Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Micha 1

1 Het woord des HEEREN, dat geschied is tot Micha, den Morastiet, in de dagen van Jotham, Achaz en Jehizkia, koningen van Juda; dat hij gezien heeft over Samaria en Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Het woordH1697 des HEERENH3068, datH834 geschiedH1961 is totH413 MichaH4318, den MorastietH4183, in de dagenH3117 van JothamH3147, AchazH271 en JehizkiaH3169, koningenH4428 van JudaH3063; datH834 hij gezien heeft overH5921 SamariaH8111 en JeruzalemH3389. Het woord des HEEREN, dat geschied is tot Micha, den Morastiet, in de dagen van Jotham, Achaz en Jehizkia, koningen van Juda; dat hij gezien heeft over Samaria en Jeruzalem.

KJV The word1 of the LORD2 that came to Micah6 the Morasthite7 in the days8 of Jotham,9 Ahaz,10 and Hezekiah, kings12 of Judah,13 which he saw15 concerning Samaria17 and Jerusalem.

1 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 2 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 הָיָ֗ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 מִיכָה֙ H4318 Micha, huis Micah, Micaiah, Michah 7 הַמֹּ֣רַשְׁתִּ֔י H4183 Morastiet Morashthite 8 בִּימֵ֥י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 יוֹתָ֛ם H3147 Jotham Jotham 10 אָחָ֥ז H271 Achaz, Achaz' Ahaz 11 יְחִזְקִיָּ֖ה H2396 Hizkia, Jehizkia Hezekiah, Hizkiah, Hizkijah. Compare H3169 (יְחִזְקִיָּה) 12 מַלְכֵ֣י H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 14 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 חָזָ֥ה H2372 zien, aanschouwen, aanschouwt behold, look, prophesy, provide, see 16 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 שֹׁמְר֖וֹן H8111 Samaria Samaria 18 וִירֽוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Hoort, gij volken altemaal! merk op, gij aarde, mitsgaders derzelver volheid! de Heere HEERE nu zal tot een getuige zijn tegen ulieden, de Heere uit den tempel Zijner heiligheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 HoortH8085, gij volkenH5971 altemaal! merkH7181 op, gij aardeH776, mitsgaders derzelver volheidH4393! de Heere HEEREH3069 nu zal tot een getuigeH5707 zijnH1961 tegen ulieden, de Heere uit den tempelH1964 Zijner heiligheidH6944. Hoort, gij volken altemaal! merk op, gij aarde, mitsgaders derzelver volheid! de Heere HEERE nu zal tot een getuige zijn tegen ulieden, de Heere uit den tempel Zijner heiligheid.

Ook in dit vers HeereH136 HeereH136

KJV Hear,1 all ye people;2 hearken,4 O earth,5 and all that therein6 is: and let the Lord8 GOD9 be witness11 against you, the Lord12 from his holy14 temple.

1 שִׁמְעוּ֙ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 עַמִּ֣ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 כֻּלָּ֔ם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הַקְשִׁ֖יבִי H7181 merk, merkt, opmerken attend, (cause to) hear(-ken), give heed, incline, mark (well), regard 5 אֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 וּמְלֹאָ֑הּ H4393 volheid, vol, volle menigte [idiom] all along, [idiom] all that is (there-) in, fill, ([idiom] that whereof...was) full, fulness, (hand-) full, multitude 7 וִיהִי֩ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 אֲדֹנָ֨י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 9 יְהוִ֤ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 10 בָּכֶם֙ 11 לְעֵ֔ד H5707 getuige, getuigen, Getuige witness 12 אֲדֹנָ֖י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 13 מֵהֵיכַ֥ל H1964 tempel, tempels, paleis palace, temple 14 קָדְשֽׁוֹ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Want ziet, de HEERE gaat uit van Zijn plaats, en Hij zal nederdalen en treden op de hoogten der aarde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 WantH3588 zietH2009, de HEEREH3068 gaat uit van Zijn plaatsH4725, en Hij zal nederdalenH3381 en tredenH1869 opH5921 de hoogtenH1116 der aardeH776. Want ziet, de HEERE gaat uit van Zijn plaats, en Hij zal nederdalen en treden op de hoogten der aarde.

KJV For, behold, the LORD3 cometh forth4 out of his place,5 and will come down,6 and tread7 upon the high places9 of the earth.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 הִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 יֹצֵ֣א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 5 מִמְּקוֹמ֑וֹ H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 6 וְיָרַ֥ד H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 7 וְדָרַ֖ךְ H1869 treden, gespannen, getreden archer, bend, come, draw, go (over), guide, lead (forth), thresh, tread (down), walk 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 בָּ֥מֳתֵי H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 10 אָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En de bergen zullen onder Hem versmelten, en de dalen gekloofd worden, gelijk was voor het vuur, gelijk wateren, die uitgestort worden in de laagte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En de bergenH2022 zullen onderH8478 Hem versmeltenH4549, en de dalenH6010 gekloofdH1234 worden, gelijk was voor het vuurH784, gelijk waterenH4325, die uitgestortH5064 worden in de laagteH4174. En de bergen zullen onder Hem versmelten, en de dalen gekloofd worden, gelijk was voor het vuur, gelijk wateren, die uitgestort worden in de laagte.

KJV And the mountains2 shall be molten1 under him, and the valleys4 shall be cleft,5 as wax6 before7 the fire,8 and as the waters9 that are poured10 down a steep place.

1 וְנָמַ֤סּוּ H4549 smelten, versmolt, versmelten discourage, faint, be loosed, melt (away), refuse, [idiom] utterly 2 הֶֽהָרִים֙ H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 3 תַּחְתָּ֔יו H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 4 וְהָעֲמָקִ֖ים H6010 dal, dals, dalen dale, vale, valley (often used as a part of proper names). See also H1025 (בֵּית הָעֵמֶק) 5 יִתְבַּקָּ֑עוּ H1234 gekloofd, kliefde, braken make a breach, break forth (into, out, in pieces, through, up), be ready to burst, cleave (asunder), cut out, divide, hatch, rend (asunder), rip up, tear, win 6 כַּדּוֹנַג֙ H1749 wax 7 מִפְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 8 הָאֵ֔שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 9 כְּמַ֖יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 10 מֻגָּרִ֥ים H5064 storten, uitgestort, wegvloeien fall, flow away, pour down (out), run, shed, spilt, trickle down 11 בְּמוֹרָֽד H4174 afgang, laagte, uitgerekt going down, steep place, thin work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Dit alles, om de overtreding van Jakob, en om de zonden van het huis Israels; wie is het begin van de overtreding van Jakob? Is het niet Samaria? En wie van de hoogten van Juda? Is het niet Jeruzalem?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 DitH2063 allesH3605, om de overtredingH6588 van JakobH3290, en om de zondenH2403 van het huisH1004 IsraelsH3478; wieH4310 is het begin van de overtredingH6588 van JakobH3290? Is het nietH3808 SamariaH8111? En wieH4310 van de hoogtenH1116 van JudaH3063? Is het nietH3808 JeruzalemH3389? Dit alles, om de overtreding van Jakob, en om de zonden van het huis Israels; wie is het begin van de overtreding van Jakob? Is het niet Samaria? En wie van de hoogten van Juda? Is het niet Jeruzalem?

KJV For the transgression1 of Jacob2 is all this, and for the sins5 of the house6 of Israel.7 What is the transgression9 of Jacob?10 is it not Samaria?12 and what are the high places14 of Judah?15 are they not Jerusalem?

1 בְּפֶ֤שַׁע H6588 overtredingen, overtreding, afval rebellion, sin, transgression, trespass 2 יַֽעֲקֹב֙ H3290 Jakob, Jakobs Jacob 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 זֹ֔את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 5 וּבְחַטֹּ֖אות H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 6 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 מִֽי H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 9 פֶ֣שַׁע H6588 overtredingen, overtreding, afval rebellion, sin, transgression, trespass 10 יַעֲקֹ֗ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 11 הֲלוֹא֙ H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 שֹֽׁמְר֔וֹן H8111 Samaria Samaria 13 וּמִי֙ H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 14 בָּמ֣וֹת H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 15 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 16 הֲל֖וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Daarom zal Ik Samaria stellen tot een steenhoop des velds, tot plantingen eens wijngaards; en Ik zal haar stenen in de vallei storten, en haar fundamenten ontdekken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Daarom zal Ik SamariaH8111 stellenH7760 tot een steenhoopH5856 des veldsH7704, tot plantingenH4302 eens wijngaardsH3754; en Ik zal haar stenenH68 in de valleiH1516 stortenH5064, en haar fundamenten ontdekkenH1540. Daarom zal Ik Samaria stellen tot een steenhoop des velds, tot plantingen eens wijngaards; en Ik zal haar stenen in de vallei storten, en haar fundamenten ontdekken.

Ook in dit vers fondamentenH3247

KJV Therefore I will make1 Samaria2 as an heap3 of the field,4 and as plantings5 of a vineyard:6 and I will pour down7 the stones9 thereof into the valley,8 and I will discover11 the foundations

1 וְשַׂמְתִּ֥י H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 2 שֹׁמְר֛וֹן H8111 Samaria Samaria 3 לְעִ֥י H5856 steenhopen, hopen, steenhoop heap 4 הַשָּׂדֶ֖ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 5 לְמַטָּ֣עֵי H4302 planting, plantingen, plant plant(-ation, -ing) 6 כָ֑רֶם H3754 wijngaarden, wijngaard, wijngaards vines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם) 7 וְהִגַּרְתִּ֤י H5064 storten, uitgestort, wegvloeien fall, flow away, pour down (out), run, shed, spilt, trickle down 8 לַגַּי֙ H1516 dal, dalen, vallei valley 9 אֲבָנֶ֔יהָ H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 10 וִיסֹדֶ֖יהָ H3247 bodem, fondamenten, grond bottom, foundation, repairing 11 אֲגַלֶּֽה H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En al haar gesneden beelden zullen vermorzeld worden, en al haar hoerenbeloningen zullen met vuur verbrand worden, en al haar afgoden zal Ik stellen tot een woestheid; want zij heeft ze van hoerenloon vergaderd, en zij zullen tot hoerenloon wederkeren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En al haar gesneden beeldenH6456 zullen vermorzeldH3807 worden, en alH3605 haar hoerenbeloningenH868 zullen met vuurH784 verbrandH8313 worden, en alH3605 haar afgodenH6091 zal Ik stellenH7760 tot een woestheidH8077; wantH3588 zij heeft ze van hoerenloonH868 vergaderdH6908, en zij zullen totH5704 hoerenloonH868 wederkerenH7725. En al haar gesneden beelden zullen vermorzeld worden, en al haar hoerenbeloningen zullen met vuur verbrand worden, en al haar afgoden zal Ik stellen tot een woestheid; want zij heeft ze van hoerenloon vergaderd, en zij zullen tot hoerenloon wederkeren.

KJV And all the graven images2 thereof shall be beaten to pieces,3 and all the hires5 thereof shall be burned6 with the fire,7 and all the idols9 thereof will I lay10 desolate:11 for she gathered15 it of the hire13 of an harlot,14 and they shall return19 to the hire17 of an harlot.

1 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 פְּסִילֶ֣יהָ H6456 gesneden beelden, gesneden, gesnedene beelden carved (graven) image, quarry 3 יֻכַּ֗תּוּ H3807 slaan, stampte, vermorzeld beat (down, to pieces), break in pieces, crushed, destroy, discomfit, smite, stamp. l 4 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 אֶתְנַנֶּ֨יהָ֙ H868 hoerenloon, hoerenbeloningen hire, reward 6 יִשָּׂרְפ֣וּ H8313 verbranden, verbrand, verbrandde (cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly 7 בָאֵ֔שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 8 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 עֲצַבֶּ֖יהָ H6091 afgoden idol, image 10 אָשִׂ֣ים H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 11 שְׁמָמָ֑ה H8077 verwoesting, woest, woeste (laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste 12 כִּ֠י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 מֵאֶתְנַ֤ן H868 hoerenloon, hoerenbeloningen hire, reward 14 זוֹנָה֙ H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 15 קִבָּ֔צָה H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 16 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 17 אֶתְנַ֥ן H868 hoerenloon, hoerenbeloningen hire, reward 18 זוֹנָ֖ה H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 19 יָשֽׁוּבוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Hierom zal ik misbaar bedrijven en huilen; ik zal beroofd en naakt gaan; ik zal misbaar maken als de draken, en treuren als de jonge struisen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Hierom zal ik misbaar bedrijven en huilenH3213; ik zal beroofdH7758 en naaktH6174 gaanH3212; ik zal misbaar makenH6213 als de drakenH8577, en treurenH60 als de jongeH1323 struisenH3284. Hierom zal ik misbaar bedrijven en huilen; ik zal beroofd en naakt gaan; ik zal misbaar maken als de draken, en treuren als de jonge struisen.

Ook in dit vers misbaarH4553 misbaarH5594

KJV Therefore I will wail3 and howl,4 I will go5 stripped6 and naked:7 I will make8 a wailing9 like the dragons,10 and mourning11 as the owls.12

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 זֹאת֙ H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 3 אֶסְפְּדָ֣ה H5594 beklagen, rouwklagen, misbaar lament, mourn(-er), wail 4 וְאֵילִ֔ילָה H3213 huilen, Huilt, huilt (make to) howl, be howling 5 אֵילְכָ֥ה H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 6 שׁוֹלָ֖ל H7758 beroofd spoiled, stripped 7 וְעָר֑וֹם H6174 naakt, naakte, naakten naked 8 אֶעֱשֶׂ֤ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 מִסְפֵּד֙ H4553 rouwklage, misbaar, weeklage lamentation, one mourneth, mourning, wailing 10 כַּתַּנִּ֔ים H8577 draken, draak, zeedraak dragon, sea-monster, serpent, whale 11 וְאֵ֖בֶל H60 rouw, treuren, treurigheid mourning 12 כִּבְנ֥וֹת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 13 יַעֲנָֽה H3284 struisen [phrase] owl
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Want haar plagen zijn dodelijk; want zij zijn gekomen tot aan Juda; hij is geraakt tot aan de poort mijns volks, tot aan Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 WantH3588 haar plagenH4347 zijn dodelijkH605; wantH3588 zij zijn gekomenH935 tot aan JudaH3063; hij is geraaktH5060 tot aanH5704 de poortH8179 mijns volksH5971, tot aan JeruzalemH3389. Want haar plagen zijn dodelijk; want zij zijn gekomen tot aan Juda; hij is geraakt tot aan de poort mijns volks, tot aan Jeruzalem.

KJV For her wound3 is incurable;2 for it is come5 unto Judah;7 he is come8 unto the gate10 of my people,11 even to Jerusalem.

1 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 אֲנוּשָׁ֖ה H605 dodelijk, smartelijk, dodelijken desperate(-ly wicked), incurable, sick, woeful 3 מַכּוֹתֶ֑יהָ H4347 slag, plagen, plage beaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed) 4 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 בָ֨אָה֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 7 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 8 נָגַ֛ע H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 9 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 10 שַׁ֥עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 11 עַמִּ֖י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 12 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 13 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Verkondigt het niet te Gath, weent zo jammerlijk niet; wentelt u in het stof in het huis van Afra.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 VerkondigtH5046 het nietH408 te GathH1661, weentH1058 zo jammerlijkH1058 nietH408; wenteltH6428 u in het stofH6083 in het huisH1004 van AfraH1036. Verkondigt het niet te Gath, weent zo jammerlijk niet; wentelt u in het stof in het huis van Afra.

KJV Declare3 ye it not at Gath,1 weep4 ye not at all:6 in the house of Aphrah7 roll10 thyself in the dust.

1 בְּגַת֙ H1661 Gath Gath 2 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 3 תַּגִּ֔ידוּ H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 4 בָּכ֖וֹ H1058 weende, weenden, wenen [idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep 5 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 6 תִּבְכּ֑וּ H1058 weende, weenden, wenen [idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep 7 בְּבֵ֣ית H1036 Afra house of Aphrah 8 לְעַפְרָ֔ה H1036 Afra house of Aphrah 9 עָפָ֖ר H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 10 הִתְפַּלָּֽשִׁי H6428 wentelt, wentel, wentelen roll (wallow) self

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Ga door, gij inwoneres van Safir! met blote schaamte; de inwoneres van Zaanan gaat niet uit; rouwklage is te Beth-haezel; hij zal zijn stand van ulieden nemen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Ga door, gij inwoneresH3427 van SafirH8208! met bloteH6181 schaamteH1322; de inwoneresH3427 van ZaananH6630 gaat nietH3808 uit; rouwklageH4553 is te Beth-haezelH1018; hij zal zijn standH5979 vanH4480 ulieden nemenH3947. Ga door, gij inwoneres van Safir! met blote schaamte; de inwoneres van Zaanan gaat niet uit; rouwklage is te Beth-haezel; hij zal zijn stand van ulieden nemen.

KJV Pass ye away,1 thou inhabitant3 of Saphir,4 having thy shame6 naked:5 the inhabitant9 of Zaanan10 came not forth8 in the mourning of Bethezel;12 he shall receive14 of you his standing.

1 עִבְרִ֥י H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 2 לָכֶ֛ם 3 יוֹשֶׁ֥בֶת H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 4 שָׁפִ֖יר H8208 Safir Saphir 5 עֶרְיָה H6181 bloot, blote, naakte bare, naked, [idiom] quite 6 בֹ֑שֶׁת H1322 schaamte, beschaamdheid, beschaming ashamed, confusion, [phrase] greatly, (put to) shame(-ful thing) 7 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 יָֽצְאָה֙ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 9 יוֹשֶׁ֣בֶת H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 10 צַֽאֲנָ֔ן H6630 Zaanan Zaanan 11 מִסְפַּד֙ H5594 beklagen, rouwklagen, misbaar lament, mourn(-er), wail 12 בֵּ֣ית H1018 Beth-haezel Beth-ezel 13 הָאֵ֔צֶל H1018 Beth-haezel Beth-ezel 14 יִקַּ֥ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 15 מִכֶּ֖ם H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 16 עֶמְדָּתֽוֹ H5979 stand standing

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Want de inwoneres van Maroth is krank om des goeds wil; want een kwaad is van den HEERE afgedaald, tot aan de poort van Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Want de inwoneresH3427 van MarothH4796 is krankH2342 om des goedsH2896 wilH3588; want een kwaadH7451 is vanH854 den HEEREH3068 afgedaaldH3381, tot aan de poortH8179 van JeruzalemH3389. Want de inwoneres van Maroth is krank om des goeds wil; want een kwaad is van den HEERE afgedaald, tot aan de poort van Jeruzalem.

KJV For the inhabitant4 of Maroth5 waited carefully2 for good:3 but evil8 came down7 from the LORD10 unto the gate11 of Jerusalem.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 חָ֥לָֽה H2342 geboren, barensnood, beven bear, (make to) bring forth, (make to) calve, dance, drive away, fall grievously (with pain), fear, form, great, grieve, (be) grievous, hope, look, make, be in pain, be much (sore) pained, rest, shake, shapen, (be) sorrow(-ful), stay, tarry, travail (with pain), tremble, trust, wait carefully (patiently), be wounded 3 לְט֖וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 4 יוֹשֶׁ֣בֶת H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 5 מָר֑וֹת H4796 Maroth Maroth 6 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 יָ֤רַד H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 8 רָע֙ H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 9 מֵאֵ֣ת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 10 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 לְשַׁ֖עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 12 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Span de snelle dieren aan den wagen, gij inwoners van Lachis! (deze is der dochter Sions het beginsel der zonde) want in u zijn Israels overtredingen gevonden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 SpanH7573 de snelle dierenH7409 aan den wagenH4818, gij inwonersH3427 van LachisH3923! (deze is der dochterH1323 SionsH6726 hetH1931 beginselH7225 der zondeH2403) wantH3588 in u zijn IsraelsH3478 overtredingenH6588 gevondenH4672. Span de snelle dieren aan den wagen, gij inwoners van Lachis! (deze is der dochter Sions het beginsel der zonde) want in u zijn Israels overtredingen gevonden.

KJV O thou inhabitant4 of Lachish,5 bind1 the chariot2 to the swift beast:3 she is the beginning6 of the sin7 to the daughter9 of Zion:10 for the transgressions14 of Israel15 were found

1 רְתֹ֧ם H7573 Span bind 2 הַמֶּרְכָּבָ֛ה H4818 wagen, wagenen, wagens chariot. See also H1024 (בֵּית הַמַּרְכָּבוֹת) 3 לָרֶ֖כֶשׁ H7409 muildieren, snelle dieren, snelle kemelen dromedary, mule, swift beast 4 יוֹשֶׁ֣בֶת H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 5 לָכִ֑ישׁ H3923 Lachis Lachish 6 רֵאשִׁ֨ית H7225 eerstelingen, begin, beginsel beginning, chief(-est), first(-fruits, part, time), principal thing 7 חַטָּ֥את H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 8 הִיא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 9 לְבַת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 10 צִיּ֔וֹן H6726 Sion, Sions Zion 11 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 בָ֥ךְ 13 נִמְצְא֖וּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 14 פִּשְׁעֵ֥י H6588 overtredingen, overtreding, afval rebellion, sin, transgression, trespass 15 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Daarom geef geschenken aan Morescheth-Gaths; de huizen van Achzib zullen den koningen van Israel tot een leugen zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 DaaromH3651 geefH5414 geschenkenH7964 aanH5921 Morescheth-GathsH4182; de huizenH1004 van AchzibH392 zullen den koningenH4428 van IsraelH3478 tot een leugenH391 zijn. Daarom geef geschenken aan Morescheth-Gaths; de huizen van Achzib zullen den koningen van Israel tot een leugen zijn.

KJV Therefore shalt thou give2 presents3 to Moreshethgath:5 the houses7 of Achzib8 shall be a lie9 to the kings10 of Israel.

1 לָכֵן֙ H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 תִּתְּנִ֣י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 3 שִׁלּוּחִ֔ים H7964 geschenk, geschenken presents, have sent back 4 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 מוֹרֶ֣שֶׁת H4182 Morescheth-gaths Moresheth-gath 6 גַּ֑ת H4182 Morescheth-gaths Moresheth-gath 7 בָּתֵּ֤י H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 אַכְזִיב֙ H392 Achzib, Achsib Achzib 9 לְאַכְזָ֔ב H391 leugen, leugenachtige liar, lie 10 לְמַלְכֵ֖י H4428 koning, konings, koningen king, royal 11 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Ik zal u nog een erfgenaam toebrengen, gij inwoneres van Maresa! Hij zal komen tot aan Adullam, tot aan de heerlijkheid Israels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Ik zal u nogH5750 een erfgenaamH3423 toebrengenH935, gij inwoneresH3427 van MaresaH4762! Hij zal komenH935 tot aan AdullamH5725, tot aan de heerlijkheidH3519 IsraelsH3478. Ik zal u nog een erfgenaam toebrengen, gij inwoneres van Maresa! Hij zal komen tot aan Adullam, tot aan de heerlijkheid Israels.

KJV Yet will I bring3 an heir2 unto thee, O inhabitant5 of Mareshah:6 he shall come9 unto Adullam8 the glory10 of Israel.

1 עֹ֗ד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 2 הַיֹּרֵשׁ֙ H3423 erfelijk, erven, bezitting cast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly 3 אָ֣בִי H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 לָ֔ךְ 5 יוֹשֶׁ֖בֶת H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 6 מָֽרֵשָׁ֑ה H4762 Maresa, Mareza Mareshah 7 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 8 עֲדֻּלָּ֥ם H5725 Adullam Adullam 9 יָב֖וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 כְּב֥וֹד H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 11 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Maak u kaal en scheer u, om uw troetelkinderen; verwijd uw kaalheid, als de arend, omdat zij gevankelijk van u zijn weggevoerd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Maak u kaalH7139 en scheerH1494 u, om uw troetelkinderenH8588; verwijdH7337 uw kaalheidH7144, als de arendH5404, omdatH3588 zij gevankelijkH1540 vanH4480 u zijn weggevoerdH1540. Maak u kaal en scheer u, om uw troetelkinderen; verwijd uw kaalheid, als de arend, omdat zij gevankelijk van u zijn weggevoerd.

KJV Make thee bald,1 and poll2 thee for thy delicate5 children;4 enlarge6 thy baldness7 as the eagle;8 for they are gone into captivity

1 קָרְחִ֣י H7139 kaal, Maak kaal make (self) bald 2 וָגֹ֔זִּי H1494 scheerders, scheren, schoor cut off (down), poll, shave, (sheep-) shear(-er) 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 בְּנֵ֖י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 תַּעֲנוּגָ֑יִךְ H8588 troetelkinderen, vermakingen, weelde delicate, delight, pleasant 6 הַרְחִ֤בִי H7337 verwijd, wijd, verwijden be an en-(make) large(-ing), make room, make (open) wide 7 קָרְחָתֵךְ֙ H7144 kaalheid, Kaalheid, gans bald(-ness), [idiom] utterly 8 כַּנֶּ֔שֶׁר H5404 arend, arenden, arends eagle 9 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 גָל֖וּ H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 11 מִמֵּֽךְ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Micha 1:1 Jesaja 1:1 Jeremia 26:18 Hosea 1:1 Amos 1:1 2 Kronieken 27:1 Amos 6:1 Hosea 12:1 Jesaja 7:9
Micha 1:2 Jesaja 1:2 Psalmen 11:4 Habakuk 2:20 Jona 2:7 Maleachi 3:5 Psalmen 50:7 Jeremia 22:29 Micha 6:1
Micha 1:3 Amos 4:13 Jesaja 26:21 Psalmen 115:3 Deuteronomium 32:13 Ezechiël 3:12 Habakuk 3:19 Jesaja 64:1 Jesaja 25:10
Micha 1:4 Nahum 1:5 Psalmen 97:5 Habakuk 3:6 Habakuk 3:10 Amos 9:5 Richteren 5:4 Jesaja 64:1 Openbaring 20:11
Micha 1:5 Amos 8:14 Jeremia 2:19 Amos 6:1 1 Thessalonicenzen 2:15 Jeremia 6:19 Jeremia 5:25 2 Koningen 16:3 2 Kronieken 28:23
Micha 1:6 Ezechiël 13:14 Micha 3:12 2 Koningen 19:25 Klaagliederen 4:1 Mattheüs 24:2 Hosea 13:16 Jeremia 9:11 Amos 5:11
Micha 1:7 Deuteronomium 23:18 Hosea 2:12 Hosea 8:6 Hosea 10:5 Openbaring 18:3 Openbaring 18:9 Hosea 2:5 2 Koningen 23:14
Micha 1:8 Jesaja 20:2 Jesaja 22:4 Job 30:29 Jesaja 21:3 Jesaja 13:21 Psalmen 102:6 Jeremia 9:10 Jeremia 9:1
Micha 1:9 2 Kronieken 32:1 Jesaja 8:7 Micha 1:12 Jesaja 10:28 Jesaja 3:26 Jeremia 30:11 2 Koningen 18:9 Jeremia 15:18
Micha 1:10 2 Samuël 1:20 Jeremia 6:26 Amos 5:13 Amos 6:10 Klaagliederen 3:29 Jozua 18:23 Job 2:8
Micha 1:11 Jesaja 20:4 Nahum 3:5 Jeremia 48:6 Jeremia 48:9 Jesaja 16:2 Ezechiël 16:37 Micha 1:8 Jeremia 13:22
Micha 1:12 Jeremia 14:19 Amos 3:6 Jesaja 59:9 Jesaja 45:7 Micha 1:9 Ruth 1:20 Job 30:26 Jeremia 8:15
Micha 1:13 2 Koningen 18:17 2 Kronieken 32:9 Jozua 10:3 Exodus 32:21 1 Koningen 14:16 1 Koningen 16:31 1 Koningen 13:33 Jeremia 4:29
Micha 1:14 Jozua 15:44 2 Koningen 16:8 Jesaja 30:6 2 Samuël 8:2 2 Koningen 18:14 Psalmen 146:3 Psalmen 62:9 2 Kronieken 16:1
Micha 1:15 1 Samuël 22:1 Jozua 15:44 Jozua 15:35 Jesaja 10:3 2 Kronieken 11:7 Jesaja 7:17 Jesaja 10:5 Jozua 12:15
Micha 1:16 Jesaja 22:12 Jeremia 7:29 2 Koningen 17:6 Job 1:20 Klaagliederen 4:5 Jesaja 15:2 Jesaja 39:6 Jeremia 6:26
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Micha 1 vers 1

Micha Die onderscheiden moet worden van die anderen Micha, de zoon van Jimia, die geprofeteerd heeft ten tijde van Achab en Josafat; 1 Kon. 22:8 , enz.; 2 Kron. 18:7 , enz.

Hertaald: Micha Die onderscheiden moet worden van die andere Micha, de zoon van Jimla, die geprofeteerd heeft in de tijd van Achab en Josafat; 1 Kon. 22:8, enzovoort; 2 Kron. 18:7, enzovoort.

Morastiet Zie Jer. 26:18 , alwaar deze profeet en zijn profetie uitdrukkelijk gedacht wordt; zie ook onder vs.14,15.

Hertaald: Morastiet Zie Jer. 26:18, waar deze profeet en zijn profetie uitdrukkelijk genoemd worden; zie ook vers 14 en 15.

Jotham, Achaz en Jehizkia, Ten tijde van deze koningen heeft Jesaja ook geprofeteerd, Jes. 1:1 . Zie van de regering van deze koningen 2Ki 15 . tot en met 2Ki 21 en 2Ch 27 tot en met 2Ch 33 .

Hertaald: Jotham, Achaz en Jehizkia, In de tijd van deze koningen heeft ook Jesaja geprofeteerd, Jes. 1:1. Zie over de regering van deze koningen 2 Kon. 15 tot en met 21 en 2 Kron. 27 tot en met 33.

gezien heeft Dat is, welk woord hem van God door gezichten is geopenbaard. Zie Ezech. 13:3 ; Am. 1:1 , enz.

Hertaald: gezien heeft Dat is: het woord dat hem door God door gezichten geopenbaard is. Zie Ezech. 13:3; Amos 1:1, enzovoort.

over Samaria en Jeruzalem Dat is, het koninkrijk Israël, of van de tien stammen, en het koninkrijk van Juda. Samaria was de koninklijke hoofdstad van Israël, gelijk Jeruzalem van Juda.

Hertaald: over Samaria en Jeruzalem Dat is: het koninkrijk Israël, of van de tien stammen, en het koninkrijk Juda. Samaria was de koninklijke hoofdstad van Israël, zoals Jeruzalem die van Juda was.

Micha 1 vers 2

gij volken altemaal Hebr. volken, die, of zij alle, gelijk elders; een figuurlijke verdagvaarding van alle volken en creaturen, om te verschijnen en te helpen in het oordeel van God, dat Hij over zijn volk wilde uitspreken. Verg. Deut. 32:1 ; Ps. 50:1 ; Jes. 1:2 ; Jer. 6:18-19 ; Am. 3:9 . Verg. ook onder Mi. 6:1-2 . Sommigen verstaan door de volken al de stammen van Gods volk, en door de aarde het land Kanaän.

Hertaald: gij volken altemaal Hebreeuws: volken, zij alle, zoals elders. Een beeldende dagvaarding van alle volken en schepselen, om te verschijnen en mee te helpen in het oordeel dat God over Zijn volk wilde uitspreken. Vergelijk Deut. 32:1; Ps. 50:1; Jes. 1:2; Jer. 6:18-19; Amos 3:9. Vergelijk ook Micha 6:1-2. Sommigen verstaan onder de volken alle stammen van Gods volk en onder de aarde het land Kanaän.

aarde Anders, land.

Hertaald: aarde Anders: land.

volheid Gelijk Ps. 24:1 .

Hertaald: volheid Zoals Ps. 24:1.

zal tot een getuige zijn Of, zij ten getuige,

Hertaald: zal tot een getuige zijn Of: zij tot getuige.

tegen Of, onder; ziende op de volken in welker tegenwoordigheid God als tegen zijn volk wilde getuigen.

Hertaald: tegen Of: onder; ziend op de volken in wier tegenwoordigheid God als het ware tegen Zijn volk wilde getuigen.

ulieden Gij van Samaria en Jeruzalem, om u in volle gericht van uw boosheid en de rechtvaardigheid van zijn straffen te overtuigen. Verg. Ps. 50:7 met de aantekening.

Hertaald: ulieden U van Samaria en Jeruzalem, om u in vol gericht van uw boosheid en van de rechtvaardigheid van Zijn straffen te overtuigen. Vergelijk Ps. 50:7 met de aantekening.

tempel zijner heiligheid Dat is, zijn heilige tempel, of zijn heilig paleis; zullende [om zo te spreken] afkomen uit de hemel, [waar Hij met zijn heerlijkheid woont] of uit de tempel van Jeruzalem, [waar Hij met zijn genadige tegenwoordigheid woont] niet om genade te bewijzen, maar om recht te houden. Zie Ps. 11:4 ; Jona 2:4 , Jona 2:7 met de aantekening.

Hertaald: tempel zijner heiligheid Dat is: Zijn heilige tempel of Zijn heilig paleis. Hij zal, om zo te spreken, afkomen uit de hemel, waar Hij met Zijn heerlijkheid woont, of uit de tempel in Jeruzalem, waar Hij met Zijn genadige tegenwoordigheid woont — niet om genade te bewijzen, maar om recht te spreken. Zie Ps. 11:4; Jona 2:4, Jona 2:7 met de aantekening.

Micha 1 vers 3

gaat uit van zijn plaats Zie Jes. 26:21 met de aantekening.

Hertaald: gaat uit van zijn plaats Zie Jes. 26:21 met de aantekening.

treden op de hoogten der aarde Zie Am. 4:13 .

Hertaald: treden op de hoogten der aarde Zie Amos 4:13.

Micha 1 vers 4

versmelten, en de dalen gekloofd worden Als de tegenwoordigheid en de toorn van dezen Rechter niet kunnende verdragen; figuurlijk gesproken, gelijk Ps. 97:5 .

Hertaald: versmelten, en de dalen gekloofd worden Omdat zij de tegenwoordigheid en de toorn van deze Rechter niet kunnen verdragen; beeldend gesproken, zoals Ps. 97:5.

vuur Versta, smelt.

Hertaald: vuur Versta: smelt.

wateren, die uitgestort worden Versta, gespleten worden, dat is die in kleine druppelen verdeeld worden en zich als verliezen, wanneer zij van de hoogte omlaag gestort worden. Verg. 2 Sam. 14:14 .

Hertaald: wateren, die uitgestort worden Versta: gespleten worden, dat is: in kleine druppels verdeeld worden en zich als het ware verliezen wanneer zij van een hoogte omlaag storten. Vergelijk 2 Sam. 14:14.

laagte Hebr. afgang, nederdaling.

Hertaald: laagte Hebreeuws: afgang, neerdaling.

Micha 1 vers 5

Dit alles Dat in het voorgaande gezegd is, zal alles geschieden.

Hertaald: Dit alles Wat in het voorgaande gezegd is, zal alles gebeuren.

wie is Dat is, wie zijn de voornaamste auteurs en stichters van de boosheid en afgoderij in Israël? Het zijn voorzeker die van Samaria.

Hertaald: wie is Dat is: wie zijn de voornaamste aanstichters van de boosheid en de afgoderij in Israël? Dat zijn zeker die van Samaria.

het begin van Verg. onder vs.13.

Hertaald: het begin van Vergelijk vers 13.

de overtreding van Jakob Of, afval; dat is, wie zijn de auteurs en stichters van de afgodische hoogten en die het volk daartoe verleiden en met hun kwaad voorbeeld voorgaan in Juda? [zie Lev. 26:30 ; Ezech. 20:29 .] Het zijn gewisselijk die van Jeruzalem.

Hertaald: de overtreding van Jakob Of: afval; dat is: wie zijn de aanstichters van de afgodische hoogten, die het volk daartoe verleiden en met hun slechte voorbeeld in Juda voorgaan? Zie Lev. 26:30; Ezech. 20:29. Dat zijn zeker die van Jeruzalem.

Micha 1 vers 6

steenhoop des velds Of, aardhoop; dat is, de stad, die nu zo prachtig en sierlijk gebouwd is, zal Ik maken tot een aardhoop, een veld dat omgewroet, omgearbeid en overhoop geworpen is, om een wijngaard daarin te planten. Verg. Mi. 3:12 .

Hertaald: steenhoop des velds Of: aardhoop; dat is: de stad die nu zo sierlijk en prachtig gebouwd is, zal Ik tot een aardhoop maken, tot een veld dat omgeploegd en overhoop gegooid is om er een wijngaard in te planten. Vergelijk Micha 3:12.

stenen Hun muren en gebouwen.

Hertaald: stenen Hun muren en gebouwen.

vallei Dewijl Samaria op een berg gelegen was.

Hertaald: vallei Omdat Samaria op een berg lag.

ontdekken De stad omkeren, dat de fundamenten ontbloot worden en niets op zijn plaats blijft. Zie Ezech. 13:14 met de aantekening.

Hertaald: ontdekken De stad zo omkeren dat de fundamenten blootgelegd worden en niets op zijn plaats blijft. Zie Ezech. 13:14 met de aantekening.

Micha 1 vers 7

hoerenbeloningen zullen met vuur verbrand worden Het Hebr. woord wordt voor hoerenloon gebruikt, maar staat hier in het getal van velen. Versta hierdoor alle rijkdom en overvloed, die haar God wel gegeven had, maar zij hielden ze voor giften van hun boelen, dat is, van de Baäls of afgoden, en een beloning van hun hoererij, dat is afgoderij, waarvan zij dan weder geschenken en presenten vereerden aan de afgoden, om dezelve en hun tempels op te pronken. Zie hiervan Hos. 2:4 , Hos. 2:7 , Hos. 2:8 , Hos. 2:11 , en Hos. 9:1 . Buiten dat waren zij zo snood dat zij, in plaats van hoerenloon te ontvangen, zelfs hoerenloon gaven om nieuwe afgoden en afgodische verbonden te verkijgen. Zie Ezech. 16:31 , Ezech. 16:34 , Ezech. 16:41 .

Hertaald: hoerenbeloningen zullen met vuur verbrand worden Het Hebreeuwse woord wordt gebruikt voor hoerenloon, maar staat hier in het meervoud. Versta hieronder alle rijkdom en overvloed die haar God wel gegeven had, maar die zij beschouwde als gaven van haar minnaars, dat is: van de Baäls of afgoden, en als een beloning voor haar hoererij, dat is: haar afgoderij. Van die rijkdom brachten zij dan weer geschenken aan de afgoden om die en hun tempels op te tooien. Zie hierover Hos. 2:5, Hos. 2:8, Hos. 2:9, Hos. 2:12 en Hos. 9:1. Bovendien waren zij zo laag dat zij in plaats van hoerenloon te ontvangen zelfs hoerenloon gáven, om nieuwe afgoden en afgodische verbonden te verkrijgen. Zie Ezech. 16:31, Ezech. 16:34, Ezech. 16:41.

haar afgoden zal Ik stellen tot een woestheid Zie 2 Sam. 5:21 .

Hertaald: haar afgoden zal Ik stellen tot een woestheid Zie 2 Sam. 5:21.

tot hoerenloon wederkeren Dat is, als hoerenloon verdwijnen; gelijk wij zeggen: zo gewonnen, zo geronnen. Of, men kan het duiden op de Assyriërs, die het weder zouden roven en buiten, als een gift en beloning van hunlieder afgoden, of hun hoeren daarvan lonen. Verg. Joël 3:3 .

Hertaald: tot hoerenloon wederkeren Dat is: verdwijnen als hoerenloon, zoals wij zeggen: zo gewonnen, zo geronnen. Of men kan het betrekken op de Assyriërs, die het weer zouden roven en buitmaken als een gift en beloning van hun afgoden, of om er hun hoeren mee te betalen. Vergelijk Joël 3:3.

Micha 1 vers 8

Hierom zal ik misbaar bedrijven en huilen Woorden van de profeet, gelijk Jes. 21:3 , en Jes. 22:4 ; Jer. 4:19 , en Jer. 9:1 , enz. om het volk te bewegen tot nadenken en bekering.

Hertaald: Hierom zal ik misbaar bedrijven en huilen Woorden van de profeet, zoals Jes. 21:3 en Jes. 22:4; Jer. 4:19 en Jer. 9:1, enzovoort, om het volk tot nadenken en bekering te bewegen.

beroofd en naakt gaan Of, berooid,[verg. Job 12:17 ], en naakt. Verg. Jes. 20:2 met de aantekening.

Hertaald: beroofd en naakt gaan Of: berooid (vergelijk Job 12:17) en naakt. Vergelijk Jes. 20:2 met de aantekening.

draken Zie Job 30:29 , en verg. Ps. 102:7 met de aantekening.

Hertaald: draken Zie Job 30:29, en vergelijk Ps. 102:7 met de aantekening.

Micha 1 vers 9

zijn dodelijk Hebr. is. Alzo ook in de volgende woorden. Dat is, elkeen hare [Samaria] plagen, zij zijn alle ongeneeslijk, wanhopend.

Hertaald: zijn dodelijk Hebreeuws: is. Zo ook in de volgende woorden. Dat is: elk van haar plagen — die van Samaria — is ongeneeslijk en hopeloos.

Juda Tot een teken dat de tien stammen al verwoest waren, en dat de vijand voorts doordrong in Juda. Verg. Jes. 8:7 , Jes. 8:8 , 2 Kon. 18:13 .

Hertaald: Juda Een teken dat de tien stammen al verwoest waren en dat de vijand verder doordrong in Juda. Vergelijk Jes. 8:7, Jes. 8:8; 2 Kon. 18:13.

hij is geraakt tot aan de poort De vijand; of het, te weten kwaad, uit vs.12.

Hertaald: hij is geraakt tot aan de poort Namelijk de vijand; of: het, namelijk het kwaad, uit vers 12.

mijns volks Hieruit leiden sommigen af dat deze profeet uit Juda geweest is, waarmede het verhaal overeenkomt, Jer. 26:19 , en boven vs.1.

Hertaald: mijns volks Hieruit leiden sommigen af dat deze profeet uit Juda kwam, wat overeenkomt met het verhaal in Jer. 26:19 en met vers 1.

Micha 1 vers 10

Gath Opdat de Filistijnen daarover niet juichen. Zie 2 Sam. 1:20 , met de aantekening.

Hertaald: Gath Opdat de Filistijnen daar niet over juichen. Zie 2 Sam. 1:20 met de aantekening.

zo jammerlijk niet Hebr. wenende weent niet.

Hertaald: zo jammerlijk niet Hebreeuws: wenende weent niet.

wentelt u in het stof Of, besprengt u met stof, tot een teken van rouw. Verg. Jer. 6:26 ; Ezech. 27:30 met de aantekening.

Hertaald: wentelt u in het stof Of: bestrooi u met stof, als teken van rouw. Vergelijk Jer. 6:26; Ezech. 27:30 met de aantekening.

in het huis van Afra Of, over het huis Afra, om deszelfs wil. Men leest wel van Ofra in Manasse en een ander in Benjamin. Zie Richt. 6:11 , maar Afra of Beth-Afra wordt nergens dan hier vermeld, alzo ook de volgende plaatsen Safir, Zaänan, Beth-Ezel, Maroth. Waaruit sommigen afleiden dat het verzonnen namen zijn, door welke de profeet enige bijzondere goede plaatsen heeft willen te verstaan geven, ziende op de betekenis van de woorden. Of immers dat hij gezien heeft op de betekenis van de namen van deze plaatsen, gelijk ook onder vs.14, 15. Beth-Afra is zoveel als huis des stofs, of stofhuis, stoffig huis, alsof de profeet wilde zeggen: Wentel u in het stof, [om of over die plaats] die in het stof zal nedergelegd of verwoest worden. Safir is schoon, fraai. Zaänan waar veel vee is, of [gelijk anderen] daar veel uitgang is; Beth haezel , het huis dat nabij, ter zijde, of afgezonderd, bewaard, gespaard is; Maroth bittere [plaatsen], of, bitterheden, waardoor men dorre magere plaatsen kan verstaan. Al deze plaatsen voorzegt de profeet de nakende ellenden. Sommige gissen dat Afra Efraïm beduidde; Safir Samaria,, Zaänan Zion, Beth haezel Beth el ; Maroth Ramoth in Gilead, enz.

Hertaald: in het huis van Afra Of: over het huis Afra, om zijnentwil. Men leest wel van een Ofra in Manasse en een ander in Benjamin (zie Richt. 6:11), maar Afra of Beth-Afra wordt nergens anders dan hier genoemd; en zo ook de volgende plaatsen Safir, Zaänan, Beth-Ezel en Maroth. Daaruit leiden sommigen af dat het bedachte namen zijn waarmee de profeet bepaalde bekende plaatsen heeft willen aanduiden, waarbij hij op de betekenis van de woorden zag. Of in elk geval dat hij gelet heeft op de betekenis van de namen van deze plaatsen, zoals ook in vers 14 en 15. Beth-Afra betekent zoveel als huis van het stof, stoffig huis — alsof de profeet wilde zeggen: wentel u in het stof over die plaats die in het stof gelegd, dat is: verwoest zal worden. Safir betekent schoon, fraai; Zaänan: waar veel vee is, of volgens anderen: waar veel uitgang is; Beth-Ezel: het huis dat nabij, terzijde, of afgezonderd en gespaard is; Maroth: bittere plaatsen of bitterheden, waaronder men dorre, magere plaatsen kan verstaan. Al deze plaatsen voorzegt de profeet de dreigende ellende. Sommigen vermoeden dat Afra op Efraïm doelt, Safir op Samaria, Zaänan op Sion, Beth-Ezel op Bethel en Maroth op Ramoth in Gilead.

Micha 1 vers 11

Ga door Hebr. gaat ulieden door, gaat over, in gevangenschap het land henen uit. Aangaande het overtollig bijvoegsel ulieden, zie Am. 7:12 .

Hertaald: Ga door Hebreeuws: gaat u door, trekt over, namelijk in gevangenschap het land uit. Over het overtollige woordje u, zie Amos 7:12.

blote schaamte Hebr. ontbloot [aan] de schaamte. Zie Jes. 47:2-3 ; Jer. 13:22 met de aantekening aldaar.

Hertaald: blote schaamte Hebreeuws: ontbloot aan de schaamte. Zie Jes. 47:2-3; Jer. 13:22 met de aantekening daar.

uit Met hun vee, om dat naar gewoonte te weiden, gelijk sommigen dit nemen. Of, zal niet kunnen uitgaan, als door de vijand benauwd, of voor hem bevreesd zijnde. Sommigen voegen het bij het volgende aldus: Is niet uitgegaan ter rouwklage van Beth haezel , als hun naburen niet kunnende beklagen of troosten, omdat ze zelf in het lijden zijn.

Hertaald: uit Met hun vee, om dat naar gewoonte te weiden, zoals sommigen dit opvatten. Of: zij zal niet kunnen uitgaan, omdat zij door de vijand benauwd wordt of bang voor hem is. Sommigen verbinden het met het volgende: is niet uitgegaan tot de rouwklacht van Beth-Ezel, omdat zij hun buren niet konden beklagen of troosten aangezien zij zelf in het lijden zaten.

zal zijn stand van ulieden nemen Dat is, God zal zijn bijstand of residentie, verblijf van ulieden wegnemen. Of hij, te weten de vijand, zal door uw ondergang gesterkt worden. Anders, [dat] zijn stand van ulieden zal ontvangen, te weten Beth haezel ; dat is, naardat het de voorgemelde schone vette plaatsen gaat, daarnaar zullen de magere naburen ook moeten varen; want als die verwoest worden, zo moeten deze die van hen de leeftocht ontvangen gebrek lijden, waarvan wijders in het volgende.

Hertaald: zal zijn stand van ulieden nemen Dat is: God zal Zijn bijstand of Zijn verblijf van u wegnemen. Of: hij, namelijk de vijand, zal door uw ondergang sterker worden. Anders: dat Beth-Ezel zijn stand van u zal ontvangen; dat is: zoals het de genoemde mooie, vruchtbare plaatsen vergaat, zo zal het ook de magere buren vergaan. Want wanneer die verwoest worden, moeten dezen, die daarvandaan hun levensonderhoud betrekken, gebrek lijden — waarover het vervolg gaat.

Micha 1 vers 12

goeds wil Dat de ingezetenen verloren hebben, door de verwoesting van de vette aangrenzende streken, zelfs tot Jeruzalem toe. Of, dat de vijand die van Maroth zelf benomen heeft.

Hertaald: goeds wil Dat de inwoners verloren hebben door de verwoesting van de vruchtbare aangrenzende streken, tot aan Jeruzalem toe. Of: dat de vijand die van Maroth zelf ontnomen heeft.

kwaad is van den HEERE afgedaald De straf, te weten de verderving van het land door de Assyriërs.

Hertaald: kwaad is van den HEERE afgedaald Namelijk de straf, dat is: de verwoesting van het land door de Assyriërs.

Micha 1 vers 13

Span de snelle dieren aan den wagen Hebr. bind of span, [het Hebr. woord wordt alleenlijk hier alzo gevonden] de wagen aan, of met het snelle dier, of kemel, of paard, postpaard. loper, of muilezel. Zie 1 Kon. 4:28 . De profeet wil zeggen: haast u vrij om te vluchten voor de aankomst van de Assyriërs, die u zullen komen belegeren, het zal u niet helpen. Zie 2 Kon. 18:14 , 2 Kon. 18:17 en 2 Kon. 19:8 .

Hertaald: Span de snelle dieren aan den wagen Hebreeuws: bind of span de wagen aan het snelle dier — het Hebreeuwse woord komt alleen hier in deze betekenis voor — of aan de kameel, het paard, het postpaard, de loper of de muilezel. Zie 1 Kon. 4:28. De profeet wil zeggen: haast u gerust om te vluchten voor de komst van de Assyriërs die u zullen komen belegeren, maar het zal u niet helpen. Zie 2 Kon. 18:14, 2 Kon. 18:17 en 2 Kon. 19:8.

Lachis Zie 2 Kon. 14:19 .

Hertaald: Lachis Zie 2 Kon. 14:19.

beginsel der zonde Hieruit nemen sommigen af dat deze stad de eerste geweest is in Juda, die de afgoderij van Israël of van de tien stammen heeft nagevolgd, en met haar voorbeeld Jeruzalem, en alzo voorts de andere, verdorven. Anderen duiden het op de afval van Davids huis, waarin zij de tien stammen gelijk zou geworden zij, omdat zij hun eigen koning Amazia [die voor de samenzweerders daar binnen gevlucht was] heeft laten ombrengen. Beide kan onder deze woorden wel begrepen zijn, alzo, dat zij eerst afgodisch met de tien stammen geworden zijnde, ook voorts hun eigen koning ontrouw is geworden, en hem, de koning van Israël en de samenzweerders ten gevalle, verraderlijk heeft laten vermoorden, dewijl de koning Israëls tegen Amazia krijg voerde, en vermoedelijk deze moord [naar de wijze van het verdorven Israël] gesticht had. Zie 2 Kon. 14:15 , 2 Kon. 14:19 .

Hertaald: beginsel der zonde Hieruit leiden sommigen af dat deze stad de eerste in Juda geweest is die de afgoderij van Israël, dat is: van de tien stammen, nagevolgd heeft en die met haar voorbeeld Jeruzalem en zo ook de andere steden bedorven heeft. Anderen betrekken het op de afval van het huis van David, waarin zij aan de tien stammen gelijk geworden zou zijn, omdat zij haar eigen koning Amazia — die voor de samenzweerders daarheen gevlucht was — heeft laten ombrengen. Beide kan onder deze woorden begrepen zijn: dat zij eerst met de tien stammen afgodisch geworden is en vervolgens ook haar eigen koning ontrouw is geworden en hem, de koning van Israël en de samenzweerders ten gevalle, verraderlijk heeft laten vermoorden — aangezien de koning van Israël oorlog voerde tegen Amazia en deze moord vermoedelijk, naar de gewoonte van het verdorven Israël, gesticht had. Zie 2 Kon. 14:15, 2 Kon. 14:19.

Israëls overtredingen gevonden Dat is, van de tien stammen. Zie de voorgaande aantekening aldaar.

Hertaald: Israëls overtredingen gevonden Dat is: van de tien stammen. Zie de vorige aantekening.

Micha 1 vers 14

geschenken Alzo wordt het Hebr. woord [dat van] zenden [zijn oorsprong heeft] ook gebruikt 1 Kon. 9:16 .

Hertaald: geschenken Zo wordt het Hebreeuwse woord, dat van zenden komt, ook gebruikt in 1 Kon. 9:16.

Morescheth Zie Jer. 26:18 . Anders, aan de bezitting; dat is omtrek van Gath.

Hertaald: Morescheth Zie Jer. 26:18. Anders: aan het bezit, dat is: de omgeving van Gath.

Gaths Een koninklijke stad van de Filistijnen, [gelijk boven vs.10], welker vriendschap en hulp zij zouden zoeken door geschenken, maar tevergeefs, wil de profeet zeggen. Daar was ook een stad Marescha, toebehorende aan Juda, die bij Achzib gesteld wordt, Joz. 15:44 ; ook worden Gath en Marescha bij elkander gevoegd, 2 Kron. 11:9 . Zie aldaar.

Hertaald: Gaths Een koninklijke stad van de Filistijnen, zoals vers 10, wier vriendschap en hulp zij door geschenken zouden zoeken — maar tevergeefs, wil de profeet zeggen. Er was ook een stad Maresa die aan Juda toebehoorde en die naast Achzib genoemd wordt, Joz. 15:44; ook worden Gath en Maresa naast elkaar genoemd in 2 Kron. 11:9. Zie daar.

Achzib Zie van Achzib in Juda, Joz. 15:44 , en van een ander in de stam Aser, [gelegen aan de Middellandse zee, naar sommige kaarten] Richt. 1:31 . Het kan zijn dat hier door de huizen van Achzib verstaan worden de soldaten, die de koningen van Israël nu en dan gehuurd mogen hebben van de overgebleven Kanaänieten, of dat zij met de ingezetenen van die streken een verbond mogen hebben gemaakt, en nu met hen hadden, om hen bij te staan tegen de Assyriër, doch al tevergeefs. De profeet noemt de stad Achzib alleen om de overeenkomst van de woorden Achzib en Achzab, dat is, leugen, of een leugenaar; gelijk in het volgende Marescha, en erfgenaam. Anderen verstaan, door de koningen van Israël de koningen van Juda, die over Israël of van de tien stammen overblijfsel zouden regeren, maar van de Babyloniërs uitgeroeid worden.

Hertaald: Achzib Zie over Achzib in Juda Joz. 15:44, en over een ander Achzib in de stam Aser — volgens sommige kaarten gelegen aan de Middellandse Zee — Richt. 1:31. Het kan zijn dat met de huizen van Achzib de soldaten bedoeld worden die de koningen van Israël nu en dan gehuurd kunnen hebben van de overgebleven Kanaänieten. Of dat zij met de inwoners van die streken een verbond gesloten hadden, en dat nu met hen hielden om bijstand te krijgen tegen de Assyriër — maar tevergeefs. De profeet noemt de stad Achzib alleen vanwege de overeenkomst tussen de woorden Achzib en achzab, dat is: leugen of leugenaar; zoals in het vervolg Maresa en erfgenaam. Anderen verstaan onder de koningen van Israël de koningen van Juda, die over het overblijfsel van Israël zouden regeren maar door de Babyloniërs uitgeroeid zouden worden.

leugen zijn Dat is, zullen hun faillieren, bedriegen.

Hertaald: leugen zijn Dat is: zij zullen hun in de steek laten en bedriegen.

Micha 1 vers 15

erfgenaam toebrengen Of, erfelijke bezitter. Versta, de vijand. De profeet ziet op de betekenis van het woord Marescha en Moreschet, die hij [om enerlei betekenis van] erfenis schijnt voor een te nemen.

Hertaald: erfgenaam toebrengen Of: erfelijke bezitter. Versta: de vijand. De profeet speelt in op de betekenis van de woorden Maresa en Moreseth, die hij vanwege dezelfde betekenis van erfenis kennelijk als één opvat.

Maresa Zie Joz. 15:44 ; 2 Kron. 11:8 , en 2 Kron. 14:9 ; idem Jer. 26:18 ; ook 2 Mach.12:35.

Hertaald: Maresa Zie Joz. 15:44; 2 Kron. 11:8 en 2 Kron. 14:9; ook Jer. 26:18 en 2 Makk. 12:35.

Hij zal komen tot aan Adullam De nieuwe bezitter of erfgenaam, de vijand, zal doordringen tot in Juda, waar Adullam gelegen was, eertijds een koninklijke stad. Zie Joz. 12:15 , en Joz. 15:35 ; Neh. 11:30 .

Hertaald: Hij zal komen tot aan Adullam De nieuwe bezitter of erfgenaam, de vijand, zal doordringen tot in Juda, waar Adullam lag, vroeger een koninklijke stad. Zie Joz. 12:15 en Joz. 15:35; Neh. 11:30.

tot aan Dit is hier ingevoegd uit vergelijking van boven vs.9, 12.

Hertaald: tot aan Dit is hier ingevoegd naar het voorbeeld van vers 9 en 12.

heerlijkheid Israëls Te weten Jeruzalem, dat de heerlijkheid van gans Israël was. Omdat deze woorden duister zijn, worden zij verscheidenlijk bij de uitleggers genomen. Anders, hij [de vijand] zal komen tot aan Adullum, de heerlijkheid van Israël; dat is, welke stad heerlijk en vermaard is in Israël, diep in het land, waar de spelonk Adullam, Davids toevlucht, nabij gelegen was.

Hertaald: heerlijkheid Israëls Namelijk Jeruzalem, dat de heerlijkheid van heel Israël was. Omdat deze woorden duister zijn, worden zij door de uitleggers verschillend opgevat. Anders: hij, de vijand, zal komen tot Adullam, de heerlijkheid van Israël; dat is: die stad die in Israël heerlijk en vermaard is, diep in het land, waar de spelonk Adullam — de toevlucht van David — vlakbij lag.

Micha 1 vers 16

u Gij inwoners van Marescha en de andere vorengemelde plaatsen. Sommigen duiden het op Jeruzalem of Zion, en de wegvoering naar Babel.

Hertaald: u U, inwoners van Maresa en de andere eerder genoemde plaatsen. Sommigen betrekken het op Jeruzalem of Sion en op de wegvoering naar Babel.

kaal en scheer u Tot teken van grote rouw. Zie Jer. 16:6 .

Hertaald: kaal en scheer u Als teken van grote rouw. Zie Jer. 16:6.

troetelkinderen Hebr. kinderen, of zoner van uw wellusten, of vermakingen; dat is, uw lieve kinderen.

Hertaald: troetelkinderen Hebreeuws: kinderen of zonen van uw wellusten of vermakingen; dat is: uw lieve kinderen.

verwijd uw kaalheid Dat is, maak u zeer kaal, wijd en breed; zo kaal gelijk de arend wordt wanneer hij aan het ververen is en al zijn pluimen en veren verliest.

Hertaald: verwijd uw kaalheid Dat is: maak u zeer kaal, wijd en breed; zo kaal als de arend wordt wanneer hij ruit en al zijn pluimen en veren verliest.

gevankelijk van u zijn weggevoerd Te weten uw troetelkinderen.

Hertaald: gevankelijk van u zijn weggevoerd Namelijk uw troetelkinderen.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Micha (de Morastiet)  — wie is gelijk de HEERE?

Een profeet uit Moreseth-Gath, in de dagen van Jotham, Achaz en Jehizkia (Hizkia), koningen van Juda. Hij profeteerde oordeel over Samaria en Jeruzalem wegens hun zonden, maar ook herstel en vrede, en voorzegde dat de toekomstige Heerser (de Messias) uit Bethlehem-Efratha zou voortkomen (Mi. 1-7; vgl. Matth. 2:5-6). Niet dezelfde persoon als de profeet Micha, de zoon van Jimla, uit de tijd van Achab.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
De klaagzang over de steden van Juda (Micha 1:10-15)  — Micha speelt in dit gedeelte voortdurend met de klank van elke plaatsnaam: Beth-Le-Afra ("huis van stof") wentelt zich in het stof, Safir ("schoon, sierlijk") gaat in schaamte naakt heen, Zaänan ("uitgaan") gaat er niet uit, Beth-Ezel ("huis nabijgelegen") wordt zijn staan ontnomen, en Maroth ("bitterheden") wacht smartelijk op het goede

Ligging: Een reeks kleine plaatsen in het laagland (de Sefela) van Juda, in de omgeving van Micha's eigen geboorteplaats Moreseth-Gath.

Geschiedenis: In een van de meest kunstige klaagzangen van de hele Schrift kondigt Micha, dorp na dorp, oordeel aan over de omgeving van Juda ten tijde van de Assyrische dreiging — met een woordspel op de betekenis van bijna elke naam. Naast deze overwegend verder onbekende plaatsjes noemt hij ook het reeds bestaande Gath, Lachis, Adullam en Maresa (zijn eigen woonplaats Moreseth-Gath, vernoemd naar dit gedeelte, sluit er nauw bij aan) en Achzib ("leugen", een plaats die "tot een leugen" voor de koningen van Israël zal worden, Mich. 1:14).

Bijbelse betekenis: Dat de HEERE door Micha zelfs de klank van elke plaatsnaam gebruikt om Zijn boodschap kracht bij te zetten, toont hoe doordacht en persoonlijk gericht Zijn profetisch woord is — geen dorp, hoe onaanzienlijk ook, is te klein om in Gods aankondiging van oordeel of herstel te worden opgenomen.

Recente inzichten: De meeste van deze kleine plaatsen zijn met slechts beperkte zekerheid te lokaliseren; Achzib wordt doorgaans gezocht bij het huidige Tell el-Beida, in de Sefela van Juda.

Micha 1:10-15

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De HEERE gaat uit van Zijn plaats  — een theofanie waarin de bergen smelten, ter opening van het boek (Micha 1:2-5)

"Hoort, gij volken altemaal! merk op, gij aarde, mitsgaders derzelver volheid! de Heere HEERE nu zal tot een getuige zijn tegen ulieden" (Micha 1:2). Dan volgt de beschrijving van Zijn komst: "Want ziet, de HEERE gaat uit van Zijn plaats, en Hij zal nederdalen en treden op de hoogten der aarde. En de bergen zullen onder Hem versmelten, en de dalen gekloofd worden, gelijk was voor het vuur" (Micha 1:3-4). De reden wordt er meteen bij genoemd: "om de overtreding van Jakob, en om de zonden van het huis Israels" (Micha 1:5).

Bijbelse betekenis: Merk op wie hier optreedt als getuige: de HEERE Zelf, tegen Zijn eigen volk. Dat is een ongewone rechtsgang — niet een derde partij die getuigt, maar de gekwetste Zelf. Let vervolgens op de kracht van het beeld: bergen die smelten als was, dalen die gekloofd worden. Wat het vastst en onbeweeglijkst leek in de schepping, buigt voor Zijn komst. Let ten slotte op Micha 1:5, waar de vraag gesteld en beantwoord wordt: wie is het begin van de overtreding? Samaria en Jeruzalem, de hoofdsteden van beide rijken. Het kwaad wordt niet bij het volk in het algemeen gezocht, maar bij de plaatsen waar het bestuur zetelde.

Typologie: Dezelfde beeldtaal van smeltende bergen bij Gods komst gebruikt de psalmist: "De bergen smelten als was voor het aanschijn des HEEREN" (reeds behandeld bij Ps. 97:5). Wanneer God verschijnt, wijkt alles wat vast leek.

Micha 1:2-5; Ps. 97:5

Hierom zal ik misbaar bedrijven en huilen  — de profeet neemt de rouw over zijn volk letterlijk op zich (Micha 1:8-9)

"Hierom zal ik misbaar bedrijven en huilen; ik zal beroofd en naakt gaan; ik zal misbaar maken als de draken, en treuren als de jonge struisen" (Micha 1:8). De reden staat in het vers erna: "Want haar plagen zijn dodelijk; want zij zijn gekomen tot aan Juda; hij is geraakt tot aan de poort mijns volks, tot aan Jeruzalem" (Micha 1:9).

Bijbelse betekenis: Merk op wat de profeet hier doet: niet alleen aankondigen, maar zelf rouwen, beroofd en naakt gaan — tekenen van de diepste rouw in Israël. Dit is geen literaire stijlfiguur maar een aangekondigde handeling. Let vervolgens op de twee dieren waarmee hij zijn klacht vergelijkt: draken (een woord voor jakhalzen, die een klagend geluid maken) en jonge struisvogels. Beide zijn beelden van een geluid dat door merg en been gaat. Let ten slotte op de reden: het kwaad is niet ver weg gebleven, maar tot aan de poort van Jeruzalem gekomen. De rouw van de profeet groeit naarmate het gevaar dichterbij komt.

Typologie: De Heere Jezus weende over Jeruzalem toen Hij de stad zag, kort voor haar verwoesting (reeds behandeld bij Luk. 19:41-44). Wat een profeet in woorden doet, doet de Heere Jezus zonder woorden — alleen tranen.

Micha 1:8-9; Luk. 19:41-44

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De HEERE gaat uit van Zijn plaats — 1:2-4

De Engel des HEEREN niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

Micha profeteert in de dagen van Jotham, Achaz en Hizkia, terwijl Assyrië optrekt. Hij begint niet bij het nieuws van de dag maar bij een dagvaarding: de volken worden opgeroepen om te horen.

God blijft niet waar Hij is; Hij verlaat Zijn plaats en daalt af, en de aarde houdt dat niet.

De aanhef is die van een rechtszaal, en de getuigenbank is de wereld: “Hoort, gij volken altemaal! merk op, gij aarde, mitsgaders derzelver volheid! de Heere HEERE nu zal tot een getuige zijn tegen ulieden, de Heere uit den tempel Zijner heiligheid.”

En dan het vers waar deze post om draait: “Want ziet, de HEERE gaat uit van Zijn plaats, en Hij zal nederdalen en treden op de hoogten der aarde.”

Dat is de vaste taal van de verschijningen. God is niet ver, maar Hij is ook niet vanzelf hier; er wordt telkens gezegd dat Hij uitgaat, nederdaalt, voorbijgaat. Zo staat het in het lied van Mozes over de Sinaï, en zo bidt Jesaja het: och, dat Gij de hemelen scheurdet, dat Gij nederkwaamt.

De kanttekening verwijst bij dit uitgaan naar Jesaja 26 en bij het treden op de hoogten naar Amos 4 — allebei plaatsen waar God opstaat en het land ingaat.

Wat er dan gebeurt is een beschrijving van wat de schepping doet als Hij komt: “En de bergen zullen onder Hem versmelten, en de dalen gekloofd worden, gelijk was voor het vuur.” De kanttekening zegt kortweg waarom: zij kunnen de tegenwoordigheid en de toorn van deze Rechter niet verdragen.

Was voor het vuur — dat is een huiselijk beeld voor iets ontzaglijks. Bergen zijn het beeld van wat blijft; hier zakken zij in als een kaars.

Zo staat deze bladzijde midden in de lijn van de verschijningen, en zij laat er de andere kant van zien. Elders komt Hij en wordt Hij aanbeden of gezien; hier komt Hij als getuige en als Rechter, en de aarde wijkt.

En dat maakt begrijpelijk hoe groot het is dat Hij nog een keer nederdaalde. Ditzelfde boek zegt vier hoofdstukken verder waar dat gebeuren zou, en het noemt een dorp: uit Bethlehem Efratha zal Mij voortkomen Die een Heerser zal zijn in Israël, en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid.

Toen ging Hij opnieuw uit van Zijn plaats. En de bergen versmolten niet.

  1. Exodus 19:18 — Als God nederdaalt op de Sinaï, beeft de berg.
  2. Psalm 18:10 — Hij boog de hemel en daalde neder.
  3. Micha 1:3 — De HEERE gaat uit van Zijn plaats en treedt op de hoogten.
  4. Micha 1:4 — En de bergen versmelten als was voor het vuur.
  5. Jesaja 64:1 — Och, dat Gij de hemelen scheurdet en nederkwaamt.
  6. Micha 5:1 — Hij daalde neder, en het werd een dorp bij Jeruzalem.

In het Nieuwe Testament: Jesaja 64:1; Jesaja 26:21; Psalm 18:10; Micha 5:1; Johannes 1:14; Psalm 97:5

Hoever dit reikt: Micha 1 spreekt over het oordeel dat over Samaria en Juda komt. Dat de wijze waarop God daar beschreven wordt naast de menswording gelegd mag worden, is een gevolgtrekking uit de bewoording. De profeet werkt dat zelf niet verder uit. Wat er van de bergen gezegd wordt, is figuurlijk gesproken, en de kanttekening noemt het zo.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Micha 1

Micha 1:12.KruisverwijzingenJeremia 14:19Amos 3:6Jesaja 59:9Jesaja 45:7Micha 1:9Ruth 1:20Job 30:26Jeremia 8:15
— Want de inwoneres van Maroth is krank om des goeds wil; want een kwaad is van den HEERE afgedaald, tot aan de poort van Jeruzalem.
“Want de inwoneres van Maroth is krank om des goeds wil; want een kwaad is van den HEERE afgedaald, tot aan de poort van Jeruzalem.”

In de tijd dat de Assyriërs het land binnenvielen, verwachtten de inwoners dat de verlossing hun van de een of andere kant komen zou. Uit het verband maak ik op dat zij enigermate op de Filistijnen steunden. Mogelijk hadden zij enige hoop dat de koning van Egypte zou opkomen om Sanherib aan te vallen.

Blijkbaar zagen zij overal om hulp uit, behalve naar God. En omdat er van de mensen op wie zij gesteund hadden geen goed tot hen kwam, kwamen er beproeving en overweldigende benauwdheid tot hen uit de hand van God. Hij was toornig over hun vertrouwen op mensen en over hun gebrek aan vertrouwen op Hem, en daarom strafte Hij hun ongeloof met hun volslagen ondergang. De Assyriër overstroomde hen en hield niet op voordat hij de poort van Jeruzalem bereikte, waar het geloof van Hizkia in God de vijand deed aarzelen en terugtrekken.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content