Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Numeri 17

1 Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Toen sprakH1696 de HEEREH3068 totH413 MozesH4872, zeggendeH559: Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

KJV And the LORD2 spake1 unto Moses,4 saying,

1 וַיְדַבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֥ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 לֵּאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Spreek tot de kinderen Israels, en neem van hen voor elk vaderlijk huis een staf, van al hun oversten, naar het huis hunner vaderen, twaalf staven; eens iegelijken naam zult gij schrijven op zijn staf.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 SpreekH1696 totH413 de kinderenH1121 IsraelsH3478, en neemH3947 van hen voor elk vaderlijkH1 huisH1004 een stafH4294, van al hun overstenH5387, naar het huisH1004 hunner vaderenH1, twaalfH8147 stavenH4294; eens iegelijkenH376 naamH8034 zult gij schrijvenH3789 op zijn stafH4294. Spreek tot de kinderen Israels, en neem van hen voor elk vaderlijk huis een staf, van al hun oversten, naar het huis hunner vaderen, twaalf staven; eens iegelijken naam zult gij schrijven op zijn staf.

KJV Speak unto the children4 of Israel, and take of every one of them a rod according to the house of their fathers, of all their princes according to the house of their fathers twelve rods: write thou every man's name upon his rod.

1 דַּבֵּ֣ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 וְקַ֣ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 6 מֵֽאִתָּ֡ם H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 7 מַטֶּ֣ה H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 8 מַטֶּה֩ H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 9 לְבֵ֨ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 10 אָ֜ב H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 11 מֵאֵ֤ת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 12 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 נְשִֽׂיאֵהֶם֙ H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 14 לְבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 15 אֲבֹתָ֔ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 16 שְׁנֵ֥ים H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 17 עָשָׂ֖ר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 18 מַטּ֑וֹת H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 19 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 20 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 שְׁמ֔וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 22 תִּכְתֹּ֖ב H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 23 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 24 מַטֵּֽהוּ H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Doch Aarons naam zult gij schrijven op den staf van Levi; want een staf zal er zijn voor het hoofd van het huis hunner vaderen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Doch AaronsH175 naamH8034 zult gij schrijvenH3789 op den stafH4294 van LeviH3878; want een stafH4294 zal er zijnH1961 voorH6440 het hoofdH7218 van het huisH1004 hunner vaderenH1. Doch Aarons naam zult gij schrijven op den staf van Levi; want een staf zal er zijn voor het hoofd van het huis hunner vaderen.

KJV And thou shalt write Aaron's name upon the rod of Levi: for one rod shall be for the head of the house of their fathers.

1 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 שֵׁ֣ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 3 אַהֲרֹ֔ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 4 תִּכְתֹּ֖ב H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 מַטֵּ֣ה H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 7 לֵוִ֑י H3878 Levi Levi. See also H3879 (לֵוִי), H3881 (לֵוִיִּי) 8 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 מַטֶּ֣ה H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 10 אֶחָ֔ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 11 לְרֹ֖אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 12 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 13 אֲבוֹתָֽם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En gij zult ze wegleggen in de tent der samenkomst, voor de getuigenis, waarheen Ik met ulieden samenkomen zal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En gij zult ze wegleggenH3240 in de tentH168 der samenkomstH4150, voor de getuigenisH5715, waarheen Ik met ulieden samenkomenH3259 zal. En gij zult ze wegleggen in de tent der samenkomst, voor de getuigenis, waarheen Ik met ulieden samenkomen zal.

KJV And thou shalt lay them up in the tabernacle of the congregation before the testimony, where I will meet

1 וְהִנַּחְתָּ֖ם H3240 laten, leide, liet bestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.) 2 בְּאֹ֣הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 3 מוֹעֵ֑ד H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 4 לִפְנֵי֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 5 הָֽעֵד֔וּת H5715 getuigenis, getuigenissen testimony, witness 6 אֲשֶׁ֛ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 אִוָּעֵ֥ד H3259 vergaderd, dagvaarden, komen agree,(maxke an) appoint(-ment, a time), assemble (selves), betroth, gather (selves, together), meet (together), set (a time) 8 לָכֶ֖ם 9 שָֽׁמָּה H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En het zal geschieden, dat de staf des mans, welke Ik zal verkoren hebben, zal bloeien; en Ik zal stillen de murmureringen van de kinderen Israels tegen Mij, welke zij tegen ulieden murmureerden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En hetH1931 zal geschiedenH1961, dat de stafH4294 des mansH376, welkeH834 Ik zal verkorenH977 hebben, zal bloeienH6524; en Ik zal stillenH7918 de murmureringenH8519 van de kinderenH1121 IsraelsH3478 tegen Mij, welkeH834 zij tegen ulieden murmureerdenH3885. En het zal geschieden, dat de staf des mans, welke Ik zal verkoren hebben, zal bloeien; en Ik zal stillen de murmureringen van de kinderen Israels tegen Mij, welke zij tegen ulieden murmureerden.

KJV And it shall come to pass, that the man's8 rod, whom I shall choose, shall blossom: and I will make to cease from me the murmurings of the children2 of Israel,3 whereby they murmur

1 וְהָיָ֗ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 הָאִ֛ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 אֶבְחַר H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 5 בּ֖וֹ 6 מַטֵּ֣הוּ H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 7 יִפְרָ֑ח H6524 bloeien, groeien, groenen [idiom] abroad, [idiom] abundantly, blossom, break forth (out), bud, flourish, make fly, grow, spread, spring (up) 8 וַהֲשִׁכֹּתִ֣י H7918 gestild, schikken, stil appease, assuage, make to cease, pacify, set 9 מֵֽעָלַ֗י H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 תְּלֻנּוֹת֙ H8519 murmureringen murmuring 12 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 13 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 14 אֲשֶׁ֛ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 הֵ֥ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 16 מַלִּינִ֖ם H3885 vernachten, vernacht, vernachtten abide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night) 17 עֲלֵיכֶֽם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Mozes dan sprak tot de kinderen Israels, en al hun oversten gaven aan hem een staf, voor elken overste een staf, naar het huis hunner vaderen, twaalf staven; Aarons staf was ook onder hun staven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 MozesH4872 dan sprakH1696 tot de kinderenH1121 IsraelsH3478, en alH3605 hun overstenH5387 gavenH5414 aanH5921 hem een staf, voor elken oversteH5387 een staf, naar het huisH1004 hunner vaderenH1, twaalfH6240 stavenH4294; AaronsH175 staf was ook onder hun stavenH4294. Mozes dan sprak tot de kinderen Israels, en al hun oversten gaven aan hem een staf, voor elken overste een staf, naar het huis hunner vaderen, twaalf staven; Aarons staf was ook onder hun staven.

Ook in dit vers stafH259 stafH4294 stafH4294

KJV And Moses8 spake unto the children4 of Israel,5 and every one of their princes gave him a rod apiece, for each prince one, according to their fathers' houses, even twelve rods: and the rod of Aaron10 was among their rods.

1 וַיְדַבֵּ֨ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 מֹשֶׁ֜ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 וַיִּתְּנ֣וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 אֵלָ֣יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 כָּֽל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 נְשִֽׂיאֵיהֶ֡ם H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 10 מַטֶּה֩ H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 11 לְנָשִׂ֨יא H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 12 אֶחָ֜ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 13 מַטֶּ֨ה H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 14 לְנָשִׂ֤יא H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 15 אֶחָד֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 16 לְבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 17 אֲבֹתָ֔ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 18 שְׁנֵ֥ים H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 19 עָשָׂ֖ר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 20 מַטּ֑וֹת H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 21 וּמַטֵּ֥ה H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 22 אַהֲרֹ֖ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 23 בְּת֥וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 24 מַטּוֹתָֽם H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En Mozes legde deze staven weg, voor het aangezicht des HEEREN, in de tent der getuigenis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En MozesH4872 legde deze stavenH4294 weg, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, in de tentH168 der getuigenisH5715. En Mozes legde deze staven weg, voor het aangezicht des HEEREN, in de tent der getuigenis.

Ook in dit vers leideH3240

KJV And Moses5 laid up the rods before the LORD17 in the tabernacle10 of witness.

1 וַיַּנַּ֥ח H3240 laten, leide, liet bestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.) 2 מֹשֶׁ֛ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַמַּטֹּ֖ת H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 5 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 בְּאֹ֖הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 8 הָעֵדֻֽת H5715 getuigenis, getuigenissen testimony, witness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Het geschiedde nu des anderen daags, dat Mozes in de tent der getuigenis inging; en ziet, Aarons staf, voor het huis van Levi, bloeide; want hij bracht bloeisel voort, en bloesemde bloesem, en droeg amandelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Het geschiedde nu des anderen daagsH4283, dat MozesH4872 in de tentH168 der getuigenisH5715 ingingH935; en ziet, AaronsH175 stafH4294, voorH6440 het huisH1004 van LeviH3878, bloeideH6524; want hij brachtH3318 bloeiselH6525 voortH3318, en bloesemdeH6692 bloesemH6731, en droegH1580 amandelenH8247. Het geschiedde nu des anderen daags, dat Mozes in de tent der getuigenis inging; en ziet, Aarons staf, voor het huis van Levi, bloeide; want hij bracht bloeisel voort, en bloesemde bloesem, en droeg amandelen.

KJV And it came to pass, that on the morrow Moses2 went1 into the tabernacle6 of witness; and, behold, the rod of Aaron3 for the house of Levi was budded, and brought forth buds, and bloomed blossoms, and yielded almonds.

1 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 מִֽמָּחֳרָ֗ת H4283 daags, dag, gansen morrow, next day 3 וַיָּבֹ֤א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 מֹשֶׁה֙ H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 אֹ֣הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 7 הָעֵד֔וּת H5715 getuigenis, getuigenissen testimony, witness 8 וְהִנֵּ֛ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 9 פָּרַ֥ח H6524 bloeien, groeien, groenen [idiom] abroad, [idiom] abundantly, blossom, break forth (out), bud, flourish, make fly, grow, spread, spring (up) 10 מַטֵּֽה H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 11 אַהֲרֹ֖ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 12 לְבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 13 לֵוִ֑י H3878 Levi Levi. See also H3879 (לֵוִי), H3881 (לֵוִיִּי) 14 וַיֹּ֤צֵֽא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 15 פֶ֨רַח֙ H6525 bloemen, bloem, leliebloem blossom, bud, flower 16 וַיָּ֣צֵֽץ H6692 bloeien, bloeit, blinkende bloom, blossom, flourish, shew self 17 צִ֔יץ H6731 bloem, bloemen, plaat blossom, flower, plate, wing 18 וַיִּגְמֹ֖ל H1580 gespeend, vergelden, vergolden bestow on, deal bountifully, do (good), recompense, requite, reward, ripen, [phrase] serve, mean, yield 19 שְׁקֵדִֽים H8247 amandelen, amandelboom almond (tree)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Toen bracht Mozes al deze staven uit, van voor het aangezicht des HEEREN, tot al de kinderen Israels; en zij zagen het, en namen elk zijn staf.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Toen brachtH3318 MozesH4872 al deze stavenH4294 uit, van voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, totH413 al de kinderenH1121 IsraelsH3478; en zij zagenH7200 het, en namenH3947 elk zijn stafH4294. Toen bracht Mozes al deze staven uit, van voor het aangezicht des HEEREN, tot al de kinderen Israels; en zij zagen het, en namen elk zijn staf.

KJV And Moses4 brought out all the rods from before the LORD2 unto all the children of Israel: and they looked, and took every man his rod.

1 וַיֹּצֵ֨א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 מֹשֶׁ֤ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 הַמַּטֹּת֙ H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 6 מִלִּפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 7 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 אֶֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 בְּנֵ֖י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 וַיִּרְא֥וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 13 וַיִּקְח֖וּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 14 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 15 מַטֵּֽהוּ H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Toen zeide de HEERE tot Mozes: Breng de staf van Aaron weder voor de getuigenis, in bewaring, tot een teken voor de wederspannige kinderen; alzo zult gij een einde maken van hun murmureringen tegen Mij, dat zij niet sterven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Toen zeideH559 de HEERE tot MozesH4872: BrengH7725 de stafH4294 van AaronH175 weder voor de getuigenisH5715, in bewaringH4931, tot een tekenH226 voor de wederspannigeH4805 kinderenH1121; alzo zult gij een eindeH3615 maken van hun murmureringenH8519 tegenH5921 Mij, datH2063 zij niet stervenH4191. Toen zeide de HEERE tot Mozes: Breng de staf van Aaron weder voor de getuigenis, in bewaring, tot een teken voor de wederspannige kinderen; alzo zult gij een einde maken van hun murmureringen tegen Mij, dat zij niet sterven.

KJV And the LORD said unto Moses, Bring Aaron's rod again before10 the testimony, to be kept for a token against the rebels; and thou shalt quite take away5 their murmurings from me, that they die

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֗ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 הָשֵׁ֞ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 מַטֵּ֤ה H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 8 אַהֲרֹן֙ H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 9 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 10 הָעֵד֔וּת H5715 getuigenis, getuigenissen testimony, witness 11 לְמִשְׁמֶ֥רֶת H4931 wacht, wachten, bewaring charge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch 12 לְא֖וֹת H226 teken, tekenen mark, miracle, (en-) sign, token 13 לִבְנֵי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 מֶ֑רִי H4805 wederspannig, wederspannigheid, kwaad bitter, (most) rebel(-lion, -lious) 15 וּתְכַ֧ל H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 16 תְּלוּנֹּתָ֛ם H8519 murmureringen murmuring 17 מֵעָלַ֖י H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 19 יָמֻֽתוּ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En Mozes deed het; gelijk als de HEERE hem geboden had, alzo deed hij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En MozesH4872 deed het; gelijk alsH3588 de HEEREH3068 hem gebodenH6680 had, alzo deed hij. En Mozes deed het; gelijk als de HEERE hem geboden had, alzo deed hij.

KJV And Moses2 did so: as the LORD25 commanded him, so did

1 וַיַּ֖עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 מֹשֶׁ֑ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 3 כַּאֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 צִוָּ֧ה H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 5 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 כֵּ֥ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 8 עָשָֽׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Toen spraken de kinderen Israels tot Mozes, zeggende: Zie, wij geven den geest, wij vergaan, wij allen vergaan!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Toen sprakenH559 de kinderenH1121 IsraelsH3478 totH413 MozesH4872, zeggendeH559: ZieH2009, wij gevenH5414 den geestH1478, wij vergaanH6, wij allen vergaanH6! Toen spraken de kinderen Israels tot Mozes, zeggende: Zie, wij geven den geest, wij vergaan, wij allen vergaan!

KJV And the children of Israel spake unto Moses,5 saying, Behold, we die, we perish, we all perish.

1 וַיֹּֽאמְרוּ֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 מֹשֶׁ֖ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 6 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 הֵ֥ן H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 8 גָּוַ֛עְנוּ H1478 geest, doodbrakende, eest die, be dead, give up the ghost, perish 9 אָבַ֖דְנוּ H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 10 כֻּלָּ֥נוּ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 אָבָֽדְנוּ H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Al wie enigzins nadert tot den tabernakel des HEEREN, zal sterven; zullen wij dan den geest gevende verdaan worden?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Al wie enigzins nadertH7131 tot den tabernakelH4908 des HEEREN, zal stervenH4191; zullen wij dan den geestH1478 gevende verdaanH8552 worden? Al wie enigzins nadert tot den tabernakel des HEEREN, zal sterven; zullen wij dan den geest gevende verdaan worden?

KJV Whosoever cometh any thing near unto the tabernacle of the LORD shall die:3 shall we be consumed with dying?

1 כֹּ֣ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 הַקָּרֵ֧ב H7131 nadert, naderen, komt approach, come (near, nigh), draw near 3 הַקָּרֵ֛ב H7131 nadert, naderen, komt approach, come (near, nigh), draw near 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 מִשְׁכַּ֥ן H4908 tabernakel, tabernakels, woningen dwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent 6 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 יָמ֑וּת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 8 הַאִ֥ם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 9 תַּ֖מְנוּ H8552 verteerd, verdaan, geeindigd accomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole 10 לִגְוֺֽעַ H1478 geest, doodbrakende, eest die, be dead, give up the ghost, perish
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Numeri 17:2 Numeri 10:14 Genesis 49:10 Ezechiël 37:16 Psalmen 125:3 Psalmen 110:2 Ezechiël 21:10 Exodus 4:17 Numeri 2:3
Numeri 17:3 Exodus 6:20 Numeri 18:1 Numeri 3:2 Numeri 18:7 Exodus 6:16
Numeri 17:4 Exodus 30:36 Exodus 29:42 Numeri 17:7 Exodus 30:6 Exodus 25:16
Numeri 17:5 Numeri 16:5 Numeri 16:11 Numeri 17:8 Hosea 14:5 Numeri 17:10 Ezechiël 23:27 Jesaja 27:6 Jesaja 5:24
Numeri 17:7 Exodus 38:21 Handelingen 7:44 Numeri 18:2
Numeri 17:8 Ezechiël 17:24 Johannes 15:1 Psalmen 110:2 Jesaja 4:2 Ezechiël 19:12 Hooglied 2:3 Psalmen 132:17 Hebreeën 9:4
Numeri 17:10 Hebreeën 9:4 Numeri 16:38 Deuteronomium 9:24 Efeze 2:2 Psalmen 57:4 1 Samuël 2:12 1 Samuël 30:22 Efeze 5:6
Numeri 17:12 Numeri 26:11 Psalmen 90:7 Jesaja 6:5 Hebreeën 12:5 Spreuken 19:3 Jesaja 57:16
Numeri 17:13 1 Kronieken 15:13 Handelingen 5:11 Numeri 32:13 1 Samuël 6:19 1 Kronieken 13:11 Numeri 1:51 Job 34:14 Hebreeën 10:19
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Numeri 17 vers 2

neem van hen Hebreeuws, neemt van bij hen staf, staf, naar een huis des vaders, enz.

Hertaald: neem van hen Hebreeuws: neem van bij hen een staf, een staf, naar een vaderlijk huis.

oversten, Zie boven, Num 2.

Hertaald: oversten, Zie hierboven, Num. 2.

Numeri 17 vers 3

hoofd van het huis Dat is, voor elk hoofd, voor elken vorst, of overste van het vaderlijk huis. De zin is: ofschoon Ik wel den stam van Levi onderscheiden of gedeeld heb in tweeën, te weten de priesterlijke linie van Aäron en de Levieten, zo zullen zij nochtans in dezen samen gerekend worden onder één hoofd, namelijk Aäron.

Hertaald: hoofd van het huis Dat is: voor elk hoofd, voor elke vorst, of overste van het vaderlijk huis. De betekenis is: hoewel Ik de stam van Levi wel in tweeën heb verdeeld, namelijk de priesterlijke linie van Aäron en de Levieten, zullen zij hierin toch samen gerekend worden onder één hoofd, namelijk Aäron.

Numeri 17 vers 4

getuigenis, Dat is, voor de ark des verbonds, waarin de tafelen des verbonds lagen, zijnde een getuigenis van Gods wil.

Hertaald: getuigenis, Dat is: voor de ark van het verbond, waarin de tafelen van het verbond lagen, als getuigenis van Gods wil.

met ulieden samenkomen zal Of, met, tot, of bij ulieden vergaderd zal worden, of samenkomen zal, om u te spreken van alles, wat gij den kinderen Israëls zult hebben aan te dienen, waarvan de tent der samenkomst voornamelijk den naam heeft. Zie Ex. 25:22.

Hertaald: met ulieden samenkomen zal Of: met, tot, of bij u vergaderd zal worden, of samenkomen zal, om u alles te zeggen wat u de Israëlieten hebt aan te kondigen; hiernaar heeft de tent der samenkomst voornamelijk haar naam. Zie Ex. 25:22.

Numeri 17 vers 5

verkoren hebben, Tot het priesterambt.

Hertaald: verkoren hebben, Tot het priesterambt.

bloeien; Of, uitspruiten, uitbotten, uitschieten, en zo vs.8.

Hertaald: bloeien; Of: uitspruiten, uitbotten, uitschieten; zo ook vers 8.

tegen Mij, Hebreeuws, van over, of tegen mij; of, van mijj stillen, of doen ophouden; dat is, afwenden en stillen, gelijk zulke woorden in de Hebreeuwse taal meer zijn, waaronder twee woorden moeten worden verstaan. Zie Gen. 12:15. De zin is: Ik zal maken dat zij afhouden van tegen Mij en meteen tegen u te murmureren, omdat zij, tegen u murmurerende, inderdaad tegen Mij murmureren. Zie onder, vs.10.

Hertaald: tegen Mij, Hebreeuws: van over, of tegen mij; of: van mij stillen, of doen ophouden; dat is: afwenden en tot bedaren brengen, zoals er meer van zulke woorden in het Hebreeuws zijn, waaronder twee woorden verstaan moeten worden. Zie Gen. 12:15. De betekenis is: Ik zal ervoor zorgen dat zij ophouden tegen Mij en tegelijk tegen u te morren, omdat zij, morrend tegen u, in feite tegen Mij morren. Zie hieronder, vers 10.

ulieden murmureerden Mozes en Aäron.

Hertaald: ulieden murmureerden Mozes en Aäron.

Numeri 17 vers 6

een staf, Hebreeuws, voor een overste, of vorst, een staf voor een overste een

Hertaald: een staf, Hebreeuws: voor een overste, of vorst, een staf voor een overste, één.

onder hun staven Hebreeuws, in het midden van hun staven.

Hertaald: onder hun staven Hebreeuws: in het midden van hun staven.

Numeri 17 vers 7

aangezicht des HEEREN, Zie boven, vs.4.

Hertaald: aangezicht des HEEREN, Zie hierboven, vers 4.

Numeri 17 vers 8

droeg amandelen Anders, rijpe amandelen; dat is, droeg amandelen, die aan het rijpen waren, of, allengskens meer en meer rijpende.

Hertaald: droeg amandelen Ook mogelijk: rijpe amandelen; dat is: droeg amandelen die aan het rijpen waren, of geleidelijk meer en meer rijpten.

Numeri 17 vers 9

uit, Dat is, uit het allerheiligste, waar zij voor de ark gelegen hadden.

Hertaald: uit, Dat is: uit het heilige der heiligen, waar zij voor de ark gelegen hadden.

Numeri 17 vers 10

wederspannige kinderen; Hebreeuws, kinderen der wederspannigheid

Hertaald: wederspannige kinderen; Hebreeuws: kinderen der wederspannigheid.

einde maken Hebreeuws, hun murmureringen eindigen, van Mij, of van tegen, over Mij; dat is, eindigen en van Mij afwenden, doen ophouden, maken dat zij niet meer tegen Mij murmureren. Zie boven, vs.5.

Hertaald: einde maken Hebreeuws: hun morren beëindigen, tegen Mij, of tegen Mij; dat is: beëindigen en van Mij afwenden, doen ophouden, ervoor zorgen dat zij niet meer tegen Mij morren. Zie hierboven, vers 5.

Numeri 17 vers 12

geven den geest, Of, wij bezwijken, zieltogen, zielbraken; en zo in vs.13. Aldus spreken zij uit groten schrik en verbaasdheid, bezorgd zijnde dat het hun allen gaan mocht als het rot van Korach; daar de HEERE hen ter contrarie met dit middel voor het verderf waarschuwde, tonende zijn barmhartigheid en zijne lankmoedigheid. Zie vs.5, 10.

Hertaald: geven den geest, Of: wij bezwijken, sterven, geven de geest; zo ook in vers 13. Zo spreken zij uit grote schrik en verbijstering, bang dat het hun allen zou vergaan zoals de aanhang van Korach; terwijl de HEERE hen juist met dit middel voor het verderf waarschuwde, en Zijn barmhartigheid en lankmoedigheid toonde. Zie vers 5, 10.

Numeri 17 vers 13

enigszins nadert Hebreeuws, die nadert, die nadert

Hertaald: enigszins nadert Hebreeuws: die nadert, die nadert.

zullen wij dan den geest gevende verdaan worden? Anders, zullen wij dan ganselijk, geheellijk, ten enenmale, of, allen tezamen ondergaan? of hebben zij geëindigd met ondergaan? Dat is, zal er dan geen einde zijn met ondergaan?

Hertaald: zullen wij dan den geest gevende verdaan worden? Ook mogelijk: zullen wij dan helemaal, geheel, volkomen, of allen samen omkomen? Of: zijn zij geëindigd met omkomen? Dat is: zal er dan geen einde komen aan het omkomen?

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Bloeiende staf van Aäron  — Het teken waarmee God na de opstand van Korach het priesterschap van Aäron bevestigde

Na de opstand van Korach, Dathan en Abiram tegen het priesterschap liet God van elke stam een staf met de naam van de overste erop in de tent der getuigenis leggen. De staf van Aäron kwam daarbij voor het huis van Levi (Num. 17:1-7). De volgende dag bleek Aärons staf gebloeid te hebben: hij bracht bloeisel voort, bloesemde bloesem en droeg rijpe amandelen (Num. 17:8). De staf moest daarna vóór de ark bewaard blijven "tot een teken voor de wederspannige kinderen" (Num. 17:10); de Hebreeënbrief noemt hem samen met de gouden kruik met manna en de tafelen van het verbond (Hebr. 9:4).

Bijbelse betekenis: Alle twaalf staven waren gelijk: dood, afgesneden hout. Dat er één in één nacht bloeide en vrucht droeg, wees het ambt niet toe op grond van geschiktheid, afkomst of aanspraak, maar op grond van Gods vrije keuze alleen. Daarmee werd de kern van Korachs verwijt — "waarom dan verheft gijlieden u over de gemeente des HEEREN?" (Num. 16:3) — bij de wortel afgesneden: niemand neemt zichzelf de eer aan.

Typologie: De Hebreeënbrief trekt precies die lijn door: niemand neemt zichzelf de eer van het hogepriesterschap aan, maar die van God geroepen wordt, gelijk als Aäron; zo heeft ook Christus Zichzelf niet verheerlijkt om hogepriester te worden (Hebr. 5:4-6). Dat een dorre staf in één nacht leven en vrucht voortbracht, wijst bovendien vooruit naar Hem Wiens priesterschap bevestigd werd doordat God Hem uit de doden opwekte — "naar de kracht des onvergankelijken levens" (Hebr. 7:16).

Num. 16:1-35; Num. 17:1-11; Hebr. 5:4-6; Hebr. 7:16; Hebr. 9:4; Num. 16:3

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Profeet, priester en koning niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding ambt

De staf die bloeide — 17:1-11

Korach heeft met tweehonderdvijftig mannen betoogd dat de hele vergadering heilig is en dat Aäron zich niet boven de anderen moet verheffen. De aarde heeft zich geopend en hen verzwolgen. Het volk murmureert daarna nog altijd door. Dan komt God met een bewijs dat geen woorden nodig heeft.

Twaalf dorre stokken worden een nacht voor het aangezicht van God gelegd, en de volgende ochtend draagt er één bloesem en amandelen.

De opzet is eenvoudig en niet te vervalsen. Elke stam levert een staf in met de naam van haar overste erop, en de staf van Levi draagt de naam van Aäron. Zij worden alle twaalf in de tent der samenkomst gelegd, voor de ark. En God zegt vooraf wat het teken zal zijn: “de staf des mans, welke Ik zal verkoren hebben, zal bloeien.”

De volgende morgen gaat Mozes naar binnen, en wat hij ziet is meer dan er beloofd was: de staf van Aäron bloeide, want hij bracht bloeisel voort, en bloesemde bloesem, en droeg amandelen. Drie stadia tegelijk op één tak: knop, bloesem en rijpe vrucht. En dat op een stuk dood hout dat de nacht ervoor nog niets was.

De strekking is niet te missen: alleen de priester van Gods keuze kan bij God zaken doen. Het priesterschap is geen ambt waar men zich voor opgeeft. Korach had gemeend dat hij het net zo goed kon als Aäron, en het antwoord daarop was eerst een geopende aarde en daarna een bloeiende tak. Het Nieuwe Testament vat dat samen in één zin: en niemand neemt zichzelf die eer aan, maar die van God geroepen wordt, gelijkerwijs als Aäron.

Wat er daarna met de staf gebeurt is veelzeggend. Hij moet niet worden opgeruimd maar bewaard: breng de staf van Aäron weder voor de getuigenis, in bewaring, tot een teken voor de wederspannige kinderen. Het bewijs blijft liggen. En de Hebreeënbrief noemt hem later op, als een van de drie dingen in de ark: de gouden kruik met het manna, de staf van Aäron die gebloeid had, en de tafelen des verbonds.

Daar staan die drie dus bij elkaar, en samen zeggen zij precies wat de woestijn geleerd had. De wet die hun schuld aanwees, het brood dat hun leven onderhield, en de staf die aanwees wie namens hen bij God mocht komen.

En hier ligt de lijn naar Christus, die in dezelfde brief getrokken wordt. De schrijver haalt de roeping van Aäron aan om iets over Christus te bewijzen. Ook Hij heeft Zichzelf de eer niet aangenomen om Hogepriester te zijn; Hij is het geworden door Degene Die tot Hem gesproken heeft. Er is dus opnieuw een keuze van God geweest, en opnieuw een teken. Alleen was dat teken deze keer geen tak maar een opstanding: dood hout dat in één nacht bloeide, en een gestorven Priester Die op de derde dag leefde. De Schrift legt dat verband niet, maar zij zet de twee wel in hetzelfde hoofdstuk naast elkaar.

  1. Numeri 16:1-3 — Korach betoogt dat hij het net zo goed kan als Aäron.
  2. Numeri 17:5 — God kondigt het teken vooraf aan: de staf van Mijn keuze zal bloeien.
  3. Numeri 17:8 — Eén nacht later draagt dood hout knop, bloesem en rijpe amandelen.
  4. Numeri 17:10 — De staf wordt bewaard voor de ark, als blijvend teken.
  5. Hebreeën 9:4 — Daar ligt hij, naast het manna en de tafelen des verbonds.
  6. Hebreeën 5:4-5 — Niemand neemt zichzelf die eer aan; ook Christus deed dat niet.

In het Nieuwe Testament: Hebreeën 5:4-6; Hebreeën 9:4; Handelingen 2:32-36; Romeinen 1:4

Hoever dit reikt: Dat de roeping van Aäron een afbeelding is van de roeping van Christus tot het hogepriesterschap, zegt Hebreeën 5 met zoveel woorden. Dat de bloeiende staf zelf op de opstanding ziet, staat er niet; het is een gevolgtrekking uit de overeenkomst tussen dood hout dat leven draagt en een gestorven Priester Die leeft. Zij is verantwoord, maar zij moet als gevolgtrekking benoemd worden, en niet als de bedoeling van Numeri 17.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Numeri 17

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Numeri 17

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content