Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Nehemia 3

1 En Eljasib, de hogepriester, maakte zich op met zijn broederen, de priesteren, en zij bouwden de Schaapspoort; zij heiligden ze, en richtten haar deuren op; ja, zij heiligden ze tot aan den toren Mea, tot aan den toren Hananeel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En EljasibH475, de hogepriesterH1419, maakte zich op met zijn broederenH251, de priesterenH3548, en zij bouwdenH1129 de SchaapspoortH6629; zijH1992 heiligdenH6942 ze, en richttenH5975 haar deurenH1817 op; ja, zij heiligdenH6942 ze tot aan den torenH4026 MeaH3968, tot aan den torenH4026 HananeelH2606. En Eljasib, de hogepriester, maakte zich op met zijn broederen, de priesteren, en zij bouwden de Schaapspoort; zij heiligden ze, en richtten haar deuren op; ja, zij heiligden ze tot aan den toren Mea, tot aan den toren Hananeel.

KJV Then Eliashib2 the high4 priest3 rose up1 with his brethren5 the priests,6 and they builded7 the sheep10 gate;9 they sanctified12 it, and set up13 the doors14 of it; even unto the tower16 of Meah17 they sanctified18 it, unto the tower20 of Hananeel.

1 וַיָּ֡קָם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 אֶלְיָשִׁיב֩ H475 Eljasib, Eljasibs Eliashib 3 הַכֹּהֵ֨ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 4 הַגָּד֜וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 5 וְאֶחָ֣יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 6 הַכֹּהֲנִ֗ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 7 וַיִּבְנוּ֙ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 שַׁ֣עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 10 הַצֹּ֔אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 11 הֵ֣מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 12 קִדְּשׁ֔וּהוּ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 13 וַֽיַּעֲמִ֖ידוּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 14 דַּלְתֹתָ֑יו H1817 deuren, deur, poorten door (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3) 15 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 16 מִגְדַּ֤ל H4026 toren, torens, Bakoventoren castle, flower, tower. Compare the names following 17 הַמֵּאָה֙ H3968 Mea Meah 18 קִדְּשׁ֔וּהוּ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 19 עַ֖ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 20 מִגְדַּ֥ל H4026 toren, torens, Bakoventoren castle, flower, tower. Compare the names following 21 חֲנַנְאֵֽל H2606 Hananeel Hananeel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En aan zijn hand bouwden de mannen van Jericho; ook bouwde aan zijn hand Zacchur, de zoon van Imri.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En aanH5921 zijn handH3027 bouwdenH1129 de mannenH582 van JerichoH3405; ook bouwdeH1129 aanH5921 zijn hand ZacchurH2139, de zoonH1121 van ImriH566. En aan zijn hand bouwden de mannen van Jericho; ook bouwde aan zijn hand Zacchur, de zoon van Imri.

KJV And next unto him2 builded3 the men of Jericho.5 And next to them builded8 Zaccur9 the son10 of Imri.

1 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 יָד֥וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 3 בָנ֖וּ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 4 אַנְשֵׁ֣י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 יְרֵח֑וֹ H3405 Jericho Jericho 6 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 יָד֣וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 בָנָ֔ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 9 זַכּ֖וּר H2139 Zakkur, Zaccur, Zacchur Zaccur, Zacchur 10 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 אִמְרִֽי H566 Imri Imri

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 De Vispoort nu bouwden de kinderen van Senaa; zij zolderden die, en richtten haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 De VispoortH1709 nu bouwdenH1129 de kinderenH1121 van SenaaH5570; zijH1992 zolderdenH7136 die, en richttenH5975 haar deurenH1817 op, met haar slotenH4514 en haar grendelenH1280. De Vispoort nu bouwden de kinderen van Senaa; zij zolderden die, en richtten haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen.

KJV But the fish3 gate2 did the sons5 of Hassenaah6 build,4 who also laid the beams8 thereof, and set up9 the doors10 thereof, the locks11 thereof, and the bars

1 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 שַׁ֣עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 3 הַדָּגִ֔ים H1709 vissen, Vispoort, vis fish 4 בָּנ֖וּ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 5 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 הַסְּנָאָ֑ה H5570 Senaa Senaah, Hassenaah (with the article) 7 הֵ֣מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 8 קֵר֔וּהוּ H7136 wedervaren, ontmoet, ontmoeten appoint, lay (make) beams, befall, bring, come (to pass unto), floor, (hap) was, happen (unto), meet, send good speed 9 וַֽיַּעֲמִ֨ידוּ֙ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 10 דַּלְתֹתָ֔יו H1817 deuren, deur, poorten door (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3) 11 מַנְעוּלָ֖יו H4514 sloten, slots lock 12 וּבְרִיחָֽיו H1280 grendelen, richelen, grendel bar, fugitive
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En aan hun hand verbeterde Meremoth, de zoon van Uria, den zoon van Koz; en aan hun hand verbeterde Mesullam, de zoon van Berechja, den zoon van Mesezabeel; en aan hun hand verbeterde Zadok, zoon van Baena.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En aanH5921 hun handH3027 verbeterdeH2388 MeremothH4822, de zoonH1121 van UriaH223, den zoonH1121 van KozH6976; en aanH5921 hun handH3027 verbeterdeH2388 MesullamH4918, de zoonH1121 van BerechjaH1296, den zoonH1121 van MesezabeelH4898; en aanH5921 hun handH3027 verbeterdeH2388 ZadokH6659, zoonH1121 van BaenaH1195. En aan hun hand verbeterde Meremoth, de zoon van Uria, den zoon van Koz; en aan hun hand verbeterde Mesullam, de zoon van Berechja, den zoon van Mesezabeel; en aan hun hand verbeterde Zadok, zoon van Baena.

KJV And next unto them2 repaired3 Meremoth4 the son5 of Urijah,6 the son7 of Koz.8 And next unto them10 repaired11 Meshullam12 the son13 of Berechiah,14 the son15 of Meshezabeel.16 And next unto them18 repaired19 Zadok20 the son21 of Baana.

1 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 יָדָ֣ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 3 הֶחֱזִ֗יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 4 מְרֵמ֤וֹת H4822 Meremoth Meremoth 5 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 אוּרִיָּה֙ H223 Uria Uriah, Urijah 7 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 הַקּ֔וֹץ H6976 Koz, Hakkoz Koz, Hakkoz (including the article) 9 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 יָדָ֣ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 11 הֶחֱזִ֔יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 12 מְשֻׁלָּ֥ם H4918 Mesullam Meshullam 13 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 בֶּרֶכְיָ֖ה H1296 Berechja Berachiah, Berechiah 15 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 16 מְשֵׁיזַבְאֵ֑ל H4898 Mesezabeel Meshezabeel 17 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 יָדָ֣ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 19 הֶֽחֱזִ֔יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 20 צָד֖וֹק H6659 Zadok, Zadoks Zadok 21 בֶּֽן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 22 בַּעֲנָֽא H1195 Baana, Baena Baana, Baanah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Voorts aan hun hand verbeterden de Thekoieten; maar hun voortreffelijken brachten hun hals niet tot den dienst huns Heeren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Voorts aanH5921 hun handH3027 verbeterdenH2388 de ThekoietenH8621; maar hun voortreffelijkenH117 brachtenH935 hun halsH6677 nietH3808 tot den dienstH5656 huns HeerenH113. Voorts aan hun hand verbeterden de Thekoieten; maar hun voortreffelijken brachten hun hals niet tot den dienst huns Heeren.

KJV And next unto them2 the Tekoites4 repaired;3 but their nobles5 put7 not their necks8 to the work9 of their Lord.

1 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 יָדָ֖ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 3 הֶחֱזִ֣יקוּ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 4 הַתְּקוֹעִ֑ים H8621 Thekoiet, Thekoieten, Thekoietische Tekoite 5 וְאַדִּֽירֵיהֶם֙ H117 heerlijken, voortreffelijken, heerlijk excellent, famous, gallant, glorious, goodly, lordly, mighty(-ier one), noble, principal, worthy 6 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 הֵבִ֣יאוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 צַוָּרָ֔ם H6677 hals, halzen, buithalzen neck 9 בַּעֲבֹדַ֖ת H5656 dienst, dienstwerk, dienstbaarheid act, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought 10 אֲדֹנֵיהֶֽם H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En de Oude poort verbeterden Jojada, de zoon van Paseah, en Mesullam, de zoon van Besodja; deze zolderden zij, en richtten haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En de OudeH3465 poortH8179 verbeterdenH2388 JojadaH3111, de zoonH1121 van PaseahH6454, en MesullamH4918, de zoonH1121 van BesodjaH1152; deze zolderdenH7136 zijH1992, en richttenH5975 haar deurenH1817 op, met haar slotenH4514 en haar grendelenH1280. En de Oude poort verbeterden Jojada, de zoon van Paseah, en Mesullam, de zoon van Besodja; deze zolderden zij, en richtten haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen.

KJV Moreover the old3 gate2 repaired4 Jehoiada5 the son6 of Paseah,7 and Meshullam8 the son9 of Besodeiah;10 they laid the beams12 thereof, and set up13 the doors14 thereof, and the locks15 thereof, and the bars

1 וְאֵת֩ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 שַׁ֨עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 3 הַיְשָׁנָ֜ה H3465 oude, Oude, ouden old 4 הֶחֱזִ֗יקוּ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 5 יֽוֹיָדָע֙ H3111 Jojada Jehoiada, Joiada 6 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 פָּסֵ֔חַ H6454 Paseah, Pasea Paseah, Phaseah 8 וּמְשֻׁלָּ֖ם H4918 Mesullam Meshullam 9 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 בְּסֽוֹדְיָ֑ה H1152 Besodja Besodeiah 11 הֵ֣מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 12 קֵר֔וּהוּ H7136 wedervaren, ontmoet, ontmoeten appoint, lay (make) beams, befall, bring, come (to pass unto), floor, (hap) was, happen (unto), meet, send good speed 13 וַֽיַּעֲמִ֨ידוּ֙ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 14 דַּלְתֹתָ֔יו H1817 deuren, deur, poorten door (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3) 15 וּמַנְעֻלָ֖יו H4514 sloten, slots lock 16 וּבְרִיחָֽיו H1280 grendelen, richelen, grendel bar, fugitive
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En aan hun hand verbeterden Melatja, de Gibeoniet, en Jadon, de Meronothiet, de mannen van Gibeon en van Mizpa; tot aan den stoel des landvoogds aan deze zijde der rivier.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En aanH5921 hun handH3027 verbeterdenH2388 MelatjaH4424, de GibeonietH1393, en JadonH3036, de MeronothietH4824, de mannenH582 van GibeonH1391 en van MizpaH4709; tot aan den stoelH3678 des landvoogdsH6346 aan deze zijde der rivierH5104. En aan hun hand verbeterden Melatja, de Gibeoniet, en Jadon, de Meronothiet, de mannen van Gibeon en van Mizpa; tot aan den stoel des landvoogds aan deze zijde der rivier.

KJV And next unto them2 repaired3 Melatiah4 the Gibeonite,5 and Jadon6 the Meronothite,7 the men of Gibeon,9 and of Mizpah,10 unto the throne11 of the governor12 on this side13 the river.

1 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 יָדָ֨ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 3 הֶחֱזִ֜יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 4 מְלַטְיָ֣ה H4424 Melatja Melatiah 5 הַגִּבְעֹנִ֗י H1393 Gibeonieten, Gibeoniet Gibeonite 6 וְיָדוֹן֙ H3036 Jadon Jadon 7 הַמֵּרֹ֣נֹתִ֔י H4824 Meronothiet Meronothite 8 אַנְשֵׁ֥י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 גִבְע֖וֹן H1391 Gibeon Gibeon 10 וְהַמִּצְפָּ֑ה H4709 Mizpa Mitspah. (This seems rather to be only an orthographic variation of H4708 (מִצְפֶּה) when 'in pause'.) 11 לְכִסֵּ֕א H3678 troon, stoel, troons seat, stool, throne 12 פַּחַ֖ת H6346 landvoogden, vorst, vorsten captain, deputy, governor 13 עֵ֥בֶר H5676 gene, zijden, recht [idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight 14 הַנָּהָֽר H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Aan zijn hand verbeterde Uzziel, de zoon van Harhoja, een der goudsmeden, en aan zijn hand verbeterde Hananja, de zoon van een der apothekers; en zij lieten Jeruzalem tot aan den breden muur.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Aan zijn handH3027 verbeterdeH2388 UzzielH5816, de zoonH1121 van HarhojaH2736, een der goudsmedenH6884, en aan zijn handH3027 verbeterdeH2388 HananjaH2608, de zoonH1121 van een der apothekersH7546; en zij lietenH5800 JeruzalemH3389 totH5704 aan den bredenH7342 muurH2346. Aan zijn hand verbeterde Uzziel, de zoon van Harhoja, een der goudsmeden, en aan zijn hand verbeterde Hananja, de zoon van een der apothekers; en zij lieten Jeruzalem tot aan den breden muur.

KJV Next unto him2 repaired3 Uzziel4 the son5 of Harhaiah,6 of the goldsmiths.7 Next unto him9 also repaired10 Hananiah11 the son12 of one of the apothecaries,13 and they fortified14 Jerusalem15 unto the broad18 wall.

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 יָד֣וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 3 הֶחֱזִ֗יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 4 עֻזִּיאֵ֤ל H5816 Uzziel Uzziel 5 בֶּֽן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 חַרְהֲיָה֙ H2736 Harhoja Harhaiah 7 צֽוֹרְפִ֔ים H6884 goudsmid, gelouterd, doorlouterd cast, (re-) fine(-er), founder, goldsmith, melt, pure, purge away, try 8 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 יָד֣וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 10 הֶחֱזִ֔יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 11 חֲנַנְיָ֖ה H2608 Hananja Hananiah 12 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 13 הָרַקָּחִ֑ים H7546 apothekers apothecary 14 וַיַּֽעַזְבוּ֙ H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 15 יְר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 16 עַ֖ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 17 הַחוֹמָ֥ה H2346 muur, muren, muurs wall, walled 18 הָרְחָבָֽה H7342 wijd, wijde, breden broad, large, at liberty, proud, wide
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En aan hun hand verbeterde Refaja, de zoon van Hur, overste des halven deels van Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En aanH5921 hun handH3027 verbeterdeH2388 RefajaH7509, de zoonH1121 van HurH2354, oversteH8269 des halvenH2677 deelsH6418 van JeruzalemH3389. En aan hun hand verbeterde Refaja, de zoon van Hur, overste des halven deels van Jeruzalem.

KJV And next unto them2 repaired3 Rephaiah4 the son5 of Hur,6 the ruler7 of the half8 part9 of Jerusalem.

1 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 יָדָ֤ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 3 הֶחֱזִיק֙ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 4 רְפָיָ֣ה H7509 Refaja Rephaiah 5 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 ח֔וּר H2354 Hur Hur 7 שַׂ֕ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 8 חֲצִ֖י H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 9 פֶּ֥לֶךְ H6418 deel, deels, spinrok (di-) staff, participle 10 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Voorts aan hun hand verbeterde Jedaja, de zoon van Herumaf, en tegenover zijn huis; en aan zijn hand verbeterde Hattus, de zoon van Hasabneja.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Voorts aanH5921 hun handH3027 verbeterdeH2388 JedajaH3042, de zoonH1121 van Herumaf, en tegenoverH5048 zijn huisH1004; en aanH5921 zijn handH3027 verbeterdeH2388 HattusH2407, de zoonH1121 van HasabnejaH2813. Voorts aan hun hand verbeterde Jedaja, de zoon van Herumaf, en tegenover zijn huis; en aan zijn hand verbeterde Hattus, de zoon van Hasabneja.

Ook in dit vers HarumafH2739

KJV And next unto them2 repaired3 Jedaiah4 the son5 of Harumaph,6 even over against his house.8 And next unto him10 repaired11 Hattush12 the son13 of Hashabniah.

1 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 יָדָ֧ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 3 הֶחֱזִ֛יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 4 יְדָיָ֥ה H3042 Jedaja Jedaiah 5 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 חֲרוּמַ֖ף H2739 Harumaf Harumaph 7 וְנֶ֣גֶד H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 8 בֵּית֑וֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 יָד֣וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 11 הֶחֱזִ֔יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 12 חַטּ֖וּשׁ H2407 Hattus Hattush 13 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 חֲשַׁבְנְיָֽה H2813 Hasabneja Hashabniah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 De andere mate verbeterden Malchia, de zoon van Harim, en Hassub, de zoon van Pahath-Moab; daartoe den Bakoventoren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 De andere mateH4060 verbeterdenH2388 MalchiaH4441, de zoonH1121 van HarimH2766, en HassubH2815, de zoonH1121 van Pahath-MoabH6355; daartoe den BakoventorenH4026. De andere mate verbeterden Malchia, de zoon van Harim, en Hassub, de zoon van Pahath-Moab; daartoe den Bakoventoren.

KJV Malchijah4 the son5 of Harim,6 and Hashub7 the son8 of Pahathmoab,9 repaired3 the other2 piece,1 and the tower12 of the furnaces.

1 מִדָּ֣ה H4060 maat, maten, meetriet garment, measure(-ing, meteyard, piece, size, (great) stature, tribute, wide 2 שֵׁנִ֗ית H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 3 הֶחֱזִיק֙ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 4 מַלְכִּיָּ֣ה H4441 Malchia, Malchija Malchiah, Malchijah 5 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 חָרִ֔ם H2766 Harim Harim 7 וְחַשּׁ֖וּב H2815 Hassub, Hasub Hashub, Hasshub 8 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 פַּחַ֣ת H6355 Pahath-moab Pahathmoab 10 מוֹאָ֑ב H6355 Pahath-moab Pahathmoab 11 וְאֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 מִגְדַּ֥ל H4026 toren, torens, Bakoventoren castle, flower, tower. Compare the names following 13 הַתַּנּוּרִֽים H8574 oven, bakoven, bakovens furnace, oven
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En aan zijn hand verbeterde Sallum, de zoon van Lohes, overste van het andere halve deel van Jeruzalem, hij en zijn dochteren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En aanH5921 zijn handH3027 verbeterdeH2388 SallumH7967, de zoonH1121 van LohesH3873, oversteH8269 van het andere halveH2677 deelH6418 van JeruzalemH3389, hijH1931 en zijn dochterenH1323. En aan zijn hand verbeterde Sallum, de zoon van Lohes, overste van het andere halve deel van Jeruzalem, hij en zijn dochteren.

KJV And next unto him2 repaired3 Shallum4 the son5 of Halohesh,6 the ruler7 of the half8 part9 of Jerusalem,10 he and his daughters.

1 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 יָד֣וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 3 הֶחֱזִ֗יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 4 שַׁלּוּם֙ H7967 Sallum Shallum 5 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 הַלּוֹחֵ֔שׁ H3873 Hallohes, Lohes Hallohesh, Haloshesh (includ. the article) 7 שַׂ֕ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 8 חֲצִ֖י H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 9 פֶּ֣לֶךְ H6418 deel, deels, spinrok (di-) staff, participle 10 יְרוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 11 ה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 12 וּבְנוֹתָֽיו H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 De Dalpoort verbeterden Hanun, en de inwoners van Zanoah; zij bouwden die, en richtten haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen; daartoe duizend ellen aan den muur, tot aan de Mistpoort.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 De DalpoortH1516 verbeterdenH2388 HanunH2586, en de inwonersH3427 van ZanoahH2182; zijH1992 bouwdenH1129 die, en richttenH5975 haar deurenH1817 op, met haar slotenH4514 en haar grendelenH1280; daartoe duizendH505 ellenH520 aan den muurH2346, totH5704 aan de MistpoortH830. De Dalpoort verbeterden Hanun, en de inwoners van Zanoah; zij bouwden die, en richtten haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen; daartoe duizend ellen aan den muur, tot aan de Mistpoort.

KJV The valley3 gate2 repaired4 Hanun,5 and the inhabitants6 of Zanoah;7 they built9 it, and set up10 the doors11 thereof, the locks12 thereof, and the bars13 thereof, and a thousand14 cubits15 on the wall16 unto the dung19 gate.

1 אֵת֩ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 שַׁ֨עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 3 הַגַּ֜יְא H1516 dal, dalen, vallei valley 4 הֶחֱזִ֣יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 5 חָנוּן֮ H2586 Hanun Hanun 6 וְיֹשְׁבֵ֣י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 7 זָנוֹחַ֒ H2182 Zanoah Zanoah 8 הֵ֣מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 9 בָנ֔וּהוּ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 10 וַֽיַּעֲמִ֨ידוּ֙ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 11 דַּלְתֹתָ֔יו H1817 deuren, deur, poorten door (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3) 12 מַנְעֻלָ֖יו H4514 sloten, slots lock 13 וּבְרִיחָ֑יו H1280 grendelen, richelen, grendel bar, fugitive 14 וְאֶ֤לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 15 אַמָּה֙ H520 ellen, el, anderhalve cubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post 16 בַּחוֹמָ֔ה H2346 muur, muren, muurs wall, walled 17 עַ֖ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 18 שַׁ֥עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 19 הָשֲׁפֽוֹת H830 Mistpoort, drek dung (hill)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 De Mistpoort nu verbeterde Malchia, de zoon van Rechab, overste van het deel Beth-Cherem; hij bouwde ze, en richtte haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 De MistpoortH830 nu verbeterdeH2388 MalchiaH4441, de zoonH1121 van RechabH7394, oversteH8269 van het deelH6418 Beth-CheremH1021; hijH1931 bouwdeH1129 ze, en richtteH5975 haar deurenH1817 op, met haar slotenH4514 en haar grendelenH1280. De Mistpoort nu verbeterde Malchia, de zoon van Rechab, overste van het deel Beth-Cherem; hij bouwde ze, en richtte haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen.

KJV But the dung3 gate2 repaired4 Malchiah5 the son6 of Rechab,7 the ruler8 of part9 of Bethhaccerem;10 he built13 it, and set up14 the doors15 thereof, the locks16 thereof, and the bars

1 וְאֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 שַׁ֣עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 3 הָאַשְׁפּ֗וֹת H830 Mistpoort, drek dung (hill) 4 הֶחֱזִיק֙ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 5 מַלְכִּיָּ֣ה H4441 Malchia, Malchija Malchiah, Malchijah 6 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 רֵכָ֔ב H7394 Rechab Rechab 8 שַׂ֖ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 9 פֶּ֣לֶךְ H6418 deel, deels, spinrok (di-) staff, participle 10 בֵּית H1021 Beth-cherem Beth-haccerem 11 הַכָּ֑רֶם H1021 Beth-cherem Beth-haccerem 12 ה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 13 יִבְנֶ֔נּוּ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 14 וְיַעֲמִיד֙ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 15 דַּלְתֹתָ֔יו H1817 deuren, deur, poorten door (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3) 16 מַנְעֻלָ֖יו H4514 sloten, slots lock 17 וּבְרִיחָֽיו H1280 grendelen, richelen, grendel bar, fugitive
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En de Fonteinpoort verbeterde Sallum, de zoon van Kol-Hoze, overste van het deel van Mizpa; hij bouwde ze, en overdekte ze, en richtte haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen; daartoe den muur des vijvers Schelah bij des konings hof, en tot aan de trappen, die afgaan van Davids stad.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En de FonteinpoortH8179 verbeterdeH2388 SallumH7968, de zoonH1121 van Kol-HozeH3626, oversteH8269 van het deelH6418 van MizpaH4709; hijH1931 bouwdeH1129 ze, en overdekteH2926 ze, en richtteH5975 haar deurenH1817 op, met haar slotenH4514 en haar grendelenH1280; daartoe den muurH2346 des vijversH1295 SchelahH7975 bij des koningsH4428 hofH1588, en totH5704 aan de trappenH4609, die afgaanH3381 van DavidsH1732 stadH5892. En de Fonteinpoort verbeterde Sallum, de zoon van Kol-Hoze, overste van het deel van Mizpa; hij bouwde ze, en overdekte ze, en richtte haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen; daartoe den muur des vijvers Schelah bij des konings hof, en tot aan de trappen, die afgaan van Davids stad.

KJV But the gate2 of the fountain3 repaired4 Shallun5 the son6 of Colhozeh,7 the ruler9 of part10 of Mizpah;11 he built13 it, and covered14 it, and set up15 the doors16 thereof, the locks17 thereof, and the bars18 thereof, and the wall20 of the pool21 of Siloah22 by the king's24 garden,23 and unto the stairs26 that go down27 from the city28 of David.

1 וְאֵת֩ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 שַׁ֨עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 3 הָעַ֜יִן H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 4 הֶ֠חֱזִיק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 5 שַׁלּ֣וּן H7968 Sallum Shallum 6 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 כָּל H3626 Kol-hose, Kol-hoze Col-hozeh 8 חֹזֶה֮ H3626 Kol-hose, Kol-hoze Col-hozeh 9 שַׂ֣ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 10 פֶּ֣לֶךְ H6418 deel, deels, spinrok (di-) staff, participle 11 הַמִּצְפָּה֒ H4709 Mizpa Mitspah. (This seems rather to be only an orthographic variation of H4708 (מִצְפֶּה) when 'in pause'.) 12 ה֤וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 13 יִבְנֶ֨נּוּ֙ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 14 וִיטַֽלְלֶ֔נּוּ H2926 overdekte cover 15 וְיַעֲמִיד֙ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 16 דַּלְתֹתָ֔יו H1817 deuren, deur, poorten door (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3) 17 מַנְעֻלָ֖יו H4514 sloten, slots lock 18 וּבְרִיחָ֑יו H1280 grendelen, richelen, grendel bar, fugitive 19 וְ֠אֵת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 חוֹמַ֞ת H2346 muur, muren, muurs wall, walled 21 בְּרֵכַ֤ת H1295 vijvers, vijver, watervijver (fish-) pool 22 הַשֶּׁ֨לַח֙ H7975 Schelah, Siloa Shiloah, Siloah 23 לְגַן H1588 hof, hofs, hoven garden 24 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 25 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 26 הַֽמַּעֲל֔וֹת H4609 Hammaaloth, trappen, graden things that come up, (high) degree, deal, go up, stair, step, story 27 הַיּוֹרְד֖וֹת H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 28 מֵעִ֥יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 29 דָּוִֽיד H1732 David, Davids David
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Na hem verbeterde Nehemia, de zoon van Azbuk, overste van het halve deel van Beth-Zur, tot tegenover Davids graven, en tot aan den gemaakten vijver, en tot aan het huis der helden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 NaH310 hem verbeterdeH2388 NehemiaH5166, de zoonH1121 van AzbukH5802, oversteH8269 van het halveH2677 deelH6418 van Beth-ZurH1049, totH5704 tegenoverH5048 DavidsH1732 gravenH6913, en tot aanH5704 den gemaaktenH6213 vijverH1295, en tot aan het huisH1004 der heldenH1368. Na hem verbeterde Nehemia, de zoon van Azbuk, overste van het halve deel van Beth-Zur, tot tegenover Davids graven, en tot aan den gemaakten vijver, en tot aan het huis der helden.

KJV After1 him repaired2 Nehemiah3 the son4 of Azbuk,5 the ruler6 of the half7 part8 of Bethzur,9 unto the place over against the sepulchres13 of David,14 and to the pool16 that was made,17 and unto the house19 of the mighty.

1 אַחֲרָ֤יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 2 הֶחֱזִיק֙ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 3 נְחֶמְיָ֣ה H5166 Nehemia Nehemiah 4 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 עַזְבּ֔וּק H5802 Azbuk Azbuk 6 שַׂ֕ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 7 חֲצִ֖י H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 8 פֶּ֣לֶךְ H6418 deel, deels, spinrok (di-) staff, participle 9 בֵּֽית H1049 Beth-zur Beth-zur 10 צ֑וּר H1049 Beth-zur Beth-zur 11 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 12 נֶ֨גֶד֙ H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 13 קִבְרֵ֣י H6913 graf, graven, begrafenissen burying place, grave, sepulchre 14 דָוִ֔יד H1732 David, Davids David 15 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 16 הַבְּרֵכָה֙ H1295 vijvers, vijver, watervijver (fish-) pool 17 הָעֲשׂוּיָ֔ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 18 וְעַ֖ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 19 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 20 הַגִּבֹּרִֽים H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Na hem verbeterden de Levieten, Rehum, de zoon van Bani; aan zijn hand verbeterde Hasabja, de overste van het halve deel van Kehila, in zijn deel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 NaH310 hem verbeterdenH2388 de LevietenH3881, RehumH7348, de zoonH1121 van BaniH1137; aanH5921 zijn handH3027 verbeterdeH2388 HasabjaH2811, de oversteH8269 van het halveH2677 deelH6418 van KehilaH7084, in zijn deelH6418. Na hem verbeterden de Levieten, Rehum, de zoon van Bani; aan zijn hand verbeterde Hasabja, de overste van het halve deel van Kehila, in zijn deel.

KJV After1 him repaired2 the Levites,3 Rehum4 the son5 of Bani.6 Next unto him8 repaired9 Hashabiah,10 the ruler11 of the half12 part13 of Keilah,14 in his part.

1 אַחֲרָ֛יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 2 הֶחֱזִ֥יקוּ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 3 הַלְוִיִּ֖ם H3881 Levieten, Leviet, Levietische Leviite 4 רְח֣וּם H7348 Rehum Rehum 5 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 בָּנִ֑י H1137 Bani Bani 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 יָד֣וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 9 הֶחֱזִ֗יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 10 חֲשַׁבְיָ֛ה H2811 Hasabja Hashabiah 11 שַׂר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 12 חֲצִי H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 13 פֶ֥לֶךְ H6418 deel, deels, spinrok (di-) staff, participle 14 קְעִילָ֖ה H7084 Kehila Keilah 15 לְפִלְכּֽוֹ H6418 deel, deels, spinrok (di-) staff, participle
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Na hem verbeterden hun broederen, Bavai, de zoon van Henadad, de overste van het andere halve deel van Kehila.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 NaH310 hem verbeterdenH2388 hun broederenH251, BavaiH942, de zoonH1121 van HenadadH2582, de oversteH8269 van het andere halveH2677 deelH6418 van KehilaH7084. Na hem verbeterden hun broederen, Bavai, de zoon van Henadad, de overste van het andere halve deel van Kehila.

KJV After1 him repaired2 their brethren,3 Bavai4 the son5 of Henadad,6 the ruler7 of the half8 part9 of Keilah.

1 אַחֲרָיו֙ H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 2 הֶחֱזִ֣יקוּ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 3 אֲחֵיהֶ֔ם H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 4 בַּוַּ֖י H942 Bavai Bavai 5 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 חֵנָדָ֑ד H2582 Henadad Henadad 7 שַׂ֕ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 8 חֲצִ֖י H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 9 פֶּ֥לֶךְ H6418 deel, deels, spinrok (di-) staff, participle 10 קְעִילָֽה H7084 Kehila Keilah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Aan zijn hand verbeterde Ezer, de zoon van Jesua, de overste van Mizpa, een ander maat; tegenover den opgang naar het wapenhuis, aan den hoek.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 AanH5921 zijn handH3027 verbeterdeH2388 EzerH5829, de zoonH1121 van JesuaH3442, de oversteH8269 van MizpaH4709, een ander maatH4060; tegenoverH4480 den opgangH5927 naar het wapenhuisH5402, aan den hoekH4740. Aan zijn hand verbeterde Ezer, de zoon van Jesua, de overste van Mizpa, een ander maat; tegenover den opgang naar het wapenhuis, aan den hoek.

KJV And next to him3 repaired1 Ezer4 the son5 of Jeshua,6 the ruler7 of Mizpah,8 another10 piece9 over against the going up12 to the armoury13 at the turning

1 וַיְחַזֵּ֨ק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 יָד֜וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 4 עֵ֧זֶר H5829 Ezer Ezer. Compare H5827 (עֶזֶר) 5 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 יֵשׁ֛וּעַ H3442 Jesua, Jesua-joab Jeshua 7 שַׂ֥ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 8 הַמִּצְפָּ֖ה H4709 Mizpa Mitspah. (This seems rather to be only an orthographic variation of H4708 (מִצְפֶּה) when 'in pause'.) 9 מִדָּ֣ה H4060 maat, maten, meetriet garment, measure(-ing, meteyard, piece, size, (great) stature, tribute, wide 10 שֵׁנִ֑ית H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 11 מִנֶּ֕גֶד H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 12 עֲלֹ֥ת H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 13 הַנֶּ֖שֶׁק H5402 wapenen, harnas, geharnaste armed men, armour(-y), battle, harness, weapon 14 הַמִּקְצֹֽעַ H4740 hoek, hoeken, hoekberderen corner, turning

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Na hem verbeterde zeer vuriglijk Baruch, de zoon van Zabbai, een andere maat; van den hoek tot aan de deur van het huis van Eljasib, den hogepriester.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 NaH310 hem verbeterdeH2388 zeer vuriglijkH2734 BaruchH1263, de zoonH1121 van ZabbaiH2079, een andere maatH4060; vanH4480 den hoekH4740 tot aanH5704 de deurH6607 van het huisH1004 van EljasibH475, den hogepriesterH1419. Na hem verbeterde zeer vuriglijk Baruch, de zoon van Zabbai, een andere maat; van den hoek tot aan de deur van het huis van Eljasib, den hogepriester.

KJV After1 him Baruch4 the son5 of Zabbai earnestly2 repaired3 the other8 piece,7 from the turning10 of the wall unto the door12 of the house13 of Eliashib14 the high16 priest.

1 אַחֲרָ֨יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 2 הֶחֱרָ֧ה H2734 ontstak, ontstoken, ontsteke be angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה) 3 הֶחֱזִ֛יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 4 בָּר֥וּךְ H1263 Baruch Baruch 5 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 זַכַּ֖י H2140 Zakkai, Sabbai Zaccai 7 מִדָּ֣ה H4060 maat, maten, meetriet garment, measure(-ing, meteyard, piece, size, (great) stature, tribute, wide 8 שֵׁנִ֑ית H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 9 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 10 הַ֨מִּקְצ֔וֹעַ H4740 hoek, hoeken, hoekberderen corner, turning 11 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 12 פֶּ֨תַח֙ H6607 deur, deuren, ingang door, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place 13 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 14 אֶלְיָשִׁ֔יב H475 Eljasib, Eljasibs Eliashib 15 הַכֹּהֵ֖ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 16 הַגָּדֽוֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Na hem verbeterde Meremoth, de zoon van Uria, den zoon van Koz, een ander maat; van de huisdeur van Eljasib af, tot aan het einde van Eljasibs huis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 NaH310 hem verbeterdeH2388 MeremothH4822, de zoonH1121 van UriaH223, den zoonH1121 van KozH6976, een ander maatH4060; van de huisdeurH6607 van EljasibH475 af, tot aan het eindeH8503 van EljasibsH475 huisH1004. Na hem verbeterde Meremoth, de zoon van Uria, den zoon van Koz, een ander maat; van de huisdeur van Eljasib af, tot aan het einde van Eljasibs huis.

KJV After1 him repaired2 Meremoth3 the son4 of Urijah5 the son6 of Koz7 another9 piece,8 from the door10 of the house11 of Eliashib12 even to the end14 of the house15 of Eliashib.

1 אַחֲרָ֣יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 2 הֶחֱזִ֗יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 3 מְרֵמ֧וֹת H4822 Meremoth Meremoth 4 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 אוּרִיָּ֛ה H223 Uria Uriah, Urijah 6 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 הַקּ֖וֹץ H6976 Koz, Hakkoz Koz, Hakkoz (including the article) 8 מִדָּ֣ה H4060 maat, maten, meetriet garment, measure(-ing, meteyard, piece, size, (great) stature, tribute, wide 9 שֵׁנִ֑ית H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 10 מִפֶּ֨תַח֙ H6607 deur, deuren, ingang door, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place 11 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 אֶלְיָשִׁ֔יב H475 Eljasib, Eljasibs Eliashib 13 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 14 תַּכְלִ֖ית H8503 einde, uiterste, voleinding end, perfect(-ion) 15 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 16 אֶלְיָשִֽׁיב H475 Eljasib, Eljasibs Eliashib
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En na hem verbeterden de priesteren, wonende in de vlakke velden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En naH310 hem verbeterdenH2388 de priesterenH3548, wonendeH582 in de vlakke veldenH3603. En na hem verbeterden de priesteren, wonende in de vlakke velden.

KJV And after1 him repaired2 the priests,3 the men of the plain.

1 וְאַחֲרָ֛יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 2 הֶחֱזִ֥יקוּ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 3 הַכֹּהֲנִ֖ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 4 אַנְשֵׁ֥י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 הַכִּכָּֽר H3603 talenten, talent, vlakte loaf, morsel, piece, plain, talent

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Daarna verbeterden Benjamin, en Hassub, tegenover hun huis; na hem verbeterde Azaria, de zoon van Maaseja, den zoon van Hananja, bij zijn huis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 DaarnaH310 verbeterdenH2388 BenjaminH1144, en HassubH2815, tegenoverH5048 hun huisH1004; naH310 hem verbeterdeH2388 AzariaH5838, de zoonH1121 van MaasejaH4641, den zoonH1121 van HananjaH6055, bij zijn huisH1004. Daarna verbeterden Benjamin, en Hassub, tegenover hun huis; na hem verbeterde Azaria, de zoon van Maaseja, den zoon van Hananja, bij zijn huis.

KJV After1 him repaired2 Benjamin3 and Hashub4 over against their house.6 After7 him repaired8 Azariah9 the son10 of Maaseiah11 the son12 of Ananiah13 by14 his house.

1 אַחֲרָ֨יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 2 הֶחֱזִ֧יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 3 בִּנְיָמִ֛ן H1144 Benjamin, Benjamins, Benjaminieten Benjamin 4 וְחַשּׁ֖וּב H2815 Hassub, Hasub Hashub, Hasshub 5 נֶ֣גֶד H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 6 בֵּיתָ֑ם H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 אַחֲרָ֣יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 8 הֶחֱזִ֗יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 9 עֲזַרְיָ֧ה H5838 Azaria, Azarja, Azarjahu Azariah 10 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 מַעֲשֵׂיָ֛ה H4641 Maaseja, Mahaseja Maaseiah 12 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 13 עֲנָֽנְיָ֖ה H6055 Ananja, Hananja Ananiah 14 אֵ֥צֶל H681 bij, naast, nevens at, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל) 15 בֵּיתֽוֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Na hem verbeterde Binnui, de zoon van Henadad, een ander maat; van het huis van Azarja tot aan den hoek en tot aan het punt;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 NaH310 hem verbeterdeH2388 BinnuiH1131, de zoonH1121 van HenadadH2582, een ander maatH4060; van het huisH1004 van AzarjaH5838 tot aanH5704 den hoekH4740 en tot aan het puntH6438; Na hem verbeterde Binnui, de zoon van Henadad, een ander maat; van het huis van Azarja tot aan den hoek en tot aan het punt;

KJV After1 him repaired2 Binnui3 the son4 of Henadad5 another7 piece,6 from the house8 of Azariah9 unto the turning11 of the wall, even unto the corner.

1 אַחֲרָ֣יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 2 הֶחֱזִ֗יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 3 בִּנּ֛וּי H1131 Binnui Binnui 4 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 חֵנָדָ֖ד H2582 Henadad Henadad 6 מִדָּ֣ה H4060 maat, maten, meetriet garment, measure(-ing, meteyard, piece, size, (great) stature, tribute, wide 7 שֵׁנִ֑ית H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 8 מִבֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 עֲזַרְיָ֔ה H5838 Azaria, Azarja, Azarjahu Azariah 10 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 11 הַמִּקְצ֖וֹעַ H4740 hoek, hoeken, hoekberderen corner, turning 12 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 13 הַפִּנָּֽה H6438 hoeken, hoek, hoeksteen bulwark, chief, corner, stay, tower
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Palal, de zoon van Uzai, tegen den hoek, en den hogen toren over, die van des konings huis uitsteekt, die bij den voorhof der gevangenis is; na hem Pedaja, de zoon van Paros;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 PalalH6420, de zoonH1121 van UzaiH186, tegen den hoekH4740, en den hogenH5945 torenH4026 over, die van des koningsH4428 huisH1004 uitsteektH3318, die bij den voorhofH2691 der gevangenisH4307 is; naH310 hem PedajaH6305, de zoonH1121 van ParosH6551; Palal, de zoon van Uzai, tegen den hoek, en den hogen toren over, die van des konings huis uitsteekt, die bij den voorhof der gevangenis is; na hem Pedaja, de zoon van Paros;

KJV Palal1 the son2 of Uzai,3 over against the turning5 of the wall, and the tower6 which lieth out7 from the king's9 high10 house,8 that was by the court12 of the prison.13 After14 him Pedaiah15 the son16 of Parosh.

1 פָּלָ֣ל H6420 Palal Palal 2 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 אוּזַי֮ H186 Uzai Uzai 4 מִנֶּ֣גֶד H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 5 הַמִּקְצוֹעַ֒ H4740 hoek, hoeken, hoekberderen corner, turning 6 וְהַמִּגְדָּ֗ל H4026 toren, torens, Bakoventoren castle, flower, tower. Compare the names following 7 הַיּוֹצֵא֙ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 8 מִבֵּ֤ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 הַמֶּ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 הָֽעֶלְי֔וֹן H5945 Allerhoogste, Allerhoogsten, hoge (Most, on) high(-er, -est), upper(-most) 11 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 לַחֲצַ֣ר H2691 voorhof, dorpen, voorhofs court, tower, village 13 הַמַּטָּרָ֑ה H4307 bewaring, Gevangenpoort, doel mark, prison 14 אַחֲרָ֖יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 15 פְּדָיָ֥ה H6305 Pedaja Pedaiah 16 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 17 פַּרְעֹֽשׁ H6551 Paros, Parhos Parosh, Pharosh
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 De Nethinim nu, die in Ofel woonden, tot tegenover de Waterpoort aan het oosten, en den uitstekenden toren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 De NethinimH5411 nu, die in OfelH6077 woondenH1961, totH5704 tegenoverH5048 de WaterpoortH4325 aan het oostenH4217, en den uitstekendenH3318 torenH4026. De Nethinim nu, die in Ofel woonden, tot tegenover de Waterpoort aan het oosten, en den uitstekenden toren.

KJV Moreover the Nethinims1 dwelt3 in Ophel,4 unto the place over against the water8 gate7 toward the east,9 and the tower10 that lieth out.

1 וְהַ֨נְּתִינִ֔ים H5411 Nethinim Nethinims 2 הָי֥וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 יֹשְׁבִ֖ים H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 4 בָּעֹ֑פֶל H6077 Ofel Ophel 5 עַ֠ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 6 נֶ֜גֶד H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 7 שַׁ֤עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 8 הַמַּ֨יִם֙ H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 9 לַמִּזְרָ֔ח H4217 oosten, opgang, oostwaarts east (side, -ward), (sun-) rising (of the sun) 10 וְהַמִּגְדָּ֖ל H4026 toren, torens, Bakoventoren castle, flower, tower. Compare the names following 11 הַיּוֹצֵֽא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Daarna verbeterden de Thekoieten een ander maat; tegenover den groten uitstekenden toren, en tot aan den muur van Ofel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 DaarnaH310 verbeterdenH2388 de ThekoietenH8621 een ander maatH4060; tegenoverH4480 den grotenH1419 uitstekendenH3318 torenH4026, en tot aan den muurH2346 van OfelH6077. Daarna verbeterden de Thekoieten een ander maat; tegenover den groten uitstekenden toren, en tot aan den muur van Ofel.

KJV After1 them the Tekoites3 repaired2 another5 piece,4 over against the great8 tower7 that lieth out,9 even unto the wall11 of Ophel.

1 אַחֲרָ֛יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 2 הֶחֱזִ֥יקוּ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 3 הַתְּקֹעִ֖ים H8621 Thekoiet, Thekoieten, Thekoietische Tekoite 4 מִדָּ֣ה H4060 maat, maten, meetriet garment, measure(-ing, meteyard, piece, size, (great) stature, tribute, wide 5 שֵׁנִ֑ית H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 6 מִנֶּ֜גֶד H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 7 הַמִּגְדָּ֤ל H4026 toren, torens, Bakoventoren castle, flower, tower. Compare the names following 8 הַגָּדוֹל֙ H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 9 הַיּוֹצֵ֔א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 10 וְעַ֖ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 11 חוֹמַ֥ת H2346 muur, muren, muurs wall, walled 12 הָעֹֽפֶל H6077 Ofel Ophel

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Van boven de Paardenpoort verbeterden de priesteren, een iegelijk tegenover zijn huis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Van bovenH5921 de PaardenpoortH5483 verbeterdenH2388 de priesterenH3548, een iegelijkH376 tegenoverH5048 zijn huisH1004. Van boven de Paardenpoort verbeterden de priesteren, een iegelijk tegenover zijn huis.

KJV From above the horse3 gate2 repaired4 the priests,5 every one6 over against7 his house.

1 מֵעַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 שַׁ֣עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 3 הַסּוּסִ֗ים H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 4 הֶחֱזִ֨יקוּ֙ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 5 הַכֹּ֣הֲנִ֔ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 6 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 לְנֶ֥גֶד H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 8 בֵּיתֽוֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Daarna verbeterde Zadok, de zoon van Immer, tegenover zijn huis. En na hem verbeterde Semaja, de zoon van Sechanja, de bewaarder van de Oostpoort.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 DaarnaH310 verbeterdeH2388 ZadokH6659, de zoonH1121 van ImmerH564, tegenoverH5048 zijn huisH1004. En naH310 hem verbeterdeH2388 SemajaH8098, de zoonH1121 van SechanjaH7935, de bewaarderH8104 van de OostpoortH4217. Daarna verbeterde Zadok, de zoon van Immer, tegenover zijn huis. En na hem verbeterde Semaja, de zoon van Sechanja, de bewaarder van de Oostpoort.

KJV After1 them repaired2 Zadok3 the son4 of Immer5 over against his house.7 After8 him repaired9 also Shemaiah10 the son11 of Shechaniah,12 the keeper13 of the east15 gate.

1 אַחֲרָ֧יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 2 הֶחֱזִ֛יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 3 צָד֥וֹק H6659 Zadok, Zadoks Zadok 4 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 אִמֵּ֖ר H564 Immer Immer 6 נֶ֣גֶד H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 7 בֵּית֑וֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 וְאַחֲרָ֤יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 9 הֶחֱזִיק֙ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 10 שְׁמַֽעְיָ֣ה H8098 Semaja Shemaiah 11 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 שְׁכַנְיָ֔ה H7935 Sechanja Shecaniah, Shechaniah 13 שֹׁמֵ֖ר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 14 שַׁ֥עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 15 הַמִּזְרָֽח H4217 oosten, opgang, oostwaarts east (side, -ward), (sun-) rising (of the sun)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Na hem verbeterden Hananja, de zoon van Selemja, en Hanun, de zoon van Zalaf, de zesde, een andere maat. Na hem verbeterde Mesullam, de zoon van Berechja, tegenover zijn kamer.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 NaH310 hem verbeterdenH2388 HananjaH2608, de zoonH1121 van SelemjaH8018, en HanunH2586, de zoonH1121 van Zalaf, de zesdeH8345, een andere maatH4060. NaH310 hem verbeterdeH2388 MesullamH4918, de zoonH1121 van BerechjaH1296, tegenoverH5048 zijn kamerH5393. Na hem verbeterden Hananja, de zoon van Selemja, en Hanun, de zoon van Zalaf, de zesde, een andere maat. Na hem verbeterde Mesullam, de zoon van Berechja, tegenover zijn kamer.

Ook in dit vers afH6764

KJV After1 him repaired2 Hananiah3 the son4 of Shelemiah,5 and Hanun6 the sixth9 son7 of Zalaph,8 another11 piece.10 After12 him repaired13 Meshullam14 the son15 of Berechiah16 over against his chamber.

1 אַחֲרָ֨יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 2 הֶחֱזִ֜יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 3 חֲנַנְיָ֣ה H2608 Hananja Hananiah 4 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 שֶׁלֶמְיָ֗ה H8018 Selemja, Salemja Shelemiah 6 וְחָנ֧וּן H2586 Hanun Hanun 7 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 צָלָ֛ף H6764 af Zalaph 9 הַשִּׁשִּׁ֖י H8345 zesde, zesden sixth (part) 10 מִדָּ֣ה H4060 maat, maten, meetriet garment, measure(-ing, meteyard, piece, size, (great) stature, tribute, wide 11 שֵׁנִ֑י H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 12 אַחֲרָ֣יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 13 הֶחֱזִ֗יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 14 מְשֻׁלָּם֙ H4918 Mesullam Meshullam 15 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 16 בֶּ֣רֶכְיָ֔ה H1296 Berechja Berachiah, Berechiah 17 נֶ֖גֶד H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 18 נִשְׁכָּתֽוֹ H5393 kamer, kameren chamber
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Na hem verbeterde Malchia, de zoon eens goudsmids, tot aan het huis der Nethinim en der kruideniers, tegenover de poort van Mifkad, en tot de opperzaal van het punt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 NaH310 hem verbeterdeH2388 MalchiaH4441, de zoonH1121 eens goudsmidsH6885, tot aan het huisH1004 der NethinimH5411 en der kruideniersH7402, tegenoverH5048 de poortH8179 van MifkadH4663, en totH5704 de opperzaalH5944 van het puntH6438. Na hem verbeterde Malchia, de zoon eens goudsmids, tot aan het huis der Nethinim en der kruideniers, tegenover de poort van Mifkad, en tot de opperzaal van het punt.

KJV After1 him repaired2 Malchiah3 the goldsmith's5 son4 unto the place7 of the Nethinims,8 and of the merchants,9 over against the gate11 Miphkad,12 and to the going up14 of the corner.

1 אַחֲרָ֣יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 2 הֶחֱזִ֗יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 3 מַלְכִּיָּה֙ H4441 Malchia, Malchija Malchiah, Malchijah 4 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 הַצֹּ֣רְפִ֔י H6885 goudsmids goldsmith's 6 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 7 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 הַנְּתִינִ֖ים H5411 Nethinim Nethinims 9 וְהָרֹכְלִ֑ים H7402 kooplieden, kruideniers, handelaars (spice) merchant 10 נֶ֚גֶד H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 11 שַׁ֣עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 12 הַמִּפְקָ֔ד H4663 Mifkad Miphkad 13 וְעַ֖ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 14 עֲלִיַּ֥ת H5944 opperzaal, opperzalen, opperkamer ascent, (upper) chamber, going up, loft, parlour 15 הַפִּנָּֽה H6438 hoeken, hoek, hoeksteen bulwark, chief, corner, stay, tower
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En tussen de opperzaal van het punt tot de Schaapspoort toe, verbeterden de goudsmeden en de kruideniers.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En tussenH996 de opperzaalH5944 van het puntH6438 tot de SchaapspoortH6629 toe, verbeterdenH2388 de goudsmedenH6884 en de kruideniersH7402. En tussen de opperzaal van het punt tot de Schaapspoort toe, verbeterden de goudsmeden en de kruideniers.

KJV And between the going up2 of the corner3 unto the sheep5 gate4 repaired6 the goldsmiths7 and the merchants.

1 וּבֵ֨ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 2 עֲלִיַּ֤ת H5944 opperzaal, opperzalen, opperkamer ascent, (upper) chamber, going up, loft, parlour 3 הַפִּנָּה֙ H6438 hoeken, hoek, hoeksteen bulwark, chief, corner, stay, tower 4 לְשַׁ֣עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 5 הַצֹּ֔אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 6 הֶחֱזִ֥יקוּ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 7 הַצֹּרְפִ֖ים H6884 goudsmid, gelouterd, doorlouterd cast, (re-) fine(-er), founder, goldsmith, melt, pure, purge away, try 8 וְהָרֹכְלִֽים H7402 kooplieden, kruideniers, handelaars (spice) merchant
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Nehemia 3:1 Nehemia 12:39 Jeremia 31:38 Zacharia 14:10 Spreuken 3:9 Nehemia 3:32 Johannes 5:2 Nehemia 13:28 Psalmen 30:1
Nehemia 3:2 Nehemia 7:36 Ezra 2:34 Nehemia 10:12
Nehemia 3:3 Nehemia 12:39 2 Kronieken 33:14 Nehemia 2:8 Sefanja 1:10 Nehemia 6:1 Nehemia 7:1 Nehemia 3:6
Nehemia 3:4 Ezra 8:33 Nehemia 3:21 Nehemia 10:7 Nehemia 10:15
Nehemia 3:5 2 Samuël 14:2 Nehemia 3:27 Jeremia 30:8 Jeremia 27:8 Richteren 5:23 1 Timotheüs 6:17 Mattheüs 11:29 1 Korinthe 1:26
Nehemia 3:6 Nehemia 12:39
Nehemia 3:7 2 Samuël 21:2 Nehemia 2:7 Jozua 9:3 2 Kronieken 16:6 Nehemia 3:19
Nehemia 3:8 Nehemia 12:38 Nehemia 3:31 Exodus 30:25 Jesaja 46:6 Genesis 50:2 Prediker 10:1
Nehemia 3:9 Nehemia 3:12 Nehemia 3:17
Nehemia 3:10 Nehemia 3:23 Nehemia 10:4 Nehemia 3:28
Nehemia 3:11 Nehemia 12:38 Ezra 2:6 Ezra 8:4 Nehemia 7:11 Nehemia 10:14 Nehemia 10:5
Nehemia 3:12 Nehemia 3:9 Filippenzen 4:3 Handelingen 21:8 Exodus 35:25 Nehemia 3:14
Nehemia 3:13 Nehemia 2:13 Jozua 15:34 1 Kronieken 4:18 Nehemia 11:30 2 Kronieken 26:9 Jozua 15:56
Nehemia 3:14 Jeremia 6:1 Nehemia 2:13 Nehemia 3:15 Nehemia 3:12 Nehemia 3:9 Nehemia 12:31
Nehemia 3:15 Johannes 9:7 Nehemia 12:37 Jesaja 8:6 Nehemia 2:14 Lukas 13:4 Jeremia 40:6 Nehemia 3:9 Nehemia 3:7
Nehemia 3:16 Handelingen 2:29 2 Koningen 20:20 Nehemia 3:9 Jesaja 22:11 Jozua 15:58 Jesaja 7:3 Nehemia 3:12 2 Kronieken 16:14
Nehemia 3:17 Jozua 15:44 Nehemia 3:16 1 Samuël 23:1 1 Kronieken 23:4
Nehemia 3:19 2 Kronieken 26:9 Nehemia 10:9 Nehemia 12:8
Nehemia 3:20 Nehemia 3:1 Prediker 9:10 Romeinen 12:11 Nehemia 12:22 Nehemia 3:21 Nehemia 13:4 Nehemia 13:28
Nehemia 3:21 Nehemia 7:63 Ezra 2:61
Nehemia 3:22 Nehemia 12:28 Nehemia 6:2
Nehemia 3:23 Nehemia 3:29 Nehemia 8:4 Nehemia 10:2 Nehemia 8:7 Nehemia 3:10
Nehemia 3:24 Nehemia 3:19 Nehemia 3:11 Nehemia 10:9 Nehemia 3:27
Nehemia 3:25 Jeremia 32:2 Jeremia 37:21 Ezra 2:3 Jeremia 33:1 Nehemia 12:39 Jeremia 39:14 Nehemia 8:4 Jeremia 39:8
Nehemia 3:26 Nehemia 11:21 Nehemia 8:1 Nehemia 12:37 Nehemia 8:3 2 Kronieken 27:3 2 Kronieken 33:14 Nehemia 8:16 Nehemia 10:28
Nehemia 3:27 Nehemia 3:5
Nehemia 3:28 2 Kronieken 23:15 2 Koningen 11:16 Jeremia 31:40 Nehemia 3:10 Nehemia 3:23
Nehemia 3:29 Ezra 10:2 Jeremia 19:2 Nehemia 7:40 Ezra 2:37
Nehemia 3:31 Nehemia 3:32 Nehemia 3:8
Nehemia 3:32 Nehemia 3:1 Nehemia 12:39 Johannes 5:2 Nehemia 3:31 Nehemia 3:8
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Nehemia 3 vers 1

En Vergelijk deze beschrijving van Jeruzalems omgang en gelegenheid, met onder, Neh. 12:31 , enz.

Hertaald: En Vergelijk deze beschrijving van de indeling en ligging van Jeruzalem met hieronder Neh. 12:31, enzovoort.

Eljasib, Kindskind van Jesua, onder, Neh. 12:10 .

Hertaald: Eljasib, Kleinzoon van Jesua, hieronder Neh. 12:10.

broederen, Dat is, bloedverwanten, van Aärons linie.

Hertaald: broederen, Dat is: bloedverwanten, uit de linie van Aäron.

Schaapspoort; Of, Vepoort, tegen het voorste deel des tempels, alzo, naar sommiger gevoelen, genoemd omdat daar de veemarkt geweest is, tot gerief om offerbeesten bij de hand te hebben, als zijnde nabij den tempel gelegen. Hier was ook [gelijk sommigen menen] de vijver Bethesda, waarvan Joh. 5:2 ; zie ook onder, vs.32, en Neh. 12:39 .

Hertaald: Schaapspoort; Of: Veepoort, aan de voorkant van de tempel, volgens sommigen zo genoemd omdat daar de veemarkt was, om gemakkelijk offerdieren bij de hand te hebben, omdat het dicht bij de tempel lag. Hier was ook [zoals sommigen menen] de vijver Bethesda, waarover Joh. 5:2; zie ook hieronder vers 32, en Neh. 12:39.

heiligden Dat is, deden gebeden, offeranden, enz., nadat de poort gemaakt was, eer zij tot het algemene gebruik kwam. Vergelijk Deut. 20:5 . Of, heiligden; dat is, verordenden deze plaats tot zaken, die tot den dienst des tempels behoorden, als offervee te kopen, en te wassen door het gerief des bijliggenden vijvers, dien God ook daarom kan hebben gezegend met het mirakel der genezing, Joh. 5:4 ; idem, specerijen, reukwerk en kruideniers woonden hier; onder, vs.32. Anders, heiligden; dat is, bereidden, rustten toe. Vergelijk Jer. 51:27 , enz.

Hertaald: heiligden Dat is: verrichtten gebeden, offers, enzovoort, nadat de poort gemaakt was, voordat zij in algemeen gebruik kwam. Vergelijk Deut. 20:5. Of: heiligden; dat is: bestemden deze plaats voor zaken die tot de dienst van de tempel behoorden, zoals offervee kopen en wassen met behulp van de nabijgelegen vijver, die God misschien ook daarom gezegend heeft met het wonder van genezing, Joh. 5:4; ook woonden hier verkopers van specerijen, reukwerk en kruidenierswaren; hieronder vers 32. Anders: heiligden; dat is: bereidden, maakten gereed. Vergelijk Jer. 51:27, enzovoort.

richtten Zie vs.3.

Hertaald: richtten Zie vers 3.

Mea, Of, Honderd toren, staande tussen de Schaapspoort en den toren Hananeël; misschien alzo genoemd, omdat deze toren honderd ellen van beiden afstond.

Hertaald: Mea, Of: Honderdtoren, gelegen tussen de Schaapspoort en de toren Hananeël; misschien zo genoemd omdat deze toren honderd el van beide vandaan lag.

Hanáneël Zie Jer. 31:38 .

Hertaald: Hanáneël Zie Jer. 31:38.

Nehemia 3 vers 2

hand bouwden Of, zijde, dat is, naast hem; en zo in het volgende.

Hertaald: hand bouwden Of: zijde, dat is: naast hem; en zo ook in het vervolg.

Nehemia 3 vers 3

Senáä; Anders, Hassenaä.

Hertaald: Senáä; Anders: Hassenaä.

richtten Of, zetten op. Wanneer de deuren in de stadspoorten eigenlijk opgezet en gehangen zijn, zie daarvan onder, Neh. 6:1 , en Neh. 7:1 , hoewel het ganse werk hier meteen verhaald wordt; tenware, dat de deuren op dezen tijd wel gereed en opgezet zijnde, naderhand ten volle door den last van Nehemia geschikt en opgehangen mochten zijn.

Hertaald: richtten Of: zetten op. Zie over wanneer de deuren in de stadspoorten eigenlijk opgezet en opgehangen zijn hieronder Neh. 6:1, en Neh. 7:1, hoewel het hele werk hier meteen verteld wordt; tenzij de deuren op dit moment al klaar en opgezet waren, en later door de opdracht van Nehemia volledig geregeld en opgehangen zijn.

Nehemia 3 vers 4

verbeterde Of, versterkte, herstelde, te weten, den vervallen muur; en alzo in het volgende.

Hertaald: verbeterde Of: versterkte, herstelde, namelijk de vervallen muur; en zo ook in het vervolg.

Koz; Of, Hakkoz.

Hertaald: Koz; Of: Hakkoz.

hun hand Dergenen die in dit en het voorgaande vs.3 genoemd zijn.

Hertaald: hun hand Van degenen die in dit en het voorgaande vers 3 genoemd zijn.

Nehemia 3 vers 5

Thekoïeten; Zie 2 Sam. 14:2 .

Hertaald: Thekoïeten; Zie 2 Sam. 14:2.

brachten Dat is, de groten of aanzienlijken en machtigen van Thekoa wilden zich niet buigen noch begeven, om dit werk van hun God mede te helpen bevorderen. Deze onwilligheid en hoogmoed wordt tot hunne schande van den Heiligen Geest bestraft.

Hertaald: brachten Dat is: de groten of aanzienlijken en machtigen van Thekoa wilden zich niet buigen of inzetten om dit werk voor hun God mede te helpen bevorderen. Deze onwilligheid en hoogmoed wordt door de Heilige Geest tot hun schande bestraft.

dienst Of, tot het werk.

Hertaald: dienst Of: tot het werk.

huns Heeren Anders, hunner heren; verstaande daardoor de commissarissen, die gesteld waren om opzicht te nemen en orde op alles te stellen.

Hertaald: huns Heeren Anders: van hun heren; waarmee de commissarissen bedoeld worden die aangesteld waren om toezicht te houden en alles te regelen.

Nehemia 3 vers 7

Gibeon Zie van Gibeon, Jos 10 , en van Mizpa, Richt. 10:17 .

Hertaald: Gibeon Zie over Gibeon Joz. 10, en over Mizpa Richt. 10:17.

stoel Dat is, het huis, waar de landvoogd of stadhouder des konings in Judea zijn hof hield, en waar Nehemia nu misschien zelf intrekken zou. Vergelijk boven, Neh. 2:8 .

Hertaald: stoel Dat is: het huis waar de landvoogd of stadhouder van de koning in Judea zijn hof hield, en waar Nehemia nu misschien zelf zou intrekken. Vergelijk hierboven Neh. 2:8.

der rivier Eufraat; in de Schriftuur Frath genoemd.

Hertaald: der rivier De Eufraat; in de Schrift Frath genoemd.

Nehemia 3 vers 8

van een der apothekers; Hebreeuws, een zoon der apothekers: hetwelk sommigen verstaan zoveel te zijn als apotheker.

Hertaald: van een der apothekers; Hebreeuws: een zoon van de apothekers; wat sommigen opvatten als zoveel betekenend als apotheker.

lieten Dat is, zij lieten het volgende deel des muurs zo het was, dewijl het nog goed en sterk genoeg gebleven was. Anderen verstaan dat er een binnenmuur was, de bovenstad van de benedenstad afscheidende, dien zij, als voor het eerst niet nodig, oversloegen, om het nodigste werk te bevorderen. Anders, zij richtten op. Vergelijk Ex. 23:5 .

Hertaald: lieten Dat is: zij lieten het volgende deel van de muur zoals het was, omdat het nog goed en sterk genoeg gebleven was. Anderen menen dat er een binnenmuur was, die de bovenstad van de benedenstad scheidde, welke zij, als voor het eerst niet noodzakelijk, oversloegen om het meest noodzakelijke werk te bevorderen. Anders: zij richtten op. Vergelijk Ex. 23:5.

Nehemia 3 vers 9

halven deels Jeruzalem was in verscheidene delen of kwartieren afgedeeld; deze was overste van de helft der stad. Sommigen menen dat er benevens het voornaamste deel, vanwege de uitnemendheid Jeruzalems deel of kwartier genoemd, andere mindere kwartieren geweest zijn, als van Bethcherem, Mizpa, Bethzur en Kegila, hoewel er zijn, die het daarvoor houden dat deze kwartieren of omstreken, in het volgende vermeld, buiten Jeruzalem gelegen waren, gelijk van Bethcherem vermeld onder, vs.14; te zien is Jer. 6:1 . Anders, de helft van een deel.

Hertaald: halven deels Jeruzalem was verdeeld in verschillende delen of wijken; deze was overste van de helft van de stad. Sommigen menen dat er, naast het voornaamste deel, dat vanwege zijn voortreffelijkheid deel of wijk van Jeruzalem genoemd wordt, andere kleinere wijken geweest zijn, zoals van Beth-Cherem, Mizpa, Beth-Zur en Kegila, hoewel sommigen menen dat deze wijken of omstreken, hieronder genoemd, buiten Jeruzalem lagen, zoals van Beth-Cherem vermeld wordt in vers 14; zie Jer. 6:1. Anders: de helft van een deel.

Nehemia 3 vers 11

De andere Dat is, het volgende deel, liggende naast aan het deel van Hattus; of, [gelijk anderen] even zulk deel of maat des muurs, gelijk Hattus hersteld had.

Hertaald: De andere Dat is: het volgende deel, naast het deel van Hattus liggend; of, [zoals anderen menen] eenzelfde deel of maat van de muur als Hattus hersteld had.

Bakoventoren Zie onder, Neh. 12:38 .

Hertaald: Bakoventoren Zie hieronder Neh. 12:38.

Nehemia 3 vers 12

Lohes, Of, Hallohes.

Hertaald: Lohes, Of: Hallohes.

Nehemia 3 vers 13

Mistpoort Zie boven, Neh. 2:13 .

Hertaald: Mistpoort Zie hierboven Neh. 2:13.

Nehemia 3 vers 14

Beth-cherem; Zie van dit en enige andere kwartieren, in het volgende vermeld, de aantekening op vs.9, en vergelijk Jer. 6:1 .

Hertaald: Beth-cherem; Zie over dit en enkele andere wijken, hieronder genoemd, de aantekening bij vers 9, en vergelijk Jer. 6:1.

Nehemia 3 vers 15

Schelah Dit wordt bij sommigen genomen voor Siloam, waarvan Joh. 9:7 . Vergelijk boven, Neh. 2:13 ; hier begint Nehemia te verhalen het verbouwen van hetgeen tot het paleis en den tempel behoorde.

Hertaald: Schelah Dit wordt door sommigen opgevat als Siloam, waarover Joh. 9:7. Vergelijk hierboven Neh. 2:13; hier begint Nehemia te vertellen over de herbouw van wat tot het paleis en de tempel behoorde.

trappen, Zie onder, Neh. 12:37 .

Hertaald: trappen, Zie hieronder Neh. 12:37.

Nehemia 3 vers 16

gemaakten vijver, Zie 2 Kon. 18:17 , en 2 Kon. 20:20 , alzo, naar eniger gevoelen, genoemd, tot onderscheiding van den anderen, vs.15, die een natuurlijke vijver of poel geweest is.

Hertaald: gemaakten vijver, Zie 2 Kon. 18:17, en 2 Kon. 20:20, zo genoemd, volgens sommigen, ter onderscheiding van de andere, vers 15, die een natuurlijke vijver of poel geweest is.

helden Waar de dapperste krijgslieden, die steeds omtrent den koning waren, hun logement plachten te hebben.

Hertaald: helden Waar de dapperste krijgslieden, die altijd rond de koning waren, gewoonlijk hun verblijf hadden.

Nehemia 3 vers 17

in zijn deel Of, voor, met zijn deel; dat is, voor, of met die inwoners van zijn kwartier.

Hertaald: in zijn deel Of: voor, met zijn deel; dat is: voor, of met de inwoners van zijn wijk.

Nehemia 3 vers 19

andere maat; Zie vs.11.

Hertaald: andere maat; Zie vers 11.

aan den hoek Zie 2 Kron. 26:9 .

Hertaald: aan den hoek Zie 2 Kron. 26:9.

Nehemia 3 vers 20

vuriglijk Hebreeuws, ontstak, sterkte; dat is, hij verbeterde of herstelde en verbouwde zijn deel met een zonderlingen ijver; zie Ps. 45:5 .

Hertaald: vuriglijk Hebreeuws: ontstak, versterkte; dat is: hij herstelde of verbeterde en herbouwde zijn deel met een bijzondere ijver; zie Ps. 45:5.

Zabbaï, Anders, Zakkai.

Hertaald: Zabbaï, Anders: Zakkai.

Nehemia 3 vers 21

Koz, Of, Hakkoz, gelijk boven.

Hertaald: Koz, Of: Hakkoz, zoals hierboven.

Nehemia 3 vers 22

vlakke velden Hebreeuws, mannen van het plein; dat is wonende in de vlakke velden, tussen Jeruzalem en Jericho gelegen. Zie 2 Sam. 2:29 , enz.

Hertaald: vlakke velden Hebreeuws: mannen van het plein; dat is: wonend in de vlakte, gelegen tussen Jeruzalem en Jericho. Zie 2 Sam. 2:29, enzovoort.

Nehemia 3 vers 23

Daarna Anders, na hen. Hebreeuws eigenlijk, na hem, hetwelk sommigen verstaan hier genomen te zijn voor het getal van velen; en alzo vs.27, 29.

Hertaald: Daarna Anders: na hen. Hebreeuws letterlijk: na hem, wat sommigen hier opvatten als het meervoud; en zo ook vers 27, 29.

Nehemia 3 vers 24

de punt; Het uiterste van den hoek.

Hertaald: de punt; Het uiterste van de hoek.

Nehemia 3 vers 25

tegenover Versta, verbeterde den muur tegenover den hoek.

Hertaald: tegenover Versta hieronder: herstelde de muur tegenover de hoek.

uitsteekt, Hebreeuws, uitgaat; en zo vs.26.

Hertaald: uitsteekt, Hebreeuws: uitgaat; en zo ook vers 26.

gevangenis is; Zie onder, Neh. 12:39 , en Jer. 32:2 .

Hertaald: gevangenis is; Zie hieronder Neh. 12:39, en Jer. 32:2.

Nehemia 3 vers 26

Nethinim Zie Ezra 2:48 .

Hertaald: Nethinim Zie Ezra 2:48.

Ofel Of, op de hoogte; zie 2 Kron. 27:3 , en 2 Kron. 33:14 .

Hertaald: Ofel Of: op de hoogte; zie 2 Kron. 27:3, en 2 Kron. 33:14.

tot Hierop kan men verstaan, verbeterden.

Hertaald: tot Hierbij kan men verstaan: herstelden.

Nehemia 3 vers 27

Thekoïeten Zie vs.5.

Hertaald: Thekoïeten Zie vers 5.

Nehemia 3 vers 28

Van boven Of, van de Paardenpoort aan; zie 2 Kon. 11:16 .

Hertaald: Van boven Of: vanaf de Paardenpoort; zie 2 Kon. 11:16.

Nehemia 3 vers 29

Oostpoort Vergelijk Jer. 19:2 .

Hertaald: Oostpoort Vergelijk Jer. 19:2.

Nehemia 3 vers 30

hem verbeterden Anders, naast mij, en zo in het volgende vs.31, verstaande, dat Nehemia hier verhaalt wie aan zijn beide zijden gearbeid hebben, zonder uit te drukken wat hij gedaan heeft om anderen met zijn exempel voor te gaan; tonende alzo zijn nederigheid. Zie onder, Neh. 4:16 , Neh. 4:23 , en Neh. 5:16 .

Hertaald: hem verbeterden Anders: naast mij, en zo ook in het volgende vers 31, waarbij bedoeld wordt dat Nehemia hier vertelt wie aan zijn beide zijden gewerkt hebben, zonder te vermelden wat hij zelf gedaan heeft om anderen met zijn voorbeeld voor te gaan; zo toont hij zijn nederigheid. Zie hieronder Neh. 4:16, Neh. 4:23, en Neh. 5:16.

zesde, Te weten, zoon van Zalaf, of, hij zelf de zesde.

Hertaald: zesde, Namelijk: zoon van Zalaf, of: hijzelf de zesde.

een andere maat Zie vs.11.

Hertaald: een andere maat Zie vers 11.

Nehemia 3 vers 31

Mifkad, Dat is, bevel, opzicht, monstering, of telling. Sommigen menen dat de grote Raad hier bijeenkwam om op de voorkomende zwarigheden te letten en bevelen uit te geven of te publiceren.

Hertaald: Mifkad, Dat is: bevel, toezicht, monstering, of telling. Sommigen menen dat de grote raad hier bijeenkwam om op de voorkomende problemen te letten en bevelen uit te geven of bekend te maken.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Nehemia  — de HEERE troost

Zoon van Hachalja, schenker van koning Arthahsasta te Susan. Op het bericht dat Jeruzalems muur verwoest was, bad en vastte hij, en verkreeg van de koning verlof en volmacht om naar Jeruzalem te gaan; daar leidde hij, ondanks tegenstand van Sanballat en Tobia, de herbouw van de stadsmuur, diende twaalf jaar als landvoogd zonder zich op kosten van het volk te verrijken, en voerde later sociale en religieuze hervormingen door (Neh. 1-13).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
De poorten van de herbouwde muur van Jeruzalem  — Nehemia 3 noemt onder meer de Schaapspoort, de Vispoort, de Oude Poort, de Dalpoort, de Mestpoort, de Fonteinpoort, de Waterpoort, de Paardenpoort, de Oostpoort en de Poort Mifkad — grotendeels genoemd naar hun functie of ligging

Ligging: Verspreid over de gehele omtrek van de stadsmuur van Jeruzalem; de precieze ligging van elke afzonderlijke poort in Nehemia's tijd is niet in alle gevallen met zekerheid vast te stellen.

Geschiedenis: Nehemia verdeelde het herstelwerk aan de muur over tientallen families, priestergroepen en zelfs hele naburige steden (zoals Jericho en Tekoa), die elk een eigen gedeelte — vaak vlak bij hun eigen woning — op zich namen, met de hogepriester Eljasib die zelf de Schaapspoort bouwde (Neh. 3:1). Het werk werd voltooid ondanks aanhoudende spot en dreigementen van Sanballat, Tobia en Gesem, die probeerden de bouwers af te schrikken en zelfs een aanslag beraamden (Neh. 4; 6). Na tweeënvijftig dagen was de muur, met al haar poorten, gereed (Neh. 6:15).

Bijbelse betekenis: Een van de mooiste voorbeelden in de Schrift van eendrachtige, gezamenlijke inzet van het hele volk van God — "want het volk had het hart om te werken" (Neh. 4:6) — waarbij niet alleen vooraanstaanden, maar ook eenvoudige gezinnen, vrouwen (Neh. 3:12) en hele dorpsgemeenschappen ieder hun eigen, soms onopvallende deel bijdroegen aan het herstel van Gods stad.

Archeologie: Archeologe Eilat Mazar identificeerde bij opgravingen in de Ophel, aan de zuidoostzijde van de Tempelberg, een muursegment met bijbehorende toren en poortstructuur dat zij op grond van aardewerk en stratigrafie dateert in de Perzische periode — mogelijk een tastbaar overblijfsel van juist dit haastige herstelwerk onder Nehemia.

Recente inzichten: De huidige Oude Stad van Jeruzalem kent nog altijd poorten met deels overeenkomstige namen en liggingen (onder meer de Mestpoort/Dungpoort aan de zuidkant), al dateert het huidige muurtracé grotendeels uit de zestiende eeuw.

Neh. 3:1-32; 4; 6:1-16

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Zij brachten hun hals niet tot den dienst huns Heeren  — in de lange lijst van bouwers staat één aantekening over wie niet meededen: "maar hun voortreffelijken brachten hun hals niet tot den dienst huns Heeren" (Neh. 3:5)

Hoofdstuk 3 telt de bouwers op, stuk voor stuk, met de poort of het muurdeel dat ieder voor zijn rekening nam. Het zijn priesters, goudsmeden, apothekers, kooplieden, oversten van halve districten, en zelfs dochters die met hun vader meebouwden. Midden in die opsomming staat één afwijkend bericht. Aan de hand van de anderen verbeterden de Tekoïeten hun deel, maar hun voortreffelijken, de aanzienlijken onder hen, brachten hun hals niet tot de dienst van hun Heere (Neh. 3:5). Het beeld is ontleend aan het lastdier dat zijn nek onder het juk buigt. Verderop in het hoofdstuk blijkt bovendien dat diezelfde Tekoïeten nog een tweede stuk muur voor hun rekening namen, terwijl hun edelen niets deden.

Bijbelse betekenis: De Schrift noemt hier geen namen, en dat is genadiger dan het lijkt; toch is het oordeel scherp. Het gaat niet om mensen die het niet konden, maar om de voornaamsten van hun stad, die het best in staat waren bij te dragen. Zij bogen hun nek niet, en het woord dat erbij staat maakt duidelijk waarvoor: niet voor Nehemia en niet voor het werk, maar voor de dienst van hun Heere. Wie zich te goed acht voor het gewone werk in Gods huis, weigert uiteindelijk niet aan mensen maar aan Hem. Het contrast met hun eigen stadgenoten maakt het nog scherper. De gewone Tekoïeten bouwden zelfs twee stukken. Zo blijkt hier iets dat door de hele kerkgeschiedenis terugkeert: aanzien en bekwaamheid zeggen weinig over bereidheid, en het meeste werk wordt gedaan door wie het minst opvalt.

Typologie: Debora zong een soortgelijk oordeel over een stad die bij een beslissend uur thuisbleef: "omdat zij niet gekomen zijn tot de hulp des HEEREN, tot de hulp des HEEREN, met de helden" (Richt. 5:23). En Paulus klaagt over medewerkers met dezelfde gezindheid: "Want zij zoeken allen het hunne, niet hetgeen van Christus Jezus is" (Fil. 2:21). De weigering om de hals te buigen staat tegenover Christus Zelf, Die de gestalte van een dienstknecht aannam.

Neh. 3:5; Richt. 5:23; Fil. 2:21

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Nehemia 3

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content