Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Mattheüs 16

1 En de Farizeen en Sadduceen tot Hem gekomen zijnde, en Hem verzoekende, begeerden van Hem, dat Hij hun een teken uit den hemel zou tonen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En de FarizeenG5330 enG2532 SadduceenG4523 tot Hem gekomen zijnde, en Hem verzoekendeG3985, begeerdenG1905 van Hem, dat Hij hun een tekenG4592 uitG1537 den hemelG3772 zou tonenG1925. En de Farizeen en Sadduceen tot Hem gekomen zijnde, en Hem verzoekende, begeerden van Hem, dat Hij hun een teken uit den hemel zou tonen.

KJV The Pharisees4 also1 with the Sadducees6 came,2 and5 tempting7 desired8 him9 that he would shew14 them15 a sign10 from11 heaven.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσελθοντες G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 φαρισαιοι G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 σαδδουκαιοι G4523 Sadduceen Sadducee 7 πειραζοντες G3985 verzocht, verzoekende, verzoekt assay, examine, go about, prove, tempt(-er), try 8 επηρωτησαν G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 9 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 σημειον G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 11 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 14 επιδειξαι G1925 Toont, tonen, bewijzen shew 15 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Maar Hij antwoordde, en zeide tot hen: Als het avond geworden is, zegt gij: Schoon weder; want de hemel is rood;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Maar Hij antwoorddeG611, en zeideG2036 tot hen: Als het avondG3798 gewordenG1096 is, zegtG3004 gij: SchoonG2105 weder; wantG1063 de hemelG3772 is roodG4449; Maar Hij antwoordde, en zeide tot hen: Als het avond geworden is, zegt gij: Schoon weder; want de hemel is rood;

KJV He answered3 and said unto them,5 When it is7 evening,6 ye say,4 It will be fair weather:9 for11 the sky13 is red.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 οψιας G3798 avond, avondstond even(-ing, (-tide)) 7 γενομενης G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 8 λεγετε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 ευδια G2105 Schoon fair weather 10 πυρραζει G4449 rood be red 11 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ουρανος G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En des morgens: Heden onweder; want de hemel is droevig rood. Gij geveinsden! het aanschijn des hemels weet gij wel te onderscheiden, en kunt gij de tekenen der tijden niet onderscheiden?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En des morgensG4404: HedenG4594 onwederG5494; wantG1063 de hemelG3772 is droevigG4768 roodG4449. Gij geveinsdenG5273! het aanschijnG4383 des hemelsG3772 weet gij wel te onderscheidenG1252, en kuntG1410 gij de tekenenG4592 der tijdenG2540 nietG3756 onderscheiden? En des morgens: Heden onweder; want de hemel is droevig rood. Gij geveinsden! het aanschijn des hemels weet gij wel te onderscheiden, en kunt gij de tekenen der tijden niet onderscheiden?

KJV And1 in the morning,2 It will be foul weather4 to day:3 for6 the sky9 is red5 and lowring.7 O ye hypocrites,10 ye can16 discern17 the face13 of the sky;15 but19 can ye24 not23 discern the signs20 of the times?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 πρωι G4404 morgens vroeg, morgens, vroeg early (in the morning), (in the) morning 3 σημερον G4594 heden, Heden, huidigen this (to-)day 4 χειμων G5494 onweder, winter, winters tempest, foul weather, winter 5 πυρραζει G4449 rood be red 6 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 7 στυγναζων G4768 droevig, treurig lower, be sad 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ουρανος G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 10 υποκριται G5273 geveinsden, geveinsde hypocrite 11 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 13 προσωπον G4383 aangezicht, aangezichten, aangezichts (outward) appearance, X before, countenance, face, fashion, (men's) person, presence 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 16 γινωσκετε G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 17 διακρινειν G1252 twijfelende, onderscheid, oordelen contend, make (to) differ(-ence), discern, doubt, judge, be partial, stagger, waver 18 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 20 σημεια G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 21 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 καιρων G2540 tijd, tijden, gelegenheden X always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while 23 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 24 δυνασθε G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Het boos en overspelig geslacht verzoekt een teken; en hun zal geen teken gegeven worden, dan het teken van Jona, den profeet. En hen verlatende, ging Hij weg.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Het boosG4190 enG2532 overspeligG3428 geslachtG1074 verzoektG1934 een tekenG4592; enG2532 hun zal geen tekenG4592 gegevenG1325 worden, dan het tekenG4592 van JonaG2495, den profeetG4396. EnG2532 hen verlatendeG2641, ging HijG846 wegG565. Het boos en overspelig geslacht verzoekt een teken; en hun zal geen teken gegeven worden, dan het teken van Jona, den profeet. En hen verlatende, ging Hij weg.

KJV A wicked2 and3 adulterous4 generation1 seeketh after6 a sign;5 and7 there shall no9 sign8 be given10 unto it,11 but the sign15 of the prophet18 Jonas.16 And19 he left20 them,21 and departed.

1 γενεα G1074 geslacht, geslachten, tijden age, generation, nation, time 2 πονηρα G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 μοιχαλις G3428 overspelig, overspeelster, overspel adulteress(-ous, -y) 5 σημειον G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 6 επιζητει G1934 verzoekt, zoeken, zoek desire, enquire, seek (after, for) 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 σημειον G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 9 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 10 δοθησεται G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 11 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 13 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 14 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 σημειον G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 16 ιωνα G2495 Jonas, Jona Jonas 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 προφητου G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 καταλιπων G2641 verlaten, gelaten, verlatende forsake, leave, reserve 21 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 απηλθεν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En als Zijn discipelen op de andere zijde gekomen waren, hadden zij vergeten broden mede te nemen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 EnG2532 als Zijn discipelenG3101 opG1519 de andere zijde gekomenG2064 waren, hadden zijG846 vergetenG1950 brodenG740 mede te nemenG2983. En als Zijn discipelen op de andere zijde gekomen waren, hadden zij vergeten broden mede te nemen.

KJV And1 when his5 disciples4 were come2 to6 the other side,8 they had forgotten9 to take11 bread.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελθοντες G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 περαν G4008 overzijde beyond, farther (other) side, over 9 επελαθοντο G1950 vergeten, Vergeet, discipelen (be) forget(-ful of) 10 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 11 λαβειν G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En Jezus zeide tot hen: Ziet toe, en wacht u van den zuurdesem der Farizeen en Sadduceen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En JezusG2424 zeideG2036 tot henG846: ZietG3708 toe, en wachtG4337 u vanG575 den zuurdesemG2219 der FarizeenG5330 en SadduceenG4523. En Jezus zeide tot hen: Ziet toe, en wacht u van den zuurdesem der Farizeen en Sadduceen.

KJV Then2 Jesus3 said unto them,5 Take heed6 and7 beware8 of9 the leaven11 of the Pharisees13 and14 of the Sadducees.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ορατε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 προσεχετε G4337 wacht, begeven, acht (give) attend(-ance, -ance at, -ance to, unto), beware, be given to, give (take) heed (to unto); have regard 9 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 10 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ζυμης G2219 zuurdesem leaven 12 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 φαρισαιων G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 σαδδουκαιων G4523 Sadduceen Sadducee

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En zij overlegden bij zichzelven, zeggende: Het is omdat wij geen broden mede genomen hebben.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 EnG1161 zij overlegdenG1260 bijG1722 zichzelvenG1438, zeggendeG3004: Het is omdatG3754 wij geenG3756 brodenG740 mede genomenG2983 hebben. En zij overlegden bij zichzelven, zeggende: Het is omdat wij geen broden mede genomen hebben.

KJV And2 they reasoned3 among4 themselves,5 saying,6 It is because7 we have taken10 no9 bread.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 διελογιζοντο G1260 overlegt, overleiden, overdachten cast in mind, consider, dispute, muse, reason, think 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 εαυτοις G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 6 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 9 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 10 ελαβομεν G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En Jezus, dat wetende, zeide tot hen: Wat overlegt gij bij uzelven, gij kleingelovigen! dat gij geen broden mede genomen hebt?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 EnG1161 JezusG2424, dat wetendeG1097, zeideG2036 tot henG846: WatG5101 overlegtG1260 gij bijG1722 uzelven, gij kleingelovigenG3640! datG3754 gij geenG3756 brodenG740 mede genomenG2983 hebt? En Jezus, dat wetende, zeide tot hen: Wat overlegt gij bij uzelven, gij kleingelovigen! dat gij geen broden mede genomen hebt?

KJV Which when2 Jesus4 perceived,1 he said unto them,6 O ye of little faith,11 why7 reason ye8 among9 yourselves,10 because12 ye have brought15 no14 bread?

1 γνους G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 8 διαλογιζεσθε G1260 overlegt, overleiden, overdachten cast in mind, consider, dispute, muse, reason, think 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 εαυτοις G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 11 ολιγοπιστοι G3640 kleingelovigen, kleingelovige of little faith 12 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 13 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 14 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 ελαβετε G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Verstaat gij nog niet? en gedenkt gij niet aan de vijf broden der vijf duizend mannen; en hoevele korven gij opnaamt?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 VerstaatG3539 gij nogG3768 niet? en gedenktG3421 gij niet aan de vijfG4002 brodenG740 der vijf duizendG4000 mannen; enG2532 hoeveleG4214 korvenG2894 gij opnaamtG2983? Verstaat gij nog niet? en gedenkt gij niet aan de vijf broden der vijf duizend mannen; en hoevele korven gij opnaamt?

KJV Do ye2 not yet1 understand, neither3 remember4 the five6 loaves7 of the five thousand,9 and10 how many11 baskets12 ye took up?

1 ουπω G3768 nog hitherto not, (no…) as yet, not yet 2 νοειτε G3539 Verstaat, merke, verstaan consider, perceive, think, understand 3 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 4 μνημονευετε G3421 gedenkt, Gedenkt, Gedenk make mention; be mindful, remember 5 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πεντε G4002 vijf, Vijf, vijftig five 7 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 8 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πεντακισχιλιων G4000 vijf duizend five thousand 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ποσους G4214 hoeveel, Hoeveel, hoevele how great (long, many), what 12 κοφινους G2894 korven basket 13 ελαβετε G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Noch aan de zeven broden der vier duizend mannen, en hoevele manden gij opnaamt?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Noch aan de zevenG2033 brodenG740 der vier duizendG5070 mannen, enG2532 hoeveleG4214 mandenG4711 gij opnaamtG2983? Noch aan de zeven broden der vier duizend mannen, en hoevele manden gij opnaamt?

KJV Neither1 the seven3 loaves4 of the four thousand,6 and7 how many8 baskets9 ye took up?

1 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 2 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 επτα G2033 zeven, Zeven, zevende seven 4 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 τετρακισχιλιων G5070 vier duizend four thousand 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ποσας G4214 hoeveel, Hoeveel, hoevele how great (long, many), what 9 σπυριδας G4711 manden, mand basket 10 ελαβετε G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Hoe verstaat gij niet, dat Ik u van geen brood gesproken heb, als Ik zeide, dat gij u wachten zoudt van den zuurdesem der Farizeen en Sadduceen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 HoeG4459 verstaatG3539 gij niet, datG3754 Ik u van geen broodG740 gesprokenG2036 heb, als Ik zeideG3004, dat gij u wachtenG4337 zoudt van den zuurdesemG2219 der FarizeenG5330 enG2532 SadduceenG4523. Hoe verstaat gij niet, dat Ik u van geen brood gesproken heb, als Ik zeide, dat gij u wachten zoudt van den zuurdesem der Farizeen en Sadduceen.

KJV How1 is it that4 ye do3 not2 understand that I spake it not5 to you concerning6 bread,7 that ye should beware10 of11 the leaven13 of the Pharisees15 and16 of the Sadducees?

1 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 2 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 3 νοειτε G3539 Verstaat, merke, verstaan consider, perceive, think, understand 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 7 αρτου G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 8 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 10 προσεχειν G4337 wacht, begeven, acht (give) attend(-ance, -ance at, -ance to, unto), beware, be given to, give (take) heed (to unto); have regard 11 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 12 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ζυμης G2219 zuurdesem leaven 14 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 φαρισαιων G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 σαδδουκαιων G4523 Sadduceen Sadducee

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Toen verstonden zij, dat Hij niet gezegd had, dat zij zich wachten zouden van den zuurdesem des broods, maar van de leer der Farizeen en Sadduceen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Toen verstondenG4920 zij, datG3754 Hij nietG3756 gezegdG2036 had, dat zij zich wachtenG4337 zouden vanG575 den zuurdesemG2219 des broodsG740, maarG235 vanG575 de leerG1322 der FarizeenG5330 enG2532 SadduceenG4523? Toen verstonden zij, dat Hij niet gezegd had, dat zij zich wachten zouden van den zuurdesem des broods, maar van de leer der Farizeen en Sadduceen?

KJV Then1 understood they2 how that3 he bade them not4 beware6 of7 the leaven9 of bread,11 but12 of13 the doctrine15 of the Pharisees17 and18 of the Sadducees.

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 συνηκαν G4920 verstaan, verstaat, verstonden consider, understand, be wise 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 προσεχειν G4337 wacht, begeven, acht (give) attend(-ance, -ance at, -ance to, unto), beware, be given to, give (take) heed (to unto); have regard 7 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 8 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ζυμης G2219 zuurdesem leaven 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 αρτου G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 12 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 13 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 διδαχης G1322 leer, lering, leringen doctrine, hath been taught 16 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 φαρισαιων G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 σαδδουκαιων G4523 Sadduceen Sadducee

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Als nu Jezus gekomen was in de delen van Cesarea Filippi, vraagde Hij Zijn discipelen, zeggende: Wie zeggen de mensen, dat Ik, de Zoon des mensen, ben?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Als nuG1161 JezusG2424 gekomenG2064 was inG1519 de delenG3313 van CesareaG2542 FilippiG5376, vraagdeG2065 HijG846 Zijn discipelenG3101, zeggendeG3004: WieG5101 zeggenG3004 de mensenG444, dat IkG1473, de ZoonG5207 des mensenG444, ben? Als nu Jezus gekomen was in de delen van Cesarea Filippi, vraagde Hij Zijn discipelen, zeggende: Wie zeggen de mensen, dat Ik, de Zoon des mensen, ben?

KJV When2 Jesus4 came1 into5 the coasts7 of Caesarea8 Philippi,10 he asked11 his14 disciples,13 saying,15 Whom16 do men20 say18 that I the Son23 of man25 am?

1 ελθων G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μερη G3313 deel, dele, delen behalf, course, coast, craft, particular (+ -ly), part (+ -ly), piece, portion, respect, side, some sort(-what) 8 καισαρειας G2542 Cesarea Cæsarea 9 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 φιλιππου G5376 Filippus, Filippi Philip 11 ηρωτα G2065 baden, bid, bad ask, beseech, desire, intreat, pray 12 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 μαθητας G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 14 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 16 τινα G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 17 με G1473 mij, ik I, me 18 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 19 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ανθρωποι G444 mensen, mens, Mens certain, man 21 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 22 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 24 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En zij zeiden: Sommigen: Johannes de Doper; en anderen: Elias; en anderen: Jeremia of een van de profeten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En zij zeidenG2036: SommigenG3303: JohannesG2491 de DoperG910; en anderen: EliasG2243; enG1161 anderen: JeremiaG2408 ofG2228 eenG1520 van de profetenG4396. En zij zeiden: Sommigen: Johannes de Doper; en anderen: Elias; en anderen: Jeremia of een van de profeten.

KJV And2 they said, Some say that thou art5 John6 the Baptist:8 some,9 Elias;11 and10 others,12 Jeremias,14 or15 one16 of the prophets.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 6 ιωαννην G2491 Johannes John 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 βαπτιστην G910 Doper Baptist 9 αλλοι G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 10 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 11 ηλιαν G2243 Elias, Elia Elias 12 ετεροι G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 13 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 14 ιερεμιαν G2408 Jeremia Jeremiah 15 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 16 ενα G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 17 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 προφητων G4396 profeten, profeet, Profeet prophet

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Hij zeide tot hen: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Hij zeideG3004 tot hen: MaarG1161 gij, wieG5101 zegtG3004 gij, dat IkG1473 benG1510? Hij zeide tot hen: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?

KJV He saith1 unto them,2 But4 whom5 say7 ye that I am?

1 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 4 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 5 τινα G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 6 με G1473 mij, ik I, me 7 λεγετε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En Simon Petrus, antwoordende, zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 EnG1161 SimonG4613 PetrusG4074, antwoordendeG611, zeideG2036: GijG4771 zijtG1510 de ChristusG5547, de ZoonG5207 des levendenG2198 GodsG2316. En Simon Petrus, antwoordende, zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.

KJV And2 Simon3 Peter4 answered1 and said, Thou6 art the Christ,9 the Son11 of the living15 God.

1 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 σιμων G4613 Simon, Simons Simon 4 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 7 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ζωντος G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Zalig zijt gij, Simon, Bar-Jona! want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 EnG2532 JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG2036 tot hemG846: ZaligG3107 zijtG1510 gij, SimonG4613, Bar-JonaG920! wantG3754 vleesG4561 enG2532 bloedG129 heeft uG4771 dat nietG3756 geopenbaardG601, maarG235 Mijn VaderG3962, Die inG1722 de hemelenG3772 is. En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Zalig zijt gij, Simon, Bar-Jona! want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.

KJV And1 Jesus4 answered2 and said unto him,6 Blessed7 art thou, Simon9 Barjona:10 for12 flesh13 and14 blood15 hath17 not16 revealed it unto thee, but19 my Father21 which3 is in24 heaven.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 μακαριος G3107 Zalig, zalig, zalige blessed, happy(X -ier) 8 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 σιμων G4613 Simon, Simons Simon 10 βαρ G920 Bar-jona Bar-jona 11 ιωνα G2495 Jonas, Jona Jonas 12 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 13 σαρξ G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 αιμα G129 bloed, bloeds, bloede blood 16 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 17 απεκαλυψεν G601 geopenbaard, openbaren, ontdekt reveal 18 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 19 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 20 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 22 μου G1473 mij, ik I, me 23 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 25 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 ουρανοις G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En Ik zegG3004 uG4771 ookG2532, dat gijG4771 zijtG1510 PetrusG4074, en opG1909 dezeG3778 petraG4073 zal IkG1473 Mijn gemeenteG1577 bouwenG3618, en de poortenG4439 der helG86 zullen dezelve nietG3756 overweldigenG2729. En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.

KJV And2 I say4 also1 unto thee, That5 thou3 art Peter,8 and9 upon10 this rock13 I will build14 my church;17 and18 the gates19 of hell20 shall22 not21 prevail against it.

1 καγω G2504 en ik, ook ik (and, even, even so, so) I (also, in like wise), both me, me also 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 4 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 7 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 11 ταυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 12 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 πετρα G4073 steenrots, steenrotsen, rots rock 14 οικοδομησω G3618 bouwen, gebouwd, bouwde (be in) build(-er, -ing, up), edify, embolden 15 μου G1473 mij, ik I, me 16 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 εκκλησιαν G1577 Gemeente, Gemeenten, gemeente assembly, church 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 πυλαι G4439 poort, poorten gate 20 αδου G86 hel grave, hell 21 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 22 κατισχυσουσιν G2729 geweldiger, overweldigen prevail (against) 23 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En Ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen; en zo wat gij zult binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en zo wat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En Ik zal uG4771 gevenG1325 de sleutelenG2807 van het KoninkrijkG932 der hemelenG3772; enG2532 zoG1437 watG3739 gij zult bindenG1210 op de aardeG1093, zal inG1722 de hemelenG3772 gebondenG1210 zijnG1510; enG2532 zoG1437 watG3739 gij ontbindenG3089 zult op de aardeG1093, zal inG1722 de hemelenG3772 ontbondenG3089 zijnG1510. En Ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen; en zo wat gij zult binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en zo wat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.

KJV And1 I will give2 unto thee the keys5 of the kingdom7 of heaven:9 and10 whatsoever11 thou shalt bind13 on14 earth16 shall be bound18 in19 heaven:21 and22 whatsoever23 thou shalt loose25 on26 earth28 shall be loosed30 in31 heaven.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 δωσω G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 3 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 4 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 κλεις G2807 sleutel, sleutelen, sleutels key 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 βασιλειας G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 8 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ουρανων G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 13 δησης G1210 gebonden, binden, verbonden bind, be in bonds, knit, tie, wind 14 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 15 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 17 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 18 δεδεμενον G1210 gebonden, binden, verbonden bind, be in bonds, knit, tie, wind 19 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 20 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 ουρανοις G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 24 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 25 λυσης G3089 ontbonden, ontbinden, ontbindt break (up), destroy, dissolve, (un-)loose, melt, put off 26 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 27 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 29 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 30 λελυμενον G3089 ontbonden, ontbinden, ontbindt break (up), destroy, dissolve, (un-)loose, melt, put off 31 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 32 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 33 ουρανοις G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Toen verbood Hij Zijn discipelen, dat zij iemand zeggen zouden, dat Hij was Jezus, de Christus.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Toen verboodG1291 Hij Zijn discipelenG3101, dat zij iemandG3367 zeggenG2036 zouden, dat HijG846 wasG1510 JezusG2424, de ChristusG5547. Toen verbood Hij Zijn discipelen, dat zij iemand zeggen zouden, dat Hij was Jezus, de Christus.

KJV Then1 charged he2 his5 disciples4 that6 they should tell no man7 that9 he10 was Jesus12 the Christ.

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 διεστειλατο G1291 gebood, bevolen, geboden charge, that which was (give) commanded(-ment) 3 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 7 μηδενι G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 8 ειπωσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 10 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Van toen aan begon Jezus Zijn discipelen te vertonen, dat Hij moest heengaan naar Jeruzalem, en veel lijden van de ouderlingen, en overpriesters, en Schriftgeleerden, en gedood worden, en ten derden dage opgewekt worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 VanG575 toen aan begonG756 JezusG2424 Zijn discipelenG3101 te vertonenG1166, datG3754 HijG846 moestG1163 heengaanG565 naarG1519 JeruzalemG2414, enG2532 veelG4183 lijdenG3958 vanG575 de ouderlingenG4245, enG2532 overpriestersG749, enG2532 SchriftgeleerdenG1122, enG2532 gedoodG615 worden, enG2532 ten derdenG5154 dageG2250 opgewektG1453 worden. Van toen aan begon Jezus Zijn discipelen te vertonen, dat Hij moest heengaan naar Jeruzalem, en veel lijden van de ouderlingen, en overpriesters, en Schriftgeleerden, en gedood worden, en ten derden dage opgewekt worden.

KJV From1 that time forth2 began3 Jesus5 to shew6 unto his9 disciples,8 how that10 he12 must11 go13 unto14 Jerusalem,15 and16 suffer18 many things17 of19 the elders21 and22 chief priests23 and24 scribes,25 and26 be killed,27 and28 be raised again32 the third30 day.

1 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 2 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 3 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 δεικνυειν G1166 tonen, toonde, getoond shew 7 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 9 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 11 δει G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 12 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 απελθειν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 14 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 15 ιεροσολυμα G2414 Jeruzalem Jerusalem 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 18 παθειν G3958 lijden, geleden, lijdt feel, passion, suffer, vex 19 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 20 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 πρεσβυτερων G4245 ouderlingen, ouden, ouderling elder(-est), old 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 αρχιερεων G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 γραμματεων G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 26 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 27 αποκτανθηναι G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 28 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 29 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 τριτη G5154 derde, derden third(-ly) 31 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 32 εγερθηναι G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En Petrus, Hem tot zich genomen hebbende, begon Hem te bestraffen, zeggende: Heere, wees U genadig! dit zal U geenszins geschieden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 EnG2532 PetrusG4074, HemG846 tot zich genomenG4355 hebbende, begonG756 HemG846 te bestraffenG2008, zeggendeG3004: HeereG2962, wees UG4771 genadigG2436! ditG3778 zal UG4771 geenszinsG3364 geschiedenG2071. En Petrus, Hem tot zich genomen hebbende, begon Hem te bestraffen, zeggende: Heere, wees U genadig! dit zal U geenszins geschieden.

KJV Then1 Peter5 took2 him,3 and began6 to rebuke7 him,8 saying,9 Be it far10 from thee, Lord:12 this shall not be unto thee.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσλαβομενος G4355 namen, genomen, aangenomen receive, take (unto) 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 6 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 7 επιτιμαν G2008 bestrafte, bestraften, gebood (straitly) charge, rebuke 8 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 ιλεως G2436 genadig be it far, merciful 11 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 12 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 13 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 14 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 15 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 17 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Maar Hij, Zich omkerende, zeide tot Petrus: Ga weg achter Mij, satanas! gij zijt Mij een aanstoot, want gij verzint niet de dingen, die Gods zijn, maar die der mensen zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Maar Hij, Zich omkerendeG4762, zeideG2036 tot PetrusG4074: Ga wegG5217 achterG3694 MijG1473, satanasG4567! gij zijt MijG1473 een aanstootG4625, wantG3754 gij verzintG5426 nietG3756 de dingen, die GodsG2316 zijn, maar die der mensenG444 zijn. Maar Hij, Zich omkerende, zeide tot Petrus: Ga weg achter Mij, satanas! gij zijt Mij een aanstoot, want gij verzint niet de dingen, die Gods zijn, maar die der mensen zijn.

KJV But2 he turned,3 and said unto Peter,6 Get thee7 behind8 me, Satan:10 thou art14 an offence11 unto me: for thou savourest16 not15 the things1 that be of God,19 but20 those that be of men.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 στραφεις G4762 omkerende, keerde, kerende convert, turn (again, back again, self, self about) 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πετρω G4074 Petrus Peter, rock 7 υπαγε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 8 οπισω G3694 achter, achterwaarts, nagegaan after, back(-ward), (+ get) behind, + follow 9 μου G1473 mij, ik I, me 10 σατανα G4567 satan, satanas, satans Satan 11 σκανδαλον G4625 ergernis, ergernissen, aanstoot occasion to fall (of stumbling), offence, thing that offends, stumblingblock 12 μου G1473 mij, ik I, me 13 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 15 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 φρονεις G5426 gevoelen, bedenken, gevoelt set the affection on, (be) care(-ful), (be like-, + be of one, + be of the same, + let this) mind(-ed), regard, savour, think 17 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 20 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 21 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Toen zeide Jezus tot Zijn discipelen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Toen zeideG2036 JezusG2424 tot Zijn discipelenG3101: ZoG1487 iemandG1536 achterG3694 MijG1473 wilG2309 komenG2064, die verloocheneG533 zichzelvenG1438, enG2532 nemeG142 zijn kruisG4716 op, enG2532 volgeG190 MijG1473. Toen zeide Jezus tot Zijn discipelen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij.

KJV Then1 said Jesus3 unto his7 disciples,6 If any man will10 come13 after11 me, let him deny14 himself,15 and16 take up17 his20 cross,19 and21 follow22 me.

1 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 9 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 10 θελει G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 11 οπισω G3694 achter, achterwaarts, nagegaan after, back(-ward), (+ get) behind, + follow 12 μου G1473 mij, ik I, me 13 ελθειν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 14 απαρνησασθω G533 verloochenen, verloochend, verloochene deny 15 εαυτον G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 αρατω G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 18 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 σταυρον G4716 kruis, kruises cross 20 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 ακολουθειτω G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 23 μοι G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Want zo wie zijn leven zal willen behouden, die zal hetzelve verliezen; maar zo wie zijn leven verliezen zal, om Mijnentwil, die zal hetzelve vinden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 WantG1063 zo wie zijn levenG5590 zal willenG2309 behoudenG4982, die zal hetzelveG846 verliezenG622; maarG1161 zo wieG3739 zijn levenG5590 verliezenG622 zal, om MijnentwilG1700, die zal hetzelveG846 vindenG2147. Want zo wie zijn leven zal willen behouden, die zal hetzelve verliezen; maar zo wie zijn leven verliezen zal, om Mijnentwil, die zal hetzelve vinden.

KJV For2 whosoever1 will4 save8 his7 life6 shall lose9 it:10 and12 whosoever11 will lose14 his17 life16 for18 my sake shall find20 it.

1 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 4 θελη G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ψυχην G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 σωσαι G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole 9 απολεσει G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 10 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 δ G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 13 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 14 απολεση G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 15 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ψυχην G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 ενεκεν G1752 wil, aanzien, oorzaak because, for (cause, sake), (where-)fore, by reason of, that 19 εμου G1473 mij, ik I, me 20 ευρησει G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 21 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Want wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint, en lijdt schade zijner ziel? Of wat zal een mens geven, tot lossing van zijn ziel?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 WantG1063 watG5101 baatG5623 het een mensG444, zoG1437 hijG846 de gehele wereldG2889 gewintG2770, enG1161 lijdt schadeG2210 zijner zielG5590? OfG2228 watG5101 zal een mensG444 gevenG1325, tot lossingG465 van zijn zielG5590? Want wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint, en lijdt schade zijner ziel? Of wat zal een mens geven, tot lossing van zijn ziel?

KJV For2 what1 is a man4 profited,3 if5 he shall gain9 the whole8 world,7 and11 lose14 his own13 soul?12 or15 what16 shall a man18 give17 in exchange19 for his22 soul?

1 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ωφελειται G5623 nut, baat, nuttigheid advantage, better, prevail, profit 4 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 5 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 κοσμον G2889 wereld, versiersel adorning, world 8 ολον G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 9 κερδηση G2770 winnen, gewonnen, won (get) gain, win 10 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 12 ψυχην G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 ζημιωθη G2210 schade lijden, geleden, lijdt schade be cast away, receive damage, lose, suffer loss 15 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 16 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 17 δωσει G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 18 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 19 ανταλλαγμα G465 lossing in exchange 20 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 ψυχης G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 22 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met Zijn engelen, en alsdan zal Hij een iegelijk vergelden naar zijn doen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 WantG1063 de ZoonG5207 des mensenG444 zal komenG2064 inG1722 de heerlijkheidG1391 Zijns VadersG3962, met Zijn engelenG32, enG2532 alsdanG5119 zal HijG846 een iegelijkG1538 vergeldenG591 naarG2596 zijn doen. Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met Zijn engelen, en alsdan zal Hij een iegelijk vergelden naar zijn doen.

KJV For2 the Son4 of man6 shall1 come7 in8 the glory10 of his13 Father12 with14 his17 angels;16 and18 then19 he shall reward20 every man21 according22 to his25 works.

1 μελλει G3195 toekomende, toekomenden, komen about, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 7 ερχεσθαι G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 δοξη G1391 heerlijkheid, eer, heerlijkheden dignity, glory(-ious), honour, praise, worship 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 15 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 αγγελων G32 engel, engelen, engels angel, messenger 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 20 αποδωσει G591 vergelden, betaald, betalen deliver (again), give (again), (re-)pay(-ment be made), perform, recompense, render, requite, restore, reward, sell, yield 21 εκαστω G1538 iegelijk, elk, iegelijks any, both, each (one), every (man, one, woman), particularly 22 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 23 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 πραξιν G4234 daden, handel, werken deed, office, work 25 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Voorwaar zeg Ik u: Er zijn sommigen van die hier staan, dewelke den dood niet smaken zullen, totdat zij den Zoon des mensen zullen hebben zien komen in Zijn Koninkrijk.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 VoorwaarG281 zegG3004 Ik uG4771: Er zijnG1510 sommigenG5100 van die hier staanG2476, dewelke den doodG2288 niet smakenG1089 zullen, totdat zij den ZoonG5207 des mensenG444 zullen hebben zienG1492 komenG2064 inG1722 Zijn KoninkrijkG932. Voorwaar zeg Ik u: Er zijn sommigen van die hier staan, dewelke den dood niet smaken zullen, totdat zij den Zoon des mensen zullen hebben zien komen in Zijn Koninkrijk.

KJV Verily1 I say2 unto you, There be some5 standing8 here,7 which9 shall12 not taste of death,13 till15 they see the Son18 of man20 coming21 in22 his25 kingdom.

1 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 2 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there 8 εστηκοτων G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 9 οιτινες G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 10 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 12 γευσωνται G1089 smaken, gesmaakt, eten eat, taste 13 θανατου G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 14 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 15 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 16 ιδωσιν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 17 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 21 ερχομενον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 22 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 23 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 25 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Cesarea Filippi (Banias) Vroege twintigste-eeuwse opname van Banias/Cesarea Filippi, bij de bron van de Jordaan aan de voet van de Hermon, waar Petrus zijn belijdenis aflegde.
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Mattheüs 16:1 Lukas 11:16 Mattheüs 16:6 Handelingen 4:1 1 Korinthe 1:22 Johannes 8:6 Lukas 11:53 Markus 10:2 Lukas 20:23
Mattheüs 16:2 Lukas 12:54
Mattheüs 16:3 Lukas 12:56 1 Kronieken 12:32 Mattheüs 23:13 Mattheüs 11:5 Mattheüs 15:7 Mattheüs 4:23 Mattheüs 22:18 Lukas 13:15
Mattheüs 16:4 Mattheüs 12:39 Lukas 11:29 Handelingen 18:6 Hosea 4:17 Jona 1:17 Markus 5:17 Mattheüs 15:14 Markus 8:12
Mattheüs 16:5 Markus 8:13 Mattheüs 15:39
Mattheüs 16:6 Lukas 12:1 Markus 8:15 1 Korinthe 5:6 Galaten 5:9 2 Timotheüs 2:16 Mattheüs 16:12 Lukas 12:15 Exodus 12:15
Mattheüs 16:7 Lukas 9:46 Handelingen 10:14 Markus 8:16 Mattheüs 15:16 Markus 9:10
Mattheüs 16:8 Mattheüs 6:30 Mattheüs 14:31 Mattheüs 8:26 Markus 16:14 Johannes 16:30 Johannes 2:24 Openbaring 2:23 Hebreeën 4:13
Mattheüs 16:9 Mattheüs 14:17 Markus 6:38 Lukas 24:25 Johannes 6:9 Mattheüs 15:16 Openbaring 3:19 Markus 7:18 Lukas 9:13
Mattheüs 16:10 Mattheüs 15:34 Markus 8:5 Markus 8:17
Mattheüs 16:11 Mattheüs 16:6 Markus 8:21 Johannes 8:43 Markus 4:40 Lukas 12:56
Mattheüs 16:12 Handelingen 23:8 Mattheüs 15:4 Mattheüs 5:20 Mattheüs 23:13
Mattheüs 16:13 Lukas 9:18 Daniël 7:13 Mattheüs 8:20 Markus 8:27 Mattheüs 12:32 Mattheüs 9:6 Johannes 3:14 Mattheüs 12:40
Mattheüs 16:14 Mattheüs 14:2 Markus 6:15 Maleachi 4:5 Johannes 7:12 Lukas 9:8 Mattheüs 17:10 Markus 8:28 Lukas 9:18
Mattheüs 16:15 Lukas 9:20 Mattheüs 13:11 Markus 8:29
Mattheüs 16:16 Johannes 11:27 1 Timotheüs 4:10 Mattheüs 27:54 Mattheüs 14:33 Mattheüs 26:63 Markus 14:61 Deuteronomium 5:26 Romeinen 1:4
Mattheüs 16:17 Galaten 1:16 Johannes 6:45 Galaten 1:11 Efeze 1:17 Mattheüs 13:16 1 Korinthe 15:50 Mattheüs 11:25 Kolossenzen 1:26
Mattheüs 16:18 Kolossenzen 1:18 Efeze 2:19 1 Korinthe 3:9 Jesaja 28:16 1 Timotheüs 3:15 Johannes 1:42 Efeze 5:25 Jesaja 54:17
Mattheüs 16:19 Mattheüs 18:18 Openbaring 1:18 Jesaja 22:22 Johannes 20:23 Openbaring 3:7 1 Korinthe 5:4 1 Thessalonicenzen 4:8 Handelingen 2:14
Mattheüs 16:20 Markus 8:30 Lukas 9:21 Mattheüs 17:9 Johannes 1:41 Mattheüs 8:4 Handelingen 2:36 Lukas 9:36 1 Johannes 5:1
Mattheüs 16:21 Mattheüs 17:12 Mattheüs 17:22 Mattheüs 27:63 Mattheüs 20:28 Lukas 24:6 Mattheüs 20:17 1 Korinthe 15:3 Lukas 17:25
Mattheüs 16:22 Handelingen 21:11 Markus 8:32 Johannes 13:6 Mattheüs 26:51 Mattheüs 16:16 1 Koningen 22:13
Mattheüs 16:23 Mattheüs 4:10 Markus 8:33 Filippenzen 3:19 Kolossenzen 3:2 Romeinen 8:5 1 Korinthe 2:14 Johannes 6:70 Romeinen 14:21
Mattheüs 16:24 Mattheüs 10:38 Lukas 14:27 1 Petrus 4:1 Markus 10:21 2 Timotheüs 3:12 Hebreeën 11:24 Johannes 19:17 Kolossenzen 1:24
Mattheüs 16:25 Mattheüs 10:39 Openbaring 12:11 Handelingen 20:23 Markus 8:35 Johannes 12:25 Lukas 17:33 Esther 4:16 Esther 4:14
Mattheüs 16:26 Job 27:8 Lukas 12:20 Lukas 9:25 Psalmen 49:7 Markus 8:36 Mattheüs 5:29 Lukas 16:25 Mattheüs 4:8
Mattheüs 16:27 Romeinen 2:6 2 Korinthe 5:10 Openbaring 22:12 Psalmen 62:12 Zacharia 14:5 Efeze 6:8 Romeinen 14:12 Jesaja 3:10
Mattheüs 16:28 Markus 9:1 Hebreeën 2:9 Johannes 8:52 Lukas 9:27 Mattheüs 10:23 Mattheüs 26:64 Markus 13:26 Mattheüs 24:3
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Mattheüs 16 vers 1

verzoekende Willende beproeven of Hij zulks zou kunnen doen, om Hem beschaamd te maken.

Hertaald: verzoekende Doordat zij wilden beproeven of Hij dat zou kunnen doen, om Hem te beschamen.

uit den hemel Dat is, hetwelk uit, aan, of van den hemel zou geschieden, gelijk op het gebed van Jozua de zon en maan stil stonden, Joz. 10:12 ; gelijk het vuur uit den hemel kwam op het gebed van Elia, 2 Kon. 1:9 , en gelijk de zon ten tijde van Jesaja terugging; Jes. 38:8 .

Hertaald: uit den hemel Dat is: een teken dat uit, aan of van de hemel zou gebeuren — zoals de zon en de maan op het gebed van Jozua stilstonden, Joz. 10:12; zoals het vuur uit de hemel kwam op het gebed van Elia, 2 Kon. 1:9; en zoals de zon in de tijd van Jesaja terugging; Jes. 38:8.

Mattheüs 16 vers 2

rood Grieks, rood als vuur; dat is schoon of klaar rood.

Hertaald: rood Grieks: vuurrood; dat is: helder of fel rood.

Mattheüs 16 vers 3

aanschijn des hemels Dat is, gestalte of gedaante

Hertaald: aanschijn des hemels Dat is: de gestalte of gedaante.

de tekenen der tijden Namelijk die naar de voorzegging der profeten de komst en tegenwoordigheid van den Messias aanwijzen. Zie Matt. 11:4-5 , en de aantekening bij Luc. 12:56 .

Hertaald: de tekenen der tijden Namelijk de tekenen die volgens de voorzegging van de profeten de komst en de aanwezigheid van de Messias aanwijzen. Zie Matth. 11:4-5 en de aantekening bij Luk. 12:56.

Mattheüs 16 vers 4

Het boos en overspelig geslacht Zie hetzelfde boven Matt. 12:39 .

Hertaald: Het boos en overspelig geslacht Zie hetzelfde in Matth. 12:39.

geen teken Namelijk om hen krachtiger te overtuigen.

Hertaald: geen teken Namelijk om hen krachtiger te overtuigen.

weg Namelijk over de zee. Zie Marc. 8:13-14 .

Hertaald: weg Namelijk over het meer. Zie Mark. 8:13-14.

Mattheüs 16 vers 7

overlegden bij zichzelven, Of, zij spraken onder elkander.

Hertaald: overlegden bij zichzelven, Of: zij spraken onder elkaar.

Mattheüs 16 vers 12

leer der Farizeën Die bij een zuurdesem hier vergeleken wordt, overmits dezelve de zuiverheid der ware leer met valse en van mensen ingestelde leer vermengde, en den mens door een ijdelen waan van eigenrechtigheid en met geveinsheid opgeblazen maakt.

Hertaald: leer der Farizeën Die hier met zuurdeeg vergeleken wordt, omdat zij de zuiverheid van de ware leer vermengde met valse en door mensen ingestelde leer, en de mens opgeblazen maakt door een ijdele waan van eigengerechtigheid en door huichelarij.

Mattheüs 16 vers 13

Cesarea Filippi, Dit was ene stad aan den voet van de berg Libanon, omtrent den oorsprong van de Jordaan; alzo genaamd omdat zij gebouwd was ter ere van de keizer Tiberius; en wordt toegenaamd Filippi, omdat zij gebouwd is van den viervorst Filippus, JosEf. Antiq. lib. 18, cap. 3, en ter onderscheiding van een ander Cesarea van zijn vader Herodes, ter ere van den keizer Augustus aan de Middelandse zee gebouwd. JosEf. lib. 15, cap. 13 ; Hand. 10:1 .

Hertaald: Cesarea Filippi, Dit was een stad aan de voet van de berg Libanon, bij de bron van de Jordaan. Zij heette zo omdat zij gebouwd was ter ere van keizer Tiberius, en zij wordt Filippi toegenoemd omdat zij gebouwd is door de viervorst Filippus (Josefus, Antiquitates boek 18, hoofdstuk 3) en om haar te onderscheiden van een ander Cesarea, dat zijn vader Herodes ter ere van keizer Augustus aan de Middellandse Zee gebouwd had (Josefus, boek 15, hoofdstuk 13; Hand. 10:1).

Mattheüs 16 vers 16

antwoordende, Namelijk uit aller naam; alzo Christus hun allen gevraagd had; waarom ook het antwoord van Christus hoewel het tot Petrus geschiedt, tot allen behoort.

Hertaald: antwoordende, Namelijk namens hen allen, aangezien Christus het aan hen allen gevraagd had. Daarom geldt ook het antwoord van Christus, hoewel het aan Petrus gericht is, hen allen.

de Christus Dat is, de Messias, of gezalfde. Zie Joh. 1:42 .

Hertaald: de Christus Dat is: de Messias, of Gezalfde. Zie Joh. 1:42.

Mattheüs 16 vers 17

Bar-Jona, Dat is, Jonas' zoon: want het woord Bar betekent in de Chaldeeuwse spraak een zoon.

Hertaald: Bar-Jona, Dat is: zoon van Jona, want het woord bar betekent in het Chaldeeuws een zoon.

vlees en bloed Dat is, noch uw eigen, noch enig natuurlijk vernuft, noch enig mens. Zie Gal. 1:16 .

Hertaald: vlees en bloed Dat is: noch uw eigen inzicht, noch enig natuurlijk verstand, noch enig mens. Zie Gal. 1:16.

Mattheüs 16 vers 18

petra Dat is, steen of steenrots; namelijk op deze uwe belijkdenis, die gij van mij doet. Of, op mij dien gij beleden hebt. Want Christus is alleen het fondament zijner gemeente, 1 Kor. 3:11 , hoewel ook Petrus en ook de andere apostelen ten aanzien van hunne leer, fondamenten der gemeente kunnen genaamd worden, gelijk te zien is Openb. 21:19 .

Hertaald: petra Dat is: steen of steenrots; namelijk op deze belijdenis die u van Mij doet. Of: op Mij, Die u beleden hebt. Want Christus is als enige het fundament van Zijn gemeente, 1 Kor. 3:11 — hoewel ook Petrus en de andere apostelen met het oog op hun leer fundamenten van de gemeente genoemd kunnen worden, zoals te zien is in Openb. 21:19.

poorten der hel Dat is, noch de listigheid noch het geweld des duivels en zijner instrumenten. Want eertijds waren de raadhuizen en sterkten der steden in de poorten: Gen. 22:17 .

Hertaald: poorten der hel Dat is: noch de listigheid noch het geweld van de duivel en zijn werktuigen. Want vroeger waren de raadhuizen en sterkten van de steden in de poorten: Gen. 22:17.

Mattheüs 16 vers 19

sleutelen van het koninkrijk der hemelen; Dat is, een geestelijke macht, om van Gods wege en in Christus naam te verkondigen den gelovigen en boetvaardigen vergeving hunner zonden, en dat zij deel hebben aan het rijk Gods, en hetzelve door de heilige sacramenten aan hen te verzegelen. En daarentegen, de ongelovigen en onboetvaardigen, dat zij geen deel hebben aan de vergeving der zonden en het rijk Gods, en daarom hen van het gebruik dezer sacramenten te weren en uit te sluiten: welke macht de gemeente, Matt. 18:18 , en al den apostelen, Joh. 20:21 , ook gegeven wordt. Zie 2 Kor. 10:8 .

Hertaald: sleutelen van het koninkrijk der hemelen; Dat is: een geestelijke macht om namens God en in de naam van Christus aan de gelovigen en boetvaardigen te verkondigen dat hun zonden vergeven zijn, en dat zij deel hebben aan het Koninkrijk van God. Ook om hun dat door de heilige sacramenten te verzegelen. En omgekeerd om aan de ongelovigen en onboetvaardigen te verkondigen dat zij geen deel hebben aan de vergeving van de zonden en aan het Koninkrijk van God, en hen daarom van het gebruik van deze sacramenten te weren en uit te sluiten. Die macht wordt ook aan de gemeente gegeven, Matth. 18:18, en aan alle apostelen, Joh. 20:21. Zie 2 Kor. 10:8.

zo wat gij zult binden Namelijk naar Christus' bevel en voorschrift.

Hertaald: zo wat gij zult binden Namelijk overeenkomstig het bevel en voorschrift van Christus.

zal in de hemelen gebonden zijn; Dat is, God zal voor vast en bondig houden hetgeen alzo naar zijn bevel door zijn dienaar gedaan zal zijn.

Hertaald: zal in de hemelen gebonden zijn; Dat is: God zal voor vast en bindend houden wat zo, naar Zijn bevel, door Zijn dienaar gedaan zal zijn.

Mattheüs 16 vers 21

moest heengaan Namelijk omdat zulks van God besloten, Hand. 2:23 , van de profeten voorzegd, Luc. 24:26-27 , en tot verzoening der zonden nodig was; Hebr. 9:23 .

Hertaald: moest heengaan Namelijk omdat dat door God besloten was, Hand. 2:23, door de profeten voorzegd, Luk. 24:26-27, en nodig was voor de verzoening van de zonden; Hebr. 9:23.

ouderlingen Dat is, de oudsten des volks.

Hertaald: ouderlingen Dat is: de oudsten van het volk.

Mattheüs 16 vers 22

Heere, Of, God zij u genadig, Heere. Dat is, God behoede u daarvoor. Dat zij verre van u.

Hertaald: Heere, Of: God zij U genadig, Heere; dat is: God beware U daarvoor. Dat zij verre van U.

Mattheüs 16 vers 23

satanas Dat is, wederpartij. Welke naam wel voornamelijk den duivel wordt toegeschreven, zie Matt. 4:10 , maar hier ook Petrus gegeven, omdat hij Christus uit verkeerde liefde in het uitvoeren van zijn ambt zocht hinderlijk te zijn. Zie 2 Sam. 19:22 .

Hertaald: satanas Dat is: tegenstander. Die naam wordt vooral aan de duivel toegekend, zie Matth. 4:10, maar wordt hier ook aan Petrus gegeven, omdat hij Christus uit verkeerde liefde in de uitoefening van Zijn ambt probeerde te hinderen. Zie 2 Sam. 19:22.

mij een aanstoot, Grieks, mijn aanstoot.

Hertaald: mij een aanstoot, Grieks: Mijn aanstoot.

Mattheüs 16 vers 24

achter mij wil komen, Dat is, mij als een discipel wil volgen.

Hertaald: achter mij wil komen, Dat is: Mij als discipel wil volgen.

verloochene zichzelven, Zichzelven verloochenen is zijn eigen verstand, wil en genegenheden achterstellen en dezelve aan Gods woord en wil onderwerpen.

Hertaald: verloochene zichzelven, Zichzelf verloochenen is: zijn eigen verstand, wil en neigingen achterstellen en die aan Gods Woord en wil onderwerpen.

Mattheüs 16 vers 25

leven zal willen behouden, Grieks, ziel. Zie Matt. 10:39 .

Hertaald: leven zal willen behouden, Grieks: ziel. Zie Matth. 10:39.

Mattheüs 16 vers 26

lossing van zijn ziel? Grieks, verwisseling, tegenlossing, of mangeling, waartegen of waarvoor iemand gelost wordt.

Hertaald: lossing van zijn ziel? Grieks: verwisseling, tegenprestatie of ruil, waartegen of waarvoor iemand losgekocht wordt.

Mattheüs 16 vers 27

naar zijn doen Dat is, naardat hij gedaan zal hebben, goed of kwaad. Zie de verklaring hiervan Matt. 25:36 .

Hertaald: naar zijn doen Dat is: naar wat hij gedaan zal hebben, goed of kwaad. Zie de verklaring hiervan bij Matth. 25:36.

Mattheüs 16 vers 28

hier staan, Dat is, die hier tegenwoordig zijn.

Hertaald: hier staan, Dat is: zij die hier aanwezig zijn.

zien komen in zijn koninkrijk Dit kan verstaan worden òf van zijn verrijzenis en hemelvaart, òf van de zendig des Heiligen Geestes en de verbreiding des Evangelies onder de heidenen, of ook van zijne verheerlijking op den berg, waarvan gesproken wordt in het begin van het volgende hoofdstuk.

Hertaald: zien komen in zijn koninkrijk Dit kan verstaan worden van Zijn opstanding en hemelvaart, óf van de zending van de Heilige Geest en de verbreiding van het Evangelie onder de heidenen, óf ook van Zijn verheerlijking op de berg, waarover aan het begin van het volgende hoofdstuk gesproken wordt.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Johannes de Doper  — de HEERE is genadig

Een profeet, prediker van bekering in de woestijn van Judea, gekleed in kemelshaar met een lederen gordel, levend van sprinkhanen en wilde honing. Hij doopte het volk in de Jordaan tot bekering, en doopte ook Jezus, ondanks zijn aanvankelijke weigering, waarna de hemel geopend werd en Gods stem Jezus als Zijn geliefde Zoon aanwees (Matth. 3).

Simon Petrus  — Simon: hij heeft gehoord; Petrus: steen, rots

Een visser aan het meer van Galilea, broer van Andreas. Jezus riep hem, samen met zijn broer, om Hem te volgen en "vissers der mensen" te worden; hij liet terstond zijn netten achter en volgde Jezus na (Matth. 4:18-20). Hij zou uitgroeien tot de voorman onder de twaalf apostelen.

Johannes (zoon van Zebedeüs)  — de HEERE is genadig

Zoon van Zebedeüs en broer van Jakobus; een visser, geroepen door Jezus om Hem te volgen (Matth. 4:21-22); niet dezelfde persoon als Johannes de Doper. Hij zou een van de twaalf apostelen worden en het naar hem genoemde Evangelie en andere boeken van het Nieuwe Testament schrijven.

Simon (de Kananiet)  — hij heeft gehoord

Een van de twaalf apostelen van Jezus, aangeduid als "de Kananiet" (of Zeloot); niet dezelfde persoon als Simon Petrus (Matth. 10:4).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Cesarea Filippi  — vernoemd naar keizer (Caesar) Augustus en naar de viervorst Filippus, die de stad herbouwde en naar zichzelf noemde, ter onderscheiding van het reeds bestaande Cesarea aan de kust

Ligging: Aan de voet van de berg Hermon (reeds bestaand), bij een van de bronnen van de Jordaan, in het uiterste noorden van het land — van oudsher een centrum van (heidense) godsverering, onder meer van de god Pan.

Geschiedenis: In de omgeving van deze overwegend heidense stad, ver van de drukte van Galilea, vroeg de Heere Jezus Zijn discipelen wie de mensen zeiden dat Hij was — waarop Petrus de beroemde belijdenis aflegde: "Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods", gevolgd door de eveneens beroemde toezegging: "op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen" (Matt. 16:13-20; Mark. 8:27-30).

Bijbelse betekenis: Dat de Heere Jezus juist op deze plaats, temidden van heidense godenverering en aan de voet van een berg die zelf soms met afgoderij verbonden was, de fundamentele belijdenis van Zijn Godheid en de belofte van Zijn onoverwinnelijke gemeente laat uitspreken, onderstreept dat het ware geloof pal tegenover alle wereldse godsdienst overeind blijft staan.

Archeologie: Opgravingen bij het huidige Banias legden een omvangrijk heiligdom voor de god Pan bloot (vandaar de latere Arabische naam "Banias", een verbastering van "Panias"), met nissen voor godenbeelden in de rotswand, alsook resten van het latere paleis van Agrippa II.

Recente inzichten: Het huidige Banias, aan de voet van de Hermon, in de Golanhoogten.

Matt. 16:13-20; Mark. 8:27-30

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus (Messias, de Gezalfde)  — Grieks: Christos, "gezalfde", de overzetting van het Hebreeuwse masjiach — vandaar ook "Messias"

Mattheüs opent zijn boek met de titel en niet met de naam: "Het boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS, den zoon van David, den zoon van Abraham" (Matt. 1:1). Het geslachtsregister loopt vervolgens naar dat woord toe: het sluit af met de vermelding dat uit Maria geboren is "JEZUS, gezegd Christus", en telt de geslachten in drie reeksen van veertien (Matt. 1:16-17). Het woord is een ambtsnaam: koningen, priesters en profeten werden in Israël met olie gezalfd en daarmee tot hun dienst afgezonderd. Dat Jezus dé Gezalfde is, betekent dat de drie ambten in Hem samenkomen. Op de belijdenis van Petrus — "Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods" — antwoordt de Heere dat vlees en bloed hem dat niet geopenbaard heeft maar Zijn Vader (Matt. 16:16-17). En Mattheüs verbindt de geboorte aan de naam die Jesaja gaf: Emmanuël, "God met ons" (Matt. 1:22-23).

Bijbelse betekenis: Dat de titel vóór de naam komt, is geen stijlfiguur. Mattheüs schrijft voor lezers die de belofte kennen, en zijn eerste zin zegt dat de wachttijd om is. Tegelijk laat het geslachtsregister zien hóe die belofte door de geschiedenis liep: er staan een Thamar, een Rachab, een Ruth en de vrouw van Uria in (Matt. 1:3,5-6) — geen zuivere lijn van verdienste, maar een lijn van genade. En de erkenning van deze titel is nergens een zaak van doorzien: waar Petrus haar belijdt, wordt uitdrukkelijk gezegd dat de Vader haar geopenbaard heeft.

Typologie: Het woord Christus bindt heel het Oude Testament aan Eén Persoon samen. Hij is de Profeet als Mozes naar Wie men horen zal (Deut. 18:15; Hand. 3:22), de Priester naar de ordening van Melchizedek (Ps. 110:4; Hebr. 7:17), en de Koning uit Juda aan Wie de volken gehoorzaam zijn (Gen. 49:10). Daarom bidt de gezalfde Koning in Psalm 2 en wordt Hij door de apostelen op Christus toegepast (Ps. 2:2; Hand. 4:26-27). Zie in dit register ook *Zalving* (Lev. 8), waar het gebruik zelf beschreven wordt.

Matt. 1:1,16-17,22-23; Matt. 16:16-17; Gen. 49:10; Deut. 18:15; Ps. 2:2; Ps. 110:4; Hand. 3:22; Hand. 4:26-27; Hebr. 7:17

Gemeente (kerk)  — Grieks: ekklesia, "samengeroepen vergadering", in de Griekse overzetting van het Oude Testament het woord voor Israëls vergadering (qahal)

Mattheüs is het enige Evangelie waarin dit woord voorkomt, en het staat er tweemaal. Op de belijdenis van Petrus antwoordt Christus: "op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen", waarna Hij hem de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen toezegt met de macht van binden en ontbinden (Matt. 16:16-19). De tweede plaats staat in het onderwijs over de broeder die zondigt: eerst onder vier ogen, dan met twee of drie getuigen, en hoort hij dan nog niet, "zo zeg het der gemeente". Hoort hij ook de gemeente niet, dan moet hij als een heiden en tollenaar gelden. Daarop volgt dezelfde macht van binden en ontbinden, nu aan de gemeente, met de belofte dat Hij in het midden is waar twee of drie in Zijn Naam vergaderd zijn (Matt. 18:15-20).

Bijbelse betekenis: Drie dingen staan hier bij elkaar die in de praktijk gemakkelijk uiteenvallen. De gemeente is Zíjn gemeente en Hij bouwt haar — het werkwoord staat in de eerste persoon, en de belofte tegen de poorten der hel hangt daaraan. Zij is gegrond op de belijdenis die de Vader geopenbaard heeft (Matt. 16:17), niet op een menselijke instemming. En zij heeft werkelijk gezag over haar leden, want de tucht van Matt. 18 wordt door de Heere Zelf met de hemel verbonden. Dat de belofte van Zijn tegenwoordigheid bij twee of drie juist in dat verband staat, is opmerkelijk: zij geldt niet los van de tucht maar er middenin.

Typologie: Paulus noemt Christus het Hoofd van het lichaam, namelijk der gemeente, en de eerstgeborene uit de doden (Kol. 1:18), en spreekt van de gemeente die Hij Zich heeft verkregen door Zijn eigen bloed (Hand. 20:28). De gelovigen worden als levende stenen gebouwd tot een geestelijk huis (1 Petr. 2:5), en het einde is een gemeente zonder vlek of rimpel, die Hij Zichzelf heerlijk voorstelt (Ef. 5:25-27). Wie zo over de gemeente denkt, kan haar niet lichtvaardig nemen: zij is met bloed gekocht.

Matt. 16:16-19; Matt. 18:15-20; Hand. 20:28; Ef. 5:25-27; Kol. 1:18; 1 Petr. 2:5

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het koninkrijk niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods — 16:13-28

Hij is met de twaalf ver van Jeruzalem, in het noorden bij Cesarea Filippi. Daar stelt Hij de vraag waar het hele evangelie op scharniert, en het antwoord dat Hij krijgt verandert onmiddellijk de richting van Zijn onderwijs.

Zodra Hij als de Christus beleden is, begint Hij te zeggen dat Hij lijden moet — en die twee horen bij elkaar, hoewel Petrus dat niet gelooft.

Hij vraagt het in twee stappen. Eerst: wie zeggen de mensen dat Ik ben? De antwoorden zijn eervol maar te klein — Johannes de Doper, Elia, Jeremia, een van de profeten. En dan: “Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?”

Petrus antwoordt uit aller naam, zegt de kanttekening, want de vraag werd hun allen gesteld: “Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.”

Daar staan twee dingen in. Christus betekent Gezalfde, en dat is de titel van de beloofde Koning uit Davids huis. Zoon van de levende God is meer dan een ambt; het is wat in de tweede psalm tot die Koning gezegd wordt.

En het is opmerkelijk hoe die belijdenis tot stand komt: “vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.” Wie Hij is, wordt niet uitgerekend.

Dan volgen de woorden over de rots en de sleutels. De kanttekening werkt beide zorgvuldig uit. Bij het woord petra tekent zij twee lezingen aan: op deze uw belijdenis, of op Mij Dien gij beleden hebt. Zij houdt daarbij vast dat Christus alleen het fundament van Zijn gemeente is. De sleutels legt zij uit als een geestelijke macht: van Gods wege vergeving verkondigen aan wie gelooft, en die onthouden aan wie niet gelooft. Volgens haar wordt diezelfde macht ook de gemeente en alle apostelen gegeven.

Het scharnier zit in het vers daarna: “Van toen aan begon Jezus Zijn discipelen te vertonen, dat Hij moest heengaan naar Jeruzalem, en veel lijden.” Van toen aan. De belijding en de aankondiging van het lijden staan direct achter elkaar, en dat is geen toeval. Nu zij weten dat Hij de Christus is, moeten zij weten wat voor Christus.

Petrus, die zojuist geprezen is, weigert het en wordt scherper terechtgewezen dan wie ook in dit evangelie. Zijn bezwaar is menselijk en welgemeend, en juist daarom gevaarlijk: het is hetzelfde aanbod als in de woestijn, een kroon zonder een kruis. De kanttekening zegt bij dat moeten: omdat het van God besloten was, door de profeten voorzegd, en tot verzoening der zonden nodig.

Het slot van het hoofdstuk zet er de andere helft naast. Wie Hem volgt moet zijn eigen kruis opnemen — en dan: “Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met Zijn engelen.”

Daarmee is de cirkel rond, want Hij is dit hoofdstuk begonnen met diezelfde naam, toen Hij vroeg wie de mensen zeiden dat Hij was. Die naam komt uit Daniël, waar iemand als eens mensen zoon met de wolken des hemels komt en een heerschappij ontvangt die niet vergaan zal.

In één hoofdstuk staan dus beide: de weg naar Jeruzalem, en de komst met de wolken. De discipelen krijgen ze in die volgorde te horen, en niet andersom.

  1. Psalm 2:7 — Tot de gezalfde Koning wordt gezegd: Gij zijt Mijn Zoon.
  2. Daniël 7:13 — En als eens mensen zoon komt Iemand met de wolken des hemels.
  3. Mattheüs 16:16 — Petrus belijdt beide namen tegelijk: Christus én Zoon van God.
  4. Mattheüs 16:21 — En van toen aan begint Hij over lijden en sterven te spreken.
  5. Jesaja 53:3 — Dat was in de profeten al gezegd: veracht en van mensen verlaten.
  6. Mattheüs 16:27 — En dan pas: de Zoon des mensen zal komen in heerlijkheid.

In het Nieuwe Testament: Psalm 2:7; Daniël 7:13-14; Jesaja 53:3; 1 Korinthiers 3:11; Mattheüs 26:64

Hoever dit reikt: Over de vraag wat de rots is waarop de gemeente gebouwd wordt, geeft de kanttekening twee lezingen naast elkaar: de belijdenis van Petrus, of Christus Zelf Dien hij beleed. Zij houdt vast dat Christus alleen het fundament is, terwijl de apostelen naar hun leer ook fundamenten heten. Wat de sleutelmacht inhoudt, wordt daar uitvoerig omschreven en aan de gemeente als geheel toegekend. Dat de naam Zoon des mensen naar Daniël 7 verwijst, blijkt uit wat er in dit hoofdstuk over Zijn komst bij gezegd wordt.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Mattheüs 16

Mattheüs 16:13-16.KruisverwijzingenJohannes 11:271 Timotheüs 4:10Mattheüs 27:54Mattheüs 14:33Mattheüs 26:63Markus 14:61Deuteronomium 5:26Mattheüs 14:2
— Als nu Jezus gekomen was in de delen van Cesarea Filippi, vraagde Hij Zijn discipelen, zeggende: Wie zeggen de mensen, dat Ik, de Zoon des mensen, ben? En zij zeiden: Sommigen: Johannes de Doper; en anderen: Elias; en anderen: Jeremia of een van de profeten. Hij zeide tot hen: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? En Simon Petrus, antwoordende, zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.
“Als nu Jezus gekomen was in de delen van Cesarea Filippi, vraagde Hij Zijn discipelen, zeggende: Wie zeggen de mensen, dat Ik, de Zoon des mensen, ben? En zij zeiden: Sommigen: Johannes de Doper; en anderen: Elias; en anderen: Jeremia of een van de profeten. Hij zeide tot hen: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? En Simon Petrus, antwoordende, zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.”

Hier staat de toetsvraag die aan iedereen gesteld moet worden die in de vergadering van de Heere opgenomen wil worden: wie zegt u dat Jezus is? De eerste vraag voor wie zich bij een gemeente wil voegen, is deze: wat denkt u van Jezus?

U kunt in niets goed staan zolang u niet goed over Hem denkt. Begint u niet bij de waarheid over Jezus — dat Hij de Messias is en de Zoon van de levende God — dan zult u ook niet goed verdergaan.

Bovendien wordt uw aansluiting bij welke zichtbare gemeente dan ook een vergissing die zowel uzelf als die gemeente schade doet. Het moet dus zo zijn: eerst Christus, daarna de gemeente.

Er is een manier van prediken waarin de gemeente de leidende gedachte is. Maar ons voornaamste woord is niet gemeente, het is Christus. Zelfs niet de gemeente van Christus, maar Christus als God Zelf, de Zoon van de Allerhoogste. Eerst Christus, de wortel; dan de gemeente, de uitspruiting. Eerst Christus, de Bouwer; dan de gemeente, Zijn gebouw.

De belangrijkste vraag is niet bij welk deel van de gemeente u hoort. Zij luidt veeleer: hoort u bij Jezus Christus, Die de Zoon van de levende God is? En dat wordt beslist door die andere vraag: wie zegt u dat Jezus is?

Kent u Christus, rust u in Christus, is Christus voor u “de Weg, en de Waarheid, en het Leven”, is Christus u “de Hoop der heerlijkheid” — dan is uw verbinding met de ware gemeente helder en zeker.

Mattheüs 16:21.KruisverwijzingenMattheüs 17:12Mattheüs 17:22Mattheüs 27:63Mattheüs 20:28Lukas 24:6Mattheüs 20:171 Korinthe 15:3Lukas 17:25
— Van toen aan begon Jezus Zijn discipelen te vertonen, dat Hij moest heengaan naar Jeruzalem, en veel lijden van de ouderlingen, en overpriesters, en Schriftgeleerden, en gedood worden, en ten derden dage opgewekt worden.
“Van toen aan begon Jezus Zijn discipelen te vertonen, dat Hij moest heengaan naar Jeruzalem, en veel lijden van de ouderlingen, en overpriesters, en Schriftgeleerden, en gedood worden, en ten derden dage opgewekt worden.”

Hij had al eerder wat bedekt over Zijn dood gesproken. Maar dat was voor Zijn discipelen zo droevig en zo vreemd dat zij niet konden geloven dat Hij werkelijk bedoelde wat Hij zei.

Nu begon Hij hun echter duidelijk en onomwonden over de toekomst te vertellen, en zelfs in te gaan op wat er bij Zijn dood en opstanding gebeuren zou. Hij wist alles wat het werk van de verlossing Hem kosten zou; Hij had de prijs berekend. En toch trok Zijn ontferming zich niet terug toen de Zaligmaker wist dat Zijn eigen bloed de prijs van de vergeving was.

Het moet voor de apostelen heel bedroevend geweest zijn dat hun Heere hen deze kant op leidde. Maar het was tegelijk heel nuttig voor hun gemoed.

Mattheüs 16:22.KruisverwijzingenHandelingen 21:11Markus 8:32Johannes 13:6Mattheüs 26:51Mattheüs 16:161 Koningen 22:13
— En Petrus, Hem tot zich genomen hebbende, begon Hem te bestraffen, zeggende: Heere, wees U genadig! dit zal U geenszins geschieden.
“En Petrus, Hem tot zich genomen hebbende, begon Hem te bestraffen, zeggende: Heere, wees U genadig! dit zal U geenszins geschieden.”

In de kanttekening van de Engelse bijbel staat hier: spaar Uzelf, Heere. Petrus bedoelde als het ware te zeggen: God geve in Zijn oneindige barmhartigheid dat dit niet waar zal zijn! Hoe kan het toch dat Iemand als U sterven moet?

Hij dacht waarschijnlijk dat de dood van Christus het einde van Zijn koninkrijk zou zijn, de ondergang van alle verwachting van Zijn volk, het uitdoven van het licht van Israel. Daarom riep hij, uit ijver voor de zaak van zijn Meester, dat dit Hem toch niet geschieden zou.

Mattheüs 16:23.KruisverwijzingenMattheüs 4:10Markus 8:33Filippenzen 3:19Kolossenzen 3:2Romeinen 8:51 Korinthe 2:14Johannes 6:70Romeinen 14:21
— Maar Hij, Zich omkerende, zeide tot Petrus: Ga weg achter Mij, satanas! gij zijt Mij een aanstoot, want gij verzint niet de dingen, die Gods zijn, maar die der mensen zijn.
“Maar Hij, Zich omkerende, zeide tot Petrus: Ga weg achter Mij, satanas! gij zijt Mij een aanstoot, want gij verzint niet de dingen, die Gods zijn, maar die der mensen zijn.”

Let op het verschil tussen vers 18 en vers 23. In vers 18 had Christus gezegd: “En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” En hier zegt Hij: “Ga weg achter Mij, satanas!”

Ik versta het niet zo dat onze Heere Petrus satan noemde. Hij keek dwars door Petrus heen en zag satan achter hem staan, die de apostel gebruikte als zijn woordvoerder.

De besten onder de mensen kunnen soms de duivel beter van dienst zijn dan een slecht mens zou kunnen. Hij kan door hen die de Heere liefhebben woorden spreken die regelrecht tegen de gezindheid van Christus ingaan. Zo ziet Christus satan hier op de loer liggen, als in een schans achter Petrus verscholen, en Hij zegt: “Ga weg achter Mij, satanas! gij zijt Mij een aanstoot.”

De gedachte om Zichzelf te sparen, de inval om de taak te ontlopen waaraan Hij begonnen was, was Hem een aanstoot. Er zat iets in van de dingen die van de mensen zijn: van het ik en van het redden van het ik. Dat is het tegendeel van zelfverloochening en van die milde, onbaatzuchtige, Godgelijke zelfovergave.

Och, dat wij altijd zo spraken als Christus hier deed, telkens als ons iets voorgesteld wordt waarmee wij het kruis zouden ontwijken dat Hij ons te dragen geeft! Wil iemand dat wij onze ijver matigen of onze overtuiging afzwakken, zodat wij niet om onze trouw hoeven te lijden? Laat ons dan antwoorden: ga weg achter mij, satan.

Wat heeft een strijder van het kruis te maken met het mijden van de strijd tegen het kwaad? Hij hoort altijd gereed te staan voor de goede strijd van het geloof. Wat heeft een erfgenaam van de hemel te maken met het redden van zichzelf? Laat hij met de apostel Paulus zeggen: “Ja, gewisselijk, ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, mijn Heere.”

Mattheüs 16:24-25.KruisverwijzingenMattheüs 10:38Lukas 14:271 Petrus 4:1Mattheüs 10:39Markus 10:212 Timotheüs 3:12Openbaring 12:11Hebreeën 11:24
— Toen zeide Jezus tot Zijn discipelen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij. Want zo wie zijn leven zal willen behouden, die zal hetzelve verliezen; maar zo wie zijn leven verliezen zal, om Mijnentwil, die zal hetzelve vinden.
“Toen zeide Jezus tot Zijn discipelen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij. Want zo wie zijn leven zal willen behouden, die zal hetzelve verliezen; maar zo wie zijn leven verliezen zal, om Mijnentwil, die zal hetzelve vinden.”

Dit is de wet van de zelfovergave. Zij rust op het offer van Christus en zij loopt uit op de volkomen overgave van de verlosten.

Wij zijn niet van onszelf; wij zijn met een prijs gekocht. Onszelf voor onszelf willen houden zou ingaan tegen heel de geest van de verlossing die Christus voor ons tot stand gebracht heeft. En dat is het laatste waaraan een christen ooit denken moest.

Mattheüs 16:26-28.KruisverwijzingenRomeinen 2:62 Korinthe 5:10Job 27:8Openbaring 22:12Lukas 12:20Lukas 9:25Psalmen 49:7Markus 8:36
— Want wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint, en lijdt schade zijner ziel? Of wat zal een mens geven, tot lossing van zijn ziel? Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met Zijn engelen, en alsdan zal Hij een iegelijk vergelden naar zijn doen. Voorwaar zeg Ik u: Er zijn sommigen van die hier staan, dewelke den dood niet smaken zullen, totdat zij den Zoon des mensen zullen hebben zien komen in Zijn Koninkrijk.
“Want wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint, en lijdt schade zijner ziel? Of wat zal een mens geven, tot lossing van zijn ziel? Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met Zijn engelen, en alsdan zal Hij een iegelijk vergelden naar zijn doen. Voorwaar zeg Ik u: Er zijn sommigen van die hier staan, dewelke den dood niet smaken zullen, totdat zij den Zoon des mensen zullen hebben zien komen in Zijn Koninkrijk.”

Ik meen dat Hij met dat laatste woord bedoelde dat zij Hem in Zijn majesteit zouden zien. Ondanks het kruis zouden zij iets van Zijn kroon van heerlijkheid te zien krijgen.

Dat gebeurde toen zij Hem na Zijn opstanding aanschouwden, en nog duidelijker toen Hij opvoer in de hoogte. En het gebeurde bij sommigen van hen in een gezicht, toen zij Hem zagen staan aan de rechterhand van God, namelijk de Vader.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content