Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Als nu de zevende maand aankwam, en de kinderen Israels in hun steden waren,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Als nu de zevende maand aankwam, en de kinderen IsraelsH3478 in hun steden waren,Als nu de zevende maand aankwam, en de kinderen Israels in hun steden waren,
KJVAnd all the people3gathered themselves together1as one5man4into the street7that was before9the water11gate;10and they spake12unto Ezra13the scribe14to bring15the book17of the law18of Moses,19which the LORD22had commanded21to Israel.
1וַיֵּשְׁב֣וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry2הַכֹּהֲנִ֣יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer3וְהַלְוִיִּ֡םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite4וְהַשּׁוֹעֲרִים֩H7778poortiers, poortierdoorkeeper, porter5וְהַמְשֹׁרְרִ֨יםH7891zangers, zingen, Zingtbehold (by mistake for H7789 (שׁוּר)), sing(-er, -ing man, -ing woman)6וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with7הָעָ֧םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8וְהַנְּתִינִ֛יםH5411NethinimNethinims9וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11בְּעָרֵיהֶ֑םH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town12וַיִּגַּע֙H5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch13הַחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon14הַשְּׁבִיעִ֔יH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)15וּבְנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael17בְּעָרֵיהֶֽםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town
2Zo verzamelde zich al het volk als een enig man op de straat voor de Waterpoort; en zij zeiden tot Ezra, den schriftgeleerde, dat hij het boek der wet van Mozes zou halen, die de HEERE Israel geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Zo verzamelde zich al het volk als een enig manH376 op de straat voorH6440 de Waterpoort; en zij zeiden totH5704EzraH5830, den schriftgeleerde, dat hij het boek der wetH8451 van Mozes zou halen, die de HEERE Israel geboden had.Zo verzamelde zich al het volk als een enig man op de straat voor de Waterpoort; en zij zeiden tot Ezra, den schriftgeleerde, dat hij het boek der wet van Mozes zou halen, die de HEERE Israel geboden had.
Ook in dit vers
enigH259
zeidenH559
verzameldeH622
halenH935
WaterpoortH4325
MozesH4872
schriftgeleerdeH5608
boekH5612
volkH5971
gebodenH6680
straatH7339
HEEREH3068
KJVAnd Ezra2the priest3brought1the law5before6the congregation7both of men8and women,10and all that could hear13with understanding,12upon the first15day14of the seventh17month.
1וַיֵּאָסְפ֤וּH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw2כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הָעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4כְּאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5אֶחָ֔דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הָ֣רְח֔וֹבH7339straten, straat, wijkenbroad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב)8אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10שַֽׁעַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)11הַמָּ֑יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))12וַיֹּֽאמְרוּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13לְעֶזְרָ֣אH5830EzraEzra14הַסֹּפֵ֔רH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer15לְהָבִ֗יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17סֵ֨פֶר֙H5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll18תּוֹרַ֣תH8451wet, wetten, leerlaw19מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses20אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order22יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)23אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
3En Ezra, de priester, bracht de wet voor de gemeente, beiden mannen en vrouwen, en allen, die verstandig waren om te horen, op den eersten dag der zevende maand.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En Ezra, de priester, bracht de wetH8451voorH6440 de gemeente, beiden mannenH582 en vrouwenH802, en allenH3605, dieH834verstandigH995 waren om te horen, op den eersten dagH3117 der zevende maand.En Ezra, de priester, bracht de wet voor de gemeente, beiden mannen en vrouwen, en allen, die verstandig waren om te horen, op den eersten dag der zevende maand.
Ook in dit vers
manH376
EzraH5830
eerstenH259
brachtH935
maandH2320
priesterH3548
gemeenteH6951
zevendeH7637
horenH8085
KJVAnd he read1therein before3the street4that was before6the water8gate7from the morning10until midday,12before the menand the women,16and those that could understand;17and the ears18of all the people20were attentive unto the book22of the law.
1וַיָּבִ֣יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2עֶזְרָ֣אH5830EzraEzra3הַ֠כֹּהֵןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַתּוֹרָ֞הH8451wet, wetten, leerlaw6לִפְנֵ֤יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7הַקָּהָל֙H6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude8מֵאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10אִשָּׁ֔הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English11וְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12מֵבִ֣יןH995verstaan, verstandig, verstaatattend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man)13לִשְׁמֹ֑עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness14בְּי֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger15אֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,16לַחֹ֥דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon17הַשְּׁבִיעִֽיH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
4En hij las daarin voor de straat, die voor de Waterpoort is, van het morgen licht aan tot op den middag, voor de mannen en vrouwen, en de verstandigen; en de oren des gansen volks waren naar het wetboek.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En hij las daarin voor de straat, dieH834 voor de Waterpoort is, van het morgen licht aan tot op den middag, voor de mannen en vrouwen, en de verstandigen; en de oren des gansen volks waren naar het wetboek.En hij las daarin voor de straat, die voor de Waterpoort is, van het morgen licht aan tot op den middag, voor de mannen en vrouwen, en de verstandigen; en de oren des gansen volks waren naar het wetboek.
Ook in dit vers
wetH8451
vrouwenH802
verstandigH995
dagH3117
beidenH4480
lichtH216
orenH241
middagH4276
WaterpoortH4325
wetboekH5612
volksH5971
lasH7121
straatH7339
KJVAnd Ezra2the scribe3stood1upon a pulpit5of wood,6which they had made8for the purpose;9and beside11him stood10Mattithiah,12and Shema,13and Anaiah,14and Urijah,15and Hilkiah,16and Maaseiah,17on his right hand;19and on his left hand,20Pedaiah,21and Mishael,22and Malchiah,23and Hashum,24and Hashbadana,25Zechariah,26and Meshullam.
1וַיִּקְרָאH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2בוֹ֩3לִפְנֵ֨יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4הָרְח֜וֹבH7339straten, straat, wijkenbroad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב)5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7שַֽׁעַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)8הַמַּ֗יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))9מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with10הָאוֹר֙H216licht, Licht, lichtenbright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun11עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet12מַחֲצִ֣יתH4276helft, half, halvenhalf (so much), mid(-day)13הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14נֶ֛גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view15הָאֲנָשִׁ֥יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)16וְהַנָּשִׁ֖יםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English17וְהַמְּבִינִ֑יםH995verstaan, verstandig, verstaatattend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man)18וְאָזְנֵ֥יH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show19כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)20הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people21אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)22סֵ֥פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll23הַתּוֹרָֽהH8451wet, wetten, leerlaw
5En Ezra, de schriftgeleerde, stond op een hogen houten stoel, dien zij tot die zaak gemaakt hadden, en nevens hem stond Mattithja, en Sema, en Anaja, en Uria, en Hilkia, en Maaseja, aan zijn rechterhand; en aan zijn linkerhand Pedaja, en Misael, en Malchia, en Hasum, en Hasbaddana, Zacharja en Mesullam.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En EzraH5830, de schriftgeleerde, stondH5975opH5921 een hogen houten stoel, dien zijH1961 tot die zaak gemaakt hadden, en nevens hem stond Mattithja, en Sema, en Anaja, en Uria, en Hilkia, en Maaseja, aan zijn rechterhand; en aan zijn linkerhand Pedaja, en Misael, en Malchia, en Hasum, en Hasbaddana, Zacharja en Mesullam.En Ezra, de schriftgeleerde, stond op een hogen houten stoel, dien zij tot die zaak gemaakt hadden, en nevens hem stond Mattithja, en Sema, en Anaja, en Uria, en Hilkia, en Maaseja, aan zijn rechterhand; en aan zijn linkerhand Pedaja, en Misael, en Malchia, en Hasum, en Hasbaddana, Zacharja en Mesullam.
Ook in dit vers
UriaH223
zaakH1697
ZacharjaH2148
HilkiaH2518
HasbaddanaH2806
HasumH2828
rechterhandH3225
stoelH4026
MisaelH4332
MalchiaH4441
MaasejaH4641
MesullamH4918
MattithjaH4993
schriftgeleerdeH5608
stondH5975
AnajaH6043
houtenH6086
PedajaH6305
linkerhandH8040
SemaH8087
KJVAnd Ezra2opened1the book3in the sight4of all the people;6(for he was above all the people;)10and when he opened12it, all the people15stood up:
1וַֽיַּעֲמֹ֞דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry2עֶזְרָ֣אH5830EzraEzra3הַסֹּפֵ֗רH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer4עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5מִגְדַּלH4026toren, torens, Bakoventorencastle, flower, tower. Compare the names following6עֵץ֮H6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood7אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8עָשׂ֣וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9לַדָּבָר֒H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work10וַיַּֽעֲמֹ֣דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry11אֶצְל֡וֹH681bij, naast, nevensat, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל)12מַתִּתְיָ֡הH4993MattithjaMattithiah. n13וְשֶׁ֡מַעH8087SemaShema14וַ֠עֲנָיָהH6043AnajaAnaiah15וְאוּרִיָּ֧הH223UriaUriah, Urijah16וְחִלְקִיָּ֛הH2518Hilkia, HilkijaHillkiah17וּמַעֲשֵׂיָ֖הH4641Maaseja, MahasejaMaaseiah18עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19יְמִינ֑וֹH3225rechterhand, rechter, rechterschouder[phrase] left-handed, right (hand, side), south20וּמִשְּׂמֹאל֗וֹH8040linkerhand, linkerzijde, linkerleft (hand, side)21פְּ֠דָיָהH6305PedajaPedaiah22וּמִֽישָׁאֵ֧לH4332MisaelMishael23וּמַלְכִּיָּ֛הH4441Malchia, MalchijaMalchiah, Malchijah24וְחָשֻׁ֥םH2828Hasum, HassumHashum25וְחַשְׁבַּדָּ֖נָהH2806HasbaddanaHasbadana26זְכַרְיָ֥הH2148Zacharia, Zecharja, ZacharjaZachariah, Zechariah27מְשֻׁלָּֽםH4918MesullamMeshullam
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
6En Ezra opende het boek voor de ogen des gansen volks, want hij was boven al het volk; en als hij het opende, stond al het volk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En EzraH5830 opende het boek voor de ogen des gansen volks, want hij was boven alH3605 het volkH5971; en als hij het opende, stond al het volkH776.En Ezra opende het boek voor de ogen des gansen volks, want hij was boven al het volk; en als hij het opende, stond al het volk.
Ook in dit vers
stondH5975
gansenH3605
boekH5612
ogenH5869
volkH5971
volkH5971
opendeH6605
opendeH6605
KJVAnd Ezra2blessed1the LORD,4the great6God.5And all the people9answered,7Amen,10Amen,11with lifting up12their hands:13and they bowed14their heads, and worshipped15the LORD16with their faces17to the ground.
1וַיִּפְתַּ֨חH6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent2עֶזְרָ֤אH5830EzraEzra3הַסֵּ֨פֶר֙H5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll4לְעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)5כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8מֵעַ֥לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people11הָיָ֑הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12וּכְפִתְח֖וֹH6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent13עָֽמְד֥וּH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry14כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15הָעָֽםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
7En Ezra loofde den HEERE, den groten God; en al het volk antwoordde: Amen, amen! met opheffing hunner handen, en neigden zich, en aanbaden den HEERE, met de aangezichten ter aarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En Ezra loofde den HEERE, den groten God; en al het volkH5971 antwoordde: Amen, amen! met opheffing hunner handen, en neigden zich, en aanbaden den HEERE, met de aangezichten ter aarde.En Ezra loofde den HEERE, den groten God; en al het volk antwoordde: Amen, amen! met opheffing hunner handen, en neigden zich, en aanbaden den HEERE, met de aangezichten ter aarde.
Ook in dit vers
EzraH5830
GodH430
AmenH543
amenH543
aangezichtenH639
loofdeH1288
handenH3027
opheffingH4607
antwoorddeH6030
neigdenH6915
aanbadenH7812
HEEREH3068
HEEREH3068
KJVAlso Jeshua,1and Bani,2and Sherebiah,3Jamin,4Akkub,5Shabbethai,6Hodijah,7Maaseiah,8Kelita,9Azariah,10Jozabad,11Hanan,12Pelaiah,13and the Levites,14caused the people17to understand15the law:18and the people19stood in their place.
1וַיְבָ֣רֶךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank2עֶזְרָ֔אH5830EzraEzra3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5הָאֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6הַגָּד֑וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very7וַיַּֽעֲנ֨וּH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)8כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9הָעָ֜םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10אָמֵ֤ןH543Amen, amen, waarheidAmen, so be it, truth11אָמֵן֙H543Amen, amen, waarheidAmen, so be it, truth12בְּמֹ֣עַלH4607opheffinglifting up13יְדֵיהֶ֔םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves14וַיִּקְּד֧וּH6915neigde, neigde hoofd, boogbow (down) (the) head, stoop15וַיִּשְׁתַּחֲוֻּ֛H7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship16לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17אַפַּ֥יִםH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath18אָֽרְצָהH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
8Jesua nu, en Bani, en Serebja, Jamin, Akkub, Sabbethai, Hodia, Maaseja, Kelita, Azaria, Jozabad, Hanan, Pelaja, en de Levieten onderwezen het volk in de wet. En het volk stond op zijn standplaats.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Jesua nu, en Bani, en Serebja, Jamin, Akkub, Sabbethai, Hodia, Maaseja, Kelita, Azaria, Jozabad, Hanan, Pelaja, en de Levieten onderwezenH995 het volk in de wetH8451. En het volk stond op zijn standplaats.Jesua nu, en Bani, en Serebja, Jamin, Akkub, Sabbethai, Hodia, Maaseja, Kelita, Azaria, Jozabad, Hanan, Pelaja, en de Levieten onderwezen het volk in de wet. En het volk stond op zijn standplaats.
Ook in dit vers
volksH5971
BaniH1137
HodiaH1941
HananH2605
JozabadH3107
JaminH3226
JesuaH3442
LevietenH3881
MaasejaH4641
AzariaH5838
stondH5921
volkH5971
standplaatsH5977
AkkubH6126
PelajaH6411
KelitaH7042
SabbethaiH7678
SerebjaH8274
KJVSo they read1in the book2in the law3of God4distinctly,5and gave6the sense,7and caused them to understand8the reading.
1וְיֵשׁ֡וּעַH3442Jesua, Jesua-joabJeshua2וּבָנִ֡יH1137BaniBani3וְשֵׁרֵ֥בְיָ֣הH8274SerebjaSherebiah4יָמִ֡יןH3226JaminJamin. See also H1144 (בִּנְיָמִין)5עַקּ֡וּבH6126AkkubAkkub6שַׁבְּתַ֣יH7678SabbethaiShabbethai7הֽוֹדִיָּ֡הH1941HodiaHodijah8מַעֲשֵׂיָ֡הH4641Maaseja, MahasejaMaaseiah9קְלִיטָ֣אH7042KelitaKelita10עֲזַרְיָה֩H5838Azaria, Azarja, AzarjahuAzariah11יוֹזָבָ֨דH3107JozabadJosabad, Jozabad12חָנָ֤ןH2605HananCanan13פְּלָאיָה֙H6411PelajaPelaiah14וְהַלְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite15מְבִינִ֥יםH995verstaan, verstandig, verstaatattend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man)16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people18לַתּוֹרָ֑הH8451wet, wetten, leerlaw19וְהָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people20עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21עָמְדָֽםH5977standplaats, stand, stondplace, ([phrase] where) stood, upright
9En zij lazen in het boek, in de wet Gods, duidelijk; en den zin verklarende, zo maakten zij, dat men het verstond in het lezen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En zij lazen in het boek, in de wetH8451GodsH430, duidelijk; en den zin verklarende, zo maakten zij, dat men het verstondH995 in het lezen.En zij lazen in het boek, in de wet Gods, duidelijk; en den zin verklarende, zo maakten zij, dat men het verstond in het lezen.
Ook in dit vers
lezenH4744
boekH5612
duidelijkH6567
lazenH7121
verklarendeH7760
zinH7922
KJVAnd Nehemiah,2which is the Tirshatha,4and Ezra5the priest6the scribe,7and the Levites8that taught9the people,11said1unto all the people,13This day14is holy15unto the LORD17your God;18mourn20not, nor weep.22For all the people26wept,24when they heard27the words29of the law.
10En Nehemia (dezelve is Hattirsatha) en Ezra, de priester, de schriftgeleerde, en de Levieten, die het volk onderwezen, zeiden tot al het volk: Deze dag is den HEERE, uw God, heilig; bedrijft dan geen rouw, en weent niet; want al het volk weende, als zij de woorden der wet hoorden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En Nehemia (dezelve is Hattirsatha) en Ezra, de priester, de schriftgeleerde, en de Levieten, die het volk onderwezen, zeidenH559 tot al hetH1931 volk: Deze dagH3117 is den HEEREH113, uw GodH136, heiligH6918; bedrijft dan geen rouw, en weent niet; want al het volk weende, als zij de woorden der wet hoorden.En Nehemia (dezelve is Hattirsatha) en Ezra, de priester, de schriftgeleerde, en de Levieten, die het volk onderwezen, zeiden tot al het volk: Deze dag is den HEERE, uw God, heilig; bedrijft dan geen rouw, en weent niet; want al het volk weende, als zij de woorden der wet hoorden.
Ook in dit vers
HEEREH3068
volkH5971
onderwezenH995
wetH8451
GodsH430
rouwH56
bedrijftH408
weendeH1058
weentH1058
woordenH1697
priesterH3548
LevietenH3881
NehemiaH5166
schriftgeleerdeH5608
EzraH5830
volkH5971
volkH5971
hoordenH8085
KJVThen he said1unto them, Go your way,3eat4the fat,5and drink6the sweet,7and send8portions9unto them for whom nothing is prepared:11for this day15is holy14unto our Lord:neither be ye sorry;18for the joy20of the LORD21is your strength.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2נְחֶמְיָ֣הH5166NehemiaNehemiah3ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4הַתִּרְשָׁ֡תָאH8660HattirsathaTirshatha5וְעֶזְרָ֣אH5830EzraEzra6הַכֹּהֵ֣ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer7הַסֹּפֵ֡רH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer8וְהַלְוִיִּם֩H3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite9הַמְּבִינִ֨יםH995verstaan, verstandig, verstaatattend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man)10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הָעָ֜םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13הָעָ֗םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14הַיּ֤וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger15קָדֹֽשׁH6918heilig, Heilige, heiligeholy (One), saint16הוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who17לַיהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18אֱלֹהֵיכֶ֔םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty19אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than20תִּֽתְאַבְּל֖וּH56rouw, treuren, treurtlament, mourn21וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than22תִּבְכּ֑וּH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep23כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet24בוֹכִים֙H1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep25כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)26הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people27כְּשָׁמְעָ֖םH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness28אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)29דִּבְרֵ֥יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work30הַתּוֹרָֽהH8451wet, wetten, leerlaw
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
11Voorts zeide hij tot hen: Gaat, eet het vette, en drinkt het zoete, en zendt delen dengenen, voor welken niets bereid is, want deze dag is onzen Heere heilig; zo bedroeft u niet, want de blijdschap des HEEREN, die is uw sterkte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Voorts zeideH559 hij tot hen: Gaat, eet het vette, en drinkt het zoete, en zendt delen dengenen, voor welken niets bereid is, wantH3588 deze dagH3117 is onzen Heere heiligH6918; zo bedroeftH6087 u nietH408, want de blijdschap des HEEREN, die is uw sterkte.Voorts zeide hij tot hen: Gaat, eet het vette, en drinkt het zoete, en zendt delen dengenen, voor welken niets bereid is, want deze dag is onzen Heere heilig; zo bedroeft u niet, want de blijdschap des HEEREN, die is uw sterkte.
Ook in dit vers
nietsH369
eetH398
blijdschapH2304
bereidH3559
zoeteH4477
delenH4490
sterkteH4581
vetteH4924
zendtH7971
drinktH8354
HEEREH3068
KJVSo the Levites1stilled2all the people,4saying,5Hold your peace,6for the day8is holy;9neither be ye grieved.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָהֶ֡ם3לְכוּ֩H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak4אִכְל֨וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite5מַשְׁמַנִּ֜יםH4924vettigheid, vetsten, vettefat (one, -ness, -test, -test place)6וּשְׁת֣וּH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)7מַֽמְתַקִּ֗יםH4477zoete, zoetigheid(most) sweet8וְשִׁלְח֤וּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)9מָנוֹת֙H4490delen, deel, delesuch things as belonged, part, portion10לְאֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)11נָכ֣וֹןH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed12ל֔וֹ13כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14קָד֥וֹשׁH6918heilig, Heilige, heiligeholy (One), saint15הַיּ֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger16לַאֲדֹנֵ֑ינוּH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord17וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than18תֵּ֣עָצֵ֔בוּH6087smart, bedroeft, bekommerddisplease, grieve, hurt, make, be sorry, vex, worship, wrest19כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet20חֶדְוַ֥תH2304blijdschap, vrolijkheidgladness, joy21יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)22הִ֥יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who23מָֽעֻזְּכֶֽםH4581sterkte, Sterkte, Sterkheidforce, fort(-ress), rock, strength(-en), ([idiom] most) strong (hold)
12En de Levieten stilden al het volk, zeggende: Zwijgt, want deze dag is heilig, daarom bedroeft u niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En de Levieten stilden alH3605 het volkH5971, zeggende: Zwijgt, wantH3588 deze dag is heilig, daarom bedroeft u niet.En de Levieten stilden al het volk, zeggende: Zwijgt, want deze dag is heilig, daarom bedroeft u niet.
Ook in dit vers
bedroeftH6087
ZwijgtH2013
stildenH2814
LevietenH3881
zeidenH559
dagH3117
heiligH6918
KJVAnd all the people3went their way1to eat,4and to drink,5and to send6portions,7and to make8great10mirth,9because they had understood12the words13that were declared
1וְהַלְוִיִּ֞םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite2מַחְשִׁ֤יםH2814zwijgen, stil, stilzwijgenhold peace, keep silence, be silent, (be) still3לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הָעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5לֵאמֹ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6הַ֔סּוּH2013Zwijg, Zwijgt, stildehold peace (tongue), (keep) silence, be silent, still7כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8הַיּ֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9קָדֹ֑שׁH6918heilig, Heilige, heiligeholy (One), saint10וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than11תֵּעָצֵֽבוּH6087smart, bedroeft, bekommerddisplease, grieve, hurt, make, be sorry, vex, worship, wrest
13Toen ging al het volk henen om te eten, en om te drinken, en om delen te zenden, en om grote blijdschap te maken; want zij hadden de woorden verstaan, die men hun had bekend gemaakt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Toen ging alH3605 het volkH5971 henen om te eten, en om te drinken, en om delen te zenden, en om grote blijdschap te maken; want zij hadden de woordenH1697verstaanH7919, die men hun had bekend gemaakt.Toen ging al het volk henen om te eten, en om te drinken, en om delen te zenden, en om grote blijdschap te maken; want zij hadden de woorden verstaan, die men hun had bekend gemaakt.
Ook in dit vers
etenH398
verstaanH995
bekendH3045
delenH4490
zendenH7971
blijdschapH8057
drinkenH8354
KJVAnd on the second2day1were gathered together3the chief4of the fathers5of all the people,7the priests,8and the Levites,9unto Ezra11the scribe,12even to understand13the words15of the law.
1וַיֵּלְכ֨וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הָעָ֜םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4לֶאֱכֹ֤לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite5וְלִשְׁתּוֹת֙H8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)6וּלְשַׁלַּ֣חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)7מָנ֔וֹתH4490delen, deel, delesuch things as belonged, part, portion8וְלַעֲשׂ֖וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9שִׂמְחָ֣הH8057blijdschap, vreugde, vrolijkheid[idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing)10גְדוֹלָ֑הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very11כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12הֵבִ֨ינוּ֙H995verstaan, verstandig, verstaatattend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man)13בַּדְּבָרִ֔יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work14אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15הוֹדִ֖יעוּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot16לָהֶֽם
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
14En des anderen daags verzamelden zich de hoofden der vaderen van het ganse volk, de priesters en de Levieten, tot Ezra, den schriftgeleerde, en dat, om verstand te bekomen in de woorden der wet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En des anderen daags verzamelden zich de hoofden der vaderen van het ganse volkH1121, de priesters en de Levieten, tot Ezra, den schriftgeleerde, en datH834, om verstand te bekomen in de woorden der wetH8451.En des anderen daags verzamelden zich de hoofden der vaderen van het ganse volk, de priesters en de Levieten, tot Ezra, den schriftgeleerde, en dat, om verstand te bekomen in de woorden der wet.
Ook in dit vers
woordenH1697
vaderenH1
verzameldenH622
daagsH3117
priestersH3548
LevietenH3881
schriftgeleerdeH5608
EzraH5830
hoofdenH7218
KJVAnd they found1written2in the law3which the LORD6had commanded5by7Moses,8that the children11of Israel12should dwell10in booths13in the feast14of the seventh16month:
1וּבַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הַשֵּׁנִ֡יH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)3נֶאֶסְפוּ֩H622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw4רָאשֵׁ֨יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top5הָאָב֜וֹתH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'6לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הָעָ֗םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8הַכֹּֽהֲנִים֙H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer9וְהַלְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11עֶזְרָ֖אH5830EzraEzra12הַסֹּפֵ֑רH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer13וּלְהַשְׂכִּ֖ילH7919verstandelijk, verstandig, verstaanconsider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15דִּבְרֵ֥יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work16הַתּוֹרָֽהH8451wet, wetten, leerlaw
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
15En zij vonden in de wet geschreven, dat de HEERE door de hand van Mozes geboden had, dat de kinderen Israels in loofhutten zouden wonen, op het feest in de zevende maand;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En zij vonden in de wet geschrevenH3789, dat de HEERE door de hand van Mozes geboden had, dat de kinderen Israels in loofhuttenH5521 zouden wonen, op het feest in de zevende maand;En zij vonden in de wet geschreven, dat de HEERE door de hand van Mozes geboden had, dat de kinderen Israels in loofhutten zouden wonen, op het feest in de zevende maand;
Ook in dit vers
wetH8451
feestH2282
maandH2320
handH3027
wonenH3427
IsraelsH3478
vondenH4672
MozesH4872
gebodenH6680
zevendeH7637
HEEREH3068
KJVAnd that they should publish2and proclaim3in all their cities,6and in Jerusalem,7saying,8Go forth9unto the mount,10and fetch11olive13branches,12and pine16branches,15and myrtle18branches,14and palm20branches,17and branches19of thick23trees,22to make24booths,25as it is written.
1וַֽיִּמְצְא֖וּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on2כָּת֣וּבH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)3בַּתּוֹרָ֑הH8451wet, wetten, leerlaw4אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5צִוָּ֤הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order6יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses9אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10יֵשְׁב֨וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry11בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12יִשְׂרָאֵ֧לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13בַּסֻּכּ֛וֹתH5521loofhutten, tenten, hutbooth, cottage, covert, pavilion, tabernacle, tent14בֶּחָ֖גH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity15בַּחֹ֥דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon16הַשְּׁבִיעִֽיH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)
16En dat zij het zouden luidbaar maken, en een stem laten doorgaan door al hun steden, en te Jeruzalem, zeggende: Gaat uit op het gebergte, en haalt takken van olijfbomen, en takken van andere olieachtige bomen, en takken van mirtebomen, en takken van palmbomen, en takken van andere dichte bomen, om loofhutten te maken, als er geschreven is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En dat zij het zouden luidbaar maken, en een stem laten doorgaan door al hun steden, en te Jeruzalem, zeggende: Gaat uit opH5921 het gebergte, en haalt takken van olijfbomen, en takken van andere olieachtige bomen, en takken van mirtebomen, en takken van palmbomen, en takken van andere dichte bomen, om loofhuttenH5521 te makenH6213, als er geschreven is.En dat zij het zouden luidbaar maken, en een stem laten doorgaan door al hun steden, en te Jeruzalem, zeggende: Gaat uit op het gebergte, en haalt takken van olijfbomen, en takken van andere olieachtige bomen, en takken van mirtebomen, en takken van palmbomen, en takken van andere dichte bomen, om loofhutten te maken, als er geschreven is.
Ook in dit vers
geschrevenH3789
zeggendeH559
haaltH935
mirtebomenH1918
gebergteH2022
olijfbomenH2132
JeruzalemH3389
doorgaanH5674
dichteH5687
stedenH5892
takkenH5929
takkenH5929
takkenH5929
takkenH5929
takkenH5929
bomenH6086
bomenH6086
stemH6963
olieachtigeH8081
luidbaarH8085
palmbomenH8558
KJVSo the people2went forth,1and brought3them, and made4themselves booths,6every one7upon the roof of his house,9and in their courts,10and in the courts11of the house12of God,13and in the street14of the water16gate,15and in the street17of the gate18of Ephraim.
1וַאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2יַשְׁמִ֗יעוּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3וְיַעֲבִ֨ירוּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath4ק֥וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell5בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6עָרֵיהֶם֮H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7וּבִירוּשָׁלִַ֣םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem8לֵאמֹר֒H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9צְא֣וּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter10הָהָ֗רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion11וְהָבִ֨יאוּ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12עֲלֵיH5929blad, takken, loofbranch, leaf13זַ֨יִת֙H2132olijfbomen, olijfboom, olijfgaardenolive (tree, -yard), Olivet14וַעֲלֵיH5929blad, takken, loofbranch, leaf15עֵ֣ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood16שֶׁ֔מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine17וַעֲלֵ֤יH5929blad, takken, loofbranch, leaf18הֲדַס֙H1918mirten, mirteboom, mirtebomenmyrtle (tree)19וַעֲלֵ֣יH5929blad, takken, loofbranch, leaf20תְמָרִ֔יםH8558palmboom, palmbomenpalm (tree)21וַעֲלֵ֖יH5929blad, takken, loofbranch, leaf22עֵ֣ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood23עָבֹ֑תH5687dichte, dichtthick24לַעֲשֹׂ֥תH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use25סֻכֹּ֖תH5521loofhutten, tenten, hutbooth, cottage, covert, pavilion, tabernacle, tent26כַּכָּתֽוּבH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
17Alzo ging het volk uit en haalden ze, en maakten zich loofhutten, een iegelijk op zijn dak, en in hun voorhoven, en in de voorhoven van Gods huis, en op de straat der Waterpoort, en op de straat van Efraimspoort.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17AlzoH3651 ging hetH1931volkH1121 uit en haalden ze, en maaktenH6213 zich loofhuttenH5521, een iegelijkH3605 op zijnH1961 dak, en in hun voorhoven, en in de voorhoven van Gods huis, en op de straat der Waterpoort, en op de straat van Efraimspoort.Alzo ging het volk uit en haalden ze, en maakten zich loofhutten, een iegelijk op zijn dak, en in hun voorhoven, en in de voorhoven van Gods huis, en op de straat der Waterpoort, en op de straat van Efraimspoort.
Ook in dit vers
GodsH430
haaldenH935
huisH1004
dakH1406
voorhovenH2691
voorhovenH2691
WaterpoortH4325
volkH5971
straatH7339
straatH7339
EfraimspoortH8179
KJVAnd all the congregation3of them that were come again4out of the captivity6made1booths,7and sat8under the booths:9for since the days13of Jeshua14the son15of Nun16unto that day21had not the children18of Israel19done so.12And there was very26great25gladness.
1וַיֵּצְא֣וּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2הָעָם֮H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3וַיָּבִיאוּ֒H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4וַיַּעֲשׂוּ֩H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5לָהֶ֨ם6סֻכּ֜וֹתH5521loofhutten, tenten, hutbooth, cottage, covert, pavilion, tabernacle, tent7אִ֤ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9גַּגּוֹ֙H1406dak, dakenroof (of the house), (house) top (of the house)10וּבְחַצְרֹ֣תֵיהֶ֔םH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village11וּבְחַצְר֖וֹתH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village12בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)13הָאֱלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14וּבִרְחוֹב֙H7339straten, straat, wijkenbroad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב)15שַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)16הַמַּ֔יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))17וּבִרְח֖וֹבH7339straten, straat, wijkenbroad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב)18שַׁ֥עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)19אֶפְרָֽיִםH669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
18En de ganse gemeente dergenen, die uit de gevangenis waren wedergekomen, maakten loofhutten, en woonden in die loofhutten; want de kinderen Israels hadden alzo niet gedaan sinds de dagen van Jesua, den zoon van Nun, tot op dezen dag toe; en er was zeer grote blijdschap.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En de ganse gemeente dergenen, die uit de gevangenis waren wedergekomen, maakten loofhutten, en woonden in die loofhutten; want de kinderen Israels hadden alzo niet gedaan sinds de dagenH3117 van Jesua, den zoon van Nun, tot op dezen dagH3117 toe; en er was zeer grote blijdschap.En de ganse gemeente dergenen, die uit de gevangenis waren wedergekomen, maakten loofhutten, en woonden in die loofhutten; want de kinderen Israels hadden alzo niet gedaan sinds de dagen van Jesua, den zoon van Nun, tot op dezen dag toe; en er was zeer grote blijdschap.
Ook in dit vers
zoonH1121
woondenH3427
JesuaH3442
IsraelsH3478
sindsH4480
NunH5126
loofhuttenH5521
gemeenteH6951
gevangenisH7628
wedergekomenH7725
blijdschapH8057
KJVAlso day5by day,6from the first9day8unto the last12day,11he read1in the book2of the law3of God.4And they kept13the feast14seven15days;16and on the eighth18day17was a solemn assembly,19according unto the manner.
1וַיַּֽעֲשׂ֣וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2כָֽלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הַ֠קָּהָלH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude4הַשָּׁבִ֨יםH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw5מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with6הַשְּׁבִ֥יH7628gevangenis, gevangenen, gevangenecaptive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken7סֻכּוֹת֮H5521loofhutten, tenten, hutbooth, cottage, covert, pavilion, tabernacle, tent8וַיֵּשְׁב֣וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry9בַסֻּכּוֹת֒H5521loofhutten, tenten, hutbooth, cottage, covert, pavilion, tabernacle, tent10כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12עָשׂ֡וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13מִימֵי֩H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14יֵשׁ֨וּעַH3442Jesua, Jesua-joabJeshua15בִּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16נ֥וּןH5126Nun, NonNon, Nun17כֵּן֙H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you18בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael20עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet21הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger22הַה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who23וַתְּהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use24שִׂמְחָ֖הH8057blijdschap, vreugde, vrolijkheid[idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing)25גְּדוֹלָ֥הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very26מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
19En men las in het wetboek Gods dag bij dag, van den eersten dag tot den laatsten dag. En zij hielden het feest zeven dagen, en op den achtsten dag den verbodsdag, naar het recht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En men lasH7121 in het wetboekH5612GodsH430dagH3117 bij dagH3117, van den eerstenH7223dagH3117totH5704 den laatstenH314dagH3117. En zij hieldenH6213 het feestH2282zevenH7651 dagen, en op den achtstenH8066 dag den verbodsdagH6116, naar het rechtH4941.En men las in het wetboek Gods dag bij dag, van den eersten dag tot den laatsten dag. En zij hielden het feest zeven dagen, en op den achtsten dag den verbodsdag, naar het recht.
Ook in dit vers
dagH3117
dagenH3117
1וַ֠יִּקְרָאH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2בְּסֵ֨פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll3תּוֹרַ֤תH8451wet, wetten, leerlaw4הָאֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5י֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6בְּי֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8הַיּוֹם֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9הָֽרִאשׁ֔וֹןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past10עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger12הָאַחֲר֑וֹןH314laatste, achterste, navolgendeafter (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most13וַיַּֽעֲשׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14חָג֙H2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity15שִׁבְעַ֣תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)16יָמִ֔יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger17וּבַיּ֧וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger18הַשְּׁמִינִ֛יH8066achtsten, achtsteeight19עֲצֶ֖רֶתH6116verbodsdag, verbods, hoop(solemn) assembly (meeting)20כַּמִּשְׁפָּֽטH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Nehemia 8:1— Als nu de zevende maand aankwam, en de kinderen Israels in hun steden waren,Ezra 7:6→Nehemia 3:26→2 Kronieken 34:15→Mattheüs 23:13→Ezra 3:1→Jeremia 8:8→Nehemia 12:37→Richteren 20:8→
Nehemia 8:2— Zo verzamelde zich al het volk als een enig man op de straat voor de Waterpoort; en zij zeiden tot Ezra, den schriftgeleerde, dat hij het boek der wet van Mozes zou halen, die de HEERE Israel geboden had.Leviticus 23:24→Numeri 29:1→Handelingen 15:21→Deuteronomium 31:9→Jesaja 28:9→Maleachi 2:7→Deuteronomium 17:18→2 Kronieken 17:7→
Nehemia 8:3— En Ezra, de priester, bracht de wet voor de gemeente, beiden mannen en vrouwen, en allen, die verstandig waren om te horen, op den eersten dag der zevende maand.Openbaring 3:22→Hebreeën 2:1→Openbaring 2:29→Handelingen 13:27→Handelingen 13:15→Mattheüs 7:28→Handelingen 15:21→Handelingen 16:14→
Nehemia 8:4— En hij las daarin voor de straat, die voor de Waterpoort is, van het morgen licht aan tot op den middag, voor de mannen en vrouwen, en de verstandigen; en de oren des gansen volks waren naar het wetboek.Nehemia 11:5→Nehemia 11:7→Ezra 10:33→Nehemia 10:18→Nehemia 12:13→Nehemia 10:20→Nehemia 10:3→Ezra 10:29→
Nehemia 8:5— En Ezra, de schriftgeleerde, stond op een hogen houten stoel, dien zij tot die zaak gemaakt hadden, en nevens hem stond Mattithja, en Sema, en Anaja, en Uria, en Hilkia, en Maaseja, aan zijn rechterhand; en aan zijn linkerhand Pedaja, en Misael, en Malchia, en Hasum, en Hasbaddana, Zacharja en Mesullam.Richteren 3:20→1 Koningen 8:14→Lukas 4:16→
Nehemia 8:6— En Ezra opende het boek voor de ogen des gansen volks, want hij was boven al het volk; en als hij het opende, stond al het volk.1 Timotheüs 2:8→Nehemia 5:13→Exodus 4:31→Klaagliederen 3:41→2 Kronieken 20:18→Psalmen 134:2→Genesis 14:22→Psalmen 63:4→
Nehemia 8:7— En Ezra loofde den HEERE, den groten God; en al het volk antwoordde: Amen, amen! met opheffing hunner handen, en neigden zich, en aanbaden den HEERE, met de aangezichten ter aarde.Nehemia 9:4→Ezra 10:22→Nehemia 3:23→Leviticus 10:11→2 Kronieken 17:7→Ezra 8:18→Nehemia 12:41→Nehemia 11:16→
Nehemia 8:8— Jesua nu, en Bani, en Serebja, Jamin, Akkub, Sabbethai, Hodia, Maaseja, Kelita, Azaria, Jozabad, Hanan, Pelaja, en de Levieten onderwezen het volk in de wet. En het volk stond op zijn standplaats.Lukas 24:45→Mattheüs 5:21→Lukas 24:32→Handelingen 28:23→Lukas 24:27→Mattheüs 5:27→Handelingen 8:30→Handelingen 17:2→
Nehemia 8:9— En zij lazen in het boek, in de wet Gods, duidelijk; en den zin verklarende, zo maakten zij, dat men het verstond in het lezen.Nehemia 7:65→Nehemia 7:70→Deuteronomium 12:12→Nehemia 8:2→Deuteronomium 12:7→Leviticus 23:24→Nehemia 10:1→Prediker 3:4→
Nehemia 8:10— En Nehemia (dezelve is Hattirsatha) en Ezra, de priester, de schriftgeleerde, en de Levieten, die het volk onderwezen, zeiden tot al het volk: Deze dag is den HEERE, uw God, heilig; bedrijft dan geen rouw, en weent niet; want al het volk weende, als zij de woorden der wet hoorden.Spreuken 17:22→Psalmen 28:7→2 Korinthe 12:8→Psalmen 149:2→Esther 9:19→2 Korinthe 8:2→Prediker 2:24→Prediker 9:7→
Nehemia 8:11— Voorts zeide hij tot hen: Gaat, eet het vette, en drinkt het zoete, en zendt delen dengenen, voor welken niets bereid is, want deze dag is onzen Heere heilig; zo bedroeft u niet, want de blijdschap des HEEREN, die is uw sterkte.Numeri 13:30→
Nehemia 8:12— En de Levieten stilden al het volk, zeggende: Zwijgt, want deze dag is heilig, daarom bedroeft u niet.Nehemia 8:7→Psalmen 119:103→Psalmen 119:97→Lukas 24:32→Psalmen 119:127→Psalmen 119:174→Psalmen 119:171→Romeinen 7:18→
Nehemia 8:13— Toen ging al het volk henen om te eten, en om te drinken, en om delen te zenden, en om grote blijdschap te maken; want zij hadden de woorden verstaan, die men hun had bekend gemaakt.2 Timotheüs 2:24→Nehemia 8:7→Spreuken 12:1→Markus 6:33→Spreuken 8:33→Handelingen 13:42→Handelingen 4:1→2 Kronieken 30:23→
Nehemia 8:14— En des anderen daags verzamelden zich de hoofden der vaderen van het ganse volk, de priesters en de Levieten, tot Ezra, den schriftgeleerde, en dat, om verstand te bekomen in de woorden der wet.Leviticus 23:34→Zacharia 14:16→Deuteronomium 16:13→Johannes 7:2→Leviticus 23:40→Genesis 33:17→
Nehemia 8:15— En zij vonden in de wet geschreven, dat de HEERE door de hand van Mozes geboden had, dat de kinderen Israels in loofhutten zouden wonen, op het feest in de zevende maand;Leviticus 23:4→Leviticus 23:40→Deuteronomium 16:16→Openbaring 7:9→Johannes 12:13→Genesis 8:11→Richteren 9:48→Mattheüs 21:1→
Nehemia 8:16— En dat zij het zouden luidbaar maken, en een stem laten doorgaan door al hun steden, en te Jeruzalem, zeggende: Gaat uit op het gebergte, en haalt takken van olijfbomen, en takken van andere olieachtige bomen, en takken van mirtebomen, en takken van palmbomen, en takken van andere dichte bomen, om loofhutten te maken, als er geschreven is.Nehemia 12:39→2 Koningen 14:13→Nehemia 12:37→Nehemia 3:26→Nehemia 8:3→Jeremia 32:29→Jeremia 19:13→2 Kronieken 33:5→
Nehemia 8:17— Alzo ging het volk uit en haalden ze, en maakten zich loofhutten, een iegelijk op zijn dak, en in hun voorhoven, en in de voorhoven van Gods huis, en op de straat der Waterpoort, en op de straat van Efraimspoort.2 Kronieken 8:13→2 Kronieken 7:8→Ezra 3:4→Hebreeën 11:13→Hebreeën 4:8→2 Kronieken 30:26→1 Kronieken 29:22→2 Kronieken 35:18→
Nehemia 8:18— En de ganse gemeente dergenen, die uit de gevangenis waren wedergekomen, maakten loofhutten, en woonden in die loofhutten; want de kinderen Israels hadden alzo niet gedaan sinds de dagen van Jesua, den zoon van Nun, tot op dezen dag toe; en er was zeer grote blijdschap.Numeri 29:35→Leviticus 23:36→Deuteronomium 31:10→Johannes 7:37→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Nehemia 8 vers 1— Als nu de zevende maand aankwam, en de kinderen Israels in hun steden waren,
verzamelde
Zie boven, Neh. 7:5 .
Hertaald:verzamelde
Zie hierboven Neh. 7:5.
enig man
Zie Richt. 20:1 .
Hertaald:enig man
Zie Richt. 20:1.
Waterpoort;
Zie boven, Neh. 3:26 .
Hertaald:Waterpoort;
Zie hierboven Neh. 3:26.
Mozes
Van Mozes door Gods bevel beschreven, overgeleverd en weggelegd zijnde, om op zekeren tijd het ganse volk voorgelezen te worden. Zie Deut. 31:9 , enz., en Deut. 31:24 , enz.
Hertaald:Mozes
Door Mozes op Gods bevel geschreven, overgeleverd en bewaard, om op een vaste tijd aan het hele volk voorgelezen te worden. Zie Deut. 31:9, enzovoort, en Deut. 31:24, enzovoort.
Nehemia 8 vers 2— Zo verzamelde zich al het volk als een enig man op de straat voor de Waterpoort; en zij zeiden tot Ezra, den schriftgeleerde, dat hij het boek der wet van Mozes zou halen, die de HEERE Israel geboden had.
beiden mannen
Hebreeuws, van den man aan tot de vrouw toe.
Hertaald:beiden mannen
Hebreeuws: van de man tot de vrouw toe.
Nehemia 8 vers 3— En Ezra, de priester, bracht de wet voor de gemeente, beiden mannen en vrouwen, en allen, die verstandig waren om te horen, op den eersten dag der zevende maand.
oren
Dat is, zij luisterden dien gansen tijd over naarstiglijk toe, zonder verdrietig te worden.
Hertaald:oren
Dat is: zij luisterden die hele tijd aandachtig toe, zonder het vervelend te vinden.
Nehemia 8 vers 4— En hij las daarin voor de straat, die voor de Waterpoort is, van het morgen licht aan tot op den middag, voor de mannen en vrouwen, en de verstandigen; en de oren des gansen volks waren naar het wetboek.
hogen houten stoel,
Hebreeuws, op een toren des houts; dat is, op een houten toren, alzo wordt die predikstoel genoemd, omdat hij vanwege rondte en hoogte enig gelijkheid had met een toren.
Hertaald:hogen houten stoel,
Hebreeuws: op een toren van hout; dat is: op een houten toren; zo wordt die preekstoel genoemd omdat hij vanwege zijn rondheid en hoogte enige gelijkenis had met een toren.
Hasbaddána,
Of, Hasbedana.
Hertaald:Hasbaddána,
Of: Hasbedana.
Nehemia 8 vers 5— En Ezra, de schriftgeleerde, stond op een hogen houten stoel, dien zij tot die zaak gemaakt hadden, en nevens hem stond Mattithja, en Sema, en Anaja, en Uria, en Hilkia, en Maaseja, aan zijn rechterhand; en aan zijn linkerhand Pedaja, en Misael, en Malchia, en Hasum, en Hasbaddana, Zacharja en Mesullam.
boven al het volk;
Dat is, hij stond hoog, zodat zij hem allen konden zien.
Hertaald:boven al het volk;
Dat is: hij stond hoog, zodat zij hem allemaal konden zien.
Nehemia 8 vers 6— En Ezra opende het boek voor de ogen des gansen volks, want hij was boven al het volk; en als hij het opende, stond al het volk.
loofde den HEERE,
Hebreeuws, zegende.
Hertaald:loofde den HEERE,
Hebreeuws: zegende.
Amen, amen
Zie Num. 5:22 .
Hertaald:Amen, amen
Zie Num. 5:22.
aanbaden
Of, bogen zich voor den Heere; gelijk onder, Neh. 9:3 .
Hertaald:aanbaden
Of: bogen zich voor de HEERE; zoals hieronder Neh. 9:3.
Nehemia 8 vers 7— En Ezra loofde den HEERE, den groten God; en al het volk antwoordde: Amen, amen! met opheffing hunner handen, en neigden zich, en aanbaden den HEERE, met de aangezichten ter aarde.
Levieten
Hebbende ook hun stoelen of stellingen om de gemeente, in verscheidene partijen verdeeld zijnde, te onderwijzen; gelijk afgenomen wordt uit Neh. 9:4 .
Hertaald:Levieten
Zij hadden ook hun eigen plaatsen of standplaatsen om de gemeente, die in verschillende groepen verdeeld was, te onderwijzen; zoals op te maken is uit Neh. 9:4.
stond
Hebreeuws, [waren] op hun staan; dat is, bleven al staan op hun plaatsen, toeluisterende.
Hertaald:stond
Hebreeuws: [waren] in hun staan; dat is: bleven allemaal op hun plaatsen staan, terwijl zij toeluisterden.
Nehemia 8 vers 8— Jesua nu, en Bani, en Serebja, Jamin, Akkub, Sabbethai, Hodia, Maaseja, Kelita, Azaria, Jozabad, Hanan, Pelaja, en de Levieten onderwezen het volk in de wet. En het volk stond op zijn standplaats.
verklarende,
Hebreeuws, stellende, of leggende. Anders, het verstand daarop leggende. Verstaande zulks sommigen van de leraars, en sommigen van het volk.
Hertaald:verklarende,
Hebreeuws: stellend, of leggend. Anders: het verstand daarop leggend. Dit betrekken sommigen op de leraars, en sommigen op het volk.
zo maakten zij,
Anders, zo verstonden zij de lezing; dat is, hetgeen gelezen werd.
Hertaald:zo maakten zij,
Anders: zo begrepen zij de lezing; dat is: wat er gelezen werd.
in het lezen
Anders, in, of door de Schriftuur. Dewijl het Hebreeuwse woord ook de Heilige Schrift kan betekenen, omdat zij behoort gelezen te worden. Sommigen zetten het over: in de vergadering; gelijk het Hebreeuwse woord elders gebruikt wordt.
Hertaald:in het lezen
Anders: in, of door de Schrift. Omdat het Hebreeuwse woord ook de Heilige Schrift kan betekenen, aangezien die gelezen moet worden. Sommigen vertalen het met: in de samenkomst; zoals het Hebreeuwse woord elders gebruikt wordt.
Nehemia 8 vers 9— En zij lazen in het boek, in de wet Gods, duidelijk; en den zin verklarende, zo maakten zij, dat men het verstond in het lezen.
Hattirsátha
Zie Ezra 2:63 .
Hertaald:Hattirsátha
Zie Ezra 2:63.
rouw,
Want de heilige feesten waren van God verordineerd tot een heilige blijdschap over Gods weldaden. Zie Num. 10:10 ; Deut. 16:11 .
Hertaald:rouw,
Want de heilige feesten waren door God ingesteld tot een heilige vreugde over Gods weldaden. Zie Num. 10:10; Deut. 16:11.
als zij
Verstaande uit de wet, hoe veelvoudiglijk zij die hadden overtreden en Gods rechtvaardigen toorn verwekt.
Hertaald:als zij
Namelijk begrijpend uit de wet hoe vaak zij die overtreden hadden en Gods rechtvaardige toorn hadden opgewekt.
Nehemia 8 vers 10— En Nehemia (dezelve is Hattirsatha) en Ezra, de priester, de schriftgeleerde, en de Levieten, die het volk onderwezen, zeiden tot al het volk: Deze dag is den HEERE, uw God, heilig; bedrijft dan geen rouw, en weent niet; want al het volk weende, als zij de woorden der wet hoorden.
voor welken
Te weten, den armen, weduwen en wezen; volgens de wet, Deut. 16:11 , Deut. 16:14 ; zie ook Est. 9:10 ; Openb. 11:10 .
Hertaald:voor welken
Namelijk: de armen, weduwen en wezen; volgens de wet, Deut. 16:11, Deut. 16:14; zie ook Est. 9:10; Openb. 11:10.
uw sterkte
Dat is, de oorzaak, die u God geeft om blijde te zijn over zijn voorgaande en tegenwoordige weldaden, moet uwe conscientiën troosten en u een goeden moed geven.
Hertaald:uw sterkte
Dat is: de reden die God u geeft om blij te zijn over Zijn eerdere en huidige weldaden, moet uw geweten troosten en u goede moed geven.
Nehemia 8 vers 12— En de Levieten stilden al het volk, zeggende: Zwijgt, want deze dag is heilig, daarom bedroeft u niet.
delen
Gelijk vs.11.
Hertaald:delen
Zoals vers 11.
Nehemia 8 vers 13— Toen ging al het volk henen om te eten, en om te drinken, en om delen te zenden, en om grote blijdschap te maken; want zij hadden de woorden verstaan, die men hun had bekend gemaakt.
om verstand
Of, opdat hij hen onderrichtte, of onderwees; te weten, van hun schuldigen plicht naar Gods wet.
Hertaald:om verstand
Of: opdat hij hen zou onderrichten, of onderwijzen; namelijk over hun schuldige plicht volgens Gods wet.
Nehemia 8 vers 14— En des anderen daags verzamelden zich de hoofden der vaderen van het ganse volk, de priesters en de Levieten, tot Ezra, den schriftgeleerde, en dat, om verstand te bekomen in de woorden der wet.
hand van Mozes
Dat is door den dienst.
Hertaald:hand van Mozes
Dat is: door de dienst.
Nehemia 8 vers 15— En zij vonden in de wet geschreven, dat de HEERE door de hand van Mozes geboden had, dat de kinderen Israels in loofhutten zouden wonen, op het feest in de zevende maand;
luidbaar
Hebreeuws, doen horen. Zie van dit uitroepen of publiceren der feesten, Gods bevel, Lev. 23:4 .
Hertaald:luidbaar
Hebreeuws: laten horen. Zie over dit uitroepen of bekendmaken van de feesten, op Gods bevel, Lev. 23:4.
stem
Zie van deze manier van spreken Ezra 1:1 .
Hertaald:stem
Zie over deze manier van spreken Ezra 1:1.
takken van olijfbomen,
Hebreeuws, bladen; dat is, takken met bladen, en zo in het volgende. Vergelijk Lev. 23:40 .
Hertaald:takken van olijfbomen,
Hebreeuws: bladeren; dat is: takken met bladeren, en zo ook in het vervolg. Vergelijk Lev. 23:40.
olieachtige bomen,
Anders, pijnbomen.
Hertaald:olieachtige bomen,
Anders: pijnbomen.
dichte bomen,
Die vol takken en bladen zijn.
Hertaald:dichte bomen,
Die vol takken en bladeren zijn.
Nehemia 8 vers 16— En dat zij het zouden luidbaar maken, en een stem laten doorgaan door al hun steden, en te Jeruzalem, zeggende: Gaat uit op het gebergte, en haalt takken van olijfbomen, en takken van andere olieachtige bomen, en takken van mirtebomen, en takken van palmbomen, en takken van andere dichte bomen, om loofhutten te maken, als er geschreven is.
dak,
Want de daken waren daar plat. Zie Deut. 22:8 .
Hertaald:dak,
Want de daken waren daar plat. Zie Deut. 22:8.
voorhoven van Gods huis,
Zie 2 Kron. 33:5 .
Hertaald:voorhoven van Gods huis,
Zie 2 Kron. 33:5.
Nehemia 8 vers 17— Alzo ging het volk uit en haalden ze, en maakten zich loofhutten, een iegelijk op zijn dak, en in hun voorhoven, en in de voorhoven van Gods huis, en op de straat der Waterpoort, en op de straat van Efraimspoort.
alzo
Met zulk een ijver en vreugde, gelijk vs.19 verklaart.
Hertaald:alzo
Met zo'n ijver en vreugde als vers 19 laat zien.
Jesua,
Deze is Jozua, die Israël in het beloofde land eerst had ingevoerd. Zie het boek Jozua.
Hertaald:Jesua,
Dit is Jozua, die Israël voor het eerst in het beloofde land gebracht had. Zie het boek Jozua.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Nehemia — de HEERE troost
Zoon van Hachalja, schenker van koning Arthahsasta te Susan. Op het bericht dat Jeruzalems muur verwoest was, bad en vastte hij, en verkreeg van de koning verlof en volmacht om naar Jeruzalem te gaan; daar leidde hij, ondanks tegenstand van Sanballat en Tobia, de herbouw van de stadsmuur, diende twaalf jaar als landvoogd zonder zich op kosten van het volk te verrijken, en voerde later sociale en religieuze hervormingen door (Neh. 1-13).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Duidelijk, en den zin verklarende — de voorlezing van de wet gebeurt zo dat het volk haar ook werkelijk begrijpt: "En zij lazen in het boek, in de wet Gods, duidelijk; en den zin verklarende, zo maakten zij, dat men het verstond in het lezen" (Neh. 8:9)
In de zevende maand verzamelt het hele volk zich als één man op de straat voor de Waterpoort, en zij vragen Ezra zelf om het wetboek van Mozes te halen (Neh. 8:1-2). Hij brengt de wet voor de gemeente, voor mannen en vrouwen en allen die verstandig waren om te horen (Neh. 8:3). Van het morgenlicht tot de middag leest hij voor, en de oren van het hele volk waren naar het wetboek gericht (Neh. 8:4). Ezra staat op een houten verhoging die daarvoor gemaakt was, met zes mannen aan zijn rechterhand en zeven aan zijn linker (Neh. 8:5). Wanneer hij het boek opent, staat het hele volk op (Neh. 8:6). Hij looft de HEERE, en het volk antwoordt met amen, amen, heft de handen op en buigt zich met het aangezicht ter aarde (Neh. 8:7). Daarna onderwijzen dertien met name genoemde Levieten het volk in de wet, terwijl ieder op zijn plaats blijft staan (Neh. 8:8). Wat zij deden staat in het volgende vers omschreven: zij lazen duidelijk, verklaarden de zin, en maakten zo dat men het gelezene verstond.
Bijbelse betekenis: Het volk vraagt hier zelf om het boek; er hoeft niemand aangespoord te worden. En als het opengaat, gaat de hele vergadering staan, uit eerbied voor wat er gelezen zal worden. Toch is de kern van dit gedeelte niet de eerbied maar de verstaanbaarheid. Er wordt niet volstaan met voorlezen, want de taal van Mozes was voor teruggekeerde ballingen niet zonder meer toegankelijk; er wordt duidelijk gelezen én de zin wordt verklaard, en het uitdrukkelijke doel is dat men het verstaat. Dat is een van de duidelijkste beschrijvingen van prediking die de Schrift geeft, en zij bindt het onderwijs aan de tekst: verklaren is niet iets nieuws erbij zeggen, maar openleggen wat er staat. Opmerkelijk is ook dat het niet bij één man blijft. Ezra leest, en dertien Levieten gaan het volk langs om te onderwijzen. Een gemeente heeft meer nodig dan één stem van een verhoging.
Typologie: Filippus stelde de kamerling precies de vraag die dit hoofdstuk beantwoordt: "Verstaat gij ook, hetgeen gij leest? En hij zeide: Hoe zou ik toch kunnen, zo mij niet iemand onderricht?" (Hand. 8:30-31). Hetzelfde deed Ezra eerder in zijn eigen roeping, waarvan het zoeken, doen en leren de kern uitmaakte (zie het commentaar bij Ezra 7:10).
Neh. 8:1-9; Ezra 7:10; Hand. 8:30-31
De blijdschap des HEEREN, die is uw sterkte — als het volk bij het horen van de wet in tranen uitbarst, wordt het geween juist verboden: "zo bedroeft u niet, want de blijdschap des HEEREN, die is uw sterkte" (Neh. 8:11)
Terwijl de wet gelezen en verklaard wordt, begint het hele volk te wenen (Neh. 8:10). Nehemia, Ezra en de onderwijzende Levieten spreken dan gezamenlijk het volk toe. Deze dag is de HEERE heilig; daarom moeten zij geen rouw bedrijven en niet wenen. Vervolgens krijgen zij een opdracht die verrassend concreet is: gaat, eet het vette en drinkt het zoete, en zendt delen aan hen voor wie niets bereid is (Neh. 8:11). De reden staat er tweemaal bij: deze dag is de Heere heilig, en de blijdschap des HEEREN is hun sterkte. De Levieten stillen daarop het volk met dezelfde boodschap (Neh. 8:12). Zo gaat het hele volk heen om te eten, te drinken, delen te zenden en grote blijdschap te maken, en de tekst geeft de reden erbij: omdat zij de woorden verstaan hadden die men hun had bekendgemaakt (Neh. 8:13).
Bijbelse betekenis: Deze tranen waren niet verkeerd. Het volk hoorde de wet en zag hoe ver het ervan afstond; dat is precies wat de wet doen moet. Toch wordt het geween hier gestuit, en dat om twee redenen die niets afdoen aan de ernst. De dag was aan God gewijd, en de vreugde die van Hem komt is de kracht waarmee een mens verder kan. Droefheid over de zonde is nodig, maar zij is geen woonplaats; wie er blijft zitten, wordt niet sterker maar zwakker. Opmerkelijk is bovendien waaruit de opgedragen vreugde bestaat. Zij is niet innerlijk maar hoorbaar en zichtbaar: er wordt gegeten, gedronken en rondgedeeld, en uitdrukkelijk gedeeld met wie zelf niets had. Een blijdschap die de arme aan tafel vergeet, is niet de blijdschap des HEEREN. En het slot noemt de bron ervan: zij hadden de woorden verstaan. Begrip ging aan vreugde vooraf.
Typologie: Dat de wet eerst ontdekt, zegt Paulus zonder omwegen: "want door de wet is de kennis der zonde" (Rom. 3:20). Maar het blijft daar niet bij, want de Heere Jezus noemt als doel van Zijn onderwijs iets anders dan droefheid: "opdat Mijn blijdschap in u blijve, en uw blijdschap vervuld worde" (Joh. 15:11). De blijdschap waarvan Nehemia spreekt is niet een stemming die het volk moest opbrengen, maar de blijdschap die van de HEERE Zelf uitgaat.
Neh. 8:10-13; Rom. 3:20; Joh. 15:11
Zij hadden alzo niet gedaan sinds de dagen van Jesua — bij het verder onderzoeken van de wet ontdekt men een feest dat eeuwenlang niet zo gevierd was: "want de kinderen Israels hadden alzo niet gedaan sinds de dagen van Jesua, den zoon van Nun, tot op dezen dag toe" (Neh. 8:18)
De volgende dag komen de familiehoofden, de priesters en de Levieten bij Ezra samen, en wel met een uitgesproken doel: om verstand te krijgen in de woorden van de wet (Neh. 8:14). Daarbij vinden zij geschreven dat de kinderen Israëls in loofhutten moesten wonen op het feest in de zevende maand (Neh. 8:15). Zij laten het onmiddellijk door al hun steden en in Jeruzalem afkondigen: men moet het gebergte op om takken van olijfbomen, mirten, palmen en andere dichte bomen te halen (Neh. 8:16). Het volk gaat uit, haalt ze, en maakt loofhutten op de daken, in de voorhoven, in de voorhoven van Gods huis en op de straten bij de Waterpoort en de Efraïmspoort (Neh. 8:17). Zo woonde de hele teruggekeerde gemeente in loofhutten, wat sinds de dagen van Jozua niet meer op deze wijze gebeurd was, en er was zeer grote blijdschap (Neh. 8:18). Ook werd er dag bij dag in het wetboek gelezen, van de eerste tot de laatste dag van het feest.
Bijbelse betekenis: Wat hier opvalt is de aanleiding. Zij kwamen bijeen om de wet beter te verstaan, en juist bij dat verder lezen stuitten zij op iets dat zij niet deden. Zo werkt het Woord: wie er ernstig mee bezig gaat, ontdekt wat hij nog niet kende, en de gehoorzaamheid volgt niet op een preek maar op een vondst. Even opmerkelijk is de haast. Er wordt niet gewacht op een geschikter jaar; nog dezelfde week trekt men de bergen in. En het feest zelf paste bijzonder goed bij dit volk. In loofhutten wonen betekende herinneren dat men eens zonder huis en land door de woestijn trok en toch door God onderhouden werd. Voor teruggekeerde ballingen in een halflege stad was dat geen vernedering maar een troost. Wat zij vierden was niet hun eigen vooruitgang maar Gods zorg in het gebrek.
Typologie: De wet noemde bij dit feest zelf de reden ervan: "Opdat uw geslachten weten, dat Ik de kinderen Israels in loofhutten heb doen wonen, als Ik hen uit Egypteland uitgevoerd heb" (Lev. 23:43). Het feest was dus van meet af aan een gedachtenis, en juist die gedachtenis was eeuwenlang verwaarloosd. Wie vergeet waar hij vandaan is gehaald, houdt van de dankbaarheid weinig over.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het verbondniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
De blijdschap des HEEREN is uw sterkte — 8:1-13
De muur staat overeind. Het volk verzamelt zich als één man op de straat voor de Waterpoort en vraagt zelf om het boek der wet van Mozes. Ezra brengt het, en leest van het morgenlicht tot den middag.
Bij het horen van de wet begint het volk te wenen — en juist dat wordt hun verboden.
De opzet is zorgvuldig. Ezra staat op een houten gestoelte, met mannen naast zich aan beide zijden. De Levieten gaan het volk langs en doen het werk dat er zo eenvoudig staat: zij lazen in het boek, in de wet Gods, duidelijk, en den zin verklarende, zo maakten zij dat men het verstond in het lezen.
Voorlezen was niet genoeg. Er moest bij worden uitgelegd, anders bleef het onverstaanbaar. Dat is precies wat de Statenvertalers eeuwen later met hun kanttekeningen deden, en wat elke uitlegger sindsdien doet.
Het volk staat rechtop terwijl het boek geopend wordt, antwoordt met opheffing der handen: Amen, amen! — en buigt zich neer met de aangezichten ter aarde. En dan gebeurt er iets wat men zou verwachten: al het volk weende als zij de woorden der wet hoorden.
Dat is te begrijpen. Zij horen na jaren van ballingschap wat God gezegd had, en zij weten wat ervan terechtgekomen is.
Maar dat wenen wordt hun juist verboden. Nehemia, Ezra en de Levieten zeggen alle drie hetzelfde: deze dag is den HEERE uwen God heilig, bedroeft u niet en weent niet. En dan het bevel: gaat, eet het vette, drinkt het zoete, en zendt delen dengenen voor welke niets bereid is.
De vreugde is dus niet alleen voor wie iets heeft; er wordt uitdrukkelijk gezorgd voor wie niets klaar had staan.
De reden die erbij gegeven wordt is het bekendste woord van dit hoofdstuk: want de blijdschap des HEEREN, die is uw sterkte.
Het Nieuwe Testament haalt dit hoofdstuk niet aan, en er wordt hier geen beeld van Christus getekend. Maar de gestalte ervan keert terug: op de Emmaüsweg opent Christus de Schriften voor twee mannen die er niets van begrepen, en Hij legt uit wat van Hem geschreven was. En daarna staat er dat hun hart brandende was.
Deuteronomium 31:11 — De wet moet aan het hele volk worden voorgelezen.
Nehemia 8:9 — Zij lazen duidelijk en verklaarden den zin, zodat men het verstond.
Nehemia 8:10 — Bij het horen weent het volk.
Nehemia 8:11 — Weent niet; zendt delen dengenen voor wie niets bereid is.
Nehemia 8:11 — De blijdschap des HEEREN is uw sterkte.
Lukas 24:27, 32 — Christus opent de Schriften, en hun hart was brandende.
In het Nieuwe Testament: Lukas 24:27-32; Handelingen 8:30-31; 2 Timotheüs 3:16-17; Romeinen 15:4
Hoever dit reikt: Niveau 3. Dit hoofdstuk spreekt niet over Christus en wordt in het Nieuwe Testament niet aangehaald. De lijn loopt over de zaak: de Schrift wordt gelezen én verklaard, en dat geeft vreugde in plaats van verslagenheid.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Nehemia 8:11.KruisverwijzingenNumeri 13:30→ — Voorts zeide hij tot hen: Gaat, eet het vette, en drinkt het zoete, en zendt delen dengenen, voor welken niets bereid is, want deze dag is onzen Heere heilig; zo bedroeft u niet, want de blijdschap des HEEREN, die is uw sterkte. Heilige smart is kostelijk voor God en is geen belemmering voor godzalige vreugde. Een overvloedige rouw is geen reden waarom er niet spoedig een even overvloedige vreugde gezien zou worden; want het volk dat door Nehemia en Ezra gezegd werd zich te verblijden, was op datzelfde ogenblik gesmolten van boetvaardige smart: want al het volk weende, als zij de woorden der wet hoorden (vers 10). De ontzaglijke vergadering voor de Waterpoort was onder het onderwijs van Ezra ontwaakt en in het hart getroffen; zij gevoelden de snede van de wet van God als een zwaard dat hun hart openlegde, scheurde, sneed en doodde, en het was geen wonder dat zij klaagden. Maar dat was het ogenblik om hun de balsem van het Evangelie te doen gevoelen en de muziek van het Evangelie te doen horen; en daarom stemden de vroegere zonen van de donder hun tonen anders en werden zij zonen van de troost. Nu zij boetvaardig waren en oprecht tot hun God bekeerd, werd hun gezegd zich te verblijden.
Zoals bepaalde stoffen bevochtigd moeten worden voordat zij de gloeiende kleuren aannemen waarmee zij versierd zullen worden, zo heeft onze geest de genade van de boetvaardigheid nodig voordat hij de stralende kleuring van de blijdschap kan ontvangen. De blijde tijding van het Evangelie kan alleen op vochtig papier gedrukt worden. Wordt er ooit een helderder schijnen gezien dan dat wat op een regenbui volgt? Dan verandert de zon de regendruppels in edelstenen, de bloemen zien op met frissere lach en met aangezichten die glinsteren van hun verkwikkend bad, en de vogels zingen tussen de druipende takken met noten die verrukkelijker zijn omdat zij een tijdje gezwegen hebben.
Zo maakt, wanneer de ziel doortrokken is van de regen van de boetvaardigheid, het heldere schijnen van de vergevende liefde de bloemen van de vreugde overal in het rond bloeien. De treden waarlangs wij opklimmen tot het paleis van de blijdschap zijn doorgaans vochtig van tranen. De smart over de zonde is het voorportaal van het huis waar de gasten vol zijn van de blijdschap des HEEREN. Zoals Jezus in de Bergrede zei: Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden (Matth. 5:4).
I. Vs. 1-19.KruisverwijzingenSpreuken 17:22→Nehemia 9:4→Psalmen 28:7→Ezra 7:6→Leviticus 23:24→2 Korinthe 12:8→Nehemia 3:26→1 Timotheüs 2:8→ — Als nu de zevende maand aankwam, en de kinderen Israels in hun steden waren, Zo verzamelde zich al het volk als een enig man op de straat voor de Waterpoort; en zij zeiden tot Ezra, den schriftgeleerde, dat hij het boek der wet van Mozes zou halen, die de HEERE Israel geboden had. En Ezra, de priester, bracht de wet voor de gemeente, beiden mannen en vrouwen, en allen, die verstandig waren om te horen, op den eersten dag der zevende maand. En hij las daarin voor de straat, die voor de Waterpoort is, van het morgen licht aan tot op den middag, voor de mannen en vrouwen, en de verstandigen; en de oren des gansen volks waren naar het wetboek. En Ezra, de schriftgeleerde, stond op een hogen houten stoel, dien zij tot die zaak gemaakt hadden, en nevens hem stond Mattithja, en Sema, en Anaja, en Uria, en Hilkia, en Maaseja, aan zijn rechterhand; en aan zijn linkerhand Pedaja, en Misael, en Malchia, en Hasum, en Hasbaddana, Zacharja en Mesullam. En Ezra opende het boek voor de ogen des gansen volks, want hij was boven al het volk; en als hij het opende, stond al het volk. En Ezra loofde den HEERE, den groten God; en al het volk antwoordde: Amen, amen! met opheffing hunner handen, en neigden zich, en aanbaden den HEERE, met de aangezichten ter aarde. Jesua nu, en Bani, en Serebja, Jamin, Akkub, Sabbethai, Hodia, Maaseja, Kelita, Azaria, Jozabad, Hanan, Pelaja, en de Levieten onderwezen het volk in de wet. En het volk stond op zijn standplaats. En zij lazen in het boek, in de wet Gods, duidelijk; en den zin verklarende, zo maakten zij, dat men het verstond in het lezen. En Nehemia (dezelve is Hattirsatha) en Ezra, de priester, de schriftgeleerde, en de Levieten, die het volk onderwezen, zeiden tot al het volk: Deze dag is den HEERE, uw God, heilig; bedrijft dan geen rouw, en weent niet; want al het volk weende, als zij de woorden der wet hoorden. Enige dagen na het voleinden van het bouwen des muurs, valt met den dag der nieuwe maan, in de zevende maand een plechtig feest in. De feestvierende menigte wil door een plechtig feestoffer dien dag op ene bijzondere wijze vieren. Op het plein voor de Waterpoort, aan de oostzijde van den tempel is het volk vergaderd, en uit die talrijke schaar verheffen zich stemmen, om aan Ezra, den Schriftgeleerde, die nu eensklaps in onze geschiedenis voortreedt, het verzoek te doen, om hun voor te lezen uit het Wetboek des Heren. Dit geschiedt dan ook in tegenwoordigheid van 13 priesters, van enen opzettelijk daartoe gemaakten predikstoel, en 13 Levieten verspreiden zich onder het volk, herhalen de gelezene gedeelten en leggen die voor de menigte uit. Het volk door deze voorlezingen getroffen, wordt bedroefd op het horen door Wet, want hun zonden komen hun klaar voor den geest; in plaats van zich in den Heere hunnen God te verheugen, kunnen zij zich nauwelijks van wenen onthouden. Op den volgenden dag wordt het lezen voortgezet en als hun de instelling, van het Loofhuttenfeest is meegedeeld, zo als God dat in Zijne Wet heeft geboden, verlangen zij dit feest, dat in zo lang niet had kunnen gevierd worden, weer te houden, zo als dit oorspronkelijk is bevolen. Terstond worden er toebereidselen gemaakt, en daarna wordt het gedurende zeven dagen met grote blijdschap gehouden, en op den achtsten dag, naar het voorschrift der Wet, plechtig gesloten.
KruisverwijzingenLeviticus 23:24→Numeri 29:1→Handelingen 15:21→Deuteronomium 31:9→Jesaja 28:9→Maleachi 2:7→Deuteronomium 17:18→2 Kronieken 17:7→— Zo verzamelde zich al het volk als een enig man op de straat voor de Waterpoort; en zij zeiden tot Ezra, den schriftgeleerde, dat hij het boek der wet van Mozes zou halen, die de HEERE Israel geboden had.
Zo verzamelde zich op den tot feestviering bestemden eersten dag dezer maand, den zogenaamden dag des geklanks (Leviticus 23: 25 ), al het volk als een enig man op de brede straat, de marktplaats (2 Kronieken 32: 6 Aan.), voor de Waterpoort, aan de oostzijde van den Tempelberg; en zij zeiden, ten gevolge van een besluit, dat zij te zamen genomen hadden, om op dezen dag zich in Gods Woord te willen verheugen, tot Ezra, den schriftgeleerde (Ezra 7: 6 2 en 3), dat hij het boek der wet van Mozes, of liever zijn afschrift daarvan, zou halen, die wet, die de HEERE Israël geboden had, en die naar de verordening in Deuteronomium 31: 9 vv. op het Loofhuttenfeest van elk jubeljaar aan het volk in het openbaar moest worden voorgelezen. In Ezra 10: 44 wordt het verhaal van Ezra’s werkzaamheid met de geschiedenis van de door hem bewerkte wegzending der vreemde vrouwen voorlopig afgebroken; wij hoorden niets van hem uit den tijd der volgende 12 jaren tot de komst van Nehemia in het heilige land, over wie in het bijzonder wordt gesproken in Hoofdstuk 1-7 van dit boek. Gedurende die twaalf jaren kregen de vijanden van de nieuwe kolonie waarschijnlijk de overhand, deden den ijver van Ezra om ene nieuwe afgeslotene gemeente te stichten verflauwen, en wisten het bouwen der muren van Jeruzalem te doen uitstellen. Hoe minder het onder zulke ongunstige omstandigheden aan Ezra gelukte, om de Mozaïsche wet weer op het praktische leven te doen toepassen, des te meer hield hij zich nu bezig met het afschrijven en verzamelen der heilige Schriften zijns volks. In den tijd vóór de Ballingschap waren de gewichtigste en belangrijke bestanddelen der Heilige Schrift, de eigenlijke oorkonden van het verbond de met Zijn volk, die Zijne rechten en wetten bevatten, in het Heilige der heiligen van den tempel, naast de Arke des verbonds neergelegd (Deuteronomium 31: 9,26; Jozua 24: 26 vv.; 1 Samuel 10: 25 om ze voor vervalsing of vernietiging te behoeden, maar meer nog, opdat de Heere in geval van overtreding Zijner geboden, straffend tegen het volk zou kunnen optreden. Dat daarbij de 5 boeken van Mozes benevens andere geschriften, die wel niet in den tempel waren neergelegd, maar voor echt werden gehouden, als door Gods Geest ingegeven zijnde, door afschriften onder het volk verspreid en bekend waren, daarvoor levert de omstandigheid, dat alle Profeten en heilige Schrijvers in hun schriften blijken geven van nauwkeurige kennis met de Wet en den geschiedkundigen inhoud van den Pentateuch, en dat zij deze kennis ook bij het volk veronderstellen, het onwraakbaarste bewijs. Insgelijks wijzen de latere Profeten menigmaal op de voorzeggingen van hun voorgangers; ja bij velen van hen blijkt het, dat zij bekend waren met de Psalmen, de Spreuken, het Boek van Job en de historische Schriften. Bijzonder heeft Jeremia in zijne voorzeggingen gebruik gemaakt, niet alleen van de Wet, maar ook van alle vroegere Profeten en heilige Schriften en ook Daniël heeft profetische Schriften gelezen. (Dan. 9: 2). In het tijdvak vóór de Babylonische overvoering wordt echter nergens een spoor van ene aaneengeslotene verzameling of een bepaalden Kanon der heilige Schriften gevonden; want de uitdrukking in Dan. 9: 2 “de Boeken” betekent alleen enige profetische boeken, die Daniël bezat, en wij weten ook niet hoeveel hij er bezat, behalve die voorzegging van Jeremia 25. De uitdrukking in “de boeken” kan dus niet betekenen, de Kanon van het Oude Testament, die na het afsluiten daarvan te biblia (Biblia) of aigrafai (de Schriften: MATTHEUS. 22: 29) heette. De vroeger aangewezene beginselen van verzameling der heilige Schriften waren toen genoegzaam, zonder een bepaald afgeslotene Kanon te zijn, zolang eensdeels het Heiligdom des Heren nog bestond, waar Jehova zelf in majestueuze heerlijkheid boven de Cherubs troonde, toen niemand zonder gevaar het durfde wagen om het Heilige aan te roeren, of slechts te aanschouwen, en zolang er andersdeels nog Profeten, als wachters Zions, voorhanden waren, wier levend getuigenis genoegzaam was, zowel om het waarachtig Heilige van menselijke zwakheid en onreinheid te onderscheiden, als de door God ingegevene Schriften van die van aardse of menselijke wijsheid. Nu werd echter de toestand anders, omdat sedert de verwoesting van den eersten tempel de Arke des verbonds voor altijd verloren was (2 Koningen 25: 17 ); want ofschoon ook na de terugkering uit de Ballingschap de tempel weer opgebouwd werd, het gemis van de Arke en de Shechina waren nu de oorzaak, dat dit nieuwe heiligdom niet dien waarborg voor het behoud der Schriften kon geven, dien de vroegere tempel verschafte. Daarenboven, de tijd naderde, waarop naar het Goddelijk raadsbesluit de profetie aan het volk zou ontnomen worden tot aan de verschijning van den Heiland der wereld, opdat het meer en meer tot de erkentenis der behoefte aan verlossing zou komen. (1 Mak. 9: 27). Nu moest in plaats van het levende Woord, dat tot hiertoe de bestendige richtsnoer van geloof en leven voor het volk was geweest, een andere richtsnoer het eerste vervangen en enigermate vergoeden, namelijk een Kanon der heilige Schriften. Wij twijfelen niet, of het was door den Geest van God, dat Ezra er toe gebracht werd in den tijd, waarvan wij spreken, om er aan te denken een Kanon, d.i. ene van de overige literatuur streng afgezonderde en in zich zelven afgeslotene verzameling der heilige Schriften daar te stellen. Het is echter slechts ene legende, waar in het vierde boek van Ezra Hoofdstuk 14, dat tot de Apocrieve boeken behoort, verhaald wordt, dat aan Ezra door goddelijke inspiratie (ingeving) behalve andere, enkel voor ingewijden bestemde geschriften, ook de 24 boeken van het Oude Testament zijn meegedeeld, opdat hij die voor het volk zou bewaren. Deze overlevering heeft zijnen grond echter in de geschiedenis. Het was deze Ezra, die de voorhanden zijnde boeken der H. Schriftuur van zijn volk, van den ondergang redde, en daarvan ene verzameling, die voor canoniek doorging, bijeenbracht. Hiertoe was het vooreerst juist nu de rechte tijd, omdat de herstelling van het heiligdom en van den godsdienst van zelf reeds behoefte aan ene volledige verzameling der, bij de wegvoering van het volk, mede verstrooide heilige Schriften der oude godsmannen verwekte. Ten tweede, omdat nu na het met de Ballingschap aanvangende uitsterven der oud Hebreeuwse taal in hare plaats nu hoe langer hoe meer de Arameïsche taal te voorschijn kwam, en dat hierdoor het gevaar groter werd, dat de oude heilige Schriften voor het in de Ballingschap opgegroeide en nu teruggekeerde geslacht eindelijk geheel in vergetelheid zou geraken, wanneer zij niet in het laatste tijdvak, eer het te laat was, door schriftgeleerden bijeen verzameld, en als Kanon zou vastgesteld worden, om daarna ook in overzettingen in de Arameïsche taal voor de natie toegankelijk gemaakt te worden, en daardoor tevens een waarborg te geven voor de onvervalste waarheid van de in een nieuw gewaad aan hen aangebodene heilige Schriften. Wanneer in 2 Mak. 2: 13 dat werk, dat wij hier aan Ezra hebben toegeschreven, ook aan Nehemia wordt toegekend, dan vindt dit zijne verklaring daarin, dat de eerste de vaststelling van den Kanon nu alleen voorbereidde, maar dat het werk zelf echter eerst later door gemeenschappelijke werkzaamheid tot stand kwam. Tot dezen voorbereidenden arbeid van Ezra rekenen wij, behalve de verzameling en in orde stelling van de tot hiertoe voorhanden zijnde heilige Boeken, ook de voltooiing daarvan, door de beide Boeken, die zij zelven hebben geschreven-de boeken der Kronieken aan de ene, en het boek Ezra aan de andere zijde. Behalve de deels in het heiligdom neergelegde deels daar niet bewaarde maar toch door buitengewonen bijstand van den Geest Gods geschrevene oorkonden waren er, reeds van de oudste tijden af nog andere, die gewichtig waren voor de geschiedenis, die ook moesten behouden blijven, maar eerst na zorgvuldig onderzoek, of nadat zij door ene nieuwe redactie onder een zuiver theocratisch gezichtspunt waren gebracht, zodat Zijne daden, Zijne gerechtigheid, Zijne genade en Zijne trouw zich overal vertoonden. Zo was er reeds ten tijde van Mozes een “Boek van de oorlogen des Heren”; (Numeri 21: 14) daarna onder Jozua tot op den tijd van David een “Boek des Oprechten” (Jozua 10: 13; 2 Samuel 1: 18), en onder de volgende koningen op algemeen oosterse wijze chronologisch voortgezette rijksjaarboeken (1 Koningen 14: 19 2). Op welke wijze nu dergelijke boeken bij het schrijven der heilige geschiedenis konden aangewend worden, heeft Mozes ons in zijn eigen voorbeeld getoond, en al kon niet het gehele boek als bestanddeel van den Kanon opgenomen worden, dan kon een gedeelte er van gewichtig zijn, of wanneer de lezer ene zaak, die in een der boeken van den Kanon voorkwam verder wilde onderzoeken, dan kon hij tot de boeken, die er niet in opgenomen waren zijne toevlucht nemen. Puttende uit deze andere vroegere oorkonden heeft dan Ezra uit enkele punten, voor zijnen tijd van bijzonder belang, maar in de bestaande heilige schriften niet opgenomen, ene geschiedenis samengesteld van den tijd vóór de Ballingschap, bestaande deels uit geslachtsregisters, deels uit meer uitvoerige mededeling van de gebeurde zaken. Alzo zijn de beide boeken der Kronieken ontstaan, en deze zijn voortgezet tot op het tijdstip, dat Israël uit het vreemde land weer naar zijn vaderland mocht terugkeren. Beginnende met laatstgenoemd tijdstip, namelijk met het Edict van Cyrus, heeft hij ook de gedenkwaardigheden van den tijd na de Ballingschap tot aan het jaar zijner terugkering naar Palestina in het naar hem genoemde Boek beschreven. Toen daarna Nehemia met zijn eigen Boek, het boek Nehemia, als voortzetter van deze gedenkwaardigheden van het jaar 445 v. Chr. af te voorschijn trad, kwam Ezra, zo als bovenstaand vers vermeldt, weer op het toneel met nieuwe werkzaamheid voor het openbare leven zijns volks. Zijn werkzame ijver als geschiedschrijver, zozeer geschikt tot bewaring en verbreiding van het woord Gods, wekte ook bij het volk de behoefte op tot een nauwkeurig onderzoek. Dit blijkt uit het verlangen, dat het volk aan den dag legde, om het wetboek des Heren, dat de Heere Israël geboden had, te horen lezen.
Op den eersten dag der zevende maand, den dag der trompetten (Leviticus 23: 24; Numeri
, was bij den eersten terugkeer het altaar opgericht en men kon beginnen brandoffers den Heere te offeren. Op dien dag moest men, volgens de Wet, een heilige bijeenkomst houden, en nu wilde het volk een godsdienstige vergadering houden, om daarbij door Ezra in de Wet onderwezen te worden. Wij zien hieruit, dat bij het volk een dankbare stemming heerste over de weldaden Gods, vooral dat in Zijn gunst de muren weer hersteld waren.
KruisverwijzingenOpenbaring 3:22→Hebreeën 2:1→Openbaring 2:29→Handelingen 13:27→Handelingen 13:15→Mattheüs 7:28→Handelingen 15:21→Handelingen 16:14→— En Ezra, de priester, bracht de wet voor de gemeente, beiden mannen en vrouwen, en allen, die verstandig waren om te horen, op den eersten dag der zevende maand.
En Ezra, de priester (Hoofdstuk 7: 11), aan dit verlangen van het volk gaarne toegevende, bracht de wet, de rol van het Wetboek, waaruit hij wilde voorlezen, voor de gemeente, beide mannen en vrouwen, en allen onder de kinderen, die verstandig genoeg waren om te horen en het gelezene te verstaan, op den eersten dag der zevende maand (Num 29: 1-6).
KruisverwijzingenNehemia 11:5→Nehemia 11:7→Ezra 10:33→Nehemia 10:18→Nehemia 12:13→Nehemia 10:20→Nehemia 10:3→Ezra 10:29→— En hij las daarin voor de straat, die voor de Waterpoort is, van het morgen licht aan tot op den middag, voor de mannen en vrouwen, en de verstandigen; en de oren des gansen volks waren naar het wetboek.
En hij las daarin, op de wijze, zoals in vs. 4 beschreven is, voor de brede straat, die voor de Waterpoort is (vs. 2), van het morgenlicht tot op den middag, alzo omtrent zes uren lang, maar met enige tussenpozen, gedurende welke de Levieten de gelezene gedeelten uitlegden (vs. 8 vv.), voor de mannen en vrouwen, en de verstandigen onder de kinderen; en de oren 1) des gansen volks waren in stille aandacht naar het wetboek gekeerd.
In het Hebr. weöznee kol-haäm el sepher hathorah. Beter: En de oren des volks waren gericht op de Wet, d.i. zij zetten hun hart op de wet, zodat zij met oplettendheid toeluisterden. Met ware en warme belangstelling vernamen zij, wat Ezra hen voorlas en de Levieten hen verklaarden. De verstandigen zijn dezelfden, die in het vorige vers genoemd worden: verstandig om te horen.
KruisverwijzingenRichteren 3:20→1 Koningen 8:14→Lukas 4:16→— En Ezra, de schriftgeleerde, stond op een hogen houten stoel, dien zij tot die zaak gemaakt hadden, en nevens hem stond Mattithja, en Sema, en Anaja, en Uria, en Hilkia, en Maaseja, aan zijn rechterhand; en aan zijn linkerhand Pedaja, en Misael, en Malchia, en Hasum, en Hasbaddana, Zacharja en Mesullam.
En Ezra, de Schriftgeleerde, stond, terwijl hij voorlas,op enen hogen houten stoel, als een katheder ingericht, dien zij hem vóór den ingang van den buitensten voorhof des tempels in de richting naar de oostelijk daarover liggende marktplaats tot die zaak gemaakt hadden, en nevens hem stonden Mattithja, en Sema, en Anaja, en Uria, en Hilkia, en Maäseja, allen priesters, (vgl. Hoofd. 3), aan zijne rechterhand; en aan zijne linkerhand Pedaja, en Misaël, en Malchia, en Hasum, en Hasbaddana, Zacharja en Mesullam, insgelijks priesters; -zij dienden alleen om te bevestigen wat er gesproken was.
Kruisverwijzingen1 Timotheüs 2:8→Nehemia 5:13→Exodus 4:31→Klaagliederen 3:41→2 Kronieken 20:18→Psalmen 134:2→Genesis 14:22→Psalmen 63:4→— En Ezra opende het boek voor de ogen des gansen volks, want hij was boven al het volk; en als hij het opende, stond al het volk.
En Ezra opende, toen het voorlezen beginnen zou, het boek voor de ogen des gansen volks, want hij was door zijne hoge standplaats boven al het volk, verheven; en als hij het boek opende, stond al het volk op, zoals in de Christelijke gemeente bij het gebed.
KruisverwijzingenNehemia 9:4→Ezra 10:22→Nehemia 3:23→Leviticus 10:11→2 Kronieken 17:7→Ezra 8:18→Nehemia 12:41→Nehemia 11:16→— En Ezra loofde den HEERE, den groten God; en al het volk antwoordde: Amen, amen! met opheffing hunner handen, en neigden zich, en aanbaden den HEERE, met de aangezichten ter aarde.
En Ezra, vóórdat hij begon te lezen, loofde in een vurig dankgebed, bijna zo als dat in 1 Kronieken 17: 8 vv. en 29: 10 vv., den HEERE, den groten God; en al het volk antwoordde, Amen, amen! met opheffing hunner handen, en neigden zich, na het Amen uitgesproken te hebben, en aanbaden den HEERE met de aangezichten ter aarde1).
Het loven van Ezra was tevens een smeken om Gods gunst en een danken voor de betoonde weldadigheid. Dat het volk de handen opheft, strekt tot bewijs, dat zij van den Heere God alle heil en zegen verwachten, en waar het zich daarop neigt en den Heere aanbidt met het aangezicht ter aarde, daar spreekt het uit, dat het alle gunst en ontferming diep verbeurd heeft8. Jesua nu, en Bani, en Serebja, Jamin, Akkub, Sabbethai, Hodia, Maäsaja, Kelita, Azaria, Jozabad, Hanan, Pelaja, en de Levieten 1) onderwezen het volk in de wet; na elk gedeelte, dat gelezen werd, gingen zij tussen het volk heen en weer, en verklaarden het voorgelezene. En het volk stond op zijne standplaats, ook gedurende de verklaring door de Levieten.
Dit wil niet zeggen, dat de zo even genoemden geen Levieten waren. Dit blijkt duidelijk genoeg uit Hoofdstuk 9: 4, 5, maar van hen zijn de vorigen alleen genoemd, wellicht omdat zij de meest bedrevenen waren in het onderwijzen in de Wet. Door het voegwoord en hebben sommigen, maar ten onrechte, gemeend, dat Jesua en de anderen priesters waren. Het onderwijzen der Wet was niet aan de Priesters, maar aan de Levieten toevertrouwd (vs. 10).
KruisverwijzingenNehemia 7:65→Nehemia 7:70→Deuteronomium 12:12→Nehemia 8:2→Deuteronomium 12:7→Leviticus 23:24→Nehemia 10:1→Prediker 3:4→— En zij lazen in het boek, in de wet Gods, duidelijk; en den zin verklarende, zo maakten zij, dat men het verstond in het lezen.
En zij lazen in het boek, in de wet Gods, duidelijk, herhaalden daarna het gelezene met ene duidelijke voordracht, en voegden er dan de uitlegging bij, en den zin verklarende, zo maakten zij, Ezra en de Levieten, dat men van den kant van het volk, het verstond in het lezen
. Wij leren uit dit vers de wijze van prediking of uitlegging van het woord Gods in dien tijd. Zij lazen in het boek van Godes wet; zij legden het uit, de belangrijke en ware mening van elk woord aanwijzende; zij maakten, dat zij het gelezene verstonden, en dat zij den wil van God leerden kennen. voor ons is dit nog noodzakelijker.
Het heeft Gode behaagd, in bijna iedere eeuw der kerk niet alleen dezulken te verwekken, die het Evangelie hebben gepredikt, maar ook dezulken die ons hun inzichten omtrent de goddelijke waarheid in geschrifte bekend hebben gemaakt, en ofschoon velen, die getracht hebben de Schrift uit te leggen, inderdaad zeer gedwaald hebben, en den raad hebben verduisterd door woorden zonder wetenschap, toch is daarom alle uitlegging niet verwerpelijk. Al wat wij horen moet op den toetssteen der Schrift gebracht worden.
Onze Staten-vertaling is hier zeer juist. Wat de Levieten deden, was het gelezene uiteenzetten en nader verklaren voor het volk, opdat het gelezene werd begrepen. Vitringa merkt zo eigenaardig op: Van de onderwijzers wordt verhaald, dat zij lazen en het deden begrijpen; van de hoorders, dat zij het gelezene begrepen (de doctoribus narratur, quod legerant et dederint intellectum, de auditoribus, quod lectum intellexerint).
KruisverwijzingenSpreuken 17:22→Psalmen 28:7→2 Korinthe 12:8→Psalmen 149:2→Esther 9:19→2 Korinthe 8:2→Prediker 2:24→Prediker 9:7→— En Nehemia (dezelve is Hattirsatha) en Ezra, de priester, de schriftgeleerde, en de Levieten, die het volk onderwezen, zeiden tot al het volk: Deze dag is den HEERE, uw God, heilig; bedrijft dan geen rouw, en weent niet; want al het volk weende, als zij de woorden der wet hoorden.
En Nehemia (deze is Hattirsatha), die toen stadhouder of landvoogd was (Ezra 2: 63 ), en Ezra, de priester de Schriftgeleerde, en de Levieten, die het volk onderwezen, zeiden tot al het volk, toen dit ten gevolge van de gelezene Schriftuurplaatsen, waarin zware straffen Gods over de overtreders der wet bedreigd werden, begon te wenen en te treuren (Ezra 10: 1 vv): Deze dag1), als de dag der nieuwe maan van de zevende maand (Lev 23: 24 vv.), is den HEERE, uwen God, heilig, en is een vreugde- maar geen treurdag; bedrijft dan genen rouw, en weent niet; want al het volk weende, als zij de woorden der wet hoorden, en hun overtredingen gedachten, waarmee zij tegen de wet gezondigd hadden.
Deze dag is de dag der nieuwe maan der zevende maand, die op bijzondere wijze den Heere moest geheiligd worden. Het voorlezen der Wet en de onderwijzing daarin, had het hart van het volk getroffen. Het volk was ontroerd geworden als het vernam, wat de Heere eist in Zijn woord en hoe zij tegenover Hem strafschuldig stonden, dewijl zij niet hadden gedaan, wat de Heere in Zijn Woord had gesproken. Bevreesd was men geworden voor den toorn Gods vanwege de zonde. En het is daarom, dat Ezra en Nehemia en de Levieten (hier is dan ook niet sprake van Priesters) het volk moed inspreken. Zij willen den indruk van het gehoorde niet wegnemen, maar manen het volk, om den dag des Heren heilig te houden en hun zonden af te breken door gerechtigheid.
KruisverwijzingenNumeri 13:30→— Voorts zeide hij tot hen: Gaat, eet het vette, en drinkt het zoete, en zendt delen dengenen, voor welken niets bereid is, want deze dag is onzen Heere heilig; zo bedroeft u niet, want de blijdschap des HEEREN, die is uw sterkte.
Voorts zei hij, Nehemia, tegelijk met de anderen (vs. 9), tot hen: Gaat, eet, zo als het op een feestdag betaamt, het vette, vette koeken, en drinkt het zoete, zoetgemaakte dranken, en zendt delen degenen, voor welken niets bereid is1), aan de armen onder uwe bekenden, opdat zij zich ook verheugen mogen (Phil. 4: 4 vv.; vgl. (Deuteronomium 16: 14), want deze dag is onzen Heere 2) heilig; zo bedroeft u niet, want de blijdschap des HEREN 3), zo als die zich openbaart in de vreugde op Zijnen dag, die is uwe sterkte, daar gij u dan immers in Zijne genade en gemeenschap veilig en geborgen zult gevoelen.
Hieruit is af te leiden, dat het een gewoonte in Israël was geworden, om op feestdagen den armen te gedenken, opdat ook zij een feestmaaltijd zouden kunnen houden.
Hier wordt God niet bij zijn Verbondsnaam genoemd, maar bij dien van Machthebbende (Adonai), dewijl het niet zozeer een dag was, waarop Israël de grote weldadigheid gedacht, die de Heere hen bewezen had, als wel de dag der nieuwe maan, dien God, als de Heerser over alles, ook over de natuur, had ingesteld.
De blijdschap des Heren is een verheugen in Gods goedheid en onder het geleide en bestuur Zijner genade, een vreugde, ontstaande uit het besef van ons belang in de liefde en gunst van God en in de tekenen Zijner onophoudelijke goedheid.
Letterlijk staat er: Want de blijdschap des Heren, die is uwe vaste burcht. Waarom? Omdat zij zich desbewust werden, dat de Heere, de Almachtige God, hun God, hun Verbonds-God was. Wie zich werkelijk in den Heere God mag verheugen, weet ook, dat hij veilig is geborgen onder de schaduw Zijner vleugelen en van Hem niet anders dan heerlijkheid en genade heeft te verwachten. Een heilige vreugde in den Heere is als het ware tevens de olie voor de raderen onzer gehoorzaamheid aan den wil en het Woord Gods.
KruisverwijzingenNehemia 8:7→Psalmen 119:103→Psalmen 119:97→Lukas 24:32→Psalmen 119:127→Psalmen 119:174→Psalmen 119:171→Romeinen 7:18→— En de Levieten stilden al het volk, zeggende: Zwijgt, want deze dag is heilig, daarom bedroeft u niet.
En de Levieten stilden eveneens al het volk, zeggende: Zwijgt, houdt op met wenen, want deze dag is heilig, daarom bedroeft u niet, maar houdt dezen dag voor een vreugdedag.
Kruisverwijzingen2 Timotheüs 2:24→Nehemia 8:7→Spreuken 12:1→Markus 6:33→Spreuken 8:33→Handelingen 13:42→Handelingen 4:1→2 Kronieken 30:23→— Toen ging al het volk henen om te eten, en om te drinken, en om delen te zenden, en om grote blijdschap te maken; want zij hadden de woorden verstaan, die men hun had bekend gemaakt.
Toen ging al het volk henen, een ieder in zijn huis of in zijne herberg, om te eten, en om te drinken, en om delen van spijs en drank te zenden aan de armen, en om grote blijdschap te maken; want zij hadden de woorden verstaan, die men hun had bekend gemaakt; de uitnodiging van Nehemia, van Ezra en van de Levieten had hun doen begrijpen, dat zij den dag in feestvreugde moesten doorbrengen. Zij verheugden zich; heilige droefheid brengt heilige vreugde voort; zij, die met tranen zaaien zullen met gejuich maaien; zij, die beven bij de schuldig verklaringen van de Schrift, zullen zegepralen in hare vertroostingen. Hoe beter wij het woord van God verstaan, hoe meer troost wij er in zullen vinden; want de moeite komt voort uit onwetendheid en verkeerd begrip. Toen de woorden eerst verklaard werden weenden zij, maar toen zij ze verstonden, verheugden zij zich, en vonden ten laatste kostbare beloften voor hen, die berouw hadden en zich bekeerden, en daarom was er hoop voor Israël.
KruisverwijzingenLeviticus 23:34→Zacharia 14:16→Deuteronomium 16:13→Johannes 7:2→Leviticus 23:40→Genesis 33:17→— En des anderen daags verzamelden zich de hoofden der vaderen van het ganse volk, de priesters en de Levieten, tot Ezra, den schriftgeleerde, en dat, om verstand te bekomen in de woorden der wet.
En des anderen daags, op den tweeden dag der maand Tisri, verzamelden zich de hoofden der vaderen van het ganse volk, de priesters en de Levieten weer, zo als reeds op den eersten dag (vs. 1), tot Ezra, den Schriftgeleerde, en dat wel om onderwezen te worden, en om alzo verstand te bekomen in de woorden der wet.
KruisverwijzingenLeviticus 23:4→Leviticus 23:40→Deuteronomium 16:16→Openbaring 7:9→Johannes 12:13→Genesis 8:11→Richteren 9:48→Mattheüs 21:1→— En zij vonden in de wet geschreven, dat de HEERE door de hand van Mozes geboden had, dat de kinderen Israels in loofhutten zouden wonen, op het feest in de zevende maand;
En zij vonden, daar op dezen dag ook de plaatsen Leviticus 23: 33 vv. en (Deuteronomium 16: 13 vv. 16.13 gelezen werden, in de wet a) geschreven, dat de HEERE door de hand van Mozes geboden had, dat de kinderen Israël’s in loofhutten zouden wonen, op het feest in de zevende maand, d.i. op het Loofhuttenfeest, dat van den 15den dag van de maand Tisri tot den 21sten zou gevierd worden (Leviticus 23: 43 );
Exodus 23: 16. Leviticus 23: 43. Numeri 29: 12 vv. en Deuteronomium 16: 13-15.
KruisverwijzingenNehemia 12:39→2 Koningen 14:13→Nehemia 12:37→Nehemia 3:26→Nehemia 8:3→Jeremia 32:29→Jeremia 19:13→2 Kronieken 33:5→— En dat zij het zouden luidbaar maken, en een stem laten doorgaan door al hun steden, en te Jeruzalem, zeggende: Gaat uit op het gebergte, en haalt takken van olijfbomen, en takken van andere olieachtige bomen, en takken van mirtebomen, en takken van palmbomen, en takken van andere dichte bomen, om loofhutten te maken, als er geschreven is.
En dat zij het, opdat reeds van nu af aan de nodige voorbereidingen tot ene viering van het feest, zo als de wet dit voorschreef, reeds zouden gemaakt worden, zouden luidbaar maken, opdat ieder het weten zou, en ene stem laten doorgaan door al hun steden, en te Jeruzalem, zeggende: Gaat uit op het gebergte, en haalt takken van olijfbomen, van den wezenlijken of veredelden olijfboom, en takken van andere olieachtige bomen, die balsem in zich bevatten, of wilde olijfbomen (1 Koningen 6: 31 1), en takken van mirtebomen, en takken van palmbomen, en takken van andere dichte bomen, b.v. beekwilgen (Leviticus 23: 40), om loofhutten te maken, opdat gij het feest viert zo als er geschreven is.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 8:13→2 Kronieken 7:8→Ezra 3:4→Hebreeën 11:13→Hebreeën 4:8→2 Kronieken 30:26→1 Kronieken 29:22→2 Kronieken 35:18→— Alzo ging het volk uit en haalden ze, en maakten zich loofhutten, een iegelijk op zijn dak, en in hun voorhoven, en in de voorhoven van Gods huis, en op de straat der Waterpoort, en op de straat van Efraimspoort.
Alzo ging het volk uit, en haalde ze, en maakten zich loofhutten, een iegelijk op zijn dak, op het platte dak van zijn huis, en in hun voorhoven, en in de voorhoven van Gods huis, en op de brede straat, de marktplaats der Waterpoort (vs. 1), en op de brede straat van Efraïms poort.
KruisverwijzingenNumeri 29:35→Leviticus 23:36→Deuteronomium 31:10→Johannes 7:37→— En de ganse gemeente dergenen, die uit de gevangenis waren wedergekomen, maakten loofhutten, en woonden in die loofhutten; want de kinderen Israels hadden alzo niet gedaan sinds de dagen van Jesua, den zoon van Nun, tot op dezen dag toe; en er was zeer grote blijdschap.
En de ganse gemeente dergenen, die uit de gevangenis waren wedergekomen, maakten loofhutten, en woonden in die loofhutten gedurende de dagen van het feest; want de kinderen Israël’s hadden alzo niet gedaan sinds de dagen van Jesua, den zoon van Hun, die hen, in het aan hun vaderen beloofde land, had ingebracht (Jozua 1: 1 vv.), tot op dezen dag toe 1); het feest werd met algemene deelneming van het ganse volk, en met luide vreugde gehouden, zodat men werkelijk gedurende de dagen van het feest in hutten woonde; het was nu ene nieuwe zaak, al vierde men het ook in vroegere dagen algemeen (1 (Koningen 8: 65 vv. 2 Kronieken 7: 8 vv. Ezra 3: 4); en er was zeer grote blijdschap.
Dit wil niet zeggen, dat er sinds de dagen van Jozua geen loofhuttenfeest was gevierd. Dit had toch ook plaats gehad, kort na den terugkeer uit Babel. Maar dat men het niet alzo had gevierd, dat men niet in zijn eigen huis, maar in hutten van loof woonden, n.l. allen, die aan het feest deelnamen. Dit laatste is wel op te merken, dewijl in vroegere tijden de feestgangers, die naar Jeruzalem kwamen, alleen offeranden brachten en offermaaltijden hielden.
— En men las in het wetboek Gods dag bij dag, van den eersten dag tot den laatsten dag. En zij hielden het feest zeven dagen, en op den achtsten dag den verbodsdag, naar het recht.
En men las, overeenkomstig het voorschrift in Deuteronomium 31: 10 vv., dat eigenlijk alleen betrekking had op het loofhuttenfeest van het jaar der vrijlating, dat ten einde van elke zeven jaren inviel, op de in vs. 4 vv. beschrevene wijze, in het wetboek Gods dag bij dag, van den eersten dag van het feest, d.i. den 15den der maand Tisri, tot den laatsten dag, den 21sten dezer maand. En zij hielden het feest zeven dagen en op den achtsten dag, den 22sten Tisri, het feest der samenroeping, den verbodsdag, waarop het verboden was enig werk te doen, naar het recht zoals het in Leviticus 23: 36 vv. en Numeri 29: 35 vv. uitdrukkelijk was geboden. Het is opmerkelijk, dat hier gene melding gemaakt wordt van den op den 10den dag van Tisri invallenden groten Verzoendag (Leviticus 16: 1 vv. 23: 26 vv.; Deuteronomium 29: 7 vv.) zoals er ook geen blijk van de viering van dezen dag in de geschiedkundige boeken des O. Testaments gevonden wordt, ook niet in 1 Koningen 8: 65 vv. 2 Kronieken 7: 8 vv. en Ezra 3: 4; eerst later leest men er van in de Apocrieve boeken (Sirach 50: 6 vv. 3 Mak. 1: 11). Dit komt zeker omdat deze dag zo stil werd gevierd, en behalve het vasten van dien dag, had alles in het heiligdom plaats, waarom er niets van gemeld werd. In dien tijd waarvan in Ezra 3, het Apocrieve boek, gesproken wordt, kon het niet geschieden, omdat de tempel nog niet weer was opgebouwd, en het hogepriesterlijk zoenoffer kon dus niet geschieden op de voorgeschrevene wijze. In den tijd waarvan wij nu spreken heeft waarschijnlijk de omstandigheid, dat de tweede tempel geen Arke des Verbonds in zich bevatte, de herstelling van dit feest verhinderd.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Ter overdenking
Gelijk sommige weefsels bevochtigd moeten worden voordat zij de gloeiende kleuren aannemen waarmee zij versierd zullen worden, zo heeft onze geest de genade der boetvaardigheid nodig voordat hij de stralende kleuren der blijdschap ontvangen kan. De blijde boodschap van het Evangelie laat zich alleen op nat papier drukken.
Is er ooit helderder schijnsel gezien dan dat wat op een regenbui volgt? Dan maakt de zon de regendruppels tot edelstenen, de bloemen zien op met frissere glimlach en met gezichten die glinsteren van hun verkwikkend bad, en de vogels zingen uit de druipende takken met verrukkelijker tonen omdat zij een poos gezwegen hebben.
Zo ook: wanneer de ziel doortrokken is geweest van de regen der boetvaardigheid, doet het heldere schijnsel van de vergevende liefde de bloemen der blijdschap rondom haar opbloeien. De treden waarlangs wij opklimmen naar het paleis der vreugde zijn doorgaans nat van tranen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Nehemia 8
Nehemia 8:11.KruisverwijzingenNumeri 13:30→
— Voorts zeide hij tot hen: Gaat, eet het vette, en drinkt het zoete, en zendt delen dengenen, voor welken niets bereid is, want deze dag is onzen Heere heilig; zo bedroeft u niet, want de blijdschap des HEEREN, die is uw sterkte.
Heilige smart is kostelijk voor God en is geen belemmering voor godzalige vreugde. Een overvloedige rouw is geen reden waarom er niet spoedig een even overvloedige vreugde gezien zou worden; want het volk dat door Nehemia en Ezra gezegd werd zich te verblijden, was op datzelfde ogenblik gesmolten van boetvaardige smart: want al het volk weende, als zij de woorden der wet hoorden (vers 10). De ontzaglijke vergadering voor de Waterpoort was onder het onderwijs van Ezra ontwaakt en in het hart getroffen; zij gevoelden de snede van de wet van God als een zwaard dat hun hart openlegde, scheurde, sneed en doodde, en het was geen wonder dat zij klaagden. Maar dat was het ogenblik om hun de balsem van het Evangelie te doen gevoelen en de muziek van het Evangelie te doen horen; en daarom stemden de vroegere zonen van de donder hun tonen anders en werden zij zonen van de troost. Nu zij boetvaardig waren en oprecht tot hun God bekeerd, werd hun gezegd zich te verblijden.
Zoals bepaalde stoffen bevochtigd moeten worden voordat zij de gloeiende kleuren aannemen waarmee zij versierd zullen worden, zo heeft onze geest de genade van de boetvaardigheid nodig voordat hij de stralende kleuring van de blijdschap kan ontvangen. De blijde tijding van het Evangelie kan alleen op vochtig papier gedrukt worden. Wordt er ooit een helderder schijnen gezien dan dat wat op een regenbui volgt? Dan verandert de zon de regendruppels in edelstenen, de bloemen zien op met frissere lach en met aangezichten die glinsteren van hun verkwikkend bad, en de vogels zingen tussen de druipende takken met noten die verrukkelijker zijn omdat zij een tijdje gezwegen hebben.
Zo maakt, wanneer de ziel doortrokken is van de regen van de boetvaardigheid, het heldere schijnen van de vergevende liefde de bloemen van de vreugde overal in het rond bloeien. De treden waarlangs wij opklimmen tot het paleis van de blijdschap zijn doorgaans vochtig van tranen. De smart over de zonde is het voorportaal van het huis waar de gasten vol zijn van de blijdschap des HEEREN. Zoals Jezus in de Bergrede zei: Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden (Matth. 5:4).
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-19.KruisverwijzingenSpreuken 17:22→Nehemia 9:4→Psalmen 28:7→Ezra 7:6→Leviticus 23:24→2 Korinthe 12:8→Nehemia 3:26→1 Timotheüs 2:8→
— Als nu de zevende maand aankwam, en de kinderen Israels in hun steden waren, Zo verzamelde zich al het volk als een enig man op de straat voor de Waterpoort; en zij zeiden tot Ezra, den schriftgeleerde, dat hij het boek der wet van Mozes zou halen, die de HEERE Israel geboden had. En Ezra, de priester, bracht de wet voor de gemeente, beiden mannen en vrouwen, en allen, die verstandig waren om te horen, op den eersten dag der zevende maand. En hij las daarin voor de straat, die voor de Waterpoort is, van het morgen licht aan tot op den middag, voor de mannen en vrouwen, en de verstandigen; en de oren des gansen volks waren naar het wetboek. En Ezra, de schriftgeleerde, stond op een hogen houten stoel, dien zij tot die zaak gemaakt hadden, en nevens hem stond Mattithja, en Sema, en Anaja, en Uria, en Hilkia, en Maaseja, aan zijn rechterhand; en aan zijn linkerhand Pedaja, en Misael, en Malchia, en Hasum, en Hasbaddana, Zacharja en Mesullam. En Ezra opende het boek voor de ogen des gansen volks, want hij was boven al het volk; en als hij het opende, stond al het volk. En Ezra loofde den HEERE, den groten God; en al het volk antwoordde: Amen, amen! met opheffing hunner handen, en neigden zich, en aanbaden den HEERE, met de aangezichten ter aarde. Jesua nu, en Bani, en Serebja, Jamin, Akkub, Sabbethai, Hodia, Maaseja, Kelita, Azaria, Jozabad, Hanan, Pelaja, en de Levieten onderwezen het volk in de wet. En het volk stond op zijn standplaats. En zij lazen in het boek, in de wet Gods, duidelijk; en den zin verklarende, zo maakten zij, dat men het verstond in het lezen. En Nehemia (dezelve is Hattirsatha) en Ezra, de priester, de schriftgeleerde, en de Levieten, die het volk onderwezen, zeiden tot al het volk: Deze dag is den HEERE, uw God, heilig; bedrijft dan geen rouw, en weent niet; want al het volk weende, als zij de woorden der wet hoorden.
Enige dagen na het voleinden van het bouwen des muurs, valt met den dag der nieuwe maan, in de zevende maand een plechtig feest in. De feestvierende menigte wil door een plechtig feestoffer dien dag op ene bijzondere wijze vieren. Op het plein voor de Waterpoort, aan de oostzijde van den tempel is het volk vergaderd, en uit die talrijke schaar verheffen zich stemmen, om aan Ezra, den Schriftgeleerde, die nu eensklaps in onze geschiedenis voortreedt, het verzoek te doen, om hun voor te lezen uit het Wetboek des Heren. Dit geschiedt dan ook in tegenwoordigheid van 13 priesters, van enen opzettelijk daartoe gemaakten predikstoel, en 13 Levieten verspreiden zich onder het volk, herhalen de gelezene gedeelten en leggen die voor de menigte uit. Het volk door deze voorlezingen getroffen, wordt bedroefd op het horen door Wet, want hun zonden komen hun klaar voor den geest; in plaats van zich in den Heere hunnen God te verheugen, kunnen zij zich nauwelijks van wenen onthouden. Op den volgenden dag wordt het lezen voortgezet en als hun de instelling, van het Loofhuttenfeest is meegedeeld, zo als God dat in Zijne Wet heeft geboden, verlangen zij dit feest, dat in zo lang niet had kunnen gevierd worden, weer te houden, zo als dit oorspronkelijk is bevolen. Terstond worden er toebereidselen gemaakt, en daarna wordt het gedurende zeven dagen met grote blijdschap gehouden, en op den achtsten dag, naar het voorschrift der Wet, plechtig gesloten.
Zo verzamelde zich op den tot feestviering bestemden eersten dag dezer maand, den zogenaamden dag des geklanks (Leviticus 23: 25 ), al het volk als een enig man op de brede straat, de marktplaats (2 Kronieken 32: 6 Aan.), voor de Waterpoort, aan de oostzijde van den Tempelberg; en zij zeiden, ten gevolge van een besluit, dat zij te zamen genomen hadden, om op dezen dag zich in Gods Woord te willen verheugen, tot Ezra, den schriftgeleerde (Ezra 7: 6 2 en 3), dat hij het boek der wet van Mozes, of liever zijn afschrift daarvan, zou halen, die wet, die de HEERE Israël geboden had, en die naar de verordening in Deuteronomium 31: 9 vv. op het Loofhuttenfeest van elk jubeljaar aan het volk in het openbaar moest worden voorgelezen. In Ezra 10: 44 wordt het verhaal van Ezra’s werkzaamheid met de geschiedenis van de door hem bewerkte wegzending der vreemde vrouwen voorlopig afgebroken; wij hoorden niets van hem uit den tijd der volgende 12 jaren tot de komst van Nehemia in het heilige land, over wie in het bijzonder wordt gesproken in Hoofdstuk 1-7 van dit boek. Gedurende die twaalf jaren kregen de vijanden van de nieuwe kolonie waarschijnlijk de overhand, deden den ijver van Ezra om ene nieuwe afgeslotene gemeente te stichten verflauwen, en wisten het bouwen der muren van Jeruzalem te doen uitstellen. Hoe minder het onder zulke ongunstige omstandigheden aan Ezra gelukte, om de Mozaïsche wet weer op het praktische leven te doen toepassen, des te meer hield hij zich nu bezig met het afschrijven en verzamelen der heilige Schriften zijns volks. In den tijd vóór de Ballingschap waren de gewichtigste en belangrijke bestanddelen der Heilige Schrift, de eigenlijke oorkonden van het verbond de met Zijn volk, die Zijne rechten en wetten bevatten, in het Heilige der heiligen van den tempel, naast de Arke des verbonds neergelegd (Deuteronomium 31: 9,26; Jozua 24: 26 vv.; 1 Samuel 10: 25 om ze voor vervalsing of vernietiging te behoeden, maar meer nog, opdat de Heere in geval van overtreding Zijner geboden, straffend tegen het volk zou kunnen optreden. Dat daarbij de 5 boeken van Mozes benevens andere geschriften, die wel niet in den tempel waren neergelegd, maar voor echt werden gehouden, als door Gods Geest ingegeven zijnde, door afschriften onder het volk verspreid en bekend waren, daarvoor levert de omstandigheid, dat alle Profeten en heilige Schrijvers in hun schriften blijken geven van nauwkeurige kennis met de Wet en den geschiedkundigen inhoud van den Pentateuch, en dat zij deze kennis ook bij het volk veronderstellen, het onwraakbaarste bewijs. Insgelijks wijzen de latere Profeten menigmaal op de voorzeggingen van hun voorgangers; ja bij velen van hen blijkt het, dat zij bekend waren met de Psalmen, de Spreuken, het Boek van Job en de historische Schriften. Bijzonder heeft Jeremia in zijne voorzeggingen gebruik gemaakt, niet alleen van de Wet, maar ook van alle vroegere Profeten en heilige Schriften en ook Daniël heeft profetische Schriften gelezen. (Dan. 9: 2). In het tijdvak vóór de Babylonische overvoering wordt echter nergens een spoor van ene aaneengeslotene verzameling of een bepaalden Kanon der heilige Schriften gevonden; want de uitdrukking in Dan. 9: 2 “de Boeken” betekent alleen enige profetische boeken, die Daniël bezat, en wij weten ook niet hoeveel hij er bezat, behalve die voorzegging van Jeremia 25. De uitdrukking in “de boeken” kan dus niet betekenen, de Kanon van het Oude Testament, die na het afsluiten daarvan te biblia (Biblia) of aigrafai (de Schriften: MATTHEUS. 22: 29) heette. De vroeger aangewezene beginselen van verzameling der heilige Schriften waren toen genoegzaam, zonder een bepaald afgeslotene Kanon te zijn, zolang eensdeels het Heiligdom des Heren nog bestond, waar Jehova zelf in majestueuze heerlijkheid boven de Cherubs troonde, toen niemand zonder gevaar het durfde wagen om het Heilige aan te roeren, of slechts te aanschouwen, en zolang er andersdeels nog Profeten, als wachters Zions, voorhanden waren, wier levend getuigenis genoegzaam was, zowel om het waarachtig Heilige van menselijke zwakheid en onreinheid te onderscheiden, als de door God ingegevene Schriften van die van aardse of menselijke wijsheid. Nu werd echter de toestand anders, omdat sedert de verwoesting van den eersten tempel de Arke des verbonds voor altijd verloren was (2 Koningen 25: 17 ); want ofschoon ook na de terugkering uit de Ballingschap de tempel weer opgebouwd werd, het gemis van de Arke en de Shechina waren nu de oorzaak, dat dit nieuwe heiligdom niet dien waarborg voor het behoud der Schriften kon geven, dien de vroegere tempel verschafte. Daarenboven, de tijd naderde, waarop naar het Goddelijk raadsbesluit de profetie aan het volk zou ontnomen worden tot aan de verschijning van den Heiland der wereld, opdat het meer en meer tot de erkentenis der behoefte aan verlossing zou komen. (1 Mak. 9: 27). Nu moest in plaats van het levende Woord, dat tot hiertoe de bestendige richtsnoer van geloof en leven voor het volk was geweest, een andere richtsnoer het eerste vervangen en enigermate vergoeden, namelijk een Kanon der heilige Schriften. Wij twijfelen niet, of het was door den Geest van God, dat Ezra er toe gebracht werd in den tijd, waarvan wij spreken, om er aan te denken een Kanon, d.i. ene van de overige literatuur streng afgezonderde en in zich zelven afgeslotene verzameling der heilige Schriften daar te stellen. Het is echter slechts ene legende, waar in het vierde boek van Ezra Hoofdstuk 14, dat tot de Apocrieve boeken behoort, verhaald wordt, dat aan Ezra door goddelijke inspiratie (ingeving) behalve andere, enkel voor ingewijden bestemde geschriften, ook de 24 boeken van het Oude Testament zijn meegedeeld, opdat hij die voor het volk zou bewaren. Deze overlevering heeft zijnen grond echter in de geschiedenis. Het was deze Ezra, die de voorhanden zijnde boeken der H. Schriftuur van zijn volk, van den ondergang redde, en daarvan ene verzameling, die voor canoniek doorging, bijeenbracht. Hiertoe was het vooreerst juist nu de rechte tijd, omdat de herstelling van het heiligdom en van den godsdienst van zelf reeds behoefte aan ene volledige verzameling der, bij de wegvoering van het volk, mede verstrooide heilige Schriften der oude godsmannen verwekte. Ten tweede, omdat nu na het met de Ballingschap aanvangende uitsterven der oud Hebreeuwse taal in hare plaats nu hoe langer hoe meer de Arameïsche taal te voorschijn kwam, en dat hierdoor het gevaar groter werd, dat de oude heilige Schriften voor het in de Ballingschap opgegroeide en nu teruggekeerde geslacht eindelijk geheel in vergetelheid zou geraken, wanneer zij niet in het laatste tijdvak, eer het te laat was, door schriftgeleerden bijeen verzameld, en als Kanon zou vastgesteld worden, om daarna ook in overzettingen in de Arameïsche taal voor de natie toegankelijk gemaakt te worden, en daardoor tevens een waarborg te geven voor de onvervalste waarheid van de in een nieuw gewaad aan hen aangebodene heilige Schriften. Wanneer in 2 Mak. 2: 13 dat werk, dat wij hier aan Ezra hebben toegeschreven, ook aan Nehemia wordt toegekend, dan vindt dit zijne verklaring daarin, dat de eerste de vaststelling van den Kanon nu alleen voorbereidde, maar dat het werk zelf echter eerst later door gemeenschappelijke werkzaamheid tot stand kwam. Tot dezen voorbereidenden arbeid van Ezra rekenen wij, behalve de verzameling en in orde stelling van de tot hiertoe voorhanden zijnde heilige Boeken, ook de voltooiing daarvan, door de beide Boeken, die zij zelven hebben geschreven-de boeken der Kronieken aan de ene, en het boek Ezra aan de andere zijde. Behalve de deels in het heiligdom neergelegde deels daar niet bewaarde maar toch door buitengewonen bijstand van den Geest Gods geschrevene oorkonden waren er, reeds van de oudste tijden af nog andere, die gewichtig waren voor de geschiedenis, die ook moesten behouden blijven, maar eerst na zorgvuldig onderzoek, of nadat zij door ene nieuwe redactie onder een zuiver theocratisch gezichtspunt waren gebracht, zodat Zijne daden, Zijne gerechtigheid, Zijne genade en Zijne trouw zich overal vertoonden. Zo was er reeds ten tijde van Mozes een “Boek van de oorlogen des Heren”; (Numeri 21: 14) daarna onder Jozua tot op den tijd van David een “Boek des Oprechten” (Jozua 10: 13; 2 Samuel 1: 18), en onder de volgende koningen op algemeen oosterse wijze chronologisch voortgezette rijksjaarboeken (1 Koningen 14: 19 2). Op welke wijze nu dergelijke boeken bij het schrijven der heilige geschiedenis konden aangewend worden, heeft Mozes ons in zijn eigen voorbeeld getoond, en al kon niet het gehele boek als bestanddeel van den Kanon opgenomen worden, dan kon een gedeelte er van gewichtig zijn, of wanneer de lezer ene zaak, die in een der boeken van den Kanon voorkwam verder wilde onderzoeken, dan kon hij tot de boeken, die er niet in opgenomen waren zijne toevlucht nemen. Puttende uit deze andere vroegere oorkonden heeft dan Ezra uit enkele punten, voor zijnen tijd van bijzonder belang, maar in de bestaande heilige schriften niet opgenomen, ene geschiedenis samengesteld van den tijd vóór de Ballingschap, bestaande deels uit geslachtsregisters, deels uit meer uitvoerige mededeling van de gebeurde zaken. Alzo zijn de beide boeken der Kronieken ontstaan, en deze zijn voortgezet tot op het tijdstip, dat Israël uit het vreemde land weer naar zijn vaderland mocht terugkeren. Beginnende met laatstgenoemd tijdstip, namelijk met het Edict van Cyrus, heeft hij ook de gedenkwaardigheden van den tijd na de Ballingschap tot aan het jaar zijner terugkering naar Palestina in het naar hem genoemde Boek beschreven. Toen daarna Nehemia met zijn eigen Boek, het boek Nehemia, als voortzetter van deze gedenkwaardigheden van het jaar 445 v. Chr. af te voorschijn trad, kwam Ezra, zo als bovenstaand vers vermeldt, weer op het toneel met nieuwe werkzaamheid voor het openbare leven zijns volks. Zijn werkzame ijver als geschiedschrijver, zozeer geschikt tot bewaring en verbreiding van het woord Gods, wekte ook bij het volk de behoefte op tot een nauwkeurig onderzoek. Dit blijkt uit het verlangen, dat het volk aan den dag legde, om het wetboek des Heren, dat de Heere Israël geboden had, te horen lezen.
Op den eersten dag der zevende maand, den dag der trompetten (Leviticus 23: 24; Numeri
, was bij den eersten terugkeer het altaar opgericht en men kon beginnen brandoffers den Heere te offeren. Op dien dag moest men, volgens de Wet, een heilige bijeenkomst houden, en nu wilde het volk een godsdienstige vergadering houden, om daarbij door Ezra in de Wet onderwezen te worden. Wij zien hieruit, dat bij het volk een dankbare stemming heerste over de weldaden Gods, vooral dat in Zijn gunst de muren weer hersteld waren.
En Ezra, de priester (Hoofdstuk 7: 11), aan dit verlangen van het volk gaarne toegevende, bracht de wet, de rol van het Wetboek, waaruit hij wilde voorlezen, voor de gemeente, beide mannen en vrouwen, en allen onder de kinderen, die verstandig genoeg waren om te horen en het gelezene te verstaan, op den eersten dag der zevende maand (Num 29: 1-6).
En hij las daarin, op de wijze, zoals in vs. 4 beschreven is, voor de brede straat, die voor de Waterpoort is (vs. 2), van het morgenlicht tot op den middag, alzo omtrent zes uren lang, maar met enige tussenpozen, gedurende welke de Levieten de gelezene gedeelten uitlegden (vs. 8 vv.), voor de mannen en vrouwen, en de verstandigen onder de kinderen; en de oren 1) des gansen volks waren in stille aandacht naar het wetboek gekeerd.
In het Hebr. weöznee kol-haäm el sepher hathorah. Beter: En de oren des volks waren gericht op de Wet, d.i. zij zetten hun hart op de wet, zodat zij met oplettendheid toeluisterden. Met ware en warme belangstelling vernamen zij, wat Ezra hen voorlas en de Levieten hen verklaarden. De verstandigen zijn dezelfden, die in het vorige vers genoemd worden: verstandig om te horen.
En Ezra, de Schriftgeleerde, stond, terwijl hij voorlas,op enen hogen houten stoel, als een katheder ingericht, dien zij hem vóór den ingang van den buitensten voorhof des tempels in de richting naar de oostelijk daarover liggende marktplaats tot die zaak gemaakt hadden, en nevens hem stonden Mattithja, en Sema, en Anaja, en Uria, en Hilkia, en Maäseja, allen priesters, (vgl. Hoofd. 3), aan zijne rechterhand; en aan zijne linkerhand Pedaja, en Misaël, en Malchia, en Hasum, en Hasbaddana, Zacharja en Mesullam, insgelijks priesters; -zij dienden alleen om te bevestigen wat er gesproken was.
En Ezra opende, toen het voorlezen beginnen zou, het boek voor de ogen des gansen volks, want hij was door zijne hoge standplaats boven al het volk, verheven; en als hij het boek opende, stond al het volk op, zoals in de Christelijke gemeente bij het gebed.
En Ezra, vóórdat hij begon te lezen, loofde in een vurig dankgebed, bijna zo als dat in 1 Kronieken 17: 8 vv. en 29: 10 vv., den HEERE, den groten God; en al het volk antwoordde, Amen, amen! met opheffing hunner handen, en neigden zich, na het Amen uitgesproken te hebben, en aanbaden den HEERE met de aangezichten ter aarde1).
Het loven van Ezra was tevens een smeken om Gods gunst en een danken voor de betoonde weldadigheid. Dat het volk de handen opheft, strekt tot bewijs, dat zij van den Heere God alle heil en zegen verwachten, en waar het zich daarop neigt en den Heere aanbidt met het aangezicht ter aarde, daar spreekt het uit, dat het alle gunst en ontferming diep verbeurd heeft8. Jesua nu, en Bani, en Serebja, Jamin, Akkub, Sabbethai, Hodia, Maäsaja, Kelita, Azaria, Jozabad, Hanan, Pelaja, en de Levieten 1) onderwezen het volk in de wet; na elk gedeelte, dat gelezen werd, gingen zij tussen het volk heen en weer, en verklaarden het voorgelezene. En het volk stond op zijne standplaats, ook gedurende de verklaring door de Levieten.
Dit wil niet zeggen, dat de zo even genoemden geen Levieten waren. Dit blijkt duidelijk genoeg uit Hoofdstuk 9: 4, 5, maar van hen zijn de vorigen alleen genoemd, wellicht omdat zij de meest bedrevenen waren in het onderwijzen in de Wet. Door het voegwoord en hebben sommigen, maar ten onrechte, gemeend, dat Jesua en de anderen priesters waren. Het onderwijzen der Wet was niet aan de Priesters, maar aan de Levieten toevertrouwd (vs. 10).
En zij lazen in het boek, in de wet Gods, duidelijk, herhaalden daarna het gelezene met ene duidelijke voordracht, en voegden er dan de uitlegging bij, en den zin verklarende, zo maakten zij, Ezra en de Levieten, dat men van den kant van het volk, het verstond in het lezen
. Wij leren uit dit vers de wijze van prediking of uitlegging van het woord Gods in dien tijd. Zij lazen in het boek van Godes wet; zij legden het uit, de belangrijke en ware mening van elk woord aanwijzende; zij maakten, dat zij het gelezene verstonden, en dat zij den wil van God leerden kennen. voor ons is dit nog noodzakelijker.
Het heeft Gode behaagd, in bijna iedere eeuw der kerk niet alleen dezulken te verwekken, die het Evangelie hebben gepredikt, maar ook dezulken die ons hun inzichten omtrent de goddelijke waarheid in geschrifte bekend hebben gemaakt, en ofschoon velen, die getracht hebben de Schrift uit te leggen, inderdaad zeer gedwaald hebben, en den raad hebben verduisterd door woorden zonder wetenschap, toch is daarom alle uitlegging niet verwerpelijk. Al wat wij horen moet op den toetssteen der Schrift gebracht worden.
Onze Staten-vertaling is hier zeer juist. Wat de Levieten deden, was het gelezene uiteenzetten en nader verklaren voor het volk, opdat het gelezene werd begrepen. Vitringa merkt zo eigenaardig op: Van de onderwijzers wordt verhaald, dat zij lazen en het deden begrijpen; van de hoorders, dat zij het gelezene begrepen (de doctoribus narratur, quod legerant et dederint intellectum, de auditoribus, quod lectum intellexerint).
En Nehemia (deze is Hattirsatha), die toen stadhouder of landvoogd was (Ezra 2: 63 ), en Ezra, de priester de Schriftgeleerde, en de Levieten, die het volk onderwezen, zeiden tot al het volk, toen dit ten gevolge van de gelezene Schriftuurplaatsen, waarin zware straffen Gods over de overtreders der wet bedreigd werden, begon te wenen en te treuren (Ezra 10: 1 vv): Deze dag1), als de dag der nieuwe maan van de zevende maand (Lev 23: 24 vv.), is den HEERE, uwen God, heilig, en is een vreugde- maar geen treurdag; bedrijft dan genen rouw, en weent niet; want al het volk weende, als zij de woorden der wet hoorden, en hun overtredingen gedachten, waarmee zij tegen de wet gezondigd hadden.
Deze dag is de dag der nieuwe maan der zevende maand, die op bijzondere wijze den Heere moest geheiligd worden. Het voorlezen der Wet en de onderwijzing daarin, had het hart van het volk getroffen. Het volk was ontroerd geworden als het vernam, wat de Heere eist in Zijn woord en hoe zij tegenover Hem strafschuldig stonden, dewijl zij niet hadden gedaan, wat de Heere in Zijn Woord had gesproken. Bevreesd was men geworden voor den toorn Gods vanwege de zonde. En het is daarom, dat Ezra en Nehemia en de Levieten (hier is dan ook niet sprake van Priesters) het volk moed inspreken. Zij willen den indruk van het gehoorde niet wegnemen, maar manen het volk, om den dag des Heren heilig te houden en hun zonden af te breken door gerechtigheid.
Voorts zei hij, Nehemia, tegelijk met de anderen (vs. 9), tot hen: Gaat, eet, zo als het op een feestdag betaamt, het vette, vette koeken, en drinkt het zoete, zoetgemaakte dranken, en zendt delen degenen, voor welken niets bereid is1), aan de armen onder uwe bekenden, opdat zij zich ook verheugen mogen (Phil. 4: 4 vv.; vgl. (Deuteronomium 16: 14), want deze dag is onzen Heere 2) heilig; zo bedroeft u niet, want de blijdschap des HEREN 3), zo als die zich openbaart in de vreugde op Zijnen dag, die is uwe sterkte, daar gij u dan immers in Zijne genade en gemeenschap veilig en geborgen zult gevoelen.
Hieruit is af te leiden, dat het een gewoonte in Israël was geworden, om op feestdagen den armen te gedenken, opdat ook zij een feestmaaltijd zouden kunnen houden.
Hier wordt God niet bij zijn Verbondsnaam genoemd, maar bij dien van Machthebbende (Adonai), dewijl het niet zozeer een dag was, waarop Israël de grote weldadigheid gedacht, die de Heere hen bewezen had, als wel de dag der nieuwe maan, dien God, als de Heerser over alles, ook over de natuur, had ingesteld.
De blijdschap des Heren is een verheugen in Gods goedheid en onder het geleide en bestuur Zijner genade, een vreugde, ontstaande uit het besef van ons belang in de liefde en gunst van God en in de tekenen Zijner onophoudelijke goedheid.
Letterlijk staat er: Want de blijdschap des Heren, die is uwe vaste burcht. Waarom? Omdat zij zich desbewust werden, dat de Heere, de Almachtige God, hun God, hun Verbonds-God was. Wie zich werkelijk in den Heere God mag verheugen, weet ook, dat hij veilig is geborgen onder de schaduw Zijner vleugelen en van Hem niet anders dan heerlijkheid en genade heeft te verwachten. Een heilige vreugde in den Heere is als het ware tevens de olie voor de raderen onzer gehoorzaamheid aan den wil en het Woord Gods.
En de Levieten stilden eveneens al het volk, zeggende: Zwijgt, houdt op met wenen, want deze dag is heilig, daarom bedroeft u niet, maar houdt dezen dag voor een vreugdedag.
Toen ging al het volk henen, een ieder in zijn huis of in zijne herberg, om te eten, en om te drinken, en om delen van spijs en drank te zenden aan de armen, en om grote blijdschap te maken; want zij hadden de woorden verstaan, die men hun had bekend gemaakt; de uitnodiging van Nehemia, van Ezra en van de Levieten had hun doen begrijpen, dat zij den dag in feestvreugde moesten doorbrengen. Zij verheugden zich; heilige droefheid brengt heilige vreugde voort; zij, die met tranen zaaien zullen met gejuich maaien; zij, die beven bij de schuldig verklaringen van de Schrift, zullen zegepralen in hare vertroostingen. Hoe beter wij het woord van God verstaan, hoe meer troost wij er in zullen vinden; want de moeite komt voort uit onwetendheid en verkeerd begrip. Toen de woorden eerst verklaard werden weenden zij, maar toen zij ze verstonden, verheugden zij zich, en vonden ten laatste kostbare beloften voor hen, die berouw hadden en zich bekeerden, en daarom was er hoop voor Israël.
En des anderen daags, op den tweeden dag der maand Tisri, verzamelden zich de hoofden der vaderen van het ganse volk, de priesters en de Levieten weer, zo als reeds op den eersten dag (vs. 1), tot Ezra, den Schriftgeleerde, en dat wel om onderwezen te worden, en om alzo verstand te bekomen in de woorden der wet.
En zij vonden, daar op dezen dag ook de plaatsen Leviticus 23: 33 vv. en (Deuteronomium 16: 13 vv. 16.13 gelezen werden, in de wet a) geschreven, dat de HEERE door de hand van Mozes geboden had, dat de kinderen Israël’s in loofhutten zouden wonen, op het feest in de zevende maand, d.i. op het Loofhuttenfeest, dat van den 15den dag van de maand Tisri tot den 21sten zou gevierd worden (Leviticus 23: 43 );
Exodus 23: 16. Leviticus 23: 43. Numeri 29: 12 vv. en Deuteronomium 16: 13-15.
En dat zij het, opdat reeds van nu af aan de nodige voorbereidingen tot ene viering van het feest, zo als de wet dit voorschreef, reeds zouden gemaakt worden, zouden luidbaar maken, opdat ieder het weten zou, en ene stem laten doorgaan door al hun steden, en te Jeruzalem, zeggende: Gaat uit op het gebergte, en haalt takken van olijfbomen, van den wezenlijken of veredelden olijfboom, en takken van andere olieachtige bomen, die balsem in zich bevatten, of wilde olijfbomen (1 Koningen 6: 31 1), en takken van mirtebomen, en takken van palmbomen, en takken van andere dichte bomen, b.v. beekwilgen (Leviticus 23: 40), om loofhutten te maken, opdat gij het feest viert zo als er geschreven is.
Alzo ging het volk uit, en haalde ze, en maakten zich loofhutten, een iegelijk op zijn dak, op het platte dak van zijn huis, en in hun voorhoven, en in de voorhoven van Gods huis, en op de brede straat, de marktplaats der Waterpoort (vs. 1), en op de brede straat van Efraïms poort.
En de ganse gemeente dergenen, die uit de gevangenis waren wedergekomen, maakten loofhutten, en woonden in die loofhutten gedurende de dagen van het feest; want de kinderen Israël’s hadden alzo niet gedaan sinds de dagen van Jesua, den zoon van Hun, die hen, in het aan hun vaderen beloofde land, had ingebracht (Jozua 1: 1 vv.), tot op dezen dag toe 1); het feest werd met algemene deelneming van het ganse volk, en met luide vreugde gehouden, zodat men werkelijk gedurende de dagen van het feest in hutten woonde; het was nu ene nieuwe zaak, al vierde men het ook in vroegere dagen algemeen (1 (Koningen 8: 65 vv. 2 Kronieken 7: 8 vv. Ezra 3: 4); en er was zeer grote blijdschap.
Dit wil niet zeggen, dat er sinds de dagen van Jozua geen loofhuttenfeest was gevierd. Dit had toch ook plaats gehad, kort na den terugkeer uit Babel. Maar dat men het niet alzo had gevierd, dat men niet in zijn eigen huis, maar in hutten van loof woonden, n.l. allen, die aan het feest deelnamen. Dit laatste is wel op te merken, dewijl in vroegere tijden de feestgangers, die naar Jeruzalem kwamen, alleen offeranden brachten en offermaaltijden hielden.
En men las, overeenkomstig het voorschrift in Deuteronomium 31: 10 vv., dat eigenlijk alleen betrekking had op het loofhuttenfeest van het jaar der vrijlating, dat ten einde van elke zeven jaren inviel, op de in vs. 4 vv. beschrevene wijze, in het wetboek Gods dag bij dag, van den eersten dag van het feest, d.i. den 15den der maand Tisri, tot den laatsten dag, den 21sten dezer maand. En zij hielden het feest zeven dagen en op den achtsten dag, den 22sten Tisri, het feest der samenroeping, den verbodsdag, waarop het verboden was enig werk te doen, naar het recht zoals het in Leviticus 23: 36 vv. en Numeri 29: 35 vv. uitdrukkelijk was geboden. Het is opmerkelijk, dat hier gene melding gemaakt wordt van den op den 10den dag van Tisri invallenden groten Verzoendag (Leviticus 16: 1 vv. 23: 26 vv.; Deuteronomium 29: 7 vv.) zoals er ook geen blijk van de viering van dezen dag in de geschiedkundige boeken des O. Testaments gevonden wordt, ook niet in 1 Koningen 8: 65 vv. 2 Kronieken 7: 8 vv. en Ezra 3: 4; eerst later leest men er van in de Apocrieve boeken (Sirach 50: 6 vv. 3 Mak. 1: 11). Dit komt zeker omdat deze dag zo stil werd gevierd, en behalve het vasten van dien dag, had alles in het heiligdom plaats, waarom er niets van gemeld werd. In dien tijd waarvan in Ezra 3, het Apocrieve boek, gesproken wordt, kon het niet geschieden, omdat de tempel nog niet weer was opgebouwd, en het hogepriesterlijk zoenoffer kon dus niet geschieden op de voorgeschrevene wijze. In den tijd waarvan wij nu spreken heeft waarschijnlijk de omstandigheid, dat de tweede tempel geen Arke des Verbonds in zich bevatte, de herstelling van dit feest verhinderd.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel