Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Verder sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, zeggendeH559:Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2Maak u twee zilveren trompetten; van dicht werk zult gij ze maken; en zij zullen u zijn tot de samenroeping der vergadering, en tot den optocht der legers.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2MaakH6213 u tweeH8147zilverenH3701trompettenH2689; van dicht werkH4749 zult gij ze maken; en zij zullen u zijnH1961 tot de samenroepingH4744 der vergaderingH5712, en tot den optochtH4550 der legersH4264.Maak u twee zilveren trompetten; van dicht werk zult gij ze maken; en zij zullen u zijn tot de samenroeping der vergadering, en tot den optocht der legers.
KJVMake1thee two3trumpets4of silver;5of a whole piece6shalt thou make7them: that thou mayest use9them for the calling11of the assembly,12and for the journeying13of the camps.
1עֲשֵׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2לְךָ֗3שְׁתֵּי֙H8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two4חֲצֽוֹצְרֹ֣תH2689trompetten, trompettrumpet(-er)5כֶּ֔סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)6מִקְשָׁ֖הH4749werk, dichtbeaten (out of one piece, work), upright, whole piece7תַּעֲשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8אֹתָ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9וְהָי֤וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10לְךָ֙11לְמִקְרָ֣אH4744samenroeping, samenroepingen, vergaderingenassembly, calling, convocation, reading12הָֽעֵדָ֔הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)13וּלְמַסַּ֖עH4550reizen, tochten, dagreizenjourney(-ing)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַֽמַּחֲנֽוֹתH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents
3Als zij met dezelve blazen zullen, dan zal de gehele vergadering tot u vergaderd worden, aan de deur van de tent der samenkomst.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Als zij met dezelve blazenH8628 zullen, dan zal de geheleH3605vergaderingH5712totH413 u vergaderdH3259 worden, aanH413 de deurH6607 van de tentH168 der samenkomstH4150.Als zij met dezelve blazen zullen, dan zal de gehele vergadering tot u vergaderd worden, aan de deur van de tent der samenkomst.
KJVAnd when they shall blow1with them,all the assembly6shall assemble3themselves to thee at the door8of the tabernacle9of the congregation.
1וְתָקְע֖וּH8628blazen, blies, bliezenblow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust2בָּהֵ֑ן3וְנֽוֹעֲד֤וּH3259vergaderd, dagvaarden, komenagree,(maxke an) appoint(-ment, a time), assemble (selves), betroth, gather (selves, together), meet (together), set (a time)4אֵלֶ֨יךָ֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הָ֣עֵדָ֔הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8פֶּ֖תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place9אֹ֥הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent10מוֹעֵֽדH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
4Maar als zij met de ene zullen blazen, dan zullen tot u vergaderd worden de oversten, de hoofden der duizenden van Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Maar alsH518 zij met de eneH259 zullen blazenH8628, dan zullen totH413 u vergaderdH3259 worden de overstenH5387, de hoofdenH7218 der duizendenH505 van IsraelH3478.Maar als zij met de ene zullen blazen, dan zullen tot u vergaderd worden de oversten, de hoofden der duizenden van Israel.
KJVAnd if they blow3but with one2trumpet, then the princes,6which are heads7of the thousands8of Israel,9shall gather
5Als gij met een gebroken geklank blazen zult, dan zullen de legers, die tegen het oosten gelegerd zijn, optrekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Als gij met een gebroken geklankH8643blazenH8628 zult, dan zullen de legersH4264, die tegen het oostenH6924gelegerdH2583 zijn, optrekkenH5265.Als gij met een gebroken geklank blazen zult, dan zullen de legers, die tegen het oosten gelegerd zijn, optrekken.
KJVWhen ye blow1an alarm,2then the camps4that lie5on the east parts6shall go forward.
1וּתְקַעְתֶּ֖םH8628blazen, blies, bliezenblow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust2תְּרוּעָ֑הH8643gejuich, geklanks, gebroken klankalarm, blow(-ing) (of, the) (trumpets), joy, jubile, loud noise, rejoicing, shout(-ing), (high, joyful) sound(-ing)3וְנָֽסְעוּ֙H5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way4הַֽמַּחֲנ֔וֹתH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents5הַחֹנִ֖יםH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent6קֵֽדְמָהH6924oosten, ouds, oostwaartsaforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה)
6Maar als gij ten tweeden male met een gebroken klank blazen zult, zullen de legers, die tegen het zuiden legeren, optrekken; met een gebroken klank zullen zij blazen tot hun optochten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Maar als gij ten tweeden maleH8145 met een gebroken klankH8643blazenH8628 zult, zullen de legersH4264, die tegen het zuidenH8486legerenH2583, optrekkenH5265; met een gebroken klankH8643 zullen zij blazenH8628 tot hun optochtenH4550.Maar als gij ten tweeden male met een gebroken klank blazen zult, zullen de legers, die tegen het zuiden legeren, optrekken; met een gebroken klank zullen zij blazen tot hun optochten.
KJVWhen ye blow1an alarm2the second time,3then the camps5that lie6on the south side7shall take their journey:4they shall blow9an alarm8for their journeys.
1וּתְקַעְתֶּ֤םH8628blazen, blies, bliezenblow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust2תְּרוּעָה֙H8643gejuich, geklanks, gebroken klankalarm, blow(-ing) (of, the) (trumpets), joy, jubile, loud noise, rejoicing, shout(-ing), (high, joyful) sound(-ing)3שֵׁנִ֔יתH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)4וְנָֽסְעוּ֙H5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way5הַֽמַּחֲנ֔וֹתH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents6הַחֹנִ֖יםH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent7תֵּימָ֑נָהH8486zuiden, zuidwaarts, zuidenwindsouth (side, -ward, wind)8תְּרוּעָ֥הH8643gejuich, geklanks, gebroken klankalarm, blow(-ing) (of, the) (trumpets), joy, jubile, loud noise, rejoicing, shout(-ing), (high, joyful) sound(-ing)9יִתְקְע֖וּH8628blazen, blies, bliezenblow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust10לְמַסְעֵיהֶֽםH4550reizen, tochten, dagreizenjourney(-ing)
7Maar in het verzamelen van de gemeente, zult gij blazen, doch geen gebroken geklank maken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Maar in het verzamelenH6950 van de gemeenteH6951, zult gij blazenH8628, doch geenH3808gebroken geklankH7321 maken.Maar in het verzamelen van de gemeente, zult gij blazen, doch geen gebroken geklank maken.
KJVBut when the congregation3is to be gathered together,1ye shall blow,4but ye shall not sound an alarm.
1וּבְהַקְהִ֖ילH6950vergaderden, vergaderde, verzameldeassemble (selves) (together), gather (selves) (together)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַקָּהָ֑לH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude4תִּתְקְע֖וּH8628blazen, blies, bliezenblow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust5וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6תָרִֽיעוּH7321juichen, juichte, Juichtblow an alarm, cry (alarm, aloud, out), destroy, make a joyful noise, smart, shout (for joy), sound an alarm, triumph
8En de zonen van Aaron, de priesters, zullen met die trompetten blazen; en zij zullen ulieden zijn tot een eeuwige inzetting bij uw geslachten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En de zonenH1121 van AaronH175, de priestersH3548, zullen met die trompettenH2689blazenH8628; en zij zullen ulieden zijn tot een eeuwigeH5769inzettingH2708 bij uw geslachtenH1755.En de zonen van Aaron, de priesters, zullen met die trompetten blazen; en zij zullen ulieden zijn tot een eeuwige inzetting bij uw geslachten.
KJVAnd the sons1of Aaron,2the priests,3shall blow4with the trumpets;5and they shall be to you for an ordinance8for ever9throughout your generations.
1וּבְנֵ֤יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2אַהֲרֹן֙H175Aaron, Aarons, AaronietenAaron3הַכֹּ֣הֲנִ֔יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4יִתְקְע֖וּH8628blazen, blies, bliezenblow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust5בַּֽחֲצֹצְר֑וֹתH2689trompetten, trompettrumpet(-er)6וְהָי֥וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7לָכֶ֛ם8לְחֻקַּ֥תH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute9עוֹלָ֖םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)10לְדֹרֹתֵיכֶֽםH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity
9En wanneer gijlieden in uw land ten strijde zult trekken tegen den vijand, die u benauwt, zult gij ook met die trompetten een gebroken klank maken; zo zal uwer gedacht worden voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, en gij zult van uw vijanden verlost worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En wanneer gijlieden in uw landH776 ten strijdeH4421 zult trekkenH935tegenH5921 den vijandH6862, die u benauwt, zult gij ook met die trompettenH2689 een gebroken klankH7321 maken; zo zal uwer gedachtH2142 worden voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, uws GodsH430, en gij zult van uw vijandenH341verlostH3467 worden.En wanneer gijlieden in uw land ten strijde zult trekken tegen den vijand, die u benauwt, zult gij ook met die trompetten een gebroken klank maken; zo zal uwer gedacht worden voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, en gij zult van uw vijanden verlost worden.
Ook in dit vers
vijand benauwtH6887
KJVAnd if ye go2to war3in your land4against6the enemy that oppresseth7you, then ye shall blow an alarm9with the trumpets;10and ye shall be remembered11before12the LORD13your God,14and ye shall be saved15from your enemies.
1וְכִֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2תָבֹ֨אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3מִלְחָמָ֜הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)4בְּאַרְצְכֶ֗םH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הַצַּר֙H6862wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijdersadversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble7הַצֹּרֵ֣רH6887bange, benauwen, benauwdadversary, (be in) afflict(-ion), beseige, bind (up), (be in, bring) distress, enemy, narrower, oppress, pangs, shut up, be in a strait (trouble), vex8אֶתְכֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9וַהֲרֵעֹתֶ֖םH7321juichen, juichte, Juichtblow an alarm, cry (alarm, aloud, out), destroy, make a joyful noise, smart, shout (for joy), sound an alarm, triumph10בַּחֲצֹצְר֑וֹתH2689trompetten, trompettrumpet(-er)11וֲנִזְכַּרְתֶּ֗םH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well12לִפְנֵי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֱלֹֽהֵיכֶ֔םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15וְנוֹשַׁעְתֶּ֖םH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory16מֵאֹיְבֵיכֶֽםH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe
10Desgelijks ten dage uwer vrolijkheid, en in uw gezette hoogtijden, en in de beginselen uwer maanden, zult gij ook met de trompetten blazen over uw brandofferen, en over uw dankofferen; en zij zullen u ter gedachtenis zijn voor het aangezicht uws Gods; Ik ben de HEERE, uw God!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Desgelijks ten dageH3117 uwer vrolijkheidH8057, en in uw gezette hoogtijdenH4150, en in de beginselenH7218 uwer maandenH2320, zult gij ook met de trompettenH2689blazenH8628overH5921 uw brandofferenH5930, en overH5921 uw dankofferenH2077; en zij zullen u ter gedachtenisH2146 zijn voor het aangezichtH6440 uws GodsH430; IkH589 ben de HEEREH3068, uw GodH430!Desgelijks ten dage uwer vrolijkheid, en in uw gezette hoogtijden, en in de beginselen uwer maanden, zult gij ook met de trompetten blazen over uw brandofferen, en over uw dankofferen; en zij zullen u ter gedachtenis zijn voor het aangezicht uws Gods; Ik ben de HEERE, uw God!
KJVAlso in the day1of your gladness,2and in your solemn days,3and in the beginnings4of your months,5ye shall blow6with the trumpets7over your burnt offerings,9and over the sacrifices11of your peace offerings;12that they may be to you for a memorial15before16your God:17I am the LORD19your God.
1וּבְי֨וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2שִׂמְחַתְכֶ֥םH8057blijdschap, vreugde, vrolijkheid[idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing)3וּֽבְמוֹעֲדֵיכֶם֮H4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)4וּבְרָאשֵׁ֣יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top5חָדְשֵׁיכֶם֒H2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon6וּתְקַעְתֶּ֣םH8628blazen, blies, bliezenblow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust7בַּחֲצֹֽצְרֹ֗תH2689trompetten, trompettrumpet(-er)8עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9עֹלֹ֣תֵיכֶ֔םH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)10וְעַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11זִבְחֵ֣יH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice12שַׁלְמֵיכֶ֑םH8002dankofferen, dankoffer, dankofferspeace offering13וְהָי֨וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14לָכֶ֤ם15לְזִכָּרוֹן֙H2146gedachtenis, gedachtenissen, gedenktekenmemorial, record16לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you17אֱלֹֽהֵיכֶ֔םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who19יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20אֱלֹהֵיכֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
11En het geschiedde in het tweede jaar, in de tweede maand, op den twintigsten van de maand, dat de wolk verheven werd van boven den tabernakel der getuigenis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En het geschieddeH1961 in het tweedeH8145jaarH8141, in de tweedeH8145maandH2320, op den twintigstenH6242 van de maand, dat de wolkH6051verhevenH5927 werd van bovenH5921 den tabernakelH4908 der getuigenisH5715.En het geschiedde in het tweede jaar, in de tweede maand, op den twintigsten van de maand, dat de wolk verheven werd van boven den tabernakel der getuigenis.
KJVAnd it came to pass on the twentieth6day of the second3month,4in the second5year,2that the cloud9was taken up8from off the tabernacle11of the testimony.
1וַיְהִ֞יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַּשָּׁנָ֧הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)3הַשֵּׁנִ֛יתH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)4בַּחֹ֥דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon5הַשֵּׁנִ֖יH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)6בְּעֶשְׂרִ֣יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)7בַּחֹ֑דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon8נַעֲלָה֙H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work9הֶֽעָנָ֔ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)10מֵעַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11מִשְׁכַּ֥ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent12הָעֵדֻֽתH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness
12En de kinderen Israels togen op, naar hun tochten, uit de woestijn Sinai; en de wolk bleef in de woestijn Paran.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En de kinderenH1121IsraelsH3478togenH5265 op, naar hun tochtenH4550, uit de woestijnH4057SinaiH5514; en de wolkH6051bleefH7931 in de woestijnH4057ParanH6290.En de kinderen Israels togen op, naar hun tochten, uit de woestijn Sinai; en de wolk bleef in de woestijn Paran.
KJVAnd the children2of Israel3took1their journeys4out of the wilderness5of Sinai;6and the cloud8rested7in the wilderness9of Paran.
1וַיִּסְע֧וּH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way2בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4לְמַסְעֵיהֶ֖םH4550reizen, tochten, dagreizenjourney(-ing)5מִמִּדְבַּ֣רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness6סִינָ֑יH5514SinaiSinai7וַיִּשְׁכֹּ֥ןH7931wonen, woont, woneabide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up)8הֶעָנָ֖ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)9בְּמִדְבַּ֥רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness10פָּארָֽןH6290ParanParan
13Alzo togen zij vooreerst op, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Alzo togenH5265 zij vooreerstH7223opH5921, naar den mondH6310 des HEERENH3068, door de handH3027 van MozesH4872.Alzo togen zij vooreerst op, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes.
KJVAnd they first2took their journey1according to the commandment4of the LORD5by the hand6of Moses.
1וַיִּסְע֖וּH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way2בָּרִאשֹׁנָ֑הH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4פִּ֥יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word5יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
14Want vooreerst toog op de banier van het leger der kinderen van Juda, naar hun heiren; en over zijn heir was Nahesson, de zoon van Amminadab.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Want vooreerstH7223toogH5265 op de banierH1714 van het legerH4264 der kinderenH1121 van JudaH3063, naar hun heirenH6635; en overH5921 zijn heir was NahessonH5177, de zoonH1121 van AmminadabH5992.Want vooreerst toog op de banier van het leger der kinderen van Juda, naar hun heiren; en over zijn heir was Nahesson, de zoon van Amminadab.
KJVIn the first6place went1the standard2of the camp3of the children4of Judah5according to their armies:7and over his host was Nahshon10the son11of Amminadab.
1וַיִּסַּ֞עH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way2דֶּ֣גֶלH1714banier, banierenbanner, standard3מַחֲנֵ֧הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents4בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יְהוּדָ֛הH3063JudaJudah6בָּרִאשֹׁנָ֖הH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past7לְצִבְאֹתָ֑םH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)8וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9צְבָא֔וֹH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)10נַחְשׁ֖וֹןH5177NahessonNaashon, Nahshon11בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12עַמִּינָדָֽבH5992AmminadabAmminadab
15En over het heir van den stam der kinderen van Issaschar was Nethaneel, den zoon van Zuar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En overH5921 het heirH6635 van den stamH4294 der kinderenH1121 van IssascharH3485 was NethaneelH5417, den zoonH1121 van ZuarH6686.En over het heir van den stam der kinderen van Issaschar was Nethaneel, den zoon van Zuar.
KJVAnd over the host2of the tribe3of the children4of Issachar5was Nethaneel6the son7of Zuar.
1וְעַ֨לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2צְבָ֔אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)3מַטֵּ֖הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe4בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יִשָׂשכָ֑רH3485IssascharIssachar6נְתַנְאֵ֖לH5417Nethaneel, NathaneelNethaneel7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8צוּעָֽרH6686ZuarZuar
16En over het heir van den stam der kinderen van Zebulon was Eliab, de zoon van Helon.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En overH5921 het heirH6635 van den stamH4294 der kinderenH1121 van ZebulonH2074 was EliabH446, de zoonH1121 van HelonH2497.En over het heir van den stam der kinderen van Zebulon was Eliab, de zoon van Helon.
KJVAnd over the host2of the tribe3of the children4of Zebulun5was Eliab6the son7of Helon.
1וְעַ֨לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2צְבָ֔אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)3מַטֵּ֖הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe4בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5זְבוּלֻ֑ןH2074ZebulonZebulun6אֱלִיאָ֖בH446EliabEliab7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8חֵלֽוֹןH2497HelonHelon
17Toen werd de tabernakel afgenomen, en de zonen van Gerson, en de zonen van Merari togen op, dragende den tabernakel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Toen werd de tabernakelH4908afgenomenH3381, en de zonenH1121 van GersonH1648, en de zonenH1121 van MerariH4847togenH5265 op, dragendeH5375 den tabernakelH4908.Toen werd de tabernakel afgenomen, en de zonen van Gerson, en de zonen van Merari togen op, dragende den tabernakel.
KJVAnd the tabernacle2was taken down;1and the sons4of Gershon5and the sons6of Merari7set forward,3bearing8the tabernacle.
1וְהוּרַ֖דH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down2הַמִּשְׁכָּ֑ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent3וְנָסְע֤וּH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way4בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5גֵרְשׁוֹן֙H1648GersonGershon, Gershom6וּבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7מְרָרִ֔יH4847MerariMerari. See also H4848 (מְרָרִי)8נֹשְׂאֵ֖יH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield9הַמִּשְׁכָּֽןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent
18Daarna toog de banier van het leger van Ruben, naar hun heiren; en over zijn heir was Elizur, de zoon van Sedeur.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Daarna toogH5265 de banierH1714 van het legerH4264 van RubenH7205, naar hun heirenH6635; en overH5921 zijn heirH6635 was ElizurH468, de zoonH1121 van SedeurH7707.Daarna toog de banier van het leger van Ruben, naar hun heiren; en over zijn heir was Elizur, de zoon van Sedeur.
KJVAnd the standard2of the camp3of Reuben4set forward1according to their armies:5and over his host7was Elizur8the son9of Shedeur.
1וְנָסַ֗עH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way2דֶּ֛גֶלH1714banier, banierenbanner, standard3מַחֲנֵ֥הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents4רְאוּבֵ֖ןH7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben5לְצִבְאֹתָ֑םH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)6וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7צְבָא֔וֹH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)8אֱלִיצ֖וּרH468ElizurElizur9בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10שְׁדֵיאֽוּרH7707SedeurShedeur
19En over het heir van den stam der kinderen van Simeon was Selumiel, de zoon van Zurisaddai.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En overH5921 het heirH6635 van den stamH4294 der kinderenH1121 van SimeonH8095 was SelumielH8017, de zoonH1121 van ZurisaddaiH6701.En over het heir van den stam der kinderen van Simeon was Selumiel, de zoon van Zurisaddai.
KJVAnd over the host2of the tribe3of the children4of Simeon5was Shelumiel6the son7of Zurishaddai.
1וְעַ֨לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2צְבָ֔אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)3מַטֵּ֖הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe4בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5שִׁמְע֑וֹןH8095Simeon, JudaSimeon6שְׁלֻֽמִיאֵ֖לH8017SelumielShelumiel7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8צוּרִֽיH6701ZurisaddaiZurishaddai9שַׁדָּֽיH6701ZurisaddaiZurishaddai
20En over het heir van den stam der kinderen van Gad was Eljasaf, de zoon van Dehuel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En overH5921 het heirH6635 van den stamH4294 der kinderenH1121 van GadH1410 was EljasafH460, de zoonH1121 van DehuelH1845.En over het heir van den stam der kinderen van Gad was Eljasaf, de zoon van Dehuel.
KJVAnd over the host2of the tribe3of the children4of Gad5was Eliasaph6the son7of Deuel.
1וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2צְבָ֖אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)3מַטֵּ֣הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe4בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5גָ֑דH1410GadGad6אֶלְיָסָ֖ףH460EljasafEliasaph7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8דְּעוּאֵֽלH1845DehuelDeuel
21Toen togen op de Kohathieten, dragende het heiligdom; en de anderen richtten den tabernakel op, tegen dat dezen kwamen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Toen togenH5265 op de KohathietenH6956, dragendeH5375 het heiligdomH4720; en de anderen richttenH6965 den tabernakelH4908 op, tegen dat dezen kwamenH935.Toen togen op de Kohathieten, dragende het heiligdom; en de anderen richtten den tabernakel op, tegen dat dezen kwamen.
KJVAnd the Kohathites2set forward,1bearing3the sanctuary:4and the other did set up5the tabernacle7against they came.
1וְנָסְעוּ֙H5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way2הַקְּהָתִ֔יםH6956Kahathieten, Kohathieten, staKohathites3נֹשְׂאֵ֖יH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield4הַמִּקְדָּ֑שׁH4720heiligdom, heiligdoms, heiligdommenchapel, hallowed part, holy place, sanctuary5וְהֵקִ֥ימוּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַמִּשְׁכָּ֖ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent8עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet9בֹּאָֽםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
22Daarna toog op de banier van het leger der kinderen van Efraim, naar hun heiren; en over het heir was Elisama, de zoon van Ammihud.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Daarna toogH5265 op de banierH1714 van het legerH4264 der kinderenH1121 van EfraimH669, naar hun heirenH6635; en overH5921 het heirH6635 was ElisamaH476, de zoonH1121 van AmmihudH5989.Daarna toog op de banier van het leger der kinderen van Efraim, naar hun heiren; en over het heir was Elisama, de zoon van Ammihud.
KJVAnd the standard2of the camp3of the children4of Ephraim5set forward1according to their armies:6and over his host8was Elishama9the son10of Ammihud.
1וְנָסַ֗עH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way2דֶּ֛גֶלH1714banier, banierenbanner, standard3מַחֲנֵ֥הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents4בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5אֶפְרַ֖יִםH669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites6לְצִבְאֹתָ֑םH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)7וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8צְבָא֔וֹH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)9אֱלִישָׁמָ֖עH476Elisama, ElischamaElishama10בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11עַמִּיהֽוּדH5989AmmihudAmmihud
23En over het heir van den stam der kinderen van Manasse was Gamaliel, de zoon van Pedazur.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En overH5921 het heirH6635 van den stamH4294 der kinderenH1121 van ManasseH4519 was GamalielH1583, de zoonH1121 van PedazurH6301.En over het heir van den stam der kinderen van Manasse was Gamaliel, de zoon van Pedazur.
KJVAnd over the host2of the tribe3of the children4of Manasseh5was Gamaliel6the son7of Pedahzur.
1וְעַ֨לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2צְבָ֔אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)3מַטֵּ֖הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe4בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5מְנַשֶּׁ֑הH4519ManasseManasseh6גַּמְלִיאֵ֖לH1583GamalielGamaliel7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8פְּדָהH6301PedazurPedahzur9צֽוּרH6301PedazurPedahzur
24En over het heir van den stam der kinderen van Benjamin was Abidan, de zoon van Gideoni.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En overH5921 het heirH6635 van den stamH4294 der kinderenH1121 van BenjaminH1144 was AbidanH27, de zoonH1121 van GideoniH1441.En over het heir van den stam der kinderen van Benjamin was Abidan, de zoon van Gideoni.
KJVAnd over the host2of the tribe3of the children4of Benjamin5was Abidan6the son7of Gideoni.
1וְעַ֨לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2צְבָ֔אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)3מַטֵּ֖הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe4בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5בִנְיָמִ֑ןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin6אֲבִידָ֖ןH27AbidanAbidan7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8גִּדְעוֹנִֽיH1441GideoniGideoni
25Toen toog op de banier van het leger der kinderen van Dan, samensluitende al de legers, naar hun heiren; en over zijn heir was Ahiezer de zoon van Ammisaddai.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Toen toogH5265 op de banierH1714 van het legerH4264 der kinderenH1121 van Dan, samensluitendeH622alH3605 de legersH4264, naar hun heirenH6635; en overH5921 zijn heirH6635 was AhiezerH295 de zoonH1121 van AmmisaddaiH5996.Toen toog op de banier van het leger der kinderen van Dan, samensluitende al de legers, naar hun heiren; en over zijn heir was Ahiezer de zoon van Ammisaddai.
KJVAnd the standard2of the camp3of the children4of Dan5set forward,1which was the rereward6of all the camps8throughout their hosts:9and over his host11was Ahiezer12the son13of Ammishaddai.
1וְנָסַ֗עH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way2דֶּ֚גֶלH1714banier, banierenbanner, standard3מַחֲנֵ֣הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents4בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5דָ֔ןH1835DanDaniel6מְאַסֵּ֥ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw7לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8הַֽמַּחֲנֹ֖תH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents9לְצִבְאֹתָ֑םH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)10וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11צְבָא֔וֹH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)12אֲחִיעֶ֖זֶרH295AhiezerAhiezer13בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14עַמִּישַׁדָּֽיH5996AmmisaddaiAmmishaddai
26En over het heir van den stam der kinderen van Aser was Pagiel, de zoon van Ochran.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En overH5921 het heirH6635 van den stamH4294 der kinderenH1121 van AserH836 was PagielH6295, de zoonH1121 van OchranH5918.En over het heir van den stam der kinderen van Aser was Pagiel, de zoon van Ochran.
KJVAnd over the host2of the tribe3of the children4of Asher5was Pagiel6the son7of Ocran.
1וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2צְבָ֔אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)3מַטֵּ֖הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe4בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5אָשֵׁ֑רH836AserAsher6פַּגְעִיאֵ֖לH6295PagielPagiel7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8עָכְרָֽןH5918OchranOcran
27En over het heir van den stam der kinderen van Nafthali was Ahira, de zoon van Enan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En overH5921 het heirH6635 van den stamH4294 der kinderenH1121 van NafthaliH5321 was AhiraH299, de zoonH1121 van EnanH5881.En over het heir van den stam der kinderen van Nafthali was Ahira, de zoon van Enan.
KJVAnd over the host2of the tribe3of the children4of Naphtali5was Ahira6the son7of Enan.
1וְעַ֨לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2צְבָ֔אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)3מַטֵּ֖הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe4בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5נַפְתָּלִ֑יH5321NafthaliNaphtali6אֲחִירַ֖עH299AhiraAhira7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8עֵינָֽןH5881EnanEnan. Compare H2704 (חֲצַר עֵינָן)
28Dit waren de tochten der kinderen Israels, naar hun heiren, als zij reisden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28DitH428 waren de tochtenH4550 der kinderenH1121IsraelsH3478, naar hun heirenH6635, als zij reisdenH5265.Dit waren de tochten der kinderen Israels, naar hun heiren, als zij reisden.
KJVThus were1the journeyings2of the children3of Israel4according to their armies,5when they set forward.
1אֵ֛לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2מַסְעֵ֥יH4550reizen, tochten, dagreizenjourney(-ing)3בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5לְצִבְאֹתָ֑םH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)6וַיִּסָּֽעוּH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way
29Mozes nu zeide tot Hobab, den zoon van Rehuel, den Midianiet, den schoonvader van Mozes: Wij reizen naar die plaats, van welke de HEERE gezegd heeft: Ik zal u die geven; ga met ons, en wij zullen u weldoen, want de HEERE heeft over Israel het goede gesproken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29MozesH4872 nu zeideH559 tot HobabH2246, den zoonH1121 van RehuelH7467, den MidianietH4084, den schoonvaderH2859 van MozesH4872: Wij reizenH5265naarH413 die plaatsH4725, van welkeH834 de HEEREH3068gezegdH559 heeft: Ik zal u die gevenH5414; ga metH854 ons, en wij zullen u weldoenH2895, wantH3588 de HEEREH3068 heeft overH5921IsraelH3478 het goedeH2896gesprokenH1696.Mozes nu zeide tot Hobab, den zoon van Rehuel, den Midianiet, den schoonvader van Mozes: Wij reizen naar die plaats, van welke de HEERE gezegd heeft: Ik zal u die geven; ga met ons, en wij zullen u weldoen, want de HEERE heeft over Israel het goede gesproken.
KJVAnd Moses2said1unto Hobab,3the son4of Raguel5the Midianite,6Moses'8father in law,7We are journeying9unto the place12of which the LORD15said,14I will give17it you: come19thou with us, and we will do thee good:for the LORD24hath spoken25good26concerning Israel.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3לְ֠חֹבָבH2246HobabHobab4בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5רְעוּאֵ֣לH7467Rehuel, ReuelRaguel, Reuel6הַמִּדְיָנִי֮H4084Midianieten, Midianietin, MidianietischeMidianite. Compare H4092 (מְדָנִי)7חֹתֵ֣ןH2859schoonvader, schoonzoon, verzwagerdejoin in affinity, father in law, make marriages, mother in law, son in law8מֹשֶׁה֒H4872Mozes, Mozes', mozesMoses9נֹסְעִ֣יםH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way10אֲנַ֗חְנוּH587wijourselves, us, we11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12הַמָּקוֹם֙H4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)13אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17אֶתֵּ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield18לָכֶ֑ם19לְכָ֤הH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak20אִתָּ֨נוּ֙H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix21וְהֵטַ֣בְנוּH3190goed, welga, weldoenbe accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen)22לָ֔ךְ23כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet24יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)25דִּבֶּרH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work26ט֖וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)27עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with28יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
30Doch hij zeide tot hem: Ik zal niet gaan; maar ik zal naar mijn land en naar mijn maagschap gaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Doch hij zeideH559totH413 hem: Ik zal nietH3808gaanH3212; maarH3588 ik zal naarH413 mijn landH776 en naarH413 mijn maagschapH4138gaanH3212.Doch hij zeide tot hem: Ik zal niet gaan; maar ik zal naar mijn land en naar mijn maagschap gaan.
KJVAnd he said1unto him, I will not go;4but I will depart11to mine own land,8and to my kindred.
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָ֖יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4אֵלֵ֑ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak5כִּ֧יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8אַרְצִ֛יH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10מוֹלַדְתִּ֖יH4138maagschap, geboorte, geborenbegotten, born, issue, kindred, native(-ity)11אֵלֵֽךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak
31En hij zeide: Verlaat ons toch niet; want dewijl gij weet, dat wij ons legeren in de woestijn, zo zult gij ons tot ogen zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En hij zeideH559: VerlaatH5800 ons tochH4994nietH408; wantH3588 dewijl gij weetH3045, dat wij ons legerenH2583 in de woestijnH4057, zoH3651 zult gij ons tot ogenH5869zijnH1961.En hij zeide: Verlaat ons toch niet; want dewijl gij weet, dat wij ons legeren in de woestijn, zo zult gij ons tot ogen zijn.
KJVAnd he said,1Leave4us not, I pray thee; forasmuch as thou knowest8how we are to encamp10in the wilderness,11and thou mayest be to us instead of eyes.
1וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than3נָ֖אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh4תַּעֲזֹ֣בH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely5אֹתָ֑נוּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8כֵּ֣ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you9יָדַ֗עְתָּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot10חֲנֹתֵ֨נוּ֙H2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent11בַּמִּדְבָּ֔רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness12וְהָיִ֥יתָH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13לָּ֖נוּ14לְעֵינָֽיִםH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
32En het zal geschieden, als gij met ons zult gaan, en het goede geschieden zal, waarmede de HEERE bij ons weldoen zal, dat wij u ook weldoen zullen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32En het zal geschiedenH1961, alsH3588 gij met ons zult gaanH3212, en hetH1931goedeH2896geschiedenH1961 zal, waarmede de HEEREH3068bijH5973 ons weldoen zal, dat wij u ook weldoen zullen.En het zal geschieden, als gij met ons zult gaan, en het goede geschieden zal, waarmede de HEERE bij ons weldoen zal, dat wij u ook weldoen zullen.
Ook in dit vers
weldoenH3190
KJVAnd it shall be, if thou go3with us, yea, it shall be, that what goodness6the LORD10shall do9unto us, the same will we do
1וְהָיָ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3תֵלֵ֣ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak4עִמָּ֑נוּH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)5וְהָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6הַטּ֣וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)7הַה֗וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9יֵיטִ֧יבH3190goed, welga, weldoenbe accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen)10יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11עִמָּ֖נוּH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)12וְהֵטַ֥בְנוּH3190goed, welga, weldoenbe accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen)13לָֽךְ
33Zo togen zij drie dagreizen van den berg des HEEREN; en de ark des verbonds des HEEREN reisde voor hun aangezicht drie dagreizen, om voor hen een rustplaats uit te speuren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Zo togenH5265 zij drieH7969dagreizenH3117 van den bergH2022 des HEERENH3068; en de arkH727 des verbondsH1285 des HEERENH3068reisdeH5265 voor hun aangezichtH6440drieH7969dagreizenH3117, om voor hen een rustplaatsH4496 uit te speurenH8446.Zo togen zij drie dagreizen van den berg des HEEREN; en de ark des verbonds des HEEREN reisde voor hun aangezicht drie dagreizen, om voor hen een rustplaats uit te speuren.
KJVAnd they departed1from the mount2of the LORD3three5days'6journey:4and the ark7of the covenant8of the LORD9went10before11them in the three13days'14journey,12to search out15a resting place
1וַיִּסְעוּ֙H5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way2מֵהַ֣רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion3יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4דֶּ֖רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)5שְׁלֹ֣שֶׁתH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)6יָמִ֑יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7וַאֲר֨וֹןH727ark, kistark, chest, coffin8בְּרִיתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league9יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10נֹסֵ֣עַH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way11לִפְנֵיהֶ֗םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12דֶּ֚רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)13שְׁלֹ֣שֶׁתH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)14יָמִ֔יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger15לָת֥וּרH8446verspieden, verspied, speurenchap(-man), sent to descry, be excellent, merchant(-man), search (out), seek, (e-) spy (out)16לָהֶ֖ם17מְנוּחָֽהH4496rust, gemakkelijk, geruste plaatsencomfortable, ease, quiet, rest(-ing place), still
34En de wolk des HEEREN was des daags over hen, als zij uit het leger verreisden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34En de wolkH6051 des HEERENH3068 was des daagsH3119overH5921 hen, als zij uitH4480 het legerH4264verreisdenH5265.En de wolk des HEEREN was des daags over hen, als zij uit het leger verreisden.
KJVAnd the cloud1of the LORD2was upon them by day,4when they went out5of the camp.
1וַעֲנַ֧ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)2יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3עֲלֵיהֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4יוֹמָ֑םH3119dag, daags, Dagdaily, (by, in the) day(-time)5בְּנָסְעָ֖םH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way6מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with7הַֽמַּחֲנֶֽהH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents
35Het geschiedde nu in het optrekken van de ark, dat Mozes zeide: Sta op, HEERE! en laat Uw vijanden verstrooid worden, en Uw haters van Uw aangezicht vlieden!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35Het geschiedde nu in het optrekkenH5265 van de arkH727, dat MozesH4872zeideH559: StaH6965 op, HEEREH3068! en laat Uw vijandenH341verstrooidH6327 worden, en Uw hatersH8130 van Uw aangezichtH6440vliedenH5127!Het geschiedde nu in het optrekken van de ark, dat Mozes zeide: Sta op, HEERE! en laat Uw vijanden verstrooid worden, en Uw haters van Uw aangezicht vlieden!
KJVAnd it came to pass, when the ark3set forward,2that Moses5said,4Rise up,6LORD,7and let thine enemies9be scattered;8and let them that hate11thee flee10before
1וַיְהִ֛יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בִּנְסֹ֥עַH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way3הָאָרֹ֖ןH727ark, kistark, chest, coffin4וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5מֹשֶׁ֑הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses6קוּמָ֣הH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)7יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8וְיָפֻ֨צוּ֙H6327verstrooid, verstrooien, verstrooidebreak (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad9אֹֽיְבֶ֔יךָH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe10וְיָנֻ֥סוּH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard11מְשַׂנְאֶ֖יךָH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly12מִפָּנֶֽיךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
36En als zij rustte, zeide hij: Kom weder, HEERE! tot de tien duizenden der duizenden van Israel!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36En als zij rustteH5117, zeideH559 hij: KomH7725 weder, HEEREH3068! tot de tienH7233duizendenH505 der duizenden van IsraelH3478!En als zij rustte, zeide hij: Kom weder, HEERE! tot de tien duizenden der duizenden van Israel!
KJVAnd when it rested,1he said,2Return,3O LORD,4unto the many5thousands6of Israel.
1וּבְנֻחֹ֖הH5117rust, rusten, rust gegevencease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים)2יֹאמַ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3שׁוּבָ֣הH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5רִֽבְב֖וֹתH7233tien duizend, tien duizenden, tienduizendenmany, million, [idiom] multiply, ten thousand6אַלְפֵ֥יH505duizend, duizenden, twee duizendthousand7יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Numeri 10:2— Maak u twee zilveren trompetten; van dicht werk zult gij ze maken; en zij zullen u zijn tot de samenroeping der vergadering, en tot den optocht der legers.Jesaja 1:13→Joël 1:14→Psalmen 81:3→Psalmen 89:15→2 Koningen 12:13→Numeri 10:7→Efeze 4:5→Hosea 8:1→
Numeri 10:3— Als zij met dezelve blazen zullen, dan zal de gehele vergadering tot u vergaderd worden, aan de deur van de tent der samenkomst.Jeremia 4:5→Joël 2:15→
Numeri 10:4— Maar als zij met de ene zullen blazen, dan zullen tot u vergaderd worden de oversten, de hoofden der duizenden van Israel.Exodus 18:21→Numeri 7:2→Numeri 1:4→Deuteronomium 1:15→
Numeri 10:5— Als gij met een gebroken geklank blazen zult, dan zullen de legers, die tegen het oosten gelegerd zijn, optrekken.Numeri 2:3→Numeri 10:14→Joël 2:1→Numeri 10:6→Jesaja 58:1→
Numeri 10:6— Maar als gij ten tweeden male met een gebroken klank blazen zult, zullen de legers, die tegen het zuiden legeren, optrekken; met een gebroken klank zullen zij blazen tot hun optochten.Numeri 10:18→Numeri 2:10→
Numeri 10:7— Maar in het verzamelen van de gemeente, zult gij blazen, doch geen gebroken geklank maken.Joël 2:1→Numeri 10:3→
Numeri 10:8— En de zonen van Aaron, de priesters, zullen met die trompetten blazen; en zij zullen ulieden zijn tot een eeuwige inzetting bij uw geslachten.Numeri 31:6→1 Kronieken 15:24→2 Kronieken 13:12→Jozua 6:4→1 Kronieken 16:6→
Numeri 10:9— En wanneer gijlieden in uw land ten strijde zult trekken tegen den vijand, die u benauwt, zult gij ook met die trompetten een gebroken klank maken; zo zal uwer gedacht worden voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, en gij zult van uw vijanden verlost worden.Genesis 8:1→Richteren 2:18→1 Samuël 10:18→Psalmen 106:42→Psalmen 106:4→Numeri 31:6→2 Kronieken 13:14→Jozua 6:5→
Numeri 10:10— Desgelijks ten dage uwer vrolijkheid, en in uw gezette hoogtijden, en in de beginselen uwer maanden, zult gij ook met de trompetten blazen over uw brandofferen, en over uw dankofferen; en zij zullen u ter gedachtenis zijn voor het aangezicht uws Gods; Ik ben de HEERE, uw God!Psalmen 81:3→2 Kronieken 7:6→Leviticus 23:24→Ezra 3:10→1 Kronieken 15:24→Numeri 10:9→2 Kronieken 29:28→2 Kronieken 29:26→
Numeri 10:11— En het geschiedde in het tweede jaar, in de tweede maand, op den twintigsten van de maand, dat de wolk verheven werd van boven den tabernakel der getuigenis.Numeri 9:5→Exodus 40:2→Numeri 9:11→Numeri 1:1→Numeri 9:1→Exodus 40:17→Numeri 9:17→
Numeri 10:12— En de kinderen Israels togen op, naar hun tochten, uit de woestijn Sinai; en de wolk bleef in de woestijn Paran.Genesis 21:21→Numeri 12:16→Numeri 9:5→Exodus 19:1→Numeri 1:1→Numeri 13:3→Numeri 13:26→Deuteronomium 1:1→
Numeri 10:13— Alzo togen zij vooreerst op, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes.Deuteronomium 1:6→Numeri 9:23→
Numeri 10:14— Want vooreerst toog op de banier van het leger der kinderen van Juda, naar hun heiren; en over zijn heir was Nahesson, de zoon van Amminadab.Numeri 2:3→Numeri 1:7→Genesis 49:8→Numeri 7:12→Numeri 26:19→
Numeri 10:15— En over het heir van den stam der kinderen van Issaschar was Nethaneel, den zoon van Zuar.Numeri 1:8→Numeri 7:18→
Numeri 10:16— En over het heir van den stam der kinderen van Zebulon was Eliab, de zoon van Helon.Numeri 7:24→Numeri 1:9→
Numeri 10:17— Toen werd de tabernakel afgenomen, en de zonen van Gerson, en de zonen van Merari togen op, dragende den tabernakel.Numeri 7:6→Numeri 1:51→Hebreeën 9:11→2 Petrus 1:14→Numeri 4:21→Numeri 3:36→Hebreeën 12:28→Numeri 3:25→
Numeri 10:18— Daarna toog de banier van het leger van Ruben, naar hun heiren; en over zijn heir was Elizur, de zoon van Sedeur.Numeri 2:10→Numeri 1:5→Numeri 7:35→Numeri 26:5→
Numeri 10:19— En over het heir van den stam der kinderen van Simeon was Selumiel, de zoon van Zurisaddai.Numeri 1:6→Numeri 7:36→
Numeri 10:20— En over het heir van den stam der kinderen van Gad was Eljasaf, de zoon van Dehuel.Numeri 2:14→Numeri 1:14→Numeri 7:42→
Numeri 10:21— Toen togen op de Kohathieten, dragende het heiligdom; en de anderen richtten den tabernakel op, tegen dat dezen kwamen.Numeri 10:17→Numeri 7:9→Numeri 4:4→1 Kronieken 15:12→Numeri 3:27→Numeri 1:51→Numeri 2:17→Numeri 4:20→
Numeri 10:22— Daarna toog op de banier van het leger der kinderen van Efraim, naar hun heiren; en over het heir was Elisama, de zoon van Ammihud.Numeri 2:18→Numeri 1:10→Genesis 48:19→Psalmen 80:1→Numeri 26:23→Numeri 7:48→
Numeri 10:23— En over het heir van den stam der kinderen van Manasse was Gamaliel, de zoon van Pedazur.Numeri 7:54→Numeri 1:10→
Numeri 10:24— En over het heir van den stam der kinderen van Benjamin was Abidan, de zoon van Gideoni.Numeri 1:11→Numeri 7:60→
Numeri 10:25— Toen toog op de banier van het leger der kinderen van Dan, samensluitende al de legers, naar hun heiren; en over zijn heir was Ahiezer de zoon van Ammisaddai.Jozua 6:9→Numeri 1:12→Jesaja 52:12→Jesaja 58:8→Genesis 49:16→Deuteronomium 25:17→Numeri 26:42→Numeri 7:66→
Numeri 10:26— En over het heir van den stam der kinderen van Aser was Pagiel, de zoon van Ochran.Numeri 1:13→Numeri 7:72→
Numeri 10:27— En over het heir van den stam der kinderen van Nafthali was Ahira, de zoon van Enan.Numeri 1:15→Numeri 7:78→
Numeri 10:28— Dit waren de tochten der kinderen Israels, naar hun heiren, als zij reisden.Numeri 2:34→1 Korinthe 14:33→Numeri 10:35→1 Korinthe 14:40→Hooglied 6:10→Kolossenzen 2:5→Numeri 24:4→
Numeri 10:29— Mozes nu zeide tot Hobab, den zoon van Rehuel, den Midianiet, den schoonvader van Mozes: Wij reizen naar die plaats, van welke de HEERE gezegd heeft: Ik zal u die geven; ga met ons, en wij zullen u weldoen, want de HEERE heeft over Israel het goede gesproken.Genesis 12:7→Exodus 2:18→Richteren 4:11→Exodus 3:1→Exodus 6:7→Exodus 3:8→Genesis 32:12→Zacharia 8:21→
Numeri 10:30— Doch hij zeide tot hem: Ik zal niet gaan; maar ik zal naar mijn land en naar mijn maagschap gaan.Ruth 1:15→Hebreeën 11:13→Hebreeën 11:8→2 Korinthe 5:16→Genesis 31:30→Lukas 14:26→Genesis 12:1→Psalmen 45:10→
Numeri 10:31— En hij zeide: Verlaat ons toch niet; want dewijl gij weet, dat wij ons legeren in de woestijn, zo zult gij ons tot ogen zijn.Job 29:15→1 Korinthe 12:14→Psalmen 32:8→Galaten 6:2→
Numeri 10:32— En het zal geschieden, als gij met ons zult gaan, en het goede geschieden zal, waarmede de HEERE bij ons weldoen zal, dat wij u ook weldoen zullen.Richteren 4:11→Richteren 1:16→Psalmen 67:5→Deuteronomium 10:18→Psalmen 22:27→1 Johannes 1:3→
Numeri 10:33— Zo togen zij drie dagreizen van den berg des HEEREN; en de ark des verbonds des HEEREN reisde voor hun aangezicht drie dagreizen, om voor hen een rustplaats uit te speuren.Deuteronomium 1:33→Exodus 3:1→Exodus 33:14→Exodus 24:17→Jeremia 31:8→Jozua 3:11→1 Samuël 4:3→Deuteronomium 9:9→
Numeri 10:34— En de wolk des HEEREN was des daags over hen, als zij uit het leger verreisden.Numeri 9:15→Exodus 13:21→Nehemia 9:19→Nehemia 9:12→Psalmen 105:39→
Numeri 10:35— Het geschiedde nu in het optrekken van de ark, dat Mozes zeide: Sta op, HEERE! en laat Uw vijanden verstrooid worden, en Uw haters van Uw aangezicht vlieden!Psalmen 68:1→Deuteronomium 7:10→Deuteronomium 32:41→Psalmen 132:8→Jesaja 17:12→Jesaja 51:9→
Numeri 10:36— En als zij rustte, zeide hij: Kom weder, HEERE! tot de tien duizenden der duizenden van Israel!Deuteronomium 1:10→Jesaja 63:17→Genesis 24:60→Psalmen 90:13→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Numeri 10 vers 2— Maak u twee zilveren trompetten; van dicht werk zult gij ze maken; en zij zullen u zijn tot de samenroeping der vergadering, en tot den optocht der legers.
twee zilveren trompetten;
Welker gebruik drieërlei was:<i>I.</i> Om de vergadering samen te roepen, vs.2; te weten, de kerkelijke, vs.3, 7, 10; en de burgerlijke, vs.4;<i>II.</i> Om het leger te doen verreizen, vs.2, 5,6;<i>III.</i> Om de krijgslieden te doen wapenen en op te maken ten strijde tegen de vijanden, vs.9.
Hertaald:twee zilveren trompetten;
Het gebruik ervan was drieledig: I. om de gemeente samen te roepen, vers 2; namelijk de kerkelijke, vers 3, 7, 10; en de burgerlijke, vers 4; II. om het leger te laten opbreken, vers 2, 5, 6; III. om de strijders te laten wapenen en zich gereed te maken voor de strijd tegen de vijanden, vers 9.
dicht werk zult gij ze maken;
Of, geslagen werk. Zie boven, Num. 8:4, waar gesproken wordt van den kandelaar, die van dicht goud gemaakt was.
Hertaald:dicht werk zult gij ze maken;
Of: gedreven werk. Zie hierboven, Num. 8:4, waar gesproken wordt over de kandelaar, die van massief goud gemaakt was.
tot de samenroeping der vergadering,
Dat is, om de vergadering samen te roepen, en de legers te doen optrekken.
Hertaald:tot de samenroeping der vergadering,
Dat is: om de gemeente samen te roepen en de legers te laten optrekken.
Numeri 10 vers 3— Als zij met dezelve blazen zullen, dan zal de gehele vergadering tot u vergaderd worden, aan de deur van de tent der samenkomst.
zij
Te weten, de priesters, wien dat te doen toekwam. Zie onder, vs.8.
Hertaald:zij
Namelijk: de priesters, aan wie dat toekwam. Zie hieronder, vers 8.
met dezelve
Dat is, met beiden, gelijk blijkt uit de vergelijking met vs.4.
Hertaald:met dezelve
Dat is: met beide, zoals blijkt uit de vergelijking met vers 4.
blazen zullen,
Te weten, niet met een gebroken toon, gelijk onder, vs.5-7, maar met een effen en gelijk doorgaand geluid; gelijk uit de tegenstelling in dezelfde verzen af te nemen is.
Hertaald:blazen zullen,
Namelijk: niet met een gebroken toon, zoals hieronder, vers 5-7, maar met een gelijkmatig, doorlopend geluid; zoals uit de tegenstelling in dezelfde verzen af te leiden is.
Numeri 10 vers 5— Als gij met een gebroken geklank blazen zult, dan zullen de legers, die tegen het oosten gelegerd zijn, optrekken.
een gebroken geklank
Versta hierdoor, wat niet altijd enerlei effen en degelijk, maar verscheiden, tussen-gesneden , bevende en ongelijk geluid maakt. En zo wordt het Hebreeuwse woord genomen in vs.6,7, 9.
Hertaald:een gebroken geklank
Versta hieronder: wat niet steeds een gelijkmatig en vast, maar afwisselend, onderbroken, trillend en ongelijk geluid maakt. En zo wordt het Hebreeuwse woord ook gebruikt in vers 6, 7, 9.
blazen zult,
Te weten, op de eerste reis, gelijk af te nemen is uit de tegenstelling van vs.6.
Hertaald:blazen zult,
Namelijk: bij de eerste reis, zoals af te leiden is uit de tegenstelling met vers 6.
Numeri 10 vers 8— En de zonen van Aaron, de priesters, zullen met die trompetten blazen; en zij zullen ulieden zijn tot een eeuwige inzetting bij uw geslachten.
een eeuwige inzetting
Hebreeuws, inzetting der eeuwigheid. Zie Gen. 13:15.
Hertaald:een eeuwige inzetting
Hebreeuws: inzetting der eeuwigheid. Zie Gen. 13:15.
Numeri 10 vers 9— En wanneer gijlieden in uw land ten strijde zult trekken tegen den vijand, die u benauwt, zult gij ook met die trompetten een gebroken klank maken; zo zal uwer gedacht worden voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, en gij zult van uw vijanden verlost worden.
zo zal uwer gedacht worden
Versta, niet dat de verlossing en het welvaren des volks aan het blazen der trompetten hing, maar dat zij deze niet moesten laten luiden, en ten strijde trekken dan naar Gods bevel en op zijn hulp steunende; in welk geval het geklank der trompetten hun een teken werd van Gods bijstand. Hoe de gedachtenis aan God toegeschreven wordt, zie Gen. 8:1.
Hertaald:zo zal uwer gedacht worden
Versta: niet dat de verlossing en het welzijn van het volk afhingen van het blazen van de trompetten, maar dat zij die niet mochten laten klinken en ten strijde trekken dan volgens Gods bevel en steunend op Zijn hulp; in welk geval het geklank van de trompetten voor hen een teken werd van Gods bijstand. Zie voor hoe de herinnering aan God toegeschreven wordt Gen. 8:1.
Numeri 10 vers 10— Desgelijks ten dage uwer vrolijkheid, en in uw gezette hoogtijden, en in de beginselen uwer maanden, zult gij ook met de trompetten blazen over uw brandofferen, en over uw dankofferen; en zij zullen u ter gedachtenis zijn voor het aangezicht uws Gods; Ik ben de HEERE, uw God!
vrolijkheid,
Dat is, wanneer de HEERE nu een merkelijke straf afgenomen, of zonderlinge weldaad bewezen zal hebben; waarover zij dan vrolijk waren en God openlijk in de vergadering dankten. Zie Psa 48, en Psa 118.
Hertaald:vrolijkheid,
Dat is: wanneer de HEERE een merkbare straf heeft weggenomen, of een bijzondere weldaad bewezen heeft; waarover zij dan blij waren en God openlijk in de samenkomst dankten. Zie Ps. 48 en Ps. 118.
gezette hoogtijden,
In welke hun de eerlijke vreugde niet alleen toegelaten, maar ook bevolen was; Deut. 16:14.
Hertaald:gezette hoogtijden,
Waarop hun eerlijke vreugde niet alleen toegestaan, maar ook geboden was; Deut. 16:14.
beginselen uwer maanden,
Hebreeuws, hoofden; alzo onder, Num. 28:11. Zie hiervan een exempel Neh 8; vergelijk het 1e vs. met het 10e en 11e .
Hertaald:beginselen uwer maanden,
Hebreeuws: hoofden; zo ook hieronder, Num. 28:11. Zie hiervoor een voorbeeld in Neh. 8; vergelijk het eerste vers met het tiende en elfde.
ter gedachtenis zijn
De zin is, dat de Heere hun genadig zou wezen en goeddoen, wanneer zij naar zijn bevel samen zouden komen, om Hem voor zijn weldaden te loven en te danken. Vergelijk hiermede vs.9 en de aantekeningen.
Hertaald:ter gedachtenis zijn
De betekenis is dat de HEERE hun genadig zou zijn en goed zou doen, wanneer zij volgens Zijn bevel samen zouden komen om Hem voor Zijn weldaden te loven en te danken. Vergelijk hiermee vers 9 en de aantekeningen.
Numeri 10 vers 11— En het geschiedde in het tweede jaar, in de tweede maand, op den twintigsten van de maand, dat de wolk verheven werd van boven den tabernakel der getuigenis.
tweede maand,
Zie van deze maand boven, Num. 1:1.
Hertaald:tweede maand,
Zie voor deze maand hierboven, Num. 1:1.
wolk verheven werd
Van welke gesproken is boven, Num. 9:15.
Hertaald:wolk verheven werd
Waarover hierboven gesproken is, Num. 9:15.
der getuigenis
Zie boven, Num. 1:50.
Hertaald:der getuigenis
Zie hierboven, Num. 1:50.
Numeri 10 vers 12— En de kinderen Israels togen op, naar hun tochten, uit de woestijn Sinai; en de wolk bleef in de woestijn Paran.
naar hun tochten,
Dat is, in zulke orde, gelijk God hun te reizen bevolen en voorgeschreven had; boven, hfdst.2.
Hertaald:naar hun tochten,
Dat is: in de orde zoals God hun had opgedragen te reizen; hierboven, hoofdstuk 2.
bleef in de woestijn
Hebreeuws, woonde, dat is, rustte
Hertaald:bleef in de woestijn
Hebreeuws: woonde, dat is: rustte.
Paran
Zie Gen. 14:6. Eer de kinderen Israëls tenvolle in deze woestijn kwamen, hadden zij tevoren nog een legerplaats gehad, genaamd Tabera, onder, Num. 11:3. Daarna nog een andere, genaamd Kibroth-Taäva, onder, Num. 11:34, en nog een derde, genaamd Hazeroth, onder, Num. 11:35. Vandaar zijn zij eindelijk gekomen in de woestijn Paran, onder Num. 12:16.
Hertaald:Paran
Zie Gen. 14:6. Voordat de Israëlieten volledig in deze woestijn aankwamen, hadden zij eerder nog een legerplaats gehad, genaamd Tabera, hieronder, Num. 11:3. Daarna nog een andere, genaamd Kibroth-Taäva, hieronder, Num. 11:34, en nog een derde, genaamd Hazeroth, hieronder, Num. 11:35. Vandaar zijn zij ten slotte gekomen in de woestijn Paran, hieronder, Num. 12:16.
Numeri 10 vers 13— Alzo togen zij vooreerst op, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes.
mond Des HEEREN,
Dat is, bevel. Zie Gen. 41:40.
Hertaald:mond Des HEEREN,
Dat is: bevel. Zie Gen. 41:40.
hand van Mozes
Dat is, dienst of beleid. Zie Ex. 4:13.
Hertaald:hand van Mozes
Dat is: dienst of bemiddeling. Zie Ex. 4:13.
Numeri 10 vers 14— Want vooreerst toog op de banier van het leger der kinderen van Juda, naar hun heiren; en over zijn heir was Nahesson, de zoon van Amminadab.
vooreerst toog
Dat is, naar de orde, die in het leger van Juda gesteld was, zijnde daarin oversten van duizenden en van honderden. Alzo in het volgende.
Hertaald:vooreerst toog
Dat is: volgens de orde die was vastgesteld in het leger van Juda, waarin oversten van duizenden en van honderden waren. Zo ook hierna.
Numeri 10 vers 17— Toen werd de tabernakel afgenomen, en de zonen van Gerson, en de zonen van Merari togen op, dragende den tabernakel.
togen op,
Dezen vertrokken straks na de banier der kinderen van Juda, opdat zij ondertussen den tabernakel zouden oprichten, tegen dat de Kohathieten zouden komen, die het heiligdom of de heilige vaten met het lijf moesten dragen. Zie vs.21.
Hertaald:togen op,
Dezen vertrokken meteen na de banier van de kinderen van Juda, zodat zij ondertussen de tabernakel konden oprichten, tegen de tijd dat de Kohathieten zouden komen, die het heiligdom of de heilige vaten met hun lichaam moesten dragen. Zie vers 21.
Numeri 10 vers 21— Toen togen op de Kohathieten, dragende het heiligdom; en de anderen richtten den tabernakel op, tegen dat dezen kwamen.
de anderen
Namelijk, de Gersonieten en Merarieten, die voorgetogen waren met het leger van den stam van Juda, gelijk te zien is uit vs.17.
Hertaald:de anderen
Namelijk: de Gersonieten en Merarieten, die vooruit gereisd waren met het leger van de stam Juda, zoals te zien is in vers 17.
dezen kwamen
Namelijk, de Kohathieten.
Hertaald:dezen kwamen
Namelijk: de Kohathieten.
Numeri 10 vers 25— Toen toog op de banier van het leger der kinderen van Dan, samensluitende al de legers, naar hun heiren; en over zijn heir was Ahiezer de zoon van Ammisaddai.
samensluitende al de legers,
Hebreeuws, vergaderende al de legers. Dit werd aldus gesteld, omdat de stam Dan met de twee anderen hem bijgevoegd, den achtertocht maakten, en alzo al de voorgaanden gelijk besloten heeft, opdat niemand zou achterblijven. Aldus werd ook van den achtertocht gesproken Joz. 6:13.
Hertaald:samensluitende al de legers,
Hebreeuws: verzamelend alle legers. Dit werd zo bepaald, omdat de stam Dan, met de twee andere stammen die zich daarbij aansloten, de achterhoede vormde, en zo alle voorgaande stammen als het ware afsloot, zodat niemand achter zou blijven. Zo werd ook over de achterhoede gesproken in Joz. 6:13.
Numeri 10 vers 28— Dit waren de tochten der kinderen Israels, naar hun heiren, als zij reisden.
Dit waren de tochten der kinderen Israëls,
Dat is, dit was de orde, die de Israëlieten hielden in het verreizen en voorttrekken.
Hertaald:Dit waren de tochten der kinderen Israëls,
Dat is: dit was de orde die de Israëlieten aanhielden bij het reizen en optrekken.
Numeri 10 vers 29— Mozes nu zeide tot Hobab, den zoon van Rehuel, den Midianiet, den schoonvader van Mozes: Wij reizen naar die plaats, van welke de HEERE gezegd heeft: Ik zal u die geven; ga met ons, en wij zullen u weldoen, want de HEERE heeft over Israel het goede gesproken.
zeide
Of, had gezegd; want sommigen menen dat dit geschied is toen hij eerst tot hem in de woestijn gekomen was; Ex. 18:27.
Hertaald:zeide
Ook mogelijk: had gezegd; want sommigen menen dat dit gebeurde toen hij voor het eerst tot hem in de woestijn gekomen was; Ex. 18:27.
Hobab,
Men houdt dezen geweest te zijn dezelfde, die, Ex. 18:1, Jethro werd genaamd.
Hertaald:Hobab,
Men neemt aan dat dit dezelfde persoon is die in Ex. 18:1 Jethro genoemd wordt.
Rehuël,
Hebreeuws, Reüel, of Rehuel
Hertaald:Rehuël,
Hebreeuws: Reüel, of Rehuel.
het goede gesproken
Vergelijk Gen. 18:19.
Hertaald:het goede gesproken
Vergelijk Gen. 18:19.
Numeri 10 vers 30— Doch hij zeide tot hem: Ik zal niet gaan; maar ik zal naar mijn land en naar mijn maagschap gaan.
Ik zal niet gaan;
Eenigen menen dat hij dit absolutelijk weigert alleen voor dien tijd, en dat hij eerst wilde naar huis gaan, doch daarna zou wedergekeerd zijn tot de Israëlieten, omdat de Schrift vermeldt dat zijn nakomelingen onder hen gewoond hebben; Richt. 1:16, en Richt. 4:11, Richt. 4:17; 1 Sam. 15:6; 2 Kron. 10:15; 1 Kron. 2:55; Jer. 35:2.
Hertaald:Ik zal niet gaan;
Sommigen menen dat hij dit alleen voor dat moment absoluut weigert, en dat hij eerst naar huis wilde gaan, maar daarna zou zijn teruggekeerd naar de Israëlieten, omdat de Schrift vermeldt dat zijn nakomelingen onder hen gewoond hebben; Richt. 1:16 en Richt. 4:11, Richt. 4:17; 1 Sam. 15:6; 2 Kron. 10:15; 1 Kron. 2:55; Jer. 35:2.
Numeri 10 vers 31— En hij zeide: Verlaat ons toch niet; want dewijl gij weet, dat wij ons legeren in de woestijn, zo zult gij ons tot ogen zijn.
ogen zijn
Hebreeuws, tot twee ogen; dat is, tot een bekwaam leidsman of wegwijzer, om ons door dezen ongebaanden, onbekenden en woesten weg, die u beter dan ons bekend is, ten beste te geleiden. Anders, en gij zijt onze ogen geweest.
Hertaald:ogen zijn
Hebreeuws: tot twee ogen; dat is: tot een bekwame gids of wegwijzer, om ons door deze ongebaande, onbekende en woeste weg, die u beter dan ons bekend is, goed te leiden. Ook mogelijk: en u bent onze ogen geweest.
Numeri 10 vers 33— Zo togen zij drie dagreizen van den berg des HEEREN; en de ark des verbonds des HEEREN reisde voor hun aangezicht drie dagreizen, om voor hen een rustplaats uit te speuren.
berg des HEEREN;
Versta, het gebergte van Sinaï en Horeb, genaamd de berg des Heeren, omdat zich God daar geopenbaard en zijn wet gegeven had. Zie Ex. 3:1, en Ex. 33:6; Deut. 1:2; 1 Kon. 19:8.
Hertaald:berg des HEEREN;
Versta: het gebergte van Sinaï en Horeb, de berg van de HEERE genoemd, omdat God Zich daar geopenbaard had en Zijn wet gegeven had. Zie Ex. 3:1 en Ex. 33:6; Deut. 1:2; 1 Kon. 19:8.
verbonds des HEEREN
Zo genoemd, omdat in dezelve waren de twee stenen tafelen, die Mozes er in gelegd had toen de Heere een verbond maakte met de kinderen Israëls uit Egypte trekkende naar het land Kanaän, Ex. 25:16; 1 Kon. 8:9; 2 Kron. 5:10.
Hertaald:verbonds des HEEREN
Zo genoemd, omdat daarin de twee stenen tafelen lagen, die Mozes erin gelegd had toen de HEERE een verbond sloot met de Israëlieten, die uit Egypte naar het land Kanaän trokken, Ex. 25:16; 1 Kon. 8:9; 2 Kron. 5:10.
reisde voor hun aangezicht
Te weten, gedragen zijnde door de priesters; Deut. 31:9.
Hertaald:reisde voor hun aangezicht
Namelijk: gedragen door de priesters; Deut. 31:9.
Numeri 10 vers 35— Het geschiedde nu in het optrekken van de ark, dat Mozes zeide: Sta op, HEERE! en laat Uw vijanden verstrooid worden, en Uw haters van Uw aangezicht vlieden!
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Hobab — geliefde
Zoon van Rehuel, de Midianiet, en schoonvader (of: zwager) van Mozes. Toen Israël van de Sinaï optrok, vroeg Mozes hem als kenner van de woestijn mee te reizen als gids ("tot ogen"); de tekst laat in het midden of Hobab uiteindelijk meeging (Num. 10:29-32; vgl. Richt. 1:16, 4:11).
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Horeb/Sinaï — zie voor naam, ligging en de volledige geschiedenis het artikel bij Exodus 3, waar de berg voor het eerst in de Schrift genoemd wordt
Ligging: Gelegen op het Sinaïtisch schiereiland; zie het artikel bij Exodus 3 voor de bespreking van de mogelijke locaties.
Geschiedenis: Het boek Numeri opent met de volkstelling die de HEERE aan Mozes gebood "in de woestijn Sinaï" (Num. 1:1), nog altijd op dezelfde plaats waar Israël sinds Ex. 19 gelegerd lag. Van hieruit trok het volk, na de instructies voor de legerorde, de dienst der Levieten en de wetten van dit begin van het boek, uiteindelijk weg richting het beloofde land (Num. 10:11-12).
Bijbelse betekenis: De laatste maanden die Israël, nog voluit geordend en toegerust naar Gods eigen aanwijzingen, bij de berg van de wetgeving doorbrengt, voordat de lange tocht door de woestijn — met al haar beproevingen en ontrouw — werkelijk begint.
Num. 1:1, 19; 3:1, 4, 14; 9:1, 5; 10:12
Woestijn Paran — de naam is van onzekere afleiding; mogelijk verwant aan een Hebreeuws woord voor "grot" of "vertakking", maar zekerheid ontbreekt
Ligging: Het uitgestrekte, dorre bergland in het centrale en oostelijke deel van het Sinaïtisch schiereiland, tussen de woestijn Sur/Etham in het westen en de Araba/Edom in het oosten, grenzend in het noorden aan het Zuiderland (Negeb) van Kanaän. Kades lag aan de rand ervan, of werd er soms toe gerekend (vgl. Num. 13:26 met 20:1).
Geschiedenis: Hierheen trok de wolk, en daarmee Israël, toen het volk voor het eerst opbrak van de berg Sinaï (Num. 10:12). Van hieruit werden later de twaalf verspieders naar Kanaän uitgezonden (Num. 13:3, 26), en hier verbleef ook Ismaël nadat hij met Hagar was weggezonden (Gen. 21:21) — de eerste, veel vroegere vermelding van dit gebied in de Schrift.
Bijbelse betekenis: Het decor van zowel de eerste, hoopvolle stap van Sinaï richting het beloofde land, als van de aankomst bij Kades, waar kort daarna de moedeloze inzet van de verspieders en Israëls ongeloof het volk veertig jaar zouden doen zwerven — een gebied dat zo zowel voortgang als de gevolgen van ongeloof markeert.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Zilveren trompetten (bazuinen) — Hebreeuws: chatsotserah, "trompet" — te onderscheiden van de sjofar, de ramshoorn
Mozes moest twee trompetten uit dicht zilver maken, met een drievoudig gebruik. Zij dienden tot het samenroepen van de vergadering of van de oversten, tot het sein om op te breken, en tot het blazen ten strijde en op de feesten (Num. 10:1-10). De klank was daarbij onderscheiden — een gewone stoot riep samen, een "gebroken klank" gaf het teken tot optrekken. Alleen de priesters, de zonen van Aäron, mochten blazen (Num. 10:8). Bij de strijd en bij de offers waren de trompetten uitdrukkelijk een teken: "zij zullen u ter gedachtenis zijn voor het aangezicht uws Gods" (Num. 10:10).
Bijbelse betekenis: Het geluid van de trompet ordende het hele leven van het leger: opbreken, vergaderen, strijden en feestvieren gingen alle op Gods teken. Dat juist de priesters bliezen, bond het dagelijkse en het militaire leven van Israël aan het heiligdom vast. En dat God er Zelf bij gezegd wordt te "gedenken", maakt de trompet tot meer dan een signaal — zij was een gebed in geluid.
Typologie: Paulus grijpt terug op het onderscheiden geluid: als de bazuin een onzeker geluid geeft, wie zal zich tot de krijg bereiden? — en past dat toe op de verstaanbaarheid van het gepredikte woord (1 Kor. 14:8). Het laatste opbreken van Gods volk wordt eveneens door een bazuin aangekondigd: met de laatste bazuin zullen de doden onverderfelijk opgewekt worden (1 Kor. 15:52; 1 Thess. 4:16).
Numeri 10:31.KruisverwijzingenJob 29:15→1 Korinthe 12:14→Psalmen 32:8→Galaten 6:2→ — En hij zeide: Verlaat ons toch niet; want dewijl gij weet, dat wij ons legeren in de woestijn, zo zult gij ons tot ogen zijn. Het volk van God in de woestijn werd, wat de middelen betreft, geleid door de wijsheid van Mozes en van zijn schoonvader Hobab; maar hun eigenlijke leidsster was de zichtbare tegenwoordigheid van God in de vuur- en wolkkolom. Het bezit van die kolom als leidsman nam blijkbaar niet de plicht en de noodzaak weg om het oordeel van Mozes en Hobab te gebruiken bij de vraag waar zij zich legeren zouden. Zij hadden de leiding van God, en toch mochten zij de wijsheid niet verwaarlozen die God aan Zijn dienstknechten gegeven had.
Hieruit behoren wij te leren dat wij, terwijl wij altijd de leiding van God in Zijn voorzienigheid zoeken, toch vaak richting en leiding mogen vinden in het gebruik van ons gewone verstand en van het onderscheidingsvermogen waarmee de Heere ons begiftigd heeft.
Numeri 10:35.KruisverwijzingenPsalmen 68:1→Deuteronomium 7:10→Deuteronomium 32:41→Psalmen 132:8→Jesaja 17:12→Jesaja 51:9→ — Het geschiedde nu in het optrekken van de ark, dat Mozes zeide: Sta op, HEERE! en laat Uw vijanden verstrooid worden, en Uw haters van Uw aangezicht vlieden! Waartoe hebben wij dit gebed van Mozes te gebruiken? Want geen Schriftplaats is van eigen uitlegging. Geen enkele tekst in het Woord heeft alleen betrekking op de gelegenheid waarbij hij gesproken werd: “Want al wat te voren geschreven is, dat is tot onze lering te voren geschreven” (Rom. 15:4). Het Woord van God is een levend Woord: niet alleen levend in de dagen van Mozes, maar levend voor ons op dit uur.
Wij gebruiken het ten eerste als het wachtwoord van Gods Israël in elke eeuw. Of het de heirscharen van Egypte waren of de machtige gelederen van Babel, of van Medië, of van Perzië — kunnen wij van hen allen niet zeggen: “Uw rechterhand, Heere, heeft heerlijke dingen gedaan”? En wanneer wij de Bijbelse geschiedenis geheel gelezen hebben, is het boek van Gods triomf nog maar begonnen.
Ten tweede geeft Psalm 68 ons vrijmoedigheid om deze tekst, naar het beeld en in verborgen zin, op de opstanding van onze Heere Jezus Christus toe te passen. Ik acht het geen ijdele inbeelding wanneer wij ons voorstellen dat de engelen op die geheiligde dag uit de hemel zijn neergedaald voordat de zon was opgegaan, en dat terwijl één van hen de steen afwentelde, de anderen wachtend op de wieken stonden en zongen: “God zal opstaan, Zijn vijanden zullen verstrooid worden” (Ps. 68:2).
I. Vs. 1-10.KruisverwijzingenExodus 18:21→Numeri 7:2→Genesis 8:1→Richteren 2:18→1 Samuël 10:18→Jesaja 1:13→Jeremia 4:5→Numeri 31:6→ — Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Maak u twee zilveren trompetten; van dicht werk zult gij ze maken; en zij zullen u zijn tot de samenroeping der vergadering, en tot den optocht der legers. Als zij met dezelve blazen zullen, dan zal de gehele vergadering tot u vergaderd worden, aan de deur van de tent der samenkomst. Maar als zij met de ene zullen blazen, dan zullen tot u vergaderd worden de oversten, de hoofden der duizenden van Israel. Als gij met een gebroken geklank blazen zult, dan zullen de legers, die tegen het oosten gelegerd zijn, optrekken. Maar als gij ten tweeden male met een gebroken klank blazen zult, zullen de legers, die tegen het zuiden legeren, optrekken; met een gebroken klank zullen zij blazen tot hun optochten. Maar in het verzamelen van de gemeente, zult gij blazen, doch geen gebroken geklank maken. En de zonen van Aaron, de priesters, zullen met die trompetten blazen; en zij zullen ulieden zijn tot een eeuwige inzetting bij uw geslachten. En wanneer gijlieden in uw land ten strijde zult trekken tegen den vijand, die u benauwt, zult gij ook met die trompetten een gebroken klank maken; zo zal uwer gedacht worden voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, en gij zult van uw vijanden verlost worden. Desgelijks ten dage uwer vrolijkheid, en in uw gezette hoogtijden, en in de beginselen uwer maanden, zult gij ook met de trompetten blazen over uw brandofferen, en over uw dankofferen; en zij zullen u ter gedachtenis zijn voor het aangezicht uws Gods; Ik ben de HEERE, uw God! Bij het zichtbare teken van Zijn leiding geeft de Heere, voordat Hij Israël opbreken laat, eerst nog een hoorbaar teken, opdat alle bewegingen van het nu georganiseerde krijgsleger ook in bijzonderheden naar Zijn wil bestuurd en, bij de grote menigte van het volk, tijd en orde behoorlijk in acht konden genomen worden. Op Gods bevel moet Mozes twee zilveren trompetten laten vervaardigen en deze aan de priesters ter hand stellen, om daarmee aan het volk tekenen te geven. Deze trompetten zullen echter niet slechts op de tegenwoordige reis en gedurende het verblijf in de woestijn, maar ook naderhand, bij Israëls krijgstochten en op zijn vreugdedagen, gebruikt worden.
— Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Verder sprak de HEERE, waarschijnlijk tijdens het paasfeest, terwijl Hij hem de verordening, betreffende de heilige tijden (Leviticus. 23 en 25) alsook bepalingen omtrent het opslaan van de verscheidene legers (Numeri. 2 en 3) meedeelde, tot Mozes, zeggende:
KruisverwijzingenJesaja 1:13→Joël 1:14→Psalmen 81:3→Psalmen 89:15→2 Koningen 12:13→Numeri 10:7→Efeze 4:5→Hosea 8:1→— Maak u twee zilveren trompetten; van dicht werk zult gij ze maken; en zij zullen u zijn tot de samenroeping der vergadering, en tot den optocht der legers.
Maak u, door de dienst van daartoe geschikte kunstenaars, twee zilveren trompetten; van dicht gedreven zilverwerk (Exodus. 25:18) zult gij ze laten maken, en zij zullen u, de zichtbare aanvoerder van Israël,tot gebruik zijn tot de samenroeping van de vergadering van de oudsten of stamvorsten, die het volk vertegenwoordigen, zo dikwijls gij hun in Mijn naam iets te bevelen hebt, en tot het geven van het teken tot de optocht van de leger, zo vaak het van zijn plaats verreizen moet.
De muziek-instrumenten van de Israëlieten waren zeer veelvuldig en laten zich, naar hun aard, in 3 soorten verdelen.
1. INSTRUMENTEN, DIE GESLAGEN EN BEWOGEN WERDEN; waartoe behoren: a. de pauk of handtrommel (Exodus. 15:20); b. de cimbaal of het bekken (Exodus. 6:5); c. de schellen (2 Samuel 6:5); d. de triangel (1 Samuel 18:6).
2. SNAARINSTRUMENTEN; waarvan vermeld worden: a. de kinnor of harp (1 Samuel 16:6); b. de nebel of luit (2 Samuel 6:5), waartoe ook de in Dan.3:5 vv. genoemde Babylonische snaarinstrumenten behoren, die door de onze met citer, vedel en psalteren verteld zijn.
3. BLAAS-INSTRUMENTEN. Hiertoe behoort: a. de reeds door Jubal (Genesis 4:21) uitgevonden pijp of schalmei (Job 21:12; 30:31), die later tot een soort van doedelzak werd, (twee door een met lucht gevulde zak gestoken pijpen, die van boven en van onderen even ver uit de zak uitsteken en waarop van boven geblazen wordt, terwijl de onderkant voorzien is van gaatjes, waarop evenals bij een fluit, met de vinger gespeeld wordt) (Psalm. 150:4); b. de fluit of pijp Jesaja 5:12 Matth.9:23), welke uit hout, riet of hoorn gemaakt werd, een zeer geliefd, tot treur en vreugdegeluid in het burgerlijk leven veel gebruikt, maar bij de godsdienst eerst later ingevoerd speeltuig; c. de, bij wijze van een hoorn, gekromde bazuin, met een doffe, ver klinkende toon, oorspronkelijk wel uit natuurlijke ramshorens bestaande, maar later uit koper vervaardigd, en die men gebruikte om signalen te geven (Exodus. 19:18,19), als ook, om het Jubeljaar aan te kondigen (Leviticus. 25:9), waarom zij ook de bazuin van het Jubeljaar genoemd wordt Jozua 6:4 vv.); d. de trompet was recht en lang (omstreeks 2 voet), meest van metaal (zilver of koper), doch ook wel van hout, en diende alleen tot heilig gebruik, deels om signalen te geven aan de gemeente, deels om de feesten en de nieuwe manen aan te kondigen en ter begeleiding van de offerdienst, zodat zij, in laatstgenoemd opzicht, evenals de bazuinen, de dienst van onze tegenwoordige klokken vervulden. Waarschijnlijk kon daarmee slechts één hoofdtoon voortgebracht worden; het blazen bestond echter nu eens in enkele, kort afgebroken, dan eens in aanhoudende slepende tonen, al naardat de gemeente zich hij het heiligdom verzamelen, of het leger, naar zijn onderscheidene afdelingen, oprukken moest.
KruisverwijzingenJeremia 4:5→Joël 2:15→— Als zij met dezelve blazen zullen, dan zal de gehele vergadering tot u vergaderd worden, aan de deur van de tent der samenkomst.
Als zij hiermee, beide trompetten, blazen zullen, zodat er slechts een aanhoudende toon gehoord wordt, dan zal de gehele vergadering van de volksvertegenwoordigers tot u vergaderd worden aan de deur van de tent der samenkomst.
KruisverwijzingenExodus 18:21→Numeri 7:2→Numeri 1:4→Deuteronomium 1:15→— Maar als zij met de ene zullen blazen, dan zullen tot u vergaderd worden de oversten, de hoofden der duizenden van Israel.
Maar als zij met de ene zullen blazen, zodat er een aanhoudende toon voortkomt, dan zullen tot u vergaderd worden de oversten van de 12 stammen (hoofdstuk 1:5 vv.); en de hoofden van de duizenden van Israël (Exodus. 18:21).
KruisverwijzingenNumeri 2:3→Numeri 10:14→Joël 2:1→Numeri 10:6→Jesaja 58:1→— Als gij met een gebroken geklank blazen zult, dan zullen de legers, die tegen het oosten gelegerd zijn, optrekken.
Als gij, Aäron en zijn zonen, met een gebroken geklank blazen zult, zodat het geluid afgebroken en telkens herhaald is, dan zullen de legers, die in het oosten gelegerd zijn, nl. de stam Juda met de beide andere, die tot zijn banier behoren, Issaschar en Zebulon (hoofdstuk 2:3-9), optrekken.
KruisverwijzingenNumeri 10:18→Numeri 2:10→— Maar als gij ten tweeden male met een gebroken klank blazen zult, zullen de legers, die tegen het zuiden legeren, optrekken; met een gebroken klank zullen zij blazen tot hun optochten.
Maar als gij, Aäron en zijn zonen, dan wederom en dus ten tweede maal, op dezelfde wijze, met een gebroken geklank blazen zult, zullen de legers, die in het zuiden legeren, de banier Ruben met Simeon en Gad (hoofdstuk 2:10-16), optrekken. En zo vervolgens, zal hij het derde blazen op dezelfde tonen de westelijke banier, van Efraïm met Manasse en Benjamin (hoofdstuk 2:17-24) en bij het vierde blazen de zuidelijke, van Dan met Aser en Nafthali (hoofdstuk 2:25-31), opbreken; met een gebroken klank zullen zij blazen, en daarmee het signaal geven, om de verschillende legerafdelingen in beweging te stellen tot hun optochten.
KruisverwijzingenJoël 2:1→Numeri 10:3→— Maar in het verzamelen van de gemeente, zult gij blazen, doch geen gebroken geklank maken.
Maar in, bij of tot het verzamelen van de vertegenwoordigers van de gemeente zult gij blazen, doch (zoals in vs.3 en 4 gezegd is) geen gebroken geklank maar een aanhoudend geluid maken.
KruisverwijzingenNumeri 31:6→1 Kronieken 15:24→2 Kronieken 13:12→Jozua 6:4→1 Kronieken 16:6→— En de zonen van Aaron, de priesters, zullen met die trompetten blazen; en zij zullen ulieden zijn tot een eeuwige inzetting bij uw geslachten.
En de zonen van Aäron, maar geen anderen, de priesters zullen met die trompetten, zowel op de een, als op de andere wijze, zowel tot het ene, als tot het andere doelblazen; en deze trompetten, alleen tot heilig gebruik bestemd, zij zullen voor uw priesters zijn tot een eeuwige instelling bij uw geslachten, zodat uw opvolgers zich daarvan te allen tijde, zoals hier bepaald is, bedienen zullen.
KruisverwijzingenGenesis 8:1→Richteren 2:18→1 Samuël 10:18→Psalmen 106:42→Psalmen 106:4→Numeri 31:6→2 Kronieken 13:14→Jozua 6:5→— En wanneer gijlieden in uw land ten strijde zult trekken tegen den vijand, die u benauwt, zult gij ook met die trompetten een gebroken klank maken; zo zal uwer gedacht worden voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, en gij zult van uw vijanden verlost worden.
En niet alleen nog op de tocht door de woestijn, zullen zij gebruikt worden, maar ook later, als Kanaän zal zijn ingenomen, bij alle gewichtige gelegenheden, die hetwelzijn van het volks betreffen, wanneer gij dus in uw land ten strijde zult trekken 1) tegen de vijand, die u benauwt, zult gij ook met die trompetten een gebroken geklank maken; zo zal aan uw, als het volk, dat Hij zich verkoren heeft en waarover Hij zich in al diens noden ontfermen wil, gedacht worden, voor het aangezicht van de HEERE uw God, en gij zult van uw vijanden verlost worden. 2)
Eigenlijk staat er: in de strijd raken, wel te onderscheiden van, ten strijde oprukken.
Op te merken valt, welke belofte er tussenin gevoegd wordt, dat Hij hun vijanden zou verslaan; niet, omdat het heil of de bevrijding van het volk aan de trompetten op zichzelf verbonden was, maar, omdat zij tot de strijd niet zouden gaan, tenzij vertrouwende op de heilige God. Want met een uiterlijk symbool wordt de zaak zelf verbonden, nl. met deze, dat zij onder God zouden strijden, Hem zelf als aanvoerder zouden volgen en heel hun kracht van Zijn genade verwachten. En dat alle gelovigen aan deze regel hebben vastgehouden, blijkt uit Psalm. 20:8: Deze vermelden van wagens, gene van paarden, maar wij zullen vermelden van de naam van onze God. Evenzo: Een koning wordt niet behouden door een groot leger of een held bevrijd door grote kracht (Psalm. 33:10). Zie, de ogen van de Heere zijn over Hem die Hem vrezen, en over hen, die op Zijn goedertierenheid hopen.
KruisverwijzingenPsalmen 81:3→2 Kronieken 7:6→Leviticus 23:24→Ezra 3:10→1 Kronieken 15:24→Numeri 10:9→2 Kronieken 29:28→2 Kronieken 29:26→— Desgelijks ten dage uwer vrolijkheid, en in uw gezette hoogtijden, en in de beginselen uwer maanden, zult gij ook met de trompetten blazen over uw brandofferen, en over uw dankofferen; en zij zullen u ter gedachtenis zijn voor het aangezicht uws Gods; Ik ben de HEERE, uw God!
Evenals ten dage van uw vrolijkheid, 1) in de tijd van de viering van uw feesten en in uw gezette hoogtijden, die de Heere u bepaalde (Leviticus. 23), en in de beginselen van uw maanden, 2) wanneer bij het dagelijks brandoffer nog een bijzonder offer komt (hoofdstuk 28:11 vv.), zult gij ook met de trompetten blazen over uw brandoffersen over uw dankoffers, terwijl zij gebracht worden, en deze uw feestviering en offeranden naar de goddelijke verordening, zij zullen u ter gedachtenis zijn voor het aangezicht van uw God, 3) hetgeen dan in gunst zal tot u gekeerd zijn. Ik ben de HEERE, uw God, 4) die u te allen tijde gedenken zal en niets zozeer begeert, als dat gij Hem gedenkt in trouwe bewaring van Zijn verbond.
Overeenkomstig deze, aan beloften rijke verordening van God, vinden wij in later tijd, dat de trompetten door de priesters geblazen werden, zowel in de oorlog (hoofdstuk 31:6; 2 Kron.13:12,14; 20:21 vv.) als bij vreugdefeesten, zoals bij de verplaatsing van de Verbondsark (1 Kronieken 16:24; 17:6), de inwijding van Salomo’s tempel (2 Kron.5:12; 7:6), de grondlegging van de tweede tempel (Ezra 3:10), de inwijding van de muren van Jeruzalem (Nehemiah. 12:35,41), en bij andere feestelijke gelegenheden (2 Kron.29:27)
De aanmerking van de Wet: dat geen wetgever deze belofte omtrent het blazen van de trompetten geven kon, is volkomen juist, zo men er slechts bijvoegt: behalve iemand, die op het woord en werk van God een vast vertrouwen stelde.
In de beginselen van uw maanden, d.i. bij uw nieuwe maanfeesten. Bij alle ingestemde hoogtijden en bij alle andere feesten, die op uitdrukkelijk bevel zijn ingesteld, wil de Heere, dat de trompetten zouden geblazen worden, opdat het volk zou weten, dat het instellingen van de Heere waren.
Mozes zegt, dat de trompetten van de Israëlieten zouden zijn ter gedachtenis voor het aangezicht van uw God, omdat, wanneer zij zouden zijn samengekomen volgens Zijn bevel, Hij op hen zou neerkijken en met zijn vaderlijke gunst hen verwaardigen.
Het is niet Mozes, die hier beloften doet, maar zoals de Heere, door deze, zijn verkoren dienaar, zijn wetten uitvaardigt, zo is het ook de Heere, die door deze, Zijn profeet, Zijn beloften doet.
II. Vs. 11-36.KruisverwijzingenNumeri 2:3→Numeri 2:10→Genesis 21:21→Numeri 12:16→Numeri 1:7→Exodus 19:1→Numeri 13:3→Numeri 13:26→ — En het geschiedde in het tweede jaar, in de tweede maand, op den twintigsten van de maand, dat de wolk verheven werd van boven den tabernakel der getuigenis. En de kinderen Israels togen op, naar hun tochten, uit de woestijn Sinai; en de wolk bleef in de woestijn Paran. Alzo togen zij vooreerst op, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes. Want vooreerst toog op de banier van het leger der kinderen van Juda, naar hun heiren; en over zijn heir was Nahesson, de zoon van Amminadab. En over het heir van den stam der kinderen van Issaschar was Nethaneel, den zoon van Zuar. En over het heir van den stam der kinderen van Zebulon was Eliab, de zoon van Helon. Toen werd de tabernakel afgenomen, en de zonen van Gerson, en de zonen van Merari togen op, dragende den tabernakel. Daarna toog de banier van het leger van Ruben, naar hun heiren; en over zijn heir was Elizur, de zoon van Sedeur. En over het heir van den stam der kinderen van Simeon was Selumiel, de zoon van Zurisaddai. En over het heir van den stam der kinderen van Gad was Eljasaf, de zoon van Dehuel. Op de twintigste dag van de tweede maand verheft zich de wolk van de tabernakel en Israël breekt, in de door de Heere bevolen orde, van de Sinaï op, waar het nu een jaar was gelegerd geweest. Voor het opbreken heeft Mozes nog zijn zwager Hobab bewogen, om het volk op de tocht door de woestijn Paran, waarheen nu de reis is, te vergezellen, om het met zijn nauwkeuriger kennis van het gebied, dat men nu moest doortrekken, van dienst te zijn; voor welke dienst hij hem aandeel in de zegeningen, die Israël in het beloofde land te verwachten heeft, toezegt.
KruisverwijzingenNumeri 9:5→Exodus 40:2→Numeri 9:11→Numeri 1:1→Numeri 9:1→Exodus 40:17→Numeri 9:17→— En het geschiedde in het tweede jaar, in de tweede maand, op den twintigsten van de maand, dat de wolk verheven werd van boven den tabernakel der getuigenis.
En het geschiedde in het tweede jaar, na de uittocht uit Egypte, het jaar 2514 na de wereldschepping, het 1486ste voor Chr., in de tweede maand, Sif of Ijar,(zie “Ex 12.2), op de twintigste dag van demaand, dat de wolk verheven werd van boven de tabernakel van de getuigenis, en daarmee het teken gaf tot vertrek (hoofdstuk 9:15 vv.).
KruisverwijzingenGenesis 21:21→Numeri 12:16→Numeri 9:5→Exodus 19:1→Numeri 1:1→Numeri 13:3→Numeri 13:26→Deuteronomium 1:1→— En de kinderen Israels togen op, naar hun tochten, uit de woestijn Sinai; en de wolk bleef in de woestijn Paran.
En de kinderen van Israël trokken, nadat de heilige gereedschappen ingepakt waren (hoofdstuk 4:5 vv.), en die Kahathieten, die de Verbondsark droegen, zich aan het hoofd van de tocht gesteld hadden, alzo trokken zij op, naar de rangorde van hun tochten of legerafdelingen (vs.13 vv.), uit de woestijn Sinaï, waar zij voor nu, op 10 dagen na, een jaar geleden, waren aangekomen (Exodus. 19:1); en de wolk bleef, na als standplaatsen Thab-éra met de lustgraven (hoofdstuk 11:3,34), Hazeroth (hoofdstuk 11:35) en enige andere plaatsen (hoofdstuk 33:18 vv.) aangedaan te hebben, eindelijk te Kades in de woestijn Paran (zie “Nu 12.16).
KruisverwijzingenDeuteronomium 1:6→Numeri 9:23→— Alzo togen zij vooreerst op, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes.
Alzo togen zij, en wel degenen, die hun legerafdeling tegen het oosten hadden (hoofdstuk 2:3-9), voorop, alzo togen zij eerst op, op het geklank van de heilige trompetten, naar de mond van de HEERE, door de hand van Mozes.
KruisverwijzingenNumeri 2:3→Numeri 1:7→Genesis 49:8→Numeri 7:12→Numeri 26:19→— Want vooreerst toog op de banier van het leger der kinderen van Juda, naar hun heiren; en over zijn heir was Nahesson, de zoon van Amminadab.
Want allereerst toog op de banier van het leger van de kinderen van Juda naar hun legers, uitmakende een getal van 74.600 strijdbare mannen, en over dit leger was Nahesson, de zoon van Amminadab.
KruisverwijzingenNumeri 1:8→Numeri 7:18→— En over het heir van den stam der kinderen van Issaschar was Nethaneel, den zoon van Zuar.
En over het, tot dezelfde banier behorende leger van de stam van de kinderen van Issaschar, bedragende 54.400 man, was Nethaneël, de zoon van Zuhar.
KruisverwijzingenNumeri 7:24→Numeri 1:9→— En over het heir van den stam der kinderen van Zebulon was Eliab, de zoon van Helon.
En over het, eveneens tot de banier van Juda behorende leger van de stam van de kinderen van Zebulon, die 57.400 man sterk waren, was Eliab de zoon van Helon; zodat onder deze banier, die het zinnebeeld van een leeuw voerde, een gezamenlijk getal van 186.400 mannen optrok.
KruisverwijzingenNumeri 7:6→Numeri 1:51→Hebreeën 9:11→2 Petrus 1:14→Numeri 4:21→Numeri 3:36→Hebreeën 12:28→Numeri 3:25→— Toen werd de tabernakel afgenomen, en de zonen van Gerson, en de zonen van Merari togen op, dragende den tabernakel.
Toen de banier van Juda voortgetrokken was, werd de tabernakel afgenomen, de voorhofsbekleedselen, het voorste voorhangsel van de tabernakel en zijn 4 dekkleden werden opgerold, en de pilaren, onderlagen en planken met hun richels werden uit elkaar gezet, en de zonen van Gerson en de zonen van Merari trokken op, dragende of vervoerende, namelijk met de 6 wagens (hoofdstuk 7:3 vv.), de tabernakel, terwijl de zonen van Gerson daarbij voor de 4 dekkleden enz. (hoofdstuk 4:25 vv.), en de zonen van Merari voor de planken enz. (hoofdstuk 7:31 vv.) zorg droegen.
KruisverwijzingenNumeri 2:10→Numeri 1:5→Numeri 7:35→Numeri 26:5→— Daarna toog de banier van het leger van Ruben, naar hun heiren; en over zijn heir was Elizur, de zoon van Sedeur.
Daarna, bij het tweede geklank van de zilveren trompetten, toog op de banier van het, naar de zuidzijde gelegerde, leger van Ruben naar hun legers; en over dit leger van 46.500 man was Elizur, de zoon van Sedéür.
KruisverwijzingenNumeri 1:6→Numeri 7:36→— En over het heir van den stam der kinderen van Simeon was Selumiel, de zoon van Zurisaddai.
En over het leger van de stam van de kinderen van Simeon, tot diezelfde banier behorende, wier zinnebeeld een mensenhoofd was en wier getal 59.300 bedroeg, was Selûmiël, de zoon van Zurísaddai.
KruisverwijzingenNumeri 2:14→Numeri 1:14→Numeri 7:42→— En over het heir van den stam der kinderen van Gad was Eljasaf, de zoon van Dehuel.
En over het heer van de stam van de kinderen van Gad, behorende evenzo tot de banier van Ruben, en 45.650 man sterk, zodat de tweede legerafdeling, die de Gersonieten en Merarieten volgde, in het geheel 151.450 man bedroeg, wasEljasaf, de zoon van Dehuël.
KruisverwijzingenNumeri 10:17→Numeri 7:9→Numeri 4:4→1 Kronieken 15:12→Numeri 3:27→Numeri 1:51→Numeri 2:17→Numeri 4:20→— Toen togen op de Kohathieten, dragende het heiligdom; en de anderen richtten den tabernakel op, tegen dat dezen kwamen.
Toen trokken op de Kahathieten (hoofdstuk 2:17), dragende met hun schouders, op draagbaren het heiligdom, het rook- en brandofferaltaar, de gouden kandelaar, de tafel van de toonbroden en het koperen wasvat (hoofdstuk 4:15) en de anderen, namelijk de achter de banier van Juda volgende Gersonieten en Merarieten (vs.17) richtten, als zij op een nieuwe legerplaats waren aangekomen, aanstonds de tabernakel, grondslagen, planken, stijlen enz. op, en bekleedden die met de behangselen, voorhangsels en dekkleden tegen dat deze, de Kahathieten met de heiligegereedschappen, kwamen, opdat deze zonder oponthoud, de heilige voorwerpen op hun plaats konden zetten.
KruisverwijzingenNumeri 2:18→Numeri 1:10→Genesis 48:19→Psalmen 80:1→Numeri 26:23→Numeri 7:48→— Daarna toog op de banier van het leger der kinderen van Efraim, naar hun heiren; en over het heir was Elisama, de zoon van Ammihud.
Daarna, bij het derde geklank van de zilveren trompetten, trok op de, naar de westzijde gelegerde (hoofdstuk 2:18-24) banier van het leger van de kinderen van Efraïm, dat een stier tot zinnebeeld had, naar hun legers, die tezamen 108.100 man uitmaakten; en over dit leger (nl. Efraïm), dat op zichzelf 40.500 telde, was Elisama, de zoon van Ammihud.
KruisverwijzingenNumeri 7:54→Numeri 1:10→— En over het heir van den stam der kinderen van Manasse was Gamaliel, de zoon van Pedazur.
En over het leger van de, tot voornoemde banier behorende, stam van de kinderen van Manasse, 32.200 man in getal, was Gamaliël, de zoon van Pedazur.
KruisverwijzingenNumeri 1:11→Numeri 7:60→— En over het heir van den stam der kinderen van Benjamin was Abidan, de zoon van Gideoni.
En over het leger van de stam van de kinderen van Benjamin, die 35.400 man telde en mede tot de banier van Efraïm behoorde, was Abidan, de zoon van Gideóni.
KruisverwijzingenJozua 6:9→Numeri 1:12→Jesaja 52:12→Jesaja 58:8→Genesis 49:16→Deuteronomium 25:17→Numeri 26:42→Numeri 7:66→— Toen toog op de banier van het leger der kinderen van Dan, samensluitende al de legers, naar hun heiren; en over zijn heir was Ahiezer de zoon van Ammisaddai.
Toen, nadat de trompetten zich voor de vierde maal hadden laten horen, trok op de, 157.600 man sterke banier, die een adelaar tot zinnebeeld had, de banier van het noordelijk geplaatste (hoofdstuk 2:25-31) leger van de kinderen van Dan, samen sluitende of besluitende alzo, daar dit, volgens hoofdstuk 2:31 het laatst optrok, al de legers naar hun heren; en over dit leger, dat 62.700 man telde, was Ahiëzer, de zoon van Ammisaddai.
KruisverwijzingenNumeri 1:13→Numeri 7:72→— En over het heir van den stam der kinderen van Aser was Pagiel, de zoon van Ochran.
En over het leger van de, tot de banier van Dan behorende stam van de kinderen van Aser, die 41.500 man bedroegen, was Pagiël, de zoon van Ochran.
KruisverwijzingenNumeri 1:15→Numeri 7:78→— En over het heir van den stam der kinderen van Nafthali was Ahira, de zoon van Enan.
En over het leger van de stam van de kinderen van Nafthali, die, onder dezelfde banier geschaard, 53.400 man telde, was Ahira, de zoon van Enan.
KruisverwijzingenNumeri 2:34→1 Korinthe 14:33→Numeri 10:35→1 Korinthe 14:40→Hooglied 6:10→Kolossenzen 2:5→Numeri 24:4→— Dit waren de tochten der kinderen Israels, naar hun heiren, als zij reisden.
Dit en naar deze, door de Heere zelf bepaalde rangorde ingericht, waren de tochten van de kinderen van Israël, naar hun legers, die een gezamenlijk getal aan 603.550 strijdbare mannen uitmaakten (hoofdstuk 2:32),dit waren hun tochten als zij reisden, waarbij dus de door de wolk geleide Verbondsark voorop ging, en de heilige gereedschappen met de heilige personen in het midden waren.
KruisverwijzingenGenesis 12:7→Exodus 2:18→Richteren 4:11→Exodus 3:1→Exodus 6:7→Exodus 3:8→Genesis 32:12→Zacharia 8:21→— Mozes nu zeide tot Hobab, den zoon van Rehuel, den Midianiet, den schoonvader van Mozes: Wij reizen naar die plaats, van welke de HEERE gezegd heeft: Ik zal u die geven; ga met ons, en wij zullen u weldoen, want de HEERE heeft over Israel het goede gesproken.
Mozes nu zei 1) nog, voordat de zo-even beschreven optocht aanving, tot Hobab, de zoon van Rehuël of Jethro (Exodus. 3:1), de Midianiet, de schoonvader van Mozes, die hem wellicht zijn vrouw en zijn beide zonen bij de Horeb gebracht had (Exodus. 18), of in elk geval ook daarheen gekomen en vanaf die tijd bij Mozes gebleven was: wij reizen nu naar die plaats, naar het land Kanaän, van welke plaats de HEERE gezegd heeft: Ik zal u die geven! zo ga gij, die nu al geruime tijd bij ons geweest zijt, met ons en wij zullen u wel doen, 2) door u deel te geven aan al de zegeningen die wij te wachten hebben; want deHEERE heeft over Israël het goede gesproken, 3) Hij heeft het heerlijke beloften gedaan.
Het is duidelijk, dat dit gesprek heeft plaats gehad, voordat het leger van de Sinaï optrok. Daar het echter een zaak was van minder belang voor Israëls geschiedenis in het algemeen, wordt dit verhaal hier tussenin geschoven. Het wordt aan de andere zijde opzettelijk vermeld, omdat, zoals uit vs.31 blijkt, Israël er voor de woestijnreis wel belang bij had, dat Hobab mede optrok.
Deze zijn de gevoelens van ieder kind van God. Wanneer een ziel tot Jezus gebracht is, gewassen in Zijn bloed en staande in Zijn gerechtigheid, dan wordt hij gedreven door twee dingen: ten eerste: dat hij nu op reis is naar een goed land, zijn zonden zijn uitgedelgd, de Heilige Geest woont in hem, God is zijn leidsman, de hemel ligt voor hem; ten tweede: hij wenst, dat allen, die hij lief heeft, met hem meegaan.
Heerlijk spreekt hier Mozes’ geloof zich uit. Hij is er vast van overtuigd, dat Israël Kanaän zal bereiken, omdat al wat de Heere gesproken heeft, zeker zal vervuld worden.
KruisverwijzingenRuth 1:15→Hebreeën 11:13→Hebreeën 11:8→2 Korinthe 5:16→Genesis 31:30→Lukas 14:26→Genesis 12:1→Psalmen 45:10→— Doch hij zeide tot hem: Ik zal niet gaan; maar ik zal naar mijn land en naar mijn maagschap gaan.
Doch hij, Hobab, zei tot hem, Mozes: ik zal niet met u gaan, maar ik zal naar mijn land, in het zuiden van het Sinaïtische schiereiland (zie “Ex 2.15) en naar mijn familie gaan. 1)
Men zou denken, dat hij, die zoveel van de bijzondere aanwezigheid van de Heere bij Israël, zoals ook de hoogstbewonderingswaardige tekenen van Zijn gunst, omtrent hen, gezien had, geen opwekking zou nodig gehad hebben, om met hen te gaan; en nochthans wees hij Mozes’ vriendelijk en ernstig verzoek hiervoor van de hand, zijnde zijn weigering naar alle schijn toe te schrijven aan een al te grote genegenheid, die hij had voor zijn land en familie, welke zucht, die de mens natuurlijk eigen is, niet, zoals men had mogen verwachten, in hem was verflauwd of verkleind geworden, door een gelovige hoe schatting en omhelzing van de belofte van de Heere, en door een overheersende liefde tot de Verbondszegen.
KruisverwijzingenJob 29:15→1 Korinthe 12:14→Psalmen 32:8→Galaten 6:2→— En hij zeide: Verlaat ons toch niet; want dewijl gij weet, dat wij ons legeren in de woestijn, zo zult gij ons tot ogen zijn.
En hij, Mozes, zei: verlaat ons toch niet; want omdat gij weet, dat wij ons legeren moeten in de woestijn, zo zult gij, die door uw tochten hier bekend zijt met detreken, welke wij hebben door te trekken, ons tot ogen, 1) d.i. tot gids, zijn (Job 29:15).
Tot ogen zijn. Hiermee doet Mozes in niets te kort aan de Voorzienige leiding van de Heere God. Mozes weet het, dat de Heere niet alleen voorgaat in de wolk- en vuurkolom, maar ook de richting aanwijst. Wat hij van Hobab wil, is, dat deze, als bekend met en in de woestijn, hem en het volk zal wijzen op de bronnen en op de weideplaatsen, die zich hier en daar bevinden, wanneer God door de wolk het sein heeft gegeven, dat het volk zich een tijd zou legeren. Calvijn vertaalt, doch o.i. ten onrechte, tot ogen geweest zijt. Mozes zou dan Hobab willen zeggen, dat hij straks in Kanaän zou beloond worden, voor hetgeen hij ten behoeve van Israël had gedaan, voordat de tabernakel was opgericht.
Uit Richteren. 1:16 blijkt, dat Hobab zich heeft laten overreden, omdat aldaar gemeld wordt, dat de nakomelingen van Mozes’ schoonvader met de kinderen van Juda uit de Palmstad optogen naar de woestijn van Juda (Richteren. 4:11; 1 Samuel. 15:6; 27:10).
KruisverwijzingenRichteren 4:11→Richteren 1:16→Psalmen 67:5→Deuteronomium 10:18→Psalmen 22:27→1 Johannes 1:3→— En het zal geschieden, als gij met ons zult gaan, en het goede geschieden zal, waarmede de HEERE bij ons weldoen zal, dat wij u ook weldoen zullen.
En het zal geschieden, als gij met ons zult gaan, en het goede geschieden zal, waarmee de HEERE naar Zijn belofte, die zeker vervuld worden zal, bij ons weldoen zal, dat wij, uit dankbaarheid voor uw trouwe diensten, u ook weldoen zullen, 1) en u geheel als een lid van ons volk zullen behandelen. Hierop nu bewilligde Hobab.
Wel had Israël in het algemeen de, in de wolk aanwezige, Heere zelf tot aanvoerder; hiermee werd evenwel menselijke raad en bijstand, (die toch ook, zo ze slechts goed zijn, van God komen) geenszins uitgesloten.
Zij, die naast God, Israël in hun ongemakken en moeiten deel nemen, zullen evenzo deel hebben in hun vertroosting en eer. Met Gods volk in de woestijn van deze wereld eenzelfde lot ondergaande, zo zullen ook zij eenzelfde lot met hen hebben in het hemels Kanaän. Indien wij met Christus blijven in Zijn verzoekingen, zo zullen wij ook met Hem zegepralen en heersen (Luk.22:28,29)
KruisverwijzingenDeuteronomium 1:33→Exodus 3:1→Exodus 33:14→Exodus 24:17→Jeremia 31:8→Jozua 3:11→1 Samuël 4:3→Deuteronomium 9:9→— Zo togen zij drie dagreizen van den berg des HEEREN; en de ark des verbonds des HEEREN reisde voor hun aangezicht drie dagreizen, om voor hen een rustplaats uit te speuren.
Zoals in vs.28 gezegd is, trokken zij, de kinderen van Israël, drie dagreizen van de berg van de HEERE, Sinaï; op welke tochten zij slechts hier en daar uitrustten, maar nergens hun leger mochten opslaan; en de Ark van het Verbond 1) van de HEERE, welke door de Kahathieten gedragen werd, reisde, volgens de aanwijzing van de daarboven zwevende wolk, voor hun aangezicht drie dagreizen, om voor hen een rustplaats uit te speuren, 2) waar zij dan naar de wil van de Heere, een langere tijd zouden kunnen blijven.
Ark van het Verbond. Niet Ark van de Getuigenis, naar de wet die er in lag, maar Ark van het Verbond, naar haar betekenis voor het Israëlitische volk, omdat het een Verbondsvolk was van Jehova.
De Arke van het Verbond, zinnebeeld van de aanwezigheid van de Heere, wordt hier gezegd een rustplaats uit te speuren. Uitspeuren is een verouderd woord en betekent: bespieden, afloeren. De betekenis is deze, dat de wolk als boven de Ark van het Verbond in de eerste plaats zwevende, Israël de plek aanwees waar zij moesten halt houden. Op hen. Dit behoeft niet aan te duiden, dat de wolk zich over het gehele leger uitbreidde. Met kan ook in deze betekenis worden opgevat, dat het volk de beschermende leiding van de Heere ondervond.
KruisverwijzingenNumeri 9:15→Exodus 13:21→Nehemia 9:19→Nehemia 9:12→Psalmen 105:39→— En de wolk des HEEREN was des daags over hen, als zij uit het leger verreisden.
En de wolk van de HEERE, die als geleidster boven de Ark zweefde en de weg wees, die men moest inslaan, was overdag over hen, 1) als zij uit het leger vertrokken, en was alzo niet alleen hoven de Ark, maar breidde zichtevens over geheel het volk, dat de Ark volgde, als een beschuttend dak, (Psalm. 105:39) uit, van de dag af, dat zij de legerplaats verlieten, en beschermde hen op geheel hun verdere reis.
Het schijnt, dat de wolkkolom voornamelijk boven de Ark van het Verbond zweefde en met deze voorttrok. Tegelijkertijd breidde zij zich ook beschermend over het leger uit. Evenzo kan men ook aannemen, dat de vuurkolom ‘s nachts een lichtglans over het leger deed uitstralen, zodat ook deze voor Israël niet alleen een geleidend teken, maar ook een licht was op hun weg.
KruisverwijzingenPsalmen 68:1→Deuteronomium 7:10→Deuteronomium 32:41→Psalmen 132:8→Jesaja 17:12→Jesaja 51:9→— Het geschiedde nu in het optrekken van de ark, dat Mozes zeide: Sta op, HEERE! en laat Uw vijanden verstrooid worden, en Uw haters van Uw aangezicht vlieden!
Het geschiedde nu in het optrekken van de Ark, als zij, bij het verlaten aan een rustplaats, zich wederom in beweging zetten, dat Mozes, in dichterlijke, door deHeilige Geest hem ingegeven woorden, zei: Sta op HEERE en trek als Voorvechter Uw leger vooruit, en laat Uw vijanden verstrooid worden en Uw haters van Uw aangezicht vluchten, 1) opdat Israël overwinnend en zonder oponthoud tot het doel van zijn roeping komt!
Zo sprak hij echter niet met het oog op de vijanden, die de Israëlieten in de woestijn konden tegen houden, maar met het oog van het geloof gericht op de bestemming van Israël, om in de God vijandige wereld voor de zaak van de Heere te strijden en Zijn rijk op aarde te grondvesten. Dat is geen werk voor mensen, daartoe moest de Almachtige God voor Zijn volk heentrekken en Zijn vijanden verstrooien. De eis aan God, om dat te doen, is uitdrukking van een sterk toeverzicht van het geloof; een bede, die van de verhoring zeker is, en voor Israël het wachtwoord, om als Gemeente van God, te allen tijde de strijd tegen de macht en het geweld van een geheel vijandelijke wereld te strijden. In deze zin heeft David ook deze woorden (Psalm. 68:2) zichzelf en zijn tijdgenoten als zegen aanbrengende banier voorgehouden, “opdat hij het geloofsvertrouwen van de Kerk zou wapenen en met moed vervullen tegen de hevige aanvallen van de vijanden”
KruisverwijzingenDeuteronomium 1:10→Jesaja 63:17→Genesis 24:60→Psalmen 90:13→— En als zij rustte, zeide hij: Kom weder, HEERE! tot de tien duizenden der duizenden van Israel!
En als zij, de Ark, na het afleggen van een enigszins aangeven weg, die de wolk aanwees, rustte, of weer stilhield, dan zei hij: Kom weer HEERE! tot de tienduizenden van de duizenden van Israël, laat nu af van verder voor ons uit te trekken en leger U weer als Beschermer in het midden van Uw volk.
Welke richting van de Sinaï af door de kinderen van Israël, naar de aanwijzing van de wolkkolom werd ingeslagen, om tot de woestijn Paran, het doel van hun huidige tocht (vs.12) te komen, wordt hier met geen enkel woord aangeduid. Wel echter wordt (Deuteronomium. 5:1 vv.) (alwaar Mozes in zijn reden, die hij in de velden van Moab tot Israël hield, zich aan de wetgeving op Sinaï aansluit, om haar na de tussenliggende 38« jaren het volk nog eens nadrukkelijk in te scherpen, en waar hij uitdrukkelijk op de plaatselijke samenhang van het tegenwoordige met het toenmalige oord wijst, Disahab genoemd, als de laatste, dicht bij de Sinaï gelegen plaats. Deze is, volgens alle nieuwere onderzoekingen. dezelfde met het tegenwoordige Dahab, een plaats aan de Elanitische golf, waar zich thans slechts een oude bron, met een zeker aantal dadelbomen en een Arabische legerplaats bevindt. De weg van de Sinaï tot daartoe beloopt ongeveer 15 uur, hetgeen met de drie dagreizen in dit hoofdstuk zeer wel overeenkomt. Overigens bevinden zich aldaar ongeveer een duizend hopen van onregelmatig samenliggende stenen, die alle kentekenen dragen, dat ze eens zijn verenigd geweest. Geen van deze hopen is meer dan 5 voet hoog. De Arabieren noemen ze Kuber en Nassara, of graven van de Christenen; deze laatsten naam geven zij namelijk aan alle volken, die vóór de invoering van de Islam in hun land woonden.
Hoe zal in deze eenzaamheid (Laborde vond op zijn reis omstreeks 1820, aldaar slechts 4 arme Arabieren), ver van alle handelswegen, wellicht een van de oudste gedenktekenen gebleven zijn? Zullen hier de lustgraven wezen, die (hoofdstuk 11:34) vermeld worden, en onder die stenen de gebeenten begraven liggen van zoveel Israëlieten, die daar omkwamen?
Een gebed van geloof werd door Mozes uitgesproken, wanneer Israël de tocht aanvaardde of staakte, en in dit gebed, als een gebed van geloof, op de lippen van de Middelaar van het Oude Verbond, lag voor het volk zowel een bemoediging, als een herinnering aan zijn algehele afhankelijkheid van God.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Numeri 10
Numeri 10:31.KruisverwijzingenJob 29:15→1 Korinthe 12:14→Psalmen 32:8→Galaten 6:2→
— En hij zeide: Verlaat ons toch niet; want dewijl gij weet, dat wij ons legeren in de woestijn, zo zult gij ons tot ogen zijn.
Het volk van God in de woestijn werd, wat de middelen betreft, geleid door de wijsheid van Mozes en van zijn schoonvader Hobab; maar hun eigenlijke leidsster was de zichtbare tegenwoordigheid van God in de vuur- en wolkkolom. Het bezit van die kolom als leidsman nam blijkbaar niet de plicht en de noodzaak weg om het oordeel van Mozes en Hobab te gebruiken bij de vraag waar zij zich legeren zouden. Zij hadden de leiding van God, en toch mochten zij de wijsheid niet verwaarlozen die God aan Zijn dienstknechten gegeven had.
Hieruit behoren wij te leren dat wij, terwijl wij altijd de leiding van God in Zijn voorzienigheid zoeken, toch vaak richting en leiding mogen vinden in het gebruik van ons gewone verstand en van het onderscheidingsvermogen waarmee de Heere ons begiftigd heeft.
Numeri 10:35.KruisverwijzingenPsalmen 68:1→Deuteronomium 7:10→Deuteronomium 32:41→Psalmen 132:8→Jesaja 17:12→Jesaja 51:9→
— Het geschiedde nu in het optrekken van de ark, dat Mozes zeide: Sta op, HEERE! en laat Uw vijanden verstrooid worden, en Uw haters van Uw aangezicht vlieden!
Waartoe hebben wij dit gebed van Mozes te gebruiken? Want geen Schriftplaats is van eigen uitlegging. Geen enkele tekst in het Woord heeft alleen betrekking op de gelegenheid waarbij hij gesproken werd: “Want al wat te voren geschreven is, dat is tot onze lering te voren geschreven” (Rom. 15:4). Het Woord van God is een levend Woord: niet alleen levend in de dagen van Mozes, maar levend voor ons op dit uur.
Wij gebruiken het ten eerste als het wachtwoord van Gods Israël in elke eeuw. Of het de heirscharen van Egypte waren of de machtige gelederen van Babel, of van Medië, of van Perzië — kunnen wij van hen allen niet zeggen: “Uw rechterhand, Heere, heeft heerlijke dingen gedaan”? En wanneer wij de Bijbelse geschiedenis geheel gelezen hebben, is het boek van Gods triomf nog maar begonnen.
Ten tweede geeft Psalm 68 ons vrijmoedigheid om deze tekst, naar het beeld en in verborgen zin, op de opstanding van onze Heere Jezus Christus toe te passen. Ik acht het geen ijdele inbeelding wanneer wij ons voorstellen dat de engelen op die geheiligde dag uit de hemel zijn neergedaald voordat de zon was opgegaan, en dat terwijl één van hen de steen afwentelde, de anderen wachtend op de wieken stonden en zongen: “God zal opstaan, Zijn vijanden zullen verstrooid worden” (Ps. 68:2).
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-10.KruisverwijzingenExodus 18:21→Numeri 7:2→Genesis 8:1→Richteren 2:18→1 Samuël 10:18→Jesaja 1:13→Jeremia 4:5→Numeri 31:6→
— Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Maak u twee zilveren trompetten; van dicht werk zult gij ze maken; en zij zullen u zijn tot de samenroeping der vergadering, en tot den optocht der legers. Als zij met dezelve blazen zullen, dan zal de gehele vergadering tot u vergaderd worden, aan de deur van de tent der samenkomst. Maar als zij met de ene zullen blazen, dan zullen tot u vergaderd worden de oversten, de hoofden der duizenden van Israel. Als gij met een gebroken geklank blazen zult, dan zullen de legers, die tegen het oosten gelegerd zijn, optrekken. Maar als gij ten tweeden male met een gebroken klank blazen zult, zullen de legers, die tegen het zuiden legeren, optrekken; met een gebroken klank zullen zij blazen tot hun optochten. Maar in het verzamelen van de gemeente, zult gij blazen, doch geen gebroken geklank maken. En de zonen van Aaron, de priesters, zullen met die trompetten blazen; en zij zullen ulieden zijn tot een eeuwige inzetting bij uw geslachten. En wanneer gijlieden in uw land ten strijde zult trekken tegen den vijand, die u benauwt, zult gij ook met die trompetten een gebroken klank maken; zo zal uwer gedacht worden voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, en gij zult van uw vijanden verlost worden. Desgelijks ten dage uwer vrolijkheid, en in uw gezette hoogtijden, en in de beginselen uwer maanden, zult gij ook met de trompetten blazen over uw brandofferen, en over uw dankofferen; en zij zullen u ter gedachtenis zijn voor het aangezicht uws Gods; Ik ben de HEERE, uw God!
Bij het zichtbare teken van Zijn leiding geeft de Heere, voordat Hij Israël opbreken laat, eerst nog een hoorbaar teken, opdat alle bewegingen van het nu georganiseerde krijgsleger ook in bijzonderheden naar Zijn wil bestuurd en, bij de grote menigte van het volk, tijd en orde behoorlijk in acht konden genomen worden. Op Gods bevel moet Mozes twee zilveren trompetten laten vervaardigen en deze aan de priesters ter hand stellen, om daarmee aan het volk tekenen te geven. Deze trompetten zullen echter niet slechts op de tegenwoordige reis en gedurende het verblijf in de woestijn, maar ook naderhand, bij Israëls krijgstochten en op zijn vreugdedagen, gebruikt worden.
Verder sprak de HEERE, waarschijnlijk tijdens het paasfeest, terwijl Hij hem de verordening, betreffende de heilige tijden (Leviticus. 23 en 25) alsook bepalingen omtrent het opslaan van de verscheidene legers (Numeri. 2 en 3) meedeelde, tot Mozes, zeggende:
Maak u, door de dienst van daartoe geschikte kunstenaars, twee zilveren trompetten; van dicht gedreven zilverwerk (Exodus. 25:18) zult gij ze laten maken, en zij zullen u, de zichtbare aanvoerder van Israël,tot gebruik zijn tot de samenroeping van de vergadering van de oudsten of stamvorsten, die het volk vertegenwoordigen, zo dikwijls gij hun in Mijn naam iets te bevelen hebt, en tot het geven van het teken tot de optocht van de leger, zo vaak het van zijn plaats verreizen moet.
De muziek-instrumenten van de Israëlieten waren zeer veelvuldig en laten zich, naar hun aard, in 3 soorten verdelen.
1. INSTRUMENTEN, DIE GESLAGEN EN BEWOGEN WERDEN; waartoe behoren: a. de pauk of handtrommel (Exodus. 15:20); b. de cimbaal of het bekken (Exodus. 6:5); c. de schellen (2 Samuel 6:5); d. de triangel (1 Samuel 18:6).
2. SNAARINSTRUMENTEN; waarvan vermeld worden: a. de kinnor of harp (1 Samuel 16:6); b. de nebel of luit (2 Samuel 6:5), waartoe ook de in Dan.3:5 vv. genoemde Babylonische snaarinstrumenten behoren, die door de onze met citer, vedel en psalteren verteld zijn.
3. BLAAS-INSTRUMENTEN. Hiertoe behoort: a. de reeds door Jubal (Genesis 4:21) uitgevonden pijp of schalmei (Job 21:12; 30:31), die later tot een soort van doedelzak werd, (twee door een met lucht gevulde zak gestoken pijpen, die van boven en van onderen even ver uit de zak uitsteken en waarop van boven geblazen wordt, terwijl de onderkant voorzien is van gaatjes, waarop evenals bij een fluit, met de vinger gespeeld wordt) (Psalm. 150:4); b. de fluit of pijp Jesaja 5:12 Matth.9:23), welke uit hout, riet of hoorn gemaakt werd, een zeer geliefd, tot treur en vreugdegeluid in het burgerlijk leven veel gebruikt, maar bij de godsdienst eerst later ingevoerd speeltuig; c. de, bij wijze van een hoorn, gekromde bazuin, met een doffe, ver klinkende toon, oorspronkelijk wel uit natuurlijke ramshorens bestaande, maar later uit koper vervaardigd, en die men gebruikte om signalen te geven (Exodus. 19:18,19), als ook, om het Jubeljaar aan te kondigen (Leviticus. 25:9), waarom zij ook de bazuin van het Jubeljaar genoemd wordt Jozua 6:4 vv.); d. de trompet was recht en lang (omstreeks 2 voet), meest van metaal (zilver of koper), doch ook wel van hout, en diende alleen tot heilig gebruik, deels om signalen te geven aan de gemeente, deels om de feesten en de nieuwe manen aan te kondigen en ter begeleiding van de offerdienst, zodat zij, in laatstgenoemd opzicht, evenals de bazuinen, de dienst van onze tegenwoordige klokken vervulden. Waarschijnlijk kon daarmee slechts één hoofdtoon voortgebracht worden; het blazen bestond echter nu eens in enkele, kort afgebroken, dan eens in aanhoudende slepende tonen, al naardat de gemeente zich hij het heiligdom verzamelen, of het leger, naar zijn onderscheidene afdelingen, oprukken moest.
Als zij hiermee, beide trompetten, blazen zullen, zodat er slechts een aanhoudende toon gehoord wordt, dan zal de gehele vergadering van de volksvertegenwoordigers tot u vergaderd worden aan de deur van de tent der samenkomst.
Maar als zij met de ene zullen blazen, zodat er een aanhoudende toon voortkomt, dan zullen tot u vergaderd worden de oversten van de 12 stammen (hoofdstuk 1:5 vv.); en de hoofden van de duizenden van Israël (Exodus. 18:21).
Als gij, Aäron en zijn zonen, met een gebroken geklank blazen zult, zodat het geluid afgebroken en telkens herhaald is, dan zullen de legers, die in het oosten gelegerd zijn, nl. de stam Juda met de beide andere, die tot zijn banier behoren, Issaschar en Zebulon (hoofdstuk 2:3-9), optrekken.
Maar als gij, Aäron en zijn zonen, dan wederom en dus ten tweede maal, op dezelfde wijze, met een gebroken geklank blazen zult, zullen de legers, die in het zuiden legeren, de banier Ruben met Simeon en Gad (hoofdstuk 2:10-16), optrekken. En zo vervolgens, zal hij het derde blazen op dezelfde tonen de westelijke banier, van Efraïm met Manasse en Benjamin (hoofdstuk 2:17-24) en bij het vierde blazen de zuidelijke, van Dan met Aser en Nafthali (hoofdstuk 2:25-31), opbreken; met een gebroken klank zullen zij blazen, en daarmee het signaal geven, om de verschillende legerafdelingen in beweging te stellen tot hun optochten.
Maar in, bij of tot het verzamelen van de vertegenwoordigers van de gemeente zult gij blazen, doch (zoals in vs.3 en 4 gezegd is) geen gebroken geklank maar een aanhoudend geluid maken.
En de zonen van Aäron, maar geen anderen, de priesters zullen met die trompetten, zowel op de een, als op de andere wijze, zowel tot het ene, als tot het andere doelblazen; en deze trompetten, alleen tot heilig gebruik bestemd, zij zullen voor uw priesters zijn tot een eeuwige instelling bij uw geslachten, zodat uw opvolgers zich daarvan te allen tijde, zoals hier bepaald is, bedienen zullen.
En niet alleen nog op de tocht door de woestijn, zullen zij gebruikt worden, maar ook later, als Kanaän zal zijn ingenomen, bij alle gewichtige gelegenheden, die hetwelzijn van het volks betreffen, wanneer gij dus in uw land ten strijde zult trekken 1) tegen de vijand, die u benauwt, zult gij ook met die trompetten een gebroken geklank maken; zo zal aan uw, als het volk, dat Hij zich verkoren heeft en waarover Hij zich in al diens noden ontfermen wil, gedacht worden, voor het aangezicht van de HEERE uw God, en gij zult van uw vijanden verlost worden. 2)
Eigenlijk staat er: in de strijd raken, wel te onderscheiden van, ten strijde oprukken.
Op te merken valt, welke belofte er tussenin gevoegd wordt, dat Hij hun vijanden zou verslaan; niet, omdat het heil of de bevrijding van het volk aan de trompetten op zichzelf verbonden was, maar, omdat zij tot de strijd niet zouden gaan, tenzij vertrouwende op de heilige God. Want met een uiterlijk symbool wordt de zaak zelf verbonden, nl. met deze, dat zij onder God zouden strijden, Hem zelf als aanvoerder zouden volgen en heel hun kracht van Zijn genade verwachten. En dat alle gelovigen aan deze regel hebben vastgehouden, blijkt uit Psalm. 20:8: Deze vermelden van wagens, gene van paarden, maar wij zullen vermelden van de naam van onze God. Evenzo: Een koning wordt niet behouden door een groot leger of een held bevrijd door grote kracht (Psalm. 33:10). Zie, de ogen van de Heere zijn over Hem die Hem vrezen, en over hen, die op Zijn goedertierenheid hopen.
Evenals ten dage van uw vrolijkheid, 1) in de tijd van de viering van uw feesten en in uw gezette hoogtijden, die de Heere u bepaalde (Leviticus. 23), en in de beginselen van uw maanden, 2) wanneer bij het dagelijks brandoffer nog een bijzonder offer komt (hoofdstuk 28:11 vv.), zult gij ook met de trompetten blazen over uw brandoffersen over uw dankoffers, terwijl zij gebracht worden, en deze uw feestviering en offeranden naar de goddelijke verordening, zij zullen u ter gedachtenis zijn voor het aangezicht van uw God, 3) hetgeen dan in gunst zal tot u gekeerd zijn. Ik ben de HEERE, uw God, 4) die u te allen tijde gedenken zal en niets zozeer begeert, als dat gij Hem gedenkt in trouwe bewaring van Zijn verbond.
Overeenkomstig deze, aan beloften rijke verordening van God, vinden wij in later tijd, dat de trompetten door de priesters geblazen werden, zowel in de oorlog (hoofdstuk 31:6; 2 Kron.13:12,14; 20:21 vv.) als bij vreugdefeesten, zoals bij de verplaatsing van de Verbondsark (1 Kronieken 16:24; 17:6), de inwijding van Salomo’s tempel (2 Kron.5:12; 7:6), de grondlegging van de tweede tempel (Ezra 3:10), de inwijding van de muren van Jeruzalem (Nehemiah. 12:35,41), en bij andere feestelijke gelegenheden (2 Kron.29:27)
De aanmerking van de Wet: dat geen wetgever deze belofte omtrent het blazen van de trompetten geven kon, is volkomen juist, zo men er slechts bijvoegt: behalve iemand, die op het woord en werk van God een vast vertrouwen stelde.
In de beginselen van uw maanden, d.i. bij uw nieuwe maanfeesten. Bij alle ingestemde hoogtijden en bij alle andere feesten, die op uitdrukkelijk bevel zijn ingesteld, wil de Heere, dat de trompetten zouden geblazen worden, opdat het volk zou weten, dat het instellingen van de Heere waren.
Mozes zegt, dat de trompetten van de Israëlieten zouden zijn ter gedachtenis voor het aangezicht van uw God, omdat, wanneer zij zouden zijn samengekomen volgens Zijn bevel, Hij op hen zou neerkijken en met zijn vaderlijke gunst hen verwaardigen.
Het is niet Mozes, die hier beloften doet, maar zoals de Heere, door deze, zijn verkoren dienaar, zijn wetten uitvaardigt, zo is het ook de Heere, die door deze, Zijn profeet, Zijn beloften doet.
II. Vs. 11-36.KruisverwijzingenNumeri 2:3→Numeri 2:10→Genesis 21:21→Numeri 12:16→Numeri 1:7→Exodus 19:1→Numeri 13:3→Numeri 13:26→
— En het geschiedde in het tweede jaar, in de tweede maand, op den twintigsten van de maand, dat de wolk verheven werd van boven den tabernakel der getuigenis. En de kinderen Israels togen op, naar hun tochten, uit de woestijn Sinai; en de wolk bleef in de woestijn Paran. Alzo togen zij vooreerst op, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes. Want vooreerst toog op de banier van het leger der kinderen van Juda, naar hun heiren; en over zijn heir was Nahesson, de zoon van Amminadab. En over het heir van den stam der kinderen van Issaschar was Nethaneel, den zoon van Zuar. En over het heir van den stam der kinderen van Zebulon was Eliab, de zoon van Helon. Toen werd de tabernakel afgenomen, en de zonen van Gerson, en de zonen van Merari togen op, dragende den tabernakel. Daarna toog de banier van het leger van Ruben, naar hun heiren; en over zijn heir was Elizur, de zoon van Sedeur. En over het heir van den stam der kinderen van Simeon was Selumiel, de zoon van Zurisaddai. En over het heir van den stam der kinderen van Gad was Eljasaf, de zoon van Dehuel.
Op de twintigste dag van de tweede maand verheft zich de wolk van de tabernakel en Israël breekt, in de door de Heere bevolen orde, van de Sinaï op, waar het nu een jaar was gelegerd geweest. Voor het opbreken heeft Mozes nog zijn zwager Hobab bewogen, om het volk op de tocht door de woestijn Paran, waarheen nu de reis is, te vergezellen, om het met zijn nauwkeuriger kennis van het gebied, dat men nu moest doortrekken, van dienst te zijn; voor welke dienst hij hem aandeel in de zegeningen, die Israël in het beloofde land te verwachten heeft, toezegt.
En het geschiedde in het tweede jaar, na de uittocht uit Egypte, het jaar 2514 na de wereldschepping, het 1486ste voor Chr., in de tweede maand, Sif of Ijar,(zie “Ex 12.2), op de twintigste dag van demaand, dat de wolk verheven werd van boven de tabernakel van de getuigenis, en daarmee het teken gaf tot vertrek (hoofdstuk 9:15 vv.).
En de kinderen van Israël trokken, nadat de heilige gereedschappen ingepakt waren (hoofdstuk 4:5 vv.), en die Kahathieten, die de Verbondsark droegen, zich aan het hoofd van de tocht gesteld hadden, alzo trokken zij op, naar de rangorde van hun tochten of legerafdelingen (vs.13 vv.), uit de woestijn Sinaï, waar zij voor nu, op 10 dagen na, een jaar geleden, waren aangekomen (Exodus. 19:1); en de wolk bleef, na als standplaatsen Thab-éra met de lustgraven (hoofdstuk 11:3,34), Hazeroth (hoofdstuk 11:35) en enige andere plaatsen (hoofdstuk 33:18 vv.) aangedaan te hebben, eindelijk te Kades in de woestijn Paran (zie “Nu 12.16).
Alzo togen zij, en wel degenen, die hun legerafdeling tegen het oosten hadden (hoofdstuk 2:3-9), voorop, alzo togen zij eerst op, op het geklank van de heilige trompetten, naar de mond van de HEERE, door de hand van Mozes.
Want allereerst toog op de banier van het leger van de kinderen van Juda naar hun legers, uitmakende een getal van 74.600 strijdbare mannen, en over dit leger was Nahesson, de zoon van Amminadab.
En over het, tot dezelfde banier behorende leger van de stam van de kinderen van Issaschar, bedragende 54.400 man, was Nethaneël, de zoon van Zuhar.
En over het, eveneens tot de banier van Juda behorende leger van de stam van de kinderen van Zebulon, die 57.400 man sterk waren, was Eliab de zoon van Helon; zodat onder deze banier, die het zinnebeeld van een leeuw voerde, een gezamenlijk getal van 186.400 mannen optrok.
Toen de banier van Juda voortgetrokken was, werd de tabernakel afgenomen, de voorhofsbekleedselen, het voorste voorhangsel van de tabernakel en zijn 4 dekkleden werden opgerold, en de pilaren, onderlagen en planken met hun richels werden uit elkaar gezet, en de zonen van Gerson en de zonen van Merari trokken op, dragende of vervoerende, namelijk met de 6 wagens (hoofdstuk 7:3 vv.), de tabernakel, terwijl de zonen van Gerson daarbij voor de 4 dekkleden enz. (hoofdstuk 4:25 vv.), en de zonen van Merari voor de planken enz. (hoofdstuk 7:31 vv.) zorg droegen.
Daarna, bij het tweede geklank van de zilveren trompetten, toog op de banier van het, naar de zuidzijde gelegerde, leger van Ruben naar hun legers; en over dit leger van 46.500 man was Elizur, de zoon van Sedéür.
En over het leger van de stam van de kinderen van Simeon, tot diezelfde banier behorende, wier zinnebeeld een mensenhoofd was en wier getal 59.300 bedroeg, was Selûmiël, de zoon van Zurísaddai.
En over het heer van de stam van de kinderen van Gad, behorende evenzo tot de banier van Ruben, en 45.650 man sterk, zodat de tweede legerafdeling, die de Gersonieten en Merarieten volgde, in het geheel 151.450 man bedroeg, wasEljasaf, de zoon van Dehuël.
Toen trokken op de Kahathieten (hoofdstuk 2:17), dragende met hun schouders, op draagbaren het heiligdom, het rook- en brandofferaltaar, de gouden kandelaar, de tafel van de toonbroden en het koperen wasvat (hoofdstuk 4:15) en de anderen, namelijk de achter de banier van Juda volgende Gersonieten en Merarieten (vs.17) richtten, als zij op een nieuwe legerplaats waren aangekomen, aanstonds de tabernakel, grondslagen, planken, stijlen enz. op, en bekleedden die met de behangselen, voorhangsels en dekkleden tegen dat deze, de Kahathieten met de heiligegereedschappen, kwamen, opdat deze zonder oponthoud, de heilige voorwerpen op hun plaats konden zetten.
Daarna, bij het derde geklank van de zilveren trompetten, trok op de, naar de westzijde gelegerde (hoofdstuk 2:18-24) banier van het leger van de kinderen van Efraïm, dat een stier tot zinnebeeld had, naar hun legers, die tezamen 108.100 man uitmaakten; en over dit leger (nl. Efraïm), dat op zichzelf 40.500 telde, was Elisama, de zoon van Ammihud.
En over het leger van de, tot voornoemde banier behorende, stam van de kinderen van Manasse, 32.200 man in getal, was Gamaliël, de zoon van Pedazur.
En over het leger van de stam van de kinderen van Benjamin, die 35.400 man telde en mede tot de banier van Efraïm behoorde, was Abidan, de zoon van Gideóni.
Toen, nadat de trompetten zich voor de vierde maal hadden laten horen, trok op de, 157.600 man sterke banier, die een adelaar tot zinnebeeld had, de banier van het noordelijk geplaatste (hoofdstuk 2:25-31) leger van de kinderen van Dan, samen sluitende of besluitende alzo, daar dit, volgens hoofdstuk 2:31 het laatst optrok, al de legers naar hun heren; en over dit leger, dat 62.700 man telde, was Ahiëzer, de zoon van Ammisaddai.
En over het leger van de, tot de banier van Dan behorende stam van de kinderen van Aser, die 41.500 man bedroegen, was Pagiël, de zoon van Ochran.
En over het leger van de stam van de kinderen van Nafthali, die, onder dezelfde banier geschaard, 53.400 man telde, was Ahira, de zoon van Enan.
Dit en naar deze, door de Heere zelf bepaalde rangorde ingericht, waren de tochten van de kinderen van Israël, naar hun legers, die een gezamenlijk getal aan 603.550 strijdbare mannen uitmaakten (hoofdstuk 2:32),dit waren hun tochten als zij reisden, waarbij dus de door de wolk geleide Verbondsark voorop ging, en de heilige gereedschappen met de heilige personen in het midden waren.
Mozes nu zei 1) nog, voordat de zo-even beschreven optocht aanving, tot Hobab, de zoon van Rehuël of Jethro (Exodus. 3:1), de Midianiet, de schoonvader van Mozes, die hem wellicht zijn vrouw en zijn beide zonen bij de Horeb gebracht had (Exodus. 18), of in elk geval ook daarheen gekomen en vanaf die tijd bij Mozes gebleven was: wij reizen nu naar die plaats, naar het land Kanaän, van welke plaats de HEERE gezegd heeft: Ik zal u die geven! zo ga gij, die nu al geruime tijd bij ons geweest zijt, met ons en wij zullen u wel doen, 2) door u deel te geven aan al de zegeningen die wij te wachten hebben; want deHEERE heeft over Israël het goede gesproken, 3) Hij heeft het heerlijke beloften gedaan.
Het is duidelijk, dat dit gesprek heeft plaats gehad, voordat het leger van de Sinaï optrok. Daar het echter een zaak was van minder belang voor Israëls geschiedenis in het algemeen, wordt dit verhaal hier tussenin geschoven. Het wordt aan de andere zijde opzettelijk vermeld, omdat, zoals uit vs.31 blijkt, Israël er voor de woestijnreis wel belang bij had, dat Hobab mede optrok.
Deze zijn de gevoelens van ieder kind van God. Wanneer een ziel tot Jezus gebracht is, gewassen in Zijn bloed en staande in Zijn gerechtigheid, dan wordt hij gedreven door twee dingen: ten eerste: dat hij nu op reis is naar een goed land, zijn zonden zijn uitgedelgd, de Heilige Geest woont in hem, God is zijn leidsman, de hemel ligt voor hem; ten tweede: hij wenst, dat allen, die hij lief heeft, met hem meegaan.
Heerlijk spreekt hier Mozes’ geloof zich uit. Hij is er vast van overtuigd, dat Israël Kanaän zal bereiken, omdat al wat de Heere gesproken heeft, zeker zal vervuld worden.
Doch hij, Hobab, zei tot hem, Mozes: ik zal niet met u gaan, maar ik zal naar mijn land, in het zuiden van het Sinaïtische schiereiland (zie “Ex 2.15) en naar mijn familie gaan. 1)
Men zou denken, dat hij, die zoveel van de bijzondere aanwezigheid van de Heere bij Israël, zoals ook de hoogstbewonderingswaardige tekenen van Zijn gunst, omtrent hen, gezien had, geen opwekking zou nodig gehad hebben, om met hen te gaan; en nochthans wees hij Mozes’ vriendelijk en ernstig verzoek hiervoor van de hand, zijnde zijn weigering naar alle schijn toe te schrijven aan een al te grote genegenheid, die hij had voor zijn land en familie, welke zucht, die de mens natuurlijk eigen is, niet, zoals men had mogen verwachten, in hem was verflauwd of verkleind geworden, door een gelovige hoe schatting en omhelzing van de belofte van de Heere, en door een overheersende liefde tot de Verbondszegen.
En hij, Mozes, zei: verlaat ons toch niet; want omdat gij weet, dat wij ons legeren moeten in de woestijn, zo zult gij, die door uw tochten hier bekend zijt met detreken, welke wij hebben door te trekken, ons tot ogen, 1) d.i. tot gids, zijn (Job 29:15).
Tot ogen zijn. Hiermee doet Mozes in niets te kort aan de Voorzienige leiding van de Heere God. Mozes weet het, dat de Heere niet alleen voorgaat in de wolk- en vuurkolom, maar ook de richting aanwijst. Wat hij van Hobab wil, is, dat deze, als bekend met en in de woestijn, hem en het volk zal wijzen op de bronnen en op de weideplaatsen, die zich hier en daar bevinden, wanneer God door de wolk het sein heeft gegeven, dat het volk zich een tijd zou legeren. Calvijn vertaalt, doch o.i. ten onrechte, tot ogen geweest zijt. Mozes zou dan Hobab willen zeggen, dat hij straks in Kanaän zou beloond worden, voor hetgeen hij ten behoeve van Israël had gedaan, voordat de tabernakel was opgericht.
Uit Richteren. 1:16 blijkt, dat Hobab zich heeft laten overreden, omdat aldaar gemeld wordt, dat de nakomelingen van Mozes’ schoonvader met de kinderen van Juda uit de Palmstad optogen naar de woestijn van Juda (Richteren. 4:11; 1 Samuel. 15:6; 27:10).
En het zal geschieden, als gij met ons zult gaan, en het goede geschieden zal, waarmee de HEERE naar Zijn belofte, die zeker vervuld worden zal, bij ons weldoen zal, dat wij, uit dankbaarheid voor uw trouwe diensten, u ook weldoen zullen, 1) en u geheel als een lid van ons volk zullen behandelen. Hierop nu bewilligde Hobab.
Wel had Israël in het algemeen de, in de wolk aanwezige, Heere zelf tot aanvoerder; hiermee werd evenwel menselijke raad en bijstand, (die toch ook, zo ze slechts goed zijn, van God komen) geenszins uitgesloten.
Zij, die naast God, Israël in hun ongemakken en moeiten deel nemen, zullen evenzo deel hebben in hun vertroosting en eer. Met Gods volk in de woestijn van deze wereld eenzelfde lot ondergaande, zo zullen ook zij eenzelfde lot met hen hebben in het hemels Kanaän. Indien wij met Christus blijven in Zijn verzoekingen, zo zullen wij ook met Hem zegepralen en heersen (Luk.22:28,29)
Zoals in vs.28 gezegd is, trokken zij, de kinderen van Israël, drie dagreizen van de berg van de HEERE, Sinaï; op welke tochten zij slechts hier en daar uitrustten, maar nergens hun leger mochten opslaan; en de Ark van het Verbond 1) van de HEERE, welke door de Kahathieten gedragen werd, reisde, volgens de aanwijzing van de daarboven zwevende wolk, voor hun aangezicht drie dagreizen, om voor hen een rustplaats uit te speuren, 2) waar zij dan naar de wil van de Heere, een langere tijd zouden kunnen blijven.
Ark van het Verbond. Niet Ark van de Getuigenis, naar de wet die er in lag, maar Ark van het Verbond, naar haar betekenis voor het Israëlitische volk, omdat het een Verbondsvolk was van Jehova.
De Arke van het Verbond, zinnebeeld van de aanwezigheid van de Heere, wordt hier gezegd een rustplaats uit te speuren. Uitspeuren is een verouderd woord en betekent: bespieden, afloeren. De betekenis is deze, dat de wolk als boven de Ark van het Verbond in de eerste plaats zwevende, Israël de plek aanwees waar zij moesten halt houden. Op hen. Dit behoeft niet aan te duiden, dat de wolk zich over het gehele leger uitbreidde. Met kan ook in deze betekenis worden opgevat, dat het volk de beschermende leiding van de Heere ondervond.
En de wolk van de HEERE, die als geleidster boven de Ark zweefde en de weg wees, die men moest inslaan, was overdag over hen, 1) als zij uit het leger vertrokken, en was alzo niet alleen hoven de Ark, maar breidde zichtevens over geheel het volk, dat de Ark volgde, als een beschuttend dak, (Psalm. 105:39) uit, van de dag af, dat zij de legerplaats verlieten, en beschermde hen op geheel hun verdere reis.
Het schijnt, dat de wolkkolom voornamelijk boven de Ark van het Verbond zweefde en met deze voorttrok. Tegelijkertijd breidde zij zich ook beschermend over het leger uit. Evenzo kan men ook aannemen, dat de vuurkolom ‘s nachts een lichtglans over het leger deed uitstralen, zodat ook deze voor Israël niet alleen een geleidend teken, maar ook een licht was op hun weg.
Het geschiedde nu in het optrekken van de Ark, als zij, bij het verlaten aan een rustplaats, zich wederom in beweging zetten, dat Mozes, in dichterlijke, door deHeilige Geest hem ingegeven woorden, zei: Sta op HEERE en trek als Voorvechter Uw leger vooruit, en laat Uw vijanden verstrooid worden en Uw haters van Uw aangezicht vluchten, 1) opdat Israël overwinnend en zonder oponthoud tot het doel van zijn roeping komt!
Zo sprak hij echter niet met het oog op de vijanden, die de Israëlieten in de woestijn konden tegen houden, maar met het oog van het geloof gericht op de bestemming van Israël, om in de God vijandige wereld voor de zaak van de Heere te strijden en Zijn rijk op aarde te grondvesten. Dat is geen werk voor mensen, daartoe moest de Almachtige God voor Zijn volk heentrekken en Zijn vijanden verstrooien. De eis aan God, om dat te doen, is uitdrukking van een sterk toeverzicht van het geloof; een bede, die van de verhoring zeker is, en voor Israël het wachtwoord, om als Gemeente van God, te allen tijde de strijd tegen de macht en het geweld van een geheel vijandelijke wereld te strijden. In deze zin heeft David ook deze woorden (Psalm. 68:2) zichzelf en zijn tijdgenoten als zegen aanbrengende banier voorgehouden, “opdat hij het geloofsvertrouwen van de Kerk zou wapenen en met moed vervullen tegen de hevige aanvallen van de vijanden”
En als zij, de Ark, na het afleggen van een enigszins aangeven weg, die de wolk aanwees, rustte, of weer stilhield, dan zei hij: Kom weer HEERE! tot de tienduizenden van de duizenden van Israël, laat nu af van verder voor ons uit te trekken en leger U weer als Beschermer in het midden van Uw volk.
Welke richting van de Sinaï af door de kinderen van Israël, naar de aanwijzing van de wolkkolom werd ingeslagen, om tot de woestijn Paran, het doel van hun huidige tocht (vs.12) te komen, wordt hier met geen enkel woord aangeduid. Wel echter wordt (Deuteronomium. 5:1 vv.) (alwaar Mozes in zijn reden, die hij in de velden van Moab tot Israël hield, zich aan de wetgeving op Sinaï aansluit, om haar na de tussenliggende 38« jaren het volk nog eens nadrukkelijk in te scherpen, en waar hij uitdrukkelijk op de plaatselijke samenhang van het tegenwoordige met het toenmalige oord wijst, Disahab genoemd, als de laatste, dicht bij de Sinaï gelegen plaats. Deze is, volgens alle nieuwere onderzoekingen. dezelfde met het tegenwoordige Dahab, een plaats aan de Elanitische golf, waar zich thans slechts een oude bron, met een zeker aantal dadelbomen en een Arabische legerplaats bevindt. De weg van de Sinaï tot daartoe beloopt ongeveer 15 uur, hetgeen met de drie dagreizen in dit hoofdstuk zeer wel overeenkomt. Overigens bevinden zich aldaar ongeveer een duizend hopen van onregelmatig samenliggende stenen, die alle kentekenen dragen, dat ze eens zijn verenigd geweest. Geen van deze hopen is meer dan 5 voet hoog. De Arabieren noemen ze Kuber en Nassara, of graven van de Christenen; deze laatsten naam geven zij namelijk aan alle volken, die vóór de invoering van de Islam in hun land woonden.
Hoe zal in deze eenzaamheid (Laborde vond op zijn reis omstreeks 1820, aldaar slechts 4 arme Arabieren), ver van alle handelswegen, wellicht een van de oudste gedenktekenen gebleven zijn? Zullen hier de lustgraven wezen, die (hoofdstuk 11:34) vermeld worden, en onder die stenen de gebeenten begraven liggen van zoveel Israëlieten, die daar omkwamen?
Een gebed van geloof werd door Mozes uitgesproken, wanneer Israël de tocht aanvaardde of staakte, en in dit gebed, als een gebed van geloof, op de lippen van de Middelaar van het Oude Verbond, lag voor het volk zowel een bemoediging, als een herinnering aan zijn algehele afhankelijkheid van God.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel