Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
DitH428 nu zijn de priestersH3548 en de LevietenH3881, die metH5973 ZerubbabelH2216, den zoonH1121 van SealthielH7597, en JesuaH3442, optogenH5927: SerajaH8304, JeremiaH3414, EzraH5830,
Dit nu zijn de priesters en de Levieten, die met Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, en Jesua, optogen: Seraja, Jeremia, Ezra,
KJV
Now these are the priests2
and the Levites3
that went up5
with Zerubbabel7
the son8
of Shealtiel,9
and Jeshua:10
Seraiah,11
Jeremiah,12
Ezra,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
AmarjaH568, MalluchH4409, HattusH2407,
Amarja, Malluch, Hattus,
KJV
Amariah,1
Malluch,2
Hattush,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
SechanjaH7935, RehumH7348, MeremothH4822,
Sechanja, Rehum, Meremoth,
KJV
Shechaniah,1
Rehum,2
Meremoth,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
IddoH5714, GinnethoiH1599, AbiaH29,
Iddo, Ginnethoi, Abia,
KJV
Iddo,1
Ginnetho,2
Abijah,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
MijaminH4326, MaadjaH4573, BilgaH1083,
Mijamin, Maadja, Bilga,
KJV
Miamin,1
Maadiah,2
Bilgah,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
SemajaH8098, en JojaribH3114, JedajaH3048,
Semaja, en Jojarib, Jedaja,
KJV
Shemaiah,1
and Joiarib,2
Jedaiah,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
SalluH5543, AmokH5987, HilkiaH2518, JedajaH3048; dat waren de hoofdenH7218 der priesterenH3548, en hun broederenH251, in de dagenH3117 van JesuaH3442.
Sallu, Amok, Hilkia, Jedaja; dat waren de hoofden der priesteren, en hun broederen, in de dagen van Jesua.
KJV
Sallu,1
Amok,2
Hilkiah,3
Jedaiah.4
These were the chief6
of the priests7
and of their brethren8
in the days9
of Jeshua.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
En de LevietenH3881 waren: JesuaH3442, BinnuiH1131, KadmielH6934, SerebjaH8274, JudaH3063, MatthanjaH4983; hijH1931 en zijn broederenH251 waren overH5921 de dankzeggingenH1960.
En de Levieten waren: Jesua, Binnui, Kadmiel, Serebja, Juda, Matthanja; hij en zijn broederen waren over de dankzeggingen.
KJV
Moreover the Levites:1
Jeshua,2
Binnui,3
Kadmiel,4
Sherebiah,5
Judah,6
and Mattaniah,7
which was over the thanksgiving,9
he and his brethren.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
En BakbukjaH1229, en UnniH6042, hun broederenH251, waren tegen hen over in de wachtenH4931.
En Bakbukja, en Unni, hun broederen, waren tegen hen over in de wachten.
KJV
Also Bakbukiah1
and Unni,2
their brethren,3
were over against them in the watches.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
JesuaH3442 nu gewonH3205 JojakimH3113, en JojakimH3113 gewonH3205 EljasibH475, en EljasibH475 gewonH3205 JojadaH3111,
Jesua nu gewon Jojakim, en Jojakim gewon Eljasib, en Eljasib gewon Jojada,
KJV
And Jeshua1
begat2
Joiakim,4
Joiakim5
also begat6
Eliashib,8
and Eliashib9
begat
Joiada,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
En JojadaH3111 gewonH3205 JonathanH3129, en JonathanH3129 gewonH3205 JadduaH3037.
En Jojada gewon Jonathan, en Jonathan gewon Jaddua.
KJV
And Joiada1
begat2
Jonathan,4
and Jonathan5
begat6
Jaddua.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
En in de dagenH3117 van JojakimH3113 warenH1961 priestersH3548, hoofdenH7218 der vaderenH1: van SerajaH8304 was MerajaH4811; van JeremiaH3414, HananjaH2608;
En in de dagen van Jojakim waren priesters, hoofden der vaderen: van Seraja was Meraja; van Jeremia, Hananja;
KJV
And in the days1
of Joiakim2
were priests,4
the chief5
of the fathers:6
of Seraiah,7
Meraiah;8
of Jeremiah,9
Hananiah;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Van EzraH5830, MesullamH4918; van AmarjaH568, JohananH3076;
Van Ezra, Mesullam; van Amarja, Johanan;
KJV
Of Ezra,1
Meshullam;2
of Amariah,3
Jehohanan;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Van MelichuH4409, JonathanH3129; van SebanjaH7645, JozefH3130;
Van Melichu, Jonathan; van Sebanja, Jozef;
KJV
Of Melicu,1
Jonathan;2
of Shebaniah,3
Joseph;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
Van HarimH2766, AdnaH5733; van MerajothH4812, HelkaiH2517;
Van Harim, Adna; van Merajoth, Helkai;
KJV
Of Harim,1
Adna;2
of Meraioth,3
Helkai;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Van IddoH5714, ZachariaH2148; van GinnethonH1599, MesullamH4918;
Van Iddo, Zacharia; van Ginnethon, Mesullam;
KJV
Of Iddo,1
Zechariah;2
of Ginnethon,3
Meshullam;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
Van AbiaH29, ZichriH2147; van MinjaminH4509, van MoadjaH4153, PiltaiH6408;
Van Abia, Zichri; van Minjamin, van Moadja, Piltai;
KJV
Of Abijah,1
Zichri;2
of Miniamin,3
of Moadiah,4
Piltai;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Van BilgaH1083, SammuaH8051; van SemajaH8098, JonathanH3083;
Van Bilga, Sammua; van Semaja, Jonathan;
KJV
Of Bilgah,1
Shammua;2
of Shemaiah,3
Jehonathan;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
En van JojaribH3114, MatthenaiH4982; van JedajaH3048, UzziH5813;
En van Jojarib, Matthenai; van Jedaja, Uzzi;
KJV
And of Joiarib,1
Mattenai;2
of Jedaiah,3
Uzzi;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
Van SallaiH5543, KallaiH7040; van AmokH5987, HeberH5677;
Van Sallai, Kallai; van Amok, Heber;
KJV
Of Sallai,1
Kallai;2
of Amok,3
Eber;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
Van HilkiaH2518, HasabjaH2811; van JedajaH3048, NethaneelH5417.
Van Hilkia, Hasabja; van Jedaja, Nethaneel.
KJV
Of Hilkiah,1
Hashabiah;2
of Jedaiah,3
Nethaneel.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
Van de LevietenH3881 werden in de dagenH3117 van EljasibH475, JojadaH3111, en JohananH3110, en JadduaH3037, de hoofdenH7218 der vaderenH1 beschrevenH3789; mitsgaders de priesterenH3548, tot het koninkrijkH4438 van DariusH1867, den PerziaanH6542.
Van de Levieten werden in de dagen van Eljasib, Jojada, en Johanan, en Jaddua, de hoofden der vaderen beschreven; mitsgaders de priesteren, tot het koninkrijk van Darius, den Perziaan.
KJV
The Levites1
in the days2
of Eliashib,3
Joiada,4
and Johanan,5
and Jaddua,6
were recorded7
chief8
of the fathers:9
also the priests,10
to the reign12
of Darius13
the Persian.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
De kinderenH1121 van LeviH3878, de hoofdenH7218 der vaderenH1, werden beschrevenH3789 in het boekH5612 der kroniekenH1697, totH5704 de dagenH3117 van JohananH3110, den zoonH1121 van EljasibH475, toe.
De kinderen van Levi, de hoofden der vaderen, werden beschreven in het boek der kronieken, tot de dagen van Johanan, den zoon van Eljasib, toe.
KJV
The sons1
of Levi,2
the chief3
of the fathers,4
were written5
in the book7
of the chronicles,8
even until the days9
of Johanan12
the son13
of Eliashib.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
De hoofdenH7218 dan der LevietenH3881 waren HasabjaH2811, SerebjaH8274, en JesuaH3442, de zoonH1121 van KadmielH6934, en hun broederenH251 tegen hen over, om te prijzenH1984 en te dankenH3034, naar het gebodH4687 van DavidH1732, den manH376 GodsH430, wachtH4929 tegen wachtH4929.
De hoofden dan der Levieten waren Hasabja, Serebja, en Jesua, de zoon van Kadmiel, en hun broederen tegen hen over, om te prijzen en te danken, naar het gebod van David, den man Gods, wacht tegen wacht.
KJV
And the chief1
of the Levites:2
Hashabiah,3
Sherebiah,4
and Jeshua5
the son6
of Kadmiel,7
with their brethren8
over against them, to praise10
and to give thanks,11
according to the commandment12
of David13
the man14
of God,15
ward16
over against17
ward.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
MatthanjaH4983 en BakbukjaH1229, ObadjaH5662, MesullamH4918, TalmonH2929 en AkkubH6126, waren poortiersH7778, de wachtH4929 waarnemendeH8104 bij de schatkamersH624 der poortenH8179.
Matthanja en Bakbukja, Obadja, Mesullam, Talmon en Akkub, waren poortiers, de wacht waarnemende bij de schatkamers der poorten.
KJV
Mattaniah,1
and Bakbukiah,2
Obadiah,3
Meshullam,4
Talmon,5
Akkub,6
were porters8
keeping7
the ward9
at the thresholds10
of the gates.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
DezenH428 waren in de dagenH3117 van JojakimH3113, den zoonH1121 van JesuaH3442, den zoonH1121 van JozadakH3136, en in de dagenH3117 van NehemiaH5166, den landvoogdH6346, en van den priesterH3548 EzraH5830, den schriftgeleerdeH5608.
Dezen waren in de dagen van Jojakim, den zoon van Jesua, den zoon van Jozadak, en in de dagen van Nehemia, den landvoogd, en van den priester Ezra, den schriftgeleerde.
KJV
These were in the days2
of Joiakim3
the son4
of Jeshua,5
the son6
of Jozadak,7
and in the days8
of Nehemiah9
the governor,10
and of Ezra11
the priest,12
the scribe.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
In de inwijdingH2598 nu van JeruzalemsH3389 muurH2346, zochtenH1245 zij de LevietenH3881 uit alH3605 hun plaatsenH4725, dat zij hen te JeruzalemH3389 brachtenH935, om de inwijdingH2598 te doenH6213 met vreugdeH8057, en met dankzeggingenH8426, en met gezangH7892, cimbalenH4700, luitenH5035, en met harpenH3658.
In de inwijding nu van Jeruzalems muur, zochten zij de Levieten uit al hun plaatsen, dat zij hen te Jeruzalem brachten, om de inwijding te doen met vreugde, en met dankzeggingen, en met gezang, cimbalen, luiten, en met harpen.
KJV
And at the dedication1
of the wall2
of Jerusalem3
they sought4
the Levites6
out of all their places,8
to bring9
them to Jerusalem,10
to keep11
the dedication12
with gladness,13
both with thanksgivings,14
and with singing,15
with cymbals,16
psalteries,17
and with harps.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28
Alzo werden de kinderenH1121 der zangersH7891 verzameldH622, zo uitH4480 het vlakke veldH3603 rondomH5439 JeruzalemH3389, als uitH4480 de dorpenH2691 van de NetofathietenH5200;
Alzo werden de kinderen der zangers verzameld, zo uit het vlakke veld rondom Jeruzalem, als uit de dorpen van de Netofathieten;
KJV
And the sons2
of the singers3
gathered themselves together,1
both out of the plain country5
round about6
Jerusalem,7
and from the villages9
of Netophathi;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29
En uit het huisH1004 van GilgalH1537, en uit de veldenH7704 van GebaH1387 en AsmavethH5820; wantH3588 de zangersH7891 hadden zich dorpenH2691 gebouwdH1129 rondomH5439 JeruzalemH3389.
En uit het huis van Gilgal, en uit de velden van Geba en Asmaveth; want de zangers hadden zich dorpen gebouwd rondom Jeruzalem.
KJV
Also from the house1
of Gilgal,2
and out of the fields3
of Geba4
and Azmaveth:5
for the singers10
had builded8
them villages7
round about11
Jerusalem.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30
En de priestersH3548 en de LevietenH3881 reinigdenH2891 zichzelven; daarna reinigdenH2891 zij het volkH5971, en de poortenH8179, en den muurH2346.
En de priesters en de Levieten reinigden zichzelven; daarna reinigden zij het volk, en de poorten, en den muur.
KJV
And the priests2
and the Levites3
purified1
themselves, and purified4
the people,6
and the gates,8
and the wall.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31
Toen deed ik de vorstenH8269 van JudaH3063 opgaanH5927 opH5921 den muurH2346; en ik steldeH5975 tweeH8147 groteH1419 dankkorenH8426 en omgangenH8418, een ter rechterhandH3225 opH5921 den muurH2346, naar de MistpoortH830 toe.
Toen deed ik de vorsten van Juda opgaan op den muur; en ik stelde twee grote dankkoren en omgangen, een ter rechterhand op den muur, naar de Mistpoort toe.
KJV
Then I brought up1
the princes3
of Judah4
upon the wall,6
and appointed7
two8
great10
companies of them that gave thanks,9
whereof one went11
on the right hand12
upon the wall14
toward the dung16
gate:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32
En achterH310 hen gingH3212 HosajaH1955, en de helftH2677 der vorstenH8269 van JudaH3063.
En achter hen ging Hosaja, en de helft der vorsten van Juda.
KJV
And after2
them went1
Hoshaiah,3
and half4
of the princes5
of Judah,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33
En AzarjaH5838, EzraH5830, en MesullamH4918,
En Azarja, Ezra, en Mesullam,
KJV
And Azariah,1
Ezra,2
and Meshullam,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34
JudaH3063, en BenjaminH1144, en SemajaH8098, en JeremiaH3414;
Juda, en Benjamin, en Semaja, en Jeremia;
KJV
Judah,1
and Benjamin,2
and Shemaiah,3
and Jeremiah,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35
En van de priestersH3548 kinderenH1121 met trompettenH2689: ZecharjaH2148, de zoonH1121 van JonathanH3129, den zoonH1121 van SemajaH8098, den zoonH1121 van MatthanjaH4983, den zoonH1121 van MichajaH4320, den zoonH1121 van ZakkurH2139, den zoonH1121 van AsafH623;
En van de priesters kinderen met trompetten: Zecharja, de zoon van Jonathan, den zoon van Semaja, den zoon van Matthanja, den zoon van Michaja, den zoon van Zakkur, den zoon van Asaf;
KJV
And certain of the priests'2
sons1
with trumpets;3
namely, Zechariah4
the son5
of Jonathan,6
the son7
of Shemaiah,8
the son9
of Mattaniah,10
the son11
of Michaiah,12
the son13
of Zaccur,14
the son15
of Asaph:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36
En zijn broedersH251, SemajaH8098, en AzareelH5832, MilalaiH4450, GilalaiH1562, MaaiH4597, NethaneelH5417, en JudaH3063, HananiH2607, met muziekinstrumentenH7892 van DavidH1732, den manH376 GodsH430; en EzraH5830, de schriftgeleerdeH5608, ging voor hun aangezichtH6440 heen.
En zijn broeders, Semaja, en Azareel, Milalai, Gilalai, Maai, Nethaneel, en Juda, Hanani, met muziekinstrumenten van David, den man Gods; en Ezra, de schriftgeleerde, ging voor hun aangezicht heen.
KJV
And his brethren,1
Shemaiah,2
and Azarael,3
Milalai,4
Gilalai,5
Maai,6
Nethaneel,7
and Judah,8
Hanani,9
with the musical11
instruments10
of David12
the man13
of God,14
and Ezra15
the scribe16
before
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37
Voorts naar de FonteinpoortH5869, en tegen hen over, gingenH5927 zij op bij de trappenH4609 van DavidsH1732 stadH5892, door den opgangH4608 des muursH2346, bovenH5921 DavidsH1732 huisH1004, totH5704 aan de WaterpoortH4325, tegen het oostenH4217.
Voorts naar de Fonteinpoort, en tegen hen over, gingen zij op bij de trappen van Davids stad, door den opgang des muurs, boven Davids huis, tot aan de Waterpoort, tegen het oosten.
KJV
And at the fountain3
gate,2
which was over against them, they went up5
by the stairs7
of the city8
of David,9
at the going up10
of the wall,11
above the house13
of David,14
even unto the water17
gate16
eastward.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38
Het tweedeH8145 dankkoorH8426 nu gingH1980 tegenoverH4136, en ikH589 achterH310 hetzelve, met de helftH2677 des volksH5971, opH5921 den muurH2346, van bovenH5921 den BakoventorenH4026, totH5704 aan den bredenH7342 muurH2346;
Het tweede dankkoor nu ging tegenover, en ik achter hetzelve, met de helft des volks, op den muur, van boven den Bakoventoren, tot aan den breden muur;
KJV
And the other2
company of them that gave thanks1
went3
over against4
them, and I after6
them, and the half7
of the people8
upon the wall,10
from beyond the tower12
of the furnaces13
even unto the broad16
wall;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39
En van boven de poortH8179 van EfraimH669, en bovenH5921 de OudeH3465 poortH8179, en bovenH5921 de VispoortH1709, en den torenH4026 HananeelH2606, en den torenH4026 MeaH3968, totH5704 aan de SchaapspoortH6629, en zij bleven staanH5975 in de GevangenpoortH4307.
En van boven de poort van Efraim, en boven de Oude poort, en boven de Vispoort, en den toren Hananeel, en den toren Mea, tot aan de Schaapspoort, en zij bleven staan in de Gevangenpoort.
KJV
And from above the gate2
of Ephraim,3
and above the old
gate,5
and above the fish9
gate,8
and the tower10
of Hananeel,11
and the tower12
of Meah,13
even unto the sheep16
gate:15
and they stood still17
in the prison19
gate.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40
Daarna stondenH5975 de beideH8147 dankkorenH8426 in GodsH430 huisH1004; ook ikH589 en de helftH2677 der overhedenH5461 metH5973 mij.
Daarna stonden de beide dankkoren in Gods huis; ook ik en de helft der overheden met mij.
KJV
So stood1
the two2
companies of them that gave thanks3
in the house4
of God,5
and I, and the half7
of the rulers
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41
En de priestersH3548, EljakimH471, MaasejaH4641, MinjaminH4509, MichajaH4320, EljoenaiH454, ZacharjaH2148, HananjaH2608, met trompettenH2689;
En de priesters, Eljakim, Maaseja, Minjamin, Michaja, Eljoenai, Zacharja, Hananja, met trompetten;
KJV
And the priests;1
Eliakim,2
Maaseiah,3
Miniamin,4
Michaiah,5
Elioenai,6
Zechariah,7
and Hananiah,8
with trumpets;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42
Voorts MaasejaH4641, en SemajaH8098, en EleazarH499, en UzziH5813, en JohananH3076, en MalchiaH4441, en ElamH5867, en EzerH5829; ook lietenH8085 zich de zangersH7891 horenH8085, met JizrahjaH3156, den opzienerH6496.
Voorts Maaseja, en Semaja, en Eleazar, en Uzzi, en Johanan, en Malchia, en Elam, en Ezer; ook lieten zich de zangers horen, met Jizrahja, den opziener.
KJV
And Maaseiah,1
and Shemaiah,2
and Eleazar,3
and Uzzi,4
and Jehohanan,5
and Malchijah,6
and Elam,7
and Ezer.8
And the singers10
sang loud,9
with Jezrahiah11
their overseer.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43
En zijH1931 offerdenH2076 deszelven daagsH3117 grote slachtofferenH2077, en waren vrolijkH8055; wantH3588 GodH430 had hen vrolijkH8055 gemaakt met groteH1419 vrolijkheidH8057; en ookH1571 waren de vrouwenH802 en de kinderenH3206 vrolijkH8055; zodat de vrolijkheidH8057 van JeruzalemH3389 tot van verreH7350 gehoordH8085 werd.
En zij offerden deszelven daags grote slachtofferen, en waren vrolijk; want God had hen vrolijk gemaakt met grote vrolijkheid; en ook waren de vrouwen en de kinderen vrolijk; zodat de vrolijkheid van Jeruzalem tot van verre gehoord werd.
KJV
Also that day2
they offered1
great5
sacrifices,4
and rejoiced:6
for God8
had made them rejoice9
with great11
joy:10
the wives13
also and the children14
rejoiced:15
so that the joy17
of Jerusalem18
was heard16
even afar off.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44
Ook werden ten zelfdenH1931 dageH3117 mannenH582 gesteldH6485 overH5921 de kamerenH5393, tot de schattenH214, tot de hefofferenH8641, tot de eerstelingenH7225 en tot de tiendenH4643, om daarin uit de akkersH7704 der stedenH5892 te verzamelenH3664 de delenH4521 der wetH8451, voor de priesterenH3548 en voor de LevietenH3881; wantH3588 JudaH3063 was vrolijkH8057 overH5921 de priesterenH3548 en overH5921 de LevietenH3881, die daar stondenH5975.
Ook werden ten zelfden dage mannen gesteld over de kameren, tot de schatten, tot de hefofferen, tot de eerstelingen en tot de tienden, om daarin uit de akkers der steden te verzamelen de delen der wet, voor de priesteren en voor de Levieten; want Juda was vrolijk over de priesteren en over de Levieten, die daar stonden.
KJV
And at that time2
were some
appointed1
over the chambers6
for the treasures,7
for the offerings,8
for the firstfruits,9
and for the tithes,10
to gather11
into them out of the fields13
of the cities14
the portions15
of the law16
for the priests17
and Levites:18
for Judah21
rejoiced20
for the priests23
and for the Levites25
that waited.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45
En de wachtH4931 huns GodsH430 waarnamenH8104, en de wachtH4931 der reinigingH2893, ook de zangersH7891, en de poortiersH7778, naar het gebodH4687 van DavidH1732 en zijn zoonH1121 SalomoH8010.
En de wacht huns Gods waarnamen, en de wacht der reiniging, ook de zangers, en de poortiers, naar het gebod van David en zijn zoon Salomo.
KJV
And both the singers6
and the porters7
kept1
the ward2
of their God,3
and the ward4
of the purification,5
according to the commandment8
of David,9
and of Solomon10
his son.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46
WantH3588 in de dagenH3117 van DavidH1732 en AsafH623, van oudsH6924, waren er hoofdenH7218 der zangersH7891, en des lofgezangsH7892, en der dankzeggingenH3034 tot GodH430.
Want in de dagen van David en Asaf, van ouds, waren er hoofden der zangers, en des lofgezangs, en der dankzeggingen tot God.
KJV
For in the days2
of David3
and Asaph4
of old5
there were chief6
of the singers,7
and songs8
of praise9
and thanksgiving10
unto God.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
47
Daarom gafH5414 gansH3605 IsraelH3478, in de dagenH3117 van ZerubbabelH2216, en in de dagenH3117 van NehemiaH5166, de delenH4521 der zangersH7891 en der poortiersH7778, van elk dagelijksH3117 op zijn dagH3117; en zij heiligdenH6942 voor de LevietenH3881, en de LevietenH3881 heiligdenH6942 voor de kinderenH1121 van AaronH175.
Daarom gaf gans Israel, in de dagen van Zerubbabel, en in de dagen van Nehemia, de delen der zangers en der poortiers, van elk dagelijks op zijn dag; en zij heiligden voor de Levieten, en de Levieten heiligden voor de kinderen van Aaron.
KJV
And all Israel2
in the days3
of Zerubbabel,4
and in the days5
of Nehemiah,6
gave7
the portions8
of the singers9
and the porters,10
every day12
his portion:11
and they sanctified14
holy things unto the Levites;15
and the Levites16
sanctified17
them unto the children18
of Aaron.
priesters
Versta, de voornaamsten en oversten der priesters en Levieten; gelijk uit vs.7, 22,23,24 wordt afgenomen.
Hertaald:
priesters
Versta hieronder de voornaamsten en leiders van de priesters en Levieten; zoals op te maken is uit vers 7, 22, 23, 24.
Zerubbábel,
Zie Ezra 2:2 .
Hertaald:
Zerubbábel,
Zie Ezra 2:2.
Jesua,
Die hogepriester was.
Hertaald:
Jesua,
Die hogepriester was.
Malluch,
Deze en enige anderen worden anders genoemd onder, vs.14, tot vs.21, naar de wijze der Hebreën.
Hertaald:
Malluch,
Deze en enkele anderen worden hieronder, vers 14 tot vers 21, anders genoemd, volgens de gewoonte van de Hebreeën.
hij en zijn broederen
Namelijk Matthanja; zie boven, Neh. 11:17 .
Hertaald:
hij en zijn broederen
Namelijk Matthanja; zie hierboven Neh. 11:17.
dankzeggingen
Dat is, zij waren zangmeesters, in het zingen der dank- en lofpsalmen; gelijk boven, Neh. 11:17 .
Hertaald:
dankzeggingen
Dat is: zij waren zangmeesters bij het zingen van de dank- en lofpsalmen; zoals hierboven Neh. 11:17.
tegenover hen
Dat is, blij en omtrent de zangers tegenwoordig, om hun dienst waar te nemen; zie boven, Neh. 11:22 , en van de beurten der zangers, Davids ordinantie, 1 Kron. 25:9 , enz., doch nu ter tijd waren zij minder in getal. Zie Ezra 2:39 .
Hertaald:
tegenover hen
Dat is: aanwezig bij en tegenover de zangers, om hun dienst waar te nemen; zie hierboven Neh. 11:22, en zie over de beurten van de zangers, de verordening van David, 1 Kron. 25:9, enzovoort, maar in deze tijd waren zij minder in aantal. Zie Ezra 2:39.
Jaddua
Dezen houdt men geweest te zijn de hogepriester Jaddus, van welken Josefus schrijft dat hij Alexander de Grote, komende om Jeruzalem vijandiglijk aan te tasten, in des hogepriesters kleding buiten de stad tegemoet is gegaan en zijn gemoed verzacht heeft. Waaruit enigen afnemen dat Nehemia tot het einde der Perzische monarchie geleefd heeft, en over zulks dit register van de opvolging der hogepriesters tot dien tijd heeft kunnen beschrijven, zijnde nog geen zestig jaar verlopen in den tijd van Artaxerxes Memor [onder welken enigen menen dat Nehemia gediend heeft] tot het einde der Perzische en het begin der Griekse monarchie. Anderen menen dat Nehemia [die naar hun gevoelen geleefd heeft onder Artaxerxes Longimanus ] dood zijnde, dit register door een anderen man Gods door ingeven des Heiligen Geestes, hier ingevoegd heeft, om de opvolging der hogepriesters in Gods kerk te bewaren.
Hertaald:
Jaddua
Men neemt aan dat dit de hogepriester Jaddus geweest is, over wie Josefus schrijft dat hij Alexander de Grote, die vijandig op weg was naar Jeruzalem, in het priesterlijke gewaad buiten de stad tegemoet is gegaan en zijn gemoed verzacht heeft. Hieruit leiden sommigen af dat Nehemia tot het einde van de Perzische heerschappij geleefd heeft, en dat hij daarom dit register van de opvolging van de hogepriesters tot die tijd heeft kunnen beschrijven, aangezien er nog geen zestig jaar verlopen waren van de tijd van Artaxerxes Mnemon [onder wie sommigen menen dat Nehemia gediend heeft] tot het einde van de Perzische en het begin van de Griekse heerschappij. Anderen menen dat, nadat Nehemia [die volgens hen geleefd heeft onder Artaxerxes Longimanus] gestorven was, dit register door een andere man van God, door ingeving van de Heilige Geest, hier is ingevoegd om de opvolging van de hogepriesters in Gods kerk te bewaren.
Jójakim
Die hogepriester was na zijn vader Jesua, vs.10.
Hertaald:
Jójakim
Die hogepriester was na zijn vader Jesua, vers 10.
hoofden der vaderen
Dat is, de voornaamste onder de priesters; gelijk vs.1 is aangewezen.
Hertaald:
hoofden der vaderen
Dat is: de voornaamsten onder de priesters; zoals in vers 1 is aangewezen.
van Serája
Dat is, van Seraja was geboren of afkomstig, Meraja opvolgend in zijn plaats; waarom anderen dit overzetten, voor Seraja, dat is, in zijn plaats, en zo in het volgende.
Hertaald:
van Serája
Dat is: van Seraja geboren of afkomstig, Meraja opvolgend in zijn plaats; daarom vertalen anderen dit met: voor Seraja, dat is: in zijn plaats, en zo ook in het vervolg.
Darius,
Van den laatsten koning der Perzen, genaamd Codomannus, dien Alexander de Grote overwon; waarmede de Perzische monarchie een einde had, in het jaar van de schepping omtrent 3642; voor Christus' menschwording 329, naar de rekening van sommige tijdrekenaars.
Hertaald:
Darius,
Van de laatste koning van de Perzen, Codomannus genoemd, die door Alexander de Grote overwonnen werd; daarmee kwam er een einde aan de Perzische heerschappij, in het jaar omstreeks 3642 na de schepping; 329 vóór de menswording van Christus, volgens de berekening van sommige tijdrekenaars.
Jóhanan,
Boven, vs.11, genoemd Jonathan, de vader van Jaddua.
Hertaald:
Jóhanan,
Hierboven, vers 11, Jonathan genoemd, de vader van Jaddua.
zoon van Eljasib,
Dat is, zoonszoon.
Hertaald:
zoon van Eljasib,
Dat is: kleinzoon.
den man Gods,
Zie Richt. 13:6 .
Hertaald:
den man Gods,
Zie Richt. 13:6.
wacht tegen wacht
Dat is, zij deden hun dienst bij beurten, de een om den anderen, naar Davids ordinantie. Zie 1Ch 25 alzo boven, vs.8.
Hertaald:
wacht tegen wacht
Dat is: zij verrichtten hun dienst bij beurten, de een na de ander, volgens de verordening van David. Zie 1 Kron. 25, zo ook hierboven vers 8.
schatkamers
Zie onder, vs.44, en Neh. 13:5 ; idem, 1 Kron. 26:17 . Hebreeuws, Asuppim.
Hertaald:
schatkamers
Zie hieronder vers 44, en Neh. 13:5; eveneens 1 Kron. 26:17. Hebreeuws: Asuppim.
inwijding
Welke geschiedde door gebeden, dankzeggingen, offeranden en uiterlijke tekenen van geestelijke vreugde voor den Heere, gelijk volgt. Vergelijk Exo 40 ; Num 7 ; Deut. 20:5 ; 1 Kon. 8:63 ; Ezra 6:17 , enz.; Joh. 10:22 .
Hertaald:
inwijding
Deze vond plaats door gebeden, dankzeggingen, offers en uiterlijke tekenen van geestelijke vreugde voor de HEERE, zoals hierna volgt. Vergelijk Ex. 40; Num. 7; Deut. 20:5; 1 Kon. 8:63; Ezra 6:17, enzovoort; Joh. 10:22.
plaatsen,
Waarheen zij nevens anderen weder getogen waren naar de grote vergadering, waarvan boven, Neh 9 , Neh 10 .
Hertaald:
plaatsen,
Waarheen zij, samen met anderen, weer teruggekeerd waren voor de grote samenkomst, waarover hierboven Neh. 9, Neh. 10.
dorpen
Of, hoeven. Alzo vs.29.
Hertaald:
dorpen
Of: boerderijen. Zo ook vers 29.
Netofathieten;
Of, der Netofathieten.
Hertaald:
Netofathieten;
Of: van de Netofathieten.
huis van Gilgal,
Of, plaats. Hebreeuws, Beth gilgal ; van Gilgal zie Deut. 11:30 ; Joz. 5:9 .
Hertaald:
huis van Gilgal,
Of: plaats. Hebreeuws: Beth-Gilgal; zie over Gilgal Deut. 11:30; Joz. 5:9.
Geba
Zie Joz. 21:17 .
Hertaald:
Geba
Zie Joz. 21:17.
Asmáveth;
Boven, Neh. 7:28 , is vermeld Beth-Azmaveth.
Hertaald:
Asmáveth;
Hierboven, Neh. 7:28, wordt Beth-Azmaveth vermeld.
gebouwd
Omdat alles door de Babylonische oorlogen zeer verwoest was, en opdat zij bij de hand mochten zijn om hun dienst; zie boven, Neh. 11:20 , Neh. 11:30 .
Hertaald:
gebouwd
Omdat alles door de Babylonische oorlogen zeer verwoest was, en opdat zij bij de hand zouden zijn voor hun dienst; zie hierboven Neh. 11:20, Neh. 11:30.
reinigden
Vergelijk Gen. 35:2 ; Ex. 19:10 , Ex. 19:15 ; Num. 19:2 ; 2 Kron. 29:5 , 2 Kron. 29:15-16 , enz.; Ezra 6:20-21 .
Hertaald:
reinigden
Vergelijk Gen. 35:2; Ex. 19:10, Ex. 19:15; Num. 19:2; 2 Kron. 29:5, 2 Kron. 29:15-16, enzovoort; Ezra 6:20-21.
een ter rechterhand
Van den anderen hoop der dankzeggenden, zie vs.38.
Hertaald:
een ter rechterhand
Zie over de andere groep dankzeggenden vers 38.
Mistpoort
Vergelijk deze beschrijving van den muur met boven, Neh. 2:13-15 , en Neh 3 , en zie de aantekening aldaar.
Hertaald:
Mistpoort
Vergelijk deze beschrijving van de muur met hierboven Neh. 2:13-15, en Neh. 3, en zie de aantekening daar.
David,
Die van David gevonden, of geordineerd en overgeleverd waren.
Hertaald:
David,
Die door David gemaakt, of ingesteld en overgeleverd waren.
man Gods;
Dat is, van den profeet, gelijk boven, vs.24.
Hertaald:
man Gods;
Dat is: van de profeet, zoals hierboven vers 24.
tegenover hen,
Aan de andere zijde van de stad, opdat beide hopen eindelijk elkander mochten ontmoeten en tezamen naar den tempel gaan. Zie vs.40.
Hertaald:
tegenover hen,
Aan de andere kant van de stad, opdat beide groepen elkaar uiteindelijk zouden ontmoeten en samen naar de tempel zouden gaan. Zie vers 40.
boven
Anders, naar, en zo in het volgende.
Hertaald:
boven
Anders: naar, en zo ook in het vervolg.
bleven staan
Hebreeuws, stonden in, of bij de poort der bewaring; dat is gevangenis; gelijk Jer. 32:2 .
Hertaald:
bleven staan
Hebreeuws: stonden in, of bij de poort van de bewaring; dat is: gevangenis; zoals Jer. 32:2.
kamers,
Vergelijk onder, Neh. 13:5 , Neh. 13:12-13 , en boven, Neh. 10:37-38 .
Hertaald:
kamers,
Vergelijk hieronder Neh. 13:5, Neh. 13:12-13, en hierboven Neh. 10:37-38.
der steden
Dat is, die rondom de steden lagen.
Hertaald:
der steden
Dat is: die rondom de steden lagen.
der wet,
Dat is, die in de wet verordineerd waren voor, enz. Tot welker opbrenging zij zich opnieuw verbonden hadden, boven, Neh. 10:35 , enz.
Hertaald:
der wet,
Dat is: die in de wet verordend waren voor, enzovoort. Waarvoor zij zich opnieuw verbonden hadden, hierboven Neh. 10:35, enzovoort.
was vrolijk
Hebreeuws, [daar was] blijdschap, of vrolijkheid van Juda; of, de vrolijkheid van Juda [was] over, enz.
Hertaald:
was vrolijk
Hebreeuws: [daar was] blijdschap, of vrolijkheid van Juda; of: de vrolijkheid van Juda [was] over, enzovoort.
stonden
Dat is, hun dienst vlijtiglijk en getrouwelijk waarnamen, en daarin alzo zouden voortgaan, daar zij tevoren in het land verstrooid waren door gebrek aan onderhoud, dat men nu gewilliglijk en met vreugde opbracht. Vergelijk onder, Neh. 13:10 .
Hertaald:
stonden
Dat is: hun dienst ijverig en trouw verrichtten, en daarmee zo zouden doorgaan, terwijl zij eerder in het land verstrooid waren door gebrek aan onderhoud, dat men nu gewillig en met vreugde opbracht. Vergelijk hieronder Neh. 13:10.
namen de wacht
Bezorgende dat de godsdienst in alles wel verricht mocht worden; zie Lev. 8:35 .
Hertaald:
namen de wacht
Terwijl zij ervoor zorgden dat de eredienst in alles goed uitgevoerd werd; zie Lev. 8:35.
reiniging,
Gelijk boven, vs.30.
Hertaald:
reiniging,
Zoals hierboven vers 30.
ook de zangers,
Versta, dat die hun beurten vlijtiglijk waarnamen. Anders, en de zangers en de portiers wachtten, enz.
Hertaald:
ook de zangers,
Versta hieronder dat zij hun beurten ijverig waarnamen. Anders: en de zangers en de poortwachters hielden de wacht, enzovoort.
Asaf,
Hieronder mede begrepen Heman en Jeduthun; 1 Kron. 25:1 , enz.
Hertaald:
Asaf,
Hieronder ook Heman en Jeduthun begrepen; 1 Kron. 25:1, enzovoort.
hoofden der zangers,
Dat is, zangmeesters, voorzangers en opzieners, van de voornaamsten, die daarop letten, dat de dienst en alle beurten der zangers wel werden waargenomen, enz.; zie boven, vs.42, en Neh. 11:17 , en 1 Kron. 25:2-3 , 1 Kron. 25:6 .
Hertaald:
hoofden der zangers,
Dat is: zangmeesters, voorzangers en toezichthouders, van de voornaamsten, die erop letten dat de dienst en alle beurten van de zangers goed uitgevoerd werden, enzovoort; zie hierboven vers 42, en Neh. 11:17, en 1 Kron. 25:2-3, 1 Kron. 25:6.
delen der zangers
Gelijk boven, vs.44.
Hertaald:
delen der zangers
Zoals hierboven vers 44.
elk dagelijks
Hebreeuws, het woord, of de zaak, van een dag op zijn dag.
Hertaald:
elk dagelijks
Hebreeuws: het woord, of de zaak, van een dag op zijn dag.
zij
Te weten, het volk, of gans Israël.
Hertaald:
zij
Namelijk: het volk, of heel Israël.
heiligden voor de Levieten,
Dat is, zij zonderden af en gaven den Levieten de tienden, enz., die daartoe geheiligd waren, en waardoor de ganse rest, die zij behielden, voor hun particulier gebruik geheiligd werd. Zie Num. 18:21 , Num. 18:26 .
Hertaald:
heiligden voor de Levieten,
Dat is: zij zonderden af en gaven de Levieten de tienden, enzovoort, die daarvoor bestemd waren, en waardoor de hele rest die zij zelf behielden geheiligd werd voor hun persoonlijk gebruik. Zie Num. 18:21, Num. 18:26.
heiligden voor de kinderen van Aäron
Dat is, zij zonderden af en gaven den hogepriester tienden van de tienden, die zij hadden ontvangen, naar de wet Gods; Num. 18:26 , enz. Zie ook aldaar Num. 18:8 .
Hertaald:
heiligden voor de kinderen van Aäron
Dat is: zij zonderden af en gaven de hogepriester tienden van de tienden die zij ontvangen hadden, volgens de wet van God; Num. 18:26, enzovoort. Zie ook daar Num. 18:8. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Zoon van Hachalja, schenker van koning Arthahsasta te Susan. Op het bericht dat Jeruzalems muur verwoest was, bad en vastte hij, en verkreeg van de koning verlof en volmacht om naar Jeruzalem te gaan; daar leidde hij, ondanks tegenstand van Sanballat en Tobia, de herbouw van de stadsmuur, diende twaalf jaar als landvoogd zonder zich op kosten van het volk te verrijken, en voerde later sociale en religieuze hervormingen door (Neh. 1-13). Een broeder van Nehemia, die hem te Susan bericht bracht over de ellendige toestand van de overgebleven Joden en de verwoeste muur van Jeruzalem — de aanleiding tot Nehemia's zending (Neh. 1:2); later door Nehemia mede aangesteld over Jeruzalem (Neh. 7:2). De bewaarder van het koninklijk park van Arthahsasta, aan wie de koning, op Nehemia's verzoek, een brief gaf om hout te leveren voor de poorten van het paleis en de stadsmuur (Neh. 2:8). Niet dezelfde persoon als Asaf, de Levitische zanger onder David. Zoon van Delaja, door Tobia en Sanballat gehuurd om Nehemia bang te maken met een valse profetie dat men hem 's nachts zou komen doden, in de hoop dat Nehemia zich door in de tempel te vluchten zou bezondigen en in diskrediet zou raken (Neh. 6:10-13). Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas Het hoofdstuk opent met de priesters en Levieten die met Zerubbabel en Jesua waren opgetrokken, en met de geslachten die daaruit voortkwamen tot in de dagen van Nehemia toe (Neh. 12:1-26). Dan begint het verslag van de inwijding. Men zocht de Levieten uit al hun plaatsen bijeen en bracht hen naar Jeruzalem, "om de inwijding te doen met vreugde, en met dankzeggingen, en met gezang, cimbalen, luiten, en met harpen" (Neh. 12:27). Ook de kinderen der zangers werden verzameld, uit het vlakke veld rondom Jeruzalem en uit de dorpen van de Netofathieten (Neh. 12:28). Anderen kwamen uit het huis van Gilgal en uit de velden van Geba en Asmaveth, want de zangers hadden zich rondom de stad dorpen gebouwd (Neh. 12:29). Pas daarna volgt de reiniging, in de volgorde die het vers zelf aangeeft (Neh. 12:30). Bijbelse betekenis: Een muur inwijden lijkt een zaak van bouwers, maar hier wordt het een zaak van priesters. En voordat er één noot klinkt, wordt er gereinigd. De volgorde is daarbij het opmerkelijkst: eerst zichzelf, dan het volk, dan de poorten en de muur. Wie voorgaat in de dienst begint niet bij de gemeente maar bij zijn eigen hart; anders leidt hij een lofzang die hij zelf niet meemaakt. Even veelzeggend is dat het stenen werk erin wordt betrokken. Wat mensen met hun handen hebben gemaakt, wordt niet als vanzelf heilig geacht; het moet aan God worden toegewijd voordat het in Zijn dienst mag staan. En de vreugde is geen inval van het ogenblik. Er worden zangers opgehaald uit hun dorpen en instrumenten bij name genoemd; deze blijdschap wordt met zorg voorbereid. Typologie: Dat de priester eerst zichzelf nodig had, tekent de hele oude bedeling. De Hebreeënbrief noemt dat als het punt waarop de Heere Jezus van hen verschilt, want Hem was het niet nodig "eerst voor zijn eigen zonden slachtofferen op te offeren, daarna, voor de zonden des volks" (Hebr. 7:27). Elke reiniging die een dienaar aan zichzelf voltrekt, wijst dus vooruit naar Eén Die zulke reiniging niet nodig had. Juist daarom kon Hij voor anderen opkomen. Neh. 12:1-30; Hebr. 7:27 Nehemia liet de vorsten van Juda de muur opgaan en stelde twee dankkoren op, waarvan het ene ter rechterhand ging, naar de Mistpoort toe (Neh. 12:31). Achter dat koor liepen Hosaja en de helft van de vorsten van Juda (Neh. 12:32-34), met priesterzonen die trompetten droegen (Neh. 12:35) en zangers met de muziekinstrumenten van David, terwijl Ezra de schriftgeleerde voor hun aangezicht heen ging (Neh. 12:36). Zij trokken langs de Fonteinpoort omhoog bij de trappen van Davids stad tot aan de Waterpoort tegen het oosten (Neh. 12:37). Het tweede dankkoor ging de andere kant op, en Nehemia zelf liep daarachter met de helft van het volk. Zij gingen van boven den Bakoventoren tot aan den breden muur (Neh. 12:38), en verder langs de Efraïmspoort, de Oude poort, de Vispoort en de torens Hananeel en Mea, tot aan de Schaapspoort (Neh. 12:39). Zo kwamen beide koren samen te staan in het huis van God, met Nehemia en de helft van de overheden (Neh. 12:40-42). Er werden die dag grote slachtoffers geofferd, "want God had hen vrolijk gemaakt met grote vrolijkheid"; ook de vrouwen en de kinderen waren vrolijk, "zodat de vrolijkheid van Jeruzalem tot van verre gehoord werd" (Neh. 12:43). Bijbelse betekenis: Dezelfde muur draagt nu iets anders dan wachtposten. Wie er wapens droeg, draagt er trompetten, en de omgang loopt het hele werk langs, zodat ieder ziet wat er staat. Toch eindigt de stoet niet op de muur maar in het huis van God; de twee koren gaan uiteen om elkaar dáár weer te ontmoeten. Zo krijgt het bouwwerk zijn plaats: het is niet het doel maar de omheining van de dienst. Waar de vreugde vandaan komt, laat de tekst er uitdrukkelijk bij staan. Zij is niet opgewekt maar gegeven; God had hen vrolijk gemaakt. En zij bleef niet binnen de kring van de leiders, want de vrouwen en de kinderen deelden erin, en het geluid droeg tot ver buiten de stad. Blijdschap die van God komt, laat zich niet binnenshuis houden. Typologie: De psalm roept op tot precies zo'n omgang: "Gaat rondom Sion, en omringt haar; telt haar torens" (Ps. 48:13), en hij noemt er het doel bij, "opdat gij het aan het navolgende geslacht vertelt" (Ps. 48:14). Bij de grondlegging van de tempel klonk het gejuich al zo ver, maar toen mengde zich er het geween van de ouden onder (reeds behandeld bij De stem van het gejuich en de stem van het geween, Ezra 3:12-13). Hier is dat mengsel verdwenen en blijft alleen de vreugde over. Neh. 12:31-43; Ezra 3:12-13; Ps. 48:13-14 Nog diezelfde dag werden er mannen aangesteld over de kamers, voor de schatten, de hefoffers, de eerstelingen en de tienden. Zij moesten uit de akkers van de steden de delen der wet verzamelen voor de priesters en de Levieten (Neh. 12:44). Zij namen de wacht van hun God waar en de wacht der reiniging, evenals de zangers en de poortiers, naar het gebod van David en zijn zoon Salomo (Neh. 12:45). Dat gebod ging ver terug, want in de dagen van David en Asaf waren er van ouds al hoofden der zangers, en van het lofgezang en de dankzeggingen tot God (Neh. 12:46). Zo gaf heel Israël in de dagen van Zerubbabel en van Nehemia de delen van de zangers en de poortiers, "van elk dagelijks op zijn dag" (Neh. 12:47). Bijbelse betekenis: Hier wordt het feest omgezet in een regeling, en dat op dezelfde dag. Vreugde die niets kost verdampt; deze vreugde krijgt kamers, opzichters en een dagelijkse verdeling. Opvallend is ook de volgorde van oorzaak en gevolg. Er staat niet dat men gaf omdat het moest, maar omdat Juda vrolijk was over de mannen die daar stonden. Waardering voor de dienst gaat aan het onderhoud vooraf; wie zijn voorgangers niet waardeert, zal hen ook niet lang onderhouden. Toch is dat de wankelste steen van dit hele bouwwerk gebleken. Jaren later, terwijl Nehemia aan het hof van de koning verbleef, lagen dezelfde kamers er anders bij en waren de Levieten naar hun akkers vertrokken (Neh. 13:10). Een afspraak houdt niet vanzelf stand omdat zij eens met blijdschap gemaakt is. Typologie: Paulus schrijft het onderhoud van wie onderwijst niet toe aan medelijden maar aan orde: "En die onderwezen wordt in het Woord, dele mede van alle goederen dengene, die hem onderwijst" (Gal. 6:6). En over de dienaars van het Evangelie zegt hij dat de Heere het zo geordineerd heeft, "dat zij van het Evangelie leven" (1 Kor. 9:14). Wat hier per dag werd afgewogen, staat daar als een blijvende regel voor de gemeente. Neh. 12:44-47; Neh. 13:10; Gal. 6:6; 1 Kor. 9:14 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Nehemia 12
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Namen
Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen


Nehemia 12
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
II. Vs. 1-26.KruisverwijzingenEzra 2:1→Nehemia 10:2→Nehemia 11:17→Nehemia 12:12→Lukas 1:5→Nehemia 12:24→Zacharia 3:1→Zacharia 6:11→
— Dit nu zijn de priesters en de Levieten, die met Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, en Jesua, optogen: Seraja, Jeremia, Ezra, Amarja, Malluch, Hattus, Sechanja, Rehum, Meremoth, Iddo, Ginnethoi, Abia, Mijamin, Maadja, Bilga, Semaja, en Jojarib, Jedaja, Sallu, Amok, Hilkia, Jedaja; dat waren de hoofden der priesteren, en hun broederen, in de dagen van Jesua. En de Levieten waren: Jesua, Binnui, Kadmiel, Serebja, Juda, Matthanja; hij en zijn broederen waren over de dankzeggingen. En Bakbukja, en Unni, hun broederen, waren tegen hen over in de wachten. Jesua nu gewon Jojakim, en Jojakim gewon Eljasib, en Eljasib gewon Jojada,
Aan de registers in het vorige hoofdstuk sluiten zich nog andere registers aan, namelijk vooreerst die der klassen van de priesters en Levieten ten tijde des hogepriesters Jozua, met opgaven over de hogepriesterlijke familie (vs. 1-11) kim (vs. 12-21). Daarop volgen toelichtingen op de registers van de hoofden der Levieten en der priesters (vs. 22 vv.) en ene korte opnoeming van de hoofden der Levieten (vs. 24 vv.), ten slotte een onderschrift bepalende den tijd, gedurende welken deze zaken voorwielen.
Dit nu zijn de priesters en de Levieten, die met Zerubbabel, den zoon van Sealthiël, en Jesua optogen 1) uit Babel (Hoofdstuk 7: 7 vv.; (Ezra 2: 1 vv.): Seraja, Jeremia, Ezra (vergelijk Hoofdstuk 10: 2-8).
In vs. 1-9 worden ons genoemd, de priesters en Levieten, die met Zerubbabel en Jozua optogen uit Babel naar Jeruzalem. In vs. 1-7 worden ons gemeld, de namen van hen, die leefden in de dagen van Zerubbabel en Jozua, en straks in vs. 12-21 van hen, die leefden in de dagen van Jojakim, den zoon van Jozua. Vandaar het verschil tussen deze beide opgaven, terwijl het verschil tussen de lijst in dit hoofdstuk en die in Hoofdstuk 10 is te zoeken in het feit, dat de namen der ondertekenaars van het verbond, waren die der hoofden van vaderhuizen en niet namen van de verschillende Priesterklassen.
Amarja, Malluch, Hattus.
Sechanja, Rehum, juister Harim (vs. 15; verg Ezra 2: 39), Meremoth,
Sallu, Amok, Hilkia, Jedaja, misschien de in Hoofdstuk 11: 12 genoemde Adaja; dat waren de hoofden der priesters, en hun broederen, in de dagen van Jesua, te zamen twee en twintig. Onder Jozua keerden, volgens Ezra 2: 36-39 slechts vier priesterklassen terug; deze worden echter toen waarschijnlijk in verschillende klassen verdeeld, en nu worden hier die klassen opgegeven, die reeds ten tijde van Jozua en Zerubbabel bestonden.
En de Levieten waren (vergelijk Ezra 2: 40-42): Jesua, Binnui, de zoon van Hanadad (Hoofdstuk 3: 24), Kadmiël, Serebja (Hoofdstuk 8: 7; 9: 4; 10: 12), Juda, wellicht dezelfde als Hodia (Hoofdstuk 8: 7; 10: 13), Mattanja (Hoofdstuk 11: 17); hij en zijne broederen waren over de dankzeggingen, zangmeesters in ‘t zingen van dank- en lofpsalmen (Hoofdstuk 11:
.
En Bakbukja (Hoofdstuk 11: 17), en Unni (vergelijk 1 Kronieken 15: 20), hun broederen, waren tegen hen over in de wachten, waren bij den dienst van het koor, dat tegenover hen stond.
Jesua, de hogepriester, tot wiens vader Jozadak (vergelijk Ezra 3: 2), de rij der hogepriesters in 1 Kronieken 7: 14 werd voortgezet, nu gewon Jojakim (vs. 12 en 26), en Jojakim gewon Eljasib, hogepriester ten tijde van Nehemia (Hoofdstuk 3: 1; 13: 4), en Eljasib gewon Jojada, door Josefus Juda genoemd (vgl. Hoofdstuk 13: 28).
En Jodaja gewon Jonathan, in vs. 22 Johanan genoemd, en Jonathan gewon Jaddua, hogepriester ten tijde van Alexander den Grote. Jaddua wordt gezegd hogepriester geweest te zijn in de dagen van Alexander den Grote, van wie Josefus bericht, dat hij den veroveraar tegemoet ging, toen deze voorttrok om Jeruzalem te verwoesten. Alexander was zo getroffen over deze verschijning, en de berichten, die Jaddua gaf, namelijk dat van Alexander in de boeken der profeten van Israël gesproken was, als den overwinnaar der wereld, dat hij de stad spaarde, en aan de Joden grote voorrechten schonk.
En in de dagen van Jojakim waren onder de priesters (hoofden der verschillende priesterklassen), de volgende hoofden der vaderen, namelijk (vergelijk vs. 1 vv.): van Seraja was Meraja, van Jeremia, Hananja.
Van Ezra, in Hoofdstuk 10: 2 Azaria genoemd, (vgl. 2 op Ezra 7: 1). Mesullam; van Amarja, Johanan.
Van Melichu, Jonathan, de in vs. 2 genoemde Hattus wordt in dit vers overgeslagen; van Sebanja (in vs. 3 Zechanja genoemd), Jozef.
Van Harim (in vs. 3 Rehum), Adna; van Merajoth (in vs. 3 Meremoth); Helkai.
Van Iddo, Zacharia; een dezelfde persoon met den profeet van dezen naam (Ezra 5: 1. Zach. 1: 1); van Ginnethon (vs. 4 Ginnethoi), Mesullam.
Van Sallai (vs. 7 Sallu), Kallai; van Amok, Heber.
Van Hilkia, Hasabja; van Jedaja, Nethaneël. Er is een verschil tussen bovenstaande opnoeming en die in het boek der Kronieken; deze bevat niet slechts degenen, die eerst met Zerubbabel kwamen, maar ook die met Ezra en Nehemia gekomen zijn.
Van de Levieten werden in de dagen van Eljasib, Jodaja, en Johanan, en Jaddua (zie vs. 10 vv.), de hoofden der vaderen beschreven; mitsgaders de priesters; de laatsten van deze onder de verschillende hogepriesters opgestelde registers hadden betrekking op de hoofden der priesterklassen, tot onder het koninkrijk van Darius, den Perziaan, Darius II, met den bijnaam Nothus (424-404 v. Chr.).
De kinderen van Levi, de hoofden der vaderen, werden beschreven in het boek der a) kronieken, een kroniek of jaarboek, dat tot de dagen van Johanan, den zoon van Eljasib, toe, doorgaat, maar in den Kanon der Heilige Schrift niet is opgenomen.
1 Kronieken 9: 10 vv.
De hoofden dan der Levieten, om hier bij het register in vs. 8 vv. ene bijlage toe te voegen, waren Hasabja, Serebja, en Jesua, de zoon van Kadmiël, en hun broederen tegen hen over, om te prijzen en te danken, naar het gebod van David, den man Gods, wacht tegen wacht, bij beurten, zo als David had ingesteld (1 Kronieken 25: 1 vv. 2 Kronieken 29: 25).
Mattanja en Bakbukja, Obadja, hoofden der drie grote, ook na de Ballingschap bestaande zangfamilies Asaf, Heman en Jeduthun (Hoofdstuk 11: 17), daarentegen Mesullam, Talmonen Akkub, waren poortiers, de wacht waarnemende bij de schatkamers der poorten (1 Kronieken 9: 17. Ezra 2: 42. Nehemia 11: 19).
Deze, de in vs. 12-21 en vs. 24 vv. genoemde hoofden der priester- en Levieten-klassen, waren in de dagen van Jojakim, den zoon van Jesua, den zoon van Jozadak, en in de dagen van Nehemia, den landvoogd, en van den priester Ezra, den Schriftgeleerde. 27.
III. Vs. 27-43.Kruisverwijzingen1 Kronieken 15:16→Nehemia 2:13→2 Kronieken 5:13→1 Kronieken 15:28→2 Kronieken 29:30→1 Kronieken 9:16→Nehemia 12:38→Nehemia 12:24→
— In de inwijding nu van Jeruzalems muur, zochten zij de Levieten uit al hun plaatsen, dat zij hen te Jeruzalem brachten, om de inwijding te doen met vreugde, en met dankzeggingen, en met gezang, cimbalen, luiten, en met harpen. Alzo werden de kinderen der zangers verzameld, zo uit het vlakke veld rondom Jeruzalem, als uit de dorpen van de Netofathieten; En uit het huis van Gilgal, en uit de velden van Geba en Asmaveth; want de zangers hadden zich dorpen gebouwd rondom Jeruzalem. En de priesters en de Levieten reinigden zichzelven; daarna reinigden zij het volk, en de poorten, en den muur. Toen deed ik de vorsten van Juda opgaan op den muur; en ik stelde twee grote dankkoren en omgangen, een ter rechterhand op den muur, naar de Mistpoort toe. En achter hen ging Hosaja, en de helft der vorsten van Juda. En Azarja, Ezra, en Mesullam, Juda, en Benjamin, en Semaja, en Jeremia; En van de priesters kinderen met trompetten: Zecharja, de zoon van Jonathan, den zoon van Semaja, den zoon van Matthanja, den zoon van Michaja, den zoon van Zakkur, den zoon van Asaf; En zijn broeders, Semaja, en Azareel, Milalai, Gilalai, Maai, Nethaneel, en Juda, Hanani, met muziekinstrumenten van David, den man Gods; en Ezra, de schriftgeleerde, ging voor hun aangezicht heen.
Aan het bericht, wat er naar beide voorgaande afdelingen geschiedde, ter vermeerdering van de bevolking van Jeruzalem, sluit zich dat van de inwijding der stadsmuren aan, die terstond na deze maatregelen, misschien in het begin van het jaar 443 v. Chr., plaats had. Nehemia geeft bevel, dat twee grote dankkoren de muren zullen beklimmen, die beide van hetzelfde punt aan de westzijde der stad hunnen tocht beginnende, het ene noordwaarts, het andere zuidwaarts trekkende in het oosten bij den tempel elkaar ontmoeten, en alzo de heilige plechtigheid onder talrijke offeranden en luid klinkend jubelgezang vieren. Hierbij is op te merken, dat achter het ene dankkoor, aan het hoofd van den achter hem aan voorttrekkenden trein zich Ezra de Schriftgeleerde bevindt, en achter het andere dankkoor, aan de spits van den anderen trein Nehemia, de landvoogd. Beide mannen doen zich hier duidelijk kennen als gemeenschappelijke arbeiders aan het werk der nieuwe inrichting en de zuivering der gemeente, aan het werk, op welks voleindiging en verzekering nu door de plechtige wijding der muren de kroon wordt gezet.
In de inwijding nu van Jeruzalems muur, toen de tot de inwijding bepaalde dag gekomen was, zochten zij, die met de uitvoering belast waren. door het zenden van boden, de Levieten uit al hun plaatsen, waar zij hun woonplaatsen hadden gevestigd, omdat er in Jeruzalem slechts een klein gedeelte woonde (Hoofdstuk 11: 15 vv.), opdat zij hen te Jeruzalem brachten, om de inwijding te doen met vreugde, en met dankzeggingen, en met gezang, cimbalen, luiten en met harpen (1 Kronieken 13: 8; 15: 16; 25: 1. 2 Kronieken 23: 18 23.18).
Alzo werden de kinderen der zangers verzameld de Levieten, die tot de 3 zangers-afdelingen behoorden, zo uit het vlakke veld rondom Jeruzalem, als uit de dorpen van de Netofathieten, de opene plaatsen bij Netofa, drie mijlen ten zuidwesten van Jeruzalem.
En de priesters en de Levieten reinigden zich zelven (Ezra 6: 20); daarna reinigden zij het volk, en de poorten en den muur 1), die daarna ook ingewijd moest worden.
Hoe dit reinigen van het volk en de poorten en den muur plaats had, wordt ons niet gemeld. wellicht door het brengen van zond- en brandoffers, gelijk dit in 2 Kronieken 29: 20 wordt vermeld.
Toen nu het uur der inwijding gekomen was, deed ik de vorsten van Juda 1) bij de verzamelplaats van de Dalpoort (Hoofdstuk 2: 13), opgaan op den muur en ik stelde twee grote dank-koren, en daarachter twee omgangen, een ter rechterhand (van de andere zal in vs. 38 vv. gesproken worden); deze gingen op den muur, zuidwaarts naar beneden naar de Mistpoort toe, om dan oostelijk te wenden, en vervolgens opwaarts naar het tempelplein.
De vorsten van Juda zijn de vorsten van het gehele volk. Deze deed Nehemia den muur bestijgen, waarop hij twee grote dankkoren opstelde, die van twee tegenovergestelde zijden den muur omtrokken, totdat zij bij den Tempel elkaar ontmoetten.
En achter hen, de mannen, die het dankkoor uitmaakten, ging Hosaja, wellicht het opperhoofd, en de helft der vorsten van Juda.
En 1) Azaria, Ezra en Mesullam.
Beter: namelijk. De namen die nu volgen, zijn namen van zeven vorsten van Jeruzalem. Hieronder kunnen ook priesters geweest zijn, dewijl wereldlijke en geestelijke hoofden bij Israël zo moeilijk te onderscheiden zijn.
Juda, en Benjamin 1), en Semaja, en Jeremia.
Juda en Benjamin zijn hier niet namen van de twee stammen, dit kan hier niet in verband met vs. 32 maar persoonsnamen. Ook in vs. 36 wordt een Juda genoemd.
En nu enige volgens vs. 41 wel zeven, van de priesterkinderen of zonen, met trompetten, die zich aan de Levitische zangers aansloten, verder Zacharja 1), de zoon van Jonathan, den zoon van Semaja, den zoon van Mattanja, den zoon van Michaja, den zoon van Zakkur, den zoon van Asaf.
Deze Zacharja was, zoals duidelijk blijkt, het hoofd van de speellieden der Levieten, die het gezang begeleidden met hun muziekinstrumenten. In vs. 36 worden zijne ondergeschikten aangegeven.
En zijne broeders Semaja, en Azareël, Milalai, Gilalai, Maäi, Nethaneël, en Juda, Hanani, met muziekinstrumenten van David, den man Gods; en Ezra, de Schriftgeleerde, ging vóór hun, de van vs. 32 af genoemden, aangezicht heen, gaande onmiddellijk achter het dankkoor (vs. 31), aan de spits van den daar achter gaanden optocht.
Voorts naar de Fonteinpoort, en tegen hen over gingen zij op bij de trappen van David’s stad, langs den daarnaast lopenden weg, door den opgang des muurs, boven David’s huis 1), tot aan de Waterpoort, tegen het oosten.
Bij de Fonteinpoort verliet alzo de optocht den buitenmuur, wendde zich toen naar de trappen, op welken men aan den oostelijken helling van den Zion naar de stad David’s opklom, toen ging men deze trappen op tot aan den noordelijken muur tussen Zion en Moria en van hier om het plein van het oude paleis der koningen, over den brug die van den Zion naar den Tempelberg voerde, voorbij het tempelgebouw trekkende, tot aan de Waterpoort. Wat men te verstaan heeft onder “het huis David’s” of de plaats waar het paleis van David had gestaan en waar nog puinhopen daarvan voorhanden waren, of naar ene minder nauwkeurige uitdrukking:, de plaats van het voormalige paleis van Salomo, blijft onzeker, zoveel echter blijkt uit dit vs. dat niet, zoals Thenius aan geeft (2 Samuel 5: 11 ), David’s Paleis aan den lagen oostelijken rand van den Zion naar het zuiden heen, gestaan heeft, maar aan de noordwestzijde van den berg, niet ver van den burcht der Jebusieten, waarheen ons ook de overlevering verwijst.
Het tweede dankkoor nu ging tegenover, in ene richting tegenover die van het eerste koor (vs. 31), alzo ter linkerhand of naar het noorden opwaarts, en ik, Nehemia, de landvoogd (vs.
, achter hetzelve, met de helft des volks, op den muur, van boven den Bakovenstoren, tot aan den breden muur;
En van boven de poort van Efraïm, en boven de Oude poort, en boven de Vispoort, en den toren Hananeël, en den toren Mea, tot aan de Schaapspoort, en zij bleven staan in de Gevangenpoort 1).
Waar de Gevangenpoort gestaan heeft is door de geleerden niet uitgemaakt. Enigen plaatsen die aan de noordzijde van het Tempelplein, en scheiden ze van het in Hoofdstuk 3: 25 genoemde Voorhof der gevangenis, dat men of in de nabijheid van het voormalig paleis op Zion, of aan de zuidoostzijde van het Tempelplein zocht; anderen nemen voor beiden de laatstgenoemde plaats aan, en stellen, zich den optocht der twee dank-koren zo voor, dat beiden op den oostelijken muur van den tempel elkaar ontmoetten, hier elkaar voorbijgingen, en zich toen tegenover elkaar plaatsten, de eerste op het vrije plein van de Waterpoort, de tweede bij de Gevangenpoort. Op deze wijze zou ook de gehele oostzijde van het Tempelplein mede omgetrokken, en de zich daar bevindende muren ook ingewijd zijn geworden, iets, dat bij de eerste opvatting, wanneer de Gevangenpoort ten noorden van het Tempelplein gesteld werd, niet het geval zou geweest zijn.
Dat de beide koren elkaar voorbij trokken, laat zich niet denken, en hiervan wordt in onze verzen ook niets vermeld. Veeleer is het te denken, dat zij beiden, beginnende bij de Jaffapoort, ieder een gedeelte van den muur hebben afgelopen, totdat zij bij de Waterpoort elkaar hebben ontmoet, waar een vrije plaats was, in de richting van den tempel.
Daarna stonden de beide dank-koren, ieder met den daarachter volgenden stoet in of bij Gods huis, op het open plein ten oosten van het tempelgebouw; ook ik en de helft der overheden der gemeente, namelijk de andere helft in vergelijking met de in vs. 32 genoemden, met mij;
En de priesters, namelijk: Eljakim, Maäseja, Minjamin, Michaja, Eljoënai, Zacharja, Hananja, met trompetten (vs. 35);
Voorts de acht afdelingen der Levitische zangers, zo als bij het eerste koor (vs. 36), namelijk: Maäseja, en Semaja, en Eleazar, en Uzzi, en Johanan, en Malchia, en Elam, en Ezer; ook lieten zich de zangers luid horen, met Jizrahja, den opziener, zo als Zacharja opziener was der acht afdelingen van het eerste koor (vs. 35).
En zij offerden des zelven daags grote slachtofferen 1) (Ezra 6: 17), en waren vrolijk (Ezra 6: 22; (2 (Kronieken 20: 27), want God had hen vrolijk gemaakt met grote vrolijkheid; en ook waren de vrouwen en de kinderen, die de vergadering op het open plein voor den tempel bijwoonden, vrolijk; zodat de vrolijkheid van Jeruzalem, het zingen en spelen en jubelen der in Jeruzalem verzamelde gemeente, tot van verre gehoord werd 2) (Ezra 3: 13).
De slachtofferanden waren wel hoofdzakelijk dankoffers, die in offermaaltijden uitliepen, en deze maaltijden, waaraan ook de vrouwen en kinderen deelnamen, droegen veel bij tot verhoging der feestvreugde, tot de vreugde, die hun God, door het laten gelukken van het werk, d.i. van den muurbouw, bereid had.
Wij maken hier opmerkzaam op de vijf Hallelujahpsalmen, die de rij der Psalmen sluiten, en die in de Liturgie van den tweeden tempel een bijzonder Halleluja en een deel van het dagelijks morgengebed uitmaakten, geheel onderscheiden van het op het Pascha en andere feesten te herhalen grote Hallel. (Psalm 113-118). Wij menen Psalm 146-150. Mogelijk is Psalm 146 ouder, waarom de Septuaginta deze en de beide volgende Psalmen aan de profeten Haggai en Zacharia toeschrijft. Maar Psalm 147-150 drukken ontegenzeglijk de stemming uit van de Ezra-Nehemiaanse herstelling. In Psalm 147 wordt God gedankt voor de herstelling van Jeruzalem, dat nu weer ene stad met muren en poorten is; in Psalm 148 voor de herstelling der nationale zelfstandigheid; in Psalm 149 dankt de Psalmist, dat het volk, dat zolang weerloos was, en schandelijk onder de slavernij zuchtte, hersteld was, en zich zelf tegen de vijanden kon verdedigen. In Psalm 150 eindigt het boek der Psalmen met een volklinkend finaal; het “welzalig hij” van Psalm 1: 1 is nu tot een Halleluja geworden, waarin al het zuchtend smeken heeft opgehouden. -God geve ons allen zulk een uitgang! Hij, de driemaal Heilige, doe al ons klagen en bidden door een gelovig Amen overgaan in een eeuwig Halleluja!. Allen, die delen in openbare zegeningen, moeten zich ook verenigen tot openbare dankzegging: Gods voorzienigheid heeft hun veiligheid en rust geschonken, en dan zal Zijne genade hen ook vrolijk en dankbaar maken. De verijdelde tegenstand hunner vijanden verhoogde ongetwijfeld hun vreugde. Grote zegeningen geven de ruimste stof tot plechtige herhaling van lof- en dankzegging in de voorhoven van het huis des Heren, in het midden van u, o Jeruzalem!. 44.
IV. Vs. 44KruisverwijzingenNehemia 13:12→2 Kronieken 13:11→Numeri 3:10→Nehemia 10:37→2 Kronieken 31:11→1 Kronieken 23:28→Spreuken 8:34→1 Kronieken 9:26→
— Ook werden ten zelfden dage mannen gesteld over de kameren, tot de schatten, tot de hefofferen, tot de eerstelingen en tot de tienden, om daarin uit de akkers der steden te verzamelen de delen der wet, voor de priesteren en voor de Levieten; want Juda was vrolijk over de priesteren en over de Levieten, die daar stonden.
-Hoofdstuk 13: 3. Ten besluite van de met Hoofdstuk 11 beginnende afdeling, volgt hier nog ene korte mededeling over het aanstellen van opzieners, bij het inzamelen van de inkomsten der priesters en Levieten, waartoe het volk nu weer rijkelijk bijdroeg; verder over de in de Wet gebodene uitsluiting van vreemden uit de theocratische gemeente.
Ook werden ten zelven dage mannen tot opzieners gesteld over de kamers, de schathuizen of cellen, dienstig tot het verzamelen en bewaren van de schatten, tot de hefofferen, tot de eerstelingen, en tot de tienden, om daarin uit de akkers der steden te verzamelen de delen der wet, voor de priesters en voor de Levieten; daarin zouden de wettige aandelen voor de priesters en Levieten (vgl. Numeri 18), van de akkers rondom de stad, of van de vlekken en dorpen, opgelegd worden. Zulk ene inrichting was echter des te meer nodig, daar de inkomsten tot onderhoud van priesters en Levieten nu weer rijkelijker begonnen te vloeien; want Juda was vrolijk over de priesters, en over de Levieten, die daar stonden 1),
D.w.z. had er een vreugde in, dat de Priesters en de Levieten weer het heiligdom bedienden, weer den zuiveren dienst Gods bevorderden; daarom gaven zij gewillig al wat in de Wet was voorgeschreven, omtrent de tienden en de andere heilige dingen.
En de wacht huns Gods waarnamen 1), in de bezorging van den godsdienst, en de wacht der reiniging, het verrichten van al die dienstbetoningen, die betrekking hadden op de reinheid en de reiniging; ook de zangers, en de poortiers waren nu weer werkzaam als bedienaren van den godsdienst en van den tempel, waarvoor zij dan ook moesten bezoldigd worden, naar het a) gebod van David en zijnen zoon Salomo (2 (Kronieken 8: 14 vv.)
1 Kronieken 25.
Bij het: de wacht waarnemen, hebben we volstrekt niet te doen met een bloot figuurlijke of overdrachtlijke manier van spreken. Het is niet maar een beeldspraak, een wijze van uitdrukking, maar van zeer wezenlijke betekenis. En die betekenis is, dat in den stam van Levi en zijn heiligen strijd een wacht voorgetekend of afgeschaduwd lag, die andere strijd en die andere wacht, die straks, als de Kerk wereldkerk zou geworden zijn, door de Kerk van Christus zou zijn waar te nemen in de worsteling tussen Christus en de wereld.
Want in de dagen van David en Asaf 1), van ouds, waren er hoofden der zangers, en des lofgezangs, en der dankzeggingen tot God 2) (1 (Kronieken 25: 1 vv.).
Of: was Asaf van ouds hoofd der zangers. Het is den Schrijver er om te doen, om aan te duiden, dat van ouds, van de dagen van David af, er hoofden van zangers waren geweest.
Op al onze steden, op al onze huizen moest geschreven zijn: Heiligheid des Heren; deze stad echter was, zo als nooit enige andere, de stad des groten Konings (Psalm 48: 2. MATTHEUS. 5: 35); zij was het altijd geweest, sedert het den Heere behaagde Zijnen naam aldaar te doen wonen; en als zodanig werd zij weer aan God gewijd, door de bouwers en bewoners van de nieuwe stad. Zij stellen hier de stad en hare muren onder de Goddelijke bescherming, erkennende, dat, zo de Heere de stad niet bewaart, de muren te vergeefs gebouwd zijn. De gelovige moet niets ondernemen, dat hij niet aan den Heere toewijdt.
Daarom gaf gans Israël, in de dagen van Zerubbabel, en in de dagen van Nehemia, de delen der zangers en der poortiers, van elk dagelijks op zijnen dag; en zij heiligden, zij schonken hun geheiligde gaven voor de Levieten, de eerste klasse der Levieten, de priesterdienaars (1 Kronieken 23: 5 ), en de Levieten heiligden, zonderden hun gaven af voor de kinderen van Aäron, de Priesters (Numeri 18: 26 vv.). Wanneer het vieren van dankdagen zulk een indruk achterlaat bij dienaren des Woords en bij het volk, dat beiden zorgvuldiger en blijmoediger zijn in het volbrengen van hunnen plicht, dan zijn zij inderdaad aangenaam bij God, en leveren voordeel op. Zo was het hier. De dienaren van den godsdienst waren zorgvuldiger in hun werk dan vroeger; het volk was zorgvuldiger, dan het geweest was, in het onderhouden van de dienaren des Woords.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel