Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Daarna sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, zeggendeH559:Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer gij gekomen zult zijn in het land uwer woningen, dat Ik u geven zal;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2SpreekH1696totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478, en zegH559totH413 hen: Wanneer gij gekomenH935 zult zijn in het landH776 uwer woningenH4186, dat IkH589 u gevenH5414 zal;Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer gij gekomen zult zijn in het land uwer woningen, dat Ik u geven zal;
KJVSpeak1unto the children3of Israel,4and say5unto them, When ye be come8into the land10of your habitations,11which I give
1דַּבֵּר֙H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וְאָמַרְתָּ֖H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֲלֵהֶ֑םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8תָבֹ֗אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10אֶ֨רֶץ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11מוֹשְׁבֹ֣תֵיכֶ֔םH4186woningen, woning, zitplaatsassembly, dwell in, dwelling(-place), wherein (that) dwelt (in), inhabited place, seat, sitting, situation, sojourning12אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who14נֹתֵ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15לָכֶֽם
3En gij een vuuroffer den HEERE zult doen, een brandoffer, of slachtoffer, om af te zonderen een gelofte, of in een vrijwillig offer, of in uw gezette hoogtijden, om den HEERE een liefelijken reuk te maken, van runderen of van klein vee;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En gij een vuurofferH801 den HEEREH3068 zult doenH6213, een brandofferH5930, ofH176slachtofferH2077, om af te zonderenH6381 een gelofteH5088, ofH176 in een vrijwillig offerH5071, ofH176 in uw gezette hoogtijdenH4150, om den HEEREH3068 een liefelijkenH5207reukH7381 te makenH6213, van runderenH1241ofH176vanH4480klein veeH6629;En gij een vuuroffer den HEERE zult doen, een brandoffer, of slachtoffer, om af te zonderen een gelofte, of in een vrijwillig offer, of in uw gezette hoogtijden, om den HEERE een liefelijken reuk te maken, van runderen of van klein vee;
KJVAnd will make1an offering by fire2unto the LORD,3a burnt offering,4or a sacrifice6in performing7a vow,8or in a freewill offering,10or in your solemn feasts,12to make13a sweet15savour14unto the LORD,16of the herd,18or of the flock:
1וַעֲשִׂיתֶ֨םH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אִשֶּׁ֤הH801vuuroffer, vuurofferen, vuuroffers(offering, sacrifice), (made) by fire3לַֽיהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4עֹלָ֣הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)5אוֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether6זֶ֔בַחH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice7לְפַלֵּאH6381wonderen, wonderlijk, wonderwerkenaccomplish, (arise...too, be too) hard, hidden, things too high, (be, do, do a, shew) marvelous(-ly, -els, things, work), miracles, perform, separate, make singular, (be, great, make) wonderful(-ers, -ly, things, works), wondrous (things, works, -ly)8נֶ֨דֶר֙H5088gelofte, geloftenvow(-ed)9א֣וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether10בִנְדָבָ֔הH5071vrijwillig offer, vrijwillige offeren, vrijwillige gavefree(-will) offering, freely, plentiful, voluntary(-ily, offering), willing(-ly), offering)11א֖וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether12בְּמֹעֲדֵיכֶ֑םH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)13לַעֲשׂ֞וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14רֵ֤יחַH7381reuk, reukssavour, scent, smell15נִיחֹ֨חַ֙H5207liefelijken, liefelijkesweet (odour)16לַֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with18הַבָּקָ֖רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox19א֥וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether20מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with21הַצֹּֽאןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)
4Zo zal hij, die zijn offerande den HEERE offert, een spijsoffer offeren van een tiende meelbloem, gemengd met een vierendeel van een hin olie.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Zo zal hij, die zijn offerandeH7133 den HEEREH3068offertH7126, een spijsofferH4503offerenH7126 van een tiendeH6241meelbloemH5560, gemengdH1101 met een vierendeelH7243 van een hinH1969olieH8081.Zo zal hij, die zijn offerande den HEERE offert, een spijsoffer offeren van een tiende meelbloem, gemengd met een vierendeel van een hin olie.
KJVThen shall he that offereth1his offering3unto the LORD4bring2a meat offering5of a tenth deal7of flour6mingled8with the fourth9part of an hin10of oil.
1וְהִקְרִ֛יבH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2הַמַּקְרִ֥יבH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take3קָרְבָּנ֖וֹH7133offerande, offeranden, offeroblation, that is offered, offering4לַֽיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5מִנְחָה֙H4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice6סֹ֣לֶתH5560meelbloem(fine) flour, meal7עִשָּׂר֔וֹןH6241tienden, tiendetenth deal8בָּל֕וּלH1101gemengd, overgoten, verwardeanoint, confound, [idiom] fade, mingle, mix (self), give provender, temper9בִּרְבִעִ֥יתH7243vierde, vierendeel, vierdenfoursquare, fourth (part)10הַהִ֖יןH1969hinhin11שָֽׁמֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine
5En wijn ten drankoffer, een vierendeel van een hin, zult gij bereiden tot een brandoffer of tot een slachtoffer, voor een lam.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En wijnH3196 ten drankofferH5262, een vierendeelH7243 van een hinH1969, zult gij bereidenH6213 tot een brandofferH5930ofH176 tot een slachtofferH2077, voor eenH259lamH3532.En wijn ten drankoffer, een vierendeel van een hin, zult gij bereiden tot een brandoffer of tot een slachtoffer, voor een lam.
KJVAnd the fourth3part of an hin4of wine1for a drink offering2shalt thou prepare5with the burnt offering7or sacrifice,9for one11lamb.
1וְיַ֤יִןH3196wijn, wijns, Wijnbanqueting, wine, wine(-bibber)2לַנֶּ֨סֶךְ֙H5262drankofferen, drankoffer, beeldcover, drink offering, molten image3רְבִיעִ֣יתH7243vierde, vierendeel, vierdenfoursquare, fourth (part)4הַהִ֔יןH1969hinhin5תַּעֲשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7הָעֹלָ֖הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)8א֣וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether9לַזָּ֑בַחH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice10לַכֶּ֖בֶשׂH3532lammeren, lam, schapenlamb, sheep11הָאֶחָֽדH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
6Of voor een ram zult gij een spijsoffer bereiden, van twee tienden meelbloem, gemengd met olie, een derde deel van een hin.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6OfH176 voor een ramH352 zult gij een spijsofferH4503bereidenH6213, van tweeH8147tiendenH6241meelbloemH5560, gemengdH1101 met olieH8081, een derdeH7992 deel van een hinH1969.Of voor een ram zult gij een spijsoffer bereiden, van twee tienden meelbloem, gemengd met olie, een derde deel van een hin.
KJVOr for a ram,2thou shalt prepare3for a meat offering4two6tenth deals7of flour5mingled8with the third10part of an hin11of oil.
7En wijn ten drankoffer, een derde deel van een hin, zult gij offeren tot een liefelijken reuk den HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En wijnH3196 ten drankofferH5262, een derdeH7992 deel van een hinH1969, zult gij offerenH7126 tot een liefelijkenH5207reukH7381 den HEEREH3068.En wijn ten drankoffer, een derde deel van een hin, zult gij offeren tot een liefelijken reuk den HEERE.
KJVAnd for a drink offering2thou shalt offer5the third3part of an hin4of wine,1for a sweet7savour6unto the LORD.
1וְיַ֥יִןH3196wijn, wijns, Wijnbanqueting, wine, wine(-bibber)2לַנֶּ֖סֶךְH5262drankofferen, drankoffer, beeldcover, drink offering, molten image3שְׁלִשִׁ֣יתH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)4הַהִ֑יןH1969hinhin5תַּקְרִ֥יבH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take6רֵֽיחַH7381reuk, reukssavour, scent, smell7נִיחֹ֖חַH5207liefelijken, liefelijkesweet (odour)8לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
8En wanneer gij een jong rund zult bereiden tot een brandoffer of een slachtoffer, om een gelofte af te zonderen, of ten dankoffer den HEERE;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En wanneer gij een jongH1121rundH1241 zult bereidenH6213 tot een brandofferH5930ofH176 een slachtofferH2077, om een gelofteH5088 af te zonderenH6381, ofH176 ten dankofferH8002 den HEEREH3068;En wanneer gij een jong rund zult bereiden tot een brandoffer of een slachtoffer, om een gelofte af te zonderen, of ten dankoffer den HEERE;
KJVAnd when thou preparest2a bullock3for a burnt offering,5or for a sacrifice7in performing8a vow,9or peace offerings11unto the LORD:
1וְכִֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2תַעֲשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4בָּקָ֖רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox5עֹלָ֣הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)6אוֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether7זָ֑בַחH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice8לְפַלֵּאH6381wonderen, wonderlijk, wonderwerkenaccomplish, (arise...too, be too) hard, hidden, things too high, (be, do, do a, shew) marvelous(-ly, -els, things, work), miracles, perform, separate, make singular, (be, great, make) wonderful(-ers, -ly, things, works), wondrous (things, works, -ly)9נֶ֥דֶרH5088gelofte, geloftenvow(-ed)10אֽוֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether11שְׁלָמִ֖יםH8002dankofferen, dankoffer, dankofferspeace offering12לַֽיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
9Zo zal hij tot een jong rund offeren een spijsoffer van drie tienden meelbloem, gemengd met olie, de helft van een hin.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Zo zal hij tot een jongH1121rundH1241offerenH7126 een spijsofferH4503 van drieH7969tiendenH6241meelbloemH5560, gemengdH1101 met olieH8081, de helftH2677 van een hinH1969.Zo zal hij tot een jong rund offeren een spijsoffer van drie tienden meelbloem, gemengd met olie, de helft van een hin.
KJVThen shall he bring1with a bullock4a meat offering5of three7tenth deals8of flour6mingled9with half11an hin12of oil.
1וְהִקְרִ֤יבH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4הַבָּקָר֙H1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox5מִנְחָ֔הH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice6סֹ֖לֶתH5560meelbloem(fine) flour, meal7שְׁלֹשָׁ֣הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)8עֶשְׂרֹנִ֑יםH6241tienden, tiendetenth deal9בָּל֥וּלH1101gemengd, overgoten, verwardeanoint, confound, [idiom] fade, mingle, mix (self), give provender, temper10בַּשֶּׁ֖מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine11חֲצִ֥יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts12הַהִֽיןH1969hinhin
10En wijn zult gij offeren ten drankoffer, de helft van een hin, tot een vuuroffer van liefelijken reuk den HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En wijnH3196 zult gij offerenH7126 ten drankofferH5262, de helftH2677 van een hinH1969, tot een vuurofferH801 van liefelijkenH5207reukH7381 den HEEREH3068.En wijn zult gij offeren ten drankoffer, de helft van een hin, tot een vuuroffer van liefelijken reuk den HEERE.
KJVAnd thou shalt bring2for a drink offering3half4an hin5of wine,1for an offering made by fire,6of a sweet8savour7unto the LORD.
1וְיַ֛יִןH3196wijn, wijns, Wijnbanqueting, wine, wine(-bibber)2תַּקְרִ֥יבH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take3לַנֶּ֖סֶךְH5262drankofferen, drankoffer, beeldcover, drink offering, molten image4חֲצִ֣יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts5הַהִ֑יןH1969hinhin6אִשֵּׁ֥הH801vuuroffer, vuurofferen, vuuroffers(offering, sacrifice), (made) by fire7רֵֽיחַH7381reuk, reukssavour, scent, smell8נִיחֹ֖חַH5207liefelijken, liefelijkesweet (odour)9לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
11Alzo zal gedaan worden met den enen os, of met den enen ram, of met het klein vee, van de lammeren, of van de geiten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Alzo zal gedaanH6213 worden met den enen osH7794, of met den enen ramH352, ofH176 met het klein veeH7716, van de lammerenH3532, ofH176 van de geitenH5795.Alzo zal gedaan worden met den enen os, of met den enen ram, of met het klein vee, van de lammeren, of van de geiten.
KJVThus shall it be done2for one4bullock,3or for one7ram,6or for a lamb,10or a kid.
1כָּ֣כָהH3602alzo, op deze wijzeafter that (this) manner, this matter, (even) so, in such a case, thus2יֵעָשֶׂ֗הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3לַשּׁוֹר֙H7794os, ossen, ossesbull(-ock), cow, ox, wall (by mistake for H7791 (שׁוּר))4הָֽאֶחָ֔דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,5א֖וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether6לָאַ֣יִלH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree7הָאֶחָ֑דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,8אֽוֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether9לַשֶּׂ֥הH7716klein vee, lam, schaap(lesser, small) cattle, ewe, goat, lamb, sheep. Compare H2089 (זֶה)10בַכְּבָשִׂ֖יםH3532lammeren, lam, schapenlamb, sheep11א֥וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether12בָעִזִּֽיםH5795geiten, geit, geitenbok(she) goat, kid
12Naar het getal, dat gij bereiden zult, zult gij alzo doen met elkeen, naar hun getal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Naar het getalH4557, datH834 gij bereidenH6213 zult, zult gij alzo doen met elkeen, naar hun getalH4557.Naar het getal, dat gij bereiden zult, zult gij alzo doen met elkeen, naar hun getal.
KJVAccording to the number1that ye shall prepare,3so4shall ye do5to every one6according to their number.
1כַּמִּסְפָּ֖רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time2אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3תַּעֲשׂ֑וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4כָּ֛כָהH3602alzo, op deze wijzeafter that (this) manner, this matter, (even) so, in such a case, thus5תַּעֲשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6לָאֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,7כְּמִסְפָּרָֽםH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time
13Alle inboorling zal deze dingen alzo doen, offerende een vuuroffer tot een liefelijken reuk den HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13AlleH3605inboorlingH249 zal dezeH428 dingen alzo doenH6213, offerendeH7126 een vuurofferH801 tot een liefelijkenH5207reukH7381 den HEEREH3068.Alle inboorling zal deze dingen alzo doen, offerende een vuuroffer tot een liefelijken reuk den HEERE.
KJVAll that are born of the country2shall do3these things after this manner, in offering7an offering made by fire,8of a sweet10savour9unto the LORD.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הָאֶזְרָ֥חH249inboorling, inboorlingen, ingeborenebay tree, (home-) born (in the land), of the (one's own) country (nation)3יַעֲשֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4כָּ֖כָהH3602alzo, op deze wijzeafter that (this) manner, this matter, (even) so, in such a case, thus5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)7לְהַקְרִ֛יבH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take8אִשֵּׁ֥הH801vuuroffer, vuurofferen, vuuroffers(offering, sacrifice), (made) by fire9רֵֽיחַH7381reuk, reukssavour, scent, smell10נִיחֹ֖חַH5207liefelijken, liefelijkesweet (odour)11לַֽיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
14Wanneer ook een vreemdeling bij u als vreemdeling verkeert, of die in het midden van u is, in uw geslachten, en hij een vuuroffer zal bereiden tot een liefelijken reuk den HEERE; gelijk als gij zult doen, alzo zal hij doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Wanneer ook een vreemdelingH1616bijH854 u alsH3588vreemdeling verkeertH1481, ofH176dieH834 in het middenH8432 van u is, in uw geslachtenH1755, en hij een vuurofferH801 zal bereidenH6213 tot een liefelijkenH5207reukH7381 den HEEREH3068; gelijk als gij zult doen, alzoH3651 zal hij doen.Wanneer ook een vreemdeling bij u als vreemdeling verkeert, of die in het midden van u is, in uw geslachten, en hij een vuuroffer zal bereiden tot een liefelijken reuk den HEERE; gelijk als gij zult doen, alzo zal hij doen.
KJVAnd if a stranger4sojourn2with you, or whosoever be among7you in your generations,8and will offer9an offering made by fire,10of a sweet12savour11unto the LORD;13as ye do,15so he shall do.
1וְכִֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יָגוּר֩H1481vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeertabide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely3אִתְּכֶ֨םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix4גֵּ֜רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger5א֤וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether6אֲשֶֽׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7בְּתֽוֹכְכֶם֙H8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)8לְדֹרֹ֣תֵיכֶ֔םH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity9וְעָשָׂ֛הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10אִשֵּׁ֥הH801vuuroffer, vuurofferen, vuuroffers(offering, sacrifice), (made) by fire11רֵֽיחַH7381reuk, reukssavour, scent, smell12נִיחֹ֖חַH5207liefelijken, liefelijkesweet (odour)13לַיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15תַּעֲשׂ֖וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use16כֵּ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you17יַעֲשֶֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
15Gij, gemeente, het zij ulieden en den vreemdeling, die als vreemdeling bij u verkeert, enerlei inzetting: ter eeuwige inzetting bij uw geslachten, gelijk gijlieden, alzo zal de vreemdeling voor des HEEREN aangezicht zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Gij, gemeenteH6951, het zij ulieden en den vreemdelingH1616, die als vreemdelingH1616 bij u verkeertH1481, enerleiH259inzettingH2708: ter eeuwigeH5769inzettingH2708 bij uw geslachtenH1755, gelijk gijlieden, alzo zal de vreemdeling voor des HEERENH3068aangezichtH6440 zijn.Gij, gemeente, het zij ulieden en den vreemdeling, die als vreemdeling bij u verkeert, enerlei inzetting: ter eeuwige inzetting bij uw geslachten, gelijk gijlieden, alzo zal de vreemdeling voor des HEEREN aangezicht zijn.
KJVOne3ordinance2shall be both for you of the congregation,1and also for the stranger5that sojourneth6with you, an ordinance7for ever8in your generations:9as ye are, so shall the stranger11be before13the LORD.
1הַקָּהָ֕לH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude2חֻקָּ֥הH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute3אַחַ֛תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,4לָכֶ֖ם5וְלַגֵּ֣רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger6הַגָּ֑רH1481vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeertabide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely7חֻקַּ֤תH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute8עוֹלָם֙H5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)9לְדֹרֹ֣תֵיכֶ֔םH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity10כָּכֶ֛ם11כַּגֵּ֥רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger12יִהְיֶ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
16Enerlei wet en enerlei recht zal ulieden zijn, en den vreemdeling, die bij ulieden als vreemdeling verkeert.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16EnerleiH259wetH8451 en enerleiH259rechtH4941 zal ulieden zijnH1961, en den vreemdelingH1616, die bijH854 ulieden als vreemdeling verkeertH1481.Enerlei wet en enerlei recht zal ulieden zijn, en den vreemdeling, die bij ulieden als vreemdeling verkeert.
KJVOne2law1and one4manner3shall be for you, and for the stranger7that sojourneth
1תּוֹרָ֥הH8451wet, wetten, leerlaw2אַחַ֛תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,3וּמִשְׁפָּ֥טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong4אֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,5יִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6לָכֶ֑ם7וְלַגֵּ֖רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger8הַגָּ֥רH1481vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeertabide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely9אִתְּכֶֽםH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Voorts sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, zeggendeH559:Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
18Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Als gij zult gekomen zijn in het land, waarheen Ik u inbrengen zal,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18SpreekH1696totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478, en zegH559totH413 hen: Als gij zult gekomen zijn in het landH776, waarheen IkH589 u inbrengenH935 zal,Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Als gij zult gekomen zijn in het land, waarheen Ik u inbrengen zal,
KJVSpeak1unto the children3of Israel,4and say5unto them, When ye come7into the land9whither I bring
1דַּבֵּר֙H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וְאָמַרְתָּ֖H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֲלֵהֶ֑םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7בְּבֹֽאֲכֶם֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11אֲנִ֛יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who12מֵבִ֥יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14שָֽׁמָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
19Zo zal het geschieden, als gij van het brood des lands zult eten, dan zult gij den HEERE een hefoffer offeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Zo zal het geschiedenH1961, als gij van het broodH3899 des landsH776 zult etenH398, dan zult gij den HEEREH3068 een hefofferH8641offerenH7311.Zo zal het geschieden, als gij van het brood des lands zult eten, dan zult gij den HEERE een hefoffer offeren.
KJVThen it shall be, that, when ye eat2of the bread3of the land,4ye shall offer up5an heave offering6unto the LORD.
1וְהָיָ֕הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַּאֲכָלְכֶ֖םH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite3מִלֶּ֣חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals4הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5תָּרִ֥ימוּH7311verhoogd, verhogen, offerenbring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms6תְרוּמָ֖הH8641hefoffer, hefofferen, heffinggift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing)7לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
20De eerstelingen uws deegs, een koek zult gij tot een hefoffer offeren; gelijk het hefoffer des dorsvloers zult gij dat offeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20De eerstelingenH7225 uws deegsH6182, een koekH2471 zult gij tot een hefofferH8641offerenH7311; gelijk het hefofferH8641 des dorsvloersH1637 zult gij dat offerenH7311.De eerstelingen uws deegs, een koek zult gij tot een hefoffer offeren; gelijk het hefoffer des dorsvloers zult gij dat offeren.
KJVYe shall offer up4a cake3of the first1of your dough2for an heave offering:5as ye do the heave offering6of the threshingfloor,7so shall ye heave
1רֵאשִׁית֙H7225eerstelingen, begin, beginselbeginning, chief(-est), first(-fruits, part, time), principal thing2עֲרִסֹ֣תֵכֶ֔םH6182deegs, deegdough3חַלָּ֖הH2471koeken, koek, broodkoekcake4תָּרִ֣ימוּH7311verhoogd, verhogen, offerenbring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms5תְרוּמָ֑הH8641hefoffer, hefofferen, heffinggift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing)6כִּתְרוּמַ֣תH8641hefoffer, hefofferen, heffinggift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing)7גֹּ֔רֶןH1637dorsvloer, dorsvloers, plein(barn, corn, threshing-) floor, (threshing-, void) place8כֵּ֖ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you9תָּרִ֥ימוּH7311verhoogd, verhogen, offerenbring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms10אֹתָֽהּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
21Van de eerstelingen uws deegs zult gij den HEERE een hefoffer geven, bij uw geslachten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Van de eerstelingenH7225 uws deegsH6182 zult gij den HEEREH3068 een hefofferH8641gevenH5414, bij uw geslachtenH1755.Van de eerstelingen uws deegs zult gij den HEERE een hefoffer geven, bij uw geslachten.
KJVOf the first1of your dough2ye shall give3unto the LORD4an heave offering5in your generations.
22Voorts wanneer gijlieden afgedwaald zult zijn, en niet gedaan hebben al deze geboden, die de HEERE tot Mozes gesproken heeft;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Voorts wanneer gijlieden afgedwaaldH7686 zult zijn, en nietH3808gedaanH6213 hebben alH3605dezeH428gebodenH4687, die de HEEREH3068totH413MozesH4872gesprokenH1696 heeft;Voorts wanneer gijlieden afgedwaald zult zijn, en niet gedaan hebben al deze geboden, die de HEERE tot Mozes gesproken heeft;
KJVAnd if ye have erred,2and not observed4all these commandments,7which the LORD11hath spoken10unto Moses,
1וְכִ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2תִשְׁגּ֔וּH7686dwalen, afdwalen, dolen(cause to) go astray, deceive, err, be ravished, sin through ignorance, (let, make to) wander3וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4תַעֲשׂ֔וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5אֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הַמִּצְוֺ֖תH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept8הָאֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10דִּבֶּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work11יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
23Alles, wat u de HEERE door de hand van Mozes geboden heeft; van dien dag af, dat het de HEERE geboden heeft, en voortaan bij uw geslachten;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23AllesH3605, wat u de HEEREH3068 door de handH3027 van MozesH4872gebodenH6680 heeft; vanH4480 dien dagH3117 af, datH834 het de HEEREH3068gebodenH6680 heeft, en voortaanH1973 bij uw geslachtenH1755;Alles, wat u de HEERE door de hand van Mozes geboden heeft; van dien dag af, dat het de HEERE geboden heeft, en voortaan bij uw geslachten;
KJVEven all that the LORD5hath commanded4you by the hand7of Moses,8from the day10that the LORD13commanded12Moses, and henceforward14among your generations;
1אֵת֩H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4צִוָּ֧הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order5יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֲלֵיכֶ֖םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8מֹשֶׁ֑הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses9מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with10הַיּ֞וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12צִוָּ֧הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order13יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14וָהָ֖לְאָהH1973voortaan, verre weg, geneback, beyond, (hence,-) forward, hitherto, thence, forth, yonder15לְדֹרֹתֵיכֶֽםH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity
24Zo zal het geschieden, indien iets bij dwaling gedaan, en voor de ogen der vergadering verborgen is, dat de ganse vergadering een var, een jong rund, zal bereiden ten brandoffer, tot een liefelijken reuk den HEERE, met zijn spijsoffer en zijn drankoffer, naar de wijze; en een geitenbok ten zondoffer.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Zo zal het geschieden, indien iets bij dwalingH7684 gedaan, en voor de ogenH5869 der vergaderingH5712 verborgen isH1961, dat de ganseH3605vergaderingH5712 een varH6499, een jongH1121rundH1241, zal bereidenH6213 ten brandofferH5930, tot een liefelijkenH5207reukH7381 den HEEREH3068, met zijn spijsofferH4503 en zijn drankofferH5262, naar de wijzeH4941; en eenH259geitenbokH8163 ten zondofferH2403.Zo zal het geschieden, indien iets bij dwaling gedaan, en voor de ogen der vergadering verborgen is, dat de ganse vergadering een var, een jong rund, zal bereiden ten brandoffer, tot een liefelijken reuk den HEERE, met zijn spijsoffer en zijn drankoffer, naar de wijze; en een geitenbok ten zondoffer.
KJVThen it shall be, if ought be committed5by ignorance6without the knowledge3of the congregation,4that all the congregation9shall offer7one13young11bullock10for a burnt offering,14for a sweet16savour15unto the LORD,17with his meat offering,18and his drink offering,19according to the manner,20and one23kid21of the goats22for a sin offering.
1וְהָיָ֗הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2אִ֣םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3מֵעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)4הָעֵדָה֮H5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)5נֶעֶשְׂתָ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6לִשְׁגָגָה֒H7684afdwaling, dwaling, onvoorzienserror, ignorance, at unawares; unwittingly7וְעָשׂ֣וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9הָעֵדָ֡הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)10פַּ֣רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox11בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12בָּקָר֩H1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox13אֶחָ֨דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,14לְעֹלָ֜הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)15לְרֵ֤יחַH7381reuk, reukssavour, scent, smell16נִיחֹ֨חַ֙H5207liefelijken, liefelijkesweet (odour)17לַֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18וּמִנְחָת֥וֹH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice19וְנִסְכּ֖וֹH5262drankofferen, drankoffer, beeldcover, drink offering, molten image20כַּמִּשְׁפָּ֑טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong21וּשְׂעִירH8163geitenbok, bok, bokkendevil, goat, hairy, kid, rough, satyr22עִזִּ֥יםH5795geiten, geit, geitenbok(she) goat, kid23אֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,24לְחַטָּֽתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
25En de priester zal de verzoening doen voor de ganse vergadering van de kinderen Israels, en het zal hun vergeven worden; want het was een afdwaling, en zij hebben hun offerande gebracht, een vuuroffer den HEERE, en hun zondoffer, voor het aangezicht des HEEREN, over hun afdwaling.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En de priesterH3548 zal de verzoeningH3722 doen voor de ganseH3605vergaderingH5712 van de kinderenH1121IsraelsH3478, en het zal hun vergevenH5545 worden; wantH3588 het was een afdwalingH7684, en zij hebben hunH1992offerandeH7133gebrachtH935, een vuurofferH801 den HEEREH3068, en hun zondofferH2403, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, overH5921 hun afdwalingH7684.En de priester zal de verzoening doen voor de ganse vergadering van de kinderen Israels, en het zal hun vergeven worden; want het was een afdwaling, en zij hebben hun offerande gebracht, een vuuroffer den HEERE, en hun zondoffer, voor het aangezicht des HEEREN, over hun afdwaling.
KJVAnd the priest2shall make an atonement1for all the congregation5of the children6of Israel,7and it shall be forgiven8them; for it is ignorance:11and they shall bring14their offering,16a sacrifice made by fire17unto the LORD,18and their sin offering19before20the LORD,21for their ignorance:
1וְכִפֶּ֣רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)2הַכֹּהֵ֗ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer3עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5עֲדַ֛תH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)6בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8וְנִסְלַ֣חH5545vergeven, vergeef, vergeveforgive, pardon, spare9לָהֶ֑ם10כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11שְׁגָגָ֣הH7684afdwaling, dwaling, onvoorzienserror, ignorance, at unawares; unwittingly12הִ֔ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13וְהֵם֩H1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye14הֵבִ֨יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16קָרְבָּנָ֜םH7133offerande, offeranden, offeroblation, that is offered, offering17אִשֶּׁ֣הH801vuuroffer, vuurofferen, vuuroffers(offering, sacrifice), (made) by fire18לַֽיהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19וְחַטָּאתָ֛םH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)20לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you21יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)22עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with23שִׁגְגָתָֽםH7684afdwaling, dwaling, onvoorzienserror, ignorance, at unawares; unwittingly
26Het zal dan aan de ganse vergadering der kinderen Israels vergeven worden, ook den vreemdeling, die in het midden van henlieden als vreemdeling verkeert; want het is het ganse volk door dwaling overkomen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Het zal dan aan de ganseH3605vergaderingH5712 der kinderenH1121IsraelsH3478vergevenH5545 worden, ook den vreemdelingH1616, die in het middenH8432 van henlieden alsH3588vreemdeling verkeertH1481; want het is het ganseH3605volkH5971 door dwalingH7684 overkomen.Het zal dan aan de ganse vergadering der kinderen Israels vergeven worden, ook den vreemdeling, die in het midden van henlieden als vreemdeling verkeert; want het is het ganse volk door dwaling overkomen.
KJVAnd it shall be forgiven1all the congregation3of the children4of Israel,5and the stranger6that sojourneth7among8them; seeing all the people11were in ignorance.
1וְנִסְלַ֗חH5545vergeven, vergeef, vergeveforgive, pardon, spare2לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3עֲדַת֙H5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)4בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6וְלַגֵּ֖רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger7הַגָּ֣רH1481vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeertabide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely8בְּתוֹכָ֑םH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)9כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12בִּשְׁגָגָֽהH7684afdwaling, dwaling, onvoorzienserror, ignorance, at unawares; unwittingly
27En indien een ziel door afdwaling gezondigd zal hebben, die zal een eenjarige geit ten zondoffer offeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En indienH518 een zielH5315 door afdwalingH7684gezondigdH2398 zal hebben, die zal een eenjarigeH1323geitH5795 ten zondofferH2403offerenH7126.En indien een ziel door afdwaling gezondigd zal hebben, die zal een eenjarige geit ten zondoffer offeren.
KJVAnd if any3soul2sin4through ignorance,5then he shall bring6a she goat7of the first8year9for a sin offering.
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2נֶ֥פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it3אַחַ֖תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,4תֶּחֱטָ֣אH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass5בִשְׁגָגָ֑הH7684afdwaling, dwaling, onvoorzienserror, ignorance, at unawares; unwittingly6וְהִקְרִ֛יבָהH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take7עֵ֥זH5795geiten, geit, geitenbok(she) goat, kid8בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village9שְׁנָתָ֖הּH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)10לְחַטָּֽאתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
28En de priester zal de verzoening doen over de dwalende ziel, als zij gezondigd heeft door afdwaling, voor het aangezicht des HEEREN, doende de verzoening over haar; en het zal haar vergeven worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En de priesterH3548 zal de verzoeningH3722 doen overH5921 de dwalendeH7683zielH5315, als zij gezondigdH2398 heeft door afdwalingH7684, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, doende de verzoeningH3722overH5921 haar; en het zal haar vergevenH5545 worden.En de priester zal de verzoening doen over de dwalende ziel, als zij gezondigd heeft door afdwaling, voor het aangezicht des HEEREN, doende de verzoening over haar; en het zal haar vergeven worden.
KJVAnd the priest2shall make an atonement1for the soul4that sinneth ignorantly,7when he sinneth6by ignorance5before8the LORD,9to make an atonement10for him; and it shall be forgiven
1וְכִפֶּ֣רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)2הַכֹּהֵ֗ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4הַנֶּ֧פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it5הַשֹּׁגֶ֛גֶתH7684afdwaling, dwaling, onvoorzienserror, ignorance, at unawares; unwittingly6בְּחֶטְאָ֥הH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass7בִשְׁגָגָ֖הH7683dwalende, afgedwaald, dwaalde[idiom] also for that, deceived, err, go astray, sin ignorantly8לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10לְכַפֵּ֥רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)11עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12וְנִסְלַ֥חH5545vergeven, vergeef, vergeveforgive, pardon, spare13לֽוֹ
29Den inboorling der kinderen Israels, en den vreemdeling, die in hunlieder midden als vreemdeling verkeert, enerlei wet zal ulieden zijn, dengene, die het door afdwaling doet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Den inboorlingH249 der kinderenH1121IsraelsH3478, en den vreemdelingH1616, die in hunlieder middenH8432 als vreemdeling verkeertH1481, enerleiH259wetH8451 zal ulieden zijnH1961, dengene, die het door afdwalingH7684doetH6213.Den inboorling der kinderen Israels, en den vreemdeling, die in hunlieder midden als vreemdeling verkeert, enerlei wet zal ulieden zijn, dengene, die het door afdwaling doet.
KJVYe shall have one8law7for him that sinneth11through ignorance,12both for him that is born1among the children2of Israel,3and for the stranger4that sojourneth5among
1הָֽאֶזְרָח֙H249inboorling, inboorlingen, ingeborenebay tree, (home-) born (in the land), of the (one's own) country (nation)2בִּבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4וְלַגֵּ֖רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger5הַגָּ֣רH1481vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeertabide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely6בְּתוֹכָ֑םH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)7תּוֹרָ֤הH8451wet, wetten, leerlaw8אַחַת֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,9יִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10לָכֶ֔ם11לָעֹשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12בִּשְׁגָגָֽהH7684afdwaling, dwaling, onvoorzienserror, ignorance, at unawares; unwittingly
30Maar de ziel, die iets gedaan zal hebben met opgeheven hand, hetzij van inboorlingen of van vreemdelingen, die smaadt den HEERE; en diezelve ziel zal uitgeroeid worden uit het midden van haar volk;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Maar de zielH5315, die ietsH6213 gedaan zal hebben met opgehevenH7311handH3027, hetzij vanH4480inboorlingenH249 of vanH4480vreemdelingenH1616, die smaadtH1442 den HEEREH3068; en diezelve zielH5315 zal uitgeroeidH3772 worden uit hetH1931middenH7130 van haar volkH5971;Maar de ziel, die iets gedaan zal hebben met opgeheven hand, hetzij van inboorlingen of van vreemdelingen, die smaadt den HEERE; en diezelve ziel zal uitgeroeid worden uit het midden van haar volk;
KJVBut the soul1that doeth3ought presumptuously,4whether he be born in the land,7or a stranger,6the same reproacheth13the LORD;11and that soul15shall be cut off14from among17his people.
1וְהַנֶּ֜פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it2אֲשֶֽׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3תַּעֲשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4בְּיָ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5רָמָ֗הH7411bedrogen, bedriegelijk, bedriegtbeguile, betray, (bow-) man, carry, deceive, throw6מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with7הָֽאֶזְרָח֙H249inboorling, inboorlingen, ingeborenebay tree, (home-) born (in the land), of the (one's own) country (nation)8וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with9הַגֵּ֔רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13מְגַדֵּ֑ףH1442gelasterd, gesmaad, lasteraarsblaspheme, reproach14וְנִכְרְתָ֛הH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want15הַנֶּ֥פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it16הַהִ֖ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who17מִקֶּ֥רֶבH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self18עַמָּֽהּH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
31Want zij heeft het woord des HEEREN veracht en Zijn gebod vernietigd; diezelve ziel zal ganselijk uitgeroeid worden; haar ongerechtigheid is op haar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31WantH3588 zij heeft het woordH1697 des HEERENH3068verachtH959 en Zijn gebodH4687vernietigdH6565; diezelve zielH5315 zal ganselijkH3772uitgeroeidH3772 worden; haar ongerechtigheidH5771 is op haar.Want zij heeft het woord des HEEREN veracht en Zijn gebod vernietigd; diezelve ziel zal ganselijk uitgeroeid worden; haar ongerechtigheid is op haar.
KJVBecause he hath despised4the word2of the LORD,3and hath broken7his commandment,6that soul10shall utterly8be cut off;9his iniquity
1כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2דְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4בָּזָ֔הH959veracht, verachtte, verachtendespise, disdain, contemn(-ptible), [phrase] think to scorn, vile person5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מִצְוָת֖וֹH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept7הֵפַ֑רH6565vernietigen, vernietigd, ganselijk[idiom] any ways, break (asunder), cast off, cause to cease, [idiom] clean, defeat, disannul, disappoint, dissolve, divide, make of none effect, fail, frustrate, bring (come) to nought, [idiom] utterly, make void8הִכָּרֵ֧תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want9תִּכָּרֵ֛תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want10הַנֶּ֥פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it11הַהִ֖ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who12עֲוֺנָ֥הH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin13בָֽהּ
32Als nu de kinderen Israels in de woestijn waren, zo vonden zij een man, hout lezende op den sabbatdag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Als nu de kinderenH1121IsraelsH3478 in de woestijnH4057 waren, zo vondenH4672 zij een manH376, houtH6086lezendeH7197 op den sabbatdagH7676.Als nu de kinderen Israels in de woestijn waren, zo vonden zij een man, hout lezende op den sabbatdag.
KJVAnd while the children2of Israel3were in the wilderness,4they found5a man6that gathered7sticks8upon the sabbath10day.
1וַיִּהְי֥וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4בַּמִּדְבָּ֑רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness5וַֽיִּמְצְא֗וּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on6אִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7מְקֹשֵׁ֥שׁH7197lezende, Doorzoekzelf, doorzoekgather (selves) (together)8עֵצִ֖יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood9בְּי֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10הַשַּׁבָּֽתH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath
33En die hem vonden, hout lezende, brachten hem tot Mozes, en tot Aaron, en tot de ganse vergadering.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33En die hem vondenH4672, houtH6086lezendeH7197, brachtenH7126 hem tot MozesH4872, en totH413AaronH175, en totH413 de ganseH3605vergaderingH5712.En die hem vonden, hout lezende, brachten hem tot Mozes, en tot Aaron, en tot de ganse vergadering.
KJVAnd they that found3him gathering5sticks6brought1him unto Moses8and Aaron,10and unto all the congregation.
1וַיַּקְרִ֣יבוּH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2אֹת֔וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַמֹּצְאִ֥יםH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on4אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5מְקֹשֵׁ֣שׁH7197lezende, Doorzoekzelf, doorzoekgather (selves) (together)6עֵצִ֑יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses9וְאֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10אַהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron11וְאֶ֖לH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13הָעֵדָֽהH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)
34En zij stelden hem in bewaring; want het was niet verklaard, wat hem gedaan zou worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34En zij steldenH3240 hem in bewaringH4929; wantH3588 het was nietH3808verklaardH6567, watH4100 hem gedaanH6213 zou worden.En zij stelden hem in bewaring; want het was niet verklaard, wat hem gedaan zou worden.
KJVAnd they put1him in ward,3because it was not declared6what should be done
1וַיַּנִּ֥יחוּH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)2אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בַּמִּשְׁמָ֑רH4929wacht, bewaring, wachtendiligence, guard, office, prison, ward, watch4כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6פֹרַ֔שׁH6567duidelijk, steken, verklaardscatter, declare, distinctly, shew, sting7מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why8יֵּעָשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9לֽוֹ
35Zo zeide de HEERE tot Mozes: Die man zal zekerlijk gedood worden; de ganse vergadering zal hem met stenen stenigen buiten het leger.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35Zo zeideH559 de HEEREH3068totH413MozesH4872: Die manH376 zal zekerlijkH4191gedoodH4191 worden; de ganseH3605vergaderingH5712 zal hem met stenenH68stenigenH7275buitenH2351 het legerH4264.Zo zeide de HEERE tot Mozes: Die man zal zekerlijk gedood worden; de ganse vergadering zal hem met stenen stenigen buiten het leger.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4The man7shall be surely5put to death:6all the congregation12shall stone8him with stones10without13the camp.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5מ֥וֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise6יוּמַ֖תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise7הָאִ֑ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8רָג֨וֹםH7275stenigen, stenigden, stenigde[idiom] certainly, stone9אֹת֤וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10בָֽאֲבָנִים֙H68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הָ֣עֵדָ֔הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)13מִח֖וּץH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without14לַֽמַּחֲנֶֽהH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents
36Toen bracht hem de ganse vergadering uit tot buiten het leger, en zij stenigden hem met stenen, dat hij stierf, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36Toen brachtH3318 hem de ganseH3605vergaderingH5712 uit totH413buitenH2351 het legerH4264, en zij stenigdenH7275 hem met stenenH68, datH834 hij stierfH4191, gelijk als de HEEREH3068MozesH4872gebodenH6680 had.Toen bracht hem de ganse vergadering uit tot buiten het leger, en zij stenigden hem met stenen, dat hij stierf, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
KJVAnd all the congregation4brought1him without6the camp,7and stoned8him with stones,10and he died;11as the LORD14commanded13Moses.
1וַיֹּצִ֨יאוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2אֹת֜וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הָעֵדָ֗הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6מִחוּץ֙H2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without7לַֽמַּחֲנֶ֔הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents8וַיִּרְגְּמ֥וּH7275stenigen, stenigden, stenigde[idiom] certainly, stone9אֹת֛וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10בָּאֲבָנִ֖יםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)11וַיָּמֹ֑תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise12כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order14יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37En de HEEREH3068sprakH559totH413MozesH4872, zeggendeH559:En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
38Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Dat zij zich snoertjes maken aan de hoeken hunner klederen, bij hun geslachten; en op de snoertjes des hoeks zullen zij een hemelsblauwen draad zetten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38SpreekH1696totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478, en zegH559totH413 hen: Dat zij zich snoertjesH6734makenH6213 aan de hoekenH3671 hunner klederenH899, bij hun geslachtenH1755; en op de snoertjesH6734 des hoeksH3671 zullen zij een hemelsblauwenH8504draadH6616zettenH5414.Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Dat zij zich snoertjes maken aan de hoeken hunner klederen, bij hun geslachten; en op de snoertjes des hoeks zullen zij een hemelsblauwen draad zetten.
KJVSpeak1unto the children3of Israel,4and bid5them that they make7them fringes9in the borders11of their garments12throughout their generations,13and that they put14upon the fringe16of the borders17a ribband18of blue:
1דַּבֵּ֞רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֵ֤יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וְאָמַרְתָּ֣H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֲלֵהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7וְעָשׂ֨וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8לָהֶ֥ם9צִיצִ֛תH6734snoertjesfringe, lock10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11כַּנְפֵ֥יH3671vleugelen, vleugel, slip[phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed)12בִגְדֵיהֶ֖םH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe13לְדֹרֹתָ֑םH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity14וְנָֽתְנ֛וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16צִיצִ֥תH6734snoertjesfringe, lock17הַכָּנָ֖ףH3671vleugelen, vleugel, slip[phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed)18פְּתִ֥ילH6616snoer, draad, dradenbound, bracelet, lace, line, ribband, thread, wire19תְּכֵֽלֶתH8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue
39En hij zal ulieden aan de snoertjes zijn, opdat gij het aanziet, en aan al de geboden des HEEREN gedenkt, en die doet; en gij zult naar uw hart, en naar uw ogen niet sporen, die gij zijt nahoererende;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39En hij zal ulieden aan de snoertjesH6734zijnH1961, opdat gij het aanzietH7200, en aan alH3605 de gebodenH4687 des HEERENH3068gedenktH2142, en die doetH6213; en gij zult naar uw hartH3824, en naar uw ogenH5869nietH3808sporenH8446, die gij zijt nahoererendeH310;En hij zal ulieden aan de snoertjes zijn, opdat gij het aanziet, en aan al de geboden des HEEREN gedenkt, en die doet; en gij zult naar uw hart, en naar uw ogen niet sporen, die gij zijt nahoererende;
KJVAnd it shall be unto you for a fringe,3that ye may look4upon it, and remember6all the commandments9of the LORD,10and do11them; and that ye seek14not after15your own heart16and your own eyes,18after17which ye use to go a whoring:
1וְהָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2לָכֶם֮3לְצִיצִת֒H6734snoertjesfringe, lock4וּרְאִיתֶ֣םH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5אֹת֗וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6וּזְכַרְתֶּם֙H2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9מִצְוֺ֣תH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept10יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11וַעֲשִׂיתֶ֖םH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12אֹתָ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14תָתֻ֜רוּH8446verspieden, verspied, speurenchap(-man), sent to descry, be excellent, merchant(-man), search (out), seek, (e-) spy (out)15אַחֲרֵ֤יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with16לְבַבְכֶם֙H3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding17וְאַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with18עֵֽינֵיכֶ֔םH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)19אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20אַתֶּ֥םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you21זֹנִ֖יםH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish22אַחֲרֵיהֶֽםH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with
40Opdat gij gedenkt en doet al Mijn geboden, en uw God heilig zijt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40OpdatH4616 gij gedenktH2142 en doetH6213alH3605 Mijn gebodenH4687, en uw GodH430heiligH6918 zijt.Opdat gij gedenkt en doet al Mijn geboden, en uw God heilig zijt.
KJVThat ye may remember,2and do3all my commandments,6and be7holy8unto your God.
1לְמַ֣עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to2תִּזְכְּר֔וּH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well3וַעֲשִׂיתֶ֖םH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6מִצְוֺתָ֑יH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept7וִהְיִיתֶ֥םH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8קְדֹשִׁ֖יםH6918heilig, Heilige, heiligeholy (One), saint9לֵֽאלֹהֵיכֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
41Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland uitgevoerd heb, om u tot een God te zijn; Ik ben de HEERE, uw God!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41IkH589 ben de HEEREH3068, uw GodH430, DieH834 u uit EgyptelandH776uitgevoerdH3318 heb, om u tot een GodH430 te zijnH1961; IkH589 ben de HEEREH3068, uw GodH430!Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland uitgevoerd heb, om u tot een God te zijn; Ik ben de HEERE, uw God!
KJVI am the LORD2your God,3which brought you out5of the land7of Egypt,8to be your God:11I am the LORD13your God.
1אֲנִ֞יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who2יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֱלֹֽהֵיכֶ֗םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5הוֹצֵ֤אתִיH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6אֶתְכֶם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim9לִהְי֥וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10לָכֶ֖ם11לֵאלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who13יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֱלֹהֵיכֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Numeri 15:2— Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer gij gekomen zult zijn in het land uwer woningen, dat Ik u geven zal;Leviticus 23:10→Numeri 15:18→Leviticus 25:2→Leviticus 14:34→Deuteronomium 12:9→Deuteronomium 7:1→Deuteronomium 12:1→
Numeri 15:3— En gij een vuuroffer den HEERE zult doen, een brandoffer, of slachtoffer, om af te zonderen een gelofte, of in een vrijwillig offer, of in uw gezette hoogtijden, om den HEERE een liefelijken reuk te maken, van runderen of van klein vee;Exodus 29:18→Genesis 8:21→Numeri 28:27→Filippenzen 4:18→Leviticus 27:2→Leviticus 10:13→Leviticus 1:1→Deuteronomium 12:6→
Numeri 15:4— Zo zal hij, die zijn offerande den HEERE offert, een spijsoffer offeren van een tiende meelbloem, gemengd met een vierendeel van een hin olie.Leviticus 23:13→Exodus 29:40→Leviticus 2:1→Leviticus 6:14→Numeri 28:5→Leviticus 14:10→Maleachi 1:11→Romeinen 15:16→
Numeri 15:5— En wijn ten drankoffer, een vierendeel van een hin, zult gij bereiden tot een brandoffer of tot een slachtoffer, voor een lam.Numeri 28:7→Numeri 28:14→Filippenzen 2:17→Richteren 9:13→Hooglied 1:4→Mattheüs 26:28→2 Timotheüs 4:6→Psalmen 116:13→
Numeri 15:6— Of voor een ram zult gij een spijsoffer bereiden, van twee tienden meelbloem, gemengd met olie, een derde deel van een hin.Numeri 15:4→Numeri 28:12→
Numeri 15:8— En wanneer gij een jong rund zult bereiden tot een brandoffer of een slachtoffer, om een gelofte af te zonderen, of ten dankoffer den HEERE;Leviticus 3:1→Leviticus 7:11→Leviticus 1:3→
Numeri 15:9— Zo zal hij tot een jong rund offeren een spijsoffer van drie tienden meelbloem, gemengd met olie, de helft van een hin.Leviticus 6:14→Leviticus 14:10→Numeri 28:12→Numeri 28:14→Ezechiël 46:15→Joël 2:14→Ezechiël 46:11→Numeri 29:6→
Numeri 15:10— En wijn zult gij offeren ten drankoffer, de helft van een hin, tot een vuuroffer van liefelijken reuk den HEERE.Numeri 6:15→Numeri 15:5→
Numeri 15:15— Gij, gemeente, het zij ulieden en den vreemdeling, die als vreemdeling bij u verkeert, enerlei inzetting: ter eeuwige inzetting bij uw geslachten, gelijk gijlieden, alzo zal de vreemdeling voor des HEEREN aangezicht zijn.Numeri 15:29→Numeri 9:14→Exodus 12:49→Numeri 18:8→Exodus 12:43→Leviticus 24:22→Galaten 3:28→Kolossenzen 3:11→
Numeri 15:18— Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Als gij zult gekomen zijn in het land, waarheen Ik u inbrengen zal,Numeri 15:2→Deuteronomium 26:1→
Numeri 15:19— Zo zal het geschieden, als gij van het brood des lands zult eten, dan zult gij den HEERE een hefoffer offeren.Jozua 5:11→
Numeri 15:20— De eerstelingen uws deegs, een koek zult gij tot een hefoffer offeren; gelijk het hefoffer des dorsvloers zult gij dat offeren.Leviticus 2:14→Nehemia 10:37→Ezechiël 44:30→Exodus 34:26→Exodus 23:19→Openbaring 14:4→Romeinen 11:16→Mattheüs 6:33→
Numeri 15:21— Van de eerstelingen uws deegs zult gij den HEERE een hefoffer geven, bij uw geslachten.Exodus 29:28→Numeri 18:26→
Numeri 15:22— Voorts wanneer gijlieden afgedwaald zult zijn, en niet gedaan hebben al deze geboden, die de HEERE tot Mozes gesproken heeft;Leviticus 4:2→Leviticus 4:22→Lukas 12:48→Leviticus 4:13→Leviticus 5:13→Leviticus 5:15→Leviticus 4:27→Psalmen 19:12→
Numeri 15:24— Zo zal het geschieden, indien iets bij dwaling gedaan, en voor de ogen der vergadering verborgen is, dat de ganse vergadering een var, een jong rund, zal bereiden ten brandoffer, tot een liefelijken reuk den HEERE, met zijn spijsoffer en zijn drankoffer, naar de wijze; en een geitenbok ten zondoffer.Leviticus 4:23→Numeri 28:15→Leviticus 4:13→Leviticus 5:15→2 Kronieken 29:21→Ezra 8:35→Ezra 6:17→Numeri 15:8→
Numeri 15:25— En de priester zal de verzoening doen voor de ganse vergadering van de kinderen Israels, en het zal hun vergeven worden; want het was een afdwaling, en zij hebben hun offerande gebracht, een vuuroffer den HEERE, en hun zondoffer, voor het aangezicht des HEEREN, over hun afdwaling.Leviticus 4:20→Romeinen 3:25→Leviticus 4:26→Hebreeën 2:17→Lukas 23:34→1 Johannes 2:2→Handelingen 13:39→
Numeri 15:26— Het zal dan aan de ganse vergadering der kinderen Israels vergeven worden, ook den vreemdeling, die in het midden van henlieden als vreemdeling verkeert; want het is het ganse volk door dwaling overkomen.Numeri 15:24→
Numeri 15:27— En indien een ziel door afdwaling gezondigd zal hebben, die zal een eenjarige geit ten zondoffer offeren.Leviticus 4:27→1 Timotheüs 1:13→Handelingen 3:17→Handelingen 17:30→
Numeri 15:28— En de priester zal de verzoening doen over de dwalende ziel, als zij gezondigd heeft door afdwaling, voor het aangezicht des HEEREN, doende de verzoening over haar; en het zal haar vergeven worden.Leviticus 4:35→
Numeri 15:29— Den inboorling der kinderen Israels, en den vreemdeling, die in hunlieder midden als vreemdeling verkeert, enerlei wet zal ulieden zijn, dengene, die het door afdwaling doet.Numeri 15:15→Numeri 9:14→Leviticus 17:15→Romeinen 3:29→Leviticus 16:29→
Numeri 15:30— Maar de ziel, die iets gedaan zal hebben met opgeheven hand, hetzij van inboorlingen of van vreemdelingen, die smaadt den HEERE; en diezelve ziel zal uitgeroeid worden uit het midden van haar volk;Psalmen 19:13→Hebreeën 10:26→Deuteronomium 1:43→Psalmen 74:22→Mattheüs 12:32→Leviticus 20:6→Genesis 17:14→Psalmen 79:12→
Numeri 15:31— Want zij heeft het woord des HEEREN veracht en Zijn gebod vernietigd; diezelve ziel zal ganselijk uitgeroeid worden; haar ongerechtigheid is op haar.Spreuken 13:13→2 Samuël 12:9→Ezechiël 18:20→Leviticus 5:1→Psalmen 119:126→Leviticus 26:15→Jesaja 30:12→2 Petrus 2:21→
Numeri 15:32— Als nu de kinderen Israels in de woestijn waren, zo vonden zij een man, hout lezende op den sabbatdag.Exodus 35:2→Exodus 16:23→Exodus 16:27→Exodus 31:14→Exodus 20:8→
Numeri 15:33— En die hem vonden, hout lezende, brachten hem tot Mozes, en tot Aaron, en tot de ganse vergadering.Johannes 8:3→
Numeri 15:34— En zij stelden hem in bewaring; want het was niet verklaard, wat hem gedaan zou worden.Leviticus 24:12→Numeri 9:8→
Numeri 15:35— Zo zeide de HEERE tot Mozes: Die man zal zekerlijk gedood worden; de ganse vergadering zal hem met stenen stenigen buiten het leger.Handelingen 7:58→Exodus 31:14→Leviticus 24:23→1 Koningen 21:13→Deuteronomium 21:21→Hebreeën 13:11→Leviticus 24:14→Leviticus 20:2→
Numeri 15:36— Toen bracht hem de ganse vergadering uit tot buiten het leger, en zij stenigden hem met stenen, dat hij stierf, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.Jozua 7:25→
Numeri 15:38— Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Dat zij zich snoertjes maken aan de hoeken hunner klederen, bij hun geslachten; en op de snoertjes des hoeks zullen zij een hemelsblauwen draad zetten.Mattheüs 23:5→Deuteronomium 22:12→Lukas 8:44→Mattheüs 9:20→
Numeri 15:39— En hij zal ulieden aan de snoertjes zijn, opdat gij het aanziet, en aan al de geboden des HEEREN gedenkt, en die doet; en gij zult naar uw hart, en naar uw ogen niet sporen, die gij zijt nahoererende;Psalmen 73:27→Ezechiël 6:9→Psalmen 106:39→Prediker 11:9→Job 31:7→Spreuken 28:26→Spreuken 3:1→Hosea 2:2→
Numeri 15:40— Opdat gij gedenkt en doet al Mijn geboden, en uw God heilig zijt.Romeinen 12:1→1 Thessalonicenzen 4:7→Leviticus 11:44→Kolossenzen 1:2→1 Petrus 1:15→Leviticus 19:2→Efeze 1:4→
Numeri 15:41— Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland uitgevoerd heb, om u tot een God te zijn; Ik ben de HEERE, uw God!Leviticus 22:33→Leviticus 25:38→1 Petrus 2:9→Hebreeën 11:16→Psalmen 105:45→Jeremia 31:31→Ezechiël 36:25→Jeremia 32:37→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Numeri 15 vers 2— Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer gij gekomen zult zijn in het land uwer woningen, dat Ik u geven zal;
land uwer woningen,
Het land Kanaän, waarin gij uwe woningen hebben zult.
Hertaald:land uwer woningen,
Het land Kanaän, waarin u uw woonplaatsen zult hebben.
Numeri 15 vers 3— En gij een vuuroffer den HEERE zult doen, een brandoffer, of slachtoffer, om af te zonderen een gelofte, of in een vrijwillig offer, of in uw gezette hoogtijden, om den HEERE een liefelijken reuk te maken, van runderen of van klein vee;
om af te zonderen een gelofte,
Nadat gij dan iets zult hebben afgezonderd, wat gij den HEERE ter dankbaarheid beloofd hebt, of, enz.
Hertaald:om af te zonderen een gelofte,
Nadat u dan iets zult hebben afgezonderd dat u de HEERE uit dankbaarheid beloofd hebt, of, enzovoort.
hoogtijden,
In de offeranden, die op de feesten naar Gods wet geofferd moesten worden.
Hertaald:hoogtijden,
In de offers die op de feesten, volgens Gods wet, gebracht moesten worden.
Numeri 15 vers 4— Zo zal hij, die zijn offerande den HEERE offert, een spijsoffer offeren van een tiende meelbloem, gemengd met een vierendeel van een hin olie.
tiende meelbloem,
Zie Lev. 14:10.
Hertaald:tiende meelbloem,
Zie Lev. 14:10.
vierendeel van een hin olie
Zie Lev. 19:36.
Hertaald:vierendeel van een hin olie
Zie Lev. 19:36.
Numeri 15 vers 8— En wanneer gij een jong rund zult bereiden tot een brandoffer of een slachtoffer, om een gelofte af te zonderen, of ten dankoffer den HEERE;
jong rund zult bereiden
Hebreeuws, een zoon van een rund. Alzo in het volgende.
Hertaald:jong rund zult bereiden
Hebreeuws: een zoon van een rund. Zo ook hierna.
Numeri 15 vers 9— Zo zal hij tot een jong rund offeren een spijsoffer van drie tienden meelbloem, gemengd met olie, de helft van een hin.
hij tot een jong rund offeren
Die de offerande wil offeren; de persoon wordt hier veranderd gij in hij.
Hertaald:hij tot een jong rund offeren
Wie het offer wil brengen; de persoon verandert hier van u naar hij.
Numeri 15 vers 14— Wanneer ook een vreemdeling bij u als vreemdeling verkeert, of die in het midden van u is, in uw geslachten, en hij een vuuroffer zal bereiden tot een liefelijken reuk den HEERE; gelijk als gij zult doen, alzo zal hij doen.
vreemdeling bij u als vreemdeling verkeert,
Hebbende zijn vaste woonplaats buiten uw land, slechts voor zekeren tijd onder u verkerende, en tot de ware religie bekeerd zijnde, gelijk de zaak zelve uitwijst.
Hertaald:vreemdeling bij u als vreemdeling verkeert,
Die zijn vaste woonplaats buiten uw land heeft, slechts voor een bepaalde tijd onder u verblijft, en tot de ware religie bekeerd is, zoals de tekst zelf laat zien.
midden van u is,
Die wel een uitlander is, maar onder u is komen wonen.
Hertaald:midden van u is,
Die weliswaar een buitenlander is, maar bij u is komen wonen.
Numeri 15 vers 15— Gij, gemeente, het zij ulieden en den vreemdeling, die als vreemdeling bij u verkeert, enerlei inzetting: ter eeuwige inzetting bij uw geslachten, gelijk gijlieden, alzo zal de vreemdeling voor des HEEREN aangezicht zijn.
ter eeuwige inzetting bij uw geslachten,
Hebreeuws, een inzetting der eeuwigheid; Gen. 17:7.
Hertaald:ter eeuwige inzetting bij uw geslachten,
Hebreeuws: een inzetting der eeuwigheid; Gen. 17:7.
gelijk gijlieden,
De zin is, dat de Israëlieten en de bekeerde vreemdelingen in den godsdienst voor God evenveel zullen gelden en enerlei recht genieten.
Hertaald:gelijk gijlieden,
De betekenis is dat de Israëlieten en de bekeerde vreemdelingen in de eredienst voor God evenveel zullen gelden en gelijk recht hebben.
Numeri 15 vers 20— De eerstelingen uws deegs, een koek zult gij tot een hefoffer offeren; gelijk het hefoffer des dorsvloers zult gij dat offeren.
gelijk het hefoffer
Dat is, naardat uw deeg groot of klein zal zijn, en op gelijke wijze, gelijk u geboden is te doen met de eerste vruchten, die daarna op den dorsvloer worden uitgedorst, gelijk tarwe, rogge, gerst. Zie Lev. 2:14-16.
Hertaald:gelijk het hefoffer
Dat is: naar gelang uw deeg groot of klein zal zijn, en op dezelfde manier als u geboden is te doen met de eerste vruchten, die later op de dorsvloer gedorst worden, zoals tarwe, rogge, gerst. Zie Lev. 2:14-16.
Numeri 15 vers 23— Alles, wat u de HEERE door de hand van Mozes geboden heeft; van dien dag af, dat het de HEERE geboden heeft, en voortaan bij uw geslachten;
van dien dag af,
Dat is, van den tijd af, dat u deze wet gegeven is.
Hertaald:van dien dag af,
Dat is: vanaf de tijd dat u deze wet gegeven is.
Numeri 15 vers 24— Zo zal het geschieden, indien iets bij dwaling gedaan, en voor de ogen der vergadering verborgen is, dat de ganse vergadering een var, een jong rund, zal bereiden ten brandoffer, tot een liefelijken reuk den HEERE, met zijn spijsoffer en zijn drankoffer, naar de wijze; en een geitenbok ten zondoffer.
gedaan,
Te weten, van de ganse vergadering.
Hertaald:gedaan,
Namelijk: door de hele gemeente.
vergadering
Dit verstaan sommigen van bijzondere vergaderingen of gemeenten, die in het land Kanaän in steden en dorpen alsdan zouden zijn, en dat, Lev. 4:13, enz. van de ganse vergadering, daar zij buiten Kanaän in het leger bijeen was, gesproken is, met bevel van alleenlijk een jong rund ten zondoffer te offeren, buiten het leger te voeren en te verbranden, Lev. 4:21; maar hier wordt een jong rund ten brandoffer en een geitenbok ten zondoffer bevolen.
Hertaald:vergadering
Dit vatten sommigen op als afzonderlijke samenkomsten of gemeenten, die dan in het land Kanaän in steden en dorpen zouden zijn, en dat, in Lev. 4:13, over de hele gemeente gesproken wordt terwijl zij buiten Kanaän in het kamp bijeen was, met het bevel alleen een jong rund als zondoffer te offeren, buiten het kamp te brengen en te verbranden, Lev. 4:21; maar hier wordt een jong rund als brandoffer en een geitenbok als zondoffer bevolen.
verborgen is,
Dit wordt hier ingevoegd uit Lev. 4:13.
Hertaald:verborgen is,
Dit wordt hier toegevoegd op basis van Lev. 4:13.
Numeri 15 vers 25— En de priester zal de verzoening doen voor de ganse vergadering van de kinderen Israels, en het zal hun vergeven worden; want het was een afdwaling, en zij hebben hun offerande gebracht, een vuuroffer den HEERE, en hun zondoffer, voor het aangezicht des HEEREN, over hun afdwaling.
ganse vergadering
Zie op het voorgaande vs.
Hertaald:ganse vergadering
Zie het voorgaande vers.
Numeri 15 vers 27— En indien een ziel door afdwaling gezondigd zal hebben, die zal een eenjarige geit ten zondoffer offeren.
ziel door afdwaling
Dat is, mens, persoon; alzo in het volgende.
Hertaald:ziel door afdwaling
Dat is: mens, persoon; zo ook hierna.
eenjarige geit ten zondoffer offeren
Hebreeuws, een dochter van haar jaar.
Hertaald:eenjarige geit ten zondoffer offeren
Hebreeuws: een dochter van haar jaar.
Numeri 15 vers 30— Maar de ziel, die iets gedaan zal hebben met opgeheven hand, hetzij van inboorlingen of van vreemdelingen, die smaadt den HEERE; en diezelve ziel zal uitgeroeid worden uit het midden van haar volk;
opgeheven hand,
Dat is, met opzet, trots en hoogmoed, moedwilligheid, zonder enig schromen of ontzag voor den Allerhoogste en zijn geboden. Deze manier van spreken wordt ook in een anderen zin gebruikt. Zie Ex. 14:8; Num. 33:3.
Hertaald:opgeheven hand,
Dat is: met opzet, trots en hoogmoed, moedwillig, zonder enige schroom of ontzag voor de Allerhoogste en Zijn geboden. Deze manier van spreken wordt ook in een andere betekenis gebruikt. Zie Ex. 14:8; Num. 33:3.
uitgeroeid worden
Zie Gen. 17:14.
Hertaald:uitgeroeid worden
Zie Gen. 17:14.
Numeri 15 vers 31— Want zij heeft het woord des HEEREN veracht en Zijn gebod vernietigd; diezelve ziel zal ganselijk uitgeroeid worden; haar ongerechtigheid is op haar.
is op haar
Of, zij op haar. Dat is, zij drage de straf harer ongerechtigheid, waarvan zij zelve de schuld heeft. Vergelijk Lev. 20:9.
Hertaald:is op haar
Of: zij op haar. Dat is: zij draagt de straf van haar ongerechtigheid, waaraan zij zelf schuldig is. Vergelijk Lev. 20:9.
Numeri 15 vers 33— En die hem vonden, hout lezende, brachten hem tot Mozes, en tot Aaron, en tot de ganse vergadering.
vergadering
Der oudsten en rechters.
Hertaald:vergadering
Van de oudsten en rechters.
Numeri 15 vers 34— En zij stelden hem in bewaring; want het was niet verklaard, wat hem gedaan zou worden.
zij stelden hem in bewaring;
Te weten, die hem er op bevonden hadden, of anderen, door bevel van Mozes, enz.
Hertaald:zij stelden hem in bewaring;
Namelijk: degenen die hem erop betrapt hadden, of anderen, op bevel van Mozes.
niet verklaard,
Versta, welken dood men hem zou aandoen, daarvan was geen uitgedrukte wet, hoewel Ex. 35:2 bevolen was dat men zou ombrengen dengene, die enig dienstwerk op den sabbatdag deed.
Hertaald:niet verklaard,
Versta: welke doodstraf men hem zou opleggen, daarover was geen uitdrukkelijke wet, hoewel in Ex. 35:2 bevolen was dat men zou doden wie enig werk op de sabbatdag deed.
Numeri 15 vers 38— Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Dat zij zich snoertjes maken aan de hoeken hunner klederen, bij hun geslachten; en op de snoertjes des hoeks zullen zij een hemelsblauwen draad zetten.
snoertjes maken aan de hoeken hunner klederen,
Vergelijk Deut. 22:12;; Matt. 23:5; idem Ex. 13:16; Deut. 6:8, en Deut. 11:18.
Hertaald:snoertjes maken aan de hoeken hunner klederen,
Vergelijk Deut. 22:12; Matt. 23:5; evenzo Ex. 13:16; Deut. 6:8 en Deut. 11:18.
Numeri 15 vers 39— En hij zal ulieden aan de snoertjes zijn, opdat gij het aanziet, en aan al de geboden des HEEREN gedenkt, en die doet; en gij zult naar uw hart, en naar uw ogen niet sporen, die gij zijt nahoererende;
hij zal ulieden aan de snoertjes zijn,
Te weten, de draad.
Hertaald:hij zal ulieden aan de snoertjes zijn,
Namelijk: de draad.
naar uw hart,
Dat is, gij zult niet pogen na te volgen de gedachten van uw hart en de begeerlijkheid uwer ogen, om de afgoden der heidenen na te hoereren, gelijk gij door uw vleselijke zinnelijkheid genegen zijt te doen, gelijk wel gebleken is.
Hertaald:naar uw hart,
Dat is: u zult niet proberen de gedachten van uw hart en de begeerte van uw ogen te volgen, om de afgoden van de heidenen na te hoereren, zoals u door uw vleselijke zinnelijkheid geneigd bent te doen, zoals wel gebleken is.
Numeri 15 vers 41— Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland uitgevoerd heb, om u tot een God te zijn; Ik ben de HEERE, uw God!
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Gedenkkwasten (snoertjes) — Hebreeuws: tsitsiet, "kwast, franje" — in de Statenvertaling "snoertjes aan de hoeken hunner klederen"
Israël moest aan de hoeken van hun kleren kwasten maken met een hemelsblauwe draad erin (Num. 15:37-41). Deuteronomium herhaalt het voorschrift voor de vier hoeken van het opperkleed (Deut. 22:12). Het doel wordt er uitdrukkelijk bij gegeven: opdat zij het zouden aanzien en aan al de geboden van de HEERE gedenken en die doen, en niet hun eigen hart en ogen zouden naspeuren.
Bijbelse betekenis: Het is een merkwaardig nuchter voorschrift: God kent de vergeetachtigheid van het hart en geeft daarom een teken dat men niet kwijtraakt omdat men het draagt. Tegelijk ligt de nadruk niet op de kwast maar op waar hij naar wijst — het aanzien moest tot gedenken en het gedenken tot doen leiden.
Typologie: De Heere Jezus droeg deze zoom Zelf; het is juist de zoom van Zijn kleed die de bloedvloeiende vrouw aanraakte en die de zieken zochten aan te raken om genezen te worden (Matt. 9:20-22; 14:36). En Hij keert Zich tegen het misbruik ervan: de Farizeeën maakten hun gebedsriemen breed en de zomen van hun klederen groot om van de mensen gezien te worden (Matt. 23:5). Hetzelfde teken kan tot gedenken of tot vertoon dienen — het hart maakt het onderscheid.
I. Vs. 1-31.KruisverwijzingenExodus 29:18→Leviticus 23:10→Genesis 8:21→Leviticus 23:13→Exodus 29:40→Numeri 28:27→Leviticus 2:1→Leviticus 6:14→ — Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer gij gekomen zult zijn in het land uwer woningen, dat Ik u geven zal; En gij een vuuroffer den HEERE zult doen, een brandoffer, of slachtoffer, om af te zonderen een gelofte, of in een vrijwillig offer, of in uw gezette hoogtijden, om den HEERE een liefelijken reuk te maken, van runderen of van klein vee; Zo zal hij, die zijn offerande den HEERE offert, een spijsoffer offeren van een tiende meelbloem, gemengd met een vierendeel van een hin olie. En wijn ten drankoffer, een vierendeel van een hin, zult gij bereiden tot een brandoffer of tot een slachtoffer, voor een lam. Of voor een ram zult gij een spijsoffer bereiden, van twee tienden meelbloem, gemengd met olie, een derde deel van een hin. En wijn ten drankoffer, een derde deel van een hin, zult gij offeren tot een liefelijken reuk den HEERE. En wanneer gij een jong rund zult bereiden tot een brandoffer of een slachtoffer, om een gelofte af te zonderen, of ten dankoffer den HEERE; Zo zal hij tot een jong rund offeren een spijsoffer van drie tienden meelbloem, gemengd met olie, de helft van een hin. En wijn zult gij offeren ten drankoffer, de helft van een hin, tot een vuuroffer van liefelijken reuk den HEERE. Hier volgen enige bijzonderheden ter aanvulling van de op Sinaï gegeven wet. De eerste betreft de vereniging van de spijs- en drankoffers met de brand- en slachtoffers (vs.1-16); de tweede een heffing van het brood, dat de Israëlieten in het land Kanaän zullen eten (vs.17-21); de derde geeft bepalingen omtrent zondoffers, waarbij men vergiffenis verkrijgt, voor het geval iemand uit onwetendheid een van de goddelijke geboden nagelaten heeft. Deze verordeningen staan juist hier op haar plaats, waar Israël zich, onder de opgelegde straf, gebogen heeft en de Heere door voorschriften, die geheel en al op het inwonen in Kanaän berekend zijn, betuigen wil dat Hij niet altoos twisten en Zijn toorn behouden, maar het volk zeker te Zijner tijd naar het beloofde land brengen zal; opdat het, in de huidige zeer treurige omstandigheden, vertroost en opgebeurd wordt, door de hoop op de zoveel vrolijker en van genade getuigende toekomst, die het navolgende geslacht beschoren is.
— Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Daarna sprak de HEERE tot Mozes, 1) zeggende:
Hoofddoel van deze wet is, dat, zowel bij de wettig voorgeschreven, als bij de vrijwillig gebrachte offeranden, de evenredigheid wordt in acht genomen.
Met deze nadere bepaling van de wetten, reeds vroeger gegeven, wil de Heere ongetwijfeld Israël ook bij de belofte vasthouden, dat het in Kanaän erfelijk en zeker wonen zal. Te midden van de beproevingen, die het volk overkomen vanwege hun zonden, zijn deze wetten als het ware druppels uit de stroom van Gods barmhartigheid.
KruisverwijzingenLeviticus 23:10→Numeri 15:18→Leviticus 25:2→Leviticus 14:34→Deuteronomium 12:9→Deuteronomium 7:1→Deuteronomium 12:1→— Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer gij gekomen zult zijn in het land uwer woningen, dat Ik u geven zal;
Spreek tot de kinderen van Israël en zeg tot hen: Wanneer gij gekomen zult zijn in het land van uw woningen, dat Ik u geven zal;
KruisverwijzingenExodus 29:18→Genesis 8:21→Numeri 28:27→Filippenzen 4:18→Leviticus 27:2→Leviticus 10:13→Leviticus 1:1→Deuteronomium 12:6→— En gij een vuuroffer den HEERE zult doen, een brandoffer, of slachtoffer, om af te zonderen een gelofte, of in een vrijwillig offer, of in uw gezette hoogtijden, om den HEERE een liefelijken reuk te maken, van runderen of van klein vee;
En gij een bloedig vuuroffer voor de HEERE zult doen, hetzij een brandoffer (Leviticus. 1) of een slachtoffer (Leviticus. 3), en wel ook voor het geval, dat dit brand- of slachtoffer een offer is, dat gij bestemde om het af te zonderen alsgave van een gelofte, of dat het uit een vrijwillig offer bestaat (Leviticus. 7:11-21), of wanneer heteen brand- of slachtoffer is, dat gij in uw gezette hoogtijden, waarvan Ik, (Leviticus 23:37,38) gesproken heb, ten altaar brengt, om voor de HEERE een liefelijke reuk te maken van runderen of van klein vee;
KruisverwijzingenLeviticus 23:13→Exodus 29:40→Leviticus 2:1→Leviticus 6:14→Numeri 28:5→Leviticus 14:10→Maleachi 1:11→Romeinen 15:16→— Zo zal hij, die zijn offerande den HEERE offert, een spijsoffer offeren van een tiende meelbloem, gemengd met een vierendeel van een hin olie.
Zo zal hij, die zijn offerande voor de HEERE offert, een daarbij behorend spijsoffer offeren van een tiende 1) meelbloem, gemengd met een vierendeel van een hin2) olijfolie;
Een tiende deel van een efa of homer (zie Ex 16.36)
Ook: zie Ex 29.40.
KruisverwijzingenNumeri 28:7→Numeri 28:14→Filippenzen 2:17→Richteren 9:13→Hooglied 1:4→Mattheüs 26:28→2 Timotheüs 4:6→Psalmen 116:13→— En wijn ten drankoffer, een vierendeel van een hin, zult gij bereiden tot een brandoffer of tot een slachtoffer, voor een lam.
En wat betreft de wijn ten drankoffer, dat wederom bij het spijsoffer behoort, eveneens een vierendeel van een hin, zult gij bereiden tot een brandoffer of in hetalgemeen tot een slachtoffer, hetzij dan een lofoffer of een offer, dat uit kracht van een gelofte, of dat vrijwillig gebracht wordt, zodanig spijs- en drankoffer zult gij adan brengen, wanneer het dienen moet tot een offerande, die uit een lam bestaat.
KruisverwijzingenNumeri 15:4→Numeri 28:12→— Of voor een ram zult gij een spijsoffer bereiden, van twee tienden meelbloem, gemengd met olie, een derde deel van een hin.
Of voor het geval, dat gij niet slechts een lam, maar een ram, dat een kostbaarder dier is ten brand- of ten slachtoffer brengt, zo zult gij een spijsoffer bereiden van twee tienden meelbloem, gemengd met olie, en wel met olieten bedrage van een derde deel van een hin;
— En wijn ten drankoffer, een derde deel van een hin, zult gij offeren tot een liefelijken reuk den HEERE.
En wijn ten drankoffer, bij dat spijsoffer, eveneens een derde deel van een hin zult gij offeren, opdat dit, evenals het brand- of slachtoffer zelf, zijn moge tot een liefelijke reuk voor de HEERE.
Hetzelfde vinden wij bij de heidenen. Plinius (XXX: 5) zegt, dat zonder deze mola salsa (gezouten offerkoeken) geen slachtoffer voor volkomen gehouden werd. Homerus (II. I: 459) zegt: “zij brachten koeken” en (462): “hij goot daarop rode wijn.”
KruisverwijzingenLeviticus 3:1→Leviticus 7:11→Leviticus 1:3→— En wanneer gij een jong rund zult bereiden tot een brandoffer of een slachtoffer, om een gelofte af te zonderen, of ten dankoffer den HEERE;
En wanneer gij een jong rund, en alzo de kostbaarste soort van offerdieren, zult bereiden tot een brandoffer of tot een slachtoffer, dat bestemd is om het als gave van een gelofte af te zonderen, of dat gij anders als een lofofferof als een vrijwillige gave ten dankoffer brengt aan de HEERE;
KruisverwijzingenLeviticus 6:14→Leviticus 14:10→Numeri 28:12→Numeri 28:14→Ezechiël 46:15→Joël 2:14→Ezechiël 46:11→Numeri 29:6→— Zo zal hij tot een jong rund offeren een spijsoffer van drie tienden meelbloem, gemengd met olie, de helft van een hin.
Zo zal hij, die dat brand- of slachtoffer brengt, tot een jong rund, overeenkomstig de waarde van dit offerdier, offeren een spijsoffer van drie tienden meelbloem, gemengd met olie, ter mate van de helft van een hin.
KruisverwijzingenNumeri 6:15→Numeri 15:5→— En wijn zult gij offeren ten drankoffer, de helft van een hin, tot een vuuroffer van liefelijken reuk den HEERE.
En aangaande de wijn, die zult gij daarbij offeren ten drankoffer, naar de maat van de helft van een hin, opdat uw brand- of slachtoffer, in vereniging met dit spijs- en drankoffer, zo zij tot een vuuroffer van liefelijke reuk voor de HEERE.
— Alzo zal gedaan worden met den enen os, of met den enen ram, of met het klein vee, van de lammeren, of van de geiten.
Alzo, als hier ter zake van het bij te voegen spijs- en drankoffer bepaald is, zal gedaan worden met de een (elke) os, of met de ene ram, of met het klein vee, van de lammeren, of van de geiten: 1)
Als uw brand- of slachtoffer slechts uit één rund, één ram, één lam (hetzij dit een schaap of een geit zij) bestaat. Maar bestaat het uit twee, drie of meer runderen, rammen of lammeren, dan moet gij ook twee, drie of meer, daaraan beantwoordende spijs- en drankoffers daarbij voegen.
— Naar het getal, dat gij bereiden zult, zult gij alzo doen met elkeen, naar hun getal.
Naar het getal dus, van brand- of slachtofferdieren, dat gij bereiden zult, zult gij alzo doen met elk van die offerdieren naar hun getal, dat gij aan elk zijn spijs- en drankoffer toevoegt en dus evenveel spijs- en drankoffers als offerdieren brengt.
— Alle inboorling zal deze dingen alzo doen, offerende een vuuroffer tot een liefelijken reuk den HEERE.
Elke inwoner onder u zal deze dingen zo doen, offerende een vuuroffer tot een liefelijke reuk voor de HEERE.
— Wanneer ook een vreemdeling bij u als vreemdeling verkeert, of die in het midden van u is, in uw geslachten, en hij een vuuroffer zal bereiden tot een liefelijken reuk den HEERE; gelijk als gij zult doen, alzo zal hij doen.
Wanneer ook een vreemdeling, 1) een zekere tijd, bij u als vreemdeling verkeert, of als een, die in het midden van u is, met zijn gezin en voorgoed zich in uw geslachten gevestigd heeft, 2) en hij een vuuroffer zal bereiden tot een liefelijke reuk voor de HEERE; zoals gij zult doen, alzo zal hij ook doen.
Ook: zie Le 25.49.
Ook: zie Le 17.9.
Onder vreemdelingen verstaat Hij niet iedereen, naar hen, die afkomstig uit de heidense volken, de dienst van God hadden aangenomen, en alzo opgenomen waren in de schoot van de Kerk. Want vreemdelingen, die de voorhuid nog hadden, hun onreinheid verbood hen deel te nemen aan de wettische eredienst. Verder, waarom wilde God een en dezelfde regel bewaren? Ik acht, dat er twee oorzaken voor zijn: dat de vreemdelingen, die pas waren opgenomen, met des te meer ijver de oefeningen tot de godzaligheid zouden beijveren, wanneer zij zagen, dat zij op gelijke voet met de kinderen van Abraham werden gesteld; vervolgens, om te voorkomen, dat er verkeerde bijvoegsels zouden insluipen, wat wel geschieden zou, indien er onderscheid werd gemaakt. Daarom opdat de zuiverheid van de dienst van God niet langzamerhand door verkeerde naijver bedorven zou worden, werd de deur gesloten voor verschil, welke de mens hierheen en daarheen pleegt heen te trekken.
KruisverwijzingenNumeri 15:29→Numeri 9:14→Exodus 12:49→Numeri 18:8→Exodus 12:43→Leviticus 24:22→Galaten 3:28→Kolossenzen 3:11→— Gij, gemeente, het zij ulieden en den vreemdeling, die als vreemdeling bij u verkeert, enerlei inzetting: ter eeuwige inzetting bij uw geslachten, gelijk gijlieden, alzo zal de vreemdeling voor des HEEREN aangezicht zijn.
Gij gemeente, hetzij voor u a) en voor de vreemdeling, die als vreemdeling bij u verkeert 1) één instelling, een instelling, voor beide gelijk geldend; dit is bepaald tot een eeuwige instelling bij uw geslachten, dit namelijk: zoals gij, alzo zal ook de vreemdeling, ingodsdienstig of gemeentelijk opzicht, voor het aangezicht van de HEERE zijn, zodat de vreemdeling zich te gedragen heeft naar dezelfde voorschriften en zich volstrekt geen bijzondere vrijheden veroorloven mag.
Exodus. 12:49 Numeri. 9:14
De LXX vertaalt: de Jodengenoten, die met u verenigd zijn.
— Enerlei wet en enerlei recht zal ulieden zijn, en den vreemdeling, die bij ulieden als vreemdeling verkeert.
Eén wet en één recht zal voor u geldend zijn en voor de vreemdeling, die bij u als vreemdeling verkeert.
In de vroeger beschreven offerwet was van het spijs- en drankoffer slechts meer terloops en bij gelegenheid sprake, wat tenminste de verhouding van zijn hoeveelheid tot het bloedig offer, waarbij het behoort, aangaat. Zo lang Israël zich nog in de woestijn bevond, waar het nog geen vruchten van het land oogstte, kon het ook geen eigenlijke spijs- en drankoffers brengen. Bij het uitvaardigen nu van de tegenwoordige bepalingen, merkt de Heere Zijn volk aan als reeds in het heilige Land gekomen, ofschoon er vóór diens werkelijke verovering nog omtrent 37 jaar verlopen moeten; de Heere doet dit in Zijn vriendelijkheid en goedertierenheid. Hij heeft hun stem niet verhoord, toen zij tot Hem weenden; het stond onherroepelijk vast, dat het huidig geslacht van Kanaän zou zijn uitgesloten; evenwel is hun wenen niet tevergeefs geweest; wat Hij hun hier zeggen laat, is zoveel als wat Hij spreekt door de profeet Jesaja 40:1 vv.): Troost, troost Mijn volk, zal uw God zeggen; spreekt naar het hart van Jeruzalem en roept haar toe, dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is.
Wat overigens hier het gegeven gebod, betreffende de spijs- en drankoffers aangaat, van hun betekenis in verband met een brand- of dankoffer hebben wij reeds bij Leviticus. 2:10,16. gesproken, maar om het gewicht van een zo nadrukkelijk uitgevaardigd gebod beter te doen verstaan, nemen we nog eens alles samen. “De verbinding van het spijsoffer met het brandoffer wijst daarop, dat aan de goede werken noodzakelijk de wijding en de overgave van de gehele persoon moet voorafgaan, maar even noodzakelijk op deze overgave de goede werken volgen moeten; dat Jehova, de heilige, die juist, omdat Hij zelf heilig is, zegt: Zijt heilig! niet met een bloot gevoel van afhankelijkheid, of met een halve liefde gediend is, maar dat Hij ijver tot de uitoefening van Zijn geboden verlangt, waarin alleen de bevestiging of de verzegeling bestaat van de overgave van het leven, als een overgave, die in waarheid gegeven is (Psalm. 15:1 vv. Joh.15:14). De verbinding van het spijsoffer met het drankoffer geeft te kennen: dat de ware dankbaarheid zich niet alleen door de belijdenis, die door het bloedig offer voorgesteld wordt, maar ook door de wandel openbaren moet.
— Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Voorts sprak de HEERE, die het volk ook nog op een andere wijze het voortduren van Zijn Verbond en de inname van het beloofde land wilde waarborgen, tot Mozes, zeggende:
KruisverwijzingenNumeri 15:2→Deuteronomium 26:1→— Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Als gij zult gekomen zijn in het land, waarheen Ik u inbrengen zal,
Spreek tot de kinderen van Israël zeg tot hen: als gij zult gekomen zijn in het land, waarheen Ik u, in uw kinderen, inbrengen zal,
19 Zo zal het geschieden als gij van het brood des lands zult eten, dan zult gij den HEERE een hefoffer offeren.
KruisverwijzingenLeviticus 2:14→Nehemia 10:37→Ezechiël 44:30→Exodus 34:26→Exodus 23:19→Openbaring 14:4→Romeinen 11:16→Mattheüs 6:33→— De eerstelingen uws deegs, een koek zult gij tot een hefoffer offeren; gelijk het hefoffer des dorsvloers zult gij dat offeren.
De eerstelingen van uw deeg, 1) van het eerste deeg, dat gij van de verschillende granen tot brood kneedt, een koek van gewone grootte en hoedanigheid, zult gij daarvan tot een hefoffer offeren; zoals het hefoffer van de dorsvloer door u uit de eerstelingen van het uitgedorste graan wordt opgenomen, als een gave voor de Heere, om hiermee al wat er verder wordt afgedorst, aan Hem te heiligen, a) zo zult gij dat offer, aan de eerste mengsels van het deeg ontleend, de Heere offeren.
Exodus. 23:19
De eerstelingen van uw deeg. Reeds vroeger was bepaald, om de eerstelingen van de oogst te brengen; hier wordt verordend, om ook de eerstelingen van het deeg de Heere tot een hefoffer aan te bieden. Dit moest geschieden, opdat Israël daardoor zijn voortdurende afhankelijkheid van de Heere zou erkennen, omdat Hij niet alleen het koren moet doen groeien, maar ook de zegen geven over het genieten ervan.
KruisverwijzingenExodus 29:28→Numeri 18:26→— Van de eerstelingen uws deegs zult gij den HEERE een hefoffer geven, bij uw geslachten.
Van de eerstelingen van uw deeg zult gij een zekere maat, zoveel namelijk als tot een koek nodig is, de HEERE als een hefoffer geven, en dit zal als een eeuwigeinstelling bij uw geslachten onderhouden worden.
KruisverwijzingenLeviticus 4:2→Leviticus 4:22→Lukas 12:48→Leviticus 4:13→Leviticus 5:13→Leviticus 5:15→Leviticus 4:27→Psalmen 19:12→— Voorts wanneer gijlieden afgedwaald zult zijn, en niet gedaan hebben al deze geboden, die de HEERE tot Mozes gesproken heeft;
Voorts, 1) wanneer gij uit onwetendheid, zonder opzet, uit onbedachtzaamheid afgedwaald zult zijn, en niet zult gedaan hebben enige van al deze geboden, die de HEERE (vs.18-21) tot Mozes gesproken heeft;
Aan het voorgaande voorschrift zijn (vs.22-31) verordeningen omtrent het zondoffer vastgeknoopt, van welke de eerste (vs.22-26) zich van de in Leviticus. 4:13-21 behandelde gevallen daarin onderscheiden, dat de zonden hier niet als het doen van een van de geboden van de Heere, die niet gedaan mochten worden, maar als niet doen van alles, wat God door Mozes had gesproken, laten aanwijzen. Hierom wordt hier dus gehandeld, niet over zonden, die moedwillig begaan worden, maar over zonden van nalatigheid, van niet opvolging van de goddelijke wetten.
— Alles, wat u de HEERE door de hand van Mozes geboden heeft; van dien dag af, dat het de HEERE geboden heeft, en voortaan bij uw geslachten;
Alles, wat u de HEERE door de hand van Mozes geboden heeft, en dat voor u verbindend is van die dag af, dat het de HEERE geboden heeft en voortaan bij uw geslachtenverbindend blijven zal, als iets van dat alles niet opzettelijk maar uit dwaling door u zal nagelaten zijn.
KruisverwijzingenLeviticus 4:23→Numeri 28:15→Leviticus 4:13→Leviticus 5:15→2 Kronieken 29:21→Ezra 8:35→Ezra 6:17→Numeri 15:8→— Zo zal het geschieden, indien iets bij dwaling gedaan, en voor de ogen der vergadering verborgen is, dat de ganse vergadering een var, een jong rund, zal bereiden ten brandoffer, tot een liefelijken reuk den HEERE, met zijn spijsoffer en zijn drankoffer, naar de wijze; en een geitenbok ten zondoffer.
Zo zal het geschieden, indien iets bij dwaling gedaan of nagelaten en voor de ogen van de vergadering verborgen is, 1) dat de gehele vergadering, zodra zij zich van deze dwaling bewust wordt, of tot kennis daarvan komt, tenteken van haar vernieuwde, volledige overgave aan Mij, een var, een jong rund zal bereiden ten brandoffer, tot een liefelijke reuk voor de HEERE, met zijn bijbehorend spijsoffer en met zijn drankoffer, naar de wijze (het voorschrift) (vs.8-10) en voordat het brandoffer gebracht wordt, een geitebok ten zondoffer.
Letterlijk staat er: Indien iets buiten de ogen van de vergadering (of van de gemeente), uit dwaling gedaan is; hetgeen misschien betekent: indien er iets van het voorgeschreven door de gemeente onopzettelijk is nagelaten, zonder dat zij ervan wist. Men versta het hier gezegde met Van der Palm in deze zin: indien enig voorschrift sedert jaren op enigerlei wijze in onbruik en vergetelheid geraakt is, en het tegenwoordig geslacht, dat daaraan geen schuld heeft, dit verzuim en deze vergetelheid bemerkt en daarom deze wetsbepaling weer invoert en gaat handhaven, dan zullen ter verzoening van de in de tijd van de onwetendheid begane zonde van nalatigheid, de hier bepaalde offers gebracht worden (Leviticus. 4:13 vv.)
Daarom, opdat noch het volk, noch de enkele personen, wanneer zij hun schuld zouden bemerken, als het ware door het wanhopen aan vergiffenis, zich van de dienst van God zonden losscheuren, komt God hen hier tegemoet, en leert hen, op welke wijze zij verzoend kunnen worden, opdat, wie in zonde vielen, niet Zijn dienst zouden vaarwel zeggen.
Het veronderstelde geval is een nationale of volkszonde, gepleegd door onkunde en in gebruik geraakt door een algemene afdwaling.
KruisverwijzingenLeviticus 4:20→Romeinen 3:25→Leviticus 4:26→Hebreeën 2:17→Lukas 23:34→1 Johannes 2:2→Handelingen 13:39→— En de priester zal de verzoening doen voor de ganse vergadering van de kinderen Israels, en het zal hun vergeven worden; want het was een afdwaling, en zij hebben hun offerande gebracht, een vuuroffer den HEERE, en hun zondoffer, voor het aangezicht des HEEREN, over hun afdwaling.
En de priester zal, door het brengen van deze beide offers, de verzoening doen voor de gehele vergadering van de kinderen van Israël, en het zal hun vergeven worden; want het was een onopzettelijke afdwaling, die, terwijl hetmet de moedwillige overtreding (vs.30) geheel anders gesteld is, vatbaar is voor verzoening, en zij hebben schuldbelijdend hun offerande, hun brandoffer met bijbehorend spijs- en drankoffer gebracht, een vuuroffer voor de HEERE, en wel als hun zondoffer hebben zij dat gebracht voor het aangezicht van de HEERE, omverzoening te verkrijgen over hun afdwaling.
KruisverwijzingenNumeri 15:24→— Het zal dan aan de ganse vergadering der kinderen Israels vergeven worden, ook den vreemdeling, die in het midden van henlieden als vreemdeling verkeert; want het is het ganse volk door dwaling overkomen.
Het zal dan aan de gehele vergadering van de kinderen van Israël vergeven worden, ook de vreemdeling, die in het midden van hen als vreemdeling verkeert; want het is het gehele volk, met inbegrip van de vreemdelingen, door dwaling overkomen, en zij hebben tezamen de vergiffenis nodig.
KruisverwijzingenLeviticus 4:27→1 Timotheüs 1:13→Handelingen 3:17→Handelingen 17:30→— En indien een ziel door afdwaling gezondigd zal hebben, die zal een eenjarige geit ten zondoffer offeren.
En indien niet de gehele gemeente, maar alleen een ziel door afdwaling gezondigd zal hebben, in het nalaten van het een of ander, dat zij had behoren te doen, die zal een eenjarige geit ten zondoffer offeren! a)
Leviticus. 4:27 vv.; 5:5 vv
KruisverwijzingenLeviticus 4:35→— En de priester zal de verzoening doen over de dwalende ziel, als zij gezondigd heeft door afdwaling, voor het aangezicht des HEEREN, doende de verzoening over haar; en het zal haar vergeven worden.
En de priester zal de verzoening doen over de dwalende ziel, als zij namelijk gezondigd heeft, niet opzettelijk, maar door afdwaling voor het aangezicht van de HEERE, doende de verzoening over haar; en het zal haar vergeven worden.
KruisverwijzingenNumeri 15:15→Numeri 9:14→Leviticus 17:15→Romeinen 3:29→Leviticus 16:29→— Den inboorling der kinderen Israels, en den vreemdeling, die in hunlieder midden als vreemdeling verkeert, enerlei wet zal ulieden zijn, dengene, die het door afdwaling doet.
De inwoner van de kinderen van Israël, en de vreemdeling, 1) die in hun midden als vreemdeling verkeert, één wet zal onder u gelden, ten aanzien van hen, die het een of ander door afdwaling doet of nalaat.
Ook hier weer wordt de vreemdeling met de inwoner gelijk gesteld, opdat reeds onder de wet zou afgeschaduwd worden, dat het in de Nieuwe Bedeling zou gelden, ten opzichte van de zaligheid van Gods kinderen, dat er geen onderscheid zou zijn tussen Jood en Griek, Barbaar en Scyth, dienstknecht en vrije.
KruisverwijzingenPsalmen 19:13→Hebreeën 10:26→Deuteronomium 1:43→Psalmen 74:22→Mattheüs 12:32→Leviticus 20:6→Genesis 17:14→Psalmen 79:12→— Maar de ziel, die iets gedaan zal hebben met opgeheven hand, hetzij van inboorlingen of van vreemdelingen, die smaadt den HEERE; en diezelve ziel zal uitgeroeid worden uit het midden van haar volk;
Maar de ziel, die iets zal gedaan of nagelaten hebben, 1) niet in onwetendheid of uit zwakheid en overijling, maar met een in moedwil en weerspannigheid tegen de Heere opgeheven hand, 2) die ziel, hetzij van inwoners of van vreemdelingen, die smaadt de HEERE en is de godslasteraar gelijk; en deze ziel zal, evenals de godslasteraar (Leviticus. 24:16), uitgeroeid worden uit het midden van haar volk;
Hier is speciaal sprake van de ontheiliging van de ware en wettige dienst van God, door iets vermetels te bedenken, dat in strijd is met de zuiverheid van de dienst van God. Niet alleen op roof, of moord, of andere misdaden wordt straf gezet, maar ook op goddeloze verzinsels, die tot doel hebben de godsdienst te schaden.
Met opgeheven hand, d.i. die moedwillig zich tegen God en Zijn heilige geboden stelt en verzet. Eigenlijk staat er, met hoge hand, d.i. met de hand uitgestrekt naar Jehova, als om daarmee te zeggen, dat men de toorn van de Heere over de zonde niet vreest.
KruisverwijzingenSpreuken 13:13→2 Samuël 12:9→Ezechiël 18:20→Leviticus 5:1→Psalmen 119:126→Leviticus 26:15→Jesaja 30:12→2 Petrus 2:21→— Want zij heeft het woord des HEEREN veracht en Zijn gebod vernietigd; diezelve ziel zal ganselijk uitgeroeid worden; haar ongerechtigheid is op haar.
Want zij heeft het woord, niet van een mens, maar van de HEERE veracht en op een Hem smadelijke wijze, Zijn gebod vernietigd; 1) deze ziel zal geheel, zeker, uitgeroeid worden, zonder dat eraan gedacht mag worden, dat er nog een zoenoffer voor haar zou te brengen zijn; haar ongerechtigheid is op haar 2) en kan niet van haar weggenomen worden, zodat zij dan ook zelf de straf dragen moet.
Hier wordt de reden bijgevoegd, omdat hij het woord van God veracht heeft en Zijn voorschrift voor niets geacht. Het is geen licht misdrijf, de grenzen door God gesteld, te overschrijden. Het is zeker, dat alle verwaterde godsdienst een goddeloze geringschatting voortbrengt, alsof men met opzet God veracht en Zijn geboden versmaadt. Waaruit wij opmaken, dat niets meer de zuivere en eenvoudige dienst van God in de weg staat, dan de laatdunkendheid, dat ieder volgt, wat hem zelf behaagt.
Zonden met opgeheven hand zijn alleen deze, waarbij zich met het bewustzijn van haar strijd met de wet, weerzin tegen de wet zelf en eigenwillige losmaking van haar bepalingen verbinden, maar niet ook die, waartoe de mens vervoerd wordt, doordat de macht van de lust of van de onlust zijn beter willen en zijn geweten overweldigt. De verzekering van de vergiffenis van de laatste mag en moet, altijd in geval van oprecht berouw en mishagen over zichzelf, op de weg van de offers gezocht worden. Maar de zonde van hen, die op een oproerige, God en zijn gebod voorbedachtelijk en stout versmadende wijze, misdoen, kan geen voorwerp van hogepriesterlijk medelijden zijn (Hebr.5:2), daar dit een gemis van de behoorlijke afschuw van de zonde zijn zou (zie Le 4.2)
Niemand zondigde op deze wijze, dan die in zijn hart een ingeworteld gevoel had tegen de wet van God.
II. Vs. 32-41.KruisverwijzingenMattheüs 23:5→Deuteronomium 22:12→Lukas 8:44→Mattheüs 9:20→Exodus 35:2→Handelingen 7:58→Psalmen 73:27→Ezechiël 6:9→ — Als nu de kinderen Israels in de woestijn waren, zo vonden zij een man, hout lezende op den sabbatdag. En die hem vonden, hout lezende, brachten hem tot Mozes, en tot Aaron, en tot de ganse vergadering. En zij stelden hem in bewaring; want het was niet verklaard, wat hem gedaan zou worden. Zo zeide de HEERE tot Mozes: Die man zal zekerlijk gedood worden; de ganse vergadering zal hem met stenen stenigen buiten het leger. Toen bracht hem de ganse vergadering uit tot buiten het leger, en zij stenigden hem met stenen, dat hij stierf, gelijk als de HEERE Mozes geboden had. En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Dat zij zich snoertjes maken aan de hoeken hunner klederen, bij hun geslachten; en op de snoertjes des hoeks zullen zij een hemelsblauwen draad zetten. En hij zal ulieden aan de snoertjes zijn, opdat gij het aanziet, en aan al de geboden des HEEREN gedenkt, en die doet; en gij zult naar uw hart, en naar uw ogen niet sporen, die gij zijt nahoererende; Opdat gij gedenkt en doet al Mijn geboden, en uw God heilig zijt. Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland uitgevoerd heb, om u tot een God te zijn; Ik ben de HEERE, uw God! Nauwelijks heeft de Heere in het voorgaande van het zondigen uit moedwil gesproken, waarvoor geen zoenoffer kan toegelaten worden, of daar doet zich een voorbeeld van zo’n zondige voor; wanneer er buiten het leger een man betrapt wordt, die op de Sabbat hout verzamelt en hiermee het derde gebod (Exodus. 20:8 vv.) overtreedt. Wie hem betrapt hebben, brengen hem tot Mozes en Aäron en de oudsten van de gemeente, en nadat de Heere over de wijze, waarop de doodstraf aan hem voltrokken worden moet, is geraadpleegd, wordt bij in het openbaar gestenigd. Dit voorval bewijst, dat Israël zich nog van de heiligheid van het Goddelijke gebod bewust is en alzo de overtreder in zijn midden voor Gods gericht stelt; maar het maakt tevens openbaar, hoe licht een afzonderlijk persoon Gods geboden uit het oog verliest en naar zijn eigen gedachten wandelt op een weg, die niet goed is; waarom de Heere voor elke persoon een teken voorschrijft, dat hij ter herinnering aan Zijn heilige geboden in franjes of kwasten aan zijn klederen dragen moest.
KruisverwijzingenExodus 35:2→Exodus 16:23→Exodus 16:27→Exodus 31:14→Exodus 20:8→— Als nu de kinderen Israels in de woestijn waren, zo vonden zij een man, hout lezende op den sabbatdag.
Toen nu de kinderen van Israël in de woestijn waren, waarin zij veertig jaar zouden moeten omzwerven (Numeri. 14:33 vv.), en thans hun legerplaats nog in Kades hadden, (Deuteronomium. 1:46), zo vonden zij een man, die bezig was, hier en daar verspreide stukken hout te verzamelen op de Sabbatdag.
KruisverwijzingenJohannes 8:3→— En die hem vonden, hout lezende, brachten hem tot Mozes, en tot Aaron, en tot de ganse vergadering.
En die hem vonden, hout verzamelende, brachten hem tot Mozes en tot Aäron en tot de gehele vergadering van de oudsten die, sedert de invoering van de, door Jethrovoorgestelde en door de Heere goedgekeurde inrichting (Exodus. 18:13-26), de rechtsmacht van de gemeente uitmaakten.
KruisverwijzingenLeviticus 24:12→Numeri 9:8→— En zij stelden hem in bewaring; want het was niet verklaard, wat hem gedaan zou worden.
En zij stelden hem, evenals eerder (Leviticus. 24:10 vv.) met een godslasteraar gedaan was, in bewaring: want het was niet bepaald verklaard, wat straf hem aangedaan zou worden, hoewel er wel op de overtreding van het Sabbatsgebod de doodstraf bepaald was (Exodus. 34:14 v.; 35:2), maar de wijze, waarop deze voltrokken moest worden, nog niet nader was voorgeschreven.
KruisverwijzingenHandelingen 7:58→Exodus 31:14→Leviticus 24:23→1 Koningen 21:13→Deuteronomium 21:21→Hebreeën 13:11→Leviticus 24:14→Leviticus 20:2→— Zo zeide de HEERE tot Mozes: Die man zal zekerlijk gedood worden; de ganse vergadering zal hem met stenen stenigen buiten het leger.
Zo zei dan nu de HEERE tot Mozes, toen deze Hem in de tabernakel vroeg naar hetgeen Hij wilde, dat er gebeuren zou: die man zal als een, die met opgeheven hand en moedwillig overtreden heeft (vs.30), zekergedood worden; de gehele vergadering zal hem met stenen stenigen, buiten het leger. 1)
Ook: zie Le 20.2.
KruisverwijzingenJozua 7:25→— Toen bracht hem de ganse vergadering uit tot buiten het leger, en zij stenigden hem met stenen, dat hij stierf, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
Toen bracht de gehele vergadering hem uit tot buiten het leger, en zij stenigden hem met stenen, zodat hij stierf, zoals de HEERE Mozes geboden had.
Om dit geval juist te beoordelen, heeft men zorgvuldig in het oog te houden, welke betekenis de Sabbat, als teken van het Verbond, voor het volk had. De overtreding met voorbedachte rade van het verbod van de arbeid was een openlijke verbreking van het Verbond, een daadwerkelijke opstand tegen de Heere.
De Sabbat kwam tot Israël niet alleen, omdat het een volk van mensen was, dat leven moest in de verordening, die krachtens de schepping voor elk mensenkind gold; maar ook bovendien, omdat het een volk van verlosten was, dat in deze Sabbatviering typisch de verlossing van de Heere had af te beelden.
Door Ezechiël (hoofdstuk 20:12) laat de Heere Zijn volk zeggen, dat Hij hun de Sabbat had gegeven tot een teken tussen Hem en hen, opdat zij weten zouden, dat Hij de Heere is, die hen heiligt. Deze man verachtte dit teken, verachtte het teken, door God gesteld, tot heiliging, en dat kort na de straf, die over Israël was gekomen. Het is daarom, dat de Heere beveelt, hem op die wijze voor zijn zonde te straffen.
— En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
En de HEERE, aan dit voorval aanleiding ontlenende, om het volk de onderhouding van Zijn geboden in te scherpen en het tegen moedwillige zonden zo dringend mogelijk te waarschuwen, sprak tot Mozes, zeggende:
KruisverwijzingenMattheüs 23:5→Deuteronomium 22:12→Lukas 8:44→Mattheüs 9:20→— Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Dat zij zich snoertjes maken aan de hoeken hunner klederen, bij hun geslachten; en op de snoertjes des hoeks zullen zij een hemelsblauwen draad zetten.
Spreek 1) tot de kinderen van Israël en zeg tot hen: a) dat zij zich snoertjes, franjes of kwasten maken aan de vier hoeken van hun bovenkleren, 2) hetgeen van nu af bij hun geslachten onderhouden wordt; en op of aan het boveneinde van de snoertjes, franjes of kwasten van de hoek zullen zij een hemelsblauwe of hyacinthkleurige draad of koord zetten, door welke draad of koord die franje of die kwast aan het kleed vastgehecht zij. 3)
Deuteronomium. 22:12 Matth.23:5
Hoogstwaarschijnlijk heeft deze verordening zijn oorzaak in het zo-even medegedeelde en plaatsgehad hebbende geval van Sabbatontheiliging. De Heere beveelt nu, dat zij zich snoertjes aan de kleren zouden maken, en aan die snoertjes draden, opdat zij aan de geboden van de Heere gedachtig zouden zijn. In Matth.23:5 worden deze zomen genoemd.
Ook: zie Ex 12.34.
Kwasten, die uit van boven bijeengebonden en naar beneden loshangend koord bestonden, moesten de Israëlieten met een hyacinthkleurig koord aan de 4 hoeken van hun bovenkleed vasthechten. Deze kwasten moesten, bij de beweging van het lichaam het oog tot zich trekken. De kleur van de koorden herinnerde aan het feestgewaad van de Hogepriester (Exodus. 28:5)
KruisverwijzingenPsalmen 73:27→Ezechiël 6:9→Psalmen 106:39→Prediker 11:9→Job 31:7→Spreuken 28:26→Spreuken 3:1→Hosea 2:2→— En hij zal ulieden aan de snoertjes zijn, opdat gij het aanziet, en aan al de geboden des HEEREN gedenkt, en die doet; en gij zult naar uw hart, en naar uw ogen niet sporen, die gij zijt nahoererende;
En hij, die draad of koord, zal u aan de snoertjes a) kwasten, zijn, opdat gij het uitwendig versiersel aanziet, en daarbij dan aan al de geboden van de HEERE, waarvan het ene afbeelding is en waaraan gij dus daardoor moetherinnerd worden, 1) gedenkt, en die doet; en gij zult naar de lusten van uw eigen bedorven hart en naar de begeerten van uw ogen niet sporen zoeken, die gij zijt nahoererende. 2)
Matth.23:5 Luk.8:44
Vele draden in een kwast aan een hemelsblauw snoer zijn vele geboden van een ondeelbaar hemels gebod van liefde (Jacobus 2:8-10).
Eigenlijk gij zult niet achter uw hart en achter uw ogen navorsen of omdolen, d.i. gij zult de ingevingen van de boze lust van het hart niet opvolgen en de dingen van deze wereld, die uw ogen en zinnen tot zich trekken, niet najagen 1 Johannes 2:15). Nahoereren betekent enig ding van deze wereld met ene drift, die de wil van God miskent en Zijnen naam versmaadt, zoeken en aanhangen, of dit met afgodische liefde nalopen.
Hart en ogen mochten daarom niet gericht worden op de dingen, die strelend zijn voor het natuurlijk hart en aangenaam in de ogen van de zondige mens, maar op de geboden van God, die hem zijn gegeven ten goede.
KruisverwijzingenRomeinen 12:1→1 Thessalonicenzen 4:7→Leviticus 11:44→Kolossenzen 1:2→1 Petrus 1:15→Leviticus 19:2→Efeze 1:4→— Opdat gij gedenkt en doet al Mijn geboden, en uw God heilig zijt.
Opdat gij van een wandel in godvergetenheid, in gelijkvormigheid aan de wereld moogt bewaard worden, en daarentegen, door dit teken aan uw kleren, aan Mijn wil gedenkt en doet al 1) Mijn geboden, en uw God heilig zijt.
Het bijgeloof van de latere joden bedacht de franjes zo te doen werken, dat daardoor al de 613 geboden in de wet van Mozes vervat, konden aangewezen worden.
KruisverwijzingenLeviticus 22:33→Leviticus 25:38→1 Petrus 2:9→Hebreeën 11:16→Psalmen 105:45→Jeremia 31:31→Ezechiël 36:25→Jeremia 32:37→— Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland uitgevoerd heb, om u tot een God te zijn; Ik ben de HEERE, uw God!
Ik ben de HEERE Uw God, die U uit Egypte gevoerd heb 1) om u tot een God te zijn, om Mij in Mijn goddelijke macht, genade en heiligheid aan u te openbaren en door u, als Mijn uitverkoren volk, als de enige, waarachtige God gekend enverheerlijkt te worden: Ik ben de HEERE, uw God! 2) Aan Mij is het, dat gij in alles te gehoorzamen hebt.
De Heere brengt met deze verordening de verlossing uit Egypte in verband, om daarmee weer te herinneren, dat Israël een verkregen volk is, een volk, dat op bijzondere wijze Zijn eigendom is.
Hoe diep nederbuigend is de liefdezorg van God, om zijn volk te weerhouden van al wat kwaad is, en het daarentegen op de weg des levens te leiden en te besturen. Men vergelijke de opmerkingen bij Deuteronomium. 6:9 (zie De 6.9) betreffende de gedenktekens aan voorhoofd en armen, de kwasten aan de kleren en de gedenkschriften in de huizen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Numeri 15
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-31.KruisverwijzingenExodus 29:18→Leviticus 23:10→Genesis 8:21→Leviticus 23:13→Exodus 29:40→Numeri 28:27→Leviticus 2:1→Leviticus 6:14→
— Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer gij gekomen zult zijn in het land uwer woningen, dat Ik u geven zal; En gij een vuuroffer den HEERE zult doen, een brandoffer, of slachtoffer, om af te zonderen een gelofte, of in een vrijwillig offer, of in uw gezette hoogtijden, om den HEERE een liefelijken reuk te maken, van runderen of van klein vee; Zo zal hij, die zijn offerande den HEERE offert, een spijsoffer offeren van een tiende meelbloem, gemengd met een vierendeel van een hin olie. En wijn ten drankoffer, een vierendeel van een hin, zult gij bereiden tot een brandoffer of tot een slachtoffer, voor een lam. Of voor een ram zult gij een spijsoffer bereiden, van twee tienden meelbloem, gemengd met olie, een derde deel van een hin. En wijn ten drankoffer, een derde deel van een hin, zult gij offeren tot een liefelijken reuk den HEERE. En wanneer gij een jong rund zult bereiden tot een brandoffer of een slachtoffer, om een gelofte af te zonderen, of ten dankoffer den HEERE; Zo zal hij tot een jong rund offeren een spijsoffer van drie tienden meelbloem, gemengd met olie, de helft van een hin. En wijn zult gij offeren ten drankoffer, de helft van een hin, tot een vuuroffer van liefelijken reuk den HEERE.
Hier volgen enige bijzonderheden ter aanvulling van de op Sinaï gegeven wet. De eerste betreft de vereniging van de spijs- en drankoffers met de brand- en slachtoffers (vs.1-16); de tweede een heffing van het brood, dat de Israëlieten in het land Kanaän zullen eten (vs.17-21); de derde geeft bepalingen omtrent zondoffers, waarbij men vergiffenis verkrijgt, voor het geval iemand uit onwetendheid een van de goddelijke geboden nagelaten heeft. Deze verordeningen staan juist hier op haar plaats, waar Israël zich, onder de opgelegde straf, gebogen heeft en de Heere door voorschriften, die geheel en al op het inwonen in Kanaän berekend zijn, betuigen wil dat Hij niet altoos twisten en Zijn toorn behouden, maar het volk zeker te Zijner tijd naar het beloofde land brengen zal; opdat het, in de huidige zeer treurige omstandigheden, vertroost en opgebeurd wordt, door de hoop op de zoveel vrolijker en van genade getuigende toekomst, die het navolgende geslacht beschoren is.
Daarna sprak de HEERE tot Mozes, 1) zeggende:
Hoofddoel van deze wet is, dat, zowel bij de wettig voorgeschreven, als bij de vrijwillig gebrachte offeranden, de evenredigheid wordt in acht genomen.
Met deze nadere bepaling van de wetten, reeds vroeger gegeven, wil de Heere ongetwijfeld Israël ook bij de belofte vasthouden, dat het in Kanaän erfelijk en zeker wonen zal. Te midden van de beproevingen, die het volk overkomen vanwege hun zonden, zijn deze wetten als het ware druppels uit de stroom van Gods barmhartigheid.
Spreek tot de kinderen van Israël en zeg tot hen: Wanneer gij gekomen zult zijn in het land van uw woningen, dat Ik u geven zal;
En gij een bloedig vuuroffer voor de HEERE zult doen, hetzij een brandoffer (Leviticus. 1) of een slachtoffer (Leviticus. 3), en wel ook voor het geval, dat dit brand- of slachtoffer een offer is, dat gij bestemde om het af te zonderen alsgave van een gelofte, of dat het uit een vrijwillig offer bestaat (Leviticus. 7:11-21), of wanneer heteen brand- of slachtoffer is, dat gij in uw gezette hoogtijden, waarvan Ik, (Leviticus 23:37,38) gesproken heb, ten altaar brengt, om voor de HEERE een liefelijke reuk te maken van runderen of van klein vee;
Zo zal hij, die zijn offerande voor de HEERE offert, een daarbij behorend spijsoffer offeren van een tiende 1) meelbloem, gemengd met een vierendeel van een hin2) olijfolie;
Een tiende deel van een efa of homer (zie Ex 16.36)
Ook: zie Ex 29.40.
En wat betreft de wijn ten drankoffer, dat wederom bij het spijsoffer behoort, eveneens een vierendeel van een hin, zult gij bereiden tot een brandoffer of in hetalgemeen tot een slachtoffer, hetzij dan een lofoffer of een offer, dat uit kracht van een gelofte, of dat vrijwillig gebracht wordt, zodanig spijs- en drankoffer zult gij adan brengen, wanneer het dienen moet tot een offerande, die uit een lam bestaat.
Of voor het geval, dat gij niet slechts een lam, maar een ram, dat een kostbaarder dier is ten brand- of ten slachtoffer brengt, zo zult gij een spijsoffer bereiden van twee tienden meelbloem, gemengd met olie, en wel met olieten bedrage van een derde deel van een hin;
En wijn ten drankoffer, bij dat spijsoffer, eveneens een derde deel van een hin zult gij offeren, opdat dit, evenals het brand- of slachtoffer zelf, zijn moge tot een liefelijke reuk voor de HEERE.
Hetzelfde vinden wij bij de heidenen. Plinius (XXX: 5) zegt, dat zonder deze mola salsa (gezouten offerkoeken) geen slachtoffer voor volkomen gehouden werd. Homerus (II. I: 459) zegt: “zij brachten koeken” en (462): “hij goot daarop rode wijn.”
En wanneer gij een jong rund, en alzo de kostbaarste soort van offerdieren, zult bereiden tot een brandoffer of tot een slachtoffer, dat bestemd is om het als gave van een gelofte af te zonderen, of dat gij anders als een lofofferof als een vrijwillige gave ten dankoffer brengt aan de HEERE;
Zo zal hij, die dat brand- of slachtoffer brengt, tot een jong rund, overeenkomstig de waarde van dit offerdier, offeren een spijsoffer van drie tienden meelbloem, gemengd met olie, ter mate van de helft van een hin.
En aangaande de wijn, die zult gij daarbij offeren ten drankoffer, naar de maat van de helft van een hin, opdat uw brand- of slachtoffer, in vereniging met dit spijs- en drankoffer, zo zij tot een vuuroffer van liefelijke reuk voor de HEERE.
Alzo, als hier ter zake van het bij te voegen spijs- en drankoffer bepaald is, zal gedaan worden met de een (elke) os, of met de ene ram, of met het klein vee, van de lammeren, of van de geiten: 1)
Als uw brand- of slachtoffer slechts uit één rund, één ram, één lam (hetzij dit een schaap of een geit zij) bestaat. Maar bestaat het uit twee, drie of meer runderen, rammen of lammeren, dan moet gij ook twee, drie of meer, daaraan beantwoordende spijs- en drankoffers daarbij voegen.
Naar het getal dus, van brand- of slachtofferdieren, dat gij bereiden zult, zult gij alzo doen met elk van die offerdieren naar hun getal, dat gij aan elk zijn spijs- en drankoffer toevoegt en dus evenveel spijs- en drankoffers als offerdieren brengt.
Elke inwoner onder u zal deze dingen zo doen, offerende een vuuroffer tot een liefelijke reuk voor de HEERE.
Wanneer ook een vreemdeling, 1) een zekere tijd, bij u als vreemdeling verkeert, of als een, die in het midden van u is, met zijn gezin en voorgoed zich in uw geslachten gevestigd heeft, 2) en hij een vuuroffer zal bereiden tot een liefelijke reuk voor de HEERE; zoals gij zult doen, alzo zal hij ook doen.
Ook: zie Le 25.49.
Ook: zie Le 17.9.
Onder vreemdelingen verstaat Hij niet iedereen, naar hen, die afkomstig uit de heidense volken, de dienst van God hadden aangenomen, en alzo opgenomen waren in de schoot van de Kerk. Want vreemdelingen, die de voorhuid nog hadden, hun onreinheid verbood hen deel te nemen aan de wettische eredienst. Verder, waarom wilde God een en dezelfde regel bewaren? Ik acht, dat er twee oorzaken voor zijn: dat de vreemdelingen, die pas waren opgenomen, met des te meer ijver de oefeningen tot de godzaligheid zouden beijveren, wanneer zij zagen, dat zij op gelijke voet met de kinderen van Abraham werden gesteld; vervolgens, om te voorkomen, dat er verkeerde bijvoegsels zouden insluipen, wat wel geschieden zou, indien er onderscheid werd gemaakt. Daarom opdat de zuiverheid van de dienst van God niet langzamerhand door verkeerde naijver bedorven zou worden, werd de deur gesloten voor verschil, welke de mens hierheen en daarheen pleegt heen te trekken.
Gij gemeente, hetzij voor u a) en voor de vreemdeling, die als vreemdeling bij u verkeert 1) één instelling, een instelling, voor beide gelijk geldend; dit is bepaald tot een eeuwige instelling bij uw geslachten, dit namelijk: zoals gij, alzo zal ook de vreemdeling, ingodsdienstig of gemeentelijk opzicht, voor het aangezicht van de HEERE zijn, zodat de vreemdeling zich te gedragen heeft naar dezelfde voorschriften en zich volstrekt geen bijzondere vrijheden veroorloven mag.
Exodus. 12:49 Numeri. 9:14
De LXX vertaalt: de Jodengenoten, die met u verenigd zijn.
Eén wet en één recht zal voor u geldend zijn en voor de vreemdeling, die bij u als vreemdeling verkeert.
In de vroeger beschreven offerwet was van het spijs- en drankoffer slechts meer terloops en bij gelegenheid sprake, wat tenminste de verhouding van zijn hoeveelheid tot het bloedig offer, waarbij het behoort, aangaat. Zo lang Israël zich nog in de woestijn bevond, waar het nog geen vruchten van het land oogstte, kon het ook geen eigenlijke spijs- en drankoffers brengen. Bij het uitvaardigen nu van de tegenwoordige bepalingen, merkt de Heere Zijn volk aan als reeds in het heilige Land gekomen, ofschoon er vóór diens werkelijke verovering nog omtrent 37 jaar verlopen moeten; de Heere doet dit in Zijn vriendelijkheid en goedertierenheid. Hij heeft hun stem niet verhoord, toen zij tot Hem weenden; het stond onherroepelijk vast, dat het huidig geslacht van Kanaän zou zijn uitgesloten; evenwel is hun wenen niet tevergeefs geweest; wat Hij hun hier zeggen laat, is zoveel als wat Hij spreekt door de profeet Jesaja 40:1 vv.): Troost, troost Mijn volk, zal uw God zeggen; spreekt naar het hart van Jeruzalem en roept haar toe, dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is.
Wat overigens hier het gegeven gebod, betreffende de spijs- en drankoffers aangaat, van hun betekenis in verband met een brand- of dankoffer hebben wij reeds bij Leviticus. 2:10,16. gesproken, maar om het gewicht van een zo nadrukkelijk uitgevaardigd gebod beter te doen verstaan, nemen we nog eens alles samen. “De verbinding van het spijsoffer met het brandoffer wijst daarop, dat aan de goede werken noodzakelijk de wijding en de overgave van de gehele persoon moet voorafgaan, maar even noodzakelijk op deze overgave de goede werken volgen moeten; dat Jehova, de heilige, die juist, omdat Hij zelf heilig is, zegt: Zijt heilig! niet met een bloot gevoel van afhankelijkheid, of met een halve liefde gediend is, maar dat Hij ijver tot de uitoefening van Zijn geboden verlangt, waarin alleen de bevestiging of de verzegeling bestaat van de overgave van het leven, als een overgave, die in waarheid gegeven is (Psalm. 15:1 vv. Joh.15:14). De verbinding van het spijsoffer met het drankoffer geeft te kennen: dat de ware dankbaarheid zich niet alleen door de belijdenis, die door het bloedig offer voorgesteld wordt, maar ook door de wandel openbaren moet.
Voorts sprak de HEERE, die het volk ook nog op een andere wijze het voortduren van Zijn Verbond en de inname van het beloofde land wilde waarborgen, tot Mozes, zeggende:
Spreek tot de kinderen van Israël zeg tot hen: als gij zult gekomen zijn in het land, waarheen Ik u, in uw kinderen, inbrengen zal,
19 Zo zal het geschieden als gij van het brood des lands zult eten, dan zult gij den HEERE een hefoffer offeren.
De eerstelingen van uw deeg, 1) van het eerste deeg, dat gij van de verschillende granen tot brood kneedt, een koek van gewone grootte en hoedanigheid, zult gij daarvan tot een hefoffer offeren; zoals het hefoffer van de dorsvloer door u uit de eerstelingen van het uitgedorste graan wordt opgenomen, als een gave voor de Heere, om hiermee al wat er verder wordt afgedorst, aan Hem te heiligen, a) zo zult gij dat offer, aan de eerste mengsels van het deeg ontleend, de Heere offeren.
Exodus. 23:19
De eerstelingen van uw deeg. Reeds vroeger was bepaald, om de eerstelingen van de oogst te brengen; hier wordt verordend, om ook de eerstelingen van het deeg de Heere tot een hefoffer aan te bieden. Dit moest geschieden, opdat Israël daardoor zijn voortdurende afhankelijkheid van de Heere zou erkennen, omdat Hij niet alleen het koren moet doen groeien, maar ook de zegen geven over het genieten ervan.
Van de eerstelingen van uw deeg zult gij een zekere maat, zoveel namelijk als tot een koek nodig is, de HEERE als een hefoffer geven, en dit zal als een eeuwigeinstelling bij uw geslachten onderhouden worden.
Voorts, 1) wanneer gij uit onwetendheid, zonder opzet, uit onbedachtzaamheid afgedwaald zult zijn, en niet zult gedaan hebben enige van al deze geboden, die de HEERE (vs.18-21) tot Mozes gesproken heeft;
Aan het voorgaande voorschrift zijn (vs.22-31) verordeningen omtrent het zondoffer vastgeknoopt, van welke de eerste (vs.22-26) zich van de in Leviticus. 4:13-21 behandelde gevallen daarin onderscheiden, dat de zonden hier niet als het doen van een van de geboden van de Heere, die niet gedaan mochten worden, maar als niet doen van alles, wat God door Mozes had gesproken, laten aanwijzen. Hierom wordt hier dus gehandeld, niet over zonden, die moedwillig begaan worden, maar over zonden van nalatigheid, van niet opvolging van de goddelijke wetten.
Alles, wat u de HEERE door de hand van Mozes geboden heeft, en dat voor u verbindend is van die dag af, dat het de HEERE geboden heeft en voortaan bij uw geslachtenverbindend blijven zal, als iets van dat alles niet opzettelijk maar uit dwaling door u zal nagelaten zijn.
Zo zal het geschieden, indien iets bij dwaling gedaan of nagelaten en voor de ogen van de vergadering verborgen is, 1) dat de gehele vergadering, zodra zij zich van deze dwaling bewust wordt, of tot kennis daarvan komt, tenteken van haar vernieuwde, volledige overgave aan Mij, een var, een jong rund zal bereiden ten brandoffer, tot een liefelijke reuk voor de HEERE, met zijn bijbehorend spijsoffer en met zijn drankoffer, naar de wijze (het voorschrift) (vs.8-10) en voordat het brandoffer gebracht wordt, een geitebok ten zondoffer.
Letterlijk staat er: Indien iets buiten de ogen van de vergadering (of van de gemeente), uit dwaling gedaan is; hetgeen misschien betekent: indien er iets van het voorgeschreven door de gemeente onopzettelijk is nagelaten, zonder dat zij ervan wist. Men versta het hier gezegde met Van der Palm in deze zin: indien enig voorschrift sedert jaren op enigerlei wijze in onbruik en vergetelheid geraakt is, en het tegenwoordig geslacht, dat daaraan geen schuld heeft, dit verzuim en deze vergetelheid bemerkt en daarom deze wetsbepaling weer invoert en gaat handhaven, dan zullen ter verzoening van de in de tijd van de onwetendheid begane zonde van nalatigheid, de hier bepaalde offers gebracht worden (Leviticus. 4:13 vv.)
Daarom, opdat noch het volk, noch de enkele personen, wanneer zij hun schuld zouden bemerken, als het ware door het wanhopen aan vergiffenis, zich van de dienst van God zonden losscheuren, komt God hen hier tegemoet, en leert hen, op welke wijze zij verzoend kunnen worden, opdat, wie in zonde vielen, niet Zijn dienst zouden vaarwel zeggen.
Het veronderstelde geval is een nationale of volkszonde, gepleegd door onkunde en in gebruik geraakt door een algemene afdwaling.
En de priester zal, door het brengen van deze beide offers, de verzoening doen voor de gehele vergadering van de kinderen van Israël, en het zal hun vergeven worden; want het was een onopzettelijke afdwaling, die, terwijl hetmet de moedwillige overtreding (vs.30) geheel anders gesteld is, vatbaar is voor verzoening, en zij hebben schuldbelijdend hun offerande, hun brandoffer met bijbehorend spijs- en drankoffer gebracht, een vuuroffer voor de HEERE, en wel als hun zondoffer hebben zij dat gebracht voor het aangezicht van de HEERE, omverzoening te verkrijgen over hun afdwaling.
Het zal dan aan de gehele vergadering van de kinderen van Israël vergeven worden, ook de vreemdeling, die in het midden van hen als vreemdeling verkeert; want het is het gehele volk, met inbegrip van de vreemdelingen, door dwaling overkomen, en zij hebben tezamen de vergiffenis nodig.
En indien niet de gehele gemeente, maar alleen een ziel door afdwaling gezondigd zal hebben, in het nalaten van het een of ander, dat zij had behoren te doen, die zal een eenjarige geit ten zondoffer offeren! a)
Leviticus. 4:27 vv.; 5:5 vv
En de priester zal de verzoening doen over de dwalende ziel, als zij namelijk gezondigd heeft, niet opzettelijk, maar door afdwaling voor het aangezicht van de HEERE, doende de verzoening over haar; en het zal haar vergeven worden.
De inwoner van de kinderen van Israël, en de vreemdeling, 1) die in hun midden als vreemdeling verkeert, één wet zal onder u gelden, ten aanzien van hen, die het een of ander door afdwaling doet of nalaat.
Ook hier weer wordt de vreemdeling met de inwoner gelijk gesteld, opdat reeds onder de wet zou afgeschaduwd worden, dat het in de Nieuwe Bedeling zou gelden, ten opzichte van de zaligheid van Gods kinderen, dat er geen onderscheid zou zijn tussen Jood en Griek, Barbaar en Scyth, dienstknecht en vrije.
Maar de ziel, die iets zal gedaan of nagelaten hebben, 1) niet in onwetendheid of uit zwakheid en overijling, maar met een in moedwil en weerspannigheid tegen de Heere opgeheven hand, 2) die ziel, hetzij van inwoners of van vreemdelingen, die smaadt de HEERE en is de godslasteraar gelijk; en deze ziel zal, evenals de godslasteraar (Leviticus. 24:16), uitgeroeid worden uit het midden van haar volk;
Hier is speciaal sprake van de ontheiliging van de ware en wettige dienst van God, door iets vermetels te bedenken, dat in strijd is met de zuiverheid van de dienst van God. Niet alleen op roof, of moord, of andere misdaden wordt straf gezet, maar ook op goddeloze verzinsels, die tot doel hebben de godsdienst te schaden.
Met opgeheven hand, d.i. die moedwillig zich tegen God en Zijn heilige geboden stelt en verzet. Eigenlijk staat er, met hoge hand, d.i. met de hand uitgestrekt naar Jehova, als om daarmee te zeggen, dat men de toorn van de Heere over de zonde niet vreest.
Want zij heeft het woord, niet van een mens, maar van de HEERE veracht en op een Hem smadelijke wijze, Zijn gebod vernietigd; 1) deze ziel zal geheel, zeker, uitgeroeid worden, zonder dat eraan gedacht mag worden, dat er nog een zoenoffer voor haar zou te brengen zijn; haar ongerechtigheid is op haar 2) en kan niet van haar weggenomen worden, zodat zij dan ook zelf de straf dragen moet.
Hier wordt de reden bijgevoegd, omdat hij het woord van God veracht heeft en Zijn voorschrift voor niets geacht. Het is geen licht misdrijf, de grenzen door God gesteld, te overschrijden. Het is zeker, dat alle verwaterde godsdienst een goddeloze geringschatting voortbrengt, alsof men met opzet God veracht en Zijn geboden versmaadt. Waaruit wij opmaken, dat niets meer de zuivere en eenvoudige dienst van God in de weg staat, dan de laatdunkendheid, dat ieder volgt, wat hem zelf behaagt.
Zonden met opgeheven hand zijn alleen deze, waarbij zich met het bewustzijn van haar strijd met de wet, weerzin tegen de wet zelf en eigenwillige losmaking van haar bepalingen verbinden, maar niet ook die, waartoe de mens vervoerd wordt, doordat de macht van de lust of van de onlust zijn beter willen en zijn geweten overweldigt. De verzekering van de vergiffenis van de laatste mag en moet, altijd in geval van oprecht berouw en mishagen over zichzelf, op de weg van de offers gezocht worden. Maar de zonde van hen, die op een oproerige, God en zijn gebod voorbedachtelijk en stout versmadende wijze, misdoen, kan geen voorwerp van hogepriesterlijk medelijden zijn (Hebr.5:2), daar dit een gemis van de behoorlijke afschuw van de zonde zijn zou (zie Le 4.2)
Niemand zondigde op deze wijze, dan die in zijn hart een ingeworteld gevoel had tegen de wet van God.
II. Vs. 32-41.KruisverwijzingenMattheüs 23:5→Deuteronomium 22:12→Lukas 8:44→Mattheüs 9:20→Exodus 35:2→Handelingen 7:58→Psalmen 73:27→Ezechiël 6:9→
— Als nu de kinderen Israels in de woestijn waren, zo vonden zij een man, hout lezende op den sabbatdag. En die hem vonden, hout lezende, brachten hem tot Mozes, en tot Aaron, en tot de ganse vergadering. En zij stelden hem in bewaring; want het was niet verklaard, wat hem gedaan zou worden. Zo zeide de HEERE tot Mozes: Die man zal zekerlijk gedood worden; de ganse vergadering zal hem met stenen stenigen buiten het leger. Toen bracht hem de ganse vergadering uit tot buiten het leger, en zij stenigden hem met stenen, dat hij stierf, gelijk als de HEERE Mozes geboden had. En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Dat zij zich snoertjes maken aan de hoeken hunner klederen, bij hun geslachten; en op de snoertjes des hoeks zullen zij een hemelsblauwen draad zetten. En hij zal ulieden aan de snoertjes zijn, opdat gij het aanziet, en aan al de geboden des HEEREN gedenkt, en die doet; en gij zult naar uw hart, en naar uw ogen niet sporen, die gij zijt nahoererende; Opdat gij gedenkt en doet al Mijn geboden, en uw God heilig zijt. Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland uitgevoerd heb, om u tot een God te zijn; Ik ben de HEERE, uw God!
Nauwelijks heeft de Heere in het voorgaande van het zondigen uit moedwil gesproken, waarvoor geen zoenoffer kan toegelaten worden, of daar doet zich een voorbeeld van zo’n zondige voor; wanneer er buiten het leger een man betrapt wordt, die op de Sabbat hout verzamelt en hiermee het derde gebod (Exodus. 20:8 vv.) overtreedt. Wie hem betrapt hebben, brengen hem tot Mozes en Aäron en de oudsten van de gemeente, en nadat de Heere over de wijze, waarop de doodstraf aan hem voltrokken worden moet, is geraadpleegd, wordt bij in het openbaar gestenigd. Dit voorval bewijst, dat Israël zich nog van de heiligheid van het Goddelijke gebod bewust is en alzo de overtreder in zijn midden voor Gods gericht stelt; maar het maakt tevens openbaar, hoe licht een afzonderlijk persoon Gods geboden uit het oog verliest en naar zijn eigen gedachten wandelt op een weg, die niet goed is; waarom de Heere voor elke persoon een teken voorschrijft, dat hij ter herinnering aan Zijn heilige geboden in franjes of kwasten aan zijn klederen dragen moest.
Toen nu de kinderen van Israël in de woestijn waren, waarin zij veertig jaar zouden moeten omzwerven (Numeri. 14:33 vv.), en thans hun legerplaats nog in Kades hadden, (Deuteronomium. 1:46), zo vonden zij een man, die bezig was, hier en daar verspreide stukken hout te verzamelen op de Sabbatdag.
En die hem vonden, hout verzamelende, brachten hem tot Mozes en tot Aäron en tot de gehele vergadering van de oudsten die, sedert de invoering van de, door Jethrovoorgestelde en door de Heere goedgekeurde inrichting (Exodus. 18:13-26), de rechtsmacht van de gemeente uitmaakten.
En zij stelden hem, evenals eerder (Leviticus. 24:10 vv.) met een godslasteraar gedaan was, in bewaring: want het was niet bepaald verklaard, wat straf hem aangedaan zou worden, hoewel er wel op de overtreding van het Sabbatsgebod de doodstraf bepaald was (Exodus. 34:14 v.; 35:2), maar de wijze, waarop deze voltrokken moest worden, nog niet nader was voorgeschreven.
Zo zei dan nu de HEERE tot Mozes, toen deze Hem in de tabernakel vroeg naar hetgeen Hij wilde, dat er gebeuren zou: die man zal als een, die met opgeheven hand en moedwillig overtreden heeft (vs.30), zekergedood worden; de gehele vergadering zal hem met stenen stenigen, buiten het leger. 1)
Ook: zie Le 20.2.
Toen bracht de gehele vergadering hem uit tot buiten het leger, en zij stenigden hem met stenen, zodat hij stierf, zoals de HEERE Mozes geboden had.
Om dit geval juist te beoordelen, heeft men zorgvuldig in het oog te houden, welke betekenis de Sabbat, als teken van het Verbond, voor het volk had. De overtreding met voorbedachte rade van het verbod van de arbeid was een openlijke verbreking van het Verbond, een daadwerkelijke opstand tegen de Heere.
De Sabbat kwam tot Israël niet alleen, omdat het een volk van mensen was, dat leven moest in de verordening, die krachtens de schepping voor elk mensenkind gold; maar ook bovendien, omdat het een volk van verlosten was, dat in deze Sabbatviering typisch de verlossing van de Heere had af te beelden.
Door Ezechiël (hoofdstuk 20:12) laat de Heere Zijn volk zeggen, dat Hij hun de Sabbat had gegeven tot een teken tussen Hem en hen, opdat zij weten zouden, dat Hij de Heere is, die hen heiligt. Deze man verachtte dit teken, verachtte het teken, door God gesteld, tot heiliging, en dat kort na de straf, die over Israël was gekomen. Het is daarom, dat de Heere beveelt, hem op die wijze voor zijn zonde te straffen.
En de HEERE, aan dit voorval aanleiding ontlenende, om het volk de onderhouding van Zijn geboden in te scherpen en het tegen moedwillige zonden zo dringend mogelijk te waarschuwen, sprak tot Mozes, zeggende:
Spreek 1) tot de kinderen van Israël en zeg tot hen: a) dat zij zich snoertjes, franjes of kwasten maken aan de vier hoeken van hun bovenkleren, 2) hetgeen van nu af bij hun geslachten onderhouden wordt; en op of aan het boveneinde van de snoertjes, franjes of kwasten van de hoek zullen zij een hemelsblauwe of hyacinthkleurige draad of koord zetten, door welke draad of koord die franje of die kwast aan het kleed vastgehecht zij. 3)
Deuteronomium. 22:12 Matth.23:5
Hoogstwaarschijnlijk heeft deze verordening zijn oorzaak in het zo-even medegedeelde en plaatsgehad hebbende geval van Sabbatontheiliging. De Heere beveelt nu, dat zij zich snoertjes aan de kleren zouden maken, en aan die snoertjes draden, opdat zij aan de geboden van de Heere gedachtig zouden zijn. In Matth.23:5 worden deze zomen genoemd.
Ook: zie Ex 12.34.
Kwasten, die uit van boven bijeengebonden en naar beneden loshangend koord bestonden, moesten de Israëlieten met een hyacinthkleurig koord aan de 4 hoeken van hun bovenkleed vasthechten. Deze kwasten moesten, bij de beweging van het lichaam het oog tot zich trekken. De kleur van de koorden herinnerde aan het feestgewaad van de Hogepriester (Exodus. 28:5)
En hij, die draad of koord, zal u aan de snoertjes a) kwasten, zijn, opdat gij het uitwendig versiersel aanziet, en daarbij dan aan al de geboden van de HEERE, waarvan het ene afbeelding is en waaraan gij dus daardoor moetherinnerd worden, 1) gedenkt, en die doet; en gij zult naar de lusten van uw eigen bedorven hart en naar de begeerten van uw ogen niet sporen zoeken, die gij zijt nahoererende. 2)
Matth.23:5 Luk.8:44
Vele draden in een kwast aan een hemelsblauw snoer zijn vele geboden van een ondeelbaar hemels gebod van liefde (Jacobus 2:8-10).
Eigenlijk gij zult niet achter uw hart en achter uw ogen navorsen of omdolen, d.i. gij zult de ingevingen van de boze lust van het hart niet opvolgen en de dingen van deze wereld, die uw ogen en zinnen tot zich trekken, niet najagen 1 Johannes 2:15). Nahoereren betekent enig ding van deze wereld met ene drift, die de wil van God miskent en Zijnen naam versmaadt, zoeken en aanhangen, of dit met afgodische liefde nalopen.
Hart en ogen mochten daarom niet gericht worden op de dingen, die strelend zijn voor het natuurlijk hart en aangenaam in de ogen van de zondige mens, maar op de geboden van God, die hem zijn gegeven ten goede.
Opdat gij van een wandel in godvergetenheid, in gelijkvormigheid aan de wereld moogt bewaard worden, en daarentegen, door dit teken aan uw kleren, aan Mijn wil gedenkt en doet al 1) Mijn geboden, en uw God heilig zijt.
Het bijgeloof van de latere joden bedacht de franjes zo te doen werken, dat daardoor al de 613 geboden in de wet van Mozes vervat, konden aangewezen worden.
Ik ben de HEERE Uw God, die U uit Egypte gevoerd heb 1) om u tot een God te zijn, om Mij in Mijn goddelijke macht, genade en heiligheid aan u te openbaren en door u, als Mijn uitverkoren volk, als de enige, waarachtige God gekend enverheerlijkt te worden: Ik ben de HEERE, uw God! 2) Aan Mij is het, dat gij in alles te gehoorzamen hebt.
De Heere brengt met deze verordening de verlossing uit Egypte in verband, om daarmee weer te herinneren, dat Israël een verkregen volk is, een volk, dat op bijzondere wijze Zijn eigendom is.
Hoe diep nederbuigend is de liefdezorg van God, om zijn volk te weerhouden van al wat kwaad is, en het daarentegen op de weg des levens te leiden en te besturen. Men vergelijke de opmerkingen bij Deuteronomium. 6:9 (zie De 6.9) betreffende de gedenktekens aan voorhoofd en armen, de kwasten aan de kleren en de gedenkschriften in de huizen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel