard verslagen is, of een op andere wijze gestorven dode, die hij vindt, of ook maar het gebeente van een mens, of zelfs maar een graf zal aangeraakt hebben, die zal zeven dagen onrein zijn, omdat hij met dood en verderf is in aanraking gekomen.
Voor zo’n onreine nu zullen zij, d.i. anderen, die zelf in de toestand van reinheid verkeren, iets nemen van het stof van de brand van de ontzondiging, d.i. van de as van de vaars, die om ter ontzondiging te dienen, verbrand is, en daarop levend water 1) doen in een vat.
Levend water is vloeiend water uit een bron of een beek (zie Le 14.5)
Zoals de as van de vaars betekende Christus verdienste, zo betekende het levend water, de kracht en de genade van de Heilige Geest welke menigmaal met water wordt vergeleken en het is door Zijn werking dat de gerechtigheid van Christus, de gelovige tot hun reiniging wordt deelachtig gemaakt en toegepast, waarom zij dan ook worden gezegd, te zijn afgewassen, en gerechtvaardigd, en geheiligd in de Naam van de Heere Jezus en door de Geest van onze God.
En een eveneens rein man zal een bundel hysop nemen, a) en in dat met de asvermengde water dopen en het sprenkelen, bij het in vs.14 genoemde geval, aan die tent, of aan dat huis, en op al het gereedschap en aan de zielen d.i. personen die daar in geweest zijn; evenzo in het geval van vs.16, aan hen, die een gebeente, of een verslagene, of een dode, die op een andere wijze gestorven is, of een graf aangeraakt heeft. 1)
Exodus. 12:22 Psalm. 51:9
Het leven van de wet kan in ons geweten niet gedood worden dan door de overtuiging, dat er genade voor de grootsten van de zondaren bij God is, omdat God rechtvaardig is, daar waar Hij in het bloed van Zijn Zoon goddelozen, die niet werken, rechtvaardigt. Die overtuiging nu is de inhoud van het geloof, hetgeen een bewijs is van de zaken die wij niet zien; waaruit tevens blijkt, dat de besprenkeling onder het Oude Testament wel reinigde voor de ceremoniewet, maar het hart voor God niet reinigen kon, tenzij er bij de offeraars een oprecht geloof was onder de waarneming van deze symbolische instelling.
En de reine zal de onreine op de derde en op de zevende dag besprenkelen, daar de verontreiniging door het lijk van een mens zo sterk is, dat zij eerst langzamerhand en niet in een keer weer kan weggenomen worden; en op de zevende dag zal hij hem met de besprenkeling ontzondigen, 1) zodat op die dag de onreinheid, na het voltrekken van deze plechtigheid werkelijk een einde zal nemen; en hij, die verontreinigd was, zal zijn kleren wassen en zich met water baden, en op de avond rein zijn, zodat er nu verder niets meer hoeft plaats te hebben.
Evenals de onreinheid door bepaling van haar duur op 7 dagen, d.i. een gehele week, als de hoogste graad van de verontreiniging wordt vastgesteld, zo wijst ook de vaststelling van een tweevoudige reiniging met het water van de besprenkeling op de klacht van de weg te nemen onreinheid, waarbij de keuze van de derde en de zevende dag in verband staat met de betekenis van deze getallen.
Wie daarentegen-Ik herhaal nogmaals wat Ik reeds zei (vs.13), opdat gij de zaak met de vereiste ernst opneemt-wie daarentegen door een van de in vs.14-17 vermelde voorvallen uit het dagelijks leven wettelijk onrein zal zijn, en zich niettegenstaandeIk u het middel hiertoe heb in handen gegeven, niet zal ontzondigen, die zal uit het midden van de gemeente uitgeroeid worden; want hij heeft het heiligdom van de HEERE verontreinigd, het water van de afzondering, het reinigingswater, dat in zulke gevallen het enige zuiveringsmiddel is, is op hem niet gesprenkeld; hij is moedwillig onrein, en behoort dus niet te leven onder Israël, dat een voor de Heere rein volk moet wezen.
Dit zal hun zijn tot een eeuwige instelling, waaraan zij al de tijd van de oudtestamentische huishouding gebonden zijn. En ook hij, die het water van de afzondering, of het reinigingswater, sprenkelt (vs.18), zal zijn kleren wassen, want hij is, hoewel in mindere mate, ook onrein geworden (vs.7,8,10), ook wie het water van de afzondering, het reinigingswater, aanraakt, die zal onrein zijn tot aan de avond.
Ja, al wat, 1) of al wie, die onreine aangeraakt zal hebben, zal, gedurende die dag, onrein zijn, en de ziel, die dat, wat die onreine aangeraakt heeft, en ook die onreine zelf, aangeraakt zal hebben, zal onrein zijn tot aan de avond. 2)
Beter is de vertaling: Hij, wie de onreine zal aanraken en de ziel (d.i. de persoon), die hem zal aangeraakt hebben. De bedoeling is deze, dat wie met een onreine, op welke manier ook, in aanraking zal komen, hetzij dat de onreine hem, of hij de onreine aanroert, zal onrein zijn tot aan de avond. Dit zou voor Israël een eeuwige instelling zijn.
De Rabbijnen hebben eraan gewanhoopt, dat deze wetsbepalingen op bevredigende wijze zouden kunnen verklaard worden, en de eerste woorden van het tweede vers zo uitgelegd, als zou in het volgende een gebod gegeven worden, dat geen aanwijsbare grond heeft, maar alleen op de onbepaalde macht van de wetgever berust, en men, ook zonder zijn bedoeling te begrijpen, op het woord alleen zich te onderwerpen heeft. Zelfs Salomo, die anders alle geboden van God zo grondig verstond, zou, volgens hen, de hier voorkomende bepalingen niet hebben kunnen verstaan hetgeen hij zelf getuigen zou (Prediker. 7:24 vv.). Ja, evenals Mozes op de berg gekomen zijnde, zou hij God zelf in gepeins over dit geheim hebben gevonden. De Joden zijn intussen de zin dicht genoeg nabij geweest; had nu slechts niet, omwille van hun ongeloof, zich het deksel op hun aangezicht gelegd waarvan de Heilige Apostel spreekt (2 Corinthiers. 3:12 vv.). Zij zeggen namelijk, in de dagen van de Messias zal men de as van de rode koe niet meer nodig hebben, zoals geschreven is (Jesaja 25:8). Hij zal de dood verslinden voor eeuwig. Het is niet te miskennen, dat de rode vaars, die als zondoffer buiten het leger gevoerd en daar geslacht zou worden, in een nauwe verbintenis staat met het, uit twee geitenbokken bestaande, maar evenwel slechts één offer uitmakende, zoenoffer van den grote Verzoendag (Leviticus. 16:5,7-10,15 vv.). Het is een wederopname daarvan, en stelt beknopt een voorbeelding van Christus’ offer, die ook uitgeleid werd buiten de poorten, om het volk door Zijn eigen bloed te heiligen. Dit, dat Hij de nog onverzoende zonde van Zijn volk draagt, wordt voorafgeschaduwd door die vaars van gehele rode kleur; want de gemeente wordt dikwijls genoeg onder het beeld van een vrouw voorgesteld en in de vaars hebben we hier het vrouwelijk geslacht voor ons, en van de bloedrode zonden wordt bijv. in Jesaja. 1:18 gesproken.
Intussen heeft Christus niet alleen voor Israël maar voor de zonde van de gehele wereld (Johannes 11:51 vv. 1 Joh.2:2) de dood ondergaan. Ook dit wordt door de rode vaars afgebeeld; want het Hebreeuwse woord voor vaars (hangt met parah (vruchtbaar zijn) samen) en het woord voor rood (adom) heeft dezelfde stam met het woord adam of mens (Genesis 2:7; 5:2), en de vruchtbare, waarvan alle mensen afstammen is de stammoeder Eva (Genesis 3:20). Wat het verbranden van de vaars betreft, nadat zij geofferd was, dit herinnert aan Christus’ begrafenis. Hierin heeft de dood al zijn macht aan hem bewezen, maar daarin ook heeft Hij, krachtens Zijn leven, de dood verslonden, tot overwinning; want het graf was niet in staat Hem vast te houden. Hier wordt het wederom van betekenis, dat juist een vaars en wel een geheel en al rode, die nog geen juk gedragen heeft, ten voorbeeld gekozen is. Is toch de vaars, als de vruchtbare, op zichzelf reeds een symbool van levensmacht, meer nog is dit een rode vaars, want rood is de kleur van het innigste of krachtigste leven, en allermeest is dat een nog ongebruikte, rode vaars, van wie de natuurlijke levenskracht nog op geen enkele wijze door de mensen verzwakt is. In de as van de vaars nu is ook haar bloed in het vuur opgegaan; zo is het Christus bloed, hetgeen ons geweten reinigt van dode werken. (Hebr.9:12). Terwijl wij hiermee, met als het ware reinigingswater (Hebr.12:24), besprengt worden, worden wij tevens de kracht van Zijn opstanding deelachtig (Filipp.3:10); wat voor nieuw leven ons daarmee nu verstrekt wordt, dit beduiden de drie dingen, die door de priester Eleazar op de brandende vaars geworpen moeten worden; het cederhout, de hysop en de scharlakendraad zijn zinnebeelden van een onvergankelijk, gezond en krachtig leven. (zie Le 14.7). De Joden hebben volkomen gelijk, wanneer zij zeggen: “in de dagen van de Messias zal men de as van de rode vaars niet meer nodig hebben.” Wij, die onder het nieuwe verbond leven en de naam van Hem dragen, die de vloek van de zonde weggenomen en de macht van de dood overwonnen heeft, dragen ook het leven van de Geest in ons en zijn geworden tot woonsteden van God in de Geest, zo we namelijk geloofd hebben in de naam van Gods Zoon, en overwinnen daarmee de doodsmacht, die ons overal in het dagelijks leven omringt. (zie Le 11.40). Israël echter, dat de tijd van de verbetering (Hebr.9:10) d.i. de tijd, toen hem, voor de blote schaduwbeelden van het Oude Testament, iets beters en wel de vervulling in Jezus Christus gegeven werd, verzuimde, is dus maar al te zeer onder het juk van dode werken gekomen en uit de gemeenschap aan lichamelijk doden tot de gemeenschap van geestelijke doden vervallen.
Van hier af begint nu de tijd, dat de kinderen van Israël naar het bevel van de Heere (hoofdstuk 14:25), zich omwendden en terugkeerden naar de woestijn, langs de weg naar de Schelfzee (Deuteronomium. 2:1). Hij beslaat, met inbegrip van de “aangeven tijd, die zij na hun uitsluiting van het bezit van het beloofde land, nog in Kades doorbrachten (Deuteronomium. 1:46 zie Nu 14.45) een tijdruimte van 37 jaar. De tocht, waarop de wolkkolom hun voorging, liep in menigte van bochten en met grote omwegen, van Kades naar het noordelijk einde van de Elanitische golf. De onderscheiden legeringsplaatsen, waar zij kortere of langere tijd vertoefden, waren, volgens hoofdstuk 33:19-35: Rimmon-Perez, Libna, Rissa, Kehelatha, gebergte van Safer, Harada, Makheloth, Tachath, Tharah, Mithka Hasmona, Moseroth, Bene-Jaäkan, Horgïdgad, Jotbatha, Abrona, Ezeon-Geber. Deze tocht op een kaart te willen aanwijzen, blijft ondoenlijk, zolang als er omtrent de ligging van die plaatsen nog zo weinig bekend is, als tegenwoordig. Het oponthoud van Israël op elk van die plaatsen duurde waarschijnlijk niet slechts weken of maanden, maar gehele jaren, tenminste op die, welke genoegzaam van water en van weiden voorzien waren. Als men op een nieuwe legeringsplaats aangekomen was, werd de tabernakel met het hoofdleger aldaar opgeslagen, maar het volk, in zo ver het voor zich geen ruimte en voor het vee geen voer vinden mocht, verspreidde zich naar alle zijden in de omtrek, totdat de daardoor opgeleverde voedingsmiddelen verbruikt waren. Er wordt ons omtrent geheel dit, ongeveer zesendertigjarig leven van omzwerving volstrekt niets bericht; welk stilzwijgen zich vanzelf verklaart; want, zoals Baumgarten treffend opmerkt, “de strijdbare manschappen onder Israël zijn aan Jehova’s gerichtsoefening ten prooi geworden en in zoverre geen voorwerp van de heilige geschiedenis; maar de jeugd, waarin het leven en de hoop van Israël onderhouden wordt, heeft nog geen geschiedenis.” Slechts dit weten wij betreffende deze tijd: “het was een tijd van opvoeding en beproeving, van verootmoediging en genadebewijzing, van de natuurlijke nood en de bovennatuurlijke uitredding. De Heere bleef, na het besluit om het huidige geslacht van Kanaäns bezit uit te sluiten, overigens dezelfde in Zijn betrekking tot Zijn volk, die Hij tevoren was en het volk bleef eveneens, wat het wezen van de zaak betreft, in Zijn verhouding tot Jehova, hetzelfde licht verschrikte, licht morrende, licht oproerige volk van vroeger, maar dat zich ook na zijn val steeds weer oprichtte en zich boetvaardig toonde, na zijn afdwaling.” Wij weten dit uit de getuigenissen van de Heilige Schrift (Deuteronomium. 8:2 vv. Ezech.20:10 vv. ). Daarbij werd de besnijdenis aan het in de woestijn geboren nageslacht en dien ten gevolge ook de viering van het Pascha, om nabij liggende redenen, die bij Jozua 5:7) nader zullen voorgesteld worden, nagelaten. Mozes echter, de man Gods, die het ene geslacht na het andere zag wegsterven, vervaardigde omtrent het einde van deze tijd, wellicht te Ezeon-Geber, waar de morgen van nieuwe genade reeds van verre aanlichtte, de 90ste Psalm (Psalm. 90:13 vv.): Keer terug tot Heere! Tot hoe lang? En het berouwe U over Uw knechten. Enz.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel