Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Markus 6

1 En Hij ging van daar weg, en kwam in Zijn vaderland, en Zijn discipelen volgden Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En HijG846 ging van daar wegG1831, enG2532 kwamG2064 inG1519 Zijn vaderlandG3968, enG2532 Zijn discipelenG3101 volgdenG190 HemG846. En Hij ging van daar weg, en kwam in Zijn vaderland, en Zijn discipelen volgden Hem.

KJV And1 he went out2 from thence,3 and4 came5 into6 his own9 country;8 and10 his12 disciples14 follow11 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 3 εκειθεν G1564 vandaar, van die plaats from that place, (from) thence, there 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 6 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πατριδα G3968 vaderland (own) country 9 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ακολουθουσιν G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 12 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 15 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En als het sabbat geworden was, begon Hij in de synagoge te leren; en velen, die Hem hoorden, ontzetten zich, zeggende: Van waar komen Dezen deze dingen, en wat wijsheid is dit, die Hem gegeven is, dat ook zulke krachten door Zijn handen geschieden?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En als het sabbatG4521 geworden was, begonG756 Hij inG1722 de synagogeG4864 te lerenG1321; enG2532 velenG4183, die Hem hoordenG191, ontzettenG1605 zich, zeggendeG3004: Van waar komen DezenG5129 dezeG3778 dingen, enG2532 watG5101 wijsheidG4678 is dit, die HemG846 gegevenG1325 is, dat ookG2532 zulke krachtenG1411 door Zijn handenG5495 geschiedenG1096? En als het sabbat geworden was, begon Hij in de synagoge te leren; en velen, die Hem hoorden, ontzetten zich, zeggende: Van waar komen Dezen deze dingen, en wat wijsheid is dit, die Hem gegeven is, dat ook zulke krachten door Zijn handen geschieden?

KJV And1 when the sabbath day3 was come,2 he began4 to teach8 in5 the synagogue:7 and9 many10 hearing11 him were astonished,12 saying,13 From whence14 hath this man these things? and17 what18 wisdom20 is this which is given22 unto him,23 that24 even25 such27 mighty works26 are wrought32 by28 his31 hands?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 γενομενου G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 3 σαββατου G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week 4 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 συναγωγη G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 8 διδασκειν G1321 lerende, leerde, leren teach 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 11 ακουοντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 12 εξεπλησσοντο G1605 verslagen, ontzetten, versloegen amaze, astonish 13 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 ποθεν G4159 vanwaar?, hoe? whence 15 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 16 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 19 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 σοφια G4678 wijsheid, Wijsheid wisdom 21 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 δοθεισα G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 23 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 24 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 25 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 26 δυναμεις G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 27 τοιαυται G5108 zodanige, zodanigen, zodanig like, such (an one) 28 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 29 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 χειρων G5495 handen, hand hand 31 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 32 γινονται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria, en de broeder van Jakobus en Joses, en van Judas en Simon, en zijn Zijn zusters niet hier bij ons? En zij werden aan Hem geergerd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 IsG1510 dezeG3778 nietG3756 de timmermanG5045, de zoonG5207 van MariaG3137, en de broederG80 van JakobusG2385 en JosesG2500, en van JudasG2455 en SimonG4613, en zijn Zijn zustersG79 nietG3756 hier bijG1722 ons? En zij werden aanG4314 HemG846 geergerdG4624. Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria, en de broeder van Jakobus en Joses, en van Judas en Simon, en zijn Zijn zusters niet hier bij ons? En zij werden aan Hem geergerd.

KJV Is not1 this2 the carpenter,5 the son7 of Mary,8 the brother9 of James,11 and12 Joses,13 and14 of Juda,15 and16 Simon?17 and18 are not19 his23 sisters22 here24 with25 us? And27 they were offended28 at29 him.

1 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 τεκτων G5045 timmerman, timmermans carpenter 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 8 μαριας G3137 Maria Mary 9 αδελφος G80 broeders, broeder, broederen brother 10 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 11 ιακωβου G2385 Jakobus, Jakobi James 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ιωση G2500 Joses Joses 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ιουδα G2455 Judas, Juda Juda(-h, -s); Jude 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 σιμωνος G4613 Simon, Simons Simon 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 20 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 21 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 αδελφαι G79 zuster, zusters sister 23 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 24 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there 25 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 26 ημας G1473 mij, ik I, me 27 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 28 εσκανδαλιζοντο G4624 geergerd, ergert, Ergert (make to) offend 29 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 30 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En Jezus zeide tot hen: Een profeet is niet ongeeerd dan in zijn vaderland en onder zijn magen, en in zijn huis.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En JezusG2424 zeideG3004 tot henG846: Een profeetG4396 isG1510 niet ongeeerdG820 danG1161 inG1722 zijn vaderlandG3968 en onderG1722 zijn magenG4773, en inG1722 zijn huisG3614. En Jezus zeide tot hen: Een profeet is niet ongeeerd dan in zijn vaderland en onder zijn magen, en in zijn huis.

KJV But2 Jesus5 said1 unto them,3 A prophet9 is not7 without honour,10 but in13 his own16 country,15 and17 among18 his own kin,20 and21 in22 his own25 house.

1 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 προφητης G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 10 ατιμος G820 ongeeerd, minst eerlijke, verachten despised, without honour, less honourable (comparative degree) 11 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 12 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 πατριδι G3968 vaderland (own) country 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 συγγενεσιν G4773 magen, maagschap, bloedverwanten cousin, kin(-sfolk, -sman) 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 23 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 οικια G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 25 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En Hij kon aldaar geen kracht doen; dan Hij legde weinigen zieken de handen op, en genas hen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 EnG2532 Hij konG1410 aldaar geen krachtG1411 doenG4160; dan Hij legdeG2007 weinigenG3641 ziekenG732 de handenG5495 op, en genasG2323 hen. En Hij kon aldaar geen kracht doen; dan Hij legde weinigen zieken de handen op, en genas hen.

KJV And1 he could2 there4 do7 no5 mighty work,6 save that he laid12 his hands14 upon a few10 sick folk,11 and healed

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 3 ηδυνατο G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 4 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 5 ουδεμιαν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 6 δυναμιν G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 7 ποιησαι G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 8 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 9 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 10 ολιγοις G3641 weinig, weinige, weinigen + almost, brief(-ly), few, (a) little, + long, a season, short, small, a while 11 αρρωστοις G732 kranken, zieken sick (folk, -ly) 12 επιθεις G2007 legde, leggen, leide add unto, lade, lay upon, put (up) on, set on (up), + surname, X wound 13 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 χειρας G5495 handen, hand hand 15 εθεραπευσεν G2323 genezen, genas, genezende cure, heal, worship
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof, en omging de vlekken daar rondom, lerende.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En Hij verwonderdeG2296 Zich over hunG846 ongeloofG570, enG2532 omgingG4013 de vlekkenG2968 daar rondomG2945, lerendeG1321. En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof, en omging de vlekken daar rondom, lerende.

KJV And1 he marvelled2 because3 of their6 unbelief.5 And7 he went8 round about11 the villages,10 teaching.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εθαυμαζεν G2296 verwonderden, verwonderde, verwonderd admire, have in admiration, marvel, wonder 3 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 απιστιαν G570 ongeloof, ongelovigheid, ongeloofs unbelief 6 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 περιηγεν G4013 omging, leiden, omreist compass, go (round) about, lead about 9 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 κωμας G2968 vlek, vlekken town, village 11 κυκλω G2945 rondom, omliggende round about 12 διδασκων G1321 lerende, leerde, leren teach
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En Hij riep tot Zich de twaalven, en begon hen uit te zenden twee en twee, en gaf hun macht over de onreine geesten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 EnG2532 Hij riepG4341 tot Zich de twaalvenG1427, enG2532 begonG756 henG846 uit te zendenG649 tweeG1417 en tweeG1417, enG2532 gafG1325 hunG846 machtG1849 over de onreineG169 geestenG4151. En Hij riep tot Zich de twaalven, en begon hen uit te zenden twee en twee, en gaf hun macht over de onreine geesten.

KJV And1 he called2 unto him the twelve,4 and5 began6 to send8 them7 forth by two9 and two;10 and11 gave12 them13 power over14 unclean18 spirits;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσκαλειται G4341 geroepen, riep, kinderkens call (for, to, unto) 3 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 7 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 αποστελλειν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 9 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 10 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 εδιδου G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 13 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 εξουσιαν G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 15 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 πνευματων G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 17 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ακαθαρτων G169 onreine, onreinen, onrein foul, unclean
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En Hij gebood hun, dat zij niets zouden nemen tot den weg, dan alleenlijk een staf, geen male, geen brood, geen geld in den gordel;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 EnG2532 Hij geboodG3853 hunG846, datG2443 zij nietsG3367 zouden nemenG142 totG1519 den wegG3598, dan alleenlijk een stafG4464, geenG3361 maleG4082, geenG3361 broodG740, geenG3361 geldG5475 inG1519 den gordelG2223; En Hij gebood hun, dat zij niets zouden nemen tot den weg, dan alleenlijk een staf, geen male, geen brood, geen geld in den gordel;

KJV And1 commanded2 them3 that4 they should take6 nothing5 for7 their journey,8 save a staff11 only;12 no10 scrip,14 no13 bread,16 no15 money21 in18 their purse:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παρηγγειλεν G3853 geboden, beval, bevelen (give in) charge, (give) command(-ment), declare 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 5 μηδεν G3367 niemand, niets, ding any (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay 6 αιρωσιν G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 οδον G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 9 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 10 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 11 ραβδον G4464 staf, roede, schepter rod, sceptre, staff 12 μονον G3440 alleen, slechts alone, but, only 13 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 14 πηραν G4082 male scrip 15 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 16 αρτον G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 17 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 18 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 19 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ζωνην G2223 gordel, gordels girdle, purse 21 χαλκον G5475 geld, koper, metaal brass, money
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Maar dat zij schoenzolen zouden aanbinden, en met geen twee rokken gekleed zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 MaarG235 dat zij schoenzolenG4547 zouden aanbindenG5265, enG2532 met geenG3361 tweeG1417 rokkenG5509 gekleedG1746 zijn. Maar dat zij schoenzolen zouden aanbinden, en met geen twee rokken gekleed zijn.

KJV But1 be shod2 with sandals;3 and4 not5 put on7 two11 coats.

1 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 2 υποδεδεμενους G5265 aanbinden, bind, geschoeid bind on, (be) shod 3 σανδαλια G4547 schoenzolen sandal 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 7 ενδυσησθε G1746 aangedaan, aandoen, gekleed array, clothe (with), endue, have (put) on 9 ενδυσασθαι G1746 aangedaan, aandoen, gekleed array, clothe (with), endue, have (put) on 11 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 12 χιτωνας G5509 rok, rokken, klederen clothes, coat, garment
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En Hij zeide tot hen: Zo waar gij in een huis zult ingaan, blijft daar, totdat gij van daar uitgaat.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 EnG2532 Hij zeideG3004 tot henG846: ZoG1437 waar gij in een huisG3614 zult ingaanG1525, blijftG3306 daar, totdat gij van daar uitgaatG1831. En Hij zeide tot hen: Zo waar gij in een huis zult ingaan, blijft daar, totdat gij van daar uitgaat.

KJV And1 he said2 unto them,3 In what place soever4 ye enter6 into7 an house,8 there9 abide10 till11 ye depart13 from that place.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 5 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 6 εισελθητε G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 οικιαν G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 9 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 10 μενετε G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 11 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 12 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 13 εξελθητε G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 14 εκειθεν G1564 vandaar, van die plaats from that place, (from) thence, there
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En zo wie u niet zullen ontvangen, noch u horen, vertrekkende van daar, schudt het stof af, dat onder aan uw voeten is, hun tot een getuigenis. Voorwaar zeg Ik u: Het zal Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in den dag des oordeels dan dezelve stad.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 EnG2532 zo wie u nietG3361 zullen ontvangenG1209, noch uG4771 horenG191, vertrekkendeG1607 van daar, schudtG1621 het stofG5522 af, dat onderG1722 aan uw voetenG4228 is, hunG846 totG1519 een getuigenisG3142. VoorwaarG281 zegG3004 Ik uG4771: Het zal SodomG4670 en GomorraG1116 verdragelijkerG414 zijnG1510 in den dagG2250 des oordeelsG2920 danG2228 dezelve stadG4172. En zo wie u niet zullen ontvangen, noch u horen, vertrekkende van daar, schudt het stof af, dat onder aan uw voeten is, hun tot een getuigenis. Voorwaar zeg Ik u: Het zal Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in den dag des oordeels dan dezelve stad.

KJV And1 whosoever2 shall5 not4 receive you, nor7 hear8 you, when ye depart10 thence,11 shake off12 the dust14 under16 your feet18 for20 a testimony21 against them.22 Verily23 I say24 unto you, It shall be more tolerable26 for Sodom28 and29 Gomorrha30 in31 the day32 of judgment,33 than34 for that37 city.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οσοι G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 3 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 4 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 5 δεξωνται G1209 ontvangen, ontvangt, aangenomen accept, receive, take 6 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 7 μηδε G3366 en niet, ook niet, noch neither, nor (yet), (no) not (once, so much as) 8 ακουσωσιν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 9 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 10 εκπορευομενοι G1607 uitgaan, uitgaat, uitging come (forth, out of), depart, go (forth, out), issue, proceed (out of) 11 εκειθεν G1564 vandaar, van die plaats from that place, (from) thence, there 12 εκτιναξατε G1621 schudt, schudde, schudden shake (off) 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 χουν G5522 stof dust 15 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 υποκατω G5270 onder under 17 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ποδων G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 19 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 20 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 21 μαρτυριον G3142 getuigenis, getuiging to be testified, testimony, witness 22 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 24 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 25 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 26 ανεκτοτερον G414 verdragelijker more tolerable 27 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 28 σοδομοις G4670 Sodom, Sodoma Sodom 29 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 30 γομορροις G1116 Gomorra Gomorrha 31 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 32 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 33 κρισεως G2920 oordeel, oordeels, gericht accusation, condemnation, damnation, judgment 34 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 35 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 36 πολει G4172 stad, steden city 37 εκεινη G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En uitgegaan zijnde, predikten zij, dat zij zich zouden bekeren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 EnG2532 uitgegaanG1831 zijnde, prediktenG2784 zij, datG2443 zij zich zouden bekerenG3340. En uitgegaan zijnde, predikten zij, dat zij zich zouden bekeren.

KJV And1 they went out,2 and preached3 that4 men should repent.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εξελθοντες G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 3 εκηρυσσον G2784 gepredikt, prediken, predikende preacher(-er), proclaim, publish 4 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 5 μετανοησωσιν G3340 bekeerd, bekeert, bekeren repent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En zij wierpen vele duivelen uit, en zalfden vele kranken met olie, en maakten hen gezond.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En zij wierpenG1544 veleG4183 duivelenG1140 uit, en zalfdenG218 veleG4183 krankenG732 met olieG1637, en maakten hen gezondG2323. En zij wierpen vele duivelen uit, en zalfden vele kranken met olie, en maakten hen gezond.

KJV And1 they cast out4 many3 devils,2 and5 anointed6 with oil7 many8 that were sick,9 and10 healed

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 δαιμονια G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god 3 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 4 εξεβαλλον G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ηλειφον G218 gezalfd, zalfden, zalfde anoint 7 ελαιω G1637 olie oil 8 πολλους G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 9 αρρωστους G732 kranken, zieken sick (folk, -ly) 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 εθεραπευον G2323 genezen, genas, genezende cure, heal, worship
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En de koning Herodes hoorde het (want Zijn Naam was openbaar geworden), en zeide: Johannes, die daar doopte, is van de doden opgewekt, en daarom werken die krachten in Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En de koningG935 HerodesG2264 hoordeG191 het (want Zijn NaamG3686 was openbaarG5318 geworden), enG2532 zeideG3004: JohannesG2491, die daar doopteG907, is vanG1537 de dodenG3498 opgewektG1453, enG2532 daarom werkenG1754 dieG3778 krachtenG1411 inG1722 HemG846. En de koning Herodes hoorde het (want Zijn Naam was openbaar geworden), en zeide: Johannes, die daar doopte, is van de doden opgewekt, en daarom werken die krachten in Hem.

KJV And1 king4 Herod5 heard2 of him; (for7 his11 name10 was8 spread abroad:)6 and12 he said,13 That14 John15 the Baptist17 was risen20 from18 the dead,19 and21 therefore22 mighty works26 do shew forth themselves24 in27 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηκουσεν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 βασιλευς G935 koning, Koning, koningen king 5 ηρωδης G2264 Herodes Herod 6 φανερον G5318 openbaar abroad, + appear, known, manifest, open (+ -ly), outward (+ -ly) 7 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 8 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 15 ιωαννης G2491 Johannes John 16 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 βαπτιζων G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 18 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 19 νεκρων G3498 doden, dood, dode dead 20 ηγερθη G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 23 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 24 ενεργουσιν G1754 werkt, gewrocht, werken do, (be) effectual (fervent), be mighty in, shew forth self, work (effectually in) 25 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 δυναμεις G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 27 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 28 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Anderen zeiden: Hij is Elias; en anderen zeiden: Hij is een profeet, of als een der profeten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Anderen zeidenG3004: Hij is EliasG2243; enG1161 anderen zeidenG3004: Hij isG1510 een profeetG4396, ofG2228 alsG5613 eenG1520 der profetenG4396. Anderen zeiden: Hij is Elias; en anderen zeiden: Hij is een profeet, of als een der profeten.

KJV Others1 said,2 That3 it is Elias.4 And7 others6 said,8 That9 it is a prophet,10 or12 as13 one of14 the prophets.

1 αλλοι G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 2 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 ηλιας G2243 Elias, Elia Elias 5 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 αλλοι G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 7 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 8 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 10 προφητης G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 11 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 13 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 14 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 15 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 προφητων G4396 profeten, profeet, Profeet prophet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Maar als het Herodes hoorde, zeide hij: Deze is Johannes, dien ik onthoofd heb; die is van de doden opgewekt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 MaarG1161 als het HerodesG2264 hoordeG191, zeideG2036 hijG846: DezeG3778 is JohannesG2491, dienG3739 ikG1473 onthoofdG607 heb; die isG1510 vanG1537 de dodenG3498 opgewektG1453. Maar als het Herodes hoorde, zeide hij: Deze is Johannes, dien ik onthoofd heb; die is van de doden opgewekt.

KJV But2 when Herod4 heard1 thereof, he said, It11 is John,10 whom6 I8 beheaded:9 he13 is risen14 from15 the dead.

1 ακουσας G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ηρωδης G2264 Herodes Herod 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 8 εγω G1473 mij, ik I, me 9 απεκεφαλισα G607 onthoofd, onthoofdde behead 10 ιωαννην G2491 Johannes John 11 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 12 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 ηγερθη G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 15 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 16 νεκρων G3498 doden, dood, dode dead

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Want dezelve Herodes, enigen uitgezonden hebbende, had Johannes gevangen genomen, en hem in de gevangenis gebonden, uit oorzaak van Herodias, de huisvrouw van zijn broeder Filippus, omdat hij haar getrouwd had.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Want dezelveG846 HerodesG2264, enigen uitgezondenG649 hebbende, had JohannesG2491 gevangenG2902 genomen, enG2532 hemG846 inG1722 de gevangenisG5438 gebondenG1210, uit oorzaakG1223 van HerodiasG2266, de huisvrouwG1135 van zijn broederG80 FilippusG5376, omdatG3754 hij haar getrouwdG1060 had. Want dezelve Herodes, enigen uitgezonden hebbende, had Johannes gevangen genomen, en hem in de gevangenis gebonden, uit oorzaak van Herodias, de huisvrouw van zijn broeder Filippus, omdat hij haar getrouwd had.

KJV For2 Herod4 himself1 had sent forth5 and laid hold6 upon John,8 and9 bound10 him11 in12 prison14 for15 Herodias'16 sake, his22 brother21 Philip's19 wife:18 for23 he had married25 her.

1 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ηρωδης G2264 Herodes Herod 5 αποστειλας G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 6 εκρατησεν G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ιωαννην G2491 Johannes John 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 εδησεν G1210 gebonden, binden, verbonden bind, be in bonds, knit, tie, wind 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 φυλακη G5438 gevangenis, gevangenissen, wake cage, hold, (im-)prison(-ment), ward, watch 15 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 16 ηρωδιαδα G2266 Herodias, Herodias' Herodias 17 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 γυναικα G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 19 φιλιππου G5376 Filippus, Filippi Philip 20 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 αδελφου G80 broeders, broeder, broederen brother 22 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 24 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 25 εγαμησεν G1060 trouwen, trouwt, getrouwd marry (a wife)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Want Johannes zeide tot Herodes: Het is u niet geoorloofd de huisvrouw uws broeders te hebben.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Want JohannesG2491 zeideG3004 tot HerodesG2264: Het is uG4771 nietG3756 geoorloofdG1832 de huisvrouwG1135 uws broedersG80 te hebbenG2192. Want Johannes zeide tot Herodes: Het is u niet geoorloofd de huisvrouw uws broeders te hebben.

KJV For2 John4 had said1 unto Herod,6 It is9 not8 lawful for thee to have11 thy brother's15 wife.

1 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιωαννης G2491 Johannes John 5 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ηρωδη G2264 Herodes Herod 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 εξεστιν G1832 geoorloofd be lawful, let, X may(-est) 10 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 11 εχειν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 12 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 γυναικα G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αδελφου G80 broeders, broeder, broederen brother 16 σου G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En Herodias legde op hem toe; en wilde hem doden, en kon niet;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En HerodiasG2266 legdeG1758 op hemG846 toe; en wildeG2309 hemG846 dodenG615, en konG1410 nietG3756; En Herodias legde op hem toe; en wilde hem doden, en kon niet;

KJV Therefore2 Herodias3 had a quarrel4 against him,5 and6 would7 have killed9 him;8 but10 she could12 not:

1 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ηρωδιας G2266 Herodias, Herodias' Herodias 4 ενειχεν G1758 bevangen, houden, legde entangle with, have a quarrel against, urge 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ηθελεν G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 αποκτειναι G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 12 ηδυνατο G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Want Herodes vreesde Johannes, wetende, dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hield hem in waarde; en als hij hem hoorde, deed hij vele dingen, en hoorde hem gaarne.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 WantG1063 HerodesG2264 vreesdeG5399 JohannesG2491, wetendeG1492, dat hijG846 een rechtvaardigG1342 enG2532 heiligG40 manG435 was, enG2532 hieldG4933 hem in waardeG4933; enG2532 als hij hem hoordeG191, deedG4160 hijG846 veleG4183 dingen, enG2532 hoordeG191 hemG846 gaarneG2234. Want Herodes vreesde Johannes, wetende, dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hield hem in waarde; en als hij hem hoorde, deed hij vele dingen, en hoorde hem gaarne.

KJV For2 Herod3 feared4 John,6 knowing7 that he8 was a just10 man9 and11 an holy,12 and13 observed14 him;15 and16 when he heard17 him,18 he did20 many things,19 and21 heard24 him23 gladly.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ηρωδης G2264 Herodes Herod 4 εφοβειτο G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιωαννην G2491 Johannes John 7 ειδως G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ανδρα G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 10 δικαιον G1342 rechtvaardig, rechtvaardigen, rechtvaardige just, meet, right(-eous) 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 αγιον G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 συνετηρει G4933 behouden, bewaarde, hield keep, observe, preserve 15 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ακουσας G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 18 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 20 εποιει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 ηδεως G2234 gaarne gladly 23 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 24 ηκουεν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En als er een welgelegen dag gekomen was, toen Herodes, op den dag zijner geboorte, een maaltijd aanrichtte, voor zijn groten, en de oversten over duizend, en de voornaamsten van Galilea;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 EnG2532 als er een welgelegenG2121 dag gekomen wasG1096, toen HerodesG2264, op den dag zijner geboorteG1077, een maaltijdG1173 aanrichtteG4160, voor zijn groten, enG2532 de overstenG5506 over duizend, enG2532 de voornaamstenG4413 van GalileaG1056; En als er een welgelegen dag gekomen was, toen Herodes, op den dag zijner geboorte, een maaltijd aanrichtte, voor zijn groten, en de oversten over duizend, en de voornaamsten van Galilea;

Ook in dit vers dagG2250

KJV And1 when a convenient4 day3 was come,2 that5 Herod6 on his9 birthday8 made11 a supper10 to his14 lords,13 high captains,17 and15 chief20 estates of Galilee;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 γενομενης G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 3 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 4 ευκαιρου G2121 bekwamer tijd, welgelegen convenient, in time of need 5 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 6 ηρωδης G2264 Herodes Herod 7 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 γενεσιοις G1077 geboorte, dag birthday 9 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 δειπνον G1173 avondmaal, maaltijden, avondmaals feast, supper 11 εποιει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 12 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 μεγιστασιν G3175 great men, lords 14 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 χιλιαρχοις G5506 overste, oversten duizend, overste duizend (chief, high) captain 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 πρωτοις G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 21 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 γαλιλαιας G1056 Galilea, Galilese Galilee
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En als de dochter van dezelve Herodias inkwam, en danste, en Herodes en dengenen die mede aanzaten, behaagde, zo zeide de koning tot het dochtertje: Eis van mij, wat gij ook wilt, en ik zal het u geven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En als de dochterG2364 van dezelveG846 HerodiasG2266 inkwamG1525, enG2532 dansteG3738, en HerodesG2264 enG2532 dengenen die mede aanzatenG4873, behaagdeG700, zoG1437 zeideG2036 de koningG935 tot het dochtertjeG2877: EisG154 van mijG1473, watG3739 gij ook wiltG2309, en ik zal het u gevenG1325. En als de dochter van dezelve Herodias inkwam, en danste, en Herodes en dengenen die mede aanzaten, behaagde, zo zeide de koning tot het dochtertje: Eis van mij, wat gij ook wilt, en ik zal het u geven.

KJV And1 when the daughter4 of the said5 Herodias7 came in,2 and8 danced,9 and10 pleased11 Herod13 and14 them that sat with him,16 the king19 said unto the damsel,21 Ask22 of me whatsoever24 thou wilt,26 and27 I will give28 it thee.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εισελθουσης G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 3 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 θυγατρος G2364 dochter, dochters, Dochter daughter 5 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ηρωδιαδος G2266 Herodias, Herodias' Herodias 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ορχησαμενης G3738 danste, gedanst dance 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 αρεσασης G700 behagen, behaagde, behaag please 12 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ηρωδη G2264 Herodes Herod 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 συνανακειμενοις G4873 mede aanzaten, aanzaten, aanzitten sit (down, at the table, together) with (at meat) 17 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 βασιλευς G935 koning, Koning, koningen king 20 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 κορασιω G2877 dochtertje damsel, maid 22 αιτησον G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 23 με G1473 mij, ik I, me 24 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 25 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 26 θελης G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 27 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 28 δωσω G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 29 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En hij zwoer haar: Zo wat gij van mij zult eisen, zal ik u geven, ook tot de helft mijns koninkrijks!
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 EnG2532 hij zwoerG3660 haarG846: ZoG1437 watG3739 gij van mijG1473 zult eisenG154, zal ikG1473 uG4771 gevenG1325, ook tot de helftG2255 mijns koninkrijksG932! En hij zwoer haar: Zo wat gij van mij zult eisen, zal ik u geven, ook tot de helft mijns koninkrijks!

KJV And1 he sware2 unto her,3 Whatsoever4 thou shalt ask8 of me, I will give9 it thee, unto11 the half12 of my kingdom.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ωμοσεν G3660 gezworen, zweert, zweren swear 3 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 6 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 7 με G1473 mij, ik I, me 8 αιτησης G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 9 δωσω G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 10 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 11 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 12 ημισους G2255 halven, helft half 13 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 βασιλειας G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 15 μου G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En zij, uitgegaan zijnde, zeide tot haar moeder: Wat zal ik eisen? En die zeide: Het hoofd van Johannes den Doper.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 EnG1161 zij, uitgegaanG1831 zijnde, zeideG2036 tot haarG846 moederG3384: WatG5101 zal ik eisenG154? EnG1161 die zeideG2036: Het hoofdG2776 van JohannesG2491 den DoperG910. En zij, uitgegaan zijnde, zeide tot haar moeder: Wat zal ik eisen? En die zeide: Het hoofd van Johannes den Doper.

KJV And2 she went forth,3 and said unto her7 mother,6 What8 shall I ask?9 And11 she said, The head14 of John15 the Baptist.

1 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εξελθουσα G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 μητρι G3384 moeder, moeders mother 7 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 9 αιτησομαι G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 10 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 12 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 13 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 κεφαλην G2776 hoofd, hoofden, Hoofd head 15 ιωαννου G2491 Johannes John 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 βαπτιστου G910 Doper Baptist

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En zij, terstond met haast ingaande tot den koning, heeft het geeist, zeggende: Ik wil, dat gij mij nu terstond, in een schotel, geeft het hoofd van Johannes den Doper.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 EnG2532 zijG846, terstond metG3326 haastG4710 ingaandeG1525 totG4314 den koningG935, heeft het geeistG154, zeggendeG3004: Ik wilG2309, datG2443 gij mij nu terstond, in een schotelG4094, geeftG1325 het hoofdG2776 vanG1537 JohannesG2491 den DoperG910. En zij, terstond met haast ingaande tot den koning, heeft het geeist, zeggende: Ik wil, dat gij mij nu terstond, in een schotel, geeft het hoofd van Johannes den Doper.

Ook in dit vers terstondG1824 terstondG2112

KJV And1 she came in2 straightway3 with4 haste5 unto6 the king,8 and asked,9 saying,10 I will11 that12 thou give14 me by and by19 in21 a charger22 the head24 of John25 the Baptist.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εισελθουσα G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 3 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 4 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 5 σπουδης G4710 naarstigheid, haast, benaarstigen business, (earnest) care(-fulness), diligence, forwardness, haste 6 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 βασιλεα G935 koning, Koning, koningen king 9 ητησατο G154 begeren, bidden, bidt ask, beg, call for, crave, desire, require 10 λεγουσα G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 θελω G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 12 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 13 μοι G1473 mij, ik I, me 14 δως G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 16 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 17 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 εξαυτης G1824 terstond, stonde, zelfder by and by, immediately, presently, straightway 21 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 22 πινακι G4094 schotel, schotels charger, platter 23 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 κεφαλην G2776 hoofd, hoofden, Hoofd head 25 ιωαννου G2491 Johannes John 26 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 βαπτιστου G910 Doper Baptist
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En de koning, zeer bedroefd geworden zijnde, nochtans om de eden, en degenen, die mede aanzaten, wilde hij haar hetzelve niet afslaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En de koningG935, zeer bedroefdG4036 geworden zijnde, nochtans omG1223 de edenG3727, enG2532 degenen, die mede aanzatenG4873, wildeG2309 hij haar hetzelveG846 nietG3756 afslaanG114. En de koning, zeer bedroefd geworden zijnde, nochtans om de eden, en degenen, die mede aanzaten, wilde hij haar hetzelve niet afslaan.

KJV And1 the king5 was3 exceeding sorry;2 yet for6 his oath's sake,8 and9 for their sakes which4 sat with him,11 he would13 not12 reject15 her.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 περιλυπος G4036 bedroefd, droevig exceeding (very) sorry(-owful) 3 γενομενος G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 βασιλευς G935 koning, Koning, koningen king 6 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 7 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ορκους G3727 eed, eden, ede oath 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 συνανακειμενους G4873 mede aanzaten, aanzaten, aanzitten sit (down, at the table, together) with (at meat) 12 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 13 ηθελησεν G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 14 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 αθετησαι G114 verwerpt, afslaan, verwerpen cast off, despise, disannul, frustrate, bring to nought, reject
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En de koning zond terstond een scherprechter, en gebood zijn hoofd te brengen. Deze nu ging heen, en onthoofdde hem in de gevangenis;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En de koningG935 zondG649 terstondG2112 een scherprechterG4688, en geboodG2004 zijn hoofdG2776 te brengenG5342. Deze nuG1161 ging heenG565, en onthoofddeG607 hemG846 inG1722 de gevangenisG5438; En de koning zond terstond een scherprechter, en gebood zijn hoofd te brengen. Deze nu ging heen, en onthoofdde hem in de gevangenis;

KJV And1 immediately2 the king5 sent3 an executioner,6 and commanded7 his11 head10 to be brought:8 and14 he went15 and beheaded16 him17 in18 the prison,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 3 αποστειλας G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 βασιλευς G935 koning, Koning, koningen king 6 σπεκουλατωρα G4688 scherprechter executioner 7 επεταξεν G2004 gebiedt, gebood, beval charge, command, injoin 8 ενεχθηναι G5342 brachten, draagt, gebracht be, bear, bring (forth), carry, come, + let her drive, be driven, endure, go on, lay, lead, move, reach, rushing, uphold 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 κεφαλην G2776 hoofd, hoofden, Hoofd head 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 15 απελθων G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 16 απεκεφαλισεν G607 onthoofd, onthoofdde behead 17 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 φυλακη G5438 gevangenis, gevangenissen, wake cage, hold, (im-)prison(-ment), ward, watch
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En bracht zijn hoofd in een schotel, en gaf hetzelve het dochtertje, en het dochtertje gaf hetzelve harer moeder.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 EnG2532 brachtG5342 zijn hoofdG2776 in een schotelG4094, enG2532 gafG1325 hetzelveG846 het dochtertjeG2877, enG2532 het dochtertjeG2877 gafG1325 hetzelveG846 harer moederG3384. En bracht zijn hoofd in een schotel, en gaf hetzelve het dochtertje, en het dochtertje gaf hetzelve harer moeder.

KJV And1 brought2 his5 head4 in6 a charger,7 and8 gave9 it10 to the damsel:12 and13 the damsel15 gave16 it17 to her20 mother.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηνεγκεν G5342 brachten, draagt, gebracht be, bear, bring (forth), carry, come, + let her drive, be driven, endure, go on, lay, lead, move, reach, rushing, uphold 3 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 κεφαλην G2776 hoofd, hoofden, Hoofd head 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 7 πινακι G4094 schotel, schotels charger, platter 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 10 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 κορασιω G2877 dochtertje damsel, maid 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 κορασιον G2877 dochtertje damsel, maid 16 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 17 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 μητρι G3384 moeder, moeders mother 20 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En als zijn discipelen dit hoorden, gingen zij en namen zijn dood lichaam weg, en legden dat in een graf.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En als zijn discipelenG3101 dit hoordenG191, gingenG2064 zijG846 enG2532 namenG142 zijn dood lichaamG4430 weg, enG2532 legdenG5087 dat inG1722 een grafG3419. En als zijn discipelen dit hoorden, gingen zij en namen zijn dood lichaam weg, en legden dat in een graf.

KJV And1 when his5 disciples4 heard2 of it, they came6 and7 took up8 his11 corpse,10 and12 laid13 it14 in15 a tomb.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ακουσαντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ηλθον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ηραν G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πτωμα G4430 dode lichamen, dode lichaam, dood lichaam dead body, carcase, corpse 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 εθηκαν G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 14 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 17 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 μνημειω G3419 graf, graven, grafs grave, sepulchre, tomb
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En de apostelen kwamen weder tot Jezus, en boodschapten Hem alles, beide wat zij gedaan hadden, en wat zij geleerd hadden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 EnG2532 de apostelenG652 kwamen weder totG4314 JezusG2424, enG2532 boodschaptenG518 HemG846 allesG3956, beideG3745 wat zij gedaanG4160 hadden, enG2532 wat zij geleerdG1321 hadden. En de apostelen kwamen weder tot Jezus, en boodschapten Hem alles, beide wat zij gedaan hadden, en wat zij geleerd hadden.

KJV And1 the apostles4 gathered themselves together2 unto5 Jesus,7 and8 told9 him10 all things,11 both12 what13 they had done,14 and15 what16 they had taught.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 συναγονται G4863 vergaderd, vergaderden, vergadert + accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αποστολοι G652 apostelen, apostel, Apostel apostle, messenger, he that is sent 5 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 απηγγειλαν G518 boodschapten, boodschapte, verkondigen bring word (again), declare, report, shew (again), tell 10 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 οσα G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 14 εποιησαν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 οσα G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 17 εδιδαξαν G1321 lerende, leerde, leren teach
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En Hij zeide tot hen: Komt gijlieden in een woeste plaats hier alleen, en rust een weinig; want er waren velen, die kwamen en die gingen, en zij hadden zelfs geen gelegen tijd om te eten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 En HijG846 zeideG2036 tot henG846: KomtG1205 gijliedenG4771 inG1519 een woesteG2048 plaatsG5117 hier alleen, enG2532 rustG373 een weinigG3641; wantG1063 er warenG1510 velenG4183, die kwamenG2064 enG2532 die gingenG5217, enG2532 zij hadden zelfsG3761 geen gelegenG2119 tijd om te etenG5315. En Hij zeide tot hen: Komt gijlieden in een woeste plaats hier alleen, en rust een weinig; want er waren velen, die kwamen en die gingen, en zij hadden zelfs geen gelegen tijd om te eten.

KJV And1 he said unto them,3 Come4 ye yourselves6 apart7 into9 a desert10 place,11 and12 rest13 a while:14 for16 there were many22 coming18 and19 going,21 and23 they had no24 leisure26 so much as to eat.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 δευτε G1205 Komt, komt, Volgt come, X follow 5 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 6 αυτοι G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 κατ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 8 ιδιαν G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 ερημον G2048 woestijn, woeste, woest desert, desolate, solitary, wilderness 11 τοπον G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 αναπαυεσθε G373 rust, verkwikt, rusten take ease, refresh, (give, take) rest 14 ολιγον G3641 weinig, weinige, weinigen + almost, brief(-ly), few, (a) little, + long, a season, short, small, a while 15 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 17 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ερχομενοι G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 υπαγοντες G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 22 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 25 φαγειν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 26 ηυκαιρουν G2119 gelegen, tijd have leisure (convenient time), spend time

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En zij vertrokken in een schip, naar een woeste plaats, alleen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 EnG2532 zij vertrokkenG565 inG1519 een schipG4143, naar een woesteG2048 plaatsG5117, alleen. En zij vertrokken in een schip, naar een woeste plaats, alleen.

KJV And1 they departed2 into3 a desert4 place5 by ship7 privately.8

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 απηλθον G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 ερημον G2048 woestijn, woeste, woest desert, desolate, solitary, wilderness 5 τοπον G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 6 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πλοιω G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 8 κατ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 9 ιδιαν G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En de scharen zagen hen heenvaren, en velen werden Hem kennende, en liepen gezamenlijk te voet van alle steden derwaarts, en kwamen hun voor, en gingen samen tot Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 En de scharenG3793 zagenG1492 henG846 heenvarenG5217, enG2532 velenG4183 werden HemG846 kennendeG1921, enG2532 liepen gezamenlijkG4936 te voetG3979 vanG575 alleG3956 stedenG4172 derwaarts, en kwamen hunG846 voor, enG2532 gingenG4281 samenG4905 totG4314 HemG846. En de scharen zagen hen heenvaren, en velen werden Hem kennende, en liepen gezamenlijk te voet van alle steden derwaarts, en kwamen hun voor, en gingen samen tot Hem.

KJV And1 the people6 saw them3 departing,4 and7 many10 knew8 him,9 and11 ran17 afoot12 thither18 out of13 all14 cities,16 and19 outwent20 them,21 and22 came together23 unto24 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειδον G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 υπαγοντας G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 5 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 οχλοι G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 επεγνωσαν G1921 kenden, bekennende, gekend (ac-, have, take)know(-ledge, well), perceive 9 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 πεζη G3979 voet a- (on) foot 13 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 14 πασων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 15 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 πολεων G4172 stad, steden city 17 συνεδραμον G4936 gezamenlijk, liep, liepen gezamenlijk run (together, with) 18 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 προηλθον G4281 gingen, voortgegaan, eerst go before (farther, forward), outgo, pass on 21 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 συνηλθον G4905 samengekomen, samenkomt, samen accompany, assemble (with), come (together), come (company, go) with, resort 24 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 25 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En Jezus, uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming bewogen over hen; want zij waren als schapen, die geen herder hebben; en Hij begon hun vele dingen te leren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 En JezusG2424, uitgaandeG1831, zagG1492 een grote schareG3793, enG2532 werd innerlijk met ontferming bewogenG4697 overG1909 henG846; wantG3754 zij warenG1510 alsG5613 schapenG4263, die geenG3361 herderG4166 hebbenG2192; enG2532 Hij begonG756 hun veleG4183 dingen te lerenG1321. En Jezus, uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming bewogen over hen; want zij waren als schapen, die geen herder hebben; en Hij begon hun vele dingen te leren.

KJV And1 Jesus,5 when he came out,2 saw much6 people,7 and8 was moved with compassion9 toward10 them,11 because12 they were as14 sheep15 not16 having17 a shepherd:18 and19 he began20 to teach21 them22 many things.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εξελθων G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 3 ειδεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 πολυν G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 7 οχλον G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 εσπλαγχνισθη G4697 ontferming bewogen, barmhartigheid, bewogen have (be moved with) compassion 10 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 11 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 13 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 15 προβατα G4263 schapen, schaap sheep(-fold) 16 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 17 εχοντα G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 18 ποιμενα G4166 Herder, herder, herders shepherd, pastor 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 21 διδασκειν G1321 lerende, leerde, leren teach 22 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En als het nu laat op den dag geworden was, kwamen Zijn discipelen tot Hem, en zeiden: Deze plaats is woest, en het is nu laat op den dag;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En als het nu laat op den dagG5610 gewordenG1096 was, kwamen Zijn discipelenG3101 tot HemG846, en zeidenG3004: Deze plaatsG5117 isG1510 woestG2048, enG2532 het is nu laat op den dagG5610; En als het nu laat op den dag geworden was, kwamen Zijn discipelen tot Hem, en zeiden: Deze plaats is woest, en het is nu laat op den dag;

KJV And1 when the day3 was5 now2 far spent,4 his7 disciples9 came6 unto him,10 and said,11 This is a desert13 place,16 and17 now18 the time19 is far passed:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηδη G2235 alrede, Alrede already, (even) now (already), by this time 3 ωρας G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 4 πολλης G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 5 γενομενης G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 6 προσελθοντες G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 7 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 13 ερημος G2048 woestijn, woeste, woest desert, desolate, solitary, wilderness 14 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 τοπος G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 ηδη G2235 alrede, Alrede already, (even) now (already), by this time 19 ωρα G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 20 πολλη G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Laat ze van U, opdat zij heengaan in de omliggende dorpen en vlekken, en broden voor zichzelven mogen kopen; want zij hebben niet, wat zij eten zullen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 Laat ze van U, opdatG2443 zijG846 heengaanG565 inG1519 de omliggendeG2945 dorpenG68 enG2532 vlekkenG2968, en brodenG740 voor zichzelvenG1438 mogen kopenG59; wantG1063 zij hebben nietG3756, watG5101 zij etenG5315 zullen. Laat ze van U, opdat zij heengaan in de omliggende dorpen en vlekken, en broden voor zichzelven mogen kopen; want zij hebben niet, wat zij eten zullen.

KJV Send1 them2 away, that3 they may go4 into5 the country8 round about,7 and9 into the villages,10 and buy11 themselves12 bread:13 for15 they have18 nothing14 to eat.

1 απολυσον G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty 2 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 4 απελθοντες G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 κυκλω G2945 rondom, omliggende round about 8 αγρους G68 akker, akkers, dorpen country, farm, piece of ground, land 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 κωμας G2968 vlek, vlekken town, village 11 αγορασωσιν G59 gekocht, kopen, kochten buy, redeem 12 εαυτοις G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 13 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 14 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 15 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 16 φαγωσιν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 17 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 18 εχουσιν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Maar Hij, antwoordende, zeide tot hen: Geeft gij hun te eten. En zij zeiden tot Hem: Zullen wij heengaan, en kopen voor tweehonderd penningen brood, en hun te eten geven?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 MaarG1161 Hij, antwoordendeG611, zeideG2036 tot hen: GeeftG1325 gijG4771 hunG846 te etenG5315. En zij zeidenG3004 tot Hem: Zullen wij heengaanG565, en kopenG59 voor tweehonderdG1250 penningenG1220 broodG740, en hunG846 te etenG5315 geven? Maar Hij, antwoordende, zeide tot hen: Geeft gij hun te eten. En zij zeiden tot Hem: Zullen wij heengaan, en kopen voor tweehonderd penningen brood, en hun te eten geven?

KJV He answered3 and2 said unto them,5 Give6 ye them7 to eat.9 And10 they say4 unto him,12 Shall we go13 and buy14 two hundred15 pennyworth16 of bread,17 and18 give19 them20 to eat?

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 δοτε G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 7 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 9 φαγειν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 απελθοντες G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 14 αγορασωμεν G59 gekocht, kopen, kochten buy, redeem 15 διακοσιων G1250 tweehonderd two hundred 16 δηναριων G1220 penning, penningen pence, penny(-worth) 17 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 δωμεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 20 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 21 φαγειν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 En Hij zeide tot hen: Hoeveel broden hebt gij? Gaat heen en beziet het. En toen zij het vernomen hadden, zeiden zij: Vijf, en twee vissen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 En Hij zeideG3004 tot henG846: HoeveelG4214 brodenG740 hebtG2192 gij? Gaat heen en bezietG1492 het. En toen zij het vernomenG1097 hadden, zeidenG3004 zij: VijfG4002, en tweeG1417 vissenG2486. En Hij zeide tot hen: Hoeveel broden hebt gij? Gaat heen en beziet het. En toen zij het vernomen hadden, zeiden zij: Vijf, en twee vissen.

KJV He saith3 unto them,4 How many5 loaves6 have ye?7 go8 and9 see. And11 when they knew,12 they say,13 Five,14 and15 two16 fishes.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ποσους G4214 hoeveel, Hoeveel, hoevele how great (long, many), what 6 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 7 εχετε G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 8 υπαγετε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ιδετε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 γνοντες G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 13 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 πεντε G4002 vijf, Vijf, vijftig five 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 17 ιχθυας G2486 vissen, vis fish

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En Hij gebood hun, dat zij hen allen zouden doen nederzitten bij waardschappen, op het groene gras.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 EnG2532 Hij geboodG2004 hun, dat zij hen allenG3956 zouden doen nederzittenG347 bij waardschappenG4849, opG1909 het groeneG5515 grasG5528. En Hij gebood hun, dat zij hen allen zouden doen nederzitten bij waardschappen, op het groene gras.

KJV And1 he commanded2 them3 to make4 all5 sit down by companies6 upon8 the green10 grass.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επεταξεν G2004 gebiedt, gebood, beval charge, command, injoin 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ανακλιναι G347 aanzitten, nederzitten, leide lay, (make) sit down 5 παντας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 6 συμποσια G4849 waardschappen company 7 συμποσια G4849 waardschappen company 8 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 χλωρω G5515 groene, groente, vaal green, pale 11 χορτω G5528 gras, kruid, hooi blade, grass, hay
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 En zij zaten neder in gedeelten bij honderd te zamen, en bij vijftig te zamen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 EnG2532 zij zaten nederG377 in gedeeltenG4237 bij honderdG1540 te zamen, enG2532 bij vijftigG4004 te zamen. En zij zaten neder in gedeelten bij honderd te zamen, en bij vijftig te zamen.

Ook in dit vers tezamenG303

KJV And1 they sat down2 in ranks,3 by5 hundreds,6 and7 by8 fifties.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ανεπεσον G377 neder zitten, gevallen, nederzitten lean, sit down (to meat) 3 πρασιαι G4237 gedeelten in ranks 4 πρασιαι G4237 gedeelten in ranks 5 ανα G303 twee, geschiede, midden and, apiece, by, each, every (man), in, through 6 εκατον G1540 honderd, Honderd, honderd- hundred 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ανα G303 twee, geschiede, midden and, apiece, by, each, every (man), in, through 9 πεντηκοντα G4004 vijftig fifty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 En als Hij de vijf broden en de twee vissen genomen had, zag Hij op naar den hemel, zegende en brak de broden, en gaf ze Zijn discipelen, opdat zij ze hun zouden voorleggen, en de twee vissen deelde Hij voor allen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 En als Hij de vijfG4002 brodenG740 enG2532 de tweeG1417 vissenG2486 genomenG2983 had, zagG308 Hij opG1519 naar den hemelG3772, zegendeG2127 enG2532 brakG2622 de brodenG740, enG2532 gafG1325 ze Zijn discipelenG3101, opdatG2443 zijG846 ze hun zouden voorleggenG3908, enG2532 de tweeG1417 vissenG2486 deeldeG3307 Hij voor allenG3956. En als Hij de vijf broden en de twee vissen genomen had, zag Hij op naar den hemel, zegende en brak de broden, en gaf ze Zijn discipelen, opdat zij ze hun zouden voorleggen, en de twee vissen deelde Hij voor allen.

KJV And1 when he had taken2 the five4 loaves5 and6 the two8 fishes,9 he looked up10 to11 heaven,13 and blessed,14 and15 brake16 the loaves,18 and19 gave20 them to his23 disciples22 to24 set before25 them;26 and27 the two29 fishes30 divided he31 among them all.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λαβων G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 3 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πεντε G4002 vijf, Vijf, vijftig five 5 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 9 ιχθυας G2486 vissen, vis fish 10 αναβλεψας G308 ziende, opwaarts ziende, opziende look (up), see, receive sight 11 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 12 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ουρανον G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 14 ευλογησεν G2127 gezegend, zegende, Gezegend bless, praise 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 κατεκλασεν G2622 brak break 17 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 εδιδου G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 21 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 23 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 24 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 25 παραθωσιν G3908 voorgesteld, voorleggen, beveel allege, commend, commit (the keeping of), put forth, set before 26 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 27 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 28 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 30 ιχθυας G2486 vissen, vis fish 31 εμερισεν G3307 verdeeld, deelde, gedeeld deal, be difference between, distribute, divide, give participle 32 πασιν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 En zij aten allen, en zijn verzadigd geworden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 En zij atenG5315 allenG3956, enG2532 zijn verzadigdG5526 geworden. En zij aten allen, en zijn verzadigd geworden.

KJV And1 they did2 all3 eat, and4 were filled.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εφαγον G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 3 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 εχορτασθησαν G5526 verzadigd, verzadigen feed, fill, satisfy
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 En zij namen op twaalf volle korven brokken, en van de vissen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 EnG2532 zij namenG142 op twaalfG1427 volleG4134 korvenG2894 brokkenG2801, enG2532 vanG575 de vissenG2486. En zij namen op twaalf volle korven brokken, en van de vissen.

KJV And1 they took up2 twelve4 baskets5 full6 of the fragments,3 and7 of8 the fishes.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηραν G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 3 κλασματων G2801 brokken broken, fragment 4 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 5 κοφινους G2894 korven basket 6 πληρεις G4134 vol, volle full 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ιχθυων G2486 vissen, vis fish
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 En die daar de broden gegeten hadden, waren omtrent vijf duizend mannen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 EnG2532 die daar de brodenG740 gegetenG5315 hadden, warenG1510 omtrent vijf duizendG4000 mannenG435. En die daar de broden gegeten hadden, waren omtrent vijf duizend mannen.

KJV And1 they that did eat4 of the loaves6 were about7 five thousand8 men.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 φαγοντες G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 5 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αρτους G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 7 ωσει G5616 als, gelijk; ongeveer about, as (it had been, it were), like (as) 8 πεντακισχιλιοι G4000 vijf duizend five thousand 9 ανδρες G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 En terstond dwong Hij Zijn discipelen in het schip te gaan, en voor henen te varen aan de andere zijde tegen over Bethsaida, terwijl Hij de schare van Zich zou laten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 EnG2532 terstondG2112 dwongG315 HijG846 Zijn discipelenG3101 inG1519 het schipG4143 te gaan, enG2532 voor henen te varenG4254 aanG1519 de andere zijde tegen over BethsaidaG966, terwijlG2193 HijG846 de schareG3793 van Zich zou latenG630. En terstond dwong Hij Zijn discipelen in het schip te gaan, en voor henen te varen aan de andere zijde tegen over Bethsaida, terwijl Hij de schare van Zich zou laten.

Ook in dit vers totG4314

KJV And1 straightway2 he constrained3 his6 disciples5 to get7 into8 the ship,10 and11 to go12 to13 the other side15 before unto16 Bethsaida,21 while22 he23 sent away24 the people.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 3 ηναγκασεν G315 genoodzaakt, dwong, dwing compel, constrain 4 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μαθητας G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εμβηναι G1684 gegaan, geklommen, gingen come (get) into, enter (into), go (up) into, step in, take ship 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πλοιον G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 προαγειν G4254 voorgaan, varen, voorgingen bring (forth, out), go before 13 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 14 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 περαν G4008 overzijde beyond, farther (other) side, over 16 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 18 βηθσαιδαν 20 βηθσαιδα 22 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 23 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 24 απολυση G630 loslaten, verlaten, liet (let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty 25 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 οχλον G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 En als Hij aan dezelve hun afscheid gegeven had, ging Hij op den berg om te bidden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 EnG2532 als Hij aan dezelve hun afscheidG657 gegeven had, gingG565 Hij op den bergG3735 om te biddenG4336. En als Hij aan dezelve hun afscheid gegeven had, ging Hij op den berg om te bidden.

KJV And1 when he had sent2 them3 away, he departed4 into5 a mountain7 to pray.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποταξαμενος G657 afscheid, genomen, verlaat bid farewell, forsake, take leave, send away 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 απηλθεν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ορος G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 8 προσευξασθαι G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
47 En als het nu avond was geworden, zo was het schip in het midden van de zee, en Hij was alleen op het land.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

47 EnG2532 als het nu avondG3798 was gewordenG1096, zo was het schipG4143 inG1722 het middenG3319 van de zeeG2281, enG2532 HijG846 was alleen op het landG1093. En als het nu avond was geworden, zo was het schip in het midden van de zee, en Hij was alleen op het land.

KJV And1 when even2 was come,3 the ship6 was in7 the midst8 of the sea,10 and11 he12 alone13 on14 the land.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οψιας G3798 avond, avondstond even(-ing, (-tide)) 3 γενομενης G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 4 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πλοιον G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 μεσω G3319 midden, middernacht among, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way 9 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 θαλασσης G2281 zee sea 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 μονος G3441 alleen, enig alone, only, by themselves 14 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 15 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
48 En Hij zag, dat zij zich zeer pijnigden, om het schip voort te krijgen; want de wind was hun tegen; en omtrent de vierde wake des nachts, kwam Hij tot hen, wandelende op de zee, en wilde hen voorbijgaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

48 En Hij zagG1492, dat zij zich zeer pijnigdenG928, om het schip voort te krijgen; wantG1063 de windG417 wasG1510 hunG846 tegenG1909; enG2532 omtrentG4012 de vierdeG5067 wakeG5438 des nachtsG3571, kwamG2064 Hij totG4314 henG846, wandelendeG4043 op de zeeG2281, enG2532 wildeG2309 henG846 voorbijgaanG3928. En Hij zag, dat zij zich zeer pijnigden, om het schip voort te krijgen; want de wind was hun tegen; en omtrent de vierde wake des nachts, kwam Hij tot hen, wandelende op de zee, en wilde hen voorbijgaan.

Ook in dit vers voort krijgenG1643

KJV And1 he saw them3 toiling4 in5 rowing;7 for9 the wind11 was contrary12 unto them:13 and14 about15 the fourth16 watch17 of the night19 he cometh20 unto21 them,22 walking23 upon24 the sea,26 and27 would28 have passed by29 them.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειδεν G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 βασανιζομενους G928 gepijnigd, pijnigt, gekweld pain, toil, torment, toss, vex 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ελαυνειν G1643 gedreven, gevaren, voort krijgen carry, drive, row 8 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ανεμος G417 wind, winden wind 12 εναντιος G1727 tegenover, wederpartijdige (over) against, contrary 13 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 16 τεταρτην G5067 vierde, vier four(-th) 17 φυλακην G5438 gevangenis, gevangenissen, wake cage, hold, (im-)prison(-ment), ward, watch 18 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 νυκτος G3571 nacht, nachts, nachten (mid-)night 20 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 21 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 22 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 περιπατων G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 24 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 25 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 θαλασσης G2281 zee sea 27 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 28 ηθελεν G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 29 παρελθειν G3928 voorbijgaan, voorbij, voorbijgegaan come (forth), go, pass (away, by, over), past, transgress 30 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
49 En zij, ziende Hem wandelen op de zee, meenden, dat het een spooksel was, en schreeuwden zeer;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

49 En zij, ziendeG1492 HemG846 wandelenG4043 opG1909 de zeeG2281, meendenG1380, dat het een spookselG5326 wasG1510, en schreeuwdenG349 zeer; En zij, ziende Hem wandelen op de zee, meenden, dat het een spooksel was, en schreeuwden zeer;

KJV But2 when they saw him4 walking5 upon6 the sea,8 they supposed9 it had been a spirit,10 and12 cried out:

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιδοντες G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 περιπατουντα G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 6 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 7 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 θαλασσης G2281 zee sea 9 εδοξαν G1380 meent, dunkt, meenden be accounted, (of own) please(-ure), be of reputation, seem (good), suppose, think, trow 10 φαντασμα G5326 spooksel spirit 11 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ανεκραξαν G349 riep, roepende, schreeuwden cry out

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
50 Want zij zagen Hem allen, en werden ontroerd; en terstond sprak Hij met hen, en zeide tot hen: Zijt welgemoed, Ik ben het; vreest niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

50 WantG1063 zij zagenG1492 Hem allenG3956, en werden ontroerdG5015; enG2532 terstondG2112 sprakG2980 Hij metG3326 henG846, enG2532 zeideG3004 tot henG846: Zijt welgemoedG2293, IkG1473 benG1510 het; vreestG5399 nietG3361. Want zij zagen Hem allen, en werden ontroerd; en terstond sprak Hij met hen, en zeide tot hen: Zijt welgemoed, Ik ben het; vreest niet.

KJV For2 they all1 saw him,3 and5 were troubled.6 And7 immediately8 he talked9 with10 them,11 and12 saith13 unto them,14 Be of good cheer:15 it is17 I;16 be19 not18 afraid.

1 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ειδον G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 εταραχθησαν G5015 ontroerd, beroerd, beroerde trouble 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 9 ελαλησεν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 10 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 11 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 θαρσειτε G2293 goeden moed, wees welgemoed, Wees welgemoed be of good cheer (comfort) 16 εγω G1473 mij, ik I, me 17 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 18 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 19 φοβεισθε G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
51 En Hij klom tot hen in het schip, en de wind stilde; en zij ontzetten zich bovenmate zeer in zichzelven, en waren verwonderd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

51 EnG2532 Hij klomG305 totG4314 henG846 in het schipG4143, enG2532 de windG417 stildeG2869; enG2532 zij ontzettenG1839 zichG1438 bovenmateG1537 zeer in zichzelven, enG2532 waren verwonderdG2296. En Hij klom tot hen in het schip, en de wind stilde; en zij ontzetten zich bovenmate zeer in zichzelven, en waren verwonderd.

KJV And1 he went up2 unto3 them4 into5 the ship;7 and8 the wind11 ceased:9 and12 they were sore13 amazed18 in16 themselves17 beyond14 measure,15 and19 wondered.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ανεβη G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πλοιον G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 εκοπασεν G2869 stilde, liggen cease 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ανεμος G417 wind, winden wind 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 λιαν G3029 zeer, uitermate exceeding, great(-ly), sore, very (+ chiefest) 14 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 15 περισσου G4053 onnodig, overvloed, voordeel exceeding abundantly above, more abundantly, advantage, exceedingly, very highly, beyond measure, more, superfluous, vehement(-ly) 16 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 17 εαυτοις G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 18 εξισταντο G1839 ontzetten, oud ontzetten, buiten zinnen amaze, be (make) astonished, be beside self (selves), bewitch, wonder 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 εθαυμαζον G2296 verwonderden, verwonderde, verwonderd admire, have in admiration, marvel, wonder
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
52 Want zij hadden niet gelet op het wonder der broden; want hun hart was verhard.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

52 Want zij hadden nietG3756 geletG4920 opG1909 het wonder der brodenG740; wantG1063 hunG846 hartG2588 wasG1510 verhardG4456. Want zij hadden niet gelet op het wonder der broden; want hun hart was verhard.

KJV For2 they considered3 not1 the miracle of4 the loaves:6 for8 their11 heart10 was hardened.

1 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 συνηκαν G4920 verstaan, verstaat, verstonden consider, understand, be wise 4 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 5 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αρτοις G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 7 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 9 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 καρδια G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 11 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 πεπωρωμενη G4456 verhard, verharde blind, harden
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
53 En als zij overgevaren waren, kwamen zij in het land Gennesareth, en havenden aldaar.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

53 EnG2532 als zij overgevarenG1276 waren, kwamenG2064 zij in het landG1093 GennesarethG1082, enG2532 havendenG4358 aldaar. En als zij overgevaren waren, kwamen zij in het land Gennesareth, en havenden aldaar.

KJV And1 when they had passed over,2 they came3 into4 the land6 of Gennesaret,11 and12 drew to the shore.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 διαπερασαντες G1276 overgevaren, overkomen, overvoer go over, pass (over), sail over 3 ηλθον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 4 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 γην G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 8 γενησαρετ 10 γεννησαρετ 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 προσωρμισθησαν G4358 havenden draw to the shore
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
54 En als zij uit het schip gegaan waren, terstond werden zij Hem kennende.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

54 EnG2532 als zijG846 uitG1537 het schipG4143 gegaanG1831 waren, terstondG2112 werden zij Hem kennendeG1921. En als zij uit het schip gegaan waren, terstond werden zij Hem kennende.

KJV And1 when they3 were come2 out of4 the ship,6 straightway7 they knew8 him,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εξελθοντων G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 3 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πλοιου G4143 schip, schepen, scheep ship(-ing) 7 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 8 επιγνοντες G1921 kenden, bekennende, gekend (ac-, have, take)know(-ledge, well), perceive 9 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
55 En het gehele omliggende land doorlopende, begonnen zij op beddekens degenen, die kwalijk gesteld waren, om te dragen, ter plaatse, waar zij hoorden dat Hij was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

55 En het gehele omliggende landG4066 doorlopendeG4063, begonnenG756 zij opG1909 beddekensG2895 degenen, dieG1565 kwalijkG2560 gesteldG2192 waren, om te dragenG4064, ter plaatseG1563, waar zij hoordenG191 datG3754 Hij was. En het gehele omliggende land doorlopende, begonnen zij op beddekens degenen, die kwalijk gesteld waren, om te dragen, ter plaatse, waar zij hoorden dat Hij was.

KJV And ran through1 that5 whole2 region round about,4 and began6 to carry about13 in7 beds9 those that were12 sick,11 where14 they heard15 he was.16

1 περιδραμοντες G4063 doorlopende run through 2 ολην G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 3 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 περιχωρον G4066 omliggende land, land rondom, omliggenden lands country (round) about, region (that lieth) round about 5 εκεινην G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 6 ηρξαντο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 7 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 8 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 κραββατοις G2895 beddeken, beddekens, bed bed 10 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 κακως G2560 kwalijk, ziek, deerlijk amiss, diseased, evil, grievously, miserably, sick, sore 12 εχοντας G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 13 περιφερειν G4064 omgevoerd, dragen, omdragende bear (carry) about 14 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 15 ηκουον G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 16 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 17 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 18 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
56 En zo waar Hij kwam, in vlekken, of steden, of dorpen, daar legden zij de kranken op de markten, en baden Hem, dat zij maar den zoom Zijns kleeds aanraken mochten; en zovelen, als er Hem aanraakten, werden gezond.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

56 En zo waar Hij kwam, in vlekkenG2968, ofG2228 stedenG4172, ofG2228 dorpenG68, daar legdenG5087 zij de krankenG770 op de marktenG58, enG2532 badenG3870 HemG846, datG2443 zij maar den zoomG2899 Zijns kleedsG2440 aanrakenG680 mochten; enG2532 zovelenG3745, als er HemG846 aanraaktenG680, werden gezondG4982. En zo waar Hij kwam, in vlekken, of steden, of dorpen, daar legden zij de kranken op de markten, en baden Hem, dat zij maar den zoom Zijns kleeds aanraken mochten; en zovelen, als er Hem aanraakten, werden gezond.

KJV And1 whithersoever2 he entered,4 into5 villages,6 or7 cities,8 or9 country,10 they laid14 the sick16 in11 the streets,13 and17 besought18 him19 that20 they might touch27 if21 it were but the border23 of his26 garment:25 and28 as many29 as3 touched31 him32 were made whole.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 3 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 4 εισεπορευετο G1531 ingaat, ingaande, inkomen come (enter) in, go into 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 κωμας G2968 vlek, vlekken town, village 7 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 8 πολεις G4172 stad, steden city 9 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 10 αγρους G68 akker, akkers, dorpen country, farm, piece of ground, land 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αγοραις G58 markten, markt market(-place), street 14 ετιθουν G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 15 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ασθενουντας G770 zwak, krank, kranken be diseased, impotent folk (man), (be) sick, (be, be made) weak 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 παρεκαλουν G3870 baden, bid, vertroost beseech, call for, (be of good) comfort, desire, (give) exhort(-ation), intreat, pray 19 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 21 καν G2579 en indien, al ware het and (also) if (so much as), if but, at the least, though, yet 22 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 κρασπεδου G2899 zoom, zomen border, hem 24 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 ιματιου G2440 klederen, kleed, kleeds apparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture 26 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 27 αψωνται G680 raakte, aangeraakt, aanraken touch 28 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 29 οσοι G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 30 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 31 ηπτοντο G680 raakte, aangeraakt, aanraken touch 32 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 33 εσωζοντο G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Markus 6:1 Mattheüs 13:54 Lukas 4:16 Mattheüs 2:23 Mattheüs 13:4
Markus 6:2 Mattheüs 4:23 Mattheüs 7:28 Johannes 7:15 Johannes 6:42 Lukas 4:31 Markus 1:21 Markus 1:39 Handelingen 4:13
Markus 6:3 Mattheüs 12:46 Mattheüs 11:6 Johannes 6:42 Markus 15:40 Galaten 1:19 Judas 1:1 1 Korinthe 1:23 Johannes 6:60
Markus 6:4 Johannes 4:44 Lukas 4:24 Jeremia 11:21 Mattheüs 13:57 Jeremia 12:6
Markus 6:5 Markus 9:23 Markus 5:23 Mattheüs 13:58 Genesis 19:22 Hebreeën 4:2 Jesaja 59:1 Genesis 32:25
Markus 6:6 Mattheüs 9:35 Lukas 13:22 Mattheüs 8:10 Jeremia 2:11 Lukas 4:31 Mattheüs 4:23 Markus 1:39 Handelingen 10:38
Markus 6:7 Lukas 10:17 Markus 3:13 Lukas 9:1 Exodus 4:14 Mattheüs 10:1 Lukas 10:3 Prediker 4:9 Mattheüs 10:9
Markus 6:8 Lukas 22:35 Lukas 9:3 Lukas 10:4 Mattheüs 10:9
Markus 6:9 Handelingen 12:8 Efeze 6:15
Markus 6:10 Lukas 10:7 Handelingen 16:15 Lukas 9:4 Handelingen 17:5 Mattheüs 10:11
Markus 6:11 Nehemia 5:13 Handelingen 18:6 Lukas 10:10 Handelingen 13:50 Mattheüs 10:14 Lukas 9:5 Ezechiël 16:48 2 Petrus 2:9
Markus 6:12 Mattheüs 4:17 Ezechiël 18:30 Handelingen 11:18 Mattheüs 3:8 Lukas 13:3 Lukas 24:47 Handelingen 20:21 Handelingen 2:38
Markus 6:13 Jakobus 5:14 Lukas 10:17 Markus 6:7
Markus 6:14 Lukas 9:7 Markus 6:14 1 Thessalonicenzen 1:8 Lukas 23:7 Mattheüs 14:1 Markus 8:28 Markus 1:28 Markus 1:45
Markus 6:15 Mattheüs 21:11 Markus 8:28 Mattheüs 16:14 Maleachi 4:5 Lukas 9:8 Johannes 1:25 Markus 15:35 Lukas 7:39
Markus 6:16 Mattheüs 14:2 Lukas 9:9 Mattheüs 27:4 Genesis 40:10 Openbaring 11:10 Psalmen 53:5
Markus 6:17 Mattheüs 11:2 Lukas 3:19 Mattheüs 4:12 Mattheüs 14:3 Lukas 3:1
Markus 6:18 Leviticus 20:21 Leviticus 18:16 Ezechiël 3:18 Mattheüs 14:3 Handelingen 24:24 Handelingen 20:26 1 Koningen 22:14
Markus 6:19 Prediker 7:9 Efeze 4:26 1 Koningen 21:20 Genesis 39:17
Markus 6:20 Mattheüs 21:26 Mattheüs 14:5 Markus 4:16 2 Koningen 6:21 Markus 11:18 2 Koningen 3:12 Daniël 4:18 1 Koningen 21:20
Markus 6:21 Esther 2:18 Genesis 40:20 Daniël 5:1 Hosea 7:5 Esther 1:3 Genesis 27:41 Openbaring 11:10 Psalmen 37:12
Markus 6:22 Mattheüs 14:6 Jesaja 3:16 Daniël 5:2 Esther 1:10
Markus 6:23 Esther 7:2 Esther 5:3 Esther 5:6 1 Samuël 28:10 Mattheüs 4:9 Mattheüs 5:34 Spreuken 6:2 2 Koningen 6:31
Markus 6:24 Mattheüs 14:8 Psalmen 37:14 Job 31:31 Psalmen 37:12 Ezechiël 19:2 Handelingen 23:12 2 Kronieken 22:3 Genesis 27:8
Markus 6:25 Romeinen 3:15 Numeri 7:13 Spreuken 1:16 Numeri 7:19
Markus 6:26 Mattheüs 27:3 Mattheüs 27:24 Mattheüs 14:9
Markus 6:27 Mattheüs 14:10
Markus 6:29 2 Kronieken 24:16 Handelingen 8:2 Mattheüs 14:12 1 Koningen 13:29 Mattheüs 27:57
Markus 6:30 Lukas 9:10 Lukas 22:14 Lukas 24:10 Lukas 17:5 Markus 6:7 Mattheüs 10:2 Handelingen 1:1 Lukas 10:17
Markus 6:31 Markus 3:20 Markus 1:45 Markus 3:7 Mattheüs 14:13 Johannes 6:1
Markus 6:32 Markus 8:2 Markus 6:45 Johannes 6:5 Mattheüs 14:13 Lukas 9:10 Markus 4:36 Markus 3:9
Markus 6:33 Mattheüs 15:29 Johannes 6:2 Jakobus 1:19 Markus 6:54
Markus 6:34 Mattheüs 9:36 2 Kronieken 18:16 Zacharia 10:2 Numeri 27:17 1 Koningen 22:17 Jesaja 61:1 Jeremia 50:6 Romeinen 15:2
Markus 6:35 Johannes 6:5 Lukas 9:12 Mattheüs 14:15
Markus 6:36 Mattheüs 15:23 Mattheüs 16:22 Markus 3:21 Markus 5:31
Markus 6:37 2 Koningen 4:42 Numeri 11:13 Lukas 9:13 Markus 8:2 Johannes 6:4 Mattheüs 14:16 Numeri 11:21 2 Koningen 7:2
Markus 6:38 Mattheüs 15:34 Markus 8:5 Johannes 6:9 Mattheüs 14:17 Lukas 9:13
Markus 6:39 Mattheüs 15:35 1 Korinthe 14:40 Esther 1:5 1 Koningen 10:5 1 Korinthe 14:33
Markus 6:40 Lukas 9:14
Markus 6:41 Mattheüs 14:19 Johannes 11:41 Markus 14:22 Johannes 17:1 Lukas 24:30 1 Samuël 9:13 Markus 7:34 Johannes 6:23
Markus 6:42 Mattheüs 14:20 2 Koningen 4:42 Psalmen 145:15 Johannes 6:12 Markus 8:8 Lukas 9:17 Mattheüs 15:37 Deuteronomium 8:3
Markus 6:43 Markus 8:19
Markus 6:45 Johannes 6:15 Markus 8:22 Mattheüs 14:22 Markus 6:32 Lukas 10:13 Mattheüs 11:21
Markus 6:46 Markus 1:35 Mattheüs 6:6 Mattheüs 14:23 Lukas 6:12 1 Petrus 2:21
Markus 6:47 Johannes 6:16 Mattheüs 14:23
Markus 6:48 Lukas 12:38 Lukas 24:28 Genesis 19:2 Johannes 1:13 Genesis 32:26 Jesaja 54:11 Exodus 14:24 Mattheüs 14:24
Markus 6:49 Lukas 24:37 Mattheüs 14:25 Job 9:8 Job 4:14
Markus 6:50 Mattheüs 14:27 Jesaja 43:2 Lukas 24:38 Johannes 20:19 Johannes 6:19
Markus 6:51 Markus 4:39 Markus 2:12 Psalmen 107:28 Markus 5:42 Markus 4:41 Mattheüs 8:26 Johannes 6:21 Mattheüs 14:28
Markus 6:52 Markus 8:17 Markus 3:5 Markus 16:14 Romeinen 11:7 Mattheüs 16:9 Lukas 24:25 Jesaja 63:17 Markus 7:18
Markus 6:53 Johannes 6:24 Mattheüs 14:34 Lukas 5:1
Markus 6:54 Filippenzen 3:10 Psalmen 9:10
Markus 6:55 Mattheüs 4:24 Markus 3:7 Markus 2:1
Markus 6:56 Mattheüs 9:20 Markus 3:10 Numeri 15:38 Lukas 6:19 Handelingen 5:15 2 Koningen 13:21 Deuteronomium 22:12 Handelingen 4:9
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Markus 6 vers 1

vaderland, Namelijk te Nazareth, hetwelk Zijn vaderland genoemd wordt, omdat Hij daar opgevoed was en met Zijne ouders lang gewoond had. Zie Matt. 13:54 , en Luc. 4:16 .

Hertaald: vaderland, Namelijk Nazareth, dat Zijn vaderstad genoemd wordt omdat Hij daar opgevoed was en lang met Zijn ouders gewoond had. Zie Matth. 13:54 en Luk. 4:16.

Markus 6 vers 2

ontzetten zich, Grieks, werden verslagen.

Hertaald: ontzetten zich, Grieks: werden verslagen.

krachten Dat is, mirakelen of wondertekenen. Zie Matt. 7:22 .

Hertaald: krachten Dat is: wonderen of wondertekenen. Zie Matth. 7:22.

door Zijn handen geschieden? Dat is, door Hem; een Hebreeuwse manier van spreken.

Hertaald: door Zijn handen geschieden? Dat is: door Hem; een Hebreeuwse manier van spreken.

Markus 6 vers 3

timmerman, Dewijl Jozef een timmerman was, Matt. 13:55 , zo is het waarschijnlijk dat Christus hem in dit handwerk geholpen heeft, totdat Hij zijn leerambt heeft aangevangen; hetwelk ook een deel Zijner vernedering geweest is, Luc. 2:51 .

Hertaald: timmerman, Omdat Jozef timmerman was, Matth. 13:55, is het waarschijnlijk dat Christus hem in dit handwerk geholpen heeft totdat Hij Zijn leerambt aanving. Ook dat is een deel van Zijn vernedering geweest, Luk. 2:51.

broeder van Jakobus Dat is, neef; zie de aantekeningen Matt. 13:55 .

Hertaald: broeder van Jakobus Dat is: neef; zie de aantekeningen bij Matth. 13:55.

Markus 6 vers 5

kon aldaar geen kracht doen; Hoe dit te verstaan is, zie de aantekeningen Matt. 13:58 .

Hertaald: kon aldaar geen kracht doen; Zie hoe dit te verstaan is in de aantekeningen bij Matth. 13:58.

Markus 6 vers 7

de twaalven, Namelijk die hij tot zijne apostelen had verkoren, Marc. 3:13 .

Hertaald: de twaalven, Namelijk hen die Hij tot Zijn apostelen gekozen had, Mark. 3:13.

over de onreine geesten Namelijk om dezelve te kunnen uitdrijven uit de bezetenen.

Hertaald: over de onreine geesten Namelijk om die uit de bezetenen te kunnen uitdrijven.

Markus 6 vers 8

een staf, Namelijk om in het gaan op te steunen, maar geen die u zou bezwaren op den weg, gelijk Matt. 10:10 te zien is.

Hertaald: een staf, Namelijk om onderweg op te steunen, maar geen die u onderweg tot last zou zijn, zoals te zien is in Matth. 10:10.

geld in den gordel; Grieks, koper; omdat eertijds het geld van koper veel placht te wezen, en kan daardoor hier ook zelfs de minste voorraad van geld verstaan worden.

Hertaald: geld in den gordel; Grieks: koper; omdat het geld vroeger vaak van koper was. Daarmee kan hier zelfs de kleinste voorraad geld bedoeld zijn.

Markus 6 vers 9

schoenzolen Grieks, sandalia; welke waren lichte schoenen, bestaande alleen uit zolen met banden, om aan de voeten vast te maken, welke in die hete landen zeer gebruikelijk waren; Hand. 12:8 .

Hertaald: schoenzolen Grieks: sandalia; dat waren lichte schoenen die alleen uit zolen met banden bestonden om aan de voeten vast te maken, en die in die hete landen heel gebruikelijk waren; Hand. 12:8.

aanbinden, Namelijk niet meer dan een paar om te reizen, want meer schoenen op den weg mede te nemen wordt hun ook verboden; Matt. 10:10 .

Hertaald: aanbinden, Namelijk niet meer dan één paar om te reizen, want meer schoenen onderweg meenemen wordt hun ook verboden; Matth. 10:10.

geen twee rokken gekleed zijn Dat is, geen meer dan gij zult aanhebben, zonder nog een rok mede te dragen tot verandering.

Hertaald: geen twee rokken gekleed zijn Dat is: niet meer dan u aanhebt, zonder nog een rok mee te dragen om te verwisselen.

Markus 6 vers 11

het stof af, De reden hiervan zie Matt. 10:14 .

Hertaald: het stof af, Zie de reden hiervan bij Matth. 10:14.

Markus 6 vers 13

zalfden vele kranken met olie, Deze zalving, gelijk ook de oplegging der handen, aanraken en dergelijke wijzen van doen, die Christus en de apostelen hebben gebruikt in het genezen der ziekten, gaven de gezondheid niet, maar waren uiterlijke tekenen, dat deze wonderbare genezing door de goddelijke kracht van Christus en den dienst der apostelen geschiedde. Welke tekenen gebruikt zijn, zolang de gave der wonderbare genezing heeft geduurd. Zie Marc. 16:18 ; Jak. 5:14 , en nadat deze gave heeft opgehouden, hebben deze tekenen, als nu nergens meer toe dienende, ook moeten ophouden.

Hertaald: zalfden vele kranken met olie, Deze zalving gaf, evenals het opleggen van de handen, het aanraken en dergelijke handelingen die Christus en de apostelen bij het genezen gebruikten, de gezondheid niet. Het waren uiterlijke tekenen dat deze wonderbare genezing door de goddelijke kracht van Christus en de dienst van de apostelen gebeurde. Die tekenen zijn gebruikt zolang de gave van de wonderbare genezing geduurd heeft. Zie Mark. 16:18; Jak. 5:14. Nadat die gave opgehouden is, hebben ook deze tekenen moeten ophouden, omdat zij nergens meer toe dienden.

Markus 6 vers 14

Heródes hoorde het Zie van dezen Herodes en van deze gehele geschiedenis Matt. 14:1 , enz.

Hertaald: Heródes hoorde het Zie over deze Herodes en over deze hele geschiedenis Matth. 14:1, enzovoort.

want Zijn Naam was openbaar geworden Namelijk de naam Jezus.

Hertaald: want Zijn Naam was openbaar geworden Namelijk de naam Jezus.

werken die krachten in Hem Dat is, nu komt hij met meerder kracht dan tevoren, want Johannes had zelf gene wonderen gedaan; Joh. 10:41 .

Hertaald: werken die krachten in Hem Dat is: nu komt hij met meer kracht dan tevoren, want Johannes had zelf geen wonderen gedaan; Joh. 10:41.

Markus 6 vers 15

der profeten Dat is, der oude afgestorven profeten.

Hertaald: der profeten Dat is: van de oude, gestorven profeten.

Markus 6 vers 20

hield hem in waarde; Of, bewaarde hem.

Hertaald: hield hem in waarde; Of: bewaarde hem.

hoorde hem gaarne Namelijk in het eerst, want daarna opgemaakt zijnde door Herodias, zocht hij hem te doden, hoewel hij zulks liet uit vrees voor het volk, totdat deze gelegenheid voorkwam; Matt. 14:5 .

Hertaald: hoorde hem gaarne Namelijk in het begin. Want daarna, opgestookt door Herodias, zocht hij hem te doden — al liet hij dat na uit vrees voor het volk, totdat deze gelegenheid zich voordeed; Matth. 14:5.

Markus 6 vers 21

een welgelegen dag gekomen was, Dat is bekwame tijd, waar Herodias op toelegde, om tot haar voornemen te komen.

Hertaald: een welgelegen dag gekomen was, Dat is: een geschikte tijd, waarop Herodias het aanlegde om haar voornemen uit te voeren.

Markus 6 vers 22

inkwam, en danste, Namelijk in de zaal, waar de maaltijd gehouden werd, want het was bij de ouden niet veel gebruikelijk dat de vrouwen met de mannen in grote maaltijden aanzaten. Zie Est. 1:11 .

Hertaald: inkwam, en danste, Namelijk in de zaal waar de maaltijd gehouden werd. Want het was bij de ouden niet erg gebruikelijk dat de vrouwen bij grote maaltijden met de mannen aanzaten. Zie Est. 1:11.

Markus 6 vers 26

afslaan Grieks haar niet afzetten; dat is haar verzoek verwerpen.

Hertaald: afslaan Grieks: haar niet afzetten; dat is: haar verzoek afwijzen.

Markus 6 vers 27

scherprechter, Of, trawant, hellebardier, lijfwacht.

Hertaald: scherprechter, Of: trawant, hellebaardier, lijfwacht.

Markus 6 vers 30

kwamen weder tot Jezus, Namelijk wederkomende van hunne reis, die zij, na de uitzending, twee en twee gedaan hadden door het Joodse land.

Hertaald: kwamen weder tot Jezus, Namelijk terugkomend van hun reis, die zij na de uitzending twee aan twee door het Joodse land gemaakt hadden.

Markus 6 vers 31

een woeste plaats Of, eenzame. Deze was bij Bethsaïda; Matt. 14:13 ; Luc. 9:10 .

Hertaald: een woeste plaats Of: eenzame. Deze lag bij Bethsaïda; Matth. 14:13; Luk. 9:10.

hier alleen, Of, bezijden.

Hertaald: hier alleen, Of: terzijde.

Markus 6 vers 34

En Jezus, Zie van dit gehele wonder de aantekeningen Matt. 14:15 , enz.

Hertaald: En Jezus, Zie over dit hele wonder de aantekeningen bij Matth. 14:15, enzovoort.

Markus 6 vers 35

als het nu laat op den dag geworden was, Grieks, als nu de ure veel was geworden. Want de Joden rekenden de uren van den opgang der zon, en eindigden die met den avond; Matt. 20:6 .

Hertaald: als het nu laat op den dag geworden was, Grieks: toen het uur al ver gevorderd was. Want de Joden rekenden de uren vanaf de opgang van de zon en eindigden die met de avond; Matth. 20:6.

Markus 6 vers 36

dorpen en vlekken, Grieks, velden; dit is, landhuizen of dorpen.

Hertaald: dorpen en vlekken, Grieks: velden; dat is: landhuizen of dorpen.

Markus 6 vers 37

tweehonderd penningen brood, Grieks denariën. Zie de waarde hiervan Matt. 18:28 .

Hertaald: tweehonderd penningen brood, Grieks: denarii. Zie de waarde hiervan bij Matth. 18:28.

Markus 6 vers 38

vernomen hadden, Grieks verstaan hadden, of twisten.

Hertaald: vernomen hadden, Grieks: vernomen hadden, of: onderzocht hadden.

Markus 6 vers 39

bij waardschappen, Grieks, waardschappen, waardschappen, of maaltijden, maaltijden; een Hebreeuwse wijze van spreken; dat is, in verscheidene gezelschappen, gelijk in grote maaltijden of bruiloften het volk aan verscheidene tafels placht verdeeld te worden.

Hertaald: bij waardschappen, Grieks: maaltijden, maaltijden; een Hebreeuwse manier van spreken. Dat is: in verschillende gezelschappen, zoals het volk bij grote maaltijden of bruiloften over verschillende tafels verdeeld placht te worden.

Markus 6 vers 40

zaten neder Grieks, vielen.

Hertaald: zaten neder Grieks: vielen.

in gedeelten bij honderd te zamen, Grieks, hofbedden, hofbedden; dat is, onderscheiden, gelijk de kruidbedden in de hoven zijn, waaruit lichtelijk het getal kon afgerekend worden.

Hertaald: in gedeelten bij honderd te zamen, Grieks: hofbedden, hofbedden; dat is: afzonderlijk, zoals de kruidbedden in de tuinen, waaruit men het aantal gemakkelijk kon afleiden.

Markus 6 vers 41

zegende en brak de broden, Namelijk met dankzegging. Zie Matt. 14:19 ; Joh. 6:11 .

Hertaald: zegende en brak de broden, Namelijk met dankzegging. Zie Matth. 14:19; Joh. 6:11.

Markus 6 vers 45

tegen -over Bethsáïda, Want Joh. 6:17 staat dat zij naar Kapernaüm voeren, hetwelk tegenover Bethsaïda lag.

Hertaald: tegen -over Bethsáïda, Want in Joh. 6:17 staat dat zij naar Kapernaüm voeren, dat tegenover Bethsaïda lag.

Markus 6 vers 46

hun afscheid gegeven had, Of, van haar zijn afscheid genomen had; gelijk Hand. 18:21 .

Hertaald: hun afscheid gegeven had, Of: afscheid van hen genomen had, zoals Hand. 18:21.

Markus 6 vers 48

dat zij zich zeer pijnigden, Of, dat zij in nood waren in het roeien.

Hertaald: dat zij zich zeer pijnigden, Of: dat zij in nood waren bij het roeien.

vierde wake des nachts, Welke was de laatste. Zie Matt. 14:25 .

Hertaald: vierde wake des nachts, Dat was de laatste. Zie Matth. 14:25.

Markus 6 vers 49

spooksel was, Dat is, een geest, verschijnende in lichamelijke gedaante.

Hertaald: spooksel was, Dat is: een geest die in lichamelijke gedaante verschijnt.

Markus 6 vers 51

bovenmate zeer in zichzelven, Grieks, zeer overvloediglijk.

Hertaald: bovenmate zeer in zichzelven, Grieks: zeer overvloedig.

Markus 6 vers 52

niet gelet op het wonder der broden; Grieks, niet verstaan van, of door de broden; dat is, zij waren niet verstandiger geworden door hetgeen met de vijf broden geschied was; namelijk om daardoor van Christus' goddelijke kracht en zorg voor hen verzekerd te zijn. Zie Marc. 8:17-21 .

Hertaald: niet gelet op het wonder der broden; Grieks: niets begrepen van of door de broden; dat is: zij waren niet verstandiger geworden door wat er met de vijf broden gebeurd was, namelijk om daardoor verzekerd te zijn van Christus' goddelijke kracht en Zijn zorg voor hen. Zie Mark. 8:17-21.

verhard Grieks, vereeld, of verward; hetwelk niet is te verstaan van zulke hardigheid of verstoktheid des harten, gelijk in de hardnekkige Joden tevoren aangewezen en bestraft is, Marc. 3:5 , maar van hun onverstand en traagheid om geestelijke dingen wel te begrijpen en te geloven. Zie dergelijke Marc. 8:17 , en Marc. 16:14 ; Luc. 24:25 .

Hertaald: verhard Grieks: vereelt, of verstard. Dat moet niet opgevat worden als de hardheid of verstoktheid van het hart zoals die bij de hardnekkige Joden aangewezen en bestraft is, Mark. 3:5, maar als hun onverstand en traagheid om geestelijke dingen goed te begrijpen en te geloven. Zie iets dergelijks in Mark. 8:17 en Mark. 16:14; Luk. 24:25.

Markus 6 vers 54

terstond werden zij Hem kennende Namelijk de lieden van dat land.

Hertaald: terstond werden zij Hem kennende Namelijk de mensen uit dat gebied.

Markus 6 vers 56

dorpen, Grieks, velden.

Hertaald: dorpen, Grieks: velden.

aanraken mochten; Van dit aanraken zie de reden in de aantekeningen Matt. 14:36 .

Hertaald: aanraken mochten; Zie de reden van dit aanraken in de aantekeningen bij Matth. 14:36.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De Engel des HEEREN niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking

En Hij wilde hen voorbijgaan — 6:45-52

De vijfduizend zijn gespijzigd. Hij dwingt de discipelen het schip in en gaat alleen de berg op om te bidden. Zij komen niet vooruit, want de wind is tegen, en het is al de laatste nachtwake als er iets over het water aankomt.

Hij loopt over de zee, Hij wil hen voorbijgaan, en Hij noemt Zich met twee woorden die in het Oude Testament een naam zijn.

Markus vertelt het zonder omhaal: “omtrent de vierde wake des nachts, kwam Hij tot hen, wandelende op de zee, en wilde hen voorbijgaan.”

Drie dingen staan daar, en elk ervan heeft een oudtestamentische klank.

Het eerste is het lopen over water. Job somt op wat God alleen doet, en midden in die opsomming staat: “Die alleen de hemelen uitbreidt, en treedt op de hoogten der zee.” Voor Israël was de zee niet zomaar water; zij was het beeld van wat de mens niet beheerst. Wie er overheen loopt, doet iets wat in de Schrift van niemand anders gezegd wordt.

Het tweede is het voorbijgaan. Dat klinkt vreemd — waarom zou Hij hen voorbijwillen als Hij naar hen toe komt? Maar juist dat woord is in het Oude Testament vaste taal voor een verschijning. God zei tegen Mozes dat Hij hem in een kloof van de rots zou zetten wanneer Zijn heerlijkheid voorbij zou gaan. Elia moest op de berg staan, en er staat: de HEERE ging voorbij. En bij Job, twee verzen na dat treden op de zee: “Zie, Hij zal voor mij henengaan, en ik zal Hem niet zien; en Hij zal voorbijgaan, en ik zal Hem niet merken.”

Voorbijgaan is dus niet: langslopen zonder te helpen. Het is de manier waarop God Zich laat zien: Hij komt langs, en men ziet Hem van achteren.

Het derde is wat Hij zegt als zij het uitschreeuwen. Zij menen dat het een spooksel is; de kanttekening zegt: een geest, verschijnende in lichamelijke gedaante. En dan: “Zijt welgemoed, Ik ben het; vreest niet.”

In het Nederlands klinkt dat als een gewone geruststelling — ik ben het maar. Maar in de taal waarin Markus schrijft staan er twee woorden die ook de Naam zijn waarmee God Zich aan Mozes bekendmaakte bij het brandende bos. Elders in de evangeliën gebruikt Hij diezelfde twee woorden zo, en dan grijpen Zijn hoorders naar stenen.

Wat hier gebeurt, staat dus in de lijn van de verschijningen. Door heel het Oude Testament heen komt op beslissende ogenblikken Iemand langs Die God heet en Die men niet aan kan zien. Hier komt Hij over het water, in de vierde nachtwake, naar mannen die zich in het roeien afmatten.

En dan het slot, dat ontnuchterend eerlijk is: de wind ging liggen, en zij ontzetten zich bovenmate zeer, “Want zij hadden niet gelet op het wonder der broden; want hun hart was verhard.” De kanttekening haast zich uit te leggen dat dit niet de verstoktheid van de vijanden is, maar hun onverstand en traagheid om geestelijke dingen te begrijpen. Zij hadden een paar uur eerder vijfduizend mensen zien eten, en zij hadden het niet doorgedacht.

  1. Job 9:8 — Van God alleen wordt gezegd dat Hij treedt op de hoogten der zee.
  2. Exodus 33:22 — God gaat voorbij, en Mozes mag Hem alleen van achteren zien.
  3. 1 Koningen 19:11 — Op Horeb ging de HEERE voorbij, en Elia stond in de kloof.
  4. Markus 6:48 — Hij komt over de zee, en wil hen voorbijgaan.
  5. Exodus 3:14 — En Hij noemt Zich met de woorden waarmee God Zich aan Mozes bekendmaakte.
  6. Markus 6:51 — Hij klimt in het schip, en de wind gaat liggen.

In het Nieuwe Testament: Job 9:8; Job 9:11; Exodus 33:22; Exodus 3:14; 1 Koningen 19:11; Johannes 8:58

Hoever dit reikt: Dat het voorbijgaan hier bewust naar Exodus 33 en 1 Koningen 19 verwijst, wordt door Markus niet gezegd. Het rust op het vaste gebruik van dat woord in het Oude Testament wanneer God Zich vertoont. Dat de woorden Ik ben het meer dragen dan een geruststelling, blijkt uit hun gebruik op andere plaatsen in de evangeliën; hier legt de tekst dat niet uit. De kanttekening laat zich er niet over uit.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Markus 6

Markus 6:20.KruisverwijzingenMattheüs 21:26Mattheüs 14:5Markus 4:162 Koningen 6:21Markus 11:182 Koningen 3:12Daniël 4:181 Koningen 21:20
— Want Herodes vreesde Johannes, wetende, dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hield hem in waarde; en als hij hem hoorde, deed hij vele dingen, en hoorde hem gaarne.
“Want Herodes vreesde Johannes, wetende, dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hield hem in waarde; en als hij hem hoorde, deed hij vele dingen, en hoorde hem gaarne.”

Herodes was een groot vorst; Johannes was maar een arme prediker, wiens kleding en voedsel van de grofste soort waren. En toch vreesde Herodes Johannes.

Let op de goede dingen die van Herodes gezegd worden. Ten eerste beschermde hij Johannes: Herodias wilde hem doden, en dat liet Herodes niet toe.

Ten tweede had hij eerbied voor rechtvaardigheid en heiligheid. Herodes achtte de deugd, ook al bezat hij haar zelf niet.

Ten derde bewonderde hij ook de persoon in wie hij die rechtvaardigheid en heiligheid zag. Dat is nog een stap verder, want iemand kan een deugd in het algemeen bewonderen en toch de mens haten in wie hij haar belichaamd ziet.

Een vierde goed punt in Herodes was dat hij naar Johannes luisterde, en hem zelfs “gaarne hoorde”.

Maar Herodes had ook ernstige gebreken. Ten eerste: hoewel hij graag naar de prediking van Johannes luisterde, deed hij wél “vele dingen” — maar niet alles. Hij kon niet de hele weg gaan die Johannes hem wijzen wilde. Hij hinkte op twee gedachten. Hij aarzelde. Hij wankelde.

Ten tweede: hoewel hij Johannes vreesde, zag hij nooit op de Meester van Johannes. Het is gemakkelijk de prediker te horen en te bewonderen terwijl de Meester van die prediker onbekend blijft.

Ten derde: hoewel Herodes de goedheid in een ander bewonderde, was er niets van in hemzelf. Herodes was een vos van een man — zelfzuchtig, vol streken en wreed.

Nog een gebrek in het karakter van Herodes was dat hij het Woord van God nooit liefhad áls het Woord van God. Hij bewonderde Johannes, maar hij zei nooit bij zichzelf: God heeft Johannes gezonden, God spreekt door Johannes tot mij. Hij nam het getuigenis van Johannes niet aan als het Woord van God.

En ten slotte: er staat niet dat Herodes Gód vreesde, maar dat hij Jóhannes vreesde. En “de vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid”.

Herodes eindigde allerellendigst. Hij vermoordde de prediker die hij eens geëerd had. Na verloop van tijd kunnen mensen er niet meer tegen bestraft te worden, en zij gaan daarin voort tot zij bespotten wat zij eens eerbiedigden. Herodes vreesde Johannes, en toch onthoofdde hij hem.

Deze Herodes Antipas was de man die later de Zaligmaker bespotte. Ten slotte werd hij in oneer door de Romeinse keizer teruggeroepen. Zo eindigde Herodes, die naar Johannes luisterde maar zijn woorden niet ter harte nam.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content