Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En als Hij uit den tempel ging, zeide een van Zijn discipelen tot Hem: Meester, zie, hoedanige stenen, en hoedanige gebouwen!
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1EnG2532 als HijG846uitG1537 den tempelG2411 ging, zeideG3004eenG1520 van Zijn discipelenG3101 tot HemG846: MeesterG1320, zieG2396, hoedanigeG4217stenenG3037, enG2532hoedanigeG4217gebouwenG3619!En als Hij uit den tempel ging, zeide een van Zijn discipelen tot Hem: Meester, zie, hoedanige stenen, en hoedanige gebouwen!
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2εκπορευομενουG1607uitgaan, uitgaat, uitgingcome (forth, out of), depart, go (forth, out), issue, proceed (out of)3αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which4εκG1537uit, van, metafter, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out)5τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6ιερουG2411tempel, tempels, heiligetemple7λεγειG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter8αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which9ειςG1520een, ene, enena(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some10τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11μαθητωνG3101discipelen, discipel, discipelsdisciple12αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which13διδασκαλεG1320Meester, leraars, meesterdoctor, master, teacher14ιδεG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed15ποταποιG4217hoedanige, Hoedanig, hoewhat (manner of)16λιθοιG3037steen, stenen, gesteente(mill-, stumbling-)stone17καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet18ποταπαιG4217hoedanige, Hoedanig, hoewhat (manner of)19οικοδομαιG3619stichting, gebouw, gebouwenbuilding, edify(-ication, -ing)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
2En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ziet gij deze grote gebouwen? Er zal niet een steen op den anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2EnG2532JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG2036 tot hemG846: Ziet gij dezeG3778groteG3173gebouwenG3619? Er zal niet een steenG3037opG1909 den anderen steenG3037gelatenG863 worden, die niet afgebrokenG2647 zal worden.En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ziet gij deze grote gebouwen? Er zal niet een steen op den anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc3ιησουςG2424Jezus, JEZUS, Jezus'Jesus4αποκριθειςG611antwoordde, antwoordende, antwoorddenanswer5ειπενG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter6αυτωG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which7βλεπειςG991zien, zie, ziendebehold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed8ταυταςG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who9ταςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10μεγαλαςG3173grote, groot, groten(+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years11οικοδομαςG3619stichting, gebouw, gebouwenbuilding, edify(-ication, -ing)12ουG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but13μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without14αφεθηG863vergeven, verlaten, lietcry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up15λιθοςG3037steen, stenen, gesteente(mill-, stumbling-)stone16επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with17λιθωG3037steen, stenen, gesteente(mill-, stumbling-)stone18οςG3739die, welke, welkenone, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc19ουG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but20μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without21καταλυθηG2647afgebroken, afbreekt, afbrekendestroy, dissolve, be guest, lodge, come to nought, overthrow, throw down
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
3En als Hij gezeten was op den Olijfberg, tegen de tempel over, vraagden Hem Petrus, en Jakobus, en Johannes, en Andreas, alleen:
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3EnG2532 als HijG846gezetenG2521 was op den OlijfbergG3735, tegenG2596 de tempelG2411 over, vraagdenG1905HemG846PetrusG4074, enG2532JakobusG2385, enG2532JohannesG2491, enG2532AndreasG406, alleen:En als Hij gezeten was op den Olijfberg, tegen de tempel over, vraagden Hem Petrus, en Jakobus, en Johannes, en Andreas, alleen:
4Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn? En welk is het teken, wanneer deze dingen alle voleindigd zullen worden?
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4ZegG2036 ons, wanneer zullen deze dingen zijn? EnG2532 welk is het tekenG4592, wanneer dezeG3778 dingen alleG3956voleindigdG4931 zullen worden?Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn? En welk is het teken, wanneer deze dingen alle voleindigd zullen worden?
KJVTellus,when3shall these thingsbe?and6what7shall be the sign9when10all12these thingsshall11be fulfilled?
1ειπεG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter2ημινG1473mij, ikI, me3ποτεG4219wanneer?, hoe lang?+ how long, when4ταυταG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who5εσταιG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was6καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet7τιG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why8τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc9σημειονG4592teken, tekenen, krachtenmiracle, sign, token, wonder10οτανG3752wanneer, zodraas long (soon) as, that, + till, when(-soever), while11μελληG3195toekomende, toekomenden, komenabout, after that, be (almost), (that which is, things, + which was for) to come, intend, was to (be), mean, mind, be at the point, (be) ready, + return, shall (begin), (which, that) should (after, afterwards, hereafter) tarry, which was for, will, would, be yet12πανταG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever13ταυταG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who14συντελεισθαιG4931voleindigd, geeindigd, oprichtenend, finish, fulfil, make
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
5En Jezus, hun antwoordende, begon te zeggen: Ziet toe, dat u niemand verleide.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5EnG1161JezusG2424, hunG846antwoordendeG611, begonG756 te zeggenG3004: Ziet toe, dat uG4771niemandG5100verleideG4105.En Jezus, hun antwoordende, begon te zeggen: Ziet toe, dat u niemand verleide.
6Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zullen velen verleiden.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Want velenG4183 zullen komenG2064 onder Mijn NaamG3686, zeggendeG3004: IkG1473benG1510 de Christus; enG2532 zullen velenG4183verleidenG4105.Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zullen velen verleiden.
1πολλοιG4183vele, velen, veelabundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly2γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet3ελευσονταιG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set4επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with5τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6ονοματιG3686Naam, naam, namecalled, (+ sur-)name(-d)7μουG1473mij, ikI, me8λεγοντεςG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter9οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why10εγωG1473mij, ikI, me11ειμιG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was12καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet13πολλουςG4183vele, velen, veelabundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly14πλανησουσινG4105verleiden, Dwaalt, verleidgo astray, deceive, err, seduce, wander, be out of the way
7En wanneer gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen, zo wordt niet verschrikt; want dit moet geschieden; maar nog is het einde niet.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En wanneer gij zult horenG191 van oorlogenG4171, en geruchtenG189 van oorlogenG4171, zo wordt nietG3361verschriktG2360; wantG1063 dit moetG1163geschiedenG1096; maar nogG3768 is het eindeG5056 niet.En wanneer gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen, zo wordt niet verschrikt; want dit moet geschieden; maar nog is het einde niet.
KJVAnd2when1ye shall hear3of wars4and5rumours6of wars,7be ye9not8troubled:for11such things must10needs be;12but13the end16shall not be yet.
1οτανG3752wanneer, zodraas long (soon) as, that, + till, when(-soever), while2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3ακουσητεG191gehoord, horen, hoordegive (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand4πολεμουςG4171krijg, oorlogen, krijgenbattle, fight, war5καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet6ακοαςG189gehoor, prediking, geruchtaudience, ear, fame, which ye heard, hearing, preached, report, rumor7πολεμωνG4171krijg, oorlogen, krijgenbattle, fight, war8μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without9θροεισθεG2360verschrikttrouble10δειG1163moet, moest, moetenbehoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should11γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet12γενεσθαιG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought13αλλG235maar, dochand, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet14ουπωG3768noghitherto not, (no…) as yet, not yet15τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc16τελοςG5056einde, Einde, tol+ continual, custom, end(-ing), finally, uttermost
8Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen aardbevingen zijn in verscheidene plaatsen, en er zullen hongersnoden wezen, en beroerten. Deze dingen zijn maar beginselen der smarten.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8WantG1063 het ene volkG1484 zal tegenG1909 het andere volkG1484opstaanG1453, enG2532 het ene koninkrijkG932tegenG1909 het andere koninkrijkG932; enG2532 er zullen aardbevingenG4578zijnG1510 in verscheideneG2596plaatsenG5117, enG2532 er zullen hongersnodenG3042 wezen, enG2532beroertenG5016. DezeG3778 dingen zijn maar beginselenG746 der smartenG5604.Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen aardbevingen zijn in verscheidene plaatsen, en er zullen hongersnoden wezen, en beroerten. Deze dingen zijn maar beginselen der smarten.
KJVFor2nation3shall rise1against4nation,5and6kingdom7against8kingdom:9and10there shall beearthquakes12in divers13places,14and15there shall befamines17and18troubles:19theseare the beginnings20of sorrows.
1εγερθησεταιG1453opgewekt, opgestaan, Staawake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up2γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet3εθνοςG1484heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people4επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with5εθνοςG1484heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people6καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet7βασιλειαG932Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijkskingdom, + reign8επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with9βασιλειανG932Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijkskingdom, + reign10καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet11εσονταιG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was12σεισμοιG4578aardbeving, aardbevingen, onstuimigheidearthquake, tempest13καταG2596naar, tegen, doorabout, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with14τοπουςG5117plaats, plaatsen, Hoofdschedelplaatscoast, licence, place, X plain, quarter, + rock, room, where15καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet16εσονταιG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was17λιμοιG3042honger, hongersnood, hongersnodendearth, famine, hunger18καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet19ταραχαιG5016beroering, beroertentrouble(-ing)20αρχαιG746beginne, begin, overhedenbeginning, corner, (at the, the) first (estate), magistrate, power, principality, principle, rule21ωδινωνG5604smarten, barensnoodpain, sorrow, travail22ταυταG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who
9Maar ziet gij voor uzelven toe; want zij zullen u overleveren in de raadsvergaderingen, en in de synagogen; gij zult geslagen worden, en voor stadhouders en koningen zult gij gesteld worden, om Mijnentwil, hun tot een getuigenis.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9MaarG1161 ziet gij voor uzelven toe; wantG1063 zij zullen uG4771overleverenG3860 in de raadsvergaderingenG4892, en inG1519 de synagogenG4864; gij zult geslagenG1194 worden, en voor stadhoudersG2232 en koningenG935 zult gij gesteldG2476 worden, omG1519MijnentwilG1700, hunG846 tot een getuigenisG3142.Maar ziet gij voor uzelven toe; want zij zullen u overleveren in de raadsvergaderingen, en in de synagogen; gij zult geslagen worden, en voor stadhouders en koningen zult gij gesteld worden, om Mijnentwil, hun tot een getuigenis.
KJVBut2take heed1to yourselves:4for6they shall deliver5youupto8councils;9and10in11the synagogues12ye shall be beaten:13and14ye shall be brought20before15rulers16and17kings18for mysake,24for26a testimony27against them.
1βλεπετεG991zien, zie, ziendebehold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3υμειςG4771u, gij, gijliedenthou4εαυτουςG1438zichzelven, zich, onszelvenalone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves)5παραδωσουσινG3860overgeleverd, overgegeven, verradenbetray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend6γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet7υμαςG4771u, gij, gijliedenthou8ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with9συνεδριαG4892raad, raadsvergaderingen, raadscouncil10καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet11ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with12συναγωγαςG4864synagoge, synagogen, vergaderingassembly, congregation, synagogue13δαρησεσθεG1194geslagen, sloegen, slaatbeat, smite14καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet15επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with16ηγεμονωνG2232stadhouder, stadhouders, stadhouderengovernor, prince, ruler17καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet18βασιλεωνG935koning, Koning, koningenking20σταθησεσθεG2476stond, staande, staanabide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up)22αχθησεσθεG71brachten, brengen, geleidbe, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open24ενεκενG1752wil, aanzien, oorzaakbecause, for (cause, sake), (where-)fore, by reason of, that25εμουG1473mij, ikI, me26ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with27μαρτυριονG3142getuigenis, getuigingto be testified, testimony, witness28αυτοιςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
10En het Evangelie moet eerst gepredikt worden onder al de volken.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10EnG2532 het EvangelieG2098moetG1163eerstG4412geprediktG2784 worden onder alG3956 de volkenG1484.En het Evangelie moet eerst gepredikt worden onder al de volken.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with3πανταG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever4ταG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5εθνηG1484heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people6δειG1163moet, moest, moetenbehoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should7πρωτονG4412eerst, eerste, Eerstelijkbefore, at the beginning, chiefly (at, at the) first (of all)8κηρυχθηναιG2784gepredikt, prediken, predikendepreacher(-er), proclaim, publish9τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10ευαγγελιονG2098Evangelie, Evangeliesgospel
11Doch wanneer zij u leiden zullen, om u over te leveren, zo zijt te voren niet bezorgd, wat gij spreken zult, en bedenkt het niet; maar zo wat u in die ure gegeven zal worden, spreekt dat; want gij zijt het niet, die spreekt, maar de Heilige Geest.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Doch wanneer zij u leidenG71 zullen, om uG4771 over te leverenG3860, zo zijt te vorenG4305 niet bezorgdG4305, wat gij sprekenG2980 zult, enG1161bedenktG3191 het niet; maar zoG1437 wat u inG1722 die ureG5610gegevenG1325 zal worden, spreektG2980 dat; wantG1063gijG4771zijtG1510 het niet, die spreektG2980, maar de HeiligeG40GeestG4151.Doch wanneer zij u leiden zullen, om u over te leveren, zo zijt te voren niet bezorgd, wat gij spreken zult, en bedenkt het niet; maar zo wat u in die ure gegeven zal worden, spreekt dat; want gij zijt het niet, die spreekt, maar de Heilige Geest.
KJVBut2when1they shall lead3you, and deliver5youup,take7no6thought beforehandwhat8ye shall speak,9neither10do ye premeditate:11but12whatsoever13shall be14given15youin17that18hour,20thatspeak22ye: for24it isnot23yethat speak,28but29the Holy33Ghost.
1οτανG3752wanneer, zodraas long (soon) as, that, + till, when(-soever), while2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3αγαγωσινG71brachten, brengen, geleidbe, bring (forth), carry, (let) go, keep, lead away, be open4υμαςG4771u, gij, gijliedenthou5παραδιδοντεςG3860overgeleverd, overgegeven, verradenbetray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend6μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without7προμεριμνατεG4305bezorgd, vorentake thought beforehand8τιG5101wat, wie, waaromevery man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why9λαλησητεG2980spreken, gesproken, sprakpreach, say, speak (after), talk, tell, utter10μηδεG3366en niet, ook niet, nochneither, nor (yet), (no) not (once, so much as)11μελετατεG3191Bedenk, bedacht, bedenktimagine, (pre-)meditate12αλλG235maar, dochand, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet13οG3739die, welke, welkenone, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc14εανG1437indien, zo, warebefore, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever)15δοθηG1325gegeven, geven, gafadventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield16υμινG4771u, gij, gijliedenthou17ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)18εκεινηG1565die, dien, dezenhe, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those19τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc20ωραG5610ure, uur, urenday, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time21τουτοG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who22λαλειτεG2980spreken, gesproken, sprakpreach, say, speak (after), talk, tell, utter23ουG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but24γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet25εστεG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was26υμειςG4771u, gij, gijliedenthou27οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc28λαλουντεςG2980spreken, gesproken, sprakpreach, say, speak (after), talk, tell, utter29αλλαG235maar, dochand, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet30τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc31πνευμαG4151Geest, geest, Geestesghost, life, spirit(-ual, -ually), mind32τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc33αγιονG40heiligen, Heiligen, Heilige(most) holy (one, thing), saint
12En de ene broeder zal den anderen overleveren tot den dood, en de vader het kind; en de kinderen zullen opstaan tegen de ouders, en zullen hen doden.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En de ene broederG80 zal den anderen overleverenG3860 tot den doodG2288, en de vaderG3962 het kindG5043; en de kinderenG5043 zullen opstaanG1881tegenG1909 de oudersG1118, en zullen henG846dodenG2289.En de ene broeder zal den anderen overleveren tot den dood, en de vader het kind; en de kinderen zullen opstaan tegen de ouders, en zullen hen doden.
Ook in dit vers
[G80
KJVNow2the brother3shall betray1the brother4to5death,6and7the father8the son;9and10children12shall rise up11against13their parents,14and15shall cause16them17to be put to death.
1παραδωσειG3860overgeleverd, overgegeven, verradenbetray, bring forth, cast, commit, deliver (up), give (over, up), hazard, put in prison, recommend2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3αδελφοςG80broeders, broeder, broederenbrother4αδελφονG80broeders, broeder, broederenbrother5ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with6θανατονG2288dood, doods, dodelijkeX deadly, (be…) death7καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet8πατηρG3962Vader, vader, vadersfather, parent9τεκνονG5043kinderen, kind, zoonchild, daughter, son10καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet11επαναστησονταιG1881opstaanrise up against12τεκναG5043kinderen, kind, zoonchild, daughter, son13επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with14γονειςG1118ouders, ouderenparent15καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet16θανατωσουσινG2289doden, gedood, doodtbecome dead, (cause to be) put to death, kill, mortify17αυτουςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
13En gij zult gehaat worden van allen, om Mijns Naams wil; maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13EnG2532 gij zult gehaatG3404 worden vanG5259allenG3956, om Mijns NaamsG3686wilG1161; maar wie volhardenG5278 zal totG1519 het eindeG5056, dieG3778 zal zaligG4982 worden.En gij zult gehaat worden van allen, om Mijns Naams wil; maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.
KJVAnd1ye shall behated3of4all5men for6myname's sake:8but11he that shall endure12unto13the end,14the same15shall be saved.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2εσεσθεG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was3μισουμενοιG3404haat, gehaat, hatenhate(-ful)4υποG5259van, onder, dooramong, by, from, in, of, under, with5παντωνG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever6διαG1223door, om, vanwegeafter, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in)7τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8ονομαG3686Naam, naam, namecalled, (+ sur-)name(-d)9μουG1473mij, ikI, me10οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)12υπομειναςG5278verdraagt, verdragen, volhardenabide, endure, (take) patient(-ly), suffer, tarry behind13ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with14τελοςG5056einde, Einde, tol+ continual, custom, end(-ing), finally, uttermost15ουτοςG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who16σωθησεταιG4982zalig, behouden, gezondheal, preserve, save (self), do well, be (make) whole
14Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan door den profeet Daniel gesproken is, staande waar het niet behoort, (die het leest, die merke daarop!) alsdan, die in Judea zijn, dat zij vlieden op de bergen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Wanneer gij danG1161 zult zienG1492 den gruwelG946 der verwoestingG2050, waarvan door den profeetG4396DanielG1158gesprokenG4483 is, staandeG2476 waar het nietG3756behoortG1163, (die het leestG314, die merkeG3539 daarop!) alsdanG5119, die in JudeaG2449 zijn, dat zij vliedenG5343 op de bergenG3735.Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan door den profeet Daniel gesproken is, staande waar het niet behoort, (die het leest, die merke daarop!) alsdan, die in Judea zijn, dat zij vlieden op de bergen.
KJVBut2when1ye shall seethe abomination5of desolation,7spokenof by10Daniel11the prophet,13standing15where19it ought21not,20(let him that readeth23understand,)24then25let them30that be in27Judaea29fleeto31the mountains:
1οτανG3752wanneer, zodraas long (soon) as, that, + till, when(-soever), while2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3ιδητεG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed4τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5βδελυγμαG946gruwel, gruwelen, gruwelijkheidabomination6τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7ερημωσεωςG2050verwoestingdesolation8τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc9ρηθενG2046zeggen, gezegd, gesprokencall, say, speak (of), tell10υποG5259van, onder, dooramong, by, from, in, of, under, with11δανιηλG1158DanielDaniel12τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13προφητουG4396profeten, profeet, Profeetprophet15εστοςG2476stond, staande, staanabide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up)17εστωςG2476stond, staande, staanabide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up)19οπουG3699waar, waarheenin what place, where(-as, -soever), whither (+ soever)20ουG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but21δειG1163moet, moest, moetenbehoved, be meet, must (needs), (be) need(-ful), ought, should22οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc23αναγινωσκωνG314gelezen, leest, lezenread24νοειτωG3539Verstaat, merke, verstaanconsider, perceive, think, understand25τοτεG5119toen, daarnathat time, then26οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc27ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)28τηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc29ιουδαιαG2449JudeaJudæa30φευγετωσανG5343vlieden, vliedt, gevlodenescape, flee (away)31ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with32ταG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc33ορηG3735berg, bergen, Olijfberghill, mount(-ain)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
15En die op het dak is, kome niet af in het huis, en ga niet in, om iets uit zijn huis weg te nemen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En die op het dakG1430 is, komeG2597nietG3361 af inG1519 het huisG3614, en ga niet in, om ietsG5100uitG1537 zijn huisG3614 weg te nemen.En die op het dak is, kome niet af in het huis, en ga niet in, om iets uit zijn huis weg te nemen.
Ook in dit vers
weg nemenG142
KJVAnd2let him7that is on3the housetop5not6go downinto8the house,10neither11enter12therein, to take13any thing14out of15his18house:
1οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with4τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5δωματοςG1430dak, dakenhousetop6μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without7καταβατωG2597afgekomen, nederdalen, nedergedaaldcome (get, go, step) down, fall (down)8ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with9τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10οικιανG3614huis, huizen, huizehome, house(-hold)11μηδεG3366en niet, ook niet, nochneither, nor (yet), (no) not (once, so much as)12εισελθετωG1525ingaan, ingegaan, inkomenX arise, come (in, into), enter in(-to), go in (through)13αραιG142weggenomen, namen, neemaway with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up)14τιG5100iemand, sommigen, zekera (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever)15εκG1537uit, van, metafter, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out)16τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc17οικιαςG3614huis, huizen, huizehome, house(-hold)18αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
16En die op den akker is, kere niet weder terug, om zijn kleed te nemen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16EnG2532 die op den akkerG68isG1510, kereG1994nietG3361 weder terugG1519, om zijn kleedG2440 te nemenG142.En die op den akker is, kere niet weder terug, om zijn kleed te nemen.
KJVAnd1let8him that isin3the field5not7turn9back11againfor to take up12his15garment.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc3ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with4τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5αγρονG68akker, akkers, dorpencountry, farm, piece of ground, land6ωνG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was7μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without8επιστρεψατωG1994bekeren, bekeerd, keerdecome (go) again, convert, (re-)turn (about, again)9ειςG1519in, tot, naar(abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with10ταG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11οπισωG3694achter, achterwaarts, nagegaanafter, back(-ward), (+ get) behind, + follow12αραιG142weggenomen, namen, neemaway with, bear (up), carry, lift up, loose, make to doubt, put away, remove, take (away, up)13τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14ιματιονG2440klederen, kleed, kleedsapparel, cloke, clothes, garment, raiment, robe, vesture15αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
17Maar wee den bevruchten en den zogenden vrouwen in die dagen!
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17MaarG1161weeG3759 den bevruchtenG2192 en den zogendenG2337 vrouwen inG1722dieG1565dagenG2250!Maar wee den bevruchten en den zogenden vrouwen in die dagen!
KJVBut2woe1to them that are6with4child,5and7to them that give suck9in10those11days!
1ουαιG3759Wee, wee, weeenalas, woe2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3ταιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)5γαστριG1064bevruchte, bevruchten, buikenbelly, + with child, womb6εχουσαιςG2192hebben, heeft, hebtbe (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use7καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet8ταιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc9θηλαζουσαιςG2337zogenden, gezogen, gezoogd(give) suck(-ling)10ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)11εκειναιςG1565die, dien, dezenhe, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those12ταιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13ημεραιςG2250dag, dagen, dageage, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years
18Doch bidt, dat uw vlucht niet geschiede des winters.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18DochG1161bidtG4336, datG2443 uw vluchtG5437nietG3361geschiedeG1096 des wintersG5494.Doch bidt, dat uw vlucht niet geschiede des winters.
KJVAnd2pray ye1thatyourflight7be5notin the winter.
1προσευχεσθεG4336bidden, bidt, badpray (X earnestly, for), make prayer2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3ιναG2443opdat, dat, wilalbeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to4μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without5γενηταιG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought6ηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7φυγηG5437vluchtflight8υμωνG4771u, gij, gijliedenthou9χειμωνοςG5494onweder, winter, winterstempest, foul weather, winter
19Want die dagen zullen zulke verdrukking zijn, welker gelijke niet geweest is van het begin der schepselen, die God geschapen heeft, tot nu toe, en ook niet zijn zal.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19WantG1063 die dagenG2250 zullen zulke verdrukkingG2347 zijn, welker gelijkeG3634 niet geweestG1096 is vanG575 het beginG746 der schepselenG2937, die GodG2316geschapenG2936 heeft, tot nu toe, en ook niet zijn zal.Want die dagen zullen zulke verdrukking zijn, welker gelijke niet geweest is van het begin der schepselen, die God geschapen heeft, tot nu toe, en ook niet zijn zal.
KJVFor2in those5days4shall beaffliction,6such10as7was9not8from11the beginning12of the creation13which14God17created15unto18this time,20neither21shall be.
1εσονταιG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was2γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet3αιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4ημεραιG2250dag, dagen, dageage, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years5εκειναιG1565die, dien, dezenhe, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those6θλιψιςG2347verdrukking, verdrukkingen, Verdrukkingafflicted(-tion), anguish, burdened, persecution, tribulation, trouble7οιαG3634hoedanige, hoedanigen, Hoedanigso (as), such as, what (manner of), which8ουG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but9γεγονενG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought10τοιαυτηG5108zodanige, zodanigen, zodaniglike, such (an one)11απG575van, uit, af(X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with12αρχηςG746beginne, begin, overhedenbeginning, corner, (at the, the) first (estate), magistrate, power, principality, principle, rule13κτισεωςG2937schepsel, schepping, kreaturenbuilding, creation, creature, ordinance14ηςG3739die, welke, welkenone, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc15εκτισενG2936geschapen, Schepper, scheppencreate, Creator, make16οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc17θεοςG2316God, Gods, GodeX exceeding, God, god(-ly, -ward)18εωςG2193tot, totdateven (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s)19τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc20νυνG3568nu, thanshenceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time)21καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet22ουG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but23μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without24γενηταιG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought
20En indien de Heere de dagen niet verkort had, geen vlees zou behouden worden; maar om der uitverkorenen wil, die Hij heeft uitverkoren, heeft Hij de dagen verkort.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20EnG2532indienG1487 de HeereG2962 de dagenG2250 niet verkortG2856 had, geen vleesG4561 zou behoudenG4982 worden; maarG235omG1223 der uitverkorenenG1588wilG3739, die Hij heeft uitverkorenG1586, heeft Hij de dagenG2250verkortG2856.En indien de Heere de dagen niet verkort had, geen vlees zou behouden worden; maar om der uitverkorenen wil, die Hij heeft uitverkoren, heeft Hij de dagen verkort.
21En alsdan, zo iemand tot ulieden zal zeggen: Ziet, hier is de Christus; of ziet, Hij is daar; gelooft het niet.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21EnG2532alsdanG5119, zoG1437iemandG5100 tot ulieden zal zeggenG2036: ZietG3708, hier is de ChristusG5547; ofG2228zietG3708, Hij is daar; gelooftG4100 het nietG3361.En alsdan, zo iemand tot ulieden zal zeggen: Ziet, hier is de Christus; of ziet, Hij is daar; gelooft het niet.
KJVAnd1then2if3any man4shall sayto you,Lo,here8is Christ;10or,11lo,he is there;13believe15him not:
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2τοτεG5119toen, daarnathat time, then3εανG1437indien, zo, warebefore, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever)4τιςG5100iemand, sommigen, zekera (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever)5υμινG4771u, gij, gijliedenthou6ειπηG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter7ιδουG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed8ωδεG5602hier, op deze plaatshere, hither, (in) this place, there9οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10χριστοςG5547Christus, Christus', CHRISTUSChrist11ηG2228of, danand, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea12ιδουG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed13εκειG1563daar, aldaarthere, thither(-ward), (to) yonder (place)14μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without15πιστευσητεG4100gelooft, geloven, geloofdbelieve(-r), commit (to trust), put in trust with
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
22Want er zullen valse christussen, en valse profeten opstaan, en zullen tekenen en wonderen doen, om te verleiden, indien het mogelijk ware, ook de uitverkorenen.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22WantG1063 er zullen valse christussenG5580, enG2532valse profetenG5578opstaanG1453, enG2532 zullen tekenenG4592enG2532wonderenG5059 doen, om te verleidenG635, indienG1487 het mogelijkG1415 ware, ookG2532 de uitverkorenenG1588.Want er zullen valse christussen, en valse profeten opstaan, en zullen tekenen en wonderen doen, om te verleiden, indien het mogelijk ware, ook de uitverkorenen.
Ook in dit vers
totG4314
KJVFor2false Christs3and4false prophets5shall rise,1and6shall shew7signs8and9wonders,10to11seduce,13if14it were possible,15even16the elect.
1εγερθησονταιG1453opgewekt, opgestaan, Staawake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up2γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet3ψευδοχριστοιG5580valse christussenfalse Christ4καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet5ψευδοπροφηταιG5578valse profeten, valse profeet, valsen profeetsfalse prophet6καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet7δωσουσινG1325gegeven, geven, gafadventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield8σημειαG4592teken, tekenen, krachtenmiracle, sign, token, wonder9καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet10τεραταG5059wonderen, wonderhedenwonder11προςG4314tot, bij, aanabout, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in)12τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13αποπλανανG635afgedwaald, verleidenerr, seduce14ειG1487indien, zo, offorasmuch as, if, that, (al-)though, whether15δυνατονG1415machtig, mogelijk, krachtigable, could, (that is) mighty (man), possible, power, strong16καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet17τουςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc18εκλεκτουςG1588uitverkorenen, uitverkoren, uitverkorenechosen, elect
23Maar gijlieden ziet toe; ziet, Ik heb u alles voorzegd!
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23MaarG1161gijliedenG4771 ziet toe; ziet, Ik heb uG4771allesG3956voorzegdG4280!Maar gijlieden ziet toe; ziet, Ik heb u alles voorzegd!
KJVBut2take3yeheed:behold,I have foretoldyouall things.
1υμειςG4771u, gij, gijliedenthou2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3βλεπετεG991zien, zie, ziendebehold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed4ιδουG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed5προειρηκαG4302tevoren zeg, voorzeiden, zegforetell, tell before6υμινG4771u, gij, gijliedenthou7πανταG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
24Maar in die dagen, na die verdrukking, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24MaarG235inG1722 die dagenG2250, naG3326 die verdrukkingG2347, zal de zonG2246verduisterdG4654 worden, enG2532 de maanG4582 zal haarG846schijnselG5338nietG3756gevenG1325.Maar in die dagen, na die verdrukking, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven.
KJVBut1in2those3days,5after6that9tribulation,8the sun11shall be darkened,12and13the moon15shall17not16giveher20light,
1αλλG235maar, dochand, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet2ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)3εκειναιςG1565die, dien, dezenhe, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those4ταιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5ημεραιςG2250dag, dagen, dageage, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years6μεταG3326met, na, nadatafter(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out)7τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8θλιψινG2347verdrukking, verdrukkingen, Verdrukkingafflicted(-tion), anguish, burdened, persecution, tribulation, trouble9εκεινηνG1565die, dien, dezenhe, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those10οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11ηλιοςG2246zon+ east, sun12σκοτισθησεταιG4654verduisterd, Verduisterddarken13καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet14ηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc15σεληνηG4582maanmoon16ουG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but17δωσειG1325gegeven, geven, gafadventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield18τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc19φεγγοςG5338schijnsel, lichtlight20αυτηςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
25En de sterren des hemels zulen daaruit vallen, en de krachten, die in de hemelen zijn, zullen bewogen worden.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25EnG2532 de sterrenG792 des hemelsG3772 zulen daaruit vallenG1601, enG2532 de krachtenG1411, die inG1722 de hemelenG3772zijnG1510, zullen bewogenG4531 worden.En de sterren des hemels zulen daaruit vallen, en de krachten, die in de hemelen zijn, zullen bewogen worden.
KJVAnd1the stars3of heaven5shallfall,7and8the powers10that are in12heaven14shall be shaken.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc3αστερεςG792sterren, sterstar4τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5ουρανουG3772hemel, hemelen, hemelsair, heaven(-ly), sky6εσονταιG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was7εκπιπτοντεςG1601vervallen, afgevallen, uitgevallenbe cast, fail, fall (away, off), take none effect8καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet9αιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10δυναμειςG1411kracht, krachten, vermogenability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work11αιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc12ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)13τοιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14ουρανοιςG3772hemel, hemelen, hemelsair, heaven(-ly), sky15σαλευθησονταιG4531bewogen, bewegelijk, bewegelijkemove, shake (together), which can(-not) be shaken, stir up
26En alsdan zullen zij den Zoon des mensen zien, komende in de wolken, met grote kracht en heerlijkheid.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26EnG2532alsdanG5119 zullen zij den ZoonG5207 des mensenG444zienG3700, komendeG2064inG1722 de wolkenG3507, met grote krachtG1411enG2532heerlijkheidG1391.En alsdan zullen zij den Zoon des mensen zien, komende in de wolken, met grote kracht en heerlijkheid.
KJVAnd1then2shall they seethe Son5of man7coming8in9the clouds10with11great13power12and14glory.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2τοτεG5119toen, daarnathat time, then3οψονταιG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed4τονG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5υιονG5207Zoon, zoon, kinderenchild, foal, son6τουG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7ανθρωπουG444mensen, mens, Menscertain, man8ερχομενονG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set9ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)10νεφελαιςG3507wolk, wolkencloud11μεταG3326met, na, nadatafter(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out)12δυναμεωςG1411kracht, krachten, vermogenability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work13πολληςG4183vele, velen, veelabundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly14καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet15δοξηςG1391heerlijkheid, eer, heerlijkhedendignity, glory(-ious), honour, praise, worship
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
27En alsdan zal Hij Zijn engelen uitzenden, en zal Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het uiterste der aarde, tot het uiterste des hemels.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27EnG2532alsdanG5119 zal HijG846 Zijn engelenG32uitzendenG649, enG2532 zal Zijn uitverkorenenG1588bijeenvergaderenG1996uitG1537 de vierG5064windenG417, vanG575 het uitersteG206 der aardeG1093, tot het uitersteG206 des hemelsG3772.En alsdan zal Hij Zijn engelen uitzenden, en zal Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het uiterste der aarde, tot het uiterste des hemels.
KJVAnd1then2shall he send3his6angels,5and7shall gather together8his11elect10from12the four14winds,15from16the uttermost part17of the earth18to19the uttermost part20of heaven.
1καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet2τοτεG5119toen, daarnathat time, then3αποστελειG649gezonden, zond, zondenput in, send (away, forth, out), set (at liberty)4τουςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5αγγελουςG32engel, engelen, engelsangel, messenger6αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which7καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet8επισυναξειG1996bijeenvergaderen, bijeenvergaderd, bijeenvergadertgather (together)9τουςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10εκλεκτουςG1588uitverkorenen, uitverkoren, uitverkorenechosen, elect11αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which12εκG1537uit, van, metafter, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out)13τωνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14τεσσαρωνG5064vierfour15ανεμωνG417wind, windenwind16απG575van, uit, af(X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with17ακρουG206uiterste, komen, oppersteone end… other, tip, top, uttermost participle18γηςG1093aarde, land, Egyptelandcountry, earth(-ly), ground, land, world19εωςG2193tot, totdateven (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s)20ακρουG206uiterste, komen, oppersteone end… other, tip, top, uttermost participle21ουρανουG3772hemel, hemelen, hemelsair, heaven(-ly), sky
28En leert van den vijgeboom deze gelijkenis; wanneer nu zijn tak teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En leertG3129vanG575 den vijgeboomG4808 deze gelijkenisG3850; wanneer nuG1161 zijn takG2798tederG527wordtG1096, en de bladerenG5444uitspruitenG1631, zo weet gij, datG3754 de zomerG2330nabijG1451isG1510.En leert van den vijgeboom deze gelijkenis; wanneer nu zijn tak teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is.
1αποG575van, uit, af(X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4συκηςG4808vijgeboomfig tree5μαθετεG3129geleerd, leren, leertlearn, understand6τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc7παραβοληνG3850gelijkenis, gelijkenissen, afbeeldingcomparison, figure, parable, proverb8οτανG3752wanneer, zodraas long (soon) as, that, + till, when(-soever), while9αυτηςG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which10ηδηG2235alrede, Alredealready, (even) now (already), by this time11οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc12κλαδοςG2798takken, takbranch13απαλοςG527tedertender14γενηταιG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought15καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet16εκφυηG1631uitspruitenput forth17ταG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc18φυλλαG5444bladerenleaf19γινωσκετεG1097gekend, weten, kentallow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand20οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why21εγγυςG1451nabij, Nabijfrom , at hand, near, nigh (at hand, unto), ready22τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc23θεροςG2330zomersummer24εστινG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was
29Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet, dat het nabij, voor de deur is.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Alzo ookG2532 gij, wanneer gij dezeG3778 dingen zult zienG1492geschiedenG1096, zoG3779 weet, dat het nabijG1451, voor de deurG2374isG1510.Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet, dat het nabij, voor de deur is.
KJVSo1yein like manner,2when4ye shall seethese thingscome to pass,7know8that9it isnigh,10even at12the doors.
1ουτωςG3779alzo, aldus, zoafter that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what2καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet3υμειςG4771u, gij, gijliedenthou4οτανG3752wanneer, zodraas long (soon) as, that, + till, when(-soever), while5ταυταG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who6ιδητεG3708ziet, gezien, Ziebehold, perceive, see, take heed7γινομεναG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought8γινωσκετεG1097gekend, weten, kentallow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand9οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why10εγγυςG1451nabij, Nabijfrom , at hand, near, nigh (at hand, unto), ready11εστινG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was12επιG1909op, over, totabout (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with13θυραιςG2374deur, deuren, Deurdoor, gate
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
30Voorwaar, Ik zeg u, dat dit geslacht niet zal voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30VoorwaarG281, Ik zegG3004uG4771, dat dit geslachtG1074 niet zal voorbijgaanG3928, totdat alG3956dezeG3778 dingen zullen geschiedG1096 zijn.Voorwaar, Ik zeg u, dat dit geslacht niet zal voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn.
1αμηνG281Voorwaar, Amen, voorwaaramen, verily2λεγωG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter3υμινG4771u, gij, gijliedenthou4οτιG3754dat, want, omdatas concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why5ουG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but6μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without7παρελθηG3928voorbijgaan, voorbij, voorbijgegaancome (forth), go, pass (away, by, over), past, transgress8ηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc9γενεαG1074geslacht, geslachten, tijdenage, generation, nation, time10αυτηG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who11μεχριςG3360tot, totdattill, (un-)to, until12ουG3739die, welke, welkenone, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc13πανταG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever14ταυταG3778deze, dit, diehe (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who15γενηταιG1096geworden, geschied, geschieddearise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought
31De hemel en de aarde zullen voorbijgaan; maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31De hemelG3772 en de aardeG1093 zullen voorbijgaanG3928; maarG1161 Mijn woordenG3056 zullen geenszinsG3364voorbijgaanG3928.De hemel en de aarde zullen voorbijgaan; maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.
1οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc2ουρανοςG3772hemel, hemelen, hemelsair, heaven(-ly), sky3καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet4ηG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc5γηG1093aarde, land, Egyptelandcountry, earth(-ly), ground, land, world6παρελευσονταιG3928voorbijgaan, voorbij, voorbijgegaancome (forth), go, pass (away, by, over), past, transgress7οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)9λογοιG3056woord, Woord, woordenaccount, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work10μουG1473mij, ikI, me11ουG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but12μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without13παρελθωσινG3928voorbijgaan, voorbij, voorbijgegaancome (forth), go, pass (away, by, over), past, transgress
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
32Maar van dien dag en die ure weet niemand, noch de engelen, die in de hemel zijn, noch de Zoon, dan de Vader.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32MaarG1161vanG4012 dien dagG2250 en die ureG5610weetG1492niemandG3762, noch de engelenG32, die inG1722 de hemelG3772 zijn, noch de ZoonG5207, dan de VaderG3962.Maar van dien dag en die ure weet niemand, noch de engelen, die in de hemel zijn, noch de Zoon, dan de Vader.
1περιG4012van, over, aangaande(there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc4ημεραςG2250dag, dagen, dageage, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years5εκεινηςG1565die, dien, dezenhe, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those6καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet7τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8ωραςG5610ure, uur, urenday, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time9ουδειςG3762niemand, niets, Niemandany (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought10οιδενG1492weet, zag, ziendebe aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot11ουδεG3761ook niet, nochneither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as12οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc13αγγελοιG32engel, engelen, engelsangel, messenger14οιG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc15ενG1722in, met, onderabout, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in)16ουρανωG3772hemel, hemelen, hemelsair, heaven(-ly), sky17ουδεG3761ook niet, nochneither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as18οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc19υιοςG5207Zoon, zoon, kinderenchild, foal, son20ειG1487indien, zo, offorasmuch as, if, that, (al-)though, whether21μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without22οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc23πατηρG3962Vader, vader, vadersfather, parent
33Ziet toe, waakt en bidt; want gij weet niet, wanneer de tijd is.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Ziet toe, waaktG69enG2532bidtG4336; wantG1063 gij weetG1492nietG3756, wanneer de tijdG2540isG1510.Ziet toe, waakt en bidt; want gij weet niet, wanneer de tijd is.
KJVTake ye heed,1watch2and3pray:4for7ye know6not5when8the time10is.
1βλεπετεG991zien, zie, ziendebehold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed2αγρυπνειτεG69Waakt, waakt, wakenwatch3καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet4προσευχεσθεG4336bidden, bidt, badpray (X earnestly, for), make prayer5ουκG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but6οιδατεG1492weet, zag, ziendebe aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot7γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet8ποτεG4219wanneer?, hoe lang?+ how long, when9οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10καιροςG2540tijd, tijden, gelegenhedenX always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while11εστινG1510is, zijn, wasam, have been, X it is I, was
34Gelijk een mens, buitenslands reizende, zijn huis verliet, en zijn dienstknechten macht gaf, en elk zijn werk, en den deurwachter gebood, dat hij zou waken;
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34GelijkG5613 een mensG444, buitenslands reizende, zijn huisG3614verlietG863, enG2532 zijn dienstknechtenG1401machtG1849gafG1325, enG2532elkG1538 zijn werkG2041, enG2532 den deurwachterG2377geboodG1781, datG2443hijG846 zou wakenG1127;Gelijk een mens, buitenslands reizende, zijn huis verliet, en zijn dienstknechten macht gaf, en elk zijn werk, en den deurwachter gebood, dat hij zou waken;
Ook in dit vers
buiten landsG590
KJVFor the Son of man is as1a man2taking a far journey,3who left4his7house,6and8gave9authority14to his12servants,11and15to every man16his19work,18and20commanded23the porter22to24watch.
1ωςG5613als, gelijk, hoeabout, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed2ανθρωποςG444mensen, mens, Menscertain, man3αποδημοςG590buiten landstaking a far journey4αφειςG863vergeven, verlaten, lietcry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up5τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc6οικιανG3614huis, huizen, huizehome, house(-hold)7αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which8καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet9δουςG1325gegeven, geven, gafadventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield10τοιςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc11δουλοιςG1401dienstknecht, dienstknechten, dienstknechtsbond(-man), servant12αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which13τηνG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc14εξουσιανG1849macht, machten, gebiedauthority, jurisdiction, liberty, power, right, strength15καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet16εκαστωG1538iegelijk, elk, iegelijksany, both, each (one), every (man, one, woman), particularly17τοG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc18εργονG2041werken, werk, daaddeed, doing, labour, work19αυτουG846hem, hen, hijher, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which20καιG2532en, ook, medeand, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet21τωG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc22θυρωρωG2377deurwaarster, deurwachterthat kept the door, porter23ενετειλατοG1781geboden, bevelen, gebood(give) charge, (give) command(-ments), injoin24ιναG2443opdat, dat, wilalbeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to25γρηγορηG1127waakt, Waakt, wakenbe vigilant, wake, (be) watch(-ful)
35Zo waakt dan (want gij weet niet, wanneer de heer des huizes komen zal, des avonds laat, of ter middernacht, of met het hanengekraai, of in den morgenstond);
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35ZoG3767waaktG1127 dan (wantG1063 gij weetG1492nietG3756, wanneer de heerG2962 des huizesG3614komenG2064 zal, des avonds laat, ofG2228 ter middernachtG3317, ofG2228 met het hanengekraaiG219, ofG2228 in den morgenstondG4404);Zo waakt dan (want gij weet niet, wanneer de heer des huizes komen zal, des avonds laat, of ter middernacht, of met het hanengekraai, of in den morgenstond);
Ook in dit vers
[avonds]G3796
KJVWatch ye1therefore:2for5ye know4not3when6the master8of the house10cometh,11at even,12or13at midnight,14or15at the cockcrowing,16or17in the morning:
1γρηγορειτεG1127waakt, Waakt, wakenbe vigilant, wake, (be) watch(-ful)2ουνG3767dan, zo, nuand (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore3ουκG3756niet, geen, niemand+ long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but4οιδατεG1492weet, zag, ziendebe aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot5γαρG1063want, wil, immersand, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet6ποτεG4219wanneer?, hoe lang?+ how long, when7οG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc8κυριοςG2962Heere, Heeren, heerGod, Lord, master, Sir9τηςG3588de, het, die (lidwoord)the, this, that, one, he, she, it, etc10οικιαςG3614huis, huizen, huizehome, house(-hold)11ερχεταιG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set12οψεG3796laat, tegen de avond(at) even, in the end13ηG2228of, danand, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea14μεσονυκτιουG3317middernachtmidnight15ηG2228of, danand, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea16αλεκτοροφωνιαςG219hanengekraaicockcrowing17ηG2228of, danand, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea18πρωιG4404morgens vroeg, morgens, vroegearly (in the morning), (in the) morning
36Opdat hij niet onvoorziens kome, en u slapende vinde.
Α
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36Opdat hij nietG3361onvoorziensG1810komeG2064, en uG4771slapendeG2518vindeG2147.Opdat hij niet onvoorziens kome, en u slapende vinde.
KJVLest1coming2suddenly3he find4yousleeping.
1μηG3361niet, geen, niemandany but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without2ελθωνG2064komen, gekomen, kwamaccompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set3εξαιφνηςG1810snellijk, stonde, onvoorzienssuddenly4ευρηG2147gevonden, vinden, vondenfind, get, obtain, perceive, see5υμαςG4771u, gij, gijliedenthou6καθευδονταςG2518slaapt, slapende, slapen(be a-)sleep
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37EnG1161 hetgeen Ik uG4771zegG3004, dat zegG3004 Ik allenG3956: WaaktG1127.En hetgeen Ik u zeg, dat zeg Ik allen: Waakt.
KJVAnd2what1I say4unto youI say6unto all,5Watch.
1αG3739die, welke, welkenone, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc2δεG1161maar, en, nualso, and, but, moreover, now (often unexpressed in English)3υμινG4771u, gij, gijliedenthou4λεγωG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter5πασινG3956allen, alle, alall (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever6λεγωG3004zeggende, zeide, zegask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter7γρηγορειτεG1127waakt, Waakt, wakenbe vigilant, wake, (be) watch(-ful)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Markus 13:1— En als Hij uit den tempel ging, zeide een van Zijn discipelen tot Hem: Meester, zie, hoedanige stenen, en hoedanige gebouwen!Maleachi 3:1→Mattheüs 24:1→Ezechiël 11:22→Lukas 21:5→Ezechiël 8:6→Ezechiël 10:4→Ezechiël 7:20→Ezechiël 10:19→
Markus 13:2— En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ziet gij deze grote gebouwen? Er zal niet een steen op den anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden.Mattheüs 24:2→Micha 3:12→Jeremia 26:18→Openbaring 11:2→Lukas 21:6→Lukas 19:41→Handelingen 6:14→2 Kronieken 7:20→
Markus 13:3— En als Hij gezeten was op den Olijfberg, tegen de tempel over, vraagden Hem Petrus, en Jakobus, en Johannes, en Andreas, alleen:Markus 4:34→Mattheüs 21:1→Mattheüs 17:1→Markus 14:33→Mattheüs 13:36→Markus 10:35→Markus 9:2→Markus 1:16→
Markus 13:4— Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn? En welk is het teken, wanneer deze dingen alle voleindigd zullen worden?Handelingen 1:6→Mattheüs 24:3→Daniël 12:6→Lukas 21:7→Daniël 12:8→Johannes 21:21→
Markus 13:5— En Jezus, hun antwoordende, begon te zeggen: Ziet toe, dat u niemand verleide.Efeze 5:6→Jeremia 29:8→2 Thessalonicenzen 2:3→Kolossenzen 2:8→Lukas 21:8→1 Johannes 4:1→Mattheüs 24:4→1 Korinthe 15:33→
Markus 13:6— Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zullen velen verleiden.Markus 13:22→Jeremia 14:14→Mattheüs 24:11→Handelingen 5:36→1 Johannes 4:1→Johannes 8:24→Jeremia 23:21→Mattheüs 24:23→
Markus 13:7— En wanneer gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen, zo wordt niet verschrikt; want dit moet geschieden; maar nog is het einde niet.Lukas 21:9→Mattheüs 18:7→Johannes 14:27→Handelingen 17:3→Psalmen 46:1→Jeremia 51:46→Jeremia 4:19→Spreuken 3:25→
Markus 13:8— Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen aardbevingen zijn in verscheidene plaatsen, en er zullen hongersnoden wezen, en beroerten. Deze dingen zijn maar beginselen der smarten.Handelingen 11:28→2 Kronieken 15:6→Jeremia 6:24→Jesaja 19:2→Openbaring 6:4→Hagai 2:22→Jeremia 13:21→Zacharia 14:13→
Markus 13:9— Maar ziet gij voor uzelven toe; want zij zullen u overleveren in de raadsvergaderingen, en in de synagogen; gij zult geslagen worden, en voor stadhouders en koningen zult gij gesteld worden, om Mijnentwil, hun tot een getuigenis.Mattheüs 10:17→Johannes 16:2→Markus 13:5→Handelingen 9:16→1 Korinthe 4:9→Handelingen 21:31→Openbaring 2:10→Handelingen 9:13→
Markus 13:10— En het Evangelie moet eerst gepredikt worden onder al de volken.Kolossenzen 1:23→Romeinen 10:18→Mattheüs 24:14→Kolossenzen 1:6→Mattheüs 28:18→Markus 16:15→Openbaring 14:6→Romeinen 1:8→
Markus 13:11— Doch wanneer zij u leiden zullen, om u over te leveren, zo zijt te voren niet bezorgd, wat gij spreken zult, en bedenkt het niet; maar zo wat u in die ure gegeven zal worden, spreekt dat; want gij zijt het niet, die spreekt, maar de Heilige Geest.Handelingen 6:10→Lukas 21:14→Lukas 12:11→Mattheüs 10:19→1 Petrus 1:12→Markus 13:9→Handelingen 7:55→Daniël 3:16→
Markus 13:12— En de ene broeder zal den anderen overleveren tot den dood, en de vader het kind; en de kinderen zullen opstaan tegen de ouders, en zullen hen doden.Lukas 12:52→Mattheüs 10:21→Micha 7:4→Lukas 21:16→Ezechiël 38:21→Mattheüs 24:10→
Markus 13:13— En gij zult gehaat worden van allen, om Mijns Naams wil; maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.Mattheüs 10:22→Johannes 15:18→Johannes 15:21→Lukas 6:22→Johannes 17:14→Openbaring 2:10→Lukas 21:17→Mattheüs 24:13→
Markus 13:14— Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan door den profeet Daniel gesproken is, staande waar het niet behoort, (die het leest, die merke daarop!) alsdan, die in Judea zijn, dat zij vlieden op de bergen.Daniël 9:27→Daniël 12:11→Daniël 11:31→Openbaring 1:3→1 Korinthe 14:20→1 Korinthe 14:7→Ezechiël 44:9→Mattheüs 13:51→
Markus 13:15— En die op het dak is, kome niet af in het huis, en ga niet in, om iets uit zijn huis weg te nemen.Spreuken 22:3→Job 2:4→Filippenzen 3:7→Genesis 19:22→Lukas 17:31→Genesis 19:26→Handelingen 27:38→Hebreeën 11:7→
Markus 13:17— Maar wee den bevruchten en den zogenden vrouwen in die dagen!Lukas 23:29→Klaagliederen 4:3→Mattheüs 24:19→Hosea 9:14→Deuteronomium 28:56→Klaagliederen 2:19→Lukas 21:23→Hosea 13:16→
Markus 13:19— Want die dagen zullen zulke verdrukking zijn, welker gelijke niet geweest is van het begin der schepselen, die God geschapen heeft, tot nu toe, en ook niet zijn zal.Daniël 12:1→Joël 2:2→Mattheüs 24:21→Daniël 9:26→Lukas 21:22→Daniël 9:12→Deuteronomium 4:32→Deuteronomium 28:59→
Markus 13:20— En indien de Heere de dagen niet verkort had, geen vlees zou behouden worden; maar om der uitverkorenen wil, die Hij heeft uitverkoren, heeft Hij de dagen verkort.Jesaja 65:8→Mattheüs 24:22→Zacharia 13:8→Romeinen 11:28→Romeinen 11:5→Romeinen 11:23→Jesaja 1:9→Jesaja 6:13→
Markus 13:21— En alsdan, zo iemand tot ulieden zal zeggen: Ziet, hier is de Christus; of ziet, Hij is daar; gelooft het niet.Mattheüs 24:23→Lukas 21:8→Lukas 17:23→Deuteronomium 13:1→Mattheüs 24:5→Johannes 5:43→
Markus 13:22— Want er zullen valse christussen, en valse profeten opstaan, en zullen tekenen en wonderen doen, om te verleiden, indien het mogelijk ware, ook de uitverkorenen.Mattheüs 24:24→Johannes 4:48→Markus 13:6→Openbaring 13:13→1 Johannes 2:19→Mattheüs 7:15→Johannes 10:27→1 Johannes 2:26→
Markus 13:23— Maar gijlieden ziet toe; ziet, Ik heb u alles voorzegd!2 Petrus 3:17→Markus 13:5→Johannes 14:29→Mattheüs 7:15→Markus 13:33→Lukas 21:8→Jesaja 44:7→Markus 13:9→
Markus 13:24— Maar in die dagen, na die verdrukking, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven.Ezechiël 32:7→Jesaja 13:10→Amos 5:20→Openbaring 20:11→2 Petrus 3:10→Joël 2:30→Jeremia 4:23→Openbaring 6:12→
Markus 13:25— En de sterren des hemels zulen daaruit vallen, en de krachten, die in de hemelen zijn, zullen bewogen worden.Jesaja 34:4→Openbaring 6:13→
Markus 13:26— En alsdan zullen zij den Zoon des mensen zien, komende in de wolken, met grote kracht en heerlijkheid.Openbaring 1:7→Mattheüs 16:27→Markus 8:38→Markus 14:62→Handelingen 1:11→Mattheüs 24:30→Mattheüs 25:31→2 Thessalonicenzen 1:7→
Markus 13:27— En alsdan zal Hij Zijn engelen uitzenden, en zal Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het uiterste der aarde, tot het uiterste des hemels.Zacharia 2:6→Mattheüs 24:31→Deuteronomium 30:4→Markus 13:22→Mattheüs 13:41→Markus 13:20→2 Thessalonicenzen 2:1→Openbaring 7:1→
Markus 13:28— En leert van den vijgeboom deze gelijkenis; wanneer nu zijn tak teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is.Lukas 21:29→Mattheüs 24:32→
Markus 13:29— Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet, dat het nabij, voor de deur is.Jakobus 5:9→Hebreeën 10:25→1 Petrus 4:17→Ezechiël 7:10→Ezechiël 12:25→
Markus 13:30— Voorwaar, Ik zeg u, dat dit geslacht niet zal voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn.Lukas 21:32→Mattheüs 24:34→Mattheüs 23:36→Markus 9:1→Mattheüs 16:28→
Markus 13:31— De hemel en de aarde zullen voorbijgaan; maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.Mattheüs 5:18→Jesaja 51:6→Lukas 21:33→Jesaja 40:8→Mattheüs 24:35→2 Timotheüs 2:13→Numeri 23:19→Titus 1:2→
Markus 13:32— Maar van dien dag en die ure weet niemand, noch de engelen, die in de hemel zijn, noch de Zoon, dan de Vader.Handelingen 1:7→Mattheüs 24:36→Mattheüs 25:13→1 Thessalonicenzen 5:1→Openbaring 3:3→Mattheüs 25:6→Markus 13:26→Mattheüs 25:19→
Markus 13:33— Ziet toe, waakt en bidt; want gij weet niet, wanneer de tijd is.Mattheüs 25:13→Efeze 6:18→Romeinen 13:11→1 Thessalonicenzen 5:5→Openbaring 16:15→Markus 13:35→Lukas 12:40→1 Petrus 4:7→
Markus 13:34— Gelijk een mens, buitenslands reizende, zijn huis verliet, en zijn dienstknechten macht gaf, en elk zijn werk, en den deurwachter gebood, dat hij zou waken;Johannes 10:3→Mattheüs 25:14→Kolossenzen 3:24→1 Korinthe 15:58→Mattheüs 24:45→Ezechiël 3:17→Lukas 12:36→Ezechiël 33:2→
Markus 13:35— Zo waakt dan (want gij weet niet, wanneer de heer des huizes komen zal, des avonds laat, of ter middernacht, of met het hanengekraai, of in den morgenstond);Mattheüs 24:42→Markus 13:33→Mattheüs 24:44→Markus 14:30→Markus 6:48→
Markus 13:36— Opdat hij niet onvoorziens kome, en u slapende vinde.Lukas 21:34→1 Thessalonicenzen 5:6→Markus 14:40→Mattheüs 24:48→Romeinen 13:11→Spreuken 24:33→Efeze 5:14→Hooglied 5:2→
Markus 13:37— En hetgeen Ik u zeg, dat zeg Ik allen: Waakt.Markus 13:35→Markus 13:33→Lukas 12:41→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Markus 13 vers 1— En als Hij uit den tempel ging, zeide een van Zijn discipelen tot Hem: Meester, zie, hoedanige stenen, en hoedanige gebouwen!
ging,
Namelijk om te gaan naar Bethanië, gelijk blijkt uit vs.3, en Marc. 14:3 .
Hertaald:ging,
Namelijk om naar Bethanië te gaan, zoals blijkt uit vers 3 en Mark. 14:3.
hoedanige stenen,
Dat is, hoe overgrote en schone stenen dit zijn, waar de tempel van gebouwd is; want die waren vijf en twintig kubieten lang, en acht hoog, en twaalf breed. Zie JosEf. Antiq. lib.15, cap.14. Dit zeggen zij met verwondering.
Hertaald:hoedanige stenen,
Dat is: wat een overgrote en mooie stenen zijn dit, waarvan de tempel gebouwd is. Want die waren vijfentwintig el lang, acht el hoog en twaalf el breed. Zie Josefus, Antiquitates boek 15, hoofdstuk 14. Dit zeggen zij vol verwondering.
Markus 13 vers 2— En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ziet gij deze grote gebouwen? Er zal niet een steen op den anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden.
steen op den anderen
Grieks, steen op steen niet gelaten worden.
Hertaald:steen op den anderen
Grieks: steen op steen niet gelaten worden.
afgebroken zal worden
Grieks, losgemaakt.
Hertaald:afgebroken zal worden
Grieks: losgemaakt.
Markus 13 vers 3— En als Hij gezeten was op den Olijfberg, tegen de tempel over, vraagden Hem Petrus, en Jakobus, en Johannes, en Andreas, alleen:
alleen
Of, bezijden af, of in het bijzonder.
Hertaald:alleen
Of: terzijde, of: afzonderlijk.
Markus 13 vers 4— Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn? En welk is het teken, wanneer deze dingen alle voleindigd zullen worden?
deze dingen zijn?
Namelijk de verwoesting de stad en des tempels van Jeruzalem, en ook de voleinding der wereld. Zie Matt. 24:3 .
Hertaald:deze dingen zijn?
Namelijk de verwoesting van de stad en de tempel van Jeruzalem, en ook het einde van de wereld. Zie Matth. 24:3.
Markus 13 vers 6— Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zullen velen verleiden.
onder Mijn Naam,
Of, in, op mijnen naam. Zie hiervan, en van het gehele antwoord van Christus, de aantekeningen Matt. 24:5 .
Hertaald:onder Mijn Naam,
Of: in of op Mijn naam. Zie hierover, en over het hele antwoord van Christus, de aantekeningen bij Matth. 24:5.
Markus 13 vers 8— Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen aardbevingen zijn in verscheidene plaatsen, en er zullen hongersnoden wezen, en beroerten. Deze dingen zijn maar beginselen der smarten.
in verscheidene plaatsen,
Grieks, van plaats tot plaats.
Hertaald:in verscheidene plaatsen,
Grieks: van plaats tot plaats.
Markus 13 vers 9— Maar ziet gij voor uzelven toe; want zij zullen u overleveren in de raadsvergaderingen, en in de synagogen; gij zult geslagen worden, en voor stadhouders en koningen zult gij gesteld worden, om Mijnentwil, hun tot een getuigenis.
ziet gij voor uzelven toe;
Of, Wacht gij uzelven.
Hertaald:ziet gij voor uzelven toe;
Of: wees op uw hoede.
Hertaald:raadsvergaderingen,
Grieks: synedria; zie daarover Matth. 5:22 en Matth. 10:17.
Markus 13 vers 11— Doch wanneer zij u leiden zullen, om u over te leveren, zo zijt te voren niet bezorgd, wat gij spreken zult, en bedenkt het niet; maar zo wat u in die ure gegeven zal worden, spreekt dat; want gij zijt het niet, die spreekt, maar de Heilige Geest.
zo zijt te voren niet bezorgd,
Zie hiervan de aantekeningen Matt. 10:19 .
Hertaald:zo zijt te voren niet bezorgd,
Zie hierover de aantekeningen bij Matth. 10:19.
de Heilige Geest
Namelijk die in en door u spreekt, Matt. 10:20 .
Hertaald:de Heilige Geest
Namelijk Die in en door u spreekt, Matth. 10:20.
Markus 13 vers 12— En de ene broeder zal den anderen overleveren tot den dood, en de vader het kind; en de kinderen zullen opstaan tegen de ouders, en zullen hen doden.
doden
Of, ter dood brengen, doen doden.
Hertaald:doden
Of: ter dood brengen, laten doden.
Markus 13 vers 13— En gij zult gehaat worden van allen, om Mijns Naams wil; maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.
allen, om Mijns Naams wil;
Dat is, van allerlei soorten van ongelovigen mensen.
Hertaald:allen, om Mijns Naams wil;
Dat is: door allerlei soorten ongelovige mensen.
Markus 13 vers 14— Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan door den profeet Daniel gesproken is, staande waar het niet behoort, (die het leest, die merke daarop!) alsdan, die in Judea zijn, dat zij vlieden op de bergen.
gruwel der verwoesting,
Zie de verklaring Matt. 24:15 .
Hertaald:gruwel der verwoesting,
Zie de verklaring bij Matth. 24:15.
waar het niet behoort,
Dat is, in de heilige plaats, rondom Jeruzalem; Matt. 24:15 ; Luc. 21:20 .
Hertaald:waar het niet behoort,
Dat is: op de heilige plaats, rondom Jeruzalem; Matth. 24:15; Luk. 21:20.
Markus 13 vers 15— En die op het dak is, kome niet af in het huis, en ga niet in, om iets uit zijn huis weg te nemen.
het dak is,
Zie hiervan de aantekeningen Matt. 10:27 .
Hertaald:het dak is,
Zie hierover de aantekeningen bij Matth. 10:27.
Markus 13 vers 16— En die op den akker is, kere niet weder terug, om zijn kleed te nemen.
op den akker is,
Of, in het veld.
Hertaald:op den akker is,
Of: in het veld.
terug, om zijn kleed te nemen
Grieks, tot die dingen, die achter zijn.
Hertaald:terug, om zijn kleed te nemen
Grieks: naar de dingen die achter hem zijn.
Markus 13 vers 19— Want die dagen zullen zulke verdrukking zijn, welker gelijke niet geweest is van het begin der schepselen, die God geschapen heeft, tot nu toe, en ook niet zijn zal.
die dagen zullen zulke verdrukking zijn,
Dat is, de ene verdrukking zal op de andere zonder rust volgen, zodat er anders niet dan enkel verdrukking zal zijn. Zie dergelijke manier van spreken Am. 5:20 ; Joël 2:2 .
Hertaald:die dagen zullen zulke verdrukking zijn,
Dat is: de ene verdrukking zal zonder rust op de andere volgen, zodat er niets anders dan louter verdrukking zal zijn. Zie een soortgelijke manier van spreken in Amos 5:20; Joël 2:2.
der schepselen,
Grieks, des schepsels.
Hertaald:der schepselen,
Grieks: van het schepsel.
Markus 13 vers 20— En indien de Heere de dagen niet verkort had, geen vlees zou behouden worden; maar om der uitverkorenen wil, die Hij heeft uitverkoren, heeft Hij de dagen verkort.
verkort had,
Zie hiervan de aantekeningen Matt. 24:22 .
Hertaald:verkort had,
Zie hierover de aantekeningen bij Matth. 24:22.
Markus 13 vers 22— Want er zullen valse christussen, en valse profeten opstaan, en zullen tekenen en wonderen doen, om te verleiden, indien het mogelijk ware, ook de uitverkorenen.
doen,
Grieks, geven.
Hertaald:doen,
Grieks: geven.
Markus 13 vers 24— Maar in die dagen, na die verdrukking, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven.
na die verdrukking,
En nadat de tijden der heidenen ook zullen vervuld zijn, gelijk Lukas daar bijvoegt, Luc. 21:24 .
Hertaald:na die verdrukking,
En nadat ook de tijden van de heidenen vervuld zullen zijn, zoals Lukas daaraan toevoegt, Luk. 21:24.
Markus 13 vers 25— En de sterren des hemels zulen daaruit vallen, en de krachten, die in de hemelen zijn, zullen bewogen worden.
bewogen worden
Het Griekse woord betekent eigenlijke en geweldige beweging, gelijk als de zee op en neder door winden en stormen gedreven wordt.
Hertaald:bewogen worden
Het Griekse woord duidt een eigenlijke en geweldige beweging aan, zoals de zee door winden en stormen op en neer gedreven wordt.
Markus 13 vers 26— En alsdan zullen zij den Zoon des mensen zien, komende in de wolken, met grote kracht en heerlijkheid.
zij den Zoon des mensen zien,
Namelijk al de volken der aarde, Openb. 1:7 .
Hertaald:zij den Zoon des mensen zien,
Namelijk alle volken van de aarde, Openb. 1:7.
grote kracht en heerlijkheid
Grieks, veel.
Hertaald:grote kracht en heerlijkheid
Grieks: veel.
Markus 13 vers 27— En alsdan zal Hij Zijn engelen uitzenden, en zal Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het uiterste der aarde, tot het uiterste des hemels.
uit de vier winden,
Dat is, uit de vier hoeken of gewesten der wereld, van het ene einde tot het andere.
Hertaald:uit de vier winden,
Dat is: uit de vier hoeken of streken van de wereld, van het ene einde tot het andere.
Markus 13 vers 28— En leert van den vijgeboom deze gelijkenis; wanneer nu zijn tak teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is.
teder wordt,
Of, sappig.
Hertaald:teder wordt,
Of: sappig.
Markus 13 vers 29— Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet, dat het nabij, voor de deur is.
het nabij,
Namelijk het koninkrijk Gods, gelijk bij Luc. 21:31 , uitgedrukt wordt.
Hertaald:het nabij,
Namelijk het Koninkrijk van God, zoals in Luk. 21:31 uitgedrukt wordt.
Markus 13 vers 30— Voorwaar, Ik zeg u, dat dit geslacht niet zal voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn.
dit geslacht
Namelijk des Joodsen volks, of dezer eeuw.
Hertaald:dit geslacht
Namelijk van het Joodse volk, of: van deze eeuw.
voorbijgaan,
Of, vergaan.
Hertaald:voorbijgaan,
Of: vergaan.
Markus 13 vers 31— De hemel en de aarde zullen voorbijgaan; maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.
voorbijgaan;
Of, vergaan.
Hertaald:voorbijgaan;
Of: vergaan.
voorbijgaan
Of, vergaan.
Hertaald:voorbijgaan
Of: vergaan.
Markus 13 vers 32— Maar van dien dag en die ure weet niemand, noch de engelen, die in de hemel zijn, noch de Zoon, dan de Vader.
noch de Zoon,
Namelijk naar Zijn menselijke natuur en in den staat Zijner nederigheid, want naar Zijn godheid weet Hij alle dingen, Joh. 21:17 , en na Zijne verhoging is Hem het boek der voorzienigheid Gods, met zeven zegelen verzegeld, nader geopend, Openb. 5:5 , Openb. 5:7 , Openb. 5:9 .
Hertaald:noch de Zoon,
Namelijk naar Zijn menselijke natuur en in de staat van Zijn vernedering. Want naar Zijn godheid weet Hij alle dingen, Joh. 21:17, en na Zijn verhoging is Hem het boek van Gods voorzienigheid, met zeven zegels verzegeld, verder geopend, Openb. 5:5, Openb. 5:7, Openb. 5:9.
Markus 13 vers 34— Gelijk een mens, buitenslands reizende, zijn huis verliet, en zijn dienstknechten macht gaf, en elk zijn werk, en den deurwachter gebood, dat hij zou waken;
Gelijk een mens,
Alzo zal het ook zijn met den Zoon des mensen.
Hertaald:Gelijk een mens,
Zo zal het ook gaan met de Zoon des mensen.
macht gaf,
Namelijk om zijn huis en goed te regeren.
Hertaald:macht gaf,
Namelijk om zijn huis en goed te besturen.
Markus 13 vers 37— En hetgeen Ik u zeg, dat zeg Ik allen: Waakt.
u zeg,
Namelijk tot u vieren, van welke staat vs.3.
Hertaald:u zeg,
Namelijk tot u vieren, over wie in vers 3 gesproken wordt.
V. Vs. 1-37.KruisverwijzingenMarkus 13:22→Mattheüs 10:17→Efeze 5:6→Jeremia 29:8→Markus 4:34→Mattheüs 21:1→Handelingen 1:6→Mattheüs 24:3→ — En als Hij uit den tempel ging, zeide een van Zijn discipelen tot Hem: Meester, zie, hoedanige stenen, en hoedanige gebouwen! En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ziet gij deze grote gebouwen? Er zal niet een steen op den anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden. En als Hij gezeten was op den Olijfberg, tegen de tempel over, vraagden Hem Petrus, en Jakobus, en Johannes, en Andreas, alleen: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn? En welk is het teken, wanneer deze dingen alle voleindigd zullen worden? En Jezus, hun antwoordende, begon te zeggen: Ziet toe, dat u niemand verleide. Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zullen velen verleiden. En wanneer gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen, zo wordt niet verschrikt; want dit moet geschieden; maar nog is het einde niet. Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen aardbevingen zijn in verscheidene plaatsen, en er zullen hongersnoden wezen, en beroerten. Deze dingen zijn maar beginselen der smarten. Maar ziet gij voor uzelven toe; want zij zullen u overleveren in de raadsvergaderingen, en in de synagogen; gij zult geslagen worden, en voor stadhouders en koningen zult gij gesteld worden, om Mijnentwil, hun tot een getuigenis. En het Evangelie moet eerst gepredikt worden onder al de volken. Met voorbijgaan van het voorgevallene dat in Joh. 12: 20 bericht is, en dat op hetzelfde ogenblik voorviel, toen Jezus de tempel wilde verlaten, stelt de tweede Evangelist ons, evenals de eerste, de Heere voor in Zijn heengaan, hoe Hij door een van Zijn discipelen op het grootse van het gebouw opmerkzaam wordt gemaakt. Daardoor wordt Hem aanleiding gegeven tot de rede, die Hij daarna, zittend op de Olijfberg tegenover de tempel, gehouden heeft, over de verwoesting van Jeruzalem en de gebeurtenissen van de laatste tijd.
KruisverwijzingenMaleachi 3:1→Mattheüs 24:1→Ezechiël 11:22→Lukas 21:5→Ezechiël 8:6→Ezechiël 10:4→Ezechiël 7:20→Ezechiël 10:19→— En als Hij uit den tempel ging, zeide een van Zijn discipelen tot Hem: Meester, zie, hoedanige stenen, en hoedanige gebouwen!
En toen Hij uit de tempel ging zei een van Zijn discipelen tot hen, denkend aan hetgeen Hij vroeger bij de rede vs. 38 vv. ten slotte tot de Joden gezegd had (MATTHEUS. 23: 38): Meester! zie wat voor grote en mooie stenen daar zijn en war voor grootse en mooiegebouwen! Wat een verlies zou het zijn als dit schitterende tempelgebouw ten gronde zou gaan.
KruisverwijzingenMattheüs 24:2→Micha 3:12→Jeremia 26:18→Openbaring 11:2→Lukas 21:6→Lukas 19:41→Handelingen 6:14→2 Kronieken 7:20→— En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ziet gij deze grote gebouwen? Er zal niet een steen op den anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden.
En Jezus antwoordde hem: Ziet u deze grote gebouwen en denkt u eraan hoe zwaar en ontzettend het godsgericht moet zijn, wanneer ook deze moeten vallen. a) Er zal, zo bevestig Ik u, niet een steen op de anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden; zo’n ontzettend oordeel van God zal komen.
1 Kon. 9: 7, 8. Micha 3: 12. Luk. 19: 44.
KruisverwijzingenMarkus 4:34→Mattheüs 21:1→Mattheüs 17:1→Markus 14:33→Mattheüs 13:36→Markus 10:35→Markus 9:2→Markus 1:16→— En als Hij gezeten was op den Olijfberg, tegen de tempel over, vraagden Hem Petrus, en Jakobus, en Johannes, en Andreas, alleen:
En toen Hij daarna de stad verlaten had om weer naar Bethanie te gaan en zat op de Olijfberg tegenover de tempel, waar Hij die, met het aangezicht naar het westen gekeerd, recht tegenover Zich had, vroegen Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas Hem alleen, omdat Hij nu niet meer door het rondom staande volk in Zijn spreken werd belemmerd.
Het is misschien Andreas geweest, die (vs. 3) de aanleiding gaf tot de vraag, waarom hij hier ook onder de vertrouwelingen kwam.
Dezelfde beide broederparen, die het begin beleefd hadden van de werkzaamheid van de Heere in Galilea (Hoofdstuk 1: 16-20 en 29) zijn ook de eersten geweest die de voorspelling horen die Zijn werk in Jeruzalem besluit; toch zijn hun namen evenals in Hoofdstuk 3: 16-18 zo gerangschikt, dat die drie vooraan en bij elkaar staan, welke volgens Hoofdstuk 5: 37 en 9: 2 een nauwere persoonlijke betrekking tot Jezus hadden.
KruisverwijzingenHandelingen 1:6→Mattheüs 24:3→Daniël 12:6→Lukas 21:7→Daniël 12:8→Johannes 21:21→— Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn? En welk is het teken, wanneer deze dingen alle voleindigd zullen worden?
Zij zeiden tot Hem: a) Zeg ons, wanneer zullen deze dingen, die Gij over de verwoesting van stad en tempel gesproken hebt, gebeuren? En wat is het teken, wanneer de tijd gekomen is, dat deze dingen allen gebeuren zullen?
Hand. 1: 6.
KruisverwijzingenEfeze 5:6→Jeremia 29:8→2 Thessalonicenzen 2:3→Kolossenzen 2:8→Lukas 21:8→1 Johannes 4:1→Mattheüs 24:4→1 Korinthe 15:33→— En Jezus, hun antwoordende, begon te zeggen: Ziet toe, dat u niemand verleide.
En Jezus antwoordde hen: a) Zie toe, dat niemand u zal verleiden.
KruisverwijzingenMarkus 13:22→Jeremia 14:14→Mattheüs 24:11→Handelingen 5:36→1 Johannes 4:1→Johannes 8:24→Jeremia 23:21→Mattheüs 24:23→— Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zullen velen verleiden.
Want velen zullen komen a) in Mijn naam en op grond daarvan erkenning eisen en zeggen: Ik ben de Christus. En zij zullen velen verleiden.
a)Jer. 14: 14. 23: 21.
KruisverwijzingenLukas 21:9→Mattheüs 18:7→Johannes 14:27→Handelingen 17:3→Psalmen 46:1→Jeremia 51:46→Jeremia 4:19→Spreuken 3:25→— En wanneer gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen, zo wordt niet verschrikt; want dit moet geschieden; maar nog is het einde niet.
En wanneer u zult horen van oorlogen en geruchten van oorlogen, schrik dan niet; want dit moet gebeuren; maar het is nog niet het einde.
KruisverwijzingenHandelingen 11:28→2 Kronieken 15:6→Jeremia 6:24→Jesaja 19:2→Openbaring 6:4→Hagai 2:22→Jeremia 13:21→Zacharia 14:13→— Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen aardbevingen zijn in verscheidene plaatsen, en er zullen hongersnoden wezen, en beroerten. Deze dingen zijn maar beginselen der smarten.
a) Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen aardbevingen zijn in verscheidene plaatsen en er zullen hongersnoden zijn en beroerten. Deze dingen zijn maar het begin van de ellende (MATTHEUS. 24: 4-8).
Jes. 19: 2.
KruisverwijzingenMattheüs 10:17→Johannes 16:2→Markus 13:5→Handelingen 9:16→1 Korinthe 4:9→Handelingen 21:31→Openbaring 2:10→Handelingen 9:13→— Maar ziet gij voor uzelven toe; want zij zullen u overleveren in de raadsvergaderingen, en in de synagogen; gij zult geslagen worden, en voor stadhouders en koningen zult gij gesteld worden, om Mijnentwil, hun tot een getuigenis.
a) Maar u moet voor uzelf zorgen dat u staande blijft in het lijden dat u aangaat; want zij, de ongelovige Joden, zullen, vóórdat het tot een gericht over hen komt, u overleveren in de raadsvergaderingen en in de synagogen; u zult geslagen worden en voor stadhouders en koningen zult ugesteld worden omwille van Mij en om een getuigenis voor hen te zijn (MATTHEUS. 10: 17 vv. 24: 9).
Joh. 15: 19; 16: 2. Openbaring . 2: 10.
KruisverwijzingenKolossenzen 1:23→Romeinen 10:18→Mattheüs 24:14→Kolossenzen 1:6→Mattheüs 28:18→Markus 16:15→Openbaring 14:6→Romeinen 1:8→— En het Evangelie moet eerst gepredikt worden onder al de volken.
En het Evangelie moet eerst gepredikt worden onder al de volken.
KruisverwijzingenHandelingen 6:10→Lukas 21:14→Lukas 12:11→Mattheüs 10:19→1 Petrus 1:12→Markus 13:9→Handelingen 7:55→Daniël 3:16→— Doch wanneer zij u leiden zullen, om u over te leveren, zo zijt te voren niet bezorgd, wat gij spreken zult, en bedenkt het niet; maar zo wat u in die ure gegeven zal worden, spreekt dat; want gij zijt het niet, die spreekt, maar de Heilige Geest.
a) Wanneer zij u echter leiden zullen om u over te leveren, dan moet u niet van tevoren bezorgd zijn over wat u zeggen zult en dit niet bedenken; maar wat u op dat tijdstip gegeven zal worden, dat spreekt; want u bent het niet, die spreekt, maar de Heilige Geest.
MATTHEUS. 10: 19. Luk. 12: 11.
KruisverwijzingenLukas 12:52→Mattheüs 10:21→Micha 7:4→Lukas 21:16→Ezechiël 38:21→Mattheüs 24:10→— En de ene broeder zal den anderen overleveren tot den dood, en de vader het kind; en de kinderen zullen opstaan tegen de ouders, en zullen hen doden.
a) En dat zal niet alleen u overkomen, dat Mijn getuigen en belijders de ondergang wordt bereid door hen, die hen naar de natuur het naaste zijn en van welke zij alleen het goede hadden mogen verwachten, maar ook velen anderen, behalve u en na u. De ene broeder zal de anderen broeder overleveren tot de dood en de vader: het kind; en de kinderen zullen opstaan tegen de ouders en zullen hen doden.
Ezechiel. 38: 21. Micha 7: 6.
KruisverwijzingenMattheüs 10:22→Johannes 15:18→Johannes 15:21→Lukas 6:22→Johannes 17:14→Openbaring 2:10→Lukas 21:17→Mattheüs 24:13→— En gij zult gehaat worden van allen, om Mijns Naams wil; maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.
En u zult omwille van Mijn naam door allen gehaat worden; a) maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden (MATTHEUS. 10: 18-22; 24: 10-13).
Luk. 21: 19. Openbaring . 2: 7, 10.
Markus schildert de vervolgingen van de Christenen uitvoeriger dan Mattheus, terwijl hij met Lukas een voorstelling daarvan geeft, die bij Mattheus in de instructie van de apostelen wordt gevonden. Voor de Romeinse Christenen waren deze woorden zeer gewichtig in een tijd, toen het martelaarschap van Paulus en van Petrus te Rome plaats vond.
Het geloof geeft ons zoveel vaders, broeders en zusters als er Christenen zijn (Hoofdstuk 10: 29 v. ); het ongeloof verandert ze, zoals de natuur ze ons gegeven heeft in onze vijanden, verraders, beulen.
Niemand kan zekerder op de bijstand van de Heilige Geest rekenen, dan de belijders van Jezus’ naam ten tijde van hun nood.
KruisverwijzingenDaniël 9:27→Daniël 12:11→Daniël 11:31→Openbaring 1:3→1 Korinthe 14:20→1 Korinthe 14:7→Ezechiël 44:9→Mattheüs 13:51→— Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan door den profeet Daniel gesproken is, staande waar het niet behoort, (die het leest, die merke daarop!) alsdan, die in Judea zijn, dat zij vlieden op de bergen.
Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting zult zien waarvan door de profeet Daniel (9: 27; 11: 31 en 12: 11) gesproken is, terwijl die gruwel staat op de heilige plaats, die hij door zijn aanzijnontheiligt en aan het gericht van de verwoesting tegemoet voert, dus waar het niet hoort (die het leest, die let op hetgeen bij de profeet bedoeld is, want nu is de vervulling van die profetie gekomen) laten dan degenen die in Judea zijn vluchten naar de bergen.
KruisverwijzingenSpreuken 22:3→Job 2:4→Filippenzen 3:7→Genesis 19:22→Lukas 17:31→Genesis 19:26→Handelingen 27:38→Hebreeën 11:7→— En die op het dak is, kome niet af in het huis, en ga niet in, om iets uit zijn huis weg te nemen.
En die op het dak is zal niet in zijn huis moeten komen en ook niet daarin gaan om iets uit zijn huis weg te nemen.
— En die op den akker is, kere niet weder terug, om zijn kleed te nemen.
En die op de akker is zal niet terug moeten keren om zijn kleed te nemen.
KruisverwijzingenLukas 23:29→Klaagliederen 4:3→Mattheüs 24:19→Hosea 9:14→Deuteronomium 28:56→Klaagliederen 2:19→Lukas 21:23→Hosea 13:16→— Maar wee den bevruchten en den zogenden vrouwen in die dagen!
Maar wee de bevruchte en de zogende vrouwen in die dagen.
— Doch bidt, dat uw vlucht niet geschiede des winters.
Bidt echter dat uw vlucht niet in de winter valt.
KruisverwijzingenDaniël 12:1→Joël 2:2→Mattheüs 24:21→Daniël 9:26→Lukas 21:22→Daniël 9:12→Deuteronomium 4:32→Deuteronomium 28:59→— Want die dagen zullen zulke verdrukking zijn, welker gelijke niet geweest is van het begin der schepselen, die God geschapen heeft, tot nu toe, en ook niet zijn zal.
Want in die dagen zal er zo’n verdrukking zijn als er niet geweest is vanaf het begin van de schepselen die God geschapen heeft tot nu toe en er ook niet zijn zal.
KruisverwijzingenJesaja 65:8→Mattheüs 24:22→Zacharia 13:8→Romeinen 11:28→Romeinen 11:5→Romeinen 11:23→Jesaja 1:9→Jesaja 6:13→— En indien de Heere de dagen niet verkort had, geen vlees zou behouden worden; maar om der uitverkorenen wil, die Hij heeft uitverkoren, heeft Hij de dagen verkort.
En als de Heere de dagen niet verkort had zou er geen vlees behouden worden; maar omwille van degenen die hij heeft uitverkoren, heeft Hij die dagen verkort (MATTHEUS. 24: 15-22).
Het is waarschijnlijk dat Jezus niet van de “gruwel van de verwoesting” gezegd heeft: “staande waar het niet behoort, ” maar dat Markus die uitdrukking heeft gekozen om zijn lezers niet in verwarring te brengen, die hier de tempel als een zeker altijd nog als heilig te beschouwen plaats zou voorkomen, terwijl hij die betekenis toen al geheel had verloren en nog alleen met het oog op zijn vroegere bestemming een heiligdom was, dat nu echter ook uiterlijk ontheiligd en ontwijd werd. Zo liet Markus bij de vermelding van de vlucht uit Jeruzalem de bijvoeging weg: “of op een sabbat, ” omdat zij voor Romeinse Christenen minder begrijpelijk was en daar de Zondag zeker al de dag des Heeren was.
KruisverwijzingenMattheüs 24:23→Lukas 21:8→Lukas 17:23→Deuteronomium 13:1→Mattheüs 24:5→Johannes 5:43→— En alsdan, zo iemand tot ulieden zal zeggen: Ziet, hier is de Christus; of ziet, Hij is daar; gelooft het niet.
En als dan zo iemand tot u zal zeggen: Zie, hier is de Christus; of zie, Hij is daar, geloof het niet.
KruisverwijzingenMattheüs 24:24→Johannes 4:48→Markus 13:6→Openbaring 13:13→1 Johannes 2:19→Mattheüs 7:15→Johannes 10:27→1 Johannes 2:26→— Want er zullen valse christussen, en valse profeten opstaan, en zullen tekenen en wonderen doen, om te verleiden, indien het mogelijk ware, ook de uitverkorenen.
a) Want er zullen valse Christussen en valse profeten opstaan en zij zullen tekenen en wonderen doen om te verleiden, als het mogelijk zou zijn ook de uitverkorenen.
Deut. 13: 1. 2 Thessalonicenzen. 2: 11.
Kruisverwijzingen2 Petrus 3:17→Markus 13:5→Johannes 14:29→Mattheüs 7:15→Markus 13:33→Lukas 21:8→Jesaja 44:7→Markus 13:9→— Maar gijlieden ziet toe; ziet, Ik heb u alles voorzegd!
Maar u moet toezien: Zie, Ik heb u alles voorzegd! (MATTHEUS. 24: 23-25).
Ten allen tijde heeft men te vrezen dat men een valse Christus aanneemt.
Met een “Ziet toe” begon dit gedeelte van de rede van Jezus (vs. 5) en met een “ziet toe” eindigt Hij hier (vs. 23); slechts op een veronderstellende manier zijn hier en daar werkelijke profetie?n gegeven, de hoofdzaak is waarschuwing, belofte en vermaning, om de discipelen de ware verhouding tegenover de gebeurtenissen van de toekomst te leren.
KruisverwijzingenEzechiël 32:7→Jesaja 13:10→Amos 5:20→Openbaring 20:11→2 Petrus 3:10→Joël 2:30→Jeremia 4:23→Openbaring 6:12→— Maar in die dagen, na die verdrukking, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven.
a) Maar in die dagen, over welke in het bijzonder vs. 22 gaat (2 Thessalonicenzen. 2: 3-12) na die verdrukking en wel lang na degene die Jeruzalems verwoesting en Isra?ls verwerping ten gevolge heeft zal, in geestelijken zin 24: 29″), de zon verduisterd worden en de maan zal niet schijnen.
KruisverwijzingenJesaja 34:4→Openbaring 6:13→— En de sterren des hemels zulen daaruit vallen, en de krachten, die in de hemelen zijn, zullen bewogen worden.
En de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten die in de hemelen zijn zullen bewogen worden.
KruisverwijzingenOpenbaring 1:7→Mattheüs 16:27→Markus 8:38→Markus 14:62→Handelingen 1:11→Mattheüs 24:30→Mattheüs 25:31→2 Thessalonicenzen 1:7→— En alsdan zullen zij den Zoon des mensen zien, komende in de wolken, met grote kracht en heerlijkheid.
a) En dan zullen zij de Zoon des mensen zien, komend in de wolken met grote kracht en heerlijkheid.
KruisverwijzingenZacharia 2:6→Mattheüs 24:31→Deuteronomium 30:4→Markus 13:22→Mattheüs 13:41→Markus 13:20→2 Thessalonicenzen 2:1→Openbaring 7:1→— En alsdan zal Hij Zijn engelen uitzenden, en zal Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het uiterste der aarde, tot het uiterste des hemels.
En dan zal Hij Zijn engelen uitzenden en zal Zijn uitverkorenen bijeen verzamelen uit de vier windstreken, van het uiterste van de aarde tot het uiterste van de hemel (MATTHEUS. 24: 29-31).
KruisverwijzingenLukas 21:29→Mattheüs 24:32→— En leert van den vijgeboom deze gelijkenis; wanneer nu zijn tak teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is.
En leer van de vijgenboom deze gelijkenis: wanneer zijn tak zacht wordt en de bladeren uitspruiten, dan weet u dat de zomer nabij is,
KruisverwijzingenJakobus 5:9→Hebreeën 10:25→1 Petrus 4:17→Ezechiël 7:10→Ezechiël 12:25→— Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet, dat het nabij, voor de deur is.
Zo ook u: wanneer u deze dingen zult zien gebeuren, weet dan dat het dichtbij voor de deur is.
KruisverwijzingenLukas 21:32→Mattheüs 24:34→Mattheüs 23:36→Markus 9:1→Mattheüs 16:28→— Voorwaar, Ik zeg u, dat dit geslacht niet zal voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn.
Voorwaar Ik zeg u, dit geslacht zal niet voorbijgaan, totdat al deze dingen gebeurd zullen zijn.
KruisverwijzingenMattheüs 5:18→Jesaja 51:6→Lukas 21:33→Jesaja 40:8→Mattheüs 24:35→2 Timotheüs 2:13→Numeri 23:19→Titus 1:2→— De hemel en de aarde zullen voorbijgaan; maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.
a) De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen nooit voorbijgaan.
Ps. 102: 27. Jes. 40: 8; 51: 6. Hebr. 1: 11.
KruisverwijzingenHandelingen 1:7→Mattheüs 24:36→Mattheüs 25:13→1 Thessalonicenzen 5:1→Openbaring 3:3→Mattheüs 25:6→Markus 13:26→Mattheüs 25:19→— Maar van dien dag en die ure weet niemand, noch de engelen, die in de hemel zijn, noch de Zoon, dan de Vader.
a)Maar van die dag en dat uur weet niemand; noch de engelen, die in de hemel zijn, noch de Zoon, alleen de Vader (MATTHEUS. 24: 32-36).
Hand. 1: 7.
KruisverwijzingenMattheüs 25:13→Efeze 6:18→Romeinen 13:11→1 Thessalonicenzen 5:5→Openbaring 16:15→Markus 13:35→Lukas 12:40→1 Petrus 4:7→— Ziet toe, waakt en bidt; want gij weet niet, wanneer de tijd is.
a) Zie toe, waak en bid; want zoals Ik zo even gezegd heb, u weet niet wanneer de tijd is (MATTHEUS. 24: 42) dat het gebeuren zal (vs. 29 vv. ).
KruisverwijzingenJohannes 10:3→Mattheüs 25:14→Kolossenzen 3:24→1 Korinthe 15:58→Mattheüs 24:45→Ezechiël 3:17→Lukas 12:36→Ezechiël 33:2→— Gelijk een mens, buitenslands reizende, zijn huis verliet, en zijn dienstknechten macht gaf, en elk zijn werk, en den deurwachter gebood, dat hij zou waken;
Zoals een mens die in het buitenland reist zijn huis voor een onbepaalde tijd verliet en Zijn dienstknechten voor de tijd van zijn afwezigheid macht gaf over zijn huis en aan ieder in het bijzonder opdroeg wat hij doen moest, elk zijn werk gaf en de deurwachter gebood dat hij de hele nacht door zou waken. Uit dat laatste konden alle de overigen weten, dat hij op een geheel onbepaald uur van de nacht zou terugkeren.
KruisverwijzingenMattheüs 24:42→Markus 13:33→Mattheüs 24:44→Markus 14:30→Markus 6:48→— Zo waakt dan (want gij weet niet, wanneer de heer des huizes komen zal, des avonds laat, of ter middernacht, of met het hanengekraai, of in den morgenstond);
Waak dan op deze manier, Mijn discipelen! ook de hele nacht door; want u weet niet wanneer de heer des huizes, die u tot deurwachters gesteld heeft, komen zal, ‘s avonds laat, of middernacht, of met het hanegekraai of in de morgenstond.
KruisverwijzingenLukas 21:34→1 Thessalonicenzen 5:6→Markus 14:40→Mattheüs 24:48→Romeinen 13:11→Spreuken 24:33→Efeze 5:14→Hooglied 5:2→— Opdat hij niet onvoorziens kome, en u slapende vinde.
Opdat Hij niet onvoorzien komt en u slapend vindt.
KruisverwijzingenMarkus 13:35→Markus 13:33→Lukas 12:41→— En hetgeen Ik u zeg, dat zeg Ik allen: Waakt.
En hetgeen Ik u, de deurwachters, zeg, dat zeg Ik tegen al Mijn knechten die Ik macht heb gegeven en aan ieder zijn werk: Waak, evenals ook die mens in de gelijkenis met het de deurwachter gegeven gebod alle Zijn knechten op het oog had.
Het eerste gedeelte van deze afdeling (vs. 24-27) stemt over het geheel overeen met de bovengenoemde verzen bij Mattheus; toch zijn er enige veranderingen te zien, die het duidelijk maken dat, terwijl bij Mattheus op Israel acht wordt gegeven, dit bij Markus op de achtergrond treedt en Christus profetische rede in het bijzonder de eigenlijke laatste tijd, die van de heerschappij van de persoonlijke antichrist in ogenschouw neemt. Eerst is namelijk in vs. 24 het woord “meteen” weggevallen, dat hier ook werkelijk niet meer op zijn plaats zou zijn, wanneer niet met Israels verwerping zijn wederherstelling in ogenschouw werd genomen, voordat van de wederkomst van den Zoon des mensen melding wordt gemaakt. Verder is het vallen van de sterren van de hemel (vs. 25) op zo’n manier uitgedrukt, die niet alleen als bij Mattheus op een voorbijgaande toestand van de kerk, maar op haar hele vernietiging doelt en daarom de openbaring van de Mensenzoon (vs. 26) zo voorstelt dat de
voorspelling meteen verder gaat dan de verschijning tot het gericht over de antichrist, welke bij Mattheus bedoeld is en ziet op de verschijning tot het wereldgericht, zoals die in Openbaring . 20: 11 vv. wordt beschreven, waarom ook noch van een teken van de Mensenzoon aan de hemel, noch van een wenen van alle geslachten op aarde sprake is. Eindelijk klinkt in vs. 27 de uitdrukking over de vergadering van de uitverkorenen niet meer zo, dat bij de uitverkorenen overeenkomstig de belofte in Deut. 30: 4 aan die uit Israel zou moeten worden gedacht, maar het is veel meer omvattend, zodat men hier denken moet aan het “oordelen van de levenden en de doden; ” en wat de zaak betreft hetzelfde voor zich ziet wat in MATTHEUS. 25: 32 wordt voorgesteld. Eveneens is ook het tweede deel van de afdeling (vs. 28-32) anders dan de paralellen bij Mattheus en moeten wij de daar verworpen opvatting van de uitleggers hier als de juiste erkennen. De vijgeboom is nu niet meer geestelijk van Israel te verstaan, maar enkel tot gelijkenis genomen. Wat de Heere daarmee wil zeggen is: U kunt van de vijgeboom leren, hoe men van een bepaald punt het begin van de voleinding kan berekenen. Wanneer het met die zover is gekomen dat de tak al zacht wordt en bladeren voortbrengt, dan is het zeker dat geen afwisseling van jaargetijden meer voor de zomer komt, de nabij zijnde zomer zelf heeft onzichtbaar die werking teweeggebracht. Zo kunt u dan ook zeker overtuigt zijn, dat, wanneer de in vs. 24 v. voorzegde gebeurtenissen worden opgemerkt, geen nieuwe ontwikkelingsperiode voor de komst van de Mensenzoon komen zal. Deze is nu integendeel voor de deur van de zichtbare wereld en juist omdat Hij op het punt is gekomen is het tot die gebeurtenissen gekomen. In enigszins andere vorm wordt dezelfde gedachte uitgedrukt met de woorden: “Dit geslacht zal niet voorbijgaan, totdat alles gebeurd zal zijn. ” Wanneer het eens met de ontwikkeling van het Godsrijk zover is gekomen als te voren gezegd is, zal het dan bestaande geslacht niet door een nieuw worden afgelost. Wanneer het zelf ten onder gaat, zoals de heerschappij van de antichrist inderdaad de kerk met al haar leden vernietigt, dan zal toch niet eerst nog een nieuwe tijd volgen, zoals dat tot hiertoe het geval geweest is, maar zonder verdere ontwikkeling van de kerk zal de voleinding van alle dingen met de val van die heerschappij onmiddellijk verbonden zijn. Hoezeer Markus bij het weergeven van Jezus woorden hun betrekking op de eigenlijke tijd van het einde, die op de achtergrond staat, opzettelijk op de voorgrond geplaatst heeft, om van alle mededeling omtrent het begin van de laatsten tijd met Israels bekering en wederoprichting van Zijn rijk bevrijd te zijn, blijkt duidelijk daaruit, dat hij na de woorden van vs. 31 en 32, die evenzeer op het eigenlijke einde als op het begin van dit einde doelen, de rede van Christus aanmerkelijk bekort en zich haast naar het slot. Voor dit slot is voor hem de vermaning (vs. 33) belangrijk: “Ziet toe, waak en bid, want u weet niet wanneer de tijd komt. ” Hij plaatst die niet in het licht van hetgeen in MATTHEUS. 24: 37-41 voorgaat, omdat hij dit voor zijn lezers niet kan gebruiken; integendeel neemt hij zijn “ziet toe, ” dat wij al vaker in het eerste stuk van onze afdeling (vs. 5 en 28) – in het Grieks staat beide malen: blepete) vonden, weer op en past eindelijk (vs. 37) de vermaning: “waakt” op allen toe, zodat zij niet alleen diegenen die een geestelijk ambt bekleden, maar de Christenen in het algemeen, geldt; hij versterkt echter de verplichting tot waakzaamheid, die vooral de apostelen en hun navolgers is opgelegd, door de gelijkenis die daartussen staat (vs. 34-36). De gelijkenis heeft een zekere overeenkomst met die in MATTHEUS. 24: 45-51, daar die eveneens gericht is tot de knechten in het huis Gods en van hen trouw eist. Nu is daar de getrouwheid in het waarnemen van de ambtsplichten in het gezin op het hart gedrukt, en daartegenover de ontrouw van de zelfzuchtige, gewetenloze priesters met de zwaarste straf bedreigd. Hier is daarentegen de trouwheid in het wachten op het terugkeren van de heer des huizes aanbevolen, en zo heeft de gelijkenis meerdere overeenkomst met hetgeen wij in Luk. 12: 35-38 lezen. Wat het verband aangaat, waarin het met de voorafgaande vermaning voorkomt, dan is het eigenlijk deze: het gaat u evenals het de knechten van een huisheer gaat: als hij bij het heengaan zijn terugkomst wel heeft toegezegd, maar de tijd zo onzeker heeft gelaten dat de deurwachters is aangezegd wakend te blijven. ” In plaats van nu echter ook de zinnen logisch zo te verbinden dat hij de knechten tot het onderwerp maakt waarmee de discipelen vergeleken worden, heeft Markus de heer des huizes als hoofdfiguur op de voorgrond geplaatst, om zo uit te spreken wat deze juist heeft te verwachten. Nadat hij vervolgens de verhouding van dezen tot Zijn knechten, welke de veronderstelling van hun wachten op Zijn komst vormt, beschreven heeft, had zeker moeten volgen: “zoals daar de knechten zich gereed moeten houden, om op ieder uur van de nacht, waarop zijn terugkomst plaats zou kunnen hebben, voor hem te kunnen verschijnen, zo ook u; ” daarentegen volgt meteen met behoud van de beeldrijke uitdrukkingen de toepassing. Indirect ligt in de gelijkenis zeker ook een aanmaning tot het trouw besteden van de tijd tot de opgedragen arbeid. De Evangelist heeft echter slechts belang bij de vermaning tot waakzaamheid, die voor de nacht naast het werk van overdag hun plicht is en dan moet deze voor ieder van de vier verschillende delen in het bijzonder, waarin de nacht bij de Romeinen verdeeld werd (Ex), gegeven zijn. Na het voorbijgaan van zo; n nachtwake van drie uren had een afwisseling van de uitgezette wachtposten plaats. Daarom wordt Petrus volgens Hand. 12: 4 aan vier wachten elk van vier krijgsknechten, d. i. 4 x 4 man ter bewaking overgegeven; elke nachtwake had hij vier man bij zich; de aflossing gebeurde vier keer na elke 3 uur. De “avond” is de tijd van 6-9 uur, de “middernacht” die van 9-12, het “hanegekraai” die van 12-3 en de “morgen” die van 3-6 uur. Voor Rome is juist die gelijkenis, welke Markus in plaats van die bij Mattheus en die op het heersen met Christus in Zijn rijk, dus op het millennium betrekking heeft, meegedeeld heeft, weer, evenals zoveel in zijn Evangelie, van bijzondere betekenis. Petrus moet volgens Markus niet zozeer de deurwachter van de hemel zijn, als deurwachter van de kerk op aarde en haar bewaken voor de dag van het gericht. Heeft echter onze Evangelist, zoals al werd meegedeeld, de rede van Christus op haar einde zo kort samengevat als nodig was, wanneer de toepassing op Israel en het duizendjarig rijk, dat alleen dit volk aangaat, buiten beschouwing moest blijven, zo is dat geen menselijke willekeur van een schrijver, maar een vrucht van dezelfde Geest van God, uit welke de Heere zelf heeft gesproken, als was het een bijzondere, voor de heidenchristenen berekende uitdrukking van de rede. Zo zien wij dan ook voor de tijd van de heidenen (Luk. 21: 24) in de Christelijke kerk zo’n vorming van de geloofsleer over de laatste dingen, waarin op Israels bekering enz. zo goed als niet gelet wordt, maar met de val van de antichrist en van zijn rijk meteen het einde van de wereld en het oordeel is verbonden. Dat heeft zo lang zijn recht als de tijd van de heidenen nog duurt, de kerk kan ook zonder dat eschatologisch leerstuk worden opgebouwd. Omdat nu echter die tijd snel ten einde komt moet ieder gelovige het ontbrekende in de samenhang van zijn geloofsleven invoegen. In de gedeeltelijk nog onvolkomen vorming van de Christelijke geloofsleer, vooral wat de laatste dingen aangaat, ligt naar onze mening de oorzaak waarom de Heere van de kerk zo weinig Zijn hand biedt tot een wederinvoering van die belijdenis. Hij heeft een nieuwe vorming voor, omdat Hij zelf iets nieuws denkt te scheppen door hetgeen in Rom. 11: 23 wordt voorspelt, maar zo lang geheel miskend is.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Markus 13
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
V. Vs. 1-37.KruisverwijzingenMarkus 13:22→Mattheüs 10:17→Efeze 5:6→Jeremia 29:8→Markus 4:34→Mattheüs 21:1→Handelingen 1:6→Mattheüs 24:3→
— En als Hij uit den tempel ging, zeide een van Zijn discipelen tot Hem: Meester, zie, hoedanige stenen, en hoedanige gebouwen! En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ziet gij deze grote gebouwen? Er zal niet een steen op den anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden. En als Hij gezeten was op den Olijfberg, tegen de tempel over, vraagden Hem Petrus, en Jakobus, en Johannes, en Andreas, alleen: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn? En welk is het teken, wanneer deze dingen alle voleindigd zullen worden? En Jezus, hun antwoordende, begon te zeggen: Ziet toe, dat u niemand verleide. Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zullen velen verleiden. En wanneer gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen, zo wordt niet verschrikt; want dit moet geschieden; maar nog is het einde niet. Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen aardbevingen zijn in verscheidene plaatsen, en er zullen hongersnoden wezen, en beroerten. Deze dingen zijn maar beginselen der smarten. Maar ziet gij voor uzelven toe; want zij zullen u overleveren in de raadsvergaderingen, en in de synagogen; gij zult geslagen worden, en voor stadhouders en koningen zult gij gesteld worden, om Mijnentwil, hun tot een getuigenis. En het Evangelie moet eerst gepredikt worden onder al de volken.
Met voorbijgaan van het voorgevallene dat in Joh. 12: 20 bericht is, en dat op hetzelfde ogenblik voorviel, toen Jezus de tempel wilde verlaten, stelt de tweede Evangelist ons, evenals de eerste, de Heere voor in Zijn heengaan, hoe Hij door een van Zijn discipelen op het grootse van het gebouw opmerkzaam wordt gemaakt. Daardoor wordt Hem aanleiding gegeven tot de rede, die Hij daarna, zittend op de Olijfberg tegenover de tempel, gehouden heeft, over de verwoesting van Jeruzalem en de gebeurtenissen van de laatste tijd.
En toen Hij uit de tempel ging zei een van Zijn discipelen tot hen, denkend aan hetgeen Hij vroeger bij de rede vs. 38 vv. ten slotte tot de Joden gezegd had (MATTHEUS. 23: 38): Meester! zie wat voor grote en mooie stenen daar zijn en war voor grootse en mooiegebouwen! Wat een verlies zou het zijn als dit schitterende tempelgebouw ten gronde zou gaan.
En Jezus antwoordde hem: Ziet u deze grote gebouwen en denkt u eraan hoe zwaar en ontzettend het godsgericht moet zijn, wanneer ook deze moeten vallen. a) Er zal, zo bevestig Ik u, niet een steen op de anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden; zo’n ontzettend oordeel van God zal komen.
1 Kon. 9: 7, 8. Micha 3: 12. Luk. 19: 44.
En toen Hij daarna de stad verlaten had om weer naar Bethanie te gaan en zat op de Olijfberg tegenover de tempel, waar Hij die, met het aangezicht naar het westen gekeerd, recht tegenover Zich had, vroegen Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas Hem alleen, omdat Hij nu niet meer door het rondom staande volk in Zijn spreken werd belemmerd.
Het is misschien Andreas geweest, die (vs. 3) de aanleiding gaf tot de vraag, waarom hij hier ook onder de vertrouwelingen kwam.
Dezelfde beide broederparen, die het begin beleefd hadden van de werkzaamheid van de Heere in Galilea (Hoofdstuk 1: 16-20 en 29) zijn ook de eersten geweest die de voorspelling horen die Zijn werk in Jeruzalem besluit; toch zijn hun namen evenals in Hoofdstuk 3: 16-18 zo gerangschikt, dat die drie vooraan en bij elkaar staan, welke volgens Hoofdstuk 5: 37 en 9: 2 een nauwere persoonlijke betrekking tot Jezus hadden.
Zij zeiden tot Hem: a) Zeg ons, wanneer zullen deze dingen, die Gij over de verwoesting van stad en tempel gesproken hebt, gebeuren? En wat is het teken, wanneer de tijd gekomen is, dat deze dingen allen gebeuren zullen?
Hand. 1: 6.
En Jezus antwoordde hen: a) Zie toe, dat niemand u zal verleiden.
Jer. 29: 8. Efeze 5: 6. 2 Thess. 2: 2, 3. 1 Joh. 4: 1.
Want velen zullen komen a) in Mijn naam en op grond daarvan erkenning eisen en zeggen: Ik ben de Christus. En zij zullen velen verleiden.
a)Jer. 14: 14. 23: 21.
En wanneer u zult horen van oorlogen en geruchten van oorlogen, schrik dan niet; want dit moet gebeuren; maar het is nog niet het einde.
a) Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen aardbevingen zijn in verscheidene plaatsen en er zullen hongersnoden zijn en beroerten. Deze dingen zijn maar het begin van de ellende (MATTHEUS. 24: 4-8).
Jes. 19: 2.
a) Maar u moet voor uzelf zorgen dat u staande blijft in het lijden dat u aangaat; want zij, de ongelovige Joden, zullen, vóórdat het tot een gericht over hen komt, u overleveren in de raadsvergaderingen en in de synagogen; u zult geslagen worden en voor stadhouders en koningen zult ugesteld worden omwille van Mij en om een getuigenis voor hen te zijn (MATTHEUS. 10: 17 vv. 24: 9).
Joh. 15: 19; 16: 2. Openbaring . 2: 10.
En het Evangelie moet eerst gepredikt worden onder al de volken.
a) Wanneer zij u echter leiden zullen om u over te leveren, dan moet u niet van tevoren bezorgd zijn over wat u zeggen zult en dit niet bedenken; maar wat u op dat tijdstip gegeven zal worden, dat spreekt; want u bent het niet, die spreekt, maar de Heilige Geest.
MATTHEUS. 10: 19. Luk. 12: 11.
a) En dat zal niet alleen u overkomen, dat Mijn getuigen en belijders de ondergang wordt bereid door hen, die hen naar de natuur het naaste zijn en van welke zij alleen het goede hadden mogen verwachten, maar ook velen anderen, behalve u en na u. De ene broeder zal de anderen broeder overleveren tot de dood en de vader: het kind; en de kinderen zullen opstaan tegen de ouders en zullen hen doden.
Ezechiel. 38: 21. Micha 7: 6.
En u zult omwille van Mijn naam door allen gehaat worden; a) maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden (MATTHEUS. 10: 18-22; 24: 10-13).
Luk. 21: 19. Openbaring . 2: 7, 10.
Markus schildert de vervolgingen van de Christenen uitvoeriger dan Mattheus, terwijl hij met Lukas een voorstelling daarvan geeft, die bij Mattheus in de instructie van de apostelen wordt gevonden. Voor de Romeinse Christenen waren deze woorden zeer gewichtig in een tijd, toen het martelaarschap van Paulus en van Petrus te Rome plaats vond.
Het geloof geeft ons zoveel vaders, broeders en zusters als er Christenen zijn (Hoofdstuk 10: 29 v. ); het ongeloof verandert ze, zoals de natuur ze ons gegeven heeft in onze vijanden, verraders, beulen.
Niemand kan zekerder op de bijstand van de Heilige Geest rekenen, dan de belijders van Jezus’ naam ten tijde van hun nood.
Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting zult zien waarvan door de profeet Daniel (9: 27; 11: 31 en 12: 11) gesproken is, terwijl die gruwel staat op de heilige plaats, die hij door zijn aanzijnontheiligt en aan het gericht van de verwoesting tegemoet voert, dus waar het niet hoort (die het leest, die let op hetgeen bij de profeet bedoeld is, want nu is de vervulling van die profetie gekomen) laten dan degenen die in Judea zijn vluchten naar de bergen.
En die op het dak is zal niet in zijn huis moeten komen en ook niet daarin gaan om iets uit zijn huis weg te nemen.
En die op de akker is zal niet terug moeten keren om zijn kleed te nemen.
Maar wee de bevruchte en de zogende vrouwen in die dagen.
Bidt echter dat uw vlucht niet in de winter valt.
Want in die dagen zal er zo’n verdrukking zijn als er niet geweest is vanaf het begin van de schepselen die God geschapen heeft tot nu toe en er ook niet zijn zal.
En als de Heere de dagen niet verkort had zou er geen vlees behouden worden; maar omwille van degenen die hij heeft uitverkoren, heeft Hij die dagen verkort (MATTHEUS. 24: 15-22).
Het is waarschijnlijk dat Jezus niet van de “gruwel van de verwoesting” gezegd heeft: “staande waar het niet behoort, ” maar dat Markus die uitdrukking heeft gekozen om zijn lezers niet in verwarring te brengen, die hier de tempel als een zeker altijd nog als heilig te beschouwen plaats zou voorkomen, terwijl hij die betekenis toen al geheel had verloren en nog alleen met het oog op zijn vroegere bestemming een heiligdom was, dat nu echter ook uiterlijk ontheiligd en ontwijd werd. Zo liet Markus bij de vermelding van de vlucht uit Jeruzalem de bijvoeging weg: “of op een sabbat, ” omdat zij voor Romeinse Christenen minder begrijpelijk was en daar de Zondag zeker al de dag des Heeren was.
En als dan zo iemand tot u zal zeggen: Zie, hier is de Christus; of zie, Hij is daar, geloof het niet.
a) Want er zullen valse Christussen en valse profeten opstaan en zij zullen tekenen en wonderen doen om te verleiden, als het mogelijk zou zijn ook de uitverkorenen.
Deut. 13: 1. 2 Thessalonicenzen. 2: 11.
Maar u moet toezien: Zie, Ik heb u alles voorzegd! (MATTHEUS. 24: 23-25).
Ten allen tijde heeft men te vrezen dat men een valse Christus aanneemt.
Met een “Ziet toe” begon dit gedeelte van de rede van Jezus (vs. 5) en met een “ziet toe” eindigt Hij hier (vs. 23); slechts op een veronderstellende manier zijn hier en daar werkelijke profetie?n gegeven, de hoofdzaak is waarschuwing, belofte en vermaning, om de discipelen de ware verhouding tegenover de gebeurtenissen van de toekomst te leren.
a) Maar in die dagen, over welke in het bijzonder vs. 22 gaat (2 Thessalonicenzen. 2: 3-12) na die verdrukking en wel lang na degene die Jeruzalems verwoesting en Isra?ls verwerping ten gevolge heeft zal, in geestelijken zin 24: 29″), de zon verduisterd worden en de maan zal niet schijnen.
Jes. 13: 10. Ezechiel. 32: 7. Joel 2: 31; 3: 15. Openbaring . 6: 12.
En de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten die in de hemelen zijn zullen bewogen worden.
a) En dan zullen zij de Zoon des mensen zien, komend in de wolken met grote kracht en heerlijkheid.
Dan. 7: 10. MATTHEUS. 16: 27; 24: 30, Mark. 14: 62. Hand. 1: 11. 1 Thessalonicenzen. 4: 16. 2 Thessalonicenzen. 1: 10.
En dan zal Hij Zijn engelen uitzenden en zal Zijn uitverkorenen bijeen verzamelen uit de vier windstreken, van het uiterste van de aarde tot het uiterste van de hemel (MATTHEUS. 24: 29-31).
En leer van de vijgenboom deze gelijkenis: wanneer zijn tak zacht wordt en de bladeren uitspruiten, dan weet u dat de zomer nabij is,
Zo ook u: wanneer u deze dingen zult zien gebeuren, weet dan dat het dichtbij voor de deur is.
Voorwaar Ik zeg u, dit geslacht zal niet voorbijgaan, totdat al deze dingen gebeurd zullen zijn.
a) De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen nooit voorbijgaan.
Ps. 102: 27. Jes. 40: 8; 51: 6. Hebr. 1: 11.
a)Maar van die dag en dat uur weet niemand; noch de engelen, die in de hemel zijn, noch de Zoon, alleen de Vader (MATTHEUS. 24: 32-36).
Hand. 1: 7.
a) Zie toe, waak en bid; want zoals Ik zo even gezegd heb, u weet niet wanneer de tijd is (MATTHEUS. 24: 42) dat het gebeuren zal (vs. 29 vv. ).
MATTHEUS. 25: 13. Luk. 12: 40. 1 Thessalonicenzen. 5: 6.
Zoals een mens die in het buitenland reist zijn huis voor een onbepaalde tijd verliet en Zijn dienstknechten voor de tijd van zijn afwezigheid macht gaf over zijn huis en aan ieder in het bijzonder opdroeg wat hij doen moest, elk zijn werk gaf en de deurwachter gebood dat hij de hele nacht door zou waken. Uit dat laatste konden alle de overigen weten, dat hij op een geheel onbepaald uur van de nacht zou terugkeren.
Waak dan op deze manier, Mijn discipelen! ook de hele nacht door; want u weet niet wanneer de heer des huizes, die u tot deurwachters gesteld heeft, komen zal, ‘s avonds laat, of middernacht, of met het hanegekraai of in de morgenstond.
Opdat Hij niet onvoorzien komt en u slapend vindt.
En hetgeen Ik u, de deurwachters, zeg, dat zeg Ik tegen al Mijn knechten die Ik macht heb gegeven en aan ieder zijn werk: Waak, evenals ook die mens in de gelijkenis met het de deurwachter gegeven gebod alle Zijn knechten op het oog had.
Het eerste gedeelte van deze afdeling (vs. 24-27) stemt over het geheel overeen met de bovengenoemde verzen bij Mattheus; toch zijn er enige veranderingen te zien, die het duidelijk maken dat, terwijl bij Mattheus op Israel acht wordt gegeven, dit bij Markus op de achtergrond treedt en Christus profetische rede in het bijzonder de eigenlijke laatste tijd, die van de heerschappij van de persoonlijke antichrist in ogenschouw neemt. Eerst is namelijk in vs. 24 het woord “meteen” weggevallen, dat hier ook werkelijk niet meer op zijn plaats zou zijn, wanneer niet met Israels verwerping zijn wederherstelling in ogenschouw werd genomen, voordat van de wederkomst van den Zoon des mensen melding wordt gemaakt. Verder is het vallen van de sterren van de hemel (vs. 25) op zo’n manier uitgedrukt, die niet alleen als bij Mattheus op een voorbijgaande toestand van de kerk, maar op haar hele vernietiging doelt en daarom de openbaring van de Mensenzoon (vs. 26) zo voorstelt dat de
voorspelling meteen verder gaat dan de verschijning tot het gericht over de antichrist, welke bij Mattheus bedoeld is en ziet op de verschijning tot het wereldgericht, zoals die in Openbaring . 20: 11 vv. wordt beschreven, waarom ook noch van een teken van de Mensenzoon aan de hemel, noch van een wenen van alle geslachten op aarde sprake is. Eindelijk klinkt in vs. 27 de uitdrukking over de vergadering van de uitverkorenen niet meer zo, dat bij de uitverkorenen overeenkomstig de belofte in Deut. 30: 4 aan die uit Israel zou moeten worden gedacht, maar het is veel meer omvattend, zodat men hier denken moet aan het “oordelen van de levenden en de doden; ” en wat de zaak betreft hetzelfde voor zich ziet wat in MATTHEUS. 25: 32 wordt voorgesteld. Eveneens is ook het tweede deel van de afdeling (vs. 28-32) anders dan de paralellen bij Mattheus en moeten wij de daar verworpen opvatting van de uitleggers hier als de juiste erkennen. De vijgeboom is nu niet meer geestelijk van Israel te verstaan, maar enkel tot gelijkenis genomen. Wat de Heere daarmee wil zeggen is: U kunt van de vijgeboom leren, hoe men van een bepaald punt het begin van de voleinding kan berekenen. Wanneer het met die zover is gekomen dat de tak al zacht wordt en bladeren voortbrengt, dan is het zeker dat geen afwisseling van jaargetijden meer voor de zomer komt, de nabij zijnde zomer zelf heeft onzichtbaar die werking teweeggebracht. Zo kunt u dan ook zeker overtuigt zijn, dat, wanneer de in vs. 24 v. voorzegde gebeurtenissen worden opgemerkt, geen nieuwe ontwikkelingsperiode voor de komst van de Mensenzoon komen zal. Deze is nu integendeel voor de deur van de zichtbare wereld en juist omdat Hij op het punt is gekomen is het tot die gebeurtenissen gekomen. In enigszins andere vorm wordt dezelfde gedachte uitgedrukt met de woorden: “Dit geslacht zal niet voorbijgaan, totdat alles gebeurd zal zijn. ” Wanneer het eens met de ontwikkeling van het Godsrijk zover is gekomen als te voren gezegd is, zal het dan bestaande geslacht niet door een nieuw worden afgelost. Wanneer het zelf ten onder gaat, zoals de heerschappij van de antichrist inderdaad de kerk met al haar leden vernietigt, dan zal toch niet eerst nog een nieuwe tijd volgen, zoals dat tot hiertoe het geval geweest is, maar zonder verdere ontwikkeling van de kerk zal de voleinding van alle dingen met de val van die heerschappij onmiddellijk verbonden zijn. Hoezeer Markus bij het weergeven van Jezus woorden hun betrekking op de eigenlijke tijd van het einde, die op de achtergrond staat, opzettelijk op de voorgrond geplaatst heeft, om van alle mededeling omtrent het begin van de laatsten tijd met Israels bekering en wederoprichting van Zijn rijk bevrijd te zijn, blijkt duidelijk daaruit, dat hij na de woorden van vs. 31 en 32, die evenzeer op het eigenlijke einde als op het begin van dit einde doelen, de rede van Christus aanmerkelijk bekort en zich haast naar het slot. Voor dit slot is voor hem de vermaning (vs. 33) belangrijk: “Ziet toe, waak en bid, want u weet niet wanneer de tijd komt. ” Hij plaatst die niet in het licht van hetgeen in MATTHEUS. 24: 37-41 voorgaat, omdat hij dit voor zijn lezers niet kan gebruiken; integendeel neemt hij zijn “ziet toe, ” dat wij al vaker in het eerste stuk van onze afdeling (vs. 5 en 28) – in het Grieks staat beide malen: blepete) vonden, weer op en past eindelijk (vs. 37) de vermaning: “waakt” op allen toe, zodat zij niet alleen diegenen die een geestelijk ambt bekleden, maar de Christenen in het algemeen, geldt; hij versterkt echter de verplichting tot waakzaamheid, die vooral de apostelen en hun navolgers is opgelegd, door de gelijkenis die daartussen staat (vs. 34-36). De gelijkenis heeft een zekere overeenkomst met die in MATTHEUS. 24: 45-51, daar die eveneens gericht is tot de knechten in het huis Gods en van hen trouw eist. Nu is daar de getrouwheid in het waarnemen van de ambtsplichten in het gezin op het hart gedrukt, en daartegenover de ontrouw van de zelfzuchtige, gewetenloze priesters met de zwaarste straf bedreigd. Hier is daarentegen de trouwheid in het wachten op het terugkeren van de heer des huizes aanbevolen, en zo heeft de gelijkenis meerdere overeenkomst met hetgeen wij in Luk. 12: 35-38 lezen. Wat het verband aangaat, waarin het met de voorafgaande vermaning voorkomt, dan is het eigenlijk deze: het gaat u evenals het de knechten van een huisheer gaat: als hij bij het heengaan zijn terugkomst wel heeft toegezegd, maar de tijd zo onzeker heeft gelaten dat de deurwachters is aangezegd wakend te blijven. ” In plaats van nu echter ook de zinnen logisch zo te verbinden dat hij de knechten tot het onderwerp maakt waarmee de discipelen vergeleken worden, heeft Markus de heer des huizes als hoofdfiguur op de voorgrond geplaatst, om zo uit te spreken wat deze juist heeft te verwachten. Nadat hij vervolgens de verhouding van dezen tot Zijn knechten, welke de veronderstelling van hun wachten op Zijn komst vormt, beschreven heeft, had zeker moeten volgen: “zoals daar de knechten zich gereed moeten houden, om op ieder uur van de nacht, waarop zijn terugkomst plaats zou kunnen hebben, voor hem te kunnen verschijnen, zo ook u; ” daarentegen volgt meteen met behoud van de beeldrijke uitdrukkingen de toepassing. Indirect ligt in de gelijkenis zeker ook een aanmaning tot het trouw besteden van de tijd tot de opgedragen arbeid. De Evangelist heeft echter slechts belang bij de vermaning tot waakzaamheid, die voor de nacht naast het werk van overdag hun plicht is en dan moet deze voor ieder van de vier verschillende delen in het bijzonder, waarin de nacht bij de Romeinen verdeeld werd (Ex), gegeven zijn. Na het voorbijgaan van zo; n nachtwake van drie uren had een afwisseling van de uitgezette wachtposten plaats. Daarom wordt Petrus volgens Hand. 12: 4 aan vier wachten elk van vier krijgsknechten, d. i. 4 x 4 man ter bewaking overgegeven; elke nachtwake had hij vier man bij zich; de aflossing gebeurde vier keer na elke 3 uur. De “avond” is de tijd van 6-9 uur, de “middernacht” die van 9-12, het “hanegekraai” die van 12-3 en de “morgen” die van 3-6 uur. Voor Rome is juist die gelijkenis, welke Markus in plaats van die bij Mattheus en die op het heersen met Christus in Zijn rijk, dus op het millennium betrekking heeft, meegedeeld heeft, weer, evenals zoveel in zijn Evangelie, van bijzondere betekenis. Petrus moet volgens Markus niet zozeer de deurwachter van de hemel zijn, als deurwachter van de kerk op aarde en haar bewaken voor de dag van het gericht. Heeft echter onze Evangelist, zoals al werd meegedeeld, de rede van Christus op haar einde zo kort samengevat als nodig was, wanneer de toepassing op Israel en het duizendjarig rijk, dat alleen dit volk aangaat, buiten beschouwing moest blijven, zo is dat geen menselijke willekeur van een schrijver, maar een vrucht van dezelfde Geest van God, uit welke de Heere zelf heeft gesproken, als was het een bijzondere, voor de heidenchristenen berekende uitdrukking van de rede. Zo zien wij dan ook voor de tijd van de heidenen (Luk. 21: 24) in de Christelijke kerk zo’n vorming van de geloofsleer over de laatste dingen, waarin op Israels bekering enz. zo goed als niet gelet wordt, maar met de val van de antichrist en van zijn rijk meteen het einde van de wereld en het oordeel is verbonden. Dat heeft zo lang zijn recht als de tijd van de heidenen nog duurt, de kerk kan ook zonder dat eschatologisch leerstuk worden opgebouwd. Omdat nu echter die tijd snel ten einde komt moet ieder gelovige het ontbrekende in de samenhang van zijn geloofsleven invoegen. In de gedeeltelijk nog onvolkomen vorming van de Christelijke geloofsleer, vooral wat de laatste dingen aangaat, ligt naar onze mening de oorzaak waarom de Heere van de kerk zo weinig Zijn hand biedt tot een wederinvoering van die belijdenis. Hij heeft een nieuwe vorming voor, omdat Hij zelf iets nieuws denkt te scheppen door hetgeen in Rom. 11: 23 wordt voorspelt, maar zo lang geheel miskend is.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel