Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Markus 14

1 En het pascha, en het feest der ongehevelde broden was na twee dagen. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en doden zouden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En het paschaG3957, en het feest der ongeheveldeG106 broden wasG1510 naG3326 tweeG1417 dagenG2250. En de overpriestersG749 en de SchriftgeleerdenG1122 zochtenG2212, hoeG4459 zij HemG846 metG1722 listigheidG1388 vangenG2902 en dodenG615 zouden. En het pascha, en het feest der ongehevelde broden was na twee dagen. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en doden zouden.

KJV After2 two9 days10 was the feast of the passover,4 and5 of8 unleavened bread:7 and11 the chief priests14 and15 the scribes17 sought12 how18 they might take22 him19 by20 craft,21 and put him to death.

1 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πασχα G3957 pascha, Pascha, paas feest Easter, Passover 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αζυμα G106 ongehevelde, ongezuurd, ongezuurde unleavened (bread) 8 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 9 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 10 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 εζητουν G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 13 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αρχιερεις G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 18 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 19 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 21 δολω G1388 bedrog, listigheid craft, deceit, guile, subtilty 22 κρατησαντες G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 23 αποκτεινωσιν G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Maar zij zeiden: Niet in het feest, opdat niet misschien oproer onder het volk worde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 MaarG1161 zijG1510 zeidenG3004: NietG3361 inG1722 het feestG1859, opdat niet misschien oproerG2351 onder het volkG2992 worde. Maar zij zeiden: Niet in het feest, opdat niet misschien oproer onder het volk worde.

KJV But2 they said,1 Not3 on4 the feast6 day, lest7 there be an uproar8 of the people.

1 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 εορτη G1859 feest, feestdag feast, holyday 7 μηποτε G3379 tijd, Geenszins, mogelijk if peradventure, lest (at any time, haply), not at all, whether or not 8 θορυβος G2351 oproer, beroerte tumult, uproar 9 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 λαου G2992 volk, volks, volke people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En als Hij te Bethanie was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 EnG2532 als HijG846 te BethanieG963 wasG1510, inG1722 het huisG3614 van SimonG4613, den melaatseG3015, daar HijG846 aan tafelG2621 zat, kwamG2064 een vrouwG1135, hebbendeG2192 een albasten flesG211 metG1722 zalfG3464 van onvervalstenG4101 nardusG3487, van groten prijsG4185; enG2532 de albasten flesG211 gebrokenG4937 hebbende, gootG2708 die op Zijn hoofdG2776. En als Hij te Bethanie was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd.

KJV And1 being3 in4 Bethany5 in6 the house8 of Simon9 the leper,11 as he13 sat at meat,12 there came14 a woman15 having16 an alabaster box17 of ointment18 of spikenard19 very precious;21 and22 she brake23 the box,25 and poured26 it on28 his27 head.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οντος G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 βηθανια G963 Bethanie Bethany 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 οικια G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 9 σιμωνος G4613 Simon, Simons Simon 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 λεπρου G3015 melaatse, melaatsen leper 12 κατακειμενου G2621 lag, gelegen, tafel keep, lie, sit at meat (down) 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 15 γυνη G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 16 εχουσα G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 17 αλαβαστρον G211 albasten fles (alabaster) box 18 μυρου G3464 zalf, zalven ointment 19 ναρδου G3487 nardus (spike-)nard 20 πιστικης G4101 onvervalsten spike-(nard) 21 πολυτελους G4185 kostelijk, kostelijke, prijs costly, very precious, of great price 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 συντριψασα G4937 gebroken, gekrookte, verbrijzeld break (in pieces), broken to shivers (+ -hearted), bruise 24 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 αλαβαστρον G211 albasten fles (alabaster) box 26 κατεχεεν G2708 goot pour 27 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 28 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 29 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 κεφαλης G2776 hoofd, hoofden, Hoofd head
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En er warenG1510 sommigenG5100, die dat zeer kwalijk namenG23 bijG4314 zichzelvenG1438, en zeidenG3004: WaartoeG1519 is ditG3778 verliesG684 der zalfG3464 geschiedG1096? En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied?

KJV And2 there were some3 that had indignation4 within5 themselves,6 and7 said,8 Why9 was16 this13 waste12 of the ointment15 made?

1 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 αγανακτουντες G23 kwalijk, kwalijk namen, kwalijk nemen be much (sore) displeased, have (be moved with, with) indignation 5 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 6 εαυτους G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 10 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 11 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 απωλεια G684 verderf, verderve, verderfs damnable(-nation), destruction, die, perdition, X perish, pernicious ways, waste 13 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 μυρου G3464 zalf, zalven ointment 16 γεγονεν G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Want dezelve had kunnen boven de driehonderd penningen verkocht, en die den armen gegeven worden; en zij vergrimden tegen haar.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 WantG1063 dezelve had kunnen boven de driehonderdG5145 penningenG1220 verkochtG4097, enG2532 dieG3778 den armenG4434 gegevenG1325 worden; enG2532 zij vergrimdenG1690 tegen haar. Want dezelve had kunnen boven de driehonderd penningen verkocht, en die den armen gegeven worden; en zij vergrimden tegen haar.

KJV For2 it might1 have been sold4 for more than5 three hundred6 pence,7 and8 have been given9 to the poor.11 And12 they murmured against13 her.

1 ηδυνατο G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 4 πραθηναι G4097 verkocht, verkochte, verkochten sell 5 επανω G1883 boven, op above, more than, (up-)on, over 6 τριακοσιων G5145 driehonderd three hundred 7 δηναριων G1220 penning, penningen pence, penny(-worth) 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 δοθηναι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 10 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πτωχοις G4434 armen, arme, arm beggar(-ly), poor 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ενεβριμωντο G1690 bewogen, gestrengelijk verboden, strengelijk verboden straitly charge, groan, murmur against 14 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Maar Jezus zeide: Laat af van haar; wat doet gij haar moeite aan? Zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 MaarG1161 JezusG2424 zeideG2036: Laat af van haarG846; watG5101 doet gij haarG846 moeiteG2873 aan? Zij heeft een goedG2570 werkG2041 aanG1519 MijG1473 gewrochtG2038. Maar Jezus zeide: Laat af van haar; wat doet gij haar moeite aan? Zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht.

KJV And2 Jesus3 said, Let5 her6 alone; why7 trouble ye9 her?8 she hath wrought13 a good11 work12 on14 me.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αφετε G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 6 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 8 αυτη G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 κοπους G2873 arbeid, moeite labour, + trouble, weariness 10 παρεχετε G3930 Betoon, bewezen, biedt bring, do, give, keep, minister, offer, shew, + trouble 11 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 12 εργον G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 13 ειργασατο G2038 werkt, werken, werkende commit, do, labor for, minister about, trade (by), work 14 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 15 εμε G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 WantG1063 de armenG4434 hebtG2192 gij altijdG3842 metG3326 u, en wanneer gij wiltG2309, kuntG1410 gij hunG846 weldoenG4160; maarG1161 MijG1473 hebtG2192 gij nietG3756 altijdG3842. Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd.

KJV For2 ye have5 the poor4 with6 you7 always,1 and8 whensoever9 ye will10 ye may11 do14 them12 good:13 but16 me ye have19 not17 always.

1 παντοτε G3842 altijd, tijd, tijde alway(-s), ever(-more) 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πτωχους G4434 armen, arme, arm beggar(-ly), poor 5 εχετε G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 6 μεθ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 7 εαυτων G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 10 θελητε G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 11 δυνασθε G1410 kan, kunt, kon be able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power 12 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 ευ G2095 good, well (done) 14 ποιησαι G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 15 εμε G1473 mij, ik I, me 16 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 17 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 18 παντοτε G3842 altijd, tijd, tijde alway(-s), ever(-more) 19 εχετε G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Zij heeftG2192 gedaanG4160, hetgeenG3739 zij kon; zij is voorgekomenG4301, om Mijn lichaamG4983 te zalvenG3462, totG1519 een voorbereiding ter begrafenisG1780. Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis.

KJV She hath done4 what1 she3 could:2 she is come aforehand5 to anoint6 my body9 to10 the burying.

1 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 ειχεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 3 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 4 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 5 προελαβεν G4301 neemt, vervallen, voorgekomen come aforehand, overtake, take before 6 μυρισαι G3462 zalven anoint 7 μου G1473 mij, ik I, me 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 σωμα G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ενταφιασμον G1780 begrafenis burying
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 VoorwaarG281 zegG3004 Ik uG4771: Alwaar ditG3778 EvangelieG2098 geprediktG2784 zal worden inG1519 de gehele wereldG2889, daar zal ookG2532 totG1519 haarG846 gedachtenisG3422 gesprokenG2980 worden, van hetgeenG3739 zij gedaanG4160 heeft. Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft.

KJV Verily1 I say2 unto you, Wheresoever4 this gospel8 shall be preached6 throughout10 the whole11 world,13 this also14 that15 she9 hath done16 shall be spoken18 of for19 a memorial20 of her.

1 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 2 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 5 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 6 κηρυχθη G2784 gepredikt, prediken, predikende preacher(-er), proclaim, publish 7 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ευαγγελιον G2098 Evangelie, Evangelies gospel 9 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 ολον G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 12 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 κοσμον G2889 wereld, versiersel adorning, world 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 16 εποιησεν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 17 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 18 λαληθησεται G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 19 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 20 μνημοσυνον G3422 gedachtenis memorial 21 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En Judas Iskariot, een van de twaalven, ging heen tot de overpriesters, opdat hij Hem hun zou overleveren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 EnG2532 JudasG2455 IskariotG2469, eenG1520 van de twaalvenG1427, gingG565 heen totG4314 de overpriestersG749, opdatG2443 hij Hem hun zou overleverenG3860. En Judas Iskariot, een van de twaalven, ging heen tot de overpriesters, opdat hij Hem hun zou overleveren.

KJV And1 Judas3 Iscariot,5 one6 of the twelve,8 went9 unto10 the chief priests,12 to13 betray14 him15 unto them.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ιουδας G2455 Judas, Juda Juda(-h, -s); Jude 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ισκαριωτης G2469 Iskariot Iscariot 6 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 7 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 9 απηλθεν G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 10 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 11 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αρχιερεις G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 13 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 14 παραδω G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 15 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En zij, dat horende, waren verblijd, en beloofden hem geld te geven; en hij zocht, hoe hij Hem bekwamelijk overleveren zou.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En zij, dat horendeG191, waren verblijdG5463, en beloofdenG1861 hemG846 geldG694 te gevenG1325; en hij zochtG2212, hoeG4459 hij Hem bekwamelijkG2122 overleverenG3860 zou. En zij, dat horende, waren verblijd, en beloofden hem geld te geven; en hij zocht, hoe hij Hem bekwamelijk overleveren zou.

KJV And2 when they heard3 it, they were glad,4 and5 promised6 to give9 him7 money.8 And10 he sought11 how12 he might conveniently13 betray15 him.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ακουσαντες G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 4 εχαρησαν G5463 verblijd, verblijden, verblijdt farewell, be glad, God speed, greeting, hall, joy(- fully), rejoice 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 επηγγειλαντο G1861 beloofd, Belovende, belijden profess, (make) promise 7 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 αργυριον G694 geld, zilveren, gelds money, (piece of) silver (piece) 9 δουναι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 εζητει G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 12 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 13 ευκαιρως G2122 bekwamelijk, tijdelijk conveniently, in season 14 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 παραδω G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En op den eersten dag der ongehevelde broden, wanneer zij het pascha slachtten, zeiden Zijn discipelen tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij heengaan, en bereiden, dat Gij het pascha eet?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 EnG2532 op den eerstenG4413 dagG2250 der ongeheveldeG106 broden, wanneer zij het paschaG3957 slachttenG2380, zeidenG3004 Zijn discipelenG3101 tot HemG846: Waar wiltG2309 Gij, dat wij heengaanG565, en bereidenG2090, datG2443 Gij het paschaG3957 eetG5315? En op den eersten dag der ongehevelde broden, wanneer zij het pascha slachtten, zeiden Zijn discipelen tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij heengaan, en bereiden, dat Gij het pascha eet?

KJV And1 the first3 day4 of unleavened bread,6 when7 they killed10 the passover,9 his12 disciples14 said11 unto him,15 Where16 wilt thou17 that we go18 and prepare19 that20 thou mayest eat21 the passover?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 πρωτη G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 4 ημερα G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αζυμων G106 ongehevelde, ongezuurd, ongezuurde unleavened (bread) 7 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πασχα G3957 pascha, Pascha, paas feest Easter, Passover 10 εθυον G2380 geslacht, offeren, slacht kill, (do) sacrifice, slay 11 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 15 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 που G4226 waar where, whither 17 θελεις G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 18 απελθοντες G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 19 ετοιμασωμεν G2090 bereid, bereiden, bereidden prepare, provide, make ready 20 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 21 φαγης G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 22 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 πασχα G3957 pascha, Pascha, paas feest Easter, Passover
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En Hij zond twee van Zijn discipelen uit, en zeide tot hen: Gaat henen in de stad, en u zal een mens ontmoeten, dragende een kruik water, volgt dien;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 EnG2532 HijG846 zondG649 tweeG1417 van Zijn discipelenG3101 uit, enG2532 zeideG3004 tot henG846: Gaat henen in de stadG4172, enG2532 uG4771 zal een mensG444 ontmoetenG528, dragendeG941 een kruikG2765 waterG5204, volgtG190 dien; En Hij zond twee van Zijn discipelen uit, en zeide tot hen: Gaat henen in de stad, en u zal een mens ontmoeten, dragende een kruik water, volgt dien;

KJV And1 he sendeth forth2 two3 of his6 disciples,5 and7 saith8 unto them,9 Go ye10 into11 the city,13 and14 there shall meet15 you a man17 bearing20 a pitcher18 of water:19 follow21 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποστελλει G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 3 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 10 υπαγετε G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 11 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 12 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 πολιν G4172 stad, steden city 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 απαντησει G528 ontmoeten, ontmoette, ontmoet meet 16 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 17 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 18 κεραμιον G2765 kruik pitcher 19 υδατος G5204 water, wateren, waters water 20 βασταζων G941 dragen, gedragen, draagt bear, carry, take up 21 ακολουθησατε G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 22 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En zo waar hij ingaat, zegt tot den heer des huizes: De Meester zegt: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 EnG2532 zoG1437 waar hij ingaatG1525, zegt tot den heer des huizesG3617: De MeesterG1320 zegt: Waar isG1510 de eetzaalG2646, daar IkG1473 het paschaG3957 metG3326 Mijn discipelenG3101 etenG5315 zal? En zo waar hij ingaat, zegt tot den heer des huizes: De Meester zegt: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal?

Ook in dit vers zegtG3004

KJV And1 wheresoever2 he shall go in,4 say ye to the goodman of the house,7 The Master10 saith,5 Where12 is the guestchamber,15 where16 I shall eat23 the passover18 with19 my disciples?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 3 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 4 εισελθη G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 5 ειπατε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 οικοδεσποτη G3617 heer huizes, huizes, Heer huizes goodman (of the house), householder, master of the house 8 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 διδασκαλος G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 11 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 που G4226 waar where, whither 13 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 καταλυμα G2646 eetzaal, herberg guestchamber, inn 16 οπου G3699 waar, waarheen in what place, where(-as, -soever), whither (+ soever) 17 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 πασχα G3957 pascha, Pascha, paas feest Easter, Passover 19 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 20 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 μαθητων G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 22 μου G1473 mij, ik I, me 23 φαγω G5315 eten, gegeten, eet eat, meat
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En hij zal u wijzen een grote opperzaal, toegerust en gereed; bereidt het ons aldaar.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En hijG846 zal uG4771 wijzenG1166 een groteG3173 opperzaalG508, toegerustG4766 en gereedG2092; bereidtG2090 het ons aldaar. En hij zal u wijzen een grote opperzaal, toegerust en gereed; bereidt het ons aldaar.

KJV And1 he2 will shew4 you a large6 upper room5 furnished7 and prepared:8 there9 make ready10 for us.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 δειξει G1166 tonen, toonde, getoond shew 5 ανωγεον G508 opperzaal upper room 6 μεγα G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 7 εστρωμενον G4766 spreidden, spreid, toegerust make bed, furnish, spread, strew 8 ετοιμον G2092 bereid, gereed prepared, (made) ready(-iness, to our hand) 9 εκει G1563 daar, aldaar there, thither(-ward), (to) yonder (place) 10 ετοιμασατε G2090 bereid, bereiden, bereidden prepare, provide, make ready 11 ημιν G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En Zijn discipelen gingen uit, en kwamen in de stad, en vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En Zijn discipelenG3101 gingenG1831 uit, enG2532 kwamenG2064 inG1519 de stadG4172, enG2532 vondenG2147 het, gelijk Hij hun gezegdG2036 had, enG2532 bereiddenG2090 het paschaG3957. En Zijn discipelen gingen uit, en kwamen in de stad, en vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha.

KJV And1 his5 disciples4 went forth,2 and6 came7 into8 the city,10 and11 found12 as13 he had said unto them:15 and16 they made ready17 the passover.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εξηλθον G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 μαθηται G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ηλθον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πολιν G4172 stad, steden city 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ευρον G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 13 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 14 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ητοιμασαν G2090 bereid, bereiden, bereidden prepare, provide, make ready 18 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 πασχα G3957 pascha, Pascha, paas feest Easter, Passover

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En als het avond geworden was, kwam Hij met de twaalven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 EnG2532 als het avondG3798 gewordenG1096 was, kwamG2064 Hij metG3326 de twaalvenG1427. En als het avond geworden was, kwam Hij met de twaalven.

KJV And1 in3 the evening2 he cometh4 with5 the twelve.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οψιας G3798 avond, avondstond even(-ing, (-tide)) 3 γενομενης G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 4 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 5 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En als zij aanzaten en aten, zeide Jezus: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u, die met Mij eet, Mij zal verraden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En als zijG846 aanzatenG345 enG2532 atenG2068, zeideG2036 JezusG2424: VoorwaarG281, Ik zegG3004 uG4771, datG3754 eenG1520 van uG4771, die metG1537 Mij eetG2068, Mij zal verradenG3860. En als zij aanzaten en aten, zeide Jezus: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u, die met Mij eet, Mij zal verraden.

KJV And1 as they3 sat2 and4 did eat,5 Jesus8 said, Verily9 I say6 unto you,12 One13 of14 you which7 eateth19 with20 me shall betray16 me.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ανακειμενων G345 aanzaten, aanzittende, aanzat guest, lean, lie, sit (down, at meat), at the table 3 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 εσθιοντων G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 6 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 9 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 10 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 12 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 13 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 14 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 15 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 16 παραδωσει G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 17 με G1473 mij, ik I, me 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 εσθιων G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 20 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 21 εμου G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En zij begonnen bedroefd te worden, en de een na de ander tot Hem te zeggen: Ben ik het? En een ander: Ben ik het?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En zij begonnenG756 bedroefdG3076 te worden, en de een na de ander tot HemG846 te zeggenG3004: Ben ikG1473 het? En een ander: Ben ikG1473 het? En zij begonnen bedroefd te worden, en de een na de ander tot Hem te zeggen: Ben ik het? En een ander: Ben ik het?

Ook in dit vers anderG243

KJV And2 they began3 to be sorrowful,4 and to5 say6 unto him7 one by one,11 Is it I?12 and13 another14 said,15 Is it I?

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ηρξαντο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 4 λυπεισθαι G3076 bedroefd, droevig, bedroef cause grief, grieve, be in heaviness, (be) sorrow(-ful), be (make) sorry 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 λεγειν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 9 καθ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 10 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 11 μητι G3385 toch niet? not (the particle usually not expressed, except by the form of the question) 12 εγω G1473 mij, ik I, me 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 αλλος G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 15 μητι G3385 toch niet? not (the particle usually not expressed, except by the form of the question) 16 εγω G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Het is een uit de twaalven, die met Mij in de schotel indoopt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Maar Hij antwoorddeG611 en zeideG2036 tot henG846: Het is eenG1520 uitG1537 de twaalvenG1427, die metG3326 MijG1473 inG1519 de schotelG5165 indooptG1686. Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Het is een uit de twaalven, die met Mij in de schotel indoopt.

KJV And2 he answered3 and said unto them,5 It is one6 of7 the twelve,9 that dippeth11 with12 me in14 the dish.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 7 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 8 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 εμβαπτομενος G1686 indoopt, ingedoopt dip 12 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 13 εμου G1473 mij, ik I, me 14 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 15 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 τρυβλιον G5165 schotel dish

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt! Het ware hem goed, zo die mens niet geboren ware geweest.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 De ZoonG5207 des mensenG444 gaat wel heen, gelijk vanG4012 Hem geschrevenG1125 is; maarG1161 weeG3759 dien mensG444, doorG1223 welkenG3739 de ZoonG5207 des mensenG444 verradenG3860 wordt! Het wareG2258 hem goedG2570, zoG1487 die mensG444 nietG3756 geborenG1080 wareG1510 geweest. De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt! Het ware hem goed, zo die mens niet geboren ware geweest.

KJV The Son3 of man5 indeed2 goeth,6 as7 it is written8 of9 him:10 but12 woe11 to that15 man14 by16 whom17 the Son19 of man21 is betrayed!22 good23 were it for that31 man30 if26 he25 had28 never27 been born.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 3 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 6 υπαγει G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 7 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 8 γεγραπται G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 9 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 ουαι G3759 Wee, wee, weeen alas, woe 12 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 13 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ανθρωπω G444 mensen, mens, Mens certain, man 15 εκεινω G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 16 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 17 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 18 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 20 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 22 παραδιδοται G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 23 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 24 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 25 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 26 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 27 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 28 εγεννηθη G1080 geboren, gewon, gegenereerd bear, beget, be born, bring forth, conceive, be delivered of, gender, make, spring 29 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 31 εκεινος G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En als zij aten, nam Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En als zij atenG2068, namG2983 JezusG2424 broodG740, en als Hij gezegendG2127 had, brakG2806 Hij het, enG2532 gafG1325 het hunG846, enG2532 zeideG2036: NeemtG2983, eetG5315, datG3778 isG1510 Mijn lichaamG4983. En als zij aten, nam Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.

KJV And1 as they3 did eat,2 Jesus6 took4 bread,7 and blessed,8 and brake9 it, and10 gave11 to them,12 and13 said, Take,15 eat:16 this is my body.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εσθιοντων G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 3 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 λαβων G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 αρτον G740 brood, broden, Brood (shew-)bread, loaf 8 ευλογησας G2127 gezegend, zegende, Gezegend bless, praise 9 εκλασεν G2806 brak, gebroken, breken break 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 12 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 λαβετε G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 16 φαγετε G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 17 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 18 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 σωμα G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 21 μου G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien; en zij dronken allen uit denzelven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En Hij namG2983 den drinkbekerG4221, en gedanktG2168 hebbende, gafG1325 hunG846 dien; enG2532 zij dronkenG4095 allenG3956 uitG1537 denzelven. En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien; en zij dronken allen uit denzelven.

KJV And1 he took2 the cup,4 and when he had given thanks,5 he gave6 it to them:7 and8 they all12 drank9 of10 it.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λαβων G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ποτηριον G4221 drinkbeker, drinkbekers, beker cup 5 ευχαριστησας G2168 gedankt, dank, danken (give) thank(-ful, -s) 6 εδωκεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 7 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 επιον G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 10 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En Hij zeide tot hen: Dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 EnG2532 Hij zeideG2036 tot hen: DatG3778 isG1510 Mijn bloedG129, het bloed des NieuwenG2537 TestamentsG1242, hetwelk voor velenG4183 vergotenG1632 wordt. En Hij zeide tot hen: Dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt.

KJV And1 he said unto them,3 This is my blood7 of the new11 testament,12 which6 is shed16 for14 many.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 5 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αιμα G129 bloed, bloeds, bloede blood 8 μου G1473 mij, ik I, me 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 καινης G2537 nieuw, nieuwe, nieuwen new 12 διαθηκης G1242 verbond, testaments, verbonds covenant, testament 13 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 15 πολλων G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 16 εκχυνομενον G1632 goot, uitgestort, vergoten gush (pour) out, run greedily (out), shed (abroad, forth), spill

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 VoorwaarG281, Ik zegG3004 uG4771, datG3754 Ik niet meer zal drinkenG4095 vanG1537 de vruchtG1081 des wijnstoksG288, tot op dienG1565 dagG2250, wanneer Ik dezelveG846 nieuwG2537 zal drinkenG4095 inG1722 het KoninkrijkG932 GodsG2316. Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods.

KJV Verily1 I say2 unto you, I will drink8 no more4 of9 the fruit11 of the vine,13 until14 that17 day16 that18 I drink20 it19 new21 in22 the kingdom24 of God.

1 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 2 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 ουκετι G3765 niet meer, voortaan niet after that (not), (not) any more, henceforth (hereafter) not, no longer (more), not as yet (now), now no more (not), yet (not) 6 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 7 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 8 πιω G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 9 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 γεννηματος G1081 adderengebroedsels, vrucht, gewas fruit, generation 12 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αμπελου G288 wijnstoks, Wijnstok, wijnstok vine 14 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 15 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ημερας G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 17 εκεινης G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 18 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 19 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 πινω G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 21 καινον G2537 nieuw, nieuwe, nieuwen new 22 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 23 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 25 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 EnG2532 als zij den lofzangG5214 gezongen hadden, gingenG1831 zij uit naarG1519 den OlijfbergG3735. En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.

KJV And1 when they had sung an hymn,2 they went out3 into4 the mount6 of Olives.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 υμνησαντες G5214 lofzang, lofzangen, lofzingen sing a hymn (praise unto) 3 εξηλθον G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 4 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ορος G3735 berg, bergen, Olijfberg hill, mount(-ain) 7 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ελαιων G1636 Olijf, Olijfberg, olijfbomen olive (berry, tree)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En Jezus zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geergerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 EnG2532 JezusG2424 zeideG3004 tot henG846: Gij zult inG1722 dezenG5026 nachtG3571 allenG3956 aan MijG1473 geergerdG4624 worden; wantG3754 er is geschrevenG1125: Ik zal den HerderG4166 slaanG3960, enG2532 de schapenG4263 zullen verstrooidG1287 worden. En Jezus zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geergerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden.

KJV And1 Jesus5 saith2 unto them,3 All ye7 shall be offended8 because of9 me11 this night:13 for6 it is written,16 I will smite17 the shepherd,19 and20 the sheep23 shall be scattered.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 8 σκανδαλισθησεσθε G4624 geergerd, ergert, Ergert (make to) offend 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 εμοι G1473 mij, ik I, me 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 νυκτι G3571 nacht, nachts, nachten (mid-)night 14 ταυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 15 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 16 γεγραπται G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 17 παταξω G3960 slaan, slaande, sloeg smite, strike 18 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 ποιμενα G4166 Herder, herder, herders shepherd, pastor 20 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 21 διασκορπισθησεται G1287 verstrooid, gestrooid, doorbracht disperse, scatter (abroad), strew, waste 22 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 προβατα G4263 schapen, schaap sheep(-fold)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 MaarG235 nadatG3326 Ik zal opgestaanG1453 zijn, zal IkG1473 uG4771 voorgaanG4254 naarG1519 GalileaG1056. Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.

KJV But1 after2 that I am risen,4 I will go before6 you into8 Galilee.

1 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 2 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 εγερθηναι G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 5 με G1473 mij, ik I, me 6 προαξω G4254 voorgaan, varen, voorgingen bring (forth, out), go before 7 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 γαλιλαιαν G1056 Galilea, Galilese Galilee
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geergerd werden, zo zal ik toch niet geergerd worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En PetrusG4074 zeideG5346 tot HemG846: OfG1487 zij ookG2532 allenG3956 geergerdG4624 werden, zo zal ikG1473 toch nietG3756 geergerd worden. En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geergerd werden, zo zal ik toch niet geergerd worden.

KJV But2 Peter3 said4 unto him,5 Although6 all8 shall be offended,9 yet10 will not11 I.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 4 εφη G5346 zeide, zeg, zegt affirm, say 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 8 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 9 σκανδαλισθησονται G4624 geergerd, ergert, Ergert (make to) offend 10 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 11 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 12 εγω G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 EnG2532 JezusG2424 zeideG3004 tot hemG846: VoorwaarG281, Ik zegG3004 uG4771, dat hedenG4594 inG1722 dezenG5026 nachtG3571, eerG4250 de haanG220 tweemaalG1364 gekraaidG5455 zal hebben, gij MijG1473 driemaalG5151 zult verloochenenG533. En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen.

KJV And1 Jesus5 saith2 unto him,3 Verily6 I say7 unto thee, That9 this day,10 even in11 this night,13 before15 the cock18 crow19 twice,17 thou shalt deny21 me thrice.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 7 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 9 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 10 σημερον G4594 heden, Heden, huidigen this (to-)day 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 νυκτι G3571 nacht, nachts, nachten (mid-)night 14 ταυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 15 πριν G4250 eer, Eer before (that), ere 16 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 17 δις G1364 tweemaal, andermaal again, twice 18 αλεκτορα G220 haan cock 19 φωνησαι G5455 riep, gekraaid, geroepen call (for), crow, cry 20 τρις G5151 driemaal, Driemaal, drie maal three times, thrice 21 απαρνηση G533 verloochenen, verloochend, verloochene deny 22 με G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Maar hij zeide nog des te meer: Al moest ik met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen. En insgelijks zeiden zij ook allen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 MaarG1161 hij zeideG3004 nog des te meer: Al moestG1163 ikG1473 metG1537 U stervenG4880, zoG1437 zal ik U geenszinsG3364 verloochenenG533. En insgelijksG5615 zeidenG3004 zij ookG2532 allenG3956. Maar hij zeide nog des te meer: Al moest ik met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen. En insgelijks zeiden zij ook allen.

KJV But2 he spake5 the more6 vehemently,3 If7 I should9 die with10 thee, I will not deny15 thee in any wise. Likewise16 also17 said they20 all.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 4 περισσου G4053 onnodig, overvloed, voordeel exceeding abundantly above, more abundantly, advantage, exceedingly, very highly, beyond measure, more, superfluous, vehement(-ly) 5 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 μαλλον G3123 meer, veeleer + better, X far, (the) more (and more), (so) much (the more), rather 7 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 8 με G1473 mij, ik I, me 9 δεη G1163 moet, moest, moeten behoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should 10 συναποθανειν G4880 gestorven, samen sterven, sterven be dead (die) with 11 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 12 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 13 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 14 σε G4771 u, gij, gijlieden thou 15 απαρνησομαι G533 verloochenen, verloochend, verloochene deny 16 ωσαυτως G5615 insgelijks even so, likewise, after the same (in like) manner 17 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 20 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En zij kwamenG2064 inG1519 een plaatsG5564, welker naamG3686 was GethsemaneG1068, enG2532 HijG846 zeideG3004 tot Zijn discipelenG3101: ZitG2523 hier nederG2523, totdat Ik gebedenG4336 zal hebben. En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben.

KJV And1 they came2 to3 a place4 which5 was named7 Gethsemane:8 and9 he saith10 to his13 disciples,12 Sit ye14 here,15 while16 I shall pray.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ερχονται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 4 χωριον G5564 akker, plaats, land field, land, parcel of ground, place, possession 5 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 8 γεθσημανη G1068 Gethsemane Gethsemane 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 μαθηταις G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 καθισατε G2523 gezeten, zitten, neder continue, set, sit (down), tarry 15 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there 16 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 17 προσευξωμαι G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 En Hij namG3880 metG3326 ZichG1438 PetrusG4074, enG2532 JakobusG2385, enG2532 JohannesG2491, enG2532 begonG756 verbaasdG1568 enG2532 zeer beangstG85 te worden; En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden;

KJV And1 he taketh2 with10 him11 Peter4 and5 James7 and8 John,9 and12 began13 to be sore amazed,14 and15 to be very heavy;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παραλαμβανει G3880 nam, aangenomen, ontvangen receive, take (unto, with) 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πετρον G4074 Petrus Peter, rock 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ιακωβον G2385 Jakobus, Jakobi James 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ιωαννην G2491 Johannes John 10 μεθ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 11 εαυτου G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 14 εκθαμβεισθαι G1568 verbaasd affright, greatly (sore) amaze 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 αδημονειν G85 beangst be full of heaviness, be very heavy
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 EnG2532 zeideG3004 tot henG846: Mijn zielG5590 isG1510 geheel bedroefdG4036 tot den doodG2288 toe; blijftG3306 hier, enG2532 waaktG1127. En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt.

KJV And1 saith2 unto them,3 My soul7 is exceeding sorrowful4 unto9 death:10 tarry ye11 here,12 and13 watch.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 περιλυπος G4036 bedroefd, droevig exceeding (very) sorry(-owful) 5 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 ψυχη G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 8 μου G1473 mij, ik I, me 9 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 10 θανατου G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 11 μεινατε G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 12 ωδε G5602 hier, op deze plaats here, hither, (in) this place, there 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 γρηγορειτε G1127 waakt, Waakt, waken be vigilant, wake, (be) watch(-ful)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijging.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En een weinigG3397 voortgegaanG4281 zijnde, vielG4098 Hij opG1909 de aardeG1093, enG2532 badG4336, zoG1487 het mogelijkG1415 wareG2076, datG2443 die ureG5610 vanG575 HemG846 voorbijgingG3928. En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijging.

KJV And1 he went forward2 a little, and fell4 on5 the ground,7 and8 prayed9 that,10 if11 it were possible,12 the hour18 might pass14 from15 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προελθων G4281 gingen, voortgegaan, eerst go before (farther, forward), outgo, pass on 3 μικρον G3398 kleinen, klein, minste least, less, little, small 4 επεσεν G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 5 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 6 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 γης G1093 aarde, land, Egypteland country, earth(-ly), ground, land, world 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 προσηυχετο G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 10 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 11 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 12 δυνατον G1415 machtig, mogelijk, krachtig able, could, (that is) mighty (man), possible, power, strong 13 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 παρελθη G3928 voorbijgaan, voorbij, voorbijgegaan come (forth), go, pass (away, by, over), past, transgress 15 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ωρα G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 En Hij zeide: Abba, Vader, alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 EnG2532 Hij zeideG3004: AbbaG5, VaderG3962, alleG3956 dingen zijn UG4771 mogelijkG1415; neemG3911 dezenG5124 drinkbekerG4221 vanG575 MijG1473 wegG3911, dochG235 nietG3756 watG5101 IkG1473 wilG2309, maarG235 watG5101 GijG4771 wilt. En Hij zeide: Abba, Vader, alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.

KJV And1 he said,2 Abba,3 Father,5 all things6 are possible7 unto thee; take away9 this cup11 from12 me: nevertheless15 not16 what17 I13 will,19 but20 what21 thou

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αββα G5 Abba Abba 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πατηρ G3962 Vader, vader, vaders father, parent 6 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 7 δυνατα G1415 machtig, mogelijk, krachtig able, could, (that is) mighty (man), possible, power, strong 8 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 9 παρενεγκε G3911 neem, weg, wegnemen remove, take away 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ποτηριον G4221 drinkbeker, drinkbekers, beker cup 12 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 13 εμου G1473 mij, ik I, me 14 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 15 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 16 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 17 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 18 εγω G1473 mij, ik I, me 19 θελω G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 20 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 21 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 22 συ G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon, slaapt gij? Kunt gij niet een uur waken?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 En Hij kwamG2064, enG2532 vondG2147 henG846 slapendeG2518, enG2532 zeideG3004 tot PetrusG4074: SimonG4613, slaaptG2518 gij? KuntG2480 gij nietG3756 eenG1520 uurG5610 wakenG1127? En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon, slaapt gij? Kunt gij niet een uur waken?

KJV And1 he cometh,2 and3 findeth4 them5 sleeping,6 and7 saith8 unto Peter,10 Simon,11 sleepest thou?12 couldest14 not13 thou watch17 one hour?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 ευρισκει G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 5 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 καθευδοντας G2518 slaapt, slapende, slapen (be a-)sleep 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πετρω G4074 Petrus Peter, rock 11 σιμων G4613 Simon, Simons Simon 12 καθευδεις G2518 slaapt, slapende, slapen (be a-)sleep 13 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 14 ισχυσας G2480 konden, kracht, Kunt be able, avail, can do(-not), could, be good, might, prevail, be of strength, be whole, + much work 15 μιαν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 16 ωραν G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 17 γρηγορησαι G1127 waakt, Waakt, waken be vigilant, wake, (be) watch(-ful)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 WaaktG1127 en bidtG4336, opdatG2443 gij nietG3361 inG1519 verzoekingG3986 komtG1525; de geestG4151 is wel gewilligG4289, maarG1161 het vleesG4561 is zwakG772. Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.

KJV Watch ye1 and2 pray,3 lest ye enter6 into7 temptation.8 The spirit11 truly10 is ready,12 but14 the flesh15 is weak.

1 γρηγορειτε G1127 waakt, Waakt, waken be vigilant, wake, (be) watch(-ful) 2 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 3 προσευχεσθε G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 4 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 5 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 6 εισελθητε G1525 ingaan, ingegaan, inkomen X arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through) 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 πειρασμον G3986 verzoeking, verzoekingen temptation, X try 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 11 πνευμα G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 12 προθυμον G4289 gewillig, volvaardig ready, willing 13 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 15 σαρξ G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 16 ασθενης G772 zwak, zwakken, krank more feeble, impotent, sick, without strength, weak(-er, -ness, thing)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En wederom heengegaan zijnde, bad Hij, sprekende dezelfde woorden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 EnG2532 wederomG3825 heengegaanG565 zijnde, badG4336 HijG846, sprekendeG2036 dezelfde woordenG3056. En wederom heengegaan zijnde, bad Hij, sprekende dezelfde woorden.

KJV And1 again2 he went away,3 and prayed,4 and spake the same6 words.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 3 απελθων G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past 4 προσηυξατο G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 8 ειπων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 En wedergekeerd zijnde, vond Hij hen wederom slapende, want hun ogen waren bezwaard; en zij wisten niet, wat zij Hem antwoorden zouden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 EnG2532 wedergekeerdG5290 zijnde, vondG2147 Hij hen wederomG3825 slapendeG2518, wantG1063 hunG846 ogenG3788 warenG1510 bezwaardG916; enG2532 zij wistenG1492 nietG3756, watG5101 zij HemG846 antwoordenG611 zouden. En wedergekeerd zijnde, vond Hij hen wederom slapende, want hun ogen waren bezwaard; en zij wisten niet, wat zij Hem antwoorden zouden.

KJV And1 when he returned,2 he found3 them4 asleep6 again,5 (for8 their11 eyes10 were heavy,)12 neither13 wist they15 what16 to answer18 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 υποστρεψας G5290 wedergekeerd, keerden wederom, keerden come again, return (again, back again), turn back (again) 3 ευρεν G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 4 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 6 καθευδοντας G2518 slaapt, slapende, slapen (be a-)sleep 7 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 9 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 οφθαλμοι G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 11 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 βεβαρημενοι G916 bezwaard burden, charge, heavy, press 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 ηδεισαν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 16 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 17 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 αποκριθωσιν G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 En Hij kwam ten derden male, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; het is genoeg, de ure is gekomen; ziet, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 En Hij kwamG2064 ten derdenG5154 male, enG2532 zeideG3004 tot henG846: SlaaptG2518 nu voortG3063, enG2532 rustG373; het is genoegG566, de ureG5610 is gekomenG2064; zietG3708, de ZoonG5207 des mensenG444 wordt overgeleverdG3860 inG1519 de handenG5495 der zondarenG268. En Hij kwam ten derden male, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; het is genoeg, de ure is gekomen; ziet, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.

KJV And1 he cometh2 the third time,4 and5 saith6 unto them,7 Sleep on8 now, and12 take your rest:13 it is enough, the hour18 is come;16 behold, the Son22 of man24 is betrayed20 into25 the hands27 of sinners.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 τριτον G5154 derde, derden third(-ly) 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 καθευδετε G2518 slaapt, slapende, slapen (be a-)sleep 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 λοιπον G3062 anderen, andere, overige other, which remain, remnant, residue, rest 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 αναπαυεσθε G373 rust, verkwikt, rusten take ease, refresh, (give, take) rest 15 απεχει G568 weg, houdt, ontvangen be, have, receive 16 ηλθεν G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 17 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ωρα G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 19 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 20 παραδιδοται G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 21 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 23 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 25 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 26 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 χειρας G5495 handen, hand hand 28 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 αμαρτωλων G268 zondaars, zondaren, zondaar sinful, sinner

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 Staat op, laat ons gaan; ziet, die Mij verraadt, is nabij.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 StaatG1453 op, laat ons gaan; zietG3708, die MijG1473 verraadtG3860, is nabijG1448. Staat op, laat ons gaan; ziet, die Mij verraadt, is nabij.

KJV Rise up,1 let us go;2 lo, he that betrayeth5 me is at hand.

1 εγειρεσθε G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 2 αγωμεν G71 brachten, brengen, geleid be, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open 3 ιδου G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 παραδιδους G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 6 με G1473 mij, ik I, me 7 ηγγικεν G1448 nabij, genaakte, genaakt approach, be at hand, come (draw) near, be (come, draw) nigh
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 En terstond, als Hij nog sprak, kwam Judas aan, die een was van de twaalven, en met hem een grote schare, met zwaarden en stokken, gezonden van de overpriesters, en de schriftgeleerden, en de ouderlingen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 EnG2532 terstondG2112, als HijG846 nog sprakG2980, kwam JudasG2455 aan, die eenG1520 wasG1510 van de twaalvenG1427, enG2532 metG3326 hemG846 een grote schareG3793, metG3326 zwaardenG3162 enG2532 stokkenG3586, gezonden van de overpriestersG749, enG2532 de schriftgeleerdenG1122, enG2532 de ouderlingenG4245. En terstond, als Hij nog sprak, kwam Judas aan, die een was van de twaalven, en met hem een grote schare, met zwaarden en stokken, gezonden van de overpriesters, en de schriftgeleerden, en de ouderlingen.

Ook in dit vers [gezonden]G3844

KJV And1 immediately,2 while he4 yet3 spake,5 cometh6 Judas,7 one8 of the twelve,11 and12 with13 him14 a great16 multitude15 with17 swords18 and19 staves,20 from21 the chief priests23 and24 the scribes26 and27 the elders.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 3 ετι G2089 nog, verder after that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet 4 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 λαλουντος G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 6 παραγινεται G3854 komen, aankomen, verschijnen come, go, be present 7 ιουδας G2455 Judas, Juda Juda(-h, -s); Jude 8 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 9 ων G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 δωδεκα G1427 twaalf, twaalven, Twaalf twelve 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 μετ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 14 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 16 πολυς G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 17 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 18 μαχαιρων G3162 zwaard, zwaarden, zwaards sword 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 ξυλων G3586 hout, stokken, boom staff, stocks, tree, wood 21 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 22 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 αρχιερεων G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 γραμματεων G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 27 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 28 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 πρεσβυτερων G4245 ouderlingen, ouden, ouderling elder(-est), old
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 En die Hem verried, had hun een gemeen teken gegeven, zeggende: Dien ik kussen zal, Die is het, grijpt Hem, en leidt Hem zekerlijk henen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 En die Hem verriedG3860, had hunG846 een gemeen tekenG4953 gegevenG1325, zeggendeG3004: DienG3739 ik kussenG5368 zal, Die isG1510 het, grijptG2902 HemG846, en leidtG520 Hem zekerlijkG806 henen. En die Hem verried, had hun een gemeen teken gegeven, zeggende: Dien ik kussen zal, Die is het, grijpt Hem, en leidt Hem zekerlijk henen.

KJV And2 he that betrayed4 him5 had given1 them7 a token,6 saying,8 Whomsoever9 I shall kiss,11 that same12 is he; take14 him,15 and16 lead him away17 safely.

1 δεδωκει G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 παραδιδους G3860 overgeleverd, overgegeven, verraden betray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend 5 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 συσσημον G4953 gemeen teken token 7 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 10 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 11 φιλησω G5368 lief, liefheeft, liefheb kiss, love 12 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 κρατησατε G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 15 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 απαγαγετε G520 leidden, leidt, Leid bring, carry away, lead (away), put to death, take away 18 ασφαλως G806 zekerlijk assuredly, safely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 En als hij gekomen was, ging hij terstond tot Hem, en zeide: Rabbi, Rabbi, en kuste Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 En als hij gekomenG2064 was, ging hij terstondG2112 tot HemG846, en zeideG3004: RabbiG4461, Rabbi, enG2532 kusteG2705 HemG846. En als hij gekomen was, ging hij terstond tot Hem, en zeide: Rabbi, Rabbi, en kuste Hem.

KJV And1 as soon as he was come,2 he goeth4 straightway3 to him,5 and saith,6 Master,7 master;8 and9 kissed10 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελθων G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 ευθεως G2112 terstond, dadelijk anon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway 4 προσελθων G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 ραββι G4461 Rabbi Master, Rabbi 8 ραββι G4461 Rabbi Master, Rabbi 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 κατεφιλησεν G2705 kuste, kussen, kusten kiss 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 En zij sloegen hun handen aan Hem, en grepen Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 En zij sloegenG1911 hunG846 handenG5495 aanG1909 HemG846, en grepenG2902 HemG846. En zij sloegen hun handen aan Hem, en grepen Hem.

KJV And2 they laid3 their5 hands7 on4 him,8 and9 took10 him.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 επεβαλον G1911 sloegen, sloeg, slaan beat into, cast (up-)on, fall, lay (on), put (unto), stretch forth, think on 4 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 5 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 χειρας G5495 handen, hand hand 8 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 εκρατησαν G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
47 En een dergenen, die daarbij stonden, het zwaard trekkende, sloeg den dienstknecht des hogepriesters, en hieuw hem zijn oor af.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

47 En eenG1520 dergenen, die daarbij stondenG3936, het zwaardG3162 trekkendeG4685, sloegG3817 den dienstknechtG1401 des hogepriestersG749, en hieuwG851 hemG846 zijn oorG5621 af. En een dergenen, die daarbij stonden, het zwaard trekkende, sloeg den dienstknecht des hogepriesters, en hieuw hem zijn oor af.

KJV And2 one3 of them1 that stood by5 drew6 a sword,8 and smote9 a servant11 of the high priest,13 and14 cut off15 his16 ear.

1 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 παρεστηκοτων G3936 stonden, stellen, stelt assist, bring before, command, commend, give presently, present, prove, provide, shew, stand (before, by, here, up, with), yield 6 σπασαμενος G4685 trekkende, trok draw (out) 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 μαχαιραν G3162 zwaard, zwaarden, zwaards sword 9 επαισεν G3817 geslagen, sloeg, gestoken smite, strike 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 δουλον G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αρχιερεως G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 αφειλεν G851 hieuw, afdoen, afdoet cut (smite) off, take away 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ωτιον G5621 oor ear
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
48 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Zijt gij uitgegaan, met zwaarden en stokken, als tegen een moordenaar, om Mij te vangen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

48 EnG2532 JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG2036 tot henG846: Zijt gij uitgegaanG1831, metG3326 zwaardenG3162 enG2532 stokkenG3586, alsG5613 tegenG1909 een moordenaarG3027, om MijG1473 te vangenG4815? En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Zijt gij uitgegaan, met zwaarden en stokken, als tegen een moordenaar, om Mij te vangen?

KJV And1 Jesus4 answered2 and said unto them,6 Are ye come out,10 as7 against8 a thief,9 with11 swords12 and13 with staves14 to take15 me?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 8 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 9 ληστην G3027 moordenaars, moordenaar, moordenaren robber, thief 10 εξηλθετε G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 11 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 12 μαχαιρων G3162 zwaard, zwaarden, zwaards sword 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ξυλων G3586 hout, stokken, boom staff, stocks, tree, wood 15 συλλαβειν G4815 bevrucht, vangen, gegrepen catch, conceive, help, take 16 με G1473 mij, ik I, me

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
49 Dagelijks was Ik bij ulieden in den tempel, lerende, en gij hebt Mij niet gegrepen; maar dit geschiedt, opdat de Schriften vervuld zouden worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

49 DagelijksG2250 wasG1510 Ik bijG4314 ulieden inG1722 den tempelG2411, lerendeG1321, enG2532 gijG4771 hebt MijG1473 nietG3756 gegrepenG2902; maarG235 dit geschiedt, opdatG2443 de SchriftenG1124 vervuldG4137 zouden worden. Dagelijks was Ik bij ulieden in den tempel, lerende, en gij hebt Mij niet gegrepen; maar dit geschiedt, opdat de Schriften vervuld zouden worden.

KJV I was daily2 with4 you in6 the temple8 teaching,9 and10 ye took12 me not:11 but14 the scriptures18 must15 be fulfilled.

1 καθ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 2 ημεραν G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 3 ημην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ιερω G2411 tempel, tempels, heilige temple 9 διδασκων G1321 lerende, leerde, leren teach 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 12 εκρατησατε G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 13 με G1473 mij, ik I, me 14 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 15 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 16 πληρωθωσιν G4137 vervuld, vervullen, vervult accomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply 17 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 γραφαι G1124 Schrift, Schriften, Schriftuur scripture
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
50 En zij, Hem verlatende, zijn allen gevloden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

50 EnG2532 zij, Hem verlatendeG863, zijn allenG3956 gevlodenG5343. En zij, Hem verlatende, zijn allen gevloden.

KJV And1 they all4 forsook2 him,3 and fled.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αφεντες G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 5 εφυγον G5343 vlieden, vliedt, gevloden escape, flee (away)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
51 En een zeker jongeling volgde Hem, hebbende een lijnwaad omgedaan over het naakte lijf, en de jongelingen grepen hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

51 EnG2532 eenG1520 zekerG5100 jongelingG3495 volgdeG190 HemG846, hebbende een lijnwaadG4616 omgedaanG4016 overG1909 het naakteG1131 lijf, enG2532 de jongelingenG3495 grepenG2902 hemG846. En een zeker jongeling volgde Hem, hebbende een lijnwaad omgedaan over het naakte lijf, en de jongelingen grepen hem.

KJV And1 there followed5 him6 a2 certain3 young man,4 having a linen cloth8 cast7 about9 his naked10 body; and11 the young men15 laid hold12 on him:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 3 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 νεανισκος G3495 jongeling, jongelingen, Jongeling young man 5 ηκολουθει G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 περιβεβλημενος G4016 bekleed, gekleed, Werp array, cast about, clothe(-d me), put on 8 σινδονα G4616 lijnwaad (fine) linen (cloth) 9 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 10 γυμνου G1131 naakt, bloot, naakte naked 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 κρατουσιν G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 νεανισκοι G3495 jongeling, jongelingen, Jongeling young man
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
52 En hij, het lijnwaad verlatende, is naakt van hen gevloden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

52 EnG1161 hij, het lijnwaadG4616 verlatendeG2641, is naaktG1131 vanG575 henG846 gevlodenG5343. En hij, het lijnwaad verlatende, is naakt van hen gevloden.

KJV And2 he left3 the linen cloth,5 and fled7 from8 them9 naked.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 καταλιπων G2641 verlaten, gelaten, verlatende forsake, leave, reserve 4 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 σινδονα G4616 lijnwaad (fine) linen (cloth) 6 γυμνος G1131 naakt, bloot, naakte naked 7 εφυγεν G5343 vlieden, vliedt, gevloden escape, flee (away) 8 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 9 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
53 En zij leidden Jezus henen tot den hogepriester; en bij hem vergaderden al de overpriesters, en de ouderlingen, en de schriftgeleerden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

53 EnG2532 zij leiddenG520 JezusG2424 henen totG4314 den hogepriesterG749; enG2532 bij hemG846 vergaderdenG4905 alG3956 de overpriestersG749, enG2532 de ouderlingenG4245, enG2532 de schriftgeleerdenG1122. En zij leidden Jezus henen tot den hogepriester; en bij hem vergaderden al de overpriesters, en de ouderlingen, en de schriftgeleerden.

KJV And1 they led2 Jesus4 away to5 the high priest:7 and8 with him10 were assembled9 all11 the chief priests13 and14 the elders16 and17 the scribes.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 απηγαγον G520 leidden, leidt, Leid bring, carry away, lead (away), put to death, take away 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αρχιερεα G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 συνερχονται G4905 samengekomen, samenkomt, samen accompany, assemble (with), come (together), come (company, go) with, resort 10 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 12 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αρχιερεις G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 πρεσβυτεροι G4245 ouderlingen, ouden, ouderling elder(-est), old 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
54 En Petrus volgde Hem van verre, tot binnen in de zaal des hogepriesters, en hij was mede zittende met de dienaren, en zich warmende bij het vuur.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

54 EnG2532 PetrusG4074 volgdeG190 HemG846 vanG575 verreG3113, totG4314 binnen inG1519 de zaalG833 des hogepriestersG749, enG2532 hij wasG1510 mede zittendeG4775 metG3326 de dienarenG5257, enG2532 zich warmendeG2328 bij het vuurG5457. En Petrus volgde Hem van verre, tot binnen in de zaal des hogepriesters, en hij was mede zittende met de dienaren, en zich warmende bij het vuur.

KJV And1 Peter3 followed6 him7 afar5 off,4 even8 into9 the palace12 of the high priest:14 and15 he sat17 with18 the servants,20 and21 warmed himself22 at23 the fire.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 4 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 5 μακροθεν G3113 verre afar off, from far 6 ηκολουθησεν G190 volgde, gevolgd, volgden follow, reach 7 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 9 εσω G2080 inwendigen, binnengegaan, daarbinnen (with-)in(-ner, -to, -ward) 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αυλην G833 zaal, stal, voorhof court, (sheep-)fold, hall, palace 13 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αρχιερεως G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 συγκαθημενος G4775 gezeten, mede zittende sit with 18 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 19 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 υπηρετων G5257 dienaars, dienaren, dienaar minister, officer, servant 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 θερμαινομενος G2328 warmde, warmende, warm (be) warm(-ed, self) 23 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 24 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 φως G5457 licht, Licht, lichts fire, light
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
55 En de overpriesters, en de gehele raad, zochten getuigenis tegen Jezus, om Hem te doden, en vonden niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

55 En de overpriestersG749, en de gehele raadG4892, zochtenG2212 getuigenisG3141 tegenG2596 JezusG2424, omG1519 HemG846 te dodenG2289, en vondenG2147 nietG3756. En de overpriesters, en de gehele raad, zochten getuigenis tegen Jezus, om Hem te doden, en vonden niet.

KJV And2 the chief priests3 and4 all5 the council7 sought8 for witness12 against9 Jesus11 to13 put15 him16 to death; and17 found19 none.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αρχιερεις G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 ολον G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 συνεδριον G4892 raad, raadsvergaderingen, raads council 8 εζητουν G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 9 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 12 μαρτυριαν G3141 getuigenis, getuigenissen record, report, testimony, witness 13 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 14 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 θανατωσαι G2289 doden, gedood, doodt become dead, (cause to be) put to death, kill, mortify 16 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 19 ευρισκον G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
56 Want velen getuigden valselijk tegen Hem, en de getuigenissen waren niet eenparig.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

56 WantG1063 velenG4183 getuigden valselijkG5576 tegenG2596 HemG846, enG2532 de getuigenissenG3141 warenG1510 nietG3756 eenparigG2258. Want velen getuigden valselijk tegen Hem, en de getuigenissen waren niet eenparig.

KJV For2 many1 bare false witness3 against4 him,5 but6 their witness9 agreed not7 together.

1 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εψευδομαρτυρουν G5576 getuigenis, getuigden valselijk, valse getuigenis be a false witness 4 κατ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ισαι G2470 even, evengelijk, eenparig + agree, as much, equal, like 8 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 μαρτυριαι G3141 getuigenis, getuigenissen record, report, testimony, witness 10 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 11 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
57 En enigen, opstaande, getuigden valselijk tegen Hem, zeggende:
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

57 EnG2532 enigenG5100, opstaandeG450, getuigden valselijkG5576 tegenG2596 HemG846, zeggendeG3004: En enigen, opstaande, getuigden valselijk tegen Hem, zeggende:

KJV And1 there arose3 certain,2 and bare false witness4 against5 him,6 saying,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 3 ανασταντες G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 4 εψευδομαρτυρουν G5576 getuigenis, getuigden valselijk, valse getuigenis be a false witness 5 κατ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
58 Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal dezen tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en in drie dagen een anderen, zonder handen gemaakt, bouwen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

58 Wij hebben HemG846 horenG191 zeggenG3004: IkG1473 zal dezenG5126 tempelG3485, dieG3778 met handen gemaakt is, afbrekenG2647, enG2532 in drieG5140 dagenG2250 een anderen, zonder handen gemaakt, bouwenG3618. Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal dezen tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en in drie dagen een anderen, zonder handen gemaakt, bouwen.

Ook in dit vers handenG886 handenG5499

KJV We heard3 him4 say,5 I2 will destroy8 this temple10 that is made with hands,13 and14 within15 three16 days17 I will build20 another18 made without hands.

1 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 2 ημεις G1473 mij, ik I, me 3 ηκουσαμεν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 4 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 λεγοντος G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 εγω G1473 mij, ik I, me 8 καταλυσω G2647 afgebroken, afbreekt, afbreken destroy, dissolve, be guest, lodge, come to nought, overthrow, throw down 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ναον G3485 tempel, tempels, tempelen shrine, temple 11 τουτον G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 12 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 χειροποιητον G5499 handen, handen geschiedt made by (make with) hands 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 16 τριων G5140 drie, Drie three 17 ημερων G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 18 αλλον G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 19 αχειροποιητον G886 handen, handen geschiedt made without (not made with) hands 20 οικοδομησω G3618 bouwen, gebouwd, bouwde (be in) build(-er, -ing, up), edify, embolden

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
59 En ook alzo was hun getuigenis niet eenparig.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

59 En ook alzoG3779 wasG1510 hunG846 getuigenisG3141 niet eenparigG2470. En ook alzo was hun getuigenis niet eenparig.

KJV But1 neither2 so3 did4 their8 witness7 agree together.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 3 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 4 ιση G2470 even, evengelijk, eenparig + agree, as much, equal, like 5 ην G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μαρτυρια G3141 getuigenis, getuigenissen record, report, testimony, witness 8 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
60 En de hogepriester, in het midden opstaande, vraagde Jezus, zeggende: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

60 EnG2532 de hogepriesterG749, inG1519 het middenG3319 opstaandeG450, vraagdeG1905 JezusG2424, zeggendeG3004: AntwoordtG3756 Gij nietsG3762? WatG5101 getuigenG2649 dezenG3778 tegen U? En de hogepriester, in het midden opstaande, vraagde Jezus, zeggende: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U?

KJV And1 the high priest4 stood up2 in5 the midst,7 and asked8 Jesus,10 saying,11 Answerest12 thou13 nothing?14 what15 is it which these16 witness18 against thee?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αναστας G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αρχιερευς G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 5 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 6 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μεσον G3319 midden, middernacht among, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way 8 επηρωτησεν G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 11 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 13 αποκρινη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 14 ουδεν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 15 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 16 ουτοι G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 17 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 18 καταμαρτυρουσιν G2649 getuigen witness against
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
61 Maar Hij zweeg stil, en antwoordde niets. Wederom vraagde Hem de hogepriester, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Christus, de Zoon des gezegenden Gods?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

61 MaarG1161 Hij zweeg stilG4623, en antwoorddeG611 nietsG3762. WederomG3825 vraagdeG1905 HemG846 de hogepriesterG749, en zeideG3004 tot HemG846: ZijtG1510 GijG4771 de ChristusG5547, de ZoonG5207 des gezegendenG2128 Gods? Maar Hij zweeg stil, en antwoordde niets. Wederom vraagde Hem de hogepriester, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Christus, de Zoon des gezegenden Gods?

KJV But2 he held his peace,3 and4 answered6 nothing.5 Again7 the high priest9 asked10 him,11 and12 said13 unto him,14 Art thou15 the Christ,18 the Son20 of the Blessed?

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εσιωπα G4623 zwijgen, zweeg stil, Zwijg dumb, (hold) peace 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 ουδεν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 6 απεκρινατο G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 7 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 αρχιερευς G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 10 επηρωτα G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 16 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 19 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 21 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 ευλογητου G2128 Geloofd, prijzen, Gezegend blessed
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
62 En Jezus zeide: Ik ben het. En gijlieden zult den Zoon des mensen zien zitten ter rechter hand der kracht Gods, en komen met de wolken des hemels.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

62 En JezusG2424 zeideG2036: IkG1473 benG1510 het. En gijlieden zult den ZoonG5207 des mensenG444 zienG3700 zittenG2521 ter rechterG1188 hand der krachtG1411 Gods, en komenG2064 metG1537 de wolkenG3507 des hemelsG3772. En Jezus zeide: Ik ben het. En gijlieden zult den Zoon des mensen zien zitten ter rechter hand der kracht Gods, en komen met de wolken des hemels.

KJV And2 Jesus3 said, I5 am:6 and7 ye shall see the Son10 of man12 sitting13 on14 the right hand15 of power,17 and18 coming19 in20 the clouds22 of heaven.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 εγω G1473 mij, ik I, me 6 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 οψεσθε G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 9 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 13 καθημενον G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 14 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 15 δεξιων G1188 rechter, rechterhand, rechter- right (hand, side) 16 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 δυναμεως G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 ερχομενον G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 20 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 21 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 νεφελων G3507 wolk, wolken cloud 23 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 ουρανου G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
63 En de hogepriester, verscheurende zijn klederen, zeide: Wat hebben wij nog getuigen van node?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

63 EnG1161 de hogepriesterG749, verscheurendeG1284 zijn klederenG5509, zeideG3004: WatG5101 hebbenG2192 wij nog getuigenG3144 van nodeG5532? En de hogepriester, verscheurende zijn klederen, zeide: Wat hebben wij nog getuigen van node?

KJV Then2 the high priest3 rent4 his7 clothes,6 and saith,8 What9 need11 we12 any further10 witnesses?

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αρχιερευς G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests 4 διαρρηξας G1284 scheurde, scheurden, verbrak break, rend 5 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 χιτωνας G5509 rok, rokken, klederen clothes, coat, garment 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 10 ετι G2089 nog, verder after that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet 11 χρειαν G5532 node, nooddruft, nood business, lack, necessary(-ity), need(-ful), use, want 12 εχομεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 13 μαρτυρων G3144 getuigen, getuige, Getuige martyr, record, witness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
64 Gij hebt de gods lastering gehoord; wat dunkt ulieden? En zij allen veroordeelden Hem, des doods schuldig te zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

64 GijG4771 hebt de gods lasteringG988 gehoordG191; watG5101 dunktG5316 ulieden? EnG1161 zij allenG3956 veroordeeldenG2632 HemG846, des doodsG2288 schuldigG1777 te zijnG1510. Gij hebt de gods lastering gehoord; wat dunkt ulieden? En zij allen veroordeelden Hem, des doods schuldig te zijn.

KJV Ye have heard1 the blasphemy:3 what4 think6 ye? And8 they all9 condemned10 him11 to be guilty13 of death.

1 ηκουσατε G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 2 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 βλασφημιας G988 lastering, lasteringen blasphemy, evil speaking, railing 4 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 5 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 6 φαινεται G5316 schijnt, schijnen, mogen appear, seem, be seen, shine, X think 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 10 κατεκριναν G2632 veroordeeld, veroordelen, verdoemd condemn, damn 11 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 ενοχον G1777 schuldig, strafbaar, onderworpen in danger of, guilty of, subject to 14 θανατου G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
65 En sommigen begonnen Hem te bespuwen, en Zijn aangezicht te bedekken, en met vuisten te slaan, en tot Hem te zeggen: Profeteer! En de dienaars gaven Hem kinnebakslagen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

65 En sommigenG5100 begonnenG756 HemG846 te bespuwenG1716, en Zijn aangezichtG4383 te bedekkenG4028, enG2532 met vuistenG2852 te slaan, enG2532 tot HemG846 te zeggenG3004: ProfeteerG4395! EnG2532 de dienaarsG5257 gavenG906 HemG846 kinnebakslagenG4475. En sommigen begonnen Hem te bespuwen, en Zijn aangezicht te bedekken, en met vuisten te slaan, en tot Hem te zeggen: Profeteer! En de dienaars gaven Hem kinnebakslagen.

KJV And1 some3 began2 to spit4 on him,5 and6 to cover7 his10 face,9 and11 to buffet12 him,13 and14 to say15 unto him,16 Prophesy:17 and18 the servants20 did strike23 him22 with the palms of their hands.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηρξαντο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 3 τινες G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 4 εμπτυειν G1716 bespogen, bespuwen, gespogen spit (upon) 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 περικαλυπτειν G4028 overdekt, bedekken blindfold, cover, overlay 8 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 προσωπον G4383 aangezicht, aangezichten, aangezichts (outward) appearance, X before, countenance, face, fashion, (men's) person, presence 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 κολαφιζειν G2852 vuisten slaan, geslagen, sloegen buffet 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 λεγειν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 16 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 προφητευσον G4395 profeteren, geprofeteerd, profeteert prophesy 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 υπηρεται G5257 dienaars, dienaren, dienaar minister, officer, servant 21 ραπισμασιν G4475 kinnebakslagen, kinnebakslag (+ strike with the) palm of the hand, smite with the hand 22 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 23 εβαλλον G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
66 En als Petrus beneden in de zaal was, kwam een van de dienstmaagden des hogepriesters;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

66 EnG2532 als PetrusG4074 benedenG2736 inG1722 de zaalG833 wasG1510, kwamG2064 eenG1520 van de dienstmaagdenG3814 des hogepriestersG749; En als Petrus beneden in de zaal was, kwam een van de dienstmaagden des hogepriesters;

KJV And1 as Peter4 was beneath8 in5 the palace,7 there cometh9 one of the maids12 of the high priest:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οντος G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πετρου G4074 Petrus Peter, rock 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αυλη G833 zaal, stal, voorhof court, (sheep-)fold, hall, palace 8 κατω G2736 beneden, nederwaarts, oud beneath, bottom, down, under 9 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 10 μια G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 11 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 παιδισκων G3814 dienstmaagd, dienstmaagden bondmaid(-woman), damsel, maid(-en) 13 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αρχιερεως G749 overpriesters, hogepriester, hogepriesters chief (high) priest, chief of the priests
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
67 En ziende Petrus zich warmende, zag zij hem aan, en zeide: Ook gij waart met Jezus den Nazarener.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

67 EnG2532 ziendeG1492 PetrusG4074 zich warmendeG2328, zagG1689 zij hemG846 aan, en zeideG3004: OokG2532 gijG4771 waartG2258 metG3326 JezusG2424 den NazarenerG3479. En ziende Petrus zich warmende, zag zij hem aan, en zeide: Ook gij waart met Jezus den Nazarener.

KJV And1 when she saw Peter4 warming himself,5 she looked6 upon him,7 and said,8 And9 thou10 also wast with11 Jesus14 of Nazareth.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ιδουσα G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 πετρον G4074 Petrus Peter, rock 5 θερμαινομενον G2328 warmde, warmende, warm (be) warm(-ed, self) 6 εμβλεψασα G1689 zag, aanziende, Aanziet behold, gaze up, look upon, (could) see 7 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 11 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ναζαρηνου G3479 Nazarener of Nazareth 14 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 15 ησθα G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
68 Maar hij heeft het geloochend, zeggende: Ik ken Hem niet, en ik weet niet, wat gij zegt. En hij ging buiten in de voorzaal, en de haan kraaide.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

68 MaarG1161 hij heeft het geloochendG720, zeggendeG3004: Ik kenG1492 Hem niet, en ik weet niet, watG5101 gijG4771 zegtG3004. En hij ging buitenG1854 inG1519 de voorzaalG4259, en de haanG220 kraaideG5455. Maar hij heeft het geloochend, zeggende: Ik ken Hem niet, en ik weet niet, wat gij zegt. En hij ging buiten in de voorzaal, en de haan kraaide.

KJV But2 he denied,3 saying,4 I know6 not,5 neither7 understand I8 what9 thou10 sayest.11 And12 he went13 out14 into15 the porch;17 and18 the cock19 crew.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ηρνησατο G720 verloochend, verloochenen, loochende deny, refuse 4 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 οιδα G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 7 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 8 επισταμαι G1987 weten, wetende know, understand 9 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 10 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 11 λεγεις G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 εξηλθεν G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 14 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 15 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 16 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 προαυλιον G4259 voorzaal porch 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 αλεκτωρ G220 haan cock 20 εφωνησεν G5455 riep, gekraaid, geroepen call (for), crow, cry
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
69 En de dienstmaagd, hem wederom ziende, begon te zeggen tot degenen, die daarbij stonden: Deze is een van die.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

69 EnG2532 de dienstmaagdG3814, hemG846 wederomG3825 ziendeG1492, begonG756 te zeggenG3004 tot degenen, die daarbij stondenG3936: Deze isG1510 een vanG1537 die. En de dienstmaagd, hem wederom ziende, begon te zeggen tot degenen, die daarbij stonden: Deze is een van die.

KJV And1 a maid3 saw him5 again,6 and began7 to say8 to them that stood by,10 This11 is one of13 them.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 παιδισκη G3814 dienstmaagd, dienstmaagden bondmaid(-woman), damsel, maid(-en) 4 ιδουσα G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 5 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 7 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 8 λεγειν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 9 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 παρεστηκοσιν G3936 stonden, stellen, stelt assist, bring before, command, commend, give presently, present, prove, provide, shew, stand (before, by, here, up, with), yield 11 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 12 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 13 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 14 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
70 Maar hij loochende het wederom. En een weinig daarna, die daarbij stonden, zeiden wederom tot Petrus: Waarlijk, gij zijt een van die; want gij zijt ook een Galileer, en uw spraak gelijkt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

70 MaarG1161 hijG846 loochendeG720 het wederomG3825. En een weinigG3397 daarna, die daarbij stondenG3936, zeidenG3004 wederomG3825 tot PetrusG4074: WaarlijkG230, gij zijt een vanG1537 die; wantG1063 gij zijt ookG2532 een GalileerG1057, en uw spraakG2981 gelijktG3662. Maar hij loochende het wederom. En een weinig daarna, die daarbij stonden, zeiden wederom tot Petrus: Waarlijk, gij zijt een van die; want gij zijt ook een Galileer, en uw spraak gelijkt.

KJV And2 he denied it4 again.3 And5 a little after,6 they that stood by10 said11 again8 to Peter,13 Surely14 thou art one of15 them:16 for18 thou art a Galilaean,20 and22 thy speech24 agreeth

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 4 ηρνειτο G720 verloochend, verloochenen, loochende deny, refuse 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 μετα G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 7 μικρον G3398 kleinen, klein, minste least, less, little, small 8 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 9 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 παρεστωτες G3936 stonden, stellen, stelt assist, bring before, command, commend, give presently, present, prove, provide, shew, stand (before, by, here, up, with), yield 11 ελεγον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 πετρω G4074 Petrus Peter, rock 14 αληθως G230 waarlijk, Waarlijk, waarachtiglijk indeed, surely, of a surety, truly, of a (in) truth, verily, very 15 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 16 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 20 γαλιλαιος G1057 Galileer, Galileers, Galilese Galilean, of Galilee 21 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 λαλια G2981 spraak, zeggens saying, speech 25 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 26 ομοιαζει G3662 gelijkt agree

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
71 En hij begon zichzelven te vervloeken en te zweren: Ik ken dezen Mens niet, Dien gij zegt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

71 En hij begonG756 zichzelven te vervloekenG332 en te zwerenG3660: Ik kenG1492 dezenG5126 MensG444 nietG3756, DienG3739 gij zegtG3004. En hij begon zichzelven te vervloeken en te zweren: Ik ken dezen Mens niet, Dien gij zegt.

KJV But2 he began3 to curse4 and5 to swear,6 saying, I know7 not8 this man11 of whom13 ye speak.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 4 αναθεματιζειν G332 vervloeken, vervloeking verbonden, vervloekt (bind under a) curse, bind with an oath 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 ομνυειν G3660 gezworen, zweert, zweren swear 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 οιδα G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 10 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ανθρωπον G444 mensen, mens, Mens certain, man 12 τουτον G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 13 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 14 λεγετε G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
72 En de haan kraaide de tweede maal; en Petrus werd indachtig het woord, hetwelk Jezus tot hem gezegd had: Eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En hij, zich van daar makende, weende.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

72 EnG2532 de haanG220 kraaideG5455 de tweede maalG1208; enG2532 PetrusG4074 werd indachtigG363 het woordG4487, hetwelkG3739 JezusG2424 tot hemG846 gezegdG2036 had: EerG4250 de haanG220 tweemaalG1364 gekraaidG5455 zal hebben, zult gij MijG1473 driemaalG5151 verloochenenG533. EnG2532 hij, zich vanG1537 daar makendeG1911, weendeG2799. En de haan kraaide de tweede maal; en Petrus werd indachtig het woord, hetwelk Jezus tot hem gezegd had: Eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En hij, zich van daar makende, weende.

KJV And1 the2 second time3 the cock4 crew.5 And6 Peter9 called to mind7 the word11 that12 Jesus16 said unto him,14 Before18 the cock19 crow20 twice,21 thou shalt deny22 me thrice.24 And25 when he thought thereon,26 he wept.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 3 δευτερου G1208 tweede, tweeden, tweeden male afterward, again, second(-arily, time) 4 αλεκτωρ G220 haan cock 5 εφωνησεν G5455 riep, gekraaid, geroepen call (for), crow, cry 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ανεμνησθη G363 indachtig, gedenkt, overdenkt call to mind, (bring to , call to, put in), remember(-brance) 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 πετρος G4074 Petrus Peter, rock 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ρηματος G4487 woorden, woord, Woord + evil, + nothing, saying, word 12 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 13 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 14 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 17 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 18 πριν G4250 eer, Eer before (that), ere 19 αλεκτορα G220 haan cock 20 φωνησαι G5455 riep, gekraaid, geroepen call (for), crow, cry 21 δις G1364 tweemaal, andermaal again, twice 22 απαρνηση G533 verloochenen, verloochend, verloochene deny 23 με G1473 mij, ik I, me 24 τρις G5151 driemaal, Driemaal, drie maal three times, thrice 25 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 26 επιβαλων G1911 sloegen, sloeg, slaan beat into, cast (up-)on, fall, lay (on), put (unto), stretch forth, think on 27 εκλαιεν G2799 weent, wenende, weende bewail, weep

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Markus 14:1 Exodus 12:6 Johannes 13:1 Lukas 22:1 Leviticus 23:5 Deuteronomium 16:1 Psalmen 2:1 Numeri 28:16 Handelingen 4:25
Markus 14:2 Markus 11:32 Spreuken 21:30 Klaagliederen 3:27 Mattheüs 26:5 Johannes 7:40 Johannes 12:19 Spreuken 19:21 Lukas 20:6
Markus 14:3 Mattheüs 21:17 Lukas 7:37 Hooglied 4:13 Johannes 11:2 Hooglied 5:5 Mattheüs 26:6 Johannes 12:1
Markus 14:4 Johannes 12:4 Mattheüs 26:8 Maleachi 1:12 Prediker 4:4 Prediker 5:4
Markus 14:5 Johannes 13:29 Deuteronomium 1:27 Mattheüs 18:28 Psalmen 106:25 Johannes 6:7 Johannes 6:43 Mattheüs 20:11 Lukas 15:2
Markus 14:6 Kolossenzen 1:10 Efeze 2:10 Mattheüs 26:10 Titus 3:8 2 Thessalonicenzen 2:17 Titus 3:14 2 Timotheüs 3:17 Titus 2:7
Markus 14:7 Deuteronomium 15:11 Mattheüs 26:11 2 Korinthe 9:13 Filemon 1:7 1 Johannes 3:16 Handelingen 3:21 Johannes 12:7 Johannes 13:33
Markus 14:8 2 Korinthe 8:12 Johannes 19:32 Lukas 23:53 2 Kronieken 31:20 Psalmen 110:3 Markus 15:42 1 Kronieken 28:2 2 Korinthe 8:1
Markus 14:9 Markus 16:15 Mattheüs 26:12 Numeri 31:54 Mattheüs 24:14 Zacharia 6:14 Psalmen 112:6
Markus 14:10 Lukas 22:3 Johannes 13:2 Mattheüs 26:14 Mattheüs 10:4 Johannes 13:30 Psalmen 41:9 Markus 3:19 Johannes 6:70
Markus 14:11 2 Petrus 2:14 1 Koningen 21:20 Mattheüs 26:15 Spreuken 1:10 Judas 1:11 1 Timotheüs 6:10 Lukas 22:5 Spreuken 28:21
Markus 14:12 Exodus 12:18 Exodus 12:6 Deuteronomium 16:1 Exodus 12:8 Galaten 4:4 Lukas 22:7 Mattheüs 26:17 Numeri 28:16
Markus 14:13 Mattheüs 8:9 Johannes 2:5 Mattheüs 26:18 Hebreeën 4:13 Johannes 15:14 Markus 11:2 Lukas 22:10 Lukas 19:30
Markus 14:14 Johannes 13:13 Markus 10:17 Johannes 11:28 Markus 11:3 Openbaring 3:20
Markus 14:15 Handelingen 1:13 Spreuken 16:1 Johannes 21:17 Handelingen 20:8 Psalmen 110:3 Spreuken 21:1 2 Kronieken 6:30 Johannes 2:24
Markus 14:16 Lukas 22:13 Lukas 22:35 Johannes 16:4
Markus 14:17 Lukas 22:14 Lukas 22:21 Johannes 13:21 Mattheüs 26:20
Markus 14:18 Psalmen 41:9 Johannes 6:70 Johannes 6:47 Markus 10:15 Johannes 13:21 Markus 9:1 Johannes 5:24 Mattheüs 5:18
Markus 14:19 Johannes 13:22 Mattheüs 26:22 Lukas 22:21
Markus 14:20 Johannes 13:26 Mattheüs 26:23 Mattheüs 26:47 Markus 14:43 Johannes 6:71 Lukas 22:47
Markus 14:21 Johannes 19:36 Psalmen 22:1 Jesaja 52:14 Johannes 19:28 Jesaja 53:1 Zacharia 13:7 Handelingen 2:23 Genesis 3:15
Markus 14:22 Mattheüs 26:26 Johannes 6:48 Markus 6:41 Markus 14:24 Lukas 24:30 Mattheüs 14:19 Johannes 6:23 Lukas 22:18
Markus 14:23 1 Korinthe 10:16 Lukas 22:17 Romeinen 14:6 Mattheüs 26:27 Markus 14:22
Markus 14:24 Exodus 24:8 Zacharia 9:11 Hebreeën 9:15 Hebreeën 13:20 1 Korinthe 10:16 Johannes 6:53 Openbaring 5:8 Markus 10:45
Markus 14:25 Mattheüs 26:29 Psalmen 104:15 Lukas 22:29 Amos 9:13 Zacharia 9:17 Lukas 22:16 Joël 3:18
Markus 14:26 Mattheüs 26:30 Lukas 22:39 Mattheüs 21:1 Jakobus 5:13 Handelingen 16:25 Openbaring 5:9 Psalmen 47:6 1 Korinthe 14:15
Markus 14:27 Zacharia 13:7 Johannes 16:32 Mattheüs 26:31 Lukas 22:31 Johannes 16:1 2 Timotheüs 4:16
Markus 14:28 Mattheüs 28:16 Markus 16:7 Mattheüs 28:10 Mattheüs 28:7 Mattheüs 26:32 1 Korinthe 15:4 Johannes 21:1 Mattheüs 16:21
Markus 14:29 Johannes 13:36 Mattheüs 26:33 Johannes 21:15 Lukas 22:33
Markus 14:30 Markus 14:66 Johannes 13:38 Lukas 22:54 Genesis 1:5 Genesis 1:8 Lukas 22:34 Genesis 1:19 Johannes 18:17
Markus 14:31 Jeremia 17:9 Deuteronomium 5:27 Exodus 19:8 Job 40:4 Psalmen 30:6 Spreuken 29:23 Johannes 13:37 Spreuken 18:24
Markus 14:32 Markus 14:36 Markus 14:39 Mattheüs 26:36 Johannes 18:1 Lukas 22:39 Psalmen 109:4 Psalmen 18:5 Psalmen 88:1
Markus 14:33 Lukas 22:44 Markus 5:37 Hebreeën 5:7 Jesaja 53:10 Markus 1:16 Markus 9:2 Psalmen 69:1 Psalmen 88:14
Markus 14:34 Johannes 12:27 Markus 13:35 Jesaja 53:3 Jesaja 53:12 Klaagliederen 1:12 Efeze 6:18 1 Petrus 5:8 1 Petrus 4:7
Markus 14:35 Hebreeën 5:7 Markus 14:41 Mattheüs 26:39 Deuteronomium 9:18 Genesis 17:3 1 Kronieken 21:15 Openbaring 5:14 Handelingen 10:25
Markus 14:36 Galaten 4:6 Filippenzen 2:8 Johannes 5:30 Johannes 6:38 Johannes 18:11 Hebreeën 5:7 Johannes 12:27 Johannes 4:34
Markus 14:37 Mattheüs 26:40 Mattheüs 25:5 Markus 14:29 Lukas 9:31 Lukas 22:45 Markus 14:40 2 Samuël 16:17 Hebreeën 12:3
Markus 14:38 Mattheüs 26:41 Lukas 22:46 Romeinen 7:18 Lukas 22:40 Mattheüs 24:42 Lukas 21:36 Markus 14:34 Openbaring 3:2
Markus 14:39 Mattheüs 6:7 Mattheüs 26:42 2 Korinthe 12:8 Lukas 18:1
Markus 14:40 Markus 9:33 Romeinen 3:19 Genesis 44:16
Markus 14:41 Markus 9:31 Markus 14:35 1 Koningen 18:27 Markus 10:33 Markus 14:18 Mattheüs 26:2 2 Koningen 3:13 Prediker 11:9
Markus 14:42 Johannes 18:1 Mattheüs 26:46
Markus 14:43 Mattheüs 26:47 Handelingen 1:16 Johannes 18:3 Psalmen 22:11 Psalmen 2:1 Lukas 22:47 Psalmen 3:1
Markus 14:44 Jozua 2:12 Spreuken 27:6 1 Samuël 23:22 2 Samuël 20:9 Filippenzen 1:28 Mattheüs 26:48 2 Thessalonicenzen 3:17 Exodus 12:13
Markus 14:45 Johannes 13:13 Johannes 20:16 Maleachi 1:6 Lukas 6:46 Jesaja 1:3 Mattheüs 23:7 Markus 12:14
Markus 14:46 Klaagliederen 4:20 Richteren 16:21 Handelingen 2:23 Johannes 18:12
Markus 14:47 Johannes 18:10 Lukas 22:49 Mattheüs 26:51
Markus 14:48 1 Samuël 26:18 Lukas 22:52 Mattheüs 26:55 1 Samuël 24:14
Markus 14:49 Mattheüs 26:56 Johannes 8:2 Lukas 24:44 Mattheüs 1:22 Markus 12:35 Mattheüs 26:54 Johannes 18:20 Lukas 22:37
Markus 14:50 Markus 14:27 Psalmen 88:18 Psalmen 38:11 Johannes 16:32 Psalmen 88:7 2 Timotheüs 4:16 Johannes 18:8 Job 19:13
Markus 14:52 Markus 13:14 Genesis 39:12 Job 2:4
Markus 14:53 Mattheüs 26:57 Handelingen 4:5 Lukas 22:54 Johannes 18:12 Jesaja 53:7 Markus 15:1 Mattheüs 26:3 Johannes 18:19
Markus 14:54 Johannes 18:18 Mattheüs 26:3 Lukas 22:55 Markus 14:38 Markus 14:29 Johannes 18:15 Markus 14:67 1 Samuël 13:7
Markus 14:55 Handelingen 24:1 1 Koningen 21:10 Daniël 6:4 Handelingen 6:11 Psalmen 35:11 Mattheüs 5:22 Mattheüs 26:59 1 Koningen 21:13
Markus 14:57 Mattheüs 26:60 Markus 15:29 Johannes 2:18 Handelingen 6:13 Jeremia 26:8 Mattheüs 27:40 Jeremia 26:18
Markus 14:58 Johannes 2:19 Hebreeën 9:24 Markus 15:29 2 Korinthe 5:1 Handelingen 7:48 Hebreeën 9:11 Daniël 2:34 Daniël 2:45
Markus 14:60 Johannes 19:9 Markus 15:3 Mattheüs 26:62
Markus 14:61 Jesaja 53:7 Mattheüs 16:16 Mattheüs 26:63 Markus 15:2 Lukas 22:67 Mattheüs 8:29 Psalmen 2:7 Mattheüs 3:17
Markus 14:62 Psalmen 110:1 Daniël 7:13 Hebreeën 1:3 Mattheüs 24:30 Mattheüs 26:64 Markus 13:26 Hebreeën 12:2 Markus 16:19
Markus 14:63 Numeri 14:6 Mattheüs 26:65 Leviticus 21:10 Jeremia 36:23 Jesaja 36:22 Handelingen 14:13
Markus 14:64 Leviticus 24:16 1 Koningen 21:9 Johannes 8:58 Johannes 10:31 Lukas 22:71 Johannes 5:18 Johannes 19:7 Mattheüs 26:65
Markus 14:65 Mattheüs 26:67 Jesaja 50:6 Lukas 22:63 Markus 15:19 Handelingen 23:2 Hebreeën 12:2 Markus 10:34 Johannes 18:22
Markus 14:66 Markus 14:54 Johannes 18:15 Lukas 22:55 Mattheüs 26:58 Mattheüs 26:69 Johannes 18:25
Markus 14:67 Markus 14:54 Mattheüs 21:11 Johannes 19:19 Markus 10:47 Johannes 1:45 Mattheüs 2:23 Handelingen 10:38 Markus 1:24
Markus 14:68 Johannes 13:36 Mattheüs 26:71 Markus 14:72 2 Timotheüs 2:12 Markus 14:29
Markus 14:69 Johannes 18:17 Lukas 22:58 Johannes 18:25 Markus 14:38 Galaten 6:1
Markus 14:70 Handelingen 2:7 Mattheüs 26:73 Richteren 12:6 Markus 14:68 Lukas 22:59 Johannes 18:26
Markus 14:71 Jeremia 17:9 2 Koningen 10:32 1 Korinthe 10:12 2 Koningen 8:12
Markus 14:72 Markus 14:68 Markus 14:30 Lukas 15:17 Mattheüs 26:34 Mattheüs 26:74 2 Samuël 24:10 Ezechiël 16:63 Psalmen 119:59
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Markus 14 vers 1

pascha, Zie hiervan Matt. 26:2 .

Hertaald: pascha, Zie hierover Matth. 26:2.

der ongehevelde broden Zo wordt het feest van pascha genaamd, omdat men op dat feest zeven dagen lang geen geheveld brood mocht eten. Zie Ex. 12:15 ; Lev. 23:6 .

Hertaald: der ongehevelde broden Zo wordt het paasfeest genoemd, omdat men op dat feest zeven dagen lang geen gezuurd brood mocht eten. Zie Ex. 12:15; Lev. 23:6.

Markus 14 vers 2

onder het volk worde Grieks, des volks.

Hertaald: onder het volk worde Grieks: van het volk.

Markus 14 vers 3

een vrouw, Namelijk Maria, de zuster van Lazarus. Zie Joh. 12:3 .

Hertaald: een vrouw, Namelijk Maria, de zuster van Lazarus. Zie Joh. 12:3.

onvervalsten nardus, Grieks, pistike; dat is trouwe, of oprechte. Doch sommigen zetten het over vloeiende of drinkelijke, omdat het met den drank ook placht gemengd te worden. Anders, balsem van spicanardus. Zie Joh. 12:3 .

Hertaald: onvervalsten nardus, Grieks: pistike; dat is: echte, of zuivere. Maar sommigen vertalen het met vloeibare of drinkbare, omdat die ook wel door de drank gemengd werd. Anders: balsem van spikenard. Zie Joh. 12:3.

Markus 14 vers 4

sommigen, Van wie de voornaamste was Judas de verrader. Zie Joh. 12:4 .

Hertaald: sommigen, Van wie de voornaamste Judas de verrader was. Zie Joh. 12:4.

Markus 14 vers 5

penningen verkocht, Grieks, denariën; waarvan de waarde verklaard wordt Matt. 18:28 , zodat deze som zou bedragen omtrent negentig gulden.

Hertaald: penningen verkocht, Grieks: denarii; de waarde daarvan wordt verklaard bij Matth. 18:28, zodat deze som ongeveer negentig gulden zou bedragen.

vergrimden tegen haar Of, morden met verstoordheid.

Hertaald: vergrimden tegen haar Of: mopperden verstoord.

Markus 14 vers 8

hetgeen zij kon; Grieks, hetgeen zij had.

Hertaald: hetgeen zij kon; Grieks: wat zij had.

te zalven, Of, balsemen; gelijk men gewoon was de lichamen van achtbare lieden, met kostelijke zalf van specerijen gemaakt, te balsemen, eer zij begraven werden om die te bewaren voor verrotting. Zie Gen. 50:26 .

Hertaald: te zalven, Of: balsemen, zoals men de lichamen van aanzienlijke mensen met kostbare zalf van specerijen placht te balsemen vóór de begrafenis, om ze voor bederf te bewaren. Zie Gen. 50:26.

Markus 14 vers 9

dit Evangelie gepredikt zal worden Namelijk wat ik totnogtoe geleerd en verkondigd heb.

Hertaald: dit Evangelie gepredikt zal worden Namelijk wat Ik tot nu toe geleerd en verkondigd heb.

Markus 14 vers 11

geld te geven; Grieks, zilver; namelijk dertig zilveren penningen, gelijk Matt. 26:15 .

Hertaald: geld te geven; Grieks: zilver; namelijk dertig zilverlingen, zoals Matth. 26:15.

bekwamelijk overleveren zou Grieks, ter bekwamer tijd, of met goede gelegenheid.

Hertaald: bekwamelijk overleveren zou Grieks: op een geschikte tijd, of bij een goede gelegenheid.

Markus 14 vers 12

wanneer zij het pascha slachtten, Dat is, naar Gods wet moesten slachten, gelijk Luc. 22:7 spreekt. Anderszins hebben de Joden het voor ditmaal daags daaraan geslacht, waarvan de reden verklaard staat in de aantekeningen Matt. 26:20 .

Hertaald: wanneer zij het pascha slachtten, Dat is: wanneer zij het naar Gods wet moesten slachten, zoals Luk. 22:7 het zegt. Overigens hebben de Joden het die keer de dag daarna geslacht; de reden daarvan staat verklaard in de aantekeningen bij Matth. 26:20.

het pascha eet? Dat is, het paaslam; een sacramentele wijze van spreken.

Hertaald: het pascha eet? Dat is: het paaslam; een sacramentele manier van spreken.

Markus 14 vers 13

stad, Namelijk Jeruzalem, waar het pascha geslacht en gegeten moest worden. Zie Deut. 16:5 .

Hertaald: stad, Namelijk Jeruzalem, waar het pascha geslacht en gegeten moest worden. Zie Deut. 16:5.

een kruik water, Of, een aarden vat.

Hertaald: een kruik water, Of: een aarden vat.

Markus 14 vers 14

heer des huizes Dat is, de huisvader.

Hertaald: heer des huizes Dat is: de huisvader.

eetzaal, Grieks, uitspanning; dat is, de kamer waar men de gasten ontvangt.

Hertaald: eetzaal, Grieks: uitspanning; dat is: de kamer waar men de gasten ontvangt.

Markus 14 vers 15

toegerust en gereed; Grieks, gespreid, gevloerd, bestrooid.

Hertaald: toegerust en gereed; Grieks: gespreid, gevloerd, bestrooid.

Markus 14 vers 19

de een na den ander Grieks, een na een.

Hertaald: de een na den ander Grieks: één voor één.

Markus 14 vers 20

Het is een uit de twaalven, Zie Matt. 26:33 .

Hertaald: Het is een uit de twaalven, Zie Matth. 26:23.

Markus 14 vers 22

dat is Mijn lichaam Van deze woorden der instelling van het avondmaal zie de aantekeningen Matt. 26:26 , en volgende.

Hertaald: dat is Mijn lichaam Zie over deze woorden van de instelling van het avondmaal de aantekeningen bij Matth. 26:26 en volgende.

Markus 14 vers 23

zij dronken allen uit denzelven Namelijk gelijk Christus hun bevolen had, Matt. 26:27 .

Hertaald: zij dronken allen uit denzelven Namelijk zoals Christus hun bevolen had, Matth. 26:27.

Markus 14 vers 27

aan Mij geërgerd worden; Dat is, gij zult aanstoot lijden in uw geloof, door hetgeen mij zal overkomen.

Hertaald: aan Mij geërgerd worden; Dat is: u zult in uw geloof aanstoot lijden door wat Mij zal overkomen.

Markus 14 vers 29

niet geërgerd worden. Namelijk aan u, gelijk uitgedrukt wordt Matt. 26:31 .

Hertaald: niet geërgerd worden. Namelijk aan U, zoals uitgedrukt wordt in Matth. 26:33.

Markus 14 vers 30

tweemaal gekraaid zal hebben, Andere evangelisten zeggen eenvoudig eer de haan kraaien zal, of zal gekraaid hebben; doch Markus zegt twee malen, omdat zij gemeenlijk op twee tijden plegen te kraaien, eens na den middernacht en eens tegen den dag, welke beide stonden hier worden verstaan.

Hertaald: tweemaal gekraaid zal hebben, Andere evangelisten zeggen eenvoudig: voordat de haan kraaien zal, of gekraaid zal hebben. Maar Markus zegt tweemaal, omdat de hanen gewoonlijk op twee tijden plegen te kraaien — eenmaal na middernacht en eenmaal tegen de dag — en beide momenten worden hier bedoeld.

Markus 14 vers 32

plaats, Of, gehucht van huizen, of hofsteden. Zie Matt. 26:36 .

Hertaald: plaats, Of: gehucht van huizen, of hofsteden. Zie Matth. 26:36.

Markus 14 vers 34

geheel bedroefd tot den dood toe; Grieks, aan alle zijden.

Hertaald: geheel bedroefd tot den dood toe; Grieks: aan alle kanten.

Markus 14 vers 35

die ure van Hem voorbijginge Namelijk van dit zware aanstaande lijden. Van dit gehele gebed zie de aantekeningen Matt. 26:39 .

Hertaald: die ure van Hem voorbijginge Namelijk het uur van dit zware, aanstaande lijden. Zie over dit hele gebed de aantekeningen bij Matth. 26:39.

Markus 14 vers 36

Abba, Vader Dit is een Syrisch woord, en betekent Vader; welk woord Vader de evangelist ook daarbij voegt, niet alleen tot verklaring, maar om door dit dubbel verhaal uit te drukken de overgrote ontroering van Christus in dit gebed. Zie hiervan Rom. 8:15 ; Gal. 4:6 .

Hertaald: Abba, Vader Dit is een Syrisch woord en betekent Vader. Het woord Vader voegt de evangelist eraan toe, niet alleen ter verklaring, maar ook om met deze verdubbeling de zeer grote ontroering van Christus in dit gebed uit te drukken. Zie hierover Rom. 8:15; Gal. 4:6.

Markus 14 vers 39

woorden Grieks, woord, of rede.

Hertaald: woorden Grieks: woord, of rede.

Markus 14 vers 41

Slaapt nu voort, Zie Matt. 26:45 .

Hertaald: Slaapt nu voort, Zie Matth. 26:45.

der zondaren Dat is, der heidenen; gelijk Matt. 20:19 .

Hertaald: der zondaren Dat is: van de heidenen, zoals Matth. 20:19.

Markus 14 vers 43

stokken, Grieks, houten; dat is, spiesen of lansen.

Hertaald: stokken, Grieks: houten; dat is: spiesen of lansen.

Markus 14 vers 44

een gemeen teken gegeven, Dat is, een teken, dat zij onder elkander zouden verstaan.

Hertaald: een gemeen teken gegeven, Dat is: een teken dat zij onder elkaar zouden begrijpen.

Markus 14 vers 47

een dergenen, Namelijk Simon Petrus, gelijk blijkt uit Joh. 18:10 .

Hertaald: een dergenen, Namelijk Simon Petrus, zoals blijkt uit Joh. 18:10.

Markus 14 vers 48

Zijt gij uitgegaan, Deze woorden spreekt Hij eigenlijk tot enige overpriesters en hoofdmannen des tempels, die deze krijgslieden medegebracht hadden, Luc. 22:52 .

Hertaald: Zijt gij uitgegaan, Deze woorden spreekt Hij eigenlijk tot enkele overpriesters en hoofdmannen van de tempel, die deze krijgslieden meegebracht hadden, Luk. 22:52.

een moordenaar, Of, een straatschender.

Hertaald: een moordenaar, Of: een struikrover.

Markus 14 vers 49

dit geschiedt, Alzo verhaalt dit Matt. 26:56 .

Hertaald: dit geschiedt, Zo vertelt Matth. 26:56 het ook.

Markus 14 vers 50

zij, Hem verlatende, Namelijk zijne discipelen.

Hertaald: zij, Hem verlatende, Namelijk Zijn discipelen.

Markus 14 vers 51

omgedaan Grieks, omgeworpen.

Hertaald: omgedaan Grieks: omgeworpen.

de jongelingen grepen hem Dit schijnt geweest te zijn enige jonge soldaten. Deze geschiedenis wordt verhaald om aan te wijzen de wreedheid dergenen, die Christus vingen.

Hertaald: de jongelingen grepen hem Dit lijken enkele jonge soldaten geweest te zijn. Deze geschiedenis wordt verteld om de wreedheid aan te wijzen van hen die Christus gevangennamen.

Markus 14 vers 53

den hogepriester; Namelijk Kajafas. Zie Matt. 26:57 ; Joh. 18:13 .

Hertaald: den hogepriester; Namelijk Kajafas. Zie Matth. 26:57; Joh. 18:13.

Markus 14 vers 54

bij het vuur Grieks, bij het licht.

Hertaald: bij het vuur Grieks: bij het licht.

Markus 14 vers 55

raad, Grieks, Synedrion; zie daarvan Matt. 5:22 .

Hertaald: raad, Grieks: synedrion; zie daarover Matth. 5:22.

Markus 14 vers 56

waren niet eenparig Dat is, kwamen niet overeen.

Hertaald: waren niet eenparig Dat is: kwamen niet met elkaar overeen.

Markus 14 vers 57

enigen, opstaande, Matth. 26:61, zegt van twee, waarvan de een anders sprak dan de ander, gelijk ook de evangelisten derzelver getuigenissen verscheidenlijk verhalen.

Hertaald: enigen, opstaande, Matth. 26:60 spreekt over twee getuigen, van wie de een anders sprak dan de ander — zoals de evangelisten hun getuigenissen dan ook verschillend weergeven.

Markus 14 vers 62

ter rechter hand der kracht Gods, Dat is, aan de krachtige rechterhand Gods.

Hertaald: ter rechter hand der kracht Gods, Dat is: aan de krachtige rechterhand van God.

met de wolken des hemels Dat is, op de wolken, Matt. 26:64 . Of in de wolken, gelijk Marc. 13:26 .

Hertaald: met de wolken des hemels Dat is: op de wolken, Matth. 26:64. Of: in de wolken, zoals Mark. 13:26.

Markus 14 vers 63

klederen, Grieks, rokken.

Hertaald: klederen, Grieks: rokken.

Markus 14 vers 65

gaven Hem kinnebakslagen Of, sloegen Hem met stokken of roeden.

Hertaald: gaven Hem kinnebakslagen Of: sloegen Hem met stokken of roeden.

Markus 14 vers 67

met Jezus den Nazarener Namelijk als een van zijne discipelen.

Hertaald: met Jezus den Nazarener Namelijk als een van Zijn discipelen.

Markus 14 vers 68

voorzaal, Of, portaal.

Hertaald: voorzaal, Of: portaal.

kraaide Namelijk voor de eerste maal, gelijk blijkt vs.72.

Hertaald: kraaide Namelijk voor de eerste keer, zoals blijkt uit vers 72.

Markus 14 vers 69

wederom ziende, Namelijk omtrent een uur daarna. Zie Luc. 22:59 .

Hertaald: wederom ziende, Namelijk ongeveer een uur daarna. Zie Luk. 22:59.

Markus 14 vers 70

die daarbij stonden, Namelijk een dienaar des hogepriesters, die maagschap was van dengene, dien Petrus het oor afgehouwen had. Zie Joh. 18:26 .

Hertaald: die daarbij stonden, Namelijk een dienaar van de hogepriester, die familie was van degene wiens oor Petrus afgeslagen had. Zie Joh. 18:26.

gelijkt Dat is, komt met hunne spraak overeen.

Hertaald: gelijkt Dat is: komt met hun spraak overeen.

Markus 14 vers 72

zich van daar makende, Grieks, werpende; namelijk zichzelven in, of door, of onder; namelijk het volk. Of, aanvangende, uitberstende, namelijk tot schreien.

Hertaald: zich van daar makende, Grieks: werpend; namelijk zichzelf in of door of tussen het volk. Of: beginnend, uitbarstend, namelijk in schreien.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het offer en de plaatsvervanging niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking

Neem dezen drinkbeker van Mij weg — 14:32-42

Het avondmaal is gehouden, de lofzang is gezongen, en zij lopen naar een hof aan de voet van de Olijfberg. Daar laat Hij acht van hen achter, neemt er drie mee, en gaat dan ook bij die drie vandaan.

Waar Hij om vraagt is dat één beker Hem voorbijgaat — en de Schrift heeft eerder uitgelegd wat er in die beker zit.

Markus schrijft het zonder verzachting op. Hij begon verbaasd en zeer beangst te worden, en zei: “Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe.” De kanttekening vertaalt dat woord bedroefd letterlijk met: aan alle zijden. Er is geen kant waar het niet vandaan komt.

Dan valt Hij op de aarde. Er staat niet dat Hij knielde.

En dan het gebed: “Abba, Vader, alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.” De kanttekening merkt op dat Abba een Syrisch woord voor vader is, en dat de evangelist er het Griekse woord voor vader naast zet. Dat doet hij niet alleen ter verklaring, maar om door die verdubbeling de overgrote ontroering van Christus in dit gebed uit te drukken. Het is de aanspraak van een kind, twee keer achter elkaar.

De vraag is wat die beker is, en daarvoor moet men in het Oude Testament zijn, want daar is het een vast beeld. In de psalm staat dat er in de hand van de HEERE een beker is, vol van mengeling, en dat de goddelozen der aarde die tot de droesem toe zullen uitdrinken. Jesaja spreekt Jeruzalem aan als de stad die van de hand des HEEREN de beker Zijner grimmigheid gedronken heeft. En Jeremia moest die beker rondgaan langs de volken: neem dezen beker des wijns der grimmigheid van Mijn hand, en geef dien te drinken.

De beker is dus niet in de eerste plaats het lijden of de dood. Het is wat God toemeet aan wie schuldig staat.

Daarmee wordt begrijpelijk waarom deze bede zwaarder klinkt dan wat martelaren na Hem hebben kunnen zeggen. Hij deinsde niet terug voor pijn als zodanig. Hij zag wat Hem werd aangereikt en van Wie het kwam.

En dan de tweede helft van hetzelfde vers, die er even hard bij staat: doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt. Hij drinkt hem niet omdat er geen ontkomen aan was — Hij zegt zelf dat alle dingen de Vader mogelijk zijn. Hij drinkt hem omdat Hij hem aanneemt.

Ondertussen slapen de drie. Hij komt drie keer terug, en de derde keer is het voorbij: “de ure is gekomen; ziet, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.” Dan staat Hij op en gaat Hij Zijn verrader tegemoet.

Wat in de hof begon, wordt aan het kruis afgemaakt. En er is in ditzelfde hoofdstuk nog een beker, die aan een tafel wordt rondgegeven. Daarvan is gezegd dat het bloed van het nieuwe testament erin is. De ene beker is leeggedronken opdat de andere gegeven kon worden.

  1. Psalm 75:9 — In de hand van de HEERE is een beker, die de goddelozen uitdrinken.
  2. Jesaja 51:17 — Jeruzalem heeft de beker Zijner grimmigheid gedronken.
  3. Jeremia 25:15 — De profeet moet die beker langs de volken rondgeven.
  4. Markus 14:36 — In de hof vraagt Hij of deze beker Hem voorbij kan gaan.
  5. Markus 14:36 — En Hij neemt hem aan: niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.
  6. Markus 14:24 — Aan de tafel gaat een andere beker rond: het bloed van het testament.

In het Nieuwe Testament: Psalm 75:9; Jesaja 51:17; Jeremia 25:15; Markus 14:24; Johannes 18:11

Hoever dit reikt: Dat de drinkbeker in Gethsémané de beker van Gods toorn is, wordt door Markus niet uitgelegd. Het rust op het vaste gebruik van dat beeld in het Oude Testament, waar de beker in Gods hand de toegemeten straf betekent. Wat er in de ziel van Christus is omgegaan, is niet te peilen, en de evangelist beschrijft het van buitenaf.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Markus 14

Markus 14:1-3.KruisverwijzingenExodus 12:6Johannes 13:1Lukas 22:1Leviticus 23:5Deuteronomium 16:1Mattheüs 21:17Lukas 7:37Psalmen 2:1
— En het pascha, en het feest der ongehevelde broden was na twee dagen. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en doden zouden. Maar zij zeiden: Niet in het feest, opdat niet misschien oproer onder het volk worde. En als Hij te Bethanie was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd.
“En het pascha, en het feest der ongehevelde broden was na twee dagen. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en doden zouden. Maar zij zeiden: Niet in het feest, opdat niet misschien oproer onder het volk worde. En als Hij te Bethanie was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd.”

Simon de melaatse was een bekend man. Er waren heel wat Simons, en daarom moesten zij er een tweede naam bij zetten om hem te onderscheiden.

U herinnert zich Simon de farizeeër, in wiens huis Christus gezalfd werd door een vrouw die Zijn voeten met tranen wies. Dit is een andere Simon: niet Simon de farizeeër maar Simon de melaatse. Ongetwijfeld een genezen man, want anders had hij geen gasten kunnen ontvangen. En er kan geen twijfel over bestaan door wie hij genezen was, want niemand anders kon melaatsheid genezen dan onze goddelijke Heere.

De vloeibare nardus stroomde over Zijn hoofdhaar. En hij ging ongetwijfeld, zoals bij Aaron, langs Zijn baard tot op de zoom van Zijn klederen.

Markus 14:4.KruisverwijzingenJohannes 12:4Mattheüs 26:8Maleachi 1:12Prediker 4:4Prediker 5:4
— En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied?
“En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied?”

Mattheüs zegt dat het discipelen waren. Schande over hen!

De zalf werd juist op de goede manier gebruikt. Zij werd meer verspild toen zij in de fles zat dan toen zij eruit was, want in die albasten fles deed zij niets. Maar toen zij eruit kwam, beantwoordde zij aan haar doel; zij geurde de hele omgeving vol.

Waartoe is dit verlies van de zalf geschied? Wanneer levens verloren gaan tot eer van Christus, of krachten in Zijn dienst besteed worden, is er geen verlies. Daar zijn leven en kracht juist voor gemaakt: om aan Hem besteed te worden.

Markus 14:7.KruisverwijzingenDeuteronomium 15:11Mattheüs 26:112 Korinthe 9:13Filemon 1:71 Johannes 3:16Handelingen 3:21Johannes 12:7Johannes 13:33
— Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd.
“Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd.”

Helpt u de armen de ene dag, dan zijn zij arm en hebben zij de volgende dag opnieuw hulp nodig. Of helpt u hen en verlaat u hen omdat zij naar God gaan, dan komen er zeker andere armen, want zij zullen niet ophouden uit het land.

Het is alsof Hij zegt: dit kunt u alleen voor Mij doen in de weinige dagen dat Ik bij u zal zijn. Binnen een week zal Ik gekruisigd worden. Nog veertig dagen, en Ik zal van u weg zijn: “Mij hebt gij niet altijd.”

Markus 14:8-9.Kruisverwijzingen2 Korinthe 8:12Markus 16:15Johannes 19:32Lukas 23:532 Kronieken 31:20Psalmen 110:3Markus 15:421 Kronieken 28:2
— Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis. Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft.
“Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis. Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft.”

En zo is het tot op deze dag. Het evangelie van Christus wordt vanavond gepredikt, en de liefde van deze vrouw wordt gedacht.

Markus 14:22.KruisverwijzingenMattheüs 26:26Johannes 6:48Markus 6:41Markus 14:24Lukas 24:30Mattheüs 14:19Johannes 6:23Lukas 22:18
— En als zij aten, nam Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
“En als zij aten, nam Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.”

Het was een deel van een maaltijd. Het was geen misviering. Het was geen offer, bloedig noch onbloedig. Het was eenvoudig een gedachtenisplechtigheid, waarvan Hij hun nu een voorbeeld gaf nog voordat er iets te gedenken viel.

Terwijl zij aten, nam Jezus brood. Er werd niet gezocht naar gewijde ouwels of naar een bijzonder voedsel, maar naar het brood dat zij aan het eten waren. Hij zegende het — dat wil zeggen: Hij dankte God ervoor. En Hij brak het en gaf het hun en zei: neemt, eet, dat is Mijn lichaam.

Markus 14:23-24.KruisverwijzingenExodus 24:81 Korinthe 10:16Zacharia 9:11Lukas 22:17Romeinen 14:6Mattheüs 26:27Markus 14:22Hebreeën 9:15
— En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien; en zij dronken allen uit denzelven. En Hij zeide tot hen: Dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt.
“En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien; en zij dronken allen uit denzelven. En Hij zeide tot hen: Dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt.”

Er was geen gevaar dat zij de vergissing zouden maken deze woorden letterlijk op te vatten, want Jezus Christus zat daar. Zij konden zich niet voorstellen dat Hij, terwijl Hij brood nam, letterlijk zei: dit brood is Mijn lichaam. Zijn lichaam zat daar immers voor hen. Had Hij twee lichamen?

En toen Hij hun de beker gaf, zei Hij dat dit Zijn bloed van het Nieuwe Testament was. Ook toen droomden zij er niet van dat de wijn in de beker werkelijk Zijn bloed was. Zijn bloed zat in Zijn aderen. Zij zagen Hem daar levend zitten, niet bloedend.

Er zijn mensen die het leven van God in zich hebben en enig geestelijk onderscheidingsvermogen bezitten. Het is een buitengewone zaak dat sommigen van hen hun geloof toch gedreven hebben in het aannemen van de ongerijmde fabel van de transsubstantiatie.

Jezus Christus bedoelt: dit vérbeeldt Mijn lichaam, dit verbeeldt Mijn bloed. Dat is de gewone manier om zoiets uit te drukken, in het Oude zowel als in het Nieuwe Testament. Zo zei Christus ook: Ik ben de Deur — en toch dacht niemand dat Hij een deur was. Ik ben de Weg — en niemand dacht dat Hij een straatweg was. Ik ben de Herder — en toch veronderstelde niemand dat Hij een staf droeg en werkelijk schapen hield.

Zo zegt Hij: dit is Mijn lichaam, dit is Mijn bloed. En zij die daar zaten waren bij hun verstand en niet bijgelovig. Zij wisten wat Hij bedoelde.

Markus 14:25-26.KruisverwijzingenMattheüs 26:30Mattheüs 26:29Psalmen 104:15Lukas 22:39Mattheüs 21:1Lukas 22:29Amos 9:13Zacharia 9:17
— Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods. En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.
“Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods. En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.”

Ik kan de opmerking niet nalaten die ik zo vaak over dat zingen van een lofzang gemaakt heb. Het lijkt mij zo’n groots en dapper ding van de Zaligmaker, om een lofzang te zingen na de laatste maaltijd die Hij vóór Zijn dood met Zijn discipelen eten zou.

Hij wist dat Hij uitging naar alle foltering van de zaal van Pilatus, en naar de dood op Golgotha. En toch zegt Hij: laat ons een lofzang zingen. Hij koos een psalm van David, en ik durf te zeggen dat Hij zelf de toon aangaf.

Markus 14:27-28.KruisverwijzingenZacharia 13:7Mattheüs 28:16Markus 16:7Johannes 16:32Mattheüs 26:31Mattheüs 28:10Mattheüs 28:7Lukas 22:31
— En Jezus zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geergerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden. Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.
“En Jezus zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geergerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden. Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.”

Wat een zoete troost lag daarin! Het was alsof Hij zei: al wordt u verstrooid, Ik zal u vergaderen. Al verlaat u Mij, Ik zal u niet verlaten. Ik zal u voorgaan naar onze oude plaatsen, naar dat Galilea van de heidenen, waar Ik vroeger placht te prediken.

Markus 14:29-30.KruisverwijzingenMarkus 14:66Johannes 13:38Johannes 13:36Mattheüs 26:33Johannes 21:15Lukas 22:33Lukas 22:54Genesis 1:5
— En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geergerd werden, zo zal ik toch niet geergerd worden. En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen.
“En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geergerd werden, zo zal ik toch niet geergerd worden. En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen.”

Er lag liefde in dat woord van Petrus, en in zoverre was het prijzenswaardig. Maar er lag ook veel zelfvertrouwen in, en er lag grote vermetelheid in.

Petrus durfde zijn Meester zelfs in het gezicht tegen te spreken. En tegelijk sprak hij de ingegeven Schrift tegen, want Jezus had de discipelen gezegd dat er geschreven stond dat de schapen verstrooid zouden worden. En toch ontkende Petrus vrijmoedig zowel wat God geschreven had als wat Christus gezegd had.

Ach, er is niets kwaads dat een hoogmoedig zelfvertrouwen ons niet zou laten doen. God beware ons voor zo’n geest!

Markus 14:31.KruisverwijzingenJeremia 17:9Deuteronomium 5:27Exodus 19:8Job 40:4Psalmen 30:6Spreuken 29:23Johannes 13:37Spreuken 18:24
— Maar hij zeide nog des te meer: Al moest ik met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen. En insgelijks zeiden zij ook allen.
“Maar hij zeide nog des te meer: Al moest ik met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen. En insgelijks zeiden zij ook allen.”

Zie hoe stellig hij was, hoe hij op de kracht van zijn eigen liefde vertrouwde. Het was goed zo’n liefde te voelen, maar het was kwaad daar zo’n zelfvertrouwen mee te vermengen.

Petrus stond niet alleen in zijn innige, hoewel onbezonnen betuiging van gehechtheid. Zij waren allen van plan bij hun Meester te blijven staan en met Hem te sterven — zoals u en ik dat ook van plan zijn. Maar zullen wij het beter volhouden dan zij, denkt u? Niet als ons besluit, evenals het hunne, in eigen kracht genomen is.

En wanneer iemand die tot leider geroepen is afdwaalt, volgen anderen hem vrijwel zeker. Zo was het ook bij deze gelegenheid. Toen Petrus zijn pochende woord sprak, vielen al zijn broeders bij en deelden zij in zijn zonde. Maar híj was de voornaamste in het kwaad, want hij ging hun allen voor.

Markus 14:32-33.KruisverwijzingenMarkus 14:36Markus 14:39Mattheüs 26:36Lukas 22:44Markus 5:37Johannes 18:1Lukas 22:39Psalmen 109:4
— En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben. En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden;
“En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben. En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden;”

Gethsemane was de hof op de helling van de Olijfberg. Het was alsof Hij zei: acht van u blijven bij de tuinpoort waken, om Mij te laten weten wanneer Mijn verrader komt.

Zij hadden Hem nog nooit in die toestand gezien. Hij scheen als iemand die van Zijn stuk was, zo verbaasd — als iemand die zo ontzet is dat hij zich niet meer bijeenrapen of beheersen kan. En zeer beangst, alsof een ontzaglijk gewicht op Zijn ziel drukte.

Markus 14:34-36.KruisverwijzingenJohannes 12:27Galaten 4:6Filippenzen 2:8Johannes 5:30Markus 13:35Hebreeën 5:7Markus 14:41Johannes 6:38
— En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt. En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijging. En Hij zeide: Abba, Vader, alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.
“En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt. En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijging. En Hij zeide: Abba, Vader, alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.”

Deze drie zouden Zijn naaste lijfwacht vormen, om Hem te waarschuwen als er iemand kwam. Hij ging een steenworp van hen vandaan, om Zich terug te trekken.

Daar lag het punt van het gebed, de kern en het merg ervan: “doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt”.

Markus 14:37.KruisverwijzingenMattheüs 26:40Mattheüs 25:5Markus 14:29Lukas 9:31Lukas 22:45Markus 14:402 Samuël 16:17Hebreeën 12:3
— En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon, slaapt gij? Kunt gij niet een uur waken?
“En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon, slaapt gij? Kunt gij niet een uur waken?”

Drie uitgelezen wachters, Zijn boezemvrienden — en zij sliepen.

Markus vertelt ons hier dat Jezus dat in het bijzonder tot Pétrus zei. En dat is veelzeggend: Markus is het evangelie van Petrus, en Markus schreef zijn evangelie vanuit het gezichtspunt van Petrus.

Zo tekent Petrus in het evangelie van Markus juist het ergste over zichzelf op. Alleen híer staat dat de Meester deze woorden tot hém zei en niet tot alle drie de discipelen.

Markus 14:53-54.KruisverwijzingenJohannes 18:18Mattheüs 26:57Handelingen 4:5Lukas 22:54Johannes 18:12Jesaja 53:7Markus 15:1Mattheüs 26:3
— En zij leidden Jezus henen tot den hogepriester; en bij hem vergaderden al de overpriesters, en de ouderlingen, en de schriftgeleerden. En Petrus volgde Hem van verre, tot binnen in de zaal des hogepriesters, en hij was mede zittende met de dienaren, en zich warmende bij het vuur.
“En zij leidden Jezus henen tot den hogepriester; en bij hem vergaderden al de overpriesters, en de ouderlingen, en de schriftgeleerden. En Petrus volgde Hem van verre, tot binnen in de zaal des hogepriesters, en hij was mede zittende met de dienaren, en zich warmende bij het vuur.”

Wij mogen wat Annas en Kajafas tegen Jezus zeiden beschouwen als een soort onofficieel voorverhoor. Intussen doorkruisten hun mede-samenzweerders de straten van Jeruzalem om de leden van de Sanhedrin bijeen te brengen. En zij zochten in de achterbuurten naar getuigen die omgekocht konden worden om vals te getuigen tegen Jezus.

Uit dit vers leren wij ook wat een koude nacht het was — die nacht waarin het zweet van de Zaligmaker werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen. In Jeruzalem zijn de dagen dikwijls buitengewoon heet, en toch zijn de nachten er zo koud alsof het winter was, door de overvloedige dauw die overal vochtigheid brengt.

Markus 14:55.KruisverwijzingenHandelingen 24:11 Koningen 21:10Daniël 6:4Handelingen 6:11Psalmen 35:11Mattheüs 5:22Mattheüs 26:591 Koningen 21:13
— En de overpriesters, en de gehele raad, zochten getuigenis tegen Jezus, om Hem te doden, en vonden niet.
“En de overpriesters, en de gehele raad, zochten getuigenis tegen Jezus, om Hem te doden, en vonden niet.”

Een fraaie rechtbank was dat! Zij zocht naar getuigen die haar in staat zouden stellen een gevangene ter dood te veroordelen tegen wie nog geen enkele aanklacht opgesteld was.

Markus 14:56-59.KruisverwijzingenJohannes 2:19Hebreeën 9:24Mattheüs 26:602 Korinthe 5:1Handelingen 7:48Hebreeën 9:11Markus 15:29Johannes 2:18
— Want velen getuigden valselijk tegen Hem, en de getuigenissen waren niet eenparig. En enigen, opstaande, getuigden valselijk tegen Hem, zeggende: Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal dezen tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en in drie dagen een anderen, zonder handen gemaakt, bouwen. En ook alzo was hun getuigenis niet eenparig.
“Want velen getuigden valselijk tegen Hem, en de getuigenissen waren niet eenparig. En enigen, opstaande, getuigden valselijk tegen Hem, zeggende: Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal dezen tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en in drie dagen een anderen, zonder handen gemaakt, bouwen. En ook alzo was hun getuigenis niet eenparig.”

De regel was dat zij afzonderlijk verhoord moesten worden, en er was geen tijd geweest om hen in te studeren op wat zij zeggen moesten. Zo sprak de een de ander tegen, en het leek erop dat het proces stuk zou lopen.

Markus 14:60-61.KruisverwijzingenJesaja 53:7Mattheüs 16:16Mattheüs 26:63Markus 15:2Johannes 19:9Markus 15:3Mattheüs 26:62Lukas 22:67
— En de hogepriester, in het midden opstaande, vraagde Jezus, zeggende: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U? Maar Hij zweeg stil, en antwoordde niets. Wederom vraagde Hem de hogepriester, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Christus, de Zoon des gezegenden Gods?
“En de hogepriester, in het midden opstaande, vraagde Jezus, zeggende: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U? Maar Hij zweeg stil, en antwoordde niets. Wederom vraagde Hem de hogepriester, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Christus, de Zoon des gezegenden Gods?”

De hogepriester verloor alle geduld en stond op, in een woedende razernij over de wending die de zaken namen.

Deze keer zei de hogepriester tot Jezus, volgens het bericht van Mattheüs: “Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God.” Zo als het ware onder ede gesteld, voelde de Zaligmaker Zich gedrongen te antwoorden. Hij kon niet zwijgen toen zo’n grote en gewichtige vraag op het spel stond.

Markus 14:66-70.KruisverwijzingenMarkus 14:54Handelingen 2:7Johannes 18:15Lukas 22:55Mattheüs 26:58Mattheüs 26:69Johannes 18:25Mattheüs 21:11
— En als Petrus beneden in de zaal was, kwam een van de dienstmaagden des hogepriesters; En ziende Petrus zich warmende, zag zij hem aan, en zeide: Ook gij waart met Jezus den Nazarener. Maar hij heeft het geloochend, zeggende: Ik ken Hem niet, en ik weet niet, wat gij zegt. En hij ging buiten in de voorzaal, en de haan kraaide. En de dienstmaagd, hem wederom ziende, begon te zeggen tot degenen, die daarbij stonden: Deze is een van die. Maar hij loochende het wederom. En een weinig daarna, die daarbij stonden, zeiden wederom tot Petrus: Waarlijk, gij zijt een van die; want gij zijt ook een Galileer, en uw spraak gelijkt.
“En als Petrus beneden in de zaal was, kwam een van de dienstmaagden des hogepriesters; En ziende Petrus zich warmende, zag zij hem aan, en zeide: Ook gij waart met Jezus den Nazarener. Maar hij heeft het geloochend, zeggende: Ik ken Hem niet, en ik weet niet, wat gij zegt. En hij ging buiten in de voorzaal, en de haan kraaide. En de dienstmaagd, hem wederom ziende, begon te zeggen tot degenen, die daarbij stonden: Deze is een van die. Maar hij loochende het wederom. En een weinig daarna, die daarbij stonden, zeiden wederom tot Petrus: Waarlijk, gij zijt een van die; want gij zijt ook een Galileer, en uw spraak gelijkt.”

Ik meen die dienstmaagd te zien, met haar ogen op hem gericht terwijl hij zich bij het vuur warmde.

Petrus kon zijn mond niet houden, ziet u. Hij was altijd snel en voorbarig in het spreken. En zodra hij begon te spreken, zeiden de mensen: dat is de Galilese tongval; u komt uit die streek, uw spraak verraadt u.

Deze eerste keer was niet de gewone tijd van het hanengekraai, maar die vogels kraaien wanneer het hun belieft. Vóór de vaste tijd die het hanengekraai heette, zou Petrus zijn Meester driemaal verloochenen; dit was de eerste keer.

Markus 14:71-72.KruisverwijzingenMarkus 14:68Markus 14:30Jeremia 17:92 Koningen 10:321 Korinthe 10:122 Koningen 8:12Lukas 15:17Mattheüs 26:34
— En hij begon zichzelven te vervloeken en te zweren: Ik ken dezen Mens niet, Dien gij zegt. En de haan kraaide de tweede maal; en Petrus werd indachtig het woord, hetwelk Jezus tot hem gezegd had: Eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En hij, zich van daar makende, weende.
“En hij begon zichzelven te vervloeken en te zweren: Ik ken dezen Mens niet, Dien gij zegt. En de haan kraaide de tweede maal; en Petrus werd indachtig het woord, hetwelk Jezus tot hem gezegd had: Eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En hij, zich van daar makende, weende.”

Markus zegt niet dat Petrus naar buiten ging en bitter weende, zoals Lukas het in zijn weergave vertelt. Dit is het eigen verslag van Petrus, en dus zegt hij zo weinig mogelijk tot zijn eer, terwijl hij alles vertelt wat hem tot oneer strekt.

U merkt dat er tussen de verschillende berichten enige kleine verschillen schijnen te zijn, en dat is heel natuurlijk. Zouden twee eerlijke mannen hier een toneel beschrijven dat zij gezien hadden, dan zouden die twee zeker in sommige bijzonderheden verschillen — en toch konden beide verslagen waar zijn.

Mattheüs vertelt ons dat Jezus tot Petrus zei: “eer de haan gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochenen”. Maar Markus vertelt ons dat Hij zei: “Eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen.” Er is echter geen werkelijke tegenspraak. En juist het gegeven dat Markus erbij geeft laat zien hoe beide uitspraken van onze Zaligmaker tot op de letter vervuld zijn.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content