Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En het pascha, en het feest der ongehevelde broden was na twee dagen. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en doden zouden.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En het paschaG3957, en het feest der ongeheveldeG106 broden wasG1510naG3326tweeG1417dagenG2250. En de overpriestersG749 en de SchriftgeleerdenG1122zochtenG2212, hoeG4459 zij HemG846metG1722listigheidG1388vangenG2902 en dodenG615 zouden.En het pascha, en het feest der ongehevelde broden was na twee dagen. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en doden zouden.
KJVAfter2two9days10wasthe feast of the passover,4and5of8unleavened bread:7and11the chief priests14and15the scribes17sought12how18they might take22him19by20craft,21and put him to death.
1ηνG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4πασχαG3957pascha, Pascha, paas feestEaster, Passover5καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet6ταG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7αζυμαG106ongehevelde, ongezuurd, ongezuurdeunleavened (bread)8μεταG3326met, na, nadatafter(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out)9δυοG1417twee, Twee, tweeenboth, twain, two10ημεραςG2250dag, dagen, dageage, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years11καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet12εζητουνG2212zoekt, zochten, zoekenbe (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means)13οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14αρχιερειςG749overpriesters, hogepriester, hogepriesterschief (high) priest, chief of the priests15καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet16οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc17γραμματειςG1122Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerdescribe, town-clerk18πωςG4459hoe?, op welke wijzehow, after (by) what manner (means), that19αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which20ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)21δολωG1388bedrog, listigheidcraft, deceit, guile, subtilty22κρατησαντεςG2902grepen, houdt, vangenhold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by)23αποκτεινωσινG615doden, gedood, dooddenput to death, kill, slay
2Maar zij zeiden: Niet in het feest, opdat niet misschien oproer onder het volk worde.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2MaarG1161zijG1510zeidenG3004: NietG3361inG1722 het feestG1859, opdat niet misschien oproerG2351 onder het volkG2992 worde.Maar zij zeiden: Niet in het feest, opdat niet misschien oproer onder het volk worde.
KJVBut2they said,1Not3on4the feast6day, lest7there bean uproar8of the people.
1ελεγονG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without4ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)5τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6εορτηG1859feest, feestdagfeast, holyday7μηποτεG3379tijd, Geenszins, mogelijkif peradventure, lest (at any time, haply), not at all, whether or not8θορυβοςG2351oproer, beroertetumult, uproar9εσταιG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was10τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11λαουG2992volk, volks, volkepeople
3En als Hij te Bethanie was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3EnG2532 als HijG846 te BethanieG963wasG1510, inG1722 het huisG3614 van SimonG4613, den melaatseG3015, daar HijG846 aan tafelG2621 zat, kwamG2064 een vrouwG1135, hebbendeG2192 een albasten flesG211metG1722zalfG3464 van onvervalstenG4101nardusG3487, van groten prijsG4185; enG2532 de albasten flesG211gebrokenG4937 hebbende, gootG2708 die op Zijn hoofdG2776.En als Hij te Bethanie was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd.
4En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En er warenG1510sommigenG5100, die dat zeer kwalijk namenG23bijG4314zichzelvenG1438, en zeidenG3004: WaartoeG1519 is ditG3778verliesG684 der zalfG3464geschiedG1096?En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied?
KJVAnd2there weresome3that had indignation4within5themselves,6and7said,8Why9was16this13waste12of the ointment15made?
1ησανG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3τινεςG5100iemand, sommigen, zekera (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever)4αγανακτουντεςG23kwalijk, kwalijk namen, kwalijk nemenbe much (sore) displeased, have (be moved with, with) indignation5προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)6εαυτουςG1438zichzelven, zich, onszelvenalone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves)7καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet8λεγοντεςG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter9ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with10τιG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why11ηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc12απωλειαG684verderf, verderve, verderfsdamnable(-nation), destruction, die, perdition, X perish, pernicious ways, waste13αυτηG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who14τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc15μυρουG3464zalf, zalvenointment16γεγονενG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought
5Want dezelve had kunnen boven de driehonderd penningen verkocht, en die den armen gegeven worden; en zij vergrimden tegen haar.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5WantG1063 dezelve had kunnen boven de driehonderdG5145penningenG1220verkochtG4097, enG2532dieG3778 den armenG4434gegevenG1325 worden; enG2532 zij vergrimdenG1690 tegen haar.Want dezelve had kunnen boven de driehonderd penningen verkocht, en die den armen gegeven worden; en zij vergrimden tegen haar.
KJVFor2itmight1have been sold4for more than5three hundred6pence,7and8have been given9to the poor.11And12they murmured against13her.
1ηδυνατοG1410kan, kunt, konbe able, can (do, + -not), could, may, might, be possible, be of power2γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet3τουτοG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who4πραθηναιG4097verkocht, verkochte, verkochtensell5επανωG1883boven, opabove, more than, (up-)on, over6τριακοσιωνG5145driehonderdthree hundred7δηναριωνG1220penning, penningenpence, penny(-worth)8καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet9δοθηναιG1325gegeven, geven, gafadventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield10τοιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11πτωχοιςG4434armen, arme, armbeggar(-ly), poor12καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet13ενεβριμωντοG1690bewogen, gestrengelijk verboden, strengelijk verbodenstraitly charge, groan, murmur against14αυτηG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
6Maar Jezus zeide: Laat af van haar; wat doet gij haar moeite aan? Zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6MaarG1161JezusG2424zeideG2036: Laat af van haarG846; watG5101 doet gij haarG846moeiteG2873 aan? Zij heeft een goedG2570werkG2041aanG1519MijG1473gewrochtG2038.Maar Jezus zeide: Laat af van haar; wat doet gij haar moeite aan? Zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht.
1οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus4ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter5αφετεG863vergeven, verlaten, lietcry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up6αυτηνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which7τιG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why8αυτηG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which9κοπουςG2873arbeid, moeitelabour, + trouble, weariness10παρεχετεG3930Betoon, bewezen, biedtbring, do, give, keep, minister, offer, shew, + trouble11καλονG2570goede, goed, goedenX better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy12εργονG2041werken, werk, daaddeed, doing, labour, work13ειργασατοG2038werkt, werken, werkendecommit, do, labor for, minister about, trade (by), work14ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with15εμεG1473mij, ikI, me
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
7Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7WantG1063 de armenG4434hebtG2192 gij altijdG3842metG3326 u, en wanneer gij wiltG2309, kuntG1410 gij hunG846weldoenG4160; maarG1161MijG1473hebtG2192 gij nietG3756altijdG3842.Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd.
8Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Zij heeftG2192gedaanG4160, hetgeenG3739 zij kon; zij is voorgekomenG4301, om Mijn lichaamG4983 te zalvenG3462, totG1519 een voorbereiding ter begrafenisG1780.Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis.
KJVShe hath done4what1she3could:2she is come aforehand5to anoint6mybody9to10the burying.
1οG3739die, welke, welkenone, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc2ειχενG2192hebben, heeft, hebtbe (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use3αυτηG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who4εποιησενG4160doen, gedaan, doetabide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield5προελαβενG4301neemt, vervallen, voorgekomencome aforehand, overtake, take before6μυρισαιG3462zalvenanoint7μουG1473mij, ikI, me8τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc9σωμαG4983lichaam, lichaams, lichamenbodily, body, slave10ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with11τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc12ενταφιασμονG1780begrafenisburying
9Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9VoorwaarG281zegG3004 Ik uG4771: Alwaar ditG3778EvangelieG2098geprediktG2784 zal worden inG1519 de gehele wereldG2889, daar zal ookG2532totG1519haarG846gedachtenisG3422gesprokenG2980 worden, van hetgeenG3739 zij gedaanG4160 heeft.Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft.
KJVVerily1I say2unto you,Wheresoever4thisgospel8shall be preached6throughout10the whole11world,13this also14that15she9hath done16shall be spoken18of for19a memorial20of her.
1αμηνG281Voorwaar, Amen, voorwaaramen, verily2λεγωG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter3υμινG4771u, gij, gijliedenthou4οπουG3699waar, waarheenin what place, where(-as, -soever), whither (+ soever)5ανG302drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald(what-, where-, wither-, who-)soever6κηρυχθηG2784gepredikt, prediken, predikendepreacher(-er), proclaim, publish7τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8ευαγγελιονG2098Evangelie, Evangeliesgospel9τουτοG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who10ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with11ολονG3650geheel, alles, gansenall, altogether, every whit, + throughout, whole12τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13κοσμονG2889wereld, versierseladorning, world14καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet15οG3739die, welke, welkenone, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc16εποιησενG4160doen, gedaan, doetabide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield17αυτηG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who18λαληθησεταιG2980spreken, gesproken, sprakpreach, say, speak (after), talk, tell, utter19ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with20μνημοσυνονG3422gedachtenismemorial21αυτηςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
10En Judas Iskariot, een van de twaalven, ging heen tot de overpriesters, opdat hij Hem hun zou overleveren.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10EnG2532JudasG2455IskariotG2469, eenG1520 van de twaalvenG1427, gingG565 heen totG4314 de overpriestersG749, opdatG2443 hij Hem hun zou overleverenG3860.En Judas Iskariot, een van de twaalven, ging heen tot de overpriesters, opdat hij Hem hun zou overleveren.
KJVAnd1Judas3Iscariot,5one6of the twelve,8went9unto10the chief priests,12to13betray14him15unto them.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc3ιουδαςG2455Judas, JudaJuda(-h, -s); Jude4οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5ισκαριωτηςG2469IskariotIscariot6ειςG1520een, ene, enena(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some7τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8δωδεκαG1427twaalf, twaalven, Twaalftwelve9απηλθενG565ging, weg, weggegaancome, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past10προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)11τουςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc12αρχιερειςG749overpriesters, hogepriester, hogepriesterschief (high) priest, chief of the priests13ιναG2443opdat, dat, wilalbeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to14παραδωG3860overgeleverd, overgegeven, verradenbetray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend15αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which16αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
11En zij, dat horende, waren verblijd, en beloofden hem geld te geven; en hij zocht, hoe hij Hem bekwamelijk overleveren zou.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En zij, dat horendeG191, waren verblijdG5463, en beloofdenG1861hemG846geldG694 te gevenG1325; en hij zochtG2212, hoeG4459 hij Hem bekwamelijkG2122overleverenG3860 zou.En zij, dat horende, waren verblijd, en beloofden hem geld te geven; en hij zocht, hoe hij Hem bekwamelijk overleveren zou.
KJVAnd2when they heard3it, they were glad,4and5promised6to give9him7money.8And10he sought11how12he might conveniently13betray15him.
1οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3ακουσαντεςG191gehoord, horen, hoordegive (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand4εχαρησανG5463verblijd, verblijden, verblijdtfarewell, be glad, God speed, greeting, hall, joy(- fully), rejoice5καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet6επηγγειλαντοG1861beloofd, Belovende, belijdenprofess, (make) promise7αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which8αργυριονG694geld, zilveren, geldsmoney, (piece of) silver (piece)9δουναιG1325gegeven, geven, gafadventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield10καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet11εζητειG2212zoekt, zochten, zoekenbe (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means)12πωςG4459hoe?, op welke wijzehow, after (by) what manner (means), that13ευκαιρωςG2122bekwamelijk, tijdelijkconveniently, in season14αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which15παραδωG3860overgeleverd, overgegeven, verradenbetray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend
12En op den eersten dag der ongehevelde broden, wanneer zij het pascha slachtten, zeiden Zijn discipelen tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij heengaan, en bereiden, dat Gij het pascha eet?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12EnG2532 op den eerstenG4413dagG2250 der ongeheveldeG106 broden, wanneer zij het paschaG3957slachttenG2380, zeidenG3004 Zijn discipelenG3101 tot HemG846: Waar wiltG2309 Gij, dat wij heengaanG565, en bereidenG2090, datG2443 Gij het paschaG3957eetG5315?En op den eersten dag der ongehevelde broden, wanneer zij het pascha slachtten, zeiden Zijn discipelen tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij heengaan, en bereiden, dat Gij het pascha eet?
13En Hij zond twee van Zijn discipelen uit, en zeide tot hen: Gaat henen in de stad, en u zal een mens ontmoeten, dragende een kruik water, volgt dien;
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13EnG2532HijG846zondG649tweeG1417 van Zijn discipelenG3101 uit, enG2532zeideG3004 tot henG846: Gaat henen in de stadG4172, enG2532uG4771 zal een mensG444ontmoetenG528, dragendeG941 een kruikG2765waterG5204, volgtG190 dien;En Hij zond twee van Zijn discipelen uit, en zeide tot hen: Gaat henen in de stad, en u zal een mens ontmoeten, dragende een kruik water, volgt dien;
14En zo waar hij ingaat, zegt tot den heer des huizes: De Meester zegt: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14EnG2532zoG1437 waar hij ingaatG1525, zegt tot den heer des huizesG3617: De MeesterG1320 zegt: Waar isG1510 de eetzaalG2646, daar IkG1473 het paschaG3957metG3326 Mijn discipelenG3101etenG5315 zal?En zo waar hij ingaat, zegt tot den heer des huizes: De Meester zegt: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal?
Ook in dit vers
zegtG3004
KJVAnd1wheresoever2he shall go in,4say yeto the goodman of the house,7The Master10saith,5Where12isthe guestchamber,15where16I shall eat23the passover18with19mydisciples?
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2οπουG3699waar, waarheenin what place, where(-as, -soever), whither (+ soever)3εανG1437indien, zo, warebefore, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever)4εισελθηG1525ingaan, ingegaan, inkomenX arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through)5ειπατεG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter6τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7οικοδεσποτηG3617heer huizes, huizes, Heer huizesgoodman (of the house), householder, master of the house8οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why9οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10διδασκαλοςG1320Meester, leraars, meesterdoctor, master, teacher11λεγειG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter12πουG4226waarwhere, whither13εστινG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was14τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc15καταλυμαG2646eetzaal, herbergguestchamber, inn16οπουG3699waar, waarheenin what place, where(-as, -soever), whither (+ soever)17τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc18πασχαG3957pascha, Pascha, paas feestEaster, Passover19μεταG3326met, na, nadatafter(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out)20τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc21μαθητωνG3101discipelen, discipel, discipelsdisciple22μουG1473mij, ikI, me23φαγωG5315eten, gegeten, eeteat, meat
15En hij zal u wijzen een grote opperzaal, toegerust en gereed; bereidt het ons aldaar.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En hijG846 zal uG4771wijzenG1166 een groteG3173opperzaalG508, toegerustG4766 en gereedG2092; bereidtG2090 het ons aldaar.En hij zal u wijzen een grote opperzaal, toegerust en gereed; bereidt het ons aldaar.
16En Zijn discipelen gingen uit, en kwamen in de stad, en vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En Zijn discipelenG3101gingenG1831 uit, enG2532kwamenG2064inG1519 de stadG4172, enG2532vondenG2147 het, gelijk Hij hun gezegdG2036 had, enG2532bereiddenG2090 het paschaG3957.En Zijn discipelen gingen uit, en kwamen in de stad, en vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha.
KJVAnd1his5disciples4went forth,2and6came7into8the city,10and11found12as13he had saidunto them:15and16they made ready17the passover.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2εξηλθονG1831uitgegaan, gingen, uitgaandecome (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad3οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4μαθηταιG3101discipelen, discipel, discipelsdisciple5αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which6καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet7ηλθονG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set8ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with9τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10πολινG4172stad, stedencity11καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet12ευρονG2147gevonden, vinden, vondenfind, get, obtain, perceive, see13καθωςG2531gelijk, zoalsaccording to, (according, even) as, how, when14ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter15αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which16καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet17ητοιμασανG2090bereid, bereiden, bereiddenprepare, provide, make ready18τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc19πασχαG3957pascha, Pascha, paas feestEaster, Passover
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
17En als het avond geworden was, kwam Hij met de twaalven.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17EnG2532 als het avondG3798gewordenG1096 was, kwamG2064 Hij metG3326 de twaalvenG1427.En als het avond geworden was, kwam Hij met de twaalven.
KJVAnd1in3the evening2he cometh4with5the twelve.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2οψιαςG3798avond, avondstondeven(-ing, (-tide))3γενομενηςG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought4ερχεταιG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set5μεταG3326met, na, nadatafter(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out)6τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7δωδεκαG1427twaalf, twaalven, Twaalftwelve
18En als zij aanzaten en aten, zeide Jezus: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u, die met Mij eet, Mij zal verraden.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En als zijG846aanzatenG345enG2532atenG2068, zeideG2036JezusG2424: VoorwaarG281, Ik zegG3004uG4771, datG3754eenG1520 van uG4771, die metG1537 Mij eetG2068, Mij zal verradenG3860.En als zij aanzaten en aten, zeide Jezus: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u, die met Mij eet, Mij zal verraden.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ανακειμενωνG345aanzaten, aanzittende, aanzatguest, lean, lie, sit (down, at meat), at the table3αυτωνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which4καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet5εσθιοντωνG2068eet, eten, atendevour, eat, live6ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter7οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus9αμηνG281Voorwaar, Amen, voorwaaramen, verily10λεγωG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter11υμινG4771u, gij, gijliedenthou12οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why13ειςG1520een, ene, enena(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some14εξG1537uit, van, metafter, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out)15υμωνG4771u, gij, gijliedenthou16παραδωσειG3860overgeleverd, overgegeven, verradenbetray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend17μεG1473mij, ikI, me18οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc19εσθιωνG2068eet, eten, atendevour, eat, live20μετG3326met, na, nadatafter(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out)21εμουG1473mij, ikI, me
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
19En zij begonnen bedroefd te worden, en de een na de ander tot Hem te zeggen: Ben ik het? En een ander: Ben ik het?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En zij begonnenG756bedroefdG3076 te worden, en de een na de ander tot HemG846 te zeggenG3004: Ben ikG1473 het? En een ander: Ben ikG1473 het?En zij begonnen bedroefd te worden, en de een na de ander tot Hem te zeggen: Ben ik het? En een ander: Ben ik het?
Ook in dit vers
anderG243
KJVAnd2they began3to be sorrowful,4and to5say6unto him7one by one,11Is it I?12and13another14said,15Is it I?
1οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3ηρξαντοG756begon, begonnen, beginnen(rehearse from the) begin(-ning)4λυπεισθαιG3076bedroefd, droevig, bedroefcause grief, grieve, be in heaviness, (be) sorrow(-ful), be (make) sorry5καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet6λεγεινG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter7αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which8ειςG1520een, ene, enena(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some9καθG2596naar, tegen, doorabout, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with10ειςG1520een, ene, enena(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some11μητιG3385toch niet?not (the particle usually not expressed, except by the form of the question)12εγωG1473mij, ikI, me13καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet14αλλοςG243ander, andersmore, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise)15μητιG3385toch niet?not (the particle usually not expressed, except by the form of the question)16εγωG1473mij, ikI, me
20Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Het is een uit de twaalven, die met Mij in de schotel indoopt.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Maar Hij antwoorddeG611 en zeideG2036 tot henG846: Het is eenG1520uitG1537 de twaalvenG1427, die metG3326MijG1473inG1519 de schotelG5165indooptG1686.Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Het is een uit de twaalven, die met Mij in de schotel indoopt.
KJVAnd2he answered3and saidunto them,5It is one6of7the twelve,9that dippeth11with12mein14the dish.
1οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3αποκριθειςG611antwoordde, antwoordende, antwoorddenanswer4ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter5αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which6ειςG1520een, ene, enena(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some7εκG1537uit, van, metafter, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out)8τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc9δωδεκαG1427twaalf, twaalven, Twaalftwelve10οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11εμβαπτομενοςG1686indoopt, ingedooptdip12μετG3326met, na, nadatafter(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out)13εμουG1473mij, ikI, me14ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with15τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc16τρυβλιονG5165schoteldish
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
21De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt! Het ware hem goed, zo die mens niet geboren ware geweest.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21De ZoonG5207 des mensenG444 gaat wel heen, gelijk vanG4012 Hem geschrevenG1125 is; maarG1161weeG3759 dien mensG444, doorG1223welkenG3739 de ZoonG5207 des mensenG444verradenG3860 wordt! Het wareG2258 hem goedG2570, zoG1487 die mensG444nietG3756geborenG1080wareG1510 geweest.De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt! Het ware hem goed, zo die mens niet geboren ware geweest.
1οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc2μενG3303wel, enerzijdseven, indeed, so, some, truly, verily3υιοςG5207Zoon, zoon, kinderenchild, foal, son4τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5ανθρωπουG444mensen, mens, Menscertain, man6υπαγειG5217heenga, heengaan, heengaatdepart, get hence, go (a-)way7καθωςG2531gelijk, zoalsaccording to, (according, even) as, how, when8γεγραπταιG1125geschreven, schrijf, schrijvendescribe, write(-ing, -ten)9περιG4012van, over, aangaande(there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with10αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which11ουαιG3759Wee, wee, weeenalas, woe12δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)13τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14ανθρωπωG444mensen, mens, Menscertain, man15εκεινωG1565die, dien, dezenhe, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those16διG1223door, om, vanwegeafter, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in)17ουG3739die, welke, welkenone, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc18οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc19υιοςG5207Zoon, zoon, kinderenchild, foal, son20τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc21ανθρωπουG444mensen, mens, Menscertain, man22παραδιδοταιG3860overgeleverd, overgegeven, verradenbetray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend23καλονG2570goede, goed, goedenX better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy24ηνG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was25αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which26ειG1487indien, zo, offorasmuch as, if, that, (al-)though, whether27ουκG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but28εγεννηθηG1080geboren, gewon, gegenereerdbear, beget, be born, bring forth, conceive, be delivered of, gender, make, spring29οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc30ανθρωποςG444mensen, mens, Menscertain, man31εκεινοςG1565die, dien, dezenhe, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
22En als zij aten, nam Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En als zij atenG2068, namG2983JezusG2424broodG740, en als Hij gezegendG2127 had, brakG2806 Hij het, enG2532gafG1325 het hunG846, enG2532zeideG2036: NeemtG2983, eetG5315, datG3778isG1510 Mijn lichaamG4983.En als zij aten, nam Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2εσθιοντωνG2068eet, eten, atendevour, eat, live3αυτωνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which4λαβωνG2983ontvangen, nam, genomenaccept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up)5οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus7αρτονG740brood, broden, Brood(shew-)bread, loaf8ευλογησαςG2127gezegend, zegende, Gezegendbless, praise9εκλασενG2806brak, gebroken, brekenbreak10καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet11εδωκενG1325gegeven, geven, gafadventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield12αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which13καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet14ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter15λαβετεG2983ontvangen, nam, genomenaccept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up)16φαγετεG5315eten, gegeten, eeteat, meat17τουτοG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who18εστινG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was19τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc20σωμαG4983lichaam, lichaams, lichamenbodily, body, slave21μουG1473mij, ikI, me
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
23En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien; en zij dronken allen uit denzelven.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En Hij namG2983 den drinkbekerG4221, en gedanktG2168 hebbende, gafG1325hunG846 dien; enG2532 zij dronkenG4095allenG3956uitG1537 denzelven.En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien; en zij dronken allen uit denzelven.
KJVAnd1he took2the cup,4and when he had given thanks,5he gave6it to them:7and8they all12drank9of10it.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2λαβωνG2983ontvangen, nam, genomenaccept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up)3τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4ποτηριονG4221drinkbeker, drinkbekers, bekercup5ευχαριστησαςG2168gedankt, dank, danken(give) thank(-ful, -s)6εδωκενG1325gegeven, geven, gafadventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield7αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which8καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet9επιονG4095drinken, drinkt, drinkendedrink10εξG1537uit, van, metafter, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out)11αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which12παντεςG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever
24En Hij zeide tot hen: Dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24EnG2532 Hij zeideG2036 tot hen: DatG3778isG1510 Mijn bloedG129, het bloed des NieuwenG2537TestamentsG1242, hetwelk voor velenG4183vergotenG1632 wordt.En Hij zeide tot hen: Dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt.
KJVAnd1he saidunto them,3Thisismyblood7of the new11testament,12which6is shed16for14many.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter3αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which4τουτοG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who5εστινG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was6τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7αιμαG129bloed, bloeds, bloedeblood8μουG1473mij, ikI, me9τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11καινηςG2537nieuw, nieuwe, nieuwennew12διαθηκηςG1242verbond, testaments, verbondscovenant, testament13τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14περιG4012van, over, aangaande(there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with15πολλωνG4183vele, velen, veelabundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly16εκχυνομενονG1632goot, uitgestort, vergotengush (pour) out, run greedily (out), shed (abroad, forth), spill
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
25Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25VoorwaarG281, Ik zegG3004uG4771, datG3754 Ik niet meer zal drinkenG4095vanG1537 de vruchtG1081 des wijnstoksG288, tot op dienG1565dagG2250, wanneer Ik dezelveG846nieuwG2537 zal drinkenG4095inG1722 het KoninkrijkG932GodsG2316.Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods.
KJVVerily1I say2unto you,I willdrink8no more4of9the fruit11of the vine,13until14that17day16that18I drink20it19new21in22the kingdom24of God.
1αμηνG281Voorwaar, Amen, voorwaaramen, verily2λεγωG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter3υμινG4771u, gij, gijliedenthou4οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why5ουκετιG3765niet meer, voortaan nietafter that (not), (not) any more, henceforth (hereafter) not, no longer (more), not as yet (now), now no more (not), yet (not)6ουG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but7μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without8πιωG4095drinken, drinkt, drinkendedrink9εκG1537uit, van, metafter, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out)10τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11γεννηματοςG1081adderengebroedsels, vrucht, gewasfruit, generation12τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13αμπελουG288wijnstoks, Wijnstok, wijnstokvine14εωςG2193tot, totdateven (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s)15τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc16ημεραςG2250dag, dagen, dageage, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years17εκεινηςG1565die, dien, dezenhe, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those18οτανG3752wanneer, zodraas long (soon) as, that, + till, when(-soever), while19αυτοG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which20πινωG4095drinken, drinkt, drinkendedrink21καινονG2537nieuw, nieuwe, nieuwennew22ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)23τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc24βασιλειαG932Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijkskingdom, + reign25τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc26θεουG2316God, Gods, GodeX exceeding, God, god(-ly, -ward)
26En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26EnG2532 als zij den lofzangG5214 gezongen hadden, gingenG1831 zij uit naarG1519 den OlijfbergG3735.En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.
KJVAnd1when they had sung an hymn,2they went out3into4the mount6of Olives.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2υμνησαντεςG5214lofzang, lofzangen, lofzingensing a hymn (praise unto)3εξηλθονG1831uitgegaan, gingen, uitgaandecome (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad4ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with5τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6οροςG3735berg, bergen, Olijfberghill, mount(-ain)7τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8ελαιωνG1636Olijf, Olijfberg, olijfbomenolive (berry, tree)
27En Jezus zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geergerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27EnG2532JezusG2424zeideG3004 tot henG846: Gij zult inG1722dezenG5026nachtG3571allenG3956 aan MijG1473geergerdG4624 worden; wantG3754 er is geschrevenG1125: Ik zal den HerderG4166slaanG3960, enG2532 de schapenG4263 zullen verstrooidG1287 worden.En Jezus zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geergerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden.
KJVAnd1Jesus5saith2unto them,3All ye7shall be offended8because of9me11thisnight:13for6it is written,16I will smite17the shepherd,19and20the sheep23shall be scattered.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2λεγειG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter3αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which4οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus6οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why7παντεςG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever8σκανδαλισθησεσθεG4624geergerd, ergert, Ergert(make to) offend9ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)10εμοιG1473mij, ikI, me11ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)12τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13νυκτιG3571nacht, nachts, nachten(mid-)night14ταυτηG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who15οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why16γεγραπταιG1125geschreven, schrijf, schrijvendescribe, write(-ing, -ten)17παταξωG3960slaan, slaande, sloegsmite, strike18τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc19ποιμεναG4166Herder, herder, herdersshepherd, pastor20καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet21διασκορπισθησεταιG1287verstrooid, gestrooid, doorbrachtdisperse, scatter (abroad), strew, waste22ταG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc23προβαταG4263schapen, schaapsheep(-fold)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
28Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28MaarG235nadatG3326 Ik zal opgestaanG1453 zijn, zal IkG1473uG4771voorgaanG4254naarG1519GalileaG1056.Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.
KJVBut1after2that Iam risen,4I will go before6youinto8Galilee.
1αλλαG235maar, dochand, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet2μεταG3326met, na, nadatafter(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out)3τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4εγερθηναιG1453opgewekt, opgestaan, Staawake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up5μεG1473mij, ikI, me6προαξωG4254voorgaan, varen, voorgingenbring (forth, out), go before7υμαςG4771u, gij, gijliedenthou8ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with9τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10γαλιλαιανG1056Galilea, GalileseGalilee
29En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geergerd werden, zo zal ik toch niet geergerd worden.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En PetrusG4074zeideG5346 tot HemG846: OfG1487 zij ookG2532allenG3956geergerdG4624 werden, zo zal ikG1473 toch nietG3756 geergerd worden.En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geergerd werden, zo zal ik toch niet geergerd worden.
KJVBut2Peter3said4unto him,5Although6all8shall be offended,9yet10will not11I.
1οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3πετροςG4074PetrusPeter, rock4εφηG5346zeide, zeg, zegtaffirm, say5αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which6καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet7ειG1487indien, zo, offorasmuch as, if, that, (al-)though, whether8παντεςG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever9σκανδαλισθησονταιG4624geergerd, ergert, Ergert(make to) offend10αλλG235maar, dochand, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet11ουκG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but12εγωG1473mij, ikI, me
30En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30EnG2532JezusG2424zeideG3004 tot hemG846: VoorwaarG281, Ik zegG3004uG4771, dat hedenG4594inG1722dezenG5026nachtG3571, eerG4250 de haanG220tweemaalG1364gekraaidG5455 zal hebben, gij MijG1473driemaalG5151 zult verloochenenG533.En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2λεγειG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter3αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which4οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus6αμηνG281Voorwaar, Amen, voorwaaramen, verily7λεγωG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter8σοιG4771u, gij, gijliedenthou9οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why10σημερονG4594heden, Heden, huidigenthis (to-)day11ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)12τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13νυκτιG3571nacht, nachts, nachten(mid-)night14ταυτηG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who15πρινG4250eer, Eerbefore (that), ere16ηG2228of, danand, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea17διςG1364tweemaal, andermaalagain, twice18αλεκτοραG220haancock19φωνησαιG5455riep, gekraaid, geroepencall (for), crow, cry20τριςG5151driemaal, Driemaal, drie maalthree times, thrice21απαρνησηG533verloochenen, verloochend, verloochenedeny22μεG1473mij, ikI, me
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
31Maar hij zeide nog des te meer: Al moest ik met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen. En insgelijks zeiden zij ook allen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31MaarG1161 hij zeideG3004 nog des te meer: Al moestG1163ikG1473metG1537 U stervenG4880, zoG1437 zal ik U geenszinsG3364verloochenenG533. En insgelijksG5615zeidenG3004 zij ookG2532allenG3956.Maar hij zeide nog des te meer: Al moest ik met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen. En insgelijks zeiden zij ook allen.
KJVBut2he spake5the more6vehemently,3If7Ishould9die with10thee,I will notdeny15theein any wise.Likewise16also17said they20all.
1οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3εκG1537uit, van, metafter, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out)4περισσουG4053onnodig, overvloed, voordeelexceeding abundantly above, more abundantly, advantage, exceedingly, very highly, beyond measure, more, superfluous, vehement(-ly)5ελεγενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter6μαλλονG3123meer, veeleer+ better, X far, (the) more (and more), (so) much (the more), rather7εανG1437indien, zo, warebefore, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever)8μεG1473mij, ikI, me9δεηG1163moet, moest, moetenbehoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should10συναποθανεινG4880gestorven, samen sterven, stervenbe dead (die) with11σοιG4771u, gij, gijliedenthou12ουG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but13μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without14σεG4771u, gij, gijliedenthou15απαρνησομαιG533verloochenen, verloochend, verloochenedeny16ωσαυτωςG5615insgelijkseven so, likewise, after the same (in like) manner17δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)18καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet19παντεςG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever20ελεγονG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
32En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32En zij kwamenG2064inG1519 een plaatsG5564, welker naamG3686 was GethsemaneG1068, enG2532HijG846zeideG3004 tot Zijn discipelenG3101: ZitG2523 hier nederG2523, totdat Ik gebedenG4336 zal hebben.En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben.
33En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden;
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33En Hij namG3880metG3326ZichG1438PetrusG4074, enG2532JakobusG2385, enG2532JohannesG2491, enG2532begonG756verbaasdG1568enG2532 zeer beangstG85 te worden;En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden;
KJVAnd1he taketh2with10him11Peter4and5James7and8John,9and12began13to be sore amazed,14and15to be very heavy;
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2παραλαμβανειG3880nam, aangenomen, ontvangenreceive, take (unto, with)3τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4πετρονG4074PetrusPeter, rock5καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet6τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7ιακωβονG2385Jakobus, JakobiJames8καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet9ιωαννηνG2491JohannesJohn10μεθG3326met, na, nadatafter(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out)11εαυτουG1438zichzelven, zich, onszelvenalone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves)12καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet13ηρξατοG756begon, begonnen, beginnen(rehearse from the) begin(-ning)14εκθαμβεισθαιG1568verbaasdaffright, greatly (sore) amaze15καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet16αδημονεινG85beangstbe full of heaviness, be very heavy
34En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34EnG2532zeideG3004 tot henG846: Mijn zielG5590isG1510 geheel bedroefdG4036 tot den doodG2288 toe; blijftG3306 hier, enG2532waaktG1127.En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt.
35En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijging.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35En een weinigG3397voortgegaanG4281 zijnde, vielG4098 Hij opG1909 de aardeG1093, enG2532badG4336, zoG1487 het mogelijkG1415wareG2076, datG2443 die ureG5610vanG575HemG846voorbijgingG3928.En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijging.
KJVAnd1he went forward2a little,and fell4on5the ground,7and8prayed9that,10if11it werepossible,12the hour18might pass14from15him.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2προελθωνG4281gingen, voortgegaan, eerstgo before (farther, forward), outgo, pass on3μικρονG3398kleinen, klein, minsteleast, less, little, small4επεσενG4098viel, gevallen, vielenfail, fall (down), light on5επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with6τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7γηςG1093aarde, land, Egyptelandcountry, earth(-ly), ground, land, world8καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet9προσηυχετοG4336bidden, bidt, badpray (X earnestly, for), make prayer10ιναG2443opdat, dat, wilalbeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to11ειG1487indien, zo, offorasmuch as, if, that, (al-)though, whether12δυνατονG1415machtig, mogelijk, krachtigable, could, (that is) mighty (man), possible, power, strong13εστινG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was14παρελθηG3928voorbijgaan, voorbij, voorbijgegaancome (forth), go, pass (away, by, over), past, transgress15απG575van, uit, af(X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with16αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which17ηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc18ωραG5610ure, uur, urenday, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
36En Hij zeide: Abba, Vader, alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36EnG2532 Hij zeideG3004: AbbaG5, VaderG3962, alleG3956 dingen zijn UG4771mogelijkG1415; neemG3911dezenG5124drinkbekerG4221vanG575MijG1473wegG3911, dochG235nietG3756watG5101IkG1473wilG2309, maarG235watG5101GijG4771 wilt.En Hij zeide: Abba, Vader, alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ελεγενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter3αββαG5AbbaAbba4οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5πατηρG3962Vader, vader, vadersfather, parent6πανταG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever7δυναταG1415machtig, mogelijk, krachtigable, could, (that is) mighty (man), possible, power, strong8σοιG4771u, gij, gijliedenthou9παρενεγκεG3911neem, weg, wegnemenremove, take away10τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11ποτηριονG4221drinkbeker, drinkbekers, bekercup12απG575van, uit, af(X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with13εμουG1473mij, ikI, me14τουτοG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who15αλλG235maar, dochand, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet16ουG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but17τιG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why18εγωG1473mij, ikI, me19θελωG2309wil, wilt, willendesire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly))20αλλαG235maar, dochand, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet21τιG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why22συG4771u, gij, gijliedenthou
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
37En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon, slaapt gij? Kunt gij niet een uur waken?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37En Hij kwamG2064, enG2532vondG2147henG846slapendeG2518, enG2532zeideG3004 tot PetrusG4074: SimonG4613, slaaptG2518 gij? KuntG2480 gij nietG3756eenG1520uurG5610wakenG1127?En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon, slaapt gij? Kunt gij niet een uur waken?
38Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38WaaktG1127 en bidtG4336, opdatG2443 gij nietG3361inG1519verzoekingG3986komtG1525; de geestG4151 is wel gewilligG4289, maarG1161 het vleesG4561 is zwakG772.Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.
39En wederom heengegaan zijnde, bad Hij, sprekende dezelfde woorden.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
KJVAnd1again2he went away,3and prayed,4and spakethe same6words.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2παλινG3825wederom, opnieuwagain3απελθωνG565ging, weg, weggegaancome, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past4προσηυξατοG4336bidden, bidt, badpray (X earnestly, for), make prayer5τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which7λογονG3056woord, Woord, woordenaccount, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work8ειπωνG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
40En wedergekeerd zijnde, vond Hij hen wederom slapende, want hun ogen waren bezwaard; en zij wisten niet, wat zij Hem antwoorden zouden.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40EnG2532wedergekeerdG5290 zijnde, vondG2147 Hij hen wederomG3825slapendeG2518, wantG1063hunG846ogenG3788warenG1510bezwaardG916; enG2532 zij wistenG1492nietG3756, watG5101 zij HemG846antwoordenG611 zouden.En wedergekeerd zijnde, vond Hij hen wederom slapende, want hun ogen waren bezwaard; en zij wisten niet, wat zij Hem antwoorden zouden.
KJVAnd1when he returned,2he found3them4asleep6again,5(for8their11eyes10wereheavy,)12neither13wist they15what16to answer18him.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2υποστρεψαςG5290wedergekeerd, keerden wederom, keerdencome again, return (again, back again), turn back (again)3ευρενG2147gevonden, vinden, vondenfind, get, obtain, perceive, see4αυτουςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which5παλινG3825wederom, opnieuwagain6καθευδονταςG2518slaapt, slapende, slapen(be a-)sleep7ησανG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was8γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet9οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10οφθαλμοιG3788ogen, oog, Ogeneye, sight11αυτωνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which12βεβαρημενοιG916bezwaardburden, charge, heavy, press13καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet14ουκG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but15ηδεισανG1492weet, zag, ziendebe aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot16τιG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why17αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which18αποκριθωσινG611antwoordde, antwoordende, antwoorddenanswer
41En Hij kwam ten derden male, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; het is genoeg, de ure is gekomen; ziet, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41En Hij kwamG2064 ten derdenG5154 male, enG2532zeideG3004 tot henG846: SlaaptG2518 nu voortG3063, enG2532rustG373; het is genoegG566, de ureG5610 is gekomenG2064; zietG3708, de ZoonG5207 des mensenG444 wordt overgeleverdG3860inG1519 de handenG5495 der zondarenG268.En Hij kwam ten derden male, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; het is genoeg, de ure is gekomen; ziet, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.
KJVAnd1he cometh2the third time,4and5saith6unto them,7Sleep on8now,and12take your rest:13it is enough,the hour18is come;16behold,the Son22of man24is betrayed20into25the hands27of sinners.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ερχεταιG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set3τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4τριτονG5154derde, derdenthird(-ly)5καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet6λεγειG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter7αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which8καθευδετεG2518slaapt, slapende, slapen(be a-)sleep10τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11λοιπονG3062anderen, andere, overigeother, which remain, remnant, residue, rest12καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet13αναπαυεσθεG373rust, verkwikt, rustentake ease, refresh, (give, take) rest15απεχειG568weg, houdt, ontvangenbe, have, receive16ηλθενG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set17ηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc18ωραG5610ure, uur, urenday, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time19ιδουG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed20παραδιδοταιG3860overgeleverd, overgegeven, verradenbetray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend21οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc22υιοςG5207Zoon, zoon, kinderenchild, foal, son23τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc24ανθρωπουG444mensen, mens, Menscertain, man25ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with26ταςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc27χειραςG5495handen, handhand28τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc29αμαρτωλωνG268zondaars, zondaren, zondaarsinful, sinner
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
42Staat op, laat ons gaan; ziet, die Mij verraadt, is nabij.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42StaatG1453 op, laat ons gaan; zietG3708, die MijG1473verraadtG3860, is nabijG1448.Staat op, laat ons gaan; ziet, die Mij verraadt, is nabij.
KJVRise up,1let us go;2lo,he that betrayeth5meis at hand.
1εγειρεσθεG1453opgewekt, opgestaan, Staawake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up2αγωμενG71brachten, brengen, geleidbe, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open3ιδουG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed4οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5παραδιδουςG3860overgeleverd, overgegeven, verradenbetray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend6μεG1473mij, ikI, me7ηγγικενG1448nabij, genaakte, genaaktapproach, be at hand, come (draw) near, be (come, draw) nigh
43En terstond, als Hij nog sprak, kwam Judas aan, die een was van de twaalven, en met hem een grote schare, met zwaarden en stokken, gezonden van de overpriesters, en de schriftgeleerden, en de ouderlingen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43EnG2532terstondG2112, als HijG846 nog sprakG2980, kwam JudasG2455 aan, die eenG1520wasG1510 van de twaalvenG1427, enG2532metG3326hemG846 een grote schareG3793, metG3326zwaardenG3162enG2532stokkenG3586, gezonden van de overpriestersG749, enG2532 de schriftgeleerdenG1122, enG2532 de ouderlingenG4245.En terstond, als Hij nog sprak, kwam Judas aan, die een was van de twaalven, en met hem een grote schare, met zwaarden en stokken, gezonden van de overpriesters, en de schriftgeleerden, en de ouderlingen.
Ook in dit vers
[gezonden]G3844
KJVAnd1immediately,2while he4yet3spake,5cometh6Judas,7one8of the twelve,11and12with13him14a great16multitude15with17swords18and19staves,20from21the chief priests23and24the scribes26and27the elders.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ευθεωςG2112terstond, dadelijkanon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway3ετιG2089nog, verderafter that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet4αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which5λαλουντοςG2980spreken, gesproken, sprakpreach, say, speak (after), talk, tell, utter6παραγινεταιG3854komen, aankomen, verschijnencome, go, be present7ιουδαςG2455Judas, JudaJuda(-h, -s); Jude8ειςG1520een, ene, enena(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some9ωνG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was10τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11δωδεκαG1427twaalf, twaalven, Twaalftwelve12καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet13μετG3326met, na, nadatafter(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out)14αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which15οχλοςG3793schare, scharen, volkcompany, multitude, number (of people), people, press16πολυςG4183vele, velen, veelabundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly17μεταG3326met, na, nadatafter(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out)18μαχαιρωνG3162zwaard, zwaarden, zwaardssword19καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet20ξυλωνG3586hout, stokken, boomstaff, stocks, tree, wood21παραG3844van, bij, naastabove, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with22τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc23αρχιερεωνG749overpriesters, hogepriester, hogepriesterschief (high) priest, chief of the priests24καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet25τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc26γραμματεωνG1122Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerdescribe, town-clerk27καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet28τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc29πρεσβυτερωνG4245ouderlingen, ouden, ouderlingelder(-est), old
44En die Hem verried, had hun een gemeen teken gegeven, zeggende: Dien ik kussen zal, Die is het, grijpt Hem, en leidt Hem zekerlijk henen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44En die Hem verriedG3860, had hunG846 een gemeen tekenG4953gegevenG1325, zeggendeG3004: DienG3739 ik kussenG5368 zal, Die isG1510 het, grijptG2902HemG846, en leidtG520 Hem zekerlijkG806 henen.En die Hem verried, had hun een gemeen teken gegeven, zeggende: Dien ik kussen zal, Die is het, grijpt Hem, en leidt Hem zekerlijk henen.
KJVAnd2he that betrayed4him5had given1them7a token,6saying,8Whomsoever9I shall kiss,11that same12is he;take14him,15and16lead him away17safely.
1δεδωκειG1325gegeven, geven, gafadventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4παραδιδουςG3860overgeleverd, overgegeven, verradenbetray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend5αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which6συσσημονG4953gemeen tekentoken7αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which8λεγωνG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter9ονG3739die, welke, welkenone, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc10ανG302drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald(what-, where-, wither-, who-)soever11φιλησωG5368lief, liefheeft, liefhebkiss, love12αυτοςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which13εστινG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was14κρατησατεG2902grepen, houdt, vangenhold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by)15αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which16καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet17απαγαγετεG520leidden, leidt, Leidbring, carry away, lead (away), put to death, take away18ασφαλωςG806zekerlijkassuredly, safely
45En als hij gekomen was, ging hij terstond tot Hem, en zeide: Rabbi, Rabbi, en kuste Hem.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45En als hij gekomenG2064 was, ging hij terstondG2112 tot HemG846, en zeideG3004: RabbiG4461, Rabbi, enG2532kusteG2705HemG846.En als hij gekomen was, ging hij terstond tot Hem, en zeide: Rabbi, Rabbi, en kuste Hem.
KJVAnd1as soon as he was come,2he goeth4straightway3to him,5and saith,6Master,7master;8and9kissed10him.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ελθωνG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set3ευθεωςG2112terstond, dadelijkanon, as soon as, forthwith, immediately, shortly, straightway4προσελθωνG4334komende, gingen, gaande(as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto)5αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which6λεγειG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter7ραββιG4461RabbiMaster, Rabbi8ραββιG4461RabbiMaster, Rabbi9καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet10κατεφιλησενG2705kuste, kussen, kustenkiss11αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
46En zij sloegen hun handen aan Hem, en grepen Hem.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46En zij sloegenG1911hunG846handenG5495aanG1909HemG846, en grepenG2902HemG846.En zij sloegen hun handen aan Hem, en grepen Hem.
47En een dergenen, die daarbij stonden, het zwaard trekkende, sloeg den dienstknecht des hogepriesters, en hieuw hem zijn oor af.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
47En eenG1520 dergenen, die daarbij stondenG3936, het zwaardG3162trekkendeG4685, sloegG3817 den dienstknechtG1401 des hogepriestersG749, en hieuwG851hemG846 zijn oorG5621 af.En een dergenen, die daarbij stonden, het zwaard trekkende, sloeg den dienstknecht des hogepriesters, en hieuw hem zijn oor af.
KJVAnd2one3of them1that stood by5drew6a sword,8and smote9a servant11of the high priest,13and14cut off15his16ear.
1ειςG1520een, ene, enena(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3τιςG5100iemand, sommigen, zekera (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever)4τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5παρεστηκοτωνG3936stonden, stellen, steltassist, bring before, command, commend, give presently, present, prove, provide, shew, stand (before, by, here, up, with), yield6σπασαμενοςG4685trekkende, trokdraw (out)7τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8μαχαιρανG3162zwaard, zwaarden, zwaardssword9επαισενG3817geslagen, sloeg, gestokensmite, strike10τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11δουλονG1401dienstknecht, dienstknechten, dienstknechtsbond(-man), servant12τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13αρχιερεωςG749overpriesters, hogepriester, hogepriesterschief (high) priest, chief of the priests14καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet15αφειλενG851hieuw, afdoen, afdoetcut (smite) off, take away16αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which17τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc18ωτιονG5621oorear
48En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Zijt gij uitgegaan, met zwaarden en stokken, als tegen een moordenaar, om Mij te vangen?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
48EnG2532JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG2036 tot henG846: Zijt gij uitgegaanG1831, metG3326zwaardenG3162enG2532stokkenG3586, alsG5613tegenG1909 een moordenaarG3027, om MijG1473 te vangenG4815?En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Zijt gij uitgegaan, met zwaarden en stokken, als tegen een moordenaar, om Mij te vangen?
KJVAnd1Jesus4answered2and saidunto them,6Are ye come out,10as7against8a thief,9with11swords12and13with staves14to take15me?
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2αποκριθειςG611antwoordde, antwoordende, antwoorddenanswer3οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus5ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter6αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which7ωςG5613als, gelijk, hoeabout, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed8επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with9ληστηνG3027moordenaars, moordenaar, moordenarenrobber, thief10εξηλθετεG1831uitgegaan, gingen, uitgaandecome (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad11μεταG3326met, na, nadatafter(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out)12μαχαιρωνG3162zwaard, zwaarden, zwaardssword13καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet14ξυλωνG3586hout, stokken, boomstaff, stocks, tree, wood15συλλαβεινG4815bevrucht, vangen, gegrepencatch, conceive, help, take16μεG1473mij, ikI, me
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
49Dagelijks was Ik bij ulieden in den tempel, lerende, en gij hebt Mij niet gegrepen; maar dit geschiedt, opdat de Schriften vervuld zouden worden.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
49DagelijksG2250wasG1510 Ik bijG4314 ulieden inG1722 den tempelG2411, lerendeG1321, enG2532gijG4771 hebt MijG1473nietG3756gegrepenG2902; maarG235 dit geschiedt, opdatG2443 de SchriftenG1124vervuldG4137 zouden worden.Dagelijks was Ik bij ulieden in den tempel, lerende, en gij hebt Mij niet gegrepen; maar dit geschiedt, opdat de Schriften vervuld zouden worden.
1καθG2596naar, tegen, doorabout, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with2ημερανG2250dag, dagen, dageage, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years3ημηνG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was4προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)5υμαςG4771u, gij, gijliedenthou6ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)7τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8ιερωG2411tempel, tempels, heiligetemple9διδασκωνG1321lerende, leerde, lerenteach10καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet11ουκG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but12εκρατησατεG2902grepen, houdt, vangenhold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by)13μεG1473mij, ikI, me14αλλG235maar, dochand, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet15ιναG2443opdat, dat, wilalbeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to16πληρωθωσινG4137vervuld, vervullen, vervultaccomplish, X after, (be) complete, end, expire, fill (up), fulfil, (be, make) full (come), fully preach, perfect, supply17αιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc18γραφαιG1124Schrift, Schriften, Schriftuurscripture
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
50EnG2532 zij, Hem verlatendeG863, zijn allenG3956gevlodenG5343.En zij, Hem verlatende, zijn allen gevloden.
KJVAnd1they all4forsook2him,3and fled.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2αφεντεςG863vergeven, verlaten, lietcry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up3αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which4παντεςG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever5εφυγονG5343vlieden, vliedt, gevlodenescape, flee (away)
51En een zeker jongeling volgde Hem, hebbende een lijnwaad omgedaan over het naakte lijf, en de jongelingen grepen hem.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
51EnG2532eenG1520zekerG5100jongelingG3495volgdeG190HemG846, hebbende een lijnwaadG4616omgedaanG4016overG1909 het naakteG1131 lijf, enG2532 de jongelingenG3495grepenG2902hemG846.En een zeker jongeling volgde Hem, hebbende een lijnwaad omgedaan over het naakte lijf, en de jongelingen grepen hem.
KJVAnd1there followed5him6a2certain3young man,4having a linen cloth8cast7about9his naked10body; and11the young men15laid hold12on him:
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ειςG1520een, ene, enena(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some3τιςG5100iemand, sommigen, zekera (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever)4νεανισκοςG3495jongeling, jongelingen, Jongelingyoung man5ηκολουθειG190volgde, gevolgd, volgdenfollow, reach6αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which7περιβεβλημενοςG4016bekleed, gekleed, Werparray, cast about, clothe(-d me), put on8σινδοναG4616lijnwaad(fine) linen (cloth)9επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with10γυμνουG1131naakt, bloot, naaktenaked11καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet12κρατουσινG2902grepen, houdt, vangenhold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by)13αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which14οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc15νεανισκοιG3495jongeling, jongelingen, Jongelingyoung man
52En hij, het lijnwaad verlatende, is naakt van hen gevloden.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
52EnG1161 hij, het lijnwaadG4616verlatendeG2641, is naaktG1131vanG575henG846gevlodenG5343.En hij, het lijnwaad verlatende, is naakt van hen gevloden.
53En zij leidden Jezus henen tot den hogepriester; en bij hem vergaderden al de overpriesters, en de ouderlingen, en de schriftgeleerden.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
53EnG2532 zij leiddenG520JezusG2424 henen totG4314 den hogepriesterG749; enG2532 bij hemG846vergaderdenG4905alG3956 de overpriestersG749, enG2532 de ouderlingenG4245, enG2532 de schriftgeleerdenG1122.En zij leidden Jezus henen tot den hogepriester; en bij hem vergaderden al de overpriesters, en de ouderlingen, en de schriftgeleerden.
KJVAnd1they led2Jesus4awayto5the high priest:7and8with him10were assembled9all11the chief priests13and14the elders16and17the scribes.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2απηγαγονG520leidden, leidt, Leidbring, carry away, lead (away), put to death, take away3τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4ιησουνG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus5προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)6τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7αρχιερεαG749overpriesters, hogepriester, hogepriesterschief (high) priest, chief of the priests8καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet9συνερχονταιG4905samengekomen, samenkomt, samenaccompany, assemble (with), come (together), come (company, go) with, resort10αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which11παντεςG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever12οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13αρχιερειςG749overpriesters, hogepriester, hogepriesterschief (high) priest, chief of the priests14καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet15οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc16πρεσβυτεροιG4245ouderlingen, ouden, ouderlingelder(-est), old17καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet18οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc19γραμματειςG1122Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerdescribe, town-clerk
54En Petrus volgde Hem van verre, tot binnen in de zaal des hogepriesters, en hij was mede zittende met de dienaren, en zich warmende bij het vuur.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
54EnG2532PetrusG4074volgdeG190HemG846vanG575verreG3113, totG4314 binnen inG1519 de zaalG833 des hogepriestersG749, enG2532 hij wasG1510mede zittendeG4775metG3326 de dienarenG5257, enG2532 zich warmendeG2328 bij het vuurG5457.En Petrus volgde Hem van verre, tot binnen in de zaal des hogepriesters, en hij was mede zittende met de dienaren, en zich warmende bij het vuur.
KJVAnd1Peter3followed6him7afar5off,4even8into9the palace12of the high priest:14and15he sat17with18the servants,20and21warmed himself22at23the fire.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc3πετροςG4074PetrusPeter, rock4αποG575van, uit, af(X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with5μακροθενG3113verreafar off, from far6ηκολουθησενG190volgde, gevolgd, volgdenfollow, reach7αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which8εωςG2193tot, totdateven (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s)9εσωG2080inwendigen, binnengegaan, daarbinnen(with-)in(-ner, -to, -ward)10ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with11τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc12αυληνG833zaal, stal, voorhofcourt, (sheep-)fold, hall, palace13τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14αρχιερεωςG749overpriesters, hogepriester, hogepriesterschief (high) priest, chief of the priests15καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet16ηνG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was17συγκαθημενοςG4775gezeten, mede zittendesit with18μεταG3326met, na, nadatafter(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out)19τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc20υπηρετωνG5257dienaars, dienaren, dienaarminister, officer, servant21καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet22θερμαινομενοςG2328warmde, warmende, warm(be) warm(-ed, self)23προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)24τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc25φωςG5457licht, Licht, lichtsfire, light
55En de overpriesters, en de gehele raad, zochten getuigenis tegen Jezus, om Hem te doden, en vonden niet.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
55En de overpriestersG749, en de gehele raadG4892, zochtenG2212getuigenisG3141tegenG2596JezusG2424, omG1519HemG846 te dodenG2289, en vondenG2147nietG3756.En de overpriesters, en de gehele raad, zochten getuigenis tegen Jezus, om Hem te doden, en vonden niet.
56Want velen getuigden valselijk tegen Hem, en de getuigenissen waren niet eenparig.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
56WantG1063velenG4183getuigden valselijkG5576tegenG2596HemG846, enG2532 de getuigenissenG3141warenG1510nietG3756eenparigG2258.Want velen getuigden valselijk tegen Hem, en de getuigenissen waren niet eenparig.
1πολλοιG4183vele, velen, veelabundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly2γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet3εψευδομαρτυρουνG5576getuigenis, getuigden valselijk, valse getuigenisbe a false witness4κατG2596naar, tegen, doorabout, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with5αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which6καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet7ισαιG2470even, evengelijk, eenparig+ agree, as much, equal, like8αιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc9μαρτυριαιG3141getuigenis, getuigenissenrecord, report, testimony, witness10ουκG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but11ησανG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
57En enigen, opstaande, getuigden valselijk tegen Hem, zeggende:
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
57EnG2532enigenG5100, opstaandeG450, getuigden valselijkG5576tegenG2596HemG846, zeggendeG3004:En enigen, opstaande, getuigden valselijk tegen Hem, zeggende:
KJVAnd1there arose3certain,2and bare false witness4against5him,6saying,
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2τινεςG5100iemand, sommigen, zekera (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever)3ανασταντεςG450stond, opgestaan, opstaanarise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right)4εψευδομαρτυρουνG5576getuigenis, getuigden valselijk, valse getuigenisbe a false witness5κατG2596naar, tegen, doorabout, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with6αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which7λεγοντεςG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter
58Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal dezen tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en in drie dagen een anderen, zonder handen gemaakt, bouwen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
58Wij hebben HemG846horenG191zeggenG3004: IkG1473 zal dezenG5126tempelG3485, dieG3778 met handen gemaakt is, afbrekenG2647, enG2532 in drieG5140dagenG2250 een anderen, zonder handen gemaakt, bouwenG3618.Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal dezen tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en in drie dagen een anderen, zonder handen gemaakt, bouwen.
Ook in dit vers
handenG886
handenG5499
KJVWeheard3him4say,5I2will destroy8thistemple10that is made with hands,13and14within15three16days17I will build20another18made without hands.
1οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why2ημειςG1473mij, ikI, me3ηκουσαμενG191gehoord, horen, hoordegive (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand4αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which5λεγοντοςG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter6οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why7εγωG1473mij, ikI, me8καταλυσωG2647afgebroken, afbreekt, afbrekendestroy, dissolve, be guest, lodge, come to nought, overthrow, throw down9τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10ναονG3485tempel, tempels, tempelenshrine, temple11τουτονG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who12τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13χειροποιητονG5499handen, handen geschiedtmade by (make with) hands14καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet15διαG1223door, om, vanwegeafter, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in)16τριωνG5140drie, Driethree17ημερωνG2250dag, dagen, dageage, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years18αλλονG243ander, andersmore, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise)19αχειροποιητονG886handen, handen geschiedtmade without (not made with) hands20οικοδομησωG3618bouwen, gebouwd, bouwde(be in) build(-er, -ing, up), edify, embolden
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
59En ook alzoG3779wasG1510hunG846getuigenisG3141 niet eenparigG2470.En ook alzo was hun getuigenis niet eenparig.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ουδεG3761ook niet, nochneither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as3ουτωςG3779alzo, aldus, zoafter that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what4ισηG2470even, evengelijk, eenparig+ agree, as much, equal, like5ηνG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was6ηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7μαρτυριαG3141getuigenis, getuigenissenrecord, report, testimony, witness8αυτωνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
60En de hogepriester, in het midden opstaande, vraagde Jezus, zeggende: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
60EnG2532 de hogepriesterG749, inG1519 het middenG3319opstaandeG450, vraagdeG1905JezusG2424, zeggendeG3004: AntwoordtG3756 Gij nietsG3762? WatG5101getuigenG2649dezenG3778 tegen U?En de hogepriester, in het midden opstaande, vraagde Jezus, zeggende: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U?
KJVAnd1the high priest4stood up2in5the midst,7and asked8Jesus,10saying,11Answerest12thou13nothing?14what15is it which these16witness18against thee?
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ανασταςG450stond, opgestaan, opstaanarise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right)3οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4αρχιερευςG749overpriesters, hogepriester, hogepriesterschief (high) priest, chief of the priests5ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with6τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7μεσονG3319midden, middernachtamong, X before them, between, + forth, mid(-day, -night), midst, way8επηρωτησενG1905vraagde, vraagden, vragenask (after, questions), demand, desire, question9τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10ιησουνG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus11λεγωνG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter12ουκG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but13αποκρινηG611antwoordde, antwoordende, antwoorddenanswer14ουδενG3762niemand, niets, Niemandany (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought15τιG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why16ουτοιG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who17σουG4771u, gij, gijliedenthou18καταμαρτυρουσινG2649getuigenwitness against
61Maar Hij zweeg stil, en antwoordde niets. Wederom vraagde Hem de hogepriester, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Christus, de Zoon des gezegenden Gods?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
61MaarG1161 Hij zweeg stilG4623, en antwoorddeG611nietsG3762. WederomG3825vraagdeG1905HemG846 de hogepriesterG749, en zeideG3004 tot HemG846: ZijtG1510GijG4771 de ChristusG5547, de ZoonG5207 des gezegendenG2128 Gods?Maar Hij zweeg stil, en antwoordde niets. Wederom vraagde Hem de hogepriester, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Christus, de Zoon des gezegenden Gods?
KJVBut2he held his peace,3and4answered6nothing.5Again7the high priest9asked10him,11and12said13unto him,14Artthou15the Christ,18the Son20of the Blessed?
1οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3εσιωπαG4623zwijgen, zweeg stil, Zwijgdumb, (hold) peace4καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet5ουδενG3762niemand, niets, Niemandany (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought6απεκρινατοG611antwoordde, antwoordende, antwoorddenanswer7παλινG3825wederom, opnieuwagain8οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc9αρχιερευςG749overpriesters, hogepriester, hogepriesterschief (high) priest, chief of the priests10επηρωταG1905vraagde, vraagden, vragenask (after, questions), demand, desire, question11αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which12καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet13λεγειG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter14αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which15συG4771u, gij, gijliedenthou16ειG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was17οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc18χριστοςG5547Christus, Christus', CHRISTUSChrist19οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc20υιοςG5207Zoon, zoon, kinderenchild, foal, son21τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc22ευλογητουG2128Geloofd, prijzen, Gezegendblessed
62En Jezus zeide: Ik ben het. En gijlieden zult den Zoon des mensen zien zitten ter rechter hand der kracht Gods, en komen met de wolken des hemels.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
62En JezusG2424zeideG2036: IkG1473benG1510 het. En gijlieden zult den ZoonG5207 des mensenG444zienG3700zittenG2521 ter rechterG1188 hand der krachtG1411 Gods, en komenG2064metG1537 de wolkenG3507 des hemelsG3772.En Jezus zeide: Ik ben het. En gijlieden zult den Zoon des mensen zien zitten ter rechter hand der kracht Gods, en komen met de wolken des hemels.
KJVAnd2Jesus3said,I5am:6and7ye shall seethe Son10of man12sitting13on14the right hand15of power,17and18coming19in20the clouds22of heaven.
1οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus4ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter5εγωG1473mij, ikI, me6ειμιG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was7καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet8οψεσθεG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed9τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10υιονG5207Zoon, zoon, kinderenchild, foal, son11τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc12ανθρωπουG444mensen, mens, Menscertain, man13καθημενονG2521zittende, zit, zittendwell, sit (by, down)14εκG1537uit, van, metafter, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out)15δεξιωνG1188rechter, rechterhand, rechter-right (hand, side)16τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc17δυναμεωςG1411kracht, krachten, vermogenability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work18καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet19ερχομενονG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set20μεταG3326met, na, nadatafter(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out)21τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc22νεφελωνG3507wolk, wolkencloud23τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc24ουρανουG3772hemel, hemelen, hemelsair, heaven(-ly), sky
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
63En de hogepriester, verscheurende zijn klederen, zeide: Wat hebben wij nog getuigen van node?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
63EnG1161 de hogepriesterG749, verscheurendeG1284 zijn klederenG5509, zeideG3004: WatG5101hebbenG2192 wij nog getuigenG3144 van nodeG5532?En de hogepriester, verscheurende zijn klederen, zeide: Wat hebben wij nog getuigen van node?
KJVThen2the high priest3rent4his7clothes,6and saith,8What9need11we12any further10witnesses?
1οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3αρχιερευςG749overpriesters, hogepriester, hogepriesterschief (high) priest, chief of the priests4διαρρηξαςG1284scheurde, scheurden, verbrakbreak, rend5τουςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6χιτωναςG5509rok, rokken, klederenclothes, coat, garment7αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which8λεγειG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter9τιG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why10ετιG2089nog, verderafter that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet11χρειανG5532node, nooddruft, noodbusiness, lack, necessary(-ity), need(-ful), use, want12εχομενG2192hebben, heeft, hebtbe (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use13μαρτυρωνG3144getuigen, getuige, Getuigemartyr, record, witness
64Gij hebt de gods lastering gehoord; wat dunkt ulieden? En zij allen veroordeelden Hem, des doods schuldig te zijn.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
64GijG4771 hebt de gods lasteringG988gehoordG191; watG5101dunktG5316 ulieden? EnG1161 zij allenG3956veroordeeldenG2632HemG846, des doodsG2288schuldigG1777 te zijnG1510.Gij hebt de gods lastering gehoord; wat dunkt ulieden? En zij allen veroordeelden Hem, des doods schuldig te zijn.
KJVYe have heard1the blasphemy:3what4think6ye?And8they all9condemned10him11to beguilty13of death.
1ηκουσατεG191gehoord, horen, hoordegive (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand2τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc3βλασφημιαςG988lastering, lasteringenblasphemy, evil speaking, railing4τιG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why5υμινG4771u, gij, gijliedenthou6φαινεταιG5316schijnt, schijnen, mogenappear, seem, be seen, shine, X think7οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)9παντεςG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever10κατεκρινανG2632veroordeeld, veroordelen, verdoemdcondemn, damn11αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which12ειναιG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was13ενοχονG1777schuldig, strafbaar, onderworpenin danger of, guilty of, subject to14θανατουG2288dood, doods, dodelijkeX deadly, (be…) death
65En sommigen begonnen Hem te bespuwen, en Zijn aangezicht te bedekken, en met vuisten te slaan, en tot Hem te zeggen: Profeteer! En de dienaars gaven Hem kinnebakslagen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
65En sommigenG5100begonnenG756HemG846 te bespuwenG1716, en Zijn aangezichtG4383 te bedekkenG4028, enG2532 met vuistenG2852 te slaan, enG2532 tot HemG846 te zeggenG3004: ProfeteerG4395! EnG2532 de dienaarsG5257gavenG906HemG846kinnebakslagenG4475.En sommigen begonnen Hem te bespuwen, en Zijn aangezicht te bedekken, en met vuisten te slaan, en tot Hem te zeggen: Profeteer! En de dienaars gaven Hem kinnebakslagen.
KJVAnd1some3began2to spit4on him,5and6to cover7his10face,9and11to buffet12him,13and14to say15unto him,16Prophesy:17and18the servants20did strike23him22with the palms of their hands.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ηρξαντοG756begon, begonnen, beginnen(rehearse from the) begin(-ning)3τινεςG5100iemand, sommigen, zekera (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever)4εμπτυεινG1716bespogen, bespuwen, gespogenspit (upon)5αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which6καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet7περικαλυπτεινG4028overdekt, bedekkenblindfold, cover, overlay8τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc9προσωπονG4383aangezicht, aangezichten, aangezichts(outward) appearance, X before, countenance, face, fashion, (men's) person, presence10αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which11καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet12κολαφιζεινG2852vuisten slaan, geslagen, sloegenbuffet13αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which14καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet15λεγεινG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter16αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which17προφητευσονG4395profeteren, geprofeteerd, profeteertprophesy18καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet19οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc20υπηρεταιG5257dienaars, dienaren, dienaarminister, officer, servant21ραπισμασινG4475kinnebakslagen, kinnebakslag(+ strike with the) palm of the hand, smite with the hand22αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which23εβαλλονG906geworpen, wierp, werpenarise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust
66En als Petrus beneden in de zaal was, kwam een van de dienstmaagden des hogepriesters;
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
66EnG2532 als PetrusG4074benedenG2736inG1722 de zaalG833wasG1510, kwamG2064eenG1520 van de dienstmaagdenG3814 des hogepriestersG749;En als Petrus beneden in de zaal was, kwam een van de dienstmaagden des hogepriesters;
KJVAnd1as Peter4wasbeneath8in5the palace,7there cometh9oneof the maids12of the high priest:
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2οντοςG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was3τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4πετρουG4074PetrusPeter, rock5ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)6τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7αυληG833zaal, stal, voorhofcourt, (sheep-)fold, hall, palace8κατωG2736beneden, nederwaarts, oudbeneath, bottom, down, under9ερχεταιG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set10μιαG1520een, ene, enena(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some11τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc12παιδισκωνG3814dienstmaagd, dienstmaagdenbondmaid(-woman), damsel, maid(-en)13τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14αρχιερεωςG749overpriesters, hogepriester, hogepriesterschief (high) priest, chief of the priests
67En ziende Petrus zich warmende, zag zij hem aan, en zeide: Ook gij waart met Jezus den Nazarener.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
67EnG2532ziendeG1492PetrusG4074 zich warmendeG2328, zagG1689 zij hemG846 aan, en zeideG3004: OokG2532gijG4771waartG2258metG3326JezusG2424 den NazarenerG3479.En ziende Petrus zich warmende, zag zij hem aan, en zeide: Ook gij waart met Jezus den Nazarener.
KJVAnd1when she sawPeter4warming himself,5she looked6upon him,7and said,8And9thou10alsowastwith11Jesus14of Nazareth.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ιδουσαG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed3τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4πετρονG4074PetrusPeter, rock5θερμαινομενονG2328warmde, warmende, warm(be) warm(-ed, self)6εμβλεψασαG1689zag, aanziende, Aanzietbehold, gaze up, look upon, (could) see7αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which8λεγειG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter9καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet10συG4771u, gij, gijliedenthou11μεταG3326met, na, nadatafter(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out)12τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13ναζαρηνουG3479Nazarenerof Nazareth14ιησουG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus15ησθαG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
68Maar hij heeft het geloochend, zeggende: Ik ken Hem niet, en ik weet niet, wat gij zegt. En hij ging buiten in de voorzaal, en de haan kraaide.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
68MaarG1161 hij heeft het geloochendG720, zeggendeG3004: Ik kenG1492 Hem niet, en ik weet niet, watG5101gijG4771zegtG3004. En hij ging buitenG1854inG1519 de voorzaalG4259, en de haanG220kraaideG5455.Maar hij heeft het geloochend, zeggende: Ik ken Hem niet, en ik weet niet, wat gij zegt. En hij ging buiten in de voorzaal, en de haan kraaide.
69En de dienstmaagd, hem wederom ziende, begon te zeggen tot degenen, die daarbij stonden: Deze is een van die.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
69EnG2532 de dienstmaagdG3814, hemG846wederomG3825ziendeG1492, begonG756 te zeggenG3004 tot degenen, die daarbij stondenG3936: Deze isG1510 een vanG1537 die.En de dienstmaagd, hem wederom ziende, begon te zeggen tot degenen, die daarbij stonden: Deze is een van die.
KJVAnd1a maid3sawhim5again,6and began7to say8to them that stood by,10This11isone of13them.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc3παιδισκηG3814dienstmaagd, dienstmaagdenbondmaid(-woman), damsel, maid(-en)4ιδουσαG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed5αυτονG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which6παλινG3825wederom, opnieuwagain7ηρξατοG756begon, begonnen, beginnen(rehearse from the) begin(-ning)8λεγεινG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter9τοιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10παρεστηκοσινG3936stonden, stellen, steltassist, bring before, command, commend, give presently, present, prove, provide, shew, stand (before, by, here, up, with), yield11οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why12ουτοςG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who13εξG1537uit, van, metafter, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out)14αυτωνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which15εστινG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
70Maar hij loochende het wederom. En een weinig daarna, die daarbij stonden, zeiden wederom tot Petrus: Waarlijk, gij zijt een van die; want gij zijt ook een Galileer, en uw spraak gelijkt.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
70MaarG1161hijG846loochendeG720 het wederomG3825. En een weinigG3397 daarna, die daarbij stondenG3936, zeidenG3004wederomG3825 tot PetrusG4074: WaarlijkG230, gij zijt een vanG1537 die; wantG1063 gij zijt ookG2532 een GalileerG1057, en uw spraakG2981gelijktG3662.Maar hij loochende het wederom. En een weinig daarna, die daarbij stonden, zeiden wederom tot Petrus: Waarlijk, gij zijt een van die; want gij zijt ook een Galileer, en uw spraak gelijkt.
1οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3παλινG3825wederom, opnieuwagain4ηρνειτοG720verloochend, verloochenen, loochendedeny, refuse5καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet6μεταG3326met, na, nadatafter(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out)7μικρονG3398kleinen, klein, minsteleast, less, little, small8παλινG3825wederom, opnieuwagain9οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10παρεστωτεςG3936stonden, stellen, steltassist, bring before, command, commend, give presently, present, prove, provide, shew, stand (before, by, here, up, with), yield11ελεγονG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter12τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13πετρωG4074PetrusPeter, rock14αληθωςG230waarlijk, Waarlijk, waarachtiglijkindeed, surely, of a surety, truly, of a (in) truth, verily, very15εξG1537uit, van, metafter, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out)16αυτωνG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which17ειG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was18καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet19γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet20γαλιλαιοςG1057Galileer, Galileers, GalileseGalilean, of Galilee21ειG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was22καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet23ηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc24λαλιαG2981spraak, zeggenssaying, speech25σουG4771u, gij, gijliedenthou26ομοιαζειG3662gelijktagree
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
71En hij begon zichzelven te vervloeken en te zweren: Ik ken dezen Mens niet, Dien gij zegt.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
71En hij begonG756 zichzelven te vervloekenG332 en te zwerenG3660: Ik kenG1492dezenG5126MensG444nietG3756, DienG3739 gij zegtG3004.En hij begon zichzelven te vervloeken en te zweren: Ik ken dezen Mens niet, Dien gij zegt.
KJVBut2he began3to curse4and5to swear,6saying, I know7not8thisman11of whom13ye speak.
1οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3ηρξατοG756begon, begonnen, beginnen(rehearse from the) begin(-ning)4αναθεματιζεινG332vervloeken, vervloeking verbonden, vervloekt(bind under a) curse, bind with an oath5καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet6ομνυεινG3660gezworen, zweert, zwerenswear7οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why8ουκG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but9οιδαG1492weet, zag, ziendebe aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot10τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11ανθρωπονG444mensen, mens, Menscertain, man12τουτονG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who13ονG3739die, welke, welkenone, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc14λεγετεG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
72En de haan kraaide de tweede maal; en Petrus werd indachtig het woord, hetwelk Jezus tot hem gezegd had: Eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En hij, zich van daar makende, weende.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
72EnG2532 de haanG220kraaideG5455 de tweede maalG1208; enG2532PetrusG4074 werd indachtigG363 het woordG4487, hetwelkG3739JezusG2424 tot hemG846gezegdG2036 had: EerG4250 de haanG220tweemaalG1364gekraaidG5455 zal hebben, zult gij MijG1473driemaalG5151verloochenenG533. EnG2532 hij, zich vanG1537 daar makendeG1911, weendeG2799.En de haan kraaide de tweede maal; en Petrus werd indachtig het woord, hetwelk Jezus tot hem gezegd had: Eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En hij, zich van daar makende, weende.
KJVAnd1the2second time3the cock4crew.5And6Peter9called to mind7the word11that12Jesus16saidunto him,14Before18the cock19crow20twice,21thou shalt deny22methrice.24And25when he thought thereon,26he wept.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2εκG1537uit, van, metafter, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out)3δευτερουG1208tweede, tweeden, tweeden maleafterward, again, second(-arily, time)4αλεκτωρG220haancock5εφωνησενG5455riep, gekraaid, geroepencall (for), crow, cry6καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet7ανεμνησθηG363indachtig, gedenkt, overdenktcall to mind, (bring to , call to, put in), remember(-brance)8οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc9πετροςG4074PetrusPeter, rock10τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11ρηματοςG4487woorden, woord, Woord+ evil, + nothing, saying, word12ουG3739die, welke, welkenone, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc13ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter14αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which15οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc16ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus17οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why18πρινG4250eer, Eerbefore (that), ere19αλεκτοραG220haancock20φωνησαιG5455riep, gekraaid, geroepencall (for), crow, cry21διςG1364tweemaal, andermaalagain, twice22απαρνησηG533verloochenen, verloochend, verloochenedeny23μεG1473mij, ikI, me24τριςG5151driemaal, Driemaal, drie maalthree times, thrice25καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet26επιβαλωνG1911sloegen, sloeg, slaanbeat into, cast (up-)on, fall, lay (on), put (unto), stretch forth, think on27εκλαιενG2799weent, wenende, weendebewail, weep
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Markus 14:1— En het pascha, en het feest der ongehevelde broden was na twee dagen. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en doden zouden.Exodus 12:6→Johannes 13:1→Lukas 22:1→Leviticus 23:5→Deuteronomium 16:1→Psalmen 2:1→Numeri 28:16→Handelingen 4:25→
Markus 14:2— Maar zij zeiden: Niet in het feest, opdat niet misschien oproer onder het volk worde.Markus 11:32→Spreuken 21:30→Klaagliederen 3:27→Mattheüs 26:5→Johannes 7:40→Johannes 12:19→Spreuken 19:21→Lukas 20:6→
Markus 14:3— En als Hij te Bethanie was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd.Mattheüs 21:17→Lukas 7:37→Hooglied 4:13→Johannes 11:2→Hooglied 5:5→Mattheüs 26:6→Johannes 12:1→
Markus 14:4— En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied?Johannes 12:4→Mattheüs 26:8→Maleachi 1:12→Prediker 4:4→Prediker 5:4→
Markus 14:5— Want dezelve had kunnen boven de driehonderd penningen verkocht, en die den armen gegeven worden; en zij vergrimden tegen haar.Johannes 13:29→Deuteronomium 1:27→Mattheüs 18:28→Psalmen 106:25→Johannes 6:7→Johannes 6:43→Mattheüs 20:11→Lukas 15:2→
Markus 14:6— Maar Jezus zeide: Laat af van haar; wat doet gij haar moeite aan? Zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht.Kolossenzen 1:10→Efeze 2:10→Mattheüs 26:10→Titus 3:8→2 Thessalonicenzen 2:17→Titus 3:14→2 Timotheüs 3:17→Titus 2:7→
Markus 14:7— Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd.Deuteronomium 15:11→Mattheüs 26:11→2 Korinthe 9:13→Filemon 1:7→1 Johannes 3:16→Handelingen 3:21→Johannes 12:7→Johannes 13:33→
Markus 14:8— Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis.2 Korinthe 8:12→Johannes 19:32→Lukas 23:53→2 Kronieken 31:20→Psalmen 110:3→Markus 15:42→1 Kronieken 28:2→2 Korinthe 8:1→
Markus 14:9— Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft.Markus 16:15→Mattheüs 26:12→Numeri 31:54→Mattheüs 24:14→Zacharia 6:14→Psalmen 112:6→
Markus 14:10— En Judas Iskariot, een van de twaalven, ging heen tot de overpriesters, opdat hij Hem hun zou overleveren.Lukas 22:3→Johannes 13:2→Mattheüs 26:14→Mattheüs 10:4→Johannes 13:30→Psalmen 41:9→Markus 3:19→Johannes 6:70→
Markus 14:11— En zij, dat horende, waren verblijd, en beloofden hem geld te geven; en hij zocht, hoe hij Hem bekwamelijk overleveren zou.2 Petrus 2:14→1 Koningen 21:20→Mattheüs 26:15→Spreuken 1:10→Judas 1:11→1 Timotheüs 6:10→Lukas 22:5→Spreuken 28:21→
Markus 14:12— En op den eersten dag der ongehevelde broden, wanneer zij het pascha slachtten, zeiden Zijn discipelen tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij heengaan, en bereiden, dat Gij het pascha eet?Exodus 12:18→Exodus 12:6→Deuteronomium 16:1→Exodus 12:8→Galaten 4:4→Lukas 22:7→Mattheüs 26:17→Numeri 28:16→
Markus 14:13— En Hij zond twee van Zijn discipelen uit, en zeide tot hen: Gaat henen in de stad, en u zal een mens ontmoeten, dragende een kruik water, volgt dien;Mattheüs 8:9→Johannes 2:5→Mattheüs 26:18→Hebreeën 4:13→Johannes 15:14→Markus 11:2→Lukas 22:10→Lukas 19:30→
Markus 14:14— En zo waar hij ingaat, zegt tot den heer des huizes: De Meester zegt: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal?Johannes 13:13→Markus 10:17→Johannes 11:28→Markus 11:3→Openbaring 3:20→
Markus 14:15— En hij zal u wijzen een grote opperzaal, toegerust en gereed; bereidt het ons aldaar.Handelingen 1:13→Spreuken 16:1→Johannes 21:17→Handelingen 20:8→Psalmen 110:3→Spreuken 21:1→2 Kronieken 6:30→Johannes 2:24→
Markus 14:16— En Zijn discipelen gingen uit, en kwamen in de stad, en vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha.Lukas 22:13→Lukas 22:35→Johannes 16:4→
Markus 14:17— En als het avond geworden was, kwam Hij met de twaalven.Lukas 22:14→Lukas 22:21→Johannes 13:21→Mattheüs 26:20→
Markus 14:18— En als zij aanzaten en aten, zeide Jezus: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u, die met Mij eet, Mij zal verraden.Psalmen 41:9→Johannes 6:70→Johannes 6:47→Markus 10:15→Johannes 13:21→Markus 9:1→Johannes 5:24→Mattheüs 5:18→
Markus 14:19— En zij begonnen bedroefd te worden, en de een na de ander tot Hem te zeggen: Ben ik het? En een ander: Ben ik het?Johannes 13:22→Mattheüs 26:22→Lukas 22:21→
Markus 14:20— Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Het is een uit de twaalven, die met Mij in de schotel indoopt.Johannes 13:26→Mattheüs 26:23→Mattheüs 26:47→Markus 14:43→Johannes 6:71→Lukas 22:47→
Markus 14:21— De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt! Het ware hem goed, zo die mens niet geboren ware geweest.Johannes 19:36→Psalmen 22:1→Jesaja 52:14→Johannes 19:28→Jesaja 53:1→Zacharia 13:7→Handelingen 2:23→Genesis 3:15→
Markus 14:22— En als zij aten, nam Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.Mattheüs 26:26→Johannes 6:48→Markus 6:41→Markus 14:24→Lukas 24:30→Mattheüs 14:19→Johannes 6:23→Lukas 22:18→
Markus 14:23— En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien; en zij dronken allen uit denzelven.1 Korinthe 10:16→Lukas 22:17→Romeinen 14:6→Mattheüs 26:27→Markus 14:22→
Markus 14:24— En Hij zeide tot hen: Dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt.Exodus 24:8→Zacharia 9:11→Hebreeën 9:15→Hebreeën 13:20→1 Korinthe 10:16→Johannes 6:53→Openbaring 5:8→Markus 10:45→
Markus 14:25— Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods.Mattheüs 26:29→Psalmen 104:15→Lukas 22:29→Amos 9:13→Zacharia 9:17→Lukas 22:16→Joël 3:18→
Markus 14:26— En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.Mattheüs 26:30→Lukas 22:39→Mattheüs 21:1→Jakobus 5:13→Handelingen 16:25→Openbaring 5:9→Psalmen 47:6→1 Korinthe 14:15→
Markus 14:27— En Jezus zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geergerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden.Zacharia 13:7→Johannes 16:32→Mattheüs 26:31→Lukas 22:31→Johannes 16:1→2 Timotheüs 4:16→
Markus 14:28— Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.Mattheüs 28:16→Markus 16:7→Mattheüs 28:10→Mattheüs 28:7→Mattheüs 26:32→1 Korinthe 15:4→Johannes 21:1→Mattheüs 16:21→
Markus 14:29— En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geergerd werden, zo zal ik toch niet geergerd worden.Johannes 13:36→Mattheüs 26:33→Johannes 21:15→Lukas 22:33→
Markus 14:30— En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen.Markus 14:66→Johannes 13:38→Lukas 22:54→Genesis 1:5→Genesis 1:8→Lukas 22:34→Genesis 1:19→Johannes 18:17→
Markus 14:31— Maar hij zeide nog des te meer: Al moest ik met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen. En insgelijks zeiden zij ook allen.Jeremia 17:9→Deuteronomium 5:27→Exodus 19:8→Job 40:4→Psalmen 30:6→Spreuken 29:23→Johannes 13:37→Spreuken 18:24→
Markus 14:32— En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben.Markus 14:36→Markus 14:39→Mattheüs 26:36→Johannes 18:1→Lukas 22:39→Psalmen 109:4→Psalmen 18:5→Psalmen 88:1→
Markus 14:33— En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden;Lukas 22:44→Markus 5:37→Hebreeën 5:7→Jesaja 53:10→Markus 1:16→Markus 9:2→Psalmen 69:1→Psalmen 88:14→
Markus 14:34— En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt.Johannes 12:27→Markus 13:35→Jesaja 53:3→Jesaja 53:12→Klaagliederen 1:12→Efeze 6:18→1 Petrus 5:8→1 Petrus 4:7→
Markus 14:35— En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijging.Hebreeën 5:7→Markus 14:41→Mattheüs 26:39→Deuteronomium 9:18→Genesis 17:3→1 Kronieken 21:15→Openbaring 5:14→Handelingen 10:25→
Markus 14:36— En Hij zeide: Abba, Vader, alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.Galaten 4:6→Filippenzen 2:8→Johannes 5:30→Johannes 6:38→Johannes 18:11→Hebreeën 5:7→Johannes 12:27→Johannes 4:34→
Markus 14:37— En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon, slaapt gij? Kunt gij niet een uur waken?Mattheüs 26:40→Mattheüs 25:5→Markus 14:29→Lukas 9:31→Lukas 22:45→Markus 14:40→2 Samuël 16:17→Hebreeën 12:3→
Markus 14:38— Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.Mattheüs 26:41→Lukas 22:46→Romeinen 7:18→Lukas 22:40→Mattheüs 24:42→Lukas 21:36→Markus 14:34→Openbaring 3:2→
Markus 14:39— En wederom heengegaan zijnde, bad Hij, sprekende dezelfde woorden.Mattheüs 6:7→Mattheüs 26:42→2 Korinthe 12:8→Lukas 18:1→
Markus 14:40— En wedergekeerd zijnde, vond Hij hen wederom slapende, want hun ogen waren bezwaard; en zij wisten niet, wat zij Hem antwoorden zouden.Markus 9:33→Romeinen 3:19→Genesis 44:16→
Markus 14:41— En Hij kwam ten derden male, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; het is genoeg, de ure is gekomen; ziet, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.Markus 9:31→Markus 14:35→1 Koningen 18:27→Markus 10:33→Markus 14:18→Mattheüs 26:2→2 Koningen 3:13→Prediker 11:9→
Markus 14:42— Staat op, laat ons gaan; ziet, die Mij verraadt, is nabij.Johannes 18:1→Mattheüs 26:46→
Markus 14:43— En terstond, als Hij nog sprak, kwam Judas aan, die een was van de twaalven, en met hem een grote schare, met zwaarden en stokken, gezonden van de overpriesters, en de schriftgeleerden, en de ouderlingen.Mattheüs 26:47→Handelingen 1:16→Johannes 18:3→Psalmen 22:11→Psalmen 2:1→Lukas 22:47→Psalmen 3:1→
Markus 14:44— En die Hem verried, had hun een gemeen teken gegeven, zeggende: Dien ik kussen zal, Die is het, grijpt Hem, en leidt Hem zekerlijk henen.Jozua 2:12→Spreuken 27:6→1 Samuël 23:22→2 Samuël 20:9→Filippenzen 1:28→Mattheüs 26:48→2 Thessalonicenzen 3:17→Exodus 12:13→
Markus 14:45— En als hij gekomen was, ging hij terstond tot Hem, en zeide: Rabbi, Rabbi, en kuste Hem.Johannes 13:13→Johannes 20:16→Maleachi 1:6→Lukas 6:46→Jesaja 1:3→Mattheüs 23:7→Markus 12:14→
Markus 14:46— En zij sloegen hun handen aan Hem, en grepen Hem.Klaagliederen 4:20→Richteren 16:21→Handelingen 2:23→Johannes 18:12→
Markus 14:47— En een dergenen, die daarbij stonden, het zwaard trekkende, sloeg den dienstknecht des hogepriesters, en hieuw hem zijn oor af.Johannes 18:10→Lukas 22:49→Mattheüs 26:51→
Markus 14:48— En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Zijt gij uitgegaan, met zwaarden en stokken, als tegen een moordenaar, om Mij te vangen?1 Samuël 26:18→Lukas 22:52→Mattheüs 26:55→1 Samuël 24:14→
Markus 14:49— Dagelijks was Ik bij ulieden in den tempel, lerende, en gij hebt Mij niet gegrepen; maar dit geschiedt, opdat de Schriften vervuld zouden worden.Mattheüs 26:56→Johannes 8:2→Lukas 24:44→Mattheüs 1:22→Markus 12:35→Mattheüs 26:54→Johannes 18:20→Lukas 22:37→
Markus 14:50— En zij, Hem verlatende, zijn allen gevloden.Markus 14:27→Psalmen 88:18→Psalmen 38:11→Johannes 16:32→Psalmen 88:7→2 Timotheüs 4:16→Johannes 18:8→Job 19:13→
Markus 14:52— En hij, het lijnwaad verlatende, is naakt van hen gevloden.Markus 13:14→Genesis 39:12→Job 2:4→
Markus 14:53— En zij leidden Jezus henen tot den hogepriester; en bij hem vergaderden al de overpriesters, en de ouderlingen, en de schriftgeleerden.Mattheüs 26:57→Handelingen 4:5→Lukas 22:54→Johannes 18:12→Jesaja 53:7→Markus 15:1→Mattheüs 26:3→Johannes 18:19→
Markus 14:54— En Petrus volgde Hem van verre, tot binnen in de zaal des hogepriesters, en hij was mede zittende met de dienaren, en zich warmende bij het vuur.Johannes 18:18→Mattheüs 26:3→Lukas 22:55→Markus 14:38→Markus 14:29→Johannes 18:15→Markus 14:67→1 Samuël 13:7→
Markus 14:55— En de overpriesters, en de gehele raad, zochten getuigenis tegen Jezus, om Hem te doden, en vonden niet.Handelingen 24:1→1 Koningen 21:10→Daniël 6:4→Handelingen 6:11→Psalmen 35:11→Mattheüs 5:22→Mattheüs 26:59→1 Koningen 21:13→
Markus 14:57— En enigen, opstaande, getuigden valselijk tegen Hem, zeggende:Mattheüs 26:60→Markus 15:29→Johannes 2:18→Handelingen 6:13→Jeremia 26:8→Mattheüs 27:40→Jeremia 26:18→
Markus 14:58— Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal dezen tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en in drie dagen een anderen, zonder handen gemaakt, bouwen.Johannes 2:19→Hebreeën 9:24→Markus 15:29→2 Korinthe 5:1→Handelingen 7:48→Hebreeën 9:11→Daniël 2:34→Daniël 2:45→
Markus 14:60— En de hogepriester, in het midden opstaande, vraagde Jezus, zeggende: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U?Johannes 19:9→Markus 15:3→Mattheüs 26:62→
Markus 14:61— Maar Hij zweeg stil, en antwoordde niets. Wederom vraagde Hem de hogepriester, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Christus, de Zoon des gezegenden Gods?Jesaja 53:7→Mattheüs 16:16→Mattheüs 26:63→Markus 15:2→Lukas 22:67→Mattheüs 8:29→Psalmen 2:7→Mattheüs 3:17→
Markus 14:62— En Jezus zeide: Ik ben het. En gijlieden zult den Zoon des mensen zien zitten ter rechter hand der kracht Gods, en komen met de wolken des hemels.Psalmen 110:1→Daniël 7:13→Hebreeën 1:3→Mattheüs 24:30→Mattheüs 26:64→Markus 13:26→Hebreeën 12:2→Markus 16:19→
Markus 14:63— En de hogepriester, verscheurende zijn klederen, zeide: Wat hebben wij nog getuigen van node?Numeri 14:6→Mattheüs 26:65→Leviticus 21:10→Jeremia 36:23→Jesaja 36:22→Handelingen 14:13→
Markus 14:64— Gij hebt de gods lastering gehoord; wat dunkt ulieden? En zij allen veroordeelden Hem, des doods schuldig te zijn.Leviticus 24:16→1 Koningen 21:9→Johannes 8:58→Johannes 10:31→Lukas 22:71→Johannes 5:18→Johannes 19:7→Mattheüs 26:65→
Markus 14:65— En sommigen begonnen Hem te bespuwen, en Zijn aangezicht te bedekken, en met vuisten te slaan, en tot Hem te zeggen: Profeteer! En de dienaars gaven Hem kinnebakslagen.Mattheüs 26:67→Jesaja 50:6→Lukas 22:63→Markus 15:19→Handelingen 23:2→Hebreeën 12:2→Markus 10:34→Johannes 18:22→
Markus 14:66— En als Petrus beneden in de zaal was, kwam een van de dienstmaagden des hogepriesters;Markus 14:54→Johannes 18:15→Lukas 22:55→Mattheüs 26:58→Mattheüs 26:69→Johannes 18:25→
Markus 14:67— En ziende Petrus zich warmende, zag zij hem aan, en zeide: Ook gij waart met Jezus den Nazarener.Markus 14:54→Mattheüs 21:11→Johannes 19:19→Markus 10:47→Johannes 1:45→Mattheüs 2:23→Handelingen 10:38→Markus 1:24→
Markus 14:68— Maar hij heeft het geloochend, zeggende: Ik ken Hem niet, en ik weet niet, wat gij zegt. En hij ging buiten in de voorzaal, en de haan kraaide.Johannes 13:36→Mattheüs 26:71→Markus 14:72→2 Timotheüs 2:12→Markus 14:29→
Markus 14:69— En de dienstmaagd, hem wederom ziende, begon te zeggen tot degenen, die daarbij stonden: Deze is een van die.Johannes 18:17→Lukas 22:58→Johannes 18:25→Markus 14:38→Galaten 6:1→
Markus 14:70— Maar hij loochende het wederom. En een weinig daarna, die daarbij stonden, zeiden wederom tot Petrus: Waarlijk, gij zijt een van die; want gij zijt ook een Galileer, en uw spraak gelijkt.Handelingen 2:7→Mattheüs 26:73→Richteren 12:6→Markus 14:68→Lukas 22:59→Johannes 18:26→
Markus 14:71— En hij begon zichzelven te vervloeken en te zweren: Ik ken dezen Mens niet, Dien gij zegt.Jeremia 17:9→2 Koningen 10:32→1 Korinthe 10:12→2 Koningen 8:12→
Markus 14:72— En de haan kraaide de tweede maal; en Petrus werd indachtig het woord, hetwelk Jezus tot hem gezegd had: Eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En hij, zich van daar makende, weende.Markus 14:68→Markus 14:30→Lukas 15:17→Mattheüs 26:34→Mattheüs 26:74→2 Samuël 24:10→Ezechiël 16:63→Psalmen 119:59→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Markus 14 vers 1— En het pascha, en het feest der ongehevelde broden was na twee dagen. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en doden zouden.
pascha,
Zie hiervan Matt. 26:2 .
Hertaald:pascha,
Zie hierover Matth. 26:2.
der ongehevelde broden
Zo wordt het feest van pascha genaamd, omdat men op dat feest zeven dagen lang geen geheveld brood mocht eten. Zie Ex. 12:15 ; Lev. 23:6 .
Hertaald:der ongehevelde broden
Zo wordt het paasfeest genoemd, omdat men op dat feest zeven dagen lang geen gezuurd brood mocht eten. Zie Ex. 12:15; Lev. 23:6.
Markus 14 vers 2— Maar zij zeiden: Niet in het feest, opdat niet misschien oproer onder het volk worde.
onder het volk worde
Grieks, des volks.
Hertaald:onder het volk worde
Grieks: van het volk.
Markus 14 vers 3— En als Hij te Bethanie was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd.
een vrouw,
Namelijk Maria, de zuster van Lazarus. Zie Joh. 12:3 .
Hertaald:een vrouw,
Namelijk Maria, de zuster van Lazarus. Zie Joh. 12:3.
onvervalsten nardus,
Grieks, pistike; dat is trouwe, of oprechte. Doch sommigen zetten het over vloeiende of drinkelijke, omdat het met den drank ook placht gemengd te worden. Anders, balsem van spicanardus. Zie Joh. 12:3 .
Hertaald:onvervalsten nardus,
Grieks: pistike; dat is: echte, of zuivere. Maar sommigen vertalen het met vloeibare of drinkbare, omdat die ook wel door de drank gemengd werd. Anders: balsem van spikenard. Zie Joh. 12:3.
Markus 14 vers 4— En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied?
sommigen,
Van wie de voornaamste was Judas de verrader. Zie Joh. 12:4 .
Hertaald:sommigen,
Van wie de voornaamste Judas de verrader was. Zie Joh. 12:4.
Markus 14 vers 5— Want dezelve had kunnen boven de driehonderd penningen verkocht, en die den armen gegeven worden; en zij vergrimden tegen haar.
penningen verkocht,
Grieks, denariën; waarvan de waarde verklaard wordt Matt. 18:28 , zodat deze som zou bedragen omtrent negentig gulden.
Hertaald:penningen verkocht,
Grieks: denarii; de waarde daarvan wordt verklaard bij Matth. 18:28, zodat deze som ongeveer negentig gulden zou bedragen.
vergrimden tegen haar
Of, morden met verstoordheid.
Hertaald:vergrimden tegen haar
Of: mopperden verstoord.
Markus 14 vers 8— Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis.
hetgeen zij kon;
Grieks, hetgeen zij had.
Hertaald:hetgeen zij kon;
Grieks: wat zij had.
te zalven,
Of, balsemen; gelijk men gewoon was de lichamen van achtbare lieden, met kostelijke zalf van specerijen gemaakt, te balsemen, eer zij begraven werden om die te bewaren voor verrotting. Zie Gen. 50:26 .
Hertaald:te zalven,
Of: balsemen, zoals men de lichamen van aanzienlijke mensen met kostbare zalf van specerijen placht te balsemen vóór de begrafenis, om ze voor bederf te bewaren. Zie Gen. 50:26.
Markus 14 vers 9— Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft.
dit Evangelie gepredikt zal worden
Namelijk wat ik totnogtoe geleerd en verkondigd heb.
Hertaald:dit Evangelie gepredikt zal worden
Namelijk wat Ik tot nu toe geleerd en verkondigd heb.
Markus 14 vers 11— En zij, dat horende, waren verblijd, en beloofden hem geld te geven; en hij zocht, hoe hij Hem bekwamelijk overleveren zou.
Hertaald:geld te geven;
Grieks: zilver; namelijk dertig zilverlingen, zoals Matth. 26:15.
bekwamelijk overleveren zou
Grieks, ter bekwamer tijd, of met goede gelegenheid.
Hertaald:bekwamelijk overleveren zou
Grieks: op een geschikte tijd, of bij een goede gelegenheid.
Markus 14 vers 12— En op den eersten dag der ongehevelde broden, wanneer zij het pascha slachtten, zeiden Zijn discipelen tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij heengaan, en bereiden, dat Gij het pascha eet?
wanneer zij het pascha slachtten,
Dat is, naar Gods wet moesten slachten, gelijk Luc. 22:7 spreekt. Anderszins hebben de Joden het voor ditmaal daags daaraan geslacht, waarvan de reden verklaard staat in de aantekeningen Matt. 26:20 .
Hertaald:wanneer zij het pascha slachtten,
Dat is: wanneer zij het naar Gods wet moesten slachten, zoals Luk. 22:7 het zegt. Overigens hebben de Joden het die keer de dag daarna geslacht; de reden daarvan staat verklaard in de aantekeningen bij Matth. 26:20.
het pascha eet?
Dat is, het paaslam; een sacramentele wijze van spreken.
Hertaald:het pascha eet?
Dat is: het paaslam; een sacramentele manier van spreken.
Markus 14 vers 13— En Hij zond twee van Zijn discipelen uit, en zeide tot hen: Gaat henen in de stad, en u zal een mens ontmoeten, dragende een kruik water, volgt dien;
stad,
Namelijk Jeruzalem, waar het pascha geslacht en gegeten moest worden. Zie Deut. 16:5 .
Hertaald:stad,
Namelijk Jeruzalem, waar het pascha geslacht en gegeten moest worden. Zie Deut. 16:5.
een kruik water,
Of, een aarden vat.
Hertaald:een kruik water,
Of: een aarden vat.
Markus 14 vers 14— En zo waar hij ingaat, zegt tot den heer des huizes: De Meester zegt: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal?
heer des huizes
Dat is, de huisvader.
Hertaald:heer des huizes
Dat is: de huisvader.
eetzaal,
Grieks, uitspanning; dat is, de kamer waar men de gasten ontvangt.
Hertaald:eetzaal,
Grieks: uitspanning; dat is: de kamer waar men de gasten ontvangt.
Markus 14 vers 15— En hij zal u wijzen een grote opperzaal, toegerust en gereed; bereidt het ons aldaar.
toegerust en gereed;
Grieks, gespreid, gevloerd, bestrooid.
Hertaald:toegerust en gereed;
Grieks: gespreid, gevloerd, bestrooid.
Markus 14 vers 19— En zij begonnen bedroefd te worden, en de een na de ander tot Hem te zeggen: Ben ik het? En een ander: Ben ik het?
de een na den ander
Grieks, een na een.
Hertaald:de een na den ander
Grieks: één voor één.
Markus 14 vers 20— Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Het is een uit de twaalven, die met Mij in de schotel indoopt.
Het is een uit de twaalven,
Zie Matt. 26:33 .
Hertaald:Het is een uit de twaalven,
Zie Matth. 26:23.
Markus 14 vers 22— En als zij aten, nam Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
dat is Mijn lichaam
Van deze woorden der instelling van het avondmaal zie de aantekeningen Matt. 26:26 , en volgende.
Hertaald:dat is Mijn lichaam
Zie over deze woorden van de instelling van het avondmaal de aantekeningen bij Matth. 26:26 en volgende.
Markus 14 vers 23— En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien; en zij dronken allen uit denzelven.
zij dronken allen uit denzelven
Namelijk gelijk Christus hun bevolen had, Matt. 26:27 .
Hertaald:zij dronken allen uit denzelven
Namelijk zoals Christus hun bevolen had, Matth. 26:27.
Markus 14 vers 27— En Jezus zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geergerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden.
aan Mij geërgerd worden;
Dat is, gij zult aanstoot lijden in uw geloof, door hetgeen mij zal overkomen.
Hertaald:aan Mij geërgerd worden;
Dat is: u zult in uw geloof aanstoot lijden door wat Mij zal overkomen.
Markus 14 vers 29— En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geergerd werden, zo zal ik toch niet geergerd worden.
niet geërgerd worden.
Namelijk aan u, gelijk uitgedrukt wordt Matt. 26:31 .
Hertaald:niet geërgerd worden.
Namelijk aan U, zoals uitgedrukt wordt in Matth. 26:33.
Markus 14 vers 30— En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen.
tweemaal gekraaid zal hebben,
Andere evangelisten zeggen eenvoudig eer de haan kraaien zal, of zal gekraaid hebben; doch Markus zegt twee malen, omdat zij gemeenlijk op twee tijden plegen te kraaien, eens na den middernacht en eens tegen den dag, welke beide stonden hier worden verstaan.
Hertaald:tweemaal gekraaid zal hebben,
Andere evangelisten zeggen eenvoudig: voordat de haan kraaien zal, of gekraaid zal hebben. Maar Markus zegt tweemaal, omdat de hanen gewoonlijk op twee tijden plegen te kraaien — eenmaal na middernacht en eenmaal tegen de dag — en beide momenten worden hier bedoeld.
Markus 14 vers 32— En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben.
plaats,
Of, gehucht van huizen, of hofsteden. Zie Matt. 26:36 .
Hertaald:plaats,
Of: gehucht van huizen, of hofsteden. Zie Matth. 26:36.
Markus 14 vers 34— En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt.
geheel bedroefd tot den dood toe;
Grieks, aan alle zijden.
Hertaald:geheel bedroefd tot den dood toe;
Grieks: aan alle kanten.
Markus 14 vers 35— En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijging.
die ure van Hem voorbijginge
Namelijk van dit zware aanstaande lijden. Van dit gehele gebed zie de aantekeningen Matt. 26:39 .
Hertaald:die ure van Hem voorbijginge
Namelijk het uur van dit zware, aanstaande lijden. Zie over dit hele gebed de aantekeningen bij Matth. 26:39.
Markus 14 vers 36— En Hij zeide: Abba, Vader, alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.
Abba, Vader
Dit is een Syrisch woord, en betekent Vader; welk woord Vader de evangelist ook daarbij voegt, niet alleen tot verklaring, maar om door dit dubbel verhaal uit te drukken de overgrote ontroering van Christus in dit gebed. Zie hiervan Rom. 8:15 ; Gal. 4:6 .
Hertaald:Abba, Vader
Dit is een Syrisch woord en betekent Vader. Het woord Vader voegt de evangelist eraan toe, niet alleen ter verklaring, maar ook om met deze verdubbeling de zeer grote ontroering van Christus in dit gebed uit te drukken. Zie hierover Rom. 8:15; Gal. 4:6.
Markus 14 vers 39— En wederom heengegaan zijnde, bad Hij, sprekende dezelfde woorden.
woorden
Grieks, woord, of rede.
Hertaald:woorden
Grieks: woord, of rede.
Markus 14 vers 41— En Hij kwam ten derden male, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; het is genoeg, de ure is gekomen; ziet, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.
Slaapt nu voort,
Zie Matt. 26:45 .
Hertaald:Slaapt nu voort,
Zie Matth. 26:45.
der zondaren
Dat is, der heidenen; gelijk Matt. 20:19 .
Hertaald:der zondaren
Dat is: van de heidenen, zoals Matth. 20:19.
Markus 14 vers 43— En terstond, als Hij nog sprak, kwam Judas aan, die een was van de twaalven, en met hem een grote schare, met zwaarden en stokken, gezonden van de overpriesters, en de schriftgeleerden, en de ouderlingen.
stokken,
Grieks, houten; dat is, spiesen of lansen.
Hertaald:stokken,
Grieks: houten; dat is: spiesen of lansen.
Markus 14 vers 44— En die Hem verried, had hun een gemeen teken gegeven, zeggende: Dien ik kussen zal, Die is het, grijpt Hem, en leidt Hem zekerlijk henen.
een gemeen teken gegeven,
Dat is, een teken, dat zij onder elkander zouden verstaan.
Hertaald:een gemeen teken gegeven,
Dat is: een teken dat zij onder elkaar zouden begrijpen.
Markus 14 vers 47— En een dergenen, die daarbij stonden, het zwaard trekkende, sloeg den dienstknecht des hogepriesters, en hieuw hem zijn oor af.
een dergenen,
Namelijk Simon Petrus, gelijk blijkt uit Joh. 18:10 .
Hertaald:een dergenen,
Namelijk Simon Petrus, zoals blijkt uit Joh. 18:10.
Markus 14 vers 48— En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Zijt gij uitgegaan, met zwaarden en stokken, als tegen een moordenaar, om Mij te vangen?
Zijt gij uitgegaan,
Deze woorden spreekt Hij eigenlijk tot enige overpriesters en hoofdmannen des tempels, die deze krijgslieden medegebracht hadden, Luc. 22:52 .
Hertaald:Zijt gij uitgegaan,
Deze woorden spreekt Hij eigenlijk tot enkele overpriesters en hoofdmannen van de tempel, die deze krijgslieden meegebracht hadden, Luk. 22:52.
een moordenaar,
Of, een straatschender.
Hertaald:een moordenaar,
Of: een struikrover.
Markus 14 vers 49— Dagelijks was Ik bij ulieden in den tempel, lerende, en gij hebt Mij niet gegrepen; maar dit geschiedt, opdat de Schriften vervuld zouden worden.
dit geschiedt,
Alzo verhaalt dit Matt. 26:56 .
Hertaald:dit geschiedt,
Zo vertelt Matth. 26:56 het ook.
Markus 14 vers 50— En zij, Hem verlatende, zijn allen gevloden.
zij, Hem verlatende,
Namelijk zijne discipelen.
Hertaald:zij, Hem verlatende,
Namelijk Zijn discipelen.
Markus 14 vers 51— En een zeker jongeling volgde Hem, hebbende een lijnwaad omgedaan over het naakte lijf, en de jongelingen grepen hem.
omgedaan
Grieks, omgeworpen.
Hertaald:omgedaan
Grieks: omgeworpen.
de jongelingen grepen hem
Dit schijnt geweest te zijn enige jonge soldaten. Deze geschiedenis wordt verhaald om aan te wijzen de wreedheid dergenen, die Christus vingen.
Hertaald:de jongelingen grepen hem
Dit lijken enkele jonge soldaten geweest te zijn. Deze geschiedenis wordt verteld om de wreedheid aan te wijzen van hen die Christus gevangennamen.
Markus 14 vers 53— En zij leidden Jezus henen tot den hogepriester; en bij hem vergaderden al de overpriesters, en de ouderlingen, en de schriftgeleerden.
Markus 14 vers 54— En Petrus volgde Hem van verre, tot binnen in de zaal des hogepriesters, en hij was mede zittende met de dienaren, en zich warmende bij het vuur.
bij het vuur
Grieks, bij het licht.
Hertaald:bij het vuur
Grieks: bij het licht.
Markus 14 vers 55— En de overpriesters, en de gehele raad, zochten getuigenis tegen Jezus, om Hem te doden, en vonden niet.
Markus 14 vers 56— Want velen getuigden valselijk tegen Hem, en de getuigenissen waren niet eenparig.
waren niet eenparig
Dat is, kwamen niet overeen.
Hertaald:waren niet eenparig
Dat is: kwamen niet met elkaar overeen.
Markus 14 vers 57— En enigen, opstaande, getuigden valselijk tegen Hem, zeggende:
enigen, opstaande,
Matth. 26:61, zegt van twee, waarvan de een anders sprak dan de ander, gelijk ook de evangelisten derzelver getuigenissen verscheidenlijk verhalen.
Hertaald:enigen, opstaande,
Matth. 26:60 spreekt over twee getuigen, van wie de een anders sprak dan de ander — zoals de evangelisten hun getuigenissen dan ook verschillend weergeven.
Markus 14 vers 62— En Jezus zeide: Ik ben het. En gijlieden zult den Zoon des mensen zien zitten ter rechter hand der kracht Gods, en komen met de wolken des hemels.
ter rechter hand der kracht Gods,
Dat is, aan de krachtige rechterhand Gods.
Hertaald:ter rechter hand der kracht Gods,
Dat is: aan de krachtige rechterhand van God.
met de wolken des hemels
Dat is, op de wolken, Matt. 26:64 . Of in de wolken, gelijk Marc. 13:26 .
Hertaald:met de wolken des hemels
Dat is: op de wolken, Matth. 26:64. Of: in de wolken, zoals Mark. 13:26.
Markus 14 vers 63— En de hogepriester, verscheurende zijn klederen, zeide: Wat hebben wij nog getuigen van node?
klederen,
Grieks, rokken.
Hertaald:klederen,
Grieks: rokken.
Markus 14 vers 65— En sommigen begonnen Hem te bespuwen, en Zijn aangezicht te bedekken, en met vuisten te slaan, en tot Hem te zeggen: Profeteer! En de dienaars gaven Hem kinnebakslagen.
gaven Hem kinnebakslagen
Of, sloegen Hem met stokken of roeden.
Hertaald:gaven Hem kinnebakslagen
Of: sloegen Hem met stokken of roeden.
Markus 14 vers 67— En ziende Petrus zich warmende, zag zij hem aan, en zeide: Ook gij waart met Jezus den Nazarener.
met Jezus den Nazarener
Namelijk als een van zijne discipelen.
Hertaald:met Jezus den Nazarener
Namelijk als een van Zijn discipelen.
Markus 14 vers 68— Maar hij heeft het geloochend, zeggende: Ik ken Hem niet, en ik weet niet, wat gij zegt. En hij ging buiten in de voorzaal, en de haan kraaide.
voorzaal,
Of, portaal.
Hertaald:voorzaal,
Of: portaal.
kraaide
Namelijk voor de eerste maal, gelijk blijkt vs.72.
Hertaald:kraaide
Namelijk voor de eerste keer, zoals blijkt uit vers 72.
Markus 14 vers 69— En de dienstmaagd, hem wederom ziende, begon te zeggen tot degenen, die daarbij stonden: Deze is een van die.
wederom ziende,
Namelijk omtrent een uur daarna. Zie Luc. 22:59 .
Hertaald:wederom ziende,
Namelijk ongeveer een uur daarna. Zie Luk. 22:59.
Markus 14 vers 70— Maar hij loochende het wederom. En een weinig daarna, die daarbij stonden, zeiden wederom tot Petrus: Waarlijk, gij zijt een van die; want gij zijt ook een Galileer, en uw spraak gelijkt.
die daarbij stonden,
Namelijk een dienaar des hogepriesters, die maagschap was van dengene, dien Petrus het oor afgehouwen had. Zie Joh. 18:26 .
Hertaald:die daarbij stonden,
Namelijk een dienaar van de hogepriester, die familie was van degene wiens oor Petrus afgeslagen had. Zie Joh. 18:26.
gelijkt
Dat is, komt met hunne spraak overeen.
Hertaald:gelijkt
Dat is: komt met hun spraak overeen.
Markus 14 vers 72— En de haan kraaide de tweede maal; en Petrus werd indachtig het woord, hetwelk Jezus tot hem gezegd had: Eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En hij, zich van daar makende, weende.
zich van daar makende,
Grieks, werpende; namelijk zichzelven in, of door, of onder; namelijk het volk. Of, aanvangende, uitberstende, namelijk tot schreien.
Hertaald:zich van daar makende,
Grieks: werpend; namelijk zichzelf in of door of tussen het volk. Of: beginnend, uitbarstend, namelijk in schreien.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het offer en de plaatsvervangingniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenuitwerking
Neem dezen drinkbeker van Mij weg — 14:32-42
Het avondmaal is gehouden, de lofzang is gezongen, en zij lopen naar een hof aan de voet van de Olijfberg. Daar laat Hij acht van hen achter, neemt er drie mee, en gaat dan ook bij die drie vandaan.
Waar Hij om vraagt is dat één beker Hem voorbijgaat — en de Schrift heeft eerder uitgelegd wat er in die beker zit.
Markus schrijft het zonder verzachting op. Hij begon verbaasd en zeer beangst te worden, en zei: “Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe.” De kanttekening vertaalt dat woord bedroefd letterlijk met: aan alle zijden. Er is geen kant waar het niet vandaan komt.
Dan valt Hij op de aarde. Er staat niet dat Hij knielde.
En dan het gebed: “Abba, Vader, alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.” De kanttekening merkt op dat Abba een Syrisch woord voor vader is, en dat de evangelist er het Griekse woord voor vader naast zet. Dat doet hij niet alleen ter verklaring, maar om door die verdubbeling de overgrote ontroering van Christus in dit gebed uit te drukken. Het is de aanspraak van een kind, twee keer achter elkaar.
De vraag is wat die beker is, en daarvoor moet men in het Oude Testament zijn, want daar is het een vast beeld. In de psalm staat dat er in de hand van de HEERE een beker is, vol van mengeling, en dat de goddelozen der aarde die tot de droesem toe zullen uitdrinken. Jesaja spreekt Jeruzalem aan als de stad die van de hand des HEEREN de beker Zijner grimmigheid gedronken heeft. En Jeremia moest die beker rondgaan langs de volken: neem dezen beker des wijns der grimmigheid van Mijn hand, en geef dien te drinken.
De beker is dus niet in de eerste plaats het lijden of de dood. Het is wat God toemeet aan wie schuldig staat.
Daarmee wordt begrijpelijk waarom deze bede zwaarder klinkt dan wat martelaren na Hem hebben kunnen zeggen. Hij deinsde niet terug voor pijn als zodanig. Hij zag wat Hem werd aangereikt en van Wie het kwam.
En dan de tweede helft van hetzelfde vers, die er even hard bij staat: doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt. Hij drinkt hem niet omdat er geen ontkomen aan was — Hij zegt zelf dat alle dingen de Vader mogelijk zijn. Hij drinkt hem omdat Hij hem aanneemt.
Ondertussen slapen de drie. Hij komt drie keer terug, en de derde keer is het voorbij: “de ure is gekomen; ziet, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.” Dan staat Hij op en gaat Hij Zijn verrader tegemoet.
Wat in de hof begon, wordt aan het kruis afgemaakt. En er is in ditzelfde hoofdstuk nog een beker, die aan een tafel wordt rondgegeven. Daarvan is gezegd dat het bloed van het nieuwe testament erin is. De ene beker is leeggedronken opdat de andere gegeven kon worden.
Psalm 75:9 — In de hand van de HEERE is een beker, die de goddelozen uitdrinken.
Jesaja 51:17 — Jeruzalem heeft de beker Zijner grimmigheid gedronken.
Jeremia 25:15 — De profeet moet die beker langs de volken rondgeven.
Markus 14:36 — In de hof vraagt Hij of deze beker Hem voorbij kan gaan.
Markus 14:36 — En Hij neemt hem aan: niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.
Markus 14:24 — Aan de tafel gaat een andere beker rond: het bloed van het testament.
In het Nieuwe Testament: Psalm 75:9; Jesaja 51:17; Jeremia 25:15; Markus 14:24; Johannes 18:11
Hoever dit reikt: Dat de drinkbeker in Gethsémané de beker van Gods toorn is, wordt door Markus niet uitgelegd. Het rust op het vaste gebruik van dat beeld in het Oude Testament, waar de beker in Gods hand de toegemeten straf betekent. Wat er in de ziel van Christus is omgegaan, is niet te peilen, en de evangelist beschrijft het van buitenaf.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Markus 14:1-3.KruisverwijzingenExodus 12:6→Johannes 13:1→Lukas 22:1→Leviticus 23:5→Deuteronomium 16:1→Mattheüs 21:17→Lukas 7:37→Psalmen 2:1→ — En het pascha, en het feest der ongehevelde broden was na twee dagen. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en doden zouden. Maar zij zeiden: Niet in het feest, opdat niet misschien oproer onder het volk worde. En als Hij te Bethanie was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd. “En het pascha, en het feest der ongehevelde broden was na twee dagen. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en doden zouden. Maar zij zeiden: Niet in het feest, opdat niet misschien oproer onder het volk worde. En als Hij te Bethanie was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd.”
Simon de melaatse was een bekend man. Er waren heel wat Simons, en daarom moesten zij er een tweede naam bij zetten om hem te onderscheiden.
U herinnert zich Simon de farizeeër, in wiens huis Christus gezalfd werd door een vrouw die Zijn voeten met tranen wies. Dit is een andere Simon: niet Simon de farizeeër maar Simon de melaatse. Ongetwijfeld een genezen man, want anders had hij geen gasten kunnen ontvangen. En er kan geen twijfel over bestaan door wie hij genezen was, want niemand anders kon melaatsheid genezen dan onze goddelijke Heere.
De vloeibare nardus stroomde over Zijn hoofdhaar. En hij ging ongetwijfeld, zoals bij Aaron, langs Zijn baard tot op de zoom van Zijn klederen.
Markus 14:4.KruisverwijzingenJohannes 12:4→Mattheüs 26:8→Maleachi 1:12→Prediker 4:4→Prediker 5:4→ — En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied? “En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied?”
Mattheüs zegt dat het discipelen waren. Schande over hen!
De zalf werd juist op de goede manier gebruikt. Zij werd meer verspild toen zij in de fles zat dan toen zij eruit was, want in die albasten fles deed zij niets. Maar toen zij eruit kwam, beantwoordde zij aan haar doel; zij geurde de hele omgeving vol.
Waartoe is dit verlies van de zalf geschied? Wanneer levens verloren gaan tot eer van Christus, of krachten in Zijn dienst besteed worden, is er geen verlies. Daar zijn leven en kracht juist voor gemaakt: om aan Hem besteed te worden.
Markus 14:7.KruisverwijzingenDeuteronomium 15:11→Mattheüs 26:11→2 Korinthe 9:13→Filemon 1:7→1 Johannes 3:16→Handelingen 3:21→Johannes 12:7→Johannes 13:33→ — Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd. “Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd.”
Helpt u de armen de ene dag, dan zijn zij arm en hebben zij de volgende dag opnieuw hulp nodig. Of helpt u hen en verlaat u hen omdat zij naar God gaan, dan komen er zeker andere armen, want zij zullen niet ophouden uit het land.
Het is alsof Hij zegt: dit kunt u alleen voor Mij doen in de weinige dagen dat Ik bij u zal zijn. Binnen een week zal Ik gekruisigd worden. Nog veertig dagen, en Ik zal van u weg zijn: “Mij hebt gij niet altijd.”
Markus 14:8-9.Kruisverwijzingen2 Korinthe 8:12→Markus 16:15→Johannes 19:32→Lukas 23:53→2 Kronieken 31:20→Psalmen 110:3→Markus 15:42→1 Kronieken 28:2→ — Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis. Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft. “Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis. Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft.”
En zo is het tot op deze dag. Het evangelie van Christus wordt vanavond gepredikt, en de liefde van deze vrouw wordt gedacht.
Markus 14:22.KruisverwijzingenMattheüs 26:26→Johannes 6:48→Markus 6:41→Markus 14:24→Lukas 24:30→Mattheüs 14:19→Johannes 6:23→Lukas 22:18→ — En als zij aten, nam Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam. “En als zij aten, nam Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.”
Het was een deel van een maaltijd. Het was geen misviering. Het was geen offer, bloedig noch onbloedig. Het was eenvoudig een gedachtenisplechtigheid, waarvan Hij hun nu een voorbeeld gaf nog voordat er iets te gedenken viel.
Terwijl zij aten, nam Jezus brood. Er werd niet gezocht naar gewijde ouwels of naar een bijzonder voedsel, maar naar het brood dat zij aan het eten waren. Hij zegende het — dat wil zeggen: Hij dankte God ervoor. En Hij brak het en gaf het hun en zei: neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
Markus 14:23-24.KruisverwijzingenExodus 24:8→1 Korinthe 10:16→Zacharia 9:11→Lukas 22:17→Romeinen 14:6→Mattheüs 26:27→Markus 14:22→Hebreeën 9:15→ — En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien; en zij dronken allen uit denzelven. En Hij zeide tot hen: Dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt. “En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien; en zij dronken allen uit denzelven. En Hij zeide tot hen: Dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt.”
Er was geen gevaar dat zij de vergissing zouden maken deze woorden letterlijk op te vatten, want Jezus Christus zat daar. Zij konden zich niet voorstellen dat Hij, terwijl Hij brood nam, letterlijk zei: dit brood is Mijn lichaam. Zijn lichaam zat daar immers voor hen. Had Hij twee lichamen?
En toen Hij hun de beker gaf, zei Hij dat dit Zijn bloed van het Nieuwe Testament was. Ook toen droomden zij er niet van dat de wijn in de beker werkelijk Zijn bloed was. Zijn bloed zat in Zijn aderen. Zij zagen Hem daar levend zitten, niet bloedend.
Er zijn mensen die het leven van God in zich hebben en enig geestelijk onderscheidingsvermogen bezitten. Het is een buitengewone zaak dat sommigen van hen hun geloof toch gedreven hebben in het aannemen van de ongerijmde fabel van de transsubstantiatie.
Jezus Christus bedoelt: dit vérbeeldt Mijn lichaam, dit verbeeldt Mijn bloed. Dat is de gewone manier om zoiets uit te drukken, in het Oude zowel als in het Nieuwe Testament. Zo zei Christus ook: Ik ben de Deur — en toch dacht niemand dat Hij een deur was. Ik ben de Weg — en niemand dacht dat Hij een straatweg was. Ik ben de Herder — en toch veronderstelde niemand dat Hij een staf droeg en werkelijk schapen hield.
Zo zegt Hij: dit is Mijn lichaam, dit is Mijn bloed. En zij die daar zaten waren bij hun verstand en niet bijgelovig. Zij wisten wat Hij bedoelde.
Markus 14:25-26.KruisverwijzingenMattheüs 26:30→Mattheüs 26:29→Psalmen 104:15→Lukas 22:39→Mattheüs 21:1→Lukas 22:29→Amos 9:13→Zacharia 9:17→ — Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods. En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg. “Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods. En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.”
Ik kan de opmerking niet nalaten die ik zo vaak over dat zingen van een lofzang gemaakt heb. Het lijkt mij zo’n groots en dapper ding van de Zaligmaker, om een lofzang te zingen na de laatste maaltijd die Hij vóór Zijn dood met Zijn discipelen eten zou.
Hij wist dat Hij uitging naar alle foltering van de zaal van Pilatus, en naar de dood op Golgotha. En toch zegt Hij: laat ons een lofzang zingen. Hij koos een psalm van David, en ik durf te zeggen dat Hij zelf de toon aangaf.
Markus 14:27-28.KruisverwijzingenZacharia 13:7→Mattheüs 28:16→Markus 16:7→Johannes 16:32→Mattheüs 26:31→Mattheüs 28:10→Mattheüs 28:7→Lukas 22:31→ — En Jezus zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geergerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden. Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea. “En Jezus zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geergerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden. Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.”
Wat een zoete troost lag daarin! Het was alsof Hij zei: al wordt u verstrooid, Ik zal u vergaderen. Al verlaat u Mij, Ik zal u niet verlaten. Ik zal u voorgaan naar onze oude plaatsen, naar dat Galilea van de heidenen, waar Ik vroeger placht te prediken.
Markus 14:29-30.KruisverwijzingenMarkus 14:66→Johannes 13:38→Johannes 13:36→Mattheüs 26:33→Johannes 21:15→Lukas 22:33→Lukas 22:54→Genesis 1:5→ — En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geergerd werden, zo zal ik toch niet geergerd worden. En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen. “En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geergerd werden, zo zal ik toch niet geergerd worden. En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen.”
Er lag liefde in dat woord van Petrus, en in zoverre was het prijzenswaardig. Maar er lag ook veel zelfvertrouwen in, en er lag grote vermetelheid in.
Petrus durfde zijn Meester zelfs in het gezicht tegen te spreken. En tegelijk sprak hij de ingegeven Schrift tegen, want Jezus had de discipelen gezegd dat er geschreven stond dat de schapen verstrooid zouden worden. En toch ontkende Petrus vrijmoedig zowel wat God geschreven had als wat Christus gezegd had.
Ach, er is niets kwaads dat een hoogmoedig zelfvertrouwen ons niet zou laten doen. God beware ons voor zo’n geest!
Markus 14:31.KruisverwijzingenJeremia 17:9→Deuteronomium 5:27→Exodus 19:8→Job 40:4→Psalmen 30:6→Spreuken 29:23→Johannes 13:37→Spreuken 18:24→ — Maar hij zeide nog des te meer: Al moest ik met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen. En insgelijks zeiden zij ook allen. “Maar hij zeide nog des te meer: Al moest ik met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen. En insgelijks zeiden zij ook allen.”
Zie hoe stellig hij was, hoe hij op de kracht van zijn eigen liefde vertrouwde. Het was goed zo’n liefde te voelen, maar het was kwaad daar zo’n zelfvertrouwen mee te vermengen.
Petrus stond niet alleen in zijn innige, hoewel onbezonnen betuiging van gehechtheid. Zij waren allen van plan bij hun Meester te blijven staan en met Hem te sterven — zoals u en ik dat ook van plan zijn. Maar zullen wij het beter volhouden dan zij, denkt u? Niet als ons besluit, evenals het hunne, in eigen kracht genomen is.
En wanneer iemand die tot leider geroepen is afdwaalt, volgen anderen hem vrijwel zeker. Zo was het ook bij deze gelegenheid. Toen Petrus zijn pochende woord sprak, vielen al zijn broeders bij en deelden zij in zijn zonde. Maar híj was de voornaamste in het kwaad, want hij ging hun allen voor.
Markus 14:32-33.KruisverwijzingenMarkus 14:36→Markus 14:39→Mattheüs 26:36→Lukas 22:44→Markus 5:37→Johannes 18:1→Lukas 22:39→Psalmen 109:4→ — En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben. En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden; “En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben. En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden;”
Gethsemane was de hof op de helling van de Olijfberg. Het was alsof Hij zei: acht van u blijven bij de tuinpoort waken, om Mij te laten weten wanneer Mijn verrader komt.
Zij hadden Hem nog nooit in die toestand gezien. Hij scheen als iemand die van Zijn stuk was, zo verbaasd — als iemand die zo ontzet is dat hij zich niet meer bijeenrapen of beheersen kan. En zeer beangst, alsof een ontzaglijk gewicht op Zijn ziel drukte.
Markus 14:34-36.KruisverwijzingenJohannes 12:27→Galaten 4:6→Filippenzen 2:8→Johannes 5:30→Markus 13:35→Hebreeën 5:7→Markus 14:41→Johannes 6:38→ — En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt. En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijging. En Hij zeide: Abba, Vader, alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt. “En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt. En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijging. En Hij zeide: Abba, Vader, alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.”
Deze drie zouden Zijn naaste lijfwacht vormen, om Hem te waarschuwen als er iemand kwam. Hij ging een steenworp van hen vandaan, om Zich terug te trekken.
Daar lag het punt van het gebed, de kern en het merg ervan: “doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt”.
Markus 14:37.KruisverwijzingenMattheüs 26:40→Mattheüs 25:5→Markus 14:29→Lukas 9:31→Lukas 22:45→Markus 14:40→2 Samuël 16:17→Hebreeën 12:3→ — En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon, slaapt gij? Kunt gij niet een uur waken? “En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon, slaapt gij? Kunt gij niet een uur waken?”
Drie uitgelezen wachters, Zijn boezemvrienden — en zij sliepen.
Markus vertelt ons hier dat Jezus dat in het bijzonder tot Pétrus zei. En dat is veelzeggend: Markus is het evangelie van Petrus, en Markus schreef zijn evangelie vanuit het gezichtspunt van Petrus.
Zo tekent Petrus in het evangelie van Markus juist het ergste over zichzelf op. Alleen híer staat dat de Meester deze woorden tot hém zei en niet tot alle drie de discipelen.
Markus 14:53-54.KruisverwijzingenJohannes 18:18→Mattheüs 26:57→Handelingen 4:5→Lukas 22:54→Johannes 18:12→Jesaja 53:7→Markus 15:1→Mattheüs 26:3→ — En zij leidden Jezus henen tot den hogepriester; en bij hem vergaderden al de overpriesters, en de ouderlingen, en de schriftgeleerden. En Petrus volgde Hem van verre, tot binnen in de zaal des hogepriesters, en hij was mede zittende met de dienaren, en zich warmende bij het vuur. “En zij leidden Jezus henen tot den hogepriester; en bij hem vergaderden al de overpriesters, en de ouderlingen, en de schriftgeleerden. En Petrus volgde Hem van verre, tot binnen in de zaal des hogepriesters, en hij was mede zittende met de dienaren, en zich warmende bij het vuur.”
Wij mogen wat Annas en Kajafas tegen Jezus zeiden beschouwen als een soort onofficieel voorverhoor. Intussen doorkruisten hun mede-samenzweerders de straten van Jeruzalem om de leden van de Sanhedrin bijeen te brengen. En zij zochten in de achterbuurten naar getuigen die omgekocht konden worden om vals te getuigen tegen Jezus.
Uit dit vers leren wij ook wat een koude nacht het was — die nacht waarin het zweet van de Zaligmaker werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen. In Jeruzalem zijn de dagen dikwijls buitengewoon heet, en toch zijn de nachten er zo koud alsof het winter was, door de overvloedige dauw die overal vochtigheid brengt.
Markus 14:55.KruisverwijzingenHandelingen 24:1→1 Koningen 21:10→Daniël 6:4→Handelingen 6:11→Psalmen 35:11→Mattheüs 5:22→Mattheüs 26:59→1 Koningen 21:13→ — En de overpriesters, en de gehele raad, zochten getuigenis tegen Jezus, om Hem te doden, en vonden niet. “En de overpriesters, en de gehele raad, zochten getuigenis tegen Jezus, om Hem te doden, en vonden niet.”
Een fraaie rechtbank was dat! Zij zocht naar getuigen die haar in staat zouden stellen een gevangene ter dood te veroordelen tegen wie nog geen enkele aanklacht opgesteld was.
Markus 14:56-59.KruisverwijzingenJohannes 2:19→Hebreeën 9:24→Mattheüs 26:60→2 Korinthe 5:1→Handelingen 7:48→Hebreeën 9:11→Markus 15:29→Johannes 2:18→ — Want velen getuigden valselijk tegen Hem, en de getuigenissen waren niet eenparig. En enigen, opstaande, getuigden valselijk tegen Hem, zeggende: Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal dezen tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en in drie dagen een anderen, zonder handen gemaakt, bouwen. En ook alzo was hun getuigenis niet eenparig. “Want velen getuigden valselijk tegen Hem, en de getuigenissen waren niet eenparig. En enigen, opstaande, getuigden valselijk tegen Hem, zeggende: Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal dezen tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en in drie dagen een anderen, zonder handen gemaakt, bouwen. En ook alzo was hun getuigenis niet eenparig.”
De regel was dat zij afzonderlijk verhoord moesten worden, en er was geen tijd geweest om hen in te studeren op wat zij zeggen moesten. Zo sprak de een de ander tegen, en het leek erop dat het proces stuk zou lopen.
Markus 14:60-61.KruisverwijzingenJesaja 53:7→Mattheüs 16:16→Mattheüs 26:63→Markus 15:2→Johannes 19:9→Markus 15:3→Mattheüs 26:62→Lukas 22:67→ — En de hogepriester, in het midden opstaande, vraagde Jezus, zeggende: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U? Maar Hij zweeg stil, en antwoordde niets. Wederom vraagde Hem de hogepriester, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Christus, de Zoon des gezegenden Gods? “En de hogepriester, in het midden opstaande, vraagde Jezus, zeggende: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U? Maar Hij zweeg stil, en antwoordde niets. Wederom vraagde Hem de hogepriester, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Christus, de Zoon des gezegenden Gods?”
De hogepriester verloor alle geduld en stond op, in een woedende razernij over de wending die de zaken namen.
Deze keer zei de hogepriester tot Jezus, volgens het bericht van Mattheüs: “Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God.” Zo als het ware onder ede gesteld, voelde de Zaligmaker Zich gedrongen te antwoorden. Hij kon niet zwijgen toen zo’n grote en gewichtige vraag op het spel stond.
Markus 14:66-70.KruisverwijzingenMarkus 14:54→Handelingen 2:7→Johannes 18:15→Lukas 22:55→Mattheüs 26:58→Mattheüs 26:69→Johannes 18:25→Mattheüs 21:11→ — En als Petrus beneden in de zaal was, kwam een van de dienstmaagden des hogepriesters; En ziende Petrus zich warmende, zag zij hem aan, en zeide: Ook gij waart met Jezus den Nazarener. Maar hij heeft het geloochend, zeggende: Ik ken Hem niet, en ik weet niet, wat gij zegt. En hij ging buiten in de voorzaal, en de haan kraaide. En de dienstmaagd, hem wederom ziende, begon te zeggen tot degenen, die daarbij stonden: Deze is een van die. Maar hij loochende het wederom. En een weinig daarna, die daarbij stonden, zeiden wederom tot Petrus: Waarlijk, gij zijt een van die; want gij zijt ook een Galileer, en uw spraak gelijkt. “En als Petrus beneden in de zaal was, kwam een van de dienstmaagden des hogepriesters; En ziende Petrus zich warmende, zag zij hem aan, en zeide: Ook gij waart met Jezus den Nazarener. Maar hij heeft het geloochend, zeggende: Ik ken Hem niet, en ik weet niet, wat gij zegt. En hij ging buiten in de voorzaal, en de haan kraaide. En de dienstmaagd, hem wederom ziende, begon te zeggen tot degenen, die daarbij stonden: Deze is een van die. Maar hij loochende het wederom. En een weinig daarna, die daarbij stonden, zeiden wederom tot Petrus: Waarlijk, gij zijt een van die; want gij zijt ook een Galileer, en uw spraak gelijkt.”
Ik meen die dienstmaagd te zien, met haar ogen op hem gericht terwijl hij zich bij het vuur warmde.
Petrus kon zijn mond niet houden, ziet u. Hij was altijd snel en voorbarig in het spreken. En zodra hij begon te spreken, zeiden de mensen: dat is de Galilese tongval; u komt uit die streek, uw spraak verraadt u.
Deze eerste keer was niet de gewone tijd van het hanengekraai, maar die vogels kraaien wanneer het hun belieft. Vóór de vaste tijd die het hanengekraai heette, zou Petrus zijn Meester driemaal verloochenen; dit was de eerste keer.
Markus 14:71-72.KruisverwijzingenMarkus 14:68→Markus 14:30→Jeremia 17:9→2 Koningen 10:32→1 Korinthe 10:12→2 Koningen 8:12→Lukas 15:17→Mattheüs 26:34→ — En hij begon zichzelven te vervloeken en te zweren: Ik ken dezen Mens niet, Dien gij zegt. En de haan kraaide de tweede maal; en Petrus werd indachtig het woord, hetwelk Jezus tot hem gezegd had: Eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En hij, zich van daar makende, weende. “En hij begon zichzelven te vervloeken en te zweren: Ik ken dezen Mens niet, Dien gij zegt. En de haan kraaide de tweede maal; en Petrus werd indachtig het woord, hetwelk Jezus tot hem gezegd had: Eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En hij, zich van daar makende, weende.”
Markus zegt niet dat Petrus naar buiten ging en bitter weende, zoals Lukas het in zijn weergave vertelt. Dit is het eigen verslag van Petrus, en dus zegt hij zo weinig mogelijk tot zijn eer, terwijl hij alles vertelt wat hem tot oneer strekt.
U merkt dat er tussen de verschillende berichten enige kleine verschillen schijnen te zijn, en dat is heel natuurlijk. Zouden twee eerlijke mannen hier een toneel beschrijven dat zij gezien hadden, dan zouden die twee zeker in sommige bijzonderheden verschillen — en toch konden beide verslagen waar zijn.
Mattheüs vertelt ons dat Jezus tot Petrus zei: “eer de haan gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochenen”. Maar Markus vertelt ons dat Hij zei: “Eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen.” Er is echter geen werkelijke tegenspraak. En juist het gegeven dat Markus erbij geeft laat zien hoe beide uitspraken van onze Zaligmaker tot op de letter vervuld zijn.
I. Vs. 1-11.KruisverwijzingenDeuteronomium 15:11→Lukas 22:3→Johannes 13:2→Exodus 12:6→Johannes 13:1→Lukas 22:1→Johannes 12:4→2 Korinthe 8:12→ — En het pascha, en het feest der ongehevelde broden was na twee dagen. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en doden zouden. Maar zij zeiden: Niet in het feest, opdat niet misschien oproer onder het volk worde. En als Hij te Bethanie was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd. En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied? Want dezelve had kunnen boven de driehonderd penningen verkocht, en die den armen gegeven worden; en zij vergrimden tegen haar. Maar Jezus zeide: Laat af van haar; wat doet gij haar moeite aan? Zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht. Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd. Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis. Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft. En Judas Iskariot, een van de twaalven, ging heen tot de overpriesters, opdat hij Hem hun zou overleveren. De zevende en laatste groep, wanneer wij ze tot 2 x 5 verhalen, evenals de vijfde bepalen, omvat beide, zowel het lijden en sterven, als ook de opstanding en hemelvaart van Jezus Christus. Het eerste verhaal behelst dan het besluit van de Hogen raad om Jezus te doden en de aanbieding van Judas om de Heer te verraden. Tussenin komt de geschiedenis van Jezus? zalving te Bethanië, die tot dat voornemen van de verrader in een zekere betrekking staat.
KruisverwijzingenExodus 12:6→Johannes 13:1→Lukas 22:1→Leviticus 23:5→Deuteronomium 16:1→Psalmen 2:1→Numeri 28:16→Handelingen 4:25→— En het pascha, en het feest der ongehevelde broden was na twee dagen. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en doden zouden.
En het pascha, en het feest van de ongehevelde broden, dat van de avond van 14 tot de avond van 21 Nisan duurde, was na twee dagen, gerekend van de tijd dat Jezus alle vooraf meegedeelde redenen had geëindigd en met herhaalde voorspelling van Zijn lijden bij het heengaan van de Olijfberg (MATTHEUS. 26: 2) Zijn werk als leraar had geëindigd. En de overpriesters en de schriftgeleerden, de leden van de Hoge raad, vergaderden nog op de avond van de 21ste Nisan in het paleis van de hogepriester Kajafas enzochten een manier om Hem met listigheid te vangen en te doden; zij zochten een manier om Hem op enigerlei wijze ter dood te brengen. (Joh. 11: 55, 13: 1).
KruisverwijzingenMarkus 11:32→Spreuken 21:30→Klaagliederen 3:27→Mattheüs 26:5→Johannes 7:40→Johannes 12:19→Spreuken 19:21→Lukas 20:6→— Maar zij zeiden: Niet in het feest, opdat niet misschien oproer onder het volk worde.
Maar hoewel zij niet wisten hoe zij hun voornemen ten uitvoer zouden kunnen brengen, kwamen zij hierin overeen dat zij zeiden: Niet in het feest, zodat oproer onder het volk vermeden kan worden.
Het is een wonderbare, ons allen wel bekende en toch nooit uitgeputte geschiedenis, de geschiedenis van Christus? lijden en sterven, een geschiedenis, waarvan de verheven eenvoud ook het hart dat nog van ver staat, zo het niet geheel verhard is, weet te treffen en met eerbied te vervullen. Het voelt dat in deze edelste mensheid iets meer dan het menselijke aanwezig is, dat in de diepste nederigheid de goddelijke heerlijkheid verborgen en ook geopenbaard is. De wondermacht van de Heere treedt in deze dagen van Zijn overgave bijna geheel op de achtergrond; des te helderder schittert het wonder van Zijn verlossende liefde, de wonderbare heerlijkheid van Zijn persoon. Verhoogd aan het kruis trekt Hij, zoals Hij zelf zei, allen tot Zich. Die zich laat trekken, leert instemmen met Zijn woord, dat Zijn dood het leven van de wereld is.
Na verschillende aankondigingen van het lijden en sterven, dat Hem wachtte, aankondigingen die steeds openlijker werden en ten minste voor de discipelen duidelijker, die in Joh. 2: 19. 3: 14 beginnen en ten slotte drie keer zeer duidelijk zijn gegeven, kondigt de Heere nogmaals twee dagen voordat het werkelijk gebeurt, aan wat gebeuren moet. Alleen Matthe?s bericht dit woord van Zijn mond, terwijl hij daarbij van het voorafgaande eindigen van alle Zijn redenen spreekt, voordat de Joden zeggen: “niet in het feest, ” heeft de Heere al bekend gemaakt dat het op het feest gebeuren zal en moet. Door deze gegeven verzekering komt Hij de raad van Zijn vijanden, die Hij wel kende, voor en tegemoet. Zoals in de geschiedenis van de mensheid in het algemeen, die om verzoening en vereniging met God worstelt, ook steeds de raad van God en die van de mensen tegenover elkaar staan, zo ook hier in het centrum van die geschiedenis, de dood van de Godmens tot het leven van de wereld. Een andere door de hel verwekte mensenraad in de te Bethanië verbitterde Judas (vs. 10) moet te weeg brengen dat hetgeen gebeuren moet volgens Jezus? woord gebeurt, tegen het besluit van de Hoge raad; deze Judas moet aanhoren wat Jezus zegt, opdat het vonnis, dat hij ook als satans werktuig toch alleen de uitvoerder van het goddelijk raadsbesluit moet worden en blijven, hem reeds vooraf zal zijn aangekondigd.
KruisverwijzingenMattheüs 21:17→Lukas 7:37→Hooglied 4:13→Johannes 11:2→Hooglied 5:5→Mattheüs 26:6→Johannes 12:1→— En als Hij te Bethanie was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd.
a) En toen Hij Vrijdag 31 Maart in het jaar 30 te Bethanië was in het huis van Simon de melaatse, die Jezus vroeger had genezen, in welk huis Hij die dag op Zijn reis naar Jeruzalem was gekomen om bij de door Hem geliefdefamilie de sabbat door te brengen, had daar een bijzonder voorval plaats. Toen Hij aan tafel zat met Zijn discipelen en Lazarus kwam een vrouw, Maria, de zuster van Lazarus, met een albasten fles met zalf van onvervalste nardus, zeer kostbaar en daarom zorgvuldig bewaard; en zij brak de albasten fles, goot die op Zijn hoofd en daarna ook op Zijn voeten.
Luk. 7: 37. Joh. 11: 2.
KruisverwijzingenJohannes 12:4→Mattheüs 26:8→Maleachi 1:12→Prediker 4:4→Prediker 5:4→— En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied?
En er waren sommigen die dat haar zeer kwalijk namen en in de eerste plaats Judas Iskariot, die de anderen meesleepte, en zei: Waarom verspilt u deze zalf?
KruisverwijzingenJohannes 13:29→Deuteronomium 1:27→Mattheüs 18:28→Psalmen 106:25→Johannes 6:7→Johannes 6:43→Mattheüs 20:11→Lukas 15:2→— Want dezelve had kunnen boven de driehonderd penningen verkocht, en die den armen gegeven worden; en zij vergrimden tegen haar.
Want zij had met de zalf boven de drie honderd penningen 30: 13″) kunnen verdienen en die som aan de armen kunnen geven in plaats van hier op roekeloze wijze dit weg te gooien; en zij werden boos op haar.
KruisverwijzingenKolossenzen 1:10→Efeze 2:10→Mattheüs 26:10→Titus 3:8→2 Thessalonicenzen 2:17→Titus 3:14→2 Timotheüs 3:17→Titus 2:7→— Maar Jezus zeide: Laat af van haar; wat doet gij haar moeite aan? Zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht.
Maar Jezus, minder op Judas lettend, wiens boosheid Hij geheel doorzag, dan wel op de goede bedoeling van de anderen, antwoordde: Laat haar met rust, waarom valt u haar aan en bezwaart u haar geweten door een onrechtvaardig verwijt? Zij heeft een goed werk aan Mij verricht, al deed zij het onbewust van de eigenlijke betekenis.
KruisverwijzingenDeuteronomium 15:11→Mattheüs 26:11→2 Korinthe 9:13→Filemon 1:7→1 Johannes 3:16→Handelingen 3:21→Johannes 12:7→Johannes 13:33→— Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd.
a) Want de armen hebt u altijd met u en wanneer u wilt kunt u hen weldoen, maar Mij hebt u niet altijd; noem het daarom geen nutteloze verkwisting, wanneer de zalf aan Mij is besteed.
Deut. 15: 11.
Kruisverwijzingen2 Korinthe 8:12→Johannes 19:32→Lukas 23:53→2 Kronieken 31:20→Psalmen 110:3→Markus 15:42→1 Kronieken 28:2→2 Korinthe 8:1→— Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis.
Zij heeft gedaan wat zij kon en in haar daad ligt veel meer dan u begrijpt; zij is voorgekomen om Mijn lichaam te zalven tot een voorbereiding op de begrafenis.
KruisverwijzingenMarkus 16:15→Mattheüs 26:12→Numeri 31:54→Mattheüs 24:14→Zacharia 6:14→Psalmen 112:6→— Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft.
Voorwaar zeg Ik u: overal waar dit Evangelie gepredikt zal worden in de hele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van hetgeen zij gedaan heeft; door haar liefdedaad is zij met Mijn lijden, de grond van de zaligheid voor de hele wereld, zo nauw verbonden dat daarvan niet kan worden gepredikt zonder ook aan haar te denken.
De vrouw deed op dat ogenblik meer, dan alleen het menselijke en het natuurlijke gevoel van het hart weet te verklaren; zij deed meer, dan haar zelf op dat ogenblik duidelijk was. Zij werd
door de Heilige Geest gedreven om iets te doen waarvan de Heere zelf zegt: overal waar dit evangelie gepredikt zal worden in de hele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van hetgeen zij gedaan heeft. Zij moest in die uitwendige zalving iets groots en gewichtigs voorafbeelden, ja het grootste en gewichtigste dat in geest en waarheid gebeuren zou en dat de Geest van de waarheid nu snel in de hele wereld verkondigen en verheerlijken zou. Evenals de fles met nardus door haar werd verbroken, zo zou het lichaam met de zalving van boven, het lichaam van de Heere, boven wiens hoofd zij de kruik verbrak, verbroken worden; en evenals de kostbare nardusolie, nadat de kruik verbroken was en over het lichaam van de Heere Jezus werd uitgegoten, zo zou de volheid van de Godheid, de zalving van de Geest van boven, die in het lichaam woonde zich nu over het lichaam, dat de gemeente is, uitstorten. Zoals de kruik werd verbroken, zo zou van nu af bij alle leden van Christus? lichaam, bij alle zielen die tot Zijn gemeente behoren het zondige lichaam van de oude mens door de kracht van het verbroken lichaam van Christus verbroken worden, het werk van de duivel zou in hen verwoest worden, het vergoten bloed van het hoofd moest hen reinigen en heiligen van alle zonden en gebreken en uit de zalving van de Geest zou een nieuw mens worden geboren. Dit verbreken van het oude zondige lichaam en dit geboren worden tot een nieuw leven zou voortaan in de Christelijke gemeente met ieder opnieuw geboren lid in het waterbad van de doop geschieden, zodat de gemeente, verlost door het gebroken lichaam en het vergoten bloed van Jezus, nu niet meer in de oudheid van de letter, maar in nieuwheid van de Geest zou kunnen dienen; ja sinds de Heilige Geest die dingen verkondigd en verklaard heeft, sindsdien weten wij waarin het nieuwe wezen van de Geest, de aanbidding van God in Geest en waarheid bestaat. Verbroken worden en uitvloeien: dat zijn de beide stukken van het nieuwe wezen in de Geest. Doe nog zo veel goeds; geef al uw goed aan de armen, laat uw lichaam verbranden, vast en bid en zing zo veel u wilt – als u het oude zondige eigenzinnige hart niet laat verbreken, als u iets houdt, dat uit uw eigen wil, uit uw oude natuur voortkomt, dan is al uw weldoen niets dan een dienst in de oudheid van de letter; het deugt niet voor God. En als u al de talen van de mensen en van de engelen sprak en al wist u alle verborgenheden en had een geloof dat u bergen kon verzetten, maar u meent dat iets daarvan uw eigendom was, u ziet uzelf daarin, u laat het uzelf ten goede komen, u zoekt daarmee uw eer, u laat niet alles wat u gegeven is weer uitvloeien op het hoofd van degenen die het u gegeven heeft, dan dient u in de oudheid van de letter en niet in de nieuwheid van de Geest, dan bidt u niet in geest en waarheid. Verbroken worden en uitvloeien, dat is de nieuwe dienst van de Geest, dat is de aanbidding van God in geest en in waarheid, dat is het waartoe Paulus aanmaant: “Ik bid u door de ontferming van God dat u uw lichamen geeft als een levend, heilig offer dat voor God welbehaaglijk is, dit is uw ware eredienst. ” Zoals echter de discipelen, door Judas de verrader aangezet, de daad van de vrouw beoordeelden, zo staat de wereldsgezindheid van nu tegenover de nieuwheid van de Geest en de omgang van de harten met de Heere; zo verwerpend oordeelt zij over het geestelijke verbroken worden en uitvloeien. Of zij begrijpt de zaak in het geheel niet, zij weet er niets van, de geestelijke zin ontbreekt, de liefde van Christus heeft het hart nog niet aangeraakt en dan is het: “Wat moet die overspanning, die overdreven vroomheid? Wat betekent dat bidden en naar de kerk gaan? Men kan de tijd beter besteden aan werken, aan weldoen; daarmee kan men zijn God ook vereren en zijn Heiland beter liefde betonen. ” Of men wil van het wezen van de Geest niets weten, men wil de liefde van Christus niet tot het hart laten komen, evenals Judas de verrader, men is in de geheime dienst van de zonde, men heeft de zonde lief en gaat met werken van de duisternis om. Dan wordt alles wat tot eer van Jezus gebeurt onverdraaglijk; in het hart ontstaat een vijandschap tegen Jezus, de aanbidding van Hem, de omgang van het hart met Hem, het belijden van Zijn naam, wekt tegenzin op en men veracht, bespot en haat degenen die met hun hart en leven de Heere Jezus dienen. Laten wij ons door zo’n wereldse zin niet op een dwaalweg leiden, maar houden wij ons blijvend daaraan, hoe de Heere, de levende God en Heiland, de zaak beschouwt.
Tegenover de liefde die Maria voor Jezus openbaart, stelt Judas de werkdadige liefde voor armen: hoe onrechtvaardig! Wat heeft ten allen tijde de ijver van het weldoen meer ontvlamd dan liefde tot de Heere? De Christenen vergaten het niet, dat Hij de hongerigen gevoed en de zieken genezen had, dat Hij meer zaligheid had gevonden in het geven dan in het ontvangen, ja dat Hij Zichzelf van Zijn onmetelijke rijkdom had ontbloot om een arme onder de armen te zijn. Waar zij nu een arme zagen, daar zagen zij in deze de Heere Jezus zelf; wezen werden gevoed, krachteloze grijsaards werden verpleegd, in de hutten van de ellende drong het medelijden en bracht kleding voor de naakten, spijs voor de hongerigen, artsenij voor de zieken. De weldadigheid werd een lievelingsdeugd van de Christenen; zou zij het geworden zijn, wanneer zij de Heere niet hadden bemind? Wanneer zij ook nu, en wel in aanzienlijke omvang wordt uitgeoefend, wanneer zij lichamelijke en geestelijke behoeften, in de nabijheid en in de verte in het oog houdt, wanneer zij het woord van God verspreidt, wanneer zij boden over de zeeën zendt: door welke drang, tot wiens eer gebeurt het? uit liefde tot de Heere, tot Zijn eer!
Evenals Jezus van tevoren Maria tegenover Martha, Zijn discipelen tegenover de farizeeën, de kinderen, die Hosanna riepen, tegenover de Hoge raad, de zondares tegenover Simon enz. beschermd heeft onder het recht en de gerechtigheid van de hemel, zo bewijst Hij het vooral hier, dat Hij de uitlegger van de wet, de juiste man is, door wie God besloten heeft de wereld in gerechtigheid te oordelen (Jes. 11: 4 vv. ; 42: 3). Hij houdt een schild voor de veroordeelde vrouw, waardoor de dodelijke pijl onmiddellijk teruggaat in het hart van hem die hem afschoot. Goede werken verlangde hij, zo wordt hem dan ook een goed, prijzenswaardig werk voorgehouden dat in betrekking staat met het slechtste, schandelijkste werk, dat deze binnen kort zal aanvangen.
Wij weten dat Maria een van de uitnemendste volgelingen van de Heere was. “Zij zat neer aan de voeten van Jezus, om Zijn woord te horen. ” De Heere zelf verklaarde van haar: “Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat niet van haar zal worden weggenomen. ” Het is daarom een belangrijk schouwspel voor ons om te zien, hoe Maria ook in een ander opzicht uitmuntte – niet door haar bespiegelend geloof, maar nu door haar werkdadige liefde. Velen schijnen te menen dat het, om een waar Christen te zijn, voldoende is zekere gevoelens en bevindingen gehad te hebben, waarbij zij echter uit het oog verliezen dat dit slechts bloesems zijn waaruit de vruchten noodwendig moeten voortkomen. Het inenten van de rank en het doorstromen is goed; maar de vrucht blijft altijd het einddoel dat men zich voorstelt. Zo is ook het geloof goed en de vrede en blijdschap van het geloof zijn ons lief, maar de heiligmaking is het einddoel van onze verlossing.
KruisverwijzingenLukas 22:3→Johannes 13:2→Mattheüs 26:14→Mattheüs 10:4→Johannes 13:30→Psalmen 41:9→Markus 3:19→Johannes 6:70→— En Judas Iskariot, een van de twaalven, ging heen tot de overpriesters, opdat hij Hem hun zou overleveren.
En Judas Iskariot, een van de twaalf, ging heen tot de overpriesters, opdat hij Hem hun zou overleveren.
Kruisverwijzingen2 Petrus 2:14→1 Koningen 21:20→Mattheüs 26:15→Spreuken 1:10→Judas 1:11→1 Timotheüs 6:10→Lukas 22:5→Spreuken 28:21→— En zij, dat horende, waren verblijd, en beloofden hem geld te geven; en hij zocht, hoe hij Hem bekwamelijk overleveren zou.
En zij die dat hoorden waren hier blij mee en beloofden hem geld te geven. En hij, verenigd in streven met de vijanden van de Heere (vs. 1), zocht van toen af een gelegenheid om Hem over te leveren.
In verhouding tot de inleiding vs. 1 en 2 had de geschiedenis in vs. 3-9 in de eerste plaats slechts de betekenis van een contrast, omdat Jezus hier zo zeker van Zijn dood en Zijn begrafenis, als een onmiddellijk nabijzijnde gebeurtenis spreekt, terwijl de opperste rechtbank waardoor Hij ter dood zal worden gebracht nog niet weet, hoe zij de moordaanslag het best zal organiseren en of die haar zal lukken. Op zichzelf is echter die geschiedenis nog niet het feit, dat in vs. 1 v. is aangekondigd; dit wordt pas in vs. 10 en 11 gevonden. Uit de kring van de twaalf zelf reikt Judas aan de vijanden de hand en belooft de uitlevering van Jezus. Terwijl de Evangelist in vs. 11 uitdrukkelijk de werking van zijn aanbieding beschrijft, maakt hij er opmerkzaam op hoe de vijanden van Jezus hiermee juist dat hebben gevonden, waarnaar zij volgens vs. 1 zochten. Nu moet echter vs. 10 ook nauw aan het verhaal vs. 3-9 worden aangesloten; evenals vs. 4 en 5 de eerste gevolgen van de daad van de vrouw in vs. 3 beschreef. Zo vertelt vs. 10 en 11 de uitvoering van een besluit dat naar aanleiding van Jezus? woord, in vs. 6-9 genomen is.
Het is niet alleen lage gierigheid waarin het verderf van Judas zijn oorsprong had; wij mogen ook aannemen, dat zijn liefde voor de wereld een grotere maatstaf kende, dat hij zelfs in het rijk van de Heere Jezus de heerlijkheid van het vlees hoopte te winnen. Ook bij de andere discipelen was iets van het zuurdeeg van deze gezindheid aanwezig, maar bij hem verzette zich het hart het hardnekkigst tegen de loutering door de Geest van de Heere; daarom werd Hem de Heilige van God steeds onverdraaglijker en hij had ten slotte slechts het geringe woord van die bestraffing bij de zalving nodig, of de zachte berisping, die olie van de zachtmoedigheid van Christus, werd tot een olie in het vuur van zijn haat, zodat hij naar de hogepriester ging om zich tot het verraad aan te bieden. Een verrader uit de kring van de twaalf: hoe moest deze ongehoopte ontdekking de moed van de priesters opwekken! Deze onverwachte gelegenheid bracht alle overige bedenkingen (vs. 2) tot zwijgen en drong hen tot sneller handelen dan oorspronkelijk hun doel was. Nu of nooit, zo begrepen allen; en slechts een zaak werd bedongen, dat Judas bij de gevangenneming behulpzaam zou zijn zonder opzien te wekken. Hij zelf gaf zeker wel hoop dat het werk zou lukken op de plaats van het eenzame gebed, in de stilte van de nacht. Daarbij vleide hij zich zeker met het uitzicht dat hij door die daad de gunst van de priesters zou winnen en eer en aanzien zou verkrijgen. O wat een dwaze rekening zonder de Heere, ja tegen de Heere!
II. Vs. 12-25.KruisverwijzingenLukas 22:14→Exodus 12:18→Exodus 12:6→Deuteronomium 16:1→Exodus 12:8→Handelingen 1:13→Psalmen 41:9→Johannes 6:70→ — En op den eersten dag der ongehevelde broden, wanneer zij het pascha slachtten, zeiden Zijn discipelen tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij heengaan, en bereiden, dat Gij het pascha eet? En Hij zond twee van Zijn discipelen uit, en zeide tot hen: Gaat henen in de stad, en u zal een mens ontmoeten, dragende een kruik water, volgt dien; En zo waar hij ingaat, zegt tot den heer des huizes: De Meester zegt: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal? En hij zal u wijzen een grote opperzaal, toegerust en gereed; bereidt het ons aldaar. En Zijn discipelen gingen uit, en kwamen in de stad, en vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha. En als het avond geworden was, kwam Hij met de twaalven. En als zij aanzaten en aten, zeide Jezus: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u, die met Mij eet, Mij zal verraden. En zij begonnen bedroefd te worden, en de een na de ander tot Hem te zeggen: Ben ik het? En een ander: Ben ik het? Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Het is een uit de twaalven, die met Mij in de schotel indoopt. De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt! Het ware hem goed, zo die mens niet geboren ware geweest. Als met de Donderdag van de lijdensweek de dag van het Joodse Pascha genaderd is laat Jezus door twee van Zijn discipelen de voorbereidingen te Jeruzalem maken, opdat Hij ditmaal daar met de twaalf Pascha zou houden. Toen de bepaalde tijd in de avond gekomen is, bevindt Hij Zich met hen in de zaal van degene die Hem heeft toegestaan in zijn huis de heilige plechtigheid te houden. De Evangelist houdt zich echter minder bezig met de eigenlijke viering van het Pascha; hij gaat integendeel meteen over tot ontdekking van de verrader en vervolgens tot de instelling van het heilige avondmaal.
KruisverwijzingenExodus 12:18→Exodus 12:6→Deuteronomium 16:1→Exodus 12:8→Galaten 4:4→Lukas 22:7→Mattheüs 26:17→Numeri 28:16→— En op den eersten dag der ongehevelde broden, wanneer zij het pascha slachtten, zeiden Zijn discipelen tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij heengaan, en bereiden, dat Gij het pascha eet?
En op de eersten dag a) van de ongehevelde broden, wanneer zij het Pascha slachtten, dus op Donderdag de 14de Nisan, zeiden Zijn discipelen tot Hem, toen Hij ?s morgens met hen te Bethanië was: Waar wilt Gij dat wij heengaan en voor U het Pascha bereiden?
Ex. 12: 17.
KruisverwijzingenMattheüs 8:9→Johannes 2:5→Mattheüs 26:18→Hebreeën 4:13→Johannes 15:14→Markus 11:2→Lukas 22:10→Lukas 19:30→— En Hij zond twee van Zijn discipelen uit, en zeide tot hen: Gaat henen in de stad, en u zal een mens ontmoeten, dragende een kruik water, volgt dien;
En Hij zond twee van Zijn discipelen uit en zei tot hen: Ga in de stad en u zal dadelijk bij het intreden een mens ontmoeten die een kruik water draagt, volg die.
KruisverwijzingenJohannes 13:13→Markus 10:17→Johannes 11:28→Markus 11:3→Openbaring 3:20→— En zo waar hij ingaat, zegt tot den heer des huizes: De Meester zegt: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal?
En waar hij ingaat, zeg tot de heer des huizes, de eigenaar van die woning: De Meester, tot wie wij behoren en die u ook kent, zegt: Waar is de eetzaal, zodat Ik het Pascha met Mijn discipelen eten zal?
KruisverwijzingenHandelingen 1:13→Spreuken 16:1→Johannes 21:17→Handelingen 20:8→Psalmen 110:3→Spreuken 21:1→2 Kronieken 6:30→Johannes 2:24→— En hij zal u wijzen een grote opperzaal, toegerust en gereed; bereidt het ons aldaar.
En hij zal u een grote opperzaal wijzen, ingericht met banken en kussens rondom de tafel en al klaargemaakt om de maaltijd te houden; bereidt het daar voor ons.
KruisverwijzingenLukas 22:13→Lukas 22:35→Johannes 16:4→— En Zijn discipelen gingen uit, en kwamen in de stad, en vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha.
En Zijn discipelen, Petrus en Johannes (Luk. 22: 8), gingen uit Bethanië en kwamen in de stad en vonden het zoals Hij hen gezegd had, zowel wat de ontmoeting bij het intreden (vs. 13) als het gedrag van de man bij het verrichten van hun boodschap (vs. 14 vv. ) betreft en bereidden het Pascha tegen debepaalde tijd van de namiddag.
Was onder Jezus? vrienden een heimelijke vijand, onder Zijn vijanden was ook menig verborgen vriend.
Uit de toestand van de diepste vernedering van Jezus schitteren de helderste stralen van de goddelijke alwetendheid en van Zijn macht over de harten.
In levendige ritmische voortgang wordt in vs. 16 de bevestiging van Jezus? woord bericht.
KruisverwijzingenLukas 22:14→Lukas 22:21→Johannes 13:21→Mattheüs 26:20→— En als het avond geworden was, kwam Hij met de twaalven.
En toen het avond, ongeveer 6 uur, geworden was, kwam Hij met de twaalve, want ook de beide discipelen (vs. 13) waren na het bereiden van het paaslam tot Hem teruggekeerd.
KruisverwijzingenPsalmen 41:9→Johannes 6:70→Johannes 6:47→Markus 10:15→Johannes 13:21→Markus 9:1→Johannes 5:24→Mattheüs 5:18→— En als zij aanzaten en aten, zeide Jezus: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u, die met Mij eet, Mij zal verraden.
En als zij aanzaten en aten, zeide Jezus: Voorwaar Ik zeg u, dat een van u, die met Mij eet, Mij zal verraden.
KruisverwijzingenJohannes 13:22→Mattheüs 26:22→Lukas 22:21→— En zij begonnen bedroefd te worden, en de een na de ander tot Hem te zeggen: Ben ik het? En een ander: Ben ik het?
En zij begonnen bedroefd te worden en de een na de ander tot Hem te zeggen: Ben Ik het? en een ander: Ben ik het?
KruisverwijzingenJohannes 13:26→Mattheüs 26:23→Mattheüs 26:47→Markus 14:43→Johannes 6:71→Lukas 22:47→— Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Het is een uit de twaalven, die met Mij in de schotel indoopt.
Maar Hij liet voor het ogenblik nog onbepaald wie Hij bedoelde en gaf slechts aan dat een uit de kring van Zijn geestelijke familie Zijn verrader zou worden. Hij antwoordde en zei tot hen: Het is een uit de twaalf, die met Mij in de schotel indoopt, zo even met Mij de maaltijd heeft gehouden.
KruisverwijzingenJohannes 19:36→Psalmen 22:1→Jesaja 52:14→Johannes 19:28→Jesaja 53:1→Zacharia 13:7→Handelingen 2:23→Genesis 3:15→— De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt! Het ware hem goed, zo die mens niet geboren ware geweest.
De Zoon de mensen gaat wel heen, zoals over Hem geschreven is, volgens de goddelijke raad die in de Schrift te voren is bekend gemaakt en nu ook moet vervuld worden; maar wee die mens, door wie de Zoon des mensen verraden wordt! Het zou voor hem goed geweest zijn als die mens niet geboren was.
Plechtig uur, waarin wij mogen inzien! Daar ligt het brood op de avondmaalstafel, daar is de kelk van het Nieuwe Testament al ingeschonken, hier verheffen zich bewustzijn van zonde en gevoel van berouw in de harten van de discipelen en leren ons hoe men zich moet voorbereiden op het genot van het heilige avondmaal. Ja, sidder als die vrienden van Jezus, wanneer u de hand uitstrekt naar die tekenen van Zijn lichaam en Zijn bloed. U weet immers, wie onwaardig eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf het oordeel. Wanneer u voor de grove uitbarstingen van uw zonden bewaard blijft, bedenk, uit het hart komen boze gedachten voort, moord, echtbreuk, hoererij, dieverij, valse getuigenissen, lasteringen en dergelijke, die de mens verontreinigen. Zucht als de tollenaar: “O God! wees mij zondaar genadig!” en bid als David: “Wie zou de afdwaling verstaan? reinig mij van de verborgene afdwalingen. ” Waar Zijn woord enige zonde bestraft, zie daar nooit om u heen, maar in uzelf; denk daar nooit aan deze en gene, maar aan uzelf alleen en vraag steeds alleen: “Heere! ben ik het?”
De discipelen wantrouwen hun eigen hart; zij weten tot welke boze dingen het vaak bekwaam is en zij doen als ware discipelen van de Heere, die bij zichzelf het begin van de beproeving maken, opdat zij dan van Zijn brood eten en uit Zijn drinkbeker drinken; zij vertrouwen Hem echter meer dan zichzelf en niet in eigen verzekeringen van trouw, maar in Zijn vrijspraak en Zijn genadige bijstand zoeken zij troost. Het antwoord van de Heere, dat het een was die nog vandaag met Hem de hand in de schotel dopen zou, klinkt bepaald en is toch nog geen persoonlijke aanwijzing van wie van de tafelgenoten Hij bedoelde. Dat echter Gods raad de schuld van de misdadiger niet opheft, spreekt Hij met een hartdoordringend “wee” uit. De boze mens mag het woord niet op zich toepassen waarmee de vrome zich vertroost, dat het zo moet zijn; op hem is het woord toepasselijk, dat tot bekering roept en wanneer hij zich verstokt heeft, het geroep van onuitblusbaar wee.
KruisverwijzingenMattheüs 26:26→Johannes 6:48→Markus 6:41→Markus 14:24→Lukas 24:30→Mattheüs 14:19→Johannes 6:23→Lukas 22:18→— En als zij aten, nam Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
Enige tijd na het te voren meegedeelde, toen de verrader nog meer bepaald was aangewezen en uit de kring van de twaalf was weggezonden, verheugde Zich de Heere, dat Hij van de vreselijke tegenwoordigheid van die mens bevrijd was. Vol vreugde prees Hij de overwinning die Hem nu wachtte, zoals dat in Joh. 13: 23-32 uitvoerig te lezen is. a) En toen zij aten nam Jezus brood en toen Hij gezegend had brak en gaf het hen en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam.
1 Kor. 11: 23.
Kruisverwijzingen1 Korinthe 10:16→Lukas 22:17→Romeinen 14:6→Mattheüs 26:27→Markus 14:22→— En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien; en zij dronken allen uit denzelven.
En Hij nam de drinkbeker, dankte en gaf hen die en Hij zei: Drinkt allen daaruit en zij dronken allen daaruit.
KruisverwijzingenExodus 24:8→Zacharia 9:11→Hebreeën 9:15→Hebreeën 13:20→1 Korinthe 10:16→Johannes 6:53→Openbaring 5:8→Markus 10:45→— En Hij zeide tot hen: Dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt.
En Hij zei tot hen, terwijl Hij hen de drinkbeker aanreikte. Dat is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van de zonden.
KruisverwijzingenMattheüs 26:29→Psalmen 104:15→Lukas 22:29→Amos 9:13→Zacharia 9:17→Lukas 22:16→Joël 3:18→— Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods.
Voorwaar. zo ging Hij voort, toen zij allen gedronken hadden: Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht van de wijnstok tot op die dag, wanneer Ik die nieuw zal drinken in het koninkrijk van God (vgl. de verklaring hij MATTHEUS. 26: 26-29).
In vs. 18-21 en vs. 22-25 vinden wij twee stukken die bij elkaar horen en beide gelijkelijk beginnen met “toen zij aten” en wel zo, dat bij het eerste een voorafgaand “toen zij aanzaten” de overgang van Jezus aankomst bij de maaltijd vormt. De eerste uitdrukking veronderstelt dat nog wordt gegeten, en de tweede dat het eten bijna ten einde is. Het gewichtige van het eerste stuk bestaat daarin dat Jezus, zoals Hij in vs. 3-9 Zijn eerloze dood heeft voorzegd, terwijl Zijn vijanden nog naar een plan zochten en omtrent het lukken daarvan onzeker waren (vs. 1 v. ), zo hier aan Zijn discipelen en de verrader zelf voorzegt, dat een uit hun midden Hem zal verraden en dat het verraad van deze zal lukken, terwijl de discipelen zo’n gedachte niet kunnen vatten, de verrader echter zelf nog onzeker is over het lukken van zijn voornemen (vs. 11) en in plaats van al de hand uitgestrekt te hebben ter volvoering, nog als een van hen onder de twaalf zit. Het tweede stuk, de gave van het avondmaal, wordt eveneens aan het eten verbonden. Door het “en Hij dankte” geeft de verhaler te kennen dat Jezus met de bestanddelen van de vorige maaltijd een nieuwe instelde, die Hij aanbiedt en aan welke Hij zelf niet deelneemt. Had het geloof van de discipelen tot hiertoe een steun in de lichamelijke gemeenschap met Jezus, die zich in hun tafelgemeenschap met Hem nog zo even in haar hoogste toppunt had getoond, zo moesten zij die van nu af missen. Toch gaan zij volgens vs. 25 een nieuwe tafelgemeenschap te gemoet, waarbij de tegenstelling van het geloof en van de natuurlijke wil door de verheerlijking van de natuur tot een zalige eenheid zal zijn opgeheven. Maar is Hij ook in de tussentijd niet bij hen om met hen te eten, dan moeten zij toch weten dat Hij hen zelf in de tussentijd een tafel schenkt, die een vergoeding van het verlorene is en een onderpand van de toekomstige tafelgemeenschap, die, in de vorm van een lichamelijk genot, voor hun geloof die bekrachtiging schenkt die voor hen nodig is om gedurende de lichamelijk afwezigheid van hun Heere in de strijd tegen het vlees overwinnend te blijven en in volkomen frisheid stand te houden tot wedervereniging met Jezus in het rijk van Zijn Vader.
Wat een wonderbaar levend gedenkteken dat steeds weer opnieuw wordt verjongd! Wat een eenvoudig sprekende handeling van onuitputtelijke betekenis, die ons evenals de doop geeft te verstaan dat niet alleen voor onze geest, maar ook voor ons lichaam, dat voor de gehele mens Jezus de Heiland en Levensvorst is! Is het niet te betreuren en een triomf van de zielenvijand, dat de maaltijd van de verzoening en van de vrede tot een twistappel van de bitterste strijd werd? Wij willen en kunnen ons in die niet verliezen; komen met geloofsverlangen en nemen, dat moet altijd het begrijpen voorafgaan. Alleen dit willen wij opmerken: het brood, dat de Heere in de hand neemt en breekt is niet het lichaam van de Heere zelf; wanneer Hij echter zegt: “Dat is Mijn lichaam, ” dan wil Hij opzettelijk eerbied voor het geheim verwekken: “neem en eet” niet alleen het brood “drinkt” niet alleen den wijn uit de drinkbeker; wat Ik u beveel te nemen en te genieten, dat is Mijn lichaam en het bloed van het Nieuwe Verbond. Mijn lichaam en bloed, in de dood gescheiden, zijn het ware offer voor velen die geloven in de vergeving van de zonden. ” Het offer wordt echter ook voedsel en drank; niet zoals de mens van aards voedsel geniet, dat in zijn lichaam verandert, maar overeenkomstig de verheerlijkte inrichting, zodat ieder die de mond van het geloof opent in gelijkvormigheid aan het verheerlijkte lichaam van Christus zal worden veranderd. Dat wordt ons gewaarborgd door de handeling die wij in gehoorzaamheid van het geloof volbrengen. “Doe dat tot Mijn gedachtenis: ” dat is niet alleen bedoeld als aandenken aan een geschiedenis die lang geleden gebeurd is, maar zoals het in het Oude Verbond staat, dat de Heere op een plaats, waar Hij Zijn helpende macht getoond heeft, een gedachtenis van Zijn naam gesticht heeft, die toch altijd tegenwoordig is, of zoals de offers werden gebracht, om de herinnering aan onze zonden te vernieuwen (Hebr. 10: 3), die toch helaas! ook niet lang geleden hebben plaats gehad, dan moeten wij ten gevolge van het teken van de herinnering ons in de levende, verlossing teweeg brengende tegenwoordigheid van de onzichtbare en toch tegenwoordige Heere verdiepen. “Totdat Hij komt, ” zo wijst het avondmaal op de tijd van de heerlijke volmaking, wanneer een hoger genieten zal beginnen in de heerlijkheid van de nieuwe schepping. Het is ons tussen Zijn heengaan en Zijn toekomst de voortdurende aanvulling, de gedurige waarborging van Zijn tegenwoordigheid. Het maant ons steeds metterdaad opnieuw aan, dat de verwachting van ons geloof niet mag nalaten in Christus de volkomen Heiland aan te grijpen voor ons gehele wezen, naar geest, ziel en lichaam.
Markus stelt het in vs. 23 opzettelijk voor dat zij allen op de rij af uit de drinkbeker dronken en laat daarop in vs. 24 de Heere bij die handeling de veelbetekenende woorden spreken. Ook hier wordt, als zo vaak, het te Rome geschreven Petrinische Evangelie, als tot een goddelijk getuigenis tegen de valse leer en de verkeerde inzettingen van de Roomse kerk.
III. Vs. 26-52.KruisverwijzingenZacharia 13:7→Johannes 12:27→Mattheüs 26:30→Mattheüs 28:16→Markus 16:7→Markus 14:36→Markus 14:39→Lukas 22:39→ — En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg. En Jezus zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geergerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden. Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea. En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geergerd werden, zo zal ik toch niet geergerd worden. En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen. Maar hij zeide nog des te meer: Al moest ik met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen. En insgelijks zeiden zij ook allen. En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben. En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden; En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt. En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijging. Na het eindigen van het Paasmaal en de daarmee verbonden instelling van het avondmaal, heeft de Heere, zoals wij uit het Evangelie van Johannes weten, met de discipelen nog veel gesproken en ten slotte Zijn hogepriesterlijk gebed uitgesproken. Wanneer Hij daarin ook zegt (Joh. 17: 19): “Ik heilig Mijzelf voor hen, ” dan volgt die daad nu onmiddellijk in de gebedsstrijd in Gethsemane, in welke Hij de overname van de zonden van de wereld (susceptio) volbracht, om die daarna in Zijn lijden en sterven ook tot wegneming door verzoening te dragen (gestatio of onerosa portatio). Onze afdeling omvat ook de waarschuwing van Petrus, die de gebedsstrijd voorafgaat en de daarop volgende geschiedenis van de gevangenneming.
KruisverwijzingenMattheüs 26:30→Lukas 22:39→Mattheüs 21:1→Jakobus 5:13→Handelingen 16:25→Openbaring 5:9→Psalmen 47:6→1 Korinthe 14:15→— En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.
En toen zij de lofzang (Ps. 115-118) gezongen hadden en daarop nog enige tijd met elkaar hadden gesproken, gingen zij over de beek Kedron naar de Olijfberg.
KruisverwijzingenZacharia 13:7→Johannes 16:32→Mattheüs 26:31→Lukas 22:31→Johannes 16:1→2 Timotheüs 4:16→— En Jezus zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geergerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden.
En Jezus zei tot hen: U zult in deze nacht allen door Mij geërgerd worden, want er is geschreven (Zach. 13: 7): Ik zal de herder slaan en de schapen zullen verstrooid worden.
KruisverwijzingenMattheüs 28:16→Markus 16:7→Mattheüs 28:10→Mattheüs 28:7→Mattheüs 26:32→1 Korinthe 15:4→Johannes 21:1→Mattheüs 16:21→— Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.
Maar nadat Ik opgestaan zal zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea, om daar u en alle leden van Mijn kudde weer rondom Mij te verzamelen.
KruisverwijzingenJohannes 13:36→Mattheüs 26:33→Johannes 21:15→Lukas 22:33→— En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geergerd werden, zo zal ik toch niet geergerd worden.
En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geërgerd werden, zo zal ik toch niet geërgerd worden.
KruisverwijzingenMarkus 14:66→Johannes 13:38→Lukas 22:54→Genesis 1:5→Genesis 1:8→Lukas 22:34→Genesis 1:19→Johannes 18:17→— En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen.
En Jezus herhaalde de hem al eens gedane aankondiging nog meer bepaald (Luk. 22: 31 vv. Joh. 13: 37 vv. ) en zei tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in deze nacht, voordat de haan tweemaal gekraaid zal hebben, u Mij driemaal zult verloochenen.
KruisverwijzingenJeremia 17:9→Deuteronomium 5:27→Exodus 19:8→Job 40:4→Psalmen 30:6→Spreuken 29:23→Johannes 13:37→Spreuken 18:24→— Maar hij zeide nog des te meer: Al moest ik met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen. En insgelijks zeiden zij ook allen.
Maar hij zei nog des te meer, met meerdere en sterkere verzekeringen: Al moest ik met U sterven, ik zal U geenszins verloochenen! En zo zeiden zij ook allen, dat het met hen zo ver niet zou komen, dat zij Hem niet zouden verlaten of verloochenen.
De discipelen hielden het laatste woord en Jezus moest zwijgen. Hij zag, dat zij zich niet door woorden lieten overtuigen, maar dat zij alleen door de daad waren te leren. Wie niet horen wil moet voelen. Zo moet de Heere dan helaas! ook ons vaak en maar al te vaak laten voelen, juist omdat omdat wij niet willen horen. In plaats van door de waarschuwingen die de Heere door Zijn Geest, door Zijn Woord en door de stemmen van Zijn vrienden toeroept, kleiner, ootmoediger, wantrouwender omtrent onszelf te worden, maken wij onszelf slechts des te groter en beginnen nu eerst, omdat anderen minder van ons denken, onszelf te verheffen. Dan zegt men: “Hoe kan men zo iets van mij denken? hoe kan men iets zo kwaads mij toedichten? Ik meen het goed met mijn Christendom. ” En daarbij merkt men niet dat men al in de zeef van de satan is, men bemerkt niet dat hij al met blindheid heeft geslagen. Gisteren beleed men nog het hele verderf van zijn hart en vandaag, nu men voor de bijzondere zonde en voor de val wordt gewaarschuwd, is men een toonbeeld van deugd, ziet men enkel reinheid in zichzelf; men ergert zich, dat anderen ons voor onrein houden. Ook het woord en de prediking die iemand zeer duidelijk aanwijzen: zo bent u en zo zal het worden – men past het op ieder ander toe, maar alleen op zichzelf niet; kortom, men moet het laatste woord houden, totdat, ja totdat men gevallen, diep gevallen is en nu niet weet, wat men doen moet.
KruisverwijzingenMarkus 14:36→Markus 14:39→Mattheüs 26:36→Johannes 18:1→Lukas 22:39→Psalmen 109:4→Psalmen 18:5→Psalmen 88:1→— En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben.
En zij kwamen in een plaats die Gethsémane heette en Hij zei tot Zijn discipelen. Zit hier neer, totdat Ik verderop gebeden zal hebben.
KruisverwijzingenLukas 22:44→Markus 5:37→Hebreeën 5:7→Jesaja 53:10→Markus 1:16→Markus 9:2→Psalmen 69:1→Psalmen 88:14→— En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden;
En Hij nam met Zich Petrus en Jakobus en Johannes 22: 46″) en begon verbaasd en zeer beangstigd te worden, alsof iets zeer ontzettends Hem overviel.
KruisverwijzingenJohannes 12:27→Markus 13:35→Jesaja 53:3→Jesaja 53:12→Klaagliederen 1:12→Efeze 6:18→1 Petrus 5:8→1 Petrus 4:7→— En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt.
En zei tot hen: a) Mijn ziel is geheel bedroefd tot de dood toe; blijf hier en waak.
Joh. 12: 27.
KruisverwijzingenHebreeën 5:7→Markus 14:41→Mattheüs 26:39→Deuteronomium 9:18→Genesis 17:3→1 Kronieken 21:15→Openbaring 5:14→Handelingen 10:25→— En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijging.
En een stukje voortgegaan zijnde viel Hij op de aarde en bad, dat het uur dat nu voor Hem aanbrak, als het mogelijk zou zijn, Hem voorbij zou gaan.
KruisverwijzingenGalaten 4:6→Filippenzen 2:8→Johannes 5:30→Johannes 6:38→Johannes 18:11→Hebreeën 5:7→Johannes 12:27→Johannes 4:34→— En Hij zeide: Abba, Vader, alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.
En Hij zei: Abba, Vader! alle dingen zijn voor U mogelijk (Hoofdstuk 10: 27); neem deze drinkbeker van Mij weg! a) niet echter wat Ik wil, maar wat Gij wilt.
Joh. 6: 38.
KruisverwijzingenMattheüs 26:40→Mattheüs 25:5→Markus 14:29→Lukas 9:31→Lukas 22:45→Markus 14:40→2 Samuël 16:17→Hebreeën 12:3→— En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon, slaapt gij? Kunt gij niet een uur waken?
En Hij kwam daarop bij het drietal (vs. ) en vond hen slapende en zei tot Petrus, als degene die het meest in gevaar was (vs. 30): Simon! slaapt u? Kunt u niet één uur waken?
KruisverwijzingenMattheüs 26:41→Lukas 22:46→Romeinen 7:18→Lukas 22:40→Mattheüs 24:42→Lukas 21:36→Markus 14:34→Openbaring 3:2→— Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.
Waak en bid, opdat u niet in verzoeking komt; a) de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak (MATTHEUS. 26: 41).
Gal. 5: 17.
KruisverwijzingenMattheüs 6:7→Mattheüs 26:42→2 Korinthe 12:8→Lukas 18:1→— En wederom heengegaan zijnde, bad Hij, sprekende dezelfde woorden.
En Hij ging weer weg en bad dezelfde woorden.
KruisverwijzingenMarkus 9:33→Romeinen 3:19→Genesis 44:16→— En wedergekeerd zijnde, vond Hij hen wederom slapende, want hun ogen waren bezwaard; en zij wisten niet, wat zij Hem antwoorden zouden.
En Hij keerde terug en vond hen weer slapend, Hij kon hen niet goed wakker maken omdat hun ogen weer neervielen en zij wisten niet wat zij Hem antwoorden zouden wanneer hij probeerde met hen te praten, zodat Hij hen niet weer als in vs. 38 kon vermanen.
KruisverwijzingenMarkus 9:31→Markus 14:35→1 Koningen 18:27→Markus 10:33→Markus 14:18→Mattheüs 26:2→2 Koningen 3:13→Prediker 11:9→— En Hij kwam ten derden male, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; het is genoeg, de ure is gekomen; ziet, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.
En Hij kwam voor de derde keer en zei tot hen: Slaap nu verder en rust: het is genoeg; langer kan Ik u in uw slaapdronken toestand niet laten; het uur nu is gekomen dat u wekt in plaats van Mij. Zie, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen van de zondaren.
KruisverwijzingenJohannes 18:1→Mattheüs 26:46→— Staat op, laat ons gaan; ziet, die Mij verraadt, is nabij.
Sta op, laat ons gaan; zie, die Mij verraadt is dichtbij.
Terwijl Jezus zo sidderend in het stof lag en al de smarten begon te gevoelen, die tot verlossing van de Zijnen noodzakelijk waren, kon Hij van Zijn discipelen geen teken van liefde en deelneming ontvangen, maar vond Hij bij hen niets dan koudheid en onverschilligheid. Daar zien wij het gedrag van de mensen tegenover de Heere en hun drievoudig onrecht: 1) De Heere heeft voor ons geleden en wij zijn onboetvaardig; 2) de Heere waakt voor ons en wij slapen; 3) de Heere bemint ons en wij beminnen Hem niet. – I. Men ziet de vreselijke verschrikkingen, die Jezus tot hiertoe van Zich verwijderd hield, nu plotseling als van Hemzelf de toestemming ontvangen, om Hem te bestormen, dat Hij Zich aan hen overgeeft, dat Hij zelf daarvan bijna overweldigd werd; en wat waren die verschrikkingen? Waren zij die van de dood? Ja zeker, die van de dood. Men moet daarbij niet aan een gewone angst voor de dood denken, want van deze zal men toch wel de Zoon van God vrijspreken, die aan geen met de zonde verenigde opwelling onderworpen kon zijn. Het waren verschrikkingen van de geestelijke, eeuwige dood – niet van de dood dien Hij eerst moest sterven, maar van de dood dien Hij al begonnen was te sterven. Want Hij, de plaatsbekleder van de zondaren, Hij, die allen welke in Hem geloven, van de eeuwige straffen wilde bevrijden, Hij moest om de gerechtigheid van Zijn Vader te bevredigen, zelf de straffen lijden; Hij moest de bitterheid van de dood smaken, om ons aan zijn macht te onttrekken. Wat Hij voelen wil, dat kan Hij ook voelen; Hij kan door Zijn alwetendheid de gevolgen van de zonde vrezen, Hij kan door Zijn liefde Zich in de plaats van haar ongelukkige offers stellen. Hij ziet zo, hoe de zonde van een punt uit gaat, zich over de gehele aarde verbreidt en zich voortplant door alle geslachten. Veelvoudig lijden en de dood, die onder grote pijn lichaam en ziel scheidt, zijn in haar gevolg. De menselijke natuur heeft geen middelen om ze te onderdrukken en zelfs het middel dat Hij door de verlossing wil aanbieden, zal niet door allen worden aangenomen. Rijken vallen neer in het stof en verdwijnen van de oppervlakte van de aarde, omdat de zonde hun grondvesten heeft ondergraven. De heiligste banden tussen echtgenoten, tussen ouders en kinderen worden opgelost en zij, die geroepen waren elkaar wederkerig gelukkig te maken, veroorzaken elkaar pijn, zoals geen vijand, geen tegenstander hen kon berokkenen. Het inwendige van de mens, dat een tempel van God moest zijn, wordt bewoond door de machten van de duisternis. De vrede is daaruit ontvlucht en in de diepten van zijn hart beweegt zich een knagende worm. De angst, die de ware middelen tot haar genezing afwijst, stort zich in de draaikolk van de wereldse lusten, waarin zij vreselijk toeneemt; zij drijft tot zonden en omdat ook dezen geen rust geven, stort zij zich in de misdaad, waarop wanhoop en verdoemenis volgt. Nu opent zich voor het oog des Heeren wat voor ons oog gesloten is en wat zich slechts ten dele voor ons gevoel met ontzetting ontsluiert. – De verblijfplaats van de verdoemden. Hij ziet de zielen, die geroepen waren om Goddelijke vreugde in de hemel te genieten, van God gescheiden en dat voor eeuwig, gekweld en gepijnigd en dat zonder ophouden. Hij, die zelf eeuwig is, grijpt de gedachte, die ons niet mogelijk is, de gedachte van een eeuwige kwelling en houdt die vast. Maar Hij kan die nauwelijks verdragen; Hij zinkt in het stof; het bloed wordt door de angst van Zijn ziel uit het voorhoofd gedreven en valt op de aarde. De drinkbeker die Hij al drinkt is te bitter; Hij smeekt dat die van Hem wordt weggenomen. Waar zijn intussen de discipelen? Omringen zij Hem; zijn zij getuigen van Zijn strijd, beseffen zij dat ook hun zonden behoren tot degenen die Hem deze pijnen veroorzaken? Delen zij in Zijn angst, liggen zij naast Hem in het stof, drogen zij met liefdevolle hand het bloedig zweet van Zijn voorhoofd? Neen, zij weten van niets; in hun ongestoorde rust zijn hun ogen dicht gevallen en als Jezus hen opzoekt om Zich tot het dragen van Zijn angst te versterken door het zien van hen voor wie Hij die lijdt, vindt Hij ze slapende. Ook de meeste Christenen schijnen met een Verlosser die om hunnentwil een dodelijke angst geleden heeft, niet in de minste betrekking te staan. Dat in Gethsemane, dat op Golgotha iets groots, iets ontzettends om hunnentwil volbracht is, dat zij zonder dat grote werk der smarten eeuwig verloren zouden zijn gegaan, dat weten zij niet; of wanneer zij het weten dan denken zij er niet aan; of wanneer zij er aan denken dan menen zij, dat zij door een enkele lichte smart van berouw alle voorwaarden tot hun zaligheid vervuld hebben. – II. Het is niet genoeg voor de Heere om de straffen, die de Zijnen verdienden, over te nemen, Hij wil hen ook voor zonden bewaren; want iedere zonde, ook wanneer zij wordt vergeven, is toch een onuitsprekelijk ongeluk, omdat zij een belediging is van God en een hindernis voor de voorbede van Zijn rijk. Jezus weet dat de macht van de duisternis niet alleen Hem aan het kruis zal brengen, maar ook voor Zijn discipelen de grootste aanvechtingen zal veroorzaken. Hij had hen al in de vroegere gesprekken gewaarschuwd en nu het beslissend ogenblik meer en meer nadert, is Hij niet zo geheel in Zijn pijnen verzonken, hoe diep Hij ook daarin weggezonken mocht zijn, dat Hij daarom de zorg voor de Zijnen zou kunnen vergeten. Evenals een moeder zich van haar ziekbed verheft en haar pijn doorstaat om een gevaar van haar kinderen af te wenden, zo verheft Hij Zich van de aarde, zo ontrukt Hij Zichzelf opeens aan Zijn dodelijke smarten. Hij wil zien hoe de zo hard bedreigde, zo vaak gewaarschuwde discipelen Zich gedragen en vindt ze slapend; zij liggen aan de rand van een afgrond en – zij slapen; het gevaar zweeft boven hun hoofd, maar zij merken er niets van, want aardse vermoeidheid heeft de ogen van hun geest en van hun lichaam toegedrukt. Wij weten dat geen reiziger in de verschrikkingen van de eenzaamheid en van de woestijn met grotere gevaren te strijden heeft, dan wij mensen in de loop van onze aardse pelgrimstocht. Wij weten dat elke toestand, dat hoogheid en nederigheid, rijkdom en armoede, geluk en lijden met eigenaardige aanvechtingen zijn verbonden; dat juist dan, als wij uitwendig rust hebben, zich de verschrikkelijkste stormen in ons binnenste plegen te verheven. Dat alles weten wij uit eigen treurige ervaring; wij weten het ook door het woord van de Heere: “Waak en bid, opdat u niet in verzoeking komt, ” door die machtige wekstem, die door alle tijden heen klinkt en die wij vandaag niet voor de eerste maal hebben vernomen. Wij weten dat wij alleen door waken en bidden gered kunnen worden of wij moesten het weten, dat alleen hij waarlijk waakt, die met Christus waakt, dat alleen dan, wanneer wij ons Christus vertegenwoordigen en vooral wanneer wij op de pijnen letten die Hij voor ons heeft gedragen, de ogen van onze geest eigenlijk openstaan, dat Christus in Zijn doodstrijd en aan Zijn kruis het verhevenste schouwspel is waarnaar wij onze ogen kunnen opheffen en dat wij ons hier beneden eigenlijk alleen gedurende zo’n aanschouwen in een volkomen veilige toestand bevinden. En nu vraag ik: waakt u op deze wijze? hebt u zich vaak in die wakende toestand bevonden? hoe lang kon u het daarin uithouden? Dwaal ik niet, dan zullen velen antwoorden: deze toestand is ons geheel onbekend en wij hebben nog nooit beproefd, ons tot het zien van Christus en het gevoel van Zijn tegenwoordigheid op te heffen. Nog nooit? Nu dan zeg u, dat u nog nooit gewaakt, maar uw gehele leven door geslapen hebt en waarschijnlijk gedurende deze slaap meermalen en zwaarder dan u het weet en wilt belijden, gezondigd heeft. Anderen zullen zeggen: wij weten wel wat dit waken is, wij hebben ervan gehoord en gelezen, wij erkennen het voor een volmaakte toestand, wij proberen ons daarin te verplaatsen; het lukt, wij zien de Heere, ons grijpt een medelijden met Zijn pijn aan, een diepe droefheid om dit te hebben veroorzaakt, een verlangen om Hem voortaan niet meer te beledigen, om door Zijn genade tegen alle verzoekingen te worden gesterkt. Wij bidden er Hem om; maar plotseling – wij weten niet hoe het komt – voelen wij een druk, een zwaarte, een vermoeidheid, de warmte verkoelt, het opstijgen van de gedachten is verlamd, zij zinken naar omlaag, zij raken in verwarring, evenals dit bij het inslapen met het lichaam gebeurt en de ogen van de geest sluiten zich. Ook u kunt dus geen uur met de Heere waken? – Geen uur! zouden zij antwoorden, wanneer zij oprecht zijn: geen uur; nauwelijks enige minuten kunnen wij het, dan moeten wij al onze zinnen op andere voorwerpen laten rusten! III. Is er ooit een liefdevol verdragen van gebreken en zwakheden van anderen geweest, dan is het dat wat Jezus in Zijn omgaan met de discipelen betoonde. Zijn ooit woorden gesproken waarin het hele hart zich in liefde ontboezemde, dan zijn het die welke Jezus voor Zijn heengaan tot Zijn discipelen richtte (Joh. 14 vv). In deze redenen en in zoveel vorige had Hij hen duidelijk gezegd wat Hem wachtte. Hij moest aan de macht van Zijn vijanden worden overgegeven en door hun handen sterven. Hij heeft al het laatste maal met hen gehouden en zij weten dat dit het laatste is. Hij heeft een gedachtenismaal ingesteld; Hij heeft hen vermaand om Hem te gedenken, zo dringend, zo ernstig als iemand die afscheid neemt daartoe kan vermanen. En is er ook nu in het donkere van deze nacht, in deze eenzaamheid van de Olijfberg, in dit treuren en sidderen dat Hem vervult, niet iets ontzettends dat doet denken aan grote pijnen die Hem wachten? Zouden zij niet steeds naar Hem kijken? Zou niet hun oor in de duisternis luisteren of het niet misschien de treden van de naderende vijand vernam? Zou niet het beven van hun hart, de inspanning van hun geest alle slaap van hun ogen verdrijven? Dat alles was plichtmatig en dat alles zou ook plaats hebben gehad wanneer zij Hem hadden bemind; maar zij slapen en dit is een teken, hoe – ik spreek het uit met beven, dat verpletterende woord – hoe onverschillig het voor hen is. Hij zelf voelt het wel; het raakt Hem diep, want als Hij voor de derde keer komt en hen voor de derde keer slapende vindt, dan zijn Zijn woorden meer dan een vermaning, meer dan een verwijt: zij zijn een jammergeschrei van de goddelijke liefde, die Zich daarover beklaagt, dat zij in het geheel niet wordt beantwoord. Inderdaad, het is zeer verwonderlijk, dat de Heere ons zo onbeschrijfelijk lief heeft en dat wij Hem zo weinig liefhebben. Wat liefde opwekt dat is schoonheid, geestelijke schoonheid; en waar zou deze bij de mens te vinden zijn? De schoonheid die hij oorspronkelijk van God had ontvangen, was door de zonde verdorven en het goddelijk evenbeeld, dat eerst in Hem glinsterde, was voor de ogen van de Eeuwige zelf onkenbaar geworden; hij lag daar, verpletterd onder de raderen van de wagen waarop de vorst van deze wereld triomferend over de aarde rondreed, zwemmend in zijn bloed, bedekt met zweren als een Lazarus, de dorst die hem kwelt uit onreine bronnen lessend, zonder kennis van zijn ellende, volkomen met zichzelf tevreden, in het geheim verbonden met zijn doodsvijand en met tegenzin vervuld tegen God, zijn Schepper en Heiland. Op dit voorwerp van tegenzin en afschuw worden vanuit de hemel de ogen van de Heere gevestigd. Het is voor Hem het voorwerp van eer liefde, die zich in zijn redding nog groter en heerlijker openbaart, dan die zich openbaarde in de schepping van hemel en aarde. Wat is voor Hem een troon, waar Hij aan de rechterhand van de Vaders zat? Wat zijn voor Hem de lofzangen van de engelen, die rondom Hem klinken? Wat zijn voor Hem de eeuwig groene bomen en de kristallen rivieren van het paradijs? Hij verlaat Zijn heerlijkheid om de ellende van de mensen, uitgezonderd de zonde, te delen om hier te dorsten, te bloeden, te sterven, Hij bekleedt Zich met hun smaad om hen met Zijn heerlijkheid te kunnen tooien. Zo staat Hij voor ons, altijd schoon, heerlijk, lerend, hetzij wij Hem op de troon van de hemels, hetzij dat wij Hem in Zijn wandel op aarde, hetzij dat wij Hem aan het kruis zien; want ook uit Zijn geringheid, ook uit Zijn lijdende jammergestalte schittert Zijn schoonheid en hier misschien het aller duidelijkst. Zo vertoont Hij Zich aan ons beminnenswaardig door wat Hij is en door wat Hij voor ons gedaan heeft. Ja, als de enige en alleen beminnenswaardige; en wij – beminnen Hem niet. Laat ons dit groot geheim van onze schande en daarmee onze hele zondigheid en verdorvenheid belijden! Want hoe diep moeten zij niet gezonken zijn, die niets voelen voor de ware goddelijke schoonheid, die niet in staat Zijn, een oneindige liefde met het geringste gevoel te beantwoorden! Wij beminnen alles en hoe slechter, hoe nietswaardiger het is, des te meer misschien hebben wij het lief, des te meer zijn wij tot dwepen toe er mee ingenomen; maar Jezus – hoe weinigen onder ons heeft Hij wel met geestdrift vervuld. Wij dragen wel in ons de beelden van vele andere voorwerpen, die onze geest en ons gemoed vervullen, die alle gedachten, alle gevoelens aan zich boeien; maar het beeld van Jezus – wie draagt dat in zich, wie is daarmee bezig? Wij spreken wel van veel dingen en van enige misschien niet zonder warmte en zonder vuur, het ontbreekt ons dan ook niet aan woorden om hetgeen wij voelen in andere harten over te dragen; maar zodra wij van Jezus spreken – o ellende, o smaad! – dan slaat geen vlam in ons binnenste omhoog, dan heeft de tong geen woorden, dan blijven wij koud en laten ook degenen koud tot wie wij spreken.
KruisverwijzingenMattheüs 26:47→Handelingen 1:16→Johannes 18:3→Psalmen 22:11→Psalmen 2:1→Lukas 22:47→Psalmen 3:1→— En terstond, als Hij nog sprak, kwam Judas aan, die een was van de twaalven, en met hem een grote schare, met zwaarden en stokken, gezonden van de overpriesters, en de schriftgeleerden, en de ouderlingen.
En meteen toen Hij nog sprak kwam Judas aan, die een was van de twaalf en met hem een grote menigte met zwaarden en stokken, gezonden door de overpriesters en deschriftgeleerden en de ouderlingen, waarvan er ook een aantal mee waren gekomen.
KruisverwijzingenJozua 2:12→Spreuken 27:6→1 Samuël 23:22→2 Samuël 20:9→Filippenzen 1:28→Mattheüs 26:48→2 Thessalonicenzen 3:17→Exodus 12:13→— En die Hem verried, had hun een gemeen teken gegeven, zeggende: Dien ik kussen zal, Die is het, grijpt Hem, en leidt Hem zekerlijk henen.
En degene die Hem verried had hen al vooraf volgens bijzondere afspraak een gemeen teken gegeven, zeggende: Degene die ik kussen zal, die is het, op wie het in onderscheiding van de anderen die bij Hem zijn, aankomt; grijp Hem en leid Hem zeker heen, zodat Hij u niet kan ontsnappen.
KruisverwijzingenJohannes 13:13→Johannes 20:16→Maleachi 1:6→Lukas 6:46→Jesaja 1:3→Mattheüs 23:7→Markus 12:14→— En als hij gekomen was, ging hij terstond tot Hem, en zeide: Rabbi, Rabbi, en kuste Hem.
En toen Hij gekomen was, ging hij terstond tot Hem (om hier het een en ander, dat volgens Joh. 18: 4-9 vooraf gebeurde, over te slaan) en zei: Rabbi, Rabbi! in grote opgewondenheid en net alsof hij Hem nu bijzondere eer wilde geven en hij a) kuste Hem.
2 Sam. 20: 9.
KruisverwijzingenKlaagliederen 4:20→Richteren 16:21→Handelingen 2:23→Johannes 18:12→— En zij sloegen hun handen aan Hem, en grepen Hem.
En zij sloegen hun handen aan Hem en grepen Hem.
KruisverwijzingenJohannes 18:10→Lukas 22:49→Mattheüs 26:51→— En een dergenen, die daarbij stonden, het zwaard trekkende, sloeg den dienstknecht des hogepriesters, en hieuw hem zijn oor af.
Behalve de discipelen waren nog anderen toegesneld toen de menigte (vs. 43) naderde, ten minste een jongeling (vs. 51 vv. ). En een van degenen die daarbij stonden trok het zwaard en sloeg de dienstknecht van de hogepriesters zijn oor af.
Kruisverwijzingen1 Samuël 26:18→Lukas 22:52→Mattheüs 26:55→1 Samuël 24:14→— En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Zijt gij uitgegaan, met zwaarden en stokken, als tegen een moordenaar, om Mij te vangen?
En Jezus herstelde dadelijk de veroorzaakte schade en verbood verder al het geweld (Luk. 22: 51. MATTHEUS. 26: 52-54. Joh. 18: 11) en antwoordde hen: Bent u uitgegaan met zwaarden en stokken, als tegen een moordenaar, om Mij te vangen?
KruisverwijzingenMattheüs 26:56→Johannes 8:2→Lukas 24:44→Mattheüs 1:22→Markus 12:35→Mattheüs 26:54→Johannes 18:20→Lukas 22:37→— Dagelijks was Ik bij ulieden in den tempel, lerende, en gij hebt Mij niet gegrepen; maar dit geschiedt, opdat de Schriften vervuld zouden worden.
Dagelijks leerde Ik bij u in de tempel en u hebt Mij niet gegrepen; omdat het uur waarin het u zou worden toegelaten nog niet gekomen was. Maar dit gebeurt a)opdat de schriften vervuld zouden worden; daarom is u macht over Mij gegeven en aan deze macht onderwerp Ik Mij vrijwillig.
Ps. 22: 7; 69: 10. Luk. 24: 25.
KruisverwijzingenMarkus 14:27→Psalmen 88:18→Psalmen 38:11→Johannes 16:32→Psalmen 88:7→2 Timotheüs 4:16→Johannes 18:8→Job 19:13→— En zij, Hem verlatende, zijn allen gevloden.
a) En zij, de discipelen, hebben Hem, zoals Hij hen voorspeld had (vs. 27), verlaten en zijn allen gevlucht.
Job 19: 13. Ps. 88: 9.
— En een zeker jongeling volgde Hem, hebbende een lijnwaad omgedaan over het naakte lijf, en de jongelingen grepen hem.
En een zekere jongeling, door het geraas gewekt, was van zijn bed in de nabijheid van de hof opgestaan en had zich naar de plaats van de gevangenneming begeven. Deze volgde Hem en heeft hem, toen hij in haast van zijn leger was opgestaan, een laken omgedaan over het naakte lijf en de jongelingen, die zich onder de menigte (vs. 43) bevonden, grepen hem alsof zij Hem ook mee wilden voeren, echter meer uit moedwil dan werkelijk met die bedoeling.
KruisverwijzingenMarkus 13:14→Genesis 39:12→Job 2:4→— En hij, het lijnwaad verlatende, is naakt van hen gevloden.
En hij zette er in het vermeende gevaar alles op om zijn leven te behouden, verliet het laken en is naakt van hen gevlucht.
De voorstelling van de gevangenneming is bij onze Evangelist zeer kort. Plotseling staat Judas voor de ingang van de tuin met de menigte die hij met zich heeft genomen, als een spookachtige verschijning. Nu gaat alles zo snel dat tussen Jezus en de verrader niets gesproken wordt en noch het verwijt aan hem, die het zwaard trok, noch de genezing van het afgehouwen oor vermeld wordt. Wij merken hier duidelijk een berichtgever op die nu dat stuk uit zijn eigen levensgeschiedenis verhaalt waardoor hij met de Evangelische geschiedenis verbonden is, nadat hij tot hiertoe in geen nadere betrekking daartoe had gestaan. Hij maakt zich vooreerst (vs. 43-46) van de gevangenneming spoedig af, alsof dat alles in een ogenblik had plaats gehad; haalt vervolgens (vs. 47-49) de tussenhandeling van de slag met het zwaard kort aan, maar roert het ook slechts als iets voorbijgaands aan. De overgave van Jezus, zoals die in vs. 46 is aangegeven, een overgave zonder enige tegenstand komt in opmerkelijk contrast voor met de bezorgdheid van de bende en van haar leidsman (vs. 43 -45), om zich van de gevangene met alle middelen van menselijke macht en slimheid te verzekeren. Zo kwam duidelijk uit dat de klacht van de Heere rechtvaardig was toen Hij zei, dat men Hem als een misdadiger behandelde, wiens geweten Hem moest dringen, om aan de handen van de overheid Zich door list of geweld te onttrekken, terwijl toch Zijn openlijk leren in de tempel bewijs van het tegendeel was. Dit treedt hier scherp op de voorgrond, omdat zo eerst de reden waarom Hij Zich toch als een misdadiger laat grijpen en binden, als onderwerping aan het woord van de Schrift kon worden begrepen. Terwijl nu van de vlucht van de discipelen wordt gesproken (vs. 50), wordt hiermee het verhaal verbonden, waarop in vs. 47 zo eigenaardig was gedoeld, dat men ziet, het gaat de verteller hier minder om Petrus, aan wie anders ons Evangelie toekomt, dan op degenen die daarbij stonden, waaronder zich een jongeling bevond en wel in het bijzonder op deze jongeling zelf. Daarom is het niet slechts een vermoeden, maar in het wezen van de zaak gegrond, als men heeft aangenomen, dat die jongeling geen ander is geweest dan Markus, naar wie ons Evangelie de naam draagt. Het is echter een verkeerde mening dat de ongenoemde huisheer in vs. 13 vv. de vader van Markus zou geweest zijn, dat Markus de Heere van de zaal van het Paasmaal af zou hebben vergezeld, met de discipelen naar Gethsemane zou zijn meegegaan en al tegenwoordig zou geweest zijn toen Judas met de menigte kwam. Het laken op het blote lichaam wijst integendeel daarop, dat de jongeling al in slaap was toen het geruis van de naderende bende zich verhief, dat hij snel van zijn bed is opgestaan om te zien wat er voorviel en dat het huis van zijn ouders zich in de onmiddellijke nabijheid van Gethsemane moet hebben bevonden. Wij zullen daarop bij ons slotwoord op ons Evangelie terugkomen en wijzen nu op MATTHEUS. 19: 2, dat ieder van de Evangelisten op enig punt met zijn eigen leven aan dat van de Heere verbonden moet zijn geweest om zijn roeping als oor- en ooggetuige (1 Joh. 1: 1 vv. ) te kunnen vervullen. Met recht heeft Whitefield de handeling van de jongeling als beeld van een onrijpe navolging voorgesteld.
Met “de jongelingen” worden de Romeinse krijgsknechten bedoeld, zo worden Davids krijgsknechten, die met hem waren, genoemd 1 Sam. 21: 4, 5. Deze zochten den jongeling te grijpen, denkende, dat hij een discipel van Christus was, of ten minste een van degenen, die Hem genegen waren, en vatten hem bij zijn linnen kleed. Markus verhaalt ons dit met het doel, om de woede en kwaadaardigheid van deze mensen aan te tonen, die niemand wilden verschonen, welke maar scheen of gedacht werd een navolger van Christus te wezen, zodat het ontkomen van de discipelen alleen moest worden toegeschreven aan de wonderdadige macht van Christus.
IV. Vs. 53-72.KruisverwijzingenPsalmen 110:1→Daniël 7:13→Hebreeën 1:3→Mattheüs 24:30→Johannes 18:18→Mattheüs 26:64→Markus 13:26→Mattheüs 26:57→ — En zij leidden Jezus henen tot den hogepriester; en bij hem vergaderden al de overpriesters, en de ouderlingen, en de schriftgeleerden. En Petrus volgde Hem van verre, tot binnen in de zaal des hogepriesters, en hij was mede zittende met de dienaren, en zich warmende bij het vuur. En de overpriesters, en de gehele raad, zochten getuigenis tegen Jezus, om Hem te doden, en vonden niet. Want velen getuigden valselijk tegen Hem, en de getuigenissen waren niet eenparig. En enigen, opstaande, getuigden valselijk tegen Hem, zeggende: Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal dezen tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en in drie dagen een anderen, zonder handen gemaakt, bouwen. En ook alzo was hun getuigenis niet eenparig. En de hogepriester, in het midden opstaande, vraagde Jezus, zeggende: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U? Maar Hij zweeg stil, en antwoordde niets. Wederom vraagde Hem de hogepriester, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Christus, de Zoon des gezegenden Gods? En Jezus zeide: Ik ben het. En gijlieden zult den Zoon des mensen zien zitten ter rechter hand der kracht Gods, en komen met de wolken des hemels. Naar het hogepriesterlijk paleis geleid moet Jezus eerst bij Annas een voorlopig verhoor ondergaan, dat de grijze vijand tot en schouwspel moet dienen en de tijd moet aanvullen totdat de Hoge raad vergaderd is. Het is ook bestemd om zo mogelijk door listige vragen over Zijn leer en Zijn aanhang Hem een woord te ontlokken, dat men tot aanklacht tegen Hem zou kunnen gebruiken. Intussen gaat Markus, evenals Mattheus, deze voorbereiding voorbij en komt meteen tot het verhoor voor de eigenlijke hogepriester Kajafas. Nadat men lang moeite gedaan heeft om een getuigenis te krijgen, dat slechts uitwendig met de vorm van het recht overeenkwam, weet deze aan de zaak eindelijk een wending te geven, zodat men Jezus tot godslasteraar kan bestempelen en daarop ter dood veroordelen. Gedurende dit verhoor heeft de driemaal herhaalde verloochening van Petrus plaats.
KruisverwijzingenMattheüs 26:57→Handelingen 4:5→Lukas 22:54→Johannes 18:12→Jesaja 53:7→Markus 15:1→Mattheüs 26:3→Johannes 18:19→— En zij leidden Jezus henen tot den hogepriester; en bij hem vergaderden al de overpriesters, en de ouderlingen, en de schriftgeleerden.
En zij leidden Jezus naar de hogepriester Kajafas, vergaderden bij hem, terwijl intussen Annas zich met de Gevangene bezig hield (Joh. 18: 13, 19-24) al de overpriesters en de ouderlingen en de schriftgeleerden, al de leden van de Hogen raad, behalve Nikodemus en Jozef van Arimathea, die men niet vertrouwde.
KruisverwijzingenJohannes 18:18→Mattheüs 26:3→Lukas 22:55→Markus 14:38→Markus 14:29→Johannes 18:15→Markus 14:67→1 Samuël 13:7→— En Petrus volgde Hem van verre, tot binnen in de zaal des hogepriesters, en hij was mede zittende met de dienaren, en zich warmende bij het vuur.
En Petrus volgde Hem van ver tot binnen in de zaal van de hogepriesters, waartoe Johannes hem toegang verschafte en zat met de dienaren en warmde zich bij het vuur.
KruisverwijzingenHandelingen 24:1→1 Koningen 21:10→Daniël 6:4→Handelingen 6:11→Psalmen 35:11→Mattheüs 5:22→Mattheüs 26:59→1 Koningen 21:13→— En de overpriesters, en de gehele raad, zochten getuigenis tegen Jezus, om Hem te doden, en vonden niet.
a) En de overpriesters en de hele raad zochten, toen de geestelijke rechtbank haar onderzoek was begonnen, getuigenis tegen Jezus om Hem te doden en vonden niets.
Hand. 6: 13.
— Want velen getuigden valselijk tegen Hem, en de getuigenissen waren niet eenparig.
Want velen getuigden vals tegen Hem, de getuigenissen waren niet eenparig; geen twee getuigen, het minste dat geeist werd, konden samengebracht worden.
KruisverwijzingenMattheüs 26:60→Markus 15:29→Johannes 2:18→Handelingen 6:13→Jeremia 26:8→Mattheüs 27:40→Jeremia 26:18→— En enigen, opstaande, getuigden valselijk tegen Hem, zeggende:
En enigen stonden na het verhoor van de vorigen op en getuigden vals tegen Hem, zeggende:
KruisverwijzingenJohannes 2:19→Hebreeën 9:24→Markus 15:29→2 Korinthe 5:1→Handelingen 7:48→Hebreeën 9:11→Daniël 2:34→Daniël 2:45→— Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal dezen tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en in drie dagen een anderen, zonder handen gemaakt, bouwen.
Wij hebben Hem horen zeggen: a) Ik zal deze tempel, die met handen gemaakt is, afbreken en in drie dagen een andere, zonder handen gemaakt, bouwen, wat, als de woorden zo waren geweest en zo waren bedoeld als zij nu hier werden gesproken, tot een aanklacht van lastering tegen het heiligdom kon worden gezien (Hand. 6: 13).
Mark. 15: 29, Joh. 2: 19.
— En ook alzo was hun getuigenis niet eenparig.
En ook was deze getuigenis niet eenparig; de een gaf op deze, de ander op een andere manier de woorden weer; want getuigen werden niet in tegenwoordigheid van elkaarverhoord, opdat niet de een zich zou kunnen richten naar de woorden van de ander.
KruisverwijzingenJohannes 19:9→Markus 15:3→Mattheüs 26:62→— En de hogepriester, in het midden opstaande, vraagde Jezus, zeggende: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U?
En de hogepriester stond in het midden op en vroeg Jezus: Antwoordt gij niets? wat getuigen deze tegen u?
KruisverwijzingenJesaja 53:7→Mattheüs 16:16→Mattheüs 26:63→Markus 15:2→Lukas 22:67→Mattheüs 8:29→Psalmen 2:7→Mattheüs 3:17→— Maar Hij zweeg stil, en antwoordde niets. Wederom vraagde Hem de hogepriester, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Christus, de Zoon des gezegenden Gods?
a) Maar Hij zweeg stil en antwoordde niets. Weer vroeg de hogepriester Hem in duivelse slimheid en zei tot Hem: Bent Gij de Christus, de Zoon van de gezegende God, die niemand mag aantasten en over wie niemand zich in een betrekking mag plaatsen die hem niet toekomt?
Jes. 53: 7. Hand. 8: 32.
KruisverwijzingenPsalmen 110:1→Daniël 7:13→Hebreeën 1:3→Mattheüs 24:30→Mattheüs 26:64→Markus 13:26→Hebreeën 12:2→Markus 16:19→— En Jezus zeide: Ik ben het. En gijlieden zult den Zoon des mensen zien zitten ter rechter hand der kracht Gods, en komen met de wolken des hemels.
En Jezus zei: Ik ben het. a) En u zult de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand van de kracht van God en komen met de wolken van de hemel.
KruisverwijzingenNumeri 14:6→Mattheüs 26:65→Leviticus 21:10→Jeremia 36:23→Jesaja 36:22→Handelingen 14:13→— En de hogepriester, verscheurende zijn klederen, zeide: Wat hebben wij nog getuigen van node?
En de hogepriester, toen in heilige verontwaardiging en vol ontzetting over het gehoorde woord, verscheurde zijn kleren en zei: Waar hebben wij nog getuigen voor nodig?
KruisverwijzingenLeviticus 24:16→1 Koningen 21:9→Johannes 8:58→Johannes 10:31→Lukas 22:71→Johannes 5:18→Johannes 19:7→Mattheüs 26:65→— Gij hebt de gods lastering gehoord; wat dunkt ulieden? En zij allen veroordeelden Hem, des doods schuldig te zijn.
U hebt de godslastering gehoord die Hij met Zijn belijdenis gepleegd heeft! wat denkt u; is het geen godslastering? En zij allen, zoveel er tegenwoordig waren, veroordeelden Hem schuldig tot de dood.
Die het bestrijden dat Jezus de Zoon van God is, vervloeken Hem evenzo (1 Kor. 12: 3) vgl. bij Hoofdstuk 15: 15.
KruisverwijzingenMattheüs 26:67→Jesaja 50:6→Lukas 22:63→Markus 15:19→Handelingen 23:2→Hebreeën 12:2→Markus 10:34→Johannes 18:22→— En sommigen begonnen Hem te bespuwen, en Zijn aangezicht te bedekken, en met vuisten te slaan, en tot Hem te zeggen: Profeteer! En de dienaars gaven Hem kinnebakslagen.
En sommigen begonnen Hem te bespugen en Zijn aangezicht te bedekken en a) met vuisten te slaan en tot Hem te zeggen: Profeteer. En de dienaars gaven Hem kinnebakslagen (Jes. 50: 6 vv. )
Joh. 16: 10. Joh. 19: 3.
Zo is dan de dierbare Heiland in de laatsten nacht van Zijn leven geen slaap in Zijn ogen gekomen, maar evenals de hogepriester van het Oude Testament de nacht voor de groten verzoendag slapeloos pleegde door te brengen (Lev. 16: 29 vv. ), zo heeft ook de ware Hogepriester van het Nieuwe Testament in de nacht voor de dag waarop de zonde van het hele menselijk geslacht zou worden verzoend, geen slaap in Zijn ogen laten komen, opdat ook hierin het tegenbeeld en het voorbeeld des te volkomener zouden overeenstemmen. Hierdoor heeft echter onze Heiland tevens de slapeloze nachten voor Zijn kinderen geheiligd, wanneer zij of in de smart van het berouw, of in velerlei inwendige aanvechtingen, of in uitwendig lijden en droefenissen met Asaf (Ps. 77: 5) moeten uitroepen: “U hield Mijn ogen wakende. ” Welaan, kunnen wij op ons bed niet slapen, laat ons dan denken aan de slapeloze nachten van onze Heiland, aan de nacht in welke Hij verraden, gebonden, ter dood veroordeeld en aller erbarmelijkst mishandeld is.
De Hoge raad heeft het teken tot bespotting gegeven, de mannen, aan wiens bewaking Jezus voor het overig gedeelte van de nacht werd overgegeven, volgen na. Zij hebben de vrees, die hen nog kort te voren beangstigde, geheel afgelegd, de meest volkomen gerustheid, de meest openbare verachting is in de plaats daarvan getreden. Wat bij hun spot aan fijne geestigheid ontbreekt, vult ruwheid en overmoed aan; honende buigingen en beschimpende slagen met de snoodste bespuwing wisselen elkaar af. Maar het ergste komt nog: als Christus moet Hij immers kunnen profeteren, moet Hij kunnen raden wat in het duistere verborgen is. Nu wordt Zijn aangezicht met een doek bedekt en nu treedt de een na de ander dichterbij, en er regenen oorvijgen, kinnebakslagen, slagen met gebalde vuist en het refrein van dat steeds vernieuwde spel is het lasterend koorgezang: “Profeteer Christus! wie is het, die U geslagen heeft!”
Het ambt, waarin de Zoon van God in het bijzonder Zijn wijsheid openbaart, zoals in het koninklijke Zijn macht en in het hogepriesterlijke Zijn liefde, dat moet hier een spel van dwazen worden en zich in het paleis van de hogepriester laten honen, zoals in het paleis van de heidense landvoogd voornamelijk de koninklijke waardigheid van Jezus Christus bespot is geworden. Omdat profeten niet alleen toekomstige zaken pleegden te voorspellen, maar soms ook verborgene dingen pleegden te openbaren (2 Kon. 6: 12), daarom verlangen zij, dat de Heere een proef van Zijn profetische wetenschap zal afleggen en onder het kleed, dat zij voor Zijn ogen hebben gehangen, degene zou ontdekken, die Hem onder de menigte had geslagen. Ach, denkt hierbij een gelovige ziel, ik herinner mij bij dit treurspel mijn zondige aard: wat is meer gewoon, dan dat de Schepper van ons mensen als een blindeman wordt behandeld? Wij dwaze schepselen beelden ons in dat wij onze zonden al zo kunstig verbergen en zo in het geheim zouden kunnen bedrijven, dat Hij als iemand die een doek voor de ogen heeft, niet zou weten wie Hem had geslagen, evenals Judas van deze verschrikkelijke blindheid van het menselijk hart kort te voren een proef had afgelegd toen hij de Heere Jezus, toen die van Zijn verrader sprak, durfde vragen: “Heere ben ik het?” over welke vermetelheid de Geest van God het wee uitroept in Jes. 59: 15 v. Hoe vaak gebeurt het dat de mensen de spot drijven met profetische zaken, die in deze tijd van twijfelzucht door lichtzinnige gemoederen veelvuldig worden bespot en tot een voorwerp van gelach worden gemaakt, terwijl men toch overigens een bandeloze neiging tot allerlei verboden kunsten, die op een ontdekking van toekomstige dingen doelen, laat zien. Men is lichtgelovig voor waarzeggers en valse profeten en laat zich graag op allerlei manieren bedotten en daarentegen is men over de voorspellingen van de ware profeten zo ongelovig, terwijl die toch het zegel van haar goddelijkheid in zo veel duidelijke vervullingen weten aan te wijzen. Al die gevolgen van het menselijk verderf hebben de Zoon van God dat lijden berokkend toen Hij onder een luid honend gelach als een waarzegger en bedrieger werd geslagen.
Het ligt diep in het karakter van het onedele en lage om juist het betere, het edelere door toegedichte naaktheid tot zich in het stof te trekken, zedelijke grootheid te betwijfelen en schouder ophalend te behandelen, wereldse groten eerst te benijden en daarna, als zij gevallen zijn, met slijk te werpen. Dit is de vuile, moerassige grond, waaruit ontelbare persoonlijke satyren, bijtende glossen, bonmots, spotdichten, pasquillen steeds als dwaallichten voortkomen. Maar nog afschuwelijker en werkelijk satanisch is de spotlust wanneer zij zich aan het heilige waagt. Dan wordt vaak een schrijver, die zich daaraan kan overgeven, ver boven zijn natuurlijke begaafdheid door de inspiraties van de geest van de ontkenning vervuld tegenover het heilige, waaraan hij niet gelooft, om als spotter te velde te trekken en het met nauwelijks merkbare fijne wending tot een karikatuur te mismaken. Wie kan het berekenen wat een ontzaglijke schade aan de harten en wat een afbreuk aan het rijk van God door dergelijke voortbrengselen van de spotgeest veroorzaakt zijn? Ach voor duizenden mensen is de zaak van het Evangelie al een opgegeven en verloren zaak, wanneer eens de ban van het belachelijke daarop gelegd is! Maar welaan, u door de spotgeest van de wereld gewond en verdwaald hart, vestig uw blik op de plaats waarop de geschiedenis van onze tekst u wijst. Zie, hier staat voor het forum van deze geest niet alleen een dogma van het Evangelie, niet alleen de waarheid van een enkele leerstelling van de Heilige Schrift, maar de levende waarheid, de hele waarheid daarvan, niet alleen een discipel en belijder, maar de Meester zelf in het spotgericht, de Heilige onder de ban van het belachelijke – zie dan toe, of Hij daarom ophoudt de Heilige in Israël te zijn! Nu is aan de pijlen waarmee de valse wijsheid de dierbaarste waarheden van het Evangelie, alsof het slechts verdichtselen waren, denkt te doorboren, de punt afgebroken, sinds de koker van deze tegenover de persoonlijke waarheid, Christus, is geleegd. Wie kan nog twijfelen aan het lot, dat het Evangelie en zijn belijders in de wereld treft, wie kan zich nog laten verzoeken door de stofwolk van armzaligen spot waarmee de blinden de glans van de zon denken uit te blussen, of wie zich daarom uit de zalige gerustheid laten brengen tot moedeloosheid, tot vrees en kleinheid, tot toorn en tot verbittering, nadat Christus liefhebbend en lijdend Zijn bedekt aangezicht aan de spotters heeft aangeboden? Zijn ogen branden niet als vuurvlammen door de bedekking heen in het hart van de spotters, geen donder van het gericht gaat uit Zijn mond. Eén opwelling van woede in Zijn hart en de spotters zouden, als door de slag getroffen, terug tuimelen; maar in Zijn hart is niets dan liefhebben en lijden; als een lam staat Hij daar, dat stom is voor Zijn scheerders. En ook de hemel zwijgt bij het honen van Hem die alle engelen moeten aanbidden; geen vuur valt uit de hoogte, als op degenen die met Elisa spotten (2 Kon. 1: 9 vv. ); geen afgrond opent zich als voor het rot van Korach (Num. 6: 3 vv. ). Aardwormen mogen de Koning van de hemel voor de gek houden, zondaren met de Rechter van Israël blindeman spelen, zonder dat hen iets kwaads gebeurt.
KruisverwijzingenMarkus 14:54→Johannes 18:15→Lukas 22:55→Mattheüs 26:58→Mattheüs 26:69→Johannes 18:25→— En als Petrus beneden in de zaal was, kwam een van de dienstmaagden des hogepriesters;
En toen Petrus, terwijl dit in de verhoorzaal gebeurde, beneden in de zaal was, in het dieper dan die zaal gelegen binnenhof van het paleis, kwam een van de dienstmaagden van de hogepriester naar het kolenvuur, waar hij bij de knechten zat en zich warmde (vs. 54).
KruisverwijzingenMarkus 14:54→Mattheüs 21:11→Johannes 19:19→Markus 10:47→Johannes 1:45→Mattheüs 2:23→Handelingen 10:38→Markus 1:24→— En ziende Petrus zich warmende, zag zij hem aan, en zeide: Ook gij waart met Jezus den Nazarener.
En zij Petrus zich waren, keek hem aan en zei: Ook u was, evenals hij die u hier binnen heeft geleid (Joh. 18: 15 vv. ) met Jezus de Nazarener.
KruisverwijzingenJohannes 13:36→Mattheüs 26:71→Markus 14:72→2 Timotheüs 2:12→Markus 14:29→— Maar hij heeft het geloochend, zeggende: Ik ken Hem niet, en ik weet niet, wat gij zegt. En hij ging buiten in de voorzaal, en de haan kraaide.
Maar hij heeft het geloochend, zeggende: Ik ken hem niet en ik weet niet wat u zegt. En hij ging buiten in de voorzaal, die naar de straat leidde en de haan kraaide toen hij daar heen ging, want het was nu twee uur in de morgen).
KruisverwijzingenJohannes 18:17→Lukas 22:58→Johannes 18:25→Markus 14:38→Galaten 6:1→— En de dienstmaagd, hem wederom ziende, begon te zeggen tot degenen, die daarbij stonden: Deze is een van die.
En de dienstmaagd die aan het binnenste portaal van de voorhof was gestationeerd, waarbij hij toen aankwam 26: 72″), zag hem en begon, evenals de eerste dienstmaagd waar zij de mededeling van had (vs. 66 v), tot degenen die daarbij stonden te zeggen: Deze is een van die.
KruisverwijzingenHandelingen 2:7→Mattheüs 26:73→Richteren 12:6→Markus 14:68→Lukas 22:59→Johannes 18:26→— Maar hij loochende het wederom. En een weinig daarna, die daarbij stonden, zeiden wederom tot Petrus: Waarlijk, gij zijt een van die; want gij zijt ook een Galileer, en uw spraak gelijkt.
Maar hij loochende het weer en ging nu, zijn voornemen opgevend (vs. 68), weer naar het kolenvuur terug. En even daarna, nog in de tijd tussen 2 en 3 uur, maar nu al tegen het einde van die tijd, niet meer in hetbegin zoals vroeger, zeiden degenen die daarbij stonden (anderen dan die in vs. 69 en dezelfden in wier tegenwoordigheid het in vs. 67 en 68 vertelde had plaats gehad) weer tegen Petrus: Echt, u bent een van die; want u bent ook, zoals de dienstmaagd al gezegd heeft, een Galileër en uw spraak lijkt erop.
KruisverwijzingenJeremia 17:9→2 Koningen 10:32→1 Korinthe 10:12→2 Koningen 8:12→— En hij begon zichzelven te vervloeken en te zweren: Ik ken dezen Mens niet, Dien gij zegt.
Omdat men nu de getuigenis tegen hem aanvoerde, vreesde hij een loochening te minder. En hij begon zichzelf te vervloeken en te zweren: Ik ken deze mens niet waarover u spreekt.
KruisverwijzingenMarkus 14:68→Markus 14:30→Lukas 15:17→Mattheüs 26:34→Mattheüs 26:74→2 Samuël 24:10→Ezechiël 16:63→Psalmen 119:59→— En de haan kraaide de tweede maal; en Petrus werd indachtig het woord, hetwelk Jezus tot hem gezegd had: Eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En hij, zich van daar makende, weende.
En de haan kraaide de tweede maal. Toen werd Jezus, die ter dood was veroordeeld, juist naar de hof gebracht en Hij zag Zijn discipel aan. En Petrus bedacht het woord dat Jezus tot hem gezegd had (vs. 30): Eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult u Mij driemaal verloochenen. En hij snelde zich naar de voorhof, ging daar weg en huilde, zodat deze tranen van diep berouw samenvielen met het geluid van de haan, dat hem opwekte en het hanengekraai door hevig snikken afgewisseld werd.
Omdat Petrus zich hoger dan al de anderen wilde verheffen (vs 29), valt hij ook dieper dan zij; zijn natuur sleept hem mee in de diepste val. Het is de vleselijke dapperheid, waardoor hij daar in de hof het ijzeren zwaard zwaait, evenals zijn vermeende navolgers de dwangwerktuigen van de inquisitie; het is die aardse moed, die slag voor slag geeft en in zo’n strijd ook het eigen leven waagt, maar niet kan voelen hoeveel hoger de dapperheid is die de moed heeft, het onrecht geheel te lijden en niet te doen. Het is deze ijver van het vlees, die voor hem de bittere vrucht van de verloochening van Christus draagt en hem in die steile val meesleept, waardoor zijn staan op eigen kracht het diepst moest worden geschokt. De voornaamste belijder een verloochenaar geworden! hoe dicht is hij bij de verrader gekomen! wat zou het hart van de Heiland meer pijn hebben gedaan? en waarin is het onderscheid gelegen dat Petrus geen Judas werd? Er bestaat geen onderscheid in hun zonde op zichzelf, want vlees is vlees en dat een Petrus zo kon vallen, is echt niet met verontschuldiging licht op te nemen, maar in de wijze waarop zij beiden tot berouw ontwaken is het wezenlijke onderscheid tussen hen te zien. Daarin, dat Petrus nog een oog heeft voor die blik van de Heere, om tot zichzelf te komen, naar buiten te gaan en bitter te huilen, maar Judas alleen nog de schrik voor de Heilige Gods, voor Wie hij vlucht, in plaats van tot Hem te vluchten -daarin openbaart zich aan ons bij de eersten die goddelijke droefheid die dat berouw te weeg brengt, dat niemand berouwt, bij deze de droefheid van de wereld, die niets anders werkt dan de dood.
Petrus heeft zijn schuld niet verkleind, want van hem vernemen wij door Markus de omstandigheid, dat ook het eerste hanengekraai hem nog niet tot nadenken bracht, maar pas het tweede. Het is zeer opmerkelijk dat hij in de weg van zijn bekering als de eerste grote schitterende type van de weg van het heil daar staat, terwijl Judas in zijn berouw de tegenovergestelde weg insloeg en pas de menselijke tevredenheid bij de vijanden, bij wie hij zich bezondigd had, wilde geven, maar zonder op deze weg tot Christus te komen. Wij mogen echter ook de typische betekenis in de aanleiding van de val die Petrus deed, niet onopgemerkt laten – een geringe deurwaarster was het die de eerste discipel, aan wie de sleutels van het hemelrijk waren toegezegd, tot verloochening bracht. Dienstmaagden verschrikten hem en zijn val werd steeds zwaarder naarmate hij zich langer onder de knechten bij het kolenvuur ophield. Zo kan ook een kerkelijke gemeenschap door valse populariteit, door verkeerd gedrag omtrent de verkeerde fanatismen bij het volk, door vermenging met de menigte in haar onheilige richting voor zich de val bereiden.
Bewonderen wij de goedheid en wijsheid van God, tot in het kloppen van het geweten! Schijnbaar zijn gewetensknagingen een straf voor de misdaad die haar heeft veroorzaakt en toch zijn zij genadige roepstemmen om ons onze zonde te laten zien. Heeft God de zondaar door zijn geweten willen laten lijden voor zijn kwaad, het is juist om hem door gevoel van pijn daarvan los te maken en hem te dwingen elders vrede en gemoedsrust te zoeken. De verschrikkelijke toestand die hieruit denkbaar is, zou zijn dat God de schuldige aan zichzelf overlaat, hem in vrede de vruchten van zijn zonde genieten liet. Ook is het de laatste grens van ongeluk en misdaad, de kwelling van het berouw niet te voelen. Kon zo’n toestand volkomen in iemand plaats grijpen, het zou het zekerste bewijs zijn dat God hem verlaten had.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Markus 14
Markus 14:1-3.KruisverwijzingenExodus 12:6→Johannes 13:1→Lukas 22:1→Leviticus 23:5→Deuteronomium 16:1→Mattheüs 21:17→Lukas 7:37→Psalmen 2:1→
— En het pascha, en het feest der ongehevelde broden was na twee dagen. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en doden zouden. Maar zij zeiden: Niet in het feest, opdat niet misschien oproer onder het volk worde. En als Hij te Bethanie was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd.
“En het pascha, en het feest der ongehevelde broden was na twee dagen. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en doden zouden. Maar zij zeiden: Niet in het feest, opdat niet misschien oproer onder het volk worde. En als Hij te Bethanie was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd.”
Simon de melaatse was een bekend man. Er waren heel wat Simons, en daarom moesten zij er een tweede naam bij zetten om hem te onderscheiden.
U herinnert zich Simon de farizeeër, in wiens huis Christus gezalfd werd door een vrouw die Zijn voeten met tranen wies. Dit is een andere Simon: niet Simon de farizeeër maar Simon de melaatse. Ongetwijfeld een genezen man, want anders had hij geen gasten kunnen ontvangen. En er kan geen twijfel over bestaan door wie hij genezen was, want niemand anders kon melaatsheid genezen dan onze goddelijke Heere.
De vloeibare nardus stroomde over Zijn hoofdhaar. En hij ging ongetwijfeld, zoals bij Aaron, langs Zijn baard tot op de zoom van Zijn klederen.
Markus 14:4.KruisverwijzingenJohannes 12:4→Mattheüs 26:8→Maleachi 1:12→Prediker 4:4→Prediker 5:4→
— En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied?
“En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied?”
Mattheüs zegt dat het discipelen waren. Schande over hen!
De zalf werd juist op de goede manier gebruikt. Zij werd meer verspild toen zij in de fles zat dan toen zij eruit was, want in die albasten fles deed zij niets. Maar toen zij eruit kwam, beantwoordde zij aan haar doel; zij geurde de hele omgeving vol.
Waartoe is dit verlies van de zalf geschied? Wanneer levens verloren gaan tot eer van Christus, of krachten in Zijn dienst besteed worden, is er geen verlies. Daar zijn leven en kracht juist voor gemaakt: om aan Hem besteed te worden.
Markus 14:7.KruisverwijzingenDeuteronomium 15:11→Mattheüs 26:11→2 Korinthe 9:13→Filemon 1:7→1 Johannes 3:16→Handelingen 3:21→Johannes 12:7→Johannes 13:33→
— Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd.
“Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd.”
Helpt u de armen de ene dag, dan zijn zij arm en hebben zij de volgende dag opnieuw hulp nodig. Of helpt u hen en verlaat u hen omdat zij naar God gaan, dan komen er zeker andere armen, want zij zullen niet ophouden uit het land.
Het is alsof Hij zegt: dit kunt u alleen voor Mij doen in de weinige dagen dat Ik bij u zal zijn. Binnen een week zal Ik gekruisigd worden. Nog veertig dagen, en Ik zal van u weg zijn: “Mij hebt gij niet altijd.”
Markus 14:8-9.Kruisverwijzingen2 Korinthe 8:12→Markus 16:15→Johannes 19:32→Lukas 23:53→2 Kronieken 31:20→Psalmen 110:3→Markus 15:42→1 Kronieken 28:2→
— Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis. Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft.
“Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis. Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft.”
En zo is het tot op deze dag. Het evangelie van Christus wordt vanavond gepredikt, en de liefde van deze vrouw wordt gedacht.
Markus 14:22.KruisverwijzingenMattheüs 26:26→Johannes 6:48→Markus 6:41→Markus 14:24→Lukas 24:30→Mattheüs 14:19→Johannes 6:23→Lukas 22:18→
— En als zij aten, nam Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
“En als zij aten, nam Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.”
Het was een deel van een maaltijd. Het was geen misviering. Het was geen offer, bloedig noch onbloedig. Het was eenvoudig een gedachtenisplechtigheid, waarvan Hij hun nu een voorbeeld gaf nog voordat er iets te gedenken viel.
Terwijl zij aten, nam Jezus brood. Er werd niet gezocht naar gewijde ouwels of naar een bijzonder voedsel, maar naar het brood dat zij aan het eten waren. Hij zegende het — dat wil zeggen: Hij dankte God ervoor. En Hij brak het en gaf het hun en zei: neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
Markus 14:23-24.KruisverwijzingenExodus 24:8→1 Korinthe 10:16→Zacharia 9:11→Lukas 22:17→Romeinen 14:6→Mattheüs 26:27→Markus 14:22→Hebreeën 9:15→
— En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien; en zij dronken allen uit denzelven. En Hij zeide tot hen: Dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt.
“En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien; en zij dronken allen uit denzelven. En Hij zeide tot hen: Dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt.”
Er was geen gevaar dat zij de vergissing zouden maken deze woorden letterlijk op te vatten, want Jezus Christus zat daar. Zij konden zich niet voorstellen dat Hij, terwijl Hij brood nam, letterlijk zei: dit brood is Mijn lichaam. Zijn lichaam zat daar immers voor hen. Had Hij twee lichamen?
En toen Hij hun de beker gaf, zei Hij dat dit Zijn bloed van het Nieuwe Testament was. Ook toen droomden zij er niet van dat de wijn in de beker werkelijk Zijn bloed was. Zijn bloed zat in Zijn aderen. Zij zagen Hem daar levend zitten, niet bloedend.
Er zijn mensen die het leven van God in zich hebben en enig geestelijk onderscheidingsvermogen bezitten. Het is een buitengewone zaak dat sommigen van hen hun geloof toch gedreven hebben in het aannemen van de ongerijmde fabel van de transsubstantiatie.
Jezus Christus bedoelt: dit vérbeeldt Mijn lichaam, dit verbeeldt Mijn bloed. Dat is de gewone manier om zoiets uit te drukken, in het Oude zowel als in het Nieuwe Testament. Zo zei Christus ook: Ik ben de Deur — en toch dacht niemand dat Hij een deur was. Ik ben de Weg — en niemand dacht dat Hij een straatweg was. Ik ben de Herder — en toch veronderstelde niemand dat Hij een staf droeg en werkelijk schapen hield.
Zo zegt Hij: dit is Mijn lichaam, dit is Mijn bloed. En zij die daar zaten waren bij hun verstand en niet bijgelovig. Zij wisten wat Hij bedoelde.
Markus 14:25-26.KruisverwijzingenMattheüs 26:30→Mattheüs 26:29→Psalmen 104:15→Lukas 22:39→Mattheüs 21:1→Lukas 22:29→Amos 9:13→Zacharia 9:17→
— Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods. En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.
“Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods. En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.”
Ik kan de opmerking niet nalaten die ik zo vaak over dat zingen van een lofzang gemaakt heb. Het lijkt mij zo’n groots en dapper ding van de Zaligmaker, om een lofzang te zingen na de laatste maaltijd die Hij vóór Zijn dood met Zijn discipelen eten zou.
Hij wist dat Hij uitging naar alle foltering van de zaal van Pilatus, en naar de dood op Golgotha. En toch zegt Hij: laat ons een lofzang zingen. Hij koos een psalm van David, en ik durf te zeggen dat Hij zelf de toon aangaf.
Markus 14:27-28.KruisverwijzingenZacharia 13:7→Mattheüs 28:16→Markus 16:7→Johannes 16:32→Mattheüs 26:31→Mattheüs 28:10→Mattheüs 28:7→Lukas 22:31→
— En Jezus zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geergerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden. Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.
“En Jezus zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geergerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden. Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.”
Wat een zoete troost lag daarin! Het was alsof Hij zei: al wordt u verstrooid, Ik zal u vergaderen. Al verlaat u Mij, Ik zal u niet verlaten. Ik zal u voorgaan naar onze oude plaatsen, naar dat Galilea van de heidenen, waar Ik vroeger placht te prediken.
Markus 14:29-30.KruisverwijzingenMarkus 14:66→Johannes 13:38→Johannes 13:36→Mattheüs 26:33→Johannes 21:15→Lukas 22:33→Lukas 22:54→Genesis 1:5→
— En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geergerd werden, zo zal ik toch niet geergerd worden. En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen.
“En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geergerd werden, zo zal ik toch niet geergerd worden. En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen.”
Er lag liefde in dat woord van Petrus, en in zoverre was het prijzenswaardig. Maar er lag ook veel zelfvertrouwen in, en er lag grote vermetelheid in.
Petrus durfde zijn Meester zelfs in het gezicht tegen te spreken. En tegelijk sprak hij de ingegeven Schrift tegen, want Jezus had de discipelen gezegd dat er geschreven stond dat de schapen verstrooid zouden worden. En toch ontkende Petrus vrijmoedig zowel wat God geschreven had als wat Christus gezegd had.
Ach, er is niets kwaads dat een hoogmoedig zelfvertrouwen ons niet zou laten doen. God beware ons voor zo’n geest!
Markus 14:31.KruisverwijzingenJeremia 17:9→Deuteronomium 5:27→Exodus 19:8→Job 40:4→Psalmen 30:6→Spreuken 29:23→Johannes 13:37→Spreuken 18:24→
— Maar hij zeide nog des te meer: Al moest ik met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen. En insgelijks zeiden zij ook allen.
“Maar hij zeide nog des te meer: Al moest ik met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen. En insgelijks zeiden zij ook allen.”
Zie hoe stellig hij was, hoe hij op de kracht van zijn eigen liefde vertrouwde. Het was goed zo’n liefde te voelen, maar het was kwaad daar zo’n zelfvertrouwen mee te vermengen.
Petrus stond niet alleen in zijn innige, hoewel onbezonnen betuiging van gehechtheid. Zij waren allen van plan bij hun Meester te blijven staan en met Hem te sterven — zoals u en ik dat ook van plan zijn. Maar zullen wij het beter volhouden dan zij, denkt u? Niet als ons besluit, evenals het hunne, in eigen kracht genomen is.
En wanneer iemand die tot leider geroepen is afdwaalt, volgen anderen hem vrijwel zeker. Zo was het ook bij deze gelegenheid. Toen Petrus zijn pochende woord sprak, vielen al zijn broeders bij en deelden zij in zijn zonde. Maar híj was de voornaamste in het kwaad, want hij ging hun allen voor.
Markus 14:32-33.KruisverwijzingenMarkus 14:36→Markus 14:39→Mattheüs 26:36→Lukas 22:44→Markus 5:37→Johannes 18:1→Lukas 22:39→Psalmen 109:4→
— En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben. En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden;
“En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben. En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden;”
Gethsemane was de hof op de helling van de Olijfberg. Het was alsof Hij zei: acht van u blijven bij de tuinpoort waken, om Mij te laten weten wanneer Mijn verrader komt.
Zij hadden Hem nog nooit in die toestand gezien. Hij scheen als iemand die van Zijn stuk was, zo verbaasd — als iemand die zo ontzet is dat hij zich niet meer bijeenrapen of beheersen kan. En zeer beangst, alsof een ontzaglijk gewicht op Zijn ziel drukte.
Markus 14:34-36.KruisverwijzingenJohannes 12:27→Galaten 4:6→Filippenzen 2:8→Johannes 5:30→Markus 13:35→Hebreeën 5:7→Markus 14:41→Johannes 6:38→
— En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt. En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijging. En Hij zeide: Abba, Vader, alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.
“En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt. En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijging. En Hij zeide: Abba, Vader, alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.”
Deze drie zouden Zijn naaste lijfwacht vormen, om Hem te waarschuwen als er iemand kwam. Hij ging een steenworp van hen vandaan, om Zich terug te trekken.
Daar lag het punt van het gebed, de kern en het merg ervan: “doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt”.
Markus 14:37.KruisverwijzingenMattheüs 26:40→Mattheüs 25:5→Markus 14:29→Lukas 9:31→Lukas 22:45→Markus 14:40→2 Samuël 16:17→Hebreeën 12:3→
— En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon, slaapt gij? Kunt gij niet een uur waken?
“En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon, slaapt gij? Kunt gij niet een uur waken?”
Drie uitgelezen wachters, Zijn boezemvrienden — en zij sliepen.
Markus vertelt ons hier dat Jezus dat in het bijzonder tot Pétrus zei. En dat is veelzeggend: Markus is het evangelie van Petrus, en Markus schreef zijn evangelie vanuit het gezichtspunt van Petrus.
Zo tekent Petrus in het evangelie van Markus juist het ergste over zichzelf op. Alleen híer staat dat de Meester deze woorden tot hém zei en niet tot alle drie de discipelen.
Markus 14:53-54.KruisverwijzingenJohannes 18:18→Mattheüs 26:57→Handelingen 4:5→Lukas 22:54→Johannes 18:12→Jesaja 53:7→Markus 15:1→Mattheüs 26:3→
— En zij leidden Jezus henen tot den hogepriester; en bij hem vergaderden al de overpriesters, en de ouderlingen, en de schriftgeleerden. En Petrus volgde Hem van verre, tot binnen in de zaal des hogepriesters, en hij was mede zittende met de dienaren, en zich warmende bij het vuur.
“En zij leidden Jezus henen tot den hogepriester; en bij hem vergaderden al de overpriesters, en de ouderlingen, en de schriftgeleerden. En Petrus volgde Hem van verre, tot binnen in de zaal des hogepriesters, en hij was mede zittende met de dienaren, en zich warmende bij het vuur.”
Wij mogen wat Annas en Kajafas tegen Jezus zeiden beschouwen als een soort onofficieel voorverhoor. Intussen doorkruisten hun mede-samenzweerders de straten van Jeruzalem om de leden van de Sanhedrin bijeen te brengen. En zij zochten in de achterbuurten naar getuigen die omgekocht konden worden om vals te getuigen tegen Jezus.
Uit dit vers leren wij ook wat een koude nacht het was — die nacht waarin het zweet van de Zaligmaker werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen. In Jeruzalem zijn de dagen dikwijls buitengewoon heet, en toch zijn de nachten er zo koud alsof het winter was, door de overvloedige dauw die overal vochtigheid brengt.
Markus 14:55.KruisverwijzingenHandelingen 24:1→1 Koningen 21:10→Daniël 6:4→Handelingen 6:11→Psalmen 35:11→Mattheüs 5:22→Mattheüs 26:59→1 Koningen 21:13→
— En de overpriesters, en de gehele raad, zochten getuigenis tegen Jezus, om Hem te doden, en vonden niet.
“En de overpriesters, en de gehele raad, zochten getuigenis tegen Jezus, om Hem te doden, en vonden niet.”
Een fraaie rechtbank was dat! Zij zocht naar getuigen die haar in staat zouden stellen een gevangene ter dood te veroordelen tegen wie nog geen enkele aanklacht opgesteld was.
Markus 14:56-59.KruisverwijzingenJohannes 2:19→Hebreeën 9:24→Mattheüs 26:60→2 Korinthe 5:1→Handelingen 7:48→Hebreeën 9:11→Markus 15:29→Johannes 2:18→
— Want velen getuigden valselijk tegen Hem, en de getuigenissen waren niet eenparig. En enigen, opstaande, getuigden valselijk tegen Hem, zeggende: Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal dezen tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en in drie dagen een anderen, zonder handen gemaakt, bouwen. En ook alzo was hun getuigenis niet eenparig.
“Want velen getuigden valselijk tegen Hem, en de getuigenissen waren niet eenparig. En enigen, opstaande, getuigden valselijk tegen Hem, zeggende: Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal dezen tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en in drie dagen een anderen, zonder handen gemaakt, bouwen. En ook alzo was hun getuigenis niet eenparig.”
De regel was dat zij afzonderlijk verhoord moesten worden, en er was geen tijd geweest om hen in te studeren op wat zij zeggen moesten. Zo sprak de een de ander tegen, en het leek erop dat het proces stuk zou lopen.
Markus 14:60-61.KruisverwijzingenJesaja 53:7→Mattheüs 16:16→Mattheüs 26:63→Markus 15:2→Johannes 19:9→Markus 15:3→Mattheüs 26:62→Lukas 22:67→
— En de hogepriester, in het midden opstaande, vraagde Jezus, zeggende: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U? Maar Hij zweeg stil, en antwoordde niets. Wederom vraagde Hem de hogepriester, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Christus, de Zoon des gezegenden Gods?
“En de hogepriester, in het midden opstaande, vraagde Jezus, zeggende: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U? Maar Hij zweeg stil, en antwoordde niets. Wederom vraagde Hem de hogepriester, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Christus, de Zoon des gezegenden Gods?”
De hogepriester verloor alle geduld en stond op, in een woedende razernij over de wending die de zaken namen.
Deze keer zei de hogepriester tot Jezus, volgens het bericht van Mattheüs: “Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God.” Zo als het ware onder ede gesteld, voelde de Zaligmaker Zich gedrongen te antwoorden. Hij kon niet zwijgen toen zo’n grote en gewichtige vraag op het spel stond.
Markus 14:66-70.KruisverwijzingenMarkus 14:54→Handelingen 2:7→Johannes 18:15→Lukas 22:55→Mattheüs 26:58→Mattheüs 26:69→Johannes 18:25→Mattheüs 21:11→
— En als Petrus beneden in de zaal was, kwam een van de dienstmaagden des hogepriesters; En ziende Petrus zich warmende, zag zij hem aan, en zeide: Ook gij waart met Jezus den Nazarener. Maar hij heeft het geloochend, zeggende: Ik ken Hem niet, en ik weet niet, wat gij zegt. En hij ging buiten in de voorzaal, en de haan kraaide. En de dienstmaagd, hem wederom ziende, begon te zeggen tot degenen, die daarbij stonden: Deze is een van die. Maar hij loochende het wederom. En een weinig daarna, die daarbij stonden, zeiden wederom tot Petrus: Waarlijk, gij zijt een van die; want gij zijt ook een Galileer, en uw spraak gelijkt.
“En als Petrus beneden in de zaal was, kwam een van de dienstmaagden des hogepriesters; En ziende Petrus zich warmende, zag zij hem aan, en zeide: Ook gij waart met Jezus den Nazarener. Maar hij heeft het geloochend, zeggende: Ik ken Hem niet, en ik weet niet, wat gij zegt. En hij ging buiten in de voorzaal, en de haan kraaide. En de dienstmaagd, hem wederom ziende, begon te zeggen tot degenen, die daarbij stonden: Deze is een van die. Maar hij loochende het wederom. En een weinig daarna, die daarbij stonden, zeiden wederom tot Petrus: Waarlijk, gij zijt een van die; want gij zijt ook een Galileer, en uw spraak gelijkt.”
Ik meen die dienstmaagd te zien, met haar ogen op hem gericht terwijl hij zich bij het vuur warmde.
Petrus kon zijn mond niet houden, ziet u. Hij was altijd snel en voorbarig in het spreken. En zodra hij begon te spreken, zeiden de mensen: dat is de Galilese tongval; u komt uit die streek, uw spraak verraadt u.
Deze eerste keer was niet de gewone tijd van het hanengekraai, maar die vogels kraaien wanneer het hun belieft. Vóór de vaste tijd die het hanengekraai heette, zou Petrus zijn Meester driemaal verloochenen; dit was de eerste keer.
Markus 14:71-72.KruisverwijzingenMarkus 14:68→Markus 14:30→Jeremia 17:9→2 Koningen 10:32→1 Korinthe 10:12→2 Koningen 8:12→Lukas 15:17→Mattheüs 26:34→
— En hij begon zichzelven te vervloeken en te zweren: Ik ken dezen Mens niet, Dien gij zegt. En de haan kraaide de tweede maal; en Petrus werd indachtig het woord, hetwelk Jezus tot hem gezegd had: Eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En hij, zich van daar makende, weende.
“En hij begon zichzelven te vervloeken en te zweren: Ik ken dezen Mens niet, Dien gij zegt. En de haan kraaide de tweede maal; en Petrus werd indachtig het woord, hetwelk Jezus tot hem gezegd had: Eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En hij, zich van daar makende, weende.”
Markus zegt niet dat Petrus naar buiten ging en bitter weende, zoals Lukas het in zijn weergave vertelt. Dit is het eigen verslag van Petrus, en dus zegt hij zo weinig mogelijk tot zijn eer, terwijl hij alles vertelt wat hem tot oneer strekt.
U merkt dat er tussen de verschillende berichten enige kleine verschillen schijnen te zijn, en dat is heel natuurlijk. Zouden twee eerlijke mannen hier een toneel beschrijven dat zij gezien hadden, dan zouden die twee zeker in sommige bijzonderheden verschillen — en toch konden beide verslagen waar zijn.
Mattheüs vertelt ons dat Jezus tot Petrus zei: “eer de haan gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochenen”. Maar Markus vertelt ons dat Hij zei: “Eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen.” Er is echter geen werkelijke tegenspraak. En juist het gegeven dat Markus erbij geeft laat zien hoe beide uitspraken van onze Zaligmaker tot op de letter vervuld zijn.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-11.KruisverwijzingenDeuteronomium 15:11→Lukas 22:3→Johannes 13:2→Exodus 12:6→Johannes 13:1→Lukas 22:1→Johannes 12:4→2 Korinthe 8:12→
— En het pascha, en het feest der ongehevelde broden was na twee dagen. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en doden zouden. Maar zij zeiden: Niet in het feest, opdat niet misschien oproer onder het volk worde. En als Hij te Bethanie was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd. En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied? Want dezelve had kunnen boven de driehonderd penningen verkocht, en die den armen gegeven worden; en zij vergrimden tegen haar. Maar Jezus zeide: Laat af van haar; wat doet gij haar moeite aan? Zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht. Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd. Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis. Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft. En Judas Iskariot, een van de twaalven, ging heen tot de overpriesters, opdat hij Hem hun zou overleveren.
De zevende en laatste groep, wanneer wij ze tot 2 x 5 verhalen, evenals de vijfde bepalen, omvat beide, zowel het lijden en sterven, als ook de opstanding en hemelvaart van Jezus Christus. Het eerste verhaal behelst dan het besluit van de Hogen raad om Jezus te doden en de aanbieding van Judas om de Heer te verraden. Tussenin komt de geschiedenis van Jezus? zalving te Bethanië, die tot dat voornemen van de verrader in een zekere betrekking staat.
En het pascha, en het feest van de ongehevelde broden, dat van de avond van 14 tot de avond van 21 Nisan duurde, was na twee dagen, gerekend van de tijd dat Jezus alle vooraf meegedeelde redenen had geëindigd en met herhaalde voorspelling van Zijn lijden bij het heengaan van de Olijfberg (MATTHEUS. 26: 2) Zijn werk als leraar had geëindigd. En de overpriesters en de schriftgeleerden, de leden van de Hoge raad, vergaderden nog op de avond van de 21ste Nisan in het paleis van de hogepriester Kajafas enzochten een manier om Hem met listigheid te vangen en te doden; zij zochten een manier om Hem op enigerlei wijze ter dood te brengen. (Joh. 11: 55, 13: 1).
Maar hoewel zij niet wisten hoe zij hun voornemen ten uitvoer zouden kunnen brengen, kwamen zij hierin overeen dat zij zeiden: Niet in het feest, zodat oproer onder het volk vermeden kan worden.
Het is een wonderbare, ons allen wel bekende en toch nooit uitgeputte geschiedenis, de geschiedenis van Christus? lijden en sterven, een geschiedenis, waarvan de verheven eenvoud ook het hart dat nog van ver staat, zo het niet geheel verhard is, weet te treffen en met eerbied te vervullen. Het voelt dat in deze edelste mensheid iets meer dan het menselijke aanwezig is, dat in de diepste nederigheid de goddelijke heerlijkheid verborgen en ook geopenbaard is. De wondermacht van de Heere treedt in deze dagen van Zijn overgave bijna geheel op de achtergrond; des te helderder schittert het wonder van Zijn verlossende liefde, de wonderbare heerlijkheid van Zijn persoon. Verhoogd aan het kruis trekt Hij, zoals Hij zelf zei, allen tot Zich. Die zich laat trekken, leert instemmen met Zijn woord, dat Zijn dood het leven van de wereld is.
Na verschillende aankondigingen van het lijden en sterven, dat Hem wachtte, aankondigingen die steeds openlijker werden en ten minste voor de discipelen duidelijker, die in Joh. 2: 19. 3: 14 beginnen en ten slotte drie keer zeer duidelijk zijn gegeven, kondigt de Heere nogmaals twee dagen voordat het werkelijk gebeurt, aan wat gebeuren moet. Alleen Matthe?s bericht dit woord van Zijn mond, terwijl hij daarbij van het voorafgaande eindigen van alle Zijn redenen spreekt, voordat de Joden zeggen: “niet in het feest, ” heeft de Heere al bekend gemaakt dat het op het feest gebeuren zal en moet. Door deze gegeven verzekering komt Hij de raad van Zijn vijanden, die Hij wel kende, voor en tegemoet. Zoals in de geschiedenis van de mensheid in het algemeen, die om verzoening en vereniging met God worstelt, ook steeds de raad van God en die van de mensen tegenover elkaar staan, zo ook hier in het centrum van die geschiedenis, de dood van de Godmens tot het leven van de wereld. Een andere door de hel verwekte mensenraad in de te Bethanië verbitterde Judas (vs. 10) moet te weeg brengen dat hetgeen gebeuren moet volgens Jezus? woord gebeurt, tegen het besluit van de Hoge raad; deze Judas moet aanhoren wat Jezus zegt, opdat het vonnis, dat hij ook als satans werktuig toch alleen de uitvoerder van het goddelijk raadsbesluit moet worden en blijven, hem reeds vooraf zal zijn aangekondigd.
a) En toen Hij Vrijdag 31 Maart in het jaar 30 te Bethanië was in het huis van Simon de melaatse, die Jezus vroeger had genezen, in welk huis Hij die dag op Zijn reis naar Jeruzalem was gekomen om bij de door Hem geliefdefamilie de sabbat door te brengen, had daar een bijzonder voorval plaats. Toen Hij aan tafel zat met Zijn discipelen en Lazarus kwam een vrouw, Maria, de zuster van Lazarus, met een albasten fles met zalf van onvervalste nardus, zeer kostbaar en daarom zorgvuldig bewaard; en zij brak de albasten fles, goot die op Zijn hoofd en daarna ook op Zijn voeten.
Luk. 7: 37. Joh. 11: 2.
En er waren sommigen die dat haar zeer kwalijk namen en in de eerste plaats Judas Iskariot, die de anderen meesleepte, en zei: Waarom verspilt u deze zalf?
Want zij had met de zalf boven de drie honderd penningen 30: 13″) kunnen verdienen en die som aan de armen kunnen geven in plaats van hier op roekeloze wijze dit weg te gooien; en zij werden boos op haar.
Maar Jezus, minder op Judas lettend, wiens boosheid Hij geheel doorzag, dan wel op de goede bedoeling van de anderen, antwoordde: Laat haar met rust, waarom valt u haar aan en bezwaart u haar geweten door een onrechtvaardig verwijt? Zij heeft een goed werk aan Mij verricht, al deed zij het onbewust van de eigenlijke betekenis.
a) Want de armen hebt u altijd met u en wanneer u wilt kunt u hen weldoen, maar Mij hebt u niet altijd; noem het daarom geen nutteloze verkwisting, wanneer de zalf aan Mij is besteed.
Deut. 15: 11.
Zij heeft gedaan wat zij kon en in haar daad ligt veel meer dan u begrijpt; zij is voorgekomen om Mijn lichaam te zalven tot een voorbereiding op de begrafenis.
Voorwaar zeg Ik u: overal waar dit Evangelie gepredikt zal worden in de hele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van hetgeen zij gedaan heeft; door haar liefdedaad is zij met Mijn lijden, de grond van de zaligheid voor de hele wereld, zo nauw verbonden dat daarvan niet kan worden gepredikt zonder ook aan haar te denken.
De vrouw deed op dat ogenblik meer, dan alleen het menselijke en het natuurlijke gevoel van het hart weet te verklaren; zij deed meer, dan haar zelf op dat ogenblik duidelijk was. Zij werd
door de Heilige Geest gedreven om iets te doen waarvan de Heere zelf zegt: overal waar dit evangelie gepredikt zal worden in de hele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van hetgeen zij gedaan heeft. Zij moest in die uitwendige zalving iets groots en gewichtigs voorafbeelden, ja het grootste en gewichtigste dat in geest en waarheid gebeuren zou en dat de Geest van de waarheid nu snel in de hele wereld verkondigen en verheerlijken zou. Evenals de fles met nardus door haar werd verbroken, zo zou het lichaam met de zalving van boven, het lichaam van de Heere, boven wiens hoofd zij de kruik verbrak, verbroken worden; en evenals de kostbare nardusolie, nadat de kruik verbroken was en over het lichaam van de Heere Jezus werd uitgegoten, zo zou de volheid van de Godheid, de zalving van de Geest van boven, die in het lichaam woonde zich nu over het lichaam, dat de gemeente is, uitstorten. Zoals de kruik werd verbroken, zo zou van nu af bij alle leden van Christus? lichaam, bij alle zielen die tot Zijn gemeente behoren het zondige lichaam van de oude mens door de kracht van het verbroken lichaam van Christus verbroken worden, het werk van de duivel zou in hen verwoest worden, het vergoten bloed van het hoofd moest hen reinigen en heiligen van alle zonden en gebreken en uit de zalving van de Geest zou een nieuw mens worden geboren. Dit verbreken van het oude zondige lichaam en dit geboren worden tot een nieuw leven zou voortaan in de Christelijke gemeente met ieder opnieuw geboren lid in het waterbad van de doop geschieden, zodat de gemeente, verlost door het gebroken lichaam en het vergoten bloed van Jezus, nu niet meer in de oudheid van de letter, maar in nieuwheid van de Geest zou kunnen dienen; ja sinds de Heilige Geest die dingen verkondigd en verklaard heeft, sindsdien weten wij waarin het nieuwe wezen van de Geest, de aanbidding van God in Geest en waarheid bestaat. Verbroken worden en uitvloeien: dat zijn de beide stukken van het nieuwe wezen in de Geest. Doe nog zo veel goeds; geef al uw goed aan de armen, laat uw lichaam verbranden, vast en bid en zing zo veel u wilt – als u het oude zondige eigenzinnige hart niet laat verbreken, als u iets houdt, dat uit uw eigen wil, uit uw oude natuur voortkomt, dan is al uw weldoen niets dan een dienst in de oudheid van de letter; het deugt niet voor God. En als u al de talen van de mensen en van de engelen sprak en al wist u alle verborgenheden en had een geloof dat u bergen kon verzetten, maar u meent dat iets daarvan uw eigendom was, u ziet uzelf daarin, u laat het uzelf ten goede komen, u zoekt daarmee uw eer, u laat niet alles wat u gegeven is weer uitvloeien op het hoofd van degenen die het u gegeven heeft, dan dient u in de oudheid van de letter en niet in de nieuwheid van de Geest, dan bidt u niet in geest en waarheid. Verbroken worden en uitvloeien, dat is de nieuwe dienst van de Geest, dat is de aanbidding van God in geest en in waarheid, dat is het waartoe Paulus aanmaant: “Ik bid u door de ontferming van God dat u uw lichamen geeft als een levend, heilig offer dat voor God welbehaaglijk is, dit is uw ware eredienst. ” Zoals echter de discipelen, door Judas de verrader aangezet, de daad van de vrouw beoordeelden, zo staat de wereldsgezindheid van nu tegenover de nieuwheid van de Geest en de omgang van de harten met de Heere; zo verwerpend oordeelt zij over het geestelijke verbroken worden en uitvloeien. Of zij begrijpt de zaak in het geheel niet, zij weet er niets van, de geestelijke zin ontbreekt, de liefde van Christus heeft het hart nog niet aangeraakt en dan is het: “Wat moet die overspanning, die overdreven vroomheid? Wat betekent dat bidden en naar de kerk gaan? Men kan de tijd beter besteden aan werken, aan weldoen; daarmee kan men zijn God ook vereren en zijn Heiland beter liefde betonen. ” Of men wil van het wezen van de Geest niets weten, men wil de liefde van Christus niet tot het hart laten komen, evenals Judas de verrader, men is in de geheime dienst van de zonde, men heeft de zonde lief en gaat met werken van de duisternis om. Dan wordt alles wat tot eer van Jezus gebeurt onverdraaglijk; in het hart ontstaat een vijandschap tegen Jezus, de aanbidding van Hem, de omgang van het hart met Hem, het belijden van Zijn naam, wekt tegenzin op en men veracht, bespot en haat degenen die met hun hart en leven de Heere Jezus dienen. Laten wij ons door zo’n wereldse zin niet op een dwaalweg leiden, maar houden wij ons blijvend daaraan, hoe de Heere, de levende God en Heiland, de zaak beschouwt.
Tegenover de liefde die Maria voor Jezus openbaart, stelt Judas de werkdadige liefde voor armen: hoe onrechtvaardig! Wat heeft ten allen tijde de ijver van het weldoen meer ontvlamd dan liefde tot de Heere? De Christenen vergaten het niet, dat Hij de hongerigen gevoed en de zieken genezen had, dat Hij meer zaligheid had gevonden in het geven dan in het ontvangen, ja dat Hij Zichzelf van Zijn onmetelijke rijkdom had ontbloot om een arme onder de armen te zijn. Waar zij nu een arme zagen, daar zagen zij in deze de Heere Jezus zelf; wezen werden gevoed, krachteloze grijsaards werden verpleegd, in de hutten van de ellende drong het medelijden en bracht kleding voor de naakten, spijs voor de hongerigen, artsenij voor de zieken. De weldadigheid werd een lievelingsdeugd van de Christenen; zou zij het geworden zijn, wanneer zij de Heere niet hadden bemind? Wanneer zij ook nu, en wel in aanzienlijke omvang wordt uitgeoefend, wanneer zij lichamelijke en geestelijke behoeften, in de nabijheid en in de verte in het oog houdt, wanneer zij het woord van God verspreidt, wanneer zij boden over de zeeën zendt: door welke drang, tot wiens eer gebeurt het? uit liefde tot de Heere, tot Zijn eer!
Evenals Jezus van tevoren Maria tegenover Martha, Zijn discipelen tegenover de farizeeën, de kinderen, die Hosanna riepen, tegenover de Hoge raad, de zondares tegenover Simon enz. beschermd heeft onder het recht en de gerechtigheid van de hemel, zo bewijst Hij het vooral hier, dat Hij de uitlegger van de wet, de juiste man is, door wie God besloten heeft de wereld in gerechtigheid te oordelen (Jes. 11: 4 vv. ; 42: 3). Hij houdt een schild voor de veroordeelde vrouw, waardoor de dodelijke pijl onmiddellijk teruggaat in het hart van hem die hem afschoot. Goede werken verlangde hij, zo wordt hem dan ook een goed, prijzenswaardig werk voorgehouden dat in betrekking staat met het slechtste, schandelijkste werk, dat deze binnen kort zal aanvangen.
Wij weten dat Maria een van de uitnemendste volgelingen van de Heere was. “Zij zat neer aan de voeten van Jezus, om Zijn woord te horen. ” De Heere zelf verklaarde van haar: “Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat niet van haar zal worden weggenomen. ” Het is daarom een belangrijk schouwspel voor ons om te zien, hoe Maria ook in een ander opzicht uitmuntte – niet door haar bespiegelend geloof, maar nu door haar werkdadige liefde. Velen schijnen te menen dat het, om een waar Christen te zijn, voldoende is zekere gevoelens en bevindingen gehad te hebben, waarbij zij echter uit het oog verliezen dat dit slechts bloesems zijn waaruit de vruchten noodwendig moeten voortkomen. Het inenten van de rank en het doorstromen is goed; maar de vrucht blijft altijd het einddoel dat men zich voorstelt. Zo is ook het geloof goed en de vrede en blijdschap van het geloof zijn ons lief, maar de heiligmaking is het einddoel van onze verlossing.
En Judas Iskariot, een van de twaalf, ging heen tot de overpriesters, opdat hij Hem hun zou overleveren.
En zij die dat hoorden waren hier blij mee en beloofden hem geld te geven. En hij, verenigd in streven met de vijanden van de Heere (vs. 1), zocht van toen af een gelegenheid om Hem over te leveren.
In verhouding tot de inleiding vs. 1 en 2 had de geschiedenis in vs. 3-9 in de eerste plaats slechts de betekenis van een contrast, omdat Jezus hier zo zeker van Zijn dood en Zijn begrafenis, als een onmiddellijk nabijzijnde gebeurtenis spreekt, terwijl de opperste rechtbank waardoor Hij ter dood zal worden gebracht nog niet weet, hoe zij de moordaanslag het best zal organiseren en of die haar zal lukken. Op zichzelf is echter die geschiedenis nog niet het feit, dat in vs. 1 v. is aangekondigd; dit wordt pas in vs. 10 en 11 gevonden. Uit de kring van de twaalf zelf reikt Judas aan de vijanden de hand en belooft de uitlevering van Jezus. Terwijl de Evangelist in vs. 11 uitdrukkelijk de werking van zijn aanbieding beschrijft, maakt hij er opmerkzaam op hoe de vijanden van Jezus hiermee juist dat hebben gevonden, waarnaar zij volgens vs. 1 zochten. Nu moet echter vs. 10 ook nauw aan het verhaal vs. 3-9 worden aangesloten; evenals vs. 4 en 5 de eerste gevolgen van de daad van de vrouw in vs. 3 beschreef. Zo vertelt vs. 10 en 11 de uitvoering van een besluit dat naar aanleiding van Jezus? woord, in vs. 6-9 genomen is.
Het is niet alleen lage gierigheid waarin het verderf van Judas zijn oorsprong had; wij mogen ook aannemen, dat zijn liefde voor de wereld een grotere maatstaf kende, dat hij zelfs in het rijk van de Heere Jezus de heerlijkheid van het vlees hoopte te winnen. Ook bij de andere discipelen was iets van het zuurdeeg van deze gezindheid aanwezig, maar bij hem verzette zich het hart het hardnekkigst tegen de loutering door de Geest van de Heere; daarom werd Hem de Heilige van God steeds onverdraaglijker en hij had ten slotte slechts het geringe woord van die bestraffing bij de zalving nodig, of de zachte berisping, die olie van de zachtmoedigheid van Christus, werd tot een olie in het vuur van zijn haat, zodat hij naar de hogepriester ging om zich tot het verraad aan te bieden. Een verrader uit de kring van de twaalf: hoe moest deze ongehoopte ontdekking de moed van de priesters opwekken! Deze onverwachte gelegenheid bracht alle overige bedenkingen (vs. 2) tot zwijgen en drong hen tot sneller handelen dan oorspronkelijk hun doel was. Nu of nooit, zo begrepen allen; en slechts een zaak werd bedongen, dat Judas bij de gevangenneming behulpzaam zou zijn zonder opzien te wekken. Hij zelf gaf zeker wel hoop dat het werk zou lukken op de plaats van het eenzame gebed, in de stilte van de nacht. Daarbij vleide hij zich zeker met het uitzicht dat hij door die daad de gunst van de priesters zou winnen en eer en aanzien zou verkrijgen. O wat een dwaze rekening zonder de Heere, ja tegen de Heere!
II. Vs. 12-25.KruisverwijzingenLukas 22:14→Exodus 12:18→Exodus 12:6→Deuteronomium 16:1→Exodus 12:8→Handelingen 1:13→Psalmen 41:9→Johannes 6:70→
— En op den eersten dag der ongehevelde broden, wanneer zij het pascha slachtten, zeiden Zijn discipelen tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij heengaan, en bereiden, dat Gij het pascha eet? En Hij zond twee van Zijn discipelen uit, en zeide tot hen: Gaat henen in de stad, en u zal een mens ontmoeten, dragende een kruik water, volgt dien; En zo waar hij ingaat, zegt tot den heer des huizes: De Meester zegt: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal? En hij zal u wijzen een grote opperzaal, toegerust en gereed; bereidt het ons aldaar. En Zijn discipelen gingen uit, en kwamen in de stad, en vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha. En als het avond geworden was, kwam Hij met de twaalven. En als zij aanzaten en aten, zeide Jezus: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u, die met Mij eet, Mij zal verraden. En zij begonnen bedroefd te worden, en de een na de ander tot Hem te zeggen: Ben ik het? En een ander: Ben ik het? Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Het is een uit de twaalven, die met Mij in de schotel indoopt. De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt! Het ware hem goed, zo die mens niet geboren ware geweest.
Als met de Donderdag van de lijdensweek de dag van het Joodse Pascha genaderd is laat Jezus door twee van Zijn discipelen de voorbereidingen te Jeruzalem maken, opdat Hij ditmaal daar met de twaalf Pascha zou houden. Toen de bepaalde tijd in de avond gekomen is, bevindt Hij Zich met hen in de zaal van degene die Hem heeft toegestaan in zijn huis de heilige plechtigheid te houden. De Evangelist houdt zich echter minder bezig met de eigenlijke viering van het Pascha; hij gaat integendeel meteen over tot ontdekking van de verrader en vervolgens tot de instelling van het heilige avondmaal.
En op de eersten dag a) van de ongehevelde broden, wanneer zij het Pascha slachtten, dus op Donderdag de 14de Nisan, zeiden Zijn discipelen tot Hem, toen Hij ?s morgens met hen te Bethanië was: Waar wilt Gij dat wij heengaan en voor U het Pascha bereiden?
Ex. 12: 17.
En Hij zond twee van Zijn discipelen uit en zei tot hen: Ga in de stad en u zal dadelijk bij het intreden een mens ontmoeten die een kruik water draagt, volg die.
En waar hij ingaat, zeg tot de heer des huizes, de eigenaar van die woning: De Meester, tot wie wij behoren en die u ook kent, zegt: Waar is de eetzaal, zodat Ik het Pascha met Mijn discipelen eten zal?
En hij zal u een grote opperzaal wijzen, ingericht met banken en kussens rondom de tafel en al klaargemaakt om de maaltijd te houden; bereidt het daar voor ons.
En Zijn discipelen, Petrus en Johannes (Luk. 22: 8), gingen uit Bethanië en kwamen in de stad en vonden het zoals Hij hen gezegd had, zowel wat de ontmoeting bij het intreden (vs. 13) als het gedrag van de man bij het verrichten van hun boodschap (vs. 14 vv. ) betreft en bereidden het Pascha tegen debepaalde tijd van de namiddag.
Was onder Jezus? vrienden een heimelijke vijand, onder Zijn vijanden was ook menig verborgen vriend.
Uit de toestand van de diepste vernedering van Jezus schitteren de helderste stralen van de goddelijke alwetendheid en van Zijn macht over de harten.
In levendige ritmische voortgang wordt in vs. 16 de bevestiging van Jezus? woord bericht.
En toen het avond, ongeveer 6 uur, geworden was, kwam Hij met de twaalve, want ook de beide discipelen (vs. 13) waren na het bereiden van het paaslam tot Hem teruggekeerd.
En als zij aanzaten en aten, zeide Jezus: Voorwaar Ik zeg u, dat een van u, die met Mij eet, Mij zal verraden.
En zij begonnen bedroefd te worden en de een na de ander tot Hem te zeggen: Ben Ik het? en een ander: Ben ik het?
Maar Hij liet voor het ogenblik nog onbepaald wie Hij bedoelde en gaf slechts aan dat een uit de kring van Zijn geestelijke familie Zijn verrader zou worden. Hij antwoordde en zei tot hen: Het is een uit de twaalf, die met Mij in de schotel indoopt, zo even met Mij de maaltijd heeft gehouden.
De Zoon de mensen gaat wel heen, zoals over Hem geschreven is, volgens de goddelijke raad die in de Schrift te voren is bekend gemaakt en nu ook moet vervuld worden; maar wee die mens, door wie de Zoon des mensen verraden wordt! Het zou voor hem goed geweest zijn als die mens niet geboren was.
Plechtig uur, waarin wij mogen inzien! Daar ligt het brood op de avondmaalstafel, daar is de kelk van het Nieuwe Testament al ingeschonken, hier verheffen zich bewustzijn van zonde en gevoel van berouw in de harten van de discipelen en leren ons hoe men zich moet voorbereiden op het genot van het heilige avondmaal. Ja, sidder als die vrienden van Jezus, wanneer u de hand uitstrekt naar die tekenen van Zijn lichaam en Zijn bloed. U weet immers, wie onwaardig eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf het oordeel. Wanneer u voor de grove uitbarstingen van uw zonden bewaard blijft, bedenk, uit het hart komen boze gedachten voort, moord, echtbreuk, hoererij, dieverij, valse getuigenissen, lasteringen en dergelijke, die de mens verontreinigen. Zucht als de tollenaar: “O God! wees mij zondaar genadig!” en bid als David: “Wie zou de afdwaling verstaan? reinig mij van de verborgene afdwalingen. ” Waar Zijn woord enige zonde bestraft, zie daar nooit om u heen, maar in uzelf; denk daar nooit aan deze en gene, maar aan uzelf alleen en vraag steeds alleen: “Heere! ben ik het?”
De discipelen wantrouwen hun eigen hart; zij weten tot welke boze dingen het vaak bekwaam is en zij doen als ware discipelen van de Heere, die bij zichzelf het begin van de beproeving maken, opdat zij dan van Zijn brood eten en uit Zijn drinkbeker drinken; zij vertrouwen Hem echter meer dan zichzelf en niet in eigen verzekeringen van trouw, maar in Zijn vrijspraak en Zijn genadige bijstand zoeken zij troost. Het antwoord van de Heere, dat het een was die nog vandaag met Hem de hand in de schotel dopen zou, klinkt bepaald en is toch nog geen persoonlijke aanwijzing van wie van de tafelgenoten Hij bedoelde. Dat echter Gods raad de schuld van de misdadiger niet opheft, spreekt Hij met een hartdoordringend “wee” uit. De boze mens mag het woord niet op zich toepassen waarmee de vrome zich vertroost, dat het zo moet zijn; op hem is het woord toepasselijk, dat tot bekering roept en wanneer hij zich verstokt heeft, het geroep van onuitblusbaar wee.
Enige tijd na het te voren meegedeelde, toen de verrader nog meer bepaald was aangewezen en uit de kring van de twaalf was weggezonden, verheugde Zich de Heere, dat Hij van de vreselijke tegenwoordigheid van die mens bevrijd was. Vol vreugde prees Hij de overwinning die Hem nu wachtte, zoals dat in Joh. 13: 23-32 uitvoerig te lezen is. a) En toen zij aten nam Jezus brood en toen Hij gezegend had brak en gaf het hen en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam.
1 Kor. 11: 23.
En Hij nam de drinkbeker, dankte en gaf hen die en Hij zei: Drinkt allen daaruit en zij dronken allen daaruit.
En Hij zei tot hen, terwijl Hij hen de drinkbeker aanreikte. Dat is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van de zonden.
Voorwaar. zo ging Hij voort, toen zij allen gedronken hadden: Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht van de wijnstok tot op die dag, wanneer Ik die nieuw zal drinken in het koninkrijk van God (vgl. de verklaring hij MATTHEUS. 26: 26-29).
In vs. 18-21 en vs. 22-25 vinden wij twee stukken die bij elkaar horen en beide gelijkelijk beginnen met “toen zij aten” en wel zo, dat bij het eerste een voorafgaand “toen zij aanzaten” de overgang van Jezus aankomst bij de maaltijd vormt. De eerste uitdrukking veronderstelt dat nog wordt gegeten, en de tweede dat het eten bijna ten einde is. Het gewichtige van het eerste stuk bestaat daarin dat Jezus, zoals Hij in vs. 3-9 Zijn eerloze dood heeft voorzegd, terwijl Zijn vijanden nog naar een plan zochten en omtrent het lukken daarvan onzeker waren (vs. 1 v. ), zo hier aan Zijn discipelen en de verrader zelf voorzegt, dat een uit hun midden Hem zal verraden en dat het verraad van deze zal lukken, terwijl de discipelen zo’n gedachte niet kunnen vatten, de verrader echter zelf nog onzeker is over het lukken van zijn voornemen (vs. 11) en in plaats van al de hand uitgestrekt te hebben ter volvoering, nog als een van hen onder de twaalf zit. Het tweede stuk, de gave van het avondmaal, wordt eveneens aan het eten verbonden. Door het “en Hij dankte” geeft de verhaler te kennen dat Jezus met de bestanddelen van de vorige maaltijd een nieuwe instelde, die Hij aanbiedt en aan welke Hij zelf niet deelneemt. Had het geloof van de discipelen tot hiertoe een steun in de lichamelijke gemeenschap met Jezus, die zich in hun tafelgemeenschap met Hem nog zo even in haar hoogste toppunt had getoond, zo moesten zij die van nu af missen. Toch gaan zij volgens vs. 25 een nieuwe tafelgemeenschap te gemoet, waarbij de tegenstelling van het geloof en van de natuurlijke wil door de verheerlijking van de natuur tot een zalige eenheid zal zijn opgeheven. Maar is Hij ook in de tussentijd niet bij hen om met hen te eten, dan moeten zij toch weten dat Hij hen zelf in de tussentijd een tafel schenkt, die een vergoeding van het verlorene is en een onderpand van de toekomstige tafelgemeenschap, die, in de vorm van een lichamelijk genot, voor hun geloof die bekrachtiging schenkt die voor hen nodig is om gedurende de lichamelijk afwezigheid van hun Heere in de strijd tegen het vlees overwinnend te blijven en in volkomen frisheid stand te houden tot wedervereniging met Jezus in het rijk van Zijn Vader.
Wat een wonderbaar levend gedenkteken dat steeds weer opnieuw wordt verjongd! Wat een eenvoudig sprekende handeling van onuitputtelijke betekenis, die ons evenals de doop geeft te verstaan dat niet alleen voor onze geest, maar ook voor ons lichaam, dat voor de gehele mens Jezus de Heiland en Levensvorst is! Is het niet te betreuren en een triomf van de zielenvijand, dat de maaltijd van de verzoening en van de vrede tot een twistappel van de bitterste strijd werd? Wij willen en kunnen ons in die niet verliezen; komen met geloofsverlangen en nemen, dat moet altijd het begrijpen voorafgaan. Alleen dit willen wij opmerken: het brood, dat de Heere in de hand neemt en breekt is niet het lichaam van de Heere zelf; wanneer Hij echter zegt: “Dat is Mijn lichaam, ” dan wil Hij opzettelijk eerbied voor het geheim verwekken: “neem en eet” niet alleen het brood “drinkt” niet alleen den wijn uit de drinkbeker; wat Ik u beveel te nemen en te genieten, dat is Mijn lichaam en het bloed van het Nieuwe Verbond. Mijn lichaam en bloed, in de dood gescheiden, zijn het ware offer voor velen die geloven in de vergeving van de zonden. ” Het offer wordt echter ook voedsel en drank; niet zoals de mens van aards voedsel geniet, dat in zijn lichaam verandert, maar overeenkomstig de verheerlijkte inrichting, zodat ieder die de mond van het geloof opent in gelijkvormigheid aan het verheerlijkte lichaam van Christus zal worden veranderd. Dat wordt ons gewaarborgd door de handeling die wij in gehoorzaamheid van het geloof volbrengen. “Doe dat tot Mijn gedachtenis: ” dat is niet alleen bedoeld als aandenken aan een geschiedenis die lang geleden gebeurd is, maar zoals het in het Oude Verbond staat, dat de Heere op een plaats, waar Hij Zijn helpende macht getoond heeft, een gedachtenis van Zijn naam gesticht heeft, die toch altijd tegenwoordig is, of zoals de offers werden gebracht, om de herinnering aan onze zonden te vernieuwen (Hebr. 10: 3), die toch helaas! ook niet lang geleden hebben plaats gehad, dan moeten wij ten gevolge van het teken van de herinnering ons in de levende, verlossing teweeg brengende tegenwoordigheid van de onzichtbare en toch tegenwoordige Heere verdiepen. “Totdat Hij komt, ” zo wijst het avondmaal op de tijd van de heerlijke volmaking, wanneer een hoger genieten zal beginnen in de heerlijkheid van de nieuwe schepping. Het is ons tussen Zijn heengaan en Zijn toekomst de voortdurende aanvulling, de gedurige waarborging van Zijn tegenwoordigheid. Het maant ons steeds metterdaad opnieuw aan, dat de verwachting van ons geloof niet mag nalaten in Christus de volkomen Heiland aan te grijpen voor ons gehele wezen, naar geest, ziel en lichaam.
Markus stelt het in vs. 23 opzettelijk voor dat zij allen op de rij af uit de drinkbeker dronken en laat daarop in vs. 24 de Heere bij die handeling de veelbetekenende woorden spreken. Ook hier wordt, als zo vaak, het te Rome geschreven Petrinische Evangelie, als tot een goddelijk getuigenis tegen de valse leer en de verkeerde inzettingen van de Roomse kerk.
III. Vs. 26-52.KruisverwijzingenZacharia 13:7→Johannes 12:27→Mattheüs 26:30→Mattheüs 28:16→Markus 16:7→Markus 14:36→Markus 14:39→Lukas 22:39→
— En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg. En Jezus zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geergerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden. Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea. En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geergerd werden, zo zal ik toch niet geergerd worden. En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen. Maar hij zeide nog des te meer: Al moest ik met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen. En insgelijks zeiden zij ook allen. En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben. En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden; En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt. En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijging.
Na het eindigen van het Paasmaal en de daarmee verbonden instelling van het avondmaal, heeft de Heere, zoals wij uit het Evangelie van Johannes weten, met de discipelen nog veel gesproken en ten slotte Zijn hogepriesterlijk gebed uitgesproken. Wanneer Hij daarin ook zegt (Joh. 17: 19): “Ik heilig Mijzelf voor hen, ” dan volgt die daad nu onmiddellijk in de gebedsstrijd in Gethsemane, in welke Hij de overname van de zonden van de wereld (susceptio) volbracht, om die daarna in Zijn lijden en sterven ook tot wegneming door verzoening te dragen (gestatio of onerosa portatio). Onze afdeling omvat ook de waarschuwing van Petrus, die de gebedsstrijd voorafgaat en de daarop volgende geschiedenis van de gevangenneming.
En toen zij de lofzang (Ps. 115-118) gezongen hadden en daarop nog enige tijd met elkaar hadden gesproken, gingen zij over de beek Kedron naar de Olijfberg.
En Jezus zei tot hen: U zult in deze nacht allen door Mij geërgerd worden, want er is geschreven (Zach. 13: 7): Ik zal de herder slaan en de schapen zullen verstrooid worden.
Maar nadat Ik opgestaan zal zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea, om daar u en alle leden van Mijn kudde weer rondom Mij te verzamelen.
En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geërgerd werden, zo zal ik toch niet geërgerd worden.
En Jezus herhaalde de hem al eens gedane aankondiging nog meer bepaald (Luk. 22: 31 vv. Joh. 13: 37 vv. ) en zei tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in deze nacht, voordat de haan tweemaal gekraaid zal hebben, u Mij driemaal zult verloochenen.
Maar hij zei nog des te meer, met meerdere en sterkere verzekeringen: Al moest ik met U sterven, ik zal U geenszins verloochenen! En zo zeiden zij ook allen, dat het met hen zo ver niet zou komen, dat zij Hem niet zouden verlaten of verloochenen.
De discipelen hielden het laatste woord en Jezus moest zwijgen. Hij zag, dat zij zich niet door woorden lieten overtuigen, maar dat zij alleen door de daad waren te leren. Wie niet horen wil moet voelen. Zo moet de Heere dan helaas! ook ons vaak en maar al te vaak laten voelen, juist omdat omdat wij niet willen horen. In plaats van door de waarschuwingen die de Heere door Zijn Geest, door Zijn Woord en door de stemmen van Zijn vrienden toeroept, kleiner, ootmoediger, wantrouwender omtrent onszelf te worden, maken wij onszelf slechts des te groter en beginnen nu eerst, omdat anderen minder van ons denken, onszelf te verheffen. Dan zegt men: “Hoe kan men zo iets van mij denken? hoe kan men iets zo kwaads mij toedichten? Ik meen het goed met mijn Christendom. ” En daarbij merkt men niet dat men al in de zeef van de satan is, men bemerkt niet dat hij al met blindheid heeft geslagen. Gisteren beleed men nog het hele verderf van zijn hart en vandaag, nu men voor de bijzondere zonde en voor de val wordt gewaarschuwd, is men een toonbeeld van deugd, ziet men enkel reinheid in zichzelf; men ergert zich, dat anderen ons voor onrein houden. Ook het woord en de prediking die iemand zeer duidelijk aanwijzen: zo bent u en zo zal het worden – men past het op ieder ander toe, maar alleen op zichzelf niet; kortom, men moet het laatste woord houden, totdat, ja totdat men gevallen, diep gevallen is en nu niet weet, wat men doen moet.
En zij kwamen in een plaats die Gethsémane heette en Hij zei tot Zijn discipelen. Zit hier neer, totdat Ik verderop gebeden zal hebben.
En Hij nam met Zich Petrus en Jakobus en Johannes 22: 46″) en begon verbaasd en zeer beangstigd te worden, alsof iets zeer ontzettends Hem overviel.
En zei tot hen: a) Mijn ziel is geheel bedroefd tot de dood toe; blijf hier en waak.
Joh. 12: 27.
En een stukje voortgegaan zijnde viel Hij op de aarde en bad, dat het uur dat nu voor Hem aanbrak, als het mogelijk zou zijn, Hem voorbij zou gaan.
En Hij zei: Abba, Vader! alle dingen zijn voor U mogelijk (Hoofdstuk 10: 27); neem deze drinkbeker van Mij weg! a) niet echter wat Ik wil, maar wat Gij wilt.
Joh. 6: 38.
En Hij kwam daarop bij het drietal (vs. ) en vond hen slapende en zei tot Petrus, als degene die het meest in gevaar was (vs. 30): Simon! slaapt u? Kunt u niet één uur waken?
Waak en bid, opdat u niet in verzoeking komt; a) de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak (MATTHEUS. 26: 41).
Gal. 5: 17.
En Hij ging weer weg en bad dezelfde woorden.
En Hij keerde terug en vond hen weer slapend, Hij kon hen niet goed wakker maken omdat hun ogen weer neervielen en zij wisten niet wat zij Hem antwoorden zouden wanneer hij probeerde met hen te praten, zodat Hij hen niet weer als in vs. 38 kon vermanen.
En Hij kwam voor de derde keer en zei tot hen: Slaap nu verder en rust: het is genoeg; langer kan Ik u in uw slaapdronken toestand niet laten; het uur nu is gekomen dat u wekt in plaats van Mij. Zie, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen van de zondaren.
Sta op, laat ons gaan; zie, die Mij verraadt is dichtbij.
Terwijl Jezus zo sidderend in het stof lag en al de smarten begon te gevoelen, die tot verlossing van de Zijnen noodzakelijk waren, kon Hij van Zijn discipelen geen teken van liefde en deelneming ontvangen, maar vond Hij bij hen niets dan koudheid en onverschilligheid. Daar zien wij het gedrag van de mensen tegenover de Heere en hun drievoudig onrecht: 1) De Heere heeft voor ons geleden en wij zijn onboetvaardig; 2) de Heere waakt voor ons en wij slapen; 3) de Heere bemint ons en wij beminnen Hem niet. – I. Men ziet de vreselijke verschrikkingen, die Jezus tot hiertoe van Zich verwijderd hield, nu plotseling als van Hemzelf de toestemming ontvangen, om Hem te bestormen, dat Hij Zich aan hen overgeeft, dat Hij zelf daarvan bijna overweldigd werd; en wat waren die verschrikkingen? Waren zij die van de dood? Ja zeker, die van de dood. Men moet daarbij niet aan een gewone angst voor de dood denken, want van deze zal men toch wel de Zoon van God vrijspreken, die aan geen met de zonde verenigde opwelling onderworpen kon zijn. Het waren verschrikkingen van de geestelijke, eeuwige dood – niet van de dood dien Hij eerst moest sterven, maar van de dood dien Hij al begonnen was te sterven. Want Hij, de plaatsbekleder van de zondaren, Hij, die allen welke in Hem geloven, van de eeuwige straffen wilde bevrijden, Hij moest om de gerechtigheid van Zijn Vader te bevredigen, zelf de straffen lijden; Hij moest de bitterheid van de dood smaken, om ons aan zijn macht te onttrekken. Wat Hij voelen wil, dat kan Hij ook voelen; Hij kan door Zijn alwetendheid de gevolgen van de zonde vrezen, Hij kan door Zijn liefde Zich in de plaats van haar ongelukkige offers stellen. Hij ziet zo, hoe de zonde van een punt uit gaat, zich over de gehele aarde verbreidt en zich voortplant door alle geslachten. Veelvoudig lijden en de dood, die onder grote pijn lichaam en ziel scheidt, zijn in haar gevolg. De menselijke natuur heeft geen middelen om ze te onderdrukken en zelfs het middel dat Hij door de verlossing wil aanbieden, zal niet door allen worden aangenomen. Rijken vallen neer in het stof en verdwijnen van de oppervlakte van de aarde, omdat de zonde hun grondvesten heeft ondergraven. De heiligste banden tussen echtgenoten, tussen ouders en kinderen worden opgelost en zij, die geroepen waren elkaar wederkerig gelukkig te maken, veroorzaken elkaar pijn, zoals geen vijand, geen tegenstander hen kon berokkenen. Het inwendige van de mens, dat een tempel van God moest zijn, wordt bewoond door de machten van de duisternis. De vrede is daaruit ontvlucht en in de diepten van zijn hart beweegt zich een knagende worm. De angst, die de ware middelen tot haar genezing afwijst, stort zich in de draaikolk van de wereldse lusten, waarin zij vreselijk toeneemt; zij drijft tot zonden en omdat ook dezen geen rust geven, stort zij zich in de misdaad, waarop wanhoop en verdoemenis volgt. Nu opent zich voor het oog des Heeren wat voor ons oog gesloten is en wat zich slechts ten dele voor ons gevoel met ontzetting ontsluiert. – De verblijfplaats van de verdoemden. Hij ziet de zielen, die geroepen waren om Goddelijke vreugde in de hemel te genieten, van God gescheiden en dat voor eeuwig, gekweld en gepijnigd en dat zonder ophouden. Hij, die zelf eeuwig is, grijpt de gedachte, die ons niet mogelijk is, de gedachte van een eeuwige kwelling en houdt die vast. Maar Hij kan die nauwelijks verdragen; Hij zinkt in het stof; het bloed wordt door de angst van Zijn ziel uit het voorhoofd gedreven en valt op de aarde. De drinkbeker die Hij al drinkt is te bitter; Hij smeekt dat die van Hem wordt weggenomen. Waar zijn intussen de discipelen? Omringen zij Hem; zijn zij getuigen van Zijn strijd, beseffen zij dat ook hun zonden behoren tot degenen die Hem deze pijnen veroorzaken? Delen zij in Zijn angst, liggen zij naast Hem in het stof, drogen zij met liefdevolle hand het bloedig zweet van Zijn voorhoofd? Neen, zij weten van niets; in hun ongestoorde rust zijn hun ogen dicht gevallen en als Jezus hen opzoekt om Zich tot het dragen van Zijn angst te versterken door het zien van hen voor wie Hij die lijdt, vindt Hij ze slapende. Ook de meeste Christenen schijnen met een Verlosser die om hunnentwil een dodelijke angst geleden heeft, niet in de minste betrekking te staan. Dat in Gethsemane, dat op Golgotha iets groots, iets ontzettends om hunnentwil volbracht is, dat zij zonder dat grote werk der smarten eeuwig verloren zouden zijn gegaan, dat weten zij niet; of wanneer zij het weten dan denken zij er niet aan; of wanneer zij er aan denken dan menen zij, dat zij door een enkele lichte smart van berouw alle voorwaarden tot hun zaligheid vervuld hebben. – II. Het is niet genoeg voor de Heere om de straffen, die de Zijnen verdienden, over te nemen, Hij wil hen ook voor zonden bewaren; want iedere zonde, ook wanneer zij wordt vergeven, is toch een onuitsprekelijk ongeluk, omdat zij een belediging is van God en een hindernis voor de voorbede van Zijn rijk. Jezus weet dat de macht van de duisternis niet alleen Hem aan het kruis zal brengen, maar ook voor Zijn discipelen de grootste aanvechtingen zal veroorzaken. Hij had hen al in de vroegere gesprekken gewaarschuwd en nu het beslissend ogenblik meer en meer nadert, is Hij niet zo geheel in Zijn pijnen verzonken, hoe diep Hij ook daarin weggezonken mocht zijn, dat Hij daarom de zorg voor de Zijnen zou kunnen vergeten. Evenals een moeder zich van haar ziekbed verheft en haar pijn doorstaat om een gevaar van haar kinderen af te wenden, zo verheft Hij Zich van de aarde, zo ontrukt Hij Zichzelf opeens aan Zijn dodelijke smarten. Hij wil zien hoe de zo hard bedreigde, zo vaak gewaarschuwde discipelen Zich gedragen en vindt ze slapend; zij liggen aan de rand van een afgrond en – zij slapen; het gevaar zweeft boven hun hoofd, maar zij merken er niets van, want aardse vermoeidheid heeft de ogen van hun geest en van hun lichaam toegedrukt. Wij weten dat geen reiziger in de verschrikkingen van de eenzaamheid en van de woestijn met grotere gevaren te strijden heeft, dan wij mensen in de loop van onze aardse pelgrimstocht. Wij weten dat elke toestand, dat hoogheid en nederigheid, rijkdom en armoede, geluk en lijden met eigenaardige aanvechtingen zijn verbonden; dat juist dan, als wij uitwendig rust hebben, zich de verschrikkelijkste stormen in ons binnenste plegen te verheven. Dat alles weten wij uit eigen treurige ervaring; wij weten het ook door het woord van de Heere: “Waak en bid, opdat u niet in verzoeking komt, ” door die machtige wekstem, die door alle tijden heen klinkt en die wij vandaag niet voor de eerste maal hebben vernomen. Wij weten dat wij alleen door waken en bidden gered kunnen worden of wij moesten het weten, dat alleen hij waarlijk waakt, die met Christus waakt, dat alleen dan, wanneer wij ons Christus vertegenwoordigen en vooral wanneer wij op de pijnen letten die Hij voor ons heeft gedragen, de ogen van onze geest eigenlijk openstaan, dat Christus in Zijn doodstrijd en aan Zijn kruis het verhevenste schouwspel is waarnaar wij onze ogen kunnen opheffen en dat wij ons hier beneden eigenlijk alleen gedurende zo’n aanschouwen in een volkomen veilige toestand bevinden. En nu vraag ik: waakt u op deze wijze? hebt u zich vaak in die wakende toestand bevonden? hoe lang kon u het daarin uithouden? Dwaal ik niet, dan zullen velen antwoorden: deze toestand is ons geheel onbekend en wij hebben nog nooit beproefd, ons tot het zien van Christus en het gevoel van Zijn tegenwoordigheid op te heffen. Nog nooit? Nu dan zeg u, dat u nog nooit gewaakt, maar uw gehele leven door geslapen hebt en waarschijnlijk gedurende deze slaap meermalen en zwaarder dan u het weet en wilt belijden, gezondigd heeft. Anderen zullen zeggen: wij weten wel wat dit waken is, wij hebben ervan gehoord en gelezen, wij erkennen het voor een volmaakte toestand, wij proberen ons daarin te verplaatsen; het lukt, wij zien de Heere, ons grijpt een medelijden met Zijn pijn aan, een diepe droefheid om dit te hebben veroorzaakt, een verlangen om Hem voortaan niet meer te beledigen, om door Zijn genade tegen alle verzoekingen te worden gesterkt. Wij bidden er Hem om; maar plotseling – wij weten niet hoe het komt – voelen wij een druk, een zwaarte, een vermoeidheid, de warmte verkoelt, het opstijgen van de gedachten is verlamd, zij zinken naar omlaag, zij raken in verwarring, evenals dit bij het inslapen met het lichaam gebeurt en de ogen van de geest sluiten zich. Ook u kunt dus geen uur met de Heere waken? – Geen uur! zouden zij antwoorden, wanneer zij oprecht zijn: geen uur; nauwelijks enige minuten kunnen wij het, dan moeten wij al onze zinnen op andere voorwerpen laten rusten! III. Is er ooit een liefdevol verdragen van gebreken en zwakheden van anderen geweest, dan is het dat wat Jezus in Zijn omgaan met de discipelen betoonde. Zijn ooit woorden gesproken waarin het hele hart zich in liefde ontboezemde, dan zijn het die welke Jezus voor Zijn heengaan tot Zijn discipelen richtte (Joh. 14 vv). In deze redenen en in zoveel vorige had Hij hen duidelijk gezegd wat Hem wachtte. Hij moest aan de macht van Zijn vijanden worden overgegeven en door hun handen sterven. Hij heeft al het laatste maal met hen gehouden en zij weten dat dit het laatste is. Hij heeft een gedachtenismaal ingesteld; Hij heeft hen vermaand om Hem te gedenken, zo dringend, zo ernstig als iemand die afscheid neemt daartoe kan vermanen. En is er ook nu in het donkere van deze nacht, in deze eenzaamheid van de Olijfberg, in dit treuren en sidderen dat Hem vervult, niet iets ontzettends dat doet denken aan grote pijnen die Hem wachten? Zouden zij niet steeds naar Hem kijken? Zou niet hun oor in de duisternis luisteren of het niet misschien de treden van de naderende vijand vernam? Zou niet het beven van hun hart, de inspanning van hun geest alle slaap van hun ogen verdrijven? Dat alles was plichtmatig en dat alles zou ook plaats hebben gehad wanneer zij Hem hadden bemind; maar zij slapen en dit is een teken, hoe – ik spreek het uit met beven, dat verpletterende woord – hoe onverschillig het voor hen is. Hij zelf voelt het wel; het raakt Hem diep, want als Hij voor de derde keer komt en hen voor de derde keer slapende vindt, dan zijn Zijn woorden meer dan een vermaning, meer dan een verwijt: zij zijn een jammergeschrei van de goddelijke liefde, die Zich daarover beklaagt, dat zij in het geheel niet wordt beantwoord. Inderdaad, het is zeer verwonderlijk, dat de Heere ons zo onbeschrijfelijk lief heeft en dat wij Hem zo weinig liefhebben. Wat liefde opwekt dat is schoonheid, geestelijke schoonheid; en waar zou deze bij de mens te vinden zijn? De schoonheid die hij oorspronkelijk van God had ontvangen, was door de zonde verdorven en het goddelijk evenbeeld, dat eerst in Hem glinsterde, was voor de ogen van de Eeuwige zelf onkenbaar geworden; hij lag daar, verpletterd onder de raderen van de wagen waarop de vorst van deze wereld triomferend over de aarde rondreed, zwemmend in zijn bloed, bedekt met zweren als een Lazarus, de dorst die hem kwelt uit onreine bronnen lessend, zonder kennis van zijn ellende, volkomen met zichzelf tevreden, in het geheim verbonden met zijn doodsvijand en met tegenzin vervuld tegen God, zijn Schepper en Heiland. Op dit voorwerp van tegenzin en afschuw worden vanuit de hemel de ogen van de Heere gevestigd. Het is voor Hem het voorwerp van eer liefde, die zich in zijn redding nog groter en heerlijker openbaart, dan die zich openbaarde in de schepping van hemel en aarde. Wat is voor Hem een troon, waar Hij aan de rechterhand van de Vaders zat? Wat zijn voor Hem de lofzangen van de engelen, die rondom Hem klinken? Wat zijn voor Hem de eeuwig groene bomen en de kristallen rivieren van het paradijs? Hij verlaat Zijn heerlijkheid om de ellende van de mensen, uitgezonderd de zonde, te delen om hier te dorsten, te bloeden, te sterven, Hij bekleedt Zich met hun smaad om hen met Zijn heerlijkheid te kunnen tooien. Zo staat Hij voor ons, altijd schoon, heerlijk, lerend, hetzij wij Hem op de troon van de hemels, hetzij dat wij Hem in Zijn wandel op aarde, hetzij dat wij Hem aan het kruis zien; want ook uit Zijn geringheid, ook uit Zijn lijdende jammergestalte schittert Zijn schoonheid en hier misschien het aller duidelijkst. Zo vertoont Hij Zich aan ons beminnenswaardig door wat Hij is en door wat Hij voor ons gedaan heeft. Ja, als de enige en alleen beminnenswaardige; en wij – beminnen Hem niet. Laat ons dit groot geheim van onze schande en daarmee onze hele zondigheid en verdorvenheid belijden! Want hoe diep moeten zij niet gezonken zijn, die niets voelen voor de ware goddelijke schoonheid, die niet in staat Zijn, een oneindige liefde met het geringste gevoel te beantwoorden! Wij beminnen alles en hoe slechter, hoe nietswaardiger het is, des te meer misschien hebben wij het lief, des te meer zijn wij tot dwepen toe er mee ingenomen; maar Jezus – hoe weinigen onder ons heeft Hij wel met geestdrift vervuld. Wij dragen wel in ons de beelden van vele andere voorwerpen, die onze geest en ons gemoed vervullen, die alle gedachten, alle gevoelens aan zich boeien; maar het beeld van Jezus – wie draagt dat in zich, wie is daarmee bezig? Wij spreken wel van veel dingen en van enige misschien niet zonder warmte en zonder vuur, het ontbreekt ons dan ook niet aan woorden om hetgeen wij voelen in andere harten over te dragen; maar zodra wij van Jezus spreken – o ellende, o smaad! – dan slaat geen vlam in ons binnenste omhoog, dan heeft de tong geen woorden, dan blijven wij koud en laten ook degenen koud tot wie wij spreken.
En meteen toen Hij nog sprak kwam Judas aan, die een was van de twaalf en met hem een grote menigte met zwaarden en stokken, gezonden door de overpriesters en deschriftgeleerden en de ouderlingen, waarvan er ook een aantal mee waren gekomen.
En degene die Hem verried had hen al vooraf volgens bijzondere afspraak een gemeen teken gegeven, zeggende: Degene die ik kussen zal, die is het, op wie het in onderscheiding van de anderen die bij Hem zijn, aankomt; grijp Hem en leid Hem zeker heen, zodat Hij u niet kan ontsnappen.
En toen Hij gekomen was, ging hij terstond tot Hem (om hier het een en ander, dat volgens Joh. 18: 4-9 vooraf gebeurde, over te slaan) en zei: Rabbi, Rabbi! in grote opgewondenheid en net alsof hij Hem nu bijzondere eer wilde geven en hij a) kuste Hem.
2 Sam. 20: 9.
En zij sloegen hun handen aan Hem en grepen Hem.
Behalve de discipelen waren nog anderen toegesneld toen de menigte (vs. 43) naderde, ten minste een jongeling (vs. 51 vv. ). En een van degenen die daarbij stonden trok het zwaard en sloeg de dienstknecht van de hogepriesters zijn oor af.
En Jezus herstelde dadelijk de veroorzaakte schade en verbood verder al het geweld (Luk. 22: 51. MATTHEUS. 26: 52-54. Joh. 18: 11) en antwoordde hen: Bent u uitgegaan met zwaarden en stokken, als tegen een moordenaar, om Mij te vangen?
Dagelijks leerde Ik bij u in de tempel en u hebt Mij niet gegrepen; omdat het uur waarin het u zou worden toegelaten nog niet gekomen was. Maar dit gebeurt a)opdat de schriften vervuld zouden worden; daarom is u macht over Mij gegeven en aan deze macht onderwerp Ik Mij vrijwillig.
Ps. 22: 7; 69: 10. Luk. 24: 25.
a) En zij, de discipelen, hebben Hem, zoals Hij hen voorspeld had (vs. 27), verlaten en zijn allen gevlucht.
Job 19: 13. Ps. 88: 9.
En een zekere jongeling, door het geraas gewekt, was van zijn bed in de nabijheid van de hof opgestaan en had zich naar de plaats van de gevangenneming begeven. Deze volgde Hem en heeft hem, toen hij in haast van zijn leger was opgestaan, een laken omgedaan over het naakte lijf en de jongelingen, die zich onder de menigte (vs. 43) bevonden, grepen hem alsof zij Hem ook mee wilden voeren, echter meer uit moedwil dan werkelijk met die bedoeling.
En hij zette er in het vermeende gevaar alles op om zijn leven te behouden, verliet het laken en is naakt van hen gevlucht.
De voorstelling van de gevangenneming is bij onze Evangelist zeer kort. Plotseling staat Judas voor de ingang van de tuin met de menigte die hij met zich heeft genomen, als een spookachtige verschijning. Nu gaat alles zo snel dat tussen Jezus en de verrader niets gesproken wordt en noch het verwijt aan hem, die het zwaard trok, noch de genezing van het afgehouwen oor vermeld wordt. Wij merken hier duidelijk een berichtgever op die nu dat stuk uit zijn eigen levensgeschiedenis verhaalt waardoor hij met de Evangelische geschiedenis verbonden is, nadat hij tot hiertoe in geen nadere betrekking daartoe had gestaan. Hij maakt zich vooreerst (vs. 43-46) van de gevangenneming spoedig af, alsof dat alles in een ogenblik had plaats gehad; haalt vervolgens (vs. 47-49) de tussenhandeling van de slag met het zwaard kort aan, maar roert het ook slechts als iets voorbijgaands aan. De overgave van Jezus, zoals die in vs. 46 is aangegeven, een overgave zonder enige tegenstand komt in opmerkelijk contrast voor met de bezorgdheid van de bende en van haar leidsman (vs. 43 -45), om zich van de gevangene met alle middelen van menselijke macht en slimheid te verzekeren. Zo kwam duidelijk uit dat de klacht van de Heere rechtvaardig was toen Hij zei, dat men Hem als een misdadiger behandelde, wiens geweten Hem moest dringen, om aan de handen van de overheid Zich door list of geweld te onttrekken, terwijl toch Zijn openlijk leren in de tempel bewijs van het tegendeel was. Dit treedt hier scherp op de voorgrond, omdat zo eerst de reden waarom Hij Zich toch als een misdadiger laat grijpen en binden, als onderwerping aan het woord van de Schrift kon worden begrepen. Terwijl nu van de vlucht van de discipelen wordt gesproken (vs. 50), wordt hiermee het verhaal verbonden, waarop in vs. 47 zo eigenaardig was gedoeld, dat men ziet, het gaat de verteller hier minder om Petrus, aan wie anders ons Evangelie toekomt, dan op degenen die daarbij stonden, waaronder zich een jongeling bevond en wel in het bijzonder op deze jongeling zelf. Daarom is het niet slechts een vermoeden, maar in het wezen van de zaak gegrond, als men heeft aangenomen, dat die jongeling geen ander is geweest dan Markus, naar wie ons Evangelie de naam draagt. Het is echter een verkeerde mening dat de ongenoemde huisheer in vs. 13 vv. de vader van Markus zou geweest zijn, dat Markus de Heere van de zaal van het Paasmaal af zou hebben vergezeld, met de discipelen naar Gethsemane zou zijn meegegaan en al tegenwoordig zou geweest zijn toen Judas met de menigte kwam. Het laken op het blote lichaam wijst integendeel daarop, dat de jongeling al in slaap was toen het geruis van de naderende bende zich verhief, dat hij snel van zijn bed is opgestaan om te zien wat er voorviel en dat het huis van zijn ouders zich in de onmiddellijke nabijheid van Gethsemane moet hebben bevonden. Wij zullen daarop bij ons slotwoord op ons Evangelie terugkomen en wijzen nu op MATTHEUS. 19: 2, dat ieder van de Evangelisten op enig punt met zijn eigen leven aan dat van de Heere verbonden moet zijn geweest om zijn roeping als oor- en ooggetuige (1 Joh. 1: 1 vv. ) te kunnen vervullen. Met recht heeft Whitefield de handeling van de jongeling als beeld van een onrijpe navolging voorgesteld.
Met “de jongelingen” worden de Romeinse krijgsknechten bedoeld, zo worden Davids krijgsknechten, die met hem waren, genoemd 1 Sam. 21: 4, 5. Deze zochten den jongeling te grijpen, denkende, dat hij een discipel van Christus was, of ten minste een van degenen, die Hem genegen waren, en vatten hem bij zijn linnen kleed. Markus verhaalt ons dit met het doel, om de woede en kwaadaardigheid van deze mensen aan te tonen, die niemand wilden verschonen, welke maar scheen of gedacht werd een navolger van Christus te wezen, zodat het ontkomen van de discipelen alleen moest worden toegeschreven aan de wonderdadige macht van Christus.
IV. Vs. 53-72.KruisverwijzingenPsalmen 110:1→Daniël 7:13→Hebreeën 1:3→Mattheüs 24:30→Johannes 18:18→Mattheüs 26:64→Markus 13:26→Mattheüs 26:57→
— En zij leidden Jezus henen tot den hogepriester; en bij hem vergaderden al de overpriesters, en de ouderlingen, en de schriftgeleerden. En Petrus volgde Hem van verre, tot binnen in de zaal des hogepriesters, en hij was mede zittende met de dienaren, en zich warmende bij het vuur. En de overpriesters, en de gehele raad, zochten getuigenis tegen Jezus, om Hem te doden, en vonden niet. Want velen getuigden valselijk tegen Hem, en de getuigenissen waren niet eenparig. En enigen, opstaande, getuigden valselijk tegen Hem, zeggende: Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal dezen tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en in drie dagen een anderen, zonder handen gemaakt, bouwen. En ook alzo was hun getuigenis niet eenparig. En de hogepriester, in het midden opstaande, vraagde Jezus, zeggende: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U? Maar Hij zweeg stil, en antwoordde niets. Wederom vraagde Hem de hogepriester, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Christus, de Zoon des gezegenden Gods? En Jezus zeide: Ik ben het. En gijlieden zult den Zoon des mensen zien zitten ter rechter hand der kracht Gods, en komen met de wolken des hemels.
Naar het hogepriesterlijk paleis geleid moet Jezus eerst bij Annas een voorlopig verhoor ondergaan, dat de grijze vijand tot en schouwspel moet dienen en de tijd moet aanvullen totdat de Hoge raad vergaderd is. Het is ook bestemd om zo mogelijk door listige vragen over Zijn leer en Zijn aanhang Hem een woord te ontlokken, dat men tot aanklacht tegen Hem zou kunnen gebruiken. Intussen gaat Markus, evenals Mattheus, deze voorbereiding voorbij en komt meteen tot het verhoor voor de eigenlijke hogepriester Kajafas. Nadat men lang moeite gedaan heeft om een getuigenis te krijgen, dat slechts uitwendig met de vorm van het recht overeenkwam, weet deze aan de zaak eindelijk een wending te geven, zodat men Jezus tot godslasteraar kan bestempelen en daarop ter dood veroordelen. Gedurende dit verhoor heeft de driemaal herhaalde verloochening van Petrus plaats.
En zij leidden Jezus naar de hogepriester Kajafas, vergaderden bij hem, terwijl intussen Annas zich met de Gevangene bezig hield (Joh. 18: 13, 19-24) al de overpriesters en de ouderlingen en de schriftgeleerden, al de leden van de Hogen raad, behalve Nikodemus en Jozef van Arimathea, die men niet vertrouwde.
En Petrus volgde Hem van ver tot binnen in de zaal van de hogepriesters, waartoe Johannes hem toegang verschafte en zat met de dienaren en warmde zich bij het vuur.
a) En de overpriesters en de hele raad zochten, toen de geestelijke rechtbank haar onderzoek was begonnen, getuigenis tegen Jezus om Hem te doden en vonden niets.
Hand. 6: 13.
Want velen getuigden vals tegen Hem, de getuigenissen waren niet eenparig; geen twee getuigen, het minste dat geeist werd, konden samengebracht worden.
En enigen stonden na het verhoor van de vorigen op en getuigden vals tegen Hem, zeggende:
Wij hebben Hem horen zeggen: a) Ik zal deze tempel, die met handen gemaakt is, afbreken en in drie dagen een andere, zonder handen gemaakt, bouwen, wat, als de woorden zo waren geweest en zo waren bedoeld als zij nu hier werden gesproken, tot een aanklacht van lastering tegen het heiligdom kon worden gezien (Hand. 6: 13).
Mark. 15: 29, Joh. 2: 19.
En ook was deze getuigenis niet eenparig; de een gaf op deze, de ander op een andere manier de woorden weer; want getuigen werden niet in tegenwoordigheid van elkaarverhoord, opdat niet de een zich zou kunnen richten naar de woorden van de ander.
En de hogepriester stond in het midden op en vroeg Jezus: Antwoordt gij niets? wat getuigen deze tegen u?
a) Maar Hij zweeg stil en antwoordde niets. Weer vroeg de hogepriester Hem in duivelse slimheid en zei tot Hem: Bent Gij de Christus, de Zoon van de gezegende God, die niemand mag aantasten en over wie niemand zich in een betrekking mag plaatsen die hem niet toekomt?
Jes. 53: 7. Hand. 8: 32.
En Jezus zei: Ik ben het. a) En u zult de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand van de kracht van God en komen met de wolken van de hemel.
Dan. 7: 13. MATTHEUS. 16: 27. 24: 30. 25: 31. Luk. 21: 27. Hand. 1: 11. 1 Thess. 4: 16. 2 Thessalonicenzen. 1: 10. Openbaring . 1: 7.
En de hogepriester, toen in heilige verontwaardiging en vol ontzetting over het gehoorde woord, verscheurde zijn kleren en zei: Waar hebben wij nog getuigen voor nodig?
U hebt de godslastering gehoord die Hij met Zijn belijdenis gepleegd heeft! wat denkt u; is het geen godslastering? En zij allen, zoveel er tegenwoordig waren, veroordeelden Hem schuldig tot de dood.
Die het bestrijden dat Jezus de Zoon van God is, vervloeken Hem evenzo (1 Kor. 12: 3) vgl. bij Hoofdstuk 15: 15.
En sommigen begonnen Hem te bespugen en Zijn aangezicht te bedekken en a) met vuisten te slaan en tot Hem te zeggen: Profeteer. En de dienaars gaven Hem kinnebakslagen (Jes. 50: 6 vv. )
Joh. 16: 10. Joh. 19: 3.
Zo is dan de dierbare Heiland in de laatsten nacht van Zijn leven geen slaap in Zijn ogen gekomen, maar evenals de hogepriester van het Oude Testament de nacht voor de groten verzoendag slapeloos pleegde door te brengen (Lev. 16: 29 vv. ), zo heeft ook de ware Hogepriester van het Nieuwe Testament in de nacht voor de dag waarop de zonde van het hele menselijk geslacht zou worden verzoend, geen slaap in Zijn ogen laten komen, opdat ook hierin het tegenbeeld en het voorbeeld des te volkomener zouden overeenstemmen. Hierdoor heeft echter onze Heiland tevens de slapeloze nachten voor Zijn kinderen geheiligd, wanneer zij of in de smart van het berouw, of in velerlei inwendige aanvechtingen, of in uitwendig lijden en droefenissen met Asaf (Ps. 77: 5) moeten uitroepen: “U hield Mijn ogen wakende. ” Welaan, kunnen wij op ons bed niet slapen, laat ons dan denken aan de slapeloze nachten van onze Heiland, aan de nacht in welke Hij verraden, gebonden, ter dood veroordeeld en aller erbarmelijkst mishandeld is.
De Hoge raad heeft het teken tot bespotting gegeven, de mannen, aan wiens bewaking Jezus voor het overig gedeelte van de nacht werd overgegeven, volgen na. Zij hebben de vrees, die hen nog kort te voren beangstigde, geheel afgelegd, de meest volkomen gerustheid, de meest openbare verachting is in de plaats daarvan getreden. Wat bij hun spot aan fijne geestigheid ontbreekt, vult ruwheid en overmoed aan; honende buigingen en beschimpende slagen met de snoodste bespuwing wisselen elkaar af. Maar het ergste komt nog: als Christus moet Hij immers kunnen profeteren, moet Hij kunnen raden wat in het duistere verborgen is. Nu wordt Zijn aangezicht met een doek bedekt en nu treedt de een na de ander dichterbij, en er regenen oorvijgen, kinnebakslagen, slagen met gebalde vuist en het refrein van dat steeds vernieuwde spel is het lasterend koorgezang: “Profeteer Christus! wie is het, die U geslagen heeft!”
Het ambt, waarin de Zoon van God in het bijzonder Zijn wijsheid openbaart, zoals in het koninklijke Zijn macht en in het hogepriesterlijke Zijn liefde, dat moet hier een spel van dwazen worden en zich in het paleis van de hogepriester laten honen, zoals in het paleis van de heidense landvoogd voornamelijk de koninklijke waardigheid van Jezus Christus bespot is geworden. Omdat profeten niet alleen toekomstige zaken pleegden te voorspellen, maar soms ook verborgene dingen pleegden te openbaren (2 Kon. 6: 12), daarom verlangen zij, dat de Heere een proef van Zijn profetische wetenschap zal afleggen en onder het kleed, dat zij voor Zijn ogen hebben gehangen, degene zou ontdekken, die Hem onder de menigte had geslagen. Ach, denkt hierbij een gelovige ziel, ik herinner mij bij dit treurspel mijn zondige aard: wat is meer gewoon, dan dat de Schepper van ons mensen als een blindeman wordt behandeld? Wij dwaze schepselen beelden ons in dat wij onze zonden al zo kunstig verbergen en zo in het geheim zouden kunnen bedrijven, dat Hij als iemand die een doek voor de ogen heeft, niet zou weten wie Hem had geslagen, evenals Judas van deze verschrikkelijke blindheid van het menselijk hart kort te voren een proef had afgelegd toen hij de Heere Jezus, toen die van Zijn verrader sprak, durfde vragen: “Heere ben ik het?” over welke vermetelheid de Geest van God het wee uitroept in Jes. 59: 15 v. Hoe vaak gebeurt het dat de mensen de spot drijven met profetische zaken, die in deze tijd van twijfelzucht door lichtzinnige gemoederen veelvuldig worden bespot en tot een voorwerp van gelach worden gemaakt, terwijl men toch overigens een bandeloze neiging tot allerlei verboden kunsten, die op een ontdekking van toekomstige dingen doelen, laat zien. Men is lichtgelovig voor waarzeggers en valse profeten en laat zich graag op allerlei manieren bedotten en daarentegen is men over de voorspellingen van de ware profeten zo ongelovig, terwijl die toch het zegel van haar goddelijkheid in zo veel duidelijke vervullingen weten aan te wijzen. Al die gevolgen van het menselijk verderf hebben de Zoon van God dat lijden berokkend toen Hij onder een luid honend gelach als een waarzegger en bedrieger werd geslagen.
Het ligt diep in het karakter van het onedele en lage om juist het betere, het edelere door toegedichte naaktheid tot zich in het stof te trekken, zedelijke grootheid te betwijfelen en schouder ophalend te behandelen, wereldse groten eerst te benijden en daarna, als zij gevallen zijn, met slijk te werpen. Dit is de vuile, moerassige grond, waaruit ontelbare persoonlijke satyren, bijtende glossen, bonmots, spotdichten, pasquillen steeds als dwaallichten voortkomen. Maar nog afschuwelijker en werkelijk satanisch is de spotlust wanneer zij zich aan het heilige waagt. Dan wordt vaak een schrijver, die zich daaraan kan overgeven, ver boven zijn natuurlijke begaafdheid door de inspiraties van de geest van de ontkenning vervuld tegenover het heilige, waaraan hij niet gelooft, om als spotter te velde te trekken en het met nauwelijks merkbare fijne wending tot een karikatuur te mismaken. Wie kan het berekenen wat een ontzaglijke schade aan de harten en wat een afbreuk aan het rijk van God door dergelijke voortbrengselen van de spotgeest veroorzaakt zijn? Ach voor duizenden mensen is de zaak van het Evangelie al een opgegeven en verloren zaak, wanneer eens de ban van het belachelijke daarop gelegd is! Maar welaan, u door de spotgeest van de wereld gewond en verdwaald hart, vestig uw blik op de plaats waarop de geschiedenis van onze tekst u wijst. Zie, hier staat voor het forum van deze geest niet alleen een dogma van het Evangelie, niet alleen de waarheid van een enkele leerstelling van de Heilige Schrift, maar de levende waarheid, de hele waarheid daarvan, niet alleen een discipel en belijder, maar de Meester zelf in het spotgericht, de Heilige onder de ban van het belachelijke – zie dan toe, of Hij daarom ophoudt de Heilige in Israël te zijn! Nu is aan de pijlen waarmee de valse wijsheid de dierbaarste waarheden van het Evangelie, alsof het slechts verdichtselen waren, denkt te doorboren, de punt afgebroken, sinds de koker van deze tegenover de persoonlijke waarheid, Christus, is geleegd. Wie kan nog twijfelen aan het lot, dat het Evangelie en zijn belijders in de wereld treft, wie kan zich nog laten verzoeken door de stofwolk van armzaligen spot waarmee de blinden de glans van de zon denken uit te blussen, of wie zich daarom uit de zalige gerustheid laten brengen tot moedeloosheid, tot vrees en kleinheid, tot toorn en tot verbittering, nadat Christus liefhebbend en lijdend Zijn bedekt aangezicht aan de spotters heeft aangeboden? Zijn ogen branden niet als vuurvlammen door de bedekking heen in het hart van de spotters, geen donder van het gericht gaat uit Zijn mond. Eén opwelling van woede in Zijn hart en de spotters zouden, als door de slag getroffen, terug tuimelen; maar in Zijn hart is niets dan liefhebben en lijden; als een lam staat Hij daar, dat stom is voor Zijn scheerders. En ook de hemel zwijgt bij het honen van Hem die alle engelen moeten aanbidden; geen vuur valt uit de hoogte, als op degenen die met Elisa spotten (2 Kon. 1: 9 vv. ); geen afgrond opent zich als voor het rot van Korach (Num. 6: 3 vv. ). Aardwormen mogen de Koning van de hemel voor de gek houden, zondaren met de Rechter van Israël blindeman spelen, zonder dat hen iets kwaads gebeurt.
En toen Petrus, terwijl dit in de verhoorzaal gebeurde, beneden in de zaal was, in het dieper dan die zaal gelegen binnenhof van het paleis, kwam een van de dienstmaagden van de hogepriester naar het kolenvuur, waar hij bij de knechten zat en zich warmde (vs. 54).
En zij Petrus zich waren, keek hem aan en zei: Ook u was, evenals hij die u hier binnen heeft geleid (Joh. 18: 15 vv. ) met Jezus de Nazarener.
Maar hij heeft het geloochend, zeggende: Ik ken hem niet en ik weet niet wat u zegt. En hij ging buiten in de voorzaal, die naar de straat leidde en de haan kraaide toen hij daar heen ging, want het was nu twee uur in de morgen).
En de dienstmaagd die aan het binnenste portaal van de voorhof was gestationeerd, waarbij hij toen aankwam 26: 72″), zag hem en begon, evenals de eerste dienstmaagd waar zij de mededeling van had (vs. 66 v), tot degenen die daarbij stonden te zeggen: Deze is een van die.
Maar hij loochende het weer en ging nu, zijn voornemen opgevend (vs. 68), weer naar het kolenvuur terug. En even daarna, nog in de tijd tussen 2 en 3 uur, maar nu al tegen het einde van die tijd, niet meer in hetbegin zoals vroeger, zeiden degenen die daarbij stonden (anderen dan die in vs. 69 en dezelfden in wier tegenwoordigheid het in vs. 67 en 68 vertelde had plaats gehad) weer tegen Petrus: Echt, u bent een van die; want u bent ook, zoals de dienstmaagd al gezegd heeft, een Galileër en uw spraak lijkt erop.
Omdat men nu de getuigenis tegen hem aanvoerde, vreesde hij een loochening te minder. En hij begon zichzelf te vervloeken en te zweren: Ik ken deze mens niet waarover u spreekt.
En de haan kraaide de tweede maal. Toen werd Jezus, die ter dood was veroordeeld, juist naar de hof gebracht en Hij zag Zijn discipel aan. En Petrus bedacht het woord dat Jezus tot hem gezegd had (vs. 30): Eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult u Mij driemaal verloochenen. En hij snelde zich naar de voorhof, ging daar weg en huilde, zodat deze tranen van diep berouw samenvielen met het geluid van de haan, dat hem opwekte en het hanengekraai door hevig snikken afgewisseld werd.
Omdat Petrus zich hoger dan al de anderen wilde verheffen (vs 29), valt hij ook dieper dan zij; zijn natuur sleept hem mee in de diepste val. Het is de vleselijke dapperheid, waardoor hij daar in de hof het ijzeren zwaard zwaait, evenals zijn vermeende navolgers de dwangwerktuigen van de inquisitie; het is die aardse moed, die slag voor slag geeft en in zo’n strijd ook het eigen leven waagt, maar niet kan voelen hoeveel hoger de dapperheid is die de moed heeft, het onrecht geheel te lijden en niet te doen. Het is deze ijver van het vlees, die voor hem de bittere vrucht van de verloochening van Christus draagt en hem in die steile val meesleept, waardoor zijn staan op eigen kracht het diepst moest worden geschokt. De voornaamste belijder een verloochenaar geworden! hoe dicht is hij bij de verrader gekomen! wat zou het hart van de Heiland meer pijn hebben gedaan? en waarin is het onderscheid gelegen dat Petrus geen Judas werd? Er bestaat geen onderscheid in hun zonde op zichzelf, want vlees is vlees en dat een Petrus zo kon vallen, is echt niet met verontschuldiging licht op te nemen, maar in de wijze waarop zij beiden tot berouw ontwaken is het wezenlijke onderscheid tussen hen te zien. Daarin, dat Petrus nog een oog heeft voor die blik van de Heere, om tot zichzelf te komen, naar buiten te gaan en bitter te huilen, maar Judas alleen nog de schrik voor de Heilige Gods, voor Wie hij vlucht, in plaats van tot Hem te vluchten -daarin openbaart zich aan ons bij de eersten die goddelijke droefheid die dat berouw te weeg brengt, dat niemand berouwt, bij deze de droefheid van de wereld, die niets anders werkt dan de dood.
Petrus heeft zijn schuld niet verkleind, want van hem vernemen wij door Markus de omstandigheid, dat ook het eerste hanengekraai hem nog niet tot nadenken bracht, maar pas het tweede. Het is zeer opmerkelijk dat hij in de weg van zijn bekering als de eerste grote schitterende type van de weg van het heil daar staat, terwijl Judas in zijn berouw de tegenovergestelde weg insloeg en pas de menselijke tevredenheid bij de vijanden, bij wie hij zich bezondigd had, wilde geven, maar zonder op deze weg tot Christus te komen. Wij mogen echter ook de typische betekenis in de aanleiding van de val die Petrus deed, niet onopgemerkt laten – een geringe deurwaarster was het die de eerste discipel, aan wie de sleutels van het hemelrijk waren toegezegd, tot verloochening bracht. Dienstmaagden verschrikten hem en zijn val werd steeds zwaarder naarmate hij zich langer onder de knechten bij het kolenvuur ophield. Zo kan ook een kerkelijke gemeenschap door valse populariteit, door verkeerd gedrag omtrent de verkeerde fanatismen bij het volk, door vermenging met de menigte in haar onheilige richting voor zich de val bereiden.
Bewonderen wij de goedheid en wijsheid van God, tot in het kloppen van het geweten! Schijnbaar zijn gewetensknagingen een straf voor de misdaad die haar heeft veroorzaakt en toch zijn zij genadige roepstemmen om ons onze zonde te laten zien. Heeft God de zondaar door zijn geweten willen laten lijden voor zijn kwaad, het is juist om hem door gevoel van pijn daarvan los te maken en hem te dwingen elders vrede en gemoedsrust te zoeken. De verschrikkelijke toestand die hieruit denkbaar is, zou zijn dat God de schuldige aan zichzelf overlaat, hem in vrede de vruchten van zijn zonde genieten liet. Ook is het de laatste grens van ongeluk en misdaad, de kwelling van het berouw niet te voelen. Kon zo’n toestand volkomen in iemand plaats grijpen, het zou het zekerste bewijs zijn dat God hem verlaten had.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel