Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Voorts woonden de oversten des volks te Jeruzalem; maar het overige des volks wierpen loten, om uit tien een uit te brengen, die in de heilige stad Jeruzalem zou wonen, en negen delen in de andere steden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Voorts woondenH3427 de overstenH8269 des volksH5971 te JeruzalemH3389; maar het overigeH7605 des volksH5971wierpenH5307lotenH1486, om uit tienH6235eenH259uitH4480 te brengenH935, die in de heiligeH6944stadH5892JeruzalemH3389 zou wonenH3427, en negenH8672delenH3027 in de andere stedenH5892.Voorts woonden de oversten des volks te Jeruzalem; maar het overige des volks wierpen loten, om uit tien een uit te brengen, die in de heilige stad Jeruzalem zou wonen, en negen delen in de andere steden.
KJVAnd the rulers2of the people3dwelt1at Jerusalem:4the rest5of the people6also cast7lots,8to bring9one10of ten12to dwell13in Jerusalem14the holy16city,15and nine17parts18to dwell in other cities.
1וַיֵּשְׁב֥וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry2שָׂרֵֽיH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward3הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4בִּירוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem5וּשְׁאָ֣רH7605overblijfsel, overige, overgebleven[idiom] other, remnant, residue, rest6הָ֠עָםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7הִפִּ֨ילוּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down8גוֹרָל֜וֹתH1486lot, loten, lotslot9לְהָבִ֣יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10אֶחָ֣דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,11מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with12הָעֲשָׂרָ֗הH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen13לָשֶׁ֨בֶת֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry14בִּֽירוּשָׁלִַ֨ם֙H3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem15עִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town16הַקֹּ֔דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary17וְתֵ֥שַׁעH8672negen, negenhonderd, negendennine ([phrase] -teen, [phrase] -teenth, -th)18הַיָּד֖וֹתH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves19בֶּעָרִֽיםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town
2En het volk zegende al de mannen, die vrijwilliglijk aanboden te Jeruzalem te wonen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En het volkH5971zegendeH1288alH3605 de mannenH582, die vrijwilliglijk aanbodenH5068 te JeruzalemH3389 te wonenH3427.En het volk zegende al de mannen, die vrijwilliglijk aanboden te Jeruzalem te wonen.
KJVAnd the people2blessed1all the men,that willingly offered5themselves to dwell6at Jerusalem.
1וַֽיְבָרֲכ֖וּH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank2הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3לְכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הָֽאֲנָשִׁ֔יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5הַמִּֽתְנַדְּבִ֔יםH5068vrijwillig, gewillig aangeboden, vrijwillig gegevenoffer freely, be (give, make, offer self) willing(-ly)6לָשֶׁ֖בֶתH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry7בִּירוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
3En dit zijn de hoofden van het landschap, die te Jeruzalem woonden; (maar in de steden van Juda woonden, een iegelijk op zijn bezitting, in hun steden, Israel, de priesters, en de Levieten, en de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo).
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En ditH428 zijn de hoofdenH7218 van het landschapH4082, die te JeruzalemH3389woondenH3427; (maar in de stedenH5892 van JudaH3063 woonden, een iegelijkH376 op zijn bezittingH272, in hun steden, IsraelH3478, de priestersH3548, en de LevietenH3881, en de NethinimH5411, en de kinderenH1121 der knechtenH5650 van SalomoH8010).En dit zijn de hoofden van het landschap, die te Jeruzalem woonden; (maar in de steden van Juda woonden, een iegelijk op zijn bezitting, in hun steden, Israel, de priesters, en de Levieten, en de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo).
KJVNow these are the chief2of the province3that dwelt5in Jerusalem:6but in the cities7of Judah8dwelt9every one10in his possession11in their cities,12to wit, Israel,13the priests,14and the Levites,15and the Nethinims,16and the children17of Solomon's19servants.
1וְאֵ֨לֶּה֙H428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2רָאשֵׁ֣יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top3הַמְּדִינָ֔הH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province4אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5יָשְׁב֖וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry6בִּירוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem7וּבְעָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town8יְהוּדָ֗הH3063JudaJudah9יָֽשְׁב֞וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry10אִ֤ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11בַּאֲחֻזָּתוֹ֙H272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession12בְּעָ֣רֵיהֶ֔םH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town13יִשְׂרָאֵ֤לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael14הַכֹּהֲנִים֙H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer15וְהַלְוִיִּ֣םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite16וְהַנְּתִינִ֔יםH5411NethinimNethinims17וּבְנֵ֖יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth18עַבְדֵ֥יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant19שְׁלֹמֹֽהH8010SalomoSolomon
4Te Jeruzalem dan woonden sommigen van de kinderen van Juda, en van de kinderen van Benjamin. Van de kinderen van Juda: Athaja, de zoon van Uzzia, den zoon van Zacharja, den zoon van Amarja, den zoon van Sefatja, den zoon van Mahalaleel, van de kinderen van Perez;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Te JeruzalemH3389 dan woondenH3427 sommigen van de kinderenH1121 van JudaH3063, en van de kinderenH1121 van BenjaminH1144. Van de kinderenH1121 van JudaH3063: AthajaH6265, de zoonH1121 van UzziaH5818, den zoonH1121 van ZacharjaH2148, den zoonH1121 van AmarjaH568, den zoonH1121 van SefatjaH8203, den zoonH1121 van MahalaleelH4111, van de kinderenH1121 van PerezH6557;Te Jeruzalem dan woonden sommigen van de kinderen van Juda, en van de kinderen van Benjamin. Van de kinderen van Juda: Athaja, de zoon van Uzzia, den zoon van Zacharja, den zoon van Amarja, den zoon van Sefatja, den zoon van Mahalaleel, van de kinderen van Perez;
KJVAnd at Jerusalem1dwelt2certain of the children3of Judah,4and of the children5of Benjamin.6Of the children7of Judah;8Athaiah9the son10of Uzziah,11the son12of Zechariah,13the son14of Amariah,15the son16of Shephatiah,17the son18of Mahalaleel,19of the children20of Perez;
1וּבִֽירוּשָׁלִַ֨ם֙H3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem2יָֽשְׁב֔וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry3מִבְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah5וּמִבְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6בִנְיָמִ֑ןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin7מִבְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8יְ֠הוּדָהH3063JudaJudah9עֲתָיָ֨הH6265AthajaAthaiah10בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11עֻזִּיָּ֜הH5818Uzzia, UziaUzziah12בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13זְכַרְיָ֧הH2148Zacharia, Zecharja, ZacharjaZachariah, Zechariah14בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15אֲמַרְיָ֛הH568Amarja, amarjaAmariah16בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17שְׁפַטְיָ֥הH8203SefatjaShephatiah18בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19מַהֲלַלְאֵ֖לH4111Mahalal-el, MahalaleelMahalaleel20מִבְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth21פָֽרֶץH6557PerezPerez, Pharez
5En Maaseja, de zoon van Baruch, den zoon van Kol-hose, den zoon van Hazaja, den zoon van Adaja, den zoon van Jojarib, den zoon van Zacharja, den zoon van Siloni.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En MaasejaH4641, de zoonH1121 van BaruchH1263, den zoonH1121 van Kol-hoseH3626, den zoonH1121 van HazajaH2382, den zoonH1121 van AdajaH5718, den zoonH1121 van JojaribH3114, den zoonH1121 van ZacharjaH2148, den zoonH1121 van SiloniH8023.En Maaseja, de zoon van Baruch, den zoon van Kol-hose, den zoon van Hazaja, den zoon van Adaja, den zoon van Jojarib, den zoon van Zacharja, den zoon van Siloni.
6Alle kinderen van Perez, die te Jeruzalem woonden, waren vierhonderd acht en zestig dappere mannen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6AlleH3605kinderenH1121 van PerezH6557, die te JeruzalemH3389woondenH3427, waren vierhonderdH702achtH8083 en zestigH8346dappereH2428mannenH582.Alle kinderen van Perez, die te Jeruzalem woonden, waren vierhonderd acht en zestig dappere mannen.
KJVAll the sons2of Perez3that dwelt4at Jerusalem5were four6hundred7threescore8and eight9valiant11men.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3פֶ֕רֶץH6557PerezPerez, Pharez4הַיֹּשְׁבִ֖יםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry5בִּירוּשָׁלִָ֑םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem6אַרְבַּ֥עH702vier, vierhonderd, veertienfour7מֵא֛וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore8שִׁשִּׁ֥יםH8346zestigsixty, three score9וּשְׁמֹנָ֖הH8083acht, achttien, achthonderdeight(-een, -eenth), eighth10אַנְשֵׁיH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11חָֽיִלH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
7En dit zijn de kinderen van Benjamin: Sallu, de zoon van Mesullam, den zoon van Joed, den zoon van Pedaja, den zoon van Kolaja, den zoon van Maaseja, den zoon van Ithiel, den zoon van Jesaja;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En ditH428 zijn de kinderenH1121 van BenjaminH1144: SalluH5543, de zoonH1121 van MesullamH4918, den zoonH1121 van JoedH3133, den zoonH1121 van PedajaH6305, den zoonH1121 van KolajaH6964, den zoonH1121 van MaasejaH4641, den zoonH1121 van IthielH384, den zoonH1121 van JesajaH3470;En dit zijn de kinderen van Benjamin: Sallu, de zoon van Mesullam, den zoon van Joed, den zoon van Pedaja, den zoon van Kolaja, den zoon van Maaseja, den zoon van Ithiel, den zoon van Jesaja;
KJVAnd these are the sons2of Benjamin;3Sallu4the son5of Meshullam,6the son7of Joed,8the son9of Pedaiah,10the son11of Kolaiah,12the son13of Maaseiah,14the son15of Ithiel,16the son17of Jesaiah.
1וְאֵ֖לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3בִנְיָמִ֑ןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin4סַלֻּ֡אH5543Sallu, Sallai, SaluSallai, Sallu, Salu5בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6מְשֻׁלָּ֡םH4918MesullamMeshullam7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8יוֹעֵ֡דH3133JoedJoed9בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10פְּדָיָה֩H6305PedajaPedaiah11בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12ק֨וֹלָיָ֧הH6964KolajaKolaiah13בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14מַעֲשֵׂיָ֛הH4641Maaseja, MahasejaMaaseiah15בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16אִֽיתִיאֵ֖לH384IthielIthiel17בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth18יְשַֽׁעְיָֽהH3470JesajaIsaiah, Jesaiah, Jeshaiah
8En na hem Gabbai, Sallai; negenhonderd acht en twintig.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En naH310 hem GabbaiH1373, SallaiH5543; negenhonderdH8672achtH8083 en twintigH6242.En na hem Gabbai, Sallai; negenhonderd acht en twintig.
9En Joel, de zoon van Zichri, was opziener over hen; en Juda, de zoon van Senua, was de tweede over de stad.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En JoelH3100, de zoonH1121 van ZichriH2147, was opzienerH6496overH5921 hen; en JudaH3063, de zoonH1121 van SenuaH5574, was de tweedeH4932overH5921 de stadH5892.En Joel, de zoon van Zichri, was opziener over hen; en Juda, de zoon van Senua, was de tweede over de stad.
KJVAnd Joel1the son2of Zichri3was their overseer:4and Judah6the son7of Senuah8was second11over the city.
1וְיוֹאֵ֥לH3100JoelJoel2בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3זִכְרִ֖יH2147ZichriZichri4פָּקִ֣ידH6496opziener, opzieners, besteldewhich had the charge, governor, office, overseer, (that) was set5עֲלֵיהֶ֑םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6וִיהוּדָ֧הH3063JudaJudah7בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8הַסְּנוּאָ֛הH5574Hassenua, SenuaHasenuah (including the art), Senuah9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10הָעִ֖ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town11מִשְׁנֶֽהH4932tweede, dubbel, tweedencollege, copy, double, fatlings, next, second (order), twice as much
10Van de priesteren: Jedaja, de zoon van Jojarib, Jachin;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Van de priesterenH3548: JedajaH3048, de zoonH1121 van JojaribH3114, JachinH3199;Van de priesteren: Jedaja, de zoon van Jojarib, Jachin;
KJVOf the priests:2Jedaiah3the son4of Joiarib,5Jachin.
1מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2הַֽכֹּהֲנִ֑יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer3יְדַֽעְיָ֥הH3048JedajaJedaiah4בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יוֹיָרִ֖יבH3114JojaribJoiarib6יָכִֽיןH3199JachinJachin
11Seraja, de zoon van Hilkia, den zoon van Mesullam, den zoon van Zadok, den zoon van Merajoth, den zoon van Ahitub, was voorganger van Gods huis;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11SerajaH8304, de zoonH1121 van HilkiaH2518, den zoonH1121 van MesullamH4918, den zoonH1121 van ZadokH6659, den zoonH1121 van MerajothH4812, den zoonH1121 van AhitubH285, was voorgangerH5057 van GodsH430huisH1004;Seraja, de zoon van Hilkia, den zoon van Mesullam, den zoon van Zadok, den zoon van Merajoth, den zoon van Ahitub, was voorganger van Gods huis;
KJVSeraiah1the son2of Hilkiah,3the son4of Meshullam,5the son6of Zadok,7the son8of Meraioth,9the son10of Ahitub,11was the ruler12of the house13of God.
1שְׂרָיָ֨הH8304Seraja, ZerajaSeraiah2בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3חִלְקִיָּ֜הH2518Hilkia, HilkijaHillkiah4בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5מְשֻׁלָּ֣םH4918MesullamMeshullam6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7צָד֗וֹקH6659Zadok, ZadoksZadok8בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9מְרָיוֹת֙H4812MerajothMeraioth10בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11אֲחִיט֔וּבH285AhitubAhitub12נְגִ֖דH5057voorganger, overste, vorstcaptain, chief, excellent thing, (chief) governor, leader, noble, prince, (chief) ruler13בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)14הָאֱלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
12En hun broederen, die het werk in het huis deden, waren achthonderd twee en twintig. En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pelalja, den zoon van Amzi, den zoon van Zacharja, den zoon van Pashur, den zoon van Malchia;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En hun broederenH251, die het werkH4399 in het huisH1004dedenH6213, waren achthonderdH8083tweeH8147 en twintigH6242. En AdajaH5718, de zoonH1121 van JerohamH3395, den zoonH1121 van PelaljaH6421, den zoonH1121 van AmziH557, den zoonH1121 van ZacharjaH2148, den zoonH1121 van PashurH6583, den zoonH1121 van MalchiaH4441;En hun broederen, die het werk in het huis deden, waren achthonderd twee en twintig. En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pelalja, den zoon van Amzi, den zoon van Zacharja, den zoon van Pashur, den zoon van Malchia;
13En zijn broederen, hoofden der vaderen, waren tweehonderd twee en veertig. En Amassai, de zoon van Azareel, den zoon van Achzai, den zoon van Mesillemoth, den zoon van Immer;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En zijn broederenH251, hoofdenH7218 der vaderenH1, waren tweehonderdH8147tweeH8147 en veertigH705. En AmassaiH6023, de zoonH1121 van AzareelH5832, den zoonH1121 van AchzaiH273, den zoonH1121 van MesillemothH4919, den zoonH1121 van ImmerH564;En zijn broederen, hoofden der vaderen, waren tweehonderd twee en veertig. En Amassai, de zoon van Azareel, den zoon van Achzai, den zoon van Mesillemoth, den zoon van Immer;
KJVAnd his brethren,1chief2of the fathers,3two6hundred4forty5and two:and Amashai7the son8of Azareel,9the son10of Ahasai,11the son12of Meshillemoth,13the son14of Immer,
1וְאֶחָיו֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'2רָאשִׁ֣יםH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top3לְאָב֔וֹתH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4מָאתַ֖יִםH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore5אַרְבָּעִ֣יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty6וּשְׁנָ֑יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two7וַעֲמַשְׁסַ֧יH6023AmassaiAmashai8בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9עֲזַרְאֵ֛לH5832Azareel, AzarelAzarael, Azareel10בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11אַחְזַ֥יH273AchzaiAhasai12בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13מְשִׁלֵּמ֖וֹתH4919MesillemothMeshillemoth. Compare H4921 (מְשִׁלֵּמִית)14בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15אִמֵּֽרH564ImmerImmer
14En hun broederen, dappere helden, waren honderd acht en twintig; en opziener over hen was Zabdiel, de zoon van Gedolim.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En hun broederenH251, dappereH2428heldenH1368, waren honderdH3967achtH8083 en twintigH6242; en opzienerH6496overH5921 hen was ZabdielH2068, de zoonH1121 van GedolimH1419.En hun broederen, dappere helden, waren honderd acht en twintig; en opziener over hen was Zabdiel, de zoon van Gedolim.
KJVAnd their brethren,1mighty men2of valour,3an hundred4twenty5and eight:6and their overseer7was Zabdiel,9the son10of one of the great men.
1וַאֲחֵיהֶם֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'2גִּבּ֣וֹרֵיH1368helden, held, geweldigchampion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man3חַ֔יִלH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)4מֵאָ֖הH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore5עֶשְׂרִ֣יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)6וּשְׁמֹנָ֑הH8083acht, achttien, achthonderdeight(-een, -eenth), eighth7וּפָקִ֣ידH6496opziener, opzieners, besteldewhich had the charge, governor, office, overseer, (that) was set8עֲלֵיהֶ֔םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9זַבְדִּיאֵ֖לH2068ZabdielZabdiel10בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11הַגְּדוֹלִֽיםH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very
15En van de Levieten: Semaja, de zoon van Hassub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, den zoon van Buni.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En van de LevietenH3881: SemajaH8098, de zoonH1121 van HassubH2815, den zoonH1121 van AzrikamH5840, den zoonH1121 van HasabjaH2811, den zoonH1121 van BuniH1138.En van de Levieten: Semaja, de zoon van Hassub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, den zoon van Buni.
KJVAlso of the Levites:2Shemaiah3the son4of Hashub,5the son6of Azrikam,7the son8of Hashabiah,9the son10of Bunni;
1וּמִֽןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2הַלְוִיִּ֑םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite3שְׁמַעְיָ֧הH8098SemajaShemaiah4בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5חַשּׁ֛וּבH2815Hassub, HasubHashub, Hasshub6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7עַזְרִיקָ֥םH5840AzrikamAzrikam8בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9חֲשַׁבְיָ֖הH2811HasabjaHashabiah10בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11בּוּנִּֽיH1138Bunni, BuniBunni
16En Sabbethai, en Jozabad, van de hoofden der Levieten, waren over het buitenwerk van het huis Gods.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En SabbethaiH7678, en JozabadH3107, van de hoofdenH7218 der LevietenH3881, waren overH5921 het buitenwerkH2435 van het huisH1004GodsH430.En Sabbethai, en Jozabad, van de hoofden der Levieten, waren over het buitenwerk van het huis Gods.
KJVAnd Shabbethai1and Jozabad,2of the chief8of the Levites,9had the oversight of the outward5business4of the house6of God.
1וְשַׁבְּתַ֨יH7678SabbethaiShabbethai2וְיוֹזָבָ֜דH3107JozabadJosabad, Jozabad3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4הַמְּלָאכָ֤הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)5הַחִֽיצֹנָה֙H2435buitenste, buiten, buitenwerkouter, outward, utter, without6לְבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7הָאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8מֵרָאשֵׁ֖יH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top9הַלְוִיִּֽםH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite
17En Matthanja, de zoon van Micha, den zoon van Zabdi, den zoon van Asaf, was het hoofd, die de dankzegging begon in het gebed, en Bakbukja was de tweede van zijn broederen; en Abda, de zoon van Sammua, den zoon van Galal, den zoon van Jeduthun.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En MatthanjaH4983, de zoonH1121 van MichaH4316, den zoonH1121 van ZabdiH2067, den zoonH1121 van AsafH623, was het hoofdH7218, die de dankzeggingH3034begonH8462 in het gebedH8605, en BakbukjaH1229 was de tweedeH4932 van zijn broederenH251; en AbdaH5653, de zoonH1121 van SammuaH8051, den zoonH1121 van GalalH1559, den zoonH1121 van JeduthunH3038.En Matthanja, de zoon van Micha, den zoon van Zabdi, den zoon van Asaf, was het hoofd, die de dankzegging begon in het gebed, en Bakbukja was de tweede van zijn broederen; en Abda, de zoon van Sammua, den zoon van Galal, den zoon van Jeduthun.
1וּמַתַּנְיָ֣הH4983Mattanja, MatthanjaMattaniah2בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3מִ֠יכָהH4318Micha, huisMicah, Micaiah, Michah4בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5זַבְדִּ֨יH2067ZabdiZabdi6בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7אָסָ֜ףH623Asaf, AsafsAsaph8רֹ֗אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top9הַתְּחִלָּה֙H8462begin, eerst, vooreerstbegin(-ning), first (time)10יְהוֹדֶ֣הH3034loven, Looft, belijdencast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving)11לַתְּפִלָּ֔הH8605gebed, gebeden, gebedsprayer12וּבַקְבֻּקְיָ֖הH1229BakbukjaBakbukiah13מִשְׁנֶ֣הH4932tweede, dubbel, tweedencollege, copy, double, fatlings, next, second (order), twice as much14מֵאֶחָ֑יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'15וְעַבְדָּא֙H5653AbdaAbda16בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17שַׁמּ֔וּעַH8051Sammua, SchammuaShammua, Shammuah18בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19גָּלָ֖לH1559GalalGalal20בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth21יְדוּתֽוּןH3038JeduthunJeduthun
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
18Al de Levieten in de heilige stad waren tweehonderd vier en tachtig.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18AlH3605 de LevietenH3881 in de heiligeH6944stadH5892 waren tweehonderdH8084vierH702 en tachtigH8084.Al de Levieten in de heilige stad waren tweehonderd vier en tachtig.
KJVAll the Levites2in the holy4city3were two hundred5fourscore6and four.
19En de poortiers: Akkub, Talmon, met hun broederen, die wacht hielden in de poorten, waren honderd twee en zeventig.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En de poortiersH7778: AkkubH6126, TalmonH2929, met hun broederenH251, die wachtH8104 hielden in de poortenH8179, waren honderdH3967tweeH8147 en zeventigH7657.En de poortiers: Akkub, Talmon, met hun broederen, die wacht hielden in de poorten, waren honderd twee en zeventig.
KJVMoreover the porters,1Akkub,2Talmon,3and their brethren4that kept5the gates,6were an hundred7seventy8and two.
1וְהַשּֽׁוֹעֲרִים֙H7778poortiers, poortierdoorkeeper, porter2עַקּ֣וּבH6126AkkubAkkub3טַלְמ֔וֹןH2929TalmonTalmon4וַאֲחֵיהֶ֖םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'5הַשֹּׁמְרִ֣יםH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)6בַּשְּׁעָרִ֑יםH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)7מֵאָ֖הH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore8שִׁבְעִ֥יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)9וּשְׁנָֽיִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two
20Het overige nu van Israel, van de priesters en de Levieten, was in alle steden van Juda, een iegelijk in zijn erfdeel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Het overigeH7605 nu van IsraelH3478, van de priestersH3548 en de LevietenH3881, was in alleH3605stedenH5892 van JudaH3063, een iegelijk in zijn erfdeelH5159.Het overige nu van Israel, van de priesters en de Levieten, was in alle steden van Juda, een iegelijk in zijn erfdeel.
KJVAnd the residue1of Israel,2of the priests,3and the Levites,4were in all the cities6of Judah,7every one8in his inheritance.
1וּשְׁאָ֨רH7605overblijfsel, overige, overgebleven[idiom] other, remnant, residue, rest2יִשְׂרָאֵ֜לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael3הַכֹּהֲנִ֤יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4הַלְוִיִּם֙H3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite5בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6עָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah8אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9בְּנַחֲלָתֽוֹH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)
21En de Nethinim woonden in Ofel; en Ziha en Gispa waren over de Nethinim.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En de NethinimH5411woondenH3427 in OfelH6077; en ZihaH6727 en GispaH1658 waren overH5921 de NethinimH5411.En de Nethinim woonden in Ofel; en Ziha en Gispa waren over de Nethinim.
KJVBut the Nethinims1dwelt2in Ophel:3and Ziha4and Gispa5were over the Nethinims.
1וְהַנְּתִינִ֖יםH5411NethinimNethinims2יֹשְׁבִ֣יםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry3בָּעֹ֑פֶלH6077OfelOphel4וְצִיחָ֥אH6727ZihaZiha5וְגִשְׁפָּ֖אH1658GispaGispa6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7הַנְּתִינִֽיםH5411NethinimNethinims
22En der Levieten opziener te Jeruzalem was Uzzi, de zoon van Bani, den zoon van Hasabja, den zoon van Matthanja, den zoon van Micha; van de kinderen van Asaf waren de zangers tegenover het werk van Gods huis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En der LevietenH3881opzienerH6496 te JeruzalemH3389 was UzziH5813, de zoonH1121 van BaniH1137, den zoonH1121 van HasabjaH2811, den zoonH1121 van MatthanjaH4983, den zoonH1121 van MichaH4316; van de kinderenH1121 van AsafH623 waren de zangersH7891tegenoverH5048 het werkH4399 van GodsH430huisH1004.En der Levieten opziener te Jeruzalem was Uzzi, de zoon van Bani, den zoon van Hasabja, den zoon van Matthanja, den zoon van Micha; van de kinderen van Asaf waren de zangers tegenover het werk van Gods huis.
KJVThe overseer1also of the Levites2at Jerusalem3was Uzzi4the son5of Bani,6the son7of Hashabiah,8the son9of Mattaniah,10the son11of Micha.12Of the sons13of Asaph,14the singers15were over16the business17of the house18of God.
1וּפְקִ֤ידH6496opziener, opzieners, besteldewhich had the charge, governor, office, overseer, (that) was set2הַלְוִיִּם֙H3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite3בִּיר֣וּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem4עֻזִּ֤יH5813UzziUzzi5בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6בָּנִי֙H1137BaniBani7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8חֲשַׁבְיָ֔הH2811HasabjaHashabiah9בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10מַתַּנְיָ֖הH4983Mattanja, MatthanjaMattaniah11בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12מִיכָ֑אH4316MichaMicha13מִבְּנֵ֤יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14אָסָף֙H623Asaf, AsafsAsaph15הַמְשֹׁ֣רְרִ֔יםH7891zangers, zingen, Zingtbehold (by mistake for H7789 (שׁוּר)), sing(-er, -ing man, -ing woman)16לְנֶ֖גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view17מְלֶ֥אכֶתH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)18בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)19הָאֱלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
23Want er was een gebod des konings van hen, te weten, een zeker onderhoud voor de zangers, van elk dagelijks op zijn dag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23WantH3588 er was een gebodH4687 des koningsH4428 van hen, te weten, een zekerH548 onderhoud voor de zangersH7891, van elk dagelijksH3117opH5921 zijn dagH3117.Want er was een gebod des konings van hen, te weten, een zeker onderhoud voor de zangers, van elk dagelijks op zijn dag.
KJVFor it was the king's3commandment2concerning them, that a certain portion5should be for the singers,7due8for every day.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2מִצְוַ֥תH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept3הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4עֲלֵיהֶ֑םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5וַאֲמָנָ֥הH548vast, zekercertain portion, sure6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7הַמְשֹׁרְרִ֖יםH7891zangers, zingen, Zingtbehold (by mistake for H7789 (שׁוּר)), sing(-er, -ing man, -ing woman)8דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work9י֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10בְּיוֹמֽוֹH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
24En Petahja, de zoon van Mesezabeel, van de kinderen van Zerah, den zoon van Juda, was aan des konings hand, in alle zaken tot het volk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En PetahjaH6611, de zoonH1121 van MesezabeelH4898, van de kinderenH1121 van ZerahH2226, den zoonH1121 van JudaH3063, was aan des koningsH4428handH3027, in alleH3605zakenH1697 tot het volkH5971.En Petahja, de zoon van Mesezabeel, van de kinderen van Zerah, den zoon van Juda, was aan des konings hand, in alle zaken tot het volk.
KJVAnd Pethahiah1the son2of Meshezabeel,3of the children4of Zerah5the son6of Judah,7was at the king's9hand8in all matters11concerning the people.
1וּפְתַֽחְיָ֨הH6611Petahja, PethahjaPethakiah2בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3מְשֵֽׁיזַבְאֵ֜לH4898MesezabeelMeshezabeel4מִבְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5זֶ֤רַחH2226Zerah, ZeraZarah, Zerah6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7יְהוּדָה֙H3063JudaJudah8לְיַ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11דָּבָ֖רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work12לָעָֽםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
25In de dorpen nu op hun akkers woonden sommigen van de kinderen van Juda, in Kirjath-Arba en haar onderhorige plaatsen, en in Dibon en haar onderhorige plaatsen, en in Jekabzeel en haar dorpen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25In de dorpen nu op hun akkersH7704woondenH3427 sommigen van de kinderenH1121 van JudaH3063, in Kirjath-ArbaH7153 en haar onderhorige plaatsen, en in DibonH1769 en haar onderhorige plaatsen, en in JekabzeelH3343 en haar dorpen;In de dorpen nu op hun akkers woonden sommigen van de kinderen van Juda, in Kirjath-Arba en haar onderhorige plaatsen, en in Dibon en haar onderhorige plaatsen, en in Jekabzeel en haar dorpen;
Ook in dit vers
dorpenH1323
dorpenH2691
onderhorige plaatsenH1323
onderhorige plaatsenH2691
KJVAnd for the villages,2with their fields,3some of the children4of Judah5dwelt6at Kirjatharba,7and in the villages13thereof, and at Dibon,10and in the villages9thereof, and at Jekabzeel,12and in the villages
1וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)2הַחֲצֵרִ֖יםH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village3בִּשְׂדֹתָ֑םH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild4מִבְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יְהוּדָ֗הH3063JudaJudah6יָֽשְׁב֞וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry7בְּקִרְיַ֤תH7153Kirjath-arba, Kiriath-arbaKirjath-arba8הָֽאַרְבַּע֙H7153Kirjath-arba, Kiriath-arbaKirjath-arba9וּבְנֹתֶ֔יהָH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village10וּבְדִיבֹן֙H1769Dibon, Dibon-gadDibon. (Also, with H1410 (גָּד) added, Dibon-gad.)11וּבְנֹתֶ֔יהָH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village12וּבִֽיקַּבְצְאֵ֖לH3343JekabzeelJekabzeel. Compare H6909 (קַבְצְאֵל)13וַחֲצֵרֶֽיהָH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En te JesuaH3442, en te MoladaH4137, en te Beth-PeletH1046,En te Jesua, en te Molada, en te Beth-Pelet,
KJVAnd at Jeshua,1and at Moladah,2and at Bethphelet,
27En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En te Hazar-SualH2705, en in Ber-SebaH884, en haar onderhorige plaatsenH1323,En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,
KJVAnd at Hazarshual,1and at Beersheba,3and in the villages
1וּבַחֲצַ֥רH2705Hazar-sualHazar-shual2שׁוּעָ֛לH2705Hazar-sualHazar-shual3וּבִבְאֵ֥רH884Ber-seba, Beer-sebaBeer-shebah4שֶׁ֖בַעH884Ber-seba, Beer-sebaBeer-shebah5וּבְנֹתֶֽיהָH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village
28En te Ziklag, en in Mechona en haar onderhorige plaatsen,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En te ZiklagH6860, en in MechonaH4368 en haar onderhorige plaatsenH1323,En te Ziklag, en in Mechona en haar onderhorige plaatsen,
KJVAnd at Ziklag,1and at Mekonah,2and in the villages
1וּבְצִֽקְלַ֥גH6860ZiklagZiklag2וּבִמְכֹנָ֖הH4368MechonaMekonah3וּבִבְנֹתֶֽיהָH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En te En-RimmonH5884, en te ZoraH6881, en te JarmuthH3412,En te En-Rimmon, en te Zora, en te Jarmuth,
KJVAnd at Enrimmon,1and at Zareah,3and at Jarmuth,
30Zanoah, Adullam en haar dorpen, Lachis en haar akkers, Azeka en haar onderhorige plaatsen; en zij legerden zich van Ber-seba af tot aan het dal Hinnom.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30ZanoahH2182, AdullamH5725 en haar dorpenH2691, LachisH3923 en haar akkersH7704, AzekaH5825 en haar onderhorige plaatsenH1323; en zij legerdenH2583 zich van Ber-sebaH884 af tot aanH5704 het dalH1516HinnomH2011.Zanoah, Adullam en haar dorpen, Lachis en haar akkers, Azeka en haar onderhorige plaatsen; en zij legerden zich van Ber-seba af tot aan het dal Hinnom.
KJVZanoah,1Adullam,2and in their villages,3at Lachish,4and the fields5thereof, at Azekah,6and in the villages7thereof. And they dwelt8from Beersheba9unto the valley12of Hinnom.
1זָנֹ֤חַH2182ZanoahZanoah2עֲדֻלָּם֙H5725AdullamAdullam3וְחַצְרֵיהֶ֔םH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village4לָכִישׁ֙H3923LachisLachish5וּשְׂדֹתֶ֔יהָH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild6עֲזֵקָ֖הH5825AzekaAzekah7וּבְנֹתֶ֑יהָH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village8וַיַּחֲנ֥וּH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent9מִבְּאֵֽרH884Ber-seba, Beer-sebaBeer-shebah10שֶׁ֖בַעH884Ber-seba, Beer-sebaBeer-shebah11עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet12גֵּֽיאH1516dal, dalen, valleivalley13הִנֹּֽםH2011HinnomHinnom
31De kinderen van Benjamin nu van Geba woonden in Michmas, en Aja, en Beth-El, en haar onderhorige plaatsen,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31De kinderenH1121 van BenjaminH1144 nu van GebaH1387 woonden in MichmasH4363, en AjaH5857, en Beth-ElH1008, en haar onderhorige plaatsenH1323,De kinderen van Benjamin nu van Geba woonden in Michmas, en Aja, en Beth-El, en haar onderhorige plaatsen,
KJVThe children1also of Benjamin2from Geba3dwelt at Michmash,4and Aija,5and Bethel,6and in their villages,
1וּבְנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2בִנְיָמִ֖ןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin3מִגָּ֑בַעH1387Geba, Gaba, Gibea-benjaminsGaba, Geba, Gibeah4מִכְמָ֣שׂH4363MichmasMikmas, Mikmash5וְעַיָּ֔הH5857Ai, stad, AjaAi, Aija, Aijath, Hai6וּבֵֽיתH1008Beth-el, huis GodsBeth-el7אֵ֖לH1008Beth-el, huis GodsBeth-el8וּבְנֹתֶֽיהָH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35LodH3850, en OnoH207, in het dalH1516 der werkmeestersH2791.Lod, en Ono, in het dal der werkmeesters.
36Van de Levieten nu, woonden sommigen in de verdelingen van Juda, en van Benjamin.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36VanH4480 de LevietenH3881 nu, woonden sommigen in de verdelingenH4256 van JudaH3063, en van BenjaminH1144.Van de Levieten nu, woonden sommigen in de verdelingen van Juda, en van Benjamin.
KJVAnd of the Levites2were divisions3in Judah,4and in Benjamin.
1וּמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with2הַלְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite3מַחְלְק֥וֹתH4256verdelingen, verdeling, afdelingencompany, course, division, portion. See also H5555 (סֶלַע הַמַּחְלְקוֹת)4יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah5לְבִנְיָמִֽיןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Nehemia 11:1— Voorts woonden de oversten des volks te Jeruzalem; maar het overige des volks wierpen loten, om uit tien een uit te brengen, die in de heilige stad Jeruzalem zou wonen, en negen delen in de andere steden.Nehemia 11:18→Jesaja 48:2→Nehemia 10:34→Jesaja 52:1→Mattheüs 4:5→Mattheüs 27:53→Spreuken 16:33→Handelingen 1:24→
Nehemia 11:2— En het volk zegende al de mannen, die vrijwilliglijk aanboden te Jeruzalem te wonen.Richteren 5:9→Job 29:13→Deuteronomium 24:13→Job 31:20→2 Korinthe 8:16→
Nehemia 11:3— En dit zijn de hoofden van het landschap, die te Jeruzalem woonden; (maar in de steden van Juda woonden, een iegelijk op zijn bezitting, in hun steden, Israel, de priesters, en de Levieten, en de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo).Ezra 2:43→Nehemia 7:73→Ezra 2:1→Ezra 2:55→Ezra 2:70→1 Kronieken 9:1→Nehemia 7:6→Nehemia 7:57→
Nehemia 11:4— Te Jeruzalem dan woonden sommigen van de kinderen van Juda, en van de kinderen van Benjamin. Van de kinderen van Juda: Athaja, de zoon van Uzzia, den zoon van Zacharja, den zoon van Amarja, den zoon van Sefatja, den zoon van Mahalaleel, van de kinderen van Perez;Genesis 38:29→Ruth 4:18→Mattheüs 1:3→1 Kronieken 9:3→Lukas 3:33→
Nehemia 11:5— En Maaseja, de zoon van Baruch, den zoon van Kol-hose, den zoon van Hazaja, den zoon van Adaja, den zoon van Jojarib, den zoon van Zacharja, den zoon van Siloni.1 Kronieken 9:5→Nehemia 3:15→1 Kronieken 4:21→Genesis 38:5→Numeri 26:20→
Nehemia 11:7— En dit zijn de kinderen van Benjamin: Sallu, de zoon van Mesullam, den zoon van Joed, den zoon van Pedaja, den zoon van Kolaja, den zoon van Maaseja, den zoon van Ithiel, den zoon van Jesaja;1 Kronieken 9:7→
Nehemia 11:9— En Joel, de zoon van Zichri, was opziener over hen; en Juda, de zoon van Senua, was de tweede over de stad.1 Kronieken 9:7→
Nehemia 11:10— Van de priesteren: Jedaja, de zoon van Jojarib, Jachin;Ezra 2:36→Nehemia 12:19→Nehemia 7:39→1 Kronieken 9:10→Nehemia 12:6→Ezra 8:16→
Nehemia 11:11— Seraja, de zoon van Hilkia, den zoon van Mesullam, den zoon van Zadok, den zoon van Merajoth, den zoon van Ahitub, was voorganger van Gods huis;2 Kronieken 31:13→Ezra 7:1→2 Kronieken 19:11→1 Kronieken 9:11→1 Kronieken 6:7→Numeri 3:32→1 Kronieken 9:1→Handelingen 5:24→
Nehemia 11:12— En hun broederen, die het werk in het huis deden, waren achthonderd twee en twintig. En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pelalja, den zoon van Amzi, den zoon van Zacharja, den zoon van Pashur, den zoon van Malchia;1 Kronieken 9:12→
Nehemia 11:15— En van de Levieten: Semaja, de zoon van Hassub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, den zoon van Buni.1 Kronieken 9:19→1 Kronieken 9:14→
Nehemia 11:16— En Sabbethai, en Jozabad, van de hoofden der Levieten, waren over het buitenwerk van het huis Gods.1 Kronieken 26:29→Nehemia 8:7→Handelingen 6:2→Ezra 8:33→1 Kronieken 26:20→
Nehemia 11:17— En Matthanja, de zoon van Micha, den zoon van Zabdi, den zoon van Asaf, was het hoofd, die de dankzegging begon in het gebed, en Bakbukja was de tweede van zijn broederen; en Abda, de zoon van Sammua, den zoon van Galal, den zoon van Jeduthun.1 Kronieken 9:15→Nehemia 12:8→Filippenzen 4:6→Nehemia 12:31→1 Kronieken 16:41→Nehemia 12:25→1 Kronieken 16:4→1 Thessalonicenzen 5:17→
Nehemia 11:18— Al de Levieten in de heilige stad waren tweehonderd vier en tachtig.Nehemia 11:1→Openbaring 21:2→Mattheüs 24:15→1 Koningen 11:13→Openbaring 11:2→Mattheüs 27:53→Daniël 9:24→
Nehemia 11:19— En de poortiers: Akkub, Talmon, met hun broederen, die wacht hielden in de poorten, waren honderd twee en zeventig.Nehemia 12:25→Nehemia 7:45→1 Kronieken 9:17→Psalmen 84:10→
Nehemia 11:20— Het overige nu van Israel, van de priesters en de Levieten, was in alle steden van Juda, een iegelijk in zijn erfdeel.Nehemia 11:3→
Nehemia 11:21— En de Nethinim woonden in Ofel; en Ziha en Gispa waren over de Nethinim.Nehemia 3:26→2 Kronieken 27:3→Nehemia 3:31→
Nehemia 11:22— En der Levieten opziener te Jeruzalem was Uzzi, de zoon van Bani, den zoon van Hasabja, den zoon van Matthanja, den zoon van Micha; van de kinderen van Asaf waren de zangers tegenover het werk van Gods huis.Nehemia 12:42→Nehemia 11:9→Nehemia 11:14→Nehemia 8:7→Ezra 8:19→Nehemia 12:24→1 Kronieken 9:15→Nehemia 11:11→
Nehemia 11:23— Want er was een gebod des konings van hen, te weten, een zeker onderhoud voor de zangers, van elk dagelijks op zijn dag.Ezra 6:8→Ezra 7:20→1 Kronieken 9:33→Nehemia 12:47→
Nehemia 11:24— En Petahja, de zoon van Mesezabeel, van de kinderen van Zerah, den zoon van Juda, was aan des konings hand, in alle zaken tot het volk.Genesis 38:30→1 Kronieken 18:17→Numeri 26:20→1 Kronieken 23:28→Nehemia 10:21→Mattheüs 1:3→
Nehemia 11:25— In de dorpen nu op hun akkers woonden sommigen van de kinderen van Juda, in Kirjath-Arba en haar onderhorige plaatsen, en in Dibon en haar onderhorige plaatsen, en in Jekabzeel en haar dorpen;Jozua 14:15→Jozua 15:21→
Nehemia 11:26— En te Jesua, en te Molada, en te Beth-Pelet,Jozua 19:2→Jozua 15:26→
Nehemia 11:27— En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,Genesis 21:31→Richteren 20:1→Jozua 19:3→Genesis 26:33→Jozua 15:28→
Nehemia 11:28— En te Ziklag, en in Mechona en haar onderhorige plaatsen,1 Samuël 27:6→Jozua 15:31→
Nehemia 11:29— En te En-Rimmon, en te Zora, en te Jarmuth,Jozua 15:35→Jozua 19:41→Richteren 13:25→Jozua 12:11→Jozua 15:32→
Nehemia 11:30— Zanoah, Adullam en haar dorpen, Lachis en haar akkers, Azeka en haar onderhorige plaatsen; en zij legerden zich van Ber-seba af tot aan het dal Hinnom.Jozua 15:8→Jozua 10:3→Jeremia 19:2→2 Koningen 23:10→Jeremia 7:31→Micha 1:15→Jesaja 37:8→Jeremia 19:6→
Nehemia 11:31— De kinderen van Benjamin nu van Geba woonden in Michmas, en Aja, en Beth-El, en haar onderhorige plaatsen,Genesis 12:8→1 Samuël 13:11→Jozua 18:13→Nehemia 7:30→Genesis 28:19→Jozua 8:9→Jozua 18:24→Jesaja 10:28→
Nehemia 11:35— Lod, en Ono, in het dal der werkmeesters.1 Kronieken 8:12→1 Kronieken 4:14→Nehemia 7:37→
Nehemia 11:36— Van de Levieten nu, woonden sommigen in de verdelingen van Juda, en van Benjamin.Jozua 21:1→1 Kronieken 6:54→Genesis 49:7→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Nehemia 11 vers 1— Voorts woonden de oversten des volks te Jeruzalem; maar het overige des volks wierpen loten, om uit tien een uit te brengen, die in de heilige stad Jeruzalem zou wonen, en negen delen in de andere steden.
woonden
Zie boven, Neh. 7:4-5 .
Hertaald:woonden
Zie hierboven Neh. 7:4-5.
heilige stad
Hebreeuws, stad der heiligheid; alzo onder, vs.18.
Hertaald:heilige stad
Hebreeuws: stad van de heiligheid; zo ook hieronder vers 18.
delen
Hebreeuws, handen.
Hertaald:delen
Hebreeuws: handen.
Nehemia 11 vers 2— En het volk zegende al de mannen, die vrijwilliglijk aanboden te Jeruzalem te wonen.
zegende
Dat is, roemde hen en wenste hun den zegen des Heeren, omdat zij vanzelf, zonder het lot te verwachten, aanboden te Jeruzalem te wonen; dewijl deze stad als hunner aller moeder en behoudenis was, en zonder kloeke en hartige inwoners tegen der vijanden list en geweld niet kon bewaard worden, en die bewaard zijnde, hadden de andere plaatsen, waar de vijanden niet op zagen, geen nood.
Hertaald:zegende
Dat is: prees hen en wenste hun de zegen van de HEERE toe, omdat zij uit zichzelf, zonder het lot af te wachten, aanboden in Jeruzalem te wonen; aangezien deze stad als de moeder en het behoud van hen allen was, en zonder dappere en vastberaden inwoners niet beschermd kon worden tegen de list en het geweld van de vijanden, en wanneer deze stad beschermd was, hadden de andere plaatsen, waarop de vijanden niet letten, niets te vrezen.
Nehemia 11 vers 3— En dit zijn de hoofden van het landschap, die te Jeruzalem woonden; (maar in de steden van Juda woonden, een iegelijk op zijn bezitting, in hun steden, Israel, de priesters, en de Levieten, en de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo).
landschap,
Of, der provincie; versta Judea, zijnde te dien tijde als een provincie onder het Perzische gebied.
Hertaald:landschap,
Of: van de provincie; versta hieronder Judea, dat in die tijd als een provincie onder het Perzische gezag viel.
Israël,
Hierdoor verstaan sommigen die van Juda, gelijk 2 Kron. 21:2 . Anderen verstaan sommigen van de tien stammen, die zich der religie halve, bij Judea gevoegd hadden; zie 1 Kron. 9:3 .
Hertaald:Israël,
Hieronder verstaan sommigen die van Juda, zoals in 2 Kron. 21:2. Anderen verstaan hieronder sommigen van de tien stammen, die zich vanwege de godsdienst bij Judea gevoegd hadden; zie 1 Kron. 9:3.
Nethinim,
Zie Ezra 2:43 .
Hertaald:Nethinim,
Zie Ezra 2:43.
knechten
Zie Ezra 2:55 .
Hertaald:knechten
Zie Ezra 2:55.
Nehemia 11 vers 6— Alle kinderen van Perez, die te Jeruzalem woonden, waren vierhonderd acht en zestig dappere mannen.
dappere mannen
Of, vermogenden, rijken. Hebreeuws, mannen van kloekheid, of vermogen.
Hertaald:dappere mannen
Of: vermogenden, rijken. Hebreeuws: mannen van kracht, of vermogen.
Nehemia 11 vers 11— Seraja, de zoon van Hilkia, den zoon van Mesullam, den zoon van Zadok, den zoon van Merajoth, den zoon van Ahitub, was voorganger van Gods huis;
Nehemia 11 vers 12— En hun broederen, die het werk in het huis deden, waren achthonderd twee en twintig. En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pelalja, den zoon van Amzi, den zoon van Zacharja, den zoon van Pashur, den zoon van Malchia;
in het huis deden,
In het huis Gods, dat is den tempel, verzorgende wat tot den godsdienst vereist werd.
Hertaald:in het huis deden,
In het huis van God, dat is: de tempel, waar zij zorgden voor wat voor de eredienst nodig was.
Nehemia 11 vers 14— En hun broederen, dappere helden, waren honderd acht en twintig; en opziener over hen was Zabdiel, de zoon van Gedolim.
Gedólim
Hebreeuws, Haggedolim. Anders, van [een] der groten.
Hertaald:Gedólim
Hebreeuws: Haggedolim. Anders: van [een] van de groten.
Nehemia 11 vers 16— En Sabbethai, en Jozabad, van de hoofden der Levieten, waren over het buitenwerk van het huis Gods.
buitenwerk
Versta, om de besturen wat buiten den tempel tot bevordering van den godsdienst nodig was, en het geld te eisen, dat de gemeente vrijwilliglijk aangenomen had te contribueren tot zulk einde, gelijk verhaald is boven, Neh. 10:32-33 . Vergelijk 1 Kron. 26:29 .
Hertaald:buitenwerk
Versta hieronder: om te besturen wat buiten de tempel voor de bevordering van de eredienst nodig was, en het geld te vorderen dat de gemeente vrijwillig had toegezegd bij te dragen voor dat doel, zoals hierboven verteld is in Neh. 10:32-33. Vergelijk 1 Kron. 26:29.
Nehemia 11 vers 17— En Matthanja, de zoon van Micha, den zoon van Zabdi, den zoon van Asaf, was het hoofd, die de dankzegging begon in het gebed, en Bakbukja was de tweede van zijn broederen; en Abda, de zoon van Sammua, den zoon van Galal, den zoon van Jeduthun.
die de dankzegging
Als zangmeester, voorzanger der psalmen en lofzangen.
Hertaald:die de dankzegging
Als zangmeester, voorzanger van de psalmen en lofzangen.
Nehemia 11 vers 18— Al de Levieten in de heilige stad waren tweehonderd vier en tachtig.
heilige stad
Jeruzalem.
Hertaald:heilige stad
Jeruzalem.
Nehemia 11 vers 19— En de poortiers: Akkub, Talmon, met hun broederen, die wacht hielden in de poorten, waren honderd twee en zeventig.
die wacht hielden
Of de wachters.
Hertaald:die wacht hielden
Of: de wachters.
Nehemia 11 vers 20— Het overige nu van Israel, van de priesters en de Levieten, was in alle steden van Juda, een iegelijk in zijn erfdeel.
Israël,
Zie vs.3.
Hertaald:Israël,
Zie vers 3.
erfdeel
Zie onder, vs.36.
Hertaald:erfdeel
Zie hieronder vers 36.
Nehemia 11 vers 21— En de Nethinim woonden in Ofel; en Ziha en Gispa waren over de Nethinim.
Ofel;
Gelijk boven, Neh. 3:26 .
Hertaald:Ofel;
Zoals hierboven Neh. 3:26.
Nehemia 11 vers 22— En der Levieten opziener te Jeruzalem was Uzzi, de zoon van Bani, den zoon van Hasabja, den zoon van Matthanja, den zoon van Micha; van de kinderen van Asaf waren de zangers tegenover het werk van Gods huis.
tegenover
Dat is, dezen moesten bij de hand en in den tempel tegenwoordig zijn, om te letten op de dagelijkse behoeften van den godsdienst, gelijk anderen op het buitenwerk letten; boven, vs.16; zie onder, Neh. 12:9 .
Hertaald:tegenover
Dat is: dezen moesten bij de hand en in de tempel aanwezig zijn, om te letten op de dagelijkse behoeften van de eredienst, zoals anderen op het buitenwerk letten; hierboven vers 16; zie hieronder Neh. 12:9.
Nehemia 11 vers 23— Want er was een gebod des konings van hen, te weten, een zeker onderhoud voor de zangers, van elk dagelijks op zijn dag.
zeker onderhoud
Hebreeuws, vastigheid, getrouwheid, zekerheid; [gelijk boven, Neh. 9:38 ] , dat is hier, zekere rente, of een gewis onderhoud uit des konings schathuis. Anders, een vaste rente voor de zangers. Hetwelk zij alzo verstaan, dat hun van den koning was toevertrouwd geld van zijn commissaris te ontvangen en uit te geven tot dagelijkse behoeften van den godsdienst. Zie Ezra 6:8-9 , en Ezra 7:20-22 .
Hertaald:zeker onderhoud
Hebreeuws: vastheid, trouw, zekerheid; [zoals hierboven Neh. 9:38], dat betekent hier: een vaste toelage, of een zeker onderhoud uit de schatkist van de koning. Anders: een vaste toelage voor de zangers. Dit vatten zij zo op, dat hun door de koning toevertrouwd was geld van zijn commissaris te ontvangen en uit te geven voor de dagelijkse behoeften van de eredienst. Zie Ezra 6:8-9, en Ezra 7:20-22.
Nehemia 11 vers 24— En Petahja, de zoon van Mesezabeel, van de kinderen van Zerah, den zoon van Juda, was aan des konings hand, in alle zaken tot het volk.
aan des konings hand,
Dat is, des konings commissaris, vergelijk 1 Kron. 18:17 .
Hertaald:aan des konings hand,
Dat is: de commissaris van de koning, vergelijk 1 Kron. 18:17.
in alle zaken
Of, in allen woord tot het volk, of des volks; dat is, in hetgeen het volk van des konings wege was voor te dragen, of het volk met den koning te doen had; idem, des konings inkomen te vorderen en volgens zijn last te doen besteden. Zie Ezra 6:8 .
Hertaald:in alle zaken
Of: in elk woord tot het volk, of van het volk; dat is: in wat namens de koning aan het volk moest worden voorgelegd, of wat het volk met de koning te maken had; ook: het inkomen van de koning te vorderen en volgens zijn opdracht te laten besteden. Zie Ezra 6:8.
Nehemia 11 vers 25— In de dorpen nu op hun akkers woonden sommigen van de kinderen van Juda, in Kirjath-Arba en haar onderhorige plaatsen, en in Dibon en haar onderhorige plaatsen, en in Jekabzeel en haar dorpen;
Kirjath-arba
Van deze en al de volgende plaatsen, zie Joz. 15:13 , Joz. 15:21 , enz., en Joz. 18:22 , enz., en Joz. 19:2 , enz.
Hertaald:Kirjath-arba
Zie over deze en alle volgende plaatsen Joz. 15:13, Joz. 15:21, enzovoort, en Joz. 18:22, enzovoort, en Joz. 19:2, enzovoort.
onderhorige
Hebreeuws, dochters. Alzo in het volgende, en elders dikwijls.
Hertaald:onderhorige
Hebreeuws: dochters. Zo ook in het vervolg, en elders vaak.
Nehemia 11 vers 30— Zanoah, Adullam en haar dorpen, Lachis en haar akkers, Azeka en haar onderhorige plaatsen; en zij legerden zich van Ber-seba af tot aan het dal Hinnom.
legerden zich
Dat is, zij bewoonden die ganse landstreek, zich daar onthoudende zo zij best konden, de vervallen plaatsen allengskens opbouwende, enz.
Hertaald:legerden zich
Dat is: zij bewoonden die hele landstreek, verbleven daar zo goed als zij konden, en bouwden de vervallen plaatsen geleidelijk weer op, enzovoort.
dal Hinnom
Zie Joz. 15:8 ; 2 Kon. 23:10 .
Hertaald:dal Hinnom
Zie Joz. 15:8; 2 Kon. 23:10.
Nehemia 11 vers 35— Lod, en Ono, in het dal der werkmeesters.
werkmeesters
Dat is, timmerlieden en smeden; zie 1 Kron. 4:14 .
Hertaald:werkmeesters
Dat is: timmerlieden en smeden; zie 1 Kron. 4:14.
Nehemia 11 vers 36— Van de Levieten nu, woonden sommigen in de verdelingen van Juda, en van Benjamin.
verdelingen
De plaatsen, die den Levieten van die beide stammen volgens Gods ordinantie waren toegedeeld.
Hertaald:verdelingen
De plaatsen die volgens Gods verordening aan de Levieten van die beide stammen toegedeeld waren.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Asaf (bewaarder van de lusthof) — verzamelaar
De bewaarder van het koninklijk park van Arthahsasta, aan wie de koning, op Nehemia's verzoek, een brief gaf om hout te leveren voor de poorten van het paleis en de stadsmuur (Neh. 2:8). Niet dezelfde persoon als Asaf, de Levitische zanger onder David.
Semaja (zoon van Delaja) — de HEERE heeft gehoord
Zoon van Delaja, door Tobia en Sanballat gehuurd om Nehemia bang te maken met een valse profetie dat men hem 's nachts zou komen doden, in de hoop dat Nehemia zich door in de tempel te vluchten zou bezondigen en in diskrediet zou raken (Neh. 6:10-13).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Die vrijwilliglijk aanboden te Jeruzalem te wonen — het lot wees één op de tien aan om in de hoofdstad te gaan wonen, en wie zich daarnaast uit zichzelf meldde, kreeg de zegen van het volk: "En het volk zegende al de mannen, die vrijwilliglijk aanboden te Jeruzalem te wonen" (Neh. 11:2)
De oversten van het volk woonden al te Jeruzalem. Het overige volk wierp loten "om uit tien een uit te brengen, die in de heilige stad Jeruzalem zou wonen", terwijl de negen andere delen in de overige steden bleven (Neh. 11:1). Daarnaast waren er mannen die zich uit eigen beweging aanboden, en het volk sprak over hen een zegen uit (Neh. 11:2). Wat daarna volgt is een lijst: de hoofden van het landschap die te Jeruzalem woonden, uit Juda en uit Benjamin, met hun aantallen (Neh. 11:3-9). Vervolgens de priesters, onder wie Seraja, die voorganger van Gods huis was, met de achthonderd tweeëntwintig broeders die het werk in het huis deden (Neh. 11:10-14). Dan de Levieten, onder wie Sabbethai en Jozabad, die over het buitenwerk van het huis Gods gesteld waren, en Matthanja, die de dankzegging begon in het gebed (Neh. 11:15-18). De poortiers die wacht hielden in de poorten waren honderd tweeënzeventig (Neh. 11:19). De Nethinim woonden in Ofel, en voor de zangers was er een vast onderhoud, dagelijks op zijn dag (Neh. 11:21-23). Het hoofdstuk sluit met de dorpen en akkers waar de rest van Juda en Benjamin woonde (Neh. 11:25-36).
Bijbelse betekenis: Er moest geloot worden om de hoofdstad bevolkt te krijgen. Dat zegt genoeg over wat wonen te Jeruzalem in die jaren betekende. De muur stond, maar de stad was wijd en groot terwijl er weinig mensen in woonden en de huizen nog niet gebouwd waren (Neh. 7:4). Wie erheen ging, liet zijn akker achter, verloor zijn inkomsten en zou het als eerste merken wanneer de vijand kwam. Op negen van de tien viel die last niet; op één wel. Juist daarom valt het tweede vers zo op. Naast wie moesten, waren er die wilden, en zij zijn de enigen in dit hoofdstuk die een zegen ontvangen. Van hun namen weten wij niets meer dan wat de lijst geeft, maar hun bereidwilligheid is opgetekend. Het register van deze stad bestaat niet uit helden maar uit mensen die kwamen wonen waar het werk was.
Typologie: De psalm zingt van een volk dat zich niet laat halen maar zich aanbiedt: "Uw volk zal zeer gewillig zijn op den dag Uwer heirkracht" (Ps. 110:3). Debora prees in haar lied hetzelfde, en zij noemde het als reden om God te loven: "Mijn hart is tot wetgevers van Israel, die zich gewillig aangeboden hebben onder het volk" (Richt. 5:9). Zulke bereidwilligheid is nooit vanzelfsprekend, en de Schrift laat haar dan ook zelden onvermeld.
I. Vs. 1-36.KruisverwijzingenNehemia 11:18→Jesaja 48:2→Nehemia 10:34→Jesaja 52:1→Richteren 5:9→Ezra 2:43→Mattheüs 4:5→Mattheüs 27:53→ — Voorts woonden de oversten des volks te Jeruzalem; maar het overige des volks wierpen loten, om uit tien een uit te brengen, die in de heilige stad Jeruzalem zou wonen, en negen delen in de andere steden. En het volk zegende al de mannen, die vrijwilliglijk aanboden te Jeruzalem te wonen. En dit zijn de hoofden van het landschap, die te Jeruzalem woonden; (maar in de steden van Juda woonden, een iegelijk op zijn bezitting, in hun steden, Israel, de priesters, en de Levieten, en de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo). Te Jeruzalem dan woonden sommigen van de kinderen van Juda, en van de kinderen van Benjamin. Van de kinderen van Juda: Athaja, de zoon van Uzzia, den zoon van Zacharja, den zoon van Amarja, den zoon van Sefatja, den zoon van Mahalaleel, van de kinderen van Perez; En Maaseja, de zoon van Baruch, den zoon van Kol-hose, den zoon van Hazaja, den zoon van Adaja, den zoon van Jojarib, den zoon van Zacharja, den zoon van Siloni. Alle kinderen van Perez, die te Jeruzalem woonden, waren vierhonderd acht en zestig dappere mannen. En dit zijn de kinderen van Benjamin: Sallu, de zoon van Mesullam, den zoon van Joed, den zoon van Pedaja, den zoon van Kolaja, den zoon van Maaseja, den zoon van Ithiel, den zoon van Jesaja; En na hem Gabbai, Sallai; negenhonderd acht en twintig. En Joel, de zoon van Zichri, was opziener over hen; en Juda, de zoon van Senua, was de tweede over de stad. Van de priesteren: Jedaja, de zoon van Jojarib, Jachin; Na het eindigen van het Loofhuttenfeest en den algemenen boet- en bededag der gemeente, waarvan het verhaal meegedeeld wordt in Hoofdstuk 8-10, neemt Nehemia zijn werk tot vermeerdering der inwoners van Jeruzalem weer op (Nehemia 7: 4 vv.). Zijne mededeling daarvan (vs. 1 en 2) is tamelijk kort, en daardoor moeilijk in zijn geheel te begrijpen. Voor zoverre men daaruit kan opmaken, waren de oversten van het volk, dat op het land woonde, het eerste bereid, om hun woonplaats naar Jeruzalem over te brengen; bij het overige volk daarentegen moest eerst door het lot bepaald worden, wie naar Jeruzalem zou trekken; van de tien werd er één door het lot genomen, die nu ook gewillig gingen en daardoor bijzonder in achting stegen bij de anderen. Op deze mededeling volgen registers van de gezamenlijke gemeente, zo als die bestond in den tijd van Nehemia (vs. 3) en wel vooreerst (vs. 4-21 11.4-21) een register van de in Jeruzalem wonende hoofden, daarna (vs. 25-36) een register van de verschillende districten van het landgebied. Met opzicht tot dit laatste blijkt van zelf, dat er in ieder district toch een hoofd was; maar de namen van dezen worden niet genoemd.
KruisverwijzingenNehemia 11:18→Jesaja 48:2→Nehemia 10:34→Jesaja 52:1→Mattheüs 4:5→Mattheüs 27:53→Spreuken 16:33→Handelingen 1:24→— Voorts woonden de oversten des volks te Jeruzalem; maar het overige des volks wierpen loten, om uit tien een uit te brengen, die in de heilige stad Jeruzalem zou wonen, en negen delen in de andere steden.
Voorts woonden de oversten des volks, die tot hiertoe op het land gewoond hadden, maar zich ten gevolge van de door mij gedane aansporing (Hoofdstuk 7: 4 vv.) bereid verklaarden, om naar de stad te verhuizen, te Jeruzalem; maar het overige des volks, die minder genegen waren om daarheen te verhuizen, omdat zij dachten op het land beter te kunnen vooruitkomen, wierpen loten, om daardoor, zonder zelven daarover te beslissen, uitgemaakt te zien, wie van hen verplicht zou zijn, om naar de hoofdstad te gaan; men had bepaald, dat het lot zou aanwijzen, om uit tien huisvaders (Jozua 7: 18), een uit het land te brengen, die in de heilige stad 1) Jeruzalem zou wonen, en negen delen zouden in de andere steden op het land achterblijven;
Wij vinden hier Jeruzalem voor het eerst met dien naam genoemd en dezen naam ontvangt deze stad, dewijl de tempel Gods, het heiligdom des Heren, zich in haar midden bevond.
KruisverwijzingenRichteren 5:9→Job 29:13→Deuteronomium 24:13→Job 31:20→2 Korinthe 8:16→— En het volk zegende al de mannen, die vrijwilliglijk aanboden te Jeruzalem te wonen.
En het volk zegende al de mannen, al de hoofden en families, die met vrouwen en kinderen en dienstboden wel door het lot aangewezen, maar dan toch ook zich vrijwillig 1) aanboden te Jeruzalem te wonen 2), wegens hun gehoorzaamheid, dat zulk ene zelfverloochening en liefde tot de offeranden bij hen verraadde, daar toch de stad, om de aanslagen der vijanden af te weren, zulk ene talrijke en krachtige burgerij nodig had.
Vrijwillig, dewijl men zich aan de beslissing van het lot, als uitspraak Gods, gewillig onderwierp. Men heeft hier niet twee categorieën van personen, n.l. dezulken, die door het lot werden aangewezen en die vrijwillig gingen, maar slechts ene, n.l. die zich gewilliglijk voor het lot bogen, en daarom aan Gods wil zich onderwierpen.
Het was voor de meeste Joden gemakkelijker zich in de woest liggende velden hier en daar verspreid te vestigen; alleen voor de rijken was het mogelijk, in Jeruzalem wonende, de veraf liggende akkers te doen bebouwen; zij offerden dus veel op, die zich in de hoofdstad nederzetten. Maar het was nodig, want anders zou die stad geheel van inwoners zijn beroofd geworden. (v. GERLACH). Jeruzalem was, in dien tijd niet de plaats om rijk te worden Weinig huizen stonden er; de vijanden der Joden hadden het bijzonder op die stad gemunt. De andere plaatsen van het land gaven betere hoop om in vrede te kunnen leven, en rijk te worden. Vrees voor vervolging en verwijtingen van hun volk, en dat zij in moeite zouden komen, deed velen van de heilige stad verwijderd blijven, en zij waren dus niet in de gelegenheid om in Jeruzalem te gaan aanbidden en feest te vieren; maar zij bedachten niet, dat, ofschoon Jeruzalem allerboosaardigst bedreigd en beledigd werd door hare vijanden, de stad toch met bijzondere zorg door haren God werd beschermd, en tot ene rustige woonplaats gemaakt. (Psalm 46: 4,5 46.3,4).
KruisverwijzingenEzra 2:43→Nehemia 7:73→Ezra 2:1→Ezra 2:55→Ezra 2:70→1 Kronieken 9:1→Nehemia 7:6→Nehemia 7:57→— En dit zijn de hoofden van het landschap, die te Jeruzalem woonden; (maar in de steden van Juda woonden, een iegelijk op zijn bezitting, in hun steden, Israel, de priesters, en de Levieten, en de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo).
En dit zijn de hoofden met regeling van de geslachten en vaderhuizen van het landschap, van het Perzisch district Juda, die te Jeruzalem woonden (vs. 4-24); (maar of, en in de steden van Juda woonden, een iegelijk op zijne bezitting, in hun steden, Israël (het volk), de priesters, en de Levieten, en de Nethinimtempelknechten (1 Kronieken 9: 2 ), en de kinderen der knechten van Salomo) (vs. 25-30; 2 Kronieken 8: 2 vv.).
KruisverwijzingenGenesis 38:29→Ruth 4:18→Mattheüs 1:3→1 Kronieken 9:3→Lukas 3:33→— Te Jeruzalem dan woonden sommigen van de kinderen van Juda, en van de kinderen van Benjamin. Van de kinderen van Juda: Athaja, de zoon van Uzzia, den zoon van Zacharja, den zoon van Amarja, den zoon van Sefatja, den zoon van Mahalaleel, van de kinderen van Perez;
Te Jeruzalem dan woonden behalve enigen der kinderen van Efraïm en Manasse (1 Kronieken 9: 2), sommigen van de kinderen van Juda, en van de kinderen van Benjamin, waarop het hier het meeste aankomt. Van de kinderen van Juda hebben wij twee hoofden te noemen: Athaja, (in 1 Kronieken 9: 4, welk hoofdstuk hier vooral te vergelijken is, Uthai geheten), de zoon van Uzzia, den zoon van Zacharja, den zoon van Amarja, den zoon van Sefatja, den zoon van Mahalaleël, van de kinderen van Perez (Genesis 46: 12; Numeri 26:
KruisverwijzingenNehemia 11:3→— Het overige nu van Israel, van de priesters en de Levieten, was in alle steden van Juda, een iegelijk in zijn erfdeel.
.
En Maäseja (in 1 Kronieken 9: 5 Asaja genoemd), de zoon van Baruch, den zoon van Kolhose, den zoon van Hazaja, den zoon van Adaja, den zoon van Jojarib, den zoon van Zacharja, den zoon van Siloni, een nakomeling van Sela; het derde geslacht in Juda, Zerah, komt hier niet in aanmerking (zie 1 Kronieken 9: 6).
Alle kinderen van Perez, die te Jeruzalem woonden, waren vier honderd acht en zestig, dappere mannen.
En dit zijn de kinderen van Benjamin: Twee geslachtshoofden, Sallu, de zoon van Mesullam, den zoon van Joëd, den zoon van Pedaja, den zoon van Kolaja, den zoon van Maäseja, den zoon van Ithiël, den zoon van Jesaja;
En na hem Gabbai, vermoedelijk de in 1 Kronieken 9: 8 genoemde Jibne-Sallai; deze twee geslachten tot één geheel verbonden, onder den naam van Gabbai-Sallai, negen honderd acht en twintig.
En Joël, de zoon van Zichri, was opziener over hen: opziener van de bewoners uit de twee stammen Juda en Benjamin: en Juda, de zoon van Senua, was de tweede bevelhebber over de stad, volgens Luther: was over het andere deel der stad, de in 2 Koningen 22: 14 genoemde benedenstad.
Van de priesters woonden te Jeruzalem: drie geslachten, Jedaja, de zoon van Jojarib 1); vermoedelijk kan men de woorden “de zoon van” wel weglaten, en alleen Jojarib lezen (vgl. (1 Kronieken 9: 10) Jachin.
In elk geval behoort zoon van Jojarib, niet bij Jedaja.
Seraja, in 1 Kronieken 9: 11 Azarja genoemd, de zoon van Hilkia, den zoon van Mesullam, den zoon van Zadok, den zoon van Merajoth, den zoon van Ahitub, was voorganger van Gods huis, het hoofd van ene priesterafdeling;
En hun broederen, die het werk in het huis deden, waren acht honderd twee en twintig. En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pelalja, den zoon van Amzi, den zoon van Zacharja, den zoon van Pashur, den zoon van Malchia; behoorden dus tot het vaderhuis van Malchia.
En zijne broederen, hoofden der vaderen, waren twee honderd twee en veertig. En Amassai, (in 1 Kronieken 9: 12 Massai genoemd) de zoon van Azareël, den zoon van Achzai, den zoon van Mesillemoth, den zoon van Immer; behoorden tot het vaderhuis van Immer.
En hun broederen, dappere helden, waren honderd acht en twintig (vergelijk 1 Kronieken 9: 13); en opziener over hen, over de van vs. 10 af genoemde zes priesterklassen, was Zabdiël, de zoon van Gedolim.
En van de Levieten: Semaja, de zoon van Hassub, den zoon van Azriam, den zoon van Hasabja, den zoon van Buni.
En Sabbethai, en Jozabad, van de hoofden der Levieten, waren over het buitenwerk van het huis Gods (1 Kronieken 26: 29).
En Mattanja, de zoon van Micha, den zoon van Zabdi, den zoon van Asaf, was het hoofd, die de dankzegging begon in het gebed, als zangmeester, voorzanger der Psalmen en lofzangen, en Bakbukja was de voorzanger van het tweede koor van zijne broederen, en Abda, de zoon van Sammua, den zoon van Galal, den zoon van Jeduthun (1 Kronieken 23: 5
.
En de poortiers: Akkub, en Talmon, met hun broederen, die wacht hielden in de poorten, waren honderd twee en zeventig (1 Kronieken 26: 1 vv.).
En der Levieten opziener te Jeruzalem was Uzzi, de zoon van Bani, den zoon van Hasabja, den zoon van Mattanja, den zoon van Micha; van de kinderen van Asaf waren de zangers tegenover het werk van Gods huis, dezen moesten in den tempel tegenwoordig zijn bij de dagelijkse behoeften van den godsdienst, in tegenoverstelling van de Levieten in vs. 16 genoemd, die het opzicht over het buitenwerk hadden.
KruisverwijzingenNehemia 3:26→2 Kronieken 27:3→Nehemia 3:31→— En de Nethinim woonden in Ofel; en Ziha en Gispa waren over de Nethinim.
Want er was een gebod een decreet des konings, Artaxerxes van Perzië (Ezra 6: 8 vv.), ten behoeve van hen, van de Levieten, te weten, een zeker onderhoud 1) voor de zangers, van elk dagelijks op zijnen dag, opdat deze trouw hun ambt waarnamen.
Dit onderhoud is niet te verstaan van het onderhouden van eten en drinken, maar van hetgeen zij dagelijks moesten doen ter onderhouding van den dienst des tempels. Het bevel of decreet was niet uitgegaan van koning David, maar van den Perzischen vorst.
KruisverwijzingenGenesis 38:30→1 Kronieken 18:17→Numeri 26:20→1 Kronieken 23:28→Nehemia 10:21→Mattheüs 1:3→— En Petahja, de zoon van Mesezabeel, van de kinderen van Zerah, den zoon van Juda, was aan des konings hand, in alle zaken tot het volk.
En Petahja, de zoon van Mesezabeël, van de kinderen van Zerah, den zoon van Juda, was bevelhebber aan des konings hand, van wege den koning in alle zaken tot het volk, betrekking hebbende, of commissaris van den Perzischen koning voor al de aangelegenheden der gemeente, die even als de landvoogd zijn zetel te Jeruzalem had.
KruisverwijzingenJozua 14:15→Jozua 15:21→— In de dorpen nu op hun akkers woonden sommigen van de kinderen van Juda, in Kirjath-Arba en haar onderhorige plaatsen, en in Dibon en haar onderhorige plaatsen, en in Jekabzeel en haar dorpen;
1) In de dorpen nu op hun akkers woonden sommigen van de kinderen van Juda, namelijk in Kirjath-Arba of Hebron (Genesis 23: 2), en hare onderhorige plaatsen, Hebr. dochters, en in Dibon of Dimona (Jozua 15: 22), en hare onderhorige plaatsen, en in Jekabzeël of Kabzeël (Jozua 15: 21), en hare dorpen;
In vs. 25-36 worden niet meer opgeteld de namen van personen, maar de dorpen en steden, waar in men woonde.
KruisverwijzingenJozua 19:2→Jozua 15:26→— En te Jesua, en te Molada, en te Beth-Pelet,
En te Jesua, alleen hier voorkomende, en te Molada (Jozua 15: 26), en te Beth-Pelet of Beth-Pales (Jozua 15: 27);
KruisverwijzingenGenesis 21:31→Richteren 20:1→Jozua 19:3→Genesis 26:33→Jozua 15:28→— En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,
En te Hazar-Sual (Jozua 15: 28),en in Ber-séba (Genesis 21: 1 ) en hare onderhorige plaatsen.
Kruisverwijzingen1 Samuël 27:6→Jozua 15:31→— En te Ziklag, en in Mechona en haar onderhorige plaatsen,
En te Ziklag (Jozua 15: 31), en in Mechona, alleen hier voorkomende, en hare onderhorige plaatsen.
KruisverwijzingenJozua 15:35→Jozua 19:41→Richteren 13:25→Jozua 12:11→Jozua 15:32→— En te En-Rimmon, en te Zora, en te Jarmuth,
En te En-Rimmon, en te Zora, en te Jarmuth (Jozua 15: 32-35).
KruisverwijzingenJozua 15:8→Jozua 10:3→Jeremia 19:2→2 Koningen 23:10→Jeremia 7:31→Micha 1:15→Jesaja 37:8→Jeremia 19:6→— Zanoah, Adullam en haar dorpen, Lachis en haar akkers, Azeka en haar onderhorige plaatsen; en zij legerden zich van Ber-seba af tot aan het dal Hinnom.
Zanoah, Adullam en hare dorpen, Lachis en hare akkers, Azéka en hare onderhorige plaatsen (Jozua 15: 36-39),en zij legerden zich van Ber-séba in het uiterste zuiden af tot aan het dal Hinnom, ten zuiden van Jeruzalem (1 Koningen 1: 33 ). Ten tijde van den hogepriester Jozua en van Zerubbabel behoorde alleen de omtrek van Jeruzalem tot de nieuwe gemeente (Ezra 2: 19 ); in Hoofdstuk 3 van ons Boek strekte zich haar gebied reeds meer naar het zuiden uit, en hier bereikt zij reeds weer de zuidelijke grenzen.
KruisverwijzingenGenesis 12:8→1 Samuël 13:11→Jozua 18:13→Nehemia 7:30→Genesis 28:19→Jozua 8:9→Jozua 18:24→Jesaja 10:28→— De kinderen van Benjamin nu van Geba woonden in Michmas, en Aja, en Beth-El, en haar onderhorige plaatsen,
De kinderen van Benjamin nu van Geba, ten noorden van Jeruzalem (Richteren 19: 13 2), woonden in Michmas (1 Samuel 13: 2), en Aja (Jozua 7: 2 genoemd Al), en Beth-El (Genesis 12: 8; 28: 11 ), en hare onderhorige plaatsen.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 8:12→1 Kronieken 4:14→Nehemia 7:37→— Lod, en Ono, in het dal der werkmeesters.
Lod, en Ono (Ezra 2: 33. 1 Kronieken 8: 12), in het dal der werkmeesters, of der timmerlieden (1 Kronieken 4: 14), aan de noordzijde van Jeruzalem.
KruisverwijzingenJozua 21:1→1 Kronieken 6:54→Genesis 49:7→— Van de Levieten nu, woonden sommigen in de verdelingen van Juda, en van Benjamin.
Van de Levieten nu woonden sommigen in de verdelingen van Juda en van Benjamin, naar ene vroegere verdeling hadden zij tot Juda behoord, maar nu woonden zij ook in den stam van Benjamin. Hier is ene opgave van de dorpen of plattelands steden, die door het overblijfsel van Israël bewoond werden. In beiden, Juda en Benjamin woonden een deel der Levieten. Wij kunnen veronderstellen, dat zij veilig en gerust waren, maar in gering aantal en arm. Door Gods zegen hadden zij in rijkdom en macht kunnen toenemen, en dat zou ook geschied zijn, indien niet de goddeloosheid en lauwheid in den godsdienst, die Maleachi hun ten laste legt, bij hen hadden geheerst. Die profeet toch profeteerde omtrent dezen tijd, en de profetie hield nu voor verscheidene eeuwen op, totdat zij weer herleefde in den groten Profeet, den Messias, en in Zijn voorloper, Johannes den Doper.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Nehemia 11
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-36.KruisverwijzingenNehemia 11:18→Jesaja 48:2→Nehemia 10:34→Jesaja 52:1→Richteren 5:9→Ezra 2:43→Mattheüs 4:5→Mattheüs 27:53→
— Voorts woonden de oversten des volks te Jeruzalem; maar het overige des volks wierpen loten, om uit tien een uit te brengen, die in de heilige stad Jeruzalem zou wonen, en negen delen in de andere steden. En het volk zegende al de mannen, die vrijwilliglijk aanboden te Jeruzalem te wonen. En dit zijn de hoofden van het landschap, die te Jeruzalem woonden; (maar in de steden van Juda woonden, een iegelijk op zijn bezitting, in hun steden, Israel, de priesters, en de Levieten, en de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo). Te Jeruzalem dan woonden sommigen van de kinderen van Juda, en van de kinderen van Benjamin. Van de kinderen van Juda: Athaja, de zoon van Uzzia, den zoon van Zacharja, den zoon van Amarja, den zoon van Sefatja, den zoon van Mahalaleel, van de kinderen van Perez; En Maaseja, de zoon van Baruch, den zoon van Kol-hose, den zoon van Hazaja, den zoon van Adaja, den zoon van Jojarib, den zoon van Zacharja, den zoon van Siloni. Alle kinderen van Perez, die te Jeruzalem woonden, waren vierhonderd acht en zestig dappere mannen. En dit zijn de kinderen van Benjamin: Sallu, de zoon van Mesullam, den zoon van Joed, den zoon van Pedaja, den zoon van Kolaja, den zoon van Maaseja, den zoon van Ithiel, den zoon van Jesaja; En na hem Gabbai, Sallai; negenhonderd acht en twintig. En Joel, de zoon van Zichri, was opziener over hen; en Juda, de zoon van Senua, was de tweede over de stad. Van de priesteren: Jedaja, de zoon van Jojarib, Jachin;
Na het eindigen van het Loofhuttenfeest en den algemenen boet- en bededag der gemeente, waarvan het verhaal meegedeeld wordt in Hoofdstuk 8-10, neemt Nehemia zijn werk tot vermeerdering der inwoners van Jeruzalem weer op (Nehemia 7: 4 vv.). Zijne mededeling daarvan (vs. 1 en 2) is tamelijk kort, en daardoor moeilijk in zijn geheel te begrijpen. Voor zoverre men daaruit kan opmaken, waren de oversten van het volk, dat op het land woonde, het eerste bereid, om hun woonplaats naar Jeruzalem over te brengen; bij het overige volk daarentegen moest eerst door het lot bepaald worden, wie naar Jeruzalem zou trekken; van de tien werd er één door het lot genomen, die nu ook gewillig gingen en daardoor bijzonder in achting stegen bij de anderen. Op deze mededeling volgen registers van de gezamenlijke gemeente, zo als die bestond in den tijd van Nehemia (vs. 3) en wel vooreerst (vs. 4-21 11.4-21) een register van de in Jeruzalem wonende hoofden, daarna (vs. 25-36) een register van de verschillende districten van het landgebied. Met opzicht tot dit laatste blijkt van zelf, dat er in ieder district toch een hoofd was; maar de namen van dezen worden niet genoemd.
Voorts woonden de oversten des volks, die tot hiertoe op het land gewoond hadden, maar zich ten gevolge van de door mij gedane aansporing (Hoofdstuk 7: 4 vv.) bereid verklaarden, om naar de stad te verhuizen, te Jeruzalem; maar het overige des volks, die minder genegen waren om daarheen te verhuizen, omdat zij dachten op het land beter te kunnen vooruitkomen, wierpen loten, om daardoor, zonder zelven daarover te beslissen, uitgemaakt te zien, wie van hen verplicht zou zijn, om naar de hoofdstad te gaan; men had bepaald, dat het lot zou aanwijzen, om uit tien huisvaders (Jozua 7: 18), een uit het land te brengen, die in de heilige stad 1) Jeruzalem zou wonen, en negen delen zouden in de andere steden op het land achterblijven;
Wij vinden hier Jeruzalem voor het eerst met dien naam genoemd en dezen naam ontvangt deze stad, dewijl de tempel Gods, het heiligdom des Heren, zich in haar midden bevond.
En het volk zegende al de mannen, al de hoofden en families, die met vrouwen en kinderen en dienstboden wel door het lot aangewezen, maar dan toch ook zich vrijwillig 1) aanboden te Jeruzalem te wonen 2), wegens hun gehoorzaamheid, dat zulk ene zelfverloochening en liefde tot de offeranden bij hen verraadde, daar toch de stad, om de aanslagen der vijanden af te weren, zulk ene talrijke en krachtige burgerij nodig had.
Vrijwillig, dewijl men zich aan de beslissing van het lot, als uitspraak Gods, gewillig onderwierp. Men heeft hier niet twee categorieën van personen, n.l. dezulken, die door het lot werden aangewezen en die vrijwillig gingen, maar slechts ene, n.l. die zich gewilliglijk voor het lot bogen, en daarom aan Gods wil zich onderwierpen.
Het was voor de meeste Joden gemakkelijker zich in de woest liggende velden hier en daar verspreid te vestigen; alleen voor de rijken was het mogelijk, in Jeruzalem wonende, de veraf liggende akkers te doen bebouwen; zij offerden dus veel op, die zich in de hoofdstad nederzetten. Maar het was nodig, want anders zou die stad geheel van inwoners zijn beroofd geworden. (v. GERLACH). Jeruzalem was, in dien tijd niet de plaats om rijk te worden Weinig huizen stonden er; de vijanden der Joden hadden het bijzonder op die stad gemunt. De andere plaatsen van het land gaven betere hoop om in vrede te kunnen leven, en rijk te worden. Vrees voor vervolging en verwijtingen van hun volk, en dat zij in moeite zouden komen, deed velen van de heilige stad verwijderd blijven, en zij waren dus niet in de gelegenheid om in Jeruzalem te gaan aanbidden en feest te vieren; maar zij bedachten niet, dat, ofschoon Jeruzalem allerboosaardigst bedreigd en beledigd werd door hare vijanden, de stad toch met bijzondere zorg door haren God werd beschermd, en tot ene rustige woonplaats gemaakt. (Psalm 46: 4,5 46.3,4).
En dit zijn de hoofden met regeling van de geslachten en vaderhuizen van het landschap, van het Perzisch district Juda, die te Jeruzalem woonden (vs. 4-24); (maar of, en in de steden van Juda woonden, een iegelijk op zijne bezitting, in hun steden, Israël (het volk), de priesters, en de Levieten, en de Nethinimtempelknechten (1 Kronieken 9: 2 ), en de kinderen der knechten van Salomo) (vs. 25-30; 2 Kronieken 8: 2 vv.).
Te Jeruzalem dan woonden behalve enigen der kinderen van Efraïm en Manasse (1 Kronieken 9: 2), sommigen van de kinderen van Juda, en van de kinderen van Benjamin, waarop het hier het meeste aankomt. Van de kinderen van Juda hebben wij twee hoofden te noemen: Athaja, (in 1 Kronieken 9: 4, welk hoofdstuk hier vooral te vergelijken is, Uthai geheten), de zoon van Uzzia, den zoon van Zacharja, den zoon van Amarja, den zoon van Sefatja, den zoon van Mahalaleël, van de kinderen van Perez (Genesis 46: 12; Numeri 26:
.
En Maäseja (in 1 Kronieken 9: 5 Asaja genoemd), de zoon van Baruch, den zoon van Kolhose, den zoon van Hazaja, den zoon van Adaja, den zoon van Jojarib, den zoon van Zacharja, den zoon van Siloni, een nakomeling van Sela; het derde geslacht in Juda, Zerah, komt hier niet in aanmerking (zie 1 Kronieken 9: 6).
Alle kinderen van Perez, die te Jeruzalem woonden, waren vier honderd acht en zestig, dappere mannen.
En dit zijn de kinderen van Benjamin: Twee geslachtshoofden, Sallu, de zoon van Mesullam, den zoon van Joëd, den zoon van Pedaja, den zoon van Kolaja, den zoon van Maäseja, den zoon van Ithiël, den zoon van Jesaja;
En na hem Gabbai, vermoedelijk de in 1 Kronieken 9: 8 genoemde Jibne-Sallai; deze twee geslachten tot één geheel verbonden, onder den naam van Gabbai-Sallai, negen honderd acht en twintig.
En Joël, de zoon van Zichri, was opziener over hen: opziener van de bewoners uit de twee stammen Juda en Benjamin: en Juda, de zoon van Senua, was de tweede bevelhebber over de stad, volgens Luther: was over het andere deel der stad, de in 2 Koningen 22: 14 genoemde benedenstad.
Van de priesters woonden te Jeruzalem: drie geslachten, Jedaja, de zoon van Jojarib 1); vermoedelijk kan men de woorden “de zoon van” wel weglaten, en alleen Jojarib lezen (vgl. (1 Kronieken 9: 10) Jachin.
In elk geval behoort zoon van Jojarib, niet bij Jedaja.
Seraja, in 1 Kronieken 9: 11 Azarja genoemd, de zoon van Hilkia, den zoon van Mesullam, den zoon van Zadok, den zoon van Merajoth, den zoon van Ahitub, was voorganger van Gods huis, het hoofd van ene priesterafdeling;
En hun broederen, die het werk in het huis deden, waren acht honderd twee en twintig. En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pelalja, den zoon van Amzi, den zoon van Zacharja, den zoon van Pashur, den zoon van Malchia; behoorden dus tot het vaderhuis van Malchia.
En zijne broederen, hoofden der vaderen, waren twee honderd twee en veertig. En Amassai, (in 1 Kronieken 9: 12 Massai genoemd) de zoon van Azareël, den zoon van Achzai, den zoon van Mesillemoth, den zoon van Immer; behoorden tot het vaderhuis van Immer.
En hun broederen, dappere helden, waren honderd acht en twintig (vergelijk 1 Kronieken 9: 13); en opziener over hen, over de van vs. 10 af genoemde zes priesterklassen, was Zabdiël, de zoon van Gedolim.
En van de Levieten: Semaja, de zoon van Hassub, den zoon van Azriam, den zoon van Hasabja, den zoon van Buni.
En Sabbethai, en Jozabad, van de hoofden der Levieten, waren over het buitenwerk van het huis Gods (1 Kronieken 26: 29).
En Mattanja, de zoon van Micha, den zoon van Zabdi, den zoon van Asaf, was het hoofd, die de dankzegging begon in het gebed, als zangmeester, voorzanger der Psalmen en lofzangen, en Bakbukja was de voorzanger van het tweede koor van zijne broederen, en Abda, de zoon van Sammua, den zoon van Galal, den zoon van Jeduthun (1 Kronieken 23: 5
.
En de poortiers: Akkub, en Talmon, met hun broederen, die wacht hielden in de poorten, waren honderd twee en zeventig (1 Kronieken 26: 1 vv.).
En der Levieten opziener te Jeruzalem was Uzzi, de zoon van Bani, den zoon van Hasabja, den zoon van Mattanja, den zoon van Micha; van de kinderen van Asaf waren de zangers tegenover het werk van Gods huis, dezen moesten in den tempel tegenwoordig zijn bij de dagelijkse behoeften van den godsdienst, in tegenoverstelling van de Levieten in vs. 16 genoemd, die het opzicht over het buitenwerk hadden.
Want er was een gebod een decreet des konings, Artaxerxes van Perzië (Ezra 6: 8 vv.), ten behoeve van hen, van de Levieten, te weten, een zeker onderhoud 1) voor de zangers, van elk dagelijks op zijnen dag, opdat deze trouw hun ambt waarnamen.
Dit onderhoud is niet te verstaan van het onderhouden van eten en drinken, maar van hetgeen zij dagelijks moesten doen ter onderhouding van den dienst des tempels. Het bevel of decreet was niet uitgegaan van koning David, maar van den Perzischen vorst.
En Petahja, de zoon van Mesezabeël, van de kinderen van Zerah, den zoon van Juda, was bevelhebber aan des konings hand, van wege den koning in alle zaken tot het volk, betrekking hebbende, of commissaris van den Perzischen koning voor al de aangelegenheden der gemeente, die even als de landvoogd zijn zetel te Jeruzalem had.
1) In de dorpen nu op hun akkers woonden sommigen van de kinderen van Juda, namelijk in Kirjath-Arba of Hebron (Genesis 23: 2), en hare onderhorige plaatsen, Hebr. dochters, en in Dibon of Dimona (Jozua 15: 22), en hare onderhorige plaatsen, en in Jekabzeël of Kabzeël (Jozua 15: 21), en hare dorpen;
In vs. 25-36 worden niet meer opgeteld de namen van personen, maar de dorpen en steden, waar in men woonde.
En te Jesua, alleen hier voorkomende, en te Molada (Jozua 15: 26), en te Beth-Pelet of Beth-Pales (Jozua 15: 27);
En te Hazar-Sual (Jozua 15: 28),en in Ber-séba (Genesis 21: 1 ) en hare onderhorige plaatsen.
En te Ziklag (Jozua 15: 31), en in Mechona, alleen hier voorkomende, en hare onderhorige plaatsen.
En te En-Rimmon, en te Zora, en te Jarmuth (Jozua 15: 32-35).
Zanoah, Adullam en hare dorpen, Lachis en hare akkers, Azéka en hare onderhorige plaatsen (Jozua 15: 36-39),en zij legerden zich van Ber-séba in het uiterste zuiden af tot aan het dal Hinnom, ten zuiden van Jeruzalem (1 Koningen 1: 33 ). Ten tijde van den hogepriester Jozua en van Zerubbabel behoorde alleen de omtrek van Jeruzalem tot de nieuwe gemeente (Ezra 2: 19 ); in Hoofdstuk 3 van ons Boek strekte zich haar gebied reeds meer naar het zuiden uit, en hier bereikt zij reeds weer de zuidelijke grenzen.
De kinderen van Benjamin nu van Geba, ten noorden van Jeruzalem (Richteren 19: 13 2), woonden in Michmas (1 Samuel 13: 2), en Aja (Jozua 7: 2 genoemd Al), en Beth-El (Genesis 12: 8; 28: 11 ), en hare onderhorige plaatsen.
Anathot (Jozua 21: 18), Nob (1 Samuel 22: 19 ), Ananja, wellicht het tegenwoordige Beit-Hannan,
Hazor (2 Samuel 13: 23 ), Rama (Jozua 18: 25), Gitthaïm (2 Samuel 4: 3),
Hadid, Zeboim, Neballat,
Lod, en Ono (Ezra 2: 33. 1 Kronieken 8: 12), in het dal der werkmeesters, of der timmerlieden (1 Kronieken 4: 14), aan de noordzijde van Jeruzalem.
Van de Levieten nu woonden sommigen in de verdelingen van Juda en van Benjamin, naar ene vroegere verdeling hadden zij tot Juda behoord, maar nu woonden zij ook in den stam van Benjamin. Hier is ene opgave van de dorpen of plattelands steden, die door het overblijfsel van Israël bewoond werden. In beiden, Juda en Benjamin woonden een deel der Levieten. Wij kunnen veronderstellen, dat zij veilig en gerust waren, maar in gering aantal en arm. Door Gods zegen hadden zij in rijkdom en macht kunnen toenemen, en dat zou ook geschied zijn, indien niet de goddeloosheid en lauwheid in den godsdienst, die Maleachi hun ten laste legt, bij hen hadden geheerst. Die profeet toch profeteerde omtrent dezen tijd, en de profetie hield nu voor verscheidene eeuwen op, totdat zij weer herleefde in den groten Profeet, den Messias, en in Zijn voorloper, Johannes den Doper.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel