Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Mattheüs 19

1 En het geschiedde, toen Jezus deze woorden geeindigd had, dat Hij vertrok van Galilea, en kwam over de Jordaan, in de landpalen van Judea.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En het geschieddeG1096, toen JezusG2424 deze woordenG3056 geeindigdG5055 had, datG3778 Hij vertrokG3332 vanG575 GalileaG1056, enG2532 kwamG2064 over de JordaanG2446, inG1519 de landpalenG3725 van JudeaG2449. En het geschiedde, toen Jezus deze woorden geeindigd had, dat Hij vertrok van Galilea, en kwam over de Jordaan, in de landpalen van Judea.

KJV And1 it came to pass,2 that when3 Jesus6 had finished4 these sayings,8 he departed10 from11 Galilee,13 and14 came15 into16 the coasts18 of Judaea20 beyond21 Jordan;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 3 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 4 ετελεσεν G5055 geeindigd, volbracht, volbrengt accomplish, make an end, expire, fill up, finish, go over, pay, perform 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 λογους G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 9 τουτους G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 μετηρεν G3332 vertrok depart 11 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 12 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 γαλιλαιας G1056 Galilea, Galilese Galilee 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 16 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 17 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ορια G3725 landpalen, landpale border, coast 19 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ιουδαιας G2449 Judea Judæa 21 περαν G4008 overzijde beyond, farther (other) side, over 22 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 ιορδανου G2446 Jordaan Jordan
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En vele scharen volgden Hem, en Hij genas ze aldaar.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En veleG4183 scharenG3793 volgdenG190 Hem, en Hij genasG2323 ze aldaar. En vele scharen volgden Hem, en Hij genas ze aldaar.

KJV And1 great5 multitudes4 followed2 him;3 and6 he healed7 them8 there.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηκολουθησαν G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 οχλοι G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 5 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 εθεραπευσεν G2323 genezen, genas, genezende cure, heal, worship 8 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En de Farizeen kwamen tot Hem, verzoekende Hem, en zeggende tot Hem: Is het een mens geoorloofd zijn vrouw te verlaten, om allerlei oorzaak?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 EnG2532 de FarizeenG5330 kwamen tot HemG846, verzoekendeG3985 HemG846, enG2532 zeggendeG3004 tot HemG846: Is het een mensG444 geoorloofdG1832 zijn vrouwG1135 te verlatenG630, om allerleiG3956 oorzaakG156? En de Farizeen kwamen tot Hem, verzoekende Hem, en zeggende tot Hem: Is het een mens geoorloofd zijn vrouw te verlaten, om allerlei oorzaak?

KJV The Pharisees5 also1 came2 unto him,3 tempting6 him,7 and8 saying9 unto him,10 Is it lawful11 for a man13 to put away14 his17 wife16 for18 every19 cause?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσηλθον G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 φαρισαιοι G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 6 πειραζοντες G3985 verzocht, verzoekende, verzoekt assay, examine, go about, prove, tempt(-er), try 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 12 εξεστιν G1832 geoorloofd be lawful, let, X may(-est) 13 ανθρωπω G444 mensen, mens, Mens certain, man 14 απολυσαι G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty 15 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 γυναικα G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 19 πασαν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 20 αιτιαν G156 oorzaak, schuld, zaak accusation, case, cause, crime, fault, (wh-)ere(-fore)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Doch Hij, antwoordende, zeide tot hen: Hebt gij niet gelezen, Die van den beginne den mens gemaakt heeft, dat Hij ze gemaakt heeft man en vrouw?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 DochG1161 Hij, antwoordendeG611, zeideG2036 tot henG846: Hebt gij nietG3756 gelezenG314, Die vanG575 den beginneG746 den mens gemaakt heeft, datG3754 HijG846 ze gemaakt heeft manG730 en vrouwG2338? Doch Hij, antwoordende, zeide tot hen: Hebt gij niet gelezen, Die van den beginne den mens gemaakt heeft, dat Hij ze gemaakt heeft man en vrouw?

Ook in dit vers [mens]G4160

KJV And2 he answered3 and said unto them,5 Have ye7 not6 read, that8 he which1 made10 them at11 the beginning12 made16 them17 male13 and14 female,

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 7 ανεγνωτε G314 gelezen, leest, lezen read 8 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ποιησας G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 11 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 12 αρχης G746 beginne, begin, overheden beginning, corner, (at the, the) first (estate), magistrate, power, principality, principle, rule 13 αρσεν G730 man, mannen, manneken male, man 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 θηλυ G2338 vrouw, vrouwen female, woman 16 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 17 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En gezegd heeft: Daarom zal een mens vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot een vlees zijn;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En gezegdG2036 heeft: Daarom zal een mensG444 vaderG3962 enG2532 moederG3384 verlatenG2641, enG2532 zal zijn vrouwG1135 aanhangenG4347, enG2532 dieG3778 tweeG1417 zullen totG1519 eenG1520 vleesG4561 zijn; En gezegd heeft: Daarom zal een mens vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot een vlees zijn;

KJV And1 said, For this cause3 shall a man6 leave5 father8 and9 mother,11 and12 shall cleave13 to his16 wife:15 and17 they twain20 shall be21 one flesh?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 ενεκεν G1752 wil, aanzien, oorzaak because, for (cause, sake), (where-)fore, by reason of, that 4 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 5 καταλειψει G2641 verlaten, gelaten, verlatende forsake, leave, reserve 6 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 μητερα G3384 moeder, moeders mother 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 προσκολληθησεται G4347 aanhangen, aanhing cleave, join (self) 14 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 γυναικι G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 εσονται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 21 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 22 σαρκα G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 23 μιαν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Alzo dat zij niet meer twee zijn, maar een vlees. Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Alzo dat zij niet meer tweeG1417 zijn, maarG235 eenG1520 vleesG4561. HetgeenG3739 danG3767 GodG2316 samengevoegdG4801 heeft, scheideG5563 de mensG444 nietG3361. Alzo dat zij niet meer twee zijn, maar een vlees. Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet.

KJV Wherefore1 they are no more2 twain,4 but5 one flesh.6 What8 therefore9 God11 hath joined together,12 let15 not14 man13 put asunder.

1 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 2 ουκετι G3765 niet meer, voortaan niet after that (not), (not) any more, henceforth (hereafter) not, no longer (more), not as yet (now), now no more (not), yet (not) 3 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 5 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 6 σαρξ G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 7 μια G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 8 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 9 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 12 συνεζευξεν G4801 samengevoegd join together 13 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 14 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 15 χωριζετω G5563 scheide, scheiden, scheidt depart, put asunder, separate
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Zij zeiden tot hem: Waarom heeft dan Mozes geboden een scheidbrief te geven en haar te verlaten?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Zij zeidenG3004 tot hemG846: WaaromG5101 heeft danG3767 MozesG3475 gebodenG1781 een scheidbriefG975 te gevenG1325 enG2532 haarG846 te verlatenG630? Zij zeiden tot hem: Waarom heeft dan Mozes geboden een scheidbrief te geven en haar te verlaten?

KJV They say1 unto him,2 Why3 did Moses5 then4 command6 to give7 a writing8 of divorcement,9 and10 to put11 her12 away?

1 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 4 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 5 μωσης G3475 Mozes Moses 6 ενετειλατο G1781 geboden, bevelen, gebood (give) charge, (give) command(-ments), injoin 7 δουναι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 8 βιβλιον G975 boek, boeken, boeks bill, book, scroll, writing 9 αποστασιου G647 scheidbrief (writing of) divorcement 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 απολυσαι G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty 12 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Hij zeide tot hen: Mozes heeft vanwege de hardigheid uwer harten u toegelaten uw vrouwen te verlaten; maar van den beginne is het alzo niet geweest.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Hij zeideG3004 totG4314 hen: MozesG3475 heeft vanwege de hardigheidG4641 uwer hartenG4641 uG4771 toegelatenG2010 uw vrouwenG1135 te verlatenG630; maarG1161 vanG575 den beginneG746 is het alzoG3779 nietG3756 geweestG1096. Hij zeide tot hen: Mozes heeft vanwege de hardigheid uwer harten u toegelaten uw vrouwen te verlaten; maar van den beginne is het alzo niet geweest.

KJV He saith1 unto them,2 Moses4 because of5 the hardness7 of your hearts suffered9 you to put away11 your wives:13 but17 from15 the beginning16 it was19 not18 so.

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 μωσης G3475 Mozes Moses 5 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 σκληροκαρδιαν G4641 hardigheid, harten hardness of heart 8 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 9 επετρεψεν G2010 toegelaten, liet, toelaten give leave (liberty, license), let, permit, suffer 10 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 11 απολυσαι G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty 12 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 γυναικας G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 14 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 15 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 16 αρχης G746 beginne, begin, overheden beginning, corner, (at the, the) first (estate), magistrate, power, principality, principle, rule 17 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 18 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 19 γεγονεν G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 20 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Maar Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaat, anders dan om hoererij, en een andere trouwt, die doet overspel, en die de verlatene trouwt, doet ook overspel.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 MaarG1161 Ik zegG3004 uG4771, dat zoG1487 wieG3739 zijn vrouwG1135 verlaatG630, andersG1508 dan om hoererijG4202, en een andere trouwtG1060, die doet overspelG3429, en die de verlateneG630 trouwtG1060, doet ookG2532 overspelG3429. Maar Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaat, anders dan om hoererij, en een andere trouwt, die doet overspel, en die de verlatene trouwt, doet ook overspel.

KJV And2 I say1 unto you,4 Whosoever5 shall put away7 his10 wife,9 except it be for13 fornication,14 and15 shall marry16 another,17 committeth adultery:18 and19 whoso marrieth22 her which8 is put away21 doth commit adultery.

1 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 6 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 7 απολυση G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 γυναικα G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 12 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 13 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 14 πορνεια G4202 hoererij, hoererijen fornication 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 γαμηση G1060 trouwen, trouwt, getrouwd marry (a wife) 17 αλλην G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 18 μοιχαται G3429 overspel commit adultery 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 απολελυμενην G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty 22 γαμησας G1060 trouwen, trouwt, getrouwd marry (a wife) 23 μοιχαται G3429 overspel commit adultery

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Zijn discipelen zeiden tot Hem: Indien de zaak des mensen met de vrouw alzo staat, zo is het niet oorbaar te trouwen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Zijn discipelenG3101 zeidenG3004 tot HemG846: IndienG1487 de zaakG156 des mensenG444 metG3326 de vrouwG1135 alzoG3779 staatG2076, zo is het nietG3756 oorbaarG4851 te trouwenG1060. Zijn discipelen zeiden tot Hem: Indien de zaak des mensen met de vrouw alzo staat, zo is het niet oorbaar te trouwen.

KJV His2 disciples4 say1 unto him,5 If6 the case10 of the man12 be so7 with13 his wife,15 it is17 not16 good to marry.

1 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 7 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 8 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αιτια G156 oorzaak, schuld, zaak accusation, case, cause, crime, fault, (wh-)ere(-fore) 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 13 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 γυναικος G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 16 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 17 συμφερει G4851 nut, oorbaar, voordeel be better for, bring together, be expedient (for), be good, (be) profit(-able for) 18 γαμησαι G1060 trouwen, trouwt, getrouwd marry (a wife)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Doch Hij zeide tot hen: Allen vatten dit woord niet, maar dien het gegeven is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Doch Hij zeideG2036 tot hen: AllenG3956 vattenG5562 ditG3778 woordG3056 nietG3756, maar dienG3739 het gegevenG1325 is. Doch Hij zeide tot hen: Allen vatten dit woord niet, maar dien het gegeven is.

KJV But2 he said unto them,4 All6 men cannot5 receive7 this saying,9 save11 they to whom12 it is given.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 7 χωρουσιν G5562 bevatten, plaats, vatten come, contain, go, have place, (can, be room to) receive 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 10 τουτον G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 12 οις G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 13 δεδοται G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Want er zijn gesnedenen, die uit moeders lijf alzo geboren zijn; en er zijn gesnedenen, die van de mensen gesneden zijn; en er zijn gesnedenen, die zichzelven gesneden hebben, om het Koninkrijk der hemelen. Die dit vatten kan, vatte het.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 WantG1063 er zijnG1510 gesnedenenG2135, die uitG1537 moedersG3384 lijfG2836 alzoG3779 geborenG1080 zijn; enG2532 er zijnG1510 gesnedenenG2135, die vanG5259 de mensenG444 gesnedenG2134 zijn; enG2532 er zijn gesnedenenG2135, die zichzelvenG1438 gesnedenG2134 hebben, omG1223 het KoninkrijkG932 der hemelenG3772. Die dit vattenG5562 kanG1410, vatteG5562 het. Want er zijn gesnedenen, die uit moeders lijf alzo geboren zijn; en er zijn gesnedenen, die van de mensen gesneden zijn; en er zijn gesnedenen, die zichzelven gesneden hebben, om het Koninkrijk der hemelen. Die dit vatten kan, vatte het.

KJV For2 there are some eunuchs,3 which4 were so9 born8 from5 their mother's7 womb:6 and10 there are some eunuchs,12 which13 were made eunuchs14 of15 men:17 and18 there be eunuchs,20 which21 have made22 themselves23 eunuchs for24 the kingdom26 of heaven's sake.28 He that is able30 to receive31 it, let him receive

1 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ευνουχοι G2135 kamerling, gesnedenen eunuch 4 οιτινες G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 5 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 6 κοιλιας G2836 buik, lijf, buiken belly, womb 7 μητρος G3384 moeder, moeders mother 8 εγεννηθησαν G1080 geboren, gewon, gegenereerd bear, beget, be born, bring forth, conceive, be delivered of, gender, make, spring 9 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 ευνουχοι G2135 kamerling, gesnedenen eunuch 13 οιτινες G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 14 ευνουχισθησαν G2134 gesneden make…eunuch 15 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 16 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 20 ευνουχοι G2135 kamerling, gesnedenen eunuch 21 οιτινες G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 22 ευνουχισαν G2134 gesneden make…eunuch 23 εαυτους G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 24 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 25 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 βασιλειαν G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 27 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 ουρανων G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 29 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 δυναμενος G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 31 χωρειν G5562 bevatten, plaats, vatten come, contain, go, have place, (can, be room to) receive 32 χωρειτω G5562 bevatten, plaats, vatten come, contain, go, have place, (can, be room to) receive
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Toen werden kinderkens tot Hem gebracht, opdat Hij de handen hun zou opleggen en bidden; en de discipelen bestraften dezelve.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Toen werden kinderkensG3813 tot HemG846 gebrachtG4374, opdatG2443 Hij de handenG5495 hun zou opleggenG2007 en biddenG4336; en de discipelenG3101 bestraftenG2008 dezelveG846. Toen werden kinderkens tot Hem gebracht, opdat Hij de handen hun zou opleggen en bidden; en de discipelen bestraften dezelve.

KJV Then1 were there brought2 unto him3 little children,4 that5 he should put8 his hands7 on them,9 and10 pray:11 and13 the disciples14 rebuked15 them.

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 προσηνεχθη G4374 brachten, geofferd, gebracht bring (to, unto), deal with, do, offer (unto, up), present unto, put to 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 παιδια G3813 kindeken, Kindeken, kinderen (little, young) child, damsel 5 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 6 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 χειρας G5495 handen, hand hand 8 επιθη G2007 legde, leggen, leide add unto, lade, lay upon, put (up) on, set on (up), + surname, X wound 9 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 προσευξηται G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 12 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 14 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 15 επετιμησαν G2008 bestrafte, bestraften, gebood (straitly) charge, rebuke 16 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Maar Jezus zeide: Laat af van de kinderkens, en verhindert hen niet tot Mij te komen; want derzulken is het Koninkrijk der hemelen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 MaarG1161 JezusG2424 zeideG2036: Laat af van de kinderkensG3813, en verhindertG2967 henG846 nietG3361 totG4314 MijG1473 te komenG2064; wantG1063 derzulkenG5108 isG1510 het KoninkrijkG932 der hemelenG3772. Maar Jezus zeide: Laat af van de kinderkens, en verhindert hen niet tot Mij te komen; want derzulken is het Koninkrijk der hemelen.

KJV But2 Jesus3 said, Suffer5 little children,7 and8 forbid10 them11 not,9 to come12 unto13 me: for16 of such17 is the kingdom20 of heaven.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αφετε G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 6 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 παιδια G3813 kindeken, Kindeken, kinderen (little, young) child, damsel 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 10 κωλυετε G2967 verhindert, verhinderd, verboden forbid, hinder, keep from, let, not suffer, withstand 11 αυτα G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ελθειν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 13 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 14 με G1473 mij, ik I, me 15 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 17 τοιουτων G5108 zodanige, zodanigen, zodanig like, such (an one) 18 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 21 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 ουρανων G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En als Hij hun de handen opgelegd had, vertrok Hij van daar.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 EnG2532 als Hij hun de handenG5495 opgelegdG2007 had, vertrokG4198 Hij van daar. En als Hij hun de handen opgelegd had, vertrok Hij van daar.

KJV And1 he laid2 his hands5 on them,3 and departed6 thence.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επιθεις G2007 legde, leggen, leide add unto, lade, lay upon, put (up) on, set on (up), + surname, X wound 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 χειρας G5495 handen, hand hand 6 επορευθη G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 7 εκειθεν G1564 vandaar, van die plaats from that place, (from) thence, there
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En ziet, er kwam een tot Hem, en zeide tot Hem: Goede Meester! wat zal ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En zietG3708, er kwam eenG1520 tot Hem, en zeideG2036 tot Hem: GoedeG18 MeesterG1320! watG5101 zal ik goedsG18 doenG4160, opdatG2443 ik het eeuwigeG166 levenG2222 hebbeG2192? En ziet, er kwam een tot Hem, en zeide tot Hem: Goede Meester! wat zal ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe?

KJV And,1 behold, one3 came4 and said unto him,6 Good8 Master,7 what9 good thing10 shall I do,11 that12 I may have13 eternal15 life?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 4 προσελθων G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 διδασκαλε G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 8 αγαθε G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 9 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 10 αγαθον G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 11 ποιησω G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 12 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 13 εχω G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 14 ζωην G2222 leven, levens, Leven life(-time) 15 αιωνιον G166 eeuwige, eeuwigen, eeuwig eternal, for ever, everlasting, world (began)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En Hij zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan Een, namelijk God. Doch wilt gij in het leven ingaan, onderhoud de geboden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En Hij zeideG2036 tot hem: WatG5101 noemtG3004 gij MijG1473 goedG18? NiemandG3762 is goedG18 dan EenG1520, namelijk GodG2316. DochG1161 wiltG2309 gij inG1519 het levenG2222 ingaanG1525, onderhoudG5083 de gebodenG1785. En Hij zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan Een, namelijk God. Doch wilt gij in het leven ingaan, onderhoud de geboden.

KJV And2 he said unto him,4 Why5 callest thou3 me good?8 there is none9 good10 but one,13 that is, God:15 but17 if11 thou wilt18 enter19 into20 life,22 keep23 the commandments.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 6 με G1473 mij, ik I, me 7 λεγεις G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 αγαθον G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 9 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 10 αγαθος G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 11 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 12 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 13 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 16 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 17 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 18 θελεις G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 19 εισελθειν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 20 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 21 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 ζωην G2222 leven, levens, Leven life(-time) 23 τηρησον G5083 bewaard, bewaren, bewaart hold fast, keep(- er), (pre-, re-)serve, watch 24 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 εντολας G1785 gebod, geboden, bevel commandment, precept

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Hij zeide tot Hem: Welke? En Jezus zeide: Deze: Gij zult niet doden; gij zult geen overspel doen; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Hij zeide tot Hem: Welke? EnG1161 JezusG2424 zeide: Deze: Gij zult nietG3756 dodenG5407; gij zult geenG3756 overspelG3431 doen; gij zult nietG3756 stelenG2813; gij zult geenG3756 valse getuigenisG5576 geven; Hij zeide tot Hem: Welke? En Jezus zeide: Deze: Gij zult niet doden; gij zult geen overspel doen; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven;

Ook in dit vers zeideG3004

KJV He saith1 unto him,2 Which?3 Jesus6 said, Thou shalt do10 no9 murder, Thou shalt12 not11 commit adultery, Thou shalt14 not13 steal, Thou shalt16 not15 bear false witness,

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ποιας G4169 welk?, wat voor een? what (manner of), which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 6 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 10 φονευσεις G5407 doden, gedood, benijdt kill, do murder, slay 11 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 12 μοιχευσεις G3431 overspel, overspel bedrijven, overspel begaande commit adultery 13 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 14 κλεψεις G2813 stelen, gestolen, stele steal 15 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 ψευδομαρτυρησεις G5576 getuigenis, getuigden valselijk, valse getuigenis be a false witness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Eer uw vader en moeder; en: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 EerG5091 uw vaderG3962 enG2532 moederG3384; enG2532: GijG4771 zult uw naasteG4139 liefhebbenG25 alsG5613 uzelven. Eer uw vader en moeder; en: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.

KJV Honour1 thy father3 and5 thy mother:7 and,8 Thou shalt love9 thy neighbour11 as13 thyself.

1 τιμα G5091 eert, eren, Eer honour, value 2 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 4 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μητερα G3384 moeder, moeders mother 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 αγαπησεις G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πλησιον G4139 naaste, nabij near, neighbour 12 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 13 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 14 σεαυτον G4572 uzelf thee, thine own self, (thou) thy(-self)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 De jongeling zeide tot Hem: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af; wat ontbreekt mij nog?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 De jongelingG3495 zeideG3004 tot HemG846: AlG3956 dezeG3778 dingen heb ik onderhoudenG5442 vanG1537 mijn jonkheidG3503 af; watG5101 ontbreektG5302 mij nog? De jongeling zeide tot Hem: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af; wat ontbreekt mij nog?

KJV The young man4 saith1 unto him,2 All5 these things have I kept7 from8 my youth up:9 what11 lack13 I yet?

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 νεανισκος G3495 jongeling, jongelingen, Jongeling young man 5 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 6 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 7 εφυλαξαμην G5442 bewaren, bewaard, onderhouden beward, keep (self), observe, save 8 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 9 νεοτητος G3503 jonkheid youth 10 μου G1473 mij, ik I, me 11 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 12 ετι G2089 nog, verder after that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet 13 υστερω G5302 gebrek, ontbreekt, gebrek lijden come behind (short), be destitute, fail, lack, suffer need, (be in) want, be the worse
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Jezus zeide tot hem: Zo gij wilt volmaakt zijn, ga heen, verkoop wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in de hemel; en kom herwaarts, volg Mij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 JezusG2424 zeideG5346 tot hemG846: ZoG1487 gij wiltG2309 volmaaktG5046 zijnG1510, ga heen, verkoopG4453 wat gijG4771 hebt, enG2532 geefG1325 het den armenG4434, enG2532 gij zult een schatG2344 hebben inG1722 de hemelG3772; enG2532 komG1204 herwaarts, volgG190 MijG1473. Jezus zeide tot hem: Zo gij wilt volmaakt zijn, ga heen, verkoop wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in de hemel; en kom herwaarts, volg Mij.

KJV Jesus4 said1 unto him,2 If5 thou wilt6 be perfect,7 go9 and sell10 that thou hast, and14 give15 to the poor,16 and17 thou shalt have18 treasure19 in20 heaven:21 and22 come23 and follow24 me.

1 εφη G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 2 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 6 θελεις G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 7 τελειος G5046 volmaakt, volmaakte, volmaakten of full age, man, perfect 8 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 υπαγε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 10 πωλησον G4453 verkochten, verkocht, verkoop sell, whatever is sold 11 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 12 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 υπαρχοντα G5225 zijn, bestaan, aanwezig zijn; bezitting after, behave, live 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 δος G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 16 πτωχοις G4434 armen, arme, arm beggar(-ly), poor 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 εξεις G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 19 θησαυρον G2344 schat, schatten treasure 20 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 21 ουρανω G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 δευρο G1204 kom, Kom come (hither), hither(-to) 24 ακολουθει G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 25 μοι G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Als nu de jongeling dit woord hoorde, ging hij bedroefd weg; want hij had vele goederen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Als nuG1161 de jongelingG3495 dit woordG3056 hoordeG191, gingG565 hij bedroefdG3076 wegG1063; want hij hadG2192 veleG4183 goederenG2933. Als nu de jongeling dit woord hoorde, ging hij bedroefd weg; want hij had vele goederen.

KJV But2 when the young man4 heard1 that saying,6 he went away7 sorrowful:8 for10 he had11 great13 possessions.

1 ακουσας G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 νεανισκος G3495 jongeling, jongelingen, Jongeling young man 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 7 απηλθεν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 8 λυπουμενος G3076 bedroefd, droevig, bedroef cause grief, grieve, be in heaviness, (be) sorrow(-ful), be (make) sorry 9 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 11 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 12 κτηματα G2933 goederen, have possession 13 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En Jezus zeide tot Zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u, dat een rijke bezwaarlijk in het Koninkrijk der hemelen zal ingaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 EnG1161 JezusG2424 zeideG2036 tot Zijn discipelenG3101: VoorwaarG281, Ik zegG3004 uG4771, datG3754 een rijkeG4145 bezwaarlijkG1423 inG1519 het KoninkrijkG932 der hemelenG3772 zal ingaanG1525. En Jezus zeide tot Zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u, dat een rijke bezwaarlijk in het Koninkrijk der hemelen zal ingaan.

KJV Then2 said Jesus3 unto his7 disciples,6 Verily8 I say4 unto you, That11 a rich man13 shall hardly12 enter14 into15 the kingdom17 of heaven.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 9 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 11 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 12 δυσκολως G1423 bezwaarlijk hardly 13 πλουσιος G4145 rijk, rijken, rijke rich 14 εισελευσεται G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 15 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 16 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 βασιλειαν G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 18 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ουρανων G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En wederom zeg Ik u: Het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke inga in het Koninkrijk Gods.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 EnG1161 wederomG3825 zegG3004 Ik uG4771: Het isG1510 lichterG2123, dat een kemelG2574 ga doorG1223 het oogG5169 van een naaldG4476, dan dat een rijkeG4145 ingaG1525 inG1519 het KoninkrijkG932 GodsG2316. En wederom zeg Ik u: Het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke inga in het Koninkrijk Gods.

KJV And2 again1 I say3 unto you, It is easier5 for a camel7 to go11 through8 the eye9 of a needle,10 than12 for a rich man13 to enter19 into14 the kingdom16 of God.

1 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 5 ευκοπωτερον G2123 lichter easier 6 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 καμηλον G2574 kemel, kemelshaar camel 8 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 9 τρυπηματος G5169 oog eye 10 ραφιδος G4476 naald needle 11 διελθειν G1330 doorgegaan, doorgaande, doorgereisd come, depart, go (about, abroad, everywhere, over, through, throughout), pass (by, over, through, throughout), pierce through, travel, walk through 12 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 13 πλουσιον G4145 rijk, rijken, rijke rich 14 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 15 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 βασιλειαν G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 19 εισελθειν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Zijn discipelen nu, dit horende, werden zeer verslagen, zeggende: Wie kan dan zalig worden?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Zijn discipelenG3101 nuG1161, dit horendeG191, werden zeer verslagenG1605, zeggendeG3004: WieG5101 kanG1410 dan zaligG4982 worden? Zijn discipelen nu, dit horende, werden zeer verslagen, zeggende: Wie kan dan zalig worden?

KJV When2 his5 disciples4 heard1 it, they were exceedingly7 amazed,6 saying,8 Who9 then can11 be saved?

1 ακουσαντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 εξεπλησσοντο G1605 verslagen, ontzetten, versloegen amaze, astonish 7 σφοδρα G4970 zeer exceeding(-ly), greatly, sore, very 8 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 10 αρα G687 of soms therefore 11 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 12 σωθηναι G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En Jezus, hen aanziende, zeide tot hen: Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 EnG1161 JezusG2424, hen aanziendeG1689, zeideG2036 tot hen: Bij de mensenG444 is datG3778 onmogelijkG102, maarG1161 bij GodG2316 zijn alleG3956 dingen mogelijkG1415. En Jezus, hen aanziende, zeide tot hen: Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk.

KJV But2 Jesus4 beheld1 them, and said unto them,6 With7 men8 this is impossible;10 but13 with12 God14 all things15 are possible.

1 εμβλεψας G1689 zag, aanziende, Aanziet behold, gaze up, look upon, (could) see 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 8 ανθρωποις G444 mensen, mens, Mens certain, man 9 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 αδυνατον G102 onmogelijk, onmachtig, onsterken could not do, impossible, impotent, not possible, weak 11 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 13 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 14 θεω G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 15 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 16 δυνατα G1415 machtig, mogelijk, krachtig able, could, (that is) mighty (man), possible, power, strong 17 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Toen antwoordde Petrus, en zeide tot Hem: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd, wat zal ons dan geworden?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Toen antwoorddeG611 PetrusG4074, en zeideG2036 tot HemG846: ZieG2400, wij hebben allesG3956 verlatenG863, enG2532 zijnG1510 UG4771 gevolgdG190, watG5101 zal ons dan geworden? Toen antwoordde Petrus, en zeide tot Hem: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd, wat zal ons dan geworden?

KJV Then1 answered2 Peter4 and said unto him,6 Behold, we have forsaken9 all,10 and11 followed12 thee; what14 shall we have therefore?

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 8 ημεις G1473 mij, ik I, me 9 αφηκαμεν G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 10 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ηκολουθησαμεν G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 13 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 14 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 15 αρα G687 of soms therefore 16 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 ημιν G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij, die Mij gevolgd zijt, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal gezeten zijn op den troon Zijner heerlijkheid, dat gij ook zult zitten op twaalf tronen, oordelende de twaalf geslachten Israels.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 En JezusG2424 zeideG2036 totG1909 henG846: VoorwaarG281, Ik zegG3004 uG4771, datG3754 gijG4771, die MijG1473 gevolgdG190 zijt, inG1722 de wedergeboorteG3824, wanneer de ZoonG5207 des mensenG444 zal gezetenG2523 zijn op den troonG2362 Zijner heerlijkheidG1391, dat gijG4771 ookG2532 zult zittenG2523 op twaalfG1427 tronenG2362, oordelendeG2919 de twaalfG1427 geslachtenG5443 IsraelsG2474. En Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij, die Mij gevolgd zijt, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal gezeten zijn op den troon Zijner heerlijkheid, dat gij ook zult zitten op twaalf tronen, oordelende de twaalf geslachten Israels.

KJV And2 Jesus3 said unto them,5 Verily6 I say4 unto you, That9 ye which1 have followed12 me, in14 the regeneration16 when17 the Son20 of man22 shall sit18 in23 the throne24 of his26 glory,25 ye also28 shall sit27 upon30 twelve31 thrones,32 judging33 the twelve35 tribes36 of Israel.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 7 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 9 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 10 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 11 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ακολουθησαντες G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 13 μοι G1473 mij, ik I, me 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 παλιγγενεσια G3824 wedergeboorte regeneration 17 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 18 καθιση G2523 gezeten, zitten, neder continue, set, sit (down), tarry 19 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 21 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 23 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 24 θρονου G2362 troon, tronen, troons seat, throne 25 δοξης G1391 heerlijkheid, eer, heerlijkheden dignity, glory(-ious), honour, praise, worship 26 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 27 καθισεσθε G2523 gezeten, zitten, neder continue, set, sit (down), tarry 28 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 29 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 30 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 31 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 32 θρονους G2362 troon, tronen, troons seat, throne 33 κρινοντες G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 34 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 35 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 36 φυλας G5443 geslacht, geslachten, stam kindred, tribe 37 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 38 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En zo wie zal verlaten hebben, huizen, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijns Naams wil, die zal honderdvoud ontvangen, en het eeuwige leven beerven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 EnG2532 zo wieG3739 zal verlatenG863 hebben, huizenG3614, ofG2228 broedersG80, ofG2228 zustersG79, ofG2228 vaderG3962, ofG2228 moederG3384, ofG2228 vrouwG1135, ofG2228 kinderenG5043, ofG2228 akkersG68, om Mijns NaamsG3686 wil, die zal honderdvoudG1542 ontvangenG2983, enG2532 het eeuwigeG166 levenG2222 beervenG2816. En zo wie zal verlaten hebben, huizen, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijns Naams wil, die zal honderdvoud ontvangen, en het eeuwige leven beerven.

KJV And1 every2 one3 that hath forsaken4 houses,5 or6 brethren,7 or8 sisters,9 or10 father,11 or12 mother,13 or14 wife,15 or16 children,17 or18 lands,19 for my name's22 sake,20 shall receive25 an hundredfold,24 and26 shall inherit29 everlasting28 life.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 3 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 4 αφηκεν G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 5 οικιας G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 6 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 7 αδελφους G80 broeders, broeder, broederen brother 8 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 9 αδελφας G79 zuster, zusters sister 10 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 11 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 12 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 13 μητερα G3384 moeder, moeders mother 14 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 15 γυναικα G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 16 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 17 τεκνα G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 18 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 19 αγρους G68 akker, akkers, dorpen country, farm, piece of ground, land 20 ενεκεν G1752 wil, aanzien, oorzaak because, for (cause, sake), (where-)fore, by reason of, that 21 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 ονοματος G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 23 μου G1473 mij, ik I, me 24 εκατονταπλασιονα G1542 honderdvoud, honderdvoudige hundredfold 25 ληψεται G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 26 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 27 ζωην G2222 leven, levens, Leven life(-time) 28 αιωνιον G166 eeuwige, eeuwigen, eeuwig eternal, for ever, everlasting, world (began) 29 κληρονομησει G2816 beerven, beerft, beerve be heir, (obtain by) inherit(-ance)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 MaarG1161 veleG4183 eerstenG4413 zullen de laatstenG2078 zijnG1510, en vele laatstenG2078 de eerstenG4413. Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten.

KJV But2 many1 that are first4 shall be last;5 and6 the last7 shall be first.

1 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εσονται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 πρωτοι G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 5 εσχατοι G2078 laatste, laatsten, Laatste ends of, last, latter end, lowest, uttermost 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 εσχατοι G2078 laatste, laatsten, Laatste ends of, last, latter end, lowest, uttermost 8 πρωτοι G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Mattheüs 19:1 Johannes 10:40 Markus 10:1 Mattheüs 7:28 Mattheüs 19:1
Mattheüs 19:2 Mattheüs 12:15 Mattheüs 4:23 Mattheüs 9:35 Mattheüs 14:35 Mattheüs 15:30 Markus 6:55
Mattheüs 19:3 Markus 10:2 Hebreeën 3:9 Maleachi 2:14 Mattheüs 22:16 Johannes 8:6 Mattheüs 5:31 Lukas 11:53 Mattheüs 22:35
Mattheüs 19:4 Genesis 1:27 Genesis 5:2 Genesis 2:18 Mattheüs 12:3 Maleachi 2:15 Lukas 10:26 Genesis 2:23 Markus 12:26
Mattheüs 19:5 1 Korinthe 6:16 Efeze 5:31 Genesis 2:21 1 Koningen 11:2 Markus 10:5 1 Korinthe 7:4 Psalmen 63:8 Deuteronomium 11:22
Mattheüs 19:6 Romeinen 7:2 Markus 10:9 Spreuken 2:17 Efeze 5:28 Hebreeën 13:4 Maleachi 2:14 1 Korinthe 7:10
Mattheüs 19:7 Deuteronomium 24:1 Mattheüs 5:31 Maleachi 2:16 Mattheüs 1:19 Jesaja 50:1 Markus 10:4 Jeremia 3:8
Mattheüs 19:8 Maleachi 2:13 Zacharia 7:12 Genesis 7:7 Jeremia 6:16 Psalmen 95:8 Markus 10:5 Genesis 2:24 Mattheüs 3:15
Mattheüs 19:9 Mattheüs 5:32 1 Korinthe 7:39 Lukas 16:18 1 Korinthe 7:10 Jeremia 3:8 Jeremia 3:1 Romeinen 7:2 Genesis 20:3
Mattheüs 19:10 Spreuken 21:9 Genesis 2:18 1 Timotheüs 4:3 1 Korinthe 7:26 1 Korinthe 7:1 Spreuken 21:19 Spreuken 19:13 Spreuken 18:22
Mattheüs 19:11 1 Korinthe 7:17 1 Korinthe 7:7 Mattheüs 13:11 1 Korinthe 7:2 1 Korinthe 7:35
Mattheüs 19:12 Jesaja 56:3 1 Korinthe 9:5 Jesaja 39:7 1 Korinthe 7:32 1 Korinthe 9:15
Mattheüs 19:13 Psalmen 115:14 Markus 10:13 1 Samuël 1:24 Lukas 18:15 Lukas 9:54 Mattheüs 20:31 Lukas 9:49 Mattheüs 16:22
Mattheüs 19:14 Mattheüs 18:3 Lukas 18:16 1 Korinthe 14:20 1 Samuël 1:24 1 Samuël 1:11 Genesis 17:7 Richteren 13:7 1 Samuël 1:22
Mattheüs 19:15 1 Korinthe 7:14 Jesaja 40:11 2 Timotheüs 3:15 Markus 10:16
Mattheüs 19:16 Mattheüs 25:46 Johannes 3:15 Markus 10:17 Judas 1:21 1 Johannes 1:2 1 Johannes 5:11 Johannes 6:27 Titus 1:2
Mattheüs 19:17 Leviticus 18:5 1 Johannes 4:16 Romeinen 10:5 1 Johannes 4:8 Lukas 10:26 Ezechiël 20:21 Psalmen 145:7 Nehemia 9:29
Mattheüs 19:18 Jakobus 2:10 Deuteronomium 5:16 Galaten 3:10 Lukas 18:20 Exodus 20:12 Mattheüs 5:21 Markus 10:19 Romeinen 13:8
Mattheüs 19:19 Leviticus 19:18 Jakobus 2:8 Mattheüs 22:39 Galaten 5:14 Lukas 10:27 Deuteronomium 5:16 Exodus 20:12 Romeinen 13:9
Mattheüs 19:20 Filippenzen 3:6 Romeinen 3:19 Markus 10:20 Romeinen 7:9 Johannes 8:7 Galaten 3:24 Lukas 15:29 Lukas 18:11
Mattheüs 19:21 Markus 10:21 Handelingen 2:45 Lukas 12:33 Lukas 18:22 Lukas 16:9 Mattheüs 5:48 Mattheüs 6:19 Lukas 6:40
Mattheüs 19:22 Ezechiël 33:31 Mattheüs 6:24 Markus 10:22 Mattheüs 13:22 Mattheüs 16:26 Lukas 18:23 Psalmen 17:14 Johannes 19:12
Mattheüs 19:23 Mattheüs 13:22 Markus 10:23 1 Timotheüs 6:9 1 Korinthe 1:26 Lukas 18:24 Johannes 3:5 Lukas 16:13 Lukas 16:19
Mattheüs 19:24 Jeremia 13:23 Lukas 18:25 Mattheüs 19:26 Markus 10:24 Johannes 5:44 Mattheüs 23:24
Mattheüs 19:25 Romeinen 11:5 Mattheüs 24:22 Lukas 13:23 Markus 13:20 Romeinen 10:13
Mattheüs 19:26 Jeremia 32:27 Job 42:2 Lukas 18:27 Lukas 1:37 Zacharia 8:6 Markus 10:27 Jeremia 32:17 Psalmen 62:11
Mattheüs 19:27 Filippenzen 3:8 Lukas 15:29 Lukas 5:11 Markus 2:14 Mattheüs 20:10 Mattheüs 9:9 1 Korinthe 4:7 Deuteronomium 33:9
Mattheüs 19:28 Openbaring 3:21 Mattheüs 25:31 Mattheüs 16:27 Lukas 22:28 Mattheüs 20:21 Openbaring 21:5 Ezra 6:17 Jesaja 65:17
Mattheüs 19:29 Lukas 18:29 Lukas 14:26 Filippenzen 3:8 Mattheüs 16:25 Markus 10:29 1 Petrus 4:14 Mattheüs 10:37 Mattheüs 6:33
Mattheüs 19:30 Lukas 13:30 Markus 10:31 Mattheüs 20:16 Mattheüs 21:31 Galaten 5:7 Lukas 7:29 Hebreeën 4:1 Romeinen 5:20
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Mattheüs 19 vers 1

over de Jordaan, Anders, omtrent, of nevens de Jordaan, gelijk Matt. 4:15 , want Judea lag op dezelfde zijde van de Jordaan, waar Galilea lag.

Hertaald: over de Jordaan, Anders: omtrent of langs de Jordaan, zoals Matth. 4:15, want Judea lag aan dezelfde zijde van de Jordaan als Galilea.

Mattheüs 19 vers 3

verzoekende Namelijk om te zien of zij uit zijn antwoord iets konden vinden, waarmede zij Hem bij het volk verdacht zouden kunnen maken.

Hertaald: verzoekende Namelijk om te zien of zij uit Zijn antwoord iets konden vinden waarmee zij Hem bij het volk verdacht zouden kunnen maken.

verlaten Dat is, van zijne vrouw te scheiden, gelijk Matt. 5:31 .

Hertaald: verlaten Dat is: van zijn vrouw te scheiden, zoals Matth. 5:31.

allerlei oorzaak? Grieks, alle.

Hertaald: allerlei oorzaak? Grieks: elke.

Mattheüs 19 vers 4

man en vrouw, Of, maar een van het mannelijk en een van het vrouwelijke geslacht.

Hertaald: man en vrouw, Of: slechts één van het mannelijke en één van het vrouwelijke geslacht.

Mattheüs 19 vers 5

gezegd heeft Dit zijn Adams woorden, Gen. 2:24 , maar worden aan God hier toegeschreven, omdat Adam die door Gods ingeven gesproken heeft. Zie van deze mening de aantekening bij Gen. 2:24 .

Hertaald: gezegd heeft Dit zijn de woorden van Adam, Gen. 2:24, maar zij worden hier aan God toegeschreven omdat Adam ze door Gods ingeving gesproken heeft. Zie over deze opvatting de aantekening bij Gen. 2:24.

aanhangen, Of aankleven. Het Griekse woord is genomen bij gelijkenis van twee verscheiden dingen, die door lijm aan elkander vastgemaakt zijn.

Hertaald: aanhangen, Of: aankleven. Het Griekse woord is ontleend aan de vergelijking met twee verschillende dingen die met lijm aan elkaar bevestigd zijn.

een vlees zijn, Dat is, als een lichaam, of als een mens; 1 Kor. 6:16 ; Ef. 5:31 .

Hertaald: een vlees zijn, Dat is: als één lichaam, of als één mens; 1 Kor. 6:16; Ef. 5:31.

Mattheüs 19 vers 7

geboden een scheidbrief te geven, Mozes heeft wel geboden een scheidbrief te geven, tot verontschuldiging van de vrouw, die ten onrechte alzo verlaten of gescheiden werd, doch zulk verlaten heeft hij nooit goedgekeurd, maar dat alleen om hunne stijfhartigheid overzien, gelijk de overheden somtijds enige dingen moeten toelaten om groter kwaad te voorkomen die zij anders zouden moeten weren: gelijk ook Christus dat woord toelaten in zijn antwoord gebruikt en de Farizeën zelf; Marc. 10:4 .

Hertaald: geboden een scheidbrief te geven, Mozes heeft wel geboden een scheidbrief te geven, om de vrouw te verontschuldigen die ten onrechte verlaten of weggezonden werd, maar hij heeft dat verlaten nooit goedgekeurd. Hij heeft het alleen vanwege hun hardheid van hart door de vingers gezien — zoals de overheden soms bepaalde dingen moeten toelaten om groter kwaad te voorkomen, die zij anders zouden moeten weren. Christus gebruikt dat woord toelaten dan ook in Zijn antwoord, en de Farizeeën zelf ook; Mark. 10:4.

Mattheüs 19 vers 10

zaak des mensen Namelijk dat de man zo vast an de vrouw gebonden is.

Hertaald: zaak des mensen Namelijk dat de man zo vast aan de vrouw gebonden is.

Mattheüs 19 vers 11

vatten dit woord niet, Dat is, hebben de gave van onthouding niet, maar wien het bijzonder van God gegeven is; 1 Kor. 7:17 .

Hertaald: vatten dit woord niet, Dat is: zij hebben de gave van onthouding niet; alleen wie het bijzonder door God gegeven is; 1 Kor. 7:17.

Mattheüs 19 vers 12

uit moeders lijf Dat is, die van nature onbekwaam zijn tot het huwelijk.

Hertaald: uit moeders lijf Dat is: zij die van nature ongeschikt zijn voor het huwelijk.

die van de mensen gesneden zijn; Dat is, die van mensen daartoe onbekwaam zijn gemaakt.

Hertaald: die van de mensen gesneden zijn; Dat is: zij die door mensen daartoe ongeschikt gemaakt zijn.

die zichzelven gesneden hebben Dat is, die de gave der onthouding hebbende, vrijwillig ongetrouwd blijven om God met minder bekommernis te dienen, en om het koninkrijk der hemelen, zo in zichzelven als in anderen, te bevorderen; 1 Kor. 7:32-35 . Anderszins, die deze gave niet heeft, dien is het beter te trouwen dan te branden; 1 Kor. 7:9 .

Hertaald: die zichzelven gesneden hebben Dat is: zij die de gave van onthouding hebben en vrijwillig ongetrouwd blijven om God met minder zorgen te dienen en om het Koninkrijk der hemelen zowel in zichzelf als in anderen te bevorderen; 1 Kor. 7:32-35. Voor wie deze gave niet heeft is het overigens beter te trouwen dan van begeerte te branden; 1 Kor. 7:9.

Die dit vatten kan, Dat is, wie deze gave van onthouding heeft, die gebruike haar, naar dat zijn beroep of gelegenheid toelaat.

Hertaald: Die dit vatten kan, Dat is: wie deze gave van onthouding heeft, moet die gebruiken zoals zijn roeping of omstandigheden toelaten.

Mattheüs 19 vers 13

hen Namelijk die hen brachten; Marc. 10:13 .

Hertaald: hen Namelijk hen die de kinderen brachten; Mark. 10:13.

Mattheüs 19 vers 14

derzulken Namelijk den kinderen des verbonds, gelijk de kinderen der Joden waren. Anderzins worden de kinderen der ongelovingen onrein genaamd; 1 Kor. 7:14 .

Hertaald: derzulken Namelijk de kinderen van het verbond, zoals de kinderen van de Joden waren. Anders worden de kinderen van de ongelovigen onrein genoemd; 1 Kor. 7:14.

Mattheüs 19 vers 15

de handen opgelegd had, Deze ceremonie werd gebruikt niet alleen in het inhuldigen in kerkelijke diensten, maar ook in andere bijzondere zegeningen; Gen. 48:14 .

Hertaald: de handen opgelegd had, Deze plechtigheid werd niet alleen gebruikt bij het bevestigen in kerkelijke ambten, maar ook bij andere bijzondere zegeningen; Gen. 48:14.

Mattheüs 19 vers 17

niemand is goed Namelijk van zichzelven, volkomenlijk en een oorsprong alles goeds, voor hoedanig gij mij niet houdt.

Hertaald: niemand is goed Namelijk uit zichzelf, volkomen, en als bron van al het goede — waarvoor u Mij niet houdt.

onderhoud de geboden Christus antwoordt hier naar de vraag en menig van deze jongeling, die door zijn eigen goede werken meende de zaligheid te kunnen verkrijgen, en daarom wijst Hij hem op de wet, om hem daardoor tot erkentenis van zijne onvolmaaktheid, en daarna tot het geloof in hem te brengen; Gal. 3:22 , Gal. 3:24 .

Hertaald: onderhoud de geboden Christus antwoordt hier naar de vraag en de opvatting van deze jongeman, die meende door zijn eigen goede werken de zaligheid te kunnen verkrijgen. Daarom wijst Hij hem op de wet, om hem daardoor tot erkenning van zijn onvolmaaktheid en vervolgens tot het geloof in Hem te brengen; Gal. 3:22, Gal. 3:24.

Mattheüs 19 vers 20

wat ontbreekt mij nog? Grieks, waarin kom ik nog tekort?

Hertaald: wat ontbreekt mij nog? Grieks: waarin schiet ik nog tekort?

Mattheüs 19 vers 21

zo gij wilt volmaakt zijn, Dit zegt Christus om dezen jongeling, die meende dat hij alle geboden Gods onderhouden had, overmits hij uiterlijk daarnaar had geleefd, te overtuigen dat hem nog veel ontbrak, zelfs aangaande de onderhouding van de geboden der tweede tafel, dewijl hij liever zijne goederen behouden had dan op Christus bevel die den armen te geven, en Hem te vogen: hetwelk ook blijkt uit het drie en twintigste vers, Want die dezelve zou onderhouden hebben, zou niet bezwaarlijk maar zekerlijk in het koninkrijk der hemelen komen; Rom. 10:5 .

Hertaald: zo gij wilt volmaakt zijn, Dit zegt Christus om deze jongeman, die meende dat hij alle geboden van God onderhouden had omdat hij daar uiterlijk naar geleefd had, ervan te overtuigen dat hem nog veel ontbrak — zelfs wat de onderhouding van de geboden van de tweede tafel betreft, aangezien hij zijn goederen liever behield dan ze op Christus' bevel aan de armen te geven en Hem te volgen. Dat blijkt ook uit vers 23. Want wie ze wél onderhouden zou hebben, zou niet moeilijk maar zeker in het Koninkrijk der hemelen komen; Rom. 10:5.

Mattheüs 19 vers 22

goederen Grieks, bezittingen.

Hertaald: goederen Grieks: bezittingen.

Mattheüs 19 vers 23

een rijke zwaarlijk Namelijk die zijn hart en vertrouwen op de rijkdommen stelt, gelijk verklaard wordt Marc. 10:24 .

Hertaald: een rijke zwaarlijk Namelijk wie zijn hart en vertrouwen op de rijkdom stelt, zoals verklaard wordt in Mark. 10:24.

Mattheüs 19 vers 24

het is lichter Dit was een spreekwoord onder de Joden, waarmede zij de onmogelijkheid van enige zaken te kennen gaven.

Hertaald: het is lichter Dit was een spreekwoord onder de Joden, waarmee zij de onmogelijkheid van bepaalde zaken aanduidden.

kemel ga door het oog Of, gelijk sommigen menen, een kabel.

Hertaald: kemel ga door het oog Volgens sommigen: een kabel.

Mattheüs 19 vers 26

bij God zijn alle dingen mogelijk Overmits God ook het hart des rijken van het vertrouwen op de rijkdommen kan aftrekken, en hem met het geloof in Christus en een nederig hart begiftigen.

Hertaald: bij God zijn alle dingen mogelijk Omdat God ook het hart van de rijke van het vertrouwen op de rijkdom kan aftrekken en hem het geloof in Christus en een nederig hart kan schenken.

Mattheüs 19 vers 27

wat zal ons dan geworden? Dat is, wat zullen wij daarvoor verkrijgen?

Hertaald: wat zal ons dan geworden? Dat is: wat zullen wij daarvoor ontvangen?

Mattheüs 19 vers 28

wedergeboorte, Dat is, in de wederoprichting van alle dingen, wanneer de gelovigen naar lichaam en ziel volkomen zullen vernieuwd worden; Hand. 3:21 ; 1 Kor. 15:42-43 . Anderen voegen de woorden in de wedergeboorte bij de voorgaande.

Hertaald: wedergeboorte, Dat is: bij de wederoprichting van alle dingen, wanneer de gelovigen naar lichaam en ziel volkomen vernieuwd zullen worden; Hand. 3:21; 1 Kor. 15:42-43. Anderen voegen de woorden in de wedergeboorte bij het voorgaande.

troon zijner heerlijkheid, Namelijk om te oordelen de levenden en de doden.

Hertaald: troon zijner heerlijkheid, Namelijk om de levenden en de doden te oordelen.

oordelende Namelijk omdat de apostelen hem zullen veroordelen, niet alleen met hun voorbeeld, dat zij in Christus hebben geloofd daar de andere Israëlieten zij ongelovig gebleven, gelijk van de Ninevieten gezegd wordt, Matt. 12:41 , maar ook met hunne toestemming, gelijk van alle gelovigen ook gezegd wordt, 1 Kor. 6:2-3 , hoewel de apostelen hierin boven anderen zullen uitsteken; Luc. 22:30 ; Openb. 21:14 .

Hertaald: oordelende Namelijk omdat de apostelen hen zullen veroordelen: niet alleen door hun voorbeeld, doordat zij in Christus geloofd hebben terwijl de andere Israëlieten ongelovig gebleven zijn — zoals van de Ninevieten gezegd wordt, Matth. 12:41 — maar ook door hun instemming, zoals ook van alle gelovigen gezegd wordt, 1 Kor. 6:2-3, hoewel de apostelen hierin boven anderen zullen uitsteken; Luk. 22:30; Openb. 21:14.

Mattheüs 19 vers 29

honderdvoud ontvangen, Dat is, veelvoudig. Zie Luc. 18:30 .

Hertaald: honderdvoud ontvangen, Dat is: veelvoudig. Zie Luk. 18:30.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Simon Petrus  — Simon: hij heeft gehoord; Petrus: steen, rots

Een visser aan het meer van Galilea, broer van Andreas. Jezus riep hem, samen met zijn broer, om Hem te volgen en "vissers der mensen" te worden; hij liet terstond zijn netten achter en volgde Jezus na (Matth. 4:18-20). Hij zou uitgroeien tot de voorman onder de twaalf apostelen.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Apostel (de twaalf discipelen)  — Grieks: apostolos, "afgezondene, gezant", van apostello, "uitzenden"; discipel is mathetes, "leerling"

Nadat Christus Zijn twaalf discipelen tot Zich geroepen heeft, geeft Hij hun macht over onreine geesten en om ziekten te genezen, en dan volgt de opsomming: "De namen nu der twaalf apostelen zijn deze" — hier heten zij voor het eerst zo (Matt. 10:1-4). De zending is aanvankelijk beperkt tot de verloren schapen van het huis Israëls (Matt. 10:5-6). De opdracht is aan het Evangelie gebonden en niet aan middelen: om niet ontvangen, om niet geven, en geen goud of zilver in de gordel (Matt. 10:8-10). Daarna volgt de waarschuwing dat de boodschapper het lot van zijn Zender deelt: de discipel is niet boven zijn meester (Matt. 10:24-25), en men zal hen overleveren en haten om Zijns Naams wil (Matt. 10:17-22). Ten slotte wordt hun getal en hun taak in het toekomende bevestigd: zij zullen zitten op twaalf tronen (Matt. 19:28).

Bijbelse betekenis: Het getal twaalf is geen toeval maar een aanspraak: zoveel als de stammen van Israël. Het ambt is bovendien geheel afgeleid — een apostel spreekt niet uit zichzelf maar namens Hem die hem zendt, en daarom geldt: wie u ontvangt, ontvangt Mij (Matt. 10:40). Opmerkelijk is dat de lijst met Judas Iskariot sluit, mét de vermelding wat hij doen zou: het ambt vrijwaart niemand.

Typologie: De grondslag van de gemeente wordt in het Nieuwe Testament aan hen gebonden: de gemeente is gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen (Ef. 2:20). En de muur van het nieuwe Jeruzalem heeft twaalf fundamenten met de namen van de twaalf apostelen (Op. 21:14). Daarmee is het ambt naar zijn aard onherhaalbaar: een fundament wordt eenmaal gelegd. Wel blijft de zending zelf: gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook ulieden (Joh. 20:21).

Matt. 10:1-25,40; Matt. 19:28; Joh. 20:21; Ef. 2:20; Op. 21:14

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Mattheüs 19

Mattheüs 19:13-15.KruisverwijzingenMattheüs 18:3Lukas 18:161 Korinthe 14:201 Samuël 1:11Genesis 17:7Richteren 13:71 Samuël 1:22Psalmen 115:14
— Toen werden kinderkens tot Hem gebracht, opdat Hij de handen hun zou opleggen en bidden; en de discipelen bestraften dezelve. Maar Jezus zeide: Laat af van de kinderkens, en verhindert hen niet tot Mij te komen; want derzulken is het Koninkrijk der hemelen. En als Hij hun de handen opgelegd had, vertrok Hij van daar.
“Toen werden kinderkens tot Hem gebracht, opdat Hij de handen hun zou opleggen en bidden; en de discipelen bestraften dezelve. Maar Jezus zeide: Laat af van de kinderkens, en verhindert hen niet tot Mij te komen; want derzulken is het Koninkrijk der hemelen. En als Hij hun de handen opgelegd had, vertrok Hij van daar.”

De voornaamste moeilijkheid voor kinderen om tot Christus te komen ligt vaak bij de mensen om hen heen. Hun ouders of hun andere verwanten vinden hen te jong en ontmoedigen hen.

Och, dat wij allen een juist besef hadden van de mogelijkheid dat kleine kinderen bekeerd worden! Ja, dat wij niet alleen die mogelijkheid erkenden, maar er ook naar uitzagen, ernaar uitkeken en jonge kinderen aanmoedigden om tot Christus te komen!

In de gelijkenis die ik straks lezen zal, wordt ons verteld van “een heer des huizes, die met den morgenstond uitging, om arbeiders te huren in zijn wijngaard”. Wat een voorrecht is het om vroeg in de morgen tot Christus gebracht te worden — dat wil zeggen: terwijl wij nog kinderen zijn.

Mattheüs 19:16.KruisverwijzingenMattheüs 25:46Johannes 3:15Markus 10:17Judas 1:211 Johannes 1:21 Johannes 5:11Johannes 6:27Titus 1:2
— En ziet, er kwam een tot Hem, en zeide tot Hem: Goede Meester! wat zal ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe?
“En ziet, er kwam een tot Hem, en zeide tot Hem: Goede Meester! wat zal ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe?”

Dit was geen kind, maar een jongeman die de rijpere jaren bereikt had.

Mattheüs 19:17-20.KruisverwijzingenLeviticus 19:18Leviticus 18:51 Johannes 4:16Jakobus 2:8Mattheüs 22:39Romeinen 10:5Jakobus 2:10Deuteronomium 5:16
— En Hij zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan Een, namelijk God. Doch wilt gij in het leven ingaan, onderhoud de geboden. Hij zeide tot Hem: Welke? En Jezus zeide: Deze: Gij zult niet doden; gij zult geen overspel doen; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; Eer uw vader en moeder; en: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. De jongeling zeide tot Hem: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af; wat ontbreekt mij nog?
“En Hij zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan Een, namelijk God. Doch wilt gij in het leven ingaan, onderhoud de geboden. Hij zeide tot Hem: Welke? En Jezus zeide: Deze: Gij zult niet doden; gij zult geen overspel doen; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; Eer uw vader en moeder; en: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. De jongeling zeide tot Hem: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af; wat ontbreekt mij nog?”

Uiterlijk, naar de letter, had deze jongeman deze geboden waarschijnlijk gehouden, en in zoverre valt hij te prijzen. Maar innerlijk, naar hun geest, had hij er niet één van gehouden.

Onze Zaligmaker zei hem niet dat hij tekortgeschoten was, maar nam hem op zijn eigen grond. Het was alsof Hij zei: u zegt dat u uw naaste liefhebt als uzelf; Ik zal u een proef geven waaraan blijkt of dat werkelijk zo is.

Bij dat gebod, uw naaste lief te hebben als uzelf, zijn er drie vragen te overwegen. De eerste: wie moet u liefhebben? Onder het woord naaste hebben wij ieder mens te verstaan die dicht bij ons is. Toen de Samaritaan de gewonde man op de weg naar Jericho zag liggen, voelde hij dat die man in zijn nabijheid was. Hij was dus zijn naaste, en hij moest hem daarom liefhebben.

De tweede vraag: wat moet u uw naaste doen? Hem liefhebben. En dat is een zware zaak, iemand lief te hebben. Het is niet genoeg dat u zegt dat u uw naaste niet haat; u moet hem líefhebben. Ziet u hem op straat, dan is het niet genoeg dat u hem ontwijkt en hem niet omverloopt. Het is niet genoeg dat u hem ‘s nachts niet lastigvalt en zijn rust niet verstoort.

Dit is geen ontkennend gebod maar een bevestigend gebod. De liefde ligt niet in het nalaten; zij ligt in het doen. Het is waar dat u hem geen kwaad doen mag, maar u hebt niet alles gedaan wanneer u zich alleen van kwaad onthouden hebt. U hoort hem lief te hebben, en dat is meer dan een gift aan de armen. Alleen wanneer uw hart met uw hand meegaat en de vriendelijkheid van uw leven de vriendelijkheid van uw ziel uitspreekt, hebt u iemand werkelijk lief.

En de derde vraag: hóe moet u uw naaste liefhebben? Het antwoord is: als uzelf. En hoezeer heeft een mens zichzelf lief? Niemand van ons te weinig; sommigen van ons te veel. U mag uzelf liefhebben zoveel u wilt, maar zorg dan dat u uw naaste evenveel liefhebt.

U hebt beslist geen aansporing nodig om uzelf lief te hebben. Uw eigen zaak wordt wel behartigd; uw eigen gemak zal een van de eerste dingen zijn waarover u zich zorgen maakt. Niemand hoeft u aan te sporen uzelf lief te hebben; dat doet u goed genoeg. Zie dan toe dat u uw naaste evenzeer liefhebt als uzelf. En dat geldt zelfs voor uw vijanden, want Christus heeft gezegd: “Hebt uw vijanden lief.”

Mattheüs 19:21-22.KruisverwijzingenMarkus 10:21Handelingen 2:45Lukas 12:33Lukas 18:22Lukas 16:9Mattheüs 5:48Mattheüs 6:19Ezechiël 33:31
— Jezus zeide tot hem: Zo gij wilt volmaakt zijn, ga heen, verkoop wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in de hemel; en kom herwaarts, volg Mij. Als nu de jongeling dit woord hoorde, ging hij bedroefd weg; want hij had vele goederen.
“Jezus zeide tot hem: Zo gij wilt volmaakt zijn, ga heen, verkoop wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in de hemel; en kom herwaarts, volg Mij. Als nu de jongeling dit woord hoorde, ging hij bedroefd weg; want hij had vele goederen.”

Ziet u wel dat bij mensen, en juist bij jonge mensen, de grote verhindering om tot Christus te komen de wereld kan zijn? Zij hebben rijkdom, of zij hebben een groot verlangen naar rijkdom, en dat kan hun de weg naar de Zaligmaker versperren. Heeft iemand de rijkdom liever dan Christus, dan kan hij niet zalig worden.

Mattheüs 19:23-24.KruisverwijzingenMattheüs 13:22Markus 10:231 Timotheüs 6:91 Korinthe 1:26Lukas 18:24Jeremia 13:23Lukas 18:25Mattheüs 19:26
— En Jezus zeide tot Zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u, dat een rijke bezwaarlijk in het Koninkrijk der hemelen zal ingaan. En wederom zeg Ik u: Het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke inga in het Koninkrijk Gods.
“En Jezus zeide tot Zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u, dat een rijke bezwaarlijk in het Koninkrijk der hemelen zal ingaan. En wederom zeg Ik u: Het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke inga in het Koninkrijk Gods.”

Om de een of andere reden gaan goud en evangelie zelden samen, en kiest de godsdienst altijd de kant van de armoede. Dat komt doordat iemands bezit zo gemakkelijk in zijn hart gaat zitten. Hij is geneigd er afgoden van te maken en de toewijding daaraan tot het grote doel van zijn leven te maken. En zolang hij dat doet, kan hij niet zalig worden.

Mattheüs 19:25-27.KruisverwijzingenJeremia 32:27Job 42:2Lukas 18:27Lukas 1:37Zacharia 8:6Markus 10:27Jeremia 32:17Psalmen 62:11
— Zijn discipelen nu, dit horende, werden zeer verslagen, zeggende: Wie kan dan zalig worden? En Jezus, hen aanziende, zeide tot hen: Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk. Toen antwoordde Petrus, en zeide tot Hem: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd, wat zal ons dan geworden?
“Zijn discipelen nu, dit horende, werden zeer verslagen, zeggende: Wie kan dan zalig worden? En Jezus, hen aanziende, zeide tot hen: Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk. Toen antwoordde Petrus, en zeide tot Hem: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd, wat zal ons dan geworden?”

Deze onstuimige Petrus is altijd te snel; hij staat altijd klaar om een goed woordje voor zichzelf te doen als hij de kans krijgt.

Mattheüs 19:28-29.KruisverwijzingenLukas 18:29Lukas 14:26Filippenzen 3:8Mattheüs 16:25Markus 10:291 Petrus 4:14Mattheüs 10:37Mattheüs 6:33
— En Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij, die Mij gevolgd zijt, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal gezeten zijn op den troon Zijner heerlijkheid, dat gij ook zult zitten op twaalf tronen, oordelende de twaalf geslachten Israels. En zo wie zal verlaten hebben, huizen, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijns Naams wil, die zal honderdvoud ontvangen, en het eeuwige leven beerven.
“En Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij, die Mij gevolgd zijt, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal gezeten zijn op den troon Zijner heerlijkheid, dat gij ook zult zitten op twaalf tronen, oordelende de twaalf geslachten Israels. En zo wie zal verlaten hebben, huizen, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijns Naams wil, die zal honderdvoud ontvangen, en het eeuwige leven beerven.”

Hij zal merken dat zijn verliezen om Christus’ wil hem winst opgeleverd hebben. Heeft hij vrienden verloren, dan zal hij betere en trouwere vrienden vinden in de gemeente van God. Heeft hij bezittingen verloren, dan zal hij een geestelijke rijkdom krijgen die hem meer waard is dan huizen en akkers.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

Mevrouw Bartlett

Voor kinderen

Maar Jezus zei: Laat de kinderen begaan en verhinder hen niet bij Mij te komen, want voor zodanigen is het Koninkrijk der hemelen. Mattheüs 19:14. Misschien ga je…

Ik zal U volgen, maar…

Voor Iedere Dag

Een ander zei: Heere, ik zal U volgen, maar… (Lukas 9:61) Lees verder Mattheüs 19:16—30. Heere, ik zal U volgen, maar… Hoe opmerkelijk bewijst de Schrift dat de geestelijke kenmerken…

De naaste

Aan De Voeten Van De Meester

Gij zult u naaste liefhebben als uzelf. Matth. 19:19 U bent gehouden uw naaste lief te hebben; verwaarloos hem dan niet. Misschien is hij ziek; hij woont misschien vlak…

Zo gij kunt geloven...

Nabij De Zon

Maar bij God zijn alle dingen mogelijk. Mattheüs 19:26 Het opwassen in genade, het toenemen in geestelijk leven, de volle verzekering en het doen van goede werken, dit…

Naastenliefde, teken van heiligmaking

Preken

Gij zult u naaste liefhebben als uzelf. Matth. 19 : 19 Onze Heiland heeft vaak gepreekt over de zedelijke voorschriften van de wet. Veel van de preken van…

Ik ellendig mens

Met Spurgeon Het Jaar Door

Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten. Mattheüs 19:30 Eén ding is absoluut zeker: als u tot de eersten behoort, zult u zich…

Vele eersten zullen de laatsten zijn

Met Spurgeon Het Jaar Door

Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten. Mattheüs 19:30 Als we Gods dienaren worden, mogen we niet vergeten dat we geredde mannen en…

Goede Meester

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Goede Meester. Mattheus 19:26 Indien de jongeling in het Evangelie deze titel gebruikte, waar hij de Heere aansprak, met hoeveel temeer…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content