Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, zeggendeH559:Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2Spreek tot de kinderen Israels, en neem van hen voor elk vaderlijk huis een staf, van al hun oversten, naar het huis hunner vaderen, twaalf staven; eens iegelijken naam zult gij schrijven op zijn staf.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2SpreekH1696totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478, en neemH3947 van hen voor elk vaderlijkH1huisH1004 een stafH4294, van al hun overstenH5387, naar het huisH1004 hunner vaderenH1, twaalfH8147stavenH4294; eens iegelijkenH376naamH8034 zult gij schrijvenH3789 op zijn stafH4294.Spreek tot de kinderen Israels, en neem van hen voor elk vaderlijk huis een staf, van al hun oversten, naar het huis hunner vaderen, twaalf staven; eens iegelijken naam zult gij schrijven op zijn staf.
KJVSpeakunto the children4of Israel,and takeof every one of them a rodaccording to the houseof their fathers,of all their princesaccording to the houseof their fatherstwelverods:writethou every man'snameupon his rod.
1דַּבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וְקַ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6מֵֽאִתָּ֡םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix7מַטֶּ֣הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe8מַטֶּה֩H4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe9לְבֵ֨יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10אָ֜בH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'11מֵאֵ֤תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13נְשִֽׂיאֵהֶם֙H5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour14לְבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)15אֲבֹתָ֔םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'16שְׁנֵ֥יםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two17עָשָׂ֖רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)18מַטּ֑וֹתH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe19אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21שְׁמ֔וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report22תִּכְתֹּ֖בH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)23עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with24מַטֵּֽהוּH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe
3Doch Aarons naam zult gij schrijven op den staf van Levi; want een staf zal er zijn voor het hoofd van het huis hunner vaderen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Doch AaronsH175naamH8034 zult gij schrijvenH3789 op den stafH4294 van LeviH3878; want een stafH4294 zal er zijnH1961voorH6440 het hoofdH7218 van het huisH1004 hunner vaderenH1.Doch Aarons naam zult gij schrijven op den staf van Levi; want een staf zal er zijn voor het hoofd van het huis hunner vaderen.
KJVAnd thou shalt writeAaron'snameupon the rodof Levi:for onerodshall be for the headof the houseof their fathers.
1וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2שֵׁ֣םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report3אַהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron4תִּכְתֹּ֖בH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6מַטֵּ֣הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe7לֵוִ֑יH3878LeviLevi. See also H3879 (לֵוִי), H3881 (לֵוִיִּי)8כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9מַטֶּ֣הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe10אֶחָ֔דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,11לְרֹ֖אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top12בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)13אֲבוֹתָֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
4En gij zult ze wegleggen in de tent der samenkomst, voor de getuigenis, waarheen Ik met ulieden samenkomen zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En gij zult ze wegleggenH3240 in de tentH168 der samenkomstH4150, voor de getuigenisH5715, waarheen Ik met ulieden samenkomenH3259 zal.En gij zult ze wegleggen in de tent der samenkomst, voor de getuigenis, waarheen Ik met ulieden samenkomen zal.
KJVAnd thou shalt lay them upin the tabernacleof the congregationbeforethe testimony,where I will meet
1וְהִנַּחְתָּ֖םH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)2בְּאֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent3מוֹעֵ֑דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)4לִפְנֵי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5הָֽעֵד֔וּתH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness6אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7אִוָּעֵ֥דH3259vergaderd, dagvaarden, komenagree,(maxke an) appoint(-ment, a time), assemble (selves), betroth, gather (selves, together), meet (together), set (a time)8לָכֶ֖ם9שָֽׁמָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
5En het zal geschieden, dat de staf des mans, welke Ik zal verkoren hebben, zal bloeien; en Ik zal stillen de murmureringen van de kinderen Israels tegen Mij, welke zij tegen ulieden murmureerden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En hetH1931 zal geschiedenH1961, dat de stafH4294 des mansH376, welkeH834 Ik zal verkorenH977 hebben, zal bloeienH6524; en Ik zal stillenH7918 de murmureringenH8519 van de kinderenH1121IsraelsH3478 tegen Mij, welkeH834 zij tegen ulieden murmureerdenH3885.En het zal geschieden, dat de staf des mans, welke Ik zal verkoren hebben, zal bloeien; en Ik zal stillen de murmureringen van de kinderen Israels tegen Mij, welke zij tegen ulieden murmureerden.
KJVAnd it shall come to pass, that the man's8rod,whom I shall choose,shall blossom:and I will make to ceasefrom me the murmuringsof the children2of Israel,3whereby they murmur
1וְהָיָ֗הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2הָאִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4אֶבְחַרH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require5בּ֖וֹ6מַטֵּ֣הוּH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe7יִפְרָ֑חH6524bloeien, groeien, groenen[idiom] abroad, [idiom] abundantly, blossom, break forth (out), bud, flourish, make fly, grow, spread, spring (up)8וַהֲשִׁכֹּתִ֣יH7918gestild, schikken, stilappease, assuage, make to cease, pacify, set9מֵֽעָלַ֗יH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11תְּלֻנּוֹת֙H8519murmureringenmurmuring12בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael14אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15הֵ֥םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye16מַלִּינִ֖םH3885vernachten, vernacht, vernachttenabide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night)17עֲלֵיכֶֽםH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
6Mozes dan sprak tot de kinderen Israels, en al hun oversten gaven aan hem een staf, voor elken overste een staf, naar het huis hunner vaderen, twaalf staven; Aarons staf was ook onder hun staven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6MozesH4872 dan sprakH1696 tot de kinderenH1121IsraelsH3478, en alH3605 hun overstenH5387gavenH5414aanH5921 hem een staf, voor elken oversteH5387 een staf, naar het huisH1004 hunner vaderenH1, twaalfH6240stavenH4294; AaronsH175 staf was ook onder hun stavenH4294.Mozes dan sprak tot de kinderen Israels, en al hun oversten gaven aan hem een staf, voor elken overste een staf, naar het huis hunner vaderen, twaalf staven; Aarons staf was ook onder hun staven.
Ook in dit vers
stafH259
stafH4294
stafH4294
KJVAnd Moses8spakeunto the children4of Israel,5and every one of their princesgavehim a rodapiece, for each princeone,according to their fathers'houses,even twelverods:and the rodof Aaron10was amongtheir rods.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
7En Mozes legde deze staven weg, voor het aangezicht des HEEREN, in de tent der getuigenis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En MozesH4872 legde deze stavenH4294 weg, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, in de tentH168 der getuigenisH5715.En Mozes legde deze staven weg, voor het aangezicht des HEEREN, in de tent der getuigenis.
Ook in dit vers
leideH3240
KJVAnd Moses5laid upthe rodsbeforethe LORD17in the tabernacle10of witness.
1וַיַּנַּ֥חH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)2מֹשֶׁ֛הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַמַּטֹּ֖תH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe5לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7בְּאֹ֖הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent8הָעֵדֻֽתH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness
8Het geschiedde nu des anderen daags, dat Mozes in de tent der getuigenis inging; en ziet, Aarons staf, voor het huis van Levi, bloeide; want hij bracht bloeisel voort, en bloesemde bloesem, en droeg amandelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Het geschiedde nu des anderen daagsH4283, dat MozesH4872 in de tentH168 der getuigenisH5715ingingH935; en ziet, AaronsH175stafH4294, voorH6440 het huisH1004 van LeviH3878, bloeideH6524; want hij brachtH3318bloeiselH6525voortH3318, en bloesemdeH6692bloesemH6731, en droegH1580amandelenH8247.Het geschiedde nu des anderen daags, dat Mozes in de tent der getuigenis inging; en ziet, Aarons staf, voor het huis van Levi, bloeide; want hij bracht bloeisel voort, en bloesemde bloesem, en droeg amandelen.
KJVAnd it came to pass, that on the morrowMoses2went1into the tabernacle6of witness;and, behold, the rodof Aaron3for the houseof Leviwas budded,and brought forthbuds,and bloomedblossoms,and yieldedalmonds.
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2מִֽמָּחֳרָ֗תH4283daags, dag, gansenmorrow, next day3וַיָּבֹ֤אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6אֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent7הָעֵד֔וּתH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness8וְהִנֵּ֛הH2009ziet, ziebehold, lo, see9פָּרַ֥חH6524bloeien, groeien, groenen[idiom] abroad, [idiom] abundantly, blossom, break forth (out), bud, flourish, make fly, grow, spread, spring (up)10מַטֵּֽהH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe11אַהֲרֹ֖ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron12לְבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)13לֵוִ֑יH3878LeviLevi. See also H3879 (לֵוִי), H3881 (לֵוִיִּי)14וַיֹּ֤צֵֽאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter15פֶ֨רַח֙H6525bloemen, bloem, leliebloemblossom, bud, flower16וַיָּ֣צֵֽץH6692bloeien, bloeit, blinkendebloom, blossom, flourish, shew self17צִ֔יץH6731bloem, bloemen, plaatblossom, flower, plate, wing18וַיִּגְמֹ֖לH1580gespeend, vergelden, vergoldenbestow on, deal bountifully, do (good), recompense, requite, reward, ripen, [phrase] serve, mean, yield19שְׁקֵדִֽיםH8247amandelen, amandelboomalmond (tree)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
9Toen bracht Mozes al deze staven uit, van voor het aangezicht des HEEREN, tot al de kinderen Israels; en zij zagen het, en namen elk zijn staf.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Toen brachtH3318MozesH4872 al deze stavenH4294 uit, van voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, totH413 al de kinderenH1121IsraelsH3478; en zij zagenH7200 het, en namenH3947 elk zijn stafH4294.Toen bracht Mozes al deze staven uit, van voor het aangezicht des HEEREN, tot al de kinderen Israels; en zij zagen het, en namen elk zijn staf.
KJVAnd Moses4brought outall the rodsfrom beforethe LORD2unto all the childrenof Israel:and they looked,and tookevery manhis rod.
1וַיֹּצֵ֨אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2מֹשֶׁ֤הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הַמַּטֹּת֙H4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe6מִלִּפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10בְּנֵ֖יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12וַיִּרְא֥וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions13וַיִּקְח֖וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win14אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)15מַטֵּֽהוּH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe
10Toen zeide de HEERE tot Mozes: Breng de staf van Aaron weder voor de getuigenis, in bewaring, tot een teken voor de wederspannige kinderen; alzo zult gij een einde maken van hun murmureringen tegen Mij, dat zij niet sterven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen zeideH559 de HEERE tot MozesH4872: BrengH7725 de stafH4294 van AaronH175 weder voor de getuigenisH5715, in bewaringH4931, tot een tekenH226 voor de wederspannigeH4805kinderenH1121; alzo zult gij een eindeH3615 maken van hun murmureringenH8519tegenH5921 Mij, datH2063 zij niet stervenH4191.Toen zeide de HEERE tot Mozes: Breng de staf van Aaron weder voor de getuigenis, in bewaring, tot een teken voor de wederspannige kinderen; alzo zult gij een einde maken van hun murmureringen tegen Mij, dat zij niet sterven.
KJVAnd the LORDsaidunto Moses,BringAaron'srodagainbefore10the testimony,to be keptfor a tokenagainst the rebels;and thou shalt quite take away5their murmuringsfrom me, that they die
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5הָשֵׁ֞בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מַטֵּ֤הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe8אַהֲרֹן֙H175Aaron, Aarons, AaronietenAaron9לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10הָעֵד֔וּתH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness11לְמִשְׁמֶ֥רֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch12לְא֖וֹתH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token13לִבְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14מֶ֑רִיH4805wederspannig, wederspannigheid, kwaadbitter, (most) rebel(-lion, -lious)15וּתְכַ֧לH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste16תְּלוּנֹּתָ֛םH8519murmureringenmurmuring17מֵעָלַ֖יH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19יָמֻֽתוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
11En Mozes deed het; gelijk als de HEERE hem geboden had, alzo deed hij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En MozesH4872 deed het; gelijk alsH3588 de HEEREH3068 hem gebodenH6680 had, alzo deed hij.En Mozes deed het; gelijk als de HEERE hem geboden had, alzo deed hij.
KJVAnd Moses2didso: as the LORD25commandedhim, so did
1וַיַּ֖עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2מֹשֶׁ֑הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3כַּאֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4צִוָּ֧הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order5יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כֵּ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you8עָשָֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
12Toen spraken de kinderen Israels tot Mozes, zeggende: Zie, wij geven den geest, wij vergaan, wij allen vergaan!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Toen sprakenH559 de kinderenH1121IsraelsH3478totH413MozesH4872, zeggendeH559: ZieH2009, wij gevenH5414 den geestH1478, wij vergaanH6, wij allen vergaanH6!Toen spraken de kinderen Israels tot Mozes, zeggende: Zie, wij geven den geest, wij vergaan, wij allen vergaan!
KJVAnd the childrenof Israelspakeunto Moses,5saying,Behold, we die,we perish,we all perish.
1וַיֹּֽאמְרוּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses6לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7הֵ֥ןH2005ziet, ziebehold, if, lo, though8גָּוַ֛עְנוּH1478geest, doodbrakende, eestdie, be dead, give up the ghost, perish9אָבַ֖דְנוּH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee10כֻּלָּ֥נוּH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11אָבָֽדְנוּH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
13Al wie enigzins nadert tot den tabernakel des HEEREN, zal sterven; zullen wij dan den geest gevende verdaan worden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Al wie enigzins nadertH7131 tot den tabernakelH4908 des HEEREN, zal stervenH4191; zullen wij dan den geestH1478 gevende verdaanH8552 worden?Al wie enigzins nadert tot den tabernakel des HEEREN, zal sterven; zullen wij dan den geest gevende verdaan worden?
KJVWhosoever cometh any thing nearunto the tabernacleof the LORDshall die:3shall we be consumedwith dying?
1כֹּ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַקָּרֵ֧בH7131nadert, naderen, komtapproach, come (near, nigh), draw near3הַקָּרֵ֛בH7131nadert, naderen, komtapproach, come (near, nigh), draw near4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5מִשְׁכַּ֥ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent6יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7יָמ֑וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise8הַאִ֥םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet9תַּ֖מְנוּH8552verteerd, verdaan, geeindigdaccomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole10לִגְוֺֽעַH1478geest, doodbrakende, eestdie, be dead, give up the ghost, perish
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Numeri 17:2— Spreek tot de kinderen Israels, en neem van hen voor elk vaderlijk huis een staf, van al hun oversten, naar het huis hunner vaderen, twaalf staven; eens iegelijken naam zult gij schrijven op zijn staf.Numeri 10:14→Genesis 49:10→Ezechiël 37:16→Psalmen 125:3→Psalmen 110:2→Ezechiël 21:10→Exodus 4:17→Numeri 2:3→
Numeri 17:3— Doch Aarons naam zult gij schrijven op den staf van Levi; want een staf zal er zijn voor het hoofd van het huis hunner vaderen.Exodus 6:20→Numeri 18:1→Numeri 3:2→Numeri 18:7→Exodus 6:16→
Numeri 17:4— En gij zult ze wegleggen in de tent der samenkomst, voor de getuigenis, waarheen Ik met ulieden samenkomen zal.Exodus 30:36→Exodus 29:42→Numeri 17:7→Exodus 30:6→Exodus 25:16→
Numeri 17:5— En het zal geschieden, dat de staf des mans, welke Ik zal verkoren hebben, zal bloeien; en Ik zal stillen de murmureringen van de kinderen Israels tegen Mij, welke zij tegen ulieden murmureerden.Numeri 16:5→Numeri 16:11→Numeri 17:8→Hosea 14:5→Numeri 17:10→Ezechiël 23:27→Jesaja 27:6→Jesaja 5:24→
Numeri 17:7— En Mozes legde deze staven weg, voor het aangezicht des HEEREN, in de tent der getuigenis.Exodus 38:21→Handelingen 7:44→Numeri 18:2→
Numeri 17:8— Het geschiedde nu des anderen daags, dat Mozes in de tent der getuigenis inging; en ziet, Aarons staf, voor het huis van Levi, bloeide; want hij bracht bloeisel voort, en bloesemde bloesem, en droeg amandelen.Ezechiël 17:24→Johannes 15:1→Psalmen 110:2→Jesaja 4:2→Ezechiël 19:12→Hooglied 2:3→Psalmen 132:17→Hebreeën 9:4→
Numeri 17:10— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Breng de staf van Aaron weder voor de getuigenis, in bewaring, tot een teken voor de wederspannige kinderen; alzo zult gij een einde maken van hun murmureringen tegen Mij, dat zij niet sterven.Hebreeën 9:4→Numeri 16:38→Deuteronomium 9:24→Efeze 2:2→Psalmen 57:4→1 Samuël 2:12→1 Samuël 30:22→Efeze 5:6→
Numeri 17:12— Toen spraken de kinderen Israels tot Mozes, zeggende: Zie, wij geven den geest, wij vergaan, wij allen vergaan!Numeri 26:11→Psalmen 90:7→Jesaja 6:5→Hebreeën 12:5→Spreuken 19:3→Jesaja 57:16→
Numeri 17:13— Al wie enigzins nadert tot den tabernakel des HEEREN, zal sterven; zullen wij dan den geest gevende verdaan worden?1 Kronieken 15:13→Handelingen 5:11→Numeri 32:13→1 Samuël 6:19→1 Kronieken 13:11→Numeri 1:51→Job 34:14→Hebreeën 10:19→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Numeri 17 vers 2— Spreek tot de kinderen Israels, en neem van hen voor elk vaderlijk huis een staf, van al hun oversten, naar het huis hunner vaderen, twaalf staven; eens iegelijken naam zult gij schrijven op zijn staf.
neem van hen
Hebreeuws, neemt van bij hen staf, staf, naar een huis des vaders, enz.
Hertaald:neem van hen
Hebreeuws: neem van bij hen een staf, een staf, naar een vaderlijk huis.
oversten,
Zie boven, Num 2.
Hertaald:oversten,
Zie hierboven, Num. 2.
Numeri 17 vers 3— Doch Aarons naam zult gij schrijven op den staf van Levi; want een staf zal er zijn voor het hoofd van het huis hunner vaderen.
hoofd van het huis
Dat is, voor elk hoofd, voor elken vorst, of overste van het vaderlijk huis. De zin is: ofschoon Ik wel den stam van Levi onderscheiden of gedeeld heb in tweeën, te weten de priesterlijke linie van Aäron en de Levieten, zo zullen zij nochtans in dezen samen gerekend worden onder één hoofd, namelijk Aäron.
Hertaald:hoofd van het huis
Dat is: voor elk hoofd, voor elke vorst, of overste van het vaderlijk huis. De betekenis is: hoewel Ik de stam van Levi wel in tweeën heb verdeeld, namelijk de priesterlijke linie van Aäron en de Levieten, zullen zij hierin toch samen gerekend worden onder één hoofd, namelijk Aäron.
Numeri 17 vers 4— En gij zult ze wegleggen in de tent der samenkomst, voor de getuigenis, waarheen Ik met ulieden samenkomen zal.
getuigenis,
Dat is, voor de ark des verbonds, waarin de tafelen des verbonds lagen, zijnde een getuigenis van Gods wil.
Hertaald:getuigenis,
Dat is: voor de ark van het verbond, waarin de tafelen van het verbond lagen, als getuigenis van Gods wil.
met ulieden samenkomen zal
Of, met, tot, of bij ulieden vergaderd zal worden, of samenkomen zal, om u te spreken van alles, wat gij den kinderen Israëls zult hebben aan te dienen, waarvan de tent der samenkomst voornamelijk den naam heeft. Zie Ex. 25:22.
Hertaald:met ulieden samenkomen zal
Of: met, tot, of bij u vergaderd zal worden, of samenkomen zal, om u alles te zeggen wat u de Israëlieten hebt aan te kondigen; hiernaar heeft de tent der samenkomst voornamelijk haar naam. Zie Ex. 25:22.
Numeri 17 vers 5— En het zal geschieden, dat de staf des mans, welke Ik zal verkoren hebben, zal bloeien; en Ik zal stillen de murmureringen van de kinderen Israels tegen Mij, welke zij tegen ulieden murmureerden.
verkoren hebben,
Tot het priesterambt.
Hertaald:verkoren hebben,
Tot het priesterambt.
bloeien;
Of, uitspruiten, uitbotten, uitschieten, en zo vs.8.
Hertaald:bloeien;
Of: uitspruiten, uitbotten, uitschieten; zo ook vers 8.
tegen Mij,
Hebreeuws, van over, of tegen mij; of, van mijj stillen, of doen ophouden; dat is, afwenden en stillen, gelijk zulke woorden in de Hebreeuwse taal meer zijn, waaronder twee woorden moeten worden verstaan. Zie Gen. 12:15. De zin is: Ik zal maken dat zij afhouden van tegen Mij en meteen tegen u te murmureren, omdat zij, tegen u murmurerende, inderdaad tegen Mij murmureren. Zie onder, vs.10.
Hertaald:tegen Mij,
Hebreeuws: van over, of tegen mij; of: van mij stillen, of doen ophouden; dat is: afwenden en tot bedaren brengen, zoals er meer van zulke woorden in het Hebreeuws zijn, waaronder twee woorden verstaan moeten worden. Zie Gen. 12:15. De betekenis is: Ik zal ervoor zorgen dat zij ophouden tegen Mij en tegelijk tegen u te morren, omdat zij, morrend tegen u, in feite tegen Mij morren. Zie hieronder, vers 10.
ulieden murmureerden
Mozes en Aäron.
Hertaald:ulieden murmureerden
Mozes en Aäron.
Numeri 17 vers 6— Mozes dan sprak tot de kinderen Israels, en al hun oversten gaven aan hem een staf, voor elken overste een staf, naar het huis hunner vaderen, twaalf staven; Aarons staf was ook onder hun staven.
een staf,
Hebreeuws, voor een overste, of vorst, een staf voor een overste een
Hertaald:een staf,
Hebreeuws: voor een overste, of vorst, een staf voor een overste, één.
onder hun staven
Hebreeuws, in het midden van hun staven.
Hertaald:onder hun staven
Hebreeuws: in het midden van hun staven.
Numeri 17 vers 7— En Mozes legde deze staven weg, voor het aangezicht des HEEREN, in de tent der getuigenis.
aangezicht des HEEREN,
Zie boven, vs.4.
Hertaald:aangezicht des HEEREN,
Zie hierboven, vers 4.
Numeri 17 vers 8— Het geschiedde nu des anderen daags, dat Mozes in de tent der getuigenis inging; en ziet, Aarons staf, voor het huis van Levi, bloeide; want hij bracht bloeisel voort, en bloesemde bloesem, en droeg amandelen.
droeg amandelen
Anders, rijpe amandelen; dat is, droeg amandelen, die aan het rijpen waren, of, allengskens meer en meer rijpende.
Hertaald:droeg amandelen
Ook mogelijk: rijpe amandelen; dat is: droeg amandelen die aan het rijpen waren, of geleidelijk meer en meer rijpten.
Numeri 17 vers 9— Toen bracht Mozes al deze staven uit, van voor het aangezicht des HEEREN, tot al de kinderen Israels; en zij zagen het, en namen elk zijn staf.
uit,
Dat is, uit het allerheiligste, waar zij voor de ark gelegen hadden.
Hertaald:uit,
Dat is: uit het heilige der heiligen, waar zij voor de ark gelegen hadden.
Numeri 17 vers 10— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Breng de staf van Aaron weder voor de getuigenis, in bewaring, tot een teken voor de wederspannige kinderen; alzo zult gij een einde maken van hun murmureringen tegen Mij, dat zij niet sterven.
wederspannige kinderen;
Hebreeuws, kinderen der wederspannigheid
Hertaald:wederspannige kinderen;
Hebreeuws: kinderen der wederspannigheid.
einde maken
Hebreeuws, hun murmureringen eindigen, van Mij, of van tegen, over Mij; dat is, eindigen en van Mij afwenden, doen ophouden, maken dat zij niet meer tegen Mij murmureren. Zie boven, vs.5.
Hertaald:einde maken
Hebreeuws: hun morren beëindigen, tegen Mij, of tegen Mij; dat is: beëindigen en van Mij afwenden, doen ophouden, ervoor zorgen dat zij niet meer tegen Mij morren. Zie hierboven, vers 5.
Numeri 17 vers 12— Toen spraken de kinderen Israels tot Mozes, zeggende: Zie, wij geven den geest, wij vergaan, wij allen vergaan!
geven den geest,
Of, wij bezwijken, zieltogen, zielbraken; en zo in vs.13. Aldus spreken zij uit groten schrik en verbaasdheid, bezorgd zijnde dat het hun allen gaan mocht als het rot van Korach; daar de HEERE hen ter contrarie met dit middel voor het verderf waarschuwde, tonende zijn barmhartigheid en zijne lankmoedigheid. Zie vs.5, 10.
Hertaald:geven den geest,
Of: wij bezwijken, sterven, geven de geest; zo ook in vers 13. Zo spreken zij uit grote schrik en verbijstering, bang dat het hun allen zou vergaan zoals de aanhang van Korach; terwijl de HEERE hen juist met dit middel voor het verderf waarschuwde, en Zijn barmhartigheid en lankmoedigheid toonde. Zie vers 5, 10.
Numeri 17 vers 13— Al wie enigzins nadert tot den tabernakel des HEEREN, zal sterven; zullen wij dan den geest gevende verdaan worden?
enigszins nadert
Hebreeuws, die nadert, die nadert
Hertaald:enigszins nadert
Hebreeuws: die nadert, die nadert.
zullen wij dan den geest gevende verdaan worden?
Anders, zullen wij dan ganselijk, geheellijk, ten enenmale, of, allen tezamen ondergaan? of hebben zij geëindigd met ondergaan? Dat is, zal er dan geen einde zijn met ondergaan?
Hertaald:zullen wij dan den geest gevende verdaan worden?
Ook mogelijk: zullen wij dan helemaal, geheel, volkomen, of allen samen omkomen? Of: zijn zij geëindigd met omkomen? Dat is: zal er dan geen einde komen aan het omkomen?
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Bloeiende staf van Aäron — Het teken waarmee God na de opstand van Korach het priesterschap van Aäron bevestigde
Na de opstand van Korach, Dathan en Abiram tegen het priesterschap liet God van elke stam een staf met de naam van de overste erop in de tent der getuigenis leggen. De staf van Aäron kwam daarbij voor het huis van Levi (Num. 17:1-7). De volgende dag bleek Aärons staf gebloeid te hebben: hij bracht bloeisel voort, bloesemde bloesem en droeg rijpe amandelen (Num. 17:8). De staf moest daarna vóór de ark bewaard blijven "tot een teken voor de wederspannige kinderen" (Num. 17:10); de Hebreeënbrief noemt hem samen met de gouden kruik met manna en de tafelen van het verbond (Hebr. 9:4).
Bijbelse betekenis: Alle twaalf staven waren gelijk: dood, afgesneden hout. Dat er één in één nacht bloeide en vrucht droeg, wees het ambt niet toe op grond van geschiktheid, afkomst of aanspraak, maar op grond van Gods vrije keuze alleen. Daarmee werd de kern van Korachs verwijt — "waarom dan verheft gijlieden u over de gemeente des HEEREN?" (Num. 16:3) — bij de wortel afgesneden: niemand neemt zichzelf de eer aan.
Typologie: De Hebreeënbrief trekt precies die lijn door: niemand neemt zichzelf de eer van het hogepriesterschap aan, maar die van God geroepen wordt, gelijk als Aäron; zo heeft ook Christus Zichzelf niet verheerlijkt om hogepriester te worden (Hebr. 5:4-6). Dat een dorre staf in één nacht leven en vrucht voortbracht, wijst bovendien vooruit naar Hem Wiens priesterschap bevestigd werd doordat God Hem uit de doden opwekte — "naar de kracht des onvergankelijken levens" (Hebr. 7:16).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Profeet, priester en koningniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindingambt
De staf die bloeide — 17:1-11
Korach heeft met tweehonderdvijftig mannen betoogd dat de hele vergadering heilig is en dat Aäron zich niet boven de anderen moet verheffen. De aarde heeft zich geopend en hen verzwolgen. Het volk murmureert daarna nog altijd door. Dan komt God met een bewijs dat geen woorden nodig heeft.
Twaalf dorre stokken worden een nacht voor het aangezicht van God gelegd, en de volgende ochtend draagt er één bloesem en amandelen.
De opzet is eenvoudig en niet te vervalsen. Elke stam levert een staf in met de naam van haar overste erop, en de staf van Levi draagt de naam van Aäron. Zij worden alle twaalf in de tent der samenkomst gelegd, voor de ark. En God zegt vooraf wat het teken zal zijn: “de staf des mans, welke Ik zal verkoren hebben, zal bloeien.”
De volgende morgen gaat Mozes naar binnen, en wat hij ziet is meer dan er beloofd was: de staf van Aäron bloeide, want hij bracht bloeisel voort, en bloesemde bloesem, en droeg amandelen. Drie stadia tegelijk op één tak: knop, bloesem en rijpe vrucht. En dat op een stuk dood hout dat de nacht ervoor nog niets was.
De strekking is niet te missen: alleen de priester van Gods keuze kan bij God zaken doen. Het priesterschap is geen ambt waar men zich voor opgeeft. Korach had gemeend dat hij het net zo goed kon als Aäron, en het antwoord daarop was eerst een geopende aarde en daarna een bloeiende tak. Het Nieuwe Testament vat dat samen in één zin: en niemand neemt zichzelf die eer aan, maar die van God geroepen wordt, gelijkerwijs als Aäron.
Wat er daarna met de staf gebeurt is veelzeggend. Hij moet niet worden opgeruimd maar bewaard: breng de staf van Aäron weder voor de getuigenis, in bewaring, tot een teken voor de wederspannige kinderen. Het bewijs blijft liggen. En de Hebreeënbrief noemt hem later op, als een van de drie dingen in de ark: de gouden kruik met het manna, de staf van Aäron die gebloeid had, en de tafelen des verbonds.
Daar staan die drie dus bij elkaar, en samen zeggen zij precies wat de woestijn geleerd had. De wet die hun schuld aanwees, het brood dat hun leven onderhield, en de staf die aanwees wie namens hen bij God mocht komen.
En hier ligt de lijn naar Christus, die in dezelfde brief getrokken wordt. De schrijver haalt de roeping van Aäron aan om iets over Christus te bewijzen. Ook Hij heeft Zichzelf de eer niet aangenomen om Hogepriester te zijn; Hij is het geworden door Degene Die tot Hem gesproken heeft. Er is dus opnieuw een keuze van God geweest, en opnieuw een teken. Alleen was dat teken deze keer geen tak maar een opstanding: dood hout dat in één nacht bloeide, en een gestorven Priester Die op de derde dag leefde. De Schrift legt dat verband niet, maar zij zet de twee wel in hetzelfde hoofdstuk naast elkaar.
Numeri 16:1-3 — Korach betoogt dat hij het net zo goed kan als Aäron.
Numeri 17:5 — God kondigt het teken vooraf aan: de staf van Mijn keuze zal bloeien.
Numeri 17:8 — Eén nacht later draagt dood hout knop, bloesem en rijpe amandelen.
Numeri 17:10 — De staf wordt bewaard voor de ark, als blijvend teken.
Hebreeën 9:4 — Daar ligt hij, naast het manna en de tafelen des verbonds.
Hebreeën 5:4-5 — Niemand neemt zichzelf die eer aan; ook Christus deed dat niet.
In het Nieuwe Testament: Hebreeën 5:4-6; Hebreeën 9:4; Handelingen 2:32-36; Romeinen 1:4
Hoever dit reikt: Dat de roeping van Aäron een afbeelding is van de roeping van Christus tot het hogepriesterschap, zegt Hebreeën 5 met zoveel woorden. Dat de bloeiende staf zelf op de opstanding ziet, staat er niet; het is een gevolgtrekking uit de overeenkomst tussen dood hout dat leven draagt en een gestorven Priester Die leeft. Zij is verantwoord, maar zij moet als gevolgtrekking benoemd worden, en niet als de bedoeling van Numeri 17.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Toen sprak de HEERE, daar Hij het bij dit zichtbaar bewijs van de kracht en de werking van het door Hem ingestelde Aäronitische priesterschap niet laten wilde, maar ook de geldigheid van het laatste alleen nog op een bijzondere wijze wilde bevestigen, opdat elk gemor daartegen voor altijd mocht tot zwijgen gebracht worden, zo sprak de Heere tot Mozes, terwijl deze zich nog in het voorhof van de tabernakel bevond (hoofdstuk 16:50), zeggende:
KruisverwijzingenNumeri 10:14→Genesis 49:10→Ezechiël 37:16→Psalmen 125:3→Psalmen 110:2→Ezechiël 21:10→Exodus 4:17→Numeri 2:3→— Spreek tot de kinderen Israels, en neem van hen voor elk vaderlijk huis een staf, van al hun oversten, naar het huis hunner vaderen, twaalf staven; eens iegelijken naam zult gij schrijven op zijn staf.
Spreek tot de hoofden van de kinderen van Israël: dat zij zich van staven, die van een amandelboom afgesneden zijn, voorzien, en neem van hen, nadat zij daarmee tot u zullen teruggekeerd zijn, voor elk vaderlijk huis of stamhuis een staf, van al hun oversten, die thans de hoofden van de 12 stammen zijn (hoofdstuk 1:4), zodat gij in het geheel, naar het huis van hun vaderen, twaalf staven krijgt; een ieders naam zult gij schrijven opzijn staf.
KruisverwijzingenExodus 6:20→Numeri 18:1→Numeri 3:2→Numeri 18:7→Exodus 6:16→— Doch Aarons naam zult gij schrijven op den staf van Levi; want een staf zal er zijn voor het hoofd van het huis hunner vaderen.
Doch Aärons naam zult gij schrijven op de staf van de stam van Levi; want een staf zal er zijn voor elk, die het hoofd van het huis van hunr vaderen is, en van de stam Levi is Aäron het hoofd. 1)
Terwijl de stam Levi afzonderlijk wordt meegerekend, worden Efraïm en Manasse aangemerkt, als makende tezamen één stam uit (Deuteronomium. 27:12 vv.)
KruisverwijzingenExodus 30:36→Exodus 29:42→Numeri 17:7→Exodus 30:6→Exodus 25:16→— En gij zult ze wegleggen in de tent der samenkomst, voor de getuigenis, waarheen Ik met ulieden samenkomen zal.
En gij zult ze, gedurende de eerstkomende nacht wegleggen in het Heilige der Heiligen van de tent der samenkomst, voor de Ark van de Getuigenis, tussen wierCherubs Ik troon, en waarheen Ik met u steeds samenkomen zal, zoals Ik u daar tot hiertoe Mijn openbaringen meedeelde (Exodus. 25:21 vv.).
KruisverwijzingenNumeri 16:5→Numeri 16:11→Numeri 17:8→Hosea 14:5→Numeri 17:10→Ezechiël 23:27→Jesaja 27:6→Jesaja 5:24→— En het zal geschieden, dat de staf des mans, welke Ik zal verkoren hebben, zal bloeien; en Ik zal stillen de murmureringen van de kinderen Israels tegen Mij, welke zij tegen ulieden murmureerden.
En het zal geschieden, dat de staf van de man, welke Ik zal verkoren hebben, om aan het hoofd van het priesterschap te staan, in de nacht, door een wonder van Mijn almacht, zal bloeien, terwijl de overige staven blijven zullen zoalsze waren, en Ik zal met dit teken, eens en voor altijd stillen 1) en tot zwijgen brengen het gemopper van de kinderen van Israël tegen Mij, want tegen Mij zijn ze, dat gemopper, dat zij tegen u uiten, 2) als zij u, wegens het priesterschap van Aäron, van deze dagen zo bitter aanvallen.
Het woord in de grondtekst geeft aan, zo’n stillen, dat het oproer zich niet weer, wat deze zaak betreft, zou verheffen. Door dit teken zou vooral het goddelijk recht van het priesterschap van Aäron voor Israëls oog openbaar worden en bevestigd. Nimmer heeft zich dan ook later een geest van verzet tegen het priesterschap van Aäron en zijn nakomelingen geopenbaard.
Reeds bij Exodus. 25:40 werd opgemerkt, dat de amandelboom in het Hebreeuws zijn naam (Sjaked d.i. de wacht) hieraan ontleent, dat hij reeds in januari bloeit, in maart reeds rijpe vruchten draagt, en alzo waakt, terwijl de overige natuur nog in doodslaap neerligt. Hij kwam ons aldaar voor als een beeld van Israël, dat de reine kennis van God reeds bezat, terwijl nog rondom duisternis de aarde en donkerheid de volken bedekte, dat zich in de gave van Gods woord verblijden mocht, om uit kracht daarvan te groenen te bloeien en vrucht te dragen. Op deze plaats nu wil de Heere door middel van de 12 amandelstaven, die elk met hun bepaalde naam beschreven zijn, door een wonder (dat tot een teken wordt, daar het in zichzelf zinnebeeldig datgene voorstelt wat het betuigen en bevestigen zal) aan het gehele volk voor ogen stellen, in welke verhouding Hij de 12 stammen van Israël, het geslacht van Aäron met de tot hem behorende, maar toch slechts aan hem ondergeschikte Levieten, aan de ene en de overige stammen aan de andere zijde, tot Zich, de enige Levensbron, geplaatst heeft. Op zichzelf zijn zij de een met de ander slechts afgesneden staven; Aäron en zijn zonen zijn van nature even onmachtig, om een levendwekkende en zegen aanbrengende priesterschap te zijn, als geheel het overige volk; maar door de genade en de roeping van de Heere, die hem verkoren heeft om Hem heilig te wezen en Zijn offerande te bedienen (hoofdstuk 16:5), hierdoor is hij in een verbintenis tot de Levengever gesteld, welke hem in staat stelt levenstekenen voort te brengen, die de anderen nooit vermogen op te leveren, daar zij aan zichzelf en aan eigen onmacht zijn overgelaten. Had Israël verstaan, wat de Heere met het wonder, dat Hij voor had, in zichtbare werkelijkheid voor ogen stellen, en zich over de heerlijkheid van Zijn priesterschap verheugd, als dat nog slechts een tijdelijk was, maar de bestemming had om eenmaal, in veel rijker volheid en dieper waarheid op het gehele volk over te gaan, zo zou het van een morrende gemeente tot een lofzingende geworden zijn. In plaats hiervan kost het bij het volk alleen tot een zwijgen uit vrees (vs.12,13). “Ach het is het verworpen geslacht van de oude zondaars, die het gericht van de heilige God niet overwinnen kunnen door het geloof aan de verzoenende en plaatsbekledende heiligheid van de Hogepriester; daarom zijn alle wonderen en tekenen tevergeefs; onder vrezen en klagen gaat hun tijd daarheen, totdat zij eindelijk allen in de woestijn zijn neergeveld”.
Als de Heere eerst van het gemopper tegen Hem en dan van die tegen Aäron spreekt, dan blijkt hieruit, dat Hij dat verzet tegen Aäron beschouwt als een verzet, dat tegen Hem heeft plaatsgehad. De zaak van Zijn dienaar is Zijn zaak.
— Mozes dan sprak tot de kinderen Israels, en al hun oversten gaven aan hem een staf, voor elken overste een staf, naar het huis hunner vaderen, twaalf staven; Aarons staf was ook onder hun staven.
Mozes dan sprak overeenkomstig tot de kinderen van Israël; en al hun oversten gaven aan hem een staf, voor elke overste een staf, naar het huis van hun vaderen, zodat hij in het geheel twaalf staven ontving; Aärons staf 1) was ook onder hun staven, opdat niemand later zou kunnen zeggen, dat er met deze bedrog gepleegd was.
Aärons staf. Sommige uitleggers, o.a. Voget en J.v.d. Honert zijn van mening, dat de staf van Aäron dezelfde is geweest, als die, welke door Mozes gebruikt is in Egypte, omdat de staf, toen door Mozes gebruikt, zes maal Aärons staf wordt genoemd. Met die staf heeft Mozes de rotssteen geslagen te Rafidim, en wij lezen, dat, toen hij bij Kades wederom water uit de steenrots moest doen ontspringen, hij de staf moest halen van voor het aangezicht van de Heere, uit het Heilige (Numeri. 20:8,9). Volgens anderen, o.a. Staekhouse, Keil e.a. is die staf van deze wel te onderscheiden. Deze laatste mening heeft meer waarschijnlijkheid, omdat in vs.3 duidelijk staat, dat de staf van de stam Levi Aäron wordt toegerekend. Aärons naam moest geschreven worden op de staf van Levi. Neemt men aan, dat de staf hier te onderscheiden is van de staf van Mozes of Aäron in Egypte, dan wordt de kracht van het teken ook zoveel te sterker. De staven waren van elkaar in niets te onderscheiden. Zij waren allen gelijk, toen zij voor het aangezicht van de Heere werden gelegd, en ziet, toen Mozes de volgende dag de tent inging, zag hij, dat Aärons staf alleen bloeide, het teken (vs.5), dat hij door de Heere zeker was verkoren, om Hem het priesterschap te bedienen.
KruisverwijzingenExodus 38:21→Handelingen 7:44→Numeri 18:2→— En Mozes legde deze staven weg, voor het aangezicht des HEEREN, in de tent der getuigenis.
En Mozes legde deze staven weg, voor het aangezicht van de HEERE, in het Heilige der Heiligen van de tabernakel, of de tent van de getuigenis, en liet ze daar een nacht liggen.
KruisverwijzingenEzechiël 17:24→Johannes 15:1→Psalmen 110:2→Jesaja 4:2→Ezechiël 19:12→Hooglied 2:3→Psalmen 132:17→Hebreeën 9:4→— Het geschiedde nu des anderen daags, dat Mozes in de tent der getuigenis inging; en ziet, Aarons staf, voor het huis van Levi, bloeide; want hij bracht bloeisel voort, en bloesemde bloesem, en droeg amandelen.
Het geschiedde nu de volgende dag, dat Mozes in de tent van de getuigenis inging; en zie Aärons staf, die voor het huis van Levi gold (vs.3), bloeide, 1) want hij bracht bloeisel voort, en bloesemde bloesem, endroeg amandelen.
Dit was een gevoeglijk teken, om het priesterschap zelf te verbeelden, dat helder aan Aäron en diens wettige opvolgers bevestigd werd, te weten: 1. Dat het zijn zou, vruchtbaar, nuttig en dienstig voor de Kerk van de Heere. Dat Aärons staf botten, bloesem en ook rijpe vruchten voortbracht, gebeurde niet alleen, om Aäron daardoor eer te bewijzen en om te tonen, wat hij zelf wezen zou, maar wel voornamelijk ter afbeelding, hoe zijn dienst zou zijn tot een zegen voor Gods Israël. 2. Dat er zijn zou, een opvolging van priesters. Dus heeft Christus zorg gedragen, dat, zoals Hij altoos tot aan het einde van de wereld een Kerk en volk op aarde zal hebben er het Evangelie en zijn instellingen ook zolang zullen bediend worden.
Het uitspruiten, bloeien en vruchtdragen, dat anders op verschillende tijden plaats heeft, verenigt zich hier aan Aärons staf op dezelfde tijd. Op de ene plaats heeft hij knoppen en bladeren, op de andere bloesem, op de derde reeds rijpe amandelen. Reeds het groenen en uitspruiten was wonder genoeg geweest, om de goddelijke verkiezing van Aäron tot het priesterschap te bevestigen. Israël zou intussen aan het wonder tevens een teken hebben, waaruit het kon opmaken, hoe de Heere Aäron niet alleen geroepen, maar ook ter uitoefening van zijn ambt op zo’n wijze bekwaam gemaakt had, dat men “de betoning van de Geest en de kracht” wel aan hem bemerken kon, en ook reeds meermalen de zegen van zijn werkzaamheid was deelachtig geworden.
Als Veser in een van zijn volksschriften zegt: “de staf van de tucht in huis en school is de staf van Aäron; werpt men hem weg, dan ontstaat daaruit een slang; stelt men hem echter in het heiligdom, voor het aangezicht des Heeren, dan draagt hij bloesem en vrucht,” zo ligt aan deze woorden, die aanwending van onze geschiedenis ten grondslag, volgens welke de staven van de overige stamhoofden de gewone staven geweest zullen zijn, die zij als onderscheidingstekens van hun vorstelijke waardigheid pleegden met zich te dragen, en die zeer wel van amandelhout konden zijn, maar de staf van Aäron zal de wonderstaf geweest zijn uit Egypte (Exodus. 4:17 vv), die daarna in het heiligdom werd neergelegd, totdat men hem nogmaals nodig had (Numeri. 20:8 vv). Wij kunnen in deze opvatting niet delen, doch stemmen overigens met de aangehaalde woorden van harte in.
— Toen bracht Mozes al deze staven uit, van voor het aangezicht des HEEREN, tot al de kinderen Israels; en zij zagen het, en namen elk zijn staf.
Toen bracht Mozes al deze staven uit, van de plaats, waar zij gelegen hadden, voor het aangezicht van de HEERE, en bracht ze, tot de vergaderde vertegenwoordigers van al de kinderen van Israël; en zij zagen hetgeen met de ene staf gebeurd maar aan de anderen niet gebeurd was, en verstonden hieruit de wil van de Heere, en de hoofden van de 11 andere stammen namen elk zijn staf, en waren nu daarmee bevredigd, dat niemand anders dan Aäron en zijn zonen het priesterambt bedienen zouden.
KruisverwijzingenHebreeën 9:4→Numeri 16:38→Deuteronomium 9:24→Efeze 2:2→Psalmen 57:4→1 Samuël 2:12→1 Samuël 30:22→Efeze 5:6→— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Breng de staf van Aaron weder voor de getuigenis, in bewaring, tot een teken voor de wederspannige kinderen; alzo zult gij een einde maken van hun murmureringen tegen Mij, dat zij niet sterven.
Toen zei de HEERE tot Mozes: Breng de staf van Aäron weer voor de Ark van de Getuigenis, 1) in het Heilige der Heiligen, en leg hem, zoals gij met de mannakruikgedaan hebt (Exodus. 16:32-34), aldaar neer in bewaring, 2) opdat hij zij tot een bestendig teken, voor de weerspannige kinderen, dat hen waarschuwend herinnert aan hetgeen Ik thans, ter openbaring van het goddelijk gezag, waarmee het Aäronitische priesterschap bekleed is, gedaan heb; alzo zult gij een einde maken aanhun gemopper, waarmee zij tot hiertoe tegen Mij en tegen Mijn verordeningen, zo stout en boos getwist hebben, opdat zij niet bij nog meer gemor, met Mijn strafgericht bezocht worden, zoals aan de anderen (hoofdstuk 16:48) geschied is, en alzo in hun zonden sterven.
Deze staf zou voor Israël een teken zijn, om aan hun gemopper een einde te maken, maar was, omdat zij lag en bewaard werd voor de Ark van de Getuigenis, voor Aäron een onderpand van de bestendigheid van zijn priesterschap, zolang de Oude Bedeling zou voortduren.
In of bij de Ark zijn bewaard, de Verbondstafelen, de gouden kruik, waarin het Manna was, en Aärons staf, opdat alle eeuwen met verwondering zouden zien, hoe Gods oude Kerk geleid, gevoed en bestuurd is geworden.
— En Mozes deed het; gelijk als de HEERE hem geboden had, alzo deed hij.
En Mozes deed het; zoals de HEERE hem geboden had, zo deed hij, en legde de staf van Aäron tot bewaring bij de Verbondsark in het Heilige der Heiligen neer (Hebr.9:4).
Volgens joodse overlevering bleef de staf van Aäron door Gods wondermacht groen, bloeiend en vruchtdragend, tot de tijd van de verwoesting van de eerste tempel, door de Babylonische koning Nebukadnezar. Hiervan nu wordt in de tekst wel niets gezegd, maar dat bericht is, bij de bestemming, die deze staf had, om tot een blijvend waarteken voor de volgende geslachten te dienen, niet van waarschijnlijkheid ontbloot.
KruisverwijzingenNumeri 26:11→Psalmen 90:7→Jesaja 6:5→Hebreeën 12:5→Spreuken 19:3→Jesaja 57:16→— Toen spraken de kinderen Israels tot Mozes, zeggende: Zie, wij geven den geest, wij vergaan, wij allen vergaan!
Toen hun nu, door dit wonderwerk (vs.8) en het bevel van God (vs.10) de ogen daarvoor begonnen open te gaan, dat zij met hun gemor zich zwaar tegen de Heere bezondigd hadden, toen spraken de kinderen van Israël tot Mozes, zeggende: Zie wij geven de geest, wij vergaan, wij allen vergaan! 1)
Dit is de taal van het in doodsangst verkerende volk. Zij hebben gezien, hoe de Heere met Zijn wonderen onder hen heeft gewandeld, zij hebben nu door een zichtbaar teken de heiligheid van het priesterschap van Aäron aanschouwd. De zonde van Korach treedt hen nu in al haar verschrikkelijkheid voor de aandacht, en de vrees dringt hun hart binnen, omdat het geweten hen beschuldigt dat zij het met Korach gehouden hebben, dat God hen allen zal treffen.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 15:13→Handelingen 5:11→Numeri 32:13→1 Samuël 6:19→1 Kronieken 13:11→Numeri 1:51→Job 34:14→Hebreeën 10:19→— Al wie enigzins nadert tot den tabernakel des HEEREN, zal sterven; zullen wij dan den geest gevende verdaan worden?
Al wie-zo laat de Heere ons zeggen-enigszins 1) nadert tot de tabernakel van de HEERE, die zal sterven; zullen wij dan allen de geest gevende geheel en al verdaan worden, zodat Israël ophoudt te bestaan? 2) Zal er danin het geheel geen einde komen aan het omkomen door de toorn van de Heere, waarvan wij nu al zovele voorbeelden hebben moeten beleven?
Enigzins nadert. Hebreeuws: al wie nadert, die nadert tot enz.; welke herhaling, volgens Van der Palm, nauwelijks iets anders kan betekenen dan, die ongeroepen nadert-die slechts nadert, omdat hij naderen wil. Of is het misschien de overdrijvende taal van een nog onvergenoegd gemoed, die we hier horen, en wel in deze zin: al, wie het maar waagt om zo dicht tot de tabernakel te naderen, dat het maar enigzins met de verschuldigde eerbied in strijd geacht worden kan, die zal dan-zo groot is de strengheid van God-Zijn onvoorzichtigheid met de dood moeten boeten.
Zij vrezen dat Gods bevel (vs.10) misschien de voorbode is van een nieuwe plaag, die hun overkomen zal, terwijl de Heere integendeel, door het teken, dat tot een bestendige herinnering voor hen bewaard zal worden, hen van het verderf bewaren wil. Maar een beschuldigend geweten vreest altoos het ergste (Boek der wijsheid 17:11). Het is zeker geen getuigenis van dankbaar geloof wat we hier lezen, maar een woord, dat vrees en ontzag voor God te kennen geeft. Deze vrees en dit ontzag heeft althans dit heilzaam gevolg, dat de reden, die thans tot opstand had aangezet, van nu af aan op het volk niet meer werkte.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Numeri 17
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Numeri 17
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Toen sprak de HEERE, daar Hij het bij dit zichtbaar bewijs van de kracht en de werking van het door Hem ingestelde Aäronitische priesterschap niet laten wilde, maar ook de geldigheid van het laatste alleen nog op een bijzondere wijze wilde bevestigen, opdat elk gemor daartegen voor altijd mocht tot zwijgen gebracht worden, zo sprak de Heere tot Mozes, terwijl deze zich nog in het voorhof van de tabernakel bevond (hoofdstuk 16:50), zeggende:
Spreek tot de hoofden van de kinderen van Israël: dat zij zich van staven, die van een amandelboom afgesneden zijn, voorzien, en neem van hen, nadat zij daarmee tot u zullen teruggekeerd zijn, voor elk vaderlijk huis of stamhuis een staf, van al hun oversten, die thans de hoofden van de 12 stammen zijn (hoofdstuk 1:4), zodat gij in het geheel, naar het huis van hun vaderen, twaalf staven krijgt; een ieders naam zult gij schrijven opzijn staf.
Doch Aärons naam zult gij schrijven op de staf van de stam van Levi; want een staf zal er zijn voor elk, die het hoofd van het huis van hunr vaderen is, en van de stam Levi is Aäron het hoofd. 1)
Terwijl de stam Levi afzonderlijk wordt meegerekend, worden Efraïm en Manasse aangemerkt, als makende tezamen één stam uit (Deuteronomium. 27:12 vv.)
En gij zult ze, gedurende de eerstkomende nacht wegleggen in het Heilige der Heiligen van de tent der samenkomst, voor de Ark van de Getuigenis, tussen wierCherubs Ik troon, en waarheen Ik met u steeds samenkomen zal, zoals Ik u daar tot hiertoe Mijn openbaringen meedeelde (Exodus. 25:21 vv.).
En het zal geschieden, dat de staf van de man, welke Ik zal verkoren hebben, om aan het hoofd van het priesterschap te staan, in de nacht, door een wonder van Mijn almacht, zal bloeien, terwijl de overige staven blijven zullen zoalsze waren, en Ik zal met dit teken, eens en voor altijd stillen 1) en tot zwijgen brengen het gemopper van de kinderen van Israël tegen Mij, want tegen Mij zijn ze, dat gemopper, dat zij tegen u uiten, 2) als zij u, wegens het priesterschap van Aäron, van deze dagen zo bitter aanvallen.
Het woord in de grondtekst geeft aan, zo’n stillen, dat het oproer zich niet weer, wat deze zaak betreft, zou verheffen. Door dit teken zou vooral het goddelijk recht van het priesterschap van Aäron voor Israëls oog openbaar worden en bevestigd. Nimmer heeft zich dan ook later een geest van verzet tegen het priesterschap van Aäron en zijn nakomelingen geopenbaard.
Reeds bij Exodus. 25:40 werd opgemerkt, dat de amandelboom in het Hebreeuws zijn naam (Sjaked d.i. de wacht) hieraan ontleent, dat hij reeds in januari bloeit, in maart reeds rijpe vruchten draagt, en alzo waakt, terwijl de overige natuur nog in doodslaap neerligt. Hij kwam ons aldaar voor als een beeld van Israël, dat de reine kennis van God reeds bezat, terwijl nog rondom duisternis de aarde en donkerheid de volken bedekte, dat zich in de gave van Gods woord verblijden mocht, om uit kracht daarvan te groenen te bloeien en vrucht te dragen. Op deze plaats nu wil de Heere door middel van de 12 amandelstaven, die elk met hun bepaalde naam beschreven zijn, door een wonder (dat tot een teken wordt, daar het in zichzelf zinnebeeldig datgene voorstelt wat het betuigen en bevestigen zal) aan het gehele volk voor ogen stellen, in welke verhouding Hij de 12 stammen van Israël, het geslacht van Aäron met de tot hem behorende, maar toch slechts aan hem ondergeschikte Levieten, aan de ene en de overige stammen aan de andere zijde, tot Zich, de enige Levensbron, geplaatst heeft. Op zichzelf zijn zij de een met de ander slechts afgesneden staven; Aäron en zijn zonen zijn van nature even onmachtig, om een levendwekkende en zegen aanbrengende priesterschap te zijn, als geheel het overige volk; maar door de genade en de roeping van de Heere, die hem verkoren heeft om Hem heilig te wezen en Zijn offerande te bedienen (hoofdstuk 16:5), hierdoor is hij in een verbintenis tot de Levengever gesteld, welke hem in staat stelt levenstekenen voort te brengen, die de anderen nooit vermogen op te leveren, daar zij aan zichzelf en aan eigen onmacht zijn overgelaten. Had Israël verstaan, wat de Heere met het wonder, dat Hij voor had, in zichtbare werkelijkheid voor ogen stellen, en zich over de heerlijkheid van Zijn priesterschap verheugd, als dat nog slechts een tijdelijk was, maar de bestemming had om eenmaal, in veel rijker volheid en dieper waarheid op het gehele volk over te gaan, zo zou het van een morrende gemeente tot een lofzingende geworden zijn. In plaats hiervan kost het bij het volk alleen tot een zwijgen uit vrees (vs.12,13). “Ach het is het verworpen geslacht van de oude zondaars, die het gericht van de heilige God niet overwinnen kunnen door het geloof aan de verzoenende en plaatsbekledende heiligheid van de Hogepriester; daarom zijn alle wonderen en tekenen tevergeefs; onder vrezen en klagen gaat hun tijd daarheen, totdat zij eindelijk allen in de woestijn zijn neergeveld”.
Als de Heere eerst van het gemopper tegen Hem en dan van die tegen Aäron spreekt, dan blijkt hieruit, dat Hij dat verzet tegen Aäron beschouwt als een verzet, dat tegen Hem heeft plaatsgehad. De zaak van Zijn dienaar is Zijn zaak.
Mozes dan sprak overeenkomstig tot de kinderen van Israël; en al hun oversten gaven aan hem een staf, voor elke overste een staf, naar het huis van hun vaderen, zodat hij in het geheel twaalf staven ontving; Aärons staf 1) was ook onder hun staven, opdat niemand later zou kunnen zeggen, dat er met deze bedrog gepleegd was.
Aärons staf. Sommige uitleggers, o.a. Voget en J.v.d. Honert zijn van mening, dat de staf van Aäron dezelfde is geweest, als die, welke door Mozes gebruikt is in Egypte, omdat de staf, toen door Mozes gebruikt, zes maal Aärons staf wordt genoemd. Met die staf heeft Mozes de rotssteen geslagen te Rafidim, en wij lezen, dat, toen hij bij Kades wederom water uit de steenrots moest doen ontspringen, hij de staf moest halen van voor het aangezicht van de Heere, uit het Heilige (Numeri. 20:8,9). Volgens anderen, o.a. Staekhouse, Keil e.a. is die staf van deze wel te onderscheiden. Deze laatste mening heeft meer waarschijnlijkheid, omdat in vs.3 duidelijk staat, dat de staf van de stam Levi Aäron wordt toegerekend. Aärons naam moest geschreven worden op de staf van Levi. Neemt men aan, dat de staf hier te onderscheiden is van de staf van Mozes of Aäron in Egypte, dan wordt de kracht van het teken ook zoveel te sterker. De staven waren van elkaar in niets te onderscheiden. Zij waren allen gelijk, toen zij voor het aangezicht van de Heere werden gelegd, en ziet, toen Mozes de volgende dag de tent inging, zag hij, dat Aärons staf alleen bloeide, het teken (vs.5), dat hij door de Heere zeker was verkoren, om Hem het priesterschap te bedienen.
En Mozes legde deze staven weg, voor het aangezicht van de HEERE, in het Heilige der Heiligen van de tabernakel, of de tent van de getuigenis, en liet ze daar een nacht liggen.
Het geschiedde nu de volgende dag, dat Mozes in de tent van de getuigenis inging; en zie Aärons staf, die voor het huis van Levi gold (vs.3), bloeide, 1) want hij bracht bloeisel voort, en bloesemde bloesem, endroeg amandelen.
Dit was een gevoeglijk teken, om het priesterschap zelf te verbeelden, dat helder aan Aäron en diens wettige opvolgers bevestigd werd, te weten: 1. Dat het zijn zou, vruchtbaar, nuttig en dienstig voor de Kerk van de Heere. Dat Aärons staf botten, bloesem en ook rijpe vruchten voortbracht, gebeurde niet alleen, om Aäron daardoor eer te bewijzen en om te tonen, wat hij zelf wezen zou, maar wel voornamelijk ter afbeelding, hoe zijn dienst zou zijn tot een zegen voor Gods Israël. 2. Dat er zijn zou, een opvolging van priesters. Dus heeft Christus zorg gedragen, dat, zoals Hij altoos tot aan het einde van de wereld een Kerk en volk op aarde zal hebben er het Evangelie en zijn instellingen ook zolang zullen bediend worden.
Het uitspruiten, bloeien en vruchtdragen, dat anders op verschillende tijden plaats heeft, verenigt zich hier aan Aärons staf op dezelfde tijd. Op de ene plaats heeft hij knoppen en bladeren, op de andere bloesem, op de derde reeds rijpe amandelen. Reeds het groenen en uitspruiten was wonder genoeg geweest, om de goddelijke verkiezing van Aäron tot het priesterschap te bevestigen. Israël zou intussen aan het wonder tevens een teken hebben, waaruit het kon opmaken, hoe de Heere Aäron niet alleen geroepen, maar ook ter uitoefening van zijn ambt op zo’n wijze bekwaam gemaakt had, dat men “de betoning van de Geest en de kracht” wel aan hem bemerken kon, en ook reeds meermalen de zegen van zijn werkzaamheid was deelachtig geworden.
Als Veser in een van zijn volksschriften zegt: “de staf van de tucht in huis en school is de staf van Aäron; werpt men hem weg, dan ontstaat daaruit een slang; stelt men hem echter in het heiligdom, voor het aangezicht des Heeren, dan draagt hij bloesem en vrucht,” zo ligt aan deze woorden, die aanwending van onze geschiedenis ten grondslag, volgens welke de staven van de overige stamhoofden de gewone staven geweest zullen zijn, die zij als onderscheidingstekens van hun vorstelijke waardigheid pleegden met zich te dragen, en die zeer wel van amandelhout konden zijn, maar de staf van Aäron zal de wonderstaf geweest zijn uit Egypte (Exodus. 4:17 vv), die daarna in het heiligdom werd neergelegd, totdat men hem nogmaals nodig had (Numeri. 20:8 vv). Wij kunnen in deze opvatting niet delen, doch stemmen overigens met de aangehaalde woorden van harte in.
Toen bracht Mozes al deze staven uit, van de plaats, waar zij gelegen hadden, voor het aangezicht van de HEERE, en bracht ze, tot de vergaderde vertegenwoordigers van al de kinderen van Israël; en zij zagen hetgeen met de ene staf gebeurd maar aan de anderen niet gebeurd was, en verstonden hieruit de wil van de Heere, en de hoofden van de 11 andere stammen namen elk zijn staf, en waren nu daarmee bevredigd, dat niemand anders dan Aäron en zijn zonen het priesterambt bedienen zouden.
Toen zei de HEERE tot Mozes: Breng de staf van Aäron weer voor de Ark van de Getuigenis, 1) in het Heilige der Heiligen, en leg hem, zoals gij met de mannakruikgedaan hebt (Exodus. 16:32-34), aldaar neer in bewaring, 2) opdat hij zij tot een bestendig teken, voor de weerspannige kinderen, dat hen waarschuwend herinnert aan hetgeen Ik thans, ter openbaring van het goddelijk gezag, waarmee het Aäronitische priesterschap bekleed is, gedaan heb; alzo zult gij een einde maken aanhun gemopper, waarmee zij tot hiertoe tegen Mij en tegen Mijn verordeningen, zo stout en boos getwist hebben, opdat zij niet bij nog meer gemor, met Mijn strafgericht bezocht worden, zoals aan de anderen (hoofdstuk 16:48) geschied is, en alzo in hun zonden sterven.
Deze staf zou voor Israël een teken zijn, om aan hun gemopper een einde te maken, maar was, omdat zij lag en bewaard werd voor de Ark van de Getuigenis, voor Aäron een onderpand van de bestendigheid van zijn priesterschap, zolang de Oude Bedeling zou voortduren.
In of bij de Ark zijn bewaard, de Verbondstafelen, de gouden kruik, waarin het Manna was, en Aärons staf, opdat alle eeuwen met verwondering zouden zien, hoe Gods oude Kerk geleid, gevoed en bestuurd is geworden.
En Mozes deed het; zoals de HEERE hem geboden had, zo deed hij, en legde de staf van Aäron tot bewaring bij de Verbondsark in het Heilige der Heiligen neer (Hebr.9:4).
Volgens joodse overlevering bleef de staf van Aäron door Gods wondermacht groen, bloeiend en vruchtdragend, tot de tijd van de verwoesting van de eerste tempel, door de Babylonische koning Nebukadnezar. Hiervan nu wordt in de tekst wel niets gezegd, maar dat bericht is, bij de bestemming, die deze staf had, om tot een blijvend waarteken voor de volgende geslachten te dienen, niet van waarschijnlijkheid ontbloot.
Toen hun nu, door dit wonderwerk (vs.8) en het bevel van God (vs.10) de ogen daarvoor begonnen open te gaan, dat zij met hun gemor zich zwaar tegen de Heere bezondigd hadden, toen spraken de kinderen van Israël tot Mozes, zeggende: Zie wij geven de geest, wij vergaan, wij allen vergaan! 1)
Dit is de taal van het in doodsangst verkerende volk. Zij hebben gezien, hoe de Heere met Zijn wonderen onder hen heeft gewandeld, zij hebben nu door een zichtbaar teken de heiligheid van het priesterschap van Aäron aanschouwd. De zonde van Korach treedt hen nu in al haar verschrikkelijkheid voor de aandacht, en de vrees dringt hun hart binnen, omdat het geweten hen beschuldigt dat zij het met Korach gehouden hebben, dat God hen allen zal treffen.
Al wie-zo laat de Heere ons zeggen-enigszins 1) nadert tot de tabernakel van de HEERE, die zal sterven; zullen wij dan allen de geest gevende geheel en al verdaan worden, zodat Israël ophoudt te bestaan? 2) Zal er danin het geheel geen einde komen aan het omkomen door de toorn van de Heere, waarvan wij nu al zovele voorbeelden hebben moeten beleven?
Enigzins nadert. Hebreeuws: al wie nadert, die nadert tot enz.; welke herhaling, volgens Van der Palm, nauwelijks iets anders kan betekenen dan, die ongeroepen nadert-die slechts nadert, omdat hij naderen wil. Of is het misschien de overdrijvende taal van een nog onvergenoegd gemoed, die we hier horen, en wel in deze zin: al, wie het maar waagt om zo dicht tot de tabernakel te naderen, dat het maar enigzins met de verschuldigde eerbied in strijd geacht worden kan, die zal dan-zo groot is de strengheid van God-Zijn onvoorzichtigheid met de dood moeten boeten.
Zij vrezen dat Gods bevel (vs.10) misschien de voorbode is van een nieuwe plaag, die hun overkomen zal, terwijl de Heere integendeel, door het teken, dat tot een bestendige herinnering voor hen bewaard zal worden, hen van het verderf bewaren wil. Maar een beschuldigend geweten vreest altoos het ergste (Boek der wijsheid 17:11). Het is zeker geen getuigenis van dankbaar geloof wat we hier lezen, maar een woord, dat vrees en ontzag voor God te kennen geeft. Deze vrees en dit ontzag heeft althans dit heilzaam gevolg, dat de reden, die thans tot opstand had aangezet, van nu af aan op het volk niet meer werkte.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel