Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En Eljasib, de hogepriester, maakte zich op met zijn broederen, de priesteren, en zij bouwden de Schaapspoort; zij heiligden ze, en richtten haar deuren op; ja, zij heiligden ze tot aan den toren Mea, tot aan den toren Hananeel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En EljasibH475, de hogepriesterH1419, maakte zich op met zijn broederenH251, de priesterenH3548, en zij bouwdenH1129 de SchaapspoortH6629; zijH1992heiligdenH6942 ze, en richttenH5975 haar deurenH1817 op; ja, zij heiligdenH6942 ze tot aan den torenH4026MeaH3968, tot aan den torenH4026HananeelH2606.En Eljasib, de hogepriester, maakte zich op met zijn broederen, de priesteren, en zij bouwden de Schaapspoort; zij heiligden ze, en richtten haar deuren op; ja, zij heiligden ze tot aan den toren Mea, tot aan den toren Hananeel.
KJVThen Eliashib2the high4priest3rose up1with his brethren5the priests,6and they builded7the sheep10gate;9they sanctified12it, and set up13the doors14of it; even unto the tower16of Meah17they sanctified18it, unto the tower20of Hananeel.
1וַיָּ֡קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2אֶלְיָשִׁיב֩H475Eljasib, EljasibsEliashib3הַכֹּהֵ֨ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4הַגָּד֜וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very5וְאֶחָ֣יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'6הַכֹּהֲנִ֗יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer7וַיִּבְנוּ֙H1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9שַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)10הַצֹּ֔אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)11הֵ֣מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye12קִדְּשׁ֔וּהוּH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly13וַֽיַּעֲמִ֖ידוּH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry14דַּלְתֹתָ֑יוH1817deuren, deur, poortendoor (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3)15וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet16מִגְדַּ֤לH4026toren, torens, Bakoventorencastle, flower, tower. Compare the names following17הַמֵּאָה֙H3968MeaMeah18קִדְּשׁ֔וּהוּH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly19עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet20מִגְדַּ֥לH4026toren, torens, Bakoventorencastle, flower, tower. Compare the names following21חֲנַנְאֵֽלH2606HananeelHananeel
2En aan zijn hand bouwden de mannen van Jericho; ook bouwde aan zijn hand Zacchur, de zoon van Imri.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En aanH5921 zijn handH3027bouwdenH1129 de mannenH582 van JerichoH3405; ook bouwdeH1129aanH5921 zijn hand ZacchurH2139, de zoonH1121 van ImriH566.En aan zijn hand bouwden de mannen van Jericho; ook bouwde aan zijn hand Zacchur, de zoon van Imri.
KJVAnd next unto him2builded3the menof Jericho.5And next to them builded8Zaccur9the son10of Imri.
1וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2יָד֥וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves3בָנ֖וּH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely4אַנְשֵׁ֣יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5יְרֵח֑וֹH3405JerichoJericho6וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7יָד֣וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8בָנָ֔הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely9זַכּ֖וּרH2139Zakkur, Zaccur, ZacchurZaccur, Zacchur10בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11אִמְרִֽיH566ImriImri
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
3De Vispoort nu bouwden de kinderen van Senaa; zij zolderden die, en richtten haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3De VispoortH1709 nu bouwdenH1129 de kinderenH1121 van SenaaH5570; zijH1992zolderdenH7136 die, en richttenH5975 haar deurenH1817 op, met haar slotenH4514 en haar grendelenH1280.De Vispoort nu bouwden de kinderen van Senaa; zij zolderden die, en richtten haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen.
KJVBut the fish3gate2did the sons5of Hassenaah6build,4who also laid the beams8thereof, and set up9the doors10thereof, the locks11thereof, and the bars
1וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2שַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)3הַדָּגִ֔יםH1709vissen, Vispoort, visfish4בָּנ֖וּH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely5בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6הַסְּנָאָ֑הH5570SenaaSenaah, Hassenaah (with the article)7הֵ֣מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye8קֵר֔וּהוּH7136wedervaren, ontmoet, ontmoetenappoint, lay (make) beams, befall, bring, come (to pass unto), floor, (hap) was, happen (unto), meet, send good speed9וַֽיַּעֲמִ֨ידוּ֙H5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry10דַּלְתֹתָ֔יוH1817deuren, deur, poortendoor (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3)11מַנְעוּלָ֖יוH4514sloten, slotslock12וּבְרִיחָֽיוH1280grendelen, richelen, grendelbar, fugitive
4En aan hun hand verbeterde Meremoth, de zoon van Uria, den zoon van Koz; en aan hun hand verbeterde Mesullam, de zoon van Berechja, den zoon van Mesezabeel; en aan hun hand verbeterde Zadok, zoon van Baena.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En aanH5921 hun handH3027verbeterdeH2388MeremothH4822, de zoonH1121 van UriaH223, den zoonH1121 van KozH6976; en aanH5921 hun handH3027verbeterdeH2388MesullamH4918, de zoonH1121 van BerechjaH1296, den zoonH1121 van MesezabeelH4898; en aanH5921 hun handH3027verbeterdeH2388ZadokH6659, zoonH1121 van BaenaH1195.En aan hun hand verbeterde Meremoth, de zoon van Uria, den zoon van Koz; en aan hun hand verbeterde Mesullam, de zoon van Berechja, den zoon van Mesezabeel; en aan hun hand verbeterde Zadok, zoon van Baena.
KJVAnd next unto them2repaired3Meremoth4the son5of Urijah,6the son7of Koz.8And next unto them10repaired11Meshullam12the son13of Berechiah,14the son15of Meshezabeel.16And next unto them18repaired19Zadok20the son21of Baana.
1וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2יָדָ֣םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves3הֶחֱזִ֗יקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand4מְרֵמ֤וֹתH4822MeremothMeremoth5בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6אוּרִיָּה֙H223UriaUriah, Urijah7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8הַקּ֔וֹץH6976Koz, HakkozKoz, Hakkoz (including the article)9וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10יָדָ֣םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11הֶחֱזִ֔יקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand12מְשֻׁלָּ֥םH4918MesullamMeshullam13בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14בֶּרֶכְיָ֖הH1296BerechjaBerachiah, Berechiah15בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16מְשֵׁיזַבְאֵ֑לH4898MesezabeelMeshezabeel17וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18יָדָ֣םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves19הֶֽחֱזִ֔יקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand20צָד֖וֹקH6659Zadok, ZadoksZadok21בֶּֽןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth22בַּעֲנָֽאH1195Baana, BaenaBaana, Baanah
5Voorts aan hun hand verbeterden de Thekoieten; maar hun voortreffelijken brachten hun hals niet tot den dienst huns Heeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Voorts aanH5921 hun handH3027verbeterdenH2388 de ThekoietenH8621; maar hun voortreffelijkenH117brachtenH935 hun halsH6677nietH3808 tot den dienstH5656 huns HeerenH113.Voorts aan hun hand verbeterden de Thekoieten; maar hun voortreffelijken brachten hun hals niet tot den dienst huns Heeren.
KJVAnd next unto them2the Tekoites4repaired;3but their nobles5put7not their necks8to the work9of their Lord.
1וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2יָדָ֖םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves3הֶחֱזִ֣יקוּH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand4הַתְּקוֹעִ֑יםH8621Thekoiet, Thekoieten, ThekoietischeTekoite5וְאַדִּֽירֵיהֶם֙H117heerlijken, voortreffelijken, heerlijkexcellent, famous, gallant, glorious, goodly, lordly, mighty(-ier one), noble, principal, worthy6לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7הֵבִ֣יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8צַוָּרָ֔םH6677hals, halzen, buithalzenneck9בַּעֲבֹדַ֖תH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought10אֲדֹנֵיהֶֽםH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'
6En de Oude poort verbeterden Jojada, de zoon van Paseah, en Mesullam, de zoon van Besodja; deze zolderden zij, en richtten haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En de OudeH3465poortH8179verbeterdenH2388JojadaH3111, de zoonH1121 van PaseahH6454, en MesullamH4918, de zoonH1121 van BesodjaH1152; deze zolderdenH7136zijH1992, en richttenH5975 haar deurenH1817 op, met haar slotenH4514 en haar grendelenH1280.En de Oude poort verbeterden Jojada, de zoon van Paseah, en Mesullam, de zoon van Besodja; deze zolderden zij, en richtten haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen.
KJVMoreover the old3gate2repaired4Jehoiada5the son6of Paseah,7and Meshullam8the son9of Besodeiah;10they laid the beams12thereof, and set up13the doors14thereof, and the locks15thereof, and the bars
1וְאֵת֩H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2שַׁ֨עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)3הַיְשָׁנָ֜הH3465oude, Oude, oudenold4הֶחֱזִ֗יקוּH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand5יֽוֹיָדָע֙H3111JojadaJehoiada, Joiada6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7פָּסֵ֔חַH6454Paseah, PaseaPaseah, Phaseah8וּמְשֻׁלָּ֖םH4918MesullamMeshullam9בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10בְּסֽוֹדְיָ֑הH1152BesodjaBesodeiah11הֵ֣מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye12קֵר֔וּהוּH7136wedervaren, ontmoet, ontmoetenappoint, lay (make) beams, befall, bring, come (to pass unto), floor, (hap) was, happen (unto), meet, send good speed13וַֽיַּעֲמִ֨ידוּ֙H5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry14דַּלְתֹתָ֔יוH1817deuren, deur, poortendoor (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3)15וּמַנְעֻלָ֖יוH4514sloten, slotslock16וּבְרִיחָֽיוH1280grendelen, richelen, grendelbar, fugitive
7En aan hun hand verbeterden Melatja, de Gibeoniet, en Jadon, de Meronothiet, de mannen van Gibeon en van Mizpa; tot aan den stoel des landvoogds aan deze zijde der rivier.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En aanH5921 hun handH3027verbeterdenH2388MelatjaH4424, de GibeonietH1393, en JadonH3036, de MeronothietH4824, de mannenH582 van GibeonH1391 en van MizpaH4709; tot aan den stoelH3678 des landvoogdsH6346 aan deze zijde der rivierH5104.En aan hun hand verbeterden Melatja, de Gibeoniet, en Jadon, de Meronothiet, de mannen van Gibeon en van Mizpa; tot aan den stoel des landvoogds aan deze zijde der rivier.
KJVAnd next unto them2repaired3Melatiah4the Gibeonite,5and Jadon6the Meronothite,7the menof Gibeon,9and of Mizpah,10unto the throne11of the governor12on this side13the river.
1וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2יָדָ֨םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves3הֶחֱזִ֜יקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand4מְלַטְיָ֣הH4424MelatjaMelatiah5הַגִּבְעֹנִ֗יH1393Gibeonieten, GibeonietGibeonite6וְיָדוֹן֙H3036JadonJadon7הַמֵּרֹ֣נֹתִ֔יH4824MeronothietMeronothite8אַנְשֵׁ֥יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9גִבְע֖וֹןH1391GibeonGibeon10וְהַמִּצְפָּ֑הH4709MizpaMitspah. (This seems rather to be only an orthographic variation of H4708 (מִצְפֶּה) when 'in pause'.)11לְכִסֵּ֕אH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne12פַּחַ֖תH6346landvoogden, vorst, vorstencaptain, deputy, governor13עֵ֥בֶרH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight14הַנָּהָֽרH5104rivier, rivieren, stromenflood, river
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
8Aan zijn hand verbeterde Uzziel, de zoon van Harhoja, een der goudsmeden, en aan zijn hand verbeterde Hananja, de zoon van een der apothekers; en zij lieten Jeruzalem tot aan den breden muur.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Aan zijn handH3027verbeterdeH2388UzzielH5816, de zoonH1121 van HarhojaH2736, een der goudsmedenH6884, en aan zijn handH3027verbeterdeH2388HananjaH2608, de zoonH1121 van een der apothekersH7546; en zij lietenH5800JeruzalemH3389totH5704 aan den bredenH7342muurH2346.Aan zijn hand verbeterde Uzziel, de zoon van Harhoja, een der goudsmeden, en aan zijn hand verbeterde Hananja, de zoon van een der apothekers; en zij lieten Jeruzalem tot aan den breden muur.
KJVNext unto him2repaired3Uzziel4the son5of Harhaiah,6of the goldsmiths.7Next unto him9also repaired10Hananiah11the son12of one of the apothecaries,13and they fortified14Jerusalem15unto the broad18wall.
1עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2יָד֣וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves3הֶחֱזִ֗יקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand4עֻזִּיאֵ֤לH5816UzzielUzziel5בֶּֽןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6חַרְהֲיָה֙H2736HarhojaHarhaiah7צֽוֹרְפִ֔יםH6884goudsmid, gelouterd, doorlouterdcast, (re-) fine(-er), founder, goldsmith, melt, pure, purge away, try8וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9יָד֣וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10הֶחֱזִ֔יקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand11חֲנַנְיָ֖הH2608HananjaHananiah12בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13הָרַקָּחִ֑יםH7546apothekersapothecary14וַיַּֽעַזְבוּ֙H5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely15יְר֣וּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem16עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet17הַחוֹמָ֥הH2346muur, muren, muurswall, walled18הָרְחָבָֽהH7342wijd, wijde, bredenbroad, large, at liberty, proud, wide
9En aan hun hand verbeterde Refaja, de zoon van Hur, overste des halven deels van Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En aanH5921 hun handH3027verbeterdeH2388RefajaH7509, de zoonH1121 van HurH2354, oversteH8269 des halvenH2677deelsH6418 van JeruzalemH3389.En aan hun hand verbeterde Refaja, de zoon van Hur, overste des halven deels van Jeruzalem.
KJVAnd next unto them2repaired3Rephaiah4the son5of Hur,6the ruler7of the half8part9of Jerusalem.
1וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2יָדָ֤םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves3הֶחֱזִיק֙H2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand4רְפָיָ֣הH7509RefajaRephaiah5בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6ח֔וּרH2354HurHur7שַׂ֕רH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward8חֲצִ֖יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts9פֶּ֥לֶךְH6418deel, deels, spinrok(di-) staff, participle10יְרוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
10Voorts aan hun hand verbeterde Jedaja, de zoon van Herumaf, en tegenover zijn huis; en aan zijn hand verbeterde Hattus, de zoon van Hasabneja.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Voorts aanH5921 hun handH3027verbeterdeH2388JedajaH3042, de zoonH1121 van Herumaf, en tegenoverH5048 zijn huisH1004; en aanH5921 zijn handH3027verbeterdeH2388HattusH2407, de zoonH1121 van HasabnejaH2813.Voorts aan hun hand verbeterde Jedaja, de zoon van Herumaf, en tegenover zijn huis; en aan zijn hand verbeterde Hattus, de zoon van Hasabneja.
Ook in dit vers
HarumafH2739
KJVAnd next unto them2repaired3Jedaiah4the son5of Harumaph,6even over against his house.8And next unto him10repaired11Hattush12the son13of Hashabniah.
1וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2יָדָ֧םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves3הֶחֱזִ֛יקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand4יְדָיָ֥הH3042JedajaJedaiah5בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6חֲרוּמַ֖ףH2739HarumafHarumaph7וְנֶ֣גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view8בֵּית֑וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10יָד֣וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11הֶחֱזִ֔יקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand12חַטּ֖וּשׁH2407HattusHattush13בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14חֲשַׁבְנְיָֽהH2813HasabnejaHashabniah
11De andere mate verbeterden Malchia, de zoon van Harim, en Hassub, de zoon van Pahath-Moab; daartoe den Bakoventoren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11De andere mateH4060verbeterdenH2388MalchiaH4441, de zoonH1121 van HarimH2766, en HassubH2815, de zoonH1121 van Pahath-MoabH6355; daartoe den BakoventorenH4026.De andere mate verbeterden Malchia, de zoon van Harim, en Hassub, de zoon van Pahath-Moab; daartoe den Bakoventoren.
KJVMalchijah4the son5of Harim,6and Hashub7the son8of Pahathmoab,9repaired3the other2piece,1and the tower12of the furnaces.
1מִדָּ֣הH4060maat, maten, meetrietgarment, measure(-ing, meteyard, piece, size, (great) stature, tribute, wide2שֵׁנִ֗יתH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)3הֶחֱזִיק֙H2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand4מַלְכִּיָּ֣הH4441Malchia, MalchijaMalchiah, Malchijah5בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6חָרִ֔םH2766HarimHarim7וְחַשּׁ֖וּבH2815Hassub, HasubHashub, Hasshub8בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9פַּחַ֣תH6355Pahath-moabPahathmoab10מוֹאָ֑בH6355Pahath-moabPahathmoab11וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12מִגְדַּ֥לH4026toren, torens, Bakoventorencastle, flower, tower. Compare the names following13הַתַּנּוּרִֽיםH8574oven, bakoven, bakovensfurnace, oven
12En aan zijn hand verbeterde Sallum, de zoon van Lohes, overste van het andere halve deel van Jeruzalem, hij en zijn dochteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En aanH5921 zijn handH3027verbeterdeH2388SallumH7967, de zoonH1121 van LohesH3873, oversteH8269 van het andere halveH2677deelH6418 van JeruzalemH3389, hijH1931 en zijn dochterenH1323.En aan zijn hand verbeterde Sallum, de zoon van Lohes, overste van het andere halve deel van Jeruzalem, hij en zijn dochteren.
KJVAnd next unto him2repaired3Shallum4the son5of Halohesh,6the ruler7of the half8part9of Jerusalem,10he and his daughters.
1וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2יָד֣וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves3הֶחֱזִ֗יקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand4שַׁלּוּם֙H7967SallumShallum5בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6הַלּוֹחֵ֔שׁH3873Hallohes, LohesHallohesh, Haloshesh (includ. the article)7שַׂ֕רH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward8חֲצִ֖יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts9פֶּ֣לֶךְH6418deel, deels, spinrok(di-) staff, participle10יְרוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem11ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who12וּבְנוֹתָֽיוH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village
13De Dalpoort verbeterden Hanun, en de inwoners van Zanoah; zij bouwden die, en richtten haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen; daartoe duizend ellen aan den muur, tot aan de Mistpoort.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13De DalpoortH1516verbeterdenH2388HanunH2586, en de inwonersH3427 van ZanoahH2182; zijH1992bouwdenH1129 die, en richttenH5975 haar deurenH1817 op, met haar slotenH4514 en haar grendelenH1280; daartoe duizendH505ellenH520 aan den muurH2346, totH5704 aan de MistpoortH830.De Dalpoort verbeterden Hanun, en de inwoners van Zanoah; zij bouwden die, en richtten haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen; daartoe duizend ellen aan den muur, tot aan de Mistpoort.
KJVThe valley3gate2repaired4Hanun,5and the inhabitants6of Zanoah;7they built9it, and set up10the doors11thereof, the locks12thereof, and the bars13thereof, and a thousand14cubits15on the wall16unto the dung19gate.
1אֵת֩H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2שַׁ֨עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)3הַגַּ֜יְאH1516dal, dalen, valleivalley4הֶחֱזִ֣יקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand5חָנוּן֮H2586HanunHanun6וְיֹשְׁבֵ֣יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry7זָנוֹחַ֒H2182ZanoahZanoah8הֵ֣מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye9בָנ֔וּהוּH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely10וַֽיַּעֲמִ֨ידוּ֙H5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry11דַּלְתֹתָ֔יוH1817deuren, deur, poortendoor (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3)12מַנְעֻלָ֖יוH4514sloten, slotslock13וּבְרִיחָ֑יוH1280grendelen, richelen, grendelbar, fugitive14וְאֶ֤לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand15אַמָּה֙H520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post16בַּחוֹמָ֔הH2346muur, muren, muurswall, walled17עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet18שַׁ֥עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)19הָשֲׁפֽוֹתH830Mistpoort, drekdung (hill)
14De Mistpoort nu verbeterde Malchia, de zoon van Rechab, overste van het deel Beth-Cherem; hij bouwde ze, en richtte haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14De MistpoortH830 nu verbeterdeH2388MalchiaH4441, de zoonH1121 van RechabH7394, oversteH8269 van het deelH6418Beth-CheremH1021; hijH1931bouwdeH1129 ze, en richtteH5975 haar deurenH1817 op, met haar slotenH4514 en haar grendelenH1280.De Mistpoort nu verbeterde Malchia, de zoon van Rechab, overste van het deel Beth-Cherem; hij bouwde ze, en richtte haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen.
KJVBut the dung3gate2repaired4Malchiah5the son6of Rechab,7the ruler8of part9of Bethhaccerem;10he built13it, and set up14the doors15thereof, the locks16thereof, and the bars
1וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2שַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)3הָאַשְׁפּ֗וֹתH830Mistpoort, drekdung (hill)4הֶחֱזִיק֙H2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand5מַלְכִּיָּ֣הH4441Malchia, MalchijaMalchiah, Malchijah6בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7רֵכָ֔בH7394RechabRechab8שַׂ֖רH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward9פֶּ֣לֶךְH6418deel, deels, spinrok(di-) staff, participle10בֵּיתH1021Beth-cheremBeth-haccerem11הַכָּ֑רֶםH1021Beth-cheremBeth-haccerem12ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13יִבְנֶ֔נּוּH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely14וְיַעֲמִיד֙H5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry15דַּלְתֹתָ֔יוH1817deuren, deur, poortendoor (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3)16מַנְעֻלָ֖יוH4514sloten, slotslock17וּבְרִיחָֽיוH1280grendelen, richelen, grendelbar, fugitive
15En de Fonteinpoort verbeterde Sallum, de zoon van Kol-Hoze, overste van het deel van Mizpa; hij bouwde ze, en overdekte ze, en richtte haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen; daartoe den muur des vijvers Schelah bij des konings hof, en tot aan de trappen, die afgaan van Davids stad.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En de FonteinpoortH8179verbeterdeH2388SallumH7968, de zoonH1121 van Kol-HozeH3626, oversteH8269 van het deelH6418 van MizpaH4709; hijH1931bouwdeH1129 ze, en overdekteH2926 ze, en richtteH5975 haar deurenH1817 op, met haar slotenH4514 en haar grendelenH1280; daartoe den muurH2346 des vijversH1295SchelahH7975 bij des koningsH4428hofH1588, en totH5704 aan de trappenH4609, die afgaanH3381 van DavidsH1732stadH5892.En de Fonteinpoort verbeterde Sallum, de zoon van Kol-Hoze, overste van het deel van Mizpa; hij bouwde ze, en overdekte ze, en richtte haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen; daartoe den muur des vijvers Schelah bij des konings hof, en tot aan de trappen, die afgaan van Davids stad.
KJVBut the gate2of the fountain3repaired4Shallun5the son6of Colhozeh,7the ruler9of part10of Mizpah;11he built13it, and covered14it, and set up15the doors16thereof, the locks17thereof, and the bars18thereof, and the wall20of the pool21of Siloah22by the king's24garden,23and unto the stairs26that go down27from the city28of David.
1וְאֵת֩H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2שַׁ֨עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)3הָעַ֜יִןH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)4הֶ֠חֱזִיקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand5שַׁלּ֣וּןH7968SallumShallum6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7כָּלH3626Kol-hose, Kol-hozeCol-hozeh8חֹזֶה֮H3626Kol-hose, Kol-hozeCol-hozeh9שַׂ֣רH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward10פֶּ֣לֶךְH6418deel, deels, spinrok(di-) staff, participle11הַמִּצְפָּה֒H4709MizpaMitspah. (This seems rather to be only an orthographic variation of H4708 (מִצְפֶּה) when 'in pause'.)12ה֤וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13יִבְנֶ֨נּוּ֙H1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely14וִיטַֽלְלֶ֔נּוּH2926overdektecover15וְיַעֲמִיד֙H5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry16דַּלְתֹתָ֔יוH1817deuren, deur, poortendoor (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3)17מַנְעֻלָ֖יוH4514sloten, slotslock18וּבְרִיחָ֑יוH1280grendelen, richelen, grendelbar, fugitive19וְ֠אֵתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20חוֹמַ֞תH2346muur, muren, muurswall, walled21בְּרֵכַ֤תH1295vijvers, vijver, watervijver(fish-) pool22הַשֶּׁ֨לַח֙H7975Schelah, SiloaShiloah, Siloah23לְגַןH1588hof, hofs, hovengarden24הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal25וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet26הַֽמַּעֲל֔וֹתH4609Hammaaloth, trappen, gradenthings that come up, (high) degree, deal, go up, stair, step, story27הַיּוֹרְד֖וֹתH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down28מֵעִ֥ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town29דָּוִֽידH1732David, DavidsDavid
16Na hem verbeterde Nehemia, de zoon van Azbuk, overste van het halve deel van Beth-Zur, tot tegenover Davids graven, en tot aan den gemaakten vijver, en tot aan het huis der helden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16NaH310 hem verbeterdeH2388NehemiaH5166, de zoonH1121 van AzbukH5802, oversteH8269 van het halveH2677deelH6418 van Beth-ZurH1049, totH5704tegenoverH5048DavidsH1732gravenH6913, en tot aanH5704 den gemaaktenH6213vijverH1295, en tot aan het huisH1004 der heldenH1368.Na hem verbeterde Nehemia, de zoon van Azbuk, overste van het halve deel van Beth-Zur, tot tegenover Davids graven, en tot aan den gemaakten vijver, en tot aan het huis der helden.
KJVAfter1him repaired2Nehemiah3the son4of Azbuk,5the ruler6of the half7part8of Bethzur,9unto the place over against the sepulchres13of David,14and to the pool16that was made,17and unto the house19of the mighty.
1אַחֲרָ֤יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2הֶחֱזִיק֙H2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand3נְחֶמְיָ֣הH5166NehemiaNehemiah4בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5עַזְבּ֔וּקH5802AzbukAzbuk6שַׂ֕רH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward7חֲצִ֖יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts8פֶּ֣לֶךְH6418deel, deels, spinrok(di-) staff, participle9בֵּֽיתH1049Beth-zurBeth-zur10צ֑וּרH1049Beth-zurBeth-zur11עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet12נֶ֨גֶד֙H5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view13קִבְרֵ֣יH6913graf, graven, begrafenissenburying place, grave, sepulchre14דָוִ֔ידH1732David, DavidsDavid15וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet16הַבְּרֵכָה֙H1295vijvers, vijver, watervijver(fish-) pool17הָעֲשׂוּיָ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use18וְעַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet19בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)20הַגִּבֹּרִֽיםH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man
17Na hem verbeterden de Levieten, Rehum, de zoon van Bani; aan zijn hand verbeterde Hasabja, de overste van het halve deel van Kehila, in zijn deel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17NaH310 hem verbeterdenH2388 de LevietenH3881, RehumH7348, de zoonH1121 van BaniH1137; aanH5921 zijn handH3027verbeterdeH2388HasabjaH2811, de oversteH8269 van het halveH2677deelH6418 van KehilaH7084, in zijn deelH6418.Na hem verbeterden de Levieten, Rehum, de zoon van Bani; aan zijn hand verbeterde Hasabja, de overste van het halve deel van Kehila, in zijn deel.
KJVAfter1him repaired2the Levites,3Rehum4the son5of Bani.6Next unto him8repaired9Hashabiah,10the ruler11of the half12part13of Keilah,14in his part.
1אַחֲרָ֛יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2הֶחֱזִ֥יקוּH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand3הַלְוִיִּ֖םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite4רְח֣וּםH7348RehumRehum5בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6בָּנִ֑יH1137BaniBani7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8יָד֣וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9הֶחֱזִ֗יקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand10חֲשַׁבְיָ֛הH2811HasabjaHashabiah11שַׂרH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward12חֲצִיH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts13פֶ֥לֶךְH6418deel, deels, spinrok(di-) staff, participle14קְעִילָ֖הH7084KehilaKeilah15לְפִלְכּֽוֹH6418deel, deels, spinrok(di-) staff, participle
18Na hem verbeterden hun broederen, Bavai, de zoon van Henadad, de overste van het andere halve deel van Kehila.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18NaH310 hem verbeterdenH2388 hun broederenH251, BavaiH942, de zoonH1121 van HenadadH2582, de oversteH8269 van het andere halveH2677deelH6418 van KehilaH7084.Na hem verbeterden hun broederen, Bavai, de zoon van Henadad, de overste van het andere halve deel van Kehila.
KJVAfter1him repaired2their brethren,3Bavai4the son5of Henadad,6the ruler7of the half8part9of Keilah.
1אַחֲרָיו֙H310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2הֶחֱזִ֣יקוּH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand3אֲחֵיהֶ֔םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4בַּוַּ֖יH942BavaiBavai5בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6חֵנָדָ֑דH2582HenadadHenadad7שַׂ֕רH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward8חֲצִ֖יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts9פֶּ֥לֶךְH6418deel, deels, spinrok(di-) staff, participle10קְעִילָֽהH7084KehilaKeilah
19Aan zijn hand verbeterde Ezer, de zoon van Jesua, de overste van Mizpa, een ander maat; tegenover den opgang naar het wapenhuis, aan den hoek.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19AanH5921 zijn handH3027verbeterdeH2388EzerH5829, de zoonH1121 van JesuaH3442, de oversteH8269 van MizpaH4709, een ander maatH4060; tegenoverH4480 den opgangH5927 naar het wapenhuisH5402, aan den hoekH4740.Aan zijn hand verbeterde Ezer, de zoon van Jesua, de overste van Mizpa, een ander maat; tegenover den opgang naar het wapenhuis, aan den hoek.
KJVAnd next to him3repaired1Ezer4the son5of Jeshua,6the ruler7of Mizpah,8another10piece9over against the going up12to the armoury13at the turning
1וַיְחַזֵּ֨קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3יָד֜וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves4עֵ֧זֶרH5829EzerEzer. Compare H5827 (עֶזֶר)5בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6יֵשׁ֛וּעַH3442Jesua, Jesua-joabJeshua7שַׂ֥רH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward8הַמִּצְפָּ֖הH4709MizpaMitspah. (This seems rather to be only an orthographic variation of H4708 (מִצְפֶּה) when 'in pause'.)9מִדָּ֣הH4060maat, maten, meetrietgarment, measure(-ing, meteyard, piece, size, (great) stature, tribute, wide10שֵׁנִ֑יתH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)11מִנֶּ֕גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view12עֲלֹ֥תH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work13הַנֶּ֖שֶׁקH5402wapenen, harnas, geharnastearmed men, armour(-y), battle, harness, weapon14הַמִּקְצֹֽעַH4740hoek, hoeken, hoekberderencorner, turning
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
20Na hem verbeterde zeer vuriglijk Baruch, de zoon van Zabbai, een andere maat; van den hoek tot aan de deur van het huis van Eljasib, den hogepriester.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20NaH310 hem verbeterdeH2388 zeer vuriglijkH2734BaruchH1263, de zoonH1121 van ZabbaiH2079, een andere maatH4060; vanH4480 den hoekH4740 tot aanH5704 de deurH6607 van het huisH1004 van EljasibH475, den hogepriesterH1419.Na hem verbeterde zeer vuriglijk Baruch, de zoon van Zabbai, een andere maat; van den hoek tot aan de deur van het huis van Eljasib, den hogepriester.
KJVAfter1him Baruch4the son5of Zabbaiearnestly2repaired3the other8piece,7from the turning10of the wall unto the door12of the house13of Eliashib14the high16priest.
1אַחֲרָ֨יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2הֶחֱרָ֧הH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)3הֶחֱזִ֛יקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand4בָּר֥וּךְH1263BaruchBaruch5בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6זַכַּ֖יH2140Zakkai, SabbaiZaccai7מִדָּ֣הH4060maat, maten, meetrietgarment, measure(-ing, meteyard, piece, size, (great) stature, tribute, wide8שֵׁנִ֑יתH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)9מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with10הַ֨מִּקְצ֔וֹעַH4740hoek, hoeken, hoekberderencorner, turning11עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet12פֶּ֨תַח֙H6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place13בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)14אֶלְיָשִׁ֔יבH475Eljasib, EljasibsEliashib15הַכֹּהֵ֖ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer16הַגָּדֽוֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
21Na hem verbeterde Meremoth, de zoon van Uria, den zoon van Koz, een ander maat; van de huisdeur van Eljasib af, tot aan het einde van Eljasibs huis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21NaH310 hem verbeterdeH2388MeremothH4822, de zoonH1121 van UriaH223, den zoonH1121 van KozH6976, een ander maatH4060; van de huisdeurH6607 van EljasibH475 af, tot aan het eindeH8503 van EljasibsH475huisH1004.Na hem verbeterde Meremoth, de zoon van Uria, den zoon van Koz, een ander maat; van de huisdeur van Eljasib af, tot aan het einde van Eljasibs huis.
KJVAfter1him repaired2Meremoth3the son4of Urijah5the son6of Koz7another9piece,8from the door10of the house11of Eliashib12even to the end14of the house15of Eliashib.
1אַחֲרָ֣יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2הֶחֱזִ֗יקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand3מְרֵמ֧וֹתH4822MeremothMeremoth4בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5אוּרִיָּ֛הH223UriaUriah, Urijah6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7הַקּ֖וֹץH6976Koz, HakkozKoz, Hakkoz (including the article)8מִדָּ֣הH4060maat, maten, meetrietgarment, measure(-ing, meteyard, piece, size, (great) stature, tribute, wide9שֵׁנִ֑יתH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)10מִפֶּ֨תַח֙H6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place11בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)12אֶלְיָשִׁ֔יבH475Eljasib, EljasibsEliashib13וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet14תַּכְלִ֖יתH8503einde, uiterste, voleindingend, perfect(-ion)15בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)16אֶלְיָשִֽׁיבH475Eljasib, EljasibsEliashib
22En na hem verbeterden de priesteren, wonende in de vlakke velden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En naH310 hem verbeterdenH2388 de priesterenH3548, wonendeH582 in de vlakke veldenH3603.En na hem verbeterden de priesteren, wonende in de vlakke velden.
KJVAnd after1him repaired2the priests,3the menof the plain.
1וְאַחֲרָ֛יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2הֶחֱזִ֥יקוּH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand3הַכֹּהֲנִ֖יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4אַנְשֵׁ֥יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5הַכִּכָּֽרH3603talenten, talent, vlakteloaf, morsel, piece, plain, talent
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
23Daarna verbeterden Benjamin, en Hassub, tegenover hun huis; na hem verbeterde Azaria, de zoon van Maaseja, den zoon van Hananja, bij zijn huis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23DaarnaH310verbeterdenH2388BenjaminH1144, en HassubH2815, tegenoverH5048 hun huisH1004; naH310 hem verbeterdeH2388AzariaH5838, de zoonH1121 van MaasejaH4641, den zoonH1121 van HananjaH6055, bij zijn huisH1004.Daarna verbeterden Benjamin, en Hassub, tegenover hun huis; na hem verbeterde Azaria, de zoon van Maaseja, den zoon van Hananja, bij zijn huis.
KJVAfter1him repaired2Benjamin3and Hashub4over against their house.6After7him repaired8Azariah9the son10of Maaseiah11the son12of Ananiah13by14his house.
1אַחֲרָ֨יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2הֶחֱזִ֧יקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand3בִּנְיָמִ֛ןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin4וְחַשּׁ֖וּבH2815Hassub, HasubHashub, Hasshub5נֶ֣גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view6בֵּיתָ֑םH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7אַחֲרָ֣יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with8הֶחֱזִ֗יקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand9עֲזַרְיָ֧הH5838Azaria, Azarja, AzarjahuAzariah10בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11מַעֲשֵׂיָ֛הH4641Maaseja, MahasejaMaaseiah12בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13עֲנָֽנְיָ֖הH6055Ananja, HananjaAnaniah14אֵ֥צֶלH681bij, naast, nevensat, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל)15בֵּיתֽוֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
24Na hem verbeterde Binnui, de zoon van Henadad, een ander maat; van het huis van Azarja tot aan den hoek en tot aan het punt;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24NaH310 hem verbeterdeH2388BinnuiH1131, de zoonH1121 van HenadadH2582, een ander maatH4060; van het huisH1004 van AzarjaH5838 tot aanH5704 den hoekH4740 en tot aan het puntH6438;Na hem verbeterde Binnui, de zoon van Henadad, een ander maat; van het huis van Azarja tot aan den hoek en tot aan het punt;
KJVAfter1him repaired2Binnui3the son4of Henadad5another7piece,6from the house8of Azariah9unto the turning11of the wall, even unto the corner.
1אַחֲרָ֣יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2הֶחֱזִ֗יקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand3בִּנּ֛וּיH1131BinnuiBinnui4בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5חֵנָדָ֖דH2582HenadadHenadad6מִדָּ֣הH4060maat, maten, meetrietgarment, measure(-ing, meteyard, piece, size, (great) stature, tribute, wide7שֵׁנִ֑יתH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)8מִבֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9עֲזַרְיָ֔הH5838Azaria, Azarja, AzarjahuAzariah10עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11הַמִּקְצ֖וֹעַH4740hoek, hoeken, hoekberderencorner, turning12וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet13הַפִּנָּֽהH6438hoeken, hoek, hoeksteenbulwark, chief, corner, stay, tower
25Palal, de zoon van Uzai, tegen den hoek, en den hogen toren over, die van des konings huis uitsteekt, die bij den voorhof der gevangenis is; na hem Pedaja, de zoon van Paros;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25PalalH6420, de zoonH1121 van UzaiH186, tegen den hoekH4740, en den hogenH5945torenH4026 over, die van des koningsH4428huisH1004uitsteektH3318, die bij den voorhofH2691 der gevangenisH4307 is; naH310 hem PedajaH6305, de zoonH1121 van ParosH6551;Palal, de zoon van Uzai, tegen den hoek, en den hogen toren over, die van des konings huis uitsteekt, die bij den voorhof der gevangenis is; na hem Pedaja, de zoon van Paros;
KJVPalal1the son2of Uzai,3over against the turning5of the wall, and the tower6which lieth out7from the king's9high10house,8that was by the court12of the prison.13After14him Pedaiah15the son16of Parosh.
1פָּלָ֣לH6420PalalPalal2בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3אוּזַי֮H186UzaiUzai4מִנֶּ֣גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view5הַמִּקְצוֹעַ֒H4740hoek, hoeken, hoekberderencorner, turning6וְהַמִּגְדָּ֗לH4026toren, torens, Bakoventorencastle, flower, tower. Compare the names following7הַיּוֹצֵא֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter8מִבֵּ֤יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal10הָֽעֶלְי֔וֹןH5945Allerhoogste, Allerhoogsten, hoge(Most, on) high(-er, -est), upper(-most)11אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12לַחֲצַ֣רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village13הַמַּטָּרָ֑הH4307bewaring, Gevangenpoort, doelmark, prison14אַחֲרָ֖יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with15פְּדָיָ֥הH6305PedajaPedaiah16בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17פַּרְעֹֽשׁH6551Paros, ParhosParosh, Pharosh
26De Nethinim nu, die in Ofel woonden, tot tegenover de Waterpoort aan het oosten, en den uitstekenden toren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26De NethinimH5411 nu, die in OfelH6077woondenH1961, totH5704tegenoverH5048 de WaterpoortH4325 aan het oostenH4217, en den uitstekendenH3318torenH4026.De Nethinim nu, die in Ofel woonden, tot tegenover de Waterpoort aan het oosten, en den uitstekenden toren.
KJVMoreover the Nethinims1dwelt3in Ophel,4unto the place over against the water8gate7toward the east,9and the tower10that lieth out.
1וְהַ֨נְּתִינִ֔יםH5411NethinimNethinims2הָי֥וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3יֹשְׁבִ֖יםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry4בָּעֹ֑פֶלH6077OfelOphel5עַ֠דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6נֶ֜גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view7שַׁ֤עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)8הַמַּ֨יִם֙H4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))9לַמִּזְרָ֔חH4217oosten, opgang, oostwaartseast (side, -ward), (sun-) rising (of the sun)10וְהַמִּגְדָּ֖לH4026toren, torens, Bakoventorencastle, flower, tower. Compare the names following11הַיּוֹצֵֽאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter
27Daarna verbeterden de Thekoieten een ander maat; tegenover den groten uitstekenden toren, en tot aan den muur van Ofel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27DaarnaH310verbeterdenH2388 de ThekoietenH8621 een ander maatH4060; tegenoverH4480 den grotenH1419uitstekendenH3318torenH4026, en tot aan den muurH2346 van OfelH6077.Daarna verbeterden de Thekoieten een ander maat; tegenover den groten uitstekenden toren, en tot aan den muur van Ofel.
KJVAfter1them the Tekoites3repaired2another5piece,4over against the great8tower7that lieth out,9even unto the wall11of Ophel.
1אַחֲרָ֛יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2הֶחֱזִ֥יקוּH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand3הַתְּקֹעִ֖יםH8621Thekoiet, Thekoieten, ThekoietischeTekoite4מִדָּ֣הH4060maat, maten, meetrietgarment, measure(-ing, meteyard, piece, size, (great) stature, tribute, wide5שֵׁנִ֑יתH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)6מִנֶּ֜גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view7הַמִּגְדָּ֤לH4026toren, torens, Bakoventorencastle, flower, tower. Compare the names following8הַגָּדוֹל֙H1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very9הַיּוֹצֵ֔אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter10וְעַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11חוֹמַ֥תH2346muur, muren, muurswall, walled12הָעֹֽפֶלH6077OfelOphel
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
28Van boven de Paardenpoort verbeterden de priesteren, een iegelijk tegenover zijn huis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Van bovenH5921 de PaardenpoortH5483verbeterdenH2388 de priesterenH3548, een iegelijkH376tegenoverH5048 zijn huisH1004.Van boven de Paardenpoort verbeterden de priesteren, een iegelijk tegenover zijn huis.
KJVFrom above the horse3gate2repaired4the priests,5every one6over against7his house.
1מֵעַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2שַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)3הַסּוּסִ֗יםH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)4הֶחֱזִ֨יקוּ֙H2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand5הַכֹּ֣הֲנִ֔יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer6אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7לְנֶ֥גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view8בֵּיתֽוֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
29Daarna verbeterde Zadok, de zoon van Immer, tegenover zijn huis. En na hem verbeterde Semaja, de zoon van Sechanja, de bewaarder van de Oostpoort.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29DaarnaH310verbeterdeH2388ZadokH6659, de zoonH1121 van ImmerH564, tegenoverH5048 zijn huisH1004. En naH310 hem verbeterdeH2388SemajaH8098, de zoonH1121 van SechanjaH7935, de bewaarderH8104 van de OostpoortH4217.Daarna verbeterde Zadok, de zoon van Immer, tegenover zijn huis. En na hem verbeterde Semaja, de zoon van Sechanja, de bewaarder van de Oostpoort.
KJVAfter1them repaired2Zadok3the son4of Immer5over against his house.7After8him repaired9also Shemaiah10the son11of Shechaniah,12the keeper13of the east15gate.
1אַחֲרָ֧יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2הֶחֱזִ֛יקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand3צָד֥וֹקH6659Zadok, ZadoksZadok4בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5אִמֵּ֖רH564ImmerImmer6נֶ֣גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view7בֵּית֑וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8וְאַחֲרָ֤יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with9הֶחֱזִיק֙H2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand10שְׁמַֽעְיָ֣הH8098SemajaShemaiah11בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12שְׁכַנְיָ֔הH7935SechanjaShecaniah, Shechaniah13שֹׁמֵ֖רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)14שַׁ֥עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)15הַמִּזְרָֽחH4217oosten, opgang, oostwaartseast (side, -ward), (sun-) rising (of the sun)
30Na hem verbeterden Hananja, de zoon van Selemja, en Hanun, de zoon van Zalaf, de zesde, een andere maat. Na hem verbeterde Mesullam, de zoon van Berechja, tegenover zijn kamer.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30NaH310 hem verbeterdenH2388HananjaH2608, de zoonH1121 van SelemjaH8018, en HanunH2586, de zoonH1121 van Zalaf, de zesdeH8345, een andere maatH4060. NaH310 hem verbeterdeH2388MesullamH4918, de zoonH1121 van BerechjaH1296, tegenoverH5048 zijn kamerH5393.Na hem verbeterden Hananja, de zoon van Selemja, en Hanun, de zoon van Zalaf, de zesde, een andere maat. Na hem verbeterde Mesullam, de zoon van Berechja, tegenover zijn kamer.
Ook in dit vers
afH6764
KJVAfter1him repaired2Hananiah3the son4of Shelemiah,5and Hanun6the sixth9son7of Zalaph,8another11piece.10After12him repaired13Meshullam14the son15of Berechiah16over against his chamber.
1אַחֲרָ֨יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2הֶחֱזִ֜יקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand3חֲנַנְיָ֣הH2608HananjaHananiah4בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5שֶׁלֶמְיָ֗הH8018Selemja, SalemjaShelemiah6וְחָנ֧וּןH2586HanunHanun7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8צָלָ֛ףH6764afZalaph9הַשִּׁשִּׁ֖יH8345zesde, zesdensixth (part)10מִדָּ֣הH4060maat, maten, meetrietgarment, measure(-ing, meteyard, piece, size, (great) stature, tribute, wide11שֵׁנִ֑יH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)12אַחֲרָ֣יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with13הֶחֱזִ֗יקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand14מְשֻׁלָּם֙H4918MesullamMeshullam15בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16בֶּ֣רֶכְיָ֔הH1296BerechjaBerachiah, Berechiah17נֶ֖גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view18נִשְׁכָּתֽוֹH5393kamer, kamerenchamber
31Na hem verbeterde Malchia, de zoon eens goudsmids, tot aan het huis der Nethinim en der kruideniers, tegenover de poort van Mifkad, en tot de opperzaal van het punt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31NaH310 hem verbeterdeH2388MalchiaH4441, de zoonH1121 eens goudsmidsH6885, tot aan het huisH1004 der NethinimH5411 en der kruideniersH7402, tegenoverH5048 de poortH8179 van MifkadH4663, en totH5704 de opperzaalH5944 van het puntH6438.Na hem verbeterde Malchia, de zoon eens goudsmids, tot aan het huis der Nethinim en der kruideniers, tegenover de poort van Mifkad, en tot de opperzaal van het punt.
KJVAfter1him repaired2Malchiah3the goldsmith's5son4unto the place7of the Nethinims,8and of the merchants,9over against the gate11Miphkad,12and to the going up14of the corner.
1אַחֲרָ֣יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2הֶחֱזִ֗יקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand3מַלְכִּיָּה֙H4441Malchia, MalchijaMalchiah, Malchijah4בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5הַצֹּ֣רְפִ֔יH6885goudsmidsgoldsmith's6עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet7בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8הַנְּתִינִ֖יםH5411NethinimNethinims9וְהָרֹכְלִ֑יםH7402kooplieden, kruideniers, handelaars(spice) merchant10נֶ֚גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view11שַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)12הַמִּפְקָ֔דH4663MifkadMiphkad13וְעַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet14עֲלִיַּ֥תH5944opperzaal, opperzalen, opperkamerascent, (upper) chamber, going up, loft, parlour15הַפִּנָּֽהH6438hoeken, hoek, hoeksteenbulwark, chief, corner, stay, tower
32En tussen de opperzaal van het punt tot de Schaapspoort toe, verbeterden de goudsmeden en de kruideniers.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32En tussenH996 de opperzaalH5944 van het puntH6438 tot de SchaapspoortH6629 toe, verbeterdenH2388 de goudsmedenH6884 en de kruideniersH7402.En tussen de opperzaal van het punt tot de Schaapspoort toe, verbeterden de goudsmeden en de kruideniers.
KJVAnd between the going up2of the corner3unto the sheep5gate4repaired6the goldsmiths7and the merchants.
1וּבֵ֨יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within2עֲלִיַּ֤תH5944opperzaal, opperzalen, opperkamerascent, (upper) chamber, going up, loft, parlour3הַפִּנָּה֙H6438hoeken, hoek, hoeksteenbulwark, chief, corner, stay, tower4לְשַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)5הַצֹּ֔אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)6הֶחֱזִ֥יקוּH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand7הַצֹּרְפִ֖יםH6884goudsmid, gelouterd, doorlouterdcast, (re-) fine(-er), founder, goldsmith, melt, pure, purge away, try8וְהָרֹכְלִֽיםH7402kooplieden, kruideniers, handelaars(spice) merchant
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Nehemia 3:1— En Eljasib, de hogepriester, maakte zich op met zijn broederen, de priesteren, en zij bouwden de Schaapspoort; zij heiligden ze, en richtten haar deuren op; ja, zij heiligden ze tot aan den toren Mea, tot aan den toren Hananeel.Nehemia 12:39→Jeremia 31:38→Zacharia 14:10→Spreuken 3:9→Nehemia 3:32→Johannes 5:2→Nehemia 13:28→Psalmen 30:1→
Nehemia 3:2— En aan zijn hand bouwden de mannen van Jericho; ook bouwde aan zijn hand Zacchur, de zoon van Imri.Nehemia 7:36→Ezra 2:34→Nehemia 10:12→
Nehemia 3:3— De Vispoort nu bouwden de kinderen van Senaa; zij zolderden die, en richtten haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen.Nehemia 12:39→2 Kronieken 33:14→Nehemia 2:8→Sefanja 1:10→Nehemia 6:1→Nehemia 7:1→Nehemia 3:6→
Nehemia 3:4— En aan hun hand verbeterde Meremoth, de zoon van Uria, den zoon van Koz; en aan hun hand verbeterde Mesullam, de zoon van Berechja, den zoon van Mesezabeel; en aan hun hand verbeterde Zadok, zoon van Baena.Ezra 8:33→Nehemia 3:21→Nehemia 10:7→Nehemia 10:15→
Nehemia 3:5— Voorts aan hun hand verbeterden de Thekoieten; maar hun voortreffelijken brachten hun hals niet tot den dienst huns Heeren.2 Samuël 14:2→Nehemia 3:27→Jeremia 30:8→Jeremia 27:8→Richteren 5:23→1 Timotheüs 6:17→Mattheüs 11:29→1 Korinthe 1:26→
Nehemia 3:6— En de Oude poort verbeterden Jojada, de zoon van Paseah, en Mesullam, de zoon van Besodja; deze zolderden zij, en richtten haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen.Nehemia 12:39→
Nehemia 3:7— En aan hun hand verbeterden Melatja, de Gibeoniet, en Jadon, de Meronothiet, de mannen van Gibeon en van Mizpa; tot aan den stoel des landvoogds aan deze zijde der rivier.2 Samuël 21:2→Nehemia 2:7→Jozua 9:3→2 Kronieken 16:6→Nehemia 3:19→
Nehemia 3:8— Aan zijn hand verbeterde Uzziel, de zoon van Harhoja, een der goudsmeden, en aan zijn hand verbeterde Hananja, de zoon van een der apothekers; en zij lieten Jeruzalem tot aan den breden muur.Nehemia 12:38→Nehemia 3:31→Exodus 30:25→Jesaja 46:6→Genesis 50:2→Prediker 10:1→
Nehemia 3:9— En aan hun hand verbeterde Refaja, de zoon van Hur, overste des halven deels van Jeruzalem.Nehemia 3:12→Nehemia 3:17→
Nehemia 3:10— Voorts aan hun hand verbeterde Jedaja, de zoon van Herumaf, en tegenover zijn huis; en aan zijn hand verbeterde Hattus, de zoon van Hasabneja.Nehemia 3:23→Nehemia 10:4→Nehemia 3:28→
Nehemia 3:11— De andere mate verbeterden Malchia, de zoon van Harim, en Hassub, de zoon van Pahath-Moab; daartoe den Bakoventoren.Nehemia 12:38→Ezra 2:6→Ezra 8:4→Nehemia 7:11→Nehemia 10:14→Nehemia 10:5→
Nehemia 3:12— En aan zijn hand verbeterde Sallum, de zoon van Lohes, overste van het andere halve deel van Jeruzalem, hij en zijn dochteren.Nehemia 3:9→Filippenzen 4:3→Handelingen 21:8→Exodus 35:25→Nehemia 3:14→
Nehemia 3:13— De Dalpoort verbeterden Hanun, en de inwoners van Zanoah; zij bouwden die, en richtten haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen; daartoe duizend ellen aan den muur, tot aan de Mistpoort.Nehemia 2:13→Jozua 15:34→1 Kronieken 4:18→Nehemia 11:30→2 Kronieken 26:9→Jozua 15:56→
Nehemia 3:14— De Mistpoort nu verbeterde Malchia, de zoon van Rechab, overste van het deel Beth-Cherem; hij bouwde ze, en richtte haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen.Jeremia 6:1→Nehemia 2:13→Nehemia 3:15→Nehemia 3:12→Nehemia 3:9→Nehemia 12:31→
Nehemia 3:15— En de Fonteinpoort verbeterde Sallum, de zoon van Kol-Hoze, overste van het deel van Mizpa; hij bouwde ze, en overdekte ze, en richtte haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen; daartoe den muur des vijvers Schelah bij des konings hof, en tot aan de trappen, die afgaan van Davids stad.Johannes 9:7→Nehemia 12:37→Jesaja 8:6→Nehemia 2:14→Lukas 13:4→Jeremia 40:6→Nehemia 3:9→Nehemia 3:7→
Nehemia 3:16— Na hem verbeterde Nehemia, de zoon van Azbuk, overste van het halve deel van Beth-Zur, tot tegenover Davids graven, en tot aan den gemaakten vijver, en tot aan het huis der helden.Handelingen 2:29→2 Koningen 20:20→Nehemia 3:9→Jesaja 22:11→Jozua 15:58→Jesaja 7:3→Nehemia 3:12→2 Kronieken 16:14→
Nehemia 3:17— Na hem verbeterden de Levieten, Rehum, de zoon van Bani; aan zijn hand verbeterde Hasabja, de overste van het halve deel van Kehila, in zijn deel.Jozua 15:44→Nehemia 3:16→1 Samuël 23:1→1 Kronieken 23:4→
Nehemia 3:19— Aan zijn hand verbeterde Ezer, de zoon van Jesua, de overste van Mizpa, een ander maat; tegenover den opgang naar het wapenhuis, aan den hoek.2 Kronieken 26:9→Nehemia 10:9→Nehemia 12:8→
Nehemia 3:20— Na hem verbeterde zeer vuriglijk Baruch, de zoon van Zabbai, een andere maat; van den hoek tot aan de deur van het huis van Eljasib, den hogepriester.Nehemia 3:1→Prediker 9:10→Romeinen 12:11→Nehemia 12:22→Nehemia 3:21→Nehemia 13:4→Nehemia 13:28→
Nehemia 3:21— Na hem verbeterde Meremoth, de zoon van Uria, den zoon van Koz, een ander maat; van de huisdeur van Eljasib af, tot aan het einde van Eljasibs huis.Nehemia 7:63→Ezra 2:61→
Nehemia 3:22— En na hem verbeterden de priesteren, wonende in de vlakke velden.Nehemia 12:28→Nehemia 6:2→
Nehemia 3:23— Daarna verbeterden Benjamin, en Hassub, tegenover hun huis; na hem verbeterde Azaria, de zoon van Maaseja, den zoon van Hananja, bij zijn huis.Nehemia 3:29→Nehemia 8:4→Nehemia 10:2→Nehemia 8:7→Nehemia 3:10→
Nehemia 3:24— Na hem verbeterde Binnui, de zoon van Henadad, een ander maat; van het huis van Azarja tot aan den hoek en tot aan het punt;Nehemia 3:19→Nehemia 3:11→Nehemia 10:9→Nehemia 3:27→
Nehemia 3:25— Palal, de zoon van Uzai, tegen den hoek, en den hogen toren over, die van des konings huis uitsteekt, die bij den voorhof der gevangenis is; na hem Pedaja, de zoon van Paros;Jeremia 32:2→Jeremia 37:21→Ezra 2:3→Jeremia 33:1→Nehemia 12:39→Jeremia 39:14→Nehemia 8:4→Jeremia 39:8→
Nehemia 3:26— De Nethinim nu, die in Ofel woonden, tot tegenover de Waterpoort aan het oosten, en den uitstekenden toren.Nehemia 11:21→Nehemia 8:1→Nehemia 12:37→Nehemia 8:3→2 Kronieken 27:3→2 Kronieken 33:14→Nehemia 8:16→Nehemia 10:28→
Nehemia 3:27— Daarna verbeterden de Thekoieten een ander maat; tegenover den groten uitstekenden toren, en tot aan den muur van Ofel.Nehemia 3:5→
Nehemia 3:28— Van boven de Paardenpoort verbeterden de priesteren, een iegelijk tegenover zijn huis.2 Kronieken 23:15→2 Koningen 11:16→Jeremia 31:40→Nehemia 3:10→Nehemia 3:23→
Nehemia 3:29— Daarna verbeterde Zadok, de zoon van Immer, tegenover zijn huis. En na hem verbeterde Semaja, de zoon van Sechanja, de bewaarder van de Oostpoort.Ezra 10:2→Jeremia 19:2→Nehemia 7:40→Ezra 2:37→
Nehemia 3:31— Na hem verbeterde Malchia, de zoon eens goudsmids, tot aan het huis der Nethinim en der kruideniers, tegenover de poort van Mifkad, en tot de opperzaal van het punt.Nehemia 3:32→Nehemia 3:8→
Nehemia 3:32— En tussen de opperzaal van het punt tot de Schaapspoort toe, verbeterden de goudsmeden en de kruideniers.Nehemia 3:1→Nehemia 12:39→Johannes 5:2→Nehemia 3:31→Nehemia 3:8→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Nehemia 3 vers 1— En Eljasib, de hogepriester, maakte zich op met zijn broederen, de priesteren, en zij bouwden de Schaapspoort; zij heiligden ze, en richtten haar deuren op; ja, zij heiligden ze tot aan den toren Mea, tot aan den toren Hananeel.
En
Vergelijk deze beschrijving van Jeruzalems omgang en gelegenheid, met onder, Neh. 12:31 , enz.
Hertaald:En
Vergelijk deze beschrijving van de indeling en ligging van Jeruzalem met hieronder Neh. 12:31, enzovoort.
Eljasib,
Kindskind van Jesua, onder, Neh. 12:10 .
Hertaald:Eljasib,
Kleinzoon van Jesua, hieronder Neh. 12:10.
broederen,
Dat is, bloedverwanten, van Aärons linie.
Hertaald:broederen,
Dat is: bloedverwanten, uit de linie van Aäron.
Schaapspoort;
Of, Vepoort, tegen het voorste deel des tempels, alzo, naar sommiger gevoelen, genoemd omdat daar de veemarkt geweest is, tot gerief om offerbeesten bij de hand te hebben, als zijnde nabij den tempel gelegen. Hier was ook [gelijk sommigen menen] de vijver Bethesda, waarvan Joh. 5:2 ; zie ook onder, vs.32, en Neh. 12:39 .
Hertaald:Schaapspoort;
Of: Veepoort, aan de voorkant van de tempel, volgens sommigen zo genoemd omdat daar de veemarkt was, om gemakkelijk offerdieren bij de hand te hebben, omdat het dicht bij de tempel lag. Hier was ook [zoals sommigen menen] de vijver Bethesda, waarover Joh. 5:2; zie ook hieronder vers 32, en Neh. 12:39.
heiligden
Dat is, deden gebeden, offeranden, enz., nadat de poort gemaakt was, eer zij tot het algemene gebruik kwam. Vergelijk Deut. 20:5 . Of, heiligden; dat is, verordenden deze plaats tot zaken, die tot den dienst des tempels behoorden, als offervee te kopen, en te wassen door het gerief des bijliggenden vijvers, dien God ook daarom kan hebben gezegend met het mirakel der genezing, Joh. 5:4 ; idem, specerijen, reukwerk en kruideniers woonden hier; onder, vs.32. Anders, heiligden; dat is, bereidden, rustten toe. Vergelijk Jer. 51:27 , enz.
Hertaald:heiligden
Dat is: verrichtten gebeden, offers, enzovoort, nadat de poort gemaakt was, voordat zij in algemeen gebruik kwam. Vergelijk Deut. 20:5. Of: heiligden; dat is: bestemden deze plaats voor zaken die tot de dienst van de tempel behoorden, zoals offervee kopen en wassen met behulp van de nabijgelegen vijver, die God misschien ook daarom gezegend heeft met het wonder van genezing, Joh. 5:4; ook woonden hier verkopers van specerijen, reukwerk en kruidenierswaren; hieronder vers 32. Anders: heiligden; dat is: bereidden, maakten gereed. Vergelijk Jer. 51:27, enzovoort.
richtten
Zie vs.3.
Hertaald:richtten
Zie vers 3.
Mea,
Of, Honderd toren, staande tussen de Schaapspoort en den toren Hananeël; misschien alzo genoemd, omdat deze toren honderd ellen van beiden afstond.
Hertaald:Mea,
Of: Honderdtoren, gelegen tussen de Schaapspoort en de toren Hananeël; misschien zo genoemd omdat deze toren honderd el van beide vandaan lag.
Hanáneël
Zie Jer. 31:38 .
Hertaald:Hanáneël
Zie Jer. 31:38.
Nehemia 3 vers 2— En aan zijn hand bouwden de mannen van Jericho; ook bouwde aan zijn hand Zacchur, de zoon van Imri.
hand bouwden
Of, zijde, dat is, naast hem; en zo in het volgende.
Hertaald:hand bouwden
Of: zijde, dat is: naast hem; en zo ook in het vervolg.
Nehemia 3 vers 3— De Vispoort nu bouwden de kinderen van Senaa; zij zolderden die, en richtten haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen.
Senáä;
Anders, Hassenaä.
Hertaald:Senáä;
Anders: Hassenaä.
richtten
Of, zetten op. Wanneer de deuren in de stadspoorten eigenlijk opgezet en gehangen zijn, zie daarvan onder, Neh. 6:1 , en Neh. 7:1 , hoewel het ganse werk hier meteen verhaald wordt; tenware, dat de deuren op dezen tijd wel gereed en opgezet zijnde, naderhand ten volle door den last van Nehemia geschikt en opgehangen mochten zijn.
Hertaald:richtten
Of: zetten op. Zie over wanneer de deuren in de stadspoorten eigenlijk opgezet en opgehangen zijn hieronder Neh. 6:1, en Neh. 7:1, hoewel het hele werk hier meteen verteld wordt; tenzij de deuren op dit moment al klaar en opgezet waren, en later door de opdracht van Nehemia volledig geregeld en opgehangen zijn.
Nehemia 3 vers 4— En aan hun hand verbeterde Meremoth, de zoon van Uria, den zoon van Koz; en aan hun hand verbeterde Mesullam, de zoon van Berechja, den zoon van Mesezabeel; en aan hun hand verbeterde Zadok, zoon van Baena.
verbeterde
Of, versterkte, herstelde, te weten, den vervallen muur; en alzo in het volgende.
Hertaald:verbeterde
Of: versterkte, herstelde, namelijk de vervallen muur; en zo ook in het vervolg.
Koz;
Of, Hakkoz.
Hertaald:Koz;
Of: Hakkoz.
hun hand
Dergenen die in dit en het voorgaande vs.3 genoemd zijn.
Hertaald:hun hand
Van degenen die in dit en het voorgaande vers 3 genoemd zijn.
Nehemia 3 vers 5— Voorts aan hun hand verbeterden de Thekoieten; maar hun voortreffelijken brachten hun hals niet tot den dienst huns Heeren.
Thekoïeten;
Zie 2 Sam. 14:2 .
Hertaald:Thekoïeten;
Zie 2 Sam. 14:2.
brachten
Dat is, de groten of aanzienlijken en machtigen van Thekoa wilden zich niet buigen noch begeven, om dit werk van hun God mede te helpen bevorderen. Deze onwilligheid en hoogmoed wordt tot hunne schande van den Heiligen Geest bestraft.
Hertaald:brachten
Dat is: de groten of aanzienlijken en machtigen van Thekoa wilden zich niet buigen of inzetten om dit werk voor hun God mede te helpen bevorderen. Deze onwilligheid en hoogmoed wordt door de Heilige Geest tot hun schande bestraft.
dienst
Of, tot het werk.
Hertaald:dienst
Of: tot het werk.
huns Heeren
Anders, hunner heren; verstaande daardoor de commissarissen, die gesteld waren om opzicht te nemen en orde op alles te stellen.
Hertaald:huns Heeren
Anders: van hun heren; waarmee de commissarissen bedoeld worden die aangesteld waren om toezicht te houden en alles te regelen.
Nehemia 3 vers 7— En aan hun hand verbeterden Melatja, de Gibeoniet, en Jadon, de Meronothiet, de mannen van Gibeon en van Mizpa; tot aan den stoel des landvoogds aan deze zijde der rivier.
Gibeon
Zie van Gibeon, Jos 10 , en van Mizpa, Richt. 10:17 .
Hertaald:Gibeon
Zie over Gibeon Joz. 10, en over Mizpa Richt. 10:17.
stoel
Dat is, het huis, waar de landvoogd of stadhouder des konings in Judea zijn hof hield, en waar Nehemia nu misschien zelf intrekken zou. Vergelijk boven, Neh. 2:8 .
Hertaald:stoel
Dat is: het huis waar de landvoogd of stadhouder van de koning in Judea zijn hof hield, en waar Nehemia nu misschien zelf zou intrekken. Vergelijk hierboven Neh. 2:8.
der rivier
Eufraat; in de Schriftuur Frath genoemd.
Hertaald:der rivier
De Eufraat; in de Schrift Frath genoemd.
Nehemia 3 vers 8— Aan zijn hand verbeterde Uzziel, de zoon van Harhoja, een der goudsmeden, en aan zijn hand verbeterde Hananja, de zoon van een der apothekers; en zij lieten Jeruzalem tot aan den breden muur.
van een der apothekers;
Hebreeuws, een zoon der apothekers: hetwelk sommigen verstaan zoveel te zijn als apotheker.
Hertaald:van een der apothekers;
Hebreeuws: een zoon van de apothekers; wat sommigen opvatten als zoveel betekenend als apotheker.
lieten
Dat is, zij lieten het volgende deel des muurs zo het was, dewijl het nog goed en sterk genoeg gebleven was. Anderen verstaan dat er een binnenmuur was, de bovenstad van de benedenstad afscheidende, dien zij, als voor het eerst niet nodig, oversloegen, om het nodigste werk te bevorderen. Anders, zij richtten op. Vergelijk Ex. 23:5 .
Hertaald:lieten
Dat is: zij lieten het volgende deel van de muur zoals het was, omdat het nog goed en sterk genoeg gebleven was. Anderen menen dat er een binnenmuur was, die de bovenstad van de benedenstad scheidde, welke zij, als voor het eerst niet noodzakelijk, oversloegen om het meest noodzakelijke werk te bevorderen. Anders: zij richtten op. Vergelijk Ex. 23:5.
Nehemia 3 vers 9— En aan hun hand verbeterde Refaja, de zoon van Hur, overste des halven deels van Jeruzalem.
halven deels
Jeruzalem was in verscheidene delen of kwartieren afgedeeld; deze was overste van de helft der stad. Sommigen menen dat er benevens het voornaamste deel, vanwege de uitnemendheid Jeruzalems deel of kwartier genoemd, andere mindere kwartieren geweest zijn, als van Bethcherem, Mizpa, Bethzur en Kegila, hoewel er zijn, die het daarvoor houden dat deze kwartieren of omstreken, in het volgende vermeld, buiten Jeruzalem gelegen waren, gelijk van Bethcherem vermeld onder, vs.14; te zien is Jer. 6:1 . Anders, de helft van een deel.
Hertaald:halven deels
Jeruzalem was verdeeld in verschillende delen of wijken; deze was overste van de helft van de stad. Sommigen menen dat er, naast het voornaamste deel, dat vanwege zijn voortreffelijkheid deel of wijk van Jeruzalem genoemd wordt, andere kleinere wijken geweest zijn, zoals van Beth-Cherem, Mizpa, Beth-Zur en Kegila, hoewel sommigen menen dat deze wijken of omstreken, hieronder genoemd, buiten Jeruzalem lagen, zoals van Beth-Cherem vermeld wordt in vers 14; zie Jer. 6:1. Anders: de helft van een deel.
Nehemia 3 vers 11— De andere mate verbeterden Malchia, de zoon van Harim, en Hassub, de zoon van Pahath-Moab; daartoe den Bakoventoren.
De andere
Dat is, het volgende deel, liggende naast aan het deel van Hattus; of, [gelijk anderen] even zulk deel of maat des muurs, gelijk Hattus hersteld had.
Hertaald:De andere
Dat is: het volgende deel, naast het deel van Hattus liggend; of, [zoals anderen menen] eenzelfde deel of maat van de muur als Hattus hersteld had.
Bakoventoren
Zie onder, Neh. 12:38 .
Hertaald:Bakoventoren
Zie hieronder Neh. 12:38.
Nehemia 3 vers 12— En aan zijn hand verbeterde Sallum, de zoon van Lohes, overste van het andere halve deel van Jeruzalem, hij en zijn dochteren.
Lohes,
Of, Hallohes.
Hertaald:Lohes,
Of: Hallohes.
Nehemia 3 vers 13— De Dalpoort verbeterden Hanun, en de inwoners van Zanoah; zij bouwden die, en richtten haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen; daartoe duizend ellen aan den muur, tot aan de Mistpoort.
Mistpoort
Zie boven, Neh. 2:13 .
Hertaald:Mistpoort
Zie hierboven Neh. 2:13.
Nehemia 3 vers 14— De Mistpoort nu verbeterde Malchia, de zoon van Rechab, overste van het deel Beth-Cherem; hij bouwde ze, en richtte haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen.
Beth-cherem;
Zie van dit en enige andere kwartieren, in het volgende vermeld, de aantekening op vs.9, en vergelijk Jer. 6:1 .
Hertaald:Beth-cherem;
Zie over dit en enkele andere wijken, hieronder genoemd, de aantekening bij vers 9, en vergelijk Jer. 6:1.
Nehemia 3 vers 15— En de Fonteinpoort verbeterde Sallum, de zoon van Kol-Hoze, overste van het deel van Mizpa; hij bouwde ze, en overdekte ze, en richtte haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen; daartoe den muur des vijvers Schelah bij des konings hof, en tot aan de trappen, die afgaan van Davids stad.
Schelah
Dit wordt bij sommigen genomen voor Siloam, waarvan Joh. 9:7 . Vergelijk boven, Neh. 2:13 ; hier begint Nehemia te verhalen het verbouwen van hetgeen tot het paleis en den tempel behoorde.
Hertaald:Schelah
Dit wordt door sommigen opgevat als Siloam, waarover Joh. 9:7. Vergelijk hierboven Neh. 2:13; hier begint Nehemia te vertellen over de herbouw van wat tot het paleis en de tempel behoorde.
trappen,
Zie onder, Neh. 12:37 .
Hertaald:trappen,
Zie hieronder Neh. 12:37.
Nehemia 3 vers 16— Na hem verbeterde Nehemia, de zoon van Azbuk, overste van het halve deel van Beth-Zur, tot tegenover Davids graven, en tot aan den gemaakten vijver, en tot aan het huis der helden.
gemaakten vijver,
Zie 2 Kon. 18:17 , en 2 Kon. 20:20 , alzo, naar eniger gevoelen, genoemd, tot onderscheiding van den anderen, vs.15, die een natuurlijke vijver of poel geweest is.
Hertaald:gemaakten vijver,
Zie 2 Kon. 18:17, en 2 Kon. 20:20, zo genoemd, volgens sommigen, ter onderscheiding van de andere, vers 15, die een natuurlijke vijver of poel geweest is.
helden
Waar de dapperste krijgslieden, die steeds omtrent den koning waren, hun logement plachten te hebben.
Hertaald:helden
Waar de dapperste krijgslieden, die altijd rond de koning waren, gewoonlijk hun verblijf hadden.
Nehemia 3 vers 17— Na hem verbeterden de Levieten, Rehum, de zoon van Bani; aan zijn hand verbeterde Hasabja, de overste van het halve deel van Kehila, in zijn deel.
in zijn deel
Of, voor, met zijn deel; dat is, voor, of met die inwoners van zijn kwartier.
Hertaald:in zijn deel
Of: voor, met zijn deel; dat is: voor, of met de inwoners van zijn wijk.
Nehemia 3 vers 19— Aan zijn hand verbeterde Ezer, de zoon van Jesua, de overste van Mizpa, een ander maat; tegenover den opgang naar het wapenhuis, aan den hoek.
andere maat;
Zie vs.11.
Hertaald:andere maat;
Zie vers 11.
aan den hoek
Zie 2 Kron. 26:9 .
Hertaald:aan den hoek
Zie 2 Kron. 26:9.
Nehemia 3 vers 20— Na hem verbeterde zeer vuriglijk Baruch, de zoon van Zabbai, een andere maat; van den hoek tot aan de deur van het huis van Eljasib, den hogepriester.
vuriglijk
Hebreeuws, ontstak, sterkte; dat is, hij verbeterde of herstelde en verbouwde zijn deel met een zonderlingen ijver; zie Ps. 45:5 .
Hertaald:vuriglijk
Hebreeuws: ontstak, versterkte; dat is: hij herstelde of verbeterde en herbouwde zijn deel met een bijzondere ijver; zie Ps. 45:5.
Zabbaï,
Anders, Zakkai.
Hertaald:Zabbaï,
Anders: Zakkai.
Nehemia 3 vers 21— Na hem verbeterde Meremoth, de zoon van Uria, den zoon van Koz, een ander maat; van de huisdeur van Eljasib af, tot aan het einde van Eljasibs huis.
Koz,
Of, Hakkoz, gelijk boven.
Hertaald:Koz,
Of: Hakkoz, zoals hierboven.
Nehemia 3 vers 22— En na hem verbeterden de priesteren, wonende in de vlakke velden.
vlakke velden
Hebreeuws, mannen van het plein; dat is wonende in de vlakke velden, tussen Jeruzalem en Jericho gelegen. Zie 2 Sam. 2:29 , enz.
Hertaald:vlakke velden
Hebreeuws: mannen van het plein; dat is: wonend in de vlakte, gelegen tussen Jeruzalem en Jericho. Zie 2 Sam. 2:29, enzovoort.
Nehemia 3 vers 23— Daarna verbeterden Benjamin, en Hassub, tegenover hun huis; na hem verbeterde Azaria, de zoon van Maaseja, den zoon van Hananja, bij zijn huis.
Daarna
Anders, na hen. Hebreeuws eigenlijk, na hem, hetwelk sommigen verstaan hier genomen te zijn voor het getal van velen; en alzo vs.27, 29.
Hertaald:Daarna
Anders: na hen. Hebreeuws letterlijk: na hem, wat sommigen hier opvatten als het meervoud; en zo ook vers 27, 29.
Nehemia 3 vers 24— Na hem verbeterde Binnui, de zoon van Henadad, een ander maat; van het huis van Azarja tot aan den hoek en tot aan het punt;
de punt;
Het uiterste van den hoek.
Hertaald:de punt;
Het uiterste van de hoek.
Nehemia 3 vers 25— Palal, de zoon van Uzai, tegen den hoek, en den hogen toren over, die van des konings huis uitsteekt, die bij den voorhof der gevangenis is; na hem Pedaja, de zoon van Paros;
tegenover
Versta, verbeterde den muur tegenover den hoek.
Hertaald:tegenover
Versta hieronder: herstelde de muur tegenover de hoek.
uitsteekt,
Hebreeuws, uitgaat; en zo vs.26.
Hertaald:uitsteekt,
Hebreeuws: uitgaat; en zo ook vers 26.
Hertaald:gevangenis is;
Zie hieronder Neh. 12:39, en Jer. 32:2.
Nehemia 3 vers 26— De Nethinim nu, die in Ofel woonden, tot tegenover de Waterpoort aan het oosten, en den uitstekenden toren.
Nethinim
Zie Ezra 2:48 .
Hertaald:Nethinim
Zie Ezra 2:48.
Ofel
Of, op de hoogte; zie 2 Kron. 27:3 , en 2 Kron. 33:14 .
Hertaald:Ofel
Of: op de hoogte; zie 2 Kron. 27:3, en 2 Kron. 33:14.
tot
Hierop kan men verstaan, verbeterden.
Hertaald:tot
Hierbij kan men verstaan: herstelden.
Nehemia 3 vers 27— Daarna verbeterden de Thekoieten een ander maat; tegenover den groten uitstekenden toren, en tot aan den muur van Ofel.
Thekoïeten
Zie vs.5.
Hertaald:Thekoïeten
Zie vers 5.
Nehemia 3 vers 28— Van boven de Paardenpoort verbeterden de priesteren, een iegelijk tegenover zijn huis.
Van boven
Of, van de Paardenpoort aan; zie 2 Kon. 11:16 .
Hertaald:Van boven
Of: vanaf de Paardenpoort; zie 2 Kon. 11:16.
Nehemia 3 vers 29— Daarna verbeterde Zadok, de zoon van Immer, tegenover zijn huis. En na hem verbeterde Semaja, de zoon van Sechanja, de bewaarder van de Oostpoort.
Oostpoort
Vergelijk Jer. 19:2 .
Hertaald:Oostpoort
Vergelijk Jer. 19:2.
Nehemia 3 vers 30— Na hem verbeterden Hananja, de zoon van Selemja, en Hanun, de zoon van Zalaf, de zesde, een andere maat. Na hem verbeterde Mesullam, de zoon van Berechja, tegenover zijn kamer.
hem verbeterden
Anders, naast mij, en zo in het volgende vs.31, verstaande, dat Nehemia hier verhaalt wie aan zijn beide zijden gearbeid hebben, zonder uit te drukken wat hij gedaan heeft om anderen met zijn exempel voor te gaan; tonende alzo zijn nederigheid. Zie onder, Neh. 4:16 , Neh. 4:23 , en Neh. 5:16 .
Hertaald:hem verbeterden
Anders: naast mij, en zo ook in het volgende vers 31, waarbij bedoeld wordt dat Nehemia hier vertelt wie aan zijn beide zijden gewerkt hebben, zonder te vermelden wat hij zelf gedaan heeft om anderen met zijn voorbeeld voor te gaan; zo toont hij zijn nederigheid. Zie hieronder Neh. 4:16, Neh. 4:23, en Neh. 5:16.
zesde,
Te weten, zoon van Zalaf, of, hij zelf de zesde.
Hertaald:zesde,
Namelijk: zoon van Zalaf, of: hijzelf de zesde.
een andere maat
Zie vs.11.
Hertaald:een andere maat
Zie vers 11.
Nehemia 3 vers 31— Na hem verbeterde Malchia, de zoon eens goudsmids, tot aan het huis der Nethinim en der kruideniers, tegenover de poort van Mifkad, en tot de opperzaal van het punt.
Mifkad,
Dat is, bevel, opzicht, monstering, of telling. Sommigen menen dat de grote Raad hier bijeenkwam om op de voorkomende zwarigheden te letten en bevelen uit te geven of te publiceren.
Hertaald:Mifkad,
Dat is: bevel, toezicht, monstering, of telling. Sommigen menen dat de grote raad hier bijeenkwam om op de voorkomende problemen te letten en bevelen uit te geven of bekend te maken.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Nehemia — de HEERE troost
Zoon van Hachalja, schenker van koning Arthahsasta te Susan. Op het bericht dat Jeruzalems muur verwoest was, bad en vastte hij, en verkreeg van de koning verlof en volmacht om naar Jeruzalem te gaan; daar leidde hij, ondanks tegenstand van Sanballat en Tobia, de herbouw van de stadsmuur, diende twaalf jaar als landvoogd zonder zich op kosten van het volk te verrijken, en voerde later sociale en religieuze hervormingen door (Neh. 1-13).
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
De poorten van de herbouwde muur van Jeruzalem — Nehemia 3 noemt onder meer de Schaapspoort, de Vispoort, de Oude Poort, de Dalpoort, de Mestpoort, de Fonteinpoort, de Waterpoort, de Paardenpoort, de Oostpoort en de Poort Mifkad — grotendeels genoemd naar hun functie of ligging
Ligging: Verspreid over de gehele omtrek van de stadsmuur van Jeruzalem; de precieze ligging van elke afzonderlijke poort in Nehemia's tijd is niet in alle gevallen met zekerheid vast te stellen.
Geschiedenis: Nehemia verdeelde het herstelwerk aan de muur over tientallen families, priestergroepen en zelfs hele naburige steden (zoals Jericho en Tekoa), die elk een eigen gedeelte — vaak vlak bij hun eigen woning — op zich namen, met de hogepriester Eljasib die zelf de Schaapspoort bouwde (Neh. 3:1). Het werk werd voltooid ondanks aanhoudende spot en dreigementen van Sanballat, Tobia en Gesem, die probeerden de bouwers af te schrikken en zelfs een aanslag beraamden (Neh. 4; 6). Na tweeënvijftig dagen was de muur, met al haar poorten, gereed (Neh. 6:15).
Bijbelse betekenis: Een van de mooiste voorbeelden in de Schrift van eendrachtige, gezamenlijke inzet van het hele volk van God — "want het volk had het hart om te werken" (Neh. 4:6) — waarbij niet alleen vooraanstaanden, maar ook eenvoudige gezinnen, vrouwen (Neh. 3:12) en hele dorpsgemeenschappen ieder hun eigen, soms onopvallende deel bijdroegen aan het herstel van Gods stad.
Archeologie: Archeologe Eilat Mazar identificeerde bij opgravingen in de Ophel, aan de zuidoostzijde van de Tempelberg, een muursegment met bijbehorende toren en poortstructuur dat zij op grond van aardewerk en stratigrafie dateert in de Perzische periode — mogelijk een tastbaar overblijfsel van juist dit haastige herstelwerk onder Nehemia.
Recente inzichten: De huidige Oude Stad van Jeruzalem kent nog altijd poorten met deels overeenkomstige namen en liggingen (onder meer de Mestpoort/Dungpoort aan de zuidkant), al dateert het huidige muurtracé grotendeels uit de zestiende eeuw.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Zij brachten hun hals niet tot den dienst huns Heeren — in de lange lijst van bouwers staat één aantekening over wie niet meededen: "maar hun voortreffelijken brachten hun hals niet tot den dienst huns Heeren" (Neh. 3:5)
Hoofdstuk 3 telt de bouwers op, stuk voor stuk, met de poort of het muurdeel dat ieder voor zijn rekening nam. Het zijn priesters, goudsmeden, apothekers, kooplieden, oversten van halve districten, en zelfs dochters die met hun vader meebouwden. Midden in die opsomming staat één afwijkend bericht. Aan de hand van de anderen verbeterden de Tekoïeten hun deel, maar hun voortreffelijken, de aanzienlijken onder hen, brachten hun hals niet tot de dienst van hun Heere (Neh. 3:5). Het beeld is ontleend aan het lastdier dat zijn nek onder het juk buigt. Verderop in het hoofdstuk blijkt bovendien dat diezelfde Tekoïeten nog een tweede stuk muur voor hun rekening namen, terwijl hun edelen niets deden.
Bijbelse betekenis: De Schrift noemt hier geen namen, en dat is genadiger dan het lijkt; toch is het oordeel scherp. Het gaat niet om mensen die het niet konden, maar om de voornaamsten van hun stad, die het best in staat waren bij te dragen. Zij bogen hun nek niet, en het woord dat erbij staat maakt duidelijk waarvoor: niet voor Nehemia en niet voor het werk, maar voor de dienst van hun Heere. Wie zich te goed acht voor het gewone werk in Gods huis, weigert uiteindelijk niet aan mensen maar aan Hem. Het contrast met hun eigen stadgenoten maakt het nog scherper. De gewone Tekoïeten bouwden zelfs twee stukken. Zo blijkt hier iets dat door de hele kerkgeschiedenis terugkeert: aanzien en bekwaamheid zeggen weinig over bereidheid, en het meeste werk wordt gedaan door wie het minst opvalt.
Typologie: Debora zong een soortgelijk oordeel over een stad die bij een beslissend uur thuisbleef: "omdat zij niet gekomen zijn tot de hulp des HEEREN, tot de hulp des HEEREN, met de helden" (Richt. 5:23). En Paulus klaagt over medewerkers met dezelfde gezindheid: "Want zij zoeken allen het hunne, niet hetgeen van Christus Jezus is" (Fil. 2:21). De weigering om de hals te buigen staat tegenover Christus Zelf, Die de gestalte van een dienstknecht aannam.
III. Vs. 1-32.KruisverwijzingenNehemia 12:39→Jeremia 31:38→Zacharia 14:10→2 Kronieken 33:14→Nehemia 12:38→Spreuken 3:9→Nehemia 3:32→Johannes 5:2→ — En Eljasib, de hogepriester, maakte zich op met zijn broederen, de priesteren, en zij bouwden de Schaapspoort; zij heiligden ze, en richtten haar deuren op; ja, zij heiligden ze tot aan den toren Mea, tot aan den toren Hananeel. En aan zijn hand bouwden de mannen van Jericho; ook bouwde aan zijn hand Zacchur, de zoon van Imri. De Vispoort nu bouwden de kinderen van Senaa; zij zolderden die, en richtten haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen. En aan hun hand verbeterde Meremoth, de zoon van Uria, den zoon van Koz; en aan hun hand verbeterde Mesullam, de zoon van Berechja, den zoon van Mesezabeel; en aan hun hand verbeterde Zadok, zoon van Baena. Voorts aan hun hand verbeterden de Thekoieten; maar hun voortreffelijken brachten hun hals niet tot den dienst huns Heeren. En de Oude poort verbeterden Jojada, de zoon van Paseah, en Mesullam, de zoon van Besodja; deze zolderden zij, en richtten haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen. En aan hun hand verbeterden Melatja, de Gibeoniet, en Jadon, de Meronothiet, de mannen van Gibeon en van Mizpa; tot aan den stoel des landvoogds aan deze zijde der rivier. Aan zijn hand verbeterde Uzziel, de zoon van Harhoja, een der goudsmeden, en aan zijn hand verbeterde Hananja, de zoon van een der apothekers; en zij lieten Jeruzalem tot aan den breden muur. En aan hun hand verbeterde Refaja, de zoon van Hur, overste des halven deels van Jeruzalem. Voorts aan hun hand verbeterde Jedaja, de zoon van Herumaf, en tegenover zijn huis; en aan zijn hand verbeterde Hattus, de zoon van Hasabneja. In de eerste dagen van de maand Augustus (Hoofdstuk 6: 15) begint nu de werkelijke bouw der muren en der poorten. In dit Hoofdstuk wordt ons in een kort overzicht bericht gegeven van diegenen, welke de enkele delen van den muur van de ene poort tot de andere herstelden. Dit bericht begint met de priesters, die de Schaapspoort en den muur ten noorden daarvan bouwden, en eindigt met de goudsmeden en de kruideniers, die van het zuiden af tot aan de Schaapspoort werkten. Het punt van uitgang wordt genomen aan de noordoostzijde van den tempel, neemt eerst ene richting naar het noorden, dan naar het westen, hierop naar het zuiden, verder naar het oosten en eindelijk weer noordelijk, waar bij de Schaapspoort het eindpunt zich aan het aanvangspunt aaneensluit.
KruisverwijzingenNehemia 12:39→Jeremia 31:38→Zacharia 14:10→Spreuken 3:9→Nehemia 3:32→Johannes 5:2→Nehemia 13:28→Psalmen 30:1→— En Eljasib, de hogepriester, maakte zich op met zijn broederen, de priesteren, en zij bouwden de Schaapspoort; zij heiligden ze, en richtten haar deuren op; ja, zij heiligden ze tot aan den toren Mea, tot aan den toren Hananeel.
En Eljasib, de hogepriester, de zoon van Jojakim, den zoon van Jozua (Hoofdstuk 12: 10), maakte zich op met zijne broederen, de gewone priesters, en zij bouwden op de fondamenten, die nog waren overgebleven van de verwoesting van Jeruzalem, de Schaapspoort 1), op de plaats van de tegenwoordige Stefanuspoort, door welke nog thans de Bedouïnen hun schapen, die zij te verkopen hebben, in de stad drijven; zij heiligden 2) ze, ze wijdden ze plechtig in, zodra zij met het bouwen gereed waren, en richtten hare deuren op (Hoofdstuk 6: 1); ja zij heiligden ze tot aan den toren Mea (Hoofdstuk 12: 39; (Zach. 14: 16) (= honderd), en bouwden van daar nog een goed gedeelte verder in noordelijke richting, tot aan den toren Hananeël, aan den noordoostelijken hoek der stad.
De Schaapspoort was het dichtst bij den tempel, aan de zuidzijde der stad en dat gedeelte van het dal, van waar men recht op de stad van David en op den tempel zag. Zij werd de Schaapspoort genaamd, omdat de schapen tot den offerdienst geschikt, door deze poort stadwaarts werden ingevoerd. Hierom kan men ook lichtelijk de reden begrijpen waarom de priesters dit gedeelte van het werk der herbouwing op zich genomen hebben.
KruisverwijzingenNehemia 7:36→Ezra 2:34→Nehemia 10:12→— En aan zijn hand bouwden de mannen van Jericho; ook bouwde aan zijn hand Zacchur, de zoon van Imri.
D.w.z. dat zij, na het bouwen van de Schaapspoort, die voorlopig inwijdden als de eersteling van de verdere poorten en muren. De heiliging of inwijding van den gehelen stadsmuur volgde eerst later, zoals Hoofdstuk 12: 27 vv. vermeld wordt. Hier werd de bouw geheiligd.
En aan zijne hand 1), naast Eljasib met zijne broederen, de priesters, bouwden de mannen van Jericho; ook bouwde verder aan zijne hand Zacchur, de zoon van Imri, met de mannen van zijn geslacht, het vierde stuk, dat de voortzetting van het zo even genoemde derde gedeelte uitmaakte.
Aan zijne hand is hier en in de volgende verzen betrekkelijk in letterlijken zin op te vatten, in den zin van, aan zijne zijde.
KruisverwijzingenNehemia 12:39→2 Kronieken 33:14→Nehemia 2:8→Sefanja 1:10→Nehemia 6:1→Nehemia 7:1→Nehemia 3:6→— De Vispoort nu bouwden de kinderen van Senaa; zij zolderden die, en richtten haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen.
De Vispoort aan de noordzijde van Bezetha, dicht bij de vismarkt, nu bouwden de kinderen van Senaä (Ezra 2: 35); zij zolderden die door naast elkaar liggende balken, en richtten hare deuren op, met hare sloten en hare grendelen 1), om de poort te sluiten.
Hoewel volgens Hoofdstuk 6: 1 de deuren niet eerder in de poorten werden gezet, dan nadat alle scheuren waren gedicht, zo wordt het toch hier reeds vermeld, om aan te geven, dat zij, die de poorten bouwden, ook de deuren maakten. Dezelfde mannen, die de poorten, dit is de bedoeling, bouwden, zetten straks ook de deuren er in.
KruisverwijzingenEzra 8:33→Nehemia 3:21→Nehemia 10:7→Nehemia 10:15→— En aan hun hand verbeterde Meremoth, de zoon van Uria, den zoon van Koz; en aan hun hand verbeterde Mesullam, de zoon van Berechja, den zoon van Mesezabeel; en aan hun hand verbeterde Zadok, zoon van Baena.
En aan hun hand, verder naar het westen, verbeterde Meremoth, de zoon van Uria, den zoon van Koz (vergelijk vs. 21),en aan hun hand in de tweede lijn, verbeterde Mesullam, de zoon van Berechja, den zoon van Mesezabeël, uit ene zeer aanzienlijke familie in Jeruzalem (Hoofdstuk 6: 19); en aan hun hand, in de derde lijn, verbeterde Zadok, zoon van Baëna.
Kruisverwijzingen2 Samuël 14:2→Nehemia 3:27→Jeremia 30:8→Jeremia 27:8→Richteren 5:23→1 Timotheüs 6:17→Mattheüs 11:29→1 Korinthe 1:26→— Voorts aan hun hand verbeterden de Thekoieten; maar hun voortreffelijken brachten hun hals niet tot den dienst huns Heeren.
Voorts aan hun hand, in de vierde lijn, verbeterden de Thekoïeten (2 (Samuel 2: 1); maar hun voortreffelijken, de voornamen van de stad, brachten hunnen hals niet 1) tot den dienst huns Heeren 2), waren niet geneigd om zich te schikken naar den wil Gods en van Nehemia en de overige machthebbenden in Jeruzalem, en mede deel te nemen aan den arbeid.
Kanttekening: De armen moeten het kruis dragen, de rijken geven niets. Velen beijverden zich in dit werk, hoewel zij gene inwoners van Jeruzalem waren; zij raadpleegden alleen het algemeen welzijn en gene bijzondere belangen. Elk Israëliet moest ene hand bieden aan het bouwen van Jeruzalem. Zelfs verscheidene hoofden en aanzienlijken, zowel van Jeruzalem als van de andere steden, werkten mede, zich verplicht rekenende om mede hun best te doen voor het goede werk. Met recht wordt het aan de edelen of voortreffelijken van Thekoa verweten, dat zij geen deel wilden nemen aan dezen dienst, alsof hun rang hen van de verplichting onthief, om God te dienen en goed te doen, dat toch inderdaad de hoogste eer en de ware vrijheid is. Edelen, die den waren adeldom bezitten moeten niets te gering voor zich rekenen, wanneer zij daardoor het welzijn van hun land en van hun medeburgers kunnen bevorderen. Waartoe dient de adeldom anders, dan om juist door dien adeldom in hogere mate en in meer verheven kring dat nut aan te brengen, waartoe personen van minderen rang niet in staat zijn.
De spreekwijze is ontleend aan het steken van den hals in of onder een juk (Jer. 27: 11 vv.). Wie zijn hals in of onder een juk steekt, toont daarmee, dat hij dienstbaar wil zijn. Dit willen de edelen en aanzienlijken van Thekoa niet.
Huns Heeren heeft hier ongetwijfeld op den Heere God betrekking. In den grondtekst staat niet Javeh, maar Adonim, dewijl hier sprake is van een dienen des Heeren, als Oppergebieder van Jeruzalem en Juda.
KruisverwijzingenNehemia 12:39→— En de Oude poort verbeterden Jojada, de zoon van Paseah, en Mesullam, de zoon van Besodja; deze zolderden zij, en richtten haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen.
En de Oude poort 1), tussen de Vispoort en de poort van Efraïm (Hoofdstuk 12: 39), verbeterden Jojada, de zoon van Paseah, en Mesullam, de zoon van Besodja; deze zolderden zij, en richtten hare deuren op, met hare sloten en hare grendelen.
De oude poort. Beter: de poort van den ouden, d.i. van den ouden muur. We nemen aan, dat hiermede wordt bedoeld, dat gedeelte van den ouden muur, hetwelk door Joas, in de dagen van Amazia, was gespaard gelaten, dewijl in vs. 8 van den breden muur wordt gesproken, die door Uzzia was opgebouwd, na de verwoesting er van door Joas (2 Koningen 14: 13). Volgens vs. 7 bouwden daaraan twee hoofden met hun onderhorigen; hoogstwaarschijnlijk, dewijl het zeer veel werks kostte en daarmee grote onkosten gepaard gingen.
Kruisverwijzingen2 Samuël 21:2→Nehemia 2:7→Jozua 9:3→2 Kronieken 16:6→Nehemia 3:19→— En aan hun hand verbeterden Melatja, de Gibeoniet, en Jadon, de Meronothiet, de mannen van Gibeon en van Mizpa; tot aan den stoel des landvoogds aan deze zijde der rivier.
En aan hun hand verbeterden Melatja, de Gibeoniet (Jozua 9: 3), en Jadon, de Meronothiet, van Merono in de nabijheid van Mizpa gelegen (1 Samuel 9: 5 ), de mannen van Gibeon en van Mizpa, het tegenwoordige Nebi Samwil 2 uur van Jeruzalem gelegen, tot aan den stoel, aan den rechterstoel, des landvoogds aan deze zijde der rivier, tot aan de plaats waar de landvoogd rechtsdag placht te houden (Hoofdstuk 2: 9).
KruisverwijzingenNehemia 12:38→Nehemia 3:31→Exodus 30:25→Jesaja 46:6→Genesis 50:2→Prediker 10:1→— Aan zijn hand verbeterde Uzziel, de zoon van Harhoja, een der goudsmeden, en aan zijn hand verbeterde Hananja, de zoon van een der apothekers; en zij lieten Jeruzalem tot aan den breden muur.
Aan zijne hand verbeterde Uzziël, de zoon van Harhoja, een der goudsmeden, tot de gemeenschap der goudsmeden behorende; en aan zijne hand verbeterde Hananja, de zoon van een der apothekers, van het gilde of de gemeenschap der apothekers; en zij lieten het gedeelte des muurs, dat nu volgde onaangeroerd, omdat het zich in goeden staat bevond, dewijl het niet met de andere gedeelten was verwoest, toen Jeruzalemdoor de handen der Heidenen was ter nedergeworpen; zij konden dus dit deel, dat zich tot aan den breden muur 1) uitstrekte, laten staan, zonder er iets aan te verbeteren.
De “brede muur” is ongetwijfeld dat gedeelte, hetwelk de Israëlitische koning Joas tot ene lengte van 400 ellen had doen ter nederwerpen (2 Koningen 14: 13), waarna het door koning Uzzia breder en sterker werd opgebouwd (2 Kronieken 26: 9).
Het vermoeden ligt voor de hand, dat de brede muur, die plaats is, waar de Israëlitische koning Joas de muur 400 el van de Efraïm’s poort tot de Hoekpoort afbrak, welke later breder en zwaarder werd opgebouwd door Uzzia. Dewijl nu onder de herbouwde poorten, die van Efraïm niet vermeld wordt en deze poort toch volgens Hoofdstuk 8: 16 in Nehemia’s tijden aanwezig was, zo kan de niet-vermelding er van in ons Hoofdstuk geen anderen grond hebben als dezen, dat die bij de verwoesting van Jeruzalem’s muren is blijven staan.
KruisverwijzingenNehemia 3:12→Nehemia 3:17→— En aan hun hand verbeterde Refaja, de zoon van Hur, overste des halven deels van Jeruzalem.
En aan hun hand verbeterde Refaja, de zoon van Hur, overste des halven deels, rechts- of landgebied, van Jeruzalem.
KruisverwijzingenNehemia 3:23→Nehemia 10:4→Nehemia 3:28→— Voorts aan hun hand verbeterde Jedaja, de zoon van Herumaf, en tegenover zijn huis; en aan zijn hand verbeterde Hattus, de zoon van Hasabneja.
Voorts aan hun hand verbeterde Jedaja, de zoon van Harum af, dat deel van den muur, dat nabij en tegenover zijn huis lag; en aan zijne hand verbeterde Hattus, de zoon van Hasabneja.
KruisverwijzingenNehemia 12:38→Ezra 2:6→Ezra 8:4→Nehemia 7:11→Nehemia 10:14→Nehemia 10:5→— De andere mate verbeterden Malchia, de zoon van Harim, en Hassub, de zoon van Pahath-Moab; daartoe den Bakoventoren.
De andere mate of helft verbeterde Malchia, de zoon van Harim, en Hassub, de zoon van Pahath-Moab; daartoe herstelden zij ook den Bakovenstoren 1) tussen den breden muur en de Dalpoort (Nehemia 12: 38) of dat bij de Hoekpoort, of dezelfde.
Indien men vaststelt, dat de Bakovenstoren dezelfde is als de Hoekpoort, is ook de reden opgelost, waarom in deze opgave niet van laatstgenoemde poort sprake is, dewijl zij toch, ook na de Ballingschap, bestond. Robinson en Tobler zijn van mening, dat de Goliathstoren, uit den tijd der kruistochten, gebouwd is op de oude fondamenten van dezen toren.
KruisverwijzingenNehemia 3:9→Filippenzen 4:3→Handelingen 21:8→Exodus 35:25→Nehemia 3:14→— En aan zijn hand verbeterde Sallum, de zoon van Lohes, overste van het andere halve deel van Jeruzalem, hij en zijn dochteren.
En aan zijne hand, in de richting naar het Zuiden, langs de westzijde van de stad, verbeterde Sallum, de zoon van Lohes, overste van het andere halve vierde deel van Jeruzalem, het landgebied dat tot Jeruzalem behoorde, met de in het gebied liggende dorpen en plaatsen, hij en zijne dochters.
KruisverwijzingenNehemia 2:13→Jozua 15:34→1 Kronieken 4:18→Nehemia 11:30→2 Kronieken 26:9→Jozua 15:56→— De Dalpoort verbeterden Hanun, en de inwoners van Zanoah; zij bouwden die, en richtten haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen; daartoe duizend ellen aan den muur, tot aan de Mistpoort.
De Dalpoort aan de westzijde, waar men nu de Jaffapoort vindt, (Hoofdstuk 2: 13), verbeterde Hanum, en de inwoners van Zanoah westelijk van Jeruzalem, nu Zanaâ (Jozua 15:
; zij bouwden die, en richtten hare deuren op, met hare sloten en hare grendelen; daartoe werden gerekend ongeveer duizend ellen aan den muur, tot aan de Mistpoort 1), welke nog in goeden staat waren, en dus niet behoefden hersteld te worden.
De afstand van de tegenwoordige Jaffapoort tot de plaats, waar vroeger de Mistpoort stond, bedraagt ongeveer 750 Ned. el. De Joodse el, na de Ballingschap, is iets groter als die vóór die gebeurtenis en heeft de lengte van ongeveer den afstand van den top van den middelsten vinger tot aan den elleboog of den oksel.
KruisverwijzingenJeremia 6:1→Nehemia 2:13→Nehemia 3:15→Nehemia 3:12→Nehemia 3:9→Nehemia 12:31→— De Mistpoort nu verbeterde Malchia, de zoon van Rechab, overste van het deel Beth-Cherem; hij bouwde ze, en richtte haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen.
De Mistpoort nu verbeterde Malchia, de zoon van Rechab (Jer. 35: 2 vv.), overste van het deel Beth-Cheremof der wijngaardeniers, ook het gebied van Beth-Hakerem genoemd (Jer. 6:
; hij bouwde ze, en richtte hare deuren op, met hare sloten en hare grendelen.
KruisverwijzingenJohannes 9:7→Nehemia 12:37→Jesaja 8:6→Nehemia 2:14→Lukas 13:4→Jeremia 40:6→Nehemia 3:9→Nehemia 3:7→— En de Fonteinpoort verbeterde Sallum, de zoon van Kol-Hoze, overste van het deel van Mizpa; hij bouwde ze, en overdekte ze, en richtte haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen; daartoe den muur des vijvers Schelah bij des konings hof, en tot aan de trappen, die afgaan van Davids stad.
En de Fonteinpoort verbeterde Sallum, de zoon van Kol-Hoze, overste van het deel van Mizpa, namelijk van het land rondom die stad (1 (Samuel 9: 5) ), want de stad zelf behoorde tot het gebied van den Syrischen landvoogd (vs. 7); hij bouwde ze, en overdekte ze, en richtte hare deuren op, met hare sloten en hare grendelen; daartoe den muur liggende tegenover de uitgestrektheid des vijvers Schelah 1) (2 (Samuel 17: 17 en Kon. 7: 26), bij des konings hof, en tot aan de trappen, die afgaan van David’s stad.
Schelah herinnert aan Siloah. Door de navorsingen van Robinson en Tobler is uitgemaakt, dat de Siloah zijn water uit een onderaards kanaal ontvangt, hetwelk van af de aan de Oostelijke helling van Ofel liggende bron van de Jonkvrouw (Ain Sitti Miriam) 1750 voet lang door de rots is gegraven. Nevens den vijver Siloah aan de Ooster helling van Sion, waar het Tyropoiöndal in het Kedrondal uitwatert, bevindt zich een nu met aarde opgevuld, met bomen en gras bedekte grote oude vijver (Birket el Hakra), door Tobler de beneden vijver Siloah genoemd, ter onderscheiding van een nu nog voorhanden zijnde, die hij, wijl hij noordwestelijk daarvan is gelegen, als den bovenvijver aanduidt. Een van de Siloahvijvers, waarschijnlijk de beneden grotere, is wel de in Hoofdstuk 2: 14 vermelde koningsvijver, in wiens nabijheid tegen het Oosten en Zuidoosten de koningstuin lag.
KruisverwijzingenHandelingen 2:29→2 Koningen 20:20→Nehemia 3:9→Jesaja 22:11→Jozua 15:58→Jesaja 7:3→Nehemia 3:12→2 Kronieken 16:14→— Na hem verbeterde Nehemia, de zoon van Azbuk, overste van het halve deel van Beth-Zur, tot tegenover Davids graven, en tot aan den gemaakten vijver, en tot aan het huis der helden.
Na hem verbeterde Nehemia, de zoon van Azbuk, niet te verwarren met den schrijver van dit boek, den zoon van Hachalja (Hoofdstuk 1: 1), overste van het halve deel, het ene halve district van Beth-Zur (Jozua 15: 58), tot tegenover den ingang van David’s graven, aan de oostelijke zijde van Zion, en tot aan den door kunst gemaakten vijver (tot nog toe onbekend), en tot aan het huis der helden op den Zion.
KruisverwijzingenJozua 15:44→Nehemia 3:16→1 Samuël 23:1→1 Kronieken 23:4→— Na hem verbeterden de Levieten, Rehum, de zoon van Bani; aan zijn hand verbeterde Hasabja, de overste van het halve deel van Kehila, in zijn deel.
Na hem verbeterden de Levieten, aan wier hoofd stond: Rehum, de zoon van Bani; aan zijne hand verbeterde 1) Hasabja, de overste van het halve deel van Kehila (Jozua 15: 44 ), in zijn deel des lands, met de mannen van zijn district (het andere in vs. 18).
Evenmin als in vs. 18 wordt ook hier opgegeven, wat deel des muurs door deze bouwlieden werd verbeterd. Uit de opgave dat Hasabja, de overste van het halve deel van Kehila, in zijn deel, d.i. wat zijn district betreft, verbeterde, terwijl in het volgende vers van de andere helft van Kehila wordt gesproken, blijkt, dat zij, de Kehilieten, niet gezamenlijk, maar van elkaar gescheiden, hebben gearbeid. Tobler is van mening, dat Kehila het tegenwoordige dorp Kila is, oostelijk gelegen van Beit Dschibrin.
— Na hem verbeterden hun broederen, Bavai, de zoon van Henadad, de overste van het andere halve deel van Kehila.
Na hem verbeterden hun broederen, met Bavai, de zoon van Henadad, de overste van het andere halve deel van Kehila.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 26:9→Nehemia 10:9→Nehemia 12:8→— Aan zijn hand verbeterde Ezer, de zoon van Jesua, de overste van Mizpa, een ander maat; tegenover den opgang naar het wapenhuis, aan den hoek.
Aan zijne hand nevens hem verbeterde Ezer, de zoon van Jesua, de overste van Mizpa ene andere maat of helft, waarvan de eerste helft in vs. 15 of in vs. 7 zal te zoeken zijn; daar wordt ook gesproken van mannen van Mizpa, die gebouwd hebben, tegenover den opgang naar het wapen- of tuighuis, aan den hoek. Wij moeten bij deze beschrijving de opgaven veeltijds zo laten, als zij daar staan, zonder iets naders omtrent de plaatselijkheid, welke ons vooral in den Tyropoiön, tussen de heuvels Zion en Moria zeer onbekend is, te kunnen bepalen.
KruisverwijzingenNehemia 3:1→Prediker 9:10→Romeinen 12:11→Nehemia 12:22→Nehemia 3:21→Nehemia 13:4→Nehemia 13:28→— Na hem verbeterde zeer vuriglijk Baruch, de zoon van Zabbai, een andere maat; van den hoek tot aan de deur van het huis van Eljasib, den hogepriester.
Na hem verbeterde zeer vuriglijk, met veel ijver, Baruch, de zoon van Zabbai, ene andere maat, een tweede stuk 1), van den hoek tot aan de deur van het huis van Eljasib, den hogepriester (vs. 1).
Gerekend vanaf de hoek, waarvan in vs. 19 gesproken is. Waar het huis van Eljasib heelt gestaan, is niet meer aan te geven.
KruisverwijzingenNehemia 7:63→Ezra 2:61→— Na hem verbeterde Meremoth, de zoon van Uria, den zoon van Koz, een ander maat; van de huisdeur van Eljasib af, tot aan het einde van Eljasibs huis.
Na hem verbeterde Meremoth, de zoon van Uria, den zoon van Koz of Hakkoz, ene andere maat, een tweede stuk-het eerste vindt men in vs. 4, van de huisdeur der woning van Eljasib af, tot aan het einde van Eljasibs huis.
KruisverwijzingenNehemia 12:28→Nehemia 6:2→— En na hem verbeterden de priesteren, wonende in de vlakke velden.
En na hem verbeterden de priesters, wonende in de vlakke velden 1).
Hiermede worden bedoeld, de priesters, die in de Jordaanvlakte woonden, waarschijnlijk te Jericho. Wat zij verbeterden wordt niet opgegeven.
KruisverwijzingenNehemia 3:29→Nehemia 8:4→Nehemia 10:2→Nehemia 8:7→Nehemia 3:10→— Daarna verbeterden Benjamin, en Hassub, tegenover hun huis; na hem verbeterde Azaria, de zoon van Maaseja, den zoon van Hananja, bij zijn huis.
Daarna verbeterden Benjamin, en Hassub, tegen hun huis over; na hem verbeterde Azaria, de zoon van Maäseja, den zoon van Hananja, bij zijn huis; want bij dit deel van den muur, dat zich om de hoogte van Ofel uitstrekte, woonden, wegens de nabijheid van den tempel, meest priesters.
KruisverwijzingenNehemia 3:19→Nehemia 3:11→Nehemia 10:9→Nehemia 3:27→— Na hem verbeterde Binnui, de zoon van Henadad, een ander maat; van het huis van Azarja tot aan den hoek en tot aan het punt;
Na hem verbeterde Binnuï, de zoon van Henadad, ene andere maat, een tweede gedeelte; het eerste gedeelte is misschien in vs. 18 te zoeken, en de naam Binnui zou dan dezelfde zijn als Bavai, bij beiden wordt Henadad als de vader genoemd; hij bouwde van het huis van Azaria tot aan den hoek en tot aan het punt of het uiterste van den hoek.
KruisverwijzingenJeremia 32:2→Jeremia 37:21→Ezra 2:3→Jeremia 33:1→Nehemia 12:39→Jeremia 39:14→Nehemia 8:4→Jeremia 39:8→— Palal, de zoon van Uzai, tegen den hoek, en den hogen toren over, die van des konings huis uitsteekt, die bij den voorhof der gevangenis is; na hem Pedaja, de zoon van Paros;
Palal, de zoon van Uzaï, tegen den hoek, en den hogen toren over, die van des konings huis, het koninklijk paleis van David tegenover den tempel, aan de noordoostzijde van Sion, uitsteekt, zich verheft, en die bij den voorhof der gevangenis is 1) (Hoofdstuk 12: 39 ); na of nevens hem maakt Pedaja, de zoon van Paros, een gedeelte van dezen hoekmuur.
Volgens de gewoonte in het Oosten vormde het gevangenhof een deel van den koninklijken burcht op Zion. Een burcht echter had een hogen toren. Dit blijkt ook uit Hoogl. 4: 4, al is het mogelijk, dat de daar vermelde toren van David, waaraan 1000 schilden hingen, allen wapenen der helden, niet met den toren van het koningshuis te vereenzelvigen is, als ook uit Micha 4: 8. Jes. 32: 14. Deze hoge toren van het koninklijke huis, d.i. de koninklijke burcht stond volgens ons vers in de onmiddellijke nabijheid van den hoek op het uiterste punt, want de hoek, de hoge toren van het koningshuis lag tegenover het gedeelte van den muur, dat tot het uiterste punt reikte. Hier vormde de muur een hoek, wijl hij niet verder van het Zuiden naar het Noorden voortliep, maar in een hoekpunt zich naar het Oosten wendde en naar Ofel, den zuidelijken uitloper van Moria zich uitstrekte.
KruisverwijzingenNehemia 11:21→Nehemia 8:1→Nehemia 12:37→Nehemia 8:3→2 Kronieken 27:3→2 Kronieken 33:14→Nehemia 8:16→Nehemia 10:28→— De Nethinim nu, die in Ofel woonden, tot tegenover de Waterpoort aan het oosten, en den uitstekenden toren.
De Nethinim nu (zie 1 Kronieken 9: 2 ), die in Ofel woonden, tot tegenover de Waterpoort aan het oosten, en den uitstekenden toren, hadden hier hun verblijf. Hun woningen, die zuidwaarts van het tempelgebouw stonden, strekten zich uit van het zuidoosten van het plein naar het oosten, en waren gedeeltelijk gebouwd op de oostelijke helling van den tempelheuvel, alzo oostwaarts van den Waterpoort.
KruisverwijzingenNehemia 3:5→— Daarna verbeterden de Thekoieten een ander maat; tegenover den groten uitstekenden toren, en tot aan den muur van Ofel.
Daarna verbeterden de Thekoïeten (na Pedaja in vs. 25), ene andere maat of gedeelte, het eerste is in vs. 5 genoemd, tegenover den groten uitstekenden toren, en tot aan den muur van Ofel 1).
Dit stuk liep over het Tyropoiöndal tot aan den muur van Ofel. Aan de noordzijde was geen muur nodig, van wege den zuidelijken muur van het tempelplein.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 23:15→2 Koningen 11:16→Jeremia 31:40→Nehemia 3:10→Nehemia 3:23→— Van boven de Paardenpoort verbeterden de priesteren, een iegelijk tegenover zijn huis.
Van boven de Paardenpoort niet ver van den Tempel en van het paleis verwijderd (de beschrijving gaat hier naar de oostzijde van Zion terug en vervolgt een ander deel van den muur, die over het Tyropoiön naar den Ofel leidde), verbeterden de priesters, een iegelijk tegen zijn huis over. Hier worden slechts 8 poorten genoemd. Elders lezen wij nog van 4 andere poorten, de poort van Efraïm (Hoofdstuk 12: 39), van Benjamin (Jer.37: 13) de gevangenpoort (Hoofdstuk 12:
; de Hoekpoort (2 Koningen 14: 13). Deze 4 bij de 8 poorten maken te zamen 12, welke ook aan het nieuwe Jeruzalem worden toegeschreven. (Openbaring 21: 12).
KruisverwijzingenEzra 10:2→Jeremia 19:2→Nehemia 7:40→Ezra 2:37→— Daarna verbeterde Zadok, de zoon van Immer, tegenover zijn huis. En na hem verbeterde Semaja, de zoon van Sechanja, de bewaarder van de Oostpoort.
Daarna verbeterde Zadok, de zoon van Immer, tegen zijn huis over. En na hem verbeterde Semaja niet te verwarren met Semaja in 1 Kronieken 3: 22 en 26: 6 vermeld, de zoon van Sechanja, de bewaarder van de Oostpoort.
— Na hem verbeterden Hananja, de zoon van Selemja, en Hanun, de zoon van Zalaf, de zesde, een andere maat. Na hem verbeterde Mesullam, de zoon van Berechja, tegenover zijn kamer.
Na hem verbeterde Hananja, de zoon van Selemja, en Hanun, de zoon van Zalaf, de zesde zoon, namelijk van Zalaf, ene andere maat; het eerste gedeelte vs. 13. Na hem verbeterde Mesullam, de zoon van Berechja, tegen zijne kamer, de onder zijn beheer staande tempelcel, over.
KruisverwijzingenNehemia 3:32→Nehemia 3:8→— Na hem verbeterde Malchia, de zoon eens goudsmids, tot aan het huis der Nethinim en der kruideniers, tegenover de poort van Mifkad, en tot de opperzaal van het punt.
Na hem verbeterde Malchia, de zoon eens goudsmids, behorende tot de klasse der goudsmeden, tot aan het huis der Nethinim en der kruideniers, waar deze hun pakhuis voor de behoeften des tempels hadden, tegenover de poort van Mifkad 1), waar volgens sommigen de raad vergaderde, en tot de opperzaal van het punt, ene hoogte, hoogstwaarschijnlijk te zoeken aan de zuidwestzijde van het tempelplein.
In Ezechiël. 43: 21 wordt van een Mifkad habajith gesproken. (Door de Stat.-Vert. overgezet met: in een bestelde plaats van het huis). Het was die plaats, waar het zondoffer verbrand werd, buiten het heiligdom op een afzonderlijke gedeelte. Wellicht dat dit Mifkad daarmee in verband kan worden gebracht.
KruisverwijzingenNehemia 3:1→Nehemia 12:39→Johannes 5:2→Nehemia 3:31→Nehemia 3:8→— En tussen de opperzaal van het punt tot de Schaapspoort toe, verbeterden de goudsmeden en de kruideniers.
En tussen de opperzaal van het punt tot de Schaapspoort toe1), opwaarts, verbeterden de goudsmeden en de kruideniers.
Dit is het gedeelte van den gehelen oostelijken tempelmuur tot de Schaapspoort, van welke de beschrijving (vs. 1) uitging. De oostelijke muur van het tempelplein heeft wellicht bij de verbranding der stad door de Chaldeeërs minder geleden, of het is ook mogelijk, dat bij en na den tempelbouw die deelsgewijze weer hersteld is geworden, zodat er op dit ogenblik weinig aan te doen was.
Zelfs vrouwen hadden aan het werk geholpen: Sallum en zijne dochters (vs. 12). De Apostel Paulus spreekt ook van enige goede vrouwen, die met hem in het Evangelie arbeidden (Fil. 4:
. Sommigen verbeterden tegenover hun huizen, en anderen zelfs tegenover hun kamer. Wanneer er een werk voor het algemene welzijn moet verricht worden, moet ieder zijn best doen aan dat gedeelte, dat onder zijn bereik is. Als ieder voor zijn eigene deur veegt, zal de straat spoedig schoon zijn. Van Baruch wordt er gezegd, dat hij vuriglijk aan zijn deel verbeterde (vs. 20); niet dat anderen koel of onverschillig waren, maar hij was de ijverigste onder hen, en maakte zich daarom beroemd onder zijne medebouwers. Het is goed aldus ijverig werkzaam te zijn voor ene goede zaak, en het is wel waarschijnlijk, dat de ijver van dezen goeden man, ook anderen opwekte, om hun best te doen. Die het eerst hun werk af hadden, hielpen ook nog hun medegenoten.
Bij nauwkeurige lezing van den bouw der muren, wordt het duidelijk, dat in dit Hoofdstuk sprake is van den gehelen muur, die Jeruzalem omsloot, voor zover dit nodig was. Want juist dat het met de Schaapspoort begint en met die poort eindigt, daaruit blijkt genoegzaam, dat van den gehelen muur sprake is. En al maakt men bezwaar uit de omstandigheid, dat niet van alle poorten melding gemaakt wordt, die op andere plaatsen wèl vermeld worden, deze zwarigheid is in dier voege gemakkelijk op te lossen, dat deze niet vermelde poorten niets, of niet veel hebben geleden van de verwoesting door de Babyloniërs. Het is toch niet denkbaar, dat Nebukadnezar niet gerust heeft, aleer geen enkele steen meer op den anderen was gelaten, maar dat hij zó is te werk gegaan, dat wat nog bleef staan, geen genoegzame bescherming bood voor de stad, indien zij nog weer eens mocht opstaan. Die gedeelten echter, die verwoest of met den grond gelijk gemaakt waren, werden in den tijd, waarvan dit Hoofdstuk spreekt, weer hersteld.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Nehemia 3
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
III. Vs. 1-32.KruisverwijzingenNehemia 12:39→Jeremia 31:38→Zacharia 14:10→2 Kronieken 33:14→Nehemia 12:38→Spreuken 3:9→Nehemia 3:32→Johannes 5:2→
— En Eljasib, de hogepriester, maakte zich op met zijn broederen, de priesteren, en zij bouwden de Schaapspoort; zij heiligden ze, en richtten haar deuren op; ja, zij heiligden ze tot aan den toren Mea, tot aan den toren Hananeel. En aan zijn hand bouwden de mannen van Jericho; ook bouwde aan zijn hand Zacchur, de zoon van Imri. De Vispoort nu bouwden de kinderen van Senaa; zij zolderden die, en richtten haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen. En aan hun hand verbeterde Meremoth, de zoon van Uria, den zoon van Koz; en aan hun hand verbeterde Mesullam, de zoon van Berechja, den zoon van Mesezabeel; en aan hun hand verbeterde Zadok, zoon van Baena. Voorts aan hun hand verbeterden de Thekoieten; maar hun voortreffelijken brachten hun hals niet tot den dienst huns Heeren. En de Oude poort verbeterden Jojada, de zoon van Paseah, en Mesullam, de zoon van Besodja; deze zolderden zij, en richtten haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen. En aan hun hand verbeterden Melatja, de Gibeoniet, en Jadon, de Meronothiet, de mannen van Gibeon en van Mizpa; tot aan den stoel des landvoogds aan deze zijde der rivier. Aan zijn hand verbeterde Uzziel, de zoon van Harhoja, een der goudsmeden, en aan zijn hand verbeterde Hananja, de zoon van een der apothekers; en zij lieten Jeruzalem tot aan den breden muur. En aan hun hand verbeterde Refaja, de zoon van Hur, overste des halven deels van Jeruzalem. Voorts aan hun hand verbeterde Jedaja, de zoon van Herumaf, en tegenover zijn huis; en aan zijn hand verbeterde Hattus, de zoon van Hasabneja.
In de eerste dagen van de maand Augustus (Hoofdstuk 6: 15) begint nu de werkelijke bouw der muren en der poorten. In dit Hoofdstuk wordt ons in een kort overzicht bericht gegeven van diegenen, welke de enkele delen van den muur van de ene poort tot de andere herstelden. Dit bericht begint met de priesters, die de Schaapspoort en den muur ten noorden daarvan bouwden, en eindigt met de goudsmeden en de kruideniers, die van het zuiden af tot aan de Schaapspoort werkten. Het punt van uitgang wordt genomen aan de noordoostzijde van den tempel, neemt eerst ene richting naar het noorden, dan naar het westen, hierop naar het zuiden, verder naar het oosten en eindelijk weer noordelijk, waar bij de Schaapspoort het eindpunt zich aan het aanvangspunt aaneensluit.
En Eljasib, de hogepriester, de zoon van Jojakim, den zoon van Jozua (Hoofdstuk 12: 10), maakte zich op met zijne broederen, de gewone priesters, en zij bouwden op de fondamenten, die nog waren overgebleven van de verwoesting van Jeruzalem, de Schaapspoort 1), op de plaats van de tegenwoordige Stefanuspoort, door welke nog thans de Bedouïnen hun schapen, die zij te verkopen hebben, in de stad drijven; zij heiligden 2) ze, ze wijdden ze plechtig in, zodra zij met het bouwen gereed waren, en richtten hare deuren op (Hoofdstuk 6: 1); ja zij heiligden ze tot aan den toren Mea (Hoofdstuk 12: 39; (Zach. 14: 16) (= honderd), en bouwden van daar nog een goed gedeelte verder in noordelijke richting, tot aan den toren Hananeël, aan den noordoostelijken hoek der stad.
De Schaapspoort was het dichtst bij den tempel, aan de zuidzijde der stad en dat gedeelte van het dal, van waar men recht op de stad van David en op den tempel zag. Zij werd de Schaapspoort genaamd, omdat de schapen tot den offerdienst geschikt, door deze poort stadwaarts werden ingevoerd. Hierom kan men ook lichtelijk de reden begrijpen waarom de priesters dit gedeelte van het werk der herbouwing op zich genomen hebben.
D.w.z. dat zij, na het bouwen van de Schaapspoort, die voorlopig inwijdden als de eersteling van de verdere poorten en muren. De heiliging of inwijding van den gehelen stadsmuur volgde eerst later, zoals Hoofdstuk 12: 27 vv. vermeld wordt. Hier werd de bouw geheiligd.
En aan zijne hand 1), naast Eljasib met zijne broederen, de priesters, bouwden de mannen van Jericho; ook bouwde verder aan zijne hand Zacchur, de zoon van Imri, met de mannen van zijn geslacht, het vierde stuk, dat de voortzetting van het zo even genoemde derde gedeelte uitmaakte.
Aan zijne hand is hier en in de volgende verzen betrekkelijk in letterlijken zin op te vatten, in den zin van, aan zijne zijde.
De Vispoort aan de noordzijde van Bezetha, dicht bij de vismarkt, nu bouwden de kinderen van Senaä (Ezra 2: 35); zij zolderden die door naast elkaar liggende balken, en richtten hare deuren op, met hare sloten en hare grendelen 1), om de poort te sluiten.
Hoewel volgens Hoofdstuk 6: 1 de deuren niet eerder in de poorten werden gezet, dan nadat alle scheuren waren gedicht, zo wordt het toch hier reeds vermeld, om aan te geven, dat zij, die de poorten bouwden, ook de deuren maakten. Dezelfde mannen, die de poorten, dit is de bedoeling, bouwden, zetten straks ook de deuren er in.
En aan hun hand, verder naar het westen, verbeterde Meremoth, de zoon van Uria, den zoon van Koz (vergelijk vs. 21),en aan hun hand in de tweede lijn, verbeterde Mesullam, de zoon van Berechja, den zoon van Mesezabeël, uit ene zeer aanzienlijke familie in Jeruzalem (Hoofdstuk 6: 19); en aan hun hand, in de derde lijn, verbeterde Zadok, zoon van Baëna.
Voorts aan hun hand, in de vierde lijn, verbeterden de Thekoïeten (2 (Samuel 2: 1); maar hun voortreffelijken, de voornamen van de stad, brachten hunnen hals niet 1) tot den dienst huns Heeren 2), waren niet geneigd om zich te schikken naar den wil Gods en van Nehemia en de overige machthebbenden in Jeruzalem, en mede deel te nemen aan den arbeid.
Kanttekening: De armen moeten het kruis dragen, de rijken geven niets. Velen beijverden zich in dit werk, hoewel zij gene inwoners van Jeruzalem waren; zij raadpleegden alleen het algemeen welzijn en gene bijzondere belangen. Elk Israëliet moest ene hand bieden aan het bouwen van Jeruzalem. Zelfs verscheidene hoofden en aanzienlijken, zowel van Jeruzalem als van de andere steden, werkten mede, zich verplicht rekenende om mede hun best te doen voor het goede werk. Met recht wordt het aan de edelen of voortreffelijken van Thekoa verweten, dat zij geen deel wilden nemen aan dezen dienst, alsof hun rang hen van de verplichting onthief, om God te dienen en goed te doen, dat toch inderdaad de hoogste eer en de ware vrijheid is. Edelen, die den waren adeldom bezitten moeten niets te gering voor zich rekenen, wanneer zij daardoor het welzijn van hun land en van hun medeburgers kunnen bevorderen. Waartoe dient de adeldom anders, dan om juist door dien adeldom in hogere mate en in meer verheven kring dat nut aan te brengen, waartoe personen van minderen rang niet in staat zijn.
De spreekwijze is ontleend aan het steken van den hals in of onder een juk (Jer. 27: 11 vv.). Wie zijn hals in of onder een juk steekt, toont daarmee, dat hij dienstbaar wil zijn. Dit willen de edelen en aanzienlijken van Thekoa niet.
Huns Heeren heeft hier ongetwijfeld op den Heere God betrekking. In den grondtekst staat niet Javeh, maar Adonim, dewijl hier sprake is van een dienen des Heeren, als Oppergebieder van Jeruzalem en Juda.
En de Oude poort 1), tussen de Vispoort en de poort van Efraïm (Hoofdstuk 12: 39), verbeterden Jojada, de zoon van Paseah, en Mesullam, de zoon van Besodja; deze zolderden zij, en richtten hare deuren op, met hare sloten en hare grendelen.
De oude poort. Beter: de poort van den ouden, d.i. van den ouden muur. We nemen aan, dat hiermede wordt bedoeld, dat gedeelte van den ouden muur, hetwelk door Joas, in de dagen van Amazia, was gespaard gelaten, dewijl in vs. 8 van den breden muur wordt gesproken, die door Uzzia was opgebouwd, na de verwoesting er van door Joas (2 Koningen 14: 13). Volgens vs. 7 bouwden daaraan twee hoofden met hun onderhorigen; hoogstwaarschijnlijk, dewijl het zeer veel werks kostte en daarmee grote onkosten gepaard gingen.
En aan hun hand verbeterden Melatja, de Gibeoniet (Jozua 9: 3), en Jadon, de Meronothiet, van Merono in de nabijheid van Mizpa gelegen (1 Samuel 9: 5 ), de mannen van Gibeon en van Mizpa, het tegenwoordige Nebi Samwil 2 uur van Jeruzalem gelegen, tot aan den stoel, aan den rechterstoel, des landvoogds aan deze zijde der rivier, tot aan de plaats waar de landvoogd rechtsdag placht te houden (Hoofdstuk 2: 9).
Aan zijne hand verbeterde Uzziël, de zoon van Harhoja, een der goudsmeden, tot de gemeenschap der goudsmeden behorende; en aan zijne hand verbeterde Hananja, de zoon van een der apothekers, van het gilde of de gemeenschap der apothekers; en zij lieten het gedeelte des muurs, dat nu volgde onaangeroerd, omdat het zich in goeden staat bevond, dewijl het niet met de andere gedeelten was verwoest, toen Jeruzalemdoor de handen der Heidenen was ter nedergeworpen; zij konden dus dit deel, dat zich tot aan den breden muur 1) uitstrekte, laten staan, zonder er iets aan te verbeteren.
De “brede muur” is ongetwijfeld dat gedeelte, hetwelk de Israëlitische koning Joas tot ene lengte van 400 ellen had doen ter nederwerpen (2 Koningen 14: 13), waarna het door koning Uzzia breder en sterker werd opgebouwd (2 Kronieken 26: 9).
Het vermoeden ligt voor de hand, dat de brede muur, die plaats is, waar de Israëlitische koning Joas de muur 400 el van de Efraïm’s poort tot de Hoekpoort afbrak, welke later breder en zwaarder werd opgebouwd door Uzzia. Dewijl nu onder de herbouwde poorten, die van Efraïm niet vermeld wordt en deze poort toch volgens Hoofdstuk 8: 16 in Nehemia’s tijden aanwezig was, zo kan de niet-vermelding er van in ons Hoofdstuk geen anderen grond hebben als dezen, dat die bij de verwoesting van Jeruzalem’s muren is blijven staan.
En aan hun hand verbeterde Refaja, de zoon van Hur, overste des halven deels, rechts- of landgebied, van Jeruzalem.
Voorts aan hun hand verbeterde Jedaja, de zoon van Harum af, dat deel van den muur, dat nabij en tegenover zijn huis lag; en aan zijne hand verbeterde Hattus, de zoon van Hasabneja.
De andere mate of helft verbeterde Malchia, de zoon van Harim, en Hassub, de zoon van Pahath-Moab; daartoe herstelden zij ook den Bakovenstoren 1) tussen den breden muur en de Dalpoort (Nehemia 12: 38) of dat bij de Hoekpoort, of dezelfde.
Indien men vaststelt, dat de Bakovenstoren dezelfde is als de Hoekpoort, is ook de reden opgelost, waarom in deze opgave niet van laatstgenoemde poort sprake is, dewijl zij toch, ook na de Ballingschap, bestond. Robinson en Tobler zijn van mening, dat de Goliathstoren, uit den tijd der kruistochten, gebouwd is op de oude fondamenten van dezen toren.
En aan zijne hand, in de richting naar het Zuiden, langs de westzijde van de stad, verbeterde Sallum, de zoon van Lohes, overste van het andere halve vierde deel van Jeruzalem, het landgebied dat tot Jeruzalem behoorde, met de in het gebied liggende dorpen en plaatsen, hij en zijne dochters.
De Dalpoort aan de westzijde, waar men nu de Jaffapoort vindt, (Hoofdstuk 2: 13), verbeterde Hanum, en de inwoners van Zanoah westelijk van Jeruzalem, nu Zanaâ (Jozua 15:
; zij bouwden die, en richtten hare deuren op, met hare sloten en hare grendelen; daartoe werden gerekend ongeveer duizend ellen aan den muur, tot aan de Mistpoort 1), welke nog in goeden staat waren, en dus niet behoefden hersteld te worden.
De afstand van de tegenwoordige Jaffapoort tot de plaats, waar vroeger de Mistpoort stond, bedraagt ongeveer 750 Ned. el. De Joodse el, na de Ballingschap, is iets groter als die vóór die gebeurtenis en heeft de lengte van ongeveer den afstand van den top van den middelsten vinger tot aan den elleboog of den oksel.
De Mistpoort nu verbeterde Malchia, de zoon van Rechab (Jer. 35: 2 vv.), overste van het deel Beth-Cheremof der wijngaardeniers, ook het gebied van Beth-Hakerem genoemd (Jer. 6:
; hij bouwde ze, en richtte hare deuren op, met hare sloten en hare grendelen.
En de Fonteinpoort verbeterde Sallum, de zoon van Kol-Hoze, overste van het deel van Mizpa, namelijk van het land rondom die stad (1 (Samuel 9: 5) ), want de stad zelf behoorde tot het gebied van den Syrischen landvoogd (vs. 7); hij bouwde ze, en overdekte ze, en richtte hare deuren op, met hare sloten en hare grendelen; daartoe den muur liggende tegenover de uitgestrektheid des vijvers Schelah 1) (2 (Samuel 17: 17 en Kon. 7: 26), bij des konings hof, en tot aan de trappen, die afgaan van David’s stad.
Schelah herinnert aan Siloah. Door de navorsingen van Robinson en Tobler is uitgemaakt, dat de Siloah zijn water uit een onderaards kanaal ontvangt, hetwelk van af de aan de Oostelijke helling van Ofel liggende bron van de Jonkvrouw (Ain Sitti Miriam) 1750 voet lang door de rots is gegraven. Nevens den vijver Siloah aan de Ooster helling van Sion, waar het Tyropoiöndal in het Kedrondal uitwatert, bevindt zich een nu met aarde opgevuld, met bomen en gras bedekte grote oude vijver (Birket el Hakra), door Tobler de beneden vijver Siloah genoemd, ter onderscheiding van een nu nog voorhanden zijnde, die hij, wijl hij noordwestelijk daarvan is gelegen, als den bovenvijver aanduidt. Een van de Siloahvijvers, waarschijnlijk de beneden grotere, is wel de in Hoofdstuk 2: 14 vermelde koningsvijver, in wiens nabijheid tegen het Oosten en Zuidoosten de koningstuin lag.
Na hem verbeterde Nehemia, de zoon van Azbuk, niet te verwarren met den schrijver van dit boek, den zoon van Hachalja (Hoofdstuk 1: 1), overste van het halve deel, het ene halve district van Beth-Zur (Jozua 15: 58), tot tegenover den ingang van David’s graven, aan de oostelijke zijde van Zion, en tot aan den door kunst gemaakten vijver (tot nog toe onbekend), en tot aan het huis der helden op den Zion.
Na hem verbeterden de Levieten, aan wier hoofd stond: Rehum, de zoon van Bani; aan zijne hand verbeterde 1) Hasabja, de overste van het halve deel van Kehila (Jozua 15: 44 ), in zijn deel des lands, met de mannen van zijn district (het andere in vs. 18).
Evenmin als in vs. 18 wordt ook hier opgegeven, wat deel des muurs door deze bouwlieden werd verbeterd. Uit de opgave dat Hasabja, de overste van het halve deel van Kehila, in zijn deel, d.i. wat zijn district betreft, verbeterde, terwijl in het volgende vers van de andere helft van Kehila wordt gesproken, blijkt, dat zij, de Kehilieten, niet gezamenlijk, maar van elkaar gescheiden, hebben gearbeid. Tobler is van mening, dat Kehila het tegenwoordige dorp Kila is, oostelijk gelegen van Beit Dschibrin.
Na hem verbeterden hun broederen, met Bavai, de zoon van Henadad, de overste van het andere halve deel van Kehila.
Aan zijne hand nevens hem verbeterde Ezer, de zoon van Jesua, de overste van Mizpa ene andere maat of helft, waarvan de eerste helft in vs. 15 of in vs. 7 zal te zoeken zijn; daar wordt ook gesproken van mannen van Mizpa, die gebouwd hebben, tegenover den opgang naar het wapen- of tuighuis, aan den hoek. Wij moeten bij deze beschrijving de opgaven veeltijds zo laten, als zij daar staan, zonder iets naders omtrent de plaatselijkheid, welke ons vooral in den Tyropoiön, tussen de heuvels Zion en Moria zeer onbekend is, te kunnen bepalen.
Na hem verbeterde zeer vuriglijk, met veel ijver, Baruch, de zoon van Zabbai, ene andere maat, een tweede stuk 1), van den hoek tot aan de deur van het huis van Eljasib, den hogepriester (vs. 1).
Gerekend vanaf de hoek, waarvan in vs. 19 gesproken is. Waar het huis van Eljasib heelt gestaan, is niet meer aan te geven.
Na hem verbeterde Meremoth, de zoon van Uria, den zoon van Koz of Hakkoz, ene andere maat, een tweede stuk-het eerste vindt men in vs. 4, van de huisdeur der woning van Eljasib af, tot aan het einde van Eljasibs huis.
En na hem verbeterden de priesters, wonende in de vlakke velden 1).
Hiermede worden bedoeld, de priesters, die in de Jordaanvlakte woonden, waarschijnlijk te Jericho. Wat zij verbeterden wordt niet opgegeven.
Daarna verbeterden Benjamin, en Hassub, tegen hun huis over; na hem verbeterde Azaria, de zoon van Maäseja, den zoon van Hananja, bij zijn huis; want bij dit deel van den muur, dat zich om de hoogte van Ofel uitstrekte, woonden, wegens de nabijheid van den tempel, meest priesters.
Na hem verbeterde Binnuï, de zoon van Henadad, ene andere maat, een tweede gedeelte; het eerste gedeelte is misschien in vs. 18 te zoeken, en de naam Binnui zou dan dezelfde zijn als Bavai, bij beiden wordt Henadad als de vader genoemd; hij bouwde van het huis van Azaria tot aan den hoek en tot aan het punt of het uiterste van den hoek.
Palal, de zoon van Uzaï, tegen den hoek, en den hogen toren over, die van des konings huis, het koninklijk paleis van David tegenover den tempel, aan de noordoostzijde van Sion, uitsteekt, zich verheft, en die bij den voorhof der gevangenis is 1) (Hoofdstuk 12: 39 ); na of nevens hem maakt Pedaja, de zoon van Paros, een gedeelte van dezen hoekmuur.
Volgens de gewoonte in het Oosten vormde het gevangenhof een deel van den koninklijken burcht op Zion. Een burcht echter had een hogen toren. Dit blijkt ook uit Hoogl. 4: 4, al is het mogelijk, dat de daar vermelde toren van David, waaraan 1000 schilden hingen, allen wapenen der helden, niet met den toren van het koningshuis te vereenzelvigen is, als ook uit Micha 4: 8. Jes. 32: 14. Deze hoge toren van het koninklijke huis, d.i. de koninklijke burcht stond volgens ons vers in de onmiddellijke nabijheid van den hoek op het uiterste punt, want de hoek, de hoge toren van het koningshuis lag tegenover het gedeelte van den muur, dat tot het uiterste punt reikte. Hier vormde de muur een hoek, wijl hij niet verder van het Zuiden naar het Noorden voortliep, maar in een hoekpunt zich naar het Oosten wendde en naar Ofel, den zuidelijken uitloper van Moria zich uitstrekte.
De Nethinim nu (zie 1 Kronieken 9: 2 ), die in Ofel woonden, tot tegenover de Waterpoort aan het oosten, en den uitstekenden toren, hadden hier hun verblijf. Hun woningen, die zuidwaarts van het tempelgebouw stonden, strekten zich uit van het zuidoosten van het plein naar het oosten, en waren gedeeltelijk gebouwd op de oostelijke helling van den tempelheuvel, alzo oostwaarts van den Waterpoort.
Daarna verbeterden de Thekoïeten (na Pedaja in vs. 25), ene andere maat of gedeelte, het eerste is in vs. 5 genoemd, tegenover den groten uitstekenden toren, en tot aan den muur van Ofel 1).
Dit stuk liep over het Tyropoiöndal tot aan den muur van Ofel. Aan de noordzijde was geen muur nodig, van wege den zuidelijken muur van het tempelplein.
Van boven de Paardenpoort niet ver van den Tempel en van het paleis verwijderd (de beschrijving gaat hier naar de oostzijde van Zion terug en vervolgt een ander deel van den muur, die over het Tyropoiön naar den Ofel leidde), verbeterden de priesters, een iegelijk tegen zijn huis over. Hier worden slechts 8 poorten genoemd. Elders lezen wij nog van 4 andere poorten, de poort van Efraïm (Hoofdstuk 12: 39), van Benjamin (Jer.37: 13) de gevangenpoort (Hoofdstuk 12:
; de Hoekpoort (2 Koningen 14: 13). Deze 4 bij de 8 poorten maken te zamen 12, welke ook aan het nieuwe Jeruzalem worden toegeschreven. (Openbaring 21: 12).
Daarna verbeterde Zadok, de zoon van Immer, tegen zijn huis over. En na hem verbeterde Semaja niet te verwarren met Semaja in 1 Kronieken 3: 22 en 26: 6 vermeld, de zoon van Sechanja, de bewaarder van de Oostpoort.
Na hem verbeterde Hananja, de zoon van Selemja, en Hanun, de zoon van Zalaf, de zesde zoon, namelijk van Zalaf, ene andere maat; het eerste gedeelte vs. 13. Na hem verbeterde Mesullam, de zoon van Berechja, tegen zijne kamer, de onder zijn beheer staande tempelcel, over.
Na hem verbeterde Malchia, de zoon eens goudsmids, behorende tot de klasse der goudsmeden, tot aan het huis der Nethinim en der kruideniers, waar deze hun pakhuis voor de behoeften des tempels hadden, tegenover de poort van Mifkad 1), waar volgens sommigen de raad vergaderde, en tot de opperzaal van het punt, ene hoogte, hoogstwaarschijnlijk te zoeken aan de zuidwestzijde van het tempelplein.
In Ezechiël. 43: 21 wordt van een Mifkad habajith gesproken. (Door de Stat.-Vert. overgezet met: in een bestelde plaats van het huis). Het was die plaats, waar het zondoffer verbrand werd, buiten het heiligdom op een afzonderlijke gedeelte. Wellicht dat dit Mifkad daarmee in verband kan worden gebracht.
En tussen de opperzaal van het punt tot de Schaapspoort toe1), opwaarts, verbeterden de goudsmeden en de kruideniers.
Dit is het gedeelte van den gehelen oostelijken tempelmuur tot de Schaapspoort, van welke de beschrijving (vs. 1) uitging. De oostelijke muur van het tempelplein heeft wellicht bij de verbranding der stad door de Chaldeeërs minder geleden, of het is ook mogelijk, dat bij en na den tempelbouw die deelsgewijze weer hersteld is geworden, zodat er op dit ogenblik weinig aan te doen was.
Zelfs vrouwen hadden aan het werk geholpen: Sallum en zijne dochters (vs. 12). De Apostel Paulus spreekt ook van enige goede vrouwen, die met hem in het Evangelie arbeidden (Fil. 4:
. Sommigen verbeterden tegenover hun huizen, en anderen zelfs tegenover hun kamer. Wanneer er een werk voor het algemene welzijn moet verricht worden, moet ieder zijn best doen aan dat gedeelte, dat onder zijn bereik is. Als ieder voor zijn eigene deur veegt, zal de straat spoedig schoon zijn. Van Baruch wordt er gezegd, dat hij vuriglijk aan zijn deel verbeterde (vs. 20); niet dat anderen koel of onverschillig waren, maar hij was de ijverigste onder hen, en maakte zich daarom beroemd onder zijne medebouwers. Het is goed aldus ijverig werkzaam te zijn voor ene goede zaak, en het is wel waarschijnlijk, dat de ijver van dezen goeden man, ook anderen opwekte, om hun best te doen. Die het eerst hun werk af hadden, hielpen ook nog hun medegenoten.
Bij nauwkeurige lezing van den bouw der muren, wordt het duidelijk, dat in dit Hoofdstuk sprake is van den gehelen muur, die Jeruzalem omsloot, voor zover dit nodig was. Want juist dat het met de Schaapspoort begint en met die poort eindigt, daaruit blijkt genoegzaam, dat van den gehelen muur sprake is. En al maakt men bezwaar uit de omstandigheid, dat niet van alle poorten melding gemaakt wordt, die op andere plaatsen wèl vermeld worden, deze zwarigheid is in dier voege gemakkelijk op te lossen, dat deze niet vermelde poorten niets, of niet veel hebben geleden van de verwoesting door de Babyloniërs. Het is toch niet denkbaar, dat Nebukadnezar niet gerust heeft, aleer geen enkele steen meer op den anderen was gelaten, maar dat hij zó is te werk gegaan, dat wat nog bleef staan, geen genoegzame bescherming bood voor de stad, indien zij nog weer eens mocht opstaan. Die gedeelten echter, die verwoest of met den grond gelijk gemaakt waren, werden in den tijd, waarvan dit Hoofdstuk spreekt, weer hersteld.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel