Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Nehemia 1

1 De geschiedenissen van Nehemia, zoon van Hachalja. En het geschiedde in de maand Chisleu, in het twintigste jaar, als ik te Susan in het paleis was;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 De geschiedenissenH1697 van NehemiaH5166, zoonH1121 van HachaljaH2446. En het geschieddeH1961 in de maandH2320 ChisleuH3691, in het twintigsteH6242 jaarH8141, als ikH589 te SusanH7800 in het paleisH1002 wasH1961; De geschiedenissen van Nehemia, zoon van Hachalja. En het geschiedde in de maand Chisleu, in het twintigste jaar, als ik te Susan in het paleis was;

KJV The words1 of Nehemiah2 the son3 of Hachaliah.4 And it came to pass in the month6 Chisleu,7 in the twentieth9 year,8 as I was in Shushan12 the palace,

1 דִּבְרֵ֥י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 2 נְחֶמְיָ֖ה H5166 Nehemia Nehemiah 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 חֲכַלְיָ֑ה H2446 Hachalja Hachaliah 5 וַיְהִ֤י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 בְחֹֽדֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 7 כִּסְלֵיו֙ H3691 Chisleu Chisleu 8 שְׁנַ֣ת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 9 עֶשְׂרִ֔ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 10 וַאֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 11 הָיִ֖יתִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 בְּשׁוּשַׁ֥ן H7800 Susan Shushan 13 הַבִּירָֽה H1002 burg, paleis palace
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Zo kwam Hanani, een van mijn broederen, hij en sommige mannen uit Juda, en ik vraagde hen naar de Joden, die ontkomen waren (die overgebleven waren van de gevangenis), en naar Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Zo kwamH935 HananiH2607, eenH259 van mijn broederenH251, hijH1931 en sommige mannenH582 uit JudaH3063, en ik vraagdeH7592 hen naar de JodenH3064, die ontkomenH6413 waren (die overgeblevenH7604 waren vanH4480 de gevangenisH7628), en naar JeruzalemH3389. Zo kwam Hanani, een van mijn broederen, hij en sommige mannen uit Juda, en ik vraagde hen naar de Joden, die ontkomen waren (die overgebleven waren van de gevangenis), en naar Jeruzalem.

KJV That Hanani,2 one3 of my brethren,4 came,1 he and certain men of Judah;7 and I asked8 them concerning the Jews10 that had escaped,11 which were left13 of the captivity,15 and concerning Jerusalem.

1 וַיָּבֹ֨א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 חֲנָ֜נִי H2607 Hanani Hanani 3 אֶחָ֧ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 4 מֵאַחַ֛י H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 5 ה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 6 וַאֲנָשִׁ֖ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 מִֽיהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 8 וָאֶשְׁאָלֵ֞ם H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 הַיְּהוּדִ֧ים H3064 Joden, Jood, Joods Jew 11 הַפְּלֵיטָ֛ה H6413 ontkomen, ontkoming, ontkomenen deliverance, (that is) escape(-d), remnant 12 אֲשֶֽׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 נִשְׁאֲר֥וּ H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 14 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 15 הַשֶּׁ֖בִי H7628 gevangenis, gevangenen, gevangene captive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken 16 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En zij zeiden tot mij: De overgeblevenen, die van de gevangenis aldaar in het landschap zijn overgebleven, zijn in grote ellende en in versmaadheid; en Jeruzalems muur is verscheurd, en haar poorten zijn met vuur verbrand.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En zij zeidenH559 tot mij: De overgeblevenenH7604, dieH834 vanH4480 de gevangenisH7628 aldaarH8033 in het landschapH4082 zijn overgeblevenH7604, zijn in groteH1419 ellendeH7451 en in versmaadheidH2781; en JeruzalemsH3389 muurH2346 is verscheurdH6555, en haar poortenH8179 zijn met vuurH784 verbrandH3341. En zij zeiden tot mij: De overgeblevenen, die van de gevangenis aldaar in het landschap zijn overgebleven, zijn in grote ellende en in versmaadheid; en Jeruzalems muur is verscheurd, en haar poorten zijn met vuur verbrand.

KJV And they said1 unto me, The remnant3 that are left5 of the captivity7 there in the province9 are in great11 affliction10 and reproach:12 the wall13 of Jerusalem14 also is broken down,15 and the gates16 thereof are burned17 with fire.

1 וַיֹּאמְרוּ֮ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לִי֒ 3 הַֽנִּשְׁאָרִ֞ים H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 4 אֲשֶֽׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 נִשְׁאֲר֤וּ H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 6 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 7 הַשְּׁבִי֙ H7628 gevangenis, gevangenen, gevangene captive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken 8 שָׁ֣ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 9 בַּמְּדִינָ֔ה H4082 landschappen, landschap, landschaps ([idiom] every) province 10 בְּרָעָ֥ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 11 גְדֹלָ֖ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 12 וּבְחֶרְפָּ֑ה H2781 smaadheid, smaad, versmaadheid rebuke, reproach(-fully), shame 13 וְחוֹמַ֤ת H2346 muur, muren, muurs wall, walled 14 יְרוּשָׁלִַ֨ם֙ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 15 מְפֹרָ֔צֶת H6555 gescheurd, brak, doorgebroken [idiom] abroad, (make a) breach, break (away, down, -er, forth, in, up), burst out, come (spread) abroad, compel, disperse, grow, increase, open, press, scatter, urge 16 וּשְׁעָרֶ֖יהָ H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 17 נִצְּת֥וּ H3341 aansteken, aangestoken, verbrand burn (up), be desolate, set (on) fire (fire), kindle 18 בָאֵֽשׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En het geschiedde, als ik deze woorden hoorde, zo zat ik neder, en weende, en bedreef rouw, enige dagen; en ik was vastende en biddende voor het aangezicht van den God des hemels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En het geschiedde, als ik dezeH428 woordenH1697 hoordeH8085, zo zat ik nederH3427, en weendeH1058, en bedreef rouwH56, enige dagenH3117; en ik wasH1961 vastendeH6684 en biddendeH6419 voor het aangezichtH6440 van den GodH430 des hemelsH8064. En het geschiedde, als ik deze woorden hoorde, zo zat ik neder, en weende, en bedreef rouw, enige dagen; en ik was vastende en biddende voor het aangezicht van den God des hemels.

KJV And it came to pass, when I heard2 these words,4 that I sat down6 and wept,7 and mourned8 certain days,9 and fasted,11 and prayed12 before13 the God14 of heaven,

1 וַיְהִ֞י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כְּשָׁמְעִ֣י H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַדְּבָרִ֣ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 5 הָאֵ֗לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 6 יָשַׁ֨בְתִּי֙ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 7 וָֽאֶבְכֶּ֔ה H1058 weende, weenden, wenen [idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep 8 וָאֶתְאַבְּלָ֖ה H56 rouw, treuren, treurt lament, mourn 9 יָמִ֑ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 וָֽאֱהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 צָם֙ H6684 vastten, vasten, gevast [idiom] at all, fast 12 וּמִתְפַּלֵּ֔ל H6419 bidden, bad, bid intreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication 13 לִפְנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 14 אֱלֹהֵ֥י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 15 הַשָּׁמָֽיִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En ik zeide: Och, HEERE, God des hemels, Gij, grote en vreselijke God! Die het verbond en de goedertierenheid houdt dien, die Hem liefhebben, en Zijn geboden houden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En ik zeideH559: OchH577, HEEREH3068, God des hemelsH8064, Gij, groteH1419 en vreselijkeH3372 God! Die het verbondH1285 en de goedertierenheidH2617 houdtH8104 dien, die Hem liefhebbenH157, en Zijn gebodenH4687 houdenH8104. En ik zeide: Och, HEERE, God des hemels, Gij, grote en vreselijke God! Die het verbond en de goedertierenheid houdt dien, die Hem liefhebben, en Zijn geboden houden.

Ook in dit vers GodH410 GodH430

KJV And said,1 I beseech2 thee, O LORD3 God4 of heaven,5 the great7 and terrible8 God,6 that keepeth9 covenant10 and mercy11 for them that love12 him and observe13 his commandments:

1 וָאֹמַ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אָֽנָּ֤א H577 Och, Ei, och I (me) beseech (pray) thee, O 3 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 5 הַשָּׁמַ֔יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 6 הָאֵ֥ל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 7 הַגָּד֖וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 8 וְהַנּוֹרָ֑א H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 9 שֹׁמֵ֤ר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 10 הַבְּרִית֙ H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 11 וָחֶ֔סֶד H2617 goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenheden favour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing 12 לְאֹהֲבָ֖יו H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 13 וּלְשֹׁמְרֵ֥י H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 14 מִצְוֺתָֽיו H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Laat toch Uw oor opmerkende, en Uw ogen open zijn, om te horen naar het gebed Uws knechts, dat ik heden voor Uw aangezicht bid, dag en nacht, voor de kinderen Israels, Uw knechten; en ik doe belijdenis over de zonden der kinderen Israels, die wij tegen U gezondigd hebben; ook ik en mijns vaders huis, wij hebben gezondigd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Laat tochH4994 Uw oorH241 opmerkendeH7183, en Uw ogenH5869 openH6605 zijn, om te horenH8085 naarH413 het gebedH8605 Uws knechtsH5650, datH834 ik hedenH3117 voor Uw aangezichtH6440 bidH6419, dagH3119 en nachtH3915, voor de kinderenH1121 IsraelsH3478, Uw knechtenH5650; en ik doe belijdenisH3034 overH5921 de zondenH2403 der kinderenH1121 IsraelsH3478, dieH834 wij tegen U gezondigdH2398 hebben; ook ik en mijns vadersH1 huisH1004, wij hebben gezondigdH2398. Laat toch Uw oor opmerkende, en Uw ogen open zijn, om te horen naar het gebed Uws knechts, dat ik heden voor Uw aangezicht bid, dag en nacht, voor de kinderen Israels, Uw knechten; en ik doe belijdenis over de zonden der kinderen Israels, die wij tegen U gezondigd hebben; ook ik en mijns vaders huis, wij hebben gezondigd.

KJV Let thine ear3 now be attentive,4 and thine eyes5 open,6 that thou mayest hear7 the prayer9 of thy servant,10 which I pray13 before14 thee now,15 day16 and night,17 for the children19 of Israel20 thy servants,21 and confess22 the sins24 of the children25 of Israel,26 which we have sinned28 against thee: both I and my father's32 house31 have sinned.

1 תְּהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 נָ֣א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 3 אָזְנְךָֽ H241 oren, oor, Oren [phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show 4 קַשֶּׁ֣בֶת H7183 opmerkende attent(-ive) 5 וְֽעֵינֶ֪יךָ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 6 פְתֻוּח֟וֹת H6605 open, opende, geopend appear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent 7 לִשְׁמֹ֣עַ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 תְּפִלַּ֣ת H8605 gebed, gebeden, gebeds prayer 10 עַבְדְּךָ֡ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 11 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 אָנֹכִי֩ H595 ik, mij I, me, [idiom] which 13 מִתְפַּלֵּ֨ל H6419 bidden, bad, bid intreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication 14 לְפָנֶ֤יךָ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 15 הַיּוֹם֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 16 יוֹמָ֣ם H3119 dag, daags, Dag daily, (by, in the) day(-time) 17 וָלַ֔יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 18 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 20 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 21 עֲבָדֶ֑יךָ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 22 וּמִתְוַדֶּ֗ה H3034 loven, Looft, belijden cast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving) 23 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 24 חַטֹּ֤אות H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 25 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 26 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 27 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 28 חָטָ֣אנוּ H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 29 לָ֔ךְ 30 וַאֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 31 וּבֵית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 32 אָבִ֖י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 33 חָטָֽאנוּ H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Wij hebben het ganselijk tegen U verdorven; en wij hebben niet gehouden de geboden, noch de inzettingen, noch de rechten, die Gij Uw knecht Mozes geboden hebt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Wij hebben het ganselijkH2254 tegen U verdorvenH2254; en wij hebben niet gehouden de geboden, noch de inzettingenH2706, noch de rechtenH4941, dieH834 Gij Uw knechtH5650 MozesH4872 geboden hebt. Wij hebben het ganselijk tegen U verdorven; en wij hebben niet gehouden de geboden, noch de inzettingen, noch de rechten, die Gij Uw knecht Mozes geboden hebt.

Ook in dit vers gebodenH4687 gebodenH6680

KJV We have dealt very1 corruptly2 against thee, and have not kept5 the commandments,7 nor the statutes,9 nor the judgments,11 which thou commandedst13 thy servant16 Moses.

1 חֲבֹ֖ל H2254 verderven, pand, verdorven [idiom] at all, band, bring forth, (deal) corrupt(-ly), destroy, offend, lay to (take a) pledge, spoil, travail, [idiom] very, withhold 2 חָבַ֣לְנוּ H2254 verderven, pand, verdorven [idiom] at all, band, bring forth, (deal) corrupt(-ly), destroy, offend, lay to (take a) pledge, spoil, travail, [idiom] very, withhold 3 לָ֑ךְ 4 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 שָׁמַ֣רְנוּ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 הַמִּצְוֺ֗ת H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 8 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 הַֽחֻקִּים֙ H2706 inzettingen, inzetting, bescheiden appointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task 10 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 הַמִּשְׁפָּטִ֔ים H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 12 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 צִוִּ֖יתָ H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 מֹשֶׁ֥ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 16 עַבְדֶּֽךָ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Gedenk toch des woords, dat Gij Uw knecht Mozes geboden hebt, zeggende: Gijlieden zult overtreden, Ik zal u onder de volken verstrooien.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 GedenkH2142 tochH4994 des woordsH1697, datH834 Gij Uw knechtH5650 MozesH4872 gebodenH6680 hebt, zeggendeH559: GijliedenH859 zult overtredenH4603, IkH589 zal u onder de volkenH5971 verstrooienH6327. Gedenk toch des woords, dat Gij Uw knecht Mozes geboden hebt, zeggende: Gijlieden zult overtreden, Ik zal u onder de volken verstrooien.

KJV Remember,1 I beseech thee, the word4 that thou commandedst6 thy servant9 Moses,8 saying,10 If ye transgress,12 I will scatter you abroad14 among the nations:

1 זְכָר H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 2 נָא֙ H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַדָּבָ֔ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 5 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 צִוִּ֛יתָ H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 מֹשֶׁ֥ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 9 עַבְדְּךָ֖ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 10 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 אַתֶּ֣ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 12 תִּמְעָ֔לוּ H4603 overtreden, begaan, overtrad transgress, (commit, do a) trespass(-ing) 13 אֲנִ֕י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 14 אָפִ֥יץ H6327 verstrooid, verstrooien, verstrooide break (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad 15 אֶתְכֶ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 בָּעַמִּֽים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En gij zult u tot Mij bekeren, en Mijn geboden houden, en die doen; al waren uw verdrevenen aan het einde des hemels, Ik zal hen vandaar verzamelen, en zal ze brengen tot de plaats, die Ik verkoren heb, om Mijn Naam aldaar te doen wonen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En gij zult u tot Mij bekerenH7725, en Mijn gebodenH4687 houdenH8104, en die doenH6213; al warenH1961 uw verdrevenenH5080 aan het eindeH7097 des hemelsH8064, Ik zal hen vandaarH4480 verzamelenH6908, en zal ze brengenH935 totH413 de plaatsH4725, dieH834 Ik verkorenH977 heb, om Mijn NaamH8034 aldaarH8033 te doen wonenH7931. En gij zult u tot Mij bekeren, en Mijn geboden houden, en die doen; al waren uw verdrevenen aan het einde des hemels, Ik zal hen vandaar verzamelen, en zal ze brengen tot de plaats, die Ik verkoren heb, om Mijn Naam aldaar te doen wonen.

KJV But if ye turn1 unto me, and keep3 my commandments,4 and do5 them; though there were of you cast out9 unto the uttermost part10 of the heaven,11 yet will I gather13 them from thence, and will bring14 them unto the place16 that I have chosen18 to set19 my name

1 וְשַׁבְתֶּ֣ם H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 אֵלַ֔י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 וּשְׁמַרְתֶּם֙ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 4 מִצְוֺתַ֔י H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 5 וַעֲשִׂיתֶ֖ם H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 אֹתָ֑ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 8 יִהְיֶ֨ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 נִֽדַּחֲכֶ֜ם H5080 gedreven, verdreven, verdrevenen banish, bring, cast down (out), chase, compel, draw away, drive (away, out, quite), fetch a stroke, force, go away, outcast, thrust away (out), withdraw 10 בִּקְצֵ֤ה H7097 einde, uiterste, deel [idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part) 11 הַשָּׁמַ֨יִם֙ H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 12 מִשָּׁ֣ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 13 אֲקַבְּצֵ֔ם H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 14 וַהֲבִֽיאוֹתִים֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 15 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 16 הַמָּק֔וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 17 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 בָּחַ֔רְתִּי H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 19 לְשַׁכֵּ֥ן H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 20 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 שְׁמִ֖י H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 22 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Zij zijn toch Uw knechten en Uw volk, dat Gij verlost hebt door Uw grote kracht en door Uw sterke hand.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 ZijH1992 zijn toch Uw knechtenH5650 en Uw volkH5971, datH834 Gij verlostH6299 hebt door Uw groteH1419 krachtH3581 en door Uw sterkeH2389 handH3027. Zij zijn toch Uw knechten en Uw volk, dat Gij verlost hebt door Uw grote kracht en door Uw sterke hand.

KJV Now these are thy servants2 and thy people,3 whom thou hast redeemed5 by thy great7 power,6 and by thy strong9 hand.

1 וְהֵ֥ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 2 עֲבָדֶ֖יךָ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 3 וְעַמֶּ֑ךָ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 פָּדִ֨יתָ֙ H6299 verlost, lossen, verlossen [idiom] at all, deliver, [idiom] by any means, ransom, (that are to be, let be) redeem(-ed), rescue, [idiom] surely 6 בְּכֹחֲךָ֣ H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth 7 הַגָּד֔וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 8 וּבְיָדְךָ֖ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 9 הַחֲזָקָֽה H2389 sterke, sterk, sterken harder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Och, HEERE, laat toch Uw oor opmerkende zijn op het gebed Uws knechts, en op het gebed Uwer knechten, die lust hebben Uw Naam te vrezen; en doe het toch Uw knecht heden wel gelukken, en geef hem barmhartigheid voor het aangezicht dezes mans. Ik nu was des konings schenker.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 OchH577, HEEREH136, laatH1961 tochH4994 Uw oorH241 opmerkendeH7183 zijn op het gebedH8605 Uws knechtsH5650, en op het gebedH8605 Uwer knechtenH5650, dieH2088 lustH2655 hebben Uw NaamH8034 te vrezenH3372; en doe het tochH4994 Uw knechtH5650 hedenH3117 wel gelukkenH6743, en geefH5414 hem barmhartigheidH7356 voor het aangezichtH6440 dezes mansH376. IkH589 nu wasH1961 des koningsH4428 schenkerH8248. Och, HEERE, laat toch Uw oor opmerkende zijn op het gebed Uws knechts, en op het gebed Uwer knechten, die lust hebben Uw Naam te vrezen; en doe het toch Uw knecht heden wel gelukken, en geef hem barmhartigheid voor het aangezicht dezes mans. Ik nu was des konings schenker.

KJV O Lord,2 I beseech1 thee, let now thine ear5 be attentive6 to the prayer8 of thy servant,9 and to the prayer11 of thy servants,12 who desire13 to fear14 thy name:16 and prosper,17 I pray thee, thy servant19 this day,20 and grant21 him mercy22 in the sight23 of this man.24 For I was the king's29 cupbearer.

1 אָנָּ֣א H577 Och, Ei, och I (me) beseech (pray) thee, O 2 אֲדֹנָ֗י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 3 תְּהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 נָ֣א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 5 אָזְנְךָֽ H241 oren, oor, Oren [phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show 6 קַ֠שֶּׁבֶת H7183 opmerkende attent(-ive) 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 תְּפִלַּ֨ת H8605 gebed, gebeden, gebeds prayer 9 עַבְדְּךָ֜ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 10 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 תְּפִלַּ֣ת H8605 gebed, gebeden, gebeds prayer 12 עֲבָדֶ֗יךָ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 13 הַֽחֲפֵצִים֙ H2655 lust, behaagt, wilde delight in, desire, favour, please, have pleasure, whosoever would, willing, wish 14 לְיִרְאָ֣ה H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 שְׁמֶ֔ךָ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 17 וְהַצְלִֽיחָה H6743 voorspoedig, vaardig, gedijen break out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously) 18 נָּ֤א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 19 לְעַבְדְּךָ֙ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 20 הַיּ֔וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 21 וּתְנֵ֣הוּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 22 לְרַחֲמִ֔ים H7356 barmhartigheden, barmhartigheid, baarmoeder bowels, compassion, damsel, tender love, (great, tender) mercy, pity, womb 23 לִפְנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 24 הָאִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 25 הַזֶּ֑ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 26 וַאֲנִ֛י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 27 הָיִ֥יתִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 28 מַשְׁקֶ֖ה H4945 drank, drinkvaten, bevochtigde butler(-ship), cupbearer, drink(-ing), fat pasture, watered 29 לַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
De ruïnes van het Achaemenidische paleis te Susan Opgravingen op de plaats van het paleis van Susan, waar Nehemia als schenker diende toen hem het bericht over Jeruzalems muur bereikte.
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Nehemia 1:1 Zacharia 7:1 Nehemia 10:1 Esther 1:2 Daniël 8:2 Nehemia 2:1 Ezra 7:7 Esther 3:15 Ezra 10:9
Nehemia 1:2 Nehemia 7:2 Ezechiël 24:26 Ezechiël 6:9 Psalmen 122:6 Jeremia 44:14 Ezra 9:8 Ezra 9:14 Ezechiël 7:16
Nehemia 1:3 Nehemia 2:17 2 Koningen 25:10 Nehemia 2:13 Nehemia 7:6 Nehemia 2:3 Jeremia 44:8 Jesaja 43:28 Klaagliederen 5:1
Nehemia 1:4 Nehemia 2:4 Psalmen 137:1 Ezra 10:1 Jona 1:9 Sefanja 3:18 1 Samuël 4:17 Daniël 2:18 Ezra 5:11
Nehemia 1:5 Deuteronomium 7:21 Exodus 20:6 Nehemia 4:14 Deuteronomium 7:9 Daniël 9:4 Psalmen 47:2 Nehemia 9:32 1 Kronieken 17:21
Nehemia 1:6 Daniël 9:20 2 Kronieken 29:6 Psalmen 106:6 2 Kronieken 6:40 Daniël 9:17 Efeze 2:3 Ezra 10:11 Lukas 2:37
Nehemia 1:7 Psalmen 106:6 Nehemia 9:29 Deuteronomium 28:14 Deuteronomium 4:1 Daniël 9:5 Deuteronomium 6:1 2 Kronieken 25:4 Openbaring 19:2
Nehemia 1:8 Deuteronomium 4:25 Deuteronomium 28:64 Leviticus 26:33 Deuteronomium 32:26 1 Koningen 9:6 Lukas 1:72 Psalmen 119:49
Nehemia 1:9 Deuteronomium 30:2 Deuteronomium 4:29 Deuteronomium 12:5 Leviticus 26:39 Jeremia 32:37 Ezra 6:12 Jeremia 50:19 Jeremia 29:11
Nehemia 1:10 Deuteronomium 9:29 Exodus 32:11 Deuteronomium 15:15 Jesaja 63:16 Psalmen 74:2 Psalmen 136:12 Jesaja 64:9 Exodus 6:1
Nehemia 1:11 Nehemia 2:1 Nehemia 1:6 Genesis 40:21 Genesis 32:11 Spreuken 21:1 Ezra 7:27 Hebreeën 13:18 Genesis 43:14
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Nehemia 1 vers 1

geschiedenissen Of, woorden.

Hertaald: geschiedenissen Of: woorden.

Chisleu, Zie Ezra 10:9 . Naar het heilig of kerkelijk jaar der Joden, was het de negende maand; maar naar der Chaldeën rekening, die het jaar in September begonnen, was het de derde maand.

Hertaald: Chisleu, Zie Ezra 10:9. Naar het heilige of kerkelijke jaar van de Joden was het de negende maand; maar volgens de telling van de Chaldeeën, die het jaar in september lieten beginnen, was het de derde maand.

twintigste jaar, Van den koning Arthasasta, gelijk onder, Neh. 2:1 ; zie aldaar.

Hertaald: twintigste jaar, Van koning Arthahsasta, zoals hieronder Neh. 2:1; zie daar.

Susan De hoofdstad van Susiana, gebouwd [zo enigen schrijven] door Darius Histaspis.

Hertaald: Susan De hoofdstad van Susiana, gebouwd [zoals sommigen schrijven] door Darius Hystaspis.

Nehemia 1 vers 2

broederen, Dat is, bloedverwanten, of landslieden, Joden.

Hertaald: broederen, Dat is: bloedverwanten, of landgenoten, Joden.

die ontkomen waren Hebreeuws, de ontkoming.

Hertaald: die ontkomen waren Hebreeuws: de ontkoming.

Nehemia 1 vers 3

landschap Of, provincie, zoals het land Kanaän genoemd wordt, omdat het nu was onder het gebied der Perzische monarchie.

Hertaald: landschap Of: provincie, zoals het land Kanaän genoemd wordt, omdat het nu onder het gezag van de Perzische heerschappij viel.

ellende Hebreeuws, in groot kwaad; dat is, ellende en treurigheid.

Hertaald: ellende Hebreeuws: in groot kwaad; dat is: ellende en droefheid.

Nehemia 1 vers 6

oor Dat is, verhoor toch; menselijker wijze van God gesproken.

Hertaald: oor Dat is: verhoor toch; op menselijke wijze over God gesproken.

ogen Zie 1 Kon. 8:29 .

Hertaald: ogen Zie 1 Kon. 8:29.

heden Dat is, te dezer tijd.

Hertaald: heden Dat is: in deze tijd.

Nehemia 1 vers 7

ganselijk Hebreeuws, wij hebben met verderving, of verdervende verdorven; dat is, wij hebben gans verdorvenlijk tegen U gehandeld en ons in alle manieren aan U schuldig gemaakt, door onze zonden.

Hertaald: ganselijk Hebreeuws: wij hebben met verderving, of verdervend, verdorven; dat is: wij hebben ons volledig verdorven tegen U gedragen en ons op allerlei manieren aan U schuldig gemaakt door onze zonden.

geboden, Zie van deze drie volgende woorden Deut. 5:31 .

Hertaald: geboden, Zie over deze drie volgende woorden Deut. 5:31.

Nehemia 1 vers 8

geboden hebt, Zie Deut. 30:2-4 met de aantekening.

Hertaald: geboden hebt, Zie Deut. 30:2-4 met de aantekening.

Nehemia 1 vers 11

geef Hebreeuws, geef hem ter barmhartigheden, of ontfermingen, dat is, werk nu in het hart des konings, dat hij zich mijns en mijns volks ontferme, en mijn verzoek gunstiglijk toesta; zie Jer. 42:12 .

Hertaald: geef Hebreeuws: geef hem tot barmhartigheden, of ontfermingen, dat is: werk nu in het hart van de koning zodat hij Zich over mij en mijn volk ontfermt en mijn verzoek gunstig inwilligt; zie Jer. 42:12.

mans Namelijk, van den koning Arthasasta, gelijk de volgende woorden en het begin van Neh 2 uitwijzen.

Hertaald: mans Namelijk: van koning Arthahsasta, zoals de volgende woorden en het begin van Neh. 2 laten zien.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Nehemia  — de HEERE troost

Zoon van Hachalja, schenker van koning Arthahsasta te Susan. Op het bericht dat Jeruzalems muur verwoest was, bad en vastte hij, en verkreeg van de koning verlof en volmacht om naar Jeruzalem te gaan; daar leidde hij, ondanks tegenstand van Sanballat en Tobia, de herbouw van de stadsmuur, diende twaalf jaar als landvoogd zonder zich op kosten van het volk te verrijken, en voerde later sociale en religieuze hervormingen door (Neh. 1-13).

Hanani (broeder van Nehemia)  — genadig

Een broeder van Nehemia, die hem te Susan bericht bracht over de ellendige toestand van de overgebleven Joden en de verwoeste muur van Jeruzalem — de aanleiding tot Nehemia's zending (Neh. 1:2); later door Nehemia mede aangesteld over Jeruzalem (Neh. 7:2).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Susan (Susa)  — vermoedelijk verwant aan het Elamitische woord voor "lelie", naar de vele lelies die in de omgeving groeiden — de burcht wordt in de Schrift dan ook "Susan, het paleis" genoemd (Neh. 1:1)

Ligging: Aan de rivier de Ulai, in de vlakte van Elam, ten oosten van Babel, in het zuidwesten van het huidige Iran.

Geschiedenis: Van oorsprong de hoofdstad van het oude Elam; na de Perzische verovering liet Darius I hier een groots winterpaleis bouwen, waardoor Susan naast Babel, Ekbatana en Persepolis een van de vier residentiesteden van het Perzische wereldrijk werd. Hier ontving Nehemia, schenker aan het hof van Arthahsasta, het aangrijpende bericht dat de muur van Jeruzalem nog altijd verbroken lag en haar poorten met vuur verbrand waren — een bericht dat hem tot dagen van rouw, vasten en gebed bracht, voordat hij de koning om verlof vroeg om zelf naar Jeruzalem te gaan (Neh. 1:1-2:8). Ook het boek Esther speelt zich geheel binnen deze burcht af, en de profeet Daniël ontving hier, jaren eerder, zijn visioen van de ram en de bok (Dan. 8:2).

Bijbelse betekenis: Een sprekend voorbeeld van hoe de HEERE, geheel buiten het gezichtsveld van Zijn volk in Jeruzalem, in het hart van een heidens wereldrijk trouwe dienstknechten als Nehemia en Esther op de juiste plaats en het juiste ogenblik plaatste om Zijn beloften aan Sion te vervullen.

Archeologie: Franse opgravingen (Marcel Dieulafoy, later Jacques de Morgan) legden vanaf 1884 het Achaemenidische paleis van Susan bloot, met de beroemde, met geglazuurde tegels versierde friezen van boogschutters en gevleugelde leeuwen, nu grotendeels in het Louvre.

Recente inzichten: Het huidige Shush, in de Iraanse provincie Choezestan.

Neh. 1:1; 2:1-8; Est. 1:2; Dan. 8:2

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Gedenk toch des woords, dat Gij Uw knecht Mozes geboden hebt  — Nehemia pleit in zijn gebed niet op eigen recht maar op een gegeven belofte: "Gedenk toch des woords, dat Gij Uw knecht Mozes geboden hebt" (Neh. 1:8)

Nehemia is schenker aan het hof te Susan wanneer zijn broeder Hanani met mannen uit Juda komt (Neh. 1:1-2). Op zijn vraag naar de ontkomenen en naar Jeruzalem krijgt hij het antwoord dat de overgeblevenen in grote ellende en smaad verkeren, dat de muur verscheurd is en de poorten met vuur verbrand (Neh. 1:3). Hij gaat zitten, weent en bedrijft rouw, en is enige dagen lang vastende en biddende voor het aangezicht van de God des hemels (Neh. 1:4). Zijn gebed begint bij Wie God is: de grote en vreselijke God, Die het verbond en de goedertierenheid houdt aan wie Hem liefhebben (Neh. 1:5). Daarna volgt de belijdenis, en die is in de wij-vorm gesteld; hij rekent zichzelf en zijns vaders huis er uitdrukkelijk bij (Neh. 1:6-7). Vervolgens legt hij God Zijn eigen woord aan Mozes voor: bij overtreding zou Hij hen verstrooien, maar bij bekering zou Hij hen verzamelen, al waren hun verdrevenen aan het einde des hemels (Neh. 1:8-9). Hij besluit met twee gronden: zij zijn Gods knechten en Zijn volk, verlost door Zijn grote kracht, en hij vraagt of God het heden wel wil doen gelukken en hem barmhartigheid geven voor het aangezicht van deze man (Neh. 1:10-11).

Bijbelse betekenis: Vier maanden liggen er tussen dit gebed en het ogenblik waarop Nehemia de koning aanspreekt. Hij vraagt dus lang voordat hij handelt, en hij handelt pas als er een gelegenheid komt. Opmerkelijk is de opbouw. Hij begint niet bij de puinhopen maar bij God, gaat dan naar de schuld, dan naar de belofte, en pas in de laatste zin naar zijn eigen verzoek. Dat de belijdenis in de wij-vorm staat, is voor een man die zelf niets misdaan had veelzeggend; net als Ezra en Daniël gaat hij in de schuld staan in plaats van erboven. En het pleiten zelf is leerzaam. Hij vraagt God niet iets nieuws te doen, maar te gedenken wat Hij door Mozes gezegd had. Bidden is hier: God bij Zijn woord houden. Ten slotte is er de laatste zin van het hoofdstuk. Hij spreekt van deze man, en dat is de machtigste vorst van de wereld; in het gebed heeft die koning al zijn plaats gekregen voordat er één woord tegen hem gezegd is.

Typologie: Het woord dat Nehemia aanhaalt staat in de wet: "Al waren uw verdrevenen aan het einde des hemels, van daar zal u de HEERE, uw God, vergaderen, en van daar zal Hij u nemen" (Deut. 30:4). De belofte was gegeven vóór de ballingschap zelfs maar begonnen was. Dezelfde gestalte van gebed vinden wij in deze jaren bij Ezra en bij Daniël (reeds behandeld bij Een nagel in Zijn heilige plaats, Ezra 9:5-15). Drie mannen, ver van elkaar, belijden alle drie de schuld van het volk als de hunne.

Neh. 1:1-11; Ezra 9:5-15; Deut. 30:4

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het verbond niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking

Al waren uw verdrevenen aan het einde des hemels — 1:1-11

Nehemia is schenker aan het hof van Susan en hoort van een broer hoe het in Jeruzalem staat: de muur is doorgebroken en de poorten zijn met vuur verbrand. Hij zit neer, weent, en vast en bidt enige dagen.

In zijn gebed grijpt Nehemia terug op een belofte van Mozes, en die belofte gaat over verzamelen wat verstrooid is.

Zijn gebed begint bij God en niet bij de muur: o HEERE, God des hemels, Gij grote en vreselijke God, Die het verbond en de goedertierenheid houdt dien die Hem liefhebben.

Dan belijdt hij, en hij doet dat zoals Ezra: wij hebben tegen U gezondigd, ook ik en mijns vaders huis. Hij rekent zich mee.

En dan doet hij iets waar het hele gebed op rust. Hij herinnert God aan Zijn eigen woord: gedenk toch des woords dat Gij Uw knecht Mozes geboden hebt. Hij haalt het aan uit Deuteronomium: al waren uw verdrevenen aan het einde des hemels, Ik zal hen vandaar verzamelen, en zal ze brengen tot de plaats, die Ik verkoren heb, om Mijn Naam aldaar te doen wonen.

Dat is de grond van zijn bidden. Niet de beterschap van het volk, want die was al zo vaak beloofd. Maar Gods eigen woord: Hij zal verzamelen, hoe ver het ook weg is.

Het gebed eindigt kort en praktisch: geef hem heden voorspoed, en geef hem barmhartigheid voor het aangezicht dezes mans. Die man is de koning van Perzië, en Nehemia noemt hem niet eens bij naam.

Het verzamelen van wat verstrooid is loopt door de hele Schrift, en het krijgt in het Nieuwe Testament een naam. Christus spreekt van andere schapen, niet van dezen stal, die Hij ook moet toebrengen. En het zal worden één kudde en één Herder. En Johannes schrijft dat Hij sterven zou opdat Hij de kinderen Gods die verstrooid waren tot één zou vergaderen.

  1. Deuteronomium 30:4 — Al waren uw verdrevenen aan het einde des hemels, vandaar zal Ik u verzamelen.
  2. Nehemia 1:9 — Nehemia bidt God om dat eigen woord te gedenken.
  3. Ezechiël 34:12 — Ik zal Mijn schapen redden uit alle plaatsen waar zij verstrooid zijn.
  4. Johannes 10:16 — Andere schapen die Ik ook moet toebrengen: één kudde, één Herder.
  5. Johannes 11:52 — Opdat Hij de verstrooide kinderen Gods tot één zou vergaderen.
  6. Efeze 2:13 — Gij die verre waart, zijt nabij geworden door het bloed van Christus.

In het Nieuwe Testament: Johannes 10:16; Johannes 11:52; Efeze 2:13-17; Mattheüs 24:31

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Nehemia 1

Nehemia 1:1-2.KruisverwijzingenZacharia 7:1Nehemia 10:1Nehemia 7:2Esther 1:2Daniël 8:2Nehemia 2:1Ezra 7:7Esther 3:15
— De geschiedenissen van Nehemia, zoon van Hachalja. En het geschiedde in de maand Chisleu, in het twintigste jaar, als ik te Susan in het paleis was; Zo kwam Hanani, een van mijn broederen, hij en sommige mannen uit Juda, en ik vraagde hen naar de Joden, die ontkomen waren (die overgebleven waren van de gevangenis), en naar Jeruzalem.
Nehemia bekleedde een hoog ambt te Susan, het paleis van koning Arthahsasta, maar zijn hart was te Jeruzalem. Daarom onthield hij zelfs de datum, “in de maand Chisleu”, waarop enkele van zijn broeders uit Juda kwamen om hem te bezoeken; want hun komst ging hem meer aan dan enige zaak van het hof waar hij voor een tijd in dienst was. Let op het onderwerp van het gesprek van deze goede man: hij vroeg hun naar de Joden die ontkomen waren, die van de gevangenis overgebleven waren, en naar Jeruzalem. Wanneer christenen samenkomen, behoren zij het onderwerp van hun onderling gesprek te maken tot een navraag naar de voortgang van het Koninkrijk van God op de plaats waar zij ieder wonen. Bent u van buiten gekomen, dan willen wij dat u ons vertelt over het werk van God in uw dorp of in de stad waar u hoort; zijn er daar veel bekeringen? En wij zullen u vertellen over het werk hier. Zo behoren christenbroeders met elkaar om te gaan en naar het koninkrijk van Christus onder de mensen te vragen, en naar de voortgang die Zijn Evangelie maakt.

Nehemia 1:3.KruisverwijzingenNehemia 2:172 Koningen 25:10Nehemia 2:13Nehemia 7:6Nehemia 2:3Jeremia 44:8Jesaja 43:28Klaagliederen 5:1
— En zij zeiden tot mij: De overgeblevenen, die van de gevangenis aldaar in het landschap zijn overgebleven, zijn in grote ellende en in versmaadheid; en Jeruzalems muur is verscheurd, en haar poorten zijn met vuur verbrand.
Zij gaven een juiste beschrijving van de werkelijke staat van zaken te Jeruzalem; zij verbloemden die niet, maar zij noemden de feiten zoals ze waren. Het is soms goed onze christenbroeders over de lage staat van Sion te vertellen. Waar de dingen niet gaan zoals zij behoorden te gaan, is het beste dat te zeggen, en niet de waarheid te trachten toe te dekken en een vals verslag te geven.

Nehemia 1:4.KruisverwijzingenNehemia 2:4Psalmen 137:1Ezra 10:1Jona 1:9Sefanja 3:181 Samuël 4:17Daniël 2:18Ezra 5:11
— En het geschiedde, als ik deze woorden hoorde, zo zat ik neder, en weende, en bedreef rouw, enige dagen; en ik was vastende en biddende voor het aangezicht van den God des hemels.
Deze goede man werd zeer aangedaan door het droeve nieuws dat hij hoorde. Hij was niet onverschillig over de toestand van zijn landgenoten; hij zei niet: “Wij hebben het hier heel goed; ik ben een Jood, en ik ben in het paleis van Arthahsasta, maar ik kan niets doen om mijn broeders te helpen. U die daar te Jeruzalem bent, moet doen wat u kunt.” Nee, Nehemia zei niets van dien aard; hij beschouwde zichzelf als deel en lid van heel het Joodse volk, zoals iedere ware gelovige alle christenen behoort te beschouwen als nauw aan hemzelf verwant. Wij zijn geen twintig gemeenten, broeders, en ook geen tweehonderd; onze Heere Jezus Christus is het Hoofd, en wij zijn leden van dat ene lichaam dat Zijn gemeente is. Wij behoren mede te gevoelen met allen die in Christus zijn; en vooral wanneer de zaak van God ergens niet voorspoedig is, behoren wij te doen zoals Nehemia deed: hij weende en treurde en vastte en bad voor het aangezicht van de God des hemels. Hij vertelt ons wat hij in zijn gebed zei; dit zijn als het ware de aantekeningen in het kort van zijn smeking.

Nehemia 1:5-6.KruisverwijzingenDaniël 9:20Deuteronomium 7:21Exodus 20:6Nehemia 4:142 Kronieken 29:6Psalmen 106:62 Kronieken 6:40Daniël 9:17
— En ik zeide: Och, HEERE, God des hemels, Gij, grote en vreselijke God! Die het verbond en de goedertierenheid houdt dien, die Hem liefhebben, en Zijn geboden houden. Laat toch Uw oor opmerkende, en Uw ogen open zijn, om te horen naar het gebed Uws knechts, dat ik heden voor Uw aangezicht bid, dag en nacht, voor de kinderen Israels, Uw knechten; en ik doe belijdenis over de zonden der kinderen Israels, die wij tegen U gezondigd hebben; ook ik en mijns vaders huis, wij hebben gezondigd.
Dit is een volkomen voorbeeldgebed. Hoe ernstig is het, en hoe waarachtig! Nehemia erkent de verschrikkelijke zijde van Gods karakter zowel als Zijn barmhartigheid. Hij had klaarblijkelijk rechte gedachten van God. Sommigen trachten alle plaatsen van de Schrift die God als een vreselijk God voorstellen weg te verklaren; of zij het weten of niet, zij zullen bevinden dat die handelwijze hun een grote bron van zwakheid is in de omgang met de ongodvruchtigen. Nehemia noemt Jehova Gij, grote en vreselijke God, maar hij voegt eraan toe: Die het verbond en de goedertierenheid houdt dien, die Hem liefhebben.

Hij vertelt ons dat hij dag en nacht voor de Heere bad. Hij had natuurlijk zijn dagelijkse plichten te behartigen, zodat hij niet altijd op zijn kniëën kon liggen; maar zijn hart bad zelfs terwijl hij met andere zaken bezig was, en zo vaak als hij kon trok hij zich in zijn kamer terug om tot God te roepen. Merk ook op dat hij belijdenis doet van de zonden van de kinderen Israëls. Het is onze plicht als christenen om als het ware de zware last van de zonden van het volk op onszelf te nemen en die voor God te belijden. Willen de schuldigen zich niet bekeren, dan moeten wij ons voor hen bekeren; willen zij hun zonden niet belijden, dan moeten wij hun zonden belijden alsof wij in hun plaats stonden. Heel aandoenlijk zegt Nehemia dat hij de zonden belijdt van de kinderen Israëls, die wij tegen U gezondigd hebben; en dan komt hij nog dichter bij zichzelf en voegt eraan toe: ik en mijns vaders huis, wij hebben gezondigd.

Nehemia 1:7-9.KruisverwijzingenDeuteronomium 4:25Deuteronomium 28:64Leviticus 26:33Deuteronomium 32:26Deuteronomium 30:2Deuteronomium 4:29Deuteronomium 12:5Psalmen 106:6
— Wij hebben het ganselijk tegen U verdorven; en wij hebben niet gehouden de geboden, noch de inzettingen, noch de rechten, die Gij Uw knecht Mozes geboden hebt. Gedenk toch des woords, dat Gij Uw knecht Mozes geboden hebt, zeggende: Gijlieden zult overtreden, Ik zal u onder de volken verstrooien. En gij zult u tot Mij bekeren, en Mijn geboden houden, en die doen; al waren uw verdrevenen aan het einde des hemels, Ik zal hen vandaar verzamelen, en zal ze brengen tot de plaats, die Ik verkoren heb, om Mijn Naam aldaar te doen wonen.
Nehemia haalt het verbond aan en pleit op de belofte van Jehova. Nu is er geen krachtiger middel om iemand een gunst te doen bewijzen dan dit: zijn eigen belofte aan te halen — “u hebt gezegd dat u het doen zou”. Zo zegt Nehemia hier: Gedenk toch des woords, dat Gij Uw knecht Mozes geboden hebt.

Nehemia 1:11.KruisverwijzingenNehemia 2:1Nehemia 1:6Genesis 40:21Genesis 32:11Spreuken 21:1Ezra 7:27Hebreeën 13:18Genesis 43:14
— Och, HEERE, laat toch Uw oor opmerkende zijn op het gebed Uws knechts, en op het gebed Uwer knechten, die lust hebben Uw Naam te vrezen; en doe het toch Uw knecht heden wel gelukken, en geef hem barmhartigheid voor het aangezicht dezes mans. Ik nu was des konings schenker.
Nehemia rekent het een hoog voorrecht dat hij voor zijn volk zou mogen spreken tot de grote koning, die hem de gelegenheid zou geven heen te gaan en de muren van Jeruzalem weer op te bouwen. En de barmhartigheid waar hij om vraagt, is de barmhartigheid voor het aangezicht van koning Arthahsasta, tot wie hij op het punt stond te spreken.

In dit ene opzicht houd ik meer van Nehemia dan van Elia. Beiden waren edele mannen, zeer bezorgd voor het hoogste welzijn van hun landgenoten; maar Elia had, althans op één ogenblik, geen ware of billijke schatting van de dingen zoals zij werkelijk waren. Hij bestond het zelfs tegen God te zeggen: ik alleen ben overgebleven (1 Kon. 19:10). Nehemia handelde echter op een ander en een hoopvoller beginsel. Toen hij zijn eigen persoonlijke smeking gebracht had, was hij ervan overtuigd dat er anderen waren die ook tot de Heere baden, en daarom zei hij: en op het gebed Uwer knechten, die lust hebben Uw Naam te vrezen.

Er zijn elders in de wereld andere goede mensen, en er zijn andere mensen die even ernstig in het gebed zijn als wij. Beginnen wij te menen dat wij de enigen zijn die de gezonde leer overgehouden hebben, dan worden wij dweepzieke ijveraars. En menen wij dat wij de enige biddende mensen op aarde zijn, dan zullen wij heel waarschijnlijk eigengerechtig blijken. Verbeelden wij ons dat wij de enigen zijn met een diepe geestelijke bevinding, dan doen wij waarschijnlijk de andere knechten des Heeren groot onrecht en spreken wij kwaad van hen die Hij aangenomen heeft. Het is veel beter met Nehemia te geloven dat onze biddende stem geen alleenstaande stem is, en dat er velen zijn die, zoals wij, dag en nacht tot God roepen. Nemen wij een hoopvol gezicht op de dingen, dan zullen wij eerder bij het doel zijn dan wanneer wij anderen streng beoordelen en ons inbeelden dat wij de enige getrouwe knechten des Heeren zijn.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content