Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Markus 7

1 En tot Hem vergaderden de Farizeen, en sommigen der Schriftgeleerden, die van Jeruzalem gekomen waren;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En totG4314 HemG846 vergaderdenG4863 de FarizeenG5330, enG2532 sommigenG5100 der SchriftgeleerdenG1122, die vanG575 JeruzalemG2414 gekomenG2064 waren; En tot Hem vergaderden de Farizeen, en sommigen der Schriftgeleerden, die van Jeruzalem gekomen waren;

KJV Then1 came together2 unto3 him4 the Pharisees,6 and7 certain8 of the scribes,10 which came11 from12 Jerusalem.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 συναγονται G4863 vergaderd, vergaderden, vergadert + accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 φαρισαιοι G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 γραμματεων G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 11 ελθοντες G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 12 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 13 ιεροσολυμων G2414 Jeruzalem Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En ziende, dat sommigen van Zijn discipelen met onreine, dat is, met ongewassen handen brood aten, berispten zij hen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 EnG2532 ziendeG1492, dat sommigenG5100 van Zijn discipelenG3101 met onreineG2839, datG3778 isG1510, met ongewassenG449 handenG5495 broodG740 atenG2068, berisptenG3201 zij henG846. En ziende, dat sommigen van Zijn discipelen met onreine, dat is, met ongewassen handen brood aten, berispten zij hen.

KJV And1 when they saw some3 of his6 disciples5 eat12 bread13 with defiled,7 that is to say, with unwashen,11 hands,8 they found fault.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδοντες G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 τινας G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 κοιναις G2839 gemeen, onrein, gemene common, defiled, unclean, unholy 8 χερσιν G5495 handen, hand hand 9 τουτ G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 ανιπτοις G449 ongewassen unwashen 12 εσθιοντας G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 13 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 14 εμεμψαντο G3201 berispende, berispten, klaagt find fault

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Want de Farizeen en al de Joden eten niet, tenzij dat zij eerst de handen dikmaals wassen, houdende de inzettingen der ouden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 WantG1063 de FarizeenG5330 enG2532 alG3956 de JodenG2453 etenG2068 niet, tenzijG3362 dat zij eerst de handenG5495 dikmaalsG4435 wassenG3538, houdendeG2902 de inzettingenG3862 der oudenG4245. Want de Farizeen en al de Joden eten niet, tenzij dat zij eerst de handen dikmaals wassen, houdende de inzettingen der ouden.

KJV For2 the Pharisees,3 and4 all5 the Jews,7 except they wash11 their hands13 oft,10 eat15 not,14 holding16 the tradition18 of the elders.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 φαρισαιοι G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 6 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ιουδαιοι G2453 Joden, Jood, JODEN Jew(-ess), of Judæa 8 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 9 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 10 πυγμη G4435 dikmaals oft 11 νιψωνται G3538 wassen, gewassen, wies wash 12 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 χειρας G5495 handen, hand hand 14 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 εσθιουσιν G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 16 κρατουντες G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 17 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 παραδοσιν G3862 inzetting, inzettingen, overlevering ordinance, tradition 19 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 πρεσβυτερων G4245 ouderlingen, ouden, ouderling elder(-est), old

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En van de markt komende, eten zij niet, tenzij dat zij eerst gewassen zijn. En vele andere dingen zijn er, die zij aangenomen hebben te houden, als namelijk de wassingen der drinkbekers, en kannen, en koperen vaten, en bedden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 EnG2532 vanG575 de marktG58 komende, etenG2068 zij niet, tenzijG3362 dat zij eerst gewassenG907 zijn. EnG2532 veleG4183 andere dingen zijnG1510 er, dieG3739 zij aangenomenG3880 hebben te houdenG2902, als namelijk de wassingenG909 der drinkbekersG4221, enG2532 kannenG3582, enG2532 koperen vatenG5473, enG2532 beddenG2825. En van de markt komende, eten zij niet, tenzij dat zij eerst gewassen zijn. En vele andere dingen zijn er, die zij aangenomen hebben te houden, als namelijk de wassingen der drinkbekers, en kannen, en koperen vaten, en bedden.

KJV And1 when they come from2 the market,3 except they wash,6 they eat8 not.7 And9 many11 other things10 there be, which13 they have received14 to hold,15 as the washing16 of cups,17 and18 pots,19 brasen vessels,21 and20 of tables.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 3 αγορας G58 markten, markt market(-place), street 4 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 5 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 6 βαπτισωνται G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 7 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 εσθιουσιν G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 αλλα G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 11 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 12 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 α G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 14 παρελαβον G3880 nam, aangenomen, ontvangen receive, take (unto, with) 15 κρατειν G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 16 βαπτισμους G909 wassingen, dopen baptism, washing 17 ποτηριων G4221 drinkbeker, drinkbekers, beker cup 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 ξεστων G3582 kannen pot 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 χαλκιων G5473 koperen vaten brazen vessel 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 κλινων G2825 bed, bedden bed, table

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Daarna vraagden Hem de Farizeen en de Schriftgeleerden: Waarom wandelen Uw discipelen niet naar de inzetting der ouden, maar eten het brood met ongewassen handen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Daarna vraagdenG1905 HemG846 de FarizeenG5330 enG2532 de SchriftgeleerdenG1122: WaaromG5101 wandelenG4043 Uw discipelenG3101 nietG3756 naarG2596 de inzettingG3862 der oudenG4245, maarG235 etenG2068 het broodG740 met ongewassenG449 handenG5495? Daarna vraagden Hem de Farizeen en de Schriftgeleerden: Waarom wandelen Uw discipelen niet naar de inzetting der ouden, maar eten het brood met ongewassen handen?

KJV Then1 the Pharisees5 and6 scribes8 asked2 him,3 Why walk15 not14 thy disciples12 according16 to the tradition18 of the elders,20 but21 eat24 bread26 with unwashen22 hands?

1 επειτα G1899 daarna after that(-ward), then 2 επερωτωσιν G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 φαρισαιοι G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 9 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 10 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 11 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 13 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 14 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 περιπατουσιν G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 16 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 17 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 παραδοσιν G3862 inzetting, inzettingen, overlevering ordinance, tradition 19 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 πρεσβυτερων G4245 ouderlingen, ouden, ouderling elder(-est), old 21 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 22 ανιπτοις G449 ongewassen unwashen 23 χερσιν G5495 handen, hand hand 24 εσθιουσιν G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 25 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 αρτον G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Wel heeft Jesaja, van u, geveinsden, geprofeteerd, gelijk geschreven is: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich verre van Mij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Maar Hij antwoorddeG611 en zeideG2036 tot henG846: Wel heeft JesajaG2268, van uG4771, geveinsdenG5273, geprofeteerdG4395, gelijkG5613 geschrevenG1125 is: DitG3778 volkG2992 eertG5091 MijG1473 met de lippenG5491, maarG1161 hunG846 hartG2588 houdtG568 zich verreG4206 van MijG1473. Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Wel heeft Jesaja, van u, geveinsden, geprofeteerd, gelijk geschreven is: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich verre van Mij.

KJV He answered3 and2 said unto them,5 Well7 hath Esaias9 prophesied8 of10 you hypocrites,13 as14 it is written,15 This16 people18 honoureth22 me with their lips,20 but24 their26 heart25 is28 far27 from29 me.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 καλως G2573 wel, goed, recht (in a) good (place), honestly, + recover, (full) well 8 προεφητευσεν G4395 profeteren, geprofeteerd, profeteert prophesy 9 ησαιας G2268 Jesaja Esaias 10 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 11 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 12 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 υποκριτων G5273 geveinsden, geveinsde hypocrite 14 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 15 γεγραπται G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 16 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 17 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 λαος G2992 volk, volks, volke people 19 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 χειλεσιν G5491 lippen, oever lip, shore 21 με G1473 mij, ik I, me 22 τιμα G5091 eert, eren, Eer honour, value 23 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 25 καρδια G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 26 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 27 πορρω G4206 verre far, a great way off 28 απεχει G568 weg, houdt, ontvangen be, have, receive 29 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 30 εμου G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden zijn der mensen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 DochG1161 tevergeefsG3155 erenG4576 zij MijG1473, lerendeG1321 leringenG1319, die gebodenG1778 zijn der mensenG444; Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden zijn der mensen;

KJV Howbeit2 in vain1 do they worship3 me, teaching5 for doctrines6 the commandments7 of men.

1 ματην G3155 tevergeefs in vain 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 σεβονται G4576 godsdienstige, diende, eren devout, religious, worship 4 με G1473 mij, ik I, me 5 διδασκοντες G1321 lerende, leerde, leren teach 6 διδασκαλιας G1319 leer, leringen, leren doctrine, learning, teaching 7 ενταλματα G1778 geboden commandment 8 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Want, nalatende het gebod Gods, houdt gij de inzettingen der mensen, als namelijk wassingen der kannen en drinkbekers; en andere dergelijke dingen doet gij vele.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 WantG1063, nalatendeG863 het gebodG1785 GodsG2316, houdtG2902 gij de inzettingenG3862 der mensenG444, als namelijk wassingenG909 der kannenG3582 enG2532 drinkbekersG4221; enG2532 andere dergelijke dingen doetG4160 gij veleG4183. Want, nalatende het gebod Gods, houdt gij de inzettingen der mensen, als namelijk wassingen der kannen en drinkbekers; en andere dergelijke dingen doet gij vele.

KJV For2 laying aside1 the commandment4 of God,6 ye hold7 the tradition9 of men,11 as the washing12 of pots13 and14 cups:15 and16 many20 other17 such19 like things18 ye do.

1 αφεντες G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 εντολην G1785 gebod, geboden, bevel commandment, precept 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 7 κρατειτε G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 παραδοσιν G3862 inzetting, inzettingen, overlevering ordinance, tradition 10 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man 12 βαπτισμους G909 wassingen, dopen baptism, washing 13 ξεστων G3582 kannen pot 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ποτηριων G4221 drinkbeker, drinkbekers, beker cup 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 αλλα G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 18 παρομοια G3946 like 19 τοιαυτα G5108 zodanige, zodanigen, zodanig like, such (an one) 20 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 21 ποιειτε G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En Hij zeide tot hen: Gij doet zeker Gods gebod wel te niet, opdat gij uw inzettingen zoudt onderhouden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 EnG2532 Hij zeideG3004 tot henG846: Gij doet zeker GodsG2316 gebodG1785 wel te niet, opdatG2443 gijG4771 uw inzettingenG3862 zoudt onderhoudenG5083. En Hij zeide tot hen: Gij doet zeker Gods gebod wel te niet, opdat gij uw inzettingen zoudt onderhouden.

KJV And1 he said2 unto them,3 Full well4 ye reject5 the commandment7 of God,9 that10 ye may keep14 your own tradition.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 καλως G2573 wel, goed, recht (in a) good (place), honestly, + recover, (full) well 5 αθετειτε G114 verwerpt, afslaan, verwerpen cast off, despise, disannul, frustrate, bring to nought, reject 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 εντολην G1785 gebod, geboden, bevel commandment, precept 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 10 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 11 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 παραδοσιν G3862 inzetting, inzettingen, overlevering ordinance, tradition 13 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 14 τηρησητε G5083 bewaard, bewaren, bewaart hold fast, keep(- er), (pre-, re-)serve, watch
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Want Mozes heeft gezegd: Eer uw vader en uw moeder; en: wie vader of moeder vloekt, die zal den dood sterven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 WantG1063 MozesG3475 heeft gezegdG2036: EerG5091 uw vaderG3962 enG2532 uw moederG3384; enG2532: wie vaderG3962 ofG2228 moederG3384 vloektG2551, die zal den doodG2288 stervenG5053. Want Mozes heeft gezegd: Eer uw vader en uw moeder; en: wie vader of moeder vloekt, die zal den dood sterven.

KJV For2 Moses1 said, Honour4 thy father6 and8 thy mother;10 and,12 Whoso curseth14 father15 or16 mother,17 let him die19 the death:

1 μωσης G3475 Mozes Moses 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 τιμα G5091 eert, eren, Eer honour, value 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 7 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 μητερα G3384 moeder, moeders mother 11 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 κακολογων G2551 vloekt, kwaadsprekende, kwalijk spreken curse, speak evil of 15 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 16 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 17 μητερα G3384 moeder, moeders mother 18 θανατω G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 19 τελευτατω G5053 gestorven, sterft, sterven be dead, decease, die

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Maar gijlieden zegt: Zo een mens tot vader of moeder zegt: Het is korban (dat is te zeggen, een gave), zo wat u van mij zou kunnen ten nutte komen, die voldoet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 MaarG1161 gijliedenG4771 zegt: ZoG1437 een mensG444 tot vaderG3962 ofG2228 moederG3384 zegt: Het is korbanG2878 (datG3739 is te zeggen, een gaveG1435), zoG1437 watG3739 u vanG1537 mijG1473 zou kunnen ten nutte komenG5623, die voldoet. Maar gijlieden zegt: Zo een mens tot vader of moeder zegt: Het is korban (dat is te zeggen, een gave), zo wat u van mij zou kunnen ten nutte komen, die voldoet.

Ook in dit vers zegtG3004

KJV But2 ye say,3 If4 a man6 shall say to his father8 or9 mother,11 It is Corban,12 that is to say, a gift,15 by18 whatsoever13 thou mightest be profited by20 me;

1 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 λεγετε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 5 ειπη G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 7 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πατρι G3962 Vader, vader, vaders father, parent 9 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 10 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 μητρι G3384 moeder, moeders mother 12 κορβαν G2878 korban, offerkist Corban, treasury 13 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 14 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 δωρον G1435 gave, gaven, geschenken gift, offering 16 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 17 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 18 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 19 εμου G1473 mij, ik I, me 20 ωφεληθης G5623 nut, baat, nuttigheid advantage, better, prevail, profit
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En gij laat hem niet meer toe, iets aan zijn vader of zijn moeder te doen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 EnG2532 gij laat hemG846 niet meer toe, ietsG3762 aan zijn vaderG3962 ofG2228 zijn moederG3384 te doenG4160; En gij laat hem niet meer toe, iets aan zijn vader of zijn moeder te doen;

KJV And1 ye suffer3 him4 no more2 to do6 ought5 for his9 father8 or10 his13 mother;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ουκετι G3765 niet meer, voortaan niet after that (not), (not) any more, henceforth (hereafter) not, no longer (more), not as yet (now), now no more (not), yet (not) 3 αφιετε G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ουδεν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 6 ποιησαι G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 7 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πατρι G3962 Vader, vader, vaders father, parent 9 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 11 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 μητρι G3384 moeder, moeders mother 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Makende alzo Gods woord krachteloos door uw inzetting, die gij ingezet hebt; en vele dergelijke dingen doet gij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 MakendeG208 alzo GodsG2316 woordG3056 krachteloosG208 door uw inzettingG3862, dieG3739 gijG4771 ingezetG3860 hebt; enG2532 veleG4183 dergelijke dingen doetG4160 gij. Makende alzo Gods woord krachteloos door uw inzetting, die gij ingezet hebt; en vele dergelijke dingen doet gij.

KJV Making1 the word3 of God5 of none effect through your tradition,7 which9 ye have delivered:10 and11 many14 such13 like things12 do ye.

1 ακυρουντες G208 krachteloos, Makende disannul, make of none effect 2 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 6 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 παραδοσει G3862 inzetting, inzettingen, overlevering ordinance, tradition 8 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 9 η G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 10 παρεδωκατε G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 παρομοια G3946 like 13 τοιαυτα G5108 zodanige, zodanigen, zodanig like, such (an one) 14 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 15 ποιειτε G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En tot Zich de ganse schare geroepen hebbende, zeide Hij tot hen: Hoort Mij allen en verstaat.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En tot Zich de ganseG3956 schareG3793 geroepenG4341 hebbende, zeideG3004 Hij tot hen: HoortG191 MijG1473 allenG3956 enG2532 verstaatG4920. En tot Zich de ganse schare geroepen hebbende, zeide Hij tot hen: Hoort Mij allen en verstaat.

KJV And1 when he had called2 all3 the people5 unto him, he said6 unto them,7 Hearken8 unto me every one10 of you, and11 understand:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσκαλεσαμενος G4341 geroepen, riep, kinderkens call (for, to, unto) 3 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 οχλον G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 6 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 ακουετε G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 9 μου G1473 mij, ik I, me 10 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 συνιετε G4920 verstaan, verstaat, verstonden consider, understand, be wise
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Er is niets van buiten den mens in hem ingaande, hetwelk hem kan ontreinigen; maar de dingen, die van hem uitgaan, die zijn het, welke den mens ontreinigen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Er isG1510 nietsG3762 van buitenG1855 den mensG444 inG1519 hem ingaandeG1531, hetwelkG3739 hem kanG1410 ontreinigenG2840; maarG235 de dingen, die vanG575 hem uitgaanG1607, die zijnG1510 het, welke den mensG444 ontreinigenG2840. Er is niets van buiten den mens in hem ingaande, hetwelk hem kan ontreinigen; maar de dingen, die van hem uitgaan, die zijn het, welke den mens ontreinigen.

KJV There is nothing1 from without3 a man,5 that9 entering6 into7 him8 can10 defile12 him:11 but13 the things which come15 out of16 him,17 those18 are they that defile21 the man.

1 ουδεν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 2 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 εξωθεν G1855 buiten, buitenste, uiterlijk out(-side, -ward, - wardly), (from) without 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 6 εισπορευομενον G1531 ingaat, ingaande, inkomen come (enter) in, go into 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 10 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 κοινωσαι G2840 ontreinigen, ontreinigt, gemeen call common, defile, pollute, unclean 13 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 14 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 εκπορευομενα G1607 uitgaan, uitgaat, uitging come (forth, out of), depart, go (forth, out), issue, proceed (out of) 16 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 εκεινα G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 19 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 20 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 κοινουντα G2840 ontreinigen, ontreinigt, gemeen call common, defile, pollute, unclean 22 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 ανθρωπον G444 mensen, mens, Mens certain, man
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Zo iemand oren heeft om te horen, die hore.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 ZoG1487 iemandG1536 orenG3775 heeftG2192 om te horenG191, die horeG191. Zo iemand oren heeft om te horen, die hore.

KJV If any man have3 ears4 to hear,5 let him hear.

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 3 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 4 ωτα G3775 oren, oor ear 5 ακουειν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 6 ακουετω G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En toen Hij van de schare in huis gekomen was, vraagden Hem Zijn discipelen van de gelijkenis.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 EnG2532 toen HijG846 van de schareG3793 inG1519 huisG3624 gekomen was, vraagdenG1905 HemG846 Zijn discipelenG3101 van de gelijkenisG3850. En toen Hij van de schare in huis gekomen was, vraagden Hem Zijn discipelen van de gelijkenis.

KJV And1 when2 he was entered3 into4 the house5 from6 the people,8 his10 disciples12 asked9 him13 concerning14 the parable.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 3 εισηλθεν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 οικον G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 6 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 οχλου G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 9 επηρωτων G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 10 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 15 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 παραβολης G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En Hij zeide tot hen: Zijt ook gij alzo onwetende? Verstaat gij niet, dat al wat van buiten in den mens ingaat, hem niet kan ontreinigen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En Hij zeideG3004 tot henG846: ZijtG1510 ookG2532 gijG4771 alzoG3779 onwetendeG801? VerstaatG3539 gij nietG3756, datG3754 alG3956 wat van buitenG1855 inG1519 den mensG444 ingaatG1531, hemG846 nietG3756 kanG1410 ontreinigenG2840? En Hij zeide tot hen: Zijt ook gij alzo onwetende? Verstaat gij niet, dat al wat van buiten in den mens ingaat, hem niet kan ontreinigen?

KJV And1 he saith2 unto them,3 Are ye so4 without understanding7 also?5 Do ye10 not9 perceive, that11 whatsoever thing12 from without14 entereth15 into16 the man,18 it cannot19 defile22 him;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 7 ασυνετοι G801 onverstandig, onwetende, Onverstandigen foolish, without understanding 8 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 10 νοειτε G3539 Verstaat, merke, verstaan consider, perceive, think, understand 11 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 12 παν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 13 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 εξωθεν G1855 buiten, buitenste, uiterlijk out(-side, -ward, - wardly), (from) without 15 εισπορευομενον G1531 ingaat, ingaande, inkomen come (enter) in, go into 16 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 17 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ανθρωπον G444 mensen, mens, Mens certain, man 19 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 20 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 21 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 κοινωσαι G2840 ontreinigen, ontreinigt, gemeen call common, defile, pollute, unclean
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Want het gaat niet in zijn hart, maar in den buik, en gaat in de heimelijkheid uit, reinigende al de spijzen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 WantG3754 het gaat nietG3756 in zijn hartG2588, maarG235 inG1519 den buikG2836, enG2532 gaat inG1519 de heimelijkheidG856 uit, reinigendeG2511 alG3956 de spijzenG1033. Want het gaat niet in zijn hart, maar in den buik, en gaat in de heimelijkheid uit, reinigende al de spijzen.

KJV Because1 it entereth3 not2 into5 his4 heart,7 but8 into9 the belly,11 and12 goeth out16 into13 the draught,15 purging17 all18 meats?

1 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 2 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 3 εισπορευεται G1531 ingaat, ingaande, inkomen come (enter) in, go into 4 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 καρδιαν G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 8 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 κοιλιαν G2836 buik, lijf, buiken belly, womb 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 14 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αφεδρωνα G856 heimelijkheid draught 16 εκπορευεται G1607 uitgaan, uitgaat, uitging come (forth, out of), depart, go (forth, out), issue, proceed (out of) 17 καθαριζον G2511 gereinigd, reinigen, reinigt (make) clean(-se), purge, purify 18 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 19 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 βρωματα G1033 spijze, spijzen, spijs meat, victuals
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En Hij zeide: Hetgeen uitgaat uit den mens, dat ontreinigt den mens.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 EnG1161 Hij zeideG3004: Hetgeen uitgaatG1607 uitG1537 den mensG444, datG3754 ontreinigtG2840 den mensG444. En Hij zeide: Hetgeen uitgaat uit den mens, dat ontreinigt den mens.

KJV And2 he said,1 That which cometh8 out of5 the man,7 that9 defileth10 the man.

1 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 8 εκπορευομενον G1607 uitgaan, uitgaat, uitging come (forth, out of), depart, go (forth, out), issue, proceed (out of) 9 εκεινο G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 10 κοινοι G2840 ontreinigen, ontreinigt, gemeen call common, defile, pollute, unclean 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ανθρωπον G444 mensen, mens, Mens certain, man
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Want van binnen uit het hart der mensen komen voort kwade gedachten, overspelen, hoererijen, doodslagen,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 WantG1063 van binnenG2081 uitG1537 het hartG2588 der mensenG444 komen voortG1607 kwadeG2556 gedachtenG1261, overspelenG3430, hoererijenG4202, doodslagenG5408, Want van binnen uit het hart der mensen komen voort kwade gedachten, overspelen, hoererijen, doodslagen,

KJV For2 from within,1 out of3 the heart5 of men,7 proceed12 evil11 thoughts,9 adulteries,13 fornications,14 murders,

1 εσωθεν G2081 binnen, binnenste, inwendige inward(-ly), (from) within, without 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 4 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 καρδιας G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man 8 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 διαλογισμοι G1261 overleggingen, gedachten, overlegging dispute, doubtful(-ing), imagination, reasoning, thought 10 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 κακοι G2556 kwaad, kwade, kwaads bad, evil, harm, ill, noisome, wicked 12 εκπορευονται G1607 uitgaan, uitgaat, uitging come (forth, out of), depart, go (forth, out), issue, proceed (out of) 13 μοιχειαι G3430 overspel, overspelen adultery 14 πορνειαι G4202 hoererij, hoererijen fornication 15 φονοι G5408 doodslag, doodslagen, moord murder, + be slain with, slaughter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Dieverijen, gierigheden, boosheden, bedrog, ontuchtigheid, een boos oog, lastering, hovaardij, onverstand.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 DieverijenG2829, gierighedenG4124, booshedenG4189, bedrogG1388, ontuchtigheidG766, een boosG4190 oogG3788, lasteringG988, hovaardijG5243, onverstandG877. Dieverijen, gierigheden, boosheden, bedrog, ontuchtigheid, een boos oog, lastering, hovaardij, onverstand.

KJV Thefts,1 covetousness,2 wickedness,3 deceit,4 lasciviousness,5 an evil7 eye,6 blasphemy,8 pride,9 foolishness:

1 κλοπαι G2829 Dieverijen, dieverijen theft 2 πλεονεξιαι G4124 gierigheid, gierigheden, vrekheid covetous(-ness) practices, greediness 3 πονηριαι G4189 boosheid, boosheden iniquity, wickedness 4 δολος G1388 bedrog, listigheid craft, deceit, guile, subtilty 5 ασελγεια G766 ontuchtigheid, ontuchtigheden, ontuchtigen filthy, lasciviousness, wantonness 6 οφθαλμος G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 7 πονηρος G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 8 βλασφημια G988 lastering, lasteringen blasphemy, evil speaking, railing 9 υπερηφανια G5243 hovaardij pride 10 αφροσυνη G877 onwijsheid, onverstand folly, foolishly(-ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Al deze boze dingen komen voort van binnen, en ontreinigen den mens.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 AlG3956 dezeG3778 bozeG4190 dingen komen voortG1607 van binnenG2081, enG2532 ontreinigenG2840 den mensG444. Al deze boze dingen komen voort van binnen, en ontreinigen den mens.

KJV All1 these evil things4 come6 from within,5 and7 defile8 the man.

1 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 2 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πονηρα G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 5 εσωθεν G2081 binnen, binnenste, inwendige inward(-ly), (from) within, without 6 εκπορευεται G1607 uitgaan, uitgaat, uitging come (forth, out of), depart, go (forth, out), issue, proceed (out of) 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 κοινοι G2840 ontreinigen, ontreinigt, gemeen call common, defile, pollute, unclean 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ανθρωπον G444 mensen, mens, Mens certain, man
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En van daar opstaande, ging Hij weg naar de landpalen van Tyrus en Sidon; en in een huis gegaan zijnde, wilde Hij niet, dat het iemand wist, en Hij kon nochtans niet verborgen zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 EnG2532 van daar opstaandeG450, ging Hij wegG565 naarG1519 de landpalenG3181 van TyrusG5184 enG2532 SidonG4605; enG2532 inG1519 een huisG3614 gegaanG1525 zijnde, wildeG2309 Hij niet, dat het iemandG3762 wistG1097, enG2532 Hij konG1410 nochtans niet verborgenG2990 zijn. En van daar opstaande, ging Hij weg naar de landpalen van Tyrus en Sidon; en in een huis gegaan zijnde, wilde Hij niet, dat het iemand wist, en Hij kon nochtans niet verborgen zijn.

KJV And1 from thence2 he arose,3 and went4 into5 the borders7 of Tyre8 and9 Sidon,10 and11 entered12 into13 an house,15 and would have17 no man16 know18 it: but19 he could21 not20 be hid.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εκειθεν G1564 vandaar, van die plaats from that place, (from) thence, there 3 αναστας G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 4 απηλθεν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μεθορια G3181 landpalen border 8 τυρου G5184 Tyrus Tyre 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 σιδωνος G4605 Sidon, Sidonis Sidon 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 εισελθων G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 13 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 14 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 οικιαν G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 16 ουδενα G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 17 ηθελεν G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 18 γνωναι G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 21 ηδυνηθη G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 22 λαθειν G2990 verborgen, onbekend, onwetend be hid, be ignorant of, unawares
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Want een vrouw, welker dochtertje een onreinen geest had, van Hem gehoord hebbende, kwam en viel neder aan Zijn voeten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 WantG1063 een vrouwG1135, welker dochtertjeG2365 een onreinenG169 geestG4151 had, vanG4012 HemG846 gehoordG191 hebbende, kwamG2064 en viel nederG4363 aanG4314 Zijn voetenG4228. Want een vrouw, welker dochtertje een onreinen geest had, van Hem gehoord hebbende, kwam en viel neder aan Zijn voeten.

KJV For2 a certain woman,3 whose6 young daughter9 had7 an unclean12 spirit,11 heard1 of4 him,5 and came13 and fell14 at15 his10 feet:

1 ακουσασα G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 γυνη G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 4 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ης G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 7 ειχεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 θυγατριον G2365 dochtertje little (young) daughter 10 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 12 ακαθαρτον G169 onreine, onreinen, onrein foul, unclean 13 ελθουσα G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 14 προσεπεσεν G4363 neder, viel, viel neder beat upon, fall (down) at (before) 15 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 16 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ποδας G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 18 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Deze nu was een Griekse vrouw, van geboorte uit Syro-Fenicie; en zij bad Hem, dat Hij den duivel uitwierp uit haar dochter.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Deze nuG1161 wasG1510 een GriekseG1674 vrouwG1135, van geboorteG1085 uitG1537 Syro-FenicieG4949; en zij badG2065 HemG846, datG2443 Hij den duivelG1140 uitwierpG1544 uit haarG846 dochterG2364. Deze nu was een Griekse vrouw, van geboorte uit Syro-Fenicie; en zij bad Hem, dat Hij den duivel uitwierp uit haar dochter.

KJV The woman4 was a Greek,5 a Syrophenician6 by nation;8 and9 she besought10 him11 that12 he would cast forth15 the devil14 out of16 her19 daughter.

1 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 γυνη G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 5 ελληνις G1674 Griekse Greek 6 συροφοινισσα G4949 Syro-fenicie Syrophenician 7 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 γενει G1085 geslacht, geboorte, menigerlei born, country(-man), diversity, generation, kind(-red), nation, offspring, stock 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ηρωτα G2065 baden, bid, bad ask, beseech, desire, intreat, pray 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 13 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 δαιμονιον G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god 15 εκβαλλη G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 16 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 17 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 θυγατρος G2364 dochter, dochters, Dochter daughter 19 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Maar Jezus zeide tot haar: Laat eerst de kinderen verzadigd worden; want het is niet betamelijk dat men het brood der kinderen neme, en den hondekens voor werpe.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 MaarG1161 JezusG2424 zeideG2036 tot haarG846: Laat eerstG4412 de kinderenG5043 verzadigdG5526 worden; wantG1063 het isG1510 nietG3756 betamelijkG2570 dat men het broodG740 der kinderenG5043 nemeG2983, en den hondekensG2952 voor werpeG906. Maar Jezus zeide tot haar: Laat eerst de kinderen verzadigd worden; want het is niet betamelijk dat men het brood der kinderen neme, en den hondekens voor werpe.

KJV But2 Jesus3 said unto her,5 Let6 the children10 first7 be filled:8 for12 it is not11 meet13 to take15 the children's19 bread,17 and20 to cast21 it unto the dogs.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 αφες G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 7 πρωτον G4412 eerst, eerste, Eerstelijk before, at the beginning, chiefly (at, at the) first (of all) 8 χορτασθηναι G5526 verzadigd, verzadigen feed, fill, satisfy 9 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 τεκνα G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 11 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 12 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 13 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 14 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 λαβειν G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 16 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 αρτον G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 18 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 τεκνων G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 βαλειν G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 22 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 κυναριοις G2952 hondekens dog

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Maar zij antwoordde en zeide tot Hem: Ja, Heere, doch ook de hondekens eten onder de tafel van de kruimkens der kinderen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 MaarG1161 zij antwoorddeG611 en zeideG3004 tot HemG846: Ja, HeereG2962, doch ookG2532 de hondekensG2952 etenG2068 onder de tafelG5132 vanG575 de kruimkensG5589 der kinderenG3813. Maar zij antwoordde en zeide tot Hem: Ja, Heere, doch ook de hondekens eten onder de tafel van de kruimkens der kinderen.

KJV And2 she answered3 and4 said5 unto him,6 Yes,7 Lord:8 yet9 the dogs12 under13 the table15 eat16 of17 the children's21 crumbs.

1 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ναι G3483 ja even so, surely, truth, verily, yea, yes 8 κυριε G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 11 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 κυναρια G2952 hondekens dog 13 υποκατω G5270 onder under 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 τραπεζης G5132 tafel, tafelen, bank bank, meat, table 16 εσθιει G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 17 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 18 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ψιχιων G5589 kruimkens, brokjes crumb 20 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 παιδιων G3813 kindeken, Kindeken, kinderen (little, young) child, damsel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En Hij zeide tot haar: Om dezes woords wil ga heen, de duivel is uit uw dochter uitgevaren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 EnG2532 Hij zeideG2036 tot haar: OmG1223 dezes woordsG3056 wilG5217 ga heen, de duivelG1140 is uitG1537 uw dochterG2364 uitgevarenG1831. En Hij zeide tot haar: Om dezes woords wil ga heen, de duivel is uit uw dochter uitgevaren.

KJV And1 he said unto her,3 For4 this saying7 go thy way;8 the devil11 is gone9 out of12 thy daughter.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 5 τουτον G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 8 υπαγε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 9 εξεληλυθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 δαιμονιον G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god 12 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 13 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 θυγατρος G2364 dochter, dochters, Dochter daughter 15 σου G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En als zij in haar huis kwam, vond zij, dat de duivel uitgevaren was, en de dochter liggende op het bed.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 En als zij inG1519 haar huisG3624 kwam, vondG2147 zij, dat de duivelG1140 uitgevarenG1831 was, enG2532 de dochterG2364 liggendeG906 op het bedG2825. En als zij in haar huis kwam, vond zij, dat de duivel uitgevaren was, en de dochter liggende op het bed.

KJV And1 when she was come2 to3 her6 house,5 she found7 the devil9 gone out,10 and11 her daughter13 laid14 upon15 the bed.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 απελθουσα G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 οικον G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple 6 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ευρεν G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 δαιμονιον G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god 10 εξεληλυθος G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 θυγατερα G2364 dochter, dochters, Dochter daughter 14 βεβλημενην G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 15 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 16 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 κλινης G2825 bed, bedden bed, table
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En Hij wederom weggegaan zijnde van de landpalen van Tyrus en Sidon, kwam aan de zee van Galilea, door het midden der landpalen van Dekapolis.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 EnG2532 Hij wederomG3825 weggegaanG1831 zijnde vanG1537 de landpalenG3725 van TyrusG5184 enG2532 SidonG4605, kwamG2064 aanG4314 de zeeG2281 van GalileaG1056, door het middenG3319 der landpalenG3725 van DekapolisG1179. En Hij wederom weggegaan zijnde van de landpalen van Tyrus en Sidon, kwam aan de zee van Galilea, door het midden der landpalen van Dekapolis.

KJV And1 again,2 departing3 from4 the coasts6 of Tyre7 and8 Sidon,9 he came10 unto11 the sea13 of Galilee,15 through16 the midst17 of the coasts19 of Decapolis.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 3 εξελθων G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 4 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 οριων G3725 landpalen, landpale border, coast 7 τυρου G5184 Tyrus Tyre 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 σιδωνος G4605 Sidon, Sidonis Sidon 10 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 11 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 12 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 θαλασσαν G2281 zee sea 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 γαλιλαιας G1056 Galilea, Galilese Galilee 16 ανα G303 twee, geschiede, midden and, apiece, by, each, every (man), in, through 17 μεσον G3319 midden, middernacht among, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way 18 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 οριων G3725 landpalen, landpale border, coast 20 δεκαπολεως G1179 Dekapolis Decapolis
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En zij brachten tot Hem een dove, die zwaarlijk sprak, en baden Hem, dat Hij de hand op hem legde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 EnG2532 zij brachtenG5342 tot HemG846 een doveG2974, die zwaarlijk sprakG3424, enG2532 badenG3870 Hem, datG2443 Hij de handG5495 op hemG846 legdeG2007. En zij brachten tot Hem een dove, die zwaarlijk sprak, en baden Hem, dat Hij de hand op hem legde.

KJV And1 they bring2 unto him3 one that was deaf,4 and had an impediment in his speech;5 and6 they beseech7 him8 to9 put10 his hand13 upon him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 φερουσιν G5342 brachten, draagt, gebracht be, bear, bring (forth), carry, come, + let her drive, be driven, endure, go on, lay, lead, move, reach, rushing, uphold 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 κωφον G2974 stom, doven, stomme deaf, dumb, speechless 5 μογιλαλον G3424 zwaarlijk sprak having an impediment in his speech 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 παρακαλουσιν G3870 baden, bid, vertroost beseech, call for, (be of good) comfort, desire, (give) exhort(-ation), intreat, pray 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 10 επιθη G2007 legde, leggen, leide add unto, lade, lay upon, put (up) on, set on (up), + surname, X wound 11 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 χειρα G5495 handen, hand hand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En hem van de schare alleen genomen hebbende, stak Hij Zijn vingeren in zijn oren, en gespogen hebbende, raakte Hij zijn tong aan;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 En hem vanG575 de schareG3793 alleen genomenG618 hebbende, stakG906 HijG846 Zijn vingerenG1147 inG1519 zijn orenG3775, enG2532 gespogenG4429 hebbende, raakteG680 HijG846 zijn tongG1100 aan; En hem van de schare alleen genomen hebbende, stak Hij Zijn vingeren in zijn oren, en gespogen hebbende, raakte Hij zijn tong aan;

KJV And1 he took2 him3 aside7 from4 the multitude,6 and put9 his12 fingers11 into13 his16 ears,15 and17 he spit,18 and touched19 his22 tongue;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 απολαβομενος G618 ontvangen, genomen, ontvangende receive, take 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 οχλου G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 7 κατ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 8 ιδιαν G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 9 εβαλεν G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 10 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 δακτυλους G1147 vinger, vingeren, vingers finger 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 14 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ωτα G3775 oren, oor ear 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 πτυσας G4429 spoog, gespogen spit 19 ηψατο G680 raakte, aangeraakt, aanraken touch 20 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 γλωσσης G1100 talen, tong, taal tongue 22 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En opwaarts ziende naar den hemel, zuchtte Hij, en zeide tot hem: Effatha! dat is: wordt geopend!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 EnG2532 opwaarts ziendeG308 naarG1519 den hemelG3772, zuchtteG4727 Hij, enG2532 zeideG3004 tot hemG846: EffathaG2188! datG3739 isG1510: wordt geopendG1272! En opwaarts ziende naar den hemel, zuchtte Hij, en zeide tot hem: Effatha! dat is: wordt geopend!

KJV And1 looking up2 to3 heaven,5 he sighed,6 and7 saith8 unto him,9 Ephphatha,10 that is, Be opened.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αναβλεψας G308 ziende, opwaarts ziende, opziende look (up), see, receive sight 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ουρανον G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 6 εστεναξεν G4727 zuchten, Zucht, zuchtende with grief, groan, grudge, sigh 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 εφφαθα G2188 Effatha Ephphatha 11 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 διανοιχθητι G1272 geopend, opende, openende open
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En terstond werden zijn oren geopend, en de band zijner tong werd los, en hij sprak recht.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 EnG2532 terstondG2112 werden zijn orenG189 geopendG1272, enG2532 de bandG1199 zijner tongG1100 werd losG3089, enG2532 hijG846 sprakG2980 rechtG3723. En terstond werden zijn oren geopend, en de band zijner tong werd los, en hij sprak recht.

KJV And1 straightway2 his4 ears6 were opened,3 and7 the string10 of his13 tongue12 was loosed,8 and14 he spake15 plain.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 3 διηνοιχθησαν G1272 geopend, opende, openende open 4 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ακοαι G189 gehoor, prediking, gerucht audience, ear, fame, which ye heard, hearing, preached, report, rumor 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ελυθη G3089 ontbonden, ontbinden, ontbindt break (up), destroy, dissolve, (un-)loose, melt, put off 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 δεσμος G1199 banden, band band, bond, chain, string 11 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 γλωσσης G1100 talen, tong, taal tongue 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ελαλει G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 16 ορθως G3723 recht plain, right(-ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 En Hij gebood hunlieden, dat zij het niemand zeggen zouden; maar wat Hij hun ook gebood, zo verkondigden zij het des te meer.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 En Hij geboodG1291 hunlieden, datG2443 zij het niemandG3367 zeggenG2036 zouden; maarG1161 wat HijG846 hunG846 ookG2532 geboodG1291, zo verkondigdenG2784 zij het des te meer. En Hij gebood hunlieden, dat zij het niemand zeggen zouden; maar wat Hij hun ook gebood, zo verkondigden zij het des te meer.

KJV And1 he charged2 them3 that4 they should tell no man:5 but8 the more7 he9 charged11 them,10 so much the more12 a great deal they published

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 διεστειλατο G1291 gebood, bevolen, geboden charge, that which was (give) commanded(-ment) 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 5 μηδενι G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 6 ειπωσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 οσον G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 διεστελλετο G1291 gebood, bevolen, geboden charge, that which was (give) commanded(-ment) 12 μαλλον G3123 meer, veeleer + better, X far, (the) more (and more), (so) much (the more), rather 13 περισσοτερον G4053 onnodig, overvloed, voordeel exceeding abundantly above, more abundantly, advantage, exceedingly, very highly, beyond measure, more, superfluous, vehement(-ly) 14 εκηρυσσον G2784 gepredikt, prediken, predikende preacher(-er), proclaim, publish

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 En zij ontzetten zich bovenmate zeer, zeggende: Hij heeft alles wel gedaan, en Hij maakt, dat de doven horen, en de stommen spreken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 En zij ontzettenG1605 zich bovenmateG5249 zeer, zeggendeG3004: Hij heeft allesG3956 wel gedaan, en Hij maaktG4160, dat de dovenG2974 horenG191, enG2532 de stommenG216 sprekenG2980. En zij ontzetten zich bovenmate zeer, zeggende: Hij heeft alles wel gedaan, en Hij maakt, dat de doven horen, en de stommen spreken.

KJV And1 were beyond measure2 astonished,3 saying,4 He hath done7 all things6 well:5 he maketh11 both8 the deaf10 to hear,12 and13 the dumb15 to speak.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 υπερπερισσως G5249 bovenmate beyond measure 3 εξεπλησσοντο G1605 verslagen, ontzetten, versloegen amaze, astonish 4 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 καλως G2573 wel, goed, recht (in a) good (place), honestly, + recover, (full) well 6 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 7 πεποιηκεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 κωφους G2974 stom, doven, stomme deaf, dumb, speechless 11 ποιει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 12 ακουειν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αλαλους G216 stommen, stomme dumb 16 λαλειν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Markus 7:1 Markus 3:22 Mattheüs 15:1 Lukas 5:17 Lukas 11:53
Markus 7:2 Handelingen 10:28 Romeinen 14:14 Mattheüs 7:3 Daniël 6:4 Handelingen 10:14 Mattheüs 23:23 Handelingen 11:8
Markus 7:3 Galaten 1:14 Markus 7:13 Kolossenzen 2:8 Mattheüs 15:2 Markus 7:5 1 Petrus 1:18 Markus 7:7 Kolossenzen 2:21
Markus 7:4 Mattheüs 23:25 Hebreeën 9:10 Lukas 11:38 Jeremia 4:14 Johannes 2:6 Jesaja 1:16 Jakobus 4:8 Johannes 3:25
Markus 7:5 Mattheüs 15:2 Markus 2:16 Galaten 1:14 2 Thessalonicenzen 3:6 Handelingen 21:24 Markus 7:2 2 Thessalonicenzen 3:11 Handelingen 21:21
Markus 7:6 Jesaja 29:13 Mattheüs 15:7 Titus 1:16 Ezechiël 33:31 Jakobus 2:14 Lukas 11:39 Mattheüs 23:13 2 Timotheüs 3:5
Markus 7:7 Mattheüs 6:7 Kolossenzen 2:22 Mattheüs 15:9 1 Timotheüs 4:1 1 Korinthe 15:58 Titus 3:9 Openbaring 14:11 Jakobus 1:26
Markus 7:8 Markus 7:3 Jesaja 1:12
Markus 7:9 Markus 7:13 Galaten 2:21 Mattheüs 15:3 Markus 7:3 Romeinen 3:31 Daniël 7:25 Jesaja 24:5 2 Thessalonicenzen 2:4
Markus 7:10 Exodus 20:12 Deuteronomium 5:16 Exodus 21:17 Leviticus 20:9 Mattheüs 15:4 Markus 10:19 Deuteronomium 27:16 Spreuken 30:17
Markus 7:11 Mattheüs 23:18 Mattheüs 15:5 1 Timotheüs 5:4
Markus 7:13 Markus 7:9 Titus 1:14 Hosea 8:12 Mattheüs 15:6 Markus 7:3 Jesaja 8:20 Ezechiël 18:14 Mattheüs 5:17
Markus 7:14 Lukas 12:54 Handelingen 8:30 Jesaja 6:9 1 Koningen 22:28 Psalmen 94:8 Spreuken 8:5 Psalmen 49:1 Mattheüs 15:10
Markus 7:15 Mattheüs 12:34 Markus 7:18 Hebreeën 13:9 Handelingen 10:14 1 Korinthe 10:25 1 Timotheüs 4:3 Leviticus 11:42 Handelingen 10:28
Markus 7:17 Mattheüs 15:15 Mattheüs 13:36 Markus 9:28 Mattheüs 13:10 Markus 4:34 Markus 4:10
Markus 7:18 Mattheüs 15:16 Hebreeën 5:11 Jesaja 28:9 Lukas 24:25 Mattheüs 16:11 Markus 4:13 1 Korinthe 3:2 Jeremia 5:4
Markus 7:19 1 Korinthe 6:13 Handelingen 10:15 Handelingen 11:9 Kolossenzen 2:21 Romeinen 14:1 Mattheüs 15:17 Kolossenzen 2:16 Lukas 11:41
Markus 7:20 Markus 7:15 Jakobus 3:6 Jakobus 4:1 Psalmen 41:6 Jakobus 1:14 Micha 2:1 Hebreeën 7:6 Mattheüs 12:34
Markus 7:21 Jakobus 4:1 Jeremia 17:9 Galaten 5:19 Romeinen 8:7 Jakobus 2:4 Handelingen 8:22 1 Petrus 4:2 Jeremia 4:14
Markus 7:22 Mattheüs 20:15 Deuteronomium 28:54 Psalmen 10:4 Spreuken 12:23 Spreuken 23:6 1 Samuël 18:8 Spreuken 24:9 Obadja 1:3
Markus 7:23 Markus 7:15 1 Korinthe 3:17 Titus 1:15 Judas 1:8 Markus 7:18
Markus 7:24 Mattheüs 15:21 Mattheüs 11:21 Markus 3:7 Markus 6:31 Mattheüs 9:28 Ezechiël 28:2 1 Timotheüs 5:25 Genesis 10:19
Markus 7:25 Mattheüs 15:22 Lukas 17:16 Markus 5:33 Markus 1:40 Markus 9:17 Handelingen 10:25 Openbaring 22:8 Markus 5:22
Markus 7:26 Mattheüs 15:22 Jesaja 49:12 Kolossenzen 3:11 Galaten 3:28
Markus 7:27 Mattheüs 7:6 Handelingen 22:21 Mattheüs 15:23 Mattheüs 10:5 Efeze 2:12 Romeinen 15:8
Markus 7:28 Psalmen 145:16 Lukas 15:30 Jesaja 49:6 Romeinen 10:12 Efeze 3:8 Romeinen 15:8 Mattheüs 5:45 Handelingen 11:17
Markus 7:29 Jesaja 66:2 Mattheüs 8:9 Mattheüs 5:3 Jesaja 57:15 1 Johannes 3:8
Markus 7:30 Johannes 4:50 1 Johannes 3:8
Markus 7:31 Mattheüs 4:25 Markus 5:20 Markus 7:24 Mattheüs 15:29 Mattheüs 4:18 Mattheüs 11:21
Markus 7:32 Lukas 11:14 Markus 5:23 Mattheüs 9:32
Markus 7:33 Markus 8:23 2 Koningen 4:33 2 Koningen 4:4 1 Koningen 17:19 Markus 5:40 Johannes 9:6
Markus 7:34 Markus 6:41 Markus 8:12 Johannes 11:41 Johannes 11:33 Johannes 17:1 Lukas 19:41 Markus 5:41 Johannes 11:38
Markus 7:35 Jesaja 35:5 Markus 2:12 Psalmen 33:9 Mattheüs 11:5 Jesaja 32:3
Markus 7:36 Mattheüs 8:4 Markus 5:43 Markus 1:44 Markus 8:26 Markus 3:12
Markus 7:37 Genesis 1:31 Handelingen 3:10 Markus 1:27 Handelingen 2:7 Markus 2:12 Lukas 23:41 Markus 6:51 Markus 4:41
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Markus 7 vers 1

die van Jeruzalem gekomen waren; Namelijk van de kloekste en bitterste, daartoe van Jeruzalem uitgezonden, om op Zijne leer en werken te letten en die te berispen en bij het volk verdacht te maken.

Hertaald: die van Jeruzalem gekomen waren; Namelijk de scherpzinnigste en felste, die daartoe uit Jeruzalem uitgezonden waren om op Zijn leer en werken te letten, die te bekritiseren en Hem bij het volk verdacht te maken.

Markus 7 vers 2

onreine, Grieks, gemene; alzo wordt doorgaans genaamd hetgeen onrein of onheilig is. Zie Hand. 10:14 . Want de Farizeën meenden als zij iets gemeens konden aangetast hebben, hoewel het in de wet niet was voor onrein verklaard, dat zij evenwel onrein of onheilig waren, zolang zij niet weder gewassen waren, hetwelk Christus hier bestraft, niet om de burgerlijke eerbaarheid in het wassen van de handen voor het eten, maar om hun bijgelovigheden en geveinsdheid te wederspreken.

Hertaald: onreine, Grieks: gemene; zo wordt gewoonlijk genoemd wat onrein of onheilig is. Zie Hand. 10:14. Want de Farizeeën meenden dat zij, wanneer zij iets gewoons hadden aangeraakt, toch onrein of onheilig waren zolang zij zich niet opnieuw gewassen hadden — ook al was dat in de wet niet onrein verklaard. Dat bestraft Christus hier, niet om de gewone welvoeglijkheid van het handen wassen vóór het eten, maar om hun bijgeloof en huichelarij te weerspreken.

brood aten, Dat is, spijs.

Hertaald: brood aten, Dat is: voedsel.

berispten zij hen Of, klaagden daarover.

Hertaald: berispten zij hen Of: klaagden daarover.

Markus 7 vers 3

dikmaals wassen, Of, met de vuist; gelijk degenen, die hunne handen wel schoon willen wassen, met de vuist in de hand plachten te wrijven. Of, naarstiglijk, of tot den elleboog toe, gelijk sommigen getuigen de gewoonte der Joden geweest te zijn.

Hertaald: dikmaals wassen, Of: met de vuist, zoals zij die hun handen goed schoon willen wassen met de vuist in de hand plegen te wrijven. Of: nauwgezet, of: tot aan de elleboog, zoals sommigen getuigen dat de gewoonte van de Joden geweest is.

houdende de inzettingen Grieks, vasthoudende de overlevering.

Hertaald: houdende de inzettingen Grieks: vasthoudend aan de overlevering.

ouden Of, der ouderlingen.

Hertaald: ouden Of: van de ouderlingen.

Markus 7 vers 4

markt komende, Omdat zij daar met allerlei soorten van mensen als heidenen en anderen handelden, en andere dingen aanraakten, waardoor zij meenden verontreinigd te zijn.

Hertaald: markt komende, Omdat zij daar met allerlei soorten mensen omgingen, zoals heidenen en anderen, en andere dingen aanraakten waardoor zij meenden verontreinigd te zijn.

gewassen zijn Grieks, gedoopt; hetwelk indopen in het water en ook afwassen betekent, waarvan de heilige doop zijn naam heeft.

Hertaald: gewassen zijn Grieks: gedoopt; dat betekent indopen in het water en ook afwassen, waaraan de heilige doop zijn naam ontleent.

en kannen, Het Griekse Xestes betekent het zesde deel van en congius; dat is, omtrent anderhalve pint naar onze maat.

Hertaald: en kannen, Het Griekse xestes betekent het zesde deel van een congius; dat is ongeveer anderhalve pint naar onze maat.

bedden Dat is, de bedsteden, of de sponden van de bedden, waarop de ouden om te eten aan de tafel lagen of leunden, inplaats dat wij aanzitten.

Hertaald: bedden Dat is: de bedsteden of de rustbanken van de bedden waarop de ouden bij het eten aan tafel lagen of leunden, in plaats van dat wij aanzitten.

Markus 7 vers 5

wandelen Uw discipelen niet Dat is, leven; een Hebreeuwse manier van spreken, gelijk Ps. 1:1 , en doorgaans.

Hertaald: wandelen Uw discipelen niet Dat is: leven; een Hebreeuwse manier van spreken, zoals Ps. 1:1 en overal.

ouden, Of, der ouderlingen.

Hertaald: ouden, Of: van de ouderlingen.

Markus 7 vers 6

Wel heeft Jesája, Zie van dit gehele antwoord de aantekeningen Matt. 15:7 , enz.

Hertaald: Wel heeft Jesája, Zie over dit hele antwoord de aantekeningen bij Matth. 15:7, enzovoort.

houdt zich verre van Mij Dat is, is ver van mij.

Hertaald: houdt zich verre van Mij Dat is: is ver van Mij.

Markus 7 vers 7

tevergeefs Dat is, zonder vrucht, daar zulk een dienst den Heere niet aangenaam is.

Hertaald: tevergeefs Dat is: zonder vrucht, aangezien zo'n dienst de Heere niet aangenaam is.

eren zij Mij, Of, dienen.

Hertaald: eren zij Mij, Of: dienen.

Markus 7 vers 10

vloekt, Dat is, met kwade woorden aanspreekt, scheldende of dreigende.

Hertaald: vloekt, Dat is: met kwade woorden aanspreekt, scheldend of dreigend.

Markus 7 vers 11

Het is korban Of de corban; dat is gave, die van mij geofferd wordt, zal u ten nutte komen. Zie hiervan de aantekeningen Matt. 15:5 . Of, het is corban, hetgeen u van mij zou mogen ten nutte komen.

Hertaald: Het is korban Of: het is korban; dat is: een gave die door mij geofferd wordt, zal u ten goede komen. Zie hierover de aantekeningen bij Matth. 15:5. Of: het is korban, wat u van mij ten goede zou mogen komen.

Markus 7 vers 13

Makende alzo Grieks, afkeurende, of zijn aanzien en kracht benemende.

Hertaald: Makende alzo Grieks: afkeurend, of: het zijn aanzien en kracht ontnemend.

Markus 7 vers 15

niets, Namelijk van spijs of drank, matig en met dankzegging gebruikt zijnde; 1 Tim. 4:4 .

Hertaald: niets, Namelijk van spijs of drank, wanneer die matig en met dankzegging gebruikt wordt; 1 Tim. 4:4.

ontreinigen; Grieks, gemeen maken.

Hertaald: ontreinigen; Grieks: gemeen maken.

Markus 7 vers 16

Zo iemand oren heeft om te horen, Zie Matt. 11:15 .

Hertaald: Zo iemand oren heeft om te horen, Zie Matth. 11:15.

Markus 7 vers 17

gelijkenis Grieks, parabel; welk woord betekent niet alleen ene gelijkenis, maar ook een bijzondere lering of spreuk.

Hertaald: gelijkenis Grieks: parabel; dat woord betekent niet alleen een gelijkenis, maar ook een bijzondere lering of spreuk.

Markus 7 vers 19

reinigende al de spijzen Dat is, hetgeen onbekwaam is tot voedsel, wordt daardoor als onrein uitgeworpen, en wordt het blijvende voedsel daardoor gereinigd.

Hertaald: reinigende al de spijzen Dat is: wat ongeschikt is als voedsel wordt daardoor als onrein uitgeworpen, en het voedsel dat blijft wordt daardoor gereinigd.

Markus 7 vers 21

gedachten, Of, overleggingen, overdenkingen, of samensprekingen.

Hertaald: gedachten, Of: overleggingen, overdenkingen, of gesprekken met zichzelf.

Markus 7 vers 22

gierigheden, Of, begeerten van altijd meer en meer te hebben.

Hertaald: gierigheden, Of: begeerten om altijd meer en meer te hebben.

ontuchtigheid, Of, dartelheid, geilheid.

Hertaald: ontuchtigheid, Of: dartelheid, wellustigheid.

boos oog, Dat is, nijdigheid, of afgunstigheid. Zie Matt. 20:15 .

Hertaald: boos oog, Dat is: jaloersheid of afgunst. Zie Matth. 20:15.

onverstand Of, dwaasheid.

Hertaald: onverstand Of: dwaasheid.

Markus 7 vers 23

komen voort van binnen, Dat is, hebben hun oorsprong in het hart, en worden daarna uiterlijk volbracht. Zie Jak. 1:15 .

Hertaald: komen voort van binnen, Dat is: zij hebben hun oorsprong in het hart en worden daarna uiterlijk uitgevoerd. Zie Jak. 1:15.

Markus 7 vers 24

naar de landpalen van Tyrus en Sidon; Dat is, tot omtrent. Want Christus schijnt zelf nooit in de steden der heidenen gepredikt te hebben. Zie vs.27, 31; Matt. 15:24 .

Hertaald: naar de landpalen van Tyrus en Sidon; Dat is: tot in de buurt daarvan. Want Christus lijkt Zelf nooit in de steden van de heidenen gepredikt te hebben. Zie vers 27 en 31; Matth. 15:24.

Markus 7 vers 26

Griekse vrouw, Dat is, heidense, gelijk de Joden en Grieken doorgaans tegen elkander gesteld worden.

Hertaald: Griekse vrouw, Dat is: heidense, zoals de Joden en de Grieken doorgaans tegenover elkaar gesteld worden.

van geboorte Dat is, van afkomst.

Hertaald: van geboorte Dat is: van afkomst.

Syro-fenicië; Want Tyrus en Sidon waren gelegen in Fenicië, hetwelk een deel van Syrië was, gelegen aan de Middellandse zee.

Hertaald: Syro-fenicië; Want Tyrus en Sidon lagen in Fenicië, dat een deel van Syrië was en aan de Middellandse Zee lag.

Markus 7 vers 27

betamelijk dat men het brood der kinderen neme, Grieks, eerlijk, of goed.

Hertaald: betamelijk dat men het brood der kinderen neme, Grieks: eervol, of goed.

hondekens voor- werpe Zie Matt. 15:26 .

Hertaald: hondekens voor- werpe Zie Matth. 15:26.

Markus 7 vers 29

woords wil ga heen, Namelijk waarmede gij uw geloof en betrouwen op mij betuigd hebt.

Hertaald: woords wil ga heen, Namelijk het woord waarmee u uw geloof en vertrouwen op Mij betuigd hebt.

Markus 7 vers 30

uitgevaren was, Grieks, uitgegaan.

Hertaald: uitgevaren was, Grieks: uitgegaan.

liggende op het bed Grieks, geworpen.

Hertaald: liggende op het bed Grieks: geworpen.

Markus 7 vers 31

Dekápolis Zie van dit land Matt. 4:25 .

Hertaald: Dekápolis Zie over dit land Matth. 4:25.

Markus 7 vers 32

de hand op hem legde Namelijk om hem te genezen; alzo hij gewoon was zulks met oplegging zijner handen, aanraken en andere uitwendige tekenen te doen.

Hertaald: de hand op hem legde Namelijk om hem te genezen, aangezien Hij dat gewoonlijk deed met oplegging van Zijn handen, aanraking en andere uiterlijke tekenen.

Markus 7 vers 33

alleen genomen hebbende, Of, bezijden.

Hertaald: alleen genomen hebbende, Of: terzijde.

stak Hij Zijn vingeren in zijn oren, Deze tekenen heeft Christus gebruikt, omdat tussen dezelve en de kracht Gods, in het doorboren van de oren en de losmaking van de tong, enige gelijkenis is.

Hertaald: stak Hij Zijn vingeren in zijn oren, Deze tekenen heeft Christus gebruikt omdat er tussen die tekenen en de kracht van God enige overeenkomst is bij het doorboren van de oren en het losmaken van de tong.

Markus 7 vers 34

opwaarts ziende naar den hemel, Namelijk om Zijnen Vader te bidden, gelijk te zien is Joh. 11:41 .

Hertaald: opwaarts ziende naar den hemel, Namelijk om Zijn Vader te bidden, zoals te zien is in Joh. 11:41.

zuchtte Hij, Namelijk uit medelijden over de ellende der mensen, waarvan deze man als een spiegel was.

Hertaald: zuchtte Hij, Namelijk uit medelijden met de ellende van de mensen, waarvan deze man als een spiegel was.

Markus 7 vers 36

niemand zeggen zouden; De reden hiervan zie Matt. 12:16 .

Hertaald: niemand zeggen zouden; Zie de reden hiervan bij Matth. 12:16.

meer Grieks, overvloediger.

Hertaald: meer Grieks: overvloediger.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Onreine geest (bezetenheid en uitdrijving)  — Grieks: pneuma akatharton, "onreine geest"; daimonion, "boze geest, duivel" — in de Statenvertaling ook "bezeten" van daimonizomai

Het eerste wonder dat Markus verhaalt is een uitdrijving, en het gebeurt in de synagoge te Kapernaüm. De onreine geest roept het uit voordat iemand anders het zegt: "Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods." Jezus bestraft hem met twee woorden: zwijg stil, en ga uit van hem. De omstanders verbazen zich niet over een genezing maar over gezag: Hij gebiedt de onreine geesten en zij zijn Hem gehoorzaam (Mark. 1:23-27). Markus verhaalt daarna nog meer van deze geschiedenissen dan de andere Evangelisten. Hij vertelt van de bezetene in het land der Gadarenen die "Legio" heet omdat de geesten met velen waren (Mark. 5:1-20), de dochter van de Syro-Fenicische vrouw (Mark. 7:24-30) en de jongen die de discipelen niet konden helpen (Mark. 9:14-29). Hij geeft ook macht tot uitdrijving aan de twaalf (Mark. 3:14-15; 6:7).

Bijbelse betekenis: Drie dingen vallen in Markus op. De geesten weten precies wie Hij is, terwijl de mensen om Hem heen het niet weten — en juist die belijdenis wordt hun verboden. Verder is er nergens een bezweringsformule of een ritueel: Hij spreekt en het geschiedt, en dat is voor de omstanders de eigenlijke schok. En de geschiedenissen worden zonder opsmuk verteld, met de ellende erin: de man in het land der Gadarenen woonde in de graven en sloeg zichzelf met stenen (Mark. 5:5). Bij de jongen in Mark. 9 wijst Christus daarnaast op gebed, en op het geloof van de vader die bidt: ik geloof, Heere, kom mijn ongelovigheid te hulp (Mark. 9:24,29).

Typologie: Christus legt Zelf uit wat er in deze uitdrijvingen te zien is: niemand kan het huis van een sterke ingaan en zijn vaten ontroven, tenzij hij eerst die sterke bindt (Mark. 3:27). De uitdrijvingen zijn dus geen losse wonderen maar tekenen dat de Sterkere gekomen is. Johannes vat het samen: hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou (1 Joh. 3:8). En Paulus zegt dat Hij de overheden en machten uitgetogen en openlijk ten toon gesteld heeft, over hen getriomfeerd hebbende in het kruis (Kol. 2:15). Daarom is de strijd van de gelovige niet tegen vlees en bloed, en zijn de wapenen geestelijk (Ef. 6:11-12).

Mark. 1:23-27; Mark. 3:14-15,27; Mark. 5:1-20; Mark. 6:7; Mark. 7:24-30; Mark. 9:14-29; Ef. 6:11-12; Kol. 2:15; 1 Joh. 3:8

Zwijggebod (de verborgenheid van Zijn Messiasschap)  — De herhaalde opdracht van Christus om over Zijn daden en over Wie Hij is te zwijgen — een trek die in Markus het sterkst uitkomt

Het loopt door heel Markus heen. De onreine geesten die Hem kennen, moeten zwijgen (Mark. 1:25,34; 3:11-12). De genezen melaatse krijgt te horen: "Zie, dat gij niemand iets zegt" (Mark. 1:44). Bij de dochter van Jaïrus beveelt Hij nadrukkelijk dat niemand het weten zal (Mark. 5:43). Na de genezing van de dove bij Dekapolis verbiedt Hij het opnieuw, en en hoe meer Hij het verbood, hoe meer zij het uitriepen (Mark. 7:36). Het scherpst staat het bij de belijdenis van Petrus: op "Gij zijt de Christus" volgt niet een bevestiging voor het volk maar een streng gebod dat zij het niemand zouden zeggen van Hem (Mark. 8:29-30). Onmiddellijk daarna volgt de eerste aankondiging van Zijn lijden (Mark. 8:31). Na de verheerlijking op de berg geldt het verbod tot na de opstanding (Mark. 9:9).

Bijbelse betekenis: De reden ligt in de tekst zelf en niet in geheimzinnigheid. De titel Christus was in die dagen met politieke verwachtingen beladen; wie Hem als Messias uitriep zonder het kruis, riep iets anders uit dan Hij was. Vandaar de vaste orde in Markus 8: eerst de belijdenis, dan het zwijggebod, dan het lijden — en wie die orde omkeert, krijgt hetzelfde antwoord als Petrus. Opvallend is dat het verbod eindigt waar het lijden begint: vanaf Mark. 9:9 geldt het tot na de opstanding, en voor de hogepriester zwijgt Hij niet meer maar belijdt Hij openlijk (Mark. 14:61-62). Wie Hij is, kan pas gezegd worden als duidelijk is wat Hij doen zou.

Typologie: Jesaja had die stilte al getekend: Hij zal niet schreeuwen noch Zijn stem op de straten laten horen (Jes. 42:2), en juist die woorden past Mattheüs op Hem toe bij een van deze verboden (Matt. 12:16-19). Paulus noemt hetzelfde met een ander woord een verborgenheid die van alle eeuwen verzwegen is geweest maar nu geopenbaard (Rom. 16:25-26). Hij zegt ook dat geen van de oversten dezer wereld haar gekend heeft, want indien zij haar gekend hadden, zo zouden zij de Heere der heerlijkheid niet gekruist hebben (1 Kor. 2:7-8). Het zwijgen was dus geen achterhouden maar een tijdorde: eerst het kruis, dan de prediking — en na de opstanding volgt het bevel om het juist overal te zeggen (Mark. 16:15).

Mark. 1:25,34,44; Mark. 3:11-12; Mark. 5:43; Mark. 7:36; Mark. 8:29-31; Mark. 9:9; Mark. 14:61-62; Mark. 16:15; Jes. 42:2; Matt. 12:16-19; Rom. 16:25-26; 1 Kor. 2:7-8

Overlevering der ouden (menselijke inzettingen)  — Grieks: paradosis, "overlevering, wat doorgegeven wordt"; in de Statenvertaling ook "inzetting" waar het om mensenwerk gaat

Farizeeën en Schriftgeleerden uit Jeruzalem nemen aanstoot omdat Zijn discipelen eten met ongewassen handen, en Markus legt voor zijn lezers uit dat de Joden dit doen naar de overlevering der ouden (Mark. 7:1-5). Het antwoord bestaat uit drie stappen. Eerst een aanhaling uit Jesaja over een volk dat God met de lippen eert terwijl het hart ver van Hem is en dat leert naar geboden van mensen (Mark. 7:6-7; Jes. 29:13). Dan de aanklacht: "nalatende het gebod Gods, houdt gij de inzettingen der mensen", en scherper nog: gij doet Gods gebod wel te niet opdat gij uw inzettingen zoudt onderhouden (Mark. 7:8-9). En dan één voorbeeld dat alles blootlegt: wie zijn bezit "korban" verklaart, een gave, hoeft er zijn vader en moeder niet meer mee te onderhouden. Zo wordt Gods woord krachteloos gemaakt door mensen die menen het te beschermen (Mark. 7:10-13).

Bijbelse betekenis: De aanklacht is niet dat er overlevering bestond. Het gaat om de rangorde: waar mensenwerk naast het gebod komt te staan, komt het er onvermijdelijk vóór, en dan wordt het gebod niet openlijk afgeschaft maar via een regel omzeild. Het korban-voorbeeld is met opzet gekozen: het misbruikt een vroom middel — iets aan God wijden — om aan het vijfde gebod te ontkomen. En Christus verlegt daarna het hele vraagstuk van buiten naar binnen: niet wat de mens ingaat maakt hem onrein, maar wat uit hem voortkomt (Mark. 7:14-23).

Typologie: Paulus, die zelf in die school gevormd was, noemt zijn eigen vooruitgang in de overleveringen der vaderen (Gal. 1:14) en waarschuwt de gemeente tegen filosofie en ijdele verleiding naar de overlevering der mensen en niet naar Christus (Kol. 2:8). Hij noemt met naam wat zulke inzettingen doen: raak niet, smaak niet, roer niet aan — een schijn van godsdienst en wijsheid, zonder enige kracht tegen het vlees (Kol. 2:20-23). Daartegenover stelt hij dat de heilige Schriften wijs kunnen maken tot zaligheid en dat alle Schrift van God ingegeven is, nuttig tot lering en onderwijzing (2 Tim. 3:15-17). Vandaar dat de Reformatie hier haar grondbeginsel vond: het Woord staat boven de overlevering en niet ernaast.

Mark. 7:1-23; Jes. 29:13; Gal. 1:14; Kol. 2:8,20-23; 2 Tim. 3:15-17

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Markus 7

Markus 7:27-28.KruisverwijzingenMattheüs 7:6Handelingen 22:21Mattheüs 15:23Mattheüs 10:5Efeze 2:12Psalmen 145:16Lukas 15:30Jesaja 49:6
— Maar Jezus zeide tot haar: Laat eerst de kinderen verzadigd worden; want het is niet betamelijk dat men het brood der kinderen neme, en den hondekens voor werpe. Maar zij antwoordde en zeide tot Hem: Ja, Heere, doch ook de hondekens eten onder de tafel van de kruimkens der kinderen.
“Maar Jezus zeide tot haar: Laat eerst de kinderen verzadigd worden; want het is niet betamelijk dat men het brood der kinderen neme, en den hondekens voor werpe. Maar zij antwoordde en zeide tot Hem: Ja, Heere, doch ook de hondekens eten onder de tafel van de kruimkens der kinderen.”

Deze Syro-Fenicische was een vrouw van een verbazend geloof. Zij liet zich er niet van afbrengen voor haar dochtertje te pleiten, want zij geloofde dat Jezus allerlei ziekten genezen kon. Zij was van plan Hem te blijven smeken tot Hij aan haar aanhouden toegaf.

Haar geloof werd niet gehinderd door een leer die de zegen tot de kinderen van Israel scheen te beperken. Zij had kunnen denken: dan is Hij niet tot mij gezonden; tevergeefs zoek ik wat Hij voor de Joden bewaart.

Haar geloof werd ook niet gehinderd door een besef van erkende onwaardigheid. Jezus sprak over hondjes — Hij bedoelde dat de heidenen voor Israel als honden waren. Zij betwistte dat helemaal niet, maar gaf het punt toe. Zij voelde dat zij alleen waard was met een hond vergeleken te worden.

Zij verwachtte de zegen die zij zocht niet te verkrijgen om enige verdienste van haarzelf. Zij steunde op de goedheid van het hart van Jezus, niet op haar eigen goedheid.

Haar geloof werd evenmin gehinderd door de toon van het antwoord van Jezus, die bij velen de hoop zou hebben neergedrukt en het gebed zou hebben ingehouden. Het is niet betamelijk, zei Jezus, het is niet passend, het is nauwelijks geoorloofd het brood van de kinderen te nemen en het de hondjes voor te werpen.

Zijn woorden waren genoeg om koud water te gieten op de vlammen van haar hoop. En toch werd haar geloof niet gedoofd. Het was een geloof van dat onsterfelijke slag dat door niets te doden is.

Bovendien stemde haar geloof in met alles wat Jezus zei. Hij zei: laat de kinderen eerst verzadigd worden — en dat betwist zij niet. Zij ging niet redetwisten over de vraag of het ongepast was het brood van de kinderen af te nemen en het aan de onbesneden heidenen te geven. Zij wenste nooit dat Israel om harentwil beroofd werd.

Hond als zij was, zij wilde niet dat enig voornemen van God of enige orde van het goddelijke huisgezin om haar verschoven en veranderd werd. Dát is het geloof dat de ziel behoudt: het geloof dat instemt met de zin van God, ook wanneer die tegen zichzelf schijnt in te gaan.

Het is het geloof dat de geopenbaarde uitspraken van God gelooft, of zij nu aangenaam of verschrikkelijk schijnen. Het is het geloof dat het Woord van God beaamt, of dat Woord nu een balsem op zijn wond is of een zwaard om te snijden en te doden.

Zij stemde niet alleen in met alles wat Jezus zei, maar zij erkende Hem ook als Heere. En zij zegt niet: zet mij bij de kinderen. Zij vraagt alleen behandeld te worden zoals een hond behandeld wordt: “ook de hondekens eten onder de tafel van de kruimkens der kinderen”.

Het betoog van deze vrouw rustte op de eigen vooronderstellingen van Jezus. Zij komt niet met nieuwe vooronderstellingen aan en betwist de oude niet. Zij aanvaardt Zijn uitspraak en gebruikt die om Hem te overwinnen. Alles wat zij nodig had, alles wat zij begeerde, waren de kruimels: niet het brood van de kinderen, maar alleen de kruimels van de hond.

Markus 7:29.KruisverwijzingenJesaja 66:2Mattheüs 8:9Mattheüs 5:3Jesaja 57:151 Johannes 3:8
— En Hij zeide tot haar: Om dezes woords wil ga heen, de duivel is uit uw dochter uitgevaren.
“En Hij zeide tot haar: Om dezes woords wil ga heen, de duivel is uit uw dochter uitgevaren.”

Ten slotte won haar geloof haar zaak; zij verkreeg wat zij begeerde. Jezus was zo verrukt over de wijze, verstandige, ootmoedige maar moedige manier waarop zij antwoordde, dat Hij zei: ga heen, de duivel is uit uw dochter uitgevaren.

Christus gaf Zich meteen gewonnen. Hij bezweek voor de sterke armen van het overwinnende gebed en geloof, en zo kreeg de pleitende vrouw haar zin.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content