Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En Hij ging van daar weg, en kwam in Zijn vaderland, en Zijn discipelen volgden Hem.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En HijG846 ging van daar wegG1831, enG2532kwamG2064inG1519 Zijn vaderlandG3968, enG2532 Zijn discipelenG3101volgdenG190HemG846.En Hij ging van daar weg, en kwam in Zijn vaderland, en Zijn discipelen volgden Hem.
KJVAnd1he went out2from thence,3and4came5into6his own9country;8and10his12disciples14follow11him.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2εξηλθενG1831uitgegaan, gingen, uitgaandecome (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad3εκειθενG1564vandaar, van die plaatsfrom that place, (from) thence, there4καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet5ηλθενG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set6ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with7τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8πατριδαG3968vaderland(own) country9αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which10καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet11ακολουθουσινG190volgde, gevolgd, volgdenfollow, reach12αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which13οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14μαθηταιG3101discipelen, discipel, discipelsdisciple15αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
2En als het sabbat geworden was, begon Hij in de synagoge te leren; en velen, die Hem hoorden, ontzetten zich, zeggende: Van waar komen Dezen deze dingen, en wat wijsheid is dit, die Hem gegeven is, dat ook zulke krachten door Zijn handen geschieden?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En als het sabbatG4521 geworden was, begonG756 Hij inG1722 de synagogeG4864 te lerenG1321; enG2532velenG4183, die Hem hoordenG191, ontzettenG1605 zich, zeggendeG3004: Van waar komen DezenG5129dezeG3778 dingen, enG2532watG5101wijsheidG4678 is dit, die HemG846gegevenG1325 is, dat ookG2532 zulke krachtenG1411 door Zijn handenG5495geschiedenG1096?En als het sabbat geworden was, begon Hij in de synagoge te leren; en velen, die Hem hoorden, ontzetten zich, zeggende: Van waar komen Dezen deze dingen, en wat wijsheid is dit, die Hem gegeven is, dat ook zulke krachten door Zijn handen geschieden?
KJVAnd1when the sabbath day3was come,2he began4to teach8in5the synagogue:7and9many10hearing11him were astonished,12saying,13From whence14hath thisman these things?and17what18wisdom20is this which is given22unto him,23that24even25such27mighty works26are wrought32by28his31hands?
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2γενομενουG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought3σαββατουG4521sabbat, week, sabbatssabbath (day), week4ηρξατοG756begon, begonnen, beginnen(rehearse from the) begin(-ning)5ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)6τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7συναγωγηG4864synagoge, synagogen, vergaderingassembly, congregation, synagogue8διδασκεινG1321lerende, leerde, lerenteach9καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet10πολλοιG4183vele, velen, veelabundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly11ακουοντεςG191gehoord, horen, hoordegive (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand12εξεπλησσοντοG1605verslagen, ontzetten, versloegenamaze, astonish13λεγοντεςG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter14ποθενG4159vanwaar?, hoe?whence15τουτωG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who16ταυταG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who17καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet18τιςG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why19ηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc20σοφιαG4678wijsheid, Wijsheidwisdom21ηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc22δοθεισαG1325gegeven, geven, gafadventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield23αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which24οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why25καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet26δυναμειςG1411kracht, krachten, vermogenability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work27τοιαυταιG5108zodanige, zodanigen, zodaniglike, such (an one)28διαG1223door, om, vanwegeafter, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in)29τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc30χειρωνG5495handen, handhand31αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which32γινονταιG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
3Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria, en de broeder van Jakobus en Joses, en van Judas en Simon, en zijn Zijn zusters niet hier bij ons? En zij werden aan Hem geergerd.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3IsG1510dezeG3778nietG3756 de timmermanG5045, de zoonG5207 van MariaG3137, en de broederG80 van JakobusG2385 en JosesG2500, en van JudasG2455 en SimonG4613, en zijn Zijn zustersG79nietG3756 hier bijG1722 ons? En zij werden aanG4314HemG846geergerdG4624.Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria, en de broeder van Jakobus en Joses, en van Judas en Simon, en zijn Zijn zusters niet hier bij ons? En zij werden aan Hem geergerd.
KJVIsnot1this2the carpenter,5the son7of Mary,8the brother9of James,11and12Joses,13and14of Juda,15and16Simon?17and18arenot19his23sisters22here24with25us?And27they were offended28at29him.
1ουχG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but2ουτοςG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who3εστινG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was4οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5τεκτωνG5045timmerman, timmermanscarpenter6οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7υιοςG5207Zoon, zoon, kinderenchild, foal, son8μαριαςG3137MariaMary9αδελφοςG80broeders, broeder, broederenbrother10δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)11ιακωβουG2385Jakobus, JakobiJames12καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet13ιωσηG2500JosesJoses14καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet15ιουδαG2455Judas, JudaJuda(-h, -s); Jude16καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet17σιμωνοςG4613Simon, SimonsSimon18καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet19ουκG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but20εισινG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was21αιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc22αδελφαιG79zuster, zusterssister23αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which24ωδεG5602hier, op deze plaatshere, hither, (in) this place, there25προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)26ημαςG1473mij, ikI, me27καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet28εσκανδαλιζοντοG4624geergerd, ergert, Ergert(make to) offend29ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)30αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
4En Jezus zeide tot hen: Een profeet is niet ongeeerd dan in zijn vaderland en onder zijn magen, en in zijn huis.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En JezusG2424zeideG3004 tot henG846: Een profeetG4396isG1510 niet ongeeerdG820danG1161inG1722 zijn vaderlandG3968 en onderG1722 zijn magenG4773, en inG1722 zijn huisG3614.En Jezus zeide tot hen: Een profeet is niet ongeeerd dan in zijn vaderland en onder zijn magen, en in zijn huis.
KJVBut2Jesus5said1unto them,3A prophet9isnot7without honour,10butin13his own16country,15and17among18his own kin,20and21in22his own25house.
1ελεγενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which4οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus6οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why7ουκG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but8εστινG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was9προφητηςG4396profeten, profeet, Profeetprophet10ατιμοςG820ongeeerd, minst eerlijke, verachtendespised, without honour, less honourable (comparative degree)11ειG1487indien, zo, offorasmuch as, if, that, (al-)though, whether12μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without13ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)14τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc15πατριδιG3968vaderland(own) country16αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which17καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet18ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)19τοιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc20συγγενεσινG4773magen, maagschap, bloedverwantencousin, kin(-sfolk, -sman)21καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet22ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)23τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc24οικιαG3614huis, huizen, huizehome, house(-hold)25αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
5En Hij kon aldaar geen kracht doen; dan Hij legde weinigen zieken de handen op, en genas hen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5EnG2532 Hij konG1410 aldaar geen krachtG1411doenG4160; dan Hij legdeG2007weinigenG3641ziekenG732 de handenG5495 op, en genasG2323 hen.En Hij kon aldaar geen kracht doen; dan Hij legde weinigen zieken de handen op, en genas hen.
KJVAnd1he could2there4do7no5mighty work,6savethat he laid12his hands14upon a few10sick folk,11and healed
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ουκG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but3ηδυνατοG1410kan, kunt, konbe able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power4εκειG1563daar, aldaarthere, thither(-ward), (to) yonder (place)5ουδεμιανG3762niemand, niets, Niemandany (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought6δυναμινG1411kracht, krachten, vermogenability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work7ποιησαιG4160doen, gedaan, doetabide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield8ειG1487indien, zo, offorasmuch as, if, that, (al-)though, whether9μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without10ολιγοιςG3641weinig, weinige, weinigen+ almost, brief(-ly), few, (a) little, + long, a season, short, small, a while11αρρωστοιςG732kranken, ziekensick (folk, -ly)12επιθειςG2007legde, leggen, leideadd unto, lade, lay upon, put (up) on, set on (up), + surname, X wound13ταςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14χειραςG5495handen, handhand15εθεραπευσενG2323genezen, genas, genezendecure, heal, worship
6En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof, en omging de vlekken daar rondom, lerende.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En Hij verwonderdeG2296 Zich over hunG846ongeloofG570, enG2532omgingG4013 de vlekkenG2968 daar rondomG2945, lerendeG1321.En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof, en omging de vlekken daar rondom, lerende.
7En Hij riep tot Zich de twaalven, en begon hen uit te zenden twee en twee, en gaf hun macht over de onreine geesten.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7EnG2532 Hij riepG4341 tot Zich de twaalvenG1427, enG2532begonG756henG846 uit te zendenG649tweeG1417 en tweeG1417, enG2532gafG1325hunG846machtG1849 over de onreineG169geestenG4151.En Hij riep tot Zich de twaalven, en begon hen uit te zenden twee en twee, en gaf hun macht over de onreine geesten.
KJVAnd1he called2unto him the twelve,4and5began6to send8them7forthby two9and two;10and11gave12them13power over14unclean18spirits;
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2προσκαλειταιG4341geroepen, riep, kinderkenscall (for, to, unto)3τουςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4δωδεκαG1427twaalf, twaalven, Twaalftwelve5καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet6ηρξατοG756begon, begonnen, beginnen(rehearse from the) begin(-ning)7αυτουςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which8αποστελλεινG649gezonden, zond, zondenput in, send (away, forth, out), set (at liberty)9δυοG1417twee, Twee, tweeenboth, twain, two10δυοG1417twee, Twee, tweeenboth, twain, two11καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet12εδιδουG1325gegeven, geven, gafadventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield13αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which14εξουσιανG1849macht, machten, gebiedauthority, jurisdiction, liberty, power, right, strength15τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc16πνευματωνG4151Geest, geest, Geestesghost, life, spirit(-ual, -ually), mind17τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc18ακαθαρτωνG169onreine, onreinen, onreinfoul, unclean
8En Hij gebood hun, dat zij niets zouden nemen tot den weg, dan alleenlijk een staf, geen male, geen brood, geen geld in den gordel;
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8EnG2532 Hij geboodG3853hunG846, datG2443 zij nietsG3367 zouden nemenG142totG1519 den wegG3598, dan alleenlijk een stafG4464, geenG3361maleG4082, geenG3361broodG740, geenG3361geldG5475inG1519 den gordelG2223;En Hij gebood hun, dat zij niets zouden nemen tot den weg, dan alleenlijk een staf, geen male, geen brood, geen geld in den gordel;
KJVAnd1commanded2them3that4they should take6nothing5for7their journey,8savea staff11only;12no10scrip,14no13bread,16no15money21in18their purse:
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2παρηγγειλενG3853geboden, beval, bevelen(give in) charge, (give) command(-ment), declare3αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which4ιναG2443opdat, dat, wilalbeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to5μηδενG3367niemand, niets, dingany (man, thing), no (man), none, not (at all, any man, a whit), nothing, + without delay6αιρωσινG142weggenomen, namen, neemaway with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up)7ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with8οδονG3598weg, wegen, Wegjourney, (high-)way9ειG1487indien, zo, offorasmuch as, if, that, (al-)though, whether10μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without11ραβδονG4464staf, roede, schepterrod, sceptre, staff12μονονG3440alleen, slechtsalone, but, only13μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without14πηρανG4082malescrip15μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without16αρτονG740brood, broden, Brood(shew-)bread, loaf17μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without18ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with19τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc20ζωνηνG2223gordel, gordelsgirdle, purse21χαλκονG5475geld, koper, metaalbrass, money
9Maar dat zij schoenzolen zouden aanbinden, en met geen twee rokken gekleed zijn.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9MaarG235 dat zij schoenzolenG4547 zouden aanbindenG5265, enG2532 met geenG3361tweeG1417rokkenG5509gekleedG1746 zijn.Maar dat zij schoenzolen zouden aanbinden, en met geen twee rokken gekleed zijn.
10En Hij zeide tot hen: Zo waar gij in een huis zult ingaan, blijft daar, totdat gij van daar uitgaat.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10EnG2532 Hij zeideG3004 tot henG846: ZoG1437 waar gij in een huisG3614 zult ingaanG1525, blijftG3306 daar, totdat gij van daar uitgaatG1831.En Hij zeide tot hen: Zo waar gij in een huis zult ingaan, blijft daar, totdat gij van daar uitgaat.
KJVAnd1he said2unto them,3In what place soever4ye enter6into7an house,8there9abide10till11ye depart13from that place.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ελεγενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter3αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which4οπουG3699waar, waarheenin what place, where(-as, -soever), whither (+ soever)5εανG1437indien, zo, warebefore, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever)6εισελθητεG1525ingaan, ingegaan, inkomenX arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through)7ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with8οικιανG3614huis, huizen, huizehome, house(-hold)9εκειG1563daar, aldaarthere, thither(-ward), (to) yonder (place)10μενετεG3306blijft, bleef, blijveabide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own11εωςG2193tot, totdateven (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s)12ανG302drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald(what-, where-, wither-, who-)soever13εξελθητεG1831uitgegaan, gingen, uitgaandecome (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad14εκειθενG1564vandaar, van die plaatsfrom that place, (from) thence, there
11En zo wie u niet zullen ontvangen, noch u horen, vertrekkende van daar, schudt het stof af, dat onder aan uw voeten is, hun tot een getuigenis. Voorwaar zeg Ik u: Het zal Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in den dag des oordeels dan dezelve stad.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11EnG2532 zo wie u nietG3361 zullen ontvangenG1209, noch uG4771horenG191, vertrekkendeG1607 van daar, schudtG1621 het stofG5522 af, dat onderG1722 aan uw voetenG4228 is, hunG846totG1519 een getuigenisG3142. VoorwaarG281zegG3004 Ik uG4771: Het zal SodomG4670 en GomorraG1116verdragelijkerG414zijnG1510 in den dagG2250 des oordeelsG2920danG2228 dezelve stadG4172.En zo wie u niet zullen ontvangen, noch u horen, vertrekkende van daar, schudt het stof af, dat onder aan uw voeten is, hun tot een getuigenis. Voorwaar zeg Ik u: Het zal Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in den dag des oordeels dan dezelve stad.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2οσοιG3745zoveel als, allen dieall (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever)3ανG302drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald(what-, where-, wither-, who-)soever4μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without5δεξωνταιG1209ontvangen, ontvangt, aangenomenaccept, receive, take6υμαςG4771u, gij, gijliedenthou7μηδεG3366en niet, ook niet, nochneither, nor (yet), (no) not (once, so much as)8ακουσωσινG191gehoord, horen, hoordegive (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand9υμωνG4771u, gij, gijliedenthou10εκπορευομενοιG1607uitgaan, uitgaat, uitgingcome (forth, out of), depart, go (forth, out), issue, proceed (out of)11εκειθενG1564vandaar, van die plaatsfrom that place, (from) thence, there12εκτιναξατεG1621schudt, schudde, schuddenshake (off)13τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14χουνG5522stofdust15τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc16υποκατωG5270onderunder17τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc18ποδωνG4228voeten, voet, voetstapfoot(-stool)19υμωνG4771u, gij, gijliedenthou20ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with21μαρτυριονG3142getuigenis, getuigingto be testified, testimony, witness22αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which23αμηνG281Voorwaar, Amen, voorwaaramen, verily24λεγωG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter25υμινG4771u, gij, gijliedenthou26ανεκτοτερονG414verdragelijkermore tolerable27εσταιG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was28σοδομοιςG4670Sodom, SodomaSodom29ηG2228of, danand, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea30γομορροιςG1116GomorraGomorrha31ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)32ημεραG2250dag, dagen, dageage, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years33κρισεωςG2920oordeel, oordeels, gerichtaccusation, condemnation, damnation, judgment34ηG2228of, danand, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea35τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc36πολειG4172stad, stedencity37εκεινηG1565die, dien, dezenhe, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those
12En uitgegaan zijnde, predikten zij, dat zij zich zouden bekeren.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12EnG2532uitgegaanG1831 zijnde, prediktenG2784 zij, datG2443 zij zich zouden bekerenG3340.En uitgegaan zijnde, predikten zij, dat zij zich zouden bekeren.
KJVAnd1they went out,2and preached3that4men should repent.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2εξελθοντεςG1831uitgegaan, gingen, uitgaandecome (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad3εκηρυσσονG2784gepredikt, prediken, predikendepreacher(-er), proclaim, publish4ιναG2443opdat, dat, wilalbeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to5μετανοησωσινG3340bekeerd, bekeert, bekerenrepent
13En zij wierpen vele duivelen uit, en zalfden vele kranken met olie, en maakten hen gezond.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En zij wierpenG1544veleG4183duivelenG1140 uit, en zalfdenG218veleG4183krankenG732 met olieG1637, en maakten hen gezondG2323.En zij wierpen vele duivelen uit, en zalfden vele kranken met olie, en maakten hen gezond.
KJVAnd1they cast out4many3devils,2and5anointed6with oil7many8that were sick,9and10healed
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2δαιμονιαG1140duivelen, duivel, duivelsdevil, god3πολλαG4183vele, velen, veelabundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly4εξεβαλλονG1544werpt, wierpen, uitgeworpenbring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out)5καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet6ηλειφονG218gezalfd, zalfden, zalfdeanoint7ελαιωG1637olieoil8πολλουςG4183vele, velen, veelabundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly9αρρωστουςG732kranken, ziekensick (folk, -ly)10καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet11εθεραπευονG2323genezen, genas, genezendecure, heal, worship
14En de koning Herodes hoorde het (want Zijn Naam was openbaar geworden), en zeide: Johannes, die daar doopte, is van de doden opgewekt, en daarom werken die krachten in Hem.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En de koningG935HerodesG2264hoordeG191 het (want Zijn NaamG3686 was openbaarG5318 geworden), enG2532zeideG3004: JohannesG2491, die daar doopteG907, is vanG1537 de dodenG3498opgewektG1453, enG2532 daarom werkenG1754dieG3778krachtenG1411inG1722HemG846.En de koning Herodes hoorde het (want Zijn Naam was openbaar geworden), en zeide: Johannes, die daar doopte, is van de doden opgewekt, en daarom werken die krachten in Hem.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ηκουσενG191gehoord, horen, hoordegive (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand3οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4βασιλευςG935koning, Koning, koningenking5ηρωδηςG2264HerodesHerod6φανερονG5318openbaarabroad, + appear, known, manifest, open (+ -ly), outward (+ -ly)7γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet8εγενετοG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought9τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10ονομαG3686Naam, naam, namecalled, (+ sur-)name(-d)11αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which12καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet13ελεγενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter14οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why15ιωαννηςG2491JohannesJohn16οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc17βαπτιζωνG907gedoopt, doopte, dopenBaptist, baptize, wash18εκG1537uit, van, metafter, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out)19νεκρωνG3498doden, dood, dodedead20ηγερθηG1453opgewekt, opgestaan, Staawake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up21καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet22διαG1223door, om, vanwegeafter, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in)23τουτοG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who24ενεργουσινG1754werkt, gewrocht, werkendo, (be) effectual (fervent), be mighty in, shew forth self, work (effectually in)25αιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc26δυναμειςG1411kracht, krachten, vermogenability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work27ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)28αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
15Anderen zeiden: Hij is Elias; en anderen zeiden: Hij is een profeet, of als een der profeten.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Anderen zeidenG3004: Hij is EliasG2243; enG1161 anderen zeidenG3004: Hij isG1510 een profeetG4396, ofG2228alsG5613eenG1520 der profetenG4396.Anderen zeiden: Hij is Elias; en anderen zeiden: Hij is een profeet, of als een der profeten.
KJVOthers1said,2That3it isElias.4And7others6said,8That9it isa prophet,10or12as13one of14the prophets.
1αλλοιG243ander, andersmore, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise)2ελεγονG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter3οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why4ηλιαςG2243Elias, EliaElias5εστινG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was6αλλοιG243ander, andersmore, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise)7δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)8ελεγονG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter9οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why10προφητηςG4396profeten, profeet, Profeetprophet11εστινG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was12ηG2228of, danand, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea13ωςG5613als, gelijk, hoeabout, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed14ειςG1520een, ene, enena(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some15τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc16προφητωνG4396profeten, profeet, Profeetprophet
16Maar als het Herodes hoorde, zeide hij: Deze is Johannes, dien ik onthoofd heb; die is van de doden opgewekt.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16MaarG1161 als het HerodesG2264hoordeG191, zeideG2036hijG846: DezeG3778 is JohannesG2491, dienG3739ikG1473onthoofdG607 heb; die isG1510vanG1537 de dodenG3498opgewektG1453.Maar als het Herodes hoorde, zeide hij: Deze is Johannes, dien ik onthoofd heb; die is van de doden opgewekt.
KJVBut2when Herod4heard1thereof, he said,It11isJohn,10whom6I8beheaded:9he13is risen14from15the dead.
1ακουσαςG191gehoord, horen, hoordegive (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4ηρωδηςG2264HerodesHerod5ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter6οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why7ονG3739die, welke, welkenone, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc8εγωG1473mij, ikI, me9απεκεφαλισαG607onthoofd, onthoofddebehead10ιωαννηνG2491JohannesJohn11ουτοςG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who12εστινG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was13αυτοςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which14ηγερθηG1453opgewekt, opgestaan, Staawake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up15εκG1537uit, van, metafter, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out)16νεκρωνG3498doden, dood, dodedead
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
17Want dezelve Herodes, enigen uitgezonden hebbende, had Johannes gevangen genomen, en hem in de gevangenis gebonden, uit oorzaak van Herodias, de huisvrouw van zijn broeder Filippus, omdat hij haar getrouwd had.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Want dezelveG846HerodesG2264, enigen uitgezondenG649 hebbende, had JohannesG2491gevangenG2902 genomen, enG2532hemG846inG1722 de gevangenisG5438gebondenG1210, uit oorzaakG1223 van HerodiasG2266, de huisvrouwG1135 van zijn broederG80FilippusG5376, omdatG3754 hij haar getrouwdG1060 had.Want dezelve Herodes, enigen uitgezonden hebbende, had Johannes gevangen genomen, en hem in de gevangenis gebonden, uit oorzaak van Herodias, de huisvrouw van zijn broeder Filippus, omdat hij haar getrouwd had.
KJVFor2Herod4himself1had sent forth5and laid hold6upon John,8and9bound10him11in12prison14for15Herodias'16sake,his22brother21Philip's19wife:18for23he had married25her.
1αυτοςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which2γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet3οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4ηρωδηςG2264HerodesHerod5αποστειλαςG649gezonden, zond, zondenput in, send (away, forth, out), set (at liberty)6εκρατησενG2902grepen, houdt, vangenhold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by)7τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8ιωαννηνG2491JohannesJohn9καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet10εδησενG1210gebonden, binden, verbondenbind, be in bonds, knit, tie, wind11αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which12ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)13τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14φυλακηG5438gevangenis, gevangenissen, wakecage, hold, (im-)prison(-ment), ward, watch15διαG1223door, om, vanwegeafter, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in)16ηρωδιαδαG2266Herodias, Herodias'Herodias17τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc18γυναικαG1135vrouw, vrouwen, Vrouwwife, woman19φιλιππουG5376Filippus, FilippiPhilip20τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc21αδελφουG80broeders, broeder, broederenbrother22αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which23οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why24αυτηνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which25εγαμησενG1060trouwen, trouwt, getrouwdmarry (a wife)
18Want Johannes zeide tot Herodes: Het is u niet geoorloofd de huisvrouw uws broeders te hebben.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Want JohannesG2491zeideG3004 tot HerodesG2264: Het is uG4771nietG3756geoorloofdG1832 de huisvrouwG1135 uws broedersG80 te hebbenG2192.Want Johannes zeide tot Herodes: Het is u niet geoorloofd de huisvrouw uws broeders te hebben.
19En Herodias legde op hem toe; en wilde hem doden, en kon niet;
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En HerodiasG2266legdeG1758 op hemG846 toe; en wildeG2309hemG846dodenG615, en konG1410nietG3756;En Herodias legde op hem toe; en wilde hem doden, en kon niet;
KJVTherefore2Herodias3had a quarrel4against him,5and6would7have killed9him;8but10she could12not:
1ηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3ηρωδιαςG2266Herodias, Herodias'Herodias4ενειχενG1758bevangen, houden, legdeentangle with, have a quarrel against, urge5αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which6καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet7ηθελενG2309wil, wilt, willendesire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly))8αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which9αποκτειναιG615doden, gedood, dooddenput to death, kill, slay10καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet11ουκG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but12ηδυνατοG1410kan, kunt, konbe able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power
20Want Herodes vreesde Johannes, wetende, dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hield hem in waarde; en als hij hem hoorde, deed hij vele dingen, en hoorde hem gaarne.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20WantG1063HerodesG2264vreesdeG5399JohannesG2491, wetendeG1492, dat hijG846 een rechtvaardigG1342enG2532heiligG40manG435 was, enG2532hieldG4933 hem in waardeG4933; enG2532 als hij hem hoordeG191, deedG4160hijG846veleG4183 dingen, enG2532hoordeG191hemG846gaarneG2234.Want Herodes vreesde Johannes, wetende, dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hield hem in waarde; en als hij hem hoorde, deed hij vele dingen, en hoorde hem gaarne.
KJVFor2Herod3feared4John,6knowing7that he8was a just10man9and11an holy,12and13observed14him;15and16when he heard17him,18he did20many things,19and21heard24him23gladly.
1οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc2γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet3ηρωδηςG2264HerodesHerod4εφοβειτοG5399bevreesd, vreest, vreesdenbe (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence5τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6ιωαννηνG2491JohannesJohn7ειδωςG1492weet, zag, ziendebe aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot8αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which9ανδραG435man, mannen, Mannenfellow, husband, man, sir10δικαιονG1342rechtvaardig, rechtvaardigen, rechtvaardigejust, meet, right(-eous)11καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet12αγιονG40heiligen, Heiligen, Heilige(most) holy (one, thing), saint13καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet14συνετηρειG4933behouden, bewaarde, hieldkeep, observe, preserve15αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which16καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet17ακουσαςG191gehoord, horen, hoordegive (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand18αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which19πολλαG4183vele, velen, veelabundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly20εποιειG4160doen, gedaan, doetabide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield21καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet22ηδεωςG2234gaarnegladly23αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which24ηκουενG191gehoord, horen, hoordegive (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand
21En als er een welgelegen dag gekomen was, toen Herodes, op den dag zijner geboorte, een maaltijd aanrichtte, voor zijn groten, en de oversten over duizend, en de voornaamsten van Galilea;
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21EnG2532 als er een welgelegenG2121 dag gekomen wasG1096, toen HerodesG2264, op den dag zijner geboorteG1077, een maaltijdG1173aanrichtteG4160, voor zijn groten, enG2532 de overstenG5506 over duizend, enG2532 de voornaamstenG4413 van GalileaG1056;En als er een welgelegen dag gekomen was, toen Herodes, op den dag zijner geboorte, een maaltijd aanrichtte, voor zijn groten, en de oversten over duizend, en de voornaamsten van Galilea;
Ook in dit vers
dagG2250
KJVAnd1when a convenient4day3was come,2that5Herod6on his9birthday8made11a supper10to his14lords,13high captains,17and15chief20estates of Galilee;
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2γενομενηςG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought3ημεραςG2250dag, dagen, dageage, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years4ευκαιρουG2121bekwamer tijd, welgelegenconvenient, in time of need5οτεG3753toen, wanneerafter (that), as soon as, that, when, while6ηρωδηςG2264HerodesHerod7τοιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8γενεσιοιςG1077geboorte, dagbirthday9αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which10δειπνονG1173avondmaal, maaltijden, avondmaalsfeast, supper11εποιειG4160doen, gedaan, doetabide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield12τοιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13μεγιστασινG3175great men, lords14αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which15καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet16τοιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc17χιλιαρχοιςG5506overste, oversten duizend, overste duizend(chief, high) captain18καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet19τοιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc20πρωτοιςG4413eerste, eersten, eerstbefore, beginning, best, chief(-est), first (of all), former21τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc22γαλιλαιαςG1056Galilea, GalileseGalilee
22En als de dochter van dezelve Herodias inkwam, en danste, en Herodes en dengenen die mede aanzaten, behaagde, zo zeide de koning tot het dochtertje: Eis van mij, wat gij ook wilt, en ik zal het u geven.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En als de dochterG2364 van dezelveG846HerodiasG2266inkwamG1525, enG2532dansteG3738, en HerodesG2264enG2532 dengenen die mede aanzatenG4873, behaagdeG700, zoG1437zeideG2036 de koningG935 tot het dochtertjeG2877: EisG154 van mijG1473, watG3739 gij ook wiltG2309, en ik zal het u gevenG1325.En als de dochter van dezelve Herodias inkwam, en danste, en Herodes en dengenen die mede aanzaten, behaagde, zo zeide de koning tot het dochtertje: Eis van mij, wat gij ook wilt, en ik zal het u geven.
KJVAnd1when the daughter4of the said5Herodias7came in,2and8danced,9and10pleased11Herod13and14them that sat with him,16the king19saidunto the damsel,21Ask22of mewhatsoever24thou wilt,26and27I will give28it thee.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2εισελθουσηςG1525ingaan, ingegaan, inkomenX arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through)3τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4θυγατροςG2364dochter, dochters, Dochterdaughter5αυτηςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which6τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7ηρωδιαδοςG2266Herodias, Herodias'Herodias8καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet9ορχησαμενηςG3738danste, gedanstdance10καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet11αρεσασηςG700behagen, behaagde, behaagplease12τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13ηρωδηG2264HerodesHerod14καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet15τοιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc16συνανακειμενοιςG4873mede aanzaten, aanzaten, aanzittensit (down, at the table, together) with (at meat)17ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter18οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc19βασιλευςG935koning, Koning, koningenking20τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc21κορασιωG2877dochtertjedamsel, maid22αιτησονG154begeren, bidden, bidtask, beg, call for, crave, desire, require23μεG1473mij, ikI, me24οG3739die, welke, welkenone, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc25εανG1437indien, zo, warebefore, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever)26θεληςG2309wil, wilt, willendesire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly))27καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet28δωσωG1325gegeven, geven, gafadventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield29σοιG4771u, gij, gijliedenthou
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
23En hij zwoer haar: Zo wat gij van mij zult eisen, zal ik u geven, ook tot de helft mijns koninkrijks!
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23EnG2532 hij zwoerG3660haarG846: ZoG1437watG3739 gij van mijG1473 zult eisenG154, zal ikG1473uG4771gevenG1325, ook tot de helftG2255 mijns koninkrijksG932!En hij zwoer haar: Zo wat gij van mij zult eisen, zal ik u geven, ook tot de helft mijns koninkrijks!
24En zij, uitgegaan zijnde, zeide tot haar moeder: Wat zal ik eisen? En die zeide: Het hoofd van Johannes den Doper.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24EnG1161 zij, uitgegaanG1831 zijnde, zeideG2036 tot haarG846moederG3384: WatG5101 zal ik eisenG154? EnG1161 die zeideG2036: Het hoofdG2776 van JohannesG2491 den DoperG910.En zij, uitgegaan zijnde, zeide tot haar moeder: Wat zal ik eisen? En die zeide: Het hoofd van Johannes den Doper.
KJVAnd2she went forth,3and saidunto her7mother,6What8shall I ask?9And11she said,The head14of John15the Baptist.
1ηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3εξελθουσαG1831uitgegaan, gingen, uitgaandecome (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad4ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter5τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6μητριG3384moeder, moedersmother7αυτηςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which8τιG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why9αιτησομαιG154begeren, bidden, bidtask, beg, call for, crave, desire, require10ηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)12ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter13τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14κεφαληνG2776hoofd, hoofden, Hoofdhead15ιωαννουG2491JohannesJohn16τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc17βαπτιστουG910DoperBaptist
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
25En zij, terstond met haast ingaande tot den koning, heeft het geeist, zeggende: Ik wil, dat gij mij nu terstond, in een schotel, geeft het hoofd van Johannes den Doper.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25EnG2532zijG846, terstond metG3326haastG4710ingaandeG1525totG4314 den koningG935, heeft het geeistG154, zeggendeG3004: Ik wilG2309, datG2443 gij mij nu terstond, in een schotelG4094, geeftG1325 het hoofdG2776vanG1537JohannesG2491 den DoperG910.En zij, terstond met haast ingaande tot den koning, heeft het geeist, zeggende: Ik wil, dat gij mij nu terstond, in een schotel, geeft het hoofd van Johannes den Doper.
Ook in dit vers
terstondG1824
terstondG2112
KJVAnd1she came in2straightway3with4haste5unto6the king,8and asked,9saying,10I will11that12thou give14meby and by19in21a charger22the head24of John25the Baptist.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2εισελθουσαG1525ingaan, ingegaan, inkomenX arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through)3ευθεωςG2112terstond, dadelijkanon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway4μεταG3326met, na, nadatafter(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out)5σπουδηςG4710naarstigheid, haast, benaarstigenbusiness, (earnest) care(-fulness), diligence, forwardness, haste6προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)7τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8βασιλεαG935koning, Koning, koningenking9ητησατοG154begeren, bidden, bidtask, beg, call for, crave, desire, require10λεγουσαG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter11θελωG2309wil, wilt, willendesire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly))12ιναG2443opdat, dat, wilalbeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to13μοιG1473mij, ikI, me14δωςG1325gegeven, geven, gafadventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield16εξG1537uit, van, metafter, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out)17αυτηςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which19εξαυτηςG1824terstond, stonde, zelfderby and by, immediately, presently, straightway21επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with22πινακιG4094schotel, schotelscharger, platter23τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc24κεφαληνG2776hoofd, hoofden, Hoofdhead25ιωαννουG2491JohannesJohn26τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc27βαπτιστουG910DoperBaptist
26En de koning, zeer bedroefd geworden zijnde, nochtans om de eden, en degenen, die mede aanzaten, wilde hij haar hetzelve niet afslaan.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En de koningG935, zeer bedroefdG4036 geworden zijnde, nochtans omG1223 de edenG3727, enG2532 degenen, die mede aanzatenG4873, wildeG2309 hij haar hetzelveG846nietG3756afslaanG114.En de koning, zeer bedroefd geworden zijnde, nochtans om de eden, en degenen, die mede aanzaten, wilde hij haar hetzelve niet afslaan.
KJVAnd1the king5was3exceeding sorry;2yet for6his oath's sake,8and9for their sakes which4sat with him,11he would13not12reject15her.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2περιλυποςG4036bedroefd, droevigexceeding (very) sorry(-owful)3γενομενοςG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought4οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5βασιλευςG935koning, Koning, koningenking6διαG1223door, om, vanwegeafter, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in)7τουςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8ορκουςG3727eed, eden, edeoath9καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet10τουςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11συνανακειμενουςG4873mede aanzaten, aanzaten, aanzittensit (down, at the table, together) with (at meat)12ουκG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but13ηθελησενG2309wil, wilt, willendesire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly))14αυτηνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which15αθετησαιG114verwerpt, afslaan, verwerpencast off, despise, disannul, frustrate, bring to nought, reject
27En de koning zond terstond een scherprechter, en gebood zijn hoofd te brengen. Deze nu ging heen, en onthoofdde hem in de gevangenis;
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En de koningG935zondG649terstondG2112 een scherprechterG4688, en geboodG2004 zijn hoofdG2776 te brengenG5342. Deze nuG1161 ging heenG565, en onthoofddeG607hemG846inG1722 de gevangenisG5438;En de koning zond terstond een scherprechter, en gebood zijn hoofd te brengen. Deze nu ging heen, en onthoofdde hem in de gevangenis;
KJVAnd1immediately2the king5sent3an executioner,6and commanded7his11head10to be brought:8and14he went15and beheaded16him17in18the prison,
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ευθεωςG2112terstond, dadelijkanon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway3αποστειλαςG649gezonden, zond, zondenput in, send (away, forth, out), set (at liberty)4οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5βασιλευςG935koning, Koning, koningenking6σπεκουλατωραG4688scherprechterexecutioner7επεταξενG2004gebiedt, gebood, bevalcharge, command, injoin8ενεχθηναιG5342brachten, draagt, gebrachtbe, bear, bring (forth), carry, come, + let her drive, be driven, endure, go on, lay, lead, move, reach, rushing, uphold9τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10κεφαληνG2776hoofd, hoofden, Hoofdhead11αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which13οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)15απελθωνG565ging, weg, weggegaancome, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past16απεκεφαλισενG607onthoofd, onthoofddebehead17αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which18ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)19τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc20φυλακηG5438gevangenis, gevangenissen, wakecage, hold, (im-)prison(-ment), ward, watch
28En bracht zijn hoofd in een schotel, en gaf hetzelve het dochtertje, en het dochtertje gaf hetzelve harer moeder.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28EnG2532brachtG5342 zijn hoofdG2776 in een schotelG4094, enG2532gafG1325hetzelveG846 het dochtertjeG2877, enG2532 het dochtertjeG2877gafG1325hetzelveG846 harer moederG3384.En bracht zijn hoofd in een schotel, en gaf hetzelve het dochtertje, en het dochtertje gaf hetzelve harer moeder.
KJVAnd1brought2his5head4in6a charger,7and8gave9it10to the damsel:12and13the damsel15gave16it17to her20mother.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ηνεγκενG5342brachten, draagt, gebrachtbe, bear, bring (forth), carry, come, + let her drive, be driven, endure, go on, lay, lead, move, reach, rushing, uphold3τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4κεφαληνG2776hoofd, hoofden, Hoofdhead5αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which6επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with7πινακιG4094schotel, schotelscharger, platter8καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet9εδωκενG1325gegeven, geven, gafadventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield10αυτηνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which11τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc12κορασιωG2877dochtertjedamsel, maid13καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet14τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc15κορασιονG2877dochtertjedamsel, maid16εδωκενG1325gegeven, geven, gafadventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield17αυτηνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which18τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc19μητριG3384moeder, moedersmother20αυτηςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
29En als zijn discipelen dit hoorden, gingen zij en namen zijn dood lichaam weg, en legden dat in een graf.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En als zijn discipelenG3101 dit hoordenG191, gingenG2064zijG846enG2532namenG142 zijn dood lichaamG4430 weg, enG2532legdenG5087 dat inG1722 een grafG3419.En als zijn discipelen dit hoorden, gingen zij en namen zijn dood lichaam weg, en legden dat in een graf.
KJVAnd1when his5disciples4heard2of it, they came6and7took up8his11corpse,10and12laid13it14in15a tomb.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ακουσαντεςG191gehoord, horen, hoordegive (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand3οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4μαθηταιG3101discipelen, discipel, discipelsdisciple5αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which6ηλθονG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set7καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet8ηρανG142weggenomen, namen, neemaway with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up)9τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10πτωμαG4430dode lichamen, dode lichaam, dood lichaamdead body, carcase, corpse11αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which12καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet13εθηκανG5087gelegd, gesteld, gezet+ advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down14αυτοG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which15ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)17τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc20μνημειωG3419graf, graven, grafsgrave, sepulchre, tomb
30En de apostelen kwamen weder tot Jezus, en boodschapten Hem alles, beide wat zij gedaan hadden, en wat zij geleerd hadden.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30EnG2532 de apostelenG652 kwamen weder totG4314JezusG2424, enG2532boodschaptenG518HemG846allesG3956, beideG3745 wat zij gedaanG4160 hadden, enG2532 wat zij geleerdG1321 hadden.En de apostelen kwamen weder tot Jezus, en boodschapten Hem alles, beide wat zij gedaan hadden, en wat zij geleerd hadden.
KJVAnd1the apostles4gathered themselves together2unto5Jesus,7and8told9him10all things,11both12what13they had done,14and15what16they had taught.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2συναγονταιG4863vergaderd, vergaderden, vergadert+ accompany, assemble (selves, together), bestow, come together, gather (selves together, up, together), lead into, resort, take in3οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4αποστολοιG652apostelen, apostel, Apostelapostle, messenger, he that is sent5προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)6τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7ιησουνG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus8καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet9απηγγειλανG518boodschapten, boodschapte, verkondigenbring word (again), declare, report, shew (again), tell10αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which11πανταG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever12καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet13οσαG3745zoveel als, allen dieall (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever)14εποιησανG4160doen, gedaan, doetabide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield15καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet16οσαG3745zoveel als, allen dieall (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever)17εδιδαξανG1321lerende, leerde, lerenteach
31En Hij zeide tot hen: Komt gijlieden in een woeste plaats hier alleen, en rust een weinig; want er waren velen, die kwamen en die gingen, en zij hadden zelfs geen gelegen tijd om te eten.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En HijG846zeideG2036 tot henG846: KomtG1205gijliedenG4771inG1519 een woesteG2048plaatsG5117 hier alleen, enG2532rustG373 een weinigG3641; wantG1063 er warenG1510velenG4183, die kwamenG2064enG2532 die gingenG5217, enG2532 zij hadden zelfsG3761 geen gelegenG2119 tijd om te etenG5315.En Hij zeide tot hen: Komt gijlieden in een woeste plaats hier alleen, en rust een weinig; want er waren velen, die kwamen en die gingen, en zij hadden zelfs geen gelegen tijd om te eten.
KJVAnd1he saidunto them,3Come4yeyourselves6apart7into9a desert10place,11and12rest13a while:14for16there weremany22coming18and19going,21and23they had no24leisure26so much asto eat.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter3αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which4δευτεG1205Komt, komt, Volgtcome, X follow5υμειςG4771u, gij, gijliedenthou6αυτοιG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which7κατG2596naar, tegen, doorabout, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with8ιδιανG2398eigen, bijzonder, eigenenX his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own)9ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with10ερημονG2048woestijn, woeste, woestdesert, desolate, solitary, wilderness11τοπονG5117plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaatscoast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where12καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet13αναπαυεσθεG373rust, verkwikt, rustentake ease, refresh, (give, take) rest14ολιγονG3641weinig, weinige, weinigen+ almost, brief(-ly), few, (a) little, + long, a season, short, small, a while15ησανG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was16γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet17οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc18ερχομενοιG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set19καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet20οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc21υπαγοντεςG5217heenga, heengaan, heengaatdepart, get hence, go (a-)way22πολλοιG4183vele, velen, veelabundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly23καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet24ουδεG3761ook niet, nochneither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as25φαγεινG5315eten, gegeten, eeteat, meat26ηυκαιρουνG2119gelegen, tijdhave leisure (convenient time), spend time
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
32En zij vertrokken in een schip, naar een woeste plaats, alleen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32EnG2532 zij vertrokkenG565inG1519 een schipG4143, naar een woesteG2048plaatsG5117, alleen.En zij vertrokken in een schip, naar een woeste plaats, alleen.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2απηλθονG565ging, weg, weggegaancome, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past3ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with4ερημονG2048woestijn, woeste, woestdesert, desolate, solitary, wilderness5τοπονG5117plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaatscoast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where6τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7πλοιωG4143schip, schepen, scheepship(-ing)8κατG2596naar, tegen, doorabout, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with9ιδιανG2398eigen, bijzonder, eigenenX his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own)
33En de scharen zagen hen heenvaren, en velen werden Hem kennende, en liepen gezamenlijk te voet van alle steden derwaarts, en kwamen hun voor, en gingen samen tot Hem.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33En de scharenG3793zagenG1492henG846heenvarenG5217, enG2532velenG4183 werden HemG846kennendeG1921, enG2532liepen gezamenlijkG4936 te voetG3979vanG575alleG3956stedenG4172 derwaarts, en kwamen hunG846 voor, enG2532gingenG4281samenG4905totG4314HemG846.En de scharen zagen hen heenvaren, en velen werden Hem kennende, en liepen gezamenlijk te voet van alle steden derwaarts, en kwamen hun voor, en gingen samen tot Hem.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ειδονG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed3αυτουςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which4υπαγονταςG5217heenga, heengaan, heengaatdepart, get hence, go (a-)way5οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6οχλοιG3793schare, scharen, volkcompany, multitude, number (of people), people, press7καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet8επεγνωσανG1921kenden, bekennende, gekend(ac-, have, take)know(-ledge, well), perceive9αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which10πολλοιG4183vele, velen, veelabundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly11καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet12πεζηG3979voeta- (on) foot13αποG575van, uit, af(X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with14πασωνG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever15τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc16πολεωνG4172stad, stedencity17συνεδραμονG4936gezamenlijk, liep, liepen gezamenlijkrun (together, with)18εκειG1563daar, aldaarthere, thither(-ward), (to) yonder (place)19καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet20προηλθονG4281gingen, voortgegaan, eerstgo before (farther, forward), outgo, pass on21αυτουςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which22καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet23συνηλθονG4905samengekomen, samenkomt, samenaccompany, assemble (with), come (together), come (company, go) with, resort24προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)25αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
34En Jezus, uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming bewogen over hen; want zij waren als schapen, die geen herder hebben; en Hij begon hun vele dingen te leren.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34En JezusG2424, uitgaandeG1831, zagG1492 een grote schareG3793, enG2532 werd innerlijk met ontferming bewogenG4697overG1909henG846; wantG3754 zij warenG1510alsG5613schapenG4263, die geenG3361herderG4166hebbenG2192; enG2532 Hij begonG756 hun veleG4183 dingen te lerenG1321.En Jezus, uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming bewogen over hen; want zij waren als schapen, die geen herder hebben; en Hij begon hun vele dingen te leren.
KJVAnd1Jesus,5when he came out,2sawmuch6people,7and8was moved with compassion9toward10them,11because12they wereas14sheep15not16having17a shepherd:18and19he began20to teach21them22many things.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2εξελθωνG1831uitgegaan, gingen, uitgaandecome (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad3ειδενG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed4οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus6πολυνG4183vele, velen, veelabundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly7οχλονG3793schare, scharen, volkcompany, multitude, number (of people), people, press8καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet9εσπλαγχνισθηG4697ontferming bewogen, barmhartigheid, bewogenhave (be moved with) compassion10επG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with11αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which12οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why13ησανG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was14ωςG5613als, gelijk, hoeabout, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed15προβαταG4263schapen, schaapsheep(-fold)16μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without17εχονταG2192hebben, heeft, hebtbe (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use18ποιμεναG4166Herder, herder, herdersshepherd, pastor19καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet20ηρξατοG756begon, begonnen, beginnen(rehearse from the) begin(-ning)21διδασκεινG1321lerende, leerde, lerenteach22αυτουςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which23πολλαG4183vele, velen, veelabundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
35En als het nu laat op den dag geworden was, kwamen Zijn discipelen tot Hem, en zeiden: Deze plaats is woest, en het is nu laat op den dag;
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35En als het nu laat op den dagG5610gewordenG1096 was, kwamen Zijn discipelenG3101 tot HemG846, en zeidenG3004: Deze plaatsG5117isG1510woestG2048, enG2532 het is nu laat op den dagG5610;En als het nu laat op den dag geworden was, kwamen Zijn discipelen tot Hem, en zeiden: Deze plaats is woest, en het is nu laat op den dag;
KJVAnd1when the day3was5now2far spent,4his7disciples9came6unto him,10and said,11This isa desert13place,16and17now18the time19is far passed:
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ηδηG2235alrede, Alredealready, (even) now (already), by this time3ωραςG5610ure, uur, urenday, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time4πολληςG4183vele, velen, veelabundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly5γενομενηςG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought6προσελθοντεςG4334komende, gingen, gaande(as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto)7αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which8οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc9μαθηταιG3101discipelen, discipel, discipelsdisciple10αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which11λεγουσινG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter12οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why13ερημοςG2048woestijn, woeste, woestdesert, desolate, solitary, wilderness14εστινG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was15οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc16τοποςG5117plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaatscoast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where17καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet18ηδηG2235alrede, Alredealready, (even) now (already), by this time19ωραG5610ure, uur, urenday, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time20πολληG4183vele, velen, veelabundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly
36Laat ze van U, opdat zij heengaan in de omliggende dorpen en vlekken, en broden voor zichzelven mogen kopen; want zij hebben niet, wat zij eten zullen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36Laat ze van U, opdatG2443zijG846heengaanG565inG1519 de omliggendeG2945dorpenG68enG2532vlekkenG2968, en brodenG740 voor zichzelvenG1438 mogen kopenG59; wantG1063 zij hebben nietG3756, watG5101 zij etenG5315 zullen.Laat ze van U, opdat zij heengaan in de omliggende dorpen en vlekken, en broden voor zichzelven mogen kopen; want zij hebben niet, wat zij eten zullen.
KJVSend1them2away,that3they may go4into5the country8round about,7and9into the villages,10and buy11themselves12bread:13for15they have18nothing14to eat.
1απολυσονG630loslaten, verlaten, liet(let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty2αυτουςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which3ιναG2443opdat, dat, wilalbeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to4απελθοντεςG565ging, weg, weggegaancome, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past5ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with6τουςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7κυκλωG2945rondom, omliggenderound about8αγρουςG68akker, akkers, dorpencountry, farm, piece of ground, land9καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet10κωμαςG2968vlek, vlekkentown, village11αγορασωσινG59gekocht, kopen, kochtenbuy, redeem12εαυτοιςG1438zichzelven, zich, onszelvenalone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves)13αρτουςG740brood, broden, Brood(shew-)bread, loaf14τιG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why15γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet16φαγωσινG5315eten, gegeten, eeteat, meat17ουκG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but18εχουσινG2192hebben, heeft, hebtbe (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use
37Maar Hij, antwoordende, zeide tot hen: Geeft gij hun te eten. En zij zeiden tot Hem: Zullen wij heengaan, en kopen voor tweehonderd penningen brood, en hun te eten geven?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37MaarG1161 Hij, antwoordendeG611, zeideG2036 tot hen: GeeftG1325gijG4771hunG846 te etenG5315. En zij zeidenG3004 tot Hem: Zullen wij heengaanG565, en kopenG59 voor tweehonderdG1250penningenG1220broodG740, en hunG846 te etenG5315 geven?Maar Hij, antwoordende, zeide tot hen: Geeft gij hun te eten. En zij zeiden tot Hem: Zullen wij heengaan, en kopen voor tweehonderd penningen brood, en hun te eten geven?
1οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3αποκριθειςG611antwoordde, antwoordende, antwoorddenanswer4ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter5αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which6δοτεG1325gegeven, geven, gafadventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield7αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which8υμειςG4771u, gij, gijliedenthou9φαγεινG5315eten, gegeten, eeteat, meat10καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet11λεγουσινG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter12αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which13απελθοντεςG565ging, weg, weggegaancome, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past14αγορασωμενG59gekocht, kopen, kochtenbuy, redeem15διακοσιωνG1250tweehonderdtwo hundred16δηναριωνG1220penning, penningenpence, penny(-worth)17αρτουςG740brood, broden, Brood(shew-)bread, loaf18καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet19δωμενG1325gegeven, geven, gafadventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield20αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which21φαγεινG5315eten, gegeten, eeteat, meat
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
38En Hij zeide tot hen: Hoeveel broden hebt gij? Gaat heen en beziet het. En toen zij het vernomen hadden, zeiden zij: Vijf, en twee vissen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38En Hij zeideG3004 tot henG846: HoeveelG4214brodenG740hebtG2192 gij? Gaat heen en bezietG1492 het. En toen zij het vernomenG1097 hadden, zeidenG3004 zij: VijfG4002, en tweeG1417vissenG2486.En Hij zeide tot hen: Hoeveel broden hebt gij? Gaat heen en beziet het. En toen zij het vernomen hadden, zeiden zij: Vijf, en twee vissen.
KJVHe saith3unto them,4How many5loaves6have ye?7go8and9see.And11when they knew,12they say,13Five,14and15two16fishes.
1οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3λεγειG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter4αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which5ποσουςG4214hoeveel, Hoeveel, hoevelehow great (long, many), what6αρτουςG740brood, broden, Brood(shew-)bread, loaf7εχετεG2192hebben, heeft, hebtbe (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use8υπαγετεG5217heenga, heengaan, heengaatdepart, get hence, go (a-)way9καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet10ιδετεG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed11καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet12γνοντεςG1097gekend, weten, kentallow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand13λεγουσινG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter14πεντεG4002vijf, Vijf, vijftigfive15καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet16δυοG1417twee, Twee, tweeenboth, twain, two17ιχθυαςG2486vissen, visfish
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
39En Hij gebood hun, dat zij hen allen zouden doen nederzitten bij waardschappen, op het groene gras.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39EnG2532 Hij geboodG2004 hun, dat zij hen allenG3956 zouden doen nederzittenG347 bij waardschappenG4849, opG1909 het groeneG5515grasG5528.En Hij gebood hun, dat zij hen allen zouden doen nederzitten bij waardschappen, op het groene gras.
40En zij zaten neder in gedeelten bij honderd te zamen, en bij vijftig te zamen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40EnG2532 zij zaten nederG377 in gedeeltenG4237 bij honderdG1540 te zamen, enG2532 bij vijftigG4004 te zamen.En zij zaten neder in gedeelten bij honderd te zamen, en bij vijftig te zamen.
Ook in dit vers
tezamenG303
KJVAnd1they sat down2in ranks,3by5hundreds,6and7by8fifties.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ανεπεσονG377neder zitten, gevallen, nederzittenlean, sit down (to meat)3πρασιαιG4237gedeeltenin ranks4πρασιαιG4237gedeeltenin ranks5αναG303twee, geschiede, middenand, apiece, by, each, every (man), in, through6εκατονG1540honderd, Honderd, honderd-hundred7καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet8αναG303twee, geschiede, middenand, apiece, by, each, every (man), in, through9πεντηκονταG4004vijftigfifty
41En als Hij de vijf broden en de twee vissen genomen had, zag Hij op naar den hemel, zegende en brak de broden, en gaf ze Zijn discipelen, opdat zij ze hun zouden voorleggen, en de twee vissen deelde Hij voor allen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41En als Hij de vijfG4002brodenG740enG2532 de tweeG1417vissenG2486genomenG2983 had, zagG308 Hij opG1519 naar den hemelG3772, zegendeG2127enG2532brakG2622 de brodenG740, enG2532gafG1325 ze Zijn discipelenG3101, opdatG2443zijG846 ze hun zouden voorleggenG3908, enG2532 de tweeG1417vissenG2486deeldeG3307 Hij voor allenG3956.En als Hij de vijf broden en de twee vissen genomen had, zag Hij op naar den hemel, zegende en brak de broden, en gaf ze Zijn discipelen, opdat zij ze hun zouden voorleggen, en de twee vissen deelde Hij voor allen.
KJVAnd1when he had taken2the five4loaves5and6the two8fishes,9he looked up10to11heaven,13and blessed,14and15brake16the loaves,18and19gave20them to his23disciples22to24set before25them;26and27the two29fishes30divided he31among them all.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2λαβωνG2983ontvangen, nam, genomenaccept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up)3τουςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4πεντεG4002vijf, Vijf, vijftigfive5αρτουςG740brood, broden, Brood(shew-)bread, loaf6καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet7τουςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8δυοG1417twee, Twee, tweeenboth, twain, two9ιχθυαςG2486vissen, visfish10αναβλεψαςG308ziende, opwaarts ziende, opziendelook (up), see, receive sight11ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with12τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13ουρανονG3772hemel, hemelen, hemelsair, heaven(-ly), sky14ευλογησενG2127gezegend, zegende, Gezegendbless, praise15καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet16κατεκλασενG2622brakbreak17τουςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc18αρτουςG740brood, broden, Brood(shew-)bread, loaf19καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet20εδιδουG1325gegeven, geven, gafadventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield21τοιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc22μαθηταιςG3101discipelen, discipel, discipelsdisciple23αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which24ιναG2443opdat, dat, wilalbeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to25παραθωσινG3908voorgesteld, voorleggen, beveelallege, commend, commit (the keeping of), put forth, set before26αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which27καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet28τουςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc29δυοG1417twee, Twee, tweeenboth, twain, two30ιχθυαςG2486vissen, visfish31εμερισενG3307verdeeld, deelde, gedeelddeal, be difference between, distribute, divide, give participle32πασινG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever
42En zij aten allen, en zijn verzadigd geworden.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42En zij atenG5315allenG3956, enG2532 zijn verzadigdG5526 geworden.En zij aten allen, en zijn verzadigd geworden.
KJVAnd1they did2all3eat,and4were filled.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2εφαγονG5315eten, gegeten, eeteat, meat3παντεςG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever4καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet5εχορτασθησανG5526verzadigd, verzadigenfeed, fill, satisfy
43En zij namen op twaalf volle korven brokken, en van de vissen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43EnG2532 zij namenG142 op twaalfG1427volleG4134korvenG2894brokkenG2801, enG2532vanG575 de vissenG2486.En zij namen op twaalf volle korven brokken, en van de vissen.
KJVAnd1they took up2twelve4baskets5full6of the fragments,3and7of8the fishes.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ηρανG142weggenomen, namen, neemaway with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up)3κλασματωνG2801brokkenbroken, fragment4δωδεκαG1427twaalf, twaalven, Twaalftwelve5κοφινουςG2894korvenbasket6πληρειςG4134vol, vollefull7καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet8αποG575van, uit, af(X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with9τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10ιχθυωνG2486vissen, visfish
44En die daar de broden gegeten hadden, waren omtrent vijf duizend mannen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44EnG2532 die daar de brodenG740gegetenG5315 hadden, warenG1510 omtrent vijf duizendG4000mannenG435.En die daar de broden gegeten hadden, waren omtrent vijf duizend mannen.
KJVAnd1they that did eat4of the loaves6wereabout7five thousand8men.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ησανG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was3οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4φαγοντεςG5315eten, gegeten, eeteat, meat5τουςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6αρτουςG740brood, broden, Brood(shew-)bread, loaf7ωσειG5616als, gelijk; ongeveerabout, as (it had been, it were), like (as)8πεντακισχιλιοιG4000vijf duizendfive thousand9ανδρεςG435man, mannen, Mannenfellow, husband, man, sir
45En terstond dwong Hij Zijn discipelen in het schip te gaan, en voor henen te varen aan de andere zijde tegen over Bethsaida, terwijl Hij de schare van Zich zou laten.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45EnG2532terstondG2112dwongG315HijG846 Zijn discipelenG3101inG1519 het schipG4143 te gaan, enG2532 voor henen te varenG4254aanG1519 de andere zijde tegen over BethsaidaG966, terwijlG2193HijG846 de schareG3793 van Zich zou latenG630.En terstond dwong Hij Zijn discipelen in het schip te gaan, en voor henen te varen aan de andere zijde tegen over Bethsaida, terwijl Hij de schare van Zich zou laten.
Ook in dit vers
totG4314
KJVAnd1straightway2he constrained3his6disciples5to get7into8the ship,10and11to go12to13the other side15beforeunto16Bethsaida,21while22he23sent away24the people.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ευθεωςG2112terstond, dadelijkanon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway3ηναγκασενG315genoodzaakt, dwong, dwingcompel, constrain4τουςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5μαθηταςG3101discipelen, discipel, discipelsdisciple6αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which7εμβηναιG1684gegaan, geklommen, gingencome (get) into, enter (into), go (up) into, step in, take ship8ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with9τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10πλοιονG4143schip, schepen, scheepship(-ing)11καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet12προαγεινG4254voorgaan, varen, voorgingenbring (forth, out), go before13ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with14τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc15περανG4008overzijdebeyond, farther (other) side, over16προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)18βηθσαιδαν20βηθσαιδα22εωςG2193tot, totdateven (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s)23αυτοςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which24απολυσηG630loslaten, verlaten, liet(let) depart, dismiss, divorce, forgive, let go, loose, put (send) away, release, set at liberty25τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc26οχλονG3793schare, scharen, volkcompany, multitude, number (of people), people, press
46En als Hij aan dezelve hun afscheid gegeven had, ging Hij op den berg om te bidden.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46EnG2532 als Hij aan dezelve hun afscheidG657 gegeven had, gingG565 Hij op den bergG3735 om te biddenG4336.En als Hij aan dezelve hun afscheid gegeven had, ging Hij op den berg om te bidden.
KJVAnd1when he had sent2them3away,he departed4into5a mountain7to pray.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2αποταξαμενοςG657afscheid, genomen, verlaatbid farewell, forsake, take leave, send away3αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which4απηλθενG565ging, weg, weggegaancome, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past5ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with6τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7οροςG3735berg, bergen, Olijfberghill, mount(-ain)8προσευξασθαιG4336bidden, bidt, badpray (X earnestly, for), make prayer
47En als het nu avond was geworden, zo was het schip in het midden van de zee, en Hij was alleen op het land.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
47EnG2532 als het nu avondG3798 was gewordenG1096, zo was het schipG4143inG1722 het middenG3319 van de zeeG2281, enG2532HijG846 was alleen op het landG1093.En als het nu avond was geworden, zo was het schip in het midden van de zee, en Hij was alleen op het land.
KJVAnd1when even2was come,3the ship6wasin7the midst8of the sea,10and11he12alone13on14the land.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2οψιαςG3798avond, avondstondeven(-ing, (-tide))3γενομενηςG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought4ηνG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was5τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6πλοιονG4143schip, schepen, scheepship(-ing)7ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)8μεσωG3319midden, middernachtamong, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way9τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10θαλασσηςG2281zeesea11καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet12αυτοςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which13μονοςG3441alleen, enigalone, only, by themselves14επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with15τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc16γηςG1093aarde, land, Egyptelandcountry, earth(-ly), ground, land, world
48En Hij zag, dat zij zich zeer pijnigden, om het schip voort te krijgen; want de wind was hun tegen; en omtrent de vierde wake des nachts, kwam Hij tot hen, wandelende op de zee, en wilde hen voorbijgaan.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
48En Hij zagG1492, dat zij zich zeer pijnigdenG928, om het schip voort te krijgen; wantG1063 de windG417wasG1510hunG846tegenG1909; enG2532omtrentG4012 de vierdeG5067wakeG5438 des nachtsG3571, kwamG2064 Hij totG4314henG846, wandelendeG4043 op de zeeG2281, enG2532wildeG2309henG846voorbijgaanG3928.En Hij zag, dat zij zich zeer pijnigden, om het schip voort te krijgen; want de wind was hun tegen; en omtrent de vierde wake des nachts, kwam Hij tot hen, wandelende op de zee, en wilde hen voorbijgaan.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ειδενG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed3αυτουςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which4βασανιζομενουςG928gepijnigd, pijnigt, gekweldpain, toil, torment, toss, vex5ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)6τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7ελαυνεινG1643gedreven, gevaren, voort krijgencarry, drive, row8ηνG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was9γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet10οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11ανεμοςG417wind, windenwind12εναντιοςG1727tegenover, wederpartijdige(over) against, contrary13αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which14καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet15περιG4012van, over, aangaande(there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with16τεταρτηνG5067vierde, vierfour(-th)17φυλακηνG5438gevangenis, gevangenissen, wakecage, hold, (im-)prison(-ment), ward, watch18τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc19νυκτοςG3571nacht, nachts, nachten(mid-)night20ερχεταιG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set21προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)22αυτουςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which23περιπατωνG4043wandelen, wandelt, wandelendego, be occupied with, walk (about)24επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with25τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc26θαλασσηςG2281zeesea27καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet28ηθελενG2309wil, wilt, willendesire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly))29παρελθεινG3928voorbijgaan, voorbij, voorbijgegaancome (forth), go, pass (away, by, over), past, transgress30αυτουςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
49En zij, ziende Hem wandelen op de zee, meenden, dat het een spooksel was, en schreeuwden zeer;
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
49En zij, ziendeG1492HemG846wandelenG4043opG1909 de zeeG2281, meendenG1380, dat het een spookselG5326wasG1510, en schreeuwdenG349 zeer;En zij, ziende Hem wandelen op de zee, meenden, dat het een spooksel was, en schreeuwden zeer;
KJVBut2when they sawhim4walking5upon6the sea,8they supposed9it had beena spirit,10and12cried out:
1οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3ιδοντεςG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed4αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which5περιπατουνταG4043wandelen, wandelt, wandelendego, be occupied with, walk (about)6επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with7τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8θαλασσηςG2281zeesea9εδοξανG1380meent, dunkt, meendenbe accounted, (of own) please(-ure), be of reputation, seem (good), suppose, think, trow10φαντασμαG5326spookselspirit11ειναιG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was12καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet13ανεκραξανG349riep, roepende, schreeuwdencry out
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
50Want zij zagen Hem allen, en werden ontroerd; en terstond sprak Hij met hen, en zeide tot hen: Zijt welgemoed, Ik ben het; vreest niet.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
50WantG1063 zij zagenG1492 Hem allenG3956, en werden ontroerdG5015; enG2532terstondG2112sprakG2980 Hij metG3326henG846, enG2532zeideG3004 tot henG846: Zijt welgemoedG2293, IkG1473benG1510 het; vreestG5399nietG3361.Want zij zagen Hem allen, en werden ontroerd; en terstond sprak Hij met hen, en zeide tot hen: Zijt welgemoed, Ik ben het; vreest niet.
KJVFor2they all1sawhim,3and5were troubled.6And7immediately8he talked9with10them,11and12saith13unto them,14Be of good cheer:15it is17I;16be19not18afraid.
1παντεςG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever2γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet3αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which4ειδονG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed5καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet6εταραχθησανG5015ontroerd, beroerd, beroerdetrouble7καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet8ευθεωςG2112terstond, dadelijkanon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway9ελαλησενG2980spreken, gesproken, sprakpreach, say, speak (after), talk, tell, utter10μετG3326met, na, nadatafter(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out)11αυτωνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which12καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet13λεγειG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter14αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which15θαρσειτεG2293goeden moed, wees welgemoed, Wees welgemoedbe of good cheer (comfort)16εγωG1473mij, ikI, me17ειμιG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was18μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without19φοβεισθεG5399bevreesd, vreest, vreesdenbe (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
51En Hij klom tot hen in het schip, en de wind stilde; en zij ontzetten zich bovenmate zeer in zichzelven, en waren verwonderd.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
51EnG2532 Hij klomG305totG4314henG846 in het schipG4143, enG2532 de windG417stildeG2869; enG2532 zij ontzettenG1839zichG1438bovenmateG1537 zeer in zichzelven, enG2532 waren verwonderdG2296.En Hij klom tot hen in het schip, en de wind stilde; en zij ontzetten zich bovenmate zeer in zichzelven, en waren verwonderd.
KJVAnd1he went up2unto3them4into5the ship;7and8the wind11ceased:9and12they were sore13amazed18in16themselves17beyond14measure,15and19wondered.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ανεβηG305klom, opgevaren, gingenarise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up)3προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)4αυτουςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which5ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with6τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7πλοιονG4143schip, schepen, scheepship(-ing)8καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet9εκοπασενG2869stilde, liggencease10οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11ανεμοςG417wind, windenwind12καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet13λιανG3029zeer, uitermateexceeding, great(-ly), sore, very (+ chiefest)14εκG1537uit, van, metafter, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out)15περισσουG4053onnodig, overvloed, voordeelexceeding abundantly above, more abundantly, advantage, exceedingly, very highly, beyond measure, more, superfluous, vehement(-ly)16ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)17εαυτοιςG1438zichzelven, zich, onszelvenalone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves)18εξισταντοG1839ontzetten, oud ontzetten, buiten zinnenamaze, be (make) astonished, be beside self (selves), bewitch, wonder19καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet20εθαυμαζονG2296verwonderden, verwonderde, verwonderdadmire, have in admiration, marvel, wonder
52Want zij hadden niet gelet op het wonder der broden; want hun hart was verhard.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
52Want zij hadden nietG3756geletG4920opG1909 het wonder der brodenG740; wantG1063hunG846hartG2588wasG1510verhardG4456.Want zij hadden niet gelet op het wonder der broden; want hun hart was verhard.
53En als zij overgevaren waren, kwamen zij in het land Gennesareth, en havenden aldaar.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
53EnG2532 als zij overgevarenG1276 waren, kwamenG2064 zij in het landG1093GennesarethG1082, enG2532havendenG4358 aldaar.En als zij overgevaren waren, kwamen zij in het land Gennesareth, en havenden aldaar.
KJVAnd1when they had passed over,2they came3into4the land6of Gennesaret,11and12drew to the shore.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2διαπερασαντεςG1276overgevaren, overkomen, overvoergo over, pass (over), sail over3ηλθονG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set4επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with5τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6γηνG1093aarde, land, Egyptelandcountry, earth(-ly), ground, land, world8γενησαρετ10γεννησαρετ12καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet13προσωρμισθησανG4358havendendraw to the shore
54En als zij uit het schip gegaan waren, terstond werden zij Hem kennende.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
54EnG2532 als zijG846uitG1537 het schipG4143gegaanG1831 waren, terstondG2112 werden zij Hem kennendeG1921.En als zij uit het schip gegaan waren, terstond werden zij Hem kennende.
55En het gehele omliggende land doorlopende, begonnen zij op beddekens degenen, die kwalijk gesteld waren, om te dragen, ter plaatse, waar zij hoorden dat Hij was.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
55En het gehele omliggende landG4066doorlopendeG4063, begonnenG756 zij opG1909beddekensG2895 degenen, dieG1565kwalijkG2560gesteldG2192 waren, om te dragenG4064, ter plaatseG1563, waar zij hoordenG191datG3754 Hij was.En het gehele omliggende land doorlopende, begonnen zij op beddekens degenen, die kwalijk gesteld waren, om te dragen, ter plaatse, waar zij hoorden dat Hij was.
KJVAnd ran through1that5whole2region round about,4and began6to carry about13in7beds9those that were12sick,11where14they heard15he was.16
1περιδραμοντεςG4063doorlopenderun through2οληνG3650geheel, alles, gansenall, altogether, every whit, + throughout, whole3τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4περιχωρονG4066omliggende land, land rondom, omliggenden landscountry (round) about, region (that lieth) round about5εκεινηνG1565die, dien, dezenhe, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those6ηρξαντοG756begon, begonnen, beginnen(rehearse from the) begin(-ning)7επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with8τοιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc9κραββατοιςG2895beddeken, beddekens, bedbed10τουςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11κακωςG2560kwalijk, ziek, deerlijkamiss, diseased, evil, grievously, miserably, sick, sore12εχονταςG2192hebben, heeft, hebtbe (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use13περιφερεινG4064omgevoerd, dragen, omdragendebear (carry) about14οπουG3699waar, waarheenin what place, where(-as, -soever), whither (+ soever)15ηκουονG191gehoord, horen, hoordegive (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand16οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why17εκειG1563daar, aldaarthere, thither(-ward), (to) yonder (place)18εστινG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was
56En zo waar Hij kwam, in vlekken, of steden, of dorpen, daar legden zij de kranken op de markten, en baden Hem, dat zij maar den zoom Zijns kleeds aanraken mochten; en zovelen, als er Hem aanraakten, werden gezond.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
56En zo waar Hij kwam, in vlekkenG2968, ofG2228stedenG4172, ofG2228dorpenG68, daar legdenG5087 zij de krankenG770 op de marktenG58, enG2532badenG3870HemG846, datG2443 zij maar den zoomG2899 Zijns kleedsG2440aanrakenG680 mochten; enG2532zovelenG3745, als er HemG846aanraaktenG680, werden gezondG4982.En zo waar Hij kwam, in vlekken, of steden, of dorpen, daar legden zij de kranken op de markten, en baden Hem, dat zij maar den zoom Zijns kleeds aanraken mochten; en zovelen, als er Hem aanraakten, werden gezond.
KJVAnd1whithersoever2he entered,4into5villages,6or7cities,8or9country,10they laid14the sick16in11the streets,13and17besought18him19that20they might touch27if21it were butthe border23of his26garment:25and28as many29as3touched31him32were made whole.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2οπουG3699waar, waarheenin what place, where(-as, -soever), whither (+ soever)3ανG302drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald(what-, where-, wither-, who-)soever4εισεπορευετοG1531ingaat, ingaande, inkomencome (enter) in, go into5ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with6κωμαςG2968vlek, vlekkentown, village7ηG2228of, danand, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea8πολειςG4172stad, stedencity9ηG2228of, danand, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea10αγρουςG68akker, akkers, dorpencountry, farm, piece of ground, land11ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)12ταιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13αγοραιςG58markten, marktmarket(-place), street14ετιθουνG5087gelegd, gesteld, gezet+ advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down15τουςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc16ασθενουνταςG770zwak, krank, krankenbe diseased, impotent folk (man), (be) sick, (be, be made) weak17καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet18παρεκαλουνG3870baden, bid, vertroostbeseech, call for, (be of good) comfort, desire, (give) exhort(-ation), intreat, pray19αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which20ιναG2443opdat, dat, wilalbeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to21κανG2579en indien, al ware hetand (also) if (so much as), if but, at the least, though, yet22τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc23κρασπεδουG2899zoom, zomenborder, hem24τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc25ιματιουG2440klederen, kleed, kleedsapparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture26αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which27αψωνταιG680raakte, aangeraakt, aanrakentouch28καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet29οσοιG3745zoveel als, allen dieall (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever)30ανG302drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald(what-, where-, wither-, who-)soever31ηπτοντοG680raakte, aangeraakt, aanrakentouch32αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which33εσωζοντοG4982zalig, behouden, gezondheal, preserve, save (self), do well, be (make) whole
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Markus 6:1— En Hij ging van daar weg, en kwam in Zijn vaderland, en Zijn discipelen volgden Hem.Mattheüs 13:54→Lukas 4:16→Mattheüs 2:23→Mattheüs 13:4→
Markus 6:2— En als het sabbat geworden was, begon Hij in de synagoge te leren; en velen, die Hem hoorden, ontzetten zich, zeggende: Van waar komen Dezen deze dingen, en wat wijsheid is dit, die Hem gegeven is, dat ook zulke krachten door Zijn handen geschieden?Mattheüs 4:23→Mattheüs 7:28→Johannes 7:15→Johannes 6:42→Lukas 4:31→Markus 1:21→Markus 1:39→Handelingen 4:13→
Markus 6:3— Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria, en de broeder van Jakobus en Joses, en van Judas en Simon, en zijn Zijn zusters niet hier bij ons? En zij werden aan Hem geergerd.Mattheüs 12:46→Mattheüs 11:6→Johannes 6:42→Markus 15:40→Galaten 1:19→Judas 1:1→1 Korinthe 1:23→Johannes 6:60→
Markus 6:4— En Jezus zeide tot hen: Een profeet is niet ongeeerd dan in zijn vaderland en onder zijn magen, en in zijn huis.Johannes 4:44→Lukas 4:24→Jeremia 11:21→Mattheüs 13:57→Jeremia 12:6→
Markus 6:5— En Hij kon aldaar geen kracht doen; dan Hij legde weinigen zieken de handen op, en genas hen.Markus 9:23→Markus 5:23→Mattheüs 13:58→Genesis 19:22→Hebreeën 4:2→Jesaja 59:1→Genesis 32:25→
Markus 6:6— En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof, en omging de vlekken daar rondom, lerende.Mattheüs 9:35→Lukas 13:22→Mattheüs 8:10→Jeremia 2:11→Lukas 4:31→Mattheüs 4:23→Markus 1:39→Handelingen 10:38→
Markus 6:7— En Hij riep tot Zich de twaalven, en begon hen uit te zenden twee en twee, en gaf hun macht over de onreine geesten.Lukas 10:17→Markus 3:13→Lukas 9:1→Exodus 4:14→Mattheüs 10:1→Lukas 10:3→Prediker 4:9→Mattheüs 10:9→
Markus 6:8— En Hij gebood hun, dat zij niets zouden nemen tot den weg, dan alleenlijk een staf, geen male, geen brood, geen geld in den gordel;Lukas 22:35→Lukas 9:3→Lukas 10:4→Mattheüs 10:9→
Markus 6:9— Maar dat zij schoenzolen zouden aanbinden, en met geen twee rokken gekleed zijn.Handelingen 12:8→Efeze 6:15→
Markus 6:10— En Hij zeide tot hen: Zo waar gij in een huis zult ingaan, blijft daar, totdat gij van daar uitgaat.Lukas 10:7→Handelingen 16:15→Lukas 9:4→Handelingen 17:5→Mattheüs 10:11→
Markus 6:11— En zo wie u niet zullen ontvangen, noch u horen, vertrekkende van daar, schudt het stof af, dat onder aan uw voeten is, hun tot een getuigenis. Voorwaar zeg Ik u: Het zal Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in den dag des oordeels dan dezelve stad.Nehemia 5:13→Handelingen 18:6→Lukas 10:10→Handelingen 13:50→Mattheüs 10:14→Lukas 9:5→Ezechiël 16:48→2 Petrus 2:9→
Markus 6:12— En uitgegaan zijnde, predikten zij, dat zij zich zouden bekeren.Mattheüs 4:17→Ezechiël 18:30→Handelingen 11:18→Mattheüs 3:8→Lukas 13:3→Lukas 24:47→Handelingen 20:21→Handelingen 2:38→
Markus 6:13— En zij wierpen vele duivelen uit, en zalfden vele kranken met olie, en maakten hen gezond.Jakobus 5:14→Lukas 10:17→Markus 6:7→
Markus 6:14— En de koning Herodes hoorde het (want Zijn Naam was openbaar geworden), en zeide: Johannes, die daar doopte, is van de doden opgewekt, en daarom werken die krachten in Hem.Lukas 9:7→Markus 6:14→1 Thessalonicenzen 1:8→Lukas 23:7→Mattheüs 14:1→Markus 8:28→Markus 1:28→Markus 1:45→
Markus 6:15— Anderen zeiden: Hij is Elias; en anderen zeiden: Hij is een profeet, of als een der profeten.Mattheüs 21:11→Markus 8:28→Mattheüs 16:14→Maleachi 4:5→Lukas 9:8→Johannes 1:25→Markus 15:35→Lukas 7:39→
Markus 6:16— Maar als het Herodes hoorde, zeide hij: Deze is Johannes, dien ik onthoofd heb; die is van de doden opgewekt.Mattheüs 14:2→Lukas 9:9→Mattheüs 27:4→Genesis 40:10→Openbaring 11:10→Psalmen 53:5→
Markus 6:17— Want dezelve Herodes, enigen uitgezonden hebbende, had Johannes gevangen genomen, en hem in de gevangenis gebonden, uit oorzaak van Herodias, de huisvrouw van zijn broeder Filippus, omdat hij haar getrouwd had.Mattheüs 11:2→Lukas 3:19→Mattheüs 4:12→Mattheüs 14:3→Lukas 3:1→
Markus 6:18— Want Johannes zeide tot Herodes: Het is u niet geoorloofd de huisvrouw uws broeders te hebben.Leviticus 20:21→Leviticus 18:16→Ezechiël 3:18→Mattheüs 14:3→Handelingen 24:24→Handelingen 20:26→1 Koningen 22:14→
Markus 6:19— En Herodias legde op hem toe; en wilde hem doden, en kon niet;Prediker 7:9→Efeze 4:26→1 Koningen 21:20→Genesis 39:17→
Markus 6:20— Want Herodes vreesde Johannes, wetende, dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hield hem in waarde; en als hij hem hoorde, deed hij vele dingen, en hoorde hem gaarne.Mattheüs 21:26→Mattheüs 14:5→Markus 4:16→2 Koningen 6:21→Markus 11:18→2 Koningen 3:12→Daniël 4:18→1 Koningen 21:20→
Markus 6:21— En als er een welgelegen dag gekomen was, toen Herodes, op den dag zijner geboorte, een maaltijd aanrichtte, voor zijn groten, en de oversten over duizend, en de voornaamsten van Galilea;Esther 2:18→Genesis 40:20→Daniël 5:1→Hosea 7:5→Esther 1:3→Genesis 27:41→Openbaring 11:10→Psalmen 37:12→
Markus 6:22— En als de dochter van dezelve Herodias inkwam, en danste, en Herodes en dengenen die mede aanzaten, behaagde, zo zeide de koning tot het dochtertje: Eis van mij, wat gij ook wilt, en ik zal het u geven.Mattheüs 14:6→Jesaja 3:16→Daniël 5:2→Esther 1:10→
Markus 6:23— En hij zwoer haar: Zo wat gij van mij zult eisen, zal ik u geven, ook tot de helft mijns koninkrijks!Esther 7:2→Esther 5:3→Esther 5:6→1 Samuël 28:10→Mattheüs 4:9→Mattheüs 5:34→Spreuken 6:2→2 Koningen 6:31→
Markus 6:24— En zij, uitgegaan zijnde, zeide tot haar moeder: Wat zal ik eisen? En die zeide: Het hoofd van Johannes den Doper.Mattheüs 14:8→Psalmen 37:14→Job 31:31→Psalmen 37:12→Ezechiël 19:2→Handelingen 23:12→2 Kronieken 22:3→Genesis 27:8→
Markus 6:25— En zij, terstond met haast ingaande tot den koning, heeft het geeist, zeggende: Ik wil, dat gij mij nu terstond, in een schotel, geeft het hoofd van Johannes den Doper.Romeinen 3:15→Numeri 7:13→Spreuken 1:16→Numeri 7:19→
Markus 6:26— En de koning, zeer bedroefd geworden zijnde, nochtans om de eden, en degenen, die mede aanzaten, wilde hij haar hetzelve niet afslaan.Mattheüs 27:3→Mattheüs 27:24→Mattheüs 14:9→
Markus 6:27— En de koning zond terstond een scherprechter, en gebood zijn hoofd te brengen. Deze nu ging heen, en onthoofdde hem in de gevangenis;Mattheüs 14:10→
Markus 6:29— En als zijn discipelen dit hoorden, gingen zij en namen zijn dood lichaam weg, en legden dat in een graf.2 Kronieken 24:16→Handelingen 8:2→Mattheüs 14:12→1 Koningen 13:29→Mattheüs 27:57→
Markus 6:30— En de apostelen kwamen weder tot Jezus, en boodschapten Hem alles, beide wat zij gedaan hadden, en wat zij geleerd hadden.Lukas 9:10→Lukas 22:14→Lukas 24:10→Lukas 17:5→Markus 6:7→Mattheüs 10:2→Handelingen 1:1→Lukas 10:17→
Markus 6:31— En Hij zeide tot hen: Komt gijlieden in een woeste plaats hier alleen, en rust een weinig; want er waren velen, die kwamen en die gingen, en zij hadden zelfs geen gelegen tijd om te eten.Markus 3:20→Markus 1:45→Markus 3:7→Mattheüs 14:13→Johannes 6:1→
Markus 6:32— En zij vertrokken in een schip, naar een woeste plaats, alleen.Markus 8:2→Markus 6:45→Johannes 6:5→Mattheüs 14:13→Lukas 9:10→Markus 4:36→Markus 3:9→
Markus 6:33— En de scharen zagen hen heenvaren, en velen werden Hem kennende, en liepen gezamenlijk te voet van alle steden derwaarts, en kwamen hun voor, en gingen samen tot Hem.Mattheüs 15:29→Johannes 6:2→Jakobus 1:19→Markus 6:54→
Markus 6:34— En Jezus, uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming bewogen over hen; want zij waren als schapen, die geen herder hebben; en Hij begon hun vele dingen te leren.Mattheüs 9:36→2 Kronieken 18:16→Zacharia 10:2→Numeri 27:17→1 Koningen 22:17→Jesaja 61:1→Jeremia 50:6→Romeinen 15:2→
Markus 6:35— En als het nu laat op den dag geworden was, kwamen Zijn discipelen tot Hem, en zeiden: Deze plaats is woest, en het is nu laat op den dag;Johannes 6:5→Lukas 9:12→Mattheüs 14:15→
Markus 6:36— Laat ze van U, opdat zij heengaan in de omliggende dorpen en vlekken, en broden voor zichzelven mogen kopen; want zij hebben niet, wat zij eten zullen.Mattheüs 15:23→Mattheüs 16:22→Markus 3:21→Markus 5:31→
Markus 6:37— Maar Hij, antwoordende, zeide tot hen: Geeft gij hun te eten. En zij zeiden tot Hem: Zullen wij heengaan, en kopen voor tweehonderd penningen brood, en hun te eten geven?2 Koningen 4:42→Numeri 11:13→Lukas 9:13→Markus 8:2→Johannes 6:4→Mattheüs 14:16→Numeri 11:21→2 Koningen 7:2→
Markus 6:38— En Hij zeide tot hen: Hoeveel broden hebt gij? Gaat heen en beziet het. En toen zij het vernomen hadden, zeiden zij: Vijf, en twee vissen.Mattheüs 15:34→Markus 8:5→Johannes 6:9→Mattheüs 14:17→Lukas 9:13→
Markus 6:39— En Hij gebood hun, dat zij hen allen zouden doen nederzitten bij waardschappen, op het groene gras.Mattheüs 15:35→1 Korinthe 14:40→Esther 1:5→1 Koningen 10:5→1 Korinthe 14:33→
Markus 6:40— En zij zaten neder in gedeelten bij honderd te zamen, en bij vijftig te zamen.Lukas 9:14→
Markus 6:41— En als Hij de vijf broden en de twee vissen genomen had, zag Hij op naar den hemel, zegende en brak de broden, en gaf ze Zijn discipelen, opdat zij ze hun zouden voorleggen, en de twee vissen deelde Hij voor allen.Mattheüs 14:19→Johannes 11:41→Markus 14:22→Johannes 17:1→Lukas 24:30→1 Samuël 9:13→Markus 7:34→Johannes 6:23→
Markus 6:42— En zij aten allen, en zijn verzadigd geworden.Mattheüs 14:20→2 Koningen 4:42→Psalmen 145:15→Johannes 6:12→Markus 8:8→Lukas 9:17→Mattheüs 15:37→Deuteronomium 8:3→
Markus 6:43— En zij namen op twaalf volle korven brokken, en van de vissen.Markus 8:19→
Markus 6:45— En terstond dwong Hij Zijn discipelen in het schip te gaan, en voor henen te varen aan de andere zijde tegen over Bethsaida, terwijl Hij de schare van Zich zou laten.Johannes 6:15→Markus 8:22→Mattheüs 14:22→Markus 6:32→Lukas 10:13→Mattheüs 11:21→
Markus 6:46— En als Hij aan dezelve hun afscheid gegeven had, ging Hij op den berg om te bidden.Markus 1:35→Mattheüs 6:6→Mattheüs 14:23→Lukas 6:12→1 Petrus 2:21→
Markus 6:47— En als het nu avond was geworden, zo was het schip in het midden van de zee, en Hij was alleen op het land.Johannes 6:16→Mattheüs 14:23→
Markus 6:48— En Hij zag, dat zij zich zeer pijnigden, om het schip voort te krijgen; want de wind was hun tegen; en omtrent de vierde wake des nachts, kwam Hij tot hen, wandelende op de zee, en wilde hen voorbijgaan.Lukas 12:38→Lukas 24:28→Genesis 19:2→Johannes 1:13→Genesis 32:26→Jesaja 54:11→Exodus 14:24→Mattheüs 14:24→
Markus 6:49— En zij, ziende Hem wandelen op de zee, meenden, dat het een spooksel was, en schreeuwden zeer;Lukas 24:37→Mattheüs 14:25→Job 9:8→Job 4:14→
Markus 6:50— Want zij zagen Hem allen, en werden ontroerd; en terstond sprak Hij met hen, en zeide tot hen: Zijt welgemoed, Ik ben het; vreest niet.Mattheüs 14:27→Jesaja 43:2→Lukas 24:38→Johannes 20:19→Johannes 6:19→
Markus 6:51— En Hij klom tot hen in het schip, en de wind stilde; en zij ontzetten zich bovenmate zeer in zichzelven, en waren verwonderd.Markus 4:39→Markus 2:12→Psalmen 107:28→Markus 5:42→Markus 4:41→Mattheüs 8:26→Johannes 6:21→Mattheüs 14:28→
Markus 6:52— Want zij hadden niet gelet op het wonder der broden; want hun hart was verhard.Markus 8:17→Markus 3:5→Markus 16:14→Romeinen 11:7→Mattheüs 16:9→Lukas 24:25→Jesaja 63:17→Markus 7:18→
Markus 6:53— En als zij overgevaren waren, kwamen zij in het land Gennesareth, en havenden aldaar.Johannes 6:24→Mattheüs 14:34→Lukas 5:1→
Markus 6:54— En als zij uit het schip gegaan waren, terstond werden zij Hem kennende.Filippenzen 3:10→Psalmen 9:10→
Markus 6:55— En het gehele omliggende land doorlopende, begonnen zij op beddekens degenen, die kwalijk gesteld waren, om te dragen, ter plaatse, waar zij hoorden dat Hij was.Mattheüs 4:24→Markus 3:7→Markus 2:1→
Markus 6:56— En zo waar Hij kwam, in vlekken, of steden, of dorpen, daar legden zij de kranken op de markten, en baden Hem, dat zij maar den zoom Zijns kleeds aanraken mochten; en zovelen, als er Hem aanraakten, werden gezond.Mattheüs 9:20→Markus 3:10→Numeri 15:38→Lukas 6:19→Handelingen 5:15→2 Koningen 13:21→Deuteronomium 22:12→Handelingen 4:9→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Markus 6 vers 1— En Hij ging van daar weg, en kwam in Zijn vaderland, en Zijn discipelen volgden Hem.
vaderland,
Namelijk te Nazareth, hetwelk Zijn vaderland genoemd wordt, omdat Hij daar opgevoed was en met Zijne ouders lang gewoond had. Zie Matt. 13:54 , en Luc. 4:16 .
Hertaald:vaderland,
Namelijk Nazareth, dat Zijn vaderstad genoemd wordt omdat Hij daar opgevoed was en lang met Zijn ouders gewoond had. Zie Matth. 13:54 en Luk. 4:16.
Markus 6 vers 2— En als het sabbat geworden was, begon Hij in de synagoge te leren; en velen, die Hem hoorden, ontzetten zich, zeggende: Van waar komen Dezen deze dingen, en wat wijsheid is dit, die Hem gegeven is, dat ook zulke krachten door Zijn handen geschieden?
ontzetten zich,
Grieks, werden verslagen.
Hertaald:ontzetten zich,
Grieks: werden verslagen.
krachten
Dat is, mirakelen of wondertekenen. Zie Matt. 7:22 .
Hertaald:krachten
Dat is: wonderen of wondertekenen. Zie Matth. 7:22.
door Zijn handen geschieden?
Dat is, door Hem; een Hebreeuwse manier van spreken.
Hertaald:door Zijn handen geschieden?
Dat is: door Hem; een Hebreeuwse manier van spreken.
Markus 6 vers 3— Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria, en de broeder van Jakobus en Joses, en van Judas en Simon, en zijn Zijn zusters niet hier bij ons? En zij werden aan Hem geergerd.
timmerman,
Dewijl Jozef een timmerman was, Matt. 13:55 , zo is het waarschijnlijk dat Christus hem in dit handwerk geholpen heeft, totdat Hij zijn leerambt heeft aangevangen; hetwelk ook een deel Zijner vernedering geweest is, Luc. 2:51 .
Hertaald:timmerman,
Omdat Jozef timmerman was, Matth. 13:55, is het waarschijnlijk dat Christus hem in dit handwerk geholpen heeft totdat Hij Zijn leerambt aanving. Ook dat is een deel van Zijn vernedering geweest, Luk. 2:51.
broeder van Jakobus
Dat is, neef; zie de aantekeningen Matt. 13:55 .
Hertaald:broeder van Jakobus
Dat is: neef; zie de aantekeningen bij Matth. 13:55.
Markus 6 vers 5— En Hij kon aldaar geen kracht doen; dan Hij legde weinigen zieken de handen op, en genas hen.
kon aldaar geen kracht doen;
Hoe dit te verstaan is, zie de aantekeningen Matt. 13:58 .
Hertaald:kon aldaar geen kracht doen;
Zie hoe dit te verstaan is in de aantekeningen bij Matth. 13:58.
Markus 6 vers 7— En Hij riep tot Zich de twaalven, en begon hen uit te zenden twee en twee, en gaf hun macht over de onreine geesten.
de twaalven,
Namelijk die hij tot zijne apostelen had verkoren, Marc. 3:13 .
Hertaald:de twaalven,
Namelijk hen die Hij tot Zijn apostelen gekozen had, Mark. 3:13.
over de onreine geesten
Namelijk om dezelve te kunnen uitdrijven uit de bezetenen.
Hertaald:over de onreine geesten
Namelijk om die uit de bezetenen te kunnen uitdrijven.
Markus 6 vers 8— En Hij gebood hun, dat zij niets zouden nemen tot den weg, dan alleenlijk een staf, geen male, geen brood, geen geld in den gordel;
een staf,
Namelijk om in het gaan op te steunen, maar geen die u zou bezwaren op den weg, gelijk Matt. 10:10 te zien is.
Hertaald:een staf,
Namelijk om onderweg op te steunen, maar geen die u onderweg tot last zou zijn, zoals te zien is in Matth. 10:10.
geld in den gordel;
Grieks, koper; omdat eertijds het geld van koper veel placht te wezen, en kan daardoor hier ook zelfs de minste voorraad van geld verstaan worden.
Hertaald:geld in den gordel;
Grieks: koper; omdat het geld vroeger vaak van koper was. Daarmee kan hier zelfs de kleinste voorraad geld bedoeld zijn.
Markus 6 vers 9— Maar dat zij schoenzolen zouden aanbinden, en met geen twee rokken gekleed zijn.
schoenzolen
Grieks, sandalia; welke waren lichte schoenen, bestaande alleen uit zolen met banden, om aan de voeten vast te maken, welke in die hete landen zeer gebruikelijk waren; Hand. 12:8 .
Hertaald:schoenzolen
Grieks: sandalia; dat waren lichte schoenen die alleen uit zolen met banden bestonden om aan de voeten vast te maken, en die in die hete landen heel gebruikelijk waren; Hand. 12:8.
aanbinden,
Namelijk niet meer dan een paar om te reizen, want meer schoenen op den weg mede te nemen wordt hun ook verboden; Matt. 10:10 .
Hertaald:aanbinden,
Namelijk niet meer dan één paar om te reizen, want meer schoenen onderweg meenemen wordt hun ook verboden; Matth. 10:10.
geen twee rokken gekleed zijn
Dat is, geen meer dan gij zult aanhebben, zonder nog een rok mede te dragen tot verandering.
Hertaald:geen twee rokken gekleed zijn
Dat is: niet meer dan u aanhebt, zonder nog een rok mee te dragen om te verwisselen.
Markus 6 vers 11— En zo wie u niet zullen ontvangen, noch u horen, vertrekkende van daar, schudt het stof af, dat onder aan uw voeten is, hun tot een getuigenis. Voorwaar zeg Ik u: Het zal Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in den dag des oordeels dan dezelve stad.
het stof af,
De reden hiervan zie Matt. 10:14 .
Hertaald:het stof af,
Zie de reden hiervan bij Matth. 10:14.
Markus 6 vers 13— En zij wierpen vele duivelen uit, en zalfden vele kranken met olie, en maakten hen gezond.
zalfden vele kranken met olie,
Deze zalving, gelijk ook de oplegging der handen, aanraken en dergelijke wijzen van doen, die Christus en de apostelen hebben gebruikt in het genezen der ziekten, gaven de gezondheid niet, maar waren uiterlijke tekenen, dat deze wonderbare genezing door de goddelijke kracht van Christus en den dienst der apostelen geschiedde. Welke tekenen gebruikt zijn, zolang de gave der wonderbare genezing heeft geduurd. Zie Marc. 16:18 ; Jak. 5:14 , en nadat deze gave heeft opgehouden, hebben deze tekenen, als nu nergens meer toe dienende, ook moeten ophouden.
Hertaald:zalfden vele kranken met olie,
Deze zalving gaf, evenals het opleggen van de handen, het aanraken en dergelijke handelingen die Christus en de apostelen bij het genezen gebruikten, de gezondheid niet. Het waren uiterlijke tekenen dat deze wonderbare genezing door de goddelijke kracht van Christus en de dienst van de apostelen gebeurde. Die tekenen zijn gebruikt zolang de gave van de wonderbare genezing geduurd heeft. Zie Mark. 16:18; Jak. 5:14. Nadat die gave opgehouden is, hebben ook deze tekenen moeten ophouden, omdat zij nergens meer toe dienden.
Markus 6 vers 14— En de koning Herodes hoorde het (want Zijn Naam was openbaar geworden), en zeide: Johannes, die daar doopte, is van de doden opgewekt, en daarom werken die krachten in Hem.
Heródes hoorde het
Zie van dezen Herodes en van deze gehele geschiedenis Matt. 14:1 , enz.
Hertaald:Heródes hoorde het
Zie over deze Herodes en over deze hele geschiedenis Matth. 14:1, enzovoort.
want Zijn Naam was openbaar geworden
Namelijk de naam Jezus.
Hertaald:want Zijn Naam was openbaar geworden
Namelijk de naam Jezus.
werken die krachten in Hem
Dat is, nu komt hij met meerder kracht dan tevoren, want Johannes had zelf gene wonderen gedaan; Joh. 10:41 .
Hertaald:werken die krachten in Hem
Dat is: nu komt hij met meer kracht dan tevoren, want Johannes had zelf geen wonderen gedaan; Joh. 10:41.
Markus 6 vers 15— Anderen zeiden: Hij is Elias; en anderen zeiden: Hij is een profeet, of als een der profeten.
der profeten
Dat is, der oude afgestorven profeten.
Hertaald:der profeten
Dat is: van de oude, gestorven profeten.
Markus 6 vers 20— Want Herodes vreesde Johannes, wetende, dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hield hem in waarde; en als hij hem hoorde, deed hij vele dingen, en hoorde hem gaarne.
hield hem in waarde;
Of, bewaarde hem.
Hertaald:hield hem in waarde;
Of: bewaarde hem.
hoorde hem gaarne
Namelijk in het eerst, want daarna opgemaakt zijnde door Herodias, zocht hij hem te doden, hoewel hij zulks liet uit vrees voor het volk, totdat deze gelegenheid voorkwam; Matt. 14:5 .
Hertaald:hoorde hem gaarne
Namelijk in het begin. Want daarna, opgestookt door Herodias, zocht hij hem te doden — al liet hij dat na uit vrees voor het volk, totdat deze gelegenheid zich voordeed; Matth. 14:5.
Markus 6 vers 21— En als er een welgelegen dag gekomen was, toen Herodes, op den dag zijner geboorte, een maaltijd aanrichtte, voor zijn groten, en de oversten over duizend, en de voornaamsten van Galilea;
een welgelegen dag gekomen was,
Dat is bekwame tijd, waar Herodias op toelegde, om tot haar voornemen te komen.
Hertaald:een welgelegen dag gekomen was,
Dat is: een geschikte tijd, waarop Herodias het aanlegde om haar voornemen uit te voeren.
Markus 6 vers 22— En als de dochter van dezelve Herodias inkwam, en danste, en Herodes en dengenen die mede aanzaten, behaagde, zo zeide de koning tot het dochtertje: Eis van mij, wat gij ook wilt, en ik zal het u geven.
inkwam, en danste,
Namelijk in de zaal, waar de maaltijd gehouden werd, want het was bij de ouden niet veel gebruikelijk dat de vrouwen met de mannen in grote maaltijden aanzaten. Zie Est. 1:11 .
Hertaald:inkwam, en danste,
Namelijk in de zaal waar de maaltijd gehouden werd. Want het was bij de ouden niet erg gebruikelijk dat de vrouwen bij grote maaltijden met de mannen aanzaten. Zie Est. 1:11.
Markus 6 vers 26— En de koning, zeer bedroefd geworden zijnde, nochtans om de eden, en degenen, die mede aanzaten, wilde hij haar hetzelve niet afslaan.
afslaan
Grieks haar niet afzetten; dat is haar verzoek verwerpen.
Hertaald:afslaan
Grieks: haar niet afzetten; dat is: haar verzoek afwijzen.
Markus 6 vers 27— En de koning zond terstond een scherprechter, en gebood zijn hoofd te brengen. Deze nu ging heen, en onthoofdde hem in de gevangenis;
Markus 6 vers 30— En de apostelen kwamen weder tot Jezus, en boodschapten Hem alles, beide wat zij gedaan hadden, en wat zij geleerd hadden.
kwamen weder tot Jezus,
Namelijk wederkomende van hunne reis, die zij, na de uitzending, twee en twee gedaan hadden door het Joodse land.
Hertaald:kwamen weder tot Jezus,
Namelijk terugkomend van hun reis, die zij na de uitzending twee aan twee door het Joodse land gemaakt hadden.
Markus 6 vers 31— En Hij zeide tot hen: Komt gijlieden in een woeste plaats hier alleen, en rust een weinig; want er waren velen, die kwamen en die gingen, en zij hadden zelfs geen gelegen tijd om te eten.
een woeste plaats
Of, eenzame. Deze was bij Bethsaïda; Matt. 14:13 ; Luc. 9:10 .
Hertaald:een woeste plaats
Of: eenzame. Deze lag bij Bethsaïda; Matth. 14:13; Luk. 9:10.
hier alleen,
Of, bezijden.
Hertaald:hier alleen,
Of: terzijde.
Markus 6 vers 34— En Jezus, uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming bewogen over hen; want zij waren als schapen, die geen herder hebben; en Hij begon hun vele dingen te leren.
En Jezus,
Zie van dit gehele wonder de aantekeningen Matt. 14:15 , enz.
Hertaald:En Jezus,
Zie over dit hele wonder de aantekeningen bij Matth. 14:15, enzovoort.
Markus 6 vers 35— En als het nu laat op den dag geworden was, kwamen Zijn discipelen tot Hem, en zeiden: Deze plaats is woest, en het is nu laat op den dag;
als het nu laat op den dag geworden was,
Grieks, als nu de ure veel was geworden. Want de Joden rekenden de uren van den opgang der zon, en eindigden die met den avond; Matt. 20:6 .
Hertaald:als het nu laat op den dag geworden was,
Grieks: toen het uur al ver gevorderd was. Want de Joden rekenden de uren vanaf de opgang van de zon en eindigden die met de avond; Matth. 20:6.
Markus 6 vers 36— Laat ze van U, opdat zij heengaan in de omliggende dorpen en vlekken, en broden voor zichzelven mogen kopen; want zij hebben niet, wat zij eten zullen.
dorpen en vlekken,
Grieks, velden; dit is, landhuizen of dorpen.
Hertaald:dorpen en vlekken,
Grieks: velden; dat is: landhuizen of dorpen.
Markus 6 vers 37— Maar Hij, antwoordende, zeide tot hen: Geeft gij hun te eten. En zij zeiden tot Hem: Zullen wij heengaan, en kopen voor tweehonderd penningen brood, en hun te eten geven?
Hertaald:tweehonderd penningen brood,
Grieks: denarii. Zie de waarde hiervan bij Matth. 18:28.
Markus 6 vers 38— En Hij zeide tot hen: Hoeveel broden hebt gij? Gaat heen en beziet het. En toen zij het vernomen hadden, zeiden zij: Vijf, en twee vissen.
vernomen hadden,
Grieks verstaan hadden, of twisten.
Markus 6 vers 39— En Hij gebood hun, dat zij hen allen zouden doen nederzitten bij waardschappen, op het groene gras.
bij waardschappen,
Grieks, waardschappen, waardschappen, of maaltijden, maaltijden; een Hebreeuwse wijze van spreken; dat is, in verscheidene gezelschappen, gelijk in grote maaltijden of bruiloften het volk aan verscheidene tafels placht verdeeld te worden.
Hertaald:bij waardschappen,
Grieks: maaltijden, maaltijden; een Hebreeuwse manier van spreken. Dat is: in verschillende gezelschappen, zoals het volk bij grote maaltijden of bruiloften over verschillende tafels verdeeld placht te worden.
Markus 6 vers 40— En zij zaten neder in gedeelten bij honderd te zamen, en bij vijftig te zamen.
zaten neder
Grieks, vielen.
Hertaald:zaten neder
Grieks: vielen.
in gedeelten bij honderd te zamen,
Grieks, hofbedden, hofbedden; dat is, onderscheiden, gelijk de kruidbedden in de hoven zijn, waaruit lichtelijk het getal kon afgerekend worden.
Hertaald:in gedeelten bij honderd te zamen,
Grieks: hofbedden, hofbedden; dat is: afzonderlijk, zoals de kruidbedden in de tuinen, waaruit men het aantal gemakkelijk kon afleiden.
Markus 6 vers 41— En als Hij de vijf broden en de twee vissen genomen had, zag Hij op naar den hemel, zegende en brak de broden, en gaf ze Zijn discipelen, opdat zij ze hun zouden voorleggen, en de twee vissen deelde Hij voor allen.
zegende en brak de broden,
Namelijk met dankzegging. Zie Matt. 14:19 ; Joh. 6:11 .
Hertaald:zegende en brak de broden,
Namelijk met dankzegging. Zie Matth. 14:19; Joh. 6:11.
Markus 6 vers 45— En terstond dwong Hij Zijn discipelen in het schip te gaan, en voor henen te varen aan de andere zijde tegen over Bethsaida, terwijl Hij de schare van Zich zou laten.
tegen -over Bethsáïda,
Want Joh. 6:17 staat dat zij naar Kapernaüm voeren, hetwelk tegenover Bethsaïda lag.
Hertaald:tegen -over Bethsáïda,
Want in Joh. 6:17 staat dat zij naar Kapernaüm voeren, dat tegenover Bethsaïda lag.
Markus 6 vers 46— En als Hij aan dezelve hun afscheid gegeven had, ging Hij op den berg om te bidden.
hun afscheid gegeven had,
Of, van haar zijn afscheid genomen had; gelijk Hand. 18:21 .
Hertaald:hun afscheid gegeven had,
Of: afscheid van hen genomen had, zoals Hand. 18:21.
Markus 6 vers 48— En Hij zag, dat zij zich zeer pijnigden, om het schip voort te krijgen; want de wind was hun tegen; en omtrent de vierde wake des nachts, kwam Hij tot hen, wandelende op de zee, en wilde hen voorbijgaan.
dat zij zich zeer pijnigden,
Of, dat zij in nood waren in het roeien.
Hertaald:dat zij zich zeer pijnigden,
Of: dat zij in nood waren bij het roeien.
vierde wake des nachts,
Welke was de laatste. Zie Matt. 14:25 .
Hertaald:vierde wake des nachts,
Dat was de laatste. Zie Matth. 14:25.
Markus 6 vers 49— En zij, ziende Hem wandelen op de zee, meenden, dat het een spooksel was, en schreeuwden zeer;
spooksel was,
Dat is, een geest, verschijnende in lichamelijke gedaante.
Hertaald:spooksel was,
Dat is: een geest die in lichamelijke gedaante verschijnt.
Markus 6 vers 51— En Hij klom tot hen in het schip, en de wind stilde; en zij ontzetten zich bovenmate zeer in zichzelven, en waren verwonderd.
bovenmate zeer in zichzelven,
Grieks, zeer overvloediglijk.
Hertaald:bovenmate zeer in zichzelven,
Grieks: zeer overvloedig.
Markus 6 vers 52— Want zij hadden niet gelet op het wonder der broden; want hun hart was verhard.
niet gelet op het wonder der broden;
Grieks, niet verstaan van, of door de broden; dat is, zij waren niet verstandiger geworden door hetgeen met de vijf broden geschied was; namelijk om daardoor van Christus' goddelijke kracht en zorg voor hen verzekerd te zijn. Zie Marc. 8:17-21 .
Hertaald:niet gelet op het wonder der broden;
Grieks: niets begrepen van of door de broden; dat is: zij waren niet verstandiger geworden door wat er met de vijf broden gebeurd was, namelijk om daardoor verzekerd te zijn van Christus' goddelijke kracht en Zijn zorg voor hen. Zie Mark. 8:17-21.
verhard
Grieks, vereeld, of verward; hetwelk niet is te verstaan van zulke hardigheid of verstoktheid des harten, gelijk in de hardnekkige Joden tevoren aangewezen en bestraft is, Marc. 3:5 , maar van hun onverstand en traagheid om geestelijke dingen wel te begrijpen en te geloven. Zie dergelijke Marc. 8:17 , en Marc. 16:14 ; Luc. 24:25 .
Hertaald:verhard
Grieks: vereelt, of verstard. Dat moet niet opgevat worden als de hardheid of verstoktheid van het hart zoals die bij de hardnekkige Joden aangewezen en bestraft is, Mark. 3:5, maar als hun onverstand en traagheid om geestelijke dingen goed te begrijpen en te geloven. Zie iets dergelijks in Mark. 8:17 en Mark. 16:14; Luk. 24:25.
Markus 6 vers 54— En als zij uit het schip gegaan waren, terstond werden zij Hem kennende.
terstond werden zij Hem kennende
Namelijk de lieden van dat land.
Hertaald:terstond werden zij Hem kennende
Namelijk de mensen uit dat gebied.
Markus 6 vers 56— En zo waar Hij kwam, in vlekken, of steden, of dorpen, daar legden zij de kranken op de markten, en baden Hem, dat zij maar den zoom Zijns kleeds aanraken mochten; en zovelen, als er Hem aanraakten, werden gezond.
dorpen,
Grieks, velden.
Hertaald:dorpen,
Grieks: velden.
aanraken mochten;
Van dit aanraken zie de reden in de aantekeningen Matt. 14:36 .
Hertaald:aanraken mochten;
Zie de reden van dit aanraken in de aantekeningen bij Matth. 14:36.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De Engel des HEERENniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenuitwerking
En Hij wilde hen voorbijgaan — 6:45-52
De vijfduizend zijn gespijzigd. Hij dwingt de discipelen het schip in en gaat alleen de berg op om te bidden. Zij komen niet vooruit, want de wind is tegen, en het is al de laatste nachtwake als er iets over het water aankomt.
Hij loopt over de zee, Hij wil hen voorbijgaan, en Hij noemt Zich met twee woorden die in het Oude Testament een naam zijn.
Markus vertelt het zonder omhaal: “omtrent de vierde wake des nachts, kwam Hij tot hen, wandelende op de zee, en wilde hen voorbijgaan.”
Drie dingen staan daar, en elk ervan heeft een oudtestamentische klank.
Het eerste is het lopen over water. Job somt op wat God alleen doet, en midden in die opsomming staat: “Die alleen de hemelen uitbreidt, en treedt op de hoogten der zee.” Voor Israël was de zee niet zomaar water; zij was het beeld van wat de mens niet beheerst. Wie er overheen loopt, doet iets wat in de Schrift van niemand anders gezegd wordt.
Het tweede is het voorbijgaan. Dat klinkt vreemd — waarom zou Hij hen voorbijwillen als Hij naar hen toe komt? Maar juist dat woord is in het Oude Testament vaste taal voor een verschijning. God zei tegen Mozes dat Hij hem in een kloof van de rots zou zetten wanneer Zijn heerlijkheid voorbij zou gaan. Elia moest op de berg staan, en er staat: de HEERE ging voorbij. En bij Job, twee verzen na dat treden op de zee: “Zie, Hij zal voor mij henengaan, en ik zal Hem niet zien; en Hij zal voorbijgaan, en ik zal Hem niet merken.”
Voorbijgaan is dus niet: langslopen zonder te helpen. Het is de manier waarop God Zich laat zien: Hij komt langs, en men ziet Hem van achteren.
Het derde is wat Hij zegt als zij het uitschreeuwen. Zij menen dat het een spooksel is; de kanttekening zegt: een geest, verschijnende in lichamelijke gedaante. En dan: “Zijt welgemoed, Ik ben het; vreest niet.”
In het Nederlands klinkt dat als een gewone geruststelling — ik ben het maar. Maar in de taal waarin Markus schrijft staan er twee woorden die ook de Naam zijn waarmee God Zich aan Mozes bekendmaakte bij het brandende bos. Elders in de evangeliën gebruikt Hij diezelfde twee woorden zo, en dan grijpen Zijn hoorders naar stenen.
Wat hier gebeurt, staat dus in de lijn van de verschijningen. Door heel het Oude Testament heen komt op beslissende ogenblikken Iemand langs Die God heet en Die men niet aan kan zien. Hier komt Hij over het water, in de vierde nachtwake, naar mannen die zich in het roeien afmatten.
En dan het slot, dat ontnuchterend eerlijk is: de wind ging liggen, en zij ontzetten zich bovenmate zeer, “Want zij hadden niet gelet op het wonder der broden; want hun hart was verhard.” De kanttekening haast zich uit te leggen dat dit niet de verstoktheid van de vijanden is, maar hun onverstand en traagheid om geestelijke dingen te begrijpen. Zij hadden een paar uur eerder vijfduizend mensen zien eten, en zij hadden het niet doorgedacht.
Job 9:8 — Van God alleen wordt gezegd dat Hij treedt op de hoogten der zee.
Exodus 33:22 — God gaat voorbij, en Mozes mag Hem alleen van achteren zien.
1 Koningen 19:11 — Op Horeb ging de HEERE voorbij, en Elia stond in de kloof.
Markus 6:48 — Hij komt over de zee, en wil hen voorbijgaan.
Exodus 3:14 — En Hij noemt Zich met de woorden waarmee God Zich aan Mozes bekendmaakte.
Markus 6:51 — Hij klimt in het schip, en de wind gaat liggen.
In het Nieuwe Testament: Job 9:8; Job 9:11; Exodus 33:22; Exodus 3:14; 1 Koningen 19:11; Johannes 8:58
Hoever dit reikt: Dat het voorbijgaan hier bewust naar Exodus 33 en 1 Koningen 19 verwijst, wordt door Markus niet gezegd. Het rust op het vaste gebruik van dat woord in het Oude Testament wanneer God Zich vertoont. Dat de woorden Ik ben het meer dragen dan een geruststelling, blijkt uit hun gebruik op andere plaatsen in de evangeliën; hier legt de tekst dat niet uit. De kanttekening laat zich er niet over uit.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Markus 6:20.KruisverwijzingenMattheüs 21:26→Mattheüs 14:5→Markus 4:16→2 Koningen 6:21→Markus 11:18→2 Koningen 3:12→Daniël 4:18→1 Koningen 21:20→ — Want Herodes vreesde Johannes, wetende, dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hield hem in waarde; en als hij hem hoorde, deed hij vele dingen, en hoorde hem gaarne. “Want Herodes vreesde Johannes, wetende, dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hield hem in waarde; en als hij hem hoorde, deed hij vele dingen, en hoorde hem gaarne.”
Herodes was een groot vorst; Johannes was maar een arme prediker, wiens kleding en voedsel van de grofste soort waren. En toch vreesde Herodes Johannes.
Let op de goede dingen die van Herodes gezegd worden. Ten eerste beschermde hij Johannes: Herodias wilde hem doden, en dat liet Herodes niet toe.
Ten tweede had hij eerbied voor rechtvaardigheid en heiligheid. Herodes achtte de deugd, ook al bezat hij haar zelf niet.
Ten derde bewonderde hij ook de persoon in wie hij die rechtvaardigheid en heiligheid zag. Dat is nog een stap verder, want iemand kan een deugd in het algemeen bewonderen en toch de mens haten in wie hij haar belichaamd ziet.
Een vierde goed punt in Herodes was dat hij naar Johannes luisterde, en hem zelfs “gaarne hoorde”.
Maar Herodes had ook ernstige gebreken. Ten eerste: hoewel hij graag naar de prediking van Johannes luisterde, deed hij wél “vele dingen” — maar niet alles. Hij kon niet de hele weg gaan die Johannes hem wijzen wilde. Hij hinkte op twee gedachten. Hij aarzelde. Hij wankelde.
Ten tweede: hoewel hij Johannes vreesde, zag hij nooit op de Meester van Johannes. Het is gemakkelijk de prediker te horen en te bewonderen terwijl de Meester van die prediker onbekend blijft.
Ten derde: hoewel Herodes de goedheid in een ander bewonderde, was er niets van in hemzelf. Herodes was een vos van een man — zelfzuchtig, vol streken en wreed.
Nog een gebrek in het karakter van Herodes was dat hij het Woord van God nooit liefhad áls het Woord van God. Hij bewonderde Johannes, maar hij zei nooit bij zichzelf: God heeft Johannes gezonden, God spreekt door Johannes tot mij. Hij nam het getuigenis van Johannes niet aan als het Woord van God.
En ten slotte: er staat niet dat Herodes Gód vreesde, maar dat hij Jóhannes vreesde. En “de vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid”.
Herodes eindigde allerellendigst. Hij vermoordde de prediker die hij eens geëerd had. Na verloop van tijd kunnen mensen er niet meer tegen bestraft te worden, en zij gaan daarin voort tot zij bespotten wat zij eens eerbiedigden. Herodes vreesde Johannes, en toch onthoofdde hij hem.
Deze Herodes Antipas was de man die later de Zaligmaker bespotte. Ten slotte werd hij in oneer door de Romeinse keizer teruggeroepen. Zo eindigde Herodes, die naar Johannes luisterde maar zijn woorden niet ter harte nam.
I. Vs. 1-6KruisverwijzingenJohannes 4:44→Mattheüs 12:46→Mattheüs 11:6→Mattheüs 9:35→Lukas 13:22→Lukas 4:24→Markus 9:23→Markus 5:23→ — En Hij ging van daar weg, en kwam in Zijn vaderland, en Zijn discipelen volgden Hem. En als het sabbat geworden was, begon Hij in de synagoge te leren; en velen, die Hem hoorden, ontzetten zich, zeggende: Van waar komen Dezen deze dingen, en wat wijsheid is dit, die Hem gegeven is, dat ook zulke krachten door Zijn handen geschieden? Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria, en de broeder van Jakobus en Joses, en van Judas en Simon, en zijn Zijn zusters niet hier bij ons? En zij werden aan Hem geergerd. En Jezus zeide tot hen: Een profeet is niet ongeeerd dan in zijn vaderland en onder zijn magen, en in zijn huis. En Hij kon aldaar geen kracht doen; dan Hij legde weinigen zieken de handen op, en genas hen. En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof, en omging de vlekken daar rondom, lerende.
Hier begint een vierde groep van verhalen, waarbij nu meer gelet wordt op de geschiedkundige opvolging van tijd. Het eigenlijk middelpunt van deze groep vormt de geschiedenis van de gevangenneming en onthoofding van Johannes de Doper in vs. 17-29, waaraan vooraf en later in vs. 7-16 en 30-56 dezelfde gebeurtenissen verbonden worden als die bij MATTHEUS. 9: 35-11: 1 en 14: 1-36 Het gezantschap van Johannes uit de gevangenis, waarvan wij in MATTHEUS. 11: 2-30 lezen, wordt hier overgeslagen, wat de inhoud van het 12de en 13de hoofdstuk bij Mattheus uitmaakt, maar daar aan het in Hoofdst. 14 medegedeelde voorafgaat, is bij Markus al in de vorige groepen aangehaald. Alleen de afdeling over Jezus tweede tegenwoordigheid in Nazareth kon vroeger niet worden vermeld. Daarom volgt dit als een soort van aanhangsel, dat het in Hoofdstuk 4: 35 gezegde aanvult en als een soort van aaneenschakeling die de zakelijke samenhang tussen de 3e en 4e groep teweeg brengt.
KruisverwijzingenMattheüs 13:54→Lukas 4:16→Mattheüs 2:23→Mattheüs 13:4→— En Hij ging van daar weg, en kwam in Zijn vaderland, en Zijn discipelen volgden Hem.
En Hij ging van daar, van Kapèrnaüm, weg. Op de weg van Jairus huis naar dat van Petrus, waarin Jezus woonde en daar binnen, gebeurde nog wat in MATTHEUS. 9: 27-34 verteld wordt. De Heere maakte daarna een reis door de omliggende landstreek, die met afzondering van de twaalf (Hoofdstuk 3: 13 vv. ) en de bergrede, de genezing van de melaatse en van de zieke knecht van de hoofdman van Kapèrnaüm eindigde (MATTHEUS. 4: 23-8 : 12). Een dergelijk heengaan uit Kapèrnaüm vond ook na de 8 maanden later gehouden zeeprediking plaats (MATTHEUS. 13: 53). En Jezus, nu weer in Nazareth beproevend of Hij daar een beter onthaal zou vinden dan een jaar geleden (Luk. 4: 16 vv. ), kwam in Zijnvaderland, in Nazareth, dat Hem, nu een voortdurend oponthoud te Kapèrnaüm onmogelijk was geworden (MATTHEUS. 14: 1-12), weer als Zijn eigenlijk vaderland voorkwam; en Zijn discipelen volgden Hem; zij ruilden hun vaderland nu met het Zijne.
KruisverwijzingenMattheüs 4:23→Mattheüs 7:28→Johannes 7:15→Johannes 6:42→Lukas 4:31→Markus 1:21→Markus 1:39→Handelingen 4:13→— En als het sabbat geworden was, begon Hij in de synagoge te leren; en velen, die Hem hoorden, ontzetten zich, zeggende: Van waar komen Dezen deze dingen, en wat wijsheid is dit, die Hem gegeven is, dat ook zulke krachten door Zijn handen geschieden?
En toen het sabbat geworden was, de eerste die op de dag van Zijn aankomst volgde en die Hij eerst afwachtte voordat Hij openlijk optrad, begon Hij in de synagoge te leren, met de bedoeling dit ook later voort te zetten wanneer Hij metbereidwilligheid werd ontvangen. En velen die Hem hoorden wat Hij meteen bij de eerste keer zei, verbaasden zich en zeiden: Vanwaar komen deze dingen? en wat voor wijsheid is dit, die Hem gegeven is, dat ook zulke krachten door Zijn handen gebeuren?
KruisverwijzingenMattheüs 12:46→Mattheüs 11:6→Johannes 6:42→Markus 15:40→Galaten 1:19→Judas 1:1→1 Korinthe 1:23→Johannes 6:60→— Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria, en de broeder van Jakobus en Joses, en van Judas en Simon, en zijn Zijn zusters niet hier bij ons? En zij werden aan Hem geergerd.
a) Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria en de broeder van Jakobus en Joses en van Judas en Simone en zijn Zijn zusters niet hier bij ons? En zij werden door Hem geergerd als aan een vermetele die Zich hoger verhief dan Hij naar afkomst en stand zijn kon.
Joh. 6: 42.
De uitvoerigheid waarmee Markus de Nazareners van Jezus familie bericht laat geven, heeft duidelijk ten doel aan te tonen hoe zij zich daarvan niet lieten afbrengen. Zij zagen Zijn waarde genoeg in, zodat zij zich in hun oordeel niet lieten afleiden door wat Hij zelf met woord en daad van Zichzelf verzekerde. Daarbij komt het hen beter voor Hemzelf als timmerman en niet als een timmermanszoon voor te stellen, omdat op die manier de tegenstelling van Zijn vroeger tegenover Zijn tegenwoordig werk des te sterker op de voorgrond trad. De benaming “Zoon van Maria” is bij onze Evangelist, die zijn plan van schrijven nooit tot Jozef liet komen, makkelijk te verklaren, omdat dan ook inderdaad in de tijd dat Markus zijn Evangelie begon te schrijven, Jozef al gestorven was.
KruisverwijzingenJohannes 4:44→Lukas 4:24→Jeremia 11:21→Mattheüs 13:57→Jeremia 12:6→— En Jezus zeide tot hen: Een profeet is niet ongeeerd dan in zijn vaderland en onder zijn magen, en in zijn huis.
En Jezus zei tot hen: a) Een profeet is niet ongeeerd dan in zijn vaderland en onder zijn verwanten en in zijn huis.
Luk. 4: 24. Joh. 4: 44.
Wanneer Schleiermacher hierbij de opmerking maakt dat ook vaak het tegendeel plaats vindt en het de ijdelheid van de mensen vleit, wanneer iemand zich boven anderen onderscheidt en men er dan graag een roem in stelt dat hij hun medeburger is, dan is dat zeer juist; maar 1) is dat meer bij wereldse dan bij geestelijke zaken het geval en 2) gebeurt dat vaak pas later, wanneer anderen de grootheid van een persoon al hebben erkend en zijn roem zich een weg heeft gebaand. In het begin vindt iemand slechts zelden de juiste erkenning bij zijn bekenden.
KruisverwijzingenMarkus 9:23→Markus 5:23→Mattheüs 13:58→Genesis 19:22→Hebreeën 4:2→Jesaja 59:1→Genesis 32:25→— En Hij kon aldaar geen kracht doen; dan Hij legde weinigen zieken de handen op, en genas hen.
En Hij kon daar geen kracht doen, terwijl Hij zo graag de hele rijkdom van Zijn goddelijke macht als zegen voor de Zijnen had geopenbaard; Hij legde weinige zieken de handen op en genas hen.
KruisverwijzingenMattheüs 9:35→Lukas 13:22→Mattheüs 8:10→Jeremia 2:11→Lukas 4:31→Mattheüs 4:23→Markus 1:39→Handelingen 10:38→— En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof, en omging de vlekken daar rondom, lerende.
En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof 1) dat zich zo verzette en openlijk toonde dat men Hem helemaal niet om hulp vroeg; a) en Hij ging naar de dorpen daar rondom en onderwees er 2).
MATTHEUS. 9: 35. Luk. 13: 22.
Wat de samenhang van ons stuk met het voorgaande (in Hoofdstuk 5: 21-23) betreft valt meteen het contrast op tussen de ondervindingen die de discipelen daar en die zij hier over de wonderbare macht van Jezus maakten. Waren zij door getuigen van Zijn onbeperkt vermogen en Zijn volle heerlijkheid, zij zagen hier hoe de openbaring daarvan door vast besloten ongeloof beperkt, ja bepaald onmogelijk gemaakt werd. Toen zij bedachten dat Hem dit in Zijn vaderstad overkwam en zij de algemene waarheid overdachten, die Jezus zelf uit deze feiten ontleende, dan moest hen deze hele geschiedenis als een profetie voorkomen van het einde dat de openbaring van Jezus bij het volk zou hebben en ook van wat zij zelf bij hun prediking zouden beleven. In plaats van de vaderstad van Jezus trad Zijn vaderland, in plaats van de verwanten en huisgenoten de mede-Israëlieten in het algemeen. Vast besloten onttrokken de Joden zich moedwillig aan de kracht van het Evangelie, die werkzaam was om zalig te maken, terwijl die kracht rijkelijk de heidenen ten deel werd; en dat was de toestand van de dingen in het rijk van God ten tijde toen Markus zijn Evangelie schreef. In Nazareth gebeurde dus in het klein wat later in het algemeen plaats vond. Terwijl nu de discipelen dit vooral mee beleefden, was dat voor hen eveneens een opvoeding voor hun toekomstig apostolisch werk, zoals de gebeurtenissen van de vorige groep mee tot opvoeding dienden. Het voorgevallene was toch, zoals al gezegd is, ook een voorspelling over het einde dat de prediking van Jezus bij de grote menigte van het Joodse volk zou hebben. Een dergelijke voorspelling was het einde dat de getuigenis van Johannes had genomen. Zo sluit gepast aan deze inleidende afdeling het volgende hoofddeel van de voor ons liggende groep van verhalen, waarvan het middelpunt dat van Johannes onthoofding is.
De laatste woorden van het vers behoren eigenlijk niet tot het voorafgaande, als zou daarmee gezegd worden dat Jezus, omdat Hij in Nazareth zelf zo slecht ontvangen was de omliggende plaatsen van die stad doorreisd heeft; het doelt integendeel op hetgeen in de volgende afdeling wordt verteld, zodat men met deze woorden eigenlijk het volgende vers moest beginnen. Het is dus daar helemaal dezelfde toestand als die in Matth. 9: 35 vv. aan de uitzending van de twaalf voorafgaat. Tot meerdere duidelijkheid zullen wij daarom de woorden bij het begin van het volgende vers nog eens herhalen.
II. Vs. 7-13.KruisverwijzingenNehemia 5:13→Handelingen 18:6→Mattheüs 4:17→Lukas 10:17→Markus 3:13→Handelingen 12:8→Lukas 10:10→Handelingen 13:50→ — En Hij riep tot Zich de twaalven, en begon hen uit te zenden twee en twee, en gaf hun macht over de onreine geesten. En Hij gebood hun, dat zij niets zouden nemen tot den weg, dan alleenlijk een staf, geen male, geen brood, geen geld in den gordel; Maar dat zij schoenzolen zouden aanbinden, en met geen twee rokken gekleed zijn. En Hij zeide tot hen: Zo waar gij in een huis zult ingaan, blijft daar, totdat gij van daar uitgaat. En zo wie u niet zullen ontvangen, noch u horen, vertrekkende van daar, schudt het stof af, dat onder aan uw voeten is, hun tot een getuigenis. Voorwaar zeg Ik u: Het zal Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in den dag des oordeels dan dezelve stad. En uitgegaan zijnde, predikten zij, dat zij zich zouden bekeren. En zij wierpen vele duivelen uit, en zalfden vele kranken met olie, en maakten hen gezond. Volgens de bestemming die hen bij hun verkiezing (Hoofdstuk 3: 13 vv. ) gegeven was moeten de discipelen deelgenoten van Christus leven en Zijn medearbeiders zijn. Tot hiertoe werden zij ons in de eerste verhouding voorgesteld, nu leren wij hen ook in de tweede kennen. Jezus zendt hen, nadat Hij ze door de omgang met Hem als in een school daartoe had opgevoed, als Zijn werktuigen uit, waardoor Hij de boodschap van de komst van het koninkrijk der hemelen van plaats tot plaats laat komen. Bij de uitzending van de twaalf geeft Hij hen wat Hij in Hoofdstuk 3: 15 al toezegde, namelijk, voor zolang hun zending duurde, de macht om de zieken te genezen en de duivelen uit te drijven. Hij geeft hun ook voor altijd de instructie voor hun apostolische werkkring.
KruisverwijzingenLukas 10:17→Markus 3:13→Lukas 9:1→Exodus 4:14→Mattheüs 10:1→Lukas 10:3→Prediker 4:9→Mattheüs 10:9→— En Hij riep tot Zich de twaalven, en begon hen uit te zenden twee en twee, en gaf hun macht over de onreine geesten.
En Hij ging, van Kapèrnaüm, naar de dorpen daar rondom om te leren. En Hij riep, omdat Hij op die tocht de nood en de hulpbehoevendheid van het volk leerde kennen, de twaalf tot zich in wie Hij Zich vermenigvuldigde en begon hen uit tezenden twee aan twee, zoals volgens de wet tot het geldig zijn van een getuigenis ten minste de verzekering van twee nodig was (Deut. 19: 15). En Hij gaf hen macht over de onreine geesten.
Volgens de vormen van de woorden in de grondtekst (tussen de beide Aoristi “begon hen uit te zenden” en gebood hen (vs. 8) staat het “gaf” in het Imperfectum) hebben wij ons het medegedeelde waarschijnlijk zo voor te stellen dat de Heere telkens weer een paar tot Zich riep en aan ieder paar in het bijzonder de macht over de onreine geesten toedeelde, dus ook bepaalde welke twee met elkaar zonden gaan.
KruisverwijzingenLukas 22:35→Lukas 9:3→Lukas 10:4→Mattheüs 10:9→— En Hij gebood hun, dat zij niets zouden nemen tot den weg, dan alleenlijk een staf, geen male, geen brood, geen geld in den gordel;
En Hij gebood hen dat zij niets zouden nemen voor de weg dan alleen een staf zoals zij die in de hand hadden, zonder eerst een bijzondere voor die bijzondere tocht op te zoeken, geen male (zak), geen brood, geen geld in de gordel;
KruisverwijzingenHandelingen 12:8→Efeze 6:15→— Maar dat zij schoenzolen zouden aanbinden, en met geen twee rokken gekleed zijn.
a) Maar dat zij schoenzolen zouden aanbinden, zoals hun stand dat meebracht, zonder zich op een bijzondere schoeiing van de voeten toe te leggen en dat zij niet met twee rokken gekleed zouden zijn (MATTHEUS. 10: 9 vv. ).
Hand. 12: 8.
Hier zijn staf en schoenen bedoeld als die geen voorraad vormen, maar zich aan het lichaam en in onmiddellijk gebruik bevinden, terwijl daarentegen bij Mattheus staf en schoenen voorkomen als behorend tot de reeks van dubbele stukken, die men in voorraad heeft en die met de “Twee rokken” beginnen, zodat zij zelf als zulke dubbele stukken beschouwd moeten worden.
De apostelen moesten hun reis niet in die zin beginnen als moesten zij die voor eigen rekening maken, maar als een zodanige die alleen geschiedde tot welzijn van de mensen, waartoe zij kwamen.
Daarom moeten zij niet zulke voorbereidselen tot hun uitrusting maken, alsof zij hun eigen voordeel op het oog hadden. Hun bedoeling moest rein zijn en alleen zijn: het verrichten van de boodschap. Evenals wanneer zij voor een ogenblik uitgingen hadden zij alleen nodig wat tot de beweging van het gaan bevorderlijk was, de stok en de voetzolen. Wat voorraad van voedsel en kleding aangaat behoeven zij die evenmin als die wandelaar die overal als hij uitgaat dicht genoeg bij zijn huis is, om zich te verzorgen; en waar men ze opneemt zal men ze ook altijd graag voorzien van hetgeen tot onderhoud nodig is.
KruisverwijzingenLukas 10:7→Handelingen 16:15→Lukas 9:4→Handelingen 17:5→Mattheüs 10:11→— En Hij zeide tot hen: Zo waar gij in een huis zult ingaan, blijft daar, totdat gij van daar uitgaat.
En Hij zei tot hen: Waar u in een huis zult ingaan, blijf daar totdat u van daar uitgaat.
KruisverwijzingenNehemia 5:13→Handelingen 18:6→Lukas 10:10→Handelingen 13:50→Mattheüs 10:14→Lukas 9:5→Ezechiël 16:48→2 Petrus 2:9→— En zo wie u niet zullen ontvangen, noch u horen, vertrekkende van daar, schudt het stof af, dat onder aan uw voeten is, hun tot een getuigenis. Voorwaar zeg Ik u: Het zal Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in den dag des oordeels dan dezelve stad.
En wie u niet zullen ontvangen, noch u horen, vertrek van daar a), schudt het stof af dat onder aan uw voeten is, hun tot een getuigenis dat zij met de heidenen gelijk gesteld worden en als buiten de verbondsgemeenschap staand te beschouwen zijn. b) Voorwaar zeg Ik u: het zal Sodomof Gomorra verdragelijker zijn op de dag van het oordeel dan die stad (MATTHEUS. 10: 11-15).
Hand. 13: 51; 18: 6. b) Luk. 10: 12.
In vs. 8 en 9 bediende de Evangelist zich van de indirecte rede: “Hij gebood hen dat zij niets zouden nemen dat zij zouden aanbinden en gekleed zijn; ” men ziet hieruit, dat het hem niet te doen was om letterlijk de woorden van de Heere mee te delen, maar dat hij alleen enkele karakteristieke bepalingen in uittreksel wilde berichten. In vs. 10 daarentegen baant hij zich door het: “En Hij zei tot hen” de weg tot de directe rede. Eerst sprak hij over het aanvaarden van de tocht, nu over het gedrag bij de aankomst op de plaats en daarbij wil de Evangelist woordelijke mededeling doen van de aanwijzing van Christus. “Als degenen die niet om hun eigen wil reizen, maar in het belang van degenen, bij wie zij komen, moeten zij, in de veronderstelling dat zij als herauten van het Godsrijk in ieder huis welkom zijn, dadelijk het eerste het beste huis tot een blijvend kwartier nemen totdat zij verder trekken. Maar wanneer die veronderstelling ergens vals blijkt te zijn moeten zij de inwoners symbolisch betuigen dat, zoals zij hen de gemeenschap van het natuurlijke leven hebben ontzegd, zij van hun kant nu ook niet opnemen in gelijkheid van recht op het Godsrijk. De overeenkomende gedachte van de beide regels in vs. 8-11 is deze, de boodschap over het Godsrijk, die Jezus zendt, is op zichzelf een goed van grote waarde dat om Zijn eigen wil ontvangen moet worden. De brengers moeten zich gedragen als die zich bewust zijn dat zij de mensen het wezenlijke goed aanbieden en die het ontvangen zullen daardoor bewijzen het te erkennen en waardig te zijn het te ontvangen, dat zij daarom ook de boden persoonlijk liefhebben en achten. “
KruisverwijzingenMattheüs 4:17→Ezechiël 18:30→Handelingen 11:18→Mattheüs 3:8→Lukas 13:3→Lukas 24:47→Handelingen 20:21→Handelingen 2:38→— En uitgegaan zijnde, predikten zij, dat zij zich zouden bekeren.
En zij, de twaalf, gingen en predikten gedurende hun afwezigheid van 2-3 weken, dat zij zich zouden bekeren, omdat het koninkrijk der hemelen nabij gekomen was (MATTHEUS. 10: 7).
KruisverwijzingenJakobus 5:14→Lukas 10:17→Markus 6:7→— En zij wierpen vele duivelen uit, en zalfden vele kranken met olie, en maakten hen gezond.
En zij wierpen vele duivelen uit en zalfden vele zieken met olie en maakten hen gezond.
Het zalven van de zieken als middel tot de genezingen, die volgens de samenhang door de wonderkrachten gebeurde die de discipelen waren gegeven, staat op gelijke lijn met dergelijke middelen ter genezing zoals Jezus die zelf soms aanwendde (Hoofdstuk 7: 33; 8: 23. Joh. 9: 6 v. ). Dat diende niet als een zelfstandig geneesmiddel, maar alleen tot mededeling van de bovennatuurlijke geneeskrachten waarmee de discipelen waren toegerust. Zo moet ook de plaats Jak. 5: 14 v. worden opgevat, waar de gelovigen bij ziekten in plaats van op de twijfelachtige kennis van de geneesmeesters, gewezen worden op de goddelijke gaven die in de gemeente werkzaam zijn en op de krachten tot genezing van de zieken en op het gebed (1 Kor. 12: 9, 28, 30). De olie moest slechts als een formeel, niet als een wezenlijk of belofte inhoudend middel van toeeigening of mededeling dienen. Het spreekt dus vanzelf dat de genezing niet gebonden was aan het middel (Hand. 9: 34; 28: 8), maar ook zonder dat kon gebeuren, naardat de Geest van de Heere het Zijn dienaren gaf te verrichten.
Het is zeker dat de Oud-Testamentische zalving met olie aan de Nieuw-Testamentische mededeling van de Geest als een symbool voorafgaat en dat zij in de Katholieke Kerk weer te voorschijn is gekomen, waar de werkelijke mededelingen van de Geest op de achtergrond zijn getreden. Daaruit blijkt dan ook dat het voor de discipelen, die nog niet zoals de Heere zelf tot geloof konden opwekken, voor de hand lag om een medium bij het doen van hun wonderen te gebruiken dat tevens een symbolisch teken van mededeling van de Geest en opwekking tot geloof was. De zalving was dus symbool van de mededeling van de Geest als van de voorwaarde voor de genezing. De zalving met olie daarentegen die Jakobus de ouderlingen aanbeveelt bij het verzorgen van de zieken komt voor als een vereniging van het natuurlijke geneesmiddel met de daardoor tevens gesymboliseerde geneeskracht van het gebed.
Bij Jakobus wordt de genezing van de zieken toegeschreven aan het gebed van het geloof, hier aan de buitengewone macht van de apostelen door het zalven met olie, hoewel het zijn kan dat de genezing in het een geval zo wonderdadig gebeurde als in het andere. Hoe het zij, daaruit kan niets besloten worden ten voordele van het sacrament van het laatste oliesel van de Roomsgezinden, die dat toedienen aan mensen die op sterven liggen en dat tot vergeving van zonden en behoudenis van de zielen, terwijl de olie door de apostelen gebruikt werd bij zieken en tot herstel van de lichamelijke gezondheid.
III. Vs. 14-29.KruisverwijzingenEsther 7:2→Esther 5:3→Mattheüs 21:11→Mattheüs 21:26→Esther 2:18→Lukas 9:7→Mattheüs 16:14→Mattheüs 11:2→ — En de koning Herodes hoorde het (want Zijn Naam was openbaar geworden), en zeide: Johannes, die daar doopte, is van de doden opgewekt, en daarom werken die krachten in Hem. Anderen zeiden: Hij is Elias; en anderen zeiden: Hij is een profeet, of als een der profeten. Maar als het Herodes hoorde, zeide hij: Deze is Johannes, dien ik onthoofd heb; die is van de doden opgewekt. Want dezelve Herodes, enigen uitgezonden hebbende, had Johannes gevangen genomen, en hem in de gevangenis gebonden, uit oorzaak van Herodias, de huisvrouw van zijn broeder Filippus, omdat hij haar getrouwd had. Want Johannes zeide tot Herodes: Het is u niet geoorloofd de huisvrouw uws broeders te hebben. En Herodias legde op hem toe; en wilde hem doden, en kon niet; Want Herodes vreesde Johannes, wetende, dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hield hem in waarde; en als hij hem hoorde, deed hij vele dingen, en hoorde hem gaarne. En als er een welgelegen dag gekomen was, toen Herodes, op den dag zijner geboorte, een maaltijd aanrichtte, voor zijn groten, en de oversten over duizend, en de voornaamsten van Galilea; En als de dochter van dezelve Herodias inkwam, en danste, en Herodes en dengenen die mede aanzaten, behaagde, zo zeide de koning tot het dochtertje: Eis van mij, wat gij ook wilt, en ik zal het u geven. En hij zwoer haar: Zo wat gij van mij zult eisen, zal ik u geven, ook tot de helft mijns koninkrijks! Gedurende de afwezigheid van de twaalf, ongeveer in het midden van april, 29 na C. verplaatst Herodes Antipas zijn residentie van Livias naar Tiberias. Hier hoort hij voor het eerst van Jezus, van de verschillende inzichten en meningen die er onder het volk zijn, die er alle op uitlopen dat Hij een zeer buitengewone verschijning is en die het hele raadsel van dat wonderbare op de een of andere manier willen te verklaren, zonder toch de alleen ware oplossing te noemen (vgl. Hoofdstuk 8: 28 en 29). Ook Herodes vormt volgens hetgeen hij hoort zijn mening, die ten dele een product is van de indruk die de overeenkomst van de boodschap, die Jezus verkondigt, met die heeft, die het eerst uit Johannes mond is gehoord en aan de andere kant door de opmerking dat de boodschap van Jezus zich onderscheidde van die van Johannes door het verrichten van wonderen. Hij denkt dat in Jezus, die op bovenmenselijke manier zulke grote daden verricht, Johannes weer in het leven teruggekeerd is die hij kort te voren onthoofd had. Dit geeft de Evangelist aanleiding om de geschiedenis van de gevangenneming en de ter dood brenging van de Doper hier bij te voegen, om de lezer in te lichten over de oorzaak van deze mening, die bij de Viervorst uit de duisternis van een kwaad geweten voortkomt.
KruisverwijzingenLukas 9:7→Markus 6:14→1 Thessalonicenzen 1:8→Lukas 23:7→Mattheüs 14:1→Markus 8:28→Markus 1:28→Markus 1:45→— En de koning Herodes hoorde het (want Zijn Naam was openbaar geworden), en zeide: Johannes, die daar doopte, is van de doden opgewekt, en daarom werken die krachten in Hem.
En de koning Herodes hoorde in de tijd die wij met de vorige geschiedenis (vs. 7) zijn ingegaan, hetgeen door het volk omtrent Jezus gezegd werd en welke wonderen Hij deed (want Zijn naam was zo openbaar gewordendat niemand meer Zijn verschijning onverschillig kon laten rusten) en hij zei, op zijn manier die grootse verschijning verklarend: Johannes, die daar doopte, is uit de doden opgewekt en daarom, omdat hij als een wonderbaar herrezene nu ook met wonderbare krachten is toegerust, werken die krachten in Hem.
KruisverwijzingenMattheüs 21:11→Markus 8:28→Mattheüs 16:14→Maleachi 4:5→Lukas 9:8→Johannes 1:25→Markus 15:35→Lukas 7:39→— Anderen zeiden: Hij is Elias; en anderen zeiden: Hij is een profeet, of als een der profeten.
Anderen, eveneens een verklaring zoekend, zeiden: Hij is Elias en anderen zeiden: Hij is een profeet, of als een van de profeten. Zo groot was de indruk die de werkzaamheid van Jezus onder alle kringen van het volk, zelfs onder de hogere standen gemaakt had.
KruisverwijzingenMattheüs 14:2→Lukas 9:9→Mattheüs 27:4→Genesis 40:10→Openbaring 11:10→Psalmen 53:5→— Maar als het Herodes hoorde, zeide hij: Deze is Johannes, dien ik onthoofd heb; die is van de doden opgewekt.
Maar toen Herodes hoorde wat door Jezus gebeurde en wat die mensen van Hem dachten, zei hij, zoals al in vs. 13 gezegd is, Deze is Johannes die ik onthoofd heb; die is uit de doden opgewekt. Daarmee stelde hij onder de verschillende meningen de zijn voor als ontwijfelbaar zeker (Luk. 9: 7 vv. ).
Die bijgelovige gedachte moet wel in de eerste plaats onder de omgeving van de vorst zijn ontstaan, de gedachte dat de Doper, die enige dagen geleden gedood was, alweer in een andere gedaante op een wonderbare manier begonnen was onder het volk te werken. Het kwaad geweten van Herodes, bij wie de indruk van de misdaad die hij zo kort geleden gepleegd had, nog vers en levendig was, greep spoedig die geuite gedachte aan, totdat later, toen hij meer tot zichzelf was gekomen en nadere berichten omtrent de tijd van Jezus optreden had ingewonnen, zijn kritisch verstand deze leerde onderscheiden van de onthoofde Doper. Bij de volksmenigte in Palestina kon daarom toch die bijgelovige mening nog een tijd lang blijven bestaan (MATTHEUS. 16: 14). Het zou ons niet bevreemden wanneer zelfs degenen die Jezus hadden leren kennen zich aan die waan zouden hebben overgegeven, alsof Hij met de gedode Doper een en dezelfde persoon was. Het is toch een feit dat men nog vandaag kan opmerken, dat het spookachtigste bijgeloof bij de natuurlijke mens veel meer ingang vindt dan het eenvoudige geloof aan de duidelijke waarheid van de goddelijke openbaring.
Als de wereld ten gevolge van haar verlichting in geen God meer geloofde zou zij in de plaats daarvan in spoken geloven.
Hoe meer de nieuwe filosofie in Frankrijk het oude kerkelijke geloof aan het wankelen gebracht en uit de zielen gebannen had, des te zorgelozer gaf de menigte zich aan de wellusten over, omdat zij de vrees voor een vergelding van de toekomst wegredeneert; des te vreselijker wreekte zich het duistere bewustzijn van het verdwaalde gemoed, omdat het sterkste, allerdwaaste bijgeloof, een oudgothische geestenverering en bange vrees voor de duivel in de plaats van een gelovig vertrouwen op een liefdevolle Voorzienigheid gekomen was.
KruisverwijzingenMattheüs 11:2→Lukas 3:19→Mattheüs 4:12→Mattheüs 14:3→Lukas 3:1→— Want dezelve Herodes, enigen uitgezonden hebbende, had Johannes gevangen genomen, en hem in de gevangenis gebonden, uit oorzaak van Herodias, de huisvrouw van zijn broeder Filippus, omdat hij haar getrouwd had.
Want, om voor een juist begrip van die uitdrukking van de vorst het gebeurde hier mede te delen, deze Herodes, enigen uitgezonden hebbende, had omstreeks een jaar daarvoor, toen hij nog te Livias of Julias in Zuid-Perea resideerde, Johannes gevangen genomen en hem in de gevangenis gebonden, omwille van Herodias de vrouw van zijn broer Filippus, omdat hij haar getrouwd had.
KruisverwijzingenLeviticus 20:21→Leviticus 18:16→Ezechiël 3:18→Mattheüs 14:3→Handelingen 24:24→Handelingen 20:26→1 Koningen 22:14→— Want Johannes zeide tot Herodes: Het is u niet geoorloofd de huisvrouw uws broeders te hebben.
Want Johannes zei tot Herodes: a) Het is u niet geoorloofd de vrouw van uw broer te hebben.
Lev. 18: 16; 20: 21.
KruisverwijzingenPrediker 7:9→Efeze 4:26→1 Koningen 21:20→Genesis 39:17→— En Herodias legde op hem toe; en wilde hem doden, en kon niet;
En Herodias aasde op hem en wilde hem doden en kon toch haar wil niet doordrijven. Hoeveel macht zij anders over de vorst bezat, in dit geval kon zij haar doel niet bereiken.
KruisverwijzingenMattheüs 21:26→Mattheüs 14:5→Markus 4:16→2 Koningen 6:21→Markus 11:18→2 Koningen 3:12→Daniël 4:18→1 Koningen 21:20→— Want Herodes vreesde Johannes, wetende, dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hield hem in waarde; en als hij hem hoorde, deed hij vele dingen, en hoorde hem gaarne.
Want Herodes vreesde Johannes; hij dacht ellende over zich te brengen wanneer hij diens leven aantastte, wetend dat hij een rechtvaardig en heilig man was en hield hem in waarde (liever: bewaarde hem), beschermde hem tegen de vervolgingen van Herodias; en toen hij hem hoorde deed hij vele dingen en hoorde hem graag als hij te Machaerus was, of anders liet hij hem naar zijn residentie halen.
Herodes had misschien gehoopt dat zijn waardigheid als viervorst hem zou beschermen voor lastige berisping; maar dan kende hij de Doper niet. Deze trouwe dienaar van God verschijnt voor de wellustige viervorst, stelt hem vrijmoedig zijn misdaad voor ogen, namelijk de ontvoering van Herodias en hij zegt tot hem: “Het is niet geoorloofd uw broers vrouw te hebben. ” Hing het nu zeker van de Doper af Herodes te waarschuwen, het stond niet in zijn macht hem op een andere weg te brengen. Herodes werd boos op de boetprediker en wierp hem in de gevangenis, hetzij om zijn stoutheid te straffen, of om hem tot zwijgen te brengen. In hetgeen verder wordt gemeld erkent men zo geheel het zwakke en wankelende karakter van de viervorst. Volgens het verhaal van Mattheus moeten wij geloven dat hij Johannes in de gevangenis geworpen heeft om zijn eigen wraakzucht te bevredigen. Volgens Markus schijnt hij hem zorgvuldig beschermd te hebben tegen de vervolgingen van Herodias, die hem naar het leven stond. Volgens Mattheus zou Herodes Johannes graag gedood hebben, maar hij vreesde het volk, dat die voor een profeet hield; volgens Markus hield hij hem zelf voor een profeet, hoorde hij hem graag en gehoorzaamde hij hem in vele zaken. Zeldzame tegenspraak!
Maar deze tegenspraak komt uit het hart van Herodes. Hij geloofde en geloofde toch niet, hij wilde en wilde ook weer niet; hij haatte en achtte; hij vormde moordplannen en verhinderde toch de aanslagen van Herodias; hij wierp de profeet in de gevangenis en deed toch veel dingen naar zijn raad. – Veel dingen, maar niet alle, dat is het ongeluk, dat is het onderscheid tussen de verstandige, die slechts één richtsnoer kent, de wil van God en de wankelende, die zich tevergeefs vermoeit om de wil van God te volgen zonder zijn eigen wil te laten varen. “Een dubbelhartig man is ongestadig in al zijn wegen. ” (Jak. 1: 8). Meer dan een tegenspraak die men in de Heilige Schrift meent op te merken, heeft zijn oorsprong in de geest van de mensen en komt alleen daarom in de Schrift voor omdat zij het menselijk hart zo getrouw weet te schilderen.
Allen zijn wij met een zondig hart geboren, maar allen zijn wij ook geboren met een geweten dat tegen de zonde getuigt, dat ook tegen de sterkste stemmen die inwendig in ons hart en in de wereld rondom ons zich voor de zonde verheffen, met kracht blijft opkomen en lang, zeer lang in zijn getuigenis volhardt. Dat niemand een God, die van allen rechtvaardigheid en heiligheid wil, beschuldigt als had Hij hem aan zichzelf overgelaten om zonder gids of raadsman op eigen wegen te verdwalen; want deze gids en raadsman gaat op alle wegen mee. Hij breekt de staf over elke kwade daad die wij doen; Hij keert het oor naar elk goed woord dat ons bejegent. Het geweten leert ons vleiende vrienden, die ons verderven en in de bestraffers van onze zonde onze ware vrienden kennen. Het keert ons hart aan het geklank van de waarheid toe, ons oog naar voorbeelden van godzaligheid; het perst ons voor deze aandacht en eerbied af. Het roept: “hoort hen, ziet hen, volgt hen na. ” Een treurig bewijs is het voor de ontzaglijke kracht van de zonde dat wij onze zondige weg met dat al niet verlaten, maar de kracht van het geweten, ook waar wij die zouden willen ontkennen, wordt duidelijk genoeg bewezen door de wankelmoedigheid waarmee wij eerst en nog lang die zondige weg bewandelen, als wantrouwden wij die en onszelf; wordt bewezen door de gelukkige tegenstrijdigheden, waarop de nauwlettende bespieder ons bestraft, door de schaamte die ons vervult, de bedekselen en voorwendselen die wij nodig achten, de meerdere of mindere mate van deugd waartoe wij ons toch verledigen: en vele goede dingen, die wij doen, om het ene ding, dat wij laten (mocht het zijn!) goed te maken: en hierdoor, dat wij niet snel kunnen komen tot het besluit om geheel en voorgoed met het goede en de goeden te breken. Als het geweten ons niet brengt tot belijdenis van schuld, het verraadt zich in de ijver waarmee wij onze schuld proberen te bedekken; het zegt ons luid genoeg dat wij niet te verontschuldigen zijn. – Herodes ondervond de kracht van het geweten, maar hij voelde in zich de kracht niet er aan te gehoorzamen. Hij was onder de macht van de zonde en de wellust, die hem niet losliet uit haar dodelijke omhelzing; van de liefde tot hoogheid en eer, die niet duldde dat hij zich buigen zou voor de bevelen van de goddelijke wet. Hij ziet het goede en keurt het goed, maar hij gaat door met het kwade te bedrijven. Hij doet zo veel goed als de wet van de zonde die in zijn leden is hem wil toelaten. Maar hoewel hij ook vele dingen doet, dat ene waartegen zijn geweten de grootste beschuldiging inbrengt, doet hij nooit. Herodias blijft en hij blijft overspelen. Hij probeert, als zo velen, God en zijn geweten te believen in wat hem onverschillig is en wat hem geen verloochening kost; maar de zonde van zijn hart te verloochenen, hij kan het niet. Graag hoort hij de boetgezant en houdt hem in waarde, maar ook – gevangen; hij zelf een gevangen man, hij zelf geboeid door inwendige slavenketenen. Ja, de zonde regeert hem, zij leidt hem bij haar kluisters om waarheen zij wil en als het geweten hem prikkelen blijft, meer en meer slaat hij de verzenen tegen de prikkels. Aldus leeft Herodes in de armen van de wellust, de dood en het oordeel tegemoet.
KruisverwijzingenEsther 2:18→Genesis 40:20→Daniël 5:1→Hosea 7:5→Esther 1:3→Genesis 27:41→Openbaring 11:10→Psalmen 37:12→— En als er een welgelegen dag gekomen was, toen Herodes, op den dag zijner geboorte, een maaltijd aanrichtte, voor zijn groten, en de oversten over duizend, en de voornaamsten van Galilea;
En toen er een mooie dag gekomen was voor de bedoelingen van Herodias; toen Herodes a)op zijn verjaardag een 1) maaltijd aanrichtte voor zijn groten en de oversten over duizend, zijn voornaamste civiele en militaire beambten en voor de voornaamsten van Galilea 2), die als eregasten tegenwoordig waren;
Gen. 40: 20.
Hiermee kan niet alleen de verjaardag bedoeld zijn, maar ook de feestdag ter herinnering aan het aanvaarden van de regering.
Dit bericht verplaatst ons in een vorstelijk slot. Zie! wat voor glans aan alle kanten! En als wij dichterbij komen, wat voor een holla en gejubel, muziek en klinken van de bekers, gezang en gillend gelach in alle hoeken van het slot, alsof Belsazar met zijn drinkgezellen uit de dood was opgestaan, om nog eens het “Mene, Mene, Tekel!” aan de wand te jubelen! Wij treden de schitterende pronkkamer binnen, ja, zie daar al de pracht van de wereld! Daar zitten zij op hun zijden kussens rondom de beladen tafels, de sadduceeen vrolijk als het vee, met rode gezichten van de wijn en bovenmate gelukkig in het volle genot van hun zinnelijke lusten. Hier Herodes, de vorst – de vos, zoals Jezus hem noemde; daar Herodias, die Izebel van haar tijd en rondom de hoge, rijk uitgedoste staatsbeambten – een menigte van vleiers! en de hoofdlieden van het leger, ruwe krijgsgezellen en de groten uit Galilea – een godvergetende menigte! Er is geen einde aan het schertsen en het heiligste is niet te heilig, wanneer lage spot het kan aanwenden tot vervrolijking en daardoor een algemeen gelach opwekken kan. Men lacht, men raast en een dierlijke opgewondenheid heeft zich van alle gemoederen meester gemaakt. Wat is er dan heden? Herodes viert zijn geboortedag en die mag zonder brassen en drinken niet voorbijgaan. Nu is het ook wel de moeite waard dat de wereldlingen, die geen tweede geboortedag in de boeken van het leven opgetekend bezitten, hun verjaardag met gejubel en vrolijkheid vieren! Waarom bent u zo opgewonden? zou men hen kunnen vragen: misschien omdat u voor zo en zo veel jaren uw moeder in zonden ontvangen en gebaard heeft? Of maakt het u zo blij dat weer een jaar voor de troon van God staat om u aan te klagen en uw ziel te verdoemen? Of hebt u daarop uw gedachte, dat u weer een goed eind het helse vuur nader gekomen zijt? O verdraaid geslacht! dol en dwaas volk! wanneer u eens uw toestand zou kennen! Maar de duivel heeft zijn handen op uw ogen. Och, dat u niet pas in de eeuwige woestenijen wakker zou worden! – Kom, wij verlaten de drinkzaal: waar bevinden wij ons? In de burg Machaerus: daar was het waarschijnlijk dat Herodes het gastmaal had aangericht. En zie, in dit paleis is nog een vertrek, ja, een ander! daar gaan wij heen. Eerst een paar trappen naar beneden, vervolgens onderaardse gewelven in, dan door menige donkere, huiveringwekkende gang en nu door deze ijzeren poort – wij zijn op de plaats! Een dompige, donkere kerker rondom ons en voor ons? – zie daar een arm, gevangen man aan zijn blok vastgesmeed, bleek en uitgeteerd van verdriet, terwijl het bleke hoofd op de borst neerhangt! Het staat die mens op het voorhoofd geschreven dat hij hier niet thuis behoort: herkent u hem? Ja, hij is het, die aan de Jordaan ons op het Lam wees dat de zonden van de wereld draagt, die in heilige zelfvernedering uitriep: ik moet minder worden, maar Hij moet wassen” en aan wie Jezus de grote getuigenis gaf dat van alle profeten niemand groter geweest was dan Johannes de Doper – en die hier? en die hier? Ach, hoe vaak is er gelegenheid om met het oog op dierbare kinderen van God uit te roepen: en zij hier? en zij hier? Maar stil, stil! het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. En dan: liever een Johannes in alle afgronden van het gejammer en in het vuur van de beproeving dan een Herodes op de troon en in gouden vertrekken! Hoeveel duizenden malen vreedzamer en zaliger hier beneden dan daar boven, waar wij van ver de bekers horen klinken. Hier beneden op die ijzingwekkende kerkernacht rust toch, al is het ongezien, het genadige oog van Hem die niet sluimert of slaapt; daar boven, ha! daar hangt, vreselijk flikkerend, het zwaard van de woede boven het gezelschap aan een zijden draad; nog voor middernacht kan het vallen. Hier beneden wandelen engelen van God, hoewel onopgemerkt, door de duisternis, door God gezonden ten dienste van de bekommerde man; daar boven bij het feestelijk kaarslicht waren de boze duivels rond met legioenen en alles is bezeten door de onreine geesten. Hier beneden is toch een poortje geopend dat naar de hemel leidt – o wacht nog even Johannes, u wacht een eeuwige Sabbath! – en daar boven – ha, op vulkanische grond wandelen de verworpenen, met de hel onder hun voeten. Hier beneden staat aan de wand geschreven, al kan ook Johannes het op die tijd nog niet lezen (Jes. 49: 15 v. ): “Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten enz. , ” en daar boven klinkt het, al wordt het niet begrepen (Dan. 5: 27): “Gewogen, gewogen en te licht bevonden en verworpen!” Hier beneden dat donker hok een tabernakel van God bij de mensen en een bedoeling van de eeuwige liefde; en daar boven de vrolijke zaal, een vervloekte duivelskapel, een herberg van draken. Wat een kloof! wat een afstand!
KruisverwijzingenMattheüs 14:6→Jesaja 3:16→Daniël 5:2→Esther 1:10→— En als de dochter van dezelve Herodias inkwam, en danste, en Herodes en dengenen die mede aanzaten, behaagde, zo zeide de koning tot het dochtertje: Eis van mij, wat gij ook wilt, en ik zal het u geven.
En toen de dochter van die Herodias, uit haar eerste huwelijk met Filippus, in de eetzaal inkwam en danste en Herodes en degenen die mee aanzaten behaagde, zei dekoning tot het dochtertje, om haar een bewijs van zijn gunst te geven: Eis van mij wat u ook wilt en ik zal het u geven.
KruisverwijzingenEsther 7:2→Esther 5:3→Esther 5:6→1 Samuël 28:10→Mattheüs 4:9→Mattheüs 5:34→Spreuken 6:2→2 Koningen 6:31→— En hij zwoer haar: Zo wat gij van mij zult eisen, zal ik u geven, ook tot de helft mijns koninkrijks!
a) En hij zweerde haar, toen het meisje aarzelde en niet wist te kiezen: Wat u van mij zult eisen, zal ik u geven, ook tot de helft van mijn koninkrijk!
Richt. 11: 30.
Zou er tussen het afgehouwen hoofd van Johannes en het dansen van Salóme geen verborgen samenhang bestaan? Zeker! Wat daarna gebeurde werd vooruit gezien en overlegd; die dans werd uitgekozen als een laatste middel om dit hoofd te verkrijgen. Hebt u niet in de mededeling van onze Evangelist een van die woordjes opgemerkt waaraan men de pen van de Heilige Geest erkent (vs. 21): “en toen er een goede dag gekomen was?” Herodias verlangde naar het hoofd van de Doper en heeft er vaak om gevraagd, zonder tot dan de tegenstand van Herodes te kunnen overwinnen of zijn waakzaamheid te kunnen misleiden; maar nu komt er een goede dag om haar bedoelingen in praktijk te brengen en deze dag is de geboortedag van Herodes. Een goede dag om de Doper het hoofd te laten afslaan? Anders is men toch gewoon op zo’n dag de grootste misdadigers genade te bewijzen! Maar laat haar voortgaan, zij begrijpt dat beter dan u; voor haar is het een goede dag, omdat die haar gelegenheid geeft haar dochter voor Herodes te laten dansen; de dans van Salóme zal dan het overige doen. Herodes had alleen mannen als gasten; de gewoonten van de oudheid sloten de vrouwen van zulke samenkomsten uit. Maar tegen het einde van de maaltijd zendt Herodias, die de Evangelist zo voorstelt dat zij, hoewel afwezig, toch het hele feest leidt, haar dochter om voor Herodes en zijn hof te dansen. Volgens een gebruik bij de Romeinen, dat gemakkelijk ingang kon vinden in het huis van Herodes, de onderdanige slaaf van de keizer, toonden openbare danseressen gedurende de feesten hun kunst. Wanneer wij voorbijzien, dat zulke dansen de schaamte moesten schaden, was het verschijnen van dit jonge meisje al op zo’n ogenblik, ver van de ogen van haar moeder en op een plaats die alleen voor danseressen paste, een geheel vergeten van alle welvoeglijkheid, zowel voor haar ouderdom als voor haar geslacht; een vergeten, zeg ik, maar een vergeten waarbij alles berekend is, om er Herodes toe te brengen dat hij zichzelf vergeet en zo de eerste stap doet op de weg die hem tot de moord moet leiden. De eerste stap is zinsbedwelming. Wij zien hem dan ook hoe hij in verrukking en betoverd van vreugde, uitroept: “Eis van mij wat u ook wilt en ik zal het u geven. ” Hij is geen meester meer van zijn hart, hij is helemaal overgegeven aan de vergoding van een schepsel. Haar aanblik herinnert hem levendig aan zijn vreugde of liever gezegd aan zijn schande; maar ik heb er een afkeer van om de gruwel aan te roeren die in deze vleselijke en lage ziel is opeengestapeld. De meeste uitleggers nemen aan dat Herodes op dat ogenblik door de wijn bedwelmd was. Het is niet nodig dat aan te nemen; is hij niet dronken van wijn (en vs. 26 bewijst dat hij nog vrijheid van de geest bezat), dan heeft de dans van Salóme zijn zinnen bedwelmd; hij is van welbehagen, bewondering en begeerte zichzelf niet meer meester, hij belooft alles en laat het over aan het schepsel dat hem betoverd heeft, om de zin en de omvang van zijn beloften te bepalen. Ja, de verstrooiing, zoals men een zinnelijk genoegen gewoonlijk noemt, bedwelmt ons. Er staat geschreven (Spr. 4: 23): “Behoed uw hart boven al wat te bewaren is; ” maar de verstrooiing brengt teweeg dat we onszelf verliezen; zij verdooft onze geest, verhit onze zinnen en ontvlamt onze verbeeldingskracht. Hoe kan men bij een vrolijke partij waken? Hoe kan men zijn hart behoeden wanneer men vrijwillig duizend vijanden plaatst, die om de eer strijden het te bezitten? Om te kunnen waken moet de geest vrij zijn en om het vlees te overwinnen moet het zichtbare over het onzichtbare heersen. Maar de verstrooiing onderwerpt de geest aan het vlees, zij dringt het onzichtbare op de achtergrond, terwijl zij het zichtbare roept en er zich zo helemaal mee omgeeft, dat alle blikken van lichaam en ziel er op gericht blijven. En dit is nog niet alles: bij harten als de onze, die op stilstaande waters lijken die, in beweging gebracht, een voor besmetting vatbare stof omwalmen, bij zulke harten zou die bedwelming, die opwinding, die ons tot het schepsel heentrekt en wel tot een eveneens opgewonden schepsel, zonder alle schade en zonder boze gedachten voorbij gaan? Is dan bal-of theaterzaal de best gekozen plaats om door de geest de werken van het vlees te doden? De Geest zegt: “Onthoudt u van de vleselijke begeerlijkheden, die strijd voeren tegen de ziel; ” maar de verstrooiing zegt: “Geef u daaraan over. ” Ziet u niet hoe de onkuisheid meer dan één woord laat horen, meer dan één wens influistert, meer dan één blik leidt, aan meer dan één kleed de vorm geeft? En wanneer in uw wereldse samenkomsten de harten zich eens plotseling openden en haar geheimste gedachten eens openbaarden, evenals uit een van eengescheurden bodem afzichtelijke slangen te voorschijn kruipen, gelooft u niet dat dit schouwspel, hoe afschuwelijk het ook overal is, hier toch nog afschuwelijker dan elders zou zijn? – De tong van Herodes door helse gloed ontvlamd, wordt steeds bandelozer en die gloeiende woorden, die zij zo-even heeft uitgestoten: “Eis van mij, wat u ook wilt en ik zal het u geven, ” voldoen al niet meer aan het vuur, dat haar verteert. Hij moet zijn onbezonnen belofte met grotere zekerheid en bepaaldheid herhalen; hij zweert: “Wat u van mij eist zal ik u geven, ook tot de helft van mijn koninkrijk. ” Ongelukkige! Wat heeft de naam van God met zo’n belofte te doen tegenover zo’n persoon en op zo’n ogenblik? Was uw vermetel “Ja” nog niet genoeg, kon u ons niet van die ontheiliging van de goddelijke naam verschoond laten? Maar Herodes verstaat die spraak niet meer. Gisteren had hij ze nog verstaan, gisteren had hij nog enige achting voor het heilige, gisteren hoorde hij Johannes de Doper graag en deed veel naar zijn raad; maar nu heeft de dans van Salóme alles veranderd. Door de zinsbedwelming die het meisje in hem heeft veroorzaakt heeft hij God zo uit het oog verloren dat hij Zijn naam ijdel gebruikt en niet eens aan Hem denkt. Dit vergeten van God is dus zijn tweede stap tot moord. En hoe zou men God niet vergeten, wanneer men begonnen is zichzelf te vergeten. Al was Herodes vroomheid tot hiertoe een ware geweest, hoe zou hij de geest van het gebed hebben kunnen bewaren nadat hij de geest van de waakzaamheid, die daaraan ten steun dient, had verloren? Ja, hoe kon hij bij zo’n toneel God aanroepen? Hoe kon hij aan God op een ogenblik denken dat hij zijn blikken weidt aan de liefelijkheid van Salóme, die haar roem van bevalligheid voor het hele hof ten toon spreidt? Ach, het eerste gevoel van ware vroomheid, dat in zijn hart opwelde, zou hem aan een zo’n sterke tegenstelling herinneren, dat hij het niet zou hebben kunnen verdragen. Alles rondom hem is er op uit, wedijvert om een danseres te vleien en toch smacht in de nabijheid, naast zijn paleis, misschien zelfs wel in zijn paleis, Johannes de Doper in zijn kerker. Die kan in zijn gevangenis bidden, maar Herodes en zijn hof kunnen het niet; zijn zij nog tot een verering geschikt, zij is aan Salóme gewijd. Deze zucht tot genot, die echter maakt dat men God vergeet, bepaalt zich niet tot het paleis van Machaerus. Verstrooiing en goddeloosheid zijn altijd met elkaar in verband, omdat de natuur van de zaak het zo meebrengt. Naast de misdadige afdwalingen verwijdert niets ons hart meer van God dan lichtzinnige genoegens. Zij verstikken het gebed en het gebed is het ademen van de ziel. Beschouw een jong meisje dat naar een bal gaat: is het mogelijk, dat zij dan haar hart op God vestigt en dat gebod van de Heilige Geest gehoorzaamt: “Bidt zonder ophouden?” Ik zie niet in hoe zij voor en gedurende en na het feest hiertoe geneigd zou kunnen zijn. Kan zij voor het feest bidden, terwijl zij geheel bezig is met de zorg voor kapsel en kleding? Als zij zich op de knieen wilde werpen, zou zij niet moeten vrezen een vouw van haar kleed of haar hoofdtooisel te bederven? Maar waartoe ook zich neerbuigen? Om trouw te zijn aan het gebod (1 Kor. 10: 31): “Hetzij dat u eet, hetzij dat u drinkt, hetzij dat u iets anders doet, doe het al ter ere van God, ” zou zij om genade moeten bidden opdat zij God mag verheerlijken in hetgeen zij wil doen, dus de zegen van de Heilige Geest afsmeken voor – ik spreek de zin niet uit; – het zou de schijn kunnen hebben alsof wij met heilige dingen de spot wilden drijven. Maar al was het mogelijk dat de Heere u tot aan de deur vergezelde, zal Hij u verder volgen? Kunt u in Hem blijven en Hij in u gedurende de beweging en het genot? O, als u een zieke wilde bezoeken, een noodlijdende ondersteunen, een treurende familie troosten, enz. , dan zou de Heere u zeker volgen. Maar hier, nu al uw streven ernaar uitgaat om te behagen, uzelf en anderen te bedwelmen, u met hen aan de werelddienst over te geven, hier zou de tegenwoordigheid van de Heere u lastig zijn. Toen u de drempel van de danszaal overging, moest u tot Hem zeggen: “Blijf; waar ik heenga, kunt Gij mij niet volgen”. Zult u Hem vinden als u terugkeert? Zeker, u vindt Hem, u vindt Hem overal, ondanks uw koudheid en ongerechtigheid, wanneer u Hem van ganser harte zoekt; maar gelooft u dat u die vurigheid van het hart bij het terugkeren van een bal zult bezitten? Zou u wel, wanneer u de nacht tot dag gemaakt hebt, u in die vrijheid van de Geest kunnen verheugen die nodig is om aan Zijn voeten te wenen? Bent u er niet bevreesd voor dat de verschillende tonelen en ervaringen van het bal u weer voor de gedachte zouden komen en u niet alleen in uw lauw gebed, maar zelfs in de verwarde gedachten van uw sluimering zouden storen? Arm meisje! – (zie verder onder vs. 28).
KruisverwijzingenMattheüs 14:8→Psalmen 37:14→Job 31:31→Psalmen 37:12→Ezechiël 19:2→Handelingen 23:12→2 Kronieken 22:3→Genesis 27:8→— En zij, uitgegaan zijnde, zeide tot haar moeder: Wat zal ik eisen? En die zeide: Het hoofd van Johannes den Doper.
En zij, door Herodias onderwezen en bereid haar wil te doen, ging uit en zei tot haar moeder. Wat zal ik eisen? En die zei: Het hoofd van Johannes de Doper.
KruisverwijzingenRomeinen 3:15→Numeri 7:13→Spreuken 1:16→Numeri 7:19→— En zij, terstond met haast ingaande tot den koning, heeft het geeist, zeggende: Ik wil, dat gij mij nu terstond, in een schotel, geeft het hoofd van Johannes den Doper.
En zij, als was het voor haarzelf het liefste en beste wat zij kon vragen, ging meteen met haast naar de koning, zodat deze niet misschien van stemming veranderd was en haar verzoek niet in zou willigen, heeft het ge?ist en zei: Ik wil, dat u mij nu meteen, terwijl u nog aan tafel zit en de gasten bij u zijn, in een schotel het hoofd van Johannes de Doper geeft.
Het kind is al niet meer zo kinderlijk om op staande voet een eis te doen als de neigingen van haar leeftijd zouden doen verwachten. Zij is bij haar moeder op een te goede school gegaan om zo’n mooie gelegenheid door onhandigheid te verspelen. Met een tegenwoordigheid van geest, bij gevorderde jaren en onder dezelfde omstandigheden niet altijd gevonden, bedenkt zij zich, begeeft zich tot haar moeder en vraagt: “Wat zal ik eisen? En deze moeder. . . . vergeet al wat het hart van haar lief dochtertje enigszins zou kunnen wensen, voor hetgeen zij zelf alleen wenst: de vervulling van haar wraak jegens de enige man wiens woord en geest bij ogenblikken zijn kunnen tussen haar en haar boel. Herodes en zijn groten hebben met bewondering het kind nagestaard toen het uitging; met gespannen nieuwsgierigheid zien zij het in hun kring terugkomen. Hoeveel parelsnoeren zullen er moeten zijn? Wat voor een armband? Wat voor een sluier? Wat voor een gordel zal voor dit ranke middel begeerd worden? Onder welk fijn linnen of Tyrisch purper zal voortaan dit jonge hartje begeren te kloppen?. . . Hoor, koning Achab! En als er nog gruwelen zijn, die u kunnen doen sidderen, sidder voor wat deze Izebel eisen durft. . . . “Ik wil, dat u mij nu meteen in een schotel geeft het hoofd van Johannes de Doper. “
KruisverwijzingenMattheüs 27:3→Mattheüs 27:24→Mattheüs 14:9→— En de koning, zeer bedroefd geworden zijnde, nochtans om de eden, en degenen, die mede aanzaten, wilde hij haar hetzelve niet afslaan.
En de koning, die zeer bedroefd geworden was, wilde het haar, om de eden en degenen die mee aanzaten, niet afslaan.
Ach, dat de koning in deze billijke droefheid had toegegeven; dat hij zich de dodelijke bleekheid niet geschaamd had, die zijn op de weg van de zonde al vervallen gezant betrekken komt op die schrikkelijke eis van het kind, waaraan hij het wraakgierig hart van de moeder herkent. Dat hij de eerste indruk had opgevolgd, de indruk van afkeer, ja van afgrijzen van zo’n misdaad en van een vrouw die zichzelf, op zijn geboortedag dus afschuwelijk onthalen wil! Dat hij het bedorven kind met de goddeloze moeder in een ogenblik van snel besluit en rasse daad had verzonden uit zijn oog, uit zijn hof, uit zijn land! Dat hij zijn groten en zijn legerhoofden en al de oudsten van Galilea voor ditmaal hun afscheid gegeven had en zijn feestzaal ontvlucht was om in de kerker van Johannes naar de betere, de goede weg te vragen, om nog in deze dag te leren wat tot zijn vrede diende. . . Wij zouden deze Herodes Antipas niet weervinden zoals wij hem nu weervinden in de geschiedenis en hij had zijn hart de wroegingen, de verschrikkingen gespaard waaraan wij hem weldra ten prooi zien en die -niets in hem uitwerkten. – Mens, die de weg van de zonde bewandelt, openlijk, heimelijk, met nog weifelende voet of al met onbeschaamd gelaat; er zijn ogenblikken op deze weg waarin het is als bij een licht van bliksemstralen duidelijk wordt hoe die weg is en waarheen hij u afvoert, in welke diepte van zonde u al bent neergedaald en aan de rand van welke afgronden u zich ophoudt! Ogenblikken, waarin u siddert voor uzelf, waarin een rilling van afschuw voor uw verleiders u door het hart gaat, waarin het de vraag voor u is van een plotselinge terugkeer, of een ergere voortgang. Ogenblikken waarom u met schrik, met droefheid, met een pijl in het hart terugdeinst. . . O deins terug! Kies een nieuwe weg, een nieuwe leidsman.
KruisverwijzingenMattheüs 14:10→— En de koning zond terstond een scherprechter, en gebood zijn hoofd te brengen. Deze nu ging heen, en onthoofdde hem in de gevangenis;
En de koning zond meteen een scherprechter (een speculator, eigenlijk wachter, die de koninklijke depeches als courier moest bezorgen, maar ook diensten van politie te verrichten had). En gebood zijn hoofd te brengen. Deze nuging heen en onthoofde hem in de gevangenis.
— En bracht zijn hoofd in een schotel, en gaf hetzelve het dochtertje, en het dochtertje gaf hetzelve harer moeder.
En bracht zijn hoofd in een schotel en gaf het als het geschenk van de koning aan het dochtertje en het dochtertje gaf het als een geschenk, dat zij weer deed, aan haar moeder.
Salóme heeft het hart van Herodes in haar macht tengevolge van zijn eed. Nu haast zij zich als een gehoorzame dochter tot haar moeder, om aan deze te vragen: “Wat zal ik eisen?” En de moeder, die van het begin af de ondergang van de Doper bedoelde, die in de hartstocht van Herodes, in de bekoorlijkheid van Salóme en in haar eigen bevalligheid slechts werktuigen ziet van haar wraak, de moeder, het woord van de Schrift (Luk. 16: 8) bevestigt: “De kinderen van deze wereld zijn voorzichtiger dan de kinderen van het licht in hun geslacht”, die ons in haar misdaad een voorbeeld laat zien van volharding, die onze slapheid in het goede aanklaagt, deze moeder heeft al een raad gereed en antwoordt haar met een helse tegenwoordigheid van geest: “Het hoofd van Johannes de Doper. ” Gehoorzaam aan de bevelen van Herodias, zeker ook al gaandeweg in haar geest ingewijd, misschien verbaasd over de gelegenheid om zich van een zo lastige rechter van haar liefste vermaken te ontslaan, keert haar waardige dochter haastig in de feestmaal terug. Terwijl alle gasten in gespannen verwachting hun blikken op haar richten en verlangen te weten op welke proef zij de belofte van Herodes zal stellen, brengt zij haar bede voor en spreekt, zonder hem tijd tot nadenken te laten: “Ik wil dat u mij nu meteen in een schotel het hoofd van Johannes de Doper geeft”. Wat een ogenblik! Wat een kreet van ontzetting moest uit het hart van de gasten opstijgen, zo niet vrees en vleierij hun de mond toesloten! Het hoofd van een gevangene, van een heilige, van een profeet – hebben zij goed verstaan? Zijn de dagen van Achab en van Izebel teruggekeerd? Zullen zij van de dans tot de moord, van de wijndamp tot de bloedreuk overgaan? Wat een ogenblik voor Herodes! Lees op zijn gezicht al de gewaarwordingen die opeens bij hem oprijzen! Verbazing, tegenzin, begeerte, schaamte, schrik en het geweten strijden met elkaar een korte, maar ontzettende strijd; de Heilige Geest stelt ons hem voor als “bedroefd. ” Bij die slag ontwaakte hij uit de bedwelming die zich van al zijn zinnen meester had gemaakt; hij is ontsteld dat een listige vrouw hem zo’n strik kon leggen; hij is boos op zichzelf dat hij zo’n onbezonnen belofte heeft gegeven. De onschuld, de trouw, de vroomheid, de heilige roeping van de gevangene komen hem voor de geest; misschien herinnert hij zich ook in de diepte van de ziel dat er een God is. Misschien zegt een stem in hem dat hij de zwakheid van een ogenblik met de gewetenswroegingen van een geheel leven, zo niet met die van de eeuwigheid moet betalen. Maar alles staat op de achtergrond bij de vrees voor de openbare mening; de vrees voor de openbare mening is dus de derde stap van Herodes tot zijn misdaad en nadat hij zich een ogenblik verzet heeft tegen het verschrikkelijk noodlot dat hem schijnt voort te sleuren, keert hij als een vreesachtig lam in de slavernij van Salóme terug en hij wil haar om zijn eed en degenen die mee aan tafel zaten de bede niet weigeren. “Om de eden en degenen, die mee aanzaten; met wat voor waarheid stelt dit woord ons het hart van Herodes voor! Niet alleen om zijn eed. Dat God hier niet verder in aanmerking komt, behoeft nauwelijks vermeld te worden. Was de gedachte aan God niet geheel in hem verstorven, dan zou hij gevreesd hebben Hem door het houden van zijn belofte meer te beledigen dan door de vervulling daarvan. De rechtvaardige zal zeker zijn eed houden, al zou het hem ook schade veroorzaken. Wanneer van Herodes slechts de helft van zijn koninkrijk geeist was, dan mocht hij zijn woord niet breken. Maar hij mocht zijn eed niet ten nadele van anderen, niet voor de prijs van een zo rein en dierbaar bloed willen houden. Voor hem was er slechts één antwoord mogelijk: ik heb mij door mijn dwaze eed verzondigd, maar ik zou een tweede veel ergere zonde begaan wanneer ik die hield, wees tevreden met een opoffering, een misdaad kon ik niet beloven. Echter het is niet de eed van Herodes die hem de handen bindt, maar zijn eed en degenen, die mee aanzaten, de gasten, de getuigen van zijn eed waren. Hadden alleen Herodias en Salóme die gehoord, hij zou zeker zijn woord hebben teruggetrokken, maar de tegenwoordigheid van de gasten, dat is de dwingende noodzakelijkheid die zijn sidderende hand tot misdaad veroordeelt. De openbare mening die men de koningin van de wereld genoemd heeft is op het feest van Herodes geheel en al heerseres; en als nu het ogenblik is gekomen dat hij tussen de misdaad en de valse schaamte moet kiezen, terwijl al de door hem en zijn dochter opgetogen gasten hem beschouwen of hij aan zijn eed tot aan het einde trouw zal blijven, of hij de moed heeft, alles, zelfs het hoofd van een profeet aan de eer van zijn woord op te offeren, nu meent hij dat het tijd is om hen te tonen dat hij alles waagt en voor niets terugschrikt: Herodes heeft een belofte gegeven, die neemt hij niet terug – ziet u hoe de dienaar heengaat, om het door u bestelde laatste feestgerecht op te dragen.
Johannes in de gevangenis, u sterke God. – O wees niet bezorgd, de Heer zal Zijn kind wel versterken en aan Zijn hart drukken! Er klinken voetstappen in de duistere gewelven; er verschijnt een man, hij treedt voor Johannes, ziet hem aan, zwijgend met strakke ogen, valt op hem aan, grijpt hem, trekt een scherp zwaard onder zijn mantel te voorschijn. – De slag is gebeurd, het hoofd is gevallen. Nu varen de engelen van God op met de rechtvaardige ziel in Abrahams schoot; het lichaam, een offer van de getrouwheid zwemt in zijn bloed, maar het hoofd wordt boven in het paleis rondgedragen en spreekt nu zeker geen woorden meer, die in het geweten indringen.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 24:16→Handelingen 8:2→Mattheüs 14:12→1 Koningen 13:29→Mattheüs 27:57→— En als zijn discipelen dit hoorden, gingen zij en namen zijn dood lichaam weg, en legden dat in een graf.
En toen zijn discipelen, de discipelen van Johannes, dit hoorden, dat hun meester onthoofd was, gingen zij, zoals zij tot hiertoe steeds vrije toegang tot zijn gevangenis hadden gehad en namen zijn dode lichaam weg en leiden dat in een graf. Daarop brachten zij het doodsbericht tot Jezus, terwijl zij aan diens discipelen mededeling deden van wat er gebeurd was (MATTHEUS. 14: 12).
IV. Vs. 30-44.KruisverwijzingenLukas 9:10→Markus 3:20→Mattheüs 9:36→2 Koningen 4:42→Mattheüs 15:34→Markus 8:5→Lukas 22:14→Lukas 24:10→ — En de apostelen kwamen weder tot Jezus, en boodschapten Hem alles, beide wat zij gedaan hadden, en wat zij geleerd hadden. En Hij zeide tot hen: Komt gijlieden in een woeste plaats hier alleen, en rust een weinig; want er waren velen, die kwamen en die gingen, en zij hadden zelfs geen gelegen tijd om te eten. En zij vertrokken in een schip, naar een woeste plaats, alleen. En de scharen zagen hen heenvaren, en velen werden Hem kennende, en liepen gezamenlijk te voet van alle steden derwaarts, en kwamen hun voor, en gingen samen tot Hem. En Jezus, uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming bewogen over hen; want zij waren als schapen, die geen herder hebben; en Hij begon hun vele dingen te leren. En als het nu laat op den dag geworden was, kwamen Zijn discipelen tot Hem, en zeiden: Deze plaats is woest, en het is nu laat op den dag; Laat ze van U, opdat zij heengaan in de omliggende dorpen en vlekken, en broden voor zichzelven mogen kopen; want zij hebben niet, wat zij eten zullen. Maar Hij, antwoordende, zeide tot hen: Geeft gij hun te eten. En zij zeiden tot Hem: Zullen wij heengaan, en kopen voor tweehonderd penningen brood, en hun te eten geven? En Hij zeide tot hen: Hoeveel broden hebt gij? Gaat heen en beziet het. En toen zij het vernomen hadden, zeiden zij: Vijf, en twee vissen. En Hij gebood hun, dat zij hen allen zouden doen nederzitten bij waardschappen, op het groene gras. De apostelen komen van hun zendingstocht tot Jezus terug en brengen Hem bericht van de moord op de Doper, die zij van diens discipelen hebben vernomen. Hij gaat daarop met hen op een schip naar de overkant van de Galilese zee en begeeft Zich in de woestijn. Het volk trekt Hem te land na. Nu volgt de spijziging van de vijfduizend.
KruisverwijzingenLukas 9:10→Lukas 22:14→Lukas 24:10→Lukas 17:5→Markus 6:7→Mattheüs 10:2→Handelingen 1:1→Lukas 10:17→— En de apostelen kwamen weder tot Jezus, en boodschapten Hem alles, beide wat zij gedaan hadden, en wat zij geleerd hadden.
En de apostelen kwamen dadelijk voor het paasfeest van het jaar 29 weer samen tot Jezus. Zij vonden elkaar bij hun terugkeren van de uitzending (vs. 7 vv. ), bij welke zij steeds twee aan twee met elkaar waren gegaan, weer te Kapèrnaüm bij Jezus als het middelpunt dat hen verenigde. En zij vertelden hem alles wat zij onderweg omtrent het einde van Johannes hadden vernomen en berichtten Hem tevens beide wat zij gedaan hadden en wat zij geleerd hadden.
KruisverwijzingenMarkus 3:20→Markus 1:45→Markus 3:7→Mattheüs 14:13→Johannes 6:1→— En Hij zeide tot hen: Komt gijlieden in een woeste plaats hier alleen, en rust een weinig; want er waren velen, die kwamen en die gingen, en zij hadden zelfs geen gelegen tijd om te eten.
En Hij, zowel voor Zichzelf als voor hen de eenzaamheid en stilte nodig achtende (“Uit), zei tot hen: Komt u in een woeste plaats hier alleen en rust een beetje; want er waren velen die juist toen weer bij Jezus kwamen en die gingen en zij, de Heere en de weer bij Hem vergaderde discipelen, hadden, evenals in Hoofdstuk 3: 20, zelfs geen gelegen tijd om te eten en zich naar het lichaam te verfrissen.
Toen de Heere vroeger in gelijke omstandigheden van grote behoefte was door de toestromende volksmenigte, drong Hij er op aan bij Zijn discipelen om met Hem de nodige lichamelijke verzorging te vergeten. Nu wil de Heere op voorkomende wijze hen de verkwikking schenken die zij nodig hebben, omdat het voor hen goed was dat op de tijd van de verstrooiing naar buiten een uur van inkering naar binnen volgde (met het oog op de vorige afdeling kan men hier de verstrooiingen van de kinderen van deze wereld en de verkwikkingen van Jezus discipelen met elkaar vergelijken). Zijn woorden geven echter tevens indirect te kennen dat Hij voor Zichzelf de gelegenheid tot stille overdenking en tot gebedsomgang met Zijn hemelse Vader nodig heeft. Reeds bij MATTHEUS. 14: 13 hebben wij opgemerkt dat Hem het einde van Johannes Zijn eigen einde, dat Hij een jaar daarna te Jeruzalem zou ondergaan, vertegenwoordigde; want evenals de werkzaamheid van de Doper in Hoofdstuk 1: 4 vv. een voorbode was van de gelijksoortige en toch geheel verschillende werkzaamheid van Jezus, zo was nu ook diens einde een profetie van het evenzeer gelijksoortige en onderscheiden einde van Jezus. “Met Herodias komen overeen de leidende partijen van het volk, die evenals zij Johannes, zo ook Jezus van het begin af naar het leven stonden; op Herodes lijkt de makkelijk op te winden menigte, die zich door Jezus graag laat leren en helpen, maar alleen niet tot datgene waartoe Hij ze volgens Zijn roeping heen wil leiden en tevens een te diepe indruk heeft van de heiligheid van Jezus, dan dat een aanslag van de heidense partijen tegen Zijn leven bij haar goedkeuring zou vinden. Maar wanneer het volk, in plaats van zich beslist aan Jezus over te geven, in de door de farizeeen gekweekte toestand volhardt, evenals Herodes tegenover de eis van Johannes, Herodias behield, dan kan dit hetzelfde ondervinden als Herodes, dat het namelijk te zijner tijd (wanneer de wel gelegen dag voor hen komt (Luk. 22: 53) door de vijanden van Jezus door eigen schuld ertoe wordt gebracht om zelf de vermoording van Jezus mee te bewerken. Met de dood van Johannes was zijn werkzaamheid voorbij; hij was slechts heraut van een grotere; zijn discipelen hadden niets te doen dan hem te begraven; maar Herodes werd door zijn zonde gestraft in zo verre zij hem de bijgelovige gedachte ingaf dat Johannes in Jezus was opgestaan. Met Jezus begrafenis was Zijn werk niet voorbij; in Zijn discipelen begint Hij Zichzelf als de waarlijk Opgestane op nieuwe hogere wijze te openbaren, maar de schuld van het Joodse volk, dat Hem ter dood gebracht heeft, brengt het in de waan dat Hij een dode was, een met recht veroordeelde en toch voelt het volk een vrees voor Hem.”
KruisverwijzingenMarkus 8:2→Markus 6:45→Johannes 6:5→Mattheüs 14:13→Lukas 9:10→Markus 4:36→Markus 3:9→— En zij vertrokken in een schip, naar een woeste plaats, alleen.
En zij brachten Zijn besluit dadelijk ten uitvoer en vertrokken in een schip, zoals dat sinds Hoofdstuk 3: 9 Hem ten allen tijde ten dienste stond, naar een woeste plaats bij Bethsaida aan de Noord-Oostelijke oever van het meer en wel alleen met Zijn discipelen.
KruisverwijzingenMattheüs 15:29→Johannes 6:2→Jakobus 1:19→Markus 6:54→— En de scharen zagen hen heenvaren, en velen werden Hem kennende, en liepen gezamenlijk te voet van alle steden derwaarts, en kwamen hun voor, en gingen samen tot Hem.
En de menigte zag hen heenvaren, hoe zij ook het afvaren probeerden te verbergen en velen leerden Hem kennen, want toen zij het vaartuig zagen, begrepen zij wel wie daarin zouden zijn en zij liepen gezamenlijk te voet naar dekant waarheen de boot haar richting had.
Zij kwamen van alle steden naar daar en kwamen hen voor, zodat zij nog eerder dan het vaartuig aan de oostelijke oever aankwamen en zij gingen samen tot Hem toen Hij uit het schip wilde gaan.
KruisverwijzingenMattheüs 9:36→2 Kronieken 18:16→Zacharia 10:2→Numeri 27:17→1 Koningen 22:17→Jesaja 61:1→Jeremia 50:6→Romeinen 15:2→— En Jezus, uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming bewogen over hen; want zij waren als schapen, die geen herder hebben; en Hij begon hun vele dingen te leren.
En Jezus die uit de boot ging zag een grote menigte die zo begerig naar Hem was en Hij werd innerlijk met ontferming bewogen over hen: a) want zij waren als schapen die geen herder hebben (MATTHEUS. 9: 36); en Hij begon hen vele dingen te leren; Hij hield voor hen een lange rede.
Jer. 23: 1. Ezechiel. 34: 2.
Deze menigte, die niet wist waarom zij Jezus naliep en Hem toch niet kon verlaten, die daarom haar dagelijks leven verliet omdat het de behoefte niet bevredigde van welk onbestemd gevoel haar tot Jezus dreef, kwam Hem, toen Hij Zich aan haar wilde onttrekken, als een kudde zonder herder voor. Zo min als nu een mens zo’n kudde kan laten dwalen, evenmin heeft Jezus een gelegenheid kunnen laten voorbijgaan, zonder dat Hij het Zijne deed om aan de radeloosheid en onzelfstandigheid van de menigte een einde te maken. Dat bedoelt Hij door Zijn onderwijs waartoe Hij nu overgaat, terwijl Hij Zijn oorspronkelijk plan opgeeft. Zoals Hij de zorg voor Zijn discipelen vergeet, zo vergeet ook weer de menigte door Zijn prediking de zorg voor zichzelf.
De schijnbare tegenspraak met MATTHEUS. 14: 14. Luk. 9: 11 en Joh. 6: 3 vv. , volgens welke Jezus niet dadelijk bij Zijn uitgaan uit het schip, maar pas nadat Hij werkelijk voor een ogenblik in de eenzaamheid was gegaan, Zich toewijdt aan het onderwijzen van het volk en de genezing van hun zieken, is zeer gemakkelijk op te lossen. Markus wil ons duidelijk maken hoe de Heere al bij het uitstijgen velen bemerkte die Hem waren nagelopen en nu eerder waren aangekomen, hetgeen Zijn hart tot medelijden bewoog. Daarom besloot Hij, wanneer de Vader in de hemel het goedkeurde, Zijn oorspronkelijk plan op te geven. De tijd waarin steeds meer zieken en hulpbehoevenden zich verzamelden maakte Hij nog ten nutte voor Zijn bedoeling om met God te zijn, zodat Hij de wil van de Vader mocht kennen. Toen vervolgens de hele menigte samen was, trad Hij ook werkelijk te voorschijn; de Vader had nu de Zoon geopenbaard wat Hij moest doen 14: 14) en dit is het ogenblik waarop de andere Evangelisten onze gedachten willen vestigen, terwijl Markus ons meer de barmhartigheid, het Heilands-hart van Jezus voor ogen wil stellen, waardoor Hij Zich ook schikte in datgene wat voor Zijn eigen behoefte stoornis teweeg moest brengen.
KruisverwijzingenJohannes 6:5→Lukas 9:12→Mattheüs 14:15→— En als het nu laat op den dag geworden was, kwamen Zijn discipelen tot Hem, en zeiden: Deze plaats is woest, en het is nu laat op den dag;
En toen het laat op de dag, ongeveer drie uur geworden was, kwamen Zijn discipelen tot Hem en zeiden: Deze plaats is woest en het is nu laat op de dag, zodat het nog slechts bijna 3 uur licht is.
KruisverwijzingenMattheüs 15:23→Mattheüs 16:22→Markus 3:21→Markus 5:31→— Laat ze van U, opdat zij heengaan in de omliggende dorpen en vlekken, en broden voor zichzelven mogen kopen; want zij hebben niet, wat zij eten zullen.
Laat ze van U heengaan in de omliggende dorpen en plekken en broden voor zichzelf mogen kopen, want zij hebben niet wat zij eten zullen.
Kruisverwijzingen2 Koningen 4:42→Numeri 11:13→Lukas 9:13→Markus 8:2→Johannes 6:4→Mattheüs 14:16→Numeri 11:21→2 Koningen 7:2→— Maar Hij, antwoordende, zeide tot hen: Geeft gij hun te eten. En zij zeiden tot Hem: Zullen wij heengaan, en kopen voor tweehonderd penningen brood, en hun te eten geven?
Maar Hij antwoordde en zei tot hen: Geeft u hen te eten. En zij, die de bedoeling van het woord helemaal niet hadden begrepen, zeiden tot Hem, na eerst te hebben gezien hoeveel geld zij in de gemeenschappelijke kas hadden: Zullen wij heengaan en voor twee honderd penningen brood kopen en hen te eten geven? Zo veel is slechts in kas, maar er is bij lange na niet genoeg om ieder van de duizenden iets te geven. (Joh. 6: 7).
KruisverwijzingenMattheüs 15:34→Markus 8:5→Johannes 6:9→Mattheüs 14:17→Lukas 9:13→— En Hij zeide tot hen: Hoeveel broden hebt gij? Gaat heen en beziet het. En toen zij het vernomen hadden, zeiden zij: Vijf, en twee vissen.
De Heere wilde hen nog meer met hun gedachten van berekening, waarmee zij slechts op het uitwendige en zichtbare letten, in verlegenheid brengen. En Hij zei tot hen: Hoeveel broden hebt u? Ga heen en bezie het. En toen zij het vernomen hadden zeiden zij: Vijf en twee vissen. Tegelijk moesten zij erkennen dat, al was hun kas ook toereikend geweest, toch al het geld hier in de woestijn, waar niets te kopen was, bij een zo geringe voorraad hun geen nut kon doen.
KruisverwijzingenMattheüs 15:35→1 Korinthe 14:40→Esther 1:5→1 Koningen 10:5→1 Korinthe 14:33→— En Hij gebood hun, dat zij hen allen zouden doen nederzitten bij waardschappen, op het groene gras.
En Hij gebood hen dat zij hen allen zouden doen neerzitten bij waardschappen, zoveel tezamen dat goed afgedeelde gezelschappen ontstonden. Er was tot zitten goede gelegenheid op het groene gras, dat er nu, in de lente, nog veel was.
KruisverwijzingenLukas 9:14→— En zij zaten neder in gedeelten bij honderd te zamen, en bij vijftig te zamen.
En zij zaten neer in gedeelten, op de manier van afgedeelde tuinbedden, bij honderd tezamen en bij vijftig tezamen, zo in deels grotere, deels in half zo grotegezelschappen.
KruisverwijzingenMattheüs 14:19→Johannes 11:41→Markus 14:22→Johannes 17:1→Lukas 24:30→1 Samuël 9:13→Markus 7:34→Johannes 6:23→— En als Hij de vijf broden en de twee vissen genomen had, zag Hij op naar den hemel, zegende en brak de broden, en gaf ze Zijn discipelen, opdat zij ze hun zouden voorleggen, en de twee vissen deelde Hij voor allen.
En toen Hij de vijf broden en de twee vissen, wier onbeduidendheid elke berekening overbodig maakte, genomen had a), zag Hij op naar de hemel b), zegende brood en vissen, brak de broden en gaf ze aan Zijn discipelen, opdat zij, door de gezelschappen heengaande, ze hen zouden voorleggen en de twee vissen deelde Hij voor allen.
Joh. 17: 1. b) 1 Sam. 9: 13.
KruisverwijzingenMattheüs 14:20→2 Koningen 4:42→Psalmen 145:15→Johannes 6:12→Markus 8:8→Lukas 9:17→Mattheüs 15:37→Deuteronomium 8:3→— En zij aten allen, en zijn verzadigd geworden.
En zij aten, allen die daar waren en wier grote menigte de discipelen zo had beangstigd en zij zijn verzadigd geworden.
KruisverwijzingenMarkus 8:19→— En zij namen op twaalf volle korven brokken, en van de vissen.
En zij, de discipelen, namen twaalf volle korven brokken op, zodat ieder van de twaalf een korf vol verzamelde en eveneens was er van de vissen nog een voorraad over.
— En die daar de broden gegeten hadden, waren omtrent vijf duizend mannen.
En die daar de broden gegeten hadden waren ongeveer vijfduizend mannen, behalve de vrouwen en kinderen, die in grotere getale tegenwoordig waren.
Ook dit Evangelie, waarvan de geschiedenis volgens Joh. 6: 1-15 door de Evangelische kerk bestemd is om op de Zondag Laetare behandeld te worden, moet in het licht van de lijdensgeschiedenis worden beschouwd. Hoe ver nu op het eerste gezicht deze gebeurtenis verwijderd mag zijn van een overdenking van het lijden (hetgeen in Joh. 6: 40 staat: “Het Pascha, het feest van de Joden was nabij, ” willen wij niet bijzonder benadrukken; het was toch ook nog een heel jaar voor de kruisdood van Christus), zo zien wij toch dat Christus eigen gedachten toen al bij Zijn lijden en alleen hierbij geweest zijn wanneer wij letten op de woorden, die Hij op de andere dag in de synagoge te Kapèrnaüm spreekt (Joh. 6: 51): “Ik ben het levende brood dat uit de hemel neergedaald is; als iemand van dit brood eet zal die in de eeuwigheid leven. En het brood dat Ik geven zal is Mijn vlees, dat Ik geven zal voor het leven van de wereld. ” Filippus verklaart wat noodzakelijk is om een zo grote menigte te eten te geven, Andreas wat aanwezig is en zeker, wanneer dat zo tot elkaar staat – twee honderd denarieen nog niet genoeg, dat ieder een beetje neemt en dan voorhanden 5 gerstenbroden en 2 vissen – en er geen derde tussen beiden treedt, rijmt het nooit met elkaar. Maar er treedt iemand tussen beiden: “De Heere wist wat Hij doen zou. ” Dat is niets anders dan wanneer wij in de hemelse raad verplaatst werden en de hemelsen Vader zagen hoe Hij de mensheid hier op aarde overziet die naar het hemelse brood smacht en wij hoorden Hem dan door de hemel en de hemel der hemelen, zowel als over de aarde de vraag doen: “Waar zullen wij brood kopen, dat deze eten?” Nu stond er een mens op, die antwoordt: “Daarvoor moet eerst een verzoening worden gevonden, een verlossing, niet met zilver of goud, maar met heilig en dierbaar bloed, door onschuldig lijden en sterven” (1 Petrus . 1: 18); en een ander antwoordde meteen: “Niemand van hen zal zijn broeder ooit kunnen verlossen; hij zal God Zijn rantsoen niet kunnen geven: want de verlossing van hun ziel is te kostelijk en zal in eeuwigheid ophouden (Ps. 49: 8 v. ). Maar dan treedt de Zoon daartussen, de eeuwige Zoon van God en Hij getuigt en roept: “Ik weet wel wat Ik wil doen!” Nu laat Hij het volk zich neerzetten; Hij treedt in het midden van het volk en Hij begint het met Zichzelf, met het vlees te eten te geven, dat de Zoon des mensen geeft voor het leven van de wereld. En zie, de wereld kan nu verzadigd worden, de hele grote wereld door dit ene voedsel. Kon Hij daartoe raad verschaffen, dan is het een klein wonder dat Hij ook met die geringe voorraad aardse spijs 5. 000 lichamen kon verzadigen. Wanneer er dan dagen aanbreken van dure tijden, versterk dan Heere! ons geloof, dat Gij ons slechts om dezelfde reden het gebrek toezendt waarom gij Filippus vraagt: “Waar kopen wij brood, dat deze eten?” namelijk omdat Gij ons wilt beproeven, terwijl Gij wel weet, wat Gij doen wilt.
De spijziging van de vijfduizend, een juist beeld in de lijdensweken van: 1) de algemene nood, 2) de overvloedige genade, 3) de gewone dank.
V. Vs. 45-56.KruisverwijzingenJohannes 6:15→Mattheüs 14:27→Markus 1:35→Mattheüs 6:6→Johannes 6:24→Mattheüs 14:23→Lukas 6:12→Jesaja 43:2→ — En terstond dwong Hij Zijn discipelen in het schip te gaan, en voor henen te varen aan de andere zijde tegen over Bethsaida, terwijl Hij de schare van Zich zou laten. En als Hij aan dezelve hun afscheid gegeven had, ging Hij op den berg om te bidden. En als het nu avond was geworden, zo was het schip in het midden van de zee, en Hij was alleen op het land. En Hij zag, dat zij zich zeer pijnigden, om het schip voort te krijgen; want de wind was hun tegen; en omtrent de vierde wake des nachts, kwam Hij tot hen, wandelende op de zee, en wilde hen voorbijgaan. En zij, ziende Hem wandelen op de zee, meenden, dat het een spooksel was, en schreeuwden zeer; Want zij zagen Hem allen, en werden ontroerd; en terstond sprak Hij met hen, en zeide tot hen: Zijt welgemoed, Ik ben het; vreest niet. En Hij klom tot hen in het schip, en de wind stilde; en zij ontzetten zich bovenmate zeer in zichzelven, en waren verwonderd. Want zij hadden niet gelet op het wonder der broden; want hun hart was verhard. En als zij overgevaren waren, kwamen zij in het land Gennesareth, en havenden aldaar. En als zij uit het schip gegaan waren, terstond werden zij Hem kennende. Na de wonderbare spijziging wil het opgewonden volk, zoals wij van Johannes vernemen, in de storm van de geestdrift Jezus tot Koning maken. Aan dergelijke invloeden van vleselijke geloofsijver onttrekt de Heere Zijn discipelen, door ze te dwingen dadelijk op zee te gaan en het heenzenden van het volk zelf op Zich te nemen. In de daaropvolgende nacht, toen zij niet voortkwamen op de zee die hen tegen is en zij zelfs in de laatste nachtwake de oever nog niet bereikt hebben, komt Jezus op een wonderlijke manier tot hen. Door dat wonder komen zij een aanmerkelijke stap in het geloof vooruit; ook voor het volk in het land van Gennesareth zijn de volgende dagen van Zijn werkzaamheid van die aard dat het tot een doorbreken van de erkentenis had moeten komen van Hem, die onder hen rondging, dat zij hadden moeten begrijpen: niet Elias of een van de profeten is bij ons, maar Christus, de Zoon van de levende God.
KruisverwijzingenJohannes 6:15→Markus 8:22→Mattheüs 14:22→Markus 6:32→Lukas 10:13→Mattheüs 11:21→— En terstond dwong Hij Zijn discipelen in het schip te gaan, en voor henen te varen aan de andere zijde tegen over Bethsaida, terwijl Hij de schare van Zich zou laten.
En meteen dwong Hij Zijn discipelen in het schip te gaan en weg te varen. Hij wilde hen bewaren om aangestoken te worden door het volk, dat door het wonder opgewonden was en de Messias zo graag op de troon van David over Israël wilde zien (Joh. 6: 14 vv. ). Hij wees hen heen aan de andere kant tegenover Bethsaida (= vishuis) aan de westelijke oever bij Kapèrnaüm, terwijl Hij intussen de menigte weg zou sturen en hen later nakomen.
KruisverwijzingenMarkus 1:35→Mattheüs 6:6→Mattheüs 14:23→Lukas 6:12→1 Petrus 2:21→— En als Hij aan dezelve hun afscheid gegeven had, ging Hij op den berg om te bidden.
a) En toen Hij, na het afvaren van de discipelen, aan hen, aan de vijf duizend, hun afscheid gegeven had, door Hen te ontwijken (Joh. 6: 15) en zij dus wel moesten besluiten naar huis te gaan, ging Hij op de berg, op de hoogte van het rondom liggende bergland om te bidden.
Luk. 6: 12.
KruisverwijzingenJohannes 6:16→Mattheüs 14:23→— En als het nu avond was geworden, zo was het schip in het midden van de zee, en Hij was alleen op het land.
En toen het avond geworden was, de zon was ondergegaan, was het schip in het midden van de zee en Hij was alleen op het land en bleef in het gebed tot ongeveer 3 uur in de morgen.
Niet dan zelden is het: “Komen jullie hier alleen en rust een beetje” (vs. 31). Niet altijd is het: eten van het wonderbrood. Het is vaak storm op zee. Het is niet altijd een storm op zee met de Heere in het midden, ontwakend uit Zijn slaap om zee en wind te bestraffen op de eerste noodkreet die tot Hem komt. Soms houdt Hij Zich ver. Tevergeefs tot Hem geroepen. Tevergeefs naar Hem uitgezien. De tweede nachtwake gaat na de eerste, de derde na de tweede voorbij: geen hulp, geen Heer. En handen, waarin zich het gezegende brood wonderbaar vermenigvuldigde, pijnigen zich tevergeefs tegen wind en stroom. . . Wat hier op het meer van Tiberias door de twaalf ondervonden werd, zou niet minder door hen ondervonden worden op de zee van de volken, waarin het hun roeping en hun voorrecht zou zijn het net van het Evangelie uit te werpen; met grote, onverwachte, wonderbare, door de Heere vaak gegeven zegen: maar waarvan de baren, ook niet zelden nood en dood dreigende, tegen hen zouden opstaan. Wat in deze nacht door de twaalf discipelen, die Hij ook apostelen genoemd heeft, ondervonden werd, is een proef en een beeld van hetgeen door vele duizenden van Zijn discipelen in alle tijden op de levenszee ondervonden zou worden. En de uitnemendsten onder hen zullen doorgaans het meest getuigen van stikdonkere nachten op schone dagen gevolgd; van zware stormen en noodweer, waaraan de Heere, waaraan de gehoorzaamheid aan Zijn gebod blootstelde en die Hij niet, die Hij noch in de eerste, noch in de tweede, noch in de derde nachtwake bestrafte; van lange, pijnlijke en vruchteloze inspanningen om rampen te overwinnen en bezwaren te boven te komen, die Hij hen had kunnen sparen of die een wenk van Zijn wil allang had kunnen doen ophouden.
KruisverwijzingenLukas 12:38→Lukas 24:28→Genesis 19:2→Johannes 1:13→Genesis 32:26→Jesaja 54:11→Exodus 14:24→Mattheüs 14:24→— En Hij zag, dat zij zich zeer pijnigden, om het schip voort te krijgen; want de wind was hun tegen; en omtrent de vierde wake des nachts, kwam Hij tot hen, wandelende op de zee, en wilde hen voorbijgaan.
En Hij zag, toen Hij in de donkerheid van Zijn ogen naar de discipelen op de zee wendde, dat zij zich zeer pijnigden om het schip vooruit te krijgen; Want de wind was hen tegen en zij kwamen, hoewel zij de riemen ter hulp hadden genomen, in verscheidene uren niets vooruit. En omstreeks de vierde wake van de nacht, d. i. tussen 3-6 uur in de morgen kwam Hij tot hen om hen uit hun nood te redden, wandelend op de zee en wilde hen voorbijgaan om hen gelegenheid te geven Hem te zien en zodat zij zich zouden troosten met Zijn nabijheid en nieuwe moed vatten.
De dood zien de discipelen voor ogen, maar de Redder zien zij niet. Echter deze ziet hen. Ja, Hij ziet hen ook vanaf de berg van Zijn gebed. En dat zien is deelneming; dat zien is bescherming; dat zien is genoeg. “En Hij zag, lezen wij, Hij zag, dat zij zich zeer pijnigden om het schip vooruit te krijgen. “O dat u het geweten, dat u het vermoed had, zwervers op de zee van Tiberias! Hoe zou het u hebben gesterkt, hebben getroost en doen hopen. En u zwerver op de levenszee, door duisternis overvallen, door storm belopen, in nood van baren, dat u het bedacht! De Heere, die u ver waant is nabij, nabij in de geest. Dat oog vol liefde en macht – o stel het u voor! – is op u geslagen. Van de troon van Zijn heerlijkheid reikt Zijn blik tot die haven waardoor u op en neer geworpen wordt. Ja, uw Jezus, als u echt Zijn volger bent, hoort uw zuchten, telt uw tranen, weegt uw moeiten op Zijn hand. Nog deze rukwind, nog deze hoge zee, nog één vruchteloze poging, nog één nachtwake. . . en het is genoeg. Hij die de beproeving zond, heeft ze afgemeten en Hij waakt over u terwijl ze u pijnigt. “Hij zal u niet beproeven boven wat u vermag, maar bij de beproeving ook de uitkomst geven, zodat u ze kunt verdragen.”
KruisverwijzingenLukas 24:37→Mattheüs 14:25→Job 9:8→Job 4:14→— En zij, ziende Hem wandelen op de zee, meenden, dat het een spooksel was, en schreeuwden zeer;
En zij, ziende Hem wandelen op de zee, meenden dat het een spooksel was, en schreeuwden zeer.
KruisverwijzingenMattheüs 14:27→Jesaja 43:2→Lukas 24:38→Johannes 20:19→Johannes 6:19→— Want zij zagen Hem allen, en werden ontroerd; en terstond sprak Hij met hen, en zeide tot hen: Zijt welgemoed, Ik ben het; vreest niet.
Want zij zagen Hem allen en wisten dus dat zij niet met een zinsbegoocheling van een enkele te doen hadden; zo werden zij ontroerd, want hun ogen werden zo gehouden dat zij Hem niet kenden. En meteen nam Hij die nutteloze schrik en die dwaze mening van hen weg en sprak Hij met hen, zodat zij Hem al aan de klank van Zijn stem kenden en zei tot hen, die ontsteltenis door vriendelijke toespraak wegnemende: Ben van goede moed, Ik ben het; vrees niet.
Dat Jezus niet uit willekeur Zijn discipelen zo lang alleen had gelaten blijkt uit de opmerking, dat de behoefte aan stille gebedsomgang met God Hem op de berg had gedwongen en daar vast gehouden. Op eigenaardig boeiende wijze stelt Markus Jezus en de van Hem gescheidene discipelen tegenover elkaar voor: zij in de duisternis alleen op de zee, zonder hun Meester, wiens persoonlijke tegenwoordigheid hun moed was en Hij alleen op het vaste land – dat is een tegenstelling als tussen onveiligheid en geborgen zijn. Die tegenstelling wordt hoe langer hoe sterker totdat zij de uiterste hoogte in de loop van de nacht bereikt. Markus vertelt van het standpunt van Jezus, als iets dat zich aan Jezus blikken vertoont, hoe de discipelen ver van Hem de sterkste aanvallen van de stormachtige zee moeten verduren en ondanks de grootste inspanningen hun doel niet kunnen naderen. Zo is Zijn komst een daad van liefderijke hulp en alles opmerkende voorzienigheid, niet iets toevalligs. Terwijl het namelijk schijnt alsof Hij in Zijn stille gerustheid hen vergeten had, die toch op Zijn bevel die moeilijke vaart hadden ondernomen, komt Hij hen toch te hulp omdat hun nood Hem niet ontgaan is. In de kracht van Zijn zo-even opnieuw gesterkte gemeenschap met God komt Hij tegen het einde van de nacht tot hen, nadat hun geduld voldoende beproefd was, wandelend op de stormachtige zee als op effen wegen. Zij zien Hem voorbij zich heengaan alsof Hij niet op hen lette, noch hen kende, totdat zij luid van angst beginnen te schreeuwen. Dat Hij op het water wandelt, als had Zijn lichaam geen materiele zwaarte, had hen toch in de waan gebracht dat de verschijning een zinsbedrog, een spook was. Hun waarneming toch was niet een van één of van twee uit hun midden, zodat zij zich zouden hebben kunnen geruststellen, als over een werk van de ontstelde verbeelding. Uit de algemeenheid en de overeenkomst moesten zij besluiten tot een wezenlijke macht die hen schade wilde berokkenen. Zo min geloofden zij nog, dat hun Meester hen overal beschermend nabij was, zo weinig kenden zij Hem een bovenmenselijk vermogen toe, om Zich daar zichtbaar aan hen te vertonen, dat zij liever die bijgelovige verklaring voor die verschijning zochten. Zijn spreken bracht hen pas tot het geloof dat zij met een lichamelijk levend mens te doen hadden en Zijn woord van troost en verzekering overtuigde hen, dat deze mens werkelijk Jezus zelf was.
Met het woord spook bedoelt men de schimachtige, zichtbare verschijning of van de ziel van een gestorvene of van een boze geest, die schade wil berokkenen.
Een spook is een verschijning, die al in zoverre bedrieglijk is dat zij lichamelijk tastbaar schijnt te zijn en toch als een schaduw weer verdwijnt. Maar ook in dit opzicht is het spook een bedrieglijke verschijning, dat het de al beangstigde nog meer verstrikt in de dwalingen van zijn ontsteld gemoed. Het is aan de ene kant de bedrieglijkste lievelings-afgod van het menselijk bijgeloof, dat met voorliefde spoken ziet, aan de andere kant ook de onvernietigbare openbaring van het geloof, in zoverre het berust op de veronderstelling van de onsterfelijkheid van de ziel en het bestaan van persoonlijke geesten. Het “Conversations lexicon” verwisselt vaak het geloof aan geestverschijningen, dat naar de Heilige Schrift is, met het zien van spoken. De Bijbel is niet alleen doortrokken van verschijningen van bovenaardse geesten, d. i. van engelen, maar hij heeft ook het geloof aan de verschijning van de geesten van afgestorvenen gewettigd). Niet alleen is dit geloof gebleven door de donkere tijden van de Middeleeuwen, maar ook tot de laatste tijd, maar gelouterd en gereinigd van de vrees voor spoken, die apocriefe karikatuur van de geestverschijningen. Het uitgangspunt is, zoals wij zeiden, het bestaan van persoonlijke geesten boven ons waarnemingsvermogen; dat de losgemaakte van deze aarde een vrijere beweging kan hebben ligt eveneens in het begrip van persoonlijke geesten; de enige moeilijkheid ligt slechts in de vraag: hoe kan de geest, die in de zin van het aardse leven van het lichaam is ontdaan, zich doen zien door hem die hier is, door de geest, die aan de zintuigen gebonden is? De andere veronderstelling was deze: hij neemt voor een ogenblik een lichaam, of een soort van lichamelijkheid aan; de nieuwere zielkunde kan daarentegen antwoorden: hij is naar eigen natuur niet absoluut zonder lichaam.
De ziel van de geest is ook na de scheiding van haar lichaam niet geheel zonder lichaam; het inwendige volgt haar en het oude zal later met haar worden verenigd tot haar volkomen reintegratie (herstelling) en restauratie. Er blijft zelfs tussen de ziel van de geest en het dode lichaam in de tussentijd een geheim verband, een politariteitsbetrekking, een rapport. Daaruit volgt ook weer dat het door de ziel verlatene en in zo verre ontzielde lichaam, al heeft het de ziel niet meer in zich, haar toch als het leven buiten zich heeft. De vertering van het lichaam is toch ook een levensteken en als doorgang van een voorbereiding van de opstanding.
Het verhaal van Mattheus is meer dat van een ooggetuige; het gebeurde met Petrus, die tot Christus over de zee wilde gaan, is alleen door Mattheus (14: 28-31) verteld.
Zo lang wij hier beneden wandelen zijn wij overal omgeven en bedreigd door de nood van de zonde, evenals degenen die op de zee varen. De schipper zweeft door zijn gedrag over de afgronden die onder zijn voeten worden uitgediept. En hoe gemakkelijk kan hij, wanneer winden en golven hem tegen zijn en zijn vaartuig verbrijzelen, wegzinken in deze diepten, waaruit geen redding mogelijk is. Ook wij, zolang wij niet zijn opgenomen in de ark van de goddelijke genade, in welke wij alle gevaren kunnen trotseren, zweven op onze eigen krachten vertrouwend in een gebrekkige boot op de zee van de wereld. Onze hartstochten zijn de stormen die de golven beroeren, op welke wij nu in de hoogte, dan diep in de laagte varen. En wanneer zij ons werpen tegen de ondiepten en de klippen van de zonde, wanneer dan onze krachten niet genoeg zijn, wanneer de delen van het vaartuig die door mensenhand zijn samengevoegd van elkaar worden gescheiden, dan zinken wij ook in de diepte, diep en dieper in een afgrond, die door geen licht van genade wordt verhelderd, waar vreselijke gedrochten wonen en waaruit geen helpende hand ons zal optrekken. Wie is Hij, die daar wandelt op de vloed, als was hij een vaste bodem, die door geen zwaarte in het vloeibare element wordt neergetrokken, door geen golf opwaarts of neerwaarts wordt gedragen, wiens voetzool nauwelijks door de vochtigheid wordt nat gemaakt? Wie is Hij die door het menselijke heengaat zonder te delen in het verderf waardoor zij zijn aangetast, door alle stormen van de hartstochten die rondom hen woeden, zonder zich daardoor te laten bewegen, die, overal door zonden omgeven, ook van de geringste bevlekking rein blijft? Wie is Hij? – Een spook, zo roept ook nu nog menigeen! Die Christus is een droombeeld door dweperij te weeg gebracht, die Christus van wie u ons vertelt, die de goddelijke natuur met de menselijke heeft verbonden, die onbeperkte macht had over de elementen, die in alles verzocht werd maar Zich steeds vrij van zonde heeft gehouden en door Zijn dood allen, die in Hem geloven, van de eeuwige verdoemenis zou hebben gered. Maar, u dierbare stem, die door het geruis van wind en golven, door het gedruis van het dagelijks leven en van de wereldse bemoeiingen, door het geschreeuw van het ongeloof heen vernomen wordt in alle ontvangbare harten. Hebt u al van Hem gehoord, mijn vriend? voelt u al: Christus is niet degene waartoe het ongeloof Hem wil maken, niet een spooksel, maar de levende Zoon van God, de ware Heiland, die van de zonde kan verlossen, welke Hem vreemd was en wier straffen Hij droeg? Voelt u het? Dan zult u ook die ijver in u voelen die in Petrus was. De begenadigde ziel brandt van verlangen om Christus door heiligmaking gelijkvormig te worden. Ook zij wil zweven over de golven van deze wereld, zonder in haar lusten ten onder te gaan. Zij wil ondanks de tegenwinden die haar ophouden en terugdrijven, ondanks de golven die zich verheffen en neerzinken, haar weg naar Christus voortzetten, waarheen al haar wensen gericht zijn. Zal de Heere dit verlangen goed noemen? zal Hij Petrus toestaan tot Hem over de golven te komen? Zal Hij dat alles billijken wat de ziel in de gloed van de eerste liefde tot Hem onderneemt? Kan niet nog het hemelse vuur met aardse elementen, de drang van de genade met de drang van de natuur vermengd zijn? Kan hij, die Jezus wil naderen, ook niet misschien, zonder dat hij het zelf weet, besmet zijn met de wens om door mensen bewonderd te worden? Kan hij niet, alleen ziende op de roem van het welgelukken, vergeten, zich toe te rusten tegen de gevaren en moeilijkheden? 1) Dat alles moge zo zijn, ja, men kan toegeven dat het bijna altijd zo is; maar moeten wij alleen dan pas handelen wanneer ons handelen geheel en al rein is? dan zouden wij nooit tot handelen komen! De Heere wekt ons op zodra slechts het beginsel dat aan onze poging ten grondslag ligt, waardig is: het onreine, dat er nog aankleeft, zal door de beproeving die Hij ons bereidt, worden afgescheiden. Hij zegt tot Petrus: “Kom!” Onbeschrijfelijke vreugde voor deze, als hem hetzelfde gelukt wat hij in zijn Heer heeft bewonderd! Onbeschrijfelijke vreugde voor hem die besloot Christus na te volgen, dat hij door zijn vervuld zijn met de Geest wordt verheven boven de aardse dingen, dat hij zich als het ware ontbonden voelt van de wetten van de zwaarte die al het andere in de golven van de wereld naar beneden trekt, dat zijn wandel niet meer op aarde, maar nu al in de hemel is! Zulke verrukking schenkt de goddelijke genade aan de oprechte en vurige gemoederen die de weg van het heil hebben betreden; de eerste schreden worden hen gemakkelijk, de eerste tijden na de bekering zijn gewoonlijk onuitsprekelijk vrolijke en gelukkige tijden. Zij moeten ophouden; de heilige vreugde die de Christen vervult en die een gevoel van trotsheid in hem kon opwekken, moet worden gedempt. Petrus zag een sterke wind; dat zich een nieuwe storm zou verheffen en de golven tegen hem zou dringen, dat had hij niet gedacht, dat was voor hem geheel onverwacht; omdat het toch gebeurt schrikt hij en in zijn verwarring, waarin hij meer op de storm en de golven dan op Christus ziet, begint hij te zinken. Ook u geloofde, begenadigde ziel! dat alle verzoekingen voor u hadden opgehouden, of dat die, welke zich vertoonden, u slechts gelegenheid zouden geven om een schitterende volmaaktheid te ontwikkelen. Maar zie, daar verheft zich een storm! Kwam die van buiten, was het een bestrijding die door de vrijmoedige geloofsbelijdenis werd veroorzaakt. Over zo een zou u zich verheugen; maar zij komt uit uw eigen binnenste voort, hartstochten, die u sinds lang overwonnen waande, verheffen zich en tonen dat zij nog steeds voorhanden zijn. Er komen ook wel uitwendige beproevingen bij en zij zijn van een aard, zoals zij zich gewoonlijk alleen hij de gewone zondige wereldlingen openbaren, maar u ze voor u nooit had verwacht, u twijfelt aan uzelf, aan de Heere en Zijn genade en omdat uw vertrouwen op Hem geringer is dan uw vrees voor de verzoeking, begint gij aan de verzoeking toe te geven. Petrus schrok en begon te zinken, maar ook riep hij en bad: “Heere! help mij. ” Ook u zonk en bent in uw verzoeking zeker niet rein van zonden gebleven: toen verdween die trotse inbeelding die ook de vroomste bekruipt. Toen erkende u dat de goddelijke genade ons niet opeens de nodige mate van kracht voor de gehele levensweg verleent, maar dat zij in ieder bijzonder geval, ieder ogenblik steeds opnieuw moet worden afgesmeekt. Toen riep u: “Heere, help mij!” En de Heere greep ook u evenals Petrus met Zijn machtige hand; en Hij, die u van de straffen van de zonde bevrijd had, redde u van de zonde zelf in welke u dreigde weg te zinken.
Iets daarvan werd Petrus later onder de leiding van de Heilige Geest wel gewaar; hij leerde bekennen dat zijn geloofsmoed niet vrij geweest was van zekere overmoed, van een trachten naar hoge dingen en van zelfverheffing boven de anderen). Toen wilde hij niet dat iemand hem bewonderde en hoger stelde dan hem toekwam; bij zijn zendingsprediking heeft hij nooit deze geschiedenis van zijn geloofsmoed verteld, ook later niet toegegeven, toen zijn “zoon” Markus (1 Petrus . 5: 13) uit die voordrachten dit Evangelie samenstelde, dat deze die geschiedenis zou opnemen. Critici en schriftonderzoekers menen wel meestal dat Markus die niet had mogen opnemen om de eer van de grote apostel niet te krenken, omdat het zinken in de zee hem juist niet tot grote roem verstrekte. Markus heeft echter andere dingen opgenomen die deze gewaande eer op veel ergere wijze krenken; het tegenovergestelde is dus wel het ware, Petrus heeft niet gewild dat iemand hem een hogere plaats gaf dan hem toekwam. Mattheus heeft er echter voor gezorgd dat de geschiedenis voor de kerk niet verloren ging. Omstreeks de tijd van de vervaardiging zal deze wel de juiste mening zijn, dat het Evangelie allang aanwezig was voordat een van de drie overige Evangeli?n werd geschreven.
Waar de nabijheid van de Heere, de stem van de Heere, het werk van de Heere onderkend wordt, daar houden noden en gevaren op. Waar Hij zegt: “Ik ben het” vluchten de spoken, die een bange verbeelding radeloos doen uitschreeuwen. Zijn: “Vrees niet” neemt de vrees weg. Zijn: “Zijt welgemoed” stort moed en kracht in bezwijkende harten. En Hij komt, Hij treedt op, Hij is er, Hij zegt: “Ik ben het, ” Hij zegt: “vreest niet!” Hij zegt: “weest welgemoed; ” soms in de eerste nachtwake, mogelijk in de tweede of in de derde, maar zeker in de vierde en laatste, waar het Zijn discipelen, waar het Zijn vrienden zijn, die in nood zijn van de baren. . . . laat dan de baren bruisen, de storm aanhouden, de nacht zich rekken, de nood nog klimmen; men weet, men voelt niet, men ondervindt dat men in de nood geschraagd, dat men door de nood gedragen wordt, dat de nood inwendig, dat is, dat hij metterdaad overwonnen is. Want de nood van de nood is het gevoel van nood. En dit: waar Hij herkend, waar Zijn optreden, waar Zijn gangen, waar Zijn hand gezien wordt; waar het woord van Zijn vertroosting tot het hart komt; dit neemt Jezus weg. Het is op deze manier dat Hij Zijn discipelen in nood en lijden erdoor helpt; maar Hij doet meer: Hij helpt hen ook uit.
KruisverwijzingenMarkus 4:39→Markus 2:12→Psalmen 107:28→Markus 5:42→Markus 4:41→Mattheüs 8:26→Johannes 6:21→Mattheüs 14:28→— En Hij klom tot hen in het schip, en de wind stilde; en zij ontzetten zich bovenmate zeer in zichzelven, en waren verwonderd.
En Hij klom, in gemeenschap met Petrus die tot Hem op het water was gekomen, tot hen, tot de overige elf discipelen in het schip en de wind stilde op hetzelfde ogenblik toen de Heere bij hen was. En zij, de discipelen, ontzetten zich zeer in zichzelf en waren verwonderd over hetgeen zij van Jezus (vs. 48) hadden gezien.
KruisverwijzingenMarkus 8:17→Markus 3:5→Markus 16:14→Romeinen 11:7→Mattheüs 16:9→Lukas 24:25→Jesaja 63:17→Markus 7:18→— Want zij hadden niet gelet op het wonder der broden; want hun hart was verhard.
Want zij hadden niet gelet op het wonder van de broden, die door Zijn macht waren vermeerderd tot voeding van 5. 000 mensen: want hun hart was verhard. Het was stomp en ontoegankelijk voor hogere inzichten, anders hadden zij al bij dat wonder moeten opmerken, wie Jezus eigenlijk was en er zou niet eerst nog een tweede van dezelfde buitengewone aard nodig zijn geweest om hun het juiste begrip te geven.
De discipelen ondervinden een tweede wonder dat hen zelf ten zegen is, terwijl Jezus bij hen instijgt, namelijk dat de storm, die hen tegen is, meteen wordt gestild. Dat brengt hen des te meer buiten zichzelf. De discipelen, zegt Markus, hadden niet voldoende lering getrokken uit de wonderbare vermeerdering van de broden, namelijk dat de mate van hetgeen voor de mensen mogelijk was, niet geschikt was om de openbaring van de Heere te meten. Volgens zijn mening zijn dus beide wonderen specifiek onderscheiden van alle vorige. Daarom ontziet Hij zich niet het hart van de discipelen verstompt te noemen tegenover de werking die het eerste wonder op hun erkentenis had moeten uitoefenen, omdat zij bij het tweede van dezelfde aard nog zo geheel onvatbaar konden staan. Hij zegt dit om aan te tonen, hoe Jezus openbaring er van Zichzelf op was gericht om het geloof van de discipelen tot een oordeel over het enige van Zijn persoon te dwingen (MATTHEUS. 14: 33) en hoe moeilijk hun geloof die drang opgevolgd is. Beide voorvallen hebben intussen ook hun betekenis ten opzichte van de toekomstige roeping van de twaalf. In het eerste (vs. 35 vv. ) werd voorgesteld hoe het hen ten gevolge van de almachtige tegenwoordigheid van hun Heer zou lukken om door hun geringe dienst de hongerige wereld te spijzigen met het brood des levens; het tweede (vs. 45 vv. ) wijst aan hoe de gemeente van Jezus haar weg zal maken door de wereld volgens welke zij te worstelen heeft met de mensheid, die vervuld is met de geest van die wereld en van deze zal te lijden hebben. Zij is die weg ingeslagen op bevel van haar Heer, die tot God gaat ter voleindiging van Zijn werk; zij deed dit in de hoop, die gegrond was op Zijn belofte, om Hem na korte tijd weer te zien. Maar de arbeid om tot het doel te komen wordt zwaarder en duurt langer, dan zij had gedacht en het tijdstip zal komen dat zij de gelukkigen voortgang tot het doel voor onmogelijk houdt en het de schijn verkrijgt alsof haar hoofd, dat in de veiligheid bij God vertoeft, haar heeft vergeten. Dan geduld te oefenen en standvastig het geloof aan de almachtige trouw vast te houden van Hem, die ze haar beloofd heeft, dat moest de uitkomst van deze vaart hen leren. Want net zo plotseling als hier zal de Heere verschijnen, vanwaar en zoals gij het niet heeft gedacht, zodat zij eerst door Zijn troostwoord daarvan moet worden verzekerd, dat Hij die in zo’n heerlijkheid komt, dezelfde is met wie zij in gemeenschap staat van vlees en bloed. Dan zal opeens de tegenstand van de wereld vernietigd zijn en zij zelf zich aan het zalig doel van haar weg bevinden.
Tegenover het ijdele aardse koningschap dat het vleselijk Israël Hem wilde opdringen stelt Jezus de ware onbeperkte macht. Hij openbaart Zich aan de Zijnen als degene die macht heeft over alle krachten van de natuur, die Zichzelf en hen met Hem kan verheffen boven de zwaartekracht van dit aardse lichaam. 1) Wanneer Hij hen in de wonderbare spijziging een voorspel heeft gegeven van de overgave van Zijn vlees tot voedsel voor de wereld, wanneer Hij hen in deze vreselijk donkere duisternis, in storm en eenzaamheid een voorsmaak heeft laten voelen van de nog smartelijkere, maar eigenlijke scheiding na Zijn dood, zo geeft Hij vooraf in dit onverwacht, triomferend terugkeren midden door de woedende golven heen een voorafbeelding van Zijn troostvol verschijnen bij Zijn opstanding, ja van Zijn heerlijke hemelvaart, aan welke Hij Zijn gelovigen een aandeel laat nemen, terwijl Hij hen met Zich verheft tot de hemelse woningen.
Als men bedenkt, dat iedere vrijwillige beweging die ons lichaam maakt geen opheffing is, maar toch een overwinning van de wet van de zwaartekracht door het tussenbeide treden van een hogere kracht, namelijk de kracht van de wil, zo wordt door deze analogie begrijpelijk dat de materie als een werk van de wil altijd werkelijk ten dienste moet staan aan deze werkelijk bovennatuurlijke kracht. Niets verhindert aan te nemen dat de adem van boven op een gegeven, een menselijk lichaam, ja zelfs geheel materiele voorwerpen (2 Kon. 6: 6) van deze heerschappij van de zwaartekracht kan ontheffen.
Wat ons verwondert en ten hoogste mag verwonderen is dat door de discipelen en vrienden van de Heere van de tegenwoordige tijd, dat door ons, in zoverre wij echt discipelen en vrienden van de Heere zijn, in de nood van het schip van de kerk, in eigen noden op de zee van het leven zo weinig gerekend wordt op een liefde en een macht die in de hoogste nood zulke uitkomsten geven kan. Ach! ook wij hebben beiden het wonder van de broden en het wonder van de windstilling vernomen en is het niet vaak alsof wij beiden vergeten zijn, alsof wij noch op het een noch op het ander hebben gelet? of onze harten verhard zijn en deze troostrijke geschiedenissen tevergeefs voor ons zijn neergeschreven? te vergeefs door ons ondervonden? Nee, Hij zal ons niet voorbijgaan. Zijn hand is naar ons uitgestrekt, Zijn voet staat al aan ons slingerend boord, en als wij Hem niet afwijzen slingert het niet meer. . . . de zee is stil; het morgenlicht breekt aan, de haven blauwt in het verschiet. Straks wordt het anker geworpen. . . . Men zal komen in het land waar men naar toe vaart.
KruisverwijzingenJohannes 6:24→Mattheüs 14:34→Lukas 5:1→— En als zij overgevaren waren, kwamen zij in het land Gennesareth, en havenden aldaar.
En toen zij overgevaren waren kwamen zij bij Bethsaida in het land Gennesareth (zie) en meerden daar aan.
KruisverwijzingenFilippenzen 3:10→Psalmen 9:10→— En als zij uit het schip gegaan waren, terstond werden zij Hem kennende.
En toen zij uit het schip gegaan waren en zich naar Kapèrnaüm begaven werden zij meteen herkend door de mensen daar, die Hem de vorige dag over de zee hadden zien varen (vs. 33).
KruisverwijzingenMattheüs 4:24→Markus 3:7→Markus 2:1→— En het gehele omliggende land doorlopende, begonnen zij op beddekens degenen, die kwalijk gesteld waren, om te dragen, ter plaatse, waar zij hoorden dat Hij was.
En het hele omliggende land doorlopend, verbreidden zij het bericht van Zijn komst. Drie weken lang hadden zij Zijn aanwezigheid moeten missen en de vorigen dag hadden zij Hem niet kunnen houden (vs. 31). Op diezelfde dag leerde Jezus in de synagoge te Kapernaum (Joh. 6: 59), op de volgende dagen begonnen zij degenen die kwalijk gesteld waren op beddekens te dragen naar de plaats waarvan zij hoorden dat Hij er was, want in die vier dagen van 19-22 April deed Hij een reis door het landschap.
KruisverwijzingenMattheüs 9:20→Markus 3:10→Numeri 15:38→Lukas 6:19→Handelingen 5:15→2 Koningen 13:21→Deuteronomium 22:12→Handelingen 4:9→— En zo waar Hij kwam, in vlekken, of steden, of dorpen, daar legden zij de kranken op de markten, en baden Hem, dat zij maar den zoom Zijns kleeds aanraken mochten; en zovelen, als er Hem aanraakten, werden gezond.
En waar Hij kwam in steden of dorpen, daar leiden zij de zieken op de markten en baden Hem, dat zij maar de zoom van Zijn kleed mochten aanraken; de zieken waren echter zo veel in getal dat de Heere zich niet met ieder in het bijzonder kon ophouden. En zoveel als Hem aanraakten werden gezond. De beide geschiedenissen van 23 en 24 April, die ook nog in en tijd van het paasfeest van het jaar 29 vallen zijn al in Hoofdstuk 2: 23-3 : 12 verteld.
De Evangelist wil te kennen geven dat men lang op Jezus heeft gewacht, als op een die men zelden als een lang vertoevende gast in zijn midden had. Daaruit alleen is die angstige haast te verklaren met welke men door het gehele landschap heenging en de zieken op hun bedden rondom de plaats bracht, waar Hij op dat ogenblik vertoefde. Ten gevolge van de uitzending van de twaalf, was de mening dat men in Jezus een onfeilbare Helper van lichamelijk kwaad had tot een heersende geworden en wat in Hoofdstuk 5: 27 nog als een enkel bewijs van opmerkelijke moed van het geloof moest worden bericht uit een tijd van ongeveer 7 maanden vroeger, behoorde nu al tot de gewone gebeurtenissen. Des te duidelijker kwam nu ook tot het volk de nadrukkelijke eis om zich een bepaald oordeel over deze man te vormen, op wie men zo’n vertrouwen kon stellen, evenals de discipelen in de beide geschiedenissen (vs. 35 vv. en 45 vv. ) aanleiding hadden om tot de juiste kennis van Jezus persoon door te dringen. Bij deze is zo’n kennis gekomen, maar bij het volk zijn de oordelen, die in vs. 14 vv. als bestaande worden meegedeeld, bestendigd (Hoofdstuk 8: 27 vv. ). In het volgende zien wij nu Jezus op zijn reis, die veel van een vlucht had, gedurende de volgende maanden tot aan Zijn vertrek uit Galilea.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Markus 6
Markus 6:20.KruisverwijzingenMattheüs 21:26→Mattheüs 14:5→Markus 4:16→2 Koningen 6:21→Markus 11:18→2 Koningen 3:12→Daniël 4:18→1 Koningen 21:20→
— Want Herodes vreesde Johannes, wetende, dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hield hem in waarde; en als hij hem hoorde, deed hij vele dingen, en hoorde hem gaarne.
“Want Herodes vreesde Johannes, wetende, dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hield hem in waarde; en als hij hem hoorde, deed hij vele dingen, en hoorde hem gaarne.”
Herodes was een groot vorst; Johannes was maar een arme prediker, wiens kleding en voedsel van de grofste soort waren. En toch vreesde Herodes Johannes.
Let op de goede dingen die van Herodes gezegd worden. Ten eerste beschermde hij Johannes: Herodias wilde hem doden, en dat liet Herodes niet toe.
Ten tweede had hij eerbied voor rechtvaardigheid en heiligheid. Herodes achtte de deugd, ook al bezat hij haar zelf niet.
Ten derde bewonderde hij ook de persoon in wie hij die rechtvaardigheid en heiligheid zag. Dat is nog een stap verder, want iemand kan een deugd in het algemeen bewonderen en toch de mens haten in wie hij haar belichaamd ziet.
Een vierde goed punt in Herodes was dat hij naar Johannes luisterde, en hem zelfs “gaarne hoorde”.
Maar Herodes had ook ernstige gebreken. Ten eerste: hoewel hij graag naar de prediking van Johannes luisterde, deed hij wél “vele dingen” — maar niet alles. Hij kon niet de hele weg gaan die Johannes hem wijzen wilde. Hij hinkte op twee gedachten. Hij aarzelde. Hij wankelde.
Ten tweede: hoewel hij Johannes vreesde, zag hij nooit op de Meester van Johannes. Het is gemakkelijk de prediker te horen en te bewonderen terwijl de Meester van die prediker onbekend blijft.
Ten derde: hoewel Herodes de goedheid in een ander bewonderde, was er niets van in hemzelf. Herodes was een vos van een man — zelfzuchtig, vol streken en wreed.
Nog een gebrek in het karakter van Herodes was dat hij het Woord van God nooit liefhad áls het Woord van God. Hij bewonderde Johannes, maar hij zei nooit bij zichzelf: God heeft Johannes gezonden, God spreekt door Johannes tot mij. Hij nam het getuigenis van Johannes niet aan als het Woord van God.
En ten slotte: er staat niet dat Herodes Gód vreesde, maar dat hij Jóhannes vreesde. En “de vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid”.
Herodes eindigde allerellendigst. Hij vermoordde de prediker die hij eens geëerd had. Na verloop van tijd kunnen mensen er niet meer tegen bestraft te worden, en zij gaan daarin voort tot zij bespotten wat zij eens eerbiedigden. Herodes vreesde Johannes, en toch onthoofdde hij hem.
Deze Herodes Antipas was de man die later de Zaligmaker bespotte. Ten slotte werd hij in oneer door de Romeinse keizer teruggeroepen. Zo eindigde Herodes, die naar Johannes luisterde maar zijn woorden niet ter harte nam.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-6KruisverwijzingenJohannes 4:44→Mattheüs 12:46→Mattheüs 11:6→Mattheüs 9:35→Lukas 13:22→Lukas 4:24→Markus 9:23→Markus 5:23→
— En Hij ging van daar weg, en kwam in Zijn vaderland, en Zijn discipelen volgden Hem. En als het sabbat geworden was, begon Hij in de synagoge te leren; en velen, die Hem hoorden, ontzetten zich, zeggende: Van waar komen Dezen deze dingen, en wat wijsheid is dit, die Hem gegeven is, dat ook zulke krachten door Zijn handen geschieden? Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria, en de broeder van Jakobus en Joses, en van Judas en Simon, en zijn Zijn zusters niet hier bij ons? En zij werden aan Hem geergerd. En Jezus zeide tot hen: Een profeet is niet ongeeerd dan in zijn vaderland en onder zijn magen, en in zijn huis. En Hij kon aldaar geen kracht doen; dan Hij legde weinigen zieken de handen op, en genas hen. En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof, en omging de vlekken daar rondom, lerende.
Hier begint een vierde groep van verhalen, waarbij nu meer gelet wordt op de geschiedkundige opvolging van tijd. Het eigenlijk middelpunt van deze groep vormt de geschiedenis van de gevangenneming en onthoofding van Johannes de Doper in vs. 17-29, waaraan vooraf en later in vs. 7-16 en 30-56 dezelfde gebeurtenissen verbonden worden als die bij MATTHEUS. 9: 35-11: 1 en 14: 1-36 Het gezantschap van Johannes uit de gevangenis, waarvan wij in MATTHEUS. 11: 2-30 lezen, wordt hier overgeslagen, wat de inhoud van het 12de en 13de hoofdstuk bij Mattheus uitmaakt, maar daar aan het in Hoofdst. 14 medegedeelde voorafgaat, is bij Markus al in de vorige groepen aangehaald. Alleen de afdeling over Jezus tweede tegenwoordigheid in Nazareth kon vroeger niet worden vermeld. Daarom volgt dit als een soort van aanhangsel, dat het in Hoofdstuk 4: 35 gezegde aanvult en als een soort van aaneenschakeling die de zakelijke samenhang tussen de 3e en 4e groep teweeg brengt.
En Hij ging van daar, van Kapèrnaüm, weg. Op de weg van Jairus huis naar dat van Petrus, waarin Jezus woonde en daar binnen, gebeurde nog wat in MATTHEUS. 9: 27-34 verteld wordt. De Heere maakte daarna een reis door de omliggende landstreek, die met afzondering van de twaalf (Hoofdstuk 3: 13 vv. ) en de bergrede, de genezing van de melaatse en van de zieke knecht van de hoofdman van Kapèrnaüm eindigde (MATTHEUS. 4: 23-8 : 12). Een dergelijk heengaan uit Kapèrnaüm vond ook na de 8 maanden later gehouden zeeprediking plaats (MATTHEUS. 13: 53). En Jezus, nu weer in Nazareth beproevend of Hij daar een beter onthaal zou vinden dan een jaar geleden (Luk. 4: 16 vv. ), kwam in Zijnvaderland, in Nazareth, dat Hem, nu een voortdurend oponthoud te Kapèrnaüm onmogelijk was geworden (MATTHEUS. 14: 1-12), weer als Zijn eigenlijk vaderland voorkwam; en Zijn discipelen volgden Hem; zij ruilden hun vaderland nu met het Zijne.
En toen het sabbat geworden was, de eerste die op de dag van Zijn aankomst volgde en die Hij eerst afwachtte voordat Hij openlijk optrad, begon Hij in de synagoge te leren, met de bedoeling dit ook later voort te zetten wanneer Hij metbereidwilligheid werd ontvangen. En velen die Hem hoorden wat Hij meteen bij de eerste keer zei, verbaasden zich en zeiden: Vanwaar komen deze dingen? en wat voor wijsheid is dit, die Hem gegeven is, dat ook zulke krachten door Zijn handen gebeuren?
a) Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria en de broeder van Jakobus en Joses en van Judas en Simone en zijn Zijn zusters niet hier bij ons? En zij werden door Hem geergerd als aan een vermetele die Zich hoger verhief dan Hij naar afkomst en stand zijn kon.
Joh. 6: 42.
De uitvoerigheid waarmee Markus de Nazareners van Jezus familie bericht laat geven, heeft duidelijk ten doel aan te tonen hoe zij zich daarvan niet lieten afbrengen. Zij zagen Zijn waarde genoeg in, zodat zij zich in hun oordeel niet lieten afleiden door wat Hij zelf met woord en daad van Zichzelf verzekerde. Daarbij komt het hen beter voor Hemzelf als timmerman en niet als een timmermanszoon voor te stellen, omdat op die manier de tegenstelling van Zijn vroeger tegenover Zijn tegenwoordig werk des te sterker op de voorgrond trad. De benaming “Zoon van Maria” is bij onze Evangelist, die zijn plan van schrijven nooit tot Jozef liet komen, makkelijk te verklaren, omdat dan ook inderdaad in de tijd dat Markus zijn Evangelie begon te schrijven, Jozef al gestorven was.
En Jezus zei tot hen: a) Een profeet is niet ongeeerd dan in zijn vaderland en onder zijn verwanten en in zijn huis.
Luk. 4: 24. Joh. 4: 44.
Wanneer Schleiermacher hierbij de opmerking maakt dat ook vaak het tegendeel plaats vindt en het de ijdelheid van de mensen vleit, wanneer iemand zich boven anderen onderscheidt en men er dan graag een roem in stelt dat hij hun medeburger is, dan is dat zeer juist; maar 1) is dat meer bij wereldse dan bij geestelijke zaken het geval en 2) gebeurt dat vaak pas later, wanneer anderen de grootheid van een persoon al hebben erkend en zijn roem zich een weg heeft gebaand. In het begin vindt iemand slechts zelden de juiste erkenning bij zijn bekenden.
En Hij kon daar geen kracht doen, terwijl Hij zo graag de hele rijkdom van Zijn goddelijke macht als zegen voor de Zijnen had geopenbaard; Hij legde weinige zieken de handen op en genas hen.
En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof 1) dat zich zo verzette en openlijk toonde dat men Hem helemaal niet om hulp vroeg; a) en Hij ging naar de dorpen daar rondom en onderwees er 2).
MATTHEUS. 9: 35. Luk. 13: 22.
Wat de samenhang van ons stuk met het voorgaande (in Hoofdstuk 5: 21-23) betreft valt meteen het contrast op tussen de ondervindingen die de discipelen daar en die zij hier over de wonderbare macht van Jezus maakten. Waren zij door getuigen van Zijn onbeperkt vermogen en Zijn volle heerlijkheid, zij zagen hier hoe de openbaring daarvan door vast besloten ongeloof beperkt, ja bepaald onmogelijk gemaakt werd. Toen zij bedachten dat Hem dit in Zijn vaderstad overkwam en zij de algemene waarheid overdachten, die Jezus zelf uit deze feiten ontleende, dan moest hen deze hele geschiedenis als een profetie voorkomen van het einde dat de openbaring van Jezus bij het volk zou hebben en ook van wat zij zelf bij hun prediking zouden beleven. In plaats van de vaderstad van Jezus trad Zijn vaderland, in plaats van de verwanten en huisgenoten de mede-Israëlieten in het algemeen. Vast besloten onttrokken de Joden zich moedwillig aan de kracht van het Evangelie, die werkzaam was om zalig te maken, terwijl die kracht rijkelijk de heidenen ten deel werd; en dat was de toestand van de dingen in het rijk van God ten tijde toen Markus zijn Evangelie schreef. In Nazareth gebeurde dus in het klein wat later in het algemeen plaats vond. Terwijl nu de discipelen dit vooral mee beleefden, was dat voor hen eveneens een opvoeding voor hun toekomstig apostolisch werk, zoals de gebeurtenissen van de vorige groep mee tot opvoeding dienden. Het voorgevallene was toch, zoals al gezegd is, ook een voorspelling over het einde dat de prediking van Jezus bij de grote menigte van het Joodse volk zou hebben. Een dergelijke voorspelling was het einde dat de getuigenis van Johannes had genomen. Zo sluit gepast aan deze inleidende afdeling het volgende hoofddeel van de voor ons liggende groep van verhalen, waarvan het middelpunt dat van Johannes onthoofding is.
De laatste woorden van het vers behoren eigenlijk niet tot het voorafgaande, als zou daarmee gezegd worden dat Jezus, omdat Hij in Nazareth zelf zo slecht ontvangen was de omliggende plaatsen van die stad doorreisd heeft; het doelt integendeel op hetgeen in de volgende afdeling wordt verteld, zodat men met deze woorden eigenlijk het volgende vers moest beginnen. Het is dus daar helemaal dezelfde toestand als die in Matth. 9: 35 vv. aan de uitzending van de twaalf voorafgaat. Tot meerdere duidelijkheid zullen wij daarom de woorden bij het begin van het volgende vers nog eens herhalen.
II. Vs. 7-13.KruisverwijzingenNehemia 5:13→Handelingen 18:6→Mattheüs 4:17→Lukas 10:17→Markus 3:13→Handelingen 12:8→Lukas 10:10→Handelingen 13:50→
— En Hij riep tot Zich de twaalven, en begon hen uit te zenden twee en twee, en gaf hun macht over de onreine geesten. En Hij gebood hun, dat zij niets zouden nemen tot den weg, dan alleenlijk een staf, geen male, geen brood, geen geld in den gordel; Maar dat zij schoenzolen zouden aanbinden, en met geen twee rokken gekleed zijn. En Hij zeide tot hen: Zo waar gij in een huis zult ingaan, blijft daar, totdat gij van daar uitgaat. En zo wie u niet zullen ontvangen, noch u horen, vertrekkende van daar, schudt het stof af, dat onder aan uw voeten is, hun tot een getuigenis. Voorwaar zeg Ik u: Het zal Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in den dag des oordeels dan dezelve stad. En uitgegaan zijnde, predikten zij, dat zij zich zouden bekeren. En zij wierpen vele duivelen uit, en zalfden vele kranken met olie, en maakten hen gezond.
Volgens de bestemming die hen bij hun verkiezing (Hoofdstuk 3: 13 vv. ) gegeven was moeten de discipelen deelgenoten van Christus leven en Zijn medearbeiders zijn. Tot hiertoe werden zij ons in de eerste verhouding voorgesteld, nu leren wij hen ook in de tweede kennen. Jezus zendt hen, nadat Hij ze door de omgang met Hem als in een school daartoe had opgevoed, als Zijn werktuigen uit, waardoor Hij de boodschap van de komst van het koninkrijk der hemelen van plaats tot plaats laat komen. Bij de uitzending van de twaalf geeft Hij hen wat Hij in Hoofdstuk 3: 15 al toezegde, namelijk, voor zolang hun zending duurde, de macht om de zieken te genezen en de duivelen uit te drijven. Hij geeft hun ook voor altijd de instructie voor hun apostolische werkkring.
En Hij ging, van Kapèrnaüm, naar de dorpen daar rondom om te leren. En Hij riep, omdat Hij op die tocht de nood en de hulpbehoevendheid van het volk leerde kennen, de twaalf tot zich in wie Hij Zich vermenigvuldigde en begon hen uit tezenden twee aan twee, zoals volgens de wet tot het geldig zijn van een getuigenis ten minste de verzekering van twee nodig was (Deut. 19: 15). En Hij gaf hen macht over de onreine geesten.
Volgens de vormen van de woorden in de grondtekst (tussen de beide Aoristi “begon hen uit te zenden” en gebood hen (vs. 8) staat het “gaf” in het Imperfectum) hebben wij ons het medegedeelde waarschijnlijk zo voor te stellen dat de Heere telkens weer een paar tot Zich riep en aan ieder paar in het bijzonder de macht over de onreine geesten toedeelde, dus ook bepaalde welke twee met elkaar zonden gaan.
En Hij gebood hen dat zij niets zouden nemen voor de weg dan alleen een staf zoals zij die in de hand hadden, zonder eerst een bijzondere voor die bijzondere tocht op te zoeken, geen male (zak), geen brood, geen geld in de gordel;
a) Maar dat zij schoenzolen zouden aanbinden, zoals hun stand dat meebracht, zonder zich op een bijzondere schoeiing van de voeten toe te leggen en dat zij niet met twee rokken gekleed zouden zijn (MATTHEUS. 10: 9 vv. ).
Hand. 12: 8.
Hier zijn staf en schoenen bedoeld als die geen voorraad vormen, maar zich aan het lichaam en in onmiddellijk gebruik bevinden, terwijl daarentegen bij Mattheus staf en schoenen voorkomen als behorend tot de reeks van dubbele stukken, die men in voorraad heeft en die met de “Twee rokken” beginnen, zodat zij zelf als zulke dubbele stukken beschouwd moeten worden.
De apostelen moesten hun reis niet in die zin beginnen als moesten zij die voor eigen rekening maken, maar als een zodanige die alleen geschiedde tot welzijn van de mensen, waartoe zij kwamen.
Daarom moeten zij niet zulke voorbereidselen tot hun uitrusting maken, alsof zij hun eigen voordeel op het oog hadden. Hun bedoeling moest rein zijn en alleen zijn: het verrichten van de boodschap. Evenals wanneer zij voor een ogenblik uitgingen hadden zij alleen nodig wat tot de beweging van het gaan bevorderlijk was, de stok en de voetzolen. Wat voorraad van voedsel en kleding aangaat behoeven zij die evenmin als die wandelaar die overal als hij uitgaat dicht genoeg bij zijn huis is, om zich te verzorgen; en waar men ze opneemt zal men ze ook altijd graag voorzien van hetgeen tot onderhoud nodig is.
En Hij zei tot hen: Waar u in een huis zult ingaan, blijf daar totdat u van daar uitgaat.
En wie u niet zullen ontvangen, noch u horen, vertrek van daar a), schudt het stof af dat onder aan uw voeten is, hun tot een getuigenis dat zij met de heidenen gelijk gesteld worden en als buiten de verbondsgemeenschap staand te beschouwen zijn. b) Voorwaar zeg Ik u: het zal Sodomof Gomorra verdragelijker zijn op de dag van het oordeel dan die stad (MATTHEUS. 10: 11-15).
Hand. 13: 51; 18: 6. b) Luk. 10: 12.
In vs. 8 en 9 bediende de Evangelist zich van de indirecte rede: “Hij gebood hen dat zij niets zouden nemen dat zij zouden aanbinden en gekleed zijn; ” men ziet hieruit, dat het hem niet te doen was om letterlijk de woorden van de Heere mee te delen, maar dat hij alleen enkele karakteristieke bepalingen in uittreksel wilde berichten. In vs. 10 daarentegen baant hij zich door het: “En Hij zei tot hen” de weg tot de directe rede. Eerst sprak hij over het aanvaarden van de tocht, nu over het gedrag bij de aankomst op de plaats en daarbij wil de Evangelist woordelijke mededeling doen van de aanwijzing van Christus. “Als degenen die niet om hun eigen wil reizen, maar in het belang van degenen, bij wie zij komen, moeten zij, in de veronderstelling dat zij als herauten van het Godsrijk in ieder huis welkom zijn, dadelijk het eerste het beste huis tot een blijvend kwartier nemen totdat zij verder trekken. Maar wanneer die veronderstelling ergens vals blijkt te zijn moeten zij de inwoners symbolisch betuigen dat, zoals zij hen de gemeenschap van het natuurlijke leven hebben ontzegd, zij van hun kant nu ook niet opnemen in gelijkheid van recht op het Godsrijk. De overeenkomende gedachte van de beide regels in vs. 8-11 is deze, de boodschap over het Godsrijk, die Jezus zendt, is op zichzelf een goed van grote waarde dat om Zijn eigen wil ontvangen moet worden. De brengers moeten zich gedragen als die zich bewust zijn dat zij de mensen het wezenlijke goed aanbieden en die het ontvangen zullen daardoor bewijzen het te erkennen en waardig te zijn het te ontvangen, dat zij daarom ook de boden persoonlijk liefhebben en achten. “
En zij, de twaalf, gingen en predikten gedurende hun afwezigheid van 2-3 weken, dat zij zich zouden bekeren, omdat het koninkrijk der hemelen nabij gekomen was (MATTHEUS. 10: 7).
En zij wierpen vele duivelen uit en zalfden vele zieken met olie en maakten hen gezond.
Het zalven van de zieken als middel tot de genezingen, die volgens de samenhang door de wonderkrachten gebeurde die de discipelen waren gegeven, staat op gelijke lijn met dergelijke middelen ter genezing zoals Jezus die zelf soms aanwendde (Hoofdstuk 7: 33; 8: 23. Joh. 9: 6 v. ). Dat diende niet als een zelfstandig geneesmiddel, maar alleen tot mededeling van de bovennatuurlijke geneeskrachten waarmee de discipelen waren toegerust. Zo moet ook de plaats Jak. 5: 14 v. worden opgevat, waar de gelovigen bij ziekten in plaats van op de twijfelachtige kennis van de geneesmeesters, gewezen worden op de goddelijke gaven die in de gemeente werkzaam zijn en op de krachten tot genezing van de zieken en op het gebed (1 Kor. 12: 9, 28, 30). De olie moest slechts als een formeel, niet als een wezenlijk of belofte inhoudend middel van toeeigening of mededeling dienen. Het spreekt dus vanzelf dat de genezing niet gebonden was aan het middel (Hand. 9: 34; 28: 8), maar ook zonder dat kon gebeuren, naardat de Geest van de Heere het Zijn dienaren gaf te verrichten.
Het is zeker dat de Oud-Testamentische zalving met olie aan de Nieuw-Testamentische mededeling van de Geest als een symbool voorafgaat en dat zij in de Katholieke Kerk weer te voorschijn is gekomen, waar de werkelijke mededelingen van de Geest op de achtergrond zijn getreden. Daaruit blijkt dan ook dat het voor de discipelen, die nog niet zoals de Heere zelf tot geloof konden opwekken, voor de hand lag om een medium bij het doen van hun wonderen te gebruiken dat tevens een symbolisch teken van mededeling van de Geest en opwekking tot geloof was. De zalving was dus symbool van de mededeling van de Geest als van de voorwaarde voor de genezing. De zalving met olie daarentegen die Jakobus de ouderlingen aanbeveelt bij het verzorgen van de zieken komt voor als een vereniging van het natuurlijke geneesmiddel met de daardoor tevens gesymboliseerde geneeskracht van het gebed.
Bij Jakobus wordt de genezing van de zieken toegeschreven aan het gebed van het geloof, hier aan de buitengewone macht van de apostelen door het zalven met olie, hoewel het zijn kan dat de genezing in het een geval zo wonderdadig gebeurde als in het andere. Hoe het zij, daaruit kan niets besloten worden ten voordele van het sacrament van het laatste oliesel van de Roomsgezinden, die dat toedienen aan mensen die op sterven liggen en dat tot vergeving van zonden en behoudenis van de zielen, terwijl de olie door de apostelen gebruikt werd bij zieken en tot herstel van de lichamelijke gezondheid.
III. Vs. 14-29.KruisverwijzingenEsther 7:2→Esther 5:3→Mattheüs 21:11→Mattheüs 21:26→Esther 2:18→Lukas 9:7→Mattheüs 16:14→Mattheüs 11:2→
— En de koning Herodes hoorde het (want Zijn Naam was openbaar geworden), en zeide: Johannes, die daar doopte, is van de doden opgewekt, en daarom werken die krachten in Hem. Anderen zeiden: Hij is Elias; en anderen zeiden: Hij is een profeet, of als een der profeten. Maar als het Herodes hoorde, zeide hij: Deze is Johannes, dien ik onthoofd heb; die is van de doden opgewekt. Want dezelve Herodes, enigen uitgezonden hebbende, had Johannes gevangen genomen, en hem in de gevangenis gebonden, uit oorzaak van Herodias, de huisvrouw van zijn broeder Filippus, omdat hij haar getrouwd had. Want Johannes zeide tot Herodes: Het is u niet geoorloofd de huisvrouw uws broeders te hebben. En Herodias legde op hem toe; en wilde hem doden, en kon niet; Want Herodes vreesde Johannes, wetende, dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hield hem in waarde; en als hij hem hoorde, deed hij vele dingen, en hoorde hem gaarne. En als er een welgelegen dag gekomen was, toen Herodes, op den dag zijner geboorte, een maaltijd aanrichtte, voor zijn groten, en de oversten over duizend, en de voornaamsten van Galilea; En als de dochter van dezelve Herodias inkwam, en danste, en Herodes en dengenen die mede aanzaten, behaagde, zo zeide de koning tot het dochtertje: Eis van mij, wat gij ook wilt, en ik zal het u geven. En hij zwoer haar: Zo wat gij van mij zult eisen, zal ik u geven, ook tot de helft mijns koninkrijks!
Gedurende de afwezigheid van de twaalf, ongeveer in het midden van april, 29 na C. verplaatst Herodes Antipas zijn residentie van Livias naar Tiberias. Hier hoort hij voor het eerst van Jezus, van de verschillende inzichten en meningen die er onder het volk zijn, die er alle op uitlopen dat Hij een zeer buitengewone verschijning is en die het hele raadsel van dat wonderbare op de een of andere manier willen te verklaren, zonder toch de alleen ware oplossing te noemen (vgl. Hoofdstuk 8: 28 en 29). Ook Herodes vormt volgens hetgeen hij hoort zijn mening, die ten dele een product is van de indruk die de overeenkomst van de boodschap, die Jezus verkondigt, met die heeft, die het eerst uit Johannes mond is gehoord en aan de andere kant door de opmerking dat de boodschap van Jezus zich onderscheidde van die van Johannes door het verrichten van wonderen. Hij denkt dat in Jezus, die op bovenmenselijke manier zulke grote daden verricht, Johannes weer in het leven teruggekeerd is die hij kort te voren onthoofd had. Dit geeft de Evangelist aanleiding om de geschiedenis van de gevangenneming en de ter dood brenging van de Doper hier bij te voegen, om de lezer in te lichten over de oorzaak van deze mening, die bij de Viervorst uit de duisternis van een kwaad geweten voortkomt.
En de koning Herodes hoorde in de tijd die wij met de vorige geschiedenis (vs. 7) zijn ingegaan, hetgeen door het volk omtrent Jezus gezegd werd en welke wonderen Hij deed (want Zijn naam was zo openbaar gewordendat niemand meer Zijn verschijning onverschillig kon laten rusten) en hij zei, op zijn manier die grootse verschijning verklarend: Johannes, die daar doopte, is uit de doden opgewekt en daarom, omdat hij als een wonderbaar herrezene nu ook met wonderbare krachten is toegerust, werken die krachten in Hem.
Anderen, eveneens een verklaring zoekend, zeiden: Hij is Elias en anderen zeiden: Hij is een profeet, of als een van de profeten. Zo groot was de indruk die de werkzaamheid van Jezus onder alle kringen van het volk, zelfs onder de hogere standen gemaakt had.
Maar toen Herodes hoorde wat door Jezus gebeurde en wat die mensen van Hem dachten, zei hij, zoals al in vs. 13 gezegd is, Deze is Johannes die ik onthoofd heb; die is uit de doden opgewekt. Daarmee stelde hij onder de verschillende meningen de zijn voor als ontwijfelbaar zeker (Luk. 9: 7 vv. ).
Die bijgelovige gedachte moet wel in de eerste plaats onder de omgeving van de vorst zijn ontstaan, de gedachte dat de Doper, die enige dagen geleden gedood was, alweer in een andere gedaante op een wonderbare manier begonnen was onder het volk te werken. Het kwaad geweten van Herodes, bij wie de indruk van de misdaad die hij zo kort geleden gepleegd had, nog vers en levendig was, greep spoedig die geuite gedachte aan, totdat later, toen hij meer tot zichzelf was gekomen en nadere berichten omtrent de tijd van Jezus optreden had ingewonnen, zijn kritisch verstand deze leerde onderscheiden van de onthoofde Doper. Bij de volksmenigte in Palestina kon daarom toch die bijgelovige mening nog een tijd lang blijven bestaan (MATTHEUS. 16: 14). Het zou ons niet bevreemden wanneer zelfs degenen die Jezus hadden leren kennen zich aan die waan zouden hebben overgegeven, alsof Hij met de gedode Doper een en dezelfde persoon was. Het is toch een feit dat men nog vandaag kan opmerken, dat het spookachtigste bijgeloof bij de natuurlijke mens veel meer ingang vindt dan het eenvoudige geloof aan de duidelijke waarheid van de goddelijke openbaring.
Als de wereld ten gevolge van haar verlichting in geen God meer geloofde zou zij in de plaats daarvan in spoken geloven.
Hoe meer de nieuwe filosofie in Frankrijk het oude kerkelijke geloof aan het wankelen gebracht en uit de zielen gebannen had, des te zorgelozer gaf de menigte zich aan de wellusten over, omdat zij de vrees voor een vergelding van de toekomst wegredeneert; des te vreselijker wreekte zich het duistere bewustzijn van het verdwaalde gemoed, omdat het sterkste, allerdwaaste bijgeloof, een oudgothische geestenverering en bange vrees voor de duivel in de plaats van een gelovig vertrouwen op een liefdevolle Voorzienigheid gekomen was.
Want, om voor een juist begrip van die uitdrukking van de vorst het gebeurde hier mede te delen, deze Herodes, enigen uitgezonden hebbende, had omstreeks een jaar daarvoor, toen hij nog te Livias of Julias in Zuid-Perea resideerde, Johannes gevangen genomen en hem in de gevangenis gebonden, omwille van Herodias de vrouw van zijn broer Filippus, omdat hij haar getrouwd had.
Want Johannes zei tot Herodes: a) Het is u niet geoorloofd de vrouw van uw broer te hebben.
Lev. 18: 16; 20: 21.
En Herodias aasde op hem en wilde hem doden en kon toch haar wil niet doordrijven. Hoeveel macht zij anders over de vorst bezat, in dit geval kon zij haar doel niet bereiken.
Want Herodes vreesde Johannes; hij dacht ellende over zich te brengen wanneer hij diens leven aantastte, wetend dat hij een rechtvaardig en heilig man was en hield hem in waarde (liever: bewaarde hem), beschermde hem tegen de vervolgingen van Herodias; en toen hij hem hoorde deed hij vele dingen en hoorde hem graag als hij te Machaerus was, of anders liet hij hem naar zijn residentie halen.
Herodes had misschien gehoopt dat zijn waardigheid als viervorst hem zou beschermen voor lastige berisping; maar dan kende hij de Doper niet. Deze trouwe dienaar van God verschijnt voor de wellustige viervorst, stelt hem vrijmoedig zijn misdaad voor ogen, namelijk de ontvoering van Herodias en hij zegt tot hem: “Het is niet geoorloofd uw broers vrouw te hebben. ” Hing het nu zeker van de Doper af Herodes te waarschuwen, het stond niet in zijn macht hem op een andere weg te brengen. Herodes werd boos op de boetprediker en wierp hem in de gevangenis, hetzij om zijn stoutheid te straffen, of om hem tot zwijgen te brengen. In hetgeen verder wordt gemeld erkent men zo geheel het zwakke en wankelende karakter van de viervorst. Volgens het verhaal van Mattheus moeten wij geloven dat hij Johannes in de gevangenis geworpen heeft om zijn eigen wraakzucht te bevredigen. Volgens Markus schijnt hij hem zorgvuldig beschermd te hebben tegen de vervolgingen van Herodias, die hem naar het leven stond. Volgens Mattheus zou Herodes Johannes graag gedood hebben, maar hij vreesde het volk, dat die voor een profeet hield; volgens Markus hield hij hem zelf voor een profeet, hoorde hij hem graag en gehoorzaamde hij hem in vele zaken. Zeldzame tegenspraak!
Maar deze tegenspraak komt uit het hart van Herodes. Hij geloofde en geloofde toch niet, hij wilde en wilde ook weer niet; hij haatte en achtte; hij vormde moordplannen en verhinderde toch de aanslagen van Herodias; hij wierp de profeet in de gevangenis en deed toch veel dingen naar zijn raad. – Veel dingen, maar niet alle, dat is het ongeluk, dat is het onderscheid tussen de verstandige, die slechts één richtsnoer kent, de wil van God en de wankelende, die zich tevergeefs vermoeit om de wil van God te volgen zonder zijn eigen wil te laten varen. “Een dubbelhartig man is ongestadig in al zijn wegen. ” (Jak. 1: 8). Meer dan een tegenspraak die men in de Heilige Schrift meent op te merken, heeft zijn oorsprong in de geest van de mensen en komt alleen daarom in de Schrift voor omdat zij het menselijk hart zo getrouw weet te schilderen.
Allen zijn wij met een zondig hart geboren, maar allen zijn wij ook geboren met een geweten dat tegen de zonde getuigt, dat ook tegen de sterkste stemmen die inwendig in ons hart en in de wereld rondom ons zich voor de zonde verheffen, met kracht blijft opkomen en lang, zeer lang in zijn getuigenis volhardt. Dat niemand een God, die van allen rechtvaardigheid en heiligheid wil, beschuldigt als had Hij hem aan zichzelf overgelaten om zonder gids of raadsman op eigen wegen te verdwalen; want deze gids en raadsman gaat op alle wegen mee. Hij breekt de staf over elke kwade daad die wij doen; Hij keert het oor naar elk goed woord dat ons bejegent. Het geweten leert ons vleiende vrienden, die ons verderven en in de bestraffers van onze zonde onze ware vrienden kennen. Het keert ons hart aan het geklank van de waarheid toe, ons oog naar voorbeelden van godzaligheid; het perst ons voor deze aandacht en eerbied af. Het roept: “hoort hen, ziet hen, volgt hen na. ” Een treurig bewijs is het voor de ontzaglijke kracht van de zonde dat wij onze zondige weg met dat al niet verlaten, maar de kracht van het geweten, ook waar wij die zouden willen ontkennen, wordt duidelijk genoeg bewezen door de wankelmoedigheid waarmee wij eerst en nog lang die zondige weg bewandelen, als wantrouwden wij die en onszelf; wordt bewezen door de gelukkige tegenstrijdigheden, waarop de nauwlettende bespieder ons bestraft, door de schaamte die ons vervult, de bedekselen en voorwendselen die wij nodig achten, de meerdere of mindere mate van deugd waartoe wij ons toch verledigen: en vele goede dingen, die wij doen, om het ene ding, dat wij laten (mocht het zijn!) goed te maken: en hierdoor, dat wij niet snel kunnen komen tot het besluit om geheel en voorgoed met het goede en de goeden te breken. Als het geweten ons niet brengt tot belijdenis van schuld, het verraadt zich in de ijver waarmee wij onze schuld proberen te bedekken; het zegt ons luid genoeg dat wij niet te verontschuldigen zijn. – Herodes ondervond de kracht van het geweten, maar hij voelde in zich de kracht niet er aan te gehoorzamen. Hij was onder de macht van de zonde en de wellust, die hem niet losliet uit haar dodelijke omhelzing; van de liefde tot hoogheid en eer, die niet duldde dat hij zich buigen zou voor de bevelen van de goddelijke wet. Hij ziet het goede en keurt het goed, maar hij gaat door met het kwade te bedrijven. Hij doet zo veel goed als de wet van de zonde die in zijn leden is hem wil toelaten. Maar hoewel hij ook vele dingen doet, dat ene waartegen zijn geweten de grootste beschuldiging inbrengt, doet hij nooit. Herodias blijft en hij blijft overspelen. Hij probeert, als zo velen, God en zijn geweten te believen in wat hem onverschillig is en wat hem geen verloochening kost; maar de zonde van zijn hart te verloochenen, hij kan het niet. Graag hoort hij de boetgezant en houdt hem in waarde, maar ook – gevangen; hij zelf een gevangen man, hij zelf geboeid door inwendige slavenketenen. Ja, de zonde regeert hem, zij leidt hem bij haar kluisters om waarheen zij wil en als het geweten hem prikkelen blijft, meer en meer slaat hij de verzenen tegen de prikkels. Aldus leeft Herodes in de armen van de wellust, de dood en het oordeel tegemoet.
En toen er een mooie dag gekomen was voor de bedoelingen van Herodias; toen Herodes a)op zijn verjaardag een 1) maaltijd aanrichtte voor zijn groten en de oversten over duizend, zijn voornaamste civiele en militaire beambten en voor de voornaamsten van Galilea 2), die als eregasten tegenwoordig waren;
Gen. 40: 20.
Hiermee kan niet alleen de verjaardag bedoeld zijn, maar ook de feestdag ter herinnering aan het aanvaarden van de regering.
Dit bericht verplaatst ons in een vorstelijk slot. Zie! wat voor glans aan alle kanten! En als wij dichterbij komen, wat voor een holla en gejubel, muziek en klinken van de bekers, gezang en gillend gelach in alle hoeken van het slot, alsof Belsazar met zijn drinkgezellen uit de dood was opgestaan, om nog eens het “Mene, Mene, Tekel!” aan de wand te jubelen! Wij treden de schitterende pronkkamer binnen, ja, zie daar al de pracht van de wereld! Daar zitten zij op hun zijden kussens rondom de beladen tafels, de sadduceeen vrolijk als het vee, met rode gezichten van de wijn en bovenmate gelukkig in het volle genot van hun zinnelijke lusten. Hier Herodes, de vorst – de vos, zoals Jezus hem noemde; daar Herodias, die Izebel van haar tijd en rondom de hoge, rijk uitgedoste staatsbeambten – een menigte van vleiers! en de hoofdlieden van het leger, ruwe krijgsgezellen en de groten uit Galilea – een godvergetende menigte! Er is geen einde aan het schertsen en het heiligste is niet te heilig, wanneer lage spot het kan aanwenden tot vervrolijking en daardoor een algemeen gelach opwekken kan. Men lacht, men raast en een dierlijke opgewondenheid heeft zich van alle gemoederen meester gemaakt. Wat is er dan heden? Herodes viert zijn geboortedag en die mag zonder brassen en drinken niet voorbijgaan. Nu is het ook wel de moeite waard dat de wereldlingen, die geen tweede geboortedag in de boeken van het leven opgetekend bezitten, hun verjaardag met gejubel en vrolijkheid vieren! Waarom bent u zo opgewonden? zou men hen kunnen vragen: misschien omdat u voor zo en zo veel jaren uw moeder in zonden ontvangen en gebaard heeft? Of maakt het u zo blij dat weer een jaar voor de troon van God staat om u aan te klagen en uw ziel te verdoemen? Of hebt u daarop uw gedachte, dat u weer een goed eind het helse vuur nader gekomen zijt? O verdraaid geslacht! dol en dwaas volk! wanneer u eens uw toestand zou kennen! Maar de duivel heeft zijn handen op uw ogen. Och, dat u niet pas in de eeuwige woestenijen wakker zou worden! – Kom, wij verlaten de drinkzaal: waar bevinden wij ons? In de burg Machaerus: daar was het waarschijnlijk dat Herodes het gastmaal had aangericht. En zie, in dit paleis is nog een vertrek, ja, een ander! daar gaan wij heen. Eerst een paar trappen naar beneden, vervolgens onderaardse gewelven in, dan door menige donkere, huiveringwekkende gang en nu door deze ijzeren poort – wij zijn op de plaats! Een dompige, donkere kerker rondom ons en voor ons? – zie daar een arm, gevangen man aan zijn blok vastgesmeed, bleek en uitgeteerd van verdriet, terwijl het bleke hoofd op de borst neerhangt! Het staat die mens op het voorhoofd geschreven dat hij hier niet thuis behoort: herkent u hem? Ja, hij is het, die aan de Jordaan ons op het Lam wees dat de zonden van de wereld draagt, die in heilige zelfvernedering uitriep: ik moet minder worden, maar Hij moet wassen” en aan wie Jezus de grote getuigenis gaf dat van alle profeten niemand groter geweest was dan Johannes de Doper – en die hier? en die hier? Ach, hoe vaak is er gelegenheid om met het oog op dierbare kinderen van God uit te roepen: en zij hier? en zij hier? Maar stil, stil! het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. En dan: liever een Johannes in alle afgronden van het gejammer en in het vuur van de beproeving dan een Herodes op de troon en in gouden vertrekken! Hoeveel duizenden malen vreedzamer en zaliger hier beneden dan daar boven, waar wij van ver de bekers horen klinken. Hier beneden op die ijzingwekkende kerkernacht rust toch, al is het ongezien, het genadige oog van Hem die niet sluimert of slaapt; daar boven, ha! daar hangt, vreselijk flikkerend, het zwaard van de woede boven het gezelschap aan een zijden draad; nog voor middernacht kan het vallen. Hier beneden wandelen engelen van God, hoewel onopgemerkt, door de duisternis, door God gezonden ten dienste van de bekommerde man; daar boven bij het feestelijk kaarslicht waren de boze duivels rond met legioenen en alles is bezeten door de onreine geesten. Hier beneden is toch een poortje geopend dat naar de hemel leidt – o wacht nog even Johannes, u wacht een eeuwige Sabbath! – en daar boven – ha, op vulkanische grond wandelen de verworpenen, met de hel onder hun voeten. Hier beneden staat aan de wand geschreven, al kan ook Johannes het op die tijd nog niet lezen (Jes. 49: 15 v. ): “Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten enz. , ” en daar boven klinkt het, al wordt het niet begrepen (Dan. 5: 27): “Gewogen, gewogen en te licht bevonden en verworpen!” Hier beneden dat donker hok een tabernakel van God bij de mensen en een bedoeling van de eeuwige liefde; en daar boven de vrolijke zaal, een vervloekte duivelskapel, een herberg van draken. Wat een kloof! wat een afstand!
En toen de dochter van die Herodias, uit haar eerste huwelijk met Filippus, in de eetzaal inkwam en danste en Herodes en degenen die mee aanzaten behaagde, zei dekoning tot het dochtertje, om haar een bewijs van zijn gunst te geven: Eis van mij wat u ook wilt en ik zal het u geven.
a) En hij zweerde haar, toen het meisje aarzelde en niet wist te kiezen: Wat u van mij zult eisen, zal ik u geven, ook tot de helft van mijn koninkrijk!
Richt. 11: 30.
Zou er tussen het afgehouwen hoofd van Johannes en het dansen van Salóme geen verborgen samenhang bestaan? Zeker! Wat daarna gebeurde werd vooruit gezien en overlegd; die dans werd uitgekozen als een laatste middel om dit hoofd te verkrijgen. Hebt u niet in de mededeling van onze Evangelist een van die woordjes opgemerkt waaraan men de pen van de Heilige Geest erkent (vs. 21): “en toen er een goede dag gekomen was?” Herodias verlangde naar het hoofd van de Doper en heeft er vaak om gevraagd, zonder tot dan de tegenstand van Herodes te kunnen overwinnen of zijn waakzaamheid te kunnen misleiden; maar nu komt er een goede dag om haar bedoelingen in praktijk te brengen en deze dag is de geboortedag van Herodes. Een goede dag om de Doper het hoofd te laten afslaan? Anders is men toch gewoon op zo’n dag de grootste misdadigers genade te bewijzen! Maar laat haar voortgaan, zij begrijpt dat beter dan u; voor haar is het een goede dag, omdat die haar gelegenheid geeft haar dochter voor Herodes te laten dansen; de dans van Salóme zal dan het overige doen. Herodes had alleen mannen als gasten; de gewoonten van de oudheid sloten de vrouwen van zulke samenkomsten uit. Maar tegen het einde van de maaltijd zendt Herodias, die de Evangelist zo voorstelt dat zij, hoewel afwezig, toch het hele feest leidt, haar dochter om voor Herodes en zijn hof te dansen. Volgens een gebruik bij de Romeinen, dat gemakkelijk ingang kon vinden in het huis van Herodes, de onderdanige slaaf van de keizer, toonden openbare danseressen gedurende de feesten hun kunst. Wanneer wij voorbijzien, dat zulke dansen de schaamte moesten schaden, was het verschijnen van dit jonge meisje al op zo’n ogenblik, ver van de ogen van haar moeder en op een plaats die alleen voor danseressen paste, een geheel vergeten van alle welvoeglijkheid, zowel voor haar ouderdom als voor haar geslacht; een vergeten, zeg ik, maar een vergeten waarbij alles berekend is, om er Herodes toe te brengen dat hij zichzelf vergeet en zo de eerste stap doet op de weg die hem tot de moord moet leiden. De eerste stap is zinsbedwelming. Wij zien hem dan ook hoe hij in verrukking en betoverd van vreugde, uitroept: “Eis van mij wat u ook wilt en ik zal het u geven. ” Hij is geen meester meer van zijn hart, hij is helemaal overgegeven aan de vergoding van een schepsel. Haar aanblik herinnert hem levendig aan zijn vreugde of liever gezegd aan zijn schande; maar ik heb er een afkeer van om de gruwel aan te roeren die in deze vleselijke en lage ziel is opeengestapeld. De meeste uitleggers nemen aan dat Herodes op dat ogenblik door de wijn bedwelmd was. Het is niet nodig dat aan te nemen; is hij niet dronken van wijn (en vs. 26 bewijst dat hij nog vrijheid van de geest bezat), dan heeft de dans van Salóme zijn zinnen bedwelmd; hij is van welbehagen, bewondering en begeerte zichzelf niet meer meester, hij belooft alles en laat het over aan het schepsel dat hem betoverd heeft, om de zin en de omvang van zijn beloften te bepalen. Ja, de verstrooiing, zoals men een zinnelijk genoegen gewoonlijk noemt, bedwelmt ons. Er staat geschreven (Spr. 4: 23): “Behoed uw hart boven al wat te bewaren is; ” maar de verstrooiing brengt teweeg dat we onszelf verliezen; zij verdooft onze geest, verhit onze zinnen en ontvlamt onze verbeeldingskracht. Hoe kan men bij een vrolijke partij waken? Hoe kan men zijn hart behoeden wanneer men vrijwillig duizend vijanden plaatst, die om de eer strijden het te bezitten? Om te kunnen waken moet de geest vrij zijn en om het vlees te overwinnen moet het zichtbare over het onzichtbare heersen. Maar de verstrooiing onderwerpt de geest aan het vlees, zij dringt het onzichtbare op de achtergrond, terwijl zij het zichtbare roept en er zich zo helemaal mee omgeeft, dat alle blikken van lichaam en ziel er op gericht blijven. En dit is nog niet alles: bij harten als de onze, die op stilstaande waters lijken die, in beweging gebracht, een voor besmetting vatbare stof omwalmen, bij zulke harten zou die bedwelming, die opwinding, die ons tot het schepsel heentrekt en wel tot een eveneens opgewonden schepsel, zonder alle schade en zonder boze gedachten voorbij gaan? Is dan bal-of theaterzaal de best gekozen plaats om door de geest de werken van het vlees te doden? De Geest zegt: “Onthoudt u van de vleselijke begeerlijkheden, die strijd voeren tegen de ziel; ” maar de verstrooiing zegt: “Geef u daaraan over. ” Ziet u niet hoe de onkuisheid meer dan één woord laat horen, meer dan één wens influistert, meer dan één blik leidt, aan meer dan één kleed de vorm geeft? En wanneer in uw wereldse samenkomsten de harten zich eens plotseling openden en haar geheimste gedachten eens openbaarden, evenals uit een van eengescheurden bodem afzichtelijke slangen te voorschijn kruipen, gelooft u niet dat dit schouwspel, hoe afschuwelijk het ook overal is, hier toch nog afschuwelijker dan elders zou zijn? – De tong van Herodes door helse gloed ontvlamd, wordt steeds bandelozer en die gloeiende woorden, die zij zo-even heeft uitgestoten: “Eis van mij, wat u ook wilt en ik zal het u geven, ” voldoen al niet meer aan het vuur, dat haar verteert. Hij moet zijn onbezonnen belofte met grotere zekerheid en bepaaldheid herhalen; hij zweert: “Wat u van mij eist zal ik u geven, ook tot de helft van mijn koninkrijk. ” Ongelukkige! Wat heeft de naam van God met zo’n belofte te doen tegenover zo’n persoon en op zo’n ogenblik? Was uw vermetel “Ja” nog niet genoeg, kon u ons niet van die ontheiliging van de goddelijke naam verschoond laten? Maar Herodes verstaat die spraak niet meer. Gisteren had hij ze nog verstaan, gisteren had hij nog enige achting voor het heilige, gisteren hoorde hij Johannes de Doper graag en deed veel naar zijn raad; maar nu heeft de dans van Salóme alles veranderd. Door de zinsbedwelming die het meisje in hem heeft veroorzaakt heeft hij God zo uit het oog verloren dat hij Zijn naam ijdel gebruikt en niet eens aan Hem denkt. Dit vergeten van God is dus zijn tweede stap tot moord. En hoe zou men God niet vergeten, wanneer men begonnen is zichzelf te vergeten. Al was Herodes vroomheid tot hiertoe een ware geweest, hoe zou hij de geest van het gebed hebben kunnen bewaren nadat hij de geest van de waakzaamheid, die daaraan ten steun dient, had verloren? Ja, hoe kon hij bij zo’n toneel God aanroepen? Hoe kon hij aan God op een ogenblik denken dat hij zijn blikken weidt aan de liefelijkheid van Salóme, die haar roem van bevalligheid voor het hele hof ten toon spreidt? Ach, het eerste gevoel van ware vroomheid, dat in zijn hart opwelde, zou hem aan een zo’n sterke tegenstelling herinneren, dat hij het niet zou hebben kunnen verdragen. Alles rondom hem is er op uit, wedijvert om een danseres te vleien en toch smacht in de nabijheid, naast zijn paleis, misschien zelfs wel in zijn paleis, Johannes de Doper in zijn kerker. Die kan in zijn gevangenis bidden, maar Herodes en zijn hof kunnen het niet; zijn zij nog tot een verering geschikt, zij is aan Salóme gewijd. Deze zucht tot genot, die echter maakt dat men God vergeet, bepaalt zich niet tot het paleis van Machaerus. Verstrooiing en goddeloosheid zijn altijd met elkaar in verband, omdat de natuur van de zaak het zo meebrengt. Naast de misdadige afdwalingen verwijdert niets ons hart meer van God dan lichtzinnige genoegens. Zij verstikken het gebed en het gebed is het ademen van de ziel. Beschouw een jong meisje dat naar een bal gaat: is het mogelijk, dat zij dan haar hart op God vestigt en dat gebod van de Heilige Geest gehoorzaamt: “Bidt zonder ophouden?” Ik zie niet in hoe zij voor en gedurende en na het feest hiertoe geneigd zou kunnen zijn. Kan zij voor het feest bidden, terwijl zij geheel bezig is met de zorg voor kapsel en kleding? Als zij zich op de knieen wilde werpen, zou zij niet moeten vrezen een vouw van haar kleed of haar hoofdtooisel te bederven? Maar waartoe ook zich neerbuigen? Om trouw te zijn aan het gebod (1 Kor. 10: 31): “Hetzij dat u eet, hetzij dat u drinkt, hetzij dat u iets anders doet, doe het al ter ere van God, ” zou zij om genade moeten bidden opdat zij God mag verheerlijken in hetgeen zij wil doen, dus de zegen van de Heilige Geest afsmeken voor – ik spreek de zin niet uit; – het zou de schijn kunnen hebben alsof wij met heilige dingen de spot wilden drijven. Maar al was het mogelijk dat de Heere u tot aan de deur vergezelde, zal Hij u verder volgen? Kunt u in Hem blijven en Hij in u gedurende de beweging en het genot? O, als u een zieke wilde bezoeken, een noodlijdende ondersteunen, een treurende familie troosten, enz. , dan zou de Heere u zeker volgen. Maar hier, nu al uw streven ernaar uitgaat om te behagen, uzelf en anderen te bedwelmen, u met hen aan de werelddienst over te geven, hier zou de tegenwoordigheid van de Heere u lastig zijn. Toen u de drempel van de danszaal overging, moest u tot Hem zeggen: “Blijf; waar ik heenga, kunt Gij mij niet volgen”. Zult u Hem vinden als u terugkeert? Zeker, u vindt Hem, u vindt Hem overal, ondanks uw koudheid en ongerechtigheid, wanneer u Hem van ganser harte zoekt; maar gelooft u dat u die vurigheid van het hart bij het terugkeren van een bal zult bezitten? Zou u wel, wanneer u de nacht tot dag gemaakt hebt, u in die vrijheid van de Geest kunnen verheugen die nodig is om aan Zijn voeten te wenen? Bent u er niet bevreesd voor dat de verschillende tonelen en ervaringen van het bal u weer voor de gedachte zouden komen en u niet alleen in uw lauw gebed, maar zelfs in de verwarde gedachten van uw sluimering zouden storen? Arm meisje! – (zie verder onder vs. 28).
En zij, door Herodias onderwezen en bereid haar wil te doen, ging uit en zei tot haar moeder. Wat zal ik eisen? En die zei: Het hoofd van Johannes de Doper.
En zij, als was het voor haarzelf het liefste en beste wat zij kon vragen, ging meteen met haast naar de koning, zodat deze niet misschien van stemming veranderd was en haar verzoek niet in zou willigen, heeft het ge?ist en zei: Ik wil, dat u mij nu meteen, terwijl u nog aan tafel zit en de gasten bij u zijn, in een schotel het hoofd van Johannes de Doper geeft.
Het kind is al niet meer zo kinderlijk om op staande voet een eis te doen als de neigingen van haar leeftijd zouden doen verwachten. Zij is bij haar moeder op een te goede school gegaan om zo’n mooie gelegenheid door onhandigheid te verspelen. Met een tegenwoordigheid van geest, bij gevorderde jaren en onder dezelfde omstandigheden niet altijd gevonden, bedenkt zij zich, begeeft zich tot haar moeder en vraagt: “Wat zal ik eisen? En deze moeder. . . . vergeet al wat het hart van haar lief dochtertje enigszins zou kunnen wensen, voor hetgeen zij zelf alleen wenst: de vervulling van haar wraak jegens de enige man wiens woord en geest bij ogenblikken zijn kunnen tussen haar en haar boel. Herodes en zijn groten hebben met bewondering het kind nagestaard toen het uitging; met gespannen nieuwsgierigheid zien zij het in hun kring terugkomen. Hoeveel parelsnoeren zullen er moeten zijn? Wat voor een armband? Wat voor een sluier? Wat voor een gordel zal voor dit ranke middel begeerd worden? Onder welk fijn linnen of Tyrisch purper zal voortaan dit jonge hartje begeren te kloppen?. . . Hoor, koning Achab! En als er nog gruwelen zijn, die u kunnen doen sidderen, sidder voor wat deze Izebel eisen durft. . . . “Ik wil, dat u mij nu meteen in een schotel geeft het hoofd van Johannes de Doper. “
En de koning, die zeer bedroefd geworden was, wilde het haar, om de eden en degenen die mee aanzaten, niet afslaan.
Ach, dat de koning in deze billijke droefheid had toegegeven; dat hij zich de dodelijke bleekheid niet geschaamd had, die zijn op de weg van de zonde al vervallen gezant betrekken komt op die schrikkelijke eis van het kind, waaraan hij het wraakgierig hart van de moeder herkent. Dat hij de eerste indruk had opgevolgd, de indruk van afkeer, ja van afgrijzen van zo’n misdaad en van een vrouw die zichzelf, op zijn geboortedag dus afschuwelijk onthalen wil! Dat hij het bedorven kind met de goddeloze moeder in een ogenblik van snel besluit en rasse daad had verzonden uit zijn oog, uit zijn hof, uit zijn land! Dat hij zijn groten en zijn legerhoofden en al de oudsten van Galilea voor ditmaal hun afscheid gegeven had en zijn feestzaal ontvlucht was om in de kerker van Johannes naar de betere, de goede weg te vragen, om nog in deze dag te leren wat tot zijn vrede diende. . . Wij zouden deze Herodes Antipas niet weervinden zoals wij hem nu weervinden in de geschiedenis en hij had zijn hart de wroegingen, de verschrikkingen gespaard waaraan wij hem weldra ten prooi zien en die -niets in hem uitwerkten. – Mens, die de weg van de zonde bewandelt, openlijk, heimelijk, met nog weifelende voet of al met onbeschaamd gelaat; er zijn ogenblikken op deze weg waarin het is als bij een licht van bliksemstralen duidelijk wordt hoe die weg is en waarheen hij u afvoert, in welke diepte van zonde u al bent neergedaald en aan de rand van welke afgronden u zich ophoudt! Ogenblikken, waarin u siddert voor uzelf, waarin een rilling van afschuw voor uw verleiders u door het hart gaat, waarin het de vraag voor u is van een plotselinge terugkeer, of een ergere voortgang. Ogenblikken waarom u met schrik, met droefheid, met een pijl in het hart terugdeinst. . . O deins terug! Kies een nieuwe weg, een nieuwe leidsman.
En de koning zond meteen een scherprechter (een speculator, eigenlijk wachter, die de koninklijke depeches als courier moest bezorgen, maar ook diensten van politie te verrichten had). En gebood zijn hoofd te brengen. Deze nuging heen en onthoofde hem in de gevangenis.
En bracht zijn hoofd in een schotel en gaf het als het geschenk van de koning aan het dochtertje en het dochtertje gaf het als een geschenk, dat zij weer deed, aan haar moeder.
Salóme heeft het hart van Herodes in haar macht tengevolge van zijn eed. Nu haast zij zich als een gehoorzame dochter tot haar moeder, om aan deze te vragen: “Wat zal ik eisen?” En de moeder, die van het begin af de ondergang van de Doper bedoelde, die in de hartstocht van Herodes, in de bekoorlijkheid van Salóme en in haar eigen bevalligheid slechts werktuigen ziet van haar wraak, de moeder, het woord van de Schrift (Luk. 16: 8) bevestigt: “De kinderen van deze wereld zijn voorzichtiger dan de kinderen van het licht in hun geslacht”, die ons in haar misdaad een voorbeeld laat zien van volharding, die onze slapheid in het goede aanklaagt, deze moeder heeft al een raad gereed en antwoordt haar met een helse tegenwoordigheid van geest: “Het hoofd van Johannes de Doper. ” Gehoorzaam aan de bevelen van Herodias, zeker ook al gaandeweg in haar geest ingewijd, misschien verbaasd over de gelegenheid om zich van een zo lastige rechter van haar liefste vermaken te ontslaan, keert haar waardige dochter haastig in de feestmaal terug. Terwijl alle gasten in gespannen verwachting hun blikken op haar richten en verlangen te weten op welke proef zij de belofte van Herodes zal stellen, brengt zij haar bede voor en spreekt, zonder hem tijd tot nadenken te laten: “Ik wil dat u mij nu meteen in een schotel het hoofd van Johannes de Doper geeft”. Wat een ogenblik! Wat een kreet van ontzetting moest uit het hart van de gasten opstijgen, zo niet vrees en vleierij hun de mond toesloten! Het hoofd van een gevangene, van een heilige, van een profeet – hebben zij goed verstaan? Zijn de dagen van Achab en van Izebel teruggekeerd? Zullen zij van de dans tot de moord, van de wijndamp tot de bloedreuk overgaan? Wat een ogenblik voor Herodes! Lees op zijn gezicht al de gewaarwordingen die opeens bij hem oprijzen! Verbazing, tegenzin, begeerte, schaamte, schrik en het geweten strijden met elkaar een korte, maar ontzettende strijd; de Heilige Geest stelt ons hem voor als “bedroefd. ” Bij die slag ontwaakte hij uit de bedwelming die zich van al zijn zinnen meester had gemaakt; hij is ontsteld dat een listige vrouw hem zo’n strik kon leggen; hij is boos op zichzelf dat hij zo’n onbezonnen belofte heeft gegeven. De onschuld, de trouw, de vroomheid, de heilige roeping van de gevangene komen hem voor de geest; misschien herinnert hij zich ook in de diepte van de ziel dat er een God is. Misschien zegt een stem in hem dat hij de zwakheid van een ogenblik met de gewetenswroegingen van een geheel leven, zo niet met die van de eeuwigheid moet betalen. Maar alles staat op de achtergrond bij de vrees voor de openbare mening; de vrees voor de openbare mening is dus de derde stap van Herodes tot zijn misdaad en nadat hij zich een ogenblik verzet heeft tegen het verschrikkelijk noodlot dat hem schijnt voort te sleuren, keert hij als een vreesachtig lam in de slavernij van Salóme terug en hij wil haar om zijn eed en degenen die mee aan tafel zaten de bede niet weigeren. “Om de eden en degenen, die mee aanzaten; met wat voor waarheid stelt dit woord ons het hart van Herodes voor! Niet alleen om zijn eed. Dat God hier niet verder in aanmerking komt, behoeft nauwelijks vermeld te worden. Was de gedachte aan God niet geheel in hem verstorven, dan zou hij gevreesd hebben Hem door het houden van zijn belofte meer te beledigen dan door de vervulling daarvan. De rechtvaardige zal zeker zijn eed houden, al zou het hem ook schade veroorzaken. Wanneer van Herodes slechts de helft van zijn koninkrijk geeist was, dan mocht hij zijn woord niet breken. Maar hij mocht zijn eed niet ten nadele van anderen, niet voor de prijs van een zo rein en dierbaar bloed willen houden. Voor hem was er slechts één antwoord mogelijk: ik heb mij door mijn dwaze eed verzondigd, maar ik zou een tweede veel ergere zonde begaan wanneer ik die hield, wees tevreden met een opoffering, een misdaad kon ik niet beloven. Echter het is niet de eed van Herodes die hem de handen bindt, maar zijn eed en degenen, die mee aanzaten, de gasten, de getuigen van zijn eed waren. Hadden alleen Herodias en Salóme die gehoord, hij zou zeker zijn woord hebben teruggetrokken, maar de tegenwoordigheid van de gasten, dat is de dwingende noodzakelijkheid die zijn sidderende hand tot misdaad veroordeelt. De openbare mening die men de koningin van de wereld genoemd heeft is op het feest van Herodes geheel en al heerseres; en als nu het ogenblik is gekomen dat hij tussen de misdaad en de valse schaamte moet kiezen, terwijl al de door hem en zijn dochter opgetogen gasten hem beschouwen of hij aan zijn eed tot aan het einde trouw zal blijven, of hij de moed heeft, alles, zelfs het hoofd van een profeet aan de eer van zijn woord op te offeren, nu meent hij dat het tijd is om hen te tonen dat hij alles waagt en voor niets terugschrikt: Herodes heeft een belofte gegeven, die neemt hij niet terug – ziet u hoe de dienaar heengaat, om het door u bestelde laatste feestgerecht op te dragen.
Johannes in de gevangenis, u sterke God. – O wees niet bezorgd, de Heer zal Zijn kind wel versterken en aan Zijn hart drukken! Er klinken voetstappen in de duistere gewelven; er verschijnt een man, hij treedt voor Johannes, ziet hem aan, zwijgend met strakke ogen, valt op hem aan, grijpt hem, trekt een scherp zwaard onder zijn mantel te voorschijn. – De slag is gebeurd, het hoofd is gevallen. Nu varen de engelen van God op met de rechtvaardige ziel in Abrahams schoot; het lichaam, een offer van de getrouwheid zwemt in zijn bloed, maar het hoofd wordt boven in het paleis rondgedragen en spreekt nu zeker geen woorden meer, die in het geweten indringen.
En toen zijn discipelen, de discipelen van Johannes, dit hoorden, dat hun meester onthoofd was, gingen zij, zoals zij tot hiertoe steeds vrije toegang tot zijn gevangenis hadden gehad en namen zijn dode lichaam weg en leiden dat in een graf. Daarop brachten zij het doodsbericht tot Jezus, terwijl zij aan diens discipelen mededeling deden van wat er gebeurd was (MATTHEUS. 14: 12).
IV. Vs. 30-44.KruisverwijzingenLukas 9:10→Markus 3:20→Mattheüs 9:36→2 Koningen 4:42→Mattheüs 15:34→Markus 8:5→Lukas 22:14→Lukas 24:10→
— En de apostelen kwamen weder tot Jezus, en boodschapten Hem alles, beide wat zij gedaan hadden, en wat zij geleerd hadden. En Hij zeide tot hen: Komt gijlieden in een woeste plaats hier alleen, en rust een weinig; want er waren velen, die kwamen en die gingen, en zij hadden zelfs geen gelegen tijd om te eten. En zij vertrokken in een schip, naar een woeste plaats, alleen. En de scharen zagen hen heenvaren, en velen werden Hem kennende, en liepen gezamenlijk te voet van alle steden derwaarts, en kwamen hun voor, en gingen samen tot Hem. En Jezus, uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming bewogen over hen; want zij waren als schapen, die geen herder hebben; en Hij begon hun vele dingen te leren. En als het nu laat op den dag geworden was, kwamen Zijn discipelen tot Hem, en zeiden: Deze plaats is woest, en het is nu laat op den dag; Laat ze van U, opdat zij heengaan in de omliggende dorpen en vlekken, en broden voor zichzelven mogen kopen; want zij hebben niet, wat zij eten zullen. Maar Hij, antwoordende, zeide tot hen: Geeft gij hun te eten. En zij zeiden tot Hem: Zullen wij heengaan, en kopen voor tweehonderd penningen brood, en hun te eten geven? En Hij zeide tot hen: Hoeveel broden hebt gij? Gaat heen en beziet het. En toen zij het vernomen hadden, zeiden zij: Vijf, en twee vissen. En Hij gebood hun, dat zij hen allen zouden doen nederzitten bij waardschappen, op het groene gras.
De apostelen komen van hun zendingstocht tot Jezus terug en brengen Hem bericht van de moord op de Doper, die zij van diens discipelen hebben vernomen. Hij gaat daarop met hen op een schip naar de overkant van de Galilese zee en begeeft Zich in de woestijn. Het volk trekt Hem te land na. Nu volgt de spijziging van de vijfduizend.
En de apostelen kwamen dadelijk voor het paasfeest van het jaar 29 weer samen tot Jezus. Zij vonden elkaar bij hun terugkeren van de uitzending (vs. 7 vv. ), bij welke zij steeds twee aan twee met elkaar waren gegaan, weer te Kapèrnaüm bij Jezus als het middelpunt dat hen verenigde. En zij vertelden hem alles wat zij onderweg omtrent het einde van Johannes hadden vernomen en berichtten Hem tevens beide wat zij gedaan hadden en wat zij geleerd hadden.
En Hij, zowel voor Zichzelf als voor hen de eenzaamheid en stilte nodig achtende (“Uit), zei tot hen: Komt u in een woeste plaats hier alleen en rust een beetje; want er waren velen die juist toen weer bij Jezus kwamen en die gingen en zij, de Heere en de weer bij Hem vergaderde discipelen, hadden, evenals in Hoofdstuk 3: 20, zelfs geen gelegen tijd om te eten en zich naar het lichaam te verfrissen.
Toen de Heere vroeger in gelijke omstandigheden van grote behoefte was door de toestromende volksmenigte, drong Hij er op aan bij Zijn discipelen om met Hem de nodige lichamelijke verzorging te vergeten. Nu wil de Heere op voorkomende wijze hen de verkwikking schenken die zij nodig hebben, omdat het voor hen goed was dat op de tijd van de verstrooiing naar buiten een uur van inkering naar binnen volgde (met het oog op de vorige afdeling kan men hier de verstrooiingen van de kinderen van deze wereld en de verkwikkingen van Jezus discipelen met elkaar vergelijken). Zijn woorden geven echter tevens indirect te kennen dat Hij voor Zichzelf de gelegenheid tot stille overdenking en tot gebedsomgang met Zijn hemelse Vader nodig heeft. Reeds bij MATTHEUS. 14: 13 hebben wij opgemerkt dat Hem het einde van Johannes Zijn eigen einde, dat Hij een jaar daarna te Jeruzalem zou ondergaan, vertegenwoordigde; want evenals de werkzaamheid van de Doper in Hoofdstuk 1: 4 vv. een voorbode was van de gelijksoortige en toch geheel verschillende werkzaamheid van Jezus, zo was nu ook diens einde een profetie van het evenzeer gelijksoortige en onderscheiden einde van Jezus. “Met Herodias komen overeen de leidende partijen van het volk, die evenals zij Johannes, zo ook Jezus van het begin af naar het leven stonden; op Herodes lijkt de makkelijk op te winden menigte, die zich door Jezus graag laat leren en helpen, maar alleen niet tot datgene waartoe Hij ze volgens Zijn roeping heen wil leiden en tevens een te diepe indruk heeft van de heiligheid van Jezus, dan dat een aanslag van de heidense partijen tegen Zijn leven bij haar goedkeuring zou vinden. Maar wanneer het volk, in plaats van zich beslist aan Jezus over te geven, in de door de farizeeen gekweekte toestand volhardt, evenals Herodes tegenover de eis van Johannes, Herodias behield, dan kan dit hetzelfde ondervinden als Herodes, dat het namelijk te zijner tijd (wanneer de wel gelegen dag voor hen komt (Luk. 22: 53) door de vijanden van Jezus door eigen schuld ertoe wordt gebracht om zelf de vermoording van Jezus mee te bewerken. Met de dood van Johannes was zijn werkzaamheid voorbij; hij was slechts heraut van een grotere; zijn discipelen hadden niets te doen dan hem te begraven; maar Herodes werd door zijn zonde gestraft in zo verre zij hem de bijgelovige gedachte ingaf dat Johannes in Jezus was opgestaan. Met Jezus begrafenis was Zijn werk niet voorbij; in Zijn discipelen begint Hij Zichzelf als de waarlijk Opgestane op nieuwe hogere wijze te openbaren, maar de schuld van het Joodse volk, dat Hem ter dood gebracht heeft, brengt het in de waan dat Hij een dode was, een met recht veroordeelde en toch voelt het volk een vrees voor Hem.”
En zij brachten Zijn besluit dadelijk ten uitvoer en vertrokken in een schip, zoals dat sinds Hoofdstuk 3: 9 Hem ten allen tijde ten dienste stond, naar een woeste plaats bij Bethsaida aan de Noord-Oostelijke oever van het meer en wel alleen met Zijn discipelen.
En de menigte zag hen heenvaren, hoe zij ook het afvaren probeerden te verbergen en velen leerden Hem kennen, want toen zij het vaartuig zagen, begrepen zij wel wie daarin zouden zijn en zij liepen gezamenlijk te voet naar dekant waarheen de boot haar richting had.
Zij kwamen van alle steden naar daar en kwamen hen voor, zodat zij nog eerder dan het vaartuig aan de oostelijke oever aankwamen en zij gingen samen tot Hem toen Hij uit het schip wilde gaan.
En Jezus die uit de boot ging zag een grote menigte die zo begerig naar Hem was en Hij werd innerlijk met ontferming bewogen over hen: a) want zij waren als schapen die geen herder hebben (MATTHEUS. 9: 36); en Hij begon hen vele dingen te leren; Hij hield voor hen een lange rede.
Jer. 23: 1. Ezechiel. 34: 2.
Deze menigte, die niet wist waarom zij Jezus naliep en Hem toch niet kon verlaten, die daarom haar dagelijks leven verliet omdat het de behoefte niet bevredigde van welk onbestemd gevoel haar tot Jezus dreef, kwam Hem, toen Hij Zich aan haar wilde onttrekken, als een kudde zonder herder voor. Zo min als nu een mens zo’n kudde kan laten dwalen, evenmin heeft Jezus een gelegenheid kunnen laten voorbijgaan, zonder dat Hij het Zijne deed om aan de radeloosheid en onzelfstandigheid van de menigte een einde te maken. Dat bedoelt Hij door Zijn onderwijs waartoe Hij nu overgaat, terwijl Hij Zijn oorspronkelijk plan opgeeft. Zoals Hij de zorg voor Zijn discipelen vergeet, zo vergeet ook weer de menigte door Zijn prediking de zorg voor zichzelf.
De schijnbare tegenspraak met MATTHEUS. 14: 14. Luk. 9: 11 en Joh. 6: 3 vv. , volgens welke Jezus niet dadelijk bij Zijn uitgaan uit het schip, maar pas nadat Hij werkelijk voor een ogenblik in de eenzaamheid was gegaan, Zich toewijdt aan het onderwijzen van het volk en de genezing van hun zieken, is zeer gemakkelijk op te lossen. Markus wil ons duidelijk maken hoe de Heere al bij het uitstijgen velen bemerkte die Hem waren nagelopen en nu eerder waren aangekomen, hetgeen Zijn hart tot medelijden bewoog. Daarom besloot Hij, wanneer de Vader in de hemel het goedkeurde, Zijn oorspronkelijk plan op te geven. De tijd waarin steeds meer zieken en hulpbehoevenden zich verzamelden maakte Hij nog ten nutte voor Zijn bedoeling om met God te zijn, zodat Hij de wil van de Vader mocht kennen. Toen vervolgens de hele menigte samen was, trad Hij ook werkelijk te voorschijn; de Vader had nu de Zoon geopenbaard wat Hij moest doen 14: 14) en dit is het ogenblik waarop de andere Evangelisten onze gedachten willen vestigen, terwijl Markus ons meer de barmhartigheid, het Heilands-hart van Jezus voor ogen wil stellen, waardoor Hij Zich ook schikte in datgene wat voor Zijn eigen behoefte stoornis teweeg moest brengen.
En toen het laat op de dag, ongeveer drie uur geworden was, kwamen Zijn discipelen tot Hem en zeiden: Deze plaats is woest en het is nu laat op de dag, zodat het nog slechts bijna 3 uur licht is.
Laat ze van U heengaan in de omliggende dorpen en plekken en broden voor zichzelf mogen kopen, want zij hebben niet wat zij eten zullen.
Maar Hij antwoordde en zei tot hen: Geeft u hen te eten. En zij, die de bedoeling van het woord helemaal niet hadden begrepen, zeiden tot Hem, na eerst te hebben gezien hoeveel geld zij in de gemeenschappelijke kas hadden: Zullen wij heengaan en voor twee honderd penningen brood kopen en hen te eten geven? Zo veel is slechts in kas, maar er is bij lange na niet genoeg om ieder van de duizenden iets te geven. (Joh. 6: 7).
De Heere wilde hen nog meer met hun gedachten van berekening, waarmee zij slechts op het uitwendige en zichtbare letten, in verlegenheid brengen. En Hij zei tot hen: Hoeveel broden hebt u? Ga heen en bezie het. En toen zij het vernomen hadden zeiden zij: Vijf en twee vissen. Tegelijk moesten zij erkennen dat, al was hun kas ook toereikend geweest, toch al het geld hier in de woestijn, waar niets te kopen was, bij een zo geringe voorraad hun geen nut kon doen.
En Hij gebood hen dat zij hen allen zouden doen neerzitten bij waardschappen, zoveel tezamen dat goed afgedeelde gezelschappen ontstonden. Er was tot zitten goede gelegenheid op het groene gras, dat er nu, in de lente, nog veel was.
En zij zaten neer in gedeelten, op de manier van afgedeelde tuinbedden, bij honderd tezamen en bij vijftig tezamen, zo in deels grotere, deels in half zo grotegezelschappen.
En toen Hij de vijf broden en de twee vissen, wier onbeduidendheid elke berekening overbodig maakte, genomen had a), zag Hij op naar de hemel b), zegende brood en vissen, brak de broden en gaf ze aan Zijn discipelen, opdat zij, door de gezelschappen heengaande, ze hen zouden voorleggen en de twee vissen deelde Hij voor allen.
Joh. 17: 1. b) 1 Sam. 9: 13.
En zij aten, allen die daar waren en wier grote menigte de discipelen zo had beangstigd en zij zijn verzadigd geworden.
En zij, de discipelen, namen twaalf volle korven brokken op, zodat ieder van de twaalf een korf vol verzamelde en eveneens was er van de vissen nog een voorraad over.
En die daar de broden gegeten hadden waren ongeveer vijfduizend mannen, behalve de vrouwen en kinderen, die in grotere getale tegenwoordig waren.
Ook dit Evangelie, waarvan de geschiedenis volgens Joh. 6: 1-15 door de Evangelische kerk bestemd is om op de Zondag Laetare behandeld te worden, moet in het licht van de lijdensgeschiedenis worden beschouwd. Hoe ver nu op het eerste gezicht deze gebeurtenis verwijderd mag zijn van een overdenking van het lijden (hetgeen in Joh. 6: 40 staat: “Het Pascha, het feest van de Joden was nabij, ” willen wij niet bijzonder benadrukken; het was toch ook nog een heel jaar voor de kruisdood van Christus), zo zien wij toch dat Christus eigen gedachten toen al bij Zijn lijden en alleen hierbij geweest zijn wanneer wij letten op de woorden, die Hij op de andere dag in de synagoge te Kapèrnaüm spreekt (Joh. 6: 51): “Ik ben het levende brood dat uit de hemel neergedaald is; als iemand van dit brood eet zal die in de eeuwigheid leven. En het brood dat Ik geven zal is Mijn vlees, dat Ik geven zal voor het leven van de wereld. ” Filippus verklaart wat noodzakelijk is om een zo grote menigte te eten te geven, Andreas wat aanwezig is en zeker, wanneer dat zo tot elkaar staat – twee honderd denarieen nog niet genoeg, dat ieder een beetje neemt en dan voorhanden 5 gerstenbroden en 2 vissen – en er geen derde tussen beiden treedt, rijmt het nooit met elkaar. Maar er treedt iemand tussen beiden: “De Heere wist wat Hij doen zou. ” Dat is niets anders dan wanneer wij in de hemelse raad verplaatst werden en de hemelsen Vader zagen hoe Hij de mensheid hier op aarde overziet die naar het hemelse brood smacht en wij hoorden Hem dan door de hemel en de hemel der hemelen, zowel als over de aarde de vraag doen: “Waar zullen wij brood kopen, dat deze eten?” Nu stond er een mens op, die antwoordt: “Daarvoor moet eerst een verzoening worden gevonden, een verlossing, niet met zilver of goud, maar met heilig en dierbaar bloed, door onschuldig lijden en sterven” (1 Petrus . 1: 18); en een ander antwoordde meteen: “Niemand van hen zal zijn broeder ooit kunnen verlossen; hij zal God Zijn rantsoen niet kunnen geven: want de verlossing van hun ziel is te kostelijk en zal in eeuwigheid ophouden (Ps. 49: 8 v. ). Maar dan treedt de Zoon daartussen, de eeuwige Zoon van God en Hij getuigt en roept: “Ik weet wel wat Ik wil doen!” Nu laat Hij het volk zich neerzetten; Hij treedt in het midden van het volk en Hij begint het met Zichzelf, met het vlees te eten te geven, dat de Zoon des mensen geeft voor het leven van de wereld. En zie, de wereld kan nu verzadigd worden, de hele grote wereld door dit ene voedsel. Kon Hij daartoe raad verschaffen, dan is het een klein wonder dat Hij ook met die geringe voorraad aardse spijs 5. 000 lichamen kon verzadigen. Wanneer er dan dagen aanbreken van dure tijden, versterk dan Heere! ons geloof, dat Gij ons slechts om dezelfde reden het gebrek toezendt waarom gij Filippus vraagt: “Waar kopen wij brood, dat deze eten?” namelijk omdat Gij ons wilt beproeven, terwijl Gij wel weet, wat Gij doen wilt.
De spijziging van de vijfduizend, een juist beeld in de lijdensweken van: 1) de algemene nood, 2) de overvloedige genade, 3) de gewone dank.
V. Vs. 45-56.KruisverwijzingenJohannes 6:15→Mattheüs 14:27→Markus 1:35→Mattheüs 6:6→Johannes 6:24→Mattheüs 14:23→Lukas 6:12→Jesaja 43:2→
— En terstond dwong Hij Zijn discipelen in het schip te gaan, en voor henen te varen aan de andere zijde tegen over Bethsaida, terwijl Hij de schare van Zich zou laten. En als Hij aan dezelve hun afscheid gegeven had, ging Hij op den berg om te bidden. En als het nu avond was geworden, zo was het schip in het midden van de zee, en Hij was alleen op het land. En Hij zag, dat zij zich zeer pijnigden, om het schip voort te krijgen; want de wind was hun tegen; en omtrent de vierde wake des nachts, kwam Hij tot hen, wandelende op de zee, en wilde hen voorbijgaan. En zij, ziende Hem wandelen op de zee, meenden, dat het een spooksel was, en schreeuwden zeer; Want zij zagen Hem allen, en werden ontroerd; en terstond sprak Hij met hen, en zeide tot hen: Zijt welgemoed, Ik ben het; vreest niet. En Hij klom tot hen in het schip, en de wind stilde; en zij ontzetten zich bovenmate zeer in zichzelven, en waren verwonderd. Want zij hadden niet gelet op het wonder der broden; want hun hart was verhard. En als zij overgevaren waren, kwamen zij in het land Gennesareth, en havenden aldaar. En als zij uit het schip gegaan waren, terstond werden zij Hem kennende.
Na de wonderbare spijziging wil het opgewonden volk, zoals wij van Johannes vernemen, in de storm van de geestdrift Jezus tot Koning maken. Aan dergelijke invloeden van vleselijke geloofsijver onttrekt de Heere Zijn discipelen, door ze te dwingen dadelijk op zee te gaan en het heenzenden van het volk zelf op Zich te nemen. In de daaropvolgende nacht, toen zij niet voortkwamen op de zee die hen tegen is en zij zelfs in de laatste nachtwake de oever nog niet bereikt hebben, komt Jezus op een wonderlijke manier tot hen. Door dat wonder komen zij een aanmerkelijke stap in het geloof vooruit; ook voor het volk in het land van Gennesareth zijn de volgende dagen van Zijn werkzaamheid van die aard dat het tot een doorbreken van de erkentenis had moeten komen van Hem, die onder hen rondging, dat zij hadden moeten begrijpen: niet Elias of een van de profeten is bij ons, maar Christus, de Zoon van de levende God.
En meteen dwong Hij Zijn discipelen in het schip te gaan en weg te varen. Hij wilde hen bewaren om aangestoken te worden door het volk, dat door het wonder opgewonden was en de Messias zo graag op de troon van David over Israël wilde zien (Joh. 6: 14 vv. ). Hij wees hen heen aan de andere kant tegenover Bethsaida (= vishuis) aan de westelijke oever bij Kapèrnaüm, terwijl Hij intussen de menigte weg zou sturen en hen later nakomen.
a) En toen Hij, na het afvaren van de discipelen, aan hen, aan de vijf duizend, hun afscheid gegeven had, door Hen te ontwijken (Joh. 6: 15) en zij dus wel moesten besluiten naar huis te gaan, ging Hij op de berg, op de hoogte van het rondom liggende bergland om te bidden.
Luk. 6: 12.
En toen het avond geworden was, de zon was ondergegaan, was het schip in het midden van de zee en Hij was alleen op het land en bleef in het gebed tot ongeveer 3 uur in de morgen.
Niet dan zelden is het: “Komen jullie hier alleen en rust een beetje” (vs. 31). Niet altijd is het: eten van het wonderbrood. Het is vaak storm op zee. Het is niet altijd een storm op zee met de Heere in het midden, ontwakend uit Zijn slaap om zee en wind te bestraffen op de eerste noodkreet die tot Hem komt. Soms houdt Hij Zich ver. Tevergeefs tot Hem geroepen. Tevergeefs naar Hem uitgezien. De tweede nachtwake gaat na de eerste, de derde na de tweede voorbij: geen hulp, geen Heer. En handen, waarin zich het gezegende brood wonderbaar vermenigvuldigde, pijnigen zich tevergeefs tegen wind en stroom. . . Wat hier op het meer van Tiberias door de twaalf ondervonden werd, zou niet minder door hen ondervonden worden op de zee van de volken, waarin het hun roeping en hun voorrecht zou zijn het net van het Evangelie uit te werpen; met grote, onverwachte, wonderbare, door de Heere vaak gegeven zegen: maar waarvan de baren, ook niet zelden nood en dood dreigende, tegen hen zouden opstaan. Wat in deze nacht door de twaalf discipelen, die Hij ook apostelen genoemd heeft, ondervonden werd, is een proef en een beeld van hetgeen door vele duizenden van Zijn discipelen in alle tijden op de levenszee ondervonden zou worden. En de uitnemendsten onder hen zullen doorgaans het meest getuigen van stikdonkere nachten op schone dagen gevolgd; van zware stormen en noodweer, waaraan de Heere, waaraan de gehoorzaamheid aan Zijn gebod blootstelde en die Hij niet, die Hij noch in de eerste, noch in de tweede, noch in de derde nachtwake bestrafte; van lange, pijnlijke en vruchteloze inspanningen om rampen te overwinnen en bezwaren te boven te komen, die Hij hen had kunnen sparen of die een wenk van Zijn wil allang had kunnen doen ophouden.
En Hij zag, toen Hij in de donkerheid van Zijn ogen naar de discipelen op de zee wendde, dat zij zich zeer pijnigden om het schip vooruit te krijgen; Want de wind was hen tegen en zij kwamen, hoewel zij de riemen ter hulp hadden genomen, in verscheidene uren niets vooruit. En omstreeks de vierde wake van de nacht, d. i. tussen 3-6 uur in de morgen kwam Hij tot hen om hen uit hun nood te redden, wandelend op de zee en wilde hen voorbijgaan om hen gelegenheid te geven Hem te zien en zodat zij zich zouden troosten met Zijn nabijheid en nieuwe moed vatten.
De dood zien de discipelen voor ogen, maar de Redder zien zij niet. Echter deze ziet hen. Ja, Hij ziet hen ook vanaf de berg van Zijn gebed. En dat zien is deelneming; dat zien is bescherming; dat zien is genoeg. “En Hij zag, lezen wij, Hij zag, dat zij zich zeer pijnigden om het schip vooruit te krijgen. “O dat u het geweten, dat u het vermoed had, zwervers op de zee van Tiberias! Hoe zou het u hebben gesterkt, hebben getroost en doen hopen. En u zwerver op de levenszee, door duisternis overvallen, door storm belopen, in nood van baren, dat u het bedacht! De Heere, die u ver waant is nabij, nabij in de geest. Dat oog vol liefde en macht – o stel het u voor! – is op u geslagen. Van de troon van Zijn heerlijkheid reikt Zijn blik tot die haven waardoor u op en neer geworpen wordt. Ja, uw Jezus, als u echt Zijn volger bent, hoort uw zuchten, telt uw tranen, weegt uw moeiten op Zijn hand. Nog deze rukwind, nog deze hoge zee, nog één vruchteloze poging, nog één nachtwake. . . en het is genoeg. Hij die de beproeving zond, heeft ze afgemeten en Hij waakt over u terwijl ze u pijnigt. “Hij zal u niet beproeven boven wat u vermag, maar bij de beproeving ook de uitkomst geven, zodat u ze kunt verdragen.”
En zij, ziende Hem wandelen op de zee, meenden dat het een spooksel was, en schreeuwden zeer.
Want zij zagen Hem allen en wisten dus dat zij niet met een zinsbegoocheling van een enkele te doen hadden; zo werden zij ontroerd, want hun ogen werden zo gehouden dat zij Hem niet kenden. En meteen nam Hij die nutteloze schrik en die dwaze mening van hen weg en sprak Hij met hen, zodat zij Hem al aan de klank van Zijn stem kenden en zei tot hen, die ontsteltenis door vriendelijke toespraak wegnemende: Ben van goede moed, Ik ben het; vrees niet.
Dat Jezus niet uit willekeur Zijn discipelen zo lang alleen had gelaten blijkt uit de opmerking, dat de behoefte aan stille gebedsomgang met God Hem op de berg had gedwongen en daar vast gehouden. Op eigenaardig boeiende wijze stelt Markus Jezus en de van Hem gescheidene discipelen tegenover elkaar voor: zij in de duisternis alleen op de zee, zonder hun Meester, wiens persoonlijke tegenwoordigheid hun moed was en Hij alleen op het vaste land – dat is een tegenstelling als tussen onveiligheid en geborgen zijn. Die tegenstelling wordt hoe langer hoe sterker totdat zij de uiterste hoogte in de loop van de nacht bereikt. Markus vertelt van het standpunt van Jezus, als iets dat zich aan Jezus blikken vertoont, hoe de discipelen ver van Hem de sterkste aanvallen van de stormachtige zee moeten verduren en ondanks de grootste inspanningen hun doel niet kunnen naderen. Zo is Zijn komst een daad van liefderijke hulp en alles opmerkende voorzienigheid, niet iets toevalligs. Terwijl het namelijk schijnt alsof Hij in Zijn stille gerustheid hen vergeten had, die toch op Zijn bevel die moeilijke vaart hadden ondernomen, komt Hij hen toch te hulp omdat hun nood Hem niet ontgaan is. In de kracht van Zijn zo-even opnieuw gesterkte gemeenschap met God komt Hij tegen het einde van de nacht tot hen, nadat hun geduld voldoende beproefd was, wandelend op de stormachtige zee als op effen wegen. Zij zien Hem voorbij zich heengaan alsof Hij niet op hen lette, noch hen kende, totdat zij luid van angst beginnen te schreeuwen. Dat Hij op het water wandelt, als had Zijn lichaam geen materiele zwaarte, had hen toch in de waan gebracht dat de verschijning een zinsbedrog, een spook was. Hun waarneming toch was niet een van één of van twee uit hun midden, zodat zij zich zouden hebben kunnen geruststellen, als over een werk van de ontstelde verbeelding. Uit de algemeenheid en de overeenkomst moesten zij besluiten tot een wezenlijke macht die hen schade wilde berokkenen. Zo min geloofden zij nog, dat hun Meester hen overal beschermend nabij was, zo weinig kenden zij Hem een bovenmenselijk vermogen toe, om Zich daar zichtbaar aan hen te vertonen, dat zij liever die bijgelovige verklaring voor die verschijning zochten. Zijn spreken bracht hen pas tot het geloof dat zij met een lichamelijk levend mens te doen hadden en Zijn woord van troost en verzekering overtuigde hen, dat deze mens werkelijk Jezus zelf was.
Met het woord spook bedoelt men de schimachtige, zichtbare verschijning of van de ziel van een gestorvene of van een boze geest, die schade wil berokkenen.
Een spook is een verschijning, die al in zoverre bedrieglijk is dat zij lichamelijk tastbaar schijnt te zijn en toch als een schaduw weer verdwijnt. Maar ook in dit opzicht is het spook een bedrieglijke verschijning, dat het de al beangstigde nog meer verstrikt in de dwalingen van zijn ontsteld gemoed. Het is aan de ene kant de bedrieglijkste lievelings-afgod van het menselijk bijgeloof, dat met voorliefde spoken ziet, aan de andere kant ook de onvernietigbare openbaring van het geloof, in zoverre het berust op de veronderstelling van de onsterfelijkheid van de ziel en het bestaan van persoonlijke geesten. Het “Conversations lexicon” verwisselt vaak het geloof aan geestverschijningen, dat naar de Heilige Schrift is, met het zien van spoken. De Bijbel is niet alleen doortrokken van verschijningen van bovenaardse geesten, d. i. van engelen, maar hij heeft ook het geloof aan de verschijning van de geesten van afgestorvenen gewettigd). Niet alleen is dit geloof gebleven door de donkere tijden van de Middeleeuwen, maar ook tot de laatste tijd, maar gelouterd en gereinigd van de vrees voor spoken, die apocriefe karikatuur van de geestverschijningen. Het uitgangspunt is, zoals wij zeiden, het bestaan van persoonlijke geesten boven ons waarnemingsvermogen; dat de losgemaakte van deze aarde een vrijere beweging kan hebben ligt eveneens in het begrip van persoonlijke geesten; de enige moeilijkheid ligt slechts in de vraag: hoe kan de geest, die in de zin van het aardse leven van het lichaam is ontdaan, zich doen zien door hem die hier is, door de geest, die aan de zintuigen gebonden is? De andere veronderstelling was deze: hij neemt voor een ogenblik een lichaam, of een soort van lichamelijkheid aan; de nieuwere zielkunde kan daarentegen antwoorden: hij is naar eigen natuur niet absoluut zonder lichaam.
De ziel van de geest is ook na de scheiding van haar lichaam niet geheel zonder lichaam; het inwendige volgt haar en het oude zal later met haar worden verenigd tot haar volkomen reintegratie (herstelling) en restauratie. Er blijft zelfs tussen de ziel van de geest en het dode lichaam in de tussentijd een geheim verband, een politariteitsbetrekking, een rapport. Daaruit volgt ook weer dat het door de ziel verlatene en in zo verre ontzielde lichaam, al heeft het de ziel niet meer in zich, haar toch als het leven buiten zich heeft. De vertering van het lichaam is toch ook een levensteken en als doorgang van een voorbereiding van de opstanding.
Het verhaal van Mattheus is meer dat van een ooggetuige; het gebeurde met Petrus, die tot Christus over de zee wilde gaan, is alleen door Mattheus (14: 28-31) verteld.
Zo lang wij hier beneden wandelen zijn wij overal omgeven en bedreigd door de nood van de zonde, evenals degenen die op de zee varen. De schipper zweeft door zijn gedrag over de afgronden die onder zijn voeten worden uitgediept. En hoe gemakkelijk kan hij, wanneer winden en golven hem tegen zijn en zijn vaartuig verbrijzelen, wegzinken in deze diepten, waaruit geen redding mogelijk is. Ook wij, zolang wij niet zijn opgenomen in de ark van de goddelijke genade, in welke wij alle gevaren kunnen trotseren, zweven op onze eigen krachten vertrouwend in een gebrekkige boot op de zee van de wereld. Onze hartstochten zijn de stormen die de golven beroeren, op welke wij nu in de hoogte, dan diep in de laagte varen. En wanneer zij ons werpen tegen de ondiepten en de klippen van de zonde, wanneer dan onze krachten niet genoeg zijn, wanneer de delen van het vaartuig die door mensenhand zijn samengevoegd van elkaar worden gescheiden, dan zinken wij ook in de diepte, diep en dieper in een afgrond, die door geen licht van genade wordt verhelderd, waar vreselijke gedrochten wonen en waaruit geen helpende hand ons zal optrekken. Wie is Hij, die daar wandelt op de vloed, als was hij een vaste bodem, die door geen zwaarte in het vloeibare element wordt neergetrokken, door geen golf opwaarts of neerwaarts wordt gedragen, wiens voetzool nauwelijks door de vochtigheid wordt nat gemaakt? Wie is Hij die door het menselijke heengaat zonder te delen in het verderf waardoor zij zijn aangetast, door alle stormen van de hartstochten die rondom hen woeden, zonder zich daardoor te laten bewegen, die, overal door zonden omgeven, ook van de geringste bevlekking rein blijft? Wie is Hij? – Een spook, zo roept ook nu nog menigeen! Die Christus is een droombeeld door dweperij te weeg gebracht, die Christus van wie u ons vertelt, die de goddelijke natuur met de menselijke heeft verbonden, die onbeperkte macht had over de elementen, die in alles verzocht werd maar Zich steeds vrij van zonde heeft gehouden en door Zijn dood allen, die in Hem geloven, van de eeuwige verdoemenis zou hebben gered. Maar, u dierbare stem, die door het geruis van wind en golven, door het gedruis van het dagelijks leven en van de wereldse bemoeiingen, door het geschreeuw van het ongeloof heen vernomen wordt in alle ontvangbare harten. Hebt u al van Hem gehoord, mijn vriend? voelt u al: Christus is niet degene waartoe het ongeloof Hem wil maken, niet een spooksel, maar de levende Zoon van God, de ware Heiland, die van de zonde kan verlossen, welke Hem vreemd was en wier straffen Hij droeg? Voelt u het? Dan zult u ook die ijver in u voelen die in Petrus was. De begenadigde ziel brandt van verlangen om Christus door heiligmaking gelijkvormig te worden. Ook zij wil zweven over de golven van deze wereld, zonder in haar lusten ten onder te gaan. Zij wil ondanks de tegenwinden die haar ophouden en terugdrijven, ondanks de golven die zich verheffen en neerzinken, haar weg naar Christus voortzetten, waarheen al haar wensen gericht zijn. Zal de Heere dit verlangen goed noemen? zal Hij Petrus toestaan tot Hem over de golven te komen? Zal Hij dat alles billijken wat de ziel in de gloed van de eerste liefde tot Hem onderneemt? Kan niet nog het hemelse vuur met aardse elementen, de drang van de genade met de drang van de natuur vermengd zijn? Kan hij, die Jezus wil naderen, ook niet misschien, zonder dat hij het zelf weet, besmet zijn met de wens om door mensen bewonderd te worden? Kan hij niet, alleen ziende op de roem van het welgelukken, vergeten, zich toe te rusten tegen de gevaren en moeilijkheden? 1) Dat alles moge zo zijn, ja, men kan toegeven dat het bijna altijd zo is; maar moeten wij alleen dan pas handelen wanneer ons handelen geheel en al rein is? dan zouden wij nooit tot handelen komen! De Heere wekt ons op zodra slechts het beginsel dat aan onze poging ten grondslag ligt, waardig is: het onreine, dat er nog aankleeft, zal door de beproeving die Hij ons bereidt, worden afgescheiden. Hij zegt tot Petrus: “Kom!” Onbeschrijfelijke vreugde voor deze, als hem hetzelfde gelukt wat hij in zijn Heer heeft bewonderd! Onbeschrijfelijke vreugde voor hem die besloot Christus na te volgen, dat hij door zijn vervuld zijn met de Geest wordt verheven boven de aardse dingen, dat hij zich als het ware ontbonden voelt van de wetten van de zwaarte die al het andere in de golven van de wereld naar beneden trekt, dat zijn wandel niet meer op aarde, maar nu al in de hemel is! Zulke verrukking schenkt de goddelijke genade aan de oprechte en vurige gemoederen die de weg van het heil hebben betreden; de eerste schreden worden hen gemakkelijk, de eerste tijden na de bekering zijn gewoonlijk onuitsprekelijk vrolijke en gelukkige tijden. Zij moeten ophouden; de heilige vreugde die de Christen vervult en die een gevoel van trotsheid in hem kon opwekken, moet worden gedempt. Petrus zag een sterke wind; dat zich een nieuwe storm zou verheffen en de golven tegen hem zou dringen, dat had hij niet gedacht, dat was voor hem geheel onverwacht; omdat het toch gebeurt schrikt hij en in zijn verwarring, waarin hij meer op de storm en de golven dan op Christus ziet, begint hij te zinken. Ook u geloofde, begenadigde ziel! dat alle verzoekingen voor u hadden opgehouden, of dat die, welke zich vertoonden, u slechts gelegenheid zouden geven om een schitterende volmaaktheid te ontwikkelen. Maar zie, daar verheft zich een storm! Kwam die van buiten, was het een bestrijding die door de vrijmoedige geloofsbelijdenis werd veroorzaakt. Over zo een zou u zich verheugen; maar zij komt uit uw eigen binnenste voort, hartstochten, die u sinds lang overwonnen waande, verheffen zich en tonen dat zij nog steeds voorhanden zijn. Er komen ook wel uitwendige beproevingen bij en zij zijn van een aard, zoals zij zich gewoonlijk alleen hij de gewone zondige wereldlingen openbaren, maar u ze voor u nooit had verwacht, u twijfelt aan uzelf, aan de Heere en Zijn genade en omdat uw vertrouwen op Hem geringer is dan uw vrees voor de verzoeking, begint gij aan de verzoeking toe te geven. Petrus schrok en begon te zinken, maar ook riep hij en bad: “Heere! help mij. ” Ook u zonk en bent in uw verzoeking zeker niet rein van zonden gebleven: toen verdween die trotse inbeelding die ook de vroomste bekruipt. Toen erkende u dat de goddelijke genade ons niet opeens de nodige mate van kracht voor de gehele levensweg verleent, maar dat zij in ieder bijzonder geval, ieder ogenblik steeds opnieuw moet worden afgesmeekt. Toen riep u: “Heere, help mij!” En de Heere greep ook u evenals Petrus met Zijn machtige hand; en Hij, die u van de straffen van de zonde bevrijd had, redde u van de zonde zelf in welke u dreigde weg te zinken.
Iets daarvan werd Petrus later onder de leiding van de Heilige Geest wel gewaar; hij leerde bekennen dat zijn geloofsmoed niet vrij geweest was van zekere overmoed, van een trachten naar hoge dingen en van zelfverheffing boven de anderen). Toen wilde hij niet dat iemand hem bewonderde en hoger stelde dan hem toekwam; bij zijn zendingsprediking heeft hij nooit deze geschiedenis van zijn geloofsmoed verteld, ook later niet toegegeven, toen zijn “zoon” Markus (1 Petrus . 5: 13) uit die voordrachten dit Evangelie samenstelde, dat deze die geschiedenis zou opnemen. Critici en schriftonderzoekers menen wel meestal dat Markus die niet had mogen opnemen om de eer van de grote apostel niet te krenken, omdat het zinken in de zee hem juist niet tot grote roem verstrekte. Markus heeft echter andere dingen opgenomen die deze gewaande eer op veel ergere wijze krenken; het tegenovergestelde is dus wel het ware, Petrus heeft niet gewild dat iemand hem een hogere plaats gaf dan hem toekwam. Mattheus heeft er echter voor gezorgd dat de geschiedenis voor de kerk niet verloren ging. Omstreeks de tijd van de vervaardiging zal deze wel de juiste mening zijn, dat het Evangelie allang aanwezig was voordat een van de drie overige Evangeli?n werd geschreven.
Waar de nabijheid van de Heere, de stem van de Heere, het werk van de Heere onderkend wordt, daar houden noden en gevaren op. Waar Hij zegt: “Ik ben het” vluchten de spoken, die een bange verbeelding radeloos doen uitschreeuwen. Zijn: “Vrees niet” neemt de vrees weg. Zijn: “Zijt welgemoed” stort moed en kracht in bezwijkende harten. En Hij komt, Hij treedt op, Hij is er, Hij zegt: “Ik ben het, ” Hij zegt: “vreest niet!” Hij zegt: “weest welgemoed; ” soms in de eerste nachtwake, mogelijk in de tweede of in de derde, maar zeker in de vierde en laatste, waar het Zijn discipelen, waar het Zijn vrienden zijn, die in nood zijn van de baren. . . . laat dan de baren bruisen, de storm aanhouden, de nacht zich rekken, de nood nog klimmen; men weet, men voelt niet, men ondervindt dat men in de nood geschraagd, dat men door de nood gedragen wordt, dat de nood inwendig, dat is, dat hij metterdaad overwonnen is. Want de nood van de nood is het gevoel van nood. En dit: waar Hij herkend, waar Zijn optreden, waar Zijn gangen, waar Zijn hand gezien wordt; waar het woord van Zijn vertroosting tot het hart komt; dit neemt Jezus weg. Het is op deze manier dat Hij Zijn discipelen in nood en lijden erdoor helpt; maar Hij doet meer: Hij helpt hen ook uit.
En Hij klom, in gemeenschap met Petrus die tot Hem op het water was gekomen, tot hen, tot de overige elf discipelen in het schip en de wind stilde op hetzelfde ogenblik toen de Heere bij hen was. En zij, de discipelen, ontzetten zich zeer in zichzelf en waren verwonderd over hetgeen zij van Jezus (vs. 48) hadden gezien.
Want zij hadden niet gelet op het wonder van de broden, die door Zijn macht waren vermeerderd tot voeding van 5. 000 mensen: want hun hart was verhard. Het was stomp en ontoegankelijk voor hogere inzichten, anders hadden zij al bij dat wonder moeten opmerken, wie Jezus eigenlijk was en er zou niet eerst nog een tweede van dezelfde buitengewone aard nodig zijn geweest om hun het juiste begrip te geven.
De discipelen ondervinden een tweede wonder dat hen zelf ten zegen is, terwijl Jezus bij hen instijgt, namelijk dat de storm, die hen tegen is, meteen wordt gestild. Dat brengt hen des te meer buiten zichzelf. De discipelen, zegt Markus, hadden niet voldoende lering getrokken uit de wonderbare vermeerdering van de broden, namelijk dat de mate van hetgeen voor de mensen mogelijk was, niet geschikt was om de openbaring van de Heere te meten. Volgens zijn mening zijn dus beide wonderen specifiek onderscheiden van alle vorige. Daarom ontziet Hij zich niet het hart van de discipelen verstompt te noemen tegenover de werking die het eerste wonder op hun erkentenis had moeten uitoefenen, omdat zij bij het tweede van dezelfde aard nog zo geheel onvatbaar konden staan. Hij zegt dit om aan te tonen, hoe Jezus openbaring er van Zichzelf op was gericht om het geloof van de discipelen tot een oordeel over het enige van Zijn persoon te dwingen (MATTHEUS. 14: 33) en hoe moeilijk hun geloof die drang opgevolgd is. Beide voorvallen hebben intussen ook hun betekenis ten opzichte van de toekomstige roeping van de twaalf. In het eerste (vs. 35 vv. ) werd voorgesteld hoe het hen ten gevolge van de almachtige tegenwoordigheid van hun Heer zou lukken om door hun geringe dienst de hongerige wereld te spijzigen met het brood des levens; het tweede (vs. 45 vv. ) wijst aan hoe de gemeente van Jezus haar weg zal maken door de wereld volgens welke zij te worstelen heeft met de mensheid, die vervuld is met de geest van die wereld en van deze zal te lijden hebben. Zij is die weg ingeslagen op bevel van haar Heer, die tot God gaat ter voleindiging van Zijn werk; zij deed dit in de hoop, die gegrond was op Zijn belofte, om Hem na korte tijd weer te zien. Maar de arbeid om tot het doel te komen wordt zwaarder en duurt langer, dan zij had gedacht en het tijdstip zal komen dat zij de gelukkigen voortgang tot het doel voor onmogelijk houdt en het de schijn verkrijgt alsof haar hoofd, dat in de veiligheid bij God vertoeft, haar heeft vergeten. Dan geduld te oefenen en standvastig het geloof aan de almachtige trouw vast te houden van Hem, die ze haar beloofd heeft, dat moest de uitkomst van deze vaart hen leren. Want net zo plotseling als hier zal de Heere verschijnen, vanwaar en zoals gij het niet heeft gedacht, zodat zij eerst door Zijn troostwoord daarvan moet worden verzekerd, dat Hij die in zo’n heerlijkheid komt, dezelfde is met wie zij in gemeenschap staat van vlees en bloed. Dan zal opeens de tegenstand van de wereld vernietigd zijn en zij zelf zich aan het zalig doel van haar weg bevinden.
Tegenover het ijdele aardse koningschap dat het vleselijk Israël Hem wilde opdringen stelt Jezus de ware onbeperkte macht. Hij openbaart Zich aan de Zijnen als degene die macht heeft over alle krachten van de natuur, die Zichzelf en hen met Hem kan verheffen boven de zwaartekracht van dit aardse lichaam. 1) Wanneer Hij hen in de wonderbare spijziging een voorspel heeft gegeven van de overgave van Zijn vlees tot voedsel voor de wereld, wanneer Hij hen in deze vreselijk donkere duisternis, in storm en eenzaamheid een voorsmaak heeft laten voelen van de nog smartelijkere, maar eigenlijke scheiding na Zijn dood, zo geeft Hij vooraf in dit onverwacht, triomferend terugkeren midden door de woedende golven heen een voorafbeelding van Zijn troostvol verschijnen bij Zijn opstanding, ja van Zijn heerlijke hemelvaart, aan welke Hij Zijn gelovigen een aandeel laat nemen, terwijl Hij hen met Zich verheft tot de hemelse woningen.
Als men bedenkt, dat iedere vrijwillige beweging die ons lichaam maakt geen opheffing is, maar toch een overwinning van de wet van de zwaartekracht door het tussenbeide treden van een hogere kracht, namelijk de kracht van de wil, zo wordt door deze analogie begrijpelijk dat de materie als een werk van de wil altijd werkelijk ten dienste moet staan aan deze werkelijk bovennatuurlijke kracht. Niets verhindert aan te nemen dat de adem van boven op een gegeven, een menselijk lichaam, ja zelfs geheel materiele voorwerpen (2 Kon. 6: 6) van deze heerschappij van de zwaartekracht kan ontheffen.
Wat ons verwondert en ten hoogste mag verwonderen is dat door de discipelen en vrienden van de Heere van de tegenwoordige tijd, dat door ons, in zoverre wij echt discipelen en vrienden van de Heere zijn, in de nood van het schip van de kerk, in eigen noden op de zee van het leven zo weinig gerekend wordt op een liefde en een macht die in de hoogste nood zulke uitkomsten geven kan. Ach! ook wij hebben beiden het wonder van de broden en het wonder van de windstilling vernomen en is het niet vaak alsof wij beiden vergeten zijn, alsof wij noch op het een noch op het ander hebben gelet? of onze harten verhard zijn en deze troostrijke geschiedenissen tevergeefs voor ons zijn neergeschreven? te vergeefs door ons ondervonden? Nee, Hij zal ons niet voorbijgaan. Zijn hand is naar ons uitgestrekt, Zijn voet staat al aan ons slingerend boord, en als wij Hem niet afwijzen slingert het niet meer. . . . de zee is stil; het morgenlicht breekt aan, de haven blauwt in het verschiet. Straks wordt het anker geworpen. . . . Men zal komen in het land waar men naar toe vaart.
En toen zij overgevaren waren kwamen zij bij Bethsaida in het land Gennesareth (zie) en meerden daar aan.
En toen zij uit het schip gegaan waren en zich naar Kapèrnaüm begaven werden zij meteen herkend door de mensen daar, die Hem de vorige dag over de zee hadden zien varen (vs. 33).
En het hele omliggende land doorlopend, verbreidden zij het bericht van Zijn komst. Drie weken lang hadden zij Zijn aanwezigheid moeten missen en de vorigen dag hadden zij Hem niet kunnen houden (vs. 31). Op diezelfde dag leerde Jezus in de synagoge te Kapernaum (Joh. 6: 59), op de volgende dagen begonnen zij degenen die kwalijk gesteld waren op beddekens te dragen naar de plaats waarvan zij hoorden dat Hij er was, want in die vier dagen van 19-22 April deed Hij een reis door het landschap.
En waar Hij kwam in steden of dorpen, daar leiden zij de zieken op de markten en baden Hem, dat zij maar de zoom van Zijn kleed mochten aanraken; de zieken waren echter zo veel in getal dat de Heere zich niet met ieder in het bijzonder kon ophouden. En zoveel als Hem aanraakten werden gezond. De beide geschiedenissen van 23 en 24 April, die ook nog in en tijd van het paasfeest van het jaar 29 vallen zijn al in Hoofdstuk 2: 23-3 : 12 verteld.
De Evangelist wil te kennen geven dat men lang op Jezus heeft gewacht, als op een die men zelden als een lang vertoevende gast in zijn midden had. Daaruit alleen is die angstige haast te verklaren met welke men door het gehele landschap heenging en de zieken op hun bedden rondom de plaats bracht, waar Hij op dat ogenblik vertoefde. Ten gevolge van de uitzending van de twaalf, was de mening dat men in Jezus een onfeilbare Helper van lichamelijk kwaad had tot een heersende geworden en wat in Hoofdstuk 5: 27 nog als een enkel bewijs van opmerkelijke moed van het geloof moest worden bericht uit een tijd van ongeveer 7 maanden vroeger, behoorde nu al tot de gewone gebeurtenissen. Des te duidelijker kwam nu ook tot het volk de nadrukkelijke eis om zich een bepaald oordeel over deze man te vormen, op wie men zo’n vertrouwen kon stellen, evenals de discipelen in de beide geschiedenissen (vs. 35 vv. en 45 vv. ) aanleiding hadden om tot de juiste kennis van Jezus persoon door te dringen. Bij deze is zo’n kennis gekomen, maar bij het volk zijn de oordelen, die in vs. 14 vv. als bestaande worden meegedeeld, bestendigd (Hoofdstuk 8: 27 vv. ). In het volgende zien wij nu Jezus op zijn reis, die veel van een vlucht had, gedurende de volgende maanden tot aan Zijn vertrek uit Galilea.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel