Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Micha 3

1 Voorts zeide ik: Hoort nu, gij hoofden Jakobs, en gij oversten van het huis Israels! Betaamt het ulieden niet het recht te weten?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Voorts zeideH559 ik: HoortH8085 nu, gij hoofdenH7218 JakobsH3290, en gij overstenH7101 van het huisH1004 IsraelsH3478! BetaamtH3808 het ulieden niet het rechtH4941 te wetenH3045? Voorts zeide ik: Hoort nu, gij hoofden Jakobs, en gij oversten van het huis Israels! Betaamt het ulieden niet het recht te weten?

KJV And I said,1 Hear,2 I pray you, O heads4 of Jacob,5 and ye princes6 of the house7 of Israel;8 Is it not for you to know11 judgment?

1 וָאֹמַ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 שִׁמְעוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 3 נָא֙ H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 4 רָאשֵׁ֣י H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 5 יַעֲקֹ֔ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 6 וּקְצִינֵ֖י H7101 overste, oversten, wees overste captain, guide, prince, ruler. Compare H6278 (עֵת קָצִין) 7 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 הֲל֣וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 לָכֶ֔ם 11 לָדַ֖עַת H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 הַמִּשְׁפָּֽט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Zij haten het goede, en hebben het kwade lief; zij roven hun huid van hen af, en hun vlees van hun beenderen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Zij hatenH8130 het goedeH2896, en hebben het kwadeH7451 liefH157; zij rovenH1497 hun huidH5785 van hen af, en hun vleesH7607 van hun beenderenH6106. Zij haten het goede, en hebben het kwade lief; zij roven hun huid van hen af, en hun vlees van hun beenderen.

KJV Who hate1 the good,2 and love3 the evil;4 who pluck off5 their skin6 from off them, and their flesh8 from off their bones;

1 שֹׂ֥נְאֵי H8130 haat, haten, haters enemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly 2 ט֖וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 3 וְאֹ֣הֲבֵי H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 4 רָ֑ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 5 גֹּזְלֵ֤י H1497 geroofd, roven, rooft catch, consume, exercise (robbery), pluck (off), rob, spoil, take away (by force, violence), tear 6 עוֹרָם֙ H5785 vel, huid, vellen hide, leather, skin 7 מֵֽעֲלֵיהֶ֔ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 וּשְׁאֵרָ֖ם H7607 vlees, nabestaande, bloedvriend body, flesh, food, (near) kin(-sman, -swoman), near (nigh) (of kin) 9 מֵעַ֥ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 עַצְמוֹתָֽם H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Ja, zij zijn het, die het vlees mijns volks eten, en hun huid afstropen, en hun beenderen verbreken; en vaneen leggen, gelijk als in een pot, en als vlees in het midden eens ketels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Ja, zij zijn het, dieH834 het vlees mijns volksH5971 etenH398, en hun huidH5785 afstropenH6584, en hun beenderenH6106 verbrekenH6476; en vaneen leggenH6566, gelijk als in een potH5518, en als vlees in het middenH8432 eens ketelsH7037. Ja, zij zijn het, die het vlees mijns volks eten, en hun huid afstropen, en hun beenderen verbreken; en vaneen leggen, gelijk als in een pot, en als vlees in het midden eens ketels.

Ook in dit vers vleesH1320 vleesH7607

KJV Who also eat2 the flesh3 of my people,4 and flay7 their skin5 from off them; and they break10 their bones,9 and chop them in pieces,11 as for the pot,13 and as flesh14 within15 the caldron.

1 וַאֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 2 אָכְלוּ֮ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 3 שְׁאֵ֣ר H7607 vlees, nabestaande, bloedvriend body, flesh, food, (near) kin(-sman, -swoman), near (nigh) (of kin) 4 עַמִּי֒ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 וְעוֹרָם֙ H5785 vel, huid, vellen hide, leather, skin 6 מֵעֲלֵיהֶ֣ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 הִפְשִׁ֔יטוּ H6584 uittrekken, ingevallen, overvielen fall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self) 8 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 עַצְמֹֽתֵיהֶ֖ם H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 10 פִּצֵּ֑חוּ H6476 geschal, Maakt geschal, gedreun break (forth, forth into joy), make a loud noise 11 וּפָרְשׂוּ֙ H6566 uitbreiden, uitspreiden, breidde break, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out) 12 כַּאֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 בַּסִּ֔יר H5518 pot, potten, doornen caldron, fishhook, pan, (wash-)pot, thorn 14 וּכְבָשָׂ֖ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 15 בְּת֥וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 16 קַלָּֽחַת H7037 ketels, pan caldron
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Alsdan zullen zij roepen tot den HEERE, doch Hij zal hen niet verhoren; maar zal Zijn aangezicht te dier tijd voor hen verbergen, gelijk als zij hun handelingen kwaad gemaakt hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 AlsdanH227 zullen zij roepenH2199 totH413 den HEEREH3068, doch Hij zal hen nietH3808 verhorenH6030; maar zal Zijn aangezichtH6440 te dier tijdH6256 voor hen verbergenH5641, gelijk als zijH1931 hun handelingenH4611 kwaadH7489 gemaakt hebben. Alsdan zullen zij roepen tot den HEERE, doch Hij zal hen niet verhoren; maar zal Zijn aangezicht te dier tijd voor hen verbergen, gelijk als zij hun handelingen kwaad gemaakt hebben.

KJV Then shall they cry2 unto the LORD,4 but he will not hear6 them: he will even hide8 his face9 from them at that time,11 as they have behaved themselves ill14 in their doings.

1 אָ֚ז H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 2 יִזְעֲק֣וּ H2199 riep, riepen, roepen assemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 יַעֲנֶ֖ה H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 7 אוֹתָ֑ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 וְיַסְתֵּ֨ר H5641 verborgen, verbergen, verbergt be absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely 9 פָּנָ֤יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 10 מֵהֶם֙ 11 בָּעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 12 הַהִ֔יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 13 כַּאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 הֵרֵ֖עוּ H7489 kwaad, boosdoeners, kwalijk afflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse 15 מַעַלְלֵיהֶֽם H4611 handelingen, daden, werken doing, endeavour, invention, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Alzo zegt de HEERE, tegen de profeten, die Mijn volk verleiden; die met hun tanden bijten, en roepen vrede uit; maar die niets geeft in hun mond, tegen dien zo heiligen zij een krijg.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068, tegenH5921 de profetenH5030, die Mijn volkH5971 verleidenH8582; die met hun tandenH8127 bijtenH5391, en roepenH7121 vredeH7965 uit; maar dieH834 niets geeftH5414 in hun mondH6310, tegenH5921 dien zo heiligenH6942 zij een krijgH4421. Alzo zegt de HEERE, tegen de profeten, die Mijn volk verleiden; die met hun tanden bijten, en roepen vrede uit; maar die niets geeft in hun mond, tegen dien zo heiligen zij een krijg.

