Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Maar het geschiedde, als Sanballat gehoord had, dat wij den muur bouwden, zo ontstak hij, en werd zeer toornig; en hij bespotte de Joden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Maar het geschiedde, als SanballatH5571gehoordH8085 had, dat wij den muurH2346bouwdenH1129, zo ontstakH2734 hij, en werd zeerH3966toornigH3707; en hij bespotteH3932 de JodenH3064.Maar het geschiedde, als Sanballat gehoord had, dat wij den muur bouwden, zo ontstak hij, en werd zeer toornig; en hij bespotte de Joden.
KJVBut it came to pass, that when Sanballat4heard3that we buildedthe wall,12he was wroth,18and took greatindignation,and mockedthe Jews.
1וַיְהִ֞יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כַּאֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3שָׁמַ֣עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4סַנְבַלַּ֗טH5571SanballatSanballat5כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6אֲנַ֤חְנוּH587wijourselves, us, we7בוֹנִים֙H1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַ֣חוֹמָ֔הH2346muur, muren, muurswall, walled10וַיִּ֣חַרH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)11ל֔וֹ12וַיִּכְעַ֖סH3707toorn verwekken, vertoornen, getergdbe angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth13הַרְבֵּ֑הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very14וַיַּלְעֵ֖גH3932bespot, bespotten, spottenhave in derision, laugh (to scorn), mock (on), stammering15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16הַיְּהוּדִֽיםH3064Joden, Jood, JoodsJew
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
2En sprak in de tegenwoordigheid zijner broederen en van het heir van Samaria, en zeide: Wat doen deze amechtige Joden? Zal men hen laten geworden? Zullen zij offeren? Zullen zij het in een dag voleinden? Zullen zij de steentjes uit de stofhopen levend maken, daar zij verbrand zijn?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En sprakH559 in de tegenwoordigheidH6440 zijner broederenH251 en van het heirH2428 van SamariaH8111, en zeideH559: Wat doen deze amechtigeH537JodenH3064? Zal men hen latenH5800 geworden? Zullen zij offerenH2076? Zullen zij het in een dagH3117voleindenH3615? Zullen zij de steentjesH68 uit de stofhopenH6194levendH2421 maken, daar zij verbrandH8313 zijn?En sprak in de tegenwoordigheid zijner broederen en van het heir van Samaria, en zeide: Wat doen deze amechtige Joden? Zal men hen laten geworden? Zullen zij offeren? Zullen zij het in een dag voleinden? Zullen zij de steentjes uit de stofhopen levend maken, daar zij verbrand zijn?
KJVAnd he spakebeforehis brethrenand the armyof Samaria,and said,What do7these feebleJews?will they fortifythemselves? will they sacrifice?will they make an endin a day?will they revivethe stonesout of the heapsof the rubbishwhich are burned?
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you3אֶחָ֗יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4וְחֵיל֙H2426heir, voormuur, buitenmuurarmy, bulwark, host, [phrase] poor, rampart, trench, wall5שֹֽׁמְר֔וֹןH8111SamariaSamaria6וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7מָ֛הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why8הַיְּהוּדִ֥יםH3064Joden, Jood, JoodsJew9הָאֲמֵלָלִ֖יםH537amechtigefeeble10עֹשִׂ֑יםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11הֲיַעַזְב֨וּH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely12לָהֶ֤ם13הֲיִזְבָּ֨חוּ֙H2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay14הַיְכַלּ֣וּH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste15בַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger16הַיְחַיּ֧וּH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18הָאֲבָנִ֛יםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)19מֵעֲרֵמ֥וֹתH6194hopen, hoop, garvenheap (of corn), sheaf20הֶעָפָ֖רH6083stof, stofs, aardeashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish21וְהֵ֥מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye22שְׂרוּפֽוֹתH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
3En Tobia, den Ammoniet, was bij hem, en zeide: Al is het, dat zij bouwen, zo er een vos opkwame, hij zou hun stenen muur wel verscheuren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En TobiaH2900, den AmmonietH5984, was bijH5921 hem, en zeideH559: Al is het, dat zij bouwenH1129, zo er een vosH7776opkwameH5927, hij zou hun stenenH68muurH2346 wel verscheurenH6555.En Tobia, den Ammoniet, was bij hem, en zeide: Al is het, dat zij bouwen, zo er een vos opkwame, hij zou hun stenen muur wel verscheuren.
KJVNow Tobiahthe Ammonitewas by him,and he said,Even that which they build,if a foxgo up,he shall even break downtheir stonewall.
1וְטוֹבִיָּ֥הH2900TobiaTobiah, Tobijah2הָעַמֹּנִ֖יH5984Ammonieten, Ammoniet, AmmonietischeAmmonite(-s)3אֶצְל֑וֹH681bij, naast, nevensat, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל)4וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5גַּ֚םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7הֵ֣םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye8בּוֹנִ֔יםH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely9אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet10יַעֲלֶ֣הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work11שׁוּעָ֔לH7776vossen, vosfox12וּפָרַ֖ץH6555gescheurd, brak, doorgebroken[idiom] abroad, (make a) breach, break (away, down, -er, forth, in, up), burst out, come (spread) abroad, compel, disperse, grow, increase, open, press, scatter, urge13חוֹמַ֥תH2346muur, muren, muurswall, walled14אַבְנֵיהֶֽםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
4Hoor, o onze God! dat wij zeer veracht zijn, en keer hun versmaadheid weder op hun hoofd, en geef hen over tot een roof in een land der gevangenis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4HoorH8085, o onze GodH430! dat wij zeer verachtH939 zijn, en keer hun versmaadheidH2781 weder op hun hoofdH7218, en geefH5414 hen over tot een roofH961 in een landH776 der gevangenisH7633.Hoor, o onze God! dat wij zeer veracht zijn, en keer hun versmaadheid weder op hun hoofd, en geef hen over tot een roof in een land der gevangenis.
KJVHear,O our God;for we are despised:and turntheir reproachupon their own head,and givethem for a preyin the landof captivity:
1שְׁמַ֤עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2אֱלֹהֵ֨ינוּ֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4הָיִ֣ינוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5בוּזָ֔הH939verachtdespised6וְהָשֵׁ֥בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw7חֶרְפָּתָ֖םH2781smaadheid, smaad, versmaadheidrebuke, reproach(-fully), shame8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9רֹאשָׁ֑םH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top10וּתְנֵ֥םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11לְבִזָּ֖הH961roof, roofs, berovingprey, spoil12בְּאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13שִׁבְיָֽהH7633gevangenen, gevangeniscaptives(-ity)
5En dek hun ongerechtigheid niet toe; en hun zonde worde niet uitgedelgd van voor Uw aangezicht, want zij hebben U getergd, staande tegenover de bouwlieden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En dekH3680 hun ongerechtigheidH5771 niet toeH5704; en hun zondeH2403 worde niet uitgedelgdH4229 van voor Uw aangezichtH6440, want zij hebben U getergdH3707, staande tegenoverH5048 de bouwliedenH1129.En dek hun ongerechtigheid niet toe; en hun zonde worde niet uitgedelgd van voor Uw aangezicht, want zij hebben U getergd, staande tegenover de bouwlieden.
KJVAnd covernot their iniquity,and let not their sinbe blotted outfrom beforethee: for they have provoked thee to angerbefore the builders.
1וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than2תְּכַס֙H3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4עֲוֺנָ֔םH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin5וְחַטָּאתָ֖םH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)6מִלְּפָנֶ֣יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than8תִּמָּחֶ֑הH4229uitgedelgd, delg, verdelgenabolish, blot out, destroy, full of marrow, put out, reach unto, [idiom] utterly, wipe (away, out)9כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10הִכְעִ֖יסוּH3707toorn verwekken, vertoornen, getergdbe angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth11לְנֶ֥גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view12הַבּוֹנִֽיםH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
6Doch wij bouwden den muur, zodat de ganse muur samengevoegd werd tot zijn helft toe; want het hart des volks was om te werken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Doch wij bouwdenH1129 den muurH2346, zodat de ganseH3605muurH2346samengevoegdH7194 werd tot zijn helftH2677 toe; want het hartH3820 des volksH5971 was om te werkenH6213.Doch wij bouwden den muur, zodat de ganse muur samengevoegd werd tot zijn helft toe; want het hart des volks was om te werken.
KJVSo builtwe the wall;and all the wallwas joined togetherunto the halfthereof: for the peoplehad a mindto work.
1וַנִּבְנֶה֙H1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַ֣חוֹמָ֔הH2346muur, muren, muurswall, walled4וַתִּקָּשֵׁ֥רH7194verbintenis, binden, maaktenbind (up), (make a) conspire(-acy, -ator), join together, knit, stronger, work (treason)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הַחוֹמָ֖הH2346muur, muren, muurswall, walled7עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet8חֶצְיָ֑הּH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts9וַיְהִ֧יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10לֵ֦בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom11לָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12לַעֲשֽׂוֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
7En het geschiedde, als Sanballat, en Tobia, en de Arabieren, en de Ammonieten, en de Asdodieten hoorden, dat de verbetering aan de muren van Jeruzalem toenam, dat de scheuren begonnen gestopt te worden, zo ontstaken zij zeer;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En het geschiedde, als SanballatH5571, en TobiaH2900, en de ArabierenH6163, en de AmmonietenH5984, en de AsdodietenH796hoordenH8085, dat de verbeteringH724 aan de murenH2346 van JeruzalemH3389toenamH5927, dat de scheurenH6555begonnenH2490gestoptH5640 te worden, zo ontstakenH2734 zij zeer;En het geschiedde, als Sanballat, en Tobia, en de Arabieren, en de Ammonieten, en de Asdodieten hoorden, dat de verbetering aan de muren van Jeruzalem toenam, dat de scheuren begonnen gestopt te worden, zo ontstaken zij zeer;
KJVBut it came to pass, that when Sanballat,and Tobiah,and the Arabians,and the Ammonites,and the Ashdodites,heardthat the walls5of Jerusalemwere made up,and that the breachesbeganto be stopped,then they were verywroth,
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כַאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3שָׁמַ֣עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4סַנְבַלַּ֡טH5571SanballatSanballat5וְ֠טוֹבִיָּהH2900TobiaTobiah, Tobijah6וְהָעַרְבִ֨יםH6163Arabieren, ArabierArabian7וְהָעַמֹּנִ֜יםH5984Ammonieten, Ammoniet, AmmonietischeAmmonite(-s)8וְהָאַשְׁדּוֹדִ֗יםH796Asdod, Asdodiet, AsdodietenAshdodites, of Ashdod9כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10עָלְתָ֤הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work11אֲרוּכָה֙H724gezondheid, betering, genezinghealth, made up, perfected12לְחֹמ֣וֹתH2346muur, muren, muurswall, walled13יְרוּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem14כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15הֵחֵ֥לּוּH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound16הַפְּרֻצִ֖יםH6555gescheurd, brak, doorgebroken[idiom] abroad, (make a) breach, break (away, down, -er, forth, in, up), burst out, come (spread) abroad, compel, disperse, grow, increase, open, press, scatter, urge17לְהִסָּתֵ֑םH5640sluit, stoppen, stopteclosed up, hidden, secret, shut out (up), stop18וַיִּ֥חַרH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)19לָהֶ֖ם20מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
8En zij maakten allen te zamen een verbintenis, dat zij zouden komen om tegen Jeruzalem te strijden, en een verbijstering daarin te maken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En zij maaktenH7194 allen te zamenH3162 een verbintenisH7194, dat zij zouden komenH935 om tegen JeruzalemH3389 te strijdenH3898, en een verbijsteringH8442 daarin te maken.En zij maakten allen te zamen een verbintenis, dat zij zouden komen om tegen Jeruzalem te strijden, en een verbijstering daarin te maken.
KJVAnd conspiredall of them togetherto comeand to fight19against Jerusalem,and to hinder
1וַיִּקְשְׁר֤וּH7194verbintenis, binden, maaktenbind (up), (make a) conspire(-acy, -ator), join together, knit, stronger, work (treason)2כֻלָּם֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3יַחְדָּ֔וH3162samen, tezamenalike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal4לָב֖וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5לְהִלָּחֵ֣םH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)6בִּירוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem7וְלַעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8ל֖וֹ9תּוֹעָֽהH8442dwaling, verbijsteringerror, hinder
9Maar wij baden tot onzen God, en zetten wacht tegen hen, dag en nacht, hunnenthalve.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9MaarH3588 wij badenH6419 tot onzen GodH430, en zettenH5975wachtH4929 tegen hen, dagH3119 en nachtH3915, hunnenthalveH4480.Maar wij baden tot onzen God, en zetten wacht tegen hen, dag en nacht, hunnenthalve.
KJVNevertheless we made our prayerunto our God,9and seta watchagainst them dayand night,because
1וַנִּתְפַּלֵּ֖לH6419bidden, bad, bidintreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אֱלֹהֵ֑ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4וַנַּעֲמִ֨ידH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry5מִשְׁמָ֧רH4929wacht, bewaring, wachtendiligence, guard, office, prison, ward, watch6עֲלֵיהֶ֛םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7יוֹמָ֥םH3119dag, daags, Dagdaily, (by, in the) day(-time)8וָלַ֖יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)9מִפְּנֵיהֶֽםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
10Toen zeide Juda: De kracht der dragers is vervallen, en des stofs is veel, zodat wij aan den muur niet zullen kunnen bouwen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen zeideH559JudaH3063: De krachtH3581 der dragersH5449 is vervallenH3782, en des stofsH6083 is veelH7235, zodat wij aan den muurH2346 niet zullen kunnen bouwenH1129.Toen zeide Juda: De kracht der dragers is vervallen, en des stofs is veel, zodat wij aan den muur niet zullen kunnen bouwen.
KJVAnd Judah19said,The strengthof the bearers of burdensis decayed,and there is muchrubbish;so that we are not ableto buildthe wall.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוּדָ֗הH3063JudaJudah3כָּשַׁל֙H3782struikelen, vallen, aanstotenbereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak4כֹּ֣חַH3581kracht, macht, vermogenability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth5הַסַּבָּ֔לH5449lastdragers, dragers, last(to bear, bearer of) burden(-s)6וְהֶעָפָ֖רH6083stof, stofs, aardeashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish7הַרְבֵּ֑הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very8וַאֲנַ֨חְנוּ֙H587wijourselves, us, we9לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10נוּכַ֔לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer11לִבְנ֖וֹתH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely12בַּחוֹמָֽהH2346muur, muren, muurswall, walled
11Nu hadden onze vijanden gezegd: Zij zullen het niet weten, noch zien, totdat wij in het midden van hen komen, en slaan hen dood; alzo zullen wij het werk doen ophouden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Nu hadden onze vijandenH6862gezegdH559: Zij zullen het niet wetenH3045, noch zienH7200, totdat wij in het middenH8432 van hen komenH935, en slaan hen doodH259; alzo zullen wij het werkH4399doenH6213ophoudenH7673.Nu hadden onze vijanden gezegd: Zij zullen het niet weten, noch zien, totdat wij in het midden van hen komen, en slaan hen dood; alzo zullen wij het werk doen ophouden.
Ook in dit vers
slaan doodH2026
KJVAnd our adversariessaid,They shall not know,neither see,till we comein the midstamongthem, and slaythem, and cause the work9to cease.
1וַיֹּאמְר֣וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2צָרֵ֗ינוּH6862wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijdersadversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble3לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4יֵדְעוּ֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot5וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6יִרְא֔וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions7עַ֛דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9נָב֥וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11תּוֹכָ֖םH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)12וַהֲרַגְנ֑וּםH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely13וְהִשְׁבַּ֖תְנוּH7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַמְּלָאכָֽהH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
12En het geschiedde, als de Joden, die bij hen woonden, kwamen, dat zij het ons wel tienmaal zeiden, uit al de plaatsen, door dewelke gij tot ons wederkeert.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En het geschiedde, als de JodenH3064, die bijH5921 hen woondenH3427, kwamen, dat zij het ons wel tienmaalH6235zeidenH559, uit al de plaatsenH4725, door dewelke gij tot ons wederkeertH7725.En het geschiedde, als de Joden, die bij hen woonden, kwamen, dat zij het ons wel tienmaal zeiden, uit al de plaatsen, door dewelke gij tot ons wederkeert.
KJVAnd it came to pass, that when the Jewswhich dweltby them10came,they saidunto us tentimes,From all placeswhence ye shall return
1וַֽיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כַּאֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3בָּ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4הַיְּהוּדִ֔יםH3064Joden, Jood, JoodsJew5הַיֹּשְׁבִ֖יםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry6אֶצְלָ֑םH681bij, naast, nevensat, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל)7וַיֹּ֤אמְרוּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8לָ֨נוּ֙9עֶ֣שֶׂרH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen10פְּעָמִ֔יםH6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel11מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הַמְּקֹמ֖וֹתH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)13אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14תָּשׁ֥וּבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw15עָלֵֽינוּH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
13Daarom zette ik in de benedenste plaatsen achter den muur, en op de hoogten, en ik zette het volk naar de geslachten, met hun zwaarden, hun spiesen en hun bogen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Daarom zetteH5975 ik in de benedensteH8482plaatsenH4725achterH4480 den muurH2346, en opH5921 de hoogtenH6706, en ik zetteH5975 het volkH5971naarH413 de geslachtenH4940, met hun zwaardenH2719, hun spiesenH7420 en hun bogenH7198.Daarom zette ik in de benedenste plaatsen achter den muur, en op de hoogten, en ik zette het volk naar de geslachten, met hun zwaarden, hun spiesen en hun bogen.
KJVTherefore setI in the lowerplacesbehindthe wall,15and on the higher places,I even setthe people8after their familieswith their swords,their spears,and their bows.
1וָֽאַעֲמִ֞ידH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry2מִֽתַּחְתִּיּ֧וֹתH8482onderste, onderste plaatsen, onderstenlow (parts, -er, -er parts, -est), nether (part)3לַמָּק֛וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)4מֵאַחֲרֵ֥יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with5לַחוֹמָ֖הH2346muur, muren, muurswall, walled6בַּצְּחִיחִ֑יםH6706gladde, hoogtenhigher place, top7וָֽאַעֲמִ֤ידH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הָעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10לְמִשְׁפָּח֔וֹתH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)11עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)12חַרְבֹתֵיהֶ֛םH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool13רָמְחֵיהֶ֖םH7420spiesen, spies, priemenbuckler, javelin, lancet, spear14וְקַשְּׁתֹתֵיהֶֽםH7198boog, bogen, Boog[idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
14En ik zag toe, en maakte mij op, en zeide tot de edelen, en tot de overheden, en tot het overige des volks: Vreest niet voor hun aangezicht; denkt aan dien groten en vreselijken HEERE, en strijdt voor uw broederen, uw zonen en uw dochteren, uw vrouwen en uw huizen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En ik zagH7200 toe, en maakte mij op, en zeideH559 tot de edelenH2715, en tot de overhedenH5461, en tot het overigeH3499 des volksH5971: VreestH3372 niet voor hun aangezichtH6440; denktH2142 aan dienH834 groten en vreselijkenH3372HEEREH136, en strijdtH3898 voor uw broederenH251, uw zonenH1121 en uw dochterenH1323, uw vrouwenH802 en uw huizenH1004.En ik zag toe, en maakte mij op, en zeide tot de edelen, en tot de overheden, en tot het overige des volks: Vreest niet voor hun aangezicht; denkt aan dien groten en vreselijken HEERE, en strijdt voor uw broederen, uw zonen en uw dochteren, uw vrouwen en uw huizen.
KJVAnd I looked,and rose up,and saidunto the nobles,and to the rulers,and to the restof the people,Be not ye afraidof them:rememberthe Lord,which is greatand terrible,and fight11for your brethren,your sons,and your daughters,your wives,and your houses.
1וָאֵ֣רֶאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2וָאָק֗וּםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)3וָאֹמַ֞רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5הַחֹרִ֤יםH2715edelennoble6וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הַסְּגָנִים֙H5461overhedenprince, ruler8וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9יֶ֣תֶרH3499overige, overblijfsel, overgelaten[phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with10הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people11אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than12תִּֽירְא֖וּH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)13מִפְּנֵיהֶ֑םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15אֲדֹנָ֞יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord16הַגָּד֤וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very17וְהַנּוֹרָא֙H3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)18זְכֹ֔רוּH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well19וְהִֽלָּחֲמ֗וּH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)20עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21אֲחֵיכֶם֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'22בְּנֵיכֶ֣םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth23וּבְנֹתֵיכֶ֔םH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village24נְשֵׁיכֶ֖םH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English25וּבָתֵּיכֶֽםH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
15Daarna geschiedde het, als onze vijanden hoorden, dat het ons bekend was geworden, en God hun raad te niet gemaakt had, zo keerden wij allen weder tot den muur, een iegelijk tot zijn werk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Daarna geschiedde het, als onze vijandenH341hoordenH8085, dat het ons bekendH3045 was geworden, en GodH430 hun raadH6098 te niet gemaaktH6213 had, zo keerdenH7725 wij allen weder tot den muurH2346, een iegelijk totH5704 zijn werkH4399.Daarna geschiedde het, als onze vijanden hoorden, dat het ons bekend was geworden, en God hun raad te niet gemaakt had, zo keerden wij allen weder tot den muur, een iegelijk tot zijn werk.
KJVAnd it came to pass, when our enemiesheardthat it was knownunto us, and Godhad broughttheir counselto nought,that we returnedall of us to the wall,every oneunto his work.
1וַיְהִ֞יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כַּֽאֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3שָׁמְע֤וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4אוֹיְבֵ֨ינוּ֙H341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe5כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6נ֣וֹדַֽעH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot7לָ֔נוּ8וַיָּ֥פֶרH6565vernietigen, vernietigd, ganselijk[idiom] any ways, break (asunder), cast off, cause to cease, [idiom] clean, defeat, disannul, disappoint, dissolve, divide, make of none effect, fail, frustrate, bring (come) to nought, [idiom] utterly, make void9הָאֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11עֲצָתָ֑םH6098raad, raadslag, raadslagenadvice, advisement, counsel(l-(or)), purpose12וַנָּ֤שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw13כֻּלָּ֨נוּ֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15הַ֣חוֹמָ֔הH2346muur, muren, muurswall, walled16אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)17אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18מְלַאכְתּֽוֹH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
16En het geschiedde van dien dag af, dat de helft mijner jongens doende waren aan het werk, en de helft van hen hielden de spiesen, en de schilden, en de bogen, en de pantsiers; en de oversten waren achter het ganse huis van Juda.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En het geschiedde van dien dagH3117 af, dat de helftH2677 mijner jongensH5288 doende waren aan het werkH4399, en de helftH2677 van hen hieldenH2388 de spiesenH7420, en de schildenH4043, en de bogenH7198, en de pantsiersH8302; en de overstenH8269 waren achterH310 het ganse huisH1004 van JudaH3063.En het geschiedde van dien dag af, dat de helft mijner jongens doende waren aan het werk, en de helft van hen hielden de spiesen, en de schilden, en de bogen, en de pantsiers; en de oversten waren achter het ganse huis van Juda.
KJVAnd it came to pass from that time15forth, that the halfof my servants7wroughtin the work,16and the other halfof them heldboth the spears,the shields,and the bows,and the habergeons;and the rulerswere behindall the houseof Judah.
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with3הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4הַה֗וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5חֲצִ֣יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts6נְעָרַי֮H5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)7עֹשִׂ֣יםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8בַּמְּלָאכָה֒H4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)9וְחֶצְיָ֗םH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts10מַחֲזִיקִים֙H2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand11וְהָרְמָחִ֣יםH7420spiesen, spies, priemenbuckler, javelin, lancet, spear12הַמָּגִנִּ֔יםH4043schild, Schild, schilden[idiom] armed, buckler, defence, ruler, [phrase] scale, shield13וְהַקְּשָׁת֖וֹתH7198boog, bogen, Boog[idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot)14וְהַשִּׁרְיֹנִ֑יםH8302pantsier, pantser, pantsierenbreastplate, coat of mail, habergeon, harness. See H5630 (סִרְיֹן)15וְהַ֨שָּׂרִ֔יםH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward16אַחֲרֵ֖יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with17כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)19יְהוּדָֽהH3063JudaJudah
17Die aan den muur bouwden, en die den last droegen, en die oplaadden, waren een ieder met zijn ene hand doende aan het werk, en de andere hield het geweer.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Die aan den muurH2346bouwdenH1129, en die den lastH5447droegenH5375, en die oplaaddenH6006, waren een iederH376 met zijn ene handH3027 doende aan het werkH4399, en de andere hieldH2388 het geweerH7973.Die aan den muur bouwden, en die den last droegen, en die oplaadden, waren een ieder met zijn ene hand doende aan het werk, en de andere hield het geweer.
KJVThey which buildedon the wall,and they that bareburdens,with those that laded,every one with oneof his handswroughtin the work,and with the otherhand helda weapon.
1הַבּוֹנִ֧יםH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely2בַּחוֹמָ֛הH2346muur, muren, muurswall, walled3וְהַנֹּשְׂאִ֥יםH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield4בַּסֶּ֖בֶלH5447lastburden, charge5עֹמְשִׂ֑יםH6006laden, beladen, gedragenbe borne, (heavy) burden (self), lade, load, put6בְּאַחַ֤תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,7יָדוֹ֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8עֹשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9בַמְּלָאכָ֔הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)10וְאַחַ֖תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,11מַחֲזֶ֥קֶתH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand12הַשָּֽׁלַחH7973geweer, zwaard, scheutendart, plant, [idiom] put off, sword, weapon
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
18En de bouwers hadden een iegelijk zijn zwaard aan zijn lenden gegord, en bouwden; maar die met de bazuin blies, was bij mij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En de bouwersH1129 hadden een iegelijk zijn zwaardH2719 aan zijn lendenH4975gegordH631, en bouwdenH1129; maar die met de bazuinH7782bliesH8628, was bij mij.En de bouwers hadden een iegelijk zijn zwaard aan zijn lenden gegord, en bouwden; maar die met de bazuin blies, was bij mij.
1וְהַ֨בּוֹנִ֔יםH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely2אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3חַרְבּ֛וֹH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool4אֲסוּרִ֥יםH631gebonden, verbonden, bindenbind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6מָתְנָ֖יוH4975lenden, lendenen, goede lenden[phrase] greyhound, loins, side7וּבוֹנִ֑יםH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely8וְהַתּוֹקֵ֥עַH8628blazen, blies, bliezenblow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust9בַּשּׁוֹפָ֖רH7782bazuin, bazuinen, ramsbazuinencornet, trumpet10אֶצְלִֽיH681bij, naast, nevensat, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל)
19En ik zeide tot de edelen, en tot de overheden, en tot het overige des volks: Het werk is groot en wijd; en wij zijn op den muur afgezonderd, de een ver van den ander;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En ik zeideH559 tot de edelenH2715, en tot de overhedenH5461, en tot het overigeH3499 des volksH5971: Het werkH4399 is groot en wijdH7342; en wij zijn op den muurH2346afgezonderdH6504, de een verH7350 van den anderH251;En ik zeide tot de edelen, en tot de overheden, en tot het overige des volks: Het werk is groot en wijd; en wij zijn op den muur afgezonderd, de een ver van den ander;
1וָאֹמַ֞רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הַחֹרִ֤יםH2715edelennoble4וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5הַסְּגָנִים֙H5461overhedenprince, ruler6וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7יֶ֣תֶרH3499overige, overblijfsel, overgelaten[phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with8הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9הַמְּלָאכָ֥הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)10הַרְבֵּ֖הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very11וּרְחָבָ֑הH7342wijd, wijde, bredenbroad, large, at liberty, proud, wide12וַאֲנַ֗חְנוּH587wijourselves, us, we13נִפְרָדִים֙H6504verdeeld, gescheiden, scheidendisperse, divide, be out of joint, part, scatter (abroad), separate (self), sever self, stretch, sunder14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15הַ֣חוֹמָ֔הH2346muur, muren, muurswall, walled16רְחוֹקִ֖יםH7350verre, verren, ver(a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come17אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)18מֵאָחִֽיוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
20Ter plaatse, waar gij het geluid der bazuin zult horen, daarheen zult gij u tot ons verzamelen; onze God zal voor ons strijden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Ter plaatseH4725, waar gij het geluidH6963 der bazuinH7782 zult horenH8085, daarheenH8033 zult gij u tot ons verzamelenH6908; onze GodH430 zal voor ons strijdenH3898.Ter plaatse, waar gij het geluid der bazuin zult horen, daarheen zult gij u tot ons verzamelen; onze God zal voor ons strijden.
1בִּמְק֗וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)2אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3תִּשְׁמְעוּ֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5ק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell6הַשּׁוֹפָ֔רH7782bazuin, bazuinen, ramsbazuinencornet, trumpet7שָׁ֖מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither8תִּקָּבְצ֣וּH6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up9אֵלֵ֑ינוּH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10אֱלֹהֵ֖ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11יִלָּ֥חֶםH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)12לָֽנוּ
21Alzo waren wij doende aan het werk; en de helft van hen hielden de spiesen, van het opgaan des dageraads tot het voortkomen der sterren toe.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Alzo waren wij doende aan het werkH4399; en de helftH2677 van hen hieldenH2388 de spiesenH7420, van het opgaanH5927 des dageraadsH7837 tot het voortkomenH3318 der sterrenH3556 toe.Alzo waren wij doende aan het werk; en de helft van hen hielden de spiesen, van het opgaan des dageraads tot het voortkomen der sterren toe.
1וַאֲנַ֖חְנוּH587wijourselves, us, we2עֹשִׂ֣יםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3בַּמְּלָאכָ֑הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)4וְחֶצְיָ֗םH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts5מַחֲזִיקִים֙H2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand6בָּֽרְמָחִ֔יםH7420spiesen, spies, priemenbuckler, javelin, lancet, spear7מֵעֲל֣וֹתH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work8הַשַּׁ֔חַרH7837dageraad, dageraads, hasschacharday(-spring), early, light, morning, whence riseth9עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10צֵ֥אתH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter11הַכּוֹכָבִֽיםH3556sterren, sterstar(-gazer)
22Ook zeide ik te dier tijd tot het volk: Een iegelijk vernachte met zijn jongen binnen Jeruzalem, opdat zij ons des nachts ter wacht zijn, en des daags aan het werk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Ook zeideH559 ik te dier tijdH6256 tot het volkH5971: Een iegelijk vernachteH3885 met zijn jongenH5288 binnen JeruzalemH3389, opdat zij ons des nachtsH3915 ter wachtH4929 zijn, en des daagsH3117 aan het werkH4399.Ook zeide ik te dier tijd tot het volk: Een iegelijk vernachte met zijn jongen binnen Jeruzalem, opdat zij ons des nachts ter wacht zijn, en des daags aan het werk.
1גַּ֣םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2בָּעֵ֤תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when3הַהִיא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4אָמַ֣רְתִּיH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5לָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7וְנַעֲר֔וֹH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)8יָלִ֖ינוּH3885vernachten, vernacht, vernachttenabide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night)9בְּת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)10יְרוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem11וְהָֽיוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12לָ֧נוּ13הַלַּ֛יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)14מִשְׁמָ֖רH4929wacht, bewaring, wachtendiligence, guard, office, prison, ward, watch15וְהַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger16מְלָאכָֽהH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)
23Voorts noch ik, noch mijn broederen, noch mijn jongelingen, noch de mannen van de wacht, die achter mij waren, wij trokken onze klederen niet uit; een iegelijk had zijn geweer en water.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Voorts noch ik, noch mijn broederenH251, noch mijn jongelingenH5288, noch de mannenH582 van de wachtH4929, die achterH310 mij waren, wij trokkenH6584 onze klederenH899 niet uit; een iegelijk had zijn geweerH7973 en waterH4325.Voorts noch ik, noch mijn broederen, noch mijn jongelingen, noch de mannen van de wacht, die achter mij waren, wij trokken onze klederen niet uit; een iegelijk had zijn geweer en water.
1וְאֵ֨יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)2אֲנִ֜יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3וְאַחַ֣יH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4וּנְעָרַ֗יH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)5וְאַנְשֵׁ֤יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6הַמִּשְׁמָר֙H4929wacht, bewaring, wachtendiligence, guard, office, prison, ward, watch7אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8אַחֲרַ֔יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with9אֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)10אֲנַ֥חְנוּH587wijourselves, us, we11פֹשְׁטִ֖יםH6584uittrekken, ingevallen, overvielenfall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self)12בְּגָדֵ֑ינוּH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe13אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)14שִׁלְח֥וֹH7973geweer, zwaard, scheutendart, plant, [idiom] put off, sword, weapon15הַמָּֽיִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Nehemia 4:1— Maar het geschiedde, als Sanballat gehoord had, dat wij den muur bouwden, zo ontstak hij, en werd zeer toornig; en hij bespotte de Joden.Nehemia 2:10→Nehemia 2:19→Psalmen 44:13→Psalmen 35:15→Hebreeën 11:36→Mattheüs 27:29→Ezra 4:1→Handelingen 5:17→
Nehemia 4:2— En sprak in de tegenwoordigheid zijner broederen en van het heir van Samaria, en zeide: Wat doen deze amechtige Joden? Zal men hen laten geworden? Zullen zij offeren? Zullen zij het in een dag voleinden? Zullen zij de steentjes uit de stofhopen levend maken, daar zij verbrand zijn?Ezra 4:9→Nehemia 4:10→1 Korinthe 1:27→Nehemia 12:43→Nehemia 12:27→1 Samuël 14:11→Habakuk 3:2→1 Samuël 17:43→
Nehemia 4:3— En Tobia, den Ammoniet, was bij hem, en zeide: Al is het, dat zij bouwen, zo er een vos opkwame, hij zou hun stenen muur wel verscheuren.Nehemia 2:10→Klaagliederen 5:18→2 Koningen 18:23→Nehemia 6:1→1 Koningen 20:10→1 Koningen 20:18→Nehemia 2:19→
Nehemia 4:4— Hoor, o onze God! dat wij zeer veracht zijn, en keer hun versmaadheid weder op hun hoofd, en geef hen over tot een roof in een land der gevangenis.Psalmen 123:3→Psalmen 79:12→Spreuken 3:34→1 Samuël 17:26→Hosea 12:14→
Nehemia 4:5— En dek hun ongerechtigheid niet toe; en hun zonde worde niet uitgedelgd van voor Uw aangezicht, want zij hebben U getergd, staande tegenover de bouwlieden.Psalmen 109:14→Jeremia 18:23→Psalmen 69:27→Jesaja 43:25→Psalmen 51:1→Psalmen 59:5→2 Timotheüs 4:14→Psalmen 51:9→
Nehemia 4:6— Doch wij bouwden den muur, zodat de ganse muur samengevoegd werd tot zijn helft toe; want het hart des volks was om te werken.1 Kronieken 29:17→Psalmen 110:3→Filippenzen 2:13→Hebreeën 13:21→Nehemia 6:15→2 Korinthe 8:16→1 Kronieken 29:14→2 Kronieken 29:36→
Nehemia 4:7— En het geschiedde, als Sanballat, en Tobia, en de Arabieren, en de Ammonieten, en de Asdodieten hoorden, dat de verbetering aan de muren van Jeruzalem toenam, dat de scheuren begonnen gestopt te worden, zo ontstaken zij zeer;Openbaring 12:17→Amos 1:13→Nehemia 4:1→Nehemia 2:10→Handelingen 4:17→Ezra 5:8→Amos 3:9→Nehemia 13:23→
Nehemia 4:8— En zij maakten allen te zamen een verbintenis, dat zij zouden komen om tegen Jeruzalem te strijden, en een verbijstering daarin te maken.Psalmen 83:3→Handelingen 23:12→Psalmen 2:1→Jesaja 8:9→Jeremia 20:10→
Nehemia 4:9— Maar wij baden tot onzen God, en zetten wacht tegen hen, dag en nacht, hunnenthalve.1 Petrus 5:8→Nehemia 4:11→Mattheüs 26:41→Genesis 32:28→Lukas 21:36→Handelingen 4:24→Lukas 6:11→Genesis 32:9→
Nehemia 4:10— Toen zeide Juda: De kracht der dragers is vervallen, en des stofs is veel, zodat wij aan den muur niet zullen kunnen bouwen.Numeri 13:31→Ezechiël 29:18→Numeri 32:9→2 Kronieken 2:18→Hagai 1:2→Psalmen 11:1→
Nehemia 4:11— Nu hadden onze vijanden gezegd: Zij zullen het niet weten, noch zien, totdat wij in het midden van hen komen, en slaan hen dood; alzo zullen wij het werk doen ophouden.Handelingen 23:21→2 Samuël 17:2→1 Thessalonicenzen 5:2→Handelingen 23:12→Jesaja 47:11→Psalmen 56:6→Richteren 20:29→
Nehemia 4:12— En het geschiedde, als de Joden, die bij hen woonden, kwamen, dat zij het ons wel tienmaal zeiden, uit al de plaatsen, door dewelke gij tot ons wederkeert.Job 19:3→Genesis 31:41→Numeri 14:22→Genesis 31:7→
Nehemia 4:13— Daarom zette ik in de benedenste plaatsen achter den muur, en op de hoogten, en ik zette het volk naar de geslachten, met hun zwaarden, hun spiesen en hun bogen.Nehemia 4:17→Efeze 6:11→Genesis 32:13→1 Korinthe 14:20→Psalmen 112:5→Hooglied 3:7→Mattheüs 10:16→2 Kronieken 32:2→
Nehemia 4:14— En ik zag toe, en maakte mij op, en zeide tot de edelen, en tot de overheden, en tot het overige des volks: Vreest niet voor hun aangezicht; denkt aan dien groten en vreselijken HEERE, en strijdt voor uw broederen, uw zonen en uw dochteren, uw vrouwen en uw huizen.Numeri 14:9→2 Samuël 10:12→Jesaja 41:10→Mattheüs 10:28→Deuteronomium 1:29→Deuteronomium 10:17→Nehemia 1:5→Hebreeën 13:6→
Nehemia 4:15— Daarna geschiedde het, als onze vijanden hoorden, dat het ons bekend was geworden, en God hun raad te niet gemaakt had, zo keerden wij allen weder tot den muur, een iegelijk tot zijn werk.2 Samuël 17:14→Romeinen 12:11→Psalmen 33:10→Job 5:12→Jesaja 44:25→Jesaja 8:10→Klaagliederen 3:37→2 Samuël 15:31→
Nehemia 4:16— En het geschiedde van dien dag af, dat de helft mijner jongens doende waren aan het werk, en de helft van hen hielden de spiesen, en de schilden, en de bogen, en de pantsiers; en de oversten waren achter het ganse huis van Juda.Nehemia 4:23→Psalmen 101:6→Nehemia 5:15→
Nehemia 4:17— Die aan den muur bouwden, en die den last droegen, en die oplaadden, waren een ieder met zijn ene hand doende aan het werk, en de andere hield het geweer.Filippenzen 1:28→Daniël 9:25→2 Timotheüs 2:3→1 Korinthe 9:12→1 Korinthe 16:9→Efeze 6:11→2 Korinthe 6:7→1 Korinthe 16:13→
Nehemia 4:18— En de bouwers hadden een iegelijk zijn zwaard aan zijn lenden gegord, en bouwden; maar die met de bazuin blies, was bij mij.2 Kronieken 13:12→Numeri 10:9→
Nehemia 4:20— Ter plaatse, waar gij het geluid der bazuin zult horen, daarheen zult gij u tot ons verzamelen; onze God zal voor ons strijden.Deuteronomium 20:4→Deuteronomium 1:30→Exodus 14:14→Exodus 14:25→Jozua 23:10→Deuteronomium 3:22→Zacharia 14:3→
Nehemia 4:21— Alzo waren wij doende aan het werk; en de helft van hen hielden de spiesen, van het opgaan des dageraads tot het voortkomen der sterren toe.Galaten 6:9→1 Korinthe 15:10→1 Korinthe 15:58→Kolossenzen 1:29→
Nehemia 4:22— Ook zeide ik te dier tijd tot het volk: Een iegelijk vernachte met zijn jongen binnen Jeruzalem, opdat zij ons des nachts ter wacht zijn, en des daags aan het werk.Nehemia 11:1→
Nehemia 4:23— Voorts noch ik, noch mijn broederen, noch mijn jongelingen, noch de mannen van de wacht, die achter mij waren, wij trokken onze klederen niet uit; een iegelijk had zijn geweer en water.1 Korinthe 15:10→Nehemia 7:2→Richteren 5:11→Nehemia 5:16→Richteren 9:48→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Nehemia 4 vers 1— Maar het geschiedde, als Sanballat gehoord had, dat wij den muur bouwden, zo ontstak hij, en werd zeer toornig; en hij bespotte de Joden.
Sanballat
Zie boven, Neh. 2:10 .
Hertaald:Sanballat
Zie hierboven Neh. 2:10.
ontstak hij,
Hebreeuws, hem ontstak; te weten, de toorn, alzo vs.7.
Hertaald:ontstak hij,
Hebreeuws: hem ontstak; namelijk de toorn, zo ook vers 7.
zeer toornig;
Hebreeuws, veel, grotelijks.
Hertaald:zeer toornig;
Hebreeuws: veel, zeer.
Nehemia 4 vers 2— En sprak in de tegenwoordigheid zijner broederen en van het heir van Samaria, en zeide: Wat doen deze amechtige Joden? Zal men hen laten geworden? Zullen zij offeren? Zullen zij het in een dag voleinden? Zullen zij de steentjes uit de stofhopen levend maken, daar zij verbrand zijn?
tegenwoordigheid
Hebreeuws, voor het aangezicht.
Hertaald:tegenwoordigheid
Hebreeuws: voor het aangezicht.
heir
Om het krijgsvolk tegen de Joden op te hitsen en gaande te maken.
Hertaald:heir
Om het krijgsvolk tegen de Joden op te hitsen en aan te zetten.
Zal men hen
Anders, zullen zij het oprichten, of opbouwen?
Hertaald:Zal men hen
Anders: zullen zij het oprichten, of opbouwen?
in een dag
Of, in dezen dag, alsof hij zeide: Menen zij het op dien dag te voleinden, op welken zij het hebben begonnen of besloten? Het zal hun mislukken.
Hertaald:in een dag
Of: op deze dag, alsof hij zei: menen zij het te voltooien op de dag waarop zij het begonnen of besloten zijn? Het zal hun mislukken.
levend maken,
Dat is, in vorigen stand herstellen.
Hertaald:levend maken,
Dat is: in de vorige staat herstellen.
Nehemia 4 vers 3— En Tobia, den Ammoniet, was bij hem, en zeide: Al is het, dat zij bouwen, zo er een vos opkwame, hij zou hun stenen muur wel verscheuren.
hun stenen muur
Hebreeuws, den muur hunner stenen.
Hertaald:hun stenen muur
Hebreeuws: de muur van hun stenen.
Nehemia 4 vers 4— Hoor, o onze God! dat wij zeer veracht zijn, en keer hun versmaadheid weder op hun hoofd, en geef hen over tot een roof in een land der gevangenis.
dat wij
Of, want zij zijn veracht.
Hertaald:dat wij
Of: want zij zijn veracht.
zeer veracht
Hebreeuws, een verachting.
Hertaald:zeer veracht
Hebreeuws: een verachting.
hun versmaadheid
Dat zij ons aandoen.
Hertaald:hun versmaadheid
Wat zij ons aandoen.
land der gevangenis
Waarheen Gij hen zult mogen verstoten. Dit wenst Nehemia uit een heiligen ijver tot Gods eer, en tegen Gods en zijns volks bittere vijanden.
Hertaald:land der gevangenis
Waarheen U hen zult mogen verstoten. Dit wenst Nehemia uit een heilige ijver voor Gods eer, en tegen de bittere vijanden van God en Zijn volk.
Nehemia 4 vers 5— En dek hun ongerechtigheid niet toe; en hun zonde worde niet uitgedelgd van voor Uw aangezicht, want zij hebben U getergd, staande tegenover de bouwlieden.
van voor
Dat is, alzo, dat Gij daarop niet zoudt letten om die te straffen; gelijk Jer. 18:23 .
Hertaald:van voor
Dat is: zo, dat U er niet op zou letten om die te straffen; zoals Jer. 18:23.
U getergd,
Hebreeuws, zij hebben getergd, of, tot toorn verwekt tegenover de bouwers. Anders, zij hebben de bouwlieden getergd, [staande] tegen [hen] over; te weten, als vijanden, die iemand als onder de ogen staan tergen.
Hertaald:U getergd,
Hebreeuws: zij hebben getergd, of: tot toorn opgewekt, tegenover de bouwers. Anders: zij hebben de bouwlieden getergd, [staande] tegenover [hen]; namelijk als vijanden, die iemand als het ware onder de ogen tergen.
bouwlieden
Die op uw bevel en door uw genade zijn bouwende.
Hertaald:bouwlieden
Die op Uw bevel en door Uw genade aan het bouwen zijn.
Nehemia 4 vers 6— Doch wij bouwden den muur, zodat de ganse muur samengevoegd werd tot zijn helft toe; want het hart des volks was om te werken.
helft toe;
Versta, de helft der hoogte, de halve hoogte.
Hertaald:helft toe;
Versta hieronder: de helft van de hoogte, de halve hoogte.
Nehemia 4 vers 7— En het geschiedde, als Sanballat, en Tobia, en de Arabieren, en de Ammonieten, en de Asdodieten hoorden, dat de verbetering aan de muren van Jeruzalem toenam, dat de scheuren begonnen gestopt te worden, zo ontstaken zij zeer;
Hertaald:verbetering
Hebreeuws: gezondheid, heling, genezing, pleistering, pleister. Zo ook 2 Kron. 24:13. Vergelijk ook Jer. 8:22.
toenam,
Hebreeuws, opklom, opkwam, opging; gelijk men van de gezondheid zou mogen zeggen dat zij opkomt, klimt, of opgaat, wanneer zij toeneemt en de mens meer en meer betert; idem, van een pleister, dat die op gedaan, of op gelegd wordt, en dat er een roof, of litteken op de wonde komt.
Hertaald:toenam,
Hebreeuws: opklom, opkwam, opging; zoals men van gezondheid zou kunnen zeggen dat zij opkomt, klimt, of opgaat, wanneer zij toeneemt en de mens meer en meer beter wordt; eveneens van een pleister, dat die opgedaan of opgelegd wordt, en dat er een korst of litteken op de wond komt.
Nehemia 4 vers 8— En zij maakten allen te zamen een verbintenis, dat zij zouden komen om tegen Jeruzalem te strijden, en een verbijstering daarin te maken.
daarin te maken
Of, hem, [namelijk Nehemia] te verbijsteren.
Hertaald:daarin te maken
Of: hem, [namelijk Nehemia] in verwarring te brengen.
Nehemia 4 vers 9— Maar wij baden tot onzen God, en zetten wacht tegen hen, dag en nacht, hunnenthalve.
tegen hen,
Anders, over, of nevens hen, te weten, over de werklieden.
Hertaald:tegen hen,
Anders: over, of naast hen, namelijk over de werklieden.
hunnenthalve
Te weten, om der vijanden wil.
Hertaald:hunnenthalve
Namelijk: vanwege de vijanden.
Nehemia 4 vers 10— Toen zeide Juda: De kracht der dragers is vervallen, en des stofs is veel, zodat wij aan den muur niet zullen kunnen bouwen.
Juda
Dat is, de Joden, het volk van Juda.
Hertaald:Juda
Dat is: de Joden, het volk van Juda.
vervallen,
Zodat zij niet bekwaam zullen zijn om te strijden.
Hertaald:vervallen,
Zodat zij niet in staat zullen zijn te strijden.
des stofs
Daar resteert nog veel te dragen, van zand, steengruis en aarde, van den gebroken en vervallen muur.
Hertaald:des stofs
Er blijft nog veel te dragen over, van zand, steengruis en aarde, van de gebroken en vervallen muur.
niet zullen
Als zullende moeten staan in de wapenen tegen den vijand. Zie vs.15. Anders, bouwende aan de muren, zullen wij de overhand niet hebben; als niet kunnende beide naar behoren doen.
Hertaald:niet zullen
Als degenen die met wapens tegen de vijand moeten staan. Zie vers 15. Anders: bouwend aan de muren zullen wij niet de overhand hebben; omdat wij niet beide naar behoren kunnen doen.
Nehemia 4 vers 11— Nu hadden onze vijanden gezegd: Zij zullen het niet weten, noch zien, totdat wij in het midden van hen komen, en slaan hen dood; alzo zullen wij het werk doen ophouden.
Zij zullen
Dat is, wij zullen den aanslag zo beleiden, dat zij het niet wijs worden eer, enz.
Hertaald:Zij zullen
Dat is: wij zullen de aanslag zo beramen dat zij het niet doorhebben voordat, enzovoort.
Nehemia 4 vers 12— En het geschiedde, als de Joden, die bij hen woonden, kwamen, dat zij het ons wel tienmaal zeiden, uit al de plaatsen, door dewelke gij tot ons wederkeert.
tienmaal zeiden,
Dat is, veelmalen, dikwijls gewaarschuwd. Zie Gen. 31:7 .
Hertaald:tienmaal zeiden,
Dat is: veelvuldig, vaak gewaarschuwd. Zie Gen. 31:7.
dewelke
Dat is, door welke men gewoon is heen en weder te gaan, dat is, door alle wegen en passen, waar men vandaar tot hier, en van hier tot daar kan komen.
Hertaald:dewelke
Dat is: waardoor men gewend is heen en weer te gaan, dat is: door alle wegen en doorgangen waarlangs men vandaar hierheen en van hier daarheen kan komen.
Nehemia 4 vers 13— Daarom zette ik in de benedenste plaatsen achter den muur, en op de hoogten, en ik zette het volk naar de geslachten, met hun zwaarden, hun spiesen en hun bogen.
in de benedenste
Hebreeuws, van de benedenste, of onderste delen der plaats, van achter, enz.
Hertaald:in de benedenste
Hebreeuws: vanaf de onderste, of laagste delen van de plaats, van achteren, enzovoort.
hoogten,
Of, uitstekende, spitse plaatsen van rotsstenen en rotsen, die alzo vanwege de wittigheid, blankheid, of, gladdigheid mogen genoemd zijn.
Hertaald:hoogten,
Of: uitstekende, spitse plaatsen van rotsstenen en rotsen, die vanwege hun witheid, blankheid, of gladheid zo genoemd kunnen zijn.
Nehemia 4 vers 14— En ik zag toe, en maakte mij op, en zeide tot de edelen, en tot de overheden, en tot het overige des volks: Vreest niet voor hun aangezicht; denkt aan dien groten en vreselijken HEERE, en strijdt voor uw broederen, uw zonen en uw dochteren, uw vrouwen en uw huizen.
Nehemia 4 vers 16— En het geschiedde van dien dag af, dat de helft mijner jongens doende waren aan het werk, en de helft van hen hielden de spiesen, en de schilden, en de bogen, en de pantsiers; en de oversten waren achter het ganse huis van Juda.
jongens
Dat is, knechten, hovelingen, officieren, en zo dikwijls in het volgende.
Hertaald:jongens
Dat is: knechten, hovelingen, ambtenaren, en zo ook vaak in het vervolg.
achter het
Een iegelijk bij die van zijn huis, om met hun tegenwoordigheid en opzicht het volk moed te geven en het werk te bevorderen.
Hertaald:achter het
Ieder bij de mensen van zijn eigen huis, om met hun aanwezigheid en toezicht het volk moed te geven en het werk te bevorderen.
Nehemia 4 vers 17— Die aan den muur bouwden, en die den last droegen, en die oplaadden, waren een ieder met zijn ene hand doende aan het werk, en de andere hield het geweer.
een ieder
Van dragers en opladers.
Hertaald:een ieder
Van dragers en opladers.
ene hand
Met dit hun doen zeer levendig afbeeldende den toestand der strijdende kerk op aarde, die steeds als met de ene hand moet bouwen aan het werk des Heeren, met de andere gereed zijnde tot afwering der geestelijke en lichamelijke vijanden.
Hertaald:ene hand
Hiermee beeldt hij op zeer levendige wijze de toestand af van de strijdende kerk op aarde, die steeds als het ware met de ene hand moet bouwen aan het werk van de HEERE, terwijl zij met de andere gereedstaat om de geestelijke en lichamelijke vijanden af te weren.
geweer
Versta, een werpgeweer, een werppijl, halve lans, enz.
Hertaald:geweer
Versta hieronder een werpwapen, een werppijl, halve lans, enzovoort.
Nehemia 4 vers 19— En ik zeide tot de edelen, en tot de overheden, en tot het overige des volks: Het werk is groot en wijd; en wij zijn op den muur afgezonderd, de een ver van den ander;
de een ver
Hebreeuws, de man van zijn broeder.
Hertaald:de een ver
Hebreeuws: de man van zijn broeder.
Nehemia 4 vers 21— Alzo waren wij doende aan het werk; en de helft van hen hielden de spiesen, van het opgaan des dageraads tot het voortkomen der sterren toe.
het opgaan
Dat is, van den vroegen morgen tot den laten avond.
Hertaald:het opgaan
Dat is: van de vroege morgen tot de late avond.
Nehemia 4 vers 22— Ook zeide ik te dier tijd tot het volk: Een iegelijk vernachte met zijn jongen binnen Jeruzalem, opdat zij ons des nachts ter wacht zijn, en des daags aan het werk.
binnen
Hebreeuws, in het midden van, enz.
Hertaald:binnen
Hebreeuws: in het midden van, enzovoort.
Nehemia 4 vers 23— Voorts noch ik, noch mijn broederen, noch mijn jongelingen, noch de mannen van de wacht, die achter mij waren, wij trokken onze klederen niet uit; een iegelijk had zijn geweer en water.
achter mij
Dat is, die mij volgden.
Hertaald:achter mij
Dat is: die mij volgden.
geweer
Vanwege het gevaar.
Hertaald:geweer
Vanwege het gevaar.
water
Voor den dorst, omdat het in die landen heet was; zie 1 Sam. 26:11 . Anders, een ieder [ging met] zijn geweer [om] water, of, een ieder trok zich uit ter bading.
Hertaald:water
Voor de dorst, omdat het in die landen heet was; zie 1 Sam. 26:11. Anders: ieder [ging met] zijn wapen [om] water, of: ieder trok zich terug om te baden.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Sanballat — (Babylonische naam, vernoemd naar de maangod Sin)
De Horoniet, landvoogd van Samaria, die met Tobia de herbouw van Jeruzalems muur door Nehemia met hoon en spot, en later met samenzwering en dreigementen, probeerde te verhinderen (Neh. 2:10, 19; 4; 6).
Tobia — de HEERE is goed
"De Ammonietische knecht", een ambtenaar die zich, samen met Sanballat, tegen de herbouw van Jeruzalems muur door Nehemia verzette, eerst door spot en later door samenzwering en intimidatie (Neh. 2:10, 19; 4; 6).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Wij baden tot onzen God, en zetten wacht — op de dreiging van een aanval antwoordt Nehemia met twee dingen tegelijk: "Maar wij baden tot onzen God, en zetten wacht tegen hen, dag en nacht" (Neh. 4:9)
Zodra Sanballat hoort dat de muur gebouwd wordt, ontsteekt hij in toorn en bespot de Joden voor zijn broeders en het leger van Samaria: wat doen deze krachteloze Joden, zullen zij de steentjes uit de stofhopen levend maken (Neh. 4:1-2)? Tobia voegt eraan toe dat een vos hun stenen muur al zou verscheuren (Neh. 4:3). Nehemia legt die smaad in gebed voor God neer (Neh. 4:4-5). Ondertussen wordt er doorgebouwd, en de muur komt tot op de helft van zijn hoogte, want het hart van het volk was om te werken (Neh. 4:6). Als de tegenstanders zien dat de scheuren gestopt worden, sluiten zij een verbond om te komen strijden en verwarring te stichten (Neh. 4:7-8). Daarop volgt het antwoord van vers 9: er wordt gebeden én er wordt wacht gezet, dag en nacht.
Bijbelse betekenis: In dit ene vers staan twee dingen die vaak tegen elkaar worden uitgespeeld. Er wordt gebeden, en er wordt gewaakt; het gebed maakt de wacht niet overbodig en de wacht maakt het gebed niet minder nodig. Wie alleen bidt, verzuimt wat hem gegeven is te doen; wie alleen waakt, rekent buiten God om. De spot van Sanballat verdient daarbij aandacht, want zij is bewust vernederend gekozen: krachteloze Joden, steentjes uit stofhopen, een muur die voor een vos bezwijkt. Bespotting mikt op het hart en niet op het bouwwerk, en zij werkte ook, zoals het vervolg laat zien. Over Nehemia's gebed in vers 4 en 5 moet met terughoudendheid gesproken worden. Het is een gebed uit het oude verbond, waarin de zaak van het volk en de zaak van God samenvielen, en waarin het oordeel bij God wordt gelaten en niet in eigen hand genomen. Onder het nieuwe verbond geldt voor de gemeente uitdrukkelijk een ander gebod: wie vervloekt moet gezegend worden, en de wraak wordt aan God gelaten.
Typologie: De Heere Jezus verbindt dezelfde twee werkwoorden in Gethsémané: "Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt" (Matt. 26:41). Wat de vervloeking betreft leert het Nieuwe Testament de gemeente een andere weg dan Nehemia hier ging: "Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken" (Matt. 5:44), en: "Wreekt uzelven niet, beminden, maar geeft den toorn plaats" (Rom. 12:19). Het laatste woord blijft in beide verbonden aan God, maar de gestalte van het gebed is veranderd sinds Hij aan het kruis voor Zijn vijanden bad.
Neh. 4:1-9; Matt. 26:41; Matt. 5:44; Rom. 12:19
De kracht der dragers is vervallen — halverwege het werk komt de inzinking van binnenuit: "Toen zeide Juda: De kracht der dragers is vervallen, en des stofs is veel, zodat wij aan den muur niet zullen kunnen bouwen" (Neh. 4:10)
De muur staat op de helft, en juist daar bezwijkt de moed. Juda zelf spreekt het uit: de dragers zijn op, er is te veel puin, en het bouwen zal niet lukken (Neh. 4:10). Tegelijk beramen de vijanden een aanslag: zij zullen ongemerkt in hun midden komen en hen doodslaan, zodat het werk ophoudt (Neh. 4:11). De Joden die bij hen woonden waarschuwen tot tienmaal toe, uit alle plaatsen vanwaar men terugkeerde (Neh. 4:12). Nehemia zet daarop het volk naar de geslachten op de lagere plaatsen achter de muur en op de hoogten, met zwaard, spies en boog (Neh. 4:13). Dan houdt hij de edelen, de overheden en het overige volk een korte toespraak. Zij moeten niet vrezen voor hun aangezicht, maar denken aan die grote en vreselijke HEERE. En zij moeten strijden voor hun broeders, hun zonen en dochters, hun vrouwen en hun huizen (Neh. 4:14). Als de vijanden merken dat het bekend geworden is en God hun raad vernietigd heeft, keert ieder weer terug tot zijn werk aan de muur (Neh. 4:15).
Bijbelse betekenis: De gevaarlijkste plaats in een werk is de helft. Het eerste enthousiasme is op, het einde is nog niet in zicht, en wat er ligt is vooral puin. Wat Juda zegt is bovendien geen laster maar een nuchtere waarneming: de dragers waren werkelijk uitgeput en er lag werkelijk veel stof. Ontmoediging behoeft dus niet op leugen te berusten om toch verkeerd te zijn; zij rekent alleen alles mee behalve God. Nehemia bestrijdt haar dan ook niet met een opgewekt woord over de vorderingen. Hij stelt er iets tegenover: denkt aan die groten en vreselijken HEERE. En daarna noemt hij waarvoor er gestreden wordt, en dat zijn geen stenen maar mensen: broeders, kinderen, vrouwen, huizen. Wie weet waarom hij werkt, houdt het langer vol dan wie alleen ziet hoeveel er nog ligt.
Typologie: Jesaja spreekt precies over deze uitputting en over de enige weg eruit: "De jongen zullen moede en mat worden, en de jongelingen zullen gewisselijk vallen; Maar dien den HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen" (Jes. 40:30-31). Het is niet de sterkste die volhoudt, maar wie verwacht.
Neh. 4:10-15; Jes. 40:30-31
Met de ene hand aan het werk, en de andere hield het geweer — de bouwers werken voortaan gewapend: "Die aan den muur bouwden, en die den last droegen, en die oplaadden, waren een ieder met zijn ene hand doende aan het werk, en de andere hield het geweer" (Neh. 4:17)
Van die dag af is de helft van Nehemia's mannen aan het werk en houdt de andere helft de spiesen, schilden, bogen en pantsers gereed, met de oversten achter heel het huis van Juda (Neh. 4:16). Wie bouwde, droeg of oplaadde, deed dat met één hand terwijl de andere het wapen hield (Neh. 4:17). De metselaars hadden hun zwaard aan de heup gegord terwijl zij bouwden, en de bazuinblazer stond naast Nehemia (Neh. 4:18). Het werk was groot en wijd, en men stond ver van elkaar op de muur verspreid. Daarom gold één afspraak: waar men het geluid van de bazuin hoorde, moest men zich verzamelen, want hun God zou voor hen strijden (Neh. 4:19-20). Van het opgaan van de dageraad tot het verschijnen van de sterren hielden zij dit vol (Neh. 4:21). Nehemia bepaalt bovendien dat ieder met zijn knecht binnen Jeruzalem overnacht, om 's nachts de wacht te houden en overdag te werken (Neh. 4:22). Hijzelf, zijn broeders en zijn mannen trokken hun kleren niet uit; ieder had zijn wapen bij zich (Neh. 4:23).
Bijbelse betekenis: Er wordt hier niet gekozen tussen bouwen en strijden; beide gaan door, en beide half zo snel. Dat is de prijs van een werk dat tegenstand ondervindt, en die prijs wordt zonder klagen betaald. Het beeld van de ene hand aan het werk en de andere aan het wapen is daarom door de eeuwen heen op de kerk toegepast. Er is opbouw nodig en er is verdediging nodig, en wie het ene laat vallen verliest ook het andere. Twee bijzonderheden verdienen nog aandacht. De verspreiding op de muur maakte hen kwetsbaar, en de bazuin was het middel om weer één te worden; op het signaal moest men samenkomen, want dan zou God voor hen strijden. En Nehemia deed zelf mee tot het uiterste: hij trok zijn kleren niet uit. Wie zoveel van anderen vraagt, kan dat alleen wanneer hij het eerst van zichzelf vraagt.
Typologie: Paulus schildert de gemeente in dezelfde houding, met een wapenrusting die uitdrukkelijk voor het staande blijven bedoeld is: "Daarom neemt aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt wederstaan in den bozen dag, en alles verricht hebbende, staande blijven" (Ef. 6:13). Ook daar wordt het werk niet gestaakt om te kunnen strijden; het gaat om alles verrichten én staande blijven.
Nehemia 4:1.KruisverwijzingenNehemia 2:10→Nehemia 2:19→Psalmen 44:13→Psalmen 35:15→Hebreeën 11:36→Mattheüs 27:29→Ezra 4:1→Handelingen 5:17→ — Maar het geschiedde, als Sanballat gehoord had, dat wij den muur bouwden, zo ontstak hij, en werd zeer toornig; en hij bespotte de Joden. Het was nodig de muur van Jeruzalem, die in puin lag, weer op te bouwen. Zij vorderden redelijk vlot, want ieder had lust om te werken. Er is nog nooit een goed werk geweest waar niet enkelen tegen waren, en dat zal er ook nooit zijn totdat de Heere komt. Sanballat hoorde wat de Joden deden, en hij werd heel toornig. Hij stond geheel in vlam van toorn dat het werk van God voortgezet werd.
Nehemia 4:2.KruisverwijzingenEzra 4:9→Nehemia 4:10→1 Korinthe 1:27→Nehemia 12:43→Nehemia 12:27→1 Samuël 14:11→Habakuk 3:2→1 Samuël 17:43→ — En sprak in de tegenwoordigheid zijner broederen en van het heir van Samaria, en zeide: Wat doen deze amechtige Joden? Zal men hen laten geworden? Zullen zij offeren? Zullen zij het in een dag voleinden? Zullen zij de steentjes uit de stofhopen levend maken, daar zij verbrand zijn? De vijanden van Gods volk gaan doorgaans aan het schimpen. Het is een heel gemakkelijke manier om tegenstand te tonen. Zullen zij zich versterken? Zullen zij offeren? Zullen zij het op één dag voleinden? Zullen zij de stenen uit de steenhopen weer levend maken, die verbrand zijn? Zonder twijfel werden deze vragen voor heel geestig en zeer bijtend gehouden. De vijanden van Christus zijn daar doorgaans wel goed in. Wel, als het hun vermaakt, dan weet ik niet of het ons veel behoeft te deren; want ten slotte is het hun manier om de macht van God eer te bewijzen.
Nehemia 4:3.KruisverwijzingenNehemia 2:10→Klaagliederen 5:18→2 Koningen 18:23→Nehemia 6:1→1 Koningen 20:10→1 Koningen 20:18→Nehemia 2:19→ — En Tobia, den Ammoniet, was bij hem, en zeide: Al is het, dat zij bouwen, zo er een vos opkwame, hij zou hun stenen muur wel verscheuren. Iemand als Sanballat komt nooit vrienden te kort. Is er ergens een slecht mens, dan is er zeker een tweede dichtbij. De duivel maakt geen vuur met één stok. Heeft hij de eerste aangestoken, dan vindt hij doorgaans wel een bundel om ernaast te leggen. Tobia de Ammoniet, die met hetzelfde sop overgoten was als Sanballat de Horoniet, stond bij hem.
Nehemia 4:4-5.KruisverwijzingenPsalmen 123:3→Psalmen 79:12→Psalmen 109:14→Jeremia 18:23→Psalmen 69:27→Jesaja 43:25→Psalmen 51:1→Spreuken 3:34→ — Hoor, o onze God! dat wij zeer veracht zijn, en keer hun versmaadheid weder op hun hoofd, en geef hen over tot een roof in een land der gevangenis. En dek hun ongerechtigheid niet toe; en hun zonde worde niet uitgedelgd van voor Uw aangezicht, want zij hebben U getergd, staande tegenover de bouwlieden. Dit was een rechtvaardige verontwaardiging; maar Nehemia is voor ons geen volmaakt voorbeeld. Hij was niet alleen streng, maar hij mengde bij zijn strengheid een mate van bitterheid in zijn gebed die wij niet moeten navolgen. Wanneer wij mensen tegen God hebben zien samenspannen, de zielen van anderen zien zoeken te verderven en ons hebben zien pogen te stuiten in ons streven om de gemeente van God op te bouwen, hebben wij zulke woorden ook op onze lippen voelen beven. Het zou echter beter voor ons zijn de knie te buigen in nederige navolging van onze Heere aan het kruis en te roepen: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen.
Nehemia 4:6.Kruisverwijzingen1 Kronieken 29:17→Psalmen 110:3→Filippenzen 2:13→Hebreeën 13:21→Nehemia 6:15→2 Korinthe 8:16→1 Kronieken 29:14→2 Kronieken 29:36→ — Doch wij bouwden den muur, zodat de ganse muur samengevoegd werd tot zijn helft toe; want het hart des volks was om te werken. U verwachtte half te lezen: “Zo hielden wij op de muur te bouwen en gaven Sanballat en Tobia antwoord.” Niets daarvan. Zij bleven bij hun werk en lieten die twee mannen spotten naar hun lust.
Zij bouwden de muur niet zo hoog als zij hem ten slotte hebben wilden; maar zij trokken hem wel geheel rond en voegden hem goed samen. Kunnen wij niet alles doen wat wij zouden willen, laten wij dan doen wat wij kunnen; en laten wij ons ernaar uitstrekken om zoveel als mogelijk is het deel dat wij doen ook af te maken, wachtend op betere tijden om de muren hoger op te trekken.
Nehemia 4:7.KruisverwijzingenOpenbaring 12:17→Amos 1:13→Nehemia 4:1→Nehemia 2:10→Handelingen 4:17→Ezra 5:8→Amos 3:9→Nehemia 13:23→ — En het geschiedde, als Sanballat, en Tobia, en de Arabieren, en de Ammonieten, en de Asdodieten hoorden, dat de verbetering aan de muren van Jeruzalem toenam, dat de scheuren begonnen gestopt te worden, zo ontstaken zij zeer; Zij waren tevoren toornig; nu waren zij zeer toornig. Ondervindt een werk geen tegenstand van de satan, dan mogen wij half vrezen dat het niets waard is. Kunt u de duivel niet doen brullen, dan hebt u hem niet veel schade gedaan; maar hoe meer hij brult, hoe meer reden er is voor de engelen om de lof van God voor de troon te zingen.
Nehemia 4:8.KruisverwijzingenPsalmen 83:3→Handelingen 23:12→Psalmen 2:1→Jesaja 8:9→Jeremia 20:10→ — En zij maakten allen te zamen een verbintenis, dat zij zouden komen om tegen Jeruzalem te strijden, en een verbijstering daarin te maken. Het is wonderlijk hoe eenstemmig slechte mensen kunnen zijn. Het heeft mij altijd als een heel opzienbarende zaak getroffen dat men nooit gehoord heeft van enige verdeeldheid onder de duivelen in de hel. Er zijn geen richtingen onder de duivelen; zij schijnen met een ontzagwekkende eenstemmigheid van bedoeling samen te werken in hun boze opzet. In dit ene ding schijnen zij het huisgezin van God te overtreffen. O, dat wij zo hartelijk en eendrachtig waren in de dienst van God als goddeloze mensen in de dienst van de satan!
Nehemia 4:9-10.Kruisverwijzingen1 Petrus 5:8→Nehemia 4:11→Mattheüs 26:41→Genesis 32:28→Lukas 21:36→Handelingen 4:24→Lukas 6:11→Genesis 32:9→ — Maar wij baden tot onzen God, en zetten wacht tegen hen, dag en nacht, hunnenthalve. Toen zeide Juda: De kracht der dragers is vervallen, en des stofs is veel, zodat wij aan den muur niet zullen kunnen bouwen. Juda was, zoals u weet, de leeuwenstam. Christus is de Leeuw, Die uit den stam van Juda is. Maar Juda maakte, in plaats van leeuwenmoedig te zijn, een geluid dat meer op een muis dan op een leeuw leek. Arme Juda! Hij had stouter en dapperder moeten zijn, maar hij was het niet. Het is vandaag hetzelfde: sommigen die pilaren schijnen, blijken in de ure van de beproeving zeer zwak, en door hun lafhartigheid ontmoedigen zij de overigen.
Jeruzalem was, daar twijfel ik niet aan, één grote hoop, opgebouwd uit het puin van zijn huizen, van de toren en het wapenhuis van David, van het paleis van de koning en van de tempel zelf. En al was de tempel weer opgebouwd en al stonden er nieuwe huizen op de plaats van het oude Jeruzalem, toch vonden zij, toen zij aan de muur van de stad kwamen met het doel die grondig te herstellen, een volslagen ruïne — en zo’n ruïne dat de massa die haar bedekte moeilijk was om door te graven. Zij konden de muur niet bouwen omdat er zoveel puin lag.
Dit mag beschouwd worden als een beeld van het werk dat Gods volk in de Naam van Jezus en in de kracht van Zijn Heilige Geest in de wereld heeft te verrichten. Wij moeten voor God de muren van de gemeente bouwen, maar wij kunnen ze niet bouwen, want er ligt zoveel puin op onze weg. Dat is niet alleen waar van de bouw van de gemeente, maar het is evenzeer waar van de tempel van God die in elk van onze harten gebouwd moet worden. Wij gevoelen ons vaak ontmoedigd. Judas spreekt van bouwt gij uzelven op uw allerheiligst geloof, biddende in den Heiligen Geest (Judas 1:20), en toch zijn wij nog geneigd te gevoelen dat wij deze muur niet kunnen bouwen omdat er zoveel puin ligt.
Wat een val was de val! Wat een volslagen ruïne maakte hij van onze zedelijke natuur! Ontdekken wij niet — ik doe het bijna elke dag — een verse hoop puin waarvan wij nauwelijks wisten dat hij daar lag? Punten waarop wij ons sterk waanden, blijken onze zwakheden. Er was een gebrek waarvan wij half de gedachte koesterden dat wij ervan vrij waren, en daarom waren wij tamelijk streng tegen anderen die zo’n gebrek en zonde hadden. Maar ten laatste brak het in onszelf uit. Veel meer van zulk puin blijft er in ons over: het puin van de hoogmoed, van het ongeloof, van de boze begeerlijkheid, van de toorn, van de moedeloosheid, van de zelfverheffing. Daar ligt het, en de bouw van de goddelijke genade vordert niet zoals wij zouden wensen, om de verdorvenheid die nog in ons blijft.
Niemand dan Jezus, niemand dan Jezus! Daar berust de enige hoop van onze ziel — in Zijn dierbaar bloed en gerechtigheid. Elke andere hoop verfoeien wij van harte. Wordt iemand ertoe gebracht in Jezus alleen te rusten, dan is er voor hem in Sion een vaste grondsteen gelegd, en daaraan wordt hij door souvereine genade gehecht. Laten wij God danken dat het bouwen van Zijn tempel in ons Zijn eigen werk is. Hij begon het; Hij groef onze eigen ledigheid uit en maakte ze ons duidelijk; Hij wierp onze eigengerechtigheid uit en Hij legde Christus waar ons eigen ik gestaan had. Dat heeft de Heere gedaan, en Hij heeft ook al het andere gedaan wat er in ons gedaan is dat het doen waard was.
Nehemia 4:11-12.KruisverwijzingenHandelingen 23:21→2 Samuël 17:2→1 Thessalonicenzen 5:2→Handelingen 23:12→Jesaja 47:11→Psalmen 56:6→Richteren 20:29→Job 19:3→ — Nu hadden onze vijanden gezegd: Zij zullen het niet weten, noch zien, totdat wij in het midden van hen komen, en slaan hen dood; alzo zullen wij het werk doen ophouden. En het geschiedde, als de Joden, die bij hen woonden, kwamen, dat zij het ons wel tienmaal zeiden, uit al de plaatsen, door dewelke gij tot ons wederkeert. Terwijl sommigen het volk binnen de stad ontmoedigden, spanden hun vijanden buiten de muren samen om hen bij verrassing te overvallen en te doden. Deze Joden hadden mee moeten helpen de muur te bouwen, maar zij kwamen het volk des Heeren niet te hulp. Toch waren zij genoeg bevriend om Nehemia te vertellen van de aanslag die zijn vijanden beraamden. God weet hoe Hij Zijn vijanden moet ondermijnen wanneer zij een mijn aanleggen. Is geheimhouding nodig voor het gelukken van het kwaad, dan spreekt iemand zich uit en vertelt hij het verhaal, zodat de aanslag ontdekt wordt.
Nehemia 4:13.KruisverwijzingenNehemia 4:17→Efeze 6:11→Genesis 32:13→1 Korinthe 14:20→Psalmen 112:5→Hooglied 3:7→Mattheüs 10:16→2 Kronieken 32:2→ — Daarom zette ik in de benedenste plaatsen achter den muur, en op de hoogten, en ik zette het volk naar de geslachten, met hun zwaarden, hun spiesen en hun bogen. Toen Nehemia wist aan wat een gevaar het volk blootstond, nam hij maatregelen om zich daartegen te wachten. Ik houd van het gezonde verstand van Nehemia. Hij hield de huisgezinnen bij elkaar: ik zette het volk naar de geslachten, met hun zwaarden, hun spiesen en hun bogen. Geliefden, ik heb geen grotere vreugde dan die ik verleden week had, toen ik vijf kinderen van één huisgezin mocht opnemen, allen tot Christus gebracht. Moge de Heere onze huisgezinnen tot de wachters van de gemeente maken!
Nehemia 4:14-15.KruisverwijzingenNumeri 14:9→2 Samuël 10:12→Jesaja 41:10→2 Samuël 17:14→Romeinen 12:11→Mattheüs 10:28→Deuteronomium 1:29→Deuteronomium 10:17→ — En ik zag toe, en maakte mij op, en zeide tot de edelen, en tot de overheden, en tot het overige des volks: Vreest niet voor hun aangezicht; denkt aan dien groten en vreselijken HEERE, en strijdt voor uw broederen, uw zonen en uw dochteren, uw vrouwen en uw huizen. Daarna geschiedde het, als onze vijanden hoorden, dat het ons bekend was geworden, en God hun raad te niet gemaakt had, zo keerden wij allen weder tot den muur, een iegelijk tot zijn werk. De vrees mag ons wakker maken, maar zij mag ons nooit zwak maken. Wij behoren de wapenrusting aan te doen en het zwaard en de spies en de boog te nemen wanneer er reden tot vrees is; wij behoren er nooit van te dromen weg te lopen.
Er werd ten slotte niet gestreden. Zodra de vijand wist dat zijn aanslag ontdekt was, deed hij geen aanval. Een uitlegger zegt: “Sommigen zouden, als zij uit gevaar verlost waren, ieder naar de herberg zijn teruggekeerd; maar deze mannen keerden ieder terug tot zijn werk.” Zij gingen terug naar hun bouwwerk en bleven in de dienst van de stad.
Nehemia 4:16-18.KruisverwijzingenNehemia 4:23→Psalmen 101:6→Nehemia 5:15→Filippenzen 1:28→Daniël 9:25→2 Timotheüs 2:3→1 Korinthe 9:12→1 Korinthe 16:9→ — En het geschiedde van dien dag af, dat de helft mijner jongens doende waren aan het werk, en de helft van hen hielden de spiesen, en de schilden, en de bogen, en de pantsiers; en de oversten waren achter het ganse huis van Juda. Die aan den muur bouwden, en die den last droegen, en die oplaadden, waren een ieder met zijn ene hand doende aan het werk, en de andere hield het geweer. En de bouwers hadden een iegelijk zijn zwaard aan zijn lenden gegord, en bouwden; maar die met de bazuin blies, was bij mij. Zij die aan de muur bouwden en zij die lasten droegen met hen die oplaadden, deden ieder met de ene hand het werk en hielden met de andere hand het geweer. Het zwaard en de troffel bewaakten samen de stad en bouwden samen de muur. En waar de bazuin voor diende, wordt ons meteen gezegd.
Nehemia 4:19-20.KruisverwijzingenDeuteronomium 20:4→Deuteronomium 1:30→Exodus 14:14→Exodus 14:25→Jozua 23:10→Deuteronomium 3:22→Zacharia 14:3→ — En ik zeide tot de edelen, en tot de overheden, en tot het overige des volks: Het werk is groot en wijd; en wij zijn op den muur afgezonderd, de een ver van den ander; Ter plaatse, waar gij het geluid der bazuin zult horen, daarheen zult gij u tot ons verzamelen; onze God zal voor ons strijden. Dat is een heerlijke volzin. Zodra u de bazuin hoort, moet u uw plaats op de muur verlaten en komen naar het punt waar de vijand ons aanvalt. Maar Nehemia zegt niet: “Gij zult voor ons strijden”; hij zegt het veel beter: onze God zal voor ons strijden. En dat zal Hij nog doen.
Nehemia 4:21.KruisverwijzingenGalaten 6:9→1 Korinthe 15:10→1 Korinthe 15:58→Kolossenzen 1:29→ — Alzo waren wij doende aan het werk; en de helft van hen hielden de spiesen, van het opgaan des dageraads tot het voortkomen der sterren toe. Zij maakten lange dagen. Christenen willen niet slechts acht uur per dag voor Christus. Wij kunnen soms achttien uur werk voor Hem doen op een dag, en wij zouden wensen dat wij er vierentwintig konden doen.
Nehemia 4:22-23.KruisverwijzingenNehemia 11:1→1 Korinthe 15:10→Nehemia 7:2→Richteren 5:11→Nehemia 5:16→Richteren 9:48→ — Ook zeide ik te dier tijd tot het volk: Een iegelijk vernachte met zijn jongen binnen Jeruzalem, opdat zij ons des nachts ter wacht zijn, en des daags aan het werk. Voorts noch ik, noch mijn broederen, noch mijn jongelingen, noch de mannen van de wacht, die achter mij waren, wij trokken onze klederen niet uit; een iegelijk had zijn geweer en water. Nehemia was een goed leidsman. Hij zei niet “ga”, hij zei “kom”; en hij droeg zelf het zwaarste van de dienst. Zoals Alexander met de Macedoniërs de ruwe plaatsen introk en het harde werk deed, zo deed Nehemia. Hij en zij die met hem waren legden hun klederen zelfs om te slapen niet af, dan alleen om zich te wassen. Moge de Heere ons meer Nehemia’s zenden, en volk in overvloed om met hen te werken, die verdrukkingen kunnen lijden als goede krijgsknechten van Jezus Christus, en die ook goede bouwers van de gemeente van God zullen zijn!
IV. Vs. 1-23.KruisverwijzingenNehemia 2:10→Psalmen 123:3→Psalmen 79:12→Psalmen 109:14→Jeremia 18:23→Ezra 4:9→1 Petrus 5:8→Nehemia 2:19→ — Maar het geschiedde, als Sanballat gehoord had, dat wij den muur bouwden, zo ontstak hij, en werd zeer toornig; en hij bespotte de Joden. En sprak in de tegenwoordigheid zijner broederen en van het heir van Samaria, en zeide: Wat doen deze amechtige Joden? Zal men hen laten geworden? Zullen zij offeren? Zullen zij het in een dag voleinden? Zullen zij de steentjes uit de stofhopen levend maken, daar zij verbrand zijn? En Tobia, den Ammoniet, was bij hem, en zeide: Al is het, dat zij bouwen, zo er een vos opkwame, hij zou hun stenen muur wel verscheuren. Hoor, o onze God! dat wij zeer veracht zijn, en keer hun versmaadheid weder op hun hoofd, en geef hen over tot een roof in een land der gevangenis. En dek hun ongerechtigheid niet toe; en hun zonde worde niet uitgedelgd van voor Uw aangezicht, want zij hebben U getergd, staande tegenover de bouwlieden. Doch wij bouwden den muur, zodat de ganse muur samengevoegd werd tot zijn helft toe; want het hart des volks was om te werken. En het geschiedde, als Sanballat, en Tobia, en de Arabieren, en de Ammonieten, en de Asdodieten hoorden, dat de verbetering aan de muren van Jeruzalem toenam, dat de scheuren begonnen gestopt te worden, zo ontstaken zij zeer; En zij maakten allen te zamen een verbintenis, dat zij zouden komen om tegen Jeruzalem te strijden, en een verbijstering daarin te maken. Maar wij baden tot onzen God, en zetten wacht tegen hen, dag en nacht, hunnenthalve. Toen zeide Juda: De kracht der dragers is vervallen, en des stofs is veel, zodat wij aan den muur niet zullen kunnen bouwen. Nadat reeds bij het begin aan den bouw, Sanballat en de overige tegenstanders daarmee gespot hadden, en de onderneming der Joden hadden belachelijk zoeken te maken, en deze zich eerst daartegen alleen verdedigd hadden met de wapenen des gebeds, gaan de vijanden in hun boosheid verder; en toen zij nu verkonden hadden, dat de muren reeds ter halver hoogte hersteld waren, besloten zij de bouwers onverwachts te overvallen, om hen, te doden, en alzo het werk te doen staken. Nu is de nood op het hoogste, want de last van den arbeid drukt de bouwers zelfs te veel, en hun volksgenoten in het land komen hun berichten brengen omtrent de dreigende gevaren, die hun van wege hun tegenstanders over het hoofd hingen. Nehemia staakt nu voor een korten tijd het bouwen, om zich toe te rusten tot verdediging tegen den aanval der vijanden. Daarna echter, ofschoon nu het ergste gevaar voorbij was, neemt hij alle behoedmiddelen te baat, die slechts te bedenken waren, om gedurende den nu voortgezetten arbeid, ene plotselinge overrompeling der vijanden onmogelijk te maken, en blijft met de mannen van zijn gevolg dag en nacht onder de wapenen.
KruisverwijzingenNehemia 2:10→Nehemia 2:19→Psalmen 44:13→Psalmen 35:15→Hebreeën 11:36→Mattheüs 27:29→Ezra 4:1→Handelingen 5:17→— Maar het geschiedde, als Sanballat gehoord had, dat wij den muur bouwden, zo ontstak hij, en werd zeer toornig; en hij bespotte de Joden.
Maar het geschiedde als Sanballat, de in Hoofdstuk 2: 10 genoemde belhamel van onze tegenpartijen, terwijl wij ons weer aan het in Hoofdstuk 3 beschrevene werk van de verbetering van Jeruzalem’s muren wilden begeven, gehoord had, dat wij den muur bouwden, zo ontstak hij in gramschap, en werd zeer toornig; en hij, zijne ergernis eerst door smaadredenen willende aan den dag brengen, bespotte de Joden.
KruisverwijzingenEzra 4:9→Nehemia 4:10→1 Korinthe 1:27→Nehemia 12:43→Nehemia 12:27→1 Samuël 14:11→Habakuk 3:2→1 Samuël 17:43→— En sprak in de tegenwoordigheid zijner broederen en van het heir van Samaria, en zeide: Wat doen deze amechtige Joden? Zal men hen laten geworden? Zullen zij offeren? Zullen zij het in een dag voleinden? Zullen zij de steentjes uit de stofhopen levend maken, daar zij verbrand zijn?
En sprak in de tegenwoordigheid zijner broederen, die met hem van dezelfde gezindheid waren, en die hij ter onderlinge beraadslaging had bijeengeroepen, en voor de hoofden van het heir van Samaria, en zei: Wat doen deze amechtige, deze verachtelijke Joden, dat zij niet rustig kannen blijven? zal men hen laten geworden, als zij gedurig weer wat nieuws aanvangen? zullen zij offeren, menen zij wellicht door offers en geboden een wonder Gods te doen geschieden, dat hen zal doen zegevieren over alle moeilijkheden? zullen zij het in één dag voleinden, zo als dit toch geschieden moet, wanneer er niet anderen tussen beiden komen? zullen zij, zo als zij toch schijnen te hopen, door een wonder van God, de stenen uit de tot stofhopen geworden muren levend maken, daar zij verbrand zijn 1)?
Wat Sanballat hier doet, is niet alleen een spotten met en een bespotten van het volk der Joden, maar bovenal van den Heere God. Niet alleen, dat hij de Joden amechtig noemt en vraagt, of het bouwen hun niet weer belet zal worden, n.l. door de Perzische landvoogden, roept hij ook smalend uit: Zullen zij offeren? Dat is, zullen zij door offeranden God, hun God, smeken om hulp, alsof deze hen kan helpen? Juist in die vraag, op dien toon gedaan, en in dit verband ligt een honen van de Almacht Gods opgesloten. Het is een verachten van het gebed en de offeranden, ongeloof aan en een verachten van de macht en heerlijkheid des Heren. Dit voelt Nehemia dan ook zeer goed, daarom zegt hij straks, dat zij den Heere in de bouwlieden hebben getergd. Maar ook dan is hun schuld gelijk aan die van Goliath tegenover David en het volk.
De Joden gebruikten kalksteen, om te bouwen. Deze stenen verliezen hun kracht en zelfstandigheid in het vuur, zodat zij onbruikbaar worden en ongeschikt voor den herbouw. Daarom vraagt Sanballat spottend, of die verbrande stenen, die alle leven als het ware verloren hadden, d.i. die hun kracht hadden verloren, weer levend zouden worden, d.i. als door een wonder weer kracht zouden verkrijgen en bruikbaar worden. Op allerlei wijze tracht hij het teruggekeerde volk te tarten en moedeloos te maken.
KruisverwijzingenNehemia 2:10→Klaagliederen 5:18→2 Koningen 18:23→Nehemia 6:1→1 Koningen 20:10→1 Koningen 20:18→Nehemia 2:19→— En Tobia, den Ammoniet, was bij hem, en zeide: Al is het, dat zij bouwen, zo er een vos opkwame, hij zou hun stenen muur wel verscheuren.
En Tobia, de Ammoniet (Hoofdstuk 2: 10),was bij hem, en zijne woorden bekrachtigende en met andere smaadredenen vermeerderende, zei: Al is het, dat zij bouwen, wat zij tot stand brengen kunnen toch slechts lichte, zwakke muurtjes zijn, zo er een vos 1) opkwame tegen deze nieuw gebouwde stad, hij zou, wanneer hij slechts even langs deze muren sloop, hunnen stenen muur wel verscheuren, en wat zal het dan zijn, wanneer wij met onze krachtige mannenhanden den muur wilden vernietigen?
Het tartende ligt juist in de manier, waarop een vos loopt en zich beweegt. Namelijk, al sluipende, om óf zijn prooi te bemachtigen, óf om naar alle kanten het oog te laten gaan, of er ook een vijand is, die hem belaagt. Stil, sluipend spoedt een vos zich voort. Welnu, wil Tobia zeggen, als nu zulk een sluipend voorttredende vos maar even den muur raakt, zo zal hij reeds vallen. Smalender kan het niet.
KruisverwijzingenPsalmen 123:3→Psalmen 79:12→Spreuken 3:34→1 Samuël 17:26→Hosea 12:14→— Hoor, o onze God! dat wij zeer veracht zijn, en keer hun versmaadheid weder op hun hoofd, en geef hen over tot een roof in een land der gevangenis.
Wat zouden wij doen, om ons tegen deze spotredenen onzer vijanden te verdedigen, dan ons gebed tot God opzenden, en Hem in stilte onze noden klagen? Hoor, o onze God! ongeveer deze woorden spraken wij (vs. 19); hoor ons gebed, en merk op, dat wij zeer veracht zijn, en keer hun versmaadheid, den hoon, waarmee zij ons bejegenen, weer op hun hoofd, en geef hen over tot enen door in een land der gevangenis, opdat zij even als ons is te beurt gevallen, naar een vreemd land in ballingschap mogen gevoerd worden, en daar bespot en gesmaad worden, tot ene billijke vergelding van hunnen wrevel tegen ons.
KruisverwijzingenPsalmen 109:14→Jeremia 18:23→Psalmen 69:27→Jesaja 43:25→Psalmen 51:1→Psalmen 59:5→2 Timotheüs 4:14→Psalmen 51:9→— En dek hun ongerechtigheid niet toe; en hun zonde worde niet uitgedelgd van voor Uw aangezicht, want zij hebben U getergd, staande tegenover de bouwlieden.
En dek hun ongerechtigheid niet toe; voor Uwe ogen, dat Gij ze ongestraft zoudt laten: en hun zonde worde niet uitgedelgd van voor Uw aangezicht, maar bewaar ze in Uwe gedachtenis, om ze op Uwen tijd te vergelden; want zij hebben met hun spotredenen en hunnen smaad niet alleen ons gehoond, maar zij hebben U getergd, staande tegenover de bouwlieden 1), d.i. zij hebben U uitgedaagd en gehoond, door het werk te bespotten, dat wij in Uwe kracht en op Uw bevel hebben verricht; en nu kunt Gij immers niet stilzwijgen, want het is Uwe eer, die zij hebben aangerand, Uwen Naam hebben zij te schande willen maken.
Toen Nehemia werd geboodschapt, wat Sanballat en Tobia hadden gezegd, wendde hij zich tot den Heere God, om zijne en des volks noden den Heere te klagen en bekend te maken. Hij wreekt zich niet, maar geeft de wraak in de handen zijns Gods. Wat hij hier vraagt is, dat de Heere deze mannen moge vergelden naar hun boosheid, niet omdat zij het volk des Heren hadden aangerand, maar in dit volk den Heere zelven. Nehemia vraagt hier niet, dat de Heere nooit de zonde zal vergeven, maar dat Hij ze niet vergeven zal. Hierop hebben wij wel te letten. Wat hij vraagt is, dat hem en zijn volk door den Heere recht worde gedaan tegenover de vijanden, die het op hun ondergang hebben gemunt. Wat Nehemia voor ogen heeft, is het recht der wedervergelding (jus talionis).
Kruisverwijzingen1 Kronieken 29:17→Psalmen 110:3→Filippenzen 2:13→Hebreeën 13:21→Nehemia 6:15→2 Korinthe 8:16→1 Kronieken 29:14→2 Kronieken 29:36→— Doch wij bouwden den muur, zodat de ganse muur samengevoegd werd tot zijn helft toe; want het hart des volks was om te werken.
Doch wij bouwden, nadat wij ons door het gebed versterkt gevoelden, vrolijk en welgemoed, zonder ons verder aan het spotten van onze tegenstanders te storen, den muur, zodat de ganse muur in zijne gehele lengte om de stad zamengevoegd werd tot zijne helft, ter halver hoogte, toe; want het hart des volks, van de bouwlieden, zoals in Hoofdstuk 3 bij name genoemd zijn, was om te werken, waardoor dan ook het bouwen voorspoedig en goed voortging.
KruisverwijzingenOpenbaring 12:17→Amos 1:13→Nehemia 4:1→Nehemia 2:10→Handelingen 4:17→Ezra 5:8→Amos 3:9→Nehemia 13:23→— En het geschiedde, als Sanballat, en Tobia, en de Arabieren, en de Ammonieten, en de Asdodieten hoorden, dat de verbetering aan de muren van Jeruzalem toenam, dat de scheuren begonnen gestopt te worden, zo ontstaken zij zeer;
En het geschiedde, als Sanballat, en Tobia, en de Arabieren (Hoofdstuk 2: 19), en de Ammonieten, en de Asdodieten, bewoners van de stad Asdod in het kustland der Filistijnen (Jozua 13: 2 ), hoorden, dat de verbetering aan de muren van Jeruzalem toenam, en wel meer dan zij verwacht hadden in zulk een korten tijd, en dat de scheuren in de muren begonnen gestopt te worden, zo ontstaken zij zeer in toorn; want hun nijdig en boosaardig hart kon het niet verdragen, dat de kinderen van Juda voorspoedig waren in hunnen arbeid.
KruisverwijzingenPsalmen 83:3→Handelingen 23:12→Psalmen 2:1→Jesaja 8:9→Jeremia 20:10→— En zij maakten allen te zamen een verbintenis, dat zij zouden komen om tegen Jeruzalem te strijden, en een verbijstering daarin te maken.
En zij maakten allen tezamen ene verbintenis, zij verbonden zich tegen de gehate Joden en zwoeren, dat zij zouden komen om tegen Jeruzalem te strijden, en door enen plotselingen aanval ene grote verwarring en ene verbijstering daarin te maken, waardoor het verdere bouwen zou gestaakt worden.
Kruisverwijzingen1 Petrus 5:8→Nehemia 4:11→Mattheüs 26:41→Genesis 32:28→Lukas 21:36→Handelingen 4:24→Lukas 6:11→Genesis 32:9→— Maar wij baden tot onzen God, en zetten wacht tegen hen, dag en nacht, hunnenthalve.
Maar wij, ik Nehemia en de overige bestuurders bij het bouwen, baden tot onzen God, dat Hij ons zou ondersteunen tegen onze vijanden, en zetten wacht-posten tegen hen 1) op ene plaats, waar de vijanden goed konden worden gadegeslagen; dag en nacht, hield men zich op dien post, en wij rustten ons zo toe, niet alleen met het geestelijke wapen des gebeds, maar ook met de nodige krijgswapenen, om alzo hunnenthalve steeds op onze hoede te zijn tegen elke aanval en ons tegen hen te kunnen verdedigen.
Het onderwijs, hetwelk de Heere Christus ons geeft, tot onzen geestelijken strijd, komt met dit voorbeeld overeen (MATTHEUS. 26: 41): Waakt en bidt. Indien wij menen genoeg geheiligd te zijn door het Gebed alleen en er de waakzaamheid niet bijvoegen, zo zijn wij nalatig in onzen plicht en beproeven God. Indien wij alleenlijk waken en niet bidden, zijn wij hoogmoedig en verachten God en verbeuren dus, in beider opzicht, Zijne bescherming en gunst.
KruisverwijzingenNumeri 13:31→Ezechiël 29:18→Numeri 32:9→2 Kronieken 2:18→Hagai 1:2→Psalmen 11:1→— Toen zeide Juda: De kracht der dragers is vervallen, en des stofs is veel, zodat wij aan den muur niet zullen kunnen bouwen.
Toen zei Juda, de Joodse gemeente die met het bouwen bezig was, tot mij en hun vertegenwoordigers, zeggende: De kracht der dragers is vervallen of is vervallende, en des stofs is veel; het aantal werklieden is, nadat zij door het betrekken der wachtposten zo verminderd zijn, te weinig tot wegruiming van het puin, dat door de verwoesting der muren is opeengehoopt, zodat wij, daar ons nu voor het eigenlijke bouwen de krachten geheel ontbreken, aan den muur niet zullen kunnen bouwen, alzo had ik zelfs tegenover mijne eigene volksgenoten met grote zwarigheden te kampen.
KruisverwijzingenHandelingen 23:21→2 Samuël 17:2→1 Thessalonicenzen 5:2→Handelingen 23:12→Jesaja 47:11→Psalmen 56:6→Richteren 20:29→— Nu hadden onze vijanden gezegd: Zij zullen het niet weten, noch zien, totdat wij in het midden van hen komen, en slaan hen dood; alzo zullen wij het werk doen ophouden.
Hoewel de gegrondheid van de klachten der Joden erkennende, toch kon ik de wachtposten niet intrekken, om daardoor meer arbeiders te hebben, want nu hadden, naar ik vernam, onze vijanden gezegd: Zij, de Joden, zullen het niet weten noch zien, dat wij voornemens zijn hen te overvallen, totdat wij in het midden van hen komen, en als ons die heimelijke overval gelukt, slaan wij hen dood; alzo zullen wij het werk doen ophouden.
KruisverwijzingenJob 19:3→Genesis 31:41→Numeri 14:22→Genesis 31:7→— En het geschiedde, als de Joden, die bij hen woonden, kwamen, dat zij het ons wel tienmaal zeiden, uit al de plaatsen, door dewelke gij tot ons wederkeert.
En het geschiedde, als de Joden, die bij hen woonden, en niet naar Jeruzalem waren gekomen om mede te bouwen, maar gebleven waren in hun woonplaatsen in de nabijheid onzer vijanden, kwamen, verhaalden zij welk doel, de bovengenoemde wederpartijders hadden, Zij vreesden zozeer voor dien onverhoedsen aanval, dien zij meenden, dat wij niet zouden kunnen weerstaan, dat zij het ons wel tienmaal zeiden, wat zij voor ons vreesden, gedurig hetzelfde herhalende, en niet een of twee, maar uit alle plaatsen, waarin zij woonden en van waar zij tot ons gekomen waren, zeggende; door dewelke beter, dat gij 1) tot ons wederkeert, want wij twijfelen er niet aan, of weldra zult gij den strijd moeten aanvangen tegen de vijanden, die u zo onverwachts denken op het lijf te vallen. Geeft nu het bouwen op, en keert met ons terug om ons te beschermen.
In het Hebr. Ascher thaschoeboe aleenoe. Dit betekent hier, dat gij tot ons wederkeert. Het Hebr. woord staat hier voor Ki, gelijk dat meermalen gebeurt, zie 1 Samuel 15: 20. 2 Samuel 1: 4. Esther 1: 19 e.a. Zij wilden de mannen met zich mede hebben naar de verschillende plaatsen, om hen te beschermen, want de vijanden omgaven hen van alle zijden. Sanballat met de Samaritanen tegen het Noorden, de Ammonieten tegen het Oosten, de Arabieren in het Zuiden en de Asdodieten in het Westen.
KruisverwijzingenNehemia 4:17→Efeze 6:11→Genesis 32:13→1 Korinthe 14:20→Psalmen 112:5→Hooglied 3:7→Mattheüs 10:16→2 Kronieken 32:2→— Daarom zette ik in de benedenste plaatsen achter den muur, en op de hoogten, en ik zette het volk naar de geslachten, met hun zwaarden, hun spiesen en hun bogen.
Daarom zette ik in de benedenste plaatsen, achter of aan de buitenzijde van den muur, en op de hoogten 1) Luther zegt: in de kuilen), en ik zette het volk naar de geslachten, met hun zwaarden, hun spiesen en hun bogen.
In het Hebr. Batsichim. Eigenlijk een droge, dorre, kale plaats, en daarom hier in den zin van vrije plaats, waar niets in den weg stond, om uit te zien naar den aanrukkenden vijand. Juister vertaling daarom is deze Daarom zette ik in de benedenste plaatsen achter den muur, op vrije plaatsen: daar stelde ik het volk naar de geslachten met hun zwaarden, hun spiesen en hun bogen.
KruisverwijzingenNumeri 14:9→2 Samuël 10:12→Jesaja 41:10→Mattheüs 10:28→Deuteronomium 1:29→Deuteronomium 10:17→Nehemia 1:5→Hebreeën 13:6→— En ik zag toe, en maakte mij op, en zeide tot de edelen, en tot de overheden, en tot het overige des volks: Vreest niet voor hun aangezicht; denkt aan dien groten en vreselijken HEERE, en strijdt voor uw broederen, uw zonen en uw dochteren, uw vrouwen en uw huizen.
En ik zag toe, en maakte mij op 1) de strijders tot dapperen tegenweer aanmoedigende en zei tot de edelen en tot de overheden, die aan de spits stonden, en de verdedigingsmaatregelen bestuurden, en tot het overige des volks, dat onder hun bevelen stond a): Vreest niet voor hun aangezicht, namelijk voor onze wederpartijders; denkt aan dien groten en vreselijken HEERE
, die voor u strijdt (Deuteronomium 3: 22; 23: 3 vv. 31: 6), en strijdt getroost en onbevreesd voor uwe broederen, uwe zonen en uwe dochteren, uwe vrouwen en uwe huizen, want de vijanden bedoelen niets minder dan de vernietiging van onze gans gemeente.
Numeri 14: 9; Deuteronomium 1: 21.
En ik zag toe en maakte mij op, is een Oosterse uitdrukking, in de plaats van, en ik ging heen, en wordt vooral gebruikt, om een levendige voorstelling van zaken te geven. Nehemia wil hiermede zeggen, dat op dit ogenblik hij niet alleen vol moed was, maar ook vastbesloten te werk ging, sterk door het vertrouwen op den Heere Heere. Hij wist het, dat het hier den strijd gold voor de heerlijkheid van Gods Naam en voor het heil van zijn volk, en daarom zal hij den vijand geen duim breed gronds toestaan, maar met alle geoorloofde middelen zich in staat van tegenweer stellen. Door woord en daad wil hij tonen, dat hij in de bres treedt voor de heilige stad en den heiligen tempel zijns Gods.
Zij, die met ogen des geloofs, den groten Schutsheer der Kerk, in Zijn vreselijkheid en verschrikkelijkheid beschouwen, zullen dezelve vijanden altoos als verachtingswaardige schepsels, als nietige wormen aanmerken. De overheersende vreze Gods is het beste tegengift tegen de verschrikkende vreze der mensen.
KruisverwijzingenNehemia 4:23→Psalmen 101:6→Nehemia 5:15→— En het geschiedde van dien dag af, dat de helft mijner jongens doende waren aan het werk, en de helft van hen hielden de spiesen, en de schilden, en de bogen, en de pantsiers; en de oversten waren achter het ganse huis van Juda.
En het geschiedde van dien dag af, gedurende het voortzetten van het bouwen aan den muur, die nog maar tot de helft der hoogte gevorderd was, (vs. 6), dat de helft mijner jongens1) tot mijn gevolg behorende (vs. 23; (Hoofdstuk 5: 10 en 16), doende waren aan het werk, aan den muur en de andere helft van hen hielden de spiesen, en de schilden, en de bogen, en de pantsiers; zij stonden daar niet alleen om de gevreesde overvallen der tegenpartijders gewapend af te weren, maar zij bewaakten ook de wapenen van de anderen, die bezig waren met bouwen; en de oversten waren achter het ganse huis van Juda, om opzicht te houden en bij enen mogelijken overval aan te vallen tegen den vijand.
Mijne jongens zijn degenen, die in Nehemia’s dienst als landvoogd waren en hem ter zijde stonden, om de orde in de stad te bewaren, bij wijze van politie.
KruisverwijzingenFilippenzen 1:28→Daniël 9:25→2 Timotheüs 2:3→1 Korinthe 9:12→1 Korinthe 16:9→Efeze 6:11→2 Korinthe 6:7→1 Korinthe 16:13→— Die aan den muur bouwden, en die den last droegen, en die oplaadden, waren een ieder met zijn ene hand doende aan het werk, en de andere hield het geweer.
Wat nu betreft degenen die aan den muur bouwden, zo waren zowel degenen die den last droegen, en die oplaadden, alzo deels de lastdragers, tot wegruiming van het puin, en tot het aanbrengen van bouwstenen en verders opladers, zij waren een ieder met zijne ene hand doende aan het werk en de andere hand hield het geweer 1), ene werpspies, daar desnoods ene hand genoegzaam was, om het puin en de stenen in de draagkorven te rapen, en deze, die van hengsels voorzien waren, weg te dragen,
De lastdragers hadden maar één hand nodig, om de manden te vullen, of de stenen op te laden, vandaar dat zij de ene hand gebruikten, om de werpspies vast te houden, maar de eigenlijke bouwers (vs. 18) de metselaars, moesten beide handen gebruiken, en daarom hadden zij het zwaard aan de lenden gegord, om, als het nodig was, den troffel met het zwaard te verwisselen.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 13:12→Numeri 10:9→— En de bouwers hadden een iegelijk zijn zwaard aan zijn lenden gegord, en bouwden; maar die met de bazuin blies, was bij mij.
En of, ook de bouwers, waaruit de andere afdeling bestond, die bezig waren het muurwerk op te trekken en te verbeteren, hadden een iegelijk zijn zwaard aan zijne lendenen gegord 1) omdat zij beide handen tot het werk nodig hadden, maar daarentegen niet veel behoefden te bukken, en bouwden alzo; maar die met de bazuin blies, een trompetter, die in geval van nood aan degenen, die met den arbeid bezig waren, het teken tot spoedige vereniging kon geven, was bij mij, en ik stond aan de spits van de afdeling der jongelingen (vs 16), die de volle wapenrusting droegen, en bestemd waren om den eersten aanval te weerstaan.
Zij konden het werk niet zo zeker en gerust opvatten, dat zij de wapenen konden neerleggen, wetende hoe rusteloos en onvermoeid hun wederpartijders in hun pogingen waren en dat zijn nu het ene slinkse doel hun mislukt was, het lichtelijk op een anderen boeg zouden wenden. Evenzo moeten wij in onzen geestelijken strijd altoos op de wacht staan, tegen de vijanden onzer zaligheid, en niet verwachten, dat onze strijd zal eindigen voordat ons werk af is.
— En ik zeide tot de edelen, en tot de overheden, en tot het overige des volks: Het werk is groot en wijd; en wij zijn op den muur afgezonderd, de een ver van den ander;
En ik zei toen ik dezen bazuinblazer bij mij stelde, tot de edelen en tot de overigen des volks (Hoofdstuk 2: 16): Het werk is wegens de uitgestrektheid der muren rondom de gehele stad groot en wijd, en wij zijn op den muur verstrooid, afgezonderd van elkaar bij de verschillende gedeelten werkzaam (Hoofdstuk 3), de een ver van den ander, en wij kunnen op verschillende punten door den vijand worden aangegrepen, zonder dat wij vooraf kunnen berekenen, op welk punt de aanval zal plaats hebben.
KruisverwijzingenDeuteronomium 20:4→Deuteronomium 1:30→Exodus 14:14→Exodus 14:25→Jozua 23:10→Deuteronomium 3:22→Zacharia 14:3→— Ter plaatse, waar gij het geluid der bazuin zult horen, daarheen zult gij u tot ons verzamelen; onze God zal voor ons strijden.
Ter plaats, waar gij het geluid der bazuin zult horen, om het sein te geven, daarheen zult gij u tot ons, mij en mijne jongens verzamelen {1} {a}; onze God zal voor ons strijden, en maken dat de vijanden hun doel niet zullen bereiken. {a} Exodus 14: 25; Deuteronomium 1: 30; 28: 7. {1} Aan den gehelen muur werd tegelijker tijd door de verschillende werklieden gearbeid, maar nu ontvangen zij het bevel, om, wanneer de bazuin zou schallen, en oproepen tot den strijd, zich te verzamelen. Zo behoort het ook in het geestelijke te gaan. God geeft aan al Zijne knechten op verschillende plaatsen arbeid voor Zijn koninkrijk. De een is hier, de andere in een ander gedeelte van den wijngaard geplaatst, werkende een ieder naar zijn eigenaardige roeping, maar tegenover den gemeenschappelijken vijand van het Godsrijk behoren zij allen één te zijn en zich als één man te verzamelen tot den strijd.
KruisverwijzingenGalaten 6:9→1 Korinthe 15:10→1 Korinthe 15:58→Kolossenzen 1:29→— Alzo waren wij doende aan het werk; en de helft van hen hielden de spiesen, van het opgaan des dageraads tot het voortkomen der sterren toe.
Alzo waren wij doende aan het werk, ons houdende aan hetgeen afgesproken was, en de helft van hen, van de tot mijn gevolg behorende jongelingen, die als wachtposten gesteld waren, hielden de spiesen, van het opgaan des dageraads, tot den tijd van het voortkomen der sterren toe, van des morgens vroeg tot des avonds laat.
KruisverwijzingenNehemia 11:1→— Ook zeide ik te dier tijd tot het volk: Een iegelijk vernachte met zijn jongen binnen Jeruzalem, opdat zij ons des nachts ter wacht zijn, en des daags aan het werk.
Ook zei ik te dier tijd, een nieuwen voorzichtigheids maatregel nemende, tot het volk tot degenen die aan den muur arbeidden: Een iegelijk vernachtte, in plaats van des avonds na den afloop der werkzaamheden zich te verstrooien in de omliggende plaatsen, met zijnen jongen, dien hij als handlanger bij zich heeft, binnen Jeruzalem, opdat zij ons des nachts ter wacht zijn, en des daags aan het werk; wij zijn immers talrijk genoeg, om gedurende den nacht wachtposten uit te zetten, en kunnen dan nog wel bij afwisseling slapen, om nieuwe krachten voor den arbeid te ontvangen.
Kruisverwijzingen1 Korinthe 15:10→Nehemia 7:2→Richteren 5:11→Nehemia 5:16→Richteren 9:48→— Voorts noch ik, noch mijn broederen, noch mijn jongelingen, noch de mannen van de wacht, die achter mij waren, wij trokken onze klederen niet uit; een iegelijk had zijn geweer en water.
Voorts noch ik, noch mijne broederen, die tot mijne familie en mijn geslacht behoorden noch mijne jongelingen, de joodse knapen van mijn gevolg (vs. 16), noch de mannen van de wacht, die achter mij waren, die door de regering van Perzië ter mijner beschikking gesteld waren, (Hoofdstuk 2: 9), wij trokken gedurende den gansen tijd van den bouw, zelfs des nachts onze klederen niet uit 1); een iegelijk van ons had zijn geweer om terstond ter verdediging gereed te zijn en water, 2) om den dorst te lessen.
Hiermede wordt voorgesteld, hoe leraars en predikers aan het huis des Heren in de strijdende Christelijke kerk moeten arbeiden; dat zij met de ene hand de gemeente Gods moeten bouwen en oprichten op het fondament der Profeten en Apostelen (Efeze. 2: 20) maar met de andere hand het zwaard des Geestes houden (Efeze. 6: 6. Tit. 1: 9) om daarmee de vijanden weg te drijven en hen te weerstaan. De Christenen zijn te gelijk arbeiders en krijgslieden, met de ene hand bouwen zij, en met de andere vechten zij, en zij worden door het geklank des Evangeliums nu eens naar de ene dan weer naar de andere plaats geroepen. Zij zijn allerwegen in de wereld verstrooid, maar zij vormen één leger, en moeten gereed staan als één man tegen den gemeenschappelijken vijand, waar ook de aanval geschiedt.
Nehemia zelf en al zijne mannen, hielden zich bij hunnen arbeid, des daags en des nachts, altijd bereid zijnde om den vijand af te keren. Alzo moeten wij steeds op onze hoede zijn tegen onze geestelijke vijanden, niet alleen terwijl het licht is, maar ook vooral in de duisternis, want zij zijn de beheersers van het rijk der duisternis in deze wereld. Het was een teken, dat hun hart altijd bij hun werk was, wanneer zij ten allen tijde gereed waren voor den dienst. Een goed werk zal ook voorspoedig vorderen, wanneer zij, die er aan arbeiden, er met hun ganse hart bij zijn; en Satan vreest den waakzamen Christen aan te vallen, of, wanneer wij aangevallen worden, strijdt de Heere voor ons. Zo moeten wij tot aan het einde van ons leven op onze hoede zijn, en nooit onze wapenrusting afleggen, vóórdat ons werk en onze strijd is geëindigd; dan zullen wij ontvangen worden in de eeuwige rust en vreugde van onzen God en Heere.
In het Hebr. Isch schilcho hamaïm. Letterlijk vertaald: Een ieder zijn zwaard het water. Deze woorden zijn zeer moeilijk te verklaren. Onze Staten-vertalers hebben het woordje en er tussen ingevoegd en plaatsen als kanttekening, d.i. voor den dorst, of om zich te baden. Luther zet over: een iegelijk liet het baden na. Anderen, zoals Bötticher en Keil willen lezen in plaats van: Cheminoe, d.i. rechts, aan de rechter zijde, zodat dan een iegelijk zijn zwaard aan zijn rechterzijde had leggen. Wij voor ons houden ons aan de kanttekening van de Staten-Overzetting, in den zin van, water voor den dorst.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Niemand dan Jezus, niemand dan Jezus! Laten wij God danken dat het bouwen van Zijn tempel in ons Zijn eigen werk is. Hij begon het; Hij groef onze eigen ledigheid uit en maakte ze ons duidelijk; Hij wierp onze eigengerechtigheid uit en Hij legde Christus waar ons eigen ik gestaan had. Dat heeft de Heere gedaan, en Hij heeft ook al het andere gedaan wat er in ons gedaan is dat het doen waard was.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Nehemia 4
Nehemia 4:1.KruisverwijzingenNehemia 2:10→Nehemia 2:19→Psalmen 44:13→Psalmen 35:15→Hebreeën 11:36→Mattheüs 27:29→Ezra 4:1→Handelingen 5:17→
— Maar het geschiedde, als Sanballat gehoord had, dat wij den muur bouwden, zo ontstak hij, en werd zeer toornig; en hij bespotte de Joden.
Het was nodig de muur van Jeruzalem, die in puin lag, weer op te bouwen. Zij vorderden redelijk vlot, want ieder had lust om te werken. Er is nog nooit een goed werk geweest waar niet enkelen tegen waren, en dat zal er ook nooit zijn totdat de Heere komt. Sanballat hoorde wat de Joden deden, en hij werd heel toornig. Hij stond geheel in vlam van toorn dat het werk van God voortgezet werd.
Nehemia 4:2.KruisverwijzingenEzra 4:9→Nehemia 4:10→1 Korinthe 1:27→Nehemia 12:43→Nehemia 12:27→1 Samuël 14:11→Habakuk 3:2→1 Samuël 17:43→
— En sprak in de tegenwoordigheid zijner broederen en van het heir van Samaria, en zeide: Wat doen deze amechtige Joden? Zal men hen laten geworden? Zullen zij offeren? Zullen zij het in een dag voleinden? Zullen zij de steentjes uit de stofhopen levend maken, daar zij verbrand zijn?
De vijanden van Gods volk gaan doorgaans aan het schimpen. Het is een heel gemakkelijke manier om tegenstand te tonen. Zullen zij zich versterken? Zullen zij offeren? Zullen zij het op één dag voleinden? Zullen zij de stenen uit de steenhopen weer levend maken, die verbrand zijn? Zonder twijfel werden deze vragen voor heel geestig en zeer bijtend gehouden. De vijanden van Christus zijn daar doorgaans wel goed in. Wel, als het hun vermaakt, dan weet ik niet of het ons veel behoeft te deren; want ten slotte is het hun manier om de macht van God eer te bewijzen.
Nehemia 4:3.KruisverwijzingenNehemia 2:10→Klaagliederen 5:18→2 Koningen 18:23→Nehemia 6:1→1 Koningen 20:10→1 Koningen 20:18→Nehemia 2:19→
— En Tobia, den Ammoniet, was bij hem, en zeide: Al is het, dat zij bouwen, zo er een vos opkwame, hij zou hun stenen muur wel verscheuren.
Iemand als Sanballat komt nooit vrienden te kort. Is er ergens een slecht mens, dan is er zeker een tweede dichtbij. De duivel maakt geen vuur met één stok. Heeft hij de eerste aangestoken, dan vindt hij doorgaans wel een bundel om ernaast te leggen. Tobia de Ammoniet, die met hetzelfde sop overgoten was als Sanballat de Horoniet, stond bij hem.
Nehemia 4:4-5.KruisverwijzingenPsalmen 123:3→Psalmen 79:12→Psalmen 109:14→Jeremia 18:23→Psalmen 69:27→Jesaja 43:25→Psalmen 51:1→Spreuken 3:34→
— Hoor, o onze God! dat wij zeer veracht zijn, en keer hun versmaadheid weder op hun hoofd, en geef hen over tot een roof in een land der gevangenis. En dek hun ongerechtigheid niet toe; en hun zonde worde niet uitgedelgd van voor Uw aangezicht, want zij hebben U getergd, staande tegenover de bouwlieden.
Dit was een rechtvaardige verontwaardiging; maar Nehemia is voor ons geen volmaakt voorbeeld. Hij was niet alleen streng, maar hij mengde bij zijn strengheid een mate van bitterheid in zijn gebed die wij niet moeten navolgen. Wanneer wij mensen tegen God hebben zien samenspannen, de zielen van anderen zien zoeken te verderven en ons hebben zien pogen te stuiten in ons streven om de gemeente van God op te bouwen, hebben wij zulke woorden ook op onze lippen voelen beven. Het zou echter beter voor ons zijn de knie te buigen in nederige navolging van onze Heere aan het kruis en te roepen: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen.
Nehemia 4:6.Kruisverwijzingen1 Kronieken 29:17→Psalmen 110:3→Filippenzen 2:13→Hebreeën 13:21→Nehemia 6:15→2 Korinthe 8:16→1 Kronieken 29:14→2 Kronieken 29:36→
— Doch wij bouwden den muur, zodat de ganse muur samengevoegd werd tot zijn helft toe; want het hart des volks was om te werken.
U verwachtte half te lezen: “Zo hielden wij op de muur te bouwen en gaven Sanballat en Tobia antwoord.” Niets daarvan. Zij bleven bij hun werk en lieten die twee mannen spotten naar hun lust.
Zij bouwden de muur niet zo hoog als zij hem ten slotte hebben wilden; maar zij trokken hem wel geheel rond en voegden hem goed samen. Kunnen wij niet alles doen wat wij zouden willen, laten wij dan doen wat wij kunnen; en laten wij ons ernaar uitstrekken om zoveel als mogelijk is het deel dat wij doen ook af te maken, wachtend op betere tijden om de muren hoger op te trekken.
Nehemia 4:7.KruisverwijzingenOpenbaring 12:17→Amos 1:13→Nehemia 4:1→Nehemia 2:10→Handelingen 4:17→Ezra 5:8→Amos 3:9→Nehemia 13:23→
— En het geschiedde, als Sanballat, en Tobia, en de Arabieren, en de Ammonieten, en de Asdodieten hoorden, dat de verbetering aan de muren van Jeruzalem toenam, dat de scheuren begonnen gestopt te worden, zo ontstaken zij zeer;
Zij waren tevoren toornig; nu waren zij zeer toornig. Ondervindt een werk geen tegenstand van de satan, dan mogen wij half vrezen dat het niets waard is. Kunt u de duivel niet doen brullen, dan hebt u hem niet veel schade gedaan; maar hoe meer hij brult, hoe meer reden er is voor de engelen om de lof van God voor de troon te zingen.
Nehemia 4:8.KruisverwijzingenPsalmen 83:3→Handelingen 23:12→Psalmen 2:1→Jesaja 8:9→Jeremia 20:10→
— En zij maakten allen te zamen een verbintenis, dat zij zouden komen om tegen Jeruzalem te strijden, en een verbijstering daarin te maken.
Het is wonderlijk hoe eenstemmig slechte mensen kunnen zijn. Het heeft mij altijd als een heel opzienbarende zaak getroffen dat men nooit gehoord heeft van enige verdeeldheid onder de duivelen in de hel. Er zijn geen richtingen onder de duivelen; zij schijnen met een ontzagwekkende eenstemmigheid van bedoeling samen te werken in hun boze opzet. In dit ene ding schijnen zij het huisgezin van God te overtreffen. O, dat wij zo hartelijk en eendrachtig waren in de dienst van God als goddeloze mensen in de dienst van de satan!
Nehemia 4:9-10.Kruisverwijzingen1 Petrus 5:8→Nehemia 4:11→Mattheüs 26:41→Genesis 32:28→Lukas 21:36→Handelingen 4:24→Lukas 6:11→Genesis 32:9→
— Maar wij baden tot onzen God, en zetten wacht tegen hen, dag en nacht, hunnenthalve. Toen zeide Juda: De kracht der dragers is vervallen, en des stofs is veel, zodat wij aan den muur niet zullen kunnen bouwen.
Juda was, zoals u weet, de leeuwenstam. Christus is de Leeuw, Die uit den stam van Juda is. Maar Juda maakte, in plaats van leeuwenmoedig te zijn, een geluid dat meer op een muis dan op een leeuw leek. Arme Juda! Hij had stouter en dapperder moeten zijn, maar hij was het niet. Het is vandaag hetzelfde: sommigen die pilaren schijnen, blijken in de ure van de beproeving zeer zwak, en door hun lafhartigheid ontmoedigen zij de overigen.
Jeruzalem was, daar twijfel ik niet aan, één grote hoop, opgebouwd uit het puin van zijn huizen, van de toren en het wapenhuis van David, van het paleis van de koning en van de tempel zelf. En al was de tempel weer opgebouwd en al stonden er nieuwe huizen op de plaats van het oude Jeruzalem, toch vonden zij, toen zij aan de muur van de stad kwamen met het doel die grondig te herstellen, een volslagen ruïne — en zo’n ruïne dat de massa die haar bedekte moeilijk was om door te graven. Zij konden de muur niet bouwen omdat er zoveel puin lag.
Dit mag beschouwd worden als een beeld van het werk dat Gods volk in de Naam van Jezus en in de kracht van Zijn Heilige Geest in de wereld heeft te verrichten. Wij moeten voor God de muren van de gemeente bouwen, maar wij kunnen ze niet bouwen, want er ligt zoveel puin op onze weg. Dat is niet alleen waar van de bouw van de gemeente, maar het is evenzeer waar van de tempel van God die in elk van onze harten gebouwd moet worden. Wij gevoelen ons vaak ontmoedigd. Judas spreekt van bouwt gij uzelven op uw allerheiligst geloof, biddende in den Heiligen Geest (Judas 1:20), en toch zijn wij nog geneigd te gevoelen dat wij deze muur niet kunnen bouwen omdat er zoveel puin ligt.
Wat een val was de val! Wat een volslagen ruïne maakte hij van onze zedelijke natuur! Ontdekken wij niet — ik doe het bijna elke dag — een verse hoop puin waarvan wij nauwelijks wisten dat hij daar lag? Punten waarop wij ons sterk waanden, blijken onze zwakheden. Er was een gebrek waarvan wij half de gedachte koesterden dat wij ervan vrij waren, en daarom waren wij tamelijk streng tegen anderen die zo’n gebrek en zonde hadden. Maar ten laatste brak het in onszelf uit. Veel meer van zulk puin blijft er in ons over: het puin van de hoogmoed, van het ongeloof, van de boze begeerlijkheid, van de toorn, van de moedeloosheid, van de zelfverheffing. Daar ligt het, en de bouw van de goddelijke genade vordert niet zoals wij zouden wensen, om de verdorvenheid die nog in ons blijft.
Niemand dan Jezus, niemand dan Jezus! Daar berust de enige hoop van onze ziel — in Zijn dierbaar bloed en gerechtigheid. Elke andere hoop verfoeien wij van harte. Wordt iemand ertoe gebracht in Jezus alleen te rusten, dan is er voor hem in Sion een vaste grondsteen gelegd, en daaraan wordt hij door souvereine genade gehecht. Laten wij God danken dat het bouwen van Zijn tempel in ons Zijn eigen werk is. Hij begon het; Hij groef onze eigen ledigheid uit en maakte ze ons duidelijk; Hij wierp onze eigengerechtigheid uit en Hij legde Christus waar ons eigen ik gestaan had. Dat heeft de Heere gedaan, en Hij heeft ook al het andere gedaan wat er in ons gedaan is dat het doen waard was.
Nehemia 4:11-12.KruisverwijzingenHandelingen 23:21→2 Samuël 17:2→1 Thessalonicenzen 5:2→Handelingen 23:12→Jesaja 47:11→Psalmen 56:6→Richteren 20:29→Job 19:3→
— Nu hadden onze vijanden gezegd: Zij zullen het niet weten, noch zien, totdat wij in het midden van hen komen, en slaan hen dood; alzo zullen wij het werk doen ophouden. En het geschiedde, als de Joden, die bij hen woonden, kwamen, dat zij het ons wel tienmaal zeiden, uit al de plaatsen, door dewelke gij tot ons wederkeert.
Terwijl sommigen het volk binnen de stad ontmoedigden, spanden hun vijanden buiten de muren samen om hen bij verrassing te overvallen en te doden. Deze Joden hadden mee moeten helpen de muur te bouwen, maar zij kwamen het volk des Heeren niet te hulp. Toch waren zij genoeg bevriend om Nehemia te vertellen van de aanslag die zijn vijanden beraamden. God weet hoe Hij Zijn vijanden moet ondermijnen wanneer zij een mijn aanleggen. Is geheimhouding nodig voor het gelukken van het kwaad, dan spreekt iemand zich uit en vertelt hij het verhaal, zodat de aanslag ontdekt wordt.
Nehemia 4:13.KruisverwijzingenNehemia 4:17→Efeze 6:11→Genesis 32:13→1 Korinthe 14:20→Psalmen 112:5→Hooglied 3:7→Mattheüs 10:16→2 Kronieken 32:2→
— Daarom zette ik in de benedenste plaatsen achter den muur, en op de hoogten, en ik zette het volk naar de geslachten, met hun zwaarden, hun spiesen en hun bogen.
Toen Nehemia wist aan wat een gevaar het volk blootstond, nam hij maatregelen om zich daartegen te wachten. Ik houd van het gezonde verstand van Nehemia. Hij hield de huisgezinnen bij elkaar: ik zette het volk naar de geslachten, met hun zwaarden, hun spiesen en hun bogen. Geliefden, ik heb geen grotere vreugde dan die ik verleden week had, toen ik vijf kinderen van één huisgezin mocht opnemen, allen tot Christus gebracht. Moge de Heere onze huisgezinnen tot de wachters van de gemeente maken!
Nehemia 4:14-15.KruisverwijzingenNumeri 14:9→2 Samuël 10:12→Jesaja 41:10→2 Samuël 17:14→Romeinen 12:11→Mattheüs 10:28→Deuteronomium 1:29→Deuteronomium 10:17→
— En ik zag toe, en maakte mij op, en zeide tot de edelen, en tot de overheden, en tot het overige des volks: Vreest niet voor hun aangezicht; denkt aan dien groten en vreselijken HEERE, en strijdt voor uw broederen, uw zonen en uw dochteren, uw vrouwen en uw huizen. Daarna geschiedde het, als onze vijanden hoorden, dat het ons bekend was geworden, en God hun raad te niet gemaakt had, zo keerden wij allen weder tot den muur, een iegelijk tot zijn werk.
De vrees mag ons wakker maken, maar zij mag ons nooit zwak maken. Wij behoren de wapenrusting aan te doen en het zwaard en de spies en de boog te nemen wanneer er reden tot vrees is; wij behoren er nooit van te dromen weg te lopen.
Er werd ten slotte niet gestreden. Zodra de vijand wist dat zijn aanslag ontdekt was, deed hij geen aanval. Een uitlegger zegt: “Sommigen zouden, als zij uit gevaar verlost waren, ieder naar de herberg zijn teruggekeerd; maar deze mannen keerden ieder terug tot zijn werk.” Zij gingen terug naar hun bouwwerk en bleven in de dienst van de stad.
Nehemia 4:16-18.KruisverwijzingenNehemia 4:23→Psalmen 101:6→Nehemia 5:15→Filippenzen 1:28→Daniël 9:25→2 Timotheüs 2:3→1 Korinthe 9:12→1 Korinthe 16:9→
— En het geschiedde van dien dag af, dat de helft mijner jongens doende waren aan het werk, en de helft van hen hielden de spiesen, en de schilden, en de bogen, en de pantsiers; en de oversten waren achter het ganse huis van Juda. Die aan den muur bouwden, en die den last droegen, en die oplaadden, waren een ieder met zijn ene hand doende aan het werk, en de andere hield het geweer. En de bouwers hadden een iegelijk zijn zwaard aan zijn lenden gegord, en bouwden; maar die met de bazuin blies, was bij mij.
Zij die aan de muur bouwden en zij die lasten droegen met hen die oplaadden, deden ieder met de ene hand het werk en hielden met de andere hand het geweer. Het zwaard en de troffel bewaakten samen de stad en bouwden samen de muur. En waar de bazuin voor diende, wordt ons meteen gezegd.
Nehemia 4:19-20.KruisverwijzingenDeuteronomium 20:4→Deuteronomium 1:30→Exodus 14:14→Exodus 14:25→Jozua 23:10→Deuteronomium 3:22→Zacharia 14:3→
— En ik zeide tot de edelen, en tot de overheden, en tot het overige des volks: Het werk is groot en wijd; en wij zijn op den muur afgezonderd, de een ver van den ander; Ter plaatse, waar gij het geluid der bazuin zult horen, daarheen zult gij u tot ons verzamelen; onze God zal voor ons strijden.
Dat is een heerlijke volzin. Zodra u de bazuin hoort, moet u uw plaats op de muur verlaten en komen naar het punt waar de vijand ons aanvalt. Maar Nehemia zegt niet: “Gij zult voor ons strijden”; hij zegt het veel beter: onze God zal voor ons strijden. En dat zal Hij nog doen.
Nehemia 4:21.KruisverwijzingenGalaten 6:9→1 Korinthe 15:10→1 Korinthe 15:58→Kolossenzen 1:29→
— Alzo waren wij doende aan het werk; en de helft van hen hielden de spiesen, van het opgaan des dageraads tot het voortkomen der sterren toe.
Zij maakten lange dagen. Christenen willen niet slechts acht uur per dag voor Christus. Wij kunnen soms achttien uur werk voor Hem doen op een dag, en wij zouden wensen dat wij er vierentwintig konden doen.
Nehemia 4:22-23.KruisverwijzingenNehemia 11:1→1 Korinthe 15:10→Nehemia 7:2→Richteren 5:11→Nehemia 5:16→Richteren 9:48→
— Ook zeide ik te dier tijd tot het volk: Een iegelijk vernachte met zijn jongen binnen Jeruzalem, opdat zij ons des nachts ter wacht zijn, en des daags aan het werk. Voorts noch ik, noch mijn broederen, noch mijn jongelingen, noch de mannen van de wacht, die achter mij waren, wij trokken onze klederen niet uit; een iegelijk had zijn geweer en water.
Nehemia was een goed leidsman. Hij zei niet “ga”, hij zei “kom”; en hij droeg zelf het zwaarste van de dienst. Zoals Alexander met de Macedoniërs de ruwe plaatsen introk en het harde werk deed, zo deed Nehemia. Hij en zij die met hem waren legden hun klederen zelfs om te slapen niet af, dan alleen om zich te wassen. Moge de Heere ons meer Nehemia’s zenden, en volk in overvloed om met hen te werken, die verdrukkingen kunnen lijden als goede krijgsknechten van Jezus Christus, en die ook goede bouwers van de gemeente van God zullen zijn!
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
IV. Vs. 1-23.KruisverwijzingenNehemia 2:10→Psalmen 123:3→Psalmen 79:12→Psalmen 109:14→Jeremia 18:23→Ezra 4:9→1 Petrus 5:8→Nehemia 2:19→
— Maar het geschiedde, als Sanballat gehoord had, dat wij den muur bouwden, zo ontstak hij, en werd zeer toornig; en hij bespotte de Joden. En sprak in de tegenwoordigheid zijner broederen en van het heir van Samaria, en zeide: Wat doen deze amechtige Joden? Zal men hen laten geworden? Zullen zij offeren? Zullen zij het in een dag voleinden? Zullen zij de steentjes uit de stofhopen levend maken, daar zij verbrand zijn? En Tobia, den Ammoniet, was bij hem, en zeide: Al is het, dat zij bouwen, zo er een vos opkwame, hij zou hun stenen muur wel verscheuren. Hoor, o onze God! dat wij zeer veracht zijn, en keer hun versmaadheid weder op hun hoofd, en geef hen over tot een roof in een land der gevangenis. En dek hun ongerechtigheid niet toe; en hun zonde worde niet uitgedelgd van voor Uw aangezicht, want zij hebben U getergd, staande tegenover de bouwlieden. Doch wij bouwden den muur, zodat de ganse muur samengevoegd werd tot zijn helft toe; want het hart des volks was om te werken. En het geschiedde, als Sanballat, en Tobia, en de Arabieren, en de Ammonieten, en de Asdodieten hoorden, dat de verbetering aan de muren van Jeruzalem toenam, dat de scheuren begonnen gestopt te worden, zo ontstaken zij zeer; En zij maakten allen te zamen een verbintenis, dat zij zouden komen om tegen Jeruzalem te strijden, en een verbijstering daarin te maken. Maar wij baden tot onzen God, en zetten wacht tegen hen, dag en nacht, hunnenthalve. Toen zeide Juda: De kracht der dragers is vervallen, en des stofs is veel, zodat wij aan den muur niet zullen kunnen bouwen.
Nadat reeds bij het begin aan den bouw, Sanballat en de overige tegenstanders daarmee gespot hadden, en de onderneming der Joden hadden belachelijk zoeken te maken, en deze zich eerst daartegen alleen verdedigd hadden met de wapenen des gebeds, gaan de vijanden in hun boosheid verder; en toen zij nu verkonden hadden, dat de muren reeds ter halver hoogte hersteld waren, besloten zij de bouwers onverwachts te overvallen, om hen, te doden, en alzo het werk te doen staken. Nu is de nood op het hoogste, want de last van den arbeid drukt de bouwers zelfs te veel, en hun volksgenoten in het land komen hun berichten brengen omtrent de dreigende gevaren, die hun van wege hun tegenstanders over het hoofd hingen. Nehemia staakt nu voor een korten tijd het bouwen, om zich toe te rusten tot verdediging tegen den aanval der vijanden. Daarna echter, ofschoon nu het ergste gevaar voorbij was, neemt hij alle behoedmiddelen te baat, die slechts te bedenken waren, om gedurende den nu voortgezetten arbeid, ene plotselinge overrompeling der vijanden onmogelijk te maken, en blijft met de mannen van zijn gevolg dag en nacht onder de wapenen.
Maar het geschiedde als Sanballat, de in Hoofdstuk 2: 10 genoemde belhamel van onze tegenpartijen, terwijl wij ons weer aan het in Hoofdstuk 3 beschrevene werk van de verbetering van Jeruzalem’s muren wilden begeven, gehoord had, dat wij den muur bouwden, zo ontstak hij in gramschap, en werd zeer toornig; en hij, zijne ergernis eerst door smaadredenen willende aan den dag brengen, bespotte de Joden.
En sprak in de tegenwoordigheid zijner broederen, die met hem van dezelfde gezindheid waren, en die hij ter onderlinge beraadslaging had bijeengeroepen, en voor de hoofden van het heir van Samaria, en zei: Wat doen deze amechtige, deze verachtelijke Joden, dat zij niet rustig kannen blijven? zal men hen laten geworden, als zij gedurig weer wat nieuws aanvangen? zullen zij offeren, menen zij wellicht door offers en geboden een wonder Gods te doen geschieden, dat hen zal doen zegevieren over alle moeilijkheden? zullen zij het in één dag voleinden, zo als dit toch geschieden moet, wanneer er niet anderen tussen beiden komen? zullen zij, zo als zij toch schijnen te hopen, door een wonder van God, de stenen uit de tot stofhopen geworden muren levend maken, daar zij verbrand zijn 1)?
Wat Sanballat hier doet, is niet alleen een spotten met en een bespotten van het volk der Joden, maar bovenal van den Heere God. Niet alleen, dat hij de Joden amechtig noemt en vraagt, of het bouwen hun niet weer belet zal worden, n.l. door de Perzische landvoogden, roept hij ook smalend uit: Zullen zij offeren? Dat is, zullen zij door offeranden God, hun God, smeken om hulp, alsof deze hen kan helpen? Juist in die vraag, op dien toon gedaan, en in dit verband ligt een honen van de Almacht Gods opgesloten. Het is een verachten van het gebed en de offeranden, ongeloof aan en een verachten van de macht en heerlijkheid des Heren. Dit voelt Nehemia dan ook zeer goed, daarom zegt hij straks, dat zij den Heere in de bouwlieden hebben getergd. Maar ook dan is hun schuld gelijk aan die van Goliath tegenover David en het volk.
De Joden gebruikten kalksteen, om te bouwen. Deze stenen verliezen hun kracht en zelfstandigheid in het vuur, zodat zij onbruikbaar worden en ongeschikt voor den herbouw. Daarom vraagt Sanballat spottend, of die verbrande stenen, die alle leven als het ware verloren hadden, d.i. die hun kracht hadden verloren, weer levend zouden worden, d.i. als door een wonder weer kracht zouden verkrijgen en bruikbaar worden. Op allerlei wijze tracht hij het teruggekeerde volk te tarten en moedeloos te maken.
En Tobia, de Ammoniet (Hoofdstuk 2: 10),was bij hem, en zijne woorden bekrachtigende en met andere smaadredenen vermeerderende, zei: Al is het, dat zij bouwen, wat zij tot stand brengen kunnen toch slechts lichte, zwakke muurtjes zijn, zo er een vos 1) opkwame tegen deze nieuw gebouwde stad, hij zou, wanneer hij slechts even langs deze muren sloop, hunnen stenen muur wel verscheuren, en wat zal het dan zijn, wanneer wij met onze krachtige mannenhanden den muur wilden vernietigen?
Het tartende ligt juist in de manier, waarop een vos loopt en zich beweegt. Namelijk, al sluipende, om óf zijn prooi te bemachtigen, óf om naar alle kanten het oog te laten gaan, of er ook een vijand is, die hem belaagt. Stil, sluipend spoedt een vos zich voort. Welnu, wil Tobia zeggen, als nu zulk een sluipend voorttredende vos maar even den muur raakt, zo zal hij reeds vallen. Smalender kan het niet.
Wat zouden wij doen, om ons tegen deze spotredenen onzer vijanden te verdedigen, dan ons gebed tot God opzenden, en Hem in stilte onze noden klagen? Hoor, o onze God! ongeveer deze woorden spraken wij (vs. 19); hoor ons gebed, en merk op, dat wij zeer veracht zijn, en keer hun versmaadheid, den hoon, waarmee zij ons bejegenen, weer op hun hoofd, en geef hen over tot enen door in een land der gevangenis, opdat zij even als ons is te beurt gevallen, naar een vreemd land in ballingschap mogen gevoerd worden, en daar bespot en gesmaad worden, tot ene billijke vergelding van hunnen wrevel tegen ons.
En dek hun ongerechtigheid niet toe; voor Uwe ogen, dat Gij ze ongestraft zoudt laten: en hun zonde worde niet uitgedelgd van voor Uw aangezicht, maar bewaar ze in Uwe gedachtenis, om ze op Uwen tijd te vergelden; want zij hebben met hun spotredenen en hunnen smaad niet alleen ons gehoond, maar zij hebben U getergd, staande tegenover de bouwlieden 1), d.i. zij hebben U uitgedaagd en gehoond, door het werk te bespotten, dat wij in Uwe kracht en op Uw bevel hebben verricht; en nu kunt Gij immers niet stilzwijgen, want het is Uwe eer, die zij hebben aangerand, Uwen Naam hebben zij te schande willen maken.
Toen Nehemia werd geboodschapt, wat Sanballat en Tobia hadden gezegd, wendde hij zich tot den Heere God, om zijne en des volks noden den Heere te klagen en bekend te maken. Hij wreekt zich niet, maar geeft de wraak in de handen zijns Gods. Wat hij hier vraagt is, dat de Heere deze mannen moge vergelden naar hun boosheid, niet omdat zij het volk des Heren hadden aangerand, maar in dit volk den Heere zelven. Nehemia vraagt hier niet, dat de Heere nooit de zonde zal vergeven, maar dat Hij ze niet vergeven zal. Hierop hebben wij wel te letten. Wat hij vraagt is, dat hem en zijn volk door den Heere recht worde gedaan tegenover de vijanden, die het op hun ondergang hebben gemunt. Wat Nehemia voor ogen heeft, is het recht der wedervergelding (jus talionis).
Doch wij bouwden, nadat wij ons door het gebed versterkt gevoelden, vrolijk en welgemoed, zonder ons verder aan het spotten van onze tegenstanders te storen, den muur, zodat de ganse muur in zijne gehele lengte om de stad zamengevoegd werd tot zijne helft, ter halver hoogte, toe; want het hart des volks, van de bouwlieden, zoals in Hoofdstuk 3 bij name genoemd zijn, was om te werken, waardoor dan ook het bouwen voorspoedig en goed voortging.
En het geschiedde, als Sanballat, en Tobia, en de Arabieren (Hoofdstuk 2: 19), en de Ammonieten, en de Asdodieten, bewoners van de stad Asdod in het kustland der Filistijnen (Jozua 13: 2 ), hoorden, dat de verbetering aan de muren van Jeruzalem toenam, en wel meer dan zij verwacht hadden in zulk een korten tijd, en dat de scheuren in de muren begonnen gestopt te worden, zo ontstaken zij zeer in toorn; want hun nijdig en boosaardig hart kon het niet verdragen, dat de kinderen van Juda voorspoedig waren in hunnen arbeid.
En zij maakten allen tezamen ene verbintenis, zij verbonden zich tegen de gehate Joden en zwoeren, dat zij zouden komen om tegen Jeruzalem te strijden, en door enen plotselingen aanval ene grote verwarring en ene verbijstering daarin te maken, waardoor het verdere bouwen zou gestaakt worden.
Maar wij, ik Nehemia en de overige bestuurders bij het bouwen, baden tot onzen God, dat Hij ons zou ondersteunen tegen onze vijanden, en zetten wacht-posten tegen hen 1) op ene plaats, waar de vijanden goed konden worden gadegeslagen; dag en nacht, hield men zich op dien post, en wij rustten ons zo toe, niet alleen met het geestelijke wapen des gebeds, maar ook met de nodige krijgswapenen, om alzo hunnenthalve steeds op onze hoede te zijn tegen elke aanval en ons tegen hen te kunnen verdedigen.
Het onderwijs, hetwelk de Heere Christus ons geeft, tot onzen geestelijken strijd, komt met dit voorbeeld overeen (MATTHEUS. 26: 41): Waakt en bidt. Indien wij menen genoeg geheiligd te zijn door het Gebed alleen en er de waakzaamheid niet bijvoegen, zo zijn wij nalatig in onzen plicht en beproeven God. Indien wij alleenlijk waken en niet bidden, zijn wij hoogmoedig en verachten God en verbeuren dus, in beider opzicht, Zijne bescherming en gunst.
Toen zei Juda, de Joodse gemeente die met het bouwen bezig was, tot mij en hun vertegenwoordigers, zeggende: De kracht der dragers is vervallen of is vervallende, en des stofs is veel; het aantal werklieden is, nadat zij door het betrekken der wachtposten zo verminderd zijn, te weinig tot wegruiming van het puin, dat door de verwoesting der muren is opeengehoopt, zodat wij, daar ons nu voor het eigenlijke bouwen de krachten geheel ontbreken, aan den muur niet zullen kunnen bouwen, alzo had ik zelfs tegenover mijne eigene volksgenoten met grote zwarigheden te kampen.
Hoewel de gegrondheid van de klachten der Joden erkennende, toch kon ik de wachtposten niet intrekken, om daardoor meer arbeiders te hebben, want nu hadden, naar ik vernam, onze vijanden gezegd: Zij, de Joden, zullen het niet weten noch zien, dat wij voornemens zijn hen te overvallen, totdat wij in het midden van hen komen, en als ons die heimelijke overval gelukt, slaan wij hen dood; alzo zullen wij het werk doen ophouden.
En het geschiedde, als de Joden, die bij hen woonden, en niet naar Jeruzalem waren gekomen om mede te bouwen, maar gebleven waren in hun woonplaatsen in de nabijheid onzer vijanden, kwamen, verhaalden zij welk doel, de bovengenoemde wederpartijders hadden, Zij vreesden zozeer voor dien onverhoedsen aanval, dien zij meenden, dat wij niet zouden kunnen weerstaan, dat zij het ons wel tienmaal zeiden, wat zij voor ons vreesden, gedurig hetzelfde herhalende, en niet een of twee, maar uit alle plaatsen, waarin zij woonden en van waar zij tot ons gekomen waren, zeggende; door dewelke beter, dat gij 1) tot ons wederkeert, want wij twijfelen er niet aan, of weldra zult gij den strijd moeten aanvangen tegen de vijanden, die u zo onverwachts denken op het lijf te vallen. Geeft nu het bouwen op, en keert met ons terug om ons te beschermen.
In het Hebr. Ascher thaschoeboe aleenoe. Dit betekent hier, dat gij tot ons wederkeert. Het Hebr. woord staat hier voor Ki, gelijk dat meermalen gebeurt, zie 1 Samuel 15: 20. 2 Samuel 1: 4. Esther 1: 19 e.a. Zij wilden de mannen met zich mede hebben naar de verschillende plaatsen, om hen te beschermen, want de vijanden omgaven hen van alle zijden. Sanballat met de Samaritanen tegen het Noorden, de Ammonieten tegen het Oosten, de Arabieren in het Zuiden en de Asdodieten in het Westen.
Daarom zette ik in de benedenste plaatsen, achter of aan de buitenzijde van den muur, en op de hoogten 1) Luther zegt: in de kuilen), en ik zette het volk naar de geslachten, met hun zwaarden, hun spiesen en hun bogen.
In het Hebr. Batsichim. Eigenlijk een droge, dorre, kale plaats, en daarom hier in den zin van vrije plaats, waar niets in den weg stond, om uit te zien naar den aanrukkenden vijand. Juister vertaling daarom is deze Daarom zette ik in de benedenste plaatsen achter den muur, op vrije plaatsen: daar stelde ik het volk naar de geslachten met hun zwaarden, hun spiesen en hun bogen.
En ik zag toe, en maakte mij op 1) de strijders tot dapperen tegenweer aanmoedigende en zei tot de edelen en tot de overheden, die aan de spits stonden, en de verdedigingsmaatregelen bestuurden, en tot het overige des volks, dat onder hun bevelen stond a): Vreest niet voor hun aangezicht, namelijk voor onze wederpartijders; denkt aan dien groten en vreselijken HEERE
, die voor u strijdt (Deuteronomium 3: 22; 23: 3 vv. 31: 6), en strijdt getroost en onbevreesd voor uwe broederen, uwe zonen en uwe dochteren, uwe vrouwen en uwe huizen, want de vijanden bedoelen niets minder dan de vernietiging van onze gans gemeente.
Numeri 14: 9; Deuteronomium 1: 21.
En ik zag toe en maakte mij op, is een Oosterse uitdrukking, in de plaats van, en ik ging heen, en wordt vooral gebruikt, om een levendige voorstelling van zaken te geven. Nehemia wil hiermede zeggen, dat op dit ogenblik hij niet alleen vol moed was, maar ook vastbesloten te werk ging, sterk door het vertrouwen op den Heere Heere. Hij wist het, dat het hier den strijd gold voor de heerlijkheid van Gods Naam en voor het heil van zijn volk, en daarom zal hij den vijand geen duim breed gronds toestaan, maar met alle geoorloofde middelen zich in staat van tegenweer stellen. Door woord en daad wil hij tonen, dat hij in de bres treedt voor de heilige stad en den heiligen tempel zijns Gods.
Zij, die met ogen des geloofs, den groten Schutsheer der Kerk, in Zijn vreselijkheid en verschrikkelijkheid beschouwen, zullen dezelve vijanden altoos als verachtingswaardige schepsels, als nietige wormen aanmerken. De overheersende vreze Gods is het beste tegengift tegen de verschrikkende vreze der mensen.
En het geschiedde van dien dag af, gedurende het voortzetten van het bouwen aan den muur, die nog maar tot de helft der hoogte gevorderd was, (vs. 6), dat de helft mijner jongens1) tot mijn gevolg behorende (vs. 23; (Hoofdstuk 5: 10 en 16), doende waren aan het werk, aan den muur en de andere helft van hen hielden de spiesen, en de schilden, en de bogen, en de pantsiers; zij stonden daar niet alleen om de gevreesde overvallen der tegenpartijders gewapend af te weren, maar zij bewaakten ook de wapenen van de anderen, die bezig waren met bouwen; en de oversten waren achter het ganse huis van Juda, om opzicht te houden en bij enen mogelijken overval aan te vallen tegen den vijand.
Mijne jongens zijn degenen, die in Nehemia’s dienst als landvoogd waren en hem ter zijde stonden, om de orde in de stad te bewaren, bij wijze van politie.
Wat nu betreft degenen die aan den muur bouwden, zo waren zowel degenen die den last droegen, en die oplaadden, alzo deels de lastdragers, tot wegruiming van het puin, en tot het aanbrengen van bouwstenen en verders opladers, zij waren een ieder met zijne ene hand doende aan het werk en de andere hand hield het geweer 1), ene werpspies, daar desnoods ene hand genoegzaam was, om het puin en de stenen in de draagkorven te rapen, en deze, die van hengsels voorzien waren, weg te dragen,
De lastdragers hadden maar één hand nodig, om de manden te vullen, of de stenen op te laden, vandaar dat zij de ene hand gebruikten, om de werpspies vast te houden, maar de eigenlijke bouwers (vs. 18) de metselaars, moesten beide handen gebruiken, en daarom hadden zij het zwaard aan de lenden gegord, om, als het nodig was, den troffel met het zwaard te verwisselen.
En of, ook de bouwers, waaruit de andere afdeling bestond, die bezig waren het muurwerk op te trekken en te verbeteren, hadden een iegelijk zijn zwaard aan zijne lendenen gegord 1) omdat zij beide handen tot het werk nodig hadden, maar daarentegen niet veel behoefden te bukken, en bouwden alzo; maar die met de bazuin blies, een trompetter, die in geval van nood aan degenen, die met den arbeid bezig waren, het teken tot spoedige vereniging kon geven, was bij mij, en ik stond aan de spits van de afdeling der jongelingen (vs 16), die de volle wapenrusting droegen, en bestemd waren om den eersten aanval te weerstaan.
Zij konden het werk niet zo zeker en gerust opvatten, dat zij de wapenen konden neerleggen, wetende hoe rusteloos en onvermoeid hun wederpartijders in hun pogingen waren en dat zijn nu het ene slinkse doel hun mislukt was, het lichtelijk op een anderen boeg zouden wenden. Evenzo moeten wij in onzen geestelijken strijd altoos op de wacht staan, tegen de vijanden onzer zaligheid, en niet verwachten, dat onze strijd zal eindigen voordat ons werk af is.
En ik zei toen ik dezen bazuinblazer bij mij stelde, tot de edelen en tot de overigen des volks (Hoofdstuk 2: 16): Het werk is wegens de uitgestrektheid der muren rondom de gehele stad groot en wijd, en wij zijn op den muur verstrooid, afgezonderd van elkaar bij de verschillende gedeelten werkzaam (Hoofdstuk 3), de een ver van den ander, en wij kunnen op verschillende punten door den vijand worden aangegrepen, zonder dat wij vooraf kunnen berekenen, op welk punt de aanval zal plaats hebben.
Ter plaats, waar gij het geluid der bazuin zult horen, om het sein te geven, daarheen zult gij u tot ons, mij en mijne jongens verzamelen {1} {a}; onze God zal voor ons strijden, en maken dat de vijanden hun doel niet zullen bereiken. {a} Exodus 14: 25; Deuteronomium 1: 30; 28: 7. {1} Aan den gehelen muur werd tegelijker tijd door de verschillende werklieden gearbeid, maar nu ontvangen zij het bevel, om, wanneer de bazuin zou schallen, en oproepen tot den strijd, zich te verzamelen. Zo behoort het ook in het geestelijke te gaan. God geeft aan al Zijne knechten op verschillende plaatsen arbeid voor Zijn koninkrijk. De een is hier, de andere in een ander gedeelte van den wijngaard geplaatst, werkende een ieder naar zijn eigenaardige roeping, maar tegenover den gemeenschappelijken vijand van het Godsrijk behoren zij allen één te zijn en zich als één man te verzamelen tot den strijd.
Alzo waren wij doende aan het werk, ons houdende aan hetgeen afgesproken was, en de helft van hen, van de tot mijn gevolg behorende jongelingen, die als wachtposten gesteld waren, hielden de spiesen, van het opgaan des dageraads, tot den tijd van het voortkomen der sterren toe, van des morgens vroeg tot des avonds laat.
Ook zei ik te dier tijd, een nieuwen voorzichtigheids maatregel nemende, tot het volk tot degenen die aan den muur arbeidden: Een iegelijk vernachtte, in plaats van des avonds na den afloop der werkzaamheden zich te verstrooien in de omliggende plaatsen, met zijnen jongen, dien hij als handlanger bij zich heeft, binnen Jeruzalem, opdat zij ons des nachts ter wacht zijn, en des daags aan het werk; wij zijn immers talrijk genoeg, om gedurende den nacht wachtposten uit te zetten, en kunnen dan nog wel bij afwisseling slapen, om nieuwe krachten voor den arbeid te ontvangen.
Voorts noch ik, noch mijne broederen, die tot mijne familie en mijn geslacht behoorden noch mijne jongelingen, de joodse knapen van mijn gevolg (vs. 16), noch de mannen van de wacht, die achter mij waren, die door de regering van Perzië ter mijner beschikking gesteld waren, (Hoofdstuk 2: 9), wij trokken gedurende den gansen tijd van den bouw, zelfs des nachts onze klederen niet uit 1); een iegelijk van ons had zijn geweer om terstond ter verdediging gereed te zijn en water, 2) om den dorst te lessen.
Hiermede wordt voorgesteld, hoe leraars en predikers aan het huis des Heren in de strijdende Christelijke kerk moeten arbeiden; dat zij met de ene hand de gemeente Gods moeten bouwen en oprichten op het fondament der Profeten en Apostelen (Efeze. 2: 20) maar met de andere hand het zwaard des Geestes houden (Efeze. 6: 6. Tit. 1: 9) om daarmee de vijanden weg te drijven en hen te weerstaan. De Christenen zijn te gelijk arbeiders en krijgslieden, met de ene hand bouwen zij, en met de andere vechten zij, en zij worden door het geklank des Evangeliums nu eens naar de ene dan weer naar de andere plaats geroepen. Zij zijn allerwegen in de wereld verstrooid, maar zij vormen één leger, en moeten gereed staan als één man tegen den gemeenschappelijken vijand, waar ook de aanval geschiedt.
Nehemia zelf en al zijne mannen, hielden zich bij hunnen arbeid, des daags en des nachts, altijd bereid zijnde om den vijand af te keren. Alzo moeten wij steeds op onze hoede zijn tegen onze geestelijke vijanden, niet alleen terwijl het licht is, maar ook vooral in de duisternis, want zij zijn de beheersers van het rijk der duisternis in deze wereld. Het was een teken, dat hun hart altijd bij hun werk was, wanneer zij ten allen tijde gereed waren voor den dienst. Een goed werk zal ook voorspoedig vorderen, wanneer zij, die er aan arbeiden, er met hun ganse hart bij zijn; en Satan vreest den waakzamen Christen aan te vallen, of, wanneer wij aangevallen worden, strijdt de Heere voor ons. Zo moeten wij tot aan het einde van ons leven op onze hoede zijn, en nooit onze wapenrusting afleggen, vóórdat ons werk en onze strijd is geëindigd; dan zullen wij ontvangen worden in de eeuwige rust en vreugde van onzen God en Heere.
In het Hebr. Isch schilcho hamaïm. Letterlijk vertaald: Een ieder zijn zwaard het water. Deze woorden zijn zeer moeilijk te verklaren. Onze Staten-vertalers hebben het woordje en er tussen ingevoegd en plaatsen als kanttekening, d.i. voor den dorst, of om zich te baden. Luther zet over: een iegelijk liet het baden na. Anderen, zoals Bötticher en Keil willen lezen in plaats van: Cheminoe, d.i. rechts, aan de rechter zijde, zodat dan een iegelijk zijn zwaard aan zijn rechterzijde had leggen. Wij voor ons houden ons aan de kanttekening van de Staten-Overzetting, in den zin van, water voor den dorst.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel