Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Mattheüs 7

1 Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 OordeeltG2919 nietG3361, opdatG2443 gij nietG3361 geoordeeldG2919 wordt. Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.

KJV Judge2 not,1 that ye be5 not judged.

1 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 2 κρινετε G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 3 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 4 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 5 κριθητε G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Want met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met welke mate gij meet, zal u wedergemeten worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 WantG1063 metG1722 welkG3739 oordeelG2917 gij oordeeltG2919, zult gij geoordeeldG2919 worden; enG2532 metG1722 welkeG3739 mateG3358 gij meetG3354, zal u wedergemetenG488 worden. Want met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met welke mate gij meet, zal u wedergemeten worden.

KJV For1 with2 what3 judgment4 ye judge,5 ye shall be judged:6 and7 with8 what9 measure10 ye mete,11 it shall be measured12 to you again.

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 4 κριματι G2917 oordeel, oordelen, rechtzaken avenge, condemned, condemnation, damnation, + go to law, judgment 5 κρινετε G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 6 κριθησεσθε G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 10 μετρω G3358 maat, mate measure 11 μετρειτε G3354 meet, mat, meten figuratively, to estimate:--measure, mete 12 αντιμετρηθησεται G488 wedergemeten measure again 13 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En wat ziet gij den splinter, die in het oog uws broeders is, maar den balk, die in uw oog is, merkt gij niet?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En watG5101 ziet gij den splinterG2595, die inG1722 het oogG3788 uws broedersG80 is, maarG1161 den balkG1385, die inG1722 uw oogG3788 is, merktG2657 gij nietG3756? En wat ziet gij den splinter, die in het oog uws broeders is, maar den balk, die in uw oog is, merkt gij niet?

KJV And2 why1 beholdest3 thou the mote5 that is in7 thy brother's11 eye,9 but14 considerest21 not20 the beam19 that is in15 thine own17 eye?

1 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 βλεπεις G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 καρφος G2595 splinter mote 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 οφθαλμω G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 αδελφου G80 broeders, broeder, broederen brother 12 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 13 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 σω G4674 uw, de uwe thine (own), thy (friend) 18 οφθαλμω G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 19 δοκον G1385 balk beam 20 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 21 κατανοεις G2657 Aanmerkt, bemerkt, bezien behold, consider, discover, perceive
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Of, hoe zult gij tot uw broeder zeggen: Laat toe, dat ik den splinter uit uw oog uitdoe; en zie, er is een balk in uw oog?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 OfG2228, hoeG4459 zult gijG4771 tot uw broederG80 zeggenG2046: Laat toe, dat ik den splinterG2595 uitG575 uw oogG3788 uitdoeG1544; enG2532 zieG2400, er is een balkG1385 inG1722 uw oogG3788? Of, hoe zult gij tot uw broeder zeggen: Laat toe, dat ik den splinter uit uw oog uitdoe; en zie, er is een balk in uw oog?

KJV Or1 how2 wilt thou say3 to thy brother,5 Let7 me pull out8 the mote10 out of11 thine eye;13 and,15 behold, a beam18 is in19 thine own eye?

1 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 2 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 3 ερεις G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 4 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αδελφω G80 broeders, broeder, broederen brother 6 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 7 αφες G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 8 εκβαλω G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 καρφος G2595 splinter mote 11 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 οφθαλμου G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 14 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 17 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 δοκος G1385 balk beam 19 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 20 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 οφθαλμω G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 22 σου G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Gij geveinsde! werp eerst den balk uit uw oog, en dan zult gij bezien, om den splinter uit uws broeders oog uit te doen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 GijG4771 geveinsdeG5273! werpG1544 eerstG4412 den balkG1385 uitG1537 uw oogG3788, enG2532 dan zult gijG4771 bezienG1227, om den splinterG2595 uitG1537 uws broedersG80 oogG3788 uit te doen. Gij geveinsde! werp eerst den balk uit uw oog, en dan zult gij bezien, om den splinter uit uws broeders oog uit te doen.

KJV Thou hypocrite,1 first3 cast out2 the beam5 out of6 thine own eye;8 and10 then11 shalt thou see clearly12 to cast out13 the mote15 out of16 thy brother's20 eye.

1 υποκριτα G5273 geveinsden, geveinsde hypocrite 2 εκβαλε G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 3 πρωτον G4412 eerst, eerste, Eerstelijk before, at the beginning, chiefly (at, at the) first (of all) 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 δοκον G1385 balk beam 6 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 οφθαλμου G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 9 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 12 διαβλεψεις G1227 bezien see clearly 13 εκβαλειν G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 14 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 καρφος G2595 splinter mote 16 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 οφθαλμου G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 αδελφου G80 broeders, broeder, broederen brother 21 σου G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Geeft het heilige den honden niet, noch werpt uw paarlen voor de zwijnen; opdat zij niet te eniger tijd dezelve met hun voeten vertreden, en zich omkerende, u verscheuren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 GeeftG1325 het heiligeG40 den hondenG2965 niet, noch werptG906 uw paarlenG3135 voor de zwijnenG5519; opdat zij niet te eniger tijdG4218 dezelve metG1722 hun voetenG4228 vertredenG2662, enG2532 zich omkerendeG4762, uG4771 verscheurenG4486. Geeft het heilige den honden niet, noch werpt uw paarlen voor de zwijnen; opdat zij niet te eniger tijd dezelve met hun voeten vertreden, en zich omkerende, u verscheuren.

KJV Give2 not1 that which3 is holy4 unto the dogs,6 neither7 cast8 ye your pearls10 before12 swine,14 lest15 they trample16 them17 under18 their21 feet,20 and22 turn again23 and rend24 you.

1 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 2 δωτε G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αγιον G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 5 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 κυσιν G2965 honden, hond dog 7 μηδε G3366 en niet, ook niet, noch neither, nor (yet), (no) not (once, so much as) 8 βαλητε G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 9 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 μαργαριτας G3135 paarlen, paarl, parel pearl 11 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 12 εμπροσθεν G1715 vóór, voor het aangezicht van against, at, before, (in presence, sight) of 13 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 χοιρων G5519 zwijnen swine 15 μηποτε G3379 tijd, Geenszins, mogelijk if peradventure, lest (at any time, haply), not at all, whether or not 16 καταπατησωσιν G2662 vertreden, vertraden trample, tread (down, underfoot) 17 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ποσιν G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 21 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 στραφεντες G4762 omkerende, keerde, kerende convert, turn (again, back again, self, self about) 24 ρηξωσιν G4486 bersten, breek, scheurde break (forth), burst, rend, tear 25 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 BidtG154, enG2532 u zal gegevenG1325 worden; zoektG2212, enG2532 gij zult vindenG2147; kloptG2925, enG2532 uG4771 zal opengedaanG455 worden. Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.

KJV Ask,1 and2 it shall be given3 you; seek,5 and6 ye shall find;7 knock,8 and9 it shall be opened10 unto you:

1 αιτειτε G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 2 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 3 δοθησεται G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 4 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 5 ζητειτε G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ευρησετε G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 8 κρουετε G2925 klopt, klop, kloppen knock 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ανοιγησεται G455 geopend, open, openen open 11 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 WantG1063 een iegelijkG3956, die bidtG154, die ontvangtG2983; enG2532 die zoektG2212, die vindtG2147; enG2532 die kloptG2925, dien zal opengedaanG455 worden. Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.

KJV For2 every one1 that asketh4 receiveth;5 and6 he that seeketh8 findeth;9 and10 to him that knocketh12 it shall be opened.

1 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αιτων G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 5 λαμβανει G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ζητων G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 9 ευρισκει G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 κρουοντι G2925 klopt, klop, kloppen knock 13 ανοιγησεται G455 geopend, open, openen open
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Of wat mens is er onder u, zo zijn zoon hem zou bidden om brood, die hem een steen zal geven?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 OfG2228 wat mensG444 isG1510 er onderG1537 uG4771, zoG1437 zijn zoonG5207 hemG846 zou biddenG154 om broodG740, dieG3739 hemG846 een steenG3037 zal geven? Of wat mens is er onder u, zo zijn zoon hem zou bidden om brood, die hem een steen zal geven?

KJV Or1 what2 man6 is there of4 you, whom7 if8 his12 son11 ask9 bread,13 will he give14 him17 a stone?

1 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 2 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 5 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 6 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 7 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 8 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 9 αιτηση G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 αρτον G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 14 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 15 λιθον G3037 steen, stenen, gesteente (mill-, stumbling-)stone 16 επιδωσει G1929 gaven, gegeven deliver unto, give, let (+ (her drive)), offer 17 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En zo hij hem om een vis zou bidden, die hem een slang zal geven?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 EnG2532 zoG1437 hij hem om een visG2486 zou biddenG154, die hemG846 een slangG3789 zal geven? En zo hij hem om een vis zou bidden, die hem een slang zal geven?

KJV Or1 if2 he ask4 a fish,3 will he give5 him8 a serpent?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 3 ιχθυν G2486 vissen, vis fish 4 αιτηση G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 5 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 6 οφιν G3789 slang, slangen, Slangen serpent 7 επιδωσει G1929 gaven, gegeven deliver unto, give, let (+ (her drive)), offer 8 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven dengenen, die ze van Hem bidden!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 IndienG1487 danG3767 gijG4771, die boosG4190 zijtG1510, weetG1492 uw kinderenG5043 goedeG18 gavenG1390 te gevenG1325, hoeveelG4214 te meer zal uw VaderG3962, Die inG1722 de hemelenG3772 is, goedeG18 gaven geven dengenen, die ze van HemG846 biddenG154! Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven dengenen, die ze van Hem bidden!

KJV If1 ye then,2 being evil,4 know6 how to give9 good8 gifts7 unto your children,11 how much13 more14 shall your Father16 which10 is in19 heaven21 give22 good things23 to them that ask25 him?

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 4 πονηροι G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 5 οντες G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 οιδατε G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 7 δοματα G1390 gaven, gave gift 8 αγαθα G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 9 διδοναι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 10 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 τεκνοις G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 12 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 13 ποσω G4214 hoeveel, Hoeveel, hoevele how great (long, many), what 14 μαλλον G3123 meer, veeleer + better, X far, (the) more (and more), (so) much (the more), rather 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 17 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 20 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 ουρανοις G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 22 δωσει G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 23 αγαθα G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 24 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 αιτουσιν G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 26 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Alle dingen dan, die gij wilt, dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de wet en de profeten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 AlleG3956 dingen danG3767, dieG3778 gij wiltG2309, dat uG4771 de mensenG444 zouden doen, doet gijG4771 hunG846 ook alzoG3779; wantG1063 dat isG1510 de wetG3551 enG2532 de profetenG4396. Alle dingen dan, die gij wilt, dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de wet en de profeten.

KJV Therefore2 all things1 whatsoever4 ye would5 that6 men10 should do7 to you, do14 ye even12 so11 to them:15 for17 this16 is the law20 and21 the prophets.

1 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 οσα G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 4 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 5 θελητε G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 6 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 7 ποιωσιν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 8 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 9 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ανθρωποι G444 mensen, mens, Mens certain, man 11 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 14 ποιειτε G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 15 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 17 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 18 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 νομος G3551 wet, wetten, Wet law 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 προφηται G4396 profeten, profeet, Profeet prophet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Gaat in doorG1223 de engeG4728 poortG4439; wantG3754 wijdG4116 is de poortG4439, enG2532 breedG2149 is de wegG3598, die totG1519 het verderfG684 leidtG520, enG2532 velenG4183 zijnG1510 er, die doorG1223 dezelveG846 ingaanG1525; Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan;

KJV Enter ye in1 at2 the strait4 gate:5 for6 wide7 is the gate,9 and10 broad11 is the way,13 that leadeth15 to16 destruction,18 and19 many20 there be which3 go in23 thereat:24

1 εισελθετε G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 2 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 3 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 στενης G4728 enge, eng strait 5 πυλης G4439 poort, poorten gate 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 πλατεια G4116 wijd wide 8 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πυλη G4439 poort, poorten gate 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ευρυχωρος G2149 breed broad 12 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 οδος G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 14 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 απαγουσα G520 leidden, leidt, Leid bring, carry away, lead (away), put to death, take away 16 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 17 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 απωλειαν G684 verderf, verderve, verderfs damnable(-nation), destruction, die, perdition, X perish, pernicious ways, waste 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 21 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 22 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 εισερχομενοι G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 24 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 25 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die denzelven vinden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 WantG3754 de poortG4439 is engG4728, enG2532 de wegG3598 is nauwG2346, die totG1519 het levenG2222 leidtG520, enG2532 weinigenG3641 zijnG1510 er, die denzelvenG846 vindenG2147. Want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die denzelven vinden.

KJV Because1 strait2 is the gate,4 and5 narrow6 is the way,8 which3 leadeth10 unto11 life,13 and14 few15 there be that find18 it.

1 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 2 στενη G4728 enge, eng strait 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πυλη G4439 poort, poorten gate 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 τεθλιμμενη G2346 verdrukt, nauw, verdringen afflict, narrow, throng, suffer tribulation, trouble 7 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 οδος G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 9 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 απαγουσα G520 leidden, leidt, Leid bring, carry away, lead (away), put to death, take away 11 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 12 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ζωην G2222 leven, levens, Leven life(-time) 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ολιγοι G3641 weinig, weinige, weinigen + almost, brief(-ly), few, (a) little, + long, a season, short, small, a while 16 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ευρισκοντες G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 19 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Maar wacht u van de valse profeten, dewelke in schaapsklederen tot u komen, maar van binnen zijn zij grijpende wolven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 MaarG1161 wachtG4337 u vanG575 de valse profetenG5578, dewelke inG1722 schaapsklederenG1742 totG4314 uG4771 komenG2064, maarG1161 van binnen zijn zij grijpendeG727 wolvenG3074. Maar wacht u van de valse profeten, dewelke in schaapsklederen tot u komen, maar van binnen zijn zij grijpende wolven.

KJV Beware2 of3 false prophets,5 which6 come7 to8 you in10 sheep's12 clothing,11 but14 inwardly13 they are ravening17 wolves.

1 προσεχετε G4337 wacht, begeven, acht (give) attend(-ance, -ance at, -ance to, unto), beware, be given to, give (take) heed (to unto); have regard 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ψευδοπροφητων G5578 valse profeten, valse profeet, valsen profeets false prophet 6 οιτινες G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 7 ερχονται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 8 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 9 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 ενδυμασιν G1742 kleding, schaapsklederen clothing, garment, raiment 12 προβατων G4263 schapen, schaap sheep(-fold) 13 εσωθεν G2081 binnen, binnenste, inwendige inward(-ly), (from) within, without 14 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 15 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 λυκοι G3074 wolven, wolf wolf 17 αρπαγες G727 rovers, grijpende, rover extortion, ravening
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Aan hun vruchten zult gij hen kennen. Leest men ook een druif van doornen, of vijgen van distelen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Aan hunG846 vruchtenG2590 zult gij henG846 kennenG1921. LeestG4816 men ook een druifG4718 vanG575 doornenG173, ofG2228 vijgenG4810 vanG575 distelenG5146? Aan hun vruchten zult gij hen kennen. Leest men ook een druif van doornen, of vijgen van distelen?

KJV Ye shall know5 them4 by1 their6 fruits.3 Do men gather8 grapes11 of9 thorns,10 or12 figs15 of13 thistles?

1 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 2 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 καρπων G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 4 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 επιγνωσεσθε G1921 kenden, bekennende, gekend (ac-, have, take)know(-ledge, well), perceive 6 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 μητι G3385 toch niet? not (the particle usually not expressed, except by the form of the question) 8 συλλεγουσιν G4816 vergaderen, Leest, Vergadert gather (together, up) 9 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 10 ακανθων G173 doornen thorn 11 σταφυλην G4718 druif, druiven grapes 12 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 13 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 14 τριβολων G5146 distelen brier, thistle 15 συκα G4810 vijgen fig
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Alzo een ieder goede boom brengt voort goede vruchten, en een kwade boom brengt voort kwade vruchten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 AlzoG3779 een iederG3956 goede boomG1186 brengt voortG4160 goede vruchtenG2590, enG1161 een kwade boomG1186 brengt voortG4160 kwade vruchtenG2590. Alzo een ieder goede boom brengt voort goede vruchten, en een kwade boom brengt voort kwade vruchten.

Ook in dit vers goedeG18 goedeG2570 kwadeG4190 kwadeG4550

KJV Even so1 every2 good4 tree3 bringeth forth7 good6 fruit;5 but9 a corrupt10 tree11 bringeth forth14 evil13 fruit.

1 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 2 παν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 3 δενδρον G1186 boom, bomen tree 4 αγαθον G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 5 καρπους G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 6 καλους G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 7 ποιει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 σαπρον G4550 kwade, kwaad, vuile bad, corrupt 11 δενδρον G1186 boom, bomen tree 12 καρπους G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 13 πονηρους G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 14 ποιει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Een goede boom kan geen kwade vruchten voortbrengen, noch een kwade boom goede vruchten voortbrengen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Een goede boomG1186 kanG1410 geenG3756 kwade vruchtenG2590 voortbrengenG4160, noch een kwade boomG1186 goede vruchtenG2590 voortbrengenG4160. Een goede boom kan geen kwade vruchten voortbrengen, noch een kwade boom goede vruchten voortbrengen.

Ook in dit vers goedeG18 goedeG2570 kwadeG4190 kwadeG4550

KJV A good4 tree3 cannot1 bring forth7 evil6 fruit,5 neither8 can a corrupt10 tree9 bring forth13 good12 fruit.

1 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 3 δενδρον G1186 boom, bomen tree 4 αγαθον G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 5 καρπους G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 6 πονηρους G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 7 ποιειν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 8 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 9 δενδρον G1186 boom, bomen tree 10 σαπρον G4550 kwade, kwaad, vuile bad, corrupt 11 καρπους G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 12 καλους G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 13 ποιειν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Een ieder boom, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Een iederG3956 boomG1186, die geenG3361 goedeG2570 vruchtG2590 voortbrengtG4160, wordt uitgehouwenG1581 enG2532 inG1519 het vuurG4442 geworpenG906. Een ieder boom, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.

KJV Every1 tree2 that bringeth4 not3 forth good6 fruit5 is hewn down,7 and8 cast11 into9 the fire.

1 παν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 2 δενδρον G1186 boom, bomen tree 3 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 4 ποιουν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 5 καρπον G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 6 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 7 εκκοπτεται G1581 uitgehouwen, afgehouwen, houwt cut down (off, out), hew down, hinder 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 πυρ G4442 vuur, vuurs, vurigen fiery, fire 11 βαλλεται G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Zo zult gij dan dezelve aan hun vruchten kennen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Zo zult gij dan dezelve aan hun vruchtenG2590 kennenG1921. Zo zult gij dan dezelve aan hun vruchten kennen.

KJV Wherefore1 by2 their5 fruits4 ye shall know6 them.

1 αραγε G686 dan, dus, derhalve haply, (what) manner (of man), no doubt, perhaps, so be, then, therefore, truly, wherefore 2 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 3 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 καρπων G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 5 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 επιγνωσεσθε G1921 kenden, bekennende, gekend (ac-, have, take)know(-ledge, well), perceive 7 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 NietG3756 een iegelijkG3956, die totG1519 MijG1473 zegtG3004: HeereG2962, HeereG2962! zal ingaanG1525 in het KoninkrijkG932 der hemelenG3772, maarG235 die daar doetG4160 den wilG2307 Mijns VadersG3962, Die in de hemelenG3772 is. Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is.

KJV Not1 every one2 that saith4 unto me, Lord,6 Lord,7 shall enter8 into9 the kingdom11 of heaven;13 but14 he that doeth16 the will18 of my Father20 which is in23 heaven.

1 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 μοι G1473 mij, ik I, me 6 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 7 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 8 εισελευσεται G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 βασιλειαν G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 12 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ουρανων G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 14 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ποιων G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 17 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 θελημα G2307 wil desire, pleasure, will 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 21 μου G1473 mij, ik I, me 22 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 24 ουρανοις G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere! hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 VelenG4183 zullen te dienG1565 dageG2250 tot MijG1473 zeggenG2046: HeereG2962, HeereG2962! hebben wij nietG3756 in Uw NaamG3686 geprofeteerdG4395, enG2532 in Uw NaamG3686 duivelenG1140 uitgeworpenG1544, enG2532 in Uw NaamG3686 veleG4183 krachtenG1411 gedaanG4160? Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere! hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan?

KJV Many1 will say2 to me in4 that5 day,7 Lord,8 Lord,9 have we14 not10 prophesied in thy12 name?13 and15 in thy17 name18 have cast out20 devils?19 and21 in thy23 name24 done27 many26 wonderful works?

1 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 2 ερουσιν G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 3 μοι G1473 mij, ik I, me 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 εκεινη G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 6 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 8 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 9 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 10 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 σω G4674 uw, de uwe thine (own), thy (friend) 13 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 14 προεφητευσαμεν G4395 profeteren, geprofeteerd, profeteert prophesy 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 σω G4674 uw, de uwe thine (own), thy (friend) 18 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 19 δαιμονια G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god 20 εξεβαλομεν G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 σω G4674 uw, de uwe thine (own), thy (friend) 24 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 25 δυναμεις G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 26 πολλας G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 27 εποιησαμεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 EnG2532 dan zal Ik hunG846 openlijk aanzeggenG3670: Ik heb u nooitG3763 gekendG1097; gaat wegG672 vanG575 MijG1473, gij, die de ongerechtigheidG458 werktG2038! En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt!

KJV And1 then2 will I profess3 unto them,4 I never6 knew7 you: depart9 from10 me, ye that work13 iniquity.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 3 ομολογησω G3670 belijden, beleden, belijdt con- (pro-)fess, confession is made, give thanks, promise 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 ουδεποτε G3763 nooit, nimmermeer, Nooit neither at any time, never, nothing at any time 7 εγνων G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 8 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 9 αποχωρειτε G672 scheidende, weg, wijkt depart 10 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 11 εμου G1473 mij, ik I, me 12 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 εργαζομενοι G2038 werkt, werken, werkende commit, do, labor for, minister about, trade (by), work 14 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ανομιαν G458 ongerechtigheid, ongerechtigheden, overtredingen iniquity, X transgress(-ion of) the law, unrighteousness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Een iegelijk dan, die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet, dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Een iegelijkG3956 danG3767, die deze Mijn woordenG3056 hoortG191 enG2532 dezelve doetG4160, dien zal IkG1473 vergelijkenG3666 bij een voorzichtigG5429 manG435, die zijn huisG3614 opG1909 een steenrotsG4073 gebouwdG3618 heeft; Een iegelijk dan, die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet, dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft;

KJV Therefore2 whosoever1 heareth4 these sayings7 of mine, and9 doeth10 them,11 I will liken12 him13 unto a wise15 man,14 which3 built17 his20 house19 upon21 a rock:

1 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 οστις G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 4 ακουει G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 5 μου G1473 mij, ik I, me 6 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 λογους G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 8 τουτους G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ποιει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 11 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ομοιωσω G3666 vergelijken, vergeleken be (make) like, (in the) liken(-ess), resemble 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 ανδρι G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 15 φρονιμω G5429 wijzen, wijs, voorzichtig wise(-r) 16 οστις G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 17 ωκοδομησεν G3618 bouwen, gebouwd, bouwde (be in) build(-er, -ing, up), edify, embolden 18 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 οικιαν G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 20 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 22 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 πετραν G4073 steenrots, steenrotsen, rots rock
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En er is slagregen nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangevallen, en het is niet gevallen, want het was op de steenrots gegrond.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En er is slagregenG1028 nedergevallenG2597, en de waterstromenG4215 zijn gekomenG2064, enG2532 de windenG417 hebben gewaaidG4154, enG2532 zijn tegen hetzelve huisG3614 aangevallenG4363, enG2532 het is nietG3756 gevallenG4098, wantG1063 het was opG1909 de steenrotsG4073 gegrondG2311. En er is slagregen nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangevallen, en het is niet gevallen, want het was op de steenrots gegrond.

KJV And1 the rain4 descended,2 and5 the floods8 came,6 and9 the winds12 blew,10 and13 beat upon14 that17 house;16 and18 it fell20 not:19 for22 it was founded21 upon23 a rock.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 κατεβη G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 βροχη G1028 slagregen rain 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ηλθον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ποταμοι G4215 rivier, rivieren, waterstromen flood, river, stream, water 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 επνευσαν G4154 gewaaid, waaien, blaast blow 11 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ανεμοι G417 wind, winden wind 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 προσεπεσον G4363 neder, viel, viel neder beat upon, fall (down) at (before) 15 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 οικια G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 17 εκεινη G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 20 επεσεν G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 21 τεθεμελιωτο G2311 gegrond, fondere, gefondeerd (lay the) found(- ation), ground, settle 22 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 23 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 24 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 πετραν G4073 steenrots, steenrotsen, rots rock
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En een iegelijk, die deze Mijn woorden hoort en dezelve niet doet, die zal bij een dwazen man vergeleken worden, die zijn huis op het zand gebouwd heeft;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 EnG2532 een iegelijkG3956, die deze Mijn woordenG3056 hoortG191 enG2532 dezelve nietG3361 doetG4160, die zal bij een dwazenG3474 manG435 vergelekenG3666 worden, die zijn huisG3614 opG1909 het zandG285 gebouwdG3618 heeft; En een iegelijk, die deze Mijn woorden hoort en dezelve niet doet, die zal bij een dwazen man vergeleken worden, die zijn huis op het zand gebouwd heeft;

KJV And1 every one2 that heareth4 these sayings7 of mine, and9 doeth11 them12 not,10 shall be likened13 unto a foolish15 man,14 which16 built17 his20 house19 upon21 the sand:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ακουων G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 5 μου G1473 mij, ik I, me 6 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 λογους G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 8 τουτους G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 11 ποιων G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 12 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 ομοιωθησεται G3666 vergelijken, vergeleken be (make) like, (in the) liken(-ess), resemble 14 ανδρι G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 15 μωρω G3474 dwazen, dwaas, dwaze fool(-ish, X -ishness) 16 οστις G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 17 ωκοδομησεν G3618 bouwen, gebouwd, bouwde (be in) build(-er, -ing, up), edify, embolden 18 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 οικιαν G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 20 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 22 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 αμμον G285 zand sand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En de slagregen is nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangeslagen, en het is gevallen, en zijn val was groot.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En de slagregenG1028 is nedergevallenG2597, en de waterstromenG4215 zijn gekomenG2064, enG2532 de windenG417 hebben gewaaidG4154, enG2532 zijn tegen hetzelveG846 huisG3614 aangeslagenG4350, enG2532 het is gevallenG4098, enG2532 zijnG1510 valG4431 was grootG3173. En de slagregen is nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangeslagen, en het is gevallen, en zijn val was groot.

KJV And1 the rain4 descended,2 and5 the floods8 came,6 and9 the winds12 blew,10 and13 beat upon14 that17 house;16 and18 it fell:19 and20 great25 was the fall23 of it.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 κατεβη G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 βροχη G1028 slagregen rain 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ηλθον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ποταμοι G4215 rivier, rivieren, waterstromen flood, river, stream, water 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 επνευσαν G4154 gewaaid, waaien, blaast blow 11 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ανεμοι G417 wind, winden wind 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 προσεκοψαν G4350 stoot, aangeslagen, aanstoot beat upon, dash, stumble (at) 15 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 οικια G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 17 εκεινη G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 επεσεν G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 22 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 πτωσις G4431 val fall 24 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 25 μεγαλη G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En het is geschied, als Jezus deze woorden geeindigd had, dat de scharen zich ontzetten over Zijn leer;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 EnG2532 het is geschiedG1096, als JezusG2424 deze woordenG3056 geeindigdG4931 had, datG3778 de scharenG3793 zich ontzettenG1605 overG1909 Zijn leerG1322; En het is geschied, als Jezus deze woorden geeindigd had, dat de scharen zich ontzetten over Zijn leer;

KJV And1 it came to pass,2 when3 Jesus6 had ended4 these sayings,8 the people12 were astonished10 at13 his16 doctrine:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 3 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 4 συνετελεσεν G4931 voleindigd, geeindigd, oprichten end, finish, fulfil, make 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 λογους G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 9 τουτους G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 εξεπλησσοντο G1605 verslagen, ontzetten, versloegen amaze, astonish 11 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 οχλοι G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 13 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 14 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 διδαχη G1322 leer, lering, leringen doctrine, hath been taught 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Want Hij leerde hen, als macht hebbende, en niet als de Schriftgeleerden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 WantG1063 Hij leerdeG1321 henG846, alsG5613 machtG1849 hebbendeG2192, enG2532 nietG3756 alsG5613 de SchriftgeleerdenG1122. Want Hij leerde hen, als macht hebbende, en niet als de Schriftgeleerden.

KJV For2 he taught3 them4 as5 one having7 authority,6 and8 not9 as10 the scribes.

1 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 διδασκων G1321 lerende, leerde, leren teach 4 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 6 εξουσιαν G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 7 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 10 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 11 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Mattheüs 7:1 Lukas 6:37 Jakobus 4:11 Romeinen 2:1 Romeinen 14:10 Mattheüs 7:5 Lukas 6:41 Mattheüs 7:2 1 Korinthe 4:3
Mattheüs 7:2 Markus 4:24 Lukas 6:38 Jakobus 2:13 Richteren 1:7 Jeremia 51:24 2 Thessalonicenzen 1:6 Obadja 1:15 Psalmen 18:25
Mattheüs 7:3 Johannes 8:7 Galaten 6:1 Lukas 18:11 2 Samuël 12:5 2 Kronieken 28:9 Lukas 6:41 Psalmen 50:16
Mattheüs 7:5 Psalmen 51:9 Lukas 4:23 Mattheüs 23:13 Lukas 13:15 Mattheüs 22:18 Lukas 6:42 Handelingen 19:15
Mattheüs 7:6 Spreuken 9:7 Spreuken 23:9 Handelingen 13:45 2 Timotheüs 4:14 Mattheüs 10:14 Spreuken 26:11 Hebreeën 10:29 Mattheüs 15:26
Mattheüs 7:7 Mattheüs 21:22 1 Johannes 3:22 Johannes 15:7 Markus 11:24 Johannes 15:16 Johannes 14:13 Johannes 16:23 1 Johannes 5:14
Mattheüs 7:8 Johannes 2:2 Johannes 3:8 Psalmen 81:10 2 Kronieken 33:19 Mattheüs 15:22 Psalmen 81:16 Handelingen 9:11 Lukas 23:42
Mattheüs 7:9 Lukas 11:11
Mattheüs 7:11 Romeinen 8:32 Lukas 11:11 Genesis 8:21 Psalmen 86:5 2 Korinthe 9:8 1 Johannes 4:10 Efeze 2:1 Jakobus 1:17
Mattheüs 7:12 Lukas 6:31 Romeinen 13:8 Galaten 5:13 Zacharia 8:16 Leviticus 19:18 Zacharia 7:7 Amos 5:14 Markus 12:29
Mattheüs 7:13 Lukas 13:24 Spreuken 16:25 Jesaja 55:7 Ezechiël 18:27 Galaten 5:24 Mattheüs 3:2 Johannes 10:9 Spreuken 9:6
Mattheüs 7:14 Markus 8:34 Mattheüs 16:24 Jesaja 35:8 Romeinen 12:2 Lukas 13:23 Handelingen 14:22 Mattheüs 22:14 Johannes 16:33
Mattheüs 7:15 1 Johannes 4:1 2 Petrus 2:1 Mattheüs 24:11 Deuteronomium 13:1 Kolossenzen 2:8 Markus 13:22 Handelingen 20:29 Micha 3:11
Mattheüs 7:16 Lukas 6:43 Jakobus 3:12 Mattheüs 12:33 Mattheüs 7:20 2 Petrus 2:10 Judas 1:10
Mattheüs 7:17 Psalmen 92:13 Galaten 5:22 Jesaja 5:3 Psalmen 1:3 Mattheüs 12:33 Efeze 5:9 Jakobus 3:17 Kolossenzen 1:10
Mattheüs 7:18 1 Johannes 3:9 Galaten 5:17
Mattheüs 7:19 Mattheüs 3:10 Judas 1:12 Lukas 3:9 Hebreeën 6:8 Jesaja 5:5 Johannes 15:2 Mattheüs 21:19 Lukas 13:6
Mattheüs 7:20 Mattheüs 7:16 Handelingen 5:38
Mattheüs 7:21 Jakobus 1:22 Romeinen 2:13 Johannes 6:40 Lukas 11:28 Mattheüs 25:11 Lukas 6:46 Hebreeën 13:21 Titus 1:16
Mattheüs 7:22 1 Korinthe 13:1 Johannes 11:51 Maleachi 3:17 Numeri 24:4 Lukas 13:25 Mattheüs 24:36 Mattheüs 10:5 2 Timotheüs 1:18
Mattheüs 7:23 Psalmen 6:8 Mattheüs 25:41 Lukas 13:27 Lukas 13:25 Johannes 10:14 Psalmen 5:5 Mattheüs 25:12 Johannes 10:27
Mattheüs 7:24 Lukas 6:47 Johannes 13:17 Spreuken 10:8 Johannes 14:15 Lukas 11:28 Jakobus 2:17 1 Korinthe 3:10 1 Johannes 2:3
Mattheüs 7:25 Jakobus 1:12 1 Petrus 1:7 Psalmen 125:1 1 Korinthe 3:13 Handelingen 14:22 Ezechiël 13:11 1 Petrus 1:5 Kolossenzen 2:7
Mattheüs 7:26 Jakobus 2:20 Lukas 6:49 Jeremia 8:9 1 Samuël 2:30 Spreuken 14:1
Mattheüs 7:27 Mattheüs 12:43 2 Petrus 2:20 Hebreeën 10:26 1 Korinthe 3:13 Ezechiël 13:10 Mattheüs 13:19
Mattheüs 7:28 Lukas 4:32 Markus 6:2 Markus 1:22 Johannes 7:46 Markus 11:18 Lukas 19:48 Mattheüs 19:1 Mattheüs 13:53
Mattheüs 7:29 Hebreeën 4:12 Mattheüs 15:1 Handelingen 6:10 Deuteronomium 18:18 Mattheüs 5:44 Jeremia 23:28 Lukas 20:8 Markus 7:5
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Mattheüs 7 vers 1

Oordeelt niet, Namelijk lichtvaardiglijk, of verkeerdelijk, uit haat, nijdigheid, of ongegrond achterdenken. Anders is een oprecht oordeel van zaken, waarvan men rechte kennis heeft, als het tot een goed einde geschiedt, zo in het gericht als daar buiten, niet alleen geoorloofd, maar ook geboden. Zie 2 Kron. 19:6 ; Joh. 7:24 ; 1 Kor. 5:12 .

Hertaald: Oordeelt niet, Namelijk lichtvaardig of verkeerd, uit haat, afgunst of ongegronde achterdocht. Overigens is een oprecht oordeel over zaken waarvan men goede kennis heeft, wanneer het met een goed doel gebeurt, zowel in het gerecht als daarbuiten niet alleen geoorloofd maar zelfs geboden. Zie 2 Kron. 19:6; Joh. 7:24; 1 Kor. 5:12.

Mattheüs 7 vers 3

splinter, Dat is kleinere of mindere gebreken, gelijk door den balk grote en grove gebreken verstaan worden.

Hertaald: splinter, Dat is: kleinere of geringere gebreken, terwijl met de balk grote en grove gebreken bedoeld worden.

Mattheüs 7 vers 6

het heilige den honden niet, Heilig is eigenlijk hetgeen van het algemeen gebruik afgezonderd is, en wordt daardoor hier verstaan de predikatie des Evangelies, of de vermaningen en vertroostingen uit Gods Woord, als ook de bediening der heilige sacramenten, die vanwege hunne waardigheid hier ook paarlen genoemd worden, en die men de hardnekkigen en moedwilligen spotters, die bij honden en zwijnen vergeleken worden, niet moet voorhouden; Spr. 9:8 ; 1 Kor. 10:21 ; Fil. 3:2 .

Hertaald: het heilige den honden niet, Heilig is eigenlijk wat van het gewone gebruik afgezonderd is. Daaronder wordt hier de prediking van het Evangelie verstaan, of de vermaningen en vertroostingen uit Gods Woord, en ook de bediening van de heilige sacramenten, die vanwege hun waardigheid hier ook parels genoemd worden. Die moet men niet voorhouden aan de hardnekkige en moedwillige spotters, die met honden en zwijnen vergeleken worden; Spr. 9:8; 1 Kor. 10:21; Filipp. 3:2.

Mattheüs 7 vers 7

Bidt, Door bidden, zoeken en kloppen vermaant ons Christus met ernst geduriglijk aan te houden in den gebede. Zie ook Rom. 12:12 ; 1 Thess. 5:17 .

Hertaald: Bidt, Met bidden, zoeken en kloppen vermaant Christus ons om met ernst voortdurend aan te houden in het gebed. Zie ook Rom. 12:12; 1 Thess. 5:17.

Mattheüs 7 vers 8

bidt, Namelijk uit het geloof en naar Gods wil. Jak. 1:6 ; 1 Joh. 5:14 .

Hertaald: bidt, Namelijk uit het geloof en naar Gods wil. Jak. 1:6; 1 Joh. 5:14.

Mattheüs 7 vers 12

de wet en de profeten Dat is, de hoofdzaak van al hetgeen de wet en de profeten, uitleggers derzelve, leren aangaande de tweede tafel der tien geboden van de liefden des naasten; Matt. 22:29 .

Hertaald: de wet en de profeten Dat is: de hoofdzaak van alles wat de wet en de profeten, die haar uitleggen, leren over de tweede tafel van de tien geboden, namelijk over de liefde tot de naaste; Matth. 22:29.

Mattheüs 7 vers 14

is nauw, Dat is, niet alleen ten aanzien van de nauwe gehoorzaamheid, die God van ons eist, maar ook omdat hij is vol van verdrukking en zwarigheid. Zie Hand. 14:22 .

Hertaald: is nauw, Dat is: niet alleen met het oog op de nauwgezette gehoorzaamheid die God van ons eist, maar ook omdat hij vol verdrukking en moeite is. Zie Hand. 14:22.

Mattheüs 7 vers 15

schaapsklederen tot u komen, Dat is, in een uiterlijken schonen schijn.

Hertaald: schaapsklederen tot u komen, Dat is: in een uiterlijk mooie schijn.

Wolven Dat is, verleiders en zielenmoorders; Joh. 10:1 , Joh. 10:8 ; Hand. 20:29 .

Hertaald: Wolven Dat is: verleiders en zielenmoordenaars; Joh. 10:1, Joh. 10:8; Hand. 20:29.

Mattheüs 7 vers 16

vruchten zult gij hen kennen Door deze vruchten wordt verstaan niet zozeer het leven, hetwelk voor een tijd bedriegen kan, als wel de leer, die aan Gods Woord moet beproefd zijn; 1 Joh. 4:1 .

Hertaald: vruchten zult gij hen kennen Onder deze vruchten wordt niet zozeer het leven verstaan, dat een tijdlang kan bedriegen, als wel de leer, die aan Gods Woord getoetst moet worden; 1 Joh. 4:1.

Mattheüs 7 vers 17

een kwade boom Grieks, een verrotte boom.

Hertaald: een kwade boom Grieks: een verrotte boom.

Mattheüs 7 vers 21

die tot mij zegt Dat is, die veel en ijdellijk roemt van Christus en zijn leer.

Hertaald: die tot mij zegt Dat is: wie veel en zonder inhoud roemt op Christus en Zijn leer.

die daar doet den wil mijns Vaders, Dat is, die in Christus oprecht gelooft, Joh. 6:40 , en zijn leven naar Gods geboden aanstelt; 1 Thess. 4:3 .

Hertaald: die daar doet den wil mijns Vaders, Dat is: wie oprecht in Christus gelooft, Joh. 6:40, en zijn leven naar Gods geboden inricht; 1 Thess. 4:3.

Mattheüs 7 vers 22

te dien dage tot mij zeggen Namelijk des uitersten oordeels; Matt. 24:36 .

Hertaald: te dien dage tot mij zeggen Namelijk de dag van het laatste oordeel; Matth. 24:36.

in uwen naam geprofeteerd, Dat is door uw bevel en kracht, als uwe dienaars, en tot verbreiding van uwe eer.

Hertaald: in uwen naam geprofeteerd, Dat is: op Uw bevel en door Uw kracht, als Uw dienaars, en tot verbreiding van Uw eer.

krachten gedaan? Dat is, wondertekenen of mirakelen, 1 Kor. 12:10 , omdat zij door de kracht van God geschieden.

Hertaald: krachten gedaan? Dat is: wondertekenen of mirakelen, 1 Kor. 12:10, omdat zij door de kracht van God gebeuren.

Mattheüs 7 vers 23

openlijk aanzeggen Grieks, belijden.

Hertaald: openlijk aanzeggen Grieks: belijden.

gekend; Namelijk voor de mijnen. Zie Joh. 10:14 , en 2 Tim. 2:19 .

Hertaald: gekend; Namelijk als de Mijnen. Zie Joh. 10:14 en 2 Tim. 2:19.

Mattheüs 7 vers 25

slagregen nedergevallen, Door den slagregen, de waterstromen en winden worden verstaan allerlei vervolgingen, verleidingen en verzoekingen, waardoor de mensen tot afval zouden kunnen gebracht worden.

Hertaald: slagregen nedergevallen, Met de slagregen, de waterstromen en de winden worden allerlei vervolgingen, verleidingen en verzoekingen bedoeld waardoor mensen tot afval gebracht zouden kunnen worden.

de steenrots gegrond Deze steenrots betekent Christus, 1 Petr. 2:6 .

Hertaald: de steenrots gegrond Deze steenrots duidt Christus aan, 1 Petr. 2:6.

Mattheüs 7 vers 26

zand gebouwd heeft; Door het zand wordt verstaan al wat de mensen buiten Christus tot een fondament hunner zaligheid stellen; Hand. 4:12 .

Hertaald: zand gebouwd heeft; Met het zand wordt alles bedoeld wat de mensen buiten Christus tot fundament van hun zaligheid stellen; Hand. 4:12.

Mattheüs 7 vers 28

ontzetten over Zijn leer Of, verbaasd, verslagen werden met verwondering en beroering huns gemoeds.

Hertaald: ontzetten over Zijn leer Of: verbaasd en verslagen werden, met verwondering en beroering van hun gemoed.

Mattheüs 7 vers 29

machthebbende, Dat is, met goddelijk gezag, en met een zonderlinge beweeglijkheid en vrijmoedigheid. Zie Luk 22 , en Joh. 7:45-46 .

Hertaald: machthebbende, Dat is: met goddelijk gezag, en met een bijzondere aangrijpende kracht en vrijmoedigheid. Zie Luk. 22 en Joh. 7:45-46.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Gebed (het Onze Vader)  — Grieks: proseuche; het gebed dat de Heere Zijn discipelen leerde wordt naar de aanhef het Onze Vader genoemd

In de Bergrede onderwijst Christus het gebed eerst negatief. Het moet niet zijn zoals bij de huichelaars, die staande in de synagogen en op de hoeken der straten bidden om van de mensen gezien te worden. Het moet ook niet met een overvloed van woorden als bij de heidenen, want de Vader weet wat men nodig heeft voordat men bidt (Matt. 6:5-8). Daarop volgt het gebed zelf, met een aanspraak en zes beden: de eerste drie voor Gods Naam, Koninkrijk en wil, de laatste drie voor brood, vergeving en bewaring (Matt. 6:9-13). Onmiddellijk erna staat de enige bede die Hij uitlegt, en het is de moeilijkste: wie de mensen hun misdaden niet vergeeft, wordt ook zelf niet vergeven (Matt. 6:14-15). Elders leert Hij volharding in het gebed — bidt, en u zal gegeven worden (Matt. 7:7-11) — en dat waar twee of drie in Zijn Naam vergaderd zijn, Hij in het midden is (Matt. 18:19-20).

Bijbelse betekenis: De orde van de beden is het onderwijs. Er wordt niet begonnen bij de nood van de bidder maar bij de eer van God, en het brood komt pas op de vierde plaats. Het meervoud valt eveneens op: ons, onze, wij — het is een gebed dat men niet alleen bidt. En de aanspraak zelf is het grootste: dat een mens God "onze Vader" mag noemen, is in het Oude Testament nauwelijks gehoord en hier het uitgangspunt.

Typologie: Dat dit geen aangeleerde formule maar een geschonken vrijmoedigheid is, legt Paulus uit: wij hebben niet ontvangen de geest der dienstbaarheid tot vrees, maar de Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader (Rom. 8:15; vgl. Gal. 4:6). En omdat wij niet weten wat wij bidden zullen, pleit de Geest Zelf voor ons (Rom. 8:26). Daarbij komt de voorbede van Christus: Hij leeft altijd om voor hen te bidden (Hebr. 7:25), en door Hem hebben wij de toegang tot de Vader in één Geest (Ef. 2:18). Het Onze Vader is dus niet de prestatie van de bidder maar de vrucht van het werk van de Middelaar.

Matt. 6:5-15; Matt. 7:7-11; Matt. 18:19-20; Rom. 8:15,26; Gal. 4:6; Ef. 2:18; Hebr. 7:25

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Hij leerde hen als macht hebbende — 7:21-29

Profeet, priester en koning niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe ambt

Het slot van de bergrede. Hij heeft drie hoofdstukken lang gesproken over het koninkrijk, en sluit af met twee huizen en een storm — en met een zin over Zichzelf die alles verandert.

Wie de rede uitspreekt, blijkt er zelf de maatstaf en de rechter van te zijn.

**De eerste verrassing.** “Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen.”

Er wordt niet gezegd: wie tot God zegt. Er staat: tot Mij. En het gaat over toegang tot een koninkrijk.

**De tweede.** Mensen zullen zich beroepen op wat zij in Zijn naam gedaan hebben: geprofeteerd, duivelen uitgeworpen, krachten gedaan. En dan: “En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend.”

Dat is de taal van een rechter op de laatste dag, uitgesproken door een timmermanszoon aan een berghelling in Galilea.

**Het beeld van de huizen.** Twee huizen, dezelfde storm. Het verschil zit niet in het weer maar in de ondergrond. En let op waar die ondergrond uit bestaat: “Een iegelijk dan, die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet.”

Niet: wie de wet doet. Wie déze woorden doet.

**En dan de zin van de omstanders.** “En het is geschied, als Jezus deze woorden geeindigd had, dat de scharen zich ontzetten over Zijn leer; want Hij leerde hen, als macht hebbende, en niet als de Schriftgeleerden.”

Een Schriftgeleerde beriep zich op zijn leraren: rabbi die zei dit, rabbi die zei dat. Deze zegt door de hele rede heen: **maar Ik zeg u**.

**Waarom dit bij de ambten hoort.** Een profeet spreekt niet uit zichzelf; hij krijgt woorden in de mond gelegd en begint met: zo zegt de HEERE. Ezechiël moest de rol eerst opeten. Jeremia kreeg de woorden in zijn mond gelegd.

Hier staat Iemand Die het profetenambt niet ontkent maar overtreft: Hij haalt geen gezag aan, Hij ís het. Dat is precies wat de mensen opmerken, en zij zeggen het in één zin.

De Profeet Die Mozes beloofde, zou woorden spreken die God in Zijn mond legde. Hier spreekt Er Een van Wie de woorden zelf de rots zijn waarop een huis blijft staan.

  1. Deuteronomium 18:18 — Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven.
  2. Jeremia 1:9 — God raakt de mond aan en legt er de woorden in.
  3. Ezechiël 3:1 — De profeet moet de rol eerst eten voordat hij spreekt.
  4. Mattheüs 5:22 — Maar Ik zeg u — door de hele rede heen.
  5. Mattheüs 7:24 — Wie déze woorden doet, bouwt op de rots.
  6. Mattheüs 7:29 — Hij leerde hen als macht hebbende, niet als de Schriftgeleerden.

In het Nieuwe Testament: Deuteronomium 18:18; Jeremia 1:9; Ezechiël 3:1; Jesaja 28:16; Mattheüs 5:22; Johannes 7:46

Hoever dit reikt: Dat de scharen het gezag van Zijn onderwijs opmerken, staat er met zoveel woorden; wat zij daarmee precies bedoelden, wordt niet gezegd. Deze post leest het slot van de bergrede in het licht van het profetenambt uit de wet. Op de vraag wie de mensen zijn die in vers 22 spreken, gaat zij niet in.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Mattheüs 7

Mattheüs 7:1-2.KruisverwijzingenLukas 6:37Jakobus 4:11Romeinen 2:1Romeinen 14:10Mattheüs 7:5Lukas 6:41Mattheüs 7:21 Korinthe 4:3
— Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt. Want met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met welke mate gij meet, zal u wedergemeten worden.
“Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt. Want met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met welke mate gij meet, zal u wedergemeten worden.”

Gebruik uw oordeel, natuurlijk; het vers veronderstelt dat u in de goede zin oordeelt. Maar geef uw vermogen om te bekritiseren niet de vrije loop over anderen op een vittende manier. Doe ook niet alsof u in gezag gesteld was en het recht had onder uw medemensen vonnissen uit te delen.

Legt u motieven op en doet u alsof u harten kunt lezen, dan zullen anderen hetzelfde tegenover u doen. Hard en vittend gedrag lokt zeker wraakneming uit. De mensen om u heen zullen de maat oppakken die u gebruikt hebt en uw eigen koren ermee meten.

U hebt er geen bezwaar tegen dat mensen een eerlijk oordeel over uw karakter vormen, en het is u ook niet verboden hetzelfde over hen te doen. Maar zoals u er bezwaar tegen zou hebben dat zij over u te gericht zitten, ga dan ook zelf niet over hen te gericht zitten.

Dit is de dag van het oordeel niet, en wij zijn Zijne Majesteits rechters niet. Wij mogen dus niet vooruitlopen op de tijd die voor de laatste rechtszitting bestemd is, en niet de voorrechten van de Rechter van heel de aarde aan ons trekken. Ken ik mijzelf goed, dan hoef ik mijn oordeel niet op rondreis te sturen om andere mensen te berechten. Ik kan het volop bezig houden in mijn eigen rechtszaal van het geweten, om de verraders in mijn eigen boezem te berechten.

Sommige mensen hebben een vittende aard. Zij zien in anderen niets om te prijzen maar alles om te laken. En zulke mensen merken gewoonlijk dat zij naar hun eigen goddeloze regel veroordeeld worden. Anderen beginnen hen te beoordelen die zo graag beoordelen. Zijn zij zo wijs en zo scherpzinnig, dan verwachten anderen ook meer van hen. En vinden zij dat niet, dan zijn zij niet traag om hen te veroordelen. Er is een oud spreekwoord dat de kippen thuiskomen om te roesten, en dat doen zij ook.

Mattheüs 7:3-5.KruisverwijzingenJohannes 8:7Galaten 6:1Lukas 18:112 Samuël 12:52 Kronieken 28:9Lukas 6:41Psalmen 50:16Psalmen 51:9
— En wat ziet gij den splinter, die in het oog uws broeders is, maar den balk, die in uw oog is, merkt gij niet? Of, hoe zult gij tot uw broeder zeggen: Laat toe, dat ik den splinter uit uw oog uitdoe; en zie, er is een balk in uw oog? Gij geveinsde! werp eerst den balk uit uw oog, en dan zult gij bezien, om den splinter uit uws broeders oog uit te doen.
“En wat ziet gij den splinter, die in het oog uws broeders is, maar den balk, die in uw oog is, merkt gij niet?”

Het oordeelvermogen wordt het best thuis gebruikt. Onze neiging is splinters in andermans ogen uit te speuren en de balk in ons eigen oog niet te zien. In plaats van met voldane blik naar het kleine gebrek van een ander te kijken, zouden wij verstandig handelen als wij boetvaardig ons eigen grotere gebrek bedachten.

Het is de balk in ons eigen oog die ons blind maakt voor ons eigen kwaaddoen. Maar zo’n blindheid is niet genoeg om ons te verontschuldigen, want zij sluit onze ogen blijkbaar niet voor de kleine fout van onze broeder.

De bemoeizucht doet alsof zij oogarts is, maar in werkelijkheid speelt zij de dwaas. Stel u iemand voor met een balk in zijn oog. Hij doet alsof hij aan zo’n teder deel als het oog van een ander kan werken, en hij probeert er iets zo kleins als een splinter uit te halen! Is hij geen huichelaar, die doet alsof hij zo bezorgd is over de ogen van anderen, terwijl hij nooit op zijn eigen ogen let?

Jezus is zachtmoedig, maar Hij noemt die man een huichelaar die zich over kleine dingen bij anderen opwindt en geen aandacht geeft aan grote zaken thuis, in zijn eigen persoon. Onder alle vitterij ligt de huichelarij. Een oprecht mens zou het oordeel dat hij over anderen uitspreekt op zichzelf toepassen. Maar het gebeurt gewoonlijk dat wie zo bezig zijn de gebreken van anderen uit te speuren, geen tijd hebben om hun eigen gebreken te zien.

Onze hervormingen moeten bij onszelf beginnen, of zij zijn niet oprecht en komen niet uit een recht motief op. De zonde mogen wij bestraffen, maar niet als wij haar zelf toelaten. Wij mogen tegen het kwaad protesteren, maar niet als wij het met opzet bedrijven. De farizeeën waren groot in het laken maar traag in het verbeteren.

Onze Heere wil Zijn Koninkrijk niet vullen met huichelachtige theoretici; Hij vraagt praktische gehoorzaamheid aan de regels van de heiligheid. Nadat wij zelf geheiligd zijn, zijn wij verplicht ogen voor de blinden te zijn en het onheilige leven te verbeteren — maar niet eerder. Zolang wij geen persoonlijke godsvrucht hebben, is ons prediken van de godzaligheid louter huichelarij. Mocht niemand van ons de HEERE tergen tot Hij zegt: u huichelaar!

Mattheüs 7:6.KruisverwijzingenSpreuken 9:7Spreuken 23:9Handelingen 13:452 Timotheüs 4:14Mattheüs 10:14Spreuken 26:11Hebreeën 10:29Mattheüs 15:26
— Geeft het heilige den honden niet, noch werpt uw paarlen voor de zwijnen; opdat zij niet te eniger tijd dezelve met hun voeten vertreden, en zich omkerende, u verscheuren.
“Geeft het heilige den honden niet, noch werpt uw paarlen voor de zwijnen; opdat zij niet te eniger tijd dezelve met hun voeten vertreden, en zich omkerende, u verscheuren.”

Zijn mensen kennelijk niet in staat de zuiverheid van een grote waarheid te zien, zet die dan niet voor hen neer. Zij zijn als honden, en zet u hun heilige dingen voor, dan worden zij geprikkeld om u te verscheuren. Heilige dingen zijn niet voor de onheiligen.

Bent u onder verdorven mensen, die als zwijnen zijn, breng dan de kostbare verborgenheden van het geloof niet naar buiten. Want zij zullen ze verachten en ze in het slijk vertreden. U hoeft niet nodeloos een aanval uit te lokken op uzelf of op de hogere waarheden van het evangelie.

Reken mensen niet tot honden of zwijnen. Maar geven zij zelf toe dat zij het zijn, of handelen zij daar door hun gedrag naar, geef hun dan geen gelegenheden om hun boze karakter uit te stallen. Heiligen moeten geen onbenullen zijn. Zij mogen geen rechters zijn, maar zij mogen ook geen dwazen zijn.

De ijver behoort altijd door de voorzichtigheid getemperd te worden. Er zijn tijden waarop het verraad aan de waarheid zou zijn haar in het gesprek te brengen. Dat is wanneer mensen in zo’n gemoedsgesteldheid zijn dat zij er eerder aan gaan haarkloven dan haar te geloven. Spreek dus niet alleen góed, maar spreek ook op de rechte tíjd, want het zwijgen is soms goud. Zorg dat u uw maat gouden zwijgen hebt, en niet alleen uw maat zilveren spreken.

Grote Koning, hoeveel wijsheid vragen Uw voorschriften! Ik heb U nodig, niet alleen om mijn mond te openen, maar soms ook om hem gesloten te houden.

Mattheüs 7:7-8.KruisverwijzingenMattheüs 21:221 Johannes 3:22Johannes 15:7Markus 11:24Johannes 15:16Johannes 14:13Johannes 16:231 Johannes 5:14
— Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden. Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.
“Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.”

Tot mensen mag u niet altijd over hemelse dingen spreken, maar tot God mag u dat altijd. Bidt, zoekt, klopt — laat uw gebed op het geval passen, laat het in vurigheid toenemen, laat het in de grootheid van zijn voorwerp voortgaan. Een gave te ontvangen is eenvoudig; een schat te vinden verrijkt meer; een paleis binnen te gaan is het beste van alles.

Hier is een drievoudige aanmoediging om te bidden. Kunnen wij de ene wijze van bidden niet gebruiken, laten wij dan de andere gebruiken, want elk zal op de rechte tijd slagen. O kind van God, laat niets u van het gebed weerhouden! Het is treffend gezegd dat een christen wel ingesloten kan worden door heggen, maar niet overdekt: er is altijd een doorgang omhoog naar de troon van de grote Vader.

Wie er niet om vragen wil, verdient het zonder te blijven. Hebt u er ooit om gevraagd? Zo niet, wiens schuld is het dan dat u het niet hebt? Hoe kunt u hopen te vinden als u niet zoekt? En als u het nooit gezocht hebt, hoe verontschuldigt u dan uw verwaarlozing?

Is dat alles? Klop dan! Wordt de poort van de hemel u niet geopend? Hebt u nooit geklopt? Verwondert u zich er dan over dat de deur gesloten is? Wees op uw hoede, want de tijd kan komen dat u klopt en dat de deur niet geopend wordt. Want wanneer de Heere van het huis eenmaal opgestaan is en de deur gesloten heeft, dan is het kloppen tevergeefs.

Vraag het volk van God of het niet zo is. Ga onder hen en ondervraag hen hierover. Zij kennen de kracht van het gebed; laat hen u zeggen of zij bedrogen zijn of niet. Welnu, is het bij hen zo gegaan, laat dat u dan aanmoedigen te verwachten dat het bij u eender zal zijn.

Wanneer u met mensen te doen hebt, gaat dit niet altijd op. U kunt vragen en niet ontvangen, zoeken en niet vinden, kloppen en de deur niet geopend krijgen. Maar wanneer u met God te doen hebt, zijn er geen mislukkingen en geen weigeringen. Elke ware vrager ontvangt, elke ware zoeker vindt, en voor elke ware klopper gaat de deur open. Wilt u het niet eens proberen en het voor uzelf ondervinden?

Mattheüs 7:9-11.KruisverwijzingenRomeinen 8:32Genesis 8:21Psalmen 86:52 Korinthe 9:81 Johannes 4:10Efeze 2:1Jakobus 1:17Lukas 11:11
— Of wat mens is er onder u, zo zijn zoon hem zou bidden om brood, die hem een steen zal geven? En zo hij hem om een vis zou bidden, die hem een slang zal geven? Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven dengenen, die ze van Hem bidden!
“Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven dengenen, die ze van Hem bidden!”

U geeft niet alleen, maar u weet ook zó te geven dat u de vrager niet teleurstelt. Zo is het op de allergezegendste wijze met de grote Vader in de hemel. Hij zal u niet geven wat u bespot en teleurstelt. Hij zal u brood geven en geen steen, een vis en geen slang. Ja, meer nog: Hij zal u het Brood des levens en het Water des levens geven, opdat u eeuwig leeft.

Is er een verband tussen ons eigen gedrag hierin en de antwoorden op onze gebeden? Ongetwijfeld is dat zo, gezien de plaats van de tekst. Soms hebben mensen onze hulp nodig in gevallen waarin wij zelf geholpen zouden willen worden. Willen wij hun verzoeken dan nooit toestaan, hoe kunnen wij met enig vertrouwen tot God gaan en Hem om hulp vragen?

Ik twijfel er niet aan dat velen geen antwoord op hun gebed ontvangen hebben. Dat gebed kwam uit een hard en onteder hart, dat hen niet toestond de verzoeken van anderen toe te staan.

Mattheüs 7:12.KruisverwijzingenLukas 6:31Romeinen 13:8Galaten 5:13Zacharia 8:16Leviticus 19:18Zacharia 7:7Amos 5:14Markus 12:29
— Alle dingen dan, die gij wilt, dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de wet en de profeten.
“Alle dingen dan, die gij wilt, dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de wet en de profeten.”

Dit wordt met recht de gouden regel genoemd. Christus zegt ervan dat het de wet en de profeten is. Het is er de kern van, de som en het wezen van de hoogste zedelijkheid.

Laat die gouden regel niet slechts als een opschrift in dit Boek staan, maar neem hem mee naar uw dagelijkse leven. Zouden wij allen tegenover anderen handelen zoals wij willen dat anderen tegenover ons handelen, hoe anders zou het leven van veel mensen worden! Onze wereld zou een gelukkige wereld zijn als deze wet van Christus de wet van alle volken was. God zende ons de Geest, door Wie wij alleen zo’n hoge regel kunnen gehoorzamen!

Mattheüs 7:13-14.KruisverwijzingenLukas 13:24Spreuken 16:25Jesaja 55:7Markus 8:34Ezechiël 18:27Galaten 5:24Mattheüs 16:24Mattheüs 3:2
— Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan; Want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die denzelven vinden.
“Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan; Want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die denzelven vinden.”

Schaam u er niet voor dat u puriteins, precies en nauwgezet genoemd wordt. Die weg is zeer onbemind. De groten zullen u grote ruimheid en breedheid aanraden, maar ga in door de enge poort.

Probeer niet met de meerderheid mee te gaan; de waarheid staat gewoonlijk aan de kant van de minderheid. Tel geen hoofden en zeg niet: ik ben voor dat wat de meesten aan zijn kant heeft. Geef de voorkeur aan wat onder de mensen het minst geliefd is. Kies wat het moeilijkst is, wat vlees en bloed het meest tegenstaat, wat u de minste vrijheid geeft.

Ga achteraan wat eng lijkt en wat u zelfverloochening kost. Achteraan wat tegen de wil van het vlees ingaat, wat het oog niet lijkt te bekoren en de zinnen niet lijkt te betoveren. Aan die kant zult u niet gemakkelijk te veel dwalen. Laat dat u een maatstok zijn.

Weg met die soort prediking die u toestaat u in de zonde te vermaken. Weg met die soort onderwijs die de maat van Gods Woord voor u verlaagt, en die u meer over uw eigen oordeel doet denken dan over het onderwijs van Christus. Laat anderen het hebben als zij willen.

Wees op weg en op reis. Ga in door de poord aan het begin van de weg, en blijf niet aarzelen. Is het de rechte weg, dan zult u de ingang enigszins moeilijk en buitengewoon eng vinden, want hij vraagt zelfverloochening en strengheid van gehoorzaamheid en waakzaamheid van geest. En toch: gaat in door de enge poort.

Het is waar dat er een andere weg is, breed en veel bezocht; maar die leidt tot het verderf. Mensen gaan langs de grote straatweg naar hun ondergang, maar de weg naar de hemel is een ruiterpad. Er kunnen andere dagen komen waarin de menigte de enge weg vult. Maar op dit moment moet de weg breed zijn om bemind te wezen — breed in de leer, in de zeden en in het geestelijke.

Maar wie op de enge weg zijn, gaan recht naar de heerlijkheid. Alles is goed wat goed eindigt. Wij kunnen ons beter op de rechte weg laten insluiten dan ons op de verkeerde weg laten uitzetten. De eerste eindigt in eindeloos leven; de tweede spoedt zich naar de eeuwige dood. HEERE, verlos mij van de verzoeking om “breed” te zijn, en houd mij op de enge weg, al vinden weinigen hem!

De poort van de hemel wordt niet bij toeval open gevonden; er is nooit iemand bij toeval zalig geworden. Nee, het blijft waar: weinigen zijn er die hem vinden. Ja, niemand víndt hem, tenzij de genade hém vindt. Hij Die die poort gemaakt heeft, moet het dwalende schaap nagaan en het door die poort brengen. Zij zullen hem nooit van zichzelf kiezen.

Mattheüs 7:15.Kruisverwijzingen1 Johannes 4:12 Petrus 2:1Mattheüs 24:11Deuteronomium 13:1Kolossenzen 2:8Markus 13:22Handelingen 20:29Micha 3:11
— Maar wacht u van de valse profeten, dewelke in schaapsklederen tot u komen, maar van binnen zijn zij grijpende wolven.
“Maar wacht u van de valse profeten, dewelke in schaapsklederen tot u komen, maar van binnen zijn zij grijpende wolven.”

Er zijn er altijd genoeg van in de omloop. Er is niets van het schaap aan hen dan de vacht, en er is geen verband tussen die vacht en wie haar draagt.

Wij hebben ons oordeel nodig, en wij moeten de geesten van hen toetsen die zeggen dat zij van God gezonden zijn. Er zijn mensen met grote gaven die valse profeten zijn. Zij nemen het uiterlijk, de taal en de geest van Gods volk aan. Maar in werkelijkheid zijn zij begerig zielen te verslinden, zoals wolven naar het bloed van de schapen dorsten.

Een schaapsvacht is heel mooi, maar wij moeten eronder kijken en de wolven uitspeuren. Iemand is wat hij innerlijk is. Wij hebben op onze hoede te zijn, en dit voorschrift komt op dit uur van pas. Wij moeten niet alleen zorgvuldig zijn met onze weg, maar ook met onze leidslieden. Zij komen tot ons, zij komen als profeten, zij komen met elke uiterlijke aanbeveling — maar het zijn echte Bileams, en zij zullen zeker vloeken wie zij voorgeven te zegenen.

Sommigen eren en achten alle profeten. Is het niet een zeer hoog ambt? Is een profeet geen man die van God gezonden is? Ja — en juist daarom zijn er nabootsingen die God nooit gezonden heeft. De louter huichelaar is de bok in schaapsklederen. Maar een valse profeet is een wólf in schaapsklederen, omdat hij zoveel meer schade kan doen en zoveel meer schade zál doen aan de gemeente van God.

Mattheüs 7:16-18.KruisverwijzingenLukas 6:43Psalmen 92:13Galaten 5:22Jesaja 5:3Psalmen 1:3Efeze 5:9Jakobus 3:12Mattheüs 12:33
— Aan hun vruchten zult gij hen kennen. Leest men ook een druif van doornen, of vijgen van distelen? Alzo een ieder goede boom brengt voort goede vruchten, en een kwade boom brengt voort kwade vruchten. Een goede boom kan geen kwade vruchten voortbrengen, noch een kwade boom goede vruchten voortbrengen.
“Aan hun vruchten zult gij hen kennen. Leest men ook een druif van doornen, of vijgen van distelen?”

Zo kunt u mensen beoordelen zoals u bomen beoordeelt, en zo kunt u ook leerstellingen beoordelen. Wat vrijheid tot zonde geeft, kan niet waar zijn; maar wat de heiligheid bevordert, is waar. Want op de een of andere manier lopen de waarheid van de leer en de heiligheid van het leven samen. Wij kunnen niet verwachten dat de heiligheid uit de leugen opgroeit, maar wij mogen wel verwachten dat allerlei kwaad uit vals onderwijs komt.

Hun onderwijs, hun leven en hun werking op ons gemoed zullen ons een zekere toets zijn. Hebt u de kennis van de theologie niet om hun onderwijs te kunnen beoordelen, dan kan zelfs de eenvoudigste hun dáden beoordelen. Aan hun vruchten zult u hen kennen — en die komen vroeg of laat zeker uit.

Hebt u ooit een druiventak aan een doornbos zien groeien? Druiven en vijgen zijn aangename vrucht. En een heilig leven, ware godsvrucht en gemeenschap met God zijn de dingen die aan God en aan goede mensen zoet zijn. Maar die komen niet uit valse leer. Bij valse profeten worden zij niet gezien; zulke profeten verachten zulke dingen.

Ieder mens brengt voort naar zijn aard; hij kan niet anders. Goede boom, goede vrucht; verdorven boom, boze vrucht. Het is niet mogelijk dat het gevolg hoger en beter is dan de oorzaak. Het waarlijk goede brengt geen kwaad voort; dat zou tegen zijn aard zijn. Het van de wortel af slechte komt nooit tot het voortbrengen van goed, al kan het er soms op lijken.

Onze Koning is een groot leraar van de voorzichtigheid. Wij mogen niet oordelen, maar wij moeten wél kennen, en de regel voor die kennis is even eenvoudig als veilig. Zulke kennis van mensen kan ons bewaren voor groot onheil dat door omgang met slechte en bedrieglijke mensen over ons zou komen.

Mattheüs 7:19-20.KruisverwijzingenMattheüs 7:16Mattheüs 3:10Judas 1:12Lukas 3:9Hebreeën 6:8Jesaja 5:5Johannes 15:2Mattheüs 21:19
— Een ieder boom, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. Zo zult gij dan dezelve aan hun vruchten kennen.
Dat is wat er ten slotte van komt. Zo’n boom kan zich wijd uitspreiden en veel bewondering trekken om zijn groen, maar er wordt een bijl gescherpt en een vuur aangelegd.

Laat er maar genoeg tijd gegeven worden, en ieder mens op aarde die geen goede vrucht draagt zal zijn vonnis ontmoeten. Het is niet alleen de goddeloze, de drager van giftige beziën, die omgehouwen wordt. Ook de onzijdige, de man die geen vrucht van werkelijke deugd draagt, moet in het vuur geworpen worden.

Het is niet aan ons te houwen of te verbranden, maar het is aan ons te kennen. Die kennis moet ons ervoor bewaren onder de schaduw of de invloed van valse leraars te komen. Wie wil zijn nest bouwen in een boom die spoedig omgehouwen zal worden? Wie zou een onvruchtbare boom kiezen voor het midden van zijn boomgaard?

U kunt hen niet beoordelen naar hun bast of naar de spreiding van hun takken. Ook niet naar het groen van hun bladeren, en zelfs niet naar de schoonheid van hun bloesem in het voorjaar. Aan hun vruchten zult u hen kennen. HEERE, laat mij bedenken dat ik mijzelf naar deze regel moet beoordelen. Maak mij een boom die werkelijk vrucht draagt.

Mattheüs 7:21.KruisverwijzingenJakobus 1:22Romeinen 2:13Johannes 6:40Lukas 11:28Mattheüs 25:11Lukas 6:46Hebreeën 13:21Titus 1:16
— Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is.
“Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is.”

Het doen is de ware toets, niet de woorden. Niet wie zegt “Heere, Heere”, maar wie de wil van God doet. Niet wie alleen goede woorden op de tong heeft. Wie de wil van God in het hart weggelegd heeft en in het leven uitgewerkt, díe is de man die het Koninkrijk der hemelen binnengaan zal.

Geen enkele hulde in woorden is genoeg. Wij mogen in de Godheid van onze Heere geloven en ons grote moeite geven die telkens weer te belijden met ons “Heere, Heere”. Maar voeren wij de geboden van de Vader niet uit, dan brengen wij de Zoon geen ware hulde. Wij mogen onze verplichtingen aan Jezus erkennen en Hem daarom “Heere, Heere” noemen. Maar brengen wij die verplichtingen nooit in praktijk, wat is dan de waarde van onze toegevingen?

Onze Koning neemt in Zijn Koninkrijk niet hen op wier godsdienst in woorden en ceremoniën ligt, maar alleen hen wier leven de gehoorzaamheid van het ware discipelschap laat zien. Zij waren zeer zuiver in de leer. Zij noemden Jezus Heere en geloofden in Zijn Godheid. Naar het schijnt waren zij zeer godvruchtig. Zij waren zeer aandringend en ernstig; zij zeiden “Heere, Heere” en riepen Hem telkens weer aan. En toch: niet ieder die tot Mij zegt “Heere, Heere” zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan.

Och, geliefde vrienden, er moet heiligheid in ons zijn, want zonder heiligheid kan niemand de Heere zien. Niet het kénnen van de wil van de hemelse Vader, maar het dóen ervan is het merk van de goddelijke verkiezing. Is Gods genade werkelijk in ons ingegaan, dan zullen ook wij, net als de profeten, aan onze vruchten gekend worden.

Mattheüs 7:22-23.KruisverwijzingenPsalmen 6:8Mattheüs 25:41Lukas 13:271 Korinthe 13:1Johannes 10:14Psalmen 5:5Mattheüs 25:12Johannes 11:51
— Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere! hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt!
“Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere! hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt!”

Een zuivere geloofsbelijdenis maakt niet zalig als zij alleen staat, en zij doet dat ook niet zeker wanneer er een ambt en een dienst bijkomen. Deze mensen zeiden “Heere, Heere”, en daarbij beroepen zij zich op hun profeteren of prediken in Zijn naam. Al het prediken van de wereld zal de prediker niet zalig maken als hij het zelf niet doet.

Ja, en hij kan zelfs voorspoedig geweest zijn — in zeer hoge mate voorspoedig, want hij heeft in Zijn naam duivelen uitgeworpen. En toch, zonder persoonlijke heiligheid, wordt de uitwerper van duivelen zelf uitgeworpen. Driemaal wordt van hem gezegd dat hij alles “in Uw naam” deed. En toch kende de Heere, Wiens naam hij zo vrij en zo stoutmoedig gebruikte, hem niet en wilde Hij hem niet in Zijn gezelschap laten blijven.

Ja, zo deed Bileam ook. Was Saul niet ook onder de profeten? En toch werd Bileam noch Saul door God aangenomen; het werden verworpenen. Iemand kan een prediker zijn, en een welsprekend prediker, en hij kan zelfs enige zegen op zijn prediking hebben, en toch voor altijd verworpen worden.

Ja, en er was er één die duivelen uitwierp en zelf een duivel was, namelijk Judas Iskariot, die Hem ook verried. Hij ging uit en deed wonderen in de naam van Christus, en verkocht Christus daarna voor zilverlingen. Ja, wij kunnen veel wonderlijke werken doen en toch wonderlijk bedrogen zijn. Niet wonderlijke werken, maar heilige werken; niet werken die mensen verbazen, maar werken die God behagen — díe zijn het bewijs van genade in de ziel.

De mensen naar wie onze Heere hier verwijst, deden een openlijke belijdenis dat zij Hem volgden en noemden Hem Heere. Maar veel luide belijdenissen van geloof zullen op die dag van het oordeel voor niets tellen. Wij moeten er allen op toezien dat wij méér hebben dan een louter belijden dat wij Christus toebehoren.

Deze valse discipelen dienden ook niet in een gering ambt, want zij hadden in de naam van Christus gepredikt. Zulke valse belijders houden ervan de hoge plaatsen in de gemeente in te nemen, net zoals de farizeeën de voorgestoelten in de synagoge begeerden. Er moet meer aan iemands verhouding tot Christus zijn dan alleen zeggen dat hij een voorganger of een ouderling is die de zieken bezoekt.

Tot hen allen zal Jezus streng en plechtig zeggen dat Hij hen niet kent en dat zij van Hem weg moeten gaan. Geen woorden kunnen ooit ten volle beschrijven in wat een staat van smart iemand is voor wie Christus hem niet kent. Er is voor hem geen hoop, want door Christus onbekend te zijn is hetzelfde als voor eeuwig en altijd zonder hoop te wezen.

Mattheüs 7:24-25.KruisverwijzingenLukas 6:47Johannes 13:17Spreuken 10:8Johannes 14:15Lukas 11:28Jakobus 2:171 Korinthe 3:101 Johannes 2:3
— Een iegelijk dan, die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet, dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft; En er is slagregen nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangevallen, en het is niet gevallen, want het was op de steenrots gegrond.
“Een iegelijk dan, die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet, dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft; En er is slagregen nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangevallen, en het is niet gevallen, want het was op de steenrots gegrond.”

Hij was een goed man en een praktisch man, en toch was hij ook een beproefd man. Zijn huis was op de steenrots gebouwd, maar dat verhinderde de regen niet neer te dalen, en de waterstromen niet te komen, en de winden niet te waaien.

Wie u ook bent en wat u ook bouwt, het zal beproefd worden. Hoe vast de rots onder u ook is, de winden zullen waaien en de regen zal op uw gebouw neerstorten. Bent u in een paleis of in een hut, de beproeving moet en zal tot u komen.

De hoogste gestalte van godzaligheid zal u niet voor moeiten en beproevingen bewaren; zij zal ze in zekere mate zelfs nodig maken. Maar — God zij geprezen — hier ligt het juweel van dit verhaal: het viel niet, want het was op de steenrots gegrond. Het kon de druk verdragen en de toets doorstaan, want het had een goed fondament. Daar ligt de barmhartigheid: het viel niet.

Mattheüs 7:26-27.KruisverwijzingenJakobus 2:20Lukas 6:49Mattheüs 12:432 Petrus 2:20Hebreeën 10:261 Korinthe 3:13Ezechiël 13:10Mattheüs 13:19
— En een iegelijk, die deze Mijn woorden hoort en dezelve niet doet, die zal bij een dwazen man vergeleken worden, die zijn huis op het zand gebouwd heeft; En de slagregen is nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangeslagen, en het is gevallen, en zijn val was groot.
“En een iegelijk, die deze Mijn woorden hoort en dezelve niet doet, die zal bij een dwazen man vergeleken worden, die zijn huis op het zand gebouwd heeft; En de slagregen is nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangeslagen, en het is gevallen, en zijn val was groot.”

Hij was een groot hoorder, maar hij was een slecht doener. En toch meende hij dat hij een goed doener was, want hij bouwde een huis. Ach, dat huis stond op het zand! Er was geen werkelijke gehoorzaamheid aan Christus en geen waar vertrouwen op Hem.

Ook wie voor de wereld leeft of voor de satan leeft, zal niet zonder beproeving leven. De goddelozen, die hun deel in dit leven hebben, moeten er bittere kruiden bij eten en hun bete evenzeer in azijn dopen als de gelovigen.

En juist toen de bewoner het schuildak het meest nodig had, viel het. Hij had het niet zo nodig totdat de waterstromen kwamen en de winden waaiden. Maar nu, toen hij zich graag onder zijn dak had willen neerhurken en rust had willen hebben van de huilende storm, nu viel het.

De val was zo groot omdat hij nooit meer kon bouwen. Het viel hopeloos, het viel voorgoed — en daarom was zijn val groot.

Mattheüs 7:28-29.KruisverwijzingenLukas 4:32Markus 6:2Markus 1:22Johannes 7:46Hebreeën 4:12Mattheüs 15:1Markus 11:18Lukas 19:48
— En het is geschied, als Jezus deze woorden geeindigd had, dat de scharen zich ontzetten over Zijn leer; Want Hij leerde hen, als macht hebbende, en niet als de Schriftgeleerden.
Hij haalde geen rabbijn aan om te laten zien hoe goed hij met de geschriften van die rabbijn bekend was. Hij sprak als iemand die wist wat hij te zeggen had, en die uit de volheid van zijn hart een waarheid sprak die kennelijk ingegeven was. En zijn hoorders voelden de kracht van de ernstige boodschap die Hij zo bracht.

Er was een kracht en een vermogen in wat Jezus zei. Hij sprak uit het hart, Hij sprak met de klank van de overtuiging. De schriftgeleerden en de farizeeën spraken alleen gezaghebbend en ambtelijk, zonder hart in hun woorden, en daarom was er ook geen kracht in. God geve ons allen de genade om de kracht van de woorden van Christus te kennen! Amen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

Gods belofte

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Bid, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u opengedaan worden. Mattheüs 7:7 Bij de troon der genade bindt God Zich…

Je eindbestemming

Voor Iedere Dag

Want Hij zegt: In de tijd van het welbehagen heb Ik U verhoord, en op de dag van het heil heb Ik U geholpen. Zie, nu is het…

Ontvang het beloofde

Voor Iedere Dag

Zij hebben door het geloof… beloften verkregen. (Hebreeën 11:33) Lees verder Mattheüs 7:7—11. Er zijn drie manieren om het beloofde te ontvangen. Voor veel beloften hoef je alleen…

Genade verheerlijkt

Voor Iedere Dag

Waar is dan de roem? Hij is uitgesloten. Door welke wet? Van de werken? Nee, maar door de wet van het geloof. (Romeinen 3:27) Lees verder Galaten 3:1—14. Er…

Bid en u zal gegeven worden

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Bid, en u zal gegeven worden. Mattheüs 7 vers 7 Er is in Engeland een bepaalde plaats waar een stuk brood…

Hoop op Christus!

Diversen

Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort en breed is de weg, die tot het verderf leidt en velen zijn er die door dezelve…

Alles in Christus

Korte Overdenkingen

Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort en breed is de weg die tot het verderf leidt, en velen zijn er die door dezelve…

Waarschuwing

Korte Overdenkingen

Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er die door dezelve…

De twee bouwers en hun huizen

Preken

Een iegelijk dan, die deze mijn woorden hoort en dezelve doet, die zal ik vergelijken bij een voorzichtig man die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft; en…

Klopt en u zal opengedaan worden

Preken

'Klopt, en u zal opengedaan worden.' Mattheus 7:7 Ik twijfel niet of strikt genomen betreffen de drie vermaningen in dit vers die inderdaad er slechts één zijn - in…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content