Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Markus 12

1 En Hij begon door gelijkenissen tot hen te zeggen: Een mens plantte een wijngaard, en zette een tuin daarom, en groef een wijnpersbak, en bouwde een toren, en verhuurde dien aan de landlieden, en reisde buitenslands.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 EnG2532 Hij begonG756 doorG1722 gelijkenissenG3850 tot hen te zeggenG3004: Een mensG444 plantteG5452 een wijngaardG290, enG2532 zetteG4060 een tuinG5418 daarom, enG2532 groefG3736 een wijnpersbakG5276, enG2532 bouwdeG3618 een torenG4444, enG2532 verhuurdeG1554 dien aan de landliedenG1092, enG2532 reisde buitenslands. En Hij begon door gelijkenissen tot hen te zeggen: Een mens plantte een wijngaard, en zette een tuin daarom, en groef een wijnpersbak, en bouwde een toren, en verhuurde dien aan de landlieden, en reisde buitenslands.

Ook in dit vers buiten landsG589

KJV And1 he began2 to speak6 unto them3 by4 parables.5 A certain man9 planted8 a vineyard,7 and10 set11 an hedge about12 it, and13 digged14 a place for the winefat,15 and16 built17 a tower,18 and19 let20 it21 out to husbandmen,22 and23 went into a far country.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ηρξατο G756 begon, begonnen, beginnen (rehearse from the) begin(-ning) 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 παραβολαις G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 6 λεγειν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 αμπελωνα G290 wijngaard, wijngaards vineyard 8 εφυτευσεν G5452 geplant, plant, plantte plant 9 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 περιεθηκεν G4060 stak, zette, omlegden bestow upon, hedge round about, put about (on, upon), set about 12 φραγμον G5418 tuin, afscheidsels, heggen hedge (+ round about), partition 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ωρυξεν G3736 groef dig 15 υποληνιον G5276 wijnpersbak winefat 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ωκοδομησεν G3618 bouwen, gebouwd, bouwde (be in) build(-er, -ing, up), edify, embolden 18 πυργον G4444 toren tower 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 εξεδοτο G1554 verhuurde, verhuren let forth (out) 21 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 γεωργοις G1092 landlieden, landman, Landman husbandman 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 απεδημησεν G589 buiten lands, reisde buiten, trok go (travel) into a far country, journey
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En als het de tijd was, zond hij een dienstknecht tot de landlieden, opdat hij van de landlieden ontving van de vrucht des wijngaards.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 EnG2532 als het de tijdG2540 was, zondG649 hij een dienstknechtG1401 totG4314 de landliedenG1092, opdatG2443 hij van de landliedenG1092 ontvingG2983 vanG575 de vruchtG2590 des wijngaardsG290. En als het de tijd was, zond hij een dienstknecht tot de landlieden, opdat hij van de landlieden ontving van de vrucht des wijngaards.

KJV And1 at the season7 he sent2 to3 the husbandmen5 a servant,8 that9 he might receive13 from10 the husbandmen12 of14 the fruit16 of the vineyard.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 απεστειλεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 γεωργους G1092 landlieden, landman, Landman husbandman 6 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 καιρω G2540 tijd, tijden, gelegenheden X always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while 8 δουλον G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 9 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 10 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 11 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 γεωργων G1092 landlieden, landman, Landman husbandman 13 λαβη G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 14 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 καρπου G2590 vrucht, vruchten, oorbaar fruit 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 αμπελωνος G290 wijngaard, wijngaards vineyard
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Maar zij namen en sloegen hem, en zonden hem ledig heen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 MaarG1161 zij namenG2983 en sloegenG1194 hem, en zondenG649 hem ledigG2756 heen. Maar zij namen en sloegen hem, en zonden hem ledig heen.

KJV And2 they caught3 him, and beat5 him,4 and6 sent him away7 empty.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 λαβοντες G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 εδειραν G1194 geslagen, sloegen, slaat beat, smite 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 απεστειλαν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 8 κενον G2756 ijdel, ledig, ijdele empty, (in) vain
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En hij zond wederom een anderen dienstknecht tot hen, en dien stenigden zij, en wondden hem het hoofd, en zonden hem henen, schandelijk behandeld zijnde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En hij zondG649 wederomG3825 een anderen dienstknechtG1401 totG4314 henG846, en dien stenigdenG3036 zij, en wondden hem het hoofdG2775, enG2532 zondenG649 hem henen, schandelijk behandeldG821 zijnde. En hij zond wederom een anderen dienstknecht tot hen, en dien stenigden zij, en wondden hem het hoofd, en zonden hem henen, schandelijk behandeld zijnde.

KJV And1 again2 he sent3 unto4 them5 another6 servant;7 and at him8 they cast stones,9 and wounded him in the head,10 and11 sent him away12 shamefully handled.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 3 απεστειλεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 αλλον G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 7 δουλον G1401 dienstknecht, dienstknechten, dienstknechts bond(-man), servant 8 κακεινον G2548 Dezen, dezen and him (other, them), even he, him also, them (also), (and) they 9 λιθοβολησαντες G3036 gestenigd, stenigden, stenigt stone, cast stones 10 εκεφαλαιωσαν G2775 hoofd wound in the head 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 απεστειλαν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 13 ητιμωμενον G821 schandelijk behandeld handle shamefully
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En wederom zond hij een anderen, en dien doodden zij; en vele anderen, waarvan zij sommigen sloegen, en sommigen doodden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En wederomG3825 zondG649 hij een anderen, en dien dooddenG615 zij; en veleG4183 anderen, waarvan zij sommigen sloegenG1194, en sommigen dooddenG615. En wederom zond hij een anderen, en dien doodden zij; en vele anderen, waarvan zij sommigen sloegen, en sommigen doodden.

KJV And1 again2 he sent4 another;3 and him5 they killed,6 and7 many8 others;9 beating some,12 and14 killing some.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 3 αλλον G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 4 απεστειλεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 5 κακεινον G2548 Dezen, dezen and him (other, them), even he, him also, them (also), (and) they 6 απεκτειναν G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 πολλους G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 9 αλλους G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 10 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 12 δεροντες G1194 geslagen, sloegen, slaat beat, smite 13 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 15 αποκτεινοντες G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Als hij dan nog een zoon had, die hem lief was, zo heeft hij ook dien ten laatste tot hen gezonden, zeggende: Zij zullen immers mijn zoon ontzien.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Als hij dan nog eenG1520 zoonG5207 hadG2192, die hem liefG27 was, zo heeft hij ookG2532 dien ten laatsteG2078 totG4314 henG846 gezondenG649, zeggendeG3004: Zij zullen immers mijn zoonG5207 ontzienG1788. Als hij dan nog een zoon had, die hem lief was, zo heeft hij ook dien ten laatste tot hen gezonden, zeggende: Zij zullen immers mijn zoon ontzien.

KJV Having5 yet1 therefore2 one3 son,4 his7 wellbeloved,6 he sent8 him10 also9 last13 unto11 them,12 saying,14 They will reverence16 my son.

1 ετι G2089 nog, verder after that, also, ever, (any) further, (t-)henceforth (more), hereafter, (any) longer, (any) more(-one), now, still, yet 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ενα G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 4 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 5 εχων G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 6 αγαπητον G27 geliefden, geliefde, Geliefden (dearly, well) beloved, dear 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 απεστειλεν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 12 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 εσχατον G2078 laatste, laatsten, Laatste ends of, last, latter end, lowest, uttermost 14 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 15 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 16 εντραπησονται G1788 ontzien, beschaamd, beschamen regard, (give) reference, shame 17 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 19 μου G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Maar die landlieden zeiden onder elkander: Deze is de erfgenaam; komt, laat ons hem doden, en de erfenis zal onze zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 MaarG1161 die landliedenG1092 zeidenG2036 onder elkander: DezeG3778 isG1510 de erfgenaamG2818; komtG1205, laat ons hem dodenG615, en de erfenisG2817 zal onze zijnG1510. Maar die landlieden zeiden onder elkander: Deze is de erfgenaam; komt, laat ons hem doden, en de erfenis zal onze zijn.

Ook in dit vers totG4314

KJV But2 those1 husbandmen4 said among6 themselves,7 This8 is the heir;12 come,13 let us kill14 him,15 and16 the inheritance20 shall be ours.

1 εκεινοι G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 γεωργοι G1092 landlieden, landman, Landman husbandman 5 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 7 εαυτους G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 8 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 9 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 κληρονομος G2818 erfgenaam, erfgenamen, Erfgenaam heir 13 δευτε G1205 Komt, komt, Volgt come, X follow 14 αποκτεινωμεν G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 15 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ημων G1473 mij, ik I, me 18 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 κληρονομια G2817 erfenis, erfdeel, erve inheritance

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En zij namen en doodden hem, en wierpen hem uit, buiten den wijngaard.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En zij namenG2983 en dooddenG615 hem, enG2532 wierpenG1544 hem uit, buitenG1854 den wijngaardG290. En zij namen en doodden hem, en wierpen hem uit, buiten den wijngaard.

KJV And1 they took2 him,3 and killed4 him, and5 cast6 him out of7 the vineyard.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 λαβοντες G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 απεκτειναν G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 εξεβαλον G1544 werpt, wierpen, uitgeworpen bring forth, cast (forth, out), drive (out), expel, leave, pluck (pull, take, thrust) out, put forth (out), send away (forth, out) 7 εξω G1854 buiten, weg, uitgedreven away, forth, (with-)out (of, -ward), strange 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 αμπελωνος G290 wijngaard, wijngaards vineyard
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Wat zal dan de heer des wijngaards doen? Hij zal komen, en de landlieden verderven, en den wijngaard aan anderen geven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 WatG5101 zal danG3767 de heerG2962 des wijngaardsG290 doenG4160? Hij zal komenG2064, en de landliedenG1092 verdervenG622, en den wijngaardG290 aan anderen gevenG1325. Wat zal dan de heer des wijngaards doen? Hij zal komen, en de landlieden verderven, en den wijngaard aan anderen geven.

KJV What1 shall3 therefore2 the lord5 of the vineyard7 do? he will come8 and9 destroy10 the husbandmen,12 and13 will give14 the vineyard16 unto others.

1 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ποιησει G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αμπελωνος G290 wijngaard, wijngaards vineyard 8 ελευσεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 απολεσει G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 11 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 γεωργους G1092 landlieden, landman, Landman husbandman 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 δωσει G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 15 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 αμπελωνα G290 wijngaard, wijngaards vineyard 17 αλλοις G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Hebt gij ook deze Schrift niet gelezen: De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Hebt gij ook dezeG3778 SchriftG1124 niet gelezenG314: De steenG3037, dienG3739 de bouwliedenG3618 verworpenG593 hebben, dezeG3778 is gewordenG1096 totG1519 een hoofdG2776 des hoeksG1137; Hebt gij ook deze Schrift niet gelezen: De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks;

KJV And have ye5 not1 read this scripture;3 The stone6 which7 the builders10 rejected8 is4 become13 the head14 of the corner:

1 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 2 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 γραφην G1124 Schrift, Schriften, Schriftuur scripture 4 ταυτην G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 5 ανεγνωτε G314 gelezen, leest, lezen read 6 λιθον G3037 steen, stenen, gesteente (mill-, stumbling-)stone 7 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 8 απεδοκιμασαν G593 verworpen disallow, reject 9 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 οικοδομουντες G3618 bouwen, gebouwd, bouwde (be in) build(-er, -ing, up), edify, embolden 11 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 12 εγενηθη G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 13 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 14 κεφαλην G2776 hoofd, hoofden, Hoofd head 15 γωνιας G1137 hoeks, hoeken, hoek corner, quarter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Van den Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Van den HeereG2962 is ditG3778 geschiedG1096, enG2532 het isG1510 wonderlijkG2298 inG1722 onze ogenG3788. Van den Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen.

KJV This4 was3 the Lord's2 doing,1 and5 it is marvellous7 in8 our eyes?

1 παρα G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 2 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 3 εγενετο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 4 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 θαυμαστη G2298 wonderlijk, wonder, wonderbaar marvel(-lous) 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 οφθαλμοις G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 10 ημων G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En zij zochten Hem te vangen, maar zij vreesden de schare; want zij verstonden, dat Hij die gelijkenis op hen sprak; en zij verlieten Hem en gingen weg.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 EnG2532 zij zochtenG2212 HemG846 te vangenG2902, maar zij vreesdenG5399 de schareG3793; want zij verstondenG1097, datG3754 HijG846 die gelijkenisG3850 op hen sprakG2036; enG2532 zij verlietenG863 HemG846 en gingen wegG565. En zij zochten Hem te vangen, maar zij vreesden de schare; want zij verstonden, dat Hij die gelijkenis op hen sprak; en zij verlieten Hem en gingen weg.

Ook in dit vers totG4314

KJV And1 they sought2 to lay hold4 on him,3 but5 feared6 the people:8 for10 they knew9 that11 he had spoken the parable15 against12 them:13 and17 they left18 him,19 and went their way.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εζητουν G2212 zoekt, zochten, zoeken be (go) about, desire, endeavour, enquire (for), require, (X will) seek (after, for, means) 3 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 κρατησαι G2902 grepen, houdt, vangen hold (by, fast), keep, lay hand (hold) on, obtain, retain, take (by) 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 εφοβηθησαν G5399 bevreesd, vreest, vreesden be (+ sore) afraid, fear (exceedingly), reverence 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 οχλον G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 9 εγνωσαν G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 10 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 11 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 12 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 13 αυτους G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 παραβολην G3850 gelijkenis, gelijkenissen, afbeelding comparison, figure, parable, proverb 16 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 αφεντες G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 19 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 απηλθον G565 ging, weg, weggegaan come, depart, go (aside, away, back, out, … ways), pass away, be past

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En zij zonden tot Hem enigen der Farizeen en der Herodianen, opdat zij Hem in Zijn rede vangen zouden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 EnG2532 zij zondenG649 totG4314 HemG846 enigenG5100 der FarizeenG5330 enG2532 der HerodianenG2265, opdatG2443 zij Hem in Zijn redeG3056 vangenG64 zouden. En zij zonden tot Hem enigen der Farizeen en der Herodianen, opdat zij Hem in Zijn rede vangen zouden.

KJV And1 they send2 unto3 him4 certain5 of the Pharisees7 and8 of the Herodians,10 to11 catch13 him12 in his words.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποστελλουσιν G649 gezonden, zond, zonden put in, send (away, forth, out), set (at liberty) 3 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 τινας G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 φαρισαιων G5330 Farizeen, Farizeer, Farizeers Pharisee 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ηρωδιανων G2265 Herodianen, Herodeanen Herodians 11 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 12 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 αγρευσωσιν G64 vangen catch 14 λογω G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Dezen nu kwamen en zeiden tot Hem: Meester, wij weten, dat Gij waarachtig zijt, en naar niemand vraagt; want Gij ziet den persoon der mensen niet aan, maar Gij leert den weg Gods in der waarheid; is het geoorloofd, den keizer schatting te geven, of niet? Zullen wij geven, of niet geven?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 DezenG1161 nu kwamenG2064 en zeidenG3004 tot HemG846: MeesterG1320, wij wetenG1492, datG3754 Gij waarachtigG227 zijtG1510, enG2532 naar niemandG3762 vraagtG4671; want Gij ziet den persoonG1519 der mensenG444 nietG3756 aanG1909, maarG235 Gij leertG1321 den wegG3598 GodsG2316 in der waarheidG225; is het geoorloofdG1832, den keizerG2541 schattingG2778 te geven, of niet? Zullen wij geven, of niet geven? Dezen nu kwamen en zeiden tot Hem: Meester, wij weten, dat Gij waarachtig zijt, en naar niemand vraagt; want Gij ziet den persoon der mensen niet aan, maar Gij leert den weg Gods in der waarheid; is het geoorloofd, den keizer schatting te geven, of niet? Zullen wij geven, of niet geven?

KJV And2 when they were come,3 they say4 unto him,5 Master,6 we know7 that8 thou art true,9 and11 carest12 for15 no man:16 for18 thou regardest19 not17 the person20 of men,22 but23 teachest30 the way27 of God29 in24 truth:25 Is it lawful31 to give34 tribute32 to Caesar,33 or35 not?

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ελθοντες G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 4 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 διδασκαλε G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 7 οιδαμεν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 8 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 9 αληθης G227 waarachtig, waarachtige, waarachtigen true, truly, truth 10 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 13 μελει G3199 Zorgt, bekommeren, bekommert (take) care 14 σοι G4771 u, gij, gijlieden thou 15 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 16 ουδενος G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 17 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 18 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 19 βλεπεις G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 20 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 21 προσωπον G4383 aangezicht, aangezichten, aangezichts (outward) appearance, X before, countenance, face, fashion, (men's) person, presence 22 ανθρωπων G444 mensen, mens, Mens certain, man 23 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 24 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 25 αληθειας G225 waarheid, Waarheid, ware true, X truly, truth, verity 26 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 οδον G3598 weg, wegen, Weg journey, (high-)way 28 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 30 διδασκεις G1321 lerende, leerde, leren teach 31 εξεστιν G1832 geoorloofd be lawful, let, X may(-est) 32 κηνσον G2778 schatting, schattingpenning tribute 33 καισαρι G2541 keizer, keizers, Keizer Cæsar 34 δουναι G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 35 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 36 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En Hij, wetende hun geveinsdheid, zeide tot hen: Wat verzoekt gij Mij? Brengt Mij een penning, dat Ik hem zie.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 EnG1161 Hij, wetendeG1492 hunG846 geveinsdheidG5272, zeideG2036 tot henG846: WatG5101 verzoektG3985 gij Mij? BrengtG5342 MijG1473 een penningG1220, datG2443 Ik hem zieG1492. En Hij, wetende hun geveinsdheid, zeide tot hen: Wat verzoekt gij Mij? Brengt Mij een penning, dat Ik hem zie.

KJV Shall we give,1 or2 shall we not3 give?4 But6 he, knowing7 their8 hypocrisy,10 said unto them,12 Why13 tempt ye15 me? bring16 me a penny,18 that19 I may see

1 δωμεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 2 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 3 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 4 δωμεν G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 7 ειδως G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 8 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 υποκρισιν G5272 geveinsdheid, oordeel, veinzing condemnation, dissimulation, hypocrisy 11 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 14 με G1473 mij, ik I, me 15 πειραζετε G3985 verzocht, verzoekende, verzoekt assay, examine, go about, prove, tempt(-er), try 16 φερετε G5342 brachten, draagt, gebracht be, bear, bring (forth), carry, come, + let her drive, be driven, endure, go on, lay, lead, move, reach, rushing, uphold 17 μοι G1473 mij, ik I, me 18 δηναριον G1220 penning, penningen pence, penny(-worth) 19 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 20 ιδω G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En zij brachten een. En Hij zeide tot hen: Wiens is dit beeld, en het opschrift? En zij zeiden tot Hem: Des keizers.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En zij brachtenG5342 een. En Hij zeideG3004 tot henG846: Wiens is ditG3778 beeldG1504, en het opschriftG1923? En zij zeidenG2036 tot HemG846: Des keizersG2541. En zij brachten een. En Hij zeide tot hen: Wiens is dit beeld, en het opschrift? En zij zeiden tot Hem: Des keizers.

KJV And2 they brought3 it. And4 he saith5 unto them,6 Whose7 is this10 image9 and11 superscription?13 And15 they said unto him,17 Caesar's.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ηνεγκαν G5342 brachten, draagt, gebracht be, bear, bring (forth), carry, come, + let her drive, be driven, endure, go on, lay, lead, move, reach, rushing, uphold 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 τινος G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 8 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 εικων G1504 beeld, Beeld, beelde image 10 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 επιγραφη G1923 opschrift superscription 14 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 16 ειπον G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 17 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 καισαρος G2541 keizer, keizers, Keizer Cæsar

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is. En zij verwonderden zich over Hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 EnG2532 JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG2036 tot henG846: GeeftG591 dan den keizerG2541, dat des keizersG2541 is, enG2532 GodeG2316, dat GodsG2316 is. EnG2532 zij verwonderdenG2296 zich overG1909 Hem. En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is. En zij verwonderden zich over Hem.

KJV And1 Jesus4 answering2 said unto them,6 Render7 to Caesar9 the things that are3 Caesar's,10 and11 to God14 the things that are8 God's.16 And17 they marvelled18 at19 him.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 αποδοτε G591 vergelden, betaald, betalen deliver (again), give (again), (re-)pay(-ment be made), perform, recompense, render, requite, restore, reward, sell, yield 8 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 καισαρος G2541 keizer, keizers, Keizer Cæsar 10 καισαρι G2541 keizer, keizers, Keizer Cæsar 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 15 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 θεω G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 εθαυμασαν G2296 verwonderden, verwonderde, verwonderd admire, have in admiration, marvel, wonder 19 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 20 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En de Sadduceen kwamen tot Hem, welke zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem, zeggende:
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 EnG2532 de SadduceenG4523 kwamenG2064 totG4314 HemG846, welke zeggenG3004, dat er geenG3361 opstandingG386 isG1510, enG2532 vraagdenG1905 HemG846, zeggendeG3004: En de Sadduceen kwamen tot Hem, welke zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem, zeggende:

KJV Then1 come2 unto4 him5 the Sadducees,3 which6 say7 there is no9 resurrection;8 and11 they asked12 him,13 saying,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ερχονται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 σαδδουκαιοι G4523 Sadduceen Sadducee 4 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 5 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 οιτινες G3748 wie ook, die, welke X and (they), (such) as, (they) that, in that they, what(-soever), whereas ye, (they) which, who(-soever) 7 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 8 αναστασιν G386 opstanding, Opstanding raised to life again, resurrection, rise from the dead, that should rise, rising again 9 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 10 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 επηρωτησαν G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 13 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 λεγοντες G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Meester! Mozes heeft ons geschreven: Indien iemands broeder sterft, en een vrouw achterlaat, en geen kinderen nalaat, dat zijn broeder deszelfs vrouw nemen zal en zijn broeder zaad verwekken.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 MeesterG1320! MozesG3475 heeft ons geschrevenG1125: IndienG1437 iemandsG5100 broederG80 sterftG599, enG2532 een vrouwG1135 achterlaatG2641, enG2532 geenG3361 kinderenG5043 nalaatG863, dat zijn broederG80 deszelfs vrouwG1135 nemenG2983 zal enG2532 zijn broederG80 zaadG4690 verwekkenG1817. Meester! Mozes heeft ons geschreven: Indien iemands broeder sterft, en een vrouw achterlaat, en geen kinderen nalaat, dat zijn broeder deszelfs vrouw nemen zal en zijn broeder zaad verwekken.

KJV Master,1 Moses2 wrote3 unto us, If5 a man's7 brother8 die,9 and10 leave11 his wife12 behind him, and13 leave16 no15 children,14 that17 his21 brother20 should take18 his24 wife,23 and25 raise up26 seed27 unto his30 brother.

1 διδασκαλε G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 2 μωσης G3475 Mozes Moses 3 εγραψεν G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 4 ημιν G1473 mij, ik I, me 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 7 τινος G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 8 αδελφος G80 broeders, broeder, broederen brother 9 αποθανη G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 καταλιπη G2641 verlaten, gelaten, verlatende forsake, leave, reserve 12 γυναικα G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 τεκνα G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 15 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 16 αφη G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 17 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 18 λαβη G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 19 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 αδελφος G80 broeders, broeder, broederen brother 21 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 γυναικα G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 24 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 25 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 26 εξαναστηση G1817 verwekken, opgestaan raise (rise) up 27 σπερμα G4690 zaad, zade, zaden issue, seed 28 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 αδελφω G80 broeders, broeder, broederen brother 30 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Er waren nu zeven broeders, en de eerste nam een vrouw, en stervende liet geen zaad na.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Er warenG1510 nuG3767 zevenG2033 broedersG80, enG2532 de eersteG4413 namG2983 een vrouwG1135, enG2532 stervendeG599 lietG863 geenG3756 zaadG4690 na. Er waren nu zeven broeders, en de eerste nam een vrouw, en stervende liet geen zaad na.

KJV Now there were seven1 brethren:6 and8 the first10 took11 a wife,12 and13 dying14 left16 no15 seed.

1 επτα G2033 zeven, Zeven, zevende seven 4 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 6 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 7 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πρωτος G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 11 ελαβεν G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 12 γυναικα G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 αποθνησκων G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 15 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 αφηκεν G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 17 σπερμα G4690 zaad, zade, zaden issue, seed
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 De tweede nam haar ook, en is gestorven, en ook deze liet geen zaad na; en de derde desgelijks.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 De tweedeG1208 namG2983 haarG846 ook, enG2532 is gestorvenG599, en ook deze lietG863 geen zaadG4690 na; enG2532 de derdeG5154 desgelijks. De tweede nam haar ook, en is gestorven, en ook deze liet geen zaad na; en de derde desgelijks.

KJV And1 the second3 took4 her,5 and6 died,7 neither9 left11 he10 any seed:12 and8 the third15 likewise.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 δευτερος G1208 tweede, tweeden, tweeden male afterward, again, second(-arily, time) 4 ελαβεν G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 5 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 απεθανεν G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 10 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 αφηκεν G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 12 σπερμα G4690 zaad, zade, zaden issue, seed 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 τριτος G5154 derde, derden third(-ly) 16 ωσαυτως G5615 insgelijks even so, likewise, after the same (in like) manner
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En al de zeven namen dezelve, en lieten geen zaad na; de laatste van allen is ook de vrouw gestorven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En al de zevenG2033 namenG2983 dezelveG846, en lietenG863 geenG3756 zaadG4690 na; de laatsteG2078 van allenG3956 is ookG2532 de vrouwG1135 gestorvenG599. En al de zeven namen dezelve, en lieten geen zaad na; de laatste van allen is ook de vrouw gestorven.

KJV And1 the seven5 had2 her,3 and6 left8 no7 seed:9 last10 of all11 the woman15 died12 also.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελαβον G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 3 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 επτα G2033 zeven, Zeven, zevende seven 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 αφηκαν G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 9 σπερμα G4690 zaad, zade, zaden issue, seed 10 εσχατη G2078 laatste, laatsten, Laatste ends of, last, latter end, lowest, uttermost 11 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 12 απεθανεν G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 γυνη G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 In de opstanding dan, wanneer zij zullen opgestaan zijn, wiens vrouw zal zij van dezen zijn? Want die zeven hebben haar tot een vrouw gehad.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 InG1722 de opstandingG386 danG3767, wanneer zij zullen opgestaanG450 zijn, wiens vrouwG1135 zal zijG1510 van dezenG846 zijn? WantG1063 die zevenG2033 hebbenG2192 haar tot een vrouwG1135 gehad. In de opstanding dan, wanneer zij zullen opgestaan zijn, wiens vrouw zal zij van dezen zijn? Want die zeven hebben haar tot een vrouw gehad.

KJV In1 the resurrection4 therefore,3 when5 they shall rise,6 whose7 wife10 shall she be of them?8 for12 the seven13 had14 her15 to wife.

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 4 αναστασει G386 opstanding, Opstanding raised to life again, resurrection, rise from the dead, that should rise, rising again 5 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 6 αναστωσιν G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 7 τινος G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 8 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 εσται G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 γυνη G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 11 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 13 επτα G2033 zeven, Zeven, zevende seven 14 εσχον G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 15 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 γυναικα G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Dwaalt gij niet, daarom, dat gij de Schriften niet weet, noch de kracht Gods?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 EnG2532 JezusG2424, antwoordendeG611, zeideG2036 tot henG846: DwaaltG4105 gij niet, daarom, datG3778 gij de SchriftenG1124 niet weetG1492, noch de krachtG1411 GodsG2316? En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Dwaalt gij niet, daarom, dat gij de Schriften niet weet, noch de kracht Gods?

KJV And1 Jesus4 answering2 said unto them,6 Do ye10 not7 therefore8 err, because ye know12 not11 the scriptures,14 neither15 the power17 of God?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 9 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 πλανασθε G4105 verleiden, Dwaalt, verleid go astray, deceive, err, seduce, wander, be out of the way 11 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 12 ειδοτες G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 13 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 γραφας G1124 Schrift, Schriften, Schriftuur scripture 15 μηδε G3366 en niet, ook niet, noch neither, nor (yet), (no) not (once, so much as) 16 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 δυναμιν G1411 kracht, krachten, vermogen ability, abundance, meaning, might(-ily, -y, -y deed), (worker of) miracle(-s), power, strength, violence, mighty (wonderful) work 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Want als zij uit de doden zullen opgestaan zijn, zo trouwen zij niet, noch worden ten huwelijk gegeven; maar zij zijn gelijk engelen, die in de hemelen zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 WantG1063 als zij uitG1537 de dodenG3498 zullen opgestaanG450 zijn, zo trouwenG1060 zij niet, noch worden ten huwelijk gegevenG1061; maarG235 zijG1510 zijn gelijkG5613 engelenG32, die inG1722 de hemelenG3772 zijn. Want als zij uit de doden zullen opgestaan zijn, zo trouwen zij niet, noch worden ten huwelijk gegeven; maar zij zijn gelijk engelen, die in de hemelen zijn.

KJV For2 when1 they shall rise5 from3 the dead,4 they neither6 marry,7 nor8 are given in marriage;9 but10 are as12 the angels13 which14 are in15 heaven.

1 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 4 νεκρων G3498 doden, dood, dode dead 5 αναστωσιν G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 6 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 7 γαμουσιν G1060 trouwen, trouwt, getrouwd marry (a wife) 8 ουτε G3777 noch, ook niet neither, none, nor (yet), (no, yet) not, nothing 9 γαμισκονται G1061 huwelijk gegeven give in marriage 10 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 11 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 13 αγγελοι G32 engel, engelen, engels angel, messenger 14 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 ουρανοις G3772 hemel, hemelen, hemels air, heaven(-ly), sky
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Doch aangaande de doden, dat zij opgewekt zullen worden, hebt gij niet gelezen in het boek van Mozes, hoe God in het doornenbos tot hem gesproken heeft, zeggende: Ik ben de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 DochG1161 aangaandeG4012 de dodenG3498, datG3754 zij opgewektG1453 zullen worden, hebt gij nietG3756 gelezenG314 inG1722 het boekG976 van MozesG3475, hoeG5613 GodG2316 in het doornenbosG942 totG1909 hemG846 gesprokenG2036 heeft, zeggendeG3004: IkG1473 ben de GodG2316 AbrahamsG11, en de GodG2316 IzaksG2464, en de GodG2316 JakobsG2384? Doch aangaande de doden, dat zij opgewekt zullen worden, hebt gij niet gelezen in het boek van Mozes, hoe God in het doornenbos tot hem gesproken heeft, zeggende: Ik ben de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs?

KJV And2 as touching1 the dead,4 that5 they rise:6 have ye8 not7 read in9 the book11 of Moses,12 how16 in13 the bush15 God20 spake unto him,18 saying,17 I22 am the God24 of Abraham,25 and26 the God28 of Isaac,29 and30 the God32 of Jacob?

1 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 νεκρων G3498 doden, dood, dode dead 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 εγειρονται G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 7 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 8 ανεγνωτε G314 gelezen, leest, lezen read 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 βιβλω G976 boek, boeken, boeks book 12 μωσεως G3475 Mozes Moses 13 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 βατου G942 doornenbos, bramen bramble, bush 16 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 17 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 18 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 21 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 22 εγω G1473 mij, ik I, me 23 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 25 αβρααμ G11 Abraham, Abrahams Abraham 26 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 27 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 29 ισαακ G2464 Izak, Izaks, Izaak Isaac 30 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 31 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 32 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 33 ιακωβ G2384 Jakob, Jakobs also an Israelite:--Jacob

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 God is niet een God der doden, maar een God der levenden. Gij dwaalt dan zeer.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 GodG2316 isG1510 nietG3756 een GodG2316 der dodenG3498, maarG235 een God der levendenG2198. GijG4771 dwaaltG4105 danG3767 zeer. God is niet een God der doden, maar een God der levenden. Gij dwaalt dan zeer.

KJV He is not1 the God4 of the dead,5 but6 the God7 of the living:8 ye therefore10 do12 greatly11 err.

1 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 5 νεκρων G3498 doden, dood, dode dead 6 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 7 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 8 ζωντων G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 9 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 10 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 11 πολυ G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 12 πλανασθε G4105 verleiden, Dwaalt, verleid go astray, deceive, err, seduce, wander, be out of the way
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En een der Schriftgeleerden horende, dat zij te zamen in woorden waren, en wetende, dat Hij hun wel geantwoord had, kwam tot Hem, en vraagde Hem: Welk is het eerste gebod van allen?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 EnG2532 eenG1520 der SchriftgeleerdenG1122 horendeG191, dat zij te zamen in woorden waren, en wetendeG1492, datG3754 Hij hun wel geantwoordG611 had, kwam tot Hem, en vraagdeG1905 HemG846: Welk isG1510 het eersteG4413 gebodG1785 van allenG3956? En een der Schriftgeleerden horende, dat zij te zamen in woorden waren, en wetende, dat Hij hun wel geantwoord had, kwam tot Hem, en vraagde Hem: Welk is het eerste gebod van allen?

Ook in dit vers tezamen woordenG4802

KJV And1 one3 of the scribes5 came,2 and having heard6 them7 reasoning together,8 and perceiving9 that10 he had answered13 them12 well,11 asked14 him,15 Which16 is the first18 commandment20 of all?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσελθων G4334 komende, gingen, gaande (as soon as he) come (unto), come thereunto, consent, draw near, go (near, to, unto) 3 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 4 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 γραμματεων G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 6 ακουσας G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 7 αυτων G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 συζητουντων G4802 handelde, ondervraagden, tezamen woorden dispute (with), enquire, question (with), reason (together) 9 ειδως G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 10 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 11 καλως G2573 wel, goed, recht (in a) good (place), honestly, + recover, (full) well 12 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 14 επηρωτησεν G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question 15 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 16 ποια G4169 welk?, wat voor een? what (manner of), which 17 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 18 πρωτη G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 19 πασων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 20 εντολη G1785 gebod, geboden, bevel commandment, precept
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En Jezus antwoordde hem: Het eerste van al de geboden is: Hoor, Israel, de Heere, onze God, is een enig Heere.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 EnG1161 JezusG2424 antwoorddeG611 hemG846: Het eersteG4413 van alG3956 de gebodenG1785 is: HoorG191, IsraelG2474, de HeereG2962, onze GodG2316, isG1510 een enigG1520 HeereG2962. En Jezus antwoordde hem: Het eerste van al de geboden is: Hoor, Israel, de Heere, onze God, is een enig Heere.

KJV And2 Jesus3 answered4 him,5 The6 first7 of all8 the commandments10 is, Hear,11 O Israel;12 The Lord13 our God15 is one18 Lord:

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 5 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 πρωτη G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 8 πασων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 εντολων G1785 gebod, geboden, bevel commandment, precept 11 ακουε G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 12 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel 13 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 16 ημων G1473 mij, ik I, me 17 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 18 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 19 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En gij zult den Heere, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw verstand, en uit geheel uw kracht. Dit is het eerste gebod.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 EnG2532 gij zultG25 den HeereG2962, uw GodG2316, liefhebbenG25 uitG1537 geheelG3650 uw hartG2588, enG2532 uitG1537 geheelG3650 uw zielG5590, enG2532 uitG1537 geheelG3650 uw verstandG1271, enG2532 uitG1537 geheelG3650 uw krachtG2479. DitG3778 is het eersteG4413 gebodG1785. En gij zult den Heere, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw verstand, en uit geheel uw kracht. Dit is het eerste gebod.

KJV And1 thou shalt love2 the Lord3 thy God5 with7 all8 thy heart,10 and12 with13 all14 thy soul,16 and18 with19 all20 thy mind,22 and24 with25 all26 thy strength:28 this30 is the first31 commandment.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αγαπησεις G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 3 κυριον G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 θεον G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 6 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 7 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 8 ολης G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 9 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 καρδιας G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 11 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 14 ολης G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 15 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ψυχης G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 17 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 20 ολης G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 21 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 διανοιας G1271 verstand, gedachten, verstands imagination, mind, understanding 23 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 26 ολης G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 27 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 ισχυος G2479 sterkte, kracht, krachtelijk ability, might(-ily), power, strength 29 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 30 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 31 πρωτη G4413 eerste, eersten, eerst before, beginning, best, chief(-est), first (of all), former 32 εντολη G1785 gebod, geboden, bevel commandment, precept
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En het tweede aan dit gelijk, is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Er is geen ander gebod, groter dan deze.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 EnG2532 het tweedeG1208 aan dit gelijk, is ditG3778: Gij zultG25 uw naasteG4139 liefhebbenG25 alsG5613 uzelven. Er isG1510 geenG3756 anderG243 gebodG1785, groterG3187 dan deze. En het tweede aan dit gelijk, is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Er is geen ander gebod, groter dan deze.

KJV And1 the second2 is like,3 namely this,4 Thou shalt love5 thy neighbour7 as9 thyself.10 There is none15 other13 commandment14 greater than these.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 δευτερα G1208 tweede, tweeden, tweeden male afterward, again, second(-arily, time) 3 ομοια G3664 hoornen, gelijke like, + manner 4 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 5 αγαπησεις G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πλησιον G4139 naaste, nabij near, neighbour 8 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 9 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 10 σεαυτον G4572 uzelf thee, thine own self, (thou) thy(-self) 11 μειζων G3173 grote, groot, groten (+ fear) exceedingly, great(-est), high, large, loud, mighty, + (be) sore (afraid), strong, X to years 12 τουτων G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 13 αλλη G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 14 εντολη G1785 gebod, geboden, bevel commandment, precept 15 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En de schriftgeleerde zeide tot Hem: Meester, Gij hebt wel in der waarheid gezegd, dat er een enig God is, en er is geen ander dan Hij;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 EnG2532 de schriftgeleerdeG1122 zeideG2036 totG1909 HemG846: MeesterG1320, Gij hebt wel in der waarheidG225 gezegdG2036, datG3754 er een enigG1520 GodG2316 is, enG2532 er isG1510 geenG3756 anderG243 dan HijG846; En de schriftgeleerde zeide tot Hem: Meester, Gij hebt wel in der waarheid gezegd, dat er een enig God is, en er is geen ander dan Hij;

KJV And1 the scribe5 said unto him,3 Well,6 Master,7 thou hast said the8 truth:9 for11 there is one12 God;14 and15 there is none16 other18 but19 he:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 γραμματευς G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 6 καλως G2573 wel, goed, recht (in a) good (place), honestly, + recover, (full) well 7 διδασκαλε G1320 Meester, leraars, meester doctor, master, teacher 8 επ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 9 αληθειας G225 waarheid, Waarheid, ware true, X truly, truth, verity 10 ειπας G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 12 εις G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 13 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 17 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 18 αλλος G243 ander, anders more, one (another), (an-, some an-)other(-s, -wise) 19 πλην G4133 doch, behalve but (rather), except, nevertheless, notwithstanding, save, than 20 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En Hem lief te hebben uit geheel het hart, en uit geheel het verstand, en uit geheel de ziel, en uit geheel de kracht; en den naaste lief te hebben als zichzelven, is meer dan al de brandofferen en de slachtofferen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 EnG2532 HemG846 liefG25 te hebben uitG1537 geheelG3650 het hartG2588, enG2532 uitG1537 geheelG3650 het verstandG4907, enG2532 uitG1537 geheelG3650 de zielG5590, enG2532 uitG1537 geheelG3650 de krachtG2479; enG2532 den naasteG4139 liefG25 te hebben alsG5613 zichzelvenG1438, isG1510 meer dan alG3956 de brandofferenG3646 enG2532 de slachtofferenG2378. En Hem lief te hebben uit geheel het hart, en uit geheel het verstand, en uit geheel de ziel, en uit geheel de kracht; en den naaste lief te hebben als zichzelven, is meer dan al de brandofferen en de slachtofferen.

KJV And1 to love3 him4 with5 all6 the heart,8 and9 with10 all11 the understanding,13 and14 with15 all16 the soul,18 and19 with20 all21 the strength,23 and24 to love26 his neighbour28 as29 himself,30 is more than all33 whole burnt offerings35 and36 sacrifices.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 αγαπαν G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 6 ολης G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 7 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 καρδιας G2588 hart, harten, harte (+ broken-)heart(-ed) 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 11 ολης G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 12 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 συνεσεως G4907 verstand, verstands, wetenschap knowledge, understanding 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 16 ολης G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 17 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 ψυχης G5590 ziel, leven, zielen heart (+ -ily), life, mind, soul, + us, + you 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 21 ολης G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 22 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 ισχυος G2479 sterkte, kracht, krachtelijk ability, might(-ily), power, strength 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 αγαπαν G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 27 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 πλησιον G4139 naaste, nabij near, neighbour 29 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 30 εαυτον G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 31 πλειον G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 32 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 33 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 34 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 35 ολοκαυτωματων G3646 Brandofferen, brandofferen, brandoffers (whole) burnt offering 36 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 37 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 38 θυσιων G2378 offerande, offeranden, slachtofferen sacrifice
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En Jezus ziende, dat hij verstandelijk geantwoord had, zeide tot hem: Gij zijt niet verre van het Koninkrijk Gods. En niemand durfde Hem meer vragen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 EnG2532 JezusG2424 ziendeG1492, datG3754 hijG846 verstandelijkG3562 geantwoordG611 had, zeideG2036 tot hemG846: Gij zijtG1510 nietG3756 verreG3112 vanG575 het KoninkrijkG932 GodsG2316. EnG2532 niemandG3762 durfdeG5111 HemG846 meer vragenG1905. En Jezus ziende, dat hij verstandelijk geantwoord had, zeide tot hem: Gij zijt niet verre van het Koninkrijk Gods. En niemand durfde Hem meer vragen.

KJV And1 when Jesus3 saw that6 he5 answered8 discreetly,7 he said unto him,10 Thou art not11 far12 from14 the kingdom16 of God.18 And19 no man20 after that21 durst22 ask24 him

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 4 ιδων G3708 ziet, gezien, Zie behold, perceive, see, take heed 5 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 7 νουνεχως G3562 verstandelijk discreetly 8 απεκριθη G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 9 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 12 μακραν G3112 verre, ver (a-)far (off), good (great) way off 13 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 14 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 15 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 βασιλειας G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 21 ουκετι G3765 niet meer, voortaan niet after that (not), (not) any more, henceforth (hereafter) not, no longer (more), not as yet (now), now no more (not), yet (not) 22 ετολμα G5111 durfde, durven, stout be bold, boldly, dare, durst 23 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 24 επερωτησαι G1905 vraagde, vraagden, vragen ask (after, questions), demand, desire, question

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En Jezus antwoordde en zeide, lerende in den tempel: Hoe zeggen de Schriftgeleerden, dat de Christus een Zoon van David is?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En JezusG2424 antwoorddeG611 en zeideG3004, lerendeG1321 inG1722 den tempelG2411: HoeG4459 zeggenG3004 de SchriftgeleerdenG1122, datG3754 de ChristusG5547 een ZoonG5207 van DavidG1138 isG1510? En Jezus antwoordde en zeide, lerende in den tempel: Hoe zeggen de Schriftgeleerden, dat de Christus een Zoon van David is?

KJV And1 Jesus4 answered2 and said,5 while he taught6 in7 the temple,9 How10 say11 the scribes13 that14 Christ16 is the Son17 of David?

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποκριθεις G611 antwoordde, antwoordende, antwoordden answer 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 διδασκων G1321 lerende, leerde, leren teach 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιερω G2411 tempel, tempels, heilige temple 10 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 11 λεγουσιν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 γραμματεις G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 14 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 17 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 18 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 δαβιδ G1138 David, Davids David
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Want David zelf heeft door den Heiligen Geest gezegd: De Heere heeft gezegd tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 WantG1063 DavidG1138 zelfG846 heeft doorG1722 den HeiligenG40 GeestG4151 gezegdG2036: De HeereG2962 heeft gezegdG2036 tot mijn HeereG2962: ZitG2521 aan Mijn rechterG1188 hand, totdat IkG1473 Uw vijandenG2190 zal gezetG5087 hebben tot een voetbankG5286 Uwer voetenG4228. Want David zelf heeft door den Heiligen Geest gezegd: De Heere heeft gezegd tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten.

Ook in dit vers uit/metG1537

KJV For2 David3 himself1 said by5 the Holy9 Ghost,7 The LORD12 said to my Lord,14 Sit thou16 on17 my right hand,18 till20 I make22 thine enemies24 thy footstool.26

1 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 δαβιδ G1138 David, Davids David 4 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 πνευματι G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 8 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 αγιω G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 10 ειπεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 13 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 κυριω G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 15 μου G1473 mij, ik I, me 16 καθου G2521 zittende, zit, zitten dwell, sit (by, down) 17 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 18 δεξιων G1188 rechter, rechterhand, rechter- right (hand, side) 19 μου G1473 mij, ik I, me 20 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 21 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 22 θω G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 23 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 εχθρους G2190 vijanden, vijand, vijandig enemy, foe 25 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 26 υποποδιον G5286 voetbank footstool 27 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 28 ποδων G4228 voeten, voet, voetstap foot(-stool) 29 σου G4771 u, gij, gijlieden thou

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 David dan zelf noemt Hem zijn Heere, en hoe is Hij zijn Zoon? En de menigte der schare hoorde Hem gaarne.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 DavidG1138 danG3767 zelfG846 noemtG3004 Hem zijn HeereG2962, enG2532 hoeG4159 is Hij zijn ZoonG5207? EnG2532 de menigteG4183 der schareG3793 hoordeG191 Hem gaarneG2234. David dan zelf noemt Hem zijn Heere, en hoe is Hij zijn Zoon? En de menigte der schare hoorde Hem gaarne.

KJV David3 therefore2 himself1 calleth4 him5 Lord;6 and7 whence8 is he then his10 son?9 And12 the common14 people15 heard16 him17 gladly.

1 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 δαβιδ G1138 David, Davids David 4 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 5 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 κυριον G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ποθεν G4159 vanwaar?, hoe? whence 9 υιος G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 πολυς G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 15 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 16 ηκουεν G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 17 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 18 ηδεως G2234 gaarne gladly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 En Hij zeide tot hen in Zijn leer: Wacht u voor de schriftgeleerden, die daar gaarne willen wandelen in lange klederen, en gegroet zijn op de markten;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 EnG2532 Hij zeideG3004 tot hen inG1722 Zijn leerG1322: WachtG991 u voor de schriftgeleerdenG1122, die daar gaarne willenG2309 wandelenG4043 inG1722 lange klederenG4749, enG2532 gegroetG783 zijn opG1722 de marktenG58; En Hij zeide tot hen in Zijn leer: Wacht u voor de schriftgeleerden, die daar gaarne willen wandelen in lange klederen, en gegroet zijn op de markten;

KJV And1 he said2 unto them3 in4 his7 doctrine,6 Beware8 of9 the scribes,11 which5 love13 to go16 in14 long clothing,15 and17 love salutations18 in19 the marketplaces,

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 διδαχη G1322 leer, lering, leringen doctrine, hath been taught 7 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 βλεπετε G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 9 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 10 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 γραμματεων G1122 Schriftgeleerden, Schriftgeleerde, schriftgeleerde scribe, town-clerk 12 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 θελοντων G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 στολαις G4749 lange klederen, klederen, kleed long clothing (garment), (long) robe 16 περιπατειν G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 ασπασμους G783 groetenis, begroetingen, gegroet greeting, salutation 19 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 20 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 αγοραις G58 markten, markt market(-place), street
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En de voorgestoelten hebben in de synagogen, en de vooraanzittingen in de maaltijden;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 En de voorgestoeltenG4410 hebben inG1722 de synagogenG4864, enG2532 de vooraanzittingenG4411 inG1722 de maaltijdenG1173; En de voorgestoelten hebben in de synagogen, en de vooraanzittingen in de maaltijden;

KJV And1 the chief seats2 in3 the synagogues,5 and6 the uppermost rooms7 at8 feasts:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 πρωτοκαθεδριας G4410 voorgestoelten, voorgestoelte chief (highest, uppermost) seat 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 συναγωγαις G4864 synagoge, synagogen, vergadering assembly, congregation, synagogue 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 πρωτοκλισιας G4411 vooraanzittingen, eerste zitplaats, vooraanzitting chief (highest, uppermost) room 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 δειπνοις G1173 avondmaal, maaltijden, avondmaals feast, supper
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 Welke de huizen der weduwen opeten, en dat onder den schijn van lang te bidden. Dezen zullen zwaarder oordeel ontvangen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 Welke de huizenG3614 der weduwenG5503 opetenG2719, enG2532 dat onder den schijnG4392 van langG3117 te biddenG4336. DezenG3778 zullen zwaarderG4055 oordeelG2917 ontvangenG2983. Welke de huizen der weduwen opeten, en dat onder den schijn van lang te bidden. Dezen zullen zwaarder oordeel ontvangen.

KJV Which devour2 widows'6 houses,4 and7 for a pretence8 make10 long9 prayers: these11 shall receive12 greater damnation.

1 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 κατεσθιοντες G2719 aten, eet, opeten devour 3 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 οικιας G3614 huis, huizen, huize home, house(-hold) 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 χηρων G5503 weduwen, weduwe, zekere weduwe widow 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 προφασει G4392 schijn, deksel, voorwendsel cloke, colour, pretence, show 9 μακρα G3117 lang, ver, lange far, long 10 προσευχομενοι G4336 bidden, bidt, bad pray (X earnestly, for), make prayer 11 ουτοι G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 12 ληψονται G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 13 περισσοτερον G4053 onnodig, overvloed, voordeel exceeding abundantly above, more abundantly, advantage, exceedingly, very highly, beyond measure, more, superfluous, vehement(-ly) 14 κριμα G2917 oordeel, oordelen, rechtzaken avenge, condemned, condemnation, damnation, + go to law, judgment

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 En Jezus, gezeten zijnde tegenover de schatkist, zag, hoe de schare geld wierp in de schatkist; en vele rijken wierpen veel daarin.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 EnG2532 JezusG2424, gezetenG2523 zijnde tegenoverG2713 de schatkistG1049, zagG2334, hoeG4459 de schareG3793 geldG5475 wierpG906 inG1519 de schatkistG1049; enG2532 veleG4183 rijkenG4145 wierpenG906 veelG4183 daarin. En Jezus, gezeten zijnde tegenover de schatkist, zag, hoe de schare geld wierp in de schatkist; en vele rijken wierpen veel daarin.

KJV And1 Jesus4 sat2 over against5 the treasury,7 and beheld8 how9 the people11 cast12 money13 into14 the treasury:16 and17 many18 that were rich19 cast in20 much.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 καθισας G2523 gezeten, zitten, neder continue, set, sit (down), tarry 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 5 κατεναντι G2713 tegenover before, over against 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 γαζοφυλακιου G1049 schatkist treasury 8 εθεωρει G2334 zien, zag, zagen behold, consider, look on, perceive, see 9 πως G4459 hoe?, op welke wijze how, after (by) what manner (means), that 10 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 οχλος G3793 schare, scharen, volk company, multitude, number (of people), people, press 12 βαλλει G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 13 χαλκον G5475 geld, koper, metaal brass, money 14 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 15 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 γαζοφυλακιον G1049 schatkist treasury 17 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 18 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 19 πλουσιοι G4145 rijk, rijken, rijke rich 20 εβαλλον G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 21 πολλα G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 En er kwam een arme weduwe, die twee kleine penningen daarin wierp, hetwelk is een oort.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 EnG2532 er kwamG2064 eenG1520 armeG4434 weduweG5503, die tweeG1417 kleineG3016 penningen daarin wierpG906, hetwelk isG1510 een oortG2835. En er kwam een arme weduwe, die twee kleine penningen daarin wierp, hetwelk is een oort.

KJV And1 there came2 a certain poor5 widow,4 and she threw in6 two8 mites,7 which make a farthing.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελθουσα G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 μια G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 4 χηρα G5503 weduwen, weduwe, zekere weduwe widow 5 πτωχη G4434 armen, arme, arm beggar(-ly), poor 6 εβαλεν G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 7 λεπτα G3016 kleine, penningsken mite 8 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 9 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 10 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 κοδραντης G2835 oort, penning farthing
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 En Jezus, Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat deze arme weduwe meer ingeworpen heeft, dan allen, die in de schatkist geworpen hebben.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 EnG2532 Jezus, Zijn discipelenG3101 tot Zich geroepenG4341 hebbende, zeideG3004 tot henG846: VoorwaarG281, Ik zegG3004 uG4771, dat dezeG3778 armeG4434 weduweG5503 meer ingeworpenG906 heeft, dan allenG3956, die inG1519 de schatkistG1049 geworpenG906 hebben. En Jezus, Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat deze arme weduwe meer ingeworpen heeft, dan allen, die in de schatkist geworpen hebben.

KJV And1 he called2 unto him his5 disciples,4 and saith6 unto them,7 Verily8 I say9 unto you, That11 this14 poor16 widow13 hath cast19 more in,21 than all18 they which have cast into22 the treasury:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 προσκαλεσαμενος G4341 geroepen, riep, kinderkens call (for, to, unto) 3 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 μαθητας G3101 discipelen, discipel, discipels disciple 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 7 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 αμην G281 Voorwaar, Amen, voorwaar amen, verily 9 λεγω G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 10 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 11 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 12 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 χηρα G5503 weduwen, weduwe, zekere weduwe widow 14 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 15 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 πτωχη G4434 armen, arme, arm beggar(-ly), poor 17 πλειον G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 18 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 19 βεβληκεν G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 20 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 βαλοντων G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 22 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 23 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 γαζοφυλακιον G1049 schatkist treasury
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 Want zij allen hebben van hun overvloed daarin geworpen; maar deze heeft van haar gebrek, al wat zij had, daarin geworpen, haar ganse leeftocht.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 WantG1063 zij allen hebben vanG1537 hun overvloedG4052 daarin geworpenG906; maarG1161 dezeG3778 heeft vanG1537 haar gebrekG5304, alG3956 wat zij hadG2192, daarin geworpenG906, haar ganse leeftochtG979. Want zij allen hebben van hun overvloed daarin geworpen; maar deze heeft van haar gebrek, al wat zij had, daarin geworpen, haar ganse leeftocht.

Ook in dit vers gansenG3650

KJV For2 all1 they did cast in7 of3 their6 abundance;5 but9 she8 of10 her13 want12 did cast in17 all14 that15 she had,16 even all18 her21 living.

1 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 περισσευοντος G4052 overvloedig, overvloed, overgeschoten (make, more) abound, (have, have more) abundance (be more) abundant, be the better, enough and to spare, exceed, excel, increase, be left, redound, remain (over and above) 6 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εβαλον G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 8 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 11 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 υστερησεως G5304 gebrek want 13 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 15 οσα G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 16 ειχεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 17 εβαλεν G906 geworpen, wierp, werpen arise, cast (out), X dung, lay, lie, pour, put (up), send, strike, throw (down), thrust 18 ολον G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 19 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 βιον G979 goed, leeftocht, levens good, life, living 21 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Markus 12:1 Jesaja 5:1 Markus 13:34 Markus 4:2 Markus 4:11 Markus 4:33 Mattheüs 25:14 Hooglied 8:11 Psalmen 80:8
Markus 12:2 Micha 7:1 Lukas 20:10 Lukas 12:48 Richteren 6:8 Jeremia 35:15 2 Koningen 17:13 Mattheüs 21:34 Zacharia 7:7
Markus 12:3 Nehemia 9:26 Hebreeën 11:36 1 Thessalonicenzen 2:15 2 Kronieken 36:16 Handelingen 7:52 Daniël 9:10 1 Koningen 19:14 Jeremia 26:20
Markus 12:5 Mattheüs 22:6 Markus 9:13 Mattheüs 5:12 Lukas 6:22 Lukas 6:36 Mattheüs 23:37 Jeremia 7:25 Mattheüs 21:35
Markus 12:6 Hebreeën 1:1 Mattheüs 3:17 Mattheüs 11:27 Openbaring 5:9 Psalmen 2:12 Mattheüs 17:5 Hebreeën 1:6 Markus 1:11
Markus 12:7 Handelingen 5:28 Jesaja 49:7 Handelingen 13:27 Johannes 11:47 Mattheüs 2:16 Psalmen 2:2 Psalmen 22:12 Jesaja 53:7
Markus 12:8 Mattheüs 21:33 Lukas 20:15 Mattheüs 21:39 Hebreeën 13:11
Markus 12:9 Lukas 19:27 Mattheüs 21:43 Handelingen 28:23 Leviticus 26:15 Romeinen 9:30 Deuteronomium 4:26 Daniël 9:26 Mattheüs 12:45
Markus 12:10 Psalmen 118:22 Mattheüs 21:16 Jesaja 28:16 Mattheüs 12:3 Romeinen 9:33 Mattheüs 19:4 Mattheüs 21:42 Markus 2:25
Markus 12:11 Handelingen 2:32 Handelingen 3:12 1 Timotheüs 3:16 Handelingen 2:12 Kolossenzen 1:27 Psalmen 118:23 Habakuk 1:5 Efeze 3:8
Markus 12:12 Markus 11:18 Markus 11:32 Mattheüs 22:22 Johannes 7:30 Johannes 7:44 Johannes 7:25 Lukas 20:19 2 Samuël 12:7
Markus 12:13 Lukas 11:54 Markus 3:6 Lukas 20:20 Markus 8:15 Psalmen 38:12 Psalmen 56:5 Jesaja 29:21 Jeremia 18:18
Markus 12:14 2 Korinthe 5:16 Jeremia 15:19 2 Kronieken 18:13 Ezra 4:12 Deuteronomium 16:19 Galaten 2:11 Nehemia 9:37 Mattheüs 17:25
Markus 12:15 Openbaring 2:23 Johannes 2:24 Mattheüs 22:18 Ezechiël 17:2 1 Korinthe 10:9 Handelingen 5:9 Johannes 21:17 Hebreeën 4:13
Markus 12:16 Mattheüs 22:19 2 Timotheüs 2:19 Lukas 20:24 Openbaring 3:12
Markus 12:17 Romeinen 13:7 1 Petrus 2:17 Job 5:12 Prediker 5:4 Mattheüs 22:46 Spreuken 24:21 Spreuken 23:26 Mattheüs 22:22
Markus 12:18 Handelingen 4:1 Mattheüs 22:23 Lukas 20:27 2 Timotheüs 2:18 Handelingen 23:6 1 Korinthe 15:13
Markus 12:19 Genesis 38:8 Ruth 1:11 Deuteronomium 25:5 Ruth 4:5
Markus 12:20 Lukas 20:29 Mattheüs 22:25
Markus 12:24 Johannes 20:9 Hosea 6:2 Mattheüs 22:29 Jesaja 25:8 2 Timotheüs 3:15 Handelingen 17:11 Markus 10:27 Efeze 1:19
Markus 12:25 1 Johannes 3:2 Lukas 20:35 Mattheüs 22:30 1 Korinthe 15:42 Hebreeën 12:22
Markus 12:26 Lukas 20:37 Mattheüs 22:31 Genesis 31:42 Genesis 26:24 Jesaja 41:8 Exodus 3:16 Genesis 33:20 Exodus 3:2
Markus 12:27 Romeinen 14:9 Romeinen 4:17 Spreuken 19:27 Hebreeën 3:10 Markus 12:24 Hebreeën 11:13
Markus 12:28 Mattheüs 22:34 Lukas 20:39 Lukas 10:25 Mattheüs 19:18 Lukas 11:42 Mattheüs 23:23 Mattheüs 5:19
Markus 12:29 Deuteronomium 6:4 Jakobus 2:19 Galaten 3:20 1 Korinthe 8:4 Romeinen 3:30 Judas 1:25 1 Timotheüs 2:5 Mattheüs 23:9
Markus 12:30 Deuteronomium 6:5
Markus 12:31 Galaten 5:14 Romeinen 13:8 Mattheüs 19:18 1 Korinthe 13:4 Mattheüs 7:12 1 Johannes 4:21 Leviticus 19:18 Jakobus 2:8
Markus 12:32 Jesaja 45:14 Jesaja 46:9 Jesaja 45:18 Deuteronomium 4:35 Jesaja 44:8 Deuteronomium 4:39 Jesaja 45:5 Jesaja 45:21
Markus 12:33 Hosea 6:6 Micha 6:6 1 Samuël 15:22 Mattheüs 9:13 Mattheüs 12:7 1 Korinthe 13:1 Psalmen 50:8 Hebreeën 10:8
Markus 12:34 Lukas 20:40 Mattheüs 22:46 Titus 1:9 Kolossenzen 4:6 Romeinen 3:19 Mattheüs 12:20 Galaten 2:19 Romeinen 7:9
Markus 12:35 Lukas 20:41 Mattheüs 26:55 Johannes 18:20 Mattheüs 22:41 Johannes 7:42 Lukas 19:47 Lukas 21:37 Lukas 20:1
Markus 12:36 Psalmen 110:1 1 Korinthe 15:25 Hebreeën 1:13 Hebreeën 10:12 Handelingen 2:34 Mattheüs 22:43 2 Samuël 23:2 2 Timotheüs 3:16
Markus 12:37 Romeinen 1:3 Jakobus 2:5 1 Timotheüs 3:16 Johannes 12:9 Mattheüs 11:5 Mattheüs 1:23 Lukas 21:38 Mattheüs 21:46
Markus 12:38 Lukas 11:43 Lukas 20:45 Mattheüs 23:1 3 Johannes 1:9 Markus 4:2 Mattheüs 6:5 Lukas 14:7 Mattheüs 10:17
Markus 12:39 Jakobus 2:2
Markus 12:40 Lukas 20:47 Mattheüs 23:13 Mattheüs 6:7 Mattheüs 23:33 Micha 3:1 Ezechiël 22:25 Mattheüs 11:22 Lukas 12:47
Markus 12:41 Johannes 8:20 2 Koningen 12:9 Lukas 21:1 Mattheüs 27:6
Markus 12:43 2 Korinthe 8:2 2 Korinthe 9:6 2 Korinthe 8:12 Exodus 35:21 Handelingen 11:29 Mattheüs 10:42
Markus 12:44 Lukas 8:43 Lukas 15:30 2 Kronieken 35:7 Lukas 15:12 2 Kronieken 31:5 Filippenzen 4:10 2 Korinthe 8:2 Lukas 21:2
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Markus 12 vers 1

gelijkenissen tot hen te zeggen Grieks, parabelen; zie daarvan de verklaring Matt. 13:3 .

Hertaald: gelijkenissen tot hen te zeggen Grieks: parabelen; zie daarover de verklaring bij Matth. 13:3.

Een mens plantte een wijngaard, Van deze gelijkenis zie de verklaring Matt. 21:33 .

Hertaald: Een mens plantte een wijngaard, Zie over deze gelijkenis de verklaring bij Matth. 21:33.

tuin daarom, Of, heining, heg.

Hertaald: tuin daarom, Of: heining, heg.

wijnpersbak, Namelijk waar de wijn onder de pers inloopt en vergaderd wordt.

Hertaald: wijnpersbak, Namelijk de bak waarin de wijn onder de pers vandaan loopt en verzameld wordt.

verhuurde dien Grieks, gaf uit.

Hertaald: verhuurde dien Grieks: gaf uit.

de landlieden, Of, landbouwers; waardoor hier voornamelijk wijngaardeniers verstaan worden.

Hertaald: de landlieden, Of: landbouwers; daarmee worden hier vooral wijngaardeniers bedoeld.

Markus 12 vers 2

tijd was, Dat is, ter bekwamer of rechter tijd, wanneer de vruchten, rijp zijnde, ingezameld waren.

Hertaald: tijd was, Dat is: op de geschikte of juiste tijd, wanneer de vruchten rijp waren en ingezameld.

Markus 12 vers 4

schandelijk behandeld zijnde Grieks, onteerd.

Hertaald: schandelijk behandeld zijnde Grieks: onteerd.

Markus 12 vers 6

ten laatste tot hen gezonden, Grieks, den laatsten.

Hertaald: ten laatste tot hen gezonden, Grieks: als laatste.

Markus 12 vers 9

Hij zal komen, Dit antwoorden de Farizeën zelf op de vraag van Christus, bij Matt. 21:41 , en wordt hier aan Christus toegeschreven, omdat Hij dit antwoord herhaalde en voor goed erkende.

Hertaald: Hij zal komen, Dit antwoorden de Farizeeën zelf op de vraag van Christus in Matth. 21:41. Hier wordt het aan Christus toegeschreven, omdat Hij dit antwoord herhaalde en als juist erkende.

Markus 12 vers 10

De steen, Zie hiervan de verklaring Matt. 21:42 .

Hertaald: De steen, Zie hierover de verklaring bij Matth. 21:42.

Markus 12 vers 11

dit geschied, Anders, deze zaak, of dit, namelijk hoofd des hoeks, is van den Heere geworden.

Hertaald: dit geschied, Anders: deze zaak, of: dit — namelijk dat Hij hoofd van de hoek is — is van de Heere geworden.

Markus 12 vers 13

der Herodianen, Van de Herodianen zie de verklaring Matt. 22:16 .

Hertaald: der Herodianen, Zie over de Herodianen de verklaring bij Matth. 22:16.

in Zijn rede Of, met hun woord; dat is met hunne vraag.

Hertaald: in Zijn rede Of: met hun woord; dat is: met hun vraag.

vangen zouden Het Griekse woord is genomen van de gelijkenis van jagers, en ook van vissers, die door strikken, netten en lagen het wild of de vissen vangen.

Hertaald: vangen zouden Het Griekse woord is ontleend aan de vergelijking met jagers en ook met vissers, die met strikken, netten en lagen het wild of de vissen vangen.

Markus 12 vers 14

persoon der mensen niet aan, Grieks, het aangezicht. Zie hiervan Matt. 22:16 .

Hertaald: persoon der mensen niet aan, Grieks: het aangezicht. Zie hierover Matth. 22:16.

den weg Gods in der waarheid; Dat is, de leer, die God voorschrijft om tot de zaligheid te komen.

Hertaald: den weg Gods in der waarheid; Dat is: de leer die God voorschrijft om tot de zaligheid te komen.

Markus 12 vers 15

penning, Grieks, denarius; daarvan zie Matt. 18:28 .

Hertaald: penning, Grieks: denarius; zie daarover Matth. 18:28.

Markus 12 vers 18

Sadduceën kwamen tot Hem, Van de sekte der Sadduceën zie Hand. 23:8 .

Hertaald: Sadduceën kwamen tot Hem, Zie over de sekte van de Sadduceeën Hand. 23:8.

Markus 12 vers 19

Mozes heeft ons geschreven Deze wet behoorde tot de burgerlijke wetten der Joden, en had ook iets ceremonieels, en heeft daarom met den staat der Joden opgehouden.

Hertaald: Mozes heeft ons geschreven Deze wet behoorde tot de burgerlijke wetten van de Joden en had ook iets ceremonieels; daarom is zij met de Joodse staat opgehouden.

zaad verwekken Dat is, een zoon, die des afgestorvenen naam voerde en zijn erfgenaam was.

Hertaald: zaad verwekken Dat is: een zoon die de naam van de gestorvene droeg en zijn erfgenaam was.

Markus 12 vers 26

het doornenbos Of, braambos, of braam, gelijk Luc. 6:44 .

Hertaald: het doornenbos Of: braambos, of braam, zoals Luk. 6:44.

Markus 12 vers 27

God is niet een God der doden, Van den zin en de kracht van dit bewijs zie Matt. 22:32 .

Hertaald: God is niet een God der doden, Zie over de betekenis en de kracht van dit bewijs Matth. 22:32.

zeer Grieks, veel.

Hertaald: zeer Grieks: veel.

Markus 12 vers 28

zamen in woorden waren, Dat is, tezamen twistten met onderling vragen en antwoorden.

Hertaald: zamen in woorden waren, Dat is: samen redetwistten met vragen en antwoorden over en weer.

eerste gebod van allen? Dat is, het voornaamste en grootste van de gehele wet Gods.

Hertaald: eerste gebod van allen? Dat is: het voornaamste en grootste van de hele wet van God.

Markus 12 vers 29

de Heere, onze God, Met het woord Heere wordt overgezet het Hebreeuwse woord JHWH, hetwelk betekent het goddelijk wezen, dat van eeuwigheid in en van Zichzelven bestaat, en allen dingen hun wezen geeft.

Hertaald: de Heere, onze God, Met het woord HEERE wordt het Hebreeuwse woord JHWH weergegeven, dat het goddelijke wezen aanduidt: dat van eeuwigheid in en uit Zichzelf bestaat en aan alle dingen hun bestaan geeft.

Markus 12 vers 30

verstand, en uit geheel uw kracht Of, gedachte; dat is overlegging des verstands.

Hertaald: verstand, en uit geheel uw kracht Of: gedachte; dat is: de overlegging van het verstand.

Markus 12 vers 31

deze Namelijk deze twee voornaamste geboden.

Hertaald: deze Namelijk deze twee voornaamste geboden.

Markus 12 vers 33

brandofferen en de slachtofferen Brandoffers waren offeranden, die op het altaar gelegd en aldaar geheel verbrand werden; slachtoffers, waarvan maar een deel op het altaar verbrand werd, en de andere stukken, zo van de priesters en Levieten als van degenen, die offerden, gegeten worden. Zie Lev 1 en Lev 2 enz. Hoewel somwijlen dit woord ook breder genomen wordt.

Hertaald: brandofferen en de slachtofferen Brandoffers waren offeranden die op het altaar gelegd en daar geheel verbrand werden. Van slachtoffers werd maar een deel op het altaar verbrand, terwijl de andere stukken gegeten werden, zowel door de priesters en Levieten als door hen die offerden. Zie Lev. 1 en Lev. 2, enzovoort. Al wordt dit woord soms ook ruimer opgevat.

Markus 12 vers 34

niet verre van het Koninkrijk Gods Overmits deze zijne belijdenis uit een leerzaam gemoed scheen voort te komen, vs.32, en met de leer van Christus in zoverre overeenkwam; en de bekentenis van de wet een middel kon zijn om hem verder te brengen tot kennis van zichzelven, en alzo voorts tot Christus, Gal. 3:19 .

Hertaald: niet verre van het Koninkrijk Gods Omdat deze belijdenis van hem uit een leerzaam gemoed leek voort te komen, vers 32, en in zoverre met de leer van Christus overeenkwam. De erkenning van de wet kon voor hem een middel zijn om hem verder te brengen tot kennis van zichzelf, en zo vervolgens tot Christus, Gal. 3:19.

Markus 12 vers 36

Zit aan Mijn rechter- hand, Zie hiervan breder Matt. 22:44 .

Hertaald: Zit aan Mijn rechter- hand, Zie hierover uitvoeriger Matth. 22:44.

Markus 12 vers 37

hoe is Hij zijn Zoon? Grieks, van waar.

Hertaald: hoe is Hij zijn Zoon? Grieks: vanwaar.

Markus 12 vers 38

Wacht u voor de schriftgeleerden, Grieks, ziet voor u; namelijk dat gij door hunne schijnheiligheid niet bedrogen, of door hun voorbeeld tot dergelijke geveinsdheid niet gebracht wordt.

Hertaald: Wacht u voor de schriftgeleerden, Grieks: ziet voor u; namelijk dat u niet door hun schijnheiligheid bedrogen wordt, of door hun voorbeeld tot dezelfde huichelarij gebracht.

lange klederen, Grieks, Stolais; hetwelk betekent lange rokken of tabbaarden tot de voeten toe, om daardoor te aanzienlijker bij de mensen te wezen. Zodat Christus hier niet verwerpt de klederen, maar de eergierigheid, die daaronder schuilde.

Hertaald: lange klederen, Grieks: stolai; dat betekent lange rokken of tabbaarden tot op de voeten, om daardoor bij de mensen des te aanzienlijker te zijn. Christus verwerpt hier dus niet de kleren, maar de eerzucht die daarachter schuilging.

gegroet zijn op de markten; Grieks, de groetenissen; namelijk hebben.

Hertaald: gegroet zijn op de markten; Grieks: de begroetingen; namelijk ontvangen.

Markus 12 vers 39

maaltijden; Grieks, avondmalen.

Hertaald: maaltijden; Grieks: avondmaaltijden.

Markus 12 vers 40

zwaarder Grieks, overvloediger.

Hertaald: zwaarder Grieks: overvloediger.

oordeel ontvangen Dat is, zwaarder straf in het oordeel.

Hertaald: oordeel ontvangen Dat is: zwaardere straf in het oordeel.

Markus 12 vers 41

schatkist, Van deze schatkist, zie 2 Kon. 12:9 , en Matt. 27:6 .

Hertaald: schatkist, Zie over deze schatkist 2 Kon. 12:9 en Matth. 27:6.

geld wierp in de schatkist; Grieks, koper.

Hertaald: geld wierp in de schatkist; Grieks: koper.

Markus 12 vers 42

oort Grieks, Kodrantes; van het Latijnse Quadrans; dat is, een vierde deel van een obolus, welke was het zesde deel van een drachma zilvers, welk zesde deel, naar onze rekening, is omtrent een stuiver, zodat een quadrans, naar onze rekening, is omtrent een oortje (ruim een cent).

Hertaald: oort Grieks: kodrantes, van het Latijnse quadrans; dat is een vierde deel van een obolus, die het zesde deel van een zilveren drachme was. Dat zesde deel is naar onze rekening ongeveer een stuiver, zodat een quadrans naar onze rekening ongeveer een oortje is.

Markus 12 vers 44

haar gebrek, Of, van hetgeen zij zelve gebrek had.

Hertaald: haar gebrek, Of: van wat zij zelf tekortkwam.

leeftocht Grieks, leven; dat is, wat zij overig en nodig had om te leven.

Hertaald: leeftocht Grieks: leven; dat is: wat zij overhad en nodig had om van te leven.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het penningske van de weduwe  — Christus zet Zich tegenover de schatkist en beoordeelt de gaven op wat er overblijft, niet op wat er in gaat (Mark. 12:41-44)

Hij zit tegenover de schatkist en ziet hoe de schare geld inwerpt; vele rijken werpen veel (Mark. 12:41). Dan komt een arme weduwe die twee kleine penningen inwerpt, samen een oort (Mark. 12:42). Christus roept Zijn discipelen bij Zich en spreekt een oordeel uit dat tegen het zichtbare ingaat: "deze arme weduwe meer ingeworpen heeft, dan allen, die in de schatkist geworpen hebben" (Mark. 12:43). De reden staat in het vers erna: "zij allen hebben van hun overvloed daarin geworpen; maar deze heeft van haar gebrek, al wat zij had, daarin geworpen, haar ganse leeftocht" (Mark. 12:44).

Bijbelse betekenis: De rekenwijze van dit oordeel is de moeite waard. Christus telt niet wat er gegeven is maar wat er ná het geven overblijft. Naar dat criterium gaf zij het meest, want zij hield niets over. Twee dingen horen erbij. Het eerste is dat Hij haar niet aanspreekt en haar gave niet tegenhoudt, ook al ging alles wat zij had naar een tempel die Hij kort tevoren scherp veroordeeld had. Het tweede is dat dit geen maatstaf is om anderen mee te meten. Hij zegt het tegen Zijn discipelen en niet tegen de rijken; het oordeel over de gave van een ander blijft bij Hem, Die als enige ziet wat er thuis nog staat.

Typologie: Paulus geeft dezelfde maat wanneer hij over de inzameling schrijft: de bereidwilligheid is aangenaam naar wat iemand heeft, en niet naar wat hij niet heeft (2 Kor. 8:12). En in het Oude Testament staat de weduwe van Zarfath, die haar laatste handvol meel gebruikte en daarna niet meer tekortkwam (1 Kon. 17:12-16, reeds behandeld).

Mark. 12:41-44; 2 Kor. 8:12; 1 Kon. 17:12-16

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Deze is de erfgenaam — 12:6-11, 35-37

Het koninkrijk niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Hij staat in de tempel, twee dagen voor het pascha, en de overpriesters hebben zojuist gevraagd door welke macht Hij dit alles doet. Zijn antwoord is een gelijkenis over een wijngaard die verpacht is.

De eigenaar stuurt ten laatste zijn zoon, en de pachters rekenen uit wat hun dat oplevert.

**De reeks.** Er worden knechten gestuurd om de vrucht te halen; zij worden geslagen, gestenigd, gedood. Dat is de geschiedenis van de profeten in één zin.

**De laatste.** “Als hij dan nog een zoon had, die hem lief was, zo heeft hij ook dien ten laatste tot hen gezonden, zeggende: Zij zullen immers mijn zoon ontzien.”

Dat woord *ten laatste* staat er niet toevallig. Er komt niemand meer na hem.

**De rekensom.** De pachters denken hardop: “Deze is de erfgenaam; komt, laat ons hem doden, en de erfenis zal onze zijn.” Zij weten dus wie hij is. Het is geen vergissing maar een berekening.

En er staat bij waar het gebeurt: zij wierpen hem uit, buiten de wijngaard — dezelfde plaats waar Hij een paar dagen later werkelijk lijdt, buiten de poort.

**De wending.** Dan haalt Hij een psalm aan: “De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks; van den Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen.”

Bouwlieden verwerpen een steen omdat hij niet in hun plan past. In deze psalm blijkt die steen het hoekpunt te zijn waar het hele gebouw op uitgemeten wordt. Wat afgekeurd werd, bepaalt de maat.

**De vraag aan het slot.** Later in dezelfde dag stelt Hij Zelf een vraag over Psalm 110: hoe kan de Christus een zoon van David zijn, terwijl David Hem zijn Heere noemt?

“De Heere heeft gezegd tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten.”

Daar staat de koningslijn in haar diepste vorm. De beloofde Koning komt uit David voort en staat tegelijk boven hem. Het antwoord op die vraag krijgt niemand die dag. Maar de erfgenaam van de gelijkenis en de Heere van de psalm zijn Dezelfde.

  1. Jesaja 5:1 — Israël wordt bezongen als de wijngaard van de HEERE.
  2. 2 Kronieken 36:16 — De knechten die Hij zond, werden bespot en gedood.
  3. Markus 12:6 — Ten laatste zendt de heer zijn geliefde zoon.
  4. Markus 12:8 — En zij werpen hem uit, buiten de wijngaard.
  5. Psalm 118:22 — De verworpen steen wordt het hoofd des hoeks.
  6. Psalm 110:1 — En David noemt zijn eigen Nakomeling zijn Heere.

In het Nieuwe Testament: Psalm 118:22-23; Psalm 110:1; Jesaja 5:1-2; Hebreeën 13:12; Handelingen 4:11; 2 Kronieken 36:15-16

Hoever dit reikt: Christus haalt Psalm 118 en Psalm 110 hier Zelf aan; daarop rust het niveau. Wat de wijngaard is, staat er niet met zoveel woorden, maar Jesaja 5 noemt Israël zo, en de omstanders begrepen dat de gelijkenis op hen zag. Dat het uitwerpen buiten de wijngaard vooruitwijst naar het lijden buiten de poort, is een gevolgtrekking uit de overeenkomst met Hebreeën 13.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Markus 12

Markus 12:12.KruisverwijzingenMarkus 11:18Markus 11:32Mattheüs 22:22Johannes 7:30Johannes 7:44Johannes 7:25Lukas 20:192 Samuël 12:7
— En zij zochten Hem te vangen, maar zij vreesden de schare; want zij verstonden, dat Hij die gelijkenis op hen sprak; en zij verlieten Hem en gingen weg.
“En zij zochten Hem te vangen, maar zij vreesden de schare; want zij verstonden, dat Hij die gelijkenis op hen sprak; en zij verlieten Hem en gingen weg.”

De vijanden van Christus konden Hem toen geen kwaad doen. Dat kwam ten dele doordat het volk Hem graag hoorde en bereid was Hem te beschermen. Maar het kwam nog veel meer doordat de vastgestelde tijd voor Zijn lijden en Zijn dood nog niet ten volle gekomen was.

Markus 12:13-14.KruisverwijzingenLukas 11:54Markus 3:6Lukas 20:20Markus 8:15Psalmen 38:12Psalmen 56:5Jesaja 29:21Jeremia 18:18
— En zij zonden tot Hem enigen der Farizeen en der Herodianen, opdat zij Hem in Zijn rede vangen zouden. Dezen nu kwamen en zeiden tot Hem: Meester, wij weten, dat Gij waarachtig zijt, en naar niemand vraagt; want Gij ziet den persoon der mensen niet aan, maar Gij leert den weg Gods in der waarheid; is het geoorloofd, den keizer schatting te geven, of niet? Zullen wij geven, of niet geven?
“En zij zonden tot Hem enigen der Farizeen en der Herodianen, opdat zij Hem in Zijn rede vangen zouden. Dezen nu kwamen en zeiden tot Hem: Meester, wij weten, dat Gij waarachtig zijt, en naar niemand vraagt; want Gij ziet den persoon der mensen niet aan, maar Gij leert den weg Gods in der waarheid; is het geoorloofd, den keizer schatting te geven, of niet? Zullen wij geven, of niet geven?”

Zij wilden Hem in Zijn woorden vangen, als zij dat konden. Daarom aasden zij hun val met vleierij.

Begint iemand u te vleien, wees dan op uw hoede voor hem. Probeert hij een gesprek te openen met woorden van overdreven bewondering, reken er dan op dat hij iets bewondert dat u hébt, meer dan dat hij ú bewondert.

Onze Zaligmaker moet in Zijn hart deze mensen volstrekt veracht hebben, die zo dwaas waren te menen dat zij Hem met hun vleiende woorden konden vangen. Na dat voorwoord stelden zij de vragen waarmee zij Hem in het nauw dachten te drijven.

Markus 12:14-15.Kruisverwijzingen2 Korinthe 5:16Jeremia 15:192 Kronieken 18:13Ezra 4:12Deuteronomium 16:19Galaten 2:11Nehemia 9:37Mattheüs 17:25
— Dezen nu kwamen en zeiden tot Hem: Meester, wij weten, dat Gij waarachtig zijt, en naar niemand vraagt; want Gij ziet den persoon der mensen niet aan, maar Gij leert den weg Gods in der waarheid; is het geoorloofd, den keizer schatting te geven, of niet? Zullen wij geven, of niet geven? En Hij, wetende hun geveinsdheid, zeide tot hen: Wat verzoekt gij Mij? Brengt Mij een penning, dat Ik hem zie.
“Dezen nu kwamen en zeiden tot Hem: Meester, wij weten, dat Gij waarachtig zijt, en naar niemand vraagt; want Gij ziet den persoon der mensen niet aan, maar Gij leert den weg Gods in der waarheid; is het geoorloofd, den keizer schatting te geven, of niet? Zullen wij geven, of niet geven? En Hij, wetende hun geveinsdheid, zeide tot hen: Wat verzoekt gij Mij? Brengt Mij een penning, dat Ik hem zie.”

Zij wisten heel goed hoe het lag. Zei Christus: geef de keizer geen schatting, dan zouden de Romeinen Hem opgepakt en gevangengezet hebben wegens opruiing.

Maar zei Hij: betaal de keizer schatting, dan zouden de Joden gezegd hebben dat Hij hun vijand was en geen echte vaderlander. Anders zou Hij immers niet toegegeven hebben dat het uitverkoren volk gehouden was belasting te betalen aan zijn Romeinse overwinnaars.

Markus 12:15-17.KruisverwijzingenRomeinen 13:7Openbaring 2:23Johannes 2:24Mattheüs 22:18Ezechiël 17:21 Korinthe 10:9Handelingen 5:9Johannes 21:17
— En Hij, wetende hun geveinsdheid, zeide tot hen: Wat verzoekt gij Mij? Brengt Mij een penning, dat Ik hem zie. En zij brachten een. En Hij zeide tot hen: Wiens is dit beeld, en het opschrift? En zij zeiden tot Hem: Des keizers. En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is. En zij verwonderden zich over Hem.
“En Hij, wetende hun geveinsdheid, zeide tot hen: Wat verzoekt gij Mij? Brengt Mij een penning, dat Ik hem zie. En zij brachten een. En Hij zeide tot hen: Wiens is dit beeld, en het opschrift? En zij zeiden tot Hem: Des keizers. En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is. En zij verwonderden zich over Hem.”

Hij had hun met weergaloze wijsheid geantwoord, zonder Zich op enige manier bloot te geven.

Markus 12:18-23.KruisverwijzingenHandelingen 4:1Mattheüs 22:23Lukas 20:272 Timotheüs 2:18Handelingen 23:61 Korinthe 15:13Genesis 38:8Ruth 1:11
— En de Sadduceen kwamen tot Hem, welke zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem, zeggende: Meester! Mozes heeft ons geschreven: Indien iemands broeder sterft, en een vrouw achterlaat, en geen kinderen nalaat, dat zijn broeder deszelfs vrouw nemen zal en zijn broeder zaad verwekken. Er waren nu zeven broeders, en de eerste nam een vrouw, en stervende liet geen zaad na. De tweede nam haar ook, en is gestorven, en ook deze liet geen zaad na; en de derde desgelijks. En al de zeven namen dezelve, en lieten geen zaad na; de laatste van allen is ook de vrouw gestorven. In de opstanding dan, wanneer zij zullen opgestaan zijn, wiens vrouw zal zij van dezen zijn? Want die zeven hebben haar tot een vrouw gehad.
“En de Sadduceen kwamen tot Hem, welke zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem, zeggende: Meester! Mozes heeft ons geschreven: Indien iemands broeder sterft, en een vrouw achterlaat, en geen kinderen nalaat, dat zijn broeder deszelfs vrouw nemen zal en zijn broeder zaad verwekken. Er waren nu zeven broeders, en de eerste nam een vrouw, en stervende liet geen zaad na. De tweede nam haar ook, en is gestorven, en ook deze liet geen zaad na; en de derde desgelijks. En al de zeven namen dezelve, en lieten geen zaad na; de laatste van allen is ook de vrouw gestorven. In de opstanding dan, wanneer zij zullen opgestaan zijn, wiens vrouw zal zij van dezen zijn? Want die zeven hebben haar tot een vrouw gehad.”

Zij dachten Hem ongetwijfeld deze keer volkomen verstrikt te hebben. Hoe kon Hij zo’n moeilijke vraag beantwoorden?

Maar u ziet dat zij hun vraag gebouwd hadden op de verkeerde veronderstelling dat de dingen in de andere staat zijn zoals zij hier zijn. Daarom kon Jezus hen meteen even doeltreffend antwoorden als Hij zojuist de farizeeën en de Herodianen geantwoord had.

Markus 12:24-27.KruisverwijzingenJohannes 20:9Lukas 20:37Romeinen 14:9Hosea 6:2Mattheüs 22:29Jesaja 25:82 Timotheüs 3:15Handelingen 17:11
— En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Dwaalt gij niet, daarom, dat gij de Schriften niet weet, noch de kracht Gods? Want als zij uit de doden zullen opgestaan zijn, zo trouwen zij niet, noch worden ten huwelijk gegeven; maar zij zijn gelijk engelen, die in de hemelen zijn. Doch aangaande de doden, dat zij opgewekt zullen worden, hebt gij niet gelezen in het boek van Mozes, hoe God in het doornenbos tot hem gesproken heeft, zeggende: Ik ben de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs? God is niet een God der doden, maar een God der levenden. Gij dwaalt dan zeer.
“En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Dwaalt gij niet, daarom, dat gij de Schriften niet weet, noch de kracht Gods? Want als zij uit de doden zullen opgestaan zijn, zo trouwen zij niet, noch worden ten huwelijk gegeven; maar zij zijn gelijk engelen, die in de hemelen zijn. Doch aangaande de doden, dat zij opgewekt zullen worden, hebt gij niet gelezen in het boek van Mozes, hoe God in het doornenbos tot hem gesproken heeft, zeggende: Ik ben de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs? God is niet een God der doden, maar een God der levenden. Gij dwaalt dan zeer.”

Zijn antwoord droeg de strijd het kamp van de vijand binnen. Zij beleden in Mozes te geloven, en toch ontkenden zij het bestaan van geesten en het feit van de opstanding.

Maar Jezus Christus bewees onweerlegbaar dat God niet de God van de doden kan zijn. Is Hij dus de God van Abraham, Izak en Jakob, dan leven Abraham, Izak en Jakob nog. En is Hij uw God en mijn God, lieve vrienden, dan hoeven wij de uitdoving niet te vrezen. Wij móeten leven, en wij moeten voor eeuwig leven.

Markus 12:28-34.KruisverwijzingenDeuteronomium 6:4Galaten 5:14Romeinen 13:8Hosea 6:6Micha 6:61 Samuël 15:22Deuteronomium 6:5Mattheüs 22:34
— En een der Schriftgeleerden horende, dat zij te zamen in woorden waren, en wetende, dat Hij hun wel geantwoord had, kwam tot Hem, en vraagde Hem: Welk is het eerste gebod van allen? En Jezus antwoordde hem: Het eerste van al de geboden is: Hoor, Israel, de Heere, onze God, is een enig Heere. En gij zult den Heere, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw verstand, en uit geheel uw kracht. Dit is het eerste gebod. En het tweede aan dit gelijk, is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Er is geen ander gebod, groter dan deze. En de schriftgeleerde zeide tot Hem: Meester, Gij hebt wel in der waarheid gezegd, dat er een enig God is, en er is geen ander dan Hij; En Hem lief te hebben uit geheel het hart, en uit geheel het verstand, en uit geheel de ziel, en uit geheel de kracht; en den naaste lief te hebben als zichzelven, is meer dan al de brandofferen en de slachtofferen. En Jezus ziende, dat hij verstandelijk geantwoord had, zeide tot hem: Gij zijt niet verre van het Koninkrijk Gods. En niemand durfde Hem meer vragen.
“En een der Schriftgeleerden horende, dat zij te zamen in woorden waren, en wetende, dat Hij hun wel geantwoord had, kwam tot Hem, en vraagde Hem: Welk is het eerste gebod van allen? En Jezus antwoordde hem: Het eerste van al de geboden is: Hoor, Israel, de Heere, onze God, is een enig Heere. En gij zult den Heere, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw verstand, en uit geheel uw kracht. Dit is het eerste gebod. En het tweede aan dit gelijk, is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Er is geen ander gebod, groter dan deze. En de schriftgeleerde zeide tot Hem: Meester, Gij hebt wel in der waarheid gezegd, dat er een enig God is, en er is geen ander dan Hij; En Hem lief te hebben uit geheel het hart, en uit geheel het verstand, en uit geheel de ziel, en uit geheel de kracht; en den naaste lief te hebben als zichzelven, is meer dan al de brandofferen en de slachtofferen. En Jezus ziende, dat hij verstandelijk geantwoord had, zeide tot hem: Gij zijt niet verre van het Koninkrijk Gods. En niemand durfde Hem meer vragen.”

Hij had al Zijn vragenstellers zo beslist op de vlucht gejaagd dat geen ander mens meer de vrijmoedigheid had een nederlaag uit Zijn hand te zoeken. De onfeilbare wijsheid van Christus had al Zijn aanklagers en verzoekers doen vluchten.

Markus 12:36-37.KruisverwijzingenPsalmen 110:11 Korinthe 15:25Hebreeën 1:13Hebreeën 10:12Handelingen 2:34Mattheüs 22:43Romeinen 1:32 Samuël 23:2
— Want David zelf heeft door den Heiligen Geest gezegd: De Heere heeft gezegd tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten. David dan zelf noemt Hem zijn Heere, en hoe is Hij zijn Zoon? En de menigte der schare hoorde Hem gaarne.
“Want David zelf heeft door den Heiligen Geest gezegd: De Heere heeft gezegd tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten. David dan zelf noemt Hem zijn Heere, en hoe is Hij zijn Zoon? En de menigte der schare hoorde Hem gaarne.”

Zij konden dat raadsel niet oplossen, maar wij kunnen het wel. Wij weten dat Jezus zowel de Zoon van David is als de Heere van David. Hij is een mens als wij, uit het grote menselijke geslacht, en toch waarachtig God uit waarachtig God. Gezegend zij Zijn heilige Naam!

Markus 12:37-40.KruisverwijzingenLukas 11:43Romeinen 1:3Lukas 20:45Mattheüs 23:1Lukas 20:47Mattheüs 23:13Jakobus 2:51 Timotheüs 3:16
— David dan zelf noemt Hem zijn Heere, en hoe is Hij zijn Zoon? En de menigte der schare hoorde Hem gaarne. En Hij zeide tot hen in Zijn leer: Wacht u voor de schriftgeleerden, die daar gaarne willen wandelen in lange klederen, en gegroet zijn op de markten; En de voorgestoelten hebben in de synagogen, en de vooraanzittingen in de maaltijden; Welke de huizen der weduwen opeten, en dat onder den schijn van lang te bidden. Dezen zullen zwaarder oordeel ontvangen.
“David dan zelf noemt Hem zijn Heere, en hoe is Hij zijn Zoon? En de menigte der schare hoorde Hem gaarne. En Hij zeide tot hen in Zijn leer: Wacht u voor de schriftgeleerden, die daar gaarne willen wandelen in lange klederen, en gegroet zijn op de markten; En de voorgestoelten hebben in de synagogen, en de vooraanzittingen in de maaltijden; Welke de huizen der weduwen opeten, en dat onder den schijn van lang te bidden. Dezen zullen zwaarder oordeel ontvangen.”

Wij horen dwaze mensen dikwijls zeggen: u moet altijd in liefde preken en niets tegen iemand zeggen; Jezus heeft niemand aan de kaak gesteld. Och, wat dan te doen met deze aanklacht tegen de schriftgeleerden?

Was Jezus vandaag hier, dan zou Hij niet het weekdier zijn dat sommigen van ons willen maken. Hij had een ruggengraat, en een geweten, en een heel zware rechterhand. En die hand bracht Hij als een voorhamer neer op schijnvroomheid, huichelarij en dwaling. En willen wij aan Christus gelijk zijn, dan moeten wij manmoedig, vrijmoedig en onomwonden zijn.

Men zegt ons dat om ons gemakkelijk door de wereld te laten glijden, en om te maken dat alle mensen goed van ons spreken. Maar zo deden hun vaderen ook met de valse profeten.

Denkt u dat wij die het Woord van God prediken enig deel van ons getuigenis zullen achterhouden omdat het ons bij de goddelozen in een kwade naam brengt? Dat zij verre! Wij leven voor iets hogers en edelers dan gevoed te worden met de adem van boze mensen.

Is er dwaling op hoge plaatsen, of is er ergens ondeugd? Dan is het de plicht van de dienaar van Christus die in de Naam van zijn Meester met alle macht aan te vallen.

Hier verklaart onze Heere en Meester onomwonden dat de schriftgeleerden, de grote meesters van de wet, een stel aanmatigende huichelaars waren. Zij beroofden zelfs de weduwe en de wees, en zij zouden te zijner tijd een zwaarder oordeel ontvangen. Zo moet de waarheid nog altijd gesproken worden, wie er ook aanstoot aan neemt.

Markus 12:41-42.KruisverwijzingenJohannes 8:202 Koningen 12:9Lukas 21:1Mattheüs 27:6
— En Jezus, gezeten zijnde tegenover de schatkist, zag, hoe de schare geld wierp in de schatkist; en vele rijken wierpen veel daarin. En er kwam een arme weduwe, die twee kleine penningen daarin wierp, hetwelk is een oort.
“En Jezus, gezeten zijnde tegenover de schatkist, zag, hoe de schare geld wierp in de schatkist; en vele rijken wierpen veel daarin. En er kwam een arme weduwe, die twee kleine penningen daarin wierp, hetwelk is een oort.”

Dubbel arm, want zij was niet alleen weduwe maar ook behoeftig: een zekere arme weduwe.

Markus 12:43-44.KruisverwijzingenLukas 8:432 Korinthe 8:22 Korinthe 9:62 Korinthe 8:12Exodus 35:21Handelingen 11:29Mattheüs 10:42Lukas 15:30
— En Jezus, Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat deze arme weduwe meer ingeworpen heeft, dan allen, die in de schatkist geworpen hebben. Want zij allen hebben van hun overvloed daarin geworpen; maar deze heeft van haar gebrek, al wat zij had, daarin geworpen, haar ganse leeftocht.
“En Jezus, Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat deze arme weduwe meer ingeworpen heeft, dan allen, die in de schatkist geworpen hebben. Want zij allen hebben van hun overvloed daarin geworpen; maar deze heeft van haar gebrek, al wat zij had, daarin geworpen, haar ganse leeftocht.”

Christus meet wat wij werkelijk geven af aan wat wij óverhouden. Hij meet het naar de verhouding die het gegevene heeft tot wat wij bezitten. Zij gaf dus meer dan alle anderen samen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content