KJV Thus saith2 the LORD3 concerning the prophets5 that make my people8 err,6 that bite9 with their teeth,10 and cry,11 Peace;12 and he that putteth15 not into their mouths,17 they even prepare18 war

1 כֹּ֚ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 הַנְּבִיאִ֖ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 6 הַמַּתְעִ֣ים H8582 dwalen, dolen, verleid (cause to) go astray, deceive, dissemble, (cause to, make to) err, pant, seduce, (make to) stagger, (cause to) wander, be out of the way 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 עַמִּ֑י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 הַנֹּשְׁכִ֤ים H5391 bijten, woekeren, beet bite, lend upon usury 10 בְּשִׁנֵּיהֶם֙ H8127 tanden, tand, elpenbenen crag, [idiom] forefront, ivory, [idiom] sharp, tooth 11 וְקָרְא֣וּ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 12 שָׁל֔וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 13 וַאֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 יִתֵּ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 16 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 פִּיהֶ֔ם H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 18 וְקִדְּשׁ֥וּ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 19 עָלָ֖יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 20 מִלְחָמָֽה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Daarom zal het nacht voor ulieden worden vanwege het gezicht, en ulieden zal duisternis zijn vanwege de waarzegging; en de zon zal over deze profeten ondergaan; en de dag zal over hen zwart worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 DaaromH3651 zal het nachtH3915 voor ulieden worden vanwege het gezichtH2377, en ulieden zal duisternisH2821 zijn vanwege de waarzeggingH7080; en de zonH8121 zal overH5921 deze profetenH5030 ondergaanH935; en de dagH3117 zal overH5921 hen zwartH6937 worden. Daarom zal het nacht voor ulieden worden vanwege het gezicht, en ulieden zal duisternis zijn vanwege de waarzegging; en de zon zal over deze profeten ondergaan; en de dag zal over hen zwart worden.

KJV Therefore night2 shall be unto you, that ye shall not have a vision;4 and it shall be dark5 unto you, that ye shall not divine;7 and the sun9 shall go down8 over the prophets,11 and the day14 shall be dark

1 לָכֵ֞ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 לַ֤יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 3 לָכֶם֙ 4 מֵֽחָז֔וֹן H2377 gezicht, gezichten, gezichts vision 5 וְחָשְׁכָ֥ה H2821 verduisterd, duister, verduistert be black, be (make) dark, darken, cause darkness, be dim, hide 6 לָכֶ֖ם 7 מִקְּסֹ֑ם H7080 waarzeggers, gebruiken, voorzeggen divine(-r, -ation), prudent, soothsayer, use (divination) 8 וּבָ֤אָה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 הַשֶּׁ֨מֶשׁ֙ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ) 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 הַנְּבִיאִ֔ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 12 וְקָדַ֥ר H6937 zwart, rouwdragenden, verdonkerd be black(-ish), be (make) dark(-en), [idiom] heavily, (cause to) mourn 13 עֲלֵיהֶ֖ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 הַיּֽוֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En de zieners zullen beschaamd, en de waarzeggers schaamrood worden; en zij zullen al te zamen de bovenste lip bewimpelen; want er zal geen antwoord Gods zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En de zienersH2374 zullen beschaamdH954, en de waarzeggersH7080 schaamroodH2659 worden; en zij zullen al te zamenH3605 de bovenste lipH8222 bewimpelenH5844; wantH3588 er zal geenH369 antwoordH4617 GodsH430 zijn. En de zieners zullen beschaamd, en de waarzeggers schaamrood worden; en zij zullen al te zamen de bovenste lip bewimpelen; want er zal geen antwoord Gods zijn.

KJV Then shall the seers2 be ashamed,1 and the diviners4 confounded:3 yea, they shall all cover5 their lips;7 for there is no answer11 of God.

1 וּבֹ֣שׁוּ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 2 הַחֹזִ֗ים H2374 ziener, zieners, zien agreement, prophet, see that, seer, (star-) gazer 3 וְחָֽפְרוּ֙ H2659 schaamrood, schaamt, schaamte be ashamed, be confounded, be brought to confusion (unto shame), come (be put to) shame, bring reproach 4 הַקֹּ֣סְמִ֔ים H7080 waarzeggers, gebruiken, voorzeggen divine(-r, -ation), prudent, soothsayer, use (divination) 5 וְעָט֥וּ H5844 bedekt, bewimpelen, bewinden array self, be clad, (put a) cover (-ing, self), fill, put on, [idiom] surely, turn aside 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 שָׂפָ֖ם H8222 lip, knevelbaard beard, (upper) lip 8 כֻּלָּ֑ם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 אֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 11 מַעֲנֵ֖ה H4617 antwoord, Zelfs, antwoorden answer, [idiom] himself 12 אֱלֹהִֽים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Maar waarlijk, ik ben vol krachts van den Geest des HEEREN; en vol van gericht en dapperheid, om Jakob te verkondigen zijn overtreding, en Israel zijn zonde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Maar waarlijkH199, ikH595 ben volH4390 krachtsH3581 van den GeestH7307 des HEERENH3068; en vol van gerichtH4941 en dapperheidH1369, om JakobH3290 te verkondigenH5046 zijn overtredingH6588, en IsraelH3478 zijn zondeH2403. Maar waarlijk, ik ben vol krachts van den Geest des HEEREN; en vol van gericht en dapperheid, om Jakob te verkondigen zijn overtreding, en Israel zijn zonde.

KJV But truly1 I am full3 of power4 by the spirit6 of the LORD,7 and of judgment,8 and of might,9 to declare10 unto Jacob11 his transgression,12 and to Israel13 his sin.

1 וְאוּלָ֗ם H199 gewisselijk, waarlijk, zekerlijk as for, but, howbeit, in very deed, surely, truly, wherefore 2 אָנֹכִ֞י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 3 מָלֵ֤אתִי H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 4 כֹ֨חַ֙ H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 ר֣וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 7 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 וּמִשְׁפָּ֖ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 9 וּגְבוּרָ֑ה H1369 macht, mogendheden, sterkte force, mastery, might, mighty (act, power), power, strength 10 לְהַגִּ֤יד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 11 לְיַֽעֲקֹב֙ H3290 Jakob, Jakobs Jacob 12 פִּשְׁע֔וֹ H6588 overtredingen, overtreding, afval rebellion, sin, transgression, trespass 13 וּלְיִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 14 חַטָּאתֽוֹ H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Hoort nu dit, gij hoofden van het huis Jakobs, en gij oversten van het huis Israels! die van het gericht een gruwel hebt, en al wat recht is verkeert;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 HoortH8085 nu ditH2063, gij hoofdenH7218 van het huisH1004 JakobsH3290, en gij overstenH7101 van het huisH1004 IsraelsH3478! die van het gerichtH4941 een gruwelH8581 hebt, en alH3605 wat rechtH3477 is verkeertH6140; Hoort nu dit, gij hoofden van het huis Jakobs, en gij oversten van het huis Israels! die van het gericht een gruwel hebt, en al wat recht is verkeert;

KJV Hear1 this, I pray you, ye heads4 of the house5 of Jacob,6 and princes7 of the house8 of Israel,9 that abhor10 judgment,11 and pervert15 all equity.

1 שִׁמְעוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 נָ֣א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 3 זֹ֗את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 4 רָאשֵׁי֙ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 5 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 יַעֲקֹ֔ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 7 וּקְצִינֵ֖י H7101 overste, oversten, wees overste captain, guide, prince, ruler. Compare H6278 (עֵת קָצִין) 8 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 10 הַֽמֲתַעֲבִ֣ים H8581 gruwel, gruwelijk, bedrijven gruwelijk (make to be) abhor(-red), (be, commit more, do) abominable(-y), [idiom] utterly 11 מִשְׁפָּ֔ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 12 וְאֵ֥ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 הַיְשָׁרָ֖ה H3477 recht, oprechten, oprechte convenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness) 15 יְעַקֵּֽשׁוּ H6140 verkeert, verkeerd, verkeerd verklaren make crooked, (prove, that is) perverse(-rt)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Bouwende Sion met bloed, en Jeruzalem met onrecht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 BouwendeH1129 SionH6726 met bloedH1818, en JeruzalemH3389 met onrechtH5766. Bouwende Sion met bloed, en Jeruzalem met onrecht.

KJV They build up1 Zion2 with blood,3 and Jerusalem4 with iniquity.

1 בֹּנֶ֥ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 2 צִיּ֖וֹן H6726 Sion, Sions Zion 3 בְּדָמִ֑ים H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 4 וִירוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 5 בְּעַוְלָֽה H5766 onrecht, verkeerdheid, ongerechtigheid iniquity, perverseness, unjust(-ly), unrighteousness(-ly); wicked(-ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Haar hoofden rechten om geschenken, en haar priesters leren om loon, en haar profeten waarzeggen om geld; nog steunen zij op den HEERE, zeggende: Is de HEERE niet in het midden van ons? Ons zal geen kwaad overkomen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Haar hoofdenH7218 rechtenH8199 om geschenkenH7810, en haar priestersH3548 lerenH3384 om loonH4242, en haar profetenH5030 waarzeggenH7080 om geldH3701; nog steunenH8172 zij opH5921 den HEEREH3068, zeggendeH559: Is de HEEREH3068 nietH3808 in het middenH7130 van ons? Ons zal geenH3808 kwaadH7451 overkomenH935. Haar hoofden rechten om geschenken, en haar priesters leren om loon, en haar profeten waarzeggen om geld; nog steunen zij op den HEERE, zeggende: Is de HEERE niet in het midden van ons? Ons zal geen kwaad overkomen.

KJV The heads1 thereof judge3 for reward,2 and the priests4 thereof teach6 for hire,5 and the prophets7 thereof divine9 for money:8 yet will they lean12 upon the LORD,11 and say,13 Is not the LORD15 among16 us? none evil20 can come

1 רָאשֶׁ֣יהָ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 2 בְּשֹׁ֣חַד H7810 geschenk, geschenken bribe(-ry), gift, present, reward 3 יִשְׁפֹּ֗טוּ H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 4 וְכֹהֲנֶ֨יהָ֙ H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 5 בִּמְחִ֣יר H4242 prijs, hondenprijs, koopgeld gain, hire, price, sold, worth 6 יוֹר֔וּ H3384 leren, schieten, schutters ([phrase]) archer, cast, direct, inform, instruct, lay, shew, shoot, teach(-er,-ing), through 7 וּנְבִיאֶ֖יהָ H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 8 בְּכֶ֣סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 9 יִקְסֹ֑מוּ H7080 waarzeggers, gebruiken, voorzeggen divine(-r, -ation), prudent, soothsayer, use (divination) 10 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 יִשָּׁעֵ֣נוּ H8172 steunen, gesteund, leunde lean, lie, rely, rest (on, self), stay 13 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 14 הֲל֤וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 בְּקִרְבֵּ֔נוּ H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 17 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 תָב֥וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 19 עָלֵ֖ינוּ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 20 רָעָֽה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Daarom, om uwentwil, zal Sion als een akker geploegd worden, en Jeruzalem zal tot steenhopen worden, en de berg dezes huizes tot hoogten eens wouds.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 DaaromH3651, om uwentwil, zal SionH6726 als een akkerH7704 geploegdH2790 worden, en JeruzalemH3389 zal tot steenhopenH5856 worden, en de bergH2022 dezes huizesH1004 tot hoogtenH1116 eens woudsH3293. Daarom, om uwentwil, zal Sion als een akker geploegd worden, en Jeruzalem zal tot steenhopen worden, en de berg dezes huizes tot hoogten eens wouds.

KJV Therefore shall Zion3 for your sake2 be plowed5 as a field,4 and Jerusalem6 shall become heaps,7 and the mountain9 of the house10 as the high places11 of the forest.

1 לָכֵן֙ H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 בִּגְלַלְכֶ֔ם H1558 wil because of, for (sake) 3 צִיּ֖וֹן H6726 Sion, Sions Zion 4 שָׂדֶ֣ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 5 תֵֽחָרֵ֑שׁ H2790 zwijg, zwijgen, ploegen [idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker 6 וִירוּשָׁלִַ֨ם֙ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 7 עִיִּ֣ין H5856 steenhopen, hopen, steenhoop heap 8 תִּֽהְיֶ֔ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 וְהַ֥ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 10 הַבַּ֖יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 11 לְבָמ֥וֹת H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 12 יָֽעַר H3293 woud, wouds, wouden (honey-) comb, forest, wood
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Micha 3:1 Jeremia 5:4 Jesaja 1:10 Hosea 5:1 Psalmen 82:1 Deuteronomium 1:13 Micha 3:9 1 Korinthe 6:5 Psalmen 14:4
Micha 3:2 Ezechiël 22:27 Psalmen 53:4 Ezechiël 34:3 Sefanja 3:3 Johannes 15:23 Romeinen 1:32 Romeinen 12:9 Spreuken 28:4
Micha 3:3 Psalmen 14:4 Ezechiël 11:3 Ezechiël 11:6 Sefanja 3:3
Micha 3:4 Spreuken 1:28 Jesaja 1:15 Psalmen 18:41 Mattheüs 7:22 Ezechiël 8:18 Jesaja 3:11 Jeremia 33:5 Micha 2:3
Micha 3:5 Jeremia 14:14 Jesaja 9:15 Jeremia 23:32 Mattheüs 7:15 Jeremia 28:15 Jesaja 56:9 Ezechiël 13:10 Romeinen 16:18
Micha 3:6 Jesaja 8:20 Jesaja 29:10 Jesaja 59:10 Amos 8:9 Jeremia 15:9 Jeremia 13:16 Psalmen 74:9 Zacharia 13:2
Micha 3:7 Zacharia 13:4 Jesaja 44:25 Ezechiël 24:22 Leviticus 13:45 Jesaja 47:12 1 Samuël 28:6 Ezechiël 24:17 1 Samuël 9:9
Micha 3:8 Jesaja 58:1 Jeremia 6:11 Jeremia 1:18 1 Korinthe 2:4 1 Korinthe 2:12 Handelingen 4:8 Ezechiël 16:2 Ezechiël 43:10
Micha 3:9 Psalmen 58:1 Jesaja 1:23 Exodus 3:16 Deuteronomium 27:19 Micha 3:1 Hosea 5:1 Leviticus 26:15 Spreuken 17:15
Micha 3:10 Ezechiël 22:25 Jeremia 22:13 Habakuk 2:9 Sefanja 3:3 Mattheüs 27:25 Johannes 11:50
Micha 3:11 Jesaja 1:23 Jeremia 6:13 Jesaja 48:2 Micha 3:5 Jeremia 7:4 1 Petrus 5:2 Titus 1:11 Micha 7:3
Micha 3:12 Jeremia 26:18 Psalmen 79:1 Micha 4:1 Psalmen 107:34 Micha 1:6 Mattheüs 24:2 Jesaja 2:2 Handelingen 6:13
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Micha 3 vers 1

hoofden Jakobs Dat is, regenten.

Hertaald: hoofden Jakobs Dat is: bestuurders.

oversten van het huis Israëls Zie Richt. 11:6 .

Hertaald: oversten van het huis Israëls Zie Richt. 11:6.

Betaamt het ulieden niet het recht te weten? Hebr. en [is het] niet ulieder, of aan ulieden? dat is, hoort het, staat het u niet toe? betaamt het u niet? is het niet uw plicht, uws Gods recht te weten? Ganselijk, wil de profeet zeggen; verg. Jer. 5:4-5 ; zie van zulk vragen Richt. 4:6 , enz.

Hertaald: Betaamt het ulieden niet het recht te weten? Hebreeuws: en is het niet aan u? Dat is: hoort en past het u niet, betaamt het u niet, is het niet uw plicht om het recht van uw God te kennen? Zeker wel, wil de profeet zeggen; vergelijk Jer. 5:4-5; zie over zulk vragen Richt. 4:6, enzovoort.

Micha 3 vers 2

zij roven Door deze manier van spreken wordt de uiterste wreedheid, schenderij, schrobberij en tirannie van de regenten over hun onderdanen en medebroeders uitgedrukt, mnet welke zij handelden als leeuwen, beren en wolven.

Hertaald: zij roven Met deze manier van spreken wordt de uiterste wreedheid, uitbuiting en tirannie van de bestuurders over hun onderdanen en medebroeders uitgedrukt, met wie zij omgingen als leeuwen, beren en wolven.

huid van hen af Zij villen de arme onderdanen de huid af, zij mergelen en zuigen hen uit, gelijk men van zulke mensen gemeenlijk zegt.

Hertaald: huid van hen af Zij villen de arme onderdanen de huid af, zij mergelen hen uit en zuigen hen leeg, zoals men van zulke mensen gewoonlijk zegt.

Micha 3 vers 3

die het vlees mijns volks eten, Anders; dat zij eten, is het vlees van mijn volk, enz. Zie Ps. 14:4 .

Hertaald: die het vlees mijns volks eten, Anders: wat zij eten is het vlees van Mijn volk, enzovoort. Zie Ps. 14:4.

verbreken Of, in stukken klinken. Want het Hebr. woord heeft de betekenis van sterk geluid, gekraak, geklank, naar sommiger gevoelen. De zin is, dat zij al het vermogen van de onderdanen, [over welke zij als vaders en herders behoorden te zijn] met openbaar geweld, zonder enige schroom of deernis, verbrijzelen, vernielen en tot zich trekken, doende daarmede als volgt.

Hertaald: verbreken Of: aan stukken slaan. Want het Hebreeuwse woord heeft volgens sommigen de betekenis van hard geluid, gekraak of geklank. De betekenis is dat zij al het bezit van de onderdanen — over wie zij als vaders en herders behoorden te zijn — met openlijk geweld en zonder enige schroom of deernis verbrijzelen, vernietigen en naar zich toe trekken, en daarbij handelen zoals volgt.

vaneen leggen Hebr. uitbreiden, dat is, zij gaan met de mensen en de roof te werk, alsof zij vlees en benen van geslachte beesten in een pot leggen om te koken. Verg. Ezech. 11:6-7 , met de aantekening. En zie gelijke manier van spreken in de beschrijving van de straf van deze booswichten, Ezech. 24:3-4 , enz.

Hertaald: vaneen leggen Hebreeuws: uitspreiden; dat is: zij gaan met de mensen en de buit te werk alsof zij vlees en botten van geslachte dieren in een pot leggen om te koken. Vergelijk Ezech. 11:6-7 met de aantekening, en zie een soortgelijke manier van spreken in de beschrijving van de straf van deze booswichten in Ezech. 24:3-4, enzovoort.

Micha 3 vers 4

Alsdan zullen zij roepen tot den HEERE, Gelijk de plagen [in Mi. 2:3-5 , Mi. 2:10 , vermeld] hen zullen treffen, dan zullen zij nog wel zo onbeschaamd zijn dat zij God zullen aanroepen, alsof Hij hen behoorde te helpen; maar zij doen het zonder ware bekering van het hart, alleen uit gevoel van straf, daarom, enz.

Hertaald: Alsdan zullen zij roepen tot den HEERE, Wanneer de plagen die in Micha 2:3-5 en Micha 2:10 genoemd zijn hen zullen treffen, zullen zij nog zo onbeschaamd zijn dat zij God aanroepen alsof Hij hen zou moeten helpen; maar zij doen het zonder ware bekering van het hart, alleen uit gevoel van de straf. Daarom, enzovoort.

verbergen Zie Deut. 31:17 , en Job 13:24 .

Hertaald: verbergen Zie Deut. 31:17 en Job 13:24.

hun handelingen kwaad gemaakt hebben Of, zich kwalijk gedragen hebben [in] hun handelingen, gelijk van de bekeerden gezegd wordt, dat zij hun wegen goed maakten. De zin is: Gelijk zij de arme onderdanen geplaagd hebben en zich over die niet hebben ontfermd, alzo zal Ik hun wederom doen, enz. Verg. Jak. 2:13 .

Hertaald: hun handelingen kwaad gemaakt hebben Of: zich slecht gedragen hebben in hun handelingen, zoals van de bekeerden gezegd wordt dat zij hun wegen goed maakten. De betekenis is: zoals zij de arme onderdanen geplaagd hebben en zich niet over hen ontfermd hebben, zo zal Ik met hen doen, enzovoort. Vergelijk Jak. 2:13.

Micha 3 vers 5

bijten, en roepen vrede uit; Onder voorwensel van liefde en vriendelijkheid, als grijpende wolven, de zielen moorden, door hun valse verleidende profetieën. Verg. Ezech. 13:18-19 en Ezech. 22:25 ; Matt. 7:15 . Of, als verhongerde beesten, verscheuren en veslinden wat men hun geeft, en roepen dan van vrede, geluk en voorspoed, als zij de buik vol hebben. Verg. Mi. 2:11 ; Jes. 56:10 , Jes. 56:11 ; Ezech. 13:3 met de aantekening.

Hertaald: bijten, en roepen vrede uit; Onder het voorwendsel van liefde en vriendelijkheid de zielen vermoorden als grijpende wolven, door hun valse, verleidende profetieën. Vergelijk Ezech. 13:18-19 en Ezech. 22:25; Matth. 7:15. Of: als uitgehongerde dieren verscheuren en verslinden wat men hun geeft, en dan van vrede, geluk en voorspoed roepen wanneer zij hun buik vol hebben. Vergelijk Micha 2:11; Jes. 56:10, Jes. 56:11; Ezech. 13:3 met de aantekening.

heiligen zij een krijg Dat is, tegen die ruien en hitsen zij een ieder op, rusten toe, en nemen oorlog tegen hem aan, of verkondigen en profeteren hem alle kwaad, als zijnde een verachter van God en Zijn Woord, dat zij valselijk voorwenden. Zie van het Hebr. woord Jer. 6:4 .

Hertaald: heiligen zij een krijg Dat is: tegen zo iemand hitsen zij iedereen op, rusten zij zich toe en beginnen zij oorlog, of profeteren zij hem allerlei kwaad — alsof hij een verachter van God en Zijn Woord is, wat zij vals voorwenden. Zie over het Hebreeuwse woord Jer. 6:4.

Micha 3 vers 6

nacht voor ulieden worden Met deze manier van spreken voorzegt God deze valse profeten niet alleen verblinding van hun verstand [gelijk sommigen dat nemen], maar ook zware plagen, van allerlei ongeluk, lijden en droefenis. Zie Gen. 15:12 en Jer. 15:9 ; Joël 2:2 , Joël 2:31 , enz.

Hertaald: nacht voor ulieden worden Met deze manier van spreken voorzegt God deze valse profeten niet alleen verblinding van hun verstand, zoals sommigen dat opvatten, maar ook zware plagen van allerlei ongeluk, lijden en droefheid. Zie Gen. 15:12 en Jer. 15:9; Joël 2:2, Joël 2:31, enzovoort.

gezicht, Dat is, om uw valse prefetieën die gij u beroemt door mijne openbaringen ontvangen te hebben. Verg. Zach. 13:4 . Of, Zodat gij geen gezicht zult hebben; dat is, niet meer kunnen profeteren. Alzo in het volgende: zodat gij niet zult kunnen waarzeggen; gij zult dan wat anders te doen hebben, dan met uw voorzeggingen of waarzeggerij om te gaan, dat zal u dan wel vergaan. Verg. Ezech. 12:23 .

Hertaald: gezicht, Dat is: om uw valse profetieën, waarvan u zich beroemt dat u ze door Mijn openbaringen ontvangen hebt. Vergelijk Zach. 13:4. Of: zodat u geen gezicht zult hebben, dat is: niet meer zult kunnen profeteren. Zo ook in het vervolg: zodat u niet zult kunnen waarzeggen; u zult dan wel wat anders te doen hebben dan u met uw voorzeggingen of waarzeggerij bezig te houden — dat zal u dan wel vergaan. Vergelijk Ezech. 12:23.

waarzegging Verg. Ezech. 13:6-7 , enz. en zie van het Hebr. woord Spr. 16:10 .

Hertaald: waarzegging Vergelijk Ezech. 13:6-7, enzovoort, en zie over het Hebreeuwse woord Spr. 16:10.

zwart worden Dat is, donker.

Hertaald: zwart worden Dat is: donker.

Micha 3 vers 7

zieners zullen beschaamd, Dat is, die valse profeten, die zich van mijn gezichten valselijk beroemen. Zie van het woord ziener. 1 Sam. 9:9 ; Ezech. 13:3 .

Hertaald: zieners zullen beschaamd, Dat is: die valse profeten, die zich ten onrechte op Mijn gezichten beroemen. Zie over het woord ziener 1 Sam. 9:9; Ezech. 13:3.

bovenste lip bewimpelen; Of, knevelbaard, tot een teken van rouw. Zie Lev. 13:45 ; Ezech. 24:17 , Ezech. 24:22 met de aantekening.

Hertaald: bovenste lip bewimpelen; Of: knevelbaard, als teken van rouw. Zie Lev. 13:45; Ezech. 24:17, Ezech. 24:22 met de aantekening.

antwoord Gods zijn Geen goddelijk gezicht of profetie, dat men God mocht raad vragen of troost bij Hem zoeken in het lijden. Verg. Ps. 74:9 ; Ezech. 7:26 ; Am. 8:11-12 , of geen verhoring; gelijk vs.4.

Hertaald: antwoord Gods zijn Geen goddelijk gezicht of profetie, zodat men God om raad zou kunnen vragen of troost bij Hem zou kunnen zoeken in het lijden. Vergelijk Ps. 74:9; Ezech. 7:26; Amos 8:11-12. Of: geen verhoring, zoals vers 4.

Micha 3 vers 8

Maar waarlijk, De profeet, verzekerd zijnde van zijn roeping, de waarheid van de goddelijke openbaringen en de gaven van de Heiligen Geest, die hem gezonden had, onderscheidt zich van de valse profeten, bevestigt zijn profetieën met het goddelijk gezag, tot onderwijs van de vromen en overtuiging van de wederspannigen, en toont zijn vrijmoedigheid en onbeschroomheid in het straffen van de zonden, niettegenstaande het tegendeel onbeschaamd voorgeven en pluimstrijken van de valse proefeten en de wederhorigheid van het volk. Verg. Jes. 50:4 , enz.; Jer. 6:11 met de aantekening.

Hertaald: Maar waarlijk, De profeet is zeker van zijn roeping, van de waarheid van de goddelijke openbaringen en van de gaven van de Heilige Geest Die hem gezonden had. Hij onderscheidt zich daarom van de valse profeten, bevestigt zijn profetieën met goddelijk gezag tot onderwijs van de vromen en tot overtuiging van de weerspannigen, en toont zijn vrijmoedigheid en onbeschroomdheid in het bestraffen van de zonden — ondanks het onbeschaamde tegendeel dat de valse profeten voorwendden en hun vleierij, en ondanks de weerbarstigheid van het volk. Vergelijk Jes. 50:4, enzovoort; Jer. 6:11 met de aantekening.

van den Geest des HEEREN; Dat het Hebr. woord Eth voor van somstijd genomen wordt, zie daarvan Jer. 51:59 .

Hertaald: van den Geest des HEEREN; Dat het Hebreeuwse woord eth soms als van opgevat wordt, zie daarover Jer. 51:59.

gericht Om Gods oordeel, volgens zijn last, te verkondigen, gelijk Jer. 6:11 , vol van des Heeren grimmigheid, enz. Of, [vol] van recht; dat is Gods recht, gelijk Jer. 5:4-5 . Ook kan het zien op de regenten, vs.1, 9, die het recht behoorden te weten, maar daarvan een gruwel hadden; geheel anders was Gods dienstknecht gesteld.

Hertaald: gericht Om Gods oordeel naar Zijn opdracht te verkondigen, zoals Jer. 6:11 spreekt van vol zijn van de grimmigheid van de HEERE. Of: vol van recht, dat is: van Gods recht, zoals Jer. 5:4-5. Het kan ook zien op de bestuurders van vers 1 en 9, die het recht behoorden te kennen maar er een gruwel van maakten; met Gods dienstknecht was het heel anders gesteld.

dapperheid, Of, macht, kloekmoedigheid, om het kwaad te verdragen en in mijn ambt onverdrietelijk voort te gaan, gelijk volgt.

Hertaald: dapperheid, Of: macht, kloekmoedigheid, om het kwaad te verdragen en onvermoeibaar in mijn ambt voort te gaan, zoals volgt.

overtreding, Met de verdiende straffen.

Hertaald: overtreding, Met de verdiende straffen.

Micha 3 vers 9

gericht Of, recht.

Hertaald: gericht Of: recht.

gruwel hebt, Of, het gericht gruwelijk maakt; te weten door het goddeloos misbruik van justitie.

Hertaald: gruwel hebt, Of: het gericht gruwelijk maakt, namelijk door het goddeloze misbruik van de rechtspraak.

recht is Of, richtig, rechtmatig, billijk.

Hertaald: recht is Of: rechtmatig, billijk.

verkeert; Hebr. verkeren; dat is, diegenen zijt die verkeren, enz. gelijk elders dikwijls.

Hertaald: verkeert; Hebreeuws: verkeren; dat is: u bent degenen die verkeren, enzovoort, zoals elders vaker.

Micha 3 vers 10

Bouwende Sion Hebr, in het eenvoudig getal; dat is, elkeen van hen is bouwende. zij bebouwen het met grote huizen en paleizen.

Hertaald: Bouwende Sion Het Hebreeuws heeft het enkelvoud: ieder van hen is aan het bouwen. Zij bebouwen het met grote huizen en paleizen.

bloed, Hebr, bloeden; dat is, moord en doodslag, [zie Gen. 37:26 ; Ezech. 22:27 ; Sef. 3:3 ] , en voorts, het geld dat zij daardoor, of door het voorstaan en verschonen van moordenaars en geweldenaars bekomen.

Hertaald: bloed, Hebreeuws: bloeden; dat is: moord en doodslag (zie Gen. 37:26; Ezech. 22:27; Zef. 3:3), en verder het geld dat zij daardoor verkrijgen, of door het beschermen en sparen van moordenaars en geweldenaars.

onrecht Roverij en allerleid onrechtvaardige middelen. Zie, Jer. 22:13 .

Hertaald: onrecht Roverij en allerlei onrechtvaardige middelen. Zie Jer. 22:13.

Micha 3 vers 11

Hare hoofden rechten Zions en Jeruzalems regenten en rechters. God wil zeggen dat alles in burgerlijke en kerkelijke stand bedorven en om geld te koop was. Verg. Jes. 1:23 .

Hertaald: Hare hoofden rechten De bestuurders en rechters van Sion en Jeruzalem. God wil zeggen dat alles in de burgerlijke en de kerkelijke stand bedorven en voor geld te koop was. Vergelijk Jes. 1:23.

geschenken, Hebr. geschenk.

Hertaald: geschenken, Hebreeuws: geschenk.

loon, Laten zich omkopen, om te leren naar der lieden lust, daat zij van God hun toegelegd onderhoud hadden, en zonder aanzien van mensen Gods woord behoorden voor te dragen. Zie Mal. 2:6-7 .

Hertaald: loon, Zij laten zich omkopen om te leren naar de zin van de mensen, terwijl God hun onderhoud toegewezen had en zij Gods Woord zonder aanzien des persoons behoorden voor te houden. Zie Mal. 2:6-7.

profeten waarzeggen om geld; De valse, waarvan boven.

Hertaald: profeten waarzeggen om geld; Namelijk de valse profeten, over wie hierboven.

steunen zij op den HEERE, Niet met een heilig vertrouwen, [dat met godzaligheid vergezelschapt is], maar met huichelarij, uit onbeschaamde hoogmoed en ijdele, stoute, vleselijke vermeteldheid. Zie Jes. 48:2 ; Jer. 7:4 , Jer. 7:8-10 . Hoe ondragelijk zulks bij God was, blijkt in vs.12.

Hertaald: steunen zij op den HEERE, Niet met een heilig vertrouwen dat met godzaligheid gepaard gaat, maar met huichelarij, uit onbeschaamde hoogmoed en ijdele, brutale, vleselijke overmoed. Zie Jes. 48:2; Jer. 7:4, Jer. 7:8-10. Hoe onverdraaglijk dat voor God was, blijkt uit vers 12.

Is de HEERE niet in het midden van ons? Dat is toch buiten alle twijfel, willen zij zeggen; niet anders dan of hun God verplicht was, al evenveel hoe zij het maakten.

Hertaald: Is de HEERE niet in het midden van ons? Dat staat buiten alle twijfel, willen zij zeggen — alsof hun God verplicht was, hoe zij het ook maakten.

kwaad overkomen Dat is, ongeluk, elllende, waarvan de andere profeten zoveel hebben te zeggen. Verg. Am. 9:10 .

Hertaald: kwaad overkomen Dat is: ongeluk, ellende, waarover de andere profeten zoveel te zeggen hebben. Vergelijk Amos 9:10.

Micha 3 vers 12

uwentwil, Om uw zonden, waarmee gij alles vervuld en bedorven hebt.

Hertaald: uwentwil, Om uw zonden, waarmee u alles gevuld en bedorven hebt.

Sion Zo weinig vraagt God naar Zion, Jeruzalem, ja zijn tempel zelfs, als zij verontreinigd waren.

Hertaald: Sion Zo weinig geeft God om Sion, Jeruzalem, ja zelfs om Zijn tempel, wanneer die verontreinigd zijn.

akker geploegd worden, Dat is, geheel en al verwoest worden. Deze scherpe en verschrikkelijke profetieën heeft de vrome koning Hizkia bij zijn tijd [in welke Micha profeteerde] met een boetvaardig hart aangenomen, God om genade gesmeekt, en ontwijfelijk alles gedaan wat hij kon, tot verbetering. Zie Jer. 26:18-20 , en verg. Mi. 1:6 .

Hertaald: akker geploegd worden, Dat is: geheel en al verwoest worden. Deze scherpe en verschrikkelijke profetieën heeft de vrome koning Hizkia in zijn tijd — waarin Micha profeteerde — met een boetvaardig hart aangenomen; hij heeft God om genade gesmeekt en ongetwijfeld alles gedaan wat hij kon om verbetering te brengen. Zie Jer. 26:18-20, en vergelijk Micha 1:6.

huizes tot hoogten Van de tempel.

Hertaald: huizes tot hoogten Namelijk van de tempel.

wouds Gelijk Jer. 26:18 . Op deze verschrikkelijk profetie volgt een uitermate heerlijke evangelische belofte van de berg van het huis des Heeren, in het begin van het volgende hoofdstuk van gelijke in het einde van het vierde en begin van het vijfde hoofdstuk.

Hertaald: wouds Zoals Jer. 26:18. Op deze verschrikkelijke profetie volgt een buitengewoon heerlijke evangelische belofte over de berg van het huis van de HEERE, aan het begin van het volgende hoofdstuk, en evenzo aan het einde van hoofdstuk 4 en het begin van hoofdstuk 5.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Zij eten het vlees mijns volks  — een beeld voor leiders die het volk uitbuiten in plaats van te leiden (Micha 3:1-4)

"Hoort nu, gij hoofden Jakobs, en gij oversten van het huis Israels! Betaamt het ulieden niet het recht te weten? Zij haten het goede, en hebben het kwade lief; zij roven hun huid van hen af, en hun vlees van hun beenderen" (Micha 3:1-2). Het beeld wordt uitgewerkt: "zij zijn het, die het vlees mijns volks eten, en hun huid afstropen, en hun beenderen verbreken; en vaneen leggen, gelijk als in een pot" (Micha 3:3). Het gevolg staat in Micha 3:4: wanneer zij roepen tot de HEERE, zal Hij hen niet verhoren.

Bijbelse betekenis: Merk op wie hier wordt aangesproken: niet vreemde onderdrukkers, maar de eigen hoofden en oversten, van wie het volk juist recht en bescherming mocht verwachten. Let vervolgens op het beeld zelf. Het is geen letterlijke beschrijving maar een felle beeldspraak voor uitbuiting: leiders die het volk leeggezogen hebben zoals een slager een dier verwerkt. De tekst blijft bij het beeld en werkt het niet verder in bijzonderheden uit. Let ten slotte op Micha 3:4: het gebed van deze leiders wordt niet verhoord, precies zoals zij eerder het recht van het volk niet verhoorden. Wat zij anderen niet gaven, wordt hun ook niet gegeven.

Typologie: Ezechiël gebruikt hetzelfde beeld van herders die zichzelf weiden in plaats van de kudde (reeds behandeld bij Ezech. 34:2-3). Beide profeten richten zich tegen leiders die hun ambt tot eigen voordeel gebruiken.

Micha 3:1-4; Ezech. 34:2-3

Die met hun tanden bijten, en roepen vrede uit  — profeten die hun boodschap laten afhangen van wat hun betaald wordt (Micha 3:5-7)

"Alzo zegt de HEERE, tegen de profeten, die Mijn volk verleiden; die met hun tanden bijten, en roepen vrede uit; maar die niets geeft in hun mond, tegen dien zo heiligen zij een krijg" (Micha 3:5). Het oordeel over hen: "zal het nacht voor ulieden worden vanwege het gezicht, en ulieden zal duisternis zijn vanwege de waarzegging" (Micha 3:6), zodat "de zieners zullen beschaamd, en de waarzeggers schaamrood worden" (Micha 3:7).

Bijbelse betekenis: Merk op hoe deze profeten werken: hun boodschap hangt af van wat zij ervoor krijgen. Wie hen voedt, hoort vrede; wie hun niets geeft, hoort oorlog. Hun profetie is dus geen boodschap van God maar een spiegel van hun eigen buik. Let vervolgens op het woord bijten. Het beeld is dat van een dier dat vleit zolang het gevoerd wordt en aanvalt zodra dat ophoudt. Let ten slotte op het oordeel: nacht en duisternis over hun eigen gezicht en waarzeggerij. Wie het licht van Gods woord voor geld verkocht, verliest ten slotte zelf het licht.

Typologie: Wat hier over huurprofeten gezegd wordt, herhaalt Petrus over valse leraars, die het volk uit hebzucht zullen uitbuiten met gemaakte woorden (reeds behandeld bij 2 Petr. 2:1-3).

Micha 3:5-7; 2 Petr. 2:1-3

Ik ben vol krachts van den Geest des HEEREN  — Micha stelt zichzelf tegenover de huurprofeten die net veroordeeld zijn (Micha 3:8)

Tegenover de profeten die zwijgen zodra het geld ophoudt, stelt Micha zichzelf: "Maar waarlijk, ik ben vol krachts van den Geest des HEEREN; en vol van gericht en dapperheid, om Jakob te verkondigen zijn overtreding, en Israel zijn zonde" (Micha 3:8).

Bijbelse betekenis: Merk op de drie dingen waarvan Micha zegt vol te zijn: kracht van de Geest, gericht (rechtvaardig oordeel) en dapperheid. Alle drie zijn nodig voor wat volgt: het verkondigen van overtreding en zonde aan de eigen leiders. Let vervolgens op het woordje maar waarmee dit vers begint. Het staat tegenover de vorige verzen; waar de huurprofeten zwijgen als de betaling stopt, spreekt Micha juist door, ongeacht de kosten. Let ten slotte op wat hij verkondigt: niet een algemene waarheid, maar specifiek Jakobs overtreding en Israels zonde — de zonde van zijn eigen volk, aan datzelfde volk.

Typologie: Dezelfde vervulling met de Geest om te spreken wat kost, kenmerkt Paulus: "de nood is mij opgelegd. En wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig!" (reeds behandeld bij 1 Kor. 9:16).

Micha 3:8; 1 Kor. 9:16

Sion zal als een akker geploegd worden  — een profetie die meer dan honderd jaar later een mensenleven redt (Micha 3:9-12)

Na een herhaalde aanklacht tegen de hoofden en priesters die "van het gericht een gruwel hebt" en toch menen dat de HEERE in hun midden is en hun geen kwaad zal overkomen (Micha 3:9-11), volgt het vonnis: "Daarom, om uwentwil, zal Sion als een akker geploegd worden, en Jeruzalem zal tot steenhopen worden, en de berg dezes huizes tot hoogten eens wouds" (Micha 3:12).

Bijbelse betekenis: Merk op wat er precies wordt aangekondigd: niet zomaar een verwoesting, maar dat de tempelberg zelf tot een woeste wildernis wordt — de plaats waarvan het volk meende dat God er nooit kwaad zou toelaten. Let vervolgens op de zelfgenoegzaamheid in Micha 3:11: zij bouwen Sion met bloed en onrecht, en steunen tegelijk op de gedachte dat de HEERE in hun midden is. Godsdienstige schijnzekerheid en onrecht gaan hier hand in hand. Let ten slotte op wat er later met dit ene vers gebeurt. Meer dan honderd jaar na Micha wordt het letterlijk aangehaald door oudsten om Jeremia's leven te redden, omdat koning Hizkia destijds deze profetie hoorde en de HEERE vreesde in plaats van de profeet te doden (reeds behandeld bij Jer. 26:10-24).

Typologie: Wat hier over de tempelberg wordt aangekondigd, zag Micha's tijdgenoot Jesaja al eerder in zijn tegendeel: die berg zou juist verheven worden boven alle heuvelen (reeds behandeld bij Jes. 2:2). Micha zelf keert in het volgende hoofdstuk naar diezelfde belofte terug.

Micha 3:9-12; Jer. 26:10-24; Jes. 2:2

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Profeet, priester en koning niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding ambt

Vol krachts van den Geest des HEEREN — 3:5-12

Micha spreekt in een tijd waarin het aan godsdienstige leiders niet ontbreekt. Er zijn hoofden, er zijn priesters, er zijn profeten. Het probleem is niet dat de ambten leeg staan, maar wat ermee gedaan wordt.

Tegenover profeten die zeggen wat betaalt, staat één man die zegt waaraan hij zijn woorden ontleent: aan de Geest van de HEERE.

De aanklacht in dit hoofdstuk is scherp en tegelijk pijnlijk nauwkeurig. De profeten doen Gods volk dwalen, en Micha zegt precies hoe: wie hun iets te bijten geeft, krijgt vrede aangezegd, en wie niets in hun mond steekt, tegen die heiligen zij een oorlog. Hun boodschap hangt af van hun beloning.

Verderop worden alle drie de ambten in één vers genoemd, en zij zijn alle drie te koop: “Haar hoofden rechten om geschenken, en haar priesters leren om loon, en haar profeten waarzeggen om geld.” Recht, onderwijs en profetie — de drie dingen waarmee een volk geleid wordt, en alle drie in de aanbieding. En het aangrijpendste staat in de tweede helft van datzelfde vers: en tóch steunen zij op de HEERE en zeggen dat Hij in hun midden is, zodat hun geen kwaad zal overkomen. Godsdienst en gewetenloosheid gaan hier gewoon samen.

Midden in die opsomming staat één zin waarin Micha over zichzelf spreekt, en hij begint met het woordje maar: “Maar waarlijk, ik ben vol krachts van den Geest des HEEREN; en vol van gericht en dapperheid, om Jakob te verkondigen zijn overtreding, en Israël zijn zonde.” Hij beroept zich niet op zijn afkomst, zijn opleiding of zijn geloofwaardigheid. Hij zegt waar de kracht vandaan komt.

Daar raakt dit hoofdstuk aan de lijn van de ambten. In het Oude Testament worden profeten, priesters en koningen tot hun taak gezalfd, en die zalving is niet alleen een teken maar een uitrusting: de Geest maakt bekwaam om te doen wat God beveelt. Van Saul en van David staat het er met zoveel woorden bij, en van Ezechiël wordt verteld dat de Geest in hem kwam en hem deed staan. Micha zegt hier hetzelfde van zichzelf, en het geeft hem de vrijmoedigheid om te zeggen wat niemand horen wil.

Wat hij zegt is dan ook onverdraaglijk: “Daarom, om uwentwil, zal Sion als een akker geploegd worden, en Jeruzalem zal tot steenhopen worden.” Dat woord is zo hard aangekomen dat het meer dan honderd jaar later nog werd nagesproken: toen Jeremia terechtstond om een soortgelijke boodschap, hebben oudsten van het land dit vers woordelijk aangehaald om zijn leven te redden.

En hier ligt de lijn naar Christus. Al die gezalfden werden door de Geest bekwaam gemaakt voor een deel van het werk. De een sprak, de ander offerde, de derde regeerde. En geen van hen deed het lang goed; dit hoofdstuk laat zien hoe grondig zij konden falen. Maar bij de Jordaan daalt de Geest neer op Eén Die de drie ambten in Zich verenigt, en in Nazareth leest Hij hardop voor wat er van Hem geschreven staat: de Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd. Wat Micha van zichzelf mocht zeggen bij wijze van uitzondering, geldt van Hem zonder maat.

  1. Micha 3:5 — De profeten zeggen vrede aan wie hun te bijten geeft.
  2. Micha 3:11 — Recht, onderwijs en profetie zijn alle drie te koop — en toch steunt men op de HEERE.
  3. Micha 3:8 — Daartegenover: ik ben vol krachts van den Geest des HEEREN.
  4. 1 Samuël 16:13 — Bij de zalving van David kwam de Geest des HEEREN over hem.
  5. Jesaja 61:1 — De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, want de HEERE heeft Mij gezalfd.
  6. Lukas 4:18-21 — Christus leest dat voor en zegt: heden is deze Schrift vervuld.

In het Nieuwe Testament: Lukas 4:18-21; Johannes 3:34; Handelingen 10:38; Jesaja 61:1; Jeremia 26:18

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Micha 3:8 nergens aan. In Jeremia 26:18 wordt wel vers 12 geciteerd, maar dat gaat over het oordeel en niet over de Messias. Wat hier gelegd wordt is de lijn van de zalving: in het Oude Testament worden ambtsdragers door de Geest bekwaam gemaakt voor hun taak, en het Nieuwe Testament zegt van Christus dat Hij de Geest zonder maat ontving. Dat is een gevolgtrekking uit twee reeksen gegevens en geen aanhaling van dit hoofdstuk.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Micha 3

Spurgeon heeft dit hoofdstuk niet doorlopend uitgelegd. Wel liet hij bij vers 8 een uitspraak na.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Eén reden waarom velen van ons traag zijn om de raad van de HEERE te zoeken, is deze: wij zijn niet grondig van onze eigen hoogmoed ontledigd.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content