Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Markus 16

1 En als de sabbat voorbijgegaan was, hadden Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus, en Salome specerijen gekocht, opdat zij kwamen en Hem zalfden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En als de sabbatG4521 voorbijgegaanG1230 was, hadden MariaG3137 MagdalenaG3094, enG2532 MariaG3137, de moeder van JakobusG2385, enG2532 SalomeG4539 specerijenG759 gekochtG59, opdatG2443 zij kwamenG2064 en HemG846 zalfdenG218. En als de sabbat voorbijgegaan was, hadden Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus, en Salome specerijen gekocht, opdat zij kwamen en Hem zalfden.

KJV And1 when2 the sabbath4 was past, Mary5 Magdalene,7 and8 Mary9 the mother3 of James,12 and13 Salome,14 had bought15 sweet spices,16 that17 they might come18 and anoint19 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 διαγενομενου G1230 voorbijgegaan, verlopen X after, be past, be spent 3 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 σαββατου G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week 5 μαρια G3137 Maria Mary 6 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μαγδαληνη G3094 Magdalena Magdalene 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 μαρια G3137 Maria Mary 10 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ιακωβου G2385 Jakobus, Jakobi James 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 σαλωμη G4539 Salome Salome 15 ηγορασαν G59 gekocht, kopen, kochten buy, redeem 16 αρωματα G759 specerijen (sweet) spice 17 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 18 ελθουσαι G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 19 αλειψωσιν G218 gezalfd, zalfden, zalfde anoint 20 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En zeer vroeg op den eersten dag der week, kwamen zij tot het graf, als de zon opging;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 EnG2532 zeer vroegG4404 op den eerstenG3391 dag der weekG4521, kwamenG2064 zij totG1909 het grafG3419, als de zonG2246 opgingG393; En zeer vroeg op den eersten dag der week, kwamen zij tot het graf, als de zon opging;

KJV And1 very2 early in the morning3 the first day of the week,6 they came7 unto8 the sepulchre10 at the rising11 of the sun.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λιαν G3029 zeer, uitermate exceeding, great(-ly), sore, very (+ chiefest) 3 πρωι G4404 morgens vroeg, morgens, vroeg early (in the morning), (in the) morning 4 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μιας G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 6 σαββατων G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week 7 ερχονται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 8 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 μνημειον G3419 graf, graven, grafs grave, sepulchre, tomb 11 ανατειλαντος G393 opgegaan, opgaan, gesproten (a-, make to) rise, at the rising of, spring (up), be up 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ηλιου G2246 zon + east, sun

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En zeiden tot elkander: Wie zal ons den steen van de deur des grafs afwentelen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 EnG2532 zeidenG3004 totG4314 elkander: WieG5101 zal ons den steenG3037 vanG1537 de deurG2374 des grafsG3419 afwentelenG617? En zeiden tot elkander: Wie zal ons den steen van de deur des grafs afwentelen?

KJV And1 they said2 among3 themselves,4 Who5 shall roll6 us away the stone9 from10 the door12 of the sepulchre?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 εαυτας G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 5 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 6 αποκυλισει G617 afgewenteld, afwentelen, wentelde roll away (back) 7 ημιν G1473 mij, ik I, me 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 λιθον G3037 steen, stenen, gesteente (mill-, stumbling-)stone 10 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 11 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 θυρας G2374 deur, deuren, Deur door, gate 13 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 μνημειου G3419 graf, graven, grafs grave, sepulchre, tomb
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 (En opziende zagen zij, dat de steen afgewenteld was) want hij was zeer groot.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 (EnG2532 opziendeG308 zagenG2334 zij, datG3754 de steenG3037 afgewenteldG617 was) want hij was zeer grootG3173. (En opziende zagen zij, dat de steen afgewenteld was) want hij was zeer groot.

KJV And1 when they looked,2 they saw3 that4 the stone7 was rolled away:5 for9 it was very11 great.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αναβλεψασαι G308 ziende, opwaarts ziende, opziende look (up), see, receive sight 3 θεωρουσιν G2334 zien, zag, zagen behold, consider, look on, perceive, see 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 αποκεκυλισται G617 afgewenteld, afwentelen, wentelde roll away (back) 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 λιθος G3037 steen, stenen, gesteente (mill-, stumbling-)stone 8 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 9 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 10 μεγας G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 11 σφοδρα G4970 zeer exceeding(-ly), greatly, sore, very
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En in het graf ingegaan zijnde, zagen zij een jongeling, zittende ter rechter zijde, bekleed met een wit lang kleed, en werden verbaasd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 EnG2532 in het grafG3419 ingegaanG1525 zijnde, zagenG1492 zij een jongelingG3495, zittendeG2521 ter rechterG1188 zijde, bekleedG4016 metG1722 een witG3022 lang kleedG4749, enG2532 werden verbaasdG1568. En in het graf ingegaan zijnde, zagen zij een jongeling, zittende ter rechter zijde, bekleed met een wit lang kleed, en werden verbaasd.

KJV And1 entering2 into3 the sepulchre,5 they saw a young man7 sitting8 on9 the right side,11 clothed12 in a long white14 garment;13 and15 they were affrighted.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εισελθουσαι G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μνημειον G3419 graf, graven, grafs grave, sepulchre, tomb 6 ειδον G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 7 νεανισκον G3495 jongeling, jongelingen, Jongeling young man 8 καθημενον G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 δεξιοις G1188 rechter, rechterhand, rechter- right (hand, side) 12 περιβεβλημενον G4016 bekleed, gekleed, Werp array, cast about, clothe(-d me), put on 13 στολην G4749 lange klederen, klederen, kleed long clothing (garment), (long) robe 14 λευκην G3022 witte, wit, witten white 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 εξεθαμβηθησαν G1568 verbaasd affright, greatly (sore) amaze

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Maar hij zeide tot haar: Zijt niet verbaasd; gij zoekt Jezus den Nazarener, Die gekruist was; Hij is opgestaan; Hij is hier niet; ziet de plaats, waar zij Hem gelegd hadden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 MaarG1161 hij zeideG3004 tot haarG846: Zijt niet verbaasdG1568; gij zoektG2212 JezusG2424 den NazarenerG3479, Die gekruistG4717 was; Hij is opgestaanG1453; Hij isG1510 hier niet; zietG3708 de plaatsG5117, waar zij HemG846 gelegdG5087 hadden. Maar hij zeide tot haar: Zijt niet verbaasd; gij zoekt Jezus den Nazarener, Die gekruist was; Hij is opgestaan; Hij is hier niet; ziet de plaats, waar zij Hem gelegd hadden.

KJV And2 he saith3 unto them,4 Be6 not5 affrighted: Ye seek8 Jesus7 of Nazareth,10 which1 was crucified:12 he is risen;13 he is not14 here:16 behold the place19 where20 they laid21 him.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 αυταις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 6 εκθαμβεισθε G1568 verbaasd affright, greatly (sore) amaze 7 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 8 ζητειτε G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ναζαρηνον G3479 Nazarener of Nazareth 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 εσταυρωμενον G4717 gekruist, gekruisigd, kruisigen crucify 13 ηγερθη G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 14 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there 17 ιδε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 τοπος G5117 plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaats coast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where 20 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 21 εθηκαν G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 22 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Doch gaat heen, zegt Zijnen discipelen, en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea; aldaar zult gij Hem zien, gelijk Hij ulieden gezegd heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 DochG235 gaat heen, zegtG2036 Zijnen discipelenG3101, enG2532 PetrusG4074, datG3754 HijG846 uG4771 voorgaatG4254 naarG1519 GalileaG1056; aldaar zult gijG4771 Hem zienG3700, gelijk Hij ulieden gezegdG2036 heeft. Doch gaat heen, zegt Zijnen discipelen, en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea; aldaar zult gij Hem zien, gelijk Hij ulieden gezegd heeft.

KJV But1 go your way,2 tell his6 disciples5 and7 Peter9 that10 he goeth before11 you into13 Galilee:15 there16 shall ye see him,17 as19 he said unto you.

1 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 2 υπαγετε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 3 ειπατε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 4 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πετρω G4074 Petrus Peter, rock 10 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 11 προαγει G4254 voorgaan, varen, voorgingen bring (forth, out), go before 12 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 13 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 14 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 γαλιλαιαν G1056 Galilea, Galilese Galilee 16 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 17 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 οψεσθε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 19 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 20 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 21 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En zij, haastelijk uitgegaan zijnde, vloden van het graf, en beving en ontzetting had haar bevangen; en zij zeiden niemand iets; want zij waren bevreesd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En zij, haastelijkG5035 uitgegaanG1831 zijnde, vlodenG5343 vanG575 het grafG3419, en bevingG5156 en ontzettingG1611 had haar bevangenG2192; en zij zeidenG2036 niemandG3762 ietsG3762; wantG1063 zij waren bevreesdG5399. En zij, haastelijk uitgegaan zijnde, vloden van het graf, en beving en ontzetting had haar bevangen; en zij zeiden niemand iets; want zij waren bevreesd.

KJV And1 they went out2 quickly,3 and fled4 from5 the sepulchre;7 for9 they10 trembled8 and12 were amazed:13 neither14 said they any thing15 to any16 man; for19 they were afraid.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εξελθουσαι G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 3 ταχυ G5035 haastelijk, haastiglijk, haast lightly, quickly 4 εφυγον G5343 vlieden, vliedt, gevloden escape, flee (away) 5 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μνημειου G3419 graf, graven, grafs grave, sepulchre, tomb 8 ειχεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 αυτας G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 τρομος G5156 beven, beving + tremble(-ing) 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 εκστασις G1611 ontzetting, vertrekking zinnen + be amazed, amazement, astonishment, trance 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ουδενι G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 16 ουδεν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 17 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 18 εφοβουντο G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 19 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En als Jezus opgestaan was, des morgens vroeg, op den eersten dag der week, verscheen Hij eerst aan Maria Magdalena, uit welke Hij zeven duivelen uitgeworpen had.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 EnG1161 als Jezus opgestaanG450 was, des morgens vroegG4404, op den eerstenG4413 dag der weekG4521, verscheenG5316 Hij eerstG4412 aan MariaG3137 MagdalenaG3094, uitG575 welkeG3739 Hij zevenG2033 duivelenG1140 uitgeworpenG1544 had. En als Jezus opgestaan was, des morgens vroeg, op den eersten dag der week, verscheen Hij eerst aan Maria Magdalena, uit welke Hij zeven duivelen uitgeworpen had.

KJV Now2 when Jesus was risen1 early3 the first4 day of the week,5 he appeared6 first7 to Mary8 Magdalene,10 out of11 whom12 he had cast13 seven14 devils.

1 αναστας G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πρωι G4404 morgens vroeg, morgens, vroeg early (in the morning), (in the) morning 4 πρωτη G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 5 σαββατου G4521 sabbat, week, sabbats sabbath (day), week 6 εφανη G5316 schijnt, schijnen, mogen appear, seem, be seen, shine, X think 7 πρωτον G4412 eerst, eerste, Eerstelijk before, at the beginning, chiefly (at, at the) first (of all) 8 μαρια G3137 Maria Mary 9 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 μαγδαληνη G3094 Magdalena Magdalene 11 αφ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 12 ης G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 13 εκβεβληκει G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 14 επτα G2033 zeven, Zeven, zevende seven 15 δαιμονια G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Deze, heengaande, boodschapte het dengenen, die met Hem geweest waren, welke treurden en weenden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Deze, heengaandeG4198, boodschapteG518 het dengenen, dieG1565 metG3326 Hem geweestG1096 waren, welke treurdenG3996 enG2532 weendenG2799. Deze, heengaande, boodschapte het dengenen, die met Hem geweest waren, welke treurden en weenden.

KJV And she1 went2 and told3 them that had been7 with5 him,6 as they mourned8 and9 wept.

1 εκεινη G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 2 πορευθεισα G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 3 απηγγειλεν G518 boodschapten, boodschapte, verkondigen bring word (again), declare, report, shew (again), tell 4 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 γενομενοις G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 8 πενθουσιν G3996 treuren, rouw, leed gedragen mourn, (be-)wail 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 κλαιουσιν G2799 weent, wenende, weende bewail, weep
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En als dezen hoorden, dat Hij leefde, en van haar gezien was, geloofden zij het niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En als dezenG2548 hoordenG191, datG3754 Hij leefdeG2198, enG2532 vanG5259 haar gezien was, geloofdenG569 zij het niet. En als dezen hoorden, dat Hij leefde, en van haar gezien was, geloofden zij het niet.

KJV And they,1 when they had heard2 that3 he was alive,4 and5 had been seen6 of7 her,8 believed not.

1 κακεινοι G2548 Dezen, dezen and him (other, them), even he, him also, them (also), (and) they 2 ακουσαντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 ζη G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 εθεαθη G2300 aanschouwd, zien, ziende behold, look (upon), see 7 υπ G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 8 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ηπιστησαν G569 geloofden, geloofd, ongelovig believe not
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En na dezen is Hij geopenbaard in een andere gedaante, aan twee van hen, daar zij wandelden, en in het veld gingen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En naG3326 dezenG5023 is Hij geopenbaardG5319 in een andere gedaanteG3444, aanG1519 tweeG1417 vanG1537 hen, daar zijG846 wandeldenG4043, en in het veldG68 gingenG4198. En na dezen is Hij geopenbaard in een andere gedaante, aan twee van hen, daar zij wandelden, en in het veld gingen.

KJV After2 that he appeared8 in9 another10 form11 unto two4 of5 them,6 as they walked,7 and went12 into13 the country.

1 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 4 δυσιν G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 5 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 6 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 περιπατουσιν G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 8 εφανερωθη G5319 geopenbaard, openbaar, openbaar maakt appear, manifestly declare, (make) manifest (forth), shew (self) 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 ετερα G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 11 μορφη G3444 gestaltenis, gedaante form 12 πορευομενοις G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 13 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 14 αγρον G68 akker, akkers, dorpen country, farm, piece of ground, land

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Dezen, ook heengaande, boodschapten het aan de anderen; maar zij geloofden ook die niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 DezenG2548, ook heengaandeG565, boodschaptenG518 het aan de anderenG3062; maar zij geloofdenG4100 ook dieG1565 niet. Dezen, ook heengaande, boodschapten het aan de anderen; maar zij geloofden ook die niet.

KJV And they1 went2 and told3 it unto the residue:5 neither6 believed they8 them.

1 κακεινοι G2548 Dezen, dezen and him (other, them), even he, him also, them (also), (and) they 2 απελθοντες G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 3 απηγγειλαν G518 boodschapten, boodschapte, verkondigen bring word (again), declare, report, shew (again), tell 4 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 λοιποις G3062 anderen, andere, overige other, which remain, remnant, residue, rest 6 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 7 εκεινοις G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 8 επιστευσαν G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Daarna is Hij geopenbaard aan de elven, daar zij aanzaten, en verweet hun hun ongelovigheid en hardigheid des harten, omdat zij niet geloofd hadden degenen, die Hem gezien hadden, nadat Hij opgestaan was.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Daarna is Hij geopenbaardG5319 aan de elvenG1733, daar zijG846 aanzatenG345, en verweetG3679 hun hun ongelovigheidG570 enG2532 hardigheidG4641 des harten, omdatG3754 zij nietG3756 geloofdG4100 hadden degenen, die Hem gezien hadden, nadat Hij opgestaanG1453 was. Daarna is Hij geopenbaard aan de elven, daar zij aanzaten, en verweet hun hun ongelovigheid en hardigheid des harten, omdat zij niet geloofd hadden degenen, die Hem gezien hadden, nadat Hij opgestaan was.

KJV Afterward1 he appeared6 unto the eleven5 as they3 sat at meat,2 and7 upbraided8 them with their11 unbelief10 and12 hardness of heart,13 because14 they believed20 not19 them which had seen16 him17 after he was risen.

1 υστερον G5305 laatste, namaals afterward, (at the) last (of all) 2 ανακειμενοις G345 aanzaten, aanzittende, aanzat guest, lean, lie, sit (down, at meat), at the table 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ενδεκα G1733 elven, elf eleven 6 εφανερωθη G5319 geopenbaard, openbaar, openbaar maakt appear, manifestly declare, (make) manifest (forth), shew (self) 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ωνειδισεν G3679 smaden, gesmaad, smaadden cast in teeth, (suffer) reproach, revile, upbraid 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 απιστιαν G570 ongeloof, ongelovigheid, ongeloofs unbelief 11 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 σκληροκαρδιαν G4641 hardigheid, harten hardness of heart 14 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 15 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 θεασαμενοις G2300 aanschouwd, zien, ziende behold, look (upon), see 17 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 εγηγερμενον G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 19 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 20 επιστευσαν G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 EnG2532 Hij zeideG2036 tot hen: Gaat heen in de gehele wereldG2889, prediktG2784 het EvangelieG2098 aan alleG3956 kreaturenG2937. En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen.

KJV And1 he said unto them,3 Go ye4 into5 all8 the world,7 and preach9 the gospel11 to every12 creature.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 πορευθεντες G4198 reisde, reizen, reisden --depart, go (away, forth, one's way, up), (make a, take a) journey, walk 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 κοσμον G2889 wereld, versiersel adorning, world 8 απαντα G537 alles all (things), every (one), whole 9 κηρυξατε G2784 gepredikt, prediken, predikende preacher(-er), proclaim, publish 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ευαγγελιον G2098 Evangelie, Evangelies gospel 12 παση G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 13 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 κτισει G2937 schepsel, schepping, kreaturen building, creation, creature, ordinance

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Die geloofd zal hebben, en gedooptG907 zal zijn, zal zaligG4982 worden; maarG1161 die niet zal geloofd hebben, zal verdoemdG2632 worden. Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden.

Ook in dit vers geloofdG569 geloofdG4100

KJV He that believeth2 and3 is baptized4 shall be saved;5 but7 he that believeth not8 shall be damned.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 πιστευσας G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 βαπτισθεις G907 gedoopt, doopte, dopen Baptist, baptize, wash 5 σωθησεται G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 8 απιστησας G569 geloofden, geloofd, ongelovig believe not 9 κατακριθησεται G2632 veroordeeld, veroordelen, verdoemd condemn, damn
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En degenen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 EnG1161 degenen, die geloofdG4100 zullen hebben, zullen dezeG3778 tekenenG4592 volgenG3877: inG1722 Mijn NaamG3686 zullen zij duivelenG1140 uitwerpenG1544; met nieuweG2537 tongenG1100 zullen zij sprekenG2980, En degenen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken,

KJV And2 these signs1 shall follow6 them that believe;4 In7 my name9 shall they cast out12 devils;11 they shall speak14 with new15 tongues;

1 σημεια G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πιστευσασιν G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 5 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 6 παρακολουθησει G3877 achtervolgd, onderzocht, volgen attain, follow, fully know, have understanding 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ονοματι G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 10 μου G1473 mij, ik I, me 11 δαιμονια G1140 duivelen, duivel, duivels devil, god 12 εκβαλουσιν G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 13 γλωσσαις G1100 talen, tong, taal tongue 14 λαλησουσιν G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 15 καιναις G2537 nieuw, nieuwe, nieuwen new
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Slangen zullen zij opnemen; en al is het, dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen, en zij zullen gezond worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 SlangenG3789 zullen zij opnemenG142; en al is het, dat zij ietsG5100 dodelijksG2286 zullen drinkenG4095, dat zal hunG846 niet schadenG984; opG1909 krankenG732 zullen zij de handenG5495 leggenG2007, enG2532 zij zullen gezondG2573 worden. Slangen zullen zij opnemen; en al is het, dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen, en zij zullen gezond worden.

KJV They shall take up2 serpents;1 and if3 they drink6 any5 deadly4 thing, it shall not hurt10 them;9 they shall lay14 hands13 on11 the sick,12 and15 they shall17 recover.

1 οφεις G3789 slang, slangen, Slangen serpent 2 αρουσιν G142 weggenomen, namen, neem away with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up) 3 καν G2579 en indien, al ware het and (also) if (so much as), if but, at the least, though, yet 4 θανασιμον G2286 dodelijks deadly 5 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 6 πιωσιν G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 7 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 9 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 βλαψει G984 beschadigen, schaden hurt 11 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 12 αρρωστους G732 kranken, zieken sick (folk, -ly) 13 χειρας G5495 handen, hand hand 14 επιθησουσιν G2007 legde, leggen, leide add unto, lade, lay upon, put (up) on, set on (up), + surname, X wound 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 καλως G2573 wel, goed, recht (in a) good (place), honestly, + recover, (full) well 17 εξουσιν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 De Heere dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in den hemel, en is gezeten aan de rechter hand Gods.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 De HeereG2962 danG3767, nadatG3326 Hij tot hen gesprokenG2980 had, is opgenomenG353 inG1519 den hemelG3772, enG2532 is gezetenG2523 aan de rechterG1188 hand GodsG2316. De Heere dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in den hemel, en is gezeten aan de rechter hand Gods.

Ook in dit vers uit/metG1537

KJV So2 then3 after5 the Lord4 had spoken7 unto them,8 he was received up9 into10 heaven,12 and13 sat14 on15 the right hand16 of God.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 3 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 4 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 5 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 λαλησαι G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 8 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ανεληφθη G353 opgenomen, namen, Neem receive up, take (in, unto, up) 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ουρανον G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 εκαθισεν G2523 gezeten, zitten, neder continue, set, sit (down), tarry 15 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 16 δεξιων G1188 rechter, rechterhand, rechter- right (hand, side) 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En zij, uitgegaan zijnde, predikten overal, en de Heere wrocht mede, en bevestigde het Woord door tekenen, die daarop volgden. Amen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En zij, uitgegaanG1831 zijnde, prediktenG2784 overalG3837, en de HeereG2962 wrocht medeG4903, en bevestigdeG950 het WoordG3056 doorG1223 tekenenG4592, dieG1565 daarop volgdenG1872. AmenG281. En zij, uitgegaan zijnde, predikten overal, en de Heere wrocht mede, en bevestigde het Woord door tekenen, die daarop volgden. Amen.

KJV And2 they1 went forth,3 and preached4 every where,5 the Lord7 working with8 them, and9 confirming12 the word11 with13 signs16 following.15 Amen.

1 εκεινοι G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εξελθοντες G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 4 εκηρυξαν G2784 gepredikt, prediken, predikende preacher(-er), proclaim, publish 5 πανταχου G3837 overal, alom in all places, everywhere 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 8 συνεργουντος G4903 mede gewrocht, medearbeidende, medewerken help (work) with, work(-er) together 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 12 βεβαιουντος G950 bevestigd, bevestigen, bevestigde confirm, (e-)stablish 13 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 14 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 επακολουθουντων G1872 nagetracht, navolgen, volgden follow (after) 16 σημειων G4592 teken, tekenen, krachten miracle, sign, token, wonder 17 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Markus 16:1 Markus 15:40 Johannes 19:31 Johannes 19:25 Markus 15:47 Lukas 23:56 Markus 15:42 Markus 14:3 Johannes 20:1
Markus 16:2 Mattheüs 28:1 Lukas 24:1 Johannes 20:1
Markus 16:3 Mattheüs 27:60 Markus 15:46
Markus 16:4 Johannes 20:1 Lukas 24:2 Mattheüs 28:2
Markus 16:5 Johannes 20:11 Mattheüs 28:3 Lukas 24:3 Daniël 10:5 Lukas 1:12 Lukas 1:29 Markus 6:49 Daniël 8:17
Markus 16:6 Mattheüs 14:26 Openbaring 1:17 Handelingen 10:38 Spreuken 8:17 Mattheüs 28:4 Markus 1:24 Markus 10:34 Lukas 24:4
Markus 16:7 Markus 14:28 Mattheüs 26:32 Mattheüs 28:7 Mattheüs 28:10 Mattheüs 28:16 Johannes 21:1 Markus 14:50 1 Korinthe 15:5
Markus 16:8 Mattheüs 28:8 Lukas 10:4 Lukas 24:22 2 Koningen 4:29 Lukas 24:9 Lukas 24:37 Markus 16:5
Markus 16:9 1 Korinthe 16:2 Markus 15:40 Handelingen 20:7 Johannes 20:14 Lukas 8:2 Johannes 20:12 Markus 15:47 Lukas 24:10
Markus 16:10 Lukas 24:17 Mattheüs 9:15 Mattheüs 24:30 Markus 14:72 Johannes 16:6 Johannes 16:20 Johannes 20:18
Markus 16:11 Lukas 24:11 Markus 16:13 Markus 9:19 Lukas 24:23 Exodus 6:9 Job 9:16
Markus 16:12 Lukas 24:13 Markus 16:14 Johannes 21:1 Johannes 21:14
Markus 16:13 Johannes 20:25 Lukas 24:33 Lukas 16:31 Johannes 20:8
Markus 16:14 1 Korinthe 15:5 Lukas 24:36 Mattheüs 11:20 Psalmen 95:8 Hebreeën 3:7 Mattheüs 17:20 Markus 7:18 Hebreeën 3:15
Markus 16:15 Mattheüs 28:19 Markus 13:10 Handelingen 1:8 Lukas 24:47 Kolossenzen 1:23 Romeinen 16:26 Psalmen 22:27 Johannes 15:16
Markus 16:16 Johannes 3:36 Romeinen 10:9 Johannes 3:18 Handelingen 2:38 Johannes 8:24 Johannes 3:15 Openbaring 20:15 1 Johannes 5:10
Markus 16:17 1 Korinthe 12:30 1 Korinthe 12:28 1 Korinthe 12:10 Handelingen 5:16 Handelingen 10:46 Handelingen 19:6 Handelingen 16:18 Handelingen 8:7
Markus 16:18 Lukas 10:19 Jakobus 5:14 Markus 5:23 Handelingen 4:30 Handelingen 19:12 Handelingen 28:3 Handelingen 9:17 Handelingen 9:34
Markus 16:19 1 Petrus 3:22 Hebreeën 1:3 Hebreeën 12:2 Hebreeën 8:1 Lukas 9:51 Romeinen 8:34 Psalmen 110:1 Kolossenzen 3:1
Markus 16:20 Handelingen 5:12 Hebreeën 2:4 Handelingen 14:3 Handelingen 8:4 1 Korinthe 2:4 Romeinen 15:19 2 Korinthe 6:1 1 Korinthe 3:6
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Markus 16 vers 1

hadden Maria Magdalena, en Maria, Of, hebben; doch dit woord hadden komt hier beter, omdat de specerijen des avonds vóór den sabbat nu al gekocht waren, gelijk Lukas verklaart, Luc. 23:56 .

Hertaald: hadden Maria Magdalena, en Maria, Of: hebben; maar het woord hadden past hier beter, omdat de specerijen op de avond vóór de sabbat al gekocht waren, zoals Lukas verklaart, Luk. 23:56.

zalfden Dat is, balsemden.

Hertaald: zalfden Dat is: balsemden.

Markus 16 vers 2

der week, Grieks, der sabbaten; welke was de derde dag nadat Hij begraven was geweest; welke dag daarom genaamd is geworden de dag des Heeren, omdat Hij op dien dag opgestaan is. Zie Openb. 1:10 .

Hertaald: der week, Grieks: van de sabbatten; dat was de derde dag nadat Hij begraven was. Die dag is daarom de dag van de Heere genoemd, omdat Hij op die dag opgestaan is. Zie Openb. 1:10.

als de zon opging; Zij hadden zich wel met het krieken van den dag opgemaakt om te gaan, toen het nog duister was, Joh. 20:1 , maar zijn omtrent het graf gekomen met het opgaan van de zon.

Hertaald: als de zon opging; Zij waren wel bij het krieken van de dag opgestaan om te gaan, toen het nog donker was, Joh. 20:1, maar zij kwamen bij het graf aan toen de zon opging.

Markus 16 vers 4

afgewenteld was) Namelijk door den engel, Matt. 28:2 .

Hertaald: afgewenteld was) Namelijk door de engel, Matth. 28:2.

Markus 16 vers 5

een jongeling, Dat is, een engel in de gedaante van een jongeling.

Hertaald: een jongeling, Dat is: een engel in de gedaante van een jongeman.

lang kleed, Grieks, stole. Zie daarvan Marc. 12:38 .

Hertaald: lang kleed, Grieks: stole. Zie daarover Mark. 12:38.

Markus 16 vers 7

en Petrus, Dat is, en bijzonderlijk Petrus, omdat hij vanwege zijne verloochening en droefheid inzonderheid troost van node had.

Hertaald: en Petrus, Dat is: en in het bijzonder Petrus, omdat hij vanwege zijn verloochening en droefheid bijzonder troost nodig had.

gelijk Hij ulieden gezegd heeft Namelijk vóór Zijn lijden, Marc. 14:28 .

Hertaald: gelijk Hij ulieden gezegd heeft Namelijk vóór Zijn lijden, Mark. 14:28.

Markus 16 vers 8

zeiden niemand iets; Namelijk van degenen, die haar ontmoeten, totdat zij tot de discipelen kwamen, wien zij het geboodschapt hebben, vs.10, en Luc. 24:9 .

Hertaald: zeiden niemand iets; Namelijk tegen niemand die hen onderweg tegenkwam, totdat zij bij de discipelen kwamen, aan wie zij het gemeld hebben, vers 10 en Luk. 24:9.

Markus 16 vers 9

der week, Grieks, des sabbats; hetwelk ook somtijds voor de gehele week genomen wordt. Zie Luc. 18:12 .

Hertaald: der week, Grieks: van de sabbat; dat woord wordt soms ook opgevat als de hele week. Zie Luk. 18:12.

verscheen Hij eerst aan Maria Magdalena, Van deze eerste verschijning zie breder Joh. 20:14 .

Hertaald: verscheen Hij eerst aan Maria Magdalena, Zie over deze eerste verschijning uitvoeriger Joh. 20:14.

Markus 16 vers 12

in een andere gedaante, Niet die Hij waarlijk had, maar die Hij hun scheen te hebben, overmits hunne ogen gehouden werden dat zij Hem niet kenden, Luc. 24:16 .

Hertaald: in een andere gedaante, Niet de gedaante die Hij werkelijk had, maar die Hij voor hen leek te hebben, omdat hun ogen weerhouden werden zodat zij Hem niet herkenden, Luk. 24:16.

in het veld gingen Namelijk naar Emmaus, Luc. 24:13 . Zie daar ook deze geschiedenis breder beschreven.

Hertaald: in het veld gingen Namelijk naar Emmaüs, Luk. 24:13. Zie daar ook deze geschiedenis uitvoeriger beschreven.

Markus 16 vers 14

daar zij aanzaten, Of, waar zij bijeen zaten.

Hertaald: daar zij aanzaten, Of: waar zij bijeenzaten.

Markus 16 vers 15

in de gehele wereld, Grieks, in al de wereld.

Hertaald: in de gehele wereld, Grieks: in heel de wereld.

creaturen Grieks, allen creatuur, of schepsel; dat is, allen volken, Matt. 28:19 , namelijk niet alleen den Joden, maar ook den Grieken of heidenen, dat is, allerlei soorten van volken. Zie Kol. 1:23 .

Hertaald: creaturen Grieks: alle creatuur of schepsel; dat is: alle volken, Matth. 28:19 — namelijk niet alleen de Joden, maar ook de Grieken of heidenen, dat is: allerlei soorten volken. Zie Kol. 1:23.

Markus 16 vers 17

deze tekenen volgen Namelijk voorzoveel nodig zal zijn tot verbreiding en bevestiging der leer van het Evangelie. Want allen is de gave om wondertekenen te doen niet gegeven, 1 Kor. 12:28 . En het is ook niet nodig, wanneer het Evangelie genoegzaam bevestigd is.

Hertaald: deze tekenen volgen Namelijk voor zover dat nodig zal zijn voor de verbreiding en de bevestiging van de leer van het Evangelie. Want de gave om wondertekenen te doen is niet aan allen gegeven, 1 Kor. 12:28. En zij is ook niet nodig wanneer het Evangelie voldoende bevestigd is.

nieuwe tongen zullen zij spreken; Dat is, met vreemde talen, die zij niet geleerd hadden, Hand. 2:4 .

Hertaald: nieuwe tongen zullen zij spreken; Dat is: in vreemde talen die zij niet geleerd hadden, Hand. 2:4.

Markus 16 vers 18

Slangen zullen zij opnemen; Namelijk onbeschadigd, gelijk Paulus gedaan heeft, Hand. 28:5 .

Hertaald: Slangen zullen zij opnemen; Namelijk zonder schade, zoals Paulus gedaan heeft, Hand. 28:5.

zij zullen gezond worden Grieks, zij zullen het wel hebben; dat is, het zal met hen wel worden.

Hertaald: zij zullen gezond worden Grieks: zij zullen het goed hebben; dat is: het zal met hen goed komen.

Markus 16 vers 19

nadat Hij tot hen gesproken had, Namelijk veertig dagen lang, van het koninkrijk Gods, Hand. 1:3 .

Hertaald: nadat Hij tot hen gesproken had, Namelijk veertig dagen lang, over het Koninkrijk van God, Hand. 1:3.

Markus 16 vers 20

overal, Dat is, door de gehele wereld, Hand. 10:28 , Hand. 10:42 .

Hertaald: overal, Dat is: door de hele wereld, Hand. 10:28, Hand. 10:42.

wrocht mede, en bevestigde Of, bekrachtigde; namelijk door de werking zijns Geestes de predikatie zijns Woords in de harten der mensen, tot hunne bekering. Zie Hand. 14:3 , en Hand. 16:14 ; 1 Kor. 3:7 .

Hertaald: wrocht mede, en bevestigde Of: bekrachtigde; namelijk door de werking van Zijn Geest de prediking van Zijn Woord in de harten van de mensen, tot hun bekering. Zie Hand. 14:3 en Hand. 16:14; 1 Kor. 3:7.

het Woord door tekenen, Namelijk van de predikatie des Evangelies.

Hertaald: het Woord door tekenen, Namelijk van de prediking van het Evangelie.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Salome  — vredevol

Een volgelinge van Jezus, die getuige was van Zijn kruisiging en met Maria Magdalena en Maria, de moeder van Jakobus, specerijen kocht om Jezus' lichaam te zalven (Mark. 15:40; 16:1); mogelijk de moeder van Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Evangelie  — Grieks: euangelion, "goede boodschap, blijde tijding" — oorspronkelijk het bericht van een overwinning

Markus opent met dit woord: "Het begin des Evangelies van JEZUS CHRISTUS, den Zone Gods" (Mark. 1:1). Het is geen boektitel maar een aanduiding van de zaak zelf, en Markus gebruikt het meer dan de andere Evangelisten. Christus komt in Galilea "predikende het Evangelie van het Koninkrijk Gods" en vat Zijn boodschap samen in vier woorden: de tijd is vervuld, het Koninkrijk is nabij gekomen, bekeert u, en gelooft het Evangelie (Mark. 1:14-15). Verderop staat het naast Hemzelf, als iets waarvoor men zijn leven verliezen kan — "om Mijnentwil, en om des Evangelies wil" (Mark. 8:35) — en aan het eind wordt het bevel gegeven het te prediken "aan alle kreaturen" (Mark. 16:15).

Bijbelse betekenis: Het Evangelie is naar zijn aard een bericht en geen program: iets wat gebeurd is, wordt aangezegd. Daarom staat de oproep in Mark. 1:15 in die orde — eerst de mededeling dat de tijd vervuld is, dan de eis van bekering en geloof. Opmerkelijk is dat Markus het woord zowel voor de boodschap áls voor de Persoon kan gebruiken: in Mark. 8:35 staan "om Mijnentwil" en "om des Evangelies wil" naast elkaar als één zaak. Er is dus geen Evangelie los van Christus, en geen Christus los van de aanzegging.

Typologie: Paulus geeft de kortste inhoudsopgave die de Schrift kent: dat Christus gestorven is voor onze zonden naar de Schriften, en dat Hij begraven is en opgewekt ten derden dage naar de Schriften (1 Kor. 15:1-4). Hij noemt het een kracht Gods tot zaligheid voor een ieder die gelooft, waarin de rechtvaardigheid Gods geopenbaard wordt uit geloof tot geloof (Rom. 1:16-17). En hij houdt vast dat er maar één is: wie een ander evangelie verkondigt, zij vervloekt — al ware het een engel uit de hemel (Gal. 1:6-9). Jesaja had de bode al gezien die goede boodschap brengt en tot Sion zegt: uw God is Koning (Jes. 52:7; vgl. Rom. 10:15).

Mark. 1:1,14-15; Mark. 8:35; Mark. 16:15; Jes. 52:7; Rom. 1:16-17; Rom. 10:15; 1 Kor. 15:1-4; Gal. 1:6-9

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Hij is opgestaan, Hij is hier niet — 16:6-7, 9-14, 19-20

De Engel des HEEREN niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Drie vrouwen gaan bij het opgaan van de zon naar het graf met specerijen, en onderweg bespreken zij het enige probleem dat zij zien: wie zal de steen voor ons afwentelen? Als zij aankomen, is die al weg.

Hij wordt niet gevonden waar zij Hem zochten, en verschijnt daarna aan mensen die het niet geloofden.

**De boodschap in het graf.** “gij zoekt Jezus den Nazarener, Die gekruist was; Hij is opgestaan; Hij is hier niet; ziet de plaats, waar zij Hem gelegd hadden.”

Er wordt niets bewezen. Er wordt gewezen: kijk, daar lag Hij.

**Eén naam apart.** “Doch gaat heen, zegt Zijnen discipelen, en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea.” De man die Hem drie keer verloochend had, wordt afzonderlijk genoemd. Er staat geen woord van verwijt bij; alleen zijn naam.

**Aan wie Hij verschijnt.** Markus telt ze op, en het opvallende is de volgorde. Eerst aan Maria Magdalena, uit wie Hij zeven duivelen had uitgeworpen. Dan aan twee van hen op het veld, in een andere gedaante. En pas daarna aan de elf, aan tafel.

**En hoe zij reageren.** Driemaal hetzelfde: zij geloofden het niet. Markus verzwijgt niet dat Hij het hun verweet: hun ongeloof en de hardigheid van hun hart, omdat zij niet geloofd hadden wie Hem gezien hadden.

Wie een verhaal verzint, laat zijn getuigen niet zo staan.

**Waarom dit bij deze lijn hoort.** In het Oude Testament verscheen God aan enkelingen, en zij vielen op de grond. Hier verschijnt Hij ook — het woord staat er drie keer — maar de uitwerking is anders: er wordt niemand neergeslagen, er wordt gegeten en gesproken en verweten.

De verschijningen na Pasen zijn niet minder ontzagwekkend, maar zij zijn wel dichterbij. Dat is het verschil tussen de Engel des HEEREN bij een doornstruik en Iemand Die aan tafel aanligt.

**Het slot.** “De Heere dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in den hemel, en is gezeten aan de rechter hand Gods.”

De kanttekening vult in hoe lang dat spreken duurde: veertig dagen, over het koninkrijk Gods.

En het allerlaatste vers laat Hem niet los van Zijn mensen: zij gingen uit en predikten overal, en de Heere wrocht mede.

  1. Jesaja 53:11 — Hij zal van de arbeid Zijner ziel vrucht zien en verzadigd worden.
  2. Markus 16:6 — Hij is opgestaan; ziet de plaats waar zij Hem gelegd hadden.
  3. Markus 16:7 — En zegt het Zijn discipelen — en Petrus.
  4. Markus 16:9 — Hij verschijnt eerst aan Maria Magdalena.
  5. Markus 16:19 — En Hij wordt opgenomen en zit aan de rechterhand Gods.
  6. Psalm 110:1 — Zit aan Mijn rechterhand, was Hem gezegd.

In het Nieuwe Testament: Psalm 110:1; Handelingen 1:3; Lukas 24:34; Handelingen 1:9; Jesaja 53:11; Mattheüs 28:6

Hoever dit reikt: Over de laatste twaalf verzen van Markus bestaat een oude vraag naar de handschriften; deze post volgt de Statenvertaling en gaat daar niet op in. Dat Petrus afzonderlijk genoemd wordt, staat er zonder toelichting; wat daarmee bedoeld is, wordt niet gezegd.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Markus 16

Markus 16:1-2.KruisverwijzingenMarkus 15:40Johannes 19:31Johannes 19:25Markus 15:47Mattheüs 28:1Lukas 24:1Lukas 23:56Markus 15:42
— En als de sabbat voorbijgegaan was, hadden Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus, en Salome specerijen gekocht, opdat zij kwamen en Hem zalfden. En zeer vroeg op den eersten dag der week, kwamen zij tot het graf, als de zon opging;
“En als de sabbat voorbijgegaan was, hadden Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus, en Salome specerijen gekocht, opdat zij kwamen en Hem zalfden. En zeer vroeg op den eersten dag der week, kwamen zij tot het graf, als de zon opging;”

Hun liefde maakte hen voortvarend. Hun genegenheid stond op het punt iets onnodigs en zelfs onmogelijks te ondernemen. En toch twijfel ik er niet aan dat het aangenaam was voor God.

Och, dat wij zulk een liefde hadden dat zelfs het dode lichaam van Christus ons zo dierbaar was dat wij bereid waren het met grote kosten te zalven! Ik vrees dat tegenwoordig zelfs Zijn lévende Woord niet gewaardeerd wordt zoals het behoort. Hoe weinigen zouden wij dus vinden die zich om Zijn dode lichaam bekommerd zouden hebben!

De ware liefde had zich vergist, maar het was toch ware liefde, en de HEERE nam haar aan — al had Hij de zoete specerijen die de vrouwen brachten niet nodig.

Er was die morgen al een andere zon opgegaan, want de Zon der gerechtigheid was opgegaan. En met Zijn opgang was onze hoop opgegaan en was het eeuwige leven aan het licht gekomen.

Deze heilige vrouwen bewezen hun genegenheid voor hun Heere door zo vroeg te komen. De liefde wil niet wachten; zij vindt er vreugde in haar dienst zo snel te bewijzen als zij maar kan.

Markus 16:3-4.KruisverwijzingenJohannes 20:1Lukas 24:2Mattheüs 27:60Markus 15:46Mattheüs 28:2
— En zeiden tot elkander: Wie zal ons den steen van de deur des grafs afwentelen? (En opziende zagen zij, dat de steen afgewenteld was) want hij was zeer groot.
“En zeiden tot elkander: Wie zal ons den steen van de deur des grafs afwentelen? (En opziende zagen zij, dat de steen afgewenteld was) want hij was zeer groot.”

Een vraag die veel andere mensen over veel andere dingen in verwarring gebracht heeft, verontrustte ook deze heilige vrouwen. En toch was er geen enkele reden om die vraag te stellen.

Misschien zijn sommigen van u op dit ogenblik verontrust terwijl er geen reden tot verontrusting is, en bevreesd waar geen vrees is. Zo ging het met deze vrouwen, die tot elkaar zeiden: wie zal ons de steen van de deur van het graf afwentelen?

Put troost uit dit vers, u die uw Heere zoekt te dienen. Er zullen zeker stenen op uw weg liggen, en sommige kunnen heel groot zijn. Maar zij zullen op de goede tijd van de HEERE weggewenteld worden, en dikwijls hebt u bij dat wegwentelen des te groter blijdschap.

Vergt die inspanning de kracht van een engel, dan zal er een engel uit de hemel voor gezonden worden. Er was misschien geen engel geweest als er geen steen geweest was. En misschien had u geen openbaring gekregen van de macht van de hemel om u te helpen. Niet als u niet eerst een openbaring gekregen had van uw eigen zwakheid en onvermogen om de steen weg te wentelen.

De steen was heel groot, en daarom moeilijk weg te wentelen. En daarom des te gemakkelijker te zien wanneer hij weggewenteld was. En daarom te meer reden tot blijdschap dat hij weggewenteld wás.

In de grootheid van onze moeiten kan dikwijls ruimte liggen voor een des te groter vertoon van de goedheid van God. Een grote beproeving kan niets anders zijn dan het voorspel van een grote blijdschap. Vrees de schuimende baren niet, want zij kunnen u aan land spoelen; dat is het ergste wat zij doen kunnen, en het is tegelijk het beste.

Markus 16:5.KruisverwijzingenJohannes 20:11Mattheüs 28:3Lukas 24:3Daniël 10:5Lukas 1:12Lukas 1:29Markus 6:49Daniël 8:17
— En in het graf ingegaan zijnde, zagen zij een jongeling, zittende ter rechter zijde, bekleed met een wit lang kleed, en werden verbaasd.
“En in het graf ingegaan zijnde, zagen zij een jongeling, zittende ter rechter zijde, bekleed met een wit lang kleed, en werden verbaasd.”

Een engel had de gedaante van een jongeman mogen aannemen; dat schijnt gewoonlijk de manier te zijn waarop engelen aan mensen verschijnen.

Ik vermoed dat er toch een grote verwantschap tussen engelen en mensen is. Anders zouden engelachtige wezens niet zo voortdurend die gedaante aannemen wanneer zij aan mensen verschijnen. Bij het zien van die jongeman, bekleed met een lang wit kleed, werden deze goede vrouwen verschrikt.

Markus 16:6.KruisverwijzingenMattheüs 14:26Openbaring 1:17Handelingen 10:38Spreuken 8:17Mattheüs 28:4Markus 1:24Markus 10:34Lukas 24:4
— Maar hij zeide tot haar: Zijt niet verbaasd; gij zoekt Jezus den Nazarener, Die gekruist was; Hij is opgestaan; Hij is hier niet; ziet de plaats, waar zij Hem gelegd hadden.
“Maar hij zeide tot haar: Zijt niet verbaasd; gij zoekt Jezus den Nazarener, Die gekruist was; Hij is opgestaan; Hij is hier niet; ziet de plaats, waar zij Hem gelegd hadden.”

Waarom zouden zij verschrikt zijn? Zij waren gekomen om hun Heere te dienen, en de engel ook; er was dus geen reden tot vrees. Wie Jezus liefhebben hoeven nooit bang te zijn voor engelen — en wat dat betreft ook niet voor duivelen. Want de Heere Die zij dienen zal voor hen zorgen.

Dit was de eerste evangelieprediking na de opstanding. Let dus in het bijzonder op hoe de engel Christus beschrijft. Hij noemt Hem bij Zijn nederige naam: Jezus de Nazarener. Hij spreekt niet van Hem als de opgestane of regerende Christus, maar als Jezus de Nazarener, Die gekruisigd was.

De engelen schamen zich kennelijk niet voor het kruis van Christus; zij proberen de schande ervan niet te verbergen.

En dan het grafschrift op de tombe van Christus: Hij is hier niet. Op de graven van andere mensen staat geschreven: hier ligt die en die. Maar op het graf van Christus staat opgetekend: Hij is hier niet.

Hij is overal elders, maar Hij is hier niet. Hij is bij ons in onze eenzaamheid, Hij is bij ons in onze openbare samenkomsten. Maar er is één plaats waar Hij niet is, en dat is het lege graf.

God zij gedankt dat Hij daar niet is. Wij aanbidden geen dode man die in het graf ligt. Hij op Wie wij steunen is opgestaan uit de doden en opgevaren in de heerlijkheid, waar Hij altijd leeft om het grote werk van de zaligheid uit te voeren.

Markus 16:7.KruisverwijzingenMarkus 14:28Mattheüs 26:32Mattheüs 28:7Mattheüs 28:10Mattheüs 28:16Johannes 21:1Markus 14:501 Korinthe 15:5
— Doch gaat heen, zegt Zijnen discipelen, en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea; aldaar zult gij Hem zien, gelijk Hij ulieden gezegd heeft.
“Doch gaat heen, zegt Zijnen discipelen, en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea; aldaar zult gij Hem zien, gelijk Hij ulieden gezegd heeft.”

Zorg ervoor, geliefden, dat u de waarheid voor uzelf kent, en haast u dan haar aan anderen te vertellen. Ik bid u: loop niet uit zonder te weten wat uw boodschap is. Maar ik bid u ook: hebt u een boodschap voor de HEERE, talm dan niet, maar gaat heen en zegt het Zijn discipelen.

Het was heel bedachtzaam van deze engel om erbij te zeggen: en Petrus. Zo verbond hij aan de discipelen de naam van hem die het meest openlijk overtreden en zijn Meester verloochend had.

Markus 16:8.KruisverwijzingenMattheüs 28:8Lukas 10:4Lukas 24:222 Koningen 4:29Lukas 24:9Lukas 24:37Markus 16:5
— En zij, haastelijk uitgegaan zijnde, vloden van het graf, en beving en ontzetting had haar bevangen; en zij zeiden niemand iets; want zij waren bevreesd.
“En zij, haastelijk uitgegaan zijnde, vloden van het graf, en beving en ontzetting had haar bevangen; en zij zeiden niemand iets; want zij waren bevreesd.”

Er was een mengeling van blijdschap met hun vrees, en van vrees met hun blijdschap, en dat hield hen een tijdlang stil.

Sommige mensen vertellen alles wat zij weten, ook wanneer het verstandiger zou zijn te zwijgen. Maar deze godvrezende vrouwen wachtten tot zij hen bereikten tot wie zij spreken moesten. Zij zeiden onderweg tegen niemand iets, maar haastten zich verder om de discipelen te vinden en hun de gezegende tijding van de opstanding van hun Heere te brengen.

Maar daarna vatten zij moed en vertelden zij het verhaal van de opstanding van hun Heere wél.

Markus 16:9.Kruisverwijzingen1 Korinthe 16:2Markus 15:40Handelingen 20:7Johannes 20:14Lukas 8:2Johannes 20:12Markus 15:47Lukas 24:10
— En als Jezus opgestaan was, des morgens vroeg, op den eersten dag der week, verscheen Hij eerst aan Maria Magdalena, uit welke Hij zeven duivelen uitgeworpen had.
“En als Jezus opgestaan was, des morgens vroeg, op den eersten dag der week, verscheen Hij eerst aan Maria Magdalena, uit welke Hij zeven duivelen uitgeworpen had.”

Waar de genade haar grootste wonderen gewrocht had, daar bracht Christus Zijn eerste bezoek. Hij verscheen eerst aan Maria Magdalena, uit wie Hij zeven duivelen uitgeworpen had.

Markus 16:10-11.KruisverwijzingenLukas 24:11Markus 16:13Markus 9:19Lukas 24:23Lukas 24:17Mattheüs 9:15Mattheüs 24:30Markus 14:72
— Deze, heengaande, boodschapte het dengenen, die met Hem geweest waren, welke treurden en weenden. En als dezen hoorden, dat Hij leefde, en van haar gezien was, geloofden zij het niet.
“Deze, heengaande, boodschapte het dengenen, die met Hem geweest waren, welke treurden en weenden. En als dezen hoorden, dat Hij leefde, en van haar gezien was, geloofden zij het niet.”

Ik kan mij dat toneel voorstellen: de wenende en treurende discipelen, en deze gretige vrouw die haar verhaal doet met kennelijke oprechtheid en diepe aandoening. En zij geloofden haar niet.

Verwacht u geloofd te worden telkens wanneer u het verhaal van de opstanding van uw Heere vertelt, of enig ander deel van de evangelieboodschap? U moet het niet aan discipelen van Christus vertellen, maar aan mensen die vervreemd zijn van het burgerschap van Israel. En waarschijnlijk vertelt u het niet zo goed als Maria Magdalena deed.

Verwonder u er dus niet over als wie uw boodschap horen haar dikwijls niet geloven. Zorg ervoor dat u haar zelf gelooft, en blijf haar vertellen of anderen haar geloven of niet. God zal haar te zijner tijd aan sommigen van hen zegenen.

Markus 16:12-13.KruisverwijzingenLukas 24:13Johannes 20:25Lukas 24:33Markus 16:14Johannes 21:1Johannes 21:14Lukas 16:31Johannes 20:8
— En na dezen is Hij geopenbaard in een andere gedaante, aan twee van hen, daar zij wandelden, en in het veld gingen. Dezen, ook heengaande, boodschapten het aan de anderen; maar zij geloofden ook die niet.
“En na dezen is Hij geopenbaard in een andere gedaante, aan twee van hen, daar zij wandelden, en in het veld gingen. Dezen, ook heengaande, boodschapten het aan de anderen; maar zij geloofden ook die niet.”

Het ongeloof is heel moeilijk te doden, zelfs in harten die met God in orde zijn. Wij hoeven ons er dus niet over te verwonderen dat er goddelijke genade nodig is om het ongeloof uit de harten van de onwedergeborenen te verdrijven.

Het ongeloof wordt zelfs bij ware discipelen niet gemakkelijk uitgedreven. Maar laat niemand van ons het in zijn hart koesteren. Nu wij zien hoe ongelovig deze discipelen waren, en weten hoe verkeerd hun ongeloof was, laten wij niet als zij zijn.

Markus 16:14-16.KruisverwijzingenJohannes 3:36Romeinen 10:9Johannes 3:18Handelingen 2:38Johannes 8:24Johannes 3:15Openbaring 20:151 Johannes 5:10
— Daarna is Hij geopenbaard aan de elven, daar zij aanzaten, en verweet hun hun ongelovigheid en hardigheid des harten, omdat zij niet geloofd hadden degenen, die Hem gezien hadden, nadat Hij opgestaan was. En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen. Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden.
“Daarna is Hij geopenbaard aan de elven, daar zij aanzaten, en verweet hun hun ongelovigheid en hardigheid des harten, omdat zij niet geloofd hadden degenen, die Hem gezien hadden, nadat Hij opgestaan was. En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen. Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden.”

Hij verweet hun hun ongelovigheid en hardheid van hart. En toch zond Hij juist déze mannen uit in de hele wereld om het evangelie te prediken aan alle kreaturen. God zegene ons het lezen van Zijn heilig Woord! Amen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

Wedergeboorte door de doop

Doop

Een preek uitgesproken door C.H. Spurgeon, op zondagmorgen 5 juni 1864, in The Metropolitan Tabernacle, Newington. En Hij zei tegen hen: Ga heen in heel de wereld, predik…

De doop: Een gehoorzaamheid aan Christus

Doop Preken

Een preek om te worden voorgelezen op zondag 17 december 1893. Uitgesproken door C.H. Spurgeon, op zondagavond 13 oktober 1889, in De Metropolitan Tabernacle, Newington. Wie gelooft en…

Jezus verschijnt

Preken

En toen Jezus opgestaan was, des morgens vroeg; op de eerste dag der week, verscheen Hij eerst aan Maria Magdaléna, uit wie Hij zeven duivelen uitgeworpen had. Markus…

Gods opdracht ons bevel

Korte Overdenkingen Overdenkingen met Spurgeon

Wellington¹ stuurde op een avond een boodschap naar zijn troepen: "Ciudad Rodrigo moet vannacht worden ingenomen." En wat denk je dat het antwoord was van de Britse soldaten…

Wat is zalig worden?

Met Spurgeon Het Jaar Door

Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden. Markus 16:16 Wat is ‘zalig worden’? Wel, het betekent natuurlijk wat het voor iedereen moet betekenen: de…

Eén woord

Dagelijkse Hulp

Hij verscheen eerst aan Maria." - Markus 16:9. Als we veel van Christus willen zien, laten we Hem dan dienen. Zeg mij wie het vaakst onder de banier van…

Christus de enige pleitgrond

Aan De Voeten Van De Meester

Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden. Markus 16:16 Vlucht, arme zondaar, snel als de…

Slechts één woord

Nabij De Zon

En als Jezus opgestaan was, des morgens vroeg, op de eerste dag der week, verscheen Hij eerst aan Maria Magdalena. Markus 16:9 Als we veel van Christus willen…

Christus' gezag

Aan De Voeten Van De Meester

Die vasthoudt aan het getrouwe woord, dat naar de leer is, opdat hij machtig zij, beide om te vermanen door de gezonde leer, en om de tegensprekers te…

Getuig van de belofte

Aan De Voeten Van De Meester

En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen. Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar…

Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden. Markus 16:16 Mac Donald vroeg eens aan de bewoners van het eiland…

Jezus verscheen eerst aan Maria Magdalena

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond"  Jezus verscheen eerst aan Maria Magdalena. Markus 16:9 Jezus verscheen eerst aan Maria Magdalena, waarschijnlijk niet alleen wegens haar grote liefde…

Altijd als eerste in de Genootschap

Bank Des Geloofs

Hij gaat u voor naar Galilea; aldaar zult gij Hem zien, gelijk Hij ulieden gezegd heeft. Markus 16:7 Hij zou op de vastgestelde tijd op de afgesproken plaats…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content