Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Nehemia 4

1 Maar het geschiedde, als Sanballat gehoord had, dat wij den muur bouwden, zo ontstak hij, en werd zeer toornig; en hij bespotte de Joden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Maar het geschiedde, als SanballatH5571 gehoordH8085 had, dat wij den muurH2346 bouwdenH1129, zo ontstakH2734 hij, en werd zeerH3966 toornigH3707; en hij bespotteH3932 de JodenH3064. Maar het geschiedde, als Sanballat gehoord had, dat wij den muur bouwden, zo ontstak hij, en werd zeer toornig; en hij bespotte de Joden.

KJV But it came to pass, that when Sanballat4 heard3 that we builded the wall,12 he was wroth,18 and took great indignation, and mocked the Jews.

1 וַיְהִ֞י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כַּאֲשֶׁ֧ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 שָׁמַ֣ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 4 סַנְבַלַּ֗ט H5571 Sanballat Sanballat 5 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 אֲנַ֤חְנוּ H587 wij ourselves, us, we 7 בוֹנִים֙ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 הַ֣חוֹמָ֔ה H2346 muur, muren, muurs wall, walled 10 וַיִּ֣חַר H2734 ontstak, ontstoken, ontsteke be angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה) 11 ל֔וֹ 12 וַיִּכְעַ֖ס H3707 toorn verwekken, vertoornen, getergd be angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth 13 הַרְבֵּ֑ה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 14 וַיַּלְעֵ֖ג H3932 bespot, bespotten, spotten have in derision, laugh (to scorn), mock (on), stammering 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 הַיְּהוּדִֽים H3064 Joden, Jood, Joods Jew

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En sprak in de tegenwoordigheid zijner broederen en van het heir van Samaria, en zeide: Wat doen deze amechtige Joden? Zal men hen laten geworden? Zullen zij offeren? Zullen zij het in een dag voleinden? Zullen zij de steentjes uit de stofhopen levend maken, daar zij verbrand zijn?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En sprakH559 in de tegenwoordigheidH6440 zijner broederenH251 en van het heirH2428 van SamariaH8111, en zeideH559: Wat doen deze amechtigeH537 JodenH3064? Zal men hen latenH5800 geworden? Zullen zij offerenH2076? Zullen zij het in een dagH3117 voleindenH3615? Zullen zij de steentjesH68 uit de stofhopenH6194 levendH2421 maken, daar zij verbrandH8313 zijn? En sprak in de tegenwoordigheid zijner broederen en van het heir van Samaria, en zeide: Wat doen deze amechtige Joden? Zal men hen laten geworden? Zullen zij offeren? Zullen zij het in een dag voleinden? Zullen zij de steentjes uit de stofhopen levend maken, daar zij verbrand zijn?

KJV And he spake before his brethren and the army of Samaria, and said, What do7 these feeble Jews? will they fortify themselves? will they sacrifice? will they make an end in a day? will they revive the stones out of the heaps of the rubbish which are burned?

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 3 אֶחָ֗יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 4 וְחֵיל֙ H2426 heir, voormuur, buitenmuur army, bulwark, host, [phrase] poor, rampart, trench, wall 5 שֹֽׁמְר֔וֹן H8111 Samaria Samaria 6 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 מָ֛ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 8 הַיְּהוּדִ֥ים H3064 Joden, Jood, Joods Jew 9 הָאֲמֵלָלִ֖ים H537 amechtige feeble 10 עֹשִׂ֑ים H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 11 הֲיַעַזְב֨וּ H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 12 לָהֶ֤ם 13 הֲיִזְבָּ֨חוּ֙ H2076 offeren, offerde, offerden kill, offer, (do) sacrifice, slay 14 הַיְכַלּ֣וּ H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 15 בַיּ֔וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 16 הַיְחַיּ֧וּ H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole 17 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 הָאֲבָנִ֛ים H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 19 מֵעֲרֵמ֥וֹת H6194 hopen, hoop, garven heap (of corn), sheaf 20 הֶעָפָ֖ר H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 21 וְהֵ֥מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 22 שְׂרוּפֽוֹת H8313 verbranden, verbrand, verbrandde (cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En Tobia, den Ammoniet, was bij hem, en zeide: Al is het, dat zij bouwen, zo er een vos opkwame, hij zou hun stenen muur wel verscheuren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En TobiaH2900, den AmmonietH5984, was bijH5921 hem, en zeideH559: Al is het, dat zij bouwenH1129, zo er een vosH7776 opkwameH5927, hij zou hun stenenH68 muurH2346 wel verscheurenH6555. En Tobia, den Ammoniet, was bij hem, en zeide: Al is het, dat zij bouwen, zo er een vos opkwame, hij zou hun stenen muur wel verscheuren.

KJV Now Tobiah the Ammonite was by him, and he said, Even that which they build, if a fox go up, he shall even break down their stone wall.

1 וְטוֹבִיָּ֥ה H2900 Tobia Tobiah, Tobijah 2 הָעַמֹּנִ֖י H5984 Ammonieten, Ammoniet, Ammonietische Ammonite(-s) 3 אֶצְל֑וֹ H681 bij, naast, nevens at, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל) 4 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 גַּ֚ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 6 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 הֵ֣ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 8 בּוֹנִ֔ים H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 9 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 10 יַעֲלֶ֣ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 11 שׁוּעָ֔ל H7776 vossen, vos fox 12 וּפָרַ֖ץ H6555 gescheurd, brak, doorgebroken [idiom] abroad, (make a) breach, break (away, down, -er, forth, in, up), burst out, come (spread) abroad, compel, disperse, grow, increase, open, press, scatter, urge 13 חוֹמַ֥ת H2346 muur, muren, muurs wall, walled 14 אַבְנֵיהֶֽם H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Hoor, o onze God! dat wij zeer veracht zijn, en keer hun versmaadheid weder op hun hoofd, en geef hen over tot een roof in een land der gevangenis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 HoorH8085, o onze GodH430! dat wij zeer verachtH939 zijn, en keer hun versmaadheidH2781 weder op hun hoofdH7218, en geefH5414 hen over tot een roofH961 in een landH776 der gevangenisH7633. Hoor, o onze God! dat wij zeer veracht zijn, en keer hun versmaadheid weder op hun hoofd, en geef hen over tot een roof in een land der gevangenis.

KJV Hear, O our God; for we are despised: and turn their reproach upon their own head, and give them for a prey in the land of captivity:

1 שְׁמַ֤ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 אֱלֹהֵ֨ינוּ֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 הָיִ֣ינוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 בוּזָ֔ה H939 veracht despised 6 וְהָשֵׁ֥ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 7 חֶרְפָּתָ֖ם H2781 smaadheid, smaad, versmaadheid rebuke, reproach(-fully), shame 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 רֹאשָׁ֑ם H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 10 וּתְנֵ֥ם H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 11 לְבִזָּ֖ה H961 roof, roofs, beroving prey, spoil 12 בְּאֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 13 שִׁבְיָֽה H7633 gevangenen, gevangenis captives(-ity)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En dek hun ongerechtigheid niet toe; en hun zonde worde niet uitgedelgd van voor Uw aangezicht, want zij hebben U getergd, staande tegenover de bouwlieden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En dekH3680 hun ongerechtigheidH5771 niet toeH5704; en hun zondeH2403 worde niet uitgedelgdH4229 van voor Uw aangezichtH6440, want zij hebben U getergdH3707, staande tegenoverH5048 de bouwliedenH1129. En dek hun ongerechtigheid niet toe; en hun zonde worde niet uitgedelgd van voor Uw aangezicht, want zij hebben U getergd, staande tegenover de bouwlieden.

KJV And cover not their iniquity, and let not their sin be blotted out from before thee: for they have provoked thee to anger before the builders.

1 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 2 תְּכַס֙ H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 עֲוֺנָ֔ם H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 5 וְחַטָּאתָ֖ם H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 6 מִלְּפָנֶ֣יךָ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 7 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 8 תִּמָּחֶ֑ה H4229 uitgedelgd, delg, verdelgen abolish, blot out, destroy, full of marrow, put out, reach unto, [idiom] utterly, wipe (away, out) 9 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 הִכְעִ֖יסוּ H3707 toorn verwekken, vertoornen, getergd be angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth 11 לְנֶ֥גֶד H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 12 הַבּוֹנִֽים H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Doch wij bouwden den muur, zodat de ganse muur samengevoegd werd tot zijn helft toe; want het hart des volks was om te werken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Doch wij bouwdenH1129 den muurH2346, zodat de ganseH3605 muurH2346 samengevoegdH7194 werd tot zijn helftH2677 toe; want het hartH3820 des volksH5971 was om te werkenH6213. Doch wij bouwden den muur, zodat de ganse muur samengevoegd werd tot zijn helft toe; want het hart des volks was om te werken.

KJV So built we the wall; and all the wall was joined together unto the half thereof: for the people had a mind to work.

1 וַנִּבְנֶה֙ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַ֣חוֹמָ֔ה H2346 muur, muren, muurs wall, walled 4 וַתִּקָּשֵׁ֥ר H7194 verbintenis, binden, maakten bind (up), (make a) conspire(-acy, -ator), join together, knit, stronger, work (treason) 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 הַחוֹמָ֖ה H2346 muur, muren, muurs wall, walled 7 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 8 חֶצְיָ֑הּ H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 9 וַיְהִ֧י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 לֵ֦ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 11 לָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 12 לַעֲשֽׂוֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En het geschiedde, als Sanballat, en Tobia, en de Arabieren, en de Ammonieten, en de Asdodieten hoorden, dat de verbetering aan de muren van Jeruzalem toenam, dat de scheuren begonnen gestopt te worden, zo ontstaken zij zeer;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En het geschiedde, als SanballatH5571, en TobiaH2900, en de ArabierenH6163, en de AmmonietenH5984, en de AsdodietenH796 hoordenH8085, dat de verbeteringH724 aan de murenH2346 van JeruzalemH3389 toenamH5927, dat de scheurenH6555 begonnenH2490 gestoptH5640 te worden, zo ontstakenH2734 zij zeer; En het geschiedde, als Sanballat, en Tobia, en de Arabieren, en de Ammonieten, en de Asdodieten hoorden, dat de verbetering aan de muren van Jeruzalem toenam, dat de scheuren begonnen gestopt te worden, zo ontstaken zij zeer;

KJV But it came to pass, that when Sanballat, and Tobiah, and the Arabians, and the Ammonites, and the Ashdodites, heard that the walls5 of Jerusalem were made up, and that the breaches began to be stopped, then they were very wroth,

1 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כַאֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 שָׁמַ֣ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 4 סַנְבַלַּ֡ט H5571 Sanballat Sanballat 5 וְ֠טוֹבִיָּה H2900 Tobia Tobiah, Tobijah 6 וְהָעַרְבִ֨ים H6163 Arabieren, Arabier Arabian 7 וְהָעַמֹּנִ֜ים H5984 Ammonieten, Ammoniet, Ammonietische Ammonite(-s) 8 וְהָאַשְׁדּוֹדִ֗ים H796 Asdod, Asdodiet, Asdodieten Ashdodites, of Ashdod 9 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 עָלְתָ֤ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 11 אֲרוּכָה֙ H724 gezondheid, betering, genezing health, made up, perfected 12 לְחֹמ֣וֹת H2346 muur, muren, muurs wall, walled 13 יְרוּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 14 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 הֵחֵ֥לּוּ H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound 16 הַפְּרֻצִ֖ים H6555 gescheurd, brak, doorgebroken [idiom] abroad, (make a) breach, break (away, down, -er, forth, in, up), burst out, come (spread) abroad, compel, disperse, grow, increase, open, press, scatter, urge 17 לְהִסָּתֵ֑ם H5640 sluit, stoppen, stopte closed up, hidden, secret, shut out (up), stop 18 וַיִּ֥חַר H2734 ontstak, ontstoken, ontsteke be angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה) 19 לָהֶ֖ם 20 מְאֹֽד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En zij maakten allen te zamen een verbintenis, dat zij zouden komen om tegen Jeruzalem te strijden, en een verbijstering daarin te maken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En zij maaktenH7194 allen te zamenH3162 een verbintenisH7194, dat zij zouden komenH935 om tegen JeruzalemH3389 te strijdenH3898, en een verbijsteringH8442 daarin te maken. En zij maakten allen te zamen een verbintenis, dat zij zouden komen om tegen Jeruzalem te strijden, en een verbijstering daarin te maken.

KJV And conspired all of them together to come and to fight19 against Jerusalem, and to hinder

1 וַיִּקְשְׁר֤וּ H7194 verbintenis, binden, maakten bind (up), (make a) conspire(-acy, -ator), join together, knit, stronger, work (treason) 2 כֻלָּם֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 יַחְדָּ֔ו H3162 samen, tezamen alike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal 4 לָב֖וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 לְהִלָּחֵ֣ם H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 6 בִּירוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 7 וְלַעֲשׂ֥וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 ל֖וֹ 9 תּוֹעָֽה H8442 dwaling, verbijstering error, hinder
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Maar wij baden tot onzen God, en zetten wacht tegen hen, dag en nacht, hunnenthalve.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 MaarH3588 wij badenH6419 tot onzen GodH430, en zettenH5975 wachtH4929 tegen hen, dagH3119 en nachtH3915, hunnenthalveH4480. Maar wij baden tot onzen God, en zetten wacht tegen hen, dag en nacht, hunnenthalve.

KJV Nevertheless we made our prayer unto our God,9 and set a watch against them day and night, because

1 וַנִּתְפַּלֵּ֖ל H6419 bidden, bad, bid intreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 אֱלֹהֵ֑ינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 וַנַּעֲמִ֨יד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 5 מִשְׁמָ֧ר H4929 wacht, bewaring, wachten diligence, guard, office, prison, ward, watch 6 עֲלֵיהֶ֛ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 יוֹמָ֥ם H3119 dag, daags, Dag daily, (by, in the) day(-time) 8 וָלַ֖יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 9 מִפְּנֵיהֶֽם H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Toen zeide Juda: De kracht der dragers is vervallen, en des stofs is veel, zodat wij aan den muur niet zullen kunnen bouwen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Toen zeideH559 JudaH3063: De krachtH3581 der dragersH5449 is vervallenH3782, en des stofsH6083 is veelH7235, zodat wij aan den muurH2346 niet zullen kunnen bouwenH1129. Toen zeide Juda: De kracht der dragers is vervallen, en des stofs is veel, zodat wij aan den muur niet zullen kunnen bouwen.

KJV And Judah19 said, The strength of the bearers of burdens is decayed, and there is much rubbish; so that we are not able to build the wall.

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 3 כָּשַׁל֙ H3782 struikelen, vallen, aanstoten bereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak 4 כֹּ֣חַ H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth 5 הַסַּבָּ֔ל H5449 lastdragers, dragers, last (to bear, bearer of) burden(-s) 6 וְהֶעָפָ֖ר H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 7 הַרְבֵּ֑ה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 8 וַאֲנַ֨חְנוּ֙ H587 wij ourselves, us, we 9 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 נוּכַ֔ל H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 11 לִבְנ֖וֹת H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 12 בַּחוֹמָֽה H2346 muur, muren, muurs wall, walled
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Nu hadden onze vijanden gezegd: Zij zullen het niet weten, noch zien, totdat wij in het midden van hen komen, en slaan hen dood; alzo zullen wij het werk doen ophouden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Nu hadden onze vijandenH6862 gezegdH559: Zij zullen het niet wetenH3045, noch zienH7200, totdat wij in het middenH8432 van hen komenH935, en slaan hen doodH259; alzo zullen wij het werkH4399 doenH6213 ophoudenH7673. Nu hadden onze vijanden gezegd: Zij zullen het niet weten, noch zien, totdat wij in het midden van hen komen, en slaan hen dood; alzo zullen wij het werk doen ophouden.

Ook in dit vers slaan doodH2026

KJV And our adversaries said, They shall not know, neither see, till we come in the midst among them, and slay them, and cause the work9 to cease.

1 וַיֹּאמְר֣וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 צָרֵ֗ינוּ H6862 wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijders adversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble 3 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 יֵדְעוּ֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 5 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 יִרְא֔וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 7 עַ֛ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 8 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 נָב֥וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 תּוֹכָ֖ם H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 12 וַהֲרַגְנ֑וּם H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 13 וְהִשְׁבַּ֖תְנוּ H7673 ophouden, rusten, houdt (cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 הַמְּלָאכָֽה H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En het geschiedde, als de Joden, die bij hen woonden, kwamen, dat zij het ons wel tienmaal zeiden, uit al de plaatsen, door dewelke gij tot ons wederkeert.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En het geschiedde, als de JodenH3064, die bijH5921 hen woondenH3427, kwamen, dat zij het ons wel tienmaalH6235 zeidenH559, uit al de plaatsenH4725, door dewelke gij tot ons wederkeertH7725. En het geschiedde, als de Joden, die bij hen woonden, kwamen, dat zij het ons wel tienmaal zeiden, uit al de plaatsen, door dewelke gij tot ons wederkeert.

KJV And it came to pass, that when the Jews which dwelt by them10 came, they said unto us ten times, From all places whence ye shall return

1 וַֽיְהִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כַּאֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 בָּ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 הַיְּהוּדִ֔ים H3064 Joden, Jood, Joods Jew 5 הַיֹּשְׁבִ֖ים H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 6 אֶצְלָ֑ם H681 bij, naast, nevens at, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל) 7 וַיֹּ֤אמְרוּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 לָ֨נוּ֙ 9 עֶ֣שֶׂר H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 10 פְּעָמִ֔ים H6471 ditmaal, malen, tweemaal anvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel 11 מִכָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 הַמְּקֹמ֖וֹת H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 13 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 תָּשׁ֥וּבוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 15 עָלֵֽינוּ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Daarom zette ik in de benedenste plaatsen achter den muur, en op de hoogten, en ik zette het volk naar de geslachten, met hun zwaarden, hun spiesen en hun bogen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Daarom zetteH5975 ik in de benedensteH8482 plaatsenH4725 achterH4480 den muurH2346, en opH5921 de hoogtenH6706, en ik zetteH5975 het volkH5971 naarH413 de geslachtenH4940, met hun zwaardenH2719, hun spiesenH7420 en hun bogenH7198. Daarom zette ik in de benedenste plaatsen achter den muur, en op de hoogten, en ik zette het volk naar de geslachten, met hun zwaarden, hun spiesen en hun bogen.

KJV Therefore set I in the lower places behind the wall,15 and on the higher places, I even set the people8 after their families with their swords, their spears, and their bows.

1 וָֽאַעֲמִ֞יד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 מִֽתַּחְתִּיּ֧וֹת H8482 onderste, onderste plaatsen, ondersten low (parts, -er, -er parts, -est), nether (part) 3 לַמָּק֛וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 4 מֵאַחֲרֵ֥י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 5 לַחוֹמָ֖ה H2346 muur, muren, muurs wall, walled 6 בַּצְּחִיחִ֑ים H6706 gladde, hoogten higher place, top 7 וָֽאַעֲמִ֤יד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 הָעָם֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 10 לְמִשְׁפָּח֔וֹת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 11 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 12 חַרְבֹתֵיהֶ֛ם H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 13 רָמְחֵיהֶ֖ם H7420 spiesen, spies, priemen buckler, javelin, lancet, spear 14 וְקַשְּׁתֹתֵיהֶֽם H7198 boog, bogen, Boog [idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En ik zag toe, en maakte mij op, en zeide tot de edelen, en tot de overheden, en tot het overige des volks: Vreest niet voor hun aangezicht; denkt aan dien groten en vreselijken HEERE, en strijdt voor uw broederen, uw zonen en uw dochteren, uw vrouwen en uw huizen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En ik zagH7200 toe, en maakte mij op, en zeideH559 tot de edelenH2715, en tot de overhedenH5461, en tot het overigeH3499 des volksH5971: VreestH3372 niet voor hun aangezichtH6440; denktH2142 aan dienH834 groten en vreselijkenH3372 HEEREH136, en strijdtH3898 voor uw broederenH251, uw zonenH1121 en uw dochterenH1323, uw vrouwenH802 en uw huizenH1004. En ik zag toe, en maakte mij op, en zeide tot de edelen, en tot de overheden, en tot het overige des volks: Vreest niet voor hun aangezicht; denkt aan dien groten en vreselijken HEERE, en strijdt voor uw broederen, uw zonen en uw dochteren, uw vrouwen en uw huizen.

KJV And I looked, and rose up, and said unto the nobles, and to the rulers, and to the rest of the people, Be not ye afraid of them: remember the Lord, which is great and terrible, and fight11 for your brethren, your sons, and your daughters, your wives, and your houses.

1 וָאֵ֣רֶא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 וָאָק֗וּם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 3 וָאֹמַ֞ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 הַחֹרִ֤ים H2715 edelen noble 6 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 הַסְּגָנִים֙ H5461 overheden prince, ruler 8 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 יֶ֣תֶר H3499 overige, overblijfsel, overgelaten [phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with 10 הָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 11 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 12 תִּֽירְא֖וּ H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 13 מִפְּנֵיהֶ֑ם H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 אֲדֹנָ֞י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 16 הַגָּד֤וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 17 וְהַנּוֹרָא֙ H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 18 זְכֹ֔רוּ H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 19 וְהִֽלָּחֲמ֗וּ H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 20 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 21 אֲחֵיכֶם֙ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 22 בְּנֵיכֶ֣ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 23 וּבְנֹתֵיכֶ֔ם H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 24 נְשֵׁיכֶ֖ם H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 25 וּבָתֵּיכֶֽם H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Daarna geschiedde het, als onze vijanden hoorden, dat het ons bekend was geworden, en God hun raad te niet gemaakt had, zo keerden wij allen weder tot den muur, een iegelijk tot zijn werk.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Daarna geschiedde het, als onze vijandenH341 hoordenH8085, dat het ons bekendH3045 was geworden, en GodH430 hun raadH6098 te niet gemaaktH6213 had, zo keerdenH7725 wij allen weder tot den muurH2346, een iegelijk totH5704 zijn werkH4399. Daarna geschiedde het, als onze vijanden hoorden, dat het ons bekend was geworden, en God hun raad te niet gemaakt had, zo keerden wij allen weder tot den muur, een iegelijk tot zijn werk.

KJV And it came to pass, when our enemies heard that it was known unto us, and God had brought their counsel to nought, that we returned all of us to the wall, every one unto his work.

1 וַיְהִ֞י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כַּֽאֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 שָׁמְע֤וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 4 אוֹיְבֵ֨ינוּ֙ H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 5 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 נ֣וֹדַֽע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 7 לָ֔נוּ 8 וַיָּ֥פֶר H6565 vernietigen, vernietigd, ganselijk [idiom] any ways, break (asunder), cast off, cause to cease, [idiom] clean, defeat, disannul, disappoint, dissolve, divide, make of none effect, fail, frustrate, bring (come) to nought, [idiom] utterly, make void 9 הָאֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 עֲצָתָ֑ם H6098 raad, raadslag, raadslagen advice, advisement, counsel(l-(or)), purpose 12 וַנָּ֤שָׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 13 כֻּלָּ֨נוּ֙ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 הַ֣חוֹמָ֔ה H2346 muur, muren, muurs wall, walled 16 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 17 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 18 מְלַאכְתּֽוֹ H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En het geschiedde van dien dag af, dat de helft mijner jongens doende waren aan het werk, en de helft van hen hielden de spiesen, en de schilden, en de bogen, en de pantsiers; en de oversten waren achter het ganse huis van Juda.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En het geschiedde van dien dagH3117 af, dat de helftH2677 mijner jongensH5288 doende waren aan het werkH4399, en de helftH2677 van hen hieldenH2388 de spiesenH7420, en de schildenH4043, en de bogenH7198, en de pantsiersH8302; en de overstenH8269 waren achterH310 het ganse huisH1004 van JudaH3063. En het geschiedde van dien dag af, dat de helft mijner jongens doende waren aan het werk, en de helft van hen hielden de spiesen, en de schilden, en de bogen, en de pantsiers; en de oversten waren achter het ganse huis van Juda.

KJV And it came to pass from that time15 forth, that the half of my servants7 wrought in the work,16 and the other half of them held both the spears, the shields, and the bows, and the habergeons; and the rulers were behind all the house of Judah.

1 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 3 הַיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 הַה֗וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 חֲצִ֣י H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 6 נְעָרַי֮ H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 7 עֹשִׂ֣ים H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 בַּמְּלָאכָה֒ H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship) 9 וְחֶצְיָ֗ם H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 10 מַחֲזִיקִים֙ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 11 וְהָרְמָחִ֣ים H7420 spiesen, spies, priemen buckler, javelin, lancet, spear 12 הַמָּגִנִּ֔ים H4043 schild, Schild, schilden [idiom] armed, buckler, defence, ruler, [phrase] scale, shield 13 וְהַקְּשָׁת֖וֹת H7198 boog, bogen, Boog [idiom] arch(-er), [phrase] arrow, bow(-man, -shot) 14 וְהַשִּׁרְיֹנִ֑ים H8302 pantsier, pantser, pantsieren breastplate, coat of mail, habergeon, harness. See H5630 (סִרְיֹן) 15 וְהַ֨שָּׂרִ֔ים H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 16 אַחֲרֵ֖י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 17 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 18 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 19 יְהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Die aan den muur bouwden, en die den last droegen, en die oplaadden, waren een ieder met zijn ene hand doende aan het werk, en de andere hield het geweer.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Die aan den muurH2346 bouwdenH1129, en die den lastH5447 droegenH5375, en die oplaaddenH6006, waren een iederH376 met zijn ene handH3027 doende aan het werkH4399, en de andere hieldH2388 het geweerH7973. Die aan den muur bouwden, en die den last droegen, en die oplaadden, waren een ieder met zijn ene hand doende aan het werk, en de andere hield het geweer.

KJV They which builded on the wall, and they that bare burdens, with those that laded, every one with one of his hands wrought in the work, and with the other hand held a weapon.

1 הַבּוֹנִ֧ים H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 2 בַּחוֹמָ֛ה H2346 muur, muren, muurs wall, walled 3 וְהַנֹּשְׂאִ֥ים H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 4 בַּסֶּ֖בֶל H5447 last burden, charge 5 עֹמְשִׂ֑ים H6006 laden, beladen, gedragen be borne, (heavy) burden (self), lade, load, put 6 בְּאַחַ֤ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 7 יָדוֹ֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 עֹשֶׂ֣ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 בַמְּלָאכָ֔ה H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship) 10 וְאַחַ֖ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 11 מַחֲזֶ֥קֶת H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 12 הַשָּֽׁלַח H7973 geweer, zwaard, scheuten dart, plant, [idiom] put off, sword, weapon

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En de bouwers hadden een iegelijk zijn zwaard aan zijn lenden gegord, en bouwden; maar die met de bazuin blies, was bij mij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En de bouwersH1129 hadden een iegelijk zijn zwaardH2719 aan zijn lendenH4975 gegordH631, en bouwdenH1129; maar die met de bazuinH7782 bliesH8628, was bij mij. En de bouwers hadden een iegelijk zijn zwaard aan zijn lenden gegord, en bouwden; maar die met de bazuin blies, was bij mij.

1 וְהַ֨בּוֹנִ֔ים H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 2 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 חַרְבּ֛וֹ H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 4 אֲסוּרִ֥ים H631 gebonden, verbonden, binden bind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 מָתְנָ֖יו H4975 lenden, lendenen, goede lenden [phrase] greyhound, loins, side 7 וּבוֹנִ֑ים H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 8 וְהַתּוֹקֵ֥עַ H8628 blazen, blies, bliezen blow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust 9 בַּשּׁוֹפָ֖ר H7782 bazuin, bazuinen, ramsbazuinen cornet, trumpet 10 אֶצְלִֽי H681 bij, naast, nevens at, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En ik zeide tot de edelen, en tot de overheden, en tot het overige des volks: Het werk is groot en wijd; en wij zijn op den muur afgezonderd, de een ver van den ander;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En ik zeideH559 tot de edelenH2715, en tot de overhedenH5461, en tot het overigeH3499 des volksH5971: Het werkH4399 is groot en wijdH7342; en wij zijn op den muurH2346 afgezonderdH6504, de een verH7350 van den anderH251; En ik zeide tot de edelen, en tot de overheden, en tot het overige des volks: Het werk is groot en wijd; en wij zijn op den muur afgezonderd, de een ver van den ander;

1 וָאֹמַ֞ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 הַחֹרִ֤ים H2715 edelen noble 4 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 הַסְּגָנִים֙ H5461 overheden prince, ruler 6 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 יֶ֣תֶר H3499 overige, overblijfsel, overgelaten [phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with 8 הָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 הַמְּלָאכָ֥ה H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship) 10 הַרְבֵּ֖ה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 11 וּרְחָבָ֑ה H7342 wijd, wijde, breden broad, large, at liberty, proud, wide 12 וַאֲנַ֗חְנוּ H587 wij ourselves, us, we 13 נִפְרָדִים֙ H6504 verdeeld, gescheiden, scheiden disperse, divide, be out of joint, part, scatter (abroad), separate (self), sever self, stretch, sunder 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 הַ֣חוֹמָ֔ה H2346 muur, muren, muurs wall, walled 16 רְחוֹקִ֖ים H7350 verre, verren, ver (a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come 17 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 18 מֵאָחִֽיו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Ter plaatse, waar gij het geluid der bazuin zult horen, daarheen zult gij u tot ons verzamelen; onze God zal voor ons strijden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Ter plaatseH4725, waar gij het geluidH6963 der bazuinH7782 zult horenH8085, daarheenH8033 zult gij u tot ons verzamelenH6908; onze GodH430 zal voor ons strijdenH3898. Ter plaatse, waar gij het geluid der bazuin zult horen, daarheen zult gij u tot ons verzamelen; onze God zal voor ons strijden.

1 בִּמְק֗וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 2 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 תִּשְׁמְעוּ֙ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 ק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 6 הַשּׁוֹפָ֔ר H7782 bazuin, bazuinen, ramsbazuinen cornet, trumpet 7 שָׁ֖מָּה H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 8 תִּקָּבְצ֣וּ H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 9 אֵלֵ֑ינוּ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 אֱלֹהֵ֖ינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 11 יִלָּ֥חֶם H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 12 לָֽנוּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Alzo waren wij doende aan het werk; en de helft van hen hielden de spiesen, van het opgaan des dageraads tot het voortkomen der sterren toe.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Alzo waren wij doende aan het werkH4399; en de helftH2677 van hen hieldenH2388 de spiesenH7420, van het opgaanH5927 des dageraadsH7837 tot het voortkomenH3318 der sterrenH3556 toe. Alzo waren wij doende aan het werk; en de helft van hen hielden de spiesen, van het opgaan des dageraads tot het voortkomen der sterren toe.

1 וַאֲנַ֖חְנוּ H587 wij ourselves, us, we 2 עֹשִׂ֣ים H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 3 בַּמְּלָאכָ֑ה H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship) 4 וְחֶצְיָ֗ם H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 5 מַחֲזִיקִים֙ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 6 בָּֽרְמָחִ֔ים H7420 spiesen, spies, priemen buckler, javelin, lancet, spear 7 מֵעֲל֣וֹת H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 8 הַשַּׁ֔חַר H7837 dageraad, dageraads, hasschachar day(-spring), early, light, morning, whence riseth 9 עַ֖ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 10 צֵ֥את H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 11 הַכּוֹכָבִֽים H3556 sterren, ster star(-gazer)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Ook zeide ik te dier tijd tot het volk: Een iegelijk vernachte met zijn jongen binnen Jeruzalem, opdat zij ons des nachts ter wacht zijn, en des daags aan het werk.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Ook zeideH559 ik te dier tijdH6256 tot het volkH5971: Een iegelijk vernachteH3885 met zijn jongenH5288 binnen JeruzalemH3389, opdat zij ons des nachtsH3915 ter wachtH4929 zijn, en des daagsH3117 aan het werkH4399. Ook zeide ik te dier tijd tot het volk: Een iegelijk vernachte met zijn jongen binnen Jeruzalem, opdat zij ons des nachts ter wacht zijn, en des daags aan het werk.

1 גַּ֣ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 בָּעֵ֤ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 3 הַהִיא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 אָמַ֣רְתִּי H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 לָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 6 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 וְנַעֲר֔וֹ H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 8 יָלִ֖ינוּ H3885 vernachten, vernacht, vernachtten abide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night) 9 בְּת֣וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 10 יְרוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 11 וְהָֽיוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 לָ֧נוּ 13 הַלַּ֛יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 14 מִשְׁמָ֖ר H4929 wacht, bewaring, wachten diligence, guard, office, prison, ward, watch 15 וְהַיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 16 מְלָאכָֽה H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Voorts noch ik, noch mijn broederen, noch mijn jongelingen, noch de mannen van de wacht, die achter mij waren, wij trokken onze klederen niet uit; een iegelijk had zijn geweer en water.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Voorts noch ik, noch mijn broederenH251, noch mijn jongelingenH5288, noch de mannenH582 van de wachtH4929, die achterH310 mij waren, wij trokkenH6584 onze klederenH899 niet uit; een iegelijk had zijn geweerH7973 en waterH4325. Voorts noch ik, noch mijn broederen, noch mijn jongelingen, noch de mannen van de wacht, die achter mij waren, wij trokken onze klederen niet uit; een iegelijk had zijn geweer en water.

1 וְאֵ֨ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 2 אֲנִ֜י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 וְאַחַ֣י H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 4 וּנְעָרַ֗י H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 5 וְאַנְשֵׁ֤י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 6 הַמִּשְׁמָר֙ H4929 wacht, bewaring, wachten diligence, guard, office, prison, ward, watch 7 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 אַחֲרַ֔י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 9 אֵין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 10 אֲנַ֥חְנוּ H587 wij ourselves, us, we 11 פֹשְׁטִ֖ים H6584 uittrekken, ingevallen, overvielen fall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self) 12 בְּגָדֵ֑ינוּ H899 klederen, kleed, ambtsklederen apparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe 13 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 14 שִׁלְח֥וֹ H7973 geweer, zwaard, scheuten dart, plant, [idiom] put off, sword, weapon 15 הַמָּֽיִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Nehemia 4:1 Nehemia 2:10 Nehemia 2:19 Psalmen 44:13 Psalmen 35:15 Hebreeën 11:36 Mattheüs 27:29 Ezra 4:1 Handelingen 5:17
Nehemia 4:2 Ezra 4:9 Nehemia 4:10 1 Korinthe 1:27 Nehemia 12:43 Nehemia 12:27 1 Samuël 14:11 Habakuk 3:2 1 Samuël 17:43
Nehemia 4:3 Nehemia 2:10 Klaagliederen 5:18 2 Koningen 18:23 Nehemia 6:1 1 Koningen 20:10 1 Koningen 20:18 Nehemia 2:19
Nehemia 4:4 Psalmen 123:3 Psalmen 79:12 Spreuken 3:34 1 Samuël 17:26 Hosea 12:14
Nehemia 4:5 Psalmen 109:14 Jeremia 18:23 Psalmen 69:27 Jesaja 43:25 Psalmen 51:1 Psalmen 59:5 2 Timotheüs 4:14 Psalmen 51:9
Nehemia 4:6 1 Kronieken 29:17 Psalmen 110:3 Filippenzen 2:13 Hebreeën 13:21 Nehemia 6:15 2 Korinthe 8:16 1 Kronieken 29:14 2 Kronieken 29:36
Nehemia 4:7 Openbaring 12:17 Amos 1:13 Nehemia 4:1 Nehemia 2:10 Handelingen 4:17 Ezra 5:8 Amos 3:9 Nehemia 13:23
Nehemia 4:8 Psalmen 83:3 Handelingen 23:12 Psalmen 2:1 Jesaja 8:9 Jeremia 20:10
Nehemia 4:9 1 Petrus 5:8 Nehemia 4:11 Mattheüs 26:41 Genesis 32:28 Lukas 21:36 Handelingen 4:24 Lukas 6:11 Genesis 32:9
Nehemia 4:10 Numeri 13:31 Ezechiël 29:18 Numeri 32:9 2 Kronieken 2:18 Hagai 1:2 Psalmen 11:1
Nehemia 4:11 Handelingen 23:21 2 Samuël 17:2 1 Thessalonicenzen 5:2 Handelingen 23:12 Jesaja 47:11 Psalmen 56:6 Richteren 20:29
Nehemia 4:12 Job 19:3 Genesis 31:41 Numeri 14:22 Genesis 31:7
Nehemia 4:13 Nehemia 4:17 Efeze 6:11 Genesis 32:13 1 Korinthe 14:20 Psalmen 112:5 Hooglied 3:7 Mattheüs 10:16 2 Kronieken 32:2
Nehemia 4:14 Numeri 14:9 2 Samuël 10:12 Jesaja 41:10 Mattheüs 10:28 Deuteronomium 1:29 Deuteronomium 10:17 Nehemia 1:5 Hebreeën 13:6
Nehemia 4:15 2 Samuël 17:14 Romeinen 12:11 Psalmen 33:10 Job 5:12 Jesaja 44:25 Jesaja 8:10 Klaagliederen 3:37 2 Samuël 15:31
Nehemia 4:16 Nehemia 4:23 Psalmen 101:6 Nehemia 5:15
Nehemia 4:17 Filippenzen 1:28 Daniël 9:25 2 Timotheüs 2:3 1 Korinthe 9:12 1 Korinthe 16:9 Efeze 6:11 2 Korinthe 6:7 1 Korinthe 16:13
Nehemia 4:18 2 Kronieken 13:12 Numeri 10:9
Nehemia 4:20 Deuteronomium 20:4 Deuteronomium 1:30 Exodus 14:14 Exodus 14:25 Jozua 23:10 Deuteronomium 3:22 Zacharia 14:3
Nehemia 4:21 Galaten 6:9 1 Korinthe 15:10 1 Korinthe 15:58 Kolossenzen 1:29
Nehemia 4:22 Nehemia 11:1
Nehemia 4:23 1 Korinthe 15:10 Nehemia 7:2 Richteren 5:11 Nehemia 5:16 Richteren 9:48
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Nehemia 4 vers 1

Sanballat Zie boven, Neh. 2:10 .

Hertaald: Sanballat Zie hierboven Neh. 2:10.

ontstak hij, Hebreeuws, hem ontstak; te weten, de toorn, alzo vs.7.

Hertaald: ontstak hij, Hebreeuws: hem ontstak; namelijk de toorn, zo ook vers 7.

zeer toornig; Hebreeuws, veel, grotelijks.

Hertaald: zeer toornig; Hebreeuws: veel, zeer.

Nehemia 4 vers 2

tegenwoordigheid Hebreeuws, voor het aangezicht.

Hertaald: tegenwoordigheid Hebreeuws: voor het aangezicht.

heir Om het krijgsvolk tegen de Joden op te hitsen en gaande te maken.

Hertaald: heir Om het krijgsvolk tegen de Joden op te hitsen en aan te zetten.

Zal men hen Anders, zullen zij het oprichten, of opbouwen?

Hertaald: Zal men hen Anders: zullen zij het oprichten, of opbouwen?

in een dag Of, in dezen dag, alsof hij zeide: Menen zij het op dien dag te voleinden, op welken zij het hebben begonnen of besloten? Het zal hun mislukken.

Hertaald: in een dag Of: op deze dag, alsof hij zei: menen zij het te voltooien op de dag waarop zij het begonnen of besloten zijn? Het zal hun mislukken.

levend maken, Dat is, in vorigen stand herstellen.

Hertaald: levend maken, Dat is: in de vorige staat herstellen.

Nehemia 4 vers 3

hun stenen muur Hebreeuws, den muur hunner stenen.

Hertaald: hun stenen muur Hebreeuws: de muur van hun stenen.

Nehemia 4 vers 4

dat wij Of, want zij zijn veracht.

Hertaald: dat wij Of: want zij zijn veracht.

zeer veracht Hebreeuws, een verachting.

Hertaald: zeer veracht Hebreeuws: een verachting.

hun versmaadheid Dat zij ons aandoen.

Hertaald: hun versmaadheid Wat zij ons aandoen.

land der gevangenis Waarheen Gij hen zult mogen verstoten. Dit wenst Nehemia uit een heiligen ijver tot Gods eer, en tegen Gods en zijns volks bittere vijanden.

Hertaald: land der gevangenis Waarheen U hen zult mogen verstoten. Dit wenst Nehemia uit een heilige ijver voor Gods eer, en tegen de bittere vijanden van God en Zijn volk.

Nehemia 4 vers 5

van voor Dat is, alzo, dat Gij daarop niet zoudt letten om die te straffen; gelijk Jer. 18:23 .

Hertaald: van voor Dat is: zo, dat U er niet op zou letten om die te straffen; zoals Jer. 18:23.

U getergd, Hebreeuws, zij hebben getergd, of, tot toorn verwekt tegenover de bouwers. Anders, zij hebben de bouwlieden getergd, [staande] tegen [hen] over; te weten, als vijanden, die iemand als onder de ogen staan tergen.

Hertaald: U getergd, Hebreeuws: zij hebben getergd, of: tot toorn opgewekt, tegenover de bouwers. Anders: zij hebben de bouwlieden getergd, [staande] tegenover [hen]; namelijk als vijanden, die iemand als het ware onder de ogen tergen.

bouwlieden Die op uw bevel en door uw genade zijn bouwende.

Hertaald: bouwlieden Die op Uw bevel en door Uw genade aan het bouwen zijn.

Nehemia 4 vers 6

helft toe; Versta, de helft der hoogte, de halve hoogte.

Hertaald: helft toe; Versta hieronder: de helft van de hoogte, de halve hoogte.

Nehemia 4 vers 7

Ammonieten, Zie 2 Kron. 20:1 .

Hertaald: Ammonieten, Zie 2 Kron. 20:1.

verbetering Hebreeuws, gezondheid, heling, genezing, pleistering, pleister. Alzo 2 Kron. 24:13 . Vergelijk ook Jer. 8:22 .

Hertaald: verbetering Hebreeuws: gezondheid, heling, genezing, pleistering, pleister. Zo ook 2 Kron. 24:13. Vergelijk ook Jer. 8:22.

toenam, Hebreeuws, opklom, opkwam, opging; gelijk men van de gezondheid zou mogen zeggen dat zij opkomt, klimt, of opgaat, wanneer zij toeneemt en de mens meer en meer betert; idem, van een pleister, dat die op gedaan, of op gelegd wordt, en dat er een roof, of litteken op de wonde komt.

Hertaald: toenam, Hebreeuws: opklom, opkwam, opging; zoals men van gezondheid zou kunnen zeggen dat zij opkomt, klimt, of opgaat, wanneer zij toeneemt en de mens meer en meer beter wordt; eveneens van een pleister, dat die opgedaan of opgelegd wordt, en dat er een korst of litteken op de wond komt.

Nehemia 4 vers 8

daarin te maken Of, hem, [namelijk Nehemia] te verbijsteren.

Hertaald: daarin te maken Of: hem, [namelijk Nehemia] in verwarring te brengen.

Nehemia 4 vers 9

tegen hen, Anders, over, of nevens hen, te weten, over de werklieden.

Hertaald: tegen hen, Anders: over, of naast hen, namelijk over de werklieden.

hunnenthalve Te weten, om der vijanden wil.

Hertaald: hunnenthalve Namelijk: vanwege de vijanden.

Nehemia 4 vers 10

Juda Dat is, de Joden, het volk van Juda.

Hertaald: Juda Dat is: de Joden, het volk van Juda.

vervallen, Zodat zij niet bekwaam zullen zijn om te strijden.

Hertaald: vervallen, Zodat zij niet in staat zullen zijn te strijden.

des stofs Daar resteert nog veel te dragen, van zand, steengruis en aarde, van den gebroken en vervallen muur.

Hertaald: des stofs Er blijft nog veel te dragen over, van zand, steengruis en aarde, van de gebroken en vervallen muur.

niet zullen Als zullende moeten staan in de wapenen tegen den vijand. Zie vs.15. Anders, bouwende aan de muren, zullen wij de overhand niet hebben; als niet kunnende beide naar behoren doen.

Hertaald: niet zullen Als degenen die met wapens tegen de vijand moeten staan. Zie vers 15. Anders: bouwend aan de muren zullen wij niet de overhand hebben; omdat wij niet beide naar behoren kunnen doen.

Nehemia 4 vers 11

Zij zullen Dat is, wij zullen den aanslag zo beleiden, dat zij het niet wijs worden eer, enz.

Hertaald: Zij zullen Dat is: wij zullen de aanslag zo beramen dat zij het niet doorhebben voordat, enzovoort.

Nehemia 4 vers 12

tienmaal zeiden, Dat is, veelmalen, dikwijls gewaarschuwd. Zie Gen. 31:7 .

Hertaald: tienmaal zeiden, Dat is: veelvuldig, vaak gewaarschuwd. Zie Gen. 31:7.

dewelke Dat is, door welke men gewoon is heen en weder te gaan, dat is, door alle wegen en passen, waar men vandaar tot hier, en van hier tot daar kan komen.

Hertaald: dewelke Dat is: waardoor men gewend is heen en weer te gaan, dat is: door alle wegen en doorgangen waarlangs men vandaar hierheen en van hier daarheen kan komen.

Nehemia 4 vers 13

in de benedenste Hebreeuws, van de benedenste, of onderste delen der plaats, van achter, enz.

Hertaald: in de benedenste Hebreeuws: vanaf de onderste, of laagste delen van de plaats, van achteren, enzovoort.

hoogten, Of, uitstekende, spitse plaatsen van rotsstenen en rotsen, die alzo vanwege de wittigheid, blankheid, of, gladdigheid mogen genoemd zijn.

Hertaald: hoogten, Of: uitstekende, spitse plaatsen van rotsstenen en rotsen, die vanwege hun witheid, blankheid, of gladheid zo genoemd kunnen zijn.

Nehemia 4 vers 14

edelen, Hebreeuws, witten; zie boven, Neh. 2:16 .

Hertaald: edelen, Hebreeuws: witten; zie hierboven Neh. 2:16.

Nehemia 4 vers 16

jongens Dat is, knechten, hovelingen, officieren, en zo dikwijls in het volgende.

Hertaald: jongens Dat is: knechten, hovelingen, ambtenaren, en zo ook vaak in het vervolg.

achter het Een iegelijk bij die van zijn huis, om met hun tegenwoordigheid en opzicht het volk moed te geven en het werk te bevorderen.

Hertaald: achter het Ieder bij de mensen van zijn eigen huis, om met hun aanwezigheid en toezicht het volk moed te geven en het werk te bevorderen.

Nehemia 4 vers 17

een ieder Van dragers en opladers.

Hertaald: een ieder Van dragers en opladers.

ene hand Met dit hun doen zeer levendig afbeeldende den toestand der strijdende kerk op aarde, die steeds als met de ene hand moet bouwen aan het werk des Heeren, met de andere gereed zijnde tot afwering der geestelijke en lichamelijke vijanden.

Hertaald: ene hand Hiermee beeldt hij op zeer levendige wijze de toestand af van de strijdende kerk op aarde, die steeds als het ware met de ene hand moet bouwen aan het werk van de HEERE, terwijl zij met de andere gereedstaat om de geestelijke en lichamelijke vijanden af te weren.

geweer Versta, een werpgeweer, een werppijl, halve lans, enz.

Hertaald: geweer Versta hieronder een werpwapen, een werppijl, halve lans, enzovoort.

Nehemia 4 vers 19

de een ver Hebreeuws, de man van zijn broeder.

Hertaald: de een ver Hebreeuws: de man van zijn broeder.

Nehemia 4 vers 21

het opgaan Dat is, van den vroegen morgen tot den laten avond.

Hertaald: het opgaan Dat is: van de vroege morgen tot de late avond.

Nehemia 4 vers 22

binnen Hebreeuws, in het midden van, enz.

Hertaald: binnen Hebreeuws: in het midden van, enzovoort.

Nehemia 4 vers 23

achter mij Dat is, die mij volgden.

Hertaald: achter mij Dat is: die mij volgden.

geweer Vanwege het gevaar.

Hertaald: geweer Vanwege het gevaar.

water Voor den dorst, omdat het in die landen heet was; zie 1 Sam. 26:11 . Anders, een ieder [ging met] zijn geweer [om] water, of, een ieder trok zich uit ter bading.

Hertaald: water Voor de dorst, omdat het in die landen heet was; zie 1 Sam. 26:11. Anders: ieder [ging met] zijn wapen [om] water, of: ieder trok zich terug om te baden.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Sanballat  — (Babylonische naam, vernoemd naar de maangod Sin)

De Horoniet, landvoogd van Samaria, die met Tobia de herbouw van Jeruzalems muur door Nehemia met hoon en spot, en later met samenzwering en dreigementen, probeerde te verhinderen (Neh. 2:10, 19; 4; 6).

Tobia  — de HEERE is goed

"De Ammonietische knecht", een ambtenaar die zich, samen met Sanballat, tegen de herbouw van Jeruzalems muur door Nehemia verzette, eerst door spot en later door samenzwering en intimidatie (Neh. 2:10, 19; 4; 6).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Wij baden tot onzen God, en zetten wacht  — op de dreiging van een aanval antwoordt Nehemia met twee dingen tegelijk: "Maar wij baden tot onzen God, en zetten wacht tegen hen, dag en nacht" (Neh. 4:9)

Zodra Sanballat hoort dat de muur gebouwd wordt, ontsteekt hij in toorn en bespot de Joden voor zijn broeders en het leger van Samaria: wat doen deze krachteloze Joden, zullen zij de steentjes uit de stofhopen levend maken (Neh. 4:1-2)? Tobia voegt eraan toe dat een vos hun stenen muur al zou verscheuren (Neh. 4:3). Nehemia legt die smaad in gebed voor God neer (Neh. 4:4-5). Ondertussen wordt er doorgebouwd, en de muur komt tot op de helft van zijn hoogte, want het hart van het volk was om te werken (Neh. 4:6). Als de tegenstanders zien dat de scheuren gestopt worden, sluiten zij een verbond om te komen strijden en verwarring te stichten (Neh. 4:7-8). Daarop volgt het antwoord van vers 9: er wordt gebeden én er wordt wacht gezet, dag en nacht.

Bijbelse betekenis: In dit ene vers staan twee dingen die vaak tegen elkaar worden uitgespeeld. Er wordt gebeden, en er wordt gewaakt; het gebed maakt de wacht niet overbodig en de wacht maakt het gebed niet minder nodig. Wie alleen bidt, verzuimt wat hem gegeven is te doen; wie alleen waakt, rekent buiten God om. De spot van Sanballat verdient daarbij aandacht, want zij is bewust vernederend gekozen: krachteloze Joden, steentjes uit stofhopen, een muur die voor een vos bezwijkt. Bespotting mikt op het hart en niet op het bouwwerk, en zij werkte ook, zoals het vervolg laat zien. Over Nehemia's gebed in vers 4 en 5 moet met terughoudendheid gesproken worden. Het is een gebed uit het oude verbond, waarin de zaak van het volk en de zaak van God samenvielen, en waarin het oordeel bij God wordt gelaten en niet in eigen hand genomen. Onder het nieuwe verbond geldt voor de gemeente uitdrukkelijk een ander gebod: wie vervloekt moet gezegend worden, en de wraak wordt aan God gelaten.

Typologie: De Heere Jezus verbindt dezelfde twee werkwoorden in Gethsémané: "Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt" (Matt. 26:41). Wat de vervloeking betreft leert het Nieuwe Testament de gemeente een andere weg dan Nehemia hier ging: "Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken" (Matt. 5:44), en: "Wreekt uzelven niet, beminden, maar geeft den toorn plaats" (Rom. 12:19). Het laatste woord blijft in beide verbonden aan God, maar de gestalte van het gebed is veranderd sinds Hij aan het kruis voor Zijn vijanden bad.

Neh. 4:1-9; Matt. 26:41; Matt. 5:44; Rom. 12:19

De kracht der dragers is vervallen  — halverwege het werk komt de inzinking van binnenuit: "Toen zeide Juda: De kracht der dragers is vervallen, en des stofs is veel, zodat wij aan den muur niet zullen kunnen bouwen" (Neh. 4:10)

De muur staat op de helft, en juist daar bezwijkt de moed. Juda zelf spreekt het uit: de dragers zijn op, er is te veel puin, en het bouwen zal niet lukken (Neh. 4:10). Tegelijk beramen de vijanden een aanslag: zij zullen ongemerkt in hun midden komen en hen doodslaan, zodat het werk ophoudt (Neh. 4:11). De Joden die bij hen woonden waarschuwen tot tienmaal toe, uit alle plaatsen vanwaar men terugkeerde (Neh. 4:12). Nehemia zet daarop het volk naar de geslachten op de lagere plaatsen achter de muur en op de hoogten, met zwaard, spies en boog (Neh. 4:13). Dan houdt hij de edelen, de overheden en het overige volk een korte toespraak. Zij moeten niet vrezen voor hun aangezicht, maar denken aan die grote en vreselijke HEERE. En zij moeten strijden voor hun broeders, hun zonen en dochters, hun vrouwen en hun huizen (Neh. 4:14). Als de vijanden merken dat het bekend geworden is en God hun raad vernietigd heeft, keert ieder weer terug tot zijn werk aan de muur (Neh. 4:15).

Bijbelse betekenis: De gevaarlijkste plaats in een werk is de helft. Het eerste enthousiasme is op, het einde is nog niet in zicht, en wat er ligt is vooral puin. Wat Juda zegt is bovendien geen laster maar een nuchtere waarneming: de dragers waren werkelijk uitgeput en er lag werkelijk veel stof. Ontmoediging behoeft dus niet op leugen te berusten om toch verkeerd te zijn; zij rekent alleen alles mee behalve God. Nehemia bestrijdt haar dan ook niet met een opgewekt woord over de vorderingen. Hij stelt er iets tegenover: denkt aan die groten en vreselijken HEERE. En daarna noemt hij waarvoor er gestreden wordt, en dat zijn geen stenen maar mensen: broeders, kinderen, vrouwen, huizen. Wie weet waarom hij werkt, houdt het langer vol dan wie alleen ziet hoeveel er nog ligt.

Typologie: Jesaja spreekt precies over deze uitputting en over de enige weg eruit: "De jongen zullen moede en mat worden, en de jongelingen zullen gewisselijk vallen; Maar dien den HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen" (Jes. 40:30-31). Het is niet de sterkste die volhoudt, maar wie verwacht.

Neh. 4:10-15; Jes. 40:30-31

Met de ene hand aan het werk, en de andere hield het geweer  — de bouwers werken voortaan gewapend: "Die aan den muur bouwden, en die den last droegen, en die oplaadden, waren een ieder met zijn ene hand doende aan het werk, en de andere hield het geweer" (Neh. 4:17)

Van die dag af is de helft van Nehemia's mannen aan het werk en houdt de andere helft de spiesen, schilden, bogen en pantsers gereed, met de oversten achter heel het huis van Juda (Neh. 4:16). Wie bouwde, droeg of oplaadde, deed dat met één hand terwijl de andere het wapen hield (Neh. 4:17). De metselaars hadden hun zwaard aan de heup gegord terwijl zij bouwden, en de bazuinblazer stond naast Nehemia (Neh. 4:18). Het werk was groot en wijd, en men stond ver van elkaar op de muur verspreid. Daarom gold één afspraak: waar men het geluid van de bazuin hoorde, moest men zich verzamelen, want hun God zou voor hen strijden (Neh. 4:19-20). Van het opgaan van de dageraad tot het verschijnen van de sterren hielden zij dit vol (Neh. 4:21). Nehemia bepaalt bovendien dat ieder met zijn knecht binnen Jeruzalem overnacht, om 's nachts de wacht te houden en overdag te werken (Neh. 4:22). Hijzelf, zijn broeders en zijn mannen trokken hun kleren niet uit; ieder had zijn wapen bij zich (Neh. 4:23).

Bijbelse betekenis: Er wordt hier niet gekozen tussen bouwen en strijden; beide gaan door, en beide half zo snel. Dat is de prijs van een werk dat tegenstand ondervindt, en die prijs wordt zonder klagen betaald. Het beeld van de ene hand aan het werk en de andere aan het wapen is daarom door de eeuwen heen op de kerk toegepast. Er is opbouw nodig en er is verdediging nodig, en wie het ene laat vallen verliest ook het andere. Twee bijzonderheden verdienen nog aandacht. De verspreiding op de muur maakte hen kwetsbaar, en de bazuin was het middel om weer één te worden; op het signaal moest men samenkomen, want dan zou God voor hen strijden. En Nehemia deed zelf mee tot het uiterste: hij trok zijn kleren niet uit. Wie zoveel van anderen vraagt, kan dat alleen wanneer hij het eerst van zichzelf vraagt.

Typologie: Paulus schildert de gemeente in dezelfde houding, met een wapenrusting die uitdrukkelijk voor het staande blijven bedoeld is: "Daarom neemt aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt wederstaan in den bozen dag, en alles verricht hebbende, staande blijven" (Ef. 6:13). Ook daar wordt het werk niet gestaakt om te kunnen strijden; het gaat om alles verrichten én staande blijven.

Neh. 4:16-23; Ef. 6:13

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Nehemia 4

Nehemia 4:1.KruisverwijzingenNehemia 2:10Nehemia 2:19Psalmen 44:13Psalmen 35:15Hebreeën 11:36Mattheüs 27:29Ezra 4:1Handelingen 5:17
— Maar het geschiedde, als Sanballat gehoord had, dat wij den muur bouwden, zo ontstak hij, en werd zeer toornig; en hij bespotte de Joden.
Het was nodig de muur van Jeruzalem, die in puin lag, weer op te bouwen. Zij vorderden redelijk vlot, want ieder had lust om te werken. Er is nog nooit een goed werk geweest waar niet enkelen tegen waren, en dat zal er ook nooit zijn totdat de Heere komt. Sanballat hoorde wat de Joden deden, en hij werd heel toornig. Hij stond geheel in vlam van toorn dat het werk van God voortgezet werd.

Nehemia 4:2.KruisverwijzingenEzra 4:9Nehemia 4:101 Korinthe 1:27Nehemia 12:43Nehemia 12:271 Samuël 14:11Habakuk 3:21 Samuël 17:43
— En sprak in de tegenwoordigheid zijner broederen en van het heir van Samaria, en zeide: Wat doen deze amechtige Joden? Zal men hen laten geworden? Zullen zij offeren? Zullen zij het in een dag voleinden? Zullen zij de steentjes uit de stofhopen levend maken, daar zij verbrand zijn?
De vijanden van Gods volk gaan doorgaans aan het schimpen. Het is een heel gemakkelijke manier om tegenstand te tonen. Zullen zij zich versterken? Zullen zij offeren? Zullen zij het op één dag voleinden? Zullen zij de stenen uit de steenhopen weer levend maken, die verbrand zijn? Zonder twijfel werden deze vragen voor heel geestig en zeer bijtend gehouden. De vijanden van Christus zijn daar doorgaans wel goed in. Wel, als het hun vermaakt, dan weet ik niet of het ons veel behoeft te deren; want ten slotte is het hun manier om de macht van God eer te bewijzen.

Nehemia 4:3.KruisverwijzingenNehemia 2:10Klaagliederen 5:182 Koningen 18:23Nehemia 6:11 Koningen 20:101 Koningen 20:18Nehemia 2:19
— En Tobia, den Ammoniet, was bij hem, en zeide: Al is het, dat zij bouwen, zo er een vos opkwame, hij zou hun stenen muur wel verscheuren.
Iemand als Sanballat komt nooit vrienden te kort. Is er ergens een slecht mens, dan is er zeker een tweede dichtbij. De duivel maakt geen vuur met één stok. Heeft hij de eerste aangestoken, dan vindt hij doorgaans wel een bundel om ernaast te leggen. Tobia de Ammoniet, die met hetzelfde sop overgoten was als Sanballat de Horoniet, stond bij hem.

Nehemia 4:4-5.KruisverwijzingenPsalmen 123:3Psalmen 79:12Psalmen 109:14Jeremia 18:23Psalmen 69:27Jesaja 43:25Psalmen 51:1Spreuken 3:34
— Hoor, o onze God! dat wij zeer veracht zijn, en keer hun versmaadheid weder op hun hoofd, en geef hen over tot een roof in een land der gevangenis. En dek hun ongerechtigheid niet toe; en hun zonde worde niet uitgedelgd van voor Uw aangezicht, want zij hebben U getergd, staande tegenover de bouwlieden.
Dit was een rechtvaardige verontwaardiging; maar Nehemia is voor ons geen volmaakt voorbeeld. Hij was niet alleen streng, maar hij mengde bij zijn strengheid een mate van bitterheid in zijn gebed die wij niet moeten navolgen. Wanneer wij mensen tegen God hebben zien samenspannen, de zielen van anderen zien zoeken te verderven en ons hebben zien pogen te stuiten in ons streven om de gemeente van God op te bouwen, hebben wij zulke woorden ook op onze lippen voelen beven. Het zou echter beter voor ons zijn de knie te buigen in nederige navolging van onze Heere aan het kruis en te roepen: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen.

Nehemia 4:6.Kruisverwijzingen1 Kronieken 29:17Psalmen 110:3Filippenzen 2:13Hebreeën 13:21Nehemia 6:152 Korinthe 8:161 Kronieken 29:142 Kronieken 29:36
— Doch wij bouwden den muur, zodat de ganse muur samengevoegd werd tot zijn helft toe; want het hart des volks was om te werken.
U verwachtte half te lezen: “Zo hielden wij op de muur te bouwen en gaven Sanballat en Tobia antwoord.” Niets daarvan. Zij bleven bij hun werk en lieten die twee mannen spotten naar hun lust.

Zij bouwden de muur niet zo hoog als zij hem ten slotte hebben wilden; maar zij trokken hem wel geheel rond en voegden hem goed samen. Kunnen wij niet alles doen wat wij zouden willen, laten wij dan doen wat wij kunnen; en laten wij ons ernaar uitstrekken om zoveel als mogelijk is het deel dat wij doen ook af te maken, wachtend op betere tijden om de muren hoger op te trekken.

Nehemia 4:7.KruisverwijzingenOpenbaring 12:17Amos 1:13Nehemia 4:1Nehemia 2:10Handelingen 4:17Ezra 5:8Amos 3:9Nehemia 13:23
— En het geschiedde, als Sanballat, en Tobia, en de Arabieren, en de Ammonieten, en de Asdodieten hoorden, dat de verbetering aan de muren van Jeruzalem toenam, dat de scheuren begonnen gestopt te worden, zo ontstaken zij zeer;
Zij waren tevoren toornig; nu waren zij zeer toornig. Ondervindt een werk geen tegenstand van de satan, dan mogen wij half vrezen dat het niets waard is. Kunt u de duivel niet doen brullen, dan hebt u hem niet veel schade gedaan; maar hoe meer hij brult, hoe meer reden er is voor de engelen om de lof van God voor de troon te zingen.

Nehemia 4:8.KruisverwijzingenPsalmen 83:3Handelingen 23:12Psalmen 2:1Jesaja 8:9Jeremia 20:10
— En zij maakten allen te zamen een verbintenis, dat zij zouden komen om tegen Jeruzalem te strijden, en een verbijstering daarin te maken.
Het is wonderlijk hoe eenstemmig slechte mensen kunnen zijn. Het heeft mij altijd als een heel opzienbarende zaak getroffen dat men nooit gehoord heeft van enige verdeeldheid onder de duivelen in de hel. Er zijn geen richtingen onder de duivelen; zij schijnen met een ontzagwekkende eenstemmigheid van bedoeling samen te werken in hun boze opzet. In dit ene ding schijnen zij het huisgezin van God te overtreffen. O, dat wij zo hartelijk en eendrachtig waren in de dienst van God als goddeloze mensen in de dienst van de satan!

Nehemia 4:9-10.Kruisverwijzingen1 Petrus 5:8Nehemia 4:11Mattheüs 26:41Genesis 32:28Lukas 21:36Handelingen 4:24Lukas 6:11Genesis 32:9
— Maar wij baden tot onzen God, en zetten wacht tegen hen, dag en nacht, hunnenthalve. Toen zeide Juda: De kracht der dragers is vervallen, en des stofs is veel, zodat wij aan den muur niet zullen kunnen bouwen.
Juda was, zoals u weet, de leeuwenstam. Christus is de Leeuw, Die uit den stam van Juda is. Maar Juda maakte, in plaats van leeuwenmoedig te zijn, een geluid dat meer op een muis dan op een leeuw leek. Arme Juda! Hij had stouter en dapperder moeten zijn, maar hij was het niet. Het is vandaag hetzelfde: sommigen die pilaren schijnen, blijken in de ure van de beproeving zeer zwak, en door hun lafhartigheid ontmoedigen zij de overigen.

Jeruzalem was, daar twijfel ik niet aan, één grote hoop, opgebouwd uit het puin van zijn huizen, van de toren en het wapenhuis van David, van het paleis van de koning en van de tempel zelf. En al was de tempel weer opgebouwd en al stonden er nieuwe huizen op de plaats van het oude Jeruzalem, toch vonden zij, toen zij aan de muur van de stad kwamen met het doel die grondig te herstellen, een volslagen ruïne — en zo’n ruïne dat de massa die haar bedekte moeilijk was om door te graven. Zij konden de muur niet bouwen omdat er zoveel puin lag.

Dit mag beschouwd worden als een beeld van het werk dat Gods volk in de Naam van Jezus en in de kracht van Zijn Heilige Geest in de wereld heeft te verrichten. Wij moeten voor God de muren van de gemeente bouwen, maar wij kunnen ze niet bouwen, want er ligt zoveel puin op onze weg. Dat is niet alleen waar van de bouw van de gemeente, maar het is evenzeer waar van de tempel van God die in elk van onze harten gebouwd moet worden. Wij gevoelen ons vaak ontmoedigd. Judas spreekt van bouwt gij uzelven op uw allerheiligst geloof, biddende in den Heiligen Geest (Judas 1:20), en toch zijn wij nog geneigd te gevoelen dat wij deze muur niet kunnen bouwen omdat er zoveel puin ligt.

Wat een val was de val! Wat een volslagen ruïne maakte hij van onze zedelijke natuur! Ontdekken wij niet — ik doe het bijna elke dag — een verse hoop puin waarvan wij nauwelijks wisten dat hij daar lag? Punten waarop wij ons sterk waanden, blijken onze zwakheden. Er was een gebrek waarvan wij half de gedachte koesterden dat wij ervan vrij waren, en daarom waren wij tamelijk streng tegen anderen die zo’n gebrek en zonde hadden. Maar ten laatste brak het in onszelf uit. Veel meer van zulk puin blijft er in ons over: het puin van de hoogmoed, van het ongeloof, van de boze begeerlijkheid, van de toorn, van de moedeloosheid, van de zelfverheffing. Daar ligt het, en de bouw van de goddelijke genade vordert niet zoals wij zouden wensen, om de verdorvenheid die nog in ons blijft.

Niemand dan Jezus, niemand dan Jezus! Daar berust de enige hoop van onze ziel — in Zijn dierbaar bloed en gerechtigheid. Elke andere hoop verfoeien wij van harte. Wordt iemand ertoe gebracht in Jezus alleen te rusten, dan is er voor hem in Sion een vaste grondsteen gelegd, en daaraan wordt hij door souvereine genade gehecht. Laten wij God danken dat het bouwen van Zijn tempel in ons Zijn eigen werk is. Hij begon het; Hij groef onze eigen ledigheid uit en maakte ze ons duidelijk; Hij wierp onze eigengerechtigheid uit en Hij legde Christus waar ons eigen ik gestaan had. Dat heeft de Heere gedaan, en Hij heeft ook al het andere gedaan wat er in ons gedaan is dat het doen waard was.

Nehemia 4:11-12.KruisverwijzingenHandelingen 23:212 Samuël 17:21 Thessalonicenzen 5:2Handelingen 23:12Jesaja 47:11Psalmen 56:6Richteren 20:29Job 19:3
— Nu hadden onze vijanden gezegd: Zij zullen het niet weten, noch zien, totdat wij in het midden van hen komen, en slaan hen dood; alzo zullen wij het werk doen ophouden. En het geschiedde, als de Joden, die bij hen woonden, kwamen, dat zij het ons wel tienmaal zeiden, uit al de plaatsen, door dewelke gij tot ons wederkeert.
Terwijl sommigen het volk binnen de stad ontmoedigden, spanden hun vijanden buiten de muren samen om hen bij verrassing te overvallen en te doden. Deze Joden hadden mee moeten helpen de muur te bouwen, maar zij kwamen het volk des Heeren niet te hulp. Toch waren zij genoeg bevriend om Nehemia te vertellen van de aanslag die zijn vijanden beraamden. God weet hoe Hij Zijn vijanden moet ondermijnen wanneer zij een mijn aanleggen. Is geheimhouding nodig voor het gelukken van het kwaad, dan spreekt iemand zich uit en vertelt hij het verhaal, zodat de aanslag ontdekt wordt.

Nehemia 4:13.KruisverwijzingenNehemia 4:17Efeze 6:11Genesis 32:131 Korinthe 14:20Psalmen 112:5Hooglied 3:7Mattheüs 10:162 Kronieken 32:2
— Daarom zette ik in de benedenste plaatsen achter den muur, en op de hoogten, en ik zette het volk naar de geslachten, met hun zwaarden, hun spiesen en hun bogen.
Toen Nehemia wist aan wat een gevaar het volk blootstond, nam hij maatregelen om zich daartegen te wachten. Ik houd van het gezonde verstand van Nehemia. Hij hield de huisgezinnen bij elkaar: ik zette het volk naar de geslachten, met hun zwaarden, hun spiesen en hun bogen. Geliefden, ik heb geen grotere vreugde dan die ik verleden week had, toen ik vijf kinderen van één huisgezin mocht opnemen, allen tot Christus gebracht. Moge de Heere onze huisgezinnen tot de wachters van de gemeente maken!

Nehemia 4:14-15.KruisverwijzingenNumeri 14:92 Samuël 10:12Jesaja 41:102 Samuël 17:14Romeinen 12:11Mattheüs 10:28Deuteronomium 1:29Deuteronomium 10:17
— En ik zag toe, en maakte mij op, en zeide tot de edelen, en tot de overheden, en tot het overige des volks: Vreest niet voor hun aangezicht; denkt aan dien groten en vreselijken HEERE, en strijdt voor uw broederen, uw zonen en uw dochteren, uw vrouwen en uw huizen. Daarna geschiedde het, als onze vijanden hoorden, dat het ons bekend was geworden, en God hun raad te niet gemaakt had, zo keerden wij allen weder tot den muur, een iegelijk tot zijn werk.
De vrees mag ons wakker maken, maar zij mag ons nooit zwak maken. Wij behoren de wapenrusting aan te doen en het zwaard en de spies en de boog te nemen wanneer er reden tot vrees is; wij behoren er nooit van te dromen weg te lopen.

Er werd ten slotte niet gestreden. Zodra de vijand wist dat zijn aanslag ontdekt was, deed hij geen aanval. Een uitlegger zegt: “Sommigen zouden, als zij uit gevaar verlost waren, ieder naar de herberg zijn teruggekeerd; maar deze mannen keerden ieder terug tot zijn werk.” Zij gingen terug naar hun bouwwerk en bleven in de dienst van de stad.

Nehemia 4:16-18.KruisverwijzingenNehemia 4:23Psalmen 101:6Nehemia 5:15Filippenzen 1:28Daniël 9:252 Timotheüs 2:31 Korinthe 9:121 Korinthe 16:9
— En het geschiedde van dien dag af, dat de helft mijner jongens doende waren aan het werk, en de helft van hen hielden de spiesen, en de schilden, en de bogen, en de pantsiers; en de oversten waren achter het ganse huis van Juda. Die aan den muur bouwden, en die den last droegen, en die oplaadden, waren een ieder met zijn ene hand doende aan het werk, en de andere hield het geweer. En de bouwers hadden een iegelijk zijn zwaard aan zijn lenden gegord, en bouwden; maar die met de bazuin blies, was bij mij.
Zij die aan de muur bouwden en zij die lasten droegen met hen die oplaadden, deden ieder met de ene hand het werk en hielden met de andere hand het geweer. Het zwaard en de troffel bewaakten samen de stad en bouwden samen de muur. En waar de bazuin voor diende, wordt ons meteen gezegd.

Nehemia 4:19-20.KruisverwijzingenDeuteronomium 20:4Deuteronomium 1:30Exodus 14:14Exodus 14:25Jozua 23:10Deuteronomium 3:22Zacharia 14:3
— En ik zeide tot de edelen, en tot de overheden, en tot het overige des volks: Het werk is groot en wijd; en wij zijn op den muur afgezonderd, de een ver van den ander; Ter plaatse, waar gij het geluid der bazuin zult horen, daarheen zult gij u tot ons verzamelen; onze God zal voor ons strijden.
Dat is een heerlijke volzin. Zodra u de bazuin hoort, moet u uw plaats op de muur verlaten en komen naar het punt waar de vijand ons aanvalt. Maar Nehemia zegt niet: “Gij zult voor ons strijden”; hij zegt het veel beter: onze God zal voor ons strijden. En dat zal Hij nog doen.

Nehemia 4:21.KruisverwijzingenGalaten 6:91 Korinthe 15:101 Korinthe 15:58Kolossenzen 1:29
— Alzo waren wij doende aan het werk; en de helft van hen hielden de spiesen, van het opgaan des dageraads tot het voortkomen der sterren toe.
Zij maakten lange dagen. Christenen willen niet slechts acht uur per dag voor Christus. Wij kunnen soms achttien uur werk voor Hem doen op een dag, en wij zouden wensen dat wij er vierentwintig konden doen.

Nehemia 4:22-23.KruisverwijzingenNehemia 11:11 Korinthe 15:10Nehemia 7:2Richteren 5:11Nehemia 5:16Richteren 9:48
— Ook zeide ik te dier tijd tot het volk: Een iegelijk vernachte met zijn jongen binnen Jeruzalem, opdat zij ons des nachts ter wacht zijn, en des daags aan het werk. Voorts noch ik, noch mijn broederen, noch mijn jongelingen, noch de mannen van de wacht, die achter mij waren, wij trokken onze klederen niet uit; een iegelijk had zijn geweer en water.
Nehemia was een goed leidsman. Hij zei niet “ga”, hij zei “kom”; en hij droeg zelf het zwaarste van de dienst. Zoals Alexander met de Macedoniërs de ruwe plaatsen introk en het harde werk deed, zo deed Nehemia. Hij en zij die met hem waren legden hun klederen zelfs om te slapen niet af, dan alleen om zich te wassen. Moge de Heere ons meer Nehemia’s zenden, en volk in overvloed om met hen te werken, die verdrukkingen kunnen lijden als goede krijgsknechten van Jezus Christus, en die ook goede bouwers van de gemeente van God zullen zijn!

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Niemand dan Jezus, niemand dan Jezus! Laten wij God danken dat het bouwen van Zijn tempel in ons Zijn eigen werk is. Hij begon het; Hij groef onze eigen ledigheid uit en maakte ze ons duidelijk; Hij wierp onze eigengerechtigheid uit en Hij legde Christus waar ons eigen ik gestaan had. Dat heeft de Heere gedaan, en Hij heeft ook al het andere gedaan wat er in ons gedaan is dat het doen waard was.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content