Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Markus 3

1 En Hij ging wederom in de synagoge; en aldaar was een mens, hebbende een verdorde hand.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En Hij ging wederomG3825 inG1519 de synagogeG4864; enG2532 aldaar wasG1510 een mensG444, hebbendeG2192 een verdordeG3583 handG5495. En Hij ging wederom in de synagoge; en aldaar was een mens, hebbende een verdorde hand.

KJV And1 he entered2 again3 into4 the synagogue;6 and7 there was a man10 there9 which had12 a withered11 hand.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εισηλθεν G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 3 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 συναγωγην G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 10 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 11 εξηραμμενην G3583 verdord, verdorde, dor dry up, pine away, be ripe, wither (away) 12 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 13 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 χειρα G5495 handen, hand hand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En zij namen Hem waar, of Hij op den sabbat hem genezen zou, opdat zij Hem beschuldigen mochten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 EnG2532 zij namenG3906 HemG846 waar, ofG1487 Hij op den sabbatG4521 hem genezenG2323 zou, opdatG2443 zij Hem beschuldigenG2723 mochten. En zij namen Hem waar, of Hij op den sabbat hem genezen zou, opdat zij Hem beschuldigen mochten.

KJV And1 they watched2 him,3 whether4 he would heal7 him8 on the sabbath day;6 that9 they might accuse10 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παρετηρουν G3906 namen, bewaarden, onderhoudt observe, watch 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 5 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 σαββασιν G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week 7 θεραπευσει G2323 genezen, genas, genezende cure, heal, worship 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 10 κατηγορησωσιν G2723 beschuldigen, beschuldigd, beschuldigden accuse, object 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En Hij zeide tot den mens, die de verdorde hand had: Sta op in het midden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 EnG2532 Hij zeideG3004 tot den mensG444, die de verdordeG3583 handG5495 hadG2192: StaG1453 op in het middenG3319. En Hij zeide tot den mens, die de verdorde hand had: Sta op in het midden.

KJV And1 he saith2 unto the man4 which had7 the withered6 hand,9 Stand10 forth.11

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ανθρωπω G444 mensen, mens, Mens certain, man 5 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 εξηραμμενην G3583 verdord, verdorde, dor dry up, pine away, be ripe, wither (away) 7 εχοντι G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 8 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 χειρα G5495 handen, hand hand 10 εγειραι G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 11 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 12 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 μεσον G3319 midden, middernacht among, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En Hij zeide tot hen: Is het geoorloofd op sabbatdagen goed te doen, of kwaad te doen, een mens te behouden, of te doden? En zij zwegen stil.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En Hij zeideG3004 tot henG846: Is het geoorloofdG1832 op sabbatdagenG4521 goedG15 te doen, ofG2228 kwaadG2554 te doen, een mensG5590 te behoudenG4982, ofG2228 te dodenG615? En zij zwegen stilG4623. En Hij zeide tot hen: Is het geoorloofd op sabbatdagen goed te doen, of kwaad te doen, een mens te behouden, of te doden? En zij zwegen stil.

KJV And1 he saith2 unto them,3 Is it lawful4 to do good7 on the sabbath days,6 or8 to do evil?9 to save11 life,10 or12 to kill?13 But15 they held their peace.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εξεστιν G1832 geoorloofd be lawful, let, X may(-est) 5 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 σαββασιν G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week 7 αγαθοποιησαι G15 goed, weldoende, weldoet (when) do good (well) 8 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 9 κακοποιησαι G2554 kwaad do(ing) evil 10 ψυχην G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 11 σωσαι G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole 12 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 13 αποκτειναι G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 14 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 16 εσιωπων G4623 zwijgen, zweeg stil, Zwijg dumb, (hold) peace
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En als Hij hen met toorn rondom aangezien had, meteen bedroefd zijnde over de verharding van hun hart, zeide Hij tot den mens: Strek uw hand uit. En hij strekte ze uit; en zijn hand werd hersteld, gezond gelijk de andere.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 EnG2532 als Hij hen metG3326 toornG3709 rondom aangezienG4017 had, meteen bedroefdG4818 zijnde overG1909 de verhardingG4457 van hun hartG2588, zeideG3004 Hij tot den mensG444: StrekG1614 uw handG5495 uit. EnG2532 hij strekteG1614 ze uit; enG2532 zijn handG5495 werd hersteldG600, gezondG5199 gelijkG5613 de andere. En als Hij hen met toorn rondom aangezien had, meteen bedroefd zijnde over de verharding van hun hart, zeide Hij tot den mens: Strek uw hand uit. En hij strekte ze uit; en zijn hand werd hersteld, gezond gelijk de andere.

KJV And1 when he had looked round about2 on them3 with4 anger,5 being grieved6 for7 the hardness9 of their12 hearts,11 he saith13 unto the man,15 Stretch forth16 thine hand.18 And20 he stretched it out:21 and22 his26 hand25 was restored23 whole27 as28 the other.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 περιβλεψαμενος G4017 rondom aangezien, rondom ziende, overzien look (round) about (on) 3 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 5 οργης G3709 toorn, toorns, gramschap anger, indignation, vengeance, wrath 6 συλλυπουμενος G4818 meteen bedroefd be grieved 7 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 8 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πωρωσει G4457 verharding blindness, hardness 10 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 καρδιας G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 12 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ανθρωπω G444 mensen, mens, Mens certain, man 16 εκτεινον G1614 strekte, Strek, uitstrekkende cast, put forth, stretch forth (out) 17 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 χειρα G5495 handen, hand hand 19 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 εξετεινεν G1614 strekte, Strek, uitstrekkende cast, put forth, stretch forth (out) 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 αποκατεσταθη G600 hersteld, oprichten, wedergegeven restore (again) 24 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 χειρ G5495 handen, hand hand 26 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 27 υγιης G5199 gezond, genezen sound, whole 28 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 29 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 αλλη G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En de Farizeen, uitgegaan zijnde, hebben terstond met de Herodianen te zamen raad gehouden tegen Hem, hoe zij Hem zouden doden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 EnG2532 de FarizeenG5330, uitgegaanG1831 zijnde, hebben terstondG2112 metG3326 de HerodianenG2265 te zamen raadG4824 gehouden tegenG2596 HemG846, hoeG3704 zij HemG846 zouden dodenG622. En de Farizeen, uitgegaan zijnde, hebben terstond met de Herodianen te zamen raad gehouden tegen Hem, hoe zij Hem zouden doden.

KJV And1 the Pharisees4 went forth,2 and straightway5 took10 counsel9 with6 the Herodians8 against11 him,12 how13 they might destroy15 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εξελθοντες G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 φαρισαιοι G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 5 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 6 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 7 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ηρωδιανων G2265 Herodianen, Herodeanen Herodians 9 συμβουλιον G4824 tezamen raad, raad consultation, counsel, council 10 εποιουν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 11 κατ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 οπως G3704 opdat, zodat because, how, (so) that, to, when 14 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 απολεσωσιν G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En Jezus vertrok met Zijn discipelen naar de zee; en Hem volgde een grote menigte van Galilea, en van Judea.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 EnG2532 JezusG2424 vertrokG402 metG3326 Zijn discipelenG3101 naarG4314 de zeeG2281; enG2532 HemG846 volgdeG190 een grote menigteG4128 vanG575 GalileaG1056, enG2532 vanG575 JudeaG2449. En Jezus vertrok met Zijn discipelen naar de zee; en Hem volgde een grote menigte van Galilea, en van Judea.

KJV But1 Jesus3 withdrew himself4 with5 his8 disciples7 to9 the sea:11 and12 a great13 multitude14 from15 Galilee17 followed18 him,19 and20 from21 Judaea,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 ανεχωρησεν G402 vertrok, vertrokken, gegaan depart, give place, go (turn) aside, withdraw self 5 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 10 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 θαλασσαν G2281 zee sea 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 πολυ G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 14 πληθος G4128 menigte, hoop, menigten bundle, company, multitude 15 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 16 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 γαλιλαιας G1056 Galilea, Galilese Galilee 18 ηκολουθησαν G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 19 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 22 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 ιουδαιας G2449 Judea Judæa
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En van Jeruzalem, en van Idumea, en van over de Jordaan; en die van omtrent Tyrus en Sidon, een grote menigte, gehoord hebbende, hoe grote dingen Hij deed, kwamen tot Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En van JeruzalemG2414, enG2532 van IdumeaG2401, enG2532 van over de JordaanG2446; enG2532 die van omtrentG4012 TyrusG5184 enG2532 SidonG4605, een grote menigteG4128, gehoordG191 hebbende, hoeG3745 grote dingen Hij deedG4160, kwamenG2064 totG4314 HemG846. En van Jeruzalem, en van Idumea, en van over de Jordaan; en die van omtrent Tyrus en Sidon, een grote menigte, gehoord hebbende, hoe grote dingen Hij deed, kwamen tot Hem.

KJV And1 from2 Jerusalem,3 and4 from5 Idumaea,7 and8 from beyond9 Jordan;11 and12 they about14 Tyre15 and16 Sidon,17 a great19 multitude,18 when they had heard20 what great things21 he did,22 came23 unto24 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 3 ιεροσολυμων G2414 Jeruzalem Jerusalem 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ιδουμαιας G2401 Idumea Idumæa 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 περαν G4008 overzijde beyond, farther (other) side, over 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ιορδανου G2446 Jordaan Jordan 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 15 τυρον G5184 Tyrus Tyre 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 σιδωνα G4605 Sidon, Sidonis Sidon 18 πληθος G4128 menigte, hoop, menigten bundle, company, multitude 19 πολυ G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 20 ακουσαντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 21 οσα G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 22 εποιει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 23 ηλθον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 24 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 25 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En Hij zeide tot Zijn discipelen, dat een scheepje steeds omtrent Hem blijven zou, om der schare wil, opdat zij Hem niet zouden verdringen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 EnG2532 Hij zeideG2036 tot Zijn discipelenG3101, dat een scheepjeG4142 steeds omtrent HemG846 blijven zou, omG1223 der schareG3793 wilG2443, opdat zij Hem nietG3361 zouden verdringenG2346. En Hij zeide tot Zijn discipelen, dat een scheepje steeds omtrent Hem blijven zou, om der schare wil, opdat zij Hem niet zouden verdringen.

KJV And1 he spake to his5 disciples,4 that6 a small ship7 should wait on8 him9 because10 of the multitude,12 lest they should throng15 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 7 πλοιαριον G4142 scheepje, scheepjes boat, little (small) ship 8 προσκαρτερη G4342 volhardende, gedurig, Volhardt attend (give self) continually (upon), continue (in, instant in, with), wait on (continually) 9 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 οχλον G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 13 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 14 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 15 θλιβωσιν G2346 verdrukt, nauw, verdringen afflict, narrow, throng, suffer tribulation, trouble 16 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Want Hij had er velen genezen, alzo dat Hem al degenen, die enige kwalen hadden, overvielen, opdat zij Hem mochten aanraken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 WantG1063 Hij had er velenG4183 genezenG2323, alzo dat Hem al degenen, die enige kwalenG3148 haddenG2192, overvielenG1968, opdatG2443 zij Hem mochten aanrakenG680. Want Hij had er velen genezen, alzo dat Hem al degenen, die enige kwalen hadden, overvielen, opdat zij Hem mochten aanraken.

KJV For2 he had healed3 many;1 insomuch that4 they pressed upon5 him6 for to7 touch9 him,8 as many as10 had11 plagues.

1 πολλους G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εθεραπευσεν G2323 genezen, genas, genezende cure, heal, worship 4 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 5 επιπιπτειν G1968 viel, gevallen, vallende fall into (on, upon) lie on, press upon 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 αψωνται G680 raakte, aangeraakt, aanraken touch 10 οσοι G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 11 ειχον G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 12 μαστιγας G3148 geselen, kwaal, kwalen plague, scourging
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En de onreine geesten, als zij Hem zagen, vielen voor Hem neder en riepen, zeggende: Gij zijt de Zone Gods.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En de onreineG169 geestenG4151, als zij HemG846 zagenG2334, vielenG4363 voor HemG846 nederG4363 enG2532 riepenG2896, zeggendeG3004: GijG4771 zijtG1510 de ZoneG5207 GodsG2316. En de onreine geesten, als zij Hem zagen, vielen voor Hem neder en riepen, zeggende: Gij zijt de Zone Gods.

KJV And1 unclean5 spirits,3 when6 they saw8 him,7 fell down before9 him,10 and11 cried,12 saying,13 Thou15 art the Son18 of God.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 πνευματα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 4 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ακαθαρτα G169 onreine, onreinen, onrein foul, unclean 6 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 εθεωρει G2334 zien, zag, zagen behold, consider, look on, perceive, see 9 προσεπιπτεν G4363 neder, viel, viel neder beat upon, fall (down) at (before) 10 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 εκραζεν G2896 riepen, roepende, riep cry (out) 13 λεγοντα G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 15 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 16 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En Hij gebood hun scherpelijk dat zij Hem niet zouden openbaar maken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 EnG2532 Hij geboodG2008 hunG846 scherpelijkG4183 datG2443 zij Hem nietG3361 zouden openbaarG5318 makenG4160. En Hij gebood hun scherpelijk dat zij Hem niet zouden openbaar maken.

KJV And1 he straitly2 charged3 them4 that they should9 not make him7 known.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 3 επετιμα G2008 bestrafte, bestraften, gebood (straitly) charge, rebuke 4 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 6 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 φανερον G5318 openbaar abroad, + appear, known, manifest, open (+ -ly), outward (+ -ly) 9 ποιησωσιν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En Hij klom op den berg, en riep tot Zich, die Hij wilde; en zij kwamen tot Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En Hij klomG305 opG1519 den bergG3735, enG2532 riepG4341 totG4314 Zich, dieG3739 HijG846 wildeG2309; en zij kwamen tot Hem. En Hij klom op den berg, en riep tot Zich, die Hij wilde; en zij kwamen tot Hem.

KJV And1 he goeth up2 into3 a mountain,5 and6 calleth7 unto him whom8 he10 would:9 and11 they came12 unto13 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αναβαινει G305 klom, opgevaren, gingen arise, ascend (up), climb (go, grow, rise, spring) up, come (up) 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ορος G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 προσκαλειται G4341 geroepen, riep, kinderkens call (for, to, unto) 8 ους G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 9 ηθελεν G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 10 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 απηλθον G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 13 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 14 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En Hij stelde er twaalf, opdat zij met Hem zouden zijn, en opdat Hij dezelve zou uitzenden om te prediken;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 EnG2532 Hij steldeG4160 er twaalfG1427, opdatG2443 zij metG3326 Hem zouden zijnG1510, enG2532 opdatG2443 Hij dezelve zou uitzendenG649 om te predikenG2784; En Hij stelde er twaalf, opdat zij met Hem zouden zijn, en opdat Hij dezelve zou uitzenden om te prediken;

KJV And1 he ordained2 twelve,3 that4 they should be with6 him,7 and8 that9 he might send10 them11 forth to preach,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 3 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 4 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 5 ωσιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 10 αποστελλη G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 11 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 κηρυσσειν G2784 gepredikt, prediken, predikende preacher(-er), proclaim, publish
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En om macht te hebben, de ziekten te genezen, en de duivelen uit te werpen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 EnG2532 om machtG1849 te hebbenG2192, de ziektenG3554 te genezenG2323, enG2532 de duivelenG1140 uit te werpenG1544. En om macht te hebben, de ziekten te genezen, en de duivelen uit te werpen.

KJV And1 to have2 power3 to heal4 sicknesses,6 and7 to cast out8 devils:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εχειν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 3 εξουσιαν G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 4 θεραπευειν G2323 genezen, genas, genezende cure, heal, worship 5 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 νοσους G3554 ziekten, ziekte disease, infirmity, sickness 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 εκβαλλειν G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 9 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 δαιμονια G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En Simon gaf Hij den toe naam Petrus;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 EnG2532 SimonG4613 gaf Hij den toe naamG3686 PetrusG4074; En Simon gaf Hij den toe naam Petrus;

KJV And1 Simon4 he surnamed2 Peter;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 επεθηκεν G2007 legde, leggen, leide add unto, lade, lay upon, put (up) on, set on (up), + surname, X wound 3 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 σιμωνι G4613 Simon, Simons Simon 5 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 6 πετρον G4074 Petrus Peter, rock
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En Jakobus, den zoon van Zebedeus, en Johannes, den broeder van Jakobus; en gaf hun toe namen, Boanerges, hetwelk is, zonen des donders;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 EnG2532 JakobusG2385, den zoon van ZebedeusG2199, enG2532 JohannesG2491, den broederG80 van JakobusG2385; enG2532 gaf hunG846 toe namenG3686, BoanergesG993, hetwelkG3739 isG1510, zonenG5207 des dondersG1027; En Jakobus, den zoon van Zebedeus, en Johannes, den broeder van Jakobus; en gaf hun toe namen, Boanerges, hetwelk is, zonen des donders;

KJV And1 James2 the son3 of Zebedee,5 and6 John7 the brother9 of James;11 and12 he surnamed13 them14 Boanerges,16 which is, The sons19 of thunder:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιακωβον G2385 Jakobus, Jakobi James 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ζεβεδαιου G2199 Zebedeus Zebedee 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ιωαννην G2491 Johannes John 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 αδελφον G80 broeders, broeder, broederen brother 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ιακωβου G2385 Jakobus, Jakobi James 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 επεθηκεν G2007 legde, leggen, leide add unto, lade, lay upon, put (up) on, set on (up), + surname, X wound 14 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 ονοματα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 16 βοανεργες G993 Boanerges Boanerges 17 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 18 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 υιοι G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 20 βροντης G1027 donderslagen, donderslag, donders thunder(-ing)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En Andreas, en Filippus, en Bartholomeus, en Mattheus, en Thomas, en Jakobus, den zoon van Alfeus, en Thaddeus, en Simon Kananites,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En AndreasG406, enG2532 FilippusG5376, enG2532 BartholomeusG918, enG2532 MattheusG3156, enG2532 ThomasG2381, enG2532 JakobusG2385, den zoon van AlfeusG256, enG2532 ThaddeusG2280, enG2532 SimonG4613 KananitesG2581, En Andreas, en Filippus, en Bartholomeus, en Mattheus, en Thomas, en Jakobus, den zoon van Alfeus, en Thaddeus, en Simon Kananites,

KJV And1 Andrew,2 and3 Philip,4 and5 Bartholomew,6 and7 Matthew,8 and9 Thomas,10 and11 James12 the son13 of Alphaeus,15 and16 Thaddaeus,17 and18 Simon19 the Canaanite,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ανδρεαν G406 Andreas Andrew 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 φιλιππον G5376 Filippus, Filippi Philip 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 βαρθολομαιον G918 Bartholomeus Bartholomeus 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ματθαιον G3156 Mattheus Matthew 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 θωμαν G2381 Thomas Thomas 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ιακωβον G2385 Jakobus, Jakobi James 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αλφαιου G256 Alfeus Alpheus 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 θαδδαιον G2280 Thaddeus Thaddæus 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 σιμωνα G4613 Simon, Simons Simon 20 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 κανανιτην G2581 Kananites Canaanite (by mistake for a derivative from G5477 (Χαναάν))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 EnG2532 JudasG2455 IskariotG2469, dieG3739 HemG846 ookG2532 verradenG3860 heeft. En Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft.

KJV And1 Judas2 Iscariot,3 which4 also5 betrayed6 him:7 and8 they went9 into10 an house.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιουδαν G2455 Judas, Juda Juda(-h, -s); Jude 3 ισκαριωτην G2469 Iskariot Iscariot 4 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 παρεδωκεν G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ερχονται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 οικον G3624 huis, huize, huizen home, house(-hold), temple
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En zij kwamen in huis; en daar vergaderde wederom en schare, alzo dat zij ook zelfs niet konden brood eten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En zij kwamen in huisG3624; en daar vergaderdeG4905 wederomG3825 en schareG3793, alzo dat zijG846 ook zelfsG3383 nietG3361 kondenG1410 broodG740 etenG5315. En zij kwamen in huis; en daar vergaderde wederom en schare, alzo dat zij ook zelfs niet konden brood eten.

KJV And1 the multitude4 cometh together2 again,3 so that5 they8 could7 not6 so much as9 eat11 bread.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 συνερχεται G4905 samengekomen, samenkomt, samen accompany, assemble (with), come (together), come (company, go) with, resort 3 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 4 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 5 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 6 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 7 δυνασθαι G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 8 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 μητε G3383 noch, en niet neither, (n-)or, so as much 10 αρτον G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 11 φαγειν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En als degenen, die Hem bestonden, dit hoorden, gingen zij uit, om Hem vast te houden; want zij zeiden: Hij is buiten Zijn zinnen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 EnG2532 als degenen, die Hem bestondenG3844, dit hoordenG191, gingenG1831 zij uit, om Hem vast te houdenG2902; want zij zeidenG3004: Hij is buiten Zijn zinnen. En als degenen, die Hem bestonden, dit hoorden, gingen zij uit, om Hem vast te houden; want zij zeiden: Hij is buiten Zijn zinnen.

Ook in dit vers buiten zinnenG1839

KJV And1 when his5 friends4 heard2 of it, they went out6 to lay hold7 on him:8 for10 they said,9 He is beside himself.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ακουσαντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 παρ G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 εξηλθον G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 7 κρατησαι G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 8 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 11 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 12 εξεστη G1839 ontzetten, oud ontzetten, buiten zinnen amaze, be (make) astonished, be beside self (selves), bewitch, wonder
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En de Schriftgeleerden, die van Jeruzalem afgekomen waren, zeiden: Hij heeft Beelzebul, en door den overste der duivelen werpt Hij de duivelen uit.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 EnG2532 de SchriftgeleerdenG1122, die vanG575 JeruzalemG2414 afgekomenG2597 waren, zeidenG3004: Hij heeftG2192 BeelzebulG954, enG2532 doorG1722 den oversteG758 der duivelenG1140 werptG1544 Hij de duivelenG1140 uit. En de Schriftgeleerden, die van Jeruzalem afgekomen waren, zeiden: Hij heeft Beelzebul, en door den overste der duivelen werpt Hij de duivelen uit.

KJV And1 the scribes3 which2 came down7 from5 Jerusalem6 said,8 He hath11 Beelzebub,10 and12 by14 the prince16 of the devils18 casteth he out19 devils.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 6 ιεροσολυμων G2414 Jeruzalem Jerusalem 7 καταβαντες G2597 afgekomen, nederdalen, nedergedaald come (get, go, step) down, fall (down) 8 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 10 βεελζεβουλ G954 Beelzebul Beelzebub 11 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 αρχοντι G758 oversten, overste, Overste chief (ruler), magistrate, prince, ruler 17 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 δαιμονιων G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god 19 εκβαλλει G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 20 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 δαιμονια G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En hen tot Zich geroepen hebbende, zeide Hij tot hen in gelijkenissen: Hoe kan de satan den satan uitwerpen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 EnG2532 hen tot Zich geroepenG4341 hebbende, zeideG3004 Hij tot hen inG1722 gelijkenissenG3850: HoeG4459 kanG1410 de satanG4567 den satanG4567 uitwerpenG1544? En hen tot Zich geroepen hebbende, zeide Hij tot hen in gelijkenissen: Hoe kan de satan den satan uitwerpen?

KJV And1 he called2 them3 unto him, and said6 unto them7 in4 parables,5 How8 can9 Satan10 cast out12 Satan?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσκαλεσαμενος G4341 geroepen, riep, kinderkens call (for, to, unto) 3 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 παραβολαις G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 6 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 9 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 10 σατανας G4567 satan, satanas, satans Satan 11 σαταναν G4567 satan, satanas, satans Satan 12 εκβαλλειν G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En indien een koninkrijk tegen zichzelf verdeeld is, zo kan dat koninkrijk niet bestaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 EnG2532 indien een koninkrijkG932 tegenG1909 zichzelfG1438 verdeeldG3307 is, zo kanG1410 dat koninkrijkG932 nietG3756 bestaanG2476. En indien een koninkrijk tegen zichzelf verdeeld is, zo kan dat koninkrijk niet bestaan.

KJV And1 if2 a kingdom3 be divided6 against4 itself,5 that12 kingdom11 cannot7 stand.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 3 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 4 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 5 εαυτην G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 6 μερισθη G3307 verdeeld, deelde, gedeeld deal, be difference between, distribute, divide, give participle 7 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 9 σταθηναι G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 10 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 12 εκεινη G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En indien een huis tegen zichzelf verdeeld is, zo kan dat huis niet bestaan.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 EnG2532 indienG1437 een huisG3614 tegenG1909 zichzelfG1438 verdeeldG3307 is, zo kanG1410 dat huisG3614 nietG3756 bestaanG2476. En indien een huis tegen zichzelf verdeeld is, zo kan dat huis niet bestaan.

KJV And1 if2 a house3 be divided6 against4 itself,5 that12 house11 cannot7 stand.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 3 οικια G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 4 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 5 εαυτην G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 6 μερισθη G3307 verdeeld, deelde, gedeeld deal, be difference between, distribute, divide, give participle 7 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 9 σταθηναι G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 10 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 οικια G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 12 εκεινη G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En indien de satan tegen zichzelven opstaat, en verdeeld is, zo kan hij niet bestaan, maar heeft een einde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En indienG1487 de satanG4567 tegenG1909 zichzelvenG1438 opstaatG450, enG2532 verdeeldG3307 is, zo kanG1410 hij nietG3756 bestaanG2476, maarG235 heeftG2192 een eindeG5056. En indien de satan tegen zichzelven opstaat, en verdeeld is, zo kan hij niet bestaan, maar heeft een einde.

KJV And1 if2 Satan4 rise up5 against6 himself,7 and8 be divided,9 he cannot10 stand,12 but13 hath15 an end.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 σατανας G4567 satan, satanas, satans Satan 5 ανεστη G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 6 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 7 εαυτον G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 μεμερισται G3307 verdeeld, deelde, gedeeld deal, be difference between, distribute, divide, give participle 10 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 12 σταθηναι G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 13 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 14 τελος G5056 einde, Einde, tol + continual, custom, end(-ing), finally, uttermost 15 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Er kan niemand in het huis eens sterken ingaan en zijn vaten ontroven, indien hij niet eerst den sterke bindt; en alsdan zal hij zijn huis beroven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Er kanG1410 niemandG3762 inG1519 het huisG3614 eens sterkenG2478 ingaanG1525 en zijn vatenG4632 ontrovenG1283, indienG1437 hij niet eerstG4412 den sterkeG2478 bindtG1210; enG2532 alsdanG5119 zal hijG846 zijn huisG3614 berovenG1283. Er kan niemand in het huis eens sterken ingaan en zijn vaten ontroven, indien hij niet eerst den sterke bindt; en alsdan zal hij zijn huis beroven.

KJV No man3 can1 enter8 into9 a strong man's7 house,11 and spoil13 his12 goods,5 except he will19 first16 bind the strong man;18 and20 then21 he will spoil25 his24 house.

1 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 δυναται G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 3 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 4 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 σκευη G4632 vat, vaten, huisraad goods, sail, stuff, vessel 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ισχυρου G2478 sterke, sterken, sterker boisterous, mighty(-ier), powerful, strong(-er, man), valiant 8 εισελθων G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 οικιαν G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 διαρπασαι G1283 beroven, ontroven spoil 14 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 15 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 16 πρωτον G4412 eerst, eerste, Eerstelijk before, at the beginning, chiefly (at, at the) first (of all) 17 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ισχυρον G2478 sterke, sterken, sterker boisterous, mighty(-ier), powerful, strong(-er, man), valiant 19 δηση G1210 gebonden, binden, verbonden bind, be in bonds, knit, tie, wind 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 τοτε G5119 toen, daarna that time, then 22 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 οικιαν G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 24 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 25 διαρπασει G1283 beroven, ontroven spoil
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Voorwaar, Ik zeg u, dat al de zonden den kinderen der mensen zullen vergeven worden, en allerlei lasteringen, waarmede zij zullen gelasterd hebben;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 VoorwaarG281, Ik zegG3004 uG4771, datG3754 al de zondenG265 den kinderenG5207 der mensenG444 zullen vergevenG863 worden, enG2532 allerlei lasteringenG988, waarmede zij zullen gelasterdG987 hebben; Voorwaar, Ik zeg u, dat al de zonden den kinderen der mensen zullen vergeven worden, en allerlei lasteringen, waarmede zij zullen gelasterd hebben;

KJV Verily1 I say2 unto you,4 All5 sins8 shall be forgiven6 unto the sons10 of men,12 and13 blasphemies14 wherewith15 soever16 they shall blaspheme:

1 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 2 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 6 αφεθησεται G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 7 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 αμαρτηματα G265 zonden, zonde sin 9 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 υιοις G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 11 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 βλασφημιαι G988 lastering, lasteringen blasphemy, evil speaking, railing 15 οσας G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 16 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 17 βλασφημησωσιν G987 gelasterd, lasteren, lasterden (speak) blaspheme(-er, -mously, -my), defame, rail on, revile, speak evil
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Maar zo wie zal gelasterd hebben tegen den Heiligen Geest, die heeft geen vergeving in der eeuwigheid, maar hij is schuldig des eeuwigen oordeels.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Maar zo wieG3739 zal gelasterdG987 hebben tegen den HeiligenG40 GeestG4151, die heeftG2192 geenG3756 vergevingG859 inG1519 der eeuwigheidG165, maar hij isG1510 schuldigG1777 des eeuwigenG166 oordeelsG2920. Maar zo wie zal gelasterd hebben tegen den Heiligen Geest, die heeft geen vergeving in der eeuwigheid, maar hij is schuldig des eeuwigen oordeels.

KJV But2 he1 that3 shall blaspheme4 against5 the Holy9 Ghost7 hath11 never10 forgiveness,12 but16 is in danger17 of eternal19 damnation:

1 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 δ G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 4 βλασφημηση G987 gelasterd, lasteren, lasterden (speak) blaspheme(-er, -mously, -my), defame, rail on, revile, speak evil 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 αγιον G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 10 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 12 αφεσιν G859 vergeving, loslating, vrijheid deliverance, forgiveness, liberty, remission 13 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 14 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αιωνα G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end) 16 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 17 ενοχος G1777 schuldig, strafbaar, onderworpen in danger of, guilty of, subject to 18 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 αιωνιου G166 eeuwige, eeuwigen, eeuwig eternal, for ever, everlasting, world (began) 20 κρισεως G2920 oordeel, oordeels, gericht accusation, condemnation, damnation, judgment
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Want zij zeiden: Hij heeft een onreinen geest.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 WantG3754 zij zeidenG3004: Hij heeftG2192 een onreinenG169 geestG4151. Want zij zeiden: Hij heeft een onreinen geest.

KJV Because1 they said,2 He hath5 an unclean4 spirit.

1 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 2 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 4 ακαθαρτον G169 onreine, onreinen, onrein foul, unclean 5 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Zo kwamen dan Zijn broeders en Zijn moeder; en buiten staande, zonden zij tot Hem, en riepen Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 Zo kwamenG2064 dan Zijn broedersG80 enG2532 Zijn moederG3384; enG2532 buitenG1854 staandeG2476, zondenG649 zij totG4314 HemG846, en riepenG5455 HemG846. Zo kwamen dan Zijn broeders en Zijn moeder; en buiten staande, zonden zij tot Hem, en riepen Hem.

KJV There came1 then2 his8 brethren4 and5 his mother,7 and,9 standing11 without,10 sent12 unto13 him,14 calling15 him.

1 ερχονται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μητηρ G3384 moeder, moeders mother 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 11 εστωτες G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 12 απεστειλαν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 13 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 14 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 φωνουντες G5455 riep, gekraaid, geroepen call (for), crow, cry 16 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En de schare zat rondom Hem; en zij zeiden tot Hem: Zie, Uw moeder en Uw broeders daar buiten zoeken U.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En de schareG3793 zat rondomG4012 HemG846; en zij zeidenG2036 tot Hem: ZieG2400, Uw moederG3384 en Uw broedersG80 daar buitenG1854 zoekenG2212 UG4771. En de schare zat rondom Hem; en zij zeiden tot Hem: Zie, Uw moeder en Uw broeders daar buiten zoeken U.

KJV And1 the multitude3 sat2 about4 him,5 and7 they said unto him,8 Behold, thy mother11 and13 thy brethren15 without17 seek for18 thee.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εκαθητο G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 3 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 4 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 5 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 8 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 10 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 μητηρ G3384 moeder, moeders mother 12 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 16 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 17 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 18 ζητουσιν G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 19 σε G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En Hij antwoordde hun, zeggende: Wie is Mijn moeder, of Mijn broeders?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 EnG2532 Hij antwoorddeG611 hunG846, zeggendeG3004: WieG5101 isG1510 Mijn moederG3384, ofG2228 Mijn broedersG80? En Hij antwoordde hun, zeggende: Wie is Mijn moeder, of Mijn broeders?

KJV And1 he answered2 them,3 saying,4 Who5 is my mother,8 or10 my brethren?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 6 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 μητηρ G3384 moeder, moeders mother 9 μου G1473 mij, ik I, me 10 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 11 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 13 μου G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En rondom overzien hebbende, die om Hem zaten, zeide Hij: Ziet, Mijn moeder en Mijn broeders.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 EnG2532 rondomG2945 overzienG4017 hebbende, die om HemG846 zatenG2521, zeideG3004 Hij: ZietG3708, Mijn moederG3384 enG2532 Mijn broedersG80. En rondom overzien hebbende, die om Hem zaten, zeide Hij: Ziet, Mijn moeder en Mijn broeders.

KJV And1 he looked2 round about3 on them which4 sat7 about5 him,6 and said,8 Behold my mother11 and13 my brethren!

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 περιβλεψαμενος G4017 rondom aangezien, rondom ziende, overzien look (round) about (on) 3 κυκλω G2945 rondom, omliggende round about 4 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 καθημενους G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 8 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 ιδε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 10 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 μητηρ G3384 moeder, moeders mother 12 μου G1473 mij, ik I, me 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 16 μου G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Want zo wie den wil van God doet, die is Mijn broeder, en Mijn zuster, en moeder.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 WantG1063 zo wieG3739 den wilG2307 van GodG2316 doetG4160, die isG1510 Mijn broederG80, en Mijn zusterG79, enG2532 moederG3384. Want zo wie den wil van God doet, die is Mijn broeder, en Mijn zuster, en moeder.

KJV For2 whosoever1 shall do4 the will6 of God,8 the same9 is my brother,10 and12 my sister,13 and15 mother.

1 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 4 ποιηση G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 θελημα G2307 wil desire, pleasure, will 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 9 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 αδελφος G80 broeders, broeder, broederen brother 11 μου G1473 mij, ik I, me 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 αδελφη G79 zuster, zusters sister 14 μου G1473 mij, ik I, me 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 μητηρ G3384 moeder, moeders mother 17 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Markus 3:1 Lukas 6:6 Mattheüs 12:9 Markus 1:21
Markus 3:2 Lukas 14:1 Psalmen 37:32 Lukas 20:20 Lukas 6:7 Lukas 11:53 Mattheüs 12:10 Johannes 9:16 Jeremia 20:10
Markus 3:3 1 Korinthe 15:58 Filippenzen 1:14 Galaten 6:9 Jesaja 42:4 1 Petrus 4:1 Daniël 6:10 Filippenzen 1:28 Johannes 9:4
Markus 3:4 Lukas 6:9 Markus 9:34 Hosea 6:6 Markus 2:27 Lukas 14:1 Mattheüs 12:10 Lukas 13:13
Markus 3:5 Lukas 6:10 Efeze 4:18 Efeze 4:26 Romeinen 11:25 Mattheüs 12:13 Jesaja 6:9 Openbaring 6:16 Hebreeën 3:17
Markus 3:6 Mattheüs 22:16 Markus 12:13 Mattheüs 12:14 Markus 8:15 Johannes 11:53 Psalmen 109:3 Lukas 20:19 Lukas 22:2
Markus 3:7 Lukas 6:17 Mattheüs 4:25 Mattheüs 12:15 Lukas 23:5 Markus 1:39 Mattheüs 10:23 Jozua 21:32 Johannes 11:53
Markus 3:8 Ezechiël 35:15 Jesaja 34:5 Mattheüs 11:21 Ezechiël 36:5 Markus 7:24 Markus 7:31 Maleachi 1:2 Psalmen 87:4
Markus 3:9 Johannes 6:15 Markus 5:30
Markus 3:10 Markus 6:56 Mattheüs 14:36 Handelingen 19:11 Mattheüs 4:23 Handelingen 5:15 Lukas 7:2 Mattheüs 9:20 Mattheüs 12:15
Markus 3:11 Mattheüs 4:3 Markus 1:23 Lukas 8:28 Mattheüs 8:29 Lukas 4:41 Mattheüs 4:6 Handelingen 19:13 Jakobus 2:19
Markus 3:12 Mattheüs 12:16 Markus 1:25 Handelingen 16:18 Markus 1:34 Mattheüs 8:4
Markus 3:13 Lukas 9:1 Lukas 6:12 Mattheüs 10:1 Markus 6:7 Mattheüs 5:1
Markus 3:14 Johannes 15:16 Lukas 24:47 Lukas 10:1 Handelingen 1:24 Lukas 9:1 Handelingen 1:8 Galaten 1:1 Galaten 1:15
Markus 3:16 Johannes 1:42 Handelingen 1:13 2 Petrus 1:1 Mattheüs 16:16 1 Korinthe 9:5 1 Korinthe 3:22 1 Korinthe 1:12 Lukas 6:14
Markus 3:17 Openbaring 10:11 Markus 14:33 Handelingen 12:1 Johannes 21:20 Johannes 21:2 Jesaja 58:1 Hebreeën 4:12 Markus 5:37
Markus 3:18 Handelingen 1:13 Markus 2:14 Mattheüs 9:9 Mattheüs 13:55 Johannes 1:43 Johannes 11:16 Johannes 12:21 Judas 1:1
Markus 3:19 Mattheüs 26:47 Johannes 6:71 Johannes 13:26 Johannes 13:2 Mattheüs 26:14 Handelingen 1:16 Johannes 6:64 Mattheüs 27:3
Markus 3:20 Markus 6:31 Johannes 4:31 Lukas 6:17 Markus 3:7 Markus 3:9 Markus 7:17 Markus 9:28
Markus 3:21 Handelingen 26:24 Johannes 10:20 Markus 3:31 2 Korinthe 5:13 Johannes 7:3 2 Koningen 9:11 Hosea 9:7 Jeremia 29:26
Markus 3:22 Mattheüs 10:25 Mattheüs 15:1 Mattheüs 12:24 Mattheüs 9:34 Johannes 7:20 Lukas 11:15 Johannes 8:48 Johannes 8:52
Markus 3:23 Mattheüs 13:34 Mattheüs 4:10 Markus 4:2 Lukas 11:17 Psalmen 49:4 Mattheüs 12:25
Markus 3:24 1 Korinthe 1:10 2 Samuël 20:6 Richteren 12:1 Zacharia 11:14 Richteren 9:23 2 Samuël 20:1 Jesaja 9:20 Ezechiël 37:22
Markus 3:25 Genesis 37:4 Genesis 13:7 Galaten 5:15 Psalmen 133:1 Jakobus 3:16
Markus 3:27 Mattheüs 12:29 Efeze 6:10 Jesaja 49:24 Lukas 11:21 Jesaja 53:12 Hebreeën 2:14 Romeinen 16:20 Kolossenzen 2:15
Markus 3:28 Mattheüs 12:31 Lukas 12:10 1 Johannes 5:16 Hebreeën 6:4 Markus 3:28 Hebreeën 10:26
Markus 3:29 Lukas 12:10 Markus 12:40 2 Thessalonicenzen 1:9 Mattheüs 25:46 Mattheüs 12:31 Judas 1:13 Judas 1:7
Markus 3:30 Markus 3:22 Johannes 10:20
Markus 3:31 Lukas 8:19 Mattheüs 12:46
Markus 3:33 Markus 3:21 Markus 6:3 Lukas 2:49 2 Korinthe 5:16 Johannes 2:4 Deuteronomium 33:9 Johannes 7:3
Markus 3:34 Hooglied 4:9 Romeinen 8:29 Johannes 20:17 Mattheüs 28:10 Psalmen 22:22 Mattheüs 12:49 Hooglied 5:1 Mattheüs 25:40
Markus 3:35 Mattheüs 7:21 1 Johannes 2:17 Johannes 7:17 Jakobus 1:25 1 Johannes 3:22
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Markus 3 vers 1

synagoge; Want de Joden vergaderden op alle sabbaten in hunne synagogen om de wet te horen verklaren. Zie Openb. 15:21 .

Hertaald: synagoge; Want de Joden kwamen op alle sabbatten in hun synagogen bijeen om de wet te horen verklaren. Zie Hand. 15:21.

hand In Luc. 6:6 blijkt dat het zijne rechterhand was.

Hertaald: hand Uit Luk. 6:6 blijkt dat het zijn rechterhand was.

Markus 3 vers 2

zij namen Hem waar, Namelijk de schriftgeleerden en Farizeën; Luc. 6:7 .

Hertaald: zij namen Hem waar, Namelijk de schriftgeleerden en Farizeeën; Luk. 6:7.

sabbat hem genezen zou, Grieks, sabbaten.

Hertaald: sabbat hem genezen zou, Grieks: sabbatten.

Markus 3 vers 4

een mens te behouden, Grieks, ene ziel; hetwelk ook somtijds voor het leven, somtijds voor den gehelen mens genomen wordt.

Hertaald: een mens te behouden, Grieks: een ziel; dat woord wordt soms opgevat als het leven, soms als de hele mens.

Markus 3 vers 5

met toorn rondom aangezien had, Deze toorn is geweest een ijverige beweging des gemoeds tegen de zonde en verharding van dit volk, welke in zichzelven goed is, blijvende binnen de behoorlijke palen; Ef. 4:26 .

Hertaald: met toorn rondom aangezien had, Deze toorn was een ijverige beweging van het gemoed tegen de zonde en de verharding van dit volk. Zo'n toorn is op zichzelf goed, zolang hij binnen de behoorlijke grenzen blijft; Ef. 4:26.

verharding van hun hart, Het Griekse woord betekent eigenlijk zulk een hardigheid, als aan handen en voeten komt door weer of eelt, waardooor zij hard en ongevoelig worden.

Hertaald: verharding van hun hart, Het Griekse woord duidt eigenlijk zo'n hardheid aan als er aan handen en voeten ontstaat door weer of eelt, waardoor die hard en ongevoelig worden.

Markus 3 vers 6

Herodianen te zamen Van de Herodianen zie Matt. 22:16 .

Hertaald: Herodianen te zamen Zie over de Herodianen Matth. 22:16.

Markus 3 vers 7

vertrok met Zijn discipelen naar de zee; Namelijk om hunne lagen te ontgaan; Matt. 12:15 .

Hertaald: vertrok met Zijn discipelen naar de zee; Namelijk om hun lagen te ontgaan; Matth. 12:15.

Markus 3 vers 8

Idumea, Waar de nakomelingen van Ezau of de Edomieten woonden, Num. 20:14 .

Hertaald: Idumea, Waar de nakomelingen van Ezau, de Edomieten, woonden, Num. 20:14.

Tyrus en Sidon, Van deze twee steden zie Matt. 11:21 .

Hertaald: Tyrus en Sidon, Zie over deze twee steden Matth. 11:21.

een grote menigte, Of, met grote menigte; of makende tezamen een grote menigte.

Hertaald: een grote menigte, Of: met grote menigte; of: die samen een grote menigte vormden.

Markus 3 vers 9

zeide tot Zijn discipelen, Dat is, beval; gelijk Matt. 8:8 .

Hertaald: zeide tot Zijn discipelen, Dat is: beval, zoals Matth. 8:8.

Markus 3 vers 10

kwalen hadden, Grieks, gesels; met welk woord de ziekten en gebreken der mensen genoemd worden, omdat God door dezelve de mensen straft of tuchtigt; Marc. 5:29 ; Hebr. 12:6 .

Hertaald: kwalen hadden, Grieks: gesels. Met dat woord worden de ziekten en gebreken van de mensen genoemd, omdat God de mensen daarmee straft of tuchtigt; Mark. 5:29; Hebr. 12:6.

Markus 3 vers 11

vielen voor Hem neder Namelijk in de mensen, die zij bezeten hadden.

Hertaald: vielen voor Hem neder Namelijk in de mensen die zij bezeten hadden.

Markus 3 vers 12

gebood hun scherpelijk De reden hiervan zie tevoren Marc. 1:25 .

Hertaald: gebood hun scherpelijk Zie de reden hiervan in Mark. 1:25.

Markus 3 vers 13

klom op den berg, Namelijk om te bidden en daarna zijne apostelen te kiezen.

Hertaald: klom op den berg, Namelijk om te bidden en daarna Zijn apostelen te kiezen.

Markus 3 vers 14

stelde er twaalf, Grieks, maakte; namelijk tot zijne apostelen; Luc. 6:13 .

Hertaald: stelde er twaalf, Grieks: maakte; namelijk tot Zijn apostelen; Luk. 6:13.

Markus 3 vers 16

Simon Sommigen hebben: namelijk Simon, wien hij den toenaam gaf van Petrus.

Hertaald: Simon Sommigen hebben: namelijk Simon, aan wie Hij de toenaam Petrus gaf.

Petrus; Dat is, steen; Joh. 1:43 . De reden hiervan wordt verklaard Matt. 16:18 .

Hertaald: Petrus; Dat is: steen; Joh. 1:43. De reden hiervan wordt verklaard in Matth. 16:18.

Markus 3 vers 17

Boanerges, Dit is een gebroken Hebreeuws of Syrisch woord, betekenende, gelijk hier verklaard wordt, zonen des donders; en hun wordt deze naam gegeven vanwege hun bijzonderen ijver en doordringende kracht in het prediken, gelijk men nog zien kan in de schriften van Johannes.

Hertaald: Boanerges, Dit is een verbasterd Hebreeuws of Syrisch woord dat, zoals hier verklaard wordt, zonen van de donder betekent. Deze naam wordt hun gegeven vanwege hun bijzondere ijver en doordringende kracht in het prediken, zoals men nog kan zien in de geschriften van Johannes.

Markus 3 vers 18

Thaddeüs, Anders genaamd Lebbeus. Zie Matt. 10:3 .

Hertaald: Thaddeüs, Ook wel Lebbeüs genoemd. Zie Matth. 10:3.

Kananites, Zie Matt. 10:4 ; gelijk ook van de anderen.

Hertaald: Kananites, Zie Matth. 10:4, zoals ook over de anderen.

Markus 3 vers 20

in huis; Namelijk te Kapernaüm, waar Hij woonde, Matt. 4:13 , om voortaan Hem te volgen en Hem ten dienste te staan.

Hertaald: in huis; Namelijk in Kapernaüm, waar Hij woonde, Matth. 4:13.

brood eten Dat is hunne spijs of nooddruft op zijnen tijd nemen.

Hertaald: brood eten Dat is: hun voedsel of levensbehoeften op de gewone tijd nemen.

Markus 3 vers 21

die Hem bestonden, Grieks, die van Hem, of van de zijnen waren. Want ook velen van Zijne bloedverwanten geloofden niet in Hem, Joh. 7:5 .

Hertaald: die Hem bestonden, Grieks: die van Hem of van de Zijnen waren. Want ook veel van Zijn bloedverwanten geloofden niet in Hem, Joh. 7:5.

buiten Zijn zinnen Grieks, buiten zichzelven gesteld.

Hertaald: buiten Zijn zinnen Grieks: buiten zichzelf geraakt.

Markus 3 vers 22

de Schriftgeleerden, Zie hiervan Matt. 10:25 .

Hertaald: de Schriftgeleerden, Zie hierover Matth. 10:25.

Markus 3 vers 26

heeft een einde Dat is, het is met hem en met zijn rijk gedaan.

Hertaald: heeft een einde Dat is: het is met hem en met zijn rijk gedaan.

Markus 3 vers 27

eens sterken ingaan Zie de verklaring Matt. 12:29 .

Hertaald: eens sterken ingaan Zie de verklaring in Matth. 12:29.

Markus 3 vers 28

den kinderen der mensen Dat is, den mensen. Eene manier van spreken bij de Hebreën zeer gebruikelijk.

Hertaald: den kinderen der mensen Dat is: de mensen. Een manier van spreken die bij de Hebreeën heel gebruikelijk is.

Markus 3 vers 29

tegen den Heiligen Geest, Van deze lastering tegen den Heiligen Geest zie Matt. 12:31 .

Hertaald: tegen den Heiligen Geest, Zie over deze lastering tegen de Heilige Geest Matth. 12:31.

oordeels Dat is, verdoemenis, die hij niet alleen verdiend heeft, maar ook zekerlijk zal onderworpen zijn.

Hertaald: oordeels Dat is: verdoemenis, die hij niet alleen verdiend heeft, maar waaraan hij ook zeker onderworpen zal zijn.

Markus 3 vers 31

broeders en Zijn moeder; Dat is, bloedverwanten. Zie in de aantekeningen Matt. 12:46 , en Matt. 13:55 .

Hertaald: broeders en Zijn moeder; Dat is: bloedverwanten. Zie de aantekeningen bij Matth. 12:46 en Matth. 13:55.

Markus 3 vers 33

Wie is Mijn moeder, Christus wil hiermede zijne moeder niet verachten, maar tonen dat de geestelijke maagschap in zaken der zaligheid gesteld moet worden voor het vleselijke.

Hertaald: Wie is Mijn moeder, Christus wil Zijn moeder hiermee niet verachten, maar laten zien dat de geestelijke verwantschap in zaken van de zaligheid boven de vleselijke gesteld moet worden.

Markus 3 vers 35

den wil van God doet, Den wil Gods doen, is in Christus te geloven en heilig te leven; Joh. 6:40 ; 1 Thess. 4:3 .

Hertaald: den wil van God doet, De wil van God doen is: in Christus geloven en heilig leven; Joh. 6:40; 1 Thess. 4:3.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Idumea  — de Griekse/Latijnse vorm van "Edom" (reeds bestaand, zie Gen. 25 e.v.)

Ligging: Ten tijde van het Nieuwe Testament niet langer het oorspronkelijke Edom ten zuidoosten van de Dode Zee, maar het gebied ten zuiden van Judea (rondom Hebron) waarheen de Edomieten na de Babylonische ballingschap geleidelijk waren opgeschoven.

Geschiedenis: Markus vermeldt dat een grote menigte "van Idumea, en van over de Jordaan" tot de Heere Jezus kwam om Zijn onderwijs te horen en van hun kwalen genezen te worden (Mark. 3:8) — een aanwijzing dat Zijn faam zich reeds vroeg tot buiten de grenzen van Galilea en Judea had verspreid. Idumea was in deze tijd, sinds de gedwongen bekering onder de Hasmonese vorst Johannes Hyrcanus, formeel jood geworden — en juist uit dit gebied stamde de familie van Herodes de Grote.

Bijbelse betekenis: Dat mensen uit Idumea, de nakomelingen van Ezau die van oudsher Israëls broedervolk en tegelijk hardnekkige tegenstander waren, nu zelf tot de Heere Jezus komen om genezing en onderwijs, is een stille, vroege aanwijzing dat het Evangelie zich, zelfs vóór het formele zendingsbevel, reeds over de grenzen van het natuurlijke Israël begon uit te breiden.

Recente inzichten: Overeenkomend met het gebied rondom het huidige Hebron, Palestijnse Gebieden.

Mark. 3:8

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Onreine geest (bezetenheid en uitdrijving)  — Grieks: pneuma akatharton, "onreine geest"; daimonion, "boze geest, duivel" — in de Statenvertaling ook "bezeten" van daimonizomai

Het eerste wonder dat Markus verhaalt is een uitdrijving, en het gebeurt in de synagoge te Kapernaüm. De onreine geest roept het uit voordat iemand anders het zegt: "Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods." Jezus bestraft hem met twee woorden: zwijg stil, en ga uit van hem. De omstanders verbazen zich niet over een genezing maar over gezag: Hij gebiedt de onreine geesten en zij zijn Hem gehoorzaam (Mark. 1:23-27). Markus verhaalt daarna nog meer van deze geschiedenissen dan de andere Evangelisten. Hij vertelt van de bezetene in het land der Gadarenen die "Legio" heet omdat de geesten met velen waren (Mark. 5:1-20), de dochter van de Syro-Fenicische vrouw (Mark. 7:24-30) en de jongen die de discipelen niet konden helpen (Mark. 9:14-29). Hij geeft ook macht tot uitdrijving aan de twaalf (Mark. 3:14-15; 6:7).

Bijbelse betekenis: Drie dingen vallen in Markus op. De geesten weten precies wie Hij is, terwijl de mensen om Hem heen het niet weten — en juist die belijdenis wordt hun verboden. Verder is er nergens een bezweringsformule of een ritueel: Hij spreekt en het geschiedt, en dat is voor de omstanders de eigenlijke schok. En de geschiedenissen worden zonder opsmuk verteld, met de ellende erin: de man in het land der Gadarenen woonde in de graven en sloeg zichzelf met stenen (Mark. 5:5). Bij de jongen in Mark. 9 wijst Christus daarnaast op gebed, en op het geloof van de vader die bidt: ik geloof, Heere, kom mijn ongelovigheid te hulp (Mark. 9:24,29).

Typologie: Christus legt Zelf uit wat er in deze uitdrijvingen te zien is: niemand kan het huis van een sterke ingaan en zijn vaten ontroven, tenzij hij eerst die sterke bindt (Mark. 3:27). De uitdrijvingen zijn dus geen losse wonderen maar tekenen dat de Sterkere gekomen is. Johannes vat het samen: hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou (1 Joh. 3:8). En Paulus zegt dat Hij de overheden en machten uitgetogen en openlijk ten toon gesteld heeft, over hen getriomfeerd hebbende in het kruis (Kol. 2:15). Daarom is de strijd van de gelovige niet tegen vlees en bloed, en zijn de wapenen geestelijk (Ef. 6:11-12).

Mark. 1:23-27; Mark. 3:14-15,27; Mark. 5:1-20; Mark. 6:7; Mark. 7:24-30; Mark. 9:14-29; Ef. 6:11-12; Kol. 2:15; 1 Joh. 3:8

Zwijggebod (de verborgenheid van Zijn Messiasschap)  — De herhaalde opdracht van Christus om over Zijn daden en over Wie Hij is te zwijgen — een trek die in Markus het sterkst uitkomt

Het loopt door heel Markus heen. De onreine geesten die Hem kennen, moeten zwijgen (Mark. 1:25,34; 3:11-12). De genezen melaatse krijgt te horen: "Zie, dat gij niemand iets zegt" (Mark. 1:44). Bij de dochter van Jaïrus beveelt Hij nadrukkelijk dat niemand het weten zal (Mark. 5:43). Na de genezing van de dove bij Dekapolis verbiedt Hij het opnieuw, en en hoe meer Hij het verbood, hoe meer zij het uitriepen (Mark. 7:36). Het scherpst staat het bij de belijdenis van Petrus: op "Gij zijt de Christus" volgt niet een bevestiging voor het volk maar een streng gebod dat zij het niemand zouden zeggen van Hem (Mark. 8:29-30). Onmiddellijk daarna volgt de eerste aankondiging van Zijn lijden (Mark. 8:31). Na de verheerlijking op de berg geldt het verbod tot na de opstanding (Mark. 9:9).

Bijbelse betekenis: De reden ligt in de tekst zelf en niet in geheimzinnigheid. De titel Christus was in die dagen met politieke verwachtingen beladen; wie Hem als Messias uitriep zonder het kruis, riep iets anders uit dan Hij was. Vandaar de vaste orde in Markus 8: eerst de belijdenis, dan het zwijggebod, dan het lijden — en wie die orde omkeert, krijgt hetzelfde antwoord als Petrus. Opvallend is dat het verbod eindigt waar het lijden begint: vanaf Mark. 9:9 geldt het tot na de opstanding, en voor de hogepriester zwijgt Hij niet meer maar belijdt Hij openlijk (Mark. 14:61-62). Wie Hij is, kan pas gezegd worden als duidelijk is wat Hij doen zou.

Typologie: Jesaja had die stilte al getekend: Hij zal niet schreeuwen noch Zijn stem op de straten laten horen (Jes. 42:2), en juist die woorden past Mattheüs op Hem toe bij een van deze verboden (Matt. 12:16-19). Paulus noemt hetzelfde met een ander woord een verborgenheid die van alle eeuwen verzwegen is geweest maar nu geopenbaard (Rom. 16:25-26). Hij zegt ook dat geen van de oversten dezer wereld haar gekend heeft, want indien zij haar gekend hadden, zo zouden zij de Heere der heerlijkheid niet gekruist hebben (1 Kor. 2:7-8). Het zwijgen was dus geen achterhouden maar een tijdorde: eerst het kruis, dan de prediking — en na de opstanding volgt het bevel om het juist overal te zeggen (Mark. 16:15).

Mark. 1:25,34,44; Mark. 3:11-12; Mark. 5:43; Mark. 7:36; Mark. 8:29-31; Mark. 9:9; Mark. 14:61-62; Mark. 16:15; Jes. 42:2; Matt. 12:16-19; Rom. 16:25-26; 1 Kor. 2:7-8

Lastering tegen de Heilige Geest  — Grieks: blasphemia, "lastering, smaadrede" — het bijbelse woord voor het schenden van Gods eer met de mond

De Schriftgeleerden uit Jeruzalem verklaren Christus' uitdrijvingen uit Beëlzebul. Op die aanklacht volgt eerst een redenering: een rijk dat tegen zichzelf verdeeld is kan niet bestaan, en niemand kan het huis van een sterke ingaan tenzij hij die sterke eerst bindt (Mark. 3:22-27). Daarna valt het woord dat velen bezwaard heeft: alle zonden en allerlei lasteringen zullen de kinderen der mensen vergeven worden. Maar wie gelasterd zal hebben tegen de Heilige Geest, heeft geen vergeving in der eeuwigheid en is schuldig des eeuwigen oordeels (Mark. 3:28-29). Markus voegt er onmiddellijk de aanleiding aan toe, en dat is beslissend voor het verstaan: "Want zij zeiden: Hij heeft een onreinen geest" (Mark. 3:30).

Bijbelse betekenis: Vers 30 is de sleutel. Het gaat hier niet om een ongelukkig woord, een aanvechting of een benauwde gedachte, maar om mensen die het werk van Gods Geest onder hun ogen zien en het welbewust aan de duivel toeschrijven. Wie in vreze verkeert of hij deze zonde begaan heeft, geeft door die vreze zelf al te kennen dat hij de Geest niet verworpen heeft — een verhard mens vraagt er niet naar. Dat is geen troost die de ernst wegneemt: het woord staat er, en het staat er tegen godsdienstige mensen. Maar het staat er tegen wie de deur van binnenuit sluit, en niet tegen wie bang is dat zij gesloten zou zijn.

Typologie: Het Nieuwe Testament kent nog twee plaatsen van dezelfde soort ernst: het is onmogelijk hen die verlicht geweest zijn en daarna afvallen opnieuw tot bekering te vernieuwen (Hebr. 6:4-6). En wie de Zoon van God vertreedt en het bloed des verbonds onrein acht, valt in de handen van de levende God (Hebr. 10:26-31). Daarnaast staat, even vast, het aanbod: die tot Mij komt zal Ik beslist niet uitwerpen (Joh. 6:37), en Christus is machtig volkomen zalig te maken degenen die door Hem tot God gaan (Hebr. 7:25). Paulus, die zelf een lasteraar en vervolger geweest was, noemt zich juist daarom een voorbeeld voor wie zouden geloven (1 Tim. 1:13-16). Wie over dit onderwerp spreekt zonder dat erbij te zeggen, spreekt niet zoals de Schrift spreekt.

Mark. 3:22-30; Joh. 6:37; 1 Tim. 1:13-16; Hebr. 6:4-6; Hebr. 7:25; Hebr. 10:26-31

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Markus 3

Markus 3:1-5.KruisverwijzingenLukas 6:6Mattheüs 12:9Lukas 6:10Lukas 14:1Markus 1:21Psalmen 37:32Lukas 20:20Lukas 6:7
— En Hij ging wederom in de synagoge; en aldaar was een mens, hebbende een verdorde hand. En zij namen Hem waar, of Hij op den sabbat hem genezen zou, opdat zij Hem beschuldigen mochten. En Hij zeide tot den mens, die de verdorde hand had: Sta op in het midden. En Hij zeide tot hen: Is het geoorloofd op sabbatdagen goed te doen, of kwaad te doen, een mens te behouden, of te doden? En zij zwegen stil. En als Hij hen met toorn rondom aangezien had, meteen bedroefd zijnde over de verharding van hun hart, zeide Hij tot den mens: Strek uw hand uit. En hij strekte ze uit; en zijn hand werd hersteld, gezond gelijk de andere.
“En Hij ging wederom in de synagoge; en aldaar was een mens, hebbende een verdorde hand. En zij namen Hem waar, of Hij op den sabbat hem genezen zou, opdat zij Hem beschuldigen mochten. En Hij zeide tot den mens, die de verdorde hand had: Sta op in het midden. En Hij zeide tot hen: Is het geoorloofd op sabbatdagen goed te doen, of kwaad te doen, een mens te behouden, of te doden? En zij zwegen stil. En als Hij hen met toorn rondom aangezien had, meteen bedroefd zijnde over de verharding van hun hart, zeide Hij tot den mens: Strek uw hand uit. En hij strekte ze uit; en zijn hand werd hersteld, gezond gelijk de andere.”

In de synagoge was een man met een verschrompelde hand. In dezelfde synagoge was de Zaligmaker, gereed om die hand al haar bekende kracht terug te geven. Wat een gelukkige ontmoeting!

De farizeeën zaten Jezus gade te slaan — niet om zich over een daad van Zijn macht te verblijden, maar om iets te vinden waarvan zij Hem beschuldigen konden. Toen alles voorbij was, kon het meeste dat zij Hem ten laste konden leggen dit zijn: dat Jezus op de sabbat een verschrompelde hand genezen had.

De Zaligmaker legde hun de vraag onomwonden voor: is het geoorloofd op sabbatdagen goed te doen, of kwaad te doen? Op die vraag was maar één antwoord mogelijk. En toch weigerden zij een van de eenvoudigste vragen uit de zedenleer te beantwoorden.

Zij hadden náár Hem gekeken; nu keek Hij naar hén. In die blik lagen twee dingen: toorn en droefheid, verontwaardiging en innerlijk verdriet.

Jezus was toornig dat zij hun ogen moedwillig sloten voor een waarheid die zo duidelijk was. Hij had hun een vraag gesteld waarop maar één antwoord mogelijk was, en zij wilden het niet geven.

Met Zijn toorn was droefheid vermengd. Het brak Zijn hart om de verharding van hun hart. Hun blinde vijandschap bedroefde Hem, omdat zij hun eigen ondergang zeker maakte.

Maar Zijn toorn eindigde bij die blik; Hij sprak geen woord van bestraffing. Jezus sprak geen woord, en toch zei Hij zonder woorden meer dan een ander met woorden had kunnen zeggen. Zijn woorden bewaarde Hij voor de man met de verschrompelde hand: strek uw hand uit.

Wat een schande voor ons geslacht, dat mensen zo onmenselijk kunnen zijn dat zij een medemens misvormd wensen te zien blijven! En zij durven de zachtmoedige Geneesmeester te laken Die hem geheel gezond ging maken! De mens is werkelijk in vijandschap met God wanneer hij in een daad van liefde een reden tot haat vindt.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